Bedieningshandleiding
|
|
|
- Renée van der Meer
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Binnentoestel voor lucht-water-warmtepompen Nederlands Daikin Altherma EHS(X/H)04P30A EHS(X/H)B04P30A EHS(X/H)08P30A EHS(X/H)B08P30A EHS(X/H)08P50A EHS(X/H)B08P50A EHS(X/H)16P50A EHS(X/H)B16P50A
2 Inhoudsopgave 1 Veiligheid Houdt u aan de installatie- en gebruiksaanwijzing Veiligheidsaanduidingen en verklaring van symbolen Betekenis van de veiligheidsaanwijzingen Geldigheid Taakoverzichten Gevaren voorkomen Doelmatig gebruik Veiligheidsaanwijzingen Productbeschrijving Beknopte beschrijving Werking Ondersteuning met behulp van zonne-energie Veiligheidsmanagement Elektronische regeling Opbouw en onderdelen Systeemoverzicht Buitenzijde van het apparaat en binnenopbouw...p30a Buitenzijde van het apparaat en binnenopbouw B...P30A Buitenzijde van het apparaat en binnenopbouw...p50a Buitenzijde van het apparaat en binnenopbouw B...P50A Bediening Algemeen Schermweergave Bedieningselementen Bedieningsconcept Basisfuncties en bedrijfsmodi Informatie van de installatie (Info) Bedrijfsmodus instellen Temperatuurinstelling kamertemperatuur overdag Temperatuurinstelling lagetemperatuurwerking Temperatuurinstelling warmwaterbereiding Buitengewone warmwaterbereiding Schakeltijdprogramma's Installatie-instellingen Terminalfunctie Stille modus Speciale functies Manueel Speciale installatie-instellingen Toegangsrechten (Vakmancode) Verwarmingscurve Koelcurve Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling Vorstbeschermingsfunctie Legionellabescherming Resetten op de fabrieksinstellingen (Reset) Instellingen voor optionele circulatiepomp Afstandsbediening via het internet Inbedrijfstelling Eerste inbedrijfstelling Opnieuw in bedrijf stellen Voorwaarden Inbedrijfstelling Buitenbedrijfstellen Tijdelijk stilleggen Aftappen van het voorraadvat Leegmaken van het verwarming- en warmwatercircuit Definitieve stillegging Parameterinstellingen Verklaring van de parametertabellen Draaischakelaarstand: Configuratie Niveau "Inbedrijfneming" Niveau "Systeemconfiguratie" Niveau "Config. verwarming" Niveau "Config. WW" Draaischakelaarstand: DHW Install Draaischakelaarstand: Modus Draaischakelaarstand: Temp setpunt Dag Draaischakelaarstand: Temp setpunt Nacht Draaischakelaarstand: Temp setpunt WW Draaischakelaarstand: Tijdprogramma Draaischakelaarstand: prog op afstand Draaischakelaarstand: Info Exit-toets: Sonderfunktion Parameterniveaus voor mengermodule EHS Draaischakelaarstand: Configuratie, niveau "Inbedrijfneming" Draaischakelaarstand: Configuratie, niveau "Mixer Config" Inspectie en onderhoud Algemeen Afdekkap verwijderen Jaarlijks uit te voeren activiteiten Buffervat vullen of bijvullen Verwarmingsinstallatie vullen of bijvullen Fouten, storingen en meldingen Fout signaleren, storing verhelpen, meldingen wissen Actuele storingsmeldingen Protocol uitlezen Storing verhelpen Storingen Foutcodes Noodbedrijf Trefwoordenlijst Notities Gebruikersspecifieke instellingen Schakeltijdprogramma's Parameter Databusadressen Andere Trefwoordenlijst
3 1 x Veiligheid 1 Veiligheid 1.1 Houdt u aan de installatie- en gebruiksaanwijzing Deze handleiding is een vertaling van de >> Originele versie << naar het Nederlands. Alle noodzakelijke handelingen voor de bediening, voor de instelling van parameters staan in deze handleiding beschreven. Alle parameters, welke een comfortabel gebruik garanderen, zijn al in de fabriek ingesteld. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de verwarminginstallatie gaat gebruiken of instellen. Noteer de vooraf ingestelde waarden voordat u de instellingen van de toestellen wijzigt. De gevareninstructies absoluut in acht nemen. Installatie en alle niet in deze handleiding beschreven om- /instellingen van het apparaat mogen uitsluitend door gekwalificeerde en geautoriseerde verwarmingstechnici worden uitgevoerd. Documenten die eveneens van toepassing zijn : Installatie- en onderhoudshandleiding Gebruiksaanwijzingen van de regeling RoCon HP Buitentoestel voor ; de bijhorende installatie- en bedieningshandleiding. Bij aansluiting van een Daikin-zonne-energiesysteem; de bijhorende installatie- en bedieningshandleiding. Bij aansluiting van een Daikin FWXV(15/20)AVEB; de bijhorende installatie- en bedieningshandleiding. Bij aansluiting van een als accessoire aangeboden regelingscomponent (kamerthermostaat, mengermodule enz.); de bijhorende installatie- en bedieningshandleiding. De handleidingen zijn met de desbetreffende toestellen meegeleverd. 1.2 Veiligheidsaanduidingen en verklaring van symbolen Betekenis van de veiligheidsaanwijzingen In deze installatie- en gebruiksaanwijzing worden de veiligheidsaanduidingen ingedeeld op basis van de ernst van het gevaar en de kans dat het zich voordoet. GEVAAR! Wijst op een onmiddellijk dreigend gevaar. Wanneer u deze waarschuwing negeert, loopt u gevaar op een zwaar en mogelijk dodelijk letsel. WAARSCHUWING! Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie. Wanneer u deze waarschuwing negeert, loopt u gevaar op een zwaar en mogelijk dodelijk letsel. Dit symbool wijst op een tip en erg nuttige informatie voor de gebruiker. Het is dus geen waarschuwing en wijst dus niet op mogelijke gevaren. Speciale waarschuwingssymbolen Sommige gevaren worden door speciale symbolen aangegeven. Elektrische stroom Gevaar voor brandwonden Gevaar voor schade aan het milieu Geldigheid Sommige informatie in deze handleiding heeft een beperkte geldigheid. De geldigheid wordt aan de hand van een symbool aangegeven. Aleen geldig voor met koelfunctie Voorgeschreven draaimoment respecteren (zie installatie- en onderhoudshandleiding) Geldt alleen voor het drukloze zonne-energiesysteem (Drain Back). Geldt alleen voor het zonne-energiedruksysteem. Alleen geldig/beschikbaar bij aangesloten kamerthermostaat Alleen geldig/beschikbaar bij aangesloten mengermodule Taakoverzichten Taakoverzichten worden in een lijst weergegeven. Wanneer taken in een bepaalde volgorde moeten worden uitgevoerd, worden ze genummerd. Resultaten van een handeling worden met een pijl aangeduid. Toegang tot een instelproces Uitgang van een instelproces 1.3 Gevaren voorkomen De is volgens de laatste stand van de techniek en de erkende technische regels gebouwd. Bij ondeskundig gebruik kan echter lichamelijk letsel en materiële schade ontstaan. Ter voorkoming van gevaren, de alleen bedienen: wanneer ze reglementair worden gebruikt, en wanneer ze in onberispelijke staat verkeren. Hiervoor is kennis en toepassing van de inhoud dezer handleiding noodzakelijk. LET OP! Wijst op een mogelijk schadelijke situatie. Wanneer u deze waarschuwing negeert, loopt het milieu gevaar of kan er zich materiële schade voordoen. 3
4 1 x Veiligheid WAARSCHUWING! Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of gebrek aan ervaring en / of kennis, tenzij ze worden begeleid door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of van deze instructie kregen in het gebruik van het toestel. 1.4 Doelmatig gebruik De mag uitsluitend worden gebruikt voor de warmwaterbereiding, als ruimteverwarmingssysteem en afhankelijk van de uitvoering ook als ruimtekoelsysteem. Verwarmen en koelen (X) EHSX04P30A EHSXB04P30A Binnentoestel Alleen verwarmen (H) EHSH04P30A EHSHB04P30A Buiteninstallatie ERLQ004CAV3 EHSX08P30A EHSH08P30A EHSXB08P30A EHSHB08P30A ERLQ006CAV3 EHSX08P50A EHSH08P50A ERLQ008CAV3 EHSXB08P50A EHSHB08P50A EHSX16P50A EHSH16P50A ERLQ011CAW1 EHSXB16P50A EHSHB16P50A ERLQ014CAW1 ERLQ016CAW1 B - Extra warmtewisselaar voor de bivalente aansluiting Tab. 1-1 Toelaatbare combinaties van Daikin warmepompbuitentoestellen en binnentoestellen Voor werkzaamheden aan plaatsgebonden koelinstallaties (warmtepompen) en airconditioning-installaties is voor Europa de goedkeuring van een deskundige conform de F-gassenbepaling (EG) nr. 303/2008 noodzakelijk. Totale vulhoeveelheid koelmiddel tot 3 kg: Deskundigheidsbewijs van categorie II Totale vulhoeveelheid koelmiddel vanaf 3 kg: Deskundigheidsbewijs van categorie I Ter vermijding van corrosieproducten en afzettingen, de desbetreffende regels van de techniek in acht nemen. Minimumvereisten voor de kwaliteit van vul- en aanvulwater: Waterhardheid (calcium en magnesium, berekend als calciumcarbonaat): 3 mmol/l Geleidingsvermogen: 2700 μs/cm Chloride: 250 mg/l Sulfaat: 250 mg/l ph-waarde (verwarmingswater): 6,5-8,5 Het gebruik van vul- en aanvulwater dat niet aan de vermelde kwaliteitsvereisten voldoet, kan een duidelijk verkorte levensduur van het apparaat veroorzaken. Alleen de exploitant is hiervoor verantwoordelijk. Ieder ander gebruik geldt als niet-reglementair. In dat geval is de gebruiker zelf aansprakelijk voor eventuele schade. Het beoogde gebruik veronderstelt ook het naleven van de vereisten ten aanzien van onderhoud en inspectie. Reserveonderdelen moeten aan de minimale technische vereisten van de fabrikant beantwoorden. Dit is het geval bij originele reserve-onderdelen. 1.5 Veiligheidsaanwijzingen Werkzaamheden aan de (zoals bijv. het plaatsen, het aansluiten en de eerste inbedrijfname) alleen door personen laten uitvoeren, die geautoriseerd zijn en voor de betreffende handelingen een bevoegdheidstechnische of bedrijfsmatige opleiding hebben genoten, evenals aan een door een verantwoordelijke instantie erkende vervolgopleiding hebben deelgenomen. Hiertoe worden in het bijzonder verwarmingsmonteurs en koel- en klimaattechnici gerekend, die door hun opleiding of vakkennis ervaring hebben opgedaan met het op deskundige wijze installeren en onderhouden van verwarming-, koel- en klimaatinstallaties evenals van warmtepompen. De elektrische installatie mag uitsluitend worden aangelegd door opgeleide elektriciens onder inachtneming van de toepasselijke elektrotechnische richtlijnen en de voorschriften van de distributiemaatschappij voor elektrische energie. 4
5 2 x Productbeschrijving 2 Productbeschrijving 2.1 Beknopte beschrijving Het lucht-water-warmtepompsysteem maakt gebruik van het natuurkundige effect van de verdampingswarmte en maakt het mogelijk om, naar behoefte, gebouwen te verwarmen of te koelen. Het warmtepompenbinnentoestel (Altherma integrated solar unit) is het centrale component van een uiterst efficiënt werkend verwarming- en koelsysteem voor huishoudelijk gebruik. In het warmtepompbuitentoestel (ERRLQ) bevinden zich de koelmiddelcompressor en een lamellenwarmtewisselaar, die tijdens het verwarmen werkt als verdamper en die warmte onttrekt aan de omgevingslucht. Bij het koelen werkt hij als condensator en geeft hij warmte af aan de omgeving (Koelkastprincipe). De buitenwarmtepomp is via een gesloten circuit aangesloten op de binnenwarmtepomp in het gebouw. Door het circulerende koelmiddel, dat afwisselend de aggregatietoestanden vloeibaar en gasvormig aanneemt, wordt warmte tussen het warmtepompbuitentoestel en het warmtepompbinnentoestel overgedragen. In het warmtepompbinnentoestel bevinden zich de regeltechnische voorzieningen, een platenwarmtewisselaar en een geïntegreerd voorraadvat. In de warmtewisselaar wordt de warmte overgedragen aan het water van de verwarmingscircuit, resp. aan het ingebouwde voorraadvat (verwarmen/warmwatertoebereiding) of wordt de warmte onttrokken aan de verwarmingscircuit (koelen). Het voorraadvat der is zodanig geconstrueerd, dat u het warmtepompsysteem kunt combineren met een zonne-energiesysteem van het type Daikin Solaris zonder extra warmwatervoorraadvat. Bij een optionele verwarming d.m.v. zonne-energie kan, afhankelijk van de warmte-opbrengst van de zon, de gehele boiler worden opgewarmd. De opgeslagen warmte wordt zowel voor het opwarmen van het water als voor bijverwarming gebruikt. Door de hoge totale opslagcapaciteit is tevens een gedeeltelijke overbrugging zonder zonneschijn mogelijk. De uiterst goede warmte-isolatie van het ingebouwde voorraadvat zorgt daarbij voor minimale warmteverliezen. Daardoor is een efficiënte en energiebesparende verwarming van het water alsmede bijverwarming mogelijk. Als het verwarmingsvermogen van de Altherma EHS(X/H) niet voldoende is, kan de optionele aanjaagverwarmer (BUH) extra verwarmingsvermogen leveren voor de verwarming van het verwarmingscircuit en het warem water. In plaats van elektrische bijverwarmers kan ook de gas-warmwaterbron ROTEX G-plus op de Altherma EHS(X/H) worden aangesloten. Om de nog voordeliger te kunnen gebruiken, is het mogelijk hem aan een netaansluiting voor spaarstroom (HT/NT) of een intelligente regelaar (SMART GRID) aan te sluiten. Daarbij wordt het energiebedrijf (EVU) de mogelijkheid geboden uw netbelasting te regelen door een verandering van die bedrijfsmodus van de warmtepompen. Opmerkingen over de voorwaarden en aansluitmogelijkheden vindt u in de bijgaande installatiehandleiding Werking Bij het verwarmen van ruimten condenseert het in de koelmiddelcompressor van de buitenwarmtepomp gecomprimeerde koelmiddel in de platenwarmtewisselaar van de binnenwarmtepomp. De bij het vloeibaar worden van het koelmiddel vrijkomende warmte wordt in de platenwarmtewisselaar overgedragen aan het verwarmingswater. De verwarmingscirculatiepomp zorgt voor de benodigde doorstroming van het verwarminswater in het interne warmtegeneratorcircuit. Hoe lager de benodigde temperatuur in de verwarmingskring, hoe effectiever de warmtepomp werkt. Vooral bij vloerverwarmingen kunnen zeer lage aanvoertemperaturen worden bereikt, omdat het warmteoverdragingsoppervlak heel groot is. Bovendien moet een uiterst goede warmte-isolatie van het te verwarmen gebouw worden nagestreefd, om bij een geringe warmtebehoefte een lage voorlooptemperatuur van de warmtedrager aan te kunnen houden. De warmwaterzone van het in de binnenwarmtepomp ingebouwde voorraadvat wordt opgewarmd door de warmtepomp of door een andere externe warmteopwekker (Solaris-zonne-energiesysteem, aanjaagverwarmer). Het tijdens het tappen van warm water instromende koude water kolet de onderste zone van het ingebouwde voorraadvat maximaal af. Het tapwater wordt indirect via het drukloze, in het ingebouwde voorraadvat opgeslagen water opgewarmd met behulp van een warmtewisselaar, die geconstrueerd is uit corrosiebestendig roestvaststalen ribbelpijp. Daarbij neemt het op de weg naar boven continu de warmte van het boilerwater op. De stromingsrichting bij het tegenstroomprincipe en de spiraalvormige warmtewisselaar zorgt voor een uitgesproken temperatuurgelaagdheid in de boiler. Omdat de hoge temperaturen zeer lang in het bovenste deel van de boiler behouden blijven, wordt zelfs bij het langdurig aftappen een grote warmtecapaciteit bereikt. Bij het koelen van ruimten schakelt de in het binnenwarmtepomptoestel ingebouwde 3-wegs omschakelklep (3UVB1 + 3UV DHW) de stroming naar het voorraadvat/ondersteuning van de verwarming) af. De verwarmingscirculatiepomp van het warmtepompbinnentoestel werkt nu uitsluitend op de verwarmingskring. Het koelproces wordt bereikt door omkeren van het warmtepompproces in het warmtepompbuitentoestel. Daardoor werkt de platenwarmtewisselaar van het warmtepompbinnentoestel als verdamper en onttrekt hij de warmte aan het doorstromende verwarmingswater. Daardoor wordt de verwarmingskring gekoeld. 5
6 2 x Productbeschrijving Ondersteuning met behulp van zonne-energie De is voorbereid op integratie in een Daikin-zonne-installatie. Hiervoor kan het drukloze Daikin-zonne-energiesysteem (Drain Back) en bij de typen B-BIV ook het Daikin zonne-energiedruksysteem worden gebruikt. De vlakplaatcollectoren met groot vermogen zetten zonnestralen zeer effectief om in warmte, die via het zonne-energiecircuit in het geïntegreerde voorraadvat van de wordt gebracht. De opgeslagen warmte wordt afgedragen aan het warmwatercircuit. Bij voldoende hoge temperaturen in de boiler wordt de zonnewarmte ook gebruikt als verwarmingsondersteuning. De regeling RoCon HP regelt deze warmteverdeling volledig automatisch. 2.2 Opbouw en onderdelen Systeemoverzicht Veiligheidsmanagement Het volledige veiligheidsbeheer van het Daikin-waterpompsysteem wordt verzorgd door de in de ingebouwde elektronische regelaar. Zo wordt bij het onderschrijden van de minimale doorstroming, verlies van koelmiddel of ongedefinieerde bedrijfssituaties een veiligheid-uitschakelproces ingeleid. Een desbetreffende foutmelding geeft de technicus vervolgens alle nodige informatie om de storing te verhelpen Elektronische regeling De elektronische, digitale regeling RoCon HP regelt, afhankelijk van de verwarming, automatisch alle verwarmings-, koel- en warmwaterfuncties voor een directe verwarmingskring, een boilervulkring en via optioneel aansluitbare mengermodule ook andere verwarmingskringen. Alle functieinstellingen voor de en de via de databus aangesloten optionele apparaten (terminalfunctie) worden met de bedieningselementen van de in de regeling opgenomen bedieningsmodule RoCon B1uitgevoerd en op een beeldscherm met gekleurde achtergrond aangegeven. De weergave en bediening van een aangesloten Daikin-zonneinstallatie verloopt via de telkens bijhorende regeling van deze componenten (bijv. regelings- en pompunit EKSRPS3B). 1 Warmtepompbuitentoestel (ERLQ) 2 (Altherma EHS(X/H)) Daikin Zonne-installatie (optioneel): 3 Regel- en pompmodule zonne-energiesysteem 4 Zonnecollectoren Afb. 2-1 Componenten van het warmtepompsysteem met binnentoestel en optioneel Daikin zonne-energiesysteem 6
7 2.2.2 Buitenzijde van het apparaat en binnenopbouw...p30a 2 x Productbeschrijving Afb. 2-2 Opbouw en onderdelen...p30a (buitenaanzicht en binnenopbouw) Legendaomschrijvingen zie tab
8 2 x Productbeschrijving Buitenzijde van het apparaat en binnenopbouw B...P30A Afb. 2-3 Opbouw en onderdelen B...P30A (buitenaanzicht en binnenopbouw) Legendaomschrijvingen zie tab
9 2 x Productbeschrijving Buitenzijde van het apparaat en binnenopbouw...p50a Afb. 2-4 Opbouw en onderdelen...p50a (buitenaanzicht en binnenopbouw) Legendaomschrijvingen zie tab
10 2 x Productbeschrijving Buitenzijde van het apparaat en binnenopbouw B...P50A Afb. 2-5 Opbouw en onderdelen B...P50A (buitenaanzicht en binnenopbouw) Legendaomschrijvingen zie tab
11 2 x Productbeschrijving 1 Zonne-energie - aanvoer of aansluiting voor verdere warmtebron (1" IG) 2 Koudwateraansluiting (1" AG) 3 Warmwaterleiding (1" AG) 4 Verwarming-voedingleiding (1" AG)* 5 Verwarming-retourleiding (1" AG)* 6 Circulatiepomp 7a Aanbevolen accessoires: Circulatieremmen (2 stuks) 9 Boiler (dubbelwandige mantel van polypropyleen met PUR-hardschuim warmteisolatie) 10 Vul- en ledigingsaansluiting of zonne-energie - retouraansluiting 11 Opname voor R3-regeling zonne-energie-installatie / handgreep 12 Roestvrijstalen warmtewisselaar voor de verwarming van drinkwater 13 Roestvrijstalen warmtewisselaar voor de bufferlading resp. verwarmingondersteuning 14 Warmtewisselaar (roestvrij staal) voor verwarming van boilerwater via onder druk staand zonne-energiesysteem 15 Aansluiting voor optionele elektrische aanjaagverwarmer (R 1½" IG) 16 Zonne-energiesysteem - aanvoer gelaagde buis 17 Vulniveau-indicatie (boilerwarmte) 18 Optie: Elektrische aanjaagverwarmer (EKBUxx) Tab. 2-1 Legende bij afb. 2-2 tot afb Sensordompelhuls voor boilertemperatuursensor t DHW1 en t DHW2 20 Drukloos boilerwater 21 Zonne-energiezone 22 Warmwaterzone 23 Aansluiting van de veiligheidsoverloop 24 Opname voor handgreep 25 Typeplaatje 26 Afdekkap 27 Zonne-energiesysteem - retour 28 Zonne-energiesysteem - aanvoer (3/4" IG) (alleen type B) 29 Zonne-energiesysteem - retour (3/4" IG) (alleen type B) 30 Platenwarmtewisselaar 31 Aansluiting koelmiddel vloeistofleiding...04p30a/08pxxa: Cu Ø 6,4 mm (1/4"),...16P50A: Cu Ø 9,5 mm (3/8") 32 Aansluiting koelmiddel gasleiding Cu Ø 15,9 mm (5/8") 3UVB1 3-wegs-omschakelventiel (intern warmtegeneratorcircuit) 3UV DHW 3-wegs-omschakelventiel (warm water/verwarming) DS Druksensor FLS (t R1 / V1) Retourtemperatuur- en debietsensor t DHW1, t DHW2 Buffertemperatuursensoren t R2 Retourtemperatuursensor t V1, t V2 Voedingtemperatuursensoren t V, BH Aanvoertemperatuursensor aanjaagverwarmer RoCon B1 Bedieningsdeel Daikin Altherma EHS(X/H) regeling EKSRPS3B Optie: Daikin Solar R3 regel- en pompeenheid Veiligheidsvoorzieningen Draaimoment respecteren! AG Buitendraad (Außengewinde) IG Binnendraad (Innengewinde) * Kogelkraan (1" IG) wordt meegeleverd 11
12 3 x Bediening 3 Bediening 3.1 Algemeen GEVAAR! Door contact van water met elektrische onderdelen kan er een stroomschok ontstaan en kan men zich levensgevaarlijk verwonden en verbranden. De indicatorpanelen en de desbetreffende toetsen van de Regeling tegen vocht beschermen. Voor het reinigen van de Regeling een droge katoenen doek gebruiken. Het gebruik van aggressieve reinigingsmiddelen en andere vloeistoffen kan tot apparatuurschade of stroomstoten leiden. Maximale energiebenutting Het meest effectieve energiegebruik bereikt de Daikin Altherma EHS(X/H) bij zo laag mogelijke terugstroomen warmwaterstreeftemperaturen. Als bij aanvoerstreeftemperaturen hoger dan 50 C een externe warmtegenerator (bv. de optionele aanjaagverwarmer) wordt toegevoegd, kan (afhankelijk van de buitentemperatuur) het rendement (COP) van de worden verminderd Schermweergave Alle bedieningsstappen worden door daarmee overeenkomstige indicaties op een plattetekstdisplay met achtergrondverlichting ondersteund. Het menu kan in 7 talen worden weergegeven (zie paragraaf 3.4.8). Storingen worden over het algemeen met een foutcode en een plattetekstfoutmelding op het display getoond. Voor aanwijzingen over de opheffing van storingen, zie hoofdstuk 8. De kleur van de achtergrondverlichting duidt op de bedrijfsstatus en de bedieningsmodus: Wit: Rood: Groen: Blauw: Standaard belichting, normale bedrijfsweergave. Foutstatus, afhankelijk van het soort fout functioneert de met beperkingen verder. Bedieningsmodus met gebruikersmachtiging. Bedieningsmodus met vakmanmachtiging. 3.2 Weergave- en bedieningselementen 1 Weergave datum 2 Status koelmiddelpomp 3 Statusweergave (Bijv. Toegangsrechten vakman actief') 4 Weergave tijd 5 Actuele aanvoertemperatuur 6 Status verwarmingskring Afb Huidige buitentemperatuur 8 Actieve bedrijfsmodus 9 Status warmwaterbereiding 10 Huidige boilertemperatuur Display van de Regeling - Standaardweergave 1 Plattetekstscherm 2 Stelling: Configuratie 3 Stelling: prog op afstand 4 Draaischakelaar 5 Stelling: Info 6 Stelling: Modus Afb Stelling: Temp setpunt Dag 8 Stelling: Temp setpunt Nacht 9 Stelling: Temp setpunt WW 10 Regelknoppen 11 Stelling: DHW Install 12 Stelling: Tijdprogramma 13 Exit-toets Ordening weergave- en bedieningselementen 12
13 3 x Bediening Verklaring van symbolen Stand Symbool Uitleg afb Knipperend: Warmtepompvraag actief Permanent aan: Koelmiddelcompressor werkt 2 Geen verbinding met buitenwaterpomp 3 Toegangsrechten Installateur actief (zie paragraaf 3.6.1) 2 / 3 Air Purge actief (kan alleen door verwarmingsvakman worden geactiveerd) 2 / 3 Terminalfunctie actief (zie paragraaf 3.4.9) 2 / 3 Vorstbeschermingsfunctie actief (zie paragraaf 3.6.5) 2 / 3 Tijdelijk tijdsprogramma "Feest" actief (zie paragraaf 3.4.7) 2 / 3 Tijdelijk tijdsprogramma "Afwezig" actief (zie paragraaf 3.4.7) 2 / 3 Tijdelijk tijdsprogramma "Feestdag" actief (zie paragraaf 3.4.7) 2 / 3 Tijdelijk tijdsprogramma "Verlof" actief (zie paragraaf 3.4.7) 2 / 3 Screed Program actief (kan alleen door verwarmingsvakman worden geactiveerd) 5 Directe-verwarmingcircuit 5 Mengcircuit Bij een normale werking wordt daaronder de huidige aanvoertemperatuur t V, BH weergegeven. Zonder aanvraag van de warmtepomp wordt, in plaats van de huidige aanvoertemperatuur, de afkorting "ES" weergegeven. De regeling is in de energiebesparingsmodus (zie paragraaf 3.4.2) geschakeld. Niet noodzakelijke elektronische onderdelen zijn uitgeschakeld. Daaronder wordt de huidige aanvoertemperatuur van de toegewezen verwarmingskring weergegeven. 5 Kamerthermometer Daaronder wordt de huidige kamertemperatuur weergegeven. 6 Status verwarmingskring Verwarmingskring actief (ruimteverwarmingsfunctie) Stand Symbool Uitleg afb Huidige bedrijfsmodus (zie paragraaf 3.4.2) Standby actief Nachtverlaging actief Verwarmen actief koelen actief Zomer actief Automatisch 1 actief Automatisch 2 actief 9 Warmwaterbereiding actief Warmwaterbereiding niet actief 10 Status warmwaterverwarmingskring Daaronder wordt de huidige boilertemperatuur t DHW1 weergegeven. Tab. 3-1 Uitleg displaysymbolen Bedieningselementen LET OP! Bedien de bedieningselementen van de regelaars nooit met een hard, puntig voorwerp. Dit kan tot beschadiging en foutieve werking van de regeling leiden. Als er voor bepaalde functies speciale toetsencombinaties nodig zijn of als toetsen ingedrukt moeten worden gehouden, wordt in de betreffende paragraaf van deze handleiding speciaal daarop gewezen. Draaiknop Met de draaischakelaar kunnen frequent gebruikte functies en instelmogelijkheden snel en direct worden gekozen (hoofdfunctieniveaus). Actie Draaien Onafhankelijk van de stand van de draaiknop werkt de volgens de bedrijfsmodus, die in de schakelstand "Modus" ingesteld of door een speciaal programma geactiveerd werd. Resultaat Directe selectie van de hoofdfunctieniveaus van deze schakelaarspositie. Verwarmingskring actief (ruimtekoelfunctie) Verwarmingskring niet actief (momenteel geen warmtetransport in de verwarmingskring) 7 Buitenthermometer Daaronder wordt de huidige huidige buitentemperatuur weergegeven. Tab. 3-2 Functie van de draaischakelaar 13
14 3 x Bediening Regelknop Door middel van de draaischakelaar kan naar de verschillende niveaus worden genavigeerd, worden ingestelde waarden geselecteerd, gewijzigd en met een korte druk op de knop worden deze wijzigingen overgenomen Tab. 3-3 Actie Draaien Aantikken Resultaat Naar rechts (+): Hogere instelling Naar links ( ): Lagere instelling Selectie bevestigen, overnemen, functie uitvoeren. Functies van de draaiknop Exit-toets Met deze toets kunt u in een menupunt naar het vorige scherm teruggaan of kunt u een functie/invoeropdracht afbreken. Met deze toets kunnen ook de speciale niveaus (zie paragraaf 3.5) worden opgeroepen. Actie Resultaat Kort aantikken. Terug naar het vorige scherm of het vorige niveau of Een speciale functie of een actief tijdelijk tijdsprogramma afbreken. Langer dan 5 s indrukken. Tab. 3-4 Speciaal niveau wordt opgeroepen. Functies van de Exit-toets 3.3 Bedieningsconcept Het bedieningsconcept van de regeling RoCon HP is zodanig opgebouwd dat vaak benodigde instelmogelijkheden snel en direct in het Hoofdfunctieniveau (selectie met draaischakelaar) toegankelijk zijn en minder benodigde instelmogelijkheden in een dieperliggend parameterniveau zijn ondergebracht Modus (paragraaf 3.4.2) 2 Temp setpunt Dag (paragraaf 3.4.3) 3 Temp setpunt Nacht (paragraaf 3.4.4) 4 Temp setpunt WW (paragraaf 3.4.5) 5 DHW Install (paragraaf 3.4.6) 6 Tijdprogramma (paragraaf 3.4.7) 7 Configuratie (paragraaf 3.4.8) 8 prog op afstand (paragraaf 3.4.9) 9 Info (paragraaf 3.4.1) Afb. 3-3 Weergave hoofdfunctieniveaus (draaischakelaarpositie) Bepaalde functies en parameters hebben beperkte toegangsrechten en kunnen alleen door vakmannen worden ingesteld (zie paragraaf 3.6.1). In normale werking moet de draaischakelaar op de positie staan. Na inschakelen en initialiseren wordt bij draaischakelaarpositie automatisch de standaardweergave weergegeven op het scherm. Bij de eerste inbedrijfstelling verschijnt vervolgens de taalinstelling. Taal kiezen met de draaiknop. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop Aanpassingen aan de speciale installatieconfiguratie worden uitgevoerd in de draaischakelaarpositie "Configuratie" (zie paragraaf 3.4.8). Als de installatie wordt ingeschakeld, regelt deze, aan de hand van de waarden die in de Regeling RoCon HP zijn ingesteld, volautomatische de werkingsmodus van de kamerverwarming, kamerkoeling en de warmwaterbereiding voor het sanitair. Onafhankelijk van de stand van de draaiknop werkt de volgens de bedrijfsmodus, die in de schakelstand "Modus" ingesteld of door een speciaal programma geactiveerd werd. Stelt de gebruiker manueel een waarde in, blijft deze instelling net zo lang actief tot de gebruiker ze wijzigt of het schakeltijdprogramma prioritair een andere bedrijfsmodus instelt. 14
15 3 x Bediening De bedrijfsmodi kunnen door extra functies worden beïnvloed, zoals: Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling Schakeltijdprogramma's Instelling van gewenste temperatuur Instelling aan kamerstation EXT-signaal (externe bedrijfsmodusomschakeling) Stille modus Interlink fct SMART GRID - Signaal EVU (laag tarief) - signaal Vloerfunctie Air Purge Manueel Toetsenblokkering Het bedieningspaneel van de RoCon HP kan tegen onopzettelijke bediening worden geblokkeerd (zie afb. 3-4). De vrijgave gebeurt op dezelfde manier. Voorwaarde voor deze functie is dat in het niveau "Inbedrijfneming" de parameter [Keylock Function] op "Aan" is ingesteld (zie hoofdstuk 6.2.1, tab. 6-1). Keylock Function Aan Keylock Function 3.4 Basisfuncties en bedrijfsmodi Als de boilertemperatuur onder bepaalde minimumwaarden zakt, dan verhinderen de veiligheidsinstellingen van de de werking van de warmtepomp bij lage buitentemperaturen: Buitentemperatuur < -2 C, minimale boilertemperatuur = 30 C Buitentemperatuur < 12 C, minimale boilertemperatuur = 23 C. Zonder aanjaagverwarmer: Het boilerwater moet door een externe bijverwarmer tot de vereiste minimale boilertemperatuur worden verwarmd. Met aanjaagverwarmer (EKBUxx): Bij een buitentemperatuur < 12 C en een boilertemperatuur < 35 C wordt de aanjaagverwarmer (EKBUxx) automatisch ingeschakeld om het boilerwater tot minstens 35 C te verwarmen. Automatische ontdooifunctie Bij lage buitentemperaturen en daarmee overeenkomstige luchtvochtigheid kan de buitenwarmtepomp bevriezen. Deze bevriezing verhindert het efficiënte gebruik. Het systeem herkent deze toestand automatisch en start de ontdooifunctie. Als de ontdooifunctie actief is, wordt er warmte van de warmwaterboiler ontnomen en wordt evt. de aanjaagverwarmer ingeschakeld. Afhankelijk van de warmtebehoefte voor de ontdooifunctie kan de verwarming van de directe verwarmingskring tijdens het ontdooien korte tijd worden onderbroken. Na maximaal 8 minuten schakelt het systeem terug naar de normale bedrijfsmodus. Afb. 3-4 Toetsenblokkering activeren en deactiveren Keylock Function Uit Informatie van de installatie (Info) In deze draaiknopstand kunnen met behulp van draaiknoppen alle installatietemperaturen, het soort, diverse softwareinformatie alsook de bedrijfsstatussen van alle installatiecomponenten na elkaar worden opgevraagd. Het aantal weergegeven parameters is afhankelijk van de aangesloten componenten. Deze waarden kunnen niet worden ingesteld. Draaischakelaar in de stand "Info" zetten. Standaardweergave wordt getoond (zie afb. 3-2). Draaiknop kort indrukken. Parameteroverzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop het gewenste informatieniveau selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Waarde wordt weergegeven (voorbeeld zie afb. 3-6). Met de draaiknop de afzonderlijke informatie selecteren. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke schermwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk
16 3 x Bediening Overzicht bedrijfsgegevens weergeven In het informatieniveau "Overzicht" worden op de display van de Regeling RoCon HP de huidige bedrijfsgegevens van de Daikin Altherma EHS(X/H) weergegeven. De weergave van de bedrijfsgegevens is verdeeld over diverse beeldschermpagina's. Door het draaien aan de draaiknop wordt tussen geschakeld tussen de beeldschermpagina's. Beknopte Toelichting van de indicatiewaarde omschrijving Modus Huidige modus van de warmtepomp: : Verwarmen : koelen : Warmwaterbereiding : Automatische ontdooifunctie actief Ext Huidige energiemodus van de warmtepomp: LT: EVU-functie actief en laag tarief. HT: EVU-functie actief en hoog tarief. SGN: SMART GRID - Functie actief, normale werking. SG1: SMART GRID - Functie actief, uitworp: Geen werking van de warmtepomp, geen vorstbeschermingsfunctie. SG2: SMART GRID - Functie actief, inschakelaanbeveling, bedrijf met hogere streeftemperaturen, laag stroomtarief. SG3: SMART GRID - Functie actief, inschakelbevel en vulling van de boiler op 70 C, laag stroomtarief : Geen externe modus actief, warmtepomp functioneert bij normale werking. RT Parameter [Room thermostat] / [Interlink fct] = Uit: Parameter [Room thermostat] = Aan: : Verwarmings- of koelingsverzoek : Geen vraag naar verwarming Pagina 1 Pagina 2 Parameter [Interlink fct] = Aan (prioriteit) - - -: Alleen vorstbescherming IL1: Normale aanvoerstreeftemperatuur IL2: In verwarmingsmodus verhoogde aanvoerstreeftemperatuur In koelmodus verlaagde aanvoerstreeftemperatuur Pomp Huidige capaciteit van de interne verwarmingscirculatiepomp in % EHS Huidige capaciteit van de aanjaagverwarmer in kw BPV Huidige stand van de mengklep 3UVB1 (100% = A, 0 % = B) TV Huidige aanvoertemperatuur volgens de plaatwarmtewisselaar (t V1 ) TVBH Huidige temperatuur verwarming aanvoer evt. volgens verwarmingsondersteunende warmtewisselaar (t V, BH ) TR Huidige temperatuur verwarming retour (t R1 ) Tdhw Huidige temperatuur in warmwaterboiler (t DHW1 ) TA Huidige buitentemperatuur (gemeten van de optionele temperatuursensor RoCon OT1) V Huidige volumestroom (debiet) in de verwarmingsinstallatie Beknopte Toelichting van de indicatiewaarde omschrijving TVBH2 = TVBH TR2 Huidige temperatuur verwarming retour, secundaire sensor (t R2 ) Tdhw2 Huidige temperatuur in warmwaterboiler, secundaire voeler (t DHW2 ) Tliq2 Huidige koelmiddeltemperatuur (t L2 ) TA2 Huidige buitentemperatuur (gemeten van de temperatuursensor van de warmtepompbuiteneenheid) quiet Toont de status van de fluistermodus aan Pagina 3 Tab. 3-5 Afb. 3-5 Verklaring van de als overzicht weergegeven bedrijfsgegevens Info Overzicht Waterdruk Overzicht bedrijfsgegevens weergeven Uit 16
17 3 x Bediening Waterdruk weergeven Aan de Regeling RoCon HP kan in ingeschakelde toestand de installatiedruk (waterdruk) van de interne kring (directe verwarmingskring) worden weergegeven. De waterdruk is al eerste infoparameter beschikbaar (zie afb. 3-6). Het toegestane bereik van de waterdruk tijdens de werking is afhankelijk van de en de verwarmingsinstallatie. De nagestreefde waarden en de grenswaarden mogen alleen door verwarmingsvaklui worden ingesteld. Mocht de waterdruk onder de minimumwaarde (ingestelde parameterwaarde) dalen, dan kan hij worden verhoogd door de installatie bij te vullen (zie hoofdstuk "Inspectie en onderhoud") Bedrijfsmodus instellen De selectie van de bedrijfsmodus, waarin de Daikin Altherma EHS(X/H) moet functioneren, vindt plaats op de draaiknop in de stand "Modus". De gekozen bedrijfsmodus wordt door een korte druk op de draaiknop geactiveerd. Modus Verwarmen koelen Zomer Modus Standby Nachtverlaging Modus Zomer Automatisch 1 Automatisch 2 Info Overzicht Waterdruk T-WG Modus Waterdruk Afb. 3-7 Zomer Automatisch 1 Automatisch 2 Bedrijfsmodus veranderen (Bijv.: Van "Standby" naar "Automatisch 1") Afb. 3-6 Info-waarden weergeven (voorbeeld installatiedruk) Draaischakelaar in de stand "Modus" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de gewenste bedrijfsmodus selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. werkt in de ingestelde bedrijfsmodus. De huidige bedrijfsmodus wordt door een daarmee overeenkomstig symbool in de standaardweergave aangegeven. Bedrijfsmodus Standby (Stand-by) LET OP! Een verwarmingsinstallatie zonder vorstbeveiliging kan bij vorst invriezen en beschadigd geraken. Laat het water uit de verwarmingsinstallatie lopen bij gevaar voor vorst. Wanneer de verwarmingsinstallatie niet is geleegd, moet bij gevaar voor vorst de stroomtoevoer gegarandeerd zijn en de externe hoofdschakelaar ingeschakeld blijven. In deze bedrijfsmodus wordt de in de standby-modus gezet. De vorstbeschermingsfunctie (zie paragraaf 3.6.5) blijft daarbij behouden. Om deze functie te behouden mag de installatie niet van het elektriciteitsnet worden losgekoppeld! Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden bovengeschikt eveneens in de bedrijfsmodus "Standby" geschakeld. 17
18 3 x Bediening Bedrijfsmodus Automatisch 2 (tijdsprogramma) Automatische verwarmings- en lagetemperatuurwerking volgens de permanente tijdsprogramma's (zie paragraaf 3.4.7): [CV-kring progr 2] [WW progr. 2] Naast deze bedrijfsmodi staan er nog verschillende andere tijdelijke verwarmingsprogramma's (zie tab. 3-6) ter beschikking, die na activering voorrang krijgen. Afb. 3-8 Standaardweergave in de bedrijfsmodus "Standby" (boven de vorstbeschermingsgrens) In de bedrijfsmodus "Standby" wordt de warmtepomp en de evt. optioneel aangesloten aanjaagverwarmer van de voeding gescheiden (energiebesparingsmodus), als aan de volgende voorwaarden is voldaan: De buitentemperatuursensor (RoCon OT1) is aangesloten en correct geparametreerd in de installatieconfiguratie, De buitentemperatuur is hoger dan 8 C, Er is geen vraag naar verwarming, In geen enkele aangesloten verwarmingskring is de anti-vorstfunctie actief en is al minstens 5 minuten ingeschakeld. Bedrijfsmodus Nachtverlaging Verminderde verwarming (lagere nagestreefde kamertemperatuur) volgens de in parameter [T-nacht] ingestelde aanvoerstreeftemperatuur voor lagetemperatuurmodus (zie paragraaf 3.4.4). Warmwaterbereiding volgens de ingestelde warmwaterstreeftemperaturen en schakelcycli in het warmwatertijdsprogramma [WW progr. 1] (zie paragraaf 3.4.5). Bedrijfsmodi Verwarmen, koelen Verwarmings-, koelmodus volgens de in parameter [T-ruimte gew 1] ingestelde kamerstreeftemperatuur (zie paragraaf 3.4.3). Een aangesloten buitentemperatuursensor (weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling) of een aangesloten kamerstation beïnvloeden ook de aanvoerstreeftemperatuur (Voorwaarde: Parameter [HC Function] = Aan). Warmwaterbereiding volgens de ingestelde warmwaterstreeftemperaturen en schakelcycli in het warmwatertijdsprogramma [WW progr. 1] (zie paragraaf 3.4.5). Bedrijfsmodus Zomer Warmwaterprogramma volgens de ingestelde warmwaterstreeftemperaturen en schakelcycli in het warmwatertijdprogramma [WW progr. 1] (zie paragraaf 3.4.5). Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden bovengeschikt eveneens in de bedrijfsmodus "Zomer" geschakeld. Bedrijfsmodus Automatisch 1 (tijdsprogramma) Automatische verwarmings- en lagetemperatuurwerking volgens de permanente tijdsprogramma's (zie paragraaf 3.4.7): [CV-kring progr 1] [WW progr. 1] Tijdelijk tijdsprogramma DHW Install Tab. 3-6 Feest Afwezig Feestdag Verlof Instelling / activering in het niveau DHW Install Tijdprogramma Overzicht tijdelijke tijdsprogramma's Draaischakelaarstand Aanwijzing Paragraaf Paragraaf Als een tijdelijk verwarmingsprogramma (DHW Install, Feest, Afwezig, Feestdag, Verlof) tijdens de gekozen bedrijfsmodus wordt gestart, zal het systeem prioritair werken volgens de instellingen van dit verwarmingsprogramma Temperatuurinstelling kamertemperatuur overdag In de draaischakelaarpositie worden de nagestreefde kamertemperaturen overdag voor de kamerverwarming vastgelegd. Draaischakelaar in de stand "Temp setpunt Dag" zetten. Overzicht wordt weergegeven. De eindcijfers van de parameteraanduidingen (1-3) in deze draaischakelaarstand duiden daarbij op de overeenkomst met de betreffende cyclus uit het tijdprogramma. Met de draaiknop het in te stellen temperatuursblok selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instellingen worden weergegeven. Temperatuur instellen. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk Temperatuurinstelling lagetemperatuurwerking In de draaischakelaarpositie worden de nagestreefde kamertemperaturen in de lagetemperatuurmodus voor de kamerverwarming vastgelegd. Draaischakelaar in de stand "Temp setpunt Nacht" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de in te stellen parameters selecteren. 18
19 3 x Bediening Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. [T-nacht]: Instelwaarde voor bedrijfsmodus "Nachtverlaging" of verlaging door permanent tijdsprogramma. [T-afwezig]: Instelwaarde voor tijdelijke verwarmings- /koelprogramma's ("Afwezig" en "Verlof"). Instellingen worden weergegeven. Temperatuur instellen. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk Temperatuurinstelling warmwaterbereiding In de draaischakelaarpositie worden de nagestreefde warmwatertemperaturen voor de warmwaterbereiding van het betreffende tijdprogramma vastgelegd. Draaischakelaar in de stand "Temp setpunt WW" zetten. De eindcijfers van de parameteraanduidingen (1-3) in deze draaischakelaarstand duiden daarbij op de overeenkomst met de betreffende cyclus uit het tijdprogramma. Met de draaiknop het in te stellen temperatuursblok selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instellingen worden weergegeven. Temperatuur instellen. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk Buitengewone warmwaterbereiding In de draaischakelaarpositie kan buiten een warmwatertijdprogramma het warme water manueel tot de in parameter [T-WW gew 1] vooraf ingestelde streeftemperatuur worden opgewarmd. De verwarming heeft voorrang op en is onafhankelijk van andere verwarmingsprogramma's. Draaischakelaar in de stand "DHW Install" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de in te stellen parameters selecteren. [1x warmwater]: Activering van een eenmalige warmwaterbereiding. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Parameter instellen. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Buitengewone warmwaterbereiding begint. Na afloop van deze tijdelijke functie, springt de Regeling automatisch terug naar de eerder actieve werkingsmodus. De draaischakelaar moet daarom na activering van de functie weer in de positie "Info" worden gebracht. De functie is onderhevig aan beperkingen in de tijd. Hij wordt ten laatste conform de door de vakman ingestelde maximale laadtijd afgebroken en kan op zijn vroegst na afloop van de door de vakman ingestelde blokkeertijd opnieuw worden gestart. Mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk Schakeltijdprogramma's Voor een comfortabele en individuele regeling van de kamer- en warmwatertemperatuur staan daarbij verschillende in de fabriek ingestelde, maar vrij te bepalen tijdprogramma's ter beschikking. De schakeltijdprogramma's regelen de betreffende verwarmingskring, de boilerkring en een optioneel aangesloten circulatiepomp volgens de op voorhand ingevoerde schakeltijden. Instelling In de draaischakelaarpositie gebeurt de instelling van de tijdsintervallen voor de verwarmingskring, de geïntegreerde warmwaterbereiding en de optionele circulatiepomp. Draaischakelaar in de stand "Tijdprogramma" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop het in te stellen tijdsprogramma selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instellingen worden weergegeven. Met de draaiknop de te verstellen waarde selecteren en wijzigen. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in de hoofdstuk 6.8 "Draaischakelaarstand: Tijdprogramma". Permanente tijdsprogramma's Voor de aangesloten verwarmingskringen en boileraanvoerkring regelen tijdsprogramma's de verwarmingskringtemperaturen en de bedrijfstijden van de circulatiepomp volgens de ingestelde schakelcycli. De schakelcycli zijn in tijdsblokken opgeslagen, waarvoor verschillende gewenste temperaturen kunnen worden ingesteld. In de schakelcycli wordt de verwarmingsinstallatie afwisselend volgens de dag- en nachtmodus geregeld. De kamerstreeftemperaturen voor deze tijdsprogramma's worden in de draaischakelaarstanden "Temp setpunt Dag", "Temp setpunt Nacht" en "Temp setpunt WW" ingesteld. De volgende schakeltijdprogramma's zijn beschikbaar: 2 tijdsprogramma's voor de verwarmingskring met telkens 3 mogelijke schakelcycli [CV-kring progr 1] [CV-kring progr 2] Dit kan voor iedere afzonderlijke weekdag of in blokken van "maandag tot vrijdag", "zaterdag tot zondag" en "maandag tot zondag" worden ingevoerd. Programma Tijdsruimte Schakelcyclus CV-kring progr 1 Afzonderlijke weekdag (maandag, dinsdag...) Werkweek (maandag tot vrijdag) Weekend (zaterdag tot zondag) Hele week (maandag tot zondag) CV-kring progr 2 Zie CV-kring progr :00 -> 22:00 --:-- -> --:-- --:-- -> --:-- 06:00 -> 22:00 --:-- -> --:-- --:-- -> --:-- 07:00 -> 23:00 --:-- -> --:-- --:-- -> --:-- 06:00 -> 22:00 --:-- -> --:-- --:-- -> --:-- Zie CV-kring progr 1 Tab. 3-7 Menustructuur tijdsprogramma verwarmingskring 19
20 3 x Bediening Tijdsinstellingen voor een schakelcyclus in een weekdag- of blokprogramma worden ook voor andere tijdsruimtes overgenomen, voor zover deze dezelfde weekdagen betreffen. Voorbeelden voor tab. 3-7: a) Voor de afzonderlijke weekdag 'maandag' wordt de begintijd in het eerste Schakelcyclus veranderd van 06:00 naar 05:00 uur. In de tijdsruimte "werkweek" en "hele week" wordt automatisch het eerste Schakelcyclus mee veranderd van 06:00 naar 05:00 uur. b) Voor de tijdsruimte "weekend" wordt de begintijd in het eerste Schakelcyclus veranderd van 07:00 naar 08:00 uur. Op de afzonderlijke weekdagen "zaterdag" en "zondag" wordt automatisch het eerste Schakelcyclus mee veranderd van 07:00 naar 08:00 uur. c) Voor de tijdsruimte "hele week" wordt de eindtijd in het eerste Schakelcyclus veranderd van 22:00 naar 21:30 uur. In alle weekdag- of blokprogramma's wordt automatisch de 1e schakelcyclus van 22:00 naar 21:30 u. mee veranderd. 2 tijdsprogramm's voor de warmwaterkring met telkens 3 mogelijke schakelcycli [WW progr. 1] [WW progr. 2] De instelling en de invoerstructuur van de tijdsprogramma's zijn identiek aan die voor het tijdsprogramma van de verwarmingskring (zie ook tab. 3-7). 1 tijdsprogramma voor een optioneel aangeslotencirculatiepomp met telkens 3 mogelijke schakelcycli [Programma circpomp] De instelling en de invoerstructuur van het tijdsprogramma zijn identiek aan die voor het tijdsprogramma van de verwarmingskring (zie ook tab. 3-7). Verdere aanwijzingen over instellingen voor een optionele circulatiepomp, zie paragraaf Opgeslagen schakeltijdprogramma's kunnen altijd worden veranderd. Voor een beter overzicht wordt aangeraden de geprogrammeerde schakelcycli te noteren en goed op te bergen (zie hoofdstuk ). De permanente tijdprogramma's zijn volgens tab. 3-8 op voorhand ingesteld. Schakelcyclus 1 Schakelcyclus 2 Schakelcyclus 3 Tijdsruimte Aan Uit Aan Uit Aan Uit Kamerverwarming / Kamerkoeling Temperatuurinstelling [T-ruimte gew 1]: 20 C [T-ruimte gew 2]: 20 C [T-ruimte gew 3]: 20 C [T-nacht]: 10 C "CV-kring progr 1" Maandag - Vrijdag 06:00 22: : : : : - - Zaterdag, Zondag 07:00 23: : : : : - - "CV-kring progr 2" Maandag - Vrijdag 06:00 08: : : : : - - Zaterdag, Zondag 07:00 23: : : : : - - Warmwaterbereiding Temperatuurinstelling [T-WW gew 1]: 48 C [T-WW gew 2]: 48 C [T-WW gew 3]: 48 C "WW progr. 1" Maandag - Zondag 00:00 24: : : : : - - "WW progr. 2" Maandag - Vrijdag 05:00 21: : : : : - - Zaterdag, Zondag 06:00 22: : : : : - - "Programma circpomp" Maandag - Vrijdag 05:00 21: : : : : - - Zaterdag, Zondag 06:00 22: : : : : - - Tab. 3-8 Fabrieksinstelling van de permanente schakeltijdprogramma's 20
21 3 x Bediening Tijdelijke tijdprogramma's Voor bijzondere situaties staan er 4 tijdelijke tijdprogramma's ter beschikking, die de permanente tijdprogramma's of de op dat moment ingestelde werkingsmodus gedurende hun geldigheid opheffen. Het symbool van het tijdelijke tijdsprogramma wordt, zolang het programma actief is, in de kopregel van de standaardschermweergave weergegeven. De volgende tijdelijke tijdprogramma's kunnen te allen tijde door het manueel wijzigen van de bedrijfsmodus worden afgebroken. 1. [Feest]: Onmiddellijke eenmalige verlenging van de kamerverwarming a) Is een automatisch programma geactiveerd, dan wordt altijd de laatst geldige schakelcyclus verlengd. In de tijd voor schakelcyclus 1 wordt aan de hand van de in parameter [T-ruimte gew 1] ingestelde kamerstreeftemperatuur geregeld. b) In alle andere bedrijfsmodi wordt aan de hand van de in parameter [T-ruimte gew 1] ingestelde kamerstreeftemperatuur geregeld. De warmwaterbereiding wordt niet beïnvloed. Het tijdprogramma loopt vanaf de activering over de ingestelde tijdsperiode. 2. [Afwezig]: Onmiddellijke eenmalige verlaging tot 6 u. Er wordt volgens de in de draaischakelaarpositie "Temp setpunt Nacht" in de parameter [T-afwezig] ingestelde kamerstreeftemperatuur in lagetemperatuurmodus geregeld. De warmwaterbereiding wordt niet beïnvloed. Het tijdprogramma loopt vanaf de activering over de ingestelde tijdsperiode. 3. [Feestdag]: Eenmalige kalendergestuurde aanwezigheid. Er wordt uitsluitend volgens de instellingen voor "zondag" in [CV-kring progr 1] geregeld. NLBE: De warmwaterbereiding wordt uitsluitend volgens de instellingen voor "zondag" in [WW progr. 1] geregeld. 4. [Verlof]: Eenmalige kalendergestuurde verlaging. Er wordt uitsluitend volgens de in de draaischakelaarpositie "Temp setpunt Nacht" in de parameter [T-afwezig] ingestelde kamerstreeftemperatuur in lagetemperatuurmodus geregeld. Warmwaterbereiding volgens de ingestelde streeftemperaturen en schakelcycli in het warmwater-tijdsprogramma [WW progr. 1] (zie paragraaf 3.4.5). Het kalendergestuurde programma [Verlof] wordt niet gestart, als op de ingestelde begindatum de bedrijfsmodus "Standby" of "Manueel" actief is Installatie-instellingen In de draaischakelaarpositie "Configuratie" vinden zowel de basisinstelling van de Regeling RoCon HP alsook de installatieconfiguratie voor de installatieomgeving van de Daikin Altherma EHS(X/H), de directe verwarmingskring, de warmwaterbereiding en de evt. optioneel aangesloten componenten plaats. Afhankelijk van de toegangsmachtiging (operator of vakman) zijn verschillende parameters beschikbaar. Enkele parameters zijn alleen toegankelijk voor de verwarmingsvakman. Taal, Datum, Tijd instellen Een interne voorgeprogrammeerde kalender verzorgt de automatische tijdsaanpassing bij de jaarlijks terugkerende zomer-/wintertijd-wisseling. Draaischakelaar in de stand "Configuratie" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop het niveau "Inbedrijfneming" selecteren. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de parameters [Taal], [Datum] of [Tijd] selecteren en bevestigen. Binnen ieder scherm de te verstellen waarde selecteren en veranderen met de draaiknop. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm. Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in paragraaf 3.6 en in hoofdstuk Terminalfunctie In de draaiknopstand "prog op afstand" kunnen bij geactiveerde terminalmodus ook andere, in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden geparametriseerd. Na activering van de "Bus - Scan" verschijnt op het scherm een keuzelijst met herkende apparaten (externe apparaten en lokaal apparaat). Na een extern apparaat te hebben gekozen en na te hebben bevestigd, wordt het in de lokale Regeling weergeven. Het plaatselijke bedieningsgedeelte werkt als afstandsbediening voor het externe apparaat. Daarbij worden alle bedieningsfuncties 1:1, zoals op het externe apparaat uitgevoerd en opgeslagen. Tijdens deze terminalfunctie wordt in de kopregel van het scherm als extra indicatie van het afstandsbediende apparaat het symbool #X getoond, waarbij "X" de ingestelde busidentificatie van het afstandsbediende apparaat is. De weergegeven waarden en symbolen worden altijd door het geselecteerde apparaat overgenomen (bv. aanvoertemperatuur van de mengerkring van de mengermodule EHS157068). Afb. 3-9 Voorbeeldweergaven voor afstandsbediende mengermodule Om het plaatselijke apparaat te bedienen moet dit weer geactiveerd worden in de selectielijst (parameter [Geen selectie]). Als in de draaischakelaarstand de melding "n.v.t." wordt weergegeven, werd er tot nu toe geen geldig terminaladres aan de bedieningseenheid toegewezen. Als de melding "n.v.t." nog steeds wordt weergegeven, kan het nodig zijn om de apparaatsoftware te updaten, om de terminalfunctie te kunnen gebruiken. Wend u hiervoor tot het Daikin-serviceteam. 21
22 3 x Bediening Terminalwerking activeren / deactiveren Voorwaarden: Aan het bedieningsgedeelte RoCon B1 van de of van het kamerstation EHS werd een geldig terminaladres toegewezen. De instelling van de terminaladressen kan men enkel met vakmancode wijzigen. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Draaischakelaar in de stand "prog op afstand" zetten. Niveau "prog op afstand" wordt weergegeven. Met de draaiknop de parameter [Bus - Scan] selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Contextmenu wordt weergegeven. prog op afstand Bus - Scan Geen selectie Afb Weergave van het niveau "prog op afstand" bij inbedrijfstelling of na tussentijdse scheiding van het net Met de draaiknop de parameter [New scan?] selecteren en bevestigen met "Ja". Bus - Scan wordt uitgevoerd. Overzicht van alle gevonden apparaten wordt weergegeven. Met de draaischakelaar het apparaat selecteren waarvoor de terminalfunctie moet worden uitgevoerd. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Het plaatselijke bedieningsgedeelte werkt als afstandsbediening voor het externe apparaat. Om de terminalmodus te beëindigen en het bedieningsgedeelte weer om te schakelen naar de bediening van het toegekende apparaat, moet op het niveau "prog op afstand" van parameter [Geen selectie] geselecteerd en bevestigd worden (zie afb. 3-10) Stille modus Stille modus betekent, dat het warmtepompbuiteneenheid met verminderde capaciteit functioneert. Daardoor worden de bedrijfsgeluiden, die door de buitenwaterpomp worden gegenereerd, gereduceerd. LET OP! Bij actieve Stille modus neemt de capaciteit van de kamerverwarming of -koeling zodanig af, dat evt. vooraf ingestelde temperatuurstreefwaarden niet meer kunnen worden bereikt. Bij buitentemperaturen onder het vriespunt bestaat gevaar voor schade aan de installatie door de inwerking van vorst. De Stille modus wordt als volgt aan-, uitgezet: Draaischakelaar in de stand "Configuratie" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop het niveau "Systeemconfiguratie" selecteren. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de parameter [Stille modus] selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Instelling van de parameter wordt weergegeven. Parameter instellen. Parameter [Stille modus] = 0: Uitgeschakeld Parameter [Stille modus] = 1: Permanent geactiveerd Parameter [Stille modus] = 2: Alleen 's nachts geactiveerd Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm. Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Speciale functies In de "Speciale modus" kunnen verschillende, vooral bij verwarmingsmonteurs bekende, functies worden doorgevoerd. De volgende speciale functies zijn mogelijk: Manuele werking (zie paragraaf 3.5.1) Meldingen weergeven (zie hoofdstuk 8) Resetten tot fabrieksinstellingen (zie paragraaf 3.6.7) Meer gedetailleerde uitleg over deze functies vindt u in hoofdstuk De oproep van speciale functies is niet afhankelijk van de stand van de draaischakelaar. Exit-toets minimaal 5 s. indrukken. Menu "Speciale modus" wordt weergegeven. Met de draaiknop het programma selecteren dat u wilt starten. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Het gekozen programma start. Afbreken en terugspringen door: Opnieuw op de Exit-toets te drukken of Aantikken van de draaiknop of Een ander menu kiezen met de draaiknop 22
23 3 x Bediening Manueel Manueel dient ervoor om de manueel op een bepaalde aanvoertemperatuur te brengen. De manuele modus moet uitsluitend worden gebruikt voor diagnoses. Bij hydraulisch geactiveerde voorrangwerking voor de warmwaterbereiding moet men erop letten dat de in manuele modus ingestelde aanvoerstreeftemperatuur voldoende hoog is om de vastgelegde warmwaterstreeftemperatuur (parameter [T-WW gew 1]) te bereiken. Exit-toets minimaal 5 s. indrukken. Menu "Speciale modus" wordt weergegeven. Met de draaiknop het programma "Manueel" kiezen. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. "Manueel" is actief. Met de draaiknop de aanvoerstreeftemperatuur instellen. 3.6 Speciale installatie-instellingen De aanpassing gebeurt door de instelling van parameters in de draaiknoppositie "Configuratie". Door te navigeren met de draaiknop komt men, afhankelijk van de positie van de draaischakelaar, uit op het volgende niveau of rechtstreeks op de overeenkomstige parameter Toegangsrechten (Vakmancode) Bepaalde instellingen in de Regeling zijn beperkt door toegangsrechten. Om toegang tot deze instelwaarden (parameters) te krijgen, moet in dit menu de "Inbedrijfneming" -vakmancode worden ingegeven. De afb toont het basisproces voor het ingeven van de toegangscode. De vakmancode wordt in een afzonderlijke brief naar het vakbedrijf verzonden. De instelling niet met de draaiknop bevestigen, omdat het programma anders beëindigd wordt. Wanneer de manuele modus actief is, wordt de opslagtemperatuur langdurig op de parameterwaarde van de eerste warmwaterstreeftemperatuur ([T-WW gew 1]) geregeld. Afbreken en terugspringen door: Opnieuw op de Exit-toets te drukken of Aantikken van de draaiknop of Een ander menu kiezen met de draaiknop Als de manuele modus wordt beëindigd, dan schakelt de Regeling RoCon HP automatisch naar de bedrijfsmodus "Standby". Configuratie Inbedrijfneming Systeemconfiguratie Toegangsrechten Speciale modus Inbedrijfneming Taal Datum Toegangsrechten Gebruiker Manueel FA failure Manueel Gewenst Ist Inbedrijfneming Keylock Function Toegangsrechten Toegangsrechten Installateur Type Buitentoestel Toegangsrechten Toegangsrechten Speciale modus Attention! Actuele Modus Afb Invoeren van de toegangscode Afb Symbolische korte handleiding voor de manuele modus 23
24 3 x Bediening Verwarmingscurve Met behulp van de verwarmingscurve wordt de aanvoerstreeftemperatuur afhankelijk van de betreffende buitentemperatuur aangepast aan de eigenschappen van het gebouw (weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling zie paragraaf 3.6.4). De helling van de verwarmingscurve beschrijft in het algemeen het gedrag van de veranderingen in de aanvoertemperatuur ten opzichte van de schommelingen van de buitentemperatuur. De verwarmingscurve ligt binnen de grenzen van de minimale en maximale temperatuur die voor de betreffende verwarmingskring werden ingesteld. Tussen de gemeten kamertemperatuur in de leefruimte en de gewenste kamertemperatuur kunnen afwijkingen optreden, die kunnen worden geminimaliseerd door een kamerstation of een kamerthermostaat te installeren. De Regeling is in de fabriek zo ingesteld, dat de verwarmingscurve zich bij gebruik niet zelf aanpast. De automatische verwarmingscurveaanpassing kan alleen door de verwarmingsvakman worden geactiveerd. Startvoorwaarden voor de automatische verwarmingscurveaanpassing: Buitentemperatuur < 8 C Bedrijfsmodus is automatisch (I of II) Duur van de lagetemperatuurfase minstens 6 h Is er geen automatische verwarmingscurveaanpassing geactiveerd, kan de verwarmingscurve manueel, door het verstellen van de parameter [Stooklijn]) worden ingesteld. Verwarmingscurve manueel aanpassen Voer correcties op de ingestelde waarden pas na 1-2 dagen uit en telkens maar in kleine stappen. Externe warmtebronnen deactiveren (bijv. open haard, directe zonnestralen, geopend venster). Aanwezige thermostaatkleppen van verwarmingselementen of actuators openen. Bedrijfsmodus "Verwarmen" activeren. Aan te houden waarden voor de instelling zijn: Verwarmingselement: 1,4 tot 1,6. Vloerverwarming: 0,5 tot 0,9. Configuratie Inbedrijfneming Systeemconfiguratie Configuratie Systeemconfiguratie Config. verwarming Config. WW Config. verwarming HC Function T-vorstbev Config. verwarming Isolatie Verwarmen koelen Verwarmen Stookgrens N Stooklijn Ruimte-invloed Stooklijn Stooklijn Stooklijn Afb Manuele instelling van de verwarmingscurve (weergave met toegangsmachtiging "Gebruiker") 24
25 3 x Bediening 1 Parameter [Start. T-ext. koelen] 2 Parameter [Max. T-ext. koelen] 3 Parameter [Start T-vertr koelen] 4 Parameter [Max. T-vertr koelen] 5 Parameter [Min. T-vertr koelen] 6 Kamerstreeftemperatuur 7 Koelmodus mogelijk Afb Parameterafhankelijkheid koelcurve T A Buitentemperatuur T V Voedingtemperatuur Koelcurve --- Mogelijke parallelverschuiving van de koelcurve T A T R Buitentemperatuur Voorgeschreven waarde kamertemperatuur Afb Verwarmingscurven T V Voedingtemperatuur Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Koelcurve Met behulp van de verwarmingscurve wordt de aanvoerstreeftemperatuur afhankelijk van de betreffende buitentemperatuur aangepast aan de eigenschappen van het gebouw (weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling zie paragraaf 3.6.4). Warmere buitentemperaturen leiden tot een koudere aanvoerstreeftemperatuur en omgekeerd. Voorwaarden voor de koelmodus: Buitentemperatuur > instelwaarde van de kamerstreeftemperatuur Buitentemperatuur > instelwaarde van de parameter [Start. T- ext. koelen] Modus "koelen" geactiveerd. a) via draaischakelaar in positie "Modus" of b) via kamerthermostaatfunctie (schakelcontacten Koelen gesloten) Geen warmteaanvraag in de verwarmingsinstallatie actief. De koelcurve wordt door de volgende vier parameters vastgelegd: 1. [Start. T-ext. koelen] 2. [Max. T-ext. koelen] 3. [Start T-vertr koelen] 4. [Max. T-vertr koelen] Tijdens de weersafhankelijke aanvoertemperatuurregeling kan de gebruiker de aanvoerstreeftemperatuur door de parameter [Corr. setpunt koelen] maximaal 5 C naar boven of benenden aanpassen. Naar beneden is de temperatuur door de parameter [Min. T-vertr koelen] beperkt. Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling Als de weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling actief is, wordt de aanvoerstreeftemperatuur (zie Info-parameter [T-WG gewenst], hoofdstuk 6.10) automatisch, afhankelijk van de buitentemperatuur bepaald volgens de ingestelde verwarmings- /koelcurve. In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Hij kan alleen met de technicuscode worden gedeactiveerd (Sie kann nur mit Fachmanncode deaktiviert (Vastewaarderegeling) of opnieuw geactiveerd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Met de optionele buitentemperatuursensor RoCon OT1, die aan de noordelijke zijde van het gebouw wordt geïnstalleerd, kan de weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling nog worden geoptimaliseerd Als er geen RoCon OT1 is geïnstalleerd, gebruikt de Regeling RoCon HP de waarde van de buitentemperatuur, die op de buitenwarmtepomp wordt gemeten. Als het kamerstation ook (EHS157034) op de Daikin Altherma EHS(X/H) aangesloten is, worden de aanvoerstreeftemperaturen geregeld op basis van het weer en de kamertemperatuur (zie tab. 6-3 / tab. 6-15, parameter [Ruimte-invloed]). Bij aangesloten mengermodule De instelling van de verwarming-/koelcurve voor het toegekende verwarmingscircuit wordt op dezelfde manier als hierboven beschreven uitgevoerd. Er bestaat de mogelijkheid om de toegewezen verwarmingskring te gebruiken als a) Mengeruitbreiding De mengermodule wordt de buitentemperatuur van de op de aangesloten buitentemperatuursensor via de CAN-bus overgedragen. of als b) Mengeruitbreiding met zoneregeling Op de mengermodule moet een afzonderlijke buitentemperatuursensor (RoCon OT1) worden aangesloten. De toegewezen verwarmingskring wordt geregeld volgens de voor deze zone relevante buitentemperatuur. Met geactiveerde terminalfunctie kan de mengermodule via de Regeling RoCon HP van de worden bediend en kunnen de instellingen voor de toegekende verwarmingskring worden uitgevoerd. 25
26 3 x Bediening In combinatie met het kamerstation EHS kan de mengermodule de toegekende verwarmingskring ook volledig zelfstandig en onafhankelijk van de regelen. Als in de draaischakelaarstand de melding "n.v.t." wordt weergegeven, werd er tot nu toe geen geldig terminaladres aan de bedieningseenheid toegewezen. Als de melding "n.v.t." nog steeds wordt weergegeven, kan het nodig zijn om de apparaatsoftware te updaten, om de terminalfunctie te kunnen gebruiken. Wend u hiervoor tot het Daikin-serviceteam. Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk en Vorstbeschermingsfunctie Bij een buitentemperatuur onder de parameterwaarde [T-vorstbev], wordt de geïntegreerde verwarmingscirculatiepompingeschakeld om te voorkomen dat de verwarmingsinstallatie bevriest. Bovendien worden ook de aanvoer-, boiler- en aangesloten kamertemperatuursensoren permanent gecontroleerd. Als bij een van deze sensoren de gemeten temperatuur onder 7 C daalt (bij een kamertemperatuur onder 5 C), dan wordt de vorstbeschermingsfunctie ook geactiveerd. Als de vorstbeschermingsfunctie actief is, wordt op de display van de Regeling RoCon HP in de standaardweergave het symbool naast de tijd weergegeven. Als de temperatuur verwarming aanvoer onder 7 C daalt, dan verwarmt de zo lang totdat de temperatuur verwarming aanvoer minstens 12 C bereikt. De functie wordt beëindigd als de buitentemperatuur boven de ingestelde parameterwaarde [T-vorstbev] + 1 K stijgt en er ook geen andere activeringsvoorwaarde is Legionellabescherming Deze functie dient om bacteriële verkieming in de warmwaterboiler te voorkomen. De precieze regelingen voor de drinkwaterhygiëne staan vermeld in de nationale voorschriften. De legionellabescherming is bij de Daikin Altherma EHS(X/H) in de fabriek uitgeschakeld, daar het gevaar voor verkieming omwille van de volgende redenen zeer klein is: Klein volume van de warmtewisselaar (roestvrij staal) voor de opwarming van drinkwater. Vaker volledige waterverversing "first-in-first-out". Geen doodwatergebieden in het opgeslagen drinkwater. Als de legionellabescherming geactiveerd is (parameter [Anti-Legionella Dag]) wordt de aangesloten warmwaterboiler 1x per dag of 1x per week opgewarmd tot de ontsmettingstemperatuur. De legionellabescherming is een uur lang actief. De verwarming van het warm water tot de ontsmettingstemperatuur gebeurt onafhankelijk van de voorgeschreven streefwaarden voor warm water die de gebruiker of de verwarmingstechnicus heeft ingesteld. Een aangesloten circulatiepomp wordt tijdens de thermische desinfectie automatisch ingeschakeld. De instelling van de parameters voor de legionellabescherming gebeurt in de draaischakelaarstand "Configuratie" op het niveau "Config. WW". Met de fabrieksinstellingen wordt de boiler om 03:30 uur opgewarmd, als op dit tijdstip de warmwatertemperatuur onder de 65 C ligt. Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie vindt u in hoofdstuk Als spaartarieffuncties zijn geactiveerd, kan bij bepaalde technicus-instellingen de werking van de warmtepomp door het energiebedrijf voor een korte periode volledig worden uitgeschakeld. In deze gevallen kan ook als de vochtbescherming is ingeschakeld niet worden bijverwarmd en de verwarmingscirculatiepomp in het apparaat wordt niet ingeschakeld. Deze situaties zijn te herkennen als in het informatieniveau "Overzicht" (zie paragraaf 3.4.1) bij het bedrijfsgegevensveld: "Ext" de waarde "HT" of "SG1" wordt weergegeven. 26
27 3 x Bediening Resetten op de fabrieksinstellingen (Reset) Als de niet meer naar behoren functioneert en geen andere oorzaak kan worden gevonden voor de storing, kan het nodig zijn, alle regelingsinstellingen terug te zetten naar de fabrieksstatus. Daarvoor zijn er 3 instelmogelijkheden: Mogelijkheid 1 Met gebruikerstoegangsrechten kunnen in de "Speciale modus" de schakeltijdprogramma's op de fabrieksinstellingen, zoals tab. 3-8, worden gereset. 1. Exit-toets minimaal 5 s. indrukken. Menu "Speciale modus" wordt weergegeven. 2. Met de draaiknop het programma "Timeprog Reset" kiezen. 3. Programma uitvoeren door korte druk op de draaiknop. De betreffende waarden worden gereset tot de fabrieksinstellingen. 4. Met de draaiknop "Terug" selecteren. 5. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Mogelijkheid 2 Met vakmantoegangsrechten kunnen in de "Speciale modus" alle klantspecifieke parameterinstellingen op de fabrieksinstellingen, zoals tab. 6-1 tot tab worden gereset. Mogelijkheid 3 Mochten fundamentele wijzingen van de Daikin Altherma EHS(X/H) voor het functioneren binnen het RoCon-systeem nodig zijn, dan kan de Basisconfiguratie met vakmantoegangsrechten op de uitlevertoestand worden teruggezet of opnieuw worden gedefinieerd. Schakeltijdprogramma voor circulatiepomp vastleggen Draaischakelaar in de stand "Configuratie" zetten. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop het niveau "Config. WW" selecteren. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Overzicht wordt weergegeven. Met de draaiknop de in te stellen parameters selecteren. [Circpomp warmwater]: Instelling die bepaalt of de circulatiepomp door het actieve warmwater-schakeltijdprogramma wordt aangestuurd [AAN] of door een apart schakeltijdprogramma [UIT]. [Interval circ. pomp]: Instelling van de intervalsturing voor optionele circulatiepompen. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop. Parameter instellen. Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop. De circulatiepomp wordt volgens de aangebrachte instellingen door de Regeling RoCon HP aangestuurd. Mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk Afstandsbediening via het internet Via een optionele gateway (EHS157056) kan de Regeling RoCon HP met het internet worden verbonden. Zo is een afstandssturing van de via mobiele telefoon (met een App) mogelijk. Na een reset op de fabrieksinstellingen via mogelijkheid 2 of 3 moet de installatie door de verwarmingstechnicus weer worden aangepast aan de omgeving en moeten alle klantspecifieke parameters opnieuw worden ingesteld Instellingen voor optionele circulatiepomp Voor meer comfort bij de warmwateropname kan met de Regeling RoCon HP een optionele circulatiepomp worden ingeschakeld. Daarvoor zijn er 2 instelmogelijkheden: a) Afzonderlijk schakeltijdprogramma (zie paragraaf 3.4.7). De circulatiepomp werkt daarbij volgens een zelfstandig schakeltijdprogramma. b) Samen met een schakeltijdprogramma voor warmwatervoorziening. De circulatiepomp wordt daarbij parallel met de bedrijfstijden van een warmwater-schakeltijdprogramma aangestuurd. Onafhankelijk van het ingestelde schakeltijdprogramma kan het energieverbruik van de circulatiepomp worden geminimaliseerd, door deze in fasen te gebruiken. Met de parameter [Interval circ. pomp] wordt ingesteld hoe lang de circulatiepomp binnen een interval van 15 minuten wordt aangedreven. 27
28 4 x Inbedrijfstelling 4 Inbedrijfstelling WAARSCHUWING! Een op ondeskundige wijze in bedrijf gestelde kan het leven en de gezondheid in gevaar brengen en slecht functioneren. LET OP! Door een ondeskundig in bedrijf gestelde Daikin Altherma EHS(X/H) kan materiële en milieuschade ontstaan. Minimumvereisten voor de kwaliteit van vul- en aanvulwater: Waterhardheid (calcium en magnesium, berekend als calciumcarbonaat): 3 mmol/l Geleidingsvermogen: 2700 μs/cm Chloride: 250 mg/l Sulfaat: 250 mg/l ph-waarde (verwarmingswater): 6,5-8,5. Als de hierboven genoemde minimumvereisten voor de waterkwaliteit van plaatselijke waterleidingbedrijven niet kunnen worden gegarandeerd, moeten geschikte voorzorgsmaatregelen worden genomen voor de watervoorbereiding. Wanneer de installatie in werking is, moet met regelmatige intervallen de waterdruk worden gecontroleerd. Eventueel d.m.v. bijvullen aanpassen. 4.1 Eerste inbedrijfstelling De eerste inbedrijfstelling van de mag uitsluitend door geautoriseerde en geschoolde verwarmingstechnici worden uitgevoerd. 4.2 Opnieuw in bedrijf stellen Voorwaarden LET OP! Inbedrijfstelling tijdens vriestemperaturen kan tot schade aan het volledige systeem leiden. Inbedrijfstelling bij temperaturen onder 0 C alleen bij verzekering van een watertemperatuur van minstens 5 C in de verwarmingsinstallatie en in de boiler. Daikin raadt aan om het systeem bij extreme vorst niet in bedrijf te stellen Inbedrijfstelling Als de boilertemperatuur onder bepaalde minimumwaarden zakt, dan verhinderen de veiligheidsinstellingen van de de werking van de warmtepomp bij lage buitentemperaturen: Buitentemperatuur < -2 C, minimale boilertemperatuur = 30 C Buitentemperatuur < 12 C, minimale boilertemperatuur = 23 C. Zonder aanjaagverwarmer: Het boilerwater moet door een externe bijverwarmer tot de vereiste minimale boilertemperatuur worden verwarmd. Met aanjaagverwarmer (EKBUxx): Bij een buitentemperatuur < 12 C en een boilertemperatuur < 35 C wordt de aanjaagverwarmer (EKBUxx) automatisch ingeschakeld om het boilerwater tot minstens 35 C te verwarmen. 1. Koudwateraansluiting controleren en warmtewisselaar voor drinkwater vullen. 2. Stroomtoevoer naar de inschakelen. 3. Startfase afwachten. 4. Na afsluiting van de startfase in verwarmingsbedrijf, de verwarmingsinstallatie ontluchten, installatiedruk controleren en evt. instellen (max. 3 bar). Air Purge (Mag alleen door verwarmingstechnicus worden uitgevoerd.) 5. Visuele inspectie op lekkage bij alle verbindingsdelen in het huis uitvoeren. Maak eventuele lekken vakkundig dicht. 6. Draaischakelaar op de regeling instellen op de gewenste werkingsmodus. 7. Bij aangesloten Daikin zonne-installatie, deze in bedrijf stellen volgens de meegeleverde handleiding. Na de uitschakeling van de zonne-energie-installatie van Daikin opnieuw het peil in het bufferreservoir controleren. De is volledig aangesloten. Het koelmiddelsysteem is ontvochtigd en met de voorgeschreven hoeveelheid koelmiddel gevuld. De verwarmings- en warmwaterinstallatie is gevuld en staat onder de juiste druk (zie hoofdstuk 7.5). De boiler is tot aan de overloop gevuld (zie hoofdstuk 7.4). 28
29 5 x Buitenbedrijfstellen 5 Buitenbedrijfstellen WAARSCHUWING! Bij het openen van de zonnecollectorterugstroomaansluiting en de verwarmings- en warmwateraansluitingen ontstaat gevaar op verbranding en overstroming door uitstromend heet water. Boilerreservoir resp. verwarmingsinstallatie pas ledigen na voldoende afkoeling, met geschikte uitrusting voor het afleiden resp. opvangen van uitstromend water, wanneer u geschikte veiligheidskledij draagt. 5.1 Tijdelijk stilleggen LET OP! Een buiten bedrijf gestelde verwarminginstallatie kan bij vorst bevriezen en beschadigd raken. De stilgelegde verwarmingsinstallatie bij gevaar voor vorst aan de waterzijde legen. Wanneer de verwarmingsinstallatie niet is geleegd, moet bij gevaar voor vorst de stroomtoevoer gegarandeerd zijn en de externe hoofdschakelaar ingeschakeld blijven. Als de gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, dan kunt u die tijdelijk stilleggen. Daikin adviseert echter de installatie niet van de voeding los te koppelen, maar slechts in de "Stand-bymodus" te zetten (Gebruiksaanwijzing van de besturing). De verwarmingsinstallatie is dan tegen bevriezing beschermd en pompen- en kleppenbescherming zijn actief. Als bij gevaar voor vorst de stroomvoorziening niet is gegarandeerd, dan moet u de langs de waterzijde volledig legen of moeten de nodige maatregelen worden genomen voor vorstbeveiliging van de aangesloten CV-installatie en de warmwaterboiler (bijv. ledigen). Als het vorstgevaar bij onzekere elektrische voeding slechts enkele dagen bestaat, dan hoeft u de Daikin Altherma EHS(X/H) vanwege de goede warmte-isolatie van de wateraansluiting niet af te tappen, mits u de boilertemperatuur regelmatig inspecteert en die temperatuur niet tot onder de +3 C daalt. Hierdoor is het aangesloten warmteverdeelsysteem uiteraard niet tegen vorst beschermd Aftappen van het voorraadvat van de stroomvoorziening afhalen. Afvoerslang aansluiten op de KFE-vulaansluiting (accessoire KFE BA) (afb. 5-1, pos. A) en naar een recipiënt op vloerniveau laten lopen. 1. Als KFE-vulaansluiting niet beschikbaar is, kan het aansluitstuk (afb. 5-1, pos. C) van de veiligheidsoverloop (afb. 5-1, pos. B) worden gedemonteerd en gebruikt. Deze moet na het ledigen terug worden gemonteerd alvorens de verwarmingsinstallatie opnieuw in bedrijf kan worden gesteld. A C 2. D E C Afb. 5-1 Afvoerslang monteren Optie: Aansluitstuk van veiligheidsoverloop demonteren A B C D KFE-vulaansluiting (accessoire KFE BA) Veiligheidsoverloop Aansluitstuk voor veiligheidsoverloop Klemstuk E F G X Tab. 5-1 Legende bij afb. 5-1 tot afb. 5-6 Zonder zonne-installatie Afdekplaat van vul- en ledigingsaansluiting verwijderen. Bij gebruik van KFEvulaansluiting (accessoire KFE BA): Afdekplaat aan de handgreep wegnemen en het draadstuk (afb. 5-2, pos. E) uit het boilerreservoir schroeven. Afb. 5-2 B Draadstuk Afsluitdop Aansluithoek Klepinzet E B Draadstuk uitschroeven 29
30 5 x Buitenbedrijfstellen KFE-vulaansluiting in draadstuk (afb. 5-3, pos. E) plaatsen en met het klemstuk (afb. 5-3, pos. D) bevestigen. Geschikt recipiënt onder de vul- en ledigingsaansluiting plaatsen. Aan de vul- en ledigingsaansluiting het draadstuk (afb. 5-4, pos. E) losdraaien en de sluitdop (afb. 5-4, pos. F) verwijderen en meteen het vooraf gemonteerde draadinzetstuk met KFE-vulaansluiting in de vul- en ledigingsaansluiting (afb. 5-4) weer vastschroeven. KFE-vulaansluiting in de aansluithoek plaatsen en met klemmen vastzetten (afb. 5-6) LET OP! Na verwijdering van de afsluitdop zal het boilerwater krachtig naar buiten stromen. Afb. 5-6 KFE-vulaansluiting in de aansluithoek monteren Afb. 5-3 A (C) E A (D) KFE-vulaansluiting aanvullen 1. Afb. 5-4 E 2. F KFE-vulaansluiting in de vul- en ledigingsaansluiting schroeven KFE-kraan aan de KFE-vulaansluiting openen en de waterinhoud uit het boilerreservoir laten lopen. Alleen bij zonne-energie-installatie De klepinzet aan de aansluithoek zo instellen dat de weg naar de blindplug is geblokkeerd (afb. 5-5). De blindplug uit de aansluithoek nemen (afb. 5-5), en een geschikt recipiënt voorzien. KFE-kraan aan KFE-vulaansluiting opendraaien. Klepinzet aan de aansluithoek zo instellen dat de weg naar de afvoerslag vrij is (zie ook afb. 5-5) en de waterinhoud uit het boilerreservoir laten lopen Leegmaken van het verwarming- en warmwatercircuit Afvoerslag aan de KFE-kraan van de Daikin Altherma EHS(X/H) aansluiten. Open de vul-/aftapkraan op de. Verwarmings- en warmwatercircuit laten leeglopen. Isoleer de voedings- en terugstroomleiding van de verwarming evenals de koudwatertoevoer- en warmwaterafvoerleiding op de. Sluit de afvoerslang zo op de toevoerleiding resp. terugstroomleiding van de verwarming alsook de koudwatertoevoerleiding en warmwaterterugstroomleiding aan, dat de slangopening zich dicht boven de grond bevindt. Laat de afzonderlijke warmtewisselaars na elkaar volgens het hevelprincipe leeglopen. X1 X X3 X4 1 X G 2. X4 1. Afb. 5-5 Klepinzet blokkeren, blindplug uit de aansluithoek nemen 30
31 5 x Buitenbedrijfstellen 5.2 Definitieve stillegging WAARSCHUWING! Ondeskundig gedemonteerde koelinstallaties (warmtepompen), klimaatregelende installaties en verwarmingtoestellen kunnen het leven en de gezondheid van personen in gevaar brengen en bij opnieuw inbedrijfstellen qua werking zijn ingeperkt. Laat werkzaamheden aan de Daikin Altherma EHS(X/H) (zoals bijv. demontage van constructiedelen, tijdelijke of definitieve stillegging van de installatie) uitsluitend uitvoeren door personen die daartoe zijn geautoriseerd en voor de betreffende handelingen een bevoegdheidstechnische of bedrijfsmatige opleiding hebben genoten, evenals aan een door een verantwoordelijke instantie erkende vervolgopleiding hebben deelgenomen. Hiertoe behoren met name verwarmingmonteurs, elektriciens en koude-installatiemonteurs, die op grond van hun technische opleiding en hun kennis, ervaring met de deskundige installatie van verwarming- en koelinstallaties en klimaatinstallaties, evenals met warmtepompen hebben opgedaan. Waarschuwingen en veiligheidsinstructies in de installatiehandleiding voor het werken aan het koelmiddelsysteem moet u absoluut inachtnemen. Een definitieve bedrijfsonderbreking kan noodzakelijk zijn, indien De installatie defect is, gedemonteerd en afgevoerd wordt. Onderdelen van de installatie defect zijn, gedemonteerd en vervangen worden. De installatie resp. delen van de installatie worden gedemonteerd en op een andere locatie weer worden opgebouwd. De is zo montage- en milieuvriendelijk geconstrueerd, dat bovengenoemde handelingen doelmatig en milieuvriendelijk zijn uit te voeren. Bij een locatiewissel of vervanging van onderdelen van de koelmiddelinstallatie in het pijpleidingstelsel: Koelmiddel in het warmtepompbuitentoestel terugpompen (zie installatie- en bedieningshandleiding van het betreffende warmtepomptoestel). Bij het afvoeren van de installatie of vervanging van onderdelen van het koelmiddelsysteem: Koelmiddel uit de installatie afzuigen en recycleren (zie installatie- en bedieningshandleiding van het betreffende warmtepompbuitentoestel). LET OP! Uit de installatie gelekt koelmiddel schaadt het milieu. Door vermenging van diverse koelmiddelsoorten kunnen gevaarlijke toxische gasmengsels ontstaan. Het mengen met olie kan bij koelmiddellekkage tot besmetting van de grond leiden. Koelmiddel nooit in de atmosfeer laten ontsnappen - altijd met een daarvoor recyclageapparaat afzuigen en recycleren. Koelmiddel altijd recycleren en zodoende scheiden van olie en andere additieven. Koelmiddel alleen per soort in geschikte drukreservoirs opslaan. Koelmiddel, olie en additieven volgens voorschrift en overeenkomstig de nationale bepalingen in het land van gebruik afvoeren. buitenbedrijfnemen (zie hoofdstuk 5.1). isoleren van alle elektrische aansluitingen, koelmiddel- en wateraansluitingen. c.q. relevante onderdelen volgens de installatiehandleiding in omgekeerde volgorde demonteren. op de juiste wijze afvoeren. Aanwijzingen voor het afvoeren De is milieuvriendelijk geconstrueerd. Bij het verwijderen, blijft uitsluitend afval over dat herbruikbaar is of kan worden verbrand. De gebruikte materialen, welke geschikt zijn voor hergebruik, kunnen naar soort worden gescheiden. Daikin heeft - dankzij de milieuvriendelijke constructie van de - de voorwaarden gecreëerd voor een milieuvriendelijke verwijdering. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de verwijdering op de juiste wijze en overeenkomstig de in zijn/haar land geldende regels te laten plaatsvinden. Het kenmerk op het product geeft aan dat elektrische en elektronische producten niet bij het ongesorteerde huishoudelijk afval horen. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de verwijdering op de juiste wijze en overeenkomstig de in zijn/haar land geldende regels te laten plaatsvinden. Uitsluitend een gekwalificeerde monteur mag het systeem demonteren en koelmiddelen, olie en andere onderdelen hanteren. Voer uitsluitend af naar een inrichting die is gespecialiseerd in hergebruik. Voor meer informatie kunt u terecht bij uw installatiebedrijf of de daarvoor verantwoordelijke lokale overheden. 31
32 6 x Parameterinstellingen 6 Parameterinstellingen 6.1 Verklaring van de parametertabellen De in de paragrafen 6.2 tot 6.11 opgegeven parametertabellen bevatten compacte informatie over alle parameters, die in de betreffende draaischakelaarposities op de regelaar (1e menuniveau, 2e menuniveau) beschikbaar zijn. Naast de parameteraanduidingen bevatten de tabellen ook informatie over instelbereiken, fabrieksinstellingen, instelopties of verstelstapgroottes en korte verklaringen van de functie. Bovendien geven ze uitsluitsel over de toegangsmachtigingen voor de bediening van de regelaar. Voor de daarmee overeenkomende kenmerking worden de volgende korte begrippen gebruikt: BE Toegangsmachtiging voor de eigenaar HF Toegangsmachtiging met vakmancode Status: N Niet zichtbaar E Zichtbaar en instelbaar S Zichtbaar 6.2 Draaischakelaarstand: Configuratie Niveau "Inbedrijfneming" Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min / Max BE HF Subniveau Fabrieksinstelling Resolutie Tab. 6-1 Taal Nationale taal van de tekst op de bedieningseenheid E E Duits Engels Frans Nederlands Italiaans Spaans Portugees Datum Huidige datum in dag/maand/jaar-notatie. De actuele weekdag wordt aan de hand van E E de datum automatisch berekend. Tijd Uur in de notatie uren/minuten. E E Keylock Function Vrijschakeling van de functie toetsenblokkering: Uit: Toetsenblokkering kan niet worden geactiveerd. Aan: Toetsenblokkering kan met draaiknop geactiveerd worden (zie hoofdstuk 3.3). E E Uit Aan Duits 1 Uit - Toegangsrechten Invoer toegangscode. Instelling cijferwijze zoals cijferslot (zie hoofdstuk 3.6.1). E E Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Inbedrijfneming" Niveau "Systeemconfiguratie" Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min / Max Bivalentietemp. Alleen als parameter [Equilibrium Func.] = Aan (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. E E -15 tot +35 C 0 C 1 C Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Buitentemperatuur vanaf dewelke de optionele bijverwarmer ter ondersteuning van de kamerverwarming wordt geactiveerd. De bivalente temperatuur is relevant voor het gebruik van de optionele extra verwarming op basis van een back-up-aanvraag (ruimteverwarmingsmodus). Hiervoor wordt de temperatuur van de in de buitenwarmtepomp geïntegreerde temperatuursensor (infowaarde TA2) gebruikt. De getoonde infowaarde TA2 kan afwijken van de waarde in de standaardweergave. Stille modus Modus voor geluidsarme werking bij verminderd vermogen (zie hoofdstuk ). 0: Uitgeschakeld 1: Ingeschakeld 2: Wordt uitsluitend 's nachts tussen 22:00 en 6:00 uur in de fluistermodus gebruikt. E E Tab. 6-2 Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Systeemconfiguratie" Afhankelijk van de softwareversie kunnen in dit niveau afzonderlijke informatieparameters worden weergegeven die niet in tab. 6-2 staan beschreven. Zie daartoe tab
33 6 x Parameterinstellingen Niveau "Config. verwarming" Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min / Max BE HF subniveau Fabrieksinstelling Resolutie T-vorstbev Isolatie Verwarmen Stookgrens D Stookgrens N Stooklijn Uit: Geen vorstbescherming van de verwarmingskring Anders: Als de buitentemperatuur onder de geprogrammeerde waarde daalt, schakelt de installatie zichzelf in vorstbeschermingsmodus (inschakelen van de pompen). De functie wordt beëindigd wanneer de buitentemperatuur boven de ingestelde waarde + 1 K ligt. Instelling van de gebouwisolatienorm. Daardoor worden de gemiddelde buitentemperatuur en de automatische aanpassingen van de verwarmingscurve en de verwarmingstijden beïnvloed. Instelling van de automatische zomeruitschakeling van de verwarmingswerking. Als de gemiddelde buitentemperatuur die de regelaar meet de ingestelde waarde met meer dan 1 K overschrijdt, wordt de verwarmingskring uitgeschakeld. De verwarming wordt weer vrijgegeven als de buitentemperatuur onder de ingestelde grens daalt. Instelling van de verwarmingsgrens ter 'uitschakeling' van de verwarmingskring in lagetemperatuurwerking (werkwijze zoals parameter [Stookgrens D]). Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de verwarmingscurve. De verwarmingscurve toont in welke mate de aanvoerstreeftemperatuur van de verwarmingskring afhankelijk is van de buitentemperatuur (zie hoofdstuk 3.6.2). Ruimte-invloed Alleen bij aangesloten en aan de verwarmingskring toegewezen kamerstation : De instelling van welke invloed de afwijking van de door EHS gemeten kamertemperatuur ten opzichte van de huidige streefwaarde (zie hoofdstuk en 3.4.4) heeft op de aanvoerstreeftemperatuur.. Uit: Enkel weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling 0: Enkel weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling, maar interne verwarmingspomp loopt volgens een warmte-aanvraag tijdens de afkoeltijd verder tot de volgende verwarmingscyclus. 1-20: Zorg voor een correctie van de aanvoerstreeftemperatuur (parallelverschuiving van de verwarmingscurve) met de ingestelde factor. E E Uit, -15 tot +5 C E E Uit laag Normaal Goed Uitstekend 0 C 1 C laag - E E Uit, C 19 C 0,5 C E E Uit, C 10 C 0,5 C E E 0,0-3,0 0,5 0,1 E E Uit, 0-20 Uit 1 Aanpassing kamertemp Vertrektemp. Dag Vertrektemp. Nacht Voorbeeld: Als de gemeten temperatuur 2 K onder de streefwaarde ligt, wordt de aanvoerstreeftemperatuur met 2 keer de ingestelde waarde verhoogd.. Alleen bij aangesloten en aan de verwarmingskring toegewezen kamerstation : Individuele aanpassing van de voor de regeling relevante kamertemperatuur. Als er een systematische afwijking van de door EHS gemeten kamertemperatuur ten opzichte van de in het oponthoudsbereik van deze kamer daadwerkelijke temperatuur wordt vastgesteld, dan kan de meetwaarde worden gecorrigeerd met de ingestelde waarde. Alleen als parameter [HC Function] = 1 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor de verwarmingskring tijdens de verwarmingstijd bij bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Verwarmen". Alleen als parameter [HC Function] = 1 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor de verwarmingskring in lagetemperatuurwerking bij bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Nachtverlaging". E E -5,0 tot +5,0 K 0,0 K 1 K E E C 40 C 1 C E E C 10 C 1 C koelen ( Uitsluitend gebruiken als de toegekende warmtegenerator een koelfunctie heeft.) Start. T-ext. koelen Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. E E C 24 C 1 C Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling vanaf welke buitentemperatuur de koelmodus met de hoogste aanvoerstreeftemperatuur om te koelen [Start T-vertr koelen] start (instelvoorwaarde: bedrijfsmodus "koelen"). Max. T-ext. koelen Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. E E C 35 C 1 C Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling bij welke buitentemperatuur de laagste steeftemperatuur om te koelen [Max. T- vertr koelen] wordt aangegeven (instelvoorwaarde: bedrijfsmodus "koelen"). Start T-vertr koelen Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. E E 5-25 C 18 C 1 C Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur om te koelen bij het starten van de koelmodus (buitentemperatuur = parameter [Start. T-ext. koelen]) Max. T-vertr koelen Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. E E 5-25 C 8 C 1 C Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de minimale aanvoerstreeftemperatuur om te koelen. Deze wordt vanaf de buitentemperatuur (parameter [Max. T-ext. koelen]) constant gehouden. T-voorl koel Alleen als parameter [HC Function] = 1 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur om te koelen bij actieve koelwerking. E E 8-30 C 18 C 1 C Corr. setpunt koelen Parallelverschuiving van de kenlijn voor het koelen met de ingestelde waarde. E E -5,0 tot +5,0 K 0,0 K 1 K Tab. 6-3 Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Config. verwarming" 33
34 6 x Parameterinstellingen Niveau "Config. WW" Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min / Max BE HF Circpomp warmwater Interval circ. pomp Anti-Legionella Dag Tab. 6-4 Instelling voor de aansturing van een circulatiepomp. Uit: Optionele circulatiepomp wordt volgens het schakeltijdprogramma [Programma circpomp] aangestuurd. Aan: De aansturing van de optionele circulatiepomp en die van het actieve schakeltijdprogramma voor warmwaterbereiding verloopt synchroon. Instelling van de intervalsturing voor optionele circulatiepompen. Uit: Uitgeschakeld. De circulatiepomp loopt tijdens de vrijgavetijden van het toegewezen schakeltijdprogramma (parameter [Circpomp warmwater]) permanent door. Anders: Draait de circulatiepomp in fasen (faseverhouding: pomplooptijd = instelwaarde per 15 min). Instelling van de dag voor thermische desinfectie van de warmwaterboiler. Uit: Geen thermische desinfectie Maandag - zondag: Dag van de thermische desinfectie Ma - Zo: Dagelijkse thermische desinfectie Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Config. WW" E E Uit Aan E E Uit, 1-15 min E E Uit, Maandag... Zondag, Ma Zo Fabrieksinstelling Resolutie Uit - Uit 1 min Uit Draaischakelaarstand: DHW Install Parameter Omschrijving Toegang Instelbereik BE HF Min / Max 1x warmwater Start van de eenmalige opwarming van het warm water op de ingestelde nagestreefde waarde E E Uit [T-WW gew 1], onafhankelijk van de verwarmingsprogramma's. Aan Hyst. WP WW Schakeldrempel warmwaterverwarming Instelling van het temperatuurverschil waarmee de temperatuur in de warmwaterboiler ten opzichte van de momenteel geldige warmwaterstreeftemperatuur [T-WW setpunt] mag dalen vooraleer de warmtepomp voor de warmwaterbijvulling moet worden uitgeschakeld. Wachttijd BOH Vertragingstijd vanaf wanneer de extra warmtegenerator de warmtepomp bij een warmwaterbijvulling mag ondersteunen (zie hoofdstuk). Tab. 6-5 Parameter in draaischakelaarstand "DHW Install" Fabrieksinstelling Resolutie Uit - E E 2-20 K 5 K 1 K E E min 50 min 1 min 6.4 Draaischakelaarstand: Modus Parameter Omschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min / Max Standby In deze bedrijfsmodus zijn alle interne functies uitgeschakeld. Vorstbescherming is aanhoudend E E - actief en een blokkeerbescherming van de pomp blijft gegarandeerd. Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden als deze instelling wordt gekozen bovengeschikt eveneens in de bedrijfsmodus geschakeld. Uitgangen zijn niet continu spanningsvrij. Nachtverlaging De interne verwarmingskring werkt permanent (24 h per dag) op de ingestelde verlaagde temperatuur. E E - De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 1]. Verwarmen De interne verwarmingskring werkt permanent (24 h per dag) aan de ingestelde nagestreefde E E - kamertemperatuur voor overdag (verwarmen). De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 1]. koelen De interne verwarmingskring werkt permanent (24 h per dag) aan de ingestelde nagestreefde E E - kamertemperatuur voor overdag (koelen). De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 1]. Vorstbescherming is aanhoudend actief en een blokkeerbescherming van de pomp blijft gegarandeerd. Zomer De interne verwarmingskring is uitgeschakeld. Vorstbescherming is aanhoudend actief en een E E - blokkeerbescherming van de pomp blijft gegarandeerd. De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 1]. Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden als deze instelling wordt gekozen bovengeschikt eveneens in de bedrijfsmodus geschakeld. Automatisch 1 De interne verwarmingskring regelt volgens het ingestelde tijdsprogramma [CV-kring progr 1] E E - met de betreffende kamerstreeftemperaturen. De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 1]. Automatisch 2 De interne verwarmingskring regelt volgens het ingestelde tijdsprogramma [CV-kring progr 2] met de betreffende kamerstreeftemperaturen. De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 2]. E E - Tab. 6-6 Parameter in draaischakelaarstand "Modus" 34
35 6 x Parameterinstellingen 6.5 Draaischakelaarstand: Temp setpunt Dag Tab. 6-7 Parameter in draaischakelaarstand "Temp setpunt Dag" 6.6 Draaischakelaarstand: Temp setpunt Nacht Tab. 6-8 Parameter in draaischakelaarstand "Temp setpunt Nacht" 6.7 Draaischakelaarstand: Temp setpunt WW Parameter Omschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min / Max T-ruimte gew 1 Kamerstreeftemperatuur voor de 1e schakeltijdcyclus van het tijdsprogramma [Automatisch 1] E E 5-40 C 20 C 0,5 C en [Automatisch 2]. T-ruimte gew 2 Kamerstreeftemperatuur voor de 2e schakeltijdcyclus van het tijdsprogramma [Automatisch 1] E E 5-40 C 20 C 0,5 C en [Automatisch 2]. T-ruimte gew 3 Kamerstreeftemperatuur voor de 3e schakeltijdcyclus van het tijdsprogramma [Automatisch 1] en [Automatisch 2]. E E 5-40 C 20 C 0,5 C Parameter Omschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min / Max T-nacht Kamerstreeftemperatuur voor de daaltijden van het permanente tijdsprogramma E E 5-40 C 15 C 0,5 C [Automatisch 1] en [Automatisch 2] geldt. T-afwezig Kamerstreeftemperatuur voor de daaltijden van het tijdelijke tijdsprogramma [Afwezig] + [Verlof]. E E 5-40 C 15 C 0,5 C Parameter Omschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min / Max T-WW gew 1 Warmwaterstreeftemperatuur voor de 1e schakeltijdcyclus van het tijdsprogramma E E C 48 C 1 C [Automatisch 1] en [Automatisch 2]. T-WW gew 2 Warmwaterstreeftemperatuur voor de 2e schakeltijdcyclus van het tijdsprogramma E E C 48 C 1 C [Automatisch 1] en [Automatisch 2]. T-WW gew 3 Warmwaterstreeftemperatuur voor de 3e schakeltijdcyclus van het tijdsprogramma [Automatisch 1] en [Automatisch 2]. E E C 48 C 1 C Tab. 6-9 Parameter in draaischakelaarstand "Temp setpunt WW" 35
36 6 x Parameterinstellingen 6.8 Draaischakelaarstand: Tijdprogramma Parameter Omschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min / Max Feest De verwarmingskring wordt voor de ingestelde tijdsduur op de in parameter [T-ruimte gew 1] E E 00:00-06:00 00:00 1 h ingestelde kamerstreeftemperatuur geregeld. Als de tijdsprogramma's [Automatisch 1] of [Automatisch 2] actief zijn, dan wordt de verwarmingscyclus verlengd of voortijdig gestart. (Kamerstreeftemperatuur zie hoofdstuk 3.4.7). De warmwaterbereiding wordt niet beïnvloed. Afwezig De verwarmingskring wordt voor de ingestelde tijdsduur op de in parameter [T-afwezig] ingestelde E E 00:00-06:00 00:00 1 h kamerstreeftemperatuur geregeld. De warmwaterbereiding wordt niet beïnvloed. Verlof De verwarmingskring wordt permanent (24 uur per dag) op de in parameter [T-afwezig] ingestelde kamerstreeftemperatuur geregeld. Via een kalenderfunctie kan een tijdsruimte voor de afwezigheid worden ingegeven. E E Datum 1e dag - Datum laatste dag - 1 Dag Feestdag CV-kring progr 1 CV-kring progr 2 WW progr. 1 WW progr. 2 Via een kalenderfunctie kan een tijdsruimte voor de aanwezigheid worden ingegeven. In deze periode wordt uitsluitend volgens de instellingen voor "Zondag" in [CV-kring progr 1] en [WW progr. 1] geregeld. In dit menu kan het 1e tijdsprogramma voor de verwarmingskring worden ingevoerd. Er kunnen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit) Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen geparametriseerd worden. In dit menu kan het 2e tijdsprogramma voor de verwarmingskring worden ingevoerd. Er kunnen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit) Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen geparametriseerd worden. In dit menu kan het 1e tijdsprogramma voor de warmwatervoorziening worden ingevoerd. Er kunnen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit) Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen geparametriseerd worden. In dit menu kan het 2e tijdsprogramma voor de warmwatervoorziening worden ingevoerd. Er kunnen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit) Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen geparametriseerd worden. In dit menu kan een tijdsprogramma voor de circulatiepomp worden ingevoerd. Er kunnen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit) Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen geparametriseerd worden. Tab Parameter in draaischakelaarstand "Tijdprogramma" E E Datum 1e dag - Datum laatste dag E E Zie hoofdstuk3.4.7 E E Zie hoofdstuk E E Zie hoofdstuk E E Zie hoofdstuk E E Zie hoofdstuk Dag Zie tab. 3-8 Zie tab. 3-8 Zie tab. 3-8 Zie tab. 3-8 Zie tab min 15 min 15 min 15 min 15 min 6.9 Draaischakelaarstand: prog op afstand Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik BE HF Min / Max Bus - Scan Uit: Geen werking E E Uit Aan: Regeling controleert, welke RoCon-apparaten via CAN-busleidingen in het systeem zijn Aan aangesloten. Herkende apparaten worden met type en databusadres weergegeven (voorbeeld: MM#8 = mengermodule met databusadres 8). De selectie en activering van een apparaat met de draaiknop schakelt de werking van de bedieningseenheid over op die van het geselecteerde apparaat (zie hoofdstuk 3.4.9). Programma circpomp Fabrieksinstelling Resolutie Uit - Geen selectie Activering schakelt op plaatselijk apparaat. E E - Contr BM1/BE1 #X Activering schakelt op de met de buscode X. E E - Mengkraan #X Activering schakelt op de mengermodule met de buscode X. E E - Tab Parameter in draaischakelaarstand "prog op afstand" 36
37 6 x Parameterinstellingen 6.10 Draaischakelaarstand: Info Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min / Max Overzicht Weergave verschillende actuele bedrijfsgegevens (zie hoofdstuk 3.4.1). S S Waterdruk De actuele waterdruk in bar wordt weergegeven. S S 0-4 bar - 0,1 bar T-WG De actuele aanvoertemperatuur (TVBH) van de warmtegenerator wordt aangegeven in C. S S C - 1 C T-WG gewenst De actuele aanvoerstreeftemperatuur van de warmtegenerator wordt aangegeven in C S S 0-90 C - 0,1 C (zie hoofdstuk 3.6.4). T-buiten De actuele buitentemperatuur wordt getoond in C. S S -39 tot +50 C 0,1 C T-WW De actuele temperatuur van het warmwaterreservoir wordt aangegeven in C. Als er geen S S C - 0,1 C warmwaterfunctie is geactiveerd, wordt "- - -" weergegeven. T-WW setpunt De actuele warmwaterstreeftemperatuur wordt aangegeven in C. Als er geen warmwaterfunctie S S C - 0,1 C is geactiveerd, wordt "- - -" weergegeven. De actuele voorgeschreven (aanvoer)tempera- tuur voor directe verwarmingskring wordt aangegeven in C. T-retour De actuele retourtemperatuur van de warmtegenerator wordt aangegeven in C. Als er geen S S C - 0,1 C overeenkomende sensor is aangesloten op de warmtegenerator, wordt "- - -" weergegeven. Volumestroom De gefilterde waarde van het actuele debiet wordt weergegeven in liter per uur. S S l/h - l/h T-CV kring De aanvoertemperatuur van de directe verwarmingskring wordt aangegeven in C. S S C - 0,1 C T-CV setpunt De aanvoerstreeftemperatuur van de directe verwarmingskring wordt aangegeven in C. S S 0-90 C - 0,1 C status WP pomp De huidige status van de interne verwarmingscirculatiepomp van de Daikin Altherma S S Uit - - EHS(X/H) wordt weergegeven. Aan Arbeidstijd compr. De looptijd van de koelmiddelcompressor wordt in u. aangegeven. S S - - h Arbeidstijd pomp De looptijd van de interne verwarmingscirculatiepomp wordt weergegeven in u. S S - - h Stand mengkraan De huidige positie van het 3-wegs-omschakelventiel 3UV DHW wordt aangegeven. S S % - 1 % 0 %: Pos. A (kamerverwarming) 100 %: Pos. B (warmwaterbereiding) Qboh De warmtehoeveelheid van de extra warmtegenerator voor de warmwaterbereiding wordt aangegeven S S - - kwh in kwh. Qchhp De warmtehoeveelheid van de extra warmtegenerator voor de verwarmingswerking wordt aangegeven S S - - kwh in kwh. Qsc De warmtehoeveelheid van de warmtepomp voor de koelingswerking wordt weergegeven in S S - - kwh kwh. Qch De warmtehoeveelheid van de warmtepomp voor de verwarmingswerking wordt weergegeven S S - - kwh in kwh. QWP De totale warmtehoeveelheid van de warmtepomp wordt weergegeven in kwh. S S - - kwh Qdhw De warmtehoeveelheid voor de warmwatervoorziening wordt weergegeven in kwh. S S - - kwh WG type Het herkende verwarmingstype wordt aangegeven. S S Sw Nr B1/U1 Software en de versie van het bedieningsgedeelte RoCon B1 worden weergegeven. S S SW Nr Controller Het softwarenummer en de versie van de schakelplaat RoCon BM1 worden weergegeven. S S SW Nr RTX RT Het softwarenummer en de versie van de schakelplaat RTX-AL4 worden weergegeven. S S Tab Parameter in draaischakelaarstand "Info" 6.11 Exit-toets: Sonderfunktion Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF MIN/MAX Manueel De directe verwarmingskring en de warmwaterstreeftemperatuur worden op de in deze parameter E E C 50 C 1 C ingestelde temperatuur geregeld (zie hoofdstuk 3.5.1). FA failure Weergave van een actuele warmtepompfout van de. E E Wordt " " weergegeven, dan is er geen sprake van een fout (zie hoofdstuk 8). Protocol Weergave van het protocol (fout- en informatiemeldingen). Hier worden de opgeslagen foutmeldingen E E van de en de aangesloten databus-apparaten met da- tum en code elk als menu-invoer weergegeven. Door een item te kiezen via de draaiknop wordt overeenkomstig alle verdere informatie over de gekozen storing weergegeven: - Datum en tijd van de storing - Codenummer (Informatie voor de verwarmingstechnicus) - Plaatsvermelding (apparaat), van waar de storing afkomstig is - Busidentificatie (apparaat), van waar de storing afkomstig is Delete message Door het aanpassen van deze parameter naar "Aan" en het kort indrukken van de draaiknop E E Uit Uit - worden alle invoeren van het protocol, incl. de fout van aangesloten databus-apparaten, gewist. Aan Timeprog Reset Zet alle permanente tijdprogramma's terug naar de fabrieksinstelling (zie tab. 3-8). E E Uit Uit - Aan Terug Deze parameter dient uitsluitend om de speciale niveaus te verlaten. E E Tab Parameter op het niveau "Sonderfunktion" 37
38 6 x Parameterinstellingen 6.12 Parameterniveaus voor mengermodule EHS De parameterniveaus, parameterbetekenissen, instelbereiken en daaraan verbonden functies zijn in principe dezelfde als die, die in de vorige paragrafen werden beschreven. In afzonderlijke niveaus staan er voor een deel slechts een beperkt aantal parameters ter beschikking. In het volgends stuk wordt alleen naar de dienovereenkomstige paragrafen verwezen. Markante verschillen worden duidelijker beschreven. Draaischakelaarstand: Info Zie paragraaf Bij de instelling van de toegewezen bedieningseenheid op "Mengkraan #X", hebben de weergegeven waarden betrekking op de toegewezen verwarmingskring en de aan de EHS aangesloten componenten. (Pompen, mengerklep...) Bij de instelling van de toegewezen bedieningseenheid op "Living Room", is de parameter [T-Ruimte aanpassing] beschikbaar. Met de draaitoets kan de nagestreefde kamertemperatuur in het bereik -5 K tot +5 K worden gewijzigd. Deze functie is niet beschikbaar als de bedieningseenheid als afstandsbediening wordt gebruikt in terminalmodus Draaischakelaarstand: Configuratie, niveau "Inbedrijfneming" Draaischakelaarstand: Modus Zie paragraaf 6.4. Draaischakelaarstand: Temp setpunt Dag Zie paragraaf 6.5. Draaischakelaarstand: Temp setpunt Nacht Zie paragraaf 6.6. Draaischakelaarstand: Temp setpunt WW Geen werking. Draaischakelaarstand: DHW Install Geen werking. Draaischakelaarstand: Tijdprogramma Zie paragraaf 6.8. Draaischakelaarstand: Configuratie Zie paragraaf en Draaischakelaarstand: prog op afstand Zie paragraaf 6.9. Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Min / Max BE HF subniveau Fabrieksinstelling Resolutie Taal Nationale taal van de tekst op de bedieningseenheid E E Duits Engels Frans Nederlands Italiaans Spaans Portugees Datum Huidige datum in dag/maand/jaar-notatie. De actuele weekdag wordt aan de hand van E E de datum automatisch berekend. Tijd Uur in de notatie uren/minuten. E E Tab Keylock Function Vrijschakeling van de functie toetsenblokkering: Uit: Toetsenblokkering kan niet worden geactiveerd. Aan: Toetsenblokkering kan met draaiknop geactiveerd worden (zie hoofdstuk 3.1). E E Uit Aan Duits 1 Uit - Toegangsrechten Invoer toegangscode. Instelling cijferwijze zoals cijferslot (zie hoofdstuk 3.6.1). E E Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Inbedrijfneming" Draaischakelaarstand: Configuratie, niveau "Mixer Config" Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie BE HF Min / Max Stookgrens D Alleen als parameter [Pomp aan ] = 1 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan E E Uit, C 19 C 0,5 C allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de automatische zomeruitschakeling van de verwarmingswerking. Als de gemiddelde buitentemperatuur die de regelaar meet de ingestelde waarde met meer dan 1 K overschrijdt, wordt de verwarmingskring uitgeschakeld. De verwarming wordt weer vrijgegeven als de buitentemperatuur onder de ingestelde grens daalt. Stookgrens N Alleen als parameter [Pomp aan] = 1 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan E E Uit, C 10 C 0,5 C allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de verwarmingsgrens ter uitschakeling van de verwarmingskring in lagetemperatuurwerking (werkwijze zoals parameter [Stookgrens D]). Stooklijn Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de verwarmingscurve. De verwarmingscurve toont in welke mate de aanvoerstreeftemperatuur van de verwarmingskring afhankelijk is van de buitentemperatuur (zie hoofdstuk 3.6.2). E E 0,0-3,0 0,5 0,1 38
39 6 x Parameterinstellingen Parameter Beschrijving Toegang Instelbereik Fabrieksinstelling Resolutie Min / Max BE HF Ruimte-invloed Alleen bij aangesloten en aan de verwarmingskring toegewezen kamerstation : E E Uit, 0-20 Uit 1 De instelling van welke invloed de afwijking van de door EHS gemeten kamertemperatuur ten opzichte van de huidige streefwaarde (zie hoofdstuk en 3.4.4) heeft op de aanvoerstreeftemperatuur.. Uit: Enkel weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling 0: Enkel weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling, maar interne verwarmingspomp loopt volgens een warmte-aanvraag tijdens de afkoeltijd verder tot de volgende verwarmingscyclus. 1-20: Zorg voor een correctie van de aanvoerstreeftemperatuur (parallelverschuiving van de verwarmingscurve) met de ingestelde factor. Aanpassing kamertemp Vertrektemp. Dag Vertrektemp. Nacht T-vorstbev Isolatie Voorbeeld: Als de gemeten temperatuur 2 K onder de streefwaarde ligt, wordt de aanvoerstreeftemperatuur met 2 keer de ingestelde waarde verhoogd. Alleen bij aangesloten en aan de verwarmingskring toegewezen kamerstation : Individuele aanpassing van de voor de regeling relevante kamertemperatuur. Als er een systematische afwijking van de door EHS gemeten kamertemperatuur ten opzichte van de in het oponthoudsbereik van deze kamer daadwerkelijke temperatuur wordt vastgesteld, dan kan de meetwaarde worden gecorrigeerd met de ingestelde waarde. Alleen als parameter [HC Function] = 1 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor de verwarmingskring tijdens de verwarmingstijd bij bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Verwarmen". Alleen als parameter [HC Function] = 1 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor de verwarmingskring in lagetemperatuurwerking bij bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Nachtverlaging". Uit: Geen vorstbescherming van de verwarmingskring Anders: Als de buitentemperatuur onder de geprogrammeerde waarde daalt, schakelt de installatie zichzelf in vorstbeschermingsmodus (inschakelen van de pompen). De functie wordt beëindigd wanneer de buitentemperatuur boven de ingestelde waarde + 1 K ligt. Instelling van de gebouwisolatienorm. Daardoor worden de gemiddelde buitentemperatuur en de automatische aanpassingen van de verwarmingscurve en de verwarmingstijden beïnvloed. Start. T-ext. koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft. Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling vanaf welke buitentemperatuur de koelmodus met de hoogste aanvoerstreeftemperatuur om te koelen [Start T-vertr koelen] start (instelvoorwaarde: bedrijfsmodus "koelen"). Max. T-ext. koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft. Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling bij welke buitentemperatuur de laagste steeftemperatuur om te koelen [Max. T-vertr koelen] wordt aangegeven (instelvoorwaarde: bedrijfsmodus "koelen"). Start T-vertr koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft. Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur om te koelen bij het starten van de koelmodus (buitentemperatuur = parameter [Start. T-ext. koelen]) Max. T-vertr koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft. Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de minimale aanvoerstreeftemperatuur om te koelen. Deze wordt vanaf de buitentemperatuur (parameter [Max. T-ext. koelen]) constant gehouden. T-voorl koel Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft. Alleen als parameter [HC Function] = 1 (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus. Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur om te koelen bij actieve koelwerking. Tab Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Mixer Config" E E -5,0 tot +5,0 K 0,0 K 1 K E E C 40 C 1 C E E C 10 C 1 C E E Uit, -5 tot +5 C 0 C 1 C E E Uit Gering Normaal Goed Zeer goed Normaal - E E C 24 C 1 C E E C 35 C 1 C E E 5-25 C 18 C 1 C E E 5-25 C 18 C 1 C E E 8-30 C 18 C 1 C 39
40 7 x Inspectie en onderhoud 7 Inspectie en onderhoud 7.1 Algemeen Regelmatige inspectie en onderhoud van de Altherma EHS(X/H) vermindert het energieverbruik en garandeert een lange levensduur en storingvrije werking. GEVAAR VOOR MILIEUSCHADE! Belangrijke informatie met betrekking tot het gebruikte koelmiddel. Het volledige systeem van de warmtepomp bevat koelmiddel met fluor broeikasgassen die in de Kyotonorm zijn opgevoerd en die bij vrijgave het milieu schaden. Koelmiddeltype: R410A GWP*-Waarde: 1975 * GWP = Broeikaspotentieel Werkzaamheden aan plaatsgebonden koelinstallaties (warmtepompen) en klimaatinstallaties alleen door personen die beschikken over een bewijs van deskundigheid voor het Europese gebied overeenkomstig de F-gassenbepaling (EG) nr. 303/2008 kunnen overleggen. Bij een totale vulhoeveelheid van de installatie met koelmiddel van 3 kg 30 kg of vanaf 6 kg in hermetische installaties en vanaf bij een totale vulhoeveelheid van 5-50 t CO 2 -equivalent of vanaf 10 t CO 2 -equivalent in hermetische installaties: Controles door gecertificeerd personeel met tussenpozen van maximum 12 maanden en documentatie van de doorgevoerde werkzaamheden in overeenstemming met de geldende verordening. Deze documentatie moet minstens gedurende 5 jaar worden bewaard. Gecertificeerd zijn alle personen die voor werkzaamheden aan ter plaatse geïnstalleerde koude-installaties (warmtepompen) en airconditioninginstallaties een deskundigheidsbewijs voor Europa volgens de F-gasverordening conform (EG) nr. 303/2008 bezitten. Totale vulhoeveelheid koelmiddel tot 3 kg: deskundigheidsbewijs van categorie II Totale vulhoeveelheid koelmiddel vanaf 3 kg: deskundigheidsbewijs van categorie I 7.2 Afdekkap verwijderen Inspectie en onderhoud moeten eenmaal per jaar, het liefst voor het stookseizoen, door bevoegde en geschoolde verwarming- en koeltechnici te worden uitgevoerd. Op deze wijze kunnen storingen tijdens de stookperiode worden uitgesloten. Om het regelmatig inspecteren en onderhouden te garanderen, adviseert Daikin een inspectie- en onderhoudsovereenkomst af te sluiten. Wettelijke bepalingen Conform de F-gasverordening nr. 842/2006 artikel 3, op opgevolgd door (EG) nr. 517/2014 artikel 3 en 4 moeten gebruikers (of eigenaars) hun op locatie geïnstalleerde koude-installaties regelmatig onderhouden, op dichtheid controleren en eventuele lekkages onmiddellijk laten verhelpen. Alle installatie-, onderhouds- en herstellingswerkzaamheden aan het koudecircuit moeten bijvoorbeeld in het bedrijfshandboek worden gedocumenteerd. Voor Daikin warmtepompsystemen gelden voor de gebruiker de volgende plichten: De Europese wettelijke controletermijn geldt voor warmtepompen vanaf een totale vulhoeveelheid van de instalaltie met koelmiddel van 3 kg of vanaf vanaf een totale vulhoeveelheid van 5 t CO 2 -equivalent (bij R410A vanaf 2,4 kg). Daikin adviseert evenwel om een onderhoudscontract af te sluiten, inclusief de documentatie van de doorgevoerde werkzaamheden in het bedrijfshandboek, om de garantieaanspraak te behouden, ook voor installaties waarvoor er geen wettelijke plicht op een dichtheidscontrole bestaat. Afb. 7-1 Schroeven uitdraaien/losdraaien, afdekkap achteraan optillen en naar voren en naar boven afnemen. 7.3 Jaarlijks uit te voeren activiteiten WAARSCHUWING! Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden aan de en als optie aangesloten componenten kan het leven en de gezondheid van personen in gevaar brengen en de werking van deze componenten negatief beïnvloeden. Laat werkzaamheden aan de Daikin Altherma EHS(X/H) (zoals bijv. onderhoud of reparatie) uitsluitend uitvoeren door personen, die daartoe geautoriseerd zijn en voor de betreffende handelingen een bevoegdheidstechnische of bedrijfsmatige opleiding hebben genoten, evenals aan een door een verantwoordelijke instantie erkende vervolgopleiding hebben deelgenomen. Hiertoe behoren met name verwarmingmonteurs, elektriciens en koude-installatiemonteurs, die op grond van hun technische opleiding en hun kennis, ervaring met de deskundige installatie van verwarming- en koelinstallaties en klimaatinstallaties, evenals met warmtepompen hebben opgedaan. 40
41 7 x Inspectie en onderhoud WAARSCHUWING! Onder de afdekkap van de Daikin Altherma EHS(X/H) kunnen bij lopend bedrijf temperaturen van max. 90 C optreden. Tijdens het gebruik ontstaan warmwatertemperaturen > 60 C. Als u tijdens de werking componenten aanraakt bestaat gevaar voor brandwonden. Lekkend water tijdens onderhouds- en reparatiewerkzaamheden kan bij contact met de huid brandwonden veroorzaken. Laat - alvorens onderhoud of inspectie uit te voeren - de voldoende lang afkoelen. Draag dus veiligheidshandschoenen. WAARSCHUWING! Stroomgeleidende onderdelen kunnen bij aanraking tot een elektrische schok leiden en zo levensgevaarlijk letsel en brandwonden veroorzaken. Voor werken aan onder stroom staande onderdelen, alle stroomkringen van de installatie van de stroomvoeding scheiden (externe hoofdschakelaar uitschakelen, zekering scheiden) en tegen onbedoeld opnieuw inschakelen beveiligen. Het opnieuw aansluiten op de elektriciteit en werkzaamheden aan elektrische componenten mogen alleen door elektrotechnisch gekwalificeerde elektriciens worden uitgevoerd met inachtneming van de van kracht zijnde normen en richtlijnen, zowel als van de instructies van het energiebedrijf. De toestelbekleding en onderhoudsroosters na beëindiging van de werkzaamheden onmiddellijk weer aanbrengen. 1. Afdekkap verwijderen (zie paragraaf 7.2). 2. Inspecteer de werking van de, evenals alle geïnstalleerde accessoires (aanjaagverwarmer, zonne-energiesysteem) door de temperatuuruitlezingen en de schakelstanden in de afzonderlijk bedrijfsmodi te controleren. 3. Als er een zonne-energie-installatie van Daikin van het type DrainBack is aangesloten en in werking is, deze uitschakelen en de collectoren ledigen. 4. Bij werking van de in een bivalentalternatief systeem; alle warmtegeneratoren uitschakelen en de bivalantieregeling deactiveren. 5. Visuele inspectie van de algemene staat van de Daikin Altherma EHS(X/H). 6. Visuele inspectie van het niveau in het reservoir. Evt. water bijvullen (zie paragraaf 7.4), alsmede de oorzaak voor een gebrekkig vulpeil vaststellen en oplossen. De is door zijn constructie heel onderhoudsvrij. Corrosiewerende voorzieningen (bijv. opofferingsanodes) zijn niet nodig. Onderhoudswerkzaamheden, zoals het vervangen van beschermingsanodes of het reinigen van de binnenkant van het reservoir, vervallen daardoor. 7. Aansluiting veiligheidsoverloop en -afvoerslang op lekkage, vrije doorgang en hellingshoek controleren. Maak zo nodig de veiligheidoverloop en -afvoerslang schoon en leg die opnieuw, vervang beschadigde onderdelen. 8. Visuele inspectie van alle aansluitingen, leidingen en de veiligheidoverdrukklep. Bepaal de oorzaak in geval van schade. Beschadigde onderdelen door verwarmingstechnicus laten vervangen. 9. Alle elektrische onderdelen, verbindingen en leidingen controleren. Beschadigde onderdelen door verwarmingstechnicus laten herstellen of vervangen. 10. Controleer de waterdruk van de koudwatertoevoer (< 6 bar) Evt. een drukregelaar inbouwen of deze instellen. 11. Controle van de systeemwaterdruk aan de regeling RoCon HP van de RoCon HP der. Eventueel water in de verwarmingsinstallatie bijvullen tot de drukweergave zich in het toegelaten bereik bevindt (zie paragraaf 7.5). 12. Maak kunststofoppervlakken van de Daikin Altherma EHS(X/H) schoon met zachte doeken en een milde oplossing van schoonmaakmiddel Geen reinigingsmiddelen met agressieve oplosmiddelen gebruiken (beschadigen de kunststofoppervlakken. 13. Afdekkap terugplaatsen (zie paragraaf 7.2). 7.4 Buffervat vullen of bijvullen UK only! LET OP! Het vullen van het buffervat met te hoge waterdruk of te hoog debiet kan leiden tot schade aan Daikin Altherma EHS(X/H). Vullen met een waterdruk van < 6 bar en een debiet van < 15 l/min. CAUTION! If filling or topping up the storage tank is done by means of the boiler filling and drain valve, a temporary filling loop must be used with the appropriate backflow prevention device in accordance with clause G24.2, Guidance to the Water Supply (Water Fittings) Regulations
42 7 x Inspectie en onderhoud Als de boilertemperatuur onder bepaalde minimumwaarden zakt, dan verhinderen de veiligheidsinstellingen van de de werking van de warmtepomp bij lage buitentemperaturen: Buitentemperatuur < -2 C, minimale boilertemperatuur = 30 C Buitentemperatuur < 12 C, minimale boilertemperatuur = 23 C. Zonder aanjaagverwarmer: Het boilerwater moet door een externe bijverwarmer tot de vereiste minimale boilertemperatuur worden verwarmd. Met aanjaagverwarmer (EKBUxx): Bij een buitentemperatuur < 12 C en een boilertemperatuur < 35 C wordt de aanjaagverwarmer (EKBUxx) automatisch ingeschakeld om het boilerwater tot minstens 35 C te verwarmen. Zonder geïnstalleerd zonne-energiesysteem Vulslang met anti-retourklep (1/2") op de aansluiting "DrainBack Solar - aanvoer" (zie afb. 7-2, pos. 1) aansluiten. Voorraadvat van de vullen tot water aan de aansluiting (afb. 7-2, pos. 23) uitstroomt, die als veiligheidsoverloop werd aangesloten. Vulslang met antiretourklep (1/2") weer verwijderen. Met KFE-vulaansluiting of met een geïnstalleerd zonne-energiesysteem (zie ook hoofdstuk 5.1) Zonder zonne-energiesysteem: KFE-vulaansluiting (accessoire KFE BA) aan de vul- en ledigingsaansluiting van de (afb. 2-2 tot afb. 2-5, pos. 10) of Met zonne-energiesysteem: KFE-vulaansluiting (accessoire KFE BA) aan de hoek van de regelings- en pompeenheid (EKSRPS3B) monteren. Vulslang met antiretourklep (1/2") op de voorheen geïnstalleerde KFE-Hahn aansluiten. Voorraadvat van de vullen tot water aan de aansluiting (afb. 7-2, pos. 23) uitstroomt, die als veiligheidsoverloop werd aangesloten. Vulslang met antiretourklep (1/2") weer verwijderen. 1 1 Afb. 7-2 Vulling boiler - zonder zonne-energiesysteem 42
43 7 x Inspectie en onderhoud 7.5 Verwarmingsinstallatie vullen of bijvullen GEVAAR! Tijdens het vulproces kan water uit eventuele leks stromen, dat bij contact met de stroomgeleidende onderdelen een elektrische schok kan veroorzaken. Voor het vullen, de stroomloos maken. Na de eerste vulling en voor de inschakeling van de stroomvoeding voor de Daikin Altherma EHS(X/H), controleren of alle elektrische delen en verbindingsplaatsen droog zijn. WAARSCHUWING! Verontreiniging van drinkwater is schadelijk voor de gezondheid. Uitsluiten dat verwarmingswater in de drinkwaterleiding kan terugstromen bij het vullen van de verwarmingsinstallatie. 11. Alleen vereist bij eerste inbedrijfstelling en nieuwe inbedrijfstelling na volledig lediging! De ventielaandrijvingen van de 3-wegs-omschakelventielen 3UVB1 + 3UV DHW opnieuw opsteken. Air Purge starten. Air Purge (Mag alleen door verwarmingstechnicus worden uitgevoerd.) 12. Waterdruk op de externe manometer opnieuw controleren en eventueel water bijvullen via de KFE-kraan (afb. 7-3, pos. 2). 13. Waterkraan (afb. 7-3, pos. 4) van de toevoerleiding sluiten. 14. Vulslang (afb. 7-3, pos. 1) met antiretourklep van de KFEkraan (afb. 7-3, pos. 2) verwijderen. 1. Alleen vereist bij eerste inbedrijfstelling en nieuwe inbedrijfstelling na volledig lediging! De ventielaandrijving van het 3-wegs-omschakelventiel 3UVB1 + 3UV DHW (zie afb. 7-3) aftrekken. Daartoe op de ontgrendelingsknop (zie afb. 7-3, pos. 5.2) op de ventielaandrijving drukken en de ventielaandrijving met 1/8 draai tegen de klok in draaien (bajonetsluiting). 3UV DHW Bij afgetrokken ventielaandrijving is de weg AB-B geopend. 2. Vulslang (afb. 7-3, pos. 1) met anti-retourklep (1/2") en een externe manometer (meegeleverd) op de KFE-kraan (afb. 7-3, pos. 2) aansluiten en borgen tegen afschuiven met een slangklem. 3. Waterkraan (afb. 7-3, pos. 4) van de toevoerleiding openen. 4. KFE-kraan (afb. 7-3, pos. 2) openen en manometer in het oog houden. 5. Installatie met water vullen tot de streefdruk van de installatie (installatiehoogte +2 m, waarbij 1 m waterkolom overeenstemt met 0,1 bar) op de externe manometer wordt bereikt. De overdrukklep mag niet worden geactiveerd! 6. KFE-kraan (afb. 7-3, pos. 2) sluiten. 7. Stroomvoeding van de Altherma EHS(X/H) inschakelen. 8. Draaischakelaar op "verwarmen" zetten. werkt na de startfase in de verwarmingsmodus voor warm water. 9. Tijdens het verwarmen van water, constant de waterdruk op de manometer controleren en eventueel water bijvullen via de KFE-kraan (afb. 7-3, pos. 2). 10. Volledige verwarmingsinstallatie ontluchten (regelventiel van de installatie openen. Gelijktijdig kan via de vloerverdeler het vloerverwarmingssysteem mee gevuld en gespoeld worden). 1 Vulslang 2 KFE-kraan 3 Kogelkraan 4 Waterkraan 5.1 Ventielaandrijving Afb. 7-3 Verwarmingscircuit vullen 5.2 Ontgrendelknop voor de aandrijvingsblokkering 5.3 Handschakelaar 6 Automatische ontluchter 3UVB1, 3UV DHW 3-wegs-omschakelventiel 43
44 8 x Fouten, storingen en meldingen 8 Fouten, storingen en meldingen 8.1 Fout signaleren, storing verhelpen, meldingen wissen De elektronische regeling van de : Geeft een fout aan met een rode achtergrondverlichting van het display en geeft een foutcode in het display weer (zie Installatie- en onderhoudhandleiding). Toont informatiemeldingen over de bedrijfstoestand die niet door een rode achtergrondverlichting worden gesignaleerd. Speciale modus Protocol Read Protocol Een geïntegreerd Protocol bewaart tot 15 fout- of andere informatiemeldingen over de bedrijfstoestand die het laatst zijn opgetreden. Naargelang de bedieningsmodus worden de meldingen ook naar de aangesloten kamerthermostaat gestuurd. Manueel FA failure E Actuele storingsmeldingen E 75 In aparaat: Ketel Adres: Speciale modus FA failure Protocol Delete message E75 In aparaat: E75 Adres: 0 Ketel 1 Storingsmelding als code (zie tab. 8-2) 2 Plaatsindicatie (apparaat) van de herkende storing 3 Databusadres van het apparaat dat de storing veroorzaakt Afb. 8-1 Weergave van een actuele storingsmelding (regelingsfout) Afb. 8-3 Uitlezen van het protocol E 9001/80 Stor. retour.sensor In aparaat: verwarme module Adres: Storingsmelding als code (zie tab. 8-2) 2 Storingsmelding als gewone tekst (zie tab. 8-2) 3 Plaatsindicatie (apparaat) van de herkende storing 4 Databusadres van het apparaat dat de storing veroorzaakt Afb. 8-2 Weergave van een huidige foutmelding (warmtepompfout) Protocol uitlezen Het Protocol kan in de "Speciale modus" worden uitgelezen (zie afb. 8-3). De meest recente (meest actuele) melding staat daarbij op de eerste plaats. Alle andere voorafgaande meldingen worden bij een nieuwe invoer een positie naar achter geschoven. De 15e melding wordt bij het opslaan van een nieuwe melding gewist Storing verhelpen Storingen aan de elektronica, het koelmiddel- of hydraulicasysteem van de mogen uitsluitend door geautoriseerde en geschoolde verwarmingstechnici worden uitgevoerd. In paragraaf 8.2 worden mogelijke storingen en hun mogelijke oorzaken genoemd. Bovendien worden tips gegeven voor het verhelpen. Informatiemeldingen die zonder rode achtergrondverlichting worden weergegeven, leiden over het algemeen niet tot langdurige beperkingen voor het bedrijf van de Daikin Altherma EHS(X/H). Meldingen die met een foutcode E... en rode achtergrondverlichting worden weergegeven, moeten worden verholpen door een geautoriseerde en opgeleide verwarmingsvakman. Zie paragraaf 8.3 voor informatie over waarschuwingsmeldingen. Zodra de oorzaak is weggenomen, werkt de installatie weer normaal. 44
45 8 x Fouten, storingen en meldingen 8.2 Storingen Storing Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing Installatie buiten bedrijf (Geen displayweergave) Geen netspanning Externe hoofdschakelaar van de installatie inschakelen. De zekering(en) van de installatie inschakelen. De zekering(en) van de installatie vervangen. Schakeltijdprogramma's werken niet of geprogrammeerde schakeltijden worden op het verkeerde tijdstip uitgevoerd. Regeling reageert niet op invoeren Datum en tijdstip zijn niet correct ingesteld. Foutieve bedrijfsmodus ingesteld. Tijdens een schakeltijd heeft de gebruiker een handmatige instelling uitgevoerd (bijv. een ingestelde temperatuur of de bedrijfsmodus gewijzigd). Besturingsysteem van de regeling gecrasht. Datum instellen. Tijdstip instellen. Indeling weekdag-schakeltijden controleren. Bedrijfsmodus "Automatisch 1" of "Automatisch 2" instellen. 1. Draaischakelaar in de stand "Info" zetten. 2. Draaischakelaar in de stand "Modus" zetten. 3. De juiste bedrijfsmodus selecteren. RESET van de regeling uitvoeren. Daartoe de installatie gedurende minstens 10 seconden van de stroomvoeding scheiden en vervolgens opnieuw inschakelen. Bedrijfsgegevens worden niet geactualiseerd Besturingsysteem van de regeling gecrasht. RESET van de regeling uitvoeren. Daartoe de installatie gedurende minstens 10 seconden van de stroomvoeding scheiden en vervolgens opnieuw inschakelen. Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. Verwarming warmt niet op Vraag om verwarmingsbedrijf uitgeschakeld (vb. schakeltijdprogramma bevindt zich in de verlagingsfase, buitentemperatuur te hoog, parameters voor optionele aanjaagverwarmer (EKBUxx) foutief ingesteld, vraag voor warm water actief) De koelmiddelcompressor werkt niet. De installatie staat in de bedrijfsmodus "koelen". Instellingen dalurentarief-netaansluiting en de elektrische aansluitingen passen niet samen. Ingestelde bedrijfsmodus controleren Opvraagparameters controleren. Instellingen van datum, tijdstip en schakeltijdprogramma aan de regeling controleren. Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. Modus wijzigen in "Verwarmen". Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. Het elektriciteitsbedrijf heeft het piekurensignaal verstuurd. Opnieuw op een dalurensignaal wachten, waarmee de voeding weer wordt ingeschakeld. 45
46 8 x Fouten, storingen en meldingen Storing Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing De waterdoorstroming is te laag. Inspecteer of alle afsluitkranen van de watercirculatie volledig zijn geopend. Verwarmingsinstallatie en circulatiepomp in het apparaat volledig ontluchten. Aan de regeling (draaischakelaarpositie "Info" ) controleren of er voldoende waterdruk (> 0,5 bar) aanwezig is en eventueel verwarmingswater bijvullen. Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. De verwarming warmt niet voldoende op De ingestelde bereiken zijn te laag. Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling actief. Optionele Back-upverwarming (EKBUxx) of alternatieve extra verwarming niet ingeschakeld. Waterhoeveelheid in de verwarmingsinstallatie te klein De warmwatertoebereiding vraagt teveel vermogen van de warmtepomp. Parameter [Stooklijn] verhogen. Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. Instellingen van het niveau "Config. verwarming" van de parameters [Stookgrens D], [Stooklijn] en de instellingen in de draaischakelaarpositie "Temp setpunt Dag" controleren. Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. Voordruk in het expansievat en de waterdruk controleren en eventueel verwarmingswater bijvullen en voordruk opnieuw instellen (zie hoofdstuk 7.5). Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. DIP-schakelaar foutief geconfigureerd Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. Water wordt niet warm Warmwaterbereiding uitgeschakeld (vb. schakeltijdprogramma bevindt zich in de verlagingsfase, parameters voor warmwaterbereiding foutief ingesteld). De oplaadtemperatuur van het voorraadvat is te laag. Debiet te hoog. Het vermogen van de warmtepomp is te laag. Waterhoeveelheid in de verwarmingsinstallatie te klein. Optionele Back-upverwarming (EKBUxx) of alternatieve extra verwarming niet ingeschakeld. Ingestelde bedrijfsmodus controleren Opvraagparameters controleren. De nominale temperatuur van het warme water verhogen De tapsnelheid verkleinen, de doorstroming begrenzen. De schakeltijden voor ruimteverwarming en de warmwatertoebereiding op overlappingen controleren. Voordruk in het expansievat en de waterdruk controleren en eventueel verwarmingswater bijvullen en voordruk opnieuw instellen (zie hoofdstuk 7.5). Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. 46
47 8 x Fouten, storingen en meldingen Storing Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing De waterdoorstroming is te laag. Inspecteer of alle afsluitkranen van de watercirculatie volledig zijn geopend. Verwarmingsinstallatie en circulatiepomp in het apparaat volledig ontluchten. Aan de regeling (draaischakelaarpositie "Info" ) controleren of er voldoende waterdruk (> 0,5 bar) aanwezig is en eventueel verwarmingswater bijvullen. Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. Ruimtekoeling koelt niet "koelen" uitgeschakeld (bijv. kamerthermostaat vraag om "koelen", maar het schakeltijdprogramme bevindt zich in de verlagingsfase, buitentemperatuur is te laag). De koelmiddelcompressor werkt niet. Ingestelde bedrijfsmodus controleren Opvraagparameters controleren. Instellingen van datum, tijdstip en schakeltijdprogramma aan de regeling controleren. Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. Koelvermogen bij ruimtekoeling te laag Installatie staat in de modus "Verwarmen". Modus wijzigen in "koelen". Buitentemperatuur < 4 C De waterdoorstroming is te laag. De warmtepomp is automatisch naar de bedrijfsmodus "Verwarmen" overgeschakeld om bij een verdere daling van de buitentemperatuur de vorstbescherming te kunnen verzekeren. Geen ruimtekoeling mogelijk. Inspecteer of alle afsluitkranen van de watercirculatie volledig zijn geopend. Verwarmingsinstallatie en circulatiepomp in het apparaat volledig ontluchten. Aan de regeling (draaischakelaarpositie "Info" ) controleren of er voldoende waterdruk (> 0,5 bar) aanwezig is en eventueel verwarmingswater bijvullen Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. Circulatiepomp in het apparaat maakt overmatig sterke bedrijfsgeluiden Waterhoeveelheid in de verwarmingsinstallatie te laag Koelmiddelhoeveelheid in de verwarmingsinstallatie te klein of te groot. Lucht in de watercirculatie. Geluidsontwikkeling door trillingen. Lagerschade aan de circulatiepomp in het apparaat De waterdruk op de pompaanvoer is te laag. Voordruk in het expansievat en de waterdruk controleren en eventueel verwarmingswater bijvullen en voordruk opnieuw instellen (zie hoofdstuk 7.5). Koelmiddelhoeveelheid door een Daikin-verwarmingstechnicus laten controleren. Verwarmingsinstallatie en circulatiepomp in het apparaat volledig ontluchten. Altherma EHS(X/H), en componenten hiervan, alsook de afdekkingen, op correcte bevestiging controleren. Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. Aan de regeling (draaischakelaarpositie "Info" ) controleren, of er voldoende waterdruk (> 0,5 bar) aanwezig is. Controleren of de manometer goed werkt (aansluiting van een externe manometer). Voordruk in het expansievat en de waterdruk controleren en eventueel verwarmingswater bijvullen en voordruk opnieuw instellen (zie hoofdstuk 7.5). Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. 47
48 8 x Fouten, storingen en meldingen Storing Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing Het expansievat is defect. Het expansievat door een Daikin servicetechnicus laten controleren. De veiligheidoverdrukklep lekt of staat permanent open Waterdruk in de verwarmingsinstallatie is te hoog. De veiligheidoverdrukklep klemt. Aan de regeling (draaischakelaarpositie "Info" ) controleren of de waterdruk onder de aangegeven maximumdruk ligt. Eventueel water aflaten tot de druk zich in het middelste toegelaten bereik bevindt. Verwarmingsinstallatie laten controleren door een Daikin-verwarmingstechnicus. Tab. 8-1 Mogelijke storingen aan de Altherma EHS(X/H) 8.3 Foutcodes Code Storing / Scherm Intern Foutmelding W8006 W8007 Waarschuwing drukverlies Waterdruk in de verwarmingsinstallatie te hoog Module / Aanduiding Druksensor DS Oorzaken en mogelijke foutverhelping Waarschuwingsmelding: Maximaal toegelaten drukverlies overschreden. Te weinig water in de verwarmingsinstallatie. Verwarmingsinstallatie op lekkage controleren, water bijvullen. Waarschuwingsmelding: Waterdruk heeft de toegelaten maximale waarde overschreden. Water aflaten (zie hoofdstuk 7.5). Zodra de oorzaak is weggenomen, werkt de verwarmingsinstallatie weer normaal. Als de oorzaak niet wordt gevonden, contact opnemen met Daikin-verwarmingstechnicus. Tab. 8-2 Foutcodes op de regeling van de Altherma EHS(X/H) 8.4 Noodbedrijf Bij foutieve instellingen van de elektronische regeling kan een verwarming in noodbedrijf worden gehandhaafd door aan de regeling de speciale functie "Manueel" te activeren (zie hoofdstuk 3.5.1). Bij intacte 3-wegs-omschakelventielen schakelt de Daikin Altherma EHS(X/H) naar verwarmingsbedrijf. De benodigde aanvoertemperatuur kan met de draaischakelaar worden ingesteld: Een vulling van de boiler kunt u als volgt met de speciale functie "Manueel" bereiken, De ventielaandrijving van het 3-wegs-omschakelventiel 3UV DHW (zie B) aftrekken. Daartoe op de ontgrendelingsknop (zie afb. 7-3, pos. 5.2) op de ventielaandrijving drukken en de ventielaandrijving met 1/8 draai tegen de klok in draaien (bajonetsluiting). Om een storing op grond van een te lage doorstroming te vermijden, moet er bij een afgetrokken ventielaandrijving van het 3-wegs-omschakelventiel 3UVB1 een toereikende warmteafname in de verwarmingsinstallatie worden verzekerd. Servoaandrijving in het warmtedistributienet openen. Aanvoertemperatuur zo laag mogelijk instellen. Bij afgetrokken ventielaandrijving is de weg AB-B geopend. Als de ventielaandrijving van het 3-wegs-omschakelventiel 3UVB1 defect is, kan er een parallelwerking worden afgedwongen. Daartoe: Ventielaandrijving van beide 3-wegs-omschakelventielen 3UVB1 + 3UV DHW aftrekken. De aanvoertemperatuur worden beïnvloed door de warmteafname in de warmtewisselaar naar de opgeslagen lading (serieschakeling). 48
49 9 x Trefwoordenlijst 9 Trefwoordenlijst Aanjaagverwarmer Back-upaanvraag Bedrijfsmodus Bijverwarmer Boilercircuit Circulatiecircuit Circulatiepomp Direct circuit Koelmiddel Legionellabescherming Mengcircuit Modulatie Netaansluiting voor spaarstroom (HT/NT) Nominaal vermogen Parameter Regeling Retourleiding Schakeltijdprogramma SMART GRID (SG) Veiligheid in geval van watertekort / oververhittingbeveiliging Optionele elektrische extra verwarming voor de algemene ondersteuning van de Daikin Wärmeerzeuger bij de warmteopwekking. Bedrijfssituatie waarbij de gevraagde aanvoertemperatuur via het warmtepompproces niet of niet efficiënt kan worden bereikt. Daarom wordt ter ondersteuning van de Daikin Wärmeerzeuger bij de warmteopwekking een bijverwarmer (bv. aanjaagverwarmer) geïntegreerd. Door de gebruiker of Altherma EHS(X/H) aangevraagde functie van de warmtegenerator (bv. kamerverwarming, warmwaterbereiding, stand-by enz.) Extra warmtegenerator (z. B. aanjaagverwarmer of externe verwarmingsketel) die in de verwarmingsinstallatie wordt geïntegreerd om bij een ontoereikend of inefficiënt warmtepompproces de gevraagde aanvoerstreeftemperatuur te bereiken. De waterkring die het water in de boiler verwarmt (niet te verwarren met de warmwaterkring). Is een optionele hulpkring van de warmwaterkring, die dient om onmiddellijk na het openen van de tapkraan op het afnamepunt water uit te laten stromen. In deze kring circuleert het warme water met behulp van een circulatiepomp tussen de boiler en de kranen. Optionele circulatiepomp die het warm water in de circulatiekring (terugvoeren van het afnamepunt naar de warmwaterboiler) doet circuleren en zo op ieder afnamepunt onmiddellijk bereidstelt. Circulatie is bijzonder praktisch bij breedvertakte leidingnetten. In warmwaterdistributienetten zonder circulatie komt eerst het in de afnameleiding afgekoelde water uit de kraan, tot de afnameleiding door het nastromende warme water voldoende werd opgewarmd. Is de waterkring die zonder extra temperatuurregeling rechtstreeks door de verwarming wordt verwarmd. Een stof die dient voor het overdragen van warmte in een warmtepompproces. Bij lage temperatuur en lage druk wordt warmte opgenomen en bij een hogere temperatuur en hogere druk afgegeven. Periodieke verwarming van het boilerwater tot > 60 C ter preventie van ziekteveroorzakende bacteriën (zogenaamde legionella) in de warmwaterkring. Is een verwarmingskring waarin door geregelde bijmenging van retour deze verwarmingskring een van de directe kring afwijkende verwarmingstemperatuur wordt ingesteld. Automatische en traploze aanpassing van de verwarmingscapaciteit/pompcapaciteit op de betreffende verwarmingsbehoefte, zonder dat diverse verwarmings-/pompniveaus of -impulsen moeten worden geschakeld. Een speciale aansluiting op het elektriciteitsdistributiebedrijf, dat verschillende aantrekkelijke tarieven in de zogenaamde daluren voor elektriciteit aanbiedt (dagtarief, nachttarief, weekendtarief en dergelijke). Maximale verwarmingscapaciteit, die de warmtegenerator onder testvoorwaarden bij bepaalde bedrijfstemperaturen afgeeft. Een waarde die de uitvoering van programma's of procedures beïnvloedt of bepaalde toestanden definieert. Apparatuurelektronica, waarmee de procedures voor de opwekking en verdeling van warmte voor de verwarmingsinstallatie kan worden geregeld. De Altherma EHS(X/H) bestaat uit diverse elektronische componenten. De voor de gebruiker belangrijkste component is het bediendeel in het frontgedeelte van de warmtegenerator, die beschikt over bedieningselementen (draaischakelaars, draaiknoppen, exit-toets) en display. Het deel van het vloeistofcircuit, dat het afgekoelde water via het leidingstelsel van de verwarmende oppervlakken terugvoert naar de warmteopwekker. Instellingen van weekdagen en tijden op de Altherma EHS(X/H), om regelmatige verwarmings-, koel-, afkoelings- en warmwatercycli vast te leggen. Intelligent energiegebruik voor prijsgunstige verwarming. Door gebruik van een speciale elektriciteitsmeter is het mogelijk een "SMART GRID - signaal" van het energiebedrijf te ontvangen. Afhankelijk van het signaal wordt de warmtepomp uitgeschakeld, normaal of op hogere temperaturen gebruikt. Veiligheidsvoorziening, die de warmtegenerator bij een tekort aan water automatisch uitschakelt, om oververhitting te voorkomen. Verwarmingskarakteristiek Rekenkundige samenhang tussen de buitentemperatuur en ingestelde voedingtemperatuur (synoniem = verwarmingskromme), om bij elke buitentemperatuur de gewenste ruimtetemperatuur te kunnen bereiken. Voedingleiding Deel van de hydraulische kring, die het verwarmde water van de verwarming naar de vloeren leidt. Warmtepompproces In een gesloten koelmiddelcircuit neemt het koelmiddel de warmte van de circulatielucht op. Door verdichting bereikt het koelmiddel een hogere temperatuur, die aan de verwarmingsinstallatie wordt overgedragen (thermodynamisch kringproces). 49
50 9 x Trefwoordenlijst Warmtewisselaar Warmwaterbereiding Warmwatercircuit Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling Een constructiedeel dat thermische energie overdraagt van het ene circuit naar het andere. Beide circuits zijn hydraulisch door middel van een wand in de warmtewisselaar gescheiden. Bedrijfsstatus van de verwarming, waarin warmte met verhoogde temperaturen wordt geproduceerd en aan de warmwaterkring wordt toegevoerd, bijv. vullen van de warmwaterboiler. De waterkring waarin koud water wordt opgewarmd en naar de warmwaterkranen wordt geleid. Aanvoerstreeftemperatuur bepaald aan de hand van de gemeten waarde voor de buitentemperatuur en een gedefinieerde verwarmingscurve voor te temperatuurregeling in het verwarmingssysteem. 50
51 10 x Notities 10 Notities 10.1 Gebruikersspecifieke instellingen Schakeltijdprogramma's De fabrieksinstellingen van de schakeltijdprogramma's zijn in paragraaf 3.4.7, tab. 3-8 aangegeven. CV-kring progr 1 Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Maandag CV-kring progr 2 Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Tab Afzonderlijke instellingen van de schakeltijdprogramma's voor verwarming Noteer in onderstaande tabel de door u gemaakte schakeltijdinstellingen. Schakelcyclus 1 Schakelcyclus 2 Schakelcyclus 3 Temperatuurinstelling [T-ruimte gew 1]: C [T-ruimte gew 2]: C [T-ruimte gew 3]: C Tijdsruimte Aan Uit Aan Uit Aan Uit Maandag Schakelcyclus 1 Schakelcyclus 2 Schakelcyclus 3 Temperatuurinstelling [T-WW gew 1]: C [T-WW gew 2]: C [T-WW gew 3]: C Tijdsruimte Aan Uit Aan Uit Aan Uit Maandag Dinsdag WW progr. 1 Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Maandag Dinsdag WW progr. 2 Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Tab Afzonderlijke instellingen van de schakeltijdprogramma's voor warm water 51
52 10 x Notities Programma circpomp Schakelcyclus 1 Schakelcyclus 2 Schakelcyclus 3 Tijdsruimte Aan Uit Aan Uit Aan Uit Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Tab Individuele instellingen van het schakeltijdenprogramma van de circulatiepomp 10.2 Parameter Noteer in onderstaande tabel de door u gemaakte parameterwijzigingen. Draaischakelaarstand Parameter-niveau / Parameter Oude waarde Nieuwe waarde Datum Opmerkingen Tab Individuele parameterwijzigingen Databusadressen RoCon-apparaat Databusadres Opmerkingen Tab Databusadressen in het RoCon-systeem 52
53 10 x Notities 10.3 Andere 53
54 10 x Notities 54
55 11 Trefwoordenlijst Numerics 3-wegs-omschakelventiel A Aanjaagverwarmer , 28, 42 Functiebeschrijving Parameter Plaats van inbouw Toelichting Aanvoerstreeftemperatuur Bij koelmodus Bij verwarming Bij weersgestuurde regeling Aanvullingswater Afstandsbediening via het internet.27 Afvoer B Back-upaanvraag Basisfuncties Automatisch ontdooien Installatie in-, uitschakelen Taal, datum, tijd instellen Tonen van de informatie over de installatie Waterdrukweergave Bedieningselementen , 14 Draaiknop Exit-toets Regelknop Bedienorganen Bedrijfsmodi Automatisch Automatisch Koelen Paraatheid (Standby) Verlagen Verwarmen Zomer Bedrijfsonderbreking Definitief Tijdelijk Bedrijfsveiligheid Buitenbedrijfstellen C Circulatiepomp , 27 Circulatierem D Dagbedrijf Databusadres , 52 Datum instellen Debiet Documenten die eveneens van toepassing zijn Doelmatig gebruik Draaischakelaarpositie E Eerste inbedrijfstelling Elektriciteitsaansluiting tegen dalurentarief Functiebeschrijving Energiebesparingsmodus Externe bedrijfsmodusomschakeling EXT-signaal , 16 F Fabrieksinstelling Fluistermodus , 32 Fouten en storingen Foutcodes Storingen Foutmeldingen G G-plus H Handmatige modus Hydraulische aansluiting Belangrijke opmerkingen I Inbedrijfstelling Indicatie Informatiemeldingen Installatietemperaturen Instellen van de tijd Instelw. keteltemp , 19, 23 K KFE-vulaansluiting , 42 Koelmodus , 25 L Legionellabescherming , 49 M Meldingen Mengermodule N Nagestreefde kamertemperatuur.. 18 Noodbedrijf O Onderhoud Ontdooifunctie Ontluchtingsfunctie , 43 Opbouw en onderdelen Opnieuw in bedrijf stellen Opwarming warm water P Parameter Protocol R Reiniging RESET S SMART GRID Software-informatie Solaris-installatie Functiebeschrijving Speciale niveaus Storingen Systeembeschrijving T Taal instellen Temperatuurinstelling Dagbedrijf Verlaagd bedrijf Warmwaterbedrijf Terminaladres Terminalfunctie Terminalmodus x Trefwoordenlijst Tijdschakelprogramma's Instelling Permanente programma's Persoonlijke instellingen Tijdelijke programma's Tijdsprogramma's (tijdelijk) Feestdag Vakantie Tijdsprogramma s (tijdelijk) Afwezig Party Toetsenblokkering Trefwoordenlijst V Vakmancode , 32 Veiligheidsuitschakeling Ventielaandrijving Verklaring van de pictogrammen 3, 13 Verlaagd bedrijf Verwarmingscurve Verwarmingscyclus Vloerverwarming Vorstbeschermende functie... 13, 26 Vorstgevaar Vulaansluiting Vulprocedure Verwarmingsinstallatie Voorraadvat Vulwater W Warmtepompbuitentoestel Toelaatbare combinaties Warmwaterbereiding Waterdruk Werkwijze Elektronische regeling Veiligheidsmanagement Z Zoneregeling
56 Copyright Daikin _08 05/2014
Handleiding. Daikin Regeling RoCon HP, EHS157034, EHS Daikin RoCon HP EHS EHS157068
RoCon HP, EHS157034, EHS157068 RoCon HP, EHS157034, EHS157068 Nederlands Daikin RoCon HP EHS157034 EHS157068 Inhoudsopgave 1 Veiligheid........................... 4 1.1 Houdt u aan de installatie- en gebruiksaanwijzing.......................
Gebruiksaanwijzing. Daikin Regeling RoCon HP, EHS157034, EHS Daikin RoCon HP EHS EHS157068
RoCon HP, EHS157034, EHS157068 RoCon HP, EHS157034, EHS157068 Nederlands Daikin RoCon HP EHS157034 EHS157068 Inhoudsopgave 1 Veiligheid........................... 3 1.1 Houdt u aan de installatie- en gebruiksaanwijzing.......................
Controlelijst voor ingebruikname
Controlelijst voor ingebruikname Aankruisen uitgevoerde actie! Daikin Altherma EHSX Altherma EHSXB Altherma EHSH Altherma EHSHB -08P50B -16P50B Daikin Altherma EHSX Altherma EHSXB Altherma EHSH Altherma
Controlelijst voor ingebruikname
Controlelijst voor ingebruikname Aankruisen uitgevoerde actie! Daikin Altherma EHSX Altherma EHSXB Altherma EHSH Altherma EHSHB -08P50AA -16P50AA Daikin Altherma EHSX Altherma EHSXB Altherma EHSH Altherma
Installatie- en onderhoudhandleiding
Installatie- en onderhoudhandleiding Binnentoestel voor lucht-water-warmtepompen Daikin Altherma integrated solar unit Daikin Altherma integrated solar unit Nederlands Daikin Altherma EHS(X/H)04P30A EHS(X/H)B04P30A
Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat
Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat Techneco Energiesystemen BV Kleveringweg 9 2616 LZ Delft T. 015 21 91 000 Symbolen Beschrijving Menu selecteren, wisselen bedrijfsmodus Verstellen waarde
nl Hulp bij opstarten
nl Hulp bij opstarten Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Hulp bij opstarten bedieningspaneel 1.................................................................. 3 1.1 Opstartcyclus.................................................................................
Gebruiksaanwijzing. Daikin RoCon+ HP EHSX(B)04P30D EHSX(B)04P50D EHSH(B)04P30D EHSX(B)08P30D EHSX(B)08P50D EHSH(B)08P30D EHSH(B)08P50D 09/2018
EHSX(B)04P30D EHSX(B)04P50D EHSH(B)04P30D EHSX(B)08P30D EHSX(B)08P50D EHSH(B)08P30D EHSH(B)08P50D 09/2018 Nederlands Inhoud Inhoud 1 Algemene veiligheidsmaatregel 4 1.1 Bijzondere veiligheidsinstructies...
Gebruiksaanwijzing. RoCon+ HP EHSX08P30D EHSX08P50D EHSXB08P30D EHSXB08P50D EHSH08P30D EHSH08P50D EHSHB08P30D EHSHB08P50D
EHSX04P30D EHSX04P50D EHSXB04P30D EHSXB04P50D EHSH04P30D EHSHB04P30D EHSX08P30D EHSX08P50D EHSXB08P30D EHSXB08P50D EHSH08P30D EHSH08P50D EHSHB08P30D EHSHB08P50D 07/2018 Nederlands 1 Algemene veiligheidsmaatregel
Bedieningsvoorschrift Functiemodule
Bedieningsvoorschrift Functiemodule FM443 zonnemodule Voor de gebruiker Zorgvuldig lezen voor de bediening 6 720 615 859-03/2008 BE Inhoudsopgave 1 Veiligheid..................................... 3 1.1
Bedieningshandleiding VAG5000-Basic
Bedieningshandleiding VAG5000-Basic Weersafhankelijke ketelregelaar Gebruiker Inhoudsopgave VAG5000: comfortabel geregeld 4 Uitlezing display bij gesloten venster 4 3 Uitleg bediening bij gesloten venster
Temperatuurafhankelijk geschakelde plugin thermostaat
Temperatuurregeling van aangesloten toestellen BESCHRIJVING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN ingebouwde temperatuurvoeler Temperatuurafhankelijk geschakelde plugin thermostaat Toepassingsvoorbeelden: Elektrische
EMS 2.0. ModuLine 1010H (2017/05) NL
EMS 2.0 0010014043-001 ModuLine 1010H 6720869141 (2017/05) NL 1 Gegevens betreffende het product 1 Gegevens betreffende het product Toepassingsmogelijkheden De bedieningseenheid ModuLine 1010H kan alleen
Gebruiksaanwijzing. Gebruiksaanwijzing. Voor de gebruiker VRT 35. BEnl. Uitgever/fabrikant Vaillant GmbH
Gebruiksaanwijzing Voor de gebruiker Gebruiksaanwijzing VRT 35 BEnl Uitgever/fabrikant Vaillant GmbH Berghauser Str. 40 D-42859 Remscheid Telefon 021 91 18 0 Telefax 021 91 18 28 10 [email protected] www.vaillant.de
Bedieningshandleiding Digitale afstandbediening DFW
Bedieningshandleiding Digitale afstandbediening DFW 09/2000 Art.DE. Nr. 12 003 494 1 Inhoud Inhoud...2 Overzicht...3 Bedrijfsregime instellen...4 Bediening...5 Instelling schakeltijden...5 Bijzondere functies...6
1 Inleiding. 1.1 Theta-regelaar. 1.2 Ruimtethermostaat
Inhoudsopgave 1 Inleiding...2 1.1 Theta-regelaar... 2 1.2 Ruimtethermostaat...2 1.3 Draai-drukknop-Algemeen... 3 1.4 Basisweergave... 3 1.5 Uitzonderlijke weergaven...3 1.6 Instellen van de gewenste dag-ruimtetemperatuur...
Bedieningshandleiding VAG5000-Basic. Gebruiker. Weersafhankelijke ketelregelaar
Bedieningshandleiding VAG5000-Basic Weersafhankelijke ketelregelaar Gebruiker Itho bv Business Unit van der Beyl Adm. de Ruyterstraat 5 HB Schiedam Postbus 00 AA Schiedam T (00) 7 85 00 F (00) 7 89 99
Service Manual. Comfort System
Service Manual Comfort System Elektronische Regeling Het IRC comfortsysteem is voorzien van een elektronische regeling ten behoeve van besturing en bewaking van het toestel. Het toestel is tevens voorzien
Voor de gebruiker. Gebruiksaanwijzing. allstor. Bufferboiler
Voor de gebruiker Gebruiksaanwijzing allstor Bufferboiler NL Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Aanwijzingen bij de documentatie... 3 1.1 Aanvullend geldende documenten... 3 1.2 Documenten bewaren... 3 1.3
PRF-79 thermostaat voorzien van;
Let op: de PRF-79 thermostaat kan gebruikt worden voor elektrische vloerverwarming systemen en voor infrarood panelen. Standaard staat de thermostaat ingesteld op vloertemperatuur en ruimte temperatuur.
Bedieningsinstructie
Bedieningsinstructie Kamerthermostaat ModuLine 00 763 7600 (203/08) NL 763 7600-000.TD Inhoudsopgave Inhoudsopgave Uitleg van de symbolen................. 2 2 Inleiding.............................. 2
Techneco ELGA warmtepomp Gebruikershandleiding. Type 3.0
Techneco ELGA warmtepomp Gebruikershandleiding Type 3.0 April 2015 INHOUDSOPGAVE 1 Introductie 1 2 Bediening binnenunit 2 3 Thermostaat instellen 3 3.1 Instelling controleren 3 3.2 Koelen of verwarmen
RUIMTEREGELAAR MET STOOKLIJN- VERSTELLING
Installatie- en gebruikershandleiding NL RUIMTEREGELAAR MET STOOKLIJN- VERSTELLING Afstandsbediening voor warmtepompen met koeling RFV-DK Vertaling van de originele handleiding Alpha-InnoTec GmbH A.u.b.
CDI4 - Colis AD258. isense PRO. Installatiegebruikersen. service handleiding. Interactieve kamerthermostaat (met draad) B-REMBENL
isense PRO NL Interactieve kamerthermostaat (met draad) CDI4 - Colis AD258 C002331-A Installatiegebruikersen service handleiding 300020550-001-B-REMBENL Inhoud 1 Beschrijving...2 1.1 Beschrijving van de
ROTEX HPSU compact Installatie- en onderhoudhandleiding
Voor het vakbedrijf ROTEX HPSU compact Installatie- en onderhoudhandleiding Zonne-energievoorraadvat met ingebouwde binnenwarmtepomp Voor de types HPSU compact 304 HPSU compact 308 HPSU compact 508 HPSU
HANDLEIDING VASCO TIMER MODULE TIMER MODULE
HANDLEIDING VASCO TIMER MODULE TIMER MODULE INHOUDSTABEL 1. INLEIDING 01 2. VEILIGHEID 01 3. WERKING 01 4. OBOUW 02 ALGEMEEN 02 MAATTEKENING 02 MONTAGE 02 ELEKTRISCH SCHEMA 04 4.1 AANSLUITING D300E II
GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART TIMER
Voertuigverwarmingen Technische documentatie GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART TIMER NL Bedieningselement voor de Eberspächer-standverwarmingen Hoofdstuk Naam hoofdstuk Inhoud hoofdstuk Pagina 1 Inleiding 1.1
Bedieningshandleiding. ExaControl E7R S
Bedieningshandleiding ExaControl E7R S UW APPARAAT GEBRUIKEN UW APPARAAT GEBRUIKEN 1 Het apparaat wordt geleverd met: Snelstartgids voor de gebruiker, Snelstartgids voor de installateur, Garantieverklaring
Afstandsbediening REC08. voor RESIDENCE CONDENS. gebruiksaanwijzing
Afstandsbediening REC08 voor RESIDENCE CONDENS gebruiksaanwijzing ALGEMENE INFORMATIE LEES DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG OM EEN CORRECT GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIENING TE GARANDEREN. WAARSCHUWINGEN 1) De
Altijd aan uw zijde. Gebruiksaanwijzing. BEnl
Altijd aan uw zijde Gebruiksaanwijzing BEnl 1 Veiligheid 1 Veiligheid 1.1 Algemene veiligheidsinstructies 1.1.1 Installatie alleen door installateur Installatie, inspectie, onderhoud en reparatie van het
Vitocal 200-G. 3.1 Overzicht van de toepassingsvoorbeelden
Vitocal 200-G.1 Overzicht van de toepassingsvoorbeelden Verwarmingscircuit zonder mengklep, met tapwaterverwarming en koelfunctie natural cooling met NC-Box (met mengklep) via het vloerverwarmingscircuit
Lucht/Water warmtepomp voor duurzaam verwarmen, koelen en warm water voor elke woning.
BUVA EcoClimate L/W Lucht/Water warmtepomp voor duurzaam verwarmen, koelen en warm water voor elke woning. Aangename warmte in de winter, verfrissende koeling in de zomer en warmwatercomfort. Dat kan met
Gebruikershandleiding Roth EnergyLogic Touchline
Gebruikershandleiding Roth EnergyLogic Touchline P100011293 C Roth Werke GmbH Roth Belgium Rijmenamseweg 211 te 2820 Bonheiden Telefoon: +32 (0) 15.50.92.91 Fax: +32 (0) 15.50.92.98 E-Mail: [email protected]
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding EXCLUSIV COMPACT THERMOSTAAT Dit product heeft de volgende eigenschappen: 1) Regeling van de verwarming 2) Eenvoudig te programmeren 3) Twee programma's: programma ingesteld af fabriek
VIESMANN. Bedieningsaanwijzing VITOTROL 200. voor de gebruiker van de installatie. Afstandsbediening voor één verwarmingscircuit
Bedieningsaanwijzing voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Afstandsbediening voor één verwarmingscircuit VITOTROL 200 3/2006 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsaanwijzingen Voor uw veiligheid Volg deze
Vitocal 222-S/222-A, tapwateropwarming en koelfunctie active cooling"
KW Z WW Verwarmingscircuitregeling zonder mengklep De gewenste aanvoertemperatuur van het verwarmingscircuit wordt uit volgende parameters bepaald: buitentemperatuur, gewenste kamertemperatuur, bedrijfsprogramma
1 BESTURING EN INSTELLING 2 DISPLAY STRUCTUUR 2 DAG EN TIJD INSTELLING 3 TIJDSINSTELLING PROGRAMMEREN 4 TEMPERATUUR PROGRAMMEREN
THERSTAAT A50 INHOUD BELANGRIJKE INFORMATIE VEILIG GEBRUIK BESTURING EN INSTELLING DISPLAY STRUCTUUR DAG EN TIJD INSTELLING TIJDSINSTELLING PROGRAMMEREN ERATUUR PROGRAMMEREN SCREENSAVER SELECTEER GEBRUIKSDULES
Gebruikers- en service-instructie
7163 7600 05/2004 NL(NL) Gebruikers- en service-instructie Kamerthermostaat ModuLine 100 Zorgvuldig lezen voor u de thermostaat gebruikt Beknopt overzicht Beknopt overzicht bedieningsmogelijkheden Pos.
Vitocal 200-S/200-A, tapwateropwarming en koelfunctie "active cooling"
Hoofdcomponenten Lucht/waterwarmtepomp in split- of monoblock-uitvoering: Vitocal 00-A Vitocal 00-S Warmtepompregeling: Vitotronic 00, type WOC Verwarmingswaterbuffer: Vitocell 00-W, type SVPA Warmwaterboiler:
Inbedrijfstelling. Checklist. Voor de installateur AAN DE INSTALLATEUR
Inbedrijfstelling Checklist AAN DE INSTALLATEUR Voor de installateur Installatiehandleiding Met het toestel dat u gaat plaatsen, installeert u een kwaliteitsproduct. Ondanks de bekendheid met het AWBconcept
VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOSOL. voor de gebruiker van de installatie NL 11/2015 Bewaren a.u.b.!
Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN VITOSOL 11/2015 Bewaren a.u.b. Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming
Regeling Korte beschrijving
Regeling Korte beschrijving Comfortventilatie voor grote ruimtes CGL Wolf GmbH Postfach 1380 84048 Mainburg Tel. 08751/74-0 Fax 08751/741600 Internet: www.wolf-heiztechnik.de Art.-nr.: 3063417_201307 Wijzigingen
All-in-one warmtepomp water verwarming BOI-200/260
All-in-one warmtepomp water verwarming BOI-200/260 Installatie & Instructie Handleiding Editie 2008 15.07.2008 Rev. 1.0 Inhoudstafel 1. Handleiding voor de installatie...3 1.1 Aansluiting...3 1.2 Installatie
Bedieningsrichtlijnen Weishaupt Thermo Condens WTC 15-A WTC 25-A WTC 32-A
Weishaupt n.v. Paepsemlaan 7 1070 Brussel Tel. (02) 343.09.00 Fax (02) 343.95.14 Druknr. 83053107, december 2006 Printed in Germany. Alle wijzigingen voorbehouden. Nadruk verboden. Bedieningsrichtlijnen
GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART SELECT
Voertuigverwarmingen Technische documentatie NL GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART SELECT Bedieningselement voor de Eberspächer-standverwarmingen EasyStart Select BedienungsanleitungEasyStart Select Gebruiksaanwijzing
Gebruikers Handleiding 24V Thermostaat Verwarmen, artnr 70015
www.provarmo.nl Gebruikers Handleiding 24V Thermostaat Verwarmen, artnr 70015 Inhoudsopgave 1. Algemeen Pag. 2 1.1 Geldigheid, bewaring en verder geven van de handleiding 1.2 Symbolen 2. Veiligheid 3 2.1
Albatros2 Ruimte-bedienunit UI400 Verkorte handleiding
Albatros2 Ruimte-bedienunit UI400 Verkorte handleiding CE1C2348nl 2014-04-23 Building Technologies Welkom! Welkom! Gebruik de draaiknop (push and roll) om beide ruimte units QAA74 en AVS74 te bedienen.
Bedieningselement voor de Eeberspächer-standverwarmingen A WORLD OF COMFORT
Voertuigverwarmingen Technische documentatie Gebruiksaanwijzing EasyStart Timer NL Gebruiksaanwijzing Beknopte handleiding Inbouwhandleiding Bedieningselement voor de Eeberspächer-standverwarmingen A WORLD
Weersafhankelijke regelaar SAM 2200
VERWARIGSREGEIG Weersafhankelijke regelaar SA 00 De SA 00 vervangt de SA 003 en de oude modellen SA 83 en SA 83.1 die gebruikt werden voor sturing van mengkranen. O DIP 1 34 Éen enkele regelaar, 6 hydraulische
EcoClimate L/W technische brochure
EcoClimate L/W technische brochure Lucht/water warmtepomp voor duurzaam verwarmen, koelen en warm water voor elke woning BUVA EcoClimate L/W lucht/water warmtepomp De BUVA EcoClimate Lucht/Water warmtepomp
GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7
GEBRUIKSAANWIJZING 1 3 2 1 4 11 NOT AVAILABLE 12 6 5 5 7 8 14 9 10 19 17 18 21 13 20 15 16 1 ONZE WELGEMEENDE DANK VOOR UW AANKOOP VAN DEZE AFSTANDS- BEDIENING. LEES DE HANDLEIDING AANDACHTIG ALVORENS
Itho Daalderop VAG5000-Basic en -Floor
Itho Daalderop VAG5000-Basic en -Floor Oorspronkelijk document. Inhoud 1. VAG5000: comfortabel geregeld 4 2. Uitlezing display bij gesloten venster 5 3. Uitleg bediening bij gesloten venster 6 3.1. Programmakeuze
HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT
HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT Technische gegevens: Spanning: 230-240VAC + aarde Frequentie: 50-60Hz Weerstandsbelasting: 16A (3600W-230VAC) Inductieve belasting: 1A IP Waarde: IP21 Aanpassing:
Gebruiksaanwijzing. Voor de gebruiker. Gebruiksaanwijzing. allstor. Bufferboiler
Gebruiksaanwijzing Voor de gebruiker Gebruiksaanwijzing allstor Bufferboiler NL Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Aanwijzingen bij de documentatie... 3 1.1 Documenten bewaren... 3 1.2 Gebruikte symbolen...
Bedienings- en servicehandleiding
Voor de gebruiker Bedienings- en servicehandleiding Kamerthermostaat ModuLine 100 Zorgvuldig lezen vóór bediening en servicewerkzaamheden Beknopt overzicht Beknopt overzicht bedieningsmogelijkheden Legenda
HANDLEIDING EASY FLEX HC THERMOSTAAT REGISTRATIE MASTER
HANDLEIDING EASY FLEX HC THERMOSTAAT REGISTRATIE MASTER Snelle handleiding voor het registeren van thermostaten voor zone bedieningen ten behoeve van de Robot Easy Flex HC master. In verband met de veiligheid
TNG-serie warmtepomp Gebruikershandleiding
TNG-serie warmtepomp Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding TNG-serie warmtepompen Inhoud Inleiding... 3 Veiligheid... 4 Algemeen... 4 Koudemiddel... 5 Bediening... 6 Overzicht van de Siemens thermostaat...
Gebruikers- en service-instructie
7163 7800 05/2004 NL(NL) Gebruikers- en service-instructie Kamerthermostaat ModuLine 200 Zorgvuldig lezen vóór u de thermostaat gebruikt Beknopt overzicht Beknopt overzicht weergave- en bedieningsmogelijkheden
Dohse Aquaristik GmbH & Co. KG
Een merk van Dohse Aquaristik Gebruikshandleiding HumidityControl eco Art. nr. 10896 Dohse Aquaristik GmbH & Co. KG www.dohse-terraristik.com Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1 Display 1.2 Veiligheidsinstructies
GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART REMOTE
Voertuigverwarmingen Technische documentatie NL GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART REMOTE Bedieningselement voor de Eberspächer-standverwarmingen EasyStart Select Bedienungsanleitung EasyStart Remote Gebruiksaanwijzing
VIESMANN. Bedieningsaanwijzing VITODENS 100-W. voor de gebruiker van de installatie
Bedieningsaanwijzing voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Verwarmingsinstallatie met regeling voor verhoogde of weersafhankelijke werking VITODENS 100-W 3/2008 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsaanwijzingen
VIESMANN. Montagehandleiding. Verwarmingswater-doorstroomtoestel. Veiligheidsinstructies. voor de installateur
Montagehandleiding voor de installateur VIESMANN Verwarmingswater-doorstroomtoestel Veiligheidsinstructies Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk letsel en materiële
Bedieningsvoorschrift
6301 0018 03/2001 NL Voor de gebruiker Bedieningsvoorschrift Functiemodule FM 448 Module voor storingsmeldingen Zorgvuldig lezen vóór de bediening Impressum Het toestel voldoet aan de basiseisen en de
Quick Guide Artel Mono Block schema 1
Quick Guide Artel Mono Block schema 1 RR Trading 1 van 13 Schema 1 Rev. 03 Inhoud opgave 1. Algemene aandachtspunten... 2 2. Opstelling ruimte... 2 3. Schema 1 verwarmen/koelen... 4 4. Aansluiten Mono
Handleiding Digitale Thermostaat elektrische Handdoekradiatoren
Handleiding Digitale Thermostaat elektrische Handdoekradiatoren De BeauHeat digitale thermostaat is een digitale klokthermostaat voor automatische bediening van elektrische handdoekradiatoren. Een externe
Servicetool. Gebruikershandleiding
NL Servicetool Gebruikershandleiding 7601002-01 Inhoud 1 Bedieningspaneel...2 1.1 Bediening en Symbolen...2 2 Instellingen...3 2.1 Menustructuur Algemeen...3 2.2 Informatiemenu Q...3 2.3 Gebruikersmenu
7 INSTELLING EN AFREGELING
7 INSTELLING EN AFREGELING Het functioneren van het toestel is te beïnvloeden door de (parameter)instellingen in de branderautomaat. Een deel hiervan is direct via het bedieningspaneel in te stellen, een
Gebruiksaanwijzing. Siemens Building Technologies AG c 1/24
Gebruiksaanwijzing Weersafhankelijke regelaar Landis & Staefa RVL470 Frontaanzicht... 2, 3 Betekenis van de symbolen op de display... 4 Gebruik van de INFO-toets... 5 Bedrijfssoorten... 6 Inbedrijfstelling
VIESMANN. Gebruikshandleiding VITOSOLIC 100. voor de gebruiker van de installatie. Regeling voor zonnesystemen NL 7/2006 Bewaren a.u.b.!
Gebruikshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Regeling voor zonnesystemen VITOSOLIC 100 7/2006 Bewaren a.u.b.! Veiligheidshandleiding Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidadvies nauwkeurig
VIESMANN. Bedieningshandleiding. Calorimeter. voor de gebruiker van de installatie. Calorimeter voor zonne-installaties met warmteoverdrachtsmedium
Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Calorimeter voor zonne-installaties met warmteoverdrachtsmedium Calorimeter 2/2015 Bewaren aub! Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid
CCE-200, 201, 202, 203, 204 & 206 NL Elektronisch bedieningspaneel Installatie-, Montage- en Gebruikshandleiding Voor de Installateur
CCE-200, 201, 202, 203, 204 & 206 NL Elektronisch bedieningspaneel Installatie-, Montage- en Gebruikshandleiding Voor de Installateur Inhoudsopgave Overzicht van elektronische ketelpanelen en bedieningen...
VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOSOLIC 100. voor de gebruiker van de installatie. Regeling voor zonne-installaties
Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Regeling voor zonne-installaties VITOSOLIC 100 4/2014 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidsvoorschriften
VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOSOLIC 200. voor de gebruiker van de installatie. Regeling voor solarinstallaties
Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Regeling voor solarinstallaties VITOSOLIC 200 1/2012 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidsvoorschriften
Pellet brander Pell 25 / 40 / 70
1 Pellet brander Pell 25 / 40 / 70 De BURNiT Pell is een pellet brander voor cv ketels. De brandstof is houtpellets met 6-8 mm diameter. Een efficiënte verbranding met een lage uitstoot is gegarandeerd.
geotherm hybride systeem Beknopte bedieningshandleiding
geotherm hybride systeem Beknopte bedieningshandleiding Overzicht Het Vaillant geotherm hybride systeem is met een Digitaal Informatie- en Analysesysteem (DIA) uitgerust. Door de intuïtieve bediening kunt
Producten. Lucht/water-warmtepomp, verwarmingscapaciteit van 18,2 t/m 31,0 kw/h (A2/W35) Bouwgrootte: Eco-9 t/m 16 LS-T en LS-T/HG
Producten Lucht/water-warmtepomp, verwarmingscapaciteit van 18,2 t/m 31,0 kw/h (A2/W35) Bouwgrootte: Eco-9 t/m 16 LS-T en LS-T/HG Besturingseenheid (standaard) Afstandbediening Ruimtethermostaat 1 Eco-9
Bedienings- en servicehandleiding
Voor de gebruiker en de installateur Bedienings- en servicehandleiding Kamerthermostaat ModuLine 200 Zorgvuldig lezen vóór bediening en servicewerkzaamheden Beknopt overzicht Beknopt overzicht weergave-
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding Webasto BlueComfort Classic Compacte airconditioningsystemen Algemene informatie Geachte Webasto klant! Deze bedieningshandleiding geeft een overzicht over het gebruik van het compacte
Technische gegevens LAW 9IMR
Technische gegevens LAW 9IMR Toestelinformatie LAW 9IMR Bouwvorm - Warmtebron Buitenlucht - Uitvoering - Regeling - Telling warmtehoeveelheid - Montageplaats - Vermogensniveaus 2 Gebruiksgrens - Retourtemperatuur
VRFBEDSIM BEDIENINGSHANDLEIDING AIR CONDITIONER FUJITSU GENERAL LIMITED 9G2048. www.general-airco.be www.general-airco.nl
BEDIENINGSHANDLEIDING AIR CONDITIONER TM VRFBEDSIM Bewaar deze handleiding zodat u ze later nog kunt raadplegen 9G2048 FUJITSU GENERAL LIMITED www.general-airco.nl INHOUD VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN... 1
Bedieningsinstructie
Bedieningsinstructie Kamerthermostaat ModuLine 200 763 7800 (203/08) NL 763 7800-000.TD Inhoudsopgave Inhoudsopgave Uitleg van de symbolen en veiligheidsinstructies.................. 2. Uitleg van de symbolen...........
Bestnr. 198322 Micro + 198335 Micro 2+ suevia Digitale schakelklok Data Micro +/2+
Bestnr. 198322 Micro + 198335 Micro 2+ suevia Digitale schakelklok Data Micro +/2+ Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische
Verkorte opstart procedure water/water warmtepompen voor het voorverwarmen van de woning/gebouw met het elektrisch verwarmingselement
Verkorte opstart procedure water/water warmtepompen voor het voorverwarmen van de woning/gebouw met het elektrisch verwarmingselement Aan de totstandkoming van deze opstartgids is de uiterste zorg besteed.
Programmeerbare plug-in thermostaat HT-600
Deze plug-in thermostaat is bestemd voor gebruik in elektrische verwarmingselementen en soortgelijke apparatuur. Knop Functie Stroom aan/uit Temp. omhoog of temp. instellen Temp. omlaag of temp. instellen
GEBRUIKSHANDLEIDING. 8A.52.25.08/11.03 Wijzigingen voorbehouden.
GEBRUIKSHANDLEIDING Betrouwbaarheid Innovatie 8A.52.25.08/11.03 Wijzigingen voorbehouden. bedrijfsaanduidingen: + niet zichtbaar bij overschrijden van de "eco-temperatuur"* zichtbaar in "dagprogramma"
DE EFFICIËNTE EN MILIEUVRIENDELIJKE OPLOSSING VOOR DE PRODUCTIE VAN SANITAIR WARM WATER
EOS PLUS HP DE EFFICIËNTE EN MILIEUVRIENDELIJKE OPLOSSING VOOR DE PRODUCTIE VAN SANITAIR WARM WATER Lucht-water warmtepomp voor de productie van Sanitair Warm Water zonder gebruik van gas. Deze pomp, speciaal
InteGra Gebruikershandleiding 1
InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.
VIESMANN. Bedieningsaanwijzing VITOTROL 200A. voor de gebruiker van de installatie. Afstandsbediening voor een verwarmingscircuit
Bedieningsaanwijzing voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Afstandsbediening voor een verwarmingscircuit VITOTROL 200A 3/2010 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsaanwijzingen Voor uw veiligheid Volg deze
Geiser GWH11 COP... / GWH14 COP... / GWH18 COP... gebruiksaanwijzing (2015/04) NL
Geiser GWH11 COP... / GWH14 COP... / GWH18 COP... gebruiksaanwijzing NL 2 Index Index 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen........................3 1.1 Uitleg van de symbolen...................
VIESMANN. Bedieningsaanwijzing VITOSOL-F VITOSOL-T. voor de gebruiker van de installatie. Vlakke en vacuüm-buiscollectoren
Bedieningsaanwijzing voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Vlakke en vacuüm-buiscollectoren VITOSOL-F VITOSOL-T 5458 056 B/fl 3/2010 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsaanwijzingen Voor uw veiligheid Volg
DomoCommand DC 70 Regeling aangestuurd in functie van de buitentemperatuur
DomoCommand DC 70 Regeling aangestuurd in functie van de buitentemperatuur SET Normale temperatuur C Nachttemperatuur C SWW-temperatuur C PROG Weekprogramma 1-7 Dagprogramma 1...7 Begin Periode 1 Einde
Uw partner voor vloerverwarming oplossingen GEBRUIKERSHANDLEIDING. SST Smart2 ruimte-thermostaat 230 V Analoog D
Uw partner voor vloerverwarming oplossingen GEBRUIKERSHANDLEIDING SST Smart2 ruimtethermostaat 230 V Analoog D201120 SST Benelux 2 [email protected] www.ssteurope.eu Inhoud 1 Kenmerken 1.1 Functies 1.2
GEBRUIKSHANDLEIDING Betrouwbaarheid Innovatie
GEBRUIKSHANDLEIDING Betrouwbaarheid Innovatie 8A.52.08.02/01.04 Wijzigingen voorbehouden. Inhoud Inleiding...3 Toestelbeschrijving...3 Schematische voorstelling S-HR ZonneGasCombi...4 Het toestel... 4
HANDLEIDING. De SAS1000WHB-7DF klokthermostaat wordt in combinatie met de SCU209-DF ontvanger gebuikt om 1 of meerdere actuators aan te sturen.
HANDLEIDING SAS1000WHB-7DF / (master) klokthermostaat Omschrijving; De SAS1000WHB-7DF klokthermostaat wordt in combinatie met de SCU209-DF ontvanger gebuikt om 1 of meerdere actuators aan te sturen. Technische
VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOTROL 100. voor de gebruiker van de installatie. Kamerthermostaat Type UTA-RF NL 2/2008 Bewaren a.u.b.!
Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Kamerthermostaat Type UTA-RF VITOTROL 100 2/2008 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidsvoorschriften
korte handleiding Ruimtebedieningseenheid RBE
korte handleiding Ruimtebedieningseenheid RBE Symbolen functie De symbolen van uw ruimtebedieningseenheid hangen van de uitvoering van uw warmtepomp af. Symbool functie Definitie Symbolen functie Definitie
MD-200, TA-200, RA-200 & MR- 200
MD-200, TA-200, RA-200 & MR- 200 NL Afstandsbediening, kamerthermostaat en versterkingsmodule voor CCE Electronische schakelpanelen voor Confort verwarmingstoestellen Functionele beschrijving, Reiniging
Geiser GWH11 COH... / GWH14 COH... / GWH18 COH... gebruiksaanwijzing (2015/04) NL
Geiser GWH11 COH... / GWH14 COH... / GWH18 COH... gebruiksaanwijzing NL 2 Index Index 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen........................3 1.1 Uitleg van de symbolen...................
