Bedrijfsmanangementsysteem

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bedrijfsmanangementsysteem"

Transcriptie

1

2 Blad 2 van 25 INHOUD 1.0 Inleiding Vaststellen onderwerpen ketenanalyses Leeswijzer Doelstelling van het opstellen van de ketenanalyse Vaststellen van de Scope van de ketenanalyse Vergeleken projecten vaststellen systeemgrenzen Beschrijving ketenstappen Uitsluitingen Datacollectie Kwantificeren van emissies Levering materialen Aan- en afvoer materieel Vervoer personeel Afvoer afval Gebruik Onderhoud Overzicht projectlogistiek Leiding over Noord Onzekerheden Reductiemogelijkheden Reductiemogelijkheden Reductiedoelstellingen Bronvermelding... 25

3 Blad 3 van INLEIDING Op 18 december 2013 heeft Visser & Smit Hanab het CO 2 -bewust certificaat niveau 5 behaald. Dit onderstreept de ambitie van Visser & Smit Hanab om actief mee te werken aan het reduceren van de CO 2 -uitstoot binnen haar eigen waardeketen en binnen de sector. Een belangrijk onderdeel van de eisen van niveau 4 van de CO 2 -Prestatieladder, op weg naar certificering op niveau 5, is het verkrijgen van inzicht in de Scope 3 emissies van de organisatie. In het document Memo: Meest materiële emissies zijn de meest materiële Scope 3 emissiecategorieën reeds in kaart gebracht, volgens de stappen zoals beschreven in de Corporate Value Chain (Scope 3) standaard van het GHG-protocol, en zijn twee onderwerpen geselecteerd om een ketenanalyse op uit te voeren. Als onderdeel van onze positie op trede 5 van de CO 2 -prestatieladder, houden wij deze ketenanalyses actueel en blijft Visser & Smit Hanab mogelijkheden onderzoeken om de CO 2 uitstoot in de keten verder te reduceren. Dit document is een aanpassing op de originele ketenanalyse projectlogistiek (rev 0 tweede helft 2013). Revisie vindt plaats op adhoc basis, maar in ieder geval elk half jaar. Vanaf deze revisie zijn ook de relevante gegevens van de ketenanalyse DNWW (PRM 01-f) opgenomen in dit rapport voor de verdere reductie in de keten, te weten: De scope van de projecten die worden geanalyseerd (3.0) Kwantificatie van emissies ten gevolge van gebruik (6.4) Kwantificatie van emissies ten gevolge van onderhoud (6.5) De reductiedoelstellingen (8.1) Er is gekozen om de kwantificatie van emissies ten behoeve van de aanleg van het netwerk (6.3) niet verder op te nemen in een verdieping van de ketenanalyses, waar de meest substantiële van deze emissies reeds zijn opgenomen in de voetafdruk van Visser & Smit Hanab bv. Op de emissies ten gevolge van de productie en transport van de leidingstukken heeft Visser & Smit Hanab weinig tot geen invloed. Waar mogelijk zullen wij hierover in gesprek gaan met leveranciers en klanten. Dit wordt opgenomen in de reductiedoelstellingen (8.1). Een verdere verdieping van de emissies ten gevolge van productie en transport van de leidingen lijkt op dit moment niet productief (6.1 & 6.2). De voortgang van beide analyses zal worden besproken in dit document (PRM 01-g). De originele documenten zullen ter referentie beschikbaar blijven. 1.1 Vaststellen onderwerpen ketenanalyses Uit de inventarisatie van Scope 3 categorieën komen de volgende categorieën naar voren als meest materieel: 1. Gebruik verkochte producten 2. Ingekochte kapitaalgoederen 3. Uitbestede verwerking geproduceerd afval 4. Uitbesteed transport- en distributieactiviteiten 5. Extractie en productie ingekochte materialen, brandstoffen en diensten 6. Behandeling einde levensduur verkochte producten De bovenste categorieën zijn categorieën waarin de (directe of indirecte) CO 2 -uitstoot zeer

4 Blad 4 van 25 groot is en waarin Visser & Smit Hanab een zekere mate van invloed heeft die zij kan aanwenden om (directe of indirecte) CO 2 -reductie te bewerkstelligen in de keten. De laatste twee categorieën hebben een plek in de rangorde vanwege de significante hoeveelheid CO 2 -uitstoot die binnen deze stappen wordt veroorzaakt. Voor deze categorieën geldt echter dat Visser & Smit Hanab geen invloed heeft op deze uitstoot, omdat zij geen controle heeft over materiaalgebruik. Bij het zoeken naar kansen om CO 2 te reduceren in de keten zullen reductieopties in de bovenste vier categorieën daarom het meest voor de hand liggen. Op basis van bovenstaande rangorde is gekozen voor het uitvoeren van twee ketenanalyses: Ketenanalyse 1: De Nieuwe Warmteweg Ketenanalyse 2: Projectlogistiek 1.2 Leeswijzer Ketenanalyse 1 richt zich op het inventariseren in de keten, met name in de gebruiksfase (categorie 1 van de rangorde), van de projecten van Visser & Smit Hanab waarbinnen hergebruik van restwarmte mogelijk wordt gemaakt. Ketenanalyse 2 richt zich op inzicht in en optimalisatie van logistiek binnen de projecten van Visser & Smit Hanab, om zo CO 2 - uitstoot als gevolg van extern transport terug te dringen (categorie 4, transport als gevolg van ingehuurde diensten in categorie 5, alsook woon-werkverkeer en zakelijk verkeer). Dit document beschrijft de ketenanalyse projectlogistiek. De emissies met de grootste reductiepotentieel voor Visser & Smit Hanab, uit beide ketenanalyses, worden in dit document periodiek geanalyseerd. Dit document maakt samen met de Ketenanalyse De Nieuwe Warmteweg en de Memo Meest Materiële Emissies deel uit van de implementatie van de CO 2 -Prestatieladder. Tabel 1: Leeswijzer Hoofdstuk Inhoud 2 Doelstellingen Beschrijving van het doel van de ketenanalyse 3 Scope Onderwerp van de ketenanalyse 4 Systeemgrenzen Reikwijdte van de ketenanalyse 5 Datacollectie 6 Kwantificeren van CO 2-emissies en resultaten 7 Onzekerheden 8 Reductiemogelijkheden 9 Bronvermelding Gebruikte bronnen Methode van dataverzameling en bronnen van informatie Berekening en analyse van de CO 2-uitstoot in de keten Onzekerheden en verbetermogelijkheden voor de analyse Kansen om CO 2 te reduceren die voortkomen uit de ketenanalyse en reductiedoelstellingen die vastgesteld zijn

5 Blad 5 van DOELSTELLING VAN HET OPSTELLEN VAN DE KETENANALYSE De belangrijkste doelstelling voor het uitvoeren van deze ketenanalyse is het identificeren van CO 2 -reductiekansen, het definiëren van reductiedoelstellingen en het monitoren van de voortgang. Op basis van het inzicht in de Scope 3 emissies en de twee ketenanalyses wordt een reductiedoelstelling geformuleerd. Binnen het energiemanagementsysteem dat is ingevoerd wordt actief gestuurd op het reduceren van de Scope 3 emissies naar aanleiding van de uitgevoerde ketenanalyses. Het aanleggen van (transport)netwerken zit Visser & Smit Hanab in het bloed: Het verstrekken van informatie aan partners binnen het eigen concern en de eigen keten is een nadrukkelijk onderdeel van de doelstelling, evenals het informeren van sectorgenoten die onderdeel zijn van een vergelijkbare keten van activiteiten. Visser & Smit Hanab zal op basis van deze ketenanalyse stappen ondernemen om partners binnen de eigen keten te betrekken bij het behalen van de reductiedoelstellingen.

6 Blad 6 van VASTSTELLEN VAN DE SCOPE VAN DE KETENANALYSE Uit de Scope 3 inventarisatie blijkt dat toegepaste materialen qua omvang een belangrijke categorie vertegenwoordigen. Dit is met name het geval bij de winning en productie van toegepaste leidingen, waar veel CO 2 -uitstoot wordt veroorzaakt. In projecten heeft Visser & Smit Hanab weinig invloed op beslissingen die helemaal voor of achteraan in de keten worden genomen. Kenmerkend voor de projecten van Visser & Smit Hanab is dat materialen ingekocht worden door de opdrachtgever of volgens door de opdrachtgever opgegeven specificaties moeten worden ingekocht door Visser & Smit Hanab. Dit betekent dat er nauwelijks tot geen invloed van Visser & Smit Hanab is op welke materialen op welke manier worden toegepast. De projecten hebben echter nog andere CO 2 -veroorzakende aspecten waar Visser & Smit Hanab wel invloed op uit kan oefenen. Er wordt veel materiaal en materieel getransporteerd tijdens de realisatie van een project. Doordat leidingen vaak zeer zwaar zijn, en doordat de benodigde boringen uitgevoerd worden met groot materieel zoals boorstellingen en mobiele kranen, vindt zwaar transport plaats. Ook bij leveringen van overig materiaal & materieel en het vervoer van personeel van onderaannemers van en naar de bouwplaats wordt CO 2 uitgestoten. Deze zaken zijn naar verwachting beter te beïnvloeden door Visser & Smit Hanab, door samen te werken met leveranciers om de transportprocessen slimmer in te richten. In deze ketenanalyse wordt geanalyseerd hoeveel CO 2 deze processen veroorzaken in de keten en welke mogelijkheden er zijn om significante CO 2 -reductie te bereiken. Het inzicht in het logistieke proces op de projectlocatie is daarbij een belangrijke eerste stap voor Visser & Smit Hanab, op weg naar het benoemen van reductiedoelstellingen en maatregelen. Om dit inzicht zo concreet mogelijk te maken, wordt een referentieproject als uitgangspunt genomen voor de analyse. Het geselecteerde project is de aanleg van de Leiding over Noord in Rotterdam. Dit is een lopend project, waardoor het inzicht dat door de analyse verkregen wordt nog volop ingezet kan worden in het project om reductie te realiseren. In dit project worden door Visser & Smit Hanab een tweetal grote leidingen aangelegd voor het transport van warmte van AVR tot het knooppunt Kethelplein. Hiervoor worden diverse boringen uitgevoerd. In dit project vinden de volgende transportbewegingen plaats: Onderdeel Transportbewegingen Ketenpartner Materiaal Materieel Eigen personeel Ingehuurd personeel Afvaltransport Levering leiding door opdrachtgever Levering overige materialen Transport boor naar projectlocatie Transport kranen, pompen en overig materieel Woon-werkverkeer Woon-werkverkeer van onderaannemers Woon-werkverkeer van ingehuurd machinepersoneel Afvoer geproduceerd afval door verwerker Afvoer zand naar gemeentedepot Opdrachtgever/fabrikant Materieelleverancier Onderaannemers x Onderaannemer ZZP ers Afvalverwerker Transporteur

7 Blad 7 van 25 Door deze vervoersbewegingen nader te analyseren worden reductiemogelijkheden geïdentificeerd die in dit project én in volgende projecten van Visser & Smit Hanab toegepast kunnen worden om CO 2 -reductie in de keten te realiseren. Ter verbetering en actualisatie van deze gegevens wordt dit document periodiek herzien. Gegevens van het project Leiding over Noord zullen waar mogelijk ook worden vergeleken met data uit meer recente projecten en analyses zullen worden aangescherpt. De projecten waarmeer wordt vergeleken, worden kort toegelicht in hoofdstuk 3.2. Naast projectlogistiek worden ook twee andere thema s aan de orde gesteld uit de ketenanalyse DNWW (PRM 01-f) te weten: -Emissies tijdens de gebruiksfase van het netwerk; -Emissies veroorzaakt door onderhoud. 3.1 Vergeleken projecten Leiding over Noord Het warmtenetwerk van Eneco dat restwarmte zal transporteren van de AVR energiecentrale in Rozenburg tot in Rotterdam. Het tracé van 16,8 kilometer lengte loopt onder de Nieuwe Waterweg door, via Vlaardingen en Schiedam naar Rotterdam. De leiding heeft een capaciteit vergelijkbaar met het verbruik van huishoudens en levert vanaf eind 2014 een positieve bijdrage aan de luchtkwaliteit in de regio Rijnmond. Het warmtenet wordt deels met open ontgravingen' aangelegd, deels met boringen. De 960 meter onder Het Scheur worden overbrugd met een HDD-boring, één van de specialiteiten van Visser & Smit Hanab. Twee leidingen met een doorsnede van 90 centimeter en een gewicht van ieder kilo, worden in december 2013 met deze methode op hun plaats gelegd.

8 Blad 8 van 25 De Nieuwe Warmteweg De Nieuwe Warmteweg is de naam van een warmtenetwerk in Rotterdam waarmee restwarmte wordt getransporteerd door het Warmtebedrijf Rotterdam. Dit gebeurt met behulp van een leiding van 26 kilometer die van de Rotterdamse haven naar het centrum loopt. Hiermee wordt overgebleven warmte uit de haven gebruikt om huizen en bedrijfspanden mee te verwarmen. Het netwerk wordt naar verwachting begin 2014 voltooid. Visser & Smit Hanab is verantwoordelijk voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud gedurende 15 jaar van het netwerk, dat bestaat uit twee leidingen van 26 kilometer. Eén leiding transporteert het warme water, dat in de haven wordt verwarmd met behulp van restwarmte die vrijkomt bij afvalverbranding in de AVR, richting de stad. De tweede leiding vervoert het afgekoelde water, dat zijn warmte nu heeft afgegeven, van het centrum terug naar de AVR. Het water vormt zo een gesloten systeem dat warmte opneemt en afgeeft. De leidingen worden aangesloten op het netwerk van Nuon en Eneco, die verantwoordelijk zijn voor de verdere distributie van de warmte naar de consument. De leidingen kruisen onderweg diverse wegen, sporen en waterwegen. Naast de leidingen bestaat het netwerk uit twee boosterstations (pompstations), die ervoor zorgen dat de druk in de leidingen op peil blijft, en een warmtehub, die naast een pompstation ook een grote opslagtank bevat voor reservewarmte. Op deze manier kunnen pieken in de vraag naar warmte opgevangen worden. De warmte die gebruikt wordt om De Nieuwe Warmteweg te verwarmen, is restwarmte uit het verbrandingsproces van de afval- en energiecentrale die normaal geloosd wordt in de atmosfeer of in water.

9 Blad 9 van 25 A9 / Gaasperdammertunnel De komende jaren zal Rijkswaterstaat de grote snelwegen rond Amsterdam gaan verbreden. Zes consortia hebben opdracht gekregen voor de uitvoering en onderhoud van het kunststuk de Gaasperdammertunnel, een tunnel over 11 rijstroken met daarop een park. Visser & Smit Hanab heeft opdracht gekregen voor het aan- en verleggen van leidingwerk, waaronder het warmtetransportnetwerk, waardoor huishoudens, het AMC ziekenhuis en verschillende andere bedrijven van warmte worden voorzien. Kruising Haringvliet In opdracht van Joulz wordt een hoogspanningskabel onder het Haringvliet doorgelegd, die windenergie, opgewekt in Goeree-Overflakkee, zal transporteren om uiteindelijk huishoudens van elektriciteit te voorzien. In het tracé zit ook een technisch hoogstandje van onze boorafdeling, die het 5km brede Haringvliet zullen kruisen. Deze afstand is niet te overbruggen met een normale HDD techniek, dus zal tijdelijk een kunstmatig eiland in het midden van de Haringvliet worden aangelegd voor de boringen (een damwandkuip met zand en een drijvend ponton. Ook over 2,5 km is een enkele HDD onvoldoende om de totale afstand te overbruggen, dus zal vanaf 2 zijden worden geboord: Vanaf het kunstmatig eiland en de oever, voor een zogenaamde meet in the middle boring. De tweede kunst is om het kabelwerk vanaf 3 haspels (68 ton) met de juiste kracht door de mantelbuis te trekken. Hiervoor zal een projectspecifieke berekening worden gemaakt en zal extra materieel inzet noodzakelijk zijn.

10 Blad 10 van VASTSTELLEN SYSTEEMGRENZEN De waardeketen van bovengenoemde projecten loopt van de winning van de benodigde grondstoffen tot aan het gebruik en uiteindelijke afdanking van het netwerk. Om een analyse uit te voeren op de vervoersbewegingen die binnen een project plaatsvinden en de bijbehorende CO 2 -uitstoot vast te stellen, moet eerst afgebakend worden welk deel van de keten wordt meegenomen binnen de analyse. Onderstaand de originele scope voor het project Leiding over Noord. Dezelfde categorieën zijn meegenomen voor andere projecten (indien aanwezig). 4.1 Beschrijving ketenstappen In onderstaande figuur zijn de vervoersbewegingen binnen het project schematisch weergegeven. Levering materialen De belangrijkste levering van materiaal voor Leiding over Noord is de levering van de leidingen. De leidingen bestaan deels uit staal-in-pur-pe en deels uit staal-in-staal en zijn afkomstig uit Duitsland en Oostenrijk. Naast de leiding worden ook nog andere materialen aangevoerd naar het project, zoals zand, houtsnippers, water en brandstof. Aan- en afvoer materieel Het belangrijkste materieelstuk in het project is de boor. In totaal worden door Visser & Smit Hanab 14 boringen uitgevoerd. Naast de boorstellingen die hiervoor nodig zijn wordt nog ander materieel ingezet, zoals pompen en kranen. Al dit materieel moet van en naar de projectlocatie worden getransporteerd. Vervoer personeel Naast het eigen personeel van Visser & Smit Hanab moet ook het personeel van onderaannemers en ingehuurd personeel van en naar de projectlocatie worden vervoerd.

11 Blad 11 van 25 Ook ingehuurde specialisten moeten incidenteel naar de projectlocatie komen. Afvoer afval Tijdens het project komt afval vrij, dat door de afvalverwerker periodiek wordt afgevoerd naar een nabijgelegen verwerkingslocatie in Vlaardingen. Vrijkomend zand wordt door de gemeente hergebruikt. Dit zand wordt later toegepast voor de aanleg van een nieuwe weg. 4.2 Uitsluitingen Aangezien de analyse zich richt op vervoersbewegingen, worden alleen die ketenstappen meegenomen die betrekking hebben op vervoer rondom het project. De winning en productie van toegepaste materialen, de afvalverwerking van afgevoerd afval en aan het einde van de levensduur wordt niet meegenomen binnen de analyse. Zoals eerder beschreven is de invloed van Visser & Smit Hanab op deze ketenstappen zeer klein in vergelijking met de invloed op transportbewegingen. Meer informatie over deze ketenstappen is te vinden in de ketenanalyse DNWW (PRM 01-f).

12 Blad 12 van DATACOLLECTIE De gebruikte data voor de analyse zijn gebaseerd op het referentieproject Leiding over Noord. Daarbij zijn de volgende bronnen gehanteerd: informatie van de leverancier van de leidingen over herkomst en transport technische specificaties van de gebruikte leidingen brandstofadministratie van verbruikte liters brandstof op het project herkomst en vervoersmethode van individuele medewerkers afvaladministratie overzicht van ingezet materieel van Visser & Smit Hanab en van onderaannemers verwachte capaciteit en prestaties van het netwerk onderhoud van het netwerk Voor het vaststellen van de CO 2 -uitstoot veroorzaakt door het transport is gebruik gemaakt van de conversiefactoren uit het Handboek CO 2 -Prestatieladder versie 2.2 van 4 april De dichtheid van het afval is vastgesteld op basis van de ketenanalyse Afvalverwerking van Visser & Smit Bouw. De gegevens aangaande verwachte capaciteit van het netwerk zijn berekend volgens de methodiek in ketenanalyse DNWW (PRM 01-f). De gegevens voor onderhoud van de netwerken zijn op dit moment nog niet bekend en zullen worden gtijdens de gebruiksfase van de netwerken.

13 Blad 13 van KWANTIFICEREN VAN EMISSIES 6.1 Levering materialen Op Leiding over Noord wordt door Visser & Smit Hanab in totaal een kleine 10 kilometer leiding aangelegd tussen de AVR en het knooppunt Kethelplein. In het project worden twee typen leidingen toegepast: staal-in-pur-pe leidingen en staal-in-staal leidingen. Het grootste deel van het traject bestaat uit de staal-in-pur-pe leiding: een stalen binnenbuis met PUR-isolatie en een PE buitenbuis. Bij de kruisingen van bijvoorbeeld waterwegen worden staal-in-staal leidingen gebruikt. Staal-in-PUR-PE leiding De staal-in-pur-pe leiding is afkomstig uit Duitsland en wordt in Oostenrijk van isolatie voorzien. Vervolgens wordt de leiding in Vlaardingen geleverd op de projectlocatie. Het transport van de leiding vindt per vrachtwagen plaats. Onderdeel Transport leidingen per as Gewicht in ton Transportafstand in km CO 2-uitstoot in ton CO Het gewicht van de leidingen wordt met name veroorzaakt door het staal. Doordat de leidingen van Duitsland eerst naar Oostenrijk getransporteerd moeten worden, en vervolgens nog naar de projectlocatie vervoerd moeten worden, is de transportafstand zeer lang. Figuur 1: Transport leidingen van productielocatie (A) naar isolatielocatie (B) naar assemblagelocatie (C) naar projectlocatie (D) Samen met het hoge gewicht van de leidingen veroorzaakt deze lange transportafstand een significante hoeveelheid CO 2 -uitstoot. Staal-in-staal leiding De staal-in-staal leidingen worden in delen in Duitsland geleverd en daar door de leverancier gemonteerd. De gemonteerde leiding wordt geleverd op de projectlocatie.

14 Blad 14 van 25 Onderdeel Transport leidingen per as Gewicht in ton Transportafstand in km CO 2-uitstoot in ton CO Hoewel de transportafstand korter is dan in geval van de staal-in-pur-pe leiding, is de afstand nog steeds aanzienlijk, en wordt ook hier een significante hoeveelheid CO 2 uitgestoten. Overige materialen In het project worden naast de leidingen nog andere materialen getransporteerd, zoals zand, water, houtsnippers. Het water wordt vervoerd in tankwagens en wordt gebruikt bij het testen van de leidingen. Na het voltooien van de test wordt het water weer afgevoerd. Per test wordt circa 1000 m 3 water per leiding gebruikt. Op korte termijn staat één zo n test gepland. De omvang en het aantal van eventuele toekomstige tests is nog zeer onzeker. Onderdeel Gewicht in ton Transportafstand in km CO 2-uitstoot in ton CO 2 Water (1 test) Zand Houtsnippers Totaal 26 De werkzaamheden met betrekking tot het zand en de houtsnippers zijn nog niet volledig afgerond. Om deze reden was er nog geen informatie beschikbaar over de hoeveelheden getransporteerd materiaal in het totale project. Bovenstaande gegevens zijn vastgesteld op basis van het project tot nu toe. 6.2 Aan- en afvoer materieel Tijdens het aanleggen van de leidingen wordt veel materieel gebruikt. Het belangrijkste materieelstuk is de boor. Visser & Smit Hanab voert in het project Leiding over Noord de volgende boringen en ontgravingen uit: 3 horizontaal gestuurde boringen (HDD) 8 boringen met een gesloten front techniek (GFT) 2 boringen met een open front techniek (OFT) 1 open ontgraving Om deze boringen uit te voeren worden verschillende boorstellingen gebruikt. Per boorstelling wordt de boor samen met de benodigde aggregaten, kranen en ander materieel van Dordrecht naar de projectlocatie vervoerd. In totaal worden 3 GFT/OFT boorstellingen en 1 HDD-boorstelling gebruikt. De 3 GFT/OFT boorstellingen worden bij verschillende boringen in het project toegepast en tussentijds verplaatst van de ene naar de andere projectlocatie. In totaal wordt de boorstelling 7 keer intern verplaatst.

15 Blad 15 van 25 Onderdeel Aan- en afvoer van boorstellingen Gewicht in ton 1 HDD boorstelling GFT/OFT boorstellingen Transportafstand retour in km CO 2-uitstoot in ton CO 2 3, ,8 Intern transport 1 GFT/OFT boorstelling ,2 Totaal 9,2 Naast de boorstellingen wordt door de materieelleverancier nog meer materieel geleverd, zoals keten, kranen, rijplaten, aggregaten en compressoren. Ook onderaannemers hebben materieel in gebruik op het project, waaronder shovels, tractoren en kranen. Onderdeel Materieel materieelleverancier Gewicht in ton Transportafstand retour in km CO 2-uitstoot in ton CO ,6 Pompen ,4 Materieel onderaannemers 311 gemiddeld 100 2,6 Totaal 3,6 De uitstoot als gevolg van het transport van de boren is 2,5 keer groter dan het transport van al het overige materieel. Dit komt door het relatief zware gewicht van de boorstellingen (boren en toebehoren). 6.3 Vervoer personeel Op de projectlocatie in Vlaardingen (Leiding over Noord) zijn ruim 30 medewerkers van Visser & Smit Hanab werkzaam. Daarnaast worden medewerkers van onderaannemers ingezet. De meeste medewerkers reizen met een lease- of bedrijfsauto dagelijks van en naar de projectlocatie. Sommige onderaannemers zijn gedurende het gehele project aanwezig (44 weken). Andere onderaannemers zijn bij een specifiek onderdeel van het project betrokken en zijn maar gedurende korte tijd aanwezig. Per onderaannemer is vastgesteld hoeveel personen er van en naar de projectlocatie reizen en welke afstand zij afleggen. Hiervoor is de locatie van de diverse onderaannemers aangehouden. Voor de meeste onderaannemers geldt dat zij dagelijks individueel heen en weer reizen.

16 Blad 16 van 25 Aantal personen Aantal weken Reisafstand enkele reis in km CO 2-uitstoot in ton CO 2 Machinisten ,7 Lassers ,6 Bediening pompen ,2 Grondwerk, bestrating, kappen en landmeten Gemiddeld ca. 20 personen 44 Gemiddeld 50 92,4 Verkeersregelaars ,0 Coatingswerkzaamheden (Frans bedrijf)* ,0 Totaal project 200,8 * Er is aangenomen dat deze mensen samen reizen en vanwege de verre reisafstand door de week overnachten nabij de projectlocatie Bij het eigen personeel past Visser & Smit Hanab al een reductiemaatregel toe: enkele medewerkers die ver van het project af wonen, overnachten doordeweeks vlakbij het project. Om inzicht te krijgen in de grootte van de besparing die een dergelijke maatregel oplevert, is ook voor de eigen medewerkers de uitstoot als gevolg van woon-werkverkeer gekwantificeerd. Omdat deze uitstoot veroorzaakt wordt door lease- en bedrijfsauto s van Visser & Smit Hanab, valt deze uitstoot binnen Scope 1/2 van de organisatie. De besparing is echter op analoge wijze te realiseren in Scope 3 door een vergelijkbare maatregel toe te passen bij onderaannemers. Onderdeel Aantal personen Gemiddelde enkele reisafstand in km Totale reisafstand in km CO 2-uitstoot in ton CO 2 Dagelijks per auto ,3 Overnachten ,2 Totaal 131,5 Besparing door overnachting ,0 6.4 Afvoer afval Dit voorbeeld laat zien dat als er 10% van het personeel blijft overnachten, er al een reductie van 51 ton CO 2 kan worden gerealiseerd. Dit is een besparing van 28% op de uitstoot als gevolg van woon-werkverkeer van eigen werknemers. Het effect is maximaal als juist die personen die ver van het project af wonen blijven overnachten. Het aantal ritten per persoon per week kan hierdoor met 80% verminderd worden. Wat daarnaast opvalt is dat de meeste van de onderaannemers nog relatief ver van de projectlocatie af zit (gemiddeld meer dan 50 kilometer). Het zoeken naar lokale onderaannemers kan verder bijdragen aan de reductie van woon-werkverkeer van ingehuurd personeel. Het afval op de projectlocaties van Leiding over Noord wordt verzameld in diverse containers. Een drietal kleinere rolcontainers wordt wekelijks geleegd door de afvalverwerker. Daarnaast zijn er nog 14 grote containers die opgehaald worden als ze vol zitten. Daarbij is de locatie van de afvalverwerker bekend: deze bevindt zich zeer nabij de

17 Blad 17 van 25 projectlocatie (1,5 km). Aangezien het project nog niet is afgerond, zijn er geen gegevens beschikbaar over de totale hoeveelheid afgevoerd afval. Daarom is een schatting gemaakt van de verwachte vervoersbewegingen als gevolg van afvaltransport en het gewicht van een volle container (op basis van de gemiddelde dichtheid van diverse afvalstromen). Voor de rolcontainers wordt aangenomen dat deze gemiddeld voor 50% gevuld zijn als ze wekelijks geleegd worden. Voor de grote containers geldt dat na circa 10 weken de eerste volle container is afgevoerd. Op basis hiervan is ingeschat dat deze containers ongeveer 3 keer geleegd zullen worden gedurende het project. Container Aantal Afvalstroom Gewicht volle container Aantal keer geleegd CO 2-uitstoot in ton CO 2 Kleine rolcontainer 1 Bedrijfsafval ( kg 44 0,0002 Rolcontainer 1 kg/m3) 120 kg 44 0,001 Rolcontainer 1 papier/karton (120 kg/m3) Afzetcontainer groot kg 44 0,0004 7,2 ton 3 0,007 Portaalcontainer klein 6 bouw- en sloopafval 2,2 ton 3 0,006 Portaalcontainer 6 (360 kg/m3) 3,4 ton 3 0,01 groot Totaal 0, Gebruik De uitstoot als gevolg van het transport van het afval is nagenoeg verwaarloosbaar. Dit wordt met name veroorzaakt door de zeer korte transportafstand. Als het systeem DNWW in gebruik wordt genomen, zal het voor huishoudens warmte gaan leveren. Deze huishoudens hoeven dan geen gebruik meer te maken van verwarming via gas. De Nieuwe Warmteweg is ontworpen op een levensduur van 30 jaar. Aangezien de getransporteerde warmte afkomstig is van de afvalverbrandingsinstallatie is er ook een berekening gemaakt van de uitstoot die nodig is voor de productie van deze warmte. Daarbij is het van belang om op te merken dat het hier gaat om restwarmte die anders geloosd zou worden in water of in de atmosfeer. Om een volledig beeld te geven van de te realiseren besparing in de keten wordt er echter wel CO 2 -uitstoot toegekend aan het proces in de AVR waarmee de warmte wordt opgewekt, op basis van een door CE Delft vastgestelde factor. 1 1 Zie Handboek CO 2 -Prestatieladder, versie 2.2, 4 april 2014, pagina 71.

18 Blad 18 van 25 Onderdeel (DNWW) Aantal huishoudens Gemiddeld verbruik per huishouden (bron: Eneco) CO 2 -uitstoot per jaar (ton CO 2 ) Verbruik geleverde warmte AVR GJ/jaar Vermeden gasgebruik 1600 m 3 /jaar Totaal (netto) Totaal over 30 jaar (netto) Doordat de uitstoot van aardgas veel hoger ligt, wordt er in de gebruiksfase een besparing gerealiseerd in de vorm van negatieve CO 2 -uitstoot. Deze besparing is zeer significant, ook gezien het feit dat er CO 2 -uitstoot is toegekend aan de warmte die is geleverd door de AVR. Over 30 jaar leidt dit tot een besparing van bijna 3 megaton CO 2. Dit staat gelijk aan de CO 2 uitstoot bij de verbranding van 2,4 miljard m 3 aardgas. Voor het project Leiding over Noord valt deze besparing in de gebruiksfase op eenzelfde manier te berekenen, al gaat het om een beoogde warmtelevering aan huishoudens. Onderdeel (Leiding over Noord) Aantal huishoudens Gemiddeld verbruik per huishouden (bron: Eneco) CO 2 -uitstoot per jaar (ton CO 2 ) Verbruik geleverde warmte AVR GJ/jaar Vermeden gasgebruik 1600 m 3 /jaar Totaal (netto) Totaal over 30 jaar (netto) Hetzelfde principe is doorgerekend naar de aanleg van de hoogspanningskabel bij de Kruising Haringvliet. Aangezien huishoudens hierdoor kunnen worden voorzien van groene stroom geproduceerd op het eiland Goeree-Overflakkee, kan dit potentieel de uitstoot door het gebruik van grijze stroomaansluitingen vervangen 2. Onderdeel (Kruising Haringvliet) Aantal huishoudens Gemiddeld verbruik per huishouden (bron: Eneco) CO 2 -uitstoot per jaar (ton CO 2 ) Verbruik geleverde groene windenergie Joulz kwh/jaar Vermeden grijs verbruik 3300 kwh/jaar Totaal (netto) Totaal over 30 jaar (netto) Wanneer we beide projecten vergelijken is de uitstoot uit elektriciteit voor huishoudens is kleiner dan de uitstoot van huishoudens voor warmte. Echter, door het verschil in uitstoot tussen groene stroom en grijze stroom en het aantal huishoudens dat van groene elektriciteit kan worden voorzien, valt de besparing geleverd op het project Kruising Haringvliet hoger uit dan die van DNWW. De besparing van bijna 12,8 megaton CO 2 staat gelijk aan de uitstoot ten gevolge van 851 miljard kwh groene stroom.

19 Blad 19 van Onderhoud Het netwerk van DNWW is zo ontworpen dat de onderhoudsbehoefte gedurende de levensduur zo klein mogelijk is. Voor de leidingen betekent dit zo min mogelijk onderhoud, voornamelijk bij lekkages. Lekkages worden gemonitord door de aangebrachte lekdetectie periodiek te inspecteren. Deze lekdetectie is aangebracht in de PUR-isolatie van de leidingen en maakt het mogelijk om vast te stellen of er zich in de isolatie water bevindt. De pompen, afsluiters en filters, de elektrische onderdelen, warmteafgiftepunten en de gebouwen zullen naar verwachting onderhoud behoeven gedurende het gebruik van het netwerk. Aangezien het netwerk nog niet operationeel is en dus geen ervaring is met de onderhoudsbehoefte van een dergelijk netwerk, was er nog geen informatie beschikbaar over het energiegebruik tijdens het onderhoud. Aangezien Visser & Smit Hanab een grote invloed heeft op de emissie ten gevolge van onderhoud, zal deze informatie later worden opgevraagd en geanalyseerd (8.1). Hetzelfde geldt voor de projecten Leiding over Noord, A9 / Gaasperdammertunnel en Kruising Harinvliet. 6.7 Overzicht projectlogistiek Leiding over Noord Woonwerkverkeer ingehuurd personeel 19% Transport overig materieel 0,3% Transport boorstellingen 1% Aanvoer overig materiaal 3% Scope 3 CO 2 -uitstoot logistiek Aanvoer SIS leiding 16% Afvoer zand 0% Aanvoer ST- PUR-PE leiding 57% In totaal wordt er door het transport van materiaal, materieel, ingehuurd personeel en afval 861 ton CO 2 -uitgestoten in het project Leiding over Noord. De aanvoer van de leidingen is verantwoordelijk voor 73% van de totale uitstoot als gevolg van transport (637 ton). Het zware gewicht van de leidingen gecombineerd met de zeer lange transportafstanden zijn de belangrijkste factoren die bijdragen aan de CO 2 -uitstoot.

20 Blad 20 van 25 Onderdeel Materiaal Materieel Personeel Aanvoer ST-PUR-PE leiding CO2- uitstoot in ton CO2 % van totaal % Aanvoer SIS leiding % Aanvoer overig materiaal Transport boorstellingen Transport overig materieel Woon-werkverkeer onderaannemers en ingehuurd personeel 26 3% 9 1% 4 0,4% % Afval Afvoer afval 0,02 0% Totaal % Na de leidingen is het woon-werkverkeer van ingehuurd personeel verreweg de grootste categorie. De lange looptijd van het project (44 weken) gecombineerd met het grote aantal ingehuurde medewerkers die dagelijks van en naar het project reizen zorgt voor ruim 200 ton CO 2 -uitstoot. Het transport van materieel bestaat vooral uit transport van de zware boorstellingen. In vergelijking met de andere transporten is de uitstoot als gevolg van de boortransporten relatief klein (9 ton). Ook het aan- en afvoeren van het water voor de leidingtest heeft een relatief kleine uitstoot tot gevolg (11 ton). Deze uitstoot kan echter over het hele project heen nog aanzienlijk groter zijn op het moment dat er meer tests uitgevoerd worden. Hetzelfde geldt voor het tot nu toe aangevoerde zand (11 ton CO 2 ).

21 Blad 21 van ONZEKERHEDEN De onzekerheden in de analyse worden hieronder per onderwerp besproken. Leidingen De herkomst van de leidingen is bepaald aan de hand van data uitvraag bij de producent van de leidingen en informatie verstrekt door de opdrachtgever. Het gewicht van de staal-instaal leiding is opgevraagd bij de producent. Het gewicht van de staal-in-pur-pe leiding is bepaald op basis van de informatie over de staal-in-staal buis. De bijdrage van de PUR-PE isolatie aan het totale gewicht is ingeschat op basis van de leveranciersinformatie verzameld in de andere ketenanalyse en daarmee redelijk nauwkeurig. Nadere informatie over het precieze gewicht van de staal-in-pur-pe leiding zou de resterende onzekerheid weg kunnen nemen. Het gewicht van de toegepaste leidingen is in grote mate afhankelijk van de doorsnede van de toegepaste leiding. Ook de transportmethode heeft veel invloed op de uitstoot. Hoewel deze factoren per project kunnen verschillen, laat de analyse zien dat verreweg het grootste deel van de uitstoot wordt veroorzaakt door de leidingen. Dit is naar verwachting in andere projecten ook het geval. Overige materialen De hoeveelheden zand, water en houtsnippers zijn bepaald op basis van het deel van het project dat tot nu toe is uitgevoerd. Over het gehele project heen zullen deze hoeveelheden naar verwachting beduidend hoger liggen. Daarmee is de uitstoot in deze categorie zeer waarschijnlijk onderschat. Dit maakt dat het interessant blijft om te zoeken naar reductieopties met betrekking tot de materialen. Materieel De machines en apparaten die in het project gebruikt worden zijn nauwkeurig geïnventariseerd, inclusief de herkomst (materieelleverancier of onderaannemer). Daarbij is speciale aandacht besteed aan de boren en de boorplanning in het project, omdat dit relatief zware materieelstukken zijn. Transportgewicht en methode voor de boorstellingen is opgevraagd bij de materieelleverancier. De gewichten van overige materieelstukken zijn gebaseerd op gemiddelde types. Bij drie van de negen leveranciers was geen transportafstand bekend, en is uitgegaan van een gemiddelde transportafstand (gebaseerd op het gemiddelde van de overige 6 leveranciers) van 50 kilometer. Vervoer personeel Voor het transport van het personeel is het eigen personeel op Leiding over Noord als uitgangspunt genomen, omdat er veel informatie voorhanden was over herkomst, vervoersafstand, vervoersmiddel en aantal werkdagen van deze personen. Deze uitstoot valt echter binnen Scope 1 en 2. De Scope 3-uitstoot als gevolg van transport van ingehuurd personeel is bepaald aan de hand van het aantal werkzame personen en de herkomst. Er was niet van alle onderaannemers gedetailleerde informatie beschikbaar. Aangezien de samenstelling van het aanwezige personeel wekelijks wisselt, is er uitgegaan van een gemiddelde bezetting. De reductiepotentie is bepaald aan de hand van de gedetailleerde gegevens van de eigen medewerkers. De geïdentificeerde reductiemogelijkheden blijven echter onverminderd relevant voor ingehuurd personeel, en kunnen ingezet worden om een vergelijkbare reductie in Scope 3 te behalen. De daadwerkelijke uitstoot in Scope 3 is in grote mate afhankelijk van de verhouding tussen

22 Blad 22 van 25 het aantal ingezette eigen medewerkers en het aantal ingehuurde medewerkers. Verschuiving in deze verhouding betekent een verplaatsing van uitstoot van Scope 1/2 naar Scope 3 of andersom. Het is hierbij van belang dat in totaal (over alle Scopes heen) een CO 2 -reductie wordt behaald, en dat niet slechts uitstoot wordt verplaatst van de ene naar de andere Scope. Afvoer afval De daadwerkelijke afgevoerde hoeveelheden afval zijn pas na afloop van een project beschikbaar. Daarom wordt vooraf veelal gebruik gemaakt van een inschatting op basis van de aanwezige containers. De absolute uitstoot als gevolg van het afvaltransport en de relatieve bijdrage aan de totale uitstoot uit transport in het project is dermate klein, dat eventuele onzekerheden geen invloed hebben op de uitkomst van de analyse. In projecten waar de transportafstand naar de afvalverwerker groter is, zal de bijdrage naar verwachting veel groter zijn. Op zo n moment kan het de moeite waard zijn om het afvaltransport nader te onderzoeken op basis van daadwerkelijk verwerkte hoeveelheden. Gebruik Er worden door de opdrachtgever aannames gemaakt over het aantal huishoudens dat van energie kan worden voorzien op basis van het formaat van de leiding/kabel. Of deze productie daadwerkelijk zal worden gehaald moet in de praktijk blijken, en is afhankelijk van de energielevering, het energieverlies, de aansluiting op het net van de energieleveranciers en de totale afname door de klant. De relatieve uitstoot en besparing in deze categorie is echter zo groot dat deze onzekerheid niet zal leiden tot een fundamenteel andere verhouding van de uitstoot in de keten. De daadwerkelijke efficiëntie van het systeem en de manier waarop om wordt gegaan met warmte-overschot en tekort is echter van groot belang voor de daadwerkelijk te realiseren besparingen. Er was geen informatie beschikbaar over eventueel energiegebruik van het systeem zelf. Voor een volledig beeld van de gebruiksfase is het van belang dat dit in kaart wordt gebracht. Onderhoud Ook voor de ketenstap onderhoud geldt dat er geen informatie beschikbaar was over energiegebruik in deze stap. Voor een nauwkeurig beeld en gezien de lange levensduur van het netwerk is het van belang dat deze ketenstap verder wordt uitgezocht in de toekomst.

23 Blad 23 van REDUCTIEMOGELIJKHEDEN 8.1 Reductiemogelijkheden In onderstaande tabel zijn de reductiemogelijkheden die geïdentificeerd zijn in dit project samengevat, en is weergegeven welke vervolgacties Visser & Smit Hanab zal nemen om deze mogelijkheden te benutten. Deze mogelijkheden zijn over het algemeen ook toepasbaar in andere projecten van Visser & Smit Hanab. Reductiemogelijkheid Reductiepotentie Invloed V&SH Vervolgactie V&SH Efficiënte logistieke planning voor de aanvoer van de leidingen Toepassen aanvoer over water Zeer groot Klein Aangeven van invloed keuze leveranciers en transportmethode op CO 2-uitstoot bij opdrachtgever Zeer groot (leidingen) Groot (materieel) Klein (materiaal) Klein Inventariseren mogelijkheden aanvoer over water in huidig project In nieuwe projecten vooraf inventariseren van mogelijkheden Overleg met materieel/materiaalleveranciers Lokale verwerker van afval Middel Groot Streven naar zo lokaal mogelijke afvalverwerker in projecten Vervoersbeleid (ingehuurd) personeel Efficiënte planning van (boor)transport en boorstellingen om aan- en afvoer te minimaliseren Groot Groot Zo veel mogelijk personeel inhuren dat dicht bij het project woont Personeel dat van verder komt door de week laten overnachten in de buurt en samen laten reizen Selectie van onderaannemers op transportafstand en vervoersbeleid Middel Groot Meenemen van benodigde transportafstanden bij het maken van de (boor)planning Meenemen van aanvoermogelijkheden in het maken van de boorplanning Efficiënt onderhoud Middel Groot Verdiepingsanalyse onderhoudsfase Een belangrijke conclusie uit de analyse is dat het deel van de projectlogistiek waar Visser & Smit Hanab de minste invloed op heeft, namelijk de aanvoer van de leidingen, tegelijkertijd voor verreweg de meeste uitstoot zorgt. Het is doorgaans de opdrachtgever die de leidingen inkoopt en levert. Hoewel er dus voor Visser & Smit Hanab geen beslissingsruimte is, kan Visser & Smit Hanab opdrachtgevers wel wijzen op de invloed van deze beslissing op de CO 2 -uitstoot in de keten. 8.2 Reductiedoelstellingen Op basis van de analyse zijn de volgende doelstellingen geformuleerd voor de periode : terugdringen van Scope 3 uitstoot als gevolg van transport van personeel met 5% door

24 Blad 24 van 25 overnachting, lokale inhuur en samen reizen van ingehuurd personeel en onderaannemers terugdringen van Scope 3 uitstoot als gevolg van afvaltransport met 5% door standaard te kiezen voor een lokale verwerker terugdringen van Scope 3 uitstoot als gevolg van materiaaltransport met 5% door bundeling van leveringen Daarnaast zijn de volgende onderzoeksmaatregelen gedefinieerd: onderzoek naar de mogelijkheid om meer aanvoer over water toe te passen in projecten identificatie van projecten waarin Visser & Smit Hanab wel invloed heeft op het type leiding en/of de herkomst van de leiding, zodat de inzichten uit deze analyse daar toegepast kunnen worden Actie Verantwoordelijke Deadline Behaald? Vastleggen standaard lokale verwerker in inkoopbeleid Vastleggen standaard afspraken met onderaannemers over overnachting, lokale inhuur en samen reizen Ambitie om meerdere projecten uit te voeren met toepassing van restwarmte delen met de directie Instrueren werkvoorbereiders over bundeling leveringen bij inkoop materiaal Hoofd inkoop Q Ja Hoofd inkoop Q Nee Hoofd KAM Q Ja Hoofd KAM Q Ja Onderzoek naar mogelijk transport over water Hoofd KAM Q Onderzoek doen naar andere mogelijke verbindingen en netwerken die energieverbruik verduurzamen Inventariseren in welke projecten Visser & Smit Hanab wel invloed heeft op de leidingkeuze Communicatie met leveranciers over materiaalkeuze leidingen Opvragen en analyseren onderhoudsgegevens DNWW en eventuele andere projecten Onderzoek doen naar verhogen efficiëntie van warmtetransport Monitoring van toepassing bundeling leveringen, lokale afvalverwerking en overnachting, lokale inhuur en samen reizen in projecten Hoofd KAM Q Ja Hoofd KAM Q Hoofd inkoop Q Hoofd KAM Q Hoofd KAM / Technisch bureau Q Hoofd KAM Doorlopend Doorlopend

25 Blad 25 van BRONVERMELDING Documentatie Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen Handboek CO 2 -prestatieladder 2.1, 18 juli 2012 Corporate Accounting & Reporting standard GHG-protocol Corporate Value Chain (Scope 3) Accounting and Reporting Standard Product Accounting & Reporting Standard NEN-EN-ISO Nederlandse norm Environmental management Life Cycle assessment Requirements and guidelines De opbouw van dit document is gebaseerd op de Corporate Value Chain (Scope 3) Standaard. Daarnaast is, waar nodig, de methodiek van de Product Accounting & Reporting Standard aangehouden (zie de onderstaande koppelingstabel). Corporate Value Chain (Scope 3) Standard Product Accounting & Reporting Standard Ketenanalyse: H3. Business goals & Inventory design H3. Business Goals Hoofdstuk 2 H4. Overview of Scope 3 emissions - Zie Memo meest materiële emissies H5. Setting the Boundary H7. Boundary Setting Hoofdstuk 3 & Hoofdstuk 4 H6. Collecting Data H9. Collecting Data & Assessing Data Quality Hoofdstuk 5 H7. Allocating Emissions H8. Allocation Niet van toepassing in deze analyse. H8. Accounting for Supplier Emissions - Onderdeel van implementatie van CO 2- Prestatieladder niveau 5 H9. Setting a reduction target - Hoofdstuk 8

Ketenanalyse projectlogistiek

Ketenanalyse projectlogistiek Blad 1 van 22 Ketenanalyse projectlogistiek REVISIE DATUM OMSCHRIJVING OPGESTELD GECONTROLEERD GOEDGEKEURD 0 7-11-2013 Analyse C.Wortmann M.van der Welle L.J.Klein Blad Alle Revisie 0 Revisie bijlagen:

Nadere informatie

Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland

Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland 1 Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland Auteur: Nick Ooms, Margriet de Jong Bedrijf: Traffic Service Nederland Autorisatiedatum: 17-05-2016 Versie: 1.0 Handtekening autoriserend

Nadere informatie

Ketenanalyse diensten ingenieursbureau

Ketenanalyse diensten ingenieursbureau Ketenanalyse diensten ingenieursbureau Titel : Ketenanalyse diensten ingenieursbureau Robert Bosch B.V. Status : definitief Versie : 1.0 Datum : 19-08-2014 Auteurs : Martin Vos, Willem Groenendijk, Johan

Nadere informatie

Meest materiële Scope 3 emissies en twee ketenanalyses

Meest materiële Scope 3 emissies en twee ketenanalyses Meest materiële Scope 3 emissies en twee ketenanalyses Inleiding Op 2 december 21 heeft Vialis het CO 2 -bewust certificaat op niveau 3 behaald. Niveau 3 van de CO 2 - prestatieladder is met name gericht

Nadere informatie

Ketenanalyse Afval 1/16

Ketenanalyse Afval 1/16 Ketenanalyse Afval Opdrachtgever Contactpersoon Document Nathanya Sandelowsky Katelijn van den Berg 30 juni 2014 Wolter en Dros 06 543 11 789 Referentie LM/141017 1/16 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1

Nadere informatie

Ketenanalyse project Kluyverweg. Oranje BV. www.oranje-bv.nl. Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0. Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015

Ketenanalyse project Kluyverweg. Oranje BV. www.oranje-bv.nl. Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0. Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015 Ketenanalyse project Kluyverweg Oranje BV Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0 Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015 Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager Autorisatiedatum: 3-12-2015 Naam

Nadere informatie

Ketenanalyse Upstream Transport CO2-Prestatieladder

Ketenanalyse Upstream Transport CO2-Prestatieladder CO2-Prestatieladder Opgesteld door Inhoudsopgave Ketenanalyse Upstream Transport... 1 CO2-Prestatieladder... 1 Inhoudsopgave... 2 1 Inleiding... 3 1.1 Vaststellen onderwerpen ketenanalyses... 3 1.2 Leeswijzer...

Nadere informatie

Ketenanalyse Bermgras & slootmaaisel

Ketenanalyse Bermgras & slootmaaisel Ketenanalyse Bermgras & slootmaaisel 4.A.1_2 Ketenanalyse Bermgras & slootmaaisel Pagina 1 van 11 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1 Wat is een ketenanalyse... 3 1.2 Activiteiten Rhepa Holding B.V....

Nadere informatie

Meest Materiële scope 3 emissies

Meest Materiële scope 3 emissies Meest Materiële scope 3 emissies Opdrachtgever Maurice Huits Vialis Contactpersoon Christine Wortmann 06 4613 9518 Rapportage Referentie CW/160562 Versie 1.1 Datum 19 oktober 2016 Status Definitief Inhoudsopgave

Nadere informatie

KETENANALYSE DIESELVERBRUIK SCOPE 3 EMISSIE

KETENANALYSE DIESELVERBRUIK SCOPE 3 EMISSIE KETENANALYSE DIESELVERBRUIK SCOPE 3 EMISSIE Erp, december 2014 Opgesteld door: R. Kanner (intern) A. Heerkens (extern) Geaccordeerd door: B. Kerkhof Namens de directie INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 1.1 Scope

Nadere informatie

Rapportage Scope 3 Emissies Geïdentificeerde en gekwantificeerde emissies conform de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard

Rapportage Scope 3 Emissies Geïdentificeerde en gekwantificeerde emissies conform de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard 2014 Rapportage Scope 3 Emissies Geïdentificeerde en gekwantificeerde emissies conform de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard Gebr. Algra B.V. Huchten 1 9222 LP Drachtstercompagnie

Nadere informatie

Emissie inventaris Brouwers Groenaannemers SCOPE 3 ANALYSE

Emissie inventaris Brouwers Groenaannemers SCOPE 3 ANALYSE Emissie inventaris Brouwers Groenaannemers SCOPE 3 ANALYSE 1. INLEIDING De uitstoot van CO2 kan in kaart worden gebracht aan de hand van drie scope s. Emissies in scope 1 zijn alle directe emissies. Scope

Nadere informatie

Ketenanalyse Borstelmachine. Versie: Definitief 1.0

Ketenanalyse Borstelmachine. Versie: Definitief 1.0 Ketenanalyse Borstelmachine Versie: Definitief 1.0 Opdrachtgever Contactpersoon Document Christine Wortmann 3 maart 2014 +31(088) 186 00 00 + 31 (0)6 4613 9518 Referentie CW/131761 1/20 Inhoudsopgave 1.

Nadere informatie

Ketenanalyse WKO Garant

Ketenanalyse WKO Garant Ketenanalyse WKO Garant Opdrachtgever Contactpersoon Document Nathanya Sandelowsky Katelijn van den Berg 1 juli 2014 Wolter en Dros 06 543 11 789 Referentie LM/141017 1/15 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3

Nadere informatie

Ketenanalyse Staal in project "De Gagel" Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol

Ketenanalyse Staal in project De Gagel Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Ketenanalyse Staal in project "De Gagel" Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten VBK Groep

Nadere informatie

Ketenanalyse ophoogzand voor MNO Vervat

Ketenanalyse ophoogzand voor MNO Vervat DEFINITIEVE RAPPORTAGE Ketenanalyse ophoogzand voor MNO Vervat Betrokkenen: John Kerstjens Sander Hegger Maxim Luttmer MNO Vervat Groep Vestiging Rotterdam, november 2010 Rapportage Ketenanalyse ophoogzand

Nadere informatie

Ketenanalyse Transport

Ketenanalyse Transport 2015 Ketenanalyse Transport Rapportage: KAS 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.2 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Doel... 4 2.1 Data inventarisatie... 4 2.2 Identificeren van partners

Nadere informatie

Memo Meest Materiële Emissies CO 2 -Prestatieladder

Memo Meest Materiële Emissies CO 2 -Prestatieladder CO 2 -Prestatieladder Opgesteld door Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Gevolgde stappen 3 3 Doelstelling Scope 3 emissie-inventaris 4 4 Vaststellen Scope 3 grenzen 4 5 Scope 3 emissiecategorieën 5 6 Datacollectie

Nadere informatie

Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam"

Ketenanalyse Afval in project Nobelweg te Amsterdam Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 4.A.1_2 Ketenanalyse afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 1/16 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten Van

Nadere informatie

Evelien Ploos van Amstel

Evelien Ploos van Amstel Evelien Ploos van Amstel 06 1010 8345 Referentie EP/161912 Datum 3 mei 2016 INHOUDSOPGAVE... 2 1 INLEIDING... 3 2 MATERIALITEITSANALYSE... 4 2.1 DOELSTELLING VOOR HET OPSTELLEN VAN DE INVENTARISATIE VAN

Nadere informatie

Ketenanalyse Bermgras. De Jong en Zoon Beheer B.V.

Ketenanalyse Bermgras. De Jong en Zoon Beheer B.V. Ketenanalyse Bermgras De Jong en Zoon Beheer B.V. 2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 1 Inleiding 3 1.1 Wat is een ketenanalyse 3 1.2 Activiteiten De Jong en Zoon Beheer B.V. 3 1.3 Doel van de ketenanalyse

Nadere informatie

Ketenanalyse stalen damwand. Hakkers B.V.

Ketenanalyse stalen damwand. Hakkers B.V. Ketenanalyse stalen damwand Koud gezet vs warm gewalst Hakkers B.V. Colofon Titel Ketenanalyse Hakkers bv Status Definitief Versie 1.0 Datum 30-04-2014 Auteurs Martin Vos, Hanneke Schep Inhoudsopgave 2

Nadere informatie

Ketenanalyse grasmaaien

Ketenanalyse grasmaaien Ketenanalyse grasmaaien Criteria Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 3.0 Opgesteld door Paul Bremmer en Marco Vermeulen Opgesteld op 05-04-2017 Inhoudsopgave 1 INLEIDING EN VERANTWOORDING... 3 2

Nadere informatie

Ketenanalyse bermgras. Groen Beheer Grafhorst B.V.

Ketenanalyse bermgras. Groen Beheer Grafhorst B.V. Ketenanalyse Bermgras Groen Beheer Grafhorst B.V. Colofon Titel Ketenanalyse bermgras Status Definitief Versie 1.0 Datum 23-7-2014 Auteurs Martin Vos, Jan Bakker 2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 1 Inleiding

Nadere informatie

1 Inleiding. Buro Cleijsen Pagina 1 van 9

1 Inleiding. Buro Cleijsen Pagina 1 van 9 1 Inleiding In het kader van het behalen van niveau 4 op de CO2-Prestatieladder voert de KoningGroep twee analyses uit van een GHG (Green House Gas) genererende keten. De dominantie analyse en de keten

Nadere informatie

Ketenanalyse Woon- Werkverkeer

Ketenanalyse Woon- Werkverkeer 2014 Ketenanalyse Woon- Werkverkeer Rapportage: KAWWV 2014 Datum: 12 Augustus 2014 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Doel... 4 2.1 Data inventarisatie... 4 2.1.1 Zakelijke

Nadere informatie

Plan van Aanpak reductie scope 3-emissies

Plan van Aanpak reductie scope 3-emissies Plan van Aanpak reductie scope 3-emissies CO2-Prestatieladder eis 5.B.1 Almere, 30 november 2015 Contactpersoon: Mevr. J. den Braber Postbus 30248 1303 AE ALMERE t 036-538 88 00 e [email protected] i www.a-hak.nl

Nadere informatie

Ketenanalyse Afval in project Sloop woning op de Madepolderweg 39 te Den Haag

Ketenanalyse Afval in project Sloop woning op de Madepolderweg 39 te Den Haag Ketenanalyse Afval in project Sloop woning op de Madepolderweg 39 te Den Haag Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 Wat is een ketenanalyse 3 Activiteiten Jan Knijnenburg B.V. 3 Doel van de ketenanalyse 4 Opbouw

Nadere informatie

Ketenanalyse Energieopwekking door slibverwerking

Ketenanalyse Energieopwekking door slibverwerking Ketenanalyse Energieopwekking door slibverwerking Opdrachtgever Contactpersoon Document Femke Valk & Safae Badi Christine Wortmann 1 augustus 2013 Iv-Groep +31 (0)6 4613 9518 Referentie CW/121368 1/24

Nadere informatie

Ketenanalyse Logistiek Leiding over Noord

Ketenanalyse Logistiek Leiding over Noord CO 2 Prestatieladder niveau 4 Datum: 27-5-2014 Versie: 7 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding... 1 1.1 Vaststellen onderwerpen ketenanalyses... 1 2. Doelstelling ketenanalyse... 2 3. Vaststellen

Nadere informatie

Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie.

Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie. Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie. Graag informeren wij u over de uitkomsten van onze Carbon Footprint en de derde CO 2 Emissie-inventarisatie, dit alles over 2014. Hierin zijn de hoeveelheden

Nadere informatie

CO 2 Prestatieladder. Ketenanalyse zand. Aspect(en): 4.A.1

CO 2 Prestatieladder. Ketenanalyse zand. Aspect(en): 4.A.1 CO 2 Prestatieladder Ketenanalyse zand Auteur: Dhr. A.J. van Doornmalen Vrijgegeven: Dhr. A.J. van der Heul Aspect(en): 4.A.1 Datum: 04 april 2014 Inhoudsopgave 1.0 Identificatie... 3 2.0 Doelstelling...

Nadere informatie

Aanleg van nutsvoorzieningen

Aanleg van nutsvoorzieningen 3: Analyse van GHG-genererende (ketens van) activiteiten Afdeling KAM Blad 1 van 11 Aanleg van nutsvoorzieningen Blad 2 van 11 Voorwoord In het kader van de gestelde eisen in de CO 2 -prestatieladder van

Nadere informatie

Ketenanalyse. Aannemingsbedrijf van der Meer. Datum: 4 december 2014. Pagina 1 van 11

Ketenanalyse. Aannemingsbedrijf van der Meer. Datum: 4 december 2014. Pagina 1 van 11 Ketenanalyse Aannemingsbedrijf van der Meer Datum: 4 december 2014 Status: definitief Pagina 1 van 11 Ketenanalyse Aannemingsbedrijf van der Meer B.V. November 2014 Bedrijfsgegevens Bedrijf: Aannemingsbedrijf

Nadere informatie

4.A.1 Ketenanalyse Downstream transport and distribution

4.A.1 Ketenanalyse Downstream transport and distribution 4.A.1 Ketenanalyse Downstream transport and distribution 4.A.1 Ketenanalyse Downstream Transport and Distribution versie 1.1 Pagina 1/7 Verantwoording Titel : Ketenanalyse Downstream transport and distribution

Nadere informatie

Ketenanalyse Papier. Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1

Ketenanalyse Papier. Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 2015 Ketenanalyse Papier Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Ketenanalyse papier... 4 1.1 Keten van papier... 4 2.2 Identificeren

Nadere informatie

Ketenanalyse Plaatsen Dynamische Route Informatie Panelen (DRIPS) Compass Infrastructuur Nederland B.V.

Ketenanalyse Plaatsen Dynamische Route Informatie Panelen (DRIPS) Compass Infrastructuur Nederland B.V. Ketenanalyse Plaatsen Dynamische Route Informatie Panelen (DRIPS) Compass Infrastructuur Nederland B.V. Auteur: Nick van Moerkerk Versie: 1.2 Datum: 18-06-2015 Handtekening autoriserend verantwoordelijk

Nadere informatie

4.A.1. - DOMINANTIEANALYSE (SCOPE 3)

4.A.1. - DOMINANTIEANALYSE (SCOPE 3) 4.A.1. - DOMINANTIEANALYSE (SCOPE 3) Opgesteld d.d. 02-03-2015 door: Goedgekeurd door: S. Kamphuis, KAM-coördinator H.T.B. Reimert, directeur Blad: 2 van 6 Inhoudsopgave 1. Inleiding.. 3 2. Organisatie

Nadere informatie

4.A.1 Ketenanalyse onderhoudsbaggerwerk JP Schilder

4.A.1 Ketenanalyse onderhoudsbaggerwerk JP Schilder 4.A.1 Ketenanalyse onderhoudsbaggerwerk JP Schilder Datum: 24 mei 2016 Project: Auteur: Controle: Scope 3 analyse van GHG genererende (keten)activiteiten JP Schilder pagina 1 van 12 Ketenanalyse JP Schilder

Nadere informatie

Herbert Aalbers VolkerWessels Telecom. Evelien Ploos van Amstel

Herbert Aalbers VolkerWessels Telecom. Evelien Ploos van Amstel Herbert Aalbers VolkerWessels Telecom Evelien Ploos van Amstel 06 1010 8345 Referentie EP/162194 Versie 1.0 Datum 16 februari 2017 Status Definitief 1 INLEIDING... 3 1.1 VASTSTELLEN ONDERWERPEN KETENANALYSES...

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2013 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

CO 2 -reductieplan Scope 3

CO 2 -reductieplan Scope 3 CO 2 -reductieplan Scope 3 Opdrachtgever: Van Aalsburg B.V. Dick van Aalsburg Auteur: Jannieke van Aalsburg Machteld Houben, Dé CO 2 Adviseurs Inhoud CO 2 -REDUCTIEPLAN SCOPE 3... 1 1 CO 2 REDUCTIEPLAN

Nadere informatie

CO2-footprint Bosman Watermanagement B.V. Overzicht 2015

CO2-footprint Bosman Watermanagement B.V. Overzicht 2015 CO2-footprint Bosman Watermanagement B.V. Overzicht 215 Uit de CO2 inventarisatie over 215 zijn de volgende resultaten bekend. De onderbouwing van de berekening is opgenomen. Voor 215 zijn de gegevens

Nadere informatie

Rapportage 2014 Swietelsky Rail Benelux B.V.

Rapportage 2014 Swietelsky Rail Benelux B.V. Rapportage 2014 Swietelsky Rail Benelux B.V. Energieverbruik en CO 2 emissies juni 2015 Opgesteld door: M. Kelger Rapportage 2014 Energieverbruik en CO2 emissies Inhoud 1 Inleiding... 2 2 Energieverbruik

Nadere informatie