Installatie-instructie voor de installateur
|
|
|
- Laurens van der Wolf
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 voor de installateur Installatie-instructie voor de installateur Nefit MultiLine A/W 4.7 Lucht/water split warmtepomp voor hybride toepassing in combinatie met de volgende cv-ketels: SmartLine BaseLine ProLine TrendLine TopLine Compact TopLine HR 25/30 TopLine AquaPower HRC 25/30 TopLine AquaPower Plus Wo (2013/01) NL
2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen Toelichting van de symbolen Veiligheidsaanwijzingen Gegevens betreffende het toestel Voorgeschreven toepassing EG-conformiteitsverklaring Typeplaatje Leveringsomvang Toebehoren Gereedschappen, materialen en hulpmiddelen Algemeen over de warmteproductie Functiebeschrijving van de binnenunit Omgang met printplaten Koudemiddelcircuit buitenunit cv-ketel met een parallel geschakeld buffervat cv-ketel met een in serie geschakeld buffervat cv-ketel met een in serie geschakeld buffervat Overzicht van de componenten Binnenunit Buitenunit Maten Binnenunit Buitenunit Technische gegevens Hybride systeem Binnenunit Buitenunit Voorschriften Normen voorschriften en richtlijnen Algemene voorschriften Transport Buitenunit tillen en dragen Uitpakken buitenunit Binnenunit uitpakken Leveringsomvang controleren Montage en installatie Installatie voorbereiden Waterkwaliteit (vul- en bijvulwater) Antivriesmiddel Installatie spoelen Opstelling van de systeemcomponenten Algemene voorwaarden Buffervat Bypassventiel Expansievat Binnenunit Buitenunit Leidingen voorinstalleren Aansluiting op binnenunit voorbereiden Bypassventiel monteren ModuLine 400 monteren Binnenunit monteren Buitenunit monteren Condensafvoer van de buitenunit voorbereiden Montage op de fundering Condensafvoer van de buitenunit maken Koudemiddelcircuit installeren Veiligheid Installatie voorbereiden Koudemiddelleidingen installeren Binnenunit aansluiten Buitenunit aansluiten Dichtheid van het koudemiddelcircuit controleren Koudemiddelafsluiter isoleren Koudemiddelcircuit vacumeren en drogen Elektrische aansluiting tot stand brengen Veiligheid Algemene voorwaarden Buitenunit aansluiten Montage van de buitentemperatuursensor Montageplaats kiezen Buitentemperatuursensor aansluiten DIP-switch op de buitenunit instellen Inbedrijfstelling Voor de inbedrijfstelling Veiligheid Voorwaarden voor inbedrijfstelling Systeem voor de eerste keer in bedrijf stellen Buitenunit vooraf op de netspanning aansluiten BUS-kabel naar buitenunit aansluiten Netaansluiting aanbrengen Hybride systeem inschakelen Sluit de ModuLine 400 aan op de hybride regeleenheid HM CV-ketel in de binnenunit aansluiten CV-pomp in de binnenunit instellen Installatie met een in serie geschakeld buffervat Installatie met parallel geschakeld buffervat Binnenunit ontluchten Bypassventiel instellen Parameters voor energie- en kostenoptimalisatie van het hybride systeem instellen Navigeren Regelstrategie instellen In bedrijf stellen ModuLine Temperatuurverschil voor inschakelvertraging cv-ketel Inschakelvertraging cv-ketel Functie testen Data monitoren Software versie Wijzigingen in hybride regelmodule HM Terug naar fabrieksinstellingen Langdurige spanningsonderbreking Fout historie Info menu Parameters op de hybride regelmodule HM10 instellen MultiLine A/W (2013/01)
3 Inhoudsopgave Inbedrijfstelling van de warmtepomp bij buitentemperaturen buiten het normale bedrijfsbereik Klant informeren en technische documenten overdragen 43 7 Bediening Automatische ontdooifunctie Systeem buiten bedrijf stellen Systeem regulier buiten bedrijf stellen Systeem in noodsituatie buiten bedrijf stellen Hybride systeem na een bedrijfsonderbreking weer inschakelen Milieubescherming/afvalverwerking Koudemiddel afvoeren Toestel afvoeren Inspectie en onderhoudswerkzaamheden Inspectie en onderhoud voorbereiden Inspectie en onderhoudswerkzaamheden afsluiten Onderhoudsintervallen Binnenunit onderhouden Visuele inspectie binnenunit CV-water uit binnenunit aftappen Filter reinigen Temperatuursensor controleren Inspectie en onderhoud beëindigen Buitenunit onderhouden Algemene aanwijzingen Visuele inspectie van de buitenunit Overzicht van de DIP-switches in de buitenunit Luchtinlaat van de buitenunit reinigen Inspectie en onderhoud beëindigen Inspectie- en onderhoudsprotocollen Inverter-printkaart Printkaart Temperatuursensor TH3, TH6 of TH33 vervangen Buitentemperatuursensor TH7 vervangen Temperatuursensor TH4 en TH32 vervangen Lineair expansieventiel in- en uitbouwen Transformator demonteren (ACL) Koudemiddelcircuit vullen koudemiddelcircuit aftappen en drogen Vacuümdrogen Afsluiters van de buitenunit openen Bijlage Elektrische bedrading van een installatie met bypassventiel en een ongemengd cvcircuit Elektrische bedrading van de printplaten in de buitenunit Printplaat in de buitenunit Afwijkende leidinglengten en DT Storingen Niet getoonde storingen Algemene storingen Storingen van de buitenunit veel gestelde vragen Getoonde storingen Storingsmeldingen op de hybride regelmodule HM Temperatuursensoren van de binnenunit controleren Storingen weergave op de ModuLine 400 en hybride regelmodule HM Storingen van de buitenunit Componenten controleren DC-ventilatormotoren/printplaat controleren Temperatuursensoren van de buitenunit controleren Lineaire expansieventielen (LEV) controleren Onderdelen vervangen Koelmiddel in de buitenunit terugzuigen Mantel van de buitenunit afnemen Ventilatormotor vervangen Elektronicabehuizing vervangen Printplaten vervangen Ontstoringsfilter MultiLine A/W (2013/01) 3
4 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen 1.1 Toelichting van de symbolen Waarschuwing Signaalwoorden voor een waarschuwingsaanwijzing geven de soort en de ernst van de gevolgen aan, wanneer de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet gerespecteerd worden. OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan. VOORZICHTIG betekent, dat licht tot middelzwaar persoonlijk letsel kan ontstaan. WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan. GEVAAR betekent, dat er levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ontstaan. Belangrijke informatie Aanvullende symbolen Symbool Waarschuwingsaanwijzingen in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek met grijze achtergrond en een kader. Bij gevaren door stroom wordt het uitroepteken in de gevarendriehoek vervangen door een bliksemsymbool. Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of materialen wordt met het nevenstaande symbool gemarkeerd. Deze worden gescheiden van de tekst door een lijn onder en boven de tekst. Betekenis Handelingsstap Kruisverwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documenten Opsomming/lijstpositie Opsomming/lijstpositie (2e niveau) Tabel Veiligheidsaanwijzingen Omgang met het koudemiddel In de warmtepomp wordt het koudemiddel R410A gebruikt. Alleen gekwalificeerde en gecertificeerde koelmiddeltechnici mogen werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit uitvoeren. Bij alle werkzaamheden met koudemiddel altijd geschikte veiligheidshandschoenen en veiligheidsbril dragen. Gevaar door elektrische stroom Elektrotechnische werkzaamheden alleen bij overeenkomstige kwalificatie uitvoeren. Verkeerd uitgevoerde werkzaamheden aan de elektrische installatie kunnen kortsluiting, oververhitting of brand tot gevolg hebben. Gevaar door explosieve en licht ontvlambare materialen Licht ontvlambare materialen (papier, kledingstukken, verdunning, verf enz.) niet in de nabijheid van de buitenunit gebruiken, opslaan of daarop leggen. Opstelling en installatie Het conform de voorschriften opstellen, monteren en installeren van de afzonderlijke componenten zijn voorwaarden voor een veilig en efficiënt bedrijf van het hybride systeem. Hybride systeem en de componenten alleen door de leverancier of door een erkend installateur laten opstellen en monteren. Inbedrijfstelling Hybride systeem en componenten alleen door de leverancier of een gecertificeerde en door de fabrikant erkende installateur in bedrijf laten stellen. Informatie aan de klant De klanten informeren over de werking van het hybride systeem en de afzonderlijke componenten en instrueren over de bediening. Wijs de gebruiker erop, dat hijzelf geen wijzigingen of reparaties mag uitvoeren. Geef de installatie- en bedieningsvoorschriften aan de gebruiker in bewaring. Schade door bedieningsfouten Bedieningsfouten kunnen persoonlijk letsel en/of materiële schade tot gevolg hebben. Waarborg, dat kinderen het toestel niet zonder toezicht bedienen of ermee spelen. Waarborg, dat alleen personen toegang hebben, die in staat zijn, het toestel deskundig te bedienen. Inspectie, onderhoud en reparaties Inspectie, onderhoud en reparaties mogen alleen door een erkend installateur worden uitgevoerd. Gebruik alleen originele reserve-onderdelen van Nefit. Voor schade die ontstaat door niet door Nefit geleverde reserveonderdelen, kan Nefit niet aansprakelijk worden gesteld. Alleen de voor deze toepassing vastgelegde toebehoren gebruiken. Aanbeveling voor de gebruiker: sluit een onderhouds- en inspectiecontract af voor jaarlijkse inspectie en behoefte-afhankelijk onderhoud met een erkend installateur. Milieubescherming De gebruiker is verantwoordelijk voor de veiligheid en de milieuvriendelijke werking van het hybride systeem. Verpakkingsmaterialen conform de milieuvoorschriften afvoeren. Gedrag bij ontsnappend koudemiddel Ontsnappend koudemiddel kan bij aanraken van de lekkageplaats bevriezing tot gevolg hebben. Wanneer koudemiddel ontsnapt, geen onderdelen van de warmtepomp aanraken. Voorkom huid- of oogcontact met het koudemiddel. Schakel bij huid- of oogcontact met het koudemiddel een arts in. 4 MultiLine A/W (2013/01)
5 Gegevens betreffende het toestel 2 2 Gegevens betreffende het toestel 2.1 Voorgeschreven toepassing Het toestel mag alleen in gesloten tapwater-cv-systemen conform EN worden ingebouwd. Ieder ander gebruik is niet voorgeschreven. Daaruit resulterende schade valt niet onder de fabrieksgarantie. Industrieel gebruik van de warmtepomp voor het verzorgen van proceswarmte is uitgesloten. Toestel alleen voor de gegeven doeleinden gebruiken en daarbij de technische randvoorwaarden en de omgevingscondities respecteren ( hoofdstuk 2.16). De volgende Nefit cv-ketels kunnen in de vermogensuitvoering tot 30 kw cv-vermogen in het hybride systeem worden toegepast: SmartLine BaseLine ProLine TrendLine TopLine Compact TopLine HR25/30 TopLine Aquapower HRC 25/30 TopLine Aquapower Plus De warmtepomp alleen met koudemiddel R410A gebruiken. Respecteer de specificaties op de typeplaten van de systeemcomponenten. Sluit het toestel alleen aan op een cv-installatie, die met de specificaties en het vermogen van het hybride systeem compatible is. Tot het correcte gebruik behoort ook het respecteren van de onderhoudsintervallen. Het hybride systeem mag alleen voor de opgegeven doeleinden worden gebruikt. De leverancier is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door verkeerd, onjuist of ondeskundig gebruik. 2.3 Typeplaatje Op de typeplaat vindt u de toestel specificaties en het serienummer Op de binnenunit bevindt zich een typeplaat onder op het rechter zijpaneel van de mantel en op de binnenzijde van de houder voor de hybride regelmodule HM10. Afb. 1 Typeplaat op de binnenunit Op de buitenunit bevindt de typeplaat zich op de servicedeksel Wo Bij toepassing van de warmtepomp in gebouwen met gevoelige elektronica moeten speciale eisen worden gerespecteerd. 2.2 EG-conformiteitsverklaring Dit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese richtlijnen evenals aan de bijkomende nationale vereisten. De conformiteit wordt aangetoond door het CE-kenmerk. U kunt de conformiteitverklaring van het product opvragen bij Nefit. Afb. 2 Typeplaat op de buitenunit ITL MultiLine A/W (2013/01) 5
6 2 Gegevens betreffende het toestel 2.4 Leveringsomvang Wo Afb. 3 Leveringsomvang [1] Binnenunit [2] Montagebeugel [3] Buitenunit [4] Foliezak met handleidingen, tekeningen en onderdelen 2.5 Toebehoren Hier vindt u een lijst met toebehoren. Een volledig overzicht van alle leverbare toebehoren vindt u in onze algemene catalogus. Noodzakelijke toebehoren De volgende toebehoren zijn nodig voor bedrijf van het systeem: ModuLine 400 kamerthermostaat (artikelnummer ) Buffervat met minimaal 50 liter inhoud Bypassventiel (alleen nodig bij cv-installaties met een in serie geschakeld buffervat). Optionele toebehoren Wandconsole voor wandmontage van de buitenunit, inclusief trillingsdempers Vloerbeugel met trillingsdempers voor verhoogde opstelling van de buitenunit Condensbak Verwarmingslint voor het vermijden van ijsvorming in de condensbak 2.6 Gereedschappen, materialen en hulpmiddelen Voor het uitvoeren van de servicewerkzaamheden aan de binnenunit heeft u het standaardgereedschap voor verwarmings-, gas- en waterinstallaties nodig. 2.7 Algemeen over de warmteproductie Door een cv-ketel met een warmtepomp te combineren kunnen gebouwen efficiënter worden verwarmd. Daarbij hebben beide producten verschillende kenmerken. Zowel de cv-ketel als ook de warmtepomp gebruiken energie uit fossiele brandstoffen. In een cv-ketel wordt het gas direct in het toestel verbrand. Warmtepompen gebruiken elektrische energie, die uit verschillende bronnen wordt gewonnen. Daartoe behoren ook energiecentrales, die fossiele brandstoffen gebruiken. De efficiency daarvan bij de omzetting van brandstof in bruikbare elektrische energie is over het algemeen ongeveer 40 %. Ondanks dat een warmtepomp de opgenomen energie (stroom) verregaand efficiënter kan omzetten in warmte dan een cv-ketel, is met de gebruikte elektrische energie het verbruik van fossiele brandstoffen verbonden. Dit verbruik van fossiele brandstoffen wordt primaire energiefactor (PEF) genoemd. De PEF van stroom is in de regel 2,3, de PEF van gas is 1,1, de PEF van stroommix is 2,6. Het rendement ofwel COP (coefficient of performance ) van een warmtepomp ligt afhankelijk van de buitentemperatuur en de cv-aanvoertemperatuur tussen 2 en 5,5. Afhankelijk van de actuele omstandigheden en de cv-warmtevraag biedt de cv-ketel of de warmtepomp de meest gunstige energie-kosten-verhouding. 6 MultiLine A/W (2013/01)
7 Gegevens betreffende het toestel 2 Het hybride systeem integreert beide technologieën in één systeem en biedt zo de mogelijkheid, beide-toestelen te allen tijden optimaal te gebruiken. Daarbij kan de gebruiker kiezen, of hij het milieu (primaire energieverbruik) en/of het financiële aspect stookkosten besparing voorrang geeft. 2.8 Functiebeschrijving van de binnenunit De hybride regelmodule HM10 stuurt de buitenunit, de cv-ketel en de ModuLine 400 aan. Afhankelijk van de buitentemperatuur, en de gewenste cv-aanvoertemperatuur bepaalt de hybride regelmodule HM10, welk aandeel van de totaal te leveren warmte door de cv-ketel en of de warmtepomp moet worden geleverd. Door deze regelstrategie wordt de efficiency van het cv-systeem geoptimaliseerd. De hybride regelmodule HM10 levert het stuursignaal aan de interface naar de warmtepomp. Deze moduleert het vermogen van de buitenunit afhankelijk van de actuele warmtevraag. Een in de binnenunit geïntegreerde verdeler scheidt de cv-ketel en de cvcircuits. Daardoor kan de cv-water na het circuleren door de binnenunit door de cv-ketel of terug naar de cv-installatie worden geleid. Een in de binnenunit geïntegreerde cv-pomp zorgt voor de circulatie van het cv-water door de binnenunit. Door de in de binnenunit geïntegreerde verdeler is het bedrijf van de cv-pomp in de Binnenunit niet afhankelijk van het bedrijf van de cv-pomp in de cv-ketel. De cv-pomp in het cv-ketel en de cv-pomp in de binnenunit draaien tegelijkertijd, wanneer alleen de cv-ketel in bedrijf is of wanneer de cv-ketel en de warmtepomp tegelijkertijd in bedrijf zijn. Wanneer alleen de warmtepomp in bedrijf is, draait alleen de cv-pomp in de binnenunit. Het metalen zeeffilter beschermt de platenwarmtewisselaar (condensor) in de binnenunit en het cv-systeem tegen vervuiling door kleine deeltjes met een diameter groter dan 1 mm. Een stromingsschakelaar met magnetische reed-schakelaar waarborgt, dat de buitenunit alleen actief is, wanneer het waterdebiet voor de platenwarmtewisselaar (condensor) voldoende is. In de kopergesoldeerde rvs-platenwarmtewisselaar (condensor) vindt de warmte-uitwisseling plaats tussen het koudemiddel (R410A) en het cv-water. Aan de in- en uitlaat van de platenwarmtewisselaar (condensor) bevindt zich een temperatuursensor. Met behulp van deze sensoren wordt het cv-systeem beveiligd tegen te hoge cv-water temperaturen tijdens verwarmingsbedrijf en tegen te lage cv-water temperaturen tijdens ontdooi bedrijf. De warmte-uitwisseling tussen het koudemiddel (R410A) en de buitenlucht vindt plaats in de warmtewisselaar van de buitenunit (condensor). Het buffervat heeft twee functies: op de eerste plaats waarborgt deze, dat te allen tijde voldoende warmte in de cv-installatie aanwezig is om het ontdooibedrijf van de warmtepomp te ondersteunen. Op de tweede plaats voorkomt het buffervolume overmatig veel schakelen van de warmtepomp bij geringe warmtevraag. Dit resulteert in een optimalisatie van de efficiency van de installatie en in het reduceren van overmatige slijtage van de warmtepompcomponenten. Bypassventiel (bypass) Het bypassventiel is alleen nodig bij gebruik van een in serie geschakeld buffervat (zie 5.2.1a). Bij een laag debiet in de cv-installatie vanwege gesloten thermostaatkranen wordt het voor de binnenunit benodigde minimale debiet van 6,0 l/ min via het bypassventiel gewaarborgd. Deze functie is vooral bij de automatische ontdooifunctie van belang. Zolang een warmtevraag actief is (thermostaatkranen geopend), is het bypassventiel gesloten. Het bypassventiel begint te openen, wanneer geen warmtevraag meer aanwezig is en de thermostaatkranen sluiten. Het cv-water stroomt door het bypassventiel en waarborgt zo het benodigde minimale debiet van het cv-water door de binnenunit. 2.9 Omgang met printplaten Printplaten met regelelektronica reageren bij het aanraken gevoelig op elektrostatische ontladingen. Om schade aan de componenten te voorkomen, is zorgvuldigheid noodzakelijk. Afb. 4 Armband De schade is meestal latent. Een printplaat kan bij de inbedrijfstelling optimaal functioneren en problemen treden vaak pas later op. Opgeladen objecten zijn alleen in de nabijheid van de elektronica een probleem. Houd een veiligheidsafstand aan van minimaal een meter tot schuimrubber, beschermfolie en ander verpakkingsmateriaal, bekledingsstukken van kunstvezel (bijv. fleece truien) en dergelijke, voordat u met de werkzaamheden begint. Een goede ESD-beveiliging bij het werken met elektronica is een geaarde armband. Deze armband moet gedragen worden, voordat de beschermzak/beschermende verpakking wordt geopend of voordat een in het toestel aanwezige printplaat wordt blootgelegd. De armband moet gedragen worden, tot de printkaart weer in de beschermende verpakking wordt geplaatst of de mantel van de buitenunit na afronding van de installatie van de printkaart weer is aangebracht. Ook vervangen printplaten, die worden teruggezonden, moeten op deze wijze worden behandeld. Afb. 5 Bij gebruik van een parallel geschakeld buffervat is het bypassventiel niet nodig. VOORZICHTIG: Schade aan de uitrusting door elektrostatische ontlading! Raak printplaten nooit aan zonder geaarde armband. Omgang met elektronische componenten I I MultiLine A/W (2013/01) 7
8 2 Gegevens betreffende het toestel 2.10 Koudemiddelcircuit buitenunit A B Afb. 6 koudemiddelcircuit [A] Koudemiddelstroom bij ontdooien [B] Koudemiddelstroom bij verwarmen [1] Warmtewisselaar/verdamper [2] Temperatuursensor TH6 op de leiding naar de verdamper [3] Buitentemperatuursensor TH7 [4] Temperatuursensor TH3 op de leiding voor vloeibaar koudemiddel [5] Verdeler [6] Temperatuursensor TH33 op de leiding voor vloeibaar koudemiddel [7] Vuilvanginrichting [8] Lineair expansieventiel LEV-A [9] Opvangstuk [10] Lineair expansieventiel LEV-B [11] Afsluitkraan [12] Aansluiting voor vloeibaar koudemiddel [13] Aansluiting voor gasvormig koudemiddel [14] Afsluiter met terugslagventiel [15] 4-weg-ventiel [16] Vulaansluiting [17] Hogedrukschakelaar 63H [18] Geluiddemper [19] Temperatuursensor TH4 voor heet gas [20] Temperatuursensor TH32 op compressorhuis [21] Compressor ITL 8 MultiLine A/W (2013/01)
9 Gegevens betreffende het toestel cv-ketel met een parallel geschakeld buffervat MM WM Wo Afb. 7 cv-ketel met een parallel geschakeld buffervat [1] Buitentemperatuursensor [2] Combiketel tot max. 30 kw cv-vermogen (Nefit) [3] ModuLine 400 [4] Ongemengde cv-groep [5] Gemengde cv-groep [6] Buffervat [7] Expansievat [8] Binnenunit [9] Buitenunit [] [Modules:] [- MM10 ](mengmodule) [- WM10 ](openverdeler-module) MultiLine A/W (2013/01) 9
10 2 Gegevens betreffende het toestel 2.12 cv-ketel met een in serie geschakeld buffervat Wo Afb. 8 cv-ketel met een in serie geschakeld buffervat [1] Buitentemperatuursensor [2] Combiketel tot max. 30 kw cv-vermogen (Nefit) [3] ModuLine 400 [4] Aanvoer verdeler-verzamelaar [5] Watercirculatiepomp [6] Thermostatisch ventiel met watertemperatuurvoeler [7] Vloerverwarmingslang [8] Retour verdeler-verzamelaar [9] Flow inregelventiel [10] Bypassventiel voor cv-installatie met doorstroomrichtingmarkering [11] Expansievat [12] Buffervat [13] Binnenunit met hybride regelmodule HM10 [14] Buitenunit 10 MultiLine A/W (2013/01)
11 Gegevens betreffende het toestel cv-ketel met een in serie geschakeld buffervat Wo Afb. 9 cv-ketel met een in serie geschakeld buffervat [1] Buitentemperatuursensor [2] Combiketel tot max. 30 kw cv-vermogen (Nefit) [3] ModuLine 400 [4] Aanvoer verdeler-verzamelaar [5] Watercirculatiepomp [6] Thermostatisch ventiel met watertemperatuurvoeler [7] Vloerverwarmingslang [8] Retour verdeler-verzamelaar [9] Flow inregelventiel [10] Ongemengde cv-groep [11] Bypassventiel voor cv-installatie met doorstroomrichtingmarkering [12] Expansievat [13] Buffervat [14] Binnenunit met hybride regelmodule HM10 [15] Buitenunit MultiLine A/W (2013/01) 11
12 2 Gegevens betreffende het toestel 2.14 Overzicht van de componenten Binnenunit Afb. 10 Hoofdonderdelen van de binnenunit [1] Aansluiting voor de retour van de cv-installlatie (22 mm knelkoppeling) [2] Aansluiting voor de retour naar de cv-ketel (22 mm knelkoppeling) [3] Afsluiters (water) [4] Verdeler [5] Grundfos Alpha 2L cv-pomp klasse A [6] Filter [7] Aftapkraan [8] Interface naar buitenunit [9] Hybride regelmodule HM10 [10] CV-water temperatuursensor (op de ingang van de condensor) [11] Koudemiddeltemperatuursensor (voor vloeibaar koudemiddel) [12] Doorstroomschakelaar [13] Condensor (kopergesoldeerde rvs-platenwarmtewisselaar) [14] CV-water temperatuursensor (op de uitgang van de condensor) [15] Leiding voor gasvormig koudemiddel, Ø ½ " [16] Leiding voor vloeibaar koudemiddel, Ø ¼ " [17] Aansluiting voor de aanvoer naar de cv-installatie (22 mm knelkoppeling) [18] Aansluiting voor de aanvoer van de cv-ketel (22mm knelkoppeling) Wo 12 MultiLine A/W (2013/01)
13 Gegevens betreffende het toestel Buitenunit Afb. 11 Hoofdonderdelen en mantel van de buitenunit [1] Luchtrooster [2] Bovendeel van de mantel [3] Voorste deel van de mantel [4] Verdamper [5] Ventilator [6] 4-weg-ventiel [7] Klep voor vulaansluiting [8] Servicedeksel [9] Aansluiting voor gasvormig koudemiddel met onderhoudsaansluiting [10] Aansluiting voor vloeibaar koudemiddel ITL MultiLine A/W (2013/01) 13
14 2 Gegevens betreffende het toestel Afb. 12 Elektronische onderdelen van de buitenunit [1] Ventilatormotor [2] Verdamper [3] Behuizing voor de elektrische componenten [4] Temperatuursensor TH8 [5] Inverter-printkaart [6] Printkaart [7] Ontstoringsfilter [8] Klemstrook [9] Temperatuursensor TH7 [10] Trafo [11] Temperatuursensor TH6 [12] Temperatuursensor TH4 [13] Temperatuursensor TH32 [14] Lineair expansieventiel LEV-B [15] Hogedrukschakelaar [16] 4-weg-ventiel [17] Lineair expansieventiel LEV-A [18] Elektromagnetische spoel [19] Temperatuursensor TH33 [20] Temperatuursensor TH3 [21] Afsluitventiel (leiding voor vloeibaar koudemiddel) [22] Afsluitventiel (leiding voor gasvormig koudemiddel) [23] Onderhoudsaansluiting [24] Vuilvanginrichting [25] Koudemiddelcollector [26] Compressor [27] Geluiddemper [28] Moer [29] Schoepenwiel ITL 14 MultiLine A/W (2013/01)
15 Gegevens betreffende het toestel Maten Binnenunit Wo Afb. 13 Afmetingen binnenunit MultiLine A/W (2013/01) 15
16 2 Gegevens betreffende het toestel Buitenunit 43, , , , , Afb. 14 Afmetingen buitenunit ITL 16 MultiLine A/W (2013/01)
17 Gegevens betreffende het toestel Technische gegevens Hybride systeem Benaming Eenheid Waarde Max. cv-vermogen 1) kw 25,14 Elektrische voedingsspanning V/Hz 230/50/1~ Koudemiddel R410A kg 2,5 Leiding voor vloeibaar koudemiddel, buitendiameter inch/mm ¼ / 6,35 Leiding voor gasvormig koudemiddel, buitendiameter inch/mm ½ / 12,7 Min. cv-water debiet over de condensor l/min 6,0 Tabel 2 Technische gegevens hybride systeem 1) Bij 20 K (ΔT) tussen aanvoer en retour van de cv-installatie gerelateerd aan een drukverlies van 200 mbar. Meer informatie bij afwijkende leidinglengten en ΔT vindt u in de bijlage in hoofdstuk 13.4 op pagina Binnenunit Benaming Eenheid Waarde Max. stroomverbruik W 50 Netaansluiting, stroomsterkte A 3 Elektrische beveiligingsklasse IPX4D Waterinhoud l 1,4 waterdebiet bereik l/min 6 tot 20 Afmetingen (hoogte x breedte x diepte) mm 500 x 390 x 360 Gewicht kg 21 Tabel 3 Technische gegevens binnenunit Buitenunit Benaming Eenheid Waarde Elektrische voedingsspanning V/Hz/pH 230 / 50 / 1~ Nominaal warmtevermogen (A2W35) 1) kw / COP 3,852 kw / 3,14 Max. warmtevermogen (A2W35) 1) kw / COP 4,613 kw / 2,78 Nominaal warmtevermogen (A7W35) 1) kw / COP 4,704 kw / 4,42 Max. warmtevermogen (A7W35) 1) kw / COP 6,084 kw / 4,11 Nominaal warmtevermogen (A-7W35) 1) kw / COP 2,985 kw/2,31 Max. stroomsterkte A 13 Aanbevolen zekering A 16 Elektrische beveiligingsklasse IP24 Koudemiddel vulling kg 2,5 Luchtvolumestroom m 3 /min 35 Geluidsniveau conform DIN EN ) db(a) 46 Afmetingen (B x D x H) mm 800 x 300 x 600 Bedrijfsbereik buitentemperatuurregeling C Opslagtemperatuur C Bedrijfsbereik wateraanvoertemperatuur C +20 tot +50 Gewicht kg 42 Max. koudemiddelleiding lengte/hoogteverschil m 30/30 Leiding voor vloeibaar koudemiddel, buitendiameter inch/mm ¼ / 6,35 Leiding voor gasvormig koudemiddel, buitendiameter inch/mm ½ / 12,7 Tabel 4 Technische gegevens buitenunit 1) Referentiecondities: conform EN :2007 2) Gemeten op een horizontale afstand van 1 m en een hoogte van 1,5 m uitgaande van de onderkant van het toestel MultiLine A/W (2013/01) 17
18 3 Voorschriften 3 Voorschriften 3.1 Normen voorschriften en richtlijnen Het product voldoet aan de volgende EG-richtlijnen: Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG EMC-richtlijn 2004/108/EG Algemene voorschriften Voor de montage en het gebruik van het hybride systeem de nationale normen en richtlijnen respecteren! Respecteer de specificaties op de typeplaten van de componenten van het hybride systeem. Bij de installatie en inbedrijfname van de warmtepomp moeten de besluiten, richtlijnen, technische reglementen, normen en voorschriften nauwkeurig gerespecteerd worden in hun huidige versie. NEN (warmtepompen met elektrisch aangedreven compressor voor verwarmen, eisen aan toestellen voor ruimteverwarming en voor verwarmen van warm water). NEN 378 (veiligheidstechnische en milieurelevante eisen aan koelinstallaties en warmtepompen). NEN 1010 (veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties). F-gassen verordening Eventuele lokale voorschriften zoals bouw- en brandvoorschriften. CE-markering De CE markering geeft aan dat de apparaten die in deze handleiding worden beschreven, voldoen aan de volgende richtlijnen: Europese Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van Europa over elektromagnetische compatibiliteit Europese Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van Europa over laagspanning Europese Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van Europa over over de druk van apparatuur Europese richtlijn van de Commissie van 17 december 2007 tot vaststelling, overeenkomstig richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van Europa, van de vorm van etiketten en aanvullende etiketteringseisen betreffende producten en apparatuur die bepaalde gefluoresceerde broeikasgassen bevatten Europese richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van Europa van 17 mei 2006 over bepaalde gefluoresceerde broeikasgassen (PB van 14 juni 2006) 4 Transport WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door verkeerd gezekerd toestel! Maak gebruik van geschikte transportmiddelen (bijv. een kar met spanband, een trap- of tredekar). Beveilig het toestel tijdens het transport tegen vallen. Laat het transport alleen door opgeleid vakpersoneel uitvoeren. Respecteer tijdens het transport ook het volgende: Transportobjecten niet aan de transportbanden optillen. Draag veiligheidshandschoenen, omdat scherpe delen snijwonden kunnen veroorzaken. 4.1 Buitenunit tillen en dragen WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door verkeerd heffen en dragen! De buitenunit weegt meer dan 20 kg. Buitenunit niet alleen tillen en dragen. Transport alleen door opgeleid vakpersoneel: De verpakking pas op het tijdstip van installatie verwijderen. Buitenunit met minimaal twee personen tillen en dragen. Transporteer de buitenunit alleen verticaal. Draag de buitenunit niet aan de verpakkingsbanden. Draag veiligheidshandschoenen bij het transporteren en uitpakken van de buitenunit, om letsel aan de handen door scherpe delen te voorkomen. Voer het verpakkingsmateriaal correct af. 4.2 Uitpakken buitenunit WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel door scherp gereedschap! Gebruik het gereedschap voorzichtig. Let erop, dat de buitendoos bij het verwijderen van de spanbanden niet wordt beschadigd. Spanbanden voorzichtig losmaken. Buitenste doos verticaal naar boven wegtrekken. Ingelegde kartondelen aan de voorkant en zijkant verwijderen. Plastic omhulling en bovenste beschermende afdekking van de buitenunit afnemen en goed bewaren. Minimaal met twee personen de buitenunit van de bodemplaat tillen. Let erop, dat daarbij de buitenunit niet beschadigd raakt. Sorteer en recycleer de verpakking op milieuvriendelijke wijze. 4.3 Binnenunit uitpakken OPMERKING: Materiële schade aan de binnenunit en de koudemiddelleidingen door verkeerde behandeling! Koudemiddelleidingen en binnenunit voorzichtig behandelen. Controleer bij de levering of de verpakking niet beschadigd is. Verpakkingsbanden verwijderen en de verpakking aan de bovenkant openen. Montagebeugel en documentenset wegnemen en voor later gebruik bewaren. Buitenste verpakking wegnemen. De beschermende verpakking verwijderen. Sorteer en recycle de verpakking op milieuvriendelijke wijze. Het toestel voorzichtig kantelen en op de achterkant leggen. Schroeven aan de onder- en bovenkant van het toestel losmaken. De behuizing wegnemen. Verwijder de schroeven op de transportbeveiliging. Transportbeveiliging wegnemen. Behuizing en schroeven weer aanbrengen. 4.4 Leveringsomvang controleren Controleer de leveringsomvang op volledigheid. 18 MultiLine A/W (2013/01)
19 Montage en installatie 5 5 Montage en installatie 5.1 Installatie voorbereiden GEVAAR: Levensgevaar door elektrocutie! Voor werkzaamheden aan het elektrische deel de voedingsspanning (230 V AC) onderbreken (zekering, zekeringautomaat) en beveiligen tegen onbedoeld herinschakelen. < 100 kw < 50 kw WAARSCHUWING: Persoonlijke en materiële schade door verkeerde montage en installatie! Het hybride systeem en de componenten alleen door de leverancier of door een erkend installateur laten opstellen en monteren Bij de inbedrijfstelling de voeding van de buitenunit minimaal 12 uur voor de voeding van de binnenunit inschakelen. Wanneer deze tijdsafstand niet wordt gerespecteerd, kan ernstige schade aan de buitenunit ontstaan. Daarom wordt geadviseerd de elektrische aansluiting vroegtijdig uit te voeren ( hoofdstuk 5.7). Indien mogelijk, de aanwezige cv-pomp in het toestel of de cv-pomp bij het spoelen van het systeem niet verwijderen Waterkwaliteit (vul- en bijvulwater) Niet geschikt of vervuild water kan storingen in de toestellen en beschadiging van de condensor platenwisselaar in de binnenunit tot gevolg hebben. Om de toestellen over de gehele levensduur te beschermen tegen kalkschade en een storingsvrij bedrijf te waarborgen, moet de waterkwaliteit voldoen aan de richtlijn VDI Respecteer vooral het volgende: Gebruik uitsluitend onbehandeld of volledig ontzilt leidingwater (diagram in afb. 15 daarbij respecteren). Bron- en grondwater zijn als vulwater niet geschikt. De totale hoeveelheid hardheidsvormers in het vul- en bijvulwater van het cv-circuit beperken. Ter controle van de toegestane hoeveelheden water, zie afb. 15. Afb. 15 Eisen aan het vulwater voor standalone toestellen tot 100 kw [1] Max. mogelijk watervolume over de totale levensduur van de warmteproducent (in m 3 ) [2] Waterhardheid (in dh) [3] Onbehandeld water conform de drinkwaterverordening [4] Boven de grenscurve zijn maatregelen nodig. Systeemscheiding met behulp van een warmtewisselaar uitvoeren. Wanneer dit niet mogelijk is, bij een Nefit-vertegenwoordiging informeren naar de toegestane maatregelen. Idem in geval van cascade-installaties. Wanneer de werkelijk benodigde vulwaterhoeveelheid groter is dan het watervolume over de levensduur ( afb. 15), is waterbehandeling nodig. Daarbij alleen door Nefit vrijgegeven chemicaliën, waterbehandelingsmiddelen e.d. toepassen. Vrijgegeven maatregelen voor waterbehandeling bij Nefit opvragen. Het is niet toegestaan, het water met middelen die bijv. de ph-waarde verhogen of verlagen (chemische additieven) te behandelen. OPMERKING: Materiële schade door te hoog debiet! De stromingsschakelaar wordt bij een te hoog waterdebiet beschadigd. Begrens het waterdebiet bij het spoelen van de cv-installatie op 50 l/min. Spoel de installatie grondig voorafgaand aan het vullen O Antivriesmiddel Of antivries mag worden gebruikt en welk antivriesmiddel is toegestaan, hangt af van de toegepaste cv-ketel. Respecteer de specificaties in de installatiehandleiding van de cv-ketel Installatie spoelen Voor de montage van de binnenunit moet de gehele cv-installatie worden gespoeld. Verontreinigingen kunnen schade aan het toestel veroorzaken en het vermogen verminderen. Wanneer toestellen in een bestaande installatie worden ingebouwd, moet deze ook worden gespoeld, omdat het water daar vaak substanties en additieven bevat, die het bedrijf en de levensduur van nieuwe toestellen nadelig kunnen beïnvloeden. Respecteer de eisen aan de waterkwaliteit ( hoofdstuk 5.1.1). MultiLine A/W (2013/01) 19
20 5 Montage en installatie Waarborg voor het spoelen, dat de installatie en de leidingen zich in een optimale en bedrijfsgerede toestand bevinden. Installatie spoelen: Controleer, of de capaciteit van het lokaal geïnstalleerde expansievat voor het watervolume van de installatie voldoende is. Vrijgegeven maatregelen voor waterbehandeling bij Nefit opvragen. Wanneer de gevraagde kwaliteit van het vul- en bijvulwater niet wordt gerespecteerd, vervalt de garantie. Vul de installatie met koud water en controleer deze op lekdichtheid. Alle aftapkranen openen en de installatie aftappen. Aftapkranen sluiten en een voor aluminium geschikt spoelmiddel in een concentratie die geschikt is voor de installatietoestand aanvoeren conform de instructies van de leverancier. Laat voor het inschakelen van de warmtepomp het spoelmiddel door de installatie circuleren. Gebruik de installatie bij normale bedrijfstemperatuur conform de instructies van de leverancier van het spoelmiddel. Tap de installatie af en spoel deze grondig met koud water, om het spoelmiddel en verontreinigingen te verwijderen. Gebruik indien nodig een externe spoelinrichting om het reinigingsproces te ondersteunen. 5.2 Opstelling van de systeemcomponenten Algemene voorwaarden Aan de volgende algemene voorwaarden moet zijn voldaan. Overige voorwaarden voor de installatie van de afzonderlijke systeemcomponenten zijn in de volgende paragrafen gedetailleerd beschreven. Restopvoerhoogte van de cv-pomp in de binnenunit respecteren ( hoofdstuk 6.2.7, pagina 34) De toegestane maximale lengte van de koudemiddelleidingen tussen buitenunit en binnenunit is 30 meter bij maximaal 15 bochten (één richting). De toegestane minimale lengte van de koudemiddelleidingen tussen buitenunit en binnenunit (één richting) is 1 meter. Tussen de opstellingslocatie van de binnenunit en de buitenunit is een hoogteverschil toegestaan. De maximale leidinglengte van 30 meter moet echter worden gerespecteerd. Wanneer de binnenunit boven de cv-ketel wordt gemonteerd, moet een ontluchter op het hoogste punt van de installatie worden gemonteerd. Voor de leidingen, waarmee de binnenunit op de aanwezig aanvoer en retour van de cv-installatie wordt aangesloten, moet de maximale equivalente lengte aan de hand van de tabellen 39 en 40 worden bepaald. Voor iedere 90 -bocht moet 1 meter worden afgetrokken. Ruimten, waarin de binnenunit of koudemiddelleidingen zijn geïnstalleerd, moeten een volume van minimaal 5,7 m³ hebben, wanneer personen daarin verblijven Buffervat Het buffervat kan in één van de hierna beschreven posities worden geïnstalleerd: 1. In serie in de aanvoer tussen binnenunit en installatiebypass. 2. Parallel tussen de hoofdaanvoer en -retour van de cv-installatie. Bij deze optie wordt geen bypassventiel geïnstalleerd. Een parallel geschakeld buffervat neemt de functie van een open verdeler over Bypassventiel Een bypassventiel is alleen nodig, wanneer een buffervat in serie is geschakeld. Het bypassventiel wordt tussen de aanvoer en retour van de cv-installatie aangesloten en bij ongemengde cv-circuits tussen binnenunit en eerste radiator. Andere eisen aan de montageplaats: Het bypassventiel moet in een recht leidinggedeelte en niet in de directe omgeving van een bocht gemonteerd worden. Het bypassventiel moet voor de inbedrijfstelling en het onderhoud goed toegankelijk zijn. Het bypassventiel moet zo dicht mogelijk bij de cv-installatie worden gemonteerd en zo ver mogelijk weg van de binnenunit Expansievat Expansievat in de cv-retour tussen het bypassventiel of het parallel geschakeld buffervat en de binnenunit installeren. Bepaal de exacte waarden voor grootte en voordruk van het expansievat conform DIN Binnenunit Instructies betreffende de opstellingsplaats: De minimale afstanden moeten zijn gewaarborgd. De binnenunit mag alleen op een dragende wand worden bevestigd. Om de installatiewerkzaamheden te reduceren, adviseren wij, de binnenunit onder de cv-ketel te installeren ( afb. 7, pagina 9). Aanvoer- en retourleidingen kunnen verticaal van boven of van onderen naar de binnenunit worden geïnstalleerd. Koudemiddelleidingen kunnen van boven verticaal op de binnenunit worden geïnstalleerd. Wanneer koudemiddelleidingen naar beneden toe worden geïnstalleerd, moet voldoende vrije ruimte aanwezig zijn, om de leidingen naast het apparaat, bij voorkeur aan de linkerkant, naar beneden leiden. Minimumafstanden De opstellingsruimte van de binnenunit moet een volume van minimaal 5,7 m³ hebben, wanneer daar personen verblijven. a b Afb. 16 Minimale afstanden van de binnenunit [a] Afstand naar boven: 250 mm [b] Afstand naar onderen: 200 mm [c] Afstand naar voren: 800 mm voor onderhoud [d] Afstand aan de zijkant: 5 mm d d c ITL 20 MultiLine A/W (2013/01)
21 Montage en installatie Buitenunit Omgevingsomstandigheden De omgevingscondities hebben een belangrijke invloed op vermogen en levensduur van de buitenunit. Ongunstige omgevingscondities kunnen een aanmerkelijke vermindering van het vermogen tot gevolg hebben en schade aan het toestel veroorzaken. De buitenunit mag niet in een omgeving worden opgesteld, waar deze wordt blootgesteld aan damp, vluchtige olie (inclusief machineolie) of zwavelgas. In gebieden met een hoog zoutgehalte (bijv. in kustgebieden) adviseerd Nefit het oppervlak van de verdamper te behandelen met een coating van het type PoluAI XT MB van leverancier BlyGold. Deze coating voorkomt aantasting van de aluminium lamellen. Wanneer rekening moet worden gehouden met sneeuwval, moet via geschikte maatregelen worden gewaarborgd, dat de buitenunit niet met sneeuw kan worden bedekt. In gebieden met koud weer en vorst, moet worden gewaarborgd, dat het condensaat vrij kan wegstromen (bijv. met een condensafvoer en een condensbak onder de outdoorunit). Fundament GEVAAR: Levensgevaar door explosie van brandbare gassen! Wanneer zich rondom de buitenunit brandbare gassen verzamelen, bestaat brand- en explosiegevaar. Stel de buitenunit niet op een plaats op, waar brandbare gassen vrijkomen, optreden, zich ophopen of voorbijstromen. OPMERKING: Let op! Kans op geluidsklachten wanneer de buitenunit op een houten dak wordt geplaatst! Het opsteloppervlak moet vlak, vast en voldoende draagkrachtig zijn. De ondergrond moet het gewicht van de unit kunnen dragen. De buitenunit bij voorkeur op een ondergrond bevestigen met voldoende massa. Voldoende massa is van belang om trillingsoverdracht van de buitenunit naar de woning te beperken. Door trillingsoverdracht kunnen geluidsklachten ontstaan. Wij adviseren de buitenunit bij voorkeur op de grond te plaatsen, of anders aan een gevel met voldoende massa. Het plaatsen van de buitenunit op een houtendak kan met name in de nabijheid van slaapvertrekken tot geluidsklachten lijden. Lengte van de bevestigingsschroeven: 70 mm (afhankelijk van de ondergrond). Opstellingsplaats algemeen De opstellingsplaats (vloer- of wandmontage) zo kiezen, dat door de buitenunit geen geluidsbelasting voor (andere) bewoners of de buurt ontstaat8. Kies de opstellingsplaats zodanig, dat bedrading en leidingwerk eenvoudig is aan te leggen. De buitenunit genereert tijdens cv-bedrijf condensaat. Wanneer door dit condensaat gevaar bestaat voor letsel of schade, dan moet worden gewaarborgd, dat rondom de buitenunit een geschikte afvoer aanwezig is. Rookgasproducten en condensaat mogen niet in de luchtinlaat van de buitenunit terechtkomen en niet daarop druppelen. Daarom de buitenunit niet in de directe nabijheid en niet direct onder de rookgasafvoer van het cv-ketel plaatsen. Recirculatie van de uitgeblazen lucht kan het vermogen sterk beïnvloeden. Wij adviseren, de buitenunit op de vloer op te stellen. Opstellingsplaats met veel wind Wanneer de buitenunit op een dak of een andere winderige plaats wordt opgesteld, moet worden voorkomen, dat de luchtuitgang direct aan sterke wind is blootgesteld. Mogelijke maatregelen voor bescherming tegen krachtige wind: De luchtuitlaat naar de dichtbij liggende muur richten. De minimale afstand moet 2 tot 3 meter zijn. Afb. 17 Uitblaas richting naar de wand [a] De afstand tot de wand minimaal 2 tot 3 meter De luchtuitlaat in een 90 -hoek tot de hoofdwindrichting [1] uitrichten. 1 Afb. 18 Luchtuitlaat uitrichten [1] Hoofdwindrichting a ITL Wanneer de luchtuitlaat direct naar een muur is gericht, kan deze in de loop der tijd verkleuren Wo MultiLine A/W (2013/01) 21
22 5 Montage en installatie Minimumafstanden e f a a1 d a b e f Afb. 19 Minimale afstanden buitenunit bij speciale opstelsituaties c c d1 a b a ITL Pos. Begrenzing Afstand [mm] Pos. Begrenzing Afstand [mm] 1 Achter a Voor c Achter Boven 3 Achter Zijkant Aansluitzijde Tabel 5 Legenda bij afb. 19 a1 300 e 1000 f 500 a1 300 b 200 d Voor Achter 6 Achter Zijkant Boven Aansluitzijde a 150 c 1000 a2 500 b 200 d1 250 e 1500 f MultiLine A/W (2013/01)
23 Montage en installatie Leidingen voorinstalleren Verontreinigingen in het systeem kunnen de warmtepomp beschadigen en het vermogen verminderen Bypassventiel monteren Respecteer voor de opstelling en positie van het bypassventiel de instructies in hoofdstuk Aansluiting op binnenunit voorbereiden Leidingen installeren. Daarbij de instructies van het installatie-ontwerp respecteren ( hoofdstuk 5.2). De leidingen kunnen vanuit de binnenunit direct verticaal naar boven of achter de binnenunit naar beneden worden geïnstalleerd. Sluit indien nodig, het bypassventiel aan tussen de aanvoer en de retour van de cv-installatie. Bypassventiel in de doorstroomrichting van aanvoer naar retour monteren. De doorstroomrichting is gemarkeerd op het bypassventiel met een pijl. Met behulp van het meegeleverde montagesjabloon zes montagegaten in de muur boren [1]. Geschikte pluggen plaatsen. Montagebeugel van de binnenunit op de boorgaten in de muur monteren [2]. 2 1 A B ITL Afb. 22 Bypassventiel in de doorstroomrichting monteren [1] Aanvoer cv-installatie [2] Retour cv-installatie ModuLine 400 monteren ITL Afb. 20 Montagebeugel monteren Leidingen van de cv-ketel en de cv-installatie op de montagebeugel monteren. Let op een correcte aansluiting ( afb. 21). Leiding recht op de leidingaansluiting monteren. Koppelingen vast aandraaien De ModuLine 400 mag niet in het cv-ketel worden toegepast. De ModuLine wordt op de muur bevestigd; de aansluiting op het elektrische net volgt via de hybride regelmodule HM Binnenunit monteren Voorwaarden Voordat kan worden begonnen met de montage van de binnenunit, moet aan de lokale voorwaarden zijn voldaan ( hoofdstuk 5.2, vanaf pagina 20). De installatie is gespoeld en is schoon ( hoofdstuk 5.1). De vereiste minimale afstanden zijn aangehouden ( hoofdstuk 5.2.5). De montagebeugel is op de wand bevestigd en correct aangesloten ( hoofdstuk 5.3.1). Het bypassventiel is correct gemonteerd ( hoofdstuk 5.3.2) ITL Afb. 21 Montagebeugel van de binnenunit [1] Montagebeugel [2] Retour van de cv-installatie (22 mm klemringkoppeling) [3] Aansluiting van de retour naar de cv-ketel (22 mm klemringkoppeling) [4] Aansluiting van de aanvoer van de cv-ketel (22 mm klemringkoppeling) [5] Aanvoer naar cv-installatie (22 mm klemringkoppeling) OPMERKING: Opstelling van het buffervat: Zie de handleiding van het buffervat. MultiLine A/W (2013/01) 23
24 5 Montage en installatie Wandmontage Bevestigingsschroeven van de mantel boven en onder op de binnenunit losmaken. Neem de ommanteling weg. Bevestigingsschroef links [1] op de hybride regelmodule HM10 losmaken. Veerplaat [2] naar buiten drukken en de hybride regelmodule HM10 naar voren klappen. Binnenunit optillen en op de beide schroeven in de wand hangen Afb. 23 Hybride regelmodule HM10 naar voren klappen [1] Bevestigingsschroef [2] Veerplaat Voorste isolatieplaat van de binnenunit afnemen en voor de latere montage bewaren ITL ITL Afb. 26 Binnenunit aan de muur monteren Leidingen aansluiten [2]. Daarvoor bij iedere aansluiting: Vezelafdichting plaatsen Wartelmoeren van de aansluitingen vast aandraaien. De bovenste beide bevestigingsschroeven van de binnenunit vast aandraaien [1]. De twee onderste bevestigingsschroeven [3] vast aandraaien. Voorste isolatieplaat plaatsen. Hybride regelmodule HM10 naar boven klappen, tot de veerplaat borgt. Bevestigingsschroef [4] aandraaien Mantel op het toestel schuiven. Bevestigingsschroeven van de mantel boven en onder op de binnenunit aandraaien. Afb. 24 Isolatie op de binnenunit afnemen Hybride regelmodule HM10 naar boven klappen Wo 5.5 Buitenunit monteren Voorwaarden Voordat kan worden begonnen met het opstellen en de montage van de buitenunit, moet aan de lokale voorwaarden zijn voldaan ( hoofdstuk 5.2, vanaf pagina 20). De benodigde bouwkundige maatregelen werden correct uitgevoerd en zijn volledig afgerond. De vereiste minimale afstanden zijn aangehouden ( hoofdstuk 5.2.6). De condensafvoer is voorbereid ( hoofdstuk 5.5.1) Condensafvoer van de buitenunit voorbereiden OPMERKING: Materiële schade door vocht! Ontsnappend condensaat kan bij bevriezing een gevaar zijn, wanneer het bijv. op een voetpad terecht komt. Condensaat niet op wegen/paden terecht laten komen en veilig naar een geschikt afvoerpunt leiden. Afb. 25 Hybride regelmodule HM10 naar boven klappen De bovenste beide schroeven voor de binnenunit praktisch geheel in de muur schroeven [1], maar niet vast aandraaien Wo Naast de condensleidingen voor de cv-ketel moeten maatregelen voor het in de buitenunit ontstane condensaat worden genomen. In tegenstelling tot het cv-ketel condensaat is het condensaat uit de buitenunit niet zuurhoudend en kan in kiezel wegzinken of naar een riool worden geleid. Diameter, verval en verloop van de condensleiding zodanig kiezen, dat blokkades of bevriezen wordt voorkomen. Condensafvoer voorbereiden: Als condensleiding een PVC-, hardvinylbuis (VP-32) of en vinylslang met een minimale doorlaat van 32 mm gebruiken. De leidinglengte zo kort mogelijk kiezen. Condensleidingen zo verticaal mogelijk leggen met een verval van minimaal 45 mm per meter naar de afvoer. 24 MultiLine A/W (2013/01)
25 Montage en installatie 5 Wij adviseren de leidingen van een weerbestendige isolatie te voorzien Montage op de fundering WAARSCHUWING: Persoonlijk letsel bij opstelling van de buitenunit op een niet geschikte ondergrond! Een verkeerd opgestelde buitenunit kan omvallen en persoonlijk letsel en materiële schade veroorzaken. Stel de buitenunit op een stabiele, vlakke en draagkrachtige ondergrond op. Let op! Kans op geluidsklachten wanneer de buitenunit op een houten dak wordt geplaatst! zie hoofdstuk Waarborg dat de fundering en het opstellingsoppervlak voldoen aan de eisen ( hoofdstuk 5.2.6). Buitenunit opstellen en uitrichten. Boorgaten voor de 4 funderingsschroeven aantekenen. Buitenunit iets opzij schuiven. Gaten voor de 4 funderingsschroeven boren. Schroefgrootte: M 10 Gatdiepte zodanig kiezen, dat de funderingsschroeven minimaal 30 mm diep in de fundering kunnen worden geschroefd. Buitenunit uitrichten. Voet van de buitenunit met vier M 10-funderingsschroeven bevestigen. Afb. 27 Fundering voor de buitenunit [a] Zo lang mogelijk [b] 120 mm [1] M 10 funderingsschroef Condensafvoer van de buitenunit maken Het in de buitenunit optredende condensaat moet vorstvrij worden afgevoerd. Waarborg, dat aan de bouwzijdige voorwaarden voor een betrouwbare condensafvoer is voldaan ( hoofdstuk 5.5.1). Aan de onderzijde van de buitenunit bevinden zich 3 gaten voor de condensafvoer. 1 4x OPMERKING: Materiële schade door vorst! Wanneer het condens niet wegloopt, kan ijsvorming bij lage temperaturen schade aan de buitenunit veroorzaken. Een condensafvoer installeren of de als toebehoren leverbare condensopvang voor de buitenunit installeren. a b ITL Afb. 28 Montage van de condensafvoer [1] Condensaatleiding [2] Afvoerbus [3] Afsluitdoppen Afvoerbus in een geschikt gat lijmen. Afsluitdoppen in de andere, niet gebruikte gaten lijmen. De lijm zorgvuldig aanbrengen, omdat deze ook voor de afdichting zorgt. Condensslang op de afvoerbus aansluiten. Condensafvoerleiding van een weerbestendige isolatie voorzien. Condens in een geschikte afvoerbuis leiden. Vorstbeveiliging realiseren: wij adviseren, het als toebehoren leverbare elektrische verwarmingslint voor de condensafvoer van de buitenunit te gebruiken. 5.6 Koudemiddelcircuit installeren Veiligheid In de warmtepomp mag uitsluitend koudemiddel R410A worden gebruikt. Alleen gekwalificeerde en gecertificeerde Koudemiddel-technici mogen werkzaamheden aan de koudemiddel-installatie uitvoeren. Gebruik bij de installatiewerkzaamheden de speciaal voor het koudemiddel R410A bedoelde gereedschappen en leidingcomponenten. Waarborg de dichtheid van de koelmiddelinstallatie. Ontsnappend koudemiddel veroorzaakt bij contact met open vuur giftige gassen. Koudemiddel niet in de atmosfeer laten ontsnappen. Ontsnappend koudemiddel kan bij aanraken van de lekkageplaats bevriezing tot gevolg hebben. Wanneer koudemiddel ontsnapt, geen onderdelen van de warmtepomp aanraken. Voorkom huid- of oogcontact met het koudemiddel. Schakel bij huid- of oogcontact met het koudemiddel een arts in Installatie voorbereiden Gereedschap ITL In vergelijking met vroeger gebruikte koudemiddelen is de druk van koudemiddel R410A ca. 1,6 maal hoger. VOORZICHTIG: Materiële schade door verkeerde installatie! Gebruik alleen gereedschappen, die speciaal zijn bedoeld voor koudemiddel R410A. 1 MultiLine A/W (2013/01) 25
26 5 Montage en installatie Voor de omgang met koudemiddel R410A benodigde gereedschappen: Manometerset Vulslang Gaslekdetectieapparaat Draaimomentsleutel Flare gereedschap Randprofiel Adapter voor de vacuümpomp Elektronische indicatie koudemiddelpeil. Buispersgereedschap Buizen en buisverbindingen WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door ontsnappend koudemiddel! Niet toegestane of verkeerd gedimensioneerde leidingen kunnen knappen. Gebruik alleen leidingen met de aangegeven wanddikten. Leiding Buitendiameter [mm] Wanddikte [mm] Vloeibaar 6,35 0,8 koudemiddel Koudemiddel 12,7 0,8 gasvormig Tabel 6 Maten voor koudemiddelleidingen Waarborg, dat de inwendige buisoppervlakken schoon zijn en vrij van schadelijke vervuiling, zoals zwavelverbindingen, oxiderende stoffen, vreemde objecten en stof. Bewaar de te gebruiken koudemiddelleidingen tijdens het inbouwen niet in de buitenlucht. De verzegeling van de buisuiteinden pas vlak voor het hardsolderen verwijderen. Bij het installeren van de koudemiddelleidingen is absolute zorgvuldigheid vereist. Stof, vreemde objecten en vocht in de koudemiddelleidingen kunnen de oliekwaliteit beïnvloeden of uitval van de compressor veroorzaken. Gebruik voor het verbinden van de koudemiddelleidingen voor naadloze buizen van koper en koperlegeringen fosforkoper C1220. Hardsoldeer de verbindingen van de koudemiddelleidingen. Gebruik fosforbrons soldeerstaven, die geschikt zijn voor fluxvrij solderen. Waarborg, dat de leidingen tijdens het solderen van de verbindingen continu met zuurstofvrij stikstofstroom worden gegast (iets hogere druk dan de luchtdruk), om soldeervervuiling aan de binnenzijde van het leidingwerk te voorkomen, en zo compressor schade te voorkomen. Op de geflensde delen van de koudemiddelleidingen in geringe mate esterolie, etherolie of alcylbenzol als koudemiddelolie opbrengen. De koudemiddelolie niet mengen met minerale olie. Herbruikbare restlengten koudemiddelleidingen na het inkorten direct weer afsluiten Koudemiddelleidingen installeren Wanneer koudemiddelleidingen door ruimten lopen, waar personen verblijven, dan moet het ruimtevolume minimaal 5,7 m³ zijn. Voorwaarden waarborgen: Tussen de opstellocatie van de binnenunit en de buitenunit is een hoogteverschil toegestaan. De maximale leidinglengte van 30 meter (één richting) moet echter worden gerespecteerd. De koudemiddelleiding mag maximaal 15 bochten hebben en niet langer zijn dan 30 meter (één richting). Begin met het aansluiten van de koudemiddelleidingen op de binnenunit (montagebeugel). Buig de koudemiddelleidingen voorzichtig, om breken te voorkomen. Buigradii tussen 100 mm en 150 mm zijn voldoende. Begas de leidingen tijdens de soldeerwerkzaamheden van de verbindingen continu met zuurstofvrije stikstof (druk iets hoger dan de luchtdruk). Na afronding van de soldeerwerkzaamheden het begassen voortzetten, tot de temperatuur van de leiding is afgekoeld tot onder 200 C. Hardsoldeer de verbindingen van de koudemiddelleiding. Leidingen voor vloeibaar en gasvormig koudemiddel met standaard isolatiemateriaal omwikkelen (dampdicht isoleren, tot min. 100 C, dikte min. 20 mm). De uiteinden van de isolatie op de buisverbindingen met afdichtingsmiddel afdichten, om binnendringen van water in de isolatie te voorkomen Binnenunit aansluiten Begas de leidingen tijdens de soldeerwerkzaamheden van de verbindingen continu met zuurstofvrije stikstof (druk iets hoger dan de luchtdruk). Na afronding van de soldeerwerkzaamheden het begassen voortzetten, tot de temperatuur van de leiding is afgekoeld tot onder 200 C. Verwijder de afsluitdoppen en soldeer de koudemiddelleidingen op de aansluitpunten op de binnenunit Buitenunit aansluiten Koudemiddelleidingen mogen pas op de buitenunit worden aangesloten, wanneer: de koudemiddelleidingen volledig zijn geïnstalleerd, de koudemiddelleidingen op de binnenunit zijn aangesloten. De buitenunit is af fabriek met koudemiddel R410A gevuld voor een leidinglengte (één richting) tussen 1 en 30 meter. De buitenunit aansluiten na afronding van de installatiewerkzaamheden aan de koudemiddelleiding, inclusief het aansluiten op de binnenunit (binnenunit). Servicedeksel wegnemen (1 schroef). Afsluiters van de buitenunit geheel sluiten. Wartelconus (buitendiameter 17 mm) op de leiding voor vloeibaar koudemiddel plaatsen. Wartelconus (buitendiameter 26 mm) op de leiding voor gasvormig koudemiddel plaatsen. Leidingen voor vloeibaar en gasvormig koudemiddel van een flens voorzien ( afb. 29 en tab. 7). 26 MultiLine A/W (2013/01)
27 Montage en installatie øa 45 2 R0.4~R0.8 Afb. 29 Koudemiddelleiding van flare flens voorzien Leiding Buitendiameter [mm] Flensmaat Ø A [mm] Vloeibaar 6,35 8,9 9,1 koudemiddel Koudemiddel 12,7 16,2 16,6 gasvormig Tabel 7 Expandeermaten voor koudemiddelleiding Voor het aantrekken van de conusmoer een dunne laag koudemiddelolie op de buis en pasoppervlak aanbrengen ITL In de koudemiddelleidingen via het terugslagventiel van de afsluiter op de leiding voor gasvormig koudemiddel [2] stikstof toevoeren en langzaam de druk in het koudemiddelcircuit opvoeren. De druk stapsgewijs verhogen: Stap 1: druk tot 0,5 MPa (5 bar(g)) opbouwen. 5 minuten wachten. Druk controleren. Bij drukverlies is er lekkage. Bepaal de oorzaak, hef deze op en herhaal de dichtheidstest. Stap 2: druk tot 1,5 MPa (15 bar(g)) opbouwen. 5 minuten wachten. Druk controleren. Bij drukverlies is er lekkage. Bepaal de oorzaak, hef deze op en herhaal de dichtheidstest. Stap 3: druk tot 4,15 MPa (41,5 bar(g)) opbouwen. Omgevingstemperatuur en druk meten. Na 24 uur de omgevingstemperatuur en de druk opnieuw meten. Wanneer geen drukverlies wordt vastgesteld, heeft het koudemiddelcircuit de dichtheidstest doorstaan. De temperatuurverandering kan een geringe drukverandering tot gevolg hebben (ca. 0,01 MPa (0,1 bar(g)) per 1 C). Respecteer dit bij de dimensionering. Bij drukverlies is er lekkage. Bepaal de oorzaak, hef deze op en herhaal de dichtheidstest. Gebruik voor het zoeken naar gaslekkage een gaslekdetectieapparaat of zeepwater ITL Afb. 30 Koudemiddelleidingen monteren [1] Aansluiting op de buitenunit [2] Koudemiddelleiding met flare flens [3] Wartelconus De Wartelconus [3] met een draaimomentsleutel aandraaien. Respecteer daarbij de toegestane aandraaimomenten ( tab. 8). leidingen Buitendiameter [mm] BD conusmoer [mm] Aandraaimoment [Nm] Vloeibaar koudemiddel 6, Koudemiddel gasvormig 12, Tabel 8 Aandraaimomenten buitenunit Waarborg, dat de leidingen geen contact met de compressor maken Dichtheid van het koudemiddelcircuit controleren De toevoeging (g) markeert de opgegeven waarde als drukverschil, relatief t.o.v. de atmosferische druk Wo Afb. 31 Afsluiters koudemiddelcircuit [1] Afsluiter in de leiding voor vloeibaar koudemiddel [2] Afsluiter in de leiding voor gasvorming koudemiddel [3] Schräderventiel (onder de onderhoudsaansluiting) [4] Sectie openen/sluiten [5] Onderhoudsaansluiting [6] Hier geen schroefsleutel plaatsen [7] Hier twee schroefsleutels gebruiken [8] Isolatie [9] 6,35 mm leiding [10] 12,7 mm leiding Na het aansluiten van de koudemiddelleidingen de aangesloten leidingen en de binnenunit op dichtheid controleren. Testgereedschappen aansluiten. Waarborg, dat de afsluiters op de leiding voor vloeibaar [1] en gasvormig koudemiddel [2] zijn gesloten en gesloten blijven. MultiLine A/W (2013/01) 27
28 5 Montage en installatie Koudemiddelafsluiter isoleren Na de aansluiting op de buitenunit moeten de koudemiddelleidingen inclusief de afsluiters worden geïsoleerd. Isolatiemateriaal [3] zodanig bijsnijden, dat deze goed op de koudemiddelafsluiters past. De isolatie [3] voor de leidingen voor vloeibaar koudemiddel (klein, 2 gaten) aan de vloeistofzijde zodanig aanbrengen, dat de gaten op de ventielkapjes [1] passen en de afsluiter [2] volledig is bedekt. Isolatiemateriaal voor de leiding voor vloeibaar koudemiddel bijsnijden, daarbij van 2 gaten voor de afsluitkapjes voorzien. Zodanig op de leiding bevestigen, dat de gaten de afsluitkapjes [1] omsluiten en de afsluiter [2] volledig is bedekt. Afb. 32 Isolatiemateriaal, afsluiter en ventielkapjes [1] Afsluitkap [2] Contramoer [3] Isolatiemateriaal Isolatiemateriaal [1] met trekbandjes bevestigen. Overtollige uiteinden van de trekbanden [2] afknippen. Afb. 33 Isolatie met trekbanden [1] Isolatiemateriaal [2] Trekbanden Isolatiemateriaal [1] voor de leiding voor gasvormig koudemiddel bijsnijden en bevestigen. Isolatiemateriaal [1] met trekbandjes [2] bevestigen. Overtollige uiteinden van de trekbanden [2] afknippen ITL ITL Koudemiddelcircuit vacumeren en drogen De lucht uit het koudemiddelcircuit moet met een voldoende lange vacuëmdroging worden verwijderd. Bij onvoldoende vacuümdroging blijven lucht en waterdamp achter in het koudemiddelcircuit. Dit kan vanwege de vochtigheid een abnormale toename van de overdruk of afname van de onderdruk tot gevolg hebben en kwaliteitsverlies van de koudemiddelolie. Dit kan een negatief effect op de levensduur van de compressor hebben. Vacuümdrogen Op het schräderventiel ( afb. 31, [3]) een hoogvermogenvacuümpomp aansluiten. Met de vacuümpomp een druk van -101 kpa (g) opbouwen. De druk minimaal 1 uur in stand houden. Daarbij het vacuüm constant op de manometerverdeler bewaken. Wanneer er vocht in de leiding aanwezig is, wordt volledig vacuüm bij kort gebruik van de vacuümpomp mogelijk niet bereikt. Vacuümpomp uitschakelen en verdelerventiel sluiten. Druk een minuut lang bewaken. Indien de druk binnen deze tijd toeneemt (vacuüm neemt af), vacuüm trekken en de aansluitende test herhalen. Maak de vacuümpomp los van het koudemiddelcircuit. Afsluiters openen WAARSCHUWING: Persoonlijk letsel door barstende koudemiddelleidingen! In de leidingen ingesloten lucht kan drukpieken veroorzaken, die leidingbreuk tot gevolg kunnen hebben. Waarborg, dat er geen lucht in de leidingen achterblijft. Het koudemiddelcircuit is met 2,5 kg koudemiddel R410A voorgevuld. Bij de inbedrijfstelling hoeft geen koudemiddel te worden bijgevuld. Het koudemiddel uit de buitenunit mag niet worden gebruikt voor het uitspoelen van de lucht uit de koudemiddelleidingen. OPMERKING: Materiële schade door gesloten afsluiters! Wanneer de afsluiters tijdens bedrijf van de buitenunit gesloten blijven, worden compressor en regelventielen beschadigd. Afsluiters voor vloeibaar en gasvormig koudemiddel openen. Afsluiters op de leiding voor vloeibaar en gasvormig koudemiddel openen ( afb. 34): Ventielkap [2] verwijderen. Met een inbussleutel (4 mm) de afsluiter [3] linksom tot aan de aanslag draaien (ca. 10 slagen). Niet meer verder draaien, wanneer de aanslag is bereikt. Afsluiter [3] ½ slag terugdraaien (rechtsom). Ventielkap [2] plaatsen. Let er daarbij op, dat de binnenkant niet wordt beschadigd, omdat deze als afdichting dient. Ventielkap [2] met aandraaimoment van 20 tot 25 Nm aantrekken. Wanneer de kappen niet terug worden geplaatst en aangetrokken, kan koudemiddel ontsnappen. 28 MultiLine A/W (2013/01)
29 Montage en installatie Algemene voorwaarden Voordat de binnenunit kan worden aangesloten, moeten de bouwzijdige voorwaarden zijn vervuld. Voor cv-ketel en binnenunit is ieder een 10 A installatie-automaat karakteristiek B aanwezig. Om inductieve beïnvloeding te vermijden: Laagspanningskabels gescheiden van 230 V of 400 V elektrische kabels installeren. Respecteer een minimale afstand van 100 mm. Voer bij externe inductieve invloeden de kabels afgeschermd uit. Afb. 34 Afsluiter in de leiding voor gasvorming koudemiddel [1] Terugslagventiel (onder de onderhoudskap) [2] Kap van de afsluiter [3] Afsluiter [4] Leiding naar gebouw [5] Leiding naar buitenunit 5.7 Elektrische aansluiting tot stand brengen Veiligheid ITL GEVAAR: Levensgevaar door elektrische stroom! Niet deskundig uitgevoerde werkzaamheden aan elektrische onderdelen kunnen levensgevaarlijke elektrische schokken veroorzaken. Voer werkzaamheden aan elektrische componenten alleen uit met overeenkomstige kwalificatie. Wanneer geen geldende kwalificatie aanwezig is, moet de elektrische aansluiting door een erkend installateur worden uitgevoerd. Bij alle werkzaamheden aan de elektrische installatie en aan elektrische componenten moet de veiligheid zijn gewaarborgd. Daarbij hoort: Voor de elektrische aansluiting de voedingsspanning naar de cv-ketel en alle andere BUS-deelnemers onderbreken. Voordat de buitenunit of de binnenunit wordt geopend: alle polen spanningsloos schakelen en beveiligen tegen onbedoeld herinschakelen. Het is niet voldoende de ModuLine 400 uit te schakelen. Gebruik voor de aansluiting van de buitenunit op het net alleen kabels die voor buitengebruik zijn toegelaten. Voor druppelwaterbescherming elektrische kabels door de tulen leiden en zonder trekbelasting op de daarvoor bedoelde klemmen aansluiten. Waarborg, dat de buitenunit correct is geaard. Sluit de randaarde niet aan op gas- of waterleidingen, bliksemafleiders of telefoonaardkabels. Vermogensschakelaar (FI-schakelaar, scheidingsschakelaar met B- zekering en installatie-automaat) met de gespecificeerde vermogens gebruiken. Respecteer alle relevante lokale en nationale voorschriften voor de elektrotechnische installatie. 4 Daardoor zijn de kabels beschermd tegen externe invloeden (bijv. krachtstroomdraden, bovenleiding, trafostations, radio- en TV-toestellen, amateurzenders, magnetrons enz.). Voor spatwaterbescherming (IP): kabels zo installeren, dat de kabelmantel ten minste 20 mm in de kabeldoorvoer steekt Buitenunit aansluiten WAARSCHUWING: Sluit de vorstbeveiliging van de condensafvoer niet aan op de elektrische aansluiting van de buitenunit. Daardoor wordt ernstige schade aan de buitenunit veroorzaakt. OPMERKING: Materiële schade door vocht! Bij binnendringen van regen, vocht of stof kan de elektronica van de buitenunit beschadigd raken. Voer werkzaamheden aan de buitenunit nooit uit in de regen. Waarborg na werkzaamheden aan de aansluitstrook dat de servicedeksel weer goed vast zit. Voor de netaansluiting en de elektrische verbinding tussen buitenunit en binnenunit moeten kabels met flexibele polychloropreen-mantel conform IEC 57 worden gebruikt. Installeer de kabel in een beschermbuis. Voorwaarden Voordat de buitenunit kan worden aangesloten, moeten de bouwzijdige voorwaarden zijn vervuld. Een 16 A zekeringautomaat, bedrijfsklasse gg (gl) en een universele 300 ma FI-schakelaar zijn in de hoofdverdeling/onderverdeling geïnstalleerd. In de nabijheid van de buitenunit is een externe scheidingsschakelaar met minimaal 3,0 mm contactafstand per pool geïnstalleerd. MultiLine A/W (2013/01) 29
30 5 Montage en installatie Netaansluiting aanbrengen Installeer, om inductieve beïnvloeding te voorkomen, alle laagspanningskabels gescheiden van 230 V of 400 V kabels (minimale afstand 100 mm). Servicedeksel van de buitenunit afnemen. Schroef losmaken. Servicedeksel [3] wegnemen BUS-kabel naar binnenunit aansluiten De tweeaderige BUS-kabel moet geschikt zijn voor buitenopstelling en een flexibele mantel van polychloropreen hebben met een aderdiameter van minimaal 0,75 mm 2 (min. 0,3 mm 2 ). De BUS-aansluitingen van de warmtepompregeling aansluiten op de aansluitklemmen S2 resp. S3 ( afb. 37, [1]). De beide aders zijn beveiligd tegen ompolen. 3 L N S1 S2 S3 2 1 Afb. 35 Service-afdekking van de buitenunit afnemen [1] Klemstrook [2] Aardklem [3] Servicedeksel De aders van de netkabel op de klemmenstrook [1] aansluiten. Afb. 36 Netaansluiting buitenunit [1] Netaansluiting aarde [2] Netaansluiting fase (L-leider) [3] Netaansluiting nulleider (N-leider) 2 L N S1 S2 S ITL ITL De drieaderige voedingskabel voor de buitenunit moet geschikt zijn voor buitenopstelling en een flexibele mantel van polychloropreen hebben met een aderdiameter van minimaal 1,5 m 2. Aardkabel van de buitenunit aansluiten ( afb. 37, [2]). De aardkabel moet langer zijn dan de overige kabels, zodat de verbinding bij trekbelasting niet wordt onderbroken. 3 1 Afb. 37 Aansluitklemmen van de buitenunit [1] Laagspanningsaansluiting binnenunit (S2/S3) [2] Aansluiting aardkabel van de buitenunit [3] Niet bezet (S1) Monteer het servicedeksel weer na het installeren. 5.8 Montage van de buitentemperatuursensor ITL Montageplaats kiezen De montageplaats van de buitentemperatuursensor beïnvloedt de gemeten buitentemperatuurwaarde en zo de regeling van het totale systeem. De buitentemperatuursensor met minimaal 4 meter afstand tot de rookgasafvoer en de buitenunit monteren. Monteer de buitentemperatuursensor op de koudste gebouwzijde (noordelijke halfrond: noord of noordoost). Wanneer de ruimten, waarvan de temperatuur moet worden geregeld, zich allemaal aan één gebouwzijde bevinden (gelijke windrichting), monteer dan de buitentemperatuursensor op deze buitenmuur. De buitentemperatuursensor bij voorkeur monteren aan de rand van het gebouw, niet in het midden. Kies als montagehoogte ongeveer het midden van het te verwarmen gebouw (in de regel 2 tot 2,5 meter boven het maaiveld). De volgende montageplaatsen vervalsen de temperatuurmeting en moeten daarom worden vermeden: Niet in de buurt van ramen en deuren monteren. Niet op plaatsen met weinig of geen luchtcirculatie aanbrengen (bijv. hoeken, nissen). Niet in de buurt van kunstmatige warmtebronnen aanbrengen (bijv. ventilator, rookgasafvoer, luchtuitlaat van de buitenunit). 30 MultiLine A/W (2013/01)
31 Inbedrijfstelling 6 Wandmontage 2 gaten boren en de buitentemperatuursensor monteren. Afb. 38 Montage van de buitentemperatuursensor [a] Afstand van de boorgaten: 62 mm Buitentemperatuursensor aansluiten Respecteer voor de elektrische aansluiting van de buitentemperatuursensor op de cv-ketel de documentatie van de cv-ketel. Wij adviseren gebruik te maken van afgeschermde kabel, geïnstalleerd in beschermbuis, bijv. LIY CY (TP). Aanbevolen kabeldiameter: 0,75 mm 2 ( 0,5 mm 2 ) De beide aders zijn beveiligd tegen ompolen. Bij verlenging van de sensorkabels de volgende aderdiameters gebruiken: Kabellengte [m] Diameter [mm 2 ] 20 0, , ,50 Tabel 9 Aderdiameters voor sensorkabels 5.9 DIP-switch op de buitenunit instellen a DIP-switch conform de tab. 14 op pagina 49 instellen resp. controleren. 6 Inbedrijfstelling ITL De DIP-switches zijn af fabriek correct ingesteld. De instellingen hoeven niet meer te worden veranderd, maar moeten voor de inbedrijfstelling wel worden gecontroleerd. OPMERKING: DIP-switch instelling buitenunit, zie hoofdstuk OPMERKING: Verkeerde werking door in tijd verschoven inbedrijfstelling! Sluit alle BUS-deelnemers aan op de bus, voordat de BUS met spanning wordt gevoed. Wij adviseren voor de inbedrijfstelling, de ModuLine 400 provisorisch in de nabijheid van de binnenunit te installeren. 6.1 Voor de inbedrijfstelling Veiligheid Alle werkzaamheden voor de inbedrijfstelling moeten zodanig worden uitgevoerd, dat altijd de veiligheid van personen is gewaarborgd en materiële schade wordt voorkomen. Daarbij hoort: De eerste inbedrijfstelling van het hybride systeem en de componenten mag alleen door Nefit of een erkend installateur worden uitgevoerd. Niet geïsoleerde delen van het koudemiddelcircuit tijdens bedrijf niet met blote handen aanraken. De koudemiddelleidingen zijn afhankelijk van de toestand van het stromende koudemiddel zeer heet of zeer koud. De schakelaar of andere delen van de elektrische installatie niet met natte handen aanraken. Er bestaat gevaar voor elektrocutie. Altijd de vereiste procedures en wachttijden bij het in- en uitschakelen respecteren. Anders kunnen de componenten van het hybride systeem ernstig beschadigd raken. Bij de inbedrijfstelling de voeding van de buitenunit minimaal 12 uur voor de voeding van de binnenunit inschakelen. Wanneer deze tijdsafstand niet wordt gerespecteerd, kan ernstige schade aan de buitenunit ontstaan. Onderbreek de voedingsspanning tijdens normaal bedrijf niet. De hybride regelmodule HM10 regelt de bedrijfstijden van de warmtepomp en cv-ketel afhankelijk van de op de ModuLine 400 ingevoerde parameters. Onderbreek de voedingsspanning van de binnenunit en de buitenunit tijdens normaal bedrijf niet. Wacht na de bedrijfsstop minimaal 5 minuten. Onderbreek pas daarna de voedingsspanning van de binnenunit en de buitenunit. Anders zijn waterlekkage en defecten mogelijk Voorwaarden voor inbedrijfstelling WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door hete of onder hoogspanning staande onderdelen! Waarborg voor het starten van het toestel, dat alles correct is gemonteerd. Het hybride systeem mag alleen in bedrijf worden gesteld, wanneer aan alle voorwaarden voor een veilig en optimaal bedrijf is voldaan. De binnenunit is correct gemonteerd en aangesloten. De buitenunit is veilig opgesteld, correct gemonteerd en aangesloten. De condensafvoer van de buitenunit is aangesloten. De cv-installatie is gevuld met vul- en bijvulwater van de gevraagde kwaliteit en bedrijfsklaar. Het koudemiddelcircuit is correct geïnstalleerd en met koudemiddel R410A gevuld. De dichtheid is gecontroleerd. De afsluiters aan de vloeistofzijde en de gaszijde zijn volledig geopend. De elektrische aansluitingen zijn correct uitgevoerd resp. voorbereid. Alle noodzakelijke zekeringen en veiligheidsschakelaars zijn geïnstalleerd. Alle overige, hier niet beschreven componenten van de installatie zij ook geïnstalleerd, aangesloten en bedrijfsklaar ( installatiehandleidingen van de componenten). Bij buitentemperaturen boven 21 C of onder -9 C start de warmtepomp niet in normaal bedrijf. Binnen dit temperatuurgebied moet de eerste inbedrijfstelling van de warmtepomp in de servicemodus plaatsvinden ( hoofdstuk , pagina 44). MultiLine A/W (2013/01) 31
32 6 Inbedrijfstelling 6.2 Systeem voor de eerste keer in bedrijf stellen OPMERKING: Materiële schade bij koude start van de compressor in de buitenunit! Bij de inbedrijfstelling de voeding van de buitenunit minimaal 12 uur voor de voeding van de binnenunit inschakelen. Wanneer deze tijdsafstand niet worden gerespecteerd, kan ernstige schade aan de buitenunit ontstaan. Onderbreek de voedingsspanning tijdens normaal bedrijf niet Buitenunit vooraf op de netspanning aansluiten De voeding van de buitenunit minimaal 12 uur voor de voeding van de binnenunit inschakelen BUS-kabel naar buitenunit aansluiten Om te zorgen dat door onderbreking van de voedingsspanning van de buitenunit de compressor niet afkoelt, moet de voedingsspanning voor de binnenunit direct en zonder pauze worden geactiveerd. Voedingsspanning van de buitenunit onderbreken. Schroeven aan de onder- en bovenkant van het toestel losmaken. Behuizing afnemen. Bevestigingsschroef links [1] op de hybride regelmodule HM10 losmaken. Veerplaat [2] naar buiten drukken en de hybride regelmodule HM10 naar voren klappen. 2 Voor spatwaterbescherming (IP) de trekontlasting altijd passend voor de diameter van de kabel afsnijden Afb. 41 BUS-kabel aansluiten BUS-kabel door de trekontlasting leiden en op de aansluitklemmen S2/S3 aansluiten. Afb. 42 Aansluitingen op de interface naar het buitenstation [1] Aansluitklemmen S2/S3 Na het aansluiten de afdekkap weer monteren Netaansluiting aanbrengen De voorgeïnstalleerde flexibele kabel op de netaansluiting (230 V AC, 3 A) aansluiten Wo Hybride systeem inschakelen Waarborg, dat de afsluiters op de leiding voor vloeibaar en gasvormig koudemiddel zijn geopend. Voedingsspanning van de buitenunit en de binnenunit inschakelen. De compressor van de buitenunit draait 5 minuten in trap 1 (zelftest). Afb. 39 Hybride regelmodule HM10 naar voren klappen [1] Bevestigingsschroef [2] Veerplaat Drie schroeven losmaken en kleine afdekkap voor de installatie-aansluitingen op de achterzijde verwijderen ITL De ventilator van de buitenunit moet vrij draaien en mag niet zijn geblokkeerd. Controleer, of de componenten van het systeem storingsvrij starten. Afb. 40 Kleine afdekkap verwijderen ITL 32 MultiLine A/W (2013/01)
33 Inbedrijfstelling Sluit de ModuLine 400 aan op de hybride regeleenheid HM10 In het hybride systeem mag slechts één ModuLine 400 worden gebruikt. Deze moet op de hybride regelmodule HM10 worden aangesloten. Aansluitingen in de binnenunit De ModuLine 400 moet afzonderlijk op de muur worden gemonteerd en mag niet in de cv-ketel worden geplaatst M1 M2 TSR TSC BUS BUS V Afb. 43 Aansluitingen op de binnenunit [1] Aansluitingen voor EMS BUS-kabel [2] Aansluitingen voor de ModuLine 400 [3] Aansluitingen voor het cv-ketel Afdekkap van de hybride regelmodule HM10 afnemen. Bevestigingsschroeven losmaken. Afdekkap naar boven klappen en wegnemen. Kabel via de kabeldoorvoer achter de isolatie leiden Wo ITL Afb. 44 Afdekkap van de hybride regelmodule HM10 afnemen Afb. 45 Kabeldoorvoer in binnenunit De tweeaderige BUS-kabel van de ModuLine 400 op de aansluitklemmen 16 en 17 op de hybride regelmodule HM10 aansluiten. Aanbevolen kabelafmetingen: 0,75 mm 2 ( 0,5 mm 2 ) Aansluitklemmen Aansluitingen 14, 15 Vrij voor het aanlsuiten van max. 4 extra modules (WM10, MM10 of SM10) 16, 17 ModuLine , 19 cv-ketel (EMS, BUS) Tabel 10 Aansluitingen op hybride regelmodule HM10 Na het aansluiten de afdekkap weer monteren. OPMERKING: Instellen van DIP switch SW8-3 De buitenunit en binnenunit hebben ieder een apparte voeding waardoor het niet in alle gevallen mogelijk is om de voeding voor zowel binnen als buitenunit gelijktijdig in te schakelen.als de voeding naar de buitenunit wordt ingeschakeld dan zal de buitenunit de communicatie proberen op te starten met de binnenunit. Als de voeding op de binnenunit niet binnen 3 minuten is ingeschakeld dan zal de buitenunit een communicatiestoring krijgen omdat er geen communicatie mogelijk is.dit zelfde geld ook omgekeerd als de voeding naar de binnenunit is ingeschakeld en de voeding naar de buitenunit niet binnen 3 minuten wordt ingeschakeld.de communicatiestoring kan niet gereset worden. De storing wordt opgeheven door de voeding naar de buitenunit uit te schakelen en vervolgens weer in te schakelen.als het inschakelen van de voeding binnen 3 minuten niet mogelijk is dan kan de communicatiestoring worden voorkomen door DIP switch SW8-3 in de buitenunit op ON te zetten. Als de DIP switch op ON staat wordt de communicatiestoring niet waargenomen, ongeacht de tijdsduur tussen het inshakelen van de voeding naar binnenunit en buitenunit.als er na in bedrijfname een communicatiestoring plaatst vindt tussen buitenunit en binnenunit dan zal dit ongeacht de instelling van de DIP switch worden weergegeven op de hybride regelmodule HM10 en de ModuLine 400. MultiLine A/W (2013/01) 33
34 6 Inbedrijfstelling CV-ketel in de binnenunit aansluiten Kabel via de kabeldoorvoer achter de isolatie leiden. De tweeaderige BUS-kabel van de cv-ketel op de aansluitklemmen 18 en 19 van de hybride regelmodule HM10 en op de cv-ketel aansluiten. De aansluitingen op de cv-ketel kunnen variëren. In de regel wordt de verbinding gemaakt via de aansluiting EMS, BUS of RC. Houd de terug-toets ingedrukt en reset de hybride regelmodule HM10 ( afb. 55, pagina 42) CV-pomp in de binnenunit instellen Bij het gebruik van een parallel geschakeld buffervat moet toerental I of II worden ingesteld. Bovendien moeten de modules WM10 en MC10 in het systeem worden geïntegreerd. De cv-pomp in de binnenunit wordt afhankelijk van de samenstelling van de installatie ingesteld. Karakteristiek van de cv-pomp instellen De cv-pomp heeft verschillende instelmogelijkheden: I constante drukkarakteristiek, toerental I II constante drukkarakteristiek, toerental II III constante drukkarakteristiek, toerental III De basisinstelling is de constante drukkarakteristiek, toerental III Overeenkomstig de stappen uit de paragrafen en het toerental kiezen en instellen. Druk op de pijltoets [1] op de cv-pomp, om de gewenste stand in te stellen. 2. De beschikbare opvoerhoogte van de cv-pomp (zie afb. 48 beschikbare opvoerhoogte) moet tussen de binnenunit en de cv-installatie de cv-circuitweerstand (A) en de weerstand van het extra leidingwerk (B) overwinnen. 3. Hoe hoog is het maximale cv-vermogen van de cv-ketel (Q) voor de cvinstallatie in kw? 4. Hoe hoog moet D T (T aanvoertemperatuur - retourtemperatuur) in de totale installatie zijn? OPMERKING: Voor D T in de regel 20 K nemen. 5. Hoe hoog is het noodzakelijke debiet van de installatie (F), om de waarde voor D T (T) bij maximaal cv-vermogen te bereiken? F = 14.3 x Q /T 6. Hoe groot is het drukverlies van het cv-circuit bij gegeven debiet F, A, in mbar? 7. Hoe groot is de equivalente lengte van de extra 22 mm leidingen tussen de binnenunit en de cv-installatie in meters? OPMERKING: In de equivalente lengte van de leidingen zijn alle extra bochten opgenomen (een bocht komt overeen met 1 meter leidinglengte). 8. Hoe groot is het drukverlies (B) over de equivalente lengte van de extra leidingen in mbar? - zie afb. 47, drukverlies/debiet 9. Totaaldrukverlies van de installatie (P) berekenen, die de cv-pomp moet overwinnen: P = A + B 10.Aan de hand van het diagram voor de opvoerhoogte van de cv-pomp (zie afb. 48) het toerental kiezen, dat het totaaldrukverlies (P) voor het debiet (F) van de installatie het best aan kan. 11.Wanneer geen van de pompcurves voldoet aan de eisen, moet eventueel de equivalente lengte van de extra leidingen (B) worden verminderd. 1 Afb. 46 Toerental op de cv-pomp instellen ITL CV-pomp op het laagste toerental instellen, dat afhankelijk van het drukverlies in de installatie mogelijk is. Wij adviseren toerental II of III Installatie met een in serie geschakeld buffervat Beschikt de installatie over één cv-circuit of meerdere cv-circuits met een in serie geschakeld buffervat zie afb. 8 und De cv-pomp in de binnenunit moet op een constant toerental III, II of I zijn ingesteld. Wij adviseren, het laagste toerental in te stellen, die overeenkomt met het totale drukverlies in de installatie (P). 34 MultiLine A/W (2013/01)
35 Inbedrijfstelling Installatie met parallel geschakeld buffervat Het parallel geschakeld buffervat vervult in de hydraulische schema's uit afb. 7 de functie van een open verdeler. OPMERKING: Voor D T in de regel 20 K nemen. Wanneer de installatie beschikt over een cv-circuit of meerdere cv-circuits met parallel geschakeld buffervat tussen binnenunit en cv-circuit(s)? zie afb De cv-pomp in de binnenunit moet op een constant toerental III, II of I zijn ingesteld. Wij adviseren, het laagste toerental in te stellen, die overeenkomt met het totale drukverlies in de installatie (B). 2. De beschikbare opvoerhoogte van de cv-pomp (zie afb. 48) moet de weerstand van de leidingen (B) tussen de binnenunit en het parallel geschakeld buffervat overwinnen. 3. Hoe hoog is het maximale cv-vermogen van de cv-ketel (Q) voor de cvinstallatie in kw? 4. Hoe hoog moet D T (T aanvoertemperatuur - retourtemperatuur) in de totale installatie zijn? 5. Hoe hoog is het noodzakelijke debiet van de installatie (F), om de waarde voor D T (T) bij maximaal cv-vermogen te bereiken? F = 14.3 x Q/T 6. Hoe groot is de equivalente lengte van de 22 mm leidingen tussen binnenunit en parallel geschakeld buffervat in meters? OPMERKING: In de equivalente lengte van de leidingen zijn alle extra bochten opgenomen (een bocht komt overeen met 1 meter leidinglengte). 7. Hoe groot is het drukverlies (B) over de equivalente lengte van de leidingen in mbar? zie afb Aan de hand van het diagram voor de opvoerhoogte van de cv-pomp (zie afb. 48) het toerental kiezen, dat het totaaldrukverlies (P) van de installatie voor het debiet (F) van de installatie het best aan kan. 9. Wanneer geen van de pompcurves voldoet aan de eisen, moet eventueel de equivalente lengte van de leidingen (B) worden verminderd. mbar/meter liters/minuut Wo Afb. 47 Druk en debiet in de binnenunit (binnenunit) [1] Debiet van de installatie (l/min) [2] Drukverlies van koperen leiding met 22 mm BD (mbar/m) [P] = totaaldrukverlies van de installatie (mbar) [A] = weerstand cv-circuit (mbar) [B] = extra leidingen (m) [Q] [T] [F] = maximale verwarmingsvermogen van de cv-ketel (kw) = D T (temperatuurverschil tussen aanvoer en retour) (K) = debiet van de installatie (l/min) MultiLine A/W (2013/01) 35
36 6 Inbedrijfstelling mbar III II I liters/minuut Wo Afb. 48 Beschikbare opvoerhoogte [I] Constante drukkarakteristiek voor toerental I [II] Constante drukkarakteristiek voor toerental II [III] Constante drukkarakteristiek voor toerental III [] [3] Beschikbare opvoerhoogte (mbar) [4] Debiet van de installatie (l/min) Binnenunit ontluchten OPMERKING: Materiële schade door drooglopende cvpomp! CV-druk regelmatig controleren en evt. de cv-installatie met water vullen. Wij adviseren een handmatige ontluchter in de nabijheid van de cv-waterretouraansluiting van de binnenunit te installeren, om de ontluchting van de binnenunit mogelijk te maken. Lucht in de cv-pomp kan geluid veroorzaken. Het geluid stopt, zodra de cv-pomp een paar minuten draait. 1. Handmatige ontluchter openen. 2. De handmatige ontluchter sluiten, zodra het systeem de eerste keer is gevuld. Daarmee wordt voorkomen, dat lucht weer in het systeem wordt teruggezogen. 3. Toerental III van de cv-pomp instellen. 4. Menu Functietest op de ModuLine 400 oproepen, om de cv-pomp te starten ( bedieningsvoorschrift van de ModuLine 400). 5. CV-pomp, afhankelijk van de installatieconstructie en -grootte, kort laten draaien. 6. CV-pomp via het menu functietest stoppen. 7. Handmatige ontluchter openen. Wanneer een groot luchtvolume uit het systeem ontsnapt, moet de vastgelegde systeemdruk weer worden hersteld. 8. Handmatige ontluchter sluiten. 9. Stappen 3 t/m 8 zolang herhalen, tot het systeem compleet is ontlucht. 10.Na het ontluchten van de installatie, d.w.z. wanneer geen geluid meer optreedt, de cv-pomp instellen ( hoofdstuk 6.2.7). 11.Handmatige ontluchter sluiten Bypassventiel instellen Wij adviseren, de instelling van het ventiel te blokkeren (verzegeling). Het bypassventiel wordt afhankelijk van de gekozen pompkarakteristiek ingesteld: ToerentalI Bypass-instelling = 0,05 bar ToerentalII Bypass-instelling = 0,18 bar Toerental III Bypass-instelling = 0,45 bar 36 MultiLine A/W (2013/01)
37 Inbedrijfstelling 6 Vastgestelde bypass-instelling op de insteleenheid van het bypassventiel instellen. Afb. 49 Bypassventiel instellen ITL Parameters voor energie- en kostenoptimalisatie van het hybride systeem instellen De parameters kunnen via de ModuLine 400 ingesteld worden. Informatie over de instelling op de hybride regelmodule HM10 bevindt zich in hoofdstuk Het hybride systeem geeft de keuze tussen twee regelstrategien. In paragraaf wordt beschreven hoe de keuze voor een regelstrategie wordt ingesteld.: Regelstrategie Beschrijving Milieu Bij milieu geoptimaliseerde bedrijfsstand wordt het systeem aangestuurd op een zo laag mogelijke CO 2 uitstoot. De regeling bepaald continue wat de minste CO 2 uitstoot, verwarmen met de warmtepomp of met de ketel of beide gelijktijdig. Kosten Bij kostengeoptimaliseerd bedrijf wordt het hybride systeem aangestuurd op basis van een zo laag mogelijke energierekening. De regeling bepaald op basis van ingevoerde gas-en elektraprijs wat het meest kostenefficient is, verwarmen met de warmtepomp of met de ketel of beide gelijktijdig. Tabel 11 Overzicht regelstrategieën MultiLine A/W (2013/01) 37
38 6 Inbedrijfstelling Navigeren - Het menu in gaan Druk kort op de toets "menu".selecteer met de instelknop het gewenste menu.druk op de toets "OK" om het geselecteerde menu in te gaan. Gebruiksmenu Toetsverlichting? 09: C aan Wo Afb. 50 Het menu in gaan - Bladeren / volgende stap Gebruik de instelknop om te bladeren door het menu of om door het klokprogramma te lopen. Draai aan de instelknop om door het menu te bladeren Wo Afb. 53 Instellingen wijzigen - Terug naar het menu / standaarddisplay Gebruik de toets "terug" om terug te keren naar het menu of standaarddisplay. Door het sluiten van de klep wordt direct het standaarddisplay geactiveerd. Menu Gebruiksinstellingen Afb. 51 Bladeren door het menu - Bevestigen Gebruik de toets "OK" om de gestelde vraag op het display te bevestigen of om een menu binnen te gaan. Druk kort de toets "OK" in Wo Afb. 54 Terug naar het menu Gebruiksmenu Toetsverlichting? aan Wo Gebruiksmenu Toetsverlichting? aan Wo Afb. 52 Bevestigen - Instelling wijzigen Gebruik de toets "OK" en de instelknop om instellingen in het menu te wijzigen. Houd de toets "OK" ingedrukt en draai aan de instelknop. 38 MultiLine A/W (2013/01)
39 Inbedrijfstelling Regelstrategie instellen Bij deze functie kan gekozen worden uit twee regelstrategieën, regelen op basis van kosten of milieu. Milieu De hybride regelmodule HM10 in de binnenunit zal continue op basis van een zo laag mogelijke CO2 uitstoot bepalen wat het meest milieuvriendelijk is, verwarmen met de warmtepomp of met de cv-ketel of beide gelijktijdig. Hierbij wordt rekening gehouden met de CO2 uitstoot van de totale keten, van energiecentrale tot het eindproduct warmte in de woning. Kosten Wanneer wordt gekozen voor kosten zal gevraagd worden de gasprijs en de elektraprijs in te voeren. De hybride regelmodule HM10 in de binnenunit zal continue op basis van de actuele gas-en elektra prijsverhouding in combinatie met de buitentemperatuur en de gewenste cv- aanvoertemperatuur bepalen wat het meest kostenefficiënt is, verwarmen met de warmtepomp of met de cv-ketel of beiden gelijktijdig. Gebruiksmenu Aanstruren van ketel en warmtepomp op basis van Kosten Zie voor meer uitleg over de verschillen tussen regelen op basis van kosten of milieu paragraaf Let op!!! - Aansturen van ketel en warmtepomp op basis van Kosten Temperatuurverschil voor inschakelvertraging cv-ketel Bij deze functie wordt ingesteld bij hoeveel graden onder de gewenste cv- aanvoertemperatuur de cv-ketel een signaal moet krijgen om te gaan bij verwarmen. In paragraaf wordt de functie inschakelverdaging beschreven. De ingestelde inschakelvertraging bepaald hoeveel minuten de gemeten cv-aanvoertemperatuur onder de gewenste cv-aanvoertemperatuur mag liggen voordat de ketel wordt ingeschakeld om bij te verwarmen Wo Wo Sevicemenu Temperatuurverschil voor inschakelvertraging ketel Gebruiksmenu Voer gasprijs in >0,60 Euro/m3 0,20 Euro/kWh Wo Gebruiksmenu Voer elektraprijs in 0,60 Euro/m3 >0,20 Euro/kWh Wo 3K Wo In bedrijf stellen ModuLine 400 Wanneer de ModuLine 400 voor het eerst wordt opgetart wordt gevraagd de datum en tijd in te stellen. Als dit is ingesteld wordt gevraagd een keuze te maken waarop de warmtepomp moet worden aangestuurd, op basis van milieu of kosten. Indien gekozen wordt voor kosten wordt gevraagd de gas-en elektraprijs in te voeren. MultiLine A/W (2013/01) 39
40 6 Inbedrijfstelling Inschakelvertraging cv-ketel Bij deze functie wordt ingesteld hoeveel minuten de gemeten cv- aanvoertemperatuur onder de gewenste cv-aanvoertemperatuur mag liggen voordat de cv-ketel wordt ingeschakeld om bij te verwarmen. In paragraaf wordt de functie temperatuurverschil voor inschakelvertraging ketel beschreven. Het ingestelde temperatuurverschil bepaald hoeveel graden de gemeten cv-aanvoertemperatuur onder de gevraagde cv-aanvoertemperatuur mag liggen voordat de ingestelde inschakelvertraging wordt geactiveerd Data monitoren Bij deze functie kunnen verschillende waardes van de MultiLine en cv-ketel worden uitgelezen. MultiLine Onder dit menu wordt de volgende data weergegeven: WP aanvoertemperatuur C WP retourtemperatuur C WP cv-pomp aan/uit WP defrostaan/uit WP compressoraan/uit WP storing ja/nee Status-/service code--/-- Sevicemenu Inschakelvertraging ketel 20 minuten Sevicemenu MultiLine A/W Functie testen Bij deze functie kan de werking van de cv-pomp in de binnenunit van de warmtepomp getest worden door deze handmatig aan te schakelen. Aan De cv-pomp in de binnenunit van de warmtepomp wordt ingeschakeld, deze schakelt weer uit als de instelling op de ModuLine weer wordt teruggezet op nee, of als wordt terug genavigeerd. Wanneer er niets wordt gedaan zal na een aantal minuten de ModuLine automatisch terugschakelen naar het hoofdmenu en zal de functie test worden afgebroken. Uit De cv- pomp wordt niet handmatig ingeschakeld Wo Ketel Onder dit menu wordt de volgende data weergegeven: Ketel aanvoertemp. C Ketel bedrijfsuren --h---m Aantal ketel starts-- Sevicemenu Ketel Wo Sevicemenu me WP cv-pomp Uit Wo Wo 40 MultiLine A/W (2013/01)
41 Inbedrijfstelling Software versie Bij deze functie worden de software versies weergegeven van de Modu- Line 400 en de warmtepompregeling in de binnenunit, de HM10. Gebruiksmenu Gebruiksinstellingen terug naar fabrieksinstellingen? Sevicemenu nee Versie ModuLine Sevicemenu Versie HM Wo Langdurige spanningsonderbreking Bij een spanningsonderbreking die langer duurt als 10 uur zal wanneer de voedingsspanning is hersteld gevraagd worden om de datum en tijd opnieuw in te stellen. Nadat dit ingesteld is wordt opnieuw gevraagd een keuze te maken voor regelen op basis van kosten of milieu. Wanneer gekozen wordt voor kosten dan zal gevraagd worden de gas-en elektraprijs in te voeren, de laatst ingestelde prijzen worden getoond. Zie voor meer uitleg over de verschillen tussen regelen op basis van kosten of milieu paragraaf Wo Wo Gebruiksmenu Gebruiksinstellingen terug naar fabrieksinstellingen? Wijzigingen in hybride regelmodule HM10 Wanneer in de hybride regelmodule HM10 in de binnenunit een parameter wordt gewijzigd die invloed heeft op de regelstrategie op basis van milieu of kosten, dan zal de in de afbeelding weergegeven melding worden getoond op de ModuLine 400. Indien voor nee wordt gekozen dan zullen de oorspronkelijke instellingen weer actief worden. Wordt gekozen voor ja dan wordt gevraagd de gas-en elektraprijs in te voeren. Zie voor meer uitleg over de verschillen tussen regelen op basis van kosten of milieu paragraaf De ModuLine 400 is leidend als het gaat om instellingen die invloed hebben op de gekozen regelstrategie! Instellingen mbt regelstrategie moeten op de ModuLine worden ingevoerd! Let op!!! me - 2 De aansturing van de warmtepomp is in de HM10 aangepast naar Kosten. Verder? nee Wo nee Wo Terug naar fabrieksinstellingen Wanneer de ModuLine 400 wordt teruggezet naar fabrieksinstellingen dan blijft de gekozen regelstrategie op basis van milieu of kosten ongewijzigd, dit geld ook voor de ingevoerde gas-en elektraprijs! MultiLine A/W (2013/01) 41
42 6 Inbedrijfstelling Fout historie Vergrendelende fouten Bij deze functie wordt de historie van de vergrendelende fouten die zijn opgetreden weergegeven Servicemenu (V1/8) Datum dd/mm/yy Tijdstip hh:mm Duur..d hh: mm Foutcode - - / Parameters op de hybride regelmodule HM10 instellen Blokkerende fouten Bij deze functie wordt de historie van de blokkerende fouten die zijn opgetreden weergegeven Servicemenu (B1/8) Datum dd/mm/yy Tijdstip hh:mm Duur..d hh: mm Foutcode --/ Info menu Onder de info knop wordt de volgende hybride info weergegeven: Bedrijfsstatus Ketel en/of warmtepomp in bedrijf Bedrijfsstatus warmtepomp > storingscode Bedrijfsstatus ketel > storingscode Wo Wo ITL Afb. 55 Regelmodule van de binnenunit [1] Zekering, 5 AT, keramisch, met zand gevuld [2] Reservezekering [3] Aansluiting voor service key (niet actief!) [4] Keuzeknop: draaien voor bladeren, indrukken voor selecteren [5] Weergave [6] Terug-toets Op het display [5] wordt de actuele status/displaycode getoond of de parameterlijst. Dit is herkenbaar aan de letters, die rechts in het display staan. c : parameterlijst e : status/displaycode Met de terug-toets omschakelen tussen de actuele status/displaycode en de parameterlijst. Door draaien van de keuzeknop door de parameterlijst bladeren. Keuzeknop indrukken, om de parameter te kiezen. De selectie begint te knipperen. Door draaien van de keuzeknop de gewenste waarde instellen. Keuzeknop indrukken, om de nieuwe parameterwaarde te bevestigen en op te slaan. Installatie in mebedrijf - 2 Ketel Warmtepomp [1] uit [2] aan Wo 42 MultiLine A/W (2013/01)
43 Inbedrijfstelling 6 Beschrijving Displaycode Eenheid Basisinstelling Invoerbereik Aa Hydrauliek instellen 0 0 = serie 1 = parallel (niet met dit systeem mogelijk) Ab Ac A5 A7 C0 C1 C2 C3 Inschakelvertraging cv-ketel Temperatuur verschil voor inschakelvertraging ketel Aanstuur-interval buitenunit Schakeldpunt minimale cv-aanvoertemperatuur Milieu of kostengeoptimaliseerd bedrijf. Gasprijs/elektraprijs verhouding C4 PEF - gas. kwh/ kwh C5 PEF - stroom. kwh/ kwh 5b 5c Terug naar fabrieksinstellingen Servicemodus voor de inbedrijfstelling bij buitentemperaturen boven 21 C of onder - 9 C. Hier wordt de functie van de cv-pomp in de binnenunit bepaald. 0 = de cv-pomp zorgt voor de watercirculatie in de cv-circuits van de ruimteverwarming dit is bij alle in dit document beschreven hydraulische circuits het geval. 1 = de cv-pomp zorgt niet voor de watercirculatie in de cv-circuits van de ruimteverwarming. Bij dit type installatie beschikt ieder cv-circuit over een eigen cv-pomp. min Hier wordt ingesteld hoeveel minuten de gemeten cv- aanvoertemperatuur onder de gewenste aanvoertemperatuur mag liggen voordat de cv-ketel wordt ingeschakeld om bij te verwarmenonder parameter Ac wordt de functie temperatuurverschil voor inschakelvertraging ketel beschreven.het ingestelde temperatuurverschil bepaald hoeveel graden de gemeten cv- aanvoertemperatuur onder de gevraagde aanvoer temperatuur mag liggen voordat de ingestelde inschakelvertraging wordt geactiveerd. K Hier wordt ingesteld bij hoeveel graden onder de gewenste cvaanvoertemperatuur de cv-ketel een signaal moet krijgen om te gaan bij verwarmen. min Tijdsinterval waarna gecheckt wordt aan de hand van gewenste cv-aanvoertemperatuur icm buitentemperatuur welk 0-10v vermogenssignaal moet worden uitgestuurd naar de buitenunit C Onder de hier ingestelde buitentemperatuur levert de warmtepomp minimaal 35 C cv-wateraanvoertemperatuur. Deze minimale cv-aanvoertemperatuur is nodig om te waarborgen dat er genoeg warmte in het cv-systeem aanwezig is om zonder comfortklachten de defrost- cycle te kunnen ondersteunen waarbij een kleine hoeveelheid warmte wordt onttrokken aan het cv-water. Deze parameter is niet actief! 1 1 = milieu 2 = kosten Het instellen van deze parameter wordt niet ondersteund vanuit de regelmodule HM10, deze instelling moet op de ModuLine 400 worden gemaakt, Zie hoofdstuk Deze parameter is niet actief! ,0 Het instellen van deze parameter wordt niet ondersteund vanuit de regelmodule HM10. In de ModuLine 400 kan de gasprijs en elektraprijs worden ingevoerd. De ModuLine berekend dan automatisch de prijsverhouding tussen gas en elektra. Voor het invoeren van prijzen op de ModuLine 400 zie hoofdstuk ,1 - Hier wordt de primaire energie factor ingevoerd voor gas. Deze factor wordt door de HM10 regelmodule gerbruikt om te bepalen of de cv-ketel en/of de warmtepomp moet verwarmen als gekozen wordt voor milieu als regelstrategie.voor het bepalen van de PEF zie hoofdstuk 2.7 2,6 - Hier wordt de primaire energie factor ingevoerd voor stroom. Deze factor wordt door de HM10 regelmodule gerbruikt om te bepalen of de cv-ketel en/of de warmtepomp moet verwarmen als gekozen wordt voor milieu als regelstrategie. Voor het bepalen van de PEF zie hoofdstuk = Reset 0 = Uit 0 1 = aan 0 = uit tt Fabriekstestmodus. 0 0 = normaal bedrijf 1 = testbedrijf Tabel 12 Parameterlijst van de hybride-regelmodule HM10 Hier kunnen alle parameters naar de fabrieksinstelling worden teruggezet. Tijdens normaal bedrijf van het hybride systeem kan de buitenunit bij buitentemperaturen tussen 9 C en +21 C niet worden gebruikt. In het kader van de eerste inbedrijfstelling van de installatie kan de buitenunit met behulp van de servicefunctie ook buiten dit temperatuurgebied worden gebruikt. MultiLine A/W (2013/01) 43
44 7 Bediening Inbedrijfstelling van de warmtepomp bij buitentemperaturen buiten het normale bedrijfsbereik De inbedrijfstelling van de warmtepomp mag pas dan worden uitgevoerd, wanneer het gehele systeem inclusief de cv-ketel is aangesloten en bedrijfsklaar is. Bij buitentemperaturen boven 21 C of onder -9 C start de warmtepomp niet in normaal bedrijf, omdat binnen dit temperatuurbereik geen cv-vraag actief is. De functie Servicemodus van de hybride regelmodule HM10 maakt inbedrijfstelling van de warmtepomp mogelijk, ook buiten de normale bedrijfstemperaturen. Servicemodus op de hybride regelmodule HM10 instellen: Terug-toets indrukken, tot de parameterlijst is gekozen ( c wordt aan de rechterkant van het display getoond). Keuzeknop eenmaal indrukken en naar rechts draaien, om 5C te kiezen. Keuzeknop tweemaal indrukken. De waarde 0 begint te knipperen. Door draaien van de keuzeknop de waarde in 1 veranderen en door indrukken van de keuzeknop dit bevestigen.de servicemodus is geactiveerd. Na 15 minuten wordt de servicemodus automatisch gereset. De warmtepomp start alleen, wanneer de cv-retourtemperatuur tussen 20 C en 50 C ligt. Onder bepaalde omstandigheden moet de cv-ketel de retourtemperatuur eerst naar 20 C verhogen, voordat de warmtepomp kan starten Klant informeren en technische documenten overdragen Maak de klant vertrouwd met de gehele cv-installatie en met de handleiding voor het hybride systeem. Samen met de klant een buitenbedrijf- en een inbedrijfstelling uitvoeren. Aan de hand van de bedieningshandleiding de klant het gedrag in noodgevallen, bijv. brand, uitleggen. Geef de klant de technische documenten en vul samen de inbedrijfname checklist en de garantiekaart in, onderteken en verstuur beide documenten naar Nefit. 7 Bediening De hybride regelmodule HM10 regelt de bedrijfstijden van de warmtepomp en cv-ketel afhankelijk van de op de ModuLine 400 ingevoerde parameters. Onderbreek de voedingsspanning van de binnenunit en de buitenunit tijdens normaal bedrijf niet. 7.1 Automatische ontdooifunctie Bij lage temperaturen ( 7 C) wordt afhankelijk van de luchtvochtigheid op de verdamper van de buitenunit ijs gevormd. Bij een buitentemperatuur van +7 C tot -9 C wordt de warmte van het water uit de cv-installatie kortstondig gebruikt om de verdamper van de buitenunit automatisch te ontdooien. Tijdens deze defrost-cycle staat de cv-ketel nog wel ter beschikking voor het opwarmen van cv-wateren het leveren van warmwater. De ontdooiprocedure duurt ca. 5 minuten. 7.2 Systeem buiten bedrijf stellen OPMERKING: Materiële schade door vorst! Wanneer de cv-installatie niet is ingeschakeld, kan deze bij vorst bevriezen. Bescherm bij gevaar voor vorst de cv-installatie tegen bevriezing. Daarvoor op het laagste punt van de installatie het cv-water aftappen. De ontluchter op het hoogste punt van de cv-installatie moet daarbij geopend zijn Systeem regulier buiten bedrijf stellen De binnenunit regelt de bedrijfstijden van de warmtepomp en de cv-ketel afhankelijk van de op de ModuLine 400 of op de hybride regelmodule HM10 ingevoerde parameters. Onderbreek de voedingsspanning van de binnenunit en de buitenunit tijdens normaal bedrijf niet. Het hybride systeem buiten bedrijf stellen: Binnenunit buiten bedrijf stellen. Actieve warmtevraag met behulp van de ModuLine 400 uitzetten. Wacht na de bedrijfsstop minimaal 5 minuten. Onderbreek pas daarna de voedingsspanning van de binnenunit en de buitenunit. Anders zijn waterlekkage en defecten mogelijk Systeem in noodsituatie buiten bedrijf stellen Schakel het hybride systeem alleen in noodgeval via de zekering van de opstellingsruimte of de verwarmingsnoodschakelaar uit. Informeer de klant over hoe te handelen in geval van nood, bijv. bij een brand of ontsnappend koudemiddel. Nooit uzelf in levensgevaar brengen. De eigen veiligheid gaat altijd voor. Sluit de hoofdkraan van de gastoevoer. Schakel de cv-installatie via de verwarmingsnoodschakelaar of via de betreffende zekering stroomloos. 7.3 Hybride systeem na een bedrijfsonderbreking weer inschakelen OPMERKING: Materiële schade aan de buitenunit bij lage bedrijfstemperatuur van de compressor! Na een bedrijfsonderbreking moet de voedingsspanning van de buitenunit minimaal 12 uur zijn ingeschakeld voordat de voedingsspanning op de binnenunit wordt geactiveerd. Wanneer deze tijdsafstand niet worden gerespecteerd, kan ernstige schade aan de buitenunit ontstaan. Onderbreek de voedingsspanning tijdens normaal bedrijf niet. Waarborg, dat de afsluiters op de leiding voor vloeibaar en gasvormig koudemiddel zijn geopend. Onderbreken van de voedingsspanning van de binnenunit en de buitenunit. Bevestigingsschroef links op de hybride regelmodule HM10 losmaken ( afb. 39, pagina 32). Veerplaat naar buiten drukken en de hybride regelmodule HM10 naar voren klappen. 44 MultiLine A/W (2013/01)
45 Milieubescherming/afvalverwerking 8 Twee schroeven losmaken en de kleine afdekking aan de achterzijde verwijderen ( afb. 40, pagina 32). BUS-kabel op de aansluitklemmen S2/S3 losmaken ( afb. 42, pagina 32). De voeding van de buitenunit minimaal 12 uur voor de voeding van de binnenunit inschakelen ( hoofdstuk 6.2.1, pagina 32). BUS-verbinding naar buitenunit aansluiten en hybride systeem opnieuw inschakelen ( hoofdstuk 6.2.2, pagina 32). 8 Milieubescherming/afvalverwerking Milieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch-groep. Kwaliteit van de producten, rendement en milieubescherming zijn voor ons gelijkwaardige doelstellingen. Wetten en voorschriften op het gebied van de milieubescherming worden strikt aangehouden. Ter bescherming van het milieu gebruiken wij, rekening houdend met bedrijfseconomische gezichtspunten, de best mogelijke techniek en materialen. Verpakking Wij nemen deel aan de nationale verwerkingssystemen, die een optimale recycling waarborgen. Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. 8.1 Koudemiddel afvoeren Het toestel is met koudemiddel R410A gevuld. R410A is een broeikasgas. Dit mag niet in de atmosfeer terecht komen. VOORZICHTIG: Milieugevaar door verkeerde afvoer! Ontsnappend koudemiddel is schadelijk voor de atmosfeer. Het koudemiddel mag alleen door gekwalificeerd personeel worden afgevoerd. Voor het afvoeren bij de lokale autoriteiten informeren naar de correcte manier van afvoeren van het koudemiddel. 8.2 Toestel afvoeren Oude toestellen bevatten materialen, die moeten worden hergebruikt. Het toestel is met het symbool gemarkeerd. Toestellen, die met dit symbool zijn gemarkeerd, mogen na afloop van de gebruiksduur niet met het huishoudelijk afval worden afgevoerd. Verpakkingsmateriaal scheiden en afvoeren conform de nationale voorschriften. Het toestel en eventuele toebehoren conform de plaatselijk geldende voorschriften door een erkend specialistisch bedrijf laten afvoeren. Toestel niet met het huishoudelijk afval afvoeren. Batterijen en accu's uit de apparaten halen en afzonderlijk conform de lokale voorschriften afvoeren. Elektrische en elektronische apparaten afzonderlijk conform de geldende locale voorschriften afvoeren. 9 Inspectie en onderhoudswerkzaamheden Omgang met het koudemiddel In vergelijking met vroeger gebruikte koudemiddelen is de druk van koudemiddel R410A ca. 1,6 maal hoger. Alleen gekwalificeerde en gecertificeerde koudemiddel-technici mogen werkzaamheden aan de koudemiddel-installatie uitvoeren. Gebruik bij de installatiewerkzaamheden de speciaal voor het koudemiddel R410A bedoelde gereedschappen en componenten. Waarborg de dichtheid van de koudemiddelinstallatie. Ontsnappend koudemiddel veroorzaakt bij contact met open vuur giftige gassen. Koudemiddel niet in de atmosfeer laten ontsnappen. Ontsnappend koudemiddel kan bij aanraken van de lekkageplaats bevriezing tot gevolg hebben. Wanneer koudemiddel ontsnapt, geen onderdelen van de warmtepomp aanraken. Voorkom huid- of oogcontact met het koudemiddel. Schakel bij huid- of oogcontact met het koudemiddel een arts in. 9.1 Inspectie en onderhoud voorbereiden GEVAAR: Levensgevaar door elektrocutie! Voor werkzaamheden aan het elektrische deel de voedingsspanning (230 V AC) onderbreken (zekering, vermogensautomaat) en beveiligen tegen onbedoeld herinschakelen. WAARSCHUWING: Persoonlijk letsel en materiële schade door verkeerde inspectie en onderhoudswerkzaamheden! Het hybride systeem, de cv-ketel en de componenten alleen door de leverancier of door een erkend installateur laten onderhouden. Werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit mogen alleen door gekwalificeerde koeltechnici (F-Gas-kwalificatie) worden uitgevoerd, waarvan de onderneming over een F-Gas-certificering beschikt. Om te zorgen dat het energieverbruik en de milieubelasting over langere termijn zo laag mogelijk blijven, adviseren wij bij een erkend installateur een onderhouds- en inspectiecontract af te sluiten met een jaarlijkse inspectie en behoefteafhankelijk onderhoud. Alle werkzaamheden voor de inspectie en het onderhoud moeten zodanig worden uitgevoerd, dat altijd de veiligheid van personen is gewaarborgd en materiële schade wordt voorkomen. Daarbij hoort: Schakel voor aanvang van de werkzaamheden aan de cv-ketel de gastoevoer uit. Koppel de installatie los van het stroomnet. Bij de inbedrijfstelling de voeding van de buitenunit minimaal 12 uur voor de voeding van de binnenunit inschakelen. Wanneer deze tijdsafstand niet worden gerespecteerd, kan ernstige schade aan de buitenunit ontstaan. De voeding van de buitenunit minimaal 12 uur voor de voeding van de binnenunit inschakelen ( hoofdstuk 6.2.1, pagina 32). MultiLine A/W (2013/01) 45
46 9 Inspectie en onderhoudswerkzaamheden Niet geïsoleerde delen van het koudemiddelcircuit tijdens bedrijf niet met blote handen aanraken. De koudemiddelleidingen zijn afhankelijk van de toestand van het stromende koudemiddel zeer heet of zeer koud. De schakelaar of andere delen van de elektrische installatie niet met natte handen aanraken. Er bestaat gevaar voor elektrocutie. Altijd de vereiste procedures en wachttijden bij het in- en uitschakelen respecteren. Materiële schade kan door verkeerd uitschakelen van het toestel worden veroorzaakt. Wacht na de bedrijfsstop minimaal 5 minuten. Onderbreek pas daarna de voedingsspanning van de binnenunit en de buitenunit. Wanneer de wachttijd niet wordt gerespecteerd, kan materiële schade door ontsnappend water of toestelstoring worden veroorzaakt. 9.2 Inspectie en onderhoudswerkzaamheden afsluiten Controleer na het vervangen van componenten altijd de dichtheid van het koudemiddelcircuit en voer een werkingscontrole uit. Alle mogelijk beschadigde O-ringen en dichtingen moeten worden vervangen. Waarborg bij het opnieuw inbouwen van hydraulische onderdelen, dat er geen stof of afzettingen op de O-ringen zit. Trek alle aansluitingen na het onderhoud zorgvuldig aan, om lekkage en losraken van de aansluitingen tijdens bedrijf te voorkomen. Controleer na het onderhoud alle bouten, schroeven en kabels en waarborg voor de inbedrijfstelling dat deze goed vastzitten. Zet de regeling na afronding van de werkzaamheden terug op de oorspronkelijke instellingen. 9.3 Onderhoudsintervallen Stap Onderhoudsinterval Beschrijving CV-ketel Onderhoudshandleiding van de cv-ketel Visuele inspectie binnenunit Jaarlijks Hoofdstuk Filter in binnenunit reinigen Jaarlijks Hoofdstuk Visuele inspectie van de buitenunit Jaarlijks Hoofdstuk Luchtinlaat van de buitenunit reinigen Jaarlijks Hoofdstuk Tabel 13 Onderhoudswerkzaamheden en onderhoudsintervallen Wanneer er tijdens de inspectie een situatie wordt geconstateerd waardoor onderhoud nodig is, dan dienen deze werkzaamheden afhankelijk van de behoeftes te worden uitgevoerd. 9.4 Binnenunit onderhouden Visuele inspectie binnenunit Tijdens bedrijf van de binnenunit letten op ongewone geluiden. Controleer de isolatie van de koudemiddelleidingen in de binnenunit op schade en repareer deze eventueel. Controleer de binnenunit en de leidingen op schade. Waarborg wanneer de binnenunit in een nis of een kast is gemonteerd, dat de gespecificeerde minimale afstanden voor onderhoud zijn gerespecteerd. Controleer alle verbindingen in het gehele systeem en vervang lekkende verbindingen eventueel. Controleer de vuldruk en vul eventueel cv-water bij. Storingsmeldingen op de ModuLine 400 oproepen ( bedieningshandleiding van de ModuLine 400) CV-water uit binnenunit aftappen OPMERKING: Materiële schade door water! Ontsnappend water kan het apparaat en elektronische componenten beschadigen. Voor aanvang van de onderhouds- of reparatiewerkzaamheden altijd het water uit de binnenunit aftappen ITL Afb. 56 Sluit de afsluiters op de binnenunit Neem de slang uit de houder en verwijder de onderste isolatie afb. 57 Steek de slang op de aftapkraan. In de binnenunit bevindt zich ca. 1,26 l water (onder druk 1,4 l). Sluit alle afsluiters [1] van de wateraansluitingen op de binnenunit. 46 MultiLine A/W (2013/01)
47 Inspectie en onderhoudswerkzaamheden Bovenste isolatieplaat verwijderen Wo Draai de vleugelschroef [1] een ¼ slag linksom, om de aftapkraan te openen. Het onder druk staande cv-wateraandeel ontsnapt uit de binnenunit. 9 Afb. 59 Bovenste isolatieplaat verwijderen Onderste isolatieplaat verwijderen ITL Afb. 57 Water uit de binnenunit aftappen Open een van de schroefverbindingen tussen afsluiter en binnenunit. Daardoor wordt het resterende water afgetapt en de binnenunit volledig afgetapt Filter reinigen Het filter van de binnenunit moet eenmaal per jaar worden gereinigd Wo Mantel van de binnenunit afnemen. Bevestigingsschroef links [1] op de hybride regelmodule HM10 losmaken. Veerplaat [2] naar buiten drukken en de hybride regelmodule HM10 naar voren klappen. 2 Afb. 60 Onderste isolatieplaat verwijderen Sluit de vier afsluiters naar de binnenunit en tap de binnenunit af. ( paragraaf 9.4.2, pagina 46, cv-water uit de binnenunit aftappen). 1. Maak de leidingaansluiting op de pomp los. 2. Maak de bevestigingsschroeven van de leidingklem los en neem de klem weg. 3. Trek de borgveer af, om de leiding los te maken Wo 1. Afb. 58 Regeleenheid naar voren klappen [1] [2] 2. Bevestigingsschroef Veerplaat Wo 3. Afb. 61 Demontage van de filterbuis MultiLine A/W (2013/01) 47
48 9 Inspectie en onderhoudswerkzaamheden 4. Draai de buis zo ver naar voren, dat het pompzijdige uiteinde vrij komt te liggen en neem de filterbuis weg. 5. Verwijder het filter voorzichtig en reinig deze met schoon water Buitenunit onderhouden GEVAAR: Levensgevaar door ontsnappend koudemiddel! Ontsnappend koudemiddel kan verstikking en bij aanraken van de lekkageplaats bevriezing tot gevolg hebben. Wanneer koudemiddel ontsnapt, geen onderdelen van de warmtepomp aanraken en zorgen voor toevoer van verse lucht. Voorkom huid- of oogcontact met het koudemiddel. Schakel bij huid- of oogcontact met het koudemiddel een arts in. Afb. 62 Demontage van het filter Plaats het filter zorgvuldig en monteer de eenheid weer met een nieuwer pakking. Waarborg daarbij, dat de afdichtingvlakken van de leiding en de pomp geheel schoon moeten zijn en vrij van vreemde voorwerpen. Ga verder met de montage in omgekeerde volgorde Temperatuursensor controleren Controleer de positie en de toestand van de volgende temperatuursensoren: Temperatuursensor op de ingang van de condensor [1]. Temperatuursensor op de uitgang van de condensor [3]. Temperatuursensor op de leiding voor vloeibaar koudemiddel [2] Wo OPMERKING: Materiële schade door vocht! Bij binnendringen van regen, vocht of stof kan de elektronica van de buitenunit beschadigd raken. Voer werkzaamheden aan de buitenunit nooit uit in de regen. Waarborg na werkzaamheden aan de aansluitstrook dat de serviceafdekkap weer goed vast zit Algemene aanwijzingen Gebruik in het koudemiddelcircuit alleen het koudemiddel R410. Alleen gekwalificeerde en gecertificeerde koudemiddel-technici mogen werkzaamheden aan de koudemiddel-installatie uitvoeren. Gebruik bij de installatiewerkzaamheden de speciaal voor het koudemiddel R410A bedoelde gereedschappen en componenten. Waarborg de dichtheid van het koudemiddelcircuit. Ontsnappend koudemiddel veroorzaakt bij contact met open vuur giftige gassen. Koudemiddel niet in de atmosfeer laten ontsnappen Visuele inspectie van de buitenunit Hoofdstuk 10 bevat een overzicht van de storingsmeldingen Wo Let tijdens bedrijf van de buitenunit op ongewone geluiden. Controleer op corrosiesporen, versleten of beschadigde onderdelen. Daarbij vooral letten op de koudemiddelleidingen, isolatie en de aansluitingen. Controleer op losse bevestigingsdelen. Controleer op verstopte condensafvoer of beschadigde secundaire verwarming van de condensafvoerbak. Controleer op vervuiling en eventueel reinigen of repareren. Storingen van de buitenunit worden via LED1 (groen) en LED2 (rood) op de printplaat in de buitenunit gesignaleerd. Afb. 63 Positie van de temperatuursensor Inspectie en onderhoud beëindigen Manteldelen monteren. Het inspectie- en onderhoudsprotocol in dit document invullen en ondertekenen ( hoofdstuk 9.6). 48 MultiLine A/W (2013/01)
49 Inspectie en onderhoudswerkzaamheden Overzicht van de DIP-switches in de buitenunit De tabel geeft een overzicht van de voor het hybride systeem relevante DIP-switches op de printkaart van de buitenunit. Deze DIP-switches zijn af fabriek correct ingesteld. De instelling hoeft bij de klant niet meer te worden veranderd. Model Naam Nr. Functie DIP-switch SW1 1 Geforceerd ontdooibedrijf 1) 2 Wissen van de storingsmeldingen Schakelpositie Omschakeltijdstip ON OFF Start Fabrieksinstelling Bij werkende compressor in cvbedrijf Wissen Fabrieksinstelling Altijd 3-6 Not for Hybrid Fabrieksinstelling Fabrieksinstelling DIP-switch SW5 1 Geen functie Fabrieksinstelling 2 Automatische herstart na Start automatisch Fabrieksinstelling Altijd spanningsuitval 3 5 Geen functie Fabrieksinstelling DIP-switch SW7 2) 6 Modelkeuze (samen met SW6) 1 Modelkeuze 3) Altijd ingeschakeld laten! ( SW5-6) Fabrieksinstelling Opvragen modus Geluidsarme modus Fabrieksinstelling 2 Geen functie Fabrieksinstelling 3 Max. bedrijfsfrequentie tijdens Max. bedrijfsfrequentie Normaal Altijd cv-bedrijf (verwarmen) x 0,8 Fabrieksinstelling 4 Max. bedrijfsfrequentie in koelbedrijf Max. bedrijfsfrequentie (koelen) x 0,8 Normaal Fabrieksinstelling 5 Stapschakeling 16 A 25 A Fabrieksinstelling 6 Ontdooifunctie Voor hoge luchtvochtigheid Normaal Altijd Fabrieksinstelling DIP-switch SW8 1 Geen functie Fabrieksinstelling 2 Geen functie Fabrieksinstelling 3 Geen functie Fabrieksinstelling DIP-switch SW9 1 Geen functie Fabrieksinstelling 2 Functieschakelaar Geldig Fabrieksinstelling Altijd 3 4 Geen functie Fabrieksinstelling DIP-switch SW6 1 5 Modelkeuze Fabrieksinstelling SW5 6 Modelkeuze Fabrieksinstelling 7 8 Modelkeuze Fabrieksinstelling Push switch SWP Terugzuigen Start Fabrieksinstelling Alleen bij uitgeschakelde buitenunit Tabel 14 Instelling van de DIP-switches van de buitenunit 1) Handmatige start van het ontdooibedrijf geforceerd ontdooibedrijf voor onderhoudswerkzaamheden en testbedrijf 2) Verlagen van de bedrijfsfrequentie. De DIP-switches SW7-3 t/m SW7-6 mogen tijdens normaal bedrijf niet worden omgezet, deze zijn alleen bedoeld voor onderhouds- en testdoeleinden. Storingen of systeemuitval kunnen het gevolg zijn van verkeerde instellingen. 3) Met de DIP-switches SW7-1 en SW7-2 kan de stapschakeling worden ingesteld. De schakelaarinstellingen zijn alleen tijdens de stapschakeling effectief Luchtinlaat van de buitenunit reinigen Verdamperlamellen en luchtinlaat aan de achterzijde en de linkerzijde van de buitenunit controleren en eventueel reinigen. Controleer de isolatie van de koudemiddelleidingen op schade en repareer deze eventueel. OPMERKING: Materiële schade door verkeerde reiniging! Vuil met een zachte borstel voorzichtig afborstelen of met de hand verwijderen. Gebruik nooit een hogedrukreiniger of waterslang voor het reinigen van de buitenunit. Altijd Altijd Bij ingeschakelde voedingsspanning Inspectie en onderhoud beëindigen Manteldelen monteren. Het inspectie- en onderhoudsprotocol in dit document invullen en ondertekenen ( hoofdstuk 9.6). MultiLine A/W (2013/01) 49
50 9 Inspectie en onderhoudswerkzaamheden 9.6 Inspectie- en onderhoudsprotocollen Na de inspectiewerkzaamheden moet u het protocol ondertekenen en de datum invullen. Algemeen Gegevens van de installatie Klant Opstellingslocatie Gebruik Privé Bedrijfsmatig Andere: Tabel 15 Inspectie- en onderhoudsprotocollen - algemene specificaties Werkzaamheden Algemene toestand van de toestellen gecontroleerd Filter in de binnenunit gereinigd Luchtinlaat van de buitenunit gereinigd Visuele inspectie en werkingscontroles van het systeem uitgevoerd Koudemiddel- en waterleidingen gecontroleerd op: Lekdichtheid Corrosie Verouderingsverschijnselen Isolatie en externe beschadigingen. Binnenunit gecontroleerd op: Externe beschadigingen en blokkeringen Werking van de debietschakelaar Koppelingen en werking van de temperatuursensoren Juiste instellingen van de hybride regelmodule HM10. Correcte instelling van de programmeerbare regelaar ModuLine 400 Buitenunit gecontroleerd op: Externe beschadigingen en blokkeringen Isolatie van de elektrische bekabeling Koppelingen van de buitenunit Correcte montage van de secundaire verwarming (optie) Correcte bevestigings van de buitenunit op de fundering Overmatige trillingen, die uitgaan van de buitenunit of de leidingen Externe beschadigingen van de buitenunit inclusief verdamper, ventilator en behuizing. Buitensensor op beschadigingen gecontroleerd Correcte instelling van het bypassventiel Afsluitende controle van de inspectiewerkzaamheden uitgevoerd Manteldelen gemonteerd Klant geïnstrueerd en technische documenten overgedragen Deskundige inbedrijfstelling door installateur Handtekening klant Tabel 16 Inspectie- en onderhoudsprotocol Bevestiging/waarde Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Handtekening: Handtekening: 50 MultiLine A/W (2013/01)
51 Storingen Storingen 10.1 Niet getoonde storingen Algemene storingen Toestelstoringen Stromingsgeluiden Opwarming duurt te lang Tabel 17 Storingen zonder displayweergave Oplossing Pompcapaciteit of pompkarakteristiek correct instellen en op maximaal vermogen aanpassen. Binnenunit ontluchten ( hoofdstuk , pagina 36). Pompcapaciteit of pompkarakteristiek correct instellen en op maximaal vermogen aanpassen Storingen van de buitenunit veel gestelde vragen FAQ De buitenunit werkt niet. Het geluidsniveau van de buitenunit is zeer hoog. Water of vocht ontsnapt uit de buitenunit. Tabel 18 FAQ Buitenunit kan na stilstand niet meer in bedrijf worden genomen. Geluiden zoals bij het ontsnappen van gas zijn te horen. Een knappend geluid is te horen. Er is een bromtoon te horen. Er is een tikkend geluid te horen. Een geluid als water is te horen. Wat te doen Minimaal 3 minuten wachten tot herinschakelen. De buitenunit wordt door een automatisch beveiligingsmechanisme beveiligd. Zodra de compressor stopt, kan de buitenunit gedurende 3 minuten niet worden ingeschakeld. Dat is geen storing. Dit geluid is te horen, wanneer het koudemiddel aan het systeem wordt toegevoerd. Dat is geen storing. Dit geluid is te horen, wanneer componenten in de buitenunit door temperatuurveranderingen samentrekken of uitzetten. Dat is geen storing. Dit geluid is te horen, wanneer de buitenunit inschakelt. Dat is geen storing. Dit geluid is te horen, wanneer de ventilator de hoeveelheid lucht controleer, om de optimale bedrijfsstand te bereiken. Dat is geen storing. Dit geluid is te horen, wanneer het koudemiddel in de buitenunit stroom. Het is normaal dat op vele plaatsen condens wordt gevormd. Het condens moet via een condensafvoer of een condensopvang worden opgevangen en afgevoerd Getoonde storingen GEVAAR: Levensgevaar door elektrocutie! Voor werkzaamheden aan het elektrische deel de voedingsspanning (230 V AC) onderbreken (zekering voor de buitenunit, binnenunit en cv-ketel) en beveiligen tegen onbedoeld herinschakelen. WAARSCHUWING: Persoonlijk letsel en materiële schade door verkeerd opheffen van storingen! Storingen zoeken en opheffen alleen door de leverancier of een erkend installateur laten uitvoeren. Werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit alleen door gekwalificeerde koeltechnici (F-Gas-kwalificatie) laten uitvoeren, waarvan de werkgever over een een F-Gas-certificering beschikt. Druk de terug-toets op de hybride regelmodule HM10 gedurende 5 seconden in, om de hybride regelmodule HM10 opnieuw te starten Storingsmeldingen op de hybride regelmodule HM10 Bedrijfstoestanden worden als bedrijfscode op de hybride regelmodule HM10 getoond: Laat met de terug-toets [7] de actuele bedrijfscode weergeven. De actuele bedrijfscode wordt rechts op het grote display [6] weergegeven. Zie voor de betekenis van de bedrijfscode tab. 24, op pagina 54. Storingen van de buitenunit worden via LED's op de printplaat in de buitenunit gesignaleerd. Storingen van de binnenunit worden op de hybride regelmodule HM10 getoond. Storingen van het hybride systeem worden op de ModuLine 400 getoond. Storing identificeren en laten opheffen. MultiLine A/W (2013/01) 51
52 10 Storingen ITL Afb. 64 Weergave op externe en interne hybride regelmodule HM10 Positie Symbool Betekenis 1 Aan/uit (hybride regelmodule HM10) 2 Communicatie met de ModuLine storing 4 Vraag van de warmtepomp 5 CV-ketel communicatie en cv-ketel vraag 6 Weergave 7 Terug-toets 8 Draaischakelaar 9 Service Key (not used) Tabel 19 Legenda bij afb MultiLine A/W (2013/01)
53 Storingen 10 Weergave van de bedrijfstoestanden via LED-signalen op de hybride regelmodule HM10: Uitgave LED1 LED2 LED3 LED4 LED5 Pompaanvoer Voorverwarmen (alleen warmtepomp) Bedrijf (cv-ketel en warmtepomp) Alleen warmtepomp in bedrijf Storing warmtepomp Storing communicatie met de cv-ketel Alleen cv-ketel in bedrijf Storing cv-ketel Storing communicatie m met de ModuLine 400 Tabel 20 Bedrijfscode op de hybride regelmodule HM10 ( = LED brandt, = LED brandt niet, = LED knippert) Weergave van de bedrijfstoestanden via LED-signalen op de interface naar de buitenunit: Uitgave LED2 LED3 Normaal bedrijf Storing communicatie met de binnenunit Tabel 21 Bedrijfscode op de interface naar de buitenunit ( = LED brandt, = LED brandt niet, = LED knippert) Afb. 65 LED-positie op de interface naar de buitenunit [1] LED3 [2] LED ITL Temperatuursensoren van de binnenunit controleren T ( C) R ( Ω) T ( C) R ( Ω) T ( C) R ( Ω) , , , , Tabel 22 Temperatuursensor voor cv-water T ( C) R ( Ω) T ( C) R ( Ω) T ( C) R ( Ω) , , , , ,5 Tabel 23 Temperatuursensor voor koudemiddel MultiLine A/W (2013/01) 53
54 10 Storingen Storingen weergave op de ModuLine 400 en hybride regelmodule HM10 Bedrijfs- en storingsmeldingen van de binnenunit worden op de ModuLine 400 en op de hybride regelmodule HM10 getoond. HM 10 HM10/ ML400 ModuLine 400 Probleembehandeling LED-storing Displaycode Oorzaakcode Getoonde tekst ON AY 313 HM10 storing / warmtepomp storing ON AY 313 HM10 storing / warmtepomp storing ON AY 313 HM10 storing / warmtepomp storing ON AY 313 HM10 storing / warmtepomp storing ON AY 313 HM10 storing / warmtepomp storing ON AY 313 HM10 storing / warmtepomp storing AY-95 displaycode/storingsoorzaak (gebruikersniveau) AY AY-92 AY AY AY displaycode/storingsoorzaak (serviceniveau) Status vergrendelend (V) / blokkerend (B) B V V Beschrijving/code Buitentemperatuursensor is defect (stroomcircuit open/ kortsluiting). Storing van de debietschakelaar - zelftest bij inschakelen. Kortsluiting aan de temperatuursensor op de ingang van de condensor. AY-92 AY-313 V Open stroomcircuit op temperatuursensor aan ingang van de condensor. AY-93 AY-93 AY AY V Kortsluiting aan de temperatuursensor op de uitgang van de condensor. Open stroomcircuit op temperatuursensor aan uitgang van de condensor. ON 5H 470 HM10 storing 5H-470 B Communicatiestoring op master-bus (ModuLine 400 wordt niet herkend). ON AY / HM10 storing / warmtepomp storing AY AY Tabel 24 Bedrijfs- en storingsmeldingen binnenunit (binnenunit) V V/B Niet oplosbare storing aan de warmtepomp / waterdebiet gestoord. Mogelijke oplossing / controle Contacten, kabel en verbindingen tussen cv-ketel en buitentemperatuursensor controleren en eventueel repareren. Behuizing en buitentemperatuursensor openen, sensor controleren en evt. vervangen. Debietschakelaar controleren en eventueel vervangen. Contacten, kabel en verbindingen en temperatuursensor controleren en eventueel vervangen. Contacten, kabel en verbindingen en temperatuursensor controleren en eventueel vervangen. Contacten, kabel en verbindingen en temperatuursensor controleren en eventueel vervangen. Contacten, kabel en verbindingen en temperatuursensor controleren en eventueel vervangen. Contacten, kabel en verbindingen tussen cv-ketel en buitentemperatuursensor controleren en eventueel repareren. ModuLine 400 controleren en evt. vervangen. LED-signalen aan de hybride regelmodule HM10 oproepen. Debiet van de warmtepomp controleren. Filter controleren en evt. vervangen. Debietschakelaar controleren en eventueel vervangen. Systeem controleren. 54 MultiLine A/W (2013/01)
55 Storingen 10 HM 10 HM10/ ML400 ModuLine 400 Probleembehandeling LED-storing Displaycode Oorzaakcode Getoonde tekst ON AY 313 HM10 storing / warmtepomp storing AY-6A displaycode/storingsoorzaak (gebruikersniveau) AY-313 6A-227 displaycode/storingsoorzaak (serviceniveau) B CV-ketel EMS vergrendeld of geblokkeerd. ON EF 254 HM10 storing EF-254 EF-254 L EEPROM-storing in hybride regelmodule HM10. ON 5H 310 HM10 storing 5H 5H 310 B Communicatiestoring op de icv-ketel EMS. OFF 09/AY 480 AY Verschiltemperatuur buiten het toegestane bereik. OFF AY 313 AY B Aanvoer- of retourtemperatuur op de binnenunit buiten het toegelaten bereik. Zie afzonderlijke bedieningshandleiding van de cv-ketel. De storingsmelding op de HM10 verdwijnt, wanneer de oorzaak is opgelost. HM10 controleren en evt. vervangen. Zie afzonderlijke bedieningshandleiding van de cv-ketel. Indicator voor gering debiet in het systeem. Filter op verstopping controleren en eventueel reinigen. Dat is geen storing. De cv-ketel warmt eerst het water op, voordat de warmtepomp wordt gestart. OFF 5H 268 5H CV-pomp in testrun. Displaymelding, wanneer de cv-pomp in testrun is. OFF OH 203 OH-203 Centrale verwarming in standby. Er is geen warmtevraag. OFF warmtepomp: aanvoer van de cv-pomp. Tabel 24 Bedrijfs- en storingsmeldingen binnenunit (binnenunit) Status vergrendelend (V) / blokkerend (B) Beschrijving/code Mogelijke oplossing / controle De cv-pomp draait 2 minuten, voordat de warmtepomp start. MultiLine A/W (2013/01) 55
56 10 Storingen HM 10 HM10/ ML400 ModuLine 400 Probleembehandeling LED-storing Displaycode Oorzaakcode Getoonde tekst displaycode/storingsoorzaak (gebruikersniveau) OFF Voorverwarmingsfase van de warmtepomp. OFF Warmtepomp is in bedrijf. OFF De warmtepomp draait bij geblokkeerd icv-ketel OFF Naloopfase van de cvpomp in de binnenunit. OFF Warmtepomp in ontdooibedrijf. De warmtepomp draait zonder cv-ketel gedurende 5 minuten. Warmtepomp is in bedrijf. CV-toestel is onderdrukt, en de warmtepomp draait alleen De cv-pomp draait nog 1 minuut, nadat de warmtepomp is gestopt. Warmtepomp start het ontdooien van de buitenunit. OFF Alleen cv-ketel bedrijf Warmtepomp is standby. De cv-ketel is in bedrijf. OFF Minimale uitschakelduur van de warmtepomp Tabel 24 Bedrijfs- en storingsmeldingen binnenunit (binnenunit) displaycode/storingsoorzaak (serviceniveau) Status vergrendelend (V) / blokkerend (B) Beschrijving/code Mogelijke oplossing / controle De warmtepomp blijft bij niet meer aanwezige warmtevraag op de warmtepomp en na het einde van de ontdooiperiode minimaal 3 minuten lang uitgeschakeld 56 MultiLine A/W (2013/01)
57 Storingen Storingen van de buitenunit GEVAAR: Levensgevaar door opgeslagen elektrische lading! Bij uitgeschakelde voedingsspanning kunnen in elektronische componenten elektrische ladingen zijn opgeslagen, die ook na het uitschakelen en scheiden van de netvoeding behouden blijven. Contact met deze componenten kan ernstig tot dodelijk letsel tot gevolg hebben. Wanneer de groene LED op de printplaat van de buitenunit niet meer brandt, nog minimaal 10 minuten wachten. 1 2 Storingen van de buitenunit worden via LED1 (groen) en LED2 (rood) op de printplaat in de buitenunit gesignaleerd. Weergaven op de buitenunit Weergave van de bedrijfstoestanden via LED-signalen op de buitenunit: Uitgave LED2 LED3 Normaal bedrijf Storing communicatie met de binnenunit Tabel 25 Bedrijfscode op de printkaart van de buitenunit ( = LED brandt, = LED brandt niet, = LED knippert) Afb. 66 LED positie op de buitenunit ITL LED Kleur Beschrijving 1 Rood Elektrische spanning 2 Groen Vraag Tabel 26 LED kleurmarkering Wanneer een storingsmelding wordt gegeven, het volgende respecteren: Storingen worden op de buitenunit via knippercodes van de twee LED's gesignaleerd. Wanneer met de service-tool naar de storing wordt gezocht, wordt de storingscode (P1, E6, enz.) getoond. Zie de volgende tabellen voor de beschrijving, oorzaak en oplossing van de storing. Bedrijfstoestand Aanwijzing op de printplaat van de buitenunit Servicetool ( ) LED groen LED rood Code Weergave in het display Wanneer de buitenunit is ingeschakeld - <---> - Alternatief knipperend display Wanneer de buitenunit stopt 00,... Bedrijfsmodus Wanneer de compressor van de buitenunit 08,... opwarmt Wanneer de buitenunit werkt C5, H7,... Tabel 27 LED-indicatie op de buitenunit ( = LED brandt, = LED brandt niet) De oorzaak, oplossing of controle van de in tab. 28 vermelde codes worden in de navolgende tab. 29 uitvoerig verklaard. Gebruik voor een nauwkeuriger diagnose de servicetool ( ). storing Aanwijzing op de printplaat van de buitenunit Beschrijving Code LED (groen) knippert LED (rood) knippert 1 x 2 x Hogedrukschakelaar 63H F5 2 x 1 x Bedradingsfout van de stuurkabels tussen binnen- en buitenunit fasen verwisselt, geen Eb contact Tijdlimiet bij bedrijfsstart overschreden. EC 2 x Signaalstoring tussen binnen- en buitenunit (ontvangststoring) herkent door de binnenunit. E6 Tabel 28 LED-storingsmelding op de buitenunit Signaalstoring tussen binnen- en buitenunit (zendstoring) herkent door de binnenunit. Signaalstoring tussen binnen- en buitenunit (ontvangststoring) herkent door de buitenunit. Signaalstoring tussen binnen- en buitenunit (zendstoring) herkent door de buitenunit. 4 x Onbekende storing. EF 5 x Communicatiestoring / serieel bedrijfssignaal. Ed Geen functie. E7 A0-A8 MultiLine A/W (2013/01) 57
58 10 Storingen Aanwijzing op de printplaat van de buitenunit LED (groen) knippert LED (rood) knippert 3 x 1 x Temperatuur op de heetgastemperatuursensor TH4 en de compressortemperatuursensor TH32 te hoog. Oververhitting gestoord door te lage heetgastemperatuur. 2 x Hogedruk te hoog (63H is geactiveerd). U1 3 x Toerentalstoring aan ventilatormotor. U8 Oververhittingsbeveiliging (overbelastingsbeveiliging, storing ventilatormotor). 4 x Beveiligingsinrichting tegen overstroom op de compressor: compressor blokkeert. UF Storing aan de stroomsensor Overstroom in compressor veiligheidsinrichting is geactiveerd Power Module in inverter-circuit defect 5 x Open/kortsluiting op heetgastemperatuursensor TH4 of compressortemperatuursensor TH32 Open/kortsluiting aan temperatuursensoren van de buitenunit (TH3, TH32, TH33, TH6, TH7 en TH8) 6 x Temperatuurstoring aan het inverter-koelblok U5 7 x Over- of onderspanning in de inverter en storing in de seriële communicatie van de printplaat U9 Tabel 28 LED-storingsmelding op de buitenunit Code Beschrijving Oorzaak van de storing Mogelijke oplossing / controle Geen aanwijzing Op klemmenblok TB1 is geen voedingsspanning actief. Hoofdschakelaar controleren. Aansluiting, bedrading, fasen en contacten op TB1 controleren De voorgeschakelde hoofdschakelaar is uit en corrigeren. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem Open fase (L, L1 of N). F5 Hogedrukschakelaar 63H Wanneer door het schakelcircuit van de hogedrukschakelaar 63H gedurende meer dan 3 minuten na het activeren van de voedingsspanning geen contact wordt gemeld, wordt de storingsmelding F5 uitgestuurd. Tabel 29 Storingsmeldingen buitenunit Beschrijving Op de ingang van de voedingsspanning op de spanningsprintplaat is geen spanning actief. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem Open fase op de spanningsprintplaat Stekker (R of S) los. Er wordt geen spanning aan de printplaat geleverd. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem op stekker CNDC of stekker los. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem op trafo DCL of ACL. Spanningsprintplaat defect. Printplaat op de buitenunit defect. Tijdlimiet bij bedrijfsstart overschreden Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem op 63H-stekker op de printplaat van de buitenunit of stekker los. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem op de 63H. 63L is door defecte onderdelen geactiveerd. Printplaat defect. storing U2 U7 Ud UH UP U6 U3 Aansluiting, bedrading, fasen en contacten op TB1 controleren en corrigeren. Aansluiting, bedrading, fasen en contacten op de stekkers op de spanningsprintplaat controleren en corrigeren. Contacten op stekker CNDC op de printplaat controleren en repareren. Contacten op de stekker LD1 en LD2 op de spanningsprintplaat controleren en evt. repareren. Contacten op trafo DCL controleren en repareren. LO en NO op de ontstoringsprintplaat, R en S op de spanningsprintplaat. Defecte spanningsprintplaat vervangen. Defecte printplaat vervangen, wanneer de voornoemde punten geen oplossing hebben geboden. Controleer of de elektromagnetische compatibiliteit van de aansluitingen, de voeding of de printplaat worden beïnvloed. Stroomtoevoer uit- en weer inschakelen, om het systeem opnieuw te starten. Contacten op 63H-stekker op de printplaat controleren en repareren. U4 Contacten en kabel op 63H controleren en repareren. Elektrische onderdelen doormeten. Defecte onderdelen vervangen. Defecte printplaat vervangen. Code 58 MultiLine A/W (2013/01)
59 Storingen 10 Code Beschrijving Oorzaak van de storing Mogelijke oplossing / controle EA Eb Stuurkabels tussen binnen- en Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem op de aansluitingen van de stuurkabels of be- buitenunit defect te veel binnenunits aangesloten dradingsfout. Een testcircuit herkent automatisch het aantal aangesloten binnenunits. Wanneer de stuurkabels langer dan 4 minuten na het activeren van de voedingsspanning gestoord zijn, wordt de storingsmelding EA gegeven. Stuurkabels verkeerd gedimensioneerd. Zender-/ontvangercircuit op de buitenunit defect. Zender-/ontvangercircuit op de binnenunit defect. Storende ruis in de stuurkabels. Bedradingsfout van de stuurkabels tussen binnen- en buitenunit fasen verwisselt, geen contact Een testcircuit stelt automatisch de nummer van de aangesloten binnenunits in. Wanneer de stuurkabels langer dan 4 minuten na het activeren van de voedingsspanning gestoord zijn, wordt de storingsmelding Eb gegeven. Tabel 29 Storingsmeldingen buitenunit Doorsnede en lengte van de stuurkabels controleren en corrigeren: max. lengte 30 m. Polariteit van de stuurkabels S1, S2 en S3 controleren en corrigeren. Voedingsspanning eenmaal uit- en weer inschakelen en controleren, of de storing nogmaals optreedt. Printplaten van de betreffende binnen- of buitenunit vervangen, wanneer de storing opnieuw optreedt. Stuurkabels controleren. Stuurkabels controleren en oorzaak voor de stoorruis opheffen. Slechte of losse contacten op de aansluitingen van de stuurkabels of bedradingsfout. Stuurkabels verkeerd gedimensioneerd. Zender-/ontvangercircuit op de buitenunit defect. Zender-/ontvangercircuit op de binnenunit defect. Storende ruis in de stuurkabels. Voedingsprintplaat op de buitenunit defect. Contacten, kabels en verbindingen van de stuurkabels op alle toestellen controleren en repareren. Contacten, kabels en verbindingen van de stuurkabels op alle toestellen controleren en repareren. Doorsnede en lengte van de stuurkabels controleren en corrigeren: max. lengte 30 m. Polariteit van de stuurkabels S1, S2 en S3 controleren en corrigeren. Voedingsspanning eenmaal uit- en weer inschakelen en controleren, of de storing nogmaals optreedt. Printplaten van de betreffende binnen- of buitenunit vervangen, wanneer de storing opnieuw optreedt. Stuurkabels controleren. Stuurkabels controleren en oorzaak voor de stoorruis opheffen. Voedingsspanning eenmaal uit- en weer inschakelen en controleren, of de storing nogmaals optreedt. Printplaten van de betreffende binnen- of buitenunit vervangen, wanneer de storing opnieuw optreedt. Stuurkabels controleren. MultiLine A/W (2013/01) 59
60 10 Storingen Code Beschrijving Oorzaak van de storing Mogelijke oplossing / controle EC U1 Tijdlimiet bij bedrijfsstart overschreden De installatie heeft zich na de bedrijfsstart na verloop van 4 minuten niet correct geïnitialiseerd. De storingsmelding EC verschijnt. Hogedruk te hoog (63H is geactiveerd) De hogedrukbeveiligingsschakelaar 63H is geactiveerd, omdat tijdens compressorbedrijf de hogedruk is toegenomen tot boven 4,14 MPa. Tabel 29 Storingsmeldingen buitenunit Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem op de aansluitingen van de stuurkabels of bedradingsfout. Stuurkabels verkeerd gedimensioneerd. Storende ruis in de stuurkabels. Storing kogelafsluiter (niet volledig geopend). Verstopte of gebroken koelmiddelleiding. Geblokkeerde ventilatormotor aan de buitenunit. Storing in de werking van de ventilatormotor op de buitenunit. Luchtkortsluiting op de buitenunit. Vervuiling van de warmtewisselaar op de buitenunit. Verminderd luchtdebiet door verkeerde temperatuurmeting aan de buitenluchttemperatuursensor (te lage meting). Storing in het contact van de stekker 63H op de printplaat van de buitenunit. Verkeerde aansluiting van 63H. Defecte printplaat van de buitenunit. Storend of defect lineair expansieventiel (LEV). Storing in de ventilatoraandrijving. Contacten, kabels en verbindingen van de stuurkabels op alle toestellen controleren en repareren. Doorsnede en lengte van de stuurkabels controleren en corrigeren: max. lengte 30 m (binnen-buiten) resp. max. 30 m (binnen-binnen). Polariteit van de stuurkabels S1, S2 en S3 controleren en corrigeren. Stuurkabels controleren en oorzaak voor de stoorruis opheffen. Controleer, of alle kogelafsluiters volledig zijn geopend. Leidingwerk controleren en storing opheffen. Buitenunit controleren en defecte onderdelen vervangen of repareren. Buitentemperatuursensor met aansluitingen en kabel controleren en eventueel vervangen. Voedingsspanning uit- en weer inschakelen. Controleer, of dan de storingscode F5 wordt getoond. Indien ja, zie Mogelijke oplossing / controle bij F5. Lineair expansieventiel (LEV) controleren. Defecte printplaat van de buitenunit vervangen. 60 MultiLine A/W (2013/01)
61 Storingen 10 Code Beschrijving Oorzaak van de storing Mogelijke oplossing / controle U2 (1) Heetgastemperatuur te hoog Op de heetgastemperatuursensor TH4 wordt een temperatuur hoger Temperatuurtoename in de compressor door gebrek aan koudemiddel. Inlaatoververhitting controleren. Controleren op lekkage aan de koudemiddelleidingen en eventueel afdichten en systeem vullen. dan 125 C gemeten of hoger dan Storing kogelafsluiter (niet volledig geopend). Controleer, of alle kogelafsluiters volledig zijn geopend. 110 C gedurende 5 minuten. Tijdens Defecte temperatuursensor TH4, TH5. Voedingsspanning uit- en weer inschakelen. ontdooibedrijf wordt op TH5 meer dan 40 C gemeten en aan de heetgastemperatuursensor TH4 Defecte printplaat van de buitenunit. Storend of defect lineair expansieventiel (LEV). Controleer, of de storingscode U3 wordt getoond. Indien ja, zie Mogelijke oplossing / controle bij U3. Lineair expansieventiel (LEV) controleren. meer dan 110 C gemeten. U2 (2) Koelmiddelgebrek Temperatuurtoename in de compressor door gebrek Inlaatoververhitting controleren. aan koudemiddel. Storing, wanneer de heetgasoververhitting in koelbedrijf TH4 t/m TH5 of in cv-bedrijf TH4-TH6 als volgt toeneemt. Aan alle voorwaarden moet voor de duur van 10 minuten worden voldaan (min. 6 minuten na start compressor)! Voorwaarden 1: Compressor werkt in cv-bedrijf De heetgasoververhitting is 70 C of meer TH6 > TH7-5K TH5 < 35 C. Voorwaarden 2: Compressor werkt In koelbedrijf is de oververhitting van het hete gas 80 C of meer In cv-bedrijf is de oververhitting van het heet gas 90 C of meer In koelbedrijf is de condensatietemperatuur TH6 < -40 C. Tabel 29 Storingsmeldingen buitenunit Storing kogelafsluiter (niet volledig geopend). Defecte temperatuursensor TH4, TH5, TH6 Defecte printplaat van de buitenunit. Storend of defect lineair expansieventiel (LEV). Controleren op lekkage aan de koudemiddelleidingen en eventueel afdichten en systeem vullen. Controleer, of alle kogelafsluiters volledig zijn geopend. Voedingsspanning uit- en weer inschakelen. Controleer, of de storingscode U3 wordt getoond. Indien ja, zie Mogelijke oplossing / controle bij U3. Lineair expansieventiel (LEV) controleren. MultiLine A/W (2013/01) 61
62 10 Storingen Code Beschrijving Oorzaak van de storing Mogelijke oplossing / controle U2 U3 U4 U5 U6 (3) Compressortemperatuur te hoog Storing, wanneer de temperatuursensor TH C of gedurende 5 minuten 110 C meet. Open/kortsluiting op heetgastemperatuursensor TH4 of compressortemperatuursensor TH32 Wanneer op de heetgastemperatuursensor TH4 geen temperatuur ( 3 C) of een oneindig hoge weerstand (> 217 C) bij draaiende compressor wordt gemeten, volgt de storingsmelding U3. Deze functie staat in de volgende situaties niet ter beschikking: in de eerste 5 tot 10 minuten na het starten van de compressor na beëindiging van het ontdooibedrijf tijdens ontdooibedrijf. Open/kortsluiting aan temperatuursensoren van de buitenunit (TH3, TH32, TH33, TH6, TH7 en TH8) Wanneer op een temperatuursensor geen weerstand (0 Ω) of een oneindige weerstand (8 Ω) bij werkende compressor wordt gemeten, volgt de storingsmelding U4. Temperatuurstoring aan het inverter-koelblok Wanneer op de warmte-afleidplaat de temperatuur aan TH8 de hierna gegeven waarde bereikt of overschrijdt, wordt de storingsmelding U5 uitgestuurd. RP35 84 C. Power Module in inverter-circuit defect Wanneer overstroom in het invertercircuit wordt geconstateerd ( UF of UP wordt getoond), dan is het inverter-circuit defect en de storingsmelding U6 verschijnt. Tabel 29 Storingsmeldingen buitenunit Zie U2 (2), maar de temperatuursensoren TH4, 5 en 6 door de temperatuursensor TH32 vervangen Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem van de kabels en stekkers op de printplaat. Zie U2 (2) Stekkers en contacten van de temperatuursensor op de printplaat controleren en repareren. Aansluitkabels van de temperatuursensor op kabelbreuk e.d. controleren. Defecte temperatuursensor. Temperatuursensor TH4 en TH32 met de servicetool ( ) controleren. Defecte printplaat van de buitenunit. Slechte of losse contacten van de kabels en stekkers op de printplaat. Defecte printplaat van de buitenunit vervangen. Stekkers en contacten van de temperatuursensor op de printplaat controleren en repareren. Aansluitkabels van de temperatuursensor op kabelbreuk e.d. controleren. Defecte temperatuursensor. Temperatuursensor TH32 en met de servicetool ( ) controleren. Defecte printplaat van de buitenunit. Geblokkeerde ventilatormotor. Storing aan de ventilatormotor. Luchttoevoer- en afvoeropeningen vervuild of geblokkeerd. Toename van de buitentemperatuur. Defecte temperatuursensor. Defect ingangscircuit (voedingsspanning) op de voedingsprintplaat van de buitenunit. Defect aandrijvingscircuit van de ventilator van de buitenunit. Storing kogelafsluiter (niet volledig geopend). Afname van de voedingsspanning. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem van de aansluitkabels naar compressor of verwisselde fasen. Defecte spanningsprintplaat. Defecte compressor. Defecte printplaat van de buitenunit vervangen. Ventilatormotor controleren. luchttoevoer- en afvoeropeningen controleren en reinigen. Controleer, of andere dan weersafhankelijke oorzaken voor de temperatuurtoename verantwoordelijk zijn. Bovenste temperatuurgrens 46 C. Voedingsspanning uiten weer inschakelen. Binnen 30 minuten controleren, of weer de storingsmelding U5 wordt gegeven. Wanneer de storingsmelding U4 in plaats van U5 wordt gegeven, de beschrijving onder U4 opvolgen. Weerstand van de temperatuursensor TH8 meten (de waarde moet tussen 39 en 105 k Ω liggen). Defecte temperatuursensor vervangen. Defecte spanningsprintplaat op de buitenunit vervangen. Defecte printplaat vervangen. Controleer alle kogelafsluiters en open deze volledig. Voedingsspanning (netzijde) controleren. Bedrading van de compressor controleren en corrigeren. Defecte spanningsprintplaat op de buitenunit vervangen. Buitenunit vervangen. 62 MultiLine A/W (2013/01)
63 Storingen 10 Code Beschrijving Oorzaak van de storing Mogelijke oplossing / controle U7 U8 U9 Oververhitting gestoord door te lage heetgastemperatuur Wanneer de oververhitting gedurende 3 minuten -15 C is, de LEV bijna gesloten is (laagste impulsfrequentie) en 10 minuten zijn verlopen sinds de compressor werd gestart, verschijnt de storingsmelding U7. Toerentalstoring aan ventilatormotor Heet toerental van de ventilatormotor wordt als gestoord gezien, wanneer: bij een buitentemperatuur vanaf 20 C naar beneden gedurende 15 seconden slechts maximaal 100 1/min wordt gemeten. voor de duur van een minuut minder dan 50 1/min of meer dan /min wordt gemeten. Over- of onderspanning in de inverter en storing in de seriële communicatie van de printplaat Plotselinge val van de busspanning tot onder 200 V Toename van de busspanning tot boven 420 V Afname van het stroomverbruik van de buitenunit tot nog maar 0,1 A bij een bedrijfsfrequentie van 40 Hz of een compressorstroom van 6,0 A. Tabel 29 Storingsmeldingen buitenunit Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem van de kabels en stekkers van de heetgastemsor TH4 controleren en repareren. Contacten, kabel en verbindingen van de temperatuursenperatuursensor TH4 op de printplaat. Defecte bevestiging van de heetgastemperatuursensor TH4. Temperatuursensor TH4 correct bevestigen. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem Verbindingen, contacten en aansluitingen op de LEV-aan- van de kabels en stekkers op LEV-aandrijving. drijving controleren en evt. repareren of vervangen. Slechte of losse contacten van de LEV-kabels en stekkers op de printplaat. Storend of defect lineair expansieventiel (LEV). Ventilatormotor defect. Printplaat defect. Toename van de voedingsspanning (netzijde). Bedrading op de compressor los. Defecte PFC-module op de spanningsprintplaat van de buitenunit. Defecte ACT-module. Stekker CNAF los of afgetrokken. Defect 52C-circuit op de printplaat. Stekker CN5 op de voedingsprintplaat los of afgetrokken. Stekker CN2 op de voedingsprintplaat los of afgetrokken. Contacten, kabel en verbindingen van de LEV-kabels controleren en repareren. Lineair expansieventiel (LEV) controleren en eventueel vervangen. Ventilatormotor controleren en defecte motor vervangen. Printplaat controleren en defecte printplaat vervangen. Voedingsspanning aan de netzijde controleren. Bedrading op de compressor en de spanningsprintplaat controleren en corrigeren. Vervang de printplaat. Vervang de ACT-module. Bevestiging en bedrading van CNAF controleren en corrigeren. Vervang de printplaat. Bevestiging en bedrading van CN5 controleren en corrigeren. Bevestiging en bedrading van CN2 controleren en corrigeren. MultiLine A/W (2013/01) 63
64 10 Storingen Code Beschrijving Oorzaak van de storing Mogelijke oplossing / controle Ud Oververhittingsbeveiliging (overbelastingsbeveiliging, Temperatuursensor TH3 defect. Temperatuursensor controleren, defecte vervangen. storing Printplaat defect. Printplaat controleren, defecte vervangen. ventilatormotor) Wanneer de kabeltemperatuur (TH3) hoger wordt dan 70 C, verschijnt storingsmelding Ud. UF Beveiligingsinrichting tegen overstroom op de compressor: compressor blokkeert Afsluiters gesloten. Afname van de voedingsspanning (netzijde). Afsluiters openen. Voedingsspanning aan de netzijde controleren. Wanneer in de DC-BUS of in de compressor 30 seconden na het starten van de compressor overstroom wordt gemeten, verschijnt storingsmelding UF. UH Storing aan de stroomsensor Wanneer aan de stroomsensor bij draaiende compressor een stroom tussen -1,5 V en +1,5 V wordt gemeten, dan verschijnt storingsmelding UH. Deze storing wordt in testbedrijf genegeerd. Tabel 29 Storingsmeldingen buitenunit Stekker los of afgetrokken, kabelbreuk, fasen verwisseld. Compressor defect. Spanningsprintplaat defect. Verkeerde instelling van de DIP-switch. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem van de aansluitkabels naar de compressor. Defect circuit (stroomsensor) op de spanningsprintplaat van de buitenunit. Bedrading op de compressor en de spanningsprintplaat controleren, corrigeren en defecte onderdelen vervangen. Buitenunit vervangen. Spanningsprintplaat vervangen. Instellingen op de printplaat van de buitenunit controleren. Bedrading van de compressor controleren en corrigeren. Defecte spanningsprintplaat op de buitenunit vervangen. 64 MultiLine A/W (2013/01)
65 Storingen 10 Code Beschrijving Oorzaak van de storing Mogelijke oplossing / controle UL Storing in lage druk Afsluiters gesloten. Afsluiters openen. Koelmiddelgebrek of lekkage. Koelmiddelhoeveelheid en bijvulling controleren. UP E6 E7 E8 Wanneer aan de volgende voorwaarden binnen 10 minuten na het starten van de compressor in cv-bedrijf gedurende 3 minuten wordt voldaan, verschijnt de storingsmelding UL. Storend of defect lineair expansieventiel (LEV). Het koudemiddelcircuit is door vreemde objecten verstopt of door water verontreinigd. TH7 - TH3 4 K TH5 - kamertemperatuur 2K. Legenda: TH3: temperatuur in de vloeistofleiding van de buitenunit in C. TH5: temperatuur in de verdamper/ condensor in de binnenunit in C. TH7: buitentemperatuur in C. Overstroom in compressor veiligheidsinrichting is geactiveerd Afname van de voedingsspanning (netzijde). Kogelafsluiter tijdens bedrijf gesloten. Wanneer 30 seconden na het starten van de compressor de veiligklem van de aansluitkabels naar de compressor. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitheidsinrichting vanwege DCoverstroom is geactiveerd, ver- Luchtkortsluiting op de binnen- of buitenunit. Ventilator defect. schijnt de storingsmelding UP. Defect ingangscircuit (spanning) op de printplaat van de buitenunit. Signaalstoring tussen binnen- en buitenunit (ontvangststoring) Binnen 6 minuten na het inschakelen of bij bestaand bedrijf na 3 minuten kan de binnenunit geen signalen ontvangen. De storingsmelding E6 verschijnt. Signaalstoring tussen binnen- en buitenunit (zendstoring) Storingsmelding E7 wordt getoond, wanneer 30 maal wordt herkend, dat constant 1 wordt ontvangen terwijl de binnenunit echter 0 zendt. Communicatiestoring tussen binnen- en buitenunit ontvangstfout Binnen 3 minuten kan de buitenunit geen signalen ontvangen, de storingsmelding E8 verschijnt. Tabel 29 Storingsmeldingen buitenunit Defecte compressor. Inverter-printplaat defect. DIP-switch instellingen op de printplaat van de buitenunit verkeerd. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem van de stuurkabels, kabelbreuk. Defect zender-/ontvangscircuit op de printplaat van de buitenunit. Defect zender-/ontvangscircuit op de printplaat van de binnenunit. Storende ruis in de stuurkabels. Ventilatormotor defect. Defecte inschakelstroombegrenzer op de printplaat van de buitenunit. Defect zender-/ontvangscircuit op de printplaat van de binnenunit. Storende ruis in het spanningssysteem. Storende ruis in de stuurkabels. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem van de stuurkabels, kabelbreuk. Defect zender-/ontvangercircuit op de buitenunit. Defect zender-/ontvangscircuit van de binnenunit. Storende ruis in de stuurkabels. Controleer het leidingsysteem op lekkage en hef eventueel aanwezig lekkage op. Warmtetoename door oververhitting controleren. Lineair expansieventiel (LEV) controleren. Koelmiddel afzuigen. koudemiddelcircuit minimaal een uur onder vacuüm brengen, om het water te verwijderen. Opnieuw vullen met schoon koudemiddel. Controleer alle kogelafsluiters en open deze volledig. Voedingsspanning (netzijde) controleren. Bedrading van de compressor controleren en corrigeren. Ventilator controleren. Luchtkortsluiting oplossen. Defecte printplaat vervangen. Compressor controleren en evt. buitenunit vervangen. Defecte printplaat vervangen. Controleer de DIP-switches en corrigeer de instellingen. Controleer de bedrading van alle stuurkabels tussen binnen- en buitenunit en corrigeer deze. Controleer, of bij het starten opnieuw de storingsmelding E6 verschijnt. Printplaten van binnen- en buitenunit controleren en defecte vervangen. Buitenunit spanningsloos schakelen en aansluitklem CNF1 van de ventilatormotor losmaken. Buitenunit opnieuw inschakelen. Wanneer de storingsmelding niet meer wordt getoond, de ventilatormotor vervangen. Wanneer de storingsmelding blijft bestaan, de printplaat in de buitenunit vervangen. Inschakelstroombegrenzer controleren en evt. vervangen. Controleer, of bij het starten opnieuw de storingsmelding E7 verschijnt. Printplaten van binnen- en buitenunit controleren en defecte vervangen. Controleer de bedrading van alle stuurkabels tussen binnen- en buitenunit en corrigeer deze. Voedingsspanning uit- en weer inschakelen (installatiereset). Controleer, of bij het starten opnieuw de storingsmelding E8 verschijnt. Printplaten van binnen- en buitenunit controleren en defecte vervangen. MultiLine A/W (2013/01) 65
66 10 Storingen Code Beschrijving Oorzaak van de storing Mogelijke oplossing / controle E9 EF Ed P8 Communicatiestoring tussen binnen- en buitenunit zendfout In de volgende gevallen volgt de storingsmelding E9 (alleen op de buitenunit). Er zijn 30 pogingen mislukt, een 0 te ontvangen, wanneer een 1 wordt verwacht. Gedurende 3 minuten kan de buitenunit geen signaal zenden, omdat de verbindingen bezet zijn. Onbekende storing Er is een onbekende storing ontvangen en de storingsmelding EF verschijnt. Communicatiestoring serieel bedrijfssignaal Er is een storing opgetreden in de communicatie tussen de spanningsen de printplaat in de buitenunit. Leidingtemperatuur TH 10 seconden na het starten van de compressor, wanneer het opwarmbedrijf Hot Adjust al is afgerond, verschijnt de storingsmelding P8, wanneer aansluitend gedurende minimaal 20 minuten het toegestane bereik voor de verwarmingstemperatuur is verlaten. Het duurt 27 minuten, om deze storingen te constateren. Deze controle wordt niet in ontdooibedrijf uitgevoerd. Deze controle wordt na het einde van het ontdooibedrijf opnieuw gestart. Toegestaan temperatuurbereik in cv-bedrijf: 3K leidingtemperatuur van de binnenunit (TH5) 18 C (TH1). Tabel 29 Storingsmeldingen buitenunit Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem van de stuurkabels, kabelbreuk. Defect zender-/ontvangercircuit op de buitenunit. Storende ruis in het spanningssysteem. Storende ruis in de stuurkabels. Storende ruis in de stuurkabels tussen binnen- en buitenunit. De buitenunit is geen Power Inverter-model. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem van de verbindingskabels tussen printplaat en de spanningsprintplaat van de buitenunit (CN2). Kabelbreuk. Slechte verbinding/contacten of losse aansluitklem van de verbindingskabels tussen printplaat en de spanningsprintplaat van de buitenunit (CN4). Kabelbreuk. Defect communicatiecircuit van de spanningsprintkaart. Defect communicatiecircuit van de printplaat. Langzame toename van het temperatuurverschil tussen ruimte- en leidingtemperatuur (leiding of warmtewisselaar) in de binnenunit door: Koelmiddelgebrek Temperatuursensor in de binnenunit is losgeraakt uit de houder Storing in koelcircuit. Meetfout aan de temperatuursensor TH5. Koudetechnische leidingen verwisseld. Stuurkabels verwisseld. 4-wegklep in storing. Controleer de bedrading van alle stuurkabels tussen binnen- en buitenunit en corrigeer deze. Voedingsspanning uit- en weer inschakelen (installatiereset). Controleer, of bij het starten opnieuw de storingsmelding E9 verschijnt. Printplaten van binnen- en buitenunit controleren en defecte vervangen. Voedingsspanning uit- en weer inschakelen (installatiereset). Controleer, of bij het starten opnieuw de storingsmelding EF verschijnt. Printplaten van binnen- en buitenunit controleren en defecte vervangen. Gebruik een Power Inverter-buitenunit. Bedrading en stekkers CN2 en CN4 tussen de printplaten controleren en corrigeren. Spanningsprintkaart controleren. Printplaat controleren. Temperatuursensor van de binnenunit met de systeemmonitor (printplaat van de buitenunit of het diagnoseapparaat PAC-SK52ST ) controleren. TH1 = 7 K Ω (komt overeen met 18 C) Leidingwerk en bekabeling controleren. Werking van de 4-wegklep controleren. 66 MultiLine A/W (2013/01)
67 Storingen Componenten controleren onderdeel Testpunten en criteria Weergave Temperatuursensor: Weerstand van de temperatuursensor meten (sensortemperatuurbereik van 10 C t/m 30 C). Vloeistofleiding TH3 Heetgas TH4 Verdamper TH6 Verse lucht TH7 Warmtegeleidingsplaat TH8 Compressormantel TH32 Buitenleidingen TH33 4-weg-ventiel Compressormotor MC TH3, TH6, TH7, TH33: Normaal: 4,3 k Ω 9,6 k Ω Storing: circuit open / kortsluiting TH4, TH32: Normaal: 160 k Ω 410 k Ω Storing: circuit open / kortsluiting TH8: Normaal: 93 k Ω 105 k Ω Storing: circuit open / kortsluiting Weerstand tussen de aansluitklemmen meten (omgevingstemperatuur 20 C). Standaard: 2350± 170 Ω Storing: circuit open / kortsluiting Wikkelingsweerstand tussen de aansluitklemmen meten (wikkelingtemperatuur 20 C). U-V: 0,64 Ω U-W: 0,64Ω V-W: 0,64 Ω Storing: circuit open / kortsluiting U V W Lineair expansieventiel (LEV-A / LEV- B) Stekker lostrekken en wikkelingweerstand tussen de contacten meten (omgevingstemperatuur 20 C). Rood-wit: 46 Ω± 4 Rood-oranje: 46 Ω± 4 Bruin-geel: 46 Ω± 4 Bruin-blauw: 46 Ω± 4 Storing: circuit open / kortsluiting M Rood Red Bruin Brown Blauw Blue Oranje Orange Geel Yellow Wit White Tabel 30 Componenten controleren MultiLine A/W (2013/01) 67
68 10 Storingen DC-ventilatormotoren/printplaat controleren Start Zekering controleren: Zekering F5 op de printplaat controleren Zekering doorgebrand? JA Printplaat en ventilatormotor vervangen. No Bedrading en contacten controleren op de motoraansluitstekkers CNF1, CNF2 Losse contacten? Stekker losgetrokken? JA Bedrading corrigeren. No Controle van de voedingsspanning: Meet de spanning op de volgende contacten op de printplaat van de buitenunit: MEETPUNT [1]: VDC (tussen 1(+) en 4( ) op aansluitstekkerr): VDC DC V MEETPUNT [2]: VCC (tussen 5(+) en 4( ) op aansluitstekkerr): VCC DC 15 V Is de spanning normaal? JA Bedrading corrigeren. No JA Vervang de printplaat. Werking van de ventilatormotor controleren. JA EINDE Niet juist Printplaat vervangen Werking van de ventilatormotor controleren JA EINDE Niet juist Ventilatormotor vervangen. Tabel 31 DC-ventilatormotoren/printplaat controleren 68 MultiLine A/W (2013/01)
69 Storingen Temperatuursensoren van de buitenunit controleren Temperatuursensoren Benaming Referentiecurve TH3, TH33 Temperatuursensor vloeistofleiding ON TH4 Heetgastemperatuursensor C TH6 Verdamper/temperatuursensor ON TH7 Buitenluchttemperatuursensor ON TH8 Temperatuursensor warmtegeleidingsplaat B TH32 Temperatuursensor compressorhuis C Tabel 32 Overzicht temperatuursensoren Referentiecurve A Temperatuursensor R 0 =15kΩ±3% Constante B = 3480 k Ω±2% 50 1 Rt = exp t ) 30 ( k Ω Bereik 0 C 15 k Ω 10 C 9,6 k Ω 20 C 6,3 k Ω 25 C 5,2 k Ω 30 C 4,3 k Ω 40 C 3,0 k Ω Tabel 33 Referentiecurve A ( C) MultiLine A/W (2013/01) 69
70 10 Storingen Referentiecurve B Temperatuursensor R 50 =17kΩ±2% Constante B = 4150 k Ω±2% 1 Rt = exp t 323 ( k Ω ) Bereik 0 C 180 k Ω 25 C 50 k Ω 50 C 17 k Ω 70 C 8 k Ω 90 C 4 k Ω ( C) Tabel 34 Referentiecurve B 70 MultiLine A/W (2013/01)
71 Storingen 10 Referentiecurve C Temperatuursensor R 120 = 7,465 k Ω±2% Constante B = 4057 k Ω±2% 1 Rt =, exp t Bereik 20 C 250 k Ω 30 C 160 k Ω 40 C 104 k Ω 50 C 70 k Ω 60 C 48 k Ω 70 C 34 k Ω 80 C 24 k Ω 90 C 17,5 k Ω 100 C 13,0 k Ω 110 C 9,8 k Ω ) ( k Ω ( C) Tabel 35 Referentiecurve C Lineaire expansieventielen (LEV) controleren 9 DC12V LEV M Afb. 67 Schakeldiagram lineaire expansieventielen LEV [1] Rood [2] Bruin [3] Blauw [4] Oranje [5] Geel [6] Wit [7] Aandrijvingsschakeling [8] Stekker CNLEV [9] Printplaat van de buitenunit ITL MultiLine A/W (2013/01) 71
72 11 Onderdelen vervangen Schakelpatroon van de stuursignalen De mate van opening van het lineaire expansieventiel is afhankelijk van het aantal impulsen, die door de printplaat aan de LEV-aandrijving worden verzonden. Signaalpatroon Uitgang (fase) φ1 ON ON OFF OFF OFF OFF OFF ON φ2 OFF ON ON ON OFF OFF OFF OFF φ3 OFF OFF OFF ON ON ON OFF OFF φ4 OFF OFF OFF OFF OFF ON ON ON Tabel 36 Schakelpatroon van de stuursignalen Het schakelpatroon van de stuursignalen verandert als volgt, wanneer het ventiel: moet openen: moet sluiten: Wanneer de ventielstand moet worden vastgehouden, worden alle uitgangen φ1 t/m φ4 uitgeschakeld. Bij een storing van de uitgangssignalen, wanneer bijv. een uitgang ontbreekt of continu signalen worden gezonden, kan de ventielaandrijving niet gelijkmatig open of dicht bewegen. De beweging is schoksgewijs en trillingen zijn duidelijk hoorbaar en voelbaar. Werking en bedrijf Bij het inschakelen van de voedingsspanning wordt een openingssignaal van 700 impulsen gezonden, om te waarborgen, dat het ventiel zich in positie [5] bevindt. Het signaal blijft gedurende ca. 20 seconden actief. De LEV werkt in storingsvrij normaal bedrijf geluidloos en trillingsvrij. Wanneer het ventiel is geblokkeerd of wanneer het zich in de beweging van [6] naar [5] bevindt, is extra geluidsontwikkeling door het ventiel hoorbaar. Er is geen geluid hoorbaar, wanneer de aandrijving defect is of er op de aandrijving een bedradingsfout aanwezig is. Om te bepalen, of het ventiel geluid maakt, een schroevendraaier met de top tegen het ventielhuis houden en met het oor aan de greep luisteren. 1 5 x 6 Afb. 68 Functieschema LEV [x] Volledig sluiten (200 impulsen) [1] Openingsgraad van de LEV (boven open onder gesloten) [2] LEV-impulsen (volledig open bij 500 impulsen) [3] Ventiel sluit [4] Ventiel opent [5] Positie 1 [6] Positie ITL 11 Onderdelen vervangen 11.1 Koelmiddel in de buitenunit terugzuigen GEVAAR: Levensgevaar door ontsnappend koudemiddel! Ontsnappend koudemiddel kan verstikking en bij aanraken van de lekkageplaats bevriezing tot gevolg hebben. Wanneer koudemiddel ontsnapt, geen onderdelen van de warmtepomp aanraken en zorgen voor toevoer van verse lucht. Voorkom huid- of oogcontact met het koudemiddel. Schakel bij huid- of oogcontact met het koudemiddel een arts in. 72 MultiLine A/W (2013/01)
73 Onderdelen vervangen 11 OPMERKING: Materiële schade door vocht! Bij binnendringen van regen, vocht of stof kan de elektronica van de buitenunit beschadigd raken. Voer werkzaamheden aan de buitenunit nooit uit in de regen. Waarborg na werkzaamheden aan de aansluitstrook dat de servicedeksel weer goed vast zit. Algemene aanwijzingen Het systeem maakt uitsluitend gebruik van koudemiddel R410A. Alleen gekwalificeerde en gecertificeerde koelmiddeltechnici mogen werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit uitvoeren. Gebruik bij de installatiewerkzaamheden de speciaal voor het koudemiddel R410A bedoelde gereedschappen en componenten. Waarborg de dichtheid van het koudemiddelcircuit. Ontsnappend koudemiddel veroorzaakt bij contact met open vuur giftige gassen. Koelmiddel niet in de atmosfeer laten ontsnappen. Binnenunit voorbereiden Het terugzuigen van het koudemiddel in de koelmiddelcontainer van de buitenunit is bijv. nodig bij werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit, bij het vervangen van de buitenunit of vervangen van de binnenunit. Voedingsspanning van de buitenunit (vermogenschakelaar) en de binnenunit scheiden (uitschakelen). Schroeven aan de onder- en bovenkant van het toestel losmaken. De behuizing wegnemen. Bevestigingsschroef links [1] op de hybride regelmodule HM10 losmaken. Veerplaat [2] naar buiten drukken en de hybride regelmodule HM10 naar voren klappen. Drie schroeven losmaken en de afdekkap voor de installatie-aansluitingen op de achterzijde verwijderen ITL Afb. 70 Afdekkap verwijderen Twee schroeven losmaken en de afdekkap aan de achterzijde verwijderen Wo Afb. 71 Afdekking verwijderen De DIP-switches zijn nu toegankelijk. DIP-switch in de positie koudemiddel terugzuigen zetten. Afb. 69 Regeleenheid naar voren klappen [1] Bevestigingsschroef [2] Veerplaat Wo 1 X 2 X 3 X 4 X 5 X 6 X 7 X 8 X OFF ON 1 X 2 X 3 X 4 X 5 X 6 X 7 X 8 X OFF ON 1 X 2 X 3 X 4 X 5 X 6 X 7 X 8 X OFF ON SW 1 SW 2 SW Wo Afb. 72 DIP-switch in de positie koudemiddel terugzuigen MultiLine A/W (2013/01) 73
74 11 Onderdelen vervangen Buitenunit voorbereiden Koudemiddel pas aftappen, nadat de buitenunit minimaal 3 minuten buiten bedrijf is. Een manometer op de onderhoudsinlaat aansluiten, om de druk in het koudemiddelcircuit tijdens het terugzuigen van het koudemiddel in de buitenunit te controleren. Afdekkappen van de afsluiters op de leidingen voor vloeibaar en gasvormig koudemiddel wegnemen ( afb. 34, pagina 29). Inbusbout naar rechts draaien, om de afsluiter op de leiding voor vloeibaar koudemiddel te sluiten. De drie bevestigingsschroeven voor de bovenste afdekkap afschroeven en de kap wegnemen. Afb. 73 Afdekking van de buitenunit afnemen Koelmiddel in de buitenunit terugzuigen ITL WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door roterende onderdelen! Wanneer op de toets SWP wordt gedrukt, start de ventilator automatisch. Waarborg, dat geen losse kledingstukken of gereedschap in de ventilator terecht kan komen. Houd de handen op afstand. Voedingsspanning van de buitenunit en de binnenunit inschakelen. VOORZICHTIG: Gevaar voor lichamelijk letsel door giftige gassen! Ontsnappend koudemiddel veroorzaakt bij contact met open vuur giftige gassen. Koelmiddel niet in de atmosfeer laten ontsnappen. Toets SWP op de printplaat in de buitenunit indrukken. Ventilator en compressor starten en beginnen, koudemiddel in de buitenunit terugzuigen. LED1 en LED2 op de printplaat van de buitenunit branden. Het koudemiddel wordt via de leiding voor het gasvormige koudemiddel in de buitenunit teruggezogen. Zodra de eenheid automatisch stopt (ca. 2 tot 3 minuten na de start): Gasafsluiter direct sluiten. Zo wordt voorkomen dat het koudemiddel in het koudemiddelcircuit terugstroomt. Om te waarborgen, dat het koudemiddel volledig wordt afgepompt: Op de manometer op de onderhoudsinlaat de druk in het koudemiddelcircuit controleren. De absolute druk moet bij benadering 0 Pa (0 mbar (a)) zijn. Wanneer de buitenunit voor het afronden van de afpompprocedure wordt uitgeschakeld of wanneer het terugzuigen van het koudemiddel in de buitenunit niet succesvol is verlopen (compressor draait niet 2 tot 3 minuten lang): Afsluiter op de leiding voor vloeibaar koudemiddel volledig openen. 3 minuten wachten. Koelmiddel opnieuw terugzuigen. Wanneer de buitenunit regulier is gestopt: Voedingsspanning van de buitenunit (vermogensschakelaar) en de binnenunit onderbreken (uitschakelen). Bovenste afdekkap met de vier bevestigingsschroeven op de buitenunit bevestigen. De DIP-switch op de interface naar de buitenunit in de binnenunit op de normale stand zetten SW 1 Afb. 74 DIP-switch normale stand De afdekkappen van de regelkasten en regelmodule monteren, regelkast naar boven klappen en de afdekkap van de binnenunit monteren. Afdekkappen van de afsluiters op de leidingen voor vloeibaar en gasvormig koudemiddel plaatsen Mantel van de buitenunit afnemen Om de afdekkappen, boven-, voor- en achterdelen af te nemen, als volgt te werk gaan: 3 schroeven (M 10x4) op het bovendeel van de mantel [1] verwijderen. Bovendeel [1] afnemen. Schroef (M 10x4) op de service-afdekking [3] verwijderen. Servicedeksel [3] naar voren trekken en afnemen. 9 schroeven (M 10x4) op het voorste deel van de afdekkap [4] verwijderen. Voorste deel [4] wegnemen. 7 schroeven (M 10x4) op het achterste deel van de mantel [2] verwijderen. Achterste deel [2] wegnemen. 1 Afb. 75 Mantel van de buitenunit afnemen SW 2 SW 3 X 1 X 1 X X 2 X 2 X X 3 X 3 X X 4 X 4 X X 5 X 5 X X 6 X 6 X X 7 X 7 X X 8 X 8 X OFF ON OFF ON OFF ON ITL ITL 74 MultiLine A/W (2013/01)
75 Onderdelen vervangen Ventilatormotor vervangen Bovendeel van de mantel wegnemen Voorste deel van de mantel wegnemen. Moer (M 6, links schroefdraad) verwijderen. Schoepenrad afnemen. Stekker CNF1 van de printplaat in de elektronicabehuizing aftrekken ( afb. 82, pagina 83). Bevestiging van de aansluitkabel op de motorhouder losmaken. 4 schroeven (M 4 x 18) verwijderen en de ventilatormotor demonteren. VOORZICHTIG: Materiële schade door elektrostatische ontlading! Raak printplaten nooit aan zonder geaarde armband Afb. 76 Ventilatormotor vervangen [1] Ventilatormotor [2] Verdamper [3] Behuizing voor de elektrische componenten [4] Temperatuursensor TH8 [5] Inverter-printkaart [6] Printkaart [7] Ontstoringsfilter [8] Temperatuursensor TH7 [9] Temperatuursensor TH6 [10] Temperatuursensor TH4 [11] Temperatuursensor TH32 [12] Lineair expansieventiel LEV-B [13] Lineair expansieventiel LEV-A [14] Temperatuursensor TH3 [15] Temperatuursensor TH33 [16] Moer [17] Schoepenwiel Wo MultiLine A/W (2013/01) 75
76 11 Onderdelen vervangen 11.4 Elektronicabehuizing vervangen VOORZICHTIG: Materiële schade door elektrostatische ontlading! Printplaten nooit zonder geaarde armband aanraken. Service-afdekking wegnemen ( afb. 75, pagina 74). Bovendeel van de mantel wegnemen. Voorste deel van de mantel wegnemen. Stekker van de BUS-kabel naar de binnenunit op de aansluitstrook (TB1) losmaken. De volgende stekkers op de printplaat lostrekken ( afb. 76, pagina 75 en afb. 82, pagina 83): Ventilatormotor (CNF1) Lineaire expansieventielen (LEV-A en LEV-B) Temperatuursensor TH3, TH33 op de leiding voor vloeibaar koudemiddel Temperatuursensor TH32 op compressorhuis Temperatuursensor TH4 voor heet gas Temperatuursensor TH6 voor verdamper (2-fase leiding) en buitenluchttemperatuursensor TH7 Hogedrukschakelaar (63H) 4-weg-ventiel Losgetrokken kabel uit de elektronicabehuizing nemen. Stekker van de compressor lostrekken. 3 bevestigingsschroeven van de elektronicabehuizing verwijderen. Elektronicabehuizing naar boven toe uittrekken Printplaten vervangen VOORZICHTIG: Schade aan de uitrusting door elektrostatische ontlading! Printplaten nooit zonder geaarde armband aanraken Ontstoringsfilter Alle verbindingsstekkers losmaken. Ontstoringsfilter ( afb. 76, pagina 75) uit de kunststof houders losmaken en uitnemen Inverter-printkaart Demontage Alle verbindingsstekkers losmaken. 3 schroeven op passieve koeler losmaken. Printplaat frequentieomvormer ( afb. 76, pagina 75) uit de kunststof houders losmaken en uitnemen. Installeren Geleidende pasta dun en gelijkmatig opbrengen. Printkaart inverter plaatsen en de 3 schroeven van de passieve koeler vastschroeven Printkaart Alle verbindingsstekkers losmaken. Printplaat ( afb. 76, pagina 75) uit de kunststof houders losmaken en uitnemen Temperatuursensor TH3, TH6 of TH33 vervangen VOORZICHTIG: Materiële schade door elektrostatische ontlading! Raak printplaten nooit aan zonder geaarde armband. Temperatuursensor TH6 en TH7 vormen een eenheid en moeten samen worden vervangen ( Buitentemperatuursensor TH7 vervangen ). Servicedeksel wegnemen ( afb. 75, pagina 74). Bovendeel van de mantel wegnemen. Voorste deel van de mantel wegnemen. Achterst deel van de mantel wegnemen. Stekker van de temperatuursensor TH3 (wit), TH6 (rood) of TH33 (geel) op de printkaart in de elektronicabehuizing lostrekken ( afb. 82, pagina 83). Maak de bevestiging van de aansluitkabel aan de achterkant van de elektronicabehuizing los. Trek de temperatuursensor TH3, TH33 of TH6 uit de houder Buitentemperatuursensor TH7 vervangen VOORZICHTIG: Schade aan de uitrusting door elektrostatische ontlading! Printplaten nooit zonder geaarde armband aanraken. Temperatuursensor TH6 en TH7 vormen een eenheid en moeten samen worden vervangen ( Buitentemperatuursensor TH6 vervangen ). Servicedeksel wegnemen ( afb. 75, pagina 74). Bovendeel van de mantel wegnemen. Stekker van de temperatuursensor TH7 (rood) op de printkaart in de elektronicabehuizing lostrekken ( afb. 82, pagina 83). Maak de bevestiging van de aansluitkabel op de achterzijde van de elektronicabehuizing los. Trek de temperatuursensor TH7 uit de houder Temperatuursensor TH4 en TH32 vervangen VOORZICHTIG: Schade aan de uitrusting door elektrostatische ontlading! Printplaten nooit zonder geaarde armband aanraken. Servicedeksel wegnemen ( afb. 75, pagina 74). Bovendeel van de mantel wegnemen. Voorste deel van de mantel wegnemen. Achterst deel van de mantel wegnemen. Elektronicabehuizing demonteren Trek de temperatuursensor TH4 uit de montagehouder ( afb. 82, pagina 83). Temperatuursensor TH32 op compressorhuis uit de houder trekken Lineair expansieventiel in- en uitbouwen Het lineaire expansieventiel LEV ( afb. 76, pagina 75) bestaat uit twee onderdelen, het ventielhuis en de elektrische aandrijving. De elektrische aandrijving kan afzonderlijk van het ventielhuis worden vervangen. Bij het demonteren en monteren van de elektrische aandrijving moet altijd het ventielhuis worden vastgehouden, om de koudemiddelleidingen niet te beschadigen. 76 MultiLine A/W (2013/01)
77 Koudemiddelcircuit vullen 12 Elektrische aandrijving demonteren Nooit met geweld proberen de elektrische aandrijving te demonteren. Wanneer de elektrische aandrijving moeilijk loskomt, dan kan men deze iets heen en weer bewegen. Ventielhuis [2] vasthouden en de elektrische aandrijving [1] naar boven toe wegtrekken Transformator demonteren (ACL) De transformator bevindt zich in de buitenunit op de achterwand van de kast met de elektrische componenten. Op de buitenunit (ODU): Servicedeksel wegnemen. Bovenste afdekkap wegnemen. Frontplaat afnemen. Neem de rugwand weg. De vier borgschroeven op de transformator losmaken en de transformator afnemen Monteer alle onderdelen weer in omgekeerde volgorde. Afb. 77 Elektrische aandrijving demonteren Aansluitklem van de aandrijving op de printplaat losmaken ITL Elektrische aandrijving inbouwen Ventielhuis [2] vasthouden en de elektrische aandrijving zodanig plaatsen, dat de geleidingslippen [1] in de uitsparingen op het ventielhuis vallen. 12 Koudemiddelcircuit vullen VOORZICHTIG: Materiële schade door verkeer koudemiddel! Vul het systeem uitsluitend met koudemiddel R410A. Meng het koudemiddel R410A niet met andere koelmiddelen. Vul geen smeerolie in het systeem. Het koudemiddelcircuit is voorgevuld met 2,5 kg van het koudemiddel R410A. Deze hoeveelheid is voldoende voor een 30 m lange leiding in beide richtingen. Navullen van koudemiddel is alleen nodig, wanneer het koudemiddel voor onderhoudswerkzaamheden wordt afgetapt. Wanneer het koudemiddelcircuit opnieuw moet worden gevuld, respecteer dan de instructies: Alleen gekwalificeerde en gecertificeerde koelmiddeltechnici mogen werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit uitvoeren. Gebruik uitsluitend het opgegeven koudemiddel (R410A) voor het vullen van de koudemiddelleidingen. Waarborg, dat er geen lucht in de leidingen achterblijft. Vul het koudemiddelcircuit na het onderhoud met de aangegeven hoeveelheid koudemiddel koudemiddelcircuit aftappen en drogen Afb. 78 Elektrische aandrijving inbouwen Waarborg, dat de elektrische aandrijving correct is geborgd en goed vastzit. 2 De elektrische stuur- en aansluitkabels mogen niet om het ventielhuis worden gewikkeld ITL WAARSCHUWING: Persoonlijk letsel door barstende koudemiddelleidingen! In de leidingen ingesloten lucht kan drukpieken veroorzaken, die leidingbreuk tot gevolg kunnen hebben. Waarborg, dat er geen lucht in de leidingen achterblijft. De buitenunit is voorgevuld met 2,5 kg koudemiddel R410A. Bij de inbedrijfstelling hoeft geen koudemiddel te worden bijgevuld. De lucht uit het koudemiddelcircuit moet met een voldoende lange vacuëmdroging worden verwijderd. Bij onvoldoende vacuümdroging blijven lucht en waterdamp achter in het koudemiddelcircuit. Dit kan vanwege de vochtigheid een abnormale toename van de overdruk of afname van de onderdruk tot gevolg hebben en kwaliteitsverlies van de koelmiddelolie. Dit kan een negatief effect op de levensduur van de compressor hebben. Kabel zonder trekspanning installeren en de aansluitklem met de printplaat verbinden. MultiLine A/W (2013/01) 77
78 12 Koudemiddelcircuit vullen 12.2 Vacuümdrogen Het koudemiddel uit de buitenunit mag niet worden gebruikt voor het uitspoelen van de lucht uit de koudemiddelleidingen. Op het terugslagventiel ( afb. 79, [1]) een hoogvermogenvacuümpomp aansluiten. Met de vacuümpomp een druk van 101 kpa(g) opbouwen. De druk minimaal 1 uur in stand houden. Daarbij het vacuüm constant op de manometerverdeler bewaken. Bij kortstondig gebruik van de vacuümpomp kan volledig vacuüm mogelijkerwijs niet worden bereikt. Bovendien kan er vocht in de leidingen achterblijven. Vacuümpomp uitschakelen en verdelerventiel sluiten. Druk 15 minuten lang bewaken. Indien de druk binnen deze tijd toeneemt (vacuüm neemt af), vacuüm trekken en de aansluitende test herhalen. Maak de vacuümpomp los van het koudemiddelcircuit Afsluiters van de buitenunit openen OPMERKING: Materiële schade door gesloten afsluiters! Wanneer de afsluiters tijdens bedrijf van de buitenunit gesloten blijven, worden compressor en regelventielen beschadigd. Afsluiters voor vloeibaar en gasvormig koudemiddel openen. Waarborg, dat de afsluiters op de leiding voor vloeibaar en gasvormig koudemiddel zijn geopend: Ventielkap [2] verwijderen. Met een inbussleutel (4 mm) de afsluiter [3] linksom tot aan de aanslag draaien (ca. 10 slagen). Niet meer verder draaien, wanneer de aanslag is bereikt. Afsluiter [3] ½ slag terugdraaien (rechtsom). Ventielkap [2] plaatsen. Let er daarbij op, dat de binnenkant niet wordt beschadigd, omdat deze als afdichting dient. Ventielkap [2] met aandraaimoment van 20 tot 25 Nm aantrekken. Wanneer de kappen niet weer worden geplaatst en aangetrokken, kan koudemiddel ontsnappen ITL Afb. 79 Afsluiter in de leiding voor gasvorming koudemiddel [1] Terugslagventiel [2] Ventielkap [3] Afsluiter [4] Leiding naar binnenunit [5] Leiding naar buitenunit 4 78 MultiLine A/W (2013/01)
79 Bijlage Bijlage 13.1 Elektrische bedrading van een installatie met bypassventiel en een ongemengd cvcircuit FSK FSS TB61 S1 S2 S3 TB6 FW F M A B C D E V PE N L PE E G6 G5 Netz PH TOPLINE HR HC1 FK G SH H FV PH HC2 N L E N L E Netz Netz PSS1 E N L E N L E Netz Netz PH PSS 2 1 FSK 2 1 EMS EMS E N L E N L E Netz Netz SH FK EMS EMS E PH E FV 2 1 RC EMS 10 A B C Afb. 80 Voorbeeld elektrische bedrading (legenda zie volgende pagina) [A] 4-aderige bekabeling [B] 2-aderige bekabeling [C] 3-aderige bekabeling 2 1 [1] Buitenunit [2] Temperatuursensor koudemiddel [3] Zonnecircuitpomp PSS Wo MultiLine A/W (2013/01) 79
80 13 Bijlage [4] Buitentemperatuursensor [5] Verbindingsleidingen tussen binnenunit en warmtepomp [6] Aansluitingen warmtepomp [7] Aansluitingen binnenunit [8] Aansluiting SM10- zonne [9] Aansluitingen WM10- cv-ketel [10] Aansluitingen MM10- vloerverwarming [11] Voedingsspanning 230 V AC [12] Binnenunit Nefit MultiLine A/W 4.7 [13] cv-ketel Topline HR [14] Boiler [15] Aansluiting cv-ketel Topline HR [16] Temperatuursensor (uitgang van de condensor) [17] Temperatuursensor (ingang van de condensor) [18] ModuLine 400 [19] Buffervat [20] RC MultiLine A/W (2013/01)
81 Bijlage Elektrische bedrading van de printplaten in de buitenunit Afb. 81 Elektrische bedrading van de printplaten in de buitenunit (legenda zie volgend pagina) [1] M-NET-adapter (niet aanwezig) [2] Binnenunit [3] Voedingsspanning 230 V, 50 Hz [4] SW5-1 tot 5: functieschakelaar MultiLine A/W (2013/01) 81
82 13 Bijlage Symbool Beschrijving Symbool Beschrijving TB1 Klemmenstrook (voedingsspanning binnen en buiten) C. B Printkaart MC Compressormotor FUSE1-4 Zekering (6,3 A) MF1, MF2 Ventilatormotor 1 en 2 SW1 DIP-switch instellingen 21S4 4-weg-ventiel SW4 DIP-switch testbedrijf 63H Hogedrukschakelaar SW5 DIP-switch functiekeuze 63L Lagedrukschakelaar SW7 DIP-switch functiekeuze SV Bypassmagneetventiel SW8 DIP-switch schakelaar TH3 Temperatuursensor (vloeistof) J1-6 Jumper, modelkeuze TH4 Temperatuursensor (heet gas) SWP Schakelaar leegzuigen TH6 Temperatuursensor CN31 Stekker noodbedrijf (verdamper/condensator) TH7 Temperatuursensor (buitenlucht) LED1, 3 LED bedrijfsstatus TH8 Temperatuursensor (inverter) LED5, 6 U2660LED Motorstatus LEV-A, LEV-B Expansieventielen CNAC Pluggen DCL1, DCL2 DC-tussencircuitspoel CNDC ACL Transformator CNS 52C Vermogensautomaat FAN11 Stekker ventilatormotor RS Spanningspiekbeveiliging FAN12 ACTM Filtermodule FAN21 CE Compensatiecondensator FAN22 SS Stekker opties P. B Inverter-printkaart SV2 Pluggen R/S Aansluitklemmen (L/N) CNM Stekker voor A-controle inspectiekit SC-R/S Schroefklemmen (L/N) CNMNT Stekker voor M-NET-adapter SC-P1, P2 Schroefklemmen DC-spanning CNVMNT Stekker voor M-NET-adapter SC-N1, N2 Schroefklemmen DC-spanning CNDM Stekker voor externe signalen U/V/W Aansluitklemmen (U/V/W) X51, 52, 54 Relais CN2-5 Pluggen FET1 Motoraandrijving, servoversterker PFC Converter IPM Inverter N. F Ontstoringsfilter CB1-3 Compensatiecondensator LI/LO Aansluitklemmen L-fase CNDC Pluggen NI/NO Aansluitklemmen N-fase CNAF E, EI Aansluitklemmen aarde IGBT Inverter CNAC 1/2 Pluggen LED1 LED, inverter-status CN5 CN52C 52C Vermogensautomaat Tabel 37 Legenda schakeldiagram 82 MultiLine A/W (2013/01)
83 Bijlage Printplaat in de buitenunit Afb. 82 Printplaat (legenda zie volgende pagina) MultiLine A/W (2013/01) 83
84 13 Bijlage Nr. Symbool Beschrijving 1 DNDM 1-2: ingang soft draaien 1-3: ingang extern signaal 2 CN51 Externe uitgangssignalen (compressorbedrijfssignaal, storingsmeldingen) 3 CN52C Aansluiting op het ontstoringsfilter 4 CN4 Stuursignalen op de inverter-printplaat 5 SV2 Bypassventiel 6 21S4 4-weg-ventiel 7 CN2 Aansluiting op de voedingsspanningsprintplaat van de buitenunit 1-5: stuursignalen aan de printplaat (0 5VDC) 2-5: Zero-Cross signaal (0 5VDC) 3-4: niet gebruikt 6-5: 16 V DC 7-5: 16 V DC 8 CNAC 2-4: voedingsspanning voor de printplaat ( V AC) 1-3: voedingsspanning van de stuurkabel naar de binnenunit ( V AC) 9 CNS S1-S2: V AC 10 +/- Voedingsspanning voor communicatie D71 V, spanning 24 V DC 11 CNDC 280 V DC (inverter-printplaat 140 V) 12 CNF1, CNF2 Aansluiting voor ventilatormotoren 1-4: 280 V DC 5-4: 15 V DC 6-4: 0 6,5 V DC 7-4: 15 V DC bij stilstand, 7,5 V DC bij rotatie, 0 15V gepulsd 13 V SP Spanning van de pins aan C5A, C5B: 0 V DC bij stilstand, 1,5 V DC bij rotatie 14 V FG Spanning tussen de rechter pins op PC5C en PC5D, pin 3 en pin 4 (idem als CNF1) 15 TH33 Temperatuursensor (vloeistofleiding) 16 TH32 Temperatuursensor (compressorhuis) 17 63H Hogedrukschakelaar 18 TH7/6 Temperatuursensor (warmtewisselaar, 2-fase mengsel) 19 TH3 Temperatuursensor (vloeistofleiding) 20 TH4 Temperatuursensor (heet gas) 21 LEV-A, LEV-B Lineaire expansieventielen 22 CNVMNT M-NET-adapter (optie) 23 CNMNT M-NET-adapter (optie) 24 CNM A-Control-Service-Tool 25 SW8 26 SW5 Functieschakelaar 27 SWP Bedrijfsstand terugzuigen 28 SW4 Testmodus 29 SW6 Modelkeuze 30 SW1 Geforceerd ontdooibedrijf, storingslijst wissen, toesteladres 31 SW7 Stapschakeling Tabel 38 Legende van de inverter-printplaat 84 MultiLine A/W (2013/01)
85 Bijlage Afwijkende leidinglengten en ΔT Extra leidinglengte [m] Max. debiet [l/min] CV-vermogen [kw] ΔT [K] 20 15,3 21, ,3 23, ,8 24, ,6 25, ,3 23,96 21, ,3 25,03 21, ,8 25,80 21, ,6 27,03 21,5 200 Tabel 39 Afwijkende waarde voor ΔT tussen aanvoer en retour van de cv-installatie gebaseerd op extra leidinglengten CV-vermogen [kw] 28 Extra leidinglengte [m] Max. debiet [l/ min] ΔT [K] 25, ,3 27, , ,3 25, , ,8 25, , ,6 23,86 Tabel 40 Afwijkende waarde voor ΔT tussen aanvoer en retour van de cv-installatie gebaseerd op het cv-vermogen Resterende druk [mbar] MultiLine A/W (2013/01) 85
86 13 Bijlage 86 MultiLine A/W (2013/01)
87 Bijlage 13 MultiLine A/W (2013/01) 87
88 Bosch Thermotechniek B.V., Postbus 3, 7400 AA Deventer DealerLine: Consumenten Infolijn: Fax: Internet:
Inbedrijfname Checklist
Voor de installateur Inbedrijfname Checklist Nefit MultiLine A/W 4.7 Lucht/water split warmtepomp voor hybride toepassing in combinatie met de volgende cv-ketels: SmartLine BaseLine ProLine TrendLine TopLine
Installatie-instructie
Voor de installateur Installatie-instructie 50 LITER BUFFERVAT 6 720 803 641 (2012/05) NL 6720803559-00.1Wo Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Veiligheidsaanwijzingen en toelichting van de symbolen... 2 1.1
Installatie- en onderhoudshandleiding PSWK 50. Buffervat Wo (2013/03) BE
Installatie- en onderhoudshandleiding PSWK 50 Buffervat 6720803559-00.1Wo 6 720 807 013 (2013/03) BE Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Veiligheidsaanwijzingen en toelichting van de symbolen... 2 1.1 Uitleg
Logboek. Waterkwaliteit 6 720 801 305-00.1T. Voor stalen en rvs ketels met bedrijfstemperaturen tot 100 C 6 720 802 014 (2012/02) NL
Logboek Waterkwaliteit 6 720 801 305-00.1T Voor stalen en rvs ketels met bedrijfstemperaturen tot 100 C 6 720 802 014 (2012/02) NL Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Waterkwaliteit..........................
Logboek waterkwaliteit. Voor installatie en onderhoud zorgvuldig lezen. Voor warmtebronnen met warmtewisselaar van aluminium
Voor warmtebronnen met warmtewisselaar van aluminium materialen 6 720 618 589-00.2TT Logboek waterkwaliteit 6 720 642 938 (2014/05) NL Voor installatie en onderhoud zorgvuldig lezen. Inhoudsopgave Inhoudsopgave
NE1.1. Neutralisatie-eenheid. Voor gebruik bij condensatieketels voor gas. Installatie- en onderhoudshandleiding voor de installateur
Installatie- en onderhoudshandleiding voor de installateur Neutralisatie-eenheid NE1.1 Voor gebruik bij condensatieketels voor gas 6 720 643 494 (2010/01) BE/NL Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Toelichting
Pool & Spa. De Hydro-Pro warmtepompen
Pool & Spa Hydro-Pro_warmtepompen_Mertens.indd 1 De Hydro-Pro warmtepompen 3/2/2012 2:49:46 PM Hydro-Pro_warmtepompen_Mertens.indd 2 3/2/2012 2:49:50 PM Efficiënt en economisch De warmte van de buitenlucht
Bedieningsinstructie
Bedieningsinstructie Kamerthermostaat ModuLine 00 763 7600 (203/08) NL 763 7600-000.TD Inhoudsopgave Inhoudsopgave Uitleg van de symbolen................. 2 2 Inleiding.............................. 2
Neutralisatie-eenheid
Installatiehandleiding voor de installateur Neutralisatie-eenheid NE0.1 V3 6 720 643 202 (2010/03) NL Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen
Installatie- en bedieningsinstructie. Table Stand DS (2018/08) nl
Installatie- en bedieningsinstructie Table Stand DS-1 6720888222 (2018/08) nl Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Toelichting op de symbolen en veiligheidsinstructies...... 2 1 Toelichting van de symbolen......................
Gebruikersinstructie. Nefit MultiLine A/W 4.7. Voor de gebruiker
Voor de gebruiker Gebruikersinstructie Nefit MultiLine A/W 4.7 Lucht/water split warmtepomp voor hybride toepassing in combinatie met de volgende cv-ketels: SmartLine BaseLine ProLine TrendLine TopLine
F2555-N F3255-N F4055-N
Voor de installateur Gebruiksaanwijzing Nefit geiser F2555-N F3255-N F4055-N 6 720 608 943 (2015/04) NL Index Index 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen........................3 1.1
Geiser GWH11 COP... / GWH14 COP... / GWH18 COP... gebruiksaanwijzing (2015/04) NL
Geiser GWH11 COP... / GWH14 COP... / GWH18 COP... gebruiksaanwijzing NL 2 Index Index 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen........................3 1.1 Uitleg van de symbolen...................
F2555HE-N F3255HE-N F4055HE-N
Voor de installateur Gebruiksaanwijzing Nefit geiser F2555HE-N F3255HE-N F4055HE-N 6 720 608 944 (2015/05) NL Index Index 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen........................3
Installatie-instructie Adapter Nefit Easy Connect Modulerend
Installatie-instructie Adapter Nefit Easy Connect Modulerend 6 720 809 092-001.0N 6720809092-01 (2014/07) Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen...............................................2
Pool & Spa De Duratech warmtepompen
Pool & Spa De Duratech warmtepompen De ideale oplossing voor de verwarming van uw zwembad en spa. Bosta... a perfect fit! Bosta, uw totaalleverancier in zwembad artikelen Bosta heeft al meer dan 60 jaar
h Aanwijzing! NL; BENL Bedienings- en installatiehandleiding VRT 50 Kamer(klok)thermostaat Bedieningshandleiding Aanwijzingen bij de documentatie
Voor de installateur 00200077_00 NL; BENL 0 2006 Bedienings- en installatiehandleiding VRT 50 Kamer(klok)thermostaat NL; BENL Aanwijzingen bij de documentatie Bedieningshandleiding De volgende aanwijzingen
Montagevoorschrift. UBA3-module xm10 voor montage in de verwarmingsketel evenals voor wandmontage /2004 NL Voor de vakman
60 84 06/004 NL Voor de vakman Montagevoorschrift UBA-module xm0 voor montage in de verwarmingsketel evenals voor wandmontage Zorgvuldig lezen vóór de montage Inhoudsopgave Veiligheid.......................................
Geiser GWH11 COH... / GWH14 COH... / GWH18 COH... gebruiksaanwijzing (2015/04) NL
Geiser GWH11 COH... / GWH14 COH... / GWH18 COH... gebruiksaanwijzing NL 2 Index Index 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen........................3 1.1 Uitleg van de symbolen...................
Installatiehandleiding
Installatiehandleiding Functiemodule Voor de vakman xm10 Zorgvuldig lezen vóór de installatie. 6 720 642 975 (01/2010) NL/BE Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen.......................
Nefit MultiLine split warmtepomp. Nefit houdt Nederland warm. MultiLine split warmtepomp
Nefit MultiLine Nefit houdt Nederland warm MultiLine Wat is een hybride oplossing? Dit is een krachtenbundeling van twee technieken met als doel van elke techniek de sterke punten uit te buiten. Nefit
Nefit MultiLine split warmtepomp. Nefit houdt Nederland warm. MultiLine split warmtepomp
Nefit MultiLine split warmtepomp Nefit houdt Nederland warm MultiLine split warmtepomp Nefit MultiLine split warmtepomp Energie besparen met duurzame warmte uit buitenlucht Een bestaande of nieuwe Nefit
Gasabsorptiewarmtepomp O. Inbedrijfstellingsprotocol Logatherm GWPL (2013/06) NL
Gasabsorptiewarmtepomp 6 720 645 626-00.1O 6 720 807 573 (2013/06) NL Inbedrijfstellingsprotocol Logatherm GWPL-35 ALGEMEEN Datum: Tijd: Klant: Installatielocatie: Installateur: Elektrotechnisch installateur:
Nefit Economy cv-boilers
Nefit houdt Nederland warm Installatie-instructie Nefit Economy cv-boilers INHOUDSOPGAVE 1. ALGEMEEN 1-1 2. INSTALLEREN 2-1 2.1 Voorschriften 2-1 2.1.1 Algemene voorschriften 2-1 2.1.2 Voorschriften fabrikant
Installatiehandleiding. ModuZone Z11
Installatiehandleiding ModuZone Z INHOUDSOPGAVE INLEIDING Installatiehandleiding.... Productdocumentatie.... Uitleg van symbolen... Beschrijving van het apparaat.... Hydraulisch schema... 3 Veiligheidsvoorschriften
HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies
HANDLEIDING Sesame Thermoplastic Tank Technologies INSTALLATIE- EN GEBRUIKSAANWIJZING INHOUD 1. ALGEMEEN 3 2. BELANGRIJK 3 3. INSTALLATIE EXPANSIEVAT 4 4. GEBRUIK EXPANSIEVAT 5 5. VERVANGEN LUCHTCEL 5
Gebruiksaanwijzing. Nefit geiser (2017/03) NL F2555HE-N F3255HE-N F4055HE-N
Gebruiksaanwijzing Nefit geiser 6 720 608 944 (2017/03) NL F2555HE-N F3255HE-N F4055HE-N Index Index 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen........................3 1.1 Uitleg van de
voorschrift Voor de installateur OpenTherm module AAN DE INSTALLATEUR
Installatie voorschrift AAN DE INSTALLATEUR Voor de installateur Installatiehandleiding Met het toestel dat u gaat plaatsen, installeert u een kwaliteitsproduct. Ondanks de bekendheid met het AWBconcept
voorschrift Voor de installateur Interface 0-10 V --> ebus AAN DE INSTALLATEUR
Installatie voorschrift AAN DE INSTALLATEUR Voor de installateur Installatiehandleiding Met het toestel dat u gaat plaatsen, installeert u een kwaliteitsproduct. Ondanks de bekendheid met het AWBconcept
Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL
Elektrische Infrarood Verwarming Model 93485 Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL 1 Algemene veiligheidsinstructies LEES DE GEBRUIKSAANWIJZING Alvorens de radiateur in bedrijf te nemen, moet u deze gebruiks
Gumax Terrasverwarmer
Gumax Terrasverwarmer De energiezuinige terrasverwarmer op infraroodbasis zonder rode gloed Handleiding Model PAH-2011-1 3200 watt Lees alle instructies zorgvuldig door alvorens dit apparaat te installeren
Gasabsorptiewarmtepomp O. Inbedrijfstellingsprotocol Logatherm GWPL (2013/08) BE
Gasabsorptiewarmtepomp 6 720 645 626-00.1O 6 720 808 009 (2013/08) BE Inbedrijfstellingsprotocol Logatherm GWPL-38 ALGEMEEN Datum: Tijd: Klant: Installatielocatie: Installateur: Elektrotechnisch installateur:
Montage-instructie. Branderset Hoog rendement Gaswandketel
Voor de installateur Montage-instructie Branderset Hoog rendement Gaswandketel 6 70 6 09-00.TD 6 70 6 09 (0/009) nl Nefit TopLine Compact HRC (5 en 30 kw) Nefit TopLine HR (5 en 30 kw) Nefit TopLine AquaPower
TECHNISCHE HANDLEIDING
Pagina 1 van 6 Pagina 2 van 6 INHOUDSOPGAVE 1. OMSCHRIJVING... 3 2. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES... 3 3. TECHNISCHE GEGEVENS... 3 4. INSTALLATIE EN BEDIENING... 3 5. ONDERHOUD... 5 6. ALGEMENE VOORWAARDEN...
Pool & Spa De Hydro-Pro warmtepompen
Pool & Spa De Hydro-Pro warmtepompen Creating Connections Bosta, uw totaalleverancier in zwembadartikelen Bosta heeft al meer dan 60 jaar ervaring in de handel in leidingsystemen en toebehoren. We zijn
Viesmann. Montage- en servicehandleiding. Blusinrichting. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H
Montage- en servicehandleiding voor de vakman Viesmann Blusinrichting voor Vitoligno 300-H Veiligheidsinstructies Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk letsel
Inbouwhandleiding. voor koel-vriescombinatie NoFrost Pagina CN/CBNes
Inbouwhandleiding voor koel-vriescombinatie NoFrost Pagina 10 7082 375-00 CN/CBNes 62 311 Opstellen Plaats het apparaat bij voorkeur niet in direct zonlicht, naast het fornuis, een radiator enz. De ondergrond
Adapters en verloopmoeren van metaal
Adapters en verloopmoeren van metaal Bedieningshandleiding Extra talen www.stahl-ex.com Inhoudsopgave 1 Algemene gegevens...3 1.1 Fabrikant...3 1.2 Gegevens over de bedieningshandleiding...3 1.3 Andere
Quick Guide Artel Mono Block schema 1
Quick Guide Artel Mono Block schema 1 RR Trading 1 van 13 Schema 1 Rev. 03 Inhoud opgave 1. Algemene aandachtspunten... 2 2. Opstelling ruimte... 2 3. Schema 1 verwarmen/koelen... 4 4. Aansluiten Mono
Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies
1 2 Inhoud 1. Veiligheidsinstructies... 3 2. Gebruik volgens de voorschriften... 4 3. Omschrijving... 4 4. Toepassingstabel... 4 5. Montage... 4 5.1 Omschrijving van de onderdelen... 5 5.2 Meeneemring
Pool & Spa De Hydro PRO warmtepompen
Pool & Spa De Hydro PRO warmtepompen Creating Connections Bosta, uw totaalleverancier in zwembadartikelen Bosta heeft al meer dan 60 jaar ervaring in de handel in leidingsystemen en toebehoren. We zijn
Installatie-instructie
Installatie-instructie Hoog Rendement cv-toestel Nefit TrendLine AquaPower Plus HRC 25/CW6 AquaPower Plus HRC 0/CW6 6 720 809 17 (2014/07) NL 6 720 808 619-000.1TD Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Toelichting
Installatiehandleiding. Composiet verdeler. Model Industrie
Installatiehandleiding Composiet verdeler Model Industrie Introductie De composiet verdeler wordt gebruikt om het medium in installaties voor vloerverwarming en koeling te verdelen. Deze serie verdelers
Installatie-instructie. Accessoire. RF-ontvanger 6720800011-00.0N 6 720 800 011 (2012/05) NL
Installatie-instructie Accessoire RF-ontvanger 67208000-00.0N 508050 6 720 800 0 (202/05) NL Toelichting op de symbolen Toelichting op de symbolen Waarschuwingssymbolen Veiligheidsaanwijzingen in dit document
VIESMANN. Servicehandleiding VITOCELL 100-H. voor de vakman. Vitocell 100-H type CHA Warmwaterboiler, 130 tot 200 liter
Servicehandleiding voor de vakman VIESMANN Vitocell 100-H type CHA Warmwaterboiler, 130 tot 200 liter Geldigheidsverwijzing zie laatste pagina VITOCELL 100-H 3/2012 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften
Voor de gebruiker. Gebruiksaanwijzing. allstor. Bufferboiler
Voor de gebruiker Gebruiksaanwijzing allstor Bufferboiler NL Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Aanwijzingen bij de documentatie... 3 1.1 Aanvullend geldende documenten... 3 1.2 Documenten bewaren... 3 1.3
VIESMANN. Bedieningsaanwijzing VITOSOL-F VITOSOL-T. voor de gebruiker van de installatie. Vlakke en vacuüm-buiscollectoren
Bedieningsaanwijzing voor de gebruiker van de installatie VIESMANN Vlakke en vacuüm-buiscollectoren VITOSOL-F VITOSOL-T 5458 056 B/fl 3/2010 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsaanwijzingen Voor uw veiligheid Volg
Boilers en buffervaten
Boilers en buffervaten Oplaadboilers zonder spiraal Werkingspricipe: Het tapwater in de boiler circuleert direct over een warmteopwekker, bijvoorbeeld een cv-ketel, waardoor de boiler wordt opgeladen tot
Tuincontactdoos met piket
NL Handleiding GS 2 DE GS 4 DE Belangrijk! Lees deze handleiding en bewaar ze. Neem de veiligheidsaanwijzingen in acht. Inhoudsopgave pagina 1 Inleiding... 29 2 Leveringsomvang... 29 3 Conform gebruik...
Nefit geiser F2555HE-N F3255HE-N F4055HE-N
6720608944-0807 (WRG - Users).fm Page 1 Monday, July 21, 2008 2:29 PM Voor de gebruiker Nefit geiser F2555HE-N F3255HE-N F4055HE-N 6 720 608 944 NL (2008.07) SM 6720608944-0807 (WRG - Users).fm Page 2
HENCO INSTALLATIEHANDLEIDING COMPOSIET VERDELER
HENCO INSTLLTIEHNDLEIDING COMPOSIET VERDELER Composiet verdeler Introductie De composiet verdeler wordt gebruikt om het medium in installaties voor vloerverwarming en koeling te verdelen. Deze serie verdelers
Servicehandleiding voor de vakman VITOCELL 100-H. Vitocell 100-H type CHA Warmwaterboiler 130 tot 200 liter inhoud. Bewaren a.u.b.! NL 3/2007
Servicehandleiding voor de vakman Vitocell 100-H type CHA Warmwaterboiler 130 tot 200 liter inhoud VITOCELL 100-H 3/2007 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften Veiligheidsvoorschriften Gelieve deze veiligheidsvoorschriften
VIESMANN. Montage- en servicehandleiding. Verwarmingswater-doorstroomtoestel. Veiligheidsinstructies. voor de installateur
Montage- en servicehandleiding voor de installateur VIESMANN Verwarmingswater-doorstroomtoestel Veiligheidsinstructies Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk letsel
TECHNECO INFORMATIE. Werkadres Klantnaam ... Adres. ... Plaats. Postcode Telefoonnummer. adres ... Gegevens installateur Bedrijfsnaam
LORIA OPLEVERINGSRAPPORT Dit document is opgesteld voor de inbedrijfstelling van de Loria of Loria Duo warmtepomp. Stuur dit document ingevuld op naar Kleveringweg 9, 2616LZ DELFT of per email naar [email protected].
VIESMANN. Montage- en servicehandleiding. Invoer. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H, 80 tot 101 kw
Montage- en servicehandleiding voor de vakman VIESMANN Invoer voor Vitoligno 300-H, 80 tot 101 kw Veiligheidsinstructies Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk
INSTALLATIEHANDLEIDING
INSTALLATIEHANDLEIDING Designsierpaneel BYCQ40EP BYCQ40EPB 4PNL9-.book Page Monday, January 7, 09 :07 PM c b a e b g a 4 4 4+ d f h g g 4 ~8 mm 4 7 4 4 9 8 8 4 4 0 BYCQ40EP Designsierpaneel BYCQ40EPB Installatiehandleiding
Cascade-opstelling Nefit EcomLine HR pakket L2A. Lijnopstelling
Nefit houdt Nederland warm Installatie-instructie Cascade-opstelling Nefit EcomLine HR pakket L2A Lijnopstelling 1. INSTALLATIE-INSTRUCTIE BOUWPAKKET Nominaal vermogen Pakket L2A 44 kw 2 x HR 22 52 kw
Het cascadesysteem. in één compact toestel
Het cascadesysteem in één compact toestel De ThermoSystem HRM is met recht uniek te noemen. En wel omdat het een ruimtebesparend alternatief is voor de gebruikelijke cascade-opstelling. Het blijft verbazingwekkend
VIESMANN. Montagehandleiding VITOPLEX 200. Voor meer informatie: www.kuiperzn.nl. voor de vakman
Montagehandleiding voor de vakman Voor meer informatie: www.kuiperzn.nl VIESMANN Vitoplex 200 type SX2A, 700 tot 1950 kw Olie-/gasketel VITOPLEX 200 5/2011 Na montage deze handleiding recyclen! Veiligheidsvoorschriften
Techneco ELGA warmtepomp Gebruikershandleiding. Type 3.0
Techneco ELGA warmtepomp Gebruikershandleiding Type 3.0 April 2015 INHOUDSOPGAVE 1 Introductie 1 2 Bediening binnenunit 2 3 Thermostaat instellen 3 3.1 Instelling controleren 3 3.2 Koelen of verwarmen
Handleiding. AirQlean H luchtfiltersysteem voor montage aan het plafond
Handleiding AirQlean H luchtfiltersysteem voor montage aan het plafond ... Copyright 2014 QleanAir Scandinavia 2 DEEL 1 Informatie over de veiligheid 1.1. Inleiding Dit hoofdstuk bevat informatie over
ROBUUST BASIC. Elektrische Convector W
ROBUUST BASIC Elektrische Convector 500 1000 1500 2000 2500W GEBRUIKSAANWIJZING Lees a.u.b. de instructies voordat u begint met het installeren van de verwarming. Schakel de elektrische voeding uit voor
JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding
Bedienings- en montagehandleiding Woord vooraf Deze handleiding geeft inzicht in de werking, de montage en het onderhoud van de door Geha bv geleverde apparaten. U dient zich tijdens plaatsing en montage
Augustus 2013 Pagina 1
Aanvullende Installatiehandleiding t.b.v. Tzerra & Calenta koppeling met de WTW unit met ingebouwde terugslagklep en voedingsspanning aansluiting voor de ketel Inleiding Met gebalanceerde ventilatie met
Producten. Lucht/water-warmtepomp, verwarmingscapaciteit van 18,2 t/m 31,0 kw/h (A2/W35) Bouwgrootte: Eco-9 t/m 16 LS-T en LS-T/HG
Producten Lucht/water-warmtepomp, verwarmingscapaciteit van 18,2 t/m 31,0 kw/h (A2/W35) Bouwgrootte: Eco-9 t/m 16 LS-T en LS-T/HG Besturingseenheid (standaard) Afstandbediening Ruimtethermostaat 1 Eco-9
PDM-8-MB POM (VOEDING OVER MODBUS) Montage & gebruiksvoorschriften
POM ( MODBUS) Montage & gebruiksvoorschriften Inhoudstafel VEILIGHEIDS - & VOORZORGSMAATREGELEN 3 PRODUCTBESCHRIJVING 4 GEBRUIKSTOEPASSING 4 TECHNISCHE GEGEVENS 4 STANDAARDEN 4 OPERATIONELE DIAGRAMMEN
1. VOOR HET INSTALLEREN
NEDERLANDS Vertaling van het origineel REFRIGERANT AIRCONDITIONERS MET BINNEN- EN BUITENUNIT INSTALLATIEHANDLEIDING Modelnamen zijn aangegeven in 1-3. Gereedschap nodig voor installatie 1. VOOR HET INSTALLEREN
aanvullende gebruikers handleiding AQUA Plus Versie 131010 - 1 -
aanvullende gebruikers handleiding AQUA Plus Versie 131010-1 - AANVULLENDE HANDLEIDING AQUA PLUS Deze handleiding is uitsluitend ter aanvulling van de handleiding van de Altech Eclips (papieren of DVD
Gumax Terrasverwarmer
Gumax Terrasverwarmer De energiezuinige terrasverwarmer op infraroodbasis zonder rode gloed Montage Handleiding Model PAH-2011-1 3200 watt Lees alle instructies zorgvuldig door alvorens dit apparaat te
Quality Heating elektrische vloerverwarming
1 Quality Heating elektrische vloerverwarming Wij willen u feliciteren met uw aankoop van één van de producten van Quality Heating. Elk product van Quality Heating is gemaakt op kwalitatief hoogstaande
2Power opslagtank. Installatie instructies
2Power opslagtank Installatie instructies Deze installatieconstructie bevat belangrijk advies voor het hanteren, installeren en opstarten van een 2Power-zonne-installatie. Lees dit advies zorgvuldig door
THERMO-ELEKTRISCHE WIJNKLIMAATKAST & KOELKAST. Model: DX-68 COMBO (Mini Bar) Gebruiksaanwijzing
THERMO-ELEKTRISCHE WIJNKLIMAATKAST & KOELKAST Model: DX-68 COMBO (Mini Bar) Gebruiksaanwijzing Inhoud Ⅰ. Algemene veiligheidsvoorschriften...3 Ⅱ. Technische gegevens...4 Ⅲ. Illustratie...5 Ⅳ. Stroomschema...6
Remeha Neptuna. Comfort het hele jaar door 4/6/8/11/16/22/27. the comfort innovators
Neptuna 4/6/8/11/16/22/27 Comfort het hele jaar door the comfort innovators Comfort het hele jaar door Neptuna Een natuurlijke energiebron zoals lucht, water of zonlicht levert besparing op. Kies je voor
Pool & Spa De Duratech warmtepompen
Pool & Spa De Duratech warmtepompen De ideale oplossing voor de verwarming van uw zwembad en spa. Bosta... a perfect fit! Bosta, uw totaalleverancier in zwembad artikelen Bosta heeft al meer dan 60 jaar
Montage- en gebruiksaanwijzing
Montage en gebruiksaanwijzing Cooper Safety BV Postbus 3397 4800 DJ Breda Nederland Tel. +31 (0)76 750 53 00 Fax +31 (0)76 587 14 22 www.coopersafety.nl Pagina 1 1. Algemene opmerkingen 1.1 Korte beschrijving
GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING
GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING SBM3 / 125.505 SBM4 / 125.510 SBM6 / 125.520 INHOUDSOPGAVE 1. DOEL en BEREIK 2. AANSPRAKELIJKHEID 3. AANWIJZINGEN 4. BASISEIGENSCHAPPEN
Regeltoestel. Montagehandleiding Logamatic MC (2013/05) NL/BE. Voor montage a.u.b. zorgvuldig lezen.
Regeltoestel 6 720 641 037 (2013/05) NL/BE Montagehandleiding Logamatic MC10 Voor montage a.u.b. zorgvuldig lezen. Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen....
VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOSOL. voor de gebruiker van de installatie NL 3/2009 Bewaren a.u.b.!
Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN VITOSOL 3/2009 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming
HANDLEIDING airco diagnose gereedschap A/C Vloeistof Check artikelnummer: 501175 (complete set)
HANDLEIDING airco diagnose gereedschap A/C Vloeistof Check artikelnummer: 501175 (complete set) 1.0 Voorwoord 1) Deze handleiding richt zich tot de airco monteur, die door opleiding, of door speciale training,
* Verwarmen * Koelen * Warm Water. DC Inverter Lucht / Water Warmtepomp. Versati II
* Verwarmen * Koelen * Warm Water DC Inverter Lucht / Water Warmtepomp Versati II Nr.1 Air Conditioner fabrikant van de wereld Gree Electric Appliances, Inc. of Zhuhai, opgericht in 1991, is s werelds
ZEUS PYRO. Werking volgens onderdruk principe. Rendement 82-90% Geringe afmetingen. Ingebouwde veiligheidskoelspiraal
ZEUS PYRO Werking volgens onderdruk principe Rendement 82-90% Geringe afmetingen Ingebouwde veiligheidskoelspiraal Hoogwaardig keramisch vuurbeton LACFIRE 1800/20 SiC Aslade kan geledigd tijdens het verwarmingsbedrijf
INSTALLATIE INSTRUCTIES Alleen geschikt als permanente installatie, onderdelen genoemd in de handleiding kunnen niet buiten gemonteerd worden.
NETVOEDINGEN AC-1200 1200.190813 1201EL, 1202EL, 1203EXL, 1205EXL ALGEMENE INFORMATIE Deze netvoedingen zijn alleen bedoeld voor installatie door gekwalificeerde installateurs. Er zijn geen door de gebruiker
TDS 20/50/75/120 R. NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer
TDS 20/50/75/120 R NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer TRT-BA-TDS R -TC-001-NL TROTEC GmbH & Co. KG Grebbener Straße 7 D-52525 Heinsberg Tel.: +49 2452 962-400 Fax: +49 2452 962-200 www.trotec.com
Technische gegevens LAW 9IMR
Technische gegevens LAW 9IMR Toestelinformatie LAW 9IMR Bouwvorm - Warmtebron Buitenlucht - Uitvoering - Regeling - Telling warmtehoeveelheid - Montageplaats - Vermogensniveaus 2 Gebruiksgrens - Retourtemperatuur
VIESMANN. Montagehandleiding. MatriX-stralingsbrander. voor de vakman
Montagehandleiding voor de vakman VIESMANN MatriX-stralingsbrander type VMIII Gas-ventilatorbrander voor Vitocrossal 300, type CM3 Nominaal vermogen 87 tot 142 kw MatriX-stralingsbrander 11/2014 Na montage
Facilitair BV. Pulpmatic Vermaler. Installatie handleiding. QRS Facilitair Randmeer 12 5347 JW Oss. T: 0412-690461 E: info@qrsfacility.
Facilitair BV QRS Facilitair Randmeer 12 5347 JW Oss T: 0412-690461 E: [email protected] Pulpmatic Vermaler Installatie handleiding Pulpmatic Vermaler Installatie Handleiding Roterend mes onder in vermaalkamer
LOBBE COMPACT INSTALLATIE NL
INSTALLATIE NL Aandachtspunten installatie Lobbe Compact Benodigd gereedschap: betonboor Ø6 en Ø14 inbussleutel 4mm dopsleutel 17mm hamer of een bevroren peer De Lobbe Compact kan uitsluitend worden bevestigd
INSTALLATIEHANDLEIDING
INSTALLATIEHANDLEIDING Sierpaneel BYCQ0EW BYCQ0EWW BYCQ0EWB PNL0-A.book Page Thursday, January 0, 09 :8 PM c b a e b g a +6 d f h g g 6 6 mm 6 6 7 9 8 8 0 BYCQ0EW BYCQ0EWW BYCQ0EWB Sierpaneel Installatiehandleiding
Aandachtspunten installatie Oris
INSTALLATIE NL Aandachtspunten installatie Oris Transport Vervoer de Oris met de steekwagen tegen de achterkant. Neem eventueel de deur uit de Oris om beschadigingen te voorkomen. Daarvoor moet de deurblokkering
INSTALLATIE- EN ONDERHOUDSINSTRUCTIES
01/18 INSTALLATIE- 1 EN ONDERHOUDSINSTRUCTIES VEILIGHEID EN CORRECT GEBRUIK Om veiligheid en een lange levensduur van dit product te garanderen, zal u de bijgesloten instructies strikt in acht moeten nemen.
Printed: 07.07.2013 Doc-Nr: PUB / 5071466 / 000 / 00
OORSPRONKELIJKE GEBRUIKSAANWIJZING DD-ST-150/160-CCS Kruisrails Lees de handleiding beslist voordat u de machine de eerste keer gebruikt. Bewaar deze handleiding altijd bij het apparaat. Geef het apparaat
Model 42 Verschildrukregelaar (sluitend) Type type Type A type A Type B type B
Model 42 Verschildrukregelaar (sluitend) Type 42-14 type 42-18 Type 42-24 A type 42-28 A Type 42-24 B type 42-28 B Type 42-24 A Type 42-28 A figuur 1 Verschildrukregelaar 1. Constructie en werking De verschildrukregelaar
Recycle je warmte. De Eneco WarmteWinner
Recycle je warmte De Eneco WarmteWinner Inhoudsopgave Een kleine warmtepomp naast je cv-ketel, een grote stap richting onafhankelijkheid. Geschikt voor plaatsing bij iedere cv-ketel, eenvoudig geïnstalleerd.
GEBRUIKSAANWIJZING EIGENSCHAPPEN VOOR HET GEBRUIK
Hartelijk dank voor de aankoop van dit product van JB Systems. Lees deze gebruiksaanwijzing zeer zorgvuldig door, om volledig van alle mogelijkheden te kunnen profiteren. EIGENSCHAPPEN Gebruikersvriendelijke
Viesmann. Montage- en servicehandleiding. Invoer. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H, 80 tot 101 kw
Montage- en servicehandleiding voor de vakman Viesmann Invoer voor Vitoligno 300-H, 80 tot 101 kw Veiligheidsinstructies Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk
Wandmontagekit. Voor gebruik met de vrijstaande serie kachels van Elise. Installatie-Instructies en Onderhoud. Voor gebruik in NL (Nederland)
Wandmontagekit Voor gebruik met de vrijstaande serie kachels van Elise Installatie-Instructies en Onderhoud Voor gebruik in NL (Nederland) BELANGRIJK DE BEHUIZING, VOORZIJDE EN GLASPANEEL WORDEN EXTREEM
MS Semen Storage Pro
MS Semen Storage Pro 150 4508425 NL MS Semenstorage PRO 150 Gebruiksaanwijzing... 3 4508425/11-01-2016/F Inhoud MS Semen Storage Pro 150... 1 Bepalingen... 3 Introductie... 4 MS Semen Storage... 5 Aanbevelingen...
Bedieningshandleiding. GeniaAir RM 05/1
Bedieningshandleiding GeniaAir RM 05/1 INHOUDSOPGAVE AANDACHTIG LEZEN VÓÓR GEBRUIK 1 Lees mij... 2 1.1 Welkom... 2 1.2 Jaarlijks onderhoud... 2 2 Kennismaking met uw ingebruikname... 2 2.1 Beschrijving
VIESMANN. Montagehandleiding. Uitbreiding EA1. Veiligheidsvoorschriften. voor de vakman. Bestelnr
Montagehandleiding voor de vakman VIESMNN Uitbreiding E1 Bestelnr. 7429 151 Veiligheidsvoorschriften Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk letsel en materiële
