PERGOLUX AG.PLASTICS. Bouwtips
|
|
|
- Laurens Brabander
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 PERGOLUX AG.PLASTICS Bouwtips 2.3
2 PERGOLUX BASISPRINCIPES 1. Plaattypes Pergolux is ontwikkeld voor meerwandige kunststofplaten en voor glas (Color-Therm Glass). Een overzicht van de verschillende toepassingen en beglazingsdiktes vindt u op pag Skylux verandakoepel De Skylux verandakoepel werd speciaal ontwikkeld als optie voor het Pergolux systeem. Als u de koepel opent, kan warme lucht naar buiten stijgen. De verandakoepel wordt bij voorkeur zo hoog mogelijk in het dak geplaatst. De speciale PVC-opstand is ontwikkeld voor kunststofplaten van 16, 25 en 32 mm. De Skylux verandakoepel kan niet ingebouwd worden in een Pergolux verandadak met glas. Vraag onze brochure van de verandakoepel bij uw vertrouwde dealer. VOORBEREIDING & BIJZONDERE MONTAGE- RICHTLIJNEN / 5mm 56 mm 100 B Hou er rekening mee dat de 5 voorgestelde standaardreeksen specifieke verschillen in de montage vertonen. U vindt ze terug in deze montagehandleiding (pag. 6 en 7). 1. Bouw een houten draagstructuur onder helling van 10 (174 mm/m). Indien zijdelings tegen een muur wordt aangebouwd moet er een speling gehouden worden van 3 mm. Voor toepassingen met glas bedraagt deze speling 5 mm. 2. Bepaal de asafstanden tussen de dragers in functie van de beglazing en gekozen type (zie ook p. 4). Voor glas dient u de richtlijnen van de glasfabrikant op te volgen. 3. Zorg ervoor dat de muurbalk bovenaan eveneens onder 10 afgeschuind is. 10 mm 23 mm 15 mm 3 mm 15 mm C6 C13 GR G120A Y16P G120AS 4. Voorzie de gootbalk over de volle lengte van een sleuf van 3 x 15 mm. Voor toepassingen met dubbel glas wordt een uitfrezing voorzien van 10 x 23 mm over de volle lengte. 5. Breng de witte zelfklevende polyethyleenband aan op het muurprofiel (M16 of M32B) of breng de rubber C31 aan in het muurprofiel (MP) voor glastoepassing. 6. Breng de dichtingsrubber (C6) aan. Bij dubbel glas wordt de C6 geklemd tussen de Y16P in de uitfrezing. De steunrubber C13 wordt aangebracht in de sleuf. 7. Plaats de alu-goot G120A tegen de gootplank en dicht de sluitstukken met silicone. Bij gebruik van het gootopzetstuk wordt deze om de 50 cm geschroefd en wordt de hoogste zijde tegen de gootbalk gemonteerd. G Y16P C11CX C11CX C12 CLM C1CX Y10 Y25 CY10 Y32 C31 8. Plaats de alu-goot G tegen de gootplank en dicht de sluitstukken met silicone. Plaats de rubber C11CX tussen de goot en het profiel Y16P. 9. Plaats de rubber C12 tussen de muurclips CLM en de rubber C1CX om het aandrukken op de platen te verhogen. 10. In functie van de beglazingsdiktes worden de opzetprofielen Y10 / Y25 / Y32 of verhogingsrubber CY10 in de dragers gebracht. Zie tabel pag
3 PERGOLUX STANDAARDREEKSEN AG.PLASTICS - QUALITY BM C4CX M16 BT16 C2CX C4CX L16 C3 ALU U16P BB16 C3 T16.1 C3 C6 M16 C4CX BM EL - ER 120 EINDSTUK EVACO S16C G120 EVACO C2CX C2CX BT16 LT16 C3 COLOR C6 T16.2 C3 C3 BB16 U16P G120 EVACO EL S16C - ER 120 EINDSTUK EVACO BT32 C1CX+C12 CLPV CLM-MP CLPV L16P THERM U32P BB32 Y32 T16P C6 Y32 T16P S COLOR-THERM COLOR-THERM GLASS CLL LP C8 CLM-MP C6 G120A G120AS C1CX+C12 CL32 BT32 C8 C8 T16P BB32 U32 S32.3 G120AS L432 C6 C31 G120A CLM-MP C1CX+C12 CLSL CLST CLSB CLSB C8 TPGL C8 C8 TPHL C31 TPG+TPH C13 S38.3 C11CX Y16P G GAS1
4 PERGOLUX AG.PLASTICS - QUALITY ALU-reeks: 4 COLOR-THERM GLASS COLOR-THERM THERM COLOR ALU systeem met aluminium profielen en standaard grijze coëxrubbers COLOR-reeks: systeem met gelakte aluminium profielen (wit RAL 9010 en bruin RAL 8019) en witte coëxrubber THERM-reeks: thermisch onderbroken systeem met witte gecoëxtrudeerde PVC-clips COLOR-THERM-reeks: thermisch onderbroken systeem met aluminium clips in gelakte uitvoering (wit RAL 9010, crème RAL 9001 en bruin RAL 8019) COLOR-THERM GLASS-reeks: thermisch onderbroken systeem voor glas met schroefbare aluminium clips, alle diktes tussen 8 en 34 mm (wit RAL 9010, crème RAL 9001, bruin RAL 8019 en andere RAL naar keuze) 56 mm 3 mm 56 mm 3 mm 56 mm 3 mm 56 mm 3 mm 30 mm 56 mm 5 mm CA = plaatbreedte + 22 mm CA - 33 mm CA CA CA CA CA CA CA CA CA 16/25/32 mm 16/25/32 mm 16/25/32 mm 16/25/32 mm 8-34 mm
5 16 MM PERGOLUX AG.PLASTICS - QUALITY PLAAT- MUUR DRAGER ZIJDRAGER GOOT TOEBEHOREN M16 + C4CX T C2CX + C3 (x2) L16 + C3 + C4CX G120A + G120AS + C6 S16C BT16 BB16 U16P BM * DIKTE t 16 MM 1 M32T + M32B + C4CX T C2CX + C3 (x2) L C4CX + C3 G120A + G120AS + C6 S32C BT32 BB32 U32P BM * 32 MM 32 MM 2 M16 + C4CX T C2CX + C3 (x2) LT16 + C3 + C2CX G120A + G120AS + C6 S16C BT16 BB16 U16P BM 16 MM * 16 MM 3 M32T + M32B + C4CX T C2CX + C3 (x2) LT32 + C2CX + C3 G120A + G120AS + C6 S32C BT32 BB32 U32P BM * 32 MM 32 MM 4 CLM + MP + C1CX + C12 T16P + CLPV L16P + T16P + CLPV G120A + G120AS + C6 S16.3 BT16 BB16 U16P 16 MM * 16 MM 5 32 MM CLM + MP + C1CX + C12 T16P + Y32 + CLPV L16P + Y32 + T16P + CLPV G120A + G120AS + C6 S32.3 BT32 BB32 U32P * 32 MM 6 CLM + MP + C1CX + C12 T16P + CL16 + C8 (x2) CLL + LP + C8 G120A + G120AS + C6 S16.3 BT16 BB16 U16 16 MM * 16 MM 7 CLM + MP + C1CX + C12 T16P + CL32 + C8 (x2) CLL + LP + C8 G120A + G120AS + C6 * 32 MM S32.3 BT32 BB32 U32 32 MM 8 CLM + MP + C1CX + C12 + C31 TPH + TPG + CLSB + CLST + C8 (x2) + schroef TPHL + TPGL + CLSB + CLSL + C31 + C8 + schroef G + GAS1 + C6 + C13 + Y16P + C11CX S38.3 L MM tot 34 MM * 8 MM tot 34 MM * combineerbaar met het gootopzetstuk GR COPYRIGHT AG.PLASTICS
6 PERGOLUX SPECIFIEKE BOUWTIPS PER STANDAARDREEKS AG.PLASTICS - QUALITY 100 ALU Plaats muurprofiel M16 en positioneer daar- 2. Zaag de muurzijde van profiel L16 schuin 3. Boor om de 50 cm in de voorziene gleuf van 4. Plaats de steunrubbers C3 in de draag- en na de verschillende dragers T16.1. Reken tel- af, zodat de zijflank ervan mooi aansluit met het draagprofiel T16.1 en schroef vast. zijprofielen. De rubbers zijn per twee verpakt en kens met de asafstanden (CA) en hou rekening de muur. dient u zelf los te maken. met de L16. (Zie pag. 4 van deze brochure). COLOR Plaats muurprofiel M16 en positioneer 2. Zaag de muurzijde van profiel LT16 schuin 3. Boor om de 50 cm in de voorziene gleuf van 4. Plaats de steunrubbers C3 in de draag- en zijprofielen. De rubbers zijn per twee verpakt en daarna de verschillende dragers T16.2. Reken af, zodat de zijflank ervan mooi aansluit met het draagprofiel T16.2 en schroef vast. telkens met de asafstanden (CA). (Zie pag. 4 de muur. dient u zelf los te maken. van deze brochure) mm THERM 65 mm mm 40 mm 1. Hou voor de houten draagstructuur steeds rekening met de opgegeven asafstanden CA (zie pagina 4 van deze brochure) en de hoek van Verwijder links en rechts 65 mm van het verticale deel van de muurprofielen MP en CLM. Zet profiel MP vast in de muurbalk door middel van schroeven met verzonken kop. Schuif rubber C1CX in profiel CLM. 3. Snij onderaan de coëxrubber van de T16P 4. Monteer de profielen T16P tot net tegen het weg over 25 mm. Maak het stopprofiel S16.3/ MP-profiel. Zet vast met schroeven met verzons32.3 met een RVS-schroef vast aan het uit- ken kop via de voorziene sleufgaten. einde van profiel T16P. 6 COLOR-THERM GLASS COLOR-THERM mm 65 mm mm 40 mm 1. Hou voor de houten draagstructuur steeds rekening met de opgegeven asafstanden CA (zie pagina 4 van deze brochure) en de hoek van Verwijder links en rechts 65 mm van het verticale deel van de muurprofielen MP en CLM. Zet profiel MP vast in de muurbalk door middel van schroeven met verzonken kop. Schuif rubber C1CX in profiel CLM. 3. Snij onderaan de coëxrubber van de T16P 4. Monteer de profielen T16P en LP tot net en de LP weg over 25 mm. Maak het stop- tegen het MP-profiel. Zet vast met schroeven profiel S16.3/S32.3 met een RVS-schroef vast met verzonken kop via de voorziene sleufgaten. aan deze profielen mm 65 mm mm 40 mm 1. Hou voor de houten draagstructuur steeds rekening met de opgegeven asafstanden CA (zie pagina 4 van deze brochure) en de hoek van Verwijder links en rechts 65 mm van het verticale deel van de muurprofielen MP en CLM. Zet profiel MP vast in de muurbalk door middel van schroeven met verzonken kop. Schuif rubber C1CX in profiel CLM. 3. Leg de aluprofielen TPH en TPHL tot net tegen MP en schroef om de 50 cm vast op de houten dragers. Maak het stopprofiel S38.3 vast aan de uitgestanste zijde van de glasdragers TPG & TPGL. 4. Breng de glasdragers TPG & TPGL op lengte en schuif ze in de aluminium profielen tot tegen het muurprofiel MP en schroef vast met 2 schroeven aan de bovenzijde. Breng rubber C31 aan in het muurprofiel MP.
7 PERGOLUX AG.PLASTICS - QUALITY T Y25 + C2CX + C3 (x2) 5. Plaats aan de uiteinden van alle draagprofielen (T16.1) het stopprofiel S16C tot tegen het stootrandje en schroef vast. 6. Plaats het stopprofiel op analoge wijze aan het uiteinde van de zijdrager L De rubber C2CX zorgt voor de afdichting van de platen. Druk de rubber C2CX zo ver mogelijk naar boven alvorens u hem iets langer dan de S16C afsnijdt. Bovenaan komt rubber C2CX onder rubber C4CX te liggen. 8. Voor toepassingen met platen van 25 mm wordt een opzetprofiel Y25 gebruikt (zie pag. 10). T16.2 +Y25 + C2CX + C3 (x2) 5. Plaats aan de uiteinden van alle draagprofielen (T16.2) het stopprofiel S16C tot tegen het stootrandje en schroef vast. 6. Plaats het stopprofiel op analoge wijze aan het uiteinde van de zijdrager LT De rubber C2CX zorgt voor de afdichting van de platen. Druk de rubber C2CX zo ver mogelijk naar boven alvorens u hem iets langer dan de S16C afsnijdt. Bovenaan komt rubber C2CX onder rubber C4CX te liggen. 8. Voor toepassingen met platen van 25 mm wordt een opzetprofiel Y25 gebruikt (zie pag. 10). CLM T16P + Y25 + CLPV 16 mm 25 mm 32 mm C12 C1CX MP 5. Het uiteinde van profiel L16P komt gelijk met de voorzijde van de stopper. Positioneer de L16P in functie van de plaatdikte. 6. Werk af met de clips CLPV en plaats de CLM in de MP. 7. Plaats de ronde rubber C12 tussen de muurclips CLM en de rubber C1CX om de druk op de platen te vergroten. 8. Voor toepassingen met platen van 25/32 mm wordt een opzetprofiel Y25/Y32 gebruikt (zie pag. 10). 32 mm 25 mm 16 mm C12 CLM T16P + CL32 + C8 (x2) C1CX MP 5. Monteer de rubber C8 in de clipsprofielen CL16/32 en CLL en blijf 25 mm van de onderzijde om ruimte te maken voor het plaatafsluitprofiel. Monteer de clipsen CL16/ Clips de CLM in de MP. Schuif de CLL-profielen onder de muurrubber en clips vast op de zijdragers. Positioneer de CLL in functie van de plaatdikte. 7. Plaats de ronde rubber C12 tussen de muurclips CLM en de rubber C1CX om de druk op de platen te vergroten. 8. Voor toepassingen met platen van 25/32 mm wordt de CL32 gebruikt (zie pag. 10). CLM C12 C1CX C31 MP 5. Breng de rubber C13 aan in de sleuf van de gootbalk tussen de dragers. Schroef het profiel Y16P en klem de rubber C6 mee in de uitsparing. 6. Plaats de beglazing en kleef de L432 op de kopse zijde van het glas. Breng de rubbers C8 aan in de schroefbare clipsen CLSB. De CY10/ Y10/Y25 kan gebruikt worden in functie van de beglazingsdikte. 7. Schroef de clipsen CLSB vast op de glasdragers en breng vervolgens de clipsen CLST/CLSL aan. 8. Druk nu de muurclips CLM met rubber C1CX in het muurprofiel MP. Plaats vervolgens de ronde rubber C12 tussen CLM en C1CX om de druk van de rubber op de platen te verhogen. COPYRIGHT AG.PLASTICS
8 PERGOLUX VERWERKINGSVOORSCHRIFTEN VOOR MEERWANDIGE KUNSTSTOFPLATEN IN ACRYLAAT, POLYCARBONAAT EN SANDWICHPANEEL U bent in het bezit van een technisch en kwalitatief hoogwaardige meerwandige kunststofplaat. Voor een probleemloze plaatsing geven wij enkele belangrijke tips. Wij vragen uw bijzondere aandacht voor: uitzettingsruimte / silicone en houtbeschermers / rubbers. 1. SPELING Kunststofplaten zetten uit of krimpen onder invloed van temperatuurschommelingen. Hou daarom rekening met volgende tips: u Voorzie in de lengte 5 mm speling per meter plaatlengte en voorzie in de breedte 10 mm speling (5 mm per zijde). vb. een plaat van 3000 mm moet een speling hebben in de lengte van 1,5 cm. u Blokkeer nooit de plaat in de breedte of in de lengte. Voorzie altijd voldoende speling. u Kleef de plaat nooit vast in silicone (zelfs niet als die kunststofvriendelijk is). U belet daarmee de uitzetting en inkrimping. 2. SILICONE, RUBBERS EN HOUTBESCHERMERS u Bijna alle siliconeproducten tasten het acrylaat of het polycarbonaat aan. Vraag de voor acrylaat en polycarbonaat goedgekeurde siliconetypes (garantiebewijs). u De dampen van deze kits mogen nooit in de kanalen van de plaat verdampen. De verluchtingsopeningen alsook de zijkanten van de afsluitprofielen mogen niet dichtgemaakt worden. De silicone moet steeds vrij kunnen verdampen. u Sommige dichtingen hebben weekmakers (zoals gebruikt in bepaalde rubbers, PVC, polyurethaan), die kleine scheurtjes veroorzaken. Gebruik enkel goedgekeurde dichtingen. u Gebruik geen zwarte of donkerkleurige rubbers om warmteaccumulatie te voorkomen. u Een loodslab mag op de rubbers maar niet op de platen rusten. u Sommige verven, vernissen en houtbeschermers tasten het acrylaat en het polycarbonaat aan. Gebruik nooit smeermiddelen om de dichtingen in de profielen te krijgen. 4. PLAATSING u Neem de veiligheidsvoorschriften in acht die gelden voor werk op daken. Polycarbonaatplaten: zéér belangrijk! Deze platen moeten steeds met de tegen de U.V.- stralen beschermde zijde naar buiten / boven toe geïnstalleerd worden. Deze zonzijde is steeds speciaal aangeduid op de beschermfolie. u De kunststofkleefband of de voorlopige aluminiumtape houden enkel de platen stofvrij tijdens het transport. Ze dienen echter verwijderd te worden! Het is noodzakelijk aangepaste aluminiumtapes en/of afsluitprofielen aan te brengen (zie punt 6 pag. 9). u De draagconstructie moet stevig en stabiel uitgevoerd worden. (zie voorschriften die geldig zijn voor de hout- en metaalbouw). Afhankelijk van het plaattype moet men dwarsondersteuningen aanbrengen. Rekening houdend met de respectievelijke belastingen van 500 N/m 2 of 750 N/ m 2 mogen per soort en type plaat maar bepaalde maximale lengtes zonder dwarsondersteuning toegepast worden (zie technische fiche kunststofplaten). u Dakpannen mogen niet op de platen rusten! Laat minimum 10 mm ruimte tussen de platen en de dakbedekking. u Gebruik voor het afdichten van de opening tussen de plaat en de gootbalk een speciale tochtstrip (dichtingsrubber C6). (Zie pag. 2 tek. 6). Niet dichtspuiten of opvullen met PUschuimband. u Onderplafonds onder de acrylaatplaten (PMMA) raden wij formeel af. Indien zonwering of andere afwerkingen onder de platen worden aangebracht, dienen deze 120 mm van de dakplaat verwijderd te zijn. Ze mogen in geen geval isolerend zijn en zijn best reflecterend van kleur. Voor polycarbonaatplaten (PC) gelden geen specifieke voorzorgen. u BREEDTEVERDELING VAN DE PLATEN: AAN TE BEVELEN: standaard plaatbreedtes met een passtuk voor de 2 buitenste platen. Vooral voor de S5P Heatstopplaat moet dit zeker worden toegepast. De gesloten zijkanten bepalen mede de mechanische sterkte van de plaat! u Gezien de plaat onderaan tegen afschuiven geblokkeerd wordt, dient u alle speling bovenaan te voorzien. 5 mm 5 mm u Spuit nooit rechtstreeks met insekticiden op de platen. De mogelijkheid bestaat dat deze aangetast worden. u Warmte-accumulatie: de bovenzijde van de draagconstructie, die naar de platen gekeerd is, dient WIT reflecterend te zijn. AF TE RADEN: in gelijke delen met verzaagde plaatbreedtes. Hou rekening met de standaard plaatbreedte. uitzettingsruimte 3. ONDERHOUD u Reinig de platen jaarlijks met lauw regenwater. Los er eventueel een beetje lichte huishoudzeep in op (geen detergent!). Gebruik nooit oplosmiddelen of schuurmiddelen. u Niet droogwrijven (krassen). u Gewoon afspoelen. u Gebruik daarvoor witte dispersieverf (verdunnen in water of verf zonder oplosmiddel) of gebruik bij voorkeur aluminiumtape. Opgepast: na de verfbeurt de draagconstructie eerst laten drogen! Dan pas de platen monteren. De kunststofplaten mogen NOOIT direct op hout worden gemonteerd. 5. GLAS u Voor toepassingen met glas dient u steeds de montagerichtlijnen van de glasfabrikant op te volgen! 8 De richtlijnen i.v.m. de plaatsing hebben enkel een adviserend karakter. Zij strekken enkel ten titel van inlichting. De plaatsing gebeurt onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de klant. DE VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE UITGEVER WORDT UITDRUKKELIJK AFGEWEZEN IN VERBAND MET DE PLAATSING. ALL RIGHTS RESERVED: PRINTED IN BELGIUM 2014 PERGOLUX - SKYLUX - CLIMAX - CLIMALITE - REFLEX PEARL - RELAX - PRIMALITE - POLYCLEAR ZIJN GEREGISTREERDE MERKNAMEN VAN AG.PLASTICS [email protected]
9 VRAAG OOK INLICHTINGEN OVER: KOEPELS SKYLUX EN SYSTEMEN CLIMAX & CLIMALITE PERGOLUX AG.PLASTICS 6. AFVOER EN KONDENSATIE Stofdeeltjes en vocht mogen de celstructuur niet binnendringen: u Een combinatie van tapes BT 16/25/32 bovenaan en BB 16/25/32 samen met een afsluitprofiel onderaan, belet stofdeeltjes > 50μm in de plaat. u De onderkant wordt afgesloten met een geperforeerde aluminium filtertape. Ter bescherming van de tape wordt een U-vormig afsluitprofiel gemonteerd. 7. LEGRICHTING u Type van het zaagblad: u Plaats de platen hellend of verticaal, nooit horizontaal (tenzij binnenafwerking). 1. Hardmetaal (voor ca 50 m/s) u Minimum helling: 10 (18 cm per meter) of meer. Een helling minder dan 10 kan condensproblemen veroorzaken. u De richting van de plaatkanaaltjes dient steeds mee te lopen met de dakhelling. 2. HSS (niet boven 40 m/s) 12. DENK ERAAN u Loop of kniel niet rechtstreeks op de platen. Gebruik stevige houten planken als onderleggers. Zorg ervoor dat die planken op de draagstructuur steunen. u Meerwandige kunststofplaten met dunne wanden en hoog isolerende structuur in de plaat zijn gevoelig voor voet-, knie- en andere indrukken aan het oppervlak. Neem voldoende voorzorgen bij transport en plaatsing. Indrukken in de plaat vallen niet onder de garantie. CONE u Kit het profiel af met kunststofvriendelijke silicone om waterinfiltratie maximaal te verhinderen. u Bij platen met no drop-laag dient de rand even bevochtigd en afgedroogd te worden vooraleer af te tapen. u Zorg ervoor dat de onderkant NOOIT in het water staat (mos, algen). u Condensvorming in de kanalen is niet 100% te vermijden (natuurkundig gegeven). Acrylaat en polycarbonaat zijn gering gas- en dampdoorlatend. De eigenschappen van het materiaal en de garantie worden hierdoor niet verminderd. Een gepaste afsluiting is aangewezen. 8. REFLECTIE u Meerwandige kunststofplaten kunnen in sommige gevallen (afhankelijk van de oriëntatie en helling) het zonlicht reflecteren naar binnen en/of buiten. Dit is een normaal fenomeen en doet geen afbreuk aan de garantie van de platen. 9. VERZAGEN EN BOREN u Markeer steeds met een vetstift op de beschermfolie van de kunststofplaten. (viltstift is moeilijk te verwijderen). u Om een stevige inklemming te verzekeren dient men, bij het verzagen, er steeds voor te zorgen dat een opstaande rib zich zo dicht mogelijk bij de verzaagde rand bevindt. u Gebruik bij verzagen een hardmetaalzaag (widia) met hoge rotatiesnelheid. Zaag traag en steeds met een aanslag en bij voorkeur in één beweging. Gebruik nieuwe of geslepen zaagbladen. Zorg steeds voor gladde zaagkanten. OPGEPAST: de ondergrond waarop de platen gezaagd worden, dient stabiel en trilvrij te zijn. De platen mogen niet klapperen tijdens het verzagen. Het zaagblad dient iets boven de plaat uit te steken. u Reinig de kanalen met gezuiverde perslucht of een krachtige stofzuiger en dicht deze daarna onmiddellijk opnieuw af u Verwijder de beschermfolie pas na de plaatsing. Zo vermijdt u krassen. u Doorboren is ten zeerste afgeraden. Indien toch noodzakelijk, voorzie sleufgaten (inkrimping en uitzetting). 10. STAPELEN u Vermijd direct zonlicht indien u de platen stapelt. u Indien u ze buiten stockeert, bedek de stapel met witte polyethyleenfolie. Hou steeds de kunststofvriendelijke kleefband als afsluiting op de kopkanten. u De platen mogen niet direct op de grond gestapeld worden. Gebruik de daartoe bestemde paletten. 11. ZONWERING u Indien u een zonwering aanbrengt, dient dit te gebeuren aan de bovenzijde van de platen; m.a.w. langs de buitenkant. Let wel: Plaats de zonwering niet direct op de plaat! U kan ook onze zonwerende platen aankopen (PC: Primalite (Clear), Reflex Pearl, Relax - PMMA: S5P Heatstop) of een Skylux verandakoepel installeren. 13. Sneeuw en sneeuwophoping u De kunststofplaten zijn bestand tegen een normale sneeuwbelasting. Deze maximale belasting vindt u terug in de technische fiches per plaattype en afmeting. Bij zware sneeuwval raden we aan de sneeuw regelmatig te ruimen. Het verandadak moet eveneens beschermd worden tegen sneeuw die van een hoger gelegen dak kan afschuiven. 14. ZETTINGSGELUIDEN u Zoals reeds meerdere keren aangehaald, gaan kunststofplaten onder temperatuursverschillen uitzetten en/of inkrimpen. Wanneer ze bewegen t.o.v. de dakconstructie kunnen kraakgeluiden voorkomen. Dit is echter zonder gevaar voor de platen indien ze geplaatst zijn volgens de voorschriften. u Vastgeschroefde clipsen veroorzaken meer kraakgeluiden in combinatie met kunststofplaten. Schroef niet te hard aan. u Indien u kraakgeluiden wil vermijden, raden we aan steeds de TP + TPH te gebruiken. De TP kan mee uitzetten/krimpen met de kunststofof alu-sandwichplaat. 15. ALLERLEI u Gebruik enkel platen met hetzelfde productienummer per project om kleurverschil te vermijden. u Voor toepassingen met glas: zie Pergolux Glass-reeks COPYRIGHT AG.PLASTICS
10 PERGOLUX BEGLAZINGSDIKTES Alu & Color Therm Color Therm Glass T16.1&2/LT16 T32.1 /LT32 T16P T16P LP TPH + TPG Dikte C2CX C2CX CLPV CL16 CL32 CLL CLSB & CLST CL16 CL32 8 mm ++(Y10) (CY10) HL25 ++ (CY10) 9 mm ++(Y10) (CY10) HL42 10 mm ++(Y10) (CY10) HL mm +(Y10) (CY10) HL mm O(Y10) (CY10) HL mm O HL mm O HL mm HL mm HL mm + + O O ++ HL mm HL mm HL mm O HL42 + (Y25) 21 mm + ++ HL42 + (Y25) 22 mm + (Y25) + (Y25) + ++ HL42 + (Y25) 23 mm O(Y25) + (Y25) + (Y25) + ++ HL42 + (Y25) 24 mm +(Y25) + (Y25) + (Y25) + ++ HL42 + (Y25) 25 mm ++(Y25) ++ (Y25) ++ (Y25) HL mm +(Y25) + (Y25) + (Y25) + (Y25) + ++ HL42 + (Y25) 27 mm +(Y25) + (Y25) + (Y25) + (Y25) + ++ HL42 + (Y25) 28 mm +(Y25) + (Y25) + (Y25) + (Y25) + ++ HL42 + (Y25) 29 mm +(Y25) + (Y32) + (Y25) + ++ HL42 + (Y25) 30 mm +(Y25) + (Y32) + (Y25) + ++ HL42 + (Y25) 31 mm + + (Y32) + (Y25) + ++ HL42 + (Y25) 32 mm (Y32) HL mm + + (Y32) + (Y25) + ++ (Y25) * HL42 + (Y25) 34 mm + + (Y32) + (Y25) + ++ (Y25) * HL42 + (Y25) De beschikbare diktes voor kunststofplaten zijn 10, 16, 25 en 32 mm Legende ++ ideale oplossing + goede oplossing O af te raden vastschroeven Y25/Y32 Y25/Y32 op Tx schuiven Y10 Y10 aan beide zijden van de T16/32 gebruiken CY10 CY10 aan beide zijden van de CL / CLSB gebruiken * steeds voorboren, (Ø boorgat Y < Ø schroef) HL25 Hilo 25 HL42 Hilo 42 uw Pergolux verdeler : PERGOLUX AG.PLASTICS [email protected] AG.Plastics steunt: A.L.S.-liga l Make a Wish l Koning Boudewijnstichting l Special Olympics l Rode Kruis l Kom op tegen Kanker l Education Trust l De Kouter Kids l Don Bosco Development India COPYRIGHT AG.PLASTICS 2014 all rights reserved
11 DAK - LUIFEL Montagehandleiding zelfdragend alu profielensysteem
12 INHOUDSTAFEL Inhoud... p. 2-3 Overzicht Climax profielen en onderdelen... p. 4-8 Algemene montagetips... p Opmeten van uw Climax lessenaarsdak... p Opmeten van uw Climax zadeldak... p Voorbereiding... p. 14 Algemene tips en onderhoudsvoorschriften... p Overzichtstekening verandadak zonder thermische onderbreking... p. 17 Overzichtstekening verandadak met thermische onderbreking... p. 18 Specifieke montagetips voor het NIET THERMISCH ONDERBROKEN Climax systeem... p Palen... p Goot... p Scharnierprofiel... p. 29 Muurprofiel... p. 30 Dragers en zijdragers... p Beglazing... p Afwerking... p Specifieke montagetips voor het THERMISCH ONDERBROKEN Climax systeem... p Palen... p Goot... p Scharnierprofiel... p. 50 Muurprofiel... p. 51 Dragers en zijdragers... p Beglazing... p Afwerking... p
13 INHOUDSTAFEL Specifieke montagetips voor het ZADELDAK Climax systeem... p Voorbereiding nokprofielen voor zadeldak... p Montage nokprofielen voor zadeldak... p. 72 Voorbereiding trekkerset voor zadeldak... p. 73 Montage trekkerset voor zadeldak... p. 74 Zijafwerking voor zadeldak... p. 75 ANNEX... p Belastingsgrafieken... p Belastingsgrafieken voor daken met kunststofplaten... p Belastingsgrafieken voor daken met glas... p Specifieke montagetips voor palen... p Ondersteuning met palen voor GD2... p. 82 Ondersteuning met palen voor GDG met IPE p. 83 Specifieke montagetips voor verbinden van beglazing... p Specifieke montagetips voor LED-verlichting... p. 86 Tabel beglazingsdiktes... p. 87 3
14 OVERZICHT CLIMAX PROFIELEN EN ONDERDELEN CODE OMSCHRIJVING CODE OMSCHRIJVING MUUR MT MUUR TOP GDGK CLIPSPROFIEL VOOR IPE IN GDG MB MUUR BOTTOM GDGL LED PROFIEL VOOR GDG S1 SCHARNIER SB SCHARNIER BOTTOM S2 SCHARNIER G120A GOOT 120 A GOOT G GOOT GR GOOT OPZETSTUK GI BINNENGOOT VOOR G GI 0 VERBINDING VOOR G GI 90 BUITENHOEKSTUK 90 GI 120 BUITENHOEKSTUK 120 GI 150 BUITENHOEKSTUK 150 GI -90 BINNENHOEKSTUK 90 GD 1 GOOTDRAGER DRAGERS D1 DRAGER D2 DRAGER GD 2 GOOTDRAGER TP THERMISCHE PLAATDRAGER GD2C GOOTDRAGERCOVER VOOR GD2 TPG THERMISCHE DRAGER VOOR GLAS GDP THERMISCHE ONDERBREKING GD2 ZD ZIJDRAGER GDG ZELFDRAGENDE CLIMAX GOOT ZD2B ZIJDRAGER D2 CLIPS 4
15 OVERZICHT CLIMAX PROFIELEN EN ONDERDELEN CODE OMSCHRIJVING CODE OMSCHRIJVING ZDC ZIJDRAGER COVER 16, 25, 32 MM PALEN P PAALDEEL 110/50 L432 L VOOR AFWERKING ZIJDRAGER L AFSLUITPROFIEL VOOR GLAS PC PAALCLIP VOOR P L632 L AFSLUITPROFIEL VOOR GLAS PCB PAALCLIPBASIS VOOR P V642 STAALKOKER 60X40X2 GALVA 98 PAAL 50/100 L16P ALU ZIJPROFIEL 16, 25, 32 MM 97A PAALCLIPBASIS VOOR PAALCLIP BRUT CL16 ALUCLIP 16 MM 97B PAALCLIP CL32 ALUCLIP 25/32 MM 100 PAAL 100/100 CLL ZIJCLIP 16, 25, 32 MM RUBBERS C1CX COEXRUBBER VOOR MUURTOP WIT/ZWART COEXRUBBER VOOR MUURTOP GRIJS/ZWART CLSB BASIS SCHROEFBARE CLIP C12 STEUNKOORD VOOR C1CX CLST TOP SCHROEFBARE CLIP VOOR 8 TOT 34 MM C2CX COEXRUBBER WIT/ZWART VOOR TP-TPG COEXRUBBER GRIJS/ZWART VOOR TP-TPG CLSL TOP SCHROEFBARE ZIJCLIP C5 RUBBER GRIJS VOOR AFSTANDHOUDER OF ZIJDRAGER 5
16 OVERZICHT CLIMAX PROFIELEN EN ONDERDELEN CODE OMSCHRIJVING CODE OMSCHRIJVING C8 RUBBER GRIJS VOOR CL16, CL32 EN CLSB Y16A VERHOGINGSPROFIEL ALU 16 MM CY10 RUBBER GRIJS VOOR CL16, CL32 EN CLSB VOOR GLAS Y16P THERM.ONDERBREKING ABS 16 MM C11CX COEXRUBBER VOOR GOOT/NOK WIT/ZWART U16P VERZWAARD PVC-AFSLUITPROFIEL 16 MM WIT C31 STEUNRUBBER VOOR GLAS U25P VERZWAARD PVC-AFSLUITPROFIEL 25 MM WIT TOEBEHOREN A1 AFSTANDSHOUDER A1 U32P VERZWAARD PVC-AFSLUITPROFIEL 32 MM WIT A2 AFSTANDSHOUDER A2 U16A ALU-AFSLUITPROFIEL 16 MM GVT BOVENPROFIEL VOOR GLASVERBINDING U32A ALU-AFSLUITPROFIEL 32 MM GVB ONDERPROFIEL VOOR GLASVERBINDING U16 VOORGEBOORD ALU AFSLUITPROFIEL 16 MM Y10 OPZETPROFIEL 8 MM VOOR 10 MM PLAAT U32 VOORGEBOORD ALU AFSLUITPROFIEL 32 MM Y25 OPZETPROFIEL 9 MM VOOR 25 MM PLAAT BT16 VOLLE KUNSTSTOFTAPE 10 EN 16 MM MET GARANTIE Y32 OPZETPROFIEL 15 MM VOOR 32 MM PLAAT BT25 VOLLE KUNSTSTOFTAPE 25 MM MET GARANTIE 6
17 OVERZICHT CLIMAX PROFIELEN EN ONDERDELEN CODE OMSCHRIJVING CODE OMSCHRIJVING BT32 VOLLE KUNSTSTOFTAPE 32 MM MET GARANTIE GAS3 GOOTAFSLUITSTUK VOOR GD2 + G BB16 GEPERFOREERDE KUNSTSTOFTAPE 16 MM MET GARANTIE GAS4 GOOTAFSLUITSTUK VOOR GDG BB25 GEPERFOREERDE KUNSTSTOFTAPE 25 MM MET GARANTIE G120AS GOOTAFSLUITSTUK VOOR G12OA BB32 GEPERFOREERDE KUNSTSTOFTAPE 32 MM MET GARANTIE GAP1 THERMISCHE AFSLUITPLAAT VOOR GD1 K KOPPELSTUK RECHT GAP2 THERMISCHE AFSLUITPLAAT VOOR GD2 S163 STOPPER 16/3 GRS1 GOOTAFSLUITSTUK VOOR GR OP G120A S323 STOPPER 32/3 GRS2 GOOTAFSLUITSTUK VOOR G+GD+GR S383 STOPPER 38/3 VOOR GLAS GRS3 GOOTAFSLUITSTUK VOOR GD2 + G + GR ZDCS SLUITSTUK VOOR ZIJDRAGERCOVER GDCA AFSLUITSTUK VOOR GD2C GAS1 GOOTAFSLUITSTUK VOOR G+GD LOGO OVERLOOPAFDEKKAPJE VOOR GOOTAFSLUITSTUK CLIMAX GAS2 GOOTAFSLUITSTUK VOOR GD MAS MUURAFSLUITSTUK VOOR MT+MB 7
18 OVERZICHT CLIMAX PROFIELEN EN ONDERDELEN CODE OMSCHRIJVING CODE OMSCHRIJVING NASZ NOKAFSLUITSTUK ZADELDAK 8423 CENTRALE TREKRING 909 VERBINDINGSSTIFT 8420 CENTRAAL AFDEKROZET GDC GOOTDRAGERCONSOLE 8425 NOKBEVESTIGING NCZ NOKCONSOLE ZADELDAK 8424 DRAADSTANGEINDE PV VOETPLAAT VOOR PAAL 8426 OOGBOUT M10 x 50 PU U TOP, BOTTOM VOOR PAAL P EN VOETPLAAT PV 8421 BUIS TREKKERSET BMR RVS BOUT, MOER EN VEERRING M8 ZSB ZSG ZSC ZELFBORENDE SCHROEF RVS BRUT ZELFBORENDE SCHROEF RVS GELAKT ZELFBORENDE SCHROEF RVS MET DICHTING TX25 UT10 U TOP-BOTTOM VOOR PAAL 100 EN VOETPLAAT PV 6,3 x 25 ZELFBORENDE SCHROEF 6,3 x 25 mm 10 UT98 U TOP-BOTTOM VOOR PAAL 98 EN VOETPLAAT PV PS48 PARKERSCHROEF RVS 4,8 x 25 mm PH2 GC UITLOOP + WARTEL Ø 80 mm PST PARKERSCHROEF 4,8 x 13 mm TX25 UGS UNIVERSELE GOOTSPUWER + WUGS WARTEL GOOTSPUWER 8
19 ALGEMENE MONTAGETIPS Neem deze handleiding zorgvuldig door. De montage dient uitgevoerd te worden door personen met voldoende technische kennis en ervaring op het gebied van verandaconstructies. De installateur moet de nodige veiligheidsmaatregelen in acht nemen tijdens de installatie, zoals het gebruik van stellingen en persoonlijke beschermingsmiddelen (veiligheidsschoenen, helm, handschoenen, veiligheidsbril.) om in veilige omstandigheden te werken. Tijdens de opbouw van het dak dienen er voldoende voorzorgen genomen te worden om de stabiliteit van de onafgewerkte constructie te waarborgen. Bevestigingsmaterialen Het benodigd bevestigingsmateriaal is door u te kiezen afhankelijk van de ondergrond of de muren. Controleer of de ondergrond en de muren waarin verankerd wordt voldoende draagkrachtig zijn. De installateur dient zelf te oordelen welk bevestigingsmateriaal geschikt is voor de belasting en de ondergrond waarin bevestigd wordt. Bij twijfel raden wij aan om contact op te nemen met uw leverancier van het fixatiemateriaal of een gespecialiseerd studiebureau. AG.PLASTICS is niet verantwoordelijk voor de montage en voor de gebruikte bevestigingsmaterialen. Plaatsen van rubbers Er wordt onderscheid gemaakt tussen duwrubbers en schuifrubbers. Bij duwrubbers wordt de rubber in het profiel geduwd. Hiertoe horen de rubbers C2CX, C12, C8, CY10, C11CX, C31. Schuifrubbers C1CX en C5 worden met een schuifbeweging in de profielen aangebracht. De rubbers C1CX en C2CX zijn voorzien van een anti-rek draad, die belet dat de rubber uitrekt tijdens de plaatsing. Deze technologie zorgt ervoor dat er geen krimp kan optreden na plaatsing. Vermijd het gebruik van silicones of detergenten om de rubbers te plaatsen. Kunststofplaten kunnen hierdoor aangetast worden. Kunststofplaten kunnen aanleiding geven tot zettingsgeluiden door temperatuursschommelingen. Dit geeft geen invloed op de garantie en wordt niet als schadeclaim aanvaard. Voorwaarden en garantie De garantie vervalt indien onderstaande montage-instructies niet worden gevolgd. Het niet volgen van deze instructies en/of van gebruik andere onderdelen kan nadelige gevolgen hebben voor de veiligheid en levensduur van het product. Afwijkingen zijn niet toegestaan zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant. De installateur moet rekening houden met de opgegeven overspanningen i.f.v. de beglazing en de belasting (sneeuw of wind) volgens de geldende normen. De belastingsgrafieken die u terugvindt in deze handleiding op pag zijn enkel indicatief. Voor verandadaken buiten het normale bereik kunt u steeds de fabrikant, uw architect of studiebureau contacteren. Technische wijzigingen zijn voorbehouden aan de fabrikant zonder voorafgaande mondelinge of schriftelijke melding. AG.Plastics behoudt zich het recht deze handleiding te wijzigen zonder voorafgaand bericht. Wijzigingen in de montagevoorschriften of aan het product geven geen recht op schadevergoeding of omruiling van onderdelen. De meest recente versie van deze handleiding kan steeds geconsulteerd op Climafast AG.Plastics stelt u het CLIMAFAST -berekeningsprogramma gratis ter beschikking. Op eenvoudige aanvraag krijgt u een login waarmee u de Excel versie kan downloaden. Met Climafast berekent u de prijs van uw Climax dak. U krijgt per project een overzicht van de profielen, lengtes, onderdelen, mogelijke belastingen. Dit programma is informerend en indicatief voor de gebruiker. AG.Plastics behoudt zich het recht het Climafast-berekeningsprogramma te wijzigen zonder voorafgaand bericht. De resultaten van de berekeningen zijn indicatief en geven geen recht op enige schadevergoeding. De meest recente versie van het berekeningsprogramma kan steeds gedownload worden op 9
20 OPMETEN VAN UW CLIMAX LESSENAARSDAK Bepaling van de afmetingen Bepaal het hoogteverschil H. Het hoogteverschil H is het verschil tussen de onderzijde van het muurprofiel MB en het ondervlak van de gootcombinatie. Het aanslaglipje voor het raam wordt niet meegerekend. B Y16P h H H D D 233 mm De hoogte h is afhankelijk van de dikte van de beglazing en de hellingshoek waarbij 1 of meerdere thermische onderbrekingen moeten ingeschoven worden Aantal Y16P in functie van plaatdikte en hellingshoek Plaatdikte mm Helling Aantal Y16P Hoogte h mm Bepaal de diepte (fig. 2, pag. 11) Om de diepte D van het dak te bepalen, meet je vanaf de muur tot de binnenzijde van de steunpaal of het raam dat onder de gootdrager GD1/GD2 komt. Bij een thermisch onderbroken Climax is de extra diepte van de goot G + Y16P + gootdrager GD gelijk aan 233 mm. Bij een niet thermisch onderbroken Climax met gootdrager GD1 of GD2 is dit 225 mm. Bepaal de breedte B (fig. 2, pag. 11) De breedte B van de Climax is de afstand tussen de buitenzijde van de zijdragers ZD. Bij toepassingen met de zijdragercover ZDC moet per zijdrager 12 mm worden bijgeteld. De totale verandabreedte met 2 ZDC s wordt dus 24 mm breder. Indien de Climax tussen twee muren geplaatst wordt en je werkt met een goot waar de gootsluitstukken opgeschroefd worden, trek je van de breedte B 5 mm per zijde af. Dit omdat de schroeven van het gootsluitstuk extra breedte nemen en wat speling aangeraden is. Aan de hand van deze afmetingen kunt u nu alle overige maten uitrekenen met behulp van het rekenprogramma Climafast dat u gratis ter beschikking wordt gesteld door AG.Plastics. We raden sterk aan dit rekenprogramma te gebruiken. Daarin wordt met alle uitzonderingen rekening gehouden. De correcte zaaglengtes worden gegeven en enkel de juiste combinaties worden voorgesteld. De afmetingenlijst voor het verzagen wordt steeds met de goederen meegeleverd. 10
21 OPMETEN VAN UW CLIMAX LESSENAARSDAK 1 Het hoogteverschil H en de diepte D van de veranda. h H D D H M = Hoogte tussen de vloer en de onderkant van de muur bottom MB, gemeten aan de achterzijde van de veranda. H N = Het hellingsverschil (verval) van de vloer van uw veranda. H M H G H G + H N = Montagehoogte van de onderkant van de gootdrager GD1 of GD2. Dit is ook de hoogte van de ramen of de lengte van de palen. H N H = H M - H G h = Hoogte muurprofiel mm O 2 C 1 B P 2 95 mm / 100 mm * P 2 4 m 5 m 300 mm O 1 3 m C 2 D P 1 95 mm / 100 mm * 20 mm 300 mm P mm Inplanting van de Climax paal en de Climax voetplaat PV. - Kies uw punt O 1. - Bepaal O 2. De afstand O 1 - O 2 = uw verandabreedte B. - Trek de smetlijn met behulp van de 3/4/5 regel en bepaal punt P 1. De afstand O 1 - P 1 is de diepte = D (Zie punt 3 hieronder.) - Doe hetzelfde voor P 2. - Als controle meet je de afstand (P 1 - P 2 ), die moet gelijk zijn aan (O 1 - O 2 ). - De voetplaat kan nog wat verschoven worden door de voorziene sleufgaten om correct te kunnen positioneren. - De U voor de voetplaat kan op haar beurt 20 mm heen en weer geschoven worden om juist af te stellen. * 95 mm in combinatie met paal P / 100 mm in combinatie met paal 98 of paal De 3/4/5 regel. - Bepaal vanuit O 1 het hulppunt C 1 op 4 m. afstand - Trek met een touwtje van 3 m. en een stuk krijt een cirkelboog vanuit punt O 1. - Doe hetzelfde met een straal van 5 m. vanuit punt C 1. - Het snijpunt van de 2 cirkelbogen is C 2. - De lijn O 1 - C 2 staat perfekt haaks t.o.v. uw muur (hier lijn C 1 -O 1 ). 11
22 OPMETEN VAN UW CLIMAX ZADELDAK Bepaling van de afmetingen De nok van het zadeldak moet minstens tegen 1 muur aangebouwd worden. Bepaal het hoogteverschil H. Het hoogteverschil H is het verschil tussen de onderzijde van het muurprofiel MB en het ondervlak van de gootcombinatie. Het aanslaglipje voor het raam wordt niet meegerekend. De hoogte H moet gelijk zijn voor het linker en het rechter deel. B Y16P H h 164 mm 156 mm D L D R H D L D R D 233 mm 233 mm De hoogte h is afhankelijk van de dikte van de beglazing en de hellingshoek waarbij 1 of meerdere thermische onderbrekingen moeten ingeschoven worden Plaatdikte mm Aantal Y16P in functie van plaatdikte en hellingshoek Helling Aantal Y16P Hoogte h' mm Bepaal de diepte (fig. 2, pag. 11) Om de diepte D van het dak te bepalen, meet je de afstand tussen de steunpalen P of de ramen die onder de gootdragers GD1/GD2 komen. Bij een asymmetrisch zadeldak kan de diepte links D L verschillen van de diepte rechts DR. De maximale diepte D bedraagt 6 m. Bij een thermisch onderbroken Climax is de extra diepte van de goot G + Y16P + gootdrager GD gelijk aan 233 mm. Bij een niet thermisch onderbroken Climax met gootdrager GD1 of GD2 is dit 225 mm. Bepaal de breedte B (fig. 2, pag. 11) De breedte B van de Climax is de afstand tussen de muur en de buitenzijde van de zijdrager. Bij toepassingen met de zijdragercover ZDC moet er 12 mm worden bijgeteld. De totale verandabreedte met ZDC wordt dus 12 mm breder. Indien het Climax -zadeldak tussen twee muren geplaatst wordt en je werkt met een goot waar de gootsluitstukken opgeschroefd worden, trek je van de breedte B 5 mm per zijde af. Dit omdat de schroeven van het gootsluitstuk extra breedte nemen en wat speling aangeraden is. Aan de hand van deze afmetingen kunt u nu alle overige maten uitrekenen met behulp van het rekenprogramma Climafast dat u gratis ter beschikking wordt gesteld door AG.Plastics. Daarin wordt met alle uitzonderingen rekening gehouden. De correcte zaaglengtes worden gegeven en enkel de juiste combinaties worden voorgesteld. De afmetingenlijst voor het verzagen wordt steeds met de goederen meegeleverd
23 OPMETEN VAN UW CLIMAX ZADELDAK 1 Het hoogteverschil H en de diepte D van het zadeldak. D H M = Hoogte tussen de vloer en de onderkant van de nok muur bottom MB, gemeten aan de achterzijde tegen de muur. h DL H DR H G = Montagehoogte van de onderkant van de gootdrager GD1 of GD2. Dit is ook de hoogte van de ramen of de lengte van de palen. H M H G H = H M - H G D h = Hoogte muurprofiel zadeldak. 2 4 m Inplanting van de Climax paal en de Climax voetplaat PV. O 2 P 2 P 2 C 1 D 5 m 95 mm / 100 mm * P 1 O 1 C 2 95 mm / 100 mm * 3 m 100 mm 100 mm B 300 mm P 1 20 mm 300 mm - Kies uw punt O 1. - Bepaal O 2. De afstand O 1 - O 2 = uw verandadiepte D. - Trek de smetlijn met behulp van de 3/4/5 regel en bepaal punt P 1. De afstand O 1 - P 1 is de breedte = B (Zie punt 3 hieronder.) - Doe hetzelfde voor P 2. - Als controle meet je de afstand (P 1 - P 2 ), die moet gelijk zijn aan (O 1 - O 2 ). - De voetplaat kan nog wat verschoven worden door de voorziene sleufgaten om correct te kunnen positioneren. - De U voor de voetplaat kan op haar beurt 20 mm heen en weer geschoven worden om juist af te stellen. * 95 mm in combinatie met paal P / 100 mm in combinatie met paal 98 of paal De 3/4/5 regel. - Bepaal vanuit O 1 het hulppunt C 1 op 4 m. afstand - Trek met een touwtje van 3 m. en een stuk krijt een cirkelboog vanuit punt O 1. - Doe hetzelfde met een straal van 5 m. vanuit punt C 1. - Het snijpunt van de 2 cirkelbogen is C 2. - De lijn O 1 - C 2 staat perfekt haaks t.o.v. uw muur (hier lijn C 1 -O 1 ). 13
24 VOORBEREIDING Om voor u de montagetijd te reduceren kan het Climax dak volledig op maat aangeleverd worden. Bij bestelling van een voorgemonteerd daksysteem worden de rubbers en bepaalde andere componenten, waar mogelijk, in of op de profielen aangebracht. Muren Controleer of de muren waartegen gebouwd wordt - voldoende draagkrachtig zijn om het dak aan te verankeren. - vrij zijn van hindernissen als wateraflopen, vensterbanken. Slijp een sleuf in de muren waartegen het verandadak gemonteerd wordt. Plaats hierin een loodslab of zinken solin. Voor de positie verwijzen we naar pag 10 opmeten van uw Climax lessenaarsdak. Hoogte = eerste voeg boven Hm + h en max 60 mm boven het muurprofiel. Bij thermisch onderbroken structuren (bvb een gesloten veranda) raden we aan om in de muren waartegen een profiel gemonteerd wordt een sleuf te voorzien, waarin een kit kan worden aangebracht. Bodem Zorg ervoor dat de ondergrond voldoende draagkrachtig is voor de belasting. Laat de fundering bepalen door een architect. Voorzie een mogelijkheid om het regenwater van uw dak af te voeren. Voorzorgen Bescherm de gelakte profielen tijdens de montage tegen krassen of deuken. 14
25 ALGEMENE TIPS EN ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN U bent in het bezit van een technisch en kwalitatief hoogwaardige meerwandige kunststofplaat. Voor een probleemloze plaatsing geven wij enkele belangrijke tips. Wij vragen uw bijzondere aandacht voor: uitzettingsruimte / silicone en houtbeschermers / rubbers. 1. SPELING Kunststofplaten zetten uit of krimpen onder invloed van temperatuurschommelingen. Hou daarom rekening met volgende tips: u Voorzie in de lengte 5 mm speling per meter plaatlengte en voorzie in de breedte 10 mm speling (5 mm per zijde). vb. een plaat van 3000 mm moet een speling hebben in de lengte van 1,5 cm. u Blokkeer nooit de plaat in de breedte of in de lengte. Voorzie altijd voldoende speling. u Kleef de plaat nooit vast in silicone (zelfs niet als die kunststofvriendelijk is). U belet daarmee de uitzetting en inkrimping. 2. SILICONE, RUBBERS EN HOUTBESCHERMERS u Bijna alle siliconeproducten tasten het acrylaat of het polycarbonaat aan. Vraag de voor acrylaat en polycarbonaat goedgekeurde siliconetypes (garantiebewijs). u De dampen van deze kits mogen nooit in de kanalen van de plaat verdampen. De verluchtingsopeningen alsook de zijkanten van de afsluitprofielen mogen niet dichtgemaakt worden. De silicone moet steeds vrij kunnen verdampen. u Sommige dichtingen bevatten weekmakers (zoals gebruikt in bepaalde rubbers, PVC, polyurethaan), die kleine scheurtjes veroorzaken. Gebruik enkel goedgekeurde dichtingen. 4. PLAATSING u Neem de veiligheidsvoorschriften in acht die gelden voor werk op daken. Polycarbonaatplaten: zéér belangrijk! Deze platen moeten steeds met de tegen de U.V.- stralen beschermde zijde naar buiten / boven toe geïnstalleerd worden. Deze zonzijde is steeds speciaal aangeduid op de beschermfolie. u De kunststofkleefband of de voorlopige aluminiumtape houden enkel de platen stofvrij tijdens het transport. Ze dienen echter verwijderd te worden! Het is noodzakelijk aangepaste aluminiumtapes en/of afsluitprofielen aan te brengen. u Dakpannen mogen niet op de platen rusten! Laat minimum 10 mm ruimte tussen de platen en de dakbedekking. u Gebruik voor het afdichten van de opening tussen de plaat en de gootbalk een speciale tochtstrip (dichtingsrubber C6). Niet dichtspuiten of opvullen met PU-schuimband. u Onderplafonds onder de acrylaatplaten (PMMA) raden wij formeel af. Indien zonwering of andere afwerkingen onder de platen worden aangebracht, dienen deze 120 mm van de dakplaat verwijderd te zijn. Ze mogen in geen geval isolerend zijn en zijn best reflecterend van kleur. Voor polycarbonaatplaten (PC) gelden geen specifieke voorzorgen. u Gezien de plaat onderaan tegen afschuiven geblokkeerd wordt, dient u alle speling bovenaan te voorzien. 5 mm 5 mm u Gebruik geen zwarte of donkerkleurige rubbers om warmteaccumulatie te voorkomen. u Een loodslab mag op de rubbers maar niet op de platen rusten. u Sommige verven, vernissen en houtbeschermers tasten het acrylaat en het polycarbonaat aan. Gebruik nooit smeermiddelen om de dichtingen in de profielen te krijgen. u De draagconstructie moet stevig en stabiel uitgevoerd worden. (zie voorschriften die geldig zijn voor de hout- en metaalbouw). Afhankelijk van het plaattype moet men dwarsondersteuningen aanbrengen. Rekening houdend met de respectievelijke belastingen van 500 N/m 2 of 750 N/ m 2 mogen per soort en type plaat maar bepaalde maximale lengtes zonder dwarsondersteuning toegepast worden (zie technische fiche kunststofplaten). u BREEDTEVERDELING VAN DE PLATEN: AAN TE BEVELEN: standaard plaatbreedtes met een passtuk voor de 2 buitenste platen. Vooral voor de S5P Heatstopplaat moet dit zeker worden toegepast. De gesloten zijkanten bepalen mede de mechanische sterkte van de plaat! uitzettingsruimte u Spuit nooit rechtstreeks met insekticiden op de platen. De mogelijkheid bestaat dat deze aangetast worden. 3. ONDERHOUD u Reinig de platen jaarlijks met lauw regenwater. Los er eventueel een beetje lichte huishoudzeep in op (geen detergent!). Gebruik nooit oplosmiddelen of schuurmiddelen. u Niet droogwrijven (krassen). u Gewoon afspoelen. u Warmte-accumulatie: de bovenzijde van de draagconstructie, die naar de platen gekeerd is, dient WIT reflecterend te zijn. u Gebruik daarvoor witte dispersieverf (verdunnen in water of verf zonder oplosmiddel) of gebruik bij voorkeur aluminiumtape. Opgepast: na de verfbeurt de draagconstructie eerst laten drogen! Dan pas de platen monteren. De kunststofplaten mogen NOOIT direct op hout worden gemonteerd. AF TE RADEN: in gelijke delen met verzaagde plaatbreedtes. Hou rekening met de standaard plaatbreedte. Het verzagen van meerwandige platen is formeel af te raden. 5. GLAS u Voor toepassingen met glas dient u steeds de montagerichtlijnen van de glasfabrikant op te volgen! 15
26 6. AFVOER EN KONDENSATIE Stofdeeltjes en vocht mogen de celstructuur niet binnendringen: u Een combinatie van tapes BT 16/25/32 bovenaan en BB 16/25/32 samen met een afsluitprofiel onderaan, belet stofdeeltjes > 45μm in de plaat. u De onderkant wordt afgesloten met een geperforeerde aluminium filtertape. Ter bescherming van de tape wordt een U-vormig afsluitprofiel gemonteerd. CLIMAX ALGEMENE TIPS EN ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN 7. LEGRICHTING u Type van het zaagblad: u Plaats de platen hellend of verticaal, nooit horizontaal (tenzij binnenafwerking). 1. Hardmetaal (voor ca 50 m/s) u Minimum helling: 10 (18 cm per meter) of meer. Een helling minder dan 10 kan condensproblemen veroorzaken. u De richting van de plaatkanaaltjes dient steeds mee te lopen met de dakhelling. 2. HSS (niet boven 40 m/s) 12. DENK ERAAN u Loop of kniel niet rechtstreeks op de platen. Gebruik stevige houten planken als onderleggers. Zorg ervoor dat die planken op de draagstructuur steunen. u Meerwandige kunststofplaten met dunne wanden en hoog isolerende structuur in de plaat zijn gevoelig voor voet-, knie- en andere indrukken aan het oppervlak. Neem voldoende voorzorgen bij transport en plaatsing. Indrukken in de plaat vallen niet onder de garantie. CONE u Kit het profiel af met kunststofvriendelijke silicone om waterinfiltratie maximaal te verhinderen. u Bij platen met no drop-laag dient de rand even bevochtigd en afgedroogd te worden vooraleer af te tapen. u Zorg ervoor dat de onderkant NOOIT in het water staat (mos, algen). u Condensvorming in de kanalen is niet 100% te vermijden (natuurkundig gegeven). Acrylaat en polycarbonaat zijn gering gas- en dampdoorlatend. De eigenschappen van het materiaal en de garantie worden hierdoor niet verminderd. Een gepaste afsluiting is aangewezen. 8. REFLECTIE u Meerwandige kunststofplaten kunnen in sommige gevallen (afhankelijk van de oriëntatie en helling) het zonlicht reflecteren naar binnen en/of buiten. Dit is een normaal fenomeen en doet geen afbreuk aan de garantie van de platen. 9. VERZAGEN EN BOREN u Markeer steeds met een vetstift op de beschermfolie van de kunststofplaten. (viltstift is moeilijk te verwijderen). u Om een stevige inklemming te verzekeren dient men, bij het verzagen, er steeds voor te zorgen dat een opstaande rib zich zo dicht mogelijk bij de verzaagde rand bevindt. u Gebruik bij verzagen een hardmetaalzaag (widia) met hoge rotatiesnelheid. Zaag traag en steeds met een aanslag en bij voorkeur in één beweging. Gebruik nieuwe of geslepen zaagbladen. Zorg steeds voor gladde zaagkanten. OPGEPAST: de ondergrond waarop de platen gezaagd worden, dient stabiel en trilvrij te zijn. De platen mogen niet klapperen tijdens het verzagen. Het zaagblad dient iets boven de plaat uit te steken. u Reinig de kanalen met gezuiverde perslucht of een krachtige stofzuiger en dicht deze daarna onmiddellijk opnieuw af u Verwijder de beschermfolie pas na de plaatsing. Zo vermijdt u krassen. u Doorboren is ten zeerste afgeraden. Indien toch noodzakelijk, voorzie sleufgaten (inkrimping en uitzetting). 10. STAPELEN u Vermijd direct zonlicht indien u de platen stapelt. u Indien u ze buiten stockeert, bedek de stapel met witte polyethyleenfolie. Hou steeds de kunststofvriendelijke kleefband als afsluiting op de kopkanten. u De platen mogen niet direct op de grond gestapeld worden. Gebruik de daartoe bestemde paletten. 11. ZONWERING u Indien u een zonwering aanbrengt, dient dit te gebeuren aan de bovenzijde van de platen; m.a.w. langs de buitenkant. Let wel: Plaats de zonwering niet direct op de plaat! U kan ook onze zonwerende platen aankopen (PC: Primalite (Clear), Reflex Pearl, Relax - PMMA: S5P Heatstop) of een Skylux verandakoepel installeren. 13. SNEEUW EN SNEEUWOPHOPING u De kunststofplaten zijn bestand tegen een normale sneeuwbelasting. Deze maximale belasting vindt u terug in de technische fiches per plaattype en afmeting. Bij zware sneeuwval raden we aan de sneeuw regelmatig te ruimen. Het verandadak moet eveneens beschermd worden tegen sneeuw die van een hoger gelegen dak kan afschuiven. 14. ZETTINGSGELUIDEN u Zoals reeds meerdere keren aangehaald, gaan kunststofplaten onder temperatuursverschillen uitzetten en/of inkrimpen. Wanneer ze bewegen t.o.v. de dakconstructie kunnen kraakgeluiden voorkomen. Dit is echter zonder gevaar voor de platen indien ze geplaatst zijn volgens de voorschriften. u Vastgeschroefde clipsen veroorzaken meer kraakgeluiden in combinatie met kunststofplaten. Schroef niet te hard aan. u Indien u kraakgeluiden wil vermijden, raden we aan steeds de TP + TPH te gebruiken. De TP kan mee uitzetten/krimpen met de kunststofof alu-sandwichplaat. 15. ALLERLEI u Gebruik enkel platen met hetzelfde productienummer per project om kleurverschil te vermijden. u Voor toepassingen met glas: zie Pergolux Glass-reeks COPYRIGHT AG.PLASTICS
27 OVERZICHTSTEKENING DAK ZONDER THERMISCHE ONDERBREKING A33 A32 A42 A30 A31 A23 A41 A22 A40 A21 A20 A11 A10 A10 - A11: Palen, pag / 42 A20 - A23: Goten, pag / A30 - A33: Muurprofielen, pag. 30 / / 41 A40 - A42: Dragers-zijdragers, pag /
28 OVERZICHTSTEKENING DAK MET THERMISCHE ONDERBREKING B33 B32 B42 B30 B31 B23 B41 B22 B40 B21 B20 B11 B10 B10 - B11: Palen, pag / 68 B20 - B23: Goten, pag / B30 - B33: Muurprofielen, pag. 51 / 56 / 66 B40 - B42: Dragers-zijdragers, pag /
29 MONTAGETIPS VOOR HET NIET THERMISCH ONDERBROKEN CLIMAX SYSTEEM 19
30 PALEN Bepaal de lengte van de palen (HN + HG) i.f.v. de helling en de positie van het muurprofiel (HM). Voor de palen in combinatie met de gootdrager GD2 en de GDG met versterking gelden specifieke voorschriften (zie p. 82 & 83). Voor niet thermisch onderbroken daken zijn volgende palen mogelijk: Standaard palen toebehoren voor hoekpaal toebehoren voor tussenpaal voetplaat PV en U-beugel U-beugel Paal 100/50 (niet in combinatie met GDG) 98 UT 98 UT PV Paal 100/100 (niet in combinatie met GDG) 100 UT 10 UT PV Paal 110/100 (P + P) P PU PU 100 P 110 PV niet meegeleverd 20
31 PALEN Palen met paalclips voor waterafvoer Paal 152/100 ( A + 97 B) toebehoren voor hoekpaal toebehoren voor tussenpaal Enkel gebruiken in combinatie voetplaat PV en U-beugel U-beugel met goot G120A UT 98 UT A 97 B PV Paal 181/110 (P + PCB + PC) 110 P PU PU PCB 181 PC PV Bout de U-beugel vast aan de voetplaten PV (fig. A) met de BMR schroefset (fig. B) voor de hoekpalen. Bepaal de positie van de voetplaten PV zoals aangegeven op pag. 11 en veranker deze op een stevige ondergrond in beton met de geschikte bevestigingsmaterialen (niet meegeleverd). Positioneer de U-beugel correct op de voetplaat en zet deze vast. Voor de tussenpalen volstaat het de U-beugel zonder voetplaat rechtstreeks op een stevige ondergrond te monteren. Plaats de palen over de beugels. Positioneer ze loodrecht (waterpas) en stut de deze voorlopig zodat deze niet omvallen. De bovenkant van alle palen moet waterpas uitgelijnd worden. Indien uw goot of gootdrager met goot onderaan niet vlak is (bvb met GD2 of GDG met IPE versterking) moet u de lengte van de palen aanpassen. Hiervoor verwijzen we naar pagina 82 & 83. Fig. A 253,5 Fig. B ,5 BMR ,5 PV 300 GOOTCONSOLE Indien het verandadak zijdelings begrensd wordt door 1 of 2 muren, kan de goot aan de muur verankerd worden met een gootconsole; zie pag. 28 (behalve bij de GDG-goot). Controleer of de ondergrond en de muren waarin verankerd wordt voldoende draagkrachtig zijn. Het bevestigingsmateriaal moet aangepast zijn aan de ondergrond en de belasting. Laat u bijstaan door uw architect of studiebureau. 21
32 GOOT Voor niet thermisch onderbroken daken zijn meerdere gootcombinaties mogelijk ifv de belasting en de gewenste overspanning. De belastingsgrafieken zijn terug te vinden op pag of m.b.v. het berekeningsprogramma Climafast: gootcombinatie (met versterkingsprofiel) GD1 + G120A (+ V642) ZSG V642 GD1 G120A GD1 + G + Y10 (+ V642) Y ,5 G Y10 V642 GD1 72, GD2 + G + Y10 (+ PL165* / PL105) Y ,5 Y10 G GD2C Y16P PL165* 156,2 PL105* GD
33 GOOT gootcombinatie GDG + GDGL Indien u de LED-verlichting wil voorzien in de goot GDG, moet het LED-profiel GDGL met de opening naar onder gericht worden. De specifieke montagetips vindt u terug op pag. 86. gootcombinatie met versterkingsprofiel GDG + IPE120* + GDGK GDG 82,5 GDGL = LED LED 222 GDG 60 IPE120* GDGK Indien de gootcombinatie tussen 2 muren wordt gemonteerd, moet deze 10 mm ingekort worden zodat er zijdelings 5 mm speling blijft voor de montage van de afsluitstukken. Indien de goot(drager) versterkt is met een stalen profiel, moet men steeds voorboren vooraleer de U-beugels te monteren. Gebruik bij voorkeur stevige zelfborende schroeven. * De versterkingsprofielen PL165, PL105 en IPE 120 worden niet meegeleverd. Deze kunnen aangekocht worden in de plaatselijke staalhandel. We raden aan om deze stalen versterkingsprofielen te behandelen tegen corrosie. 23
34 GOOT GD1 + G120A BEREID DE GOOT VOOR EN MONTEER ALLE ONDERDELEN /55 Ø 80 G120A ZSG GD1 G120A Zaag de opening voor de waterafvoer. Maak hiervoor gebruik van een klokboor Ø 80 mm. Vastschroeven van de goot G120A op de gootdrager GD1 met de gelakte ZSG schroeven. UT98 50 S1/S2 ZSB (4x) 2,5 G120A V642 2,5 Inschuiven van versterkingsprofiel V642 (optioneel). Inschuiven van het scharnierprofiel S1 of S2. Montage van de U-beugel UT 98 UT10 PU 55 ZSB (4x) 2,5 ZSB (3x) 4 2,5 4 Montage van de U-beugel UT 100 (niet mogelijk met uitloop voor waterafvoer) Montage van de U-beugel PU 24
35 GOOT GD1 + G + Y10 BEREID DE GOOT VOOR EN MONTEER ALLE ONDERDELEN S1/S2 Ø / 55 Y10 GD1 G G Zaag de opening voor de waterafvoer. Maak hiervoor gebruik van een klokboor Ø 80 mm. Verbinden van de goot (G) op de gootdrager (GD1) met de Y10. Inschuiven van het scharnierprofiel (S1 of S2). UT98 50 ZSB (4x) 2,5 V642 2,5 Inschuiven van versterkingsprofiel V642 (optioneel). Montage van de U-beugel UT 98 UT10 PU 55 ZSB (4x) 2,5 ZSB (3x) 4 2,5 4 Montage van de U-beugel UT 100 (niet mogelijk met uitloop voor waterafvoer) Montage van de U-beugel PU 25
36 GOOT GD2 + G + Y10 BEREID DE GOOT VOOR EN MONTEER ALLE ONDERDELEN S1/S2 Ø / 55 PL105* Y10 G G PL165* Y16P GD2 Zaag de opening voor de waterafvoer. Maak hiervoor gebruik van een klokboor Ø 80 mm. Verbinden van de goot (G) op de gootdrager (GD2) met de Y10. Inschuiven van de thermische onderbreking Y16P in het onderste detail van de gootdrager GD2. De lengte van de Y16P komt overeen met de afstand tussen de palen of muren. Inschuiven van het scharnierprofiel (S1 of S2). Inschuiven van versterkingsprofiel PL165*/PL105* (optioneel). UT98 PU ZSB (4x) 50 ZSB (3x) 55 2,5 4 2,5 4 Montage van de U-beugel UT 98 Montage van de U-beugel PU * De versterkingsprofielen PL165 en PL105 worden niet meegeleverd. Deze kunnen aangekocht worden in de plaatselijke staalhandel. We raden aan om deze stalen versterkingsprofielen te behandelen tegen corrosie. 26
37 GOOT GDG BEREID DE GOOT VOOR EN MONTEER ALLE ONDERDELEN 55 Ø S1/S GDGL GDG = LED LED Zaag de opening voor de waterafvoer. Maak hiervoor gebruik van een klokboor Ø 80 mm. Inschuiven van het scharnierprofiel S1 of S2. Inschuiven van het LED-profiel GDGL. (Voor de LED-verlichting verwijzen we naar pag. 86.) PU 55 ZSB (2x) click IPE120* 4 GDGK 4 Inschuiven van versterkingsprofiel IPE120* (optioneel) en montage van de clips GDGK. Montage van de U-beugel PU voor GDG PU 55 6,3 x 25 (3x) Montage van de U-beugel PU voor GDG & IPE120 * Het versterkingsprofiel IPE 120 wordt niet meegeleverd. Dit kan aangekocht worden in de plaatselijke staalhandel. We raden aan om de stalen versterkingsprofielen te behandelen tegen corrosie. 27
38 GOOT Bij gootlengtes > 7 m is het mogelijk om meerdere goten aan elkaar te koppelen. Op de verbinding van 2 goten moet er steeds een ondersteuning voorzien worden. Bij een opbouw met goot en gootdrager (GD1/GD2) raden we aan om de profielen te schranken en de verbinding van de gootdragers te ondersteunen. De gootprofielen kunnen gekoppeld worden met de verbindingsstiften 909 en/of verbindingsprofielen GI of G120AS. Gebruik de siliconelijm SG20 voor de afdichting. G120A G120AS G120A SG20 G SG20 SG20 GI 909 G120AS G120A + G120AS + GB G + GI + SG (3x) GC 20 ZSG (4x) 40 GDC Monteer de uitloop met wartel in de opening van de goot en dicht af met silicone. Indien de goot zijdelings tussen 2 muren gemonteerd wordt (bvb met gootconsole), moeten de gootafsluitstukken vooraf gemonteerd worden met de zelfborende ZSG schroeven. 500 GR ZSG ZSG Plaats de voorgemonteerde goot op de palen en schroef de constructie vast met de gelakte schroeven ZSG. Op de goten G120A en G kan een verhogingsprofiel GR gemonteerd worden. Plaats eerst de zijdelingse gootafsluitstukken en schroef vervolgens om de 500 mm het GR profiel vast op de goot. 28
39 SCHARNIERPROFIEL Het Climax systeem kan gemonteerd worden op een (dak-)constructie. Hierdoor worden de zelfdragende gootprofielen vervangen door een niet-zelfdragend scharnierprofiel SB. Dit profiel wordt op een doorlopende opstand gemonteerd met aangepaste bevestigingen door de klant te voorzien. Om een water- en winddichte aansluiting te bekomen moet de rubber C11CX aangebracht worden zoals aangegeven op onderstaande figuur. Dus met de witte zijde tegen de beglazing. C11CX SB S1 S2 min. 60 mm min. 150 mm 29
40 MUURPROFIEL Onderdelen 73,4 73,4 C1CX C12 Y16P MT C1CX C12 MT Y16P MB MB Voorbereiding S1 S1 S2 38,5 H M S2 38,5 H M H M Slijp een sleuf in de muur waartegen het verandadak komt (zie pag. 14). Plaats hierin een loodslab of zinken solin. Boor in het onderste muurprofiel MB op 250 mm van de uiteinden en vervolgens om de 500 mm een gat op de aangegeven lijn met een diameter ifv van het gekozen bevestigingsmateriaal. Herhaal dezelfde bewerking om de 1000 mm voor het bovenste muurprofiel MT. Schuif de rubber C1CX in de voorziene opening van de MT. Het onderste en bovenste muurprofiel worden aan elkaar bevestigd met de inschuifbare thermische onderbrekingen Y16P. Deze thermische onderbrekingen moeten niet doorlopend over de volledige lengte ingeschoven te worden. Een lengte van 250 mm om de 250 mm volstaat. De Y16P dient als hoogteregeling. Het aantal op elkaar geschoven thermische onderbrekingen Y16P tussen het onderste (MB) en bovenste muurprofiel (MT) wordt bepaald i.f.v. de beglazingsdikte en de helling van uw verandadak (zie tabel pag. 10). Montage Zet het voorgemonteerde muurprofiel vast met de aangepaste verankeringen. De gaten in het onderste muurprofiel komen overeen met de hoogte H M + 70 mm op de muur. Werk de bovenzijde van het bovenste muurprofiel MT af met silicone en met een in de muur ingewerkte loden slab of zinken solin. Plaats het scharnierprofiel S1 of S2 in het onderste muurprofiel. 30
41 DRAGERS EN ZIJDRAGERS Volgende (zij)dragers zijn mogelijk: Voor daken met kunststofbeglazing worden de plaatdragers TP (wit) toegepast. Voor daken met glas (enkel of dubbel) worden de plaatdragers TPG (groen) toegepast. Bij grote overspanningen of grote sneeuwbelasting wordt een stalen versterkingsprofiel in de dragers geschoven. Controleer de dragerlengte i.f.v. de beglazing + sneeuw- en windbelasting (zie grafieken pag of m.b.v. het berekeningsprogramma Climafast). Drager D1 + TP(G) Drager met versterking D1 + V642 + TP(G) TP(G) D1 60 V D2+ TP(G) D2 + V1044* + TP(G) TP(G) D V1044* 60 * Het versterkingsprofiel V1044 wordt niet meegeleverd. Dit kan aangekocht worden in de plaatselijke staalhandel. We raden aan om deze stalen versterkingsprofielen te behandelen tegen corrosie. 31
42 DRAGERS EN ZIJDRAGERS Voorbereiding TP TPG Y25/Y32 20 mm 30 mm 20 mm 8 mm TP(G) Zaag de kunststof plaatdragers TP of TPG op lengte, zodat het uitgestanste gedeelte behouden blijft. Afhankelijk van de verzaging kan het voorkomen dat u deze uitsparing zelf moet voorzien. Deze uitsparing is noodzakelijk voor een goede waterafvoer van de afsluitprofielen. Afhankelijk van de dikte van de beglazing moet een opzetprofiel Y25 of Y32 ingeschoven worden (zie tabel pag. 87). D1/D2 ZSB V642/V1044 K 25 mm ZSB Verzaag de dragers D1 of D2 haaks op lengte. Verzaag de versterkingprofielen op maat en schuif deze in de aluminium draagprofielen. Bij de standaard montage met kunststofplaten is de lengte van de versterkingsprofielen gelijk aan de lengte van de dragers. Bij montage met glas zijn de versterkingsprofielen 100 mm korter dan de dragers (montage met koppelstukken en afstandshouders zie pag 32). TP(G) TP(G) PS 48 Schroef de stopprofielen tegen de uitgestanste zijde van de plaatdragers met de bijgeleverde parkerschroeven PS 48 (4,8 x 25 mm). D1/D2 Schuif de plaatdragers TP(G) in de aluminium dragers D1 of D2. 32
43 DRAGERS EN ZIJDRAGERS Montage AX AX AX AX = PL + 22 MM B Het aantal dragers en hun positie wordt bepaald i.f.v. van de beglazing en de belasting. Controleer de asafstand i.f.v. van de verandadiepte (D) en de belasting (beglazing + sneeuw en wind) zie grafieken pag of m.b.v. het berekeningsprogramma Climafast. Voor kunststofplaten in polycarbonaat of acrylaat gebruikt men steeds de volle breedte van de platen, behalve voor de linker en/of de rechter plaat die op maat mogen verzaagd worden. De asafstand tussen de dragers AX = plaatbreedte + 22 mm. Hou rekening met een zijdelingse speling van 5 mm aan elke zijde. Alle nuttige informatie m.b.t. het verwerken en plaatsen van kunststofbeglazing vindt u op pag 15 & 16. Voor glas verdeelt men de totale breedte in gelijke delen van max 700 mm. Het aantal beglazingen wordt als volgt bepaald : (B 60 mm)/ 700 afgerond naar boven. De breedte van de beglazing wordt als volgt bepaald : ((B 60 mm) / aantal beglazingen) 22 mm. Voor glas vragen wij de instructies van uw leverancier op te volgen. Teken de posities van de dragers af op de scharnierprofielen (aan goot en muur) en controleer de as-op-as maten. STANDAARD MONTAGE VOOR KUNSTSTOFPLATEN ZSC S1 TP S1/S2 ZSC TP(G) ZSG S1/S2 Positioneer de voorgemonteerde (zij-)dragers op de scharnieren S1 of S2. De dragers worden aan de muurzijde en de gootzijde door middel van ZSG schroeven verankerd in het scharnierprofiel S1 of S2. Dit doet u op de markeerlijn, zichtbaar aan de onderkant van het scharnierprofiel S. Voor dragers met stalen versterking moet u eerst voorboren met Ø 4 mm. Schuif de plaatdragers TP(G) zo hoog mogelijk tegen het muurprofiel en schroef vast met 2 ZSG schroeven met neopreendichting. Zorg ervoor dat alle stopprofielen aan de gootzijde in lijn liggen. 33
44 DRAGERS EN ZIJDRAGERS MONTAGE MET KOPPELSTUKKEN EN GLAS C31 C5 A1/A2 ZSC PST K D1/D2 Schroef de koppelstukken K vast in de scharnierprofielen met de parkerschroeven PST. Hiervoor moet u in de markeerlijntjes (links & rechts) van het koppelstuk voorboren met Ø 4mm. Doe dit telkens links en rechts van de drager, aan de muurzijde en de gootzijde. Bij montage van de zijdragers met koppelstukken K moet u 1 vleugel van het koppelstuk wegzagen, zodat het koppelstuk zijdelings niet hinderlijk is voor het afwerkingsprofiel. Laat een speling van min. 5 mm indien de zijdrager tegen een muur komt. Tussen de dragers plaatst u de afstandshouders A1 of A2 op het scharnierprofiel S1 of S2. Hierin komt dan de steunrubber C5 (bij kunststofplaten) of de steunrubbers C5 + C31 (bij glas). ZSC PST PST ZSB ZSB K K Schuif het TP(G) profiel volledig naar boven tot tegen het muurprofiel en zet het ZO HOOG MOGELIJK vast in de dragers met 2 ZSC schroeven met neopreenring. Zorg ervoor dat alle stopprofielen aan de gootzijde in lijn liggen. De uitzetting van het TP(G) profiel gebeurt naar de benedenrichting toe. Bij gebruik van dubbel glas verwijzen we naar pag 58. bij montagetips voor thermisch onderbroken Climax systeem. 34
45 BEGLAZING: KUNSTSTOFPLATEN Voorbereiding goot GD1+G120A GD1+G GDG beglazing GD2+G kunststofplaten Enkel de linker en rechter plaat worden in de breedte op maat verzaagd. Voorzie de open uiteinden van de geschikte kunststoftape (gesloten tape BT aan bovenzijde = muurzijde en geperforeerde tape BB aan de onderzijde = gootzijde). Voorzie elke plaat van een afsluitprofiel aan de gootzijde. Controleer of het afsluitprofiel onderaan geperforeerd is. Dit is noodzakelijk voor een goede waterafvoer. Let erop dat de beschermende UV-zijde van de plaat steeds naar boven gericht is. Meer informatie over het verwerken, plaatsen en onderhoud van kunststofplaten vindt u op pag 15 & 16. Voor kunststofplaten met LED-verlichting moet u de nodige elektrische voorzieningen treffen. De specifieke montagetips vindt u op pag. 86. Montage C5 S1/S2 MT Duw de steunrubber C5 in de uitsparing van de scharnierprofielen tussen de dragers. Leg de beglazing tussen de plaatdragers met het afsluitprofiel tegen de stopprofielen aan de gootzijde. Let erop dat er zijdelings 5 mm speling blijft. Kit de bovenrand van het afsluitprofiel af met kunststofvriendelijke silicone. Let er op dat meerwandige kunststof platen minimaal 10 of 18 cm per meter helling moeten hebben om van de garantie te kunnen genieten. 35
46 BEGLAZING: GLASPLATEN Voorbereiding goot GD1+G120A GD1+G GDG beglazing GD2+G glas L432 max. 28 mm L L432/L L mm Voorzie steeds gelaagde beglazing in uw verandadak volgens de geldende normen. Raadpleeg hiervoor uw glasleverancier. Kleef een L-vormig afsluitprofiel L432 of L632 op de kopse kant van het glas. Gebruik hiervoor de siliconelijm SG20. Montage C31 C5 A1/A2 Controleer de lengte van de afstandshouder A1/A2. De lengte van de afstandshouders komt exact overeen met de afstand tussen de dragers. Schuif de rubber C5 in de voorziene gleuf en duw de steunrubber C31 in de voorziene uitsparingen van de afstands-houders A1 of A2. Deze afstandshouders passen in het scharnierprofiel tussen de dragers. Hierdoor wordt de beglazing op de 4 zijden ondersteund. Leg de beglazing tussen de plaatdragers met het afsluitprofiel tegen de stopprofielen aan de gootzijde. Let er op dat er zijdelings 5 mm speling blijft. Verbinding van beglazing Als de beglazing (kunststof platen of glas) uit meerdere delen bestaat, kunnen de delen gekoppeld worden met de glasverbindingsprofielen GVB en GVT. Deze montage-instructies vindt u op pag. 84 &
47 AFWERKING DRAGERS AFWERKING MET RUBBERS C2CX Y25/Y32 C2CX Afwerking met rubber C2CX voor kunststofplaten of glas: de mogelijkheden en beglazingsdiktes vindt u terug in de tabel op pag. 87. Duw de rubber C2CX in de plaatdrager TP(G) of in het verhogingsprofiel Y25 / Y32. AFWERKING MET CLIPSEN Voor kunststofplaten of glas: de mogelijkheden en beglazingsdiktes vindt u terug in de tabel op pag. 87. Standaard clipsen CL16/CL32 CL16/CL32 C8 TP(G) C8 C8 TP(G) CY10 D1/D2 D1/D2 CL16 voor platen of glas met een dikte van 16 mm. CL32 voor platen of glas met een dikte van 25 of 32 mm. Duw de rubber C8 of CY10 aan beide zijden in de clipsen. Let er op dat de rubber C8 niet doorloopt tot het uiteinde aan de gootzijde, maar tot het afsluitprofiel op de beglazing. De CL16 en CL32 worden geclipst op de plaatdrager TP(G). Het clipsen gebeurt met de hand of m.b.v. een rubberen hamer en een plankje. Let op dat er hierdoor geen deuken ontstaan op de clipsen. 37
48 AFWERKING DRAGERS Schroefbare clipsen Voor kunststofplaten of glas: de mogelijkheden en beglazingsdiktes vindt u terug in de tabel op pag. 87. CLST CLSB C8 CY10 De schroefbare clips bestaat uit 2 delen: - de onderclips CLSB - de bovenclips CLST Duw de rubber C8 of CY10 aan beide zijden in de CLSB-clips. Let erop dat de rubber C8 niet doorloopt tot het einde aan de gootzijde, maar tot het afsluitprofiel op de beglazing Boor De CLSB voor met Ø 5,5 mm telkens om de 500 mm, beginnend en eindigend op 200 mm van de uiteinden. Schroef nu de CLSB vast op de TPG met aangepaste hilo-schroeven. Schroef met een gering koppel en loodrecht zodat de schroefkop vlak tegen de CLSB aandrukt. Afhankelijk van de beglazingsdikte worden enkel schroeven en/ of opzetprofielen CY10 / Y25 toegepast (zie tabel pag. 87). Het clipsen van de CLST gebeurt met de hand of m.b.v. een rubberen hamer en een plankje. Let erop dat er hierdoor geen deuken ontstaan in de clipsen. 38
49 AFWERKING ZIJDRAGERS AFWERKING MET RUBBERS Rubber C2CX voor kunststofplaten of glas: de mogelijkheden en beglazingsdiktes vindt u terug op pag. 87. C2CX TP(G) C2CX L16P Y25/Y32 TP(G) L16P ZSG 5 mm Duw de rubber C2CX in de plaatdrager TP(G) of in het verhogingsprofiel Y25 / Y32. Zaag het zijafwerkingsprofiel L16P schuin af aan de muurzijde volgens de dakhelling a. Om de lengte van het L16P profiel te bepalen, meet de afstand van muur tot het stopprofiel. Positioneer het L16P profiel tegen de buitenzijde tegen het draagprofiel. Werkt u vrijstaand of tegen een muur dan is het noodzakelijk de L16P om de meter zijdelings tegen de drager (met ZSG) of tegen de muur te schroeven. AFWERKING MET CLIPSEN Clipsen voor kunststofplaten of glas: de mogelijkheden en beglazingsdiktes vindt u terug op pag. 87. CLL CLSL C8 Hilo 25/42 CLSB C8 CLL voor kunststofplaten of glas met een dikte van 16, 25 of 32 mm: plaats de rubber C8 of CY10 aan 1 zijde in de clips. CLSB + CLSL voor kunststof platen of glas met een dikte van 8 tot 34 mm: plaats de rubber C8 of CY10 aan 1 zijde in de clips. 39
50 AFWERKING MONTAGE SCHROEFBARE ZIJCLIPS Boor de CLSB voor met Ø 5,5 mm telkens om de 500 mm, beginnend en eindigend op 200 mm van de uiteinden. Schroef nu de CLSB vast op de TPG met aangepaste hilo-schroeven. Schroef met een gering koppel en loodrecht zodat de schroefkop vlak tegen de CLSB aandrukt. Afhankelijk van de beglazingsdikte worden enkel schroeven en/ of opzetprofielen CY10 / Y25 toegepast (zie tabel pag. 87). α ZSG CLL/CLSL ZSG Zaag het CLL / CLSL profiel schuin af aan de muurzijde volgens de dakhelling a. Om de lengte van het CLL/CLSL profiel te bepalen, meet de afstand tot het stopprofiel. Positioneer het CLL/ CLSL profiel aan de buitenzijde tegen het draagprofiel en druk dit aan met de hand of m.b.v. een rubberen hamer en een plankje. Werkt u (vrijstaand of tegen een muur) dan is het noodzakelijk de CLL/CLSL om de meter zijdelings tegen de drager (met ZSG) of tegen de muur te schroeven. 40
51 AFWERKING MUURPROFIEL MT MAS C12 C1CX ZSG Plaats de rubber C12 om de druk van de C1CX op de beglazing te vergroten. Plaats de afsluitplaat MAS aan de vrijstaande zijden van het muurprofiel. Om de positie van de 2de ZSG schroef te bepalen, gebruik je de puntmarkering die reeds aangebracht is op de MAS. Pas na de volledige montage van het dak de MAS vastschroeven. GOOT ZSG UGS Monteer de afsluitplaten en klik het kunststof afdekkapje in de voorziene gaatjes. Kit de binnenkant van de afsluitplaat af met silicone. Indien de goot zijdelings begrensd wordt door 2 muren, moet er een frontale wateruitloop UGS gemonteerd worden zodat het water naar buiten kan lopen bij een verstopte waterafvoer. Boor hiervoor een opening met Ø min 33 max 35 mm in de voorzijde van de goot. Deze opening moet lager komen dan de overloop in de gootafsluitplaten. 41
52 AFWERKING GOOT GD2 + G zelf-kleefstrook SG20 G Y10 GD2 GD2C GD2C Y16P click De afwerking met een gootdrager GD2 gebeurt met de GD2C. Zaag dit profiel overlangs op de aangegeven positie. De lengte van de GD2C is overeenkomstig de afstand tussen de muren en/of palen. Breng de siliconelijm aan op de geribde zone over de volledige lengte. Maak de uiteinden van de kleefstrook vrij en plooi deze naar buiten. Clips het detail van de GD2C vast in het kunststofprofiel Y16P. Indien goed gepositioneerd, maak de kleefstrook volledig vrij en duw de GD2C tegen de goot.. Vergeet vooral niet om aan de gootzijde de afsluitprofielen op de kunststofplaten af te kitten met kunststofvriendelijke silicone. PALEN click ZSG ZSG Controleer of de palen perfect verticaal staan (waterpas) en schroef onderaan en bovenaan telkens vast in de U-beugels met 2 gelakte schroeven ZSG. Om lakschade te vermijden raden we aan om voor te boren met Ø 3 4 mm. Voorzie de waterafvoerbuis en sluit deze aan op het regenwaterafvoerstelsel. Monteer de afdekclips PC op de paal. 42
53 MONTAGETIPS VOOR HET THERMISCH ONDERBROKEN CLIMAX SYSTEEM 43
54 PALEN Bepaal de lengte van de palen (HN + HG) ifv de helling en de positie van het muurprofiel (HM). Voor de palen in combinatie met de gootdrager GD2 gelden specifieke voorschriften (zie p. 82). Voor thermisch onderbroken daken zijn volgende palen mogelijk: Standaard palen toebehoren voor hoekpaal toebehoren voor tussenpaal voetplaat PV en U-beugel PU U-beugel PU Paal 116/110 (P + P + Y16P) P PU PU 116 Y16P 110 P PV Palen met paalclips voor waterafvoer Paal 197/110 (P + PCB + PC + Y16P) PC PU PU 197 PCB Y16P 110 P PV niet meegeleverd 44
55 PALEN Bout de U-beugel vast aan de voetplaten PV met de BMR schroefset voor de hoekpalen. Bepaal de positie van de voetplaten PV zoals aangegeven op pag 11 en veranker deze op een stevige ondergrond in beton met de geschikte bevestigingsmaterialen. Positioneer de U-beugel correct op de voetplaat en zet deze vast. Fig. A 253,5 Fig. B ,5 BMR ,5 PV 300 Thermisch onderbroken hoekpalen Om een hoekpaal thermisch onderbroken uit te voeren moet het binnenste paaldeel overlangs doorgezaagd worden. De beide delen worden dan terug verbonden met een thermische onderbreking Y16P. De verbinding aan de buitenzijde wordt gemaakt met een gelakt verbindingsprofiel Y16A (zie figuur). Bij de latere montage van de ramen zorgt men ervoor dat de thermische onderbrekingen samenvallen. P PC Y16A Y16P P Y16A PCB Y16P P Y16P Voor de tussenpalen volstaat het de U-beugel zonder voetplaat rechtstreeks op een stevige ondergrond te monteren. Plaats de palen over de beugels. Positioneer ze loodrecht (waterpas) en stut deze voorlopig zodat deze niet omvallen. De bovenkant van alle palen moet waterpas uitgelijnd worden. Indien uw goot of gootdrager met goot onderaan niet vlak is (met GD2) moet u de lengte van de palen aanpassen. Hiervoor verwijzen we naar pagina 82. GOOTCONSOLE Indien het verandadak zijdelings begrensd wordt door 1 of 2 muren, kan de goot aan de muur verankerd worden met een gootconsole GDC. Controleer of de ondergrond en de muren waarin verankerd wordt voldoende draagkrachtig zijn. Het bevestigingsmateriaal moet aangepast zijn aan de ondergrond en de belasting. Laat u desnoods bijstaan door uw architect of studiebureau. De montage-instructies vindt u terug op pag
56 GOOTCOMBINATIE Voor thermisch onderbroken daken zijn meerdere gootcombinaties mogelijk i.f.v. de belasting en de gewenste overspanning. De belastingsgrafieken zijn terug te vinden op pag of m.b.v. het berekeningsprogramma Climafast: goten (met versterkingsprofiel) GD1 + (V642) + G + Y16P + C11CX C11CX 102,5 Y16P G V642 GD1 72, ,5 GD2 + (PL165*) + (PL105*) + G + Y16P + C11CX C11CX Y16P 102,5 G Y16P PL165 GD2 156,2 70 GD2C Y16P PL ,4 Indien de goot tussen 2 muren wordt gemonteerd, moet deze 10 mm ingekort worden zodat er zijdelings 5 mm speling blijft voor de montage van de afsluitstukken. De gootdrager GD1 of GD2 moeten per vrijstaande zijde 10 mm korter zijn dan de goot. Deze ruimte is noodzakelijk voor de thermische onderbreking GAP1 of GAP2. * De versterkingsprofielen PL165 en PL105 worden niet meegeleverd. Deze kunnen aangekocht worden in de plaatselijke staalhandel. We raden aan om deze stalen versterkingsprofielen te behandelen tegen corrosie. 46
57 GOOT GD1 + G + Y16P + C11CX BEREID DE GOOT VOOR EN MONTEER ALLE ONDERDELEN Ø S1/S2 Y16P GD1 G Zaag de opening voor de waterafvoer. Maak hiervoor gebruik van een klokboor Ø 80 mm. Verbinden van de goot (G) op de gootdrager (GD1) met de Y16P. Inschuiven van het scharnierprofiel (S1 of S2). PU 55 3x ZSB 6 10 V642 Inschuiven van versterkingsprofiel V642 (optioneel) 6 Montage van de U-beugel PU aan de vrijstaande zijde. Positioneer de U-beugel 6 mm naar buiten t.o.v. de gootdrager. 4 C11CX S1 Y16P C11CX S1 S2 S2 Plaatsen van de rubber C11CX (kunststofplaten) Inschuiven van thermische onderbreking Y16P en plaatsen van de rubber C11CX (glas) Indien de goot(drager) versterkt is met een stalen kokerprofiel, moet men steeds voorboren met Ø 4 mm vooraleer de U-beugels te monteren. Gebruik bij voorkeur stevige zelfborende schroeven. 47
58 GOOT GD2 + G + Y16P + C11CX BEREID DE GOOT VOOR EN MONTEER ALLE ONDERDELEN S1/S2 Ø Y16P GD2 Y16P G Zaag de opening voor de waterafvoer. Maak hiervoor gebruik van een klokboor Ø 80 mm. Verbinden van de goot (G) op de gootdrager (GD2) met de Y16P. Een extra Y16P aanbrengen in het onderste inschuifdetail. Inschuiven van het scharnierprofiel (S1 of S2). PU S1/S2 55 3x ZSB PL105* PL165* Y16P GD2 Y16P G Inschuiven van versterkingsprofiel PL165* en/of PL105* (optioneel) C11CX Montage van de U-beugel PU aan de vrijstaande zijde. Positioneer de U-beugel 6 mm naar buiten t.o.v. de gootdrager ,2 102, ,4 Plaatsen van de rubber C11CX * De versterkingsprofielen PL165 en PL105 worden niet meegeleverd. Deze kunnen aangekocht worden in de plaatselijke staalhandel. We raden aan om deze stalen versterkingsprofielen te behandelen tegen corrosie. 48
59 GOOT Bij gootlengtes > 7 m is het mogelijk om meerdere goten aan elkaar te koppelen. Op de verbinding van 2 goten moet er steeds een ondersteuning voorzien worden. Bij een opbouw met goot en gootdrager (GD1/GD2) raden we aan om de profielen te schranken en de verbinding van de gootdragers te ondersteunen. De gootprofielen kunnen gekoppeld worden met de verbindingsstiften (909) en het verbindingsprofiel GI. Gebruik de siliconelijm SG20 voor de afdichting. SG20 SG G GI G (3x) G + GI + SG (3x) GC 20 ZSG (4x) 40 GDC Monteer de uitloop met wartel in de opening van de goot en dicht af met silicone. Indien de goot zijdelings tussen 2 muren gemonteerd wordt (bvb met gootconsole), moeten de gootafsluitstukken vooraf gemonteerd worden met de zelfborende ZSG schroeven. 500 GR Plaats de voorgemonteerde goot op de palen en schroef de constructie vast met de gelakte schroeven ZSG. Op de goot G kan een verhogingsprofiel GR gemonteerd worden. Plaats eerst de zijdelingse gootafsluitstukken en schroef vervolgens om de 500 mm het GR profiel vast op de goot. 49
60 SCHARNIERPROFIEL Het Climax systeem kan gemonteerd worden op een (dak-)constructie. Hierdoor worden de zelfdragende gootprofielen vervangen door een niet-zelfdragend scharnierprofiel SB. Dit profiel wordt op een doorlopende opstand gemonteerd met aangepaste bevestigingen door de klant te voorzien. Om een water- en winddichte aansluiting te bekomen moet de rubber C11CX aangebracht worden zoals aangegeven op onderstaande figuur. Dus met de witte zijde tegen de beglazing. C11CX SB S1 S2 min. 60 mm min. 150 mm 50
61 MUURPROFIEL Onderdelen 73,4 73,4 C12 C1CX Y16P MT C12 C1CX MT C11CX 156 2x Y16P C11CX 172 MB MB 38,5 Voorbereiding S1 S1 70 S2 H M S2 H M 38, Slijp een sleuf in de muur waartegen het verandadak komt (zie pag 14). Plaats hierin een loodslab of zinken solin. Boor in het onderste muurprofiel MB op 250 mm van de uiteinden en vervolgens om de 500 mm een gat op de aangegeven lijn met een diameter i.f.v. van het gekozen bevestigingsmateriaal. Herhaal dezelfde bewerking om de 1000 mm voor het bovenste muurprofiel MT. Schuif de rubber C1CX in de voorziene opening van de MT. Het onderste en bovenste muurprofiel worden aan elkaar bevestigd met de inschuifbare thermische onderbrekingen Y16P. Deze thermische onderbrekingen moeten niet doorlopend over de volledige lengte ingeschoven worden. Een lengte van 250 mm om de 250 mm volstaat. De Y16P dient als hoogteregeling. Het aantal op elkaar geschoven thermische onderbrekingen Y16P tussen het onderste (MB) en bovenste muurprofiel (MT) wordt bepaald i.f.v. de beglazingsdikte en de helling van uw verandadak (zie tabel op pag. 10) H M Montage Zet het voorgemonteerde muurprofiel vast met de aangepaste verankeringen. De gaten in het onderste muurprofiel komen overeen met de hoogte H M + 70 mm op de muur. Werk de bovenzijde van het bovenste muurprofiel MT af met silicone en met een in de muur ingewerkte loden slab of zinken solin. Plaats het scharnierprofiel S1 of S2 in het onderste muurprofiel. Breng de rubber C11CX aan in het scharnier en het onderste muurprofiel over de volledige lengte zoals aangegeven. 51
62 DRAGERS EN ZIJDRAGERS Volgende (zij)dragers zijn mogelijk: Voor daken met kunststofbeglazing worden de plaatdragers TP (wit) toegepast. Voor daken met glas (enkel of dubbel) worden de plaatdragers TPG (groen) toegepast. Bij grote overspanningen of grote sneeuwbelasting wordt een stalen versterkingsprofiel in de dragers geschoven. Controleer de dragerlengte i.f.v. de beglazing + sneeuw- en windbelasting (zie grafieken pag of m.b.v. het berekeningsprogramma Climafast). Drager D1 + TP(G) TP(G) Drager met versterking D1 + V642 + TP(G) D1 60 V D2+ TP(G) D2 + V1044* + TP(G) TP(G) D V1044* 60 De stalen versterking is 100 mm korter dan de dragerlengte. In de zijdragers wordt geen versterkingsprofiel aangebracht. * Het versterkingsprofiel V1044 wordt niet meegeleverd. Dit kan aangekocht worden in de plaatselijke staalhandel. We raden aan om deze stalen versterkingsprofielen te behandelen tegen corrosie. 52
63 DRAGERS EN ZIJDRAGERS Zijdrager vrijstaand ZD + C5 + TP(G) + Y16P + ZDC TP(G) Y16P ZD ZDC C5 Y16P ZD + TP(G) + L432 Zijdrager tegen muur ZD + TP(G) + ZD2B TP(G) TP(G) ZD 5 mm ZD 5 mm L432 ZD2B L432 voor afwerking zijdrager met scharnierprofiel S1. ZD2B voor afwerking zijdrager met scharnierprofiel S2. 53
64 DRAGERS EN ZIJDRAGERS Voorbereiding TP TPG Y25/Y32 20 mm 30 mm 20 mm 8 mm TP(G) Zaag de kunststof plaatdragers (TP of TPG) op lengte, zodat het uitgestanste gedeelte behouden blijft. Afhankelijk van de verzaging kan het voorkomen dat u deze uitsparing zelf moet voorzien. Deze uitsparing is noodzakelijk voor een goede waterafvoer van de afsluitprofielen. Bij bepaalde beglazingsdiktes > 20 mm zijn verhogingsprofielen (Y25 of Y32) noodzakelijk. Zie tabel pag 87. Schroef de stopprofielen tegen de uitgestanste zijde van de plaatdragers met de bijgeleverde parkerschroeven PS 48 (4,8 x 25 mm). Verzaag de (zij)dragers (D1, D2 of ZD) haaks op lengte. Bij grote overspanningen of grote sneeuwbelasting wordt een stalen versterkingsprofiel in de dragers geschoven. Controleer de dragerlengte i.f.v. de beglazing + sneeuw- en windbelasting zie grafieken pag of m.b.v. het berekeningsprogramma Climafast. Lengte stalen versterking = dragerlengte mm. 25 mm TP(G) K ZSB D1/D2 Monteer de koppelstukken K op de beide uiteinden van de (zij-)dragers en schroef ze vast met de bijgeleverde ZSB schroeven. Bij montage van de zijdragers met koppelstukken K moet u 1 vleugel van het koppelstuk wegzagen, zodat het koppelstuk zijdelings niet hinderlijk is voor het afwerkingsprofiel. Schuif de plaatdragers TP(G) in de aluminium dragers D1 of D2. 54
65 DRAGERS EN ZIJDRAGERS Voor vrijstaande zijdrager met ZDC afwerking TP(G) 32 mm 25 mm 16 mm ZD Y16P 16 mm (5-20 mm) 25 mm (21-29 mm) 32 mm (30-34 mm) ZDC C5 ZDC Zaag het zij-afwerkingsprofiel ZDC schuin af aan de muurzijde volgens de dakhelling (alfa). Om de lengte van het ZDC profiel te bepalen, meet de afstand van muur tot het stopprofiel. Voor zijdrager tegen muur (zie afbeeldingen pag. 53) Schuif het ZDC profiel op de zijdrager met behulp van 2 thermische onderbrekingen Y16P. De positie van de ZDC is afhankelijk van de beglazingsdikte (16, 25 of 32 mm). Duw de rubber C5 aan de onderzijde van de zijdrager in de voorziene uitsparing. Deze rubber zorgt voor de winddichte afdichting tussen de zijdrager en het schrijnwerk in de zijgevel van uw veranda. Schuif de plaatdragers TP(G) in de aluminium zijdragers ZD. Voor een thermisch onderbroken Climax dak gebruikt men steeds een zijdrager ZD. Met een scharnier S1 wordt de onderzijde afwerkt met een L432 profiel. Met een scharnier S2 wordt een verlagingsprofiel ZD2B op de zijdrager ZD geclipst. Schuif de plaatdragers TP(G) in de aluminium zijdragers ZD. Montage AX AX AX AX = PL + 22 MM B Het aantal dragers en hun positie wordt bepaald ifv van de beglazing en de belasting. Controleer de asafstand ifv van de verandadiepte (D) en de belasting (beglazing + sneeuw en wind) zie grafieken pag of m.b.v. het berekeningsprogramma Climafast. Voor kunststofplaten in polycarbonaat of acrylaat gebruikt men steeds de volle breedte van de platen, behalve voor de linker en/of de rechter plaat die op maat mogen verzaagd worden. De asafstand tussen de dragers AX = plaatbreedte + 22 mm. Hou rekening met een zijdelingse speling van 5 mm aan elke zijde. Alle nuttige informatie m.b.t. het verwerken en plaatsen van kunststofbeglazing vindt u op pag. 15 & 16. Voor glas verdeelt men de totale breedte in gelijke delen van max 700 mm. Het aantal beglazingen wordt als volgt bepaald : (B 60 mm)/ 700 afgerond naar boven. De breedte van de beglazing wordt als volgt bepaald : ((B 60 mm) / aantal beglazingen) 22 mm. Voor glas vragen wij de instructies van uw leverancier op te volgen. Teken de posities van de dragers af op de scharnierprofielen (aan goot en muur) en controleer de as-op-as maten. 55
66 DRAGERS EN ZIJDRAGERS C31 C5 A1/A2 ZSC PST K S1/S2 D1/D2 Positioneer de voorgemonteerde (zij-)dragers op de scharnieren S1 of S2 met de stopprofielen naar de goot gericht. De dragers met de koppelstukken worden aan de muurzijde en de gootzijde door middel van PST schroeven verankerd in het scharnierprofiel S1/S2. Hiervoor moet u in de markeerlijnen (links en rechts) van het koppelstuk K voorboren met Ø 4 mm. Indien de zijdrager tegen een muur komt, laat een speling van min. 5 mm. Tussen de dragers plaatst u de afstandshouders A1 of A2 op het scharnierprofiel S1 of S2. Hierin komen dan de steunrubber C5 (bij kunststofplaten) of de steunrubbers C5 + C31 (bij glas). Hiervoor verwijzen we naar pag. 58. ZSC ZSB PST PST ZSB Schuif het TP(G) profiel volledig naar boven tot tegen het muurprofiel en zet het ZO HOOG MOGELIJK vast in de dragers met 2 ZSC schroeven met neopreenring. Zorg ervoor dat alle stopprofielen aan de gootzijde in lijn liggen. De uitzetting van het TP(G) profiel gebeurt naar de benedenrichting toe. 56
67 BEGLAZING: KUNSTSTOFPLATEN Voorbereiding goot GD1+G beglazing GD2+G kunststofplaten Enkel de linker en/of de rechter plaat worden in de breedte op maat verzaagd. Voorzie de open uiteinden van de geschikte kunststoftape (gesloten tape BT aan bovenzijde = muurzijde en geperforeerde tape BB aan de onderzijde = gootzijde). Voorzie elke plaat van een afsluitprofiel aan de gootzijde. Controleer of het afsluitprofiel onderaan geperforeerd is. Dit is noodzakelijk voor een goede waterafvoer. Let erop dat de beschermende UV-zijde van de plaat steeds naar boven gericht is. Meer informatie over het verwerken, plaatsen en onderhoud van kunststofplaten vindt u op pag. 15 & 16. Voor kunststofplaten met LED-verlichting moet u de nodige elektrische voorzieningen treffen. De specifieke montagetips vindt u op pag. 86. Montage C5 C11CX MB S1/S2 A1/A2 Controleer de lengte van de afstandshouders A1/A2. De lengte van de afstandshouders komt exact overeen met de afstand tussen de dragers. Schuif de rubber C5 in de voorziene uitsparing van de afstandshouders A1 of A2. Deze afstandshouders passen in het scharnierprofiel tussen de dragers. Leg de beglazing tussen de plaatdragers met het afsluitprofiel tegen de stopprofielen aan de gootzijde. Let er op dat er zijdelings 5 mm speling blijft. Kit de bovenrand van het afsluitprofiel af met kunststofvriendelijke silicone. Let er op dat meerwandige kunststof platen minimaal 10 of 18 cm per meter helling moeten hebben om van de garantie te kunnen genieten. 57
68 BEGLAZING: GLASPLATEN Voorbereiding goot GD1+G beglazing GD2+G glas L432 max. 28 mm L L432/L L mm Voorzie steeds gelaagde beglazing in uw verandadak volgens de geldende normen. Raadpleeg hiervoor uw glasleverancier. Kleef een L- vormig afsluitprofiel (L432 of L632) op de kopse kant van het glas. Gebruik hiervoor de siliconelijm SG20. Montage C31 C11CX C5 MB S1/S2 A1/A2 Controleer de lengte van de afstandshouders A1/A2. De lengte van de afstandshouders komt exact overeen met de afstand tussen de dragers. Schuif de rubber C5 in de voorziene gleuf en duw de C31 in de uitsparingen van de afstandshouders A1 of A2. Deze afstandshouders passen in het scharnierprofiel tussen de dragers. Hierdoor wordt de beglazing op de 4 zijden ondersteund. Leg de beglazing tussen de plaatdragers met het afsluitprofiel tegen de stopprofielen aan de gootzijde. Let er op dat er zijdelings 5 mm speling blijft. Verbinding van beglazing Als de beglazing (kunststof platen of glas) uit meerdere delen bestaat, kunnen de delen gekoppeld worden met de glasverbindingsprofielen GVB en GVT. De montage-instructies vindt u terug op pag 84 &
69 AFWERKING DRAGERS AFWERKING MET RUBBERS C2CX Y25/Y32 C2CX Afwerking met rubber C2CX voor kunststofplaten of glas: de mogelijkheden en beglazingsdiktes vindt u terug in de tabel op pag. 87. Duw de rubber C2CX in de plaatdrager TP(G) of in het verhogingsprofiel Y25 / Y32. AFWERKING MET CLIPSEN Voor kunststofplaten of glas: de mogelijkheden en beglazingsdiktes vindt u terug in de tabel op pag. 87. Standaard clipsen CL16/CL32 CL16/CL32 C8 TP(G) C8 C8 TP(G) CY10 D1/D2 D1/D2 CL16 voor platen of glas met een dikte van 16 mm. CL32 voor platen of glas met een dikte van 25 of 32 mm. Duw de rubber C8 of CY10 aan beide zijden in de clipsen. Let er op dat de rubber C8 niet doorloopt tot het uiteinde aan de gootzijde, maar tot het afsluitprofiel op de beglazing. De CL16 en CL32 worden geclipst op de plaatdrager TP(G). Het clipsen gebeurt met de hand of m.b.v. een rubberen hamer en een plankje. Let op dat er hierdoor geen deuken ontstaan op de clipsen. 59
70 AFWERKING DRAGERS Schroefbare clipsen Voor kunststofplaten of glas: de mogelijkheden en beglazingsdiktes vindt u terug in de tabel op pag. 87. CLST CLSB C8 CY10 De schroefbare clips bestaat uit 2 delen: - de onderclips CLSB - de bovenclips CLST Duw de rubber C8 of CY10 aan beide zijden in de CLSB-clips. Let erop dat de rubber C8 niet doorloopt tot het einde aan de gootzijde, maar tot het afsluitprofiel op de beglazing Boor De CLSB voor met Ø 5,5 mm telkens om de 500 mm, beginnend en eindigend op 200 mm van de uiteinden. Schroef nu de CLSB vast op de TPG met aangepaste hilo-schroeven. Schroef met een gering koppel en loodrecht zodat de schroefkop vlak tegen de CLSB aandrukt. Afhankelijk van de beglazingsdikte worden enkel schroeven en/ of opzetprofielen CY10 / Y25 toegepast (zie tabel pag. 87). Het clipsen van de CLST gebeurt met de hand of m.b.v. een rubberen hamer en een plankje. Let erop dat er hierdoor geen deuken ontstaan in de clipsen. 60
71 AFWERKING ZIJDRAGERS MET RUBBERS Afwerking met rubber C2CX voor kunststofplaten of glas: de mogelijkheden en beglazingsdiktes vindt u terug in de tabel op pag. 87 Voor vrijstaande zijdrager: TPG C2CX ZDC ZDC ZDCS Duw de rubber C2CX in de plaatdrager TP(G) of het verhogingsprofiel Y25 / Y32. De rubber wordt ondersteund door de lip van het zij-afwerkingsprofiel ZDC. Breng het afwerkingsprofiel ZDCS aan op kopse kant van het zij-afwerkingsprofiel ZDC met silicone. Voor zijdrager tegen muur: C2CX Y25/Y32 TP(G) L16P ZD 5 mm L432 Meet de lengte van de muur tot aan het stopprofiel. Zaag het zijafwerkingsprofiel L16P schuin af volgens de dakhelling (a). Positioneer het L16P profiel tussen de drager en de muur, zodat het steunlipje even hoog komt als de bovenzijde van de beglazing. Schroef de bovenlip van het L16P profiel om de 100 cm tegen de muur. Duw de rubber C2CX in de plaatdrager TP(G) of het verhogingsprofiel Y25 / Y32. De lip van de rubber wordt ondersteund door het zijafwerkingsprofiel L16P. 61
72 AFWERKING VRIJSTAANDE ZIJDRAGERS MET CLIPSEN Afwerking met clipsen voor kunststofplaten of glas: de mogelijkheden en beglazingsdiktes vindt u terug in de tabel op pag. 87 Standaard clipsen (voor kunststof platen of glas met dikte van 16, 25 of 32 mm): CL16/CL32 C8 TP(G) C8 ZD Y16P Y16P ZDC C5 CL16 voor platen of glas met een dikte van 16 mm, CL32 voor platen of glas van 25 of 32 mm dik. Duw de rubber C8 of CY10 aan beide zijden in de clipsen. Let er op dat de rubber C8 niet doorloopt tot het uiteinde aan de gootzijde, maar tot het afsluitprofiel op de beglazing. De CL16 en CL32 worden geclipst op de plaatdrager TP. Het clipsen gebeurt met de hand of m.b.v. een rubberen hamer en een plankje. Let op dat er hierdoor geen deuken ontstaan op de clipsen. Schroefbare clipsen (voor kunststof platen of glas met dikte van 16, 25 of 32 mm): CLSB C8 TP(G) CLST C8 ZD Y16P Y16P ZDC C5 CLSB + CLSL voor kunststof platen of glas met een dikte van 8 tot 34 mm. Duw de rubber C8 of CY10 in de CLSB. Let er op dat de rubber C8 niet doorloopt tot het uiteinde aan de gootzijde, maar tot het afsluitprofiel op de beglazing. 62
73 AFWERKING VRIJSTAANDE ZIJDRAGERS MET CLIPSEN Boor de CLSB voor met Ø 5,5 of 6 mm telkens om de 50 cm, beginnend en eindigend op 20 cm van de uiteinden. Schroef nu de CLSB vast op de TPG met aangepaste hilo-schroeven. Schroef met een gering koppel en loodrecht zodat de schroefkop vlak tegen de CLSB aandrukt. Afhankelijk van de beglazingsdikte worden enkel schroeven en/ of opzetprofielen CY10 / Y25 toegepast (zie tabel pag. 87). ZDC ZDCS Breng het afwerkingsprofiel ZDCS aan op kopse kant van het zij-afwerkingsprofiel ZDC met silicone. 63
74 AFWERKING ZIJDRAGERS TEGEN MUUR MET CLIPSEN Standaard clipsen (voor kunststof platen of glas met dikte van 16, 25 of 32 mm): CLL CLL C8 C8 CLL voor kunststof platen of glas met een dikte van 16, 25 of 32 mm Duw de rubber C8 of CY10 in de CLL. Let er op dat de rubber C8 niet doorloopt tot het uiteinde aan de gootzijde, maar tot het afsluitprofiel op de beglazing. Schroefbare clipsen (voor kunststof platen of glas met dikte van 16, 25 of 32 mm): CLSB CLSL CLSB CLSL C8 C8 CLSB + CLSL voor kunststof platen of glas met een dikte van 8 tot 34 mm Duw de rubber C8 of CY10 in de CLSB. Let er op dat de rubber C8 niet doorloopt tot het uiteinde aan de gootzijde, maar tot het afsluitprofiel op de beglazing. 64
75 AFWERKING ZIJDRAGERS TEGEN MUUR MET CLIPSEN Boor de CLSB voor met Ø 5,5 of 6 mm telkens om de 500 mm, beginnend en eindigend op 200 mm van de uiteinden. Schroef nu de CLSB vast op de TPG met aangepaste hilo-schroeven. Schroef met een gering koppel en loodrecht zodat de schroefkop vlak tegen de CLSB aandrukt. Afhankelijk van de beglazingsdikte worden enkel schroeven en/ of opzetprofielen CY10 / Y25 toegepast (zie tabel pag. 87). Het clipsen gebeurt met de hand of m.b.v. een rubberen hamer en een plankje. Let op dat er hierdoor geen deuken ontstaan op de clipsen. CLL/CLSL α 5 mm Zaag het CLL/CLSL profiel schuin af aan de muurzijde volgens de dakhelling. Om de lengte van het CLL/CLSL profiel te bepalen, meet de afstand tot het stopprofiel. Positioneer het CLL/CLSL profiel aan de buitenzijde tegen het draagprofiel. Schroef de CLL/ CLSL om de meter zijdelings tegen de muur. Voorzie een loodslab of zinken solin als afwerking. 65
76 AFWERKING MUURPROFIEL MT C12 C1CX Plaats de rubber C12 om de druk van de C1CX op de beglazing te verhogen. GOOT GAP ZSG UGS Monteer de afsluitplaten en klik het kunststof afdekkapje in de voorziene gaatjes. Plaats de thermische onderbreking GAP tussen de gootdrager en de afsluitplaat. Kit de binnenkant van de afsluitplaat af met silicone. Indien de goot zijdelings begrensd wordt door 2 muren, moet er een frontale wateruitloop UGS gemonteerd worden zodat het water naar buiten kan lopen bij een verstopte waterafvoer. Boor hiervoor een opening met Ø min 33 max 35 mm in de voorzijde van de goot. Deze opening moet lager komen dan de overloop in de gootafsluitplaten. 66
77 AFWERKING GOOT GD2 zelf-kleefstrook SG20 GD2C Y16P GDP De afwerking met een gootdrager GD2 gebeurt met de GD2C. Bij raamprofielen tot max 80 mm zaagt u de GD2C overlangs af tot de thermische onderbreking van het raamprofiel dat onder de gootdrager komt. De lengte van de GD2C is overeenkomstig de afstand tussen de muren en/of palen. Bij raamprofielen > 80 mm (bvb schuifdeuren) zaagt u de GD2C op lengte overeenkomstig de afstand tussen de muren en/of palen. Zaag de thermische onderbreking GDP op maat overeenkomstig de afstand tussen de muren en/ of palen. Verwijder de kleefstroken. Breng de GDP aan tegen de onderkant van de gootdrager zoals aangegeven. Y16P GD2 GD2C Y16P click max. 80 Breng de siliconelijm SG20 aan op de geribde zone over de volledige lengte. Maak de uiteinden van de kleefstrook vrij en plooi deze naar buiten. Voor raamprofielen tot 80 mm: clips het detail van de GD2C vast in het kunststofprofiel Y16P. Indien goed gepositioneerd, maak de kleefstrook volledig vrij en duw de GD2C tegen de goot. Zorg ervoor dat de GD2C niet voorbij de thermische onderbreking van uw raamprofiel komt. 67
78 AFWERKING GOOT GD2 GD2C GD2 Y16P ZSG Voor raamprofielen > 80 mm: schroef de GD2C in het middelste indicatielijntje vast met gelakte schroeven ZSG in het kunststofprofiel Y16P. Indien goed gepositioneerd, maak de kleefstrook volledig vrij en duw de GD2C tegen de goot. Zorg ervoor dat de GD2C niet voorbij de thermische onderbreking van uw raamprofiel komt. BEGLAZING Vergeet vooral niet om aan de gootzijde de afsluitprofielen op de kunststofplaten af te kitten. PALEN click ZSG 68 ZSG Controleer of de palen perfect verticaal staan (waterpas) en schroef onderaan en bovenaan telkens vast in de U-beugels met 2 gelakte schroeven ZSG. Om lakschade te vermijden raden we aan om voor te boren met Ø 3 4 mm. Voorzie de waterafvoerbuis en sluit deze aan op het regenwaterafvoerstelsel. Monteer de afdekclips PC op de paal.
79 SPECIFIEKE MONTAGETIPS VOOR HET ZADELDAK CLIMAX SYSTEEM 69
80 NOK VOOR ZADELDAK VOORBEREIDING MT Y10 MT C1CX Y16P Y16P C1CX C11CX NCZ C11CX S1/S2 S1/S2 MB Y10 MB De nok van het zadeldak moet minstens tegen 1 muur aangebouwd worden. Controleer alle afmetingen. Deze vindt u terug op pag. 12 en 13 van deze handleiding. De samenstelling van de nokprofielen is identiek voor een thermisch of een niet thermische zadeldak. De nok wordt samengesteld met 2 sets muurprofielen (MB-MT-Y16P) die rug aan rug worden samengesteld d.m.v. opzetprofielen Y10. Het aantal thermische onderbrekingen Y16P tussen het onderste muurprofiel MB en het bovenste muurprofiel MT is afhankelijk van de beglazingsdikte en de dakhelling (zie tabel pag 12). MT Y10 MT Y16P Y16P 5 mm MB 16 mm MB Y10 5 mm Zaag 5 mm weg van de onderste muurprofielen voor de nokconsole NCZ. Verbind de muurprofielen onderaan en bovenaan met de opzetprofielen Y10. 70
81 NOK VOOR ZADELDAK VOORBEREIDING 909 ø 8 mm Boor om de 500 mm in de indicatielijn van het onderste en bovenste muurprofiel met Ø 8 mm en bout de profielen rug aan rug tegen elkaar met de BMR bevestigingssets. Indien het nokprofiel uit meerdere lengtes bestaat, moeten de profielen geschrankt worden samengesteld. Gebruik de verbindingstiften 909 om de profielen te koppelen. Indien het bovenste muurprofiel (MT) onderbroken is, moet de verbinding aan de onderzijde afgedicht worden met een zelfklevende aluminium tape (niet meegeleverd). Laat deze dichting doorlopen tot onder de rubber C1CX. MT Y10 C1CX MT Y16P C1CX 5 mm 30 mm 25 mm ø 8 mm NCZ MB MB Y10 5 mm Schuif de nokconsole NCZ in de kopse kant van gemonteerde nokprofiel en boor door beide onderste muurprofielen en de nokconsole met ø 8 mm op de aangegeven posities. Schuif de rubber C1CX in de bovenste muurprofielen MT. 71
82 NOK VOOR ZADELDAK MONTAGE HM + 17 Monteer nu de nokconsole NCZ tegen de muur. Controleer of de ondergrond en de muren waarin verankerd wordt voldoende draagkrachtig zijn. De installateur dient zelf te oordelen welk bevestigingsmateriaal geschikt is voor de belasting en de ondergrond waarin bevestigd wordt. Bij twijfel raden wij aan om contact op te nemen met uw leverancier van het fixatiemateriaal of een gespecialiseerd studiebureau. Schuif het samengestelde nokprofiel op de nokconsole NCZ en veranker deze met 2 BMR bevestingssets. Ondersteun het nokprofiel tot de montage van het dak voltooid is C11CX C11CX Monteer de scharnierprofielen S1 of S2 in de onderste muurprofielen MB (1). Afhankelijk van de hellingshoek (2) moet u mogelijks op het uiteinde van het scharnier het bovenste deel wegzagen, zodat het scharnierprofiel niet gehinderd wordt door de nokconsole. Bij een thermisch onderbroken Climax zadeldak wordt de rubber C11CX aan beide zijden (3) gemonteerd tussen het muurprofiel en het scharnierprofiel. 72
83 TREKKERSET VOOR ZADELDAK VOORBEREIDING 60 mm Om de stabiliteit van het zadeldak te waarborgen moet er om de 2 dragers een trekkerset gemonteerd worden. Bij een NIET thermisch onderbroken Climax zadeldak voorziet u ook een trekkerset aan het open uiteinde. Bij de voorbereiding moet er in deze dragers aan de gootzijde een oogbout gemonteerd worden. Hiervoor boort u met Ø 10 mm op 60 mm van het uiteinde van de (zij-)drager. De oogbout wordt aan de binnenzijde van het (zij-)draagprofiel D1 of D2 vastgezet met een moer M10. Herhaal dit om de 2 dragers. Voor de montage van de goot, de palen en de (zij-)dragers verwijzen we naar de specifieke montagetips voor het Climax lessenaarsdak in deze handleiding. Niet thermisch pag en thermisch pag MONTAGE ZSG (4x) M10 M10 x 30 De trekkerset wordt gemonteerd nadat alle dragers geplaatst zijn en voor u de beglazing plaatst. Schroef de nokbevestiging tegen de onderzijde van de nok tussen 2 dragers met oogbout. Schroef de nokbevestigingen tegen de nok met ZSG schroeven. Monteer de draadstangeinden aan de oogbouten met de RVS bouten M10 x 30 mm en de borgmoeren M10. 73
84 TREKKERSET VOOR ZADELDAK MONTAGE M10 M10 Meet de lengte van de draadstangen naar de centrale trekring en zaag deze op maat. Met de moeren M10 kan men de centrale trekring positioneren, zodat u een horizontale verbinding tussen de dragers bekomt. Als u zeker bent van de positie, zaagt u de gelakte buizen op maat en schuift u deze over de draadstangen. Verwijder de ondersteuning van het nokprofiel pas na de volledige afwerking van het dak. Zo nodig kunt u de trekkerset nog bijregelen met de moeren in de centrale trekring Plaats beide afdekrozetten (8420) op de centrale trekring (8423). Gebruik hiervoor silicone. 74
85 ZIJ-AFWERKING ZADELDAK NIET-THERMISCH ONDERBROKEN ZADELDAK ZSG ZSG L16P/CLL/CLSL ZSG ZSG D1/D2 De zichtbare zijdragers zijn voorzien van een L16P (met rubbers C2CX), een CLL (met clipsen CL16 of CL32) of een CLSL (met schroefbare clipsen CLSB met CLST). Deze zijafwerking wordt bovenaan in de nok afgedekt met de nokafsluitplaat NASZ. Gebruik hiervoor 4 gelakte schroeven ZSG. THERMISCH ONDERBROKEN ZADELDAK De zijafwerking van een thermisch onderbroken zadeldak gebeurt met de ZDC die op de zijdrager ZD geschoven wordt met de thermische onderbreking Y16P. Zaag de ZDC profielen in verstek zodat ze perfect aansluiten in de nok. 75
86 ANNEX BELASTINGSGRAFIEKEN EN BIJZONDERE TOEPASSINGEN MONTAGETIPS VOOR HET CLIMAX SYSTEEM 76
87 BELASTINGSGRAFIEKEN ALGEMENE BESCHOUWINGEN Op volgende pagina s vindt u de belastingsgrafieken voor het Climax profielsysteem. Hiermee kan u de vrije overspanning van de gootprofielen en de dragers bepalen i.f.v. de voorgeschreven belasting. Er wordt onderscheid gemaakt tussen Climax daken met kunststofplaten (pag. 78 & 79) en Climax daken met enkel of dubbel glas (pag. 80 & 81). Bij kunststofplaten is de maximale toegelaten doorbuiging 1/200 (= 1 cm per 200 cm vrije overspanning). Het eigen gewicht van de constructie en de kunststofplaten zijn ingerekend. U kiest de grafiek i.f.v. de voorgeschreven sneeuw- en windbelasting. Deze is afhankelijk van de regio en de oriëntatie. Bij enkel of dubbel glas is de maximale toegelaten doorbuiging 1/300 (= 1 cm per 300 cm vrije overspanning). Het eigen gewicht van de constructie is ingerekend. Om de totale belasting te bepalen telt u het gewicht van de beglazing samen met de voorgeschreven sneeuw- en windbelasting. Om het gewicht van het glas te bepalen reken je 2,5 kg per m2 en per mm dikte. B.v.b. enkel glas van 8 mm dik weegt 8 x 2,5 = 20 kg/m2. Na omzetting in N/m2 x factor 9,81 bekom je 20 x 9,81 = 196,20 N/m2. Voor dubbel gelaagd glas bvb. type 33.2/15/4 is de spouw 15 mm. Het glas meet mm = 10 mm. Dit weegt 10 x 2,5 = 25 kg/m2 of 245,25 N/m2. Stel dat de voorgeschreven sneeuw- en windlast 500N/m2 bedraagt en de beglazing 250 N/m2, dan wordt de totale belasting ongeveer 750 N/m2. Om het gewicht van het glas te beperken, wordt de asafstand tussen de draagprofielen (AX) beperkt tot maximaal 700 mm. De totale breedte van het dak wordt verdeeld in gelijke delen. De doorbuiging van 1/200 of 1/300 wordt bereikt bij de maximale belasting. Bijv. een gootdrager van 5000 mm met een maximale doorbuiging van 1/300 zal belast 16,6 mm doorbuigen. Onbelast is dit minder. Bij een doorlopende ondersteuning of constructie onder de gootprofielen door de klant zijn deze grafieken niet geldig. De gootprofielen kunnen druk uitoefenen op ondersteunende raamprofielen indien deze op elkaar worden geplaatst. Hou dus rekening met een mogelijke doorbuiging van het gootprofiel boven schuifdeuren. Als de gekozen goot(drager) niet toepasbaar is voor een bepaalde overspanning of belasting, moet u een gootdrager kiezen die een grotere overspanning aankan of plaatst u een extra paal waardoor de vrije overspanning vermindert. De overspanning is de afstand tussen de palen. De totale breedte van het dak = de vrije overspanning + de breedte van de palen. De ondersteunende palen van het dak staan steeds op de hoeken van het dak. Het naar binnen plaatsen van de paalondersteuningen wordt formeel afgeraden. Een zonwering die op de profielen wordt gemonteerd is op eigen risico en moet als bijkomende belasting in rekening worden gebracht. Bij grote overspanningen of grote belastingen worden er versterkingsprofielen aanbevolen. Deze worden in de aluminium profielen geschoven. Het gegalvaniseerde versterkingsprofiel V642 kan meegeleverd worden. De andere versterkingsprofielen PL165, PL105 en IPE 120 worden niet meegeleverd. Deze kunnen aangekocht worden in de plaatselijke staalhandel. We raden aan om deze stalen versterkingsprofielen te behandelen tegen corrosie. Het benodigd bevestigingsmateriaal is door u te kiezen afhankelijk van de ondergrond of de muren. Controleer of de ondergrond en de muren waarin verankerd wordt voldoende draagkrachtig zijn. De installateur dient zelf te oordelen welk bevestigingsmateriaal geschikt is voor de belasting en de ondergrond waarin bevestigd wordt. Bij twijfel raden wij aan om contact op te nemen met uw leverancier van het fixatiemateriaal of een gespecialiseerd studiebureau. AG.Plastics is niet verantwoordelijk voor de montage en voor de gebruikte bevestigingsmaterialen. We raden aan om het dak sneeuwvrij te maken om ophoping tegen de muur door wind tegen te gaan. Indien er sneeuw van een hoger gelegen dak kan afschuiven op het Climax dak, moet men maatregelen treffen om dit te voorkomen, bijv. door middel van sneeuwhaken en -balken. Het berekeningsprogramma CLIMAFAST helpt u bij de keuze van de juiste profielen en ondersteuning i.f.v. de afmetingen van het Climax dak, de voorgeschreven belasting en de beglazing. De meest recente versie van dit berekeningsprogramma kan steeds gedownload worden op 77
88 BELASTINGSGRAFIEKEN VOOR DAKEN MET KUNSTSTOFPLATEN GOOTPROFIELEN Uit onderstaande grafieken kan de vrije overspanning bepaald worden voor elk type goot(drager). Dit is de afstand tussen uw ondersteuningen (palen) i.f.v. de belasting en de diepte (D) van uw dak. De maximale doorbuiging bedraagt 1/200. De belasting is de sneeuw- en windlast. Praktijkvoorbeeld : Uw dak heeft een breedte (B) van 5300 m en een diepte (D) van 3500 mm. De voorgeschreven belasting bedraagt 500 N/m2 (~50kg/m2). Het dak wordt voorzien van meerwandige kunststofplaten. Bepaal het punt op de grafiek 500 N/m2 & 1/200 en kies een goot(drager) die boven dit punt ligt. Volgens de grafiek zijn er 2 mogelijkheden : Ofwel kiest u voor de gootdrager GD2 waarbij een vrije overspanning van 5300 mm mogelijk is. Ofwel kiest u voor de gootdrager GD1 die max 2700 mm kan overspannen. U plaatst dan een bijkomende paal als ondersteuning in het midden. De overspanning is de afstand (P) tussen de palen. In dit voorbeeld mag de breedte 5500 mm zijn waarbij de vrije overspanning (P) tussen de palen = x 100 = 5300 mm. De doorbuiging in het midden met een belasting van 500 N/m2 bedraagt 1/200 of 5300/200 = 26,5 mm. Onbelast is dit minder. De maximale leverbare lengte van de gootprofielen bedraagt 7 meter. P N/m² & 1/200 P N/m² & 1/ D D P N/m² & 1/200 P N/m² & 1/ P N/m² & 1/ D D GD1 GD1 +V642 GD2 GD2 + PL165 GDG GDG + IPE120
89 BELASTINGSGRAFIEKEN VOOR DAKEN MET KUNSTSTOFPLATEN DRAAGPROFIELEN Uit onderstaande grafieken kan de vrije overspanning bepaald worden voor elk type drager D1 of D2 met of zonder versterkingsprofiel. Dit is de maximale lengte van de drager tussen de scharnierprofielen i.f.v. de belasting en de diepte (D) van uw dak. De maximale doorbuiging bedraagt 1/200. D.w.z. een doorbuiging van 1 cm voor een vrije overspanning van 200 cm. De belasting is de sneeuw- en windlast. Praktijkvoorbeeld : De asafstand (AX) tussen de draagprofielen bedraagt 1000 mm (= voor kunststofplaten met breedte 980 mm). De diepte (D) van het dak bedraagt 3500 mm. Voor een dakhelling > 10 is de dragerlengte LD > de diepte D. Hou hier rekening mee. De voorgeschreven belasting bedraagt 500 N/m 2 (~ 50kg/m 2 ). Het dak wordt voorzien van meerwandige kunststofplaten. Bepaal het punt op de grafiek 500 N/m2 & 1/200 en kies een drager die boven dit punt ligt. Volgens de grafiek zijn er 2 mogelijkheden : Ofwel kiest u voor de drager D1 met versterkingsprofiel V642 Ofwel kiest u voor de drager D2 zonder versterking die een iets grotere overspanning aankan. De maximale doorbuiging (1/200) met belasting is 17,5 mm. Onbelast is dit minder. De maximale leverbare lengte van de draagprofielen bedraagt 6 meter L D 350 N/m² & 1/ L D 500 N/m² & 1/ AX AX 7000 L D 750 N/m² & 1/ L D 1000 N/m² & 1/ D1 D1+ V642 D1+ V644 D2 D2+ V L D 1000 N/m² & 1/ AX AX D1 D1+ V642 D1+ V644 D2 D2+ V
90 BELASTINGSGRAFIEKEN VOOR DAKEN MET GLAS GOOTPROFIELEN Uit onderstaande grafieken kan de vrije overspanning bepaald worden voor elk type goot(drager). Dit is de afstand (P) tussen uw ondersteuningen (palen) i.f.v. de belasting en de diepte (D) van uw dak. De maximale doorbuiging voor constructie met glas bedraagt 1/300. De belasting is som het gewicht van de beglazing, de sneeuw- en windlast die op het dak komt. Praktijkvoorbeeld : Uw dak heeft een breedte (B) van 4600 m en een diepte (D) van 3500 mm. De voorgeschreven belasting bedraagt 500 N/m2 (~50kg/m2). De beglazing weegt 25 kg/m2 (ca 250 N/m2). De totale belasting wordt dan 750 N/m2. Bepaal het punt op uw grafiek 750 N/m2 & 1/300 en kies een goot(drager) die boven dit punt ligt. Volgens de grafiek zijn er 2 mogelijkheden : Ofwel kiest u voor de gootdrager GD2 met de versterking PL165 waarbij een vrije overspanning (P) tot 5080 mm mogelijk is. Voor een niet thermisch dak kunt u voor de gootdrager GDG kiezen met een vrije overspanning (P) tot 4650 mm tussen de palen. Met 2 palen kan de breedte maximaal x 110 = 4870 mm zijn. Ofwel kiest u voor de gootdrager GD1 met de versterking V642 die max 2535 mm kan overspannen. U plaatst dan een bijkomende paal als ondersteuning in het midden. De maximale doorbuiging (1/300) in het midden met belasting bedraagt 4600/300 = 15,3 mm. Onbelast is dit minder. De maximale leverbare lengte van de gootprofielen bedraagt 7 meter. P N/m² & 1/300 P N/m² & 1/ D D P N/m² & 1/300 P N/m² & 1/ P N/m² & 1/ D D GD1 GD1 +V642 GD2 GD2 + PL165 GDG GDG + IPE120
91 BELASTINGSGRAFIEKEN VOOR DAKEN MET GLAS DRAAGPROFIELEN Uit onderstaande grafieken kan de vrije overspanning bepaald worden voor elk type drager D1 of D2 met of zonder versterkingsprofiel. Dit is de maximale lengte van de drager tussen de scharnierprofielen i.f.v. de belasting en de diepte (D) van uw dak. De maximale doorbuiging bedraagt 1/300. D.w.z. een doorbuiging van 1 cm voor een vrije overspanning van 300 cm. De belasting is som het gewicht van de beglazing, de sneeuw- en windlast die op het dak komt. Praktijkvoorbeeld : De asafstand (AX) tussen de draagprofielen bedraagt 650 mm. De diepte (D) van het dak bedraagt 3500 mm. Voor een dakhelling > 10 is de dragerlengte (LD) > de diepte D. Hou hier rekening mee. De voorgeschreven belasting bedraagt 500 N/m2 (~ 50kg/m2). De beglazing weegt 25 kg/m2 (ca 250 N/m2). De totale belasting wordt dan 750 N/m2. Bepaal het punt op onderstaande grafiek 750 N/m2 & 1/300 en kies een drager die boven dit punt ligt. Volgens de grafiek zijn er 2 mogelijkheden : Ofwel kiest u voor de drager D1 met versterkingsprofiel V644 Ofwel kiest u voor de drager D2 zonder versterking. De maximale doorbuiging (1/300) met belasting is 3500/300 = 12 mm. Onbelast is dit minder. De maximale leverbare lengte van de draagprofielen bedraagt 6 meter LD 350 N/m² & 1/ L D 500 N/m² & 1/ AX AX 6000 L D 750 N/m² & 1/ L D 1000 N/m² & 1/ L D N/m² & 1/ AX AX D1 D1+ V642 D1+ V644 D2 D2+ V
92 SPECIFIEKE MONTAGETIPS VOOR PALEN ONDERSTEUNING MET PALEN VOOR GD2 Niet thermisch onderbroken P 70 mm PC PCB 70 mm P P HG + HN HG + HN 100 mm 110 mm 181 mm 110 mm Bij samengestelde steunpalen is het buitenste paaldeel P of de paalclip PC is 70 mm langer dan het binnenste paaldeel P (= HN + HG). Voor standaard palen P + P 110/100 moet het mannelijk inschuifdetail over 70 mm weggeslepen worden. Zet de palen over de PU s onderaan Thermisch onderbroken Y16P Y16P 70 mm PCB 70 mm PU Y16P P P P HG + HN HG + HN 116 mm 110 mm 197 mm 110 mm Bij samengestelde steunpalen is het buitenste paaldeel P of de paalclip PC is 70 mm langer dan het binnenste paaldeel P (= HN + HG). De thermische onderbrekingen en de paalclipbasis PC hebben dezelfde lengte als de binnenste steunpaal P. Voor thermisch onderbroken palen P + P met Y16P 110/116 moet het mannelijk inschuifdetail over 70 mm weggeslepen worden. Zet de palen over de PU s onderaan. 82 Voor hoekpalen met thermische onderbreking, zie instructies op pag. 45.
93 SPECIFIEKE MONTAGETIPS VOOR PALEN ONDERSTEUNING MET PALEN VOOR GDG + IPE 120 Niet thermisch onderbroken 60 mm 60 mm 20 mm 60 mm 60 mm 20 mm 100 mm 110 mm 181 mm 110 mm Bij samengestelde steunpalen is het buitenste paaldeel P of de paalclip PC is 60 mm langer dan het binnenste paaldeel P (= HN + HG). In het buitenste paaldeel P of de paalclip PC moet een uitsparing gemaakt worden van 20 x 60 mm zoals aangegeven op de tekening. Zet de palen over de PU s onderaan. 83
94 SPECIFIEKE MONTAGETIPS VOOR VERBINDEN VAN BEGLAZING Toepassing: De glasverbinder wordt toegepast in hellende daken om 2 delen glas of kunststofplaat waterdicht te verbinden. Dit is enkel mogelijk met de plaatdrager TP of TPG en de schroefbare clipsen CLSB met CLST/CLSL. Voor een glasverbinding gebruikt u volgende onderdelen: Bovenprofiel GVT Thermische onderbreking Y16P Stootblokjes GSP 20 of GSP 8 Onderprofiel GVB Opzetprofiel Y10 Glaslijm SG20 Samenstelling i.f.v. de beglazingsdikte: Glasdiktes GVB GVT Y16P (ABS) Y10 (alu) GSP (blokjes) Lijm SG mm 2 x GSP 8 x mm 1 x 1 x 1 x GSP 20 x mm 1 x 1 x 1 x 1 x GSP 20 x Voor beglazing 8 21 mm GVT + GVT (enkel glas) SG20 GVT SG20 SG20 GSP8 GVT GSP8 SG20 L L mm L tot Lengte beglazing: L tot = L mm + L2 L tot = totale lengte beglazing L 1 = lengte onderste glasplaat L 2 = lengte bovenste glasplaat Voor dubbel glas of kunststofplaten > 21 mm (GVB + GVT + Y16P + Y10) SG20 GSP20 GVT SG20 SG20 GVT SG20 SG20 GVB Y16P GSP20 SG20 L L mm Opmeting en voorbereiding: L tot GVB Y16P SG20 GSP20 Y10 GSP20 SG20 SG20 60mm TPG B = AX - 22 mm GVB GVT Y16P S38.3 S1 / S2 L 1-12mm 60mm Zaag de profielen GVT, GVB, L632, Y16P en/of Y10 op dezelfde breedte B als het glas. Zorg ervoor dat alle te verlijmen ondergronden voldoende ontvet, droog en stofvrij zijn. Meet vanaf de glasstopper S38.3 de lengte L1 12 mm en plaats een markeerlijn op de geribde coëxlaag van de plaatdrager TPG. Zet een 2de markeerlijn 60 mm verder. Verwijder enkel de coëxlaag tussen beide markeerlijnen. Breng lijm SG20 aan op de zones zonder coëxlaag. 84
95 SG20 SG20 CLIMAX SPECIFIEKE MONTAGETIPS VOOR VERBINDEN VAN BEGLAZING Plaatsing: Y16P Y16P SG20 Y10 GVB GVB Schuif de profielen Y16P en Y10 in het onderprofiel GVB i.f.v. de beglazingsdikte volgens de tabel op pag. 84. Bij enkel glas (8, 10 en 12 mm) of beglazing tot 21 mm wordt het GVT profiel ook als onderste profiel gebruikt zonder afstandshouders. Plaats het geheel op de plaatdrager TPG met de stootrand naar de nok gericht. Breng lijm aan op onderste geribde zone van het onderprofiel GVB (of GVT). SG20 L432 / L632 L432 / L632 Lijm het afsluitprofiel L432 of L632 op de beglazing. Plaats de onderste glasplaat op de dragers van uw veranda. Druk het profiel GVB goed aan tegen de beglazing. Plaats 2 kunststof stootblokjes tussen de beglazing en het onderprofiel GVB. Herhaal deze bewerking voor alle dragers. Breng lijm aan op de bovenste geribde zone van het onderprofiel GVB. Plaats de bovenste glasplaat en voorzie 2 kunststof stootblokjes tussen de glasplaat en de stootrand zonder speling. SG20 SG20 Hilo 25/42 C8 CLSB CLST GVT SG20 SG20 Breng lijm aan op de geribde zones van het bovenste profiel GVT en plaats het profiel zoals aangegeven. Druk het profiel gelijkmatig aan en zorg voor tegendruk langs de onderzijde. Verwijder de overtollige lijm en kit af. Breng de rubbers C8 aan in de schroefbare clips CLSB. Boor voor met Ø 5,5 mm telkens om de 50 cm, beginnend op 20 cm van de uiteinden. Schroef het CLSB profiel vast op de plaatdrager TPG met de aangepaste hilo-schroeven. Druk vervolgens de clipsen (CLST/CLSL) vast met de hand of een rubberen hamer. 85
96 SPECIFIEKE MONTAGETIPS VOOR LED - VERLICHTING Alle elektrische werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door een vakman en in overeenstemming met de plaatselijk geldende reglementering voor elektrische installaties. Montage van de EcoLED verlichting: De LED-verlichting wordt voorgemonteerd in de kunststofplaten. De plaatsing en de elektrische aansluiting dient te gebeuren volgens onderstaande instructies. TOP X 32 TOP X 16 mm LED LED LED LED Toepassing en montage: De LED stroken passen in Polyclear TOP-X 16 & TOP-X 32 platen (helder of opaal). Andere platen zijn NIET geschikt voor het inbouwen van LED s. De plaat wordt steeds op maat aangeleverd met afsluittape, een PVC afsluitprofiel aan de bovenzijde en ingebouwde LED s. De zijde met de elektrische bedrading en het PVC afsluitprofiel moet naar de bovenzijde gericht worden. Hou er rekening mee dat de U.V. zijde van de plaat steeds naar boven gericht is. Meer informatie over het verwerken, plaatsen en onderhoud van kunststofplaten vindt u op pag 15 & 16. Transformator met enkele fiche: Voor platen met een lengte groter dan 3,2 m wordt een transformator met enkele aansluitfiche gebruikt. Dus 1 transformator per LED-strook of 2 transformatoren per plaat. Transformator met dubbele fiche: Voor platen met een lengte tot 3,2 m wordt een transformator met dubbele aansluitfiche gebruikt. Hiermee kunnen beide LED-stroken op 1 transformator aangesloten worden. Aankoppeling fiches: Verbind de fiche van de LED met die van de transformator. Draai na inpluggen de fiches dicht (IP 44). TRANSFO De transformatoren worden geplaatst in het muurprofiel van het verandadak. Hiertoe is een ruimte voorzien tussen het onderste muurprofiel en het scharnierprofiel (Climax ). 86 Montage van de LED verlichting in goot GDG: Als het profiel GDGL met de opening naar onder in de GDG geschoven wordt, is er een uitsparing waarin de LEDstrook past. Op het uiteinde van de LED-strook is er een fiche voorzien voor de verbinding naar de transformator. Tevens wordt een extra kabel van 6 m voorzien zodat de transformator op een goed bereikbare plaats kan geplaatst worden.
97 TABEL BEGLAZINGSDIKTES Dikte CLSB & CLST CL16 CL32 C2CX Stopprofiel 5 mm ++ (CY10) HL25 + (CY10) S mm ++ (CY10) HL25 + (CY10) S mm ++ (CY10) HL25 + (CY10) S mm ++ (CY10) HL25 ++ (CY10) S mm ++ (CY10) HL42 S mm ++ (CY10) HL42 + S mm ++ (CY10) HL42 + S mm ++ (CY10) HL42 + S mm ++ HL S mm ++ HL S mm ++ HL S mm ++ HL S mm ++ HL S mm ++ HL S mm ++ HL S mm ++ HL42 + (Y25) + S mm ++ HL42 + (Y25) S mm ++ HL42 + (Y25) + (Y25) S mm ++ HL42 + (Y25) + (Y25) S mm ++ HL42 + (Y25) + (Y25) S mm ++ HL (Y25) S mm ++ HL42 + (Y25) + (Y25) S mm ++ HL42 + (Y25) + (Y25) S mm ++ HL42 + (Y25) + (Y25) S mm ++ HL42 + (Y25) + (Y32) S mm ++ HL42 + (Y25) + (Y32) S mm ++ HL42 + (Y25) + (Y32) S mm ++ HL (Y32) S mm ++ (Y25) * HL42 + (Y25) + (Y32) S mm ++ (Y25) * HL42 + (Y25) + (Y32) S32.3 Legende ++ ideale oplossing + goede oplossing vastschroeven Y25/Y32 Y25/Y32 op TP schuiven CY10 CY10 aan beide zijden van de CL/T16/32 gebruiken * steeds voorboren, (Ø boorgat Y < Ø schroef) HL25 Hilo 25 HL42 Hilo 42 87
98 is een gedeponeerd merk De richtlijnen in verband met de plaatsing hebben enkel een adviserend karakter. Wij behouden ons het recht voor om wijzigingen aan het produkt door te voeren na het verschijnen van deze brochure. CLIMAX COPYRIGHT AG.PLASTICS 2013 all rights reserved
99 CLIMALITE AG.PLASTICS MONTAGEHANDLEIDING Geachte klant, Wij feliciteren u met de aankoop van de Climalite terrasoverkapping. U zal snel merken hoe eenvoudig het systeem te plaatsen is en toch versteld staan van de vele bouwmogelijkheden. Deze Climalite terrasoverkapping is ontwikkeld voor een onbeperkte breedte en een vrije diepte van 3,05 meter. De onderlinge paalafstand bedraagt maximaal 3,65 m met de goot GL. Deze overspanning werd berekend met een voorziene sneeuwlast van 300 Newton (± 30 kg/m 2 ) waarbij de doorbuiging van de dragers niet groter is dan 1/200 ste. De standaard plaatbreedte bedraagt 980 mm in een dikte van 16 mm. Met Climalite kunnen versterkingsprofielen gecombineerd worden. Hierdoor verhoogt de vrije overspanning en de paalafstand (zie belastingsgrafieken op pag. 4). Welke gereedschappen heeft u nodig? Aluminiumzaag - Rolmeter - Steenboor Ø 8mm - Metaalboor Ø 4mm en 8mm - Breekmes - Schroefmachine Sterbits PH2 - Siliconepistool - Waterpas - Werktafel of schragen - Rubberhamer Onderdelen Climalite : ML Muurprofiel "Lite" C2CX Afdekrubber voor platen te gebruiken met plaatdragerprofiel TP MASL Sluitplaat voor ML + 2 gelakte zelfborende platbolkopschroeven MT Muur top profiel + 1 nagelplug per 1 m GL Gootprofiel "Lite" C1CX + C12 Afdekrubber voor MT + Steunkoord voor C1CX GASL Sluitplaat voor GL + 3 gelakte zelfborende platbolkopschroeven MGB * Muur- en gootbalkprofiel L16P Zijafwerkingprofiel + 1 gelakte zelfborende platbolkopschroef per 0,5 m MLA Afwerkingsprofiel voor ML clipst op MT MASB * Sluitplaat voor MGB muurzijde + 3 gelakte zelfborende platbolkopschroeven 50/100 Steunpaal 50 x 100 mm GASB * Sluitplaat voor MGB gootzijde + 2 gelakte zelfborende platbolkopschroeven UT/UB U-top, U-bottom voor steunpaal + 6 gelakte schroeven + 2 ankers G120A * Gootprofiel + 1 gelakte platbolkopschroef per 0,5 m BT + BB + U16P Afdichtingsband BT en BB afsluitprofiel U16P SILICONE G120AS * Gootafsluitplaten + silicone WARTEL Wartel Ø 80 * Verbindingsset voor goot G120A GR Gootverhogingsprofiel D1 Dragerprofiel + 2 gelakte zelfborende platbolkopschroeven GRSL Gootverhogingssluitplaat voor GL + GR TP Plaatdragerprofiel + 2 zelfborende platbolkopschroeven met dichting S16.3 Stopper + 1 gelakte parkerschroef GRS1 * Gootverhogingssluitplaat voor GR V642 Verstevigingsprofiel voor drager D1 * = profielen voor Climalite -toepassingen met afzonderlijke goot [email protected] 1
100 CLIMALITE AG.PLASTICS MONTAGEHANDLEIDING a1 b1 100 cm 177,67 mm 50 cm a2 b2 Afstand tussen onderzijde ML en bovenzijde MT in functie van de dakhelling (platen van 16 mm dikte): mm mm mm mm mm mm 150 LO c LO 60 D1 a1 & a2 Hoe het dak opbouwen? b1 & b2 De diepte van het dak D is de afstand van de muur tot de binnenkant van het steunpunt. Houd rekening met de richtlijnen om de maximale diepte van het dak te bepalen. Vraag eventueel raad aan uw verdeler. Zorg ervoor dat de steunpunten stabiel staan en op een aangepaste fundering komen. De goot is voorzien van een inschuifdetail. Door het inschuiven van een plaat (3 x 70 mm) in aluminium of gegalvaniseerd staal, kan men de vrije overspanning (= de afstand tussen de palen) vergroten (zie pag. 4 belastingsgrafiek voor Climalite goot GL). Monteer de goot GL op de palen. Sluit de gooteinden waterdicht af met de GASL. Gebruik de zelfborende gelakte schroeven en dicht af met silicone. Indien de goot voorzien wordt van een gootverhogingsprofiel GR: zie afbeelding f. Muurprofiel. Zaag het ML profiel op de juiste lengte en boor met een metaalboor (Ø8) om de 50 cm een gat. Presenteer het voorgeboorde ML profiel tegen de muur en teken de boorgaten precies af. Boor de gaten in de muur (Ø8). Boor ook het muurtopprofiel MT om de 100 cm voor. Bepaal steeds vooraf de beste hoogte van het MT profiel in functie van de dakhelling. Raadpleeg daarvoor de tabel b2. Monteer C1CX in de MT. Veranker het ML en MT profiel met aangepaste bevestigingen aan de muur. Werk de zijkanten van het ML profiel af met de sluitplaten MASL d.m.v. de zelfborende schroeven. c Bereid de dragers D1 voor. Meet de opleglengte LO voor de dragers D1 en zaag beide uiteinden onder hoek. De plaatdrager wordt op lengte afgezaagd, waarbij de uitgestanste kant 60 mm oversteekt aan de gootzijde. Schuif de plaatdrager TP in de drager D1. [email protected] 2
101 CLIMALITE AG.PLASTICS MONTAGEHANDLEIDING d C1CX g L16P LO ZSG ZSG ZSG e MT ZSC f GRSL gh ZSG GR ZSG MLA GL ZSG C12 ZSG d Plaats de dragers beginnend aan een zijde. Leg de volgende dragers telkens met een tussenafstand as op as op 1000 mm van elkaar (= plaatbreedte + 20 mm). Indien passtukken nodig zijn, kunt u deze voorzien aan twee zijden of aan een zijde van het dak. Voorzie telkens voldoende speling voor de platen. Schroef de dragers D1 via de onderste lip van het ML/GL profiel vast door de onderkant van de drager D1 met de meegeleverde zelfborende schroeven. g Vrije zijafwerking. Doe net hetzelfde als hiervoor bij de dragers beschreven. Zet tegen de vrije zijde van de terrasoverkapping het L16P profiel zodat één zijde van de rubber C2CX steunt op de voorziene de lip aan het L16P profiel. De L16P wordt aan de muurkant onder een hoek afgezaagd en loopt tot aan de S16.3. e Plaatsteunprofiel en muurafwerkingsprofiel. Schuif nu ook het TP profiel helemaal tot tegen de MT en zet bovenaan vast met twee zelfborende schroeven met dichtingsring in de D1. Schroef de stopper S16.3 vast aan de uitgestansde zijde van de TP met de parkerschroef. Het optionele muurafwerkingsprofiel MLA clipst op het onderste detail van het muurprofiel MT. Gebruik hiervoor een houten stootblok en rubberen hamer. De lengte van het MLA-profiel is gelijk aan de afstand tussen de dragers D1. f Monteren van het gootverhogingsprofiel GR (optioneel). Schroef beide gootafsluitplaten GRSL op de goot GL. Positioneer het gootverhogingsprofiel GR tussen de afsluitplaten en schroef zijdelings vast. Schroef nu de GR om de 50 cm vast aan de GL in de markeerlijn onderaan. Voorboren met Ø 4 mm is aanbevolen. Kit de aansluiting tussen de goot en de gootafsluitplaat waterdicht af. [email protected] h Bereid de kunststofplaten voor. (Raadpleeg voor gedetailleerde informatie onze Bouwtips) Zaag de platen op de juiste lengte en tape ze af nadat u ze volledig ontdaan hebt van alle stofdeeltjes in de kanalen. Voorzie de plaat aan de voorzijde van een plaatafsluitprofiel U16P. Leg de kunststofplaten op de dragers en werk af met de rubber C2CX. Indien u de spanning van de C1CX op de plaat wenst te verhogen, duwt u de rubber C12 tussen de MT en de C1CX (zie insert). Uw Climalite terrasoverkapping is af! We wensen u vele prettige dagen waarin u langer kunt genieten van uw tuin. COPYRIGHT AG.PLASTICS SX/KK 3
102 CLIMALITE AG.PLASTICS MONTAGEHANDLEIDING Belastingsgrafieken voor Climalite Goot GL Onderstaande grafieken geven de paalafstand weer in functie van de verandadiepte bij een belasting van 300 of 500 N/m². De paalafstand kan vergroten indien men een versterkingsplaat in aluminium of gegalvaniseerd staal (3 x 70 mm) voorziet (zie fig. 1). Deze versterkingsplaat wordt niet meegeleverd. De doorbuiging van de goot GL bedraagt maximaal 1/200 (1 cm per 200cm) bij een gelijkmatige belasting van 300 of 500 N/m². Paalafstand Grafiek GL 300 N/m² GL goot GL goot + versterkingsplaat in alu GL goot + versterkingsplaat in galva GL plaat 70 x 3 mm Paalafstand Fig. 1 Grafiek GL 500 N/m² GL goot GL goot + versterkingsplaat in alu GL goot + versterkingsplaat in galva mm 3000 mm 3500 mm 4000 mm Verandadiepte D mm 3000 mm 3500 mm 4000 mm Verandadiepte D Belastingsgrafieken voor Climalite drager D1 Onderstaande grafieken geven de maximale lengte weer van de dragers D1 in functie van hun asafstand bij een belasting van 300 of 500 N/m². De dragerlengte kan vergroten indien men een versterkingskoker V642 in staal (60x40x2 mm; zie fig. 2) of V644 (60x40x4 mm) voorziet. De stalen koker V642 is een standaard produkt. De koker V644 wordt niet meegeleverd. De doorbuiging van de drager D1 bedraagt maximaal 1/200 (1 cm per 200cm) bij een gelijkmatige belasting van 300 of 500 N/m². Lengte drager D1 (mm) Grafiek D1 300 N/m² D1 D1+ V642 D1+ V644 Lengte drager D1 (mm) D1 V642 Fig. 2 Grafiek D1 500 N/m² D1 D1+ V642 D1+ V asafstand dragers (mm) 2250 [email protected] asafstand dragers (mm)
PERGOLUX AG.PLASTICS. Bouwtips voor uw verandadak op een houten draagstructuur
PERGOLUX AG.PLASTICS Bouwtips voor uw verandadak op een houten draagstructuur 2.3 PERGOLUX BASISPRINCIPES 1. Plaattypes Pergolux is ontwikkeld voor meerwandige kunststofplaten en voor glas (Color-Therm
VERANDA. Pergolux. Montagehandleiding. Art.N 32550
VERANDA NL Pergolux Montagehandleiding Art.N 32550 Inhoudstafel INHOUDSTAFEL p. 2 BASISPRINCIPES p. 2 VOORBEREIDING & BIJZONDERE MONTAGERICHTLIJNEN p. 2 STANDAARDREEKSEN p. 3 SPECIFIEKE BOUWTIPS PER STANDAARDREEKS
PERGOLUX AG.PLASTICS. Bouwtips
PERGOLUX AG.PLASTICS Bouwtips PERGOLUX BASISPRINCIPES 1. Plaattypes Pergolux is ontwikkeld voor meerwandige kunststofplaten en voor glas (Color-Therm Glass). Een overzicht van de verschillende toepassingen
BOUWINSTRUCTIES DAKOPBOUW
BOUWINSTRUCTIES DAKOPBOUW 123polycarbonaat.nl bouwinstructies dakopbouw pagina 1 Productinhoud Polycarbonaat platen Muurprofiel Zijprofielen Tussenprofielen Afsluitprofielen Afdekrubber voor muur- en zijprofiel
CLIMAX VERANDA. VERANDADAK - LUIFEL Montagehandleiding zelfdragend alu profielensysteem EN :2009. AG.PLASTICS QUALITY
DAK - LUIFEL Montagehandleiding zelfdragend alu profielensysteem EN 1090-3:2009 INHOUDSTAFEL Inhoud... p. 2-3 Overzicht Climax profielen en onderdelen... p. 4-8 Algemene montagetips... p. 9-18 Opmeten
THERMISCH ONDERBROKEN
MONTAGETIPS VOOR HET THERMISCH ONDERBROKEN GARRO+ SYSTEEM V1.0 2 PALEN Volgende palen zijn mogelijk: Standaard palen toebehoren voor hoekpaal toebehoren voor tussenpaal voetplaat PV en U-beugel PU U-beugel
PERGOLUX VERANDA. verandadak - pergola serredak - terrasoverkapping voor houten draagstructuur PRIJSLIJST 01/07/2015
PERGOLUX verandadak - pergola serredak - terrasoverkapping voor houten draagstructuur PRIJSLIJST 01/07/2015 AG.PLASTICS QUALITY [email protected] www.pergolux.be PERGOLUX STANDAARDREEKSEN ALU-reeks: ALU systeem
CLIMAX VERANDA. VERANDADAK - LUIFEL Montagehandleiding zelfdragend alu profielensysteem. AG.PLASTICS QUALITY
DAK - LUIFEL Montagehandleiding zelfdragend alu profielensysteem INHOUDSTAFEL Inhoud... p. 2-3 Overzicht Climax profielen en onderdelen... p. 4-8 Algemene montagetips... p. 9-18 Opmeten van uw Climax lessenaarsdak...
CLIMAX PANORAMA VERANDA
LUIFEL Montagehandleiding zelfdragend alu profielensysteem INHOUDSTAFEL Inhoud... p. 2-3 Overzicht Climax profielen en onderdelen... p. 4-7 Algemene montagetips... p. 8-16 Opmeten van uw Climax lessenaarsdak...
CLIMALUX TERRASOVERKAPPING
Montagehandleiding zelfdragend alu profielensysteem INHOUDSTAFEL Inhoud... p. 2 Overzicht Climalux profielen en onderdelen... p. 3-4 Algemene montagetips... p. 5-11 Opmeten van uw Climalux lessenaarsdak...
CLIMALUX TERRASOVERKAPPING
Montagehandleiding zelfdragend alu profielensysteem EN 1090-3:2009 artn 35930 INHOUDSTAFEL Inhoud... p. 2 Overzicht Climalux profielen en onderdelen... p. 3-4 Algemene montagetips... p. 5-11 Opmeten van
Frank Treuren BV. Daken voor Serres en pergola's. Meerwandige polycarbonaat platen en toebehoren. Voor prijzen en info: www.franktreuren.
Frank Treuren BV Daken voor Serres en pergola's Meerwandige polycarbonaat platen en toebehoren. November 2012 Voor prijzen en info: www.franktreuren.nl Serre platen Hiervoor worden meerwandige polycarbonaatplaten
CLIMALUX TERRASOVERKAPPING
Montagehandleiding zelfdragend alu profielensysteem INHOUDSTAFEL Inhoud... p. 2 Overzicht Climalux profielen en onderdelen... p. 3-4 Algemene montagetips... p. 5-11 Opmeten van uw Climalux lessenaarsdak...
CLIMAGLIDE GLASSCHUIFWAND
MONTAGEHANDLEIDING Glasschuifwand voor enkel glas Art. 43987 INHOUDSTAFEL Inhoud... p. 2 Overzicht Climaglide profielen en onderdelen... p. 3 Overzichtstekening... p. 3 Toepassing en uitvoeringen... p.
Polycarbonaat platen. Inclusief profielen en montagehandleiding
Polycarbonaat platen Inclusief profielen en montagehandleiding Polycarbonaat 16 mm X-wall vlak Marlon st 2500/16 X-wall Marlon st 2500/16 X-wall is een veelzijdig product met vele toepassingen. Het wordt
CLIMAX VERANDA- / SERREDAK. pergola, terrasoverkapping, veranda of serre
CLIMAX VERANDA- / SERREDAK pergola, terrasoverkapping, veranda of serre 2.4 1 s terrasoverkapping met Climalux - Oostkamp - B CLIMALUX TERRASOVERKAPPING DE PERFECTE OPLOSSING Het Climalux daksysteem biedt
CLIMAX VERANDA- / SERREDAK. pergola, terrasoverkapping, veranda of serre
CLIMAX VERANDA- / SERREDAK pergola, terrasoverkapping, veranda of serre 2.4 1 s terrasoverkapping met Climalux - Oostkamp - B CLIMALUX TERRASOVERKAPPING DE PERFECTE OPLOSSING Het Climalux daksysteem biedt
PROFAL PLUS profielen
beglazing n gevel n interieur PROFAL PLUS profielen Muurprofiel PM 31 Plaathouder PH 27 voor profiel PV 25 en PR 26 L = 7 meter alu brut geanodiseerd satijn geanodiseerd satijn Verbindingsprofiel PV 25
VERANDA PRIJSLIJST Verandasystemen en -platen
VERANDA PRIJSLIJST 15-05-2017 Verandasystemen en -platen Inhoudstafel PROFIELENSYSTEMEN p. 5 ZELFDRAGENDE NIET-THERMISCHE PROFIELENSYSTEMEN p. 8 CLIMALUX p. 8 Sneltarief Climalux p. 10 Sneltarief Climalux
Lariks Douglas hout aanbouw met Polycarbonaatplaten dak
Lariks Douglas hout aanbouw met Polycarbonaatplaten dak Stappenplan voor Lariks Douglas houten aanbouw met Polycarbonaatplaten dak. Product: https://gadero.nl/aanbouw-veranda-hout-met-helder-polycarbonaat/
POLYCLEAR MEERWANDIG POLYCARBONAAT 2. 2
POLYCLEAR MEERWANDIG POLYCARBONAAT 2. 2 MEERWANDIGe POLYCARBONAAT PLATEN POLYCLEAR MEERWANDIG POLYCARBONAAT 1.SUPERISOLEREND De isolerende eigenschappen van meerwandige Polyclear platen staan hoog aangeschreven
CLIMAX AG.PLASTICS. terrasoverkapping, veranda of serre 2. 4
CLIMAX terrasoverkapping, veranda of serre 2. 4 CLIMALITE De perfecte oplossing Het Climalite daksysteem biedt de perfecte oplossing voor de uitbreiding van uw woning hetzij als afdak, carport of terrasoverkapping.
Stanza Terrasoverkapping Assemblage- en montagehandleiding
Assemblage- en montagehandleiding * * A T T E N T I E * * AVZ kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele voorkomende fouten in deze handleiding, noch voor eventuele nadelige gevolgen die uit
POLYCLEAR MEERWANDIG POLYCARBONAAT
.2 POLYCLEAR MEERWANDIG POLYCARBONAAT 1. SUPERISOLEREND De isolerende eigenschappen van meerwandige Polyclear platen staan hoog aangeschreven in de veranda markt. Zo bereikt u met de TOP-X 16mm platen
SERRE EN TERRAS- OVERKAPPINGEN
SERRE EN TERRAS- OVERKAPPINGEN DE BESTE KEUZE VOOR ELK TYPE DAK NIET-ZELFDRAGEND PROFIELENSYSTEEM ZELFDRAGENDE PROFIELENSYSTEMEN KOUDE DAKEN ZONDER THERMISCHE ONDERBREKING WARME DAKEN MET THERMISCHE ONDERBREKING
VERANDA. Climax. Pergola s en terrasoverkappingen CLIMAX VERANDA- / SERREDAK
VERANDA Climax Pergola s en terrasoverkappingen CLIMAX VERANDA- / SERREDAK 1 Climalux terrasoverkapping Budgetvriendelijk Het Climalux daksysteem biedt de perfecte oplossing voor de uitbreiding van uw
Sunstock Holland. Assemblagehandleiding. Castor
Sunstock Holland Assemblagehandleiding Castor Inhoud Handleiding Castor 3 Algemene informatie Castor 4 Assemblage-instructie Castor 9 Assemblage-instructie Castor, spie afdichting (optioneel) 1 Attentie:
MACROPORT TERRASOVERKAPPING MONTAGE HANDLEIDING (NL)
MACROPORT TERRASOVERKAPPING MONTAGE HANDLEIDING (NL) BENODIGD GEREEDSCHAP **optioneel ONDERDELEN Afbeelding betreft de 3,0 m brede uitvoering. De componentaantallen variëren per maatuitvoering (zie het
POLYCLEAR AG.PLASTICS. meerwandig polycarbonaat
POLYCLEAR AG.PLASTICS meerwandig polycarbonaat 2.2 Polycarbon SUPERISOLEREND De isolerende eigenschappen van meerwandige Polyclear platen zijn opvallend goed en niet te evenaren! De TOP- X 16 mm bereikt
TERRASOVERKAPPING Montage Handleiding (NL)
TERRASOVERKAPPING Montage Handleiding (NL) BENODIGD GEREEDSCHAP *meegeleverd, **optioneel ONDERDELEN Afbeelding betreft de 3,0 m brede uitvoering. De componentaantallen variëren per maatuitvoering (zie
* * A T T E N T I E * *
Assemblage van Stanza Terrasoverkapping * * A T T E N T I E * * AVZ kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele voorkomende fouten in deze handleiding, noch voor eventuele nadelige gevolgen die
De handleiding wordt bij de afhaling / levering overlopen en besproken. Montage muurprofiel Goot voorbereiden
- Laat de beschermfolie, tijdens de montage, zo veel mogelijk rond de profielen en platen. De folie enkel verwijderen op de plaatsen waar u werkt. Dit voorkomt beschadigingen van de profielen, tijdens
TERRASOVERKAPPING Montage Handleiding (NL)
TERRASOVERKAPPING Montage Handleiding (NL) BENODIGD GEREEDSCHAP ONDERDELEN Afbeelding betreft de 3,0m brede uitvoering. De componentaantallen variëren per maatuitvoering (zie het overzicht op de volgende
Installatie instructies
Onderdelen klaarmaken De goot samenstellen normale gootkap Installatie instructies De nummer één veranda specialist in Nederland Goot profiel 100% Kwaliteits garantie Het hele jaar droog onder een aluminium
LICHTSTRATEN. Cintralux onderplafond. Montagehandleiding
LICHTSTRATEN NL Cintralux onderplafond Montagehandleiding Inhoudstafel ALGEMEEN p. 3 VEILIGHEIDSMAATREGELEN p. 3 VERANTWOORDELIJKHEID p. 3 INSTALLATIE p. 4-7 INSTALLATIE IN DE DAKOPENING p. 4-7 BELANGRIJK
Sepia bruin. structuurlak. Gebroken wit. gladlak. Antraciet grijs. structuurlak. markt. veranda. .nl. terrasoverkapping Handleiding
Antraciet grijs structuurlak Gebroken wit gladlak Sepia bruin structuurlak de veranda markt terrasoverkapping Handleiding.nl Exploded view 1 Dakplaat afsluitprofiel 14 Polycarbonaatplaat 9 Zijsluitprofiel
Montageplan, vrijstaande carport.
Montageplan, vrijstaande carport. - Laat de beschermfolie, tijdens de montage, zo veel mogelijk rond de profielen en platen. De folie enkel verwijderen op de plaatsen waar u werkt. Dit voorkomt beschadigingen
SolarSpeed. Montagehandleiding
STAP 1: Basis-units monteren SolarSpeed Montagehandleiding Plaats de basis-units op een vlak en stabiel dakoppervlak. Connecteer de basis-units door de verjonging van de eerste basis-unit in de rail van
Montage handleiding Veranda
Montage handleiding Veranda Productinhoud 123polycarbonaat - van Doornik Trading v.o.f. - Montage handleiding Veranda - Versie 1, 4 december 2018 2 Overzichtsafbeelding 123polycarbonaat - van Doornik Trading
Opbouwbeschrijving zelfdragende terrasoverkapping met 44.2 glas
Opbouwbeschrijving zelfdragende terrasoverkapping met 44.2 glas Neem de tijd om deze opbouwbeschrijving rustig helemaal door te lezen. U krijgt dan alvast een idee waarvoor de geleverde materialen bedoeld
Montagehandleiding terrasoverkappingen
Montagehandleiding terrasoverkappingen Benodigde gereedschappen Hamer Rolmaat Waterpas Winkelhaak Stanleymes Stap 1: Indien breedte inkorten Stap 2: Indien breedte inkorten Stap 3: Indien breedte inkorten
Voor de montage van de Bear County schutting Garden Design WPC
MONTAGEHANDLEIDING BELANGRIJKE INFORMATIE Voor de montage van de Bear County schutting Garden Design WPC Lees de hele handleiding aandachtig. Als de hierin vermelde instructies niet worden opgevolgd, is
1.a) Begin met het vastschroeven van de zijkappen, op zowel de muurprofiel als op de goot.
. Montage handleiding In deze handleiding staat stap voor stap omschreven hoe u een veranda zelf kunt opbouwen. Indien er vragen of opmerkingen zijn, neem dan contact op met één van onze medewerkers. +316
Montage handleiding. Overkapping. montagehandleiding overkapping - www.aluprotect.nl Tel.: 0528-241258 / Fax.: 0528-241845
Montage handleiding Overkapping montagehandleiding overkapping - www.aluprotect.nl Tel.: 0528-241258 / Fax.: 0528-241845 Blz.1/21 Inleiding Gefeliciteerd met de aanschaf van uw terrasoverkapping! Alvorens
Installatie instructie
Type 12 (300 mm) Type 16 (400 mm) Type 21 (530 mm) Installatie instructie of accessoires. Pagina 1 of accessoires. Pagina 2 Onderdelen standaardset 12 (300 mm), 16 (400 mm) en 21 (530 mm) Polyester met
WALL HORIZONTALE PLAATSING. 3.1.1. Montage van het systeem 3.1.2. Onderstructuur 3.1.3. Uitzettingsregels 3.1.4. Afwerking
PLAATSING HORIZONTALE PLAATSING 3.1.1. Montage van het systeem 3.1.2. Onderstructuur 3.1.3. Uitzettingsregels 3.1.4. Afwerking 23/03/2011 3.1. Horizontale plaatsing 3.1.1. Montage van het systeem: Stap
DESIGN- EN MONTAGE INSTRUCTIES versie lynes
DESIGN- EN INSTRUCTIES versie 1.07.2018 lynes Deze design-en installatiehandleiding heeft als doel een duidelijk overzicht weer te geven van alle relevante informatie en montagedetails. Een handige tool
Zo plaatst u zelf transparante bouwplaten
bouwmaterialen Zo plaatst u zelf transparante bouwplaten Overzicht assortiment Verwerkingsrichtlijnen Transparante bouwplaten Algemeen In deze folder laten we u zien wat u allemaal kunt doen met transparante
SolarSpeed. Montagehandleiding
STAP 1: Basis-units monteren SolarSpeed Montagehandleiding Plaats de basis-units op een vlak en stabiel dakoppervlak. Connecteer de basis-units door de verjonging van de eerste basis-unit in de rail van
POLYCLIP AG.PLASTICS. modulaire gevelpanelen uit meerwandig polycarbonaat
POLYCLIP AG.PLASTICS modulaire gevelpanelen uit meerwandig polycarbonaat 2.7 MODULAIRE GEVELPANELEN UIT MEERWANDIG POLYCARBONAAT Polyclip 3P Polyclip 5PX Polyclip 9P CONTROLE EN KEURINGSASPECTEN Polyclip
Montagehandleiding. Kozijnen-inkoop.nl B.V. MONTAGEHANDLEIDING TERRASOVERKAPPING PRESTIGE
Montagehandleiding Terrasoverkapping Prestige Kozijnen-inkoop.nl B.V. MONTAGEHANDLEIDING TERRASOVERKAPPING PRESTIGE 1 Gefeliciteerd met je terrasoverkapping! Voordat je kunt gaan genieten van je nieuwe
VERANDADAK - LUIFEL Montagehandleiding
4. VERANDADAK - LUIFEL Montagehandleiding CLICKSY V E R A N D A Geachte klant, Proficiat met uw aankoop, u bent een van de gelukkige bezitters geworden van de Clicksy verandaluifel. U kan hem naar eigen
* Indien het dak een verloop heeft van 6, is het verval 10,5 cm per meter. * Indien het dak een verloop heeft van 10, is het verval 17,5 cm per meter.
Tips bij het plaatsen van een veranda/overkapping. Plaatsen van de muurplaat (A.103) We beginnen met het plaatsen van de muurplaat tegen de gevel van de woning. Om de juiste hoogte te kennen moet je de
KLUSWIJZER. Kunststof vlakke platen. In enkele stappen eenvoudig vlakke platen monteren
KLUSWIJZER Kunststof vlakke platen In enkele stappen eenvoudig vlakke platen monteren Kunststof vlakke platen Algemeen PMMA acrylaat platen Polystyreen platen Massieve polycarbonaat platen Dubbelwandige
ALWO Thermoprofiel 55
ALWO Thermoprofiel Thermisch onderbroken profielsysteem met toebehoren voor de montage van vlakke platen, kanaalplaten en isolatieglas (6 tot ) op metalen en houten onderconstructies 0 Leveringsprograa
2 Plaatsen van de bescherming
Montagevoorschriften SolarTop 1 Onderdelen 2 Plaatsen van de bescherming 2.1 Met grondprofielen direct op het dak: Plaats rubber onder de grondprofielen. Afwatering N-Z: Plaats rubber over de volledige
Catalogus Carport AutoSkûle
Catalogus Carport AutoSkûle Inhoudsopgave Flyer Algemene informatie CE certificaat Voorblad tekening Maattabel Exploded view Assemblage handleiding Montage handleiding Constructieve onderdelen met statische
Capella Terrasoverkapping algemene info
Capella algemene info * * A T T E N T I E * * Sun Stock Holland kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele voorkomende fouten in deze handleiding, noch voor eventuele nadelige gevolgen die uit
XXL Easy en XXL Profi Polycarbonaat Kanaalplaten dak
XXL Easy en XXL Profi Polycarbonaat Kanaalplaten dak 1. Het Polycarbonaat Kanaalplaten dak dient te worden gemonteerd op een degelijke constructie. Het belangrijkste hierbij is dat de h.o.h. afstand tussen
Opbouwbeschrijving zelfdragende terrasoverkapping
Opbouwbeschrijving zelfdragende terrasoverkapping Neem de tijd om deze opbouwbeschrijving rustig helemaal door te lezen. U krijgt dan alvast een idee waarvoor de geleverde materialen bedoeld zijn, en kan
Montagehandleiding.
Montagehandleiding www.palazzoverandas.nl Montage muurprofiel Montage Type 2/3 pag. 3 Montage Type 4 pag. 12 Benodigdheden: Voor montage dak Klopboormachine voor het boren van de gaten van verankering.
SolarSpeed. Montage handleiding
SolarSpeed Stap 1: Basis units monteren Montage handleiding Plaats de basis units op een vlak en stabiel dakoppervlak. Connecteer de basis units door het uiteinde van de eerste basis unit in het koppelstuk
VAN BOVEN PROJECTBOUW B.V.
van boven TRRASOVRKAPPING montagehandleiding VAN OVN PROJTOUW.V. Assemblageschema pagina 1 VAN OVN PROJTOUW.V. Onderdelen A Voetstukken 2x (3,275 m¹) 3x (4,345 m¹) 3x (5,415 m¹) 3x (6,000 m¹) 3x (6,485
PLAATSINGSINSTRUCTIES
1/8 Algemeen Durasid is een compleet gevelbekledingssysteem geschikt voor nieuwbouw en renovatie: ideaal voor toepassingen in woningbouw, chaletbouw, industriebouw De gevelpanelen kunnen gebruikt worden
HANDLEIDING PIAZZA TERRASOVERKAPPING
HANDLEIDING PIAZZA TERRASOVERKAPPING Timmerbedrijf van den Heuvel uw Verandaspecialist. Leembaan 52, 5753 CV Deurne Tel: 0493-317815 mail: [email protected] website: www.timmerbedrijfvandenheuvel.nl
Schroef de zijplaat van de goot vast met de schroeven in de gaten aangegeven met rood en dek ze af met een eindkapje.
MONTAGEHANDLEIDING Onderdelen klaarmaken De goot samenstellen, normale gootkap 1 2 3 Breng de siliconenkit aan op de randen van het gootprofiel die met rood zijn aangegeven. Schroef de zijplaat van de
ALWO Thermoprofiel 55 16/5-TH OTTO WOLFF
OTTO WOLFF A Pergola s/carports B Veranda s C Verluchtingssystemen D Balkonbeglazing E Industriële beglazing F Toebehoren G Beglazingsmateriaal ALWO Thermoprofiel 55 Thermisch onderbroken profielsysteem
CUSTAFER. Kerkstraat 47 (B) 3630 Maasmechelen POORTEN AANHANGWAGENS CARPORTS OVERKAPPINGEN. Montagehandleiding Carport
CUSTAFER Kerkstraat 47 (B) 3630 Maasmechelen POORTEN AANHANGWAGENS CARPORTS OVERKAPPINGEN TEL 089 76 07 04 FAX 089 765285 Montagehandleiding Carport Beste klant Van harte gefeliciteerd met de aankoop van
Montagehandleiding ROUND-IT 90 SOLUTION 90
Montagehandleiding ROUND-IT 90 SOLUTION 90 Versie 2014/05 2 Deze douchedeur is alleen bestemd voor installatie in een hoek. ROUND-IT 90 SOLUTION 90 3 RICHTLIJNEN ALVORENS TE MONTEREN Volg de instructies
Technisch Handboek.
Technisch Handboek www.palazzoverandas.nl Deel I Montage instructies Montage muurprofiel Montage Type 2/3 pag. 5 Montage Type 4 pag. 15 Benodigdheden: Voor montage dak Klopboormachine voor het boren van
DESIGN- EN MONTAGE INSTRUCTIES versie lynes
DESIGN- EN MONTAGE INSTRUCTIES versie 1.07.2018 lynes Deze design-en installatiehandleiding heeft als doel een duidelijk overzicht weer te geven van alle relevante informatie en montagedetails. Een handige
MADE IN HOLLAND BESTE PRIJS/KWALITEIT IN 10 WERKDAGEN BIJ UW DEALER
MADE IN HOLLAND BESTE PRIJS/KWALITEIT IN 10 WERKDAGEN BIJ UW DEALER Montagehandleiding Voorburgh BBS 2010 Exploded view Voorburgh BBS terrasoverkapping montage instructie 1 2 Versie 2010-09 Zet- en drukfouten
Montage-instructie. Terrasoverkapping. V950 Lugano
Montage-instructie Terrasoverkapping V950 Lugano Inhoudsopgave pagina Inhoud 1 Benodigd gereedschap 2 Belangrijk vóór het monteren 2 1. Montage van het muurprofiel 3 2. Prepareren van de goot 4 3. Prepareren
1/12 L 330 M/R L 500 M/R L 750 M/R
1/12 LAMELLENWAND L33 / L50 / L75 MONTAGEHANDLEIDING L 330 M/R L 500 M/R L 750 M/R 2/12 Stap 1 Zaag de versterkingsprofielen P7004710 (L330R) / P7005310 (L500R/L750R) of de draagprofielen P7003610 (L330M/L500M/L750M)
INSTALLATIEHANDLEIDING. zonnepanelen op een schuin pannendak
INSTALLATIEHANDLEIDING zonnepanelen op een schuin pannendak Type dak In deze handleiding gaan we uit van een goed bereikbaar pannendak met gebolde pannen. ONDERDELEN De onderdelen die gebruikt worden bij
PROFAL PLUS profielen - Plaatsingsvoorschriften
beglazing n gevel n interieur PROFAL PLUS profielen - Plaatsingsvoorschriften 1. De verschillende plaatmaterialen Er bestaan twee hoofdgroepen meerwandige kunststofplaten: n uit Acrylaat-grondstof en n
INSTALLATIEHANDLEIDING ZONNEPANELEN OP EEN SCHUIN PANNENDAK ALUMINIUM DAKHAAK
Tel. +32 (0)11 72 96 50 Fax +32 (0)11 76 79 14 www.allimex.eu INSTALLATIEHANDLEIDING ZONNEPANELEN OP EEN SCHUIN PANNENDAK ALUMINIUM DAKHAAK Type dak In deze handleiding gaan we uit van een goed bereikbaar
Montagehandleiding Luxalon Plafond Type: 300L
Montagehandleiding Luxalon Plafond Type: 300L Voor een optimaal resultaat heeft u een aantal eenvoudige gereedschappen nodig: - Scherp mes, bijvoorbeeld een hobbymes (voor het op maat snijden van de lamellen)
Montage-instructies V A (3)
1039A-150203(3) Montage-instructies V95 1 Inhoudsopgave Hoofdstuk Pagina Montageinstructies Overzicht van onderdelen 2 Montage van het muurprofiel 4 Goot 5 Fundatie en staander 6 Staanders plaatsen 7 Goot
LINO. handleiding vijfhoek
LINO handleiding vijfhoek Controleer vóór montage of het product compleet en vrij van beschadigingen is. Mocht u een gebrek constateren, neem dan contact op met uw Bruynzeeldealer. De leverancier is niet
Terrasoverkappingen. Montagehandleiding Nebbiolo
Montagehandleiding Nebbiolo Inhoud pakket Goot en wandprofiel pakket Tussenliggers naar rato 2 zijliggers Staanders Bevestiging materialen Sileconen kit Afwerkkappen gootprofiel Pagina 1 van 8 De montage
MONTAGEHANDLEIDING TOPLINE TERRASOVERKAPPING
MONTAGEHANDLEIDING TOPLINE TERRASOVERKAPPING Benodigdheden Voordat u begint, heeft u het geschikte gereedschap nodig. Hieronder vindt u een overzicht van alles wat u nodig heeft om uw Topline Terrasoverkapping
MODULAIRE ALUMINIUM WATERKERING MURO Installatie Voor de Dagkanten
MODULAIRE ALUMINIUM WATERKERING MURO Installatie Voor de Dagkanten AGGĒRES NV Boomgaarddreef 9-2900 Schoten - België tel +32 3 633 15 50 fax +32 3 633 22 50 [email protected] www.aggeres.com INHOUDSOPGAVE
Handleiding. Vogelsuper. Pagina 1
Pagina 1 Wil je een terrasoverkapping dan ben je op juist adres. De overkapping bestaat uit een houten onderbouw met daarop aluminium rails waarin de platen liggen. De platen zijn 16mm X structuur die
De afbeeldingen in deze handleiding kunnen licht afwijken van uw product, afhankelijk van de uitvoering.
Controleer vóór montage of het product compleet en vrij van beschadigingen is. Mocht u een gebrek constateren, neem dan contact op met uw Bruynzeeldealer. De leverancier is niet aansprakelijk voor beschadigingen
Handleiding EPDM dakbedekking. Kenmerken: * Synthetische EPDM rubber (ethyleenpropyleendieen-monomeer)
Handleiding EPDM dakbedekking. Kenmerken: * Synthetische EPDM rubber (ethyleenpropyleendieen-monomeer) *100% UV-bestendig *Blijvend soepel en elastisch * Hoge elasticiteit. Tot 400% rek * Scheur-, breuk-,
MONTAGEHANDLEIDING. :metselwerk of beton
MONTAGEHANDLEIDING model type :ZEELAND :metselwerk of beton => Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. = => Volg gedurende de montage de 6 stappen in
EIGENSCHAPPEN MEERWANDIGE POLYCARBONAAT PLATEN
EIGENSCHAPPEN MEERWANDIGE POLYCARBONAAT PLATEN breedte (mm) kleur gewicht (kg) lichttransmissie (%) U-waarde (W/m2K) tegengehouden energie(1-g) geluidsisolatie (db) Minimale toegelaten koudbuigradius (m)
TERRASOVERKAPPING TYPE V920
MONTAGE-INSTRUTIE VOOR TERRASOVERKAPPING TYPE V90 a Overzicht van de onderdelen H Q S T J B 5 = a = 5 A R B B V W X D F B5 B4 AB E G B6 U O U K B M N B B5 B6 B4 G I B A. Muurprofi el B. Scharnierprofi
MODULAIRE ALUMINIUM WATERKERING MURO Installatie Tussen de Dagkanten
MODULAIRE ALUMINIUM WATERKERING MURO Installatie Tussen de Dagkanten AGGĒRES NV Boomgaarddreef 9-2900 Schoten - België tel +32 3 633 15 50 fax +32 3 633 22 50 [email protected] www.aggeres.com INHOUDSOPGAVE
Montagehandleiding voor betonnen wasbak Taludes Type: wandmontage voor een holle bouwstenenmuur
Type: Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. Volg de 7 stappen in deze handleiding tijdens de montage. De montage dient uitgevoerd te worden door een
CINTRALUX ALU LICHTSTRAAT EP 16/16 vaste delen
CINTRALUX ALU LICHTSTRAAT EP 16/16 vaste delen Montagehandleiding EN 14963 Artn 44301 N_MH_Cintralux alu EP 16/16 mm AG.PLASTICS QUALITY 1 Montagehandleiding vaste delen Cintralux Aluminium lichtstraat:
Ubbink indak bevestigingssysteem voor zonnepanelen
Ubbink indak bevestigingssysteem voor zonnepanelen Montagevoorschrift Met het universele indak bevestigingssysteem van Ubbink, kan men alle soorten zonnepanelen tussen de dakpannen aanbrengen. Het systeem
voor de professioneel Montage instructies AMBIENTE
AMBIENTE Montage instructies voor de professioneel index Voorbereiding Benodigd gereedschap Onderbalken...4 Keuze materiaal Plaatsing onderbalken Plaatsing onderbalken bij terras zonder kaderprofiel (sit.
Lichtkoepels & Lichtstraten
Montagerichtlijnen - Daglichtbuis Beste klant, Wij vragen deze richtlijnen aandacht door te nemen. Op deze manier garanderen wij u nog veel genot van dit kwaliteitsvol product. Onderdelen N Onderdeel N
CilO. handleiding vijfhoek
CilO handleiding vijfhoek Controleer vóór montage of het product compleet en vrij van beschadigingen is. Mocht u een gebrek constateren, neem dan contact op met uw Bruynzeeldealer. De leverancier is niet
V905 - Iseo. Montagehandleiding (2)
V90 - Iseo 1039-101029(2) Overzicht van de onderdelen 1 6 1 2 3 4 B D C 22 23 19 20 21 19 18 19 24 10 2 19 11 12 13 B 14 1 C 16 2 4 9 7 8 17 Overzicht van de onderdelen 1. Muurprofiel 2. Muurrubber 3.
PORTA WATERSCHOT HANDLEIDING
PORTA WATERSCHOT HANDLEIDING AGGĒRES NV Boomgaarddreef 9-2900 Schoten - België tel +32 3 633 15 50 fax +32 3 633 22 50 [email protected] www.aggeres.com INHOUDSOPGAVE 1. Afmetingen & gewicht van het Porta
Montagehandleiding Luxalon Plafond
Type 300L Montagehandleiding Luxalon Plafond Voor een optimaal resultaat heeft u een aantal eenvoudige gereedschappen nodig: e Scherp mes, bijvoorbeeld een hobbymes (voor het op maat snijden van de lamellen)
MONTAGEHANDLEIDING SANICLEAR SWING SK1206 & SK1207. Downloads
MONTAGEHANDLEIDING SANICLEAR SWING SK1206 & SK1207 Downloads Belangrijk! Het moet altijd door de klant worden gewaarborgd dat de complete douchecabine zodanig is gemonteerd dat de complete douchecabine
