Jaaroverzicht fatale woningbranden 2018
|
|
|
- Roeland Wouters
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Jaaroverzicht fatale woningbranden 2018 De Brandweeracademie is onderdeel van het Instituut Fysieke Veiligheid.
2 Instituut Fysieke Veiligheid Brandweeracademie Postbus HA Arnhem Colofon Brandweeracademie (2019). Jaaroverzicht fatale woningbranden Arnhem: Instituut Fysieke Veiligheid. Opdrachtgever: Instituut Fysieke Veiligheid Contactpersoon: Rijk van den Dikkenberg Titel: Jaaroverzicht fatale woningbranden 2018 Datum: 21 maart 2019 Status: Definitief Versie: 1.0 Auteur: Margo Karemaker Projectleider: Rijk van den Dikkenberg Review: Margrethe Kobes Eindverantwoordelijk: René Hagen Jaaroverzicht fatale woningbranden /21
3 Inhoud Inleiding 4 1 Brandkenmerken Brandoorzaken en voorwerp waarin brand ontstaat Ruimte waarin brand ontstaat Momenten van ontstaan, van melden en opkomsttijd Dynamiek van brand en versnellende factoren 9 2 Gebouwkenmerken Type woning Bouwjaar en eigendomssituatie Rookmelders Stand van binnendeuren Invloed van bouwkundige kenmerken 13 3 Menskenmerken Aantal aanwezigen, ontvluchting en redding Woonsituatie, geslacht en leeftijd Mate van zelfredzaamheid Ontdekken van de brand en eerste reactie Locatie van slachtoffers Moment van aantreffen en situatie van slachtoffer Moment en omstandigheid van overlijden 20 3/21
4 Inleiding De Brandweeracademie van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) verzamelt structureel data over fatale woningbranden in Nederland. Daarbij werkt de Brandweeracademie samen met de bij de betreffende branden betrokken brandweerkorpsen en teams brandonderzoek. Zij leveren aan de hand van een vragenlijst de gegevens over de fatale woningbranden. De respondenten worden benaderd op basis van informatie uit persberichten over een fatale woningbrand in hun regio. Daardoor worden ook de fatale woningbranden in kaart gebracht waarbij de brandweer geen hulp heeft verleend, bijvoorbeeld omdat de brand bij het ontdekken al gedoofd was. De volgende definitie van een fatale woningbrand wordt gehanteerd: Een fatale woningbrand is een brand waarbij dodelijke slachtoffers als gevolg van brand zijn te betreuren, die heeft plaatsgevonden in een gebouw met een woonfunctie of in een ander woongerelateerd object 1 en niet door opzet is veroorzaakt 2. In 2018 hebben 45 woningbranden met dodelijke afloop plaatsgevonden. Bij 30 branden, met in totaal 33 dodelijke slachtoffers, is sprake van een fatale woningbrand. Deze fatale woningbranden hebben plaatsgevonden in achttien verschillende veiligheidsregio s. Bij dertien branden is sprake van woningbrand als gevolg van opzettelijke brandstichting en deze branden vormen daarmee geen onderdeel van de analyse van fatale woningbranden Bij twee woningbranden zijn de slachtoffers aan een (bewezen) natuurlijke dood overleden. Type woningbrand Aantal branden Aantal doden Fatale woningbrand Woningbrand na natuurlijke dood 2 2 Woningbrand als gevolg van opzettelijke brandstichting Totaal In de hoofdstukken 1 tot en met 3 zijn de gegevens over respectievelijk de brandkenmerken, gebouwkenmerken en menskenmerken van de fatale woningbranden in 2018 weergegeven 3. 1 Als criterium voor woonfunctie / woongerelateerd geldt dat er sprake moest zijn van min of meer permanente bewoning en van bekendheid van het slachtoffer met de omgeving. Fatale woningbranden in verzorgingstehuizen zijn zodoende meegenomen in het onderzoek, maar branden in (bijvoorbeeld) ziekenhuizen niet. Fatale woningbranden in stacaravans, woonboten en schuren (mits behorend bij een woning) zijn ook in het onderzoek meegenomen. 2 Dit zijn de woningbranden met fatale afloop waarvoor vaststaat dat geen sprake was van brandstichting, moord of zelfmoord. Onder brandstichting wordt hier moedwillige brandstichting door toerekeningsvatbare volwassenen verstaan. Uitgesloten zijn bijvoorbeeld branden die door spelende kinderen of verwarde volwassenen zijn veroorzaakt. Met opzet veroorzaakte woningbranden met fatale afloop zijn eveneens van het onderzoek uitgesloten. 3 De percentages zijn weergegeven in afgeronde getallen, waardoor de optelsom van de percentages in de figuren niet overal 100% is. Jaaroverzicht fatale woningbranden /21
5 1 Brandkenmerken 1.1 Brandoorzaken en voorwerp waarin brand ontstaat In 2018 is bijna twee derde van de fatale woningbranden ontstaan door menselijk handelen (60%), waarbij onvoorzichtigheid bij roken (33%) de meest voorkomende brandoorzaak is, gevolgd door de brandoorzaak koken (13%). In de categorie anders valt een brand die is ontstaan tijdens drugsbereiding met vluchtige vloeistoffen; de ontstekingsbron van deze brand is onbekend. Ongeveer een derde (30%) van alle fatale woningbranden is ontstaan door een technische oorzaak in elektrische apparatuur. Van 10% van alle fatale woningbranden is de oorzaak niet bekend. Brandoorzaken Roken Technische oorzaak apparatuur n=10; 33% n=9; 30% Koken Oververhitting/aanstraling Menselijk handelen, anders Spelen met vuur n=4; 13% De meeste fatale woningbranden ontstaan in kleding/textiel (27%) en in elektrische apparaten (23%). Van ongeveer één op de tien fatale woningbranden is niet bekend in welk voorwerp de brand is ontstaan. 5/21
6 Voorwerp waarin brand ontstaat Kleding/textiel Elektrisch apparaat Bed/matras n=6; 20% n=7; 23% n=8; 27% Stoel/bank Meubilair Anders n=4; 13% De elektrische apparaten waarin brand is ontstaan zijn een wasmachine, fornuis, laptop, broodrooster, radio, stekkerdoos, lamp en airfryer. Bij de brand in de categorie anders was sprake van brand ontstaan in diverse dozen met spullen. 1.2 Ruimte waarin brand ontstaat De meeste branden zijn ontstaan in de (woon-/)slaapkamer (43%). Verder ontstaan de fatale woningbranden vooral in de woonkamer (27%) en keuken (20%). Jaaroverzicht fatale woningbranden /21
7 1.3 Momenten van ontstaan, van melden en opkomsttijd De meeste fatale woningbranden vonden in 2018 plaats op woensdag (23%) en donderdag (20%). Dag van de week Zondag; n=5; 17% Maandag; n=5; 17% Donderdag; n=6; 20% Woensdag; n=7; 23% Ongeveer één op de vijf fatale woningbranden heeft in april plaatsgevonden. Maand van het jaar Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December n=4; 13% n=5; 17% De helft van de branden is binnen 15 minuten na het (vermoedelijke) moment van ontstaan gemeld, waarvan 23% zelfs binnen 5 minuten. Van een klein deel (7%) van de fatale woningbranden kon geen inschatting gemaakt worden van het moment van ontstaan. 7/21
8 Vermoedelijk moment van ontstaan n=10; 33% n=2; 7% 10% n=7; 23% n=8; 27% 1-5 minuten voor de melding aan de brandweer 5-15 minuten voor de melding aan de brandweer minuten voor de melding aan de brandweer Meer dan 30 minuten voor de melding aan de brandweer De meeste fatale woningbranden zijn aan de brandweer gemeld tussen 02:00 en 06:00 uur en tussen en uur (beiden 27%). Verder zijn er nauwelijks branden overdag (tussen en uur) gemeld. Tijdstip van melding (in klokuren) n=8; 27% n=4; 13% n=8; 27% uur uur uur uur uur uur n=7; 23% Bij bijna een kwart van de fatale woningbranden in 2018 is de opkomsttijd 4 niet bekend. Bij de overige fatale woningbranden varieert de opkomsttijd tussen 5 en 21 minuten. De gemiddelde opkomsttijd is 8,6 minuten (sd = 3,7). Bij 61% van de fatale woningbranden waarvan de opkomsttijd bekend is, arriveert de brandweer binnen 8 minuten na melding. 4 De opkomsttijd is de tijd tussen het tijdstip van de melding en het tijdstip van de aankomst op het brandadres. Jaaroverzicht fatale woningbranden /21
9 Opkomsttijd (in minuten) n=7; 23% 10% n=4; 13% 4-5 minuten 5-6 minuten 6-7 minuten 7-8 minuten 8-9 minuten n=2; 7% 10% n=2; 7% n=2; 7% n=5; 17% 9-10 minuten minuten minuten minuten 1.4 Dynamiek van brand en versnellende factoren Bij ruim een kwart van de fatale woningbranden in 2018 (30%) is aangegeven dat de brand bij aankomst van de brandweer al uit was: in zes gevallen is de brand gesmoord, in twee gevallen is de brand geblust en bij een brand is de wijze van doven onbekend. Bij de overige fatale woningbranden (70%) woedde de brand nog bij aankomst van de brandweer. Van de gesmoorde en gebluste branden is de brand in zes van de acht gevallen beperkt gebleven tot de ruimte waarin de brand is ontstaan en van twee branden is niet bekend wat de situatie was bij aankomst van de brandweer. De brand waarvan de wijze van doven onbekend is, is beperkt gebleven tot de ruimte van ontstaan. Inclusief de eindsituatie van de gesmoorde en gebluste branden, was meer dan de helft fatale woningbranden bij aankomst van de brandweer beperkt tot de ruimte waarin de brand is ontstaan (60%). 5 Bij bijna de helft van deze branden was de brand zelfs beperkt tot het voorwerp waarin de brand is ontstaan. Na aankomst van de brandweer heeft de brand zich in één geval verder uitgebreid van een brand die woedde binnen de ruimte van ontstaan naar een brand buiten de ruimte van ontstaan, maar beperkt tot één verdieping. Een andere brand heeft zich na aankomst van de brandweer uitgebreid van een brand die woedde buiten de ruimte van ontstaan naar een brand die woedde buiten het compartiment. De rook was bij aankomst van de brandweer in de meeste gevallen (43%) buiten het compartiment gekomen. 5 Inclusief de fatale woningbranden die beperkt waren tot het voorwerp waarin de brand is ontstaan. 9/21
10 Situatie bij aankomst Brandontwikkeling Rookverspreiding n=6; 20% 10% n=10; 33% n=8; 27% n=13; 43% 10% n=4; 13% n=9; 30% Het voorwerp waarin de brand ontstond Binnen de ruimte waarin de brand ontstond Buiten de ruimte van ontstaan, maar beperkt tot één verdieping Over meerdere verdiepingen en/of binnen het compartiment (de woning) Buiten het compartiment (de woning) waarin de brand ontstond Totaal onbekend Bij een grote meerderheid (83%) van de fatale woningbranden was een factor aanwezig die de brand versnelde. De meest genoemde versnellende factoren zijn schuimrubber in banken, stoelen en matrassen (56%), gevolgd door een hoge vuurlast (12%), brandbare vloeistoffen/dampen (12%) en brandbare vloer-/wand-/plafondbekleding (12%). Een andere brand versnellende factor is licht ontvlambaar textiel. Bij iets meer dan de helft van de fatale woningbranden (53%) was er een factor aanwezig die heeft geleid tot een grote rookontwikkeling. Bij 7% van de gevallen was dit niet bekend. In de meeste gevallen is schuimrubber in banken, stoelen en matrassen (69%) genoemd als de factor van grote rookontwikkeling. In andere gevallen is sprake van grote rookontwikkeling door overige kunststof/synthetische materialen (13%), ventilatie/open deur/lay-out (13%) of zuurstofgebrek (6%). Jaaroverzicht fatale woningbranden /21
11 2 Gebouwkenmerken 2.1 Type woning Het aantal fatale woningbranden komt ongeveer even vaak voor in eengezinswoningen als in appartementen. Wel valt op dat het aantal fatale woningbranden in geschakelde woningen het meeste voorkomt (33%). De fatale woningbranden in appartementen vinden vooral plaats in een galerijflat met inpandige/gesloten galerij (20%). Type woning Niet vrijstaande woning n=10; 33% Galerijflat met inpandig/gesloten galerij Galerijflat met open galerij Portiekflat Vrijstaande woning Recreatiewoning van steenachtig materiaal Recreatiewoning met lichte bouwconstructie Anders n=6; 20% n=4; 13% Bij bijna een kwart van de fatale woningbranden is er sprake van wonen met zorg, zowel met 24-uurszorg (13%) als met thuiszorg (10%). 2.2 Bouwjaar en eigendomssituatie Iets minder dan de helft van de fatale woningbranden (43%) vond plaats in een huurwoning, waarbij doorgaans (37%) sprake is van sociale huur. In geen van de gevallen was sprake van kamerverhuur of was dit onbekend (10%). Bij een derde van de fatale woningbranden (33%) is sprake van een koopwoning en in zeven gevallen (23%) is de eigendomssituatie niet bekend. Van de meerderheid van de woningen (80%) is het bouwjaar bekend. De meeste woningen (30%) zijn gebouwd in de periode van 1945 tot en met Acht woningen zijn gebouwd onder het regime van het Bouwbesluit (na 1992). 11/21
12 Bouwjaar n=9; 30% n=6; 20% n=6; 20% n=4; 13% Voor of later 2.3 Rookmelders Bij iets minder dan de helft van de fatale woningbranden (43%) was een rookmelder aanwezig, die in alle gevallen functioneerde. De belangrijkste (combinatie van) redenen dat het slachtoffer de brand toch niet heeft overleefd, zijn in brand geraakte kleding van het slachtoffer, hevige rookontwikkeling, een gesloten binnendeur in de brandruimte en een verminderd zelfredzaam slachtoffer. In drie gevallen is niet bekend of de rookmelder in werking is getreden. In vier gevallen waren de rookmelders onderling gekoppeld en in vijf gevallen was er een automatische doormelding naar een alarmcentrale. Rookmelders 10% Aanwezig en functionerend Niet aanwezig Aanwezigheid onbekend n=14; 47% n=13; 43% Jaaroverzicht fatale woningbranden /21
13 2.4 Stand van binnendeuren In de meeste gevallen (53%) stond de deur van de brandruimte bij aankomst van de brandweer open, in iets minder dan de helft (43%) van de gevallen was de deur dicht en in één geval is niet bekend of de deur van de brandruimte open of dicht was. Stand van de deur van ruimte slachtoffer 10% Open Dicht n=13; 43% n=14; 47% Ook de deur van de ruimte waarin de slachtoffers zijn aangetroffen, stond in vrijwel evenveel gevallen open (47%) als dicht (43%); in de drie gevallen (10%) is niet bekend of de deur open of dicht was. 2.5 Invloed van bouwkundige kenmerken Bij vier fatale woningbranden heeft het type isolatiemateriaal (waarvan twee keer EPS, twee keer een ander type isolatie) invloed gehad op de brand- en/of rookontwikkeling. In drie gevallen werkte de isolatie brand-/rookuitbreidend en één keer brand-/rookbeperkend. De constructie heeft in vier gevallen een uitbreidende invloed gehad: in drie gevallen ging het om een houtconstructie en in één geval om een betonconstructie. Een houten vloerconstructie heeft bij twee fatale woningbranden gezorgd voor een uitbreiding van de brand- en of rookontwikkeling. In twee gevallen heeft de toepassing van enkel glas een uitbreidende invloed gehad. In twee andere gevallen heeft de toepassing van meervoudig (isolatie)glas een beperkende invloed gehad op de brand- en/of rookontwikkeling. Verder heeft in drie gevallen de gasinstallatie een uitbreidende werking gehad, in twee gevallen het type verwarming, in één geval een elektrische installatie en in één geval gesloten rolluiken. 13/21
14 n=4; 13% n=4; 13,3% n=5; 17% Invloed van bouwmaterialen Ja, brand-/rookuitbreidend Ja, brand-/rookbeperkend In totaal hebben bouwkundige kenmerken bij drie fatale woningbranden (14%) voor een beperking van de brand- en of rookontwikkeling gezorgd en bij dertien fatale woningbranden (59%) hebben bouwkundige kenmerken gezorgd voor een uitbreiding van de brand- en of rookontwikkeling. Jaaroverzicht fatale woningbranden /21
15 3 Menskenmerken 3.1 Aantal aanwezigen, ontvluchting en redding In twee derde van de gevallen (67%) was het dodelijk slachtoffer 6 alleen in de woning aanwezig. In de overige gevallen waren twee (18%), negen (6%), vijf (3%) of een onbekend aantal (6%) personen aanwezig. Bij een op de vijf fatale woningbranden zijn aanwezigen zelfstandig gevlucht. In totaal zijn elf personen zelfstandig gevlucht, van wie drie later alsnog zijn overleden als gevolg van de brand en zeven personen gewond 7 zijn geraakt. Acht personen zijn in eerste instantie gered 8, maar zijn later als gevolg van hun verwondingen overleden. Tweeëntwintig personen zijn niet levend uit de woning gehaald. 3.2 Woonsituatie, geslacht en leeftijd De meeste slachtoffers (64%) zijn alleenstaand. In de overige gevallen is sprake van een meerpersoonshuishouden met kinderen (12%), meerpersoonshuishouden zonder kinderen (6%) of een institutioneel huishouden (6%). n=4; 12% n=5; 6% Woonsituatie n=2; 6% n=22; 64% Alleenstaand Meerpersoonshuishouden met kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Institutioneel huishouden 6 Een dodelijk slachtoffer is iemand die ten gevolge van de brand of ten gevolge van de verwondingen die hij of zij bij de brand heeft opgelopen, is overleden. Dat kan direct zijn, maar ook na weken of maanden. Hoewel het dan lastig is te achterhalen, is er nog wel steeds sprake van een branddode. Het tijdstip van overlijden is dan niet van belang. 7 Een gewonde is iemand die voor zijn verwonding is behandeld in het ziekenhuis. Het maakt daarbij niet uit of hij of zij is opgenomen of na de behandeling direct het ziekenhuis heeft verlaten. Personen die kleine verwondingen zoals schaafwonden, blauwe plekken en lichte ademhalingsproblemen hebben opgelopen, vallen niet in de categorie gewonden. 8 Een geredde is iemand die zonder deze redding in een slechtere conditie zou komen. De slechtere conditie kan veroorzaakt worden door brand (hitte, vuur), rook of bijvoorbeeld springen. Als mensen op een balkon of dak staan en uit voorzorg van het balkon of dak gehaald worden, is dat geen redding. Ook als mensen uit een niet door brand bedreigd brandcompartiment gehaald worden, is dat geen redding. 15/21
16 Leeftijd van slachtoffers n=11; 33% n=7; 21% n=5; 15% n=5; 15% n=2; 6% 9% 0-20 jaar jaar jaar jaar 81 jaar of ouder Bijna twee derde van de slachtoffers bij fatale woningbranden is man (61%). Bijna de helft van de slachtoffers (48%) is 61 jaar of ouder, waarvan ongeveer een derde (15%) ouder is dan 80 jaar. Van vijf slachtoffers is de leeftijd onbekend. 3.3 Mate van zelfredzaamheid Iets meer dan de helft (56%) van de slachtoffers van wie de mate van zelfredzaamheid 9 bekend is, is beperkt of niet zelfredzaam. Van één slachtoffer is de mate van zelfredzaamheid niet bekend. Mate van zelfredzaamheid n=7; 21% n=14; 42% Zelfredzaam Beperkt zelfredzaam Niet zelfredzaam n=11; 33% 9 De mate van zelfredzaamheid wordt bepaald door de mate van mobiliteit, zicht, gehoor en verstandelijk vermogen. Een persoon is verminderd (of beperkt) zelfredzaam als er sprake is van een beperking in mobiliteit, zicht of gehoor. Wanneer sprake is van een beperkt verstandelijk vermogen of een combinatie van beperkingen dan wordt een persoon als niet zelfredzaam aangeduid. Jaaroverzicht fatale woningbranden /21
17 Het aantal slachtoffers dat sliep op het moment van het ontstaan van de brand (52%), is ongeveer even hoog als het aantal slachtoffers dat wakker was (46%) op het moment van de brand. Van één slachtoffer is niet bekend of deze wakker was of niet ten tijde van het ontstaan van de brand. Vier slachtoffers (12%) waren op het moment van de brand vermoedelijk onder invloed van drank, drugs of medicijnen. Bij een derde (33%) was dit vermoeden er niet en bij iets meer dan de helft van de slachtoffers (55%) is dit niet bekend. 3.4 Ontdekken van de brand en eerste reactie In de meeste gevallen (37%) is de brand vermoedelijk 1 tot 5 minuten voor de melding ontdekt. In iets meer dan een kwart van de gevallen (27%) vond de melding binnen 1 minuut na het ontdekken plaats en hetzelfde aantal branden is vermoedelijk 5-15 minuten voor de melding ontdekt. In twee gevallen zaten er 15 minuten of meer tussen het moment van ontdekken en de melding. De meeste fatale woningbranden (37%) zijn ontdekt door het zien van brand en/of rook. Drie fatale woningbranden zijn ontdekt door het afgaan van een rookmelder en hetzelfde aantal branden is ontdekt door het horen van brandgeluiden. Andere redenen waardoor fatale woningbranden zijn ontdekt, zijn het ruiken van een brandlucht, zwart geblakerde ramen of het zien liggen van het slachtoffer in de woning. Wijze waarop de brand is ontdekt n=6; 20% n=11; 37% Door het zien van brand/rook Door het afgaan van een rookmelder Door het horen van brandgeluiden n=7; 23% 10% 10% Anders, namelijk De meeste fatale woningbranden zijn ontdekt door de buren (30%). Andere fatale woningbranden zijn ontdekt door het slachtoffer zelf (20%), medebewoners (13%), omstanders/voorbijgangers (10%), een branddetectie-installatie (10%), (thuis)zorgmedewerkers (7%) of de politie (7%). Van één fatale woningbrand is niet bekend door wie deze ontdekt is. 17/21
18 De eerste reactie na het ontdekken van de brand bestaat bij de helft van de fatale woningbranden (50%) uit het bellen van 112. Anderen hebben na het ontdekken van de brand eerst anderen gewaarschuwd (7%), een bluspoging uitgevoerd (7%), een reddingspoging 10 uitgevoerd (7%), zijn uit de woning gevlucht (7%) en in één geval is een poging gedaan om zichzelf te koelen (3%). Van een vijfde van de fatale woningbranden is de eerste reactie na het ontdekken van de brand onbekend. 3.5 Locatie van slachtoffers De slachtoffers zijn vooral aangetroffen in de (woon-/)slaapkamer 11 (42%). Iets meer dan de helft van de slachtoffers (52%) bevond zich in de ruimte waarin de brand is ontstaan. Bij vier van deze zeventien slachtoffers was de brand al geblust of gesmoord, in de overige gevallen woedde de brand nog. Van de zeventien slachtoffers die zijn aangetroffen in de ruimte waarin de brand is ontstaan, bevond het merendeel (n=10) zich in de (woon-/)slaapkamer. Anderen zijn uit de woonkamer (n=5) en keuken (n=2) gehaald. Zestien slachtoffers (49%) zijn in een andere ruimte aangetroffen dan waarin de brand is ontstaan. Bij negen van deze slachtoffers woedde de brand in een andere ruimte, maar op dezelfde verdieping als waar het slachtoffer zich bevond, bij drie slachtoffers woedde de brand op de onderliggende verdieping, bij een slachtoffer was de brand al geblust of gesmoord, en drie personen zijn gevonden buiten de woning waar de brand woedde. In totaal bevonden de meeste slachtoffers zich op de verdieping waar de brand woedde 12 (79%) of zelfs in de ruimte waar de brand woedde (52%). 10 Van mensen, dieren of eigendommen. 11 In drie van de veertien gevallen gaat het om een gecombineerde woon-/ slaapkamer of een woonkamer waarin ook geslapen wordt. 12 Inclusief de gevallen waarin de brand woedde in de ruimte waarin het slachtoffer is aangetroffen. Jaaroverzicht fatale woningbranden /21
19 Locatie brand ten opzichte van slachtoffer 9% n=9; 27% n=17; 52% In de ruimte waarin het slachtoffer is aangetroffen In een andere ruimte, maar op dezelfde verdieping waar slachtoffer zich bevond Op de verdieping onder het slachtoffer De brand was al geblust of gesmoord Anders, namelijk 3.6 Moment van aantreffen en situatie van slachtoffer Iets meer dan de helft van de slachtoffers (57%) is binnen 5 minuten na aankomst van de brandweer aangetroffen, waarvan zeven slachtoffers zelfs binnen 1 minuut. Moment dat slachtoffer is aangetroffen n=2; 6% 9% n=7; 21% Minder dan 1 minuut na aankomst van de brandweer 1-5 minuten na aankomst van de brandweer n=9; 27% 5-15 minuten na aankomst van de brandweer n=12; 36% Meer dan 30 minuten na aankomst van de brandweer In meer dan de helft van de gevallen (58%) was er bij aankomst van de brandweer op de locatie van het slachtoffer sprake van zware rookontwikkeling (zicht minder dan 5 meter). In ongeveer een kwart van de gevallen was sprake van lichte rookontwikkeling (27%) en in vijf gevallen was er geen of nauwelijks rook nabij het slachtoffer (15%). 19/21
20 Er is gevraagd naar situaties die (vermoedelijk) van toepassing zijn op het slachtoffer. Daarbij is een combinatie van situaties mogelijk. Vrijwel de helft van de slachtoffers is in de slaap overvallen door de brand (49%). Ongeveer een kwart van de slachtoffers zijn ingesloten door de brand (27%) en iets minder slachtoffers hebben een vluchtpoging gedaan (24%). Zes slachtoffers zijn gewond geraakt tijdens hun vluchtpoging. Daarnaast hebben vijf slachtoffers een bluspoging gedaan en één slachtoffer heeft een reddingspoging gedaan. Situaties die van toepassing zijn op het slachtoffer (combinaties mogelijk) Overvallen in de slaap n=16; 49% Ingesloten door de brand (Mogelijk) vluchtpoging gedaan Gewond geraakt tijdens vluchtpoging (Mogelijk) bluspoging gedaan n=9; 27% n=8; 24% n=6; 18% n=5; 15% Reddingspoging gedaan Geen van bovenstaande 9% 3.7 Moment en omstandigheid van overlijden Drieëntwintig slachtoffers zijn ter plaatse overleden, één slachtoffer is op weg naar het ziekenhuis overleden en negen slachtoffers zijn na aankomst in het ziekenhuis overleden. Ongeveer een vijfde van de slachtoffers (21%) is vermoedelijk voor de melding van de brand overleden. Bij vier van deze zeven slachtoffers was sprake van zware rookontwikkeling op de locatie waar het slachtoffer is aangetroffen. Twee slachtoffers bevonden zich in een ruimte waar nauwelijks/geen rook was en één slachtoffer bevond zich in een ruimte waarin sprake was van lichte rookontwikkeling. Tien andere slachtoffers (30%) zijn na de melding van de brand maar voor aankomst van de brandweer overleden. Bij zes van de slachtoffers die voor aankomst van de brandweer zijn overleden, was sprake van zware rookontwikkeling op de locatie, bij drie van lichte rookontwikkeling en bij één slachtoffer was er nauwelijks/geen rook in de ruimte. Twaalf slachtoffers (36%) zijn na aankomst van de brandweer overleden. Bij twee slachtoffers die zijn overleden na aankomst van de brandweer, was er sprake van geen/nauwelijks rook op de locatie. Bij vier slachtoffers was er sprake van lichte rookontwikkeling en bij zes slachtoffers was er sprake van zware rookontwikkeling. Van vier slachtoffers is niet bekend of zij voor of na aankomst van de brandweer zijn overleden. Jaaroverzicht fatale woningbranden /21
21 Moment van overlijden n=12; 36% n=4; 12% n=7; 21% n=10; 30% Voor de melding van de brand Na het melden, maar voor aankomst van de brandweer Na aankomst van de brandweer De belangrijkste genoemde omstandigheid die van invloed is geweest op het overlijden van het slachtoffer, is dat het slachtoffer is overleden in de slaap (33%). Andere relatief vaak genoemde omstandigheden zijn in brand geraakte kleding van het slachtoffer (12%) of het feit dat het slachtoffer niet/beperkt mobiel was (12%). Belangrijkste omstandigheid van invloed op overlijden Overvallen in slaap n=4; 12% n=11; 33% Niet / beperkt mobiel In brand geraakte kleding van slachtoffer Hevige rookontwikkeling en/of hitte n=2; 6% 9% n=4; 12% n=4; 12% Geblokkeerde vluchtroute (bijv. vol rook) Beperkt alert door drank/drugs/medicijnen Late ontdekking Snelle brandontwikkeling Explosieve verbranding Hoge vuurlast Anders 21/21
Jaaroverzicht fatale woningbranden 2015
Jaaroverzicht fatale woningbranden 2015 De Brandweeracademie is onderdeel van het Instituut Fysieke Veiligheid. Colofon Uitgave van de Brandweeracademie van het Instituut Fysieke Veiligheid, april 2016
Afbakening Het onderzoek richt zich op de fatale woningbranden in 2011. De niet-fatale woningbranden zijn in het onderzoek niet meegenomen.
Fatale woningbranden 2011 Managementsamenvatting Het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) heeft onderzoek verricht naar de oorzaken, omstandigheden en het verloop van woningbranden met dodelijke
Fatale woningbranden 2003 en 2008 t/m 2011: een vergelijking
Fatale woningbranden 2003 en 2008 t/m 2011: een vergelijking Managementsamenvatting Inzicht in kritische factoren bij fatale woningbranden is onontbeerlijk om gericht en effectief brandveiligheidsbeleid
Fatale woningbranden 2003, 2008, 2009 en 2010: een vergelijking
Fatale woningbranden 2003, 2008, 2009 en 2010: een vergelijking Versie: 431N1009/2.0, 23 juni 2011 Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Postbus 7010 6801 HA Arnhem T 026 355 24 00 F 026 351 50 51 [email protected]
Cijfers over fatale woningbranden
Cijfers over fatale woningbranden Cijfers over fatale woningbranden De Brandweeracademie van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) verzamelt structureel data over fatale woningbranden in Nederland. Daarbij
Fatale woningbranden 2003 en 2008 t/m 2011: een vergelijking
Fatale woningbranden 2003 en 2008 t/m 2011: een vergelijking Versie: 431N1113/3.0, 20 april 2012 Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Postbus 7010 6801 HA Arnhem T 026 355 24 00 F 026 351 50 51 [email protected]
Fatale woningbranden 2010
Versie:431N1009/2.0, 23 juni 2011 Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Postbus 7010 6801 HA Arnhem T 026 355 24 00 F 026 351 50 51 [email protected] Versie431N1009/2.0, 23 juni 2011 Nederlands Instituut
1. Brandoorzaken en branduitbreiding In de tabellen 1 tot en met 4 zijn resultaten over brandoorzaken en branduitbreiding weergegeven.
Fatale woningbranden in Nederland Het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Nibra heeft onderzoek gedaan naar fatale woningbranden in Nederland [Kobes, 2006]. Gedurende 2003 zijn via ANP-berichten branden
Reddingen bij brand 2014/2015
Reddingen bij brand 2014/2015 De Brandweeracademie is onderdeel van het Instituut Fysieke Veiligheid. Instituut Fysieke Veiligheid Brandweeracademie Postbus 7010 6801 HA Arnhem www.ifv.nl [email protected] 026
Effectiviteit van rookmelders in woningen
Effectiviteit van rookmelders in woningen Rookmelders die opgehangen zijn volgens de huidige regelgeving en adviezen leveren een belangrijke bijdrage aan de veiligheid in woningen. Er zijn echter voorbeelden
Fatale woningbranden 2008
Versie: 431N8033/3.0, 5 juni 2009 Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Nibra Postbus 7010 6801 HA Arnhem T 026 355 24 00 F 026 351 50 51 [email protected] Versie: 431N8033/3.0, 5 juni 2009 Nederlands Instituut
Vluchtplan van Gastouder:..
Vluchtplan van Gastouder:.. Stap 1 Bespreek samen de mogelijke vluchtroutes als er brand uitbreekt en schrijf op hoe u dan vlucht (via het raam, de dakgoot, het balkon, etc.). BRAND OP DE:.. IK VLUCHT
JIJ. Daar moet je nu over nadenken!
WAT DOE JIJ BIJ BRAND? Daar moet je nu over nadenken! Stel, er breekt bij u thuis brand uit. Door de zwarte rook ziet u niets meer en kunt u nauwelijks ademhalen. Binnen enkele minuten ontstaat een niet
Wie waakt als je slaapt? Rookmelders redden levens!
Wie waakt als je slaapt? Rookmelders redden levens! 1 Rookmelders laten je niet stikken! 2 Brand! Je moet er niet aan denken dat je op een nacht wakker schrikt omdat er brand is. De paniek die dan uitbreekt.
Rookverspreiding en renoveren. Ralph Hamerlinck
Rookverspreiding en renoveren Ralph Hamerlinck Onderwerpen Rookverspreiding en renoveren Introductie Gevaar van rook Eisen in Nederland Wat kun je doen? Vragen (aan einde of tussendoor) Introductie Rookverspreiding
Wat als de rook...geen disco rook is. Bewust veilig werken
Wat als de rook....geen disco rook is. Bewust veilig werken 17-11-2015 1 Joost Ebus Brandveiligheidszorg bevelvoerder - brandonderzoeker 2 3 Programma Brandonderzoek door de brandweer Digitale table-top
Bijlage 2.1 Aanwijzingen voor de bepaling van de risico's van objecten
Bijlage 2.1 Aanwijzingen voor de bepaling van de risico's van objecten Behorend bij: Beslisschema's voor risico-indeling (blad 1) risico personen in compartiment (blad 2) risico personen elders (blad 2)
Masterclass Zelfredzaamheid bij brand
Masterclass Zelfredzaamheid bij brand Margrethe Kobes 6-6-2008 1 Introductie Wat is het doel van brandpreventie? 6-6-2008 2 Introductie Wat is het doel van brandpreventie? Wat heeft een brandpreventist/adviseur
Casus 3. Woonkamerbrand door tafelstekkerdoos. Hoek van ontstaan. Reconstructie.
Casus 3 Woonkamerbrand door tafelstekkerdoos. Hoek van ontstaan Reconstructie. 10 De casus De bewoner (70+) woont in een oud huis met weinig stopcontacten. Om toch al zijn apparatuur aan te kunnen sluiten
De relatie tussen preventie en repressie in de praktijk. René Hagen Lector Brandpreventie
De relatie tussen preventie en repressie in de praktijk René Hagen Lector Brandpreventie Zesde Nationale FSE congres, 12 november 2013 Preparatieve voorzieningen zijn niet de relatie 2 De (wijze) van repressieve
Fatale woningbranden 2008
Versie: 431N8033/4.0, 25 juni 2009 Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Nibra Postbus 7010 6801 HA Arnhem T 026 355 24 00 F 026 351 50 51 [email protected] Versie: 431N8033/4.0, 25 juni 2009 Nederlands Instituut
Maak van je roze wolk geen rookwolk! Zeven makkelijke tips voor een brandveilige omgeving voor jou en je kindje
Maak van je roze wolk geen rookwolk! Zeven makkelijke tips voor een brandveilige omgeving voor jou en je kindje Maak van je roze wolk geen rookwolk! Van harte gefeliciteerd! Je bent in verwachting of hebt
Voorlichting. in het kader van Brandveilig Leven. Brand is geen grap: http://www.youtube.com/watch?v=l9cqrfehspy
Voorlichting in het kader van Brandveilig Leven Brand is geen grap: http://www.youtube.com/watch?v=l9cqrfehspy Programma I. De brandweer II. III. IV. Brandveilig Leven De praktijk: het woningbezoek 1.
Adviesvraag Aanvrager verzoekt de adviescommissie antwoord te geven op de volgende vragen:
ADVIES Registratienummer: Betreft: Vluchten langs andere woning /portiekontsluiting Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, woonfunctie, gelijkwaardigheid, nieuwbouw, portiekontsluiting, enkele vluchtroute : Status:
Brand in huis Overleven of overlijden
Brand in huis Overleven of overlijden mei 2012 Jan Linssen Branddoden in Nederland Totaal Woonfuncties Overige 2001 50 32 18 2002 64 58 6 2003 63 56 7 2004 47 45 2 2005 74 56 18 2006 48 45 3 2007 36 35
Workshop Zelfredzaamheid bij brand De zorg voor een veilige ontvluchting
Workshop Zelfredzaamheid bij brand De zorg voor een veilige ontvluchting Margrethe Kobes en Karin Groenewegen Onderzoekers NIFV Nibra 4-11-2009 1 Doelen Verkrijgen van inzicht in aspecten die zelfredzaamheid
Plan van aanpak Rookmelderproject Westerwolde i.o.
Rookmelderdichtheid én risicobewustzijn vergroten, bij zelfstandig thuiswonenden die ondersteund worden vanuit de Wmo in de gemeenten Vlagtwedde en Bellingwedde Plan van aanpak Rookmelderproject Westerwolde
Wie waakt als je slaapt? Rookmelders laten je niet stikken!
Wie waakt als je slaapt? Rookmelders laten je niet stikken! 1 Brand! Je moet er niet aan denken dat je op een nacht wakker schrikt omdat er brand is. De paniek die dan uitbreekt. Hoe breng je jezelf, je
Checklist Brandveiligheid Thuis. Algemeen Postcode Woonplaats Tel. nummer Datum check
Checklist Brandveiligheid Thuis Algemeen Postcode Woonplaats Tel. nummer Datum check Checklist brandveiligheid thuis Brandweer Twente besteedt veel aandacht aan het voorkomen van brand. Mensen die door
Albert Jansen. Wist u dat Voorkomen van brand Vluchtwegen vrijhouden Melders Vluchtplan Wat te doen bij brand? Vlam in de pan Brandwonden Tips
Brandveiligheid Welkom limburg Dia 1 Dia 2 Even voorstellen Albert Jansen Inspecteur brandpreventie Melders Vluchtplan Wat te doen bij brand? Brandwonden Tips Inhoud Dia 3 Dia 4 (Woning)branden Waar ontstaat
Ambassadeur BVL zijn betekent dat je:
Basismodule Brandveilig leven. Voorstellen Vooraf vragen, ofwel wat voor een verwachtingen hebben jullie van vandaag. Wie heeft ervaring met een brand ofwel beginnende brand. Basismodule Brandveilig leven.
Scootmobielen. Tips voor een brandveilig gebruik
Scootmobielen Tips voor een brandveilig gebruik Plaats een scootmobiel nooit in de vluchtroute Scootmobiel of elektrische rolstoel? Een scootmobiel is niet hetzelfde als een elektrische rolstoel. Een scootmobiel
OP LAST VAN DE BRANDWEER. Maikel van der Hulst 13 april 2016
OP LAST VAN DE BRANDWEER Maikel van der Hulst 13 april 2016 Help, brand: wat nu? Wie ben ik en waar ga ik heen! tekst Bluswater!? 4 De woningsprinkler! Woningbranden 7.000 woningbranden per jaar 160 woningbranden
Brandpreventie. voor senioren. Introductie brand(on)veiligheid en-preventie
Brandpreventie voor senioren Introductie brand(on)veiligheid en-preventie Programma Verwelkoming Introductie brand(on)veiligheid en-preventie Enkele cijfers Wat als er toch brand uitbreekt? Samenvatting
Brandveiligheid in de zorg
Brandveiligheid in de zorg HANDIGE TIPS om brand te voorkomen en goed te kunnen reageren bij brand Versie voor zelfstandig wonen met zorg Maak de zorg brandveilig TIPS OM Brandveiligheid is een belangrijk
In 2015 gebeurden er in Genk 342 verkeersongevallen met doden en gewonden, dat is een daling met 26 ongevallen (-7,1%) ten opzichte van 2014.
De cijfers over de verkeersongevallen omvatten de ongevallen met doden of gewonden op de openbare weg zoals ze door de politie en het parket zijn opgetekend. In 2015 gebeurden er in Genk 342 verkeersongevallen
Dynamisch Brandrisicoprofiel
Dynamisch Brandrisicoprofiel Rembrand Brandrisicoprofiel Toepassing Brandweer over morgen Een van de speerpunten is risicodifferentiatie. Capaciteit is beperkt, op welke risico s zet je die in? Rembrand
Data en trendanalyse Brandveilig Leven. Woningbranden en woningcheck s brandveiligheid 2010 t/m 2012
Data en trendanalyse Brandveilig Leven Woningbranden en woningcheck s brandveiligheid 2010 t/m 2012 Afdeling: Onderzoek & Analyse Team Brandveilig Leven Auteur: Lucie Berning Opdrachtgever: A.P. de Graaf,
Wat iedere medewerker moet weten over brand
Wat iedere medewerker moet weten over brand Inhoud Inleiding 3 Brandmelding 4 Wat te doen bij brand? 10 regels 5 Branddetectie en overige voorzieningen 7 Gebruiksaanwijzing kleine blusmiddelen 9 Brandpreventie
Brandveiligheid en uw beperking. Rookmelders laten je niet stikken!
Brandveiligheid en uw beperking Rookmelders laten je niet stikken! 1 Rookmelders laten je niet stikken! Gebruik een brandveilige asbak 2 Brandveiligheid en uw beperking We staan er niet altijd bij stil,
Brandveiligheid in de zorg
Brandveiligheid in de zorg HANDIGE TIPS om brand te voorkomen en goed te kunnen reageren bij brand Versie voor zelfstandig wonen met zorg Brochure-IkMaakDeZorgBrandveilig_AB3-v3.indd 1 20-06-17 09:33 Maak
Beschrijving ADVIES. Adviescommissie praktijktoepassing Brandveiligheidsvoorschriften. Postbus AM Delft.
ADVIES Registratienummer: Betreft: Doodlopende galerij bestaand appartementengebouw Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, woongebouw, gelijkwaardigheid, handhaving, bestaande bouw, vluchtroute : Status: Definitief
Brandveiligheid in de zorg
Brandveiligheid in de zorg HANDIGE TIPS om brand te voorkomen en goed te kunnen reageren bij brand Versie voor zorginstellingen voor langdurende zorg Maak de zorg brandveilig TIPS OM Brandveiligheid is
FACTSHEET VOORLICHTING NA BRAND
FACTSHEET VOORLICHTING NA BRAND INTERVENTIE In een studentenwoning in de Zwolse wijk Assendorp is op maart 0 brand ontstaan. Twee slachtoffers zijn met ademhalingsproblemen naar het ziekenhuis gebracht.
Brandveilig op kamers. Tips voor een brandveilige kamer
Brandveilig op kamers Tips voor een brandveilige kamer Een brand overkomt mij niet. Wat je kunt doen Plaats een rookmelder op elke verdieping in de gangen en bij voorkeur ook in je eigen kamer. Bepaal
Ontruimingsplan Peuterspeelzaal Dribbel
Ontruimingsplan Peuterspeelzaal Dribbel Nieuwehaven 310 2801 EG Gouda Belangrijke telefoonnummers Landelijk alarmnummer Brandweer Telefoonnummer Dribbel algemeen Politie (niet spoedeisende meldingen) GGD
Workshop Dynamisch risico-model brandverloop. Jaap van der Schaaf
Workshop Dynamisch risico-model brandverloop Jaap van der Schaaf Jos Post Onderzoeksprogramma Verbeteren Brandveiligheid NIFV - Save Workshop Dynamisch risico-model brandverloop - de achtergronden nader
Branden in seniorencomplexen.
Branden in seniorencomplexen [email protected] Houdt het praktijkscenario zich wel aan de uitgangspunten van de regelgeving? 2 Regelgeving en praktijk 1. Wat zijn de uitgangspunten van de regelgeving?
= een rij struiken of planten die dichtbij elkaar staan. = een hoge lamp die langs de weg staat.
Woordenschat blok 1 gr4 Les 1 De heg De lantaarn De plant Het tuinhek Het terras De garage Het dorp De stad De zwerver De stoep De woonwijk = een rij struiken of planten die dichtbij elkaar staan. = een
Ontruimingsplan Peuterspeelzaal Dribbel
Ontruimingsplan Peuterspeelzaal Dribbel Raam 60-62 2801 VM Gouda Belangrijke telefoonnummers Landelijk alarmnummer 112 Brandweer via 112 Politie (niet spoedeisende meldingen) 0900-8844 GGD Hollands Midden
Wijkoverleg Rischot 10 februari 2011 Brandpreventie
Wijkoverleg Rischot 10 februari 2011 Brandpreventie Enkele cijfers Woonkamer 27% Keukens 24% Garage/atelier 13% Zolders 9% Stookplaatsen 7% Slaapkamers 6% Oorzaken van brand in de woning Brandstichting
Woningcontrole brandveiligheid
Woningcontrole brandveiligheid De woningcontrole brandveiligheid (Home-Safety-Check) werd door de brandweer ontwikkeld om bewoners bewust te maken van de gevaren van brand en de preventieve maatregelen
Innovatie in woningsprinklers
Innovatie in woningsprinklers 29 juni 2011 Maikel van der Hulst Brandweer Flevoland [email protected] Brandontwikkeling in moderne en jaren 70 woonkamer Woningsprinklers Eerste sprinkler:
Hoe veilig is uw woning?
Checklist brandveiligheid Hoe veilig is uw woning? Doe de brandveiligheidcheck en beantwoord de vragen. U kunt veel doen om brand in uw woning te voorkomen. Als u zich bewust bent van de risico s van brand
ADVIES. Adviesvraag Is hier terecht een beroep gedaan op het gelijkwaardigheidsbeginsel?
ADVIES Registratienummer: Aanvrager: De heer C.G.F. van der Kroft Betreft: Rookmelders i.p.v. BMI in kinderdagverblijf Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, Brandveilig gebruik, kinderopvang, gelijkwaardigheid,
Focus op WMO Rookmelderdichtheid Loppersum Plan van Aanpak
Focus op WMO Rookmelderdichtheid Loppersum Plan van Aanpak De gemeente faciliteert haar inwoners aan alle kanten om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen wonen. Een goed iets, omdat het aansluit
Wat iedere medewerker moet weten over brand
Wat iedere medewerker moet weten over brand Inhoud Inleiding 3 Brandmelding 4 Wat te doen bij brand? 10 regels 5 Branddetectie en overige voorzieningen 7 Gebruiksaanwijzing kleine blusmiddelen 9 Brandpreventie
Uitgangspunten en resultaten brandoverslag berekeningen
Notitie Datum: 23 maart 2016 Project: 96 appartementen Meentwal Uw kenmerk: - Locatie: Nieuwegein Ons kenmerk: V074258aa.00003.akr Betreft: Brandoverslagberekeningen Versie: 01_001 In opdracht van Plegt-Vos
Maak een vluchtplan. www.brandwondenstichting.nl
Maak een vluchtplan www.brandwondenstichting.nl Maak een vluchtplan zolang het nog kan! Checklist: Vluchten bij brand! Elk jaar opnieuw sterven er tientallen mensen door brand. Maar een brand hoeft zeker
Ondergeventileerde branden: Theorie en praktijk
Ondergeventileerde branden: Theorie en praktijk De workshopleider ing. Lieuwe de Witte: [email protected] Brandweeracademie IFV: Onderzoeker/docent Adviseur Brandpreventie/FSE Programma workshop Introductie
Onderzoek naar Dynamisch risico-model brandverloop. Ing. Rijk van den Dikkenberg MCDM,
Onderzoek naar Dynamisch risico-model brandverloop Ing Rijk van den Dikkenberg MCDM, Onderzoeksvraag Verkrijgen van inzicht in het brandverloop met als achterliggende vraag of de huidige (standaard)brandkromme
FSE op basis van psychonomie
FSE op basis van psychonomie Margrethe Kobes Senior-onderzoeker NIFV Promovenda VU Amsterdam Inleiding Psychonomie: mens en omgeving Resultaten praktijkonderzoek in een hotel Gebruik van transparanten
Brandveiligheid in de zorg
Brandveiligheid in de zorg HANDIGE TIPS om brand te voorkomen en goed te kunnen reageren bij brand Versie voor zorginstellingen voor langdurende zorg Brochure-IkMaakDeZorgBrandveilig_AB2-v3.indd 1 20-06-17
Zelfredzaamheid bij brand
Zelfredzaamheid bij brand Margrethe Kobes Onderzoeker NIFV Promovenda VU, Crisislab 6-6-2008 1 Inhoud Conclusies uit literatuuronderzoek Meer dan 300 wetenschappelijke publicaties incidentanalyses Experimentanalyses
Bezichtig jouw droomwoning
checklist Bezichtig jouw droomwoning Is dit echt jouw droomwoning of toch niet? Met deze checklist weet je zeker dat je tijdens de bezichtiging niks over het hoofd ziet of vergeet. Veel kijkplezier! Adres:
Hoe veilig is jouw woning?
Checklist brandveiligheid Hoe veilig is jouw woning? Doe de brandveiligheidcheck en beantwoord de vragen. Je kunt veel doen om brand in jouw woning te voorkomen. Als je je bewust bent van de risico s van
onbrandbaar, hoogste Europese brandklasse beschermt constructies bij brand geen of nauwelijks rookontwikkeling geen smeltende druppels geen
ROCKWOOL STEENWOL brandveiligheid zonder kunstgrepen onbrandbaar, hoogste Europese brandklasse beschermt constructies bij brand geen of nauwelijks rookontwikkeling geen smeltende druppels geen vlamoverslag
Monodisciplinaire evaluatie inzet Bevolkingszorg. Betreft: inzet woningbrand Paulus Potterstraat te Almere op 7 januari 2015
Monodisciplinaire evaluatie inzet Bevolkingszorg Betreft: inzet woningbrand Paulus Potterstraat te Almere op 7 januari 2015 Inleiding: Op 7 januari 2015 is er in de Paulus Potterstraat te Almere een woningbrand
Bezichtig jouw droomwoning
Bezichtig jouw droomwoning Alsof je het al aaaren doet! Adres: Datum: Bouwar huis: Vraagprijs: Jouw maximale budget: (tip: vergeet de 2% overdrachtsbelasting niet) Is dit echt jouw droomwoning of toch
Brêgebuorren 26 Dronryp
Brêgebuorren 26 Dronryp Vraagprijs 157.500,-- kosten koper Omschrijving Brêgebuorren 26 - Dronryp Karakteristieke, gemoderniseerde woning met vrijstaand, volledig geïsoleerd bijgebouw/garage. In het oude
Brandpreventie bij ouderen
School: Bedrijf: Titel project: 1. De opdracht Opdrachtgever Opdrachtgever is de heer T. Blijlevens, Cluster coördinator Veilig Leven, Regionale Brandweer Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Brandveilig
Branden in seniorencomplexen: regelgeving en praktijk
Branden in seniorencomplexen: regelgeving en praktijk De Brandweeracademie is onderdeel van het Instituut Fysieke Veiligheid. Instituut Fysieke Veiligheid Brandweeracademie Postbus 7010 6801 HA Arnhem
24 & 30 november Koninklijk besluit van 12 juli 2012 Wat verandert er? Bijlage 5/1
24 & 30 november 2012 Koninklijk besluit van 12 juli 2012 Wat verandert er? Bijlage 5/1 Inleiding Probleem Hoe klassen vertalen bij gebrek aan correlatie? Hoe rekening houden met rook (s) en brandende
Brandveiligheid, samen onze zorg!
Brandveiligheid, samen onze zorg! 1 Inhoud Brandveilig wonen Elektrische apparatuur 4 Gasinstallaties 6 Koken 8 Omgaan met vuur 10 Stoken 12 Medicinale zuurstof 14 Voorzorgsmaatregelen 16 Brandveiligheidstips
Verbeteren brandveiligheid. Proof of concept Cascademodel 2.0. Versie:1.1, 20 maart 2012
Proof of concept Cascademodel 2. Versie:1.1, 2 maart 212 Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Postbus 71 681 HA Arnhem T 26 355 24 F 26 351 5 51 [email protected] Colofon Subsidie: Contactpersoon: Titel:
Brandveiligheid in wooncomplexen
Brandveiligheid in wooncomplexen Mensen met een beperking en ouderen lopen helaas een groter risico bij brand. Wat kunt u als huurdersorganisatie, bewonerscommissie of cliëntenorganisatie doen om bij te
ADVIES. Pagina 1 van 5. Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften. Secretariaat info@adviescommissiebrandveiligheid.
ADVIES Registratienummer: Betreft: Vluchtroute woning door ijssalon Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, monument, woning, winkel, handhaving, bestaande bouw, vluchtroute, BMI : Status: Definitief Beschrijving
Euroklassen en testmethoden voor brandreactie van bouwmaterialen
Euroklassen en testmethoden voor brandreactie van bouwmaterialen Ing. Marco de Kok Kingspan Insulation B.V. Het brandgedrag heeft geen directe relatie met de brandwerendheid van een constructie. Met
Brandveiligheid in de zorg
Brandveiligheid in de zorg HANDIGE TIPS om brand te voorkomen en goed te kunnen reageren bij brand Versie voor ziekenhuizen, revalidatiecentra, umc s en tijdelijk verblijf in de ggz Maak de zorg brandveilig
Voorkom brand, wees voorzichtig in de keuken
brand, wees voorzichtig in de keuken Houd brandbare objecten zoals keukenrol en pannenlappen uit de buurt van de kookplaat. Blijf in de buurt tijdens het koken en houd een passende deksel bij de hand.
