MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST
|
|
|
- Emmanuel van Dam
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 17 januari 2017 met nummer MHHC/M/1617/0008 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0036/M Verzoekende partij de bvba VERGAUWE K EN P, met woonplaatskeuze te 8620 Nieuwpoort, Molenstraat 31 Verwerende partij het VLAAMSE GEWEST vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, ten verzoeke van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw voor wie optreedt, bij delegatie: de gewestelijke entiteit (de afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer, AMMC) met kantoren te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20 bus 8 vertegenwoordigd door advocaat Bart BRONDERS met woonplaatskeuze op het kantoor te 8400 Oostende, Archimedesstraat 7 I. BESTREDEN BESLISSING De verzoekende partij vordert met een aangetekende brief van 26 november 2015 de vernietiging van de beslissing van de gewestelijke entiteit van 21 oktober 2015, gekend onder nummer 13/AMMC/1000-M/CDM/WVM. De bestreden beslissing legt aan de verzoekende partij een alternatieve bestuurlijke geldboete op van euro (567 euro verhoogd met de opdeciemen) wegens schending van artikel 4, 1 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna: Milieuvergunningsdecreet) en artikel 5, 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna: VLAREM I). Aan de verzoekende partij wordt verweten dat zij zonder milieuvergunning afvalstoffen heeft opgeslagen in strijd met artikel 4, 1 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet) en van artikel 5,51 VLAREM I. II. VERLOOP VAN DE RECHTSPLEGING De verwerende partij dient een antwoordnota en het administratief dossier in. De verzoekende partij dient geen wederantwoordnota in. De verwerende partij dient geen laatste nota in. De kamervoorzitter behandelt de vordering tot vernietiging op de openbare zitting van 13 december
2 Advocaat Liesbeth TOMMELEIN loco advocaten Bart BRONDERS en Clive ROMMELAERE heeft het woord gevoerd voor de verwerende partij. De verwerende partij, hoewel behoorlijk opgeroepen, verschijnt niet ter zitting. Het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (DBRC-decreet) en het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (Procedurebesluit) zijn toegepast. III. FEITEN Op 28 januari 2013 begeven de heer Ivan VANSEVENANT, inspecteur van politie, en de heer Luc LEYE, milieuambtenaar van de Stad Nieuwpoort, zich naar de eigendom van verzoekende partij in de Hemmestraat 43. Zij doen de volgende vaststellingen: Wanneer men in de weg rijdt richting eigendom van VERGAUWE Kris komt men eerst een grote loods tegen. Aan de zijkant van deze loods stellen wij vast dat er naast een kraan een opslag is van een grote hoeveelheid zand (zie foto 1). Naast deze hoop zand ligt er nog een kleine hoeveelheid steenpuin (zie foto 2). In de hoek van het terrein zien wij dat er nog een kleine hoop zand ligt (zie foto 3). De grond is niet verhard en is in aarde. Rondom deze plaats is er wel een groenscherm aangebracht. OVERTREDING Vlaamse codex ruimtelijke ordening: Art Niemand mag zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning: 4 het reliëf van de bodem aanmerkelijk wijzigen, onder meer door de bodem aan te vullen, op te hogen, uit te graven of uit te diepen waarbij de aard of de functie van het terrein wijzigt; 5 een grond gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten voor: a) het opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen, of van allerlei materialen, materieel of afval, b) het parkeren van voertuigen, wagens of aanhangwagens, c) het plaatsen van één of meer verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt, in het bijzonder woonwagens, kampeerwagens, afgedankte voertuigen en tenten, met uitzondering van het kamperen op een vergund of van vergunning vrijgesteld openluchtrecreatief terrein in de zin van de decreet van 10 juli 2008 betreffende het toeristische logies; STAKING GEBRUIK OPGELEGD Gezien er op het ogenblik van de feiten niemand aanwezig was op het terrein hebben wij op 29/01/2013 om 15:20 uur telefonisch contact opgenomen met VERGAUWE Kris waarbij wij hem kennis gegeven hebben van de staking van het gebruik van het terrein als opslagplaats van grond en/of inerte afvalstoffen. Wanneer wij het regularisatiedossier opvragen d.d. 01/09/2003 stellen wij vast dat, op het stuk grond waar de aarde en andere afval ligt, er vermeldt staat op het goedgekeurd bouwplan " dat de opslag van zand, kasseistenen en aarde te verwijderen en aan te leggen verharding (kiezel) stelplaats voor landbouwmachines". 2
3 Door onze diensten werd op 17/02/2003 een staking van het gebruik opgelegd weergegeven in proces-verbaal VU.66.L3.2166/2003 Door onze diensten werd verschillende maten controle uitgevoerd waarbij proces-verbaal 625/12 opgesteld werd. Op het ogenblik van vaststellingen werd er geen uitgegraven grond en/of inerte afvalstoffen gestapeld. Deze vaststellingen worden opgenomen in het proces-verbaal nr. VU.66.L /2013, afgesloten op 28 januari Op 1 februari 2013 bekrachtigt de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur het stakingsbevel. Op 6 februari 2013 wordt de heer Kris VERGAUWE door de verbalisant verhoord en geeft volgende verklaring: Als zaakvoerder van de BVBA VERGAUWE met zetel te 8620 Nieuwpoort, Molenstraat 31 ben ik gemachtigd deze verklaring af te leggen. Het ondernemingsnummer van de firma is Omtrent de feiten die vastgesteld werden op 28/01/2013 kan ik zeggen dat wij een afschrift ontvangen hebben van het proces-verbaal terzake. Dienaangaande kan ik zeggen dat wij na jullie vorige vaststellingen een aanvraag ingediend hadden bij de Stad Nieuwpoort teneinde een vergunning voor tijdelijke opslag te bekomen. Wij hadden hier geen nieuws meer van gehoord en ik ging er dus vanuit dat wij daar een tijdelijke opslag mochten inrichten. Thans ben ik al naar de technische dienst van de Stad Nieuwpoort gegaan om dit nogmaals aan te vragen. lk overhandig u kopie van de aanvraag. Meer kan ik niet verklaren. Op 5 maart 2013 wordt de heer Peter VERGAUWE verhoord door de verbalisant en geeft volgende verklaring: Ik neem kennis van de vraag van het parket. Aangaande de BVBA K&P VERGAUWE kan ik zeggen dat ik als zaakvoerder gemachtigd ben deze verklaring af te leggen. Zoals aangegeven in het staatsblad d.d. 03/08/2044 ben ik aangesteld als volmachthouder van de BVBA in overdracht van mijn vader Leopold. Mijn vader heeft dan ook niets van bevoegdheid in de BVBA. Ik heb de verklaring gevolgd die mijn broer Kris zojuist aflegde aan jullie diensten. Ik bevestig zijn verklaring. Meer kan ik niet verklaren. Op 5 maart 2013 wordt de heer Kris VERGAUWE door de verbalisant verhoord en geeft volgende verklaring: Ik neem kennis van de vraag van het parket. Dienaangaande kan ik verklaren dat : aangaande het geven van de opdracht om op mijn adres zand en steenpuin te stapelen kan ik zeggen dat dit in opdracht was voor de BVBA 3
4 VERGAUWE lk ben dan ook als zaakvoerder van de BVBA hieromtrent gemachtigd een verklaring af te leggen. De situatie is zo dat wij al jaren bezig zijn om een terrein te bekomen op het industrieterrein te Nieuwpoort. Er wordt ons van alles beloofd doch tot op heden is er nog geen grond toegewezen. Wel heb ik vernomen dat wij mogelijks in 2014 een stuk grond zouden ter beschikking krijgen. Gezien het gebrek aan grond werd occasioneel een kleine hoeveelheid aarde of zand daar gestockeerd. Wetende dat dit niet conform de stedebouwkundige vergunning was hebben wij een 2-tal jaar geleden onze aanvraag tot tijdelijk vergunning ingediend. We dachten dat hiermee alles inorde was. Wat betreft de stockering van de grond gebeurde dit op grond dewelke mijn persoonlijke eigendom is. De grond is eigendom van mezelf en mijn echtgenote. Aangaande de vastgestelde inbreuk kan ik zeggen dat het nog maar 1 maand was dat het zand daar gestockeerd lag, Het zand was afkomstig van een bouwput te Koksijde, Pirschlaan. Het ging om een 200 m3 zand. De werken werden in 1 dag uitgevoerd. De reden van uitvoeren werken was omwille dat wij geen voldoende capaciteit hebben om dit op te slaan. Wat betreft de milieuvergunning is het zo dat ik zal wachten tot ik uitslag heb over mijn bouwvergunning en nadien zal ik dit melden aan de Stad.... Op 17 mei 2013 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Nieuwpoort een stedenbouwkundige vergunning aan de verzoekende partij voor de tijdelijke opslag van grond tot 31 december Op 10 augustus 2013 meldt de procureur des Konings dat hij niet zal overgaan tot strafrechtelijke vervolging. Met een brief van 7 oktober 2013 brengt de gewestelijke entiteit de verzoekende partij op de hoogte van haar voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming, op te leggen en nodigt zij de verzoekende partij uit om schriftelijk haar verweer mee te delen. De verzoekende partij bezorgt haar schriftelijk verweer met een brief van 17 oktober 2013 aan de gewestelijke entiteit: Omtrent de feiten die vastgesteld werden op 28/01/2013 kan ik u zeggen dat wij voor de vastellingen een aanvraag ingediend hadden bij Stad Nieuwpoort ten einde een vergunning voor tijdelijke opslag te bekomen. Wij hadden hier geen nieuws meer van gehoord en ik ging er dus vanuit dat wij daar een tijdelijke opslag mochten inrichten. Na de vaststelling op 28/01/2013 ben ik terug naar de technische dienst van de Stad Nieuwpoort gegaan om dit nogmaals aan te vragen. U vind in bijlage de stedenkundige vergunning voor tijdelijke opslag. Er wordt geen hoorzitting georganiseerd. De gewestelijke entiteit legt op 21 oktober 2015 de vermelde bestuurlijke geldboete op. Deze beslissing wordt aan de verzoekende partij betekend met een aangetekende brief van 29 oktober De verwerende partij motiveert haar beslissing als volgt: 2. FEITEN 4
5 Voor wat de feiten betreft wordt verwezen naar voormeld proces-verbaal, de navolgende processen-verbaal met nummers /13 d.d. 11 februari 2013 en /13 d.d. 18 maart 2013 en hun bijlagen. De feiten moeten hier als integraal overgenomen beschouwd worden. Hierna volgt een weergave van de meest relevante feiten. Op maandag 28 januari 2013 stelde verbalisant tijdens een controle vast dat er op de eigendom van vermoedelijke overtreder gelegen te 8620 Nieuwpoort, Hemmestraat 43 langs de kant van de loods een hoop zand gestapeld lag (kadastraal gekend als Nieuwpoort, 4e Afdeling, Sectie A, nrs. 244d, 244e en 244f. Het terrein is gelegen in landschappelijk waardevol gebied. Naast deze hoop zand lag er nog een kleine hoeveelheid steenpuin. In de hoek van het terrein stelde verbalisant nog een kleine hoop zand vast. De grond was niet verhard en betrof aarde. Rondom de plaats was er wel een groenscherm aangebracht. Verbalisant vaardigde op 29 januari 2013 een stakingsbevel d.d. 1 februari 2013 uit in het kader van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (artikel ) voor het gebruik van het terrein als opslagplaats van grond en/of inerte afvalstoffen. Uit het regularisatiedossier d.d. 1 september 2013 bleek dat er op het goedgekeurd bouwplan aangaande het stuk grond, waar er aarde en ander afval lag, het volgende vermeld staat: "de opslag van zand, kasseistenen en aarde te verwilderen en aan te leggen verharding (kiezel) stelplaats voor landbouwmachines': Er werd voorheen door verbalisant verschillende malen een controle uitgevoerd bij vermoedelijke overtreder. op het ogenblik van de vaststellingen werd er geen uitgegraven grond en/of inerte afvalstoffen gestapeld. Wat betreft de milieuvergunning werd contact opgenomen met de milieudienst van de stad Nieuwpoort. Deze liet weten dat er op 14 februari 2011 akte werd genomen van een aantal rubrieken. Een milieuvergunningsaanvraag voor de rubrieken a), en a) 1 van de indelingslijst van bijlage 1 van het Besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna Vlarem I) werd nog niet ingediend. In zijn verweerschrift d.d. 17 oktober 2013 en zijn verhoor d.d. 5 maart 2013 stelde vermoedelijke overtreder onder meer dat voor de vaststellingen d.d. 28 januari 2013 op 29 januari 2013 een aanvraag werd ingediend voor de tijdelijke opslag van een kleine hoeveelheid zand en teelaarde (in totaal m3) bij de stad Nieuwpoort ten einde een vergunning voor tijdelijke opslag te bekomen. Vermoedelijke overtreder had hier niets meer van gehoord en ging er vanuit dat er tijdelijke opslag mocht worden ingericht. Na de vaststelling heeft vermoedelijke overtreder opnieuw een aanvraag ingediend. De stedenbouwkundige vergunning voor tijdelijke opslag werd bekomen op 17 mei Uit deze stedenbouwkundige vergunning blijkt dat er max. 800 m3 zand, max. 500 m3 grond (code 211) en max. 250 m3 teelaarde tijdelijk zou worden opgeslagen tot 31 december Op het ogenblik van de vaststellingen werd er sinds een maand 200 m3 zand afkomstig van een bouwput opgeslagen. Vermoedelijke overtreder stelde wat betreft de milieuvergunning dat er gewacht ging worden op de bouwvergunning en dat hij dat nadien ging melden aan de stad Nieuwpoort. Uit de bijkomende informatie van de stad Nieuwpoort d.d. 11 mei 2015 blijkt dat er tot op 11 mei 2015 geen milieuvergunning voor de tijdelijke opslag van grond werd verleend aan vermoedelijke overtreder voor dé exploitatie gelegen te Hemmestraat BEOORDELING Overwegende dat de vastgestelde feiten beoordeeld worden in toepassing van de artikelen tot en met DABM en artikel 76 Milieuhandhavingsbesluit. 3.1 Het milieumisdrijf en de toerekenbaarheid aan de overtreder 5
6 Overwegende dat door verbalisant werd vastgesteld dat vermoedelijke overtreder op diens eigendom een hoop zand, een kleine hoeveelheid steenpuin en een kleine hoop zand gestapeld had; dat uit de stedenbouwkundige vergunning voor d.d. 17 mei 2013 blijkt dat er max. 800 m3 zand, max. 500 m3 grond (code 211) en max. 250 m3 teelaarde tijdelijk mag worden opgeslagen door vermoedelijke overtreder tot 31 december 2015; dat voormelde opslag ingedeeld wordt onder de rubrieken a), a) en a) 1 van de indelingslijst van bijlage 1 van Vlarem I; dat dit klasse 2-inrichtingen betreffen; dat door verbalisant werd vastgesteld dat vermoedelijke overtreder niet beschikte over een milieuvergunning voor de exploitatie van deze hinderlijke inrichting klasse 2. Overwegende dat overeenkomstig artikel 4, 1 van het Milieuvergunningsdecreet en artikel 5, 1 van Vlarem I niemand, zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning van de bevoegde overheid, een als hinderlijk ingedeelde inrichting die behoort tot de eerste of de tweede klasse mag exploiteren of veranderen. Overwegende dat bovenvermelde feiten een schending uitmaken van volgende regelgeving: - artikel 4, 1 van het Milieuvergunningsdecreet; - artikel 5, 51 van Vlarem I. Overwegende dat bovenvermelde feiten vallen onder de definitie van milieumisdrijf conform artikel DABM waarvoor een alternatieve bestuurlijke geldboete kan worden opgelegd. Overwegende dat vermoedelijke overtreder in zijn verweerschrift aanhaalt dat er een aanvraag werd ingediend om een vergunning voor tijdelijke opslag te bekomen; dat vermoedelijke overtreder hierover niets meer vernomen had en er vanuit ging dat er tijdelijke opslag mocht worden ingericht; dat na de vaststellingen opnieuw een aanvraag werd ingediend; dat een stedenbouwkundige vergunning werd bekomen; dat wat betreft de milieuvergunning er gewacht ging worden op de bouwvergunning. Overwegende dat vermoedelijke overtreder zich als een normaal, voorzichtig exploitant dient te gedragen en zich redelijkerwijs diende te informeren en de aangevraagde documenten af te wachten vooraleer de kwestieuze exploitatie aan te vatten; dat er bovendien op het ogenblik van de vaststellingen nog steeds geen vergunning was. Overwegende dat het milieumisdrijf in hoofde van de overtreder vaststaat. 3.2 De hoogte van de boete Overwegende dat bij de bepaling van de hoogte van de geldboete rekening wordt gehouden met de ernst van het milieumisdrijf, de frequentie en de omstandigheden waarin het milieumisdrijf is gepleegd of beëindigd de ernst van de feiten Overwegende dat bovenvermelde regelgeving ertoe strekt om de negatieve milieu- en veiligheidsinvloeden van menselijke bedrijvigheden en handelingen die milieubelastend (kunnen) zijn, of die gevaarrisico's in zich (kunnen) dragen, te voorkomen of te beperken. Overwegende dat milieuvergunningen tot doel hebben om het leefmilieu, de gezondheid en veiligheid van de bevolking te beschermen; dat dit mede gebeurt door het al dan niet toekennen van een milieuvergunning aan hinderlijke inrichtingen en het opleggen van strikte voorwaarden waaraan bij de exploitatie van deze inrichtingen moet voldaan worden opdat de hinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt wordt; dat de hinderlijke inrichting voor wat betreft de tijdelijke opslag van max. 800 m3 zand, max. 500 m3 grond (code 211) en max. 250 m3 teelaarde een klasse 2-inrichting betreft (rubrieken a), a) en 6
7 2.2.2.a) 1 van de indelingslijst van bijlage 1 van Vlarem I); dat de klasse van de inrichting bepalend is voor de hinderlijkheid van de inrichting; dat controle over ingedeelde activiteiten noodzakelijk is om alle milieurisico's en hinder voor de omgeving tot een minimum te beperken; dat, door het niet beschikken over een milieuvergunning klasse 2 voor voormelde tijdelijke opslag, de hinder niet tot een aanvaardbaar niveau kon beperkt worden en de controle over de hinderlijke activiteiten in het gedrang kwam. Overwegende dat het misdrijf gepleegd is in professioneel verband. Overwegende dat bovenvermelde feiten derhalve voldoende ernstig zijn om gesanctioneerd te worden met een alternatieve bestuurlijke geldboete de frequentie Overwegende dat het een eenmalige schending betreft; dat er minstens geen indicaties in het proces-verbaal zijn die erop wijzen dat bij overtreder reeds eerder vergelijkbare feiten werden vastgesteld in een proces-verbaal; dat derhalve geen rekening wordt gehouden met de factor frequentie bij het bepalen van de hoogte van de boete voor wat betreft voormelde schending de omstandigheden Overwegende dat de overtreder per schrijven van 7 oktober 2013 op de hoogte werd gebracht van het voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming, op te leggen; dat overeenkomstig artikel DABM AMMC een boetebeslissing neemt binnen een termijn van honderdtachtig dagen na deze kennisgeving; dat deze honderdtachtigdagentermijn een termijn van orde is, waarvan de overschrijding niet gesanctioneerd wordt. Overwegende dat deze beslissingstermijn inmiddels verstreken is; dat AMMC in casu van oordeel is dat de feiten voldoende ernstig zijn om alsnog een bestuurlijke geldboete op te leggen; dat wegens het overschrijden van de beslissingstermijn het boetebedrag evenwel verlaagd wordt met één vijfde rekening houdend met de termijn die verstreken is sedert de start van de bestuurlijke boeteprocedure. Overwegende dat er, wat dit misdrijf betreft, er voor het overige in het gehele dossier geen bijzondere omstandigheden zijn die meegenomen worden bij het bepalen van de hoogte van de boete. Dit is de bestreden beslissing. IV. ONTVANKELIJKHEID VAN DE VORDERING TOT VERNIETIGING Uit het dossier blijkt dat de vordering tijdig en regelmatig is ingesteld. Er worden geen excepties opgeworpen. 7
8 V. ONDERZOEK VAN DE MIDDELEN TOT VERNIETIGING ENIG MIDDEL Standpunt van de partijen 1. In haar enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel DABM. Uit de uiteenzetting in het verzoekschrift blijkt dat de verzoekende partij eveneens een schending inroept van artikel DABM. In een eerste middelonderdeel stelt de verzoekende partij dat er geen sprake is van een hinderlijke inrichting klasse 2 of een hinderlijke inrichting zonder meer. De tijdelijke opslag van de materialen is volgens de verzoekende partij immers niet milieuvergunningsplichtig. Het zand dat werd opgeslagen moet beschouwd worden als bouwmateriaal en niet als afvalstof, waardoor het onder de drempel van de vergunningsplicht valt conform rubriek van de indelingslijst van bijlage 1 van VLAREM I. De grond en teelaarde vallen onder code 211 en zijn uitgegraven bodem vrij van gebruik die eveneens onder de drempel van de vergunningsplicht vallen conform rubriek Gezien er voor de voorziene opslag geen milieuvergunning vereist is, heeft de bestreden beslissing volgens de verzoekende partij geen rechtsgrond. In een tweede middelonderdeel voert de verzoekende partij aan dat zij uit onwetendheid er niet bij had stil gestaan dat er voor de activiteit ook een milieuvergunningsaanvraag moest worden ingediend naast de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag. Toen de kans zich voordeed, heeft de verzoekende partij een terrein in de industriezone aangekocht om de opslag daar te kunnen voorzien. Zij benadrukt dat zij nooit de intentie heeft gehad de regelgeving niet te respecteren, noch hieruit enig voordeel te halen en zij zo vlug mogelijk maatregelen heeft getroffen om tegemoet te komen aan de vaststellingen. De verzoekende partij wijst er op dat er geen schade is opgetreden voor natuur, leefmilieu of de mens en vraagt om geen geldboete op te leggen, ondergeschikt om deze tot een minimum te beperken gelet op de eenmaligheid en de korte duur ervan. 2. De verwerende partij antwoordt op het eerste middelonderdeel dat de aangetroffen hopen zand en steenpuin wel degelijk te kwalificeren zijn als afvalstoffen. Gelet op het feit dat er geen documenten van het steenpuin en zand worden bijgebracht en de activiteiten van de verzoekende partij, namelijk graaf- en grondwerken, is het duidelijk dat het afvalstoffen van bouwwerven betroffen. Bovendien geeft de gevolmachtigde van de verzoekende partij in zijn verhoor van 5 maart 2013 uitdrukkelijk te kennen dat het aangetroffen zand een afvalstof is, aangezien hij aangeeft dat dit afkomstig was van een bouwput. Rubriek 61.2 die door de verzoekende partij wordt aangehaald is volgens de verwerende partij niet van toepassing: er werd geen uitgegraven bodem aangetroffen die voldoet aan de regelgeving van het VLAREBO, laat staan uitgegraven bodem met code 211. Het zand valt evenmin onder rubriek van de indelingslijst van bijlage 1 van VLAREM I, aangezien deze in wezen van toepassing is op de minerale industrie in industriegebied, terwijl er in casu zand als afvalstof in landschappelijk waardevol agrarisch gebied werd gestort. De verwerende partij antwoordt op het tweede middelonderdeel dat de door de verzoekende partij aangehaalde omstandigheden niet in aanmerking kunnen genomen worden om de hoogte van de bestuurlijke geldboete te milderen. De verzoekende partij heeft uit eigen belang het terrein als tijdelijke stortplaats gebruikt en is niet vrijgesteld van de verplichting om een milieuvergunning klasse 2 aan ter vragen. 8
9 De verwerende partij wijst er ook op dat de verzoekende partij vrij licht over het milieumisdrijf heengaat. Het bekomen van een milieuvergunning is meer dan een administratieve verplichting, het is een onontbeerlijk element in het kader van het milieubeleid, aangezien men via dit instrument de hinder tot een aanvaardbaar niveau kan beperken. Bovendien is de stelling van de verzoekende partij dat men zich na de vaststellingen in regel heeft gesteld vanuit milieukundig oogpunt onjuist, gezien er voor het terrein nooit een aanvraag voor een milieuvergunning is ingediend. Tot slot stelt de verwerende partij nog dat de toerekenbaarheid van het milieumisdrijf aan de verzoekende partij ingevolge artikel , 1 DABM niet vereist dat de feiten met opzet gepleegd werden. Beoordeling door het College 1. Uit artikel 4, 1 Milieuvergunningsdecreet en artikel 5, 1 VLAREM I vloeit voort dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning van de bevoegde overheid een als hinderlijk ingedeelde inrichting die behoort tot de eerste of de tweede klasse, mag exploiteren. De verbalisanten hebben tijdens een controle op 28 januari 2013 op de eigendom van de verzoekende partij een hoop zand, een kleine hoeveelheid steenpuin en grond aangetroffen. De verzoekende partij betwist dat de vastgestelde opslag van zand en grond milieuvergunningsplichtig is. De verzoekende partij stelt dat de opslag van zand geen afvalstof maar bouwmateriaal is en valt onder de drempel van rubriek van bijlage 1 VLAREM I (opslag minder dan 1 ha). De opslag van grond en teelaarde valt volgens de verzoekende partij onder de code 211 en is volgens volgens rubriek 61.2 VLAREM I niet vergunningsplichtig. Het College stelt vast dat uit het proces-verbaal van 18 maart 2013 blijkt dat het gestockeerde zand onder meer afkomstig is van een bouwwerf in Koksijde. De heer Kris VERGAUWE erkent tijdens zijn verhoor op 5 maart 2013 dat er tijdelijk zand en steenpuin wordt gestockeerd. Deze vaststellingen volstaan om te besluiten dat de tijdelijke opslag valt onder de rubrieken 2.1.2a), a) en 2.2.2a) 1 van de indelingslijst van bijlage 1 Vlarem I. Het kan niet ernstig betwist worden dat de opgeslagen grond geen teelaarde betreft, maar zand en puinafval dat minstens deels afkomstig van een bouwput in Koksijde De aktename van een klasse 3 vergunning door de stad Nieuwpoort op 14 februari 2011 vermeldde overigens reeds volgende vaststelling: Overwegende dat vastgesteld werd dat er naast de loods een opslag van zand en stenen aanwezig is; dat dit reeds jaren het geval is; dat hiervoor waarschijnlijk volgende rubrieken van Vlarem I van toepassing zijn: a. Opslag en overslag van afvalstoffen maximaal 1 ton, Tussentijdse opslag voor uitgegraven grond (TOP) die niet voldoet aan toepassing van bodemdecreet en Vlarebo, a 1 Opslag en mechanische behandeling van inerte afvalstoffen met een opslagcapaciteit van maximaal m 3 ; Overwegende dat het dossier dan terug het statuut van tweede klasse zou krijgen.( ). De vaststellingen verricht door de verbalisanten tijdens het proces-verbaal van 28 januari 2013 wijzen op een ongewijzigde, minstens gelijkaardige toestand. In het licht van wat voorafgaat, slaagt de verzoekende partij er niet in de duidelijke vaststellingen van de verbalisanten te weerleggen. 2. De verzoekende partij haalt in een tweede onderdeel haar onwetendheid aan met betrekking tot de geldende regelgeving en de noodzaak om een milieuvergunning in te dienen. Zij verwijst naar de lange doorlooptijd die nodig was voor de aanpassing van de bestaande milieuvergunning op 9
10 het door haar aangekochte terrein. Zij stelt tevens dat er geen schade is opgetreden voor natuur, leefmilieu en mens. De verzoekende partij maakt evenwel niet aannemelijk dat de door de haar geschetste omstandigheden als een boeteverlagende factor hadden moeten in aanmerking genomen worden. Het komt aan elke exploitant toe vooraf de nodige maatregelen te nemen teneinde de voorgenomen vergunningsplichtige activiteiten op regelmatige wijze te kunnen uitbaten. Een exploitant kan zich niet verschuilen achter het tijdsverloop van administratieve procedures om zichzelf recht te verschaffen. De verzoekende partij was bovendien reeds op de hoogte van de problematische situatie op haar terrein in de Hemmestraat sedert de aktename van haar milieuvergunningsaanvraag klasse 3 in Voor dit terrein werd nooit een milieuaanvraag klasse 2 ingediend. Zoals blijkt uit artikel , 1, eerste lid DABM, is opzet geen constitutieve vereiste voor de kwalificatie van de door de bestreden beslissing beboete feiten als misdrijf en volstaat een gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Dat de verzoekende partij geen schade berokkend heeft, niemand gehinderd heeft of enig risico gecreëerd heeft, is evenmin relevant voor het bestaan van het milieumisdrijf. De verzoekende partij toont niet aan dat de bestreden beslissing op dat punt op onjuiste motieven berust of kennelijk onredelijk is. Het middel wordt verworpen. BESLISSING VAN HET MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE 1. Het College verwerpt het beroep. 2. De behandeling van het beroep heeft geen kosten met zich gebracht, zodat een beslissing over de kosten van het geding zonder voorwerp is. Dit arrest is uitgesproken te Brussel in openbare zitting van 17 januari 2017 door de eerste kamer. De toegevoegd griffier, De voorzitter van de eerste kamer, Chana GIELEN Marc VAN ASCH 10
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 16 mei 2017 met nummer MHHC/M/1617/0076 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0109/M Verzoekende partij de bvba JACQUES GHEYSENS vertegenwoordigd door advocaat Thomas BAILLEUL
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0113 van 26 april 2016 in de zaak MHHC/1415/0065/M/0053 In zake: de nv AGROTECH BELGASIA, met zetel te 8870 Izegem, Gentse Heerweg 78 waar woonplaats wordt
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 28 maart 2017 met nummer MHHC/M/1617/0047 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0099/M Verzoekende partij de bvba IMBRECHTS, met zetel te 1910 Kampenhout, Haachtsesteenweg
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 28 maart 2017 met nummer MHHC/M/1617/0045 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0097/M Verzoekende partij Verwerende partij Marc Broucke, met woonplaatskeuze te 8830 Hooglede,
Milieuhandhavingscollege
Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC-13/35-VK van 18 april 2013 In de zaak van de BVBA [ ] met maatschappelijke zetel te [ ] voor en namens wie optreedt mr. Albert COPPENS, advocaat, met kantoor te 9300
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 26 september 2017 met nummer RvVb/A/1718/0092 in de zaak met rolnummer 1617-RvVb-0521-A Verzoekende partij de nv ASPIRAVI vertegenwoordigd door advocaat Gregory
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 26 september 2017 met nummer RvVb/A/1718/0094 in de zaak met rolnummer 1617/RvVb/0579/SA Verzoekende partijen Verwerende partij 1. de heer William ROTTIERS
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 11 september 2018 met nummer RvVb/A/1819/0052 in de zaak met rolnummer 1718/RvVb/0029/A Verzoekende partij mevrouw Gerda BORREMANS vertegenwoordigd door advocaat
Milieuhandhavingscollege
Milieuhandhavingscollege Arrest MHHC/M/1516/0030 van 26 november 2015 In de zaak van de bvba 10POND, met maatschappelijke zetel te 9770 Kruishoutem, Duifhuisstraat 21, voor en namens wie optreedt mr. Koen
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/0901 van 5 april 2016 in de zaak 1213/0305/SA/1/0295 In zake: de heer Geert STANDAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaten Koen GEELEN
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0116 van 26 april 2016 in de zaak MHHC/1415/0085/M/0077 In zake: de nv AB-INVEST, met zetel te 3621 Lanaken, Daalbroekstraat 38 vertegenwoordigd door: de
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 20 augustus 2019 met nummer RvVb-S-1819-1323 in de zaak met rolnummer 1819-RvVb-0607-SA Verzoekende partijen 1. de heer Jules DHOOGHE 2. mevrouw Evelyne VAN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 25 juni 2019 met nummer RvVb-A-1819-1144 in de zaak met rolnummer 1718-RvVb-0447-A Verzoekende partijen de gemeente SINT-KATELIJNE-WAVER, vertegenwoordigd door
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 8 november 2016 met nummer RvVb/A/1617/0231 in de zaak met rolnummer 1314/0771/A/2/0738 Verzoekende partij 1. de heer Tom BELMANS 2. mevrouw Christ l MAES 3.
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST van 9 oktober 2018 met nummer RvVb/A/1819/0155 in de zaak met rolnummer 1617/RvVb/0701/A Verzoekende partijen 1. de heer Johan VANDEVENNE 2. mevrouw Gerda
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 9 mei 2017 met nummer RvVb/A/1617/0839 in de zaak met rolnummer RvVb/1415/0697/SA/0682 Verzoekende partijen de heer Tjerk BOERSMA mevrouw Melina CRAEYBECKX
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 18 september 2018 met nummer RvVb/A/1819/0078 in de zaak met rolnummer 1718/RvVb/0294/SA Verzoekende partijen 1. de heer Raoul DIRCKX 2. mevrouw Rose Marie
HANDHAVINGSCOLLEGE ARREST
HANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 13 maart 2018 met nummer HHC/M/1718/0079 in de zaak met rolnummer 1617/MHHC/0085/M Verzoekende partij de nv EUROGAS BELGIUM vertegenwoordigd door advocaat Theo MARCOURS met
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE TIENDE KAMER ARREST nr. UDN/2015/0005 van 19 maart 2015 in de zaak RvVb/1415/0006/UDN In zake: 1. de heer Yves VANNERUM 2. mevrouw Kathleen CRABBE advocaten
Belangrijke informatie die geldt voor alle processen-verbaal / verslagen van vaststelling
NOTA MET AANBEVELINGEN VOOR DE VERBALISANT BIJ DE OPMAAK VAN EEN PROCES- VERBAAL / VERSLAG VAN VASTSTELLING INGEVAL VAN EEN STEDENBOUWKUNDIG(E) MISDRIJF / INBREUK INLEIDING Met deze nota reikt de gewestelijke
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0093 van 14 april 2016 in de zaak MHHC/1415/0032/M/0024 In zake: de heer Ludwig VAN DE WEGHE, wonende te 9270 Kalken, Krimineelstraat 21a vertegenwoordigd
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/1294 van 28 juni 2016 in de zaak 1314/0440/A/4/0401 In zake: de heer Alain CHABEAU advocaat Dominique VERMER kantoor houdende te 1160 Brussel, Tedescolaan
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 16 mei 2017 met nummer MHHC/M/1617/0078 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0116/M Verzoekende partij de heer Koen WINDELS vertegenwoordigd door advocaat Steven TAMSYN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 16 augustus 2016 met nummer RvVb/S/1516/1447 in de zaak met rolnummer 1516/RvVb/0336/SA Verzoekende partijen 1. de heer Kristoffel VOSSEN 2. mevrouw Simonne
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 4 mei 2017 met nummer MHHC/M/1617/0064 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0062/M Verzoekende partij Verwerende partij mevrouw Silvy DENDAUW, wonende te 8940 Wervik,
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 19 juni 2018 met nummer RvVb/A/1718/1022 in de zaak met rolnummer 1516/RvVb/0396/A Verzoekende partij Verwerende partij mevrouw Marina VERPLANCKE, wonende te
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/1202 van 7 juni 2016 in de zaak 1213/0253/SA/8/0233 In zake: de heer David DE CORTE mevrouw Mia LEFEVRE 3. de heer Luc LEFEVRE 4. de heer Wouter
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST van 16 januari 2018 met nummer RvVb/S/1718/0444 in de zaak met rolnummer RvVb/1415/0466/SA/0443 Verzoekende partijen 1. de heer Jeroen DEVENYN 2. de heer
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2011/0162 van 9 november 2011 in de zaak 2010/0276/SA/3/0255 In zake: 1.... 2.... beiden wonende te... advocaat Gert BUELENS kantoor houdende te 2800 Mechelen,
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2012/0457 van 7 november 2012 in de zaak 1011/0835/A/3/0784 In zake: de heer.., wonende te.. bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Geert VRINTS kantoor
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE DERDE KAMER ARREST nr. S/2011/00007 van 9 februari 2011 in de zaak 2010/0401/SA/3/0363 In zake: 1.... 2.... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/0697 van 1 maart 2016 in de zaak RvVb/1415/0538/SA/0518 In zake: het college van burgemeester en schepenen van de stad OUDENBURG bijgestaan en vertegenwoordigd
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE DERDE KAMER ARREST nr. A/2013/0075 van 19 februari 2013 in de zaak 2010/0528/SA/3/0681 In zake: de nv... bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2014/0492 van 22 juli 2014 in de zaak 2010/0393/A/3/0470 In zake: de heer..., wonende te... verzoekende partij tegen: de deputatie van de provincieraad van
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2015/0008 van 13 januari 2015 in de zaak 1314/0021/A/2/0050 In zake: 1. de heer Albert VRANKEN 2. mevrouw Marie-Joanna BRABANTS bijgestaan en vertegenwoordigd
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2014/0287 van 22 april 2014 in de zaak 1213/0576/A/1/0539 In zake: mevrouw Martine VAN BOCXLAER, wonende te 9940 Evergem, Langerbrugsestraat 36 verzoekende
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/1500 van 30 augustus 2016 in de zaak 1011/0774/SA/2/0731 In zake: de heer... advocaat Johan VERSTRAETEN kantoor houdende te 3000 Leuven, Vaartstraat
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0150 van 12 juli 2016 in de zaak MHHC/1415/0090/M/0067 In zake: de heer Grigor PENCHEV bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Jan VAN EECKHAUT kantoor
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 28 maart 2017 met nummer MHHC/M/1617/0050 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0026/M Verzoekende partij mevrouw Negar MEHDIPOURYAN, wonende te 9250 Waasmunster, Wareslagestraat
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 2 augustus 2016 met nummer RvVb/A/1516/1389 in de zaak met rolnummer 1516/RvVb/0046/SA Verzoekende partij mevrouw Pauline PENNE vertegenwoordigd door advocaat
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/4.8.14/2014/0038 van 24 juni 2014 in de zaak 1314/0216/A/4/0183 In zake: de heer Daniël VANDERVELPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Geert DEMIN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN TUSSENARREST van 16 januari 2018 met nummer RvVb/S/1718/0445 in de zaak met rolnummer RvVb/1415/0484/SA/0468 Verzoekende partijen 1. de heer Jeroen DEVENYN 2. de heer
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/2015/0514 van 31 augustus 2015 in de zaak 1314/0283/A/8/302 In zake: de nv JCDECAUX BILLBOARD BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Kris LUYCKX
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/1491 van 30 augustus 2016 in de zaak RvVb/1415/0506/A/0495 In zake: de bvba MONDY bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaten Jan FERLIN, Peter
Vonnis AFSCHRSFT. Rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, sectie correctioneel, / kamer. c \ 2016 / $0$ 31/05/2016
4 4 AFSCHRSFT P- 1 Griffienummer 000 73 6 /2016 Repertoriumnummer 2016 / $0$ Datum van uitspraak 31/05/2016 Notitienummer parket HA66.L5.1537-11 c \ Rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt,
De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (IIOA) van de derde klasse.
OMG referentie: OMV_2019013846 Inrichtingsnummer: 20190201-0061 Besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 11 februari 2019 tot aktename van de melding klasse 3 van Fluvius system operator
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE DERDE KAMER TUSSENARREST nr. S/2013/0269 van 17 december 2013 in de zaak 1112/0485/SA/3/0437 In zake: 1. de heer..., wonende te... 2. mevrouw..., wonende
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. RvVb/A/1516/0601 van 16 februari 2016 in de zaak RvVb/1415/0481/A/0466 In zake: de heer Theodoor GORISSEN bijgestaan en vertegenwoordigd door: advocaat Antoon
Omgevingsvergunning - meldingsakte
Gemeentebestuur Dienst milieu Kasteelstraat 1-8920 Langemark-Poelkapelle tel 057 49 09 0 [email protected] www.langemark-poelkapelle.be Omgevingsvergunning - meldingsakte Besluit van het
34013/110/1/W/1. De Bestendige Deputatie van de Provincieraad,
34013/110/1/W/1 Besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad, in verband met de aanvraag DEVAMIX / B.S.V. Beneluxlaan(S) 201 8530 Harelbeke tot het wijzigen/aanvullen van de vergunningsvoorwaarden
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST nr. MHHC/M/1516/0042 van 14 januari 2016 in de zaak 14/MHHC/79-M In zake : de heer [ ] wonende te [ ] verzoekende partij tegen: het VLAAMSE GEWEST vertegenwoordigd door
Infosessies geluidsnormen muziek
Infosessies geluidsnormen muziek Sigrid Raedschelders/ Anne Van Riet Afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer (AMMC) Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Overzicht 1. Regelgeving m.b.t.
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN VOORZITTER VAN DE DERDE KAMER ARREST nr. S/2013/0153 van 4 juni 2013 in de zaak 1213/0289/SA/3/0268 In zake: 1. de heer Freddy VANDENBRUWANE, wonende te 8820 Torhout,
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST van 4 juli 2017 met nummer RvVb/A/1617/1019 in de zaak met rolnummer 1516/RvVb/0083/A Verzoekende partij Verwerende partij de heer Jozef RUTTEN, met woonplaatskeuze
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN ARREST nr. A/4.8.14/2015/0033 van 4 augustus 2015 in de zaak 1415/0262/A/2/0254 In zake: 1. de heer Marc DE SMET 2. de heer Marnix DECOCK beiden wonende te 8500 Kortrijk,
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST
MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE ARREST van 16 mei 2017 met nummer MHHC/M/1617/0081 in de zaak met rolnummer 1516/MHHC/0129/M Verzoekende partij de heer Theophile REYNAERTS vertegenwoordigd door advocaat Hans-Kristof
