Gebruiksaanwijzing. Daikin Regeling RoCon HP, EHS157034, EHS Daikin RoCon HP EHS EHS157068

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Gebruiksaanwijzing. Daikin Regeling RoCon HP, EHS157034, EHS Daikin RoCon HP EHS EHS157068"

Transcriptie

1 RoCon HP, EHS157034, EHS RoCon HP, EHS157034, EHS Nederlands Daikin RoCon HP EHS EHS157068

2 Inhoudsopgave 1 Veiligheid Houdt u aan de installatie- en gebruiksaanwijzing Veiligheidsaanduidingen en verklaring van symbolen Gevaren voorkomen Doelmatig gebruik Productbeschrijving Bediening Algemeen Schermweergave Bedieningselementen Bedieningsconcept Basisfuncties en bedrijfsmodi Informatie van de installatie (Info) Bedrijfsmodus instellen Temperatuurinstelling kamertemperatuur overdag Temperatuurinstelling lagetemperatuurwerking Temperatuurinstelling warmwaterbereiding Buitengewone warmwaterbereiding Schakeltijdprogramma's Installatie-instellingen Terminalfunctie Stille modus SMART GRID Speciale functies Manueel Speciale installatie-instellingen Toegangsrechten (Vakmancode) Verwarmingscurve Koelcurve Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling Vorstbeschermingsfunctie Interlinkfunctie Extra warmtegenerator Verwarmingsondersteuning Speciale functie: Schakelcontacten Air Purge Legionellabescherming Resetten op de fabrieksinstellingen (Reset) Screed Program Relaistest Instellingen voor optionele circulatiepomp Afstandsbediening via het internet Parameterinstellingen Verklaring van de parametertabellen Draaischakelaarstand: Configuratie Niveau "Inbedrijfneming" Niveau "Systeemconfiguratie" Niveau "Config. verwarming" Niveau "Config. WW" Draaischakelaarstand: DHW Install Draaischakelaarstand: Modus Draaischakelaarstand: Temp setpunt Dag Draaischakelaarstand: Temp setpunt Nacht Draaischakelaarstand: Temp setpunt WW Draaischakelaarstand: Tijdprogramma Draaischakelaarstand: prog op afstand Draaischakelaarstand: Info Exit-toets: Sonderfunktion Parameterniveau "Basisconfiguratie" Parameterniveaus voor mengermodule EHS Draaischakelaarstand: Configuratie, niveau "Inbedrijfneming" Draaischakelaarstand: Configuratie, niveau "Mixer Config" Fouten, storingen en meldingen Fouten herkennen, storingen verhelpen Actuele storingsmeldingen Protocol uitlezen Storing verhelpen Noodbedrijf Storingen en foutcodes Trefwoordenlijst Notities Gebruikersspecifieke instellingen Schakeltijdprogramma's Parameter Databusadressen Andere Trefwoordenlijst Eerste inbedrijfstelling Daikin Altherma EHS(X/H) in bedrijf stellen Optionele RoCon-apparaten aansluiten en in bedrijf stellen Mengermodule EHS in bedrijf stellen Kamerstation EHS in bedrijf stellen Conciërgefunctie

3 1 x Veiligheid 1 Veiligheid 1.1 Houdt u aan de installatie- en gebruiksaanwijzing Deze handleiding is een >> Vertaling van de originele versie << naar het Nederlands. Alle noodzakelijke handelingen voor de bediening, voor de instelling van parameters staan in deze handleiding beschreven. Alle parameters, welke een comfortabel gebruik garanderen, zijn al in de fabriek ingesteld. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de verwarminginstallatie gaat gebruiken of instellen. Noteer de vooraf ingestelde waarden voordat u de instellingen van de toestellen wijzigt. Documenten die eveneens van toepassing zijn Daikin Altherma EHS(X/H): Installatie- en onderhoudshandleiding Checklist voor inbedrijfstelling Buitentoestel voor Daikin Altherma EHS(X/H); de bijhorende installatie- en bedieningshandleiding. Bij aansluiting van een Daikin-zonne-energiesysteem; de bijhorende installatie- en bedieningshandleiding. Bij aansluiting van een Daikin FWXV(15/20)AVEB; de bijhorende installatie- en bedieningshandleiding. Bij de aansluiting van een andere Daikin verwarming of van optionele accessoires; de bijhorende installatie- en bedieningshandleiding. De handleidingen zijn met de desbetreffende toestellen meegeleverd. 1.2 Veiligheidsaanduidingen en verklaring van symbolen Betekenis van de veiligheidsaanwijzingen In deze installatie- en gebruiksaanwijzing worden de veiligheidsaanduidingen ingedeeld op basis van de ernst van het gevaar en de kans dat het zich voordoet. GEVAAR! Wijst op een onmiddellijk dreigend gevaar. Wanneer u deze waarschuwing negeert, loopt u gevaar op een zwaar en mogelijk dodelijk letsel. WAARSCHUWING! Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie. Wanneer u deze waarschuwing negeert, loopt u gevaar op een zwaar en mogelijk dodelijk letsel. LET OP! Wijst op een mogelijk schadelijke situatie. Wanneer u deze waarschuwing negeert, loopt het milieu gevaar of kan er zich materiële schade voordoen. Speciale waarschuwingssymbolen Sommige gevaren worden door speciale symbolen aangegeven. Elektrische stroom Gevaar voor brandwonden Geldigheid Sommige informatie in deze handleiding heeft een beperkte geldigheid. De geldigheid wordt aan de hand van een symbool aangegeven. Alleen geldig voor Daikin Altherma EHS(X/H) met koelfunctie Alleen geldig/beschikbaar bij aangesloten kamerstation (EHS157034) Alleen geldig/beschikbaar bij aangesloten mengermodule (EHS157068) Taakoverzichten Taakoverzichten worden in een lijst weergegeven. Wanneer taken in een bepaalde volgorde moeten worden uitgevoerd, worden ze genummerd. Resultaten van een handeling worden met een pijl aangeduid. Weergavelay-out van de RoCon-Regeling Toegang tot een instelproces Uitgang van een instelproces Bepaalde schermen of menu-items kunnen afhankelijk van de land- of uitvoeringsvarianten van de Daikin Altherma EHS(X/H) resp. de op de Regeling aangemelde gebruikersstatus, afwijken van de weergavese die in deze handleiding worden getoond. 1.3 Gevaren voorkomen De Daikin Altherma EHS(X/H) is volgens de laatste stand van de techniek en de erkende technische regels gebouwd. Bij ondeskundig gebruik kan echter lichamelijk letsel en materiële schade ontstaan. Ter voorkoming van gevaren, de Daikin Altherma EHS(X/H) alleen bedienen: wanneer ze reglementair worden gebruikt, en wanneer ze in onberispelijke staat verkeren. Dit veronderstelt dat u de inhoud van deze installatie- en gebruiksaanwijzing kent en toepast, dat u alle geldende veiligheids en arbeidsgeneeskundige voorschriften en alle voorschriften om ongevallen te voorkomen naleeft. WAARSCHUWING! Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of gebrek aan ervaring en / of kennis, tenzij ze worden begeleid door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of van deze instructie kregen in het gebruik van het toestel. Dit symbool wijst op een tip en erg nuttige informatie voor de gebruiker. Het is dus geen waarschuwing en wijst dus niet op mogelijke gevaren. 3

4 1 x Veiligheid 1.4 Doelmatig gebruik De regeling RoCon HP mag uitsluitend in Daikin Altherma EHS(X/H) warmtepompen worden gebruikt, die voor het Daikin regelingssysteem RoCon zijn vrijgegeven. De mag alleen overeenkomstig de instructies in deze handleiding worden gebruikt. Ieder ander gebruik geldt als niet-reglementair. In dat geval is de gebruiker zelf aansprakelijk voor eventuele schade. Voor alle werken aan de apparaten, die via de bediening van het regelingssysteem worden uitgevoerd, zijn de instructies in de betreffende documenten, vooral de veiligheidsinstructies, na te leven. 4

5 2 x Productbeschrijving 2 Productbeschrijving De Regeling RoCon HP maakt deel uit van de Daikin Altherma EHS(X/H). Ze bestaat uit de schakelveldprintplaat RoCon BM1, waarop actoren en sensoren alsook verdere componenten van het Daikin-regelingssysteem RoCon aangesloten worden en het bedieningsgedeelte RoCon B1. In deze handleiding worden alleen de functies en de instelmogelijkheden van de Regeling behandeld. Nadere informatie over de Daikin Altherma EHS(X/H) en de overige apparaatcomponenten vindt u in de meegeleverde documenten. De elektronische, digitale Regeling regelt, afhankelijk van de verwarming, automatisch alle verwarmings-, koel- en warmwaterfuncties voor een directe verwarmingskring en via optioneel aansluitbare mengermodule ook andere verwarmingskringen. Zij overneemt het gehele veiligheidsmanagement van de Daikin Altherma EHS(X/H). Zo wordt bijv. bij een watertekort, niet-toegelaten of ongedefinieerde bedrijfstoestanden een veiligheidsuitschakeling uitgevoerd. Een overeenkomstige storingsmelding toont de operator alle informatie over de storingsoorzaak. Alle functie-instellingen voor de Daikin Altherma EHS(X/H) en de via de databus aangesloten optionele RoCon-apparaten worden met de bedieningselementen van het geïntegreerde bedieningsgedeelte RoCon B1 doorgevoerd en in een tekstdisplay met gekleurde achtergrond weergegeven. Op de Daikin Altherma EHS(X/H) kunnen via de regelingsdatabus de volgende extra, optionele apparaten worden aangesloten: Kamerstation EHS Mengermodule EHS De Regeling RoCon HP heeft een schakelklok waarmee: 2 individueel instelbare schakeltijdprogramma's voor de verwarming en koeling van de kamer (1 (directe verwarmingskring), 2 individueel instelbare schakeltijdprogramma's voor de warmwatervoorziening en 1 individueel instelbaar schakeltijdprogramma voor een optionele circulatiepomp kan worden ingesteld. (1 Gebruik van schakeltijdprogramma's voor de koeling van de kamer alleen in combinatie met een aangesloten kamerthermostaat De eerste inbedrijfstelling van de verwarmingsinstallatie is in de installatiehandleiding van de Daikin Altherma EHS(X/H) beschreven. Bepaalde menukeuzes van de Regeling RoCon HP zijn alleen voor de verwarmingsmonteur toegankelijk. Deze veiligheidsmaatregel zorgt ervoor dat bij gebruik van de installatie geen ongewenste storingen optreden door een foutieve configuratie. Het kamerstation EHS heeft hetzelfde bedieningsoppervlak als het in de Daikin Altherma EHS(X/H) geïntegreerde bedieningsgedeelte RoCon B1. Alle instellingen voor de betreffende verwarmingskring kunnen op dezelfde manier worden uitgevoerd als bij het bedieningsgedeelte. Bij geactiveerde terminalfunctie staan, met uitzondering van enkele speciale functies (bijv. Manueel), alle bedieningsmogelijkheden zoals op het geïntegreerde bedieningsgedeelte ter beschikking. Een aangesloten mengermodule EHS wordt na een overeenkomstige indeling eveneens via het bedieningsgedeelte RoCon B1 en/of het kamerstation EHS bediend. Verder heeft de RoCon HP een vorstbeschermingsfunctie voor de directe verwarmingskring en de boilerkring, alsook een automatische functie voor verwarmingsondersteuning (integratie van een extra warmtebron zoals bv. houtketel, zonne-energie-installatie). Via de potentiaalvrije AUX-schakelcontacten kunnen verschillende stuurfuncties in combinatie met externe apparaten worden gerealiseerd (aanvraag van een externe warmtegenerator, omschakeling bivalent bedrijf, externe statusweergave, etc.). Bovendien zijn er meerdere ingangen voor het gebruik van externe stuurcontacten beschikbaar (externe bedrijfsmodusomschakeling of warmtevraag, SMART GRID- en laagtarieffuncties (EVU)), Met de optionele buitentemperatuursensor RoCon OT1, die aan de noordelijke zijde van het gebouw wordt geïnstalleerd, kan de weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling nog worden geoptimaliseerd Als de optionele gateway EHS is geïnstalleerd en met het internet is verbonden, dan kan de Daikin Altherma EHS(X/H) eenvoudig vanop afstand met mobiele telefoon (app) worden gecontroleerd en worden bediend. 5

6 3 x Bediening 3 Bediening 3.1 Algemeen GEVAAR! Door contact van water met elektrische onderdelen kan er een stroomschok ontstaan en kan men zich levensgevaarlijk verwonden en verbranden. De indicatorpanelen en die toetsen van de Regeling tegen vocht beschermen. Voor het reinigen van de Regeling een droge katoenen doek gebruiken. Het gebruik van aggressieve reinigingsmiddelen en andere vloeistoffen kan tot apparatuurschade of stroomstoten leiden. Maximale energiebenutting Het meest effectieve energiegebruik bereikt de Daikin Altherma EHS(X/H) bij zo laag mogelijke retour- en warmwaterstreeftemperaturen. Als bij aanvoerstreeftemperaturen hoger dan 50 C een externe warmtegenerator (bv. de optionele aanjaagverwarmer) wordt toegevoegd, kan (afhankelijk van de buitentemperatuur) het rendement (COP) van de Daikin Altherma EHS(X/H) verslechteren Schermweergave Alle bedieningsstappen worden door daarmee overeenkomstige indicaties op een plattetekstdisplay met achtergrondverlichting ondersteund. Het menu kan in 7 talen worden weergegeven (zie paragraaf 3.4.8). Storingen worden over het algemeen met een foutcode en een plattetekstfoutmelding op het display getoond. Voor aanwijzingen over de opheffing van storingen, zie hoofdstuk 6. De kleur van de achtergrondverlichting duidt op de bedrijfsstatus en de bedieningsmodus: Wit: Rood: Groen: Blauw: Standaard belichting, normale bedrijfsweergave. Foutstatus, afhankelijk van het soort fout functioneert de Daikin Altherma EHS(X/H) met beperkingen verder. Bedieningsmodus met gebruikersmachtiging. Bedieningsmodus met vakmanmachtiging. 3.2 Weergave- en bedieningselementen 1 Weergave datum 2 Status koelmiddelpomp 3 Weergave vakman-login 4 Weergave tijd 5 Actuele aanvoertemperatuur 6 Status verwarmingskring Afb Huidige buitentemperatuur 8 Actieve bedrijfsmodus 9 Status warmwaterbereiding 10 Huidige boilertemperatuur Display van de Regeling - Standaardweergave Verklaring van symbolen 1 Plattetekstscherm 2 Stelling: Configuratie 3 Stelling: prog op afstand 4 Draaischakelaar 5 Stelling: Info 6 Stelling: Modus Afb Stelling: Temp setpunt Dag 8 Stelling: Temp setpunt Nacht 9 Stelling: Temp setpunt WW 10 Regelknoppen 11 Stelling: DHW Install 12 Stelling: Tijdprogramma 13 Exit-toets Ordening weergave- en bedieningselementen Stand Symbool Uitleg afb Knipperend: Warmtepompvraag actief Permanent op: Koelmiddelcompressor werkt 2 Geen verbinding met buitenwaterpomp 3 Toegangsrechten Installateur actief (zie paragraaf 3.6.1) 2 / 3 Air Purge actief (zie paragraaf ) 2 / 3 Terminalfunctie actief (zie paragraaf 3.4.9) 2 / 3 Vorstbeschermingsfunctie actief (zie paragraaf 3.6.5) 2 / 3 Tijdelijk tijdsprogramma "Feest" actief (zie paragraaf 3.4.7) 6

7 3 x Bediening Stand Symbool Uitleg afb / 3 Tijdelijk tijdsprogramma "Afwezig" actief (zie paragraaf 3.4.7) 2 / 3 Tijdelijk tijdsprogramma "Feestdag" actief (zie paragraaf 3.4.7) 2 / 3 Tijdelijk tijdsprogramma "Verlof" actief (zie paragraaf 3.4.7) 2 / 3 Screed Program actief (zie paragraaf ) 5 Directe-verwarmingcircuit 5 Mengcircuit Bij een normale werking wordt daaronder de huidige aanvoertemperatuur t V, BH weergegeven. Zonder aanvraag van de warmtepomp wordt, in plaats van de huidige aanvoertemperatuur, de afkorting "ES" weergegeven. De regeling is in de energiebesparingsmodus (zie paragraaf 3.4.2) geschakeld. Niet noodzakelijke elektronische onderdelen zijn uitgeschakeld. Daaronder wordt de huidige aanvoertemperatuur van de toegewezen verwarmingskring weergegeven. 5 Kamerthermometer Daaronder wordt de huidige kamertemperatuur weergegeven. 6 Status verwarmingskring Verwarmingskring actief (ruimteverwarmingsfunctie) Verwarmingskring actief (ruimtekoelfunctie) Verwarmingskring niet actief (momenteel geen warmtetransport in de verwarmingskring) 7 Buitenthermometer Daaronder wordt de huidige buitentemperatuur weergegeven. 8 Huidige bedrijfsmodus (zie paragraaf 3.4.2) Standby Actief Nachtverlaging Actief Verwarmen Actief koelen Actief Zomer Actief Automatisch 1 Actief Automatisch 2 Actief 9 Warmwaterbereiding actief Warmwaterbereiding niet actief 10 Status warmwaterverwarmingskring Daaronder wordt de huidige boilertemperatuur t DHW1 weergegeven Bedieningselementen LET OP! Bedien de bedieningselementen van de regelaars nooit met een hard, puntig voorwerp. Dit kan tot beschadiging en foutieve werking van de regeling leiden. Als er voor bepaalde functies speciale toetsencombinaties nodig zijn of als toetsen ingedrukt moeten worden gehouden, wordt in de betreffende paragraaf van deze handleiding speciaal daarop gewezen. Draaiknop Met de draaischakelaar kunnen frequent gebruikte functies en instelmogelijkheden snel en direct worden gekozen (hoofdfunctieniveaus). Tab. 3-2 Actie Draaien Onafhankelijk van de stand van de draaiknop werkt de Daikin Altherma EHS(X/H) volgens de bedrijfsmodus, die in de schakelstand "Modus" ingesteld of door een speciaal programma geactiveerd werd. Resultaat Directe selectie van de hoofdfunctieniveaus van deze schakelaarspositie. Functie van de draaischakelaar Regelknop Door middel van de draaischakelaar kan naar de verschillende niveaus worden genavigeerd, worden ingestelde waarden geselecteerd, gewijzigd en met een korte druk op de knop worden deze wijzigingen overgenomen Tab. 3-3 Actie Draaien tikken Resultaat Naar rechts (+): Hogere instelling Naar links ( ): Lagere instelling Selectie bevestigen, overnemen, functie uitvoeren. Functies van de draaiknop Tab. 3-1 Uitleg displaysymbolen 7

8 3 x Bediening Exit-toets Met deze toets kunt u in een menupunt naar het vorige scherm teruggaan of kunt u een functie/invoeropdracht afbreken. Met deze toets kunnen ook de speciale niveaus (zie paragraaf 3.5) worden opgeroepen. Actie Resultaat Kort aantikken. Terug naar het vorige scherm of het vorige niveau of. Een speciale functie of een actief tijdelijk tijdsprogramma afbreken. Langer dan 5 s indrukken. Tab. 3-4 Speciaal niveau wordt opgeroepen. Functies van de Exit-toets 3.3 Bedieningsconcept Het bedieningsconcept van de regeling RoCon HP is zodanig opgebouwd dat vaak benodigde instelmogelijkheden snel en direct in het Hoofdfunctieniveau (selectie met draaischakelaar) toegankelijk zijn en minder benodigde instelmogelijkheden in een dieperliggend parameterniveau zijn ondergebracht Modus (paragraaf 3.4.2) 2 Temp setpunt Dag (paragraaf 3.4.3) 3 Temp setpunt Nacht (paragraaf 3.4.4) 4 Temp setpunt WW (paragraaf 3.4.5) 5 DHW Install (paragraaf 3.4.6) 6 Tijdprogramma (paragraaf 3.4.7) 7 Configuratie (paragraaf 3.4.8) 8 prog op afstand (paragraaf 3.4.9) 9 Info (paragraaf 3.4.1) Afb. 3-3 Weergave hoofdfunctieniveaus (draaischakelaarpositie) Als de installatie wordt ingeschakeld, regelt deze, aan de hand van de waarden die in de Regeling RoCon HP zijn ingesteld, volautomatische de werkingsmodus van de kamerverwarming, kamerkoeling en de warmwaterbereiding voor het sanitair. Onafhankelijk van de stand van de draaiknop werkt de Daikin Altherma EHS(X/H) volgens de bedrijfsmodus, die in de schakelstand "Modus" ingesteld of door een speciaal programma geactiveerd werd. Stelt de gebruiker manueel een waarde in, blijft deze instelling net zo lang actief tot de gebruiker ze wijzigt of het schakeltijdprogramma prioritair een andere bedrijfsmodus instelt. De bedrijfsmodi kunnen door extra functies worden beïnvloed, zoals: Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling Schakeltijdprogramma's Instelling van gewenste temperatuur Instelling aan kamerstation EXT-signaal (externe bedrijfsmodusomschakeling) Stille modus Interlink fct SMART GRID - Signaal EVU (laag tarief) - signaal Vloerfunctie Air Purge Manueel Toetsenblokkering Het bedieningspaneel van de RoCon HP kan tegen onopzettelijke bediening worden geblokkeerd (zie afb. 3-4). De vrijgave gebeurt op dezelfde manier. Voorwaarde voor deze functie is dat in het niveau "Inbedrijfneming" de parameter [Keylock Function] op "" is ingesteld (zie hoofdstuk 5.2.1, tab. 5-1). Keylock Function Keylock Function Bepaalde functies en parameters hebben beperkte toegangsrechten en kunnen alleen door vakmannen worden ingesteld (zie paragraaf 3.6.1). In normale werking moet de draaischakelaar op de positie staan. Na inschakelen en initialiseren wordt bij draaischakelaarpositie automatisch de standaardweergave weergegeven op het scherm. Bij de eerste inbedrijfstelling verschijnt vervolgens de taalinstelling. Taal kiezen met de draaiknop. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. passingen aan de speciale installatieconfiguratie worden uitgevoerd in de draaischakelaarpositie "Configuratie" (zie paragraaf 3.4.8). Afb. 3-4 Toetsenblokkering activeren en deactiveren Keylock Function Uit 8

9 3 x Bediening 3.4 Basisfuncties en bedrijfsmodi Als de boilertemperatuur onder bepaalde minimumwaarden zakt, dan verhinderen de veiligheidsinstellingen van de Daikin Altherma EHS(X/H) de werking van de warmtepomp bij lage buitentemperaturen: Buitentemperatuur < -2 C, minimale boilertemperatuur = 30 C Buitentemperatuur < 12 C, minimale boilertemperatuur = 23 C. Zonder aanjaagverwarme: Het boilerwater moet door een externe bijverwarmer tot de vereiste minimale boilertemperatuur worden verwarmd. Met aanjaagverwarmer (EKBUxx): Bij een buitentemperatuur < 12 C en een boilertemperatuur < 35 C wordt de aanjaagverwarmer (EKBUxx) automatisch ingeschakeld om het boilerwater tot minstens 35 C te verwarmen. Om het verwarmen met de aanjaagverwarmer te versnellen, tijdelijk de parameter [Function Heating Rod] = "1" en parameter [Power DHW] op de maximumwaarde van de aanjaagverwarmer instellen. Draaiknop op de bedrijfsmodus zetten en parameter [1x warmwater] op "" zetten. Na de succesvolle verwarming de parameter opnieuw op "Uit" instellen. Automatische ontdooifunctie Bij lage buitentemperaturen en daarmee overeenkomstige luchtvochtigheid kan de buitenwarmtepomp bevriezen. Deze bevriezing verhindert het efficiënte gebruik. Het systeem herkent deze toestand automatisch en start de ontdooifunctie. Als de ontdooifunctie actief is, wordt er warmte van de warmwaterboiler ontnomen en wordt evt. de aanjaagverwarmer ingeschakeld. Afhankelijk van de warmtebehoefte voor de ontdooifunctie kan de verwarming van de directe verwarmingskring tijdens het ontdooien korte tijd worden onderbroken. Na maximaal 8 minuten schakelt het systeem terug naar de normale bedrijfsmodus Informatie van de installatie (Info) In deze draaiknopstand kunnen met behulp van draaiknoppen alle installatietemperaturen, het soort Daikin Altherma EHS(X/H), diverse softwareinformatie alsook de bedrijfsstatussen van alle installatiecomponenten na elkaar worden opgevraagd. Het aantal weergegeven parameters is afhankelijk van de aangesloten componenten. Deze waarden kunnen niet worden ingesteld. Draaischakelaar in de stand "Info" zetten. Standaardweergave wordt getoond (zie afb. 3-2). Draaiknop kort indrukken. Parameteroverzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop het gewenste informatieniveau selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Waarde wordt weergegeven (voorbeeld zie afb. 3-6). Met de draaiknop de afzonderlijke informatie selecteren. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke schermwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk Bedrijfsgegevens tonen In het informatieniveau "Overzicht" worden op de display van de Regeling RoCon HP de huidige bedrijfsgegevens van de Daikin Altherma EHS(X/H) weergegeven. De weergave van de bedrijfsgegevens is verdeeld over diverse beeldschermpagina's. Door het draaien aan de draaiknop wordt tussen geschakeld tussen de beeldschermpagina's. Beknopte Toelichting van de indicatiewaarde omschrijving Modus Huidige modus van de warmtepomp: : Verwarmen : koelen : Warmwaterbereiding : Automatische ontdooifunctie actief Ext Huidige energiemodus van de warmtepomp: LT: EVU-functie actief en laag tarief. HT: EVU-functie actief en hoog tarief. SGN: SMART GRID - Functie actief, normale werking. SG1: SMART GRID - Functie actief, uitworp, dure stroom. SG2: SMART GRID - Functie actief, toegenomen werking, goedkopere stroom SG3: SMART GRID - Functie actief, inschakelcommando en toegenomen werking, goedkopere stroom - - -: Geen externe modus actief, warmtepomp functioneert bij normale werking. RT Parameter [Room thermostat] / [Interlink fct] = Uit: Parameter [Room thermostat] = : : Verwarmings- of koelingsverzoek : Geen vraag naar verwarming PAGINA 1 Pagina 2 Parameter [Interlink fct] = (prioriteit) - - -: Alleen vorstbescherming IL1: Normale aanvoerstreeftemperatuur IL2: In verwarmingsmodus verhoogde aanvoerstreeftemperatuur In koelmodus verlaagde aanvoerstreeftemperatuur Pomp Huidige capaciteit van de interne verwarmingscirculatiepomp in % EHS Huidige capaciteit van de aanjaagverwarmer in kw BPV Huidige stand van de mengklep 3UVB1 (100% = A, 0 % = B) TV Huidige aanvoertemperatuur volgens de plaatwarmtewisselaar (t V1 ) TVBH Huidige temperatuur verwarming aanvoer evt. volgens verwarmingsondersteunende warmtewisselaar (t V, BH ) TR Huidige temperatuur verwarming retour (t R1 ) Tdhw Huidige temperatuur in warmwaterboiler (t DHW1 ) TA Huidige buitentemperatuur (gemeten van de optionele temperatuursensor RoCon OT1) V Huidige volumestroom (debiet) in de verwarmingsinstallatie 9

10 3 x Bediening Beknopte Toelichting van de indicatiewaarde omschrijving TVBH2 = TVBH TR2 Huidige temperatuur verwarming retour, secundaire sensor (t R2 ) Tdhw2 Huidige temperatuur in warmwaterboiler, secundaire voeler (t DHW2 ) Tliq2 Huidige koelmiddeltemperatuur (t L2 ) TA2 Huidige buitentemperatuur (gemeten van de temperatuursensor van de warmtepompbuiteneenheid) quiet Toont de status van de fluistermodus aan PAGINA 3 Tab. 3-5 Verklaring van de als overzicht weergegeven bedrijfsgegevens Waterdruk weergeven de Regeling RoCon HP kan in ingeschakelde toestand de installatiedruk (waterdruk) van de interne kring (directe verwarmingskring) worden weergegeven. De waterdruk is al eerste infoparameter beschikbaar (zie afb. 3-6). Het toegestane bereik van de waterdruk tijdens de werking is afhankelijk van de Daikin Altherma EHS(X/H) en de verwarmingsinstallatie. De nagestreefde waarden en de grenswaarden mogen alleen door verwarmingsvaklui worden ingesteld. Mocht de waterdruk onder de minimumwaarde (ingestelde parameterwaarde) dalen, dan moet hij door het bijvullen van de installatie worden verhoogd (zie installatiehandleiding van de Daikin Altherma EHS(X/H)). De drukgrenzen voor de veiligheidsuitschakeling en de nagestreefde druk kunnen in de parameterinstellingen in het niveau "Systeemconfiguratie" worden ingesteld. Info Overzicht Waterdruk Info Overzicht Waterdruk T-WG Waterdruk Uit Afb. 3-6 Info-waarden weergeven (voorbeeld installatiedruk) Afb. 3-5 Overzicht bedrijfsgegevens weergeven 10

11 3 x Bediening Bedrijfsmodus instellen De selectie van de bedrijfsmodus, waarin de Daikin Altherma EHS(X/H) moet functioneren, vindt plaats op de draaiknop in de stand "Modus". De gekozen bedrijfsmodus wordt door een korte druk op de draaiknop geactiveerd. Modus Verwarmen koelen Zomer Afb. 3-8 Standaardweergave in de bedrijfsmodus "Standby" (boven de vorstbeschermingsgrens) Modus Standby Nachtverlaging Afb. 3-7 Modus Zomer Automatisch 1 Automatisch 2 Modus Zomer Automatisch 1 Automatisch 2 Bedrijfsmodus veranderen (Bijv.: Van "Standby" naar "Automatisch 1") Draaischakelaar in de stand "Modus" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de gewenste bedrijfsmodus selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Daikin Altherma EHS(X/H) werkt in de ingestelde bedrijfsmodus. De huidige bedrijfsmodus wordt door een daarmee overeenkomstig symbool in de standaardweergave aangegeven. Bedrijfsmodus Standby (Stand-by) LET OP! Een verwarmingsinstallatie zonder vorstbeveiliging kan bij vorst invriezen en beschadigd geraken. Laat het water uit de verwarmingsinstallatie lopen bij gevaar voor vorst. Wanneer de verwarmingsinstallatie niet is geleegd, moet bij gevaar voor vorst de stroomtoevoer gegarandeerd zijn en de externe hoofdschakelaar ingeschakeld blijven. In deze bedrijfsmodus wordt de Daikin Altherma EHS(X/H) in de standby-modus gezet. De vorstbeschermingsfunctie (zie paragraaf 3.6.5) blijft daarbij behouden. Om deze functie te behouden mag de installatie niet van het elektriciteitsnet worden losgekoppeld! Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden bovengeschikt eveneens in de bedrijfsmodus "Standby" geschakeld. In de bedrijfsmodus "Standby" wordt de warmtepomp en de evt. optioneel aangesloten aanjaagverwarmer van de voeding gescheiden (energiebesparingsmodus), als aan de volgende voorwaarden is voldaan: de buitentemperatuursensor (RoCon OT1) is aangesloten en correct geparametreerd in de installatieconfiguratie, de buitentemperatuur is hoger dan 8 C, er is geen vraag naar verwarming, in geen enkele aangesloten verwarmingskring is de anti-vorstfunctie actief en Daikin Altherma EHS(X/H) is al minstens 5 minuten ingeschakeld. Bedrijfsmodus Nachtverlaging Verminderde verwarming (lagere nagestreefde kamertemperatuur) volgens de in parameter [T-nacht] ingestelde aanvoerstreeftemperatuur voor lagetemperatuurmodus (zie paragraaf 3.4.4). Warmwaterbereiding volgens de ingestelde warmwaterstreeftemperaturen en schakelcycli in het warmwatertijdsprogramma [WW progr. 1] (zie paragraaf 3.4.5). Bedrijfsmodi Verwarmen, koelen Verwarmings-, koelmodus volgens de in parameter [T-ruimte gew 1] ingestelde kamerstreeftemperatuur (zie paragraaf 3.4.3). Een aangesloten buitentemperatuursensor (weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling) of een aangesloten kamerstation beïnvloeden ook de aanvoerstreeftemperatuur (voorwaarde: parameter [HC Function] = ). Warmwaterbereiding volgens de ingestelde warmwaterstreeftemperaturen en schakelcycli in het warmwatertijdsprogramma [WW progr. 1] (zie paragraaf 3.4.5). Bedrijfsmodus Zomer Warmwaterprogramma volgens de ingestelde warmwaterstreeftemperaturen en schakelcycli in het warmwatertijdprogramma [WW progr. 1] (zie paragraaf 3.4.5). Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden bovengeschikt eveneens in de bedrijfsmodus "Zomer" geschakeld. Bedrijfsmodus Automatisch 1 (tijdsprogramma) Automatische verwarmings- en lagetemperatuurwerking volgens de permanente tijdsprogramma's (zie paragraaf 3.4.7): [CV-kring progr 1] [WW progr. 1] 11

12 3 x Bediening Bedrijfsmodus Automatisch 2 (tijdsprogramma) Automatische verwarmings- en lagetemperatuurwerking volgens de permanente tijdsprogramma's (zie paragraaf 3.4.7): [CV-kring progr 2] [WW progr. 2] Tab. 3-6 Als de warmwaterbereidheid in de actieve bedrijfsmodus in lagetemperatuurwerking staat, kan met de draaischakelaarstand een tijdelijke "WW lading" worden ingesteld, zonder andere standaardinstellingen te moeten veranderen (zie paragraaf 3.4.6). Schakelcontact voor externe bedrijfsmodusomschakeling Via een op aansluiting J8 van de Daikin Altherma EHS(X/H) op de klemmen "EXT" aangesloten en met een weerstand geschakeld potentiaalvrij contact kan met een extern apparaat (bv. modem,...) eveneens de bedrijfsmodus worden omgeschakeld (zie tab. 3-6). Bedrijfsmodus Weerstand Tolerantie Standby < 680 Ω Verwarmen 1200 Ω Nachtverlaging 1800 Ω Zomer 2700 Ω ± 5 % Automatisch Ω Automatisch Ω Weerstandswaarden voor de werking van het EXT-signaal De in tab. 3-6 aangegeven weerstanden functioneren in een tolerantieveld van 5 %. Buiten deze tolerantievelden vallende weerstanden worden als open ingang gezien. Het verwarmingstoestel schakelt terug naar de eerder actieve bedrijfsmodus. Bij weerstandswaarden groter dan de waarde voor "Automatisch 2", wordt geen rekening gehouden met de ingang. Als er meerdere schakelcontacten op de Daikin Altherma EHS(X/H) aangesloten zijn (bv. SMART GRID, Room thermostat), kunnen de daarmee verbonden functies een hogere prioriteit dan de externe bedrijfsmodusomschakeling hebben. De door het EXT-schakelcontact aangevraagde bedrijfmodus wordt dan eventueel niet of pas later geactiveerd. Naast deze bedrijfsmodi staan er nog verschillende andere tijdelijke verwarmingsprogramma's (zie tab. 3-7) ter beschikking, die na activering voorrang krijgen. Tijdelijk tijdsprogramma DHW Install Feest Afwezig Feestdag Verlof Screed* Instelling / activering in het niveau DHW Install Tijdprogramma Configuratie > Config. verwarming * Alleen met vakmancode. Tab. 3-7 Overzicht tijdelijke tijdsprogramma's Draaischakelaarstand wijzing Paragraaf Paragraaf Paragraaf Als een tijdelijk verwarmingsprogramma (DHW Install, Feest, Afwezig, Feestdag, Verlof, Screed) tijdens de gekozen bedrijfsmodus wordt gestart, zal het systeem prioritair werken volgens de instellingen van dit verwarmingsprogramma Temperatuurinstelling kamertemperatuur overdag In de draaischakelaarpositie worden de nagestreefde kamertemperaturen overdag voor de kamerverwarming vastgelegd. Draaischakelaar in de stand "Temp setpunt Dag" zetten. Overzicht wordt weergegeven. De eindcijfers van de parameteraanduidingen (1-3) in deze draaischakelaarstand duiden daarbij op de overeenkomst met de betreffende cyclus uit het tijdprogramma. Met de draaiknop het in te stellen temperatuursblok selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instellingen worden weergegeven. Temperatuur instellen. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk Temperatuurinstelling lagetemperatuurwerking In de draaischakelaarpositie worden de nagestreefde kamertemperaturen in de lagetemperatuurmodus voor de kamerverwarming vastgelegd. Draaischakelaar in de stand "Temp setpunt Nacht" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de in te stellen parameters selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. [T-nacht]: Instelwaarde voor bedrijfsmodus "Nachtverlaging" of verlaging door permanent tijdsprogramma. [T-afwezig]: Instelwaarde voor tijdelijke verwarmings- /koelprogramma's ("Afwezig" en "Verlof"). Instellingen worden weergegeven. Temperatuur instellen. 12

13 3 x Bediening Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk Temperatuurinstelling warmwaterbereiding In de draaischakelaarpositie worden de nagestreefde warmwatertemperaturen voor de warmwaterbereiding van het betreffende tijdprogramma vastgelegd. Draaischakelaar in de stand "Temp setpunt WW" zetten. De eindcijfers van de parameteraanduidingen (1-3) in deze draaischakelaarstand duiden daarbij op de overeenkomst met de betreffende cyclus uit het tijdprogramma. Met de draaiknop het in te stellen temperatuursblok selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instellingen worden weergegeven. Temperatuur instellen. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk Buitengewone warmwaterbereiding In de draaischakelaarpositie kan buiten een warmwatertijdprogramma het warme water manueel tot de in parameter [T-WW gew 1] vooraf ingestelde streeftemperatuur worden opgewarmd. De verwarming heeft voorrang op en is onafhankelijk van andere verwarmingsprogramma's. Draaischakelaar in de stand "DHW Install" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de in te stellen parameters selecteren. [1x warmwater]: Activering van een eenmalige warmwaterbereiding. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Parameter instellen. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Buitengewone warmwaterbereiding begint. Na afloop van deze tijdelijke functie, springt de Regeling automatisch terug naar de eerder actieve werkingsmodus. De draaischakelaar moet daarom na activering van de functie weer in de positie "Info" worden gebracht. De functie is onderhevig aan beperkingen in de tijd. Ze wordt ten laatste volgens de in parameter [Max DHW loading time] ingestelde tijd afgebroken en kan ten vroegste na afloop van de in parameter [DHW Off Time] ingestelde tijd opnieuw worden gestart. Mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk Schakeltijdprogramma's Voor een comfortabele en individuele regeling van de kamer- en warmwatertemperatuur staan daarbij verschillende in de fabriek ingestelde, maar vrij te bepalen tijdprogramma's ter beschikking. De schakeltijdprogramma's regelen de betreffende verwarmingskring, de boilerkring en een optioneel aangesloten circulatiepomp volgens de op voorhand ingevoerde schakeltijden. Instelling In de draaischakelaarpositie gebeurt de instelling van de tijdsintervallen voor de verwarmingskring, de geïntegreerde warmwaterbereiding en de optionele circulatiepomp. Draaischakelaar in de stand "Tijdprogramma" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop het in te stellen tijdsprogramma selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instellingen worden weergegeven. Met de draaiknop de te verstellen waarde selecteren en wijzigen. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in de hoofdstuk 5.8 "Draaischakelaarstand: Tijdprogramma". Permanente tijdsprogramma's Voor de aangesloten verwarmingskringen en boileraanvoerkring regelen tijdsprogramma's de verwarmingskringtemperaturen en de bedrijfstijden van de circulatiepomp volgens de ingestelde schakelcycli. De schakelcycli zijn in tijdsblokken opgeslagen, waarvoor verschillende gewenste temperaturen kunnen worden ingesteld. In de schakelcycli wordt de verwarmingsinstallatie afwisselend volgens de dag- en nachtmodus geregeld. De kamerstreeftemperaturen voor deze tijdsprogramma's worden in de draaischakelaarstanden "Temp setpunt Dag", "Temp setpunt Nacht" en "Temp setpunt WW" ingesteld. De volgende schakeltijdprogramma's zijn beschikbaar: 2 tijdsprogramma's voor de verwarmingskring met telkens 3 mogelijke schakelcycli [CV-kring progr 1] [CV-kring progr 2] Dit kan voor iedere afzonderlijke weekdag of in blokken van "maandag tot vrijdag", "zaterdag tot zondag" en 'maandag tot zondag' worden ingevoerd. Programma Tijdsruimte Schakelcyclus CV-kring progr 1 Afzonderlijke weekdag (maandag, dinsdag...) Werkweek (maandag tot vrijdag) :00 -> 22:00 --:-- -> --:-- --:-- -> --:-- 06:00 -> 22:00 --:-- -> --:-- --:-- -> --:-- Weekend (zaterdag tot zondag) :00 -> 23:00 --:-- -> --:-- --:-- -> --:-- Hele week (maandag tot zondag) :00 -> 22:00 --:-- -> --:-- --:-- -> --:-- CV-kring progr 2 Zie CV-kring progr Zie CV-kring progr 1 Tab. 3-8 Menustructuur tijdsprogramma verwarmingskring 13

14 3 x Bediening Tijdsinstellingen voor een schakelcyclus in een weekdag- of blokprogramma worden ook voor andere tijdsruimtes overgenomen, voor zover deze dezelfde weekdagen betreffen. Voorbeelden voor tab. 3-8: a) Voor de afzonderlijke weekdag "maandag" wordt de begintijd in het eerste Schakelcyclus veranderd van 06:00 naar 05:00 uur. In de tijdsruimte "werkweek" en "hele week" wordt automatisch het eerste Schakelcyclus mee veranderd van 06:00 naar 05:00 uur. b) Voor de tijdsruimte "weekend" wordt de begintijd in het eerste Schakelcyclus veranderd van 07:00 naar 08:00 uur. Op de afzonderlijke weekdagen "zaterdag" en "zondag" wordt automatisch het eerste Schakelcyclus mee veranderd van 07:00 naar 08:00 uur. c) Voor de tijdsruimte "hele week" wordt de eindtijd in het eerste Schakelcyclus veranderd van 22:00 naar 21:30 uur. In alle weekdag- of blokprogramma's wordt automatisch de 1e schakelcyclus van 22:00 naar 21:30 u. mee veranderd. 2 tijdsprogramm's voor de warmwaterkring met telkens 3 mogelijke schakelcycli [WW progr. 1] [WW progr. 2] De instelling en de invoerstructuur van de tijdsprogramma's zijn identiek aan die voor het tijdsprogramma van de verwarmingskring (zie ook tab. 3-8). 1 tijdsprogramma voor een optioneel aangeslotencirculatiepomp met telkens 3 mogelijke schakelcycli [Programma circpomp] De instelling en de invoerstructuur van het tijdsprogramma zijn identiek aan die voor het tijdsprogramma van de verwarmingskring (zie ook tab. 3-8). Verdere aanwijzingen over instellingen voor een optionele circulatiepomp, zie paragraaf Opgeslagen schakeltijdprogramma's kunnen altijd worden veranderd. Voor een beter overzicht wordt aangeraden de geprogrammeerde schakelcycli te noteren en goed op te bergen (zie hoofdstuk 8.1.1). De permanente tijdprogramma's zijn volgens tab. 3-9 op voorhand ingesteld. Schakelcyclus 1 Schakelcyclus 2 Schakelcyclus 3 Tijdsruimte Uit Uit Uit Kamerverwarming / Kamerkoeling Temperatuurinstelling [T-ruimte gew 1]: 20 C [T-ruimte gew 2]: 20 C [T-ruimte gew 3]: 20 C [T-nacht]: 10 C "CV-kring progr 1" Maandag - Vrijdag 06:00 22: : : : : - - Zaterdag, Zondag 07:00 23: : : : : - - "CV-kring progr 2" Maandag - Vrijdag 06:00 08: : : : : - - Zaterdag, Zondag 07:00 23: : : : : - - Warmwaterbereiding Temperatuurinstelling [T-WW gew 1]: 48 C [T-WW gew 2]: 48 C [T-WW gew 3]: 48 C "WW progr. 1" Maandag - Zondag 00:00 24: : : : : - - "WW progr. 2" Maandag - Vrijdag 05:00 21: : : : : - - Zaterdag, Zondag 06:00 22: : : : : - - "Programma circpomp" Maandag - Vrijdag 05:00 21: : : : : - - Zaterdag, Zondag 06:00 22: : : : : - - Tab. 3-9 Fabrieksinstelling van de permanente schakeltijdprogramma's 14

15 3 x Bediening Tijdelijke tijdprogramma's Voor bijzondere situaties staan er 4 tijdelijke tijdprogramma's ter beschikking, die de permanente tijdprogramma's of de op dat moment ingestelde werkingsmodus gedurende hun geldigheid opheffen. Het symbool van het tijdelijke tijdsprogramma wordt, zolang het programma actief is, in de kopregel van de standaardschermweergave weergegeven. De volgende tijdelijke tijdprogramma's kunnen te allen tijde door het manueel wijzigen van de bedrijfsmodus worden afgebroken. 1. [Feest]: Onmiddellijke eenmalige verlenging van de kamerverwarming a) Is een automatisch programma geactiveerd, dan wordt altijd de laatst geldige schakelcyclus verlengd. In de tijd voor schakelcyclus 1 wordt aan de hand van de in parameter [T-ruimte gew 1] ingestelde kamerstreeftemperatuur geregeld. b) In alle andere bedrijfsmodi wordt aan de hand van de in parameter [T-ruimte gew 1] ingestelde kamerstreeftemperatuur geregeld. De warmwaterbereiding wordt niet beïnvloed. Het tijdprogramma loopt vanaf de activering over de ingestelde tijdsperiode. 2. [Afwezig]: Onmiddellijke eenmalige verlaging tot 6 u. Er wordt volgens de in de draaischakelaarpositie "Temp setpunt Nacht" in de parameter [T-afwezig] ingestelde kamerstreeftemperatuur in lagetemperatuurmodus geregeld. De warmwaterbereiding wordt niet beïnvloed. Het tijdprogramma loopt vanaf de activering over de ingestelde tijdsperiode. 3. [Feestdag]: Eenmalige kalendergestuurde aanwezigheid. Er wordt uitsluitend volgens de instellingen voor "zondag" in [CV-kring progr 1] geregeld. NLBE: De warmwaterbereiding wordt uitsluitend volgens de instellingen voor "zondag" in [WW progr. 1] geregeld. 4. [Verlof]: Eenmalige kalendergestuurde verlaging. Er wordt uitsluitend volgens de in de draaischakelaarpositie "Temp setpunt Nacht" in de parameter [T-afwezig] ingestelde kamerstreeftemperatuur in lagetemperatuurmodus geregeld. Warmwaterbereiding volgens de ingestelde streeftemperaturen en schakelcycli in het warmwater-tijdsprogramma [WW progr. 1] (zie paragraaf 3.4.5). Het kalendergestuurde programma [Verlof] wordt niet gestart, als op de ingestelde begindatum de bedrijfsmodus "Standby" of "Manueel" actief is. Taal, Datum, Tijd instellen Een interne voorgeprogrammeerde kalender verzorgt de automatische tijdsaanpassing bij de jaarlijks terugkerende zomer-/wintertijd-wisseling. Zo nodig kan de automatische tijdswijziging worden uitgeschakeld. Draaischakelaar in de stand "Configuratie" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop het niveau "Inbedrijfneming" selecteren. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de parameters [Taal], [Datum] of [Tijd] selecteren en bevestigen. Binnen ieder scherm de te verstellen waarde selecteren en veranderen met de draaiknop. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in paragraaf 3.6 en in hoofdstuk Terminalfunctie In de draaiknopstand "prog op afstand" kunnen bij geactiveerde terminalmodus ook andere, in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden geparametriseerd. Na activering van de "Bus - Scan" verschijnt op het scherm een keuzelijst met herkende apparaten (externe apparaten en lokaal apparaat). Na een extern apparaat te hebben gekozen en na te hebben bevestigd, wordt het in de lokale Regeling weergeven. Het plaatselijke bedieningsgedeelte werkt als afstandsbediening voor het externe apparaat. Daarbij worden alle bedieningsfuncties 1:1, zoals op het externe apparaat uitgevoerd en opgeslagen. Tijdens deze terminalfunctie wordt in de kopregel van het scherm als extra indicatie van het afstandsbediende apparaat het symbool #X getoond, waarbij "X" de ingestelde busidentificatie van het afstandsbediende apparaat is. De weergegeven waarden en symbolen worden altijd door het geselecteerde apparaat overgenomen (bv. aanvoertemperatuur van de mengerkring van de mengermodule EHS157068) Installatie-instellingen In de draaischakelaarpositie "Configuratie" vinden zowel de basisinstelling van de Regeling RoCon HP alsook de installatieconfiguratie voor de installatieomgeving van de Daikin Altherma EHS(X/H), de directe verwarmingskring, de warmwaterbereiding en de evt. optioneel aangesloten componenten plaats. Afhankelijk van de toegangsmachtiging (operator of vakman) zijn verschillende parameters beschikbaar. Enkele parameters zijn alleen toegankelijk voor de verwarmingsvakman. Afb. 3-9 Voorbeeldweergaven voor afstandsbediende mengermodule Om het plaatselijke apparaat te bedienen moet dit weer geactiveerd worden in de selectielijst (parameter [Geen selectie]). 15

16 3 x Bediening Als in de draaischakelaarstand de melding "n.v.t." wordt weergegeven, werd er tot nu toe geen geldig terminaladres aan de bedieningseenheid toegewezen. Als de melding "n.v.t." nog steeds wordt weergegeven, kan het nodig zijn om de apparaatsoftware te updaten, om de terminalfunctie te kunnen gebruiken. Wend u hiervoor tot het Daikin-serviceteam. Terminaladres van de Daikin Altherma EHS(X/H) aan bedieningsgedeelte RoCon B1 toekennen Als in het RoCon-systeem diverse apparaten via de databus verbonden zijn dient erop te worden gelet, dat de instelling van de parameter [Terminaladress] niet dubbel wordt uitgevoerd. Vakmancode ingeven (zie paragraaf 3.6.1). Na de invoer wordt het niveau "Inbedrijfneming" opnieuw weergegeven. Met de draaiknop de parameter [Terminaladress] selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Binnen de weergave met de draaiknop het eenduidige terminaladres instellen. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk Terminalwerking activeren / deactiveren Voorwaarden: het bedieningsgedeelte RoCon B1 van de Daikin Altherma EHS(X/H) of van het kamerstation EHS werd een geldig terminaladres toegewezen. Instelling van optioneel op het terminaladres aangesloten apparaten, zie hoofdstuk 4.2 of de betreffende meegeleverde gebruikshandleiding. Draaischakelaar in de stand "prog op afstand" zetten. Niveau "prog op afstand" wordt weergegeven. Met de draaiknop de parameter [Bus - Scan] selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Contextmenu wordt weergegeven. prog op afstand Bus - Scan Geen selectie Afb Weergave van het niveau "prog op afstand" bij inbedrijfstelling of na tussentijdse scheiding van het net Met de draaiknop de parameter [New scan?] selecteren en bevestigen met "Ja". Bus - Scan wordt uitgevoerd. Overzicht van alle gevonden apparaten wordt weergegeven. Met de draaischakelaar het apparaat selecteren waarvoor de terminalfunctie moet worden uitgevoerd. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Het plaatselijke bedieningsgedeelte werkt als afstandsbediening voor het externe apparaat. Om de terminalmodus te beëindigen en het bedieningsgedeelte weer om te schakelen naar de bediening van het toegekende apparaat, moet op het niveau "prog op afstand" van parameter [Geen selectie] geselecteerd en bevestigd worden (zie afb. 3-10) Stille modus Stille modus betekent, dat het warmtepompbuiteneenheid met verminderde capaciteit functioneert. Daardoor worden de bedrijfsgeluiden, die door de buitenwaterpomp worden gegenereerd, gereduceerd. LET OP! Bij actieve Stille modus neemt de capaciteit van de kamerverwarming of -koeling zodanig af, dat evt. vooraf ingestelde temperatuurstreefwaarden niet meer kunnen worden bereikt. Bij buitentemperaturen onder het vriespunt bestaat gevaar voor schade aan de installatie door de inwerking van vorst. De Stille modus wordt als volgt aan-, uitgezet: Draaischakelaar in de stand "Configuratie" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop het niveau "Systeemconfiguratie" selecteren. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de parameter [Stille modus] selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instelling van de parameter wordt weergegeven. Parameter instellen. Parameter [Stille modus] = 0: Uitgeschakeld Parameter [Stille modus] = 1: Permanent geactiveerd Parameter [Stille modus] = 2: Alleen 's nachts geactiveerd Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm. Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk SMART GRID WAARSCHUWING! Bij nagestreefde warmwatertemperaturen boven 60 C bestaat gevaar voor brandwonden. Dit is mogelijk daar het energiebedrijf in de bepalingen voor SMART GRID het recht heeft de stroomafname geoptimaliseerd volgens vraag en aanbod te sturen. Door een dergelijke dwingende lading kan de warmwaterstreeftemperatuur in de warmwaterboiler meer dan 60 C bereiken. Deze boilerlading gebeurt zelfs wanneer de bedrijfsmodus "Standby" ingesteld is. Verbrandingsbescherming in de warmwaterverdeelleiding inbouwen (bv. VTA32 + Schroevenset 1"). 16

17 3 x Bediening Voor het gebruik van deze functie is een speciale stroomteller met SG-ontvanger nodig, waarop de Daikin Altherma EHS(X/H) moet worden aangesloten. Zodra de functie via de parameter [SMART GRID] = 1 is geactiveerd, wordt, afhankelijk van het signaal van de elektriciteitsmaatschappij, de warmtepomp in de modus standby, normaal of warm water gezet. De SG-signalen en bedrijfstoestanden worden als volgt ingedeeld: Signaal Stroomkosten Uitwerking op EVU SG Warm water Verwarming 1 0 Geen Geen werking 1) Geen werking 1) 0 0 Normaal Normale werking Normale werking 0 1 Gering Inschakelaanbeveling en voorgeschreven waarde van boilerwatertemperatuur wordt afhankelijk van de parameter "Mode SG" verhoogd 1 1 Zeer gering Inschakelbevel en voorgeschreven waarde boilertemperatuur wordt op 80 C gezet 1) Geen vorstbeschermingsfunctie (zie paragraaf 3.6.5). Tab Gebruik van het SG-signaal Inschakelaanbeveling en aanvoerstreeftemperatuur wordt afhankelijk van de parameter "Mode SG" verhoogd Inschakelbevel voor boilervulling Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Speciale functies In de "Speciale modus" kunnen verschillende, vooral bij verwarmingsmonteurs bekende, functies worden doorgevoerd. De volgende speciale functies zijn mogelijk: Manuele werking (zie paragraaf 3.5.1). Meldingen weergeven (zie hoofdstuk 6) Resetten tot fabrieksinstellingen (zie paragraaf ) Meer gedetailleerde uitleg over deze functies vindt u in hoofdstuk Manueel Manueel dient ervoor om de Daikin Altherma EHS(X/H) manueel op een bepaalde aanvoertemperatuur te brengen. De manuele modus moet uitsluitend worden gebruikt voor diagnoses. Bij hydraulisch geactiveerde voorrangwerking voor de warmwaterbereiding moet men erop letten dat de in manuele modus ingestelde aanvoerstreeftemperatuur voldoende hoog is om de vastgelegde warmwaterstreeftemperatuur (parameter [T-WW gew 1]) te bereiken. Exit-toets minimaal 5 s. indrukken. Menu "Speciale modus" wordt weergegeven. Met de draaiknop het programma "Manueel" kiezen. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. "Manueel" is actief. Met de draaiknop de aanvoerstreeftemperatuur instellen. De instelling niet met de draaiknop bevestigen, omdat het programma anders beëindigd wordt. Wanneer de manuele modus actief is, wordt het warme water langdurig op de parameterwaarde van de eerste warmwaterstreeftemperatuur ([T-WW gew 1]) geregeld. Afbreken en terugspringen door: Opnieuw op de Exit-toets te drukken of tikken van de draaiknop of Een ander menu kiezen met de draaiknop. Als de manuele modus wordt beëindigd, dan schakelt de Regeling RoCon HP automatisch naar de bedrijfsmodus "Standby". Speciale modus Manueel FA failure De oproep van speciale functies is niet afhankelijk van de stand van de draaischakelaar. Manueel Gewenst Ist Exit-toets minimaal 5 s. indrukken. Menu "Speciale modus" wordt weergegeven. Met de draaiknop het programma selecteren dat u wilt starten. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Het gekozen programma start. Afbreken en terugspringen door: Opnieuw op de Exit-toets te drukken of tikken van de draaiknop of Een ander menu kiezen met de draaiknop. Speciale modus Attention! Actuele Modus Afb Symbolische korte handleidng voor de manuele modus 17

18 3 x Bediening 3.6 Speciale installatie-instellingen De Regeling RoCon HP beschikt reeds over de basisconfiguratie voor de Daikin Altherma EHS(X/H). Ze moet bij de eerste inbedrijfstelling nog op een optioneel aangesloten accessoire en de installatieomgeving worden aangepast. De aanpassing gebeurt door de instelling van parameters in de draaiknoppositie "Configuratie". Door te navigeren met de draaiknop komt men, afhankelijk van de positie van de draaischakelaar, uit op het volgende niveau of rechtstreeks op de overeenkomstige parameter Toegangsrechten (Vakmancode) Bepaalde instellingen in de Regeling zijn beperkt door toegangsrechten. Om toegang tot deze instelwaarden (parameters) te krijgen, moet in dit menu de "Inbedrijfneming" -vakmancode worden ingegeven. De afb toont het basisproces voor het ingeven van de toegangscode. De vakmancode wordt in een afzonderlijke brief naar het vakbedrijf verzonden Verwarmingscurve Voorzichtig - oververhittingsgevaar bij vloerverwarmingen! Bij storingen of in manuele modus kan de vloerverwarming, de vloer of de vloerconstructie worden beschadigd door oververhitting. Voor de eerste inbedrijfstelling van de vloerverwarming de maximumtemperatuurbeperking in de Regeling RoCon HP (parameter [T vbh1 max]) en de maximaal toegestane installatietemperatuur (parameter [Max T-Flow]) instellen. Schakelaar tegen oververhitting (meegeleverd) aan de stekkeraansluiting "EXT" voor de externe bedrijfsmodusomschakeling zodanig aansluiten, dat de Daikin Altherma EHS(X/H) in de bedrijfsmodus "Standby" of "Zomer" wordt geschakeld (zie paragraaf 3.4.2). Bij parameter [Room thermostat] = of parameter [Interlink fct] = moet de schakelaar tegen oververhitting zodanig worden aangesloten, dat het schakelcontact van de kamerthermostaat wordt onderbroken. Als de vloerverwarming ook wordt gebruikt voor kamerkoeling, gelden de aansluitingsaanwijzingen in het eerder opgenomen punt ook voor de aansluiting van een vochtbeschermingsschakelaar op de plaats van installatie. Configuratie Inbedrijfneming Systeemconfiguratie Inbedrijfneming Taal Datum Inbedrijfneming Keylock Function Toegangsrechten Type Buitentoestel Toegangsrechten Toegangsrechten Toegangsrechten Gebruiker Toegangsrechten Installateur Toegangsrechten Met behulp van de verwarmingscurve wordt de aanvoerstreeftemperatuur afhankelijk van de betreffende buitentemperatuur aangepast aan de eigenschappen van het gebouw (weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling zie paragraaf 3.6.4). De helling van de verwarmingscurve beschrijft in het algemeen het gedrag van de veranderingen in de aanvoertemperatuur ten opzichte van de schommelingen van de buitentemperatuur. De verwarmingscurve ligt binnen de grenzen van de minimale en maximale temperatuur die voor de betreffende verwarmingskring werden ingesteld. Tussen de gemeten kamertemperatuur in de leefruimte en de gewenste kamertemperatuur kunnen afwijkingen optreden, die kunnen worden geminimaliseerd door een kamerstation of een kamerthermostaat te installeren. De Regeling is in de fabriek zo ingesteld, dat de verwarmingscurve zich bij gebruik niet zelf aanpast. De automatische verwarmingscurveaanpassing kan worden geactiveerd (parameter [HC Adaption]), als het kamerstation (EHS157034) aangesloten is (zie paragraaf 3.6.4). Startvoorwaarden voor de automatische verwarmingscurveaanpassing: Buitentemperatuur < 8 C Bedrijfsmodus is automatisch (I of II) Duur van de lagetemperatuurfase minstens 6 h Is er geen automatische verwarmingscurveaanpassing geactiveerd, kan de verwarmingscurve manueel, door het verstellen van de (parameter [Stooklijn]) worden ingesteld. Afb Invoeren van de toegangscode 18

19 3 x Bediening Verwarmingscurve manueel aanpassen Voer correcties op de ingestelde waarden pas na 1-2 dagen uit en telkens maar in kleine stappen. Externe warmtebronnen deactiveren (bijv. open haard, directe zonnestralen, geopend venster). wezige thermostaatkleppen van verwarmingselementen of actuators openen. Bedrijfsmodus "Verwarmen" activeren. te houden waarden voor de instelling zijn: Verwarmingselement: 1,4 tot 1,6. Vloerverwarming: 0,5 tot 0,9. Configuratie Inbedrijfneming Systeemconfiguratie Configuratie Systeemconfiguratie Config. verwarming Config. WW Config. verwarming Verwarmen Stookgrens N Stooklijn Ruimte-invloed Stooklijn T A Buitentemperatuur T R Voorgeschreven waarde kamertemperatuur Afb Verwarmingscurven T V Voedingtemperatuur Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Koelcurve Voorzichtig - condensatiegevaar! Bij storingen of bij verkeerde instelling van de parameters kan door condensatie de vloerverwarming, het estrik of de vloerconstructie worden beschadigd. Voor de eerste inbedrijfstelling en activering van de koelmodus de minimumtemperatuurbeperking in de Regeling RoCon HP (parameter [Min. T-vertr koelen]) op de minimaal toegestane installatietemperatuur instellen. HC Function T-vorstbev Config. verwarming Isolatie Verwarmen koelen Stooklijn Stooklijn Afb Manuele instelling van de verwarmingscurve (weergave met toegangsmachtiging "Gebruiker") Met behulp van de verwarmingscurve wordt de aanvoerstreeftemperatuur afhankelijk van de betreffende buitentemperatuur aangepast aan de eigenschappen van het gebouw (weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling zie paragraaf 3.6.4). Warmere buitentemperaturen leiden tot een koudere aanvoerstreeftemperatuur en omgekeerd. Voorwaarden voor de koelmodus: Buitentemperatuur > instelwaarde van de kamerstreeftemperatuur Buitentemperatuur > instelwaarde van de parameter [Start. T- ext. koelen] Modus "koelen" geactiveerd. a) via draaischakelaar in positie "Modus" of b) via kamerthermostaatfunctie (schakelcontacten Koelen gesloten) Geen warmteaanvraag in de verwarmingsinstallatie actief. De koelcurve wordt door de volgende vier parameters vastgelegd: 1. [Start. T-ext. koelen] 2. [Max. T-ext. koelen] 3. [Start T-vertr koelen] 4. [Max. T-vertr koelen] 19

20 3 x Bediening Tijdens de weersafhankelijke aanvoertemperatuurregeling kan de gebruiker de aanvoerstreeftemperatuur door de parameter [Corr. setpunt koelen] maximaal 5 C naar boven of benenden aanpassen. Naar beneden is de temperatuur door de parameter [Min. T-vertr koelen] beperkt. 1 Parameter [Start. T-ext. koelen] 2 Parameter [Max. T-ext. koelen] 3 Parameter [Start T-vertr koelen] 4 Parameter [Max. T-vertr koelen] 5 Parameter [Min. T-vertr koelen] 6 Kamerstreeftemperatuur 7 Koelmodus mogelijk Afb Parameterafhankelijkheid koelcurve T A Buitentemperatuur T V Voedingtemperatuur Koelcurve --- Mogelijke parallelverschuiving van de koelcurve Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling Als de weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling actief is, wordt de aanvoerstreeftemperatuur (zie Info-parameter [T-WG gewenst], hoofdstuk 5.10) automatisch, afhankelijk van de buitentemperatuur bepaald volgens de ingestelde verwarmings- /koelcurve. Met de optionele buitentemperatuursensor RoCon OT1, die aan de noordelijke zijde van het gebouw wordt geïnstalleerd, kan de weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling nog worden geoptimaliseerdals er geen RoCon OT1 is geïnstalleerd, gebruikt de Regeling RoCon HP de waarde van de buitentemperatuur, die op de buitenwarmtepomp wordt gemeten. Als het kamerstation ook (EHS157034) op de Daikin Altherma EHS(X/H) aangesloten is, worden de aanvoerstreeftemperaturen geregeld op basis van het weer en de kamertemperatuur (zie tab. 5-3 / tab. 5-16, parameter [Ruimte-invloed]). Deze functie wordt geactiveerd of gedeactiveerd via de parameter [HC Function] in de draaischakelaarstand "Configuratie" in het niveau "Config. verwarming". Parameter [HC Function] = 0: Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling Parameter [HC Function] = 1: Regeling volgens vaste aanvoerstreeftemperatuur Bij verwarming: Parameter [Vertrektemp. Dag] of parameter [Vertrektemp. Nacht] Bij koeling: Parameter [T-voorl koel] Bij aangesloten mengermodule De instelling van de verwarmings-/koelcurve en de activering van de weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling voor de toegewezen verwarmingskring gebeuren op dezelfde manier als eerder beschreven. Er bestaat de mogelijkheid om de toegewezen verwarmingskring te gebruiken als a) Mengeruitbreiding De mengermodule wordt de buitentemperatuur van de op de Daikin Altherma EHS(X/H) aangesloten buitentemperatuursensor via de CAN-bus overgedragen. of als b) Mengeruitbreiding met zoneregeling Op de mengermodule moet een afzonderlijke buitentemperatuursensor (RoCon OT1) worden aangesloten. De toegewezen verwarmingskring wordt geregeld volgens de voor deze zone relevante buitentemperatuur. Met geactiveerde terminalfunctie kan de mengermodule via de Regeling RoCon HP van de Daikin Altherma EHS(X/H) worden bediend en kunnen de instellingen voor de toegekende verwarmingskring worden uitgevoerd. In combinatie met het kamerstation EHS kan de mengermodule de toegekende verwarmingskring ook volledig zelfstandig en onafhankelijk van de Daikin Altherma EHS(X/H) regelen. Als in de draaischakelaarstand de melding "n.v.t." wordt weergegeven, werd er tot nu toe geen geldig terminaladres aan de bedieningseenheid toegewezen. Als de melding "n.v.t." nog steeds wordt weergegeven, kan het nodig zijn om de apparaatsoftware te updaten, om de terminalfunctie te kunnen gebruiken. Wend u hiervoor tot het Daikin-serviceteam. Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk en Vorstbeschermingsfunctie Bij een buitentemperatuur onder de parameterwaarde [T-vorstbev], wordt de geïntegreerde verwarmingscirculatiepompingeschakeld om te voorkomen dat de verwarmingsinstallatie bevriest. Bovendien worden ook de aanvoer-, boiler- en aangesloten kamertemperatuursensoren permanent gecontroleerd. Als bij een van deze sensoren de gemeten temperatuur onder 7 C daalt (bij een kamertemperatuur onder 5 C), dan wordt de vorstbeschermingsfunctie ook geactiveerd. Als de vorstbeschermingsfunctie actief is, wordt op de display van de Regeling RoCon HP in de standaardweergave het symbool naast de tijd weergegeven. Als de temperatuur verwarming aanvoer onder 7 C daalt, dan verwarmt de Daikin Altherma EHS(X/H) zo lang totdat de temperatuur verwarming aanvoer minstens 12 C bereikt. De functie wordt beëindigd als de buitentemperatuur boven de ingestelde parameterwaarde [T-vorstbev] + 1 K stijgt en er ook geen andere activeringsvoorwaarde is. 20

21 3 x Bediening Als er functies voor laag tarief geactiveerd zijn; Parameter [HT/NT Function] = 3 of Parameter [SMART GRID] = 1, dan kan de werking van de warmtepomp van het energiebedrijf gedurende een beperkte periode volledig worden uitgeschakeld. In deze gevallen kan ook als de vochtbescherming is ingeschakeld niet worden bijverwarmd en de verwarmingscirculatiepomp in het apparaat wordt niet ingeschakeld. Deze situaties zijn te herkennen als in het informatieniveau "Overzicht" (zie paragraaf 3.4.1) bij het bedrijfsgegevensveld: "Ext" de waarde "HT" of "SG1" wordt weergegeven Interlinkfunctie Voorzichtig Ongeschikte aanvoertemperaturen kunnen schade aan de vloerverwarming of dauwvorming aan de koeloppervlakken veroorzaken. voerstreeftemperaturen tot geschikte temperatuurbereiken beperken. Warmteverdeelgebieden met verschillende constructietemperaturen als hydraulisch gescheiden verwarmingskringen uitvoeren. Verwarmingskringen met beperkte aanvoerstreeftemperaturen evt. als mengcircuits uitvoeren en met mengermodule regelen. De instelling van de parameter [Interlink fct] = biedt de mogelijkheid de Daikin Altherma EHS(X/H) twee verschillende aanvoerstreeftemperatuurwaarden bij de regeling te laten betrekken. Dit geldt zowel voor een weersgestuurde regeling als voor een regeling volgens een vaste aanvoerstreeftemperatuur (zie paragraaf 3.6.4). Een mogelijke toepassing is bv. de extra integratie van een FWXV(15/20)AVEB in een oppervlakteverwarmings- en koelsysteem. Voorwaarden: de stekkeraansluiting J16 van de Daikin Altherma EHS(X/H) zijn 2 schakelcontacten (bv. kamerthermostaten) aangesloten. Parameter [Interlink fct] = Uit: Uitgeschakeld Parameter [Interlink fct] = : Analyse van de schakelcontacten Verwarmen en Koelen aan de stekkeraansluiting J16 op de schakelplaat RoCon BM1. Activeren van de koelmodus alleen door de modus om te schakelen naar "koelen" (zie paragraaf 3.4.2). Instelling van de parameter [Room thermostat] wordt niet meer gebruikt. a) Open schakelcontacten: Alleen vorstbescherming actief b) Bedrijfsmodus "Verwarmen" of "Automatisch 1" / "Automatisch 2" tijdens de schakelcycli in dagbedrijf actief. Gesloten schakelcontact Verwarmen = IL1: Het wordt op de normale aanvoerstreeftemperatuur overeenkomstig de parameterinstellingen op het niveau "Config. verwarming" > "Verwarmen" geregeld. Gesloten schakelcontact Koelen = IL2: Het wordt op de verhoogde aanvoerstreeftemperatuur geregeld (normale aanvoerstreeftemperatuur + waarde van de parameter [T-Flow CH adj]. Prioriteit als beide schakelcontacten gesloten zijn! c) Bedrijfsmodus "koelen" actief. Gesloten schakelcontact Verwarmen = IL1: Het wordt op de normale aanvoerstreeftemperatuur overeenkomstig de parameterinstellingen op het niveau "Config. verwarming" > "koelen" geregeld. Gesloten schakelcontact Koelen = IL2: Het wordt op de verlaagde aanvoerstreeftemperatuur geregeld (normale aanvoerstreeftemperatuur + waarde van de parameter [T-Flow Cooling adj]. Prioriteit als beide schakelcontacten gesloten zijn! Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Extra warmtegenerator Met de instelling van de parameter [Function Heating Rod] wordt vastgelegd of en welke extra warmtegenerator (WEZ) voor de warmwaterbereiding en de verwarmingsondersteuning beschikbaar is. 0: Geen extra WEZ 1: Optionele aanjaagverwarmer EKBUxx (aansluiting via stekker XBUH1) 2: Alternatieve WEZ zorgt voor warmwatervoorziening en verwarmingsondersteuning. Op vraag van de WEZ wordt het relais K3 op de schakelplaat RTX-EHS geschakeld (zie afb. 3-16). 3: Alternatieve WEZ 1 (optionele aanjaagverwarmer EKBUxx) zorgt voor warmwatervoorziening en alternatieve WEZ 2 voor verwarmingsondersteuning. Op vraag van de WEZ 1 wordt het relais K3 en op vraag van WEZ 2 het relais K1 op de schakelplaat RTX-EHS geschakeld (zie afb. 3-16). Neem de waarschuwing in acht! De functie van een extra WEZ wordt ook door de instellingen van de parameter [Equilibrium Func.] (zie hoofdstuk 5.2.1) en parameter [Bivalentietemp.] (zie hoofdstuk 5.2.2) beïnvloed. De door een alternatieve WEZ geleverde warmte moet naar het drukloze boilerwater in de warmwaterboiler van de Daikin Altherma EHS(X/H) worden toegevoerd. Bij gebruik van de optionele aanjaagverwarmer EKBUxx gebeurt dit door de constructieve inbouwsituatie. Bij gebruik van een externe alternatieve WEZ (bv. gas- of olieverwarmingsketel) kan deze hydraulisch a) drukloos via de aansluitingen (zonne-energie aanvoer en zonne-energie retour) van de warmwaterboiler of b) bij apparaattypes Daikin Altherma EHS(X/H)B via de ingebouwde warmtewisselaar van een onder druk staande zonne-energie-installatie worden geïntegreerd. 21

22 3 x Bediening Elektrische aansluitingen voor instellingen 2 en 3 van de parameter [Function Heating Rod] Voorzichtig Gevaar voor spanningsoverslagen. De aansluitingen van de schakelplaat RTX-EHS mogen niet gelijktijdig voor het schakelen van netspanning (~230 V) en veiligheidskleinspanning (SELV = "Safety Extra Low Voltage") worden gebruikt. De aanvraag van een alternatieve WEZ wordt via een relais op de schakelplaat RTX-EHS geschakeld (zie afb. 3-16). De geschikte elektrische aansluiting van de alternatieve WEZ moet uit de bijhorende installatiehandleiding van het apparaat worden gehaald. Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Verwarmingsondersteuning Als de verwarmingsondersteuningsfunctie (parameter [HZU] = ) wordt geactiveerd, dan wordt de energie in het ingebouwde boilerreservoir van de Daikin Altherma EHS(X/H) gebruikt om de verwarmingsfunctie over te nemen. Als de boilertemperatuur voldoende hoog is blijft de warmtepomp (koelmiddelcircuit) buiten bedrijf. De minimumwaarde (T HZUmin ) wordt als volgt berekend: T HZUmin = Huidige actieve warmwaterstreeftemperatuur [T-WW setpunt] + parameter [TDiff-DHW CH Support]. Inschakelvoorwaarde: Tdhw > T HZUmin + 4 K en Tdhw > Info-parameter [T-WG gewenst] + 1 K Als aan de inschakelvoorwaarde is voldaan, wordt er warmte van het boilerreservoir ontnomen en wordt de verwarmingsinstallatie hiermee gevoed. Uitschakelvoorwaarde: Tdhw < T HZUmin of Tdhw < Info-parameter [T-WG gewenst] (zie paragraaf 3.6.4) Als aan de uitschakelvoorwaarde is voldaan, wordt de verwarmingsondersteuning uit de warmwaterboiler beëindigd en zorgt de warmtepomp voor verwarming. De parameter [Power BIV] beperkt het vermogen dat maximaal mag worden ontnomen. De parameter [T vbh1 max] beperkt de maximale temperatuur die in de verwarmingsinstallatie mag worden bereikt. Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Speciale functie: Schakelcontacten A1P Schakelplaat (basisregeling warmtepomp) K1/2/3 Relais voor aanjaagverwarmer L Fase N Nulleiding PE Aardleiding RTX-EHS Schakelplaat (aanjaagverwarmer) Afb sluitingen op schakelplaat RTX-EHS X1 Klemmenstrook voor netaansluiting aanjaagverwarmer X2_1 /2/3 Interne bedrading X3 Stekkeraansluiting interne bedrading naar schakelplaat RTX-AL4 De schakelcontacten kunnen worden aangesloten als; a) potentiaalvrije stuurcontacten b) netspanningsvoorziening voor de alternatieve WEZ (~230 V, maximale belasting 3000 W). De aansluiting X1 is als schroefklem uitgevoerd. Voor de aansluitingen X2_1/2/3 zijn geïsoleerde vlaksteekhulzen 6,3 x 0,8 mm vereist. Door het instellen van de parameter [AUX Fct] worden de schakelcondities voor het potentiaalvrije AUX-schakelcontact (wisselschakeluitgang A) gekozen. Via dit schakelcontact kan bijvoorbeeld een externe warmtegenerator worden aangestuurd. Als aan een van de schakelcondities is voldaan, dan wordt het potentiaalvrije schakelcontact na afloop van de in de parameter [AUX time] ingestelde tijd geschakeld. AUX-schakelcontact (wisselschakeluitgang A) wordt niet geschakeld als Einstellung = 0: Functie uitgeschakeld. AUX-schakelcontact (wisseluitgang A) wordt geschakeld als instelling = 1: Als boilertemperatuur (Tdhw) waarde parameter [T-DHW 1 min] is. 2: Als er een koelings- of verwarmingsverzoek is. 3: Als er een warmwatervraag aan de warmtepomp is of de geconfigureerde aanjaagverwarmer voor verwarmingsondersteuning wordt aangestuurd. 4: Als er een fout is. 5: Als de sensorwaarde (TVBH) > 60 C is. 6: Als de buitentemperatuur < parameterwaarde [Bivalentietemp.] is. Warmtepomp werkt verder = Parallel bivalentiebedrijf. 22

23 3 x Bediening 7: Als de buitentemperatuur < parameterwaarde [Bivalentietemp.] is + er een aanvraag Verwarmen of een warmwatervraag is. Warmtepomp werkt niet verder = Alternatief bivalentiebedrijf. 8: Als er een warmwatervraag is. 9: Als buitentemperatuur < parameter [Bivalentietemp.] + warmtevraag "kamerverwarming" (niet voor warmwatervraag). Warmtepomp werkt onder de in de parameter [Bivalentietemp.] ingestelde waarde niet meer in ruimteverwarmingsmodus - enkel nog in warmwatermodus. Het potentiaalvrije AUX-schakelcontact (schakeluitgang B) sluit altijd wanneer de warmtepomp zich in de modus "koelen" bevindt. Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Air Purge Door de activering van Air Purge start de RoCon HP Regeling een vast gedefinieerd afloopprogramma met start-stop-werking van de geïntegreerde verwarmingscirculatiepomp en verschillende posities van de in de Daikin Altherma EHS(X/H) geïntegreerde 3-wegs-omschakelventielen. wezige lucht kan tijdens de Air Purge via het automatische ontluchtingsventiel ontsnappen en het aan de Daikin Altherma EHS(X/H) aangesloten verwarmingscircuit wordt geëvacueerd. De activering van deze functie betekent niet de vervanging van de correcte ontluchting van het verwarmingscircuit. Voor de activering van deze functie moet het verwarmingscircuit volledig gevuld zijn. 1. Vakmancode ingeven (zie paragraaf 3.6.1). Na de invoer wordt het niveau "Inbedrijfneming" opnieuw weergegeven. 2. Met de draaiknop de parameter [Air Purge] selecteren. 3. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instelling van de parameter wordt weergegeven. 4. Met de draaiknop de parameter voor de functie op "" zetten en door een korte druk op de draaiknop bevestigen. "Air Purge" start (3-wegs-omschakelventielen gaan in de middelste stand, verwarmingscirculatiepomp moduleert - zie afb. 3-17). Na afloop van het programma (ca. 10 min.) wordt de Daikin Altherma EHS(X/H) in de bedrijfsmodus "Standby" geschakeld. Afb Processen van de Air Purge 5. Draaischakelaar in stand "Modus" zetten en gewenste bedrijfsmodus instellen (zie paragraaf 3.4). Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Legionellabescherming WAARSCHUWING! Bij nagestreefde warmwatertemperaturen boven 60 C bestaat gevaar voor brandwonden. Deze kunnen bij gebruik van installaties op zonne-energie voorkomen als de legionellabeveiliging of SMART GRID geactiveerd is of de streeftemperatuur van het warme water > 60 C is ingesteld. Verbrandingsbescherming in de warmwaterverdeelleiding inbouwen (bv. VTA32 + Schroevenset 1"). Deze functie dient om bacteriële verkieming in de warmwaterboiler te voorkomen. De precieze regelingen voor de drinkwaterhygiëne staan vermeld in de nationale voorschriften. De legionellabescherming is bij de Daikin Altherma EHS(X/H) in de fabriek uitgeschakeld, daar het gevaar voor verkieming omwille van de volgende redenen zeer klein is: Klein volume van de warmtewisselaar (roestvrij staal) voor de opwarming van drinkwater. Vaker volledige waterverversing "first-in-first-out". Geen doodwatergebieden in het opgeslagen drinkwater. 23

24 3 x Bediening Als de legionellabescherming geactiveerd is (parameter [Anti-Legionella Dag]) wordt de aangesloten warmwaterboiler 1x per dag of 1x per week opgewarmd tot de ontsmettingstemperatuur. De legionellabescherming is een uur lang actief. De verwarming van het warm water tot de ontsmettingstemperatuur gebeurt onafhankelijk van de voorgeschreven streefwaarden voor warm water die de gebruiker of de verwarmingstechnicus heeft ingesteld. Een aangesloten circulatiepomp wordt tijdens de thermische desinfectie automatisch ingeschakeld. De instelling van de parameters voor de legionellabescherming gebeurt in de draaischakelaarstand "Configuratie" op het niveau "Config. WW". Met de fabrieksinstellingen wordt de boiler om 03:30 uur opgewarmd, als op dit tijdstip de warmwatertemperatuur onder de 65 C ligt. Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Resetten op de fabrieksinstellingen (Reset) Als de Daikin Altherma EHS(X/H) niet meer naar behoren functioneert en geen andere oorzaak kan worden gevonden voor de storing, kan het nodig zijn, alle regelingsinstellingen terug te zetten naar de fabrieksstatus. Daarvoor zijn er 3 instelmogelijkheden: Mogelijkheid 1 Met gebruikerstoegangsrechten kunnen in de "Speciale modus" de schakeltijdprogramma's op de fabrieksinstellingen, zoals tab. 3-9, worden gereset. 1. Exit-toets minimaal 5 s. indrukken. Menu "Speciale modus" wordt weergegeven. 2. Met de draaiknop het programma "Timeprog Reset" kiezen. 3. Programma uitvoeren door korte druk op de draaiknop. De betreffende waarden worden gereset tot de fabrieksinstellingen. 4. Met de draaiknop "Terug" selecteren. 5. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Mogelijkheid 2 Met vakmantoegangsrechten kunnen in de "Speciale modus" alle klantspecifieke parameterinstellingen op de fabrieksinstellingen, zoals tab. 5-1 tot tab worden gereset. 1. Vakmancode ingeven (zie paragraaf 3.6.1). Na de invoer wordt het niveau "Inbedrijfneming" opnieuw weergegeven. 2. Exit-toets minimaal 5 s. indrukken. Menu "Speciale modus" wordt weergegeven. 3. Met de draaiknop het programma "Reset?" kiezen. 4. Programma uitvoeren door korte druk op de draaiknop. De betreffende waarden worden gereset tot de fabrieksinstellingen. 5. Met de draaiknop "Terug" selecteren. 6. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Mogelijkheid 3 Mochten fundamentele wijzingen van de Daikin Altherma EHS(X/H) voor het functioneren binnen het RoCon-systeem nodig zijn, dan kan de Basisconfiguratie met vakmantoegangsrechten op de uitlevertoestand worden teruggezet of opnieuw worden gedefinieerd. 1. Vakmancode ingeven (zie paragraaf 3.6.1). Na de invoer wordt het niveau "Inbedrijfneming" opnieuw weergegeven. 2. Met de draaiknop het niveau "System Config" selecteren. 3. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Overzicht wordt weergegeven. 4. Met de draaiknop het programma "Wissen" kiezen. 5. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Er wordt opnieuw Daikin Altherma EHS(X/H) gestart. Melding "no Basisconfiguratie" wordt weergegeven. 6. Draaischakelaar in de stand "Info" zetten. Melding "Basisconfiguratie Waarde ontbreekt" wordt weergegeven. 7. Nu is er de mogelijkheid om de instellingen selectief afzonderlijk manueel uit te voeren (a) of de fabrieksinstellingen automatisch te laden (b). a) Draaiknop kort indrukken. Parameteroverzicht van het niveau "Basisconfiguratie" wordt weergegeven en de instellingen volgens tab kunnen manueel worden uitgevoerd. b) Daikin Altherma EHS(X/H) uit- en weer inschakelen. Na de nieuwe start van de Daikin Altherma EHS(X/H) wordt gevraagd, of de standaardconfiguratie moet worden gebruikt. Wordt met "Ja" bevestigd, dan wordt de vooraf ingestelde basisconfiguratie geladen. Als u "neen" kiest, moeten de instellingen manueel worden gekozen, zie a). Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Na een reset op de fabrieksinstellingen via mogelijkheid 2 of 3 moet de installatie door de verwarmingstechnicus weer worden aangepast aan de omgeving en moeten alle klantspecifieke parameters opnieuw worden ingesteld. 24

25 3 x Bediening Screed Program Het Screed Program dient uitsluitend voor de voorgeschreven droging van nieuw gelegde tegels bij vloerverwarmingen. Hierbij wordt de warmtegenerator gedurende meerdere dagen aan een voorgegeven temperatuurprofiel gebruikt (basis voor het vooringestelde temperatuurprofiel is de aanbeveling van het bondsverband vloerverwarmingen voor het legklaar verwarmen). De temperaturen en de duur van de Screed Program kunnen na invoer van de vakmancode in de draaiknopstand "Configuratie" in het niveau "Config. verwarming" in de parameter [Screed Program] vrij worden ingesteld. Het Screed Program is een speciale functie en wordt door geen andere bedrijfsmodus onderbroken. Het kan alleen door de verwarmingsvakman voor de directe verwarmingskring en/of optioneel aangesloten gemengde verwarmingskringen worden geactiveerd. Elke verwarmingskring moet afzonderlijk worden geactiveerd. Procedure conform EN 1264 Teil 4: De verwarmingscircuits moeten na het leggen bij anhydride- en cementtegels door een waterdrukproef op lekkage worden gecontroleerd. De dichtheid moet direct voor en tijdens het leggen van de tegels gegarandeerd zijn. De hoogte van de testdruk bedraagt ten minste het 1,3-voudige van de maximaal toegestane bedrijfsdruk. Bij gevaar voor bevriezing moeten geschikte maatregelen worden getroffen, bijv. gebruik van antivries of temperatuurregeling van het gebouw. Indien voor het reglementaire gebruik van de installatie geen antivries meer noodzakelijk is, kan de antivries door het legen en spoelen van de installatie met ten minste een 3-voudige hoeveelheid water worden verwijderd. Voordat de Screed Program wordt gestart moeten de parameters [Interlink fct] en [Room thermostat] gedeactiveerd zijn. Bij kortstondige stroomuitval wordt een eerder geactiveerde estrikfunctie voortgezet vanaf het moment dat hij werd onderbroken. Na de activering van het Screed Programs (parameter [Screed] = ) worden allee weersgestuurde regelfuncties van de overeenkomstige verwarmingskring uitgeschakeld. De overeenkomstige verwarmingskring werkt onafhankelijk van de bedrijfsmodus (schakeltijden) als constanttemperatuurregelaar. Een al gestart Screed Program kan op ieder moment worden gedeactiveerd. Na het beëindigen van het Screed Programs wordt de parameter automatisch op "uit" gezet en werkt de verwarmingskring weer volgens de actueel ingestelde bedrijfsmodus. Functioneel verwarmen Het functioneel verwarmen dient als bewijs voor de fabrikant dat de installatie zonder mankementen is uitgevoerd. Een op voorhand bepaald, op Daikin vloerverwarmingen gebaseerd verwarmingsprotocol vindt u op de internetportaalsite van Daikin. Het functioneel verwarmen (identiek aan "opwarmen" in EN 1264, paragraaf 5.2) geldt in deze zin niet als verwarmingsproces voor het bereiken van de legbereidheid. Daarvoor is gewoonlijk een afzonderlijke verwarmingsprocedure voor het legklaar maken en/of een mechanische droging nodig. Het verwarmen bij cementtegels mag op zijn vroegst 21 dagen en bij anhydride tegels volgens opgave van de fabrikant pas na 7 dagen plaatsvinden. Het eerste verwarmen begint met een voorlooptemperatuur van 25 C, die 3 dagen moet worden aangehouden. Daarna wordt met de voor de verwarmingskring ingestelde maximale aanvoertemperatuur (op max. 55 C begrensd) verwarmd, dat de volgende 4 dagen wordt aangehouden. Na de hier beschreven verwarmingsprocedure kan nog niet worden gegarandeerd, dat het estrik het voor het leggen vereiste vochtigheidsgehalte heeft bereikt. Het vochtigheidsgehalte in het estrik moet voor het leggen van de bovenvloer door middel van een meting worden gecontroleerd. t 1 Starttemperatuur 25 C t 2 Maximale verwarmingskringtemperatuur t V Voedingtemperatuur Z Duur van de estrikfunctie in dagen na de functiestart Afb Tijdelijke afloop van het Screed Program bij functioneel verwarmen Legklaar opwarmen Het opdrogingsverloop voor de tegels kan niet exact worden voor speld. Bij hoge luchtvochtigheid kan het onder omstandigheden volledig stilvallen. Een versnelling van het opdroogpro-ces kan door de werking van de vloerverwarming (legklaar verwarmen) of maatregelen zoals mechanisch drogen worden bereikt. Het legklaar opwarmen is een extra dienst conform VOB waarvoor de opdrachtgever afzonderlijk opdracht moet verstrekken. Het legklaar opwarmen is een voorwaarde voor het leggen van de bovenvloer, zodat het leggen zonder mankementen kan worden uitgevoerd. Met standaardinstellingen kan het gecombineerde functie- en legklare-verwarmingsprogramma worden geactiveerd, om een voor het leggen nodige restvochtigheid van het estrik te bereiken (zie afb. 3-19). Het restvocht van het estrik is echter in principe door metingen te controleren, voordat er een bodembedekking wordt gelegd. Afb Tijdelijke afloop van het Screed Program bij gecombineerd functioneel en legklaar verwarmen (legende zie afb. 3-18) Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk en

26 3 x Bediening Screed Program instellen en starten De Screed Program bevat reeds af fabriek ingestelde waarden, die echter nog individueel aangepast kunnen worden. De dag waarop de Screed Program wordt geactiveerd, telt niet mee voor de looptijd van het programma. De 1e dag begint bij de overgang op de volgende dag om 00:00 uur. Op de dag van de activering wordt voor de resterende tijd met de instelling van de 1e programmadag verwarmd. Vakmancode ingeven (zie paragraaf 3.6.1). Na de invoer wordt het niveau "Inbedrijfneming" opnieuw weergegeven. Met de draaiknop de parameters [Interlink fct] en [Room thermostat] selecteren en controleren, of deze gedeactiveerd zijn (zie tab. 5.1). Beide parameters moeten voor de start van de estrikfunctie op "Uit" staan. Exit-toets kort indrukken. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop het niveau "Config. verwarming" selecteren. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de parameter [Screed Program] selecteren. Instellingen voor het Screed Program controleren en evt. instellen volgens de fabrieksinstructies voor de vloer (zie afb. 3-20). Het instelbereik ligt altijd tussen 0,0 en 65 C. De stapgrootte bedraagt daarbij 1 C. Dag Fabrieksinstelling Dag Fabrieksinstelling C C C C 8 25 C C 9 40 C Tab Voorinstellingen Screed Program Exit-toets kort indrukken. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de parameter "Screed" selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instelling van de parameter wordt weergegeven. Met de draaiknop de parameter voor de functie op "" zetten en door een korte druk op de draaiknop bevestigen (zie afb. 3-20). Screed Program start. Configuratie Inbedrijfneming Systeemconfiguratie Screed T-WG Screed T-WG Uit Configuratie Systeemconfiguratie Config. verwarming Config. WW Config. verwarming HC Function T-vorstbev Config. verwarming Screed Screed Program Screed Program Tag 4 25 C Tag 4 Tag 4 25 C Na afloop van de Screed Program werkt de Regeling RoCon HP in de eerder ingestelde bedrijfsmodus verder. Voor zover niet op voorhand geconfigureerd, zijn aansluitend nog de volgende werken nodig. a) Bij aansluiting zonder kamerthermostaat: Verwarmingskarakteristiek resp. gewenste aanvoerstreeftemperatuur instellen. b) Bij aansluiting met kamerthermostaat: Kamerstation activeren. Verwarmingskarakteristiek resp. gewenste aanvoerstreeftemperatuur instellen. Evt. parameter [Ruimteinvloed] activeren en kamerstreeftemperatuur instellen. Screed Afb Screed Program Instellen Tag 4 Tag 4 26 C 26

27 3 x Bediening Relaistest Bij storingsmeldingen, verwarmingsproblemen of in het kader van het jaarlijks onderhoud kan het nodig zijn om de werking van interne schakelrelais te controleren. Vakmancode ingeven (zie paragraaf 3.6.1). Na de invoer wordt het niveau "Inbedrijfneming" opnieuw weergegeven. Exit-toets kort indrukken. Niveau "Configuratie" wordt weergegeven. Met de draaiknop het niveau "Systeemconfiguratie" selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de parameter [Relaistest] selecteren: Alle relais worden gedeactiveerd. Selectielijst van alle relais wordt weergegeven (indeling van relais zie hoofdstuk 5.2.2). Met de draaiknop het te testen relais selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Relais wordt geactiveerd. Afbreken en terugspringen door: Kort op de Exit-toets of draaiknop drukken Een ander menu kiezen met de draaiknop. Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Instellingen voor optionele circulatiepomp Voor meer comfort bij de warmwateropname kan met de Regeling RoCon HP een optionele circulatiepomp worden ingeschakeld. Daarvoor zijn er 2 instelmogelijkheden: a) Afzonderlijk schakeltijdprogramma (zie paragraaf 3.4.7). De circulatiepomp werkt daarbij volgens een zelfstandig schakeltijdprogramma. b) Samen met een schakeltijdprogramma voor warmwatervoorziening. De circulatiepomp wordt daarbij parallel met de bedrijfstijden van een warmwater-schakeltijdprogramma aangestuurd. Schakeltijdprogramma voor circulatiepomp vastleggen Draaischakelaar in de stand "Configuratie" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop het niveau "Config. WW" selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de in te stellen parameters selecteren. [Circpomp warmwater]: Instelling die bepaalt of de circulatiepomp door het actieve warmwater-schakeltijdprogramma wordt aangestuurd [AAN] of door een apart schakeltijdprogramma [UIT]. [Interval circ. pomp]: Instelling van de intervalsturing voor optionele circulatiepompen. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Parameter instellen. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. De circulatiepomp wordt volgens de aangebrachte instellingen door de Regeling RoCon HP aangestuurd. Mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk Afstandsbediening via het internet Via een optionele gateway (EHS157056) kan de Regeling RoCon HP met het internet worden verbonden. Zo is een afstandssturing van de Daikin Altherma EHS(X/H) via mobiele telefoon (met een App) mogelijk. Onafhankelijk van het ingestelde schakeltijdprogramma kan het energieverbruik van de circulatiepomp worden geminimaliseerd, door deze in fasen te gebruiken. Met de parameter [Interval circ. pomp] wordt ingesteld hoe lang de circulatiepomp binnen een interval van 15 minuten wordt aangedreven. 27

28 4 x Eerste inbedrijfstelling 4 Eerste inbedrijfstelling Buiten de in dit hoofdstuk beschreven toelichtingen bij de inbedrijfstelling dienen de specifieke aanwijzingen voor de inbedrijfstelling van de Daikin Altherma EHS(X/H) in de betreffende bijbehorende installatiehandleiding in acht te worden genomen. 4.1 Daikin Altherma EHS(X/H) in bedrijf stellen Voorwaarde voor de eerste inbedrijfstelling is de volledige voltooiing van alle voorbereidende installatiewerkzaamheden volgens de installatie- en onderhoudshandleiding van de Daikin Altherma EHS(X/H). Stroomtoevoer naar de Daikin Altherma EHS(X/H) inschakelen. Na de startfase wordt de taalselectie weergegeven. Met de draaiknop de gewenste taal selecteren. Men kan op ieder moment een andere taal kiezen voor de bediening. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Basisconfiguratie van het RoCon-apparaat wordt geladen. Melding "Opstart" wordt getoond. Melding "Initialisatie" wordt getoond. De standaardweergave van de actuele draaischakelaarstelling wordt weergegeven. Instellingen met betrekking tot de configuratie voor de verwarmingsinstallatie aan het RoCon-apparaat aanpassen (zie hoofdstuk 3.6) Mengermodule EHS in bedrijf stellen De mengermodule EHS heeft geen eigen bedieningseenheid. Voor de configuratie en de bediening moet de module via een CAN-busleiding met een in de warmtegenerator ingebouwde RoCon-Regeling of met een kamerstation EHS zijn verbonden. In verbinding met een kamerstation kan de mengermodule ook worden gebruikt als afzonderlijke verwarmingskringregelaar. Om de mengermodule rechtstreeks via het bedieningsgedeelte RoCon B1 te kunnen bedienen, moet de terminalfunctie zijn geactiveerd (zie hoofdstuk 3.4.9). Als in de draaischakelaarstand de melding "n.v.t." wordt weergegeven, werd er tot nu toe geen geldig terminaladres aan de bedieningseenheid toegewezen. Als de melding "n.v.t." nog steeds wordt weergegeven, kan het nodig zijn om de apparaatsoftware te updaten, om de terminalfunctie weer te kunnen gebruiken. Wend u hiervoor tot het Daikin-serviceteam. Op de adresschakelaar (zie afb. 4-1) moet een duidelijk databusadres ( 1) voor de door deze mengermodule te regelen verwarmingskring worden ingesteld, die met het toegekende bedieningsgedeelte gesynchroniseerd moet worden (parameter [HC Assignment]). 4.2 Optionele RoCon-apparaten aansluiten en in bedrijf stellen Instructies voor de installatie zijn in de betreffende bijgevoegde handleidingen te vinden. De optionele RoCon-apparaten moeten via een 4-aderige CANbusleiding op de Daikin Altherma EHS(X/H) zijn aangesloten (aansluiting J13, zie installatiehandleiding van de Daikin Altherma EHS(X/H)). Daikin beveelt daartoe afgestemde leidingen met de volgende eigenschappen aan: ISO 11898, UL/CSA type CMX (UL 444) Buitenmantel in pvc met brandwerendheid volgens IEC Tot 40 m minimale diameter 0,75 mm 2. Met toenemende lengte moet ook een dikkere leidingsdiameter worden gebruikt. Om de Can-busleidingen op diverse RoCon-apparaten aan te sluiten kunnen conventionele aftakdozen worden gebruikt. Let erop dat de net-, sensor- en databusleidingen van elkaar af worden gelegd. Alleen kabelgoten gebruiken met scheidingsschotten of gescheiden kabelgoten met ten minste 2 cm tussenafstand. De leidingen mogen elkaar kruisen. Op het gehele RoCon-systeem kunnen maximaal 20 apparaten met een totale leidinglengte van tot 800 m worden aangesloten. Afb. 4-1 Instelling databusadres voor mengermodule EHS Alle instellingen en bedieningsstappen voor deze verwarmingskring gebeuren analoog met die voor de directe verwarmingskring. Het overzicht over de beschikbare parameters en hun instellingen vindt u in hoofdstuk De actuele bedrijfsstatus kan direct aan de mengermodule EHS worden vastgesteld (zie afb. 4-2). 28

29 4 x Eerste inbedrijfstelling Alle bedienstappen na de eerste inbedrijfstelling voor de toegekende verwarmingskring geschieden analoog ten opzichte van die op het bedieningsgedeelte RoCon B1 van de Daikin Altherma EHS(X/H). Met het kamerstation kunnen echter niet alle functies (bijv. handmatige modus, terugzetten van fouten) van de Daikin Altherma EHS(X/H) worden geactiveerd. 1 Led rood - Knipperend: Interne storing (storingscode wordt via CAN-bus gemeld aan de toegewezen bedieningseenheid) - : Te lage spanning van de interne klok na stroomuitval (> 10 h) 2 Led groen - : Bedrijfsmelding, mengermodule ingeschakeld 3 Led groen - : CAN-communicatie opgesteld 4 Led groen - : Mengerkringpomp ingeschakeld 5 Led groen - : Menger "OPEN" wordt aangestuurd 6 Led groen - : Menger "DICHT" wordt aangestuurd Afb. 4-2 Symboolverklaring statusweergaven EHS Kamerstation EHS in bedrijf stellen Het kamerstation EHS kan als a) Afstandbediening van de Daikin Altherma EHS(X/H), b) Bedieningseenheid van de mingerkring (als uitbreiding op de mengerkring of als afzonderlijke mengerkringregeling), c) Kamerthermostaat voor de Daikin Altherma EHS(X/H), d) Afstandsbediening van het gehele RoCon-systeem (met geactiveerde terminalfunctie) worden ingezet. Het kamerstation moet via een CAN-busleiding met een in de Daikin Altherma EHS(X/H) ingebouwde, RoCon-Regeling of een mengermodule EHS zijn verbonden. Er is geen afzonderlijke netaansluiting nodig voor het kamerstation. Procedure voor eerste inbedrijfstelling Draaischakelaar aan het kamerstation EHS in positie "Info" plaatsen. Stroomvoeding van de bijhorende Daikin Altherma EHS(X/H) inschakelen. Na de startfase wordt de selectie voor de bedieningstaal op het kamerstation EHS weergegeven. Met de draaiknop de gewenste taal selecteren. Men kan op ieder moment een andere taal kiezen voor de bediening. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Melding "Setup Wizard" wordt getoond. Met de draaischakelaar het gewenste doelgebruik van het kamerstation selecteren. "Living Room": Doelgebruik zie a), c), d) "Mengklep": Doelgebruik zie b) "Solar Module": Op dit moment niet bruikbaar Al naargelang het gekozen gebruik, is er een verdere configuratie nodig aan de hand van de volgende paragrafen (A of B). A: Configuratie bij instelling "Living Room" Instelling Living Room bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instelling van de parameter [HC Assignment] wordt getoond. In de parameter [HC Assignment] de bijhorende verwarmingskring met de draaiknop selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instelling van de parameter [Terminaladress] wordt getoond. Met de draaiknop de parameter [Terminaladress] instellen. Deze parameter definieert het databusadres van het kamerstation EHS in de gekozen verwarmingskring. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instelling van de parameter [Boiler Assignment] wordt getoond. Met de draaiknop de parameter [Boiler Assignment] instellen. Deze parameter geeft aan dat het kamerstation EHS tot een Daikin Altherma EHS(X/H) in het RoCon-systeem behoort. Standaardweergave wordt getoond (zie afb. 4-3). 1 Datum 2 Tijd 3 Actuele kamertemperatuur Afb Actuele buitentemperatuur 5 Actieve bedrijfsmodus van de toegewezen verwarmingskring Standaardweergave EHS "Living Room" De instellingen aan het kamerstation EHS werken alleen op de toegekende verwarmingskring (behalve als de terminalfunctie geactiveerd is). 29

30 4 x Eerste inbedrijfstelling B: Configuratie bij instelling "Mengklep" Instelling "Mengklep" bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instelling van de parameter [HC Assignment] wordt getoond. Met de draaiknop de parameter [HC Assignment] instellen. Deze parameter moet identiek zijn aan het databusadres van de mengermodule die aan het kamerstation EHS wordt toegewezen. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instelling van de parameter [Terminaladress] wordt getoond. Met de draaiknop de parameter [Terminaladress] instellen. Deze parameter definieert het databusadres van het kamerstation EHS in de gekozen verwarmingskring. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instelling van de parameter [Boiler Assignment] wordt getoond. Met de draaiknop de parameter [Boiler Assignment] instellen. Deze parameter geeft aan dat het kamerstation EHS tot een Daikin Altherma EHS(X/H) in het RoCon-systeem behoort. Standaardweergave wordt getoond (zie afb. 4-3) Conciërgefunctie De conciërgefunctie kan aan elk kamerstation EHS dat op "Living Room" is ingesteld, worden toegewezen. Als aan meerdere EHS kamerstations dezelfde warmtegeneratoren zijn toegewezen, moet de conciërgefunctie slechts bij één kamerstation worden geactiveerd. Vakmancode ingeven (zie hoofdstuk 3.6.1). Na de invoer wordt het niveau "Inbedrijfneming" opnieuw weergegeven. Met de draaiknop de paramater [Master-RoCon] selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instelling van de parameter wordt weergegeven. Met de draaiknop de parameter voor de functie op "" zetten en door een korte druk op de draaiknop bevestigen. Alle instellingen aan het kamerstation EHS werken zoals instellingen aan het bedieningsgedeelte RoCon B1 van de toegewezen warmtegenerator. Zo kunnen ook de functies voor de warmwaterbereiding van het kamerstation op afstand worden bediend. Het databusadres van de mengermodule wordt/is op de adresschakelaar van de menger ingesteld (zie afb. 4-1). Er dient op gelet te worden, dat de instelling van de parameter [Terminaladress] niet dubbel wordt uitgevoerd. 1 Weergave datum 2 Statusweergave: Estrikfunctie actief 3 Statusweergave: Login van vakman 4 Weergave tijd Afb Actuele aanvoertemperatuur van de mengerkring 6 Actuele buitentemperatuur 7 Ingestelde bedrijfsmodus van de toegewezen verwarmingskring Standaardweergave EHS "Mengklep" met voorbeelden van statusweergaven In de instelling "Mengklep" is de kamersensor van de EHS gedeactiveerd. 30

31 5 x Parameterinstellingen 5 Parameterinstellingen 5.1 Verklaring van de parametertabellen De in de paragrafen 5.2 tot 5.11 opgegeven parametertabellen bevatten compacte informatie over alle parameters, die in de betreffende draaischakelaarposities op de regelaar (1e menuniveau, 2e menuniveau) beschikbaar zijn. Naast de parameteraanduidingen bevatten de tabellen ook informatie over instelbereiken, fabrieksinstellingen, instelopties of verstelstapgroottes en korte verklaringen van de functie. Bovendien geven ze uitsluitsel over de toegangsmachtigingen voor de bediening van de regelaar. Voor de daarmee overeenkomende kenmerking worden de volgende korte begrippen gebruikt: BE HF Status: N E S Toegangsmachtiging voor de eigenaar Toegangsmachtiging met vakmancode Bij verschillende vermeldingen in de kolommen BF en HF moet men zich voor de selectie van de parameterniveaus hebben aangemeld als verwarmingsvakman om de in kolom HF opgeslagen status te kunnen zien (zie hoofdstuk 3.6.1). Niet zichtbaar Zichtbaar en instelbaar Zichtbaar 5.2 Draaischakelaarstand: Configuratie Niveau "Inbedrijfneming" Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF subniveau Fabrieksinstelling Resolutie Taal Nationale taal van de tekst op de bedieningseenheid E E Duits Engels Frans Nederlands Italiaans Spaans Portugees Datum Huidige datum in dag/maand/jaar-notatie. De actuele weekdag wordt aan de hand van E E de datum automatisch berekend. Tijd Uur in de notatie uren/minuten. E E Keylock Function Vrijschakeling van de toetsenblokkering: Uit: Toetsenblokkering kan niet worden geactiveerd. : Toetsenblokkering kan met draaiknop geactiveerd worden (zie hoofdstuk 3.1). E E Uit Duits 1 Uit - Toegangsrechten Invoer toegangscode. Instelling cijferwijze zoals cijferslot (zie hoofdstuk 3.6.1). E E RoCon U1 Pos Weergave enkel op aangesloten kamerstation : N E Living Room, Living - Functie van het kamerstation EHS in het databussysteem: Living Room: Bedieningsgedeelte voor de in de parameter [HC Assignment] toegewezen verwarmingskring. Mengklep: Bedieningseenheid van de mengerkring (als uitbreiding op de mengerkring of als afzonderlijke mengerkringregeling) Solar Module: Niet bruikbaar Mengklep, Solar Module Room Buiten de bovengenoemde functies kan het kamerstation in feite als afstandsbediening van de Daikin Altherma EHS(X/H) en het gehele RoCon-systeem (met geactiveerde terminalfunctie) worden gebruikt (zie hoofdstuk 4.2.2). Master-RoCon Weergave enkel op aangesloten kamerstation : Instelling van de conciërgefunctie Uit: Uitgeschakeld : Functie actief Bij elk kamerstation EHS157034, waarvan het toepassingsdoel op "Living Room" is ingesteld en waaraan een warmtegenerator is toegewezen (parameter [Boiler Assignment]> 0), kan de conciërgefunctie worden geactiveerd (zie hoofdstuk 4.2.3). Meerdere kamerstations met geactiveerde conciërgefunctie zijn mogelijk. Er mag echter maar een kamerstation aan dezelfde warmtegenerator zijn toegewezen. N E Uit Uit - Type Buitentoestel Alle instellingen aan het kamerstation EHS werken bij geactiveerde conciërgefunctie zoals instellingen aan het bedieningsgedeelte RoCon B1 van de toegewezen warmtegenerator (kan afwijken van de toewijzing van de verwarmingskring van het bedieningsgedeelte). Zo kunnen ook de functies voor de warmwaterbereiding van het kamerstation op afstand worden bediend. Type buitenwarmtepomp: 0: Geen Uit selectie 1: 4 kw 2: 6 kw 3: 8 kw 4: 11 kw 5: 14 kw 6: 16 kw N E

32 5 x Parameterinstellingen Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF subniveau Fabrieksinstelling Resolutie INDOOR UNIT Function Heating Rod HZU Equilibrium Func. Type interne warmtepomp 0: Tot nu toe geen inbedrijfstelling. 1: EHSX(B)04P30A 2: EHSX(B)08P30A 3: EHSX(B)08P50A 4: EHSX(B)16P50A Instelling of er een extra warmtegenerator (WEZ) voor warmwatervoorziening en verwarmingsondersteuning voorhanden is (zie hoofdstuk 3.6.7). 0: Geen extra WEZ 1: Optionele aanjaagverwarmer 2: Alternatieve WEZ zorgt voor warmwatervoorziening en verwarmingsondersteuning 3: Alternatieve WEZ 1 zorgt voor warmwatervoorziening en alternatieve WEZ 2 voor verwarmingsondersteuning Verwarmingsondersteuning uit warmwaterboiler, als de minimumtemperatuur overschreden is (zie hoofdstuk en parameter [TDiff-DHW CH Support]). Uit: Geen verwarmingsondersteuning :Verwarmingsondersteuningsfunctie actief De bivalente functie is relevant voor het gebruik van de optionele extra verwarming op basis van een back-upaanvraag (ruimteverwarmingsmodus). Uit: Werking van de aanjaagverwarmer is te allen tijde mogelijk. : De aanjaagverwarmer geeft pas vrij als de in parameter [Bivalentietemp.] ingestelde temperatuur wordt onderschreden. SMART GRID Uit Gebruik van het SG-signaal (zie hoofdstuk ). 0: Functie SMART GRID niet actief, SG-signaal wordt niet gebruikt. 1: Afhankelijk van het signaal van het energiebedrijf wordt de warmtepomp uitgeschakeld (geen vorstbeschermingsfunctie - zie hoofdstuk 3.6.5) of op hogere temperaturen gebruikt. Mode SG Alleen als de parameter [SMART GRID] = 1: Dient voor een mogelijke streeftemperatuurverhoging bij een SMART GRID-inschakelbevel. 0: Comfort (verhoging van de warmwaterstreeftemperatuur met 5 K) 1: Standaard (verhoging van de aanvoerstreeftemperatuur met 2 K en de warmwaterstreeftemperatuur met 5 K) 2: Eco (verhoging van de aanvoerstreeftemperatuur met 5 K en de warmwaterstreeftemperatuur met 7 K) HT/NT Function Instelling welke warmtebronnen worden uitgeschakeld als bij een laagtarief-netaansluiting het van het energiebedrijf afkomstige signaal voor hoog tarief wordt ontvangen. 0: Uitgeschakeld (geen Uit invloed) 1: Koelmiddelcompressor wordt uitgeschakeld 2: Koelmiddelcompressor en reserveverwarming worden uitgeschakeld 3: Alles wordt uitgeschakeld (geen vorstbeschermingsfunctie - zie hoofdstuk 3.6.5) HT/NT Contact Bepaalt of de HT-/NT-ingang als openings- of sluitingscontact wordt gebruikt. 0: Sluitingscontact (schakelcontact gesloten = hoog tarief) 1: Openingscontact (schakelcontact gesloten = laag tarief) Room thermostat Configuratie van een op de aansluiting J16 van de Daikin Altherma EHS(X/H) aangesloten kamerthermostaat met potentiaalvrije contacten. Uit: Uitgeschakeld : (Alleen als parameter [Interlink fct] = Uit) Gebruik van de schakelcontacten Verwarmen en Koelen aan de stekkeraansluiting J16 op de schakelplaat RoCon BM1 (alleen als geen van de bedrijfsmodi" Standby", "Verlagen", "Zomer", "Verlof", "Feestdag" of "Screed" actief is): a) Gesloten schakelcontact Verwarmen : Bedrijfsmodus wordt op "Verwarmen" ingesteld. Prioriteit als beide schakelcontacten gesloten zijn. b) Gesloten schakelcontact Koelen : Bedrijfsmodus wordt op "koelen" ingesteld. c) Open contacten: Alleen vorstbescherming actief. N E N E N E Uit N E Uit - - N E N E N E N E N E Uit Uit - 32

33 5 x Parameterinstellingen Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF subniveau Fabrieksinstelling Resolutie Interlink fct Configuratie voor installaties die met 2 verschillende aanvoerstreeftemperaturen worden gebruikt (zie hoofstuk 3.6.6). Een mogelijke toepassing is bv. de extra integratie van een FWXV(15/20)AVEB in een oppervlakteverwarmings- en koelsysteem. Voorwaarden: de stekkeraansluiting J16 van de Daikin Altherma EHS(X/H) zijn 2 kamerthermostaten aangesloten. N E Uit Uit - Uit: Uitgeschakeld : Gebruik van de schakelcontacten Verwarmen en Koelen aan de stekkeraansluiting J16 op de schakelplaat RoCon BM1. Activeren van de koelmodus alleen door de modus om te schakelen naar "koelen" (zie hoofdstuk 3.4.2). Instelling van de parameter [Room thermostat] wordt niet meer gebruikt. a) Open schakelcontacten: Alleen vorstbescherming actief b) Bedrijfsmodus "Verwarmen" en "Automatisch 1" / "Automatisch 2" tijdens de schakelcycli in dagbedrijf actief. Gesloten schakelcontact Verwarmen = IL1: Het wordt op de normale aanvoerstreeftemperatuur overeenkomstig de parameterinstellingen op het niveau "Config. verwarming" > "Verwarmen" geregeld. Gesloten schakelcontact Koelen = IL2: Het wordt op de verhoogde aanvoerstreeftemperatuur geregeld (normale aanvoerstreeftemperatuur + waarde van de parameter [T-Flow CH adj]. Prioriteit als beide schakelcontacten gesloten zijn! c) Bedrijfsmodus "koelen" actief. Gesloten schakelcontact Verwarmen = IL1: Het wordt op de normale aanvoerstreeftemperatuur overeenkomstig de parameterinstellingen op het niveau "Config. verwarming" > "koelen" geregeld. Gesloten schakelcontact Koelen = IL2: Het wordt op de verlaagde aanvoerstreeftemperatuur geregeld (normale aanvoerstreeftemperatuur - waarde van de parameter [T-Flow Cooling adj]. Prioriteit als beide schakelcontacten gesloten zijn! Air Purge Activering van de automatische ontluchting van de Daikin Altherma EHS(X/H) en van het N E Uit Uit - aangesloten verwarmingscircuit (zie hoofdstuk ). Uit: Uitgeschakeld : Start van de Air Purge PWM Config Max Performance Bovengrens voor de modulatie van het pompvermogen N E % 100 % 1 % Min Performance Ondergrens voor de modulatie van het pompvermogen N E % 50 % 1 % Sensor Config Outside Config Configuratie van de buitentemperatuursensor RoCon OT1: N E Uit Uit - Uit: Geen sensoranalyse : Sensoranalyse geactiveerd (als er geen buitentemperatuursensor is aangesloten, wordt er een storingsmelding gegenereerd.) Tab. 5-1 Storage Config Configuratie van de warmwatertoebereiding: Inactief: Geen functie van de warmwaterbereiding. Sensor: Functie voor warmwaterbereiding is geactiveerd. Voor de warmwaterbereiding wordt een boilertemperatuursensor gebruikt (als er geen boilertemperatuursensor is aangesloten, wordt een foutmelding weergegeven). Thermostaat Functie voor warmwaterbereiding is geactiveerd. Voor de warmwaterbereiding wordt een thermostaatschakelaar ( / Uit) gebruikt, waarbij "geopende klemmen" als "geen behoefte" wordt gezien. Pressure Config Configuratie van de sensor om de waterdruk op de installatie te bepalen: Uit: Geen sensoranalyse : Sensoranalyse geactiveerd (als er geen druksensor is aangesloten, wordt er een storingsmelding gegenereerd.) Outside Temp Adap Individuele aanpassing voor de meetwaarde van de voor de Regeling relevante buitentemperatuur. Terminaladress Instellen van het databusadres voor de systeemtoegang. De ingestelde waarde moet in het volledige systeem eenduidig zijn. Door deze parameter met de draaiknop te bevestigen, wordt de regeling opnieuw geïnitialiseerd. System Config Systeemconfiguratie van het apparaat, bestaand uit sensorconfiguratie en busconfiguratie. Als bij de eerste start van het apparaat het verzoek ter gebruik van de standaardconfiguratie wordt beantwoord met "ja", wordt die voor de geïnstalleerde warmteopwekker passende basisconfiguratie automatisch geactiveerd. Door deze parameters te bevestigen op de instelling "Inactief" of "Wissen" met de draaiknop, wordt de regeling opnieuw geïnitialiseerd. Er verschijnt een foutmelding. Daarna moet de draaischakelaar op de stand "Info" worden gedraaid. Met de draaischakelaar de weergegeven menu-interface bedienen. HC Assignment Weergave enkel op aangesloten kamerstation : Toewijzing van het kamerstation aan de verwarmingskring die daarmee moet worden bediend. De directe verwarmingskring van de Daikin Altherma EHS(X/H) is standaard op "0" ingesteld (zie paragraaf 5.12, parameter [Unmixed Circ Config]) Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Inbedrijfneming" N E Inactief Sensor Thermostaat N E Uit Sensor - - N E -5,0 tot +5,0 K 0,0 K 0,1 K N E Uit, 0-9 Uit 1 N E Inactief Actief Wissen Actief - N E Uit, 0-15 Uit 1 33

34 5 x Parameterinstellingen Niveau "Systeemconfiguratie" Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF Power DHW Warmtevermogen van de elektrische bijverwarming voor warmwatervoorziening N E W BUH s1 power Warmtevermogen van de elektrische bijverwarming bij verwarmingsondersteuning stap 1 N E W BUH s2 power Warmtevermogen van de elektrische bijverwarming bij verwarmingsondersteuning stap 2 N E W Power BIV Instelling beperkt capaciteit van de verwarmingsondersteuning. N E W TDiff-DHW CH Support Uitsluitend als parameter [HZU] =. Verwarmingsondersteuning wordt geactiveerd als Tdhw > T HZUmin + 4 K en Tdhw > [T-WG gewenst] + 1 K. De verwarmingsondersteuning wordt uigeschakeld als Tdhw < T HZUmin of Tdhw < [T-WG gewenst]. Fabrieksinstelling Resolutie 3000 W 1000 W 3000 W 1000 W 3000 W 1000 W W 1000 W N E T vbh1 max Bivalentietemp. T HZUmin = Huidige actieve warmwaterstreeftemperatuur [T-WW setpunt] + ingestelde parameterwaarde [TDiff-DHW CH Support]. Tdhw = Huidige warmwaterboilertemperatuur [T-WG gewenst] = Huidige actieve aanvoerstreeftemperatuur (zie tab en hoofdstuk 3.6.4) Instelling beperkt de aanvoerstreeftemperatuur (gemeten op t V, BH ) bij actieve verwarmingsondersteuningsfunctie. Instelling beïnvloedt de in parameter [AUX Fct] gedefinieerde werkwijze van het potentiaalvrije AUX-schakelcontact (wisselschakeluitgang A). N E 5-60 C 60 C 1 C E E -15 tot +35 C 0 C 1 C Uitsluitend als parameter [Equilibrium Func.] = : Buitentemperatuur vanaf dewelke de optionele bijverwarmer ter ondersteuning van de kamerverwarming wordt geactiveerd. De bivalente temperatuur is relevant voor het gebruik van de optionele extra verwarming op basis van een back-up-aanvraag (ruimteverwarmingsmodus). Hiervoor wordt de temperatuur van de in de buitenwarmtepomp geïntegreerde temperatuursensor (infowaarde TA2) gebruikt. De weergegeven infowaarde TA2 kan afhankelijk van de parameter [Outside Config] van de waarde in de standaardweergave afwijken. Stille modus Modus voor geluidsarme werking bij verminderd vermogen (zie hoofdstuk ). E E : Uitgeschakeld 1: Ingeschakeld 2: Wordt uitsluitend 's nachts tussen 22:00 en 6:00 uur in de fluistermodus gebruikt. AUX Fct Instelling wijst de schakelcondities voor het potentiaalvrije AUX-schakelcontact toe (wissel N E schakeluitgang A, zie hoofdstuk 3.6.9). 0: Functie uitgeschakeld AUX-schakelcontact schakelt; 1: Als boilertemperatuur (Tdhw) waarde parameter [T-DHW 1 min] is. 2: Als er een koelings- of verwarmingsverzoek is. 3: Als er een warmwatervraag aan de warmtepomp is of de geconfigureerde aanjaagverwarmer voor verwarmingsondersteuning wordt aangestuurd. 4: Als er een fout is. 5: Als de sensorwaarde (TVBH) > 60 C is. 6: Als de buitentemperatuur < parameterwaarde [Bivalentietemp.] is. Warmtepomp werkt verder = Parallel bivalentiebedrijf. 7: Als de buitentemperatuur < parameterwaarde [Bivalentietemp.] is + er een aanvraag Verwarmen of een warmwatervraag is.. Warmtepomp werkt niet verder = Alternatief bivalentiebedrijf. 8: Als er een warmwatervraag is. 9: Als buitentemperatuur < parameter [Bivalentietemp.] + warmtevraag "kamerverwarming" (niet voor warmwatervraag). Warmtepomp werkt onder de in de parameter [Bivalentietemp.] ingestelde waarde niet meer in ruimteverwarmingsmodus - enkel nog in warmwatermodus. AUX time AUX-contact (A) schakelt pas vertraagd, als er langer dan de ingestelde tijd sprake is van de N E s 120 s 5 s schakelvoorwaarde (zie parameter [AUX Fct]). T-DHW 1 min Schakeldrempel boilertemperatuur (Tdhw) voor AUX-schakelcontact (zie parameter [AUX N E C 50 C 1 C Fct]). Delta-T CH Streefspreiding voor kamerverwarming. De verwarmingscirculatiepomp van de Daikin Altherma N E 2-20 K 7 K 1 K EHS(X/H) regelt de doorstroom, om de in de parameter vastgelegde streefspreiding tussen aanvoerstreeftemperatuur en retourtemperatuur (t V, BH - t R1 ), te bereiken. V var Actueel benodigde minimale volumestroom van de installatie (rekenwaarde, niet instelbaar) N S INFO XXX - WAARDE T-Flow CH adj Uitsluitend als parameter [Interlink fct] = : N E 0-50 C 5 C 1 C voerstreeftemperatuur wordt bij gesloten RT-schakelcontact Koelen met de ingestelde waarde verhoogd (zie tab. 5-1, parameter [Interlink fct]). vraag bv. door FWXV(15/20)AVEB. T-Flow Cooling adj Uitsluitend als parameter [Interlink fct] = : N E 0-50 C 5 C 1 C voerstreeftemperatuur om te koelen wordt bij gesloten RT-schakelcontact Koelen met de ingestelde waarde verlaagd (zie tab. 5-1, parameter [Interlink fct]). vraag bv. door FWXV(15/20)AVEB. Min. druk Definieert de minimale waterdruk. N E 0,1-5,0 bar 0,5 bar 0,1 bar Drukwachterfunctie (alleen bij geactiveerde druksensor, [Pressure Config]=, zie tab. 5-1): Als de meetwaarde de ingestelde waarde onderschrijdt, wordt de Daikin Altherma EHS(X/H) uitgeschakeld en een foutmelding gegenereerd. 34

35 5 x Parameterinstellingen Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min/Max Max. druk Definieert de maximale waterdruk. N E 0,1-5,0 bar 3,0 bar 0,1 bar Drukwachterfunctie (alleen bij geactiveerde druksensor, [Pressure Config]=, zie tab. 5-1): Als de gemeten waarde de ingestelde waarde overschrijdt, wordt er een waarschuwing gegenereerd. Target druk Definieert de nagestreefde waterdruk. N E 0,1-5,0 bar 0,9 bar 0,1 bar Drukwachterfunctie (alleen bij geactiveerde druksensor, [Pressure Config]=, zie tab. 5-1): Als de gemeten waarde de ingestelde waarde onderschrijdt met meer dan de in de parameter [Max. drukverlies] ingestelde waarde, wordt er een waarschuwing gegenereerd. Max. drukverlies Definieert het maximaal aanvaardbare drukverlies in de verwarmingsinstallatie. N E 0,1-5,0 bar 0,5 bar 0,1 bar Drukwachterfunctie (alleen bij geactiveerde druksensor, [Pressure Config]=, zie tab. 5-1): Als de gemeten waarde de in de parameter [Target druk] ingestelde waarde met meer dan de ingestelde waarde onderschrijdt, wordt er een waarschuwing gegenereerd. Relaistest Manuele aansturing van de afzonderlijke relais voor tests. Na deze parameter met de draaiknop te hebben bevestigd, wordt op de display de lijst van relais 1-9 met Uit selectievakjes weergegeven. Als een relais wordt Uit geselecteerd en bevestigd met de draaiknop, wordt het Uit selectievakje aangevinkt en wordt het betreffende relais geactiveerd. Er zijn meerdere selecties mogelijk. N E - Relais 1: Uitgang J1 (interne verwarmingscirculatiepomp), Uitgang pomp Relais 2: Uitgang J14 (circulatiepomp - ), menger "Open" Relais 3: Contact A op Uitgang J2 (omschakelventiel 3UVB1), menger "Dicht" Relais 4: Contact B op Uitgang J2 (omschakelventiel 3UVB1) Relais 5: Uitgang J12, omschakelventiel 3UV DHW, "Dicht" Relais 6: Uitgang J12, omschakelventiel 3UV DHW "Open" Relais 7: sluiting J3 (potentiaalvrij relais: sluiter B-B1) - AUX Relais 8: sluiting J3 (potentiaalvrij relais: Wisselaar A-A1/A-A2) - AUX Relais 9: Uitgang J10 (elektriciteitsvoorziening A1P) Tab. 5-2 Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Systeemconfiguratie" Afhankelijk van de softwareversie kunnen in dit niveau afzonderlijke informatieparameters worden weergegeven die niet in tab. 5-2 staan beschreven. Zie daartoe tab Niveau "Config. verwarming" Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF subniveau Fabrieksinstelling Resolutie HC Function T-vorstbev Isolatie Screed Screed Program Verwarmen Stookgrens D Stookgrens N Instelling definieert aard van de aanvoertemperatuurregeling. 0: Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling 1: Regeling met vaste voorgeschreven aanvoerwaarde, al naargelang van verwarmings, koel- of lagetemperatuurmodus Uit: Geen vorstbescherming van de verwarmingskring Anders: Als de buitentemperatuur onder de geprogrammeerde waarde daalt, schakelt de installatie zichzelf in vorstbeschermingsmodus (inschakelen van de pompen). De functie wordt beëindigd wanneer de buitentemperatuur boven de ingestelde waarde + 1 K ligt. Instelling van de gebouwisolatienorm. Daardoor worden de gemiddelde buitentemperatuur en de automatische aanpassingen van de verwarmingscurve en de verwarmingstijden beenvloed. Functie om estrik te drogen Uit: Uitgeschakeld : De aanvoerstreeftemperatuur wordt naargelang het geprogrammeerde estrikprogramma geregeld. De dag waarop de vloerfunctie wordt geactiveerd, telt niet mee voor de looptijd van het vloerprogramma. De eerste dag begint dan om 00:00 uur. Op de dag van de activering wordt voor de resterende tijd met de aanvoerstreeftemperatuur van de eerste programmadag verwarmd (zie hoofdstuk ). Instelling van het stuurprogramma van de estrikopwarming. Voor een maximale duur van 28 dagen kan men voor iedere dag afzonderlijk een eigen aanvoerstreeftemperatuur instellen. Het einde van het estrikprogramma wordt door de eerste Dag met de nagestreefde waarde " " gedefinieerd (zie hoofdstuk ). Instelling van de automatische zomeruitschakeling van de verwarmingswerking. Als de gemiddelde buitentemperatuur die de regelaar meet de ingestelde waarde met meer dan 1 K overschrijdt, wordt de verwarmingskring uitgeschakeld. De verwarming wordt weer vrijgegeven als de buitentemperatuur onder de ingestelde grens daalt. Instelling van de verwarmingsgrens ter 'uitschakeling' van de verwarmingskring in lagetemperatuurwerking (werkwijze zoals parameter [Stookgrens D]). Stooklijn Alleen als parameter [HC Function] = 0: Instelling van de verwarmingscurve. De verwarmingscurve toont in welke mate de aanvoerstreeftemperatuur van de verwarmingskring afhankelijk is van de buitentemperatuur (zie hoofdstuk 3.6.2). N E E E Uit, -15 tot +5 C E E Uit laag Normaal Goed Uitstekend N E Uit N E C per verwarmingsdag 0 C 1 C laag - Uit - Zie tab C E E Uit, C 19 C 0,5 C E E Uit, C 10 C 0,5 C E E 0,0-3,0 0,5 0,1 35

36 5 x Parameterinstellingen Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF subniveau Fabrieksinstelling Resolutie Ruimte-invloed Alleen bij aangesloten en aan de verwarmingskring toegewezen kamerstation : De instelling van welke invloed de afwijking van de door EHS gemeten kamertemperatuur ten opzichte van de huidige streefwaarde (zie hoofdstuk en 3.4.4) heeft op de aanvoerstreeftemperatuur. Uit: Enkel weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling 0: Enkel weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling, maar interne verwarmingspomp loopt volgens een warmte-aanvraag tijdens de afkoeltijd verder tot de volgende verwarmingscyclus. 1-20: Zorg voor een correctie van de aanvoerstreeftemperatuur (parallelverschuiving van de verwarmingscurve) met de ingestelde factor. Voorbeeld: Als de gemeten temperatuur 2 K onder de streefwaarde ligt, wordt de aanvoerstreeftemperatuur met 2 keer de ingestelde waarde verhoogd. passing kamertemp Alleen bij aangesloten en aan de verwarmingskring toegewezen kamerstation : Individuele aanpassing van de voor de regeling relevante kamertemperatuur. Als er een systematische afwijking van de door EHS gemeten kamertemperatuur ten opzichte van de in het oponthoudsbereik van deze kamer daadwerkelijke temperatuur wordt vastgesteld, dan kan de meetwaarde worden gecorrigeerd met de ingestelde waarde. Vertrektemp. Dag Alleen als de parameter [HC Function] = 1: Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor de verwarmingskring tijdens de verwarmingstijd bij bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Verwarmen". Vertrektemp. Nacht Alleen als de parameter [HC Function] = 1: Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor de verwarmingskring in lagetemperatuurwerking bij bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Nachtverlaging". Max T-Flow De vastgelegde aanvoerstreeftemperatuur van de verwarmingskring wordt op de hier ingestelde maximale waarde begrensd. Als een optioneel aangesloten, gemengde verwarmigskring een hogere temperatuur van de Daikin Altherma EHS(X/H) aanvraagt, dan wordt hiermee rekening gehouden. Zo loopt de interne verwarmingscirculatiepomp van de Daikin Altherma EHS(X/H) altijd, als deze is ingeschakeld. Als de directe verwarmingskring een vloerverwarming voedt, moet dus een mechanische temperatuurbegrenzer worden ingebouwd om oververhitten van het estrik te verhinderen. Min T-Flow De vastgelegde aanvoerstreeftemperatuur van de verwarmingskring wordt op de hier ingestelde minimale waarde begrensd. HC Adaption Alleen bij aangesloten en aan de verwarmingskring toegewezen kamerstation : Uit: Uitgeschakeld : Geactiveerd = Start van een eenmalige automatische adaptatie van de verwarmingscurve. E E Uit, 0-20 Uit 1 E E -5,0 tot +5,0 K 0,0 K 1 K E E C 40 C 1 C E E C 10 C 1 C N E C 55 C 1 C N E C 10 C 1 C N E Uit Uit - Voorwaarden - Buitentemperatuur < 8 C - Instelling van de bedrijfsmodus: "Automatisch 1" of "Automatisch 2" - Duur van de lagetemperatuurfase minstens 6 uur Functie: het begin van de lagetemperatuurtijd wordt de actuele kamertemperatuur als nagestreefde waarde ingesteld voor de volgende 4 uur. De verwarmingscurve wordt door de Regeling vastgesteld uit de aanvoerstreeftemperaturen, die nodig zijn voor het aanhouden van deze kamertemperatuur. Als de automatische verwarmingscurveadaptatie wordt onderbroken, pauzeert de functie tot ze de volgende dag succesvol wordt uitgevoerd of beëindigd (instellen van de parameter op "Uit" of wijzigen van de actuele bedrijfsmodus). Gedurende de automatische verwarmingscurveadaptatie worden de warmwaterbereiding en de verwarmingsoptimalisering geblokkeerd. koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende warmtegenerator een koelfunctie heeft.) Start. T-ext. koelen Alleen als parameter [HC Function] = 0: E E C 24 C 1 C Instelling vanaf welke buitentemperatuur de koelmodus met de hoogste aanvoerstreeftemperatuur om te koelen [Start T-vertr koelen] start (instelvoorwaarde: bedrijfsmodus "koelen"). Max. T-ext. koelen Alleen als parameter [HC Function] = 0: E E C 35 C 1 C Instelling bij welke buitentemperatuur de laagste steeftemperatuur om te koelen [Max. T-vertr koelen] wordt aangegeven (instelvoorwaarde: bedrijfsmodus "koelen"). Start T-vertr koelen Alleen als parameter [HC Function] = 0: E E 5-25 C 18 C 1 C Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur om te koelen bij het starten van de koelmodus (buitentemperatuur = parameter [Start. T-ext. koelen]) Max. T-vertr koelen Alleen als parameter [HC Function] = 0: E E 5-25 C 8 C 1 C Instelling van de minimale aanvoerstreeftemperatuur om te koelen. Deze wordt vanaf de buitentemperatuur (parameter [Max. T-ext. koelen]) constant gehouden. Min. T-vertr koelen Alleen als parameter [HC Function] = 0: N E 5-25 C 18 C 1 C Instelling van de absolute ondergrens van de aanvoerstreeftemperatuur om te koelen. De begrenzing werkt indien uit andere parameterinstellingen een lagere aanvoerstreeftemperatuur om te koelen zou worden vastgelegd. T-voorl koel Alleen als de parameter [HC Function] = 1: E E 8-30 C 18 C 1 C Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur om te koelen bij actieve koelwerking. Corr. setpunt koelen Parallelverschuiving van de kenlijn voor het koelen met de ingestelde waarde. E E -5,0 tot +5,0 K 0,0 K 1 K Tab. 5-3 Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Config. verwarming" 36

37 5 x Parameterinstellingen Niveau "Config. WW" Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF Circpomp warmwater Interval circ. pomp Anti-Legionella Dag Anti-Legionella tijd Anti-Legionella Temp Max DHW loading time DHW Off Time Tab. 5-4 Instelling voor de aansturing van een circulatiepomp. Uit: Optionele circulatiepomp wordt volgens het schakeltijdprogramma [Programma circpomp] aangestuurd. : De aansturing van de optionele circulatiepomp en die van het actieve schakeltijdprogramma voor warmwaterbereiding verloopt synchroon. Instelling van de intervalsturing voor optionele circulatiepompen. Uit: Uitgeschakeld. De circulatiepomp loopt tijdens de vrijgavetijden van het toegewezen schakeltijdprogramma (parameter [Circpomp warmwater]) permanent door. Anders: Draait de circulatiepomp in fasen (faseverhouding: pomplooptijd = instelwaarde per 15 min). Instelling van de dag voor thermische desinfectie van de warmwaterboiler. Uit: Geen thermische desinfectie Maandag - zondag: Dag van de thermische desinfectie Ma - Zo: Dagelijkse thermische desinfectie Instelling van de starttijd van de thermische desinfectie van de warmwaterboiler (formaat hh:mm). Instelling van de nagestreefde warmwatertemperatuur tijdens de thermische desinfectie van de warmwaterboiler. Instelling beperkt de periode voor de warmwaterbereiding tot de ingestelde streefwaarde [T- WW setpunt]. Na afloop van de periode springt de regeling automatisch terug naar de eerder actieve werkingsmodus. De warmwaterbereiding vindt op de dan actuele streefwaarde plaats. Instelling van de blokkeringstijd na voltooiing of annulering van een warmwaterbereidingscyclus. De nieuwe aanvraag van een warmwaterbereiding wordt op zijn vroegst na afloop van deze blokkeertijd behandeld. Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Config. WW" E E Uit E E Uit, 1-15 min Fabrieksinstelling Resolutie Uit - Uit 1 min E E Uit, Maandag... Zondag, Ma Zo Uit - N E 00:00-23:45 03:30 15 min N E C 65 C 1 C N E min 60 min 10 min N E min 30 min 10 min 5.3 Draaischakelaarstand: DHW Install Parameter Omschrijving Toegang Instelbereik BE HF Min/Max 1x warmwater Start van de eenmalige opwarming van het warm water op de ingestelde nagestreefde waarde E E Uit [T-WW gew 1], onafhankelijk van de verwarmingsprogramma's. Hyst. WP WW Schakeldrempel warmwaterverwarming Instelling van het temperatuurverschil waarmee de temperatuur in de warmwaterboiler ten opzichte van de momenteel geldige warmwaterstreeftemperatuur [T-WW setpunt] mag dalen vooraleer de warmtepomp voor de warmwaterbijvulling moet worden uitgeschakeld. Wachttijd BOH Vertragingstijd vanaf wanneer de extra warmtegenerator de warmtepomp bij een warmwaterbijvulling mag ondersteunen (zie hoofdstuk 3.6.7). Tab. 5-5 Parameter in draaischakelaarstand "DHW Install" Fabrieksinstelling Resolutie Uit - E E 2-20 K 5 K 1 K E E min 50 min 1 min 5.4 Draaischakelaarstand: Modus Parameter Omschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min/Max Standby In deze bedrijfsmodus zijn alle interne functies uitgeschakeld. Vorstbescherming is aanhoudend E E - actief en een blokkeerbescherming van de pomp blijft gegarandeerd. Alle in het RoCon-system via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden als deze instelling wordt Uitgekozen bovengeschikt eveneens in deze bedrijfsmodus geschakeld. Uitgangen zijn niet continu spanningsvrij. Nachtverlaging De interne verwarmingskring werkt permanent (24 h per dag) op de ingestelde verlaagde temperatuur. E E - De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 1]. Verwarmen De interne verwarmingskring werkt permanent (24 h per dag) aan de ingestelde nagestreefde E E - kamertemperatuur voor overdag (verwarmen). De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 1]. koelen De interne verwarmingskring werkt permanent (24 h per dag) aan de ingestelde nagestreefde E E - kamertemperatuur voor overdag (koelen). De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 1]. Vorstbescherming is aanhoudend actief en een blokkeerbescherming van de pomp blijft gegarandeerd. Zomer De interne verwarmingskring is uitgeschakeld. Vorstbescherming is aanhoudend actief en een E E - blokkeerbescherming van de pomp blijft gegarandeerd. De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 1]. Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden als deze instelling wordt Uitgekozen bovengeschikt eveneens in de bedrijfsmodus geschakeld. Automatisch 1 De interne verwarmingskring regelt volgens het ingestelde tijdsprogramma [CV-kring progr 1] E E - met de betreffende kamerstreeftemperaturen. De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 1]. Automatisch 2 De interne verwarmingskring regelt volgens het ingestelde tijdsprogramma [CV-kring progr 2] met de betreffende kamerstreeftemperaturen. De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 2]. E E - Tab. 5-6 Parameter in draaischakelaarstand "Modus" 37

38 5 x Parameterinstellingen 5.5 Draaischakelaarstand: Temp setpunt Dag Parameter Omschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF T-ruimte gew 1 Kamerstreeftemperatuur voor de 1e schakeltijdcyclus van het tijdsprogramma [Automatisch 1] en [Automatisch 2]. T-ruimte gew 2 Kamerstreeftemperatuur voor de 2e schakeltijdcyclus van het tijdsprogramma [Automatisch 1] en [Automatisch 2]. T-ruimte gew 3 Kamerstreeftemperatuur voor de 3e schakeltijdcyclus van het tijdsprogramma [Automatisch 1] en [Automatisch 2]. Tab. 5-7 Parameter in draaischakelaarstand "Temp setpunt Dag" Resolutie E E 5-40 C 20 C 0,5 C E E 5-40 C 20 C 0,5 C E E 5-40 C 20 C 0,5 C 5.6 Draaischakelaarstand: Temp setpunt Nacht T-nacht Parameter Omschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF T-afwezig Tab. 5-8 Kamerstreeftemperatuur voor de daaltijden van het permanente tijdsprogramma [Automatisch 1] en [Automatisch 2] geldt. Kamerstreeftemperatuur voor de daaltijden van het tijdelijke tijdsprogramma [Afwezig] + [Verlof]. Parameter in draaischakelaarstand "Temp setpunt Nacht" Resolutie E E 5-40 C 15 C 0,5 C E E 5-40 C 15 C 0,5 C 5.7 Draaischakelaarstand: Temp setpunt WW Parameter Omschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF T-WW gew 1 T-WW gew 2 T-WW gew 3 Tab. 5-9 Warmwaterstreeftemperatuur voor de 1eschakeltijdcyclus van het tijdsprogramma [Automatisch 1] en [Automatisch 2]. Warmwaterstreeftemperatuur voor de 2eschakeltijdcyclus van het tijdsprogramma [Automatisch 1] en [Automatisch 2]. Warmwaterstreeftemperatuur voor de 3eschakeltijdcyclus van het tijdsprogramma [Automatisch 1] en [Automatisch 2]. Parameter in draaischakelaarstand "Temp setpunt WW" Fabrieksinstelling Fabrieksinstelling Fabrieksinstelling Resolutie E E C 48 C 1 C E E C 48 C 1 C E E C 48 C 1 C 38

39 5 x Parameterinstellingen 5.8 Draaischakelaarstand: Tijdprogramma Parameter Omschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min/Max Feest De verwarmingskring wordt voor de ingestelde tijdsduur op de in parameter [T-ruimte gew 1] E E 00:00-06:00 00:00 1 h ingestelde kamerstreeftemperatuur geregeld. Als de tijdsprogramma's [Automatisch 1] of [Automatisch 2] actief zijn, dan wordt de verwarmingscyclus verlengd of voortijdig gestart. (Kamerstreeftemperatuur zie hoofdstuk 3.4.7). De warmwaterbereiding wordt niet beïnvloed. Afwezig De verwarmingskring wordt voor de ingestelde tijdsduur op de in parameter [T-afwezig] ingestelde E E 00:00-06:00 00:00 1 h kamerstreeftemperatuur geregeld. De warmwaterbereiding wordt niet beïnvloed. Verlof De verwarmingskring wordt permanent (24 uur per dag) op de in parameter [T-afwezig] ingestelde kamerstreeftemperatuur geregeld. Via een kalenderfunctie kan een tijdsruimte voor de afwezigheid worden ingegeven. E E Datum 1e dag - Datum laatste dag - 1 dag Feestdag CV-kring progr 1 CV-kring progr 2 WW progr. 1 WW progr. 2 Via een kalenderfunctie kan een tijdsruimte voor de aanwezigheid worden ingegeven. In deze periode wordt uitsluitend volgens de instellingen voor "Zondag" in [CV-kring progr 1] en [WW progr. 1] geregeld. In dit menu kan het 1e tijdsprogramma voor de verwarmingskring worden ingevoerd. Er kunnen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: () hh:mm - hh:mm (Uit) Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen geparametriseerd worden. In dit menu kan het 2e tijdsprogramma voor de verwarmingskring worden ingevoerd. Er kunnen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: () hh:mm - hh:mm (Uit) Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen geparametriseerd worden. In dit menu kan het 1e tijdsprogramma voor de warmwatervoorziening worden ingevoerd. Er kunnen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: () hh:mm - hh:mm (Uit) Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen geparametriseerd worden. In dit menu kan het 2e tijdsprogramma voor de warmwatervoorziening worden ingevoerd. Er kunnen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: () hh:mm - hh:mm (Uit) Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen geparametriseerd worden. In dit menu kan een tijdsprogramma voor de circulatiepomp worden ingevoerd. Er kunnen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: () hh:mm - hh:mm (Uit) Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen geparametriseerd worden. Tab Parameter in draaischakelaarstand "Tijdprogramma" E E Datum 1e dag - Datum laatste dag E E Zie hoofdstuk E E Zie hoofdstuk E E Zie hoofdstuk E E Zie hoofdstuk E E Zie hoofdstuk dag Zie tab. 3-9 Zie tab. 3-9 Zie tab. 3-9 Zie tab. 3-9 Zie tab min 15 min 15 min 15 min 15 min 5.9 Draaischakelaarstand: prog op afstand Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik BE HF Min/Max Bus - Scan Uit: Geen werking E E Uit : Regeling controleert, welke RoCon-apparaten via CAN-busleidingen in het systeem zijn aangesloten. Herkende apparaten worden met type en databusadres weergegeven (voorbeeld: MM#8 = mengermodule met databusadres 8). De Uitselectie en activering van een apparaat met de draaiknop schakelt de werking van de bedieningseenheid over op die van het geselecteerde apparaat (zie hoofdstuk 3.4.9). Programma circpomp Fabrieksinstelling Resolutie Uit - Geen selectie Activering schakelt op plaatselijk apparaat. E E - Contr BM1/BE1 #X Activering schakelt over naar de Daikin Altherma EHS(X/H) met busidentificatie X E E - (zie paragraaf 5.12, parameter [BUS ID HS]). Mengkraan #X Activering schakelt op de mengermodule met de buscode X (zie paragraaf , parameter [HC Assignment]). E E - Tab Parameter in draaischakelaarstand "prog op afstand" 39

40 5 x Parameterinstellingen 5.10 Draaischakelaarstand: Info Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF Fabrieksinstelling Resolutie Overzicht Weergave verschillende actuele bedrijfsgegevens (zie hoofdstuk 3.4.1). S S Waterdruk De actuele waterdruk in bar wordt weergegeven. S S 0-4 bar - 0,1 bar T-WG De actuele aanvoertemperatuur (TVBH) van de warmtegenerator wordt aangegeven in C. S S C - 1 C T-WG gewenst De actuele aanvoerstreeftemperatuur van de warmtegenerator wordt aangegeven in C S S 0-90 C - 0,1 C (zie hoofdstuk 3.6.4). T-buiten De actuele buitentemperatuur wordt getoond in C. S S -39 tot +50 C 0,1 C T-WW De actuele temperatuur van het warmwaterreservoir wordt aangegeven in C. Als er geen S S C - 0,1 C warmwaterfunctie is geactiveerd, wordt "- - -" weergegeven. T-WW setpunt De actuele warmwaterstreeftemperatuur wordt aangegeven in C. Als er geen warmwaterfunctie S S C - 0,1 C is geactiveerd, wordt "- - -" weergegeven. De actuele voorgeschreven (aanvoer) tempera- tuur voor directe verwarmingskring wordt aangegeven in C. T-retour De actuele retourtemperatuur van de warmtegenerator wordt aangegeven in C. Als er geen S S C - 0,1 C overeenkomende sensor is aangesloten op de warmtegenerator, wordt "- - -" weergegeven. Volumestroom De gefilterde waarde van het actuele debiet wordt weergegeven in liter per uur. S S l/h - l/h T-CV kring De aanvoertemperatuur van de directe verwarmingskring wordt aangegeven in C. S S C - 0,1 C T-CV setpunt De aanvoerstreeftemperatuur van de directe verwarmingskring wordt aangegeven in C. S S 0-90 C - 0,1 C status WP pomp De huidige status van de interne verwarmingscirculatiepomp van de Daikin Altherma S S Uit - - EHS(X/H) wordt weergegeven. Arbeidstijd compr. De looptijd van de koelmiddelcompressor wordt in u. aangegeven. S S - - h Arbeidstijd pomp De looptijd van de interne verwarmingscirculatiepomp wordt weergegeven in u. S S - - h Stand mengkraan De huidige positie van het 3-wegs-omschakelventiel 3UV DHW wordt aangegeven. S S % - 1 % 0 %: Positie A (kamerverwarming) 100 %: Positie B (warmwaterbereiding) Qboh De warmtehoeveelheid van de extra warmtegenerator voor de warmwaterbereiding wordt aangegeven S S - - kwh in kwh.. Qchhp De warmtehoeveelheid van de extra warmtegenerator voor de verwarmingswerking wordt aangegeven S S - - kwh in kwh. Qsc De warmtehoeveelheid van de warmtepomp voor de koelingswerking wordt weergegeven in S S - - kwh kwh. Qch De warmtehoeveelheid van de warmtepomp voor de verwarmingswerking wordt weergegeven S S - - kwh in kwh. QWP De totale warmtehoeveelheid van de warmtepomp wordt weergegeven in kwh. S S - - kwh Qdhw De warmtehoeveelheid voor de warmwatervoorziening wordt weergegeven in kwh. S S - - kwh WG type Het herkende verwarmingstype wordt aangegeven Daikin Altherma EHS(X/H). S S Sw Nr B1/U1 Software en de versie van het bedieningsgedeelte RoCon B1 worden weergegeven. S S SW Nr Controller Het softwarenummer en de versie van de schakelplaat RoCon BM1 worden weergegeven. S S SW Nr RTX RT Het softwarenummer en de versie van de schakelplaat RTX-AL4 worden weergegeven. S S Tab Parameter in draaischakelaarstand "Info" 40

41 5 x Parameterinstellingen 5.11 Exit-toets: Sonderfunktion Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min/Max Manueel De directe verwarmingskring en de warmwaterstreeftemperatuur worden op de in deze parameter E E C 50 C 1 C ingestelde temperatuur geregeld (zie hoofdstuk 3.5.1). FA failure Weergave van een actuele warmtepompfout van de Daikin Altherma EHS(X/H). E E Wordt " " weergegeven, dan is er geen sprake van een fout (zie hoofdstuk 6). Protocol Weergave van het protocol (fout- en informatiemeldingen). Hier worden de opgeslagen foutmeldingen E E van de Daikin Altherma EHS(X/H) en de aangesloten databus-apparaten met da- tum en code elk als menu-invoer weergegeven. Door een item te Uitkiezen via de draaiknop wordt overeenkomstig alle verdere informatie over de gekozen storing weergegeven: - Datum en tijd van de storing - Codenummer (zie hoofdstuk 6) - Plaatsvermelding (apparaat), van waar de storing afkomstig is - Busidentificatie (apparaat), van waar de storing afkomstig is Delete message Door het aanpassen van deze parameter naar "" en het kort indrukken van de draaiknop worden alle invoeren van het protocol, incl. de fout van aangesloten databus-apparaten, gewist. E E Uit Uit - RoCon B1/U1 Reset Zet alle parameterinstellingen terug naar de fabrieksinstelling. Noodzakelijk bij software-updates. Vervolgens dient volledig nieuw te worden geconfigureerd. N E Uit Parameter Reset Zet alle klantspecifieke parameterinstellingen terug naar de fabrieksinstelling. N E Uit Timeprog Reset Zet alle permanente tijdprogramma's terug naar de fabrieksinstelling (zie tab. 3-9). E E Uit Terug Deze parameter dient uitsluitend om de speciale niveaus te verlaten. E E Tab Parameter op het niveau "Sonderfunktion" Uit - Uit - Uit Parameterniveau "Basisconfiguratie" Dit parameterniveau verschijnt alleen: Bij eerste inbedrijfstelling, wanneer men bij de vraag "Standaardconfiguratie gebruiken?" het antwoord "Neen" koos of Nadat in de draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Inbedrijfneming" de parameter [System Config] op "Inaktief" of "Wissen" werd ingesteld. Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik BE HF Min/Max Boiler Function Instelling van de systeemfunctionaliteit van het apparaat in de CAN-BUS. De standaardwaarde N E Single, van deze parameter is single en geldt daarmee tot een Daikin Altherma EHS(X/H) in autarke bedrijfsvorm. Slave 1,... Bij instelling van de waarde "Slave 1" tot "Slave 8" functioneert de Daikin Altherma EHS(X/H) als Slave 8 verwarmingsmodule en wacht op de aanvraag van een optionele cascaderegelaar. Deze instellingen zijn nog niet bruikbaar. Unmixed Circ Config Instelling van de CAN-BUS-identificatie voor de directe verwarmingskring. Het databussysteem van een verwarmingskring moet in het volledige systeem eenduidig zijn. Er mag geen overlapping zijn met de verwarmingskringen in optionele mengerkringen. BUS ID HS Het is mogelijk om tot 8 verwarmingsapparaten in Single-modus tegelijkertijd op de CAN-BUS te gebruiken. Met deze parameter kunnen de nodige busaanduidingen voor een duidelijk onderscheid worden ingesteld. Het is niet mogelijk een Daikin Altherma EHS(X/H) in de single-modus parallel met een cascade-installatie te gebruiken. Time Master System Config Activering van een tijdmaster over het hele systeem. De tijdmaster synchroniseert alle regelaars in het Can-systeem met de op de tijdmaster ingestelde tijd en datum. Bij alle andere bedieneenheden in het systeem is de invoer van de tijd en datum dan niet meer mogelijk. Er mag in het totale systeem slechts sprake zijn van één tijdmaster. De parameter staat niet ter beschikking, als op een andere regelaar in het CAN-systeem de parameter tijdmaster geactiveerd is. De systeemconfiguratie van het apparaat, bestaande uit de sensorconfiguratie en busconfiguratie, kan met deze parameter worden gewist, geactiveerd of gedeactiveerd. Als bij de eerste start van het apparaat het verzoek ter gebruik van de standaardconfiguratie wordt beantwoord met "ja", wordt die voor de systeemconfiguratie automatisch geactiveerd (zie paragraaf 5.2.1, tab. 5-1). Tab Parameter van het niveau "Basisconfiguratie" Fabrieksinstelling Resolutie Single - N E N E N E Uit N E Inactief, Actief, Wissen - Inactief - 41

42 5 x Parameterinstellingen 5.13 Parameterniveaus voor mengermodule EHS De parameterniveaus, parameterbetekenissen, instelbereiken en daaraan verbonden functies zijn in principe dezelfde als die, die in de vorige paragrafen werden beschreven. In afzonderlijke niveaus staan er voor een deel slechts een beperkt aantal parameters ter beschikking. In het volgends stuk wordt alleen naar de dienovereenkomstige paragrafen verwezen. Markante verschillen worden duidelijker beschreven. Draaischakelaarstand: Info Zie paragraaf Bij de instelling van de toegewezen bedieningseenheid op "Mengkraan #X", hebben de weergegeven waarden betrekking op de toegewezen verwarmingskring en de aan de EHS aangesloten componenten. (Pompen, mengerklep...) Bij de instelling van de toegewezen bedieningseenheid op "Living Room", is de parameter [T-Ruimte aanpassing] beschikbaar. Met de draaitoets kan de nagestreefde kamertemperatuur in het bereik -5 K tot +5 K worden gewijzigd. Deze functie is niet beschikbaar als de bedieningseenheid als afstandsbediening wordt gebruikt in terminalmodus Draaischakelaarstand: Configuratie, niveau "Inbedrijfneming" Draaischakelaarstand: Modus Zie paragraaf 5.4. Draaischakelaarstand: Temp setpunt Dag Zie paragraaf 5.5. Draaischakelaarstand: Temp setpunt Nacht Zie paragraaf 5.6. Draaischakelaarstand: Temp setpunt WW Geen werking. Draaischakelaarstand: DHW Install Geen werking. Draaischakelaarstand: Tijdprogramma Zie paragraaf 5.8. Draaischakelaarstand: Configuratie Zie paragraaf en Draaischakelaarstand: prog op afstand Zie paragraaf 5.9. Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF subniveau Fabrieksinstelling Resolutie Taal Nationale taal van de tekst op de bedieningseenheid E E Duits Engels Frans Nederlands Italiaans Spaans Portugees Datum Huidige datum in dag/maand/jaar-notatie. De actuele weekdag wordt aan de hand van E E de datum automatisch berekend. Tijd Uur in de notatie uren/minuten. E E Keylock Function Vrijschakeling van de functie toetsenblokkering: Uit: Toetsenblokkering kan niet worden geactiveerd. : Toetsenblokkering kan met draaiknop geactiveerd worden (zie hoofdstuk 3.1). E E Uit Duits 1 Uit - Toegangsrechten Invoer toegangscode. Instelling cijferwijze zoals cijferslot (zie hoofdstuk 3.6.1). E E RoCon U1 Pos Weergave enkel op aangesloten kamerstation : N E Living Room, Living - Functie van het kamerstation EHS in het databussysteem: Living Room: Bedieningsgedeelte voor de in parameter [HC Assignment] toegewezen verwarmingskring. Mengklep: Bedieningseenheid van de mengerkring (als uitbreiding op de mengerkring of als afzonderlijke mengerkringregeling) Solar Module: Niet bruikbaar Mengklep, Solar Module Room Buiten de bovengenoemde functies kan de kamerthermostaat in feite als afstandsbedie ning van de Daikin Altherma EHS(X/H) en het volledige RoCon-systeem (met geactiveerde terminalfunctie) worden gebruikt (zie hoofdstuk 4.2.2). Master-RoCon Weergave enkel op aangesloten kamerstation : Instelling van de conciërgefunctie Uit: Uitgeschakeld : Functie actief Bij elk kamerstation EHS157034, waarvan het toepassingsdoel op "Living Room" is ingesteld en waaraan een warmtegenerator is toegewezen (parameter [Boiler Assignment]> 0), kan de conciërgefunctie worden geactiveerd (zie hoofdstuk 4.2.2). Meerdere kamerstations met geactiveerde conciërgefunctie zijn mogelijk. Er mag echter maar een kamerstation aan dezelfde warmtegenerator zijn toegewezen. N E Uit Uit - Alle instellingen aan het kamerstation EHS werken bij geactiveerde conciërgefunctie zoals instellingen aan het bedieningsgedeelte RoCon B1 van de toegewezen warmtegenerator (kan afwijken van de toewijzing van de verwarmingskring van het bedieningsgedeelte). Zo kunnen ook de functies voor de warmwaterbereiding van het kamerstation op afstand worden bediend. PWM Config Min Performance Ondergrens voor de modulatie van het pompvermogen N E % 50 % 1 % Max Performance Bovengrens voor de modulatie van het pompvermogen N E % 100 % 1 % 42

43 5 x Parameterinstellingen Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF subniveau Fabrieksinstelling Resolutie Sensor Config Outside Config Tab Flow Temp Config Outside Temp Adap Terminaladress Boiler Assignment HC Assignment Configuratie van de buitentemperatuursensor: Uit: Overname van de buitentemperatuur door de door parameter [Boiler Assignment] toegewezen warmtegenerator of geen gebruik van de sensor : Sensorgebruik geactiveerd (als er geen buitentemperatuursensor aan de mengermodule EHS aangesloten is, wordt er een foutmelding gegenereerd.) Configuratie van de aanvoertemperatuursensor van de mengerkring: Uit: Geen sensoranalyse : Sensoranalyse geactiveerd (als er geen aanvoertemperatuursensor voor de mengerkring is aangesloten, wordt er een foutmelding gegenereerd.) Individuele aanpassing voor de meetwaarde van de voor de Regeling relevante buitentemperatuur. Instellen van het databusadres voor de systeemtoegang. De ingestelde waarde moet in het volledige systeem eenduidig zijn. Door deze parameter met de draaiknop te bevestigen, wordt de regeling opnieuw geïnitialiseerd. Toewijzing van de EHS aan de warmteopwekker, overeenkomstig de instelling van parameter [BUS ID HS] (zie hoofdstuk 5.12, tab. 5-14). Toewijzing van het bedieningsgedeelte aan de mengermodule EHS Uit: Automatische toewijzing als er slechts een mengermodule in het systeem is. Anders moet de instelling met het adres op de adresschakelaar van de mengermodule overeenstemmen (zie hoofdstuk 4.2.1, afb. 4-1). 0-9 = = A 11 = B 12 = C 13 = D 14 = E 15 = F Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Inbedrijfneming" N E Uit N E Uit - - N E -5,0 tot +5,0 K 0,0 K 0,1 K N E Uit, 0-9 Uit 1 N E N E Uit, 0-15 Uit Draaischakelaarstand: Configuratie, niveau "Mixer Config" Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min/Max HC Function Instelling definieert aard van de aanvoertemperatuurregeling. N E : Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling 1: Regeling met vaste voorgeschreven aanvoerwaarde, al naargelang van verwarmings-, koelof lagetemperatuurmodus Pomp aan Instelling van de bedrijfsmodus van de mengerkringpomp. N E : Standaard circulatiepompschakeling (weers-/kamergestuurd) 1: Mengerkringpompschakeling volgens verwarmingsgrenzen (optionele kamerthermostaatuitschakeling werkt aanvullend). 2: Schakeling mengerkringpomp volgens verwarmingsprogramma 3: Schakeling mengerkringpomp in duurwerking Stookgrens D Alleen als parameter [Pomp aan] = 1: E E Uit, C 19 C 0,5 C Instelling van de automatische zomeruitschakeling van de verwarmingswerking. Als de gemiddelde buitentemperatuur die de regelaar meet de ingestelde waarde met meer dan 1 K overschrijdt, wordt de verwarmingskring uitgeschakeld. De verwarming wordt weer vrijgegeven als de buitentemperatuur onder de ingestelde grens daalt. Stookgrens N Alleen als de parameter [Pomp aan] = 1: E E Uit, C 10 C 0,5 C Instelling van de verwarmingsgrens ter uitschakeling van de verwarmingskring in lagetemperatuurwerking (werkwijze zoals parameter [Stookgrens D]). Stooklijn Alleen als parameter [HC Function] = 0: Instelling van de verwarmingscurve. De verwarmingscurve toont in welke mate de aanvoerstreeftemperatuur van de verwarmingskring afhankelijk is van de buitentemperatuur (zie hoofdstuk 3.6.2). E E 0,0-3,0 0,5 0,1 Ruimte-invloed Alleen bij aangesloten en aan de verwarmingskring toegewezen kamerstation : E E Uit, 0-20 Uit 1 De instelling van welke invloed de afwijking van de door EHS gemeten kamertemperatuur ten opzichte van de huidige streefwaarde (zie hoofdstuk en 3.4.4) heeft op de aanvoerstreeftemperatuur.. Uit: Enkel weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling 0: Enkel weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling, maar interne verwarmingspomp loopt volgens een warmte-aanvraag tijdens de afkoeltijd verder tot de volgende verwarmingscyclus. 1-20: Zorg voor een correctie van de aanvoerstreeftemperatuur (parallelverschuiving van de verwarmingscurve) met de ingestelde factor. passing kamertemp Voorbeeld: Als de gemeten temperatuur 2 K onder de streefwaarde ligt, wordt de aanvoerstreeftemperatuur met 2 keer de ingestelde waarde verhoogd. Alleen bij aangesloten en aan de verwarmingskring toegewezen kamerstation : Individuele aanpassing van de voor de regeling relevante kamertemperatuur. Als er een systematische afwijking van de door EHS gemeten kamertemperatuur ten opzichte van de in het oponthoudsbereik van deze kamer daadwerkelijke temperatuur wordt vastgesteld, dan kan de meetwaarde worden gecorrigeerd met de ingestelde waarde. Vertrektemp. Dag Alleen als de parameter [HC Function] = 1: Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor de verwarmingskring tijdens de verwarmingstijd bij bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Verwarmen". Vertrektemp. Nacht Alleen als de parameter [HC Function] = 1: Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor de verwarmingskring in lagetemperatuurwerking bij bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Nachtverlaging". E E -5,0 tot +5,0 K 0,0 K 1 K E E C 40 C 1 C E E C 10 C 1 C 43

44 5 x Parameterinstellingen Max T-Flow Min T-Flow De vastgelegde aanvoerstreeftemperatuur van de verwarmingskring wordt op de hier ingestelde maximale waarde begrensd. De vastgelegde aanvoerstreeftemperatuur van de verwarmingskring wordt op de hier ingestelde minimale waarde begrensd. HC Adaption Alleen bij aangesloten en aan de verwarmingskring toegewezen kamerstation : Uit: Uitgeschakeld : Geactiveerd = Start van een eenmalige automatische adaptatie van de verwarmingscurve. Curve-afstand T-vorstbev Isolatie Voorwaarden - Buitentemperatuur < 8 C - Instelling van de bedrijfsmodus: "Automatisch 1" of "Automatisch 2" - Duur van de lagetemperatuurfase minstens 6 uur Functie: het begin van de lagetemperatuurtijd wordt de actuele kamertemperatuur als nagestreefde waarde ingesteld voor de volgende 4 uur. De verwarmingscurve wordt door de Regeling vastgesteld uit de aanvoerstreeftemperaturen, die nodig zijn voor het aanhouden van deze kamertemperatuur. Als de automatische verwarmingscurveadaptatie wordt onderbroken, pauzeert de functie tot ze de volgende dag succesvol wordt uitgevoerd of beëindigd (instellen van de parameter op "Uit" of wijzigen van de actuele bedrijfsmodus). Gedurende de automatische verwarmingscurveadaptatie wordt de verwarmingsoptimalisering geblokkeerd. Instelling van de overschrijding van de vooraf ingestelde aanvoerstreeftemperatuur op de Daikin Altherma EHS(X/H) ten opzichte van de voor de mengerkring bepaalde aanvoerstreeftemperatuur. Uit: Geen vorstbescherming van de verwarmingskring Anders: Als de buitentemperatuur onder de geprogrammeerde waarde daalt, schakelt de installatie zichzelf in vorstbeschermingsmodus (inschakelen van de pompen). De functie wordt beëindigd wanneer de buitentemperatuur boven de ingestelde waarde + 1 K ligt. Instelling van de gebouwisolatienorm. Daardoor worden de gemiddelde buitentemperatuur en de automatische aanpassingen van de verwarmingscurve en de verwarmingstijden beïnvloed. N E C 50 C 1 C N E C 10 C 1 C N E Uit Uit - N E 0,0-50,0 K 5,0 K 1 K E E Uit, -5 tot +5 C E E Uit Gering Normaal Goed Zeer goed 0 C 1 C Normaal - Forced Performance Niet bruikbaar. N E Uit Uit - Start. T-ext. koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft. E E C 24 C 1 C Alleen als parameter [HC Function] = 0: Instelling vanaf welke buitentemperatuur de koelmodus met de hoogste aanvoerstreeftemperatuur om te koelen [Start T-vertr koelen] start (instelvoorwaarde: bedrijfsmodus "koelen"). Max. T-ext. koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft. E E C 35 C 1 C Alleen als parameter [HC Function] = 0: Instelling bij welke buitentemperatuur de laagste steeftemperatuur om te koelen [Max. T-vertr koelen] wordt aangegeven (instelvoorwaarde: bedrijfsmodus "koelen"). Start T-vertr koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft. E E 5-25 C 18 C 1 C Alleen als parameter [HC Function] = 0: Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur om te koelen bij het starten van de koelmodus (buitentemperatuur = parameter [Start. T-ext. koelen]) Max. T-vertr koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft. E E 5-25 C 18 C 1 C Alleen als parameter [HC Function] = 0: Instelling van de minimale aanvoerstreeftemperatuur om te koelen. Deze wordt vanaf de buitentemperatuur (parameter [Max. T-ext. koelen]) constant gehouden. Min. T-vertr koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft. N E 5-25 C 18 C 1 C Alleen als parameter [HC Function] = 0: Instelling van de absolute ondergrens van de aanvoerstreeftemperatuur om te koelen. De begrenzing werkt indien uit andere parameterinstellingen een lagere aanvoerstreeftemperatuur om te koelen zou worden vastgelegd. T-voorl koel Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft. Alleen als de parameter [HC Function] = 1: Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur om te koelen bij actieve koelwerking. E E 8-30 C 18 C 1 C Corr. setpunt koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft. Parallelverschuiving van de kenlijn voor het koelen met de ingestelde waarde. N E -5,0 tot +5,0 K 0,0 K 1 K Relaistest Zie paragraaf 5.2.2, tab N E - Screed Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min/Max BE HF Screed Program Tab Functie om estrik te drogen Uit: Uitgeschakeld : De aanvoerstreeftemperatuur wordt naargelang het geprogrammeerde estrikprogramma geregeld. De dag waarop de vloerfunctie wordt geactiveerd, telt niet mee voor de looptijd van het vloerprogramma. De eerste dag begint dan om 00:00 uur. Op de dag van de activering wordt voor de resterende tijd met de aanvoerstreeftemperatuur van de eerste programmadag verwarmd (zie hoofdstuk ). Instelling van het stuurprogramma van de estrikopwarming. Voor een maximale duur van 28 dagen kan men voor iedere dag afzonderlijk een eigen aanvoerstreeftemperatuur instellen. Het einde van het estrikprogramma wordt door de eerste Dag met de nagestreefde waarde " " gedefinieerd (zie hoofdstuk ). Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Mixer Config" N E Uit N E C per verwarmingsdag Fabrieksinstelling Uit - Zie tab Resolutie 1 C 44

45 6 x Fouten, storingen en meldingen 6 Fouten, storingen en meldingen LET OP! Elektrostatische ladingen kunnen tot spanningsoverslag leiden, waardoor de elektronische onderdelen kunnen worden verstoord. Voor het aanraken van elektronische onderdelen de potentiaalcompensatie controleren (bv. door het vastnemen van een geaard metalen onderdeel). Speciale modus Read Protocol Protocol 6.1 Fouten herkennen, storingen verhelpen Manueel FA failure E75 De elektronische regeling van de Daikin Altherma EHS(X/H): Meldt een fout door een rode achtergrondverlichting van de display en toont een foutcode op de display (zie paragraaf 6.3). Toontinformatiemeldingen over de bedrijfstoestand die niet door een rode achtergrondverlichting worden gesignaleerd Een geïntegreerd Protocol bewaart tot 15 fout- of andere informatiemeldingen over de bedrijfstoestand die het laatst zijn opgetreden. Speciale modus FA failure Protocol Delete message E75 In aparaat: E75 Adres: 0 Ketel Naargelang de bedieningsmodus worden de meldingen ook naar de aangesloten ruimtestations of kamerthermostaten gestuurd Actuele storingsmeldingen Afb. 6-3 Uitlezen van het protocol E 75 In aparaat: Ketel Adres: Storingsmelding als code (zie paragraaf 6.3) 2 Plaatsindicatie (apparaat) van de herkende storing 3 Databusadres van het apparaat dat de storing veroorzaakt Afb. 6-1 Weergave van een actuele storingsmelding (regelingsfout) E 9001 Stor. retour.sensor In aparaat: verwarme module Adres: Storingsmelding als code (zie paragraaf 6.3) 2 Storingsmelding als gewone tekst (zie paragraaf 6.3) 3 Plaatsindicatie (apparaat) van de herkende storing 4 Databusadres van het apparaat dat de storing veroorzaakt Afb. 6-2 Weergave van een huidige foutmelding (warmtepompfout) Protocol uitlezen Het Protocol kan in de "Speciale modus" worden uitgelezen (zie afb. 6-3). De meest recente melding staat daarbij op de eerste plaats. Alle andere voorafgaande meldingen worden bij een nieuwe invoer een positie naar achter geschoven. De 15e melding wordt bij het opslaan van een nieuwe melding gewist Storing verhelpen Oorzaak van de storing opsporen en verhelpen. Schakelveiligheid aangesproken: Geen aanduiding op het scherm van de regeling. De oorzaak voor het inschakelen van de schakelveiligheid vaststellen en de storing verhelpen. De installatie opnieuw opstarten. Zodra de oorzaak is verholpen, werkt de installatie weer normaal. Schakelveiligheid niet geactiveerd: a) Er worden geen foutmeldcodes weergegeven, maar de installatie werkt niet correct. De oorzaken opsporen en verhelpen (zie paragraaf 6.3). Zodra de oorzaak is weggenomen, werkt de installatie weer normaal. b) Storingscodes worden weergegeven zolang de storingen nog bestaan. De oorzaken opsporen en verhelpen (zie paragraaf 6.3). Bij enkele fouten moet de warmtevraag worden verminderd (bedrijfsmodus "Standby" activeren). Als de storingsmelding na de verhelping van de storingsoorzaak en een verminderde warmtevraag nog steeds wordt weergegeven, moet de installatie gedurende minstens 10 seconden van de stroomvoeding worden gescheiden om ze te ontgrendelen. Zodra de oorzaak is weggenomen, werkt de installatie weer normaal. 45

46 6 x Fouten, storingen en meldingen Om te garanderen dat de storing niet door verkeerde instellingen werd veroorzaakt, zet u voor een mogelijke vervanging van onderdelen alle parameters terug op de fabrieksinstellingen (zie hoofdstuk ). Als u de oorzaak van de storing niet kunt vinden, moet u de servicevakman van Daikin contacteren. Houd daarbij de feitelijke apparaatgegevens klaar (procedure, zie afb. 6-4): Type en fabricagenummer van de Daikin Altherma EHS(X/H) (zie typeplaatje warmtepomp). Softwareversies (zie afb. 6-4) van: a: Bedieningsdeel RoCon B1 [Sw Nr B1/U1] b: Schakelplaat RoCon BM1 [SW Nr Controller] c: Schakelplaat RTX-AL4 [SW Nr RTX RT] 6.2 Noodbedrijf Bij foutieve instellingen van de elektronische regeling of storingen van de 3-wegs-omschakelventielen kan een verwarming in noodbedrijf worden gehandhaafd door aan de regeling de speciale functie "Manueel" te activeren (zie hoofdstuk und die aanvullende instructies in de installatie- en onderhoudshandleiding van de Daikin Altherma EHS(X/H). 6.3 Storingen en foutcodes Zie Daikin Altherma EHS(X/H) installatie- en onderhoudshandleiding, hoofdstuk "Fouten, Storingen, Meldingen". Info Sw Nr B1/U1 Overzicht Waterdruk T-WG Info Sw Nr B1/U1 SW Nr Controller SW Nr RTX RT SW Nr RTX RT SW Nr Controller Afb. 6-4 Softwareinformatie van de regelingscomponenten 46

47 7 x Trefwoordenlijst 7 Trefwoordenlijst jaagverwarmer Back-upaanvraag Bedrijfsmodus Bijverwarmer Circulatiepomp Koelmiddel Legionellabescherming Modulatie Netaansluiting voor spaarstroom (HT/NT) Nominaal vermogen Parameter Regeling Retourleiding Schakeltijdprogramma SMART GRID (SG) Veiligheid in geval van watertekort / oververhittingbeveiliging Verwarmingskarakteristiek Voedingleiding Warmtepompproces Warmtewisselaar Warmwaterbereiding Warmwatercircuit Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling Optionele elektrische extra verwarming voor de algemene ondersteuning van de Daikin Altherma EHS(X/H) bij de warmteopwekking. Bedrijfssituatie waarbij de gevraagde aanvoertemperatuur via het warmtepompproces niet of niet efficiënt kan worden bereikt. Daarom wordt ter ondersteuning van de Daikin Altherma EHS(X/H) bij de warmteopwekking een bijverwarmer (bv. aanjaagverwarmer) geïntegreerd. Door de gebruiker of Regeling aangevraagde functie van de warmtegenerator (bv. kamerverwarming, warmwaterbereiding, stand-by enz.) Extra warmtegenerator (z. B. aanjaagverwarmer of externe verwarmingsketel) die in de verwarmingsinstallatie wordt geïntegreerd om bij een ontoereikend of inefficiënt warmtepompproces de gevraagde aanvoerstreeftemperatuur te bereiken. Optionele circulatiepomp die het warm water in de circulatiekring (terugvoeren van het afnamepunt naar de warmwaterboiler) doet circuleren en zo op ieder afnamepunt onmiddellijk bereidstelt. Circulatie is bijzonder praktisch bij breedvertakte leidingnetten. In warmwaterdistributienetten zonder circulatie komt eerst het in de afnameleiding afgekoelde water uit de kraan, tot de afnameleiding door het nastromende warme water voldoende werd opgewarmd. Een stof die dient voor het overdragen van warmte in een warmtepompproces. Bij lage temperatuur en lage druk wordt warmte opgenomen en bij een hogere temperatuur en hogere druk afgegeven. Periodieke verwarming van het boilerwater tot > 60 C ter preventie van ziekteveroorzakende bacteriën (zogenaamde legionella) in de warmwaterkring. Automatische en traploze aanpassing van de verwarmingscapaciteit/pompcapaciteit op de betreffende verwarmingsbehoefte, zonder dat diverse verwarmings-/pompniveaus of -impulsen moeten worden geschakeld. Een speciale aansluiting op het elektriciteitsdistributiebedrijf, dat verschillende aantrekkelijke tarieven in de zogenaamde daluren voor elektriciteit aanbiedt (dagtarief, nachttarief, weekendtarief en dergelijke). Maximale verwarmingscapaciteit, die de warmtegenerator onder testvoorwaarden bij bepaalde bedrijfstemperaturen afgeeft. Een waarde die de uitvoering van programma's of procedures beïnvloedt of bepaalde toestanden definieert. Apparatuurelektronica, waarmee de procedures voor de opwekking en verdeling van warmte voor de verwarmingsinstallatie kan worden geregeld. De Regeling bestaat uit diverse elektronische componenten. De voor de gebruiker belangrijkste component is het bediendeel in het frontgedeelte van de warmtegenerator, die beschikt over bedieningselementen (draaischakelaars, draaiknoppen, exit-toets) en display. Het deel van het vloeistofcircuit, dat het afgekoelde water via het leidingstelsel van de verwarmende oppervlakken terugvoert naar de warmteopwekker. Instellingen van weekdagen en tijden op de Regeling, om regelmatige verwarmings-, koel-, afkoelingsen warmwatercycli vast te leggen. Intelligent energiegebruik voor prijsgunstige verwarming. Door gebruik van een speciale elektriciteitsmeter is het mogelijk een "SMART GRID - signaal" van het energiebedrijf te ontvangen. Afhankelijk van het signaal wordt de warmtepomp uitgeschakeld, normaal of op hogere temperaturen gebruikt. Veiligheidsvoorziening, die de warmtegenerator bij een tekort aan water automatisch uitschakelt, om oververhitting te voorkomen. Rekenkundige samenhang tussen de buitentemperatuur en ingestelde voedingtemperatuur (synoniem = verwarmingskromme), om bij elke buitentemperatuur de gewenste ruimtetemperatuur te kunnen bereiken. Deel van de hydraulische kring, die het verwarmde water van de verwarming naar de vloeren leidt. In een gesloten koelmiddelcircuit neemt het koelmiddel de warmte van de circulatielucht op. Door verdichting bereikt het koelmiddel een hogere temperatuur, die aan de verwarmingsinstallatie wordt overgedragen (thermodynamisch kringproces). Een constructiedeel dat thermische energie overdraagt van het ene circuit naar het andere. Beide circuits zijn hydraulisch door middel van een wand in de warmtewisselaar gescheiden. Bedrijfsstatus van de verwarming, waarin warmte met verhoogde temperaturen wordt geproduceerd en aan de warmwaterkring wordt toegevoerd, bijv. vullen van de warmwaterboiler. De waterkring waarin koud water wordt opgewarmd en naar de warmwaterkranen wordt geleid. voerstreeftemperatuur bepaald aan de hand van de gemeten waarde voor de buitentemperatuur en een gedefinieerde verwarmingscurve voor te temperatuurregeling in het verwarmingssysteem. 47

48 8 x Notities 8 Notities 8.1 Gebruikersspecifieke instellingen Schakeltijdprogramma's De fabrieksinstellingen van de schakeltijdprogramma's zijn in paragraaf 3.4.7, tab. 3-9 aangegeven. CV-kring progr 1 Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Maandag CV-kring progr 2 Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Tab. 8-1 Afzonderlijke instellingen van de schakeltijdprogramma's voor verwarming Noteer in onderstaande tabel de door u gemaakte schakeltijdinstellingen. Schakelcyclus 1 Schakelcyclus 2 Schakelcyclus 3 Temperatuurinstelling [T-ruimte gew 1]: C [T-ruimte gew 2]: C [T-ruimte gew 3]: C Tijdsruimte Uit Uit Uit Maandag Schakelcyclus 1 Schakelcyclus 2 Schakelcyclus 3 Temperatuurinstelling [T-WW gew 1]: C [T-WW gew 2]: C [T-WW gew 3]: C Tijdsruimte Uit Uit Uit Maandag Dinsdag WW progr. 1 Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Maandag Dinsdag WW progr. 2 Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Tab. 8-2 Afzonderlijke instellingen van de schakeltijdprogramma's voor warm water 48

49 8 x Notities Programma circpomp Schakelcyclus 1 Schakelcyclus 2 Schakelcyclus 3 Tijdsruimte Uit Uit Uit Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Tab. 8-3 Individuele instellingen van het schakeltijdenprogramma van de circulatiepomp 8.2 Parameter Noteer in onderstaande tabel de door u gemaakte parameterwijzigingen. Draaischakelaarstand Parameter-niveau / Parameter Oude waarde Nieuwe waarde Datum Opmerkingen Tab. 8-4 Individuele parameterwijzigingen Databusadressen RoCon-apparaat Databusadres Opmerkingen Tab. 8-5 Databusadressen in het RoCon-systeem 49

50 8 x Notities 8.3 Andere 50

51 9 Trefwoordenlijst A jaagverwarmer Parameter , 34, 37 Toelichting voerstreeftemperatuur Bij koelmodus Bij verwarming Bij weersgestuurde regeling Adresschakelaar Afstandsbediening via het internet.27 B Back-upaanvraag Basisfuncties Automatisch ontdooien Installatie in-, uitschakelen Taal, datum, tijd instellen Tonen van de informatie over de installatie Waterdrukweergave Bedieningselementen , 8 Draaiknop Exit-toets Regelknop Bedienorganen Bedrijfsmodi Automatisch Automatisch Koelen Paraatheid (Standby) Verlagen Verwarmen Zomer Bivalente functie C CAN-busleiding Circulatiepomp , 27 Conciërgefunctie , 31, 42 D Dagbedrijf Databusadres , 33, 39, 45, 49 Datum instellen Documenten die eveneens van toepassing zijn Doelmatig gebruik Draaischakelaarpositie Drukwachterfunctie E Elektriciteitsaansluiting tegen dalurentarief Energiebesparingsmodus Estrikprogramma Functioneel verwarmen Legklaar voorverwarmen Externe bedrijfsmodusomschakeling....8, 12 Extra warmtegenerator EXT-signaal , 9 F Fabrieksinstelling Fluistermodus , 34 Fouten en storingen Foutcodes Foutmeldingen H Handmatige modus HT/NT-functie I Indicatie Informatiemeldingen , 45 Installatietemperaturen Instellen van de tijd Instelw. keteltemp , 13, 17 K Kamerstation Kamerthermostaat Koelmodus , 19 L Legionellabescherming , 47 M Meldingen Mengermodule , 28 N Nagestreefde kamertemperatuur.. 12 Noodbedrijf O Ontdooifunctie Ontluchtingsfunctie Opwarming warm water P Parameter Protocol R Reiniging Relais-test RESET S SMART GRID , 32, 47 Software-informatie , 46 Speciale niveaus Storingen T Taal instellen Temperatuurinstelling Dagbedrijf Verlaagd bedrijf Warmwaterbedrijf Terminaladres , 20, 28, 30 Terminalfunctie Terminalmodus Tijdschakelprogramma's Persoonlijke instellingen Tijdschakelprogramma s Instelling Permanente programma s Tijdelijke programma s Tijdsprogramma s (tijdelijk) Afwezig Feestdag Party Vakantie Toetsenblokkering Trefwoordenlijst x Trefwoordenlijst V Vakmancode , 31 Veiligheidsuitschakeling Verklaring van de pictogrammen. 3, 6 Verlaagd bedrijf , 12 Verwarmingscurve Verwarmingscyclus Verwarmingsondersteunings- functie , 32 Vorstbeschermende functie.... 6, 20 W Warmwaterbereiding Waterdruk Z Zoneregeling

52 Copyright Daikin _08 05/2014

Handleiding. Daikin Regeling RoCon HP, EHS157034, EHS Daikin RoCon HP EHS EHS157068

Handleiding. Daikin Regeling RoCon HP, EHS157034, EHS Daikin RoCon HP EHS EHS157068 RoCon HP, EHS157034, EHS157068 RoCon HP, EHS157034, EHS157068 Nederlands Daikin RoCon HP EHS157034 EHS157068 Inhoudsopgave 1 Veiligheid........................... 4 1.1 Houdt u aan de installatie- en gebruiksaanwijzing.......................

Nadere informatie

Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding Binnentoestel voor lucht-water-warmtepompen Nederlands Daikin Altherma EHS(X/H)04P30A EHS(X/H)B04P30A EHS(X/H)08P30A EHS(X/H)B08P30A EHS(X/H)08P50A EHS(X/H)B08P50A EHS(X/H)16P50A EHS(X/H)B16P50A Inhoudsopgave

Nadere informatie

Controlelijst voor ingebruikname

Controlelijst voor ingebruikname Controlelijst voor ingebruikname Aankruisen uitgevoerde actie! Daikin Altherma EHSX Altherma EHSXB Altherma EHSH Altherma EHSHB -08P50AA -16P50AA Daikin Altherma EHSX Altherma EHSXB Altherma EHSH Altherma

Nadere informatie

Controlelijst voor ingebruikname

Controlelijst voor ingebruikname Controlelijst voor ingebruikname Aankruisen uitgevoerde actie! Daikin Altherma EHSX Altherma EHSXB Altherma EHSH Altherma EHSHB -08P50B -16P50B Daikin Altherma EHSX Altherma EHSXB Altherma EHSH Altherma

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. Daikin RoCon+ HP EHSX(B)04P30D EHSX(B)04P50D EHSH(B)04P30D EHSX(B)08P30D EHSX(B)08P50D EHSH(B)08P30D EHSH(B)08P50D 09/2018

Gebruiksaanwijzing. Daikin RoCon+ HP EHSX(B)04P30D EHSX(B)04P50D EHSH(B)04P30D EHSX(B)08P30D EHSX(B)08P50D EHSH(B)08P30D EHSH(B)08P50D 09/2018 EHSX(B)04P30D EHSX(B)04P50D EHSH(B)04P30D EHSX(B)08P30D EHSX(B)08P50D EHSH(B)08P30D EHSH(B)08P50D 09/2018 Nederlands Inhoud Inhoud 1 Algemene veiligheidsmaatregel 4 1.1 Bijzondere veiligheidsinstructies...

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. RoCon+ HP EHSX08P30D EHSX08P50D EHSXB08P30D EHSXB08P50D EHSH08P30D EHSH08P50D EHSHB08P30D EHSHB08P50D

Gebruiksaanwijzing. RoCon+ HP EHSX08P30D EHSX08P50D EHSXB08P30D EHSXB08P50D EHSH08P30D EHSH08P50D EHSHB08P30D EHSHB08P50D EHSX04P30D EHSX04P50D EHSXB04P30D EHSXB04P50D EHSH04P30D EHSHB04P30D EHSX08P30D EHSX08P50D EHSXB08P30D EHSXB08P50D EHSH08P30D EHSH08P50D EHSHB08P30D EHSHB08P50D 07/2018 Nederlands 1 Algemene veiligheidsmaatregel

Nadere informatie

Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat

Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat Techneco Energiesystemen BV Kleveringweg 9 2616 LZ Delft T. 015 21 91 000 Symbolen Beschrijving Menu selecteren, wisselen bedrijfsmodus Verstellen waarde

Nadere informatie

Bedieningshandleiding Digitale afstandbediening DFW

Bedieningshandleiding Digitale afstandbediening DFW Bedieningshandleiding Digitale afstandbediening DFW 09/2000 Art.DE. Nr. 12 003 494 1 Inhoud Inhoud...2 Overzicht...3 Bedrijfsregime instellen...4 Bediening...5 Instelling schakeltijden...5 Bijzondere functies...6

Nadere informatie

Service Manual. Comfort System

Service Manual. Comfort System Service Manual Comfort System Elektronische Regeling Het IRC comfortsysteem is voorzien van een elektronische regeling ten behoeve van besturing en bewaking van het toestel. Het toestel is tevens voorzien

Nadere informatie

Bedieningshandleiding VAG5000-Basic

Bedieningshandleiding VAG5000-Basic Bedieningshandleiding VAG5000-Basic Weersafhankelijke ketelregelaar Gebruiker Inhoudsopgave VAG5000: comfortabel geregeld 4 Uitlezing display bij gesloten venster 4 3 Uitleg bediening bij gesloten venster

Nadere informatie

nl Hulp bij opstarten

nl Hulp bij opstarten nl Hulp bij opstarten Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Hulp bij opstarten bedieningspaneel 1.................................................................. 3 1.1 Opstartcyclus.................................................................................

Nadere informatie

Temperatuurafhankelijk geschakelde plugin thermostaat

Temperatuurafhankelijk geschakelde plugin thermostaat Temperatuurregeling van aangesloten toestellen BESCHRIJVING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN ingebouwde temperatuurvoeler Temperatuurafhankelijk geschakelde plugin thermostaat Toepassingsvoorbeelden: Elektrische

Nadere informatie

EMS 2.0. ModuLine 1010H (2017/05) NL

EMS 2.0. ModuLine 1010H (2017/05) NL EMS 2.0 0010014043-001 ModuLine 1010H 6720869141 (2017/05) NL 1 Gegevens betreffende het product 1 Gegevens betreffende het product Toepassingsmogelijkheden De bedieningseenheid ModuLine 1010H kan alleen

Nadere informatie

HANDLEIDING VASCO TIMER MODULE TIMER MODULE

HANDLEIDING VASCO TIMER MODULE TIMER MODULE HANDLEIDING VASCO TIMER MODULE TIMER MODULE INHOUDSTABEL 1. INLEIDING 01 2. VEILIGHEID 01 3. WERKING 01 4. OBOUW 02 ALGEMEEN 02 MAATTEKENING 02 MONTAGE 02 ELEKTRISCH SCHEMA 04 4.1 AANSLUITING D300E II

Nadere informatie

Bedieningsvoorschrift Functiemodule

Bedieningsvoorschrift Functiemodule Bedieningsvoorschrift Functiemodule FM443 zonnemodule Voor de gebruiker Zorgvuldig lezen voor de bediening 6 720 615 859-03/2008 BE Inhoudsopgave 1 Veiligheid..................................... 3 1.1

Nadere informatie

Bedieningshandleiding VAG5000-Basic. Gebruiker. Weersafhankelijke ketelregelaar

Bedieningshandleiding VAG5000-Basic. Gebruiker. Weersafhankelijke ketelregelaar Bedieningshandleiding VAG5000-Basic Weersafhankelijke ketelregelaar Gebruiker Itho bv Business Unit van der Beyl Adm. de Ruyterstraat 5 HB Schiedam Postbus 00 AA Schiedam T (00) 7 85 00 F (00) 7 89 99

Nadere informatie

1 Inleiding. 1.1 Theta-regelaar. 1.2 Ruimtethermostaat

1 Inleiding. 1.1 Theta-regelaar. 1.2 Ruimtethermostaat Inhoudsopgave 1 Inleiding...2 1.1 Theta-regelaar... 2 1.2 Ruimtethermostaat...2 1.3 Draai-drukknop-Algemeen... 3 1.4 Basisweergave... 3 1.5 Uitzonderlijke weergaven...3 1.6 Instellen van de gewenste dag-ruimtetemperatuur...

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Roth EnergyLogic Touchline

Gebruikershandleiding Roth EnergyLogic Touchline Gebruikershandleiding Roth EnergyLogic Touchline P100011293 C Roth Werke GmbH Roth Belgium Rijmenamseweg 211 te 2820 Bonheiden Telefoon: +32 (0) 15.50.92.91 Fax: +32 (0) 15.50.92.98 E-Mail: [email protected]

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART TIMER

GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART TIMER Voertuigverwarmingen Technische documentatie GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART TIMER NL Bedieningselement voor de Eberspächer-standverwarmingen Hoofdstuk Naam hoofdstuk Inhoud hoofdstuk Pagina 1 Inleiding 1.1

Nadere informatie

Bedieningshandleiding. ExaControl E7R S

Bedieningshandleiding. ExaControl E7R S Bedieningshandleiding ExaControl E7R S UW APPARAAT GEBRUIKEN UW APPARAAT GEBRUIKEN 1 Het apparaat wordt geleverd met: Snelstartgids voor de gebruiker, Snelstartgids voor de installateur, Garantieverklaring

Nadere informatie

TNG-serie warmtepomp Gebruikershandleiding

TNG-serie warmtepomp Gebruikershandleiding TNG-serie warmtepomp Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding TNG-serie warmtepompen Inhoud Inleiding... 3 Veiligheid... 4 Algemeen... 4 Koudemiddel... 5 Bediening... 6 Overzicht van de Siemens thermostaat...

Nadere informatie

PRF-79 thermostaat voorzien van;

PRF-79 thermostaat voorzien van; Let op: de PRF-79 thermostaat kan gebruikt worden voor elektrische vloerverwarming systemen en voor infrarood panelen. Standaard staat de thermostaat ingesteld op vloertemperatuur en ruimte temperatuur.

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. Gebruiksaanwijzing. Voor de gebruiker VRT 35. BEnl. Uitgever/fabrikant Vaillant GmbH

Gebruiksaanwijzing. Gebruiksaanwijzing. Voor de gebruiker VRT 35. BEnl. Uitgever/fabrikant Vaillant GmbH Gebruiksaanwijzing Voor de gebruiker Gebruiksaanwijzing VRT 35 BEnl Uitgever/fabrikant Vaillant GmbH Berghauser Str. 40 D-42859 Remscheid Telefon 021 91 18 0 Telefax 021 91 18 28 10 [email protected] www.vaillant.de

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART REMOTE

GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART REMOTE Voertuigverwarmingen Technische documentatie NL GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART REMOTE Bedieningselement voor de Eberspächer-standverwarmingen EasyStart Select Bedienungsanleitung EasyStart Remote Gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

7 INSTELLING EN AFREGELING

7 INSTELLING EN AFREGELING 7 INSTELLING EN AFREGELING Het functioneren van het toestel is te beïnvloeden door de (parameter)instellingen in de branderautomaat. Een deel hiervan is direct via het bedieningspaneel in te stellen, een

Nadere informatie

Regeling Korte beschrijving

Regeling Korte beschrijving Regeling Korte beschrijving Comfortventilatie voor grote ruimtes CGL Wolf GmbH Postfach 1380 84048 Mainburg Tel. 08751/74-0 Fax 08751/741600 Internet: www.wolf-heiztechnik.de Art.-nr.: 3063417_201307 Wijzigingen

Nadere informatie

Gebruikers Handleiding 24V Thermostaat Verwarmen, artnr 70015

Gebruikers Handleiding 24V Thermostaat Verwarmen, artnr 70015 www.provarmo.nl Gebruikers Handleiding 24V Thermostaat Verwarmen, artnr 70015 Inhoudsopgave 1. Algemeen Pag. 2 1.1 Geldigheid, bewaring en verder geven van de handleiding 1.2 Symbolen 2. Veiligheid 3 2.1

Nadere informatie

Bestnr. 198322 Micro + 198335 Micro 2+ suevia Digitale schakelklok Data Micro +/2+

Bestnr. 198322 Micro + 198335 Micro 2+ suevia Digitale schakelklok Data Micro +/2+ Bestnr. 198322 Micro + 198335 Micro 2+ suevia Digitale schakelklok Data Micro +/2+ Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART SELECT

GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART SELECT Voertuigverwarmingen Technische documentatie NL GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART SELECT Bedieningselement voor de Eberspächer-standverwarmingen EasyStart Select BedienungsanleitungEasyStart Select Gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

Itho Daalderop VAG5000-Basic en -Floor

Itho Daalderop VAG5000-Basic en -Floor Itho Daalderop VAG5000-Basic en -Floor Oorspronkelijk document. Inhoud 1. VAG5000: comfortabel geregeld 4 2. Uitlezing display bij gesloten venster 5 3. Uitleg bediening bij gesloten venster 6 3.1. Programmakeuze

Nadere informatie

Bedieningselement voor de Eeberspächer-standverwarmingen A WORLD OF COMFORT

Bedieningselement voor de Eeberspächer-standverwarmingen A WORLD OF COMFORT Voertuigverwarmingen Technische documentatie Gebruiksaanwijzing EasyStart Timer NL Gebruiksaanwijzing Beknopte handleiding Inbouwhandleiding Bedieningselement voor de Eeberspächer-standverwarmingen A WORLD

Nadere informatie

Bedieningsinstructie

Bedieningsinstructie Bedieningsinstructie Kamerthermostaat ModuLine 00 763 7600 (203/08) NL 763 7600-000.TD Inhoudsopgave Inhoudsopgave Uitleg van de symbolen................. 2 2 Inleiding.............................. 2

Nadere informatie

In werking stellen Hoofdstuk 6

In werking stellen Hoofdstuk 6 In werking stellen Hoofdstuk 6 6.1 In- en uitschakelen toestel Het toestel kan op twee manieren worden in- of uitgeschakeld: 1. Softwarematig; er blijft spanning op het toestel staan, bijsoftwarematig

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7

GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7 GEBRUIKSAANWIJZING 1 3 2 1 4 11 NOT AVAILABLE 12 6 5 5 7 8 14 9 10 19 17 18 21 13 20 15 16 1 ONZE WELGEMEENDE DANK VOOR UW AANKOOP VAN DEZE AFSTANDS- BEDIENING. LEES DE HANDLEIDING AANDACHTIG ALVORENS

Nadere informatie

RUIMTEREGELAAR MET STOOKLIJN- VERSTELLING

RUIMTEREGELAAR MET STOOKLIJN- VERSTELLING Installatie- en gebruikershandleiding NL RUIMTEREGELAAR MET STOOKLIJN- VERSTELLING Afstandsbediening voor warmtepompen met koeling RFV-DK Vertaling van de originele handleiding Alpha-InnoTec GmbH A.u.b.

Nadere informatie

Afstandsbediening REC08. voor RESIDENCE CONDENS. gebruiksaanwijzing

Afstandsbediening REC08. voor RESIDENCE CONDENS. gebruiksaanwijzing Afstandsbediening REC08 voor RESIDENCE CONDENS gebruiksaanwijzing ALGEMENE INFORMATIE LEES DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG OM EEN CORRECT GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIENING TE GARANDEREN. WAARSCHUWINGEN 1) De

Nadere informatie

Bedieningsrichtlijnen Weishaupt Thermo Condens WTC 15-A WTC 25-A WTC 32-A

Bedieningsrichtlijnen Weishaupt Thermo Condens WTC 15-A WTC 25-A WTC 32-A Weishaupt n.v. Paepsemlaan 7 1070 Brussel Tel. (02) 343.09.00 Fax (02) 343.95.14 Druknr. 83053107, december 2006 Printed in Germany. Alle wijzigingen voorbehouden. Nadruk verboden. Bedieningsrichtlijnen

Nadere informatie

HANDLEIDING EASY FLEX HC THERMOSTAAT REGISTRATIE MASTER

HANDLEIDING EASY FLEX HC THERMOSTAAT REGISTRATIE MASTER HANDLEIDING EASY FLEX HC THERMOSTAAT REGISTRATIE MASTER Snelle handleiding voor het registeren van thermostaten voor zone bedieningen ten behoeve van de Robot Easy Flex HC master. In verband met de veiligheid

Nadere informatie

Dohse Aquaristik GmbH & Co. KG

Dohse Aquaristik GmbH & Co. KG Een merk van Dohse Aquaristik Gebruikshandleiding HumidityControl eco Art. nr. 10896 Dohse Aquaristik GmbH & Co. KG www.dohse-terraristik.com Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1 Display 1.2 Veiligheidsinstructies

Nadere informatie

geotherm hybride systeem Beknopte bedieningshandleiding

geotherm hybride systeem Beknopte bedieningshandleiding geotherm hybride systeem Beknopte bedieningshandleiding Overzicht Het Vaillant geotherm hybride systeem is met een Digitaal Informatie- en Analysesysteem (DIA) uitgerust. Door de intuïtieve bediening kunt

Nadere informatie

Gebruikers- en service-instructie

Gebruikers- en service-instructie 7163 7800 05/2004 NL(NL) Gebruikers- en service-instructie Kamerthermostaat ModuLine 200 Zorgvuldig lezen vóór u de thermostaat gebruikt Beknopt overzicht Beknopt overzicht weergave- en bedieningsmogelijkheden

Nadere informatie

Techneco ELGA warmtepomp Gebruikershandleiding. Type 3.0

Techneco ELGA warmtepomp Gebruikershandleiding. Type 3.0 Techneco ELGA warmtepomp Gebruikershandleiding Type 3.0 April 2015 INHOUDSOPGAVE 1 Introductie 1 2 Bediening binnenunit 2 3 Thermostaat instellen 3 3.1 Instelling controleren 3 3.2 Koelen of verwarmen

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. Siemens Building Technologies AG c 1/24

Gebruiksaanwijzing. Siemens Building Technologies AG c 1/24 Gebruiksaanwijzing Weersafhankelijke regelaar Landis & Staefa RVL470 Frontaanzicht... 2, 3 Betekenis van de symbolen op de display... 4 Gebruik van de INFO-toets... 5 Bedrijfssoorten... 6 Inbedrijfstelling

Nadere informatie

VIESMANN. Bedieningsaanwijzing VITOTROL 200. voor de gebruiker van de installatie. Afstandsbediening voor één verwarmingscircuit

VIESMANN. Bedieningsaanwijzing VITOTROL 200. voor de gebruiker van de installatie. Afstandsbediening voor één verwarmingscircuit Bedieningsaanwijzing voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Afstandsbediening voor één verwarmingscircuit VITOTROL 200 3/2006 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsaanwijzingen Voor uw veiligheid Volg deze

Nadere informatie

Altijd aan uw zijde. Gebruiksaanwijzing. BEnl

Altijd aan uw zijde. Gebruiksaanwijzing. BEnl Altijd aan uw zijde Gebruiksaanwijzing BEnl 1 Veiligheid 1 Veiligheid 1.1 Algemene veiligheidsinstructies 1.1.1 Installatie alleen door installateur Installatie, inspectie, onderhoud en reparatie van het

Nadere informatie

Handleiding Digitale Thermostaat elektrische Handdoekradiatoren

Handleiding Digitale Thermostaat elektrische Handdoekradiatoren Handleiding Digitale Thermostaat elektrische Handdoekradiatoren De BeauHeat digitale thermostaat is een digitale klokthermostaat voor automatische bediening van elektrische handdoekradiatoren. Een externe

Nadere informatie

VIESMANN. Gebruikshandleiding VITOSOLIC 100. voor de gebruiker van de installatie. Regeling voor zonnesystemen NL 7/2006 Bewaren a.u.b.!

VIESMANN. Gebruikshandleiding VITOSOLIC 100. voor de gebruiker van de installatie. Regeling voor zonnesystemen NL 7/2006 Bewaren a.u.b.! Gebruikshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Regeling voor zonnesystemen VITOSOLIC 100 7/2006 Bewaren a.u.b.! Veiligheidshandleiding Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidadvies nauwkeurig

Nadere informatie

Uitsluitend aansluiten op de spanning en frequentie zoals aangegeven op het typeplaatje.

Uitsluitend aansluiten op de spanning en frequentie zoals aangegeven op het typeplaatje. MODELLEN 1221 AANSLUITINGEN 1 kanaal 2 kanalen VEILIGHEIDSINSTRUCTIES In verband met brandgevaar of het risico op een elektrische schok dient inbouw en montage uitsluitend door een elektro vakman te geschieden.

Nadere informatie

HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT

HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT Technische gegevens: Spanning: 230-240VAC + aarde Frequentie: 50-60Hz Weerstandsbelasting: 16A (3600W-230VAC) Inductieve belasting: 1A IP Waarde: IP21 Aanpassing:

Nadere informatie

Weersafhankelijke regelaar SAM 2200

Weersafhankelijke regelaar SAM 2200 VERWARIGSREGEIG Weersafhankelijke regelaar SA 00 De SA 00 vervangt de SA 003 en de oude modellen SA 83 en SA 83.1 die gebruikt werden voor sturing van mengkranen. O DIP 1 34 Éen enkele regelaar, 6 hydraulische

Nadere informatie

BE 1000 Brand BEDIENINGS INSTRUCTIE INHOUDSOPGAVE 30.0221.9535 A3

BE 1000 Brand BEDIENINGS INSTRUCTIE INHOUDSOPGAVE 30.0221.9535 A3 BEDIENINGS INSTRUCTIE BE 1000 Brand 30.0221.9535 A3 INHOUDSOPGAVE Inleiding en aanwijzingen voor de veiligheid............. 2 Toelichting weergave en bedieningselementen Display en toetsen.....................................

Nadere informatie

All-in-one warmtepomp water verwarming BOI-200/260

All-in-one warmtepomp water verwarming BOI-200/260 All-in-one warmtepomp water verwarming BOI-200/260 Installatie & Instructie Handleiding Editie 2008 15.07.2008 Rev. 1.0 Inhoudstafel 1. Handleiding voor de installatie...3 1.1 Aansluiting...3 1.2 Installatie

Nadere informatie

korte handleiding Ruimtebedieningseenheid RBE

korte handleiding Ruimtebedieningseenheid RBE korte handleiding Ruimtebedieningseenheid RBE Symbolen functie De symbolen van uw ruimtebedieningseenheid hangen van de uitvoering van uw warmtepomp af. Symbool functie Definitie Symbolen functie Definitie

Nadere informatie

MD-200, TA-200, RA-200 & MR- 200

MD-200, TA-200, RA-200 & MR- 200 MD-200, TA-200, RA-200 & MR- 200 NL Afstandsbediening, kamerthermostaat en versterkingsmodule voor CCE Electronische schakelpanelen voor Confort verwarmingstoestellen Functionele beschrijving, Reiniging

Nadere informatie

1 BESTURING EN INSTELLING 2 DISPLAY STRUCTUUR 2 DAG EN TIJD INSTELLING 3 TIJDSINSTELLING PROGRAMMEREN 4 TEMPERATUUR PROGRAMMEREN

1 BESTURING EN INSTELLING 2 DISPLAY STRUCTUUR 2 DAG EN TIJD INSTELLING 3 TIJDSINSTELLING PROGRAMMEREN 4 TEMPERATUUR PROGRAMMEREN THERSTAAT A50 INHOUD BELANGRIJKE INFORMATIE VEILIG GEBRUIK BESTURING EN INSTELLING DISPLAY STRUCTUUR DAG EN TIJD INSTELLING TIJDSINSTELLING PROGRAMMEREN ERATUUR PROGRAMMEREN SCREENSAVER SELECTEER GEBRUIKSDULES

Nadere informatie

Bedienings- en servicehandleiding

Bedienings- en servicehandleiding Voor de gebruiker en de installateur Bedienings- en servicehandleiding Kamerthermostaat ModuLine 200 Zorgvuldig lezen vóór bediening en servicewerkzaamheden Beknopt overzicht Beknopt overzicht weergave-

Nadere informatie

VH CONTROL THERMOSTAAT METIS

VH CONTROL THERMOSTAAT METIS VH CONTROL THERMOSTAAT METIS HANDLEIDING & INSTRUCTIES 1 INHOUD Algemeen... 3 Belangrijkste functionaliteiten... 3 Belangrijke veiligheidsinformatie... 3 Technische gegevens... 3 Afmetingen... 4 Installatie

Nadere informatie

Dagoverzicht van de geprogrammeerde schakeltijden 5 = vrijdag

Dagoverzicht van de geprogrammeerde schakeltijden 5 = vrijdag 310 791 01 TR 612 top TERMINA 2-kanaals weekklok Afhankelijk van type Voorgeprogrammeerd met de actuele kloktijd en de zomer-/wintertijdomschakeling Veiligheidsaanwijzing De aansluiting en de montage van

Nadere informatie

GEBRUIKSHANDLEIDING. 8A.52.25.08/11.03 Wijzigingen voorbehouden.

GEBRUIKSHANDLEIDING. 8A.52.25.08/11.03 Wijzigingen voorbehouden. GEBRUIKSHANDLEIDING Betrouwbaarheid Innovatie 8A.52.25.08/11.03 Wijzigingen voorbehouden. bedrijfsaanduidingen: + niet zichtbaar bij overschrijden van de "eco-temperatuur"* zichtbaar in "dagprogramma"

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding EXCLUSIV COMPACT THERMOSTAAT Dit product heeft de volgende eigenschappen: 1) Regeling van de verwarming 2) Eenvoudig te programmeren 3) Twee programma's: programma ingesteld af fabriek

Nadere informatie

VIESMANN. Bedieningshandleiding. Calorimeter. voor de gebruiker van de installatie. Calorimeter voor zonne-installaties met warmteoverdrachtsmedium

VIESMANN. Bedieningshandleiding. Calorimeter. voor de gebruiker van de installatie. Calorimeter voor zonne-installaties met warmteoverdrachtsmedium Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Calorimeter voor zonne-installaties met warmteoverdrachtsmedium Calorimeter 2/2015 Bewaren aub! Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid

Nadere informatie

Programmeerbare plug-in thermostaat HT-600

Programmeerbare plug-in thermostaat HT-600 Deze plug-in thermostaat is bestemd voor gebruik in elektrische verwarmingselementen en soortgelijke apparatuur. Knop Functie Stroom aan/uit Temp. omhoog of temp. instellen Temp. omlaag of temp. instellen

Nadere informatie

DomoCommand DC 70 Regeling aangestuurd in functie van de buitentemperatuur

DomoCommand DC 70 Regeling aangestuurd in functie van de buitentemperatuur DomoCommand DC 70 Regeling aangestuurd in functie van de buitentemperatuur SET Normale temperatuur C Nachttemperatuur C SWW-temperatuur C PROG Weekprogramma 1-7 Dagprogramma 1...7 Begin Periode 1 Einde

Nadere informatie

Albatros2 Ruimte-bedienunit UI400 Verkorte handleiding

Albatros2 Ruimte-bedienunit UI400 Verkorte handleiding Albatros2 Ruimte-bedienunit UI400 Verkorte handleiding CE1C2348nl 2014-04-23 Building Technologies Welkom! Welkom! Gebruik de draaiknop (push and roll) om beide ruimte units QAA74 en AVS74 te bedienen.

Nadere informatie

VIESMANN. Bedieningsaanwijzing VITODENS 100-W. voor de gebruiker van de installatie

VIESMANN. Bedieningsaanwijzing VITODENS 100-W. voor de gebruiker van de installatie Bedieningsaanwijzing voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Verwarmingsinstallatie met regeling voor verhoogde of weersafhankelijke werking VITODENS 100-W 3/2008 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsaanwijzingen

Nadere informatie

Bedieningsvoorschrift

Bedieningsvoorschrift 6301 0018 03/2001 NL Voor de gebruiker Bedieningsvoorschrift Functiemodule FM 448 Module voor storingsmeldingen Zorgvuldig lezen vóór de bediening Impressum Het toestel voldoet aan de basiseisen en de

Nadere informatie

INSTAT + 3F Thermostaat voor elektrische vloerverwarming

INSTAT + 3F Thermostaat voor elektrische vloerverwarming Bestnr. 61 12 78 INSTAT + 3F Thermostaat voor elektrische vloerverwarming Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische gegevensbestand,

Nadere informatie

VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOSOLIC 100. voor de gebruiker van de installatie. Regeling voor zonne-installaties

VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOSOLIC 100. voor de gebruiker van de installatie. Regeling voor zonne-installaties Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Regeling voor zonne-installaties VITOSOLIC 100 4/2014 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidsvoorschriften

Nadere informatie

CDI4 - Colis AD258. isense PRO. Installatiegebruikersen. service handleiding. Interactieve kamerthermostaat (met draad) B-REMBENL

CDI4 - Colis AD258. isense PRO. Installatiegebruikersen. service handleiding. Interactieve kamerthermostaat (met draad) B-REMBENL isense PRO NL Interactieve kamerthermostaat (met draad) CDI4 - Colis AD258 C002331-A Installatiegebruikersen service handleiding 300020550-001-B-REMBENL Inhoud 1 Beschrijving...2 1.1 Beschrijving van de

Nadere informatie

Draadloos Clickkit Snelgids

Draadloos Clickkit Snelgids NL Draadloos Clickkit Snelgids Knoppen & display...1 Aan/uit...2 Klok instellen...2 Vloertemperatuur instellen...3 Huidige temperatuur aflezen...3 Vorstbescherming...4 Timercontrole activeren en instellen...5-6

Nadere informatie

Configuratie van LUNA PLATINUM

Configuratie van LUNA PLATINUM Basis aansluitprincipe van de nieuwe LUNA PLATINUM Schema 1 ) Aansluiting van een buitenvoeler 2 ) Aansluiting van de afstanbediening aan de muur 3 ) Aansluiting van de ruimtevoeler 4 ) Aansluiting van

Nadere informatie

Gebruikers- en service-instructie

Gebruikers- en service-instructie 7163 7600 05/2004 NL(NL) Gebruikers- en service-instructie Kamerthermostaat ModuLine 100 Zorgvuldig lezen voor u de thermostaat gebruikt Beknopt overzicht Beknopt overzicht bedieningsmogelijkheden Pos.

Nadere informatie

HANDLEIDING AFSTANDSBEDIENING R51M/E. Inhoudstafel

HANDLEIDING AFSTANDSBEDIENING R51M/E. Inhoudstafel HANDLEIDING AFSTANDSBEDIENING R51M/E Inhoudstafel 1. AFSTANDSBEDIENING EN ZIJN FUNCTIES 2 2. NAMEN EN FUNCTIES VAN DE INDICATOR OP DE AFSTANDSBEDIENING 3 3. BESTURING VAN DE AFSTANDSBEDIENING 3 3.1. INBRENGEN

Nadere informatie

Servicetool. Gebruikershandleiding

Servicetool. Gebruikershandleiding NL Servicetool Gebruikershandleiding 7601002-01 Inhoud 1 Bedieningspaneel...2 1.1 Bediening en Symbolen...2 2 Instellingen...3 2.1 Menustructuur Algemeen...3 2.2 Informatiemenu Q...3 2.3 Gebruikersmenu

Nadere informatie

HANDLEIDING BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR TOEKOMSTIG GEBRUIK ONDERDEELNR

HANDLEIDING BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR TOEKOMSTIG GEBRUIK ONDERDEELNR HANDLEIDING BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR TOEKOMSTIG GEBRUIK ONDERDEELNR. 9374142170-03 GEBRUIKERSHANDLEIDING 9374142170-03 INHOUDSOPGAVE VEILIGHEIDSMAATREGELEN... Nl-1 NAMEN VAN DE ONDERDELEN... Nl-2 WERKING...

Nadere informatie

VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOSOLIC 200. voor de gebruiker van de installatie. Regeling voor solarinstallaties

VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOSOLIC 200. voor de gebruiker van de installatie. Regeling voor solarinstallaties Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Regeling voor solarinstallaties VITOSOLIC 200 1/2012 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidsvoorschriften

Nadere informatie

InteGra Gebruikershandleiding 1

InteGra Gebruikershandleiding 1 InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.

Nadere informatie

VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOTROL 100. voor de gebruiker van de installatie. Kamerthermostaat Type UTA-RF NL 2/2008 Bewaren a.u.b.!

VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOTROL 100. voor de gebruiker van de installatie. Kamerthermostaat Type UTA-RF NL 2/2008 Bewaren a.u.b.! Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Kamerthermostaat Type UTA-RF VITOTROL 100 2/2008 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidsvoorschriften

Nadere informatie

Bedieningsinstructie

Bedieningsinstructie Bedieningsinstructie Kamerthermostaat ModuLine 200 763 7800 (203/08) NL 763 7800-000.TD Inhoudsopgave Inhoudsopgave Uitleg van de symbolen en veiligheidsinstructies.................. 2. Uitleg van de symbolen...........

Nadere informatie

LightBoy DIGI 12V. Bestnr.: Omwille van het milieu 100% recyclingpapier

LightBoy DIGI 12V. Bestnr.: Omwille van het milieu 100% recyclingpapier G E B R U I K S A A N W I J Z I N G Bestnr.: 84 46 08 LightBoy DIGI 12V Omwille van het milieu 100% recyclingpapier Impressum Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden

Nadere informatie

RUIMTEBEDIENINGSEENHEID. RBE handleiding. De beste oplossing, voor een eenvoudige temperatuurregeling! www.alpha-innotec.com

RUIMTEBEDIENINGSEENHEID. RBE handleiding. De beste oplossing, voor een eenvoudige temperatuurregeling! www.alpha-innotec.com RUIMTEBEDIENINGSEENHEID RBE handleiding www.alpha-innotec.com De beste oplossing, voor een eenvoudige temperatuurregeling! -7,3 C 22,1 C 22,0 C 09:51 ON OFF + - Huidige buitentemperatuur Tijd Koeling vrijgeven

Nadere informatie

CCE-200, 201, 202, 203, 204 & 206 NL Elektronisch bedieningspaneel Installatie-, Montage- en Gebruikshandleiding Voor de Installateur

CCE-200, 201, 202, 203, 204 & 206 NL Elektronisch bedieningspaneel Installatie-, Montage- en Gebruikshandleiding Voor de Installateur CCE-200, 201, 202, 203, 204 & 206 NL Elektronisch bedieningspaneel Installatie-, Montage- en Gebruikshandleiding Voor de Installateur Inhoudsopgave Overzicht van elektronische ketelpanelen en bedieningen...

Nadere informatie

Stappenplan installeren UMR Vario

Stappenplan installeren UMR Vario Stappenplan installeren UMR Vario stap invullen sl tabbel op blz... 1 begin met het invullen van de tabel in de handleiding. dit geeft een duidelijk overzicht voor de volgende stappen. alle bekabeling

Nadere informatie

verdeeld door Orcon bv www.general-airco.nl BEDIENINGSHANDLEIDING AIRCONDITIONER verdeeld door Orcon nv www.general-airco.be

verdeeld door Orcon bv www.general-airco.nl BEDIENINGSHANDLEIDING AIRCONDITIONER verdeeld door Orcon nv www.general-airco.be BEDIENINGSHANDLEIDING AIRCONDITIONER ABF09RIY ABF12RIY ABF14RIY AB18RIYa AB24RIYa AB36RIYa AB45RIYa AU12RIYa AU14RIYa AU18RIYa AU24RIYa AU36RIYa AU45RIYa AR12RIYa AR14RIYa AR18RIYa AR24RIYa AR36RIYa AR45RIYa

Nadere informatie

Bedienings- en servicehandleiding

Bedienings- en servicehandleiding Voor de gebruiker Bedienings- en servicehandleiding Kamerthermostaat ModuLine 100 Zorgvuldig lezen vóór bediening en servicewerkzaamheden Beknopt overzicht Beknopt overzicht bedieningsmogelijkheden Legenda

Nadere informatie

Montage- en gebruikshandleiding

Montage- en gebruikshandleiding Montage- en gebruikshandleiding Filterbesturing 230V met zonneregelaar Art. nr.: 310.000.0530 Functie De filterbesturing PC-30 maakt een tijdgestuurd in- en uitschakelen van een 230V wisselstroom-filterpomp

Nadere informatie

Voor de gebruiker. Gebruiksaanwijzing. allstor. Bufferboiler

Voor de gebruiker. Gebruiksaanwijzing. allstor. Bufferboiler Voor de gebruiker Gebruiksaanwijzing allstor Bufferboiler NL Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Aanwijzingen bij de documentatie... 3 1.1 Aanvullend geldende documenten... 3 1.2 Documenten bewaren... 3 1.3

Nadere informatie

Bedieningseenheid. EMS plus 6 720 807 316-00.1O. Bedieningshandleiding Logamatic RC300 6 720 807 326(2013/06) Zorgvuldig lezen voor de bediening.

Bedieningseenheid. EMS plus 6 720 807 316-00.1O. Bedieningshandleiding Logamatic RC300 6 720 807 326(2013/06) Zorgvuldig lezen voor de bediening. Bedieningseenheid EMS plus 6 720 807 316-00.1O Bedieningshandleiding Logamatic RC300 6 720 807 326(2013/06) Zorgvuldig lezen voor de bediening. Voorwoord Voorwoord Geachte klant, Warmte is ons element

Nadere informatie

RCW Afstandsbediening

RCW Afstandsbediening RCW Afstandsbediening Gebruikershandleiding - Nederlands MURCW 747 399569 Afstandsbediening. 1. Aan uit toets. 2. Selectie toets (koelen, verwarmen, automatisch koelen/verwarmen, ontvochtigen, ventileren).

Nadere informatie

h Aanwijzing! NL; BENL Bedienings- en installatiehandleiding VRT 50 Kamer(klok)thermostaat Bedieningshandleiding Aanwijzingen bij de documentatie

h Aanwijzing! NL; BENL Bedienings- en installatiehandleiding VRT 50 Kamer(klok)thermostaat Bedieningshandleiding Aanwijzingen bij de documentatie Voor de installateur 00200077_00 NL; BENL 0 2006 Bedienings- en installatiehandleiding VRT 50 Kamer(klok)thermostaat NL; BENL Aanwijzingen bij de documentatie Bedieningshandleiding De volgende aanwijzingen

Nadere informatie

HANDLEIDING. De SAS1000WHB-7DF klokthermostaat wordt in combinatie met de SCU209-DF ontvanger gebuikt om 1 of meerdere actuators aan te sturen.

HANDLEIDING. De SAS1000WHB-7DF klokthermostaat wordt in combinatie met de SCU209-DF ontvanger gebuikt om 1 of meerdere actuators aan te sturen. HANDLEIDING SAS1000WHB-7DF / (master) klokthermostaat Omschrijving; De SAS1000WHB-7DF klokthermostaat wordt in combinatie met de SCU209-DF ontvanger gebuikt om 1 of meerdere actuators aan te sturen. Technische

Nadere informatie

Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding Bedieningshandleiding Webasto BlueComfort Classic Compacte airconditioningsystemen Algemene informatie Geachte Webasto klant! Deze bedieningshandleiding geeft een overzicht over het gebruik van het compacte

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Bedrade afstandsbediening KJR-29B

Gebruiksaanwijzing Bedrade afstandsbediening KJR-29B Gebruiksaanwijzing Bedrade afstandsbediening KJR-29B Hartelijk dank voor de aankoop van onze airconditioner. Voordat u het apparaat gebruikt, moet deze handleiding zorgvuldig worden doorgelezen en bewaard

Nadere informatie

VALIO XP KLOKTHERMOSTAAT

VALIO XP KLOKTHERMOSTAAT De VALIO XP opbouw klokthermostaat is ontwikkeld om elektrische- en conventionele verwarmingsinstallaties te kunnen schakelen aan de hand van de ingestelde temperatuur en tijd. Mogelijkheden en voordelen

Nadere informatie

Uw partner voor vloerverwarming oplossingen GEBRUIKERSHANDLEIDING. SST Smart2 ruimte-thermostaat 230 V Analoog D

Uw partner voor vloerverwarming oplossingen GEBRUIKERSHANDLEIDING. SST Smart2 ruimte-thermostaat 230 V Analoog D Uw partner voor vloerverwarming oplossingen GEBRUIKERSHANDLEIDING SST Smart2 ruimtethermostaat 230 V Analoog D201120 SST Benelux 2 [email protected] www.ssteurope.eu Inhoud 1 Kenmerken 1.1 Functies 1.2

Nadere informatie

REGELING ECOCONTROL 2 GEBRUIKSHANDLEIDING. - 1 verwarmingskring op een directe pomp - 1 brander met 1 vlamgang - bereiding van sanitair warm water

REGELING ECOCONTROL 2 GEBRUIKSHANDLEIDING. - 1 verwarmingskring op een directe pomp - 1 brander met 1 vlamgang - bereiding van sanitair warm water REGELING ECOCONTROL 2 GEBRUIKSHANDLEIDING - 1 verwarmingskring op een directe pomp - 1 brander met 1 vlamgang - bereiding van sanitair warm water Voorzijde Ref.: CI - 1021 - C - 1 EXPORT-FL 01/2003 1 Ref.:

Nadere informatie

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Afdekking Standaard met timerfunctie Art. nr. : ST.. Bedieningshandleiding

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Afdekking Standaard met timerfunctie Art. nr. : ST.. Bedieningshandleiding Art. nr. :.. 5232 ST.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële

Nadere informatie

Weersafhankelijke regelaar SAM 2100

Weersafhankelijke regelaar SAM 2100 Weersafhankelijke regelaar S 1 e S 1 vervangt de S 1,, 4 en 5 evenals de oude modellen S 81, 81.1, 8, 8.1 en 84. Vervangt eveneens S 83 en 83.1 indien deze niet gebruikt werden voor sturing van mengkranen,

Nadere informatie