KING-thema 2: Arbeidsparticipatie
|
|
|
- Greta Vos
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Gerard Marlet, Roderik Ponds, Clemens van Woerkens KING-thema 2: Arbeidsparticipatie Methodologische verantwoording
2 Atlas voor gemeenten Postbus GP UTRECHT T F E [email protected] I Atlas voor gemeenten, Utrecht, 2013 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
3 Methodologische verantwoording
4
5 Inhoud 1 Inleiding 6 2 Netto participatiegraad 7 3 Verklaringsmodel 10 4 Verklarende variabelen 15
6 1 Inleiding KING werkt samen met Atlas voor gemeenten aan verklaringsmodellen die de relatieve score van een gemeente op een bepaald thema zo goed mogelijk verklaren uit kenmerken van die gemeente. Voor het thema Arbeidsparticipatie is een verklaringsmodel gebruikt waarbij de netto participatiegraad in een gemeente zo goed mogelijk wordt verklaard uit indicatoren die hier statistisch significant mee samenhangen. Deze indicatoren zijn vervolgens gegroepeerd naar categorieën verklarende kenmerken (zoals de beschikbaarheid van werk, bevolkingssamenstelling, etc.). Deze categorieën vormen de verklarende staven in de grafieken op waarstaatjegemeente.nl. In deze achtergrondrapportage wordt ingegaan op de centrale indicator voor de netto participatiegraad in een gemeente, het achterliggende verklaringsmodel, de gebruikte indicatoren, de bijbehorende bronnen en de bewerkingen die daarop zijn uitgevoerd.
7 2 Netto participatiegraad De arbeidsmarkt kent zoals elke markt een vraagkant en een aanbodkant. De vraagkant zijn alle bedrijven en andere organisaties die werknemers in dienst hebben of zoeken. Het aantal of aandeel onvervulde vacatures kan een goede indicator vormen voor de matching: de mate waarin de vraag naar arbeid geaccommodeerd kan worden door het aanbod. De aanbodkant van de arbeidsmarkt zijn alle mensen die (kunnen en willen) werken. De participatiegraad vormt een indicator voor de mate waarin de aanbodkant van de arbeidsmarkt aansluit op de vraagkant. Hoe hoger de participatiegraad hoe hoger het aandeel van de bevolking dat wil (en kan) werken, en ook daadwerkelijk aan het werk is (in loondienst of als zelfstandige, met of zonder steun van de overheid). Als centrale indicator voor de arbeidsmarkt is gekozen voor de netto participatiegraad. De reden hiervoor is dat alle partijen die zich bezighouden met arbeidsmarktbeleid (zoals het Ministerie van SZW, gemeentelijke sociale diensten, het UWV Werkbedrijf, WSW-instellingen) arbeidsparticipatie als centrale doel hebben. Daarnaast bieden andere indicatoren (zoals werkloosheid en het aandeel uitkeringsgerechtigden) over het algemeen geen volledig beeld van het functioneren van de arbeidsmarkt maar slechts inzicht in een deel van de non-participatie. Voor de netto participatiegraad wordt meestal de volgende definitie gehanteerd: het aantal werkzame personen als aandeel van de totale potentiële beroepsbevolking (alle mensen tussen 15 en 65 jaar, ongeveer 11 miljoen mensen). Werkzame personen zijn mensen die minimaal 12 uur per week werken. Dat zijn zowel mensen die zonder als met steun van de overheid werken. Dit is de definitie die ook door het CBS in de enquête beroepsbevolking wordt gebruikt (de EBB). Hiernaast is er de bruto participatiegraad: alle mensen die aangeven te willen werken als aandeel van de potentiële beroepsbevolking. Binnen deze groep zijn er mensen die (gedeeltelijk) inkomenssteun krijgen of steun bij het zoeken naar werk. Binnen de potentiële beroepsbevolking vallen ook mensen die niet kunnen werken en daarom inkomenssteun ontvangen en mensen die niet (willen of kunnen) werken en geen inkomenssteun 7
8 ontvangen (bijvoorbeeld renteniers of vrouwen die om principiële redenen niet werken). Figuur 2.1 geeft een schematisch overzicht van de verschillende groepen werkenden en niet-werkenden. Onder de groep werkenden zijn dus twee categorieën te onderscheiden: participanten zonder steun van de overheid; mensen die zichzelf redden als werknemer of als zelfstandige. participanten met steun van de overheid; mensen die met steun van de overheid deelnemen aan het arbeidsproces (via gesubsidieerde arbeid, sociale werkvoorziening of loonkostensubsidies). Figuur 2.1 Werkenden en niet-werkenden Geen steun Niet-werkend Steun bij zoeken naar werk Met inkomenssteun Bevolking jarigen Werkend Met steun van de overheid Zonder steun Bron: Atlas voor gemeenten 8
9 De groep werkenden is gedefinieerd als het aantal mensen dat in een bepaald jaar 52 weken (dus géén seizoensarbeid) voornamelijk inkomsten uit arbeid en/of onderneming heeft genoten. De daarvoor gebruikte indicator is gebaseerd op het Regionaal Inkomens Onderzoek (RIO) van het CBS. Het RIO maakt gebruik van gegevens van de inkomstenbelasting en biedt de mogelijkheid om te bepalen wat de voornaamste inkomstenbron van mensen is. De gegevens hebben betrekking op de stand op De score van gemeenten op de netto participatiegraad is vervolgens zo goed mogelijk verklaard aan de hand van verschillende kenmerken van de vraagkant en de aanbodkant van de arbeidsmarkt in de gemeente. 9
10 3 Verklaringsmodel Voor een goede verklaring van de netto participatiegraad zijn zowel indicatoren voor de vraagkant als voor de aanbodkant van de arbeidsmarkt noodzakelijk. Met een regressieanalyse is onderzocht welke kenmerken (van zowel de vraag- als de aanbodkant van de arbeidsmarkt) van een gemeente significant samenhangen met de netto participatiegraad. Tabel 3.1 laat de resultaten zien. Een positieve coëfficiënt betekent dat een hogere waarde voor deze indicator samenhangt met een hogere participatiegraad. Voor een negatieve coëfficiënt geldt het omgekeerde. Uit de tabel blijkt dat de regionale beschikbaarheid van werk in het algemeen en specifiek voor hoger opgeleiden positief samenhangt met de arbeidsparticipatie. Deze indicator meet het gemiddeld aantal banen binnen acceptabele reistijd voor een inwoner van een gemeente ten opzichte van het aantal mensen dat in potentie voor deze banen in de markt is - zie hoofdstuk 4 voor een nadere omschrijving. Als de beschikbaarheid van werk ten opzichte van de potentiële beroepsbevolking relatief groot is, is de participatiegraad ook hoger. Aan de aanbodkant van de arbeidsmarkt bleken verschillende typen indicatoren een significante verklaring te bieden voor de netto participatiegraad. Allereerst de leeftijdsopbouw en etnische samenstelling van de bevolking. Bij de leeftijdsopbouw zijn verschillende leeftijdscategorieën meegenomen. Hierbij is het aandeel inwoners tussen 25 en 34 jaar als referentiecategorie genomen. Gemeenten die relatief veel inwoners hebben in andere leeftijdscategorieën - zowel hogere (veel ouderen) als lagere (veel jongeren) - kennen een lagere netto participatiegraad. Ook de etnische samenstelling van de beroepsbevolking hangt samen met de netto participatiegraad. Gemeenten met veel Marokkanen en Turken onder de beroepsbevolking hebben over het algemeen een lagere netto participatiegraad. Ook bevolkingscategorieën van andere herkomstlanden (en de indicator overige niet-westerse allochtonen ) zijn getest maar bleken niet significant samen te hangen met de netto participatiegraad. Het opleidingsniveau van de inwoners heeft ook invloed. In gemeenten met relatief veel laagopgeleiden en vroegtijdig schoolverlaters is de netto participatiegraad lager. Hierbij speelt waarschijnlijk een gebrekkige matching 10
11 tussen vraag en aanbod een rol. Ook gemeenten met een relatief groot aandeel hoogopgeleiden hebben een lagere netto participatiegraad. Dit is mogelijk het gevolg van het feit dat hoogopgeleiden vaak eveneens een hoger opgeleide partner hebben en vaak ook een hoger (huishoud)inkomen. Hierdoor bestaat de kans dat één van beide partners besluit om (al dan niet tijdelijk) niet te werken omdat de economische prikkel niet zo groot is. Ook de huishoudenssamenstelling speelt een rol. Gemeenten met relatief veel eenoudergezinnen en/of veel woonachtige studenten kennen een lagere netto participatiegraad. In gemeenten met relatief veel huishoudens met een koopwoning is de netto participatiegraad daarentegen gemiddeld genomen juist hoger. Hier kunnen twee effecten (gelijktijdig) spelen. Enerzijds biedt een hypotheek een sterke prikkel om een baan te vinden wanneer iemand werkloos wordt. Anderzijds is het zonder inkomen uit werk of eigen bedrijf lastiger om een hypotheek af te sluiten waardoor er ook een selectie-effect optreedt. Tot slot heeft de relatieve omvang van de groep structurele nonparticipanten invloed op de netto participatiegraad. Gemeenten met relatief veel arbeidsongeschikten hebben logischerwijs een lagere participatiegraad. 1 Maar ook culturele factoren spelen een rol. Gemeenten met veel SGPstemmers onder de bevolking hebben gemiddeld genomen een lagere netto participatiegraad. Die gemeenten (met een sterk kerkelijk karakter) kennen waarschijnlijk relatief veel vrouwen die wel kunnen werken maar dat om principiële redenen niet doen. Een oververtegenwoordiging van stemmers op de andere politieke partijen (inclusief de ChristenUnie) levert in de modellen overigens geen significante verklaring op voor de verschillen in participatiegraad tussen gemeenten. Dit impliceert dan ook dat het aandeel SGP-stemmers nadrukkelijk een proxy is voor cultureel-kerkelijke verschillen. 1 Deze gemeenten hebben overigens ook een lagere bruto participatiegraad het aantal mensen dat kan en wil werken maar niet werkt zal hier immers relatief laag zijn. 11
12 Tabel 3.1 Wat zijn de achtergronden van de netto participatiegraad? Samenhang met netto participatiegraad Coëfficiënt Standaardfout 2 BESCHIKBAARHEID WERK Beschikbaarheid werk (gemiddeld) 265,2 88,1 Beschikbaarheid werk (hoger opgeleiden) 496,3 130,7 BEVOLKINGSSAMENSTELLING Aandeel jarigen in de beroepsbevolking -0,44 0,19 Aandeel jarigen in de beroepsbevolking -1,49 0,22 Aandeel jarigen in de beroepsbevolking -0,67 0,13 Aandeel jarigen in de beroepsbevolking -0,30 0,09 Aandeel jarigen in de beroepsbevolking -0,85 0,09 Aandeel Marokkanen in de beroepsbevolking -0,29 0,07 Aandeel Turken in de beroepsbevolking -0,20 0,06 OPLEIDINGSNIVEAU Aandeel hoger opgeleiden -0,11 0,02 Aandeel lager opgeleiden -0,06 0,03 Aandeel vroegtijdig schoolverlaters -0,37 0,15 HUISHOUDENSSAMENSTELLING Aandeel eenoudergezinnen -1,03 0,14 Aandeel huishoudens met een koopwoning 0,07 0,02 Aandeel woonachtige studenten -0,89 0,22 STRUCTURELE NON-PARTICIPANTEN Aandeel arbeidsongeschikten -0,50 0,06 Aandeel SGP-stemmers (als proxy voor nonparticipanten zonder steun van de overheid) -0,06 0,02 Een + betekent dat die factor positief samenhangt met de participatiegaad (hoe hoger de waarde van die factor, hoe hoger het percentage werkenden t.o.v. de potentiële beroepsbevolking). Een - betekent dat die factor negatief samenhangt met de participatiegraad(hoe hoger de waarde van die factor, hoe lager de participatiegraad). 2 White Heteroskedasticity-Consistent standard errors. 12
13 De relatieve score van verschillende gemeenten op de verschillende onderdelen van het verklaringsmodel biedt waardevolle inzichten voor beleid. Zo kan het voor een gemeente met een lage participatiegraad als gevolg van gebrek aan werk een aanwijzing zijn om in te zetten op economisch beleid, zoals het aantrekken van bedrijven, het beter bereikbaar maken van bestaande banen, het aanbieden van gesubsidieerde arbeid of door middel van loonkostensubsidies. Voor gemeenten waar vooral de samenstelling van de beroepsbevolking problematisch is, kan het een aanwijzing zijn om in te zetten op een betere matching op de regionale arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door scholing. Bij het schatten van het verklaringsmodel zijn naast de in tabel 3.1 opgenomen indicatoren verschillende andere hypotheses aan de orde geweest. In een aantal gevallen bleek er onvoldoende data beschikbaar te zijn om deze hypotheses betrouwbaar te testen. In andere gevallen bleek de hypothese niet te kunnen worden bevestigd en zijn de indicatoren daarom niet in het uiteindelijke verklaringsmodel opgenomen. Tabel 3.2 geeft een overzicht van deze hypotheses die niet in het model zijn opgenomen. 13
14 Tabel 3.2 Hypotheses die niet in het uiteindelijke model zijn opgenomen Hypothese Indicator Significant effect op netto participatiegraad Culturele verschillen Politieke voorkeuren (stemgedrag) en aandeel bohemians Nee Verdringing a.g.v zwartwerk door o.a. MOE-landers Selectieve migratie van meer kansrijken uit krimpgemeenten Intensiteit van regionale of lokale samenwerking ROC s en bedrijfsleven Specifiek gemeentelijk beleid en omvang granieten bestand Gezinnen Eenpersoonshuishoudens Kansen op de arbeidsmarkt (lager- en middelbaar opgeleiden Bron: Atlas voor gemeenten Beperkte data (alleen formeel geregistreerde MOE-landers) Dummyvariabele (krimp of niet) Geen data Geen data Aandeel huishoudens met kinderen Aandeel eenpersoonshuishoudens Zie kansen op arbeidsmarkt Nee Nee Nee Nee Nee 14
15 4 Verklarende variabelen De in het uiteindelijke verklaringsmodel (tabel 3.1) gebruikte variabelen zijn afkomstig uit verschillende bronbestanden. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de definities van de verklarende variabelen en de hiervoor gebruikte bronbestanden. De gegevens over bevolkingssamenstelling hebben betrekking op de stand op De overige gegevens hebben betrekking op de (gemiddelde) waarde in het jaar Het aandeel woonachtige studenten heeft betrekking op het aantal studenten dat zich heeft ingeschreven voor studiejaar Het percentage SGPstemmers heeft betrekking op De brondata zijn bewerkt en gecombineerd door Atlas voor gemeenten. Daarmee ontstaan indicatoren die zo goed mogelijk aansluiten bij de theorie, en ook voor kleinere gemeenten een betrouwbare analyse mogelijk maken. Bovendien zijn in alle gevallen gemeentegrenscorrecties doorgevoerd. Voor de indicator voor de beschikbaarheid van werk is een complexe methode gebruikt, die hieronder staat beschreven. Beschikbaarheid werk Voor deze indicator is allereerst het aantal laagopgeleiden, hoogopgeleiden en jongeren in de gemeente genomen. Vervolgens is de beschikbaarheid van werk voor die mensen in de gemeente berekend. Die beschikbaarheid is afgeleid van het aantal mensen per leeftijdsklasse en opleidingsniveau dat per gemeente gemiddeld in de verschillende sectoren werkzaam is. Op basis van die sectorale structuur is vervolgens bepaald welk deel van de banen in de gemeente geschikt is voor laagopgeleiden, hoogopgeleiden en jongeren. De beschikbaarheid van banen is niet alleen het aantal banen in de gemeenten zelf, maar ook de banen in de rest van Nederland, die binnen acceptabele reistijd te bereiken zijn. Deze acceptabele reistijd is gebaseerd op de feitelijke reistijden voor woon-werkverkeer. De beschikbaarheid van werk is het zogenoemde ruimtelijke gemiddelde van het aantal banen, op basis van werkelijke reistijden en rekening houdend met files. Vervolgens is berekend welke mensen van buiten de gemeente in potentie ook in de markt zijn voor die banen: de potentiële beroepsbevolking. Voor die concurrentie is vervolgens gecorrigeerd. Het resultaat is een indicator die de kans op een baan voor de verschillende bevolkingsgroepen in de 15
16 gemeente weergeeft. Bij deze indicator wordt dus geredeneerd vanuit het aanbod van banen: hoeveel banen zijn er beschikbaar ten opzichte van het totale aantal hoogopgeleiden, laagopgeleiden en jongeren? De achterliggende brondata zijn afkomstig van CBS, ESRI en AVV. Aandeel jarigen in beroepsbevolking Aantal inwoners tussen 15 en 19 jaar, als percentage van de totale bevolking tussen 15 en 64 jaar (bron: CBS). Aandeel jarigen in beroepsbevolking Aantal inwoners tussen 20 en 24 jaar, als percentage van de totale bevolking tussen 15 en 64 jaar (bron: CBS). Aandeel jarigen in beroepsbevolking Aantal inwoners tussen 35 en 44 jaar, als percentage van de totale bevolking tussen 15 en 64 jaar (bron: CBS). Aandeel jarigen in beroepsbevolking Aantal inwoners tussen 45 en 54 jaar, als percentage van de totale bevolking tussen 15 en 64 jaar (bron: CBS). Aandeel jarigen in beroepsbevolking Aantal inwoners tussen 55 en 64 jaar, als percentage van de totale bevolking tussen 15 en 64 jaar (bron: CBS). Aandeel Marokkanen in beroepsbevolking Aantal Marokkanen tussen 15 en 64 jaar, als percentage van de totale bevolking tussen 15 en 64 jaar (bron: CBS). Aandeel Turken in beroepsbevolking Aantal Turken tussen 15 en 64 jaar, als percentage van de totale bevolking tussen 15 en 64 jaar (bron: CBS). Hoogopgeleiden Het aantal personen met een universitaire of hbo-opleiding (de SOI-niveaus 5, 6 en 7) als percentage van de beroepsbevolking in de gemeente (bron: CBS/EBB). 16
17 Laagopgeleiden Het aantal personen met maximaal een lagere opleiding als percentage van de beroepsbevolking in de gemeente (bron: CBS/EBB). Onder lager onderwijs vallen de opleidingen op niveau 1, 2 en 3 van de zogenoemde SOI (Standaard Onderwijsindeling). Dit is het gehele basisonderwijs en de eerste fase van het voortgezet onderwijs: lbo, vbo, vmbo, mavo en de eerste drie leerjaren van havo en vwo, plus het laagste niveau van het beroepsonderwijs, vergelijkbaar met de huidige assistentenopleiding (mbo kwalificatieniveau 1). Aandeel vroegtijdig schoolverlaters Vroegtijdig schoolverlaten is het niet halen van een startkwalificatie (diploma havo, vwo of niveau 2 van het MBO). Een startkwalificatie wordt gezien als het minimale niveau dat nodig is om voldoende toegerust de arbeidsmarkt te betreden (bron: CFI/VWS). Eenoudergezinnen Het aantal jonge huishoudens met kinderen en slechts één ouder in de leeftijd tussen 20 en 39 jaar, als percentage van de potentiële beroepsbevolking (bron: CBS). Mensen die in een dergelijke gezinssituatie verkeren, blijken meer kans te hebben om werkloos te zijn. 3 Koopwoningen Aantal koopwoningen als percentage van de woningvoorraad (bron: CBS). Aandeel studenten Aantal hbo- en WO-studenten woonachtig in de gemeente als percentage van de totale bevolking (bron: CBS). Arbeidsongeschiktheid Het aantal personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA, WAO, WAZ en Wajong) als percentage van de beroepsbevolking (bronnen: CBS en UWV Werkbedrijf). Aandeel SGP-stemmers Aantal stemmen op SGP als percentage van het totaal aantal geldig verklaarde stemmen (bron: CBS). 3 G.A. Marlet, M. Bosker, C.M.C.M. van Woerkens, 2008: De schaal van de stad. Stadsspecifieke kansen en problemen, en de schaal waarop ze spelen (Atlas voor gemeenten, Utrecht). 17
Participatiewijzer Enschede
Gerard Marlet, Roderik Ponds Clemens van Woerkens, Rutger Zwart Participatiewijzer Enschede 19 december 2014 Atlas voor gemeenten Postbus 9627 3506 GP UTRECHT T 030 2656438 F 030 2656439 E [email protected]
Dordrecht in de Atlas 2013
in de Atlas Een aantrekkelijke stad om in te wonen, maar sociaaleconomisch kwetsbaar Inhoud:. Conclusies. Positie van. Bevolking. Wonen. De Atlas voor gemeenten wordt jaarlijks gepubliceerd. In mei is
Participatiewijzer Enschede
Gerard Marlet, Roderik Ponds Clemens van Woerkens, Rutger Zwart Participatiewijzer Enschede 19 oktober 2015 Atlas voor gemeenten Postbus 9627 3506 GP UTRECHT T 030 2656438 F 030 2656439 E [email protected]
Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014
Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos
Kanskaart voor Lunetten. de wijkproblematiek in kaart gebracht
Kanskaart voor Lunetten de wijkproblematiek in kaart gebracht Atlas voor gemeenten Postbus 9627 3506 GP UTRECHT T 030 2656438 F 030 2656439 E [email protected] I www.atlasvoorgemeenten.nl Atlas
Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt
Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Tanja Traag Van alle jongeren die in 24 niet meer op school zaten, had 6 procent een startkwalificatie, wat inhoudt dat ze minimaal
Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013
Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of
Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2017 Thema geluk. De positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 18 mei Utrecht.
Onderzoeksflits Atlas voor gemeenten 2017 Thema geluk De positie van Utrecht uitgelicht IB Onderzoek, 18 mei 2017 Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht 030 286 1350 [email protected]
Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014
1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014 Fact sheet juni 2015 De werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is voor het eerst sinds enkele jaren weer gedaald. Van de bijna 140.000 Amsterdamse jongeren
Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners
Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun s Karin Hagoort en Maaike Hersevoort In 24 verdienden samenwonende of gehuwde vrouwen van 25 tot 55 jaar ongeveer de helft van wat hun s verdienden. Naarmate het
De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders
De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders Marjolein Korvorst en Tanja Traag Het krijgen van kinderen dwingt ouders keuzes te maken over de combinatie van arbeid en zorg. In de meeste gezinnen
LAAGGELETTERDHEID IN HAAGSE HOUT
LAAGGELETTERDHEID IN HAAGSE HOUT Uitgevoerd door: CINOP Advies Etil Kohnstamm Instituut Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University DEZE FACTSHEETRAPPORTAGE IS ONTWIKKELD
Atlas voor gemeenten 2012:
BestuursBestuurs- en Concerndienst Atlas voor gemeenten 2012: de positie van Utrecht notitie van Bestuursinformatie www.onderzoek.utrecht.nl Mei 2012 Colofon uitgave Afdeling Bestuursinformatie Bestuurs-
Jeugdwerkloosheid Nieuw-West
1 Jeugdwerkloosheid Factsheet september 2014 Er zijn in ruim 26.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2014). Veel jongeren volgen een opleiding of hebben een baan. De laatste jaren zijn
Factsheet Jongeren buiten beeld 2013
Factsheet Jongeren buiten beeld 2013 1. Aanleiding en afbakening Het ministerie van SZW heeft CBS gevraagd door het combineren van verschillende databestanden meer inzicht te geven in de omvang en kenmerken
De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Utrecht
De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden. Niets uit
LAAGGELETTERDHEID IN DEN HAAG
LAAGGELETTERDHEID IN DEN HAAG Uitgevoerd door: CINOP Advies Etil Kohnstamm Instituut Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University DEZE FACTSHEETRAPPORTAGE IS ONTWIKKELD IN
LAAGGELETTERDHEID IN LAAK
LAAGGELETTERDHEID IN LAAK Uitgevoerd door: CINOP Advies Etil Kohnstamm Instituut Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University DEZE FACTSHEETRAPPORTAGE IS ONTWIKKELD IN OPDRACHT
De Meerjarige aanvullende uitkering 2013 t/m 2015
De Meerjarige aanvullende uitkering 2013 t/m 2015 Utrecht, 12 februari 2013 Martin Heekelaar, tel 06-23152767 Ad Baan, tel 06-55364740 1 Gemeenten kunnen (feitelijk: moeten) een MAU aanvragen als: Voldoen
Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015
1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015 Fact sheet juni 20 De werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar sterk gedaald. Van de 3.00 Amsterdamse jongeren in de leeftijd van 15
Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016
1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 20 Fact sheet april 20 De totale werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar vrijwel gelijk gebleven aan 2015. Van de 14.000 Amsterdamse jongeren
LAAGGELETTERDHEID IN LEIDSCHENVEEN-YPENBURG
LAAGGELETTERDHEID IN LEIDSCHENVEEN-YPENBURG Uitgevoerd door: CINOP Advies Etil Kohnstamm Instituut Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University DEZE FACTSHEETRAPPORTAGE IS
4. Werkloosheid in historisch perspectief
4. Werkloosheid in historisch perspectief Werkloosheid is het verschil tussen het aanbod van arbeid en de vraag naar arbeid. Het arbeidsaanbod in Noord-Nederland hangt samen met de mate waarin de inwoners
Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland
Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Onderwijs Het aandeel in de bevolking van 15 tot 64 jaar dat het onderwijs reeds heeft verlaten en hun onderwijscarrière
Factsheet arbeidsmarkt Overijssel (bijlage bij Investeringsvoorstel Iedereen in Overijssel doet mee )
Factsheet arbeidsmarkt Overijssel (bijlage bij Investeringsvoorstel Iedereen in Overijssel doet mee 2016-2019 ) Economische kerngetallen uit de begroting (kerntaak 5: Regionale Economie) Er zijn 3 kerngetallen
Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen
nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel
WijkWijzer Deel 1: de problemen
WijkWijzer Deel 1: de problemen Ondiep, Utrecht overlast dronken mensen overlast door drugsgebruik overlast jongeren vernieling openbare werken rommel op straat overlast van omwonenden auto-inbraak fietsendiefstal
Monitor jeugdwerkloosheid over. Achtergrondrapportage bij de factsheet Jeugdwerkloosheid. Onderzoek, Informatie en Statistiek
Monitor jeugdwerkloosheid over Achtergrondrapportage bij de factsheet Jeugdwerkloosheid In opdracht van: WPI en OJZ Projectnummer: (( Idske de Jong Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal, Postbus.0, AR Amsterdam
Inkomensongelijkheid naar migratieachtergrond
Inkomensongelijkheid naar migratieachtergrond Inkomensverschillen tussen personen met en zonder migratieachtergrond inkomensverschil tussen 3- jarigen met en zonder migratieachtergrond (zonder/e achtergrond
Jongeren op de arbeidsmarkt
Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding
Onderzoeksflits Atlas voor gemeenten 2019
Onderzoeksflits Atlas voor gemeenten 2019 Thema groei en krimp - De positie van Utrecht uitgelicht Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht 030 286 1350 [email protected]
Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011
Sociaal-economische schets van Zuidwest 2011 Zuidwest is onderdeel van het en bestaat uit de buurten Haagwegnoord en -zuid, Boshuizen, Fortuinwijk-noord en -zuid en de Gasthuiswijk. Zuidwest heeft een
De arbeidsmarkt voor leraren po Regio Limburg
De arbeidsmarkt voor leraren po 2017-2022 Regio Limburg datum 5 april 2017 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein CentERdata, Tilburg, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag
Arbeidsdeelname van paren
Arbeidsdeelname van paren Johan van der Valk De combinatie van een voltijdbaan met een is het meest populair bij paren, met name bij paren boven de dertig. Ruim 4 procent van de paren combineerde in 24
De arbeidsmarkt voor leraren po Regio Rotterdam / Rijnmond
De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio / datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden. Niets uit
Vooronderzoek: Foto van Haaksbergen
Vooronderzoek: Foto van Haaksbergen Versie 15-11-2016 Opgesteld door Futureconsult in opdracht van de gemeente Haaksbergen in het kader van de Strategische Visie Haaksbergen 2030 1 Inhoudsopgave 1. Bevolkingssamenstelling...
Meerdere keren zonder werk
Meerdere keren zonder werk Antoinette van Poeijer Ontvangers van een - of bijstandsuikering en ers worden gestimuleerd (weer) aan de slag te gaan. In veel gevallen is dat succesvol. Er zijn echter ook
De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Flevoland
De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden. Niets uit
De arbeidsmarkt voor leraren po Regio Limburg
De arbeidsmarkt voor leraren po 2018-2023 Regio Limburg datum 4 januari 2018 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein CentERdata, Tilburg, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave
Leiden in de Atlas voor gemeenten 2014
Beleidsonderzoek & Analyse BOA Feitenblad draagt bij aan de kwaliteit van beleid en besluitvorming Leiden in de Atlas voor gemeenten 2014 Samenvatting Dit jaar is het thema van de Atlas Economie & Arbeidsmarkt.
Maandelijkse cijfers over de werkloze beroepsbevolking van het CBS en nietwerkende werkzoekenden van het UWV
16 februari 2012 Maandelijkse cijfers over de werkloze beroepsbevolking van het CBS en nietwerkende werkzoekenden van het UWV Samenvatting Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en UWV publiceren
De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio West- en Midden-Brabant
De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio West- en datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden. Niets
Jongeren in Rotterdam en Nederland, 2007 en 2011. Vinodh Lalta, CBS-CvB
Jongeren in Rotterdam en Nederland, 2007 en 2011 Vinodh Lalta, CBS-CvB Centrum voor Beleidsstatistiek Commerciële afdeling van het CBS Maakt zelf geen statistieken, maar combineert en koppelt bestaande
De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Noord-Holland
De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Noord-Holland datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden.
Het arbeidsaanbod van laagopgeleide vrouwen vanuit een economisch en sociologisch perspectief. A Gebruikte databestanden... 2
BIJLAGEN Het werken waard Het arbeidsaanbod van laagopgeleide vrouwen vanuit een economisch en sociologisch perspectief A Gebruikte databestanden... 2 B Bijlage bij hoofdstuk 4... 3 C Bijlage bij hoofdstuk
CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970
CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 Lian Kösters, Paul den Boer en Bob Lodder* Inleiding In dit artikel wordt de arbeidsparticipatie in Nederland tussen 1970
Gestruikeld voor de start
Bijlagen Gestruikeld voor de start De school verlaten zonder startkwalificatie Lex Herweijer Bijlage A... 2 Bijlage bij hoofdstuk 4... 3 Bijlage bij hoofdstuk 5... 4 Sociaal en Cultureel Planbureau Den
Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 mei 2015. Utrecht.nl/onderzoek
Onderzoeksflits Atlas voor gemeenten 015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht IB Onderzoek, 9 mei 015 Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht 030 86 1350 [email protected]
8. Werken en werkloos zijn
8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,
