INSULINEPOMP. Gebruikershandleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "INSULINEPOMP. Gebruikershandleiding"

Transcriptie

1 INSULINEPOMP Gebruikershandleiding

2 De Accu-Chek Spirit in het kort Display Toets Menu Omhoog Omlaag Toets Vinkje Infusieset Adapter Ampul Deze gebruikershandleiding geldt voor versie 2.XX van de Accu-Chek Spirit.

3 Beste Accu-Chek Spirit-gebruiker, Gefeliciteerd met uw nieuwe Accu-Chek Spirit-insulinepomp. De Accu-Chek Spirit werkt met unieke, persoonlijke instellingen. Daarom is het belangrijk dat u, uw arts of uw diabeteszorgteam de volgende informatie invult: Serienummer van uw Accu-Chek Spirit-insulinepomp Insuline (naam/soort) Accu-Chek Spirit-trainingslocatie Datum(s) Trainer Belangrijke adressen Neem voor spoedeisende hulp en/of informatie over de insulinepomptherapie contact op met (arts/zorgteam): Telefoon 1

4 Neem contact met ons op voor hulp en/of aanvullende informatie over de Accu-Chek Spirit-insulinepomp: Gedistribueerd in Nederland door: Roche Diagnostics Nederland BV Postbus BA Almere, Nederland Telefoon Fax +31 (0) Gedistribueerd in België door: Roche Diagnostics Belgium S.A. Schaarbeeklei Vilvoorde, België Gratis nummer Telefoon Fax [email protected] 2

5 Inhoud 1 Inleiding Voor wie is deze handleiding geschreven? Gebruik van deze gebruikershandleiding Veilig werken met uw Accu-Chek Spirit-insulinepomp Gebruiksdoeleinden van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Voordat u begint Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen voor correct gebruik van het apparaat en voor uw veiligheid Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de installatie Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot hygiëne Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot correct gebruik Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot gevaren uit de omgeving Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot veilig batterijgebruik Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen bij het dragen van de insulinepomp Garantie De Accu-Chek Spirit-insulinepomp Display Achtergrondverlichting Toetsen en toetscombinaties KeyLock Scrollen Scherm STATUS Alarmsignalen RUN- en STOP-stand STOP-waarschuwing

6 Inhoud 4 Accessoires, wegwerpartikelen en software Steriele producten Ampul Infusiesets Adapter Batterij Batterijdeksel Batterijsleutel Eerste hulp Software De pomp voorbereiden voor het gebruik Batterij plaatsen en vervangen Opstartprocedure Ampul voorbereiden Ampul vullen De ampul, adapter en infusieset plaatsen De ampul, adapter en infusieset aansluiten Ampul plaatsen Infusieset vullen De infusieplaats voorbereiden Infusieset vervangen Ampul en infusieset vervangen De adapter vervangen Informatie over het dragen van de pomp Gebruiksmenu selecteren (STANDAARD, GEAVANCEERD of PERSOONLIJK) De drie niveaus van de Accu-Chek Spirit Door de menu s navigeren Scrollen Cyclisch bladeren Achterwaarts bladeren Mogelijkheden om functieschermen af te sluiten Een gebruikersmenu selecteren

7 Inhoud 7 Gebruikersmenu STANDAARD Datum en tijd instellen Basale hoeveelheid Basaalprofiel instellen Een basale hoeveelheid per uur kopiëren Basale hoeveelheid en bolus Insulinetoediening starten Insulinetoediening stoppen Bolus instellen Standaardbolus Een snelle standaardbolus instellen Snelle standaardbolus annuleren Een scroll standaardbolus instellen via het menu Een via het menu ingestelde scroll standaardbolus annuleren Tijdelijke basale hoeveelheid (TBR) Tijdelijke basale hoeveelheid instellen Tijdelijke basale hoeveelheid annuleren Standaard setup menu Functie KeyLock Volume van piepsignalen aanpassen Alarmsignalen Automatisch uit Batterijtype Beeldstand Gegevensgeheugen bekijken (INFORMATIE) Bolusoverzicht bekijken Alarmgeheugen bekijken Overzicht van dagelijks insulineverbruik bekijken Overzicht van tijdelijke basale hoeveelheden bekijken Resterende looptijd bekijken Infoscherm

8 Inhoud 8 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Vertraagde bolus Een vertraagde bolus instellen Een vertraagde bolus annuleren MultiWave-bolus Een MultiWave-bolus programmeren Een MultiWave-bolus annuleren Basaalprofielen Aanvullend basaalprofiel instellen Basaalprofiel selecteren Alarmklok Setup menu, geavanceerd Tijdnotatie Datumnotatie Bolusstap Vulhoeveelheid Basaalprofielen blokkeren Taal Displaycontrast Datatransmissie Alarmen en fouten Alarmen Alarm A1: AMPUL BIJNA LEEG Alarm A2: BATT. BIJNA LEEG Alarm A3: CONTROLEER DATUM EN TIJD Alarm A4: ALARMKLOK Alarm A5: LOOPTIJD Alarm A6: TBH AFGEBROKEN (tijdelijke basale hoeveelheid geannuleerd) Alarm A7: TBH EINDE (tijdelijke basale hoeveelheid beëindigd) Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN

9 Inhoud 10.2 Fouten Fout E1: AMPUL LEEG Fout E2: BATTERIJ LEEG Fout E3: AUTOMATISCH UIT Fout E4: VERSTOPPING Fout E5: EINDE LOOPTIJD Fout E6: MECHANISCHE FOUT Fout E7: ELEKTRON. FOUT Fout E8: STROOM UITVAL Fout E10: AMPUL FOUT Fout E11: SLANG NOG VULLEN Fout E12: DATA ONDERBROKEN Fout E13: TAAL FOUT Problemen oplossen Leven met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Aanbevelingen voor dagelijks gebruik Korte onderbreking van de insulinepomptherapie Voortzetting van de insulinepomptherapie Onderbreking van de insulinepomptherapie gedurende een langere periode Weersinvloeden De insulinepomp en water Dagelijkse situaties Onbedoeld contact met water Wat te ondernemen na contact met water Andere vloeistoffen Onderweg met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Elektromagnetische velden en gevaarlijke gebieden Sport Reizen Onderhoud van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Systeemcontrole Onderhoud en reiniging De Accu-Chek Spirit-insulinepomp reinigen Batterijen

10 Inhoud 14.3 De Accu-Chek Spirit-insulinepomp opbergen Als u de insulinepomp hebt laten vallen Reparatie Verwerking Technische gegevens Algemene technische gegevens Technische normen betreffende elektromagnetische emissie Technische normen betreffende elektromagnetische immuniteit Configuratieparameters Bijlagen Afkortingen Piepsignalen en melodieën Trilsignalen Symbolen Algemene symbolen Symbolen op het display Steriele producten en accessoires Steriele producten Accessoires Verklarende woordenlijst Index Overzicht van alarmen

11 Inleiding 1 Inleiding 1.1 Voor wie is deze handleiding geschreven? U bent een sterk gemotiveerde diabetespatiënt en u wilt graag samen met uw arts en/of uw zorgteam uw insulinetherapie tot een succes maken. Het is vanaf het begin van groot belang dat u E de tijd neemt om het gebruik van de insulinepomp te oefenen met een arts of verpleegkundige E de tijd neemt om regelmatig uw bloedglucosewaarde te meten, bijvoorbeeld met behulp van een Accu-Chek bloedglucosemeter (u kunt dan snel uw persoonlijke instellingen nagaan en vanaf het begin ervoor zorgen dat de juiste doseringen worden toegediend) De informatie in deze handleiding is bestemd voor u en voor artsen en verpleegkundigen. De handleiding bevat alle benodigde informatie om de Accu-Chek Spirit-insulinepomp veilig en efficiënt te kunnen gebruiken. Lees deze informatiehandleiding zorgvuldig door voordat u de Accu-Chek Spirit-insulinepomp gebruikt, ongeacht uw ervaring met insulinepomptherapie. Raadpleeg altijd deze handleiding bij vragen of problemen met betrekking tot de Accu-Chek Spirit-insulinepomp. Roche Diagnostics werkt graag met u samen om uw diabetestherapie optimaal te laten verlopen. Roche Diagnostics doet geen aanbevelingen over uw diabetestherapie. U krijgt dus geen informatie over uw persoonlijke instellingen of over welke functies voor u geschikt zijn. Volg de instructies van uw arts of zorgteam altijd op. Voordat u de Accu-Chek Spirit-insulinepomp gebruikt, wordt u door uw arts en/of zorgteam geïnstrueerd over de insulinepomptherapie en het gebruik van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp. 9

12 Inleiding Het is tevens van belang dat er iemand in de buurt is (familielid of vriend) met kennis van diabetes en de Accu-Chek Spirit-insulinepomp, die in noodgevallen kan bijspringen. Als u vragen hebt, is het aan te raden contact op te nemen met de klantenservice, of met uw arts of zorgteam. U kunt er zo zeker van zijn dat er geen problemen zullen optreden met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp. 1.2 Gebruik van deze gebruikershandleiding Opmerking In de gebruikershandleiding van de Accu-Chek Spirit worden alleen voorbeeldschermen gebruikt. De schermen op uw systeem kunnen iets anders zijn. Aan het einde van deze gebruikershandleiding vindt u een aantal tabellen met informatie en een overzicht van de definities die worden gebruikt. 1.3 Veilig werken met uw Accu-Chek Spirit-insulinepomp De Accu-Chek Spirit-insulinepomp voldoet aan de vereisten van de landelijke wetgeving voor medische apparatuur en voldoet aan, of overtreft zelfs, de internationale normen voor elektromagnetische compatibiliteit met betrekking tot het gebruik ervan. In hoofdstuk 1.4 wordt beschreven hoe u de Accu-Chek Spirit-insulinepomp dient te gebruiken, over welke veiligheidsvoorzieningen de pomp beschikt en welke waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen gelden bij het dagelijkse gebruik van de insulinepomp. Tijdens het gebruik wordt de juiste werking van de insulinepomp permanent bewaakt en geregeld door het veiligheidssysteem (bestaande uit twee microprocessoren). Er worden dagelijks meer dan negen miljoen veiligheidscontroles uitgevoerd. Zodra een afwijking van de normale status wordt gedetecteerd, treedt een alarm (alarminstructie) of een fout (foutmelding) in werking. 10

13 Inleiding In hoofdstuk 10, Alarmen en fouten, en hoofdstuk 15, Technische gegevens, vindt u meer informatie over deze zaken. Opmerking Uw insulinepomp is een kostbaar medisch apparaat. U wordt daarom dringend aangeraden de insulinepomp op te nemen in uw inboedelverzekering, zodat het apparaat in geval van schade of verlies wordt vergoed. Neem voor meer informatie contact op met uw verzekeringsagent. 1.4 Gebruiksdoeleinden van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp De Accu-Chek Spirit-insulinepomp is alleen op medisch voorschrift verkrijgbaar en is uitsluitend bedoeld om een continue onderhuidse toediening te verkrijgen van kortwerkende insuline of snelwerkend insulineanalogon in een concentratie van U100. Uw arts of het zorgteam schrijft voor welk type insuline dient te worden gebruikt voor de behandeling van uw insuline-afhankelijke diabetes mellitus. Gebruik de insulinepomp uitsluitend voor de toediening van kortwerkende insuline of snelwerkend insulineanalogon in concentraties van U

14 12

15 Voordat u begint 2 Voordat u begint 2.1 Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen voor correct gebruik van het apparaat en voor uw veiligheid Voordat u de Accu-Chek Spirit-insulinepomp gaat gebruiken, moet u zich op de hoogte stellen van de volgende waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot installatie, hygiëne en veilig gebruik. Lees deze waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen grondig door voordat u begint. De waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen in dit hoofdstuk en de rest van de handleiding zijn steeds duidelijk aangegeven Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de installatie Als u een nieuwe Accu-Chek Spirit-insulinepomp gaat gebruiken, moet u eerst uw persoonlijke instellingen controleren voordat u insuline gaat toedienen. Als u dat niet doet, wordt mogelijk een onjuiste hoeveelheid insuline toegediend. Noteer de persoonlijke instellingen van uw huidige insulinepomp en zorg ervoor dat deze goed in de nieuwe Accu-Chek Spirit-insulinepomp worden ingesteld. Zorg ervoor dat de tijd en datum goed zijn ingesteld. Als u twijfelt over uw persoonlijke instellingen of weinig ervaring met dit apparaat hebt, neemt u contact op met uw arts of zorgteam voor controle van uw persoonlijke instellingen. De opstartprocedure mag niet worden onderbroken door op toetsen te drukken of door iets anders met de insulinepomp te doen. Het onderbreken van de opstartprocedure kan een defect aan de insulinepomp tot gevolg hebben. Als u de insulinepomp onjuist instelt, wordt mogelijk een onjuiste hoeveelheid insuline toegediend. U moet eerst uw persoonlijke instellingen in de insulinepomp instellen voordat u start met de 13

16 Voordat u begint insulinepomptherapie. Gebruik de insulinepomp niet als u uw persoonlijke instellingen niet kent. Als u twijfelt over uw persoonlijke instellingen of geen ervaren pompgebruiker bent, laat u de persoonlijke instellingen controleren door uw arts of zorgteam. Het tijdstip van de bolus, de toegediende hoeveelheid en het soort bolus kunt u het beste bepalen in overleg met uw arts of zorgteam. Zorg ervoor dat u weet welke koolhydraat-insulineverhouding voor u geldt en welke bolus ter correctie moet worden toegediend. Als de insulinepomp zich in de STOP-stand bevindt, wordt er geen insuline toegediend. Zet de insulinepomp in de RUN-stand om door te gaan met het toedienen van insuline. Controleer altijd of de datum- en tijdinstelling van de insulinepomp klopt als u de batterij hebt verwisseld. Als u de tijd en datum niet goed instelt, wordt mogelijk een onjuiste hoeveelheid insuline toegediend. Als er een time-out voor de insulinepomp optreedt voordat u een bolus hebt kunnen instellen, wordt er geen bolus toegediend. Controleer de omvang en het tijdstip van de toegediende bolussen in het bolusoverzicht en stel desgewenst een nieuwe bolus in. Als u niet het juiste batterijtype gebruikt in uw insulinepomp, wordt mogelijk het alarm A2: BATT. BIJNA LEEG niet tijdig weergegeven om u voldoende tijd te geven om de batterij te vervangen. Als u de stand van het display 180 draait, wordt de functie van de toetsen a en s eveneens omgedraaid. Gezien vanuit de stand van het display gebruikt u de toets a om omhoog te bladeren en de toets s om omlaag te bladeren. Deze wijziging geldt voor alle functies die worden bediend met a en s, inclusief het inschakelen van de achtergrondverlichting. De functie van de toetsen d en f blijft altijd hetzelfde, ongeacht de beeldstand. 14

17 Voordat u begint Als de datatransmissie tussen de pc en de insulinepomp wordt onderbroken,, kan de configuratie onvolledig zijn en treedt de fout E12: DATA ONDERBROKEN op. U kunt de insulinepomp pas in de RUN-stand zetten als de datatransmissie geheel is voltooid Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot hygiëne De insulinepomp is geschikt voor gebruik met een Accu-Chek kunststofampul met een inhoud van 3,15 ml. De ampul is een steriel product en is uitsluitend bestemd voor eenmalig gebruik. In een ongeopende verpakking zijn de producten gegarandeerd steriel tot de vermelde vervaldatum. Gebruik het steriele product niet als de verpakking beschadigd is. Materialen voor eenmalig gebruik mogen niet opnieuw worden gebruikt. Het hergebruik van materialen voor eenmalig gebruik kan leiden tot defecten aan de insulinepomp, alsmede tot een onjuiste toediening van de insuline en/of infecties. Pak het product alleen met schone handen vast. Zorg ervoor dat de infusieset en met name de aansluitingen van de insulinepomp nooit in contact komen met ontsmettingsmiddelen, desinfecterende crèmes, zeep, parfums, deodorants, bodylotions of andere cosmetische middelen. Deze middelen kunnen schade aan de onderdelen veroorzaken. Breng het apparaat niet opzettelijk in aanraking met water. Bij opzettelijk contact met water moet de insulinepomp worden losgekoppeld en verwijderd. Controleer dagelijks of de insulinepomp en de steriele producten geen scheurtjes, barsten of andere beschadigingen vertonen en of het batterijdeksel en de adapter correct zijn afgesloten. Als er scheurtjes of barsten aanwezig zijn, kunnen 15

18 Voordat u begint substanties zoals water, stof, insuline of andere vreemde stoffen van buitenaf in de insulinepomp terechtkomen. Dit kan tot defecten leiden. Gebruik uitsluitend steriele producten en accessoires die zijn ontworpen voor gebruik met uw insulinepomp. Er zijn geen andere steriele producten en accessoires getest op compatibiliteit met de insulinepomp. Daarom kan het gebruik van deze producten een gevaar voor uw gezondheid opleveren. Draag altijd extra steriele producten en accessoires bij u. U kunt dan op elk gewenst moment een onderdeel vervangen. Materialen voor eenmalig gebruik (zoals ampullen en infusiesets) mogen niet opnieuw worden gebruikt. Anders ontstaat een vergroot risico op infecties, storingen en/of een onjuiste insulinetoediening. Verwijder altijd de ampul en adapter en zet de insulinepomp in de STOP-stand tijdens het reinigen. Druk tijdens het reinigen niet op de toetsen van de insulinepomp, aangezien u hiermee per ongeluk de instellingen van de pomp kunt wijzigen. Gebruik geen alcohol, oplosmiddelen, sterke reinigingsmiddelen, bleekmiddelen, schuursponsjes of scherpe voorwerpen (messen, sleutels, schroevendraaiers, enzovoort) voor het reinigen van de insulinepomp aangezien deze de pomp kunnen beschadigen Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot correct gebruik Om de insulinepomp goed te (leren) gebruiken hebt u de hulp van een ervaren arts of zorgteam nodig. Regelmatige bezoeken aan uw arts of zorgteam zijn absoluut noodzakelijk zolang u met de insulinepomp wordt behandeld. Wijzig de persoonlijke instellingen alleen in overleg met uw arts of zorgteam. Volg de instructies van uw arts of zorgteam altijd op. 16

19 Voordat u begint Voer zelf geen onderhoud of reparaties aan de insulinepomp uit. Gebruik ook geen smeermiddel voor het pompmechanisme. Neem als u vragen hebt contact op met de klantenservice. Gebruik nooit een scherp voorwerp of een vingernagel om een toets in te drukken. Hierdoor kan de behuizing van de insulinepomp beschadigd raken. Druk voorzichtig met uw vingertip op de toets. Zo voorkomt u mogelijke perforatie van de toets. Controleer elke dag minstens één keer hoeveel insuline er nog over is in de ampul. Controleer tevens voordat u naar bed gaat of de ampul voldoende insuline bevat om de nacht door te komen. Neem contact op met uw arts en/of zorgteam om een alternatieve behandeling te bespreken als u de insulinepomptherapie langere tijd onderbreekt. De bolusstap die in de insulinepomp kan worden ingesteld, is bepalend voor de snelle standaardbolushoeveelheid die u opgeeft met de toetsen a en s van de insulinepomp. Zorg dat de ingestelde bolusstap geschikt is voor uw therapie, zodat de insuline correct wordt toegediend. Gebruik de Accu-Chek Spirit-insulinepomp niet als u het display niet kunt lezen, de piepsignalen niet kunt horen of de trilsignalen niet kunt voelen. U wordt via het display, piepsignalen en trilsignalen gewezen op essentiële alarminformatie waarop de insulinepompgebruiker onmiddellijk actie dient te ondernemen. Als de gebruiker de insulinepompalarmen niet ziet, hoort of voelt, kan ernstig letsel of overlijden het gevolg zijn. Als de insulinetoediening om een bepaalde reden wordt onderbroken (bijvoorbeeld omdat de gebruiker de pomp heeft gestopt of door een technisch probleem met de insulinepomp, lekken van de ampul, verstopping van de slang of naald van de 17

20 Voordat u begint infusieset, of omdat de naald uit de infusieplaats is losgeschoten), moet u de insulinetoediening direct kunnen hervatten. Zorg er daarom voor dat u altijd een reservevoorraad steriele producten en accessoires (infusieset, insulineampul, batterijen) bij u hebt en draag tevens een insulinepen/-spuit met insuline bij u. Zonder insuline kan er diabetische keto-acidose ontstaan waardoor opname in het ziekenhuis nodig kan zijn Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik Denk eraan dat een onderbreking van de insulinetoevoer (bijvoorbeeld ten gevolge van lekkages, verstoppingen of een kwaliteitsverlies van de insuline) of een storing in de insulinepomp een snelle stijging van de bloedglucosewaarde tot gevolg kan hebben. Hoewel de insulinepomp van een intern beveiligingssysteem is voorzien, kan het apparaat u niet waarschuwen als de infusieset lekt of als de kwaliteit van de insuline achteruit is gegaan. Gebruik geen adapters van andere insulinepompen (bijvoorbeeld H-TRON-/H-TRONplus-adapters) voor uw Accu-Chek Spirit. Als Fout E4: VERSTOPPING optreedt, moet u onmiddellijk uw bloedglucosewaarde controleren omdat de toediening van de insuline onderbroken is. Als uw bloedsuikerspiegel te hoog is, neemt u gepaste maatregelen overeenkomstig de instructies van uw arts of zorgteam. Draai de infusieset stevig op de adapter aan. Anders kan er insuline lekken. Draai de lueraansluiting van de infusieset niet verder aan dan mogelijk is. Gebruik in geen geval gereedschap. Als u de lueraansluiting te ver aandraait, kunnen er scheurtjes ontstaan waardoor er insuline kan lekken. 18

21 Voordat u begint De insulinepomp is niet in staat een lek in de infusieset te detecteren. Overdag moet u alle onderdelen van de infusieset elke drie uur controleren en ook voordat u gaat slapen voert u een controle uit. Als u insulineverlies constateert terwijl alle onderdelen goed vastzitten, moet u het lekkende onderdeel onmiddellijk vervangen. U moet uw bloedsuikerspiegel onmiddellijk meten, omdat de toediening van insuline mogelijk is onderbroken. Luchtbellen in de ampul of infusieset leiden tot de infusie van lucht in plaats van insuline. Uw lichaam krijgt dan niet de juiste hoeveelheid insuline toegediend. Fout E4: VERSTOPPING kan vertraagd worden weergegeven. Verwijder deze luchtbellen tijdens het vullen van de ampul en de infusieset. Zorg daarbij dat de infusieset is losgekoppeld van uw lichaam. Bij de opwarming van koude insuline komt mogelijk lucht vrij. Zorg dat de insuline op kamertemperatuur is als u de ampul of infusieset vult. Overdag moet u de ampul en de infusieset elke drie uur controleren op luchtbellen en ook voordat u gaat slapen voert u een controle uit. Verwijder de luchtbellen en vervang indien nodig de systeemonderdelen. Start de insulinetoediening pas als u de pomp volledig en op de juiste manier hebt geïnstalleerd (inclusief ampul, adapter en infusieset) en de persoonlijke instellingen die u van uw arts of zorgteam hebt gekregen, hebt ingesteld. Zorg ervoor dat de ampulruimte volledig droog is als u de functie VERVANG DE AMPUL uitvoert. Wanneer u de aandrijfstang terugdraait, kan er vloeistof in de insulinepomp terechtkomen. Dit kan storingen tot gevolg hebben. 19

22 Voordat u begint Als u in de insulinepomp een betrekkelijk lage basale hoeveelheid (0,1 eenheden/uur) instelt, kan dit ertoe leiden dat na verloop van tijd de fout E4: VERSTOPPING optreedt. Roche Diagnostics beveelt aan kunststofampullen te gebruiken als een lage basale hoeveelheid is vereist voor uw therapie. Vul de infusieset nooit wanneer deze op uw lichaam is aangesloten. Anders loopt u het risico dat de insuline ongecontroleerd wordt toegediend. Als u een afkoppelbare infusieset hebt, moet u eerst de slang van de infusieplaats verwijderen voordat u de infusieset vult. Volg altijd de instructies die bij de infusieset worden geleverd. Breng de aandrijfstang op de juiste plaats aan en draai aan de adapter totdat de stop van de ampul precies gelijk ligt met het uiteinde van de aandrijfstang om te voorkomen dat een vrije stroom van insuline ontstaat. Als de ampul en de aandrijfstang niet goed op elkaar zijn aangesloten en als u de insulinepomp op een hogere plek draagt dan de infusieplaats, kan er een vrije stroom van insuline van de ampul of de infusieset plaatsvinden. Neem contact op met de klantenservice als de aandrijfstang niet volledig terugdraait nadat de ampul is verwijderd. Nadat zich een fout heeft voorgedaan, bevindt de insulinepomp zich in de STOP-stand, zodat de toediening van de insuline wordt onderbroken. U kunt de toediening in stand houden door onmiddellijk te reageren volgens de instructies die voor elke foutcode worden gegeven. Zet de insulinepomp in de RUN-stand om door te gaan met het toedienen van insuline. De insulinepomp en bijbehorende steriele producten en accessoires bevatten kleine onderdelen die bij inslikken door een kind verstikkingsgevaar opleveren. Houd steriele producten en accessoires buiten het bereik van kinderen. 20

23 Voordat u begint Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot gevaren uit de omgeving Blijf uit de buurt van de elektromagnetische velden van radaren antenne-installaties, hoogspanningsbronnen, röntgenapparatuur, MRI-, CAT-scanners enzovoort. Gebruik de insulinepomp niet op dergelijke plekken. De insulinepomp kan defect raken onder invloed van een elektromagnetisch veld. Als u in zo n omgeving komt, moet u altijd eerst de insulinepomp verwijderen Anders zal de insulinetoediening waarschijnlijk direct stoppen en treedt de fout E7: ELEKTRON. FOUT treedt op. Zie paragraaf , Fout E7: ELEKTRON. FOUT, voor meer informatie. Gebruik de insulinepomp niet in hogedrukruimten of -kamers of op gevaarlijke plaatsen van welke classificatie dan ook (zoals plaatsen waarop explosieve of ontvlambare gassen of dampen kunnen voorkomen). Dit kan de insulinetoediening verstoren en/of tot gevaarlijke situaties leiden. De insulinepomp is bedoeld voor gebruik binnen normale barometrische omstandigheden van 70 tot 106 kpa (700 tot 1060 mbar). De pomp is niet geschikt voor hoogten van meer dan 3000 meter boven zeeniveau. Het product is niet getest voor gebruik op gevaarlijke locaties van welke classificatie dan ook. Als u in zo n omgeving komt, moet u altijd eerst de insulinepomp verwijderen De insulinepomp is niet getest in combinatie met andere elektronische medische apparatuur. Derhalve mag de Accu-Chek Spirit-insulinepomp niet in combinatie met andere elektronische medische apparatuur worden gebruikt, tenzij dit door de arts of het zorgteam wordt geadviseerd. 21

24 Voordat u begint De elektronische onderdelen van de insulinepomp en de batterij kunnen defect raken als u deze blootstelt aan temperaturen hoger dan +40 C en lager dan +5 C. Stel de insulinepomp niet bloot aan direct zonlicht. Voorkom dat de insuline en de insulinepomp oververhit raken. Voorkom dat de insulinepomp direct wordt blootgesteld aan een koude wind. Draag de insulinepomp bij koud weer onder uw kleren of direct op uw lichaam. Raadpleeg de instructies voor de insuline die u gebruikt voor meer informatie over de toegestane bewaartemperaturen voor de insuline Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot veilig batterijgebruik Zorg ervoor dat u altijd AA-reservebatterijen bij de hand hebt en let daarbij op het volgende. Bewaar de batterijen tot aan het gebruik altijd in de oorspronkelijke verpakking. Zorg ervoor dat de batterijen onderling niet in contact komen met elkaar of met andere metalen voorwerpen (bijvoorbeeld munten en sleutels) om vroegtijdige ontlading te voorkomen. Voor gebruik in de insulinepomp moet de batterij een bedrijfstemperatuur tussen +5 C en +40 C hebben. Gooi de batterij weg als deze is gevallen. Vervang de batterij alleen in een droge omgeving. Gebruik voor het los- of vastdraaien van het batterijdeksel uitsluitend de Accu-Chek Spirit-batterijsleutel. (Gebruik geen scherpe voorwerpen. Dit kan leiden tot beschadiging van de insulinepomp.) Draai niet te strak aan. Als u dat doet, kunt u het batterijdeksel of de behuizing van de insulinepomp beschadigen. Het deksel van de batterij zit goed op zijn plaats als het gelijk ligt met de behuizing van de insulinepomp. 22

25 Voordat u begint Gebruik de insulinepomp niet als het deksel van de batterij niet goed op zijn plaats zit. Raadpleeg paragraaf 5.1, Batterij plaatsen en vervangen, voor informatie over het vervangen van de batterij en het batterijdeksel. De levensduur van een batterij kan aanzienlijk korter zijn wanneer u andere AA-batterijen gebruikt dan de meegeleverde of aanbevolen batterijen van Roche Diagnostics. Ook kan de garantie in dat geval komen te vervallen. Het gebruik van andere batterijen kan bovendien leiden tot lekken en corrosie aan de contactpunten in de insulinepomp. Verwijder de batterij als u de insulinepomp gedurende langere tijd niet gebruikt. Dit verlengt de levensduur van de batterij. Het gebruik van oude of gebruikte batterijen kan een fout veroorzaken bij het opstarten van de insulinepomp. Vervang de batterij uitsluitend in een droge omgeving, controleer of de afdichting aanwezig is en of de batterij goed is geplaatst. Zo voorkomt u dat er water in de behuizing van de pomp kan binnendringen Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen bij het dragen van de insulinepomp Voorkom dat de insulinepomp tijdens het dragen in contact komt met voorwerpen die de toetsen van de pomp kunnen beschadigen of onbedoeld kunnen indrukken (bijvoorbeeld sleutelbos, knopen van kledingstukken, zakmes, munten). Als u de piepsignalen niet kunt horen, moet de insulinepomp worden teruggestuurd omdat u anders mogelijk niet tijdig wordt gewaarschuwd wanneer zich wijzigingen voordoen in de werking van de insulinepomp. Neem contact op met de klantenservice. 23

26 Voordat u begint Als u de trilsignalen niet kunt voelen, moet de insulinepomp worden teruggestuurd omdat u anders mogelijk niet tijdig wordt gewaarschuwd wanneer zich wijzigingen voordoen in de werking van de insulinepomp. Neem contact op met de klantenservice. Als de tekens, waarden of symbolen op het display niet volledig worden weergegeven, moet de insulinepomp worden teruggebracht omdat u anders mogelijk niet tijdig wordt gewaarschuwd wanneer zich wijzigingen voordoen in de werking van de insulinepomp. Neem contact op met de klantenservice. Kijk overdag minimaal één keer elke drie uur op het display van de insulinepomp, voordat u gaat slapen en met name als u om een bepaalde reden niet in staat bent piepsignalen te horen of trilsignalen te voelen. Anders wordt u mogelijk niet tijdig gewaarschuwd wanneer zich wijzigingen voordoen in de werking van de insulinepomp. Als de toetsen op de pomp niet correct functioneren of als u de toetsen niet herkent, moet u de insulinepomp loskoppelen en contact opnemen met de klantenservice. Als u nog vragen hebt over deze waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen, kunt u contact opnemen met de klantenservice. 2.2 Garantie Wijzigingen in of aanpassingen aan de apparaten die niet uitdrukkelijk door Roche Diagnostics zijn goedgekeurd, kunnen tot gevolg hebben dat u de Accu-Chek Spirit-insulinepomp niet meer kunt gebruiken. 24

27 3 De Accu-Chek Spirit-insulinepomp De Accu-Chek Spirit-insulinepomp Let op Controleer de insulinepomp en de steriele producten en accessoires ten minste eenmaal per dag op de aanwezigheid van scheurtjes of barsten. Doe dit met name wanneer u een van de producten hebt laten vallen. Gebruik het product niet als u scheurtjes of barsten hebt ontdekt. Als er scheurtjes of barsten aanwezig zijn, kunnen substanties zoals water, stof, insuline of andere vreemde stoffen van buitenaf in de insulinepomp terechtkomen. Dit kan tot defecten leiden. 3.1 Display De insulinepomp heeft een grafisch LCD-scherm (Liquid Crystal Display) met een hoge resolutie waarop u belangrijke actuele en historische informatie kunt aflezen. Kijk overdag minimaal één keer elke drie uur op het display van de insulinepomp, voordat u gaat slapen en als u om een bepaalde reden niet in staat bent piepsignalen te horen of trilsignalen te voelen. Anders wordt u mogelijk niet tijdig gewaarschuwd wanneer zich wijzigingen voordoen in de werking van de insulinepomp. U kunt de weergave op het display desgewenst 180 draaien en het beeldcontrast aanpassen. Zie de paragrafen 7.7.6, Beeldstand en 8.5.7, Displaycontrast, voor meer informatie. 25

28 De Accu-Chek Spirit-insulinepomp Let op Als de tekens, waarden of symbolen op het display niet volledig worden weergegeven, zet u de insulinepomp in de STOP-stand en verwijdert u de batterij een ogenblik om een systeemcontrole uit te voeren. De systeemcontrole wordt uitgevoerd zodra u de batterij hebt teruggeplaatst. Als de tekens, waarden of symbolen nog steeds onvolledig worden weergegeven, moet de insulinepomp worden teruggestuurd; anders wordt u mogelijk onjuist geïnformeerd. Zet de insulinepomp in de STOP-stand en neem direct contact op met de klantenservice. 3.2 Achtergrondverlichting De achtergrondverlichting is handig wanneer er te weinig licht is en u de insulinepomp wilt bedienen of informatie wilt aflezen. U drukt op a op het RUN-scherm of het STOP-scherm om de achtergrondverlichting in te schakelen. Dit kan ook als u door de menu s bladert. De achtergrondverlichting wordt automatisch geactiveerd wanneer een alarm of foutmelding wordt weergegeven. Als u vervolgens geen andere toetsen indrukt, gaat de achtergrondverlichting h na 20 seconden automatisch uit. Opmerking Schakel de achtergrondverlichting in als u een programmering wilt uitvoeren in een omgeving met te weinig licht. 3.3 Toetsen en toetscombinaties U kunt de insulinepomp instellen met behulp van de vier toetsen. Tijdens het gebruik krijgt u informatie in de vorm van piepsignalen, trilsignalen en meldingen op het display. 26

29 De Accu-Chek Spirit-insulinepomp Let op Gebruik nooit een scherp voorwerp of een vingernagel om een toets in te drukken. Hierdoor kan de behuizing van de insulinepomp beschadigd raken. Druk voorzichtig met uw vingertip op de toets. Zo voorkomt u mogelijke perforatie van de toets. Voor het gebruik van de insulinepomp hebt u de beschikking over vier toetsen en drie toetscombinaties. Elke toets en toetscombinatie heeft een specifieke functie: Toets Naam Functie d Menu bladeren door de menu s, functie- en infoschermen f Vinkje een menu selecteren wijzigingen opslaan en het functie- of infoscherm afsluiten het infoscherm weergeven a Omhoog een instelling verhogen of verlagen s Omlaag vooruitgaan of teruggaan in de infoschermen een standaardbolus instellen een standaardbolus annuleren de STOP-waarschuwing uitschakelen (houd a of s 3 seconden ingedrukt tot u een melodie hoort) a Omhoog de achtergrondverlichting inschakelen 27

30 De Accu-Chek Spirit-insulinepomp Als er een plusteken (+) tussen twee functietoetsen staat, moeten de twee toetsen tegelijk worden ingedrukt: Toetscombinatie Naam Functie d+a Menu en Omhoog een menu, functiescherm of infoscherm afsluiten. De menustructuur achterwaarts doorlopen. d+s Menu en Omlaag toetsen deblokkeren (houd beide toetsen gelijktijdig ingedrukt totdat u drie piepsignalen hoort als RUN actief is of één piepsignaal als STOP actief is). a+s a s a(s) Omhoog en Omlaag de basale hoeveelheid per uur naar het volgende uur/de volgende uren kopiëren. wanneer twee toetssymbolen door een spatie van elkaar worden gescheiden, drukt u op een van beide toetsen om de gewenste waarde in te stellen. u start een bepaalde programmering door op de toets a of s te drukken. U voert de aanbevolen instellingen uit door op de toets zonder haakjes te drukken, in dit geval toets a. Voor de alternatieve gegevens drukt u op de toets tussen haakjes, in dit geval de toets (s). Elke keer dat u op een toets drukt hoort u een piepsignaal, behalve als u het piepsignaal op 0 hebt ingesteld. Waarschuwing Als de toetsen op de pomp niet correct functioneren of als u de toetsen niet herkent, moet u de insulinepomp loskoppelen en contact opnemen met de klantenservice. 28

31 De Accu-Chek Spirit-insulinepomp Time-outsymbool g Voor de veiligheid en het gebruiksgemak is de insulinepomp voorzien van een time-outfunctie. Als u tijdens het instellen niet binnen 20 seconden op een toets hebt gedrukt h, keert u automatisch terug naar de uitgangsstand RUN of het STOP-scherm. Voor uw eigen veiligheid worden de wijzigingen die u hebt aangebracht voordat de time-out bij de insulinepomp optrad, niet opgeslagen. Het symbool g in deze handleiding verwijst naar de time-outfunctie. 3.4 KeyLock Symbool Piepsignalen Display Opmerking Een serie piepsignalen betekent dat alle Als u geen KeyLock- (drie in RUN-stand en vier de toetsen symbool ziet in het één in STOP-stand). zijn vergrendeld RUN-scherm (behalve de toets a of STOP, is de waarmee de achter- KeyLock-functie grondverlichting wordt uitgeschakeld. ingeschakeld). betekent dat alle vier de toetsen zijn ontgrendeld. Met de functie KeyLock kunt u alle vier toetsen van de insulinepomp blokkeren. Het is een extra beveiliging waarmee u kunt voorkomen dat het apparaat per ongeluk wordt bediend (bijvoorbeeld tijdens het slapen of sporten). Schakel in het menu STANDAARD SETUP MENU de functie KeyLock in om de toetsen te blokkeren. 29

32 De Accu-Chek Spirit-insulinepomp Als u de insulinepomp wilt instellen terwijl KeyLock is ingeschakeld, moet u de toetsen eerst ontgrendelen of de functie uitschakelen. Bij de instructies in deze gebruikershandleiding wordt ervan uitgegaan dat de KeyLockfunctie NIET is ingeschakeld. Voor het deblokkeren van de toetsen drukt u de toetsen d+s gelijktijdig in (u hoort drie piepsignalen in RUN en één piepsignaal in STOP). Houd deze toetsen drie seconden ingedrukt totdat u opnieuw drie piepsignalen (in RUN) of één piepsignaal (in STOP) hoort. 3.5 Scrollen Voor de instelling van een hogere of lagere waarde moet u normaal herhaaldelijk op de toets a of s drukken, omdat de waarde per keer maar met een kleine stap wordt verhoogd of verlaagd. In de meeste menu s kunt u echter de toets a of s ingedrukt houden (scrollen) tot de gewenste waarde wordt weergegeven. U kunt deze waarde zo nodig aanpassen door eenmaal op s of a te drukken. Als deze functie is geactiveerd, piept de insulinepomp eenmaal wanneer u gaat scrollen. Toets Piepsignalen Display Opmerking a Met een kort piepsignaal Als u op de toets drukt, U kunt een waarde s bij aanvang wordt de wordt de informatie wijzigen door op scrollfunctie aangegeven. op het display gewijzigd. de toets a of s te drukken. Elke keer dat u op de toets drukt, wordt de waarde met één stap verhoogd of verlaagd. 30

33 De Accu-Chek Spirit-insulinepomp 3.6 Scherm STATUS U wordt via piepsignalen, trilsignalen en meldingen op het display geïnformeerd over de status van de insulinepomp. Als u op een toets drukt, krijgt u een piepsignaal te horen, ongeacht de instellingen van de alarmsignalen. U kunt de piepsignalen of de trilsignalen uitschakelen, maar niet beide signalen tegelijkertijd. U kunt ook het volume van de piepsignalen aanpassen. Zie paragraaf 7.7.2, Volume van piepsignalen instellen, paragraaf 7.7.3, Alarmsignalen, en paragraaf 16.2, Piepsignalen en melodieën, voor meer informatie. Opmerking Als het volume van de piepsignalen uitgeschakeld is, geeft de insulinepomp geen piepsignaal wanneer u op een toets drukt. Let op Kijk overdag minimaal één keer elke drie uur op het display van de insulinepomp, voordat u gaat slapen en als u om een bepaalde reden niet in staat bent piepsignalen te horen of trilsignalen te voelen. Anders wordt u mogelijk niet tijdig gewaarschuwd wanneer zich wijzigingen voordoen in de werking van de insulinepomp. 3.7 Alarmsignalen Alarmen en fouten worden gemeld via piep- en trilsignalen. U kunt de piepsignalen of de trilsignalen uitschakelen, maar niet beide signalen tegelijkertijd. Ten minste een van beide moet zijn ingeschakeld als eerste alarmsignaal. 31

34 De Accu-Chek Spirit-insulinepomp 3.8 RUN- en STOP-stand Tijdens normaal gebruik bevindt de insulinepomp zich in de RUN-stand en wordt continu de door u ingestelde hoeveelheid insuline afgegeven (basale hoeveelheid). Het RUN-scherm is het startscherm, dat wordt weergegeven wanneer u de pomp in de RUN-stand hebt gezet. Nadat u een instelling hebt gemaakt of informatie hebt bekeken, keert u automatisch terug naar de uitgangsstand RUN. Dit scherm toont de tijd, het huidige basaalprofiel en de huidige basale hoeveelheid in eenheden per uur. Verder krijgt u op het RUN-scherm herinneringen te zien (bijvoorbeeld als de ampul bijna leeg is) en informatie over speciale functies die u hebt ingesteld (zoals een vertraagde bolus of toetsen geblokkeerd/gedeblokkeerd). basale hoeveelheid tijd huidige basale hoeveelheid per uur KeyLock ingeschakeld looptijd ampul bijna leeg batterij bijna leeg actief profiel basale hoeveelheid Zie paragraaf 7.3, Insulinetoediening starten, paragraaf 7.7.3, Alarmsignalen, en paragraaf 16.4, Symbolen, voor meer informatie over de definitie van deze symbolen. Sommige functies kunnen uitsluitend worden ingesteld in de STOP-stand (waarin geen insuline wordt toegediend). U kunt de ampul alleen vervangen in de STOP-stand. U moet de pomp altijd loskoppelen van de infusieplaats en in de STOP-stand zetten wanneer u de infusieset vult en/of gegevens verzendt. 32

35 De Accu-Chek Spirit-insulinepomp Op het STOP-scherm ziet u de datum en tijd, het STOP-symbool, eventuele herinneringen (zoals batterij bijna leeg) en speciale functies (zoals toetsen geblokkeerd of gedeblokkeerd). Zie paragraaf 7.4, Insulinetoediening stoppen, voor meer informatie. tijd datum looptijd ampul bijna leeg batterij bijna leeg KeyLock uitgeschakeld 3.9 STOP-waarschuwing De STOP-waarschuwing wordt actief bij het omschakelen van de RUNstand naar de STOP-stand of bij het plaatsen van een batterij. Zo wordt u eraan herinnerd dat de insulinetoediening is onderbroken. Als de STOPwaarschuwing actief is, krijgt u elke minuut een lang piepsignaal te horen in combinatie met een trilsignaal. Als u de STOP-waarschuwing uitschakelt, wordt deze alarmfunctie onderdrukt. 33

36 De Accu-Chek Spirit-insulinepomp STOP-waarschuwing uitschakelen Actie Resultaat Houd a of s U hoort een melodie. Zorg ervoor dat u a of s lang drie seconden ingedrukt. De STOP-waarschuwing genoeg ingedrukt houdt. wordt uitgeschakeld. Anders wordt de STOP-waarschuwing niet onderdrukt en treedt deze opnieuw in werking. Het volume van het STOP-alarm wordt niet beïnvloed door het ingestelde volume voor piepsignalen. Dit alarm klinkt altijd op de maximumsterkte. De STOP-waarschuwing wordt opnieuw ingeschakeld bij het omschakelen van de RUN-stand naar de STOP-stand of bij het plaatsen van een batterij. De bediening van de insulinepomp is logisch en eenvoudig. Op de laatste pagina van deze gebruikershandleiding wordt een overzicht van deze functies weergegeven. 34

37 Accessoires, wegwerpartikelen en software 4 Accessoires, wegwerpartikelen en software Steriele Accu-Chek-producten, -accessoires en -software maken het Accu-Chek Spirit-insulinepompsysteem compleet. Deze producten zijn speciaal ontworpen voor een veilige en comfortabele insulinepomptherapie. Let op Gebruik uitsluitend steriele producten en accessoires die bestemd zijn voor gebruik met de insulinepomp. De juiste werking van de insulinepomp kan alleen worden gegarandeerd als u het apparaat samen met de speciale steriele producten van Accu-Chek en Accu-Chek Spiritaccessoires gebruikt. De steriele Accu-Chek-producten en -accessoires die zijn ontwikkeld voor de Accu-Chek Spirit-insulinepomp, zijn allemaal grondig getest en goedgekeurd voor gebruik met de insulinepomp. Er zijn geen andere steriele producten en accessoires getest op compatibiliteit met de insulinepomp. Daarom kan het gebruik van deze producten een gevaar voor uw gezondheid opleveren. Er moet een arts of zorgverlener aanwezig zijn wanneer u de Accu-Chek Spirit-insulinepomp, de steriele producten, de accessoires en de software voor de eerste keer gebruikt. Periodieke medische onderzoeken zijn vereist. Houd u altijd aan de instructies van uw arts of diabeteszorgteam en aan de gebruiksaanwijzing van de steriele producten en accessoires die u gebruikt. 35

38 Accessoires, wegwerpartikelen en software Let op Zorg ervoor dat u altijd extra steriele producten en accessoires bij u draagt. U kunt dan op elk gewenst moment een onderdeel vervangen. Materialen voor eenmalig gebruik (zoals ampullen en infusiesets) mogen niet opnieuw worden gebruikt. Anders ontstaat een vergroot risico op infecties, storingen en/of een onjuiste insulinetoediening. Raadpleeg onze brochures over steriele producten en de catalogus met accessoires voor meer informatie of neem contact op met de klantenservice. Waarschuwing De insulinepomp en bijbehorende steriele producten en accessoires bevatten kleine onderdelen die bij inslikken door een kind verstikkingsgevaar opleveren. Houd steriele producten en accessoires buiten het bereik van kinderen. 4.1 Steriele producten Steriele Accu-Chek-producten vormen een essentieel onderdeel van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp en de insulinepomptherapie. De steriele producten zijn uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik. Dit voorkomt problemen met de werking van het Accu-Chek Spiritsysteem. Ook voorkomt u zo infecties. 36

39 Accessoires, wegwerpartikelen en software Ampul De insulinepomp is geschikt voor gebruik met een Accu-Chek kunststofampul met een inhoud van 3,15 ml. De ampul is een steriel product en is uitsluitend bestemd voor eenmalig gebruik. In een ongeopende verpakking zijn de producten gegarandeerd steriel tot de vermelde vervaldatum. Gebruik het steriele product niet als de verpakking beschadigd is. Waarschuwing Materialen voor eenmalig gebruik mogen niet opnieuw worden gebruikt. Het hergebruik van materialen voor eenmalig gebruik kan leiden tot defecten aan de insulinepomp, alsmede tot een onjuiste toediening van de insuline en/of infecties. Pak het product alleen met schone handen vast. Gebruik alleen de voorgeschreven ampullen. Het gebruik van andere ampullen kan een gevaar voor uw gezondheid opleveren en ertoe leiden dat de garantie niet meer geldig is. E Raadpleeg paragraaf 5.2.1, Ampul voorbereiden, paragraaf 5.3.1, De ampul, adapter en infusieset aansluiten en paragraaf 5.7, Ampul en infusieset vervangen, voor meer informatie. 37

40 Accessoires, wegwerpartikelen en software Infusiesets De insulinepomp wordt via een Accu-Chek infusieset op uw lichaam aangesloten. Infusiesets vormen dus een essentieel onderdeel van de insulinepomptherapie. De insuline uit de ampul van de insulinepomp wordt via de infusieset toegediend in het onderhuidse weefsel. De canule of naald van de infusieset wordt meestal in de buik geplaatst. Infusiesets zijn verkrijgbaar in twee vormen: E afkoppelbaar E niet-afkoppelbaar Gebruik uitsluitend infusiesets met een lueraansluiting. Alle Accu-Chek infusiesets hebben een lueraansluiting. Het wordt aanbevolen alleen deze infusiesets te gebruiken voor de Accu-Chek Spirit-insulinepomp. De Accu-Chek infusiesets zijn PVC-vrij. Ze zijn gemaakt van huidvriendelijk materiaal dat geen reactie met de insuline aangaat. De slang van de Accu-Chek infusieset heeft een kleine diameter, zodat de set snel en zuinig kan worden gevuld en het verlies aan insuline tot een minimum kan worden beperkt. 38

41 Accessoires, wegwerpartikelen en software Roche Diagnostics biedt een ruim assortiment infusiesets: Normale slanglengte Volume met U100 insuline 30 cm/12" 7 eenheden 60 cm/24" 10 eenheden 80 cm/31" 13 eenheden 110 cm/43" 18 eenheden Raadpleeg de paragrafen 5.3.1, De ampul, adapter en infusieset aansluiten, 5.4, Infusieset vullen, 5.5, De infusieplaats voorbereiden, 5.6, Infusieset vervangen, en 4, Accessoires, wegwerpartikelen en software, voor meer informatie. 4.2 Adapter Luchtopeningen Afdichting buitenkant adapter Afdichting binnenkant adapter Met behulp van de adapter kunt u de ampul en de infusieset op elkaar aansluiten. Dankzij twee afdichtingen biedt deze een doeltreffende bescherming tegen het binnendringen van water in de ampulruimte van de insulinepomp. De luchtdruk wordt geregeld via de twee kleine luchtopeningen op de adapter. Als deze openingen dicht zitten of vuil zijn of als de afdichtingen versleten zijn of ontbreken, werkt de adapter niet meer naar behoren. De adapter dient na maximaal tien ampulwisselingen te worden vervangen. Zie de paragrafen 5.3.1, De ampul, adapter en infusieset aansluiten, en 5.8, De adapter vervangen, voor meer informatie. 39

42 Accessoires, wegwerpartikelen en software 4.3 Batterij De insulinepomp is ontworpen voor gebruik met AA-alkalinebatterijen met een minimumcapaciteit van 2500 mah. Gebruik geen lithiumbatterijen, zinkkoolbatterijen of nikkelcadmiumbatterijen (NiCd). Als u liever een oplaadbare batterij gebruikt, wordt u aangeraden NiMH-batterijen met een minimumcapaciteit van 1500 mah te gebruiken. Als u oplaadbare batterijen gebruikt, dient u altijd de batterijoplader te gebruiken die door de fabrikant wordt aanbevolen. Bij normaal gebruik (50 eenheden per dag; bedrijfstemperatuur 22 C ±3 C) geven alkalinebatterijen stroom voor ongeveer vier weken, en oplaadbare batterijen voor één week. Opmerking Als u van normale batterijen omschakelt naar oplaadbare batterijen (of vice versa), moet u het batterijtype in het STANDAARD SETUP MENU wijzigen. Zie paragraaf 7.7.5, Batterijtype, voor meer informatie. Let op De levensduur van een batterij kan aanzienlijk korter zijn wanneer u andere AA-batterijen gebruikt dan de meegeleverde of aanbevolen batterijen van Roche Diagnostics. Andere batterijen dan de aanbevolen batterijen zou kunnen leiden tot lekken en corrosie aan de contactpunten in de insulinepomp. Het is daarom mogelijk dat de garantie komt te vervallen als u andere batterijen gebruikt dan de batterijen die door Roche Diagnostics worden meegeleverd of aanbevolen. 40

43 Accessoires, wegwerpartikelen en software Opmerking Veel batterijen die nu verkrijgbaar zijn, zijn niet ontworpen om uw insulinepomp van voeding te voorzien. Om er zeker van te zijn dat de batterij zo lang mogelijk meegaat, moet u alkalinebatterijen gebruiken met een capaciteit van minimaal 2500 mah of oplaadbare NiMH-batterijen met een capaciteit van minimaal 1500 mah. Alkalinebatterijen van Roche Diagnostics bieden een maximale levensduur. De bedrijfstemperatuur van de batterij moet liggen tussen +5 C en +40 C. De levensduur van de batterij is afhankelijk van het gebruik van de insulinepomp, uw persoonlijke instellingen, de toegediende hoeveelheden, de temperatuur en andere factoren. 4.4 Batterijdeksel open Afdichting Het batterijdeksel is voorzien van een afdichting waarmee de batterijhouder van de insulinepomp optimaal wordt afgesloten. Het batterijdeksel dient na maximaal vier batterijwisselingen te worden vervangen. Vervang de batterij in een droge omgeving om te voorkomen dat er water binnendringt in de behuizing. Controleer of de afdichting aanwezig is en geen slijtage vertoont. Zorg ervoor dat de batterij op de juiste wijze in de insulinepomp wordt geplaatst. Draai het batterijdeksel alleen los of vast met de speciale Accu-Chek Spirit-batterijsleutel. (Gebruik geen messen, schroevendraaiers of andere scherpe voorwerpen. Dit kan leiden tot beschadiging van de insulinepomp.) 41

44 Accessoires, wegwerpartikelen en software Draai het batterijdeksel niet te vast. Anders kunt u het batterijdeksel of de behuizing van de pomp beschadigen. Het deksel van de batterij zit goed op zijn plaats als het gelijk ligt met de behuizing. Zie paragraaf 5.1, Batterij plaatsen en vervangen, voor meer informatie. Let op Verwijder de batterij als u de insulinepomp gedurende langere tijd niet gebruikt. Dit verlengt de levensduur van de batterij. Vervang de batterij uitsluitend in een droge omgeving. Controleer of de afdichting van het batterijdeksel in een goede staat verkeert en niet ontbreekt en of de batterij correct is aangebracht. Zo voorkomt u dat er water in de behuizing van de pomp kan binnendringen. 4.5 Batterijsleutel Gebruik de batterijsleutel om het batterijdeksel los- of vast te draaien. Deze sleutel is ook geschikt om de lueraansluiting tussen de infusieset en de adapter los te draaien, als dat niet met de hand lukt. De inkeping van de batterijsleutel past op de lueraansluiting van de Accu-Chek FlexLink- en de Accu-Chek TenderLink-infusiesets. Gebruik de batterijsleutel nooit om de infusieset aan te sluiten of te bevestigen. 42

45 Accessoires, wegwerpartikelen en software 4.6 Eerste hulp Het wordt aanbevolen om voor noodgevallen een kleine voorraad reserveonderdelen mee te nemen. U kunt dan op elk gewenst moment een onderdeel vervangen. De inhoud van een dergelijke eerstehulpdoos kan bestaan uit de volgende onderdelen: Een nieuwe Accu-Chek infusieset Een nieuwe AA-alkalinebatterij Een nieuwe kunststofampul van 3,15 ml Een insulinepen of insulinespuit voor een vervangende therapie Een flesje insuline Behandeling voor lage bloedglucosewaarden Benodigdheden voor bloedglucosemeting (zoals een Accu-Chek-bloedglucosemeter) Een ontsmettingsmiddel voor de huid Nieuw verband De batterijsleutel Bovenstaande lijst is slechts een voorbeeld van wat er in de eerstehulpdoos moet zitten. Raadpleeg uw arts of het diabeteszorgteam voor meer informatie over de samenstelling van uw persoonlijke eerstehulpdoos. 43

46 Accessoires, wegwerpartikelen en software 4.7 Software De Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software is een optioneel hulpmiddel voor het instellen van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp*. Met deze software kunt u snel en gemakkelijk de parameters en instellingen wijzigen vanaf een computer met Microsoft Windows. Met de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software kunnen gebruikers van de insulinepomp vanaf een pc met Microsoft Windows eenvoudig nieuwe instellingen opgeven en instellingen en gegevens van en naar de insulinepomp overbrengen. De Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software Pro voor artsen en verpleegkundigen stelt artsen en verpleegkundigen in staat de insulinepomp in te stellen en de patiëntgegevens van de insulinepomp efficiënt te beheren. Met deze software kunnen artsen en verpleegkundigen aanvullende instellingen instellen. Neem contact op met de klantenservice of raadpleeg de gebruikershandleiding bij de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software voor meer informatie. * Beschikbaar in selecte landen, afhankelijk van registratiegoedkeuring. 44

47 De pomp voorbereiden voor het gebruik 5 De pomp voorbereiden voor het gebruik In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe u de pomp kunt gaan gebruiken. 5.1 Batterij plaatsen en vervangen De insulinepomp wordt ingeschakeld zodra u de batterij in de pomp hebt geplaatst. Als u de batterij verwijdert, worden de datum en tijd nog ongeveer 1 uur lang bewaard. De pompinstellingen (zoals de basale hoeveelheden per uur, de bolusstap en het actieve gebruikersmenu) en het overzicht van de gebeurtenissen (zoals het bolusoverzicht, de alarmen, het overzicht van dagelijks insulineverbruik en de tijdelijke basale hoeveelheden) blijven bewaard, ongeacht de batterijspanning of hoe lang de batterij was verwijderd. Zorg dat de datum-/tijdinstellingen correct blijven Controleer altijd of de datum- en tijdinstelling op de insulinepomp klopt. Als u de tijd en datum niet goed instelt, wordt mogelijk een onjuiste hoeveelheid insuline toegediend. Als u of uw zorgteam de therapiegegevens elektronisch opslaat en analyseert terwijl de datum en tijd van de verschillende apparaten niet overeenkomen, kunnen de verzamelde gegevens onbruikbaar worden. 45

48 De pomp voorbereiden voor het gebruik Let op Vervang de batterij uitsluitend in een droge omgeving, controleer of de afdichting aanwezig en in goede staat is en controleer of de batterij goed is geplaatst. Zo voorkomt u dat er water in de behuizing van de pomp kan binnendringen. Draai het batterijdeksel los of vast met de speciale Accu-Chek Spirit-batterijsleutel. (Gebruik geen messen, schroevendraaiers of andere scherpe voorwerpen. Dit kan leiden tot beschadiging van de insulinepomp.) Draai het batterijdeksel niet te vast. Anders kunt u het batterijdeksel of de behuizing van de pomp beschadigen. Het deksel van de batterij zit goed op zijn plaats als het gelijk ligt met de behuizing van de insulinepomp. De voeding van de insulinepomp bestaat uit één AA-batterij van 1,5 V. In paragraaf 4.3, Batterij, vindt u meer informatie over de aanbevolen batterijen. Zorg ervoor dat de insulinepomp in de STOPstand staat en dat de KeyLock-functie is ontgrendeld of uitgeschakeld. Verwijder de infusieset of koppel deze los van de infusieplaats om elk risico van een onbedoelde insulinetoediening uit te sluiten. 46

49 De pomp voorbereiden voor het gebruik Verwijder het batterijdeksel van de insulinepomp. Draai het batterijdeksel linksom met behulp van de batterijsleutel, zoals wordt aangegeven door de pijl op het deksel. Controleer of de opening van de batterijruimte en de afdichting schoon en onbeschadigd zijn. Plaats het batterijdeksel op het positieve uiteinde van de batterij. Plaats de batterij samen met het deksel met het platte (negatieve) uiteinde naar beneden gericht in de batterijhouder. Duw de batterij samen met het deksel voorzichtig naar binnen en draai het batterijdeksel rechtsom. Het deksel van de batterij zit goed op zijn plaats als het gelijk ligt met de behuizing. Draai niet te strak aan. Vervolgens wordt een opstartprocedure uitgevoerd. Aan het einde van de opstartprocedure hoort u een melodie. Daarna keert de insulinepomp automatisch terug naar het STOP-scherm. 47

50 De pomp voorbereiden voor het gebruik Opmerking Als de insulinepomp in de RUN-modus stond voordat de batterij werd verwijderd, treedt de fout E8: STROOM UITVAL op. Druk twee keer op f om te bevestigen en de fout uit te schakelen. Controleer de datum en de tijd in het STOP-scherm en corrigeer deze zonodig. Zet de insulinepomp in de RUN-stand (indien nodig). Let op Als u de batterij verwijdert, onthoudt de insulinepomp de instellingen die u hebt opgeslagen. Als de batterij meer dan een uur uit de Accu-Chek Spirit verwijderd is, moet u de datum en tijd controleren nadat u de batterij hebt teruggeplaatst. De levensduur van een batterij kan aanzienlijk korter zijn wanneer u andere AA-batterijen gebruikt dan de meegeleverde of aanbevolen batterijen van Roche Diagnostics. Andere dan de aanbevolen batterijen kunnen gaan lekken waardoor er corrosie optreedt op de contactpunten binnenin de insulinepomp. Het is daarom mogelijk dat de garantie komt te vervallen als u andere batterijen gebruikt dan de batterijen die door Roche Diagnostics worden meegeleverd of aanbevolen. Breng geen oude of gebruikte batterijen aan in de insulinepomp. Dit kan een fout veroorzaken bij het opstarten van de insulinepomp. 48

51 De pomp voorbereiden voor het gebruik 5.2 Opstartprocedure De opstartprocedure (interne tests) van de insulinepomp wordt uitgevoerd zodra u een batterij plaatst of de ampul vervangt. Als de batterij is vervangen, wordt de gehele opstartprocedure uitgevoerd. Als u alleen de ampul vervangt, begint de opstartprocedure met de stap ZELFTEST. Waarschuwing De opstartprocedure mag niet worden onderbroken door op toetsen te drukken of door iets anders met de insulinepomp te doen. Het onderbreken van de opstartprocedure kan een defect aan de insulinepomp tot gevolg hebben. Neem contact op met de klantenservice als de piep- of trilsignalen niet overeenkomstig de beschrijving optreden, of als bepaalde nummers, letters, symbolen of regels onvolledig of helemaal niet op het display worden weergegeven. Opmerking Tijdens het gebruik wordt de juiste werking van de insulinepomp continu gecontroleerd door het veiligheidssysteem. Zodra een afwijking van de normale status wordt gedetecteerd, treedt een alarm (alarminstructie) of een fout (foutmelding) op. De versie van de gebruikte software (SW VERSION) verschijnt op het display. Het Accu-Chek-logo verschijnt. De tekst ZELFTEST verschijnt. 49

52 De pomp voorbereiden voor het gebruik Na een piepsignaal verschijnt de tekst PIEPTONEN TEST. Let op de piepsignalen van de pomp. Let op Als u de piepsignalen niet kunt horen, moet de insulinepomp worden teruggestuurd omdat u anders mogelijk niet tijdig wordt gewaarschuwd wanneer zich wijzigingen voordoen in de werking van de insulinepomp. Neem contact op met de klantenservice. Na een trilsignaal verschijnt de tekst VIBRATIE TEST. Controleer of er trilsignalen worden afgegeven. Let op Als u de trilsignalen niet kunt voelen, moet de insulinepomp worden teruggestuurd omdat u anders mogelijk niet tijdig wordt gewaarschuwd wanneer zich wijzigingen voordoen in de werking van de insulinepomp. Neem contact op met de klantenservice. 50 Het display wordt wit. Controleer of het display leeg is. Tijdens deze stap wordt normaal de achtergrondverlichting ingeschakeld. Er verschijnt een patroon op het display. Controleer of het patroon gelijkmatig is. Het display wordt zwart. Controleer of het display helemaal zwart is.

53 De pomp voorbereiden voor het gebruik Let op Als de tekens, waarden of symbolen op het display niet volledig worden weergegeven, moet de insulinepomp worden teruggebracht omdat u anders mogelijk niet tijdig wordt gewaarschuwd wanneer zich wijzigingen voordoen in de werking van de insulinepomp. Neem contact op met de klantenservice. Verder ziet u een infoscherm. Deze gegevens kunnen door uzelf of uw arts worden gewijzigd via de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software. Raadpleeg de gebruikershandleiding voor de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software voor meer informatie. Opmerking Eventuele alarmen of fouten die zich tijdens de opstartprocedure hebben voorgedaan, worden op dit punt gemeld. Zie hoofdstuk 10, Alarmen en fouten, voor meer informatie. De insulinepomp wordt nu in de STOP-stand gezet. De STOP-waarschuwing geeft elke minuut een lang piepsignaal in combinatie met een trilsignaal. Zo wordt u eraan herinnerd dat er geen insuline wordt toegediend in de STOP-stand. Houd s of a ingedrukt tot u een melodie hoort om de STOP-waarschuwing uit te schakelen. 51

54 De pomp voorbereiden voor het gebruik Opmerking Als de batterijspanning van de geplaatste batterij te laag is, wordt de opstartprocedure niet volledig uitgevoerd. U hoort een vijftonig piepsignaal, waarna de opstartprocedure opnieuw wordt gestart. Dit blijft zich herhalen totdat de batterij wordt verwijderd of helemaal leeg is Ampul voorbereiden Waarschuwing De insulinepomp is geschikt voor gebruik met een Accu-Chek kunststofampul met een inhoud van 3,15 ml. De ampul is een steriel product en is uitsluitend bestemd voor eenmalig gebruik. In een ongeopende verpakking zijn de producten gegarandeerd steriel tot de vermelde vervaldatum. E Gebruik steriele producten niet als de verpakking beschadigd is. E Materialen voor eenmalig gebruik mogen niet opnieuw worden gebruikt. Het hergebruik van materialen voor eenmalig gebruik kan leiden tot defecten aan de insulinepomp, alsmede tot een onjuiste toediening van de insuline en/of infecties. E Pak het product alleen met schone handen vast. E Gebruik alleen de voorgeschreven ampullen. Het gebruik van andere ampullen kan een gevaar voor uw gezondheid opleveren en ertoe leiden dat de garantie niet meer geldig is. 52

55 De pomp voorbereiden voor het gebruik Een vulset voor ampullen bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Een kunststofampul van 3,15 ml met afsluitdopje, zuigerstang en opzuignaald. ampul zuigerstang afsluitdopje ampul zuiger opzuignaald met beschermkapje 2. Gebruiksaanwijzing 53

56 De pomp voorbereiden voor het gebruik Ampul vullen U kunt een hulpmiddel voor het vullen van Roche Diagnostics gebruiken om een lege 3,15 ml kunststofampul te vullen met insuline uit een insulineflesje. Raadpleeg de instructies bij het hulpmiddel voor meer informatie over het gebruik ervan. Als u een ampul wilt vullen, moet u het volgende bij de hand hebben: E Nieuwe kunststofampul van 3,15 ml met afsluitdopje, zuigerstang en opzuignaald E insuline op kamertemperatuur zodat de vorming van luchtbellen tot een minimum beperkt blijft. Was uw handen. Zet het flesje insuline op een harde vlakke ondergrond, zoals een tafel. Reinig het rubberen membraam van het flesje met een ontsmettingsdoekje. Haal de ampul, het beschermkapje van de ampul en de opzuignaald met beschermkapje uit de verpakking. 54

57 De pomp voorbereiden voor het gebruik Plaats de opzuignaald met beschermkapje op de punt van de ampul en controleer of de aansluiting stevig is. Beweeg de zuigerstang tweemaal heen en weer in de ampul om het glijmiddel te verdelen. Trek de zuigerstang terug om de ampul met lucht te vullen. Verwijder het beschermkapje van de naald. Zorg ervoor dat u niets aanraakt met de naald. Duw de punt van de opzuignaald door het midden van het membraam op het insulineflesje. Duw de zuigerstang omlaag zodat alle lucht uit de ampul in het flesje wordt gebracht. 55

58 De pomp voorbereiden voor het gebruik Houd de zuigerstang met uw duim omlaag gedrukt en draai het insulineflesje om, zodat de opzuignaald en ampul omhoog wijzen in de richting van het insulineflesje. Zorg ervoor dat de punt van de opzuignaald in de insuline blijft. Laat de zuigerstang langzaam los zodat de insuline in de ampul kan stromen. Trek niet aan de zuigerstang of duw er niet op zolang deze uit zichzelf beweegt. Anders ontstaan er luchtbellen. Trek de zuigerstang helemaal omlaag om de ampul volledig te vullen. Tik met uw vinger tegen de ampul waardoor eventuele luchtbellen loskomen. Duw de vrijgekomen lucht met behulp van de zuigerstang terug in het insulineflesje. De ampul is vol als er geen luchtbellen meer aanwezig zijn en de zuigerstang tot aan de bodem van de ampul is getrokken. Verwijder de opzuignaald uit het insulineflesje. 56

59 De pomp voorbereiden voor het gebruik Plaats het beschermkapje terug op de opzuignaald. Draai de zuigerstang rechtsom los van de stop in de ampul. Draai de opzuignaald met beschermkapje linksom los van de ampul. Duw het afsluitdopje stevig op de punt van de ampul totdat het vastklikt. De ampul is nu klaar voor gebruik. Opmerking Trek niet aan of duw niet tegen de zuigerstang terwijl u deze verwijdert. Let op De aanwezigheid van luchtbellen in de ampul en de infusieset kan leiden tot de infusie van lucht in plaats van insuline. Uw lichaam krijgt dan niet de juiste hoeveelheid insuline toegediend. Fout E4: VERSTOPPING kan vertraagd worden weergegeven. Verwijder deze luchtbellen tijdens het vullen van de ampul en de infusieset. Zorg daarbij dat de infusieset is losgekoppeld van uw lichaam. Bij de opwarming van koude insuline komt mogelijk lucht vrij. Zorg dat de insuline op kamertemperatuur is als u de ampul of infusieset vult. Overdag moet u de ampul en de infusieset elke drie uur controleren op luchtbellen en ook voordat u gaat slapen voert u een controle uit. Verwijder de luchtbellen en vervang indien nodig de systeemonderdelen. 57

60 De pomp voorbereiden voor het gebruik 5.3 De ampul, adapter en infusieset plaatsen Opmerking Controleer of de insulinepomp goed functioneert voordat u de ampul, adapter en infusieset vervangt. Zie paragraaf 14.1, Systeemcontrole, voor een lijst van de items die moeten worden gecontroleerd. Als de ampul en de aandrijfstang niet goed op elkaar zijn aangesloten en als u de insulinepomp op een hogere plek draagt dan de infusieplaats, kan er een vrije stroom van insuline van de ampul of de infusieset plaatsvinden. U voorkomt een vrije stroom van insuline door de ampul op de juiste manier te plaatsen. Breng de aandrijfstang op de juiste plaats aan en draai aan de adapter totdat de stop van de ampul precies gelijk ligt met het uiteinde van de aandrijfstang. Als u een goedgekeurde ampul met adapter in de ampulruimte plaatst, moet u de adapter rechtsom vastdraaien totdat de adapter naadloos aansluit op de ampulruimte. In deze stand moet bovendien de stop van de ampul precies gelijk liggen met het uiteinde van de aandrijfstang. Deze naadloze aansluiting voorkomt dat een vrije stroom van insuline kan ontstaan en houdt het verstoppingsvolume zo klein mogelijk De ampul, adapter en infusieset aansluiten Zorg ervoor dat u het volgende materiaal bij de hand hebt: E Een gevulde 3,15 ml Accu-Chek kunststofampul met een lueraansluiting E Een Accu-Chek Spirit-adapter E Een nieuwe Accu-Chek infusieset 58

61 De pomp voorbereiden voor het gebruik Waarschuwing De ampul en de infusieset zijn steriele producten die uitsluitend bestemd zijn voor eenmalig gebruik. In een ongeopende verpakking zijn de producten gegarandeerd steriel tot de vermelde vervaldatum. Gebruik het steriele product niet als de verpakking beschadigd is. Materialen voor eenmalig gebruik mogen niet opnieuw worden gebruikt. Het hergebruik van materialen voor eenmalig gebruik kan leiden tot defecten aan de insulinepomp, alsmede tot een onjuiste toediening van de insuline en/of infecties. Pak het product alleen met schone handen vast. Zorg ervoor dat de infusieset en met name de aansluitingen van de insulinepomp nooit in contact komen met ontsmettingsmiddelen, desinfecterende crèmes, zeep, parfums, deodorants, bodylotions of andere cosmetische middelen. Deze middelen kunnen schade aan de onderdelen veroorzaken. Haal het afsluitdopje van de ampul. Let erop dat u de punt van de ampul niet aanraakt. b Duw de adapter zo ver mogelijk op de punt van de ampul (a). Lueraansluiting a Maak voorzichtig een nieuwe Accu-Chek infusieset klaar voor gebruik. Houd de adapter vast en draai de infusieset met de hand rechtsom in de adapter (b). Draai de set niet te vast aan. 59

62 De pomp voorbereiden voor het gebruik Let op Draai de infusieset stevig vast op de adapter. Anders kan er insuline lekken. Draai de lueraansluiting niet verder aan dan mogelijk is. Gebruik in geen geval gereedschap. Als u de lueraansluiting te ver aandraait, kunnen er scheurtjes ontstaan waardoor er insuline kan lekken. Opmerking De insulinepomp is niet in staat een lek in de infusieset te detecteren. Overdag moet u alle onderdelen van de infusieset elke drie uur controleren en ook voordat u gaat slapen voert u een controle uit. Als u insulineverlies constateert terwijl alle onderdelen goed vastzitten, moet u het lekkende onderdeel onmiddellijk vervangen. Omdat de insulinetoediening is onderbroken, moet u uw bloedsuikerspiegel controleren en gepaste maatregelen nemen overeenkomstig de instructies van uw arts of zorgteam Ampul plaatsen Let op Zorg ervoor dat de ampulruimte volledig droog is als u de functie VERVANG DE AMPUL uitvoert. Wanneer u de aandrijfstang terugdraait, kan er vloeistof in de insulinepomp terechtkomen. Dit kan storingen tot gevolg hebben. Neem contact op met de klantenservice als de aandrijfstang niet volledig wordt teruggedraaid. 60

63 De pomp voorbereiden voor het gebruik STOP-scherm vervang de ampul verwijder de ampul 3 sec. aandrijfstang terugdraaien patrooninhoud 315 eenheden opstartprocedure vul de infusieset Zorg ervoor dat u het volgende materiaal bij de hand hebt: E De Accu-Chek Spirit-insulinepomp E Een volle 3,15 ml kunststofampul met een aangesloten Accu-Chek Spirit-adapter en een nieuwe Accu-Chek-infusieset. FC_change_cartridge_EN.eps Zorg ervoor dat de insulinepomp in de STOP-stand staat. Druk op d om naar het menu VERVANG DE AMPUL te gaan. Selecteer met f. Verwijder de op dat moment geïnstalleerde ampul (indien nodig). Houd f drie seconden ingedrukt totdat u een melodie hoort. De aandrijfstang wordt automatisch teruggedraaid. 61

64 De pomp voorbereiden voor het gebruik Als de aandrijfstang volledig is teruggedraaid, verschijnt de maximum ampulinhoud op het scherm PATROONINHOUD (315 U). Basis van de aandrijfstang Stop in de ampul Houd de insulinepomp rechtop. Houd de nieuwe, volle ampul met de aangesloten adapter en infusietest naar boven gericht en houd deze parallel aan en dicht tegen de ampulruimte. Zorg er daarbij voor dat de gekleurde onderkant van de adapter precies gelijk ligt met de bovenkant van de ampulruimte. Druk op of scroll met a of s om de aandrijfstang naar voren te bewegen totdat de basis van de aandrijfstang gelijk ligt met de onderkant van de stop in de ampul. De ampulinhoud op het display wordt overeenkomstig verminderd. Zorg ervoor dat de insulinepomp rechtop staat. Plaats de ampul met de daarop aangesloten adapter en infusieset in de ampulhouder. Draai (niet duwen) de adapter rechtsom vast zodat deze goed aansluit op de ampulruimte. Oefen geen druk uit, aangezien de ampul door het draaien goed op zijn plaats komt te zitten. De ampul is goed geplaatst als de basis van de aandrijfstang en de stop in de ampul precies op elkaar passen. Draai de adapter niet te strak aan. Hierdoor is deze mogelijk moeilijk te verwijderen. Verwijder de ampul uit de ampulruimte als er nog ruimte zit tussen het uiteinde van de aandrijfstang en de stop in de ampul. Houd de ampul en adapter naast de ampulruimte. 62

65 De pomp voorbereiden voor het gebruik Druk op of scroll met a of s om de aandrijfstang naar voren te bewegen totdat de basis van de aandrijfstang gelijk ligt met de stop in de ampul. De ampulinhoud op het display wordt overeenkomstig verminderd. Plaats de ampul terug in de ampulruimte. Ga verder met de volgende stap als de ampul goed op zijn plaats zit (de basis van de aandrijfstang en de stop in de ampul sluiten precies op elkaar aan), of Herhaal deze stap totdat de ampul goed op zijn plaats zit (de basis van de aandrijfstang en de stop in de ampul sluiten precies op elkaar aan). Als de ampul goed op zijn plaats zit, drukt u op f. De insulinepomp voert een zelftest uit. Zie paragraaf 5.2, Opstartprocedure, voor meer informatie. Controleer of de lueraansluiting van de infusieset nog goed op de adapter is aangesloten. Draai de infusieset rechtsom met de hand vast in de adapter. Nadat de opstartprocedure is voltooid, verschijnt de functie VUL DE INFUSIESET. Zie paragraaf 5.4, Infusieset vullen, voor meer informatie. Begin bij het punt in de desbetreffende instructies waar het scherm van de insulinepomp wordt weergegeven dat u links ziet. 63

66 De pomp voorbereiden voor het gebruik 5.4 Infusieset vullen Waarschuwing Vul de infusieset nooit wanneer deze op uw lichaam is aangesloten. Anders loopt u het risico dat de insuline ongecontroleerd wordt toegediend. Als u een afkoppelbare infusieset hebt, moet u eerst de slang van de infusieplaats verwijderen voordat u de infusieset vult. Volg altijd de gebruiksaanwijzing van de infusieset die u gebruikt. De insulinepomp stopt automatisch met vullen na 25 eenheden h insuline. Als u de pomp hebt gevuld en er komt nog geen insuline uit de naald van de infusieset, dient u de vulprocedure nogmaals uit te voeren. Als u insuline uit het puntje van de naald ziet verschijnen, drukt u op een willekeurige toets van de insulinepomp om het vullen te stoppen. De hoeveelheid insuline die u nodig hebt om de infusieset te vullen, wordt niet opgeteld bij het overzicht van het dagelijkse insulineverbruik. Houd de insulinepomp tijdens de vulprocedure rechtop, met de adapter omhoog gericht. In deze positie kunnen de luchtbellen het beste uit de ampul en de infusieset worden verwijderd. 64

67 De pomp voorbereiden voor het gebruik Waarschuwing De aanwezigheid van luchtbellen in de ampul en de infusieset kan leiden tot de infusie van lucht in plaats van insuline. Uw lichaam krijgt dan niet de juiste hoeveelheid insuline toegediend. Fout E4: VERSTOPPING kan vertraagd worden weergegeven. Overdag moet u de ampul en de infusieset elke drie uur controleren op luchtbellen en ook voordat u gaat slapen voert u een controle uit. Verwijder deze luchtbellen tijdens het vullen van de ampul en de infusieset. Zorg daarbij dat de infusieset is losgekoppeld van uw lichaam. Zorg ervoor dat de aansluitingen tussen de infusieset en de adapter, en tussen de adapter en de pomp goed zijn aangedraaid. opstartprocedure STOP-scherm vul de infusieset start het vullen 3 sec. stop het vullen FC_prime_EN.eps Zorg ervoor dat de insulinepomp in de STOP-stand staat. Druk op d om het menu VUL DE INFUSIESET te selecteren. Selecteer met f. 65

68 De pomp voorbereiden voor het gebruik START HET VULLEN en een vulwaarde van 25 eenheden h insuline wordt op het display weergegeven. Wanneer de tekst START HET VULLEN verschijnt, moet u f ingedrukt houden totdat u een melodie hoort en de aandrijfstang naar voren ziet bewegen. Het vulproces wordt gestart. Op het display kunt u het oplopend aantal eenheden volgen. De insulinepomp stopt automatisch met vullen na 25 eenheden h insuline. Als het vulproces is voltooid, keert de insulinepomp terug naar de uitgangsstand STOP. De infusieset is goed gevuld wanneer er geen luchtbellen meer in de slang te zien zijn en er insuline zonder luchtbelletjes uit de punt van de naald komt. Het vullen stoppen U kunt het vulproces op elk gewenst moment stopzetten door op een toets te drukken. De insulinepomp keert terug naar het STOP-scherm. 5.5 De infusieplaats voorbereiden Houd u altijd aan de instructies van uw arts of zorgteam en aan de gebruiksaanwijzing van de infusieset die u gebruikt. 66

69 De pomp voorbereiden voor het gebruik Infusieplaats kiezen Vraag uw arts of zorgteam om advies bij de keuze van geschikte infusieplaatsen en de planning van een rotatieschema voor de infusieplaatsen. Vermijd uw middel, botten, recente infusieplaatsen, blauwe plekken en wondjes. Zorg ervoor dat de infusieplaats ten minste 2,5 cm uit de buurt van uw navel en eerdere infusieplaatsen ligt. Infusieplaats voorbereiden Het is belangrijk om de infusieplaats goed voor te bereiden. Zo vermindert u het risico op infecties. Uw arts of zorgverlener zal u adviseren bij het voorbereiden van de infusieplaats. Zorg ervoor dat u het volgende materiaal bij de hand hebt: E De Accu-Chek Spirit-insulinepomp met gevulde ampul, aangesloten op Accu-Chek Spirit-adapter en een nieuwe gevulde infusieset E Een ontsmettingsmiddel voor de huid Was uw handen grondig. Ontsmet de infusieplaats en laat deze volledig droog worden. 67

70 De pomp voorbereiden voor het gebruik Zorg ervoor dat de insulinepomp in de STOP-stand staat. Sluit de Accu-Chek infusieset volgens de gebruiksaanwijzing aan. Opmerking Als u een type infusieset met een zachte canule gebruikt, moet u eerst een bolus toedienen om de lucht in de canule op te vullen nadat u conform gebruiksaanwijzing de inbrengnaald hebt verwijderd en de slang hebt aangesloten. Als u dat niet doet, zult u waarschijnlijk een insulinedosis missen. Zie paragraaf 7.5, Bolus instellen, voor meer informatie. Inspecteer de infusieplaats minstens een of twee keer per dag om te kijken of er sprake is van irritatie of infectie. Enkele symptomen (maar niet de enige) die op een infectie kunnen wijzen, zijn pijn, zwellingen, een rode of warme huid of vochtafscheiding. Als u roodheid of een zwelling ziet, moet u direct een nieuwe infusieset op een andere infusieplaats aansluiten en contact opnemen met uw arts of zorgteam. Kies een andere infusieplaats. Doe dit overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van de infusieset en de adviezen van uw arts of zorgteam. 68

71 De pomp voorbereiden voor het gebruik Zorg ervoor dat de insulinepomp correct is geïnstalleerd (inclusief ampul, adapter en infusieset) en dat de persoonlijke instellingen die u van uw arts of zorgteam hebt gekregen, zijn ingesteld. Als u alle stappen voor de selectie en voorbereiding van de infusieplaats hebt uitgevoerd, is de insulinepomp klaar voor gebruik. U moet eerst uw persoonlijke instellingen in de insulinepomp instellen voordat u de insulinepomp kunt gebruiken. Zie hoofdstuk 7, Gebruikersmenu STANDAARD, voor meer informatie. Waarschuwing Als u de insulinepomp niet goed instelt, wordt mogelijk een onjuiste hoeveelheid insuline toegediend. U moet eerst uw persoonlijke instellingen in de insulinepomp instellen voordat u start met de insulinepomptherapie. Gebruik de insulinepomp niet als u uw persoonlijke instellingen niet kent. 5.6 Infusieset vervangen Houd rekening met het volgende bij het vervangen van de infusieset. E Infusiesets zijn steriele producten die uitsluitend bestemd zijn voor eenmalig gebruik. In een ongeopende verpakking zijn de producten gegarandeerd steriel tot de vermelde vervaldatum. Gebruik het steriele product niet als de verpakking beschadigd is. Materialen voor eenmalig gebruik mogen niet opnieuw worden gebruikt. Het hergebruik van materialen voor eenmalig gebruik kan leiden tot defecten aan de insulinepomp, alsmede tot een onjuiste toediening van de insuline en/of infecties. Pak het product alleen met schone handen vast. 69

72 De pomp voorbereiden voor het gebruik E Draai de infusieset stevig vast op de adapter. Anders kan er insuline lekken. Draai de lueraansluiting van de infusieset niet verder aan dan mogelijk is. Gebruik in geen geval gereedschap. Als u de lueraansluiting te ver aandraait, kunnen er scheurtjes ontstaan waardoor er insuline kan lekken. E De insulinepomp is niet in staat een lek in de infusieset te detecteren. Overdag moet u alle onderdelen van de infusieset elke drie uur controleren en ook voordat u gaat slapen voert u een controle uit. Als u insulineverlies constateert terwijl alle onderdelen goed vastzitten, moet u het lekkende onderdeel onmiddellijk vervangen. U moet uw bloedsuikerspiegel onmiddellijk meten, omdat de toediening van insuline mogelijk is onderbroken. Controleer uw bloedsuikerspiegel en neem gepaste maatregelen overeenkomstig de instructies van uw arts of zorgteam. E Het vervangen van de ampul en het vullen van de pomp mag nooit gebeuren wanneer de infusieset is aangesloten op uw lichaam. Anders loopt u het risico dat de insuline ongecontroleerd wordt toegediend. Als u een loskoppelbare infusieset hebt, moet u eerst de slang van de infusieplaats verwijderen voordat u de ampul vervangt of de infusieset vult. 70

73 De pomp voorbereiden voor het gebruik Zorg ervoor dat u het volgende materiaal bij de hand hebt: E De Accu-Chek Spirit-insulinepomp E Een nieuwe Accu-Chek infusieset E Een ontsmettingsmiddel voor de huid Zorg ervoor dat de insulinepomp in de STOP-stand staat. Verwijder de infusieset van de infusieplaats. Verwijder de infusieset van de adapter en gooi het afval overeenkomstig de voorschriften weg. Opmerking De inkeping van de batterijsleutel past op de lueraansluiting van de Accu-Chek FlexLink- en de Accu-Chek TenderLink-infusiesets. Deze sleutel mag ook worden gebruikt om de lueraansluiting tussen de infusieset en de adapter los te draaien, als dat niet met de hand lukt. Maak voorzichtig een nieuwe Accu-Chek infusieset klaar voor gebruik. Draai de Accu-Chek infusieset met de hand rechtsom in de adapter. Draai de lueraansluiting met de hand stevig aan. Vul de infusieset. Zet de insulinepomp in de RUN-stand (zie paragraaf 7.3, Insulinetoediening starten, als u klaar bent. 71

74 De pomp voorbereiden voor het gebruik 5.7 Ampul en infusieset vervangen Zorg ervoor dat u het volgende materiaal bij de hand hebt: E De Accu-Chek Spirit-insulinepomp E Een gevulde 3,15 ml Accu-Chek-kunststofampul E Een nieuwe Accu-Chek infusieset E Een nieuwe adapter (moet ten minste na elke tien ampullen worden vervangen) E Een ontsmettingsmiddel voor de huid Zorg ervoor dat de insulinepomp in de STOP-stand staat. Verwijder de infusieset van de infusieplaats. Verwijder de infusieset van de adapter en gooi het afval overeenkomstig de voorschriften weg. Opmerking De inkeping van de batterijsleutel past op de lueraansluiting van de Accu-Chek FlexLink- en de Accu-Chek TenderLink-infusiesets. Deze sleutel mag ook worden gebruikt om de lueraansluiting tussen de infusieset en de adapter los te draaien, als dat niet met de hand lukt. 72

75 De pomp voorbereiden voor het gebruik a. Houd de Accu-Chek Spirit met de adapter naar beneden gericht om te voorkomen dat de resterende insuline in de ampulruimte terechtkomt. b. Draai de adapter los uit de behuizing van de pomp om de adapter en ampul van de insulinepomp te verwijderen. Opmerking Zorg ervoor dat de stop van de ampul volledig uit de aandrijfstang is gedraaid voordat u de ampul uit de ampulruimte trekt. Bij het losdraaien van de adapter moet de stop van de ampul ook draaien. c. Verwijder de ampul uit de adapter en gooi de ampul overeenkomstig de voorschriften weg. d. Houd de adapter tegen het licht en controleer of u slijtage of vuil ziet (dit geldt vooral voor de afdichtingen aan de binnen- en buitenkant van de adapter). e. Reinig de adapter indien nodig met water en droog deze af. Vervang de adapter onmiddellijk als er sprake is van slijtage of vuilaanslag. f. Installeer de insulinepomp met een nieuwe ampul en een nieuwe infusieset. Zie de paragrafen 5.2.1, Ampul voorbereiden, 5.3, De ampul, adapter en infusieset aansluiten, 5.4, Infusieset vullen en 7.3, Insulinetoediening starten, voor meer informatie. Opmerking Controleer elke dag minstens één keer hoeveel insuline er nog over is in de ampul. Controleer tevens voordat u gaat slapen of de ampul voldoende insuline bevat om de nacht door te komen. 73

76 De pomp voorbereiden voor het gebruik 5.8 De adapter vervangen Het wordt aanbevolen de adapter ten minste na elke tien ampullen te vervangen. Vervang de gebruikte adapter wanneer u de ampul vervangt. Zie paragraaf 5.3.1, De ampul, adapter en infusieset aansluiten, voor meer informatie. 5.9 Informatie over het dragen van de pomp Let op Voorkom dat de insulinepomp tijdens het dragen in contact komt met voorwerpen die de toetsen van de pomp kunnen beschadigen of onbedoeld kunnen indrukken (bijvoorbeeld sleutelbos, knopen van kledingstukken, zakmes, munten). Om beschadiging te voorkomen moet de insulinepomp goed op uw lichaam of uw kleding worden bevestigd. Er bestaan speciale draagsystemen waarmee u de insulinepomp op of onder uw kleding kunt dragen. De beschreven accessoires zijn getest en goedgekeurd voor gebruik met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp. De juiste werking van de insulinepomp kan alleen worden gegarandeerd als u het apparaat samen met Accu-Chek Spirit-accessoires gebruikt. Raadpleeg onze brochures over steriele producten en de catalogus met accessoires voor meer informatie of neem contact op met de klantenservice. 74

77 Gebruiksmenu selecteren (STANDAARD, GEAVANCEERD of PERSOONLIJK) 6 Gebruiksmenu selecteren (STANDAARD, GEAVANCEERD of PERSOONLIJK) 6.1 De drie niveaus van de Accu-Chek Spirit De bediening van de insulinepomp gebeurt op drie niveaus. 1 e niveau 2 e niveau 3 e niveau RUN-scherm en Menu s Functieschermen en STOP-scherm infoschermen Dit niveau is het start- Dit is het niveau met Dit is het niveau met scherm voor het bedienen alle beschikbare menu s. alle functies. van de insulinepomp. Doorloop de menu s Vanaf dit niveau wanneer u naar een hebt u toegang tot specifiek functie- of alle overige functies. infor matiescherm wilt gaan. Als er geen toetsen worden ingedrukt, keert de pomp automatisch terug naar het eerste niveau. 75

78 Gebruiksmenu selecteren (STANDAARD, GEAVANCEERD of PERSOONLIJK) 6.2 Door de menu s navigeren achterwaarts bladeren 1 e niveau 2 e niveau 3 e niveau RUN-scherm (1.) menu (2.) (3.) functiescherm functiescherm (4.) cyclisch bladeren (5.) sluiten time-out menu cyclisch bladeren 1. Druk op d om naar de menu s (2 e niveau) te gaan. 2. Druk op f om het gewenste menu te openen (3 e niveau). FC_navigation_EN.eps 3. Druk op a of s om de geselecteerde waarde te verhogen of te verlagen. 4. Druk nogmaals op de toets d om naar het volgende functiescherm te gaan. 5. Als u klaar bent, drukt u op f om de gemaakte wijzigingen op te slaan. Vervolgens keert u automatisch terug naar het RUN- of STOP-scherm. Opmerking De informatie in het stroomdiagram die zwart is afgedrukt, wordt beschreven in de instructies. De grijsgekleurde informatie heeft betrekking op extra opties. Drie puntjes (...) geven alternatieven aan om een menu te sluiten. 76

79 Gebruiksmenu selecteren (STANDAARD, GEAVANCEERD of PERSOONLIJK) Met de geavanceerde functies van de insulinepomp kunt u nog gemakkelijker waarden instellen Scrollen U kunt de toets a of s ingedrukt houden om de gezochte grotere of kleinere waarde snel weer te geven. Druk eenmaal op een van deze toetsen om de boven- of onderliggende waarde te selecteren Cyclisch bladeren U kunt cyclisch door de menu s en schermen bladeren, zodat u na het laatste functie- of infoscherm in een menu automatisch terugkeert naar de eerste optie van het menu Achterwaarts bladeren Als u tegelijkertijd op d+a drukt, kunt u de menustructuur in achterwaartse richting doorlopen en teruggaan naar menu s die u hebt overgeslagen. Opmerking Binnen een functie- of informatiescherm (derde niveau) kunt u door gelijktijdig op d+a te drukken terugkeren naar het bijbehorende menu (tweede niveau) zonder de aangebrachte wijzigingen op te slaan Mogelijkheden om functieschermen af te sluiten U kunt een functiescherm op drie manieren afsluiten: als u de wijzigingen wilt bevestigen en opslaan druk op f. De insulinepomp keert terug naar het RUN-scherm. 77

80 Gebruiksmenu selecteren (STANDAARD, GEAVANCEERD of PERSOONLIJK) als u de wijzigingen ongedaan wilt maken wacht tot de insulinepomp automatisch terugkeert naar het RUN-scherm (time-out) of druk tegelijkertijd op d+a (afsluitfunctie) om het huidige functiescherm af te sluiten Een gebruikersmenu selecteren Een gebruikersmenu omvat een vaste of naar eigen inzicht samengestelde selectie van Accu-Chek Spirit-menu s. U beschikt over 3 verschillende gebruikersmenu s: 78 Opmerking Op de achterflap van deze handleiding vindt u diagrammen van de gebruikersmenu s STANDAARD en GEAVANCEERD. Gebruikersmenu STANDAARD Dit menu omvat alle functies die u nodig hebt voor een doeltreffende insulinepomptherapie. Bovendien kunt u hiermee tussen gebruikersmenu s navigeren. We raden patiënten voor wie de pomptherapie nieuw is, aan eerst deze functie te gebruiken. Later, als u meer ervaring met de pomptherapie krijgt, kunt u de extra functies van het gebruikersmenu GEAVANCEERD gaan gebruiken. Gebruikersmenu GEAVANCEERD Dit menu geeft u de beschikking over alle Accu-Chek Spiritfuncties. Het gebruikersmenu GEAVANCEERD bevat alle functies van het gebruikersmenu STANDAARD, plus een groot aantal extra functies voor de ervaren gebruiker. Gebruikersmenu PERSOONLIJK Omdat de Accu-Chek Spirit zoveel verschillende functies bevat, kan het handig zijn om een overzicht te hebben met de functies die u het vaakst gebruikt. Het gebruikersmenu PERSOONLIJK kan worden aangepast aan uw vereisten. U kunt dit zelf doen (met behulp van de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software) of

81 Gebruiksmenu selecteren (STANDAARD, GEAVANCEERD of PERSOONLIJK) het kan worden gedaan door uw arts (met Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software Pro voor artsen en verpleegkundigen). Met deze functie kunt u menu s verbergen of weergeven. Menu s die essentieel zijn voor de insulinepomptherapie blijven altijd zichtbaar. De functie-instellingen in een menu dat wordt verborgen, blijven zoals ze zijn (dus in- of uitgeschakeld). U kunt in het menu PERSOONLIJK de volgende menu s en functies in- of uitschakelen met de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software: VERTRAAGDE BOLUS MULTIWAVE BOLUS TIJDELIJK BASAAL HOEVEELHEID (TBH) WISSELEN BASAAL PROFIEL (BP) INSTELLEN BASAAL PROFIEL 2, 3, 4 en/of 5 ALARMKLOK STANDAARD SETUP MENU GEAVANCEERD SETUP MENU Met behulp van de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software Pro voor artsen en verpleegkundigen kunnen artsen en verpleegkundigen ook de volgende menu s en functies in- en uitschakelen: INSTELLEN BASAAL PROFIEL 1 GEBRUIKSMENU SELECTEREN Raadpleeg de gebruikershandleiding voor de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software Pro voor artsen en verpleegkundigen voor meer informatie over het aanpassen van de gebruikersmenu s. Opmerking Als u het gebruikersmenu wijzigt, wordt het huidige ba saalprofiel niet weergegeven als het niet is geactiveerd. Controleer of de gewenste basaalprofielnummers zijn geactiveerd via Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software Pro voor artsen en verpleegkundigen. U kunt ook het vorige menu of het menu GEAVANCEERD selecteren. 79

82 Gebruiksmenu selecteren (STANDAARD, GEAVANCEERD of PERSOONLIJK) RUN-scherm gebruiksmenu selecteren gebruiksmenu basaal profiel selecteren FC_select_user_profiles_EN.eps Druk op d om naar GEBRUIKSMENU SELECTEREN te gaan. Selecteer met f. Het huidige gebruikersmenu wordt weergegeven. Opmerking Neem contact op met uw arts of zorgteam als GEBRUIKSMENU SELECTEREN niet beschikbaar is. Druk op a of s om het gewenste gebruikersmenu te selecteren. Bevestig met f. Het nieuw geselecteerde basaalprofiel en de totale dagelijkse hoeveelheid insuline worden weergegeven. of Als het eerder ingeschakelde basaalprofiel niet beschikbaar is in het nieuw geselecteerde gebruikersmenu, verschijnen er streepjes. Druk op a of s om een beschikbaar profiel te selecteren als dit noodzakelijk is. 80

83 Gebruiksmenu selecteren (STANDAARD, GEAVANCEERD of PERSOONLIJK) Controleer het (nieuwe) basaalprofiel en de totale dagelijkse hoeveelheid insuline. Sla op en sluit af met f. Het nieuwe gebruikersmenu en het basaalprofiel worden onmiddellijk geactiveerd. Let op Een toe- of afname van de tijdelijke basale hoeveelheid blijft actief, zelfs als u het basaalprofiel hebt gewijzigd. 81

84 82

85 Gebruikersmenu STANDAARD 7 Gebruikersmenu STANDAARD In dit hoofdstuk wordt uitleg gegeven over de basisfuncties van de Accu-Chek Spirit die u moet kennen om de insulinepomptherapie goed te kunnen toepassen. 7.1 Datum en tijd instellen U moet de datum en de tijd correct instellen omdat de basale hoeveelheden en de historische informatie worden opgeslagen op basis van de datum en de tijd. Als u naar andere tijdzones reist, moet u de datum en tijd aanpassen. U kunt de Europese of de Amerikaanse notatie gebruiken. Amerikaans 12-uursklok maand/dag/jaar Europees 24-uursklok dag.maand.jaar Zie de paragrafen 8.5.1, Tijdnotatie, en 8.5.2, Datumnotatie, voor meer informatie. 83

86 Gebruikersmenu STANDAARD Waarschuwing Als de tijd en datum niet goed zijn ingesteld, wordt de insuline mogelijk onjuist toegediend. Zorg ervoor dat de datum- en tijdinstelling op de insulinepomp klopt. Alleen dan kunnen de insulinetoediening en gegevensopslag goed worden uitgevoerd. Let op dat u geen besluiten met betrekking tot de therapie neemt op basis van één resultaat in het geheugen van de insulinepomp. Als uw therapiegegevens elektronisch door uw arts of zorgteam worden geëvalueerd, is het belangrijk dat de datum- en tijdinstelling van de insulinepomp exact overeenkomt met die van uw bloedglucosemeter (zoals een Accu-Chek), de computer en van andere apparaten die bij de analyse worden gebruikt. Anders zijn de verzamelde gegevens waarschijnlijk onbruikbaar. Controleer regelmatig of de insulinepomp met dezelfde datum en tijd werkt als de bloedglucosemeter, de computer en andere gebruikte apparaten. 84

87 Gebruikersmenu STANDAARD Tijd en datum instellen Scherm RUN instellen tijd en datum instellen uren inst. minuten instellen jaar instellen maand instellen dag FC_set_time_EN.eps Druk op d om naar het menu INSTELLEN TIJD EN DATUM te gaan. Selecteer met f. Druk op a of s om het uur in te stellen. Druk op d om naar de minuten te gaan. Druk op a of s om de minuten in te stellen. Druk op d om naar het jaar te gaan. Druk op a of s om het jaar in te stellen. 85

88 Gebruikersmenu STANDAARD Druk op d om naar de maand te gaan. Druk op a of s om de maand in te stellen. Druk op d om naar de dag te gaan. Druk op a of s om de dag in te stellen. Sla op en sluit af met f. Opmerking U kunt een scherm op drie manieren afsluiten: als u de wijzigingen wilt bevestigen en opslaan druk op f. De insulinepomp keert terug naar het RUN-scherm. als u de wijzigingen ongedaan wilt maken wacht tot de insulinepomp automatisch terugkeert naar het RUN-scherm (time-out) of druk tegelijkertijd op d+a (afsluitfunctie) om het huidige functiescherm af te sluiten. Datum en tijd controleren De tijd wordt weergegeven in zowel het RUN- als het STOP-scherm. De datum (en de tijd) kan worden gecontroleerd in het STOP-scherm. 86

89 Gebruikersmenu STANDAARD 7.2 Basale hoeveelheid De insulinepomp dient elke drie minuten insuline toe, ofwel 20 gelijke doses per uur, gedurende 24 uur per dag. Deze insulinestroom is de basale hoeveelheid, die wordt uitgedrukt in internationale eenheden per uur. De basale hoeveelheid moet worden berekend om uw basisbehoefte aan insuline te bepalen. Voor de Accu-Chek Spirit bestaat een basaalprofieluit maximaal 24 verschillende basale hoeveelheden per uur. De hoeveelheden die ieder uur worden toegediend, kunnen onafhankelijk van elkaar worden gewijzigd. Het totaal van alle 24 basale hoeveelheden per dag in een basaalprofiel is een (dagelijks) totaal van de basale hoeveelheid. U moet het basaalprofiel controleren: nadat u wijzigingen in de instellingen hebt aangebracht met de insulinepomp of met de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software, nadat u een nieuwe batterij hebt geplaatst en nadat u fout E7: ELEKTRON. FOUT hebt bevestigd. De insulinetoediening wordt niet onderbroken wanneer u de basale hoeveelheid instelt. Opmerking De hoeveelheden insuline en andere waarden die in deze handleiding worden gegeven, zijn alleen bedoeld als voorbeeld. Deze waarden kunnen afwijken van uw persoonlijke instellingen. 87

90 Gebruikersmenu STANDAARD Let op Als u in de insulinepomp een betrekkelijk lage basale hoeveelheid (0,1 eenheden/uur) instelt, kan dit ertoe leiden dat na verloop van tijd de fout E4: VERSTOPPING optreedt. Roche Diagnostics beveelt aan kunststofampullen te gebruiken als een lage basale hoeveelheid is vereist voor uw therapie Basaalprofiel instellen RUN-scherm instellen profiel 1 dagelijks totale basale hoeveelheid 1e uur 2e uur 24e uur FC_program_BRP1_EN.eps Druk op d om naar het menu INSTELLEN BASAAL PROFIEL te gaan. Selecteer met f. De dagelijkse waarde van BP TOTAAL wordt weergegeven. 88

91 Gebruikersmenu STANDAARD Druk op d om naar het eerste uur te gaan. Het eerste uur wordt weergegeven. Dit begint altijd om middernacht (00:00 01:00 of 12:00 AM 01:00 AM, in de Amerikaanse notatie). Druk op a of s of scroll om de basale hoeveelheid per uur in te stellen die door uw arts of zorgteam is voorgeschreven. Druk op d om naar het volgende uur te gaan. Blijf op de toets d en de toetsen a en s drukken om de basale hoeveelheid per uur voor de resterende uren in te stellen. Zo kunt u uw persoonlijke basaalprofiel voor elk uur instellen. Herhaal de procedure totdat u alle 24 uur hebt ingesteld. Bevestig met f. De nieuwe dagelijkse waarde voor BP TOTAAL wordt weergegeven. Controleer of het totaal van de dagelijkse basale hoeveelheid klopt. Sla op en sluit af met f. Als het huidige actieve basaalprofiel gelijk is aan het nieuw ingestelde basaalprofiel, wordt het nieuwe profiel onmiddellijk actief. 89

92 Gebruikersmenu STANDAARD Opmerking U kunt een scherm op drie manieren afsluiten: als u de wijzigingen wilt bevestigen en opslaan druk op f. Controleer de nieuwe dagelijkse basale hoeveelheid. Druk opnieuw op f. De insulinepomp keert terug naar het RUN-scherm. als u de wijzigingen ongedaan wilt maken wacht tot de insulinepomp automatisch terugkeert naar het RUN-scherm (time-out) of druk tegelijkertijd op d+a (afsluitfunctie) om het huidige functiescherm af te sluiten Een basale hoeveelheid per uur kopiëren U kunt de basale hoeveelheid van het ene uur kopiëren naar andere uren. Druk op d om naar het menu INSTELLEN BASAAL PROFIEL te gaan. Selecteer met f. De dagelijkse waarde van BP TOTAAL wordt weergegeven. Druk op d om naar de basale hoeveelheid per uur te gaan die u wilt kopiëren. Druk tegelijkertijd op a+s. Als u de toetsen op de juiste manier indrukt, hoort u een piepsignaal. Telkens wanneer u op a+s drukt, wordt de desbetreffende basale hoeveelheid per uur naar het volgende uur gekopieerd. 90

93 Gebruikersmenu STANDAARD Houd a+s ingedrukt (scroll) om de desbetreffende basale hoeveelheid per uur naar meerdere uren tegelijk te kopiëren. Bevestig met f. Controleer of het totaal van de dagelijkse basale hoeveelheid klopt. Sla op en sluit af met f. Als het huidige actieve basaalprofiel gelijk is aan het nieuw ingestelde basaalprofiel, wordt het nieuwe profiel onmiddellijk actief Basale hoeveelheid en bolus Tijdens normaal gebruik bevindt de insulinepomp zich in de RUNstand en wordt er continu insuline afgegeven (basale hoeveelheid). U kunt op elk gewenst moment een bolus instellen. Tenzij u instellingen wijzigt, een bolus toedient of informatie bekijkt, wordt tijdens de insulinetoediening het RUN-scherm weergegeven. Opmerking Aangezien u bij de insulinepomptherapie kortwerkende insuline of snelwerkend insulineanalogon krijgt toegediend, is de insulinereserve in het lichaam laag. Als de insulinetoediening om een bepaalde reden wordt onderbroken (bijvoorbeeld omdat de gebruiker de pomp heeft gestopt of door een technisch probleem met de insulinepomp, lekken van de ampul, verstopping van de slang of naald van de infusieset, of omdat de naald uit de infusieplaats is losgeschoten), moet u de insulinetoediening direct kunnen hervatten. 91

94 Gebruikersmenu STANDAARD Zorg er daarom voor dat u altijd een reservevoorraad steriele producten en accessoires (infusieset, insulineampul, batterijen) bij u hebt en draag tevens een insulinepen/-spuit met insuline bij u. Zonder insuline kan er diabetische ketoacidose ontstaan waardoor opname in het ziekenhuis nodig kan zijn. 7.3 Insulinetoediening starten STOP-scherm start uw ACCU-CHEK op RUN-scherm De FC_start_EN.eps insulinetoediening start op het moment dat de pomp in de uitgangsstand RUN wordt gezet. Start de toediening vanuit het STOP-scherm. Druk op d om naar het menu START UW Accu-Chek OP te gaan. Bevestig met f. Het RUN-scherm wordt nu weergegeven. Binnen de volgende drie minuten start de insulinetoediening, met de basale hoeveelheid per uur die op het display wordt weergegeven. 92

95 Gebruikersmenu STANDAARD Opmerking Controleer elke dag minstens één keer hoeveel insuline er nog over is in de ampul. Voordat u gaat slapen, moet u controleren of: de ampul voldoende insuline voor de nacht bevat. de tijd en datum moeten goed zijn ingesteld. 7.4 Insulinetoediening stoppen Voor uw veiligheid zijn er bepaalde functies en acties die u alleen kunt uitvoeren in de STOP-stand. Het gaat hierbij onder andere om de volgende functies en acties: de ampul vervangen de adapter en/of infusieset aansluiten en verwijderen de infusieset vullen en gegevens overdragen vanuit de insulinepomp naar de pc en omgekeerd met behulp van de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software. Let op Als de insulinepomp zich in de STOP-stand bevindt, wordt er geen insuline toegediend. Zet de insulinepomp in de RUN-stand om door te gaan met het toedienen van insuline. Druk op d om naar het menu STOP UW Accu-Chek te gaan. Bevestig met f. Het STOP-scherm wordt weergegeven en de insulinetoediening wordt stopgezet. 93

96 Gebruikersmenu STANDAARD Druk in het RUN- of STOP-scherm op f om te controleren op symbolen voor ingeschakelde functies (zoals de piep- en trilsignalen ter alarmering). Opmerking Als u de insulinepomp in de stand STOP zet terwijl u een vertraagde bolus, MultiWave-bolus en/of tijdelijke basale hoeveelheid (TBH) hebt ingesteld, treden de alarmen A6: TBH AFGEBROKEN en/of A8: BOLUS AFGEBROKEN op. Druk voor elk alarm tweemaal op f om de melding te bevestigen en uit te schakelen. Zie de paragrafen , Alarm A6: TBH AFGEBROKEN, en , Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN, voor meer informatie. STOP-waarschuwing De STOP-waarschuwing wordt actief bij het omschakelen van de RUN-stand naar de STOP-stand of bij het plaatsen van een batterij. Om u eraan te herinneren dat de insulinetoediening is stopgezet, krijgt u elke minuut een lang piepsignaal te horen in combinatie met een trilsignaal. Als u de STOP-waarschuwing uitschakelt, wordt deze alarmfunctie onderdrukt. STOP-waarschuwing uitschakelen Houd s of a ingedrukt totdat u een melodie hoort. De STOP-waarschuwing is nu uitgeschakeld. 94 Opmerking Het volume van het STOP-alarm wordt niet beïnvloed door het ingestelde volume voor piepsignalen. Dit alarm klinkt altijd op de maximumsterkte.

97 Gebruikersmenu STANDAARD De STOP-waarschuwing wordt opnieuw ingeschakeld bij het omschakelen van de RUN-stand naar de STOP-stand of bij het plaatsen van een batterij. 7.5 Bolus instellen De bolussoort en hoeveelheid zijn afhankelijk van de voorschriften van uw arts of zorgteam en van uw bloedsuikerspiegel, voedselinname, gezondheidstoestand en inspanningen. Bespreek het tijdstip van de bolus, de toegediende hoeveelheid en het soort bolus met uw arts of zorgteam. U kunt de tijd, datum en omvang van de laatste 30 bolussen bekijken in het bolusoverzicht. Zie paragraaf 7.8.1, Bolusoverzicht bekijken, voor meer informatie. U kunt drie soorten bolussen toedienen met de insulinepomp: Standaardbolus Vertraagde bolus MultiWave-bolus (snelle toediening) (toediening verdeeld over een ingestelde tijd) (combinatie van een snelle toediening met een toediening over een ingestelde tijd) Raadpleeg hoofdstuk 8, Gebruikersmenu GEAVANCEERD, voor informatie over het instellen van een vertraagde bonus en een MultiWave-bolus. 95

98 Gebruikersmenu STANDAARD Waarschuwing E Als u de insulinepomp niet goed instelt, wordt mogelijk een onjuiste hoeveelheid insuline toegediend. E U moet eerst uw persoonlijke instellingen in de insulinepomp instellen voordat u start met de insulinepomptherapie. E Gebruik de insulinepomp niet als u uw persoonlijke instellingen niet kent. E Als u twijfelt over uw persoonlijke instellingen of geen ervaren pompgebruiker bent, laat u de persoonlijke instellingen controleren door uw arts of zorgteam. E Het tijdstip van de bolus, de toegediende hoeveelheid en het soort bolus kunt u het beste bepalen in overleg met uw arts of zorgteam. E Zorg ervoor dat u weet welke koolhydraat-insulineverhouding voor u geldt en welke bolus ter correctie moet worden toegediend Standaardbolus Er zijn twee manieren om een standaardbolus in te stellen. Snelle standaardbolus Scroll -standaardbolus Via de toetsen a en s van de Menugestuurd via de toetsen d en f; insulinepomp, waarbij de bolusstappen de hoeveelheid wordt ingesteld via de worden ingesteld door de gebruiker. toetsen a en s. U kunt per keer maximaal een bolus van 25 eenheden h insuline toedienen. Een ingestelde standaardbolus wordt met een korte vertraging van 5 seconden toegediend. Indien nodig kunt u de bolus dan nog annuleren voordat deze wordt toegediend door op de toets a of s te drukken. Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN treedt op. Druk twee keer op f om te bevestigen en de fout uit te schakelen. Zie paragraaf , Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN, voor meer informatie. 96

99 Gebruikersmenu STANDAARD Een snelle standaardbolus instellen Voor de volgende instelling hebt u alleen de toetsen a en s van de insulinepomp nodig. Het resultaat van de instelling is hetzelfde, ongeacht met welke toets u de reeks begint. De toets zonder haakjes, die als eerste wordt vermeld, is de aanbevolen toets voor de instelling, bijv. a. Voor de alternatieve instelling kunt u op de toets tussen haakjes drukken, bijv. (s). Opmerking Omdat de insulinepomp u via piepsignalen en trilsignalen helpt bij het instellen, kunt u de snelle bolus met één vinger instellen. Als de bolus is ingesteld, kunt u de piepsignalen en trilsignalen van de insulinepomp tellen om te controleren of de instelling correct is. De bolusstap voor de snelle standaardbolus is standaard ingesteld op 0,5 eenheden h. Deze waarde kan worden gewijzigd in het GEAVANCEERD SETUP MENU of met de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software. RUN-scherm 3 sec. bolushoeveelheid 3 sec. toediening indien 5 sec. bolus 0 eenheden vertraging bevestiging hoeveelheid A8: bolus afgebroken 5 sec. vertraging FC_standard_bolus_miTRON_EN.eps Druk op s (a) en houd deze ingedrukt op het RUN-scherm totdat u een piepsignaal hoort en een trilsignaal voelt. Hiermee activeert u de functie snelle STANDAARD BOLUS. 97

100 Gebruikersmenu STANDAARD Opmerking Wij raden u aan te starten met de toets s bij voldoende omgevingslicht, of met de toets a bij weinig licht omdat u dan tevens de achtergrondverlichting inschakelt. Druk herhaaldelijk op a (s) tot de gewenste bolushoeveelheid wordt weergegeven. Telkens wanneer u op a (s) drukt, wordt de bolushoeveelheid verhoogd met de ingestelde bolusstap. Elke ingestelde bolusstap wordt gevolgd door een piepsignaal en een trilsignaal. De totale bolushoeveelheid wordt 5 seconden h nadat u voor de laatste keer op a (s) hebt gedrukt, bevestigd in de vorm van een piepsignaal en een gelijktijdig trilsignaal voor elke ingestelde bolusstap. Gedurende 5 seconden h (startvertraging bolustoediening) knippert het standaardbolussymbool ( ). Na deze startvertraging voor de bolustoediening piept de insulinepomp driemaal en wordt de volledige ingestelde bolus geleidelijk toegediend. Op het display kunt u het aftellen van de resterende hoeveelheid bolus volgen. Waarschuwing De bolusstap die in de insulinepomp kan worden ingesteld, is bepalend voor de snelle standaardbolushoeveelheid die u opgeeft met de toetsen a en s van de insulinepomp. Zorg dat de ingestelde bolusstap geschikt is voor uw therapie, zodat de insuline correct wordt toegediend. 98

101 Gebruikersmenu STANDAARD Snelle standaardbolus annuleren Tijdens het instellen (de bolushoeveelheid knippert): Druk op de begintoets van de instelling (s [a]) om de bolushoeveelheid terug te zetten op 0,0 eenheden. U hoort een melodie. Als u geen nieuwe bolus hebt ingesteld, hoort u na 5 seconden h drie piepsignalen en keert u automatisch terug naar het RUN-scherm. Er wordt geen bolus toegediend. Tijdens de bevestiging (op het moment van de piep- en trilsignalen), of tijdens de startvertraging ( knippert): Druk op s of a. U hoort een melodie. De insulinepomp keert terug naar het RUN-scherm. Er treedt een alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN op. Druk tweemaal op f om te bevestigen en het alarm uit te schakelen. Zie paragraaf , Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN, voor meer informatie. Er wordt geen bolus toegediend. Tijdens bolustoediening (aftelling van bolushoeveelheid): Houd de toets s of a gedurende 3 seconden ingedrukt tot u een melodie hoort. Er treedt een alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN op. Druk twee keer op f om te bevestigen en de fout uit te schakelen. Zie paragraaf , Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN, voor meer informatie. De bolustoediening is afgebroken. In het bolusoverzicht kunt u zien hoeveel insuline er werkelijk is toegediend tot de afbreking. Zie paragraaf 7.8.1, Bolusoverzicht bekijken, voor meer informatie. Na deze opzettelijke annulering kunt u, indien nodig, een nieuwe standaardbolus instellen. 99

102 Gebruikersmenu STANDAARD Een scroll standaardbolus instellen via het menu De bolusstap voor een scroll standaardbolus die u in het menu opzoekt, is ingesteld op 0,1 eenheid. Deze waarde kan niet worden gewijzigd. U stelt dit type bolus in door in het menu STANDAARD BOLUS de toets a of s ingedrukt te houden (scrollen) tot de gewenste bolushoeveelheid wordt weergegeven. Druk op d om naar het menu STANDAARD BOLUS te gaan. Selecteer met f. Het scherm BOLUSHOEVEELHEID verschijnt. Druk op of scroll met a of s om de bolus hoeveelheid respectievelijk te verhogen of te verlagen. Druk op f om de bolushoeveelheid te bevestigen. Gedurende 5 seconden h (startvertraging bolustoediening) knippert het standaardbolussymbool ( ). Na deze startvertraging voor de bolustoediening piept de insulinepomp driemaal en wordt de volledige ingestelde bolus geleidelijk toegediend. Op het display kunt u het aftellen van de resterende hoeveelheid bolus volgen. 100

103 Gebruikersmenu STANDAARD Een via het menu ingestelde scroll standaardbolus annuleren Tijdens het instellen (de bolushoeveelheid knippert): U kunt een scroll standaardbolus op drie manieren annuleren tijdens het instellen: Als u niet binnen 20 seconden h op een toets hebt gedrukt, keert u automatisch terug naar het RUN-scherm (time-out). Druk tegelijkertijd op d+a om terug te keren naar het menu STANDAARD BOLUS. Stel de bolushoeveelheid in op 0,0 eenheden. Sluit af met f. Er wordt geen bolus toegediend. Tijdens de startvertraging ( knippert): Druk op s of a. U hoort een melodie. De insulinepomp keert terug naar het RUN-scherm. Er treedt een alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN op. Druk twee keer op f om te bevestigen en de fout uit te schakelen. Er wordt geen bolus toegediend. Zie paragraaf , Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN, voor meer informatie. Tijdens bolustoediening (aftelling van bolushoeveelheid): Houd de toets s of a gedurende 3 seconden ingedrukt tot u een melodie hoort. Er treedt een alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN op. Druk twee keer op f om te bevestigen en de fout uit te schakelen. De bolustoediening is afgebroken. Zie paragraaf , Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN, voor meer informatie. De bolustoediening is afgebroken. In het bolusoverzicht kunt u zien hoeveel insuline er werkelijk is toegediend tot de afbreking. Zie paragraaf 7.8.1, Bolusoverzicht bekijken, voor meer informatie. Na deze opzettelijke annulering kunt u, indien nodig, een nieuwe standaardbolus instellen. 101

104 Gebruikersmenu STANDAARD 7.6 Tijdelijke basale hoeveelheid (TBR) U kunt de ingestelde basale hoeveelheid op de insulinepomp tijdelijk verhogen of verlagen. Met deze functie kunt u inspelen op een veranderende insulinebehoefte als gevolg van toegenomen of afgenomen inspanningen, ziekte of stress. Waarschuwing Als u de insulinepomp niet goed instelt, wordt mogelijk een onjuiste hoeveelheid insuline toegediend. U moet eerst uw persoonlijke instellingen in de insulinepomp instellen voordat u start met de insulinepomptherapie. Gebruik de insulinepomp niet als u uw persoonlijke instellingen niet kent. Als u twijfelt over uw persoonlijke instellingen of geen ervaren pompgebruiker bent, laat u de persoonlijke instellingen controleren door uw arts of zorgteam. De basale hoeveelheid wordt gewoonlijk ingesteld op 100%, maar u kunt deze E verhogen tot 200% h E gedurende maximaal 24 uur verlagen tot 0% h Een verhoging of verlaging van de basale hoeveelheid is tijdens de ingestelde duur van invloed op elke basale hoeveelheid per uur. Het basaalprofiel behoudt de kenmerkende vorm als de wijziging groter is dan 0%. Bij een tijdelijke basale hoeveelheid van 0% wordt er geen insuline (met uitzondering van bolussen) toegediend tijdens de ingestelde duur. U dient het toedienen van een tijdelijke basale hoeveelheid met uw arts of zorgteam te bespreken. 102

105 Gebruikersmenu STANDAARD Opmerking Een toe- of afname van de tijdelijke basale hoeveelheid blijft actief, zelfs als u het basaalprofiel wijzigt Tijdelijke basale hoeveelheid instellen RUN-scherm tijdelijke basale hoeveelheid percentage duur FC_temporary_BR_EN.eps Zorg ervoor dat de insulinepomp in de RUN-stand staat. Druk op d om naar het menu TIJDELIJK BASAAL HOEVEELHEID (TBH) te gaan. Selecteer met f. Het scherm tbh percentage wordt weergegeven. Opmerking Het percentage is op 100% ingesteld als er geen tijdelijke basale hoeveelheid actief is. Anders worden de duur en het percentage van de lopende tijdelijke basale hoeveelheid niet in het RUN-scherm weergegeven. Druk op a om de basale hoeveelheid te verhogen of op s om deze te verlagen. 103

106 Gebruikersmenu STANDAARD 104 Opmerking Als u de tijdelijke basale hoeveelheid verhoogt (of verlaagt), wordt automatisch de duur van de vorige tijdelijke waarde weergegeven. Als u de insulinepomp voor de eerste keer gebruikt, krijgt u een standaardduur te zien. Druk op d om naar de tbh Tijdsduur te gaan. Druk op a of s om de duur te corrigeren en in te stellen. Opmerking Druk indien nodig op d om te schakelen tussen het instellen van het basispercentage en de duur. Sla op en sluit af met f. De ingestelde tijdelijke basale hoeveelheid is onmiddellijk actief. Opmerking U kunt een scherm op drie manieren afsluiten: als u de wijzigingen wilt bevestigen en opslaan druk op f. De insulinepomp keert terug naar het RUN-scherm. als u de wijzigingen ongedaan wilt maken wacht tot de insulinepomp automatisch terugkeert naar het RUN-scherm (time-out) of druk tegelijkertijd op d+a (afsluitfunctie) om het huidige functiescherm af te sluiten. stel het percentage in op 100% en druk op f. Opmerking Tijdens de toediening van de TBH worden het verhoogde of verlaagde percentage, de verhoogde of verlaagde basale hoeveelheid per uur (basale hoeveelheid plus/ minus TBH-percentage) en de resterende duur weerge-

107 Gebruikersmenu STANDAARD geven op het RUN-scherm. Een omhoog gerichte pijl geeft een tijdelijke verhoging van de basale hoeveelheid aan, terwijl een omlaag gerichte pijl op een tijdelijke verlaging van de basale hoeveelheid duidt. Opmerking Als er tegelijkertijd een vertraagde bolus of een MultiWave-bolus actief is, worden de resterende tijd en hoeveelheid van de bolus samen met de verhoogde of verlaagde basale hoeveelheid per uur weergegeven op het RUN-scherm. Na afloop van de tijdelijke basale hoeveelheid, treedt het alarm A7: TBH EINDE op h. Druk twee keer op f om te bevestigen en de fout uit te schakelen. Zie paragraaf , Alarm A7: TBH EINDE, voor meer informatie Tijdelijke basale hoeveelheid annuleren Tijdens het instellen: U kunt een TBH op drie manieren annuleren tijdens het instellen: Als u niet binnen 20 seconden h op een toets hebt gedrukt, keert u automatisch terug naar het RUN-scherm (time-out). Druk tegelijkertijd op d+a om naar het menu TIJDELIJK BASAAL HOEVEELHEID (TBH) terug te keren. Stel het TBH-percentage weer in op 100%. Sla op en sluit af met f. Geen tijdelijke basale hoeveelheid actief! Tijdens de toediening: U kunt een TBH tijdens het toedienen op twee manieren annuleren: Stel het TBH-percentage weer in op 100%. Druk op d om naar het menu TIJDELIJK BASAAL HOEVEELHEID (TBH) te gaan. 105

108 Gebruikersmenu STANDAARD Selecteer met f. Het scherm tbh percentage wordt weergegeven. Druk op a of s om de basale hoeveelheid terug te zetten naar 100%. Sla op en sluit af met f. Zet de insulinepomp in de STOP-stand. De toediening van de tijdelijke basale hoeveelheid wordt afgebroken. Alarm A6: TBH AFGEBROKEN wordt weergegeven. Druk twee keer op f om te bevestigen en de fout uit te schakelen. Zie paragraaf , Alarm A6: TBH AFGEBROKEN, voor meer informatie. Let op Als de insulinepomp zich in de STOP-stand bevindt, wordt er geen insuline toegediend. Zet de insulinepomp in de RUN-stand om door te gaan met het toedienen van insuline. Opmerking Als er tevens een vertraagde bolus of een MultiWavebolus actief is, wordt deze ook geannuleerd wanneer u de insulinepomp in de STOP-stand zet. Er treedt een alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN en een alarm A6: TBH AFGEBROKEN op. Druk twee keer op f om het eerste alarm te bevestigen en uit te schakelen. Vervolgens verschijnt het tweede alarm op het display. Druk twee keer op f om het tweede alarm te bevestigen en uit te schakelen. Beide alarmen worden opgeslagen in het alarmgeheugen. Zie de paragrafen , Alarm A6: TBH AFGEBROKEN, en , Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN, voor meer informatie. 106

109 Gebruikersmenu STANDAARD Na deze opzettelijke annulering kunt u, indien nodig, een nieuwe tijdelijke basale hoeveelheid (en/of een vertraagde bolus of MultiWave-bolus) instellen. 7.7 Standaard setup menu Waarschuwing Als u de insulinepomp niet goed instelt, wordt mogelijk een onjuiste hoeveelheid insuline toegediend. U moet eerst uw persoonlijke instellingen in de insulinepomp instellen voordat u start met de insulinepomptherapie. Gebruik de insulinepomp niet als u uw persoonlijke instellingen niet kent. Als u twijfelt over uw persoonlijke instellingen of geen ervaren pompgebruiker bent, laat u de persoonlijke instellingen controleren door uw arts of zorgteam. Bij alle instellingen van het Standaard setup menu kunt u heel gemakkelijk gegevens opslaan of het menu afsluiten. Bij alle functies in dit hoofdstuk kunt u het volgende doen als u klaar bent: als u de wijzigingen wilt bevestigen en opslaan druk op f. De insulinepomp keert terug naar het RUN-scherm. als u de wijzigingen ongedaan wilt maken wacht tot de insulinepomp automatisch terugkeert naar het RUN-scherm (time-out) of druk tegelijkertijd op d+a (afsluitfunctie) om het huidige functiescherm af te sluiten. 107

110 Gebruikersmenu STANDAARD Functie KeyLock Met de KeyLock-functie kunt u de vier toetsen van de insulinepomp blokkeren. Zo kunt u bijvoorbeeld voorkomen dat het apparaat per ongeluk wordt bediend terwijl u slaapt, sport enzovoort. Schakel de KeyLock-functie in om de toetsen te blokkeren. Zie paragraaf 3.3, Toetsen en toetscombinaties, voor meer informatie. scherm RUN/STOP standaard setup KeyLock volume pieptonen alarmsignalen automatisch uit batterijtype oriëntatie KeyLock in- of uitschakelen FC_KeyLock_EN.eps Zorg ervoor dat u de toetsen van uw pomp hebt gedeblokkeerd (door d+s tegelijkertijd drie seconden lang in te drukken) of de KeyLockfunctie hebt uitgeschakeld. Druk op d om naar het STANDAARD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. De huidige KeyLock-status (AAN of UIT) wordt weergegeven. 108

111 Gebruikersmenu STANDAARD Druk op a of s om KeyLock AAN of UIT te zetten. Sla op en sluit af met f. Indien KeyLock is ingeschakeld, worden de vier toetsen automatisch geblokkeerd als u op het RUN- of STOP-scherm niet binnen 10 seconden h op een toets hebt gedrukt. Opmerking De enige functie die nog kan worden ingeschakeld, is de achtergrondverlichting (druk op a). Toetsen deblokkeren RUN-scherm geblokkeerd 3 sec. 10 sec. RUN-scherm gedeblokkeerd FC_unlock_KeyLock_EN.eps Druk op het RUN- of STOP-scherm tegelijkertijd op d+s (u hoort drie piepsignalen in RUN en één piepsignaal in STOP) en houd deze toetsen 3 seconden ingedrukt totdat u opnieuw drie piepsignalen (in RUN) of één piepsignaal (in STOP) hoort ter bevestiging dat de toetsen zijn gedeblokkeerd. De vier toetsen worden automatisch geblokkeerd als u op het RUN- of STOP-scherm niet binnen 10 seconden h op een toets hebt gedrukt. 109

112 Gebruikersmenu STANDAARD Volume van piepsignalen aanpassen De insulinepomp geeft een of meer piepsignalen wanneer u op een toets drukt of wanneer er een alarm of fout optreedt. Het volume van deze piepsignalen kan worden aangepast. 110 Druk op d om naar het menu STANDAARD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar de functie VOLUME PIEPTONEN te gaan. Het actieve volume voor de pieptonen wordt weergegeven. Druk op a of s om het volume aan te passen. U hebt de keuze uit vijf volumeniveaus: geen piepsignalen (de piepsignalen zijn uitgeschakeld) zeer zacht zacht normaal maximum Sla op en sluit af met f. Opmerking Het volume van het STOP-alarm wordt niet beïnvloed door het ingestelde volume voor piepsignalen. Dit alarm klinkt altijd op de maximumsterkte. Als u de pieptonen hebt uitgeschakeld en er een alarm of fout optreedt, worden de pieptonen na korte tijd geactiveerd om er zeker van te zijn dat u op de hoogte bent van het alarm of de fout. Het volume van deze pieptonen wordt steeds hoger tot het maximumniveau is bereikt als u het alarm of de fout niet bevestigt

113 Gebruikersmenu STANDAARD Alarmsignalen U kunt via de Accu-Chek Spirit aangeven hoe u wilt worden gewaarschuwd wanneer er een alarm optreedt. U hebt drie mogelijkheden: alleen pieptonen alleen trilsignalen piep- en trilsignalen Druk op d om naar het STANDAARD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar het scherm ALARMSIGNALEN te gaan. De actieve alarmsignalen worden weergegeven. Druk op a of s om de alarmsignalen naar wens in te stellen. Sla op en sluit af met f. 111

114 Gebruikersmenu STANDAARD Automatisch uit Let op Bespreek de geschiktheid van de automatische uitschakelfunctie met uw arts of zorgteam. Automatisch uit is een veiligheidsfunctie die de insulinetoediening stopt door een fout E3: AUTOMATISCH UIT te activeren als niet binnen een ingestelde tijdsperiode op een toets in RUN wordt gedrukt. In het STANDAARD SETUP MENU kunt u een periode van maximaal 24 uur in hele uren programmeren voor de functie Automatisch uit, of anders de functie uitschakelen. Druk op d om naar het STANDAARD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar het scherm AUTOMATISCH UIT te gaan. De actieve status wordt weergegeven. Druk op of scroll met a om de duur van de periode respectievelijk te verlengen of op s om de duur te verkorten met intervallen van een uur. Als u de functie wilt uitschakelen, drukt u op of scrollt u met s totdat 0 uur en UIT op het display verschijnt. Sla op en sluit af met f. 112

115 Gebruikersmenu STANDAARD Batterijtype Waarschuwing Als u niet het juiste batterijtype gebruikt in uw insulinepomp, wordt mogelijk het alarm A2: BATT. BIJNA LEEG niet tijdig weergegeven om u voldoende tijd te geven om de batterij te vervangen. De insulinepomp kan zowel met normale AA-alkalinebatterijen van 1,5 V als met oplaadbare AA NiMH-batterijen worden gebruikt. Als u omschakelt naar een ander type batterij, moet u het gebruikte batterijtype in het STANDAARD SETUP MENU aanpassen. Zie paragraaf 4.3, Batterij, voor meer informatie over de aanbevolen batterijen. Druk op d om naar het STANDAARD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar het scherm BATTERIJ TYPE te gaan. Het huidige type batterij wordt weergegeven. Druk op a of s om het gewenste type batterij te selecteren (ALKALINE of NiMH [oplaadbare] batterij). Sla op en sluit af met f. 113

116 Gebruikersmenu STANDAARD Beeldstand Als u tijdens het dragen van de insulinepomp merkt dat de weergave op het display omgekeerd zit, kunt u de beeldstand 180 draaien zodat u het display beter kunt aflezen. Druk op d om naar het STANDAARD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar het scherm ORIENTATIE te gaan. Druk op a of s om de gewenste oriëntatie van het display te selecteren. Sla op en sluit af met f. Let op Als u de stand van het display 180 draait, wordt de functie van de toetsen a en s eveneens omgedraaid. Vanuit de stand van het display gezien, gebruikt u de toets a om omhoog te bladeren en de toets s om omlaag te bladeren. Deze wijziging geldt voor alle functies die worden bediend met a en s, inclusief het inschakelen van de achtergrondverlichting. De functie van de toetsen d en f blijft altijd hetzelfde, ongeacht de beeldstand. 114

117 Gebruikersmenu STANDAARD 7.8 Gegevensgeheugen bekijken (INFORMATIE) In het gegevensgeheugen van de insulinepomp worden alle gebeurtenissen opgeslagen (dat wil zeggen alarmen, fouten, instellingen en records van de insulinetoediening) met een maximum van Dit gegevensgeheugen komt gewoonlijk overeen met het gebruik van ongeveer de laatste 90 dagen en is toegankelijk via Accu-Chek-informatiebeheerproducten. De volgende gegevens kunnen rechtstreeks op de insulinepomp worden bekeken: Bolusoverzicht Alarmgeheugen Overzicht van dagelijks insulineverbruik Overzicht van tijdelijke basale hoeveelheden Looptijd Infoscherm laatste 30 bolussen laatste 30 alarmen en fouten laatste 30 totalen van toegediende insuline per dag laatste 30 verhogingen en verlagingen resterende looptijd in dagen resterende ampulinhoud Bolusoverzicht bekijken In het bolusoverzicht worden de laatste 30 bolussen in chronologische volgorde weergegeven, te beginnen met de laatst toegediende bolus. Elk bolusgeheugen bevat de volgende informatie: het soort bolus ( standaardbolus, vertraagde bolus of MultiWave-bolus), de bolusduur ( alleen weergegeven voor een vertraagde bolus of een MultiWave-bolus), tijd ( ), 115

118 Gebruikersmenu STANDAARD datum ( ) en het volgnummer (01 is het meest recente) van het totale aantal gegevens (bijvoorbeeld 01/30) van een toegediende bolus. RUN-scherm bolusgeheugen informatiemenu alarmgeheugen dagelijks totaal TBH geheugen looptijd Druk op d om naar het menu INFORMATIE te gaan. Selecteer met f. Het scherm BOLUSGEHEUGEN verschijnt. De meest recente bolusgegevens worden weergegeven. Druk op a of s om de gegevens te bekijken. Sluit af met f. 116

119 Gebruikersmenu STANDAARD Alarmgeheugen bekijken In het alarmgeheugen worden de laatste 30 alarmen en fouten in chronologische volgorde weergegeven, te beginnen met de laatste melding. Elk alarmgeheugen bevat de volgende informatie: het nummer en het soort alarm of fout (bijvoorbeeld A6), alarm of fout (bijvoorbeeld TBH AFGEBROKEN), tijd ( ), datum ( ) en het volgnummer (01 is het meest recente) van het totale aantal gegevens (bijvoorbeeld 01/30) van een alarm of fout. Druk op d om naar het menu INFORMATIE te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar de functie ALARMGEHEUGEN te gaan. Druk op a of s om de gegevens te bekijken. Sluit af met f Overzicht van dagelijks insulineverbruik bekijken In dit overzicht worden de laatste 30 totalen van toegediende insuline per dag (van middernacht tot middernacht; basale hoeveelheid plus toegediende bolussen) in chronologische volgorde weergegeven, te beginnen met het meest recente totaal. 117

120 Gebruikersmenu STANDAARD Elk overzicht van dagelijkse insulinetotalen bevat de volgende informatie dagelijks totaal van toegediende insuline ( ), datum ( ) en het volgnummer (01 is het meest recente) van het totale aantal gegevens (bijvoorbeeld 01/30) van de dagelijks toegediende insuline. Druk op d om naar het menu INFORMATIE te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar het scherm DAGELIJKS TOTAAL te gaan. Druk op of scroll met a of s om de gegevens te bekijken. Sluit af met f Overzicht van tijdelijke basale hoeveelheden bekijken In het overzicht van tijdelijke basale hoeveelheden worden de laatste 30 verhoogde of verlaagde TBH s in chronologische volgorde weergegeven, te beginnen met de laatste TBH. Elk TBH-overzicht bevat de volgende informatie: het percentage van de verhoogde ( ) of verlaagde ( ) TBH, TBH duur ( ), tijd na einde van TBH ( ), datum ( ) en het volgnummer (01 is het meest recente) van het totale aantal gegevens (bijvoorbeeld 01/30) van een toegediende tijdelijke basale hoeveelheid. 118

121 Gebruikersmenu STANDAARD Druk op d om naar het menu INFORMATIE te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar de functie TBH GEHEUGEN te gaan. Druk op of scroll met a of s om de gegevens te bekijken. Sluit af met f Resterende looptijd bekijken De insulinepomp is een zeer betrouwbaar systeem dat gedurende lange tijd probleemloos zal functioneren. Om optimale prestaties te garanderen, zal de werkingstijd van de pomp worden beperkt door een pomptimer. Deze timer telt het aantal dagen gedurende welke de Accu-Chek Spiritinsulinepomp nog kan werken. Voordat de looptijd is verstreken, wordt er een alarm weergegeven. U wordt er zo aan herinnerd dat de werkingstijd binnenkort afloopt, zodat u de nodige maatregelen kunt nemen. Het looptijdsymbool ( ) wordt ter herinnering weergegeven in het RUN- of STOP-scherm. Als de looptijd is verstreken, treedt er een fout op en wordt de insulinepomp STOP gezet. De insulinepomp kan niet meer in de RUN-stand worden gezet. Zie de paragrafen , Alarm A5: Looptijd, en , Fout E5: EINDE LOOPTIJD, voor meer informatie. In het menu INFORMATIE kunt u zien hoeveel dagen er daadwerkelijk resteren tot aan het einde van de timer. 119

122 Gebruikersmenu STANDAARD Druk op d om naar het menu INFORMATIE te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar het menu LOOPTIJD te gaan. De resterende looptijd in dagen wordt weergegeven. Sluit af met f Infoscherm Als u op de toets f drukt, verschijnt een scherm waarop u het resterende aantal eenheden in de ampul en de insulineconcentratie kunt aflezen. Het scherm bevat verder symbolen voor de ingeschakelde functies (zoals de piep- en trilsignalen ter alarmering). Het infoscherm weergeven E Druk op f in het RUN- of STOP-scherm. E Na acht seconden h keert de pomp automatisch terug naar het RUN- of STOP-scherm. 120

123 8 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Gebruikersmenu GEAVANCEERD In dit hoofdstuk maakt u kennis met de geavanceerde functies van de insulinepomp. Met het gebruikersmenu GEAVANCEERD kunt u alle therapieopties activeren die de pomp ter beschikking heeft. U kunt op de Accu-Chek Spirit-insulinepomp de menu s kiezen die u wilt bekijken. U kunt zo de functies van de pomp aanpassen om uw diabetestherapie te optimaliseren. Alle functies inschakelen: E kies de functie GEBRUIKSMENU SELECTEREN, E selecteer het gebruikersmenu GEAVANCEERD. De functies afzonderlijk gebruiken: E kies de functie GEBRUIKSMENU SELECTEREN, E selecteer het gebruikersmenu PERSOONLIJK en schakel de gewenste functies in of uit met behulp van de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software. Net zoals bij de instellingen van het gebruikersmenu Standaard van de Accu-Chek Spirit, kunt u de ingestelde waarden opslaan of het menu heel gemakkelijk op drie manieren afsluiten. Bij alle functies in dit hoofdstuk kunt u het volgende doen als u klaar bent: als u de wijzigingen wilt bevestigen en opslaan druk op f. De insulinepomp keert terug naar het RUN-scherm. als u de wijzigingen ongedaan wilt maken wacht tot de insulinepomp automatisch terugkeert naar het RUN-scherm (time-out) of druk tegelijkertijd op d+a (afsluitfunctie) om het huidige functiescherm af te sluiten. 121

124 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Waarschuwing Als u de insulinepomp niet goed instelt, wordt mogelijk een onjuiste hoeveelheid insuline toegediend. U moet eerst uw persoonlijke instellingen in de insulinepomp instellen voordat u start met de insulinepomptherapie. Gebruik de insulinepomp niet als u uw persoonlijke in stellingen niet kent. Als u twijfelt over uw persoonlijke instellingen of geen ervaren pompgebruiker bent, laat u de persoonlijke instellingen controleren door uw arts of zorgteam. 8.1 Vertraagde bolus De vertraagde bolus is alleen beschikbaar via het menu GEAVANCEERD en kan worden in- of uitgeschakeld via het gebruikersmenu PERSOONLIJK. Met de functie Vertraagde bolus kunt u de toediening van een ingestelde bolus verdelen over een bepaalde periode. Dit is handig wanneer de maaltijd meer tijd in beslag neemt, zoals bij een diner of een receptie, of wanneer het lang duurt voordat de maaltijd is verteerd. De toediening van een vertraagde bolus is ook geschikt voor mensen die aan gastroparese (vertraagde spijsvertering) lijden. De bolus kan met tussenpozen van 15 minuten h verspreid worden toegediend over een periode van maximaal 12 uur h. De toediening begint direct nadat u de bolus hebt geprogrammeerd. 122 Opmerking U kunt een standaardbolus toevoegen aan een lopende vertraagde bolus. Als u de standaardbolus annuleert, wordt de vertraagde bolus normaal toegediend. Tijdens de toediening van een vertraagde bolus, kunt u geen tweede vertraagde bolus of een MultiWave-bolus instellen. Als u een andere vertraagde bolus wilt instellen, zet u de insulinepomp STOP om de huidige bolus te annuleren. Stel vervolgens de nieuwe bolus in.

125 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Een vertraagde bolus instellen stop de ACCU-CHEK RUN-scherm vertraagde bolus bolushoeveelheid bolusduur A8: bolus afgebroken FC_extended_bolus_EN.eps Druk op d om naar het menu VERTRAAGDE BOLUS te gaan. Selecteer met f. Het scherm bolushoeveelheid wordt weergegeven. Druk op/scroll met a of s om de bolushoeveelheid respectievelijk te verhogen of te verlagen. De duur van de laatst toegediende vertraagde bolus verschijnt. U ziet een standaardwaarde als u de insulinepomp voor de eerste keer gebruikt. Druk op d om naar de bolusduur te gaan. Druk op a of s om de bolusduur respectievelijk te verlengen of te verkorten. Opmerking Druk indien nodig op d om te schakelen tussen de bolushoeveelheid en de bolusduur. Controleer de ingestelde bolushoeveelheid en bolusduur op het display. 123

126 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Druk op f om de bolushoeveelheid en -duur te bevestigen. U hoort een melodie ten teken dat de bolustoediening binnen 3 minuten wordt gestart. Opmerking Tijdens de periode waarin de vertraagde bolus wordt toegediend, worden de resterende tijd en hoeveelheid alsmede de huidige basale hoeveelheid per uur constant weergegeven op het RUN-scherm. Opmerking Als er tegelijkertijd een tijdelijke basale hoeveelheid ingesteld is, worden de resterende tijd en hoeveelheid van de bolus samen met de verhoogde of verlaagde basale hoeveelheid per uur weergegeven op het RUN-scherm Een vertraagde bolus annuleren Tijdens het instellen (de bolushoeveelheid of bolusduur knippert): U kunt een vertraagde bolus op drie manieren annuleren tijdens het instellen: Als u niet binnen 20 seconden h op een toets hebt gedrukt, keert u automatisch terug naar het RUN-scherm (time-out). Druk tegelijkertijd op d+a om naar terug te keren het menu VERTRAAGDE BOLUS. Stel de bolushoeveelheid in op 0,0 eenheden en druk op f. Er wordt geen bolus toegediend. 124

127 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Tijdens de bolustoediening: Als de vertraagde bolus al wordt toegediend, zet u de insulinepomp in de STOP-stand om de bolus te annuleren. De bolustoediening wordt geannuleerd en het alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN op. Druk twee keer op f om te bevestigen en de fout uit te schakelen. Zie paragraaf , Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN, voor meer informatie. De bolustoediening is afgebroken. In het scherm BOLUSOVERZICHT kunt u zien hoeveel bolus er werkelijk is toegediend tot aan de afbreking. Zie paragraaf 7.8.1, Bolusoverzicht bekijken, voor meer informatie. Let op Als de insulinepomp zich in de STOP-stand bevindt, wordt er geen insuline toegediend. Zet de insulinepomp in de RUNstand om door te gaan met het toedienen van insuline. Opmerking Als er tevens een tijdelijke basale hoeveelheid ingesteld is, wordt deze ook geannuleerd wanneer u de insulinepomp in de STOP-stand zet. Er treedt een alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN en een alarm A6: TBH AFGEBROKEN op. Druk twee keer op f om het eerste alarm te bevestigen en uit te schakelen. Vervolgens verschijnt het tweede alarm op het display. Druk twee keer op f om het tweede alarm te bevestigen en uit te schakelen. Beide alarmen worden opgeslagen in het alarmgeheugen. Zie de paragrafen , Alarm A6: TBH AFGEBROKEN, en , Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN, voor meer informatie. Na deze opzettelijke annulering kunt u, indien nodig, een nieuwe vertraagde bolus (en/of tijdelijke basale hoeveelheid) instellen. 125

128 Gebruikersmenu GEAVANCEERD 8.2 MultiWave-bolus De MultiWave-bolus kunt u uitsluitend selecteren in het gebruikersmenu GEAVANCEERD, en afhankelijk van uw persoonlijke instellingen in het gebruikersmenu PERSOONLIJK. Het is een speciaal soort bolus waarmee de insulineafgifte door het lichaam beter wordt nagebootst. Het is een gecombineerde bolus waarbij eerst een directe bolus wordt toegediend, gevolgd door een vertraagde bolustoediening. Deze functie is handig als u een maaltijd nuttigt met zowel koolhydraten die snel worden opgenomen als koolhydraten die langzaam worden opgenomen (bijvoorbeeld pizza). De bolus kan met tussenpozen van 15 minuten h verspreid worden toegediend over een periode van maximaal 12 uur h. De toediening begint direct nadat u de bolus hebt geprogrammeerd. Opmerking U kunt een standaardbolus toevoegen aan een lopende MultiWave-bolus. Als u de standaardbolus annuleert, wordt de Multi- Wave-bolus normaal toegediend. Tijdens de toediening van een MultiWave-bolus, kunt u geen tweede MultiWave-bolus of een vertraagde bolus instellen. Als u een andere MultiWave-bolus wilt instellen, zet u de insulinepomp in de STOP-stand om de huidige bolus te annuleren. Stel vervolgens de nieuwe bolus in. 126

129 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Een MultiWave-bolus programmeren 3 sec. of stop uw Accu-Chek RUN-scherm toediening bolus directe bolus bolushoeveelheid MultiWavebolus bolusduur 5 sec. vertraging A8: bolus afgebroken FC_multi_wave_bolus_EN.eps Druk op d om naar het menu MULTIWAVE BOLUS te gaan. Selecteer met f. Het scherm bolushoeveelheid wordt weergegeven. Druk op of scroll met a of s om de totale bolushoeveelheid respectievelijk te verhogen of te verlagen. Nadat u op de toets a hebt gedrukt, verschijnt de bolusduur van de laatste MultiWave-bolus. Als u de insulinepomp voor de eerste keer gebruikt, ziet u in dit geval een standaardwaarde. Als u de totale bolushoeveelheid verhoogt of verlaagt, wordt de voorgestelde directe bolus proportioneel verhoogd of verlaagd. 127

130 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Druk op d om naar de directe bolus hoeveelheid te gaan. Druk op a of s om de directe bolushoeveelheid te corrigeren en in te stellen. Druk op d om naar de bolusduur te gaan. Druk op a of s om de duur van de vertraagde bolus met stappen van 15 minuten h te corrigeren en in te stellen voor een periode van maximaal 12 uur h. Opmerking Druk indien nodig op d om te schakelen tussen de totale bolushoeveelheid, directe bolushoeveelheid en vertraagde bolusduur. Controleer op het display of de ingestelde waarden voor de totale bolus, de directe bolus en de duur van de vertraagde bolus kloppen. De ingestelde waarden kunnen worden bekeken in het scherm voor totale bolushoeveelheid, directe bolus en bolusduur. Druk op f om beide bolushoeveelheden en de bolusduur te bevestigen. Gedurende 5 seconden h (startvertraging bolustoediening) knippert het MultiWave-bolussymbool ( ). U hoort drie piepsignalen ten teken dat de directe bolus wordt toegediend. De aftelling van de resterende bolus kunt u op het display bijhouden. 128

131 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Opmerking Tijdens de toediening van de bolus worden de resterende tijd en hoeveelheid alsmede de huidige basale hoeveelheid per uur constant weergegeven in het RUN-scherm. Als er tegelijkertijd een tijdelijke basale hoeveelheid ingesteld is, worden de resterende tijd en hoeveelheid van de bolus samen met de verhoogde of verlaagde basale hoeveelheid per uur weergegeven in het RUN-scherm Een MultiWave-bolus annuleren Tijdens het instellen (de bolushoeveelheid of bolusduur knippert): U kunt een MultiWave-bolus op drie manieren annuleren tijdens het instellen: Als u niet binnen 20 seconden h op een toets hebt gedrukt, keert u automatisch terug naar het RUN-scherm (time-out). Druk tegelijkertijd op d+a om terug te keren naar het menu MULTIWAVE BOLUS. Stel de totale bolushoeveelheid in op 0,0 eenheden en druk op f. Er wordt geen bolus toegediend. Tijdens de startvertraging ( knippert): Druk op s of a. De Accu-Chek Spirit geeft piep- en trilsignalen. De insulinepomp keert terug naar het RUN-scherm. Er treedt een alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN op. Druk twee keer op f om te bevestigen en de fout uit te schakelen. Zie paragraaf , Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN, voor meer informatie. Er wordt geen bolus toegediend. 129

132 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Tijdens de bolustoediening: De directe toediening kan worden afgebroken door s of a 3 seconden ingedrukt te houden tot u een melodie hoort. Hiermee wordt de volledige bolus (de directe en vertraagde bolus) geannuleerd. Er treedt een alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN op. Opmerking Als het alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN niet optreedt, wordt de bolustoediening normaal toegediend. Annuleer de vertraagde toediening (zie hieronder). U kunt de vertraagde toediening annuleren door de insulinepomp in de STOP-stand te zetten. Hiermee wordt de vertraagde bolus geannuleerd. Er treedt een alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN op. Druk twee keer op f om te bevestigen en de fout uit te schakelen. Zie paragraaf , Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN, voor meer informatie. De bolustoediening is afgebroken. In het bolusoverzicht kunt u zien hoeveel insuline er werkelijk is toegediend tot de afbreking. Zie paragraaf 7.8.1, Bolusoverzicht bekijken, voor meer informatie. Let op Als de insulinepomp zich in de STOP-stand bevindt, wordt er geen insuline toegediend. Zet de insulinepomp in de RUN-stand om door te gaan met het toedienen van insuline. Opmerking Als er tevens een tijdelijke basale hoeveelheid ingesteld is, wordt deze ook geannuleerd wanneer u de insulinepomp in de STOP-stand zet. Er treedt een alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN en een alarm A6: TBH AFGEBROKEN op. 130

133 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Druk twee keer op f om het eerste alarm te bevestigen en uit te schakelen. Vervolgens verschijnt het tweede alarm op het display. Druk twee keer op f om het tweede alarm te bevestigen en uit te schakelen. Beide alarmen worden opgeslagen in het alarmgeheugen. Zie de paragrafen , Alarm A6: TBH AFGEBRO- KEN, en , Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN, voor meer informatie. Na deze opzettelijke annulering kunt u, indien nodig, een nieuwe MultiWave-bolus (en/of tijdelijke basale hoeveelheid) instellen. 8.3 Basaalprofielen De insulinepomp biedt u de mogelijkheid om maximaal vijf h verschillende basaalprofielen in te stellen zodat u op een eenvoudige manier in wisselende insulinebehoeften kunt voorzien (bijvoorbeeld een profiel voor maandag t/m vrijdag en een profiel om s ochtends te kunnen uitslapen). Bespreek de instelling van aanvullende profielen met uw arts of zorgteam. Raadpleeg uw arts of zorgteam voordat u uw basaalprofielen wijzigt, aangezien dit van invloed kan zijn op de manier waarop u de insulinepomp moet gebruiken. Als u samen met uw arts of zorgteam besluit dat aanvullende profielen niet noodzakelijk zijn, kunt uzelf of kan uw arts/zorgteam de basaalprofielen 2 t/m 5 in het gebruikersmenu PERSOONLIJK verbergen met Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software Pro. Zie de gebruikershandleiding bij de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software voor meer informatie. 131

134 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Aanvullend basaalprofiel instellen 1. Controleer of het gewenste menu INSTELLEN BASAAL PROFIEL is geselecteerd. 2. Druk op d om naar het gewenste menu INSTELLEN BASAAL PROFIEL te gaan. Opmerking U kunt alleen profielen selecteren die in het huidige gebruikersmenu beschikbaar zijn. 3. De basale hoeveelheden per uur voor elk aanvullend profiel worden op dezelfde manier ingesteld als bij profiel 1 voor de basale hoeveelheid. Zie paragraaf 7.2.1, Basaalprofiel instellen, voor meer informatie Basaalprofiel selecteren RUN-scherm wisselen basaal profiel basaalprofiel nummer. FC_BRP_change_EN.eps Controleer of het menu WISSELEN BASAAL PROFIEL (BP) is ingeschakeld. Druk op d om naar het gewenste menu WISSELEN BASAAL PROFIEL (BP) te gaan. Selecteer met f. Het huidige basaalprofiel wordt weergegeven. 132

135 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Opmerking U kunt alleen profielen selecteren die in het huidige gebruikersmenu beschikbaar zijn. Druk op a of s om het gewenste basaalprofiel te selecteren. Het nieuw geselecteerde basaalprofiel en de totale basale hoeveelheid worden weergegeven. Sla op en sluit af met f. Het nieuwe profiel is onmiddellijk actief. Opmerking Als u het gebruikersmenu wijzigt, wordt het huidige basaalprofiel mogelijk niet weergegeven. Zorg ervoor dat de gewenste profielnummers middels de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software zijn geactiveerd. Als de gewenste profielnummers niet worden weergegeven: selecteert u het gebruikersmenu GEAVANCEERD of voegt u zelf de gewenste profiel(nummers) toe aan het gebruikersmenu PERSOONLIJK of vraagt u uw arts of zorgteam dit te doen (zie de gebruikershandleiding voor de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software), of kunt u het gewenste basaalprofiel instellen op een beschikbaar profielnummer. Een toe- of afname van de tijdelijke basale hoeveelheid blijft actief, zelfs als u het basaalprofiel hebt gewijzigd. 133

136 Gebruikersmenu GEAVANCEERD 8.4 Alarmklok U kunt met de alarmklok eenmalige of herhaalde herinneringen instellen. Herhaalde herinneringen worden elke dag herhaald. U kunt zichzelf zo herinneren aan de noodzaak uw bloedglucose te testen, maar ook aan andere gebeurtenissen die voor u van belang zijn. Eenmalige of herhaalde herinneringen instellen Controleer of het menu ALARMKLOK is ingeschakeld. Druk op d om naar de functie ALARMKLOK te gaan. 134 Selecteer met f. De huidige status van de alarmklok (UIT, EENMAAL [eenmalige herinnering] of ELKE DAG) wordt weergegeven. Druk op a or s om de alarmklok in te stellen op UIT ( ), op een eenmalige herinnering ( ) of op een dagelijks herhaalde herinnering ( ). Druk op d om naar het scherm INSTELLEN UREN te gaan. Druk op a of s om het uur in te stellen. Druk op d om naar het scherm INST. MINUTEN te gaan. Druk op a of s om de minuten in te stellen. Sla op en sluit af met f.

137 Gebruikersmenu GEAVANCEERD De alarmklok uitschakelen Als de alarmklok afgaat, wordt alarm A4: ALARMKLOK weergegeven. Druk twee keer op f om te bevestigen en de fout uit te schakelen. Zie paragraaf , Alarm A4: ALARMKLOK, voor meer informatie. 8.5 Setup menu, geavanceerd Tijdnotatie Voor de tijd kunnen de volgende notaties worden ingesteld: Europees: 24-uurs klok (00:00-23:59), bijvoorbeeld 13:39 Amerikaans: 12-uurs klok (AM/PM), bijvoorbeeld 1:39 PM Controleer of GEAVANCEERD SETUP MENU is ingeschakeld. Druk op d om naar het GEAVANCEERD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. Het scherm TIJDINSTELLING wordt weergegeven. Druk op a of s om de gewenste tijdnotatie te selecteren. Sla op en sluit af met f. 135

138 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Datumnotatie Voor de datum kunnen de volgende notaties worden ingesteld: Europees: dd.mm.jj, bijvoorbeeld Amerikaans: mm/dd/jj, bijvoorbeeld 04/26/06 Controleer of GEAVANCEERD SETUP MENU is ingeschakeld. Druk op d om naar het GEAVANCEERD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar het scherm DATUMINSTELLING te gaan. Druk op a of s om de gewenste datumnotatie te selecteren. Sla op en sluit af met f. 136

139 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Bolusstap Waarschuwing De bolusstap die in de insulinepomp kan worden ingesteld, is bepalend voor de snelle standaardbolushoeveelheid die u opgeeft met de toetsen a en s van de insulinepomp. Zorg dat de ingestelde bolusstap geschikt is voor uw therapie, zodat de insuline correct wordt toegediend. Ten behoeve van patiënten die grote of juist kleine hoeveelheden insuline nodig hebben, kan de bolusstap bij de Accu-Chek Spirit worden ingesteld. De snelle standaardbolus wordt oorspronkelijk ingesteld op 0,5 eenheden h per keer dat u op een toets drukt. Deze waarde kan worden ingesteld op 0,1; 0,2; 0,5; 1,0 of 2,0 eenheden via het GEAVANCEERD SETUP MENU of met behulp van de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software. De scroll standaardbolus verspringt standaard met 0,1 eenheden. U kunt deze waarde aanpassen door a of s ingedrukt te houden. Zie paragraaf 7.5.1, Standaardbolus, voor meer informatie. Controleer of GEAVANCEERD SETUP MENU is ingeschakeld. Druk op d om naar het GEAVANCEERD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar het scherm BOLUSSTAP te gaan. Druk op a of s om de gewenste bolusstap te selecteren. Sla op en sluit af met f. 137

140 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Vulhoeveelheid De hoeveelheid die is vereist om een infusieset volledig te vullen, is afhankelijk van de slanglengte van de infusieset. Hoe korter de slang van de set, hoe minder insuline u nodig hebt om de infusieset te vullen. De vulhoeveelheid is bij de fabriek ingesteld op 25 eenheden h insuline. Opmerking De hoeveelheid insuline die u nodig hebt om de infusieset te vullen, wordt niet opgeteld bij het overzicht van het dagelijkse insulineverbruik. U kunt het vullen stoppen door op een van de toetsen van de insulinepomp te drukken. Controleer of GEAVANCEERD SETUP MENU is ingeschakeld. Druk op d om naar het GEAVANCEERD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar het menu VULHOEVEELHEID te gaan. Druk op a of s om de gewenste vulhoeveelheid te selecteren. Sla op en sluit af met f. 138

141 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Basaalprofielen blokkeren U kunt de basale hoeveelheid per uur op de insulinepomp naar wens wijzigen. Deze functie biedt extra bescherming tegen het per ongeluk wijzigen van de basale hoeveelheid tijdens normaal gebruik. Als de functie is geactiveerd, kunnen de basale hoeveelheden per uur niet worden gewijzigd. Controleer of GEAVANCEERD SETUP MENU is ingeschakeld. Druk op d om naar het GEAVANCEERD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar het scherm PROFIEL BLOKKADE te gaan. Druk op a of s om de vergrendeling van de basale hoeveelheid AAN ( ) of UIT ( ) te zetten. Sla op en sluit af met f. Opmerking Als de blokkering van de basale hoeveelheid is ingesteld op AAN ( ), is het instellen van basaalprofielen 1, 2, 3, 4 en 5 geblokkeerd. U kunt controleren of het basaalprofiel is geblokkeerd (AAN), door met d naar een menu INSTELLEN BASAAL PROFIEL te gaan en dit te selecteren met f. Het symbool in het scherm BP TOTAAL geeft aan dat het instellen van de basale hoeveelheid is geblokkeerd (het symbool wordt alleen weergegeven in het scherm BP TOTAAL). Met d kunnen de basale hoeveelheden per uur worden bekeken, maar deze kunnen niet worden gewijzigd met a en s. 139

142 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Taal De insulinepomp kan gebruikmaken van verschillende talen. Ga als volgt te werk om de gewenste taal in te stellen: Controleer of GEAVANCEERD SETUP MENU is ingeschakeld. Druk op d om naar GEAVANCEERD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar het scherm TAAL te gaan. Druk op a of s om de gewenste taal te selecteren. Sla op en sluit af met f. 140

143 Gebruikersmenu GEAVANCEERD Displaycontrast U kunt het displaycontrast van de insulinepomp instellen. Controleer of GEAVANCEERD SETUP MENU is ingeschakeld. Druk op d om naar het GEAVANCEERD SETUP MENU te gaan. Selecteer met f. Druk op d om naar het scherm DISPLAY CONTRAST te gaan. Druk op a of s om het gewenste contrast te selecteren. Sla op en sluit af met f. 141

144 142

145 Datatransmissie 9 Datatransmissie Let op Als de datatransmissie tussen de pc en de insulinepomp wordt onderbroken, kan de configuratie onvolledig zijn en treedt de fout E12: DATA ONDERBROKEN op. U kunt de insulinepomp pas in de RUN-stand zetten als de datatransmissie geheel is voltooid. Raadpleeg paragraaf , Fout E12: DATA ONDERBROKEN, voor meer informatie. Via de ingebouwde infraroodinterface aan de onderkant van de insulinepomp kunnen gegevens draadloos worden verzonden van de insulinepomp naar een pc. Op deze manier kunt u instellingsgegevens overbrengen tussen de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software op de computer en de Accu-Chek Spirit-insulinepomp. Infraroodcommunicatie met de pc wordt tot stand gebracht via een infraroodadapter, die wordt aangesloten op de seriële RS232-interface van de pc. Raadpleeg de gebruikershandleidingen van de corresponderende Accu-Chek-informatiebeheerproducten voor meer informatie over infraroodadapters en datatransmissie. 143

146 Datatransmissie Datatransmissie instellen STOP-scherm communicatie start datatransmissie stop datatransmissie FC_Data_transfer_neu_EN.eps Bereid de pc en de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software voor op datatransmissie (raadpleeg de gebruikershandleiding voor deze software voor meer informatie). Zorg ervoor dat de insulinepomp in de STOP-stand staat. Druk op d om naar het COMMUNICATIEMENU te gaan. Selecteer met f. Het scherm DATATRANSMISSIE wordt weergegeven en een piepsignaal geeft aan dat de insulinepomp klaar is om gegevens te ontvangen van of te versturen naar de pc. Volg de instructies in de gebruikershandleiding voor de Accu Chek-software om de pomp in te stellen. Zodra de gegevensoverdracht is voltooid, drukt u op f om terug te gaan naar STOP. 144

147 Datatransmissie Controleer de configuratie van de insulinepomp om u ervan te verzekeren dat alle parameters correct zijn ingesteld. Voorzie de insulinepomp indien nodig van een ampul, een adapter en een nieuwe infusieset en zet het apparaat in de RUN-stand. Opmerking De insulinepomp wordt 15 minuten h nadat de laatste datatransmissie is beëindigd of het scherm DATATRANSMISSIE is geselecteerd automatisch weer op STOP gezet. Druk tegelijkertijd op d+a als u wilt afsluiten terwijl er gegevens worden verzonden. De datatransmissie wordt dan onderbroken en fout E12: DATA ONDERBROKEN op. Raadpleeg paragraaf , Fout E12: DATA ONDERBROKEN, voor meer informatie. 145

148 146

149 Alarmen en fouten 10 Alarmen en fouten Tijdens het gebruik wordt de juiste werking van de insulinepomp permanent bewaakt en geregeld door het veiligheidssysteem (bestaande uit twee microprocessoren). Er worden dagelijks meer dan 9 miljoen veiligheidscontroles op alle relevante functies uitgevoerd. Zodra een afwijking van de normale status wordt gedetecteerd, treedt een alarm (alarminstructie) of een fout (foutmelding) in werking. U wordt via piepsignalen, trilsignalen en meldingen op het display geïnformeerd over de status of fouten van de insulinepomp. Kijk overdag minimaal één keer elke drie uur op het display van de insulinepomp, voordat u gaat slapen en als u om een bepaalde reden niet in staat bent piepsignalen te horen of trilsignalen te voelen. Anders wordt u mogelijk niet tijdig gewaarschuwd wanneer zich wijzigingen voordoen in de werking van de insulinepomp. Alarmen en fouten worden gewoonlijk door zowel piep- als trilsignalen gemeld. Als u een van beide signalen hebt uitgeschakeld, wordt een alarm of een fout in eerste instantie alleen gemeld via het overgebleven alarmsignaal. Als u niet binnen 60 seconden hebt gereageerd, wordt de alarm- of foutmelding herhaald, maar dan met zowel piep- als trilsignalen. Als u de piepsignalen hebt uitgeschakeld of op een geringer volume dan het maximum hebt ingesteld, neemt het volume van de signalen elke tien seconden toe totdat het maximale volume is bereikt. De piep- en trilsignalen blijven op dit niveau totdat u ze bevestigt. Opmerking Het volume van het STOP-alarm wordt niet beïnvloed door het ingestelde volume voor piepsignalen. Dit alarm klinkt altijd op de maximumsterkte. Als u toetsen hebt geblokkeerd, wordt deze blokkering altijd opgeheven wanneer zich een alarm of fout voordoet. 147

150 Alarmen en fouten Alarm of fout bevestigen Druk op f om de piep- en trilsignalen uit te schakelen. De alarm- of foutcode wordt wel nog steeds op het display weergegeven. Bevestig dat u de alarm- of foutcode en meldingen hebt gezien en begrepen door nogmaals op f te drukken. Neem eventueel de vereiste maatregelen. Als zich meer dan één alarm en/of fout tegelijkertijd voordoet, drukt u voor elk alarm of elke fout twee keer op f om het alarm of de fout te bevestigen en uit te schakelen. Wanneer u de volgende foutmeldingen bevestigt: A1: AMPUL BIJNA LEEG, E1: AMPUL LEEG, A2: Batterij BIJNA LEEG, E2: BATTERIJ LEEG, A5: LOOPTIJD of E5: EINDE LOOPTIJD, blijft het symbool voor dit alarm of deze fout op het RUN- of STOP-scherm als herinnering staan. Bij alle andere alarmen en fouten wordt de alarminformatie van het display gewist en wordt de gebeurtenis alleen bewaard in het alarmgeheugen en in het geheugen waar de gebeurtenissen worden opgeslagen. Nadat zich een alarm of fout heeft voorgedaan, is het van belang dat wordt gecontroleerd of de insulinepomp in de RUN-stand staat. 148

151 Alarmen en fouten 10.1 Alarmen Waarschuwing Nadat zich een alarm heeft voorgedaan, bevindt de insulinepomp zich mogelijk in de STOP-stand, zodat de toediening van de insuline kan worden onderbroken. U kunt de toediening in stand houden door onmiddellijk te reageren volgens de instructies die voor elke foutcode worden gegeven of door de insulinepomp in de RUNstand te zetten om door te gaan met het toedienen van insuline Alarm A1: AMPUL BIJNA LEEG Als de resterende inhoud in de insulineampul minder dan 20 eenheden h insuline bedraagt, treedt alarm A1: AMPUL BIJNA LEEG op. Op de insulinepomp wordt dan aangegeven dat de ampul bijna leeg is. Houd er rekening mee dat de ampul in dergelijke gevallen zo snel mogelijk moet worden vervangen. Ter herinnering verschijnt in het RUN- of STOP-scherm een symbool ( ) totdat u een nieuwe ampul aanbrengt. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Vervang de ampul voordat deze helemaal leeg is. Zet de insulinepomp in de RUN-stand (indien nodig). 149

152 Alarmen en fouten Alarm A2: BATT. BIJNA LEEG De insulinepomp controleert de batterijspanning telkens voordat er insuline wordt toegediend (ten minste om de 3 minuten). Als deze spanning onder een bepaald voltage terechtkomt, treedt alarm A2: BATT. BIJNA LEEG op. Houd er rekening mee dat de batterij in dergelijke gevallen zo snel mogelijk moet worden vervangen. Ter herinnering verschijnt het symbool ( ) in het RUN- of STOP-scherm totdat u een nieuwe batterij aanbrengt. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Vervang de batterij binnen de volgende paar uur. Zet de insulinepomp in de RUN-stand (indien nodig) Alarm A3: CONTROLEER DATUM EN TIJD Als de batterij langer dan een uur is verwijderd, kan het noodzakelijk zijn de datum en de tijd opnieuw in te voeren. Voor andere Accu-Chek Spiritinstellingen en het geheugen waarin de gebeurtenissen worden opgeslagen, geldt dit niet. Deze blijven bewaard, ongeacht de batterijspanning en de tijd dat de batterij uit de insulinepomp verwijderd is geweest. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Controleer de datum en de tijd en corrigeer deze, indien nodig. Zet de insulinepomp in de RUN-stand (indien nodig). 150

153 Alarmen en fouten Alarm A4: ALARMKLOK Het alarm A4: ALARMKLOK wordt weergegeven op het moment dat u hebt ingesteld op de pomp. Druk twee keer op f om het alarm uit te schakelen en te bevestigen. Zet de insulinepomp in de RUN-stand (indien nodig). Opmerking Als u het alarm zo hebt ingesteld dat het ELKE DAG afgaat, wordt dezelfde herinnering om de 24 uur herhaald. Schakel de alarmklok uit als u niet vaker op diezelfde tijd een alarm wilt weergeven Alarm A5: LOOPTIJD Omwille van een optimale insulinetoediening beschikt de pomp over een timer. Controleer de vooraf ingestelde looptijd van de Accu-Chek Spirit-pomp voordat u het apparaat in gebruik neemt. Raadpleeg hiervoor het Accu-Chek Spirit Pump Protocol in de starterkit. Tijdens het gebruik kan de resterende looptijd in dagen tot de vervaldatum van de insulinepomp worden bekeken in het menu INFORMATIE (zie Resterende looptijd bekijken ). Om er zeker van te zijn dat u op de hoogte van deze timing bent, herinnert het alarm A5: Looptijd u er 60 dagen voor het verstrijken van de looptijd aan dat u de ingestelde werkingstijd van de pomp moet controleren. Wanneer de LOOPTIJD op nul staat, verandert deze in STOP. U kunt de pomp dan niet langer gebruiken. E5: EINDE LOOPTIJD wordt weergegeven op het display. 151

154 Alarmen en fouten Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Zet de insulinepomp in de RUN-stand. Controleer de LOOPTIJD via het scherm INFOR- MATIE. Het aantal dat wordt weergegeven is het resterende aantal ingestelde dagen gedurende welke u de insulinepomp nog kunt gebruiken. Nadat het alarm A5: LOOPTD VERLOOPT is opgetreden, wordt het symbool weergegeven op de Accu-Chek Spirit-insulinepomp om u eraan te herinneren de timer te controleren. Neem contact op met de klantenservice en bespreek wat u verder moet doen. Opmerking Het alarm A5: Looptijd en de fout E5: EINDE looptijd zijn gebaseerd op de periode waarin de run-stand actief is, en niet op kalenderjaren. Uw garantie is gebaseerd op de datum waarop de pomp is aangeschaft Alarm A6: TBH AFGEBROKEN (tijdelijke basale hoeveelheid geannuleerd) Alarm A6: TBH AFGEBROKEN treedt op als een tijdelijke verhoging of verlaging van de basale hoeveelheid is geannuleerd. De oorspronkelijke basale hoeveelheid (100%) wordt automatisch hersteld. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Zet de insulinepomp in de RUN-stand (indien nodig). 152

155 Alarmen en fouten Controleer of de annulering gewenst is en stel eventueel een nieuwe tijdelijke basale hoeveelheid in Alarm A7: TBH EINDE (tijdelijke basale hoeveelheid beëindigd) Alarm A7: TBH EINDE treedt op als een tijdelijke basale hoeveelheid is beëindigd. Zodra het alarm is bevestigd, wordt de oorspronkelijke basale hoeveelheid (100%) automatisch hersteld. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Ga na of een tijdelijke wijziging van de basale hoeveelheid verder nog gewenst is en stel, indien nodig, deze wijziging in. Opmerking Desgewenst kan het alarm A7: TBH EINDE worden uitgeschakeld via de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software. Als u dit doet, wordt er geen alarm gegenereerd op het moment dat een tijdelijke basale hoeveelheid wordt beëindigd Alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN Als een bolus wordt geannuleerd tijdens de startvertraging of nadat de toediening is begonnen, treedt alarm A8: BOLUS AFGEBROKEN op. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Zet de insulinepomp in de RUN-stand (indien nodig). 153

156 Alarmen en fouten Na deze opzettelijke annulering kunt u, indien nodig, een nieuwe bolus instellen. Opmerking In het bolusoverzicht kunt u zien hoeveel insuline er werkelijk is toegediend tot de afbreking. Zie paragraaf 7.8.1, Bolusoverzicht bekijken, voor meer informatie Fouten Waarschuwing Nadat zich een fout heeft voorgedaan, bevindt de insulinepomp zich in de STOP-stand, zodat de toediening van de insuline wordt onderbroken. U kunt de toediening in stand houden door onmiddellijk te reageren volgens de instructies die voor elke foutcode worden gegeven Fout E1: AMPUL LEEG Als de ampul leeg is, treedt de fout E1: AMPUL LEEG op. Vervang de ampul onmiddellijk. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Verwijder de infusieset van de infusieplaats of koppel de set los. Vervang de ampul en vul de nieuwe infusieset. Sluit de infusieset (slang) opnieuw aan op de infusieplaats of plaats de nieuwe infusieset. 154 Zet de insulinepomp in de RUN-stand als u klaar bent.

157 Alarmen en fouten Fout E2: BATTERIJ LEEG Waarschuwing Controleer altijd of de datum- en tijdinstelling van de insulinepomp klopt als u de batterij hebt verwisseld. Als u de tijd en datum niet goed instelt, wordt mogelijk een onjuiste hoeveelheid insuline toegediend. Als u of uw zorgteam de therapiegegevens elektronisch opslaat en analyseert terwijl de datum en tijd van de verschillende apparaten niet overeenkomen, kunnen de verzamelde gegevens onbruikbaar worden. Als de batterij leeg is, treedt de fout E2: BATTERIJ LEEG op. Vervang de batterij onmiddellijk. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Vervang de batterij. Zet de insulinepomp in de RUN-stand als u klaar bent. Opmerking De insulinepomp slaat de instellingen op die u hebt uitgevoerd voordat de batterij leeg was. Als de batterij meer dan een uur uit de insulinepomp verwijderd blijft, moet u de datum en de tijd controleren Fout E3: AUTOMATISCH UIT Deze veiligheidsfunctie onderbreekt de toediening van de insuline als er niet binnen een specifiek tijdsinterval op een toets wordt gedrukt. Zie paragraaf 7.7.4, Automatisch uit, voor meer informatie. 155

158 Alarmen en fouten Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Zet de insulinepomp in de RUN-stand Fout E4: VERSTOPPING Waarschuwing Als de fout E4: VERSTOPPING optreedt, moet u onmiddellijk uw bloedglucosewaarde controleren omdat de toediening van de insuline onderbroken is. Als uw bloedsuikerspiegel te hoog is, neemt u gepaste maatregelen overeenkomstig de instructies van uw arts of zorgteam. Fout E4: VERSTOPPING treedt op als geen insuline wordt toegediend (bij gebruik van kunststofampullen maximaal 3,5 eenheden insuline en bij gebruik van Aventis Insuman Infusat glaspatronen* maximaal 6 eenheden insuline). Dit kan worden veroorzaakt door: een verstopte infusieset of een opnieuw gebruikte ampul of een vuile of beschadigde aandrijfstang. Het optreden van deze fout is afhankelijk van verschillende factoren zoals uw huidige basale hoeveelheid per uur en bolussen. Bij een basale hoeveelheid van 2,0 eenheden per uur (geen extra bolussen), bijvoorbeeld, treedt de fout E4: VERSTOPPING op na drie uur of minder bij gebruik van Accu-Chek kunststofampullen met een inhoud van 3,15 ml, afhankelijk van het soort en de ernst van de verstopping. * Insuman Infusat geproduceerd door Aventis Pharma Deutschland GmbH, lid en merknaam van de sanofi-aventis group. 156

159 Alarmen en fouten Als u een loskoppelbare infusieset hebt, onderneemt u de volgende stappen: Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Koppel de infusiesetslang los van de infusieplaats. Schakel de functie VULLEN in. Als de fout E4: VERSTOPPING niet optreedt, is er sprake van verstopping in de canule van de infusieset. Verwissel de canule van de infusieset en sluit de infusiesetslang opnieuw aan. Zet de insulinepomp in de RUN-stand. Als de fout E4: VERSTOPPING echter nog steeds optreedt, verwijdert u de infusiesetslang van de infusiepomp. Schakel de functie VULLEN in zonder dat er een infusieset is aangesloten. Houd de adapter van de insulinepomp omlaag gericht om te vermijden dat insuline door de adapter in de ampulruimte stroomt. Als de fout E4: VERSTOPPING niet optreedt, was er sprake van verstopping in de slang van de infusieset. Infusiesetslang vervangen Vul de nieuwe infusiesetslang en sluit deze aan op de infusieplaats. Zet de insulinepomp in de RUN-stand. Als de fout E4: VERSTOPPING nog steeds optreedt, kan de ampul zelf ook de oorzaak van de verstopping zijn. Verwijder de ampul en schakel de functie VULLEN in (zonder ampul en zonder dat er en adapter en infusieset is aangesloten). Als de fout E4: VERSTOPPING niet optreedt, was er sprake van verstopping in de ampul. Schakel de functie VERVANG DE AMPUL in. Plaats een nieuwe gevulde ampul met aangesloten adapter en een nieuwe infusiesetslang in de insulinepomp. Vul de nieuwe infusiesetslang en sluit deze aan op de infusieplaats. Zet de insulinepomp in de RUN-stand. 157

160 Alarmen en fouten Als al deze maatregelen niet helpen en de fout E4: VERSTOPPING zich blijft voordoen, moet u contact opnemen met uw arts of zorgteam om een alternatieve behandeling te bespreken. Neem voor meer hulp contact op met de klantenservice. Als u een niet-loskoppelbare infusieset hebt, onderneemt u de volgende stappen: 158 Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Verwijder de infusieset van de infusieplaats en vervolgens van de insulinepomp. Schakel de functie VULLEN in zonder dat er een infusieset is aangesloten. Houd de adapter van de insulinepomp omlaag gericht om te vermijden dat insuline door de adapter in de ampulruimte stroomt. Als de fout E4: VERSTOPPING niet optreedt, was er sprake van verstopping in de infusieset. Infusieset vervangen Vul de nieuwe infusieset en sluit deze aan op een nieuwe infusieplaats. Zet de insulinepomp in de RUN-stand. Als de fout E4: VERSTOPPING nog steeds optreedt, kan de ampul zelf ook de oorzaak van de verstopping zijn. Verwijder de ampul en schakel de functie VULLEN in (zonder ampul en zonder dat er en adapter en infusieset is aangesloten). Als de fout E4: VERSTOPPING niet optreedt, was er sprake van verstopping in de ampul. Schakel de functie VERVANG DE AMPUL in. Plaats een nieuwe gevulde ampul met aangesloten adapter en een nieuwe infusieset in de insulinepomp. Vul de nieuwe infusieset en sluit deze aan op een nieuwe infusieplaats. Zet de insulinepomp in de RUN-stand. Als al deze maatregelen niet helpen en de fout E4: VERSTOPPING zich blijft voordoen, moet u contact opnemen met uw arts of zorgteam om een alternatieve behandeling te bespreken. Neem voor meer hulp contact op met de klantenservice.

161 Alarmen en fouten Fout E5: EINDE LOOPTIJD De fout E5: Einde looptijd geeft aan dat de looptijd van de pomp is verstreken. De pomp werkt niet langer. Voordat deze fout optreedt, wordt het alarm A5: looptijd weergegeven. Dit geeft u ruim voldoende tijd om uw pomp te vervangen. Wanneer de LOOPTIJD op nul staat, verandert deze in STOP. U kunt de pomp dan niet langer gebruiken. E5: EINDE LOOPTIJD wordt weergegeven op het display. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Omwille van een optimale insulinetoediening beschikt de pomp over een timer. Controleer de vooraf ingestelde looptijd van de Accu-Chek Spirit-pomp voordat u het apparaat in gebruik neemt. Raadpleeg hiervoor het Accu-Chek Spirit Pump Protocol in de starterkit. Tijdens het gebruik kan de resterende looptijd in dagen tot de vervaldatum van de insulinepomp worden bekeken in het menu INFORMATIE (zie Resterende looptijd bekijken ). Neem contact op met de klantenservice en bespreek wat u verder moet doen. Opmerking Het alarm A5: Looptijd en de fout E5: Einde looptijd zijn gebaseerd op de periode waarin de RUN-stand actief is, niet op kalenderjaren. Uw garantie is gebaseerd op de datum waarop de pomp is aangeschaft. 159

162 Alarmen en fouten Fout E6: MECHANISCHE FOUT Telkens wanneer insuline wordt toegediend (ten minste om de drie minuten) en telkens wanneer u de insulinepomp in de RUN-stand zet, worden alle mechanische parameters gecontroleerd door het beveiligingssysteem van de insulinepomp. Als er tijdens dit proces een mechanische fout wordt ontdekt, wordt de toediening van de insuline stopgezet en treedt de fout E6: MECHANISCHE FOUT op. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Druk op f om het infoscherm weer te geven. Noteer de resterende inhoud van de ampul. Verwijder de infusieset van de infusieplaats of koppel de set los. Verwijder de ampul, adapter, infusieset (slang) en batterij uit de insulinepomp. Plaats een nieuwe batterij. Draai de aandrijfstang terug. Start de functie VERVANG AMPUL. Wanneer de ampulinhoud wordt weergegeven, drukt u op of scrollt u met a or s om de zuigerslang voorwaarts te bewegen tot deze de resterende ampulinhoud bereikt, die u eerder hebt genoteerd. Voorzie de insulinepomp van de nieuwe ampul en een nieuwe infusieset. Vul de infusieset. Sluit de infusieset (slang) weer aan op de infusieplaats. Zet de insulinepomp in de RUN-stand als u klaar bent. 160

163 Alarmen en fouten Als de fout E6: MECHANISCHE FOUT zich ondanks deze maatregelen blijft voordoen, moet u contact opnemen met uw arts of zorgteam om een alternatieve behandeling te bespreken. Neem voor meer hulp contact op met de klantenservice Fout E7: ELEKTRON. FOUT Het veiligheidssysteem van de insulinepomp houdt continu de werking van de insulinepomp in de gaten. Als er tijdens dit proces een elektronische fout wordt ontdekt, wordt de toediening van de insuline stopgezet en treedt de fout E7: ELEKTRON. FOUT treedt op. U kunt de fout E7: ELEKTRON. FOUT niet uitschakelen en bevestigen door op f te drukken. De batterij moet in dit geval worden verwijderd. Verwijder de infusieset van de infusieplaats of koppel de set los. Plaats een nieuwe batterij in de pomp. Vul de infusieset. Sluit de infusieset (slang) opnieuw aan op de infusieplaats of plaats de nieuwe infusieset. Zet de insulinepomp in de RUN-stand als u klaar bent. Als de fout E7: ELEKTRON. FOUT zich blijft voordoen tijdens de instelling (van basale hoeveelheid, tijd en datum), moeten de instellingen worden gecontroleerd. Als de fout E7: ELEKTRON. FOUT zich opnieuw voordoet, moet u voor hulp contact opnemen met de klantenservice. Neem eventueel ook contact op met uw arts of zorgteam om een alternatieve behandeling te bespreken. 161

164 Alarmen en fouten Fout E8: STROOM UITVAL De stroomvoorziening kan worden onderbroken als u een nieuwe batterij aanbrengt zonder dat u de insulinepomp eerst in de STOP-stand zet of als u de insulinepomp laat vallen. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. De insulinepomp wordt nu in de STOP-stand gezet. Controleer de datum en de tijd en corrigeer deze, indien nodig. Als een bolus en/of een tijdelijke basale hoeveelheid door deze fout wordt onderbroken, moet de historie van de bolus en/of de tijdelijke basale hoeveelheid worden gecontroleerd om de toegediende hoeveelheid en de toedieningsduur vast te stellen. Zet de insulinepomp indien nodig in de RUN-stand als u klaar bent. Stel eventueel een nieuwe bolus en/of tijdelijke basale hoeveelheid in. Als de fout E8: STROOM UITVAL zich tijdens het instellen voordoet, moet u de instellingen controleren. 162

165 Alarmen en fouten Fout E10: AMPUL FOUT Als u de functie VERVANG DE AMPUL niet correct uitvoert, treedt de fout E10: AMPUL FOUT op. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Verwijder de infusieset van de infusieplaats of koppel de set los. Verwijder de ampul. Ga naar het menu VERVANG DE AMPUL. Plaats de ampul weer terug. Vul de infusieset. Sluit de infusieset (slang) opnieuw aan op de infusieplaats of plaats de nieuwe infusieset. Zet de insulinepomp in de RUN-stand als u klaar bent. Als tijdens het terugdraaien van de aandrijfstang de fout E10: AMPUL FOUT optreedt, moet u een nieuwe batterij in de pomp plaatsen en bovenstaande stappen herhalen. 163

166 Alarmen en fouten Fout E11: SLANG NOG VULLEN Waarschuwing Vul de infusieset nooit wanneer deze op uw lichaam is aangesloten. Anders loopt u het risico dat de insuline ongecontroleerd wordt toegediend. Als u een afkoppelbare infusieset hebt, moet u eerst de slang van de infusieplaats verwijderen voordat u de infusieset vult. Volg altijd de instructies die bij de infusieset worden geleverd. Als u de ampul en de infusieset hebt vervangen maar de infusieset niet hebt gevuld, doet de fout E11: SLANG NOG VULLEN zich voor wanneer u probeert de insulinepomp in de RUN-stand te zetten. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Verwijder de infusieset van de infusieplaats of koppel de set los. Vul de infusieset. Sluit de infusieset (slang) opnieuw aan op de infusieplaats of plaats de nieuwe infusieset. Zet de insulinepomp in de RUN-stand als u klaar bent. 164

167 Alarmen en fouten Fout E12: DATA ONDERBROKEN Let op Als de datatransmissie tussen de pc en de insulinepomp wordt onderbroken, kan de configuratie onvolledig zijn en treedt de fout E12: DATA ONDERBROKEN op. U kunt de insulinepomp pas in de RUN-stand zetten als de datatransmissie geheel is voltooid. Als de datatransmissie tussen de insulinepomp en een pc wordt onderbroken, treedt de fout E12: DATA ONDERBROKEN op. De communicatie tussen de insulinepomp en de pc moet dan opnieuw worden gestart en er moet op worden gelet of de gegevens volledig worden verzonden. De insulinepomp kan pas in de RUN-stand worden gezet als de datatransmissie correct is voltooid. Zie de gebruikershandleiding voor de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software voor meer informatie over het gebruik van de datatransmissiefunctie. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. Start de datatransmissie opnieuw. 165

168 Alarmen en fouten Fout E13: TAAL FOUT Als de fout E13: TAAL FOUT optreedt, is de taalinstelling mogelijk onjuist. Controleer de taal en stel deze opnieuw in, indien nodig. Druk twee keer op f om de fout uit te schakelen en te bevestigen. In GEAVANCEERD SETUP MENU vindt u instructies om de taal te wijzigen. Zet de insulinepomp indien nodig in de RUN-stand als u klaar bent. 166

169 Problemen oplossen 11 Problemen oplossen In dit hoofdstuk wordt een aantal problemen beschreven die zich kunnen voordoen wanneer u de Accu-Chek Spirit-insulinepomp gebruikt. Zie de hoofdstukken 10, Alarmen en fouten, 12, Leven met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp, en 14, Onderhoud van de Accu-Chek Spirit-insuline pomp, voor meer informatie. Opmerking De genoemde oplossingen zijn slechts suggesties. Pas deze procedures niet toe zonder instemming van uw arts of zorgteam. Volg de aanbevelingen van uw arts of zorgteam altijd op en neem contact met hen op als u vragen hebt over de insulinepomptherapie. Denk eraan dat een onderbreking van de insulinetoevoer (bijvoorbeeld ten gevolge van lekkages, verstoppingen of een kwaliteitsverlies van de insuline) of een storing in de insulinepomp een snelle stijging van de bloedglucosewaarde tot gevolg kan hebben. Hoewel de insulinepomp van een intern beveiligingssysteem is voorzien, kan het apparaat u niet waarschuwen als de infusieset lekt of als de kwaliteit van de insuline achteruit is gegaan. 167

170 Problemen oplossen Problemen met de Accu-Chek Spirit Probleem Sommige tekens, cijfers of symbolen op het display zijn onvolledig of niet zichtbaar. De insulinepomp produceert geen piepof trilsignalen. Zelftest wordt niet voltooid (foutmelding E7: ELEKTRON. FOUT). Onjuiste toediening van insuline door onjuist ingestelde tijd. Onjuiste toediening van insuline vanwege onjuist ingestelde basale hoeveelheid. Onjuiste toediening van insuline door gebruik van een onjuiste insulineconcentratie. Aanbevolen maatregelen Neem contact op met de klantenservice. Controleer of het volume van de piepsignalen en de alarmsignalen is ingeschakeld. Controleer en vervang de batterij. Neem als de insulinepomp nog steeds geen piep- of trilsignalen produceert, contact op met de klantenservice. Verwijder de batterij en breng deze na enkele seconden weer aan. Neem als de zelftest nog steeds niet wordt voltooid contact op met de klantenservice. Als de tijd niet klopt, kan er geen juiste basale hoeveelheid per uur worden toegediend. Controleer en stel de tijd in, indien nodig. Voer dezelfde controle uit als u de batterij vervangt. Controleer altijd de wijzigingen die in de basale hoeveelheid worden aangebracht. Ga na of u het juiste basaalprofiel voor de pomp gebruikt. De insulinepomp is alleen op medisch voorschrift verkrijgbaar en is uitsluitend bedoeld om een continue onderhuidse toediening te verkrijgen van kortwerkende U100-insuline of snelwerkend U100-insulineanalogon. Gebruik de insulinepomp uitsluitend voor de toediening van kortwerkende U100 -insuline of snelwerkend U100 -insulineanalogon. 168

171 Problemen oplossen Probleem Luchtbellen in de ampul en/of infusieset Bloed in slang van infusieset Ampul leeg Infusieset is los of van plaats af geraakt Lekkage in systeem Verstopping in systeem Vullen is niet voltooid Insuline wordt slecht opgenomen Aanbevolen maatregelen In de ampul: Maak de infusieset los en vul deze opnieuw. Als u de luchtbellen nog steeds ziet, moet u de ampul vervangen. In de infusieset: maak de infusieset los en vul deze. Controleer of alle verbindingen goed vastzitten. Vervang de infusieset en kies een andere infusieplaats. Vervang de ampul. Ampullen mogen maar één keer worden gebruikt. Controleer of de verbindingen goed vastzitten. Controleer of er bij de verbindingen insuline lekt. Controleer uw bloedglucosewaarde. Vervang de infusieset en kies een andere infusieplaats. Controleer bij alle verbindingen en op de huid of er insuline lekt. Vervang de infusieset, de ampul en de adapter en kies een andere infusieplaats. Controleer uw bloedglucosewaarde. Maak de infusieset los en vul deze opnieuw. Voer, als de verstopping zich blijft voordoen, de functie VUL DE INFUSIESET uit zonder dat de ampul is aangebracht. Zie de paragraaf Fout E4: VERSTOPPING. Maak de infusieset los en vul deze opnieuw. Ga altijd door met vullen totdat er een insulinestroom zonder belletjes uit de punt van de naald komt. Zorg ervoor dat er geen lucht in de slang zit. Kies infusieplaatsen zonder littekenweefsel, kneuzingen of weefselverdikkingen. Gebruik een infusieset of infusieplaats niet langer dan door uw arts of zorgteam wordt aangeraden. 169

172 Problemen oplossen Probleem Infusieplaats doet pijn, wordt rood of zwelt op Aanbevolen maatregelen Vervang onmiddellijk de infusieset en kies ook meteen een andere infusieplaats. Breng de naald op de juiste manier aan en volg altijd het geplande rotatiepatroon voor de infusieplaatsen en eventuele andere instructies van uw arts of zorgteam. Problemen die verband houden met de therapie Veel andere factoren, zoals alcoholconsumptie, andere medicaties dan insuline, insuline die niet goed werkt of te oud is, verminderde activiteit, ziekte en stress kunnen eveneens van invloed zijn op de bloedglucosewaarden. Neem contact op met uw arts of verpleegkundige voor meer informatie over deze of andere therapieproblemen. 170

173 Leven met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp 12 Leven met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp 12.1 Aanbevelingen voor dagelijks gebruik Let op Om de insulinepomp goed te (leren) gebruiken hebt u de hulp van een ervaren arts of zorgteam nodig. Regelmatige bezoeken aan uw arts of zorgteam zijn absoluut noodzakelijk zolang u met de insulinepomp wordt behandeld. Wijzig de persoonlijke instellingen alleen in overleg met uw arts of zorgteam. Volg de instructies van uw arts of zorgteam altijd op. De insulinepomptherapie heeft alleen kans van slagen als u de bloedglucosewaarden zelf regelmatig controleert. Het is aan te raden uw bloedglucosewaarde ten minste vier maal per dag te controleren, of zo vaak als wordt aangegeven door uw arts of verpleegkundige Korte onderbreking van de insulinepomptherapie Vraag uw arts of zorgteam hoe vaak en hoe lang de insulinepomptherapie mag worden onderbroken. 1. Zet de insulinepomp in de STOP-stand. 2. Verwijder de infusieset van de infusieplaats (of koppel de set los). Als u een loskoppelbare infusieset gebruikt, moet u deze loskoppelen van de infusieplaats en moet u de meegeleverde beschermkapjes gebruiken. Meet uw bloedglucosewaarden regelmatig tijdens onderbreking van de insulinetoediening. Gebruik een insulinespuit of -pen om insuline te injecteren en ga hierbij te werk volgens de instructies van uw arts of zorgteam. 171

174 Leven met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Voortzetting van de insulinepomptherapie 1. Bevestig een nieuwe Accu-Chek infusieset en vul de set alvorens deze aan te brengen. Als u een loskoppelbare infusieset gebruikt, sluit u de slang weer aan. 2. Volg de instructies voor de infusieset die u gebruikt en zet de insulinepomp in de RUN-stand. Meet uw bloedglucosewaarden binnen twee uur om te controleren of het systeem werkt en de insuline correct wordt toegediend Onderbreking van de insulinepomptherapie gedurende een langere periode Voordat u een nieuwe Accu-Chek Spirit-insulinepomp gaat gebruiken, moet u eerst uw persoonlijke instellingen controleren voordat u insuline gaat toedienen. Als u dat niet doet, wordt mogelijk een onjuiste hoeveelheid insuline toegediend. Zorg ervoor dat de tijd en datum goed zijn ingesteld. Let op Neem contact op met uw arts of zorgteam om een alternatieve behandeling te bespreken als u de insulinepomptherapie langere tijd onderbreekt. Het kan voorkomen dat u de insulinepomptherapie langer dan 1 dag moet onderbreken. 172

175 Leven met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Het gebruik van de insulinepomp onderbreken 1. Zet de insulinepomp in de STOP-stand. 2. Verwijder de ampul, adapter en infusieset. 3. Breng de adapter opnieuw aan. 4. Verwijder de batterij en breng het batterijdeksel weer aan. 5. Berg de insulinepomp op een geschikte manier op. (Zie paragraaf 14.3, De Accu-Chek Spirit-insulinepomp opbergen, voor meer informatie.) 12.2 Weersinvloeden Draag de insulinepomp bij koud en regenachtig weer onder uw kleren of direct op uw lichaam. Controleer bij twijfel de bedrijfsomstandigheden van de insulinepomp en neem contact op met de klantenservice. Let op Stel de insulinepomp niet bloot aan direct zonlicht. Voorkom dat de insuline en de insulinepomp oververhit raken. Voorkom dat de insulinepomp direct wordt blootgesteld aan een koude wind. De elektronische onderdelen van de insulinepomp en de batterij kunnen defect raken als u deze blootstelt aan temperaturen hoger dan 40 C en lager dan 5 C. Raadpleeg de instructies voor de insuline die u gebruikt voor meer informatie over de toegestane bewaartemperaturen voor de insuline. Zie paragraaf 15.1, Algemene technische gegevens, voor meer informatie over de bedrijfsomstandigheden. 173

176 Leven met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp 12.3 De insulinepomp en water Let op Breng het apparaat niet opzettelijk in aanraking met water. Controleer dagelijks of de insulinepomp geen scheurtjes, barsten of andere beschadigingen vertoont en of het batterijdeksel en de adapter correct zijn afgesloten. Als er scheurtjes of barsten aanwezig zijn, kunnen substanties zoals water, stof, insuline of andere vreemde stoffen van buitenaf in de insulinepomp terechtkomen. Dit kan tot defecten leiden. Bij opzettelijk contact met water moet de insulinepomp worden losgekoppeld en verwijderd Dagelijkse situaties De insulinepomp is beschermd tegen onbedoeld contact met water, zoals spatwater of regen. Bij opzettelijk contact met water, zoals bij baden (bijvoorbeeld in bad, bubbelbad of whirlpool), douchen, zwemmen of andere activiteiten in het water, moet de pomp worden losgekoppeld en verwijderd. Vermijd bewuste blootstelling aan omgevingen met hoge vochtigheid (bijvoorbeeld sauna s), omdat de insulinepomp hierdoor ook kan worden beschadigd. Om het u gemakkelijker te maken adviseren wij u afkoppelbare Accu-Chek infusiesets te gebruiken. Vraag uw arts of zorgteam hoe lang de insulinepomptherapie met het oog op de veiligheid mag worden onderbroken. 174

177 Leven met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Onbedoeld contact met water U hoeft zich geen zorgen te maken over onbedoeld, tijdelijk contact met water. Enkele voorbeelden van onbedoeld tijdelijk contact met water zijn: regen en sneeuw; opspattend water tijdens fietsen, joggen, wandelen en vergelijkbare activiteiten; onbedoelde onderdompeling in een gootsteen of badkuip. Let op Inspecteer de insulinepomp onmiddellijk nadat deze onbedoeld in water terecht is gekomen Wat te ondernemen na contact met water Zet de insulinepomp in de STOP-stand. Koppel de insulinepomp los voordat u deze inspecteert. Gebruik een zachte doek om de behuizing van de insulinepomp aan de buitenkant af te drogen. Controleer het batterijvak en de ampulruimte op binnengedrongen water. Als de batterij- of ampulruimte nat is, draait u de insulinepomp ondersteboven om het water te laten weglopen en laat u de pomp vervolgens drogen. Gebruik geen hete lucht (bijvoorbeeld van een haardroger) omdat hierdoor de elektronica van de insulinepomp kan worden beschadigd. Breng de batterij of de ampul niet aan voordat de houders helemaal droog zijn. (Zie paragraaf , De Accu-Chek-insulinepomp reinigen, voor meer informatie.) 175

178 Leven met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Andere vloeistoffen U hoeft zich geen zorgen te maken over: zweet speeksel Inspecteer de insulinepomp onmiddellijk nadat deze onbedoeld terecht is gekomen in andere vloeistoffen, zoals: reinigingsoplossingen alcohol drankjes Zie paragraaf , De Accu-Chek-insulinepomp reinigen, voor meer informatie. Let op Zorg ervoor dat de insulinepomp, de infusieset en de aansluitingen van de insulinepomp nooit in contact komen met verzorgings- en schoonheidsproducten (bijvoorbeeld ontsmettingsmiddelen, desinfecterende crème, zeep, parfum, deodorant, bodylotion of andere cosmetische middelen). 176

179 Onderweg met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp 13 Onderweg met de Accu-Chek Spiritinsulinepomp 13.1 Elektromagnetische velden en gevaarlijke gebieden Blijf uit de buurt van de elektromagnetische velden van radar- en antenneinstallaties, hoogspanningsbronnen, röntgenapparatuur, MRI-apparatuur, CAT-scanners, enzovoort. Gebruik de insulinepomp niet op dergelijke plekken. De insulinepomp kan defect raken onder invloed van een elektromagnetisch veld. Als u in zo n omgeving komt, moet u altijd eerst de insulinepomp verwijderen Anders zal de insulinetoediening waarschijnlijk direct stoppen en treedt de fout E7: ELEKTRON. FOUT treedt op. Zie het hoofdstuk 15, Technische gegevens, voor meer informatie over elektromagnetische straling. Waarschuwing De insulinepomp is niet getest in combinatie met andere elektronische medische apparatuur. Derhalve mag de Accu-Chek Spirit-insulinepomp niet in combinatie met andere elektronische medische apparatuur worden gebruikt, tenzij dit door de arts of het zorgteam wordt geadviseerd. Tests hebben uitgewezen dat de insulinepomp voldoet aan de voorschriften met betrekking tot onbedoelde elektromagnetische interferentie. De beveiligingssystemen op vliegvelden en antidiefstalsystemen, die bijvoorbeeld te vinden zijn in warenhuizen en winkels, zullen de werking van de insulinepomp doorgaans niet beïnvloeden. Door de grote verscheidenheid aan apparaten met elektromagnetische straling, zoals mobiele telefoons, kan (wederzijdse) interferentie tussen deze apparaten en de insulinepomp niet volledig worden uitgesloten. Houd de insulinepomp daarom op ten minste 10 cm afstand van het andere, ingeschakelde apparaat. 177

180 Onderweg met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Gebruik de insulinepomp niet in hogedrukruimten of -kamers of op gevaarlijke plaatsen van welke classificatie dan ook (zoals plaatsen waarop explosieve of ontvlambare gassen of dampen kunnen voorkomen). Dit kan de insulinetoediening verstoren en/of tot gevaarlijke situaties leiden. De insulinepomp is bedoeld voor gebruik binnen normale barometrische omstandigheden van 70 tot 106 kpa (700 tot 1060 mbar). De pomp is niet geschikt voor hoogten van meer dan 3000 meter boven zeeniveau. De insulinepomp is niet getest voor gebruik op gevaarlijke locaties van welke classificatie dan ook. Als u in zo n omgeving komt, moet u altijd eerst de insulinepomp verwijderen Neem als u vragen hebt contact op met de klantenservice Sport Lichamelijke inspanning is heel belangrijk bij de diabetestherapie. U kunt natuurlijk sporten met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp. Voordat u dit gaat doen, moet u de insulinepomp echter eerst beschermen. Draag de insulinepomp niet wanneer u een contactsport beoefent (bijvoorbeeld boksen, voetbal, ijshockey of rugby), omdat de insulinepomp hierdoor kan worden beschadigd. Raadpleeg de brochures over steriele producten en de catalogus met accessoires voor veilige draagmogelijkheden. Of neem voor meer informatie contact op met de klantenservice Reizen Vraag uw arts of zorgteam voordat u op reis gaat of speciale voorzorgsmaatregelen vereist zijn. Zorg dat u extra benodigdheden voor de insulinepomp en de bloedglucosetests meeneemt. Het is aan te raden na te gaan waar u extra voorraden kunt aanschaffen terwijl u onderweg bent. Als u naar andere tijdzones reist, moet u de datum en tijd aanpassen. Raadpleeg paragraaf 7.1, Datum en tijd instellen, voor meer informatie. 178

181 Onderhoud van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp 14 Onderhoud van de Accu-Chek Spiritinsulinepomp Let op Voer zelf geen onderhoud of reparaties aan de insulinepomp uit. Neem als u vragen hebt contact op met de klantenservice. Roche Diagnostics garandeert als fabrikant dat uw insulinepomp volgens de specificaties zal werken, op voorwaarde dat al het onderhoud aan de insulinepomp wordt verricht door Roche Diagnostics of een door Roche Diagnostics bevoegd verklaarde technische servicedienst Systeemcontrole Alleen een goed onderhouden systeem staat borg voor een nauwkeurige toediening van de insuline. Kijk overdag minimaal één keer elke drie uur op het display van de insulinepomp, voordat u gaat slapen en als u om een bepaalde reden niet in staat bent piepsignalen te horen of trilsignalen te voelen. Gebruik uitsluitend steriele producten en accessoires die bestemd zijn voor gebruik met de insulinepomp. Vervang en verwijder deze onderdelen op de door uw arts of zorgteam aanbevolen manier en volgens de specificaties in de bijbehorende gebruiksinstructies. 179

182 Onderhoud van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Controleer de insulinepomp dagelijks. Daarbij is het volgende van belang: De behuizing van de pomp, het display en de ampul mogen geen scheurtjes of barsten vertonen en er worden op het display geen onvolledige of abnormale letters/symbolen weergegeven. Inspecteer de ampul visueel. Controleer of de daadwerkelijke hoeveelheid insuline in de ampul overeenkomt met de weergegeven hoeveelheid. U kunt deze gegevens controleren op het infoscherm. Overdag moet u alle onderdelen van de infusieset minimaal elke drie uur controleren en ook voordat u gaat slapen voert u een controle uit. Als u ziet dat er insulineverlies optreedt, moet u het lekkende onderdeel direct vervangen. Het batterijdeksel moet goed gesloten zijn (evenwijdig aan de behuizing van de pomp). De adapter is correct aangebracht en is goed vastgedraaid. De infusieset moet zijn gevuld, geen luchtbellen vertonen en stevig in de adapter vastzitten. De infusieset moet volgens de bijbehorende instructies zijn aangebracht. De infusieplaats moet in orde zijn, comfortabel aanvoelen en geen irritaties of infecties vertonen. Er mogen geen luchtbellen in de ampul zitten. De insulinepomp bevindt zich in de RUN-stand. De basale hoeveelheden moeten op de door uw arts of zorgteam aanbevolen manier zijn ingesteld. De tijd en datum moeten goed zijn ingesteld. De tijdelijke wijzigingen van de basale hoeveelheden zijn op de door uw arts of zorgteam aanbevolen manier ingesteld of gepland. De piep- en/of trilsignalen moeten naar wens zijn ingesteld. U hebt uw persoonlijke eerstehulpdoos bij u. 180

183 Onderhoud van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp 14.2 Onderhoud en reiniging De Accu-Chek Spirit-insulinepomp reinigen Het beste kunt u de insulinepomp reinigen wanneer u de ampul vervangt. Gebruik hiervoor uitsluitend een zachte, droge doek. Als de houders van de insulinepomp erg vuil zijn, raadpleegt u de klantenservice voor nadere instructies. Let op Verwijder altijd de ampul en adapter en zet de insulinepomp in de STOP-stand tijdens het reinigen. Druk tijdens het reinigen niet op de toetsen van de insulinepomp, aangezien u hiermee per ongeluk de instellingen van de pomp kunt wijzigen. Gebruik geen alcohol, oplosmiddelen, sterke reinigingsmiddelen, bleekmiddelen, schuursponsjes of scherpe voorwerpen voor het reinigen van de insulinepomp aangezien deze de pomp kunnen beschadigen Batterijen Let op Vervang de batterij uitsluitend in een droge omgeving. Controleer of de afdichting van het batterijdeksel in een goede staat verkeert en niet ontbreekt en of de batterij correct is aangebracht. Zo voorkomt u dat er water in de behuizing van de pomp kan binnendringen. 181

184 Onderhoud van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Zorg ervoor dat u altijd een reservebatterij bij de hand hebt en let daarbij op het volgende: Gebruik alleen AA-alkalinebatterijen van 1,5 Volt met een capaciteit van minimaal 2500 mah die door Roche Diagnostics zijn geleverd of worden aanbevolen, of oplaadbare NiMHbatterijen met een capaciteit van minimaal 1500 mah. Veel aa-batterijen die nu verkrijgbaar zijn, zijn niet ontworpen om uw insulinepomp van voeding te voorzien. Om er zeker van te zijn dat de batterij zo lang mogelijk meegaat, moet u alkaline of NiMH-batterijen gebruiken. Alkalinebatterijen van Roche Diagnostics bieden een maximale levensduur. Voor gebruik in de insulinepomp moet de batterij een bedrijfstemperatuur tussen +5 C en +40 C hebben. Draai het batterijdeksel los of vast met de speciale Accu-Chek Spirit-batterijsleutel. (Gebruik geen messen, schroevendraaiers of andere scherpe voorwerpen. Dit kan leiden tot beschadiging van de insulinepomp.) Draai het batterijdeksel niet te vast. Anders kunt u het batterijdeksel of de behuizing van de pomp beschadigen. Het deksel van de batterij zit goed op zijn plaats als het gelijk ligt met de behuizing. Bij normaal gebruik (50 eenheden per dag met U100 insuline; bedrijfstemperatuur 22 C ±3 C) geven alkalinebatterijen stroom voor ongeveer vier weken, en oplaadbare batterijen voor één week. 182

185 Onderhoud van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp 14.3 De Accu-Chek Spirit-insulinepomp opbergen Let op Als u de insulinepomp langere tijd niet gebruikt, moet het apparaat op een geschikte manier worden opgeborgen om storingen te voorkomen. U kunt de insulinepomp als volgt opbergen: Verwijder de batterij om de levensduur te verlengen. Verwijder de ampul. Breng het batterijdeksel en de adapter aan. Berg de insulinepomp op in de verzenddoos. Omgevingsvoorwaarden Temperatuur +5 tot +45 C Luchtvochtigheid 5 tot 85% relatieve luchtvochtigheid Barometerdruk 70 tot 106 kpa (700 tot 1060 mbar) 14.4 Als u de insulinepomp hebt laten vallen Als het apparaat valt, kunnen de insulinepomp en de afdichting tegen water beschadigd raken. Laat de insulinepomp niet vallen. Gebruik geschikte draagsystemen voor de verschillende dagelijkse situaties waarin u de Accu-Chek Spirit gebruikt om te voorkomen dat het apparaat valt. 183

186 Onderhoud van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Als u de insulinepomp hebt laten vallen: Controleer of alle verbindingen van de infusieset nog goed op hun plaats zitten en sluit ze, indien nodig, opnieuw aan. Controleer de insulinepomp en de steriele producten en accessoires op scheurtjes en barsten EN Vervang zonodig de ampul. Let op Controleer de insulinepomp en de steriele producten en accessoires ten minste eenmaal per dag op de aanwezigheid van scheurtjes of barsten. Doe dit met name wanneer u een van de producten hebt laten vallen. Gebruik het product niet als u scheurtjes of barsten hebt ontdekt. Als er scheurtjes of barsten aanwezig zijn, kunnen substanties zoals water, stof, insuline of andere vreemde stoffen van buitenaf in de insulinepomp terechtkomen. Dit kan tot defecten leiden. Neem in geval van twijfel contact op met de klantenservice. 184

187 Onderhoud van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp 14.5 Reparatie Let op Voer zelf geen onderhoud of reparaties aan de insulinepomp uit. Gebruik ook geen smeermiddel voor het pompmechanisme. Neem als u vragen hebt contact op met de klantenservice. Neem contact op met de klantenservice als u problemen hebt met de insulinepomp. De klantenservice kan de problemen dan met u bespreken via de telefoon. Mogelijk moet de insulinepomp worden teruggestuurd naar Roche Diagnostics als de klantenservice hiervoor toestemming heeft gegeven. U retourneert de insulinepomp bijvoorbeeld als er een alarm of fout is opgetreden die u niet kunt oplossen met de procedures in hoofdstuk 10, Alarmen en fouten. Pak de insulinepomp samen met de gebruikte ampul, batterij, batterijdeksel, adapter en infusieset zo in dat ze tijdens het transport niet beschadigd kunnen raken. Plaats de insulinepomp in de verzenddoos en breng om de doos een verpakking aan die niet kan scheuren. U kunt de insulinepomp het beste versturen met een vervoerder waarbij u de zending kunt volgen. Vergeet niet een notitie bij te voegen met: een omschrijving van de reden waarom de insulinepomp wordt geretourneerd uw naam en adres uw telefoonnummer overdag het serienummer van de insulinepomp EN het RMA-nummer dat u van de plaatselijke klantenservice hebt gekregen. 185

188 Onderhoud van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp Door retourzending van de insulinepomp naar Roche Diagnostics geeft u Roche Diagnostics toestemming om alle tests uit te voeren die noodzakelijk worden geacht om de pomp goed te kunnen inspecteren en repareren (hieronder vallen ook destructieve tests) Verwerking Accu-Chek Spirit-insulinepomp Stuur de insulinepomp, indien nodig, voor professionele verwerking terug naar de klantenservice. Batterij Lever lege batterijen in bij het dichtstbijzijnde innamecentrum voor chemisch afval. Ampul, infusieset, adapter en extra accessoires U kunt deze items met het normale afval verwerken. Plaats de beschermkapjes terug op de naalden, breng de naalden van de infusieset aan in een doos of iets dergelijks of stort uw afval in een harde container om te voorkomen dat anderen letsel oplopen. 186

189 Technische gegevens 15 Technische gegevens 15.1 Algemene technische gegevens Maximale afmetingen (zonder adapter) Gewicht Pompbehuizing Temperatuurbereik* Luchtvochtigheid Barometerdruk Ongeveer mm lege insulinepomp: ongeveer 80 g insulinepomp inclusief batterij, volle kunststofampul en infusieset: ongeveer 110 g Tegen stoten, krassen en geneesmiddelen bestendige kunststof, waarvan alle hoeken zijn afgerond In bedrijf Opgeborgen in verzenddoos In bedrijf Opgeborgen in verzenddoos In bedrijf opgeborgen in verzenddoos +5 tot +40 C +5 tot +45 C 20 tot 90% rel. 5 tot 85% rel. 70 tot 106 kpa of (700 tot 1060 mbar) (de pomp is niet geschikt voor hoogten van meer dan 3000 meter boven zeeniveau. * Raadpleeg de gebruiksinstructies van de insuline die u gebruikt voor meer informatie over de aanvaardbare bewaar- en gebruikstemperaturen. 187

190 Technische gegevens Voeding Levensduur van batterij Opslagduur gegevens Toediening Basale hoeveelheid Eén AA-batterij van 1,5 V of één oplaadbare NiMH AA-batterij. Alkalinebatterijen moeten een capaciteit van minimaal 2500 mah hebben en oplaadbare NiMH AA-batterijen een capaciteit van minimaal 1500 mah. Gebruik alleen batterijladers die officieel worden aanbevolen door de fabrikant van de batterijen. Bij normaal gebruik (50 eenheden per dag met U100 insuline; bedrijfstemperatuur 22 C ±3 C) geven alkalinebatterijen stroom voor ongeveer vier weken, en oplaadbare batterijen voor één week. De datum en de tijd worden tot ongeveer één uur nadat de batterij is verwijderd, veilig opgeslagen in het geheugen. De pompinstellingen (zoals de basale hoeveelheden per uur, de resterende inhoud van de ampul, de bolusstappen en het actieve gebruikersmenu) en het gebeurtenissengeheugen (zoals het bolusoverzicht, het overzicht van dagelijks insulineverbruik, de tijdelijke basale hoeveelheden en de alarmen) blijven bewaard, ongeacht de batterijspanning of hoe lang de batterij was verwijderd. 1/20 van de huidige basale hoeveelheid per uur met tussenpozen van drie minuten. Min. 0,1 U/uur, max. 25 U/uur. Er zijn 24 basale hoeveelheden per dag, die in stappen van 0,1 eenheid kunnen worden aangepast. 188

191 Technische gegevens Bolus Tijdelijke basale hoeveelheid Maximumtijd voor een fout E4: VERSTOPPING** De maximale bolushoeveelheid per toediening bedraagt 25 eenheden insuline. De bolushoeveelheid voor de snelle standaardbolus kan worden aangepast in stappen van 0,1; 0,2; 0,5; 1,0 en 2,0 eenheden. De hoeveelheid van de scroll standaardbolus, de vertraagde bolus en de MultiWave-bolus kan worden aangepast in vaste stappen van 0,1 eenheden. De duur van de vertraagde bolus en de MultiWave-bolus kan worden aangepast in stappen van 15 minuten (van 15 minuten tot 12 uur). Aan te passen in stappen van 10%, 0 90% voor verlagingen, % voor verhogingen. De duur kan in stappen van 15 minuten worden aangepast met een maximum van 24 uur. De laatst ingestelde duur wordt standaard ingesteld voor de volgende ingestelde tijdelijke wijziging van de basale hoeveelheid. Kunststofampullen: bij een gemiddelde basale hoeveelheid van 1,0 eenheden per uur: 5 uur bij een minimale basale hoeveelheid van 0,1 eenheden per uur: 50 uur De typische tijd voor een fout was 3,5 uur Aventis Insuman Infusat glaspatronen*: bij een gemiddelde basale hoeveelheid van 1,0 eenheden per uur: 10 uur bij een minimale basale hoeveelheid van 0,1 eenheden per uur: 100 uur ** Insuman Infusat geproduceerd door Aventis Pharma Deutschland GmbH, lid en merknaam van de sanofi-aventis group. ** Deze waarden zijn bepaald aan de hand van meetmethoden volgens IEC

192 Technische gegevens Maximaal volume vóór fout E4: VERSTOPPING** Kunststofampullen: 3,5 eenheden Het typische volume voor een fout was 2,3 eenheden. Aventis Insuman Infusat-glaspatronen*: 6,0 eenheden Maximumdruk Stroomsnelheid (toedieningssnelheid) Maximale toegediende hoeveelheid als zich één fout voordoet Ampul Infusiesets Datatransmissie 400 kpa (4,0 bar) voor kunststofampullen en Aventis Insuman Infusat-glaspatronen*. Tijdens het vullen van de infusieset en bolus 0,2 eenheden/sec. 1,0 eenheden Accu-Chek kunststofampullen van 3,15 ml met een lueraansluiting en door Roche Diagnostics goedgekeurde producten van derden. Aventis Insuman Infusat-patronen* zijn getest en goedgekeurd voor gebruik met de Accu-Chek Spirit-insulinepomp. Accu-Chek-infusiesets met een lueraansluiting. Accu-Chek infusiesets bevatten geen pvc of latex. Infraroodinterface ** Insuman Infusat geproduceerd door Aventis Pharma Deutschland GmbH, lid en merknaam van de sanofi-aventis group. ** Deze waarden zijn bepaald aan de hand van meetmethoden volgens IEC

193 Technische gegevens Beveiligingssysteem IPX8 Waarschuwingssysteem, piepsignalen, informatie op het display, trilsignalen, twee microprocessors. De insulinepomp wordt aangestuurd door twee microprocessors. Het beveiligingsconcept houdt in dat één processor (de bewakende processor) de andere (de hoofdprocessor) bewaakt. Als er in de hoofdprocessor een defect of storing optreedt, wordt dit door de bewakende processor waargenomen. De motor wordt dan onmiddellijk uitgeschakeld en foutmelding E7: ELEKTRON. FOUT treedt op. De hoofdprocessor kan op zijn beurt op elk gewenst moment vaststellen of de bewakende processor goed werkt. De motor is ook een belangrijk onderdeel van de beveiliging, aangezien de combinatie van hoofdprocessor, bewakende processor en borstelloze motor borg staat voor een optimaal betrouwbare en nauwkeurige insulinetoediening. Beschermd tegen de gevolgen van een tijdelijke onderdompeling in water onder normale omstandigheden (tot 60 minuten; 2,5 meter). 191

194 Technische gegevens 15.2 Technische normen betreffende elektromagnetische emissie De norm betreffende de elektromagnetische compatibiliteit van medische apparatuur (IEC ) vereist de specificatie van daarmee overeenstemmende niveaus die van toepassing zijn op gespecificeerde elektromagnetische interferenties. Richtlijnen en verklaring van de fabrikant elektromagnetische emissie Emissietest Voldoet aan Elektromagnetische omgeving richtlijnen RF-emissie Groep 1 De Accu-Chek Spirit maakt alleen voor de interne CISPR 11 functies gebruik van RF-energie. De RF-emissie is daarom uiterst laag en zal waarschijnlijk geen interferentie veroorzaken in elektronische apparatuur die zich in de omgeving bevindt. RF-emissie Klasse B De Accu-Chek Spirit is geschikt voor gebruik op CISPR11 alle locaties, waaronder woonlocaties en locaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het publieke laagspanningsnet dat gebouwen die worden gebruikt voor woondoeleinden, van stroom voorziet. Harmonische Niet emissies van toepassing IEC Spannings- Niet fluctuaties/ van toepassing flikkering IEC

195 Technische gegevens 15.3 Technische normen betreffende elektromagnetische immuniteit Richtlijnen en verklaring van de fabrikant elektromagnetische immuniteit De Accu-Chek Spirit is bestemd voor gebruik in een elektromagnetische omgeving zoals hieronder omschreven. De cliënt of de gebruiker van de Accu-Chek Spirit moet garanderen dat het apparaat wordt gebruikt in een dergelijke omgeving. Immuniteitstest IEC Mate van Elektromagnetische testniveau overeenstemming omgeving richtlijnen Elektrostatische ± 6 kv contact ± 8 kv contact Vermijd contact ontlading (ESD) ± 8 kv lucht ± 15 kv lucht met synthetische IEC (IEC ) materialen. Een relatieve vochtigheid van 10% geeft een grotere kans op elektrostatische ontlading. Netfrequentie 3 A/m 400 A/m 400 A/m Netfrequentie (50/60Hz) magnetische velden magnetisch velden (IEC ) moeten een niveau hebben zoals in IEC bedrijven en ziekenhuizen gebruikelijk is. Richtlijnen en verklaring van de fabrikant elektromagnetische immuniteit De Accu-Chek Spirit is bestemd voor gebruik in een elektromagnetische omgeving zoals hieronder omschreven. De cliënt of de gebruiker van de Accu-Chek Spirit moet garanderen dat het apparaat wordt gebruikt in een dergelijke omgeving. Immuniteitstest IEC Voldoet aan Elektromagnetische omgeving testniveau testniveau richtlijnen Geleide RF 3 Vrms Niet van IEC khz tot toepassing 80 MHz 193

196 Technische gegevens RF-straling 3 V/m 10 V/m Bij het gebruik van draagbare en mobiele RF-communicatie- IEC MHz tot 80 MHz tot apparatuur dient ten opzichte van 2,5 GHz 2,5 GHz de Accu-Chek Spirit, met inbegrip van de kabels, de aanbevolen (IEC ) afstand in acht te worden genomen die wordt berekend aan de hand van de vergelijking die van toepassing is op de frequentie van het zendapparaat. Aanbevolen afstand: d = 0,4 P d = 0,7 P 80 MHz tot 800 MHz 800 MHz tot 2,5 GHz waarbij P het maximale uitgangsvermogen van het zendapparaat is in Watt (W) volgens de fabrikant van het zendapparaat en waarbij d de aanbevolen afstand is in meters (m). De veldsterkte van vaste RF-zenders, zoals bepaald bij een elektromagnetisch onderzoek ter plaatse (a), dient lager te zijn dan het overeenstemmingsniveau binnen elk frequentiebereik (b). Interferentie kan optreden in de buurt van apparatuur met de aanduiding: 194

197 Technische gegevens Opmerking 1 Opmerking 2 a b Bij 80 MHz en 800 MHz geldt de afstand voor het hoogste frequentiebereik. Deze richtlijnen gelden mogelijk niet in alle situaties. Elektromagnetische voortplanting wordt beïnvloed door de absorptie en reflectie van structuren, objecten en mensen. De veldsterkte van vaste zendapparaten, zoals basisstations voor radiotelefoons (draagbaar/draadloos) en landmobiele radio s, amateurradio, AM- en FM-radio-uitzendingen en televisieuitzendingen kan niet nauwkeurig theoretisch worden voorspeld. Ter beoordeling van de elektromagnetische omgeving die te wijten is aan vaste RF-zendapparaten, moet worden overwogen ter plaatse een elektromagnetisch onderzoek uit te voeren. Indien de gemeten veldsterkte op de locatie waarop de Accu-Chek Spirit wordt gebruikt, hoger is dan het geldende RF-overeenstemmingsniveau hierboven, moet worden gecontroleerd of de Accu-Chek Spirit normaal functioneert. Indien een abnormale werking wordt geconstateerd, zijn mogelijk aanvullende maatregelen nodig, zoals het draaien of verplaatsen van de Accu-Chek Spirit. Over het frequentiebereik van 150 khz tot 80 MHz moet de veldsterkte minder dan 10 V/m zijn. V1 in V: 10,00 E1 in V/m: 10,00 Nominaal maximaal uitgangsvermogen van het zendapparaat W 0,01 0, khz tot 80 MHz conform ISM (Industriële, wetenschappelijke, medische frequentieband) 0,04 0,11 0,35 1,11 3,50 80 MHz tot 800 MHz 800 MHz tot 2,5 GHz Afstand volgens frequentie van zendapparaat m 0,04 0,11 0,35 1,11 3,50 0,07 0,22 0,70 2,21 7,00 195

198 Technische gegevens Nauwkeurigheid van stroomsnelheid bij Accu-Chek kunststofampullen met een inhoud van 3,15 ml en Aventis-glaspatronen*** Trompetcurve uitgezet aan de hand van gegevens na het einde van de stabilisatieperiode De trompetcurve geeft de nauwkeurigheid van de toedieningssnelheid gedurende de observatieperiode aan. Percentage stroomfout [%] Observatie-interval [min] De maximale afwijking van de toegediende hoeveelheid (algeheel gemiddeld percentage van de stroomfout) bij U100-insuline is ±5%*. *** Insuman Infusat geproduceerd door Aventis Pharma Deutschland GmbH, lid en merknaam van de sanofi-aventis group. 196

199 Technische gegevens Opstartgrafiek gedurende de stabilisatieperiode De opstartgrafiek toont wijzigingen in de stroomsnelheid gedurende de stabilisatieperiode. Stroom [ml/uur] Tijd [min] Invloed van de hoogte op de afgiftenauwkeurigheid De maximale afwijking van de toegediende hoeveelheid (algeheel gemiddelde percentage voor de stroomfout) voor U100-insuline is ±10%* als de Accu-Chek Spirit-insulinepomp zich 1 meter boven of onder de infusieplaats bevindt. Bolus Voor U100-insuline is de maximale afwijking van een maximale bolus ±5% en is de maximale afwijking van een minimale bolus ±30%**. ** De metingen zijn gedaan bij een gemiddelde basale hoeveelheid van 1,0 eenheden per uur volgens IEC :1998 met een Disetronic Classic-infusieset PC 16/110 bij kamertemperatuur. ** De metingen zijn gedaan volgens IEC :1998 met een Disetronic Classic-infusieset PC 16/110 bij kamertemperatuur. 197

200 Technische gegevens 15.4 Configuratieparameters De insulinepomp wordt door Roche Diagnostics met een standaardconfiguratie (fabrieksinstellingen) geleverd. U vindt een lijst met de fabrieksinstellingen die van belang zijn, in de originele verpakking waarin de insulinepomp wordt verzonden. Het kan noodzakelijk zijn de fabrieksinstellingen aan uw specifieke behoeften aan te passen. Stel de configuratieparameters in op de insulinepomp en/of met de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software. Raadpleeg altijd uw arts of zorgteam voordat u parameters aanpast. U kunt met de Accu-Chek Spirit de gebruikersmenu s aanpassen. Als een menu niet wordt weergegeven, raadpleegt u hoofdstuk 6, Gebruikersmenu selecteren (STANDAARD, GEAVANCEERD of PERSOONLIJK) en de gebruikershandleiding voor de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software voor meer informatie over het openen van alle menu s. De onderstaande lijst bevat het volledige bereik van alle instelbare configuratieparameters van de insulinepomp. Verder worden er voorbeelden gegeven van veelvoorkomende instellingen voor bereik en parameters. 198

201 Technische gegevens Basale hoeveelheid per uur + max. TBH (basale hoeveelheid per uur in combinatie met tijdelijke basale hoeveelheid, max. verlaging/verhoging) verhoging basale hoeveelheden per uur - basale hoeveelheden per uur tijdelijke basale hoeveelheid toe- of afname van in stappen van TBH-duur stappen van TBH-duur beschikbare basaalprofielen blokkering basale hoeveelheid Bolus max. bolushoeveelheid per toegediende bolus bolusstappen voor «snelle» standaardbolus bolusduur (vertraagde bolus, MultiWave-bolus) in stappen van Vulvolume Gebruikelijk beschikbaar bereik van de pomp en standaardparameterinstellingen* 20,0 IU/uur 0,1 IU 10,0 IU/uur 0 200% 10% 15 min 24 uur 15 min 1 5 aan of uit voorinstelling: uit 25,0 IU 0,1, 0,2, 0,5, 1,0 of 2,0 IU voorinstelling: 0,5 IU 15 min 12 uur 15 min 0 30,0 IU voorinstelling: 25 IU Maximaal parameterbereik, in te stellen met de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software max. hoeveelheid 0 62,50 IU/uur max. hoeveelheid 0 25,0 IU/uur 0 250% 10% 15 min 24 uur 15 min, 30 min, 1 uur 1 5 aan of uit max. hoeveelheid 0 25,0 IU 0,1; 0,2; 0,5; 1,0 of 2,0 IU 15 min 24 uur 15 min, 30 min, 1 uur max. hoeveelheid 0 30,0 IU * Opmerking: deze fabrieksinstellingen kunnen van land tot land verschillen en zijn afhankelijk van de wijzigingen die u, uw arts of uw zorgteam doorvoert op de insulinepomp of via de software om de pomp in te stellen. 199

202 Technische gegevens Gebruikelijk beschikbaar bereik van de pomp en standaardparameterinstellingen* Oriëntatie display Displaycontrast Gebruikersmenu s Volume (voor pieptonen) Alarmsignalen ingeschakeld Batterijtype KeyLock Automatisch uit Alarmklok Tijdnotatie Datumnotatie standaard of omgekeerd voorinstelling: standaard 7 stappen voorinstelling: gemiddeld 3 (STANDAARD, GEAVANCEERD of PERSOONLIJK) voorinstelling: GEAVANCEERD uit, 1-4 stappen voorinstelling: gemiddeld piep- en/of trilsignalen voorinstelling: piep- en trilsignalen AA-alkalinebatterij of AA NiMH oplaadbare batterij voorinstelling: AA-alkalinebatterij aan of uit voorinstelling: uit aan (1 24 uur) of uit (0 uur) voorinstelling: uit aan of uit indien aan: één keer of elke dag voorinstelling: uit Europees (24 uur) of Amerikaans (12 uur, am/pm) voorinstelling: Europees Europees (dd.mm.jj) of Amerikaans (mm/dd/jj) voorinstelling: Europees * Opmerking: deze fabrieksinstellingen kunnen van land tot land verschillen en zijn afhankelijk van de wijzigingen die u, uw arts of uw zorgteam doorvoert op de insulinepomp of via de software om de pomp in te stellen. 200

203 Bijlagen 16 Bijlagen 16.1 Afkortingen BH BHP DDM h IEC incl. IR I.U., IU kpa LCD LED NiMH ong. rel. sec. TBH U U/uur Basale hoeveelheid Basaalprofiel Diabetes Data Management Uur of uren Internationale Elektrotechnische Commissie Inclusief Infrarood Internationale eenheden in contexten waar op de biologische doelmatigheid van een bepaalde hoeveelheid insuline wordt ingegaan Kilopascal Liquid Crystal Display Lichtemitterende diode voor infraroodcommunicatie met bijvoorbeeld een pc Nikkelmetaalhydride (bij oplaadbare batterijen) Ongeveer Relatief Seconde(n) Tijdelijke basale hoeveelheid Zie I.U. Aantal internationale eenheden insuline dat per uur wordt toegediend 201

204 Bijlagen U100 dd.mm.jj mm/dd/jj Dit is de insulineconcentratie. Elke milliliter van de vloeistof bevat 100 internationale eenheden insuline. Europese datumnotatie: dag.maand.jaar Amerikaanse datumnotatie: maand/dag/jaar 202

205 Bijlagen 16.2 Piepsignalen en melodieën U hebt de mogelijkheid om de piepsignalen of de trilsignalen uit te schakelen. Deze signalen kunnen niet gelijktijdig worden uitgeschakeld. Raadpleeg de paragrafen 7.7.2, Volume van piepsignalen aanpassen, en 7.7.3, Alarmsignalen, voor meer informatie. Telkens wanneer u drukt op a Telkens wanneer u drukt op a Telkens wanneer u drukt op d, bevestigt u de ingestelde bolusstap bij het instellen van een snelle standaardbolus. Telkens wanneer u drukt op f, bevestigt u de STOP-waarschuwing. Tijdelijke basale hoeveelheid actief Hiermee deblokkeert u de toetsen in het RUN-scherm, gaat u naar het RUN-scherm of INFO en start u een tijdelijke basale hoeveelheid Toetsen blokkeren in het RUN-scherm Toetsen deblokkeren in STOP-stand, naar het STOP-scherm gaan Toetsen blokkeren in het STOP-scherm Een scherm verlaten Een actieve bolus annuleren of het vullen stoppen Opstartprocedure voltooid De basale hoeveelheid per uur kopiëren Alarmen en fouten 203

206 Bijlagen Maximumhoeveelheid bereikt Minimumhoeveelheid bereikt 16.3 Trilsignalen Alarmen en fouten van de insulinepomp worden gemeld door piep- en trilsignalen. U hebt de mogelijkheid om de piepsignalen dan wel trilsignalen uit te schakelen. De gelijktijdige uitschakeling van beide signalen is niet mogelijk. Wanneer u een snelle standaardbolus instelt, bevestigt de Accu-Chek Spirit alle instellingen via trilsignalen. U kunt deze trilsignalen niet uitschakelen. Wanneer trilt de Accu-Chek Spirit-insulinepomp (Kort trilsignaal) De Accu-Chek Spirit voert een opstartprocedure uit (Matig lang trilsignaal) De Accu-Chek Spirit bevestigt de ingestelde bolushoeveelheid van de snelle standaardbolus (Lang trilsignaal) U zet de snelle standaard bolushoeveelheid in op nul, U annuleert de snelle standaard bolus, of Als de STOP-waarschuwing actief is. Zie de paragrafen 7.5.1, Standaardbolus, en 7.7.3, Alarmsignalen, voor meer informatie. 204

207 Bijlagen 16.4 Symbolen Algemene symbolen Lees de gebruikershandleiding Gesteriliseerd met ethyleenoxide Gesteriliseerd door bestraling Gesteriliseerd met ontsmettingsmiddelen Productiejaar Batchnummer Vervaldatum Artikelnummer Serienummer Toegestane bewaartemperaturen tijdens gebruik Toegestaan temperatuurbereik Toegestaan vochtigheidsbereik Toegestaan luchtdrukbereik Voorzichtig, breekbaar Beschermen tegen vocht Beschermen tegen warmte en zonlicht 205

208 Bijlagen Uitsluitend voor eenmalig gebruik Bevat geen pyrogeen Bevat geen PVC Recycling Niet weggooien Niet gebruiken als de verpakking beschadigd is Brandbaar IPX8 Zie Elektronisch apparaat van het type BF conform de norm IEC , bescherming tegen elektrische schokken Beschermd tegen de gevolgen van tijdelijke onderdompeling in water (maximaal 60 minuten en 2,5 meter) conform IEC Voldoet aan Europese Richtlijn voor Medische Apparaten MDD 93/42/EEG, met het nummer van de instantie waarbij de melding heeft plaatsgevonden. Volgens de federale wetgeving (Verenigde Staten) mag dit apparaat uitsluitend door of op voorschrift van een arts worden verkocht. Fabrikant 206

209 Bijlagen Symbolen op het display Start uw Accu-Chek op Spirit STOP-scherm en insulinetoediening stopzetten Tijd, en menu voor instelling van datum en tijd Datum Geblokkeerde toetsen als de functie KeyLock is ingeschakeld Gedeblokkeerde toetsen als de functie KeyLock is uitgeschakeld Menu VERVANG DE AMPUL en inhoud ampul Waarschuwing ampul bijna leeg Ampul leeg Batterij bijna leeg Batterij leeg Gewone AA-batterij Oplaadbare AA-batterij Aantal internationale eenheden insuline dat per uur wordt toegediend Basaalprofiel Tijdelijke basale hoeveelheid Percentage TBH Dagelijks totaal basale hoeveelheid Instellen van basale hoeveelheid ontgrendeld 207

210 Bijlagen Instellen van basale hoeveelheid vergrendeld Standaardbolus en Bolusstap instellen Vertraagde bolus en vertraagde toediening van MultiWave-bolus MultiWave-bolus Onmiddellijke toediening van MultiWave-bolus Verlaagde tijdelijke basale hoeveelheid (0 90%) Verhoogde tijdelijke basale hoeveelheid ( % h) Resterende duur van huidige vertraagde bolus, MultiWave-bolus, TBH of automatische uitschakeling Dagelijkse totale toegediende hoeveelheid insuline (basale hoeveelheid plus bolussen) Infusieset vullen (menu) Alarm of fout doet zich voor Alarm Fout Informatiemenu Looptijd Gebruikersmenu selecteren (STANDAARD, GEAVANCEERD of PERSOONLIJK) menu STANDAARD SETUP MENU menu GEAVANCEERD SETUP MENU Piepsignalen ingeschakeld Trilsignalen ingeschakeld 208

211 Bijlagen Piep- en trilsignalen ingeschakeld Piepvolume instellen Schermrichting Europese datumnotatie Amerikaanse datumnotatie Alarmklok ingeschakeld Alarmklok uitgeschakeld Eenmalig alarm als alarmklok is ingesteld Elke dag herhaald alarm als alarmklok is ingesteld Communicatie met pc Toets Menu Toets Vinkje Omhoog Omlaag Time-out van menu Deze instelling is mogelijk gewijzigd (via de software om de pomp in te stellen). 209

212 Bijlagen 16.5 Steriele producten en accessoires Steriele producten Ampullen Naam Accu-Chek kunststofampul met een inhoud van 3,15 ml Aventis Insuman Infusat voorgevulde 3,15 ml glaspatronen* (U100) Opmerkingen Kunststofampullen zijn bedoeld voor eenmalig gebruik. Gebruik ampullen niet opnieuw. Raadpleeg de gebruiksinstructies van de insuline die u gebruikt voor meer informatie over de aanvaardbare bewaar- en gebruikstemperaturen. Accu-Chek infusiesets Naam Accu-Chek RapidLink Accu-Chek TenderLink Accu-Chek FlexLink Accu-Chek Rapid-D Link Opmerkingen Alle Accu-Chek-infusiesets zijn verkrijgbaar met slangen en naalden in diverse lengten. Bespreek met uw arts en/of zorgteam welke infusieset het beste bij u past. Roche Diagnostics adviseert de infusieset om de twee of drie dagen te vervangen, of op advies van uw arts of diabeteszorgteam. * Insuman Infusat geproduceerd door Aventis Pharma Deutschland GmbH, lid en merknaam van de sanofi-aventis group. 210

213 Bijlagen Accessoires Naam Adapter Batterijen Een 1,5 volt AA-alkalinebatterij met een capaciteit van minimaal 2500 mah. Oplaadbare batterijen Oplaadbare NiMH AA-batterijen met een minimale capaciteit van 1500 mah. Batterijdeksel Draagsystemen Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software Zakhandboekje Opmerkingen Vervang de adapter steeds na tien ampullen. Bij normaal gebruik (50 eenheden per dag met U100 insuline; bedrijfstemperatuur 22 C ±3 C) gaat de batterij ongeveer vier weken mee. Bij normaal gebruik (50 IU/dag met U100 insuline; bedrijfstemperatuur 22 C ±3 C) gaat de oplaadbare batterij ongeveer één week mee. Oplaadbare batterijen worden niet door Roche Diagnostics geleverd. Gebruik alleen batterijladers die officieel worden aanbevolen door de fabrikant van de batterijen. Vervang het batterijdeksel steeds na vier batterijen. Roche Diagnostics biedt een ruim assortiment draagsystemen die passen bij verschillende levensstijlen. Bij gewoon gebruik gaan de draagsystemen ongeveer één jaar mee. Er zijn twee versies van de software beschikbaar: een voor de gebruiker en een voor de arts of verpleegkundige. Dit handige naslagwerk in zakformaat kunt u meenemen, zodat u er het antwoord op vragen over de insulinepomp in kunt opzoeken. 211

214 212

215 Verklarende woordenlijst 17 Verklarende woordenlijst Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software Instelhulpmiddel voor de insulinepomp van Roche Diagnostics. Deze software biedt u een gemakkelijke en snelle manier om de parameters en instellingen rechtstreeks vanaf een computer met Microsoft Windows te wijzigen. Adapter Met behulp van de adapter kunt u de ampul en de infusieset fysiek op elkaar aansluiten. Dit onderdeel bevat twee afdichtingen en vormt een doelmatige afdichting voor de ampulruimte van de insulinepomp. De luchtdruk wordt geregeld via de twee kleine openingen in de adapter. Ampul Het insulinereservoir van de insulinepomp. Dit bevat 3,15 ml (315 IU) kortwerkende insuline of snelwerkend insulineanalogon. Ampulruimte De ruimte in de insulinepomp voor de ampul. Basale hoeveelheid De hoeveelheid toegediende insuline die per uur nodig is om in uw basisbehoeften aan insuline te voorzien. Bij insulinepomptherapie wordt de basale hoeveelheid bepaald in overleg met een arts of zorgteam. Deze waarde kan worden aangepast om aan verschillende fysiologische behoeften te voldoen zoals deze zich in de loop van de dag voordoen. De basale hoeveelheid wordt op basis van de curve van uw persoonlijke profiel(en) voor de basale hoeveelheid door de insulinepomp toegediend. Basale hoeveelheid per uur De basale hoeveelheid per uur is de hoeveelheid insuline die gedurende een uur met tussenpozen van 3 minuten door de insulinepomp wordt toegediend. 213

216 Verklarende woordenlijst Basaalprofiel De insulinepomp biedt u de mogelijkheid maximaal vijf verschillende basaalprofielen in te stellen zodat u op een eenvoudige manier aan wisselende insulinebehoeften kunt voldoen (bijvoorbeeld een profiel voor door de week en een profiel voor het weekend). Een basaalprofiel bestaat uit 24 ingestelde basale hoeveelheden per dag. Bolus De hoeveelheid insuline die ter aanvulling op de basale hoeveelheid wordt toegediend om de inname van voedsel te compenseren en hoge bloedglucosewaarden te corrigeren. De bolushoeveelheid wordt bepaald aan de hand van de richtlijnen van uw arts of zorgteam, uw bloedglucosewaarde, uw voedselinname en uw activiteitsniveau. Dagelijks totaal insuline De totale hoeveelheid (basale hoeveelheid plus bolushoeveelheden) insuline die vanaf middernacht gedurende 24 uur wordt toegediend. Deze hoeveelheid omvat niet de insuline waarmee de infusiesets worden gevuld. Diabetes Data Management (DDM) Diabetes Data Management is de registratie van therapiegegevens uit de systemen die de insuline toedienen en de bloedglucosewaarden meten (zoals een bloedglucosemonitor van het type Accu-Chek). Deze gegevens kunnen vervolgens worden geanalyseerd en geïllustreerd op een pc of op andere communicatieapparatuur. Draagsysteem Een breed scala aan draagsystemen van verschillende materialen is speciaal ontworpen om de manier waarop de insulinepomp wordt gedragen zoveel mogelijk aan uw wensen aan te passen. 214

217 Verklarende woordenlijst Fabrieksinstellingen De insulinepomp wordt door Roche Diagnostics met een standaardconfiguratie (fabrieksinstellingen) geleverd. U kunt deze instellingen aan uw persoonlijke behoeften aanpassen op de insulinepomp of met de Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software. Hulpmiddel voor het vullen Met dit hulpmiddel kunt u lege Accu-Chek kunststofampullen met een inhoud van 3,15 ml makkelijker vullen vanuit het insulineflesje. Infusieplaats De plaats waar de canule of naald van de infusieset in het onderhuidse weefsel wordt ingebracht om de insuline toe te dienen. Infusieset Infusiesets verbinden de insulinepomp met uw lichaam. De insuline wordt vanuit de ampul via de infusiesetslang en -canule of -naald in het onderhuidse weefsel toegediend. Er bestaan afkoppelbare en niet-afkoppelbare infusiesets. Insuline Een hormoon dat cellen helpt glucose in energie om te zetten. Insuline wordt geproduceerd in de bètacellen van de alvleesklier (ook wel eilandjes van Langerhans genoemd). Insuline, snelwerkende (insulineanalogon) Een type insuline dat wordt vervaardigd door middel van DNA-recombinante technologie. Insulineanalogon begint na 5 tot 15 minuten te werken. Insuline, kortwerkende (normale insuline) Een type insuline dat wordt vervaardigd door middel van DNA-recombinante technologie. Normale insuline begint na 30 tot 45 minuten te werken. Instellingen Instellingen zijn afzonderlijk instelbare waarden en parameters die van invloed zijn op de manier waarop de insulinepomp werkt. 215

218 Verklarende woordenlijst IPX8 conform IEC Bescherming tegen de gevolgen van een tijdelijke onderdompeling in water. Water kan niet in schadelijke hoeveelheden in de pomp terechtkomen als het apparaat onder normale omstandigheden tijdelijk wordt ondergedompeld in water (maximaal 60 minuten per dag en 2,5 meter). Lueraansluiting Een standaardfitting aan het einde van de infusieset, de ampul en de adapter waarmee deze onderdelen aan elkaar kunnen worden bevestigd zonder dat er vloeistof kan weglekken. Persoonlijke instellingen U moet eerst uw persoonlijke instellingen in de insulinepomp instellen voordat u start met de insulinepomptherapie. Het gaat hierbij onder andere om de basaalprofielen, de juiste datum en tijd en alle andere variabele waarden die op de insulinepomp of met Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software aan uw specifieke behoeften kunnen worden aangepast. RUN Tijdens normaal gebruik bevindt de insulinepomp zich in de RUN-stand en wordt er continu insuline afgegeven. Bolushoeveelheden, tijdelijke basale hoeveelheden en bijna alle andere functies kunnen in de RUN-stand worden ingesteld. RUN-scherm Het RUN-scherm is het beginpunt voor alle functies die beschikbaar zijn terwijl de insulinepomp insuline afgeeft. Het RUN-scherm wordt tijdens normaal gebruik op de insulinepomp weergegeven, dat wil zeggen als u niet bezig bent met het instellen van uw pomp. De tijd, de huidige basale hoeveelheid per uur, het basaalprofiel en alle actieve functies zijn zichtbaar in het RUN-scherm. Scrollen Met de scrollfunctie kunnen grotere waarden snel en gemakkelijk worden ingesteld. 216

219 Verklarende woordenlijst STOP Als de insulinepomp zich in de STOP-stand bevindt, wordt er geen insuline toegediend. De insulinetoediening wordt alleen stopgezet als er zich een fout voordoet of als de insulinepomp in de STOP-stand moet worden gezet, hetgeen bijvoorbeeld noodzakelijk is als u de ampul, adapter of infusieset wilt vervangen of als u gegevens wilt verzenden. Functies als de vertraagde bolus of de tijdelijke basale hoeveelheid worden onderbroken als u de insulinepomp in de STOP-stand zet. STOP-scherm Het STOP-scherm is het beginpunt voor alle functies waarbij de insulinepomp geen insuline mag afgeven. Tijdelijke basale hoeveelheid Tijdelijke verhogingen of verlagingen van het basaalprofiel (van 0 200%) waarmee wordt voldaan aan wisselende insulinebehoeften ten gevolge van een verhoogd/verlaagd activiteitsniveau, ziekte of stress. Time-out In verband met de veiligheid en voor het gemak keert de insulinepomp automatisch terug naar het RUN- of STOP-scherm als er gedurende een bepaalde tijd geen toets wordt ingedrukt. Eventuele wijzigingen worden dan niet opgeslagen. Totaal basale hoeveelheid Het totaal van alle 24 basale hoeveelheden per dag in een basaalprofiel is een (dagelijks) totaal van de basale hoeveelheid. U100 Dit is de insulineconcentratie. Elke milliliter van de vloeistof bevat 100 internationale eenheden insuline. De insulinepomp is uitsluitend ontwikkeld voor de toediening van kortwerkende insuline of snelwerkend insulineanalogon met een concentratie van U

220 Verklarende woordenlijst Wegstromen De insuline kan wegstromen van de infusieplaats als aan twee voorwaarden wordt voldaan. In de eerste plaats moeten de ampul met de aangesloten infusieset en de aandrijfstang van de insulinepomp niet goed op elkaar zijn aangesloten. In de tweede plaats moet de insulinepomp zich hoger dan de infusieplaats bevinden. 218

221 Index 18 Index Aansluiting...38 Accessoires...35 Accu-Chek Insulin Pump Configuration Software...44, 79 Achtergrondverlichting...26 Achterwaarts bladeren...77 Adapter...39 Alarm...31, 111 Alarmen en fouten bevestigen Alarmgeheugen Alarmklok...134, 151 uitschakelen...135, 151 Alarmsignalen Alcoholconsumptie Ampul...37, 52 ampul bijna leeg ampul leeg luchtbellen in de...57 plaatsen...58, 60 vervang de ampul...72, 163 vullen zuigerstang...62 Automatisch uit Basaalprofiel...88 bekijken...87 Basale hoeveelheid...87 en bolus...91 Batterij...113, 181 batterij bijna leeg batterij leeg type...113, 182 Benodigdheden...35 Bloedglucose controleren Bolus...95 snelle standaardbolus afbreken...99 snelle standaardbolus instellen...95, 97 afgebroken bolusstap een vertraagde afbreken een vertraagde instellen MultiWave...95, 126 MultiWave afbreken MultiWave programmeren. 127 Vertraagd...95, 122 Bolusoverzicht Cyclisch bladeren...77 Data onderbroken Datatransmissie instellen onderbreking van Datum...116, 118 Datum en tijd Amerikaans...83 bekijken...86 Europees...83 instelling...83 Datumnotatie De ampul, adapter en infusieset aansluiten

222 Index De basale hoeveelheid per uur kopiëren...90 Display...25 contrast oriëntatie...14, 25, 114 Draadloze communicatie Eerste hulp...43 Elektromagnetische emissies immuniteit velden Elektronische fout Fouten Garantie...24 Geavanceerd setup menu Gebruiksmenu geavanceerd...78, 121 persoonlijk...78, 121 standaard...78, 83 Gebruiksmenu geavanceerd...78, 121 Gebruiksmenu standaard...83 Gegevensgeheugen Geheugen Grafisch LCD-scherm...25 Infectie...67 Infoscherm Infusieplaats...66 selectie...67 voorbereiding...67 Infusieset...38 afkoppelbaar...38 gebruiksaanwijzing...68 niet afkoppelbaar...38 nog te vullen vullen wijzigen...69 Instellingen voor datum en tijd. 45 Instelling voor datum en tijd; zie Tijd en datum...83 Insuline...11, 117, 215 verlopen Insulinepomp.. 25, 171, 177, 179 Insulinepomptherapie onderbreking voortzetting Insulinetoediening...92, 93 start...92 stop...93 KeyLock; zie ook Toetsen...29 deblokkeren gebruikmaken van...29 in-/uitschakelen symbolen...29 Hygiëne

223 Index Looptijd , 119, 151, 181 Lueraansluiting...38, 42, 216 Mechanische fout Menu verschillende...78 aangepast...79 navigatieniveaus...76 navigeren door...76 Microsoft Windows; zie Software Mogelijkheden om functieschermen af te sluiten.. 77 MultiWave...95, 126 afbreken Omhoog...27 Omlaag...27 Opstartprocedure...49 Oriëntatie; zie display Overzicht van dagelijks insulineverbruik Overzicht van dagelijks verbruik Piepsignalen piep- en trilsignalen volume wijzigen Pomp...25 dragen...74 omstandigheden bij opbergen opbergen stoppen...93 Pomptherapie...9, 11 Problemen oplossen Producten...35 Profiel...87, 132 Profiel selecteren Programmeren...88, 103 aanvullende profielen Reiniging.181; zie ook Onderhoud Reparatie Resterende looptijd RUN...32 Scherm...49 Scherm STATUS...31 Scrollen...77 Slang...39 Software...44 Software om de pomp te programmeren...44 Standaard setup menu Steriel product...35 STOP...32, 93 Storing...37 materialen voor eenmalig gebruik hergebruiken...37 Stroomuitval Systeemcontrole

224 Index Taal Taalfout TBH; zie tijdelijke basale hoeveelheid Tijd , 117, 118, 119 Tijdelijke basale hoeveelheid afgebroken duur...104, 118 onderbreking van over overzicht verhogen verlagen Tijd en datum controleren Tijdnotatie Toets Check...27 Toetsen...26 en toetscombinaties...26 Toets Menu...27 Veiligheid...29 Verstopping Verwerking Vloeistoffen Volgnummer...116, 118 Voorbereiden voor gebruik Vulhoeveelheid Vullen; zie infusieset...64 stop...66 Waarschuwing stoppen...33, 94 uitschakelen...94 Water onbedoeld contact Zelftest

225 Het MENU STANDAARD van de insulinepomp KeyLock "snelle" informatie tijdelijke basale hoeveelheid percentage stop uw Accu-Chek KeyLock "snelle" ie start uw Accu-Chek op vervang de ampul verwijder de ampul vul de infusieset start het vullen communicatie datatransmissie naar pc gebruiksmenu informatiemenu bolusgeheugen instellen profiel 1 dagelijks totale basale hoeveelheid instellen tijd en datum instellen uren setup menu standaard KeyLock gebruiksmenu selecteren Standaardbolus "Scroll"-standaardbolus bolushoeveelheid Standaardbolus duur Het MENU GEAVANCEERD van de insulinepomp draai de aandrijfstang terug ampulinhoud 315 eenheden opstartprocedure stop het vullen dagelijks totaal insuline TBH geheugen looptijd 1 e uur 2 e uur 24 e uur instellen minuten instellen jaar instellen maand instellen dag volume pieptonen automatisch uit beeldstand alarmsignalen batterijtype alarmgeheugen basaalprofiel nummer... (A) "Snelle" met directe toegang via het RUN-scherm Standaardbolus met de toetsen a en s van de insulinepomp. (B) Scroll menugestuurde programmering met de Standaardbolus STANDAARDBOLUS menu en scrollfunctie van toetsen a en s voor het instellen van de bolushoeveelheid. Voor een compleet overzicht van de functies van uw insulinepomp en van de waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen bij het gebruik ervan, raadpleegt u de gebruikershandleiding van de Accu-Chek Spirit-insulinepomp. KeyLock "snelle" informatie Standaardbolus "Scroll"-standaardbolus Vertraagdebolus MultiWavebolus tijdelijke basale hoeveelheid stop uw Accu-Chek KeyLock "snelle" ie vervang de ampul vul de infusieset communicatie informatiemenu wisselen profiel BH instellen profiel nummer alarmklok instellen tijd en datum setup menu standaard setup menu geavanceerd gebruiksmenu selecteren bolushoeveelheid bolushoeveelheid bolushoeveelheid percentage start uw Accu-Chek op verwijder de ampul start het vullen datatransmissie naar pc bolusgeheugen basaalprofiel nummer... dagelijks totale basale hoeveelheid instellen uren KeyLock alarmfrequentie tijdnotatie gebruiksmenu bolusduur directe bolus duur aandrijfstang terugdraaien stop het vullen alarmgeheugen 1 e uur alarm uren instellen minuten volume pieptonen datumnotatie basaalprofiel nummer... bolusduur ampulinhoud 315 eenheden dagelijks totaal insuline 2 e uur alarm minuten instellen jaar alarmsignalen bolusstap opstartprocedure TBH geheugen instellen maand automatisch uit vulhoeveelheid looptijd 24 e uur instellen dag batterijtype blokkering basale hoeveelheid beeldstand taal displaycontrast 223

226 19 Overzicht van alarmen U moet altijd het alarm uitschakelen en bevestigen voordat u het probleem gaat oplossen. Nr. A1 A2 A3 Alarm AMPUL BIJNA LEEG BATT. BIJNA LEEG CONTROLEER DATUM EN TIJD Te ondernemen actie Vervang de ampul voordat deze helemaal leeg is. Vervang de batterij zo snel mogelijk. Stel de datum en tijd in. Pagina Nr. E1 E2 E3 Fout AMPUL LEEG BATTERIJ LEEG AUTOMATISCH UIT Te ondernemen actie Vervang de ampul. Vervang de batterij. Zet de Accu-Chek Spirit in de RUN-stand (indien nodig). Pagina A4 ALARMKLOK Zet de Accu-Chek Spirit in de RUN-stand (indien nodig). 151 E4 VERSTOPPING Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie. 156 A5 A6 A7 LOOPTIJD TBH AFGEBROKEN TBH EINDE Controleer in het menu INFORMATIE bij LOOPTIJD hoe lang de pomp nog kan werken. Zorg dat u een nieuwe pomp hebt vóórdat de resterende looptijd (60 dagen) is verstreken. Zet de Accu-Chek Spirit in de RUN-stand (indien nodig). Controleer of de annulering gewenst is en stel eventueel een nieuwe tijdelijke basale hoeveelheid in. Stel vast of een tijdelijke wijziging van de basale hoeveelheid verder nog gewenst is en stel deze wijziging, indien nodig, in E5 E6 E7 E8 E10 Einde looptijd MECHANISCHE FOUT ELEKTRON. FOUT STROOM UITVAL AMPUL FOUT Vervang direct de insulinepomp. Neem contact op met uw arts of verpleegkundige voor alternatieve opties voor de insulinetherapie. Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie. Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie. Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie. Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie A8 BOLUS AFGEBROKEN Zet de Accu-Chek Spirit in de RUN-stand (indien nodig). Na deze opzettelijke annulering kunt u, indien nodig, een nieuwe bolus instellen. 153 E11 E12 E13 SLANG NOG VULLEN DATA ONDERBROKEN TAAL FOUT Vul de infusieset Start de datatransmissie opnieuw op. Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie

227 Master /C

228 ACCU-CHEK, ACCU-CHEK SPIRIT, accu-chek tenderlink, accu-chek flexlink, accu-chek rapidlink en disetronic zijn merken van Roche. Roche Diabetes Care AG 3401 Burgdorf, Switzerland Swiss made /C

INSULINEPOMP. Handleiding

INSULINEPOMP. Handleiding INSULINEPOMP Handleiding Voorzijde Patroonruimte Adapter Display Productiejaar Infraroodinterface Bedieningsknoppen Achterzijde Fouten en alarmen Serienummer PowerPack houder Beste Accu-Chek D-TRONplus

Nadere informatie

ACCU-CHEK. Spirit Combo. Gebruiksaanwijzing. De insulinepomp INSULINEPOMP. d Menu-toets. a Omhoog-toets. f OK-toets.

ACCU-CHEK. Spirit Combo. Gebruiksaanwijzing. De insulinepomp INSULINEPOMP. d Menu-toets. a Omhoog-toets. f OK-toets. ACCU-CHEK Spirit Combo INSULINEPOMP De insulinepomp d Menu-toets f OK-toets a Omhoog-toets s Omlaag-toets Gebruiksaanwijzing Ampulcompartiment met ampul Adapter Lueraansluiting van de infusieset Overzicht

Nadere informatie

CCS COMBO 2 ADAPTER. Handleiding

CCS COMBO 2 ADAPTER. Handleiding CCS COMBO 2 ADAPTER Handleiding WAARSCHUWINGEN BEWAAR DEZE BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES. Dit document bevat belangrijke instructies en waarschuwingen die bij het gebruik van de CSS Combo 2-adapter

Nadere informatie

Informatie voor de patiënt Gebruik van de Pijn-pomp

Informatie voor de patiënt Gebruik van de Pijn-pomp Informatie voor de patiënt Gebruik van de Pijn-pomp Richtlijnen voor het gebruik van de PCA-pomp INLEIDING: Als onderdeel van Uw behandeling wordt gebruik gemaakt van een PCA-pomp. Deze pomp wordt gebruikt

Nadere informatie

BELANGRIJKE WAARSCHUWINGEN Veiligheidswaarschuwingen

BELANGRIJKE WAARSCHUWINGEN Veiligheidswaarschuwingen BELANGRIJKE WAARSCHUWINGEN Veiligheidswaarschuwingen Gevaar! Veronachtzaming kan of zal de oorzaak zijn van elektrische schokken met gevaar voor het leven. - Gebruik het verwarmingselement niet in de nabijheid

Nadere informatie

Insulinepomp- therapie bij kinderen

Insulinepomp- therapie bij kinderen Insulinepomp- therapie bij kinderen Algemene informatie voor ouders en kind Insulinepomptherapie Insulinepomptherapie is één van de behandelmethodes van diabetes mellitus. Het moet gezien worden als een

Nadere informatie

CAL. Y182, 7T32 ALARM CHRONOGRAAF

CAL. Y182, 7T32 ALARM CHRONOGRAAF NEDERLANDS CAL. Y182, 7T32 ALARM CHRONOGRAAF TIJD/KALENDER Uur- en minuutwijzer met kleine secondewijzer. Datum wordt in getallen weergegeven. ALARM Kan worden ingesteld op basis van 12uurs-instelling

Nadere informatie

AR280P Clockradio handleiding

AR280P Clockradio handleiding AR280P Clockradio handleiding Index 1. Beoogd gebruik 2. Veiligheid o 2.1. Pictogrammen in deze handleiding o 2.2. Algemene veiligheidsvoorschriften 3. Voorbereidingen voor gebruik o 3.1. Uitpakken o 3.2.

Nadere informatie

Digitale momentsleutel 6-30 Nm 1/4"D

Digitale momentsleutel 6-30 Nm 1/4D Onderdeelnr. 5167 Digitale momentsleutel 6-30 Nm 1/4"D www.lasertools.co.uk Referentieformulier Primaire schaal: 6-30 Nm Secundaire schaal: 11,5-59 Ft/Lbs Aandrijving: 1/4"D Functies: 5 instellingen: Kg-m

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING

GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING Informatie voor de gebruiker: HD (High Definition) en HFR (High Frame Rate) video-opname apparaten, zijn een zware belasting voor geheugenkaarten. Afhankelijk van de gebruikersinstellingen,

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7

GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7 GEBRUIKSAANWIJZING 1 3 2 1 4 11 NOT AVAILABLE 12 6 5 5 7 8 14 9 10 19 17 18 21 13 20 15 16 1 ONZE WELGEMEENDE DANK VOOR UW AANKOOP VAN DEZE AFSTANDS- BEDIENING. LEES DE HANDLEIDING AANDACHTIG ALVORENS

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing INSULINEPOMP

Gebruiksaanwijzing INSULINEPOMP De merknaam en logo s Bluetooth zijn geregistreerde handelsmerken van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merken met Roche is een licentie verkregen. Alle overige handelsmerken en handelsnamen

Nadere informatie

TTS is er trots op deel uit te maken van

TTS is er trots op deel uit te maken van Garantie & ondersteuning Dit product heeft een eenjarige garantie voor problemen die zich voordoen tijdens normaal gebruik. Het verkeerd gebruik van Speed Tracker of het openen van de eenheid zullen de

Nadere informatie

H A N D L E I D I N G D A Z A T O O L S - O N T V A N G E R

H A N D L E I D I N G D A Z A T O O L S - O N T V A N G E R H A N D L E I D I N G D A Z A T O O L S - O N T V A N G E R 2 0 1 6 0 8 2 4 INHOUDSOPGAVE 1. Software in 3 stappen geïnstalleerd...1 Stap 1: Downloaden van de software...1 Stap 2: Starten met de installatie...2

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing INSULINEPOMP

Gebruiksaanwijzing INSULINEPOMP De merknaam en logo s Bluetooth zijn geregistreerde handelsmerken van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merken met Roche is een licentie verkregen. Alle overige handelsmerken en handelsnamen

Nadere informatie

Nokia Extra Power DC-11/DC-11K /2

Nokia Extra Power DC-11/DC-11K /2 Nokia Extra Power DC-11/DC-11K 5 2 4 3 9212420/2 2008-2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. Inleiding Met de Nokia Extra Power DC-11/ DC-11K (hierna DC-11 genoemd) kunt u de batterijen van twee compatibele

Nadere informatie

HENKELMAN BV. Adres Veemarktkade 8 / D 9 5222 AE s-hertogenbosch Nederland. Postadres Postbus 2117 5202 AE s-hertogenbosch Nederland

HENKELMAN BV. Adres Veemarktkade 8 / D 9 5222 AE s-hertogenbosch Nederland. Postadres Postbus 2117 5202 AE s-hertogenbosch Nederland HANDLEIDING VOOR DE DEALER DIGITAAL BEDIENINGSPANEEL JUMBO-SERIE 0,6 0,4 VACUUM 0,8-1 0 0,2 SEAL HENKELMAN BV Adres Veemarktkade 8 / D 9 5222 AE s-hertogenbosch Nederland Postadres Postbus 2117 5202 AE

Nadere informatie

Portier afstandsbediening

Portier afstandsbediening Portier afstandsbediening Gebruikershandleiding Versie:20160603 Inhoud Inleiding... 3 Toepassingsgebied... 3 Gebruik voor meerdere sloten... 4 Batterijen... 4 Firmware in de sloten... 5 De afstandsbediening

Nadere informatie

Aviva Combo BLOEDGLUCOSEMETER. Uitgebreide Gebruiksaanwijzing

Aviva Combo BLOEDGLUCOSEMETER. Uitgebreide Gebruiksaanwijzing Aviva Combo BLOEDGLUCOSEMETER Uitgebreide Gebruiksaanwijzing 42965_adv.indb 2 3/17/09 4:37:38 PM 42965_adv.indb 3 3/17/09 4:37:38 PM Aan het Accu-Chek Aviva Combo-systeem, met inbegrip van de meter, de

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HONEYWELL CM901 http://nl.yourpdfguides.com/dref/2938339

Uw gebruiksaanwijzing. HONEYWELL CM901 http://nl.yourpdfguides.com/dref/2938339 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

APT-200. Tweeweg handzender. Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19

APT-200. Tweeweg handzender. Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19 APT-200 Tweeweg handzender Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. +48 58 320 94 00 www.satel.eu BELANGRIJK Uw rechten op garantie vervallen

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de telefoon in gebruik neemt!

Gebruikershandleiding. Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de telefoon in gebruik neemt! Gebruikershandleiding Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de telefoon in gebruik neemt! 1 Aansluiti ng voor oplader 2 Zaklamp 3 Scherm 4 M2-toets 5 M1-toets 6 Verzendtoets 7 Oortelefo on 10

Nadere informatie

Een goed begin is het halve werk. Kent u Compat Ella al?

Een goed begin is het halve werk. Kent u Compat Ella al? Een goed begin is het halve werk Kent u Compat Ella al? De gebruiksaanwijzing is bijgesloten bij de originele pompset en kan worden gedownload via www.compatella.com. Kijk ook eens op het interactieve

Nadere informatie

Charging base handleiding

Charging base handleiding Charging base handleiding Hartelijk dank Hartelijk dank dat u voor deze oplaadbare oplossing hebt gekozen. Uw charging base Uw hoorspecialist: Introductiejaar: 2017 Telefoonnummer: Serienummer: Garantie:

Nadere informatie

FLEXERIA AFSTANDSBEDIENING GEBRUIKERSHANDLEIDING TC-GTA100 GTA t f

FLEXERIA AFSTANDSBEDIENING GEBRUIKERSHANDLEIDING TC-GTA100 GTA t f FLEXERIA AFSTANDSBEDIENING INLEIDING De Flexeria afstandsbediening is een lichte, compacte afstandsbediening voor gebruik in combinatie met de Flexeria motorcilinder, oplegslot en deurcontroller. De afstandsbediening

Nadere informatie

Bee-Bot Oplaadbare, kindvriendelijk, programmeerbare vloerrobot

Bee-Bot Oplaadbare, kindvriendelijk, programmeerbare vloerrobot Bee-Bot Oplaadbare, kindvriendelijk, programmeerbare vloerrobot GEBRUIKERS- HANDLEIDING www.tts-shopping.com Bee-Bot is een bekroonde programmeerbare vloerrobot met een eenvoudige, kindvriendelijke lay-out,

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Accu Chek Insight insulinepomp

Gebruiksaanwijzing Accu Chek Insight insulinepomp De merknaam en logo s Bluetooth zij n geregistreerde handelsmerken van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merken door Roche is een licentie verkregen. Alle overige handelsmerken en handelsnamen

Nadere informatie

Acyclon AP1350. Inhoud verpakking: Controleer de inhoud van de verpakking. U moet aantreffen:

Acyclon AP1350. Inhoud verpakking: Controleer de inhoud van de verpakking. U moet aantreffen: Acyclon AP1350 Gebruiksaanwijzing Inhoud verpakking: Controleer de inhoud van de verpakking. U moet aantreffen: - Acyclon AP1350 semafoon Houder met clip 1 AAA batterij Draagkettinkje Batterij plaatsen

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING Stralingsmeter PCE-EMF 823

GEBRUIKSAANWIJZING Stralingsmeter PCE-EMF 823 PCE Brookhuis Institutenweg 15 7521 PH Enschede The Netherlands Telefoon: +31 53 737 01 92 Fax: +31 53 430 36 46 [email protected] www.pcebrookhuis.nl GEBRUIKSAANWIJZING Stralingsmeter PCE-EMF 823 Inhoudsopgave

Nadere informatie

gebruikershandleiding Elektronisch slot met noodsleutel think safe

gebruikershandleiding Elektronisch slot met noodsleutel think safe gebruikershandleiding Elektronisch slot met noodsleutel think safe 2 Gebruikershandleiding elektronisch slot met noodsleutel think safe Belangrijke aandachtspunten Lees de handleiding voordat u het elektronische

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding I785D8DCZ Gebruikershandleiding Hartelijk dank voor uw aankoop van deze EMPIRE Intel Tablet Model I785D8DCZ. Deze handleiding geeft een kort overzicht van alle functies van de tablet en is ervoor bedoeld

Nadere informatie

Insulinepomp- therapie bij kinderen

Insulinepomp- therapie bij kinderen Insulinepomp- therapie bij kinderen Algemene informatie voor ouders en kind Insulinepomptherapie Insulinepomptherapie is één van de behandelmethodes van diabetes mellitus. Het moet gezien worden als een

Nadere informatie

BEP 600-TLM2 CONTOUR MATRIX TANK MONITOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING

BEP 600-TLM2 CONTOUR MATRIX TANK MONITOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING BEP 600-TLM2 CONTOUR MATRIX TANK MONITOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING INDEX KENMERKEN 3 AFMETINGEN 3 AANSLUIT SCHEMA 4 GEBRUIK 5 NOTITIES 6 ALARMEN EN STILALARM 7 MENU OVERZICHT 7 SET-UP EN PROGRAMMERING

Nadere informatie

Handleiding Quick start

Handleiding Quick start Handleiding Quick start Geachte klant, Hartelijk dank dat u heeft gekozen voor de mobiele telefoon General Mobile Discovery. Deze quick start handleiding is bedoeld om de belangrijkste functies van het

Nadere informatie

TC 60/8. Handleiding

TC 60/8. Handleiding TC 60/8 ovenbesturing Handleiding Ve-Ka Ovenbouw b.v. Industrieweg 7 6621 BD Dreumel, Nederland Telefoon (0487) 57 17 03 Fax (0487) 57 17 03 [email protected] www.ve-ka.nl 1 2 3 4 5 6 7 8 1 Algemeen Met behulp

Nadere informatie

Innovation Protection Conseil

Innovation Protection Conseil Pagina 1 van 7 PULVERISATEUR DORSAL AUTONOME Elektrische autonome rugsproeier met continue druk KENMERKEN : o Het reservoir is uitgerust met een membraanpomp met Viton-afdichting die wordt bediend met

Nadere informatie

Pomp-app Veelgestelde vragen

Pomp-app Veelgestelde vragen Pomp-app Veelgestelde vragen De volgende secties leiden u door de verschillende schermen van de app, waaronder het scherm Pompstatus. Opmerking: De app verzendt en ontvangt alleen gegevens wanneer de app

Nadere informatie

Bedieningen Dutch - 1

Bedieningen Dutch - 1 Bedieningen 1. Functieschakelaar Cassette/ Radio/ CD 2. Golfband schakelaar 3. FM antenne 4. CD deur 5. Schakelaar om zender af te stemmen 6. Bass Boost toets 7. CD skip/ voorwaarts toets 8. CD skip/ achterwaarts

Nadere informatie

Infusomat Space P: Aanzetten pomp en plaatsen van een IV set. Instellen van het VTBI (Volume To Be Infused) moet het VTBI niet ingesteld worden.

Infusomat Space P: Aanzetten pomp en plaatsen van een IV set. Instellen van het VTBI (Volume To Be Infused) moet het VTBI niet ingesteld worden. Infusomat Space P: Aanzetten pomp en plaatsen van een IV set 1. Druk op om het toestel aan te zetten. 3. Plaats de IV set van rechts naar links in de pomp Plaats de lijn van rechts naar links in de pomp.

Nadere informatie

Handleiding Digitale Thermostaat elektrische Handdoekradiatoren

Handleiding Digitale Thermostaat elektrische Handdoekradiatoren Handleiding Digitale Thermostaat elektrische Handdoekradiatoren De BeauHeat digitale thermostaat is een digitale klokthermostaat voor automatische bediening van elektrische handdoekradiatoren. Een externe

Nadere informatie

Sam het schaapje Slaaptrainer met nachtlamp. Manual_Sam_148,5x10,5cm_2402NL.indd :17:35

Sam het schaapje Slaaptrainer met nachtlamp. Manual_Sam_148,5x10,5cm_2402NL.indd :17:35 Sam het schaapje Slaaptrainer met nachtlamp Manual_Sam_148,5x10,5cm_2402NL.indd 1 24-02-2016 08:17:35 H Ti Sam het schaapje leert kindjes wanneer ze nog even moeten slapen en wanneer ze uit bed mogen komen.

Nadere informatie

Byzoo Sous Vide Turtle

Byzoo Sous Vide Turtle Byzoo Sous Vide Turtle ZAT01 Handleiding 220-240V, 50Hz 1300W BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN LEES ALLE INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK EN BEWAAR VOOR TOEKOMSTIGE REFERENTIE Bij het gebruik van elektrische

Nadere informatie

Elektrische muurbeugel

Elektrische muurbeugel E HANDLEIDING Elektrische muurbeugel IR ontvanger programmeren: (AB = afkorting voor afstandsbediening) STAP 1: Druk en houd voor 5 seconden ingedrukt totdat de LED gaat knipperen en aan blijft, dan druk

Nadere informatie

Nokia Stereoheadset WH /1

Nokia Stereoheadset WH /1 Nokia Stereoheadset WH-600 7 9206937/1 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. Nokia en Nokia Connecting People zijn gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation. Namen van andere producten en bedrijven

Nadere informatie

Gebruikershandleiding voor Nokia Display-hoofdtelefoon HS Uitgave 1

Gebruikershandleiding voor Nokia Display-hoofdtelefoon HS Uitgave 1 Gebruikershandleiding voor Nokia Display-hoofdtelefoon HS-6 9232426 Uitgave 1 CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA CORPORATION verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat het product HS-6 conform is aan de bepalingen

Nadere informatie

Handleiding. Gebruiks waarschuwingen. Stap 1. Aansluiten controller

Handleiding. Gebruiks waarschuwingen. Stap 1. Aansluiten controller Handleiding Gebruiks waarschuwingen Pas de controller instellingen zorgvuldig aan. Herhaalde valse dead end indicatie (DE) geeft aan dat de kalibratiewaarde (CAL) moet worden verhoogd (minder gevoelig).

Nadere informatie

Waarschuwingen. Het onderstaande symbool geeft belangrijke of nuttige informatie aan die u in gedachte dient te houden.

Waarschuwingen. Het onderstaande symbool geeft belangrijke of nuttige informatie aan die u in gedachte dient te houden. De onderstaande symbolen worden in de handleiding en op het apparaat zelf gebruikt als waarschuwing. Hiermee wordt getoond hoe het product veilig en correct wordt gebruikt om persoonlijk letsel aan u en

Nadere informatie

Maverick ET 732 Handleiding

Maverick ET 732 Handleiding Handleiding Maverick ET-732 Redi Chek Gefeliciteerd met de aankoop van uw Redi Chek thermometer. Vanaf nu kunt u op afstand de temperatuur in de gaten houden van uw oven/bbq en tegelijkertijd de kerntemperatuur

Nadere informatie

Handleiding Plextalk PTN1. Handleiding Daisyspeler Plextalk PTN1

Handleiding Plextalk PTN1. Handleiding Daisyspeler Plextalk PTN1 Handleiding Daisyspeler Plextalk PTN1 1 DAISYSPELER PLEXTALK PTN1 Korte inleiding: Wij hopen dat u plezier zult beleven aan het beluisteren van de digitale boeken. Dit document beschrijft de hoofdfuncties

Nadere informatie

JBY 08 O Digitale badthermometer Gebruikshandleiding

JBY 08 O Digitale badthermometer Gebruikshandleiding NL JBY 08 O Digitale badthermometer Gebruikshandleiding Beurer GmbH Söflinger Str. 218 89077 Ulm, Germany Tel.: +49 (0)731 / 39 89-144 Fax: +49 (0)731 / 39 89-255 www.beurer.de Mail: [email protected] NEDERLANDS

Nadere informatie

GM-200 HYDROMETER INLEIDING PRODUCTEIGENSCHAPPEN

GM-200 HYDROMETER INLEIDING PRODUCTEIGENSCHAPPEN GM-200 HYDROMETER INLEIDING De CAISSON GM-200 is speciaal ontwikkeld voor het meten van het vochtgehalte in zware materialen zoals beton, cementvloer en gipspleister. Daarnaast is het ook mogelijk om het

Nadere informatie

Nokia Music Speakers MD-3

Nokia Music Speakers MD-3 Nokia Music Speakers MD-3 9253870/2 NEDERLANDS De MD-3-stereoluidsprekers bieden een uitstekende geluidskwaliteit wanneer u naar muziek of de radio luistert op uw compatibele Nokia telefoon of audioapparaat.

Nadere informatie

HS-2R Radio-hoofdtelefoon van Nokia Gebruikershandleiding. 9355495 Uitgave 2

HS-2R Radio-hoofdtelefoon van Nokia Gebruikershandleiding. 9355495 Uitgave 2 HS-2R Radio-hoofdtelefoon van Nokia Gebruikershandleiding 9355495 Uitgave 2 CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA CORPORATION verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat het product HS-2R conform is aan de bepalingen

Nadere informatie

Bedieningshandleiding. ExaControl E7R S

Bedieningshandleiding. ExaControl E7R S Bedieningshandleiding ExaControl E7R S UW APPARAAT GEBRUIKEN UW APPARAAT GEBRUIKEN 1 Het apparaat wordt geleverd met: Snelstartgids voor de gebruiker, Snelstartgids voor de installateur, Garantieverklaring

Nadere informatie

Insulinepomptherapie Adviezen en instructies.

Insulinepomptherapie Adviezen en instructies. Insulinepomptherapie Adviezen en instructies www.nwz.nl Inhoud Bereikbaarheid diabetesteam 3 Pomp met infusie-set of pod met PDM 4 Hypoglykemie - hypo 4 Hyperglykemie - hyper 5 Wat doet u bij een defecte

Nadere informatie

Handleiding afstandsbediening voor mobiele airconditioning

Handleiding afstandsbediening voor mobiele airconditioning Handleiding afstandsbediening voor mobiele airconditioning Lees deze handleiding aandachtig door voor een veilig en correct gebruik van de mobiele airconditioner. Bewaar de handleiding zorgvuldig, zodat

Nadere informatie

Spanning Capaciteit (mm) (mm) (g) (V) (mah) PR10-D6A PR70 1,4 75 5,8 3,6 0,3 PR13-D6A PR48 1,4 265 7,9 5,4 0,83 PR312-D6A PR41 1,4 145 7,9 3,6 0,58

Spanning Capaciteit (mm) (mm) (g) (V) (mah) PR10-D6A PR70 1,4 75 5,8 3,6 0,3 PR13-D6A PR48 1,4 265 7,9 5,4 0,83 PR312-D6A PR41 1,4 145 7,9 3,6 0,58 Product Zink-luchtbatterij Modelnaam IEC Nominaal Nominaal Diameter Hoogte Gewicht Spanning Capaciteit (mm) (mm) (g) (V) (mah) PR10-D6A PR70 1,4 75 5,8 3,6 0,3 PR13-D6A PR48 1,4 265 7,9 5,4 0,83 PR312-D6A

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. OV-BaseCore7(Z)

Gebruiksaanwijzing. OV-BaseCore7(Z) Gebruiksaanwijzing NL OV-BaseCore7(Z) Belangrijke veiligheidsinstructies Waarschuwing: Om het risico op elektrische schokken te beperken, mag u de behuizing of de achterkant niet verwijderen. Alle onderdelen

Nadere informatie

HANDLEIDING. Radiofrequentiebediening Synchro 3-4 VFF/CDL-C-2G4

HANDLEIDING. Radiofrequentiebediening Synchro 3-4 VFF/CDL-C-2G4 HANDLEIDING Radiofrequentiebediening Synchro 3-4 VFF/CDL-C-2G4 Versie: sept 2016 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN - Behuizing nooit openen. Door onbevoegd openen van de behuizingen/of ondeskundige reparaties kan

Nadere informatie

Nokia Lader- en Datakabel CA-126

Nokia Lader- en Datakabel CA-126 Nokia Lader- en Datakabel CA-126 NEDERLANDS Via deze kabel kunt u gegevens synchroniseren en overdragen tussen een compatibele pc en een Nokia-apparaat. U kunt de kabel ook gebruiken om tegelijkertijd

Nadere informatie

NL Jam Plus. Hartelijk dank voor de aanschaf van de HMDX Jam Plus draadloze luispreker. Waar je een Jam vindt, vind je een feest!

NL Jam Plus. Hartelijk dank voor de aanschaf van de HMDX Jam Plus draadloze luispreker. Waar je een Jam vindt, vind je een feest! NL Jam Plus Hartelijk dank voor de aanschaf van de HMDX Jam Plus draadloze luispreker. Waar je een Jam vindt, vind je een feest! Lees deze instructies door en bewaar ze om ze later te kunnen raadplegen.

Nadere informatie

Innovative Growing Solutions. Datalogger DL-1. software-versie: 1.xx. Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL

Innovative Growing Solutions. Datalogger DL-1. software-versie: 1.xx. Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL Innovative Growing Solutions Datalogger DL-1 software-versie: 1.xx Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL DL-1 Datalogger gebruikershandleiding Bedankt voor het aanschaffen van de TechGrow

Nadere informatie

Module nr. 3319 3319-1

Module nr. 3319 3319-1 Module nr. 3319 3319-1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING Knopbedieningen worden aangegeven door gebruikmaking van de letters zoals in de illustratie getoond. Alle displays in deze gebruiksaanwijzing worden

Nadere informatie

TENS. Pijncentrum Tel. 011 826 227. mensen zorgen voor mensen

TENS. Pijncentrum Tel. 011 826 227. mensen zorgen voor mensen Infobrochure TENS Pijncentrum Tel. 011 826 227 mensen zorgen voor mensen Wat is TENS? TENS staat voor Transcutane Elektrische zenuw (Nerve) Stimulatie. Een TENS-apparaat is een toestel dat zachte elektrische

Nadere informatie

Gebruikershandleiding (NL)

Gebruikershandleiding (NL) PROcross V2 A-106 Gebruikershandleiding (NL) 2 PROcross V2 A-106 Aansluiten van de sensoren Achterkant: Infrarood / magnetisch Temperatuur 1 batterij (type: CR2450) RPM (extra gevoelig) RPM (normaal) Vervangen

Nadere informatie

Packard Bell Easy Repair

Packard Bell Easy Repair Packard Bell Easy Repair EasyNote MZ serie Instructies voor het vervangen van de harde schijf 7429170005 7429170005 Documentversie: 1.0 - Mei 2007 www.packardbell.com Belangrijke veiligheidsinstructies

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING Ampèremeter PCE-CM 4

GEBRUIKSAANWIJZING Ampèremeter PCE-CM 4 PCE Brookhuis B.V. Institutenweg 15 7521 PH Enschede The Netherlands Telefoon: +31 (0)900 1200 003 Fax: +31 53 430 36 46 [email protected] www.pce-instruments.com/dutch GEBRUIKSAANWIJZING Ampèremeter

Nadere informatie

WWW.TECHGROW.NL. TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00

WWW.TECHGROW.NL. TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00 WWW.TECHGROW.NL TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER software versie: 1.00 HANDLEIDING TechGrow HS-1 handleiding GEFELICITEERD! U heeft de TechGrow HS-1 Portable CO 2 Meter aangeschaft. De HS-1 CO 2 Meter

Nadere informatie

Byzoo Sous Vide Hippo

Byzoo Sous Vide Hippo Byzoo Sous Vide Hippo handleiding 220-240V, 50Hz 800W BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN LEES ALLE INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK EN BEWAAR VOOR TOEKOMSTIGE REFERENTIE 1 Lees alle instructies zorgvuldig voor

Nadere informatie

Programmeer- en bedieningsinstructies

Programmeer- en bedieningsinstructies KNSV-6000 elektronisch KNSV-6020 elektronisch KNSV-7000 elektronisch Programmeer- en bedieningsinstructies CODES - DE BASIS BEDIENINGSINSTRUCTIES De door de fabriek ingestelde mastercode is #1234. Deze

Nadere informatie

MS Semen Storage Pro

MS Semen Storage Pro MS Semen Storage Pro 150 4508425 NL MS Semenstorage PRO 150 Gebruiksaanwijzing... 3 4508425/11-01-2016/F Inhoud MS Semen Storage Pro 150... 1 Bepalingen... 3 Introductie... 4 MS Semen Storage... 5 Aanbevelingen...

Nadere informatie

MultiSport DV609 Nederlands

MultiSport DV609 Nederlands MultiSport DV609 Nederlands! Kennisgeving: High-definition video-opnameapparatuur met hoge beeldfrequentie vormt een zware belasting voor geheugenkaarten. Afhankelijk van uw instellingen wordt aanbevolen

Nadere informatie

Handleiding LifeGuard

Handleiding LifeGuard Handleiding LifeGuard I Introductie De LifeGuard bestaat uit een basisstation en een armband, die gebruikt kunnen worden als alarm bij onderdompeling in water en bij verdwalen. Ga naar www.manual-guide.com

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Bedrade afstandsbediening MWR-VH02 ENERGIE RECOVERY VENTILATIE (ERV wtw ventilatie) Ne DB98-30694A(1) Veiligheidsmaatregelen Lees deze instructies aandachtig door voordat u deze bedrade

Nadere informatie

COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN

COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een opslagsysteem of doorgegeven in welke vorm of op welke manier ook - elektronisch,

Nadere informatie

Oplossingen voor niet-functionerende Bridgemate Pro

Oplossingen voor niet-functionerende Bridgemate Pro Document revisie: 1.3 Publicatiedatum: mei 2006 Oplossingen voor niet-functionerende Bridgemate Pro Het kan voorkomen dat een Bridgemate niet functioneert naar behoren. Er kunnen hier verschillende oorzaken

Nadere informatie

Inleiding. Intelligent Targeting System (ITS) overzicht SYSTÈME INTELLIGENT DE DÉTECTION DE CIBLE

Inleiding. Intelligent Targeting System (ITS) overzicht SYSTÈME INTELLIGENT DE DÉTECTION DE CIBLE Inleiding Intelligent Targeting System (ITS) overzicht Verschuif de stroomschakelaar om het ITS in of uit te schakelen. Verschuif de volumeregelaar om het volume te verhogen of te verlagen. Verschuif de

Nadere informatie

SmartHome Huiscentrale

SmartHome Huiscentrale installatiehandleiding SmartHome Huiscentrale Vervanging voor WoonVeilig Huiscentrale (model WV-1716) INSTALLATIEHANDLEIDING SMARTHOME HUISCENTRALE Website WoonVeilig www.woonveilig.nl Klantenservice Meer

Nadere informatie

BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER

BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER Snel installatiegids DA-30501 Inhoud Vóór gebruik... 2 1. Informatie over de DA-30501... 2 2. Systeemeisen... 2 3. Overzicht... 2 Aan de slag... 3 1. De batterij van de

Nadere informatie

Extra handset met lader. Gebruiksaanwijzing

Extra handset met lader. Gebruiksaanwijzing Phoenix 300 Extra handset met lader Gebruiksaanwijzing Inhoud verpakking Controleer de inhoud van de verpakking voordat u de gebruiksaanwijzing doorneemt. In de verpakking moet u het volgende aantreffen:

Nadere informatie

Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud

Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Lees de gebruikershandleiding voor gebruik zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de verschillende functies van uw autoalarm. Deze handleiding beschrijft de functies

Nadere informatie

OptiPen Pro 1. informatiebrochure

OptiPen Pro 1. informatiebrochure OptiPen Pro 1 informatiebrochure INHOUDSOPGAVE OptiPen Pro 1 instructies 4 Voordat u Lantus toedient met de OptiPen Pro 1 7 Het toedienen van Lantus /Apidra met de OptiPen Pro 1 8 Algemene aanwijzingen

Nadere informatie

DIGITAL DOOR VIEWER GEBRUIKERSHANDLEIDING

DIGITAL DOOR VIEWER GEBRUIKERSHANDLEIDING DIGITAL DOOR VIEWER GEBRUIKERSHANDLEIDING Let op: 1. Lees voor gebruik eerst deze handleiding 2. Demonteer de camera of de hoofdunit niet. 3. Ga zorgvuldig te werk. 4. Wij raden u aan om regelmatig een

Nadere informatie

CADD Solis VIP pomp. uw behandeling thuis

CADD Solis VIP pomp. uw behandeling thuis CADD Solis VIP pomp uw behandeling thuis Bij uw behandeling is het mogelijk om (een deel van) de medicijnen thuis te krijgen via de CADD SOLIS VIP pomp. Via deze pomp krijgt u via het bloed het medicijn

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Guide de l utilisateur Bedienungsanleitung User s Manual FXA-90

Gebruiksaanwijzing Guide de l utilisateur Bedienungsanleitung User s Manual FXA-90 Gebruiksaanwijzing Guide de l utilisateur Bedienungsanleitung User s Manual FXA-90 NL Om deze noodknop te kunnen gebruiken, moet een SIM-kaart worden geplaatst (niet meegeleverd). Zonder een SIM-kaart

Nadere informatie

SingStar Microphone Pack Gebruiksaanwijzing. SCEH-0001 7010521 2010 Sony Computer Entertainment Europe

SingStar Microphone Pack Gebruiksaanwijzing. SCEH-0001 7010521 2010 Sony Computer Entertainment Europe SingStar Microphone Pack Gebruiksaanwijzing SCEH-0001 7010521 2010 Sony Computer Entertainment Europe Bedankt voor het aanschaffen van het SingStar Microphone Pack. Lees voor u dit product gaat gebruiken

Nadere informatie

TYRECONTROL A-186. Gebruikershandleiding (NL)

TYRECONTROL A-186. Gebruikershandleiding (NL) TYRECONTROL A-186 Gebruikershandleiding (NL) 2 Uitvoering De TYRECONTROL dient speciaal voor de controle op de banden van uw voertuig. De TYRECONTROL heeft de volgende functies: - Het meten en opslaan

Nadere informatie

Beknopte instructies Gallery 210 ES

Beknopte instructies Gallery 210 ES Beknopte instructies Gallery 210 ES 1 595258000 2011.10 Onderdelen van de machine Behuizingdeur Display Behuizing Deurslot Koppenstation Bedieningsmodule Koppenplateau Kannenplateau Koffiecontainer Instant-ingrediëntcontainer

Nadere informatie

Oplossingen voor niet-functionerende Bridgemate

Oplossingen voor niet-functionerende Bridgemate Document revisie: 1.1 Publicatiedatum: juli 2004 Oplossingen voor niet-functionerende Bridgemate Het kan voorkomen dat een Bridgemate niet functioneert naar behoren. Er kunnen hier verschillende oorzaken

Nadere informatie

Wij danken u hartelijk voor de aankoop van uw LivingLight Color Player 4 en/of Color Player 4 receiver.

Wij danken u hartelijk voor de aankoop van uw LivingLight Color Player 4 en/of Color Player 4 receiver. LivingLight COLOR PLAYER 4 EN COLOR PLAYER 4 RECEIVER Wij danken u hartelijk voor de aankoop van uw LivingLight Color Player 4 en/of Color Player 4 receiver. De LivingLight producten zijn speciaal ontwikkeld

Nadere informatie

Art-No NL Handleiding

Art-No NL Handleiding Art-No. 18141 NL Handleiding Art-No. 18142 Digitale momentsleutel Art.nr. 18141 3/8 aandrijving, 17-170 Nm Art.nr. 18142 1/2 aandrijving, 20-200 Nm Handleiding Inhoud verpakking: Momentsleutel Batterijen,

Nadere informatie

SmartHome Huiscentrale

SmartHome Huiscentrale installatiehandleiding SmartHome Huiscentrale Vervanging voor Egardia Huiscentrale (model GATE-01) INSTALLATIEHANDLEIDING SMARTHOME HUISCENTRALE Website Egardia www.egardia.com Klantenservice Meer informatie

Nadere informatie

Insulinepomptherapie was nog nooit zo eenvoudig.

Insulinepomptherapie was nog nooit zo eenvoudig. Insulinepomptherapie was nog nooit zo eenvoudig. Accu-Chek insulinepomptherapie Niet iedere dag is hetzelfde. Afwisseling maakt het leven leuk, maar vraagt ook om de nodige flexibiliteit voor mensen met

Nadere informatie

Nokia Mini Speakers MD /1

Nokia Mini Speakers MD /1 Nokia Mini Speakers MD-8 9209474/1 7 2008 Nokia. Alle rechten voorbehouden. Nokia, Nokia Connecting people en het logo van Nokia Original Accessories zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van

Nadere informatie

Bedieningshandleiding voor de Exocompact Display

Bedieningshandleiding voor de Exocompact Display Bedieningshandleiding voor de Exocompact Display Copyright RETEG b.v. Bedieningshandleiding voor de Display s 1 Rev 2.0, 06-07-2006 1 Inhoudsopgave 1 INHOUDSOPGAVE... 2 2 INTRODUCTIE... 3 2.1 BEVEILIGING...

Nadere informatie

VOORDAT U DE HEADSET VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT

VOORDAT U DE HEADSET VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT VOORDAT U DE HEADSET VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT - Dient de hoofdtelefoon aan uw mobiele telefoon te worden gepaard. Zie paragraaf BLUETREK Skin paren in deze handleiding. Inleiding Deze BLUETREK Skin-headset

Nadere informatie

Hoofdbediening CO 2. RF en Uitbreidingssensor CO 2. RF Handleiding voor de gebruiker. Verwarming Koeling Ventilatie Filtering

Hoofdbediening CO 2. RF en Uitbreidingssensor CO 2. RF Handleiding voor de gebruiker.  Verwarming Koeling Ventilatie Filtering Hoofdbediening RF en Uitbreidingssensor RF Handleiding voor de gebruiker In de Kasbah geplaatst in het voorjaar 2015 Verwarming Koeling Ventilatie Filtering www.dekasbah.nl Inhoudsopgave 1. Introductie

Nadere informatie

Harde schijf (met montagebeugel) Gebruiksaanwijzing

Harde schijf (met montagebeugel) Gebruiksaanwijzing Harde schijf (met montagebeugel) Gebruiksaanwijzing CECH-ZHD1 7020228 Compatibele hardware PlayStation 3-systeem (CECH-400x-serie) Voorzorgsmaatregelen Lees om veilig gebruik van dit product te garanderen

Nadere informatie

Verkorte Gebruiker Handleiding

Verkorte Gebruiker Handleiding Verkorte Gebruiker Handleiding Inhoud Algemeen... 3 Het keypad... 3 Functietoetsen... 4 Cijfertoetsen... 4 Navigatietoetsen... 4 LCD scherm... 4 Signalisatie LED s... 6 Noodtoetsen... 6 De verschillende

Nadere informatie