Mitigatieplan bever Hengforderwaarden
|
|
|
- Norbert de Lange
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Mitigatieplan bever Hengforderwaarden Vilmar Dijkstra Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van Oranjewoud BV
2 Mitigatieplan bever Hengforderwaarden Rapport nr.: Datum uitgave: Auteur: Projectleider: Illustratie kaft Productie Gegevens opdrachtgever: Vilmar Dijkstra Stefan Vreugdenhil Vilmar Dijkstra Zoogdiervereniging Bezoekadres: Toernooiveld ED Nijmegen Postadres: Postbus GA Nijmegen Tel.: [email protected] Oranjewoud BV Zutphenseweg Deventer Contactpersoon opdrachtgever Erik Riphagen Dit rapport kan geciteerd worden als: Dijkstra, V., Mitigatieplan bever Hengforderwaarden - Rapport Zoogdiervereniging, Nijmegen. De Stichting VZZ, onderdeel van de Zoogdiervereniging, is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van de Zoogdiervereniging; opdrachtgever vrijwaart de Stichting VZZ voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en de Zoogdiervereniging, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. 2 Zoogdiervereniging
3 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING De aanleiding Probleemstelling Doelstelling MATERIALEN EN METHODEN Aantal bevers Plangebied Inrichtingsplan Veldbezoek Dagrustplaatsen RESULTATEN Dagrustplaatsen bever Hoogwatervluchtplaatsen bever Foerageergebied bever Otter EFFECTBESCHRIJVING Verwijdering grondlichamen Verwijdering van houtige begroeiing Ophoging van het maaiveld Doorsteken zomerdijk MITIGERENDE MAATREGELEN Verwijdering grondlichamen Doorsteken zomerdijk CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN DANKWOORD
4 1 INLEIDING 1.1 De aanleiding Ten noorden van Deventer liggen de Hengforderwaarden. Deze uiterwaard van de IJssel wordt aangepast om een hogere waterafvoer mogelijk te maken. Het gaat daarbij om het verwijderen of verlagen van obstakels in het winter stroombed (grondlichamen en de daarop staande houtige begroeiing) en het aantakken van de plas aan de IJssel om de kwaliteit van het water in de plas te verbeteren. 1.2 Probleemstelling In 2007 vestigde de bever zich in een deel van het plangebied. De bever heeft een hoge beschermingsstatus in de Europese en Nederlandse natuurwetgeving. De geplande werkzaamheden moeten worden uitgevoerd conform de vereisten van de Flora- en faunawet. Daarnaast is het plangebied gelegen in het Natura2000-gebied Uiterwaarden IJssel, dat een verbeteringsdoelstelling kent voor de bever. Dit betekent dat het doel is gesteld om de beverpopulatie binnen dit totale Natura2000-gebied te laten groeien. Uit het gebied zijn daarnaast enkele otterwaarnemingen bekend (winter 2008/2009 en winter 2009/2010). 1.3 Doelstelling Dit project heeft tot doel gegevens te verzamelen over het terreingebruik van de bever in het plangebied. Daarnaast wordt tijdens het veldwerk dat voor de bever wordt uitgevoerd, gekeken naar sporen van otters. Deze gegevens worden vergeleken met het inrichtingsplan. Vervolgens worden adviezen gegeven om mitigerende maatregelen te treffen om het inrichtingsproject doorgang te kunnen laten vinden en tegelijkertijd de bevervestiging te behouden. 4
5 2 MATERIALEN EN METHODEN 2.1 Aantal bevers Het onderzoek had niet tot doel het aantal bevers te achterhalen. Het is daarom niet exact bekend hoeveel bevers er in dit territorium verblijven. Leden van de Beverwerkgroep Nederland (BWN Zoogdiervereniging) hebben bij hun onderzoek in de zomer van 2010 echter aangetoond dat in het plangebied een reproducerende beverfamilie aanwezig is. 2.2 Plangebied Het plangebied ligt buitendijks langs de IJssel ten noorden van Deventer (zie figuur 2.1). Het deel waar de bevers verblijven, ligt in het noordelijk deel van het plangebied (de Hengforderwaarden). Het omvat een grote plas met oevers begroeid met ruigte, struiken en bomen. Kaart wordt nog geleverd door Oranjewoud Figuur 2.1. Het plangebied ten noorden van Deventer. 2.3 Inrichtingsplan Het doel van het inrichtingsplan is om een waterstandverlaging te bewerkstelligen en de waterkwaliteit van de plas te verbeteren. Om dit doel te bereiken worden in het deel van het plangebied waar bevers voorkomen enkele aanpassingen uitgevoerd (zie figuur 2.2). Onderstaande aanpassingen kunnen van invloed zijn op de bever: het plaatselijk verlagen van het maaiveld, het verwijderen van houtige begroeiing op plaatsen waar het maaiveld wordt verlaagd, het plaatselijk verhogen van het maaiveld, het doorsteken van de zomerdijk. 5
6 Figuur 2.2. Inrichtingsplan Hengforderwaarden (alleen in de rood omlijnde delen worden werkzaamheden uitgevoerd). 6
7 2.4 Veldbezoek Op 12 februari 2011 is het plangebied bezocht om een beeld te krijgen van het gebied en om duidelijk te krijgen hoe de bever het plangebied gebruikt. Daarbij is gelet op aanwezige dagrustplaatsen (burchten, holen, legers), hoogwatervluchtplaatsen en (potentiële) foerageerplaatsen. Bij het veldbezoek werd de auteur bijgestaan door een aantal leden van de Beverwerkgroep Nederland (BWN Zoogdiervereniging). Tijdens het veldwerk stond het water in de plassen ruim een halve meter hoger dan normaal. Dit is niet ideaal voor het opsporen van holen. Het is daarom niet uit te sluiten dat er bij de steilere oevers holen zijn gemist. Tijdens het veldwerk was het zeer regenachtig. Daardoor werd het inmeten van de dagrustplaatsen enigszins belemmerd. De afwijking van ingemeten dagrustplaatsen met de werkelijke ligging bedroeg maximaal 20 tot 25 m. Naast het bovengenoemde veldbezoek is gebruik gemaakt van inventarisaties die door leden van de BWN in 2010 zijn uitgevoerd. 2.5 Dagrustplaatsen Om enig inzicht in de verschillende dagrustplaatsen te krijgen worden de verschillende typen onderstaand kort omschreven: Burcht; ingang onder water en kamer overdekt met takken en modder. Hoofdburcht; burcht die door zijn ligging en gebruik van groot belang is voor een bevervestiging. Bijburcht; burcht die minder vaak wordt gebruikt. Hol; ingang onder water en de kamer ligt ondergronds. Holen zijn qua belang voor een bevervestiging te vergelijken met burchten. Vroeg of laat stort het dak van de kamer vaak in en wordt de kamer afgedekt met takken en modder, waardoor een burcht ontstaat. Hut; een stapel takken met daarin of daaronder enkele ligplaatsen. De ingang ligt niet onder water. De bevers klimmen de oever op om de ligplaatsen te bereiken. Legers en nissen; een kuiltje op de oever, cq een ondiep hol in de oever boven de waterlijn. Het zijn dagrustplaatsen die doorgaans niet van groot belang zijn voor een bevervestiging. 7
8 3 RESULTATEN 3.1 Dagrustplaatsen bever Het veldbezoek op 12 februari 2011 heeft meer dagrustplaatsen opgeleverd dan tot dan toe bekend was. De onderstaande nummers verwijzen naar de nummering in figuur 3.1. Nr 1. Hoofdburcht winter Het betreft een grote burcht die in/op de zomerdijk ligt. Door de hoge ligging van de kamers is deze burcht uitermate geschikt om tijden van relatief hoge waterstanden door te komen. Nr 2. Hoofdburcht zomer Het betreft een grote burcht in een relatief laag gelegen wilgenbos aan de zuidkant van de plassen. Bij deze burcht zijn afgelopen zomer jonge bevers waargenomen en gefotografeerd door leden van de BWN. Daarmee wordt het zeer aannemelijk dat het de kraamburcht betreft. Nr 3. Bijburcht Het betreft een kleine burcht in een wilgenbos aan de zuidoostkant van de plassen. Nr 4. Hoogwaterhut Het betreft een vrij grote houtstapel waarin de bevers kamers hebben aangelegd op een hoge oever aan de zuidwestkant van de plassen. Nr 5. Bijburcht Het betreft een vrij grote burcht in een wilgenbos op een schiereiland aan de noordkant van de plassen (zie figuur 3.2). Nr 6. Hol Het betreft een holencomplex in een wilgenbos aan de zuidkant van de plassen; deze ligt schuin tegenover Hoofdburcht nr 2. Nr 7. Mogelijk hol Het betreft een hol dat mogelijk van bevers is. Het ligt in de zomerdijk ten noorden van hoofdburcht nr 1. 8
9 Figuur 3.1. Deel van het plangebeid waar de bever verblijft. Weergegeven zijn de dagrustplaatsen die op 12 februari 2011 zijn aangetroffen (nummering, zie tekst). 9
10 3.2 Hoogwatervluchtplaatsen bever Allereerst gebruiken bevers bij opkomend water de burchten met kamers die relatief hoger gelegen zijn, of ze gebruiken legers op hoge oevers. Stijgt het water verder dan gaan ze vaak bovenop burchten liggen. Als het water nog verder stijgt zijn ze genoodzaakt andere plekken op te zoeken. Vaak is dat een hoger gelegen zand- of kleilichaam, zoals een dijk of oud steenfabriekterrein, waar tijdens hoogwater rust heerst. Dergelijke hooggelegen rustige plekken werden niet aangetroffen in de Hengforderwaarden. Wel werd een spectaculaire hoogwatervluchtplaats aangetroffen die de bevers zelf hebben geconstrueerd. Deze bestaat uit een grote stapel wilgentakken die de bevers in een oude schietwilg hebben getrokken (zie figuur 3.3). Hierin kunnen zich tegelijkertijd meerdere bevers ophouden. Deze wilg staat onder aan de zomerdijk ten zuiden van hoofdburcht nr 1. Verder naar het noorden werd een tweede schietwilg aangetroffen waarin de bevers een aantal takken in hadden gesleept. Deze plek bood plaats aan waarschijnlijk een bever. Figuur 3.2. Bijburcht nr 5 met vers opgebracht hout en modder. 10
11 Figuur 3.3. Hoogwatervluchtplaats in oude schietwilg. 3.3 Foerageergebied bever Het veldbezoek heeft duidelijk gemaakt dat de bever de gehele plas gebruikt. Overal waar houtige begroeiing staat zijn vraatsporen van bever aangetroffen. Leden van de BWN hadden dit bij eerdere inventarisaties ook geconstateerd. Daarnaast werden vraatsporen gevonden langs de oever van de naastgelegen IJssel. In het bosje in de zuidoosthoek van de plas werd een begin van een beverdammetje gevonden (zie figuur 3.4). Doorgaans staat dit bosje droog. De bever probeert door middel van het dammetje de waterstand in het bosje hoger te houden waardoor het langere tijd geschikt is als foerageergebied. 3.4 Otter Tijdens het veldwerk werden geen ottersporen aangetroffen. De omstandigheden waren echter niet optimaal. Het was zeer regenachtig weer, waardoor de kans op het wegspoelen van verse sporen vrij groot en het zicht op eventuele sporen niet optimaal is. Daarnaast was er net een hoogwater geweest, waardoor oudere sporen zijn weggespoeld. 11
12 Figuur 3.4. Begin van een beverdammetje in het bosje aan de zuidoosthoek van de plas. 12
13 4 EFFECTBESCHRIJVING 4.1 Verwijdering grondlichamen Dagrustplaatsen kunnen door het verwijderen van grondlichamen op meerdere wijzen worden beïnvloed: Directe verwijdering van dagrustplaatsen Wegspoelen van dagrustplaatsen door verhoging van de stroomsnelheid Verstoring bij de graafwerkzaamheden Per aangetroffen dagrustplaats wordt aangegeven welke beïnvloeding een rol speelt en in hoeverre deze gemitigeerd moet worden om de functionaliteit van de bevervestiging in stand te houden. Nr 1. Hoofdburcht winter Deze burcht ligt precies op de plaats waar een grondafgraving is voorzien. Het houdt in dat deze burcht zou verdwijnen. Mitigatie is noodzakelijk om deze belangrijke burcht in stand te houden en zo de functionaliteit van deze bevervestiging in stand te houden. Nr 2. Hoofdburcht zomer Deze burcht ligt slechts enkele meters van een af te graven gebied. Mitigatie bij het afgraven van de grond is noodzakelijk om deze belangrijke burcht in stand te houden en zo de functionaliteit van deze bevervestiging in stand te houden. Mitigatie vanwege veranderende stroomsnelheden is niet noodzakelijk, aangezien berekend is dat de stroomsnelheid op de locatie van deze burcht afneemt (zie figuur 4.1). Nr 3. Bijburcht Het betreft een kleine burcht in een wilgenbos aan de zuidoostkant van de plassen. Deze burcht ligt benedenstrooms van een af te graven gebied. Er is berekend dat de stroomsnelheid hier zal afnemen (zie figuur 4.1). Mitigatie om de functionaliteit van deze bevervestiging in stand te houden is niet noodzakelijk. Nr 4. Hoogwaterhut Het betreft een vrij grote houtstapel waarin de bevers kamers hebben aangelegd op een hoge oever aan de zuidwestkant van de plassen. Deze hut ligt in een af te graven gebied. Mitigatie is echter ten aanzien van deze hut niet noodzakelijk om de functionaliteit van deze bevervestiging als geheel in stand te houden. Een hut speelt geen grote rol in de functionaliteit van een bevervestiging. Nr 5. Bijburcht Het betreft een vrij grote burcht in een wilgenbos op een schiereiland aan de noordkant van de plassen. Deze burcht ligt ver van af te graven gebied. Uit berekeningen blijkt dat de stroomsnelheid iets omhooggaat (figuur 4.1). Het is echter dusdanig gering dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten. Mitigatie is niet noodzakelijk om de functionaliteit van deze bevervestiging in stand te houden. 13
14 Figuur 4.1. Toe- of afname van de verschillende stroomsnelheden (m/s) in de Hengforderwaarden bij uitvoering van de geplande werkzaamheden (bron: Oranjewoud BV). 14
15 Nr 6. Hol Het betreft een holencomplex in een wilgenbos aan de zuidkant van de plassen; deze ligt schuin tegenover Hoofdburcht nr 2 en relatief dicht bij graafwerkzaamheden. Mitigatie bij het afgraven van de grond is noodzakelijk. Mitigatie vanwege veranderende stroomsnelheden is niet noodzakelijk, aangezien berekend is dat de stroomsnelheid bij het hol afneemt (zie figuur 4.1). Nr 7. Mogelijk hol Het betreft een hol dat mogelijk van bevers is. Het ligt in de zomerdijk ten noorden van hoofdburcht nr 1. Bij instandhouding van hoofdburcht nr 1 is het niet noodzakelijk om dit mogelijke beverhol in stand te houden om de functionaliteit van deze bevervestiging in stand te houden. 4.2 Verwijdering van houtige begroeiing Voordat het maaiveld verlaagd kan worden, wordt de begroeiing verwijderd. In de meeste gevallen gaat het daarbij om begroeiing van wilgenbomen en struiken. Daardoor verdwijnt een deel van het foerageergebied van de bevers. De houtige begroeiing die overblijft is echter voldoende van omvang om de functionaliteit van deze bevervestiging in stand te houden. Mitigatie is derhalve niet noodzakelijk. 4.3 Ophoging van het maaiveld Bij het ophogen van het maaiveld gaat waarschijnlijk een deel van het foerageergebied van de bevers tijdelijk verloren. Verwacht wordt dat al vrij snel sprake zal zijn van herstel van de begroeiing. Negatieve effecten op de functionaliteit van deze bevervestiging worden niet verwacht. Mitigatie is derhalve niet noodzakelijk. 4.4 Doorsteken zomerdijk Het doorsteken van de zomerdijk moet de kwaliteit van het water in de plas verbeteren. Het verwijderen van een deel van de zomerdijk kan echter tot gevolg hebben dat de waterstand in de plas dusdanig laag wordt dat de ingangen van de dagrustplaatsen van de bevers droog komen te liggen. Door het doorsteken van de zomerdijk word het gebied bovendien toegankelijk voor waterrecreanten met b.v motorbootjes en jetski s vanuit het tegenovergelegen recreatiecentrum de Scherpenhof. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de bever (verongelukken van bevers). Mitigatie van het doorsteken van de zomerdijk is noodzakelijk om de functionaliteit van deze bevervestiging in stand te houden. 15
16 5 MITIGERENDE MAATREGELEN 5.1 Verwijdering grondlichamen Nr 1. Hoofdburcht winter Verplaatsing van de geplande doorgang naar het noorden zou deze belangrijke burcht in stand houden en is gewenst. Wel moet rekening gehouden worden met de grotere stroomsnelheid waardoor de burcht weg kan spoelen. Door de doorsteek minimaal 50 m van de burcht te leggen kan voorkomen worden dat de stroomsnelheid te hoog wordt. Bij het aanleggen van de doorsteek naar de IJssel moet vanaf de noordkant gewerkt worden. Dit om te voorkomen dat machines langs de burcht rijden. Dit zou het instorten van de burcht tot gevolg kunnen hebben. Graaf- en ophoogwerkzaamheden in de nabijheid van de burcht niet uitvoeren in de periode dat het vrouwtje hoogzwanger is en in de kraamperiode totdat de jongen zelfstandig genoeg zijn (april-september) en alleen bij daglicht om de bevers niet te storen als ze actief zijn. Nr 2. Hoofdburcht zomer Vanaf de kaart is moeilijk in te schatten wat de afstand tussen burcht en weg te graven grond is. Omdat de stroomsnelheid af zal nemen, hoeft daar geen rekening mee gehouden te worden. Het gaat dan nog om verstoring vanwege de graafwerkzaamheden zelf. Er mag niet meer grond afgegraven worden dan tot 25 m van de burcht. De graafmachine moet daarbij zover mogelijk van de burcht verwijderd blijven. Graaf- en ophoogwerkzaamheden in de nabijheid van de burcht niet uitvoeren in de periode dat het vrouwtje hoogzwanger is en in de kraamperiode totdat de jongen zelfstandig genoeg zijn (april-september) en alleen bij daglicht om de bevers niet te storen als ze actief zijn. De afstand Bij de zomerburcht kan om verschillende redenen dichterbij worden gewerkt dan bij de winterburcht. Als er bij de winterburcht wordt gewerkt zijn er bij een beetje hoogwater minder alternatieven voor de bever voor wat betreft gebruik van de andere burchten (die staan dan onder water). Daarnaast veroorzaakt de aanleg van de doorsteek in de zomerdijk ter plekke een grotere stroomsnelheid waardoor de burcht beschadigd kan worden. Door een afstand van 50 m aan te houden wordt verwacht dat dit probleem niet gaat spelen. Bij de zomerburcht kan dichterbij worden gewerkt, omdat er tussen de werkzaamheden en de burcht bomen en struiken staan (buffer). Bovendien hebben de bevers genoeg uitwijkmogelijkheden naar andere burchten die ver genoeg liggen van de werkzaamheden die worden uitgevoerd, maar wel binnen het territorium liggen. Daar kunnen ze naartoe gaan als de verstoring ze toch te groot wordt. Die storing zal echter geen negatieve invloed hebben op de functionaliteit van deze vestiging, ook omdat die werkzaamheden buiten de kraamperiode moeten plaatsvinden. De afstand van 25 m is ook ingegeven om geen directe schade aan de burcht te veroorzaken bij de realisatie van de maaiveldverlaging. Nr 4. Hoogwaterhut Door het verlagen van het maaiveld zal deze dagrustplaats verdwijnen. Om te voorkomen dat er schade ontstaat aan eventueel aanwezige bevers, moet de dagrustplaats eerst door een beverdeskundige gecontroleerd worden op aanwezigheid van bevers. Bij de aanwezigheid van bevers zal de deskundige de dieren op een verantwoorde wijze uit de dagrustplaats verwijderen. Vervolgens kan de dagrustplaats in zijn aanwezigheid afgebroken worden. Dit kan het best gedaan worden in de periode oktober-maart, tijdens normale waterstanden. 16
17 Nr 6. Hol Graaf- en ophoogwerkzaamheden in de nabijheid van het hol niet in de periode dat het vrouwtje hoogzwanger is en in de kraamperiode totdat de jongen zelfstandig genoeg zijn (april-september) en alleen bij daglicht om de bevers niet te storen als ze actief zijn. Nr 7. Mogelijk hol Afhankelijk van waar de doorsteek van de zomerdijk gaat komen kan dit hol al dan niet in stand blijven. Bij verwijdering van het hol moet een beverdeskundige aanwezig zijn. Door het hol stap voor stap weg te graven kan schade aan eventueel aanwezige bevers voorkomen worden. Dit kan het best gedaan worden in de periode oktober-maart, tijdens normale waterstanden. De bever heeft bij de in paragraaf 5.1 genoemde werkwijze goede uitwijkmogelijkheden en er wordt ingeschat dat de verstoring dusdanig minimaal is dat het geen nadelig effect heeft op de functionaliteit van deze bevervestiging. 5.2 Doorsteken zomerdijk De doorsteek in de zomerdijk mag niet lager komen te liggen dan de huidige gemiddelde waterstand in de plas in de zomer. De doorsteek moet ontoegankelijk worden gemaakt voor vaartuigen. Bovenstaande werkwijze behoudt de functionaliteit van de dagrustplaatsen en daarmee de functionaliteit van deze bevervestiging. 17
18 18
19 6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De geplande uitvoering in het plangebied om te komen tot een waterstandverlaging bij hoogwater, heeft zonder aanpassingen een negatief gevolg voor de bevervestiging in het plangebied. De geplande uitvoering in het plangebied om te komen tot een kwaliteitsverbetering van het water in de plas, heeft zonder aanpassingen een negatief gevolg voor de bevervestiging in het plangebied. Door een aantal werkzaamheden te verschuiven en volgens in dit rapport genoemde richtlijnen uit te voeren zijn de doelstellingen van het inrichtingsproject te halen en is te voorkomen dat blijvende negatieve schade aan de bevervestiging ontstaat. Tijdens het veldwerk stond het water in de plassen ruim een halve meter hoger dan normaal. Dit is niet ideaal voor het opsporen van holen. Het is daarom aan te bevelen om op een later tijdstip, waarbij de waterstand lager is, dijklichamen die weg gegraven gaan worden te controleren op de aanwezigheid van beverholen. Het betreft daarbij de zomerdijk op de plaats waar de uiteindelijke doorsteek naar de IJssel komt en het dijkje dat aan de zuidkant van de plas weg gegraven gaat worden. Indien hier holen worden aangetroffen, dan kunnen ze op eenzelfde wijze worden verwijderd als hol nr 7 (zie pag. 16). De huidige uitwijkingsmogelijkheden van de bever worden bij hoogwater niet negatief beïnvloed gedurende de uitvoering en na inrichting binnen dit project. Het is daarom niet noodzakelijk om binnen dit project speciale voorzieningen hiervoor te treffen. Het is aan te bevelen de ontwikkeling van de bevers in de Hengforderwaarden te blijven volgen. Indien er onverhoopt toch nadelige effecten optreden door de uitgevoerde werkzaamheden, dan kan bekeken worden hoe in de toekomst dergelijke negatieve effecten bij andere vergelijkbare projecten voorkomen kunnen worden. Ottersporen werden bij de inventarisatie niet aangetroffen, terwijl er eerder wel sporen zijn aangetroffen. De omstandigheden tijdens inventarisatie waren echter niet optimaal (regen en hoogwater), waardoor niet uit te sluiten is dat de otter in het gebied voorkomt. 19
20 DANKWOORD Robert Pater en Nannike Duvelot voerden eerdere inventarisaties uit in naam van de Beverwerkgroep en stelden deze gegevens beschikbaar. Staatsbosbeheer verleende toegang tot haar terrein om het onderzoek uit te kunnen voeren. Ykelien Damstra, Mark Zekhuis en Rob Felix hielpen mee bij de inventarisatie op 12 februari De zoon van de plaatselijke agrariër Brouwer was zo vriendelijk om de bus van Ykelien uit de IJsselse klei te slepen. Oranjewoud BV leverde de stromingskaarten waarmee ingeschat kon worden wat het risico is van het wegspoelen van dagrustplaatsen van bevers. Aan allen is dank verschuldigd. 20
Waterbodemsanering Biesbosch
Waterbodemsanering Biesbosch Ligging van beverburchten en beverholen winter 2008/2009 Ir. V. Dijkstra Datum: 17 maart 2009 Rapport: 2009.06 van Zoogdiervereniging VZZ In opdracht van: Rijkswaterstaat Zuid-Holland
Bevers langs de Hoge Vaart te Almere. Vilmar Dijkstra & Sil Westra
Bevers langs de Hoge Vaart te Almere Mitigatieplan ten behoeve van de aanleg van hoogspanningskabels Vilmar Dijkstra & Sil Westra 2016.03 Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van TenneT TSO B.V.
Mitigatieplan bever Vaart IV Almere
Mitigatieplan bever Vaart IV Almere Vilmar Dijkstra Rapportnummer 2010.18 18 juli 2011 Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van Gemeente Almere Mitigatieplan bever Vaart IV Almere Rapport nr.:
Mitigatie bevers Almere
Mitigatie bevers Almere Evaluatie van mitigerende maatregelen in drie beverleefgebieden in de Gemeente Almere R.M. Koelman & V. Dijkstra November 2013 Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van
Vliegroute vleermuizen Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Beoordeling van de effectiviteit van een tijdelijke vliegroute voor vleermuizen in juli 2008
Vliegroute vleermuizen Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Beoordeling van de effectiviteit van een tijdelijke vliegroute voor vleermuizen in juli 2008 R.M. Koelman Juli 2008 Rapport van de Zoogdiervereniging
INVENTARISATIE VLEERMUIZEN DE WEID WALSTRO 3 CASTRICUM
INVENTARISATIE VLEERMUIZEN DE WEID WALSTRO 3 CASTRICUM LUPGENS EN PARTNERS BV / CAREOS GROEP 15 oktober 2012 076649227:0.3 B01043.200918.0200 Inhoud 1 Inleiding... 3 1.1 Aanleiding... 3 1.2 Doel... 3
Nader onderzoek vleermuizen schoolgebouw Anne Franklaan, Montfoort
NOTITIE Cultuurland Advies Dhr. T. Melenhorst Postbus 20 8180 AA Heerde DATUM: 20 september 2011 ONS KENMERK: 11-386/11.13133/JanBu UW KENMERK: telefonische gunning 16 juni 2011 AUTEUR: PROJECTLEIDER:
Vleermuisonderzoek Schuttersbosch Eindhoven
Vleermuisonderzoek Schuttersbosch Eindhoven R.M. Koelman Mei 2013 Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van Stichting Woonbedrijf SWS.Hhvl R.M. Koelman Rapport nr.: 2013.06 Project nr.: 2012.090
Vleermuisonderzoek Prins Mauritsschool Nijmegen
Ecologie & landschap NOTITIE Gemeente Nijmegen T. Martens Postbus 9105 6500 HG Nijmegen DATUM: 7 november 2014 ONS KENMERK: 14-577/1405584/LieAn UW KENMERK: VPL 213937 PROJECTLEIDER: INVENTARISATIE: G.
Notitie. Inleiding. Methodiek. J. de Waard (Trivire Wonen) aan. van A. de Baerdemaeker. betreft Vleermuis- en vogelonderzoek Patersweg Dordrecht
Notitie aan J. de Waard (Trivire Wonen) van A. de Baerdemaeker betreft Vleermuis- en vogelonderzoek Patersweg Dordrecht project 0619 datum 2 augustus 2011 Postbus 23452 3001 KL Rotterdam telefoon: 010-436
BILAN. RAPPORT 2006 Nijmegen - (GLD) - Nijmegen, Winckelsteegh DEFINITIEF CONCEPT. Veldonderzoek naar rode eekhoorn
BILAN RAPPORT 2006 Nijmegen - (GLD) - Nijmegen, Winckelsteegh Veldonderzoek naar rode eekhoorn DEFINITIEF CONCEPT in opdracht van Pluryn Werkenrode Groep Rapport-ID Titel Nijmegen (GLD) - Nijmegen, Winckelsteegh
Resultaten telling slaapplaats grutto en andere vogelsoorten 't Broek, Waardenburg
NOTITIE Bosch & Van Rijn A. Schipper Groenmarkstraat 56 3521 AV Utrecht DATUM: 8 mei 2017 ONS KENMERK: 17.02976/RogVe UW KENMERK: gunning per email dd 6 februari 2017 AUTEUR: PROJECTLEIDER: STATUS: CONTROLE:
Notitie Ontwikkeling TBT en aanwezigheid van de das
Notitie Ontwikkeling TBT en aanwezigheid van de das Vliegveld Twente, Enschede Projectnummer: 6629 Datum: 21-2-2017 Opgesteld: Gerard Lubbers Inleiding De gebiedsregisseur Area Development Twente (ADT)
Onderzoek naar het voorkomen van noordse woelmuis & waterspitsmuis De Hulk & Etersheim 2014
Onderzoek naar het voorkomen van noordse woelmuis & waterspitsmuis De Hulk & Etersheim 2014 D.L. Bekker September 2014 Rapport van het Bureau van de Zoogdiervereniging In opdracht van ARCADIS Nederland
Het wegvangen van Pallas eekhoorns in Weert en omgeving in 2013
Het wegvangen van Pallas eekhoorns in Weert en omgeving in 2013 Periode mei-november V. Dijkstra Rapportnummer 2013.38 December 2013 Rapport van het bureau van de Zoogdiervereniging In opdracht van Ministerie
Gemeente s-hertogenbosch Dhr. T. van Tol Postbus 12345 5200 GZ s-hertogenbosch
Ecologie & landschap NOTITIE Gemeente s-hertogenbosch Dhr. T. van Tol Postbus 12345 5200 GZ s-hertogenbosch DATUM: 21-04-2015 ONS KENMERK: UW KENMERK: - AUTEUR: PROJECTLEIDER: 15-143/15.02500/DirKr D.B.
NOTITIE. Quickscan perceel Veldstraat 4 te Nijmegen. Methodiek. Plangebied en ingreep
NOTITIE Mevr. T. Martens Gemeente Nijmegen Postbus 9105 6500 HG Nijmegen DATUM: 15-04-2016 ONS KENMERK: 16-109/16.01207/DirKr UW KENMERK: VPL 235792 AUTEUR: PROJECTLEIDER: D.B. Kruijt D.B. Kruijt STATUS:
Uitvoering mitigerende maatregelen Ruusbroeckstraat en omgeving
NOTITIE Gemeente Nijmegen Mevr. T. Martens Postbus 9105 6500 HG Nijmegen DATUM: 15 november 2011 ONS KENMERK: UW KENMERK: AUTEUR: PROJECTLEIDER: pm G771/11.0016099 G. Hoefsloot G. Hoefsloot STATUS: versie
Gezien voor akkoord: Datum: 30 augustus 2017
> Retouradres Postbus 40225, 8004 DE Zwolle Rijkswaterstaat K. van Andel Postbus 24103 3502LA UTRECHT ONTWERP-BESLUIT Gezien voor akkoord: : 30 augustus 2017 Betreft Beslissing op uw aanvraag afwijzing
Aanvullend visonderzoek inrichting BBL-percelen Winterswijk Oost. rapportnummer 1324
Aanvullend visonderzoek inrichting BBL-percelen Winterswijk Oost rapportnummer 1324 Opdrachtgever Dienst Landelijk Gebied Postbus 9079, 6800 ED Contactpersoon: Dhr. T. Paternotte Opdrachtnemer Stichting
Rapport. Natuuronderzoek Schateiland. Nader onderzoek naar enkele beschermde soorten. Lelystad, juni 2017 R. Heemskerk
Rapport Lelystad, juni 2017 R. Heemskerk Natuuronderzoek Schateiland Nader onderzoek naar enkele beschermde soorten Landschap verbindt Landschapsbeheer Flevoland streeft naar ontwikkeling, beheer en behoud
Effecten revitalisatie oude meander Lunterse Beek op de aanwezige dassen
Effecten revitalisatie oude meander Lunterse Beek op de aanwezige dassen Verslag opgesteld door Stichting Das&Boom in opdracht van het Waterschap Vallei en Veluwe Beek-Ubbergen, maart 2013 Inhoudsopgave
Dordrecht Ondergronds Waarneming 6 VEST 124, GEMEENTE DORDRECHT
VEST 124, GEMEENTE DORDRECHT Een waarneming tijdens een bodemsanering J.A. Nipius 2011 Gemeente Dordrecht Bureau Monumentenzorg & Archeologie Colofon ISSN n.v.t. ISBN n.v.t. Tekst J.A. Nipius Redactie
Vleermuisinventarisatie aan de Hofstraat te s- Heerenberg
Vleermuisinventarisatie aan de Hofstraat te s- Heerenberg In opdracht van: SAB BV Oktober 2014 Vleermuisinventarisatie aan de Hofstraat te s-heerenberg Colofon: J.H.S. Rijsdijk MSc Natuurkompas Ecologisch
Vleermuisonderzoek. Monnickendam
Vleermuisonderzoek Monnickendam 2 Colofon Status uitgave: Rapport nr.: Datum uitgave: Titel: Eindrapport 13.031 7 november 2013 Vleermuisonderzoek Monnickendam Auteurs Carola van den Tempel, Frank Visbeen.
Ecologisch werkprotocol
Ecologisch werkprotocol Lommerrijk 23 Lelystad Locatie en werkzaamheden Lommerrijk 23 ligt aan de noordwestzijde van Lelystad, in de gemeente Lelystad en de provincie Flevoland. Het plangebied is aangegeven
Notitie. 1 Aanleiding
Aan Bart van Eck Onderwerp Advies over natuurwetgeving bij de inrichtingsplannen voor de waterberging de Ronde Hoep 1 Aanleiding De polder de Ronde Hoep is aangewezen voor calamiteitenberging in de deelstroomgebiedsvisie
Notitie flora en fauna
Notitie flora en fauna Titel/locatie Projectnummer: 6306 Datum: 11-6-2013 Opgesteld: Rosalie Heins Gemeente Baarn is voornemens om op de locatie van de huidige gemeentewerf een nieuwe brede school ontwikkelen.
Nader onderzoek Vleermuizen en Steenmarter Ellertshaar 6 (gemeente Borger Odoorn)
Opdrachtgever: Gemeente Borger Odoorn Contactpersoon: Rapport: Alewijn Brouwer Projectleiding: Projectnummer: Nader onderzoek Vleermuizen en Steenmarter Ellertshaar 6 (gemeente Borger Odoorn) Inhoudsopgave
Onderzoek naar het voorkomen van de waterspitsmuis in een herinrichtingsgebied in Polder de Peizer- en Eeldermaden in 2009
Onderzoek naar het voorkomen van de waterspitsmuis in een herinrichtingsgebied in Polder de Peizer- en Eeldermaden in 2009 November 2009 Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van ARCADIS Nederland
Onderzoek naar het voorkomen van grote bosmuis bij Ter Apel 2014
Onderzoek naar het voorkomen van grote bosmuis bij Ter Apel 2014 D.L. Bekker Augustus 2014 Rapport van het Bureau van de Zoogdiervereniging In opdracht van Antea Group Onderzoek naar het voorkomen van
Gemeente Zwolle. Morfologisch gevoeligheidsonderzoek Westenholte. Witteveen+Bos. Willemskade postbus 2397.
Gemeente Zwolle Morfologisch gevoeligheidsonderzoek Westenholte Willemskade 19-20 postbus 2397 3000 CJ Rotterdam telefoon 010 244 28 00 telefax 010 244 28 88 Gemeente Zwolle Morfologisch gevoeligheidsonderzoek
Arcus Zuid Projectontwikkeling B.V. B.J.M. Mertens Dorpstraat JX OIRSBEEK
> Retouradres Postbus 19530 2500 CM Den Haag Arcus Zuid Projectontwikkeling B.V. B.J.M. Mertens Dorpstraat 98 6438 JX OIRSBEEK Postbus 19530 2500 CM Den Haag mijn.rvo.nl T 088 042 42 42 F 070 378 61 39
Bevers en baggeren Een pilot met werken dichterbij beverburchten
Bevers en baggeren Een pilot met werken dichterbij beverburchten Vilmar Dijkstra & Anna Wegner 4 september 2018 Inhoud - Inleiding pilot - Ontwikkeling van de bever in Nederland - Bevers en baggeren Baggeren
Rapportage onderzoeken vleermuizen, huismus en gierzwaluw
Rapportage onderzoeken vleermuizen, huismus en gierzwaluw Varikse Driehoek te Heerewaarden Datum : 1 september 2015 Projectnummer : 15-0092 Opdrachtgever : Woonstichting De kernen, Korenstraat 1, 5321
Ordito Gilze B.V. t.a.v. dhr. C. van Kuijk Postbus ZH GILZE
Postadres: Postbus 1015 6040 KA Roermond Bezoekadres: Zuidhoven 9m 6042 PB Roermond telefoon 0475 32 00 00 - fax 0475 32 19 67 - email [email protected] - internet www.aeres-milieu.nl IBAN NL70 INGB
Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde.
Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Status Definitief Datum 7 april 2015 Handtekening Matthijs
Vleermuizen inventariseren rond Baarn en Soest in 2011
Vleermuizen inventariseren rond Baarn en Soest in 2011 Eric Jansen 2011 Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van de Provincie Utrecht Vleermuizen inventariseren rond Baarn en Soest in 2011 Rapport
QUICKSCAN EDESEWEG 51 WEKEROM
QUICKSCAN EDESEWEG 51 WEKEROM Colofon Opdrachtgever: Tulp-Bijl B.V. Titel: Quickscan Edeseweg 51 Wekerom Status: Definitief Datum: Februari 2013 Auteur(s): Ir. M. van Os Foto s: M. van Os Kaartmateriaal:
Quickscan natuur Mauritslaan Werkhoven
Quickscan natuur Mauritslaan Werkhoven 15 november 2012 ZOON ECOLOGIE Colofon Titel Opdrachtgever Uitvoerder Auteur Datum Quickscan natuur Mauritslaan Werkhoven m RO Zoon Ecologie C.P.M. Zoon ZOON ECOLOGIE
Gemeente Nijmegen Mevrouw T. Martens Postbus HG Nijmegen
NOTITIE Gemeente Nijmegen Mevrouw T. Martens Postbus 9105 6500 HG Nijmegen DATUM: 23 mei 2014 ONS KENMERK: 14-238/14.02665/GerHo UW KENMERK: VPL 208152 AUTEUR: PROJECTLEIDER: STATUS: CONTROLE: ir. G. Hoefsloot
Vleermuizen in de Hoge hof (Biesbosch)
Vleermuizen in de Hoge hof (Biesbosch) Peter Twisk Oktober 2006 Rapport van de Zoogdiervereniging VZZ In opdracht van Directie Landelijk Gebied, Regio Zuid Rapport nr.: 2006.55 Datum uitgave: Oktober
: Archeologische begeleiding in Katwijk, Tweede Mientlaan
Bodemshop Dhr. Roosendaal s-gravendijckseweg 45 A 2201 CZ Noordwijk Noordwijk, 16 juni 2008 Kenmerk : 09840508/29047 Contactpersoon : drs. Edwin Hoven E-mail : [email protected] Betreft : Archeologische
Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde
Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde 22 december 2011 Zoon buro voor ecologie Colofon Project: Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde Opdrachtgever: mro Uitvoerder Zoon
Notitie Flora en faunawet bestemmingsplan Centrum Best; Locatie ten noorden van begraafplaats
Ecologica BV Rondven 22 6026 PX Maarheeze 0495-46 20 70 0495-46 20 79 [email protected] www.ecologica.eu Gemeente Best T.a.v. dhr. P. van den Broek Raadhuisplein 1 Postbus 50 5680 AB Best Datum: 2 april
De noordse woelmuis en de waterspitsmuis langs de Boonervliet en Vlaardingervaart
De noordse woelmuis en de waterspitsmuis langs de Boonervliet en Vlaardingervaart Notitie met betrekking tot de te verwachten effecten op de noordse woelmuis en de waterspitsmuis door de aanleg van natuurvriendelijke
Provincie Noord-Brabant J.A.L. van Zandvoort Postbus MC s-hertogenbosch. Datum 20 juli 2016 Betreft Beslissing op wijzigingsverzoek
> Retouradres Postbus 40225, 8004 DE Zwolle Provincie Noord-Brabant J.A.L. van Zandvoort Postbus 90151 5200 MC s-hertogenbosch Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Postbus 40225, 8004 DE Zwolle mijn.rvo.nl
Deelhandleiding uploadportal NEM VTT
Deelhandleiding uploadportal NEM VTT Onderdeel van de handleiding voor het meetnet NEM Vleermuis Transect Tellingen Schillemans, M.J. 2015.010 Rapport van het Bureau van de Zoogdiervereniging In opdracht
Notitie. Aanvullend faunaonderzoek locatie Brusselse Poort te Maastricht
Notitie Aanvullend faunaonderzoek locatie Brusselse Poort te Maastricht Door: G.M.T. Peeters & R.J.H. Snijders Notitienummer: 245 Datum: 8 augustus 2013 In opdracht van: Vandewall Planologisch Advies BV
Quickscan Lankhorsterweg 27 Staphorst. John Mulder
Quickscan Lankhorsterweg 27 Staphorst John Mulder Colofon Mulder,J.(2018): Quickscan Lankhorsterweg 27 Staphorst. Ecologisch Adviesbureau Mulder, Beemte Broekland. Opdrachtgever: dhr. H. Visscher. Status
memo vaststelling bestemmingsplan aangaande Flora- en faunawet 'herontwikkeling perceel voormalig gemeentehuis' te 's Heerenberg.
memo aan: van: ons kenmerk: Gemeente Montferland SAB ZON/GEST/140400 datum: 20 januari 2015 betreft: vaststelling bestemmingsplan aangaande Flora- en faunawet 'herontwikkeling perceel voormalig gemeentehuis'
Plan van aanpak verplaatsing dassen Veldschuur Malden
Plan van aanpak verplaatsing dassen Veldschuur Malden Verslag opgesteld door Stichting Das&Boom in opdracht van de gemeente Heumen Beek-Ubbergen, juli 2016 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Beleidskader
Notitie verkennend Flora- en faunaonderzoek Lettele
Notitie verkennend Flora- en faunaonderzoek Lettele Butersdijk nabij nummer 21, Lettele Datum: 12-3-2014 Opgesteld door: Vincent de Lenne Projectnummer: 6546 Aanleiding en doel Aan de Butersdijk, nabij
Beschrijving plangebied bron: Koopman & Ingberg (2009)
NOTITIE Aan : Ministerie van Defensie, Dienst Vastgoed Defensie T.a.v. : De heer S. van der Meulen Van : Drs. R. Felix Datum : 19 september 2012 Ons kenmerk : 12-125 Uw kenmerk : 3001528 Onderwerp : QS
Hierbij ontvangt u het briefrapport inzake de inventarisatie van vleermuizen in het projectgebied Almere hout te Almere.
Gemeente Almere Dienst Stedelijke Ontwikkeling T.a.v.: Dhr. J. Ohm Postbus 200 1300 AE ALMERE Uw kenmerk: ****** Ons kenmerk: ALVL1001 Datum: 14-08-2011 Projectgebied: Almere Hout Onderwerp: Briefrapport
ASSCHATTERWEG LEUSDEN. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen en de functie van de omgeving voor vleermuizen
ASSCHATTERWEG LEUSDEN Nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen en de functie van de omgeving voor vleermuizen COLOFON OPDRACHT Onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen en de eventuele
Aanvullend natuuronderzoek locatie Nieuweweg / Parklaan te Hattem
Aanvullend natuuronderzoek locatie Nieuweweg / Parklaan te Hattem Onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen en steenmarter Datum: 15-10-2012 Auteur: A. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Rapportnummer:
NATUURONDERZOEK A9 BADHOEVEDORP
NATUURONDERZOEK A9 BADHOEVEDORP Vleermuizen vliegroutes en foerageergebied Eindrapport Adviesbureau E.C.O. Logisch Nieuwerkerk a/d IJssel, 16-11-2016 VERANTWOORDING Opdrachtgever: Aveco de Bondt Contactpersoon:
Verkennend Ecologisch Onderzoek
Verkennend Ecologisch Onderzoek Dorpsstraat 75 te Nieuwkoop Watersnip-rapport 14A013 Colofon Titel Verkennend Ecologisch Onderzoek Dorpsstraat 75 te Nieuwkoop Projectnummer 14A0013 Datum uitgave 31 maart
Resultaten onderzoek steenuil en kerkuil Hoge Wei te Oosterhout. Kader
Resultaten onderzoek steenuil en kerkuil Hoge Wei te Oosterhout Datum : 5 september 2016 Projectnummer : 16-0080 Opdrachtgever : KlokBouwOntwikkeling bv Postbus 40018 6504 AA Nijmegen Opgesteld door :
Gemeente Nijmegen T. Martens Postbus HG Nijmegen. Quick scan Flora- en faunawet Mesdagstraat te Nijmegen
Ecologie & landschap NOTITIE Gemeente Nijmegen T. Martens Postbus 9105 6500 HG Nijmegen DATUM: 29 januari 2016 ONS KENMERK: UW KENMERK: -- AUTEUR: PROJECTLEIDER: 15-879/16.00623/RalSm R.R. Smits G. Hoefsloot
Rapportage: Eric Verkaik Veldwerk: Elmar Prins. Quickscan. Spankerenseweg 20 Dieren
Rapportage: Eric Verkaik Veldwerk: Elmar Prins Quickscan Spankerenseweg 20 Dieren februari 2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Gegevens plangebied... 2 3 Methode... 3 4 Resultaten... 3 4.1 Bureaustudie...
Aanvullend vleermuisonderzoek restaurant Castellum Novum in De Meern
Aanvullend vleermuisonderzoek restaurant Castellum Novum in De Meern Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet Datum: 08-11-2008 Auteur: A.H. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Kenmerk: vlm2008/10
