Continu glucose-controlesysteem. Expert-gids
|
|
|
- Marcella ten Wolde
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Continu glucose-controlesysteem Expert-gids
2 Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 Belangrijke veiligheidsinformatie over uw FreeStyle Navigator IIsysteem Indicaties voor gebruik....1 Deze Expert-gids....2 HOOFDSTUK 2 De samenstelling van uw FreeStyle Navigator II-systeem....3 HOOFDSTUK 3 Voor het eerst klaarmaken...8 De ontvanger opladen...8 Datum en tijd instellen...9 HOOFDSTUK 4 De sensor aanbrengen en verwijderen Waar moet een sensor worden ingebracht?...10 Een nieuwe sensor inbrengen De zender aansluiten Aansluiten op een nieuwe sensor Een sensor opnieuw aansluiten als het signaal onderbroken is Wanneer moet een sensor worden vervangen?...14 Een sensor en een zender verwijderen...15 HOOFDSTUK 5 Testen met controlevloeistof HOOFDSTUK 6 Uw bloedglucose controleren...18 HOOFDSTUK 7 Kalibreren...21 Succesvol kalibreren HOOFDSTUK 8 Alarmen...23 Soorten alarmen...23 Glucosealarmen Glucosealarminstellingen Alarmen gegevensverlies Systeemalarmen Voortgangstonen Alarmen programmeren Alarmtonen...27 Drempels voor glucosealarmen overdag en s nachts...27 Instellingen voor geluid/trillen Alarmen uit/aan Klantenservice: ( CALL - ADC)
3 Alarm slaapstand instellen Geluidsalarmen tijdens het opladen...31 Op alarmen reageren Systeemalarmmeldingen, oorzaken en aanbevolen handelingen.. 32 HOOFDSTUK 9 Leven met uw FreeStyle Navigator II-systeem...37 Uw FreeStyle Navigator II-systeem reinigen...38 Afvoeren HOOFDSTUK 10 De geavanceerde functies gebruiken FreeStyle Navigator II-status Gebeurtenissen toevoegen Glucosedoelwaarden Rapporten en registraties bijhouden HOOFDSTUK 11 Problemen oplossen Problemen met uw sensor...44 Problemen bij het controleren van uw bloedglucose...47 Andere problemen HOOFDSTUK 12 Professioneel gebruik in de gezondheidszorg...52 Time-out scherm wordt verlengd De ontvanger resetten op standaardinstellingen De glucosegeschiedenis wissen Glucosegegevens verbergen en tonen Het FreeStyle Navigator II-systeem klaarmaken voor gebruik door een andere patiënt HOOFDSTUK 13 Bijlage A: Systeemspecificaties Bijlage B: Uitleg van symbolen...57 Bijlage C: Ontvangerschermen...58 Bijlage D: Ontvangerpictogrammen Bijlage E: Standaardinstellingen HOOFDSTUK 14 Verklarende woordenlijst...61 HOOFDSTUK 15 Index
4 HOOFDSTUK 1 Belangrijke veiligheidsinformatie over uw FreeStyle Navigator II-systeem Indicaties voor gebruik Het FreeStyle Navigator II continue glucose-controlesysteem is een glucose-controleapparaat dat geïndiceerd is voor het continu meten van de glucosespiegel in interstitieel vocht bij mensen (6 jaar en ouder) met diabetes mellitus. De indicatie voor kinderen (6 17 jaar) is beperkt tot kinderen onder toezicht van een verzorger die minimaal 18 jaar oud is. De verzorger is verantwoordelijk voor het gebruik van het FreeStyle Navigator II-systeem, of het helpen van het kind bij het gebruik van het systeem, alsmede voor het interpreteren van de FreeStyle Navigator IImetingen of het helpen van het kind hiermee. Het FreeStyle Navigator II continue glucose-controlesysteem is bestemd voor: gebruik thuis en in het ziekenhuis als hulp bij de behandeling van diabetes gebruik door meer dan één persoon, mits gebruikt volgens de instructies het leveren van real-time glucosemetingen het leveren van glucosetrendinformatie het verschaffen van alarmen voor detectie en voorspelling van lage bloedglucosespiegels (hypoglykemie) en hoge bloedglucosespiegels (hyperglykemie) WAARSCHUWINGEN: Op momenten dat de glucosespiegel snel verandert (meer dan 120 mg/dl of 6,7 mmol/l per uur) is het mogelijk dat de continu gemeten interstitiële glucosespiegel, gemeten met de FreeStyle Navigator II-sensor, niet nauwkeurig overeenkomt met de bloedglucosespiegel. Gebruik in die gevallen de ingebouwde FreeStyle Lite-bloedglucose- (BG-) meter voor het uitvoeren van vingerpriktests om de continue glucoseresultaten van de FreeStyle Navigator II-sensor te verifiëren. Als de FreeStyle Navigator II continue glucosesensor op een dreigende hypo- of hyperglykemie wijst, gebruik dan de ingebouwde FreeStyle Lite-bloedglucosemeter voor het uitvoeren van een vingerpriktest om de FreeStyle Navigator II-meting te bevestigen. Negeer geen symptomen die het gevolg kunnen zijn van een lage of een hoge bloedglucose. Als u symptomen hebt die niet met de FreeStyle Navigator II-meting kloppen, gebruik dan de ingebouwde FreeStyle Lite-bloedglucosemeter voor het uitvoeren van een vingerpriktest om de continue glucosemeting van de FreeStyle Navigator II te controleren. Als u symptomen hebt die niet overeenkomen met uw glucosemetingen, raadpleeg dan uw zorgverlener. Beweging van de sensorondersteuning, overmatig transpireren op de plaats waar de sensor ingebracht is door activiteiten als zware lichaamsbeweging, of botsen tegen voorwerpen kan ertoe leiden dat de sensorondersteuning slecht aan de huid blijft kleven en de sensor losraakt. Als de sensor losraakt doordat de sensorondersteuning niet meer aan de huid kleeft, kunt u onbetrouwbare resultaten of geen resultaten krijgen zonder dat u waarschuwingen krijgt. Kies een goede sensorinbrengplaats wanneer u de sensor inbrengt en maak die plaats klaar volgens de bijbehorende instructies. 1
5 Ernstige uitdroging en overmatig vochtverlies kunnen leiden tot verkeerde resultaten. Als u denkt dat u uitgedroogd bent, moet u onmiddellijk uw arts raadplegen. De verpakking van de sensoraanbrenger kan een droogmiddel bevatten dat schadelijk kan zijn bij inademen of inslikken en tot huid- en oogirritatie kan leiden. Richt de sensoraanbrenger met voorgespannen veer nooit op de ogen, het gezicht of welk ander deel van het lichaam dan ook waar het inbrengen van de sensor niet gewenst is. De FreeStyle Lite-teststrips en FreeStyle Lite-lancetten zijn kleine onderdelen die bij inslikken gevaarlijk kunnen zijn. LET OP: Om de nauwkeurigheid en juiste werking te waarborgen is het FreeStyle Navigator II-systeem voorzien van ingebouwde zelfcontroles waarmee enkele condities worden opgespoord die ervoor kunnen zorgen dat de sensor niet goed werkt. In zeldzame gevallen is het mogelijk dat het systeem niet alle condities ontdekt die van invloed op de werking van de sensor zijn, en u kunt dan onnauwkeurige continue controleresultaten krijgen. Als het probleem blijft bestaan, voer de in gebruik zijnde sensor dan af en breng een nieuwe in. Als u hypoglykemieën of hyperglykemieën niet voelt aankomen, voer dan UITSLUITEND bloedglucosecontroles op uw vingers uit. Veranderingen in de glucosespiegel kunnen in vingerbloedmonsters sneller worden gezien dan in monsters uit andere toegestane plaatsen. Als een andere plaats gebruikt moet worden, wordt dit verschil tot een minimum teruggebracht door die andere plaats stevig op te wrijven voordat erin wordt geprikt. De prestatie van het FreeStyle Navigator II-systeem is niet onderzocht bij zwangere vrouwen. Het systeem mag niet worden gebruikt in een omgeving die met zuurstof verrijkt is of die een ontvlambaar gas bevat. De prestatie van het systeem is niet onderzocht in omstandigheden waarin de hoeveelheid vocht in het lichaam wisselt, zoals tijdens nierdialyse. De ontvanger en de zender van uw FreeStyle Navigator IIsysteem werken op een frequentie die ook door andere communicatieapparaten kan worden gebruikt, waaronder HAM - radiozenders (dit kunnen typen apparaten zijn als vaste of mobiele zenders, of draagbare walkie-talkies). De communicatie tussen uw zender en ontvanger kan een enkele keer verloren gaan wanneer u dicht bij HAM-radioapparatuur bent. Als de draadloze communicatie van uw FreeStyle Navigator II-systeem verloren gaat, ga dan bij de HAM-radio vandaan om de draadloze communicatie te herstellen. Als u een medische afspraak hebt waarbij krachtige magnetische of elektromagnetische velden (zoals een röntgenfoto, een MRI-scan of een CT-scan) of een ander soort blootstelling aan straling worden gebruikt, houd de ontvanger en de zender-sensor-eenheid dan uit dat gebied weg. Voordat u aan dergelijke straling wordt blootgesteld, moet u een sensor die u draagt afvoeren en na de stralingssessie een nieuwe sensor inbrengen. Het effect van deze soorten straling op de prestatie van het systeem is niet onderzocht. Veranderingen of modificaties van het apparaat die niet uitdrukkelijk door Abbott Diabetes Care Inc. zijn goedgekeurd, kunnen het recht van de gebruiker om deze apparatuur te bedienen teniet doen. Deze Expert-gids Deze Expert-gids biedt individuele gebruikers en professionele zorgverleners aanvullende informatie over het gebruik van het FreeStyle Navigator II-systeem die niet in de gebruikershandleiding staat. 2
6 3 Systeemgerelateerde informatie Het FreeStyle Navigator II-systeem is ontworpen als compleet systeem. Gebruik uitsluitend de FreeStyle Navigator II-sensor, de FreeStyle Navigator II-zender, de FreeStyle Navigator II-ontvanger, de FreeStylecontrolevloeistof en de FreeStyle Lite-teststrips. Deel uw systeem NIET met anderen. Voorkom dat er stof, vuil, bloed, controlevloeistof, water of andere stoffen in de USB-poort en de teststripopening van de ontvanger komen. Elke keer dat u een gebruikte sensor verwijdert (elke 5 dagen), dient de zender van de sensorondersteuning te worden verwijderd en te worden gereinigd. Fysiologische verschillen tussen interstitieel vocht en capillair bloed kunnen resulteren in verschillen in glucosemetingen. Verschillen in glucosemetingen tussen interstitieel vocht en capillair bloed kunnen worden waargenomen tijdens snelle veranderingen in de bloedglucosespiegel, zoals na een maaltijd, na insulinetoediening of tijdens lichaamsbeweging. Ernstige uitdroging en overmatig vochtverlies kunnen leiden tot verkeerde resultaten. Als u denkt dat u uitgedroogd bent, moet u onmiddellijk uw arts raadplegen. Storende stoffen: Testen duiden erop dat gebruikelijke ascorbinezuurspiegels (vitamine C) geen effect hebben op de werking van het systeem maar dat salicylzuur een klein effect heeft. Testen duiden erop dat normale urinezuur-, lipiden- en bilirubinespiegels de werking van het systeem niet aantasten. De invloed van orale antidiabetica en andere mogelijk storende stoffen is niet bestudeerd. Controleer of u een computer gebruikt die voldoet aan de vereisten van EN HOOFDSTUK 2 De samenstelling van uw FreeStyle Navigator IIsysteem Hartelijk dank voor uw keuze voor het FreeStyle Navigator II continue glucose-controlesysteem als hulp bij de behandeling van uw diabetes. Het FreeStyle Navigator II-systeem is een continue glucosemonitor (CGM) en een bloedglucose- (BG-) meter, ontworpen voor veilig en gemakkelijk gebruik. Het FreeStyle Navigator II-systeem bestaat uit twee sets: een systeemset en een sensorset. Systeemset Mei mg/dl 40 Grafiek 14:30 Menu Ontvanger Zender Oplaadsnoer Wisselstroomoplader Adapters Ontvangerskin
7 Ontvanger Het draagbare regelapparaat dat draadloos communiceert met de zender en de glucosemetingen weergeeft. De ontvanger is voorzien van een ingebouwde FreeStyle Litebloedglucosemeter. De ontvanger werkt op een oplaadbare batterij. Het serienummer van uw ontvanger staat op de achterkant van de ontvanger. Zender De zender wordt samen met de sensor en de sensorondersteuning (zie de sensorset) op het lichaam gedragen. Wanneer dit op de juiste manier gebeurt, meet de zender continu de glucosespiegel en stuurt deze gegevens naar de ontvanger. Het serienummer van de zender is op de onderkant van de zender afgedrukt of kan via de ontvanger worden opgevraagd. Wisselstroomoplader Een oplaadapparaat dat in een standaard stopcontact kan worden gestoken en de ontvanger via een USB-poort van stroom voorziet. Oplaadsnoer Een snoer dat de ontvanger met de wisselstroomoplader of een andere gevoede USB-poort verbindt om de ontvanger op te laden. Adapters De stekkers bij uw wisselstroomoplader waarmee u deze in uw geografische regio kunt gebruiken. Ontvangerskin De siliconen skin van uw ontvanger is een optionele accessoire die niet onontbeerlijk is. Bevat geen latex. Neem contact op met uw zorgverlener of de klantendienst als u uw zender of ontvanger moet vervangen. Zij weten hoe oude onderdelen op juiste wijze moeten worden afgevoerd. Sensorset Vergrendelpen Voorkomt onbedoeld ontgrendelen van de sensor. Aanbrengknoppen Start het aanbrengen van de sensor in de huid. Sensorplaatsingseenheid Sensoraanbrenger Brengt de sensor aan in de huid. Ontgrendellipjes Ontgrendel de sensoraanbrenger van de sensorondersteuning. Sensorondersteuning Blijft op uw huid nadat de sensor is aangebracht. Houdt de sensor op zijn plaats. Bevestigt de sensor aan de zender. Sensor Meet uw glucosespiegel. Sensortip Deel van de sensor aangebracht in de huid. Sensorplaatsingseenheid De combinatie van 2 onderdelen die u in elkaar zet: de sensorondersteuning en de sensoraanbrenger (met gepre-installeerde sensor). Met de sensorplaatsingseenheid wordt de FreeStyle Navigator II-sensor ongeveer 5 mm onder uw huid ingebracht. Sensoraanbrenger Een eenmalig te gebruiken apparaat dat de sensor in de huid brengt. Sensorondersteuning Een eenmalig te gebruiken onderdeel dat aan uw huid vastplakt. De sensorondersteuning houdt de zender en de sensor maximaal 5 dagen op uw huid bevestigd. De combinatie van de sensorondersteuning (met de sensor) en de zender die op uw lichaam wordt gedragen, wordt de zender-sensoreenheid genoemd. 4
8 Ontvangerfuncties Reset-knop Scroll-wiel langs menuopties of gegevens rollen Weergave Mei mg/dl 2 Scroll-wiel Indrukken om menuopties te selecteren en wijzigingen te bevestigen Schermtoetslabels Toetsen Voert de linker schermtoetsopdracht uit (bijv. Grafiek) Drukken en ingedrukt houden om het lampje van de teststripopening aan te doen Reageer op alarm 40 Grafiek 14:30 Menu Voert de rechter schermtoetsopdracht uit (bijv. Menu) Weergave aanzetten Alarm tijdelijk uitschakelen Terug-knop Drukken en ingedrukt houden om naar het beginscherm terug te keren Keuze annuleren Terugkeren naar een vorig scherm zonder wijzigingen op te slaan Bloedglucosemeter Teststripopening- en lampje USB-poort NB: Het scherm van de ontvanger kan permanent beschadigd raken als er druk of kracht op wordt uitgeoefend. Pas dezelfde voorzorgen toe die u ook bij andere persoonlijke elektronische apparaten toepast. 5
9 Ontvangerafleesvenster Het deel van de ontvanger waar informatie wordt getoond. Toetsen en labels De toetsen op de ontvanger die overeenkomen met tekstlabels op het scherm en die de gebruiker selecteerbare opties verschaffen. Linker toets De linker toets met het lampjespictogram wordt ook gebruikt om het lampje van de teststripopening aan en uit te doen. Indrukken om een alarm te bevestigen. Houd de linker toets op enig moment ingedrukt als het afleesvenster aan is om het lampje aan en uit te doen. Rechter toets De rechter toets met het aan/uit-pictogram wordt ook gebruikt om het afleesvenster van de ontvanger aan en uit te doen. Druk op de rechter toets om het afleesvenster aan te zetten of een alarm tijdelijk uit te zetten. Houd de rechter toets ingedrukt om het afleesvenster uit te zetten. Terug-knop De ovale knop aan de rechter kant van de ontvanger onder het scroll-wiel. Deze knop wordt gebruikt voor het annuleren van een verandering die in een waarde aangebracht is en/of om terug te gaan naar het vorige scherm. Als deze knop ingedrukt wordt gehouden, keert de ontvanger terug naar het Beginscherm. Scroll-wiel Met het wiel aan de rechter kant van de ontvanger kunt u door de opties bladeren die u op het afleesvenster ziet. U kunt een optie selecteren of een waarde instellen door het scroll-wiel in te drukken. FreeStyle Lite-bloedglucosemeter teststripopening en lampje De poort waar u een FreeStyle Lite-teststrip inbrengt om uw bloedglucose te controleren. Is voorzien van een lampje zodat u uw glucose in donkere omstandigheden gemakkelijker kunt controleren. USB-poort De standaard mini-usb B-poort die met het oplaadsnoer gebruikt wordt om de ontvanger op te laden en in de ontvanger opgeslagen gegevens te uploaden naar een computer. Reset-knop De reset-knop wordt gebruikt om problemen met het apparaat op te lossen. Druk deze knop NIET in, behalve als de klantenservice u daartoe instrueert. Ontvangerafleesvenster Zet de ontvanger aan door op de aan/uit-knop aanzetten toont de ontvanger het Beginscherm. mmol/l mmol/l Mei mg/dl 40 Grafiek 14:30 Menu 117 mg/dl = 6,5 mmol/l 4-urige glucose Witte lijn = continue glucosemetingen Rood ( ) = bloedglucosemetingen Groene lijnen = glucosedoelwaarden 12 Mei Sensor vervalt 180 op: Ma. 17 Mei 10:44 40 Grafiek 14:30 Menu Rol het scrollwiel te drukken. Na het Statuspictogrammen Actuele continue glucosewaarde (mg/dl of mmol/l) Groen = binnen glucosedoelwaarde Paars = boven glucosedoelwaarde Geel = onder glucosedoelwaarde 6
10 Door aan het scroll-wiel te draaien, is te zien wat de uiterste gebruiksdatum van de sensor is. Als er geen actieve sensor is, geeft de ontvanger de instructie Inbrengen en aansluiten op een nieuwe sensor. Actuele continue glucosewaarde Het Beginscherm toont uw actuele continue glucosemeting en een trendrichtingspijl die aangeeft hoe snel en in welke richting (omhoog of omlaag) uw glucosespiegel verandert. Trendpijle Wat het betekent De glucosespiegel verandert geleidelijk (met minder dan 60 mg/dl per uur of 3,3 mmol/l per uur) Grafiek-toets Druk op de Grafiek-toets om een gedetailleerder tijdlijngrafiek weer te geven. Menu-toets Om naar het Hoofdmenu te gaan, drukt u op Menu. Statuspictogrammen Visuele symbolen geven de status van uw FreeStyle Navigator II-systeem aan. Zie Bijlage D, Ontvangerpictogrammen voor een tabel met alle pictogrammen. Zie Bijlage C, Ontvangerschermen voor opties in het Hoofdmenu. Meer informatie over de status van uw FreeStyle Navigator II-systeem is toegankelijk door Menu Status te selecteren. Zie Hoofdstuk 10, De geavanceerde functies gebruiken, FreeStyle Navigator II-status, voor meer informatie. De glucosespiegel daalt met matige snelheid (tussen 60 en 120 mg/dl per uur of tussen 3,3 en 6,7 mmol/l per uur) De glucosespiegel daalt snel (met meer dan 120 mg/dl per uur of 6,7 mmol/l per uur) De glucosespiegel stijgt met matige snelheid (tussen 60 en 120 mg/dl per uur of tussen 3,3 en 6,7 mmol/l per uur) De glucosespiegel stijgt snel (met meer dan 120 mg/dl per uur of 6,7 mmol/l per uur) 7
11 HOOFDSTUK 3 Voor het eerst klaarmaken De ontvanger opladen Voordat u uw FreeStyle Navigator II-systeem voor de eerste keer gebruikt, MOET u de batterij van de ontvanger volledig opladen, minimaal 6 uur. Koppel het oplaadsnoer van uw ontvanger pas los nadat de ontvanger volledig opgeladen is. = volledig opgeladen = niet volledig opgeladen Wanneer een geheel lege batterij wordt opgeladen, toont het scherm aanvankelijk een rood batterijpictogram, waarna u zo nodig de tijd en de datum kunt instellen. Sluit het ene uiteinde van uw oplaadsnoer met de wisselstroomoplader aan op een stopcontact of een gevoede USB-poort, zoals van een computer. Het kan zijn dat u eerst een regioadapter (met uw systeem meegeleverd) moet aansluiten op de wisselstroomoplader om die in uw geografische regio te kunnen gebruiken. Oplaadsnoer, ontvanger en wisselstroomoplader Let er bij het aansluiten van een regioadapter op dat deze goed naar beneden wordt gedrukt tot de stukken op hun plaats klikken. De regioadapter wordt verwijderd door de lip op de bovenkant van de wisselstroomoplader terug te trekken, de regioadapter omhoog te schuiven en te verwijderen. Sluit het andere uiteinde van het oplaadsnoer aan op uw ontvanger. Voor een volledig opgeladen batterij moet de ontvanger minimaal 6 uur worden opgeladen. U kunt de oplaadstatus van de ontvanger controleren op het Beginscherm of door het selecteren van Menu Status. Deze procedure moet regelmatig worden herhaald wanneer de batterij bijna leeg is. Het beste is om de batterij dagelijks op te laden. LET OP: Controleer uw bloedglucose NIET terwijl de ontvanger wordt opgeladen. Een volledig opgeladen ontvangerbatterij gaat normaliter ongeveer 3 dagen mee. De batterij kan korter meegaan als u het afleesvenster vaak activeert. Het aantal alarmen dat u krijgt, kan eveneens van invloed zijn op de levensduur van de batterij. Nadat het oplaadsnoer losgekoppeld is, voert de ontvanger een reeks zelftests uit. Als het afleesvenster ingeschakeld is, zendt de ontvanger tijdens de zelftests tonen uit, vibreert de ontvanger en knippert het scherm. 8
12 Datum en tijd instellen NB: Het is zeer belangrijk dat de tijd en de datum correct zijn ingesteld. De nauwkeurigheid van de grafieken en statistische rapporten is afhankelijk van een correct ingestelde datum en tijd. 1. Zet de ontvanger aan door op de rechter toets FORMAAT te drukken. Als de batterij van de ontvanger helemaal leeg was, vraagt de ontvanger u Datum = Dag / Maand automatisch om de tijd en de datum in te stellen voordat u verder gaat. 2. Stel de Huidige tijd in door het scroll-wiel in te drukken wanneer de cursor de eerste streepjeslijn (--:-- --) markeert. DATUM INSTELLEN 3. Druk voor elke lijn het scroll-wiel in voor het item dat u wilt selecteren (Uur, Minuut, Dag = AM/PM) en rol het scroll-wiel omhoog of Jaar = omlaag om de waarde aan te passen. Druk het scroll-wiel nogmaals in om de gewenste waarde in te stellen. Draai aan het scroll-wiel om door te gaan (te scrollen) naar de volgende lijn. 4. Nadat de correcte tijd ingesteld is, drukt u op Accepteren om alle instellingen op de pagina op te slaan. 5. Herhaal deze handelingen op de tweede streepjeslijn ( , ---) om de Huidige datum in te stellen. 6. Als u het weergaveformaat van de tijd en de datum moet veranderen, druk dan op Formaat. 7. Druk op Accepteren om de formaatwijzigingen op te slaan. 8. Druk op Klaar om door te gaan naar het Instellingen-menu. Tijd = 24 uur Maand = Accepteren Accepteren De tijd en de datum wijzigen Als u de tijd en de datum moet wijzigen, bijvoorbeeld bij de overgang naar zomertijd, selecteer dan Menu Instellingen Datum/tijd. Weergavevoorkeuren WEERGAVE 1. Selecteer Menu Instellingen Weergave. 2. Gebruik het scroll-wiel voor het selecteren, Time-out = 90 seconden aanpassen en instellen van uw voorkeuren voor: Decim. tek = x,x Taal Selecteer de taal voor uw afleesvenster. Accepteren Time-out Selecteer de tijdsduur ( seconden) voordat het afleesvenster van uw ontvanger wordt uitgeschakeld nadat voor het laatst een knop is ingedrukt. Nadat de ontvanger na een time-out weer is ingeschakeld, keert deze terug naar het Beginscherm. De standaard tijdsduur is 15 seconden. Decim. tek Selecteer het decimale formaat als X.X of X,X. 3. Druk op Accepteren om de instelling op te slaan en het scherm te verlaten. Taal = Nederlands 9
13 HOOFDSTUK 4 De sensor aanbrengen en verwijderen Voordat u uw eerste sensor inbrengt, dient u dit gehele hoofdstuk door te lezen om te begrijpen hoe u de zender aan de sensorondersteuning koppelt en weer loskoppelt. Dit helpt er mede voor te zorgen dat het voor het eerst inbrengen van een sensor met succes verloopt. LET OP: Gebruik de sensoraanbrenger of de sensorondersteuning NIET als de steriele verpakking geopend of anderszins beschadigd is. Waar moet een sensor worden ingebracht? Breng sensors alleen in de buik of de achterkant van een bovenarm in. Vermijd gebieden met littekens, moedervlekken, striae of bultjes. Kies een gebied van de huid dat tijdens uw gewone dagelijkse activiteiten vlak blijft (niet buigt of rimpelt). Kies voor elke nieuwe sensor een andere inbrengplaats. Het afwisselen van de inbrengplaatsen helpt voorkomen dat u last krijgt van ongemak, irritatie, blauwe plekken, huiduitslag en overgevoeligheidsreacties op kleefmiddelen. Kies een plaats op minimaal 2,5 cm (1 inch) afstand van een insuline-infusieplaats en/of een eerdere inbrengplaats. Het is nuttig een routine te ontwikkelen Buik Achterkant bovenarm waarbij u de plaatsen steeds in dezelfde volgorde afwisselt (bijvoorbeeld linkerarm, rechterarm, buik links, buik rechts, en dan weer van voren af aan). LET OP: Het FreeStyle Navigator II-systeem mag NIET worden hergebruikt omdat dit risico op infectie oplevert. Niet geschikt om opnieuw te worden gesteriliseerd. Een nieuwe sensor inbrengen WAARSCHUWINGEN: De verpakking van de sensoraanbrenger kan een droogmiddel bevatten dat schadelijk kan zijn bij inademen of inslikken en tot huid- en oogirritatie kan leiden. Richt de sensoraanbrenger met voorgespannen veer nooit op de ogen, het gezicht of welk ander deel van het lichaam dan ook waar het inbrengen van de sensor niet gewenst is. 1. Maak de gekozen inbrengplaats klaar door deze eerst te wassen met water en zeep en daarna af te nemen met een alcoholdoekje. NB: De inbrengplaats MOET schoon en droog zijn, anders kan een infectie ontstaan of blijft de sensorondersteuning mogelijk niet plakken. 2. Neem de sensoraanbrenger en de sensorondersteuning uit de steriele verpakkingen. Bewaar de verpakking van de sensorondersteuning voor het sensorcodenummer. Bij een latere stap moet u dit codenummer in de ontvanger invoeren. NB: Noteer de sensorcode die u op de verpakking van de sensoraanbrenger hebt aangetroffen. Na het inbrengen moet u deze code invoeren. 10
14 3. Plaats de sensoraanbrenger op de sensorondersteuning door de voorkant van de sensoraanbrenger over het verhoogde deel van de sensorondersteuning te zetten en naar beneden te drukken. U behoort een lichte klik te horen of te voelen wanneer de stukjes in elkaar grijpen. Voorkant aanbrenger Voorkant ondersteuning NB: Breng de sensorondersteuning rechtstreeks op de huid aan. Breng de sensorondersteuning NIET aan op welk materiaal dan ook (kleding, verband enzovoort). 6. Draai de pen bovenaan met uw duim en wijsvinger een kwart slag rond. Verwijder de vergrendelpen door eraan te trekken Verwijder de beschermlaag van de kleeflaag aan de onderkant van de sensorondersteuning. Pas op dat de kleeflaag niet op zichzelf wordt teruggevouwen. 5. Plaats de sensorondersteuning met de kleeflaag naar beneden op de schoongemaakte huid op de inbrengplaats. Strijk de kleeflaag met uw vingers glad op de huid. Houd de sensorondersteuning stevig op zijn plaats om ervoor te zorgen dat deze aan de huid plakt. Als u de sensor op de achterkant van uw arm inbrengt, plaats de sensorondersteuning dan in de lengte van uw arm met de voorkant van de sensorondersteuning naar uw schouder gericht. Als u de sensor in uw buik inbrengt, zet de sensorondersteuning dan horizontaal parallel aan uw middel. LET OP: Nadat de vergrendelpen verwijderd is en de inbrengknoppen ingedrukt zijn, wordt er een naald snel onder uw huid ingebracht om de sensor te plaatsen. NIET op de knoppen drukken voordat u klaar bent om de sensor in te brengen. 7. Houd de sensoraanbrenger bij het zwarte gedeelte vast, raak de blauwe ontgrendellipjes niet aan. Druk beide grijze inbrengknoppen bovenop de sensoraanbrenger stevig in. Probeer bij het indrukken van de knoppen te voorkomen dat de sensoraanbrenger in de huid wordt gedrukt. U kunt een lichte steek voelen als de sensor onder uw huid wordt geplaatst. NB: Om de sensor goed in te brengen, moeten beide knoppen geheel worden ingedrukt. De knoppen zijn geheel ingedrukt wanneer ze gelijk liggen met de bovenkant van de sensoraanbrenger.
15 8. Houd de sensoraanbrenger vast en knijp de 2 blauwe ontgrendellipjes aan de basis van de sensoraanbrenger stevig in. Til de sensoraanbrenger recht omhoog en weg van de sensorondersteuning. Zorg ervoor dat de sensorondersteuning bij het wegnemen van de sensoraanbrenger niet van uw huid wordt losgetrokken. NB: Probeer NIET om de sensoraanbrenger te verwijderen zonder de blauwe ontgrendellipjes in te drukken, anders kan de sensorondersteuning verschuiven. 9. Nadat de sensoraanbrenger verwijderd is, is de sensor zichtbaar. De punt is dan in uw huid ingebracht en de bovenkant van de sensor ligt gelijk met de bovenrand van de sensorondersteuning. Op de inbrengplaats kunt u wat bloed zien. Als het bloeden niet stopt, verwijder dan de sensorondersteuning en de sensor, en herhaal de sensorinbrengprocedure met een nieuwe sensor op een nieuwe inbrengplaats. 10. Voer de sensoraanbrenger veilig af. Wij bevelen het gebruik aan van een scherpafvalcontainer of een prikbestendige container met een strak zittend deksel. De zender aansluiten Voordat een nieuwe zender voor de eerste keer op de sensorondersteuning wordt aangesloten: noteer het serienummer van de zender (dit staat op de onderkant van de zender). Schrijf uw serienummer op 1. Houd de zender na het inbrengen van de sensor zodanig boven de sensorondersteuning dat de contactpunten naar de sensor wijzen. 2. Laat de zender pal boven het ronde deel van het sleutelgat op de sensorondersteuning zakken. 3. Houd de zender tussen duim en wijsvinger vast, en schuif de zender op tot deze op zijn plaats klikt. NB: Verwijder of vervangde zender NIET op de sensorondersteuning terwijl u een sensor draagt. Als u dat wel doet, kan de levensduur van de sensor ten einde komen. Sleutelgat 12
16 Aansluiten op een nieuwe sensor 1. Selecteer op uw ontvanger Menu Aansl. op sensor. De ontvanger instrueert u Houd de ontvanger naast de sensor. Houd de ontvanger naast de zender-sensoreenheid. De ontvanger zoekt naar het draadloze signaal van de zender. AANSL. OP SENSOR Houd de ontvanger naast de sensor. Bezig met zoeken naar de sensor... LET OP: Als u een onjuist zenderserienummer accepteert dan zijn uw glucosemetingen fout of niet verkrijgbaar. Nadat u het serienummer van de nieuwe zender hebt geaccepteerd, krijgt u dit scherm pas weer te zien wanneer u verbinding maakt met een nieuwe zender. 13 Nadat de ontvanger verbinding heeft gemaakt met de zender, zendt de ontvanger de Geslaagd-toon uit (als Voortgangstonen aan staat). NB: Als de ontvanger geen verbinding met de zender kan maken, wordt u met een schermmelding op de hoogte gebracht en klinkt de Mislukt-toon (als Voortgangstonen aan staat). Controleer of de zender goed op de sensorondersteuning is aangebracht en of de ontvanger recht boven de zender wordt gehouden. Druk op Ja voor een nieuwe poging om verbinding te maken. 2. De eerste keer dat u verbinding maakt tussen een nieuwe zender en de ontvanger, wordt de melding Nwe zender gevonden op het scherm weergegeven. Controleer of de op het scherm weergegeven zender-id gelijk is aan het serienummer van uw zender dat u op pagina 12 hebt genoteerd (het serienummer staat op de onderkant van de zender). Als dit nummer niet klopt, druk dan op Nee. AANSL. OP SENSOR Nwe zender gevonden. Zender-ID: AADN219-D0046 Is dit uw zender? Nee Ja Alleen weergegeven voor nieuwe zenders Als het nummer wel klopt, druk dan op Ja om door te gaan naar het Sensorcode-scherm. 3. Wanneer de ontvanger het serienummer van een zender geaccepteerd heeft, wordt het Sensorcode-scherm weergegeven. 4. Voer met behulp van het scroll-wiel de 3-cijferige Sensorcode op de verpakking van de sensoraanbrenger in. SENSORCODE Voer de sensorcode inom de sensor te starten. Sensorcode = 105 Annuleren Accepteren Continuous Glucose Monitoring System Continu glucose-controlesysteem Système de mesure en continu du glucose System zur kontinuierlichen Glukosemessung Sistema di monitoraggio continuo del glucosio System til kontinuerlig glukoseovervågning Jatkuva glukoosin seurantajärjestelmä System for kontinuerlig glukosemåling System för kontinuerlig glukosövervakning Sistema de Monitorização Contínua de Glicose Sistema para la monitorización continua de la glucosa Customer Care: Klantenservice: Service clientèle : LET OP: De codenummers MOETEN overeenkomen Kundenservice: om Assistenza nauwkeurige clienti: Kundeservice: Asiakaspalvelu: Kundeservice: Kundtjänst: glucoseresultaten te waarborgen. Apoio ao Cliente: Atención al Cliente: ( CALL - ADC) NB: Nadat de Sensorcode ingevoerd is en u op Accepteren, hebt gedrukt, kunt u het sensorcodenummer niet meer wijzigen. Wees voorzichtig: als u de code verkeerd invoert, moet u de sensor vervangen. Als u de verkeerde Sensorcode invoert, krijgt u mogelijk verkeerde continue glucoseresultaten.
17 5. Druk op Accepteren om de sensor te starten. De ontvanger geeft automatisch het Beginscherm weer. Bovenin wordt het pictogram weergegeven terwijl het systeem op het eerste kalibratietijdstip wacht (ongeveer 1 uur). Het systeem geeft --- weer voordat continue glucosecontrole beschikbaar is. mmol/l 18 Wanneer het systeem gekalibreerd kan worden, wordt het pictogram weergegeven. Voer voor het kalibreren een bloedglucosecontrole uit. Zie Hoofdstuk 7, Kalibreren, voor nadere informatie. Een sensor opnieuw aansluiten als het signaal onderbroken is Als de verbinding tussen uw ontvanger en zender om enigerlei reden wordt verbroken (aangegeven door het pictogram ) dan kunt u de verbinding weer tot stand brengen door onderstaande stappen uit te voeren. 1. Controleer of de zender stevig op de sensor aangesloten is. 2. Nadat de verbinding verbroken is, zal de ontvanger in de eerste 30 minuten automatisch proberen om de verbinding weer te herstellen. Als er meer dan 30 minuten verstreken zijn of als u de verbindingen meteen weer wilt herstellen, selecteer dan Menu Aansl. op sensor. 3. Houd de ontvanger recht boven de zender. Wanneer de verbinding weer hersteld is, ziet u het pictogram op het Beginscherm Apr Grafiek 13:30 Menu Wanneer moet een sensor worden vervangen? De sensor moet worden vervangen: Minstens eenmaal per 5 dagen. Na 5 dagen wordt de sensorsessie automatisch door het systeem beëindigd. U kunt de resterende levensduur van de sensor controleren op het Beginscherm of door Menu Status te selecteren. Zie Hoofdstuk 10, De geavanceerde functies gebruiken, FreeStyle Navigator II-status, voor meer informatie. Als u irritatie of ongemak op de sensorinbrengplaats bemerkt. Door bij het eerste teken van irritatie of ongemak in actie te komen, voorkomt u dat een klein probleem uitgroeit tot een groot probleem. Als een ontvangeralarm u instrueert om de sensor te vervangen. WAARSCHUWING: Beweging van de sensorondersteuning, overmatig transpireren op de plaats waar de sensor ingebracht is door activiteiten als zware lichaamsbeweging, of botsen tegen voorwerpen kan ertoe leiden dat de sensorondersteuning slecht aan de huid blijft kleven en de sensor losraakt. Als de sensor losraakt doordat de sensorondersteuning niet meer aan de huid kleeft, kunt u onbetrouwbare resultaten of geen resultaten krijgen zonder dat u waarschuwingen krijgt. Kies een goede sensorinbrengplaats wanneer u de sensor inbrengt en maak die plaats klaar volgens de bijbehorende instructies. LET OP: Als uw continue controleresultaten onjuist lijken, controleer dan of uw sensor losgeraakt is. Als u merkt dat de sensor losgeraakt is van de huid of als u ziet dat de kleeflaag van uw sensorondersteuning los gaat zitten, voer de huidige sensor dan af en breng een nieuwe in. 14
18 NB: U kunt een zwachtel aanbrengen om de zender-sensoreenheid op zijn plaats te houden. Gebruik een zwachtel als u vindt dat de sensorondersteuning niet goed blijft plakken. Een sensor en een zender verwijderen 1. Trek een rand van de kleeflaag omhoog en trek de kleeflaag in één vloeiende beweging langzaam van uw huid. Zorg ervoor dat de kleeflaag niet over zichzelf terugvouwt omdat het dan lastiger wordt om de zender van de sensorondersteuning te verwijderen. Als u de zender niet van de sensorondersteuning hebt afgehaald, laat de ontvanger een scherm zien met de tekst Hebt u de sensor verwijderd? Selecteer Ja om CGM te beëindigen. Druk op Ja. 3. Voer de sensorondersteuning (met de sensor nog bevestigd) af. Elke keer nadat u een gebruikte sensor hebt verwijderd, moet de zender worden gereinigd. Zie Hoofdstuk 9, Leven met uw FreeStyle Navigator IIsysteem, voor reinigingsinstructies. ZENDER LOSGEKOPPLD De zender is losgekoppeld van de sensor. CGM is niet beschikbaar. Vervang de sensor om door te gaan met CGM. NB: Voer de zender NIET af. Probeer NOOIT om de sensorondersteuning of de sensor nog een keer te gebruiken. OK 2. Trek, nadat de zender-sensoreenheid van uw huid af is, de kleeflaag aan de onderkant van de sensorondersteuning naar beneden terwijl u de zender vasthoudt (het uiteinde dat het verst bij de sensor weg is). U kunt een klik horen als de zender van de sensorondersteuning loskomt. Schuif de zender van de gebruikte sensorondersteuning af. NB: Probeer niet om de zender van de sensorondersteuning los te wrikken. Als u er moeite mee hebt, neem dan contact op met de klantenservice. Kort (binnen ongeveer 1 minuut) nadat u de zender hebt losgemaakt, kunt u een scherm krijgen met de tekst ZENDER LOSGEKOPPLD. De zender is losgekoppeld van de sensor. CGM is niet beschikbaar. Vervang de sensor om door te gaan met CGM. Als dit scherm wordt weergegeven, druk dan op OK. 15
19 HOOFDSTUK 5 Testen met controlevloeistof Als u uw systeem voor de eerste keer instelt, moet u een test met controlevloeistof uitvoeren. Zo n test kan ook op andere momenten worden uitgevoerd wanneer u zeker wilt weten dat uw ontvanger en de teststrips goed werken. Voor informatie over hoe u controlevloeistof kunt verkrijgen dient u contact op te nemen met de klantenservice, telefoon ( CALL - ADC). NB: Gebruik UITSLUITEND FreeStyle Lite-teststrips met het FreeStyle Navigator II-systeem. Het gebruik van andere teststrips kan onnauwkeurige resultaten opleveren. Raadpleeg de bijsluiter in de FreeStyle Liteteststripverpakking voor belangrijke teststripinformatie, waaronder bijzonderheden over opslag en gebruik. WAARSCHUWING: De FreeStyle Lite-teststrips en de lancetten zijn kleine onderdelen die bij inslikken gevaarlijk kunnen zijn. NB: Als u een foutmelding krijgt of als de ontvanger op enig moment tijdens het testen een fouttoon uitzendt, raadpleeg dan Hoofdstuk 11, Problemen oplossen, voor nadere informatie. Maak de FreeStyle Lite-teststrip klaar 1. Zoek de vervaldatum op de flacon met FreeStyle Lite-teststrips op. Als de teststrips vervallen zijn, voer ze dan af en schaf een nieuwe flacon teststrips aan. 2. Neem één teststrip uit de flacon en doe de flacon weer stevig dicht. Vervaldatum Steek de FreeStyle Lite-teststrip in de teststripopening van de ontvanger 1. Controleer of het afleesvenster van de ontvanger op het Beginscherm staat of dat het afleesvenster uitgeschakeld is. 2. Draai de teststrip zodanig dat de naar boven wijst. 3. Pak de teststrip vast bij het uiteinde met de monsterplaatsen. FreeStyle Lite-teststrip Monsterplaats 4. Steek het andere uiteinde van de teststrip in de teststripopening van de ontvanger tot dit niet verder gaat. De ontvanger toont Bloed aanbrengen samen met een bloeddruppel en een teststrip. Breng controlevloeistof aan en wacht op de resultaten NB: Als u binnen 2 minuten na het insteken van een teststrip geen controlevloeistof aanbrengt dan wordt het afleesvenster uitgeschakeld. Om het testen te hervatten, verwijdert u de ongebruikte teststrip en steekt u die opnieuw in de ontvanger. 1. Breng voorzichtig controlevloeistof aan op NIET MEER DAN ÉÉN monsterplaats van de teststrip. BLOED AANBRENGEN Lampje aan 16
20 2. Kijk op het afleesvenster van de ontvanger. Wanneer genoeg controlevloeistof aangebracht is, toont de ontvanger een cirkel van vier pijlen terwijl de controlevloeistof wordt gemeten. Als Voortgangstonen aan staat, hoort u ook een tweetonige voortgangstoon. NB: Zo nodig hebt u na het eerste aanbrengen van controlevloeistof maximaal 60 seconden de tijd extra controlevloeistof op de teststrip aan te brengen. Na afloop van de test met controlevloeistof toont de ontvanger de resultaten. Als Voortgangstonen aan staat, hoort u ook een klingelende voortgangstoon wanneer de resultaten verschijnen. Bevestig op het resultatenscherm dat u controlevloeistof hebt gebruikt 1. Selecteer de Controlevloeistof-regel met behulp van het scroll-wiel en stel de waarde in op Ja. BEZIG MET VERWERKEN GLUCOSEMETING 101 mg/dl NB: Als u Ja NIET selecteert, registreert het systeem Controlevloeistof = Ja het resultaat als een bloedglucoseresultaat in Begin plaats van als een controlevloeistofresultaat, wat 101 mg/dl = 5,6 mmol/l tot een onjuist statistisch rapport kan leiden. 2. Verwijder de teststrip en voer die veilig af. Teststrips zijn uitsluitend bestemd voor eenmalig gebruik. Controleer de resultaten LET OP: Resultaten van controlevloeistoftests zijn GEEN weergave van uw bloedglucosespiegel. Vergelijk de testresultaten op het scherm met het testbereik dat op UW flacon met teststrips staat afgedrukt. Als het resultaat BINNEN het bereik valt, werkt de ingebouwde FreeStyle Lite-bloedglucosemeter goed. Als het resultaat BUITEN het bereik valt, controleer dan de vervaldatum van uw controlevloeistof en herhaal de controlevloeistoftest met een nieuwe teststrip. Als u de test herhaald hebt en het resultaat ligt nog steeds BUITEN het bereik, neem dan contact op met uw zorgverlener of met de klantenservice. Als het resultaat een foutmelding Er is, raadpleeg dan Hoofdstuk 11, Problemen oplossen, voor nadere informatie. NB: Metingen zijn nauwkeurig tussen 5 C en 40 C (40 F tot 104 F). Als de temperatuur buiten dit bereik ligt, staat het symbool bij het controlevloeistofresultaat in het afleesvenster van uw ontvanger. Raadpleeg de bijsluiter bij de controlevloeistof voor nadere informatie. 17
21 HOOFDSTUK 6 Uw bloedglucose controleren U kunt de ingebouwde FreeStyle Lite-bloedglucosemeter op elk gewenst moment gebruiken om uw bloedglucose te controleren, ongeacht of u wel of niet een sensor draagt. U kunt de bloedglucosecontrole uitvoeren op uw vingertop of een andere goedgekeurde plaats op uw lichaam. Voer bij het kalibreren alleen maar bloedglucosecontroles op uw vingers uit. NB: Gebruik UITSLUITEND FreeStyle Lite-teststrips met het FreeStyle Navigator II-systeem. Het gebruik van andere teststrips kan onnauwkeurige resultaten opleveren. Raadpleeg de bijsluiter in de FreeStyle Liteteststripverpakking voor belangrijke teststripinformatie, waaronder bijzonderheden over opslag en gebruik. WAARSCHUWING: De FreeStyle Lite-teststrips en FreeStyle Litelancetten zijn kleine onderdelen die bij inslikken gevaarlijk kunnen zijn. LET OP: Controleer uw bloedglucose NIET terwijl de ontvanger wordt opgeladen. NB: Als u een foutmelding krijgt of als de ontvanger op enig moment tijdens het controleren van uw bloedglucose een fouttoon uitzendt, raadpleeg dan Hoofdstuk 11, Problemen oplossen, voor nadere informatie. Maak de FreeStyle Lite-teststrip klaar 1. Zoek de vervaldatum op de flacon met FreeStyle Lite-teststrips op. Als de teststrips vervallen zijn, voer ze dan af en schaf een nieuwe flacon teststrips aan. 2. Neem één teststrip uit de flacon en doe de flacon weer stevig dicht. Vervaldatum Steek de FreeStyle Lite-teststrip in de teststripopening van de ontvanger NB: Als u het lampje van de teststripopening wilt gebruiken, houdt dan de linker toets 2 seconden ingedrukt terwijl het afleesvenster ingeschakeld is. 1. Controleer of het afleesvenster van de ontvanger op het Beginscherm staat of dat het afleesvenster uitgeschakeld is. 2. Draai de teststrip zodanig dat de naar boven wijst. 3. Pak de teststrip vast bij het uiteinde met de monsterplaatsen. 4. Steek het andere uiteinde van de teststrip in de teststripopening van de ontvanger tot dit niet verder gaat. De ontvanger toont Bloed aanbrengen samen met een bloeddruppel en een teststrip. NB: Als u binnen 2 minuten na het insteken van een teststrip geen bloed aanbrengt dan wordt het afleesvenster uitgeschakeld. Om het testen te hervatten, verwijdert u de ongebruikte teststrip en steekt u die opnieuw in de ontvanger. Maak uw testplaats klaar FreeStyle Lite-teststrip Monsterplaats BLOED AANBRENGEN Lampje aan LET OP: Voer bloedglucosecontroles ALLEEN op uw vingers uit: Als u hypoglykemieën of hyperglykemieën niet voelt aankomen. Wanneer u uw systeem kalibreert. 18
22 19 NB: Wissel de plaatsen van test tot test af om gevoeligheid en het ontstaan van eeltplekken te vermijden. Vermijd moedervlekken, aders, bot en pezen. 1. Was uw handen en de testplaats met water en zeep. Zorg ervoor dat er geen lotion op de testplaats zit. 2. Droog uw handen en de testplaats grondig af. 3. Als u op een andere plaats dan een vinger test, wrijf de testplaats dan krachtig op tot u voelt dat hij warm wordt (3 tot 5 seconden). Prik de testplaats aan om een bloedmonster te verkrijgen. 1. Wacht tot Bloed aanbrengen op het afleesvenster van de ontvanger verschenen is voordat u in uw vinger prikt. Leg de ontvanger aan de kant en ga verder met de volgende stap. Opmerkingen: Gebruik iedere keer een nieuw steriel lancet. Gebruik NOOIT een lancet of een prikapparaat voor meer dan één persoon. Controleer of uw vingers schoon en droog zijn voordat u ze aanprikt, anders kunt u verkeerde resultaten krijgen. Voer de instructies bij uw prikapparaat uit. Er is maar een kleine druppel bloed nodig (0,3 µl). Breng bloed aan en wacht op de resultaten 1. Breng voorzichtig bloed aan op NIET MEER DAN ÉÉN monsterplaats van de teststrip. Er is maar een zeer kleine druppel bloed nodig. NB: Breng GEEN bloed aan op beide monsterplaatsen van de teststrip. Als dat wel gebeurt, voer de teststrip dan af. 2. Kijk op het afleesvenster van de ontvanger. Wanneer genoeg bloed aangebracht is, toont de ontvanger een cirkel van 4 pijlen terwijl de bloedglucose wordt gemeten. Als Voortgangstonen aan staat, hoort u ook een tweetonige voortgangstoon. NB: Zo nodig hebt u maximaal 60 seconden de tijd om extra bloed op dezelfde monsterplaats van de teststrip aan te brengen. Na afloop van de test toont de ontvanger uw bloedglucoseresultaat. Als Voortgangstonen aan staat, hoort u ook een klingelende voortgangstoon wanneer de resultaten verschijnen. Dit scherm toont uw bloedglucoseresultaat. Druk op Begin om terug te keren naar het Beginscherm. Monsterplaats teststrip BEZIG MET VERWERKEN GLUCOSEMETING 101 mg/dl Controlevloeistof = Nee Begin 101 mg/dl = 5,6 mmol/l
23 NB: Metingen zijn nauwkeurig tussen 5 C en 40 C (40 F tot 104 F). Als de temperatuur buiten dit bereik ligt, toont de ontvanger het symbool met uw bloedglucosemeting. Voer de teststrip en het lancet af Opmerkingen: Teststrips mogen slechts één keer worden gebruikt. Voer gebruikte teststrips af. Gebruik een afsluitbare container, zoals een scherpafvalcontainer, om contact met biologisch gevaarlijke stoffen te vermijden. Uw bloedglucoseresultaten Stel samen met uw zorgverlener de lage en hoge waarden vast voor het doelbereik van uw bloedglucose. Als u resultaten lager of hoger dan uw doelbereik krijgt en u hebt GEEN symptomen van hypoglykemie of hyperglykemie, herhaal dan de test. Als u symptomen hebt of als u lage of hoge resultaten blijft krijgen, voer dan de behandeling uit die uw zorgverlener heeft aanbevolen. LET OP: Lage of hoge bloedglucosemetingen kunnen wijzen op een potentieel ernstige medische aandoening. Lage-glucosemeting Als Low op uw ontvanger verschijnt dan is uw resultaat lager dan 20 mg/dl (1,1 mmol/l). Als u symptomen van een lage bloedglucose hebt (bijvoorbeeld zwakte, zweten, nervositeit, hoofdpijn of verwardheid), volg dan de aanbevelingen van uw zorgverlener op voor de behandeling van ernstige hypoglykemie. Als u geen symptomen hebt, was uw handen dan, droog ze af en herhaal de bloedglucosecontrole op uw vinger met een nieuwe teststrip. Als u een tweede Low resultaat krijgt, volg dan de aanbevelingen van uw zorgverlener op voor de behandeling van ernstige hypoglykemie. Hoge-glucosemeting Als High op uw ontvanger verschijnt dan is uw resultaat hoger dan 500 mg/dl (27,8 mmol/l). Als u symptomen van een hoge bloedglucose hebt (bijvoorbeeld vermoeidheid, dorst, overmatig urineren of wazig zien), volg dan de aanbevelingen van uw zorgverlener op voor de behandeling van hyperglykemie. Als u geen symptomen hebt, was uw handen dan, droog ze af en herhaal de bloedglucosecontrole op uw vinger met een nieuwe teststrip. Als u een tweede High resultaat krijgt, volg dan de aanbevelingen van uw zorgverlener op voor de behandeling van ernstige hyperglykemie. GLUCOSEMETING Low Controlevloeistof = Nee Begin GLUCOSEMETING High Controlevloeistof = Nee Begin 20
24 Kalibreren HOOFDSTUK 7 Kalibreren is het proces dat het FreeStyle Navigator II-systeem gebruikt om de glucosemetingen van uw interstitiële vocht te vergelijken met uw bloedglucosemetingen. U moet het systeem kalibreren door uw bloedglucose ongeveer 1, 2, 10, 24 en 72 uur na het inbrengen van de sensor te controleren. Wanneer het systeem klaar is om gekalibreerd te worden, toont het Controleer uw BG om te kalibreren en zendt het een hoorbaar alarm uit, gebaseerd op uw instellingen. Ook ziet u het bloeddruppel-pictogram op het Beginscherm. Voer voor het kalibreren van het systeem een bloedglucosecontrole uit. NB: Als uw systeemalarmen uitgeschakeld zijn, krijgt u het scherm met Controleer uw BG om te kalibreren niet te zien en hoort u geen alarmen. Bloeddruppel-pictogram Als het zandloperpictogram in beeld is, kunt u uw bloedglucose controleren, maar werkt het kalibreren mogelijk niet. Het zandloperpictogram betekent dat uw systeem niet klaar is om te worden gekalibreerd. mmol/l TIJD OM TE KALIBREREN Controleer uw BG om te kalibreren. OK 12 Mei mg/dl Grafiek 14:30 Menu 117 mg/dl = 6,5 mmol/l Er is een tijdvenster waarbinnen iedere kalibratie moet worden voltooid, genaamd een respijtperiode. Als u niet kalibreert voordat de respijtperiode afloopt dan worden de continue glucoseresultaten niet meer weergegeven en worden de glucosealarmen uitgeschakeld. Uw sensor blijft actief. Als u de respijtperiode gemist hebt, voer dan gewoon een bloedglucosecontrole uit wanneer u op enig moment het bloeddruppelpictogram ziet om het kalibratieproces te vervolgen; hiermee wordt de continue glucosecontrole hervat. Kalibratie Tijd na de start van de sensor Respijtperiode 1e 1 uur Geen respijtperiode 2e 2 uur 30 minuten 3e 10 uur 2 uur 4e 24 uur 8 uur 5e 72 uur 8 uur 21
25 LET OP: Kalibreer het systeem altijd met een bloedmonster uit een vingerprik. Gebruik voor het kalibreren van het systeem GEEN bloedglucosemetingen van andere plaatsen. Gebruik voor het kalibreren GEEN FreeStyle-controlevloeistof. Voer GEEN controlevloeistoftest uit wanneer het systeem u vraagt om te kalibreren. In klinische onderzoeken waren de continue glucosemetingen soms tijdelijk lager dan de bloedglucosemetingen. Dit gebeurde meestal tijdens de slaap en herstelde zich snel wanneer de drager zich bewoog of wakker werd. Om de effecten van dit verschijnsel te verkleinen, mag het systeem niet worden gekalibreerd terwijl de drager slaapt. DAG Kalibraties 1e 2e 3e 4ee 5e Sensor aanbrengen Betekenis Kalibratietijdlijn uur , Als het signaal gedurende de eerste 24 uur niet stabiel is, kan er een tweede kalibratie nodig zijn. Geen continue glucosemetingen. Continue glucosemetingen beschikbaar. Respijtperiode kalibratievenster; periode waarbinnen u de kalibratie moet uitvoeren. Als de respijtperiode verstrijkt zonder een kalibratie, worden de continue glucoseresultaten niet meer weergegeven en worden de glucosealarmen uitgeschakeld totdat de kalibratie op succesvolle wijze afgerond is. Einde van de bruikbare levensduur van de sensor Afhankelijk van het sensorsignaal kan uw systeem u in de eerste 24 uur vragen extra kalibraties uit te voeren. In die gevallen krijgt u een melding waarin u wordt gevraagd de vorige kalibratie te bevestigen. Succesvol kalibreren Uw bloedglucoseresultaat moet tussen 60 mg/dl en 400 mg/dl (3,3 mmol/l en 22,3 mmol/l) liggen. Uw bloedglucosespiegel dient betrekkelijk stabiel te zijn. Zorg ervoor dat uw zender-sensoreenheid binnen 3 meter (10 voet) van uw ontvanger blijft. Opmerkingen: Als u de systeemalarmen uitzet, attendeert de ontvanger u er NIET met een geluidssignaal op dat u de kalibratiestappen moet uitvoeren nadat u een nieuwe sensor hebt ingebracht. De ontvanger toont het bloeddruppelpictogram op het Beginscherm of door het selecteren van Menu Status. Als uw bloedglucosespiegels snel veranderen of als uw ontvanger recent buiten het bereik van uw zender geweest is, dan is het mogelijk dat uw systeem u niet vraagt om te kalibreren; in plaats daarvan stelt het systeem dit verzoek uit tot de omstandigheden acceptabel zijn (meestal minder dan 30 minuten). Zie Hoofdstuk 11, Problemen oplossen, voor nadere informatie of neem contact op met uw zorgverlener of de klantenservice als u problemen met kalibreren hebt. 22
26 Alarmen Soorten alarmen HOOFDSTUK 8 Glucosealarmen Glucosealarmen zijn meldingen die verband houden met uw continue glucosemetingen. Stel samen met uw zorgverlener de instellingen voor uw glucosealarmen vast. Alarmen worden op uw ontvanger weergegeven als een melding. De naam van het alarm wordt geel gemarkeerd, behalve Lage-glucosealarmen, die rood zijn. U kunt ook met geluid of vibraties attent gemaakt worden op een alarm, dit is afhankelijk van uw alarminstellingen. Als u geen continue glucosegegevens ontvangt, krijgt u geen glucosealarmen. Verwachte alarmen treden eerder op dan drempelalarmen. Alarmtype Beschrijving Voorbeeld LAGE GLUCOSE 74 mg/dl Lage glucose onder 75 mg/dl OK 74 mg/dl = 4,1 mmol/l 75 mg/dl = 4,2 mmol/l Het Lage-glucosealarm waarschuwt u wanneer uw glucosespiegel lager is dan de waarde van uw Lage-glucosedrempel. Lage-glucosedrempelalarm Lage drempelwaarde (80 mg/dl) 80 mg/dl = 4,4 mmol/l Alarmtype Beschrijving Voorbeeld VERWACHT LAAG 98 mg/dl Verwachte glucose onder 75 mg/dl OK 98 mg/dl = 5,4 mmol/l 75 mg/dl = 4,2 mmol/l HOGE GLUCOSE 241 mg/dl Hoge glucose boven 240 mg/dl OK 241 mg/dl = 13,9 mmol/l 240 mg/dl = 13,3 mmol/l Het alarm voor Verwachte lage glucose verschaft een vroege waarschuwing van een gebeurtenis die waarschijnlijk zal plaatsvinden als de huidige trend doorzet. U selecteert hoe vroeg u wilt worden gewaarschuwd (ongeveer 10, 20 of 30 minuten) voordat uw glucosespiegel naar verwachting de drempelwaarde bereikt. Het Hoge-glucosealarm waarschuwt u wanneer uw glucosespiegel hoger is dan de waarde van uw Hoge-glucosedrempel. Verwachte lage-glucosealarm Lage drempelwaarde (80 mg/dl) 80 mg/dl = 4,4 mmol/l Hoge-glucosedrempelalarm Hoge drempelwaarde (180 mg/dl) 180 mg/dl = 10,0 mmol/l 23
27 Alarmtype Beschrijving Voorbeeld VERWACHT HOOG 204 mg/dl Verwachte glucose boven 240 mg/dl OK 204 mg/dl = 11,3 mmol/l 240 mg/dl = 13,3 mmol/l Het alarm voor Verwachte hoge glucose verschaft een vroege waarschuwing van een gebeurtenis die waarschijnlijk zal plaatsvinden als de huidige trend doorzet. U selecteert hoe vroeg u wilt worden gewaarschuwd (ongeveer 10, 20 of 30 minuten) voordat uw glucosespiegel naar verwachting de drempelwaarde bereikt. Verwachte hoge-glucosealarm Hoge drempelwaarde (180 mg/dl) 180 mg/dl = 10,0 mmol/l LET OP: De Lage- en Hoge-glucosealarmen mogen nergens anders voor worden gebruikt dan het ontdekken van een lage of hoge glucosespiegel. De alarmen dienen altijd te worden gebruikt in samenhang met andere aanwijzingen voor uw bloedglucosetoestand, zoals uw glucosespiegel, de trend, de tijdlijngrafiek enzovoort. Vertrouw NIET alleen op de Verwachte glucosealarmen voor het ontdekken van een lage of een hoge glucosespiegel. Gebruik altijd zowel de Lage- en Hoge-glucosedrempelalarmen ALS de Verwachte lage- en hoge-glucosealarmen voor optimale waarschuwingen voor een lage of een hoge glucosespiegel. Het Lage-glucosealarm kan niet lager worden ingesteld dan 60 mg/dl (3,3 mmol/l). Dit alarm is derhalve niet bedoeld om u te waarschuwen voor een ernstige hypoglykemie. Het Hoge-glucosealarm kan niet hoger worden ingesteld dan 300 mg/dl (16,7 mmol/l). Dit alarm is derhalve niet bedoeld om u te waarschuwen voor een ernstige hyperglykemie. Lage- en Hoge-glucosealarmdrempels zijn anders dan uw Glucosedoelwaarden. Lage- en Hoge-glucosealarmen waarschuwen u wanneer u uw vooraf ingestelde waarde gepasseerd hebt. Met behulp van uw Glucosedoelwaarden laten de rapporten en tijdlijngrafieken zien hoe uw glucosespiegel zich gedraagt ten opzichte van uw ingestelde doelen. 24
28 Glucosealarminstellingen Type Wat het is Beschikbare instellingen Lage-glucosealarm Hoge-glucosealarm Een alarm dat u waarschuwt wanneer u onder uw Lageglucosedrempel komt. Een alarm dat u waarschuwt wanneer u boven uw Hogeglucosedrempel komt. Drempelbereik: mg/dl (3,3 6,6 mmol/l) Slaapstandtijd: min Alarmtonen, Trillen of Uit Drempelbereik: mg/dl (6,7 16,7 mmol/l) Slaapstandtijd: min Alarmtonen, Trillen of Uit Verwacht laag-alarm Een vroeg waarschuwingsalarm dat u er ongeveer 10, 20 of 30 minuten van tevoren op attendeert dat u uw Lageglucosedrempel nadert. Verwacht hoog-alarm Een vroeg waarschuwingsalarm dat u er ongeveer 10, 20 of 30 minuten van tevoren op attendeert dat u uw Hogeglucosedrempel nadert. Vroegtijdige waarschuwing: 10, 20 of 30 minuten Alarmtonen, Trillen of Uit Vroegtijdige waarschuwing: 10, 20 of 30 minuten Alarmtonen, Trillen of Uit Alarmen gegevensverlies Deze alarmen waarschuwen u wanneer er geen glucoseresultaten meer worden verkregen. Dit kan gebeuren wanneer de sensor vervallen is, de verbinding tussen de zender en de ontvanger verbroken is, een kalibratie te lang op zich laat wachten of de sensor niet goed werkt. Systeemalarmen Deze alarmen houden verband met de status van uw systeem en maken u attent op zaken als een bijna lege batterij of wanneer het tijd is om te kalibreren. Voortgangstonen Deze tonen maken u attent op resultaten, fouten en succesvolle voltooiing van stappen. 25
29 Type Wat het is Beschikbare instellingen Gegevensverliesalarm Waarschuwing dat continue gegevens niet langer beschikbaar zijn Alarmtonen, Trillen of Uit Systeemalarm Voortgangstonen Waarschuwing voor gebeurtenissen als batterij bijna leeg en tijd om te kalibreren. Geluiden om u te helpen bij de voortgang en status van specifieke stappen, zoals het uitvoeren van een bloedglucosecontrole. Alarmtonen, Trillen of Uit Volume: Laag, Hoog, Uit 26
30 Alarmen programmeren Alarmtonen U kunt elk alarm afzonderlijk aanzetten in de Tonen-schermen. Een alarm aanzetten: selecteer de toon die u wilt horen wanneer het alarm afgaat. 1. Selecteer Menu Alarmen Tonen. 2. Gebruik het scroll-wiel voor het selecteren, aanpassen en instellen van uw voorkeuren voor de volgende alarmen: Lage glucose Hoge glucose Druk op Volgende Gegevensverlies Verwacht laag Systeem Verwacht hoog Voor ieder alarm kan gekozen worden uit: Pieptoon, Klopgeluid, Harp, Fluittoon, Vreugde, Ritme, Trillen of Uit. 3. Druk op Accepteren om de instellingen op te slaan en het scherm te verlaten. Opmerkingen: Wees voorzichtig met het uitzetten van alarmen. Als u bijvoorbeeld de Lage-glucosealarmen uitzet, krijgt u GEEN tekst-, geluid- of trilmelding als uw glucose laag is. Gegevensverliesalarmen kunnen niet worden uitgezet als er een glucosealarm aan staat. Drempels voor glucosealarmen overdag en s nachts Als u voor een glucosealarm (Lage glucose, Hoge glucose, Verwacht laag, Verwacht hoog) een toon hebt geselecteerd dan moet u uw glucosealarmdrempels instellen. Met het FreeStyle Navigator II-systeem kunt u verschillende glucosealarmdrempels instellen voor overdag en s nachts, op aanbeveling van uw zorgverlener. TONEN Lage glucose = Vreugde Hoge glucose = Ritme Verwacht laag = Harp Verwacht hoog = Trillen Volgende Accepteren 01:00 Tijdlijn glucosealarm overdag en s nachts in een periode van 24 uur 07:00 21:00 Begin dag = 07:00 Begin nacht = 21:00 00:59 Betekenis Gebruikt instellingen voor alarmen overdag Gebruikt instellingen voor alarmen s nachts 27
31 1. Selecteer Menu Alarmen Glucosealarmen. 2. Gebruik het scroll-wiel om het tijdstip voor Begin dag en voor Begin nacht te selecteren, aan te passen en in te stellen. GLUCOSEALARMEN Begin dag = 07:00 Begin nacht = 21:00 Begin dag Met Alarminstellingen Volgende voor overdag en s nachts kunt u voor verschillende tijdstippen van de dag verschillende glucosealarmdrempels instellen. Begin nacht Met Alarminstellingen voor overdag en s nachts kunt u voor verschillende tijdstippen van de dag verschillende glucosealarmdrempels instellen. Opmerkingen: Als u slechts één set glucosealarminstellingen voor de gehele dag wilt gebruiken, zet Begin nacht dan op Uit. Het systeem gebruikt de instellingen voor Alarmen overdag dan voor de gehele dag. Het systeem staat u niet toe om dezelfde tijd te selecteren voor Begin dag en Begin nacht. 3. Druk op Volgende om de instelling op te slaan en door te gaan naar het Alarmen overdag-scherm. Hoge glucose ( mg/dl (6,7-16,7 mmol/l)) Uw Hoge-glucosedrempel; u krijgt een alarm wanneer uw continue glucosemeting tot boven deze drempel is gestegen. Verwacht laag Selecteer hoe vroeg u wilt worden gewaarschuwd (10, 20 of 30 minuten) voordat uw glucosespiegel naar verwachting de drempel voor lage glucose bereikt. Verwacht hoog Selecteer hoe vroeg u wilt worden gewaarschuwd (10, 20 of 30 minuten) voordat uw glucosespiegel naar verwachting de drempel voor hoge glucose bereikt. 2. Druk op Volgende om de instelling op te slaan ALARMEN S NACHTS en door te gaan naar het Alarmen s nachtsscherm. Lage glucose = 60 mg/dl Hoge glucose = 250 mg/dl Verwacht laag = 20 min 3. Herhaal deze stappen voor Alarmen s nachts Verwacht hoog = 20 min als Begin nacht niet op Uit staat. Volgende 60 mg/dl = 3,3 mmol/l 250 mg/dl = 13,9 mmol/l 1. Gebruik in het Alarmen overdag-scherm het scroll-wiel voor het selecteren, aanpassen en instellen van uw voorkeuren voor: Lage glucose ( mg/dl (3,3-6,6 mmol/l)) Uw Lage-glucosedrempel; u krijgt een alarm wanneer uw continue glucosemeting tot onder deze drempel daalt. ALARMEN OVERDAG Lage glucose = 80 mg/dl Hoge glucose = 250 mg/dl Verwacht laag = 20 min Verwacht hoog = 20 min Volgende 80 mg/dl = 4,4 mmol/l 250 mg/dl = 13,9 mmol/l 28
32 Instellingen voor geluid/trillen In het Geluid/Trillen-scherm kunt u uw alarmen instellen op geluid of trillen. Tijdens een vergadering bijvoorbeeld wilt u uw alarmen misschien liever niet horen. U kunt ook het volume van uw Voortgangstonen in dit scherm aanpassen. 1. Selecteer Menu Alarmen Geluid/Trillen. 2. Gebruik het scroll-wiel voor het selecteren, aanpassen en instellen van uw voorkeuren voor: Alarm (Geluid, Trillen, Geluid+tril.) Hoe u wilt worden gewaarschuwd als er een alarm afgaat. Opmerkingen: Als u Geluid selecteert, hoort u waarschuwingen op basis van uw Tonen-instellingen. Als u Trillen selecteert, wordt u alleen met trillen op alarmen geattendeerd. GELUID / TRILLEN Alarm = Geluid Volume = Medium Voortgangstoon = Laag Als u Geluid+tril. selecteert, wordt u gewaarschuwd met zowel trillingen als geluid op basis van uw Tonen-instellingen. Accepteren Volume (Laag, Medium, Hoog) Het niveau van het geluidsvolume voor hoorbare alarmwaarschuwingen. Voortgangstonen (Laag, Hoog, Uit) Het niveau van het geluidsvolume voor Voortgangstonen. 3. Druk op Accepteren om de instellingen op te slaan en het scherm te verlaten. NB: Denk eraan dat als de ontvanger ingesteld is op trillen en u de ontvanger te ver van u af plaatst, dat u dan het trillen misschien niet hoort. Voorbeeld U begint uw dag om uur en u gaat om uur naar bed. U wilt voor Lage-glucosealarmen gewaarschuwd worden met trillen en een pieptoon op medium volume. Voor Hoge-glucosealarmen wilt u alleen met trillen worden gewaarschuwd. Om s nachts zo weinig mogelijk alarmen te krijgen, stelt u voor overdag en s nachts verschillende drempels in voor Lage glucose en Hoge glucose. Tonen instellingen: Lage glucose = Pieptoon Hoge glucose = Trillen Glucosealarmen instelling: Begin dag = Begin nacht = Alarmen overdag- instelling: Lage glucose = 70 mg/dl (3,9 mmol/l) Hoge glucose = 200 mg/dl (11,1 mmol/l) Alarmen s nachts- instelling: Lage glucose = 60 mg/dl (3,3 mmol/l) Hoge glucose = 300 mg/dl (16,7 mmol/l) Geluid-/trilalarmen- instelling: Alarm = Geluid+tril. Volume = Medium 29
33 Alarmen uit/aan U kunt de geluidsalarmen op uw ontvanger voor 1 tot 12 uur tijdelijk uitzetten. Nadat die tijd verstreken is, keren de alarmen automatisch terug naar hun oorspronkelijke instellingen. Als u bijvoorbeeld naar de bioscoop gaat, kunt u, voordat de film begint, Uit gedurende instellen op 2 uur. Na afloop van de film kunt u verwachten dat u uw alarmen weer hoort. 1. Selecteer Menu Alarmen Alarmen uit. 2. Gebruik het scroll-wiel voor het selecteren, aanpassen en instellen van voorkeuren voor: Uit gedurende (1 12 uur) Hoe lang u geluidsalarmen niet wilt horen. Annuleren 3. Druk op Accepteren om te bevestigen dat u alarmen uit wilt zetten. De alarmen weer aanzetten voordat de Uit-periode afgelopen is: selecteer Menu Alarmen Alarmen aan. ALARMEN UIT Uit gedurende = 8 uur Accepteren NB: Met Alarmen uit worden alle hoorbare alarmwaarschuwingen uitgezet, met uitzondering van de Lage-glucosealarmen. Alarmen die op trillen zijn ingesteld, blijven waarschuwingen geven in de vorm van trillingen en tekst op het scherm. Zolang alarmen uitgezet zijn, ziet u een op het Beginscherm. Als u alarmen langer dan 12 uur wilt uitzetten, moet u Menu Alarmen Tonen selecteren en alarmen één voor één uitzetten. Alarm slaapstand instellen Het FreeStyle Navigator II-systeem bevat een Lage-glucoseslaapstand en een Hoge-glucoseslaapstand waarmee u kunt instellen hoe vaak een alarm voor Lage glucose of Hoge glucose wordt herhaald nadat u het alarm al gewist hebt. NB: Als het gewoonlijk één tot twee uur duurt voordat uw glucosespiegel na een correctiebolus of een injectie daalt dan kunt u de slaapstandtijd voor Hoge glucose instellen op 60 of 120 minuten om onnodige alarmen te voorkomen. De slaapstandtijd voor alarmen voor Lage glucose en Hoge glucose staat op de ontvanger standaard ingesteld op 15 minuten. Voer onderstaande instructies uit als u de slaapstandtijd wilt aanpassen. 1. Selecteer Menu Alarmen Slaapstand SLAAPSTAND INSTELLN instelln. Lage glucose = 30 min Hoge glucose = 60 min 2. Gebruik het scroll-wiel voor het selecteren, aanpassen en instellen van uw voorkeuren voor: Lage glucose (15 60 minuten) Hoe snel u Accepteren nog een Lage-glucosealarm wilt krijgen nadat u dit gewist hebt. Hoge glucose ( minuten) Hoe snel u nog een Hoge-glucosealarm wilt krijgen nadat u dit gewist hebt. 3. Druk op Accepteren om de instellingen op te slaan en het scherm te verlaten. Voorbeeld U stelt de slaapstandtijd voor uw Hoge-glucosealarm in op 15 minuten. U krijgt een alarm om uur en wist dit onmiddellijk; de omstandigheid die het alarm veroorzaakte, bestaat 15 minuten later echter nog steeds, waardoor u om uur een tweede alarm krijgt. Als u het alarm ook nu weer meteen wist dan wordt het om opnieuw herhaald. Het alarm blijft om de 15 minuten herhaald worden totdat u de oorzaak van het alarm hebt opgelost. (Dit voorbeeld is ook van toepassing op de slaapstandtijd voor het Lage-glucosealarm.) 30
34 Geluidsalarmen tijdens het opladen Het FreeStyle Navigator II-systeem is voorzien van een functie die ervoor zorgt dat geluidsalarmen ingeschakeld worden wanneer de ontvanger aan het opladen is, mits de alarmen niet zijn uitgezet. Deze functie is voor uw gemak toegevoegd wanneer het apparaat s nachts terwijl u slaapt, wordt opgeladen. Als uw alarmen overdag bijvoorbeeld op Trillen zijn ingesteld dan zorgt het systeem er automatisch voor dat de alarmen hoorbaar worden wanneer het apparaat s nachts wordt opgeladen. U hoeft de alarminstellingen van het systeem dan niet te veranderen. s Morgens, wanneer de stekker van de ontvanger uit het stopcontact wordt getrokken, worden de alarmen automatisch weer teruggezet op hun vorige instellingen (in dit geval op alleen trillen). De standaardinstelling van de ontvanger is dat geluid tijdens het opladen automatisch aan alarmen wordt toegevoegd. Als u liever andere instellingen gebruikt: 1. Selecteer Menu Alarmen Opladen instellen. 2. Gebruik het scroll-wiel voor het selecteren, aanpassen en instellen van uw voorkeuren voor: Geluid toevoegen (Ja, Nee) Ja, om automatische geluid aan alarmwaarschuwingen toe te voegen terwijl de ontvanger aan het opladen is, of Nee om deze functie uit te schakelen. OPLADEN INSTELLEN Selecteren om geluid aan alarmen toe te voegen tijdens opladen. Geluid toevoegen = Ja Accepteren 3. Druk op Accepteren om de instelling op te slaan en het scherm te verlaten. Op alarmen reageren Als u het alarm tijdelijk wilt uitzetten... het alarm wilt wissen Toetsen Mei mg/dl 40 Grafiek 14:30 Menu Handeling Druk de rechter toets in om het alarm tijdelijk uit te zetten. Het alarm wordt om de 5 minuten herhaald tot het gewist wordt. Druk op de rechter toets om het afleesvenster aan te zetten en druk daarna op de linker toets om het alarm te wissen. Let op: nadat een Lage- of Hoge-glucosealarm gewist is, wordt het na korte tijd herhaald als uw glucosespiegel lager dan uw Lage-glucosedrempel of hoger dan uw Hogeglucosedrempel blijft. Hoe vaak uw Lage- en Hoge-glucosealarmen worden herhaald, kunt u veranderen door het selecteren van Menu Alarmen Slaapstand instelln. Als er een alarm afgaat terwijl de ontvanger een ander scherm toont dan het Beginscherm dan krijgt u een knipperend Alarmtoestand-symbool rechts bovenin het ontvanger-scherm. U krijgt ook een Alarmtoestand-symbool als er meerdere alarmen tegelijkertijd afgaan. De ontvanger toont de alarmmelding automatisch zodra u terugkeert naar het Beginscherm of als u alarmen wist. U kunt uw alarminstellingen aanpassen door het selecteren van Menu Alarmen. Zie Hoofdstuk 3, Voor het eerst klaarmaken, voor nadere informatie. 31
35 Systeemalarmmeldingen, oorzaken en aanbevolen handelingen De titel van de alarmmeldingen beschrijft de oorzaak van het alarm. Bijzonderheden over wat het alarm betekent en wat u kunt doen, worden verschaft in de melding op de ontvanger. De volgende tabel bevat een overzicht van andere alarmmeldingen die u op uw ontvanger kunt zien. De mogelijke oorzaak/oorzaken en de aanbevolen handeling voor elk alarm worden verschaft. KAL. FOUT Controleer uw BG over 15 minuten om te kalibreren. OK NB: Als u de aanbevolen handelingen hebt uitgeprobeerd en verdere hulp nodig of vragen hebt, neem dan contact op met uw zorgverlener of met de klantenservice. Melding op de ontvanger Mogelijke oorzaak/oorzaken Aanbevolen handeling(en) KAL. FOUT CGM is niet beschikbaar. Controleer uw BG over 3 uur om te kalibreren. Sensormetingen zijn nog aan het stabiliseren. Dit kan verschillende oorzaken hebben, maar een van de meest voorkomende is de natuurlijke genezingsreactie van uw lichaam. Het inbrengen van een sensor veroorzaakt een zeer klein wondje in de huid dat uw lichaam meteen begint te herstellen. Dit genezen kan 1 tot 5 uur of langer duren en kan van sensor tot sensor en van persoon tot persoon verschillen. Het systeem is in staat vast te stellen wanneer het genezingsproces de glucosemetingen kan beïnvloeden en vraagt om een nieuwe kalibratie 3 uur later wanneer de metingen meer gestabiliseerd behoren te zijn. Wacht 3 uur tot Controleer uw BG om te kalibreren verschijnt. Controleer dan uw bloedglucose om te kaliberen. NB: U kunt op elk moment gedurende deze 3 uur proberen om handmatig te kalibreren. Als dit lukt, worden de glucosemetingen hervat. Als dit vaak gebeurt, probeer dan in de toekomst bij het inbrengen van een sensor bij het indrukken van de grijze knoppen te voorkomen dat de sensoraanbrenger in de huid wordt gedrukt. NB: In die periode zijn uw glucosealarminstellingen niet actief. Kalibratie BG buiten bereik ( mg/dl [3,3 22,2 mmol/l]). Controleer uw BG later om te kalibreren. Uw bloedglucoseresultaat is te laag of te hoog om te kaliberen. Voer de kalibratie uit wanneer uw bloedglucose tussen mg/dl (3,3 en 22,2 mmol/l) ligt. Controleer uw BG over 15 minuten om te kalibreren. De kalibratietest verschilde van de vorige kalibratie. Wacht 15 minuten en controleer dan uw bloedglucose om te kaliberen. 32
36 Melding op de ontvanger Mogelijke oorzaak/oorzaken Aanbevolen handeling(en) Controleer uw BG over 1 uur om te kalibreren. Er was geen communicatie tussen de zender en de ontvanger. Wacht 1 uur en controleer dan uw bloedglucose om te kaliberen. Uw glucosespiegel is snel aan het veranderen. De sensor en de zender werken mogelijk niet goed. Temperatuur ontvanger buiten bereik. Controleer uw BG over 1 uur om te kalibreren. Het kalibreren is mislukt omdat de ontvanger te warm of te koud was. De temperatuur moet tussen 5 C en 45 C (41 F en 113 F) liggen. Breng de ontvanger op kamertemperatuur. Controleer dan uw bloedglucose om te kaliberen. KALIBRATIE VERVALLEN CGM is niet beschikbaar. Controleer uw BG om te kalibreren. De respijtperiode voor het kalibreren is verlopen. Uw glucosealarmen zijn niet actief. Controleer uw bloedglucose om te kaliberen. Uw CGM-resultaten worden hervat na succesvolle kalibratie. KALIBRATIE BEVESTIGN Controleer uw BG om de laatste kalibratie te bevestigen. Het sensorsignaal kan nog aan het stabiliseren zijn. Het systeem heeft nog een kalibratie nodig om het sensorsignaal te bevestigen. Controleer uw bloedglucose om uw laatste kalibratie te bevestigen. U hebt 30 minuten de tijd om de kalibratie uit te voeren, daarna krijgt u geen glucoseresultaten of alarmen meer totdat de kalibratie met succes voltooid is. LOSGEKOPPELD 33 CGM is niet beschikbaar. Sluit aan op sensor. De ontvanger heeft geen signalen van de zender ontvangen. De ontvanger is te ver weg van de zender of er zijn materialen of signalen die storing veroorzaken. Uw glucosealarmen zijn niet actief. Om door te gaan met CGM: 1. Selecteer Aansluiten. 2. Houd de ontvanger naast de sensor. Zie Hoofdstuk 4, De sensor aanbrengen en verwijderen, voor nadere informatie.
37 Melding op de ontvanger Mogelijke oorzaak/oorzaken Aanbevolen handeling(en) BATTERIJ BIJNA LEEG Ontvanger spoedig opladen. Er resteert minder dan 25% van de capaciteit. Laad uw ontvanger zo spoedig mogelijk op. Ontvanger onmiddellijk opladen. Er resteert minder dan 15% van de capaciteit. Laad uw ontvanger onmiddellijk op. Ontvanger bijna ontladen. Ontvanger is bijna leeg. De batterij is zo goed als leeg en de ontvanger kan op elk moment uitgaan. Laad uw ontvanger onmiddellijk op. LAGE TEMP De temperatuur van de ontvanger is laag. Warm de ontvanger op om stroomuitval te voorkomen. De ontvanger is te koud, kouder dan 5 C (41 F). Warm de ontvanger op om stroomuitval te voorkomen. ZENDER WELDRA VERVANGEN De zender moet over 2 maanden worden vervangen. Neem contact op met de klantenservice. De capaciteit van de batterij van de zender is tot minder dan 20% gedaald. Neem contact op met de klantenservice voor het verkrijgen van een vervangende zender. U kunt uw zender blijven gebruiken tot het systeem meldt dat u de zender moet vervangen. ZENDER VERVANGEN De batterij van de zender is bijna leeg. Vervang de zender met de volgende sensor. De capaciteit van de batterij van de zender is tot minder dan 10% gedaald. Vervang de zender wanneer u de volgende keer de sensor vervangt. Neem zo nodig contact op met de klantenservice voor het verkrijgen van een nieuwe zender. 34
38 Melding op de ontvanger Mogelijke oorzaak/oorzaken Aanbevolen handeling(en) SENSORFOUT CGM is niet beschikbaar. Controleer of de sensor stevig aangesloten is. CGM is niet beschikbaar. Vervang de sensor om door te gaan met CGM. De levensduur van de sensor is bijna verstreken. Vervang de sensor om [tijdstip waarop de sensor vervalt]. CGM is niet beschikbaar. De levensduur van de sensor is verstreken. Vervang de sensor. Het sensorsignaal is variabel. Kan geen glucose berekenen. Uw glucosealarmen zijn niet actief. De afgelopen 60 minuten kon geen glucose worden berekend. Uw glucosealarmen zijn niet actief. SENSOR VERVALT De sensor bereikt binnen 2 uur het einde van de levensduur. SENSOR VERVALLEN Alarmen werken niet omdat de maximale levensduur van 5 dagen van de sensor voorbij is. Uw glucosealarmen zijn niet actief. Controleer of de sensor stevig aangesloten is en of de zender en de sensorondersteuning niet los zitten. Wacht 60 minuten om te kijken of het probleem verdwijnt. Als het probleem blijft bestaan, verwijder dan de in gebruik zijnde sensor en breng een nieuwe in. Verwijder de sensor. Breng een nieuwe in en start die. Vervang de sensor vóór het aangegeven tijdstip. Verwijder de sensor. Breng een nieuwe in en start die. Hebt u de sensor verwijderd? Selecteer Ja om CGM te beëindigen. SENSOR VERWIJDERD Het systeem heeft ontdekt dat de sensor zo net verwijderd is. Als u de sensor net verwijderd hebt, selecteer dan Ja. 35 Als deze melding verschijnt en u hebt de sensor niet verwijderd, dan kan het zijn dat de sensor uit de huid is getrokken. Controleer of de sensorondersteuning stevig vastzit op uw huid. Als het alarm blijft bestaan, verwijder dan de sensor en start met een nieuwe.
39 Melding op de ontvanger Mogelijke oorzaak/oorzaken Aanbevolen handeling(en) FOUT HUIDTEMP De huid bij de sensor is te [koud/warm] om te kalibreren. [Warm uw huid op/koel uw huid af]. De huidtemperatuur kan buiten bereik liggen om te kaliberen. Uw huidtemperatuur moet tussen 25 C en 40 C (77 F en 104 F) liggen. Warm de huid op/koel de huid af bij de inbrengplaats en wacht tot Controleer uw BG om te kalibreren wordt weergegeven. Controleer dan uw bloedglucose om te kaliberen. CGM is niet beschikbaar. De huidtemperatuur bij de sensor is buiten bereik. Corrigeer om door te gaan met CGM. De huid is te koud of te warm om continue glucosemetingen weer te kunnen geven. Uw glucosealarmen zijn niet actief. Uw huidtemperatuur moet tussen 25 C en 40 C (77 F en 104 F) liggen. Maak de huid bij de inbrengplaats kouder/warmer. Controleer uw BG om te kalibreren. TIJD OM TE KALIBREREN Er is een bloedglucosemeting nodig voor kalibratie. De ontvanger meldt dat u deze test ongeveer 1, 2, 10, 24 en 72 uur na het inbrengen van een nieuwe sensor moet uitvoeren. In de eerste 24 uur na het inbrengen van een nieuwe sensor kunnen extra kalibraties nodig zijn. Controleer uw bloedglucose om te kaliberen. De zender is losgekoppeld van de sensor. CGM is niet beschikbaar. Vervang de sensor om door te gaan met CGM. ZENDER LOSGEKOPPLD De zender zit niet stevig vast aan de sensor. Uw glucosealarmen zijn niet actief. Verwijder de sensor. Breng een nieuwe in en start die. 36
40 37 HOOFDSTUK 9 Leven met uw FreeStyle Navigator II-systeem U kunt uw FreeStyle Navigator II-systeem bij een grote verscheidenheid aan activiteiten binnen en buiten gebruiken. Afhankelijk van de activiteit zijn er een paar zaken waar u aan moet denken: Bereik draadloze transmissie Uw ontvanger en zender kunnen in de open lucht zonder obstructies tot op een afstand van 30 meter (100 voet) met elkaar in verbinding blijven. Dit kan per situatie verschillen, afhankelijk van de zichtlijn, muren, bomen of andere obstructies in de buurt. NB: Denk eraan dat als u buiten het geluidsbereik van de ontvanger bent, u niets hoort als er een alarm afgaat. De zender heeft geen alarmen. Baden, douchen en zwemmen De ontvanger heeft blootliggende poorten en mag NOOIT in vloeistoffen worden ondergedompeld. Uw sensor en zender zijn echter waterbestendig. U kunt de zender-sensoreenheid tijdens baden of douchen blijven dragen. U kunt ook zwemmen terwijl u de zender-sensoreenheid draagt, maar ga NIET dieper dan 1 meter (3 voet). Slapen De zender-sensoreenheid behoort uw normale slaappatronen niet te verstoren. Als u klaar bent om te gaan slapen, zet de ontvanger dan in de buurt, zodat u eventuele alarmen hoort. Aanbevolen wordt uw ontvanger s nachts op te laden om gegevensonderbreking te vermijden. Zichtbaarheid In direct zonlicht kan het afleesvenster van de ontvanger minder goed zichtbaar zijn. Reizen Neem voordat u vertrekt contact op met lokale overheden omdat regels en voorschriften onaangekondigd kunnen veranderen. Houdt u aan onderstaande richtlijnen als u op reis bent: Licht veiligheidspersoneel in over de aanwezigheid van het apparaat wanneer u door veiligheidssystemen gaat. Als u uw zender moet uitschakelen: 1. Selecteer Menu Instellingen Vliegtuigmodus Draadloos = Uit en houd de ontvanger pal boven uw zender. Wanneer uw zender uitgeschakeld is, ziet u het pictogram en In vliegtuig-modus op het Beginscherm. Uw zender weer inschakelen: 1. Selecteer Menu Instellingen Vliegtuigmodus Draadloos = Aan en houd de ontvanger pal boven uw zender. U ziet het pictogram wanneer de draadloze communicatie met uw zender hersteld is. NB: Als u van tijdzone verandert, kunt u de instellingen voor datum en tijd op uw ontvanger handmatig wijzigen door het selecteren van Menu Instellingen Datum/tijd. Het veranderen van de tijd en de datum is van invloed op de Tijdlijngrafiek en de statistische resultaten.
41 Uw FreeStyle Navigator II-systeem reinigen Uw zender reinigen Elke keer dat u een gebruikte sensor verwijdert (elke 5 dagen), dient de zender van de sensorondersteuning te worden verwijderd en te worden gereinigd. 1. Was uw zender met water en milde zeep. 2. Spoel de zender grondig af onder stromend water. 3. Maak de zender grondig droog met een schone, zachte, niet-pluizende doek of papieren Contactpunten handdoek. Schud en dep eventueel water uit de contactpunten van de zender. 4. Controleer of de contactpunten schoon en droog zijn. Controleer op duidelijke tekenen van beschadiging, zoals gebogen contactpennen. Uw ontvanger reinigen 1. Neem de buitenkant van uw ontvanger af met een schone, zachte, niet-pluizende doek of papieren handdoek die licht bevochtigd is met een milde zeepoplossing of 70% isopropylalcohol. Let er altijd zorgvuldig op dat er geen water of andere stoffen in de USB-poort of de teststripopening komen. 2. Gebruik een schone, zachte, niet-pluizende doek of papieren handdoek om resten zeep of alcohol te verwijderen Mei mg/dl 40 Grafiek 14:30 Menu LET OP: Dompel de ontvanger NIET onder in water of andere vloeistoffen. Voorkom dat er water of andere stoffen in de USB-poort of de teststripopening komen. Reinig uw ontvanger NIET met stoom. Gebruik GEEN lijmverwijdermiddel of -oplossingen met ether of etherhoudende componenten voor het reinigen of verwijderen van resten kleefmiddel van de zender of de ontvanger. Deze oplossingen kunnen de behuizing van de zender en de ontvanger beschadigen. De skin van uw ontvanger reinigen 1. Verwijder de skin van de ontvanger. 2. Was de skin met water en milde zeep, en droog de skin grondig af. 3. Controleer of de binnenkant van de skin helemaal droog is voordat u de skin weer op de ontvanger aanbrengt. Afvoeren Dit product dient te worden afgevoerd in overeenstemming met alle van toepassing zijnde plaatselijke voorschriften in verband met de afvoer van elektronische apparatuur, batterijen, scherpe voorwerpen en mogelijk biologisch besmette materialen. Neem contact op met de klantenservice voor nadere informatie over de juiste afvoer van systeemonderdelen. De zender mag niet met gewoon huishoudelijk afval worden afgevoerd. In de Europese Unie moet elektrisch en elektronisch afval conform richtlijn 2002/96/EG apart worden verzameld. 38
42 39 HOOFDSTUK 10 De geavanceerde functies gebruiken FreeStyle Navigator II-status Bovenin het Beginscherm van uw ontvanger staan een aantal belangrijke systeemstatussymbolen. Voor uitgebreidere en volledige informatie over de systeemstatus kunt u Menu Status selecteren. Een beschrijving van ieder pictogram staat in Hoofdstuk 2, De samenstelling van uw FreeStyle Navigator II-systeem. In het Statusscherm kunt u Volgende selecteren om andere informatie over uw systeem te bekijken (zie onderstaande tabel). Statusscherm STATUS Ontvanger: 100 % Geluid en trillen Aangesloten Zender: 80 % Tijd om te KAL. Begin Begin Volgende VOLGENDE KALIBRATIE Kalibreren tussen: Wo. 12 Mei 12:03 tot Wo. 12 Mei 12:03 Volgende mmol/l 18 Beschrijving 117 mg/dl Het Statusscherm toont informatie over: de resterende capaciteit van de batterij van de ontvanger de geluid-/trilinstellingen voor alarmen de draadloze verbinding tussen de ontvanger en de zender de resterende capaciteit van de batterij van de zender de kalibratiestatus, wanneer van toepassing Verschaft de datum en de tijd waneer u weer moet kalibreren. De aangegeven tijd is de respijtperioden waarbinnen u moet kalibreren Mei Grafiek 14:30 Menu 117 mg/dl = 6,5 mmol/l Statusscherm SENSORSTATUS Sensor vervalt op: Ma. 17 Mei 10:44 Tijd sinds laatste sensorgegvns: --- Begin Volgende SENSORSTATUS Laatst hersteld: OK Kan niet: Ok KAL mislukt: Ok Sensorfout: Ok Begin Volgende GEGEVENS ZENDER S/N: AADN201-D0005 Versie: 0 Begin Volgende GEGEVENS ONTVANGER S/N: BBAF (1) Versie: (2) Versie: 0.00 Begin Klaar Beschrijving De resterende levensduur van uw huidige sensor. Getoond worden de datum en het tijdstip waarop uw sensor vervalt. Dit scherm laat ook zien hoeveel tijd er verstreken is sinds de ontvanger bijgewerkte gegevens van de sensor heeft ontvangen. Tijdens normaal gebruik is die tijd 0 minuten. Informatie over de status van uw sensor. Deze informatie kan bij het oplossen van problemen nuttig zijn voor de klantenservice. Het serienummer en de versie van uw zender. Het serienummer en de softwareversie van uw ontvanger.
43 Gebeurtenissen toevoegen Door het invoeren van informatie over uw dagelijkse gebeurtenissen in uw ontvanger ontstaat een geschiedenis van activiteiten die van invloed zijn op uw glucoseregulering. Om een gebeurtenis toe te voegen, selecteert u Menu Voorval toevoegen. Selecteer de gebeurtenis die u wilt toevoegen en voer de informatie over de gebeurtenis in. U kunt alleen het soort gebeurtenis invoeren (druk op Accepteren) of u kunt gedetailleerde informatie over de gebeurtenis toevoegen door de opties met behulp van het scroll-wiel te selecteren. Zodra u op Accepteren drukt, wordt de gebeurtenis ingevoerd. U kunt eerder ingevoerde gebeurtenissen bekijken en bewerken door het selecteren van Menu Rapporten Gebeurtenisgeschied en vervolgens de gewenste gebeurtenis (Alle gebeurtenissen, Insuline, Voedsel, Lichaamsbeweging, Gezondheidstoestand of Aangepast). Insuline Voedsel Gebeurtenis Lichaamsbeweging Opties Type: Snelwerkend, Langwerkend, Mixinsuline, Middellang, Kortwerkend Eenheden: 0,00 99,50 E Maaltijd: Ontbijt, Middageten, Avondeten, Snack Koolhydraten: g Type: Aerobics, Wandelen, Joggen, Hardlopen, Zwemmen, Fietsen, Gewichtheffen, Overige Duur: 0 12 uur Annuleren Intensiteit: Hoog, Medium, Laag, Geen VOEDSEL 11 Mei :11 Maaltijd = Avondeten Koolh. = g Accepteren Gebeurtenis Gezondheidstoestand Opties Toestand: Normaal, Verkouden, Keelpijn, Infectie, Vermoeid, Stress, Koorts, Griep, Allergie, Menstruat., Duizelig, Hypo., Hyper Aangepast Gebeurtenis: 1 8 U kunt de gebeurtenisnummers voor Aangepast gebruiken als markeringen van specifieke gebeurtenissen. Voer bijvoorbeeld Gebeurtenis nr. 2 in wanneer u medicatie gebruikt. Glucosedoelwaarden Glucosedoelwaarden zijn de lage en hoge glucosespiegels waarvan u graag wilt dat uw glucose ertussen blijft. NB: Deze doelwaarden verschillen van uw glucosealarminstellingen. Als u uw Glucosedoelwaarden verandert, verandert er niets aan uw alarminstellingen. GLUCOSEDOELWAARDN DOELBEREIK INSTELLN Laag = 80 mg/dl Hoog = 140 mg/dl Accepteren 80 mg/dl = 4,4 mmol/l 140 mg/dl = 7,8 mmol/l 1. Selecteer Menu Instellingen Glucosedoelwaarden. 2. Gebruik het scroll-wiel voor het selecteren, aanpassen en instellen van uw voorkeuren voor: Lage doelwaarde Stel mg/dl (3,3 13,8 mmol/l) in voor de lage glucosedoelwaarde. Hoge doelwaarde Stel mg/dl (3,4 13,9 mmol/l) in voor de hoge glucosedoelwaarde. 40
44 41 3. Druk op Accepteren om de instelling op te slaan en het scherm te verlaten. In de volgende schermen kunt u zien of uw glucosemetingen binnen of buiten uw Glucosedoelwaarden liggen: mmol/l Rapporten Tijdlijngrafiek 4 uur 30 Jan a 10a Begin Klaar Rapporten Waarden CGM-WAARDEN 14 Dag Boven 11 % Doel 87 % Onder 2 % Begin Volgende Lijngrafieken op het Beginscherm en in Rapporten wordt het doelbereik weergegeven met horizontale groene lijnen. Glucosemetingen op het Beginscherm en in Rapporten hebben een kleur in relatie tot uw Glucosedoelbereik: Paars: boven het doelbereik Groen: binnen het doelbereik Geel: onder het doelbereik Hoge glucosedoelwaarde Lage glucosedoelwaarde mmol/l mg/dl Zie Hoofdstuk 10, De geavanceerde functies gebruiken, Rapporten en registraties bijhouden, voor meer informatie Beginscherm 12 Mei Grafiek 14:30 Menu 117 mg/dl = 6,5 mmol/l Rapporten Glucosegeschiedenis CGM-GESCHD.: 60 MIN 02 Juni : mg/dl Begin Klaar 297 mg/dl = 16,5 mmol/l Rapporten en registraties bijhouden U kunt diverse verschillende rapporten van uw glucosegeschiedenis bekijken door het selecteren van Menu Rapporten. De ontvanger registreert automatisch uw continue en uw bloedglucosemetingen, en alle glucosealarmen die u krijgt. Gebeurtenissen die u onder Menu Voorval toevoegen invoert, kunnen ook worden bekeken. Selecteer hiervoor Menu Rapporten Gebeurtenisgeschied. Glucosegeschiedenis Het rapport Glucosegeschiedenis biedt u de mogelijkheid om vroegere BG-metingen, CGMmetingen en Glucosealarmen te bekijken. 1. Selecteer Menu Rapporten Glucosegeschiedenis. Binnen Glucosegeschiedenis kunt u de volgende registraties bekijken: CGM-geschd Historische sensorglucosemetingen en trends, RAPPORTEN Glucosegeschiedenis Gebeurtenisgeschied Tijdlijngrafiek CGM-waarden Begin Selecteren CGM-GESCHD.: 60 MIN 26 Apr :25 98 mg/dl Begin Klaar 98 mg/dl = 5,4 mmol/l ondergebracht in selecteerbare tijdkaders (in stappen van 10 minuten, 60 minuten en 120 minuten) BG-geschiedenis Historische resultaten van bloedglucosecontroles Glucosealarm Historische registratie van Glucosealarmen en de Sensorglucosemeting die het alarm veroorzaakte 2. Gebruik het scroll-wiel om de registraties vanaf de meest recente tot aan de oudste te bekijken. Alle registraties worden weergegeven met de datum en de tijd van de gebeurtenis. De glucoseregistraties hebben een groene, gele of paarse kleurcode, al naar gelang de instellingen van uw Glucosedoelbereiken.
45 Tijdlijngrafiek Het rapport Tijdlijngrafiek biedt u de mogelijkheid voor het bekijken van uw BG-metingen, Sensormetingen en de gebeurtenissen die u hebt ingevoerd in een tijdsbestek dat u selecteert. 1. Selecteer Menu Rapporten Tijdlijngrafiek. U ziet nu uw glucoseinformatie van de laatste 4 uur. Als u het te bekijken tijdsbestek wilt veranderen: mmol/l uur 30 Jan a 10a Begin Klaar Witte lijn = Sensormetingen Rood ( ) = Bloedglucosemetingen Blauw pictogram = Gebeurtenispictogram Groene lijnen = Glucosedoelwaarden Druk op het scroll-wiel en blader omhoog/omlaag naar het tijdkader dat u wilt bekijken. Tijdsbestek Beschikbare instellingen: 2, 4, 6, 12 en 24 uur 2. Druk het scroll-wiel nogmaals in om het nieuwe tijdsbestek te accepteren. 3. Scroll met het wiel omhoog/omlaag om voor- en achteruit in de tijd te gaan. Gebeurtenispictogrammen in de tijdlijngrafiek Staan voor gebeurtenissen die u ingevoerd hebt onder Menu Voorval toevoegen. Als er een ( * ) naast een gebeurtenispictogram in uw tijdlijngrafiek staat dan betekent dit dat u meerdere gebeurtenissen hebt ingevoerd die zich tegelijkertijd voordeden. NB: De glucosespiegels staan aan de linkerkant van de lijngrafiek. De grafiek geeft alleen glucosewaarden weer die tussen 40 mg/dl (2 mmol/l) en 320 mg/dl (18 mmol/l) liggen. Glucosewaarden die hoger dan 320 mg/dl (18 mmol/l) zijn, worden als 320 mg/dl (18 mmol/l) weergegeven. Glucosewaarden die lager dan 40 mg/dl (2 mmol/l) zijn, worden als 40 mg/dl (2 mmol/l) weergegeven. Pictogram Beschrijving Insuline Voedsel Lichaamsbeweging Gezondheidstoestand Gebeurtenis aanpassen 42
46 Glucosestatistieken De rapporten met CGM-waarden en BG-waarden verschaffen een samenvatting van al uw glucosemetingen in een tijdsbestek dat u selecteert. Het rapport CGM-waarden wordt berekend met alleen uw Sensorglucosemetingen. Het rapport BG-waarden wordt berekend met alleen uw BG-metingen. 1. Selecteer Menu Rapporten CGM-waarden of BG-waarden. Er zijn drie schermen met informatie die u kunt bekijken. Selecteer Volgende om elk van de drie schermen te bekijken. 2. Als u het tijdsbestek van de berekening wilt veranderen, druk dan op het scroll-wiel. Scroll met het wiel omhoog/omlaag naar het gewenste berekeningstijdsbestek. Tijdsbestek Beschikbare instellingen: 1, 3, 7, 14, 21 en 28 dagen. 3. Druk het scroll-wiel nogmaals in om het nieuwe tijdsbestek te accepteren. In de volgende tabel wordt het rapport met CGM-waarden beschreven. Het rapport BG-waarden bevat soortgelijke informatie, maar dan over BG-metingen. mmol/l 5,9 2,6 17,6 3,7 Statusscherm CGM-WAARDEN 14 Dag Begin Begin Boven 11 % Doel 87 % Onder 2 % Volgende CGM-WAARDEN 14 Dag Gem. = 106 mg/dl Stdafw. = 47 mg/dl Hoogste = 316 mg/dl Laagste = 66 mg/dl Volgende CGM-WAARDEN 14 Dag Laag/dag = 0,2 Hoog/dag = 0,4 Verw laag/dag = 1,2 Verw hoog/dag = 0,4 Begin Volgende Beschrijving % Percentage sensormetingen boven, binnen en onder uw Glucosedoelwaarden Paars = boven Glucosedoelwaarde Groen = binnen Glucosedoelwaarde Geel = onder Glucosedoelwaarde Gemiddelde sensormeting Standaardafwijkingen van uw sensormetingen Hoe goed u uw glucose in de buurt van het gemiddelde weet te houden Hoogste sensormeting Laagste sensormeting Waarden hebben een kleurcode volgens uw Glucosedoelwaarde-instellingen Gemiddeld aantal Lage-glucosealarmen per dag Gemiddeld aantal Hoge-glucosealarmen per dag Gemiddeld aantal Verwachte lageglucosealarmen per dag Gemiddeld aantal Verwachte hogeglucosealarmen per dag 43
47 Problemen oplossen HOOFDSTUK 11 In het hoofdstuk Problemen oplossen staan problemen of waarnemingen die u kunt tegenkomen, de mogelijke oorzaak/oorzaken en de aanbevolen handelingen. Problemen met uw sensor In de volgende tabel worden problemen beschreven die u kunt tegenkomen bij het inbrengen en dragen van uw sensor. Zie Hoofdstuk 4, De sensor aanbrengen en verwijderen, voor nadere informatie. U kunt problemen op de hieronder beschreven wijze proberen op te lossen. Waarneming/Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen handeling De sensorondersteuning blijft niet aan uw huid plakken. De plaats is niet vrij van alle vuil, olie of zweet. Voer de stappen 1 tot en met 4 uit VOORDAT u de sensorondersteuning op uw huid plaatst. 1. Reinig de inbrengplaats door deze met water en zeep te wassen. 2. Droog de inbrengplaats grondig af met een droge handdoek. 3. Veeg de inbrengplaats schoon met een alcoholdoekje. 4. Wacht een paar minuten om de huid te laten opdrogen. Blaas niet op de inbrengplaats. U kunt overwegen een zwachtel over de zender heen aan te brengen NADAT u de zender op de sensorondersteuning hebt aangebracht. Huidirritatie op de sensorinbrengplaats. Zomen, broek-/rokbanden of andere strakke kleding of accessoires die wrijving op de inbrengplaats veroorzaken. U kunt overgevoelig voor het kleefmiddel zijn. Zorg ervoor dat er niets over de inbrengplaats wrijft/schuurt. Als de irritatie zich overal bevindt waar het kleefmiddel de huid raakt, neem dan contact op met uw zorgverlener om vast te stellen wat de beste oplossing is. 44
48 Waarneming/Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen handeling Het systeem kan geen nieuwe sensor starten. U bent niet op het scherm Sluit aan op sensor begonnen. Uw ontvanger is niet dicht genoeg bij uw zender gehouden om met communiceren te kunnen beginnen. De zender is niet goed op de sensor aangesloten. De sensor is niet goed geplaatst. Sensorfout. 1. Controleer of de zender stevig op de sensor aangesloten is. 2. Selecteer op uw ontvanger Menu Aansl. op sensor. 3. Houd de ontvanger recht boven de zender. 4. Als de ontvanger na meerdere pogingen nog steeds niet met de zender communiceert, verwijder dan de sensor en controleer of de contactpunten op de zender droog, schoon en onbeschadigd zijn. 5. Breng een nieuwe sensor in en start die. Zie Hoofdstuk 4, De sensor aanbrengen en verwijderen, voor nadere informatie. U ziet het pictogram het scherm. op Uw zender en ontvanger maken geen verbinding. Uw zender en uw ontvanger liggen buiten elkaars bereik. De zender is niet goed op de sensor aangesloten. 1. Controleer of de zender stevig op de sensor aangesloten is. 2. Nadat de verbinding verbroken is, zal de ontvanger in de eerste 30 minuten automatisch proberen om de verbinding weer te herstellen. Als er meer dan 30 minuten verstreken zijn of als u de verbindingen meteen weer wilt herstellen, selecteer dan Menu Aansl. op sensor. 3. Houd de ontvanger recht boven de zender. Wanneer de verbinding weer hersteld is, ziet u het pictogram op het Beginscherm. 45
49 Waarneming/Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen handeling Wanneer u Menu Sensor Aansl. op sensor selecteert, ziet u de volgende melding: BEVESTIGING Sensor niet gevonden. Zorg ervoor dat de zender is aangesloten. Opnieuw proberen? Nee Ja De zender is niet goed op de sensorondersteuning aangesloten. De ontvanger is tijdens het Sluit aan op sensor -proces verder dan 5 cm (2 inch) bij de sensor vandaan. De contactpunten van de zender maken niet goed contact met de sensor. Contactpunten Knijp de zender en de sensorondersteuning stevig tussen uw duim en wijsvinger om ze stevig op elkaar aan te sluiten. Selecteer daarna Ja en probeer het opnieuw. Selecteer Ja om het opnieuw te proberen. Controleer of u de ontvanger pal boven de zender-sensoreenheid houdt. 1. Verwijder de sensor. 2. Controleer of de contactpunten op de zender schoon, droog en onbeschadigd zijn. 3. Breng een nieuwe sensor in en start die. Zie Hoofdstuk 4, De sensor aanbrengen en verwijderen, voor nadere informatie. De levensduur van de batterij van de zender is verlopen. Controleer de capaciteit van de batterij van de zender. Selecteer Menu Status om de batterij van de zender te bekijken. Uw ontvanger kan geen verbinding maken met een zender waarvan de levensduur van de batterij verstreken is. Als de batterij van de zender op 0% staat, moet u de zender vervangen. Er worden geen continue glucosemetingen weergegeven, maar u kunt de ingebouwde glucosemeter nog steeds gebruiken. Neem contact op met uw zorgverlener als u uw zender moet vervangen. Voer elektronica en batterijen af overeenkomstig de plaatselijke voorschriften. Zie Hoofdstuk 9, Leven met uw FreeStyle Navigator II-systeem, Afvoeren, voor nadere informatie. Breng een nieuwe sensor in en start die met een nieuwe zender. Zie Hoofdstuk 4, De sensor aanbrengen en verwijderen, voor nadere informatie. 46
50 Problemen bij het controleren van uw bloedglucose Als u een foutmelding krijgt terwijl u uw bloedglucose controleert en u heeft GEEN symptomen van hoge of lage bloedglucose, voer dan een controlevloeistoftest uit met een nieuwe teststrip. Als de resultaten van de controlevloeistoftest binnen het bereik liggen dat op de zijkant van uw teststripflacon staat afgedrukt, test uw bloed dan opnieuw met een andere nieuwe teststrip. Als de controlevloeistoftest NIET werkt of als de fout blijft bestaan, neem dan contact op met de klantenservice. Zie Hoofdstuk 6, Uw bloedglucose controleren, voor nadere informatie. Waarneming/Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen handeling BG-controle niet beschikbaar. GLUCOSEMETING Er 1 Begin U bent uw ontvanger aan het opladen terwijl u een bloedglucosecontrole probeert uit te voeren. Het monster is te klein. De bloedglucose is zeer laag, lager dan 20 mg/dl (1,1 mmol/l). 1. Verwijder de teststrip uit de teststripopening. 2. Koppel de ontvanger los van een eventuele stroombron. 3. Steek een FreeStyle Lite-teststrip in de teststripopening. Herhaal de bloedglucosecontrole met een nieuwe teststrip en een groter bloedmonster. Als u symptomen hebt van een lage bloedglucose, zoals zwakte, zweten, nervositeit, hoofdpijn of verwardheid, volg dan de aanbevelingen van uw zorgverlener op voor de behandeling van hypoglykemie. GLUCOSEMETING Er 2 Begin Er is een probleem met de teststrip of de ontvanger. De bloedglucose is zeer hoog, hoger dan 500 mg/dl (27,8 mmol/l). Er is een probleem met de teststrip of de ontvanger. Voer een controlevloeistoftest uit om te bevestigen dat uw systeem goed werkt. Zie Hoofdstuk 5, Testen met controlevloeistof. Als u symptomen hebt van een hoge bloedglucose, zoals dorst, vermoeidheid, overmatig urineren of wazig zien, volg dan de aanbevelingen van uw zorgverlener op voor de behandeling van hyperglykemie. Voer een controlevloeistoftest uit om te bevestigen dat uw systeem goed werkt. Zie Hoofdstuk 5, Testen met controlevloeistof. 47
51 Waarneming/Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen handeling GLUCOSEMETING Er 3 Begin De procedure is niet goed uitgevoerd. Er is bijvoorbeeld bloed op de teststrip aangebracht voordat de teststrip in de teststripopening gestoken is of voordat het bloeddruppelsymbool en het teststripsymbool verschenen zijn. Er is een probleem met de teststrip of de ontvanger. Controleer of u bloeddruppelsymbool en het teststripsymbool ziet voordat u bloed of controlevloeistof aanbrengt. Zie Hoofdstuk 6, Uw bloedglucose controleren, voor aanwijzingen. Voer een controlevloeistoftest uit om te bevestigen dat uw systeem goed werkt. Zie Hoofdstuk 5, Testen met controlevloeistof. GLUCOSEMETING Er 4 Er is een probleem met de teststrip of de ontvanger. Voer een controlevloeistoftest uit om te bevestigen dat uw systeem goed werkt. Zie Hoofdstuk 5, Testen met controlevloeistof. Begin 48
52 Andere problemen Elke keer dat uw ontvanger van het oplaadsnoer wordt losgekoppeld voert het apparaat een zelftest uit. De ontvanger zendt tijdens die zelftest een reeks tonen uit. Als de ontvanger constateert dat een onderdeel van de zelftest mislukt is dan meldt de ontvanger op het scherm dat u contact moet opnemen met de klantenservice. NIET doen: Uw ontvanger in water onderdompelen. Als de ontvanger per ongeluk in water valt, droog de buitenkant dan met een handdoek af. Gebruik GEEN haardroger om uw ontvanger te drogen. De ontvanger NIET opladen of weer gebruiken voordat hij droog is. Uw ontvanger blootstellen aan extreme omstandigheden (zoals zeer hoge of lage temperaturen, hoge vochtigheid of een lage atmosferische druk) die storingen kunnen veroorzaken. Vuil, stof, bloed, controlevloeistof, water of een andere vloeistof in de teststripopening of de USB-poort laten komen. Als u een problem hebt, kunt u proberen het probleem op te lossen zoals hieronder beschreven is. Voor systeemfouten die niet opgelost kunnen worden, dient u contact op te nemen met de klantenservice, telefoonnummer ( CALL - ADC). NIET alle systeemfouten duiden op een storing in uw systeem. Waarneming/Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen handeling Het afleesvenster is leeg. Het kan zijn dat de batterij van uw ontvanger leeg is. Druk de rechter toets in om het afleesvenster te activeren. Als de afleesvenster niet aangaat, laad dan de batterij op. 49 Het afleesvenster toont ---. Het systeem produceert geen continue glucoseresultaten. Dit hoort zo voordat de eerste kalibratie uitgevoerd is. Als u de eerste kalibratie uitgevoerd hebt, kan --- het volgende betekenen: De verbinding tussen de ontvanger en de zender is verloren gegaan De sensor zit niet meer in uw huid De sensor is vervallen Er is een probleem met de zender De respijtperiode voor het kalibreren is verlopen (u hebt bijvoorbeeld 2 uur de tijd om de derde kalibratie uit te voeren) Druk de rechter toets in om het afleesvenster te activeren. Als de afleesvenster niet aangaat, laad dan de batterij op. Als u het pictogram ziet, wacht dan tot het systeem u met het pictogram vraagt om uw bloedglucose voor kalibratie te controleren. Als u het pictogram ziet, raadpleeg dan Hoofdstuk 4, De sensor aanbrengen en verwijderen, Een sensor opnieuw aansluiten als het signaal onderbroken is, voor nadere informatie. Als u het pictogram ziet, wacht dan tot de ontvanger u met een melding iets vraagt. Controleer of de respijtperiode voor kalibratie verstreken is door het selecteren van Menu Status Volgende kalibratie.
53 Waarneming/Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen handeling De ontvanger geeft na het inbrengen van een teststrip NIET het Bloeddruppel/ Teststrip-scherm weer. De ontvanger stond niet op het Beginscherm of het afleesvenster was niet uitgeschakeld. De teststrip zit ondersteboven, is met het verkeerde uiteinde ingebracht of is niet helemaal ingebracht. Er is een probleem met de teststrip of de ontvanger. De batterij van de ontvanger is leeg. Controleer of het afleesvenster van de ontvanger op het Beginscherm staat of dat het afleesvenster uitgeschakeld is. Verwijder de teststrip en steek de teststrip met de naar boven en de bovenkant van de teststrip opnieuw in de teststripopening. Zie Hoofdstuk 6, Uw bloedglucose controleren, voor nadere informatie. Voer een controlevloeistoftest uit om te bevestigen dat uw systeem goed werkt. Zie Hoofdstuk 5, Testen met controlevloeistof. Druk de rechter toets in om het afleesvenster te activeren. Als de afleesvenster niet aangaat, laad dan de batterij op. De ontvanger start het proces NIET nadat het bloedmonster is aangebracht. Vloeistof of vreemde voorwerpen kunnen de teststripopening storen. Het monster is te klein. De teststrip is defect. U hebt te lang gewacht met het aanbrengen van het monster (het monster is aangebracht nadat de time-out van de ontvanger was verstreken 2 minuten). Probeer een andere teststrip. Als dat niet werkt, neem dan contact op met de klantenservice. U kunt extra bloed op dezelfde monsterplaats van de teststrip aanbrengen waar u mee bent begonnen, maar dat moet u doen binnen hooguit 60 seconden. Herhaal zo nodig de bloedglucosecontrole met een nieuwe teststrip en een groter bloedmonster. Herhaal de controle met een nieuwe teststrip. Herhaal de bloedglucosecontrole met een nieuwe teststrip. Controleer of u het bloeddruppelsymbool en het teststripsymbool ziet voordat u het bloedmonster aanbrengt. Er is een probleem met de ontvanger. Voer een controlevloeistoftest uit om te bevestigen dat uw systeem goed werkt. Zie Hoofdstuk 5, Testen met controlevloeistof. 50
54 Waarneming/Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen handeling U vermoedt dat uw ontvanger mogelijk niet goed werkt. Er verschijnt een onverwacht teken op de ontvanger of een ongebruikelijk of onverwacht scherm. De luidsprekers, de trilmotor of andere functies werken niet. U bent dichtbij een bron van elektromagnetische storing. 1. Selecteer Menu Instellingen Zelftest. 2. De ontvanger voert een cyclus door een reeks schermen uit. Voer de aanwijzingen op het scherm uit om de ontvanger te testen. Luister bijvoorbeeld op de aangegeven wijze naar de geluidssignalen. 3. Bevestig dat alle functies goed werken. Neem contact op met de klantenservice als er functies zijn die NIET goed werken. Ga bij die storingsbron vandaan en kijk of het probleem verdwijnt. Als de storing blijft bestaan, neem dan voor hulp contact op met de fabrikant van de storingsbron of met een gecertificeerde elektrotechnicus. Het serienummer van de zender op het statusscherm komt niet overeen met het serienummer op uw zender. De ontvanger heeft tijdens het verbindingsproces verbinding gemaakt met een verkeerde zender. 1. Selecteer Menu Aansl. op sensor en houd de ontvanger pal boven uw zender. 2. Wanneer de melding Nwe zender gevonden op het scherm verschenen is, controleer dan of het op het scherm weergegeven serienummer hetzelfde is als het serienummer van uw zender (het serienummer staat op de onderkant van de zender). 3. Als dit nummer wel klopt, druk dan op Ja om door te gaan. Klantenservice Het team van Abbott klantenservice is beschikbaar voor het beantwoorden van vragen die u wellicht over uw FreeStyle Navigator II continue glucosecontrolesysteem hebt. Bel met de klantenservice, telefoonnummer ( CALL - ADC). 51
55 HOOFDSTUK 12 Professioneel gebruik in de gezondheidszorg Dit hoofdstuk is alleen bestemd voor professionele zorgverleners. De met een wachtwoord beschermde functies van de ontvanger worden hierin beschreven. Deze functies zijn te vinden in het Training-menu en bieden de professionele zorgverlener de mogelijkheid om: De time-out van het scherm te verlengen Het apparaat te resetten op alle standaardinstellingen De glucosegeschiedenis te wissen Glucoseresultaten te verbergen of te tonen Het systeem klaar te maken voor hergebruik Om deze functies in het Training-menu te kunnen openen, moet een wachtwoord worden ingevoerd. Als u een professionele zorgverlener bent, neem dan contact op met uw verkoopvertegenwoordiger voor het wachtwoord. Time-out scherm wordt verlengd Met deze functie kan het afleesvenster van de ontvanger langere tijd aan blijven. U kunt de ontvanger maximaal 2 uur aan laten staan. 1. Selecteer Menu Instellingen Training Code invoeren Time-out scherm. Als u de tijd voor de time-out van het scherm wilt verlengen: TRAINING Time-out scherm Instellingen resetten Geschiedenis wissen Gegevens verbergen Begin Selecteren TIME-OUT SCHERM Geen time-out voor: Duur = 1 uur Annuleren Accepteren Druk op het scroll-wiel en blader omhoog/omlaag naar de gewenste duur van de time-out Duur Beschikbare instellingen: 0 uur, 1 uur, 2 uur De verlengde time-out van het scherm uitschakelen: stel Duur = op 0 uur. Het afleesvenster van de ontvanger wordt uitgeschakeld overeenkomstig de instelling onder Instellingen Weergave. LET OP: Voordat u het apparaat voor de behandeling van diabetes gaat gebruiken, moet u de verlengde time-out van het scherm stoppen. De ontvanger resetten op standaardinstellingen U kunt alle persoonlijke instellingen naar de standaard fabrieksinstellingen terugzetten door het selecteren van Menu Instellingen Training Code invoeren Instellingn resettn. Het apparaat vraagt u om uw selectie te bevestigen. Standaard fabrieksinstellingen zijn te vinden in de tabel met standaardinstellingen achterin deze gids. LET OP: Voer nooit een reset van uw instellingen uit wanneer iemand een sensor draagt. Gebeurt dat wel dan worden parameters, bijvoorbeeld glucosealarmdrempels, gereset die de prestatie van het systeem kunnen beïnvloeden. De glucosegeschiedenis wissen U kunt de glucose- en de gebeurtenisgeschiedenis uit het apparaat wissen door het selecteren van Menu Instellingen Training Code invoeren Geschiedenis wissen. Het apparaat vraagt u om uw selectie te bevestigen. INSTELLINGN RESETTN Alle persoonlijke instellingen resetten naar standaardinstellingen? Annuleren Resetten GESCHIEDENIS WISSEN Volledige glucose- en voorvalgeschiedenis uit de ontvanger wissen? Annuleren Wissen 52
56 Glucosegegevens verbergen en tonen Deze functie biedt u de mogelijkheid om het systeem te gebruiken met uitgeschakelde continue glucose-informatie. U kunt CGM verbergen door het selecteren van Menu Instellingen Training Code invoeren Gegevens verbergen. GEGEVENS VERBORGEN CGM-gegevens en glucosealarm worden niet langer weergegeven. Wanneer gegevens verborgen zijn, is het volgende niet beschikbaar: CGM-metingen (met inbegrip van de actuele en de historische grafiek op het Beginscherm) CGM-geschiedenis en -statistieken Glucosealarminstellingen en -waarschuwingen NB: Alle BG-gegevens blijven beschikbaar wanneer Gegevens verbergen aan staat. CGM-informatie wordt weer toegankelijk door het selecteren van Menu Instellingen Training Code invoeren Gegevens tonen. Het FreeStyle Navigator II-systeem klaarmaken voor gebruik door een andere patiënt In sommige gevallen kan de zorgverlener een patiënt het FreeStyle Navigator II-systeem voor korte tijd (5 of 10 dagen) laten dragen om de glucoseactiviteit van de patiënt overdag en s nachts te onderzoeken. Het apparaat kan dan worden klaargemaakt en gedesinfecteerd voor gebruik bij een andere patiënt. OK Materialen: controleer voor u begint of u alle materialen bij de hand hebt: Schoonmaakmiddel/vloeibare zeep Schoon, stromend water Schone, zachte, pluisvrije doeken of papieren handdoeken Wattenstokjes Desinfectans: wij raden CaviCide of een 10% bleekoplossing aan LET OP: Als de ontvanger eerder door iemand anders is gebruikt, moeten de glucose- en de gebeurtenisgeschiedenis worden gewist en de systeeminstellingen worden gereset. Reinig eerder gebruikte zenders en ontvangers volgens onderstaande instructies voordat het FreeStyle Navigator II-systeem voor een andere patiënt wordt gebruikt. Stap 1: (Optioneel) Upload eerdere patiëntgegevens naar de FreeStyle CoPilot-software voor het FreeStyle Navigatorsysteem 1. Sluit de FreeStyle Navigator II-ontvanger met het USBoplaadsnoer uit de FreeStyle Navigator II-systeemset aan op een computer. 2. Voer de instructies in de gebruikershandleiding bij de FreeStyle CoPilot voor FreeStyle Navigator om eerdere patiëntgegevens te uploaden en te archiveren. 53
57 Stap 2: Wis de glucosegeschiedenis Zie de instructies in dit hoofdstuk onder De glucosegeschiedenis wissen. Stap 3: Zet Gebruikersinstellingen terug op standaardinstellingen Zie de instructies in dit hoofdstuk onder De ontvanger resetten op standaardinstellingen. Stap 4: Maak de onderdelen klaar voor reiniging en desinfectie 1. Neem de ontvanger vóór het reinigen uit zijn skin of een ander accessoire. 2. Leg alle te reinigen en desinfecteren onderdelen op een opgeruimd, vlak oppervlak. 3. Verzamel alle materialen die voor het reinigen en desinfecteren nodig zijn. NB: Gebruik dezelfde ontvangerskin NIET voor verschillende gebruikers; voer de skin af na gebruik door de eerste persoon. Stap 5: Reinig de zender Zie de instructies in Hoofdstuk 9, Leven met uw FreeStyle Navigator II-systeem, Uw zender reinigen. Stap 6: Reinig de ontvanger Zie de instructies in Hoofdstuk 9, Leven met uw FreeStyle Navigator II-systeem, Uw ontvanger reinigen. Stap 7: De zender desinfecteren 1. Gebruik een schone, zachte, pluisvrije doek of papier handdoek bevochtigd met CaviCide of 10% bleekmiddel om de voorgereinigde uitwendige oppervlakken van de zender grondig nat te maken. Moeilijk bereikbare plaatsen dienen met een wattenstokje, gedrenkt in CaviCide of 10% bleekmiddel, te worden gereinigd. 2. Laat de zender rusten en houd de uitwendige oppervlakken bij kamertemperatuur vochtig gedurende 3 minuten bij gebruik van CaviCide en 5 minuten bij gebruik van 10% bleekmiddel. 3. Spoel de zender 30 seconden grondig af onder stromend water. 4. Maak de zender droog met een schone, zachte, nietpluizende doek of papieren handdoek, of laat de zender aan de lucht opdrogen. 5. Doe de zender nadat deze helemaal droog is in een verzegelde zak met een etiket met de reinigingsdatum. 54
58 Stap 8: Desinfecteer de ontvanger 1. Gebruik een schone, zachte, pluisvrije doek of papier handdoek bevochtigd met CaviCide of 10% bleekmiddel om de voorgereinigde uitwendige oppervlakken van de ontvanger grondig nat te maken. Moeilijk bereikbare plaatsen dienen met een wattenstokje, bevochtigd met CaviCide of 10% bleekmiddel, te worden gereinigd. Let er altijd zorgvuldig op dat er geen water of andere stoffen in de USB-poort of de teststripopening komen. 2. Houd de kant van de ontvanger met het scherm naar beneden en houd de uitwendige oppervlakken bij kamertemperatuur vochtig gedurende 3 minuten bij gebruik van CaviCide en 5 minuten bij gebruik van 10% bleekmiddel. 3. Maak een schone, zachte, pluisvrije doek vochtig met water en neem restanten CaviCide of 10% bleekmiddel grondig op. NB: Langdurige blootstelling aan resten CaviCide of 10% bleekmiddel kan tot beschadiging van uitwendige oppervlakken en afsluitingen leiden. Goed afnemen verlengt de levensduur. 4. Maak de ontvanger droog met een schone, zachte, nietpluizende doek of papieren handdoek, of laat de ontvanger aan de lucht opdrogen. 5. Doe de ontvanger nadat deze helemaal droog is in een verzegelde zak met een etiket met de reinigingsdatum. LET OP: Dompel de ontvanger NIET onder in water of andere vloeistoffen. Voorkom dat er water of andere stoffen in de USB-poort of de teststripopening komen. Reinig uw ontvanger NIET met stoom. Gebruik GEEN lijmverwijdermiddel of -oplossingen met ether of etherhoudende componenten voor het reinigen of verwijderen van resten kleefmiddel van de zender of de ontvanger. Deze oplossingen kunnen de behuizing van de zender en de ontvanger beschadigen. Stap 9: (Optioneel) Verberg de weergave van glucosegegevens voor de patiënt Zie de instructies die in dit hoofdstuk beschreven zijn onder Glucosegegevens verbergen en tonen. 55
59 HOOFDSTUK 13 Bijlage A: Systeemspecificaties De volgende tabel bevat de specificaties van uw FreeStyle Navigator II-systeem: Bedrijfstemperatuur Opslagtemperatuur Bedrijfsvochtigheid (ontvanger) Bedrijfs- en opslaghoogte Bedrijfsdruk Levensduur sensor Huidoppervlaktetemperatuur voor sensor in bedrijf Bereik glucoseresultaten Ontvangergeheugen Zender: batterij en levensduur batterij Ontvanger: batterij en levensduur batterij 4 ºC tot 40 ºC (41 ºF tot 104 ºF) Bewaar de zender en de ontvanger tussen -10 ºC (14 ºF) en 45 ºC (113 ºF). Bewaar sensoraanbrengers en sensorondersteuningen tussen 3 ºC (37 ºF) en 30 ºC (86 ºF). Bewaar teststrips tussen 4 ºC (40 ºF) en 30 ºC (86 ºF). Controlevloeistof dient te worden bewaard tussen 2 ºC (36 ºF) en 30 ºC (86 ºF) 10% tot 93% (niet-condenserend) Zeeniveau tot 3048 meter ( voet) 1,0 bar (14,7 psia, zeeniveau) tot 0,7 bar (10,1 psia, 3048 meters ( voet)) Maximaal 5 dagen 25 ºC tot 40 ºC (77 ºF tot 104 ºF) 20 tot 500 mg/dl (1,1 tot 27,8 mmol/l) 60 dagen normaal gebruik inclusief continue glucosemetingen (eenmaal per 10 minuten opgeslagen) en dagelijkse bloedglucosemetingen CR2032 lithiumknoopcel, niet verwisselbaar; tot 1 jaar dagelijks gebruik onder normale condities Eén oplaadbare, niet verwisselbare lithiumionbatterij; maximaal voltage 4,1 V. Typerende capaciteit van 830 mah. De batterij voldoet aan UL Lading voldoende voor maximaal 3 dagen normaal gebruik De zender onder water dragen Maximaal 1 meter (3 voet) onder water gedurende niet langer dan 45 minuten Hematocriet (uw bloedglucose controleren) 15% tot 65% Zendermateriaal dat contact met de huid maakt De zender is voorzien van een temperatuursonde vervaardigd van roestvrij staal dat tijdens het dragen contact met de huid maakt. Roestvrij chirurgisch staal bevat 8% 14% nikkel. Radiofrequentie Zenderbereik: Maximaal 3 meter (10 voet) door RF doorlatende materialen; maximaal 30 meter (100 voet) bij afwezigheid van RF reflecterende materialen De transmissiefrequentie en het vermogen van de zender: Minder dan 100 uw (-10 dbm) bij 433,6 MHz op een afstand van minimaal 3 meter Bandbreedte ontvanger: Bandbreedte 102,4 khz bij 433,6 MHz 56
60 Bijlage B: Uitleg van symbolen Niet opnieuw gebruiken Steriel Uiterste gebruiksdatum Serienummer Voorzichtig Temperatuurlimieten Niet gebruiken als de verpakking beschadigd is Patiëntverbinding type BF IP27 Fabrikant Bedieningsinstructies raadplegen Batchcode Catalogusnummer Gemachtigd vertegenwoordiger in de Europese Gemeenschap CE-markering De zender weerstaat onderdompeling in 1 meter water gedurende maximaal 30 minuten Droog houden Niet-ioniserende straling 57
61 Bijlage C: Ontvangerschermen Rapporten Glucosegeschiedenis CGM-geschd. (10 min, 60 min, 120 min) BG-geschiedenis Glucosealarmgeschiedenis Gebeurtenisgeschied Tijdlijngrafiek CGM-waarden BG-waarden Aansl. op sensor AANSL. OP SENSOR Houd de ontvanger naast de sensor. Bezig met zoeken naar de sensor... Status Overzicht pictogramstatus Volgende kalibratie Sensorstatus Gegevens zender Gegevens ontvanger HOOFDMENU Aansl. op sensor Alarmen Rapporten Voorval toevoegen Status Instellingen Handmatig kalibreren Alarmen Geluid/Trillen Alarmen uit Glucosealarmen Dag/nacht-begintijden Dagglucosedrempel Nachtglucosedrempel Tonen Slaapstand instelln Opladen instellen Voorval toevoegen Insuline Voedsel Lichaamsbeweging Gezondheidstoestand Aangepast Handmatig kalibreren HANDMATIG KALIBRERN Wilt u kalibreren? Instellingen Datum/tijd Weergave Glucosedoelwaarden Zelftest Training (Wachtwoordbeveiligde functie voor diabetesbehandelaar) Nee Ja 58
62 Bijlage D: Ontvangerpictogrammen Pictogram Niet aan het opladen Bezig met opladen Opgeladen Geluid en Trillen Indicatoren in afleesvenster Batterij ontvanger Het Batterij-pictogram bevat 1 tot 4 balken. Elke balk staat voor 25% batterijlading. Een pictogram zonder stekker betekent dat de batterij op dat moment niet wordt opgeladen. Een pictogram met stekker betekent dat de batterij op dat moment wordt opgeladen. Als het gehele pictogram groen is, geeft dat aan dat de ontvanger helemaal opgeladen is. Instellingen voor geluid/trillen De instellingen voor geluid en trillen van uw ontvanger. De instellingen hebben betrekking op alarmen voor glucose, gegevensverlies en het systeem, maar niet op uw Voortgangstonen. Alleen geluid Alleen trillen 59 Alarmen uit Aangesloten Niet aangesloten Zandloper Bloeddruppel Het pictogram Alarm uit wordt weergegeven wanneer de geluidsalarmen uitgezet zijn. Draadloze verbinding De status van de draadloze verbinding tussen de ontvanger en uw zender. Het systeem toont het pictogram Niet aangesloten wanneer de zender en de ontvanger niet met elkaar communiceren. Kalibratiestatus Het Zandloper-pictogram wordt weergegeven wanneer kalibratie nodig is maar het systeem nog niet klaar is om te worden gekalibreerd of wanneer glucoseresultaten tijdelijk niet beschikbaar zijn. U kunt uw bloedglucose nog wel controleren. Zie Hoofdstuk 7, Kalibreren, voor nadere informatie. Het Bloeddruppel-pictogram geeft aan dat het tijd is om te kalibreren. Batterij van de zender (alleen op het Statusscherm te zien, Menu Status) Er zijn 1 tot 4 balken. Elke balk staat voor 25% batterijlading.
63 Bijlage E: Standaardinstellingen Navigator II-parameter Bereik Standaardwaarde Lage doelwaarde Hoge doelwaarde GLUCOSEDOELWAARDEN mg/dl (3,3-13,8 mmol/l) mg/dl (3,4-13,9 mmol/l) GELUID/TRILLEN 80 mg/dl (4,4 mmol/l) 140 mg/dl (7,8 mmol/l) Alarm Geluid, Geluid+tril., Trillen Geluid Volume Laag, Medium, Hoog Medium Voortgangstonen Uit, Hoog, Laag Hoog GLUCOSEALARMEN Begintijd dag Elk uur 08:00 Begintijd nacht Uit, Elk uur Uit Lage glucose Hoge glucose ALARMEN OVERDAG EN ALARMEN S NACHTS mg/dl (3,3-6,6 mmol/l) mg/dl (6,7-16,7 mmol/l) 65 mg/dl (3,6 mmol/l) Verwacht laag 10, 20, 30 min 10 min Verwacht hoog 10, 20, 30 min 30 min Lage glucose, Hoge glucose, Verwacht laag, Verwacht hoog, Gegevensverlies, Systeem TONEN Uit, Pieptoon, Klingelen, Tjirpen, Klok, Vreugde, Ritme, Trillen 300 mg/dl (16,7 mmol/l) Pieptoon Navigator II-parameter Bereik Standaardwaarde Lage glucose Hoge glucose SLAAPSTAND INSTELLN min, stappen van 5 minuten min, stappen van 5 minuten DATUM- EN TIJDWEERGAVE 15 min 15 min Tijdweergave* 12 uur, 24 uur 12 uur Datumweergave* Dag eerst, maand eerst Maand eerst WEERGAVEVOORKEUREN Taal* Afhankelijk van land Engels Time-out 15, 20, 30, 45, 60, 90, 120 sec 15 sec Decimaal formaat* x.x of x,x x,x GEGEVENS VERBERGEN CGM-gegevens verbergen Verbergen, Tonen Tonen OPLADEN INSTELLEN Geluid toevoegen Ja, Nee Ja * Standaardinstellingen voor Datumformaat, Tijdformaat, Taal, Decimaalformaat kunnen anders zijn, overeenkomstig lokale instellingen. 60
64 61 Verklarende woordenlijst HOOFDSTUK 14 Adapters De stekkers bij uw wisselstroomoplader waarmee u deze in uw geografische regio kunt gebruiken. Afwisselen van inbrengplaats De praktijk om elke keer dat u een nieuwe sensor inbrengt, dit te doen op een andere plaats van het lichaam dan waar de vorige sensor zat. De nieuwe sensor moet op minstens 2,5 cm (1 inch) afstand van de plaats van de vorige worden ingebracht. Alarm Een waarschuwing dat er een gebeurtenis heeft plaatsgevonden waar u aandacht aan moet besteden. Alarmen aan Een ontvangerfunctie waarmee u geluidsalarmen en waarschuwingen weer aan kunt zetten voordat de geprogrammeerde periode waarin de alarmen uitgezet zijn, afgelopen is. Als u bijvoorbeeld uw alarmen gedurende 5 uur hebt uitgezet en u wilt na 2 uur dat de alarmen weer werken, dan kunt u de Alarmen aan-functie gebruiken om de alarmen weer aan te zetten. Alarmen uit Een ontvangerfunctie waarmee u de meeste geluidsalarmen en waarschuwingen gedurende 1 tot 12 uur kunt uitzetten. Wanneer deze functie wordt gebruikt, worden alle systeemalarmen, Verwachte-glucosealarmen en Hoge-glucosedrempelalarmen uitgezet. Hiermee zet u niet het trillen uit voor alarmen die op trillen zijn ingesteld. Lage-glucosedrempelalarmen worden niet met de uitzetten-functie uitgezet. Alarmgevoeligheid Een instelling die u kunt aanpassen om de Verwachte Lage-/Hoge-glucosealarmen (vroege waarschuwingsalarmen) eerder of later te laten afgaan. Hoe hoger de gevoeligheid des te eerder het alarm afgaat. Bloedglucose (BG) Een glucosemeting met capillair bloed. Bloedglucoseteststripopening De poort waar u een FreeStyle Lite-teststrip inbrengt om uw bloedglucose te controleren. Capillair bloed Bloed uit een klein bloedvat van uw lichaam (zoals in uw vingertop of een alternatieve plaats) dat gebruikt wordt om in Bloedglucosemodus de bloedglucosespiegel te meten. Capillair bloed wordt eveneens gebruikt voor het meten van de glucosespiegel met traditionele glucosemeters. Continue glucose (CGM) Een glucosemeting die in het interstitiële vocht wordt gedaan en elke minuut naar uw ontvanger wordt verstuurd. Controlevloeistoftest Een test met FreeStyle controlevloeistof, uitgevoerd met de ingebouwde FreeStyle Lite-bloedglucosemeter. Controlevloeistof bevat een bekende hoeveelheid glucose die gebruikt wordt om te controleren of uw ontvanger en teststrips goed werken. Gebeurtenisgeschiedenis-rapporten Een type rapport met informatie over gebeurtenissen die u in de ontvanger hebt geprogrammeerd. Bijvoorbeeld geschiedenissen van recente glucoseresultaten, insulinedoses, koolhydrateninhoud van maaltijden, lichaamsbeweging, gezondheidstoestand enzovoort. Gebeurtenissen Activiteiten en waarnemingen die van invloed zijn op uw glucosespiegel en die u in uw systeem kunt registreren. De ontvanger biedt u de mogelijkheid om Maaltijden, Insuline, Lichaamsbeweging, Gezondheidstoestand en Algemene gebeurtenissen in te voeren. Het bekijken van gebeurtenissen kan u helpen patronen te herkennen in uw glucosespiegel en in hoe u uw diabetes behandelt. Gebeurtenissen die in uw systeem zijn ingevoerd, kunnen op verschillende manieren worden bekeken, zoals in Gebeurtenisgeschiedenisrapporten of Tijdlijngrafiek-rapporten. Gegevensverliesalarm Een alarm dat u waarschuwt wanneer uw ontvanger de glucose niet kan berekenen en uw glucosealarmen niet werken. Het Gegevensverliesalarm klinkt bijvoorbeeld wanneer de verbinding tussen de zender en de ontvanger verbroken is, wanneer de kalibratie vervallen is of wanneer de sensor vervallen is. Glucose-trendrichtingspijlen Aan de pijlen op uw ontvanger kunt u zien of uw glucosespiegel stabiel is, stijgt of daalt, en hoe snel de spiegel verandert. Glucosedoelwaarden De lage en hoge glucosespiegels waarvan u graag wilt dat uw glucose ertussen blijft. De Glucosedoelwaarden staan op de Tijdlijngrafiek en worden gebruikt om statistieken te berekenen. Glucosedoelwaarden zijn iets anders dan en onafhankelijk van de waarden die u gebruikt voor Lage en Hoge-glucosealarmen. Handmatig kalibreren Een menuoptie waarmee u een nieuwe bloedglucosemeting voor kalibratie kunt invoeren. Gebruik deze functie alleen onder leiding van de klantenservice of uw zorgverlener. Gebruik van deze
65 functie kan alle eerdere kalibraties teniet doen. De functie leidt niet tot het einde van de levensduur van de sensor. Hoge-glucosealarm Een alarm dat u waarschuwt wanneer u uw Hogeglucosedrempel overschrijdt. Hoge-glucosedrempel De glucosespiegel die u niet wilt overstijgen. U en uw zorgverlener kiezen de spiegel die voor u goed is en u stelt de drempel in de ontvanger in. Het Hoge-glucosealarm en het Verwachte hoge-glucosealarm zijn gebaseerd op de Hoge-glucosedrempel. Hoofdmenu Het Beginscherm op de ontvanger met een lijst opties waarmee u functies kunt uitvoeren en informatie kunt bekijken. Interstitieel vocht Het vocht in de kleine ruimten tussen de cellen in uw lichaam. Uw continue glucosemetingen zijn gebaseerd op de hoeveelheid glucose in dit vocht. Kalibratie Het proces dat het FreeStyle Navigator II-systeem gebruikt om de glucosemetingen van uw interstitiële vocht te vergelijken met uw bloedglucosemetingen. U moet het systeem kalibreren door ongeveer 1, 2, 10, 24 en 72 uur na het inbrengen van de sensor een bloedglucosetest uit te voeren. Lage-glucosealarm De glucosespiegel waar u niet onder wilt komen. U en uw zorgverlener kiezen de spiegel die voor u goed is en u stelt de drempel in de ontvanger in. Het Lage-glucosealarm en het Verwachte lage-glucosealarm zijn gebaseerd op de Lage-glucosedrempel. Lage-glucosealarm Een alarm dat u waarschuwt wanneer u onder uw Lageglucosedrempel komt. Linker toets De toets met het lampjespictogram die gebruikt wordt om het lampje van de teststripopening aan en uit te doen. Druk 2 seconden op de linker toets wanneer het afleesvenster aan is om het lampje aan of uit te doen. Ontvanger Het draagbare regelapparaat dat draadloos communiceert met de zender en de glucosemetingen weergeeft. De ontvanger is voorzien van een ingebouwde FreeStyle Lite-bloedglucosemeter. De ontvanger werkt op een oplaadbare batterij. Ontvangerafleesvenster Het deel van de ontvanger waar informatie wordt getoond. Oplaadsnoer Een snoer dat de ontvanger met de wisselstroomoplader of een andere gevoede USB-poort verbindt om de ontvanger op te laden. Prikapparaat Een draagbaar instrument met een lancet dat u gebruikt om een druppel bloed voor een glucosecontrole te verkrijgen. Rapporten Informatie over uw glucosespiegel die zodanig wordt gepresenteerd dat dit u en uw zorgverlener helpt bij het analyseren van veranderingen in uw glucosespiegel en uw behandelplan. Er zijn verscheidene typen rapporten beschikbaar. Rechter toets De toets met het aan/uit-pictogram die gebruikt wordt om het afleesvenster van de ontvanger aan en uit te zetten. Druk de rechter toets in om het afleesvenster aan te zetten. Houd de rechter toets 2 seconden ingedrukt om het afleesvenster uit te zetten. Het afleesvenster van de ontvanger start op het Beginscherm. Als de rechter toets korter dan 2 seconden wordt ingedrukt, wordt het Beginscherm 2 seconden getoond, waarna het afleesvenster uit gaat. Respijtperiode Een tijdvenster waarbinnen ieder kalibratie voltooid moet zijn. Als u niet kalibreert voordat de respijtperiode afloopt dan worden de continue glucoseresultaten niet meer weergegeven en worden de alarmen uitgeschakeld. Scherpafvalcontainer Een container waarin u scherp afval veilig kunt afvoeren. Scroll-wiel Met het wiel aan de rechter kant van de ontvanger kunt u door de opties bladeren die u op het afleesvenster ziet. U kunt een optie selecteren of een waarde instellen door het scroll-wiel in te drukken. Sensor Het onderdeel van het systeem dat u onder uw huid aanbrengt. Elke ingebrachte sensor is bedoeld om 5 dagen op zijn plaats te blijven en continu glucosemetingen te verschaffen. Sensoraanbrenger Een eenmalig te gebruiken apparaat dat de sensor in de huid brengt. Sensorcode Een getal dat u op de verpakking van de sensoraanbrenger vindt. Dit codenummer moet in de ontvanger worden ingevoerd nadat u een nieuwe sensor hebt ingebracht en voordat u het systeem kalibreert. Sensorondersteuning Een eenmalig te gebruiken onderdeel dat aan uw huid vastplakt. De sensorondersteuning houdt de zender en de sensor maximaal 5 dagen op uw huid bevestigd. 62
66 63 Sensorplaatsingseenheid De combinatie van 2 onderdelen die u in elkaar zet: de sensorondersteuning en de sensoraanbrenger (met gepre-installeerde sensor). Met de sensorplaatsingseenheid wordt de FreeStyle Navigator II-sensor ongeveer 5 mm onder uw huid ingebracht. Sensorvergrendellipjes Lipjes ter weerszijde van de sensorplaatsingseenheid die kunnen worden ingedrukt om de sensoraanbrenger los te maken van de sensorondersteuning. Sensorvergrendelpen Een plastic pen bovenop de sensoraanbrenger die ontworpen is om te voorkomen dat de sensor per ongeluk wordt vrijgegeven. Deze pen moet worden verwijderd voordat de sensor kan worden ingebracht. Statusinformatie Informatie over het systeem en hoe het functioneert, zoals de resterende sensortijd of batterijcapaciteit. Systeem De afgekorte naam voor het FreeStyle Navigator II continue glucosecontrolesysteem. Systeemalarmen Alarmen in verband met de status van uw systeem. Bijvoorbeeld batterij bijna leeg, tijd voor kalibratie enzovoort. Terug-knop De ovale knop aan de rechter kant van de ontvanger onder het scroll-wiel. Deze knop wordt gebruikt voor het annuleren van een verandering die in een waarde aangebracht is en/of om terug te gaan naar het vorige scherm. Als deze knop ingedrukt wordt gehouden, keert de ontvanger terug naar het Beginscherm. Tijdlijngrafiekrapporten Rapporten met continue glucoselijnen (getekend met intervallen van 10 minuten) voor verscheidene verschillende tijdsperioden (2, 4, 6, 12 of 24 uur). Toetsen De toetsen op de ontvanger die overeenkomen met tekstlabels op het scherm en die de gebruiker selecteerbare opties verschaffen. USB-poort De standaard mini-usb B-poort die met het oplaadsnoer gebruikt wordt om de ontvanger op te laden en in de ontvanger opgeslagen gegevens te uploaden naar een computer. Verbinding Beschrijving van de draadloze communicatie tussen de ontvanger en de zender. De ontvanger en de zender maken verbinding met elkaar wanneer een zender op een sensor is aangesloten en met de ontvanger wordt opgestart. De ontvanger en de zender zijn zodanig ontworpen dat draadloze communicatie over een afstand van maximaal 30 meter (100 voet) in de open lucht mogelijk is. Resultaten kunnen wisselen, afhankelijk van obstructies of andere vormen van radiostoring. Verwacht-laagalarm, Verwacht-hoogalarm Een vroeg waarschuwingsalarm dat u 10 tot 30 minuten van tevoren waarschuwt wanneer uw Lage- of Hogeglucosedrempel bereikt zal worden als de huidige trend zicht voortzet. Voortgangstonen De geluiden die uw ontvanger uitzendt om u te attenderen op de voortgang en de status van specifieke stappen. De ontvanger maakt gebruik van die verschillende tonen: Toon Succes Voortgang Mislukt Zoals deze klinkt Muzikale klingel Twee tonen (als een deurbel) Enkelvoudige ping Wisselstroomoplader Een oplaadapparaat dat in een standaard stopcontact kan worden gestoken en de ontvanger via een USB-poort van stroom voorziet. Zelftest Een reeks tests waarmee de werking van het afleesvenster, de luidspreker, de trilmotor, het teststripopeninglampje en het geheugen van de ontvanger wordt gecontroleerd. De test starten: selecteer Menu Instellingen Zelftest. Zender Een klein elektronisch apparaat dat elektrisch contact maakt met de sensor. De zender verwerkt de signalen van de sensor en stuurt de glucosegegevens eenmaal per minuut naar de ontvanger. De zender heeft een niet-verwijderbare batterij waarmee dagelijks gebruik gedurende ongeveer 1 jaar mogelijk is. Zender-sensoreenheid De combinatie van de sensorondersteuning (met de sensor) en de zender die op uw lichaam wordt gedragen. Zwachtel Een eenmalig bruikbare kleefpleister die over de zendersensoreenheid heen kan worden aangebracht om de eenheid steviger aan uw huid te bevestigen.
67 HOOFDSTUK 15 Index Aangesloten 59 Aansluiten op een nieuwe sensor 13 Adapters 4 Afvoeren 38 Alarm slaapstand instellen 30 Alarmen 23 Alarmen gegevensverlies 25 Alarmen overdag 28 Alarmen uit/aan 30 Alarmen s nachts 28 Alarminstellingen 25 Alarmmeldingen 32 Alarmtonen 27, 29, 30 Baden 37 Bereik draadloze transmissie 37 Bloeddruppel 59 Bloedmonster 19 Datum en tijd instellen 9 De ontvanger opladen 8 De skin van uw ontvanger reinigen 38 De zender aansluiten 12 Douchen 37 Een nieuwe sensor inbrengen 10 Een sensor en een zender verwijderen 15 Een sensor vervangen 14 Een sensor verwijderen 15 FreeStyle Navigator II-systeem 3 Geavanceerde functies 39 Gebeurtenisgeschiedenis 40 Gebeurtenissen toevoegen 40 Geluidsalarmen tijdens het opladen 31 Glucosealarmen 23 Glucosedoelwaarden 40 Glucosegeschiedenis 41 Glucosemeting 20 Glucosestatistieken 43 Hoge-glucosealarm 23, 24 Hoge-glucosemeting 20 Hyperglykemie 1, 20 Hypoglykemie 1, 20 Indicaties voor gebruik 1 Instellingen voor geluid/trillen 29, 30 Kalibreren 21 Klantenservice 51 Lage-glucosealarm 23 Lage-glucosemeting 20 Lancet 19 Levensduur sensor 56 Linker toets 6 Ontvanger 4 Ontvanger: batterij en levensduur batterij 56 Ontvangerafleesvenster 6 Ontvangergeheugen 56 Ontvangerschermen 58 Ontvangerskin 4 Oplaadsnoer 4 Opnieuw op een sensor aansluiten 14 Pictogrammen 59 Prikapparaat 19 Problemen bij het controleren van uw bloedglucose 47 Problemen oplossen 44 Rapporten en registraties bijhouden 41 Rechter toets 6 Reizen 37 Reset-knop 6 Respijtperiode 21 Scroll-wiel 6 Sensoraanbrenger 4 Sensorcode 13 Sensorondersteuning 4 Sensorplaatsingseenheid 4 Slapen 37 Statuspictogrammen 7 Statusscherm 39 Storende stoffen 3 Systeemalarmen 25 Systeemgerelateerde informatie 3 Systeemspecificaties 56 Terug-knop 6 Testen met controlevloeistof 16 Teststrip 16, 18 Teststripopening 6 Tijd en datum 9 Tijdlijngrafiek 42 Trendrichtingspijlen 7 USB-poort 6 Uw bloedglucose controleren 18 Uw ontvanger reinigen 38 Uw zender reinigen 38 Verwachte alarmen 23 Voortgangstonen 25 Waar moet een sensor worden ingebracht? 10 Wanneer moet een sensor worden vervangen? 14 Weergavevoorkeuren 9 Wisselstroomoplader 4 Zandloper 59 Zender 4 Zender-sensoreenheid 4 Zender: batterij en levensduur batterij 56 Zwachtel 15 Zwemmen 37 64
68 Klantenservice: ( CALL - ADC) Abbott Diabetes Care Inc South Loop Road Alameda, CA USA PRT FreeStyle, FreeStyle Lite and FreeStyle Navigator II zijn handelsmerken van de Abbott Group of Companies in verschillende rechtsgebieden ART Rev. A 09/13
Is continue monitoring iets voor mij?
Is continue monitoring iets voor mij? Bloedglucose reguleren kan lastig zijn......je kuntmakkelijkdepieken endalenmissen Navigator II Continuous Glucose Monitoring System CONTINUE MONITORING Continue monitoring
Draadloos Smart Glucosemeetsysteem Snelstarthandleiding
EN Draadloos Smart Glucosemeetsysteem Snelstarthandleiding WELKOM Welkom bij uw ihealth Draadloos Smart Glucosemeetsysteem (het ihealth-systeem). Met dit systeem, dat is ontworpen voor gebruik in combinatie
De nieuwe generatie continue glucosemonitors
Facts De nieuwe generatie continue glucosemonitors Navigator II Continuous Glucose Monitoring System Het FreeStyle Navigator II systeem omvat INGEBOUWDE FREESTYLE GLUCOSEMETER STRIPPOORT met verlichting
Continue glucose monitoring. Informatie en instructie voor volwassenen
Continue glucose monitoring Informatie en instructie voor volwassenen De arts of de diabetesverpleegkundige heeft afgesproken dat bij u een continue glucose monitoring wordt uitgevoerd. Dit is een onderzoek
Wij beschermen mensen
Wij beschermen mensen SafetyTracer handleiding Mopas Lite 1. Functies en eigenschappen 2 2. Veiligheidsinstructies 2 3. Gebruik 3 4. Alarmeren 4 5. Oproep 4 6. Statusoverzicht van de Mopas Lite 4 7. Technische
Handleiding Monty-alarmzender
Handleiding Monty-alarmzender Voorwoord Hartelijk dank voor het gebruik van de Monty-alarmzender. Wij hebben met de grootste zorg deze applicatie en het device ontwikkeld, om u in staat te stellen alarm
Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen.
Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Introductie: Bedankt voor het aanschaffen van deze UHF- PLL 40 kanaals rondleidingsysteem en draadloze
Informatie voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg: Instructies voor gebruik en verwijdering
Informatie voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg: Instructies voor gebruik en verwijdering Lichtje Doseerknop Scherm met aantal toegediende doses IONSYS (fentanyl 40 microgram per dosis, systeem
Handleiding. Opgesteld: oktober Newyu, Inc. Alle rechten voorbehouden.
Handleiding LibreLinkUp is een gratis mobiele app waarmee u glucosewaarden kunt ontvangen van familie en vrienden wanneer zij hun FreeStyle Libre sensor scannen met hun LibreLink app. Elke scan wordt automatisch
11 Oplossen van problemen
11 Oplossen van problemen De Accu-Chek Inform II-meter controleert de onderdelen van het systeem voortdurend op onverwachte en ongewenste problemen. Hieronder volgt een tabel met oplossingen van problemen,
Demoset scanner en sensor. Snelle opstartgids
Demoset scanner en sensor Snelle opstartgids Inhoud Beoogd gebruik... 1 Systeemoverzicht... 1 Scanner... 3 Sensor... 3 Glucose controleren... 6 Geschiedenis bekijken............................... 8 Afvoer..............................................
1.QUICKSTART GUIDE 3 2.PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG 4 3.MONTEREN EN AANSLUITEN VAN DE DEURBEL OP STROOM 5 4.NEERZETTEN OF MONTEREN VAN HET SCHERM 6
GEBRUIKSAANWIJZING 2 INHOUDSOPGAVE 1.QUICKSTART GUIDE 3 2.PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG 4 3.MONTEREN EN AANSLUITEN VAN DE DEURBEL OP STROOM 5 4.NEERZETTEN OF MONTEREN VAN HET SCHERM 6 5.HET PLAATSEN OF
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het Egardia alarmlicht met sirene. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice
Continu glucose-controlesysteem. Gebruikershandleiding
Continu glucose-controlesysteem Gebruikershandleiding Gebruiksaanwijzingen Het FreeStyle Navigator continu glucose-controlesysteem is een glucosemeetinstrument dat bedoeld is voor het doorlopend meten
Inhoudsopgave. Inhoudsopgave
1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Overzicht 3 De headset opladen 4 De headset dragen 4 De headset inschakelen 4 De headset voor dicteren aansluiten 5 De adapter 5 De geluidsinstellingen van
Gebruikershandleiding Monty Alarmzender
Gebruikershandleiding Monty Alarmzender Voorwoord Hartelijk dank voor het gebruik van de Monty alarmzender. Wij hebben met de grootste zorg deze applicatie en het device ontwikkeld, om u in staat te stellen
Continue glucose monitoring. Informatie voor ouders of verzorgers
Continue glucose monitoring Informatie voor ouders of verzorgers Continue glucose monitoring De kinderarts heeft afgesproken dat bij uw kind een continue glucose monitoring wordt uitgevoerd. Dit is een
1.QUICKSTART GUIDE 3 2.PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG 4 3.MONTEREN EN AANSLUITEN VAN DE DEURBEL OP STROOM 5 4.NEERZETTEN OF MONTEREN VAN HET SCHERM 6
GEBRUIKSAANWIJZING INHOUDSOPGAVE 1.QUICKSTART GUIDE 3 2.PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG 4 3.MONTEREN EN AANSLUITEN VAN DE DEURBEL OP STROOM 5 4.NEERZETTEN OF MONTEREN VAN HET SCHERM 6 5.HET PLAATSEN OF UITNEMEN
Gebruiksaanwijzing GPS car cam
Gebruiksaanwijzing GPS car cam productomschrijving Dit product is ontwikkeld met de nieuwste wetenschap en technologie om een high- definition camcorder te ontwerpen. Het wordt niet alleen gebruikt als
Snelstartgids. Inhoud verpakking. De digitale pen
Snelstartgids Waarschuwing Deze Snelstartgids biedt algemene richtlijnen voor de installatie en het gebruik van IRISnotes. Gedetailleerde instructies over het complete functiebereik van IRISnotes vindt
Lader rol reiniging FS 2000 / FS 3000 series
Lader rol reiniging FS 2000 / FS 3000 series Inhoudsopgave Uw machine handmatig reinigen pagina 3 Storingen & oplossingen pagina 13 1. Schakel de machine uit. 2. Open beide kleppen aan de voorzijde. 3.
1.QUICKSTART GUIDE 3 2. PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG 4 3.DEURBEL AANSLUITEN OP STROOM EN BEVESTIGEN AAN DE MUUR 4 4.HET SCHERM IN GEBRUIK NEMEN 7
GEBRUIKSAANWIJZING 2 INHOUDSOPGAVE 1.QUICKSTART GUIDE 3 2. PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG 4 3.DEURBEL AANSLUITEN OP STROOM EN BEVESTIGEN AAN DE MUUR 4 4.HET SCHERM IN GEBRUIK NEMEN 7 5.HET SCHERM NEERZETTEN
TREX 2G Handleiding Pagina 2
Informatie in deze handleiding is onderhevig aan verandering zonder voorafgaande kennisgeving. NEAT Electronics AB behoudt zich het recht hun producten te wijzigen of te verbeteren en wijzigingen aan te
START HIER. Instelling. Uw smartphone. Zender. Gebruiksaanwijzing
START HIER Instelling Uw smartphone Ontvanger Sensor Zender Gebruiksaanwijzing Overzicht G6 Uw mobiele apparaat Dexcom ontvanger Weergaveapparaat Toont glucose-informatie Stel uw mobiele apparaat, Dexcom
SenseAir psense-ii: Gebruikshandleiding
SenseAir psense-ii: Gebruikshandleiding NETVOEDING/BATTERIJEN De psense-ii gebruikt vier oplaadbare penlite (AA) batterijen. Om de batterijen te plaatsen of te vervangen moet je met een schroevendraaier
Aan de slag. Model: 5800d-1. Nokia 5800 XpressMusic 9211311, Uitgave 1 NL
Aan de slag Model: 5800d-1 Nokia 5800 XpressMusic 9211311, Uitgave 1 NL Toetsen en onderdelen 9 Tweede camera 10 Volume-/zoomtoets 11 Mediatoets 12 Scherm en toetsvergrendelingsschakelaar 13 Opnametoets
Afbeelding: V1.0. Klantenservice: 0165-751308 [email protected]. 2. Uitleg van de toetsen Gebruik de afbeelding V1.
Afbeelding: V1.0 2. Uitleg van de toetsen Gebruik de afbeelding V1.0 voor deze tabel De groene hoorn met OK erop Enter/beantwoorden Bellen In stand-by: Toegang naar bellijst In menu: enter knop De rode
BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER
BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER Snel installatiegids DA-30501 Inhoud Vóór gebruik... 2 1. Informatie over de DA-30501... 2 2. Systeemeisen... 2 3. Overzicht... 2 Aan de slag... 3 1. De batterij van de
DAB+ FM-RADIO DAB-42 GEBRUIKSHANDLEIDING
DAB+ FM-RADIO DAB-42 GEBRUIKSHANDLEIDING Lees deze gebruikshandleiding a.u.b. zorgvuldig door voorafgaand aan gebruik en bewaar de instructies als eventueel naslagwerk. PRODUCTOVERZICHT 1 Aan/Uit/Modus-knop
Welkom bij payleven. Bovenop Magneetstriplezer. Voorkant. Bluetooth-symbool. Batterij indicator. USBpoort. Aan/uit
Welkom bij payleven Samen met onze gratis app en uw eigen smartphone of tablet bent u nu klaar om pin- en creditcardbetalingen te accepteren. Hier volgt een uitleg van de verschillende mogelijkheden en
Manuel d utilisation Gebruikershandleiding. Système de surveillance de la glycémie Bloedglucosemeetsysteem
Manuel d utilisation Gebruikershandleiding Système de surveillance de la glycémie Bloedglucosemeetsysteem ART22310-012_Rev-C.indd 1 Inhoudsopgave De FreeStyle Freedom Lite-meter en hoe deze werkt.........................
Programmeer- en bedieningsinstructies
KNSV-6000 elektronisch KNSV-6020 elektronisch KNSV-7000 elektronisch Programmeer- en bedieningsinstructies CODES - DE BASIS BEDIENINGSINSTRUCTIES De door de fabriek ingestelde mastercode is #1234. Deze
Uitschakelen in noodgevallen Doe de touch-key kort in de opening op het bedieningspaneel. Het alarm zal uitgaan.
Basis handeling Het systeem inschakelen Kort op de grote (in-/uitschakelen) knop drukken. Alarm klinkt eenmaal kort. Voortentlamp gaat 30 seconden aan. Het duurt 15 seconden voordat het alarm op beweging
Programmeerbare plug-in thermostaat HT-600
Deze plug-in thermostaat is bestemd voor gebruik in elektrische verwarmingselementen en soortgelijke apparatuur. Knop Functie Stroom aan/uit Temp. omhoog of temp. instellen Temp. omlaag of temp. instellen
DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding
DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu 1. Aan de slag: Het uiterlijk bekijken: Sensor voor afstandsbediening 2. Knoppen en aansluitingen: (1). Menu/Terug;
R-99 COMPUTER INSTRUCTIONS
R-99 COMPUTER INSTRUCTIONS LCD Display Liquid Crystal Display SPM Weergave Functie Identificatie 1. STOP Display = STOP status 2. Manueel Display = 1~16 Weerstand levels 3. Program Display = P1~P12 4.
Innovative Growing Solutions. Datalogger DL-1. software-versie: 1.xx. Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL
Innovative Growing Solutions Datalogger DL-1 software-versie: 1.xx Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL DL-1 Datalogger gebruikershandleiding Bedankt voor het aanschaffen van de TechGrow
Gebruiksaanwijzing Nederlands. Alarmsysteem & Sensorpleister
Gebruiksaanwijzing Nederlands Alarmsysteem & Sensorpleister Gebruiksaanwijzing Alarmsysteem & Sensorpleister Dutch version 2007 Redsense Medical AB Box 287 301 07 Halmstad, Sweden www.redsensemedical.com
Handleiding U8 Wireless Headset
Voorwoord Bedankt dat je voor de Music Headsets hebt gekozen Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig voor de juiste instructies om het voordeel van ons product te maximaliseren. Onze headsets zijn goed
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Geachte bezitter van een BM Diamond mini bloedglucosemeter Gefeliciteerd met uw BM Diamond Mini bloedglucosemeter. In deze handleiding staat belangrijke informatie die u helpt om
introductie Nederlands
Introductie De Betachek G5 meter is ontwikkeld om jarenlang betrouwbare resultaten te geven zonder problemen. De snelheid en de unieke geheugenkaart besparen u tijd en moeite. Lees deze handleiding volledig
Opstart Guardian Connect. Diabetesteam 2018
Opstart Guardian Connect Diabetesteam 2018 GUARDIAN CONNECT Programma Overzicht Guardian Connect-system Plaatsing Sensor Aan de slag met Guardian Connect Gebruik van de Guardian Connect-app Alarm en instellingen
3 Breng de punt van de kabel in het plastik onderdeel zoals wordt getoond in figuur 4.
Iridium G243 1 Haal het apparaat uit de verpakking en controleer of alle onderdelen aanwezig zijn: (A) Centraal gedeelte, (B) stuur, (C) elektronische monitor, (D) schroeven, (E) schroeven, (F) ringen,
Opladen Opmerkingen Vragen?... 11
Aanwezigheidsregistratie Release 1 2018 1 e kwartaal Model: X-9200B Inhoudsopgave Activiteiten aanmaken... 2 Hoe werkt het registratieproces?... 4 Aan de slag: Draadloos scannen met een smartphone, tablet
Het NESS H200 Wireless-systeem bedienen
Hoofdstuk Het NESS H200 Wireless-systeem bedienen 9 Vereisten voor RF-communicatie De besturingseenheid en orthese moeten zich binnen het RF-communicatiebereik bevinden om draadloos te kunnen communiceren.
TYRECONTROL «P» A-188
TYRECONTROL «P» A-188 Handleiding (NL) 2 Uitvoering De TYRECONTROL «PRO-P» geeft u de volgende mogelijkheden: - Het meten van de bandenspanning - Het regelen van de bandenspanning (alleen reduceren) -
1.QUICKSTART GUIDE 3 2.PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG 4 3.MONTEREN EN AANSLUITEN VAN DE DEURBEL OP STROOM 5 4.HET SCHERM IN GEBRUIK NEMEN 8
GEBRUIKSAANWIJZING 2 INHOUDSOPGAVE 1.QUICKSTART GUIDE 3 2.PRODUCTAFBEELDING MET UITLEG 4 3.MONTEREN EN AANSLUITEN VAN DE DEURBEL OP STROOM 5 4.HET SCHERM IN GEBRUIK NEMEN 8 5.HET SCHERM NEERZETTEN EN OPLADEN
Duurzame energie. Aan de slag met de energiemeter van LEGO
Duurzame energie Aan de slag met de energiemeter van LEGO LEGO, het LEGO logo, MINDSTORMS en het MINDSTORMS logo zijn handelsmerken van de LEGO Group. 2010 The LEGO Group. 1 Inhoudsopgave 1. Overzicht
Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat
Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat Techneco Energiesystemen BV Kleveringweg 9 2616 LZ Delft T. 015 21 91 000 Symbolen Beschrijving Menu selecteren, wisselen bedrijfsmodus Verstellen waarde
Switch. Handleiding 200.106.110117
Switch Handleiding 200.106.110117 Hartelijk dank voor uw aanschaf van deze uitbreiding van uw Plugwise systeem. Met de Switch kunt u draadloos de elektrische stroom naar de apparaten in uw Plugwise netwerk
Electronische loep "One"
Electronische loep "One" Eenvoudige, betaalbare, elektronische loep voor mensen met visuele beperkingen Deze draagbare elektronische loep geeft een scherp beeld en hoog contrast met een vergroting van
Waarschuwingen. Het onderstaande symbool geeft belangrijke of nuttige informatie aan die u in gedachte dient te houden.
De onderstaande symbolen worden in de handleiding en op het apparaat zelf gebruikt als waarschuwing. Hiermee wordt getoond hoe het product veilig en correct wordt gebruikt om persoonlijk letsel aan u en
Inhoudsopgave: Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Televisie menu. 4 Radio menu. 6 MiniGids. 8 TV Gids . Programma informatie oproepen. Kiezen en Kijken...
TV Menu Inhoudsopgave: Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Televisie menu. 4 Radio menu. 6 MiniGids. 8 TV Gids. 11 Programma informatie oproepen. 20 Kiezen en Kijken... 22 Bedienen van Kiezen en Kijken.. 24 Eredivisie
BEP 600-TLM2 CONTOUR MATRIX TANK MONITOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING
BEP 600-TLM2 CONTOUR MATRIX TANK MONITOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING INDEX KENMERKEN 3 AFMETINGEN 3 AANSLUIT SCHEMA 4 GEBRUIK 5 NOTITIES 6 ALARMEN EN STILALARM 7 MENU OVERZICHT 7 SET-UP EN PROGRAMMERING
WWW.TECHGROW.NL. TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00
WWW.TECHGROW.NL TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER software versie: 1.00 HANDLEIDING TechGrow HS-1 handleiding GEFELICITEERD! U heeft de TechGrow HS-1 Portable CO 2 Meter aangeschaft. De HS-1 CO 2 Meter
Welch Allyn Connex Spot Monitor - Snelzoekkaart
Welch Allyn Connex Spot Monitor - Snelzoekkaart Inhoudsopgave Aan/uit-knop...2 Uitschakelen...2 Aanmelden en een profiel selecteren...2 Batterijstatus...2 Profiel wijzigen...2 Bloeddrukmeting starten/stoppen...2
NL Jam Plus. Hartelijk dank voor de aanschaf van de HMDX Jam Plus draadloze luispreker. Waar je een Jam vindt, vind je een feest!
NL Jam Plus Hartelijk dank voor de aanschaf van de HMDX Jam Plus draadloze luispreker. Waar je een Jam vindt, vind je een feest! Lees deze instructies door en bewaar ze om ze later te kunnen raadplegen.
Parkinson Thuis Probleemoplossing
Parkinson Thuis Probleemoplossing Probleemoplossing Fox Inzicht App In sommige gevallen kan er een handeling van uw kant nodig zijn om ervoor te zorgen dat de apps altijd ingeschakeld zijn. Dit zal voornamelijk
MyDiagnostick 1001R - Apparaat Handleiding DSF FINAL Revision 1. MyDiagnostick 1001R. Apparaat Handleiding. Page 1 of 11
MyDiagnostick 1001R Apparaat Handleiding Page 1 of 11 Table of Contents 1 INLEIDING... 3 1.1 Gebruiksdoel... 3 1.2 Software... 3 1.3 Informatie regelgeving... 3 1.4 Waarschuwingen... 3 2 VERPAKKING...
Extra handset met lader. Gebruiksaanwijzing
Phoenix 300 Extra handset met lader Gebruiksaanwijzing Inhoud verpakking Controleer de inhoud van de verpakking voordat u de gebruiksaanwijzing doorneemt. In de verpakking moet u het volgende aantreffen:
I. Specificaties. II Toetsen en bediening
I. Specificaties Afmetingen Gewicht Scherm Audioformaat Accu Play time Geheugen 77 52 11mm (W*H*D) 79g 1,3inch OLED-scherm MP3: bitrate 8Kbps-320Kbps WMA: bitrate 5Kbps-384Kbps FLAC:samplingrate 8KHz-48KHz,16bit
E-LEARNING. E-learning voor succesvol meten met de qlabs INR meter
E-LEARNING E-learning voor succesvol meten met de qlabs INR meter De qlabs INR meter De qlabs INR meter wordt standaard geleverd in een luxe stevige verpakking. De qlabs INR meter compact, compleet en
Gebruikershandleiding. Taltz 80mg oplossing voor injectie in voorgevulde pen. Ixekizumab
Gebruikershandleiding Taltz 80mg oplossing voor injectie in voorgevulde pen Ixekizumab Voordat u uw voorgevulde pen gebruikt: Belangrijk om te weten Lees voordat u de Taltz voorgevulde pen gaat gebruiken
Gebruikersinstructie nieuwe Statenleden Asus T100 en T300
Gebruikersinstructie nieuwe Statenleden Asus T100 en T300 Een drietal zaken zijn van belang om direct na in ontvangst name van uw tablet te regelen om de veiligheid van uw gegevens te waarborgen. Schakel
Montagevoorschriften
Montagevoorschriften BCU Mont_BCU1_NL.Doc 1/9 Inhoudsopgave 1. Montage van de onderdelen... 3 2. Aansluitingen van de 8 polige stekker... 3 3. Aansluitingen van de 10 polige stekker... 4 4. Opstarten...
CMP-VOIP80. VoIP + DECT TELEFOON. English Deutsch Français Nederlands Italiano Español Magyar Suomi Svenska Česky ANLEITUNG MANUAL MODE D EMPLOI
MANUAL MODE D EMPLOI MANUALE HASZNÁLATI ÚTMUTATÓ BRUKSANVISNING CMP-VOIP80 VoIP + DECT TELEFOON ANLEITUNG GEBRUIKSAANWIJZING MANUAL DE USO KÄYTTÖOHJE NÁVOD K POUŽITÍ Česky Svenska Suomi Magyar Español
Plantronics Calisto II -headset met Bluetooth USB-adapter Gebruikershandleiding 56-K61L-23004
56-K61L-23004 Plantronics Calisto II -headset met Bluetooth USB-adapter Gebruikershandleiding Inhoudsopgave Inhoud van de verpakking... 1 Functies van het product... 2 De headset en de USB Bluetooth-adapter
H A N D L E I D I N G D A Z A T O O L S - O N T V A N G E R
H A N D L E I D I N G D A Z A T O O L S - O N T V A N G E R 2 0 1 6 0 8 2 4 INHOUDSOPGAVE 1. Software in 3 stappen geïnstalleerd...1 Stap 1: Downloaden van de software...1 Stap 2: Starten met de installatie...2
Bee-Bot Oplaadbare, kindvriendelijk, programmeerbare vloerrobot
Bee-Bot Oplaadbare, kindvriendelijk, programmeerbare vloerrobot GEBRUIKERS- HANDLEIDING www.tts-shopping.com Bee-Bot is een bekroonde programmeerbare vloerrobot met een eenvoudige, kindvriendelijke lay-out,
BYDUREON 2 mg poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie met verlengde afgifte
INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER Uw stap voor stap handleiding BYDUREON 2 mg poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie met verlengde afgifte Heeft u vragen over het gebruik van BYDUREON? Zie de veel
LIVECHESS QUICK SET-UP CAÏSSA
LIVECHESS QUICK SET-UP CAÏSSA MA_NED_LiveChess_Quick Set-up Caïssa_Rev1509b 1 Inhoud: DGT LiveChess... 2 Caïssa Systeem... 2 DGT Caïssa setup.... 3 BoMo... 3 BoMo batterijen... 3 Aansluiting BoMo naar
CA2010 Handleiding Digitale Alcoholmeter
CA2010 Handleiding Digitale Alcoholmeter Onderdelen Mondstuk Uitgang adem (Niet afdekken) LCD Scherm Aan/Uit Schakelaar Lichtnet Aansluiting Batterij Compartiment (Achterkant) Deze meter is bestemd om
Handleiding voor VAT810-CO2/SD-B Luchtkwaliteit monitor
Handleiding voor VAT810-CO2/SD-B Luchtkwaliteit monitor 1. Algemene beschrijving 2. Gebruiksvoorschriften 3. Bediening & Aansluitingen 4. Gebruiksinstructies 5. Stroomvoorziening 6. Communicatie 7. Uitgangsignaal
Hallo, laten we beginnen. Sound Rise Draadloze Speaker & Wekkerklok
Hallo, laten we beginnen. Sound Rise Draadloze Speaker & Wekkerklok Welkom bij uw nieuwe Sound Rise! Wij hebben Sound Rise ontwikkeld voor muziekliefhebbers zoals u. Begin de dag met uw favoriete muziek,
ParkinsonThuis Studie. Installatiehandleiding
ParkinsonThuis Studie. Installatiehandleiding Inhoud Inleiding... 3 1. Installeren van de Pebble app... 4 2. Koppelen van het Pebble horloge en de smartphone... 6 3. Installeren van de Fox Inzicht App...
Gebruikershandleiding BT TRANSPONDER
Gebruikershandleiding BT TRANSPONDER Voorwoord Hartelijk dank voor het gebruik van de MOPAS BT Transponder. Wij hebben met de grootste zorg deze applicatie en het device ontwikkeld om personen in staat
SimPhone. Handleiding Gebruik. Nederlands. Versie 3.0
pc SimPhone Handleiding Gebruik Versie 3.0 Nederlands Gefeliciteerd met uw SimPhone! Wist u dat? U heeft 1 jaar lang gratis hulp en ondersteuning van een SimCoach! Bel of mail een SimCoach + 31 (0)20 422
Handleiding versie 1.1. Zie ook www.emdrkit.com. Lees voor gebruik van de EMDR kit deze handleiding.
Handleiding versie 1.1 Zie ook www.emdrkit.com Lees voor gebruik van de EMDR kit deze handleiding. Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1 De controller... 3 1.1 Aan/uit... 3 1.2 Starten... 3 1.3 Pauzeren...
Hooi-, stro-, kuilvochtigheidsmeter
Hooi-, stro-, kuilvochtigheidsmeter BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN WILE 27 VOCHTIGHEIDSMETER NL Bedieningsvoorschriften Meegeleverd in de verpakking - Wile 27 vochtigheidsmeter - Gebruiksaanwijzing - 9 V 6F22
Handleiding versie 1.3. Zie ook Lees voor gebruik van de EMDR kit deze handleiding.
Handleiding versie 1.3 Zie ook www.emdrkit.nl Lees voor gebruik van de EMDR kit deze handleiding. Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1 De controller... 3 1.1 Aan/uit... 3 1.2 Starten... 3 1.3 Pauzeren...
Handleiding Vuzix Smart Glass en Netgear kastje
Handleiding Vuzix Smart Glass en Netgear kastje In deze handleiding wordt uitgelegd hoe de Vuzix Smart Glass werkt en hoe deze gebruikt kan worden voor het inbellen met de applicatie Genzõ. Deel I: In
Boston 630. Gebruiksaanwijzing. Digitale draadloze telefoon. Extra handset met lader
Boston 630 Digitale draadloze telefoon Gebruiksaanwijzing Extra handset met lader Inhoud verpakking Controleer de inhoud van de verpakking voordat u de gebruiksaanwijzing doorneemt. In de verpakking moet
Afstandsbediening Telis 16 RTS
Afstandsbediening Telis 16 RTS Bedieningshandleiding Telis 16 RTS Pure Art.nr. 1811020 Telis 16 RTS Silver Art.nr. 1811021 Afstandsbediening Telis 16 RTS 16 Kanaals zender met display Telis 16 RTS Pure
H A N D L E I D I N G E L V 1 5
H A N D L E I D I N G E L L @ V 1 5 INHOUD Revision Data... 2 Introductie... 3 Ell@ Layout... 4 Aanzetten Ell@... 5 Unlocken van Ell@... 5 Hoofdmenu... 5 Raadplegen planning... 6 Invoeren prestatie...
TRUST VIBRATION FEEDBACK RALLY MASTER II
1 Inleiding Deze handleiding is bedoeld voor gebruikers van de VIBRATION FEEDBACK RALLY MASTER II. De VIBRATION FEEDBACK RALLY MASTER II is te gebruiken bij het spelen van race spellen of andere vergelijkbare
StyleView Envelope Drawer
User Guide StyleView Envelope Drawer www.ergotron.com User's Guide - English Guía del usuario - Español Manuel de l utilisateur - Français Gebruikersgids - Nederlands Benutzerhandbuch - Deutsch Guida per
Bedieningen Dutch - 1
Bedieningen 1. Functieschakelaar Cassette/ Radio/ CD 2. Golfband schakelaar 3. FM antenne 4. CD deur 5. Schakelaar om zender af te stemmen 6. Bass Boost toets 7. CD skip/ voorwaarts toets 8. CD skip/ achterwaarts
aê~~çäçòé=rsnm=fm=ab`qjíéäéñççå
jáíéä aê~~çäçòé=rsnm=fm=ab`qjíéäéñççå De draadloze Mitel 5610-telefoon en IP DECT-standaard bieden functies voor de verwerking van 3300 ICP SIP-oproepen op een draadloos toestel De IP DECT-standaard biedt
HANDLEIDING BEDIENINGSPANEEL
HANDLEIDING BEDIENINGSPANEEL Inhoud INSTALLATIE...2 AANMELDEN...3 WACHTWOORDEN MANAGEN...4 ALARM IN- EN UITSCHAKELEN...6 FUNCTIES...8 SPECIFICATIES...9 WACHTWOORD RESETTEN...9 1 INSTALLATIE Meegeleverd:
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Geachte bezitter van het BM Diamond VOICE-meetsysteem Dank u voor het aanschaffen van het BM Diamond Voice bloedglucosemeetsysteem. In deze handleiding staat belangrijke informatie
InteGra Gebruikershandleiding 1
InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.
TYRECONTROL A-186. Gebruikershandleiding (NL)
TYRECONTROL A-186 Gebruikershandleiding (NL) 2 Uitvoering De TYRECONTROL dient speciaal voor de controle op de banden van uw voertuig. De TYRECONTROL heeft de volgende functies: - Het meten en opslaan
HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT
HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT Technische gegevens: Spanning: 230-240VAC + aarde Frequentie: 50-60Hz Weerstandsbelasting: 16A (3600W-230VAC) Inductieve belasting: 1A IP Waarde: IP21 Aanpassing:
installatiehandleiding Rookmelder
installatiehandleiding Rookmelder INSTALLATIEHANDLEIDING ROOKMELDER Gefeliciteerd met de aankoop van de WoonVeilig rookmelder. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88 E-mail WoonVeilig [email protected]
SmartHome Huiscentrale
installatiehandleiding SmartHome Huiscentrale Vervanging voor WoonVeilig Huiscentrale (model WV-1716) INSTALLATIEHANDLEIDING SMARTHOME HUISCENTRALE Website WoonVeilig www.woonveilig.nl Klantenservice Meer
GPS NAVIGATION SYSTEM QUICK START USER MANUAL
GPS NAVIGATION SYSTEM QUICK START USER MANUAL DUTCH Van start gaan Als u de navigatiesoftware de eerste keer gebruikt, wordt een automatisch proces gestart voor het instellen van de basisinstellingen.
AutoRAE 2-systeem Snelstart
Setup Alvorens de AutoRAE 2-controller en AutoRAE 2-slede(s) te gebruiken om de instrumenten uit de ToxiRAE Pro-serie en/of QRAE 3- en/of MultiRAE-serie (pompversies) te bumptesten of kalibreren, dient
Introductiehandleiding NEDERLANDS CEL-SV5DA2 8 0
Introductiehandleiding NEDERLANDS CEL-SV5DA2 8 0 Inhoud van de verpakking Controleer, voordat u de camera in gebruik neemt, of de verpakking de onderstaande onderdelen bevat. Indien er iets ontbreekt,
Informatie voor de patiënt Gebruik van de Pijn-pomp
Informatie voor de patiënt Gebruik van de Pijn-pomp Richtlijnen voor het gebruik van de PCA-pomp INLEIDING: Als onderdeel van Uw behandeling wordt gebruik gemaakt van een PCA-pomp. Deze pomp wordt gebruikt
