Ecoscan Abrikoosstraat, Utrecht
|
|
|
- Fedde Tobias Veenstra
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Ecoscan Abrikoosstraat, Utrecht Verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna 2 februari 20099
2
3 Verantwoording Titel Ecoscan Abrikoosstraat, Utrecht Opdrachtgever Woningbouwcorporatie Mitros Projectleider drs. F. Aarts Auteur(s) drs. J. Reimerink Uitvoering veldwerk drs. J. Reimerink Projectnummer Aantal pagina's 20 (exclusief bijlagen) Datum 2 februari Handtekening Colofon Tauw bv afdeling Water Australiëlaan 5 Postbus GA Utrecht Telefoon (030) Fax (030) Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem worden gebruikt voor het doel waarvoor het is vervaardigd met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Tauw. Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij Tauw hoge prioriteit. Tauw hanteert daartoe een managementsysteem dat is gecertificeerd dan wel geaccrediteerd volgens: - NEN-EN-ISO verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna 3\26
4 4\26 verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna
5 Inhoud Verantwoording en colofon Inleiding Aanleiding en doel Natuurbeschermingswetgeving Onderzoeksmethode Belangrijke uitgangspunten Locatie, ontwikkeling en soorten Situatie Beoogde ontwikkeling Verwachte soorten Samenvatting verwachte tabel 2 en 3-soorten Toetsing Flora- en faunawet Inleiding Toetsing aanwezige soortgroepen Conclusies toetsing Flora- en faunawet Conclusies en aanbevelingen Flora en faunawet Literatuur Literatuur Internetbronnen Bijlage(n) 1. Toelichting natuurbeschermingswetgeving verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna 5\20
6 6\20 verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna
7 1 Inleiding Dit rapport bevat een toetsing van de beoogde ontwikkeling op de vigerende en relevante natuurbeschermingswetgeving. Onderstaand inleidend hoofdstuk bevat (elementaire) informatie over de ontwikkeling in relatie tot de natuurbeschermingswetgeving en de wijze waarop hieraan is getoetst. 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van Woningbouwcorporatie Mitros heeft Tauw onderzoek gedaan naar de consequenties van natuurwetgeving voor de wijkvernieuwing rondom de Abrikoos- en Druifstraat. De beoogde ontwikkelingen en activiteiten zijn nader beschreven in hoofdstuk 2. In deze rapportage wordt antwoord gegeven op de vraag: Welke natuurbeschermingswetgeving is voor de beoogde ontwikkeling/activiteit van belang, in hoeverre is de beoogde ontwikkeling mogelijk strijdig met deze wetgeving en welke consequenties zijn daar aan verbonden? 1.2 Natuurbeschermingswetgeving De huidige natuurbeschermingswetgeving kan worden onderverdeeld in soortbescherming en gebiedsbescherming. Soortbescherming wordt gewaarborgd door de Flora- en faunawet. Deze wet beschermt inheemse dier- en plantensoorten, waarbij onderscheid wordt gemaakt in verschillende beschermingscategorieën. Voor alle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dieren plantensoorten is toetsing aan de Flora- en faunawet noodzakelijk Gebiedsbescherming wordt gewaarborgd door de Natuurbeschermingswet Deze wet beschermt Natura 2000-gebieden en Beschermde natuurmonumenten. Voor activiteiten met een mogelijk effect op deze gebieden is toetsing aan de Natuurbeschermingswet 1998 noodzakelijk De planologische bescherming van gebieden aangemerkt als Ecologische Hoofdstructuur vindt primair plaats bij ruimtelijke procedures en andere vergunningaanvragen. Een uitgebreide beschrijving met betrekking tot natuurbeschermingswetgeving is opgenomen in bijlage 1 Voor de beoogde ontwikkeling is alleen de Flora- en faunawet van toepassing. verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna 7\20
8 1.3 Onderzoeksmethode De mogelijke aanwezigheid van beschermde planten- en/of diersoorten is in eerste instantie bepaald aan de hand van de volgende gegevens. Vrij beschikbare gegevens van het Natuurloket Regionale en landelijke verspreidingsatlassen en -data Een oriënterend veldbezoek op 27 november 2008 Op basis van habitateisen, het oriënterend veldbezoek en deskundigenoordeel zijn alleen de soorten opgenomen die daadwerkelijk in of nabij de planlocatie verwacht worden. Het veldbezoek betreft geen volledige inventarisatie, maar is erop gericht te controleren in hoeverre soorten daadwerkelijk in het plangebied kunnen voorkomen of in hoeverre de locatie voldoet aan de eisen die deze soorten aan hun leefomgeving stellen. Ten aanzien van vigerend beleid, soortspecifieke informatie en andere gegevens is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Een totaaloverzicht is opgenomen in het slothoofdstuk Literatuur. 1.4 Belangrijke uitgangspunten De tuinen tussen de bebouwingslinten waren niet toegankelijk tijdens ecoscan. De natuurwaarden in dit deel van het plangebied zijn daarom alleen van een afstand beoordeeld. Op basis van deskundigen oordeel is echter een goede inschatting te maken van de aanwezige natuurwaarden. 8\20 verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna
9 2 Locatie, ontwikkeling en soorten In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige staat en gebruik van de planlocatie en verwachte soorten op basis van verspreidingsgegevens. 2.1 Situatie Om (globale) locaties aan te duiden wordt in de ecologie veel gebruik gemaakt van een raster van kilometerhokken. Verspreidingsgegevens van dier- en plantensoorten worden veelal per kilometerhok gedocumenteerd. Het plangebied ligt volledig in kilometerhok Onderstaande figuur 2.1 geeft de ligging van het plangebied en de kilometerhokken weer. Figuur 2.1. In deze figuur is de ligging van het plangebied weergegeven (globaal begrensd, rode contour), en de grenzen van de kilometerhokken (oranje lijnen). Het plangebied is gelegen in de wijk Ondiep in Utrecht. Het betreft het deel van Ondiep, dat is gelegen aan de noord-oostzijde van de Laan van Chartroise en ten zuidoosten van de straat verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna 9\20
10 Ondiep. Het plangebied bestaat uit enkele rijen woonhuizen (of delen daarvan) langs de straten Ondiep, Druifstraat, Abrikoosstraat, Meloenstraat en Moerbeistraat (zie figuur 2.2). Tussen de bebouwing bevinden zich tuinen met daarin schuurtjes en enkele bomen. In de Meloenstraat staan tevens enkele grotere bomen. In de rest van de wijk is zeer weinig tot geen openbaar groen aanwezig. Met uitzondering van de tuinen is al het oppervlak verhard. Figuur 2.2. Woningen die gesloopt worden. 2.2 Beoogde ontwikkeling In het plangebied worden 173 woningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw. In totaal worden 180 nieuwe woningen teruggebouwd. De nieuwbouwwoningen bestaan uit twee bouwlagen met een kap. De woningen aan het Ondiep ten noorden van de Moerbeistraat worden drie lagen met kap. 2.3 Verwachte soorten Om een effecttoetsing uit te kunnen voeren, dient bepaald te worden welke beschermde dier- en plantensoorten kunnen aanwezig zijn. Onderstaand zijn de verwachte aanwezige soorten van de Flora- en faunawet weergegeven. In de Flora- en faunawet wordt onderscheid gemaakt in drie tabellen beschermde soorten: tabel 1-soorten (niet bedreigd), tabel 2-soorten (beschermd) en tabel 3-soorten (strikt 10\20 verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna
11 beschermd). Voor tabel 1-soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer, onderhoud of gebruik en worden in dit rapport niet specifiek benoemd. Uit de gegevens van het Natuurloket blijkt dat het gebied waarin het plangebied ligt met wisselende mate van volledigheid is onderzocht op het voorkomen van de verschillende soortgroepen uit de drie beschermingscategorieën. Op basis van verschillende literatuurbronnen is nader bekeken welke door Flora- en faunawet beschermde soorten (tabel 2 of 3) in of in de omgeving van het plangebied voorkomen. Op basis van habitateisen, het oriënterend veldbezoek en deskundigenoordeel is een selectie gemaakt van de soorten die daadwerkelijk in of nabij de planlocatie verwacht worden. NB. Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld. Flora De vaatplanten in dit kilometerhok zijn goed onderzocht door Natuurloket. Er zijn vier strikt beschermde soorten (tabel 2 en 3) waargenomen in dit kilometerhok. Deze zijn waarschijnlijk aangetroffen langs de Vecht of op het RWZI terrein. Tijdens het veldbezoek is gebleken dat zich in het plangebied geen geschikte locaties (zoals vochtige muren of voedselarme terreinen) bevinden die geschikt zijn voor beschermde flora. Beschermde flora wordt dan ook niet verwacht in het plangebied. Vleermuizen De bebouwing in de wijk Ondiep is geschikt voor vleermuizen. In de nabijgelegen Kleine Wijk in Ondiep heeft Tauw tijdens een eerder vleermuizenonderzoek (Tauw, 2007) een verblijfplaats van Gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Uit dit onderzoek is ook gebleken dat de aanwezigheid van verblijfplaatsen in overige delen van Ondiep aannemelijk is. Het type bebouwing is sterk vergelijkbaar. De Gewone dwergvleermuis komt op veel plaatsen in Nederland voor (Limpens et.al. 1997). Deze soort verblijft in gebouwen en kan gebruik maken van kieren, spleten en gaten in de bebouwing (voegen, onder dakpannen, windveren etc.). Grote foerageergebieden zijn niet aanwezig in de wijk, de Gewone dwergvleermuizen kunnen echter voor kortere perioden gebruik maken van het groen in de tuinen als foerageergebied. De Vecht is tevens dichtbij en vormt een zeer geschikt foerageergebied voor de vleermuizen. Doorgaande vliegroutes worden niet verwacht in de wijk, omdat de wijk geen onderdeel is van een doorlopende lijnvormige structuur. Vogels De soortgroep vogels heeft een bijzondere status: Vaste verblijfplaatsen én functionele omgeving van een aantal specifieke vogelsoorten zijn jaarrond beschermd (zie bijlage 1). Gedurende het verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna 11\20
12 broedseizoen zijn tevens alle broedende vogels, de in functie zijnde nesten én de functionele omgeving hiervan beschermd. In het plangebied kunnen zich jaarrond beschermde nestplaatsen bevinden van de Gierzwaluw (SOVON, 2002). Deze soort nestelt in holten onder de dakpannen of andere openingen in gebouwen. Meer algemene vogelsoorten die veel voorkomen in stedelijk gebied zoals de Koolmees en Merel kunnen ook broeden in bomen en struiken in de tuinen van de wijk. Overige soorten Voor de soortgroepen Zoogdieren, Amfibieën, Reptielen, Vissen, Dagvlinders, Libellen en overige ongewervelden is geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied of de verspreiding overlapt niet met het plangebied. Beschermde soorten uit deze soortgroepen worden dan ook niet verwacht in het plangebied. (Bos et al.,2006; NVL, 2002; Broekhuizen et al., 1992.; Natuurloket en RAVON) 2.4 Samenvatting verwachte tabel 2 en 3-soorten Op basis van de verspreidingsgegevens uit de beschikbare literatuurbronnen en het oriënterend veldbezoek zijn in de onderstaande tabel 2.1 de soorten weergegeven, waarvan verwacht wordt dat deze in of in de nabije omgeving van het plangebied voor kunnen komen. In de tabel zijn alleen de strikt beschermde soorten opgenomen (tabel 2 en 3). De licht beschermde soorten (tabel 1), waarvoor veelal een vrijstelling geldt, zijn niet genoemd. Rode Lijst soorten zonder beschermde status zijn evenmin opgenomen. Tabel 2.1 Beschermde soorten (tabel 2/3) die op basis van verspreidingsgegevens, veldbezoek en deskundigenoordeel in of in de nabije omgeving van het plangebied aanwezig kunnen zijn Soortgroep Verwachte soorten (tabel 2/3) Vleermuizen Gewone dwergvleermuis (tabel 3) Vogels (vaste verblijfplaatsen) De Gierzwaluw, jaarrond beschermd Algemene Broedvogels, beschermd tijdens het broedseizoen Overige soortgroepen Worden niet verwacht in het plangebied 12\20 verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna
13 3 Toetsing Flora- en faunawet In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de vraag: In welke mate worden door de Flora- en faunawet beschermde soorten planten of dieren door de beoogde activiteiten beïnvloed en is hiervoor een ontheffing van die wet noodzakelijk? 3.1 Inleiding De bescherming van inheemse dier- en plantensoorten is vastgelegd in de Flora- en faunawet. De wet maakt onderscheid in drie categorieën beschermde soorten: Tabel 1-soorten: De meest algemene, niet bedreigde soorten. Voor deze soorten geldt een vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig gebruik of beheer en onderhoud Tabel 2-soorten: Beschermde soorten. Hiervoor geldt een vrijstelling bij bestendig gebruik of beheer en onderhoud wanneer wordt gehandeld volgens een geaccordeerde en door de initiatiefnemer onderschreven gedragscode Tabel 3-soorten: Strikt beschermde soorten bestaande uit de Habitatrichtlijnsoorten en een selectie van bedreigde soorten Van deze soorten mag de zogenaamde gunstige staat van instandhouding niet worden geschaad. Daarnaast kent de wet een zorgplicht. Deze zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. De soortgroep vogels heeft in de wet een bijzondere status: Vaste verblijfplaatsen én de functionele omgeving van een aantal specifieke vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Gedurende het broedseizoen zijn tevens alle broedende vogels, de in functie zijnde nesten én de functionele omgeving hiervan beschermd. Planten- en diersoorten die op de zogenaamde Rode lijst zijn geplaatst, zijn bedreigd maar niet per definitie ook beschermd: dit is alleen het geval wanneer ze ook in de Flora- en faunawet als beschermde soort zijn opgenomen. Een nadere beschrijving van de Flora- en faunawet is opgenomen in bijlage Toetsing aanwezige soortgroepen In het vorige hoofdstuk is beschreven in hoeverre dier- en plantensoorten daadwerkelijk in het plangebied kunnen voorkomen en/of in hoeverre het voldoet aan de eisen die deze soorten aan hun leefomgeving stellen. De Flora- en faunawet gaat uit van het voorzorgsbeginsel en stelt dat effecten met zekerheid moeten kunnen worden uitgesloten. Wanneer effecten mogelijk zijn, en wanneer op basis van het oriënterend veldbezoek of actuele verspreidingsgegevens niet met verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna 13\20
14 zekerheid vast te stellen is of een soort aanwezig is, kan daarom specifiek nader onderzoek noodzakelijk zijn. Ook bij het aanvragen van een eventuele ontheffing, dient de aanwezigheid van de betreffende soort aangetoond te worden. In deze paragraaf is getoetst of het beoogde voornemen een effect kan hebben op de verwachte aanwezige beschermde soort(en). Broedvogels algemeen Sloop van gebouwen en verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit. Nestplaatsen van de Gierzwaluw kunnen hierdoor verdwijnen. De nesten van deze soort zijn jaarrond beschermd. Nader soortgericht onderzoek is noodzakelijk om te onderzoeken of er Gierzwaluwen nestelen in het plangebied. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd in de maanden mei tot juli. Ook voor andere broedende vogels kunnen de werkzaamheden verstorend zijn. Ook als er geen gierzwaluwen in het plangebied aanwezig zijn dienen de sloopwerkzaamheden, het ruimen van tuinen en het kappen van bomen buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden of te starten. Het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten loopt globaal van maart tot en met juli (exacte data soortafhankelijk). Vleermuizen Bij de sloop van de woningen in het plangebied is het mogelijk dat verblijfplaatsen van de Gewone dwergvleermuis worden vernield en de dieren worden gedood tijdens de sloop. Zowel de vleermuizen als deze verblijfplaatsen zijn beschermd door de Flora- en faunawet. Nader soortgericht onderzoek naar zomer en winterverblijfplaatsen van de Gewone dwergvleermuis is noodzakelijk om te controleren of de soort daadwerkelijk in het plangebied voorkomt én verblijft. Alternatief foerageergebied is in de omgeving aanwezig. Er wordt daarom geen effect verwacht van de kap van bomen en struiken in het plangebied. 3.3 Conclusies toetsing Flora- en faunawet In de onderstaande tabel zijn de beschermde tabel 2 en 3-soorten uit de Flora- en faunawet opgenomen waarvan niet uitgesloten kan worden dat zij geschaad worden door de ingreep. Eventueel overtreden verbodsbepalingen uit de Flora- en faunawet zijn eveneens weergegeven. 14\20 verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna
15 Tabel 3.1 Daadwerkelijk aangetroffen of verwachte beschermde soorten (Ffw tabel 2 of 3) die mogelijk geschaad worden door de ingreep Soortgroep Soorten planlocatie Verbodsbepalingen* Broedvogels Mogelijk aantasting van de Gierzwaluw, uitvoering Artikel 10 en 11 buiten het broedseizoen voor overige soorten Vleermuizen Mogelijk aantasting van de Gewone dwergvleermuis, Artikel 10 en 11 tabel 3-soort Overige soortgroepen Geen (aantasting van) tabel 2/3-soorten Niet van toepassing *Toelichting verbodsbepalingen tabel: Artikel 2: Zorgplicht en Zorgvuldig handelen ten aanzien van alle plant- en diersoorten, al dan niet beschermd Artikel 8: Verbod: plukken, uitsteken, vernielen, beschadigen of verwijderen van beschermde planten Artikel 9: Verbod: opsporen, vangen, bemachtigen, doden, verwonden van beschermde dieren Artikel 10: Verbod: opzettelijk verontrusten van beschermde dieren Artikel 11: Verbod: wegnemen, verstoren, aantasten van verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen Artikel 12: Verbod: zoeken, rapen, beschadigen, vernielen of uit nesten nemen van eieren Artikel 13: Verbod: onder zich hebben van beschermde planten, dieren, eieren of producten hiervan Algemeen / planning Met name bij leegstand van de bebouwing is de kans op nieuwe vestiging van beschermde soorten aanwezig. De conclusies van dit onderzoek zijn daarom hooguit enkele jaren geldig. Wettelijk kader nader onderzoek De Flora- en faunawet gaat uit van het voorzorgsbeginsel en stelt dat een overtreding van verbodsbepalingen met zekerheid moeten kunnen worden uitgesloten. Wanneer effecten mogelijk zijn, en wanneer op basis van het oriënterend veldbezoek of actuele verspreidingsgegevens niet met zekerheid vast te stellen is of een soort aanwezig is, is daarom specifiek nader onderzoek noodzakelijk. Ook bij het aanvragen van een eventuele ontheffing, dient de aanwezigheid van de betreffende soort aangetoond te worden. In dit geval is nader onderzoek noodzakelijk voor vleermuizen en gierzwaluwen. Mocht blijken dat een ontheffingsaanvraag nodig is, dan dient rekening gehouden te worden met proceduretijd van drie tot zes maanden. verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna 15\20
16 16\20 verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna
17 4 Conclusies en aanbevelingen 4.1 Flora en faunawet Er worden beschermde vleermuizen verwacht in het plangebied. Nader soortgericht onderzoek naar zomer en winterverblijfplaatsen van de Gewone dwergvleermuis is noodzakelijk om te controleren of de soort daadwerkelijk in het plangebied voorkomt én verblijft Sloop van gebouwen en verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit. Gierzwaluwen kunnen in het plangebied voorkomen en zijn jaarrond beschermd. Nader soortgericht onderzoek is noodzakelijk om te controleren of deze soort in het plangebied broedt Ook voor andere vogelsoorten zijn de werkzaamheden een verstoring. De werkzaamheden dienen daarom buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden of daarvoor te starten (zodat vogels er niet gaan broeden). Het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten loopt globaal van maart tot en met juli (exacte data soortafhankelijk) Naast vleermuizen en broedvogels worden geen beschermde soorten verwacht in het plangebied verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna 17\20
18 18\20 verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna
19 5 Literatuur 5.1 Literatuur [Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay., I. Wynhoff en De Vlinderstichting, 2006] De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna deel 7, Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij en European Invertebrate Survey Nederland, Leiden. [Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992] Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. [Nederlandse vereniging voor Libellenstudie, 2002.] De Nederlandse Libellen (Odonata), Nederlandse fauna 4. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. [Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997] Atlas van de Nederlandse vleermuizen (2 e druk). Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. [SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002] Atlas van de Nederlandse Broedvogels Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. [Tauw 2007] Ecoscan Het Kleine Wijk, Utrecht. Onderzoek naar de ecologische waarden. November Internetbronnen verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna 19\20
20 20\20 verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna
21 Bijlage 1 Toelichting natuurbeschermingswetgeving
22
23 Flora- en faunawet De Flora- en faunawet beschermt een groot aantal in Nederland voorkomende wilde dier- en plantensoorten. De beschermde diersoorten (vogels, vissen, zoogdieren, amfibieën, reptielen, insecten, et cetera) en ongeveer 100 plantensoorten zijn te vinden in tabellen, die deel uitmaken van de Flora- en faunawet. Niet elke soort is even zwaar beschermd, er wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën: Tabel 1: Algemene en niet bedreigde soorten Tabel 2: Schaarse soorten Tabel 3: Meest zeldzame en bedreigde soorten Naast de genoemde groepen zijn gedurende het broedseizoen alle broedvogels, broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen beschermd. Tevens zijn vaste verblijfplaatsen van een aantal vogelsoorten jaarrond beschermd. Op grond van de Flora- en faunawet is het verboden: nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren behorende tot een beschermde inheemse soort te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren (artikel 11 Flora- en faunawet). Ook is het verboden: dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten (art. 10 Flora- en faunawet). Tenslotte is het verboden: planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen (art. 8 Flora- en faunawet). Als er sprake is van overtreding van één van deze artikelen dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Voor een aantal beschermde soorten geldt echter sinds 23 februari 2005 een vrijstelling. In het kader van de Flora- en faunawet is begin 2005 een Algemene Maatregel van Bestuur in werking getreden. De stelling dat voor alle beschermde soorten ontheffing moet worden verkregen voordat mag worden gestart met de werkzaamheden, is binnen deze AMvB ten dele losgelaten. Een aantal algemene soorten, de tabel 1-soorten, mag vanaf 2005 bij bepaalde activiteiten worden verstoord zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Het gaat daarbij om de categorieën werkzaamheden Beheer en onderhoud (bijvoorbeeld waterschapsbeheer, natuurbeheer, landbouw); Bestendig gebruik (bijvoorbeeld recreatie of landbouw) en Ruimtelijke ontwikkeling (bijvoorbeeld waterbouw, wegenaanleg). Activiteiten, die binnen deze categorieën vallen, kunnen onder voorwaarden zonder ontheffing worden uitgevoerd, óók als dit schadelijke effecten heeft voor bepaalde beschermde soorten. De zorgplicht blijft voor deze soorten echter gewoon gelden. Onderstaand is een stroomschema opgenomen met de bepalingen of een ontheffing van de Flora- en faunawet nodig is.
24 Stroomschema ruimtelijke ontwikkelingen en Flora- en faunawet Zoals weergegeven in het stroomschema, geldt de vrijstelling alleen bij bepaalde activiteiten en alleen voor soorten vermeld in tabel 1. Voor de tabel 2 en 3 soorten is bij bepaalde activiteiten (zie schema) geen ontheffing wanneer deze activiteiten worden uitgevoerd op basis van een door de Minister van LNV goedgekeurde en door de initiatiefnemer geaccordeerde gedragscode. Wanneer beschermde soorten worden aangetast die niet tot de algemene beschermde soorten behoren, dan moet een ontheffing worden gevraagd. Zoals weergegeven in het stroomschema gelden hiervoor verschillende criteria afhankelijk van de beschermde status: Algemeen voorkomende beschermde soorten ( tabel 1-soorten ) Voor deze soorten geldt een vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer en onderhoud of bestendig gebruik.
25 Overige beschermde soorten ( tabel 2-soorten ) Voor de overige beschermde soorten kan door het Ministerie van LNV ontheffing worden verleend als geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (effecten op regionaal populatieniveau). Indien de gunstige staat van instandhouding van de soort wel in het geding komt, dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen te worden getroffen. Voor initiatiefnemers die individueel of gezamenlijk beschikken over een door het Ministerie van LNV geaccordeerde gedragscode die aangeeft op welke wijze rekening wordt gehouden met beschermde soorten geldt voor deze soorten eveneens een vrijstelling. Extra beschermde soorten ( tabel 3-soorten ) Voor extra beschermde soorten kan alleen ontheffing voor ontwikkelingen worden verleend indien aan de volgende criteria wordt voldaan: Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; Dat betekent dat er alternatieven (zowel voor de locatie als voorgenomen ruimtelijke ingreep) onderzocht moeten worden voor de in het geding zijnde activiteit. Er is sprake van de belangen, vermeld in art. 75, lid 4, sub a of genoemd in art. 2 van Vrijstellingsbesluit. Een essentiële ontheffingsgrond voor een ruimtelijk project of plan komt naar voren in art. 2 van het Vrijstellingsbesluit. Ontheffing kan worden verleend indien er sprake is van dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale en economische aard, en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van de instandhouding van de soort op populatieniveau. Bij tabel 3-soorten kan het zijn dat schade aan een relatief klein aantal individuen reeds van invloed is op een (deel) populatie. Indien de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soort(en) in het geding komt, dienen maatregelen te worden genomen om de instandhouding te garanderen. Dat kan door mitigerende en zonodig compenserende maatregelen te nemen. Of en welke mitigerende en/of compenserende maatregelen nodig zijn, kan de minister van LNV in de voorschriften bij de vergunning aangeven, veelal op voorstel van de initiatiefnemer. Vogels Vogels nemen in de Flora- en faunawet een bijzondere positie in. Voor het verstoren van broedende vogels tijdens het broedseizoen wordt in principe geen ontheffing verleend. Voor het aantasten van vogels geldt een zware toets, vergelijkbaar met die van tabel 3-soorten, waardoor de Minister enkel ontheffing verlenen kan voor overtreding van artikel 10 (opzettelijk verontrusten) nádat de uitgebreide toets doorlopen is. Voor het aantasten van vaste verblijfplaatsen voor diverse vogel soorten is ook een ontheffing nodig. Deze soorten zijn door de beoordelende instantie (DLG) enkele malen aangepast. Onder andere de Gierzwaluw wordt naar verwachting spoedig aan de lijst toegevoegd [Flora- en faunawet bijeenkomst NGB, januari 2009]. De meest recente rechtsgeldige versie van de lijst noemt de volgende soorten [DLG werkdocument, 2007]: Bosuil, Steenuil, Kerkuil, Ransuil, Oehoe, Groene specht, Zwarte specht, Grote bonte specht, Boomvalk, Torenvalk, Slechtvalk, Rode wouw, Zwarte wouw, Zeearend, Wespendief, Buizerd, Sperwer, Havik. Daarnaast dient
26 nesten van Zwarte kraai en Roek in sommige gevallen behouden te blijven als basis voor nestgelegenheid van een deel van bovenstaande (roof)vogels. Zorgplicht In de Flora- en faunawet is een zorgplicht opgenomen; artikel 2, lid 1. De tekst daarvan is als volgt: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, evenals voor hun directe leefomgeving. artikel 2, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterweg te laten voorzover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voorzover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat het lijden zo beperkt mogelijk is. Over de Rode lijst De Rode lijsten hebben geen wettelijke status. Soorten die op de Rode lijst zijn geplaatst, zijn alléén beschermd als ze ook in de Flora- en faunawet als beschermde soort zijn opgenomen. Een deel van de meest bedreigde dier- en plantensoorten heeft overigens eenzelfde status als de Habitatrichtlijnsoorten (zie eerder in deze bijlage onder extra beschermde soorten).
Quickscan Spechtstraat, aanleg park De Kraaij
Notitie Concept Contactpersoon D. (Daan) Dekker Datum 9 juli 2014 Quickscan Spechtstraat, aanleg park De Kraaij 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van gemeente Nijmegen heeft Tauw onderzoek
Toets flora en fauna Herinrichting locatie Spreeuwenstraat 11 te Nijmegen
Toets flora en fauna Herinrichting locatie Spreeuwenstraat 11 te Nijmegen Datum : 27 maart 2014 Projectnummer : 13-0255 Opdrachtgever : Bureau Verkuylen Inleiding Aanleiding In verband met de voorgenomen
Toets flora en fauna President Verhofstadtstraat Groeskuilenstraat en Virmundtstraat te Gemert
Toets flora en fauna President Verhofstadtstraat Groeskuilenstraat en Virmundtstraat te Gemert Datum : 5 november 2014 Projectnummer : 14-0249 Opdrachtgever : Casper Kalb Projectaandrijving Rector de Vethstraat
Quickscan winkelcentrum Meijhorst te Nijmegen
Notitie Contactpersoon Marc Wilberts Datum 10 mei 2010 Kenmerk N001-4710764MWX-mfv-V01-NL Quickscan winkelcentrum Meijhorst te Nijmegen 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Bij alle ruimtelijke ingrepen en plannen
Toets flora en fauna Kolping te Nijmegen
Toets flora en fauna Kolping te Nijmegen Datum : 21 mei 2015 Projectnummer : 15-0099 Opdrachtgever : Talis Postbus 628 6500 AP Nijmegen 1 Inleiding 1.1 Aanleiding In verband met de voorgenomen werkzaamheden
Ruimtelijke onderbouwing Flora en fauna De Monarch I, II, III en IV
Notitie Contactpersoon ing. M.M. (Margaret) Konings Datum 18 juli 2012 Ruimtelijke onderbouwing Flora en fauna De Monarch I, II, III en IV Algemeen In opdracht van Monarch heeft Tauw in 2011 en 2012 onderzoek
Bijlage 3: Natuurtoets Westhavendijk (KuiperCompagnons)
Bijlage 3: Natuurtoets Westhavendijk 14-16 (KuiperCompagnons) NATUUR Kader De Flora- en faunawet (hierna: Ffw) beschermt alle in het wild levende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën. Van deze soortgroepen
Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert
Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert Datum : 30 oktober 2014 Opdrachtgever : Pouderoyen BV Opgesteld door : ir. N. Arts Projectnummer : P14-0202 Inleiding Initiatiefnemer is voornemens
Toets flora en fauna. 1 Inleiding. 2 Wettelijk kader. Pastoor Attendorenstraat Gemert
Toets flora en fauna Pastoor Attendorenstraat Gemert Datum : 1 mei 2017 Projectnummer : 17-0120 Opdrachtgever : Casper Kalb Projectaandrijving Veldwerk : E.J.F. Claassen Opgesteld door : N. Arts Kwaliteitscontrole
Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet
Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet Inleiding Praktisch overal in Nederland komen beschermde soorten flora en fauna voor. Bekende voorbeelden zijn de aanwezigheid van rugstreeppadden op
Notitie inspectie bomen Molenbeek Sittard 2011
Notitie inspectie bomen Molenbeek Sittard 2011 Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies Notitie inspectie bomen Molenbeek Sittard (2.1) 2011 Status: definitief In opdracht van: Molenparc bv Contactpersoon:
Quickscan flora en fauna. Woonhuis Wijststraat 3 te Heesch
Quickscan flora en fauna Woonhuis Wijststraat 3 te Heesch Lobith, december 2007 december 2007 2 Inhoud 1. Inleiding... 5 2. Wettelijk kader... 6 2.1 Flora- en Faunawet... 6 Algemene Maatregel van Bestuur...
QUICKSCAN FLORA EN FAUNA
QUICKSCAN FLORA EN FAUNA Behorende bij project: ( Naast) Elststraat 2, te Rosmalen Gemeente s-hertogenbosch Opdrachtgever: De heer P. van Hooft Projectnummer: PS.2016.618 Datum: 9 augustus 2016 Pasmaat
NATUURTOETS LANGE WEMEN HENGELO VERVOLGONDERZOEK GEMEENTE HENGELO
VERVOLGONDERZOEK GEMEENTE HENGELO November 2009 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding en doel 3 1.2 Werkwijze 3 1.3 Leeswijzer 4 2 Wettelijk kader Flora- en faunawet 5 3 Aanwezige natuurwaarden 7 3.1 Inleiding
Toetsing beschermde natuurwaarden project Synthon
Notitie Contactpersoon Bas Bakker Datum 12 november 2012 Kenmerk N005-1205912XMT-cmn-V02-NL Toetsing beschermde natuurwaarden project Synthon 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van gemeente
Deze wet beschermt van ongeveer 500 van de dier- en plantensoorten die in Nederland
Bijlage 3. Ecologie B3.1. Beleidskader Aanleiding en doel De beoogde ontwikkeling betreft de bouw van 31 woningen op een deels braakliggende kavel en delen van zeer diepe achtertuinen (zie ook paragraaf
Toets flora en fauna. 1 Inleiding. 2 Wettelijk kader. Deel 54 Gemert
Toets flora en fauna Deel 54 Gemert Datum : 22 juni 2016 Projectnummer : 16-0214 Opdrachtgever : Bouwbedrijf Raaijmakers Molenstraat 43 5421 KD Gemert Veldwerk : K. Moonen Auteur : K. Moonen Kwaliteitscontrole
Quickscan samenvatting natuurtoets Sint Nicolaasdijk 153, Kampen
Witpaard BV Contactpersoon Kenmerk Status Datum Dhr. J. Drenth 15-182 concept 13 mei 2015 Betreft Quickscan samenvatting natuurtoets Sint Nicolaasdijk 153, Kampen Omschrijving Aanleiding en doelstelling
Saksen Weimar fase 5 en verder Ecologische check
Saksen Weimar fase 5 en verder Arnhem, 11 december 2014 P a g i n a 2 Colofon Titel : Saksen Weimar fase 5 Subtitel : Projectnummer : 14.125 Datum : 11 december 2014 Veldonderzoek : T. Kooij Auteur(s)
Aanvullend natuuronderzoek locatie Nieuweweg / Parklaan te Hattem
Aanvullend natuuronderzoek locatie Nieuweweg / Parklaan te Hattem Onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen en steenmarter Datum: 15-10-2012 Auteur: A. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Rapportnummer:
Huidige situatie Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, opgaande beplanting en watergangen.
Ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan deze ontwikkelingen
Quickscan perceel Boerhaavelaan te Tiel. Ecologische beoordeling van de woningbouwmogelijkheid op perceel aan Boerhaavelaan te Tiel
Quickscan perceel Boerhaavelaan te Tiel Ecologische beoordeling van de woningbouwmogelijkheid op perceel aan Boerhaavelaan te Tiel 4 februari 2011 Verantwoording Titel Quickscan perceel Boerhaavelaan
Quick scan natuurtoets KuiperCompagnons d.d. 30 november Soortenbescherming
Quick scan natuurtoets KuiperCompagnons d.d. 30 november 2009 Soortenbescherming De Flora- en faunawet (hierna: Ffw) beschermt alle in het wild levende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën. Van deze
: dhr. C. Brouwer / [email protected] : Resultaten ecologisch onderzoek De Heyderweg 1 te Leiden
Van Reisen Bouwmanagement & Advies Dhr. L. van Reisen Postbus 97 2200 AB Noordwijk Noordwijk, 21 november 2013 Projectkenmerk Contactpersoon Betreft : 1309F708/COB/rap2 : dhr. C. Brouwer / [email protected]
Bijlage 1 Onderzoek ecologie
Bijlage 1 Onderzoek ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan
Toetsing Flora- en faunawet voor de sloop van een kerk te Noardburgum.
Toetsing Flora- en faunawet voor de sloop van een kerk te Noardburgum. Toetsing Flora- en faunawet voor de sloop van een kerk te Noardburgum. Status Definitief Datum 18 september 2014 Handtekening Matthijs
- er sprake is van een wettelijk geregeld belang (waaronder het belang van land- en bosbouw,
Bureauonderzoek ecologie, wijzigingsplan IJsseldijk-West Ecologie Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en het
Vleermuisonderzoek De Waterwijzer Lelystad
Vleermuisonderzoek De Waterwijzer Lelystad Opdrachtgever : DG Groep Rapporteur : R. van der Kuil Status : concept Datum : 27 augustus 2011 Stichting CREX Boekenburglaan 54 2215 AE Voorhout 06-48410531
Verkennend natuuronderzoek N237 Soesterberg
Verkennend natuuronderzoek N237 Soesterberg Verantwoording Titel : Verkennend natuuronderzoek N237 Soesterberg Subtitel : Projectnummer : Referentienummer : Revisie : C1 Datum : 30-10-2012 Auteur(s) :
MEMO. Vleermuizen Sportlaan 2 4 te Gemert
MEMO Vleermuizen Sportlaan 2 4 te Gemert Datum : 24 juli 2017 Projectnummer : 17-0194 Opdrachtgever : A van Schijndel beheer Opgesteld door : Ir. E.J.F. Claassen Aanleiding Opdrachtgever is voornemens
Onderzoek flora en fauna
Onderzoek flora en fauna 1. Conclusie Geconcludeerd wordt dat voor de beoogde functieveranderingen geen ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet vereist is. Hierbij dient wel gewerkt te worden
Quickscan samenvatting Flora- en faunawet Van Zuylenlaan 9, Hoevelaken
Dhr. J.P.L.M.G. Gelauff Van Zuylenlaan 9 3871 BG Hoevelaken Contactpersoon Kenmerk Status Datum Dhr. A. de Gelder 15-314 definitief 31 augustus 2015 Betreft Quickscan samenvatting Flora- en faunawet Van
Toetsing beschermde natuurwaarden herontwikkeling Kaaplandstraat Nijmegen
Notitie Contactpersoon Peter te Morsche T +31 57 06 99 74 1 Datum 16 april 2012 Kenmerk N001-1207234PMM-mfv-V01-NL Toetsing beschermde natuurwaarden herontwikkeling Kaaplandstraat Nijmegen 1 Inleiding
Quickscan flora en fauna. Deltaweg te Helmond
Quickscan flora en fauna Deltaweg te Helmond A.P. Kerssemakers Voor de afdeling: SB/ROV. Gemeente Helmond. December 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding 1 2.Wettelijk kader 2 3. Plangebied 4 4. Onderzoek 7
Notitie flora en fauna
Notitie flora en fauna Titel/locatie Projectnummer: 6306 Datum: 11-6-2013 Opgesteld: Rosalie Heins Gemeente Baarn is voornemens om op de locatie van de huidige gemeentewerf een nieuwe brede school ontwikkelen.
Onderzoek flora en fauna
Bijlage 3 Onderzoek flora en fauna Ecologie In dit onderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven
Samenvatting quickscan natuurtoets
Samenvatting quickscan natuurtoets Onderwerp Opdrachtgever Insingerstraat Soest RV&O Project Status Datum Sloop en nieuwbouw Insingerstraat concept 8 januari 2016 Auteur Veldonderzoek Projectcode Gelder,
Steenuil en ontheffingsaanvragen van de Flora- en faunawet. Martijn van Opijnen (Dienst Regelingen) Wouter van Heusden (Dienst Landelijk Gebied)
Steenuil en ontheffingsaanvragen van de Flora- en faunawet Martijn van Opijnen (Dienst Regelingen) Wouter van Heusden (Dienst Landelijk Gebied) 5 november 2011 Wat doen DR en DLG Dienst Regelingen is namens
Notitie Quickscan flora en fauna
Notitie Quickscan flora en fauna De Uithof/ Kromhout te Utrecht Projectnummer: 5755.9 Datum: 5-5-2017 Projectleider: Opgesteld: Opdrachtgever: Universiteit Utrecht Universiteit Utrecht laat jaarlijks bomen
Quickscan natuurtoets samenvatting Realisatie stadsboerderij Hertenkamp, Ommen
Quickscan natuurtoets samenvatting Realisatie stadsboerderij Hertenkamp, Ommen Auteur: A. (Adriaan) de Gelder Veldonderzoek: M. (Martijn) Bunskoek Project: 14-236 Datum: 1 augustus 2014 Status: Concept
Quickscan Flora- en Faunawet. t.b.v. sloop Opstallen. Oude Maasstraat 18 gemeente Uden
Quickscan Flora- en Faunawet t.b.v. sloop Opstallen Oude Maasstraat 18 gemeente Uden Zaaknummer:Ecologisch 253720 Adviesbureau Ettema december 2015 Behoort bij besluit van het College van burgemeester
: QuickScan Flora & Fauna Meijelseweg 60a te Beringe, gemeente Peel en Maas
Advies : QuickScan Flora & Fauna Meijelseweg 60a te Beringe, gemeente Peel en Maas Datum : 14 januari 2014 Opdrachtgever : De heer L.P.G. Oudenhoven Projectnummer : 211x05418 Opgesteld door : Ineke Kroes
1 NATUUR. 1.1 Natuurwetgeving & Planologie
1 NATUUR 1.1 Natuurwetgeving & Planologie De bescherming van de natuur is in Nederland vastgelegd in respectievelijk de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet. Deze wetten vormen een uitwerking
Quickscan flora en fauna locatie De Boo, Utrecht
Quickscan flora en fauna locatie De Boo, Utrecht 8 maart 2013 Quickscan flora en fauna locatie De Boo, Utrecht Ecologische beoordeling ten behoeve van de herontwikkeling van locatie De Boo in Utrecht
GEMEENTE SCHERPENZEEL
GEMEENTE SCHERPENZEEL Ruimtelijke onderbouwing Industrielaan 38 en 40 Bijlagenboek 172-001 Natuurtoets Industrieweg 38&40 Scherpenzeel Beschermde flora & fauna en Ecologische Hoofdstructuur 24 februari
NOTITIE. Quickscan perceel Veldstraat 4 te Nijmegen. Methodiek. Plangebied en ingreep
NOTITIE Mevr. T. Martens Gemeente Nijmegen Postbus 9105 6500 HG Nijmegen DATUM: 15-04-2016 ONS KENMERK: 16-109/16.01207/DirKr UW KENMERK: VPL 235792 AUTEUR: PROJECTLEIDER: D.B. Kruijt D.B. Kruijt STATUS:
Toets flora en fauna Oude Tilburgsebaan te Dorst
Toets flora en fauna Oude Tilburgsebaan te Dorst Datum : 2 mei 2016 Projectnummer : 16-0128 Opdrachtgever : Kleijngeld Vastgoed Ontwikkeling bv Energieweg 8E 5145 NW Waalwijk Opgesteld door : E.J.F. Claassen
Quickscan Flora- en faunawet voor een wijziging in het bestemmingsplan aan Hoofdweg 8-12 te Klijndijk.
Quickscan Flora- en faunawet voor een wijziging in het bestemmingsplan aan Hoofdweg 8-12 te Klijndijk. Quickscan Flora- en faunawet voor een wijziging in het bestemmingsplan aan Hoofdweg 8-12 te Klijndijk.
Project Status Datum. Sloop en nieuwbouw locatie Emmaschool concept 14 januari 2016. Auteur Veldonderzoek Projectcode
Onderwerp Opdrachtgever Emmaschool Heerde Witpaard Project Status Datum Sloop en nieuwbouw locatie Emmaschool concept 14 januari 2016 Auteur Veldonderzoek Projectcode Gelder, A. (Adriaan) de Gelder, A.
Gemeente Nijmegen T. Martens Postbus HG Nijmegen. Quick scan Flora- en faunawet Mesdagstraat te Nijmegen
Ecologie & landschap NOTITIE Gemeente Nijmegen T. Martens Postbus 9105 6500 HG Nijmegen DATUM: 29 januari 2016 ONS KENMERK: UW KENMERK: -- AUTEUR: PROJECTLEIDER: 15-879/16.00623/RalSm R.R. Smits G. Hoefsloot
Quick-scan Flora- en faunawet en bomeninventarisatie voorterrein Eindhoven Airport
Notitie Contactpersoon Maikel Aragon van den Broeke MSc Datum 4 mei 2015 Kenmerk N015-1220869XAB-los-V01-NL Quick-scan Flora- en faunawet en bomeninventarisatie voorterrein Eindhoven Airport 1 Inleiding
Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt
Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt CONCEPT Omgevingsdienst Regio Utrecht juli 2012 kenmerk/ opgesteld door beoordeeld door Ronald Jansen Dagmar Storm INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding...
Verkennend natuuronderzoek De Hoeven Beekbergen
Verkennend natuuronderzoek De Hoeven Beekbergen Onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en gebieden Datum: 27-10-2011 Auteur: A. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Rapportnummer: DT/2011/010.03
Tabel 1: Inventarisatieschema onderzoek Waterspitsmuis.
Notitie Aanvullend onderzoek Waterspitsmuis Assenrade Hattem Auteurs: ing. M. van der Sluis (Eindredactie drs. I. Veeman) Project: 06093A Datum: 20 december 2007 Status: definitief ecogroen advies bv Postbus
Verkennend natuuronderzoek Parklaan / Nieuweweg te Hattem
Verkennend natuuronderzoek Parklaan / Nieuweweg te Hattem Onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en gebieden Datum: 28-11-2011 Auteur: A. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Rapportnummer:
Notitie. Inleiding. Wettelijk kader. Verbodsbepalingen. Voortplantingsplaatsen en andere vaste rust- en verblijfplaatsen
Notitie Opdrachtgever: Dhr. H. Verloop Auteur: A. de Baerdemaeker Betreft: Quick scan plaatsing POP-huisjes Projectnummer: 1020 Datum: 4 september 2013 Status: Definitief bezoekadres: Natuurhistorisch
Nader onderzoek. Vleermuizen. V.S.O. School de "Keerkring" Woerden. Gemeente Woerden 08.015690. Ecologisch onderzoek en advies.
Nader onderzoek Vleermuizen V.S.O. School de "Keerkring" Woerden Gemeente Woerden 08.015690 Regislratiedatum: Behandelend afdeling Afgehandeld door/op: 09/12/2010 RO %* 6 oktober 2008 NADER ONDERZOEK.
Nader onderzoek steenmarters. De Geest
Nader onderzoek steenmarters De Geest te Beek Concept Arnhem, 1 december 2008 In opdracht van: sloopservice.nl advies & organisatie Contact: [email protected] Arnhem, 1 december 2008 2 Arnhem, 1 december 2008
Beverwijkerstraatweg 44 - Castricum
Quick scan flora en fauna Beverwijkerstraatweg 44 - Castricum Gemeente Castricum 0 INHOUD 1. Aanleiding... 2 2. Gebiedsomschrijving en beoogde ingrepen... 3 3. Wettelijk kader... 4 4. Voorkomen van beschermde
