ONTWERP BASISNET WATER
|
|
|
- Christiana Kuipersё
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 BIJLAGE 1 bij VenW/DGMo-2008/4424 ONTWERP BASISNET WATER Binnenvaart is een bijzonder veilige wijze van transport en daarom zeer geschikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Van al het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor vindt 80% over het water plaats. Met het Basisnet Water voorkomen we toekomstige externe veiligheidsknelpunten langs waterwegen. Er wordt een grens gesteld aan de risico s van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Gemeenten moeten bij bouwplannen rekening houden met dat toekomstige vervoer. Daarmee hebben we een robuust systeem gecreëerd waar we de komende decennia mee vooruit kunnen. De risico s zullen dan nergens onacceptabel groot worden. 1. Doel en Ambitie Het Basisnet Water moet de bereikbaarheid van de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het aangrenzende buitenland garanderen. Daarnaast moet ook de ruimtelijke ontwikkeling langs het water op verantwoorde wijze mogelijk blijven. Dit alles binnen de normen van externe veiligheid. Tachtig procent van al het vervoer (weg, water en spoor) van gevaarlijke stoffen vindt plaats over water. Hoewel ongelukken met schepen met deze stoffen in Nederland gelukkig zeldzaam zijn, bestaat er een kans dat deze stoffen vrij komen. Dat kan in de omgeving van de vaarweg tot slachtoffers leiden. De kans dat dat gebeurt, is klein vanwege de strenge regelgeving rond het vervoer van gevaarlijke stoffen. Maar er blijft altijd wel een risico bestaan. Dat risico moeten we aanvaardbaar klein houden. De gemeenten, die over de bebouwing gaan, zijn niet in staat iets aan het vervoer te doen en de vervoersector kan niet ingrijpen in de ruimtelijke ontwikkelingen. De rijksoverheid ziet het daarom als haar taak om naar alle belanghebbende partijen helderheid te scheppen en samen met hen beleid te ontwikkelen. De aankondiging dat er op dit punt beleid zal worden gemaakt, is opgenomen in de Nota Mobiliteit uit Dat is verder uitgewerkt in de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen uit datzelfde jaar. Daarin staat dat er een Basisnet komt waarin groeiruimtes worden aangegeven voor zowel het vervoer van gevaarlijke stoffen als voor de ruimtelijke ontwikkelingen rondom de infrastructuur. Het Basisnet beoogt een duurzame balans te vinden tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ordening en veiligheid. Basisnet Water doet dit voor de vaarwegen in Nederland. 2. Aanpak 2.1 Proces Het Basisnet Water is gemaakt door de Werkgroep Basisnet Water. Daarin zitten vertegenwoordigers van de belangrijkste betrokken partijen: gemeenten, provincies, bedrijfsleven, havens, vaarwegbeheerder (RWS) en de ministeries van VROM en VenW. De focus van het project was gericht op maximaal draagvlak bij al deze partijen. Dit heeft er toe geleid dat de deelnemende partijen het Basisnet Water ondersteunen.
2 2.2 Inhoud Bij het Basisnet Water gaat het er om een balans te vinden tussen het toekomstige vervoer van gevaarlijke stoffen op het hoofdvaarwegennet, de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen daar omheen en de veiligheid van burgers. Eerst is onderzocht hoeveel het vervoer nog kan groeien zonder dat er sprake is van een te hoog risico op de oever 1. In die gevoeligheidsanalyse zijn de volgende zaken meegenomen: Verwachte groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen tot 2030; Toekomstige ontwikkelingen als uitbreiding van de Maasvlakte en de aanleg van de benzineterminal Amsterdam; De gevolgen van een eventuele modal shift conform Kabinetsstandpunt Ketenstudies LPG, Chloor en Ammoniak. Ook is geïnventariseerd welke gemeenten bouwplannen hebben in of op het water. 3. Uitkomst 3.1 Hoofdlijnen van het Basisnet Water Categorie-indeling De vaarwegen die onderdeel zijn van het Basisnet Water zijn hoofdtransportassen, (doorgaande) vaarwegen en potentiële distributievaarwegen 2. Havenbekkens maken geen deel uit van het Basisnet. Er is gebruik gemaakt van CEMT-klassen die in Europa gelden 3. Hierbij zijn per klasse de maximale afmetingen van een schip vastgelegd. In het Basisnet zijn de vaarwegen met CEMT-klasse 2 en hoger opgenomen 4. Vaarwegen die zijn ingedeeld in een lagere CEMT-klasse, maken geen onderdeel uit van het Basisnet. Op die vaarwegen (en alle andere vaarwegen die niet tot het Basisnet behoren) vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen in bulk plaats. Af en toe vaart er een bunkerschip van maximaal 300 ton voor de bevoorrading van brandstofstations langs de vaarweg. Opname in het Basisnet van deze vaarwegen heeft geen effect op de veiligheid. Zij zijn daarom buiten beschouwing gelaten 5. De indeling van het Basisnet Water wijkt af van de indeling uit de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen. Die indeling bestond uit 3 categorieën: vaarwegen waar het vervoer onbeperkt kan groeien, vaarwegen waar de ruimtelijke ontwikkelingen onbeperkt kunnen groeien en vaarwegen met een mengvorm. Deze indeling blijkt voor het Basisnet Water niet zo geschikt. Uit de analyses bleek dat zowel het vervoer op als de bebouwing langs alle vaarwegen nog kunnen groeien zonder dat er onacceptabele risico s ontstaan. Zwaar beperken van de ruimtelijke mogelijkheden of de vervoermogelijkheden is dan ook nergens nodig. Voor het basisnet water wordt daarom een alternatieve indeling voorgesteld, gebaseerd op het karakter van de vaarwegen. Dat leidt tot 3 typen routes. Zeevaartroutes (rood): dit zijn alle vaarwegen vanaf zee naar zeehavens. Deze routes worden zowel gebruikt door grote zeeschepen als door binnenvaartschepen die gevaarlijke stoffen vervoeren. Binnenvaartroutes met frequent vervoer van gevaarlijke stoffen (zwart): dit zijn alle verbindingen tussen chemische clusters, met het achterland en de Noord-Zuid verbindingen. Dit zijn tevens de vaarwegen waar regelmatig vervoer van brandbare vloeistoffen plaatsvindt. 1 Deze aanpak wijkt af van de werkwijze bij de Basisnetten Weg en Spoor. Daar zijn eerst prognoses gemaakt van het verwachte vervoer in Met die prognoses als basis zijn risicoberekeningen uitgevoerd. Bij water was een dergelijke arbeidsintensieve werkwijze niet nodig, omdat uit de eerste gevoeligheidsanalyse al bleek dat er op het water voldoende ruimte is voor de groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen. 2 Zoals benoemd in de Nota Mobiliteit, blz De scheepvaart is in Europa opgedeeld in CEMT-klassen, bepaald door de Conférence Européenne des Ministres de Transport. 4 Resolution No.92/2 on new classification of inland waterways. 5 Niet alle vaarwegen in Basisnet Water zijn Rijksvaarwegen. De opgenomen vaarwegen vormen echter essentiële binnenvaartverbindingen. Bij de juridische uitw erking van het Basisnet zal worden bezien of het wenselijk en mogelijk is deze niet-rijks(vaar)wegen ook in formele zin op te nemen in het Basisnet.
3 Binnenvaartroutes zonder frequent vervoer van gevaarlijke stoffen (groen): dit zijn de overige vaarwegen binnen het Basisnet. Hier vindt weinig of geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. (Ter oriëntatie: minder dan 1 geladen benzinetanker per dag.) Deze indeling is weergegeven in onderstaande kaart.
4 Gebruiksruimte Het Basisnet Water geeft voor het vervoer van gevaarlijke stoffen gebruiksruimtes aan. Die gebruiksruimtes worden uitgedrukt in maximale risico s. In het risicobeleid van het kabinet is bepaald dat de kans op overlijden als gevolg van een ongeluk met gevaarlijke stoffen maximaal 1 op de miljoen per jaar mag zijn (= 10-6, plaatsgebonden risico). Het rijk stelt dus langs alle vaarwegen een maximale ligging van deze PR10-6 contour vast. Uit analyses is gebleken dat het vervoer over water de komende 20 jaar nog fors kan groeien, zonder dat de PR10-6 contour op de oever zal komen. Ook zal nergens een groepsrisicoprobleem ontstaan. Op de meeste plekken zal dit waarschijnlijk ook verder in de toekomst nooit gebeuren. Voor groene vaarwegen geldt dat er geen PR10-6 contour is en naar verwachting zelfs bij voortgaande groei ook niet zal komen. Het Basisnet Water kan daardoor zo worden opgezet dat er én ruimte is voor groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen én er op een verantwoorde wijze langs vaarwegen kan worden gebouwd. De gebruiksruimtes voor het Basisnet Water zijn als volgt gedefinieerd: Rode en zwarte vaarwegen: de PR10-6 contour komt maximaal tot de oeverlijn 6 ; Groene vaarwegen: er is geen PR10-6 contour (ook niet op het water zelf). In de praktijk betekent dit dat het vervoer van gevaarlijke stoffen op deze vaarwegen feitelijk niet beperkt wordt. Een uitzondering op bovenstaand verhaal is mogelijk de Westerschelde. Daar kan, bij een scenario van hoge vervoersgroei, de PR 10-6 contour bij Vlissingen na 2030 op de oever komen te liggen. Ook kan er sprake zijn van een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico bij Terneuzen. In juli 2006 is er een convenant gesloten tussen het Rijk en de Provi ncie Zeeland. Daarnaast hebben Nederland en Vlaanderen eind 2005 een Verdrag Gemeenschappelijk Nautisch Beheer gesloten. In de overeenkomsten is afgesproken dat beide partijen de externe veiligheidsituatie langs de Westerschelde monitoren en zich inspannen om te zorgen dat de risicocontouren niet op de oever komen. Beide partijen hebben een inspanningsverplichting om ervoor te zorgen dat de risico s buiten kwetsbare bestemmingen blijven. Dit geldt zowel voor de scheepvaart als voor gemeenten op de oever. Veiligheidszones Bij nieuwe ruimtelijke plannen houden gemeenten na inwerkingtreding van het Basisnet rekening met de maximale risico s van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit betekent dat binnen de maximale PR10-6 contour geen kwetsbare objecten gebouwd mogen worden. Ook moet terughoudendheid worden betracht met het bouwen van beperkt kwetsbare objecten. Omdat de PR10-6 contour maximaal tot de oever mag komen, is er geen noodzaak op het land een zone vrij te houden van kwetsbare objecten. Het Basisnet Water kent dus geen veiligheidszones langs de vaarwegen. Het betekent wel dat nieuwbouw van kwetsbare objecten op of in het water langs rode en zwarte vaarwegen niet meer mogelijk is. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld grote kantoorgebouwen, woonwijken, ziekenhuizen, scholen en bejaardenwoningen. In bijzondere situaties zal het nog wel mogelijk zijn om te bouwen op nieuw aan te leggen stroken land in de vaarweg. Hierdoor schuift de oeverlijn op. Maar dat kan alleen als de vaarweg breed genoeg is, de vaarwegbeheerder hier mee instemt en de aanleg van die stroken land niet ten koste gaat van de groeimogelijkheden van het vervoer. Groepsrisico De kern van het Basisnet is tweeledig: voorkómen dat mensen wonen of werken in een gebied met te hoge risico s en de kans op een ongeval met veel slachtoffers verkleinen. Het eerste doel wordt bereikt door ervoor te zorgen dat het maximale risico van het vervoer binnen de vastgestelde risicocontour blijft en dat de bebouwing daar buiten blijft. Met het beheersen van het groepsrisico wordt beoogd het tweede doel te bereiken, nl. de kans op een ongeval met veel slachtoffers te verkleinen. 6 Omdat er grote verschillen zijn tussen vaarwegen en de daarop voorkomende waterstanden, is de oeverlijn per type vaarweg gedefinieerd. Daarbij zijn de volgende typen vaarwegen onderscheiden: vaarwegen met een (nagenoeg) vaste waterstand, vrij stromende rivieren, gekanaliseerde rivieren en getijderivieren. De oeverlijnen zullen in een digitale kaart worden vastgelegd.
5 Dat betekent dat de gemeente in principe verplicht is bij bouwplannen binnen 200 meter langs de vaarweg het groepsrisico te verantwoorden. Door middel van deze verantwoording geeft de gemeente een oordeel over de aanvaardbaarheid van het groepsrisico dat door die plannen zou ontstaan. Voor het groepsrisico bestaat geen harde norm maar wel een oriëntatiewaarde. Verder moet de gemeente de mogelijkheden onderzoeken om de risico s te verlagen. Dat kan door extra aandacht te besteden aan veiligheidsaspecten zoals de toegankelijkheid voor de hulpverlening, voorzieningen aan gebouwen, blusvoorzieningen en vluchtwegen voor de bewoners of gebruikers van gebouwen. In het concept-besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) is bepaald dat het groepsrisico niet hoeft te worden verantwoord als er onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde wordt gebleven. Dit betekent in de praktijk dat gemeenten langs groene vaarwegen het groepsrisico niet hoeven te verantwoorden. Gemeenten langs zwarte vaarwegen moeten het groepsrisico verantwoorden indien het aantal inwoners de 1500 per hectare bij dubbelzijdige bebouwing overschrijdt. Bij enkelzijdige bebouwing geldt 2500 inwoners per ha. Langs rode vaarwegen is de verantwoording altijd noodzakelijk. Omdat de bijdrage van het vervoer in het groepsrisico voldoende in de hand wordt gehouden met de maximale PR-contouren, zijn hiervoor geen aanvullende voorzieningen nodig. Plasbrandaandachtsgebieden Tenslotte moeten gemeenten langs rode en zwarte vaarwegen rekening gaan houden met de effecten van een ongeluk met brandbare vloeistoffen 7. Bij een ongeluk met een schip met brandbare vloeistoffen kan zo n stof uitstromen en in brand vliegen (plasbrand). Dat kan in een gebied van 25 tot 40 meter langs de vaarweg tot slachtoffers leiden. Daarom zijn er langs de rode en zwarte vaarwegen zogenaamde plasbrandaandachtsgebieden (PAG) van 40 resp. 25 meter vanaf de oeverlijn gedefinieerd. Dit onderscheid in afstanden is gebaseerd op de gevolgen van een aanvaring tussen binnenvaartschepen onderling resp. tussen een zeevaartschip en een binnenvaartschip. Langs groene vaarwegen worden geen plasbrandaandachtsgebieden aangewezen omdat de hoeveelheid vervoerde brandbare vloeistoffen daarvoor te gering is. De gemeente moet bij bouwplannen in die gebieden beargumenteren waarom op deze locatie wordt gebouwd. Bouwen binnen een plasbrandaandachtsgebied wordt dus een afweging 8 die door de gemeente wordt gemaakt op basis van de lokale situatie. Naast de risicobenadering biedt dit nieuwe effectbeleid extra veiligheid. Het plasbrandaandachtsgebied wordt gerekend vanaf de oeverlijn. Omdat de gehele uiterwaard kan onderlopen, geldt deze in zijn geheel als plasbrandaandachtsgebied. Langs vaarwegen waar de dijk ver van de vaargeul ligt, zoals het IJsselmeer en de Oosterschelde, is er geen plasbrandaandachtsgebied. Hier zijn geen effecten op de oever te verwachten. 7 Eigenlijk zou je overal rekening willen houden met de effecten van gevaarlijke stoffen. Maar sommige gevaarlijke stoffen hebben een effectafstand van enkele kilometers. Daar kan je geen sluitend ruimtelijk beleid op voeren, vandaar dat hiervoor een risicobeleid is ontwikkeld. Brandbare vloeistoffen zijn de meest vervoerde gevaarlijke stoffen, en zij hebben een relatief beperkte effectafstand (plm 30 meter van de ongevalsplek op weg en spoor; 25 tot 40 meter vanaf de oever bij vaarwegen). Voor deze stoffen kan er dus makkelijker effectbeleid worden ontwikkeld. Met het PAG is hiervoor een aanzet gegeven. 8 Bij de PAG-afweging kan aangesloten worden bij de GR-verantwoording (in één keer te maken). Hiervoor zal een handreiking voor gemeenten worden gemaakt.
6 Samenvattend: Rode vaarwegen Zwarte vaarwegen Groene vaarwegen Gebruiksruimte vervoer Ruimtelijke ordening PR10-6 max GR Veiligheidszones PAG s GR Op de 40 Verantwoorden oeverlijn meter Op de oeverlijn Geen PR 10-6 contour op het water Geen onderdeel van de gebruiksruimte; sturing met PR voldoende Geen onderdeel van de gebruiksruimte; sturing met PR voldoende Geen onderdeel van de gebruiksruimte; sturing met PR voldoende Geen; maar niet bouwen in of op het water Geen; maar niet bouwen in of op het water 25 meter Verantwoorden indien aantal mensen > 1500 per ha. Geen Geen Geen verantwoording nodig. 3.2 Verschijningsvorm van het Basisnet Water Het Basisnet Water bestaat uit twee kaarten en een tabel. Op de hiervoor weergegeven kaart in paragraaf 3.1 staat de indeling van het Basisnet Water in rode, zwarte en groene vaarwegen. De oeverlijnen en plasbrandaandachtsgebieden zullen op een digitale kaart worden aangegeven. In de tabel staan de aantallen gevaarlijke stoffen waar gemeenten hun groepsrisicoberekeningen mee kunnen uitvoeren. De gegevens uit de tabel kunnen ook gebruikt worden bij het monitoren van de ontwikkeling van het vervoer. 4 Basisnet Water in de praktijk 4.1 Vastleggen, monitoren en handhaven Het vaststellen van een maximale gebruiksruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen heeft alleen zin als die grenzen ook gehandhaafd worden. De grenzen in het Basisnet Water worden naar verwachting de eerste decennia niet bereikt. De gebruiksruimtes worden wettelijk vastgelegd. In diezelfde regelgeving wordt opgenomen dat het vervoer periodiek gemonitord moet worden 9. Tevens zullen periodiek nieuwe prognoses worden gemaakt van het in de toekomst te verwachten vervoer. De eerste keer zal zijn vijf jaar na de inwerkingtreding van het Basisnet. Daarbij wordt bekeken of de risico's van het vervoer de grenzen al naderen. Waar mogelijk worden de effecten van veiligheidsverbeteringen in de berekeningen meegenomen. Als het vervoer de grenzen nadert, of als voorzien wordt dat dat binnen afzienbare tijd zal gebeuren, zal ingegrepen worden in het vervoer. Daarvoor neemt het Rijk het initiatief. Gedacht kan worden aan maatregelen voor het veiliger maken van het vervoer, het veiliger maken van de vaarweg, of ingrijpen in de hoeveelheid vervoer. Duidelijk is wel dat dit in overleg met het bedrijfsleven zal gebeuren. 4.2 Gevolgen voor gemeenten Gemeenten krijgen langs rode en zwarte wegen te maken met een plasbrandaandachtsgebied. Het groeprisico moet verantwoord worden bij bouwplannen 9 Waarschijnlijk zal de vaarwegbeheerder dit gaan doen (Rijkswaterstaat)
7 binnen 200 meter van rode vaarwegen en soms, afhankelijk van de voorgenomen bevolkingsdichtheid, bij zwarte vaarwegen. Na vaststelling van het Basisnet is het langs rode en zwarte vaarwegen niet langer mogelijk kwetsbare objecten te bouwen in of op het water, omdat de PR10-6 contour in de toekomst mag oprukken tot de oeverlijn. In bijzondere situaties zal het nog wel mogelijk zijn om te bouwen op nieuw aan te leggen stroken land in de vaarweg. Hierdoor schuift de oeverlijn op. Op vijftien plaatsen langs de grote rivieren krijgen gemeenten de kans om te experimenteren met innovatieve bouwvormen in het rivierbed, de zogenaamde EMAB-locaties (Experimenten Met Aangepast Bouwen). Deze projecten staan het Basisnet niet in de weg omdat de geplande locaties op of achter de zomerdijk liggen. 4.3 Gevolgen voor het bedrijfsleven Het Basisnet Water levert voor het bedrijfsleven feitelijk geen beperkingen op. Het bleek niet nodig om in hoeveelheden en routes voor gevaarlijke stoffen in te grijpen. Op alle vaarwegen die deel uitmaken van het Basisnet Water blijft daarmee vervoer van gevaarlijke stoffen mogelijk. De chemische clusters 10 blijven dus bereikbaar en ook op de vaarwegen naar het buitenland kan het vervoer blijven plaatsvinden. Als de risico s van het vervoer buiten het vastgestelde maximum dreigen te komen, worden er maatregelen genomen (zie hiervoor bij punt 4.1) Bestaande objecten Het regime voor plasbrandaandachtsgebieden geldt alleen voor nieuwe situaties. Er zijn geen overschrijdingen van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Ook zijn er geen kwetsbare bestemmingen binnen de huidige PR-contour. In theorie zouden woonboten in rode en zwarte vaarwegen ooit binnen de PR10-6 contour kunnen vallen. Mocht dat gebeuren, dan geldt de saneringsregeling zoals die ook voor de andere modaliteiten zal gelden Nieuwe vaarwegen, vaarwegverbreding en kegelligplaatsen. Aanleg of verbreding van vaarwegen komt niet vaak voor. Het Basisnet heeft de volgende consequenties voor dergelijke projecten. Bij vaarwegverbreding zal het vervoer van gevaarlijke stoffen waarschijnlijk niet toenemen. Dat vervoer is namelijk niet gerelateerd aan de capaciteit van een vaarweg. Bij verbreding van een rode of zwarte vaarweg zal wel het plasbrandaandachtsgebied mee opschuiven. Dit zal worden meegenomen in de milieustudies (m.e.r.) die voor dat project moeten worden gemaakt. Voor een nieuwe vaarweg zal bepaald moeten worden wat de prognoses zijn voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Op basis daarvan moet worden bepaald of de vaarweg opgenomen moet worden in het Basisnet. Zo ja, dan moet de vaarweg worden ingedeeld als rode, zwarte of groene vaarweg. Daarmee wordt ook een gebruiksruimte voor het vervoer vastgesteld. Ligplaatsen voor schepen met gevaarlijke stoffen (die afhankelijk van de aard van de gevaarlijke stof 1, 2 of 3 kegels voeren) worden kegelligplaatsen genoemd. In de Europese vervoerregelgeving ADNR zijn voor kegelligplaatsen regels gesteld. Daarin staat de afstand die het schip moet houden van andere schepen en van woongebieden. Deze regelgeving is overgenomen in de Richtlijnen Vaarwegen. De vaarwegbeheerder is verantwoordelijk voor de aanwijzing van permanente kegelligplaatsen. Hij moet er voor zorgen dat nieuwe kegelligplaatsen op voldoende afstand van bebouwing komen te liggen. Het omgekeerde, dat kwetsbare objecten niet te dicht bij kegelligplaatsen gebouwd mogen worden, is nog niet geregeld. Dit zal alsnog gebeuren. 10 Rotterdam-Rijnmond, Amsterdam-Noordzeekanaalgebied, Moerdijk, Vlissingen/Terneuzen, Geleen, Eemshaven/Delfzijl
8 4.6 Wijzigen van de gebruiksruimtes De gebruiksruimtes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen op de vaarwegen in Nederland worden wettelijk vastgelegd. De doorwerking van die gebruiksruimte voor de ruimtelijke ordening ook. Het aanpassen van de gebruiksruimte wordt daarmee de gezamenlijke bevoegdheid van de ministers van VROM en V&W. Vergroting of verkleining van de gebruiksruimte is niet iets dat gemakkelijk zal plaatsvinden. Aan de andere kant is het ook geen onmogelijkheid. Aanpassing van de gebruiksruimte heeft de nodige consequenties. Vergroting van de gebruiksruimte zou kunnen betekenen dat er alsnog een veiligheidszone op de oever komt. Daardoor kunnen ruimtelijke plannen worden bemoeilijkt en/of bestaande panden een knelpunt worden. De consequenties van de aanpassing van de gebruiksruimte zullen eerst in beeld moeten worden gebracht. Eventuele vervoers- of ruimtelijke ordeningsknelpunten zullen moeten worden opgelost, vóórdat in de genoemde situaties sprake zal kunnen zijn van aanpassing van de gebruiksruimte. Vanwege de zwaarte van de consequenties is het dus niet de verwachting dat dit vaak zal gebeuren. 5. Klaar? Het Basisnet Water is als ontwerp klaar. De volgende stap is vastlegging van de kaart en de gebruiksruimtes voor het vervoer in de vervoersregelgeving en van de ruimtelijke consequenties in het Besluit Transportroutes Externe Veiligheid. 6. Meer weten? In dit verhaal staan de hoofdpunten van het Basisnet Water. Meer gedetailleerde informatie met daarbij links naar de gemaakte rapporten zijn te vinden op de internetsite van Verkeer en Waterstaat: --//--
TUSSENSTAND CONCEPT ONTWERP BASISNET SPOOR
BIJLAGE 3 bij VenW/DGMo-2008/4424 TUSSENSTAND CONCEPT ONTWERP BASISNET SPOOR Van al het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor vindt circa 5% over het spoor plaats. De groei van het vervoer
Quickscan externe veiligheid Centrum Vught e.o. Kwalitatieve beschouwing relevante risicobronnen
Kwalitatieve beschouwing relevante risicobronnen revisie 00 maart 2011 Auteur: Tom van der Linde Save Postbus 321 7400 AH Deventer Opdrachtgever Gemeente Vught datum vrijgave beschrijving revisie 04 goedkeuring
Advies externe veiligheid
Extern Advies Bevoegd gezag : Gemeente Marum Datum : 29-06-2015 Kenmerk VTH/DMS : Liza-nummer : 39409 Aan : Mevr. M. van der Zee Van : Patrick van Lennep Collegiale toetser : K. Stijkel Onderwerp / Locatie
Bestemmingsplan Kern Roosteren. Teksten t.b.v. verantwoording groepsrisico
Adviseurs externe veiligheid en risicoanalisten Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Bestemmingsplan Kern Roosteren Teksten t.b.v. verantwoording groepsrisico Project : 122179 Datum : 16
Externe veiligheidsparagraaf. Bestemmingsplan Skoatterwald
Externe veiligheidsparagraaf Bestemmingsplan Skoatterwald Toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: - het gebruik,
Externe veiligheidsrisico s transport gevaarlijke stoffen over het spoor. DWI-locatie, Polderweg 1 te Amsterdam
Externe veiligheidsrisico s transport gevaarlijke stoffen over het spoor DWI-locatie, Polderweg 1 te Amsterdam Externe veiligheidsrisico s transport gevaarlijke stoffen over het spoor DWI-locatie, Polderweg
Welkom. Kennissessie. Vervoer van gevaarlijke stoffen: Externe Veiligheid
Welkom Kennissessie Vervoer van gevaarlijke stoffen: Externe Veiligheid Project: PHS Meteren - Boxtel Eigenaar: Rolf Wiemer 19 mei 2016 Status: Definitief Inhoud Wat is externe veiligheid? Begrippen externe
Risicoberekening Spoor Vakantieparken Onze Woudstee en Dennenhoek Harderwijk
Risicoberekening Spoor Vakantieparken Onze Woudstee en Dennenhoek Harderwijk Omgevingsdienst Veluwe IJssel/Achterhoek/Noord Veluwe Team Externe Veiligheid Auteur: Ingrid Riegman Tweede lezer: Frans Geurts
Externe veiligheid en 20 woningen Noordwolderweg te Bedum
Steunpunt externe veiligheid Groningen Externe veiligheid en 20 woningen Noordwolderweg te Bedum Opdrachtgever: Gemeente Bedum Dhr. S. Bergsma Opgesteld door: P. van Lennep Steunpunt externe veiligheid
Handreiking. Bouwbeperkingen. in en langs vaarwegen. voortvloeiend uit het Basisnet Water
Handreiking Bouwbeperkingen in en langs vaarwegen voortvloeiend uit het Basisnet Water Pagina 1 van 24 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Wat is het Basisnet?... 5 3. Gebruiks- c.q. risicoruimte Basisnet Water...
Risico-inventarisatie transport gevaarlijke stoffen Zeeland. Samenvatting
Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Risico-inventarisatie transport gevaarlijke stoffen Zeeland Samenvatting Project : 05822 Datum : februari 2006 Opdrachtgever: Provincie Zeeland Directie
Externe veiligheid. Algemeen
Externe veiligheid Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport
Intern memo. Projectteam Uitwerkingsplan Almere Poort - Duin 1e fase. Archief afdeling Ruimte en Wonen. Gert-Jan van de Bovenkamp
Intern memo Dienst Stedelijke Ontwikkeling G.J. v.d. Bovenkamp Telefoon (036) 036 5484027 Fax (036) 036 539955 E-mail [email protected] www.almere.nl Aan Projectteam Uitwerkingsplan Almere Poort
Risicoberekening vervoer gevaarlijke stoffen Randweg Zundert
Risicoberekening vervoer gevaarlijke stoffen projectnr. 196747 revisie 00 december 2010 Opdrachtgever Gemeente Zundert datum vrijgave beschrijving revisie 00 goedkeuring vrijgave December 2010 Menno de
Risicoanalyse transport gevaarlijke stoffen A1 en spoor Amersfoort-Deventer t.b.v woningbouwplan Bijenvlucht te Hoevelaken
Risicoanalyse transport gevaarlijke stoffen A1 en spoor Amersfoort-Deventer t.b.v woningbouwplan Bijenvlucht te Hoevelaken Bezoekadres Oostzeestraat 2 Deventer Postadres 1 ste Weerdsweg 96 7412 WV Deventer
Externe veiligheid en verdubbeling / verbreding N366
Steunpunt externe veiligheid Groningen Externe veiligheid en verdubbeling / verbreding N366 Opdrachtgever: Provincie Groningen Dhr. J.H. Veerkamp Opgesteld door: P. van Lennep Steunpunt externe veiligheid
Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen Spoor
Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen Spoor Informatiebijeenkomst gemeente Moerdijk Arie-Jan Arbouw Ministerie Infrastructuur en Milieu Inhoud presentatie Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen Gevaarlijke
memo betreft: Quickscan externe veiligheid woontoren Bètaplein Leiden (120728)
memo aan: van: Green Real Estate BV Bas Hermsen c.c.: datum: 12 juni 2015 betreft: Quickscan externe veiligheid woontoren Bètaplein Leiden (120728) 1. Aanleiding De ontwikkeling in het plangebied voorziet
Project Routering. Transport gevaarlijke stoffen over de weg. Marcel Reefhuis Team Risicobeheersing Hulpverleningsdienst Regio Twente
Project Routering Transport gevaarlijke stoffen over de weg Marcel Reefhuis Team Risicobeheersing Hulpverleningsdienst Regio Twente Inhoud Wet- en regelgeving Routering Routeplichtige stoffen Project routering
Externe veiligheid. in bestemmingsplannen. Door: Hans Boerhof & André Gijsendorffer Hengelo, 12-10-2006
Externe veiligheid in bestemmingsplannen Door: Hans Boerhof & André Gijsendorffer Hengelo, 12-10-2006 Externe veiligheid in bestemmingsplannen Welke informatie is noodzakelijk bij beoordeling: Inventariseren
Quickscan Externe Veiligheid N240
Quickscan Externe Veiligheid N240 projectnr. 194453 revisie 0.1 februari 2009 Auteur M. Beterams MSc. Opdrachtgever Gemeente Wieringermeer Postbus 1 1770 AA Wieringerwerf datum vrijgave beschrijving revisie
Externe veiligheid gemeente Landgraaf. spoortraject Roermond- Herzogenrath
Externe veiligheid gemeente Landgraaf spoortraject Roermond- Herzogenrath Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Externe veiligheid gemeente Landgraaf spoortraject Roermond- Herzogenrath Rapportage
Risicoanalyse transport spoor
2 oktober 2013 Versie 1 locatie Amsterdam Risicoanalyse transport spoor Bestemmingsplan Rouwcentrum Hoogoorddreef E. Dolman Herikerbergspoor 290 Postbus 922 1101 CT Amsterdam 1000 AX Amsterdam [email protected]
Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen Spoor
Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen Spoor Informatiebijeenkomst gemeente Halderberge Arie-Jan Arbouw Ministerie Infrastructuur en Milieu Inhoud presentatie Veiligheid, vervoer en ruimtelijke ontwikkeling
Intern memo. Projectgroep bestemmingsplan Youri Egorovweg. Archief afdeling Ruimte en Wonen. Gert-Jan van de Bovenkamp
Intern memo Dienst Stedelijke Ontwikkeling G.J. v.d. Bovenkamp Telefoon (036) 036 5484027 Fax (036) 036 539955 E-mail [email protected] www.almere.nl Aan Projectgroep bestemmingsplan Youri Egorovweg
Quickscan externe veiligheid
projectnr. 161911 Auteur Drs. M. de Jonge Opdrachtgever Provincie Zeeland Directie Ruimte, Milieu en Water Projectbureau Zwakke Schakels Postbus 165 4330 AD Middelburg datum vrijgave beschrijving goedkeuring
SCM Milieu BV. mr. I. Vromen. WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax.
Opdrachtgever: SCM Milieu BV Contactpersoon: mr. I. Vromen Uitgevoerd door: Contactpersoon: WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72
Externe Veiligheid. bestemmingsplan Helpman
Externe Veiligheid Milieudienst, 2009 1. Inleiding 1.1 Externe Veiligheidsstudie Ten behoeve van de beoordeling van het aspect Externe Veiligheid voor het bestemmingsplan Helpman heeft de Milieudienst
Ten behoeve van besluitvorming omtrent de mogelijk te maken ruimtelijke ontwikkeling is onderzoek verricht naar het aspect externe veiligheid.
Notitie 20130395-03 Bouwplan Taalstraat 88 te Vught Externe veiligheid Datum Referentie Behandeld door 14 maart 2013 20130395-03 R. Schoonbrood/LSC 1 Inleiding Ten noordoosten van het Vughts Historisch
BUREAUSTUDIE EXTERNE VEILIGHEID BEDRIJVENTERREIN STEPELERVELD
BEDRIJVENTERREIN STEPELERVELD GEMEENTE HAAKSBERGEN September 2009 110301.001599 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Doel 3 1.3 Leeswijzer 3 2 Wet- en regelgeving 3 2.1 Inleiding 3 2.2 Beleidskader
Carola risicoberekening 'Hoofdstraat 27 De Steeg
Carola risicoberekening 'Hoofdstraat 27 De Steeg Omgevingsdienst Regio Arnhem Colofon: Rapportnummer: 141108107-1 Plaats en datum: Arnhem, Versie: 01 Opdrachtgever Gemeente Rheden Postbus 9110 6994 ZJ
Spoor: Dordrecht-Eindhoven (traject Oisterwijk) Wegen: Rijksweg A58 (Knp. De Baars- afrit 8 Oirschot) ijk 6 ( h fi 3)
Auteur N. den Haan Datum mei 2011 GEMEENTE OISTERWIJK RISICOBEREKENING VERVOER GEVAARLIJKE STOFFEN Spoor: Dordrecht-Eindhoven (traject Oisterwijk) Wegen: Rijksweg A58 (Knp. De Baars- afrit 8 Oirschot)
Vervoer van gevaarlijke stoffen Programma Hoogfrequent Spoorvervoer
Vervoer van gevaarlijke stoffen Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Deze folder gaat over het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor en de mogelijke gevolgen daarvan voor de omgeving. Vervoer van
Quickscan Externe Veiligheid uitbreiding recreatieterrein d'olde Kamp te Ansen
Quickscan Externe Veiligheid uitbreiding recreatieterrein d'olde Kamp te Ansen projectnr. 169666 revisie 01 24 februari 2010 Auteur: A.S. Veger MSc. Opdrachtgever d' Olde Kamp Fam. Van Zanten Dwingelerweg
Externe Veiligheid beheersverordening Prins Hendrikpark te Baarn
Externe Veiligheid beheersverordening Prins Hendrikpark te Baarn Opdrachtgever : Gemeente Baarn, mevrouw E. Nelissen Adviseur : Servicebureau Gemeenten Auteur : de heer R. Polman Projectnummer : SB G/POLR/541886
Ontwerp Basisnet Spoor
Ontwerp Basisnet Spoor Stand van zaken november 2010 Frank van Heijst [I&M-DGMo] Waar gaat het Basisnet spoor over? Veiligheid: het vervoer over het spoor veiliger maken, EN het leven langs het spoor veiliger
Voorstel EV Ruimtelijke onderbouwing Harderweide deelplan 2
Aan: Pascal Lunshof [email protected] Van: I.E. Riegman [email protected] Voorstel EV Ruimtelijke onderbouwing Harderweide deelplan 2 Externe veiligheid 1 van 4 Uw kenmerk - Het beleid voor externe veiligheid
ANALYSE EXTERNE VEILIGHEID HEIDELAAN A ERMELO
HEIDELAAN A ERMELO GEMEENTE ERMELO 6 februari 2007 Defintief 141223.000504 Beperkte bijwerking d.d. 28 maart 2008 d.d. 4 augustus 2008. Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Achtergrond 3 1.2 Doel 3 1.3 Leeswijzer
RUD Utrecht. Toetsing plaatsgebonden risico (PR) en verantwoording groepsrisico (GR) Bestemmingsplan Oog in Al
RUD Utrecht Toetsing plaatsgebonden risico (PR) en verantwoording groepsrisico (GR) Bestemmingsplan Oog in Al Auteur : J. van Berkel Datum : 4 december 2014 RUD Utrecht Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht
Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello
Notitie Contactpersoon Maaike Teunissen Datum 20 juni 2012 Kenmerk N004-4638202MTU-evp-V01-NL Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello 1 Inleiding 1.1 Achtergrond en doel van het
Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Buitenpost-Centrum te Buitenpost
Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Buitenpost-Centrum te Buitenpost Algemeen toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor
Planlocatie Nuland Oost te Nuland
Planlocatie Nuland Oost te Nuland Risico-inventarisatie Externe Veiligheid Definitief In opdracht van: Gemeente Maasdonk Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 31 januari 2011 Verantwoording Titel : Planlocatie
Pierikstraat 11 te Gaanderen Rozenhagelaan 18a (De Overtuin) te Velp. Gemeente Doetinchem. Gemeente Rheden
Beoordeling Ruimtelijke Onderbouwing Externe Veiligheid Pierikstraat 11 te Gaanderen Rozenhagelaan 18a (De Overtuin) te Velp Gemeente Doetinchem Gemeente Rheden Projectnummer: P2158.02 Datum: 4 december
Kwantitatieve Risicoanalyse Hoogegeest Akersloot
Kwantitatieve Risicoanalyse Hoogegeest Akersloot Samenvatting In dit rapport is zowel een plaatsgebonden risicoberekening als een groepsrisicoberekening uitgevoerd. Dit is gedaan in het kader van de bouw
Intern memo. 1. Inleiding. Projectteam bestemmingsplan Agrarisch gebied Buitenvaart. archief afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling & Mobiliteit
Intern memo Dienst Stedelijke Ontwikkeling G.J. v.d. Bovenkamp Telefoon (036) 036 5484027 Fax (036) 036 539955 E-mail [email protected] Aan Projectteam bestemmingsplan Agrarisch gebied Buitenvaart
memo Vivare Projecten BV ing. Edwin G.M. Bonekamp SAB Arnhem, Jeffrey Luttikhuizen Bergerhof, Renkum paragraaf externe veiligheid
B.V. memo aan: van: Vivare Projecten BV ing. Edwin G.M. Bonekamp datum: 18 november 2008 cc: betreft: SAB Arnhem, Jeffrey Luttikhuizen 80769 Bergerhof, Renkum paragraaf externe veiligheid Situatie Vivare
Risico-inventarisatie Gebiedsontwikkeling Poelkampen Zandwinlocatie
Risico-inventarisatie Gebiedsontwikkeling Poelkampen Zandwinlocatie Externe veiligheid Definitief In opdracht van: Vos Zand en Grind BV Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 20 juli 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding...
memo Quick scan externe veiligheid Driebergsestraatweg 63 te Doorn
memo aan: van: Van Wijnen Projectontwikkeling t.a.v. de heer P. Birkhoff Bas Hermsen c.c.: datum: 16 maart 2016 betreft: Quick scan externe veiligheid Driebergsestraatweg 63 te Doorn 1. Aanleiding In Doorn
Quickscan externe veiligheid Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel
Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel projectnr. 201716 revisie 00 november 2009 Auteur ing. S. M. O. Krutzen Opdrachtgever Gemeente Capelle aan den IJssel Afdeling Stedelijke Ontwikkeling Postbus
Situatie groepsrisico van de risicobronnen in Kerkrade. I Route gevaarlijke stoffen Euregioweg Kerkrade
Adviseurs voor de externe veiligheid AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Situatie groepsrisico van de risicobronnen in Kerkrade I Route gevaarlijke stoffen Euregioweg Kerkrade Status : Definitief Project
Opdrachtgever Veldvast bv tav. dhr. M. Priem Postbus BE Veldhoven. Externe veiligheid ontwikkeling ASML Risicobeschouwing van de A67
Externe veiligheid ontwikkeling ASML Risicobeschouwing van de A67 projectnr. 248219 versie 02 auteur(s) Tom van der Linde Jeroen Eskens Opdrachtgever Veldvast bv tav. dhr. M. Priem Postbus 2219 5500 BE
Checklist Externe Veiligheid
Checklist Externe Veiligheid Versie 1.0, januari 2011 Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland Prins Bernhardplein 112 1508 XB ZAANDAM INLEIDING Met de checklist Externe Veiligheid beoogt de Regio Zaanstreek-Waterland
BIJLAGE 1 Ligging plangebied
BIJLAGE 1 Ligging plangebied 12 Bijlage: Ligging plangebied BIJLAGE 2 Ligging gezoneerd industrieterrein De Lage Meren BIJLAGE 3 Technische beoordeling externe veiligheid Technische beoordeling externe
: Externe veiligheid hotel bestemmingsplan Bedrijvenpark A1
Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Notitie : Externe veiligheid hotel bestemmingsplan Bedrijvenpark A1 Opdrachtgever : Gemeente Deventer J.H.M. Bisseling Datum : 13 juni 2012 Auteur :
