MEDEDELING AAN DE LEDEN
|
|
|
- Tessa de Jonge
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 EUROPEES PARLEMENT Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0570/2012, ingediend door Maria Teresa Magnifico (Italiaanse nationaliteit), over erkenning in Italië van haar in Duitsland verworven beroepsstatus 1. Samenvatting van het verzoekschrift Indienster is Italiaans staatsburger die haar beroepsopleiding als lerares Duits in Duitsland heeft voltooid en als ambtenaar in het Duitse onderwijs heeft gewerkt. In 1988 keerde zij terug naar Italië om als lerares Duits in de regio Ligurië te werken. Bij de salarisinschaling in Italië werd geen rekening gehouden met haar beroepsstatus in Duitsland. Indienster is nu met pensioen en ontvangt een Duits en een Italiaans pensioen. Indienster stelt dat als haar beroepsstatus in aanmerking zou worden genomen, zij een hoger pensioen zou ontvangen. Zij is van mening dat er sprake is van ongelijke behandeling. 2. Ontvankelijkheid Ontvankelijk verklaard op 14 september De Commissie is om inlichtingen verzocht (artikel 202, lid 6, van het Reglement). 3. Antwoord van de Commissie, ontvangen op 27 november 2012 Indienster is een Italiaanse staatsburger die in Duitsland een lerarendiploma heeft behaald en als lerares gewerkt heeft. In 1988 is zij naar Italië teruggekeerd om er als lerares te werken in de Italiaanse onderwijssector. Zij beweert dat bij de vaststelling van haar salaris niet op de correcte manier rekening is gehouden met haar Duitse beroepskwalificatie als lerares en/of de tijdvakken van arbeid die zij in Duitsland heeft opgebouwd. Dit blijkt van invloed te zijn op haar huidige pensioeninkomen. Uit het verzoekschrift wordt echter niet duidelijk of haar problemen slechts te maken hebben met één van de kwesties (de erkenning van haar Duitse kwalificatie als lerares of de erkenning van de tijdvakken van arbeid in een andere lidstaat) CM\ doc PE v03-00 In verscheidenheid verenigd
2 dan wel met beide kwesties. De lidstaten zijn in principe vrij om zelf de organisatie van hun overheidssector (hier de openbare onderwijssector) te bepalen, met inbegrip van de regels voor de aanwerving van personeel en de arbeidsvoorwaarden. De nationale regelgeving mag echter niet in strijd zijn met de wetgeving van de EU. Erkenning van kwalificaties Het rechtsinstrument waarin de erkenning van beroepskwalificaties wordt geregeld, is Richtlijn 2005/36/EG 1. Deze richtlijn is van toepassing op voorwaarde dat het beroep gereglementeerd is in de ontvangende lidstaat en dat de aanvrager volledig gekwalificeerd is in de lidstaat van oorsprong. Volgens de databank van gereglementeerde beroepen 2, zijn leerkracht in het basisonderwijs en leerkracht in het middelbaar onderwijs zowel in Duitsland als in Italië gereglementeerde beroepen. Indienster heeft in Duitsland gestudeerd en gewerkt. In 1988 ging indienster in Italië aan de slag als leerkracht. Uit de verstrekte informatie blijkt niet of indienster in 1988 een aanvraag heeft ingediend om haar beroepskwalificatie te laten erkennen. Indienster verwijst naar een aanvraag tot erkenning zonder daarbij een datum te vermelden en zonder te vermelden of deze aanvraag de erkenning van voorgaande werkervaring of de erkenning van beroepskwalificaties betrof. Aangenomen wordt dat, voor zover indienster in Italië als leerkracht aan het werk kon, zij een vorm van erkenning van haar Duitse kwalificatie heeft gekregen of dat zij werkte in een sector waar het beroep niet gereglementeerd was. Wanneer een autoriteit die bevoegd is voor de erkenning van beroepskwalificaties een aanvraag tot erkenning onderzoekt, dient deze in het algemeen rekening te houden met alle kwalificaties en voorgaande werkervaring. Er is meer informatie nodig om de zaak van indienster te kunnen beoordelen. Vrij verkeer van werknemers De EU-wetgeving inzake het vrije verkeer van werknemers (artikel 45 VWEU en artikel 3 en artikel 7, lid 1 van Verordening (EU) nr. 492/2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie) verplicht de lidstaten om arbeidsmigranten op dezelfde wijze te behandelen als hun eigen onderdanen met betrekking tot de toegang tot banen en de arbeidsomstandigheden. Op basis van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie 3 over deze kwestie is de Commissie van mening dat voor migrerende werknemers eerdere tijdvakken van 1 Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, PB L 255 van blz Zaak C-419/04, Scholz, Jurispr. 1994, blz. I-00505; Zaak C-15/96, Schöning, Jurispr. 1998, blz. I-00047; Zaak C-187/96, Commissie / Helleense Republiek, Jurispr. 1998, blz. I-01095; Zaak C-195/98, Österreichischer Gewerkschaftsbund, Jurispr. 2000, blz. I-10497; Zaak C- 224/01, Köbler, Jurispr. 2003, blz. I-10239; Zaak C-205/04, Commissie / Koninkrijk Spanje, Jurispr. 2006, blz. I-00031; Zaak C-278/03, Commissie / Italiaanse Republiek, Jurispr. 2005, blz. I-03747; Zaak C- 371/04, Commissie / Italiaanse Republiek, Jurispr. 2006, blz. I PE v /5 CM\ doc
3 vergelijkbare arbeid in een andere lidstaat door de autoriteiten van het ontvangende land moeten worden meegeteld bij het vervullen van functies en het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden (zoals loon en rang); deze tijdvakken dienen op dezelfde wijze te worden behandeld als de tijdvakken van arbeid die in het ontvangende land zijn opgebouwd. Verdere maatregelen Om een grondige analyse van deze zaak mogelijk te maken, dient indienster aanvullende gegevens te verstrekken betreffende de ondervonden problemen, meer bepaald de toepasselijke voorschriften, de briefwisseling met de Italiaanse autoriteiten en administratieve en rechterlijke beslissingen. Indienster kan ook een klacht indienen bij Solvit, een onlinenetwerk voor het oplossen van problemen, in het kader waarvan de EU-lidstaten samenwerken om zonder gebruikmaking van gerechtelijke procedures problemen op te lossen die zijn ontstaan door de verkeerde toepassing van internemarktwetgeving door overheidsdiensten. In elke lidstaat is er een Solvit-centrum dat kan helpen bij de afhandeling van klachten van burgers en bedrijven. Solvit-centra maken deel uit de nationale overheid en proberen om binnen tien weken daadwerkelijke oplossingen aan te dragen. Meer informatie over Solvit is te vinden op de volgende website: De diensten van de Commissie zullen de zaak beoordelen zodra indienster aanvullende informatie heeft verstrekt en zullen vervolgens beslissen of er aanvullende stappen worden ondernomen. 4. Antwoord van de Commissie (REV.), ontvangen op 31 mei Uit de aanvullende informatie die indienster heeft verstrekt blijkt dat zij haar onderwijskwalificatie in Italië heeft verworven en dat zij nooit enige moeilijkheden heeft ondervonden in verband met dit aspect. Zij stelt echter dat de Italiaanse autoriteiten bij de bepaling van haar arbeidsomstandigheden de perioden waarin zij als lerares werkzaam is geweest in Duitsland niet op dezelfde manier hebben meegewogen als vergelijkbare arbeidsperioden in Italië. De Italiaanse autoriteiten hebben niet gereageerd op het verzoek dat zij heeft ingediend nadat de toepasselijke kaderbepalingen in 2008 werden aangepast. De diensten van de Commissie zullen contact opnemen met de Italiaanse autoriteiten met een verzoek om meer informatie over de bepalingen die van toepassing zijn op de zaak van de indienster en hun commentaar. Op grond van een analyse van deze informatie zullen de diensten van de Commissie besluiten of er aanvullende stappen moeten worden gezet. De diensten van de Commissie zullen de Commissie verzoekschriften informeren over verdere ontwikkelingen in deze kwestie. 5. Antwoord van de Commissie (II), ontvangen op 11 november De Commissie heeft de nieuwe door indienster verstrekte informatie onderzocht. Indienster beweert dat er, toen zij in 1988 in Italië als lerares ging werken, niet volledig rekening is gehouden met de eerdere perioden waarin zij in Duitsland werkzaam was. Bijgevolg ontvangt zij nu een lager pensioen dan zij zou hebben gekregen wanneer zij bij haar benoeming in 1988 CM\ doc 3/5 PE v03-00
4 in een hogere salarisschaal zou zijn ingedeeld. In 2011 is zij met pensioen gegaan. Uit de aanvullende informatie die indienster heeft verstrekt blijkt dat zij in 1988 solliciteerde op een baan als leraar via een open sollicitatieprocedure en dat zij deze procedure succesvol doorliep, alsook dat bij haar benoeming als lerares in ieder geval in enige mate rekening werd gehouden met haar werkervaring. Zij kreeg "schaal 7" toegekend en trad in dienst in deze schaal. De diensten van de Commissie kunnen niet beoordelen of "schaal 7" destijds, en gezien haar situatie, overeenkwam met het passende salarisniveau voor indienster. Bovendien zijn de diensten van de Commissie niet op de hoogte van de voorwaarden van de open sollicitatieprocedure waar indienster in 1988 aan deelnam. Indien indienster van mening is dat haar werkervaring niet strookte met de voorwaarden van de sollicitatieprocedure, of dat niet volledig rekening is gehouden met nationale of EUwetgeving, dient zij tijdig actie te ondernemen overeenkomstig de nationale procedures en bezwaar aan te tekenen tegen de toegekende "schaal 7". Het huidige artikel 45 VWEU evenals Verordening (EEG) nr. 1612/68 waren in 1988 reeds in werking getreden en rechtstreeks toepasbaar in alle lidstaten. De vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU bepaalt dat iedere nationale rechtbank de EU-wetgeving in haar geheel moet toepassen en de rechten moet beschermen die deze wetgeving individuen verleent. Het is de verantwoordelijkheid van de nationale rechtbank om te waarborgen dat het algemene beginsel van non-discriminatie volledig wordt geëerbiedigd, waarbij iedere bepaling van het nationaal recht die wellicht in strijd is met het EU-recht terzijde moet worden geschoven. De diensten van de Commissie kunnen de beroepsprocedure die de persoon in kwestie op nationaal niveau moet volgen en die de individuele beoordeling van de feitelijke en juridische situatie vereist, niet vervangen. De diensten van de Commissie wijzen erop dat indienster klaarblijkelijk geen bezwaar heeft aangetekend tegen de haar toegekende "schaal 7" ten tijde van haar benoeming in 1988 en dit pas vlak voor haar pensionering in 2011 heeft gedaan. Conclusie De diensten van de Commissie zijn niet bevoegd om in te grijpen in een besluit van de bevoegde nationale autoriteiten met betrekking tot de beoordeling van de eerdere werkervaring van sollicitanten ten tijde van hun benoeming bij de nationale overheid, noch om dit besluit te vervangen. Indien indienster van mening is dat haar in Duitsland opgedane werkervaring niet volledig is meegewogen ten tijde van haar benoeming als lerares in 1988 moet zij deze zaak op nationaal niveau aanhangig maken. De diensten van de Commissie kunnen individuele personen niet bijstaan bij het tijdig opstellen en/of indienen van vorderingen in het kader van nationale administratieve of gerechtelijke procedures hetgeen wellicht nodig is om een individuele situatie te verhelpen die PE v /5 CM\ doc
5 volgens de betrokkene in strijd is met rechtstreeks toepasbare EU-wetgeving of met jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. CM\ doc 5/5 PE v03-00
MEDEDELING AAN DE LEDEN
EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie verzoekschriften 31.1.2014 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0256/2011, ingediend door Harry Nduka (Nigeriaanse nationaliteit), over zijn recht om in
MEDEDELING AAN DE LEDEN
EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie verzoekschriften 27.3.2013 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0820/2011, ingediend door J. A. A. Huijsman (Nederlandse nationaliteit), over recht op
EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN
EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 29.03.2011 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 1609/2008, ingediend door D. A. L. (Britse nationaliteit), over vermeende discriminatie
EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN
EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 17.12.2009 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0930/2005, ingediend door Marc Stahl (Duitse nationaliteit), over de erkenning in Duitsland
MEDEDELING AAN DE LEDEN
EUROPEES PARLEMENT 2014-2019 Commissie verzoekschriften 16.12.2014 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift nr. 0171/2012, ingediend door Klaus Träger (Duitse nationaliteit), over verschillende
EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN
EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 25.11.2008 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 1103/2007, ingediend door Laurent Hermoye (Belgische nationaliteit), namens de vereniging
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD
EUROPESE COMMISSIE Brussel, 30.4.2019 COM(2019) 207 final 2019/0100 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Samenwerkingscomité
MEDEDELING AAN DE LEDEN
EUROPEES PARLEMENT 009-04 Commissie verzoekschriften 9.3.0 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 084/004, ingediend door Charles Winfield (Britse nationaliteit), over de kwaliteit van het drinkwater
EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN
EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 26.09.2008 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0601/2007, ingediend door Anastassios Ghiatis (Griekse nationaliteit), namens de personeelsraad
De toepassing van de Verordening betreffende wederzijdse erkenning op procedures van voorafgaande machtiging
EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL ONDERNEMINGEN EN INDUSTRIE Leidraad 1 Brussel, 1.2.2010 - De toepassing van de Verordening betreffende wederzijdse erkenning op procedures van voorafgaande machtiging
Datum van inontvangstneming : 14/06/2013
Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Vertaling C-258/13-1 Zaak C-258/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 13 mei 2013 Verwijzende rechter: Varas Cíveis de Lisboa (Portugal)
MEDEDELING AAN DE LEDEN
EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie verzoekschriften 29.3.2011 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0624/2009, ingediend door A.T. (Italiaanse nationaliteit), over visa voor familiebezoeken
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/1973 VAN DE COMMISSIE
10.11.2015 L 293/15 GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/1973 VAN DE COMMISSIE van 8 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad met specifieke bepalingen
Rapport. Rapport inzake een klacht over een gedraging van de Dienst Wegverkeer (RDW) uit Zoetermeer. Datum: Rapportnummer: 2011/097
Rapport Rapport inzake een klacht over een gedraging van de Dienst Wegverkeer (RDW) uit Zoetermeer. Datum: Rapportnummer: 2011/097 2 Klacht Verzoeker kan zijn Nederlandse rijbewijs in Spanje niet omwisselen
2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:
Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE
EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN
EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 25 november 2008 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0653/2005 ingediend door Marion Locker (Duitse nationaliteit), namens de Oostenrijkse
Datum van inontvangstneming : 30/09/2014
Datum van inontvangstneming : 30/09/2014 Samenvatting C-408/14-1 Zaak C-408/14 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering
EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN
EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 10.6.2008 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 143/2005, ingediend door Michael Humphries (Britse nationaliteit), over het gebrek aan
Raad van de Europese Unie Brussel, 29 november 2017 (OR. en)
Raad van de Europese Unie Brussel, 29 november 2017 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2017/0153 (E) 13587/17 JUSTCIV 251 COLAC 111 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESLUIT VAN DE
Datum van inontvangstneming : 03/07/2012
Datum van inontvangstneming : 03/07/2012 C-275/12-1 Zaak C-275/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 4 juni 2012 Verwijzende rechter: Verwaltungsgericht Hannover (Duitsland) Datum
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 17.6.2003 COM(2003) 348 definitief 2003/0127 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Europese
