Arbeidshof te Brussel
|
|
|
- Suzanna van Dijk
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2014 / Datum van uitspraak 03 juni 2014 Rolnummer op JGR 2013/AB/25 Arbeidshof te Brussel derde kamer Arrest
2 Arbeidshof te Brussel 2013/AB/25 p. 2 ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende tegensprekelijk arrest definitief BJ, wonende te, appellant, vertegenwoordigd door mr. CLAES Rafaël, advocaat te 1150 SINT-PIETERS-WOLUWE, Tervurenlaan 192 bus 3. tegen KOMATSU EUROPE INTERNATIONAL NV, met maatschappelijke zetel te 1800 VILVOORDE, Mechelsesteenweg 586, geïntimeerde, vertegenwoordigd door mr. VAN DAEL Liesbet loco mr. HACHEZ Henry, advocaat te 1932 SINT-STEVENS-WOLUWE, Leuvensesteenweg, 369 bus 1. *** * Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid: - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 19 oktober 2012 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 23 e kamer (A.R. 11/4192/A), - het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 10 januari 2013, - de conclusies voor de appellant, - de conclusies voor de geïntimeerde, - de voorgelegde stukken. *** *
3 Arbeidshof te Brussel 2013/AB/25 p. 3 De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 6 mei 2014, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden. I. FEITEN EN RECHTSPLEGING 1. Op 17 april 1972 trad BJ als bediende in dienst van de nv Komatsu Europe International (hierna verder aangeduid als: Komatsu) en groeide er door tot manager. 2. Bij gerechtsdeurwaarderexploot van 29 augustus 2003 zegde Komatsu deze arbeidsovereenkomst op met een opzeggingstermijn van 23 maanden, ingaande op 1 september *** * 3. Met ingang van 26 september 2003 werd BJ langdurig ziek, waardoor zijn arbeidsovereenkomst en opzeggingstermijn geschorst werden. De ziekteperiode alsook de verlengingen werden telkens gestaafd door medische attesten. Het laatste doktersbriefje verantwoordde de afwezigheid van 1 tot 16 april Bij brief van 28 januari 2009 stelde de raadsman van BJ Komatsu in gebreke wegens een te korte opzeggingstermijn en hij vroeg een aanvullende opzeggingsvergoeding van 12 maanden of ,51 provisioneel. Hij meende aanspraak te kunnen maken op een totale opzeggingstermijn van 35 maanden. Bij antwoordbrief van 29 januari 2009 van de raadsman van Komatsu wees deze op de verjaring omdat het recht op aanvullende opzeggingsvergoeding ontstond op 1 september 2003, zijnde meer dan 5 jaar voor het verzoek van 28 januari Bij aangetekende brief van 16 april 2010 verbrak Komatsu de arbeidsovereenkomst met uitbetaling van een resterende opzeggingsvergoeding van 22 maanden en 3 dagen of Bij brieven van 19 maart 2011 en 24 maart 2011 tussen de raadslieden van partijen werd teruggekomen op de vordering van een aanvullende opzeggingsvergoeding, maar partijen handhaafden hun standpunten hierover. 6. Partijen kwamen dus niet tot overeenstemming, zodat BJ op 28 maart 2011 Komatsu dagvaardde voor de arbeidsrechtbank te Brussel en betaling vroeg van een aanvullende opzeggingsvergoeding van ,45, vermeerderd met intresten en kosten.
4 Arbeidshof te Brussel 2013/AB/25 p. 4 In de dagvaarding wordt uitvoerig naar bovenvermeld feitenrelaas verwezen en wordt de vordering gebaseerd op o.a. art. 39 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst; tevens wordt geanticipeerd op de mogelijke tegenwerpingen rond de verjaring, die volgens BJ slechts inging bij de beëindiging van de arbeidsrelatie. 7. Bij vonnis van 19 oktober 2012 van de arbeidsrechtbank te Brussel werd de vordering op grond van art. 15 van de arbeidsovereenkomstenwet verjaard verklaard, omdat het recht op aanvullende opzeggingsvergoeding ontstaat vanaf de kennisgeving van de opzegging, ook al blijft de arbeidsovereenkomst nog bestaan tijdens de in acht genomen opzeggingstermijn. De vordering werd gesteld meer dan 5 jaar na deze kennisgeving. 8. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 10 januari 2013, tekende BJ hoger beroep aan en hernam hij zijn vordering. Het arbeidshof nodigde partijen uit om standpunt in te nemen rond de mogelijke toepasselijkheid van art. 78 van de arbeidsovereenkomstenwet. In aanvullende beroepsconclusie van 6 januari 2014 steunt BJ zijn vordering bijkomend op dit artikel. Komatsu argumenteert dat deze bepaling niets afdoet aan het begin van de verjaringstermijn op 10 januari 2003, zoals correct beoordeeld door de eerste rechter. II. BEOORDELING 1. Het hoger beroep werd tijdig en met een naar de vorm regelmatige akte ingesteld, zodat het ontvankelijk is. Dit wordt overigens niet betwist. Artikel 39 en/of artikel 78 arbeidsovereenkomstenwet 2. Artikel 39 1 van de arbeidsovereenkomstenwet, zoals van toepassing op 29 augustus 2003 en 16 april 2010, bepaalde: Is de overeenkomst voor onbepaalde tijd gesloten, dan is de partij die de overeenkomst beëindigt zonder dringende reden of zonder inachtneming van de opzeggingstermijn vastgesteld in de artikelen 59, 82, 83, 84 en 115 gehouden de andere partij een vergoeding te betalen die gelijk is aan het lopend loon dat overeenstemt hetzij met de duur van de opzeggingstermijn, hetzij met het resterende gedeelte van die termijn. De vergoeding is nochtans steeds gelijk aan het lopend loon dat overeenstemt met de duur van de opzeggingstermijn, wanneer de opzegging uitgaat van de werkgever en met miskenning van het bepaalde in artikel 38, 3, van deze wet of in artikel 40 van de arbeidswet van 16 maart De opzeggingsvergoeding behelst niet alleen het lopend loon, maar ook de voordelen verworven krachtens de overeenkomst.
5 Arbeidshof te Brussel 2013/AB/25 p. 5 De opzeggingsvergoeding, die als gevolg van deze bepaling verschuldigd is, vormt de sanctie in de vorm van schadevergoeding voor het niet naleven van de voor ontslag geldende voorschriften (H. LENAERTS, Inleiding tot het sociaal recht, Diegem, Kluwer Rechtswetenschappen, 1995, 62, nr. 45; D. VOTQUENNE, Beëindiging zonder opzegging in ATO-O-2170 en 2172.). 3. Artikel 78 van de arbeidsovereenkomstenwet, zoals van toepassing op 29 augustus 2003 en 16 april 2010, bepaalde: Nadat de arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval van de voor onbepaalde tijd aangeworven bediende meer dan zes maanden heeft geduurd, kan de werkgever te allen tijde aan de overeenkomst een einde maken mits vergoeding. Deze is gelijk aan het loon dat overeenstemt met de opzeggingstermijn welke ten opzichte van de bediende in acht moet worden genomen, na aftrek van het loon dat werd uitbetaald sedert het begin van de arbeidsongeschiktheid, of, in voorkomend geval, sedert de datum waarop de opzegging is beginnen te lopen. De periodes van verlof of van arbeidsonderbreking vastgesteld in artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971 worden niet medegerekend voor de berekening der zes maanden. 4. Anders dan art. 39 dat een schadevergoedingsregeling bij onrechtmatig ontslag bepaalt, houdt art. 78 een regelmatige wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst in mits een wettelijke regeling betreffende de te betalen vergoeding bij een zodanige beëindiging. Het recht op deze vergoeding ontstaat op het ogenblik dat deze beëindigingvorm door de werkgever wordt toegepast, waardoor ook de elementen in rekening moeten worden genomen zoals ze zich op het ogenblik van ontslag tijdens de ziekteperiode voordoen, zoals het in aanmerking te nemen loon (Cass. 17 mei 1982, Soc. Kron. 1982, 162 met noot P. CRAHAY; TSR 1982, 475 met noot A. TRINE) of de duur van de in acht te nemen opzeggingstermijn ( B. MERGITS, Verbod tot ontslag behoudens wegens dringende reden, in ATO-O ) of de in acht te nemen anciënniteit ( J. STEYAERT, C. DE GANCK EN L. DE SCHRIJVER, Arbeidsovereenkomst in APR, Brussel Story Scientia, 1990, 390, nr. 547). 5. Ten onrechte argumenteert Komatsu dat ook de aanvullende opzeggingsvergoeding in de zin van art. 39 moet worden berekend op basis van het loon dat geldt bij de uiteindelijke verbreking en dat de vergoeding, bedoeld in art. 78, geen andere vergoeding is dan deze van art. 39. Wanneer een werknemer is ontslagen met een te korte opzeggingstermijn ontstaat zijn recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding op grond van art. 39 op het tijdstip van de kennisgeving van de opzegging en dient deze vergoeding te worden berekend met inachtneming van het loon waarop de werknemer op dat tijdstip recht heeft. Brutolonen die betrekking hebben op de periode na de kennisgeving van de opzegging mogen daarbij niet meer in aanmerking worden genomen (Cass. 6 november 1989, Arr.Cass , 318,
6 Arbeidshof te Brussel 2013/AB/25 p. 6 concl. OM.; JTT 1990, 6, noot; RW , 885, concl. OM.; TSR 1990, 17; D. VOTQUENNE, Ontstaan en eisbaarheid van het recht op de aanvullende opzeggingsvergoeding JTT 1990, 403). Maar het recht op de vergoeding van art. 78 ontstaat niet bij de kennisgeving van een gebeurlijk onvoldoende opzegging (zie randnummer 4), ook al moet voor de berekening van de vergoeding wel rekening worden gehouden met de opzegging, omdat het loon dat werd uitbetaald sedert het begin van de arbeidsongeschiktheid, of, in voorkomend geval, sedert de datum waarop de opzegging is beginnen te lopen moet worden afgetrokken. 6. Niet betwist wordt dat de arbeidsovereenkomst tijdens de schorsing wegens arbeidsongeschiktheid op 16 april 2010 beëindigd werd en dat op dat ogenblik een vergoeding van werd uitbetaald, die overigens berekend werd op basis van het dan geldende loon. Tevens werd in de ontslagbrief van 16 april 2010 uitdrukkelijk verwezen naar de langdurige ziekteperiode. Bij de berekening werd uitgegaan van een opzeggingstermijn van 23 maanden, maar enkel het uitbetaalde loon tussen 1 en 26 september 2003 werd in mindering gebracht zonder dat rekening gehouden werd met het uitbetaalde gewaarborgd loon. Op dat ogenblik beëindigde Komatsu de arbeidsovereenkomst op wettelijke wijze, gelet op artikel 78 van de arbeidsovereenkomstenwet, zij het dat ze de vergoeding foutief begrootte. 7. Doordat ze gebruik maakte van een wettelijke beëindigingwijze, kan haar geen schadevergoeding in de zin van art. 39 van de arbeidsovereenkomstenwet worden opgelegd. De verjaringstermijn van 5 jaar, die besloten ligt in art. 15 van de arbeidsovereenkomstenwet en die door de eerste rechter toegepast werd op de aanvullende opzeggingsvergoeding, waarvan het recht ontstaat vanaf de kennisgeving van de opzegging, is hier dan ook irrelevant. Komatsu beroept zich dan ook ten onrechte op een verjaring van 5 jaar, ingaande op 26 september De overige argumenten, die allen teruggaan naar het ontstaan van het recht op aanvullende opzeggingsvergoeding (art. 39) en de gebeurlijke schorsing van dit recht wegens voorwaardelijkheid, zijn dan ook niet ter zake dienend. Gelet op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdens een ziekteperiode van meer dan 6 maanden, kon BJ immers enkel aanspraak maken op de vergoeding van art. 78, waarvan het recht ontstaat op het ogenblik van het ontslag, hier 16 april De door Komatsu ingeroepen verjaring is daardoor niet van toepassing.
7 Arbeidshof te Brussel 2013/AB/25 p. 7 De vergoeding op grond van art BJ heeft in de inleidende dagvaarding een vrij uitvoerig feitenrelaas gegeven, waarbij hij o.m. verwees naar de beëindiging op 16 april 2010 met uitbetaling van Zijn vordering heeft betrekking op een aanvullende opzeggingsvergoeding van ,45 vermeerderd met intresten en kosten. Hij stelt deze vordering o.a. op grond van art. 39 van de Wet van 3 juli De oorzaak van de vordering komt neer op het geheel van feiten en handelingen waarop de partij die ze instelt, haar vordering laat steunen en dit los van de juridische inkleding. Dit laatste is de taak van de rechter. Zowel het voorwerp als de oorzaak van de vordering moeten in concreto worden bepaald, gelet op het feitelijk concept van de oorzaak. (S. MOSSELMANS, Tussenvorderingen in APR, Mechelen, Kluwer, 2007, 57-59, nrs ; Cass. 18 november 2004, JT 2005, 160 met noot VAN DROOGHENBROECK) Op grond van art. 807 Ger. W. kan een vordering die voor de rechter aanhangig is, uitgebreid of gewijzigd worden, indien de nieuwe, op tegenspraak genomen conclusies, berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is. In zijn beroepsbesluiten van 6 januari 2014 en 5 maart 2014 baseert BJ zijn vordering bijkomend en expliciet op art. 78 op basis van de feiten vermeld in zijn dagvaarding. 9. Op grond van wat onderzocht werd in de randnummers 2 tot en met 7 is zijn vordering ongegrond in zoverre ze gesteund wordt op art. 39 van de arbeidsovereenkomstenwet. Tengevolge van de later door Komatsu ingeroepen beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdens de ziekteperiode, moet toepassing worden gemaakt van art. 78 van deze wet, zodat het recht op aanvullende opzeggingsvergoeding in de zin van art. 39 geen bestaansreden meer heeft. 10. Op grond van wat onderzocht werd in randnummer 6, kon BJ dus aanspraak maken op de vergoeding in de zin van art. 78. Maar deze werd door Komatsu bij het einde van de tewerkstelling op 16 april 2010 wel foutief begroot. Ten onrechte werd het gewaarborgd loon niet in mindering gebracht. Gelet op de betwisting door BJ van de duur van de in acht genomen opzeggingstermijn, dient deze nog verder te worden onderzocht. 11. De opzeggingstermijn bij toepassing van het toenmalige artikel 82 3 van de arbeidsovereenkomstenwet wordt door de rechter bepaald met inachtneming van de op het tijdstip van de kennisgeving van beëindiging van een overeenkomst bestaande kans om een
8 Arbeidshof te Brussel 2013/AB/25 p. 8 gelijkwaardige betrekking te vinden en dit rekening houdend met de anciënniteit, de leeftijd van de werknemer, de uitgeoefende functie en het loon volgens de gegevens eigen aan de zaak. Er is tussen partijen geen betwisting over de feitelijke gegevens, ook niet over het jaarloon van ,45; het arbeidshof oordeelt dat volgens de gegevens eigen aan de zaak de kans van BJ om spoedig een gelijkwaardige betrekking te vinden kan worden geraamd op 31 maanden. Onder aftrek van het gewaarborgd loon van 1 maand, is de uit te betalen vergoeding op grond van art. 78 daardoor gelijk aan 30 maanden. BJ ontving een uitbetaling, rekening houdend met 23 maanden, zodat hij nog aanspraak kan maken op een saldo van 7 maanden of ,45/12 x 7 = ,18. In die mate zijn de vordering en het hoger beroep gegrond. 12. Gelet op het feit dat beide partijen deels in het gelijk, deels in het ongelijk zijn gesteld, dient de gerechtskosten te worden omgeslagen in de zin dat 3/5 ten laste van Komatsu wordt gelegd en 2/5 ten laste van BJ. Er is geen reden om de rechtsplegingsvergoeding te verminderen onder het basisbedrag en Komatsu brengt daarvoor ook geen redenen aan. OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. Hervormt het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende, Verklaart de oorspronkelijke vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. Veroordeelt de nv Komatsu Europe International tot betaling aan BJ van een vergoeding in de zin van art. 78 van de arbeidsovereenkomstenwet van ,18, te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf 16 april 2010 en de gerechtelijke intresten op bruto. Wijst het meergevorderde af. Compenseert gerechtskosten van beide aanleggen in de zin dat 3/5 ten laste van Komatsu wordt gelegd en 2/5 ten laste van BJ, deze vereffend aan de zijde van BJ op:
9 Arbeidshof te Brussel 2013/AB/25 p. 9 dagvaarding 148,69 rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg 3.300,00 rechtsplegingsvergoeding beroep 3.300,00 totaal 6.748,69 en aan de zijde van Komatsu op rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg 3.300,00 rechtsplegingsvergoeding beroep 3.300,00 totaal 6.600,00 Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:
10 Arbeidshof te Brussel 2013/AB/25 p. 10 Lieven LENAERTS, Lucrèce REYBROECK, Koen DRIES, bijgestaan door : Kelly CUVELIER, kamervoorzitter, raadsheer in sociale zaken, werkgever, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende, griffier. Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER, Lucrèce REYBROECK, Koen DRIES. en uitgesproken op de openbare terechtzitting van dinsdag 3 juni 2014 door: Lieven LENAERTS, kamervoorzitter, bijgestaan door Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2015 / Datum van uitspraak 06 maart 2015 Rolnummer op JGR 2014/AB/305 Arbeidshof te Brussel derde kamer Arrest Arbeidshof te Brussel 2014/AB/305 p. 2 ARBEIDSRECHT
OPENBARE TERECHTZITTING VAN 13 FEBRUARI In de zaak: Mevrouw D.M. Ann, wonende te [xxx],
A.R. Nr. 49.985 1e blad. Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST 3de KAMER OPENBARE TERECHTZITTING VAN 13 FEBRUARI 2009. Bediendecontract Tegensprekelijk Heropening der debatten In de zaak: Mevrouw D.M. Ann,
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2017/ Datum van uitspraak 18 april 2017 Rolnummer op JGR 2014/AB/340 Arbeidshof te Brussel derde kamer Arrest Arbeidshof te Brussel 2014/AB/340 p. 2 ARBEIDSRECHT
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2014 / Datum van uitspraak 12 september 2014 Rolnummer op JGR 2014/AB/282 Arbeidshof te Brussel derde kamer Arrest Arbeidshof te Brussel 2014/AB/282 p. 2 ARBEIDSRECHT
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2017/ Datum van uitspraak 7 november 2017 Rolnummer op JGR 2016/AB/545 Arbeidshof te Brussel derde kamer Arrest Arbeidshof te Brussel 2016/AB/545 p. 2 ARBEIDSRECHT
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2014 / Datum van uitspraak 06 mei 2014 Rolnummer op JGR 2013/AB/330 arrest bij verstek t.a.v. weghalen indien n.v.t. Arbeidshof te Brussel derde kamer Arrest Arbeidshof
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2018/ Datum van uitspraak 10 april 2018 Rolnummer op JGR 2016/AB/846 Arbeidshof te Brussel derde kamer Arrest Arbeidshof te Brussel 2016/AB/846 p. 2 ARBEIDSRECHT
ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST. A.R.Nr. 42.787 le blad. OPENBARE TERECHTZITTING VAN EENENTWINTIG NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ZES.
A.R.Nr. 42.787 le blad. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN EENENTWINTIG NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ZES. DERDE KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In.de zaak: v Kathy, Appellante,
TWEEDUIZEND EN TWAALF. bediendecontract. tegenspraak. definitief. In de zaak : BVBA B.,
1e blad. rep.nr ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST 3e KAMER OPENBARE TERECHTZITTING VAN 21 FEBRUARI TWEEDUIZEND EN TWAALF. bediendecontract tegenspraak definitief In de zaak : BVBA B., Appellante, die op de
Instelling. Onderwerp. Datum
Instelling arbeidshof Brussel Onderwerp Arbeidsovereenkomsten. Ontslag. Afstand concurrentiebeding door werkgever. Vormvoorwaarden Datum 11 februari 2011 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2014 / Datum van uitspraak 19 december 2014 Rolnummer op JGR 2014/AB/890 Arbeidshof te Brussel vijfde kamer Arrest Arbeidshof te Brussel 2014/AB/890 p. 2 ARBEIDSRECHT
ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST * * A.R.Nr. 2010/AB/187 le blad. ]'0.11 } 2..83~ OPENBARE TERECHTZITTING VAN 31 OKTOBER 2011.
A.R.Nr. 2010/AB/187 le blad. Rep.Nr. ]'0.11 } 2..83~ ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 31 OKTOBER 2011. 50E KAMER Arbeidsongeva1 Op tegenspraak Oefinitief In de zaak: s D Appellant,
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2017/ Datum van uitspraak 10 februari 2017 Rolnummer op JGR 2015/AB/839 Arbeidshof te Brussel derde kamer Arrest Arbeidshof te Brussel 2015/AB/839 p. 2 ARBEIDSRECHT
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2016/ Datum van uitspraak 25 maart 2016 Rolnummer op JGR 2016/AB/135 Arbeidshof te Brussel eerste kamer Arrest Arbeidshof te Brussel 2016/AB/135 p. 2 ARBEIDSRECHT
ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST
" A.R. nr. 2012/AB/765 1e blad. rep.nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 4 JUNI2013 3 e KAMER.ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende tegensprekelijk definitief ln de zaak:
Arbeidshof te Gent Afdeling: Gent --- achtste kamer
Arbeidshof te Gent Afdeling: Gent --- achtste kamer 12 oktober 2012 ARBEIDSRECHTarbeidsovereenkomst bediende A.R. nr.: 2011/AG/231 Rep. nr. V. A., wonende te, APPELLANT, ter openbare terechtzitting vertegenwoordigd
Arbeidshof te Brussel (3de k.) - Arrest van 10 juli 2013 - Rol nr 2011-AB-967
Arbeidshof te Brussel (3de k.) - Arrest van 10 juli 2013 - Rol nr 2011-AB-967 Arrest A.R. nr. 2011/AB/967 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 juli 2013 3 e KAMER ARBEIDSRECHT -
chgf /[ ~30 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST
1e blad. rep.nr. chgf /[ ~30 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 7 MEl 2012 ge KAMER SOCIALE ZEKERHEIDSRECHT ZELFSTANDIGEN - bijdragen zelfstandigen tegensprekelijk heropening van
A.R. nr. 2011/AB/663. rep.nr. 2012/1332 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST. OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 MEl 2012
1e blad. rep.nr. 2012/1332 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 MEl 2012 7e KAMER SOCIALE ZEKERHEIDSRECHT WERKNEMERS - bijdragen werkgevers tegensprekelijk definitief in de zaak:
ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 2 JUNI DE KAMER Arbeidsongeval Tegensprekelijk Definitief.
1e blad. Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 2 JUNI 2008. 5DE KAMER Arbeidsongeval Tegensprekelijk Definitief In de zaak : De Gemeenschappelijke Kas MENSURA, met maatschappelijke
ARBEIDSHOF TE ANTWERPEN Afdeling Antwerpen ARREST A.R. 2009/AA/408. Rep. Nr. Vierde kamer OPENBARE TERECHTZITTING VAN ZEVEN JUNI TWEEDUIZEND EN TIEN
ARBEIDSHOF TE ANTWERPEN Afdeling Antwerpen ARREST Rep. Nr. A.R. 2009/AA/408 Vierde kamer Eindarrest op tegenspraak Gezinsbijslag OPENBARE TERECHTZITTING VAN ZEVEN JUNI TWEEDUIZEND EN TIEN In de zaak van:
ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST
1e blad. rep.nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 3 SEPTEMBER 2010 3 e KAMER ARBEIDSRECHT - overeenkomst individuele beroepsopleiding bediende tegensprekelijk definitief In de zaak:
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2016/ Datum van uitspraak 5 juli 2016 Rolnummer op JGR 2016/CB/4 Arbeidshof te Brussel eerste kamer Arrest Arbeidshof te Brussel 2016/CB/4 p. 2 KORT GEDINGEN -
Arbeidshof te Brussel (3de k.) - Arrest van 18 maart 2014 - Rol nr 2013-AB-331
Arbeidshof te Brussel (3de k.) - Arrest van 18 maart 2014 - Rol nr 2013-AB-331 Arrest A.R. nr. 2013/AB/331 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 18 MAART 2014 3 e KAMER ARBEIDSRECHT
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2015 / Datum van uitspraak 14 april 2015 Rolnummer op JGR 2014/AB/192 Arbeidshof te Brussel derde kamer Arrest Arbeidshof te Brussel 2014/AB/192 p. 2 ARBEIDSRECHT
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2014 / Datum van uitspraak 03 juni 2014 Rolnummer op JGR 2013/AB/554 Arbeidshof te Brussel derde kamer Arrest Arbeidshof te Brussel 2013/AB/554 p. 2 ARBEIDSRECHT
Cour du travail de Bruxelles (3e ch.) - Arrêt du 8 octobre 2013 - Rôle n 2012-AB-740
Cour du travail de Bruxelles (3e ch.) - Arrêt du 8 octobre 2013 - Rôle n 2012-AB-740 Arrêt A.R. nr. 2012/AB/740 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 8 OKTOBER 2013 3e KAMER ARBEIDSRECHT
Arbeidshof te Brussel
Repertoriumnummer Uitgifte Uitgereikt aan 2015 / Datum van uitspraak 02 juni 2015 Rolnummer op JGR 2014/AB/618 Arbeidshof te Brussel derde kamer Arrest Arbeidshof te Brussel 2014/AB/618 p. 2 ARBEIDSRECHT
ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST
1e blad. rep.nr.: 2012/ ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 7 J.UARI 2013 11e KAMER COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - vorderingen collectieve schuldenregeling verstek van de verzoeker
ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST
1e blad. rep.nr. ij..oa2..l:le, If\( ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 22 oktober 2012 5 e KAMER ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst arbeider tegensprekelijk Heropening der debauen
ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST
.' rep,nr, )o1.l/ 3~8 AR. nr. 2011/AB/229 1e blad. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 3 FEBRUARI 2012 3eKAMER ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende tegensprekelijk definitief
