Bijbelcommentaar Andrew Wommack
|
|
|
- Emiel van der Pol
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Romeinen hoofdstuk 2 Andrew Wommack Vertaling Bible Commentary van Andrew Wommack Wiebrig Calderhead, 2008 (Om in Word naar een eindnoot te springen: plaats de cursor bij de eindnootverwijzing, kies Beeld (menubalk) voetnoten. Om terug te gaan naar de tekst: zet de cursor in de eindnoot, klik rechts, kies "Ga naar eindnoot") Hoofdstuk 2 1 Daarom zijt gij, o mens, wie gij ook zijt, niet te verontschuldigen, wanneer gij oordeelt. Want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelf; want gij, die oordeelt, bedrijft dezelfde dingen. Opmerking 1 bij Romeinen 2:1: In het vorige hoofdstuk had Paulus afdoende bewezen dat de heidenen schuldig waren voor God. Ze hadden geen excuus voor hun verachtelijke daden (Rom. 1:20) 1. Ongetwijfeld behaagde dit de Joden. Dit was precies wat zij geloofden en wat zij hadden aangevoerd. Ze waren van mening dat heidenen niet gered konden worden, tenzij ze zich tot het Jodendom bekeerden en de wet van Mozes in acht namen (met name de wet van de besnijdenis). Nadat Paulus echter ten volle gebruik had gemaakt van het vooroordeel van de Joden, richt hij nu zijn betoog op de Joden door hen te laten zien dat zij net zo schuldig zijn, of zelfs schuldiger dan de heidenen. Hij beëindigt dit hoofdstuk door te stellen dat het geloof van de heidenen beter is dan de Joodse besnijdenis en hij komt tot de slotsom dat een ware Jood uit geloof is geboren, niet uit het vlees (Rom. 2:28-29) 2. Dit tweede hoofdstuk bewijst dus dat de Joden, of een religieus persoon, net zo schuldig voor God staan als de heidenen. In het derde hoofdstuk vat Paulus dit alles samen door te verkondigen dat iedereen Jood of heiden, omdat ze beiden in hetzelfde bootje zitten gered kan worden door één methode, namelijk door geloof. Opmerking 2 bij Romeinen 2:1: Vanuit een menselijk perspectief hebben sommige mensen een niveau van heiligheid bereikt dat hen het recht geeft om anderen te oordelen. Maar vanuit het gezichtspunt van God zijn we allen zondaars en de ene zondaar heeft geen geldige reden om een medezondaar te veroordelen (zie opmerking 46 bij Matt. 7:1) 3. We zondigen misschien niet allemaal in dezelfde mate, maar we zijn schuldig aan het breken van de wet (Jak. 2:10) 4 en daarom zijn we niet gekwalificeerd om een oordeel te vellen. Bovendien is het zo dat als iemand een ander veroordeelt, hij aantoont dat hij kennis heeft van goed en kwaad en daarom kan hij zich niet langer beroepen op onwetendheid van zijn eigen overtredingen. Zoals in vers 2 wordt uitgelegd, doen we er beter aan om God de rechter te laten zijn. Romeinen hoofdstuk 2 pagina 1
2 Opmerking 3 bij Romeinen 2:1: Het Griekse woord dat drie keer in dit vers en een keer in vers 3 met oordeelt is vertaald is krino. Dit spreekt van een streng, veroordelend soort oordelen waartegen in Matteüs 7:1 wordt gewaarschuwd. 5 Er is een Grieks woord anakrino dat onderscheiding, beoordeling betekent, wat in de Schrift wordt aangemoedigd (zie nogmaals opmerking 46 bij Matt. 7:1). 2 Wij weten echter, dat het oordeel Gods onpartijdig gaat over hen, die zulke dingen bedrijven. 3 Rekent gij wellicht hierop, o mens, die oordeelt over hen, die zulke dingen bedrijven, en ze zelf doet, dat gij het oordeel Gods ontgaan zult? Opmerking 4 bij Romeinen 2:3: Deze vrome Joden hadden met Paulus kunnen redeneren dat zij niet dezelfde zonden bedreven die deze heidenen deden, maar in feite deden ze dat wel. Ze mochten dan geen afgoden hebben aanbeden, maar ze waren hebzuchtig en Kolossenzen 3:5 laat zien dat dit een vorm van afgoderij is. 6 Ze mochten dan geen overspel hebben gepleegd, maar in hun hart hadden ze wellust, waarvan Jezus zei dat dit gelijkstond aan overspel (Matt. 5:28) 7. Ze mochten dan niemand hebben vermoord, maar ze hadden gehaat, wat dezelfde wortel is van deze zonde (Matt. 5:21-22) 8. Als je er op deze manier naar kijkt, dan verdwijnt het oordeel over anderen en komt de genade van God aan het licht. 4 Of veracht gij de rijkdom van zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, en beseft gij niet, dat de goedertierenheid Gods u tot boetvaardigheid leidt? Opmerking 5 bij Romeinen 2:4: Dit is een radicale verklaring die de Joden in de tijd van Paulus en de religieuze wettische Christenen in onze tijd verwerpen. Ze weigeren te aanvaarden dat de goedheid van God een voldoende motivatie is voor de mensen om zich van zonde af te keren. Ze houden vol dat vrees voor straf een veel betere drijfveer is. Het is waar dat voor de meeste mensen vrees een bekendere drijfveer is. Zelfs iemand die verloren is of een vleselijke Christen kan zich iets voorstellen bij vrees en daarop reageren. Maar zoals in 1 Joh. 4:18 staat, houdt vrees verband met straf. 9 Degenen die uit vrees op God reageren zullen ook gekweld worden door twijfel en oordeel of ze wel genoeg hebben gedaan. Vrees zal sommigen naar God drijven, maar het is minder dan liefde. Er is niets wat vrees kan bewerkstelligen dat liefde niet veel beter kan doen en zonder het neveneffect van kwelling. Degenen die gedreven worden om God uit vrees te zoeken als de dingen niet goed gaan, zullen daarmee ophouden als de dingen wel goed gaan. Zij worden degenen die alleen maar bidden als ze in moeilijkheden zijn. Degenen die tot God komen vanwege Zijn goedheid zullen God zien als de bron van hun succes en zullen God ook in slechte tijden blijven dienen. De wereld, en met name de religie, heeft negatieve redenen gebruikt om mensen te motiveren. Het evangelie gebruikt de positieve reden van Gods grote liefde om Romeinen hoofdstuk 2 pagina 2
3 mensen tot God te trekken. We moeten ons denken vernieuwen en ons aansluiten bij het denken van God. 5 Maar in uw weerbarstigheid en onboetvaardigheid van hart hoopt gij u toorn op tegen de dag des toorns en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods, Opmerking 6 bij Romeinen2:5: De apostel Jakobus schreef: Want onbarmhartig zal het oordeel zijn over hem, die geen barmhartigheid bewezen heeft; barmhartigheid (echter) roemt tegen het oordeel. (Jak. 2:13) Aan degenen die barmhartigheid bewijzen, zal barmhartigheid bewezen worden. Maar degenen die een verhard hart hebben en onbarmhartig zijn zullen ditzelfde oogsten als ze voor de rechterstoel van God staan. 6 die een ieder vergelden zal naar zijn werken: Opmerking 7 bij Romeinen 2:6: De verzen 6-16 spreken over het laatste oordeel van God aan het einde van deze wereld. De Heer zal ons oordelen en een ieder vergelden naar zijn werken. Hoewel dit waar is, hebben sommigen deze teksten gebruikt om het tegenovergestelde te bedoelen van wat Paulus hier in deze context zegt. Uit de context kunnen we opmaken dat Paulus predikt dat zowel Joden als heidenen hebben gezondigd en de heerlijkheid van God derven (Rom. 3:23) 10. Daarom kan niemand door zijn daden worden gered (Rom. 3:20) 11. De enige manier om te worden gered is door geloof in Jezus en in wat Hij voor ons heeft gedaan (Rom. 3:24-28) 12. Daarom kunnen deze verzen niet tegenspreken wat Paulus al heeft gezegd door te beweren dat aanvaarding door God gebaseerd is op prestaties. Nee, de werken die beloond zullen worden met eeuwig leven zijn de daden van geloof (Joh. 3:16) 13. Alleen geloof redt, maar reddend geloof is nooit alleen. Waarachtig geloof wordt gevolgd door daden (Jak. 2:17-20) 14. Het Griekse woord dat in vers 8 is vertaald met ongehoorzaam betekent niet geloven (met opzet en met verdraaiing), ongelovig zijn. Het gaat hier dus over geloof, ook al wordt er gesproken van werken. Daarom zullen zij die door geloof volharden in het goeddoen (vers 7) eeuwig leven ontvangen. Maar degenen die door hun verwerping van Gods genade ongehoorzaam zijn aan de waarheid (de waarheid niet geloven), zullen toorn, gramschap, verdrukking en benauwdheid te wachten staan (verzen 8-9). 7 hun, die, in het goeddoen volhardende, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, het eeuwige leven; 8 maar hun, die zichzelf zoeken, der waarheid ongehoorzaam en der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, wacht toorn en gramschap. 9 Verdrukking en benauwdheid (zal komen) over ieder levend mens, die het kwade bewerkt, eerst de Jood en ook de Griek; 10 maar heerlijkheid, eer en vrede over ieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek. 11 Want er is geen aanzien des persoons bij God. Romeinen hoofdstuk 2 pagina 3
4 12 Want allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en allen, die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden; 13 want niet de hoorders der wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden. 14 Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder wet, zichzelf tot wet; Opmerking 8 bij Romeinen 2:14: Hier gaat het over de intuïtieve kennis van God, zoals beschreven in hoofdstuk 1 (zie opmerking 2 bij Rom. 1:18) immers, zij tonen, dat het werk der wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen, Opmerking 9 bij Romeinen 2:15: Ons geweten is dat gedeelte van ons dat medegetuigt van wat goed en slecht is. Dit gebeurt omdat onze gedachten ons ofwel aanklagen, of ons verontschuldigen. Ons geweten is een deel van onze ziel (zie opmerking 2 bij Matt. 22:37) 16, wat kan worden afgeleid uit het feit dat zelfs het geweten van een Christen kan worden besmet (1 Kor. 8:7) 17, kwaad kan zijn (Heb. 10:22) 18 en zwak kan zijn (1 Kor. 8:10) 19, wat de wedergeboren geest niet kan zijn (zie opmerking 3 bij Matt. 26:41) 20. Een goed geweten is essentieel voor het geloof. Zonder een goed geweten lijdt ons geloof schipbreuk (1 Tim. 1:19) 21. Een goed geweten brengt vrijmoedigheid voort (1 Joh. 3:21; Heb. 10:35) 22. Een slecht geweten veroordeelt ons (1 Joh. 3:20) 23. Het is mogelijk dat God de mens zonder geweten heeft geschapen en dat het geweten werd verkregen door de boom van kennis van goed en kwaad. De naam van deze boom is beschrijvend voor de functie van het geweten. Naar het woord geweten wordt in de NBG51 in het Nieuwe Testament 23 keer in 22 verzen verwezen (Hand. 23:1; 24:16; Rom. 2:15; 9:1; 13:5; 1 Kor. 8:7, 10, 12, 28, 29; 2 Kor. 1:12; 4:2; 5:11; 1 Tim. 1:5, 19; 3:9; 4:2; 2 Tim. 1:3; Ti. 1:15; Heb. 13:18; 1 Pet. 3:16, 21) 24 en er komt een keer het woord gewetensvraag voor (1 Kor. 10:25) 25. In de Statenvertaling zijn er nog eens zes verzen waarin het woord geweten wordt gebruikt (Joh. 8:9; Heb. 9:9; 9:14; 10:2; 10:22; 1 Pet. 2:19) ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn evangelie, door Christus Jezus. Opmerking 10 bij Romeinen 2:16: Dit is nogal een verklaring over de echtheid van het evangelie dat Paulus predikte. God kreeg Zijn begrip van het evangelie niet van Paulus, maar Paulus ontving de openbaring van het evangelie van God. Hij was hier zo zeker van dat hij verklaringen zoals deze kon maken en zoals die in Galatan 1: Indien gij u dan Jood laat noemen, steunt op de wet, u beroemt op God, Romeinen hoofdstuk 2 pagina 4
5 Opmerking 1 bij Romeinen 2:17: Het is juist dat aan de Joden het Woord van God was gegeven en dat gaf hen een superieure kennis van God. Aangezien zij zich echter niet aan de wet hadden gehouden, waren zij door hun superieure kennis meer rekenschap verschuldigd dan andere mensen (zie opmerking 5 bij Luc. 12:48) zijn wil kent, weet te onderscheiden waarop het aankomt, daar gij onderricht in de wet geniet, 19 en u overtuigd houdt, dat gij een leidsman van blinden zijt, een licht voor hen, die in duisternis zijn, 20 een opvoeder van onverstandigen en een leermeester van onmondigen, daar gij in de wet de belichaming der kennis en der waarheid bezit, 21 hoe nu, gij, die een ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij, die predikt, dat men niet stelen mag, steelt gij? Opmerking 2 bij Romeinen 2:21: De Joden gingen er prat op dat zij de wet hielden, maar er was geen enkele Jood die zich erop kon beroemen dat hij de wet volmaakt had gehouden (zie opmerking 4 bij Marc. 10:20) 29. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods (Rom. 3:23). Paulus haalt drie gebieden naar voren waarin zij zich beroemden op hun eigen heiligheid, maar hij onthult dat zij juist in deze gebieden in feite zondaars waren. Ze beroemden zich erop dat ze niet stalen, maar Paulus onthult dat ze dat wel deden. Jezus bestrafte de Farizeeën dat ze stalen. 30 Dit is niet de gewoonlijke soort diefstal, maar wat wij een witte boorden -misdaad zouden noemen. Paulus zei dat ze overspelig waren (vers 22), hoewel zij zich erop beroemden dat ze geen overspel pleegden. Ook al was het aan niets anders, dan waren ze schuldig aan geestelijk overspel (Jak. 4:4) 31 en Jezus had onthuld dat overspel ook een zonde van het hart was, zelfs als er geen daad uit voortkwam (Matt. 5:28) 32. Ze dachten ook dat ze geen afgoden aanbaden (vers 22), maar ook op dit punt overtuigde Paulus hen van het tegendeel. Hij gebruikt het woord tempelroof, waarmee hij een rechtstreekse toespeling maakt op hun hebzucht, wat afgoderij is (Kol. 3:5) 33. Daarom waren ze, evenals de heidenen, zondaars, ook al hadden ze een vorm van vroomheid, en hun huichelarij gaf de heidenen een reden om God te lasteren. Dit bracht Paulus ertoe om te verklaren dat de aanspraak van de Joden op een speciaal verbond met God ongeldig werd gemaakt doordat zij de wet braken. In het derde hoofdstuk van de brief aan de Romeinen trekt Paulus de conclusie dat iedereen, zowel Jood als heiden, in dezelfde zondige toestand verkeert en dezelfde redding door Christus nodig heeft. 22 Die overspel verbiedt, doet gij overspel? Die gruwt van de afgoden, pleegt gij tempelroof? 23 Die u op de wet beroemt, onteert gij God door uw overtreden van de wet? 24 Want de naam Gods wordt om u gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven staat. Romeinen hoofdstuk 2 pagina 5
6 25 Want besneden te zijn heeft wel betekenis, indien gij de wet volbrengt, maar indien gij een overtreder van de wet zijt, is uw besnijdenis tot onbesnedenheid geworden. Opmerking 3 bij Romeinen 2:25: Als de Jood zich volmaakt kon houden aan de wet die was verzegeld met het zegel van de besnijdenis, dan zou hij hiermee iets voor hebben op anderen. Maar dat is nooit gebeurd en kan ook nooit gebeuren. Niemand kan de wet houden, en de wet was ook niet gegeven om toegang te bieden tot God (zie opmerking 2 bij Matt. 19:17) 34. Omdat geen enkele Jood zich volmaakt aan de wet heeft gehouden, zijn zij daarom in de ogen van God hetzelfde als onbesnedenen. 26 Zal dan, indien de onbesnedene de eisen der wet in acht neemt, zijn onbesnedenheid niet voor besnijdenis gelden? Opmerking 4 bij Romeinen 2:26: Merk op dat Paulus niet zei dat de onbesnedenen de wet in acht nemen. In plaats daarvan zegt hij dat ze de eisen, oftewel de gerechtigheid van de wet in acht nemen (vers 26) en de wet volbrengen (vers 27). Er is een verschil. Iemand kan de gerechtigheid van de wet volbrengen door geloof in Jezus, maar niemand, Jood noch heiden, kan de wet volbrengen. 27 Dan zal de van nature onbesnedene, doordat hij de wet volbrengt, u oordelen, die, hoewel in het bezit van letter en besnijdenis, een overtreder van de wet zijt. 28 Want niet híj is een Jood, die het uiterlijk is, en niet dát is besnijdenis, wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, Opmerking 1 bij Romeinen 2:28: Zoals met zoveel geboden van het Oude Testament was besnijdenis een uiterlijk symbool of teken van een grotere innerlijke realiteit. Paulus gebruikt de term teken in Romeinen 4:11 met verwijzing naar de besnijdenis van Abraham. 35 De Joden van de eerste eeuw hadden de besnijdenis van het hart genegeerd en hadden al hun aandacht gericht op het vlees (1 Sam. 16:7) 36. Paulus verduidelijkt dat de gesteldheid van het hart iemand een kind van God maakt, niet het vlees. 29 maar híj is een Jood, die het in het verborgen is, en de (ware) besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God. Opmerking 2 bij Romeinen 2:29: Dit is een opmerkelijke verklaring. Paulus zegt hier dat degenen die wedergeboren zijn door geloof in Jezus in hun hart zijn besneden (Kol. 2:11-12) 37 en de ware Joden zijn. Ze hebben niet de Joodse nationaliteit of religie, maar ze zijn het ware volk van God. In Romeinen 9 gaat Paulus hier in meer detail op in, en dan toont hij duidelijk aan dat de heidenen die door wedergeboorte met Christus zijn verenigd nu Gods volk zijn. Paulus maakte hetzelfde punt in de brief aan de Galaten waar hij zegt dat ieder die door geloof in Jezus is gered nu het zaad van Abraham is en naar de belofte een erfgenaam (Gal. 3:16, 22, 26-29) 38. Dit laat er geen twijfel over bestaan dat de gemeente nu het uitverkoren volk van God is. Romeinen hoofdstuk 2 pagina 6
7 Dit betekent niet dat God de Joden verlaten heeft. Paulus behandelt deze kwestie ook in Romeinen 9. Er zijn nog steeds profetieën die op de fysieke staat Israël betrekking hebben en die nog vervuld zullen worden. Maar de gemeente van het Nieuwe Testament, samengesteld uit Joden en heidenen, is nu het koninkrijk van God op aarde. Opmerking 3 bij Romeinen 2:29: Wat Paulus hier zegt plaatst definitief de geest in het hart van de mens. Dit heeft sommigen ertoe gebracht te geloven dat het hart en de geest hetzelfde zijn, maar 1 Petrus 3:4 verwijst naar de geest van de mens als de verborgen mens van het hart. 39 Hiermee zegt hij dat de geest slechts een gedeelte van het hart bevat. Het hart van de mens bestaat feitelijk uit twee delen, de ziel en de geest. Daarom zegt de Schrift dat een hart innerlijk verdeeld kan zijn (Jak. 4:8) 40 en dat we met ons ganse hart moeten geloven (Hand. 8:37) 41 en niet met slechts een gedeelte (zie opmerking 3 bij Matt. 12:34) 42. Opmerking 4 bij Romeinen 2:29: Het Griekse woord dat hier is gebruikt voor letter is gramma wat letterlijk betekent: een schrijven, d.w.z. een brief, epistel, boek, enz. Paulus zegt hier dat besnijdenis iets geestelijks is in plaats van iets natuurlijks. Ware besnijdenis is een wedergeboren natuur en niet een merkteken aan het vlees. Romeinen hoofdstuk 2 pagina 7
8 Eindnoten Romeinen hoofdstuk 2: (Om in Word terug te gaan: zet de cursor in de eindnoot, klik rechts, kies "Ga naar eindnoot") Romeinen hoofdstuk 2 pagina 8
9 1 Rom. 1:20 Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. 2 Rom. 2:28-29 Want niet híj is een Jood, die het uiterlijk is, en niet dát is besnijdenis, wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, maar híj is een Jood, die het in het verborgen is, en de (ware) besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God. 3 Matt. 7:1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Opmerking 46 bij Matt. 7:1: Bij andere gelegenheden vertelde Jezus de mensen wel om te oordelen (Luc. 12:57; Joh. 7:24). De discipelen vertelden de mensen om te oordelen (Hand. 4:19; Rom. 14:13; 1 Kor. 5:12; 6:2; 10:15; 11:13; 14:29). Paulus oordeelde (1 Kor. 5:3; 2 Kor. 5:14). Er zijn veel voorbeelden dat mensen oordelen. Paulus bad dat onze liefde steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid (Fil. 1:9), wat een oordeel inhoudt (Engels: judgment). In het licht van al deze tekstplaatsen is het duidelijk dat er een goed en een slecht soort oordelen moet zijn. In Lucas 12:56-57 gebruikt Jezus de woorden onderkennen en oordelen door elkaar heen. Oordelen kan veel dingen betekenen, vanaf veroordelen tot evalueren, ergens een mening over vormen, overwegen. Er is zeker niets verkeerds met het onderkennen of inschatten van een situatie of een persoon. Integendeel, we moeten de geesten beproeven (1 Joh. 4:1). Oordelen, als het wordt gedaan om iets te onderscheiden, is goed. Het veroordelende soort oordeel is verkeerd. Dit wordt in andere tekstplaatsen aan de kaak gesteld (Rom. 14:4, 10, 13; Jak. 4:11) vanwege de redenen zoals in Matteüs 5:22 staan. We kunnen God de rechter zijn van de mensen en weten dat Zijn oordeel onpartijdig is (Rom. 2:2; Openb. 20:13). Merk ook op dat in deze tekstplaatsen Jezus niet het oordeel verbiedt, maar dat Hij er juist voor waarschuwt om voorzichtig te zijn met ons oordeel, omdat wij overeenkomstig geoordeeld zullen worden. Dit is hetzelfde principe dat in Romeinen 2:1-3 en Jakobus 2:12-13 staat. Er zijn bepaalde gevallen waar we een veroordelend vonnis moeten uitspreken, zoals Paulus deed (1 Kor. 5:3-5; 1 Tim. 1:20) of zoals tegenwoordig een rechter zou doen. Voorgangers en oudsten hebben tot taak om leden van de gemeente te bestraffen en zelfs te disciplineren (1 Tim. 5:20; Openb.. 2:12-16,18-20), maar het is niet iets waar luchthartig mee kan worden omgegaan. Deze waarschuwing noopt ons om er zeker van te zijn dat we van God hebben gehoord en dat we niet gewoon maar lucht geven aan onze eigen frustraties. 4 Jak. 2:10 Want wie de gehele wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle (geboden). 5 Matt. 7:1-2 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. 6 Kol. 3:5 Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij. 7 Matt. 5:28 Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd. 8 Matt. 5:21-22 Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht. Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur. 9 1 Joh. 4:18 Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde. 10 Rom. 3:23 Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. 11 Rom. 3:20 daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen. 12 Rom. 3:24-28 en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is. Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken? Neen, maar door de wet van geloof. Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof
10 gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet. 13 Joh. 3:16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. 14 Jak. 2:17-20 Zo is het ook met het geloof: indien het niet met werken gepaard gaat, is het, op zichzelf genomen, dood. Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt geloof en ík heb werken. Toon mij dan uw geloof zonder de werken, en ik zal u mijn geloof tonen uit mijn werken. Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wèl, (maar) dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen. Wilt gij weten, gij dwaze mens, dat het geloof zonder de werken niets uitwerkt? 15 Rom. 1:18 Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, Opmerking 2 bij Romeinen1:18: In Romeinen 1:18-20 verklaart Paulus dat God Zichzelf aan de hele mensheid heeft geopenbaard. De schriften van het Oude Testament zeggen dat God Zich door de natuur aan iedereen heeft geopenbaard (Ps. 19:2-3), maar Paulus verklaart hier dat er bij ieder mens een intuïtieve openbaring is van God. In deze verzen zijn er vijf woorden die de omvang beschrijven waarmee God Zichzelf aan de mensheid heeft geopenbaard en die de moeite waard zijn om aandacht aan te geven. Ieder van deze vijf woorden zouden op zichzelf al een sterk argument zijn voor wat Paulus vertelt. De combinatie van deze woorden in slechts twee zinnen benadrukken echter de zekerheid van wat Paulus beweert. Het gebruik van het woord alle in vers 18 laat de omvang zien waarmee God Zichzelf heeft geopenbaard. God heeft een getuigenis in ieder mens geplaatst tegen alle goddeloosheid en ongerechtigheid. In vers 19 is het Griekse woord dat hier is vertaald met openbaar en met geopenbaard het woord phaneroo, wat betekent duidelijk maken, zichtbaar, kenbaar, merkbaar maken, manifesteren, laten zien. Dit woord maakt zeer duidelijk dat deze instinctieve of intuïtieve kennis niet zo subtiel is dat het over het hoofd kan worden gezien. God geeft ieder mens het recht om te kiezen, maar er kan geen twijfel over bestaan dat ieder mens ooit eens duidelijk de fundamentele waarheden van het bestaan van God heeft gezien en begrepen. In vers 20 zegt Paulus dat deze innerlijke kennis van God ervoor zorgt dat ieder mens de onzichtbare dingen van God met het verstand kan doorzien. Het Griekse woord dat met doorzien is vertaald is kathorao, wat betekent: volledig aanschouwen, duidelijk bevatten. Dit laat er geen twijfel over bestaan dat ieder mens die ooit op aarde heeft gewandeld een duidelijke openbaring van God heeft gehad. Het gebruik van het woord verstand benadrukt dat God de mensen niet alleen kennis heeft gegeven, maar ook dat de mens die kennis kan begrijpen. Daarom zal niemand op de dag des oordeels voor God staan en kunnen zeggen: God is niet rechtvaardig. Hij heeft iedereen die ooit heeft geleefd, ongeacht hoe ver of geïsoleerd iemand heeft gewoond, de gelegenheid gegeven om Hem te kennen. Ieder is zonder verontschuldiging. Iemand zou nu kunnen zeggen: Als dit waar is, waarom zien we dan niet meer van deze intuïtieve kennis van God in de levens van degenen die het evangelie niet hebben gehoord? Paulus geeft hierop het antwoord in de verzen Matt. 22:37 Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Opmerking 2 bij Matt. 22:37: Het woord ziel is in het Grieks psuche, dat vertaald wordt met hart, leven, verstand, en ziel. De Schrift vertelt ons dat de ziel kennis nodig heeft (Spr. 2:10; 19:2; 24:14), de ziel weet (Ps. 139:14), de ziel overweegt en koestert plannen (Ps. 13:3), herinnert (Klaagl. 3:20), kiest (Job 7:15), weigert (Job 6:7), zoekt (1 Kron. 22:19), verbindt zich of neemt een besluit (Num. 30), heeft lief (1 Sam. 18:1; Ps. 42:2; Hoogl. 1:7), haat (2 Sam. 5:8; Ps. 107:18), heeft vreugde (Ps. 86:4; Jes. 61:10), treurt (Ri.. 10:16) en wenst (Deut. 14:26; 1 Sam. 20:4). Deze tekstplaatsen laten zien dat het denken het voornaamste en leidende deel van de ziel is, gevolgd door de wil en emoties. We kunnen de ziel ook beschrijven als het verborgen deel van alle bestaande wezens, of wat de meeste mensen de persoonlijkheid noemen. De ziel is het middelpunt van de gevoelens en emoties, begeerte en wensen, evenals het zintuiglijke waarnemen en het geweten (1 Sam. 30:6; 2 Sam. 13:39; 2 Kon.. 4:27; 23:3; Ps. 107:5,9,18,26; Matt. 26:38; Marc. 12:33; Joh. 12:27; Heb. 4:12; 10:38). De ziel kan ook spreken van de totaliteit van een persoon zijn totale wezen of zelf (Luc. 12:19; Hand. 2:43; 3:23; 1 Pet. 3:20). Het gebruik van het Griekse woord in het Nieuwe Testament kan als volgt worden geanalyseerd: * het natuurlijke leven van het lichaam van een mens (Luc. 12:22; Hand. 20:10); * het onzichtbare of onstoffelijke deel van een mens (Matt. 10:28; Hand. 2:27); * het lichaamloze deel van de mens (Openb. 6:9);
11 * de zetel van de persoonlijkheid die waarneemt, weerspiegelt, wenst en voelt (Matt. 11:29; Luc. 1:46; 2:35; Hand. 14:22); * het middelpunt van de wil en doel (Matt. 22:37; Hand. 4:32); * het middelpunt van begeerte en wens (Openb. 18:14); * de totaliteit van een persoon (Hand. 2:41,43; Rom. 2:9; Jak. 5:20; 1 Pet. 3:20; 2 Pet. 2:14); * en de verborgen mens of innerlijke mens (Luc. 21:19; 1 Pet. 2:11; 3 Jn. 2). De ziel en het lichaam worden niet wedergeboren (zie opmerking 2 bij Joh. 3:3). De geest van de mens wordt bij de redding volkomen nieuw (2 Kor. 5:17). Hoewel iedere gelovige dus dezelfde wonderbaarlijke geestelijke wedergeboorte ontvangt, zullen de zichtbare resultaten van die innerlijke verandering per persoon verschillen naarmate hij zijn denken vernieuwt (Rom. 12:1-2) Kor. 8:7 Maar niet bij allen is die kennis. Want sommigen, in hun geweten nog niet los van de afgod, eten (dit vlees) als afgodenoffer en hun geweten, dat zwak is, wordt erdoor besmet. 18 Heb. 10:22 laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water Kor. 8:10 Want indien iemand u, die kennis hebt, (aan tafel) ziet aanliggen in een afgodentempel, zal hij met zijn zwak geweten dan niet gestijfd worden tot het eten van offervlees? 20 Matt. 26:41 Waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak. Opmerking 3 bij Matt. 26:41: Onze geest is niet ons probleem. De wedergeboren Christen ontvangt bij de bekering een nieuwe geest (2 Kor. 5:17) die net als die van Jezus is (1 Joh. 4:17), omdat het de Geest van Jezus is (Rom. 8:9; Gal. 4:6). Onze wedergeboren geest is altijd gewillig om Gods wil te doen. Ons vlees is juist het probleem. Het vlees, zoals Jezus dit woord hier gebruikt, bestaat niet alleen uit ons fysieke lichaam, maar het beschrijft ook het ziel-deel van ons (zie opmerking 2 bij Matt. 22:37). God heeft aan iedere gelovige alles gegeven wat nodig is om in overwinning te wandelen, maar we hebben deze schat in aarden vaten (2 Kor. 4:7). Dit wil zeggen dat onze geest, waarin God al Zijn kracht en heerlijkheid heeft neergelegd, opgesloten is in ons vlees. Dat betekent niet dat we niet uit deze goddelijke bron kunnen putten. Naarmate we ons denken vernieuwen (Rom. 12:2) en naar het Woord van God handelen (Jak. 2:20), kunnen we deze goddelijke stroom door onze fysieke lichamen ervaren. Maar evenals in het fysieke onze spieren moeten worden gebruikt om toe te nemen in sterkte, moeten onze ziel- en fysieke delen geoefend worden in godsvrucht (1 Tim. 4:7-8). Gebed is een belangrijke manier om onszelf in godsvrucht te oefenen, en daarom maande Jezus Zijn discipelen aan om te waken en met Hem te bidden Tim. 1:18-19 Deze opdracht vertrouw ik u toe, mijn kind Timoteüs, overeenkomstig de profetieën, die vroeger aangaande u zijn uitgesproken, opdat gij, u daarnaar richtend, de goede strijd strijdt met geloof en met een goed geweten. Omdat sommigen dit hebben verworpen, heeft hun geloof schipbreuk geleden Joh. 3:21 Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God. Heb. 10:35 Geeft dan uw vrijmoedigheid niet prijs, die een ruime vergelding heeft te wachten Joh. 3:19-20 Hieraan zullen wij onderkennen, dat wij uit de waarheid zijn en voor Hem ons hart overtuigen, dat, indien ons hart (ons) veroordeelt, God meerder is dan ons hart en kennis heeft van alle dingen. 24 Hand. 23:1 En Paulus, de ogen op de Raad gericht, zeide: Mannen broeders, ik voor mij heb een volkomen zuiver geweten voor God over mijn gedrag in het openbaar tot op deze dag. Hand. 24:16 En hierin oefen ik mijzelf, altijd een onergerlijk geweten te hebben voor God en de mensen. Rom. 2:15 immers, zij tonen, dat het werk der wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen, Rom. 9:1 Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, want mijn geweten betuigt mij dit mede door de heilige Geest: Rom. 13:5 Daarom is het nodig zich te onderwerpen, niet slechts om de toorn, maar ook om des gewetens wil. 1 Kor. 8:7 Maar niet bij allen is die kennis. Want sommigen, in hun geweten nog niet los van de afgod, eten (dit vlees) als afgodenoffer en hun geweten, dat zwak is, wordt erdoor besmet.
12 1 Kor. 8:10 Want indien iemand u, die kennis hebt, (aan tafel) ziet aanliggen in een afgodentempel, zal hij met zijn zwak geweten dan niet gestijfd worden tot het eten van offervlees? 1 Kor. 8:12 Door zó tegen de broeders te zondigen, en hun geweten, indien het zwak is, te kwetsen, zondigt gij tegen Christus. 1 Kor. 10:28 Doch indien iemand tot u zegt: Dat is gewijd vlees, eet het dan niet, om hem, die u dat te kennen gaf, èn om het geweten. 1 Kor. 10:29 Ik bedoel nu niet uw eigen geweten, maar dat van die ander. Want waartoe zou mijn vrijheid beoordeeld worden door eens anders geweten? 2 Kor. 1:12 Want dit is onze roem, het getuigenis van ons geweten, dat wij in heiligheid en reinheid Gods, niet in vleselijke wijsheid, maar in de genade Gods, in de wereld verkeerd hebben, in het bijzonder ten opzichte van u. 2 Kor. 4:2 maar hebben wij verworpen alle schandelijke praktijken, die het licht niet kunnen zien, daar wij niet met sluwheid omgaan of het woord Gods vervalsen, maar de waarheid aan het licht brengen en zo bij elk menselijk geweten onze eigen aanbeveling zijn voor het oog van God. 2 Kor. 5:11 Daar wij dan weten, hoezeer de Here te vrezen is, trachten wij de mensen te overtuigen; voor God echter is ons bedoelen openbaar en, naar ik hoop, is het ook in uw geweten openbaar. 1 Tim. 1:5 En het doel van (alle) vermaning is liefde uit een rein hart, uit een goed geweten en een ongeveinsd geloof. 1 Tim. 1:19 met geloof en met een goed geweten. Omdat sommigen dit hebben verworpen, heeft hun geloof schipbreuk geleden. 1 Tim. 3:9 maar het geheimenis des geloofs bewarend in een rein geweten. 1 Tim. 4:2 door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn, 2 Tim. 1:3 Ik breng dank aan God, die ik, evenals mijn voorouders, met een rein geweten dien, dat ik u onophoudelijk mag gedenken in mijn gebeden, nacht en dag; Tit. 1:15 Alles is rein voor de reinen, maar voor hen, die besmet en onbetrouwbaar zijn, is niets rein. Maar bij hen zijn zowel het denken als het geweten besmet. Heb. 13:18 Bidt voor ons, want wij vertrouwen, dat wij een goed geweten hebben, daar wij in alle opzichten de rechte weg willen gaan. 1 Petr. 3:16 en met een goed geweten, opdat bij al het kwaad, dat men van u spreekt, zij, die uw goede wandel in Christus smaden, beschaamd gemaakt worden. 1 Petr. 3:21 Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus, 25 1 Kor. 10:25 Al wat in de vleeshal te koop is, moogt gij eten, zonder navraag te doen uit gewetensbezwaar 26 Joh. 8:9 (SV) Maar zij, dit horende, en door hun geweten overtuigd zijnde, gingen uit, de een na de ander, beginnende van de oudsten tot de laatsten; en Jezus werd alleen gelaten; en de vrouw in het midden staande. (NBG Maar toen zij dit hoorden, gingen zij één voor één weg, te beginnen bij de oudsten, en zij lieten Jezus alleen en de vrouw in het midden.) Heb. 9:9 (SV) Welke was een afbeelding voor die tegenwoordige tijd, in welke gaven en slachtoffers geofferd werden, die degene, die de dienst verrichtte, niet konden heiligen naar het geweten (NBG Dit was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd, in zoverre gaven en offers gebracht werden, die niet bij machte waren hem, die (God daarmede) dient, voor zijn besef te volmaken) Heb. 9:14 (SV) Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf Gode onbestraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om de levende God te dienen? (NBG hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?) Heb. 10:2 (SV) Anderszins zouden zij opgehouden hebben, geofferd te worden, omdat degenen, die de dienst verrichtten, geen geweten meer zouden hebben van de zonden, eenmaal gereinigd geweest zijnde (NBG Immers, zou anders het offeren daarvan niet opgehouden zijn, doordat degenen, die de dienst verrichten, na eenmaal gereinigd te zijn, generlei besef van zonden meer hadden?) Heb. 10:22 (SV) Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water. (NBG laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water.) 1 Pet. 2:19 (SV) Want dat is genade, indien iemand om het geweten voor God zwarigheid verdraagt, lijdende ten onrechte. (NBG Want dit is genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt.) 27 Gal. 1:8-12 Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, [u] een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt!
13 Tracht ik thans mensen te winnen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn. Want ik maak u bekend, broeders, dat het evangelie, hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens. Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus. 28 Luc. 12:48 Wie echter die wil niet heeft gekend en dingen heeft gedaan, die slagen verdienen, zal er weinige ontvangen. Van een ieder, wie veel gegeven is, zal veel geëist worden, en aan wie veel is toevertrouwd, van hem zal des te meer worden gevraagd. Opmerking 5 bij Luc. 12:48: Dit vers is één van de duidelijkste aanwijzingen in de Schrift over de verschillende maten van Gods oordeel naargelang de kennis van de persoon die de zonde heeft begaan. Het gehele hoofdstuk Levicitus 4 gaat over de zonden die in onwetendheid zijn begaan. Jezus zegt in Johannes 9:41: "Indien gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; daarom blijft uw zonde." In Romeinen 5:13 staat: "Maar zonde wordt niet toegerekend als er geen wet is." Paulus zegt in 1 Timoteüs 1:13 dat hij genade had verkregen omdat hij "in onwetendheid en in ongeloof" had gezondigd. De zonde waar hij over sprak was laster tegen de Heilige Geest, waarover Jezus had geleerd dat dit onvergeeflijk is (Matt. 12:31, Marc. 3:20-30, zie opmerking 1 bij Matt. 12:31). Hieruit kunnen we zien dat in het geval van Paulus onwetendheid hem het recht gaf op een tweede kans. Als hij was doorgegaan met de laster nadat hij de waarheid had gezien (Hand. 9:5) dan zou hij vast en zeker de prijs hebben moeten betalen. Dat wil niet zeggen dat iemand die geen volledige openbaring van Gods wil heeft maar kan doen wat hij wil zonder dat hij daarvoor schuldig wordt gehouden. Leviticus 5:17 maakt duidelijk dat iemand, ook al zondigt hij uit onwetendheid, nog steeds schuldig is. Romeinen 1:18-20 openbaart dat er bij ieder mens een intuïtieve kennis is van Gods wil zodat zij kunnen weten dat er een God is. In ditzelfde hoofdstuk wordt verder uitgelegd dat mensen de waarheid hebben verworpen en verdraaid (verzen 21-32), maar dat God die heeft gegeven en dat er geen verontschuldiging voor hen is (vers 20). Psalm 19:1-4 zegt dat de schepping de heerlijkheid van God predikt en Zijn bestaan bewijst. Daarom zal iedereen voor de rechterstoel van God verschijnen. Er zullen echter verschillende soorten straffen zijn die overeenstemmen met de kennis die iemand heeft. "Wij weten echter, dat het oordeel Gods onpartijdig gaat over hen, die zulke dingen bedrijven"(rom. 2:2). 29 Marc. 10:20 Hij zeide tot Hem: Meester, dat alles heb ik in acht genomen van mijn jeugd af. Opmerking 4 bij Marc. 10:20: Deze rijke jongeling zei dat hij vanaf zijn jeugd alle geboden in acht had genomen, maar dat was niet de waarheid. In Romeinen 3:23 staat: allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid van God. Deze rijke jongeling kon oprecht hebben geloofd dat hij geen enkel gebod van God had gebroken, maar hij had het oprecht verkeerd. Daarom vertelde Jezus hem om alles wat hij had te verkopen en het aan de armen te geven. Jezus liet hem zien dat hij het eerste gebod had gebroken, dat zegt: Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben (Exod. 20:3) en ook het tiende gebod, dat zegt: Gij zult niet begeren (Exod. 20:17). Het geld van deze man was zijn afgod geworden, zoals blijkt uit het feit dat hij ervoor koos om de opdracht van Jezus te verwerpen als het hem al zijn bezit zou kosten. Jezus vroeg niet van Zacheüs (Luc. 19:1-10) of van andere rijke mannen om hun bezit te verkopen voordat ze Zijn discipelen konden worden. Eén van de zegeningen van de Heer die Hij aan de godvruchtige mensen gaf is juist rijkdom (Abraham Gen. 13:2; 24:35; Isaak Gen. 26:12-16; Jakob Gen. 36:7; Jozef Gen. 49:26; David 1 Kron. 22:14-16; Salomo 1 Kon. 3:13; 2 Kron. 1:12; 9:27). Jezus vertelde deze man om zijn goederen te verkopen en het aan de armen te geven omdat hij op zijn rijkdom vertrouwde (Marc. 10:24). 30 Matt. 23:14 [Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij eet de huizen der weduwen op, terwijl gij voor de schijn lange gebeden uitspreekt. Daarom zult gij zwaarder oordeel ontvangen.] 31 Jak. 4:4 Overspeligen, weet gij niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend der wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God. 32 Matt. 5:28 Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd. 33 Kol. 3:5 Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij. 34 Matt. 19:17 Hij zeide tot hem: Wat vraagt gij Mij naar het goede? Eén is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden. Opmerking 2 bij Matt. 19:17: Waarom vertelde Jezus deze man om de geboden te onderhouden? Veel tekstplaatsen maken het duidelijk dat niemand voor het aangezicht van God gerechtvaardigd kan worden door het houden van de geboden (Hab. 2:4; Rom 3:20; 10:3-13; 11:6; Gal. 2:16; 3:1-3,7-14; Ef. 2:8-9; Ti. 3:4-
14 7). Jezus wist dit. Deze rijke jongeling wist dit echter niet. Hij was misleid in zijn denken dat er iets goeds was dat hij kon doen (Matt. 10:16) wat hem eeuwig leven zou kunnen kopen (zie opmerking 3 bij Joh. 6:28). De geboden (of de wet) waren nooit gegeven met het doel om redding voort te brengen, maar de bedoeling was juist om de mensen hun overvloedige zondigheid te laten zien (Rom. 3:20; 7:13), zodat we eraan zouden wanhopen om te proberen onszelf te redden en ons vertrouwen zouden stellen in een Verlosser (Gal. 3:21-25). Dit is precies waarvoor Jezus de geboden hier gebruikte. Deze rijke jongeling moest ofwel de wet volmaakt in acht nemen, of hij had een Verlosser nodig. Jezus wilde deze man bekeren van het vertrouwen in zichzelf door hem Gods volmaakte standaard te laten zien, waar niemand zich aan kon houden. 35 Rom. 4:11 En het teken der besnijdenis ontving hij als het zegel der gerechtigheid van dat geloof, dat hij in zijn onbesneden staat bezat. Zo kon hij een vader zijn van alle onbesneden gelovigen, opdat hun [de] gerechtigheid zou worden toegerekend Sam. 16:7 Doch de HERE zeide tot Samuël: Let niet op zijn voorkomen noch op zijn rijzige gestalte, want Ik heb hem verworpen. Het komt immers niet aan op wat de mens ziet; de mens toch ziet aan wat voor ogen is, maar de HERE ziet het hart aan. 37 Kol. 2:11-12 In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt. 38 Gal. 3:16 Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus. Gal. 3:22 Neen, de Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het geloof in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen, die geloven. Gal. 3:26-29 Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus. Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen Petr. 3:4 maar de verborgen mens uws harten, met de onvergankelijke (tooi) van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is in het oog van God. 40 Jak. 4:8 Reinigt uw handen, zondaars, en zuivert uw harten, gij, die innerlijk verdeeld zijt. 41 Hand. 8:37 [En hij zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is.] 42 Matt. 12:34 Adderengebroed, hoe kunt gij, die slecht zijt, iets goeds zeggen? Want uit de overvloed des harten spreekt de mond. Opmerking 3 bij Matt. 12:34: Het woord hart komt 708 keer voor in de Bijbel (NBG51), het woord harte 46 keer en het meervoud harten 84 keer. Er zijn variaties zoals hartgrondig, hartelijk, hartzeer, hartelust, hartewens. Minder dan 20 keer verwijst het woord hart naar ons fysieke orgaan dat bloed rondpompt (voorbeelden: 2 Sam. 18:14; 2 Kon. 9:24). De voornaamste woorden die met hart worden vertaald zijn (1) in het Oude Testament het Hebreeuwse woord leb, en (2) in het Nieuwe Testament het Griekse woord kardia. Beide woorden betekenen het belangrijkste orgaan van het fysieke leven, maar, zoals reeds genoemd, worden ze voornamelijk gebruikt om de innerlijke geestelijke en morele gesteldheid van de mens aan te duiden (1 Sam. 16:7). Sommige dingen die de Schrift als deel van ons hart omschrijft zijn: (1) verbeelding of gedachte (Gen. 6:5; 8:21; 1 Kron. 29:18; Spr. 6:18); (2) geweten (1 Sam. 24:5; Hand. 2:37; Rom. 2:15; Heb. 10:22; 1 Joh. 3:20-21); (3) wijsheid en begrip (1 Kon. 3:9,12; 4:29; Spr. 10:8; 11:29; 14:33; 23:15); (4) trots (2 Kon. 14:10; 2 Korn. 26:16; Ps. 101:5; Spr. 16:18 met 18:12; 28:25; Jer. 49:16); (5) vreugde of blijdschap (Ps. 4:7; Spr. 15:13,15; Jes. 65:14; Joh. 16:22; Hand. 14:17; Ef. 5:19); (6) vrees (1 Sam. 28:5); (7) ongerechtigheid, boze dingen (Ps. 28:3; 140:2; Spr. 6:14); (8) gebroken hart (Ps. 34:18; 51:17); (9) onrecht (Ps. 66:18); (10) oorsprong van het leven (Spr. 4:23); (11) listigheid (Spr. 7:10);
15 (12) dwaasheid (Spr. 12:23; 22:15); (13) verdriet (Spr. 15:13; Jes. 65:14; Jn. 14:1; 16:6; Rom. 9:2; 2 Kor. 2:4); (14) rebellie (Jer. 5:23); (15) misleiding en kwaadaardigheid (Jer. 17:9); (16) reinheid (Matt. 5:8); (17) zonde (Matt. 15:19; Marc. 7:21; Hand. 5:3); (18) geloof (Luc. 24:25; Hand. 8:37; Rom. 10:9-10; 1 Tim. 1:5; Heb. 10:22); (19) liefde (Marc. 12:33; Lk. 10:27; Rom. 5:5; 1 Tim. 1:5; 1 Pet. 1:22); (20) ongeloof (Marc. 11:23; Heb. 3:12); (21) begeerte (Ps. 37:4; Matt. 5:28; 2 Pet. 2:14). Onze geest is beslist een deel van ons hart (Rom. 2:29; 2 Cor. 1:22; Gal. 4:6; Eph. 3:17; 1 Pet. 3:4), maar zoals uit 1 Petr. 3:4 blijkt, is het slechts een deel. Zonde, ongerechtigheid, ongeloof, enz. komen uit het hart maar niet uit de wedergeboren geest. Hebr. 4:12 geeft aan dat de geest en de ziel beide een deel van het hart zijn. Daarom maant de Schrift ons om met ons gehele hart (Hand. 8:37) en met eenvoud van hart te geloven (Kol. 3:22) en het hart kan innerlijk verdeeld zijn of we kunnen op twee gedachten hinken (Jak. 4:8). Daarom kan het woord hart de gehele innerlijke mens inhouden geest, ziel, of ieder deel daarvan.
Rare jongens die Romeinen
Rare jongens die Romeinen Romeinen 2:1-29 1 Daarom zijt gij, o mens, wie gij ook zijt, niet te verontschuldigen, wanneer gij oordeelt. Want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelf; want gij,
Romeinen 3:1-31 1 Wat is dan het voorrecht van de Jood, of wat is het nut van de besnijdenis? 2 Velerlei in elk opzicht. In de eerste plaats [toch]
Romeinen 3:1-31 1 Wat is dan het voorrecht van de Jood, of wat is het nut van de besnijdenis? 2 Velerlei in elk opzicht. In de eerste plaats [toch] dit, dat hun de woorden Gods zijn toevertrouwd. 3 Wat
MINISERIE BRIEF AAN DE ROMEINEN
MINISERIE BRIEF AAN DE ROMEINEN 13-6-2018 1 Overzicht of diepte 10 juni: deel 1: Romeinen 1-5:12 17 juni: deel 2: Romeinen 6-8 24 juni: deel 3: Romeinen 9-16 13-6-2018 2 Vandaag Hoofdstuk 1 t/m 5: 11 1.
ALLEN ZIJN ZONDAREN. Want er is geen onderscheid, Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God. (Romeinen 3:22-23)
Les 3 voor 21 oktober 2017 ALLEN ZIJN ZONDAREN Zoals geschreven staat: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één; er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald,
in den dag des toorns en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods,
1 DAAROM zijt gij niet te verontschuldigen, o mens, wie gij zijt, die anderen oordeelt; want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelven; want gij, die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen.
Niveau 3 - Les 8: Het juiste gebruik van Gods wet Don Krow
Niveau 3 - Les 8: Het juiste gebruik van Gods wet Don Krow Op een dag spraken Joe en ik met Bill en Steve bij het meer. De vraag werd gesteld: Hoe kunnen mensen bij God ter verantwoording worden geroepen
Memoriseer elke dag een tekst. Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt.
WAARAAN HEB JE ALTIJD HOUVAST? Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt. 1 Johannes 5:13 1 DIAGNOSEVRAGEN Weet je zeker dat je naar de
De rijkdom van het evangelie
22 sep 07 20 okt 07 17 nov 07 15 dec 07 12 jan 08 23 feb 08 22 mrt 08 10 mei 08 De rijkdom van het evangelie De gerechtigheid van God God maakt levend Ik ervaar meer dood dan leven Gods Geest en het echte
1 Korintiёrs 1:9. Marcus 10:45. Handelingen 4:12. Johannes 17:3. 1 Korintiёrs 3:16. Johannes 15:9,10. Psalm 32:8
[1] [2] [3] Johannes 3:16 1 Korintiёrs 1:9 Johannes 3:19 God wil met ons omgaan God wil met ons omgaan Zonde brengt scheiding [4] [5] [6] Romeinen 3:23 Marcus 10:45 Romeinen 5:8 Zonde brengt scheiding
Jezus, het licht van de wereld
Jezus, het licht van de wereld Het evangelie naar Johannes 8: 1-30 1 Overzicht 1. De overspelige vrouw 2. Jezus als het Licht der wereld 3. Twistgesprekken met de Farizeeën 2 De overspelige vrouw Bijbeltekst
De rijkdom van het evangelie. Ik ervaar meer dood dan leven Gods Geest en het echte leven
22 sep 07 20 okt 07 17 nov 07 15 dec 07 12 jan 08 23 feb 08 22 mrt 08 De rijkdom van het evangelie God maakt levend Ik ervaar meer dood dan leven Gods Geest en het echte leven Het herstel van Israël Leven
Het belang van het profetisch woord. De Bijbel open 14-10-15
De Bijbel open 14-10-15 Mijn hoop is op U Heer, G mijn kracht is in U Heer, mijn hart is van U Heer, van U. Ik prijs U met heel mijn hart, ik prijs U met al mijn kracht. Met heel mijn hart, met al mijn
Uit God geboren. Wat een voorrecht om uit God geboren te zijn. We lezen hierover in Joh. 1:12
- 1 - Uit God geboren Wat een voorrecht om uit God geboren te zijn. We lezen hierover in Joh. 1:12 Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die
Mag ik jou een vraag stellen?
Mag ik jou een vraag stellen? Mag ik jou, die dit leest, een zeer belangrijke vraag stellen? Stel dat je vandaag zou sterven, doordat er iets verschrikkelijks gebeurt, bijvoorbeeld een auto ongeluk of
- 2 - Dat is dus de reden van het niet zondigen:
- 1 - Uit God geboren Wat een voorrecht om uit God geboren te zijn. We lezen hierover in Joh. 1:12 Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die
10 redenen voor de komst van de Heere Jezus
10 redenen voor de komst van de Heere Jezus 1. Als vervulling van Gods beloften En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen,
Wie kwaad smeden, komen zij niet op een dwaalweg? Wie goed doen, oogsten zij geen liefde en trouw?
Spreuken 3,3 Mogen liefde en trouw je nooit verlaten, wind ze om je hals, schrijf ze in je hart. Spreuken 14,22 Wie kwaad smeden, komen zij niet op een dwaalweg? Wie goed doen, oogsten zij geen liefde
Gemeente van onze Here Jezus Christus, De leer over de doop is als volgt samen te vatten:
FORMULIER VOOR DE BEDIENING VAN DE HEILI- GE DOOP AAN VOLWASSENEN (Zij die in hun jeugd niet gedoopt zijn en op latere leeftijd te kennen geven de christelijke doop te willen ontvangen, dienen vooraf onderwezen
verborgenheid is onder de heidenen, welke is Christus in u, de Hoop der heerlijkheid.
Heer, hoe rijk zijn wij in U! Positionele waarheden. Door Ron Sorg. Hier is een lijst van positionele waarheden die op ons, die behouden zijn in deze Bedeling der Genade, van toepassing zijn. Christus
Wat zegt de Bijbel over het eeuwige leven? Hoopt u of weet u waar u de eeuwigheid zult doorbrengen?
Wat zegt de Bijbel over het eeuwige leven? www.dougdoddsbg.com Hoopt u of weet u waar u de eeuwigheid zult doorbrengen? Veel mensen geloven dat ze naar de hemel gaan omdat ze in God geloven, kerkdiensten
En waarom zegent Paulus onze God en Vader. De eerste reden is deze (Staten-Vertaling): Efeze 1
- 1 - Efeze 1 We gaan het woord van God lezen uit Efeze 1 vanaf vers 3: Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend
Dordtse Leerregels. Hoofdstuk 3 en 4. Artikel 12 t/m 14
Dordtse Leerregels Hoofdstuk 3 en 4 Artikel 12 t/m 14 Werkboek 10 Dordtse Leerregels hoofdstuk 3 en 4 artikel 12 t/m 14 Boven artikel 12 t/m 14 schrijven we : wedergeboorte en geloof In dit werkboek gaat
Geheimenissen. In 1 Tim. 3:16a staat: En buiten twijfel, groot is het geheimenis der godsvrucht: Die Zich geopenbaard heeft in het vlees.
- 1 - Geheimenissen Er wordt in het nieuwe testament op verschillende plaatsen gesproken over "geheimenissen". Een geheim is een verborgenheid, die niet iedereen weet. Als wij vroeger als kind tegen elkaar
10 Stellingen over vergeving/schuldgevoel, zegen/vloek en genade/wet
10 Stellingen over vergeving/schuldgevoel, zegen/vloek en genade/wet Vergeving en schuldgevoel 1. Als wij onze zonden belijden vergeeft God ons. Als we niet belijden blijven ze voor God zichtbaar en een
5 Dit is de boodschap die we van Hem gehoord hebben en u bekend maken: dat God licht is en in Hem totaal geen duisternis is.
1 JOHANNES vertaling dr. A. Dirkzwager 1 Wat er was vanaf het begin, wat we gehoord hebben, wat we met onze ogen gezien hebben, wat we bekeken hebben en onze handen aangeraakt hebben in verband met het
4. Welk geloof wordt bedoeld? Het gaat om het zaligmakende geloof. Dus niet om een historiëel, tijd- of wondergeloof.
NGB artikel 1: DE ENIGE GOD Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er een Enig en eenvoudig geestelijk Wezen is, dat wij God noemen: eeuwig, ondoorgrondelijk, onzienlijk, onveranderlijk,
Pijler II: Geloof in God
Pijler II: Geloof in God Algemeen Jezus zegt, dat we geloof in God moeten hebben (Marc.11:22) en dat wie Hem kent ook de Vader kent (Joh.14:9). Als we dus spreken over geloof in God zullen we altijd bij
God dus we kunnen zeggen dat het Woord er altijd is geweest. Johannes 1:1/18
- 1 - Johannes 1:1/18 1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. De apostel Johannes begint zijn evangelie met dezelfde drie woorden die in Genesis 1 staan, namelijk:
WAT DE BIJBEL EN LUTHERANEN LEREN
WAT DE BIJBEL EN LUTHERANEN LEREN WAT DE BIJBEL EN LUTHERANEN LEREN Harold A. Essmann Ongeveer 500 jaar geleden was de christelijke kerk verdorven door veel foutieve leerstellingen. Een man die Martin
Wat zegt Hij nu???! Over vreemde uitspraken van Jezus. Mag je nu echt nooit terugslaan als christen?
Wat zegt Hij nu???! Over vreemde uitspraken van Jezus. Mag je nu echt nooit terugslaan als christen? Matteüs 5:38-48 38 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Oog om oog en tand om tand. 39 Maar Ik zeg u,
6. Uitverkiezing. 6.1 Uitverkiezing is naar de voorkennis Gods
6. Uitverkiezing In dit hoofdstuk zullen we nagaan wat de Bijbel over uitverkiezing en voorbestemming leert. In het volgende hoofdstuk wordt Romeinen 9 besproken. En in hoofdstuk 8 wordt de calvinistische
Inleiding over het kernwoord zonde
Inleiding over het kernwoord zonde Door Eline Lezen: Mattheüs 5 : 21 t/m 48 Zingen: Psalm 6 : 1 en 4 1. Waarom moeten wij weten wat zonde is? Toen ik deze inleiding begon te maken vroeg ik me af wat ik
BIJBELSE INTRODUCTIELES
BIJBELSE INTRODUCTIELES DEEL 1 - REDDING Dit deel geeft, middels de presentatie van het reddingsplan, de basisprincipes van het Evangelie (goede nieuws) van de Genade van God. 1. (Romeinen 3:10-11) Noem
Het Evangelie van verlossing rechtvaardiging van zonden
Het Evangelie van verlossing rechtvaardiging van zonden De vragen en antwoorden die dit hoofdstuk bevat, kunnen gelezen worden als inleiding op Romeinen 1 t/m 5:11. Het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 6)
3 Aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees. De boekenlegger in het Boek
- 1 - De boekenlegger in het Boek We vergelijken in deze uitleg de Heere Jezus met het Boek en de mens (onszelf) als de boekenlegger. Onze bevrijding van de zonde is niet gebaseerd op wat wij kunnen doen
Het nieuwe verbond. Stap in je geloof
Het nieuwe verbond Stap in je geloof Even opfrissen 4 grote woorden van de zegen voor ons van het Nieuwe Verbond? Nieuwe Verbond vanuit ons perspectief: GEDAAN (Volbracht, rust) GENADE en ZEGEN uit een
verzoeking = verleiden om verkeerde dingen te doen dewijl = omdat wederstand doen = tegenstand bieden de overhand behouden= de overwinning behalen
Zondag 52 Zondag 52 gaat over de zesde bede. Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Amen. Lees de tekst
Een klein vragenboekje voor kinderen
1 Een klein vragenboekje voor kinderen door L. G. C. LEDEBOER Gereformeerd leraar te Benthuizen 1 Vraag: Wie heeft u geschapen? ANTWOORD: God, Gen. 1 : 26. 2 Vraag: Wie is God? ANTWOORD: Een allervolmaaktste
Met alle inzet aan uw geloof de deugd toevoegen. 2 moge genade en vrede voor u vermeerderd worden door de kennis van God en van Jezus, onze Heere.
- 1 - Met alle inzet aan uw geloof de deugd toevoegen We gaan lezen in 2 Petrus 1:1 1a Simeon Petrus: Eerst zijn oude Hebreeuwse naam: Simeon (of Simon) en dan zijn nieuwe, door Jezus gegeven naam: Petrus
De Heer Jezus Christus - Zijn Persoon
De Heer Jezus Christus - Zijn Persoon 1.1 Wie is Christus? Deze vraag (Matth. 16:15) is de belangrijkste die je ooit onder ogen zult krijgen. Het Evangelie naar Johannes werd geschreven opdat u gelooft
als wij b.v. boodschappen doen of winkelen. Met Christus opgewekt Kolossenzen 3:1 t/m 12
- 1 - Met Christus opgewekt Kolossenzen 3:1 t/m 12 1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Het mede opgewekt zijn
1. Gods eigendom. Op Toonhoogte 265
Jaarreeks 1: Jaarreeks 1: 1. Gods eigendom Abba, Vader, U alleen U behoor ik toe. U alleen doorgrondt mijn hart. U behoort het toe. Laat mijn hart steeds vurig zijn, U laat nooit alleen U behoor ik toe.
DE ONTWIKKELING VAN GODS HEILSPLAN IN DE TIJD
DE ONTWIKKELING VAN GODS HEILSPLAN IN DE TIJD GOD WERKT IN DE TIJD Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te beëindigen, de zonden te verzegelen, de ongerechtigheid
Het belang van het profetisch woord. De Bijbel open 16-09-15
De Bijbel open 16-09-15 2 Petr.3: 3 Dit vooral moet u weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, 4 en zeggen: Waar blijft de belofte
Formulier om de christelijke doop te bedienen aan de kinderen van de gelovigen (1)
Formulier om de christelijke doop te bedienen aan de kinderen van de gelovigen (1) Gemeente van onze Heer Jezus Christus, Over de doop Bij de doop word je in water ondergedompeld of ermee besprenkeld.
Waarom zou ik geloven?
Waarom zou ik geloven? Een uitnodiging om na te denken over je geloof Philip Nunn - De Bron Deel #1: 1 nov 2015 Deel #2: 22 nov 2015 Mijn doel met de 2 toespraken Ik probeer je te laten zien dat het christelijke
Formulier om de christelijke doop te bedienen aan volwassenen die zich bij de kerk voegen
Formulier om de christelijke doop te bedienen aan volwassenen die zich bij de kerk voegen Gemeente van onze Heer Jezus Christus, Over de doop Bij de doop word je in water ondergedompeld of ermee besprenkeld.
Er waren twee dingen waar Jezus vaak op wees in Zijn bediening geloof in God en de kracht van de Heilige Geest.
Leven door geloof Veel christenen hebben door de eeuwen heen oprecht gezocht naar heiligheid en overwinning over de zonde, door hun kruis op zich te nemen en zichzelf te verloochenen. Maar ze hebben het
de praktijk te brengen is van belang voor ieder mens. Jezelf misleiden
- 1 - Jezelf misleiden Er wordt in het nieuwe testament op tamelijk veel plaatsen gesproken over misleiding; dat wij door anderen misleid kunnen worden maar ook, dat wij onszelf kunnen misleiden. We gaan
DE WIL VAN GOD. Intro. Wat zegt de Bijbel? Erwin van Bavel 10 juni 2017
DE WIL VAN GOD Erwin van Bavel 10 juni 2017 Intro Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de
Wees blijde in de hoop
- 1 - Wees blijde in de hoop Deze tekst staat in Romeinen 12:12. Hoop is verwachting; men verwacht iets wat komt en bijbelse hoop is een zekere verwachting. Niet zoiets van wat wij in het Nederlands zeggen:
GROTE VERRASSING Efeze 3:9; Colosse 1:26
DE GROTE VERRASSING Efeze 3:9; Colosse 1:26 De bovenvermelde Bijbelteksten spreken van het geheimenis dat eeuwen en geslachten lang verborgen is ge weest en verborgen is gebleven in God. Dit geheimenis
De leiding van de Heilige Geest, en de misleiding
De leiding van de Heilige Geest, en de misleiding Leiding van de Heilige Geest is essen3eel, fundamenteel en onmisbaar! Romeinen 8:14 Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods.
Formulier om het heilig avondmaal te vieren (3)
Formulier om het heilig avondmaal te vieren (3) Gemeente van onze Heer Jezus Christus, Instelling Het avondmaal is door onze verlosser zelf ingesteld. Want de apostel Paulus verklaart: Wat ik heb ontvangen
De gelijkenis van de twee zonen. Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten
De gelijkenis van de twee zonen Lees : Mattheüs 21:28-32 Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel
De betekenis van het kruis (1)
De kruisdood van Jezus is van levensveranderend belang voor de mens. In deze studie wordt de betekenis van het kruis niet volledig uitgewerkt, maar worden alleen enkele facetten vermeld als toelichting
Geloof tegenover gevoelens
Kenneth Hagins Geloofsles nr. 7 Geloof tegenover gevoelens Centrale waarheid: Een formule voor geloof is: 1) Zoek in Gods Woord naar een belofte die betrekking heeft op wat u nodig heeft, 2) Geloof Gods
3 Ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van David. De boekenlegger in het Boek
- 1 - De boekenlegger in het Boek We vergelijken in deze uitleg de Heere Jezus met het Boek en de mens (onszelf) als de boekenlegger. Onze bevrijding van de zonde is niet gebaseerd op wat wij kunnen doen
Want: In Hem (Jezus) hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van zijn genade.
Er zijn uitgebreide studies te schrijven over bekering en wat bekering in een mensenleven betekent. Deze studie beperkt zich echter tot de meest fundamentele betekenis van bekering. Toen de Zoon van God,
worden beschreven in de verzen 1 t/m Petrus 1 De Goddelijke natuur
- 1-2 Petrus 1 De Goddelijke natuur We slaan onze bijbel open bij 2 Petrus 1 en we gaan onze aandacht richten op de eerste elf verzen daarvan. Het is opmerkelijk dat Petrus in zijn brieven het niet heeft
Waarom was het noodzakelijk dat Jezus stierf?
Les 5 - Redding Vier feiten die je moet kennen om het Evangelie goed te begrijpen In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling Dag 1 Waarom was het noodzakelijk dat Jezus stierf? In
Voor u persoonlijk! SAMPLE. Evangelie-nieuws voor eeuwige redding
Voor u persoonlijk! Evangelie-nieuws voor eeuwige redding Voor u persoonlijk! Zo is het: Gods hart gaat naar de mens uit, naar alle mensen, want het evangelie is voor alle mensen op de gehele aarde, en
Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.
- 1 - Gij echter zijt We lezen in 1 Petrus 2:9 een wonderbaar heerlijk woord: Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om
Les 29. Behoudenis, zaligheid alleen in Jezus Christus.
Les 29. Behoudenis, zaligheid alleen in Jezus Christus. De mensheid is sinds de zondeval (Genesis 3) belast met de erfzonde. Dit wil zeggen dat elk mens geboren wordt met een verloren relatie, zonder enige
Formulier om de Heilige Doop te bedienen aan volwassen personen 1
Formulier om de Heilige Doop te bedienen aan volwassen personen 1 De hoofdsom van de leer van de Heilige Doop omvat de volgende drie delen. In de eerste plaats zijn wij met onze kinderen in zonde ontvangen
Rare jongens die Romeinen
Rare jongens die Romeinen Handelingen 2:36 Dus moet ook het ganse huis Israëls zeker weten, dat God Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt. Apotheose van George
De hemelse Vader is geduldig mild Hij zoekt Zichzelf niet. De hemelse Vader rekent het kwade niet toe
De hemelse Vader is geduldig mild Hij zoekt Zichzelf niet De hemelse Vader rekent het kwade niet toe De hemelse Vader is niet verheugd over ongerechtigheid maar verheugt Zich samen met de waarheid De hemelse
Van oude, naar nieuwe Mens, de centrale Boodschap van het Evangelie
Van oude, naar nieuwe Mens, de centrale Boodschap van het Evangelie 1) In Jezus Christus is God een Nieuwe Schepping begonnen, een Nieuwe
27Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken? Neen, maar door de wet van geloof. 28Want wij zijn van oordeel, dat de
ROMEINEN 3: 21-31 21Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, 22en wel gerechtigheid Gods door het geloof in [Jezus] Christus, voor
Christus, de Eerstgeborene van de schepping
- 1 - Christus, de Eerstgeborene van de schepping Paulus beschrijft in de Kolossenzen brief wie Jezus is en wie Jezus was. We gaan lezen in Kolossenzen 1:15 en verder: 15 Hij is het beeld van de onzichtbare
Ik werd een kind van God (Johannes 1:12; 1 Johannes 3:1-2)
Les 9 - Redding Ik werd een kind van God Ik werd gerechtvaardigd In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling Dag 1 Ik werd een kind van God (Johannes 1:12; 1 Johannes 3:1-2) In 1 Johannes
LEVITICUS 23:40. etrog en lulav
DE LOOFHUT HET LOOFHUTTENFEEST Wijst op het Koninkrijk van God Belangrijk feest in het leven en onderwijs van Jezus Centraal in het feest: de (loof)hut (sukkot); een tijdelijke verblijfsplaats Kern: Het
FORMULIER VOOR DE BEVESTIGING VAN MISSIONAIRE DIENAREN DES WOORDS. Gemeente van onze Here Jezus Christus,
FORMULIER VOOR DE BEVESTIGING VAN MISSIONAIRE DIENAREN DES WOORDS Gemeente van onze Here Jezus Christus, Inleiding Onderwijzing Openb. 5 : 9 Joh. 3 : 16, 17 Joh. 10 : 11, 12 Hand. 2 : 39 Joh. 10 : 16 Joh.
Zondag 29 gaat over het Heilig Avondmaal (2)
Zondag 29 Zondag 29 gaat over het Heilig Avondmaal (2) Lees de tekst van Zondag 29 Vraag 78 : Wordt dan uit brood en wijn het wezenlijk lichaam en bloed van Christus? Antw : Nee; maar gelijk het water
De rijkdom van het evangelie
22 sep 07 20 okt 07 17 nov 07 15 dec 07 12 jan 08 23 feb 08 22 mrt 08 De rijkdom van het evangelie De gerechtigheid van God God maakt levend Gods Geest en het echte leven Het herstel van Israël Leven als
Voorbeeld brief 2de eeuw 2 Petrus)
Voorbeeld brief 2de eeuw 2 Petrus) 1 PROS GALATAS 1931 Sir Chester Beatty 1931 Sir Chester Beatty 1931 Sir Chester Beatty P A U L O C PAULUS WIE WAS DEZE MAN? Muurschildering van de apostel Paulus in een
Onze redding Rechtvaardiging door het geloof
Onze redding Rechtvaardiging door het geloof Romeinen 3:21-4:25 Inhoud Terugblik Rechtvaardiging buiten de wet om Is de rechtvaardiging van Abraham op basis van verdienste? alleen voor besneden of ook
was, zei Hij tegen Maria van Magdala in Mt. 28:10: Hebreeën 2 (deel 2)
- 1 - Hebreeën 2 (deel 2) 10 Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen (zonen: NBG) tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid
Karakter. Inleiding. Het karakter van God. Houd vol geef niet op
Karakter Inleiding In vorige studies hebben we gekeken naar onze relatie met God en dat God ons volledig kent, maar dat wij Hem steeds beter leren kennen. Juist door in relatie met Hem te leven, leren
De straf op de zonde 15
A1 1 De straf op de zonde 15 Lezen en bespreken Romeinen 2:1-12 Wat is het gevolg van de zonden van de mens? (vers 3) Hoe komt het dat mensen zich niet bekeren tot de Heere? (vers 5) Welke mensen ontvangen
Inhoudsopgave 1 Spr. 4:23 Behoed uw hart boven al 2 Mt. 24:42 Waakt dan want gij weet niet 3 Jes. 40:31 Maar wie de HERE verwachten 4 1 Joh.
Voorwoord Voor u ligt (de 5e druk van) een bijzonder liedboekje: al de liederen zijn gebaseerd op bijbelteksten. Ze zijn oorspronkelijk geschreven voor onze eigen kinderen om te memoriseren, maar uiteraard
Geloof Brengt Verandering Toets 1 - antwoorden
Toets 1 - antwoorden Geloof (1-11) Lesstof: Hoofdstuk 1 1. Wat is noodzakelijk om van God te kunnen ontvangen? Geloof [1] 2. Noem vier uitingen van geloof. - Geloof voor redding [1.2] - Geloof en werken
Pastorale Theologie Soteriologie. Soteriologie Inleiding. Indeling
Pastorale Theologie Soteriologie Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w. Soteriologie Inleiding Indeling Algemene genade Uitverkiezing Het reddende Evangelie De wedergeboorte Bekering Rechtvaardigverklaring
Kerkvensters. Kerkblad. Van hervormd en gereformeerd Ommen Vinkenbuurt Witharen. De kracht van de Heilige Geest in het leven van de gelovige.
Kerkvensters Kerkblad Van hervormd en gereformeerd Ommen Vinkenbuurt Witharen 15 de jaargang No. 10 Vrijdag 13 mei 2016 De kracht van de Heilige Geest in het leven van de gelovige. dat de kracht van God
Op basis van een aantal teksten uit de brief kunnen we ontdekken wat Paulus bedoeling 2 is.
Waar gaat de brief aan de Galaten over? Deze brief van Paulus is vaak aanleiding tot (soms heftige) discussies onder gelovigen. Het is dan ook een uiterst belangrijke brief, waarin Paulus uiteenzet wat
Levend Water. (= de Heilige Geest) Hij zou u levend water hebben gegeven
Levend Water (= de Heilige Geest) Hij zou u levend water hebben gegeven Joh.4:10 wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem
Maak genade tot een levensstijl. Het Evangelie van Christus is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft,
Maak genade tot een levensstijl Het Evangelie van Christus is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, Romeinen 7:1-6 1 Of, broeders, weet u niet-ik spreek immers tot mensen die de wet
MAAR uit genade door het geloof. Hoe wordt iemand gered?
BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 6 Les 6 - Redding Niet door te proberen de wet te volbrengen Niet door goede werken te doen Niet door onze eigen inspanningen Niet door het doopwater MAAR uit genade
Dordtse Leerregels. Hoofdstuk 3 en 4. Artikel 1 t/m 4
Dordtse Leerregels Hoofdstuk 3 en 4 Artikel 1 t/m 4 Werkboek 7 Dordtse Leerregels hoofdstuk 3 en 4 artikel 1 t/m 4 Hoofdstuk 3 en 4 gaat over de bekering. Hoofdstuk 3 en 4 heeft 17 artikelen. In dit werkboek
GERECHTVAARDIGD DOOR HET GELOOF ALLEEN
GERECHTVAARDIGD DOOR HET GELOOF ALLEEN Les 4 voor 22 juli 2017 Het begrip rechtvaardiging. 1. Wat is rechtvaardiging? Middelen van rechtvaardigmaking. 2. De werken van de wet. 3. Het geloof van Jezus Christus.
Wesleyaanse geloofsfundamenten voor de 21 e eeuw
Wesleyaanse geloofsfundamenten voor de 21 e eeuw Art lll, Handboek, Kerk vd Nazarener: Wij geloven in de Heilige Geest, de derde Persoon van de Drieeenige Godheid; dat Hij voortdurend aanwezig is en doeltreffend
- 1 - De Cusjiet en het luipaard. natuurlijke, gevallen mens, die in de bijbel: de oude mens wordt genoemd, in de dood heeft gebracht.
- 1 - De Cusjiet en het luipaard We lezen in Jeremia 13:23 de volgende merkwaardige tekst: Kan ook een Cusjiet zijn huid veranderen, of een luipaard zijn vlekken? Zou ook u dan goed kunnen gaan doen, gewend
Vraag 62 : Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een stuk daarvan zijn?
Voor 16 jaar en ouder! Zondag 24 Zondag 24 gaat over de goede werken. Zondag 24 vraag en antwoord 62, 63 en 64. Vraag 62 : Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een stuk
INHOUD. Citaten : Statenvertaling 1977 Aanbevolen websites: www:mybrethren.org/index.html
INHOUD 1: Jezus Christus de Verlosser 2: Het koninkrijk der hemelen 3: Het huis van God 4: Het lichaam van Christus 5: De bruid van het Lam 6: Het betoverde christendom 7: De terugkeer van Jezus Christus
Nieuwe geboorte in het koninkrijk. les 1 FOLLOW
Nieuwe geboorte in het koninkrijk les 1 DEEL 3 FOLLOW DE GEBOORTE Leven begint met een man en vrouw die elkaar liefhebben. Diep in het binnenste van de buik van de moeder ontstaat nieuw leven. Het duurt
