betreft: [klager] datum: 8 september 2014
|
|
|
- Gijs Coppens
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 nummer: 14/794/GA betreft: [klager] datum: 8 september 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van [...], verder te noemen klager, gericht tegen een uitspraak van 10 februari 2014 van de beklagcommissie bij de penitentiaire inrichting (p.i.) Alphen aan den Rijn alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht. Ter zitting van de beroepscommissie van 30 juni 2014, gehouden in de penitentiaire inrichting (p.i.) De Schie te Rotterdam, is gehoord klager, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J. Serrarens. De directeur van de p.i. Alphen aan den Rijn heeft schriftelijk laten weten verhinderd te zijn ter zitting te verschijnen. Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt: 1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie Het beklag voor zover in beroep aan de orde betreft: a. het opnemen van alle telefoongesprekken (AR 2013/734), incl. die met zijn Zweedse advocaat; b. het niet aan klager mededelen dat de sport op 27 december 2013 niet doorging (AR 2013/765). De beklagcommissie heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in onderdeel a van het beklag en onderdeel b van het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven. 2. De standpunten van klager en de directeur a. Door en namens klager is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt zakelijk weergegeven als volgt toegelicht. Klager handhaaft zijn standpunt zoals ingenomen voor de beklagcommissie. Klager meent dat zijn klacht beklagwaardig is, omdat er vanuit moet worden gegaan dat de inrichting nog steeds alle telefoongesprekken opneemt. Klager heeft ook geklaagd over het feit dat telefoongesprekken met zijn Zweedse advocaat worden opgenomen. Klager is in het kader van de WOTS-procedure in Nederland gedetineerd en moet af en toe met zijn Zweedse advocaat bellen. Klager heeft verzocht deze advocaat op de witte lijst te plaatsen. De praktijk dat alle telefoongesprekken met niet-geprivilegieerde contacten worden opgenomen, is in strijd met de uitspraak van de beroepscommissie van 12 november 2012 (12/1767/GA en 12/1851/GA). Er bestaat geen wettelijke basis om alle telefoongesprekken op te nemen en er heeft geen belangenafweging plaatsgevonden. In de bij de stukken gevoegde brief van de Staatssecretaris van 1 augustus 2013 aan de voorzitter van de Tweede Kamer wordt
2 gesteld dat in inrichtingen met een beveiligingsniveau 3 of hoger standaard alle telefoongesprekken worden opgenomen, omdat in deze inrichtingen gedetineerden die voorkomen op de GVM-lijst kunnen worden geplaatst. Klager vindt dit geen fijnmazig uitgangspunt, immers ook telefoongesprekken van gedetineerden die niet op de GVM-lijst zijn geplaatst, worden dan opgenomen. De directeur heeft in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt zakelijk weergegeven als volgt toegelicht. Telio is bekend met telefoonnummers van Nederlandse advocaten, waarbij de opnamemogelijkheid automatisch blokkeert indien er door de gedetineerde gebeld wordt naar een dergelijk nummer. De Zweedse advocaat kan zelf contact opnemen met Telio en zijn telefoonnummer doen toevoegen aan de lijst. Dit betreft geen beslissing van de directeur. Indien een nummer niet op de witte lijst staat vermeld, wordt het telefoongesprek standaard opgenomen. Dit is geen beslissing van de directeur. Klager kan derhalve niet in zijn klacht worden ontvangen. Overigens worden opgenomen gesprekken alleen beluisterd als dit geïndiceerd is. Op een nadere vraag van de beroepscommissie hoeveel personen in de p.i. Alphen aan den Rijn op de GVM-lijst staan vermeld, heeft de directeur geen antwoord gegeven. b. Klager heeft op 27 december 2013 een half uur voor zijn cel gewacht om te kunnen gaan sporten. Niemand van het personeel heeft hem toen medegedeeld dat hij niet kon gaan sporten op de bewuste dag, maar wel zou kunnen gaan recreëren. Klager meent dat zijn recht om te sporten is geschonden. 3. De beoordeling a. De beroepscommissie maakt uit hetgeen is aangevoerd op dat telefoongesprekken die gedetineerden voeren met de Telio-telefoons, met uitzondering van de gesprekken die worden gevoerd met personen van wie het telefoonnummer staat vermeld op de witte lijst standaard worden opgenomen. Dit betreft een algemene voor alle in de inrichting verblijvende gedetineerden geldende regel. Tegen een algemene regel staat op grond van artikel 60 van de Pbw geen beklag open, tenzij die regel in strijd is met wet- of regelgeving van hogere orde. Derhalve dient de beroepscommissie na te gaan of sprake is van strijd met hogere wet- of regelgeving. Hoewel in artikel 39, eerste lid, van de Pbw is bepaald dat telefoongesprekken kunnen worden opgenomen, heeft de beroepscommissie in haar uitspraak van 29 oktober 2012 (12/1813/GA en 12/1847/GA) beslist dat de Pbw en meer in het bijzonder artikel 39, eerste en tweede lid, van de Pbw niet voorziet in een wettelijke grondslag voor het standaard opnemen van alle telefoongesprekken van gedetineerden. In diezelfde uitspraak heeft de beroepscommissie zich vervolgens als volgt uitgelaten: Nu een wettelijke grondslag ontbreekt, is de beroepscommissie van oordeel dat de directeur dient af te wegen, mede in het licht van de eisen die artikel 8 EVRM hieraan stelt, of het standaard opnemen van alle telefoongesprekken in de betreffende inrichting noodzakelijk is in verband met het uitoefenen van toezicht met het oog op de belangen als bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Pbw. Of dit nodig is, kan naar het oordeel van de beroepscommissie onder andere afhankelijk zijn van het beveiligingsniveau van de inrichting en het in de inrichting geldende regime. Indien de directeur, na afweging, de noodzaak hiertoe aanwezig acht, dient hij dit uitdrukkelijk, onder vermelding van de redenen, aan de gedetineerden kenbaar te maken. In reactie op deze uitspraak heeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in een brief van 1 augustus 2013 aan de voorzitter van de Tweede Kamer (TK , 29279, nr. 169) meegedeeld dat in penitentiaire inrichtingen met beveiligingsniveau 3 of hoger de door gedetineerde gevoerde telefoongesprekken standaard worden opgenomen. De reden hiervoor is dat in deze inrichtingen gedetineerden kunnen worden geplaatst die voorkomen op de lijst van gedetineerden met een vlucht-/maatschappelijk risico (GVM-lijst). Volgens de informatie waarover de RSJ thans kan beschikken hebben landelijk gezien 25 van de 2
3 47 penitentiaire locaties een beveiligingsniveau 3. Bij plaatsing op de GVM-lijst wordt voorts nog een onderscheid gemaakt tussen gedetineerden met een risicoprofiel extreem, hoog of verhoogd. Uit informatie van het Bureau Selectiefunctionarissen blijkt dat op 26 augustus gedetineerden op de GVM-lijst stonden vermeld, waarvan 46 gedetineerden met het profiel verhoogd, 17 gedetineerden met het profiel hoog en 11 gedetineerden met het profiel extreem. De beroepscommissie wijst erop dat de Staatssecretaris vanwege de potentiële aanwezigheid van gedetineerden op de GVM-lijst een zeer groot aantal inrichtingen heeft aangewezen waarin alle gesprekken worden opgenomen. De beroepscommissie stelt voorop dat op grond van de voor een GVM-gedetineerde geldende voorschriften en afhankelijk van het hem toegekende risicoprofiel noodzakelijk en gerechtvaardigd kan zijn om alle door hem gevoerde telefoongesprekken op te nemen, omdat zij een veiligheidsrisico kunnen opleveren. De beroepscommissie merkt hierbij op dat hierin de directeur de eigen verantwoordelijkheid heeft te bepalen welke controle- en veiligheidsmaatregelen op deze gedetineerde van toepassing zijn. Dat kan betekenen het opnemen en beluisteren van door hem gevoerde telefoongesprekken. Nu klager niet voor komt op deze lijst, is ten aanzien van het opnemen van zijn telefoongesprekken de vraag of dit een geoorloofde inbreuk is op zijn grondrecht om gevrijwaard te blijven van een inbreuk op zijn privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Naar het oordeel van de beroepscommissie voert het te ver om vanwege de (mogelijke) aanwezigheid van GVM-gedetineerden in een inrichting alle vanuit die inrichting gevoerde gesprekken, en dus ook die van klager, op te nemen. Bij het maken van een dergelijke inbreuk dient immers maatwerk te worden geleverd. Het is aan de directeur binnen de door de Staatssecretaris geformuleerde grenzen de uitoefening van de aan hem toegekende bevoegdheden voor de controle op telefoongesprekken op een wijze te gebruiken die voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dat vereist (telkens) een belangenafweging waarbij om te beginnen van belang is of zich in een inrichting ten tijde van het opnemen van gesprekken ook daadwerkelijk een GVM-gedetineerde bevindt van wie de gesprekken dienen te worden opgenomen, en of het opnemen van gesprekken kan worden beperkt tot deze gedetineerde of zo nodig tot de afdeling waar deze verblijft. Een dergelijke beslissing is niet genomen door de directeur. Tegen deze achtergrond is de beroepscommissie van oordeel dat de gang van zaken in de inrichting waarbij alle telefoongesprekken worden opgenomen onvoldoende gedifferentieerd is naar de gedetineerdenpopulatie van de p.i. Alphen aan den Rijn. Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, komt de beroepscommissie tot het oordeel dat het standaard opnemen van telefoongesprekken met uitzondering van de gesprekken met contacten waarvan het telefoonnummer op de witte lijst staat, zoals thans door de Staatssecretaris is voorgeschreven, in strijd is met hogere wetgeving, meer in het bijzonder met (de strekking van) artikel 39, eerste lid en tweede lid, van de Pbw. Het beroep zal derhalve in zoverre gegrond worden verklaard. De uitspraak van de beklagcommissie zal in zoverre worden vernietigd, klager zal alsnog worden ontvangen in dit deel van zijn beklag en het beklag zal alsnog gegrond worden verklaard. De klacht betreft ook het opnemen van telefoongesprekken van klagers Zweedse advocaat. In voornoemde uitspraak van 29 oktober 2012 heeft de beroepscommissie geoordeeld dat het opnemen van telefoongesprekken van gedetineerden met geprivilegieerde personen, waaronder advocaten, in strijd is met een hogere regeling, meer in het bijzonder met (de strekking) van artikel 39, vierde lid, van de Pbw en artikel 23a van de Penitentiaire maatregel. Ten aanzien van Nederlandse advocaten is inmiddels een zogenoemde witte lijst samengesteld van telefoonnummers. Gesprekken die gedetineerden voeren met advocaten die op die lijst staan worden niet opgenomen. Klager stelt onbestreden dat hij de directeur heeft verzocht zijn Zweedse advocaat op deze lijst te plaatsen. De directeur heeft dit verzoek niet ingewilligd, maar heeft naar de status van de door hem opgegeven advocaat ook geen nader onderzoek gedaan. Met name was van belang dat de directeur had onderzocht of deze advocaat op gelijke voet als de Nederlandse collega's behandeld diende te worden of dat andere maatregelen ter afscherming 3
4 getroffen hadden moeten worden genomen. De directeur is in gebreke gebleven een en ander te doen. Er is derhalve sprake van een weigering om te beslissen als bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Pbw. Bovendien handelt de directeur hiermee onredelijk en onbillijk. Het beroep zal derhalve gegrond worden verklaard. De uitspraak van de beklagcommissie zal in zoverre worden vernietigd, klager zal alsnog in zijn beklag worden ontvangen en het beklag zal alsnog gegrond worden verklaard. De beroepscommissie acht termen aanwezig voor het toekennen van een tegemoetkoming aan klager en stelt deze vast op 50,=. b. Hetgeen in beroep is aangevoerd, kan naar het oordeel van de beroepscommissie niet tot een ander oordeel leiden dan die van de beklagcommissie. Onvoldoende is komen vast te staan dat klagers recht om te sporten is geschonden. Het beroep zal derhalve ongegrond worden verklaard. 4. De uitspraak De beroepscommissie verklaart het beroep wat betreft onderdeel a van het beklag gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie in zoverre, verklaart klager alsnog ontvankelijk in zijn beklag en verklaart het beklag alsnog gegrond. Zij bepaalt dat aan klager een tegemoetkoming toekomt van 50,=. Zij verklaart het beroep wat betreft onderdeel b van het beklag ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie. 4
5 Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. U. van de Pol, voorzitter, U.P. Burke en prof. dr. A.M. van Kalmthout, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. Kokee, secretaris, op 8 september 2014 secretaris voorzitter 5
betreft: [klager] datum: 2 februari 2015
nummer: 14/3322/GA en 14/3394/GA betreft: [klager] datum: 2 februari 2015 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van bij
betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:
nummer: 14/1038/GA betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat
HANDLEIDING ANONIMISEREN UITSPRAKEN BEROEPSCOMMISSIE = Welke gegevens anonimiseren
HANDLEIDING ANONIMISEREN UITSPRAKEN BEROEPSCOMMISSIE Welke gegevens anonimiseren Namen Namen van natuurlijke personen in uitspraken worden geanonimiseerd, d.w.z. van procederende partijen, (mede-) gedetineerden,
betreft: [klager] datum: 2 april 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:
nummer: 13/3550/GA (tussenbeslissing) betreft: [klager] datum: 2 april 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een
Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj
ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van
ACCOUNTANTSKAMER BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van mr. X, wonende en kantoorhoudende te [plaats1], K L A G E R,
betreft: [klager] datum: 27 maart 2017
nummer: 16/3691/GV betreft: [klager] datum: 27 maart 2017 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat
Rapport. Datum: 1 september 2000 Rapportnummer: 2000/295
Rapport Datum: 1 september 2000 Rapportnummer: 2000/295 2 Klacht Op 11 februari 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift, gedateerd 10 februari 2000, van mevrouw C. te Krimpen a/d IJssel,
betreft: [klager] datum: 14 augustus 2015
nummer: 15/2552/GV eindbeslissing betreft: [klager] datum: 14 augustus 2015 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een
Jurisprudentie-bulletin RSJ 2014/7
Jurisprudentie-bulletin RSJ 2014/7 zie ook www.rsj.nl 1 2 Inhoudsopgave jurisprudentiebulletin 2014 7 Arbeid en Pbw biedt geen basis voor een algemene Blz. 7 14/2025/GA werkzaamheden; uitzondering op de
het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.
Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,
U I T S P R A A K
U I T S P R A A K 1 0-1 2 2 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van XXX, appellante tegen Bachelor Examencommissie Instituut Politieke Wetenschappen,
betreft: [klager] datum: 30 september 2013 gericht tegen een uitspraak van 24 juni 2013 van de beklagcommissie bij de locatie [...
nummer: 13/2217/GA en 13/2264/GA betreft: [klager] datum: 30 september 2013 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van de
Ontvankelijkheid. Klacht over (nog) niet verrichte handeling. Tuchtrechtelijke laakbaarheid van handelwijze in gerechtelijke procedure.
Ontvankelijkheid. Klacht over (nog) niet verrichte handeling. Tuchtrechtelijke laakbaarheid van handelwijze in gerechtelijke procedure. De koper van een woning (klager) verwijt de verkopend makelaar (beklaagde)
Rapport. Datum: 1 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/298
Rapport Datum: 1 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/298 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Welzijns- en Gezondheidszorg Ambulante Jeugdbescherming en Jeugdhulpverlening heeft geweigerd het
DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.
CR 11/2362 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Tijdig beroep op ontbindende voorwaarde? Klager/koper deed op de dag dat het financieringsbeding
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
MigratieWeb ve07001320 200700456/1. Datum uitspraak: 11 juli 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: vennootschap onder firma Chinees Japans Specialiteitenrestaurant A., gevestigd
U I T S P R A A K 1 4 0 9 4
U I T S P R A A K 1 4 0 9 4 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van [naam], appellante tegen de Examencommissie Aziëstudies, verweerder 1. Ontstaan en
Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over de Dienst Justitiële Inrichtingen. Datum: 16 december 2015 Rapportnummer: 2015/170
Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over de Dienst Justitiële Inrichtingen. Datum: 16 december 2015 Rapportnummer: 2015/170 2 Aanleiding Verzoekster was werkzaam als tolk en verrichtte regelmatig
CR 12/2415 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.
CR 12/2415 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Niet-ontvankelijkheid klager. Al eerder over feiten geoordeeld. Tijdsverloop van acht
RAAD VAN TOEZICHT VOOR DE OCTROOIGEMACHTIGDEN Postbus 3219, 2280 GE Rijswijk telefoon fax
RAAD VAN TOEZICHT VOOR DE OCTROOIGEMACHTIGDEN Postbus 3219, 2280 GE telefoon 070-3905578 fax 070-3905171 BESCHIKKING A. - B. 1. Bij brief van 13 augustus 1999 heeft de heer A. bij de Raad van Toezicht
ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d
ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d Instantie Raad van State Datum uitspraak 01-10-2014 Datum publicatie 01-10-2014 Zaaknummer 201309659/1/A3 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Hoger
Meetinstructie. Geen informatie verstrekt over positie van medewerker van makelaarskantoor.
Meetinstructie. Geen informatie verstrekt over positie van medewerker van makelaarskantoor. Klagers kopen een appartement dat volgens de verkoopbrochure een woonoppervlak heeft van 71 m². De opmeting van
DE COMMISSIE GEDRAGSCODE BOUWEND NEDERLAND
60004 DE COMMISSIE GEDRAGSCODE BOUWEND NEDERLAND heeft het volgende overwogen en beslist omtrent het op 21 februari 2013 binnengekomen verzoek van de besloten vennootschap SCHIJF BOUW B.V., gevestigd te
vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad vanstate 201108441/1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het
De heer S., aangesloten makelaar, verbonden aan [naam makelaarskantoor], [adres] beklaagde.
Taxatie. Onjuiste Taxatiewaarde. Belangenbehartiging opdrachtgever. Ongepast optreden. Klager en zijn (ex-)echtgenote hebben beklaagde in het kader van hun echtscheiding gevraagd hun woning te taxeren.
Optie en bod. Onderhandelen met meerdere gegadigden.
Optie en bod. Onderhandelen met meerdere gegadigden. Klager was geïnteresseerd in een woning. Hij verwijt de verkopend makelaar dat het appartement aan een derde is verkocht terwijl klager het eindbod
11-521 RvT Zwolle. Taxatie als deskundige. Noodzaak van plaatselijke bekendheid.
11-521 RvT Zwolle DE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM. -------------------------------------------------------------------------------------------------------
het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.
Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,
CR 09/2280 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.
CR 09/2280 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Informatie aan niet-opdrachtgever. Verleggen van bemiddelingskosten naar de andere
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM Het college heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 13 maart 2007 binnengekomen klacht van: A, verblijvende te B, k l a g e r,
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant,
Raad vanstate 200700246/1. Datum uitspraak: 6 juni 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant, tegen de uitspraak in zaak
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.0691 (013.06) ingediend door: hierna te noemen klaagster, tegen: hierna te noemen verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
Raad vanstate 201113051/1/V3. Datum uitspraak: 30 december 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep
DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM 16 FEBRUARI 2011
CR 10/2355 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM 16 FEBRUARI 2011 Onjuiste samenstelling raad van toezicht. Oud en nieuw Reglement Tuchtrechtspraak
X wonende te Y, appellant, tegen het college van bestuur van de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans verweerder,
Zaaknummer: 1995/155 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 21 december 1995 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans Trefwoorden: Auditor, inschrijving,
