RAADGEVEND COMITÉ VOOR DE PENSIOENSECTOR
|
|
|
- Myriam Coppens
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 RAADGEVEND COMITÉ VOOR DE PENSIOENSECTOR Het Raadgevend comité voor de pensioensector, dat werd opgericht krachtens het koninklijk besluit van 5 oktober 1994 houdende oprichting van een Raadgevend comité voor de pensioensector en waarvan de leden werden benoemd bij het ministerieel besluit van 27 januari 2003 houdende benoeming van de leden van de plenaire vergadering van het Raadgevend Comité voor de pensioensector, heeft als taak op eigen initiatief of op vraag van de Minister die bevoegd is voor pensioenen adviezen uit te brengen. Met toepassing van artikel 4 van het voornoemd koninklijk besluit van 5 oktober 1994, brengt het Raadgevend comité voor de pensioensector het volgende advies uit: Advies aan de toekomstige Minister van Pensioenen aangaande de pensioenen en de inkomensgarantie voor ouderen In het vooruitzicht van de vorming van een nieuwe federale regering besprak het Raadgevend Comité voor de Pensioensector, in zijn plenaire vergadering van 14 mei 2003, het toekomstige pensioenbeleid en formuleerde volgende aanbevelingen: 1. Pensioenen a. Algemeen uitgangspunt - In het pensioenbeleid moet voorrang worden gegeven aan het behoud en de verdere uitbouw van het wettelijk pensioenstelsel, met een evenwicht tussen solidariteit en verzekering. Zelfs al wordt de toegang tot de tweede pijler verruimd, dan nog zal deze uiteraard nooit de totale bevolking ten goede komen, en dus de sociale ongelijkheid in stand houden. De uitbreiding ervan kan dus enkel worden beschouwd als een bijkomend voordeel, dat in geen geval de te voorziene maatregelen ter versterking van de eerste pijler in gevaar mag brengen. b. Welvaartsaanpassing 1
2 i. De jaarlijkse aanpassing van de pensioenen van zelfstandigen en werknemers aan de welvaart dient in de pensioenwetgeving te worden ingeschreven. ii. Daarnaast is het eveneens noodzakelijk alle pensioenen te verhogen, om aldus de opgelopen achterstand in te halen. iii. In het kader van deze inhaalbeweging, moeten de oudste pensioenen voorrang krijgen. c. Zilverfonds De verdere uitbouw van het Zilverfonds is noodzakelijk om de te verwachten hogere uitgaven voor pensioenen, ten gevolge van de vergrijzing, op te vangen. De overheid moet de automatische en structurele financiering van dit fonds wettelijk waarborgen. Daarbij moet de regering ieder jaar de nodige fondsen vastleggen op basis van de ramingen van het Planbureau, opdat tegen 2010 de noodzakelijke bedragen beschikbaar zouden zijn. De uitsluitende aanwending van dit fonds voor de financiering van de pensioenen dient eveneens te worden gegarandeerd, o.m. door een democratische controle en het paritair beheer. d. Solidariteitsbijdrage De solidariteitsbijdrage werd ingevoerd met een dubbel doel: namelijk enerzijds voor de sanering van de overheidsfinancies en anderzijds voor de verhoging van de laagste pensioenen. De volledige opbrengst van de solidariteitsbijdrage moet voor de verhoging van de laagste pensioenen worden aangewend. Met de kapitaalsuitkering mag na een periode van 15 jaar effectief geen rekening meer worden gehouden, ook niet voor het bepalen van de solidariteitsbijdrage op het wettelijk pensioen. e. Europees pensioenbeleid In de voorbije jaren is een begin gemaakt met een Europees beleid inzake pensioenen. Dit Europees pensioenbeleid mag het Belgisch repartitiestelsel van de wettelijke pensioenen niet ondergraven. Europa vestigt de aandacht op de lage vervangingsratio van de pensioenen bij de vrouwen, en nodigt de Lidstaten uit rekening te houden met deze realiteit, om naar zodoende meer gelijkheid te streven. 2
3 f. Individualisering Het Raadgevend Comité vraagt aan de regering het dossier over de individualisering van de rechten in haar programma op te nemen en verschillende fasen te plannen om deze individualisering te realiseren. Bij deze fasen moet, na een grondige studie, worden voorzien in een overgangsperiode en in modaliteiten, om aldus de huidige verworven rechten inzake afgeleide rechten niet in het gedrang te brengen. g. Zelfstandigenpensioenen i. Het pensioenstelsel van de zelfstandigen moet worden verbeterd (o.a. via een verhoging van de oude en nieuwe minima), hetgeen ook een verhoging van de ontvangsten van het sociaal statuut inhoudt, via een gelijktijdige tussenkomst vanwege de overheid en de zelfstandigen. ii. Verder onderzoek is nodig naar een betere toenadering van de pensioenstelsels van werknemers en zelfstandigen, voortbouwend op het verslag van professor B. Cantillon ter zake. h. Overheidspensioenen De perekwatie moet behouden blijven, en mag niet worden ondergraven door wijzigingen in het statuut van de ambtenaren. i. Andere vragen aangaande het pensioenstelsel i. Het Raadgevend Comité vraagt dat de arbeidsperioden in overheidsdienst als tewerkgestelde werkloze of in het bijzonder tijdelijk kader in aanmerking zouden worden genomen als gelijkgestelde perioden bij de berekening van het overheidspensioen. Hetzelfde geldt voor de arbeidsperioden in het buitenland als technisch coöperant. ii. Het Raadgevend Comité vraagt dat de periode van de dienstplicht (of van dienst in het kader van ontwikkelingssamenwerking art. 16 van de dienstplichtwet) zou worden gelijkgesteld voor de 3
4 gepensioneerden van de DOSZ, onder dezelfde voorwaarden als voor de werknemers. iii. Het minimumbedrag van de niet-toekenbare pensioenen voor werknemers en zelfstandigen moet worden afgeschaft. Dit houdt de opheffing in van art.5 9 van het KB van 23 december 1996 voor de werknemerspensioenen en van art.3 8 van het KB van 30 januari 1997 voor de zelfstandigenpensioenen. iv. Het verstrekken van de nodige gegevens voor de inning van de ZIV bijdrage tussen de diverse administraties moet op een efficiëntere manier gebeuren, dit met het oog op een snellere incassering van deze bijdrage. v. Het probleem van de cumulatie van een invaliditeits- en werkloosheidsuitkering en het overlevingspensioen dient te worden onderzocht en opgelost. vi. De verwarmingstoelage, die wezenlijk deel uitmaakt van het mijnwerkerspensioen, moet worden geherwaardeerd. vii. Gelet op de hoge kosten die gepaard gaan met een overlijden, wordt voorgesteld dat het laatste maandbedrag eveneens zou worden uitbetaald aan de personen die de kosten hebben gedragen wanneer er geen langstlevende echtgenoot meer is. 2. Inkomensgarantie voor ouderen (IGO) a. Bij het onderzoek naar de bestaansmiddelen met betrekking tot het toekennen van de IGO mag geen rekening worden gehouden met het inkomen van de samenwonende kinderen, zoniet bestaat het risico dat ouderen omwille van de toekenning van de IGO niet langer thuis kunnen verblijven. b. Het Raadgevend Comité vraagt dat de betaling van de speciale forfaitaire verwarmingstoelage effectief ieder jaar zou gebeuren, aangezien dit een niet te verwaarlozen bedrag betekent voor deze doelgroep met een gering inkomen. c. De IGO en het gewaarborgd inkomen moeten welvaartvast zijn, op dezelfde wijze als het pensioen en in dezelfde verhouding. 3. Toegelaten arbeid 4
5 Het Raadgevend Comité verwijst op dit punt naar het advies dat het ter zake heeft verstrekt. 4. Financiering van de pensioenen a. Het in stand houden en verbeteren van de wettelijke pensioenstelsels zal veel bijkomende financiële middelen vergen. In dit kader is een krachtdadiger bestrijding van de fiscale en sociale fraude noodzakelijk. b. Om deze reden zou de invoering van een vermogensbelasting moeten worden overwogen. c. Nieuwe bronnen van alternatieve financiering zouden de globale opbrengst voor de sociale zekerheid aanzienlijk kunnen doen toenemen. Deze alternatieve financiering zou o.m. de solidariteitsbijdrage kunnen vervangen en zou niet alleen gelden voor werknemers, zelfstandigen, gepensioneerden, maar ook voor inkomsten uit kapitalen en van ondernemingen. d. De tewerkstellingsgraad in België voor personen van jaar is de laagste van Europa. Deze toestand heeft een negatieve invloed op de financiering van de pensioenen. Er zouden concrete maatregelen moeten worden genomen om deze tewerkstellingsgraad op te trekken. Goedgekeurd op de plenaire vergadering van 14 mei
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de regels tot bepaling van de bedragen
EEN STERK EN BETROUWBAAR SOCIAAL CONTRACT Commissie Pensioenhervorming
EEN STERK EN BETROUWBAAR SOCIAAL CONTRACT Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 Voorstellen voor een structurele hervorming van de pensioenstelsels Studiedag leraren economie, 20 januari 2015 Opzet van
PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006. (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels
PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006 (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels Aangevuld, gewijzigd of aangepast door: - de wet van 21 december 2007 houdende diverse bepalingen (I) (B.S. 31 december
De werking v/d Fondsen voor bestaanszekerheid
De werking v/d Fondsen voor bestaanszekerheid Vormingssoort: residentiële en provinciale vorming de OR Dienst Sectoren - GVH 2018-2019 Inhoudstafel Definitie Oprichting Opdrachten Bijdrage Ik? FBZ Definitie
COMMISSIE VOOR HET VRIJ AANVULLEND PENSIOEN VOOR ZELFSTANDIGEN ADVIES NR. 2 VAN 15 SEPTEMBER 2003
COMMISSIE VOOR HET VRIJ AANVULLEND PENSIOEN VOOR ZELFSTANDIGEN ADVIES NR. 2 VAN 15 SEPTEMBER 2003 INVENTARIS VAN DE VRAGEN BETREFFENDE TITEL II, HOOFDSTUK I, AFDELING 4 VAN DE PROGRAMMAWET (I) VAN 24 DECEMBER
KONINKLIJK BESLUIT VAN 11 MEI 2007
KONINKLIJK BESLUIT VAN 11 MEI 2007 ter uitvoering van hoofdstuk VI, van titel IV, van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot oprichting van een Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers (B.S.
Regeerakkoord DI RUPO I:Wat met de pensioenen?
Regeerakkoord DI RUPO I:Wat met de pensioenen? 540 dagen na de verkiezingen heeft België een nieuwe federale regering. Vincent Van Quickenborne (Open VLD) wordt de nieuwe minister van pensioenen. Hieronder
BETREFT : Gebruik van het fiscaal identificatienummer in de betrekkingen met de buitenlandse fiscale administraties.
ADVIES Nr 29 / 1997 van 5 november 1997 O. Ref. : 10 / A / 1997 / 014 BETREFT : Gebruik van het fiscaal identificatienummer in de betrekkingen met de buitenlandse fiscale administraties. De Commissie voor
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/13/105 BERAADSLAGING NR. 13/045 VAN 7 MEI 2013 INZAKE DE UITWISSELING VAN PERSOONSGEGEVENS TUSSEN DE (BELGISCHE)
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/10/085 BERAADSLAGING NR 10/016 VAN 2 MAART 2010, GEWIJZIGD OP 6 JULI 2010, MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING
Regeerakkoord: wat is de impact op de pensioenen en de verzekeringsproducten?
Regeerakkoord: wat is de impact op de pensioenen en de verzekeringsproducten? DECAVI 25 februari 2015 Florence DELOGNE Adjunct-directeur Minister van Pensioenen 1 De huidige toestand van de 1 e pijlerpensioenen
Pensioenzekerheid voor iedereen
Pensioenzekerheid voor iedereen WAAROM HERVORMEN? Fundamenten sociale zekerheid dateren van WO II: 65 jaar geleden Uitgangspunten (sociale bescherming met evenwicht tussen solidariteit en verzekerd inkomen)
Wet van 4 maart 2004 (B.S. 26 maart 3 de uitgave)
Wet van 4 maart 2004 (B.S. 26 maart 3 de uitgave) Houdende de toekenning van aanvullende voordelen inzake rustpensioen aan personen die werden aangesteld om een management- of staffunctie uit te oefenen
ADVIES. 10 maart 2014
ADVIES Voorontwerp van besluit tot wijziging van het besluit van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten en Voorontwerp van besluit betreffende de akten van familiale aard
SCSZ/04/85. Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van 24 mei 2004; Gelet op het verslag van de heer Michel Parisse.
SCSZ/04/85 BERAADSLAGING NR 04/024 VAN 6 JULI 2004 M.B.T. DE MEDEDELING VAN SOCIALE GEGEVENS VAN PERSOONLIJKE AARD DOOR DE VERZEKERINGSINSTELLINGEN AAN DE SOCIALEVERZEKERINGSFONDSEN VOOR ZELFSTANDIGEN,
R.I.Z.I.V. Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering
R.I.Z.I.V. Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering Uitkeringen Omzendbrief VI nr 2010/504 van 23 december 2010 484/4 Van toepassing vanaf 1 januari 2011 Toepassing van artikel 28bis, 2
Tony Van Der Steen Ombudsman Pensioenen WTC III (nabij het Noordstation) Simon Bolivarlaan 30 bus Brussel. Tel. 02/ Fax 02/
Contactgegevens Tony Van Der Steen Ombudsman Pensioenen WTC III (nabij het Noordstation) Simon Bolivarlaan 30 bus 5 1000 Brussel Tel. 02/274.19.80 Fax 02/274.19.99 E-mail: klacht@ombudsmanpensioenen. be
Informatieveiligheidscomité Kamer sociale zekerheid en gezondheid
Informatieveiligheidscomité Kamer sociale zekerheid en gezondheid IVC/KSZG/18/256 BERAADSLAGING NR. 18/148 VAN 6 NOVEMBER 2018 MET BETREKKING TOT DE UITWISSELING VAN IDENTIFICATIEGEGEVENS TUSSEN DE FEDERALE
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/09/038 BERAADSLAGING NR 09/028 VAN 5 MEI 2009 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»
1 Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZG/16/101 BERAADSLAGING NR. 16/047 VAN 3 MEI 2016 OVER DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS UIT HET PENSIOENKADASTER
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 36 TER VAN 27 NOVEMBER 1981 BETREFFENDE DE TOEKENNING VAN SOCIALE VOORDELEN TEN LASTE
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 36 TER VAN 27 NOVEMBER 1981 BETREFFENDE DE TOEKENNING VAN SOCIALE VOORDELEN TEN LASTE VAN HET SOCIAAL FONDS VOOR DE UITZENDKRACHTEN ---------------------------------------------
Waarborg en Sociaal Fonds Voedingsindustrie Aanvullend pensioen. Wat?
Waarborg en Sociaal Fonds Voedingsindustrie Aanvullend pensioen Wat? Sinds 1 april 2004 genieten alle arbeiders van de voedingsnijverheid een aanvullend pensioen, ofwel op basis van het sectoraal sociaal
HOOFDSTUK I.- Definities. Artikel 1.- Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
Koninklijk besluit van 30 januari 2003 tot vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor de toekenning van de toelage tot ondersteuning van acties die betrekking hebben op de bevordering
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid"
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid" SCSZ/13/177 BERAADSLAGING NR. 13/082 VAN 3 SEPTEMBER 2013 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS
Geldigheidsdatum: 01/02/2016 Laatste aanpassing: 24/01/2017. Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid Nationaal
Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid 1160001 Nationaal Eindejaarspremie... 1 Vakantiegeld 4 e vakantieweek... 1 Aanvullend pensioen... 4 Ploegenpremies... 5 Arbeid op zon en feestdag... 5 Overuren...
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid
1 Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/10/027 BERAADSLAGING NR 10/015 VAN 2 MAART 2010 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/13/125 BERAADSLAGING NR. 13/056 VAN 4 JUNI 2013 INZAKE DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS AAN DE AFDELING
COMMISSIE VOOR AANVULLENDE PENSIOENEN ADVIES. nr. 15. de dato. 7 december 2006
COMMISSIE VOOR AANVULLENDE PENSIOENEN ADVIES nr. 15 de dato 7 december 2006 Gelet dat de commissie voor aanvullende pensioenen, samengesteld krachtens art. 53 van de Wet van 28 april 2003 betreffende de
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid
1 Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/10/074 BERAADSLAGING NR 10/043 VAN 1 JUNI 2010 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid»
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» SCSZ/08/002 BERAADSLAGING NR. 08/002 VAN 15 JANUARI 2008 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN BEPAALDE PERSOONSGEGEVENS
Door een aantal wettelijke beschikkingen moest een einde komen aan dergelijke vorm van aanvullende pensioenfondsen.
PC 216 NOTARIAAT AANVULLEND PENSIOEN DER NOTARISBEDIENDEN Woord Vooraf In het verleden (vóór 1987) bestond er voor de notarisbedienden een aanvullend pensioen volgens een repartitiesysteem, verspreid over
Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten
Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten Bron : Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten
Oprichting van een Fonds voor Bestaanszekerheid demografie voor de sector van de chemie, kunststoffen en life sciences
Oprichting van een Fonds voor Bestaanszekerheid demografie voor de sector van de chemie, kunststoffen en life sciences CAO gesloten op 18 oktober 2016 in het Paritair Comité voor de bedienden uit de scheikundige
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 55 VAN 13 JULI 1993 TOT INSTELLING VAN EEN REGELING VAN AANVULLENDE VERGOEDING
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 55 VAN 13 JULI 1993 TOT INSTELLING VAN EEN REGELING VAN AANVULLENDE VERGOEDING VOOR SOMMIGE OUDERE WERKNEMERS, IN GEVAL VAN HAL- VERING VAN DE ARBEIDSPRESTATIES, GEWIJZIGD
Allemaal langer werken voor minder pensioen?
Allemaal langer werken voor minder pensioen? Kim De Witte Ondoenbaar, onlogisch en onnodig Structuur van de uiteenzetting Drie onderdelen 1. Pensioenplan van de regering Michel De Wever: langer werken
Bloementeelt
Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf 1450001 Bloementeelt Eindejaarspremie... 1 Bijkomend vakantiegeld... 1 Getrouwheidspremie... 4 Anciënniteitstoeslag... 4 Ecocheques... 4 Aanvullend pensioen...
Vakantiegeld... 2 Jaarlijkse gratificatie... 2 Jaarlijkse premie... 4 Bijdrage van de werkgevers in de vervoerkosten van het personeel...
3100000 Paritair Comité voor de banken Vakantiegeld... 2 Jaarlijkse gratificatie... 2 Jaarlijkse premie... 4 Bijdrage van de werkgevers in de vervoerkosten van het personeel... 4 De hierna vermelde CAO
