Tweede Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Lander Hendriks
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Spoor: vervoer- en beheerplan Nr. 416 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 29 mei 2013 Bij brief van 12 april 2013 heeft de Vaste Kamercommissie I&M mij verzocht om een brief inzake mijn visie op het eigendom en beheer van stations. Met deze brief ga ik hierop in. De aanleiding voor uw verzoek is gelegen in het AO Spoor van 2 april jl. (Kamerstuk , nr. 414) waarbij de positie van regionale vervoerders op de stations, in bijzonder de non-discriminatoire toegang tot voorzieningen en levering van diensten, alsmede het toezicht daarop aan de orde kwamen. De brief is als volgt opgebouwd. Als eerste schets ik het huidige kader rondom de stations. Vervolgens ga ik in op de ontwikkelingen rondom de regionale stations langs de decentrale lijnen vanaf 2009, de betekenis van de implementatie van het 1 e EU Spoorpakket en uw specifieke vragen omtrent het 4 e EU Spoorpakket. Tenslotte ga ik in op hetgeen in het kader van de Lange Termijn Spooragenda rondom de stations nog meer aan de orde komt. Ik sluit af met mijn conclusies. Kader In 1995 hebben de Staat en NS in «Over de Wissel» contractuele afspraken gemaakt over de verzelfstandiging van NS. Daarbij werd binnen het NS-concern een splitsing tussen de taak- en de marktsector aangebracht door scheiding van infrastructuur en exploitatie. In dat kader zijn ook afspraken gemaakt over de verdeling van eigendom, exploitatierechten en beheer van stations («Definitie Zeggenschap Infrastructuur» ofwel «DZI»). De DZI onderscheidt drie typen «infrastructuur»: 1 Railverkeers- en vervoersinfrastructuur (RVVI). Hieronder vallen de rails met bijbehorende voorzieningen, stationstunnels en de perrons. kst ISSN s-gravenhage 2013 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr
2 Het eigendom van de RVVI berust bij Railinfratrust maar ProRail heeft de feitelijke zeggenschap hierover («economisch eigenaar»). 2 Infrastructuur met gemengde functies. Kenmerk hiervan is dat deze zowel voor de transfer van reizigers als voor commerciële activiteiten benut wordt. Hieronder vallen onder meer de stationsgebouwen. Het eigendom hiervan berust bij NS. 3 Vastgoed. Dit betreft alle gebouwen rondom de stations die alleen voor commercieel gebruik bedoeld zijn. Het eigendom hiervan berust bij NS. Dit valt verder buiten het kader van deze brief. Naast de verdeling van de eigendom, kent de DZI aan NS een aantal rechten toe op de stations. Onderstaand worden deze schematisch weergegeven. Rechten NS op stations Hierbij dient ProRail er op toe te zien dat de transferfunctie gewaarborgd is bij de uitoefening van het recht op commerciële exploitatie door NS. Tenslotte zijn er in de DZI afspraken gemaakt over het «dagelijks beheer» van de stations. Hieronder wordt ondermeer verstaan: onderhoud, schoonmaak, energievoorziening en sociale veiligheid. Het dagelijks beheer van het gehele station (RVVI + gemengde infrastructuur) is in in het kader van uniforme uitstraling van het station naar de reiziger toe in 1995 bij NS belegd. ProRail betaalt NS een jaarlijkse bijdrage voor het beheer van de RVVI en het deel van de gemengde infrastructuur dat een transferfunctie vervult. Met de inwerkingtreding van de Spoorwegwet in 2005 is ook publiekrechtelijk een aantal aspecten gereguleerd die de stations aangaan. De Spoorwegwet en de daarmee verbonden beheerconcessie regelen de rechten en plichten van ProRail om de hoofdspoorweginfrastructuur te beheren en waar nodig aan te passen. Onderdeel van deze hoofdspoorweginfrastructuur zijn ook de transfervoorzieningen op stations bestaande uit perrons, tunnels, trappen, liften, hellingbanen en loopbruggen. Financiering van het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur geschiedt voor het grootste deel vanuit het Infrastructuurfonds en voor een klein deel vanuit de gebruiksvergoeding van vervoerders. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr
3 Daarnaast stelt de Spoorwegwet eisen aan de rechthebbende ten aanzien van de stations 1 (bv. NS als eigenaar van het stationsgebouw). Deze dient ervoor zorg te dragen dat reizigers, gehandicapten daaronder begrepen, via de in het station aanwezige hallen, tunnels, trappen en liften, met logische en overzichtelijke routes, een veilige en adequate toegang hebben tot perrons en spoorvoertuigen. Indien dit in het geding komt of dreigt te komen, geeft de Staatsecretaris aan de betrokken rechthebbende een bindende aanwijzing ter waarborging van die toegang. Tevens kan de Staatssecretaris aan de betrokken rechthebbende een bindende aanwijzing geven met betrekking tot fysieke voorzieningen ter bevordering van de sociale veiligheid op de stations. Desgevraagd adviseert ProRail de Staatssecretaris hierover. Evaluatie Spoorwetgeving 2009 In de evaluatie van de spoorwetgeving in 2009 kwam een aantal knelpunten naar voren op regionale stations waar andere personenvervoerders dan NS halteren. De regionale vervoerders gaven aan dat ze geen mogelijkheden hadden om op de stations waar ze stoppen een eigen huisstijl aan te brengen om zich te kunnen profileren. Daarnaast gaven decentrale overheden en regionale vervoerders aan dat NS onvoldoende meewerkte aan nieuwe ontwikkelingen op regionale stations en aan het beschikbaar stellen van ruimtes voor activiteiten van regionale vervoerders. Het toenmalig kabinet vond deze situatie op de regionale stations onwenselijk en heeft daarom met NS afspraken gemaakt om de positie van de decentrale overheden en regionale vervoerders te versterken. Deze afspraken betroffen: 1. de profilering van regionale vervoerders; 2. commerciële activiteiten op de regionale stations; 3. de beschikbaarstelling van voorzieningen en diensten aan regionale vervoerders Profilering regionale vervoerders Regionale vervoerders hebben de mogelijkheid tot profilering met hun eigen huisstijl in de transferruimte op alle stations waar ze komen. Dit betekent dat ze hun eigen logo s kunnen aanbrengen waarmee ze voor de reiziger herkenbaar zijn als regionale vervoerder voor een decentrale lijn. Op de regionale stations waar NS in het geheel niet meer halteert, heeft NS haar logo s in de transferruimte verwijderd. Op die stations kunnen de regionale vervoerders, naast het aanbrengen van hun eigen logo s, tevens kaartautomaten en vertrekstaten in eigen huisstijl neerzetten. Deze stations kunnen daarmee volledig in stijl van de decentrale lijn worden gebracht, hetgeen ook aan de reiziger duidelijkheid geeft. Voorbeelden van stations met aangepaste huisstijl zijn ondermeer station Harlingen-Haven en Groningen-Europapak. Commerciële activiteiten op de regionale stations Het recht op commerciële exploitatie van de perrons en de tunnels («RVVI») berust bij NS. Omdat NS op een aantal decentrale lijnen en de daaraan gelegen stations geen vervoerdiensten aanbiedt (ca. 100 stations), is afgesproken dat NS voor die stations ruimte creëert voor de decentrale overheden om, gedurende de looptijd van de regionale vervoerconcessie waarvoor zij concessieverlener zijn, actief en zelfstandig 1 Artikel 26 Spoorwegwet Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr
4 commerciële activiteiten te bevorderen en te (laten) uitoefenen (bv. door de regionale vervoerder). NS vraagt hiervoor een symbolische vergoeding van 1 euro per looptijd van de regionale concessie. Een aantal regionale stations beschikt ook over een eigen stationsgebouw dat leeg staat of waarbinnen geen commerciële activiteiten (meer) plaatsvinden. NS is eigenaar van deze gebouwen. Afgesproken is dat NS het initiatief neemt om de commerciële exploitatie van deze stationsgebouwen actief te bevorderen. Beschikbaarstelling van voorzieningen en diensten aan regionale vervoerders NS heeft in 2010 een serviceportfolio opgesteld om beter inzicht te geven in de voorzieningen en diensten waarvoor regionale vervoerders bij NS terecht kunnen en welke voorwaarden daarbij gelden (bv de huur van ruimte op het station). Het toenmalig kabinet vond dit een goede eerste stap maar wilde met aanvullende regulering waarborgen dat de non-discriminatoire beschikbaarstelling van de meest noodzakelijke diensten en voorzieningen, ook publiekrechtelijk goed zou komen vast te liggen. Beoogd werd dit met het opstellen van een Amvb te regelen waarbij ook de rol van de toenmalige Nma (inmiddels ACM 2 ) zou worden versterkt. Ten tijde van de voorbereiding startte de zogenaamde Recast (herschikking) van het 1 e EU Spoorpakket die expliciet keek naar de toegang tot voorzieningen en de levering van diensten daarin. Besloten werd om de uitkomsten hiervan af te wachten om hierop aan te kunnen sluiten. Implementatie richtlijn tot instelling van één Europese spoorwegruimte 3 Inmiddels heeft de hierboven genoemde herschikking van het 1 e EU Spoorpakket geresulteerd in de op 15 december 2012 in werking getreden Europese richtlijn tot instelling van één Europese spoorwegruimte. Door deze herschikking worden de drie betrokken «oude» richtlijnen 4 geconsolideerd, vereenvoudigd en op enkele punten aangescherpt. Ik werk op dit moment aan de implementatie van deze nieuwe richtlijn in de Spoorwegwet en de daaronder liggende lagere regelgeving, die in juni 2015 moet zijn afgerond. Met de implementatie zal op een aantal punten duidelijk scherpere voorwaarden worden gesteld aan de non-discriminatoire toegang voor vervoerders tot voorzieningen en leveringen van diensten. Dit betreft ook voorzieningen op stations, zoals bijvoorbeeld de stationsgebouwen en andere voorzieningen op stations, met inbegrip van de weergave van reisinformatie en passende locaties voor diensten in verband met kaartverkoop. De aanscherping betreft in het bijzonder de verplichting voor de exploitanten van de betreffende voorzieningen om deze voor alle vervoerders die hiervan gebruik willen maken ter beschikking te stellen tegen transparante en non-discriminatoire voorwaarden, waarbij de gehanteerde tarieven niet hoger mogen zijn dan de kostprijs, vermeerderd met een redelijke winst. Verzoeken van vervoerders voor toegang tot deze voorzieningen moeten door de betreffende exploitant van de voorziening 2 Autoriteit Consument & Markt /34/EU 4 91/440/EEG betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap, 95/18/EG betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen en 2001/14/EG inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr
5 binnen een door de ACM nader vast te stellen redelijke termijn worden beantwoord. Dergelijke verzoeken mogen slechts worden afgewezen wanneer er sprake is van levensvatbare alternatieven, en de exploitant moet een eventuele weigering van de toegang waar het bijvoorbeeld de voorzieningen op stations betreft dan ook altijd schriftelijk motiveren en daarbij verwijzen naar de beschikbare levensvatbare alternatieven. Verzoeker kan onder omstandigheden ook via een klacht ACM verzoeken een passend deel van de capaciteit gegund te krijgen. Teneinde te voorkomen dat beschikbare voorzieningen waarvoor bij vervoerders interesse is desondanks ongebruikt blijven, is bovendien de verplichting voor de exploitant opgenomen om een voorziening, die tenminste twee opeenvolgende jaren niet is gebruikt (en waar geen sprake is van een lopend reconversieproces) en waarnaar wel aantoonbaar behoefte is bij vervoerders, geheel of gedeeltelijk te huur of voor lease aan te bieden. Met de implementatie van de richtlijn zal de rol van de ACM als toezichthouder worden versterkt. Hierover voer ik ook overleg met de ACM. Daarbij zullen de uitkomsten van de actualisatie van de marktscan personenvervoer per quick scan door de ACM worden betrokken, conform de motie Van Veldhoven en de Rouwe (Kamerstuk , nr. 404). 4 e Spoorpakket Het 4 e Spoorpakket bevat geen voorstellen voor nadere regelgeving voor het eigendom, de exploitatie, het beheer van en toegang tot stations. Wel zal in de aangekondigde impactstudie naar de effecten van het 4 e Spoorpakket voor de Nederlandse spoorsector ook worden gekeken naar de te verwachten effecten op stations. Bekeken wordt in hoeverre de huidige taakverdeling op stations past binnen de verschillende implementatiemodellen van het 4 e Spoorpakket en welke aandachtspunten daarbij naar voren komen. De impactstudie zal uw Kamer voor de zomer worden toegezonden. Lange Termijn Spooragenda NS en ProRail hebben naar aanleiding van eigen onderzoek in 2012 geconcludeerd dat de onderlinge samenwerking op stations niet optimaal loopt. Ik heb uw Kamer eerder over dit onderzoek geïnformeerd in het kader van de Lange Termijn Spooragenda (Kamerstuk , nr. 333). In het traject van de Lange Termijn Spooragenda onderzoeken NS en ProRail op dit moment hoe de samenwerking op de stations beter kan en of daar wijzigingen in de huidige taakverdeling tussen beide partijen voor noodzakelijk zijn. De uitkomsten daarvan vormen onderdeel van de Verbeteraanpak en komen einde van dit jaar beschikbaar. Conclusies Ik ben op diverse vlakken bezig om knelpunten en ontwikkelingen rondom de stations aan te pakken. Met de implementatie van de Europese richtlijn tot instelling van één Europese spoorwegruimte zet ik een belangrijke stap om duidelijke en scherpere voorwaarden voor toegang tot voorzieningen en levering van diensten voor (o.a. regionale) vervoerders op de stations te scheppen. Daarbij zal de rol van de ACM overeenkomstig de richtlijn als toezichthouder worden versterkt. Daarnaast bezie ik de huidige rolverdeling op de stations vanuit twee invalshoeken. Enerzijds de impactstudie naar de effecten van het 4 de Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr
6 Spoorpakket. Anderzijds het onderzoek van NS en ProRail zelf hoe de samenwerking op de stations kan worden verbeterd. Op basis hiervan besluit ik aan het einde van dit jaar of er aanpassingen noodzakelijk zijn. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 27 482 Nieuwe algemene regels over de aanleg, het beheer, de toegankelijkheid en het gebruik van spoorwegen alsmede over het verkeer over spoorwegen
Hierbij beantwoord ik de vragen van het lid Van Helvert (CDA) over het station in Eijsden.
> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456 0000 F 070-456
provinsje fryslân provincie fryslân
Heerenveen provinsje fryslân provincie fryslân Provinciale Staten van Fryslân postbus 20120 8900 hm leeuwarden tweebaksmarkt 52 telefoon: (058) 292 59 25 telefax: (058) 292 5125 ;vvsv.fryslan.ni [email protected]
Beoordeling van gevolgen van veranderingen in de posities van relevante partijen op stations
Beoordeling van gevolgen van veranderingen in de posities van relevante partijen op stations Eindrapport Opdrachtgever: Ministerie van Infrastructuur en Milieu Rotterdam, 2 juli 2014 Beoordeling van gevolgen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan Nr. 313 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 29 893 Veiligheid van het railvervoer Nr. 198 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 9 Wet van 19 november 2014 tot wijziging van de Spoorwegwet en de Wet personenvervoer 2000 in verband met een tweede tranche van uitvoeringsmaatregelen
houdende aanwijzing hogesnelheidsnet en vaststelling van regels voor HSLheffing 2015 (Besluit HSL-heffing 2015)
Besluit van houdende aanwijzing hogesnelheidsnet en vaststelling van regels voor HSLheffing 2015 (Besluit HSL-heffing 2015) Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van, nr.
4 e spoorpakket. Masja Stefanski. Directie Openbaar Vervoer en Spoor
4 e spoorpakket Masja Stefanski Directie Openbaar Vervoer en Spoor 16 mei 2013 Inhoudsopgave 1. Historie Europese spoorregelgeving 2. Nederlandse spoormarkt en Lange termijn spooragenda 3. Inhoud 4 de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 553 Regels omtrent de Kamer van Koophandel (Wet op de Kamer van Koophandel) Nr. 18 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 17 december
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018. 2500 EA Den Haag
> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directoraat-Generaal Wonen en Bouwen Directie Woningmarkt Turfmarkt
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 200 XII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 1999
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 22 026 Nederlands deel van een hogesnelheidsspoorverbinding Amsterdam Brussel Parijs en Utrecht Arnhem Duitse grens Nr. 237 BRIEF VAN DE MINISTER
Het is noodzakelijk om dit proces zorgvuldig te doorlopen en de rapportages en het voorstel voor het alternatief zorgvuldig te beoordelen.
> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456
Bijlage 10.4 Toelichting nieuwe systematiek gebruiksvergoeding
Bijlage 10.4 Toelichting nieuwe systematiek gebruiksvergoeding Het document Gebruiksvergoeding op het spoor van 29 juni 2012 beschrijft de systematiek die ProRail heeft ontwikkeld 1 voor het vaststellen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 34 010 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet medezeggenschap op scholen en de Wet voortgezet onderwijs
Overeenkomst inzake het uitbreiden van de NS-Dienstregeling in de nacht tussen Haarlem en Amsterdam
Overeenkomst inzake het uitbreiden van de NS-Dienstregeling in de nacht tussen Haarlem en Amsterdam Tussen NS Reizigers B.V. en Gemeente Haarlem De ondergetekenden: 1. De besloten vennootschap met beperkte
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 29 304 Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van
Antwoord 1 Ja. Schiedam Centrum is een van de regionale knooppunten, vergelijkbaar met stations als Rotterdam Blaak en Rotterdam Alexander:
> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 561 Structuurvisie Windenergie op Zee (SV WoZ) 34 508 Regels omtrent windenergie op zee (Wet windenergie op zee) Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen Nr. 172 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 4 maart 2016 De vaste commissie voor Onderwijs,
Art. Opmerking ACM Spoorwegwet Beoordeling IenM 17, 1ste lid, d 57, 3e lid 57, 5e lid 58, 1ste lid
Art. Opmerking ACM Spoorwegwet Beoordeling IenM 17, 1ste lid, d De relatie met artikel 70, tweede lid, waarin het toezicht door ACM op naleving hiervan is geregeld. ACM vraagt zich af of artikel 17, eerste
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2002 2003 Nr. 234 28 887 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de in beginsel tijdelijke invoering van een omzetbelastingregeling
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 883 Wijziging van de Wet milieubeheer (verbetering kostenvereveningssysteem in titel 15.13) Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE
Datum 18 juni 2015 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over deurwaarders ziedend zijn over het daltarief van het CJIB
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 4831 14 maart 2012 Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 5 maart 2012, nr. IENM/BSK-2012/23596, tot
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid op weg naar 2020 Nr. 54 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der
Uitkomst besluitvorming Zwolle - Herfte
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456 0000 F 070-456 1111 Getypt door / paraaf H.C.
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 31 936 Luchtvaartnota D VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 27 augustus 2014 Ordening 1 hebben kennis genomen van het voorgehangen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 3 88 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid Nr. 304 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 362 Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten, teneinde te voorkomen dat zorgverzekeraars zelf zorg verlenen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het
Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 29 453 Woningcorporaties Nr. 217 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 184 Wijziging van de Wet personenvervoer 2000 en enige andere wetten ter uitvoering van verordeningen 1071/2009/EG, 1072/2009/EG en 1073/2009/EG
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 936 Luchtvaartbeleid Nr. 258 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
