Deel 2 Geneesmiddelgroepen
|
|
|
- Jonathan van de Brink
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Deel 2 Geneesmiddelgroepen
2 Geneesmiddelgroepen alfareceptorblokkerende sympathicolytica Bemoeilijkte mictie bij oudere mannen Alle alfareceptorblokkerende middelen hebben enig gunstig effect op de klachten. De NHG-Standaard Bemoeilijkte mictie geeft de voorkeur aan alfuzosine en tamsulosine. Urinesteenlijden Aangetoond is dat tamsulosine de kans op spontane lozing, vooral van distale ureterstenen, met 20-30% kan vergroten. Selectieve alfa-1-receptorblokkers geven vaatverwijding. Ketanserine heeft naast een zwakke alfareceptorblokkerende werking ook een serotonerge werking. Orthostatische hypotensie in het begin van de behandeling (firstdose effect). Verder: misselijkheid, duizeligheid, diarree, hoofdpijn en palpitaties. Combinaties met bètablokkers en calciumantagonisten versterken het anthypertensieve effect. In verband met de kans op orthostatische hypotensie in het begin van de behandeling (first-dose effect) moet de medicatie voorzichtig gestart worden. L.W. Draijer et al. (eds.), Farmacotherapie voor de huisarts DOI / , 2011 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media
3 364 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 allylaminen sspectrum: terbinafine is (fungicide) werkzaam tegen dermatofyten en Aspergillus; in vitro minder werkzaam tegen Candida albicans. Bij terbinafine oraal: maag-darmstoornissen (> 10%), huidreacties als rash, erytheem, jeuk en urticaria, smaakverlies (meestal reversibel) en verhoging van leverenzymen. Zelden ernstige leverschade. Bij leverfunctiestoornis het middel staken. Bij terbinafine oraal: cimetidine kan versnelde klaring geven. Bij gelijktijdig gebruik met orale anticonceptiva kunnen doorbraakbloedingen en spotting optreden. Terbinafine kan de plasmaspiegels van tricylische antidepressiva verhogen. Contra-indicaties Niet geven bij leverschade, bij zwangerschap of borstvoeding. Bij gebruik langer dan een maand leverfuncties controleren. anesthetica (dermaal) Hemorroïden Er is geen gecontroleerd onderzoek naar het resultaat van lidocaïne bij hemorroïden gevonden. Fissura ani Lokale anaesthetica hebben een pijnstillend effect; het effect op de genezing van de fissuur is onduidelijk. Werkt snel met een duur van 30 tot 45 minuten.
4 Geneesmiddelgroepen 365 Crème/hydrogel: lokale allergische reacties en irritatie kunnen voorkomen. Oogdruppels: branderig gevoel, herhaalde toediening kan anesthesia dolorosa of irreveribele corneabeschadiging veroorzaken. antacida Antacida (zoals algeldraat/magnesiumhydroxide) hebben een neutraliserend effect op de zure maaginhoud. Aluminiumverbindingen kunnen obstipatie veroorzaken, magnesiumverbindingen diarree. Antacida remmen de absorptie van allopurinol, ijzerpreparaten, chinolonen, tetracyclinen en ketoconazol. Houd een tijdsinterval van minimaal 2 uur tussen het toedienen van deze stoffen en antacida. Deel 2 Geneesmiddelgroepen anti-jeukmiddelen (dermaal) Dermatitis solaris / zonneallergie Bij zonneallergie is de werkzaamheid van lokale anti-jeukmiddelen (zoals lidocaïne) niet aangetoond. In een placebogecontroleerd onderzoek (n = 20) bij proefpersonen met kunstmatig opgewekte jeuk werd enig effect van de combinatie van lidocaïne en prilocaïne gevonden. Lokale toediening van menthol (zoals mentholtalkpoeder, levomenthol 1% in carbomeerwatergel 1% FNA of levomenthol 1% in lanettecrème) zou enige vermindering van de klachten geven. Pruritus senilis Onderzoek naar de werkzaamheid bij pruritus senilis ontbreekt. Waterpokken / varicella De wetenschappelijke onderbouwing voor de werkzaamheid van lokaal toegediende middelen tegen jeuk is zeer beperkt. Lokale
5 366 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 applicatie van lidocaïne (bijvoorbeeld als lidocaïne-levometholgel FNA) zou vermindering van jeuk geven. Lidocaïne-levomentholgel FNA (beide 1%) en calamineschudsel (Calamineschudsel FNA bevat per ml 150 mg calamine, 50 mg zinkoxide en 4,2 mg fenol) werken jeukstillend en verkoelend. Lidocaïne en levomenthol kunnen zelden irritatie en overgevoeligheidsreacties (= sterke jeuk, roodheid, zwelling of huiduitslag) geven. Lidocaïne en levomenthol mogen net als calamineschudsel niet gebruikt worden in open wonden. Calamineschudsel is vanwege de kleur niet geschikt voor gebruik op het zichtbare deel van de huid. antizweetmiddelen Hyperhidrosis Bij lokale behandeling van axillaire hyperhidrosis en van palmaire transpiratieklachten lijkt aluminium(hydroxy)chloride effectief te zijn. Goede onderbouwing ontbreekt. Aluminium(hydroxy)chloride inactiveert de zweetproductie. Huidirritatie en hevige jeuk komen regelmatig voor. Fotosensibilisatie is een zeldzame bijwerking. De patiënt moet gewaarschuwd worden voor verkleuring van de kleding.
6 Geneesmiddelgroepen 367 anticoagulantia (cumarinen) TIA / CVA Cumarinederivaten (zoals acenocoumarol en fenprocoumon) reduceren het herhalingsrisico van 12% naar 4%. Ook voor TIA s die berusten op een recent myocardinfarct is het nut van orale anticoagulantia aangetoond. Atriumfibrilleren Bij patiënten met atriumfibrilleren (zonder eerder doorgemaakte trombo-embolie) is de number needed to treat 40 voor behandeling met een cumarinederivaat. Cumarinederivaten zijn bij alle patiënten met atriumfibrilleren, ongeacht de aan- of afwezigheid van bijkomende risicofactoren (zoals leeftijd), effectiever met betrekking tot het voorkómen van een CVA en mortaliteit dan trombocytenaggregatieremmers. Diepe veneuze trombose Zolang behandeling van DVT met cumarinederivaten wordt voortgezet treden er weinig recidieven van DVT op (1%). Wel wordt een substantiële toename van het aantal ernstige bloedingen gezien, maar het geven van antistolling verlaagt de mortaliteit. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Cumarinen zijn vitamine K-antagonisten; ze veroorzaken een functioneel defect van vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren. Bloedingen door te sterke antistolling; meest frequent huidbloedingen en hematurie. het effect van anticoagulantia wordt versterkt door: amiodaron, kinidine, cimetidine, clofibraat, gemfibrozol, antibiotica (zoals cotrimoxazol, metronidazol, erytromycine, tetracycline), danazol, disulfiram, levothyroxine, miconazol, fluconazol, ketoconazol, tamoxifen, nalidixinezuur, allopurinol, orale antidiabetica, alcoholgebruik
7 368 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 het effect van anticoagulantia wordt verzwakt door: carbamazepine, colestyramine, colestipol, thiazidediuretica, griseofulvine, (oestrogeenbevattende) orale anticonceptiva bij gelijktijdig gebruik van NSAID s is het risico op maagbloedingen vergroot Contra-indicaties hypertensie (diastolische tensie herhaaldelijk > 110 mmhg) bloedende laesie in de tractus digestivus of recent een ernstige bloeding in de anamnese recent bloedig CVA ernstige lever- en nierinsufficiëntie hemorragische diathese (trombocytopenie, trombocytopathie, hemofilie etc.) diabetische en hypertensieve retinopathieën met fundusbloedingen ernstige cognitieve functiestoornissen Bij overdosering zonder bloedingen: therapie enkele dagen staken. Bij bloedingen vitamine K toedienen; bij gevaarlijke bloedingen is 4-factorenconcentraat nodig. antidepressiva (klassieke, tricyclische) Depressie Middelen als imipramine, amitriptyline en nortriptyline zijn werkzaam bij ongeveer 70% van patiënten met een ernstige depressie. Effect treedt pas na 1-2 weken op, bij een kwart pas na 4 weken. Pijn (neuropathisch) Enige werkzaamheid van amitriptyline is aangetoond bij diabetische neuropathie en bij postherpetische neuralgie. Roken stoppen Nortriptyline is effectief gebleken bij ondersteuning van stoppen met roken. Voor minstens 6 maanden abstinentie was de gemiddelde odds ratio (vergeleken met placebo) 2,8 en de number needed to treat 10.
8 Geneesmiddelgroepen 369 Droge mond (50%), duizeligheid (25%), obstipatie (20%), sufheid (15%), tremor (12%), misselijkheid (9%), wazig zien (8%), tachycardie, glaucoom, transpireren, bemoeilijkte mictie, tremor, verwardheid. Orthostatische hypotensie vooral bij ouderen. Voorts gewichtstoename en seksuele stoornissen. Inname van een weekdosis is zeer toxisch en kan fataal zijn. Niet combineren met MAO-remmers. Antidepressiva kunnen de plasmaspiegel van carbamazepine verlagen; eventueel dosis aanpassen. Anticholinergisch werkende middelen versterken de bijwerkingen. Alcohol versterkt sedatief effect. Cimetidine verhoogt de plasmaspiegel van een aantal klassieke antidepressiva; pas zo nodig de dosis aan (alternatief ranitidine). Contra-indicaties Niet geven bij hartfalen, hartritmestoornis en na recent hartinfarct. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Terughoudendheid is geboden bij prostaathypertrofie, urineretentie, onbehandeld glaucoom en epilepsie. antifibrinolytica Vaginaal bloedverlies Tranexaminezuur reduceert overvloedig bloedverlies (disfynctioneel of ten gevolge van myomen of IUD) met de helft. Tranexaminezuur remt de omzetting van plasminogeen in plasmine en daardoor de fibrinolyse. Misselijkheid, braken en diarree komen vrij vaak voor; soms duizeligheid, allergische reacties, trombo-embolische aandoeningen en visusstoornissen.
9 370 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 antihistaminica Rinitis (allergisch) Zijn werkzaam tegen alle symptomen, maar nauwelijks tegen de obstructie. Urticaria Twee derde van de patiënten reageert met gedeeltelijke of gehele respons. Pruritus senilis Van oxatomide is het effect op pruritus senilis in één gecontroleerd onderzoek onderzocht; oxatomide leek effectiever dan placebo. Andere antihistaminica zijn bij deze indicatie niet onderzocht. Waterpokken / varicella Sommige studies laten enig effect op de jeuk zien. De onderbouwing is echter mager. Antihistaminica (bijv. cetirizine, loratidine, fexofenadine, ebastine, oxatomide) antagoneren histamine op de histaminereceptoren (H 1 -receptor) en blokkeren daardoor de jeukreactie die ontstaat door het vrijkomen van histamine. Eerste generatie antihistaminica : sedering, sufheid, slaperigheid, moeheid, hoofdpijn. Zelden paradoxale reacties met slapeloosheid, tremoren en geprikkeldheid. Anticholinerge effecten: droge mond, tachycardie, dubbelzien, urineretentie, impotentie. Alcohol versterkt het sederende effect van antihistaminica. Erytromycine, ketoconazol, itraconazol en andere CYP3A4-remmers kunnen de plasmaconcentratie van sommige antihistaminica (fexofenadine, loratadine, ebastine) verhogen waardoor verlenging van het QTc-interval op kan treden met mogelijke hartritmestoornissen.
10 Geneesmiddelgroepen 371 Contra-indicaties Vanwege het risico op ademdepressie geen (sederende) antihistaminica voorschrijven aan kinderen jonger dan 2 jaar. Bij voorkeur toedienen enkele uren voor verwachte allergeenexpositie. Bij prostaathypertofie, urineretentie en nauwekamerhoekglaucoom geen antihistaminica met anticholinerge eigenschappen gebruiken. Sommige orale antihistaminica mogen niet in de zwangerschap worden gebruikt. antihistaminica (lokaal) Rinitis (allergisch) De effectiviteit bij behandeling van allergische rinitis is ten minste vergelijkbaar met die van orale antihistaminica. Levocabastine en azelastine zijn lokaal werkende antihistaminica met een sterk H1-antagonistisch effect. Het werkingsmechanisme van beide middelen komt overeen. De werking treedt snel in (10 tot 15 minuten). Deel 2 Geneesmiddelgroepen Bij oogdruppels lichte irritatie van de ogen. antihistaminica (vertigo) Misselijkheid/braken Er is geen goed placebogecontroleerd onderzoek verricht bij bewegingsziekte. Dimenhydraat bleek even werkzaam als scopolamine bij bewegingsziekte. De moderne 2 e generatie antihistaminica (cetirizine en fexofenadine) blijken niet werkzaam te zijn bij deze indicatie. Middelen als cyclizine, meclozine, dimenhydrinaat en cinnarizine werken anti-emetisch door een remmend effect op het
11 372 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 braakcentrum. De werking begint binnen twee uur na orale inname. Centrale bijwerkingen (sedatie, slaperigheid en coördinatiestoornissen) en anticholinerge bijwerkingen (droge mond, accommodatiestoornissen en mictiestoornissen) komen voor. Alcohol en centraal dempende stoffen versterken de sedering. Contra-indicaties Niet gebruiken bij ziekte van Parkinson of extrapiramidale stoornissen in de anamnese; ook niet bij kinderen jonger dan 2 jaar. Preventief: inname 1 tot 2 uur voor de reis. antimicrobiële middelen (lokaal) Acne Erytromycine en clindamycine verminderen het aantal pustels en papels; niet het aantal comedonen. Bij ontstekingsverschijnselen even werkzaam als benzoylperoxide. Impetigo Aangetoond is dat lokale toediening van fusidinezuur 2% crème een gunstig effect heeft bij impetigo. Mupirocine 2% heeft een vergelijkbaar effect als fusidinezuurcrème. Rosacea Bij rosacea geeft metronidazol lokaal bij ongeveer 75% verbetering. Hidradenitis In een dubbelblind placebo-gecontroleerd onderzoek bij 30 patiënten is applicatie van clindamycinelotion 1% effectiever gebleken dan placebo.
12 Geneesmiddelgroepen 373 Schaafwonden Gecontroleerd onderzoek naar de effectiviteit van fusidinezuur bij schaafwonden ontbreekt. Dermatitis perioralis In een klein onderzoek bij zeven kinderen (leeftijd 4 tot 12 jaar) met langer bestaande periorale dermatitis leidde applicatie met metronidazolcrème bij alle kinderen tot genezing. Fusidinezuur: het werkingsspectrum is beperkt tot grampositieve kokken. Fusidinezuur is zeer actief tegen stafylokokken (inclusief bètalactamasevormende); minder werkzaam tegen streptokokken. Mupirocine: is werkzaam tegen stafylokokken (inclusief Staphylococcus aureus-stammen die resistent zijn geworden tegen bètalactamaseongevoelige penicillinen) en streptokokken. Polymycine B: bactericide tegen gramnegatieve staafjes. Chlooramfenicol: breed werkingsspectrum. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Bij lokaal gebruik: voorbijgaande roodheid, irritatie of brandend gevoel; zelden overgevoeligheidsreacties. Contact met ogen en slijmvliezen vermijden. Tegen fusidinezuur en mupirocine kan resistentie optreden. Daarom niet langer dan 10 dagen toepassen. Mupirocine neemt een belangrijke plaats in bij behandeling van MRSA, waardoor het ongewenst is dit middel in de eerste lijn te gebruiken. Gebruik van chlooramfenicol oogdruppels beperken tot 2 weken; langdurig gebruik kan (zelden) beenmergdepressie veroorzaken. Lokaal metronidazol is niet geschikt voor kinderen onder de 6 jaar. Blootstelling aan uv-straling, direct na gebruik, evenals contact met slijmvliezen, vermijden.
13 374 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 antipsychotica Psychose (acute) Bij alle psychotische syndromen treedt bij 70% van de patiënten aanzienlijke en bij 20% matige verbetering op. Agitatie vermindert binnen uren tot dagen, de hallucinaties en wanen duren aanzienlijk langer. Delier bij ouderen Bij alle psychotische syndromen treedt bij 70% van de patiënten aanzienlijke en bij 20% matige verbetering op. Agitatie vermindert binnen uren tot dagen, de hallucinaties en wanen duren aanzienlijk langer. Dementie met gedragsstoornissen Het succes van middelen als haloperidol en risperidon is bij gedragsstoornissen bij dementie moeilijk te voorspellen. Extrapiramidale stoornissen treden in het begin van de behandeling op, zijn dosisafhankelijk en verminderen bij dosisverlaging. Bij langdurige behandeling tardieve dyskinesie (na 4 jaar bij 20%). Droge mond, wazig zien, obstipatie, tachycardie, urineretentie, seksuele problemen en verwardheid. Amenorroe en gynaecomastie. Antihistaminica, benzodiazepinen en alcohol versterken de sedering. Combinatie met bètablokkers kan orthostatische hypotensie geven. Voorzichtig bij hart en vaatziekten, epilepsie, ziekte van Parkinson en spastische verlammingen. Bij plotseling staken kunnen zich hevige onttrekkingsverschijnselen voordoen: dyskinesie, tremor, braken, transpireren en slapeloosheid.
14 Geneesmiddelgroepen 375 antiseptica en desinfectantia Folliculitis, oppervlakkig Bij volwassenen is wassen met chloorhexidine of povidonjood bevattende zeep meestal afdoende. Hidradenitis Er is geen onderzoek gevonden naar het effect van lokale desinfectantia bij hidradenitis. Schaafwonden De chloorhexidineoplossing 1% is gelijkwaardig aan de povidonjoodoplossing. Gecontroleerd onderzoek bij schaafwonden ontbreekt. Chloorhexidine en povidonjood werken breed; bactericide voor zowel grampositieve als gramnegatieve bacteriën en fungicide. Povidonjood is ook werkzaam tegen sporen en virussen. Waterstofperoxide heeft vooral een bactericide werking. Daarnaast speelt oxidatie van zwavelhoudende substraten een rol, waardoor vorming van vluchtige zwavelverbindingen (VZV s) wordt gereduceerd. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Chloorhexidine: smaak wordt beïnvloed, branderige tong, uitdroging mondslijmvlies, reversibele verkleuring van tong en tanden. Kan bij gebruik op huid irritatie geven. Povidonjood: soms huidirritatie, werkt zelden sensibiliserend (erytheem en blaarvorming). Waterstofperoxide: onaangename smaak, bij gebruik langer dan 1weekkansopeen hairytongue. Chloorhexidine: verkleuring van de tanden is te voorkomen door vóór het spoelen de tanden te poetsen of de prothese even uit te doen. Povidonjood: werkt zelden sensibiliserend. Waterstofperoxide: advies in geval van onaangename smaak: de
15 376 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 beschikbare waterstofperoxideoplossing 3% FNA 1:1 met water verdunnen. antivirale middelen (lokaal) Conjunctivitis (infectieus) Tijdige behandeling kan soms uitbreiding van de virale infectie naar de cornea voorkomen. Herpes labialis Aciclovir geeft bij herpes labialis een verkorting van de genezingsduur van 1-2 dagen bij start in prodromale fase. Geen effect op de duur van de pijn en jeuk. Branderig gevoel na applicatie. antivirale middelen (oraal) Herpes genitalis Bij een eerste herpes genitalis-infectie zijn patiënten 2 dagen eerder symptoomvrij als de therapie met een virustaticum vroegtijdig wordt toegepast en lijkt de infectie milder te verlopen. Bij recidiverende herpes genitalis bleek na 1 jaar behandeling met aciclovir bijna 50% recidiefvrij (versus 2% in de controlegroep). Herpes zoster Mogelijk een geringe vermindering van pijn en huidverschijnselen, maar geen duidelijk effect op het risico van het ontstaan van postherpetische neuralgie (PHN). Wel is er enig effect op de ernst en de duur van PHN, met name bij ouderen. Ook is er een gunstige invloed op het ontstaan en de ernst van de oogcomplicaties. Herpes labialis Orale virustatica zijn effectief gebleken bij recidiverende herpes labialis ter mindering van het aantal recidieven.
16 Geneesmiddelgroepen 377 Valaciclovir, famciclovir en aciclovir blokkeren de virale replicatie. Eliminatie voornamelijk via de nieren. sspectrum: herpes-simplex-virus type 1 en 2, varicellazostervirus. Hoofdpijn, duizeligheid, moeheid, misselijkheid, braken, soms diarree, koorts, jeuk, huiduitslag, verwardheid. Terughoudendheid is geboden bij nierfunctiestoornissen. azelaïnezuur Rosacea Azelaïnezuur geeft bij rosacea bij ongeveer 60% een verbetering. Melasma (Chloasma) Azelaïnezuur geeft bij melasma bij 50-70% een verbetering. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Azelaïnezuur is een dicarbonvetzuur met een anti-inflammatoire en keratolytische werking. Het werkingsmechanisme bij rosacea is niet bekend. Soms branderigheid, jeuk, droogheid en roodheid. Contra-indicaties Gebruik tijdens zwangerschap of lactatie wordt afgeraden. Vermijd contact met ogen en slijmvliezen.
17 378 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 benzodiazepinen Slaapproblemen Benzodiazepinen verlengen de slaapduur gedurende 2 weken beter dan placebo s, daarna niet meer. Zolpidem heeft een vergelijkbaar effect als de benzodiazepinen. Angststoornissen Alle benzodiazepinen zijn even werkzaam. Effect gedurende 4 weken is bewezen, maar lijkt tijdelijk te zijn. De klachten keren bij staken soms tijdelijk terug. Restless legs In verschillende onderzoeken wordt van clonazepam (0,5 tot 2 mg voor de nacht) een gunstig effect beschreven ten aanzien van de kwaliteit van de slaap en een afname van de sensaties in de benen. De motorische symptomen blijken nauwelijks af te nemen. Of het middel werkzaam blijft bij langdurige behandeling is niet bekend. Onderscheid tussen kort- en langwerkende middelen is gebaseerd op de halfwaardetijden. Zeer kortwerkend: midazolam, brotizolam, zolpidem. Kortwerkend: temazepam, oxazepam, lor(met)azepam. Langer werkend: nitrazepam, diazepam, flurazepam. Sufheid, verwardheid, duizeligheid, hoofdpijn, vermoeidheid, dubbelzien, diarree, spierslapte en coördinatiestoornissen. Vooral bij ouderen kunnen geheugenstoornissen, verwardheid en andere paradoxale reacties optreden. Vooral kortwerkende middelen kunnen anterograde amnesie veroorzaken. Gebruik kan leiden tot lichamelijke en psychische afhankelijkheid. Bij staken treden bij 20-40% van de gebruikers ontwenningsverschijnselen op; vaker bij middelen met een korte halfwaardetijd. Alcohol, antipsychotica, antidepressiva, opioïden, anti-epileptica en sedatieve antihistaminica versterken de sedering. Cimetidine,
18 Geneesmiddelgroepen 379 hormonale anticonceptiva, disulfram en propranolol vertragen de afbraak; fenytoïne, carbamazapine en rifampicine versnellen de afbraak. Dosisaanpassing kan daarom nodig zijn. Bij slapeloosheid: pas op bij gelijktijdig alcoholgebruik. Na abrupt staken kunnen onthoudingsverschijnselen optreden: vaak hartkloppingen, slapeloosheid, angst, prikkelbaarheid, gejaagdheid, spiertrekkingen, gespannen spieren en tremor. Terughoudendheid is geboden bij slaapapneu, bij chronische respiratoire insufficiëntie en bij deelname aan gemotoriseerd verkeer. benzoylperoxide (dermaal) Acne bij acne is aangetoond, maar vaak pas na maanden te beoordelen. Benzoylperoxide 5% is even werkzaam gebleken als 10%. Bij acne conglobata is er weinig effect. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Sensibilisatie (1-2%), in het begin van de behandeling tijdelijk droogheid, roodheid, branderigheid en schilfering. Textiel en haar kan door benzoylperoxide verbleken. Intensief contact met zonlicht en uv-straling vermijden. benzylbenzoaat Scabiës Is bij scabiës minder werkzaam dan permetrine en lindaan. Werkt acaricide, vooral tegen Sarcoptes scabieï. Huidirritatie, allergische huidreacties.
19 380 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Contact met de ogen en slijmvliezen vermijden. bèta-2-sympathicomimetica (per inhalatie) Astma bij volwassenen Zeer effectieve bronchodilatatoren bij astma en COPD. Werken bij jongeren iets beter dan ipratropiumbromide. Voor acute benauwdheid zijn de langwerkende preparaten (met name salmeterol) niet geschikt. Middellangwerkende preparaten (salbutamol, fenoterol, terbutaline) werken 3-6 uur, langwerkende 12 uur (salmeterol, formoterol). Tremoren, hoofdpijn, duizeligheid en misselijkheid. Bij hoge doseringen tachycardie en aritmie. Bètablokkers kunnen het effect antagoneren. bètablokkers Angststoornissen Bij een specifieke vorm van sociale fobie, zoals podiumvrees, kan incidenteel een bètablokker, zoals propranolol, worden voorgeschreven. Migraine bij volwassenen Bètablokkers zijn bij maximaal twee derde van de patiënten effectief. Angina pectoris, stabiel Door bètablokkers worden aanvallen van angina pectoris en stille ischemie voorkómen, of nemen de frequentie, duur en ernst ervan af. Er is geen effect op de mortaliteit aangetoond.
20 Geneesmiddelgroepen 381 Atriumfibrilleren Bètablokkers zijn zowel in rust als bij inspanning effectief in het verlagen van de ventrikelfrequentie. Beleid na myocardinfarct Bètablokkers verminderen het risico op sterfte en een recidief hartinfarct. Cardiovasculair risicomanagement (CVRM) Beoordeling van het antihypertensieve effect is na 6 weken mogelijk. Ze verlagen de bloeddruk. Vermindering van cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit is aangetoond; het effect op cerebrovasculaire accidenten is het meest uitgesproken. Tremor (essentiële) Propranolol geeft een significante vermindering van de tremor in vergelijking met placebobehandeling. Niet-selectieve bètablokkerende sympathicolytica (propranolol, sotalol) blokkeren de bèta-1 en de bèta-2-receptoren. Selectieve bètablokkers (metoprolol, atenolol, bisoprolol) remmen voornamelijk de bèta-1-receptoren. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Moeheid, verminderde inspanningstolerantie, bronchoconstrictie, koude handen en voeten, raynaudfenomeen, potentiestoornissen, decompensatio cordis, slaapstoornissen, angstige dromen, depressie. Combinaties met calciumantagonisten kunnen het antihypertensieve effect versterken en combinatie met verapamil en diltiazem kunnen een versterkte vertraging van de AV-geleiding geven. Neuroleptica en bètablokkers kunnen elkaars concentratie verhogen. NSAID s kunnen het bloeddrukverlagende effect van bètablokkers verminderen.
21 382 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Contra-indicaties Niet geven bij hypotensie, bradycardie, AV-block, sick sinussyndroom, ziekte van Raynaud, perifeer arterieel vaatlijden en metabole acidose. Bouw bètablokkers langzaam af om te voorkómen dat een tijdelijke sympathische hyperactiviteit ontstaat: een week halve dosering, vervolgens een week kwart dosering. Niet gebruiken bij niet adequaat behandeld hartfalen. Bij astma en COPD en bij insulineafhankelijke diabetes mellitus alleen bèta-1-selectieve bètablokkers gebruiken (symptomen van hypoglykemie kunnen gemaskeerd worden). biguaniden Metformine remt de glucoseproductie in de lever en verbetert de insulinegevoeligheid van de perifere weefsels. Metformine geeft een verlaging van het nuchtere glucosegehalte van ongeveer 3 mmol/l. Gastro-intestinale bijwerkingen komen regelmatig voor (bij 10-30%): anorexie, misselijkheid, buikpijn en diarree (vaak voorbijgaand); soms metaalsmaak; zelden lactaatacidose. ACE-remmers kunnen in het begin het hypoglykemische effect versterken. MAO-remmers kunnen een hypoglykemisch effect teweegbrengen. Corticosteroïden en thiazidediuretica hebben een bloedglucoseverhogend effect. Contra-indicaties Ernstige leverinsufficiëntie, ernstig nierfalen, hypoxie bij hartfalen of COPD, slechte voedingstoestand, fors alcoholgebruik en ernstige infectieziekte. Dosering geleidelijk opbouwen om bijwerkingen te vermijden.
22 Geneesmiddelgroepen 383 bisfosfonaten Bisfosfonaten (alendroninezuur, risedroninezuur) hebben een remmend effect op de botafbraak. Maagklachten, slokdarmbeschadiging (erosies, ulceraties). Contra-indicaties Niet geven bij een distale slokdarmstenose, bij nierfalen en bij hypocalciëmie. Terughoudendheid is geboden bij maagbloeding in verleden, twee of meer ulcera in de laatste 5 jaar, reflux- of ulcusklachten en gastritis. bupropion Deel 2 Geneesmiddelgroepen Roken stoppen Bupropion is effectief gebleken bij ondersteuning van stoppen met roken. Gemiddelde scores voor 12 maanden abstinentie: odds ratio = 2,0; number needed to treat = 11. Hoofdpijn, slapeloosheid, droge mond, duizeligheid, buikpijn, misselijkheid; soms bloeddrukverhoging, angina pectoris, hartkloppingen, visusstoornissen, opwinding en angst. Niet combineren met MAO-remmers. Contra-indicaties Zwangerschap, levercirrose, epilepsie; in anamnese: bipolaire stoornis, anorexia of boulimia nervosa. Voorzichtigheid is geboden bij combinatie met antidepressiva, antipsychotica, antihistaminica, sommige anti-arythmica, anti-
23 384 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 malariamiddelen, anti-epileptica, tramadol, chinolonen, theofylline, cimetidine en systemische corticosteroïden. Geef in dat geval niet meer dan 150 mg per dag. Tussen 2 innamen interval van ten minste 8 uur aanhouden. Geen borstvoeding geven. buspiron Angststoornissen Bij gegeneraliseerde angststoornis is buspiron werkzaam, hoewel de onderzoeksresultaten erg verschillend zijn. De anxiolytische werking treedt langzaam in 3-4 weken in. Heeft geen sedatieve of anticonvulsieve eigenschappen. Duizeligheid, hoofdpijn, nervositeit, zweten, maag-darmstoornissen, dysforie, opwinding, moeheid, verwardheid, tachycardie, tremoren, droge mond en wazig zien kunnen voorkomen. Zelden: allergische reacties, extrapyramidale stoornissen, hallucinaties, ataxie en epileptische aanvallen. In combinatie met MAO-remmers kan hypertensie optreden. Kan interacteren met medicamenten met en remmende invloed op CYP3A4 (diltiazem, verapamil, itraconazol, erytromycine): geven een verhoging van de buspironspiegel; daarom dosering verlagen en combinatie met grapefruitsap vermijden. Terughoudendheid is geboden bij epilepsie. calciumantagonisten Angina pectoris, stabiel Calciumantagonisten verhogen de inspanningstolerantie en verlagen de aanvalsfrequentie. Voor de indicatie angina pectoris
24 Geneesmiddelgroepen 385 worden met name diltiazem en verapamil gebruikt. Er is geen effect op de mortaliteit aangetoond. Raynaudfenomeen In een placebogecontroleerd onderzoek hadden de patiënten in de nifedipinegroep (30 tot 60 mg per dag) gemiddeld 0.20 aanvallen ten opzichte van 0.46 aanvallen per dag in de placebogroep. In andere RCT s werd bij nifedipine en andere dihydropyridinepreparaten circa 50% reductie in frequentie van aanvallen gevonden. Wintertenen / perniones Spaarzaam onderzoek geeft aan dat nifedipine retard (20 tot 60 mg per dag) enig effect heeft bij perniones. Langwerkende calciumantagonisten hebben de voorkeur. Nifedipine is in Nederland wel voor het fenomeen van Raynaud maar niet voor perniones geregistreerd. Atriumfibrilleren Verapamil en diltiazem zijn zowel in rust als bij inspanning effectief in het verlagen van de ventrikelfrequentie. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Cardiovasculair risicomanagement (CVRM) Ter verlaging van de systolische bloeddruk is de werkzaamheid van de langwerkende dihydropyridinen (nifedipine retard, amlodipine, nitrendipine) op het terugdringen van hart- en vaatziekten aangetoond. Calciumantagonisten werken vaatverwijdend. Roodheid van het gelaat (flush), hoofdpijn, duizeligheid, hypotensie, lichte hartkloppingen, maag-darmstoornissen, refluxklachten, enkeloedeem, vermoeidheid en huidreacties. Bij verapamil en diltiazem worden bradycardie en geleidingsstoornissen gemeld. Combinatie met bètablokkers en verapamil en diltiazem kunnen een versterkte vertraging van de AV-geleiding veroorzaken. De
25 386 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 concentratie van digoxine kan stijgen bij gelijktijdig gebruik. De combinatie met lithium kan neurotoxiciteit veroorzaken. Cimetidine en ranitidine kunnen de plasmaspiegel verhogen. Carbamazepine- en theofyllineconcentraties kunnen stijgen bij gelijktijdig gebruik met verapamil en diltiazem. Contra-indicaties Niet geven bij hypotensie, recent hartinfarct en bij instabiele angina pectoris. Bij tweede- of derdegraads AV-blok, sick-sinussyndroom, WPWsyndroom, bradycardie (< 40 slagen/min) geen verapamil of diltiazem gebruiken. calciumpreparaten Dienen als suppletietherapie. Maagklachten, obstipatie, bij te royale suppletie: niersteenvorming. Calciumzouten verminderen de absorptie van tetracycline. 500 mg elementair calcium komt overeen met 1250 mg calciumcarbonaat of 2000 mg calciumcitraat of 5500 mg calciumgluconaat. carbamazepine Pijn (neuropathisch) De werkzaamheid blijkt uit klinische ervaring, maar is ook aangetoond bij diabetische neuropathie en bij trigeminiusneuralgie.
26 Geneesmiddelgroepen 387 Vaak voorkomende bijwerkingen zijn neurotoxische verschijnselen zoals hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, sufheid, moeheid, dubbelzien en ataxie. Twee uur na inname zijn deze verschijnselen het ergst. Dosisafhankelijke reacties zijn: huidafwijkingen, gepaard met koorts, komen bij 5-10% van de patiënten voor, vooral in het begin van de behandeling. Bij 7% van de volwassenen en 12% van de kinderen komt een reversibele en voorbijgaande leukopenie voor, die zelden aanleiding geeft tot klinische verschijnselen. Geeft inductie van het leverenzym CYP2C9 en CYP3A4; vandaar interactie met diverse andere anti-epileptica: verhoogt de eliminatie hiervan, ook van orale coagulantia, orale anticonceptiva, vitamine D en acetylsalicylzuur. Contra-indicaties Atrioventriculiar blok of verlengd PQ-interval; beenmergdepressie in anamnese. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Voorzichtigheid is geboden bij ouderen en bij ernstige ziekten van hart, lever en nieren. cefalosporinen Gonorroe De werkzaamheid van cefalosporines (zoals cefotaxim en cefuroximaxetil) bij gonorroe is aangetoond. Resistentie komt nauwelijks voor. Bactericide breedspectrumcefalosporine. Uitscheiding voornamelijk via de nieren. sspectrum: grampositieve en merendeel van gramnegatieve bacteriën ongevoelig zijn onder andere Listeria, Clostridium difficile, Legionella pneumophila, Treponema pallidum, mycoplasma en Chlamydia
27 388 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Maag-darmstoornissen (misselijkheid, braken, buikpijn, diarree), overgevoeligheidsreacties, geneesmiddelkoorts. Bij injectie van cefotaxim kan lokale reactie optreden; flebitis, pijn, verharding van weefsel. Contra-indicaties Overgevoeligheid voor cefalosporinen. Cefotaximinjectie diep in de gluteusspier toedienen. Voorzichtigheid is geboden bij penicillineallergie; kruisallergie tussen penicillinen en cefalosporinen komt in 10% van de gevallen voor. chinolonen sspectrum de meeste gramnegatieve bacteriën (inclusief Neisseria gonorroe en Pseudomonas aeruginosa) sommige grampositieve bacteriën (stafylokokken) Campylobacter, Chlamydia (niet norfloxacine), Legionella veel minder gevoelig zijn streptokokken (inclusief pneumokokken), enterokokken, Mycoplasma weinig gevoelig tot resistent zijn anaerobe bacteriën Maag-darmklachten (3-6%) en neurologische bijwerkingen (1-4%) als hoofdpijn, duizeligheid, slaperigheid, paresthesieën, slaapstoornis, verwardheid, psychose; zelden convulsies en hallucinaties. (Allergische) huidreacties (0,5-2%) inclusief fotosensibilisatie en zelden leverfunctiestoornissen, acute nierinsufficiëntie, artralgieën, tendinitis en peesruptuur (< 1%). Pipemidinezuur, perfloxacine en ciprofloxacine kunnen het metabolisme van theofylline remmen. Gelijktijdige inname van aluminium-, magnesium- of ijzerbevattende zouten of sucralfaat vermindert de resorptie. De fluorochinolonen (cipro-,nor- en ofloxacine) kunnen de werking van orale anticoagulantia versterken.
28 Geneesmiddelgroepen 389 Contra-indicaties Zwangerschap, lactatie, leeftijd < 16 jaar. Niet geven bij (actuele) tendinitis. De effectiviteit van chinolonen bij gonorroe is beperkt door de toegenomen resistentie van gonokokken tegen chinolonen. cholesterolsyntheseremmers Het effect van de statinen (zoals simvastatine, pravastatine en atorvastatine) begint binnen een week en is maximaal na 4-6 weken. Misselijkheid, dyspepsie, obstipatie, maag- en darmkrampen, buikpijn, diarree en flatulentie (bij 0,5-1%), spierpijn. Stijging transaminasen; therapie staken bij blijvende verhoging van > 3 maal de normale waarde. In combinatie met nicotinezuur(derivaten) en fibraten neemt de kans op myopathie toe. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Het effect van cumarinederivaten neemt iets toe: controleer antistolling. Digoxinespiegel kan gering stijgen. clonidine Climacteriële klachten Clonidine heeft bij overgangsklachten een gunstige invloed op opvliegers en transpireren. Clonidine is een centraal aangrijpend middel dat naast een antihypertensieve werking ook vermindering geeft van het effect van vasoconstrictieve en vasodilatatoire stimuli. Sedatie, onrust, slapeloosheid, droge mond, obstipatie, exantheem en orthostatische hypotensie en bij hogere dosis moeheid.
29 390 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Versterkt de werking van sederende middelen. Clonidine is geregistreerd voor vasomotore klachten (flushes en transpireren) in de overgang, maar niet voor de indicatie hyperhidrosis. colchicine Jicht In het enige onderzoek (n = 43) naar het pijnstillende effect van colchicine bij jichtaanvallen gaf colchicine bij 33% van de patiënten binnen 24 uur verbetering. Colchicine wordt al zeer lang gebruikt bij de behandeling van acute jicht, de werking is niet geheel duidelijk, maar berust onder meer op remming van chemotactische factoren die bij de fagocytose van kristallen (jicht- en pseudojichtkristallen) worden gevormd. Misselijkheid, braken, buikkrampen en diarree. Bij overdosering diarree met bloed, hematurie en nierbeschadiging. Cimetidine, erytromycine en tolbutamide kunnen de plasmaspiegels van colchicine verhogen. Heeft een smalle therapeutische breedte. corticosteroïd oogdruppels Zeer effectief bij allergische conjunctivitis.
30 Geneesmiddelgroepen 391 Soms prikkelend of branderig gevoel. Overgevoeligheid kan voorkomen. Na langdurig gebruik kan glaucoom en een subcapsulair posterieur cataract optreden. Contra-indicaties Infectieuze en ulcereuze oogaandoeningen; keratitis dendritica. Tijdens gebruik geen zachte contactlenzen dragen. corticosteroïdzure oordruppels Contactallergie. Bij trommelvliesperforatie geen corticosteroïd(zure) oordruppels voorschrijven. Deel 2 Geneesmiddelgroepen corticosteroïden (dermaal) Hemorroïden Er is geen gecontroleerd onderzoek bekend naar het gebruik van lokale corticosteroïden bij hemorroïden. Constitutioneel eczeem Corticosteroïden: klasse-1- en -2-corticosteroïden lijken even werkzaam als teerpreparaten. Seborroïsch eczeem De effectiviteit van lokale corticosteroïden is ongeveer gelijk aan die van ketoconazol (ongeveer 80%). Psoriasis Voor voldoende effect zijn klasse 3 en 4 nodig. Klasse 4 geeft bij 70-95% van de patiënten na 2 weken een aanzienlijke verbetering.
31 392 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Dermatitis solaris / zonneallergie In een kleine RCT is lokale applicatie van corticosteroïden (betamethason) effectief gebleken. Pruritus senilis Dermale corticosteroïden blijken een jeukstillende werking te hebben. Onderzoek naar de werkzaamheid bij pruritus senilis ontbreekt. Pruritus ani In een RCT wordt de werking van hydrocortison 0,25% vergeleken met hydrocortison 1,0%, zinkoxide en een neutrale wateroplosbare zalf. De hydrocortison 1,0% werkt het beste. Lokaal: atrofie, gemakkelijk te beschadigen huid, hypopigmentatie, ecchymosen, teleangiëctasieën, striae (irreversibel), rosacea, dermatitis perioralis, acne, verhoogde infectiegevoeligheid, maskering van bacteriële, virus- en schimmelinfecties. Contactallergie. Voor systemische bijwerkingen wordt verwezen naar de informatie onder geneesmiddelgroep corticosteroïden (oraal). Toevoegen van huidverwekende componenten of aanbrengen van occlusie versterkt de werking en bijwerkingen. De dermale corticosteroïden worden ingedeeld naar sterkte in de klassen 1 t/m 4. Maximale hoeveelheden per week: klasse-1-steroïden (hydrocortisonacetaat) bij volwassenen geen beperking; bij kinderen boven 2 jaar 60 g, tot 2 jaar 30 g klasse-2-steroïden (triamcinolonacetonide) bij volwassenen 100 g; bij kinderen boven 2 jaar 60 g, tot 2 jaar 30 g klasse-3-steroïden (betamethasonvaleraat, diflucortolon) bij volwassenen 100 g; bij kinderen boven 2 jaar 50 g, tot 2 jaar 30 g klasse-4-steroïden (clobetasol, betamethasondipropionaat) maximaal 50 g per week
32 Geneesmiddelgroepen 393 Toevoegen van huidverwekende componenten of aanbrengen van occlusie versterkt de werking en bijwerkingen. corticosteroïden (injectie) Jicht Corticosteroïden hebben een krachtige ontstekingsremmende werking. Een intra-articulaire injectie werkt binnen 24 uur, van orale behandeling is binnen 2 dagen effect te verwachten. Epicondylitis Door lokale injecties met een corticosteroïd (evt. in combinatie met een anestheticum) kan de pijn verminderen. Een verkorting van de ziekteduur is niet aangetoond. Het aantal injecties per jaar dient beperkt te blijven tot 5. Schouderklachten Een lokale injectie met een corticosteroïd in de subacromiale ruimte of in het glenohumerale gewricht is werkzaam gebleken. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Bursitis prepatellaris en olecrani In een onderzoek bij niet-geïnfecteerde bursitis olecrani bleek lokaal toegediend methylprednisolonacetaat 20 mg effectief te zijn. Hielpijn / calcaneodynie Bij fasciitis plantaris is een gering effect van corticosteroïdinjecties aangetoond. Van andere medicamenteuze therapie is geen effect aangetoond. Chalazion Met corticosteroïdinjecties worden succespercentages gegeven van 40-80%. Wanneer bij een recidief binnen 2 weken opnieuw geïnjecteerd werd, wordt een succespercentage bereikt van 90%. In twee latere onderzoeken werd een succespercentage van 75% respectievelijk 90% vermeld. Carpaletunnelsyndroom De kans op herstel van klinische symptomen op de korte termijn (tot vier weken) bij een injectie met een corticosteroïd,is 2,5 keer
33 394 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 zo groot als de kans op herstel van symptomen na een placebobehandeling. De effectiviteit van een corticosteroïdinjectie bij CTS op de lange termijn is onbekend. Trigger finger (en trigger thumb) In 88% van de gevallen kunnen de symptomen van een trigger finger of trigger thumb na twee corticosteroïdinjecties verminderen. Voor injecties wordt vaak triamcinolonacetonide of methylprednisolon gebruikt. De meest voorkomende bijwerkingen van injecties zijn: opvliegers (flushes) en 1 tot 3 dagen meer pijn. Lokale corticosteroïdinjecties kunnen lokale roodheid veroorzaken. Andere bijwerkingen zijn zeldzaam. Na corticosteroïdinjecties in een pees is een grotere kans op een peesruptuur alleen in dierproeven aangetoond. corticosteroïden (neusspray) Rinitis (allergisch) Beclomethason, budesonide, mometason en fluticason neusspray verminderen alle symptomen van allergische rinitis; beter werkzaam dan cromonen en antihistaminica. Rinitis (niet-allergisch) Beclomethason, budesonide, mometason en fluticason neusspray verminderen alle symptomen van niet-allergische rinitis; beter werkzaam dan cromonen en antihistaminica. Vorming van bloedkorsten in de neus en zelden bloedneus. Bij gebruik van oplossingen gaat minder werkzame stof verloren dan bij aerosolen.
34 Geneesmiddelgroepen 395 corticosteroïden (oraal) Astma bij volwassenen In een meta-analyse is aangetoond dat vroeg starten met orale corticosteroïden bij een exacerbatie astma een vermindering van het aantal ziekenhuisopnamen geeft. COPD In een meta-analyse werd aangetoond dat behandeling met orale corticocosteroïden bij een exacerbatie COPD een significant (en klinisch relevant) verschil geeft in toename van de FEV1 en minder therapiefalen (hernieuwd bezoek aan SEH, sterfte) ten opzichte van placebo. Jicht Een kuur met orale corticosteroïden is even effectief als NSAID s bij jichtartritis. Kies voor corticosteroïden bij contra-indicaties voor NSAID s (oudere leeftijd, cardiovasculaire belasting, slechte nierfunctie). Deel 2 Geneesmiddelgroepen Dermatitis solaris / zonneallergie In een RCT (N = 20) werd enig effect van orale toediening van prednisolon (1 dd 25 mg gedurende 7 dagen) gevonden. Polymyalgia rheumatica en arteriitis temporalis Het doel van behandeling is afwezigheid van klachten. De effectiviteit van prednisolon blijkt uit observationeel onderzoek en klinische ervaring. Perifere aangezichtsverlamming In meerdere RCT s en meta-analyses is het gunstige effect aangetoond van prednisolon bij de behandeling van de idiopathische perifere aangezichtsverlamming. De kans op herstel wordt met ongeveer 10% vergroot. Het op zichzelf onwerkzame prednison wordt in de lever omgezet tot het werkzame prednisolon. Predniso(lo)n heeft pas na 4-8 uur een klinisch effect dat uur aanhoudt. Glucocorticoïden werken ontstekingsremmend, immunosuppressief en antipruri-
35 396 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 gineus. Het onstekingsremmende effect is aspecifiek; er vindt ontstekingsremming plaats ongeacht de achterliggende oorzaak. Zowel vroege als late ontstekingsverschijnselen worden beïnvloed. Het immunosuppressieve effect uit zich voornamelijk op decellulaireeninminderemateopdehumoraleimmuniteit. Bij hoge doses verhoogde infectiegevoeligheid. Perifeer katabole effecten: vermindering van spiermassa, negatieve stikstofbalans, osteoporose, aseptische botnecrose, ecchymosen, huidatrofie, striae, vertraagde wondgenezing. Verminderde lengtegroei, hyperglykemie, vollemaansgezicht, gewichtstoename, stemmingsveranderingen als euforie, maar ook depressie, angst, slapeloosheid, rusteloosheid, cataract, glaucoom, hirsutisme en secundaire amenorroe. Oedeem, hypokaliëmie, hypertensie, alkalose en hartfalen. Suppressie bijnierschorsactiviteit. Fenytoïne en carbamazepine kunnen de afbraak versnellen, colestyramine kan de opname verminderen. Oestrogenen en orale anticonceptiva kunnen het effect versterken. Corticosteroïden kunnen de eliminatie van salicylaten verhogen. Contra-indicaties Niet gebruiken bij het syndroom van Cushing en bij vaccinaties met verzwakt levend virus. Algemeen: ontregeling/uitlokking diabetes mellitus: bij patiënten met diabetes mellitus kunnen extra controles van de glucosespiegel aangewezen zijn. Instrueer de patiënt om contact op te nemen bij verschijnselen van hyperglykemie (dorst, droge mond, veel plassen, moeheid) immunosuppressieve werking: laat contact opnemen bij koorts (cave latente TBC) preventie van gastro-intestinale complicaties: corticosteroïden geven op zichzelf geen verhoogd risico op peptische aandoeningen. Ze kunnen wel een bestaand ulcus pepticum verergeren of de genezing ervan vertragen. Maagbescherming is in het algemeen niet aangewezen bij het gebruik van alleen
36 Geneesmiddelgroepen 397 corticosteroïden. Bij gelijktijdig gebruik van NSAID s of acetylsalicylzuur is maagbescherming wel geïndiceerd voorzichtigheid is geboden bij virus- en schimmelinfecties, bij tropische worminfectie, bij patiënten met glaucoom of met een psychiatrische voorgeschiedenis Bij langdurig gebruik: bijnierschorssuppressie: instrueer de patiënt nooit de prednis(ol)on ineens te staken bij gebruik > 3 weken osteoporose: suppleer, indien nodig, calcium en vitamine D. Geef tegelijk met de prednis(ol)on een bisfosfonaat bij mannen > 70 jaar en bij postmenopauzale vrouwen. Geef anderen alleen een bisfosfonaat na een afwijkende uitslag van de botdichtheidsmeting. Zie de indicatie Osteoporose. corticosteroïden (per inhalatie) Astma bij volwassenen Inhalatiecorticosteroïden (beclomethason, budesonide, fluticason) verminderen de inflammatie bij astma effectief. Een versnelde afname van de longfunctie bij astma wordt door corticosteroïden geremd. Effecten zijn pas maximaal na enige maanden behandeling. De werkzaamheid is minder bij roken. Deel 2 Geneesmiddelgroepen COPD Inhalatiecorticosteroïden zijn als proefbehandeling alleen gewenst bij veel klachten (hoesten, kortademigheid) en frequente exacerbaties. De effecten bij COPD op lange termijn zijn niet duidelijk. Astma bij kinderen Inhalatiecortosteroïden zijn de meest werkzame anti-inflammatoire middelen bij astma en worden gebruikt ter vermindering van de ontsteking van de luchtwegen waardoor de symptomen verminderen en de longfunctie verbetert. Lokale bijwerkingen: dysfonie, hoesten, keelpijn, orofaryngeale candidiasis (mond spoelen na inhalatie). Bij ouderen verhoogde
37 398 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 kans op onderhuidse hematomen en incidenteel cataract. Bij kinderen mogelijk kans op groeivertraging. Na gebruik mond spoelen en spoelsel uitspugen en slok water drinken. corticosteroïden (rectaal) Proctitis Corticosteroïden komen alleen in aanmerking als mesalazine onvoldoende effect heeft of bij ernstige ontstekingsverschijnselen. Lokale irritatie en huiduitslag kunnen optreden. Contra-indicaties Overgevoeligheid voor corticosteroïden. Lokale bacteriële of virale infectie. cromonen Rinitis (allergisch) Als neusspray werkzaam tegen alle symptomen behalve tegen obstructie; minder werkzaam dan corticosteroïden en antihistaminica. Inhalatie: irritatie van de keel, hoesten, hoofdpijn, misselijkheid. Neuspray: zelden voorbijgaande irritatie van het neusslijmvlies. Oogdruppels: voorbijgaande irritatie van de ogen. desmopressine Enuresis nocturna Heeft beperkt succes (dus garandeert ook geen droge nachten). Het percentage minder natte nachten tijdens gebruik van des-
38 Geneesmiddelgroepen 399 mopressine varieert tussen 10 en 65. Grote terugval na staken van de behandeling. Hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, maagpijn, rinitis, epistaxis, psychiatrische reacties en convulsies. Vochtinname s avonds vanaf 1 uur voor tot 8 uur na de toediening beperken i.v.m. kans op waterintoxicatie/hyponatriëmie. digoxine Hartfalen Digoxine toegevoegd aan een ACE-remmer verkleint de kans op ziekenhuisopname wegens verslechterend hartfalen en verbetert de klachten. Er is geen toename van de verwachte overlevingsduur. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Digoxine heeft een beperkte therapeutische breedte: er wordt gestreefd naar een plasmaspiegel tussen 0,5 en 2,0 microgram. Zijn dosisgerelateerd en kunnen wijzen op overdosering. Verminderde eetlust, misselijkheid, braken, sufheid, duizeligheid, veranderd kleurenzien, wazig zien en fotofobie. Ritmestoornissen als ventriculaire extrasystolie, nodale tachycardie, AV-geleidingsstoornissen. Verlaging van de plasma-kaliumspiegel vergroot de gevoeligheid voor digoxine: pas hiervoor op bij combinatie met een diureticum. Geef zo nodig een kaliumsparend diureticum. Calciumantagonisten verminderen het inotrope effect en verlengen de AV-geleiding. Contra-indicaties Niet geven bij bradyaritmische stoornissen en bij hypertrofische cardiomyopathie.
39 400 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Halveer de dosering bij creatinineklaring van ml/min, leeftijd > 80 of gewicht < 55 kg. Controleer jaarlijks de creatinine- en kaliumconcentratie. ditranol (antrachinonderivaat) Psoriasis Goed werkzaam bij psoriasis, vergelijkbaar met lokale corticosteroïden. Verkleuring van huid en kleding, huidirritatie rond laesie, jeuk en erytheem. Contact met gezonde huid, gelaat, lichaamsplooien, behaarde hoofd en ogen vermijden. diuretica (kaliumsparend) Hartfalen Behandeling met spironolacton verlengt de overleving en vermindert de kans op ziekenhuisopnames wegens acute verslechtering van hartfalen, indien toegevoegd aan de basisbehandeling met een ACE-remmer en een bètablokker. Triamtereen, amiloride: kaliumsparend diureticum met zwak diuretische werking. Spironolacton: werkt vooral in distale tubulus door competitief antagonisme met aldosteron. Hyperkaliëmie, misselijkheid en braken. Bij spironolacton: nierfunctieverslechtering, gynaecomastie.
40 Geneesmiddelgroepen 401 Combinatie met ACE-remmer verhoogd het risico op hyperkaliëmie vooral bij verminderde nierfunctie. Gebruik RAS-remmers niet in combinatie met kaliumsparende diuretica (dit geldt niet voor spironolacton). In combinatie met thiazidediuretica kunnen elektrolytstoornissen optreden. Bij DM kan de insulinebehoefte wijzigen. Effect van antihypertensiva kan worden versterkt. Spironolacton: salicylaten kunnen diuretisch effect verminderen, effect van orale anticoagulantia neemt af, renale uitscheiding van digoxine kan afnemen. Contra-indicaties Hyperkaliëmie, hyponatriëmie, acute en chronische nierinsufficiëntie (creatinineklaring< 25 ml/min), ernstige leverinsufficiëntie. diuretica (lis-) Hartfalen Ontwatering met diuretica geeft verlichting van de symptomen bij pulmonale en systemische veneuze stuwing (overvulling). Hoewel het bewijs dat ook de mortaliteit wordt gereduceerd buitengewoon schaars is, is dit wel aannemelijk. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Middelen als furosemide en bumetanide werken snel en kort: zij geven frequente mictie gedurende een halfuur tot 6 uur na inname. Hypokaliëmie, hyponatriëmie, dehydratie, zelden hyperglykemisch of hyperuremisch effect. Bij prostaathypertrofie bestaat het gevaar van urineretentie bij het opwekken van snelle diurese. NSAID s kunnen het diuretische effect verminderen: controleer het lichaamsgewicht bij combinatie met een ACE-remmer bestaat gevaar op ernstige hypotensie: stop lisdiureticum eerst enkele dagen lisdiuretica en thiazidediuretica versterken elkaars effect
41 402 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Pas op voor urineretentie bij opwekken van snelle diurese bij prostaathyperplasie. diuretica (thiazide-) Hartfalen Ontwatering met diuretica geeft verlichting van de symptomen bij pulmonale en systemische veneuze stuwing (overvulling). Hoewel het bewijs dat ook de mortaliteit wordt gereduceerd buitengewoon schaars is, is dit wel aannemelijk. Cardiovasculair risicomanagement (CVRM) Morbiditeit en mortaliteit van hart- en vaatziekten worden gereduceerd. Effect op de preventie van cerebrovasculaire accidenten is het meest uitgesproken. Middelen als hydrochloorthiazide en chloortalidon werken matig diuretisch, kaliuretisch en natriuretisch. Verlaging van het kaliumgehalte, verminderde glucosetolerantie, verhoging urinezuurspiegel. Bij toevoegen van ACE-remmer aan therapie bestaat kans op ernstige hypotensie: stop diureticum 2-3 dagen voor start ACEremmer. NSAID s verminderen het bloeddrukverlagende effect. Gelijktijdig gebruik met corticosteroïden kan hypokaliëmie geven. Bij gelijktijdig gebruik met lithium is er kans op lithiumintoxicatie. Digoxinegebruik is een relatieve contra-indicatie. Niet geven bij ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring<30ml/min) omdat ze dan in het algemeen onvoldoende werkzaam zijn.
42 Geneesmiddelgroepen 403 dopamineantagonisten Migraine bij volwassenen Anti-emetica zoals domperidon en metoclopramide verhogen de absorptie en effectiviteit van analgetica. Domperidon en metoclopramide werken binnen minuten na orale inname, bij rectale toediening na 1-2 uur. Ze zijn werkzaam bij de symptomatische behandeling van misselijkheid en braken. Metoclopramide: sedering, diarree of obstipatie, extrapiramidale verschijnselen (treden vaker op bij jongvolwassenen en kinderen). Domperidon: voorbijgaande darmkrampen, bij kinderen soms extrapiramidale reacties, zelden acute urineretentie. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Contra-indicaties Niet geven bij een bloeding in het maag-darmkanaal, bij darmobstructie en bij ernstige leverfunctiestoornis. Metoclopramide tabletten niet < 15 jaar (in zetpil niet < 10 jaar). Domperidon liever niet < 1 jaar. ergotaminepreparaten Migraine bij volwassenen Ergotamine is bij ongeveer de helft van de patiënten effectief. Bij een derde van de patiënten komt de migraine binnen uur terug. Braken, misselijkheid, diarree, buikkrampen, algehele malaise, spierkrampen, paresthesieën. Door vasoconstrictie cardiovasculaire bijwerkingen in het bijzonder bij perifeer vaatlijden.
43 404 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Contra-indicaties Niet geven bij hypertensie, coronairlijden en ander arterieel vaatlijden. Bij langdurig gebruik kan ergotamineafhankelijke hoofdpijn ontstaan. Door stoppen van de medicatie verdwijnen de symptomen meestal na 72 uur. foliumzuur Deze treden uiterst zelden op en kunnen bestaan uit overgevoeligheidsreacties. Toediening van foliumzuur bij foliumzuurdeficiëntie en fenytoïnegebruik kan de fenytoïneconcentratie significant doen dalen. Toediening van (alleen) foliumzuur aan een patiënt meteen vitamine-b 12 -deficiëntie en neurologische stoornissen als gevolg hiervan, kan deze niet laten verdwijnen. fosfodiesterase-5-remmers PDE-5-remmers remmen het cgmp waardoor de arteriële bloeddoorstroming toeneemt en de gladde spiercellen verslappen. Daardoor houdt de erectie langer aan. Vaak: hoofdpijn, blozen, dyspepsie, misselijkheid, verstopte neus en duizeligheid, vooral in het begin, kunnen na gebruik van enkele pillen verminderen of verdwijnen. Soms: palpitaties, gezwollen (pijnlijke) oogleden, spierpijn, visusstoornissen. Zelden: langdurige erectie, priapisme, tensieschommelingen.
44 Geneesmiddelgroepen 405 Bij gebruik van alfablokkers, ritonavir, lopinavir, CYP3A4-remmers (cimetidine, claritromycine, erytromycine, itraconazol, ketconazol, voriconazol, proteaseremmers) en grapefruitsap: dosering verlagen! PDE-5-remmers versterken het hypotensieve effect van nitraten. Contra-indicaties Klachten van hartfalen of angina pectoris (NYHA klasse III/IV), hypotensie (RR < 90/50), doorgemaakt myocardinfarct of CVA minder dan 6 maanden geleden, gebruik van nitraten of poppers. Sildenafil en vardenafil werken relatief kort: 4-5 uur; tadalafil werkt lang: tot 36 uur. Daarom is het innametijdstip bij tadalafil minder belangrijk dan bij de andere middelen. De kortwerkende middelen moeten bij voorkeur op een lege maag worden ingenomen (ten minste 3 uur na de maaltijd). De inwerktijd van PDE-5-remmers is 15 tot 40 minuten. Deze middelen zijn pas effectief na seksuele stimulatie en bij seksuele opwinding. De werkzaamheid is pas optimaal na 4 tot 6 maal een pil gebruikt te hebben. Deel 2 Geneesmiddelgroepen fosfomycine sspectrum: zowel grampositieve (o.a Staphylococcus aureus en saprophyticus, Streptococcus faecalis) als gramnegatieve micro-organismen (Escherichia coli, Proteus mirabilis, Haemophilus influenzae). Maag-darmklachten, huidreacties. Contra-indicaties Nierfunctiestoornissen (creatinineklaring < 50 ml/min).
45 406 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 glucagon Na een glucagoninjectie subcutaan of intramusculair treedt het effect bij een hypoglykemisch coma binnen 15 minuten in. Misselijkheid en braken, tachycardie (soms hypokaliëmie). glucoseoplossingen Hetintraveneustoedienenvaneenglucoseoplossingbijeenhypoglykemisch coma heeft doorgaans een snel effect: binnen 2-3 minuten komt de patiënt weer bij. Het injecteren buiten het bloedvat kan een flebitis veroorzaken. H2-receptorantagonisten H2-antagonisten (zoals ranitidine, cimetidine, famotidine, nizatidine) zijn antihistaminica die de H2-receptoren in de maagmucosa blokkeren; daardoor neemt de zoutzuurproductie af en wordt de pepsinevorming geremd. Bij 1-3%: diarree, hoofdpijn, sufheid, vermoeidheid, spierpijn en obstipatie. Cimetidine remt de afbraak van theofylline, cumarinederivaten en fenytoïne in klinisch relevante mate; dosisaanpassing kan nodig zijn.
46 Geneesmiddelgroepen 407 hoestprikkeldempende middelen Hoesten Het bewijs voor de werkzaamheid van codeïne en noscapine is zeer mager. Codeïne: sufheid, misselijkheid, obstipatie. Noscapine: heeft minder bijwerkingen dan codeïne en heeft daarom de voorkeur. Alcohol kan de centrale werking van codeïne versterken. Bij kleine kinderen is codeïne gecontra-indiceerd in verband met remming van de ademhaling. hydrokinine Deel 2 Geneesmiddelgroepen Nachtelijke spierkrampen Hydrokinine is effectief in het verminderen van het aantal, maar niet de ernst van de nachtelijke spierkrampen; deze verdwijnen niet door hydrokinine. Er is alleen kortdurend onderzoek beschikbaar en de resultaten zijn wisselend. De optimale dosering en behandelingsduur van hydrokinine bij nachtelijke spierkrampen kan niet onderbouwd worden. Hydrokinine verlengt de refractaire periode van de spier en verlaagt de excitatiedrempel waardoor de spier minder snel samentrekt. Het verlaagt de prikkelbaarheid van de motorische eindplaat waardoor de reactie op herhaalde zenuwstimulatie en op acetylcholine geringer zijn. Regelmatig: hoofdpijn, tinnitus, duizeligheid (en vooral bij ouderen toename van de valkans), bittere smaak en maag-darmklachten. Daarnaast is na kortdurend gebruik van therapeutische
47 408 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 doseringen reversibel gehoorverlies beschreven. Ernstige overgevoeligheidsreacties (hemolytisch uremisch syndroom) zijn zeldzaam. Kinine kan de werking van anticoagulantia versterken en de toxiciteit van digoxine verhogen. Contra-indicaties Hydrokinine kan schadelijk zijn als het tijdens zwangerschap wordt gebruikt. Het kan een abortus opwekken. Zeer hoge doses zijn teratogeen gebleken. Niet gebruiken tijdens zwangerschap of lactatie. hydroxypiridonen (lokaal) is onbekend. Ciclopiroxcrème is werkzaam tegen schimmels en gisten. Lokale irritatie kan optreden; ook contactdermatitis is mogelijk. Zacht inmasseren. ijzerpreparaten Orale ijzerpreparaten alle tweewaardige ijzerzouten (ferrofumaraat, ferrosulfaat) zijn even effectief Parenterale ijzerpreparaten intramusculaire toediening geeft geen snellere stijging van het Hb dan orale toediening, maar wel een snellere aanvulling van de ijzervoorraden Orale ijzerpreparaten Obstipatie en diarree (beide dosisonafhankelijk), misselijkheid
48 Geneesmiddelgroepen 409 en braken (beide dosisafhankelijk). Zwarte verkleuring van de ontlasting. Parenterale ijzerpreparaten Lokaal: pijn op injectieplaats, ontsteking en verkleuring van de huid. Algemeen: misselijkheid, braken, malaise, metaalsmaak. H 2 -receptorantagonisten en antacida kunnen de opname van ijzer verminderen. IJzer kan de opname van tetracyclines, bifosfonaten, chinolonen en methyldopa verminderen. Tetracycline en ijzerpreparaten minimaal 3 uur na elkaar innemen. Kinderen maximaal 3 mg ijzer per kg lichaamsgewicht. imidazolen Seborroïsch eczeem Van de imidazolen is ketoconazol het meest effectief tegen Pityrosporum ovale. De effectiviteit van ketoconazol is ongeveer gelijk aan die van lokale corticosteroïden (ongeveer 80%). Deel 2 Geneesmiddelgroepen Erythrasma Imidazolderivaten zijn bij erythrasma werkzaam gebleken. Luieruitslag Heeft bij luieruitslag en vermoeden van secundaire Candida-infectie gunstig effect. Intertrigo Bij Candida-intertrigo is een imidazolderivaat goed werkzaam gebleken. Miconazol, clotrimazol en ketoconazol zijn fungistatisch werkzaam tegen een breed spectrum van schimmels en gisten. Ketoconazol is het meest effectief tegen Pityrosporum ovale. Imidazolen hebben ook een lichte bactericide werking.
49 410 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Lokaal: irritatie, erytheem, branderigheid, jeuk en contactdermatitis. Oraal miconazol (ook de orale gel) kan het effect van anticoagulantia, orale bloedsuikerverlagende middelen en fenytoïne versterken. Maagzuurverlagende middelen verminderen de resorptie van ketoconazol. Ketoconazol kan het effect van orale anticoagulantia en terfenadine (cave artimieën) versterken. Lokaal: contact met ogen, genitalia en beschadigde huid vermijden. Bij gebruik van miconazol orale gel bij zuigelingen dient de suspensie in gedeelten (met de vinger, wattenstaafje of speen) in de mond te worden verspreid om keelobstructie te voorkómen. imiquimod Condylomata acuminata In een systematische review werd gevonden dat volledige genezing (zonder recidief) werd bereikt bij 37% van de met imiquimod behandelde groep vs 6% in de placebogroep. Imiquimod werkt immuunmodulerend en antiviraal. Meest frequent lokale reacties zoals erytheem, branderigheid, jeuk, huiderosie, ontvelling, schilfering, oedeem; systemische reacties met griepachtige symptomen zijn gemeld. Contra-indicaties Zwangerschap.
50 Geneesmiddelgroepen 411 indifferente huidmiddelen Hemorroïden Er is geen gecontroleerd onderzoek gedaan naar het effect van indifferente preparaten. Contacteczeem In een systematische review bleek toepassing van indifferente vetcrèmes effectief te zijn bij de acute vorm van ortho-ergisch contacteczeem; tevens bij de preventie en behandeling van chronische vormen. Luieruitslag Indifferente huidmiddelen werken bij luieruitslag waarschijnlijk een indrogend beschermend. Pruritus senilis Gecontroleerd onderzoek ontbreekt. De toepassing is gebaseerd op klinische ervaring. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Droge huid / xerosis Onderzoeken waarbij indifferente crèmes en zalven voor de indicatie droge huid met elkaar werden vergeleken, zijn niet gevonden. Pruritus ani In een RCT werd bij pruritus ani een zinkoxidepreparaat vergeleken met een hydrocortisonpreparaat. Zinkoxide gaf wel enige verbetering, maar hydrocortison 1% gaf het beste resultaat. Dermatitis perioralis Een indifferente crème, zoals cremor cetomacrogolis kan de klachten soms verminderen. Er is geen onderzoek bekend waarop een voorkeur voor een bepaald indifferent preparaat gebaseerd kan worden. Indifferente middelen als lotio alba FNA en zinkoxidesmeersel FNA (zinkolie) hebben een indrogende werking. Zinkolie en
51 412 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 zinksulfaatcrème hebben ook een licht adstringerend en jeukstillend effect. Van sommige indifferente middelen wordt verondersteld dat ze een verzachtende, verkoelende en jeukstillende werking hebben. De meest gebruikte middelen hiervoor zijn lanettecrème, cetomacrogolcrème, vaseline-lanettecrème, vaseline-cetomacrogolcrème, vaseline-paraffine FNA en unguentum leniens. Indifferente vetcrèmes en zalven gaan uitdroging van de huid tegen. Preparaten met een hydraterende werking zijn vaselinecetomacrogolcrème FNA en vaseline-lanettecrème FNA. Zalven met een hydraterende werking zijn unguentum leniens (koelzalf) en unguentum aquosum (waterhoudende zalf FNA); een sterk hydraterende werking hebben cetomacrogolzalf, lanettezalf en vaseline. In sommige indifferente preparaten wordt propyleenglycol als conserveermiddel gebruikt, hetgeen bij sommige patiënten een branderige irritatie kan geven. Propyleenglycol kan dan door sorbinezuur vervangen worden. Een nadeel van zinkolie is de witte kleur die cosmetisch storend kan zijn. Zinkolie kan vlekken op de kleding geven die moeilijk te verwijderen zijn. Vetcrèmes zijn cosmetisch aantrekkelijker dan zalven omdat ze gemakkelijk zijn aan te brengen, een nauwelijks zichtbare laag achterlaten en met water afwasbaar zijn. insulinen De effectiviteit van insulinetherapie is afhankelijk van de scherpte van de instelling. Traditionele behandeling bestaat uit tweemaal daags een injectie met een gecombineerd kort- en middellangwerkend preparaat. Moderner is intensieve therapie met driemaal daags een kortwerkende insuline en een middellangwerkende voor de nacht. Er wordt gestreefd naar een zo scherp mogelijke instelling. Indien de insulinebehoefte groter is dan 200 IE per dag wordt van insulineresistentie gesproken.
52 Geneesmiddelgroepen 413 De belangrijkste bijwerking is hypoglykemie. Bij kortwerkende preparaten worden de symptomen van hypoglykemie doorgaans tijdig herkend. Bij langerwerkende preparaten kan s nachts ongemerkt hypoglykemie ontstaan. Dit kan leiden tot reactieve hyperglykemie in de ochtend, waardoor het risico bestaat dat de insulinedosering ten onrechte wordt opgehoogd. Lokaal kunnen allergische reacties optreden. Op injectieplaatsen kan atrofie of hypertrofie van het subcutane vet ontstaan. Regelmatig wisselen van injectieplaats kan dit voorkomen. Door hogere insulinespiegels komen de meeste patiënten in gewicht aan. bètablokkers kunnen de verschijnselen van hypoglykemie maskeren door vooral de tachycardie daarbij te onderdrukken. Voorts kunnen zij het herstel naar normoglykemie vertragen corticosteroïden kunnen bloedsuikerverhogend werken bij diabetici. Bij starten, stoppen of dosisaanpassing van deze middelen is controle van de bloedsuikerspiegel en zo nodig aanpassing van de therapie aangewezen alcohol heeft een hypoglykemisch effect. Gebruik van kleine hoeveelheden bij de maaltijd heeft weinig invloed MAO-remmers kunnen een hypoglykemisch effect teweegbrengen. Pas bij starten en stoppen van deze middelen de insulinetherapie zo nodig aan hoge doseringen salicylaten kunnen het hypoglykemische effect van insuline versterken thiazidediuretica hebben een bloedglucoseverhogend effect ACE-remmers kunnen in het begin van de behandeling het hypoglykemische effect versterken. Pas eventueel de bloedsuikerverlagende therapie aan Deel 2 Geneesmiddelgroepen Koorts verhoogt de insulinebehoefte. Bij koorts moet de insuline dan ook in dezelfde hoeveelheden worden toegediend, ook al is de voedselinname verminderd. Vaak moet de dosis zelfs worden verhoogd.
53 414 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 isotretinoïne Isotretinoïne is zeer effectief tegen acne gebleken. Meestal dosisafhankelijk. Vaak: droge, schilferende of rode huid, droge slijmvliezen, jeuk, spier- en gewrichtspijnen. Verder hoofdpijn, wazig zien, epistaxis, verhoging van leverenzym- en triglyceridenspiegels. Zelden: depressie, psychose. Gelijktijdig gebruik met tetracyclinen kan intracraniële hypertensie geven. Alcoholgebruik vermijden. Contra-indicaties Lever- en nierinsufficiëntie, sterk verhoogde lipidenspiegels, hypervitaminose A, zwangerschap, lactatie, leeftijd onder de 12 jaar. Vanwege teratogeniteit is terughoudendheid in de vruchtbare periode gewenst. Zwangerschap dient vooraf uitgesloten te worden. Anticonceptie is absoluut noodzakelijk van 1 maand voor tot 1 maand na behandeling. Labcontrole is nodig vóór en 1 maand na begin van de behandeling en daarna 1 keer per kwartaal: Hb/Ht, bloedbeeld, creatinine, ALAT, y-gt, cholesterol, triglyceriden (indien lipiden na 1 maand niet verhoogd, dan geen verdere bepaling nodig). Blootstelling aan zonlicht vermijden. Zonodig zonnebrandmiddel gebruiken met factor 15 of meer. ivermectine Scabiës In een RCT is ivermectin effectiever gebleken dan placebo. Het genezingspercentage met ivermectin was groter dan met placebo (RR 5.2; 95%BI: ; NNT: 2).
54 Geneesmiddelgroepen 415 Doodt parasieten door verlamming te veroorzaken. Zijn doorgaans licht en voorbijgaand van aard. kunnen zijn: hypotensie, moeheid, hoofdpijn, anorexie, koorts, jeuk, huiderupties en pijn in spieren en gewrichten. Contra-indicaties Ivermectin wordt ontraden bij zwangerschap en lactatie omdat er onvoldoende gegevens zijn over de veiligheid. Ook bij kinderen < 15 kg wordt het ontraden. Dosering is 0,2 mg/kg lichaamsgewicht. Binnen 2 uur voor en 2 uur na inname geen voedsel gebruiken. keratolytica Wratten / verrucae vulgaris Bij dagelijkse behandeling kan het soms 3 maanden duren voordat de wrat verdwenen is. Salicylzuurpleisters zijn bij dagelijks gebruik binnen 6 weken bij 70% effectief. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Droge huid / xerosis In diverse onderzoeken is aangetoond dat ureum toegevoegd aan een crème of zalf effectiever is dan de basis alleen. Likdoorn / eksteroog / clavus Er is geen onderzoek bekend naar de effectiviteit van salicylzuur bij clavus. Salicylzuur heeft sterk keratolytische en verwekende eigenschappen. Ureum heeft keratolytische en hygroscopische eigenschappen, dringt diep door in de huid en vermindert de droogheid van de huid doordat het water aan zich bindt. Ureum 5-10% kan worden toegevoegd aan vaselinelanettecrème FNA, unguentum leniens en lanettecrème FNA.
55 416 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Salicylzuur: huidirritatie, dermatitis. Ureum: soms een kortdurend branderig-schrijnend gevoel. Niet toepassen rondom de ogen, op open wonden en niet gebruiken bij acute dermatosen. koperspiraal Anticonceptie met spiraal Biedt goede anticonceptieve bescherming: aantal zwangerschappen bedraagt 0,1 tot 1,0 per 100 gebruiksters in het eerste gebruiksjaar. Bij gebruik binnen vijf dagen na een onbeschermde coïtus (morning-aftermethode) treedt bij slechts 0,2 tot 1,0% een zwangerschap op. Het koperspiraaltje geeft geleidelijk koper af. Het spiraaltje veroorzaakt een steriele ontsteking ( vreemdlichaamreactie ) in het endometrium en deels ook in de tuba en verhindert de innesteling van een bevruchte eicel in de baarmoeder. Koper werkt cytotoxisch op zaadcellen. De verblijfsduur is 5 tot 10 jaar. Menstruaties zijn heviger, langer of pijnlijker dan voorheen, tussentijds bloedverlies, toegenomen vaginale afscheiding, buikpijn en allergische reacties (urticaria). Contra-indicaties Zwangerschap, onbehandelde soa, onverklaard vaginaal bloedverlies, misvorming van cavum uteri (anatomische afwijkingen, myomen). Plaats het spiraaltje bij voorkeur binnen zeven dagen na de eerste dag van de menstruatie (voordeel: zwangerschap uitgesloten en direct bescherming) of minimaal zes weken na de bevalling. Adviseer contact op te nemen bij aanhoudende buikpijn en
56 Geneesmiddelgroepen 417 koorts (PID of uterusperforatie). Gebruik van bloedverdunners kan het bloedverlies versterken. kunsttraanvocht Perifere aangezichtsverlamming Bij een IPAV kan een verminderde traansecretie en onvolledige oogsluiting optreden waardoor de cornea onvoldoende bevochtigd wordt. Ter voorkoming van uitdroging worden lubricantia gebruikt. Om uitdroging van het oog te voorkomen kan gebruik gemaakt worden van diverse preparaten in de vorm van druppels, gel of zalf. Grotere viscositeit (oogzalf) verlengt de werkingsduur maar kan ook leiden tot wazig zicht. Lichte branderigheid na aanbrengen, overgevoeligheid (conserveermiddelen). Deel 2 Geneesmiddelgroepen laagmoleculairgewicht heparinen (LMWH) Diepe veneuze trombose Het toevoegen van een LMWH aan een cumarinederivaat bij DVT verlaagt het risico van uitbreiding van de trombus en een recidief DVT. LMWH s geven minder recidieven, minder ernstige bloedingen en een lagere mortaliteit dan de gewone ongefractioneerde heparinen. LMWH bevatten fragmenten van heparine met een laag moleculair gewicht. Zij remmen geactiveerde stollingsfactor Xa 2-3x sterker en trombine zwakker dan gewone ongefractioneerde heparine. LMWH hebben een betere voorspelbare farmacokinetiek en biologische beschikbaarheid dan heparine.
57 418 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Bloedingscomplicaties door te sterke antistolling. LMWH hebben een kleinere kans op grote hemorragieën en trombocytopenie dan gewone heparine. Zelden allergische reacties en reacties op injectieplaats. Bij gelijktijdig gebruik met stoffen die de bloedstolling negatief kunnen beïnvloeden (bijv. cumarinederivaten, NSAID s, SSRI s) en met ulcerogene stoffen (bijv. corticosteroïden) is de kans op bloedingscomplicaties verhoogd. Bij overdosering kan protamine langzaam i.v. als antidotum worden gegeven. Protamine is als antidotum bij LMWH echter minder effectief: zelfs bij hoge doses protamine wordt maximaal 50% van de anti-xa-activiteit geneutraliseerd. laxantia (contact-) Obstipatie De effectiviteit van bisacodyl is in één 1 e lijns onderzoek bij volwassenen aangetoond. De overige middelen zijn onvoldoende onderzocht en beoordeling berust op klinische ervaring. In de praktijk worden deze middelen weinig oraal gebruikt bij kinderen. Tot de contactlaxantia behoren de difenylmethanen (bijvoorbeeld bisacodyl) en de anthraceenderivaten (bijvoorbeeld senna). Ze bevorderen de peristaltiek door chemische prikkeling van de darmwand. Tevens verhogen zij het watergehalte van de feces door de water- en zoutresorptie door de mucosacellen te verminderen. Bisacodyl kan ook als zetpil worden toegediend. De defecatie komt bij orale toediening na 5 10 uur op gang afhankelijk van maagvulling; bij rectale toediening na 15 tot 60 minuten.
58 Geneesmiddelgroepen 419 Krampende buikpijn. Bisacodyl rectaal kan proctitisklachten geven, zich uitend in een branderig gevoel in de anus. Door langdurig gebruik kunnen atonie en distensie van de darm ontstaan; tevens kunnen elektrolytstoornissen (hypokaliëmie, hypocalciëmie, metabole acidose en metabole alkalose) optreden. Chronisch gebruik van senna is wel geassocieerd met pseudomelanosis coli. Bisacodyl niet met melk of antacida innemen. Contra-indicaties Niet geven bij acute buikpijn en bij darmobstructie/subileus. Melk of antacida kunnen de enteric coating van bisacodyl oplossen, waardoor maagirritatie kan ontstaan. laxantia (emollientia) Deel 2 Geneesmiddelgroepen Obstipatie De werkzaamheid is onvoldoende onderzocht, beoordeling hiervan berust op klinische ervaring. Natriumdocusaat/glycerol, natriumdocusaat/sorbitol, natriumfosfaat, natriumaurylsulfoacetaat: Een microklysma heeft een direct zachtmakende werking. De laxerende werking van de natriumdocusaat/glycerolklysma berust op verweking van de feces en mogelijk stimulatie van de secretie van elektrolyten en water in het colon. Een fosfaatklysma bevat fosfaationen waardoor vocht in het darmlumen wordt vastgehouden, en het fecale volume groter wordt en de feces zachter. De werking is binnen 5-20 minuten. Heftige krampende buikpijn. Het op lichaamstemperatuur brengen van het klysma vermindert vaak de ernstige krampen. Bij
59 420 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 fosfaatklysma s kunnen ernstige elektrolytstoornissen (hyperfosfatemie en hypocalciëmische tetanie) optreden. De absorptie van andere geneesmiddelen kan verstoord worden door het gebruik van deze klysma s en zetpillen. Klysma s die natriumdocusaat met sorbitol bevatten kunnen gedurende drie dagen worden gegeven om de fecale impactie te verwijderen. Docusaatklysma s mogen gebruikt worden vanaf 12 jaar. Gebruik vooral zeer voorzichtig bij cardiovasculaire aandoeningen, nier- en leverfunctiestoornissen. Toediening van een fosfaatklysma tegen de darmwand kan perforatie van het rectum veroorzaken. laxantia (osmotisch werkend) Obstipatie De werkzaamheid van deze middelen is onvoldoende onderzocht om die te bepalen. Beoordeling hiervan berust op klinische ervaring. De effectiviteit van lactulose is in diverse onderzoeken aangetoond bij volwassenen en kinderen, maar er zijn nauwelijks onderzoeken bij langdurige obstipatie en er is weinig eerste lijnsonderzoek van goede kwaliteit. Lactulose is voldoende effectief bij volwassenen en kinderen. De werkzaamheid van de overige middelen is onvoldoende onderzocht, beoordeling berust op klinische ervaring. In de praktijk worden de overige middelen echter weinig gebruikt bij kinderen. Lactulose en lactitol zijn synthetische disachariden die in het coecum en proximale colon door de darmflora wordt omgezet in korteketenvetzuren (acetaat en lactaat), CO 2 en methaan. De niet-geresorbeerde korteketenvetzuren en de niet-verteerde disachariden zorgen voor de osmotische werking. Door vergroting van de darminhoud en ph-verlaging wordt de peristaltiek bevorderd. Lactulose werkt binnen 1-2 dagen. Toediening kan eenmaal daags geschieden.
60 Geneesmiddelgroepen 421 Het antacidum magnesiumoxide houdt water vast, waardoor de darminhoud dunner wordt en het volume groter. Het werkt (afhankelijk van de dosering) binnen 2 tot 8 uur en sneller indien ingenomen op een nuchtere maag. Lactulose en lactitol: opgeblazen gevoel en flatulentie; soms krampende buikpijn en diarree. Sommige mensen vinden de smaak onaangenaam. Chronisch gebruik kan diarree en verstoring van elektrolytenbalans veroorzaken. Magnesiumzouten: bij langdurig gebruik en bij nierfunctiestoornissen kan hypermagnesiëmie optreden. Magnesiumverbindingen kunnen niersteenvorming induceren. Magnesiumzouten kunnen de absorptie van tetracycline, digoxine, ijzerpreparaten en ciprofloxacine verminderen. Contra-indicaties Niet geven bij acute buikpijn en bij darmobstructie/subileus. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Bij nierfunctiestoornissen worden magnesiumpreparaten niet geadviseerd. laxantia (volumevergrotend) Obstipatie De werkzaamheid van vezelsupplementen is onvoldoende onderzocht om die te bepalen. Beoordeling hiervan berust op klinische ervaring. De effectiviteit van macrogol is in diverse onderzoeken aangetoond bij volwassenen en kinderen, maar er zijn nauwelijks onderzoeken bij langdurige obstipatie en er is weinig 1 e lijnsonderzoek van goede kwaliteit. Macrogol is voldoende effectief bij volwassenenenkinderen. Hemorroïden Een RCT bij patiënten met niet spontaan prolaberende hemorroïden heeft aangewezen dat het gebruik van vezelsupplementen
61 422 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 gedurende 6 weken leidde tot een reductie van bloedingen: RR 0,6. Tevens was er een reductie van de pijn bij defaecatie: RR 0,7. Een andere RCT bij 50 patiënten met prolaberende hemorroïden gedurende 40 dagen, liet bij gebruik van psylliumzaad een vermindering van bloedende hemorroïden zien: RR 0,2. Volumevergrotende laxantia zijn moeilijk afbreekbare polysachariden, die water vasthouden en daarbij opzwellen. Bij de gedeeltelijke afbraak door darmbacteriën komen organische zuren en gassen vrij, waardoor gisting ontstaat. De gassen zorgen ook voor een toename van de darminhoud en de zuren voor een verlaging van de ph. Voorbeelden van volumevergrotende laxantia zijn psylliumvezels (plantago ovata), sterculiagom, zemelen. Ze werken binnen 2 tot 3 dagen. Macrogol (met of zonder elektrolyten) wordt ook gerekend tot de volumevergrotende laxantia. Het is een mengsel van polycondensatieproducten van ethyleenoxide en water. Macrogol neemt water op waardoor het volume en het watergehalte van de ontlasting toeneemt. Macrogol wordt niet afgebroken door darmbacteriën. Macrogol werkt na 1-2 dagen. Bovenbuikklachten, flatulentie en borborygmi. Voor psyllium: zelden allergische reacties zoals huiduitslag, rinitis en conjunctivitis. Bij onvoldoende vochtinname kunnen impactie en darmobstructie optreden. Cellulosebevattende middelen kunnen de absorptie van hartglycosiden, salicylaten, cumarinederivaten en nitrofurantoïne verminderen. Geadviseerd wordt een tijdsinterval van minimaal 2 uur tussen het innemen van psylliumzaad en de overige medicatie aan te houden. Veel drinken (1,5-2 liter per dag) is noodzakelijk bij gebruik van vezelsupplementen. Bij te weinig vochtinname bestaat kans op impactie of zelfs obstructie, bijvoorbeeld een zemelenileus.
62 Geneesmiddelgroepen 423 leukotriënenantagonisten Astma bij volwassenen Montelukast is bij astma in geringe mate werkzamer dan placebo en minder werkzaam dan een inhalatiecorticosteroïd, ook in combinatie met een langwerkend bèta-2-sympathicomimeticum. Montelukast remt de door blootstelling aan antigeen opgewekte bronchocontrictie. Hoofdpijn, buikpijn, maag-darmstoornissen, tandpijn, vermoeidheid, slapeloosheid, duizeligheid, agitatie, overgevoeligheidsreacties; zeer zelden Churg-Strausssyndroom. Montelukast wordt gemetaboliseerd door CYP3A4 en kan interacties geven o.a. met fenytoïne en fenobarbital. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Tablet innemen 1 uur voor of 2 uur na de maaltijd. Niet gebruiken om een astma-aanval te behandelen. loperamide Diarree (acute) Binnen enkele uren effectief, maar niet langer dan 2 dagen. Geen effect < 8 jaar. Misselijkheid, droge mond, duizeligheid, obstipatie. Zelden (sub)ileus. Contra-indicaties Niet gebruiken bij kinderen jonger dan 8 jaar, bij koorts met bloederige diarree, bij aanhoudende diarree na gebruik van een breedspectrumantibioticum en bij darmobstructie.
63 424 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 macroliden en lincomycinen Endocarditisprofylaxe Het beschermend effect is nooit overtuigend aangetoond, ligt mogelijk in de orde van 50% bescherming. Keelpijn (acute) Macroliden (azitromycine, claritromycine, erytromycine) hebben dezelfde werkzaamheid als smalspectrumpenicillines. Acne Orale antimicrobiële middelen geven na 2-6 weken verbetering van verschijnselen. Bij acne conglobata is het effect meestal onvoldoende. Erythrasma Erytromycine is effectief bij erythrasma. Chlamydia-infectie Een eenmalige dosering van 1 gram azitromycine is vrijwel 100% effectief in de behandeling van een uretritis of cervicitis door Chlamydia. Klinische genezing wordt vaker bereikt dan met doxycycline. sspectrum grampositieve kokken (streptokokken waaronder pneumokokken, soms stafylokokken) gramnegatieve kokken (meningokokken, gonokokken) Haemophilus influenzae, Campylobacter jejuni, Mycoplasma pneumoniae, Legionella, Chlamydia het werkingsspectrum van lincomycinen komt overeen met dat van macroliden, maar is iets smaller: onder andere Haemophilus influenzae en Legionella zijn ongevoelig Macroliden: misselijkheid, buikpijn, diarree (5-30%), overgevoeligheidsreacties (erytromycine: 0,5%), leverfunctiestoornissen (0-10%). Lincomycinen: misselijkheid, buikpijn, diarree (clindamycine:
64 Geneesmiddelgroepen %). Soms pseudomembraneuze colitis (Clostridium difficile). Erytromycine en claritromycine kunnen de plasmaconcentraties verhogen van carbamazepine, theofylline, orale anticoagulantia, terfenadine (gevaar voor aritmie) en de benzodiazepinen midazolam en triazolam. Voedsel vermindert de absorptie van erytromycine. Bij zwangeren en lacterenden verdient erytromycine de voorkeur boven de andere macroliden. malathion Hoofdluis en kleerluis In verschillende onderzoeken is gebleken dat een eenmalige applicatie van malathion bij hoofdluis effectiever is dan placebo (NNT 2, 95%-BI 1-3). Vergelijkbare resultaten ten gunste van malathion werden gevonden in een RCT waarin malathion met fenothrine of met permetrine werd vergeleken. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Malathion is een cholinesteraseremmer met insecticide en ovicide (netendodende) werking. Bestaande hoofdroos kan tijdelijk verergeren. Zelden komen huidirritatie, overgevoeligheid en sensibilisering voor. Cave intoxicatie door abusievelijke orale inname. De geur is onaangenaam. Omdat malathion door chloor wordt geïnactiveerd wordt zwemmen in chloorwater tot een dag na behandeling ontraden. Dit advies wijkt af van het advies in de bijsluiter waarin een termijn van 1 week niet zwemmen in chloorwater wordt vermeld. Vermijd contact met de ogen, de slijmvliezen en huidlaesies.
65 426 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Na de behandeling geen hoofddoek gebruiken omdat dit de absorptie zou kunnen verhogen. Geen haardroger gebruiken en niet bij open vuur komen. Gebruik bij kinderen onder de 6 maanden wordt afgeraden. mebendazol Worminfecties Op basis van ervaring kan worden gesteld dat de werkzaamheid zeer goed is. Een enkel onderzoek in Ethiopië laat zien dat mebendazol goed werkzaam is bij ascariasis (spoelworm) en bij trichuriasis (zweepworm). Onderzoek bij een Nederlandse populatie met worminfectie is niet gevonden. Mebendazol is een antiwormmiddel met vermicide en larvicide eigenschappen. Mebendazol wordt nauwelijks geabsorbeerd en veroorzaakt daarom niet vaak bijwerkingen. Diarree, buikpijn, hoofdpijn, duizeligheid kunnen voorkomen. In de eerste drie maanden van de zwangerschap en bij kinderen onder de twee jaar wordt geadviseerd geen mebendazol te gebruiken. Bij hen zijn hygiënische maatregelen over het algemeen afdoende. Buiten deze drie maanden alleen wanneer medicamenteuze behandeling noodzakelijk is. Tijdens borstvoeding mag mebendazol gewoon gebruikt worden. mesalazine Proctitis Er is weinig literatuur over de behandeling van (alleen) proctitis. Klinische verbetering bij gebruik van mesalazine (1,5 g/dag) was na 4 weken ruim 40% en na 6 weken bijna 60%.
66 Geneesmiddelgroepen 427 Berust waarschijnlijk op een direct lokaal ontstekingsremmend effect op de mucosa van colon door mesalazine (= 5-aminosalicylzuur = 5-ASA). Irritatie of branderig gevoel van de anus, aandrang, diarree, misselijkheid, braken, buikpijn, zelden overgevoeligheidsreacties (acuut intolerantiesyndroom: zie aandachtspunten), verhoogde methemoglobinespiegels. alopecia, reversibele oligospermie, stijging van leverfunctiewaarden. Gelijktijdig gebruik met nefrotoxische stoffen vergroot het risico op renale bijwerkingen. Meer kans op bloedbeeldafwijkingen bij combinatie met azathioprine of 6-mercaptopurine. Contra-indicaties Overgevoeligheid voor salicylaten, olsalazine of sulfsalazine, verhoogde bloedingsneiging, bestaand ulcus van maag of duodenum, ernstige lever- of nierfunctiestoornis. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Er kan een acuut intolerantiesyndroom optreden dat lijkt op opleving van proctitis met kramp, bloederige diarree, soms koorts, hoofdpijn en huiduitslag. Voorzichtig bij astmapatiënten die op salicylaten kunnen reageren met astma-aanval. metronidazol Metronidazol is een nitro-imidazolderivaat met antimicrobiële en antiprotozoaire werking tegen een groot aantal micro-organismen. Het heeft tevens een ontstekingsremmend en immunosuppressief effect. Het werkingsmechanisme van metronidazol bij rosacea is onbekend. sspectrum anaerobe bacteriën, vooral de gramnegatieve anaërobe (bijv. Bacteroidessoorten) protozoa (anaeroob): Entamoeba histolytica, Giardia lamblia, Trichomonas vaginalis
67 428 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Misselijkheid (12%), metaalsmaak, allergische (huid)reacties, hoofdpijn en duizeligheid. Bij langdurig gebruik is er kans op polyneuropathie. Antacida kunnen de absorptie van metronidazol verminderen. De werking van anticoagulantia kan worden versterkt. Gelijktijdig gebruik van alcohol kan intolerantie voor alcohol geven. naloxon Morfineantagonist zonder agonistische of morfineachtige eigenschappen. : binnen 2 minuten, maximaal na 5-15 minuten. sduur: 1-4 uur. Ontwenningsverschijnselen: onrust, braken, stijging van de bloeddruk, tremoren, tachycardie, transpireren. Terughoudend toedienen aan patiënt met afhankelijkheid van opioïden in verband met kans op acuut abstinentiesyndroom na toediening. nasale decongestiva Sinusitis (acuut) De neusdoorgankelijkheid wordt beter. De genezing en de duur van de sinusitis worden echter niet beïnvloed. Neusdruppels met xylometazoline kunnen worden gegeven bij klachten van een verstopte neus; effect op de genezing is niet aangetoond. Lokale irritatie en reactieve hyperemie (vooral bij langdurig gebruik).
68 Geneesmiddelgroepen 429 Voorzichtigheid is geboden bij hypertensie, aritmieën en geslotenkamerhoekglaucoom. neuraminidaseremmers Influenza / griep Profylactische toepassing van neuraminidaseremmers is enigermate effectief bij overigens gezonde volwassenen, maar de effectiviteit van profylaxe is bij patiënten met een zeer hoog risico nog weinig onderzocht. Therapeutische toepassing is alleen effectief gebleken bij gebruik binnen 48 uur na het optreden van de eerste symptomen. Neuraminidase is een essentieel enzym op het membraan van het influenzavirus, dat het de gerepliceerde virussen mogelijk maakt om de gastheercel te verlaten. Is dit enzym uitgeschakeld, dan kunnen nieuwe virussen de geïnfecteerde cellen niet verlaten en kan de infectie zich niet naar andere cellen verspreiden. De patiënt is daardoor minder en korter besmettelijk voor anderen en de verspreiding van het virus in de populatie blijft beperkt. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Oseltamivir: misselijkheid, braken, buikpijn zijn het meest gemeld; ook komen dyspepsie, rinorroe, neusbloeding, bovenste luchtweginfectie en conjuctivitis voor. Minder vaak: allergische huidreacties en anafylactische reactie. Zanamivir: neus- en keelklachten, hoofdpijn; zelden acute bronchospasmen. Bij gelijktijdige toediening van geneesmiddelen met een smalle therapeutische breedte die renaal worden uitgescheiden (zoals methotrexaat en chloorpropamide) kan cumulatie optreden. Contra-indicaties Ernstige nierinsufficiëntie (klaring < 10 ml/min). Geef bij een creatinineklaring van ml/min de halve dosering, of geef de normale dosering en verdubbel het doseringsinterval.
69 430 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Voorzichtigheid is geboden bij kinderen jonger dan 1 jaar, en bij zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven. Bij zanamivir is tevens voorzichtigheid geboden bij patiënten met astma of COPD. Altijd eerst de astmamedicatie gebruiken. niclosamide Worminfecties is niet aangetoond, maar berust op klinische ervaring. Vermicide middel tegen lintwormen. De werking berust op verstoring van de energiehuishouding van de lintworm. Bij < 5%: misselijkheid, braken, buikpijn, hoofdpijn, jeuk, duizeligheid. Geen alcohol gebruiken tijdens behandeling. Over het gebruik tijdens de zwangerschap bij de mens is onvoldoende bekend. Er zijn tot dusver geen aanwijzingen voor schadelijkheid;lievernietindeeerstedriemaandenvandezwangerschap gebruiken en alleen indien medicamenteuze behandeling noodzakelijk is. Borstvoeding hoeft niet te worden onderbroken. nicotinevervangende middelen (NVM) Roken stoppen Nicotinevervangende middelen vergroten de kans op een geslaagde stoppoging: 17% van de gebruikers blijkt langer dan 1 jaar gestopt te zijn, tegen 10% in de controlegroep ( number needed to treat = 14).
70 Geneesmiddelgroepen 431 Algemeen: duizeligheid, hoofdpijn, slapeloosheid, stijging van polsfrequentie en bloeddruk. Kauwgom: hikken, maag-darmklachten, kaakpijn, mond-tandklachten. Pleister:irritatievandehuid,slechtslapen. Zuigtablet: hikken, irritatie aan mond en keel, maag-darmklachten, hoesten. Contra-indicaties Recent hartinfarct of CVA, instabiele angina pectoris, ernstige ritmestoornissen, actuele faryngitis of oesofagitis. Leeftijd beneden 18 jaar. Tijdens de zwangerschap lijkt roken schadelijker dan het gebruik van NVM. Geen borstvoeding geven bij roken of gebruik van NVM. Er zijn geen aanwijzingen voor het bestaan van een verslavingsrisico. Voorzichtigheid is geboden bij hypertensie, stabiele angina pectoris, cerebrovasculaire insufficiëntie, hyperthyreoïdie, diabetes mellitus, peptische ulcera, astma en lever- en nierinsufficiëntie. Deel 2 Geneesmiddelgroepen nitraathoudende zalf/crème Fissura ani De effectiviteit van isosorbidinitraatzalf is bescheiden en wordt ontleend aan het werkingmechanisme en aan de werkzaamheid van nitroglycerinezalf. De neurotransmitter stikstofmonoxide (NO) die betrokken is bij de relaxatie van de interne anale sfincter, kan worden vrijgemaakt uit organische nitraten zoals nitroglycerine (glyceryltrinitraat) en isosorbidedinitraat. Anale applicatie van nitraathoudende zalven blijkt de anale rustdruk te verlagen en de anodermale doorbloeding te verhogen. Isosorbidinitraat heeft een kortere werkingsduur dan nitroglycerine zodat het frequent moet worden aangebracht.
71 432 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Hoofdpijnklachten (patiënten met migraine kunnen de bijwerking van hoofdpijn nadrukkelijker en langduriger ervaren), licht gevoel in het hoofd. Voorzichtigheid is geboden bij het gelijktijdig gebruik van andere nitraathoudende medicatie. Contra-indicaties Het gebruik in de zwangerschap of tijdens lactatie wordt afgeraden. nitraten Angina pectoris, stabiel Nitraten (nitroglycerine, isosorbidedinitraat, isosorbidemononitraat) zijn effectief ter vermindering van de klachten en ischemie bij (stabiele) angina pectoris. Er is geen effect op de mortaliteit aangetoond. Hartfalen Nitraten verminderen longstuwing bij acuut hartfalen zonder het slagvolume of de zuurstofbehoefte van het hart ongunstig te beïnvloeden, in het bijzonder bij patiënten met ACS. Acuut coronair syndroom Nitraten hebben gunstig effect op de klachten bij patiënten met instabiele angina pectoris. Bij gelijkblijvende concentratie van nitraten in het bloed neemt de werkzaamheid na 6-8 uur af (nitraattolerantie). Hoofdpijn, rood gezicht, duizeligheid, vermoeidheid, misselijkheid en hypotensie. Bij voortgezet gebruik nemen bijwerkingen meestal af.
72 Geneesmiddelgroepen 433 Alcohol kan het bloeddrukverlagend effect versterken. Gelijktijdig gebruik met sildenafil is gecontra-indiceerd. Contra-indicaties Niet geven bij ernstige anemie en bij hypotensie. Vanwege de vluchtigheid van nitroglycerine de tabletten in de afgeleverde verpakking bewaren. nitrofurantoïne sspectrum is werkzaam tegen de meeste grampositieve en gramnegatieve bacteriën die urineweginfecties veroorzaken. Pseudomonas, Serratia en Proteus zijn in het algemeen resistent. Misselijkheid, braken, diarree. Zelden acuut en chronisch pulmonaal syndroom (interstitiële pneumonitis) en leverfunctiestoornissen. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Voorzichtig bij longziekten, leverfunctiestoornissen, allergische diathese en bij ouderen met verminderde nierfunctie. Kan urine geel-bruin verkleuren. NSAID s Pijnbehandeling algemeen NSAID s (zoals ibuprofen, diclofenac en naproxen) zijn effectief gebleken voor pijnbestrijding bij tal van aandoeningen, vooral die van het bewegingsapparaat. Migraine bij volwassenen NSAID s zijn bij migraine effectiever dan placebo. Het effect van metoclopramide met acetylsalicylzuur is vergelijkbaar met dat van sumatriptan.
73 434 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Vaginaal bloedverlies NSAID s verminderen bij overvloedig vaginaal bloedverlies (ook bij een IUD) het bloedverlies met 20-50%. Dysmenorroe Bij 80% van de patiënten met dysmenorroe is een NSAID goed werkzaam. Artrose van de hand Er is beperkt bewijs voor de effectiviteit van lokale NSAID s in het verminderen van de pijn en de stijfheid op korte termijn (tot acht weken). Orale NSAID s zijn na één week effectiever dan lokale NSAID s, maar de effecten zijn na twee, drie en vier weken vergelijkbaar. De werking van diverse preparaten varieert per patiënt aanzienlijk en onvoorspelbaar. Bij uitblijven van effect is het soms nuttig van preparaat te wisselen: bij tijdelijke behandeling na 1-2 weken, bij chronische behandeling na 2-4 weken. Maag-darmstoornissen (zoals misselijkheid, zuurbranden, pijn in epigastrio) komen vaak voor. Erosies of ulceraties kunnen optreden zonder dat er klachten zijn. Ernstige maagcomplicaties (bloeding, perforatie, distale stenosering) komen weinig voor. Tevens kunnen overgevoeligheidsreacties (zoals bronchospasme, angioedeem, urticaria en huiduitslag) en renale bijwerkingen (water- en zoutretentie) optreden. Verder kunnen optreden hoofdpijn, duizeligheid, verwardheid en (zelden) bloeddyscrasieën. Bij een overdosis salicylaten kunnen oorsuizen, hoofdpijn, duizeligheid en verwardheid ontstaan. Vooral bij diclofenac kunnen leverfunctiestoornissen optreden. Astmapatiënten kunnen met een ernstige astma-aanval reageren (aangeboren overgevoeligheid). gebruik bij orale anticoagulantia geen acetylsalicylzuur; andere NSAID s kunnen een voorbijgaande sterkere antistolling veroorzaken
74 Geneesmiddelgroepen 435 salicylaten versterken het hypoglykemisch effect van orale antidiabetica NSAID s kunnen de natriuretische werking van diuretica verminderen of tenietdoen: controleer op oedeem of op hypertensie NSAID s kunnen de antihypertensieve werking van ACEremmers verminderen: controleer de bloeddruk bij gelijktijdig gebruik langer dan 2 weken NSAID s kunnen de uitscheiding van digoxine en lithium verminderen. De dosering zo nodig verlagen deconcentratievanvalproïnezuur stijgt bij gebruik van acetylsalicylzuur Contra-indicaties Ulcus pepticum, actieve gastritis, gastro-intestinale bloeding, stollingsstoornis, bekende overgevoeligheidsreacties op een NSAID, ernstig hartfalen, ernstige lever- en nierfunctiestoornissen en het laatste trimester van de zwangerschap. De COX 2-selectieve NSAID s zijn bovendien gecontra-indiceerd bij ischemische hartziekte, TIA/CVA en perifeer arterieel vaatlijden. Deel 2 Geneesmiddelgroepen de kans op ernstige gastro-intestinale pathologie is groter bij: hogere leeftijd (> jaar), voorgeschiedenis met ulcuslijden, aanwezigheid van Helicobacter pylori in de maag, hoge dosis NSAID, gelijktijdig gebruik van meerdere NSAID s, orale corticosteroïden, anticoagulantia of SSRI s en ernstige comorbiditeit zoals invaliderende reumatoïde artritis, hartfalen en diabetes mellitus de kans op gastro-intestinale bijwerkingen kan enigermate worden verkleind door inname van het NSAID tijdens of kort na de maaltijd met voldoende vocht overweeg bij een verhoogde kans op gastro-intestinale pathologie gelijktijdig gebruik van een protonpompremmer of misoprostol Terughoudendheid is geboden bij colitis ulcerosa; ook bij ischemische hartziekte, TIA/CVA, en perifeer arterieel vaatlijden. Gebruik tijdens de zwangerschap wordt ontraden; dit geldt niet voor acetylsalicylzuur in een dosering lager dan 100 mg/dag.
75 436 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 oestrogeen/progestageen combinatiepreparaten Hormonale anticonceptie Eenfasepreparaten hebben een hoge effectiviteit: een zwangerschapsfrequentie van 0,1-1 per 100 gebruikersjaren. Driefasepreparaten zijn even betrouwbaar als eenfasepreparaten, maar hebben praktische nadelen. Tussentijds bloedverlies wijst niet op een verminderde betrouwbaarheid, als de pil niet vergeten is. Vaginaal bloedverlies Sub-50-combinatiepillen reduceren het bloedverlies met 50% als er geen onderliggende pathologie is, bij myomen met 25%. Onregelmatige menstruaties reageren goed op een sub-50-combinatiepil. Dysmenorroe Bij 80-90% van de patiënten met dysmenorroe nemen de klachten sterk af door een sub-50-pil. treden bij ongeveer 10% van de patiënten op en zijn vaak beperkt tot de eerste paar maanden. Deze zijn afhankelijk van de dosering van de afzonderlijke componenten. Op cardiovasculaire ziekten is er geen tot een lichte risicoverhoging bij sub-50-pillen en een risicoverhoging bij de 50-pillen. Er is een licht hypertensief effect, een verhoogde tromboseneiging, waarschijnlijk alleen belangrijk bij roken. Combinatiepillen kunnen ook de kans op galsteenlijden vergroten. Migraine, astma en epilepsie kunnen soms verergeren. Het risico op een trombo-embolie bij gebruik van 3 e generatie-pillen die de progestagenen gestodeen of desogestrel bevatten is ongeveer tweemaal zo groot als bij pillen die levonorgestrel bevatten. Anticonvulsiva (fenytoïne, fenobarbital, carbamazepine, primidon) en rifampicine kunnen de werking van de pil verminderen: geef een oraal anticonceptivum met 50 microgram ethinylestradiol en 250 microgram levonorgestrel.
76 Geneesmiddelgroepen 437 Contra-indicaties Niet gebruiken na doorgemaakt hartinfarct, ischemisch cerebrovasculair accident, bij trombo-embolische ziekten (diepe veneuze trombose of longembolie) en bij hormoonafhankelijke tumoren (mamma- of endometriumcarcinoom) in de anamnese, of bij ernstige leverfunctiestoornissen of cholestatische icterus tijdens zwangerschap. Bij hevig braken of waterdunne diarree als bijwerking van antibiotica staat de effectiviteit van de pil ter discussie. Volg dan het beleid zoals beschreven bij indicatie hormonale anticonceptie, onderdeel combinatiepil vergeten. oestrogenen Climacteriële klachten Vasomotore klachten verminderen door gebruik van oestrogenen (zoals oestradiol) gewoonlijk in de eerste behandelingscyclus, soms al na enkele dagen. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Afhankelijk van dosering: misselijkheid, braken (bij hoge doses), vochtretentie, oedeemvorming, pijnlijke borsten, hypermenorroe, mucorroe, fluor vaginalis (niet-infectieus), hoofdpijn, hypertensie, leverfunctiestoornissen en stoornissen in de hemostase. Contra-indicaties Vermijd oestrogenen bij een ischemisch vaatincident en bij cholestatische icterus in de anamnese. Terughoudendheid is geboden bij diepe veneuze trombose langer dan 2 jaar geleden en bij endometriosis of myomatosis uteri.
77 438 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 oestrogenen (lokaal) Climacteriële klachten Klachten door urogenitale atrofie reageren goed op vaginale toediening van oestrogenen. In het begin van de behandeling jeuk en irritatie. opiaatagonisten (opiaten) Morfine is het prototype, codeïne is als analgeticum 10 maal zwakker, fentanyl 100 maal sterker. Obstipatie, misselijkheid, duizeligheid, sedatie, stemmingsverandering, verwardheid, hallucinaties, ademhalingsdepressie, urineretentie, (orthostatische) hypotensie, jeuk en urticaria. De sederende (bij)werking en ademhalingsdepressie van opiaten kan versterkt worden door gelijktijdig gebruik van andere centraal dempende stoffen als alcohol, anxiolytica, hypnotica en antipsychotica. Gelijktijdig gebruik van CP3A4-remmers kan de bloedspiegel verhogen. Tramadol niet combineren met carbamazepine, SSRI s en MAOremmers. Contra-indicaties Niet gebruiken bij ernstig astma of COPD, bij hersentrauma of verhoogde intracraniale druk, bij darmobstructie en bij hypotensie. Fentanyl intraveneus niet toedienen bij kinderen < 2 jaar. Doseer op geleide van effect. Bij nierfunctiestoornissen (creatinineklaring < 50 ml/min) kan aanpassing van de dosering van morfine nodig zijn, dit geldt niet voor fentanyl. Bij een sterk gestoorde leverfunctie is doseringsaanpassing van morfine niet nodig en doseringsaanpassing van fentanyl wel. Gebruik opiaten
78 Geneesmiddelgroepen 439 terughoudend bij patiënten met een geringe respiratoire reserve en bij ouderen. paracetamol Artrose van de hand Onderzoek naar de effectiviteit van paracetamol bij artrose van de hand en pols is niet beschikbaar. De werking treedt in op geleide van de piekplasmaconcentratie na minuten, na rectale toediening iets later. Halfwaardetijd 1,5-3 uur. Omdat paracetamol bij rectale toediening langzamer wordt geabsorbeerd, wordt een dubbele dosis gegeven, terwijl de frequentie van toediening wordt gehalveerd. Zelden allergische huidreacties, gastro-intestinale klachten en leverfunctiestoornissen bij langdurig gebruik van therapeutische doseringen. Deel 2 Geneesmiddelgroepen In zeldzame gevallen kan bij gebruik van orale anticoagulantia een lichte verlenging van de stollingstijd optreden. Bij overdosering (in het algemeen 8 gram of meer in een keer) kan levernecrose optreden. Aanbevolen maximale doseringen: voor kortdurend gebruik (< 1-2 weken) bij (sub)acute pijn: 3-4 gram per dag voor langerdurend gebruik (> 2 weken) bij benigne aandoeningen: 2,5 gram per dag (of bij afwezigheid van risicofactoren evt. verhogen tot 3 gram per dag) bij aanwezigheid van een van de ondergenoemde risicofactoren: 2 gram per dag. Bij aanwezigheid van meerdere risicofactoren: 1,5 gram per dag voor pijnbestrijding in terminale fase: 4 gram per dag
79 440 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Risicofactoren die de kans op leverschade vergroten zijn: overmatig alcoholgebruik, nierinsufficiëntie, bestaande leverziekte, hoge leeftijd, laag lichaamsgewicht, slechte voedingstoestand, vasten en gebruik van leverenzyminducerende middelen. parasympathicolytica (bewegingsziekte) Misselijkheid / braken Onderzoek laat een gunstig effect van scopolamine TTS zien bij bewegingsziekte. Scopolamine remt de prikkeloverdracht van de vestibulaire kernen en vermindert zo de prikkeling van het braakcentrum. Scopolamine is beschikbaar als pleister (TTS = transdermaal therapeutisch systeem). Een pleister werkt maximaal 3 dagen. Droge mond (60%), slaperigheid (15%), lokale huidirritatie en accommodatiestoornissen. Zelden, maar vooral bij ouderen: geheugen- en concentratiestoornissen, verwardheid en hallucinaties. Door pupilverwijding kan er een acuut glaucoom optreden. Alcohol en centraal dempende stoffen kunnen de sedering versterken. Voorzichtigheid is geboden bij prostaathypertrofie, urineretentie, glaucoom en cardiovasculaire aandoeningen. parasympathicolytica (biperideen) Vaak: visusstoornissen, droge mond, obstipatie, urineretentie en hartkloppingen. Verder: verwardheid, agitatie, delier en cognitieve stoornissen.
80 Geneesmiddelgroepen 441 Neuroleptica, klassieke antidepressiva en amantadine kunnen het effect versterken. Contra-indicaties Bij geslotenkamerhoekglaucoom bestaat de kans op acuut glaucoom. Bij koorts kan warmte-intolerantie optreden. parasympathicolytica (per inhalatie) Astma bij volwassenen Ipratropium is een effectief bronchodilaterend middel. COPD Ipratropium is een effectief bronchodilaterend middel. De werkzaamheid van tiotropium bij patiënten met ernstig COPD is aangetoond. Bij (zeer) ernstig COPD en bij patiënten metcardiale comorbiditeit is er een lichte voorkeur voor tiotropium boven een langwerkend bèta-2-sympathicomimeticum. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Ipratropiumbromide werkt na ongeveer 15 minuten en gedurende 6 uur. Tiotropium is een langwerkend parasympathicolyticum. Droge mond (voorbijgaand), hoofdpijn, misselijkheid, lokale irritatie, obstipatie, urineretentie, hartkloppingen, atriumfibrilleren, allergische reacties. parasympathicomimetica Pilocarpine heeft een cholinerge werking; het is een direct werkend parasympaticomimeticum met voornamelijk effect op de muscarinereceptoren. Afhankelijk van de dosis verhoogt pilocarpine de secretie van exocriene klieren, waaronder de speekselklieren. Het effect is maximaal na 6 tot 8 weken.
81 442 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 De meest genoemde bijwerking is overmatige transpiratie. Andere bijwerkingen zijn: misselijkheid, koude rillingen, rinitis, vasodilatatie, frequente mictie, duizeligheid, asthenie, hoofdpijn, diarree, dyspepsie. Contra-indicaties Geslotenkamerhoekglaucoom, onbehandeld astma/copd en andere chronische ziekten waarbij gebruik van cholinerge agonisten een risico met zich meebrengt. Bij patiënten met leverfunctiestoornissen is het raadzaam met een lagere dosis te starten (3 dd 2,5 mg). penicillinen (breedspectrum) Sinusitis (acuut) Genezingspercentages met antibiotica variëren van 36 tot 100. Dit betekent dat de werkzaamheid onbekend is. Prostatitis (acute) Amoxicilline/clavulaanzuur is effectief bij gecompliceerde en ongecompliceerde urineweginfecties. Endometritis puerperalis Endometritis reageert in het algemeen goed op amoxicilline 3 dd 500 mg in combinatie met metronidazol 2 dd 500 mg gedurende 7 dagen. Chlamydia-infectie De effectiviteit van amoxicilline voor de behandeling van een chlamydia-infectie bij zwangeren is aangetoond en vergelijkbaar met de effectiviteit van erytromycine. Gonorroe Bij gonorroe bij zwangeren werden met amoxicilline vergelijkbare genezingspercentages bereikt als met cefalosporinen (89%- 97%).
82 Geneesmiddelgroepen 443 Bactericide; beter bij grampositieve dan bij gramnegatieve bacteriën. Zij zijn weinig lipofiel en dringen slecht in het centrale zenuwstelsel door. Uitscheiding voornamelijk via de nieren, waarmee in de urine hoge concentraties worden bereikt. Zij hebben een grote therapeutische breedte en geringe toxiciteit. sspectrum Grampositieve kokken (met uitzondering van bèta-lactamasevormende stafylokokken, wel gevoelig voor amoxicilline-clavulaanzuur); gramnegatieve kokken: meningokokken, de meeste gonokokken; gramnegatieve staven: meeste E.coli-stammen, Salmonellae, Shigellae, Proteus mirabilis (echter bij de voorgaande vier ook nogal eens resistentie), bijna alle Haemophilus influenzae-stammen (echter bij H.influenzae type B nogal eens resistentie); Niet gevoelig zijn (ook niet voor amoxicilline-clavulaanzuur): Proteus vulgaris, Pseudomonas, Klebsiella. Breedspectrumpenicillinen geven vaker bijwerkingen dan andere penicillinen; vooral huiderupties (7-8%) en diarree. Gastro-intestinale bijwerkingen komen het meeste voor: diarree, misselijkheid en braken. De toevoeging van clavulaanzuur aan amoxicilline veroorzaakt nog vaker bijwerkingen. Vooral de kans op levertoxiciteit is bij het combinatiepreparaat amoxicilline/clavulaanzuur hoger dan bij amoxicilline alleen. Overgevoeligheidsreacties komen voor zoals in afnemende frequentie maculopapulaire huiduitslag, urticariële huiduitslag, koorts, bronchospasme en anafylaxie (0,04-0,2%). Naast echte allergische reacties treedt bij ampicilline en amoxicilline ook regelmatig een maculopapulaire rash op na virale infecties. Optreden daarvan verhindert verder gebruik van deze preparaten niet. Deel 2 Geneesmiddelgroepen De werking van orale anticonceptiva kan verminderen. Het advies is tijdens de kuur en 7 dagen erna aanvullende anticonceptie te gebruiken (zie NHG-Standaard Hormonale anticonceptie).
83 444 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 penicillinen (smalspectrum) Keelpijn (acute) Reduceert het aantal gevallen van acuut reuma en mogelijke bacteriële complicaties als otitis media acuta, sinusitis en andere bacteriële keelontstekingen. Antibiotica bieden geen bescherming tegen glomerulonefritis. Er is waarschijnlijk geen bekorting van de ziekteduur. Schaafwonden Gecontroleerd onderzoek bij geïnfecteerde schaafwonden ontbreekt. Bursitis prepatellaris en olecrani In een aantal onderzoeken bij een bacterieel geïnfecteerde bursitis (olecrani en prepatellaris) zijn penicillinaseresistente penicillines effectief gebleken. Gecontroleerd onderzoek ontbreekt. Syfilis (lues) De effectiviteit van benzathinebenzylpenicilline bij primaire syfilis is waarschijnlijk hoog. Feneticilline en fenoxymethylpenicilline werken bactericide; beter bij grampositieve dan bij gramnegatieve bacteriën. Zij zijn weinig lipofiel en dringen slecht tot het centrale zenuwstelsel door. Uitscheiding voornamelijk via de nieren, waarmee in de urine hoge concentraties worden bereikt. Zij hebben een grote therapeutische breedte en geringe toxiciteit. sspectrum grampositieve kokken (streptokokken inclusief pneumokokken; stafylokokken met uitzondering van bètalactamasevormende stafylokokken) gramnegatieve kokken (meningokokken, de meeste gonokokken) bètalactamaseongevoelige smalspectrumpenicillinen: bovengenoemde bacteriën en de meeste bètalactamasevormende stafylokokkenstammen
84 Geneesmiddelgroepen 445 Bij infecties met Staphylococcus aureus worden bètalactamaseongevoelige smalspectrumpenicillinen gekozen, aangezien meer dan 80% van de Staphylococcus aureus-stammen bètalactamase produceert. Flucloxacilline wordt het best geabsorbeerd en verdient daarom de voorkeur. Gastro-intestinale bijwerkingen komen het meeste voor: diarree, misselijkheid en braken. Verder overgevoeligheidsreacties zoals in afnemende frequentie maculopapulaire huiduitslag, urticariële huiduitslag, koorts, bronchospasme en (zelden) anafylaxie (0,04-0,2%). Bij overgevoeligheid voor penicillinen is een macrolide het alternatief. podofyllotoxine Condylomata acuminata In een placebogecontroleerde RCT werd bij 37,1% volledige genezing bereikt vs 2,3% in de controlegroep. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Is een mitoseremmend middel. Huiderosies, jeuk en branderigheid. Contra-indicaties Zwangerschap, gebruik tijdens lactatie en bij kinderen. polyenen Polyenen werken fungicide en statisch door de celmembraan van de schimmel te beschadigen. Polyenen worden lokaal gebruikt en worden vrijwel niet via de slijmvliezen of darmen geabsorbeerd. Nystatine is vooral werkzaam tegen Candida albicans.
85 446 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Nystatine geeft zelden overgevoeligheidsreacties. progestagenen Vaginaal bloedverlies Progestagenen zijn voor de behandeling van acuut vaginaal bloedverlies aanvaard, maar bewijs is op weinig onderzoek gebaseerd. Verminderen of verdwijnen van het bloedverlies mag na 24 tot 48 uur worden verwacht. Morning-aftermethoden Met het gebruik van levonorgestrel na eenmalige onbeschermde coïtus werd in een groot onderzoek 85% (95% BI 74-93%) van zwangerschappen voorkomen; met de Yuzpe (2x2) methode was dit 57% (95% BI 39%-71%). Anticonceptie met spiraal Het spiraal biedt goede anticonceptieve bescherming: het aantal zwangerschappen bedraagt 0,1 tot 0,2 per 100 vrouwen per jaar. Hormoonspiraaltje Het hormoonspiraaltje bevat 52 mg levonorgestrel en geeft hiervan gedurende minimaal vijf jaar dagelijks circa 12 microgram af. Hierdoor ontstaat atrofie van het endometrium met verhindering van innesteling van de bevruchte eicel en vorming van minder doorgankelijk dik en taai cervixslijm. De systemische belasting met progestageen is een factor tien tot dertig lager dan bij gebruik van orale anticonceptie. De verblijfsduur is vijf jaar. Algemeen. Afhankelijk van dosering: toename van het lichaamsgewicht, toename van eetlust, zelden verminderde glucosetolerantie, verhoging van het hdl-cholesterolgehalte, acne, vet haar, gespannen borsten, hypomenorroe, doorbraakbloedingen, irritatie, depressie, afname libido, droge vagina, hypofunctie cervixklieren, varices en beenkrampen. Bij de prikpil: onregelmatig bloedverlies en op den duur amenorroe.
86 Geneesmiddelgroepen 447 Bij de morning-afterpil: misselijkheid, pijn in onderbuik, hoofdpijn. Bij de hormoonspiraal: menstruatie wordt korter en hoeveelheid bloedverlies neemt af (amenorroe, oligomenorroe, spotting), (soms) pijnlijke borsten, migraine, acne, gewichtstoename, oedeem, buikpijn, stemmingsstoornissen en misselijkheid, (asymptomatische) ovariumcysten (verdwijnen spontaan). Risico van diepe veneuze trombose is waarschijnlijk niet of nauwelijks verhoogd. Contra-indicaties Medroxyprogesteroninjectie: niet geven bij onverklaarde vaginale bloedingen, mammapathologie. Veneuze trombo-embolische aandoening, leverfunctiestoornissen. Vermijd progestagenen bij cholestatische icterus in de anamnese. Hormoonspiraaltje: niet bij zwangerschap, onbehandelde soa, onverklaard vaginaal bloedverlies, misvorming van cavum uteri (anatomische afwijkingen, myomen), (behandeld) mammacarcinoom, een actieve diepe veneuze trombose of longembolie en een acute leverziekte of -tumor. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Niet geven bij onverklaard vaginaal bloedverlies. protonpompremmers (PPI s) Maagklachten; persisterend of recidiverend PPI s (omeprazol, pantoprazol, lansoprazol) zijn zeer effectief bij de behandeling van ulcus pepticum en refluxoesofagitis. Protonpompremmers verminderen in sterke mate de zuursecretiedoordepariëtale cellen van het maagslijmvlies. Diarree, misselijkheid, buikpijn en hoofdpijn.
87 448 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Bij gelijktijdig gebruik van een macrolide antibioticum neemt de biologische beschikbaarheid van de PPI toe en stijgt de plasmaconcetratie van de macrolide. Doordat PPI s de ph in de maag verhoogt, kan de absorptie van geneesmiddelen afnemen (bijv. ketoconazol en itraconazol) of toenemen (bijv. digoxine). pyretrinen en pyretroïden Scabiës Permetrine is bij scabiës even werkzaam als lindaan. 90% genezing na twee weken; vaak is wel een tweede behandeling nodig. Permetrine is een synthetisch pyretroïd met pediculocide en acaricide eigenschappen. Het is beschikbaar als een 1%-lotion en als een 5%-crème. Permetrinelotion of -crème is werkzaam tegen hoofd- en schaamluis en tegen scabiës. 90% genezing na twee weken, vaak is wel een tweede behandeling nodig. Lokale irritiatie, jeuk, branderig gevoel en roodheid van de huid is mogelijk. Contact met ogen, slijmvliezen en huidlaesies vermijden. Niet gebruiken bij uitgebreide open wonden. Bij orale inname door kinderen bestaat de kans op maag-darmklachten en alcoholintoxicatie. Na applicatie handen goed wassen. RAS-remmers Hartfalen Behandeling met ACE-remmers verlengt de verwachte overleving en doet de klachten afnemen, evenals de kans op ziekenhuisopnames wegens acute verslechtering van hartfalen. Behandeling met AII-antagonisten doet de klachten afnemen, evenals de kans op ziekenhuisopnames wegens acute verslech-
88 Geneesmiddelgroepen 449 tering van hartfalen, en verbetert de ventrikelfunctie. De kans op cardiovasculaire mortaliteit wordt verkleind. Raynaudfenomeen Beperkt onderzoek van geringe omvang laat van losartan enig effect zien. Cardiovasculair risicomanagement (CVRM) RAS-remmers verlagen de bloeddruk bij essentiële en renovasculaire hypertensie, vergelijkbaar met diuretica, bètablokkers en calciumantagonisten. Bij ongeveer 60% van de patiënten met lichte tot matige hypertensie wordt een normale bloeddruk bereikt. op het terugdringen van de mortaliteit en morbiditeit van hart- en vaatziekten ligt in dezelfde orde van grootte als dat van diuretica en bètablokkers. RAS-remmers worden verdeeld in ACE-remmers (zoals captopril, enalapril, trandalopril, perindopril) en angiotensine II-antagonisten (losartan en valsartan); alle geven vasodilatatie. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Hoofdpijn, duizeligheid, orthostatische hypotensie (vooral na eerste dosis), prikkelhoest, smaakstoornissen, angioneurotisch oedeem, nierfunctieverslechtering, hyperkaliemie, bij aortaklepstenose kan ernstige hypotensie optreden. Bij angiotensine II-antagonisten (bijv. losartan of valsartan) geen of minder prikkelhoest. Gebruik RAS-remmers niet samen met kaliumsparende diuretica (dit geldt niet voor spironolacton). Bij het starten van RAS-remmers tijdens behandeling van hartfalen met diuretica kan een sterke bloeddrukdaling optreden; stop diureticum 1 dag voor starten RAS-remmer. NSAID s kunnen het antihypertensieve effect van RAS-remmers verminderen: controleer zo nodig de bloeddruk en let op tekenen van hartfalen. Bij gelijktijdig gebruik met lithium is de kans op lithiumintoxicatie verhoogd.
89 450 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 begin met een lage dosering en hoog langzaam op om hypotensieve reacties bij aanvang van de therapie te vermijden controleer voor het starten en na 2 weken de nierfunctie door een serumkreatininebepaling Terughoudendheid is geboden bij nierarteriestenose, ernstig hartfalen, hypotensie, hyponatriëmie en hypovolemie. rehydratievloeistof (oraal) Diarree (acute) ORS heeft geen invloed op de duur van de diarree, maar is werkzaam in het voorkomen en behandelen van dehydratie. Zelf bereiden met glucose en keukenzout kan tot fouten in de samenstelling leiden; adviseer een kant-en-klare samenstelling. retinoïden (dermaal) Acne Tretinoïne en adapaleen zijn goed werkzame lokale middelen tegen comedonen. Lokale irritatie, branderigheid, erytheem, droge huid, schilfering en fotosensibilisatie. De acne kan in de eerste behandelweken verergeren. Niet gelijktijdig met benzoylperoxide gebruiken. Contact met ogen en slijmvliezen of beschadigde huid vermijden. Niet gebruiken bij patiënten met zonnebrand.
90 Geneesmiddelgroepen 451 seleensulfide Pityriasis versicolor Bij pytiriasis geeft seleensulfide vaker recidieven dan een imidazolderivaat. Ruikt onaangenaam en veroorzaakt lokale irritatie van de huid. Haar en hoofdhuid kunnen sneller vet worden. Bij veelvuldig toepassen kan het haar uitvallen. Niet op de ogen of genitalia aanbrengen. serotonineheropnameremmers (SSRI s) Depressie SSRI s (fluvoxamine, fluoxetine, paroxetine, sertraline, venlafaxine) zijn even werkzaam als de klassieke antidepressiva bij een ernstige depressie. Effect treedt pas na 1-2 weken op, bij een kwart pas na 4 weken. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Misselijkheid (25%), diarree (20%), sedatie, agitatie, slapeloosheid, manie, droge mond en wazig zien. Fluoxetine niet combineren met MAO-remmers; MAO-remmers 2 weken voor begin stoppen, omgekeerd 5 weken voor begin MAO-remmer stoppen met fluoxetine. SSRI s geven in combinatie met NSAID s een extra verhoogd risico van een maagbloeding; ze versterken mogelijk het effect van orale anticoagulantia. Er zijn weinig gegevens over overdosering. Mogelijke verschijnselen zijn tachycardie, sufheid, tremor en misselijkheid. Fluoxetine, sertraline en citalopram hebben bij zwangerschap de voorkeur, als een SSRI geïndiceerd is. Paroxetine en sertraline
91 452 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 gaan minder over in de moedermelk en hebben daarom bij lactatie de voorkeur. serotoninereceptoragonisten (triptanen) Migraine bij volwassenen Bij subcutane toediening van sumatriptan reageert ongeveer 80% binnen 1-2 uur met belangrijke vermindering van de ernst van de hoofdpijn (tegen placebo ongeveer 35%). Binnen 24 uur keert bij ongeveer 40% de hoofdpijn terug. Na orale toediening reageert bijna twee derde van de patiënten. De hoofdpijn keert ook hier bij ongeveer 40% terug. Oraal sumatriptan is niet effectiever dan de combinatie van metoclopramide en acetylsalicylzuur. Pijn en lokale roodheid na injectie. Misselijkheid en braken, tintelend gevoel, warmtesensaties in nek of borst, duizeligheid, malaise, vermoeidheid. Minder vaak (3-5%) zwaar gevoel op de borst of elders in het lichaam. Incidenteel angina pectoris, hartinfarct, ventriculaire aritmie en voorbijgaande hypertensie. Niet combineren met ergotamine. mogelijk met serotonerge middelen (zoals SSRI s en serotonerge TCA s) en met MAO-remmers en lithium. sulfonamiden en trimetoprim Prostatitis (acute) Cotrimoxazol is effectief bij gecompliceerde urineweginfecties sspectrum grampositieve bacteriën gramnegatieve bacteriën (enterokokken en Pseudomonas aeruginosa zijn van nature resistent; er is een matige activiteit tegen E.coli)
92 Geneesmiddelgroepen 453 het werkingsspectrum van trimethoprim is vergelijkbaar met dat van de sulfonamiden, maar trimethoprim is beter werkzaam tegen E.coli Misselijkheid, braken, anorexie, overgevoeligheidsreacties, vooral allergische huidreacties, vaker maculopapulair dan urticarieel (1-3%). Sulfonamiden kunnen de hypoglykemische effecten van orale antidiabetica (sulfonylureumderivaten) versterken. Cotrimoxazol en trimethoprim kunnen de fenytoïneconcentratie verhogen. Bij combinatie met orale anticoagulantia is de kans op bloedingen verhoogd. Contra-indicaties Niet gebruiken tijdens zwangerschap en bij gebruik van orale anticoagulantia (cumarinederivaten). Deel 2 Geneesmiddelgroepen sulfonylureumderivaten Middelen als tolbutamide, glimepiride en gliclazide bevorderen de afgifte van insuline door de bètacellen van de pancreas waardoor de glucosewaarde daalt. Ze hebben een goede respons bij 60 tot 70% van de patiënten. Ze geven een gemiddelde verlaging van het nuchtere glucosegehalte met 3 mmol/l; effecten op postprandiale waarden zijn minder constant. De tweedegeneratiepreparaten zijn op gewichtsbasis sterker werkend. 2%van de patiënten staakt het gebruik door bijwerkingen. Meest voorkomende bijwerkingen: gewichtstoename (2-5 kg), misselijkheid, braken, diarree, huidreacties, alcoholflushes en zelden agranulocytose. Verder hypoglykemie; risicofactoren daarvoor zijn leeftijd > 60 jaar, verminderde nierfunctie, slechte voedingstoestand en gebruik van meer geneesmiddelen.
93 454 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Niet-selectieve bètablokkers kunnen verschijnselen van hypoglykemie maskeren en herstel tot normoglykemie vertragen. Gelijktijdig alcoholgebruik kan flushing en hoofdpijn geven. Hoge doses salicylaten en sulfonamideantibiotica kunnen het hypoglykemische effect versterken. ACE-remmers kunnen bij het begin het hypoglykemische effect versterken. MAO-remmers kunnen een hypoglykemisch effect teweegbrengen. Corticosteroïden en thiazidediuretica hebben een bloedglucoseverhogend effect. sympathicomimetica Na intramusculaire toediening begint de werking van adrenaline (epinefrine) na 3-5 minuten. Hartkloppingen, ritmestoornissen, angst, rusteloosheid en hoofdpijn. Bètablokkers antagoneren het bètareceptorstimulerende effect. teerpreparaten Constitutioneel eczeem Teerpreparaten lijken even werkzaam als klasse 1- en 2- corticosteroïden. Onaangename geur, verkleuring van textiel, teerfolliculitis (behandeling tijdelijk stoppen en corticosteroïd geven), allergisch contacteczeem en overgevoeligheid voor licht. Neem teerlaag met plantaardige olie af en voorkom blootstelling aan zonlicht.
94 Geneesmiddelgroepen 455 tetracyclinen Acne Orale antimicrobiële middelen geven na 2-6 weken verbetering van verschijnselen. Bij acne conglobata is het effect meestal onvoldoende. Rosacea Heeft waarschijnlijk een gunstig effect (bij ongeveer 70% van de patiënten trad een verbetering op). Dermatitis perioralis Een dubbelblinde dubbeldummy gerandomiseerde studie met tetracycline (oraal 250 mg 2x daags) of metronidazolcrème 1% (2x daags) onder 108 patiënten liet na 4 en na 8 weken bij beide middelen een siginificante verbetering zien. In de tetracyclinegroep werd na 8 weken door 49 van de 51 patiënten verbetering ondervonden tegenover 41 van de 46 patiënten met lokaal metronidazol. Deel 2 Geneesmiddelgroepen sspectrum Tetracyline en doxycyline: grampositieve kokken en gramnegatieve kokken; de meeste staafvormige bacteriën (Proteus en Pseudomonas zijn meestal resistent); Chlamydia sp., Rickettsiae, Mycoplasma, spirocheten. Misselijkheid, braken en diarree. Gebitsverkleuring bij kinderen, fotosensitiviteit, pigmentatie van de huid en andere organen. Allergische reacties op tetracyclinen komen in vergelijking met penicillinen half zo vaak voor. Combinatie met aluminium-, calcium-, ijzer- en magnesiumbevattende preparaten vermindert de absorptie (zoals antacida en melk) door vorming van onoplosbare complexen. Carbamazepine en fenytoïne kunnen de doxycyclineconcentratie verlagen. Tetracyclinen kunnen de werkzaamheid van orale
95 456 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 anticonceptiva verminderen. Het advies is tijdens een kuur en tot 7 dagen daarna te zorgen voor aanvullende anticonceptie. De werking van orale anticoagulantia kan worden versterkt. Contra-indicaties Door de schadelijke werking op bot- en tandweefsel is de toepassing van tetracyclinen tijdens de gehele periode van zwangerschap alsook bij kinderen tot 8 jaar gecontra-indiceerd. Bij kinderen van 8 tot 13 jaar wordt aangeraden terughoudend te zijn met tetracyclinen, onder meer in verband met de ontwikkeling van de derde molaren. Tussen tetracyclinen onderling bestaat kruisresistentie en kruisovergevoeligheid. Aanbevolen wordt de capsules en tabletten in zittende of staande houding in te nemen met voldoende water of thee om erosies van de slokdarm te voorkomen. thiazolidinedionen Pioglitazon verlaagt de glucose-, insuline-, triglyceriden- en vetzuurplasmawaarden. Gewichtstoename (ongeveer 4 kg) door vochtretentie komt regelmatig voor. Niet gebruiken in combinatie met insuline (risico van hartfalen), kans op oedeem bij gelijktijdig gebruik met NSAID. Contra-indicaties (Anamnestisch) hartfalen, leverfunctiestoornissen (2,5 maal verhoogde ALAT-spiegel). Geadviseerd wordt de leverfunctie te controleren vóór de start van de behandeling en zo nodig bij symptomen van levertoxiciteit (anorexie, misselijkheid, braken, abdominale pijn).
96 Geneesmiddelgroepen 457 thyreomimetica Levothyroxine is werkzaam als suppletietherapie bij alle vormen van hypothyreoïdie. Ook wordt het gebruikt als toevoeging aan thyreostatica bij de behandeling van hyperthyreoïdie. Overdosering kan klachten geven zoals nervositeit, tremoren, palpitaties, hypertensie, (toename van) angina pectoris, diarree, braken, gewichtsverlies, hoofdpijn en koorts. Zelden komen overgevoeligheidsreacties of jeuk voor. Bij langdurig gebruik van hoge doses, die leiden tot te (onmeetbaar) lage TSH-spiegels, kan osteoporose optreden. Gelijktijdige inname van thyreomimetica met ijzerpreparaten, antacida, sucralfaat en cholesterolverlagende middelen moet vermeden worden; versterkt het effect van anticoagulantia. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Op een lege maag en elke dag op een vast tijdstip innemen. Laat de patiënt bij voorkeur steeds hetzelfde merk gebruiken in verband met mogelijke absorptie verschillen. thyreostatica De thionamiden (carbimazol, thiamazol) remmen de synthese van thyroxine. Bij 1-5% van de patiënten ontstaat exantheem, koorts, misselijkheid, paresthesieën, gewrichtspijnen of voorbijgaande leukopenie. Kruisovergevoeligheid tussen thyreostatica kan vóórkomen. In de eerste 3 maanden van de behandeling ontstaat bij 0,2 tot 0,5% van de patiënten agranulocytose; instrueer de patiënt bij symptomen van agranulocytose (keelpijn en koorts) direct contact op te nemen met de (dienstdoende) arts voor een citobloedonderzoek.
97 458 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Kan het effect van cumarineanticoagulantia verminderen. Zwangerschap dient tijdens het gebruik van carbimazol en thiamazol te worden voorkómen vanwege de risico van schadelijke effecten op de vrucht. Tijdens zwangerschap en lactatie heeft propylthiouracil de voorkeur. triazolen Fluconazol en itraconazol hebben een breed antimycotisch spectrum; breder dan de imidazolen. Fluconazol: misselijkheid (2%), braken, buikpijn (1%), hoofdpijn (1-2%), zelden stijging leverenzymen. Itraconazol: maag-darmstoornissen (2-5%), hoofdpijn, zelden stijging leverenzymen. Itraconazol kan de eliminatie van digoxine en carbamazepine vertragen. Maagzuurverlagende middelen verminderen de resorptie van itraconazol. Metabolisering vindt plaats via CYP-3A4 in de lever; daarom is interactie mogelijk met verschillende middelen die ook via dit enzym gemetaboliseerd worden (zoals de meeste statines) met kans op hartritmestoornissen. Fluconazol kan het effect van orale anticoagulantia, orale antidiabetica (sulfonylureumderivaten) en fenytoïne versterken. Extra controle door de trombosedienst is bij beide middelen noodzakelijk. Contra-indicaties Niet geven bij bestaande leverschade Fluconazol: Zwangerschap Itraconazol: Zwangerschap en lactatie Bij langduriger gebruik van itraconazol (> 4 weken) leverfunctie controleren.
98 Geneesmiddelgroepen 459 trombocytenaggregatieremmers TIA / CVA Acetylsalicylzuur en carbasalaatcalcium verminderen zowel de kans op het doormaken van een niet-dodelijk herseninfarct als een niet-dodelijk myocardinfarct met circa 25%. Dipyridamol heeft een relevant aanvullend preventief effect. Angina pectoris, stabiel Het nut van acetylsalicylzuur is aangetoond bij patiënten met coronairlijden, waaronder stabiele en instabiele angina pectoris. Acuut coronair syndroom Acetylsalicylzuur heeft een gunstig effect op zowel de overleving en de reïnfarcering (ook na trombolyse) als op het ontwikkelen van een CVA, naast het relatief lage risico op bijwerkingen. Clopidogrel heeft een aanvullend antitrombotisch effect; wordt tijdelijk gelijktijdig gegeven met acetylsalicylzuur bij een acuut coronair syndroom zonder ST-stijging. Deel 2 Geneesmiddelgroepen sduur: 4-6 dagen na staken van de behandeling. Acetylsalicylzuur: maag-darmstoornissen zoals misselijkheid, zuurbranden, pijn in epigastrio, zowel door lokaal als systemisch effect. Erosies of ulceraties kunnen optreden zonder dat er klachten zijn. Renale bijwerkingen: acute en chronische nierinsufficiëntie, nefrotisch syndroom, interstitiële nefritis, papilnecrose en stoornissen in de water- en elektrolytenhuishouding. Overgevoeligheidsreacties zoals bronchospasme, angio-oedeem, urticaria en huiduitslag. Verder komen hoofdpijn, verwardheid, duizeligheid en bloeddyscrasieën (zelden) voor. Astmapatiënten kunnen met een ernstige astma-aanval reageren (aangeboren overgevoeligheid). Clopidogrel: vaak maag-darmklachten: buikpijn, dyspepsie, diarree, misselijkheid; bloedingen (o.a. van maag, subcutaan en intracerebraal); verder huiduitslag en jeuk; hoofdpijn, duizeligheid, paresthesieën, leverfunctiestoornissen.
99 460 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Dipyridamol: door vasodilatatie kunnen hoofdpijn, duizeligheid, bloeddrukdaling, flushing en tachycardie optreden. Tevens maag-darmklachten: misselijkheid, diarree. Soms spierpijn en overgevoeligheidsreacties: bronchoconstrictie, huiduitslagen en urticaria. Acetylsalicylzuur: gelijktijdig corticosteroïd- of alcoholgebruik vergroot de kans op een ulcus pepticum. Bij gebruik van orale anticoagulantia geen acetylsalicylzuur gebruiken; andere NSAID s kunnen een voorbijgaande sterkere antistolling veroorzaken. Salicylaten versterken het hypoglykemisch effect van orale antidiabetica. NSAID s kunnen de natriuretische werking van diuretica verminderen of tenietdoen: controleer op oedeem of op hypertensie. NSAID s kunnen de antihypertensieve werking van ACE-remmers verminderen: controleer de bloeddruk bij gelijktijdig gebruik langer dan 2 weken. NSAID s kunnen de uitscheiding van digoxine en lithium verminderen. De dosering zo nodig verlagen. De concentratie van valproïnezuur stijgt bij gebruik van acetylsalicylzuur. Clopidogrel: versterkt de antitrombotische werking van acetylsalicylzuur; verhoogt daardoor de kans op bloedingen bij gelijktijdige toediening, ook van heparine en trombolytica. Combineer clopidogrel niet met (es)omeprazol maar kies een andere protonpompremmer, zoals pantoprazol, als een combinatie geïndiceerd is. Dipyridamol: voorzichtigheid is geboden bij ernstige corononaire vaataandoeningen. Contra-indicaties Acetylsalicylzuur: actief ulcus pepticum, gastro-intestinale bloeding, cerebrovasculaire bloeding, hemorragische diathese, bekende overgevoeligheidsreacties op een NSAID of salicylaten. Clopidogrel: ernstige leverfunctiestoornis, pathologische bloedingen (bijv. van maag en intracerebraal). Niet geven tijdens zwangerschap en lactatie. Dipyridamol: niet geven tijdens zwangerschap en lactatie.
100 Geneesmiddelgroepen 461 Bij een overdosis salicylaten kan salicylaatintoxicatie ontstaan: oorsuizen, duizeligheid, verwardheid en hoofdpijn. Geef bij allergie voor salicylaten clopidogrel. uricostatica De urinezuurspiegel wordt bij een dagelijkse dosering van 300 mg allopurinol gereduceerd met 35%. Bestaande urinezuurdepots verdwijnen vaak na 6-12 maanden. Overgevoeligheidsreacties met exantheem en jeuk (2% dan therapie staken), maag-darmklachten en zelden leukopenie. Bij 15% jichtaanval gedurende eerste maand. Bij gelijktijdig gebruik van amoxicilline is de kans op huidreacties verhoogd. Allopurinol verhoogt bij hogere doseringen de spiegel van theofylline en mogelijk van anticoagulantia. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Contra-indicaties Niet starten tijdens jichtaanval. Om de kans op een jichtaanval te verminderen moet de dosering langzaam worden opgevoerd. uricosurica Met benzbromaron daalt de uraatspiegel in serum en weefsel vocht met ongeveer 60%. Door daling van de urinezuurconcentratie kunnen bestaande neerslagen oplossen, waardoor een jichtaanval kan ontstaan (bij 15% in de eerste maand). Verder: kans op niersteenvorming, maagklachten en diarree.
101 462 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Verhoogt de bloedspiegels van penicillines, NSAID s en methotrexaat. Door acetylsalicylzuur kan het effect van probenecid worden verminderd. Contra-indicaties Niet gebruiken tijdens een jichtaanval, bij overgevoeligheid, bij nierstenen in anamnese en bij creatinineklaring < 30 ml/min. urospasmolytica Urine-incontinentie Urospasmolytica (darifenacine, solifenacine, tolterodine, oxybutynine) hebben een vrij gering extra effect (placebo-effect: 30-40%). Van flavoxaat is de werkzaamheid niet aangetoond. Verminderen de contracties van de detrusor door een antagonistisch effect op de muscarinereceptoren. Droge mond, visusproblemen, hoofdpijn, sufheid, buikpijn, misselijkheid en obstipatie. Deze anticholinerge neveneffecten komen vooral bij oxybutinine oraal voor; iets minder bij de pleister voor transdermale toediening. Combinatie met krachtige CYP3A4-remmers zoals ketoconazol en itraconazol is gecontra-indiceerd. Combinatie met matige CYP3A4-remmers zoals de macroliden, SSRI s en terbinafine kan een verhoogde blootstelling veroorzaken. Ook is voorzichtigheid geboden bij combinatie met middelen die het QT-interval verlengen. De anticholinerge (parasympathicolytische) bijwerkingen worden versterkt door combinatie met andere middelen met deze bijwerkingen, zoals de TCA s.
102 Geneesmiddelgroepen 463 vitamine B 12 Hydroxocobalamine wordt i.m. geïnjecteerd als substitutietherapie. Allergische reacties komen zelden voor. vitamine D (oraal) Colecalciferol bevordert de calcium- en fosfaatresorptie uit het maag-darmkanaal en de terugresorptie van calcium door de nieren en mobiliseert het calcium uit botweefsel. Hypercalciëmie, vooral bij hoge doseringen. Symptomen hiervan: vermoeidheid, hoofdpijn, duizeligheid, ataxie, dorst, polydipsie, polyurie, anorexie, misselijkheid, braken, diarree, convulsies. Na langere tijd: nierstenen, nierfunctiestoornis, pancreatitis, cataract. Deel 2 Geneesmiddelgroepen Gelijktijdig gebruik van digoxine kan leiden tot hartritmestoornissen. Paraffine vermindert de resorptie in de darm. Corticosteroïden kunnen de respons op colecalciferol verlagen. Contra-indicaties Hypercalciëmie, hyperparathyreoïdie, sarcoïdosis. Nierfunctie vaker controleren ingeval deze gestoord was. vitamine D3-analoga (dermaal) Psoriasis Calcipotriol is bij psoriasis ongeveer even werkzaam als corticosteroïden klasse 3 en 4 en ditranol.
103 464 Farmacotherapie voor de huisarts %: voorbijgaande irritatie, brandend, stekend gevoel, erytheem, droge huid. 2-5% eczeem, urticaria. Bij overdosering kans op hypercalciëmie. Salicylzuur inactiveert calcipotriol. Niet gebruiken bij kinderen, niet op het gezicht en niet in de lichaamsplooien, niet bij stoornissen in het calciummetabolisme. Na applicatie de handen goed wassen. zure oordruppels Otitis externa Genezingspercentages variëren van 75 tot 100% na 2 weken behandeling. Zure oordruppels (met aluminiumacetotartraat) werken antibacterieel en bevorderen de natuurlijke weerstand van de gehoorganghuid. Lokale irritatie Bij trommelvliesperforatie alleen 1 : 10 verdunde aluminiumacetotartraat oordruppels geven.
104 Deel 3 Transcriptietabellen
105 Transcriptietabellen formularium editie 2011 Generieke naam acetylsalicylzuur/metoclopramide adapaleen aluminiumacetotartraat atorvastatine azelastine benzathinebenzylpenicilline benzbromaron budesonide/formoterol bupropion candesartan candesartan/hydrochloorthiazide carbomeer chloorhexidine clemastine colecalciferol darifenacine desogestrel dimeticon dimetindeen dydrogesteron Specialiténaam Migrafin Differin Alucet Lipitor Allergodil, Oculastin, Otrivin Azelastine Penidural Desuric Symbicort Wellbutrin XR, Zyban Atacand Atacand plus Ooggel: Dry Eye, Lacrinorm, Liposic, Siccafluid gel en unidose, Thilo Tears, Vidisic Carbogel Corsodyl, Sterilon, Hibisol, Hibiscrub Tavegil Devaron Emselex Cerazette XT-Luis Fenistil Duphaston L.W. Draijer et al. (eds.), Farmacotherapie voor de huisarts DOI / , 2011 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media
106 468 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Generieke naam epinefrine voorgevulde spuit esomeprazol estradiol/dydrogesteron estradiol/norethisteron estriol feneticilline fenoterol fenoterol/ipratropium fenylefrine formoterol formeterol/beclometason formeterol/budesonide fosfomycine fusidinezuur ooggel fytomenadion glucagon voorgevulde spuit imiquimod ivermectine lactitol lansoprazol levocabastine levonorgestrel lidocaïne lidocaïne/prilocaïne lynestrenol macrogol macrogol/elektrolyten Specialiténaam Anapen, EpiPen Nexium Femoston Trisequens Synapause-E3 Broxil Berotec Berodual Visadron, Boradrine Foradil, Oxis Foster Symbicort Monuril Fucithalmic Konakion Glucagen Aldara Stromectol Importal Prezal Livocab Norlevo tab, Postinor tab, Mirena spiraal Xylocaïne Emla Orgametril Forlax Colofort, Endofalk,, Klean-Prep, Molaxole, Movicolon, Moviprep, Transipeg
107 Transcriptietabellen formularium editie Generieke naam malathion medroxyprogesteron methylprednisolon injectievloeistof natriumdocusaat/glycerol natriumdocusaat/sorbitol natriumfosfaat rectaal natriumlaurylsulfoacetaat/natriumcitraat/sorbitol niclosamide nicotinepreparaten nitrendipine norethisteron nortriptyline olopatadine oseltamivir permetrine pioglitazon pioglitazon/metformine plantago ovata poeder podofyllotoxine polymyxine-b/trimethoprim povidonjood prednisolon (oogdruppels/zalf) psylliumzaad risedroninezuur rizatriptan Specialiténaam Prioderm Depo-Provera, Megestron, Provera, Sayana Depo-Medrol, Solu-Medrol Docusaat klysma, Norgalax Klyx Colex Klysma Microlax Yomesan Nicorette, Nicotinell, Nicopass, Nicopatch, Niquitin Baypress Primolut N Nortrilen Opatanol Tamiflu Loxazol Actos Competact Metamucil, Psylliumvezels, Volcolon Condyline, Wartec Polytrim Betadine Prednisolon Minims, Pred Forte, Ultracortenol Metamucil, Plantago ovata poeder, Psylliumvezels, Volcolon Actonel Maxalt Deel 3 Transcriptietabellen
108 470 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Generieke naam salbutamol/ipratropium salmeterol salmeterol/fluticason scopolamine pleister seleensulfide sennosiden solifenacine sterculiagom thiamazol tiotropium tolterodine triamcinolonacetonide injectie ulipristal valsartan valsartan/amlodipine valsartan/hydrochloorthiazide zanamivir zolmitriptan Specialiténaam Combivent Serevent Seretide Scopoderm TTS Selsun X-Praep Vesicare Normacol Strumazol Spiriva Detrusitol Kenacort-A Ellaone Diovan Exforge Co-Diovan Relenza Zomig Specialiténaam Actonel Actos Aldara Allergodil Alucet Anapen Atacand Atacand plus Generieke naam risedroninezuur pioglitazon imiquimod azelastine aluminiumacetotartraat epinefrine voorgevulde spuit candesartan candesartan/hydrochloorthiazide
109 Transcriptietabellen formularium editie Specialiténaam Baypress Berodual Berotec Betadine Boradrine Broxil Cerazette Co-Diovan Colex Klysma Colofort Combivent Competact Condyline Corsodyl Depo-Medrol Depo Provera Desuric Detrusitol Devaron Differin Diovan Docusaat klysma Drye Eye Duphaston Ellaone Emla Emselex Endofalk EpiPen Generieke naam nitrendipine fenoterol/ipratropium fenoterol povidonjood fenylefrine feneticilline desogestrel valsartan/hydrochloorthiazide natriumfosfaat rectaal macrogol/elektrolyten salbutamol/ipratropium pioglitazon/metformine podofyllotoxine chloorhexidine methylprednisolon injectievloeistof medroxyprogesteron injectiespuit benzbromaron tolterodine colecalciferol adapaleen valsartan natriumdocusaat/glycerol carbomeer ooggel dydrogesteron ulipristal lidocaïne/prilocaïne darifenacine macrogol/elektrolyten epinefrine voorgevulde spuit Deel 3 Transcriptietabellen
110 472 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Specialiténaam Exforge Femoston Fenistil Forlax Fucithalmic Glucagen Hibisol, Hibiscrub Importal Kenacort-A Klean-Prep Klyx Konakion Lacrinorm Lipitor Liposic Livocab Loxazol Maxalt Megestron Metamucil Microlax Migrafin Mirena Molaxole Monuril Movicolon Moviprep Nexium Generieke naam valsartan/amlodipine estradiol/dydrogesteron dimetindeen macrogol fusidinezuur ooggel glucagon voorgevulde spuit chloorhexidine lactitol triamcinolonacetonide injectie macrogol/elektrolyten natriumdocusaat/sorbitol fytomenadion carbomeer ooggel atorvastatine carbomeer ooggel levocabastine permetrine rizatriptan medroxyprogesteron injectiespuit psylliumzaad, plantago ovata poeder natriumlaurylsulfoacetaat/natriumcitraat/sorbitol acetylsalicylzuur/metoclopramide levonorgestrel bevattend spiraal macrogol/elektrolyten fosfomycine macrogol/elektrolyten macrogol/elektrolyten esomeprazol
111 Transcriptietabellen formularium editie Specialiténaam Nicotinell, Nicopass, Nicorette Nicopath, Niquitin Norgalax Norlevo Normacol Nortrilen Oculastin Opatanol Orgametril Otrivin Otrivin Azelastine Penidural Polytrim Postinor Pred Forte, Prednisolon Minims Prezal Primolut N Prioderm Provera Psyllium Relenza Sayana Scopoderm TTS Selsun Seretide Serevent Siccafluid Solu-Medrol Spiriva Generieke naam nicotine vervangende middelen natriumdocusaat/glycerol levonorgestrel sterculiagom nortriptyline azelastine olopatadine lynestrenol xylometazoline azelastine benzathinebenzylpenicilline polymyxine-b/trimethoprim levonorgestrel prednisolon (oogdruppels) lansoprazol norethisteron malathion medroxyprogesteron plantago ovata poeder zanamivir medroxyprogesteron injectiespuit scopolamine pleister seleensulfide salmeterol/fluticason salmeterol carbomeer ooggel en unidose methylprednisolon injectievloeistof tiotropium Deel 3 Transcriptietabellen
112 474 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 Specialiténaam Sterilon Stromectol Strumazol Symbicort Synapause-E3 Tamiflu Tavegil Thilo Tears Transipeg Trisequens Ultracortenol Vesicare Vidisic Carbogel Visadron Volcolon Wartec Wellbutrin XR X-Praep XTLuis Xylocaïne Yomesan Zomig Zyban Generieke naam chloorhexidine ivermectin thiamazol formoterol /budesonide estriol oseltamivir clemastine carbomeer ooggel macrogol/elektrolyten estradiol/norethisteron prednisolon oogzalf solifenacine carbomeer ooggel fenylefrine psylliumzaad, plantago ovata poeder podofyllotoxine bupropion sennosiden dimeticon lidocaïne niclosamide zolmitriptan bupropion
113 Deel 4 Trefwoordenregister
114 Register De cursief gedrukte paginanummers verwijzen naar de informatie over geneesmiddelgroepen in Deel 2. a aambeien 134 aarsmaden 151 abces 200 acenocoumarol 367, atriumfibrilleren 79, diepe veneuze trombose 93, TIA/CVA bij atriumfibrilleren 51 acetylsalicylzuur 459, ACS met klachten in rust 71, ACS zonder klachten in rust 72, angina pectoris 68, atriumfibrilleren 79, hypertensie met coronaire hartziekte 62, na myocardinfarct 74, perifeer arterieel vaatlijden 89, TIA/CVA 50 acetylsalicylzuur/metoclopramide 433, migraine 43 achillespeestendinitis, hielpijn/ calcaneodynie 328 aciclovir, lokaal 376, herpes conjunctivitis 303, herpes labialis 234 aciclovir, oraal 376, herpes genitalis, profylaxe 195, herpes genitalis, zwangere 195, herpes labialis, profylaxe 234, herpes zoster 236 acne 201, conglobata 202, vulgaris 201 acne ectopica 236 acne inversa 236 acute dystonie 52 acuut coronair syndroom 71, ACS met klachten in rust 71, ACS zonder klachten in rust 72 adapaleen 450, acne vulgaris 201 aerofagie 134 aften/stomatitis aftosa 276 alcoholgebruik (problematisch) 352, onthoudingsverschijnselen 352, suppletie vitamine B alendroninezuur 383, osteoporose 335, polymyalgia rheumatica/ arteriïtis temporalis 338 alfareceptorblokkers 363 Deel 4 Register L.W. Draijer et al. (eds.), Farmacotherapie voor de huisarts DOI / , 2011 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media
115 478 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 alfuzosine 363, prostaathypertrofie 162 algeldraat/magnesiumhydroxide 365, maagklachten 120 allergisch contacteczeem 217 allergische conjunctivitis 301 allopurinol 461, jicht 331 allylaminen 364 alopecia androgenetica 204 alopecia areata 204 aluminiumacetotartraat oordruppels 464, otitis externa 298 aluminiumhydroxychloride 366, antizweetmiddel 238, pitted keratolysis 252 aluminiumkaliumsulfaat/salicylzuur 366, antizweetmiddel 238 amiloride/hydrochloorthiazide 400, hypertensie met astma/ COPD 64, hypertensie met diabetes mellitus type 2 63, hypertensie zonder comorbiditeit 61 amitriptyline 368, depressie 32, neuropathische pijn 27, trigeminusneuralgie 27 amlodipine 384, hypertensie met astma/ COPD 64, hypertensie met diabetes mellitus type 2 63, hypertensie zonder comorbiditeit 61 amoxicilline 442, acute sinusitis: afwijkend beloop 289, chlamydia, zwangere 187, COPD, exacerbatie 115, endocarditisprofylaxe 98, endometritis 183, eradicatie H. pylori 122, erythema migrans (Lyme) 227, gingivitis 280, gonorroe, zwangere 188, otitis media acuta 295, pneumonie 102 amoxicilline/clavulaanzuur 442, bijtwonden 205, bijtwondinfectie 273, epididymitis 161, keelpijn (ernstig) 291, paronychia 251, UWI, gecompliceerd 154, UWI, kinderen 156 anafylaxie 346 anemie, ijzergebrek 55, pernicieuze / foliumzuurdeficiënte 56 anesthetica (dermaal) 364 angina pectoris, stabiel 67, aanvalsbehandeling 68, onderhoudsbehandeling 68 angio-oedeem 268 angststoornissen 29, medicamenteuze therapie van angststoornissen 30, podiumvrees 30 animale mycose 221 anogenitale wratten 192 antacida 365, eerste episode van maagklachten 120 anticoagulantia (cumarinen) 367 anticonceptie, hormonaal 178 anticonceptie, spiraal 180 antidepressiva (klassieke, tricyclische) 368
116 Register 479 antidepressiva (serotonineheropnameremmers) 451 anti-emetica 126 antifibrinolytica 369 antihistaminica 370 antihistaminica (vertigo) 371 anti-jeukmiddelen (dermaal) 365 antimicrobiële middelen (lokaal) 372 antipsychotica 374 antiseptica 375 antivirale middelen, lokaal 376 antivirale middelen, oraal 376 anti-zweetmiddelen 366, pitted keratolysis 252, transpiratieklachten 238 anusfissuur 132 arteriitis temporalis 336 artritis/reumatoïde artritis 318 artrose van de hand 319 ascariasis (spoelworm) 150 astma bij kinderen 104, exacerbatie 106, t/m 6 jaar 105, vanaf 6 jaar 106 astma bij volwassenen 109, exacerbatie 111, inspanningsastma 112 atenolol 380, essentiële tremor 41 atopisch eczeem 211 atorvastatine 51, 389, angina pectoris 68, CVRM 67, na myocardinfarct 74, perifeer arterieel vaatlijden 89, TIA/CVA 50 atriumfibrilleren 75, antitrombotische behandeling 79, verlaging ventrikelfrequentie bij (mogelijk) hartfalen 78, verlaging ventrikelfrequentie zonder hartfalen 77 azelaïnezuur 377, melasma (persisterend storend) 248, rosacea (papulopustels) 261 azelastine 371, allergische rinitis 285, conjunctivitis (allergisch) 301 azijnzuur/hydrocortison oordruppels 391, otitis externa 298 azijnzuur/triamcinolonacetonide oordruppels 391, otitis externa 298 azitromycine 424, campylobacter 130, cellulitis en erysipelas 209, chlamydia 187, diarree 130, ecthyma ulcus 225, endometritis 183, epididymitis, venerisch 160, erysipeloïd 226, erythema migrans (Lyme) 227, erythrasma 229, folliculitis 232, furunculose 232, geïnfecteerd eczeem 214, geïnfecteerde bursitis 322, kinkhoest 99, mastitis puerperalis 184, morning-afterspiraal 182, otitis media acuta 295, pneumonie 102, shigella 130, uretritis, man 189 b bacteriële vaginose 176 bacteriurie, asymptomatisch 153 Deel 4 Register
117 480 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 balanitis 208 beclometason (inhalatie) 397, astma bij kinderen t/m 6 jaar 105, astma bij kinderen vanaf 6 jaar 106, astma bij volwassenen 110, COPD 115 beclometason (neusspray) 394, allergische rinitis 285, niet-allergische rinitis 287 beclometason (rectaal) 398, proctitis acute fase ( 2-6 weken ) 152, proctitis remissiefase 152 bedplassen 166 bekkenbodemoefeningen 165 beleid na myocardinfarct 73 Bell s palsy 52 bemoeilijkte mictie 162 benigne prostaathyperplasie 162 benzathinebenzylpenicilline 444, 467, recidiverende cellulitis en erysipelas 210, syfilis 198 benzbromaron 461, jicht 331 benzodiazepinen 378 benzoylperoxide 379, acne vulgaris 201 benzylbenzoaat 379, scabiës 263 benzylpenicilline 444, recidiverende cellulitis en erysipelas 210, syfilis 198 berg 266 bèta-2-sympathicomimetica (per inhalatie) 380 bètablokkers 380 betamethason 391, contacteczeem 218, dermatitis solaris, jeuk 220, droog eczeem 213, psoriasis 258 bewegingsziekte 126 biguaniden 382 bijbalontsteking 159 bijholteontsteking 288 bijtwonden 204 bijtwondinfectie 273 biosynthetisch verbanden 206 biperideen 440, acute dystonie 52 bisacodyl 418, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138 bisfosfonaten 383 bisoprolol 380, systolisch hartfalen 82 blaastraining 165 blefaritis 304 borborygmi 134 borstklierontsteking 183 botdichtheidsmeting (BDM) 333 BPH 162 BPPD, duizeligheid 38 braken 126 brandwond 206 bronchitis (acute) 101 budesonide (inhalatie) 397, astma bij kinderen t/m 6 jaar 105, astma bij kinderen vanaf 6 jaar 106, astma bij volwassenen 110, COPD 115 budesonide (neusspray) 394, allergische rinitis 285, niet-allergische rinitis 287 budesonide (rectaal) 398, proctitis acute fase ( 2-6 weken ) 152, proctitis remissiefase 152 buikgriep 128
118 Register 481 bumetanide 401, acuut hartfalen 86, diastolisch hartfalen 85, systolisch hartfalen 82 bupropion 383, stoppen met roken 354 bursitis prepatellaris & olecrani, geïnfecteerde bursitis 322, niet-geïnfecteerde bursitis 322 bursitis prepatellaris en olecrani 321 buspiron 384, angststoornissen 30 c calcipotriol 463, psoriasis 258 calciumantagonisten 384 calciumcarbonaat 386, osteoporose 335, polymyalgia rheumatica/ arteriïtis temporalis 338 calciumcarbonaat/lactogluconaat 386, osteoporose 335 calciumpreparaten 386 Campylobacter 130 candesartan 448, systolisch hartfalen 82 candida-balanitis 208 candida-vulvovaginitis 176 candidiasis, oraal 281 captopril 448, CVRM bij hypertensie zonder comorbiditeit 61 carbamazepine 386, neuropathische pijn 27, trigeminusneuralgie 27 carbasalaatcalcium (NSAID) 433, algemeen schema pijnbestrijding 21, koorts 350, migraine 43 carbasalaatcalcium (TAR) 459, ACS met klachten in rust 71, ACS zonder klachten in rust 72, na myocardinfarct 74, TIA/CVA 50 carbomeer 417, droge ogen 308, perifere aangezichtsverlamming 54 cardiovasculair risicomanagement (CVRM) 59, cholesterolverlaging 66, hypertensie met astma/ COPD 64, hypertensie met coronaire hartziekte 62, hypertensie met diabetes mellitus type 2 63, hypertensie zonder comorbiditeit 61 carpaletunnelsyndroom 323 carvedilol 380, systolisch hartfalen 82 cefalosporinen 387 cefotaxim 387, epididymitis, venerisch 160, gonorroe 188, PID 191, uretritis, man 189 cefuroxim 387, epididymitis, venerisch 160, gonorroe 188, uretritis, man 189 cellulitis en erysipelas 208, recidiverend 210 cetirizine 370, allergische rinitis 285, conjunctivitis (allergisch) 301, hinderlijke jeuk bij waterpokken 271 Deel 4 Register
119 482 Farmacotherapie voor de huisarts 2011, pruritis senilis 257, urticaria 269 cetomacrogol 411, contacteczeem 218, dermatitis perioralis 219, droge huid 224, droog eczeem 213, herpes labialis 234 chalazion 305 cheilitis angularis 283 chinolonen 388 chlamydia-infectie 186 chloasma 247 chlooramfenicol 372, bacteriële conjunctivitis 303, cornea-erosie 307 chloordiazepoxide 378, alcoholonthouding 352 chloorethylspray, abces 200 chloorhexidine 375, aften 276, foetor ex ore 279, furunculose 232, gingivitis 280 chloortalidon 402, hartfalen, diastolisch 85, hartfalen, systolisch 82, hypertensie met astma/ COPD 64, hypertensie met coronaire hartziekte 62, hypertensie met diabetes mellitus type 2 63, hypertensie zonder comorbiditeit 61 cholesterolsyntheseremmers 389 ciclopirox 408, dermatomycosen 222 cimetidine 406, maagklachten 120 cinnarizine 371, bewegingsziekte 127 ciprofloxacine 388, epididymitis, venerisch 160, gonorroe 188, salmonella 130, shigella 130, uretritis, man 189, UWI, gecompliceerd 155, yersinia 131 claritromycine 424, cellulitis en erysipelas 209, ecthyma ulcus 225, endometritis 183, eradicatie H. pylori 122, erythrasma 229, furunculose 232, geïnfecteerde bursitis 322, mastitis puerperalis 184, oppervlakkige folliculitis 230, otitis media acuta 295, pneumonie 102, recidief cellulitis, erysipelas 210 clavus 245 clemastine 370, anafylaxie 346 climacteriële klachten 172 clindamycine, lokaal 372, acne vulgaris 201, hidradenitis 237 clindamycine, oraal 424, bijtwonden 205, endocarditisprofylaxe, geïnfecteerd weefsel 97, endocarditisprofylaxe, tandheelkunde 98 clobetasol 391, psoriasis 258 clomipramine 368, angststoornissen 30 clonazepam 378, restless legs 48 clonidine 389, climacteriële klachten 173
120 Register 483 clopidogrel 459, angina pectoris 68, hypertensie met coronaire hartziekte 62, na myocardinfarct 74, perifeer arterieel vaatlijden 89, TIA/CVA 50 clorazepinezuur, psychose (acute) 35 clotrimazol 409, candida-vulvovaginitis 176 clusterhoofdpijn 47 Cockcroft en Gault, formule van 15 codeïne 407, 438, algemeen schema pijnbestrijding 21, prikkelhoest 99 colchicine 390, jicht 330 colecalciferol 463, osteoporose 336, polymyalgia rheumatica/ arteriïtis temporalis 338 colitis ulcerosa (proctitis) 151 combinatiepil 178 comedonen 201 condylomata acuminata 192 conjunctivitis (allergisch) 301 conjunctivitis (door contactallergie) 306 conjunctivitis (infectieus) 302, bacteriële conjunctivitis 303, herpes conjunctivitis 303 constitutioneel eczeem 211, droog eczeem 213, eczeem behaarde hoofd 213, geïnfecteerd eczeem 214, heftig jeukend eczeem 214, niet droog eczeem 212 contacteczeem 217 Contralumen Ultra 220 COPD 113, acute exacerbatie COPD 115, COPD 115 corneabeschadiging 307 corpus alienum in oog 307 corticosteroïd oogdruppels 390 corticosteroïden, dermaal 391, injectie 393, neusspray 394, oogdruppels 390, oraal 395, per inhalatie 397, rectaal 398 corticosteroïdzure oordruppels 391 cotrimoxazol 452, epididymitis 161, otitis media acuta 295, salmonella 130, shigella 130, UWI, gecompliceerd 155, UWI, kinderen 156, yersinia 131 cromoglicinezuur 398, allergische rinitis 285 cromonen 398 cryotherapie (condylomata) 192 cyclizine 371, bewegingsziekte 127, misselijk/braken bij zwangerschap 127 cystitis 153 d dalteparine 417, diepe veneuze trombose 93 darifenacine 462, urge-incontinentie 165 dauwworm 211 decompensatio cordis 80 delier Deel 4 Register
121 484 Farmacotherapie voor de huisarts 2011, alcohol- of benzodiazepineonttrekking 34, ouderen 33 dementie met gedragsstoornissen 34 depressie 31 dermatitis perioralis 218 dermatitis solaris 220 dermatomycosen 221 desinfectantia 375 desinfecterende zeep 231 desmopressine 398, enuresis nocturna 166 desogestrel 446, hormonale anticonceptie 178 dexamethason 393, anafylaxie 346, pseudokroep 104 diabetes mellitus type diarree 128 diarree (acute), met ernstig ziekzijn 130, reizigersdiarree 129 diazepam 378, angststoornissen 30, depressie 32, epileptisch insult 39, koortsconvulsie 40, slapeloosheid 37 diclofenac/misoprostol 433, algemeen schema pijnbestrijding 21, artritis/reumatoïde artritis 319, artrose van de hand 320, gonartrose 326, jicht 330, tendovaginitis van De Quervain 342, tromboflebitis 96 diclofenac-natrium 433, algemeen schema pijnbestrijding 21, artritis/reumatoïde artritis 319, artrose van de hand 320, dysmenorroe 175, gonartrose 326, jicht 330, koliekpijn (galsteen) 26, migraine 43, migraine rond menstruatie 44, niersteenkoliek 164, schouderklachten 340, tendovaginitis van De Quervain 342, tromboflebitis 96, vaginaal bloedverlies 169 diepe dermatomycosen 222 diepe folliculitis 231 diepe veneuze trombose 92 digoxine 399, atriumfibrilleren met (mogelijk) hartfalen 78, atriumfibrilleren zonder hartfalen 77, systolisch hartfalen 82 diltiazem 384, angina pectoris 68, atriumfibrilleren zonder hartfalen 77 dimeticon 134 dimetindeen 370, heftig jeukend eczeem 214, urticaria 269 dioralyte 129 dipyridamol 459, thrombocytenaggregatieremmers + statine 50 ditranol 400, psoriasis 258 diuretica (kaliumsparend) 400 diuretica (lis-) 401
122 Register 485 diuretica (thiazide-) 402 docusinezuur 419, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138 docusinezuur/sorbitol 419, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138 domperidon 403, draaiduizeligheid 38, migraine 43, misselijkheid 126 dopamine-antagonisten 403 doxycycline 455, acne vulgaris 201, acute sinusitis: afwijkend beloop 289, bijtwonden 205, chlamydia 187, COPD, exacerbatie 115, epididymitis venerisch 160, erythema migrans (Lyme) 227, morning-afterspiraal 182, PID 191, pneumonie 102, syfilis 198, uretritis, man 189 droge huid 223 droge mond 277 droge ogen 308 duizeligheid 38 duodenitis 124 dysmenorroe 174 dyspneu (palliatieve zorg) 117 e ecthyma ulcus 225 eczeem 211 eksteroog 245 enalapril 448, hartfalen, diastolisch 85, hartfalen, systolisch 82, hypertensie met astma/ COPD 64, hypertensie met coronaire hartziekte 62, hypertensie met diabetes mellitus type 2 63, hypertensie zonder comorbiditeit 61 endocarditisprofylaxe 96, ingrepen in geïnfecteerd weefsel 97, tandheelkundige behandeling 98 endometritis puerperalis 183 endoscopie (maag) 124 enoxaparine 417, diepe veneuze trombose 93 Entamoeba histolytica 130 enterobiasis (aarsmaden) 151 enuresis nocturna 166 epicondylitis 324 epididymitis, acute 159, niet venerisch 161, venerisch 160 epileptisch insult 39 epinefrine 454, anafylaxie 346 episcleritis 309 eradicatiekuur (H. pylori) 122 erectiele disfunctie 167 ergotamine/coffeine 403, migraine 43 erosieve gastritis 124 erysipelas 208 erysipeloïd 226 erythema migrans (Lyme) 226 erythrasma 229 erytromycine, lokaal 372, acne vulgaris 201, pitted keratolysis 252 erytromycine, oraal 424, acne vulgaris 201, chlamydia 187 Deel 4 Register
123 486 Farmacotherapie voor de huisarts 2011, ecthyma ulcus 225, endometritis 183, erythrasma 229, folliculitis 230, furunculose 232, geïnfecteerde bursitis 322, kinkhoest 99, mastitis puerperalis 184, pneumonie 102 estradiol, lokaal, urogenitale atrofie 173 estradiol, oraal 437, climacteriële klachten 172 estriol, lokaal 438, urogenitale atrofie 173, UWI profylaxe postmenopauzaal 155 ethinylestradiol/levonorgestrel 436, climacteriële klachten 172, dysmenorroe 175, hormonale anticonceptie 178, vaginaal bloedverlies 169 ethinylestradiol/lynestrenol 436, climacteriële klachten 172, dysmenorroe 175, hormonale anticonceptie 178, vaginaal bloedverlies 169 ethinylestradiol/norethisteron 436, climacteriële klachten 172, dysmenorroe 175, hormonale anticonceptie 178, vaginaal bloedverlies 169 exostose van Haglund, hielpijn/ calcaneodynie 328 f famciclovir 376, herpes genitalis 195, herpes zoster 236 famotidine 406, maagklachten 120 fasciitis plantaris /hielspoor, hielpijn/calcaneodynie 328 fecale impactie, kind 145 fecale impactie, volwassene 139 feneticilline 444, ecthyma ulcus 225, keelpijn (ernstig) 291, recidief cellulitis, erysipelas 210 fenoxymethylpenicilline 444, ecthyma ulcus 225, erysipeloïd 226, recidief cellulitis / erysipelas 210 fenprocoumon 367, atriumfibrilleren 79, diepe veneuze trombose 93, TIA/CVA bij atriumfibrilleren 51 fentanyl 438, ACS met klachten in rust 71, acute (traumatische) pijn 28, algemeen schema pijnbestrijding 21 fenylefrine, conjunctivitis (contactallergische) 306 ferrofumaraat 408, anemie (ijzergebrek) 55 fijt 251 fissura ani 132 flatulentie 134 flucloxacilline 444, cellulitis en erysipelas 209, ecthyma ulcus 225, endocarditisprofylaxe 97, folliculitis 230, furunculose 232, geïnfecteerd eczeem 214, geïnfecteerde bursitis 322, impetigo 242
124 Register 487, mastitis puerperalis 184, otitis externa 298, wondinfectie 273 fluconazol 458, candida-balanitis 208, candida-vulvovaginitis 176, candidiasis (oraal) 282 fluor vaginalis 175 flushing (rosacea) 261 fluticason 394, 397, allergische rinitis 285, astma, kinderen t/m 6 jaar 105, astma, kinderen vanaf 6 jaar 106, astma, volwassenen 110, COPD 115, niet-allergische rinitis 287 fluvoxamine 451, angststoornissen 30, depressie 32 foetor ex ore/halitosis 278 foliumzuur 404, foliumzuurdeficiëntie 56, foliumzuursuppletie bij zwangerschap(swens) 57 foliumzuursuppletie (profylactisch) 57 folliculitis, diep 231 folliculitis, oppervlakkig 230 formoterol 380, astma 110, COPD 115, inspanningsastma 112 fosfodiesterase-5-remmers 404, erectiele disfunctie 168 fosfomycine 405, UWI, ongecompliceerd 154 functionele maagklachten 125 furosemide 401, acuut hartfalen 86, diastolisch hartfalen 85, systolisch hartfalen 82 furunculose 231 furunkel 231 fusidinezuur 372, bacteriële conjunctivitis 303, blefaritis 304, erythrasma 229, furunculose 232, geïnfecteerd eczeem 214, geïnfecteerde schaafwond 265, impetigo 242, intertrigo 244, stomatitis angularis 283 g galbulten 268 gastritis (erosieve) 124 gastroscopie 124 Giardia lamblia 130 gingivitis 280 gliclazide 453, diabetes mellitus type glimepiride 453, diabetes mellitus type glucagon 406, hypoglykemisch (sub)coma 314 glucose 406, hypoglykemisch (sub)coma 314 gonartrose 325 gonorroe 187 gordelroos 235 griep 348 h H. pylori, eradicatie 122 H. pylori-diagnostiek 122 H2-receptorantagonisten 406 haarnestcyste 267 haaruitval 204 halitosis 278 haloperidol 374 Deel 4 Register
125 488 Farmacotherapie voor de huisarts 2011, acute psychose 35, delier 34, dementie met onrust 35 handschimmel 222 hartfalen 80, acuut hartfalen 86, diastolisch hartfalen 85, systolisch hartfalen 82 hemorroïden 134 herpes genitalis 193, met geringe klachten 194, primo-infectie of recidief met ernstige klachten 195, profylaxe bij frequente recidieven en bij immunosuppressie 195 herpes labialis 233, preventie recidieven 234 herpes zoster 235 herpes-simplexvirus 233 hidradenitis 236 hielpijn/calcaneodynie 328 hielspoor 329 hoesten 99, kinkhoest 99, prikkelhoest 99 hoestprikkeldempende middelen 407 hoofdluis 238 hoofdpijn, clusterhoofdpijn 47, migraine bij kinderen 46, migraine bij volwassenen 42, spanningshoofdpijn 42, trigeminusneuralgie 27 hoofdroos 266 hooikoorts, conjunctivitis (allergisch) 301, rinitis (allergisch) 284 hordeolum 304 hormonale anticonceptie 178, combinatiepil vergeten 179 humaan papillomavirus 192 hydrochloorthiazide 402, hartfalen, diastolisch 85, hartfalen, systolisch 82, hypertensie met astma/ COPD 64, hypertensie met coronaire hartziekte 62, hypertensie met diabetes mellitus type 2 63, hypertensie zonder comorbiditeit 61 hydrocolloïd verband 206 hydrocortison-acetaat 391, contacteczeem 218, dermatitis solaris, jeuk 220, droog eczeem 213, hemorroïden 135, intertrigo 244, pruritis senilis 257, pruritus ani 255, seborroïsch eczeem 266 hydrocortison-butyraat 391, eczeem behaarde hoofd 213, hoofdroos 266, psoriasis 259 hydrokinine 407, nachtelijke spierkrampen 49 hydroxocobalamine 463, vitamine-b12-deficiëntie 56 hydroxypiridonen 408 hydroxyzine 370, heftig jeukend eczeem 214, urticaria 269 hyperemesis gravidarum 126 hyperhidrosis 237 hyperthyreoïdie 316 hypoglykemie 314 hypothyreoïdie 314 hypromellose 417, droge ogen 308
126 Register 489 i IBS 148 ibuprofen 433, algemeen schema pijnbestrijding 21, artritis/reumatoïde artritis 319, artrose van de hand 320, dysmenorroe 175, gonartrose 326, jicht 330, koorts 350, migraine 43, migraine bij kinderen 46, migraine rond menstruatie 44, schouderklachten 340, tendovaginitis van De Quervain 342, tromboflebitis 96, vaginaal bloedverlies 169 ijzergebreksanemie 55 ijzerpreparaten 408 imidazolen 409 imipramine 368, angststoornissen 30, depressie 32 imiquimod 410, condylomata acuminata 193 impetigo 241 incontinentie 165 indifferente huidmiddelen 411 influenza / griep, postexpositieprofylaxe 349 influenza/griep 348, antivirale middelen 349 insuline 412, diabetes mellitus type intermenstrueel bloedverlies 169 intertrigo 243 ipratropium 441, COPD 115, exacerbatie astma 111 isosorbidedinitraat 432, ACS met klachten in rust 71, ACS zonder klachten in rust 72, acuut hartfalen 86, angina pectoris 68 isosorbidedinitraat crème 431, fissura ani 133 isosorbidemononitraat 432, angina pectoris 68 isotretinoïne 414, ernstige acne of acne conglobata 202 itraconazol 458, candida-vulvovaginitis 176, candidiasis (oraal) 282, onychomycose vingernagels 250, pityriasis versicolor 254 IUD 416, anticonceptie 181, bloedverlies 170, morning-after 182, PID 190 ivermectine 414, scabiës 263 j jacuzzidermatitis 230 jeugdpuistjes 201 jeuk, ouderen 256, perianaal 254, urticaria 268, waterpokken 271 jicht 329, acute jichtaanval 330, urinezuurverlagende therapie bij jicht 331 k kalknagels 250 karbunkel 231 Deel 4 Register
127 490 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 keelpijn (acute) 291 keratoconjunctivitis photoelectrica (lasogen) 309 keratoconjunctivitis sicca 308 keratolysis plantare sulcatum 252 keratolytica 415, hinderlijke droge huid, schilfering of kloven 224, overmatige eeltvormingonder de voet 246, wratten/verrucae vulgaris 275 ketoconazol 409, seborroïsch eczeem 266 kinderwratten 249 kinkhoest 99 kleerluis 238 kloven 223 klysma, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138 koelzalf (unguentum leniens) 411, contacteczeem 218, droge huid 224, droog eczeem 213, pruritis senilis 257 koliekpijn, galsteen 26, niersteen 163 koolteer 454, droog eczeem 213 koorts 350 koortsconvulsie 40 koortslip 233 koperspiraal 416, anticonceptie 181, morning-after 182 krentenbaard 241 kunsttraanvocht 417 l laagmoleculairgewicht heparinen (LMWH) 417 lactitol 420, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138, prikkelbare darm 149 lactulose 420, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138, prikkelbare darm 149 lanette 411, droge huid 224, droog eczeem 213 lansoprazol 447, eradicatie H. pylori 122, maagbescherming (NSAID s) 21, maagklachten 124 lasogen 309 laxantia, contact 418 laxantia, emollentia 419 laxantia, osmotisch 420 laxantia, volumevergrotend 421 leukotriënenantagonisten 423 levocabastine 371, allergische rinitis 285, conjunctivitis (allergisch) 301 levonorgestrel 446, morning-afterpil 182, vaginaal bloedverlies 169, vaginaal bloedverlies door IUD 170 levonorgestrel afgevend spiraal 446, anticonceptie 181 levonorgestrelafgevend spiraal, vaginaal bloedverlies 169 levothyroxine 457, hyperthyreoïdie 316, hypothyreoïdie 315 lidocaine (dermaal) 364, aften 276, fissura ani 133, hemorroïden 135
128 Register 491, herpes genitalis 194, herpes labialis 234, hinderlijke jeuk bij pruritis senilis 257 lidocaine (injectie), epicondylitis 325, schouderklachten 340, tractus iliotibialis frictiesyndroom 344 lidocaine/levomenthol 365, dermatitis solaris, jeuk 220, hinderlijke jeuk bij waterpokken 271, urticaria 269 lidocaïne/prilocaïne 468 likdoorn/eksteroog/clavus 245 lintworm 151 lisinopril 448, diastolisch hartfalen 85, systolisch hartfalen 82 loperamide 423, diarree 129 loratadine 370, allergische rinitis 285, conjunctivitis (allergisch) 301, hinderlijke jeuk bij waterpokken 271, pruritis senilis 257, urticaria 269 lorazepam 378, acute psychose 35, alcohol- of benzodiazepineonttrekking 34, delier 34, slapeloosheid 37 losartan 448, hypertensie met astma/ COPD 64, hypertensie met coronaire hartziekte 62, hypertensie met diabetes mellitus 2 63, hypertensie zonder comorbiditeit 61, na myocardinfarct 74, raynaudfenomeen 90 lues 197 luieruitslag 246 luis 238 Lyme, ziekte van 226 lynestrenol 446, 468, vaginaal bloedverlies 170 m maagklachten; beleid na gastroscopie 124, andere gastroscopische afwijkingen 125 maagklachten; eerste episode 119 maagklachten; persisterend of recidiverend 121 maagzweer 125 macrogol 421, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138 macrogol/zouten 421, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138 macroliden 424 maden 149 magnesiumoxide 420, obstipatie, volwassenen 138 malathion 425, hoofdluis 240 mastitis puerperalis 183 mebendazol 426, enterobiasis (aarsmaden) 151 meclozine 371, bewegingsziekte 127, misselijk/braken bij zwangerschap 127 medroxyprogesteron 446, hormonale anticonceptie 178 Deel 4 Register
129 492 Farmacotherapie voor de huisarts 2011, vaginaal bloedverlies 170 melasma (chloasma) 247 meloxicam 433, algemeen schema pijnbestrijding 21 menopauze 172 menorragie 169 menstruatiepijn 174 meralgia paresthetica 333 mesalazine 426, proctitis 152 meteorisme 134 metformine 382, diabetes mellitus type methylprednisolon 393, epicondylitis 325, gonartrose 326, hielklachten 329, jicht 330, niet-geïnfecteerde bursitis 322, schouderklachten 340, tractus iliotibialis frictiesyndroom 344 methylprednisolon/lidocaine 393, niet-geïnfecteerde bursitis 322, schouderklachten 340, tractus iliotibialis frictiesyndroom 344 metoclopramide 403, draaiduizeligheid 38, migraine 43, misselijkheid 126 metoprolol 380, ACS zonder klachten in rust 72, angina pectoris 68, atriumfibrilleren zonder hartfalen 77, hartfalen, diastolisch 85, hartfalen, systolisch 82, hypertensie met astma/ COPD 64, hypertensie met diabetes mellitus type 2 63, hypertensie zonder comorbiditeit 61, hyperthyreoïdie 316, migraine 44, migraine rond menstruatie 44, na myocardinfarct 74 metronidazol lokaal 372, dermatitis perioralis 219, rosacea (papulopustels) 261 metronidazol oraal 427, bacteriële vaginose 176, endometritis 183, entamoeba histolytica 130, eradicatie H. pylori 122, giardia lamblia 130, PID 191, trichomoniasis 199 miconazol 409, candida-balanitis 208, candida-vulvovaginitis 176, candidiasis (oraal) 282, dermatomycosen 222, erythrasma 229, intertrigo 244, luierdermatitis 247, otitis externa 298, pitted keratolysis 252, pityriasis versicolor 254, stomatitis angularis 283 mictieklachten 162 midazolam 378, epileptisch insult 39, verstikking 118 middenoorontsteking 294 migraine bij kinderen 46 migraine bij volwassenen 42, aanvalsbehandeling 43, profylaxe 44
130 Register 493, profylaxe rond menstruatie 44 minipil 178 misselijkheid 126, bewegingsziekte 127, symptomatische behandeling 126, tijdens zwangerschap 127 mocassinpatroon 222 mollusca contagiosa 249 mometason 394, allergische rinitis 285, niet-allergische rinitis 287 mondhoekragaden 283 montelukast 423, astma, volwassenen 110 morfine 438, ACS met klachten in rust 71, acuut hartfalen 86, algemeen schema pijnbestrijding 21, dyspneu (ernstig) 118, koliekpijn (galsteen) 26, niersteenkoliek 164 morning-aftermethoden 181, pil 182, spiraal 182 mupirocine 372 mycotisch intertrigo 222 mycotisch sycosis barbae 222 n nachtelijke spierkrampen 49 nadroparine 417, diepe veneuze trombose 93 naloxon 428, opiaatintoxicatie 351 naproxen 433, algemeen schema pijnbestrijding 21, artritis/reumatoïde artritis 319, dysmenorroe 175, jicht 330, migraine 43, migraine rond menstruatie 44, schouderklachten 340, tendovaginitis van De Quervain 342, tromboflebitis 96, vaginaal bloedverlies 169 nasale decongestiva 428 natriumdocusaat (docusinezuur) 419 natriumfosfaten 419, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138 natriumlaurylsulfoacetaat 469 natriumlaurylsulfoacet/sorbitol 419, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138 negenoog 231 Neisseria gonorrhoea 187 netelroos 268 neten 196 neuraminidaseremmers 429 neuropathische pijn 27, postherpetische neuralgie 235, trigeminusneuralgie 27 neusbijholte ontsteking 288 niclosamide 430, taeniasis (lintworm) 151 nicotinevervangende middelen 430, stoppen met roken 354 niersteenlijden 163 nifedipine 384, angina pectoris 68, raynaudfenomeen 90, wintertenen / perniones 91 nitraathoudende zalf/crème 431 nitraten 432 nitrazepam 378 Deel 4 Register
131 494 Farmacotherapie voor de huisarts 2011, slapeloosheid 37 nitrendipine 384, hypertensie met astma/ COPD 64, hypertensie met diabetes mellitus type 2 63, hypertensie zonder comorbiditeit 61 nitrofurantoine 433, UWI, gecompliceerd 154, UWI, kinderen 156, UWI, ongecompliceerd 154, UWI, profylaxe 155 nitroglycerine 432, ACS met klachten in rust 71, ACS zonder klachten in rust 72, acuut hartfalen 86, angina pectoris 68 nizatidine 406, maagklachten 120 norethisteron 446, 468, vaginaal bloedverlies 170 norfloxacine 388 nortriptyline 368, depressie 32, neuropathische pijn 27, stoppen met roken 354, trigeminusneuralgie 27 noscapine 407, prikkelhoest 99 NSAID s 433 nystatinesuspensie 445, candidiasis (oraal) 282 o obesitas 357 obstipatie, kinderen 141, met fecale impactie 145, zonder fecale impactie 143 obstipatie, volwassenen 136, met fecale impactie 139, zonder fecale impactie 138 oesofagitis (reflux) 124 oestrogeen/progestageen combinatiepreparaten 436, hormonale anticonceptie 178 oestrogenen 437, climacteriële klachten 172, migraine 44 oestrogenen (lokaal) 438 ofloxacine 388, PID 191 olopatadine 371, conjunctivitis (allergisch) 301 omeprazol 447, eradicatie H. pylori 122, maagbescherming (NSAID s) 21, maagklachten 124 omloop 251 onychomycose 250, teennagels 250, vingernagels 250 oogzalf 417, perifere aangezichtsverlamming 54 oorpijn 294 opiaatagonisten (opiaten) 438 opiaatintoxicatie 351 opvliegers 172 ors 450, acute-/reizigersdiarree 129 ortho-ergisch contacteczeem 217 oseltamivir 429, influenza 349, postexpositieprofylaxe 349 osteoporose 333, preventie met bisfosfonaten 335, preventie met calcium 335, preventie met vitamine D 336 otitis externa 297
132 Register 495 otitis media acuta (oma) 294, antimicrobiële therapie 295, symptomatische behandeling 295 overgangsklachten 172 oxazepam 378, alcoholonthouding 352, angststoornissen 30, depressie 32 oxybuprocaine 364, lasogen 309 oxybutynine 462, ruge-incontinentie 165 oxycodon 438, algemeen schema pijnbestrijding 21 oxyuriasis (aarsmaden) 151 p panaritium/paronychia 251 pantoprazol 447, eradicatie H. pylori 122, maagbescherming (NSAID s) 21, maagklachten 124 paracetamol 439, algemeen schema pijnbestrijding 21, artrose van de hand 320, dysmenorroe 175, gonartrose 326, koorts 350, migraine 43, migraine bij kinderen 46, otitis media acuta 295, schouderklachten 340, tendovaginitis van De Quervain 342 parasympathicolytica 440 parasympathicolytica (bewegingsziekte) 440 parasympathicolytica (biperideen) 440 parasympathicolytica (per inhalatie) 441 parasympathicomimetica 441 paronychia 251 paroxetine 451, angststoornissen 30, depressie 32 PDE-5-remmers 404 pediculosis pubis 196 pelvic inflammatory disease (PID) 190 penicilline, breed 442 penicilline, smal 444 perifeer arterieel vaatlijden (PAV) 88 perifere aangezichtsverlamming 52 perindopril 448, na myocardinfarct 74 permetrine 448, hoofdluis 240, scabiës 263, schaamluis 196 pernicieuze / foliumzuurdeficiënte anemie 56, foliumzuurdeficiëntie 56, vitamine-b12-deficiëntie 56 PHN 235 Phthirus pubis 196 PID 190 pijn, acute traumatische 28, algemeen 21, koliekpijn (galsteen) 26, koliekpijn (niersteen) 163, neuropathisch 27 pilocarpine 441, hinderlijke droge mond 278 pioglitazon 456, diabetes mellitus type pitted keratolysis 252 pityriasis versicolor 253 plantago ovata 421, 469 Deel 4 Register
133 496 Farmacotherapie voor de huisarts 2011, hemorroïden 135, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138, prikkelbare darm 149 PLE 220 pneumonie 101 podiumvrees, medicamenteuze therapie van podiumvrees 30 podofyllotoxine 445, condylomata acuminata 193 poepdagboek 141 polyenen 445 polymorfe lichteruptie (PLE) 220 polymyalgia rheumatica/arteriitis temporalis 336 polymyxine 372, bacteriële conjunctivitis 303, otitis externa 298 postherpetische neuralgie (PHN) 235 postmenopauzaal bloedverlies 169 povidonjodium 375, furunculose 232, geïnfecteerde schaafwond 265 povidonjood zalfgaas 206 PPI s 447 pramipexol, restless legs 48 pravastatine 389, angina pectoris 68, CVRM 67, na myocardinfarct 74, perifeer arterieel vaatlijden 89, TIA/CVA 50 prednisolon 395, COPD, exacerbatie 115, dermatitis solaris, jeuk 220, exacerbatie astma, kinderen 106, exacerbatie astma, volwassenen 111, jicht 330, perifere aangezichtsverlamming 54, polymyalgia rheumatica/ arteriitis temporalis 338 prednisolon (injectie) 393, bursitis (prepatellaris, olecrani) 322, tractus iliotibialis frictiesyndroom 344 prednisolon (oogdruppels) 390, conjunctivitis (allergisch) 301, conjunctivitis (contactallergisch) 306, episcleritis 309 prednison 395, acuut angio-oedeem 269, COPD, exacerbatie 115, dermatitis solaris, jeuk 220, exacerbatie astma, kinderen 106, exacerbatie astma, volwassenen 111, polymyalgia rheumatica/ arteriïtis temporalis 338, urticaria 269 prikkelbaredarmsyndroom 148 prikpil 178 proctitis 151 profylaxe postcoïtum, urineweginfectie 153 progestagenen 446 promethazine 370, heftig jeukend eczeem 214 propranolol 380, essentiële tremor 41, hyperthyreoïdie 316, migraine 44, migraine rond menstruatie 44, podiumvrees 30 prostaathyperplasie 162
134 Register 497 prostatitis 159 protonpomremmers 447, algemeen schema pijnbestrijding 21, overige maagklachten 122 pruritus ani 254 pruritus senilis 256 pseudokroep 104 psoriasis 257, behaarde hoofd 259, in gezicht of lichaamsplooien of bij kinderen >2 jaar 259, lichaam 258 psychose (acute) 35 psylliumzaad 421, hemorroïden 135, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138, prikkelbare darm 149 puistjes 201 pyelonefritis 153, gecompliceerde urineweginfectie (met weefselinvasie of hoog risico) 155 pyretrinen en pyretroïden 448 q quadrupeltherapie 122 r ranitidine 406, maagklachten 120 RAS-remmers 448 raynaudfenomeen 90 refluxklachten 122 refluxoesofagitis 124 rehydratievloeistof 450, acute diarree en reizigersdiarree 129 reisziekte 126 reizigersdiarree 128 restless legs 48 retinoïden (dermaal) 450 retinoïden, lokaal 450 reumatoïde artritis 318 rhinofyma 261 ringworm 222 rinitis (allergisch) 284 rinitis (niet-allergisch) 287 risedroninezuur 383, osteoporose 335, polymyalgia rheumatica/ arteriitis temporalis 338 roken stoppen 353 roodvonk 291 roos 266 ropirinol, restless legs 48 rosacea 261 ructus 134 s salbutamol 380, astma, kinderen t/m 6 jaar 105, astma, kinderen vanaf 6 jaar 106, astma, volwassenen 110, COPD 115, exacerbatie astma, kinderen 106, exacerbatie astma, volwassenen 111, inspanningsastma 112 salicylzuur 415, overmatige eeltvorming/likdoorn 246, psoriasis 258, wratten/verrucae vulgaris 275 salmeterol 380, astma 110, COPD 115, inspanningsastma 112 Salmonella (non-tyfi) 130 scabiës 262 Deel 4 Register
135 498 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 schaafwonden 264 schaamluis 196 schouderklachten 340 schurft 262 scopolamine 440, bewegingsziekte 127 seborroïsch eczeem 266 seksueel overdraagbare aandoening (soa) 186 seleensulfide 451, pityriasis versicolor 254 sennosiden 418, obstipatie, volwassenen 138 serotonineheropnameremmers (SSRI s) 451 serotoninereceptoragonisten (triptanen) 452 sertraline 451, depressie 32 Shigella 130 sildenafil 404, erectiele disfunctie 168 simvastatine 389, angina pectoris 68, CVRM 67, na myocardinfarct 74, perifeer arterieel vaatlijden 89, TIA/CVA 50 sinus pilonidalis 267 sinusitis (acuut) 288 slaapproblemen 36 smetplekken 243 sneeuwblindheid 309 soa 186 solifenacine 462, urge-incontinentie 165 spanningshoofdpijn 42 spiraal, anticonceptie 181, bloedverlies 170, morning-after 182, PID 190 spironolacton 400, systolisch hartfalen 82 spoelworm 150 spruw 281 steenpuist 231 sterculiagom 421, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138 stomatitis aftosa 276 stomatitis angularis/perlèche 283 stressincontinentie 165 strontje 304 struma 316 sub-50-combinatiepil 178 sulfonamiden 452 sulfonylureumderivaten 453 sumatriptan 452, clusterhoofdpijn 47, migraine 43 syfilis 197 sympathicomimetica 454 t tadalafil 404, erectiele disfunctie 168 taeniasis (lintworm) 151 tamsulosine 363, niersteen 164, prostaathypertrofie 162 tandvleesontsteking 280 tarsaaltunnelsyndroom, hielpijn/ calcaneodynie 328 teerpreparaten 454, droog eczeem 213 tekenbeet 226 teleangiëctasieën, rosacea 261 temazepam 378, slapeloosheid 37 tendovaginitis van De Quervain 342 tenniselleboog 324 tepelkloven 184 terbinafine 364
136 Register 499, dermatomycosen 222, onychomycose teennagels 250 terbutaline 380, astma, kinderen vanaf 6 jaar 106, astma, volwassenen 110, COPD 115 tetanusprofylaxe 356 tetanusvaccin/immunoglobuline, bijtwonden 204, profylaxe 357 tetracycline 455, acne vulgaris 201, dermatitis perioralis 219, eradicatie H. pylori 122, rosacea (papulopustels) 261 thiamazol 457, hyperthyreoïdie 316 thiamine, alcoholmisbruik 352 thiazolidinedionen 456 thyreoïditis, na een zwangerschap 314, van Hashimoto 314 thyreomimetica 457 thyreostatica 457 TIA / CVA, antistolling + statine bij atriumfibrilleren 51, thrombocytenaggregatieremmers + statine 50 TIA/CVA 50 tinea capitis 222 tinea corporis 222 tinea manus 222 tinea pedis 222 tinzaparine 417, diepe veneuze trombose 93 tiotropium 441, COPD 115 tolbutamide 453, diabetes mellitus type tolterodine 462, urge-incontinentie 165 tonsillitis (ernstig) 291 tractus iliotibialis frictiesyndroom 344 tramadol 438, algemeen schema pijnbestrijding 21, gonartrose 326 trandolapril 448, na myocardinfarct 74 tranexaminezuur 369, vaginaal bloedverlies 169 transparant verband 206 transpiratie, overmatig 237 tremor (essentiële) 41 Treponema pallidum 197 tretinoïe, lokaal, acne vulgaris 201 tretinoine, lokaal 450 tretinoine, oraal 414, ernstige acne of acne conglobata 202 triamcinolonacetonide (dermaal) 391, contacteczeem 218, droog eczeem 213, jeuk door dermatitis solaris 220, pruritus ani 255, psoriasis 259 triamcinolonacetonide (injectie) 393, acute jichtaanval 330, carpale tunnelsyndroom 324, chalazion 305, epicondylitis 325, gonartrose 326, schouderklachten 340, tendovaginitis van De Quervain 342, trigger finger 345 triamtereen/hydrochloorthiazide 400 Deel 4 Register
137 500 Farmacotherapie voor de huisarts 2011, hypertensie met astma/ COPD 64, hypertensie met diabetes mellitus type 2 63, hypertensie zonder comorbiditeit 61 triazolen 458 trichiuriasis (zweepworm) 149 trichloorazijnzuur 192 trichomonas vaginalis 198 trichomoniasis 198 tricyclische antidepressiva 368 trigeminusneuralgie 27 trigger finger (en trigger thumb) 345 trimethoprim 452, UWI, gecompliceerd 154, UWI, kinderen 156, UWI, ongecompliceerd 154, UWI, profylaxe 155 tripeltherapie 122 trombocytenaggregatieremmers 459 tromboflebitis 95 trombose, diepe veneuze 92 u ulcus duodeni 124 ulcus durum 197 ulcus ventriculi (maagzweer) 125 unguentum leniens (koelzalf) 411, contacteczeem 218, droge huid 224, droog eczeem 213, pruritis senilis 257 uretritis, man 189 ureum 415, droge huid, schilfering of kloven 224 urge-incontinentie 165 uricostatica 461 uricosurica 461 urine-incontinentie 165 urinesteenlijden 163, acute fase 164, postacute fase 164 urineweginfecties 153, bij kinderen met weefselinvasie of hoog risico 156, gecompliceerd 154, kinderen 156, ongecompliceerd 154, recidiverend 155 urogenitale atrofie 173 urospasmolytica 462 urticaria 268, acuut angio-oedeem 269 v vaginaal bloedverlies 169 vaginitis 198 valaciclovir 376, herpes genitalis 195, herpes labialis 234, herpes zoster 236 valsartan 448, na myocardinfarct 74, systolisch hartfalen 82 vardenafil 404, erectiele disfunctie 168 varicella 270 vaseline 411, tepelkloven 185, wratten/verrucae vulgaris 275 vaselinecetomacrogol 411, contacteczeem 218, droge huid 224, droog eczeem 213, hemorroïden 135, herpes labialis 234, pruritis senilis 257, pruritus ani 255, tepelkloven 185 vaselinegaas 206 vaselinelanette 411
138 Register 501, contacteczeem 218, droge huid 224, droog eczeem 213, herpes labialis 234, pruritis senilis 257 vasomotorische klachten 172 venlafaxine 451, angststoornissen 30 verapamil 384, atriumfibrilleren zonder hartfalen 77 verblijfskatheter 153 verbranding 206 verrucae vulgaris 275 vezels 421, hemorroïden 135, obstipatie, kinderen 143, obstipatie, volwassenen 138, prikkelbare darm 149 vitamine B 1 -suppletie 352 vitamine B vitamine D (oraal) 336, 463, osteoporose 336 vitamine D3-analoga (dermaal) 463 vitamine K-toediening (profylactisch) 57 voedselovergevoeligheid 358 voetschimmel 222 vulvovaginitis 176 w wagenziekte 126 waterpokken 270, geïmpetiginiseerd 271 waterstofperoxide mondspoeling 375, foetor ex ore 279 waterwratten 249 wervelbad-dermatitis 230 whirlpooldermatitis 230 winderigheid 134 wintertenen / perniones 91 wondinfectie 272, bijtwond 273 worminfecties 149 wratten, anogenitaal 192 wratten/verrucae vulgaris 275 x xerosis 223 xerostomie 277 xylometazoline 428, otitis media acuta 295, sinusitis 288 y Yersinia 131 z zanamivir 429, influenza 349, postexpositieprofylaxe 349 zeeziekte 126 ziekte van Graves 316 ziekte van Lyme 226 zindelijk worden 166 zinkoxide 411, hemorroïden 135, herpes genitalis 194, herpes labialis 234, intertrigo 244, luierdermatitis 247, stomatitis angularis 283 zinksulfaat 411, hemorroïden 135, herpes labialis 234, pruritus ani 255, stomatitis angularis 283 zolpidem 378, slapeloosheid 37 zonneallergie 220 zonnebrandcrème 220 zure oordruppels 464 zwangerschapsmasker 247 zwangerschapsmisselijkheid 126 Deel 4 Register
139 502 Farmacotherapie voor de huisarts 2011 zweepworm 149 zweetaanvallen 172 zwemmerseczeem 222
Deel 2 Geneesmiddelengroepen
Deel 2 Geneesmiddelengroepen Geneesmiddelengroepen alfa-receptorblokkerende sympathicolytica Bemoeilijkte mictie bij oudere mannen Alle alfareceptorblokkerende middelen hebben enig gunstig effect op de
Hartfalen: medicatie in de 1 e lijn en interacties
Hartfalen: medicatie in de 1 e lijn en interacties Disclosure Bart Kremers Werkzaam bij Apotheek Ravenstein en GIC-helpdesk van de KNMP Geen contacten/belangen mbt farmaceutische industrie Hartfalen-medicatie
BIJSLUITER. MIDAZOLAM (als HCl) 0,5 mg/dosis en 2,5 mg/dosis neusspray
BIJSLUITER MIDAZOLAM (als HCl) 0,5 mg/dosis en 2,5 mg/dosis neusspray Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze
Workshop Medicijnen, werkt t of werk t.. tegen? Els Coyajee-Geselschap apotheker
Workshop Medicijnen, werkt t of werk t.. tegen? Els Coyajee-Geselschap apotheker Inhoud workshop Inventarisatie vragen Waar of niet waar Medicatie en hun bijwerkingen Pijnbestrijding Antidepressiva Benzodiazepinen
Geneesmiddelen bij jicht. Ontstekingsremmende pijnstillers (NSAID s), Corticosteroïden, Colchicine, Allopurinol, Benzbromaron Febuxostat
Geneesmiddelen bij jicht Ontstekingsremmende pijnstillers (NSAID s), Corticosteroïden, Colchicine, Allopurinol, Benzbromaron Febuxostat Inhoud Inleiding 3 Middelen bij een acute jichtaanval 3 Ontstekingsremmende
NAPROXEN 500 MG TEVA zetpillen. MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS Datum : 28 november : Bijsluiter Bladzijde : 1
1.3.1 : Bijsluiter Bladzijde : 1 Samenstelling BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Naproxen 500 mg Teva, à 500 mg naproxen. Werking Naproxen heeft een ontstekingsremmende, pijnstillende en koortsverlagende
1 Wat is een geneesmiddel? 15. Inleiding 15 1.1 Naamgeving van geneesmiddelen 16 1.2 Reclame voor geneesmiddelen 17
Voorwoord 13 1 Wat is een geneesmiddel? 15 Inleiding 15 1.1 Naamgeving van geneesmiddelen 16 1.2 Reclame voor geneesmiddelen 17 2 Toepassing van een geneesmiddel 20 Inleiding 20 2.1 Behandelingsmethoden
Medicinale behandeling van SOA s. Linda Vas Dias Apotheker Regioapotheek IJsselland IJsselland Ziekenhuis 29 mei 2018
Medicinale behandeling van SOA s Linda Vas Dias Apotheker Regioapotheek IJsselland IJsselland Ziekenhuis 29 mei 2018 Inhoud Geneesmiddelen bij SOA s Toedieningsvormen Bijwerkingen Nierfunctie Interacties
Datum Spreker Linda Schreur. (Poly)farmacie bij ouderen
Datum 28-02-2017 Spreker Linda Schreur (Poly)farmacie bij ouderen Een geriatrische patiënt Pt 82 jaar Voorgeschiedenis oa hartinfarct, boezemfibrilleren Woont zelfstandig alleen Langzaam geheugenproblemen
BIJSLUITER. MIDAZOLAM (als HCl) 0,5 mg/dosis en 2,5 mg/dosis neusspray
BIJSLUITER MIDAZOLAM (als HCl) 0,5 mg/dosis en 2,5 mg/dosis neusspray Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze
PILLENCOCKTAILS: HARTVEROVEREND. Aspecten van geneesmiddelen bij atriumfibrilleren
PILLENCOCKTAILS: HARTVEROVEREND Aspecten van geneesmiddelen bij atriumfibrilleren INHOUD Presentatie (20-25 minuten) Inleiding Medicamenteuze behandeling atriumfibrilleren Geneesmiddelgroepen Bijwerkingen
Bursitis Trochanterica Injectie
Bursitis Trochanterica Injectie Therapeutische injectie uitleg Hier onder volgt de uitleg van uw kwaal, een afbeelding van de aangedane structuur, een beschrijving van de techniek waarmee de ingreep is
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Hyperpoll 10 mg zuigtabletten. Cetirizinedihydrochloride
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER Hyperpoll 10 mg zuigtabletten Cetirizinedihydrochloride Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door, want deze bevat belangrijke informatie voor u. Dit geneesmiddel
Angst en paniek Etiologie Niet-medicamenteuze therapie
Angst en paniek De prevalentie van angst neemt toe met de ernst van de ziekte. De combinatie van depressie en angst komt vaker voor dan angst alleen. Een pure angststoornis wordt gezien bij 28 procent
MEDICATIE BIJ CVA PATIËNTEN. Chinette Verhagen PA neurologie
MEDICATIE BIJ CVA PATIËNTEN Chinette Verhagen PA neurologie Meest gebruikte medicatie als secundair preventie: Plaatjesaggregatieremmers Ascal (persantin) Clopidogrel (plavix) Vitamine K antagonisten Acencoumarol
dagziekenhuis inwendige geneeskunde Zoledroninezuur
dagziekenhuis inwendige geneeskunde Zoledroninezuur Inhoud Zoledroninezuur 3 Voorbereiding 3 Rijvaardigheid en gebruik van machines 3 Gebruik bij ouderen 4 Uitzonderingen bij gebruik 4 Combinatie met andere
MAPROTILINE HCl 25-50 - 75 PCH tabletten. MODULE I : ALGEMENE GEGEVENS Datum : 29 februari 2008 1.3.3 : Bijsluiter Bladzijde : 1
1.3.3 : Bijsluiter Bladzijde : 1 Pharmachemie B.V. Swensweg 5 Postbus 552 2003 RN Haarlem INFORMATIE VOOR DE PATIËNT SAMENSTELLING Per tablet: respectievelijk 25 mg, 50 mg en 75 mg maprotilinehydrochloride.
Bijlage : relevante rubrieken van de bijsluiter die werden herwerkt (de veranderingen in de tekst zijn onderlijnd)
Een Direct Healthcare Professional Communication (DHPC) is een schrijven dat naar de gezondheidszorgbeoefenaars wordt gezonden door de farmaceutische firma s, om hen te informeren over mogelijke risico
BIJSLUITER. FENOBARBITAL 4 mg/ml drank met acetem
BIJSLUITER FENOBARBITAL 4 mg/ml drank met acetem Dit geneesmiddel is specifiek voor kinderen jonger dan 12 jaar ontwikkeld en daar is de tekst van de bijsluiter op aangepast. Lees de hele bijsluiter goed
BIJSLUITER. FUROSEMIDE 2 mg/ml drank
BIJSLUITER FUROSEMIDE 2 mg/ml drank Dit geneesmiddel is specifiek voor kinderen jonger dan 12 jaar ontwikkeld en daar is de tekst van de bijsluiter op aangepast. Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u
Emesafene, tabletten
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Emesafene, tabletten Meclozine dihcl & Pyridoxine HCl Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruikenwant er staat belangrijke informatie in
NHG-Standaarden voor de praktijkassistente 2013
NHG-Standaarden voor de praktijkassistente 2013 In NHG-Standaarden voor de praktijkassistente 2013 zijn de NHG-Standaarden voor huisartsen toegankelijk gemaakt voor praktijkassistentes. Als zodanig is
BIJSLUITER. CARBAMAZEPINE 50 mg tablet
BIJSLUITER CARBAMAZEPINE 50 mg tablet Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u
BIJSLUITER. FUROSEMIDE 5 mg/ml drank
BIJSLUITER FUROSEMIDE 5 mg/ml drank Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem
BIJSLUITER. SERTRALINE 25 mg tablet
BIJSLUITER SERTRALINE 25 mg tablet Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem
Medicatie bij atherosclerose. Yvette Henstra Verpleegkundig Specialist Vasculaire Geneeskunde OLVG
Medicatie bij atherosclerose Yvette Henstra Verpleegkundig Specialist Vasculaire Geneeskunde OLVG Wat heeft de patiënt? Cerebrovasculair lijden Perifeer arterieel vaatlijden Coronairlijden Inhoud Trombocytenaggregatieremmers
BIJSLUITER. HYDROCHLOORTHIAZIDE 6,25 mg tablet
BIJSLUITER HYDROCHLOORTHIAZIDE 6,25 mg tablet Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien
BIJSLUITER. NEBIVOLOL 2,5 mg tablet
BIJSLUITER NEBIVOLOL 2,5 mg tablet Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem
GENERIEKE NAAM SLIKKLACHTEN SONDEVOEDING
Medicatie via sonde GENERIEKE NAAM SLIKKLACHTEN SONDEVOEDING acenocoumarol acetylcysteïne bruistablet. bruistablet acetazolamide aciclovir overleg met apotheker; eventueel suspensie 40 mg/ml verkrijgbaar
Inhoud. Deel I Basisbegrippen
VI Inhoud Deel I Basisbegrippen 1 Toepassingen van geneesmiddelen.... 3 1.1 Inleiding.... 5 1.2 Behandelmethoden.... 5 1.3 Gebruiksduur van geneesmiddelen.... 8 1.4 Vertrouwen in het geneesmiddel.... 9
BIJSLUITER. METOPROLOLTARTRAAT 12,5 mg en 25 mg tabletten
BIJSLUITER METOPROLOLTARTRAAT 12,5 mg en 25 mg tabletten Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter.
Dagboek Hartfalen. Thoraxcentrum Dagboek hartfalen
Dagboek Hartfalen Dit dagboek hartfalen heeft u gedownload op de website van het UMCG (www.umcg.nl). Het dagboek is zowel voor u als voor de betrokken hulpverleners een belangrijk hulpmiddel. Om ervoor
BIJSLUITER. PROPRANOLOL 1 mg/ml drank
APOTHEEK LOGO BIJSLUITER PROPRANOLOL 1 mg/ml drank Dit geneesmiddel is specifiek voor kinderen jonger dan 12 jaar ontwikkeld en daar is de tekst van de bijsluiter op aangepast. Lees de hele bijsluiter
BIJSLUITER. MIDAZOLAM (als HCl) 0,5 mg/dosis en 2,5 mg/dosis neusspray
BIJSLUITER MIDAZOLAM (als HCl) 0,5 mg/dosis en 2,5 mg/dosis neusspray Lees de hele bijsluiter goed voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze
Apotheek Haagse Ziekenhuizen. SPC Individuele Bereidingen. Clobazam 2 mg, capsule
1. Naam van het geneesmiddel Clobazam 1 mg, capsule Clobazam 1,5 mg, capsule Clobazam 2,5 mg, capsule 2. Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling Bevat per capsule resp. 1, 1,5, 2 of 2,5 mg clobazam
NHG-Standaarden voor de praktijkassistente 2010
NHG-Standaarden voor de praktijkassistente 2010 In NHG-Standaarden voor de praktijkassistente 2010 zijn de NHG-Standaarden voor huisartsen toegankelijk gemaakt voor praktijkassistentes. Als zodanig is
Bijsluiter: informatie voor de patiënt. Clindamycine lotion 10 mg/ml FNA, oplossing voor cutaan gebruik Clindamycine hydrochloride hydraat
Bijsluiter: informatie voor de patiënt oplossing voor cutaan gebruik Clindamycine hydrochloride hydraat Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke
Voorwoord bij de achtste editie (2012) 1 2. Leeswijzer 1 3. Nierfunctie 1 5. Denekampschaal 1 6
Inhoud Voorwoord bij de achtste editie (2012) 1 2 Leeswijzer 1 3 Nierfunctie 1 5 Denekampschaal 1 6 deel 1 indicaties 1 Pijn 2 1 1.1 Pijnbehandeling algemeen 2 1 1.2 Koliekpijn 26 1.3 Pijn (neuropathisch)
BIJSLUITER. CAPTOPRIL 1 mg/ml drank
BIJSLUITER CAPTOPRIL 1 mg/ml drank Dit geneesmiddel is specifiek voor kinderen jonger dan 12 jaar ontwikkeld en daar is de tekst van de bijsluiter op aangepast. Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER
Pagina 1 van 5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER Ultracain D-S, injectievloeistof Ultracain D-S forte, injectievloeistof articaïnehydrochloride/epinefrine Lees de hele bijsluiter zorgvuldig
Ervaring Aantal ouderen bestudeerd in Randomized Controlled Trials (RCTs) 196 patiënten, gemiddelde leeftijd 67 jaar.(4)
Fosinopril C09AA09, januari 2018 Indicatie Hypertensie en hartfalen. Standpunt Ephor In het rapport over de ACE-remmers van december 2017 wordt fosinopril door Ephor als behandeling van hypertensie niet
Sirupus promethazini PCH, stroop 1 mg/ml promethazinehydrochloride
1.3.1 : Bijsluiter Bladzijde : 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Sirupus promethazini PCH, 1 mg/ml promethazinehydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken
Eldepryl Part IB2: Patiëntenbijsluiter
tabletten page 1 of 6 Uw arts heeft u Eldepryl tabletten voorgeschreven. Dit is een middel dat gebruikt wordt bij de ziekte van Parkinson. In deze bijsluitertekst vindt u informatie over het gebruik van
Leflunomide. (Arava) Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! Bij reumatische aandoeningen
Leflunomide (Arava) Bij reumatische aandoeningen In overleg met uw reumatoloog heeft u besloten dat u Leflunomide gaat gebruiken voor behandeling van uw reumatische aandoening of u overweegt dit te doen.
Ustekinumab. (Stelara) Dermatologie
Ustekinumab (Stelara) Dermatologie Inhoudsopgave Inleiding 4 1. Hoe werkt Ustekinumab (Stelara) 4 2. Wat moet u weten voordat u Ustekinumab (Stelara) gebruikt 5 Gebruik Ustekinumab (Stelara) niet 5 Wees
BIJSLUITER. CLOZAPINE 6,25 mg tabletten
BIJSLUITER CLOZAPINE 6,25 mg tabletten Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u
Emesafene, zetpillen
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKERS Emesafene, zetpillen Meclozine dihcl & Pyridoxine HCl Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie
H. Elling F. van Opdorp. Farmacotherapie in de apotheek
H. Elling F. van Opdorp Farmacotherapie in de apotheek Houten 2013 V Woord vooraf Farmacotherapie in de apotheek is bedoeld om leerling-apothekersassistenten de basiskennis over geneesmiddelen te geven.
Barnidipine C08CA12, december Indicatie Barnidipine is geregistreerd voor de indicatie hypertensie.
Barnidipine C08CA12, december 2017 Indicatie Barnidipine is geregistreerd voor de indicatie hypertensie. Standpunt Ephor In het rapport over de calciumantagonisten van april 2013 wordt barnidipine door
Bijlage 10: Beschrijving van de in de richtlijn besproken medicijnen
Bijlage : Beschrijving van de in de richtlijn besproken medicijnen METHYLFENIDAAT 2 3 40 4 Methylfenidaat Tablet mg, mg (werkingsduur 2-4 uur). Ritalin Tablet mg (werkingsduur 2-4 uur). Medikinet Tablet
BIJSLUITER. FUROSEMIDE 2 mg/ml drank
BIJSLUITER FUROSEMIDE 2 mg/ml drank Dit geneesmiddel is specifiek voor kinderen jonger dan 12 jaar ontwikkeld en daar is de tekst van de bijsluiter op aangepast. Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u
Ervaring: het in RCTs geïncludeerde aantal oude patiënten is met <50 zeer klein.
Nitrendipine C08CA08, januari 2018 Indicatie Nitrendipine is geregistreerd voor hypertensie. Standpunt Ephor In het rapport over de calciumantagonisten van april 2013 wordt nitrendipine door Ephor als
Overzicht preferente geneesmiddelen Achmea en Agis 2010
Overzicht preferente geneesmiddelen Achmea en Agis 2010 In deze lijst vindt u de door de zorgverzekeraars van Achmea (Zilveren Kruis Achmea, Groene Land Achmea, DVZ Zorgverzekeringen, OZF Achmea, Interpolis,
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Zovirax Infuus, poeder voor oplossing voor infusie 125 mg /250 mg /500 mg. aciclovir (als aciclovirnatrium)
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Zovirax Infuus, poeder voor oplossing voor infusie 125 mg /250 mg /500 mg aciclovir (als aciclovirnatrium) Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel
BIJSLUITER. GLYCOPYRRONIUM BROMIDE 0,2 mg/ml drank
BIJSLUITER GLYCOPYRRONIUM BROMIDE 0,2 mg/ml drank Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien
Dermovatezalf 0,05% met 20% hypromellos Versie 1.0
Dermovatezalf 0,05% met 20% hypromellose Werking en toepassingen Wat doet dit medicijn en waarbij wordt het gebruikt? De werkzame stof in dermovatezalf 0,05% met 20% hypromellose is clobetasol-17- proprionaat.
Bijsluiter Triamcinolonacetonide 0,1% in DMSO crème 50% 40 en 100 g Versie 1.0
Triamcinolonacetonide 0,1% in DMSO crème 50% Werking en toepassingen Wat doet dit medicijn en waarbij wordt het gebruikt? De werkzame stof in triamcinolonacetonide 0,1% in DMSO crème 50% is triamcinolonacetonide.
Bijsluiter Triamcinolonacetonide 0,1% in paraffine capitis 10% lotion 100 g Versie 1.0
Triamcinolonacetonide 0,1% in paraffine capitis 10% lotion Werking en toepassingen Wat doet dit medicijn en waarbij wordt het gebruikt? De werkzame stof in triamcinolonacetonide 0,1% in paraffine capitis
Dexamethason - corticosteroïden in de palliatieve zorg - M.M.P.M. Jansen, ziekenhuisapotheker klinisch farmacoloog Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis
Dexamethason - corticosteroïden in de palliatieve zorg - M.M.P.M. Jansen, ziekenhuisapotheker klinisch farmacoloog Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis Corticosteroïden Veel voorgeschreven in palliatieve fase
Woord vooraf 1 7. Over de auteurs 1 8
Inhoud Woord vooraf 1 7 Over de auteurs 1 8 1 Pijnstillers 1 9 Leerdoelen 1 9 1.1 Pijn 1 9 1.1.1 Wat is pijn? 1 9 1.2 Analgetica 22 1.2.1 Niet-opioïden 22 1.2.2 Opioïden 25 1.2.3 Vierstappenplan voor pijnbestrijding
Geneesmiddelgebuik bij ouderen: START- EN STOPCRITERIA
Geneesmiddelgebuik bij ouderen: START- EN STOPCRITERIA De START-criteria uit de MDR zijn gebaseerd op de in Ierland opgestelde STARTcriteria (Screening Tool to Alert doctors to Right Treatment). 1 Het
Glucophage 850 bijsluiter 12-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6
Glucophage 850 bijsluiter 12-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6 Glucophage 850, omhulde tabletten 850 mg Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. Bewaar deze bijsluiter,
Loratadine 10 PCH, tabletten Loratadine
1.3.3 : Bijsluiter Bladzijde : 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Loratadine 10 PCH, Loratadine Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke
Glucophage 500 bijsluiter 21-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6
Glucophage 500 bijsluiter 21-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6 Glucophage 500, omhulde tabletten 500 mg Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. Bewaar deze bijsluiter,
BIJLAGE III AMENDEMENTEN VAN RELEVANTE RUBRIEKEN VAN DE SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN EN BIJSLUITERS
BIJLAGE III AMENDEMENTEN VAN RELEVANTE RUBRIEKEN VAN DE SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN EN BIJSLUITERS NB: De amendementen van de samenvatting van de productkenmerken en bijsluiters moeten hierna
Leerdoelen. Wees alert op nierproblemen bij probleeminventarisatie medicatie beoordeling. Begeleid beschermende maatregelen.
NIERFUNCTIE 2 Leerdoelen Wees alert op nierproblemen bij probleeminventarisatie medicatie beoordeling Begeleid beschermende maatregelen Functies Volume- osmo- en zuurregulatie Excretie afvalproducten stofwisseling
BIJSLUITER. BUMETANIDE 0,5 en 2,5 mg tablet
BIJSLUITER BUMETANIDE 0,5 en 2,5 mg tablet Lees de hele bijsluiter goed voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft
Trastuzumab (Herceptin )
Trastuzumab (Herceptin ) Borstkanker (mammacarcinoom) De diagnose borstkanker is bij u vastgesteld. Dit wordt ook wel een mammacarcinoom genoemd. De behandeling van een mammacarcinoom bestaat uit een operatieve
MDL. Prednis(ol)on. bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa
MDL Prednis(ol)on bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Inhoudsopgave Algemeen 4 Werking 4 Gebruik 5 Bijwerkingen 5 Stoppen met Predni(so)lon 7 Interactie met andere geneesmiddelen 8 Vaccinaties
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER
1.3.1 : Productinformatie Bladzijde : 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Salbutamol 200 Cyclocaps, (in capsules) 200 microgram Salbutamol 400 Cyclocaps, (in capsules) 400 microgram salbutamolhemisulfaat
Prednison bij ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum
Prednison bij ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum Beter voor elkaar Inleiding De maag-darm-leverarts (MDL-arts) heeft samen met u besloten om u te behandelen met Prednison. In deze
Methotrexaat. Poli Reumatologie
00 Methotrexaat Poli Reumatologie 1 U heeft in overleg met uw arts besloten Methotrexaat te gaan gebruiken. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel. Heeft u na het lezen nog vragen dan kunt
Informatiebrochure voor patiënten/verzorgers
JOUW HANDLEIDING VOOR ABILIFY (ARIPIPRAZOL) Informatiebrochure voor patiënten/verzorgers Datum van herziening: oktober 2013 2013-08/LuNL/1731 Inleiding Jouw dokter heeft bij jou de diagnose bipolaire I
BIJSLUITER. CARBAMAZEPINE 250 mg zetpil
BIJSLUITER CARBAMAZEPINE 250 mg zetpil Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u
BIJSLUITER. TRIAMCINOLONACETONIDE 0,1% zalf, cetomacrogolzalf of in simplex zalf
BIJSLUITER TRIAMCINOLONACETONIDE 0,1% zalf, cetomacrogolzalf of in simplex zalf Lees de hele bijsluiter goed voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. -
Theofylline-klysma (233)
Theofylline-klysma (233) Nummer 233 Werking en toepassingen Wat doet dit medicijn en waarbij wordt het gebruikt? De werkzame stof in Theofylline-klysma FNA is theofylline. Theofylline is een luchtwegverwijder.
prednis(ol)on adviezen na een hernia-operatie astma/copd ZorgSaam
prednis(ol)on adviezen gebruik na een bij hernia-operatie astma/copd ZorgSaam 1 2 PREDNIS(OL)ON GEBRUIK BIJ ASTMA/COPD Inleiding Wat doet Prednis(ol)on (glucocorticosteroïden) en hoe wordt het gebruikt?
Symptomatische behandeling van lichte tot matig ernstige dementie bij de ziekte van Alzheimer.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Rivastigmine Mylan 4,6 mg/24 h pleisters voor transdermaal gebruik Rivastigmine Mylan 9,5 mg/24 h pleisters voor transdermaal gebruik KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker Cyress 10, 10 mg capsules met gereguleerde afgifte Cyress 20, 20 mg capsules met gereguleerde afgifte Barnidipine hydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Motens 2, omhulde tabletten 2 mg Motens 4, omhulde tabletten 4 mg Lacidipine
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER Motens 2, omhulde tabletten 2 mg Motens 4, omhulde tabletten 4 mg Lacidipine Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit
Patiënteninformatie. Behandeling met APD. Gebruik en bijwerkingen. 1234567890-terTER_
Patiënteninformatie Behandeling met APD Gebruik en bijwerkingen 1234567890-terTER_ Behandeling met APD U heeft een afspraak in Tergooi voor een behandeling APD. Onze artsen en medewerkers doen er alles
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker. Nimotop 30 mg, filmomhulde tabletten nimodipine
Bijsluiter Nimotop 30 mg filmomhulde tabletten 1 van 5 Bijsluiter: informatie voor de gebruiker Nimotop 30 mg, filmomhulde tabletten nimodipine Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat
BIJSLUITER. METHADON HCL 2 mg tablet
BIJSLUITER METHADON HCL 2 mg tablet Dit geneesmiddel is specifiek voor kinderen jonger dan 12 jaar ontwikkeld en daar is de tekst van de bijsluiter op aangepast. Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u
BIJSLUITER. 1. Wat zijn midazolam 2,5 mg, unit dose neusspray en midazolam 5 mg, unit dose neusspray en waarvoor worden deze geneesmiddelen gebruikt?
Midazolam 2,5 mg, unit dose neusspray Midazolam 5 mg, unit dose neusspray BIJSLUITER Lees de hele bijsluiter goed voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor
BIJSLUITER. CAPTOPRIL 1 mg/ml drank
BIJSLUITER CAPTOPRIL 1 mg/ml drank Dit geneesmiddel is specifiek voor kinderen jonger dan 12 jaar ontwikkeld en daar is de tekst van de bijsluiter op aangepast. Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit
BIJSLUITER. CHLORALHYDRAAT 100 mg/ml drank
BIJSLUITER CHLORALHYDRAAT 100 mg/ml drank Lees de hele bijsluiter goed voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft
Tramadol HCl ratiopharm 50 mg, capsules
1.3.1 : Bijsluiter Bladzijde : 1 Tramadol HCl ratiopharm 50 mg, PATIENTENBIJSLUITER Lees deze bijsluiter steeds vóór het gebruik van dit geneesmiddel. Ook indien u reeds eerder Tramadol HCl ratiopharm
Additions appear in italics and underlined deletions in italics and strikethrough
BIJLAGE III 1 AMENDMENTS TO BE INCLUDED IN THE RELEVANT SECTIONS OF THE SUMMARY OF PRODUCT CHARACTERISTICS OF NIMESULIDE CONTAINING MEDICINAL PRODUCTS (SYSTEMIC FORMULATIONS) Additions appear in italics
BIJSLUITER. LITHIUMCARBONAAT 100, 150, 200, 250, 300 en 400 mg capsule
BIJSLUITER LITHIUMCARBONAAT 100, 150, 200, 250, 300 en 400 mg capsule Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze
NSAID s. Reumatologie. alle aandacht
NSAID s Reumatologie alle aandacht NSAID s (Non-Steroidal Anti-inflammatory Drugs) Uw reumatoloog heeft u een NSAID (Non-Steroidal Antiinflammatory Drugs; oftewel een ontstekingsremmende pijnstiller) voorgeschreven
(Ibuprofenum) Ibuprofen 200 mg (als L-argininezout), L-arginine, natriumbicarbonaat, natriumsaccharine, aspartaam, saccharose, munt-aroma.
BIJSLUITER VOOR HET PUBLIEK: SPIDIFEN 200, zakjes (Ibuprofenum) BENAMING SPIDIFEN 200, zakjes (Ibuprofenum) SAMENSTELLING Ibuprofen 200 mg (als L-argininezout), L-arginine, natriumbicarbonaat, natriumsaccharine,
Azathioprine. (Imuran)
Azathioprine (Imuran) Bij reumatische aandoeningen In overleg met uw reumatoloog heeft u besloten om azathioprine (Imuran) te gaan gebruiken of u overweegt dit te gaan doen. Deze folder geeft informatie
1. WAT IS LENDORMIN EN WAARVOOR WORDT DIT MIDDEL GEBRUIKT?
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER LENDORMIN, tabletten 0,250 mg brotizolam Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u.
LORATADINE HOOIKOORTSTABLETTEN APOTEX 10 mg Module RVG Version 2017_12 Page 1 of 5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER
Version 2017_12 Page 1 of 5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Loratadine Apotex hooikoortstabletten 10 mg, tabletten Loratadine Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken
Maag-, darm- en leverziekten
Afdeling: Onderwerp: Maag-, darm- en leverziekten Prednison bij ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa Inleiding De maag-darm-leverarts (MDL-arts) heeft samen met u besloten om u te behandelen met Prednison.
Stoppen met roken Farmacotherapie
Stoppen met roken Farmacotherapie Hulpmiddelen Welke middelen zijn er beschikbaar? Hoe werken ze en hoe worden ze gebruikt? Wat zijn de contra indicaties, de bijwerkingen, de voor- en nadelen? Welk middel
Inleiding 5. nhg-standaarden 9. Acne 1 1. Acute diarree 1 5. Acute keelpijn 2 1. Acuut coronair syndroom 2 6. Acuut hoesten 2 9
Inhoud Inleiding 5 nhg-standaarden 9 Acne 1 1 Acute diarree 1 5 Acute keelpijn 2 1 Acuut coronair syndroom 2 6 Acuut hoesten 2 9 Allergische en niet-allergische rhinitis 3 6 Amenorroe 4 0 Anemie 44 Angststoornissen
