Dragonders tot Huzaren
|
|
|
- Quinten van de Velde
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Dragonders tot Huzaren Een schets van de geschiedenis der uniformering van het Regiment Huzaren van Sytzama De geschiedenis van de uniformering van het huidige Regiment Huzaren van Sytzama is tamelijk ingewikkeld. Aangezien dit ten nauwste samenhangt met de vele veranderingen in organisatie en benaming van het Regiment is het misschien goed om eerst een korte opsomming daarvan te geven: 9 januari Opgericht als Regiment Zware Dragonders No 2; 7 maart Regiment Zware Dragonders No 3; 10 december Regiment Karabiniers No 3; 15 november Afdeeling Karabiniers No 3; 18 juli Afdeeling Kurassiers No 3; 10 maart e Regiment Zware Dragonders; 15 maart e Regiment Dragonders; 8 mei e Regiment Huzaren; 14 februari opgeheven; 30 maart opnieuw opgericht; 21 maart e Halfregiment Huzaren; 2 januari e Regiment Huzaren; 1 juli de traditie van het Regiment gaat over op het Regiment Huzaren van Boreel; 1 oktober Regiment Huzaren van Sytzama. Men kan de uniformgeschiedenis het beste verdelen in de navolgende perioden: van zware dragonders via karabiniers en kurassiers tot (zware) dragonders; van (zware) dragonderstothuzaren; 1867-heden - huzaren. A. Van Zware Dragonders tot Kurassiers De uniformen, die het Regiment bij de oprichting in januari 1814 kreeg, deden voor die tijd tamelijk ouderwets aan. De eerste uniform bestond uit een donkerblauwe rok met lange panden, gele uitmonstering, witte epauletten en witmetalen knopen. Grijze rijbroek en hoge laarzen met stijve kappen. Als hoofddeksel een tweepuntige hoed (steek) van het type zoals de Engelse zware cavalerie tot 1811 had gedragen: Deze hoed, die als regel "en colonne", d.w.z. met de punten vóór en achter, werd gedragen, had aan de linkerzijde een oranje kokarde met witte lis en knoop. Verder lederen stormriempjes en in grote tenue een rechtopstaande witte pluim. Het leerwerk -sabelkoppel, patroontasbandelier en handschoenen met stijve kappen- was wit. De bewapening bestond uit een rechte sabel met ijzeren gevest en dito schede en een pistool. In kleine en veldtenue werd een lange grijze overbroek, op de zijnaden met knopen gesloten, over de laarzen gedragen. De trompetters droegen nog geen afzonderlijke uniform. Om kosten te sparen werden zij slechts onderscheiden door zwaluwnesten met zilveren galons en dito franje.
2 Over de uniformen van de officieren wordt alleen gezegd, dat zij zich ten aanzien van de kleur van hun manteljassen moesten regelen naar die van de troep. Zij werden onderscheiden door zilveren epauletten volgens rang en door oranje zijden sjerpen. Hoewel bij de voorschriften van 9 januari 1815 de uniformen meer in overeenstemming met de heersende militaire mode gebracht werden, moet men aannemen dat de veldtocht van 1815 nog in de eerste uniformen werd meegemaakt en dat de nieuwe uniformen eerst na de terugkeer in het vaderland uitgereikt zijn. Deze nieuwe uniform bestond uit een korte donkerblauwe rok met één rij van 9 gladde gebombeerde knopen op de borst, citroengele kraag, opslagen en biezen; ponceaurode voering. De panden waren slechts aan één zijde omgeslagen en versierd met een granaat van geel laken. De epauletten waren vervangen door eenvoudige donkerblauwe schouderlappen met gele biezen. Wit vest en pantalon; hoge stijve laarzen met blanke ijzeren sporen. Als hoofddeksel nu, in navolging van de Zuidnederlandse karabiniers No. 2, een ijzeren helm met geelkoperen garnituur, zwarte paardeharen kuif en een rechtopstaande witte pluim. Wit leerwerk, bestaande uit een brede sabelkoppel met twee afhangriemen, geelkoperen slotplaat, waarop een granaat, karabijn- en patroontasbandelier. Handschoenen met stijve kappen. Voor dagelijkse diensten een grijslakense rijbroek, bezet met kalfsleer; stalbuis van donkerblauw laken met gele kraag; donkerblauwe stalmuts van het platte Hongaarse model, de bol van geel laken, op de naad wit gebiesd, gele band en kleine klep. Achter op de band het nummer van de compagnie in wit laken. Grijze manteljas als tevoren. De trompetters kregen nu een rode rok met gele kraag, opslagen en biezen; citroengele epauletten met zilveren galon, de franje van wit kemelshaar en zilver. In dagelijkse tenue droegen de officieren een donkerblauwe frak met lange panden, de kraag en opslagen van de kleur van de frak met gele biezen; zilveren epauletten volgens rang. Hierbij werd een eenvoudige tweepuntige hoed gedragen. Bij een besluit van 16 mei 1816 kregen de onderofficieren een dergelijke frak. Op 18 juli 1816 valt het besluit om de karabiniers te voorzien van kurassen. Het verhaal gaat, dat er op het slagveld van Waterloo voldoende Franse kurassen verzameld waren om de afdelingen karabiniers in kurassiers om te zetten. Het is een feit, dat de eerste kurassen schouderbanden, bezet met schubben hadden. Bij het latere Nederlandse model waren deze bezet met koperen ringen. De uniformen bleven overigens voorlopig ongewijzigd. Ook toen de eskadrons van de Afdeeling No. 9 (Landmilitie) verdeeld werden over de overige afdelingen, waarbij men bij de afdelingen twee eskadrons met een afwijkende uitmonsteringskleur kreeg. Dit was voor de Afdeeling No. 3 niet zo opvallend, omdat tussen citroengeel en strogeel geen opvallend groot verschil te zien is. Eenheid in de uniformen van de 4 afdelingen kwam bij het K.B. van 12 februari 1820 tot stand. Hierbij werd de uitmonsteringskleur voor alle afdelingen ponceaurood, de schouderlappen werden voorzien van rode wings. Voorts vervielen de granaten op de rokspanden, die nu aan twee kanten opgeslagen waren. De rijbroeken zouden in het vervolg zonder knopen op de zijnaden zijn. De gekroonde W's en granaten op de koppelplaten werden vervangen door het nummer van de afdeling. Dat nummer kwam nu ook op de witmetalen knopen te staan. De patroontas met bandelier kwam eveneens te vervallen. De patronen voor het pistool werden nu ondergebracht in een blikken kardoes, geplaatst op de pistoolholster aan de linkerzijde van het zadel.
3 De trompetters behielden de rode rok, doch nu met donkerblauwe uitmonstering. Hierbij werd geen kuras gedragen. De helm was voorzien van een rode kuif. Voor de dagelijkse dienst droegen de trompetters een donkerblauwe frak als voor de onderofficieren met als distinctief een zilveren galon ter breedte van 12 strepen langs de voor- en bovenzijde van de kraag. De trompetter-majoor had nog een tweede galon, breed 6 strepen, onder het eerste galon. De stalmuts was sinds 11 oktober 1820 rood met blauwe uitmonstering. Deze fraaie muts werd echter in 1825 reeds vervangen door een donkerblauwe als voor de onderofficieren. De trompetsnoeren waren rood en donkerblauw gemengd. De officieren waren gekleed in een fijner soort laken, de knopen van zilver; de halsdas van fluweel. Het koperwerk van de helm was verguld; de panache van vautourveren, 39,5 duim hoog en gevat in een met gouddraad omwikkelde ovale bal. De frak voor dagelijkse dienst was als voren, met rode biezen. De kwartiermuts had een band van zilvergalon; voor hoofdofficieren 27 mm breed, voor ritmeesters 20 mm en voor de luitenants 14 mm. De sabelkoppel was in grote tenue van hetzelfde model als voor de troep, de slotplaat verguld. In kleine tenue een smalle koppel van wit verlakt leder, gesloten met een vergulde haak tussen twee dito leeuwekoppen. De kuras was, evenals de helm, van gepolijst staal met 34 knoppen op het vóór- zowel als het achterstuk. De schouderbanden waren vaak van rood maroquinleder, belegd met verguldmetalen ringen. Op het einde een leeuweklauw en op de scharnierplaat op het achterstuk een leeuwekop van hetzelfde materiaal. Verder een rode gordelriem met zilver galon afgezet. De kurasbelegsels, die alleen in grote tenue werden aangebracht waren van rood laken, geboord met smal zilveren galon. Voor de troep was de kuras van ijzer en eenvoudiger van uitvoering. Oorspronkelijk werden nog Franse kurassen gebruikt, waarvan de schouderriemen met geelkoperen schubben bezet waren. De schouderriemen waren vast aan het rugstuk verbonden door messing plaatjes met scharnieren. Bij de latere, Nederlandse modellen waren de schouderriemen los. Op het borststuk bevonden zich twee geelkoperen knoppen, waaraan de schouderriemen bevestigd werden. Deze waren daartoe aan het uiteinde voorzien van een messing plaat, waarin sleutelgatvormige gaten geponsd waren om de knoppen door te laten. Bij de latere modellen met de losse schouderriem werden deze op dezelfde manier aan het achterstuk vastgemaakt. Aan de onderzijde werden beide delen van de kuras bijeengehouden door middel van een bruinlederen gordelriem met geelkoperen gesp. De twee delen van de riem waren met geelkoperen klinknagels aan weerszijden van het rugstuk bevestigd. Voor- en achterstuk waren langs de randen ieder bezet met 34 geelkoperen klinknagels, die correspondeerden met even zoveel haakjes aan de binnenzijde. Hieraan werd de kurasvoering, bestaande uit een dubbele laag grof linnen, waartussen paardehaar, bevestigd. De voering was op het borststuk voorzien van een grote binnenzak. In grote tenue werden aan de voering de kurasbelegsels, bestaande uit geplooide stroken van rood laken, 4,5 cm breed en omboord met wit galon, vastgenaaid. In 1820 werden de koperen schubben op de schouderriemen vervangen door 10 in elkaar vallende ringen van hetzelfde metaal. De schubben waren n.1. te veel aan reparatie onderhevig, terwijl zij bovendien de manteljassen te veel beschadigden. De helmen van de karabiniers, kurassiers en dragonders zijn uitvoerig beschreven in een artikel in Armamentaria No. 15 (1980). Een herhaling hier zou dit opstel slechts onnodig lang maken. Alleen de belangrijkste wijzigingen m.b.t. deze hoofddeksels zullen worden behandeld.
4 Op een gravure van Joh. Bemme prijkt een kurassier in zijn grote tenue van omstreeks De hoge witte pluim zou echter spoedig moeten verdwijnen, omdat deze bij exercitiën te paard vaak verloren werd en dan zelden in onbeschadigde staat weer in gebruik genomen kon worden. Bij een bepaling van 20 januari 1823 werd de pluim afgeschaft. Het gat, ontstaan door de verwijdering van de pluimkoker, werd bedekt door een kokarde van oranje geverfd leer, vastgezet met behulp van een geelkoperen knop. Voor de officieren was de kokarde van oranje kemelshaar, omgeven door een randje van zilveren bouillons. In 1823 werd de manteljas met de grote omliggende kraag vervangen door een van een nieuw model met kleine afhangende kraag, die de man meer bewegingsvrijheid gaf bij het hanteren van de sabel. Aldus gekleed en uitgerust trokken onze kurassiers in 1830 te velde. Tijdens de krijgsverrichtingen in België en de daarop volgende kantonnering in Noord-Brabant kwamen vele bezwaren tegen de uniformering en uitrusting aan het licht. De eerste jaargangen van de "Militaire Spectator" uit de periode van 1832 tot 1837 staan dan ook vol kritische opmerkingen hierover. Vooral de helmen en kurassen stonden aan felle kritiek bloot. In ons vochtige klimaat had men veel last van roestvorming, hetgeen alleen door veel poetsen en schuren verholpen kon worden. Dat gaf niet alleen veel werk maar tevens veel slijtage en reparatie. Voorts was het moeilijk om de helmen goed passend te krijgen. De lederen binnenkap was hiervoor niet voldoende. Zodoende moest de ruiter vaak de helm met de hand ophouden, wilde hij het hoofddeksel niet verliezen. De meeste bezwaren waren er tegen de zware, stijve laarzen. Te paard gezeten waren 's mans knieën goed beschermd, maar te voet kon hij zich slechts met moeite bewegen. Bij wisselende weersomstandigheden kon het leer zodanig krimpen, dat de voeten bijkans afgekneld werden en de laarzen niet uitgetrokken konden worden. De schachten werden dan eenvoudig doorgesneden. Ook waren de kurassiers vaak gedwongen om op mars de stevels (laarzen) links en rechts van het zadel hangend mee te voeren, hetgeen een niet bepaald krijgshaftige indruk maakte. Een en ander was aanleiding om tegen het eind van de dertiger jaren op grote schaal proeven te nemen ten einde tot een doelmatiger kleding en bewapening van de kurassiers te komen. Het resultaat was, dat omstreeks 1838 de volgende nieuwe modellen werden voorgesteld: Een rok met losse lapel (overslag), opslagen met rode patten, witte granaten op de pandopslagen. In plaats van de wings contra-epauletten van berlijns zilver, de tong met schubben en op het blad een koperen granaat. Lange rijbroek van donkerblauw laken met drie rode biezen op de zijnaden en lederen bezetsels. De stevels zijn vervangen door laarzen à la Suvarov. De grijze manteljas wordt vervangen door een lichtblauwe met langere afhangende kraag. Een nieuw, lichter, model helm met een rand van zeehondenvel en lederen vóór- en achterklep (zie Armamentaria No. 15, 1980). Deze modellen werden algemeen goed beoordeeld, doch tot de invoering ervan kwam het niet. Inmiddels werd op 10 maart 1841 het K.B. tot de reorganisatie van de cavalerie van kracht, waarbij de twee nog overgebleven Afdeelingen Kurassiers tot Zware Dragonders werden omgedoopt. B. Van Kurassiers tot Dragonders Het bericht, dat de kurassiers voortaan zware dragonders zouden heten, werd met grote instemming begroet. Er gaat een verhaal dat een detachement kurassiers, op het punt staande om uit te rukken, bij het vernemen van het Besluit als één man afsteeg, de kurassen aflegde en
5 deze tegen de muren van de kazerne deponeerde alvorens weer op te stijgen en af te marcheren. Toch moest het nog tot 1842 duren eer er nieuwe uniformvoorschriften verschenen. Bij K.B. van 8 april 1842 No. 49 werd voor de zware dragonders de volgende uniform vastgesteld: Donkerblauwe rok met één rij van 9 grote, gebombeerde witmetalen knopen, waarop een granaat; donkerblauwe kraag met aan de voorzijde een grote pat van geel uitmonsteringslaken, waarop aan de achterzijde een kleine uniformknoop; donkerblauwe puntige opslagen met een split, gesloten door middel van 2 kleine uniformknopen; aan de linkerzijde van de rok, op de heup een driekopspassant met kleine knoop; de achterpanden aan weerszijden opgeslagen en belegd met geel laken. De panden aan elkaar verbonden; de loze zakkleppen in de lengte der panden en voorzien van 3 grote knopen. Op de omgeslagen panden een granaat van donkerblauw laken. De kraag, voorpanden, opslagen, passant en zakkleppen gebiesd met geel laken. Op de schouders epauletten van wit linnen garen, gevoerd met geel laken en met een kleine uniformknoop op de tong. Zij waren op de rok bevestigd met een metalen haak en met een witkatoenen passant, gevoerd met geel laken. Donkerblauwe rijbroek met gele biezen in de buitennaden en aan de binnenzijde bezet met zwart kalfsleer. Onder op de buitenzijde een split met 5 knopen; zwartlederen souspieds. Als hoofddeksel een helm, zoals die in 1838 in beproeving werd genomen, dus die met de rand van zeehondenvel. Voor nadere beschrijving zie Armamentaria No. 15. Voor kleine diensten een donkerblauw stalbuis met dito kraag en opslagen, één rij van 7 grote knopen op de borst. Op de linkerschouder een driekopspassant met kleine uniformknoop; de opslagen puntig met één kleine knoop; aan de linkerzijde een staande passant voor de sabelkoppel; van achteren twee ronde opstaande plooitjes met een grote uniformknoop. Donkerblauwe stalmuts met opstaande voor- en achterklep, gele biezen; van voren een gele granaat en aan de punt een kwastje van gele saai. Dit model stalmuts bleef behoudens kleine wijzigingen in de afmetingen en van uitmonsteringskleur bij het Regiment in gebruik tot De lichtblauwe manteljas was reeds in 1837 bij de kurassiers in gebruik genomen. Eveneens bleven de laarzen met sporen, die de kurassiers in 1838 ter vervanging van de hoge stevels kregen, en de handschoenen zonder kappen in gebruik. De trompetters werden nu slechts van de troep onderscheiden door een zilveren galon, 2 cm breed langs de voor- en bovenzijde van de kraag. De paardestaart van de helm was wit in plaats van zwart. De trompetsnoeren en kwasten waren donkerblauw met geel gemengd. Voor de staftrompetter was de buitenste rij franje van de kwasten van zilver. De officieren droegen de rok van fijn laken en van de zelfde vorm en snit als de troep. De knopen van zilver, de granaten op de panden in zilver geborduurd, de epauletten van zilver en evenals de passanten met geel laken gevoerd. De pantalon was als voor de troep, doch zonder lederen bezetsel. In grote tenue te voet en alleen bij plechtige gelegenheden, doch niet voor het front van de troep, was het de officieren vergund een pantalon te dragen met twee zilveren galons op de buitennaden, ieder ter breedte van 3 cm en met een bies van geel laken tussen beiden. In de zomer mochten zij een pantalon dragen van russisch linnen van hetzelfde model als de lakense pantalon. De casque was geheel van zilver, dus zonder rand van zeehondenvel en zonder lederen vooren achterklep; het garnituur van verguld metaal (zie Armamentaria No. 15). In dagelijkse dienst waren de officieren gekleed in de militaire jas of overrok van donkerblauw laken met twee rijen van 7 uniformknopen, de kraag en opslagen van dezelfde
6 stof als de overrok met gele biezen; de voor- en achterpanden eveneens geel gebiesd. Op deze overrok werden de epauletten gedragen. De lengte van deze jas moest zodanig zijn, dat de onderkant tot op één palm boven de knie reikte. Hierbij werd een hoge slanke sjako gedragen, die enigszins afweek van het algemeen gedragen model. De achterzijde was namelijk 1 cm lager dan de voorkant, de bol was boven iets smaller en bekroond met een ovaalronde pompon van zilveren bouillons voor de hoofdofficieren en ritmeesters, met zilveren torsade voor de luitenants. De stalmuts voor de officieren was van het model als voor de troep, de granaat aan de voorzijde in zilver geborduurd en het kwastje voor hoofdofficieren en ritmeesters van zilveren bouillons, voor luitenants van zilveren torsade. Mantel en manteljas waren van hetzelfde model als voor de troep, doch van fijner laken. De patroontas was in grote tenue van zilver met het nummer van het Regiment, omgeven door een lauwerkrans, in verguld metaal op het blad. De patroontasbandelier van zilvergalon op geel maroquinleder; het garnituur met uitzondering van de leeuwekop en de schulpen op de grote gesp, die verguld waren, van zilver. In kleine en marstenue waren patroontas en bandelier beide voorzien van een overtrek van zwart maroquinleder, die van de bandelier met 18 kleine uniformknopen gesloten. De sabelkoppel voor grote tenue was eveneens van zilvergalon op geel maroquinleder; in het midden een oranje streep, die de sjerp moest vervangen; de slotplaat van verguld metaal met het regimentsnummer in zilver; de afhangriemen van zilvergalon op geel leder, ter breedte van 2 cm. In kleine of marstenue werd een koppel van hetzelfde model, maar van zwart verlakt leder gedragen. Voor de dagelijkse dienst werd over de overrok een smalle koppel, 2,5 cm breed, van zwart verlakt leder gedragen. De sluiting bestond uit twee gladde gebombeerde knopen van 3 cm doorsnede, waartussen een S-vormige haak. Aan de voorste afhangriem bevond zich een kettinkje om de sabel op te haken. De reorganisatie, waarbij de benaming "zware dragonders" omgezet werd in dragonders, bracht geen verandering in de uniformen met zich mede. Wel werd in 1845 een nieuw type helm ingevoerd. Dit nieuwe model, van berlijns zilver, was weliswaar lichter en misschien ook iets fraaier dan het model van 1842, maar was lang niet zo duurzaam en bood minder bescherming tegen sabelhouwen. Voor nadere omschrijving zij naar het artikel in Armamentaria No. 15 verwezen. De officieren bleven de zilveren helm 1842 dragen. De trompetters werden nu ook onderscheiden door een witte paardentaart op de helm. C. Opnieuw een uniformverandering... Nauwelijks aan de regering gekomen, besloot Koning Willem III de samenstelling en de uniformering van de cavalerie volledig te wijzigen. De beide regimenten lansiers werden opgeheven ten einde een 4e Regiment Dragonders te formeren. Voor het 1e Regiment Dragonders bracht het geen verandering in de samenstelling met zich mede. Alleen werd de uniformering grondig veranderd. Bij K.B. van 29 november 1849 werd deze als volgt vastgesteld: Donkerblauwe rok, met 7 ijzeren knopen op de borst gesloten; kraag en opslagen van dezelfde stof als de rok. Op de borst een scharlakenrode, losse overslag - populairweg het "slabbetje" genoemd - met 2 rijen van 7 gebombeerde witmetalen knopen, waarop een granaat, op de rok bevestigd. De opgeslagen achterpanden van de uitmonsteringskleur; de zakkleppen in de lengte der panden. Scharlakenrode biezen om de kraag, opslagen, zakkleppen, enz. In kleine tenue was de overslag op de borst donkerblauw met scharlakenrode biezen. De epauletten waren als te voren, zij het nu met rode voering.
7 De rijbroek was van het bestaande model, echter nu met rode biezen. Stalbuis, manteljas en mantel waren onveranderd gebleven, terwijl de stalmuts alleen nu een rode uitmonstering kreeg. Aanvankelijk schijnt de helm, 1845, nog in gebruik te zijn gebleven, maar al spoedig werd deze vervangen door een scharlakenrode sjako met wit galon om de bovenrand; oranje kokarde met een lis van wit koord en kleine uniformknoop; een scharlakenrode pompon voor de bovenrand; aan de beide zijkanten en achter een rechtopstaand wit koordje en aan de achterzijde een korte lis met knoop ter bevestiging van de vangsnoeren. In grote tenue werden witte vangsnoeren met aan het uiteinde twee dito kwasten en verder een afhangende pluim van zwart paardehaar aan de sjako bevestigd (K.B. van 6 oktober 1850). De versobering zou echter nog verder doorgaan, want bij K.B. van 28 juli 1854 werd de fraaie rode sjako vervangen door een donkerblauwe met het galon, de biezen en de pompon van rode saai. De officieren waren gekleed als de troep, alles echter van fijn laken. De uitmonstering van de sjako was van zilver; de pluim in grote tenue van zwarte hangende haneveren. De epauletten waren als van ouds van zilver maar nu van een in 1850 iets gewijzigd model; de voering in de nieuwe uitmonsteringskleur. De patroontas met bandelier en de sabelkoppel waren niet veranderd, alleen de voering van de bandelier en de koppel was nu van rood maroquinleer. In kleine tenue droegen de officieren een jas van donkerblauw laken met twee rijen van 7 uniformknopen, staande open kraag en puntige opslagen van dezelfde stof als de jas. Kraag, opslagen, vóór- en achterpanden afgezet met rode biezen. De jas kon zowel naar links als naar rechts worden toegeknoopt, zoals uit verschillende officiersportretten blijkt. Daarop ziet men ook enkele modieuze trekjes; die niet in de reglementen te zien zijn. De voorpanden zijn enigszins rond gesneden, zodat de knopenrijen van boven met een flauwe bocht naar beneden lopen. De pantalons zijn, naar Frans voorbeeld, behoorlijk wijd bij de knieën en nauw aan de onderzijde. De epauletten, die voor de ritmeesters en de luitenants volgens voorschrift vrij lange franje hebben, hebben vaak nog langere torsaden. De sjako voor kleine tenue, met zwart wasdoek overtrokken, moest persé een beetje nonchalant gerimpeld zijn. Bij K.B. van 10 juni 1858 werd de sjerp voor de dragonder-officieren weer ingevoerd. De sabelkoppel voor grote tenue werd nu geheel zilver, zonder oranje streep. Voor de troep kwamen er nog enkele wijzigingen in de kleding. De manteljassen werden bij K.B. van 27 juni 1859 vervangen door een overjas met een platte omliggende kraag. Deze jas was zodanig gesneden, dat er in de schouders voldoende ruimte was om de epauletten er onder te dragen. Het spreekt vanzelf dat deze wijziging ook van toepassing was op de overkleding van de officieren. In 1860 werd in het gehele leger het witte leerwerk vervangen door zwart (K.B. van 3 april 1860). Dit maakte de dragonderuniform ook niet bepaald fleuriger. D. In Twee Fasen een Overgang van Dragonders tot Huzaren... De dragonderuniform onderging in 1865 nog een laatste wijziging. Er werd een nieuw model sjako, lager dan de vorige, ingevoerd. Deze sjako was slechts 12 cm hoog aan de voorzijde en 18 cm aan de achterzijde. Het galon en de biesjes, enz. waren nu van witte katoen, voor de officieren van zilver. De pluim voor grote tenue bleef ongewijzigd. De sjako met wasdoek overtrek, die de officieren in kleine en marstenue gedragen hadden en tevens de kwartiermuts van het model 1852, kwamen te vervallen.
8 In plaats daarvan werd nu een nieuw model kwartiermuts bekend als het "veldwachterspetje" ingevoerd. Dit hoofddeksel, dat men zou kunnen beschouwen als de oervorm van de latere kepi, was slechts 8 cm hoog, met een vallende klep van verlakt leer, van onderen rond de bol een band van zilvergalon, 1,5 cm breed, de bovenrand evenals de vier rechtopstaande naden gebiesd in de kleur van de uitmonstering en aan de voorzijde een kleine ronde, oranjezijden cocarde, omzet met 4 rijen zilveren torsade. Doch hierbij bleef het niet. Bij K.B. van 21 maart 1866 No. 59 werd de rok met epauletten, evenals de overrok of jas van de officieren afgeschaft en als eerste stap op weg naar de transformatie tot Huzaren, vervangen door een attila. De omschrijving van dit kledingstuk is algemeen bekend; van donkerblauw laken met op de borst 3 rijen van witmetalen knopen, de middelste rij van grote, z.g. ballon, de buitenste rijen van middelgrote, gebombeerde, z.g. half-ballon. Tussen deze 3 rijen een zestal horizontaal lopende vierkante tressen, de bovenste tesamen 45 en de onderste 32 cm lang, eindigend in een figuur als een klaverblad. Op de schouders een passant van dubbel koord, van boven met een kleine halfballonknoop en eindigend in een klaverblad. Op de mouwen een Hongaarse knoop van koord; de romp, panden, kraag en rugnaden omzet of belegd met koord in de uitmonsteringskleur. Deze was voor het 1e, zowel als voor het 3e en 5e Regiment rood, voor het 2e en 4e Regiment lichtblauw. De staftrompetter en de trompetters hadden de schouderpassanten van zilveren koord. Voor de adjudant-onderofficieren en officieren was het treswerk en het koord van zijde. De Hongaarse knoop op de mouwen was uitgewerkt tot een lengte van 28 cm. De rangaanduiding door middel van de epauletten was nu vervallen. In plaats daarvan werden de rangen nu aangegeven door gouden sterren en zilveren galons - voor de hoofdofficieren - op de kraag. Tevens door zilveren (en gouden) kwasten aan de vangsnoer van de sjako, die nu verkort was tot een lengte van 1,4 meter. Deze eerste versie van de officiersattila met de zilveren knopen werd in de wandeling aangeduid als het "bellenpak". In grote tenue werd door de onderofficieren en manschappen een sjerp gedragen in de kleur van de snoeren. Deze sjerp bestond uit 3 strengen getwijnd saai; de einden in 2 strengen samengevoegd, ieder eind met 2 cilindervormige knopen in de lengte tegen elkaar bevestigd; voorts aan de sjerp 12 soortgelijke knopen, verdeeld in 4 groepen van 3, op een afstand van 7 cm van elkaar verwijderd. Aan het einde van de sjerp een lis met twee knevels en aan het andere einde een snoer ter lengte van 14 cm, voorzien van 2 kwasten. Voor de adjudant-onderofficier was deze sjerp van zijde in de uitmonsteringskleur; voor de officieren van oranje zijde. De zilveren patroontas voor de officieren werd vervangen door een van zeehondenvel, op het blad het nummer van het regiment binnen een lauwerkrans, beide van verzilverd metaal. De bandelier was eveneens van verlakt zeehondenvel, versierd met het garnituur van de voormalige zilveren bandelier voor grote tenue. Voor de onderofficieren en manschappen zou het garnituur bij vernieuwing van wit metaal in plaats van uit geel koper bestaan. De brede sabelkoppels werden nu vervangen door smalle, die onder de attila gedragen werden. In mei van hetzelfde jaar werd voor de onderofficieren en manschappen een halssnoer van witte katoen met drie dito kwasten ingevoerd. Dit versiersel werd alleen in grote en marstenue gedragen. De officieren kregen een halssnoer van zilveren koord met de kwasten volgens rang, zoals tevoren aan de vangsnoer. De kwasten kwamen nu echter op de linker- in plaats van op de rechterborst af te hangen.
9 Bij dat alles bleven het nog steeds Dragonders. De metamorfose tot Huzaren zou eerst in het volgende jaar voltooid worden. Bij K.B. van 13 februari 1867 werd de sjako vervangen door een kolbak van zeekalverenvel met aan de voorzijde een cocardepompon van oranje wol, een stormketting en drie leeuwekoppen van wit metaal. In grote tenue kwam hierbij nog een kolbakzak van rood laken met witte biezen en dito kwast, witkatoenen kolbaksnoeren en een rechtopstaande pluim van wit paardenaar. Voor de officieren was de kolbak van fijner materiaal, de cocardepompon van oranje zijde, omzet met 4 rijen zilveren torsade; de kolbaksnoeren, de biezen en de kwast van de kolbakzak van zilver en de stormketting en leeuwekoppen van verzilverd metaal. De pluim was van witte struisveren, gevat in een tulp van verzilverd metaal. De Huzarenuniform werd verder voltooid door een sabeltas met drie afhangriemen van zwart tuigleder voor de onderofficieren en manschappen met het regimentsnummer in wit metaal op het blad. Voor de officieren was de sabeltas van zwart verlakt leder met het nummer van verzilverd metaal. Voor het overige was veel bij het oude gebleven de pantalons en rijbroeken voor de onderofficieren en manschappen, de stalmuts, de stalbuis en de lichtblauwe overjas ondergingen geen verandering. Voor de officieren werd echter, naast de pantalon, die sedert 1849 in gebruik was, nu voor diensten te paard, doch niet in grote tenue, een rijbroek voorgeschreven. Deze was aan de onderzijde tot 10 cm boven de knie rondom met leer bezet, het leer aan de bovenzijde uitgesneden in de vorm van een accolade. Dit onelegante kledingstuk, dat rijlaarzen zou moeten simuleren, moest in 1871 al weer plaats maken voor een rijbroek met echte rijlaarzen. Verder werd in 1868 de attila voor de officieren in zoverre gewijzigd, dat de tressen en koorden niet meer van zijde, maar van - voor het 1e en 3e Regiment rood - kemelshaar zouden zijn met gewerkte knopen van hetzelfde materiaal. Dit was dus het einde van het kortstondig bestaan van het "bellenpak". Zo bleef het 1e Regiment Huzaren gekleed tot Toen werd op 14 februari van dat jaar, ongeacht het feit dat het een der cavalerieregimenten van het eerste uur was, het 1e Regiment gewoonweg opgeheven en verdeeld over de drie overgebleven regimenten. Het 4e Regiment Huzaren kreeg nu de benaming 1e Regiment Huzaren. Alleen het 4e Escadron van het oorspronkelijke 1e Regiment overleefde de ramp en bleef als afzonderlijk onderdeel, het Escadron Ordonnansen, de rood besnoerde attila dragen. 24 Jaar later, in 1905, werd het proces weer teruggedraaid. Een nieuw 1e Regiment werd opgericht uit de 5e escadrons van de bestaande regimenten plus een nieuw op te richten escadron. Het voormalige 4e Regiment Huzaren kreeg hierbij het oude rangnummer terug. Zo was dan het oude 1e Regiment als een vogel Phoenix uit zijn as herrezen. Jammer genoeg werd de oude rode uitmonstering niet in ere hersteld. Er was maar één escadron, het eerste, afkomstig van het 3e Regiment, dat de rode tressen, enz. droeg; de overige drie escadrons hadden blauwe uitmonsteringen. Het gevolg was, dat voortaan het hele regiment uit blauwe Huzaren zou bestaan. Inmiddels waren er wel enkele onderdelen van de uniform gewijzigd. De lange, met leer bezette, rijbroek was in 1895 vervangen door een korte, nauwere rijbroek met laarzen of beenkappen. De lichtblauwe overjas had ook een nieuw model gekregen met een laag opstaand kraagje en een losse mantel van dezelfde stof. De jas mocht nooit afzonderlijk gedragen worden, de mantel daarentegen wel. Daarvan werd dan buiten dienst vaak gebruik gemaakt. De Huzaar met het zwierige manteltje was een veelvuldig geziene figuur in het stadsbeeld van de garnizoensplaats.
10 De officieren mochten de overjas wel zonder de mantel dragen, maar dan moest de jas een platte kraag hebben met daarop de sterren volgens rang. Voorts was de kwartiermuts -het z.g. veldwachterspetje- in 1897 vervangen door de kepi van het algemeen aangenomen model met biezen in de uitmonsteringskleur; voor de officieren met het koord om de onderkant, de lis en de torsade van de cocardepompon van zilver, voor de onderofficieren van witte saai. Voor de officieren was er nog een veldmuts, een rond kalotje met een in zilver geborduurde granaat aan de voorzijde, alleen te dragen buiten dienst in bivak of kampement. Ten slotte werd er in 1910 nog een nieuw model kolbak, iets hoger dan het vorige model, ingevoerd. In de bodem een ventilator van zwart gelakt kopergaas, bedekt met een losse bodem van zwart verlakt leer. Zo komen wij dan tot het jaar 1912, het jaar waarin voor het leger de, grijsgroene kleding ingevoerd werd. Sommige onderdelen, waaronder ook de cavalerie, behielden voor de grote en ceremoniële tenue hun donkere uniformen. De officieren van de Huzaren kregen hiervoor zelfs de patroontas terug. Jammer genoeg werd niet teruggegrepen op het oude model, dat in 1872 was afgeschaft. Het nieuwe model was wat eenvoudiger. Op het blad van de zwart marokijnlederen tas in de plaats van het regimentsnummer nu een St. Joris-embleem in een krans van zilver; op de patroontasbandelier een zilverkleurig garnituur met op het schildje wederom het St. Joris-embleem. In kleine tenue was de kepi vervangen door een platte pet van donkerblauw laken. Op de band voor de onderofficieren en trompetters het regimentsnummer in wit metaal en voor de officieren een oranjezijden cocarde omgeven door een zilveren geborduurde lauwerkrans. Voor de korporaals en manschappen was er een donkerblauwe veldmuts van het algemeen nieuw ingevoerde model met biezen van dezelfde kleur als van de besnoering van de attila. Voor de veldtenue werd een grijsgroene veldjas, zonder uitmonstering ingevoerd. Er was nog een poging gedaan om, naar Duits voorbeeld, een attila van grijsgroen laken met snoeren in dezelfde kleur in te voeren. De schilder J. Hoynck van Papendrecht had daarvoor een ontwerptekening gemaakt, maar dit voorstel werd verworpen waarschijnlijk wegens de meerdere kosten. Zoals dat gewoonlijk ging, kwamen deze vernieuwingen niet direct tot stand. In het begin van de mobilisatie van 1914 tot 1918 rukten onze Huzaren nog geruime tijd in de oude veldtenue uit. Aangezien er geen nieuwe attila's meer aangemaakt werden, werden deze geleidelijk aan door de grijsgroene kleding vervangen. Bij de grijze veldtenue werd aanvankelijk nog de kolbak zonder versierselen gedragen. Tegen het eind van de mobilisatie moest deze echter plaats maken voor een stalen helm. De kolbaks werden goed bewaard en tot 1940 nog geregeld tevoorschijn gehaald bij allerlei militaire plechtigheden. Inmiddels was voor de officieren en onderofficieren de platte pet vervangen door een grijsgroene kepi van een algemeen gedragen nieuw model met voor de onderofficieren biezen in de kleur van de tressen. Voor de officieren waren deze geheel of gedeeltelijk van zilver. Voorts bleven officieren en onderofficieren tot 1940 in ceremoniële en geklede tenue trouw aan de attila; in ceremoniële tenue nog met de kolbak, in geklede tenue met een kepi van zwartblauw laken, uitgemonsterd als de grijze kepi. Voor de ceremoniële tenue kregen de officieren omstreeks 1930 nog een nieuw model giberne. De tas was van zilverwit metaal met het St. Joris-embleem op het blad, de bandelier van zilvergalon op zwart marokijnleer met verzilverd garnituur. Voor afbeeldingen en beschrijving zie Armamentaria No. 18 (1983).
11 E. Na de Tweede Wereldoorlog Toen na de Tweede Wereldoorlog voor de nieuw opgerichte Landmacht de kaki uniformen werden ingevoerd, kreeg de cavalerie lichtblauw als wapenkleur -herinnerend aan de kleur van de overkleding van vóór toebedeeld. Verder werd het St. Joris-embleem weer in ere hersteld, en wel op de baretgesp en op de schouderbedekkingen. Evenals in 1813 bracht de vorming van een nieuw leger talrijke wijzigingen in de organisatie met zich mee. Vandaar dat het enige jaren duurde eer de drie cavalerieregimenten tot stand kwamen. Zo werden achtereenvolgens in 1947 het Regiment Huzaren van Boreel, in 1950 het Regiment Huzaren Prins Alexander en ten slotte in 1951 het Regiment Huzaren van Sytzama opgericht. Dit laatste regiment, dat evenals dat van Boreel de naam van de oprichter droeg, zou de traditie van het voor-oorlogse 1e en 2e Regiment Huzaren moeten voortzetten (K.B. van 1 oktober 1951), hetgeen bij K.B. van 16 maart 1954 in zoverre gewijzigd werd, dat het alleen de traditie van het voormalige 1e Regiment Huzaren zou voortzetten. Die van het 2e Regiment werd weer overgenomen door het Regiment Huzaren van Boreel. Ten aanzien van de uniformering had de oprichting van de drie regimenten tot gevolg dat zij onderscheiden zouden worden door gekleurde biezen om de patten op de revers van de servicedress en langs de linten onder de baretgesp. Verder zouden de letters op de korpsonderscheidingstekens onder de schoudernaad ook in de uitmonsteringskleur zijn. De kleuren van het treswerk op de vooroorlogse attila's werden door de eerste twee korpsen aangenomen en wel nasaus blauw door de Huzaren van Boreel en rood door het Regiment Prins Alexander. Voor de Huzaren van Sytzama koos men toen een der heraldische kleuren van het wapen van de oprichter, namelijk het wit, naar de twee zilveren rozen uit dat wapen. In 1963 werden de korpslinten onder de schoudernaad afgeschaft. Nu werd ook de kraag van het jak voorzien van patten in de korpskleuren met daarop het wapenembleem. De schouderbedekkingen droegen nu uitsluitend de rangonderscheidingstekenen. Inmiddels waren reeds sinds 1947 pogingen in het werk gesteld om de attila voor ceremoniële en geklede tenue weer in ere te herstellen. Dit had tot resultaat dat bij K.B. van 27 augustus 1955 voor geklede tenue weer een attila, nagenoeg gelijk aan het voor-oorlogse model, werd ingevoerd. Deze was van zwarte wollen stof met de tressen, knopen en soutaches van nasaus blauw voor alle regimenten. Het enige verschil in de uitmonstering bestond uit de kleur van een treswerk op de kraag in de regimentskleur. Dit was voor de Huzaren van Sytzama dus wit. Deze witte kleur kwam ook voor in de platte biezen op de pantalon en in de biezen van de pet G.T. Verder zien wij ook weer de koordsjerp en de sabeltas verschijnen. Deze laatste nu met het St. Joris-embleem op het blad. De kolbak komt officieel niet meer in de kledingvoorschriften voor, maar wordt nog steeds gedragen door het trompetterskorps der cavalerie en door het ereescorte op Prinsjesdag. Zo zijn er meer zaken, die officieel al lang niet meer bestaan, maar die men nog geregeld kan zien dragen, zoals de lichtblauwe manteltjes van het trompetterskorps en de zilveren giberne van de officieren. Traditie is niet zo gemakkelijk uit te roeien, zeker niet bij de bereden wapens! Tot besluit van dit opstel, dat de uniformeringsgeschiedenis van het regiment over een periode van bijna 175 jaar beslaat, moet nog de invoering van een nieuwe gelegenheids- en avondtenue voor de officieren vermeld worden.
12 De per 1 augustus 1985 vastgestelde gelegenheidstenue is voor alle wapens en dienstvakken, regimenten en korpsen der Koninklijke Landmacht gelijk. De jas kan met enkele woorden omschreven worden als een in blauwzwarte stof uitgevoerde versie van de jas voor het dagelijks tenue. Door de kraagpetten is het regiment hier nog te onderscheiden, doch op de avondkleding -een soort mess- jacket of baadje met zijden shawlkraag- bevinden zich geen korpsonderscheidingstekenen. Alleen zijn hierop de rangdistinctieven op de epauletten te zien. Bij beide tenuën wordt een wit overhemd met blauwzwarte das of zwart vlinderstrikje gedragen. De pet en pantalon zijn behoudens kleine wijzigingen gelijk aan die van de geklede tenue volgens het voorschrift van Hier is het regiment dus nog te onderscheiden door de witte biezen. Voor de vrouwelijke officieren zijn de nieuwe tenuën vrijwel gelijk aan die voor hun mannelijke collega's, vanzelfsprekend met typische vrouwelijke kledingstukken, zoals de hoed, blouse, rok, kousen, enz. De nieuwe tenuën hebben nauwelijks nog enig verband met de ruim 120-jaar oude traditionele Huzarenuniform. Gelukkig is de geklede tenue met attila nog niet afgeschaft, zodat daarmede de traditie nog enige tijd in ere gehouden kan worden.
13 LITTERATUUR I.F. Teupken: Beschrijving hoedanig de Koninklijke Nederlandsche troepen, enz., J.G.F. ten Raa: De uniformen van de Nederlandsche Zee- en Landmacht, Militaire Spectator Jaargang H. Hardenberg: Handleiding ter kennis van de bestaande krijgsregeling der Landmagt 1854 met supplementen tot Receuil Militair: Verschillende jaargangen. E. van Gendt: Beschrijving der uniformen van de Nederlandsche Landmacht, enz., Beschrijving van de uniformen van de Landmacht, Beschrijving van de uniformen, de tenuën en het paardetuig van de Landmacht, 1912 en Idem, "Boekwerk uniformen", Voorlopig kleedingvoorschrift voor de Koninklijke Landmacht 144. Beschrijving der onderscheidingsteekenen voor de Koninklijke Landmacht, P. Forbes Wels, "De Nederlandsche Cavalerie", Voorschrift nr , Uniformkledingstukken, enz., Landmachtorders nr , 1985/1986.
14 ICONOGRAFIE J. A. Langendijk: Slag bij Waterloo; de Prins v. Oranje wordt gewond, Aquarel, Atlas v. Stolk. Idem: Een carabinier en eene Radijsverkoopster geld. kopergravure. Joh. Bemme: t.zn. kurassier geld. kopergravure 21x30,5, Atlas v. Stolk. J. v. H. del: Kurassier pl. 32 uit Teupken ts Zeelander sculp B. v. Hove del/d. Sluyter scul.: Kurassier en Trompetter pl. 33 uit Teupken Lith.: Nederlandsche Armee-kurassier officier der kurassiers in kleine tenue mit den manteljas en kurassier in kleine tenue met den manteljas pl. 53 uit Teupken. Madon: kurassier in Nederlandsche Dienst na 1830, geld. litho. Anoniem: gravure uit `Onderrigt in de Rijkunst der Nederlandsche Troepen te paard, Staring: 1e Regiment zware dragonders pl. 1, uit Uniformen der Nederlandsche Zee-, en Landmacht Anoniem: officieren der Zware Dragonders. Staring: Officieren en manschappen 1e Rgt. Dragonders aquarel. Leman: Gekleurde gravure J. Regenbogen: 1e Luitenant, 1e Regiment Dragonders, Wüppermann: Officier in grote en kleine tenue 1866.
De uniformen van de Zwitserse Regimenten in Koninklijk Nederlandse dienst ( )
De uniformen van de Zwitserse Regimenten in Koninklijk Nederlandse dienst (1814-1829) Volgens art 38 van de Capitulaties, die met de Zwitserse kantons gesloten werden, zou de kleding uitrusting en bewapening
De officiersdistinctieven in het Nederlandse leger na 1815
De officiersdistinctieven in het Nederlandse leger na 1815 Sterren, snoeren en kwasten Bij de ingrijpende wijzigingen in de uniformering van de meeste Wapens en Dienstvakken, ingeluid met het K.B. van
Officiersdistinctieven in het Nederlandse leger na 1814, de sjerp
Officiersdistinctieven in het Nederlandse leger na 1814, de sjerp Het spreekt welhaast van zelf, dat bij de vorming van een nieuw Nederlands leger in 1813 de oranjecocarde en dito sjerp weer in ere hersteld
Een bewogen tijdvak uit de uniformeringsgeschiedenis van de Grenadiers en Jagers 1850-1870
Een bewogen tijdvak uit de uniformeringsgeschiedenis van de Grenadiers en Jagers 1850-1870 Bij jubilea van legeronderdelen is het gebruikelijk om enige aandacht te schenken aan de geschiedenis van de uniformering
De uniformen van het Nederlandse Leger rond 1900
De uniformen van het Nederlandse Leger rond 1900 Het is misschien een goede gedachte om niet steeds te putten uit de uniformgeschiedenis uit langvervlogen tijden, maar ook eens aandacht te besteden aan
De uniformen van het leger van de Bataafsche Republiek
De uniformen van het leger van de Bataafsche Republiek DE ARTILLERIE Organisatie Bij de overgang van de oude Republiek der Vereenigde Nederlanden in de Bataafsche Republiek bestond de artillerie uit 5
Drie eeuwen Artillerieuniformen!
Drie eeuwen Artillerieuniformen! Drie eeuwen artillerieuniformen. Een ontwikkeling van uit de eerste eenvoudige uniform - eigenlijk niets anders dan uit één soort materiaal gelijktijdig vervaardigde burgerkleding
De uniformen van het regiment Huzaren van Boreel
De uniformen van het regiment Huzaren van Boreel 1814-1841 Aangezien er in ARMAMENTARIA van dit jaar extra aandacht zou worden geschonken aan de cavalerie, is het misschien een goede gelegenheid om een
DE UNIFORMEN VAN HET LEGER VAN DE BETAAFSCHE REPUBLIEK
DE UNIFORMEN VAN HET LEGER VAN DE BETAAFSCHE REPUBLIEK GENERAALS EN GENERALE STAF Een van de taken, die het nieuwe staatsbestuur in 1795 op zich nam, was het reorganiseren van het leger. Het Comité tot
DE HOOFDDEKSELS VAN HET BINNENLANDS BESTUUR VAN NEDERLANDSCH INDIE
DE HOOFDDEKSELS VAN HET BINNENLANDS BESTUUR VAN NEDERLANDSCH INDIE DEEL A DE DRIEKANTIGE HOED* De Gouverneur Generaal. Steek model 1833 De Gouverneur Generaal representeerde het hoogste gezag in Nederlands
De cavaleriehelmen van het Koninklijke Nederlandse Leger Helmdragende karabiniers, kurassiers en dragonders.
Tekst uit Armamentaria nr. 15, 1980 De cavaleriehelmen van het Koninklijke Nederlandse Leger 1815-1854. Helmdragende karabiniers, kurassiers en dragonders. Het eerste korps van het Koninklijke Nederlandse
DE GARDE-INFANTERIE TIJDENS HET KONINKRIJK HOLLAND
DE GARDE-INFANTERIE TIJDENS HET KONINKRIJK HOLLAND 1806-1810 door Dr. F. G. de Wilde Het Koninkrijk Holland vormt een der moeilijkste en interessantste tijdvakken uit de uniformgeschiedenis van het Nederlandse
Koninklijke Landmacht Mandataris. Samenstelling ceremonieel tenue: Eenheid : Het gaat hier om het ceremoniële tenue van het Korps Veldartillerie
Ceremoniële Tenuen Koninklijke Landmacht Mandataris Eenheid : Het gaat hier om het ceremoniële tenue van het Korps Veldartillerie Geschiedenis : Het geheel is grotendeels gebaseerd op het ceremoniële tenue
Officiersdistinctieven in het Nederlandse leger na 1814.
Officiersdistinctieven in het Nederlandse leger na 1814. Epauletten Oorsprong en voorgeschiedenis Onder epaulet, afgeleid van het Franse `epaule' (schouder), verstaat men een militaire schouderbedekking,
De uniformen van het Leger van de Bataafse Republiek DeeI II. De Cavalerie
De uniformen van het Leger van de Bataafse Republiek DeeI II. De Cavalerie ORGANISATIE De reorganisatie van het leger na de omwenteling van 9795 bracht ook voor de cavalerie een concentratie met zich mede.
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Regeling kledingaanspraken adjudanten van Z.M. de Koning
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 50672 8 september 2017 Regeling kledingaanspraken adjudanten van Z.M. de Koning 31 augustus 2017 Nr. BS2017025556 Ministeriële
Gibernes. IN GEBRUIK BIJ DE KONINKLIJKE LANDMACHT 1814 heden
Gibernes IN GEBRUIK BIJ DE KONINKLIJKE LANDMACHT 1814 heden Het uitrustingstuk, dat wij tegenwoordig met het woord `giberne' betitelen, is in wezen niets anders dan een patroontas, in gebruik bij de bereden
HOOFDSTUK 1. - DE KLEDIJ
KONINKLIJK BESLUIT VAN 14 MAART 2019 BETREFFENDE DE KLEDIJ EN DE KENTEKENS VAN DE OPERATIONELE BEROEPS- EN VRIJWILLIGE PERSONEELSLEDEN VAN DE CIVIELE BESCHERMING. (B.S. 29.03.2019) Gelet op de wet van
BEROEPSKLEDING BRANDWEER T-shirts & polo s Truien & sweaters Hemden Pet & muts Riem & das Schouderpassanten Thermisch ondergoed Diensttenue
BEROEPSKLEDING BRANDWEER T-shirts & polo s Truien & sweaters Hemden Pet & muts Riem & das Schouderpassanten Thermisch ondergoed Diensttenue BRANDWEER T-shirts en polo s BORDURING Nieuw Brandweerlogo BORDURING
1939, de grijze kepie verboden
1939, de grijze kepie verboden Op 19 april 1916 werd bij een beschikking van de minister van oorlog (VIe Afd., No. 1) bepaald, dat bij het leger de grijze sjako en de pet (grijs en blauw) M 1912 kwamen
HOOFDSTUK 11 TENUEN VOOR DE ADJUDANTEN EN ORDONNANSOFFICIEREN VAN H.M. DE KONINGIN.
HOOFDSTUK 11 TENUEN VOOR DE ADJUDANTEN EN ORDONNANSOFFICIEREN VAN H.M. DE KONINGIN. 1. ALGEMEEN Officieren van de Koninklijke Marechaussee, die zijn benoemd tot adjudant (in buitengewone dienst) of ordonnansofficier
meer, omdat vrijwel alles in kleine bedrijven en meest met de hand vervaardigd moest worden. Voor de mobiel gemaakte plattelands-schutterij, die tot
De mannen van 1831 Onder deze titel zal getracht worden een beeld te schetsen van de uniformering van de mobiele schutterij en de vrijwillige jagerkorpsen tijdens de bewogen dagen, nu 150 jaar geleden.
Nexus textiles Info. Professor kochstraat 30B 1221 KG Hilversum TELEFOON: +31 (0)
Nexus textiles 2016 Info Professor kochstraat 30B 1221 KG Hilversum TELEFOON: +31 (0)6 5463 5060 Inhoudsopgave Rokkostuum Smoking Smoking slimfit Jacquet Smoking shirts met/zonder plooi
Tenuen voor militairen van de Koninklijke Landmacht Voorschrift 2-1593
Koninklijke Landmacht Tenuen voor militairen van de Koninklijke Landmacht Voorschrift 2-1593 7e druk Vastgesteld door C-LAS bij brief nr. 2006007061 dd 30 mei 2006 VS 2-1593 VOORSCHRIFT TENUEN VOOR MILITAIREN
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1997 763 Besluit van 22 december 1997 betreffende de titulatuur en het kostuum der rechterlijke ambtenaren alsmede het kostuum van de advocaten en
DE ARTILLERIE VAN DE GARDE TIJDENS HET KONINKRIJK HOLLAND
DE ARTILLERIE VAN DE GARDE TIJDENS HET KONINKRIJK HOLLAND door dr. F. G. de Wilde Als vierde in de reeks artikelen, gewijd aan de Garde van Koning Lodewijk Napoleon (zie Armamentaria 5, 6 en 7), zal deze
Happy Day Mobiel. Mobiel met hemellichamen 1
Happy Day Mobiel Mobiel met hemellichamen 1 Happy Day Mobiel Moeilijkheidsgraad: Makkelijk Afmetingen: Zon: 9 cm diameter (alleen het gezicht) en 14 cm diameter (gezicht en stralen). Regenboog: 18,5 cm
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 476 Besluit van 4 september 2002, houdende de toekenning van standaarden aan het Korps Veldartillerie en het Korps Rijdende Artillerie en een
DE WEDERGEBOORTE VAN DE CEREMONIËLE TENUE DER NEDERLANDSE GARDEREGIMENTEN
DE WEDERGEBOORTE VAN DE CEREMONIËLE TENUE DER NEDERLANDSE GARDEREGIMENTEN door Mr. C. H. Evers In 1973 zal het vijfentwintig jaar geleden zijn dat Hare Majesteit de Koningin in Amsterdam werd ingehuldigd.
Inhoud. Deel 1. basispatronen
Inhoud Deel 1 basispatronen 1 Inleiding 6 2 Materialen 7 3 Het maat nemen 8 4 Grondpatroon rechte rok 14 5 Grondpatroon gerende rok 16 6 Wijde rok met schuin over elkaar vallende geplooide banen 18 7 Grondpatroon
De ontwikkeling van de Infanterie-uniformen in het Staatse Leger gedurende de 18e eeuw
De ontwikkeling van de Infanterie-uniformen in het Staatse Leger gedurende de 18e eeuw Onze kennis omtrent de uniformering van het Staatse leger is op zijn zachtst gezegd erg gebrekkig. Vooral in het tijdvak
Beschrijving schaal van Oegstgeest. Figure 1: Bovenaanzicht van de schaal. Foto: Restaura, Haelen.
Beschrijving schaal van Oegstgeest Figure 1: Bovenaanzicht van de schaal. Foto: Restaura, Haelen. Figure 2: Onderaanzicht van de schaal. Foto: Restaura, Haelen. De schaal heeft een diameter van 21 centimeter
Onderscheidingstekenen voor de officieren en onderofficieren in het Staatse leger tot 1795
Onderscheidingstekenen voor de officieren en onderofficieren in het Staatse leger tot 1795 Door Dr. F.G. de Wilde In het laatste kwart van de zeventiende en in de eerste decennia van de achttiende eeuw
Koninklijke Landmacht. Tenuen voor militairen. Voorschrift 2-1593. 6e druk Vastgesteld door BLS bij brief nr. KAB/2003/20.978/dd 27 augustus 2003
Koninklijke Landmacht Tenuen voor militairen Voorschrift 2-1593 6e druk Vastgesteld door BLS bij brief nr. KAB/2003/20.978/dd 27 augustus 2003 Opgave van wijzigingen Nr Datum Omschrijving Aangebracht door
Buurman & Buurman, Pat & Mat Basiskleding Haak- & breipatroon
Buurman & Buurman, Pat & Mat Basiskleding Haak- & breipatroon Inleiding Buurman en Buurman zijn een paar onhandige karakters in een populaire animatie video serie Voor de gehaakte popjes zijn diverse kledingsetjes
BIJLAGE AANHANGSEL. bij. Voorstel voor een Besluit van de Raad
EUROPESE COMMISSIE Brussel, 20.10.2015 COM(2015) 512 final ANNEX 1 PART 2/2 BIJLAGE AANHANGSEL bij Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende het namens de Europese Unie in het Administratief Comité
Het 'Husarenregiment Königin Wilhelmina der Niederlande (Hannoversches) nr 15'
Het 'Husarenregiment Königin Wilhelmina der Niederlande (Hannoversches) nr 15' Toen de protestante tak van het huis Stuart in 1715 met Queen Ann uitstierf, werd haar achterneef, de keurvorst van Hannover
Citeertitel: Regeling kleding en uitrusting douanepersoneel ==================================================================== Artikel 1
Intitulé : MINISTERIELE REGELING van 22 augustus 1995 ter uitvoering van artikel 10, tweede lid, van het Landsbesluit bijzondere rechtspositionele bepalingen douaneambtenaren (AB 1995 no. 59) Citeertitel:
REGELS VOOR HET DRAGEN VAN DE TERSCHELLINGER KLEDERDRACHT
home VERENIGING TERSCHELLINGER VOLKSDANSEN REGELS VOOR HET DRAGEN VAN DE TERSCHELLINGER KLEDERDRACHT Algemeen In het algemeen geldt dat men er netjes en goed verzorgd dient uit te zien; de kleding moet
10 Zoom jas of mantel terug kleven en/of afstikken, of vast maken 20,00 25,00
1 Mouwlengte van Mantels - Colberts -Blouzons Mouwlengte eenvoudig model (bv. af te snijden mouw zonder om te stikken ) 25,00 30,00 2 Mouwlengte met fantasie, manchetten, slipjes enz, 40,00 50,00 3 4 5
DE CAVALERIE VAN DE GARDE TIJDENS HET KONINKRIJK HOLLAND 1806-1810
DE CAVALERIE VAN DE GARDE TIJDENS HET KONINKRIJK HOLLAND 1806-1810 door Dr. F. G. de Wilde Evenals dat bij de Infanterie van de Garde het geval was, werd de geschiedenis van de Garde- Cavalerie gekenmerkt
Beschrijving pak Mario(rood)/Luigi(groen)
Beschrijving pak Mario(rood)/Luigi(groen) Waar moet je zelf voor zorgen: - Blauwe garen - Groen/rode garen, afhankelijk van een Mario of Luigi pak - Gele garen - Dun elastiek - Klittenband Wij willen u
SCHUTTERSBOND ST. GERARDUS. BONDSFEEST Te: DD: VERENIGING:
1 BESTE PRESENTATIE: (beoordelen tussen de 80 en 100 punten) 1 mars, richtingen en afstanden Opmerking: a. markeren b. < 3 meter c. > 3 meter Punten: 2 halt houden / aanmarcheren / wendingen Opmerking:
Het praeseslint wordt boven de jas over de rechterschouder gedragen, met het schild op de borst.
CASTRUM COULEUR WAPENSCHILD Het wapenschild van Castrum heeft de vorm van het heraldisch Vlaams schild. Het heeft een faas aan het hoofd in zilver met de wapenspreuk VIVAMUS AD CODICEM daarop aangebracht
PoWErWEar. Kan werkkleding functioneel, duurzaam en praktisch zijn en er toch verbazingwekkend goed uitzien?
PoWErWEar Kan werkkleding functioneel, duurzaam en praktisch zijn en er toch verbazingwekkend goed uitzien? Het nieuwe gamma PowerWear biedt het logische antwoord op deze vraag. Met een jonge, frisse en
Patroon Een bijzonder mooie tas
Patroon Een bijzonder mooie tas Ik heb deze tas gemaakt met een combinatie van Kimara van Adriafil en Catania. Van de Kimara had ik 5 bollen nodig, van de Catania 4 bollen. Verder gebruikte ik 4 ringen
Graag presenteren wij u hierbij het nieuwe uniform voor de Brandweermannen en Brandweervrouwen in Nederland.
Voorwoord Graag presenteren wij u hierbij het nieuwe uniform voor de Brandweermannen en Brandweervrouwen in Nederland. Het gaat om het zogenaamde uitgaansuniform en niet om de uitrukkleding. En.we zijn
Patroon Stoere, Chique, Fluffy Tas
Patroon Stoere, Chique, Fluffy Tas Ik heb deze tas gemaakt van de Coton 4 van Phildar, kleurnummers 0067 (zwart) en 0001 (roze) en de Originals Brazilia van Schachenmeyr, kleurnummer 00087. Van de Coton
4 Stamvader Dielemans militair. Lancier 10 e Regiment te paard in groote tenue. Zou stamvader Dielemans er ook zo uit gezien hebben?
4 Stamvader Dielemans militair DE NEDERLANDSE CAVALERIE Om een indruk te krijgen van Josephus eerste beroep, n.l. cavalerist bij het leger, geven we hier onder aandacht aan enkele onderdelen van de cavalerie.
AMBULANCIERKLEDING T-shirts & polo s Truien & sweaters Pet & muts Riem & das Schouderpassanten Ambulancierjassen Ambulancierbroeken
AMBULANCIERKLEDING T-shirts & polo s Truien & sweaters Pet & muts Riem & das Schouderpassanten Ambulancierjassen Ambulancierbroeken Ambulancieroveralls T-shirts en polo s AMBULANCIERKLEDING BORDURING Star
Bijlage B : DE TENUES Nr 2
De militaire tenues Bijl B - 1 / 15 Bijlage B : DE TENUES Nr 2 1. Tenue 2A het groot tenue a. Basisartikels ONDER MANNELIJK PERSONEEL Kepie Kepie Kepie Kepie Schouderstukken ❷ Individuele nestels Individuele
Naden afwerken. schoudernaad. schoudernaad. Open naden of randen afwerken. 1a 1b
BIJ EXTRA ALLE PATROONDELEN NAAITECHNIEKEN MOETEN NADEN EN ZOMEN WORDEN AANGEKNIPT Naden afwerken Wanneer werk je naden af? Opmerking vooraf: je kunt de naden van je kledingstuk op verschillende manieren
Prijslijsten Cramer s Cleaning Service in Euro s
Prijslijsten Cramer s Cleaning Service in Euro s Stomen Wassen Kledingreparatie Strijken Prijslijst Cramer s Cleaning Service Stomen in Euro s Blazer 7,95 Blouse, vest, trui, gilet 5,50 Bodywarmer zonder
Bijlage 2. Bijlage 2 van de Regeling verkeersregelaars 2009, zoals geldend op 19 december 2016 zie voor de vigerende tekst
Bijlage 2 De hes van de verkeersregelaar bestaat uit een fluorescerend gele bovenkant en een fluorescerend oranje onderkant. Het scheidingsvlak van deze kleuren bevindt zich ter hoogte van de onderkant
PVE /00 PROGRAMMA VAN EISEN BANDSJERP ORANJE OFFICIEREN
PVE 105134/00 PROGRAMMA VAN EISEN BANDSJERP ORANJE OFFICIEREN KPU-BEDRIJF / AFDELING KETENMANAGEMENT SECTIE PRODUCTKENNIS EN KWALITEIT 14 maart 2016 KPU-bedrijf Bladzijde : 2 Opgesteld door : Afdeling
Emblemen KL Vooroorlogs (tijdelijk thema)
(tijdelijk thema) Wij ontvingen een verzameling met een aantal prachtige en originele voor-oorlogse emblemen van het Nederlandse leger. Allemaal in schitterende staat en fraai geborduurd. Het zijn voornamelijk
De Tentoonstellingskooi van de NGC-DBS.
De Tentoonstellingskooi van de NGC-DBS. Tijdens de Clubshow in september 2011, viel het enkele leden van Technische Commissie en het bestuur op, dat er ondanks jarenlange promotie van de W.B.O. standaard
Uw eigen broedhok bouwt u zo
1 Zelf aan de slag Uw eigen broedhok bouwt u zo Dit hebt u nodig: spijkertjes schroeven 3,5 x 30 mm schroeven 3,5 x 10 mm 2 scharnieren 7 x 7 cm 2 eierkist-sluitingen 1 drukschakelaar met maakcontact elektriciteitsdraad
JOEY. farbenmix.de Seite 1 von 11 JOEY. glitzerblume*de
glitzerblume*de Bij dit blousepatroon kunnen mouwe, voor- en achterpanden van rekbare stoffen worden gemaakt, zoals bijv. tricot. Voor smalle meisjes kunnen figuurnaadjes worden ingestikt die op het patroon
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2016 258 Besluit van 2 juni 2016 inzake rangschikking, oprichtingsdata en genealogieën van eenheden van de Koninklijke Landmacht, heroprichting van
Klein prinsesje. Patroon van Jacqueline v.d.bent-bekker/made by J, Copyright, Pagina 1
Klein prinsesje Patroon van Jacqueline v.d.bent-bekker/made by J, Copyright, Pagina 1 Materiaal Prinses Pink. Prinses Blue. Prinses Yellow - Huidskleur. - Huidskleur. - Huidskleur - Licht roze. - licht
Gratis naaipatroon jurkje maat
Gratis naaipatroon jurkje maat 68 t / m 92 Materialen: * Rood- wit geruite stof (30 cm bij 15 cm) (voorpand jurkje boven) * Blauw- wit geruite stof (40 cm bij 35 cm) (voorpand jurkje onder) * Sierband
Jas en lange broek. De Jas. Stekenverhouding: 14 st. en 20 nld. is 10 x 10 cm. Dit model wordt gebreid met twee draden tegelijk
Jas en lange broek De jas is gebreid op naalden 5 en 6 met 2 bollen Scheepjeswol Roma korenblauw 1614 en 1 bol zachtgeel 1509. Looplengte van het garen: 133 mtr. 3 knoopjes De Jas Stekenverhouding: 14
Tutorial jongensblazer
Tutorial jongensblazer Ik vertrok van een basispatroon dat ik online kocht en uitprintte op de website van Knipmode. Hier vind je de link: http://www.knippie.nl/shop/jongen/jas/kek-blazertje-grotemaat-pdf-patroon
De Kahakai beachbag Kreafabriek CAL 2017
De Kahakai beachbag Kreafabriek CAL 2017 De Kahakai strandtas, Week 8 Kahakai betekent strand in het Hawaïaans en is de titel van de zomerse CAL van de Kreafabriek. In 8 weken haak je een prachtige strandtas.
LEES EERST DE HELE NAAIBESCHRIJVING DOOR VOORDAT JE BEGINT
Naaibeschrijving meisje loopgroep CV De Nachtuulkes 2016 LEES EERST DE HELE NAAIBESCHRIJVING DOOR VOORDAT JE BEGINT TULE Je hebt 5 of 6 meter tule. Knip daar 2x 120cm af, dit heb je nodig voor de strikken
Naden afwerken. schoudernaad. schoudernaad. Open naden of randen afwerken. 1a 1b
BIJ EXTRA ALLE PATROONDELEN NAAITECHNIEKEN MOETEN NADEN EN ZOMEN WORDEN AANGEKNIPT Naden afwerken Wanneer werk je naden af? Opmerking vooraf: je kunt de naden van je kledingstuk op verschillende manieren
» BOUWSECTOR. voor een veiliger en efficiënter werkresultaat.
» BOUWSECTOR ProJob s bouwuitrusting is ontworpen om de ruwste werkomstandigheden te verdragen. Het is robuust zowel in ontwerp als in gebruik. U voelt zich steeds veilig in de ProJob uitrusting waardoor
(Op de mouw, of op de schouderbedekking) Geen rangonderscheidingsteken. Matroos der 3e klasse. bij de vloot. kleur: rood
7. Rangonderscheidingstekens van Zee-, Land-, Luchtmacht en KMar a. Koninklijke Marine Rangonderscheidingsteken (Op de mouw, of op de schouderbedekking) Geen rangonderscheidingsteken Matroos der 3e klasse
De uniformen van het Leger van de Bataafsche Republiek
De uniformen van het Leger van de Bataafsche Republiek In de barre januarimaand van 1795 stortte de oude Republiek der Vereenigde Nederlanden ineen. De strijd tegen de legers van het revolutionaire Frankrijk
Patroon en werkbeschrijving grote en kleine tas
Patroon en werkbeschrijving grote en kleine tas onworpen in opdracht van Veritas Ontwerp: Nele van OOYAmade 1. Benodigdheden Benodigdheden om beide tassen te maken (kan verschillen afhankelijk van de stofkeuzes
Sunset Tuniek. No
Sunset Tuniek No. 1006-191-9718 Maten: S (M, L) Niveau: Gemiddeld Haaknaald: 5 mm Materialen: Markeerders en schaar. Garen: Summer Merino 2 kleuren: Oranje en grijs Koop het garen hier: http://shop.hobbii.nl/sunset-tuniek
SUB PVE 03/00 SPECIFICATIE: ONDERSCHEIDINGSTEKEN (OT), METAAL T.B.V. RANGSAANDUIDING ONDERDEEL VAN GENERIEK PVE : R.M.E. van Roekel-Boerhout
SUB PVE 03/00 ONDERDEEL VAN GENERIEK PVE 105133 SPECIFICATIE: ONDERSCHEIDINGSTEKEN (OT), METAAL T.B.V. RANGSAANDUIDING Medewerker KPU-BEDRIJF / AFD. KETENMANAGEMENT / SECTIE TECHNIEK 2 juli 2012 Paraaf
Bijlage A : DE TENUES Nr 1
De militaire tenues Bijl A - 1 / 6 Bijlage A : DE TENUES Nr 1 1. Tenue 1A het groot galatenue a. Basisartikels MANNELIJK Pers VROUWELIJK Pers OFFICIEREN LM Blauwe pet Vergulde schouderstukken Zwarte kousen
breipatroon Zo ga je te werk
BAGSHAWL 9 bollen Nigar; 4 bollen wit en 1 bol van 5 andere kleuren 1 set breinaalden van 9 mm (je kunt ook recht breien op een rondbreinaald van 9 mm) en een haaknaald 5 of groter Recht 22 x 240 cm LET
Een kornet nader bekeken
Een kornet nader bekeken Een schilderij van J. Hoynck van Papendrecht van een kornet van het 4e Regiment Huzaren 1912 door J.A.C. Bartels Het is merkwaardig dat iedereen in de militair historische wereld
Inhalt. Woord vooraf 4. De collecties Pierre Lierneux 8 Het Belgische leger in Pierre Lierneux 14
Inhalt Woord vooraf 4 Inleiding 7 De collecties Pierre Lierneux 8 Het Belgische leger in 1914 1918 Pierre Lierneux 14 Les tenues de 1914 17 Het kader: het officierenkorps, de generale staf en de generaals
Meisjessweater. Knip. Benodigdheden. Naaien. De manchet decoreren. Husqvarna Viking naaimachines en accessoires
Kindersweaters Meisjessweater Benodigdheden Burda-patroon 9614 deel A Groene sweatshirtstof voor voor- en achterkantdeel, roze voor 1 mouw en donkergeel voor de andere mouw (raadpleeg de patroondelen voor
Genaaide organizer. Knutselidee. com N 103.633
Een nuttige helper die u helpt om orde te houden en een frisse wind door uw huiskamer laat waaien! Eerst worden de afzonderlijke stoffen op maat geknipt en op de bruine basisstof de latere rangschikking
SUB PVE 10/00 SPECIFICATIE: PET- EN HOED EMBLEMEN T.B.V. - KL - KMAR ONDERDEEL VAN GENERIEK PVE : R.M.E. van Roekel-Boerhout.
SUB PVE 10/00 ONDERDEEL VAN GENERIEK PVE 105133 SPECIFICATIE: PET- EN HOED EMBLEMEN T.B.V. - KL - KMAR Medewerker KPU-BEDRIJF / AFD. KETENMANAGEMENT / SECTIE TECHNIEK 2 juli 2012 Paraaf : : R.M.E. van
Kleding Stichting Zeekadetkorps Rotterdam
Wanneer je lid bent van het Zeekadetkorps Rotterdam zijn er bepaalde kledingkosten. Uniform: De eenmalige bijdrage voor het uniform is 45,00. Het uniform wordt verstrekt na inschrijving en de betaling
14 bollen garen met een looplengte van 125mtr. (voor de grootste maat denk ik 2 bollen meer).
Pagina1 Haakpatroon Mijn Knoopjes vest Dit patroon is het eigendom van Mijn Knoopjes en alleen bedoeld voor persoonlijk gebruik. Alle rechten van dit patroon zijn voorbehouden aan Mijn Knoopjes. Dit patroon
LIBASKLEDINGREPARATIE & STOMERIJ Prijzen voor particulieren
www.libas.nl LIBASKLEDINGREPARATIE & STOMERIJ voor particulieren PRIJZENLIJST STOMERIJ [email protected] Pantalon Stomen 5.50 Kostuum Stomen 12.50 Kostuum 3-delig Stomen 16.50 Kolbert Stomen 7.00 Overhemd
Benodigdheden. HICLASS 100Q naaimachine van Husqvarna Viking. 88 x 140 cm Dikke beige katoen voor de tas en de voering. 14 x 140 cm roze imitatieleer
Snel-klaar-tas Benodigdheden HICLASS 100Q naaimachine van Husqvarna Viking 88 x 140 cm Dikke beige katoen voor de tas en de voering. 14 x 140 cm roze imitatieleer 36 x 76 cm van 2 verschillende beige dunne
Bijlage E : DE TENUES Nr 5
De militaire tenues Bijl E - 1 / 22 Bijlage E : DE TENUES Nr 5 1. Tenue 5A MP het ceremonieel tenue Kepie MP Vest Staafjes der EO Eenheidshangertje Koord MP met fluitje Armband MP Politieset Hemd lange
HOE IK EEN BALG MAAK
HOE IK EEN BALG MAAK Gespreid over verschillende jaren, bouwde ik houten camera s. De grootste uitdaging was het zelf maken van een balg. Om het geheim hiervan te achterhalen, ontlede ik enkele oude balgen.
Bovendien (zonder patroon): Twee stroken van 58 x 10 cm voor de bretels (inclusief 1 cm zomen), definitieve breedte 3,8 cm.
Jeansrok Maten 34-46 Materialen 0,9 1,1 m denimstof, 150 cm breed (1,1 1,4 m bij 135 breed) 1 metalen rits, 16 cm 2 schuifgespen 40 mm 2 tuinbroeksluitingen 40 mm 3 jeansknopen Normaal naaigaren in een
Cursushuishoudelijkehulp.nl. Handleiding. Wassen, drogen en strijken. Handleiding - Wassen, drogen en strijken 1
Cursushuishoudelijkehulp.nl Handleiding Wassen, drogen en strijken Handleiding - Wassen, drogen en strijken 1 Handleiding wassen, drogen en strijken Voordat je begint met drogen, strijken of wassen bekijk
farbenmix farbenmix Sabine Pollehn Seite 1 von 14 TINKA-BELLA Gerkostr. 4, Wilhelmshaven Jas met capuchon TINKA-BELLA Design: glitzerblume*de
Jas met capuchon TINKA-BELLA Design: glitzerblume*de jas met capuchon knippen: knip alle patroondelen met naadtoeslag uit de stof. Knip alle patroondelen van voor- en achterpand uit de buitenste stof.
- 6 bollen wol (ik gebruikte TWEED breigaren van Zeeman, 100 gr - 163m) - 3 houten sluitingen (houtje touwtje) - haaknaald 4,5. Gehaakte gilet.
Gehaakte gilet Nodig: - 6 bollen wol (ik gebruikte TWEED breigaren van Zeeman, 100 gr - 163m) - 3 houten sluitingen (houtje touwtje) - haaknaald 4,5 Mijn jas is aan middenrug 66 cm lang en van zijnaad
Inzet van middelen: dekking Voor het vervangen van het brandweeruniform is binnen de begroting 2009 een bedrag van ,- beschikbaar.
College Onderwerp: V200900008 Uniformkleding brandweer nieuwe stijl Collegevoorstel Inleiding: Al meerdere jaren is er sprake van een nieuw brandweeruniform. In 2005 werd er definitief gekozen voor de
Tekst gekleurd in roze = opmerkingen/bedenkingen van de vertaler (niet uit het originele patroon)
1/13 TUNIEK MET V-HALS Renee Barnes Vertaling Charami.com VRIJWARINGSCLAUSULE PATROON Dit patroon behoort toe aan Renee Barnes (www.crochetrenee.com). Charami.com maakte enkel de vertaling, onafhankelijk
Car naval patr oon. blad 1 van 6
Car naval patr oon blad 1 van 6 34 SPIDERMAN Je kunt dit model maken in de maten 104/110 t/m 140/146. Dit heb je nodig 104/110 116/122 128/134 140/146 Rode stof van 1.40 m breed 0.85 m 0.90 m 0.95 m 0.95
Voordat u verder gaat, eerst deze pagina goed lezen!
Artikel KN506-0-02 blad van 6 2 3 5 6 Belangrijk! Voordat u verder gaat, eerst deze pagina goed lezen! 7 8 9 0 Voordat u begint met het printen van alle pagina s, print u eerst ALLEEN DEZE PAGINA. Als
SUB PVE-33/00 SPECIFICATIE: ONDERSCHEIDINGSTEKEN, KLU, GEBORDUURD OP EEN SCHOUDERSCHUIFPASSANT T.B.V. - OVERHEMD - TRUI - PARKA
SUB PVE-33/00 ONDERDEEL VAN GENERIEK PVE 105080 SPECIFICATIE: ONDERSCHEIDINGSTEKEN, KLU, GEBORDUURD OP EEN SCHOUDERSCHUIFPASSANT T.B.V. - OVERHEMD - TRUI - PARKA MNSN : 8455-17-113-5741 Medewerker : R.M.E.
COCO ZWARTE FEESTELIJKE DAMESCARDIGAN. MOEILIJKHEIDSGRAAD ervaren hakers MAAT: S (M-L) DIT HEB JE NODIG: 400 ( ) g Ganzo col 136 zwart
COCO ZWARTE FEESTELIJKE DAMESCARDIGAN MOEILIJKHEIDSGRAAD ervaren hakers MAAT: S (M-L) DIT HEB JE NODIG: 400 (500-500) g Ganzo col 136 zwart 1 (2-2) bollen Anchor metallic col 00301 zilver 1 haaknaald 4
MEISJESBLOES MET KNOOPSLUITING EN CLAUDINEKRAAG
FICHE MEISJESBLOES MET KNOOPSLUITING EN CLAUDINEKRAAG 1 2 MEISJESBLOES MET KNOOPSLUITING EN CLAUDINEKRAAG Schattig toch deze meisjesbloes met afgeronde kraag. De felblauwe knoopjes en de felrode kraag
