Nationale Beoordelingsrichtlijn
|
|
|
- Bert van der Berg
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Inclusief wijzigingsblad d.d BRL november 2012 Nationale Beoordelingsrichtlijn Voor het KOMO productcertificaat en/of NL-BSB productcertificaat voor Straatbaksteen Vastgesteld door CvD (Keramische producten) d.d. 27 juni 2012 Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting Bouwkwaliteit d.d. 16 november 2012
2 Voorwoord Kiwa Deze Nationale Beoordelingsrichtlijn is opgesteld door het College van Deskundigen Keramische Producten van Kiwa, waarin belanghebbende partijen op het gebied van Straatbaksteen zijn vertegenwoordigd. Dit college begeleidt ook de uitvoering van certificatie en stelt zonodig deze Nationale Beoordelingsrichtlijn bij. Waar in deze Nationale Beoordelingsrichtlijn sprake is van College van Deskundigen is daarmee bovengenoemd college bedoeld. Deze Nationale Beoordelingsrichtlijn zal door Kiwa worden gehanteerd in samenhang met het Kiwa-Reglement voor Productcertificatie. In dit reglement is de door Kiwa gehanteerde werkwijze vastgelegd bij de uitvoering van het onderzoek ter verkrijging van het productcertifcaat, alsmede de werkwijze bij de externe controle. Informatie betreffende de publiekrechtelijke producteisen en bepalingsmethoden, voortvloeiend uit de Europese regelgeving, is opgenomen in hoofdstuk 4 en 5 van deze beoordelingsrichtlijn. Bindend verklaring Deze beoordelingsrichtlijn is door Kiwa bindend verklaard per 16 november Kiwa Nederland B.V. Sir Winston Churchilllaan 273 Postbus AB RIJSWIJK Tel Fax [email protected] Kiwa N.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Onverminderd de aanvaarding van de Beoordelingsrichtlijn door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting Bouwkwaliteit als Nationale Beoordelingsrichtlijn berusten alle rechten bij Kiwa. Het gebruik van deze Beoordelingsrichtlijn door derden, voor welk doel dan ook, is uitsluitend toegestaan nadat een schriftelijke overeenkomst met Kiwa is gesloten waarin het gebruiksrecht is geregeld
3 Inhoud Voorwoord Kiwa 1 Inhoud 2 1 Inleiding Algemeen Toepassingsgebied CE-markering Acceptatie van door de leverancier geleverde onderzoeksrapporten Certificaat 7 2 Terminologie Definities 8 3 Procedure voor het verkrijgen van een kwaliteitsverklaring Toelatingsonderzoek Certificaatverlening Uitbreidingsonderzoek 9 4 Besluit bodemkwaliteit gerelateerde eisen en bepalingsmethoden Algemeen 11 5 Producteisen en bepalingsmethoden Algemeen Eisen gerelateerd aan annex ZA van NEN-EN 1344 voor CE markering die niet worden aangestuurd door het Bouwbesluit Brandreactie, NEN-EN 1344, annex ZA Uitwendig brandgedrag, NEN-EN 1344, annex ZA Afgifte van asbest, NEN-EN 1344, annex ZA Transversale breukbelasting en buigtreksterkte, NEN-EN 1344, annex ZA Glij/slip weerstand, NEN-EN 1344, annex ZA Warmtegeleiding, NEN-EN 1344, annex ZA Vorst/dooi weerstand, NEN-EN 1344, annex ZA CE markering, NEN-EN 1344, annex ZA Eisen gerelateerd aan NEN-EN 1344 die geen deel uitmaken van de annex ZA Vorm en uiterlijk Kwaliteit A Kwaliteit AG Kwaliteit D Zichtvlak Structuur en doorbakkenheid Kwaliteit A
4 Kwaliteit AG Kwaliteit D Afmetingen en maatafwijkingen Minimale afmetingen Werkmaten Maatafwijkingen Slijtweerstand Afgifte van formaldehyde Zuurbestandheid Eisen uit normatieve documenten en door het CVD opgestelde eisen die niet onder de CPD vallen Wateropneming Kromheid Referentiemonster Vaststellen referentiemonster Geldigheid referentiemonster Nabewerken Eindkeuring en beproeving civieltechnische eisen Eindkeuring Beproeving civieltechnische eisen Structuur en doorbakkenheid Keuringsaanvraag Registratie Keuringsdocument Certificatiemerk 21 6 Eisen aan het kwaliteitssysteem Algemeen Beheerder van het kwaliteitssysteem Interne kwaliteitsbewaking/kwaliteitsplan Procedures en werkinstructies Overige eisen te stellen aan het kwaliteitssysteem Kwaliteitsbeleid Organisatie Beoordeling door de directie Beheersing van documenten Productidentificatie Keurings- meet- en beproevingsmiddelen Registratie en verwerking kwaliteitsgegevens Ingangscontrole op grondstoffen Procescontrole Opleiding Bereikbaarheid tassen of charges Keurings- en beproevingsstadium Beheersing van producten met tekortkomingen Civieltechnische eigenschappen Milieuhygiënische eigenschappen
5 6.13 Behandeling, opslag, verpakking en aflevering Verwerkingsvoorschriften Klachtenprocedure 26 7 Samenvatting onderzoek en controle Onderzoeksmatrix Controle op het kwaliteitssysteem Weging van tekortkomingen 28 8 Eisen aan de certificatie-instelling Algemeen Certificatiepersoneel Kwalificatie-eisen Kwalificatie Rapport toelatingsonderzoek Beslissing over certificaatverlening Uitvoeringsvorm kwaliteitsverklaring Aard en frequentie van externe controles Controle kwaliteitssysteem Tasveldcontrole Verificatie-onderzoek straatbaksteen Rapportage aan College van Deskundigen Interpretatie van eisen 33 9 Lijst van vermelde documenten Publiekrechtelijke regelgeving Besluit bodemkwaliteit Normen / normatieve documenten: 34 Bijlagen I II III IV V VI Model IKB-schema Afmetingen en maatafwijkingen Methode voor het bepalen van de kromheid Kwaliteitsregistratie Wettelijke eisen ten behoeve van de CE-markering van het product (ter informatie) Omgang toelating en jaarlijkse keuring alle formaten - 4 -
6 VII VIII IX X NL-BSB productcertificaat Onvolkomenheden Aanvraag voor keuringen van straatbaksteen Besluit bodemkwaliteit - 5 -
7 1 Inleiding 1.1 Algemeen De in deze beoordelingsrichtlijn opgenomen eisen worden door certificatieinstellingen, die hiervoor erkend zijn door de Raad voor Accreditatie, gehanteerd bij de behandeling van een aanvraag voor c.q. de instandhouding van een productcertificaat voor Straatbaksteen. De af te geven kwaliteitsverklaring wordt aangeduid als KOMO productcertificaat en/of NL-BSB productcertificaat. Een NL-BSB productcertificaat verklaart alleen dat voldaan wordt aan de milieuhygiënische eisen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit, terwijl het KOMO productcertificaat verklaart dat ook aan de civieltechnische eisen wordt voldaan. Het techniekgebied van de BRL is: D2, Keramische producten. Naast de eisen die in deze beoordelingsrichtlijn zijn vastgelegd, stellen de certificatieen attesteringsinstellingen aanvullende eisen, in de zin van algemene procedure-eisen van certificatie en attestering, zoals vastgelegd in het algemeen certificatie- en attesteringsreglement van de betreffende instelling. Deze beoordelingsrichtlijn vervangt BRL 2360 d.d. 15 augustus De kwaliteitsverklaringen die op basis van die beoordelingsrichtlijn zijn afgegeven verliezen in elk geval hun geldigheid op 1 oktober Bij de uitvoering van certificatiewerkzaamheden zijn de certificatie-instellingen gebonden aan de eisen die in het hoofdstuk Eisen aan certificatie-instellingen zijn vastgelegd. 1.2 Toepassingsgebied De straatbakstenen zijn bestemd om te worden toegepast als bestrating, zowel binnen als buiten in ongebonden open bestratingen. Toelichting: De producten voldoen ook aan de eisen voor gebonden gesloten bestrating. Straatbaksteen wordt hoofdzakelijk uit klei vervaardigd. Middels een temperatuurbehandeling van tenminste 900 C gedurende meerdere uren tot een dag ontstaan straatbakstenen die als duurzaam vormvast zijn aan te merken. 1.3 CE-markering Op (een deel van) de producten vallende onder deze beoordelingsrichtlijn is de geharmoniseerde Europese norm NEN-EN1344 van toepassing. Toelichting Het niveau van conformiteitsverklaring (AoC 1 level) voor de CE markering is 4: Dit betekent dat er geen enkele controle is door een Notified Body op de uitspraken van de leverancier in het kader van de CE markering óf op de productie van straatbakstenen. 1 Na 1 juli 2013 te lezen als AVCP (Assessment and verification of constancy of performance)
8 1.4 Acceptatie van door de leverancier geleverde onderzoeksrapporten Indien door de leverancier rapporten van onderzoekinstellingen of laboratoria worden overgelegd om aan te tonen dat aan de eisen van de BRL wordt voldaan, zal moeten worden aangetoond dat deze zijn opgesteld door een instelling die voldoet aan de van toepassing zijnde accreditatienorm, te weten: NEN-EN-ISO/IEC voor laboratoria; NEN-EN-ISO/IEC voor inspectie-instellingen; NEN-EN voor certificatie-instellingen die producten certificeren; NEN-EN ISO/IEC voor certificatie-instellingen die systemen certificeren; NEN-EN-ISO/IEC voor certificatie-instellingen die personen certificeren. De instelling wordt geacht aan deze criteria te voldoen wanneer een accreditatiecertificaat kan worden overgelegd, afgegeven door de Raad voor Accreditatie (RvA) of een accreditatie-instelling waarmee de RvA een overeenkomst van wederzijdse acceptatie heeft gesloten. Deze accreditatie moet betrekking hebben op het voor deze BRL vereiste onderzoek. Indien geen accreditatiecertificaat kan worden overgelegd, zal de certificatieinstelling zelf verifiëren of aan de accreditatienorm is voldaan, of het desbetreffende onderzoek opnieuw zelf (laten) uitvoeren. 1.5 Certificaat De op basis van deze BRL af te geven kwaliteitsverklaring wordt aangeduid als KOMO productcertificaat en/of NL-BSB productcertificaat. De modeltekst van het voorblad van het KOMO productcertificaat en NL-BSB productcertificaat zijn beschikbaar op de website van de Stichting KOMO (
9 2 Terminologie 2.1 Definities In deze beoordelingsrichtlijn wordt verstaan onder: Producent: diegene die de straatbakstenen produceert. Leverancier: de partij die er voor verantwoordelijk is dat de producten bij voortduring voldoet aan de in deze BRL gestelde eisen; Contractpartner: diegene die de straatbakstenen inkoopt bij de producent. Eindgebruiker: de persoon of instantie die de feitelijke (economische) eigenaar van de straatbakstenen wordt. Directievoerder: een door de eindgebruiker afgevaardigde partij of persoon. IKB-schema: een beschrijving van de door de leverancier uitgevoerde kwaliteitscontroles, als onderdeel van zijn kwaliteitssysteem; IKB-schema: een beschrijving van de door de producent uitgevoerde kwaliteitscontroles, als onderdeel van zijn kwaliteitssysteem. Keuringscommissie: een keuringscommissie bestaat uit minimaal twee inspecteurs van de CI aangevuld met vertegenwoordigers van afnemers. Keuringsdocument: een document waarop het onderscheid tussen kwaliteit A en D en de productspecificaties van goedgekeurde tassen of charges straatbaksteen staan aangegeven. Kwaliteit: de mate waarin een geheel van eigenschappen en kenmerken voldoet aan de eisen. Losplaats/projectlocatie: volledige gegevens van de locatie waar de straatbakstenen worden verwerkt. Dit moet bestaan uit plaats en straat of plaats en projectnaam. Productgroep: sorteringen met dezelfde grondstofreceptuur kunnen voor de milieuhygiënische aspecten worden samengevoegd tot productgroepen. Tas: productie van maximaal stenen van dezelfde wateropnemingsklasse en formaat. Charge: een aaneengesloten productie van dezelfde wateropnemingsklasse, formaat en werkmaat, verdeeld in deelpartijen van maximaal straatbakstenen. Werkmaat: de door de producent voor de keuring gedeclareerde afmetingen (lengte, breedte en hoogte) van een tas of charge straatbakstenen. Zichtvlak: zijde van de straatbaksteen die tijdens het gebruik in zicht blijft. Overige begrippen en definities in het kader van het Besluit bodemkwaliteit zijn opgenomen in bijlage X
10 3 Procedure voor het verkrijgen van een kwaliteitsverklaring 3.1 Toelatingsonderzoek Het door de certificatie-instelling uit te voeren toelatingsonderzoek vindt plaats aan de hand van de in deze beoordelingsrichtlijn opgenomen prestatie- en producteisen inclusief beproevingsmethoden en omvatten, afhankelijk van de aard van het te certificeren product: (Monster)onderzoek, om vast te stellen of de producten voldoen aan de producten/of prestatie-eisen; Beoordeling van het productieproces; Beoordeling van het kwaliteitssysteem en het IKB-schema; Toetsing op de aanwezigheid en het functioneren van de overige vereiste procedures. Beoordeling van de verwerkingsvoorschriften van de leverancier. Een toelating voor een: NL-BSB certificaat bestaat uit 1 bedrijfsbezoek; KOMO-productcertificaat bestaat uit 2 bedrijfsbezoeken. In het kader van de gemeenschappelijke toelating met betrekking tot het Besluit bodemkwaliteit wordt bij elke nieuwe producent een monster getrokken voor onderzoek op organische en anorganische componenten. Het monster bestaat uit 3 straatbakstenen met een gemiddelde-, hoge- en lage wateropneming welke representatief zijn voor de te onderzoeken productie. De producent moet de gedeclareerde waarden en klassen per kwaliteit vastleggen van de verschillende onder certificaat te leveren kwaliteiten straatbakstenen. Dit overzicht van declaraties wordt ook aan het externe laboratorium (bijvoorbeeld TCKI) gestuurd. Van de te certificeren straatbakstenen worden monsters extern onderzocht op fysische en mechanische eigenschappen. 3.2 Certificaatverlening Na afronding van het toelatingsonderzoek worden de resultaten voorgelegd aan de beslisser. Deze beoordeelt de resultaten en stelt vast of het certificaat kan worden verleend of dat aanvullende gegevens en/of onderzoeken nodig zijn voordat het certificaat kan worden verleend. 3.3 Uitbreidingsonderzoek In de volgende gevallen is sprake van een uitbreidingsonderzoek: Nieuwe formaat/klasse/declaraties; Nieuwe/gewijzigde grondstoffen; Nieuwe/gewijzigde productiemethode; Nieuwe/gewijzigde drogerij; Nieuwe/aanvullende oven. De omvang van het uitbreidingsonderzoek is afhankelijk van de aard van de uitbreiding
11 De benodigde onderzoeken worden in het bijzijn van en door de certificatie-instelling uitgevoerd. Indien nodig kan een deel van het onderzoek worden uitgevoerd in een extern laboratorium
12 4 Besluit bodemkwaliteit gerelateerde eisen en bepalingsmethoden 4.1 Algemeen De aan het Besluit bodemkwaliteit gerelateerde eisen en beproevingsmethoden zijn opgenomen in bijlage X
13 5 Producteisen en bepalingsmethoden 5.1 Algemeen In dit hoofdstuk zijn de overige producteisen opgenomen, waaraan straatbakstenen moeten voldoen, evenals de bepalingsmethoden om vast te stellen dat aan de eisen wordt voldaan. Dit betreft: Eisen gerelateerd aan annex ZA van NEN-EN 1344 voor CE markering die niet worden aangestuurd door het Bouwbesluit. Eisen gerelateerd aan NEN-EN 1344 die geen deel uitmaken van de annex ZA Eisen uit andere normatieve documenten en door het CvD opgestelde eisen die niet onder de CPD vallen. 5.2 Eisen gerelateerd aan annex ZA van NEN-EN 1344 voor CE markering die niet worden aangestuurd door het Bouwbesluit De eisen zullen onderdeel uitmaken van de technische specificatie van het product, die wordt opgenomen in het productcertifcaat Brandreactie, NEN-EN 1344, annex ZA Eis: De brandreactie van de producten dient te zijn vastgesteld. Bepalingsmethode De brandreactie van straatbaksteen voldoet conform artikel van NEN-EN 1344 aan klasse A1. Productcertificaat In het KOMO productcertificaat staat de euroklasse van de bijdrage tot brandvoortplanting volgens NEN-EN van de producten vermeld Uitwendig brandgedrag, NEN-EN 1344, annex ZA Eis: Het uitwendig brandgedrag van de producten moet voldoen aan artikel van NEN-EN Bepalingsmethode Het uitwendig brandgedrag van straatbaksteen wordt conform artikel van NEN-EN 1344 geacht te voldoen aan de eis. Productcertificaat In het KOMO productcertificaat staat vermeldt dat straatbakstenen die als dakbedekking worden gebruikt geacht worden te voldoen aan de eisen voor uitwendig brandgedrag Afgifte van asbest, NEN-EN 1344, annex ZA Eis: Straatbaksteen mag overeenkomstig artikel 4.8 van NEN-EN 1344 geen asbest bevatten
14 5.2.4 Transversale breukbelasting en buigtreksterkte, NEN-EN 1344, annex ZA Eis: De transversale breukbelasting van straatbaksteen kwaliteit A, moet voldoen aan klasse T4 volgens artikel 4.4, tabel 3 van NEN-EN De gemiddelde buigtreksterkte van straatbaksteen kwaliteit A, moet 6,0 MPa of hoger zijn. De laagste waarde van de buigtreksterkte moet ten minste 4,0 MPa bedragen. De transversale breukbelasting van straatbaksteen kwaliteit D, moet minimaal voldoen aan klasse T1 volgens artikel 4.4, tabel 3 van NEN-EN Bepalingsmethode De transversale breukbelasting en de buigtreksterkte moeten worden bepaald volgens bijlage D van NEN-EN Indien er sprake is van een chemische nabehandeling na het bakproces, dan moeten de buigtreksterkte en de transversale breukbelasting bepaald worden op de nabehandelde én op de onbehandelde straatbaksteen. Productcertificaat In het KOMO productcertificaat staat de transversale breukbelasting en de breukbelasting van de producten vermeld Glij/slip weerstand, NEN-EN 1344, annex ZA Eis De ongepolijste glij/slip weerstandswaarde (USRV) van straatbaksteen van kwaliteit A en D moet tenminste 55 zijn (klasse U3) volgens artikel 4.6.2, tabel 5 van NEN-EN De duurzaamheid van de glij/slip weerstand van straatbaksteen van kwaliteit A en D moet ten minste 45 zijn (klasse U2) volgens artikel 4.6.2, tabel 5 van NEN-EN Bepalingsmethode De ongepolijste glij/slip weerstandswaarde moet worden bepaald volgens bijlage F van NEN-EN Indien er sprake is van een chemische nabehandeling na het bakproces, dan moet de ongepolijste glij/slip weerstandswaarde bepaald worden op de nabehandelde én de onbehandelde straatbaksteen. De duurzaamheid van de glij/slip weerstand moet worden bepaald volgens NVN- ENV Productcertificaat In het KOMO productcertificaat staat de glij/slip weerstand van de producten vermeld Warmtegeleiding, NEN-EN 1344, annex ZA Eis: Indien straatbakstenen binnenshuis worden toegepast en indien dit wordt vereist, moet de warmtegeleiding van de producten worden vastgesteld conform artikel 4.6 van NEN-EN
15 Bepalingsmethode De warmtegeleiding wordt bepaald conform tabel A.1 van NEN-EN Productcertificaat In het KOMO productcertificaat staat de warmtegeleiding van de producten vermeld Vorst/dooi weerstand, NEN-EN 1344, annex ZA Eis: Straatbakstenen van kwaliteit A en D moeten vorstbestand zijn en voldoen aan klasse FP100 volgens artikel 4.3 van NEN-EN Bepalingsmethode De vorst/dooi weerstand van straatbaksteen moet worden bepaald volgens bijlage C van NEN-EN De frequentie van de vorst/dooi weerstands beproeving wordt vastgesteld op 4 formaten per jaar. Indien bij een fabriek na één jaar (4 beproevingen) geen afkeur voor de vorst/dooi weerstandsbeproeving heeft plaatsgevonden, kan de frequentie worden verlaagd naar 1 beproeving per jaar, wisselend van formaat. Bij een afkeur wordt de frequentie verhoogd naar 4 beproevingen per jaar. Indien er sprake is van een chemische nabehandeling na het bakproces, dan moet de vorst/dooi bestandheid bepaald worden op de nabehandelde én onbehandelde straatbaksteen. Productcertificaat In het KOMO productcertificaat staat de vorst/dooi weerstand van de producten vermeld CE markering, NEN-EN 1344, annex ZA De CE markering moet worden aangebracht conform Annex ZA van NEN-EN 1344 en Guidence paper D CE marking under the Construction Products Directive. 5.3 Eisen gerelateerd aan NEN-EN 1344 die geen deel uitmaken van de annex ZA De eisen zullen onderdeel uitmaken van de technische specificatie van het product, die wordt opgenomen in het KOMO productcertificaat Vorm en uiterlijk Kwaliteit A Eis: Straatbaksteen van kwaliteit A moet regelmatig van vorm en uiterlijk zijn. In een aselect monster van 10 straatbakstenen mag 1 exemplaar voorkomen met enig gebrek in vorm of uiterlijk ten gevolge van het productieproces, afwijkend van het referentiemonster. Bij twijfel moet de steekproef worden getoetst aan het referentiemonster. Bepalingsmethode: Vorm en uiterlijk worden bepaald conform artikel
16 Kwaliteit AG Straatbaksteen van kwaliteit AG hoeft niet regelmatig van vorm en uiterlijk te zijn, maar heeft minimaal één zichtvlak welke regelmatig van uiterlijk is. In een aselect monster van 10 straatbakstenen mag 1 exemplaar voorkomen waarvan het zichtvlak enige gebrek in uiterlijk vertoont ten gevolge van het productieproces, afwijkend van het referentie monster. Bij twijfel kan het monster worden getoetst aan het referentiemonster. Opmerking: Straatbaksteen met één zichtvlak welke bepaald is door vorm en/of productiemethode, zoals strengpersstenen of formaten met vellingkant, kunnen aan kwaliteit A voldoen. Bepalingsmethode: Vorm en uiterlijk worden bepaald conform artikel Kwaliteit D Straatbaksteen van kwaliteit D hoeft niet regelmatig van vorm en uiterlijk te zijn. Het procentuele aantal staatbakstenen dat afwijkt met betrekking tot vorm en uiterlijk wordt op het keuringsdocument gespecificeerd. Bepalingsmethode: Vorm en uiterlijk worden bepaald conform artikel Zichtvlak Het (de) zichtvlak(ken) van de straatbaksteen moet(en) vastgelegd zijn Structuur en doorbakkenheid Kwaliteit A Eis: Straatbaksteen van kwaliteit A moet, in overeenstemming met bijlage VIII, regelmatig van structuur en gelijkmatig doorbakken zijn. In een monster van 100 stuks straatbakstenen van kwaliteit A, dat aselect uit de tas of deelpartij van een charge straatbakstenen is getrokken, mogen niet meer dan 5 exemplaren voorkomen met onvolkomenheden zoals aangegeven in bijlage VIII. Bepalingsmethode De structuur en doorbakkenheid moeten worden bepaald conform artikel Kwaliteit AG Eis: Straatbaksteen van kwaliteit AG moet, in overeenstemming met bijlage VIII, regelmatig van structuur en gelijkmatig doorbakken zijn met uitzondering van artikel 2.10 vormafwijkingen. In een monster van 100 stuks straatbakstenen van kwaliteit AG, dat aselect uit een tas of deelpartij van een charge straatbakstenen is getrokken, mogen niet meer dan 5 exemplaren voorkomen met onvolkomenheden zoals aangegeven in VIII. Bepalingsmethode De structuur en doorbakkenheid moeten worden bepaald conform artikel
17 Kwaliteit D Eis: In straatbaksteen van kwaliteit D mag met betrekking tot structuur en doorbakkenheid een groter percentage onvolkomenheden voorkomen zoals aangegeven in bijlage VIII. Het percentage en aard van de onvolkomenheden, zoals aangegeven in bijlage VIII, wordt op het keuringsdocument gespecificeerd. Bepalingsmethode De structuur en doorbakkenheid moeten worden bepaald conform artikel Afmetingen en maatafwijkingen Minimale afmetingen In tabel a van bijlage II zijn de in Nederland gangbare standaard straatbaksteenformaten aangegeven met de bijbehorende minimale afmetingen en in tabel b van bijlage II, de toegestane maatafwijkingen per afmeting Werkmaten Per tas of charge wordt een werkmaat door de fabrikant gedeclareerd. De declaratie van de werkmaat gebeurt door de producent, vóór de keuring van de tas of charge door de keuringscommissie (Zie ook artikel 6.13) Maatafwijkingen Eis: De gemiddelde maat van straatbaksteen kwaliteit A en D moet voldoen aan artikel van NEN-EN De maatspreiding voor de lengte van straatbaksteen voor kwaliteit A moet voldoen aan klasse R1 volgens artikel van NEN-EN De maatspreiding voor de breedte en hoogte moeten worden gespecificeerd door de producent volgens tabel b van bijlage II. De maatspreiding voor straatbaksteen voor kwaliteit D moet door de producent worden gespecificeerd volgens tabel b van bijlage II (b.v. 1,0 d). Bepalingsmethode De gemiddelde maat en de maatspreiding worden bepaald conform bijlage B van NEN-EN Productcertificaat In het KOMO productcertificaat staan de gemiddelde maat en de maatspreiding van de producten vermeld Slijtweerstand Eis: De slijtweerstand van straatbaksteen van kwaliteit A wateropnemingsklasse 0-4 en 4-12 moet kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 1100 mm 3 (klasse A2) volgens artikel 4.5 van NEN-EN De slijtweerstand van straatbaksteen van kwaliteit A wateropnemingsklasse 4-16 en kwaliteit D moet kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 2100 mm 3 (klasse A1) volgens artikel 4.5 van NEN-EN Bepalingsmethode De slijtweerstand moet worden bepaald volgens bijlage E van NEN-EN
18 Indien er sprake is van een chemische nabehandeling na het bakproces, dan moet de slijtweerstand bepaald worden op de nabehandelde én de onbehandelde straatbaksteen. Productcertificaat In het KOMO productcertificaat staat de slijtweerstand van de producten vermeld Afgifte van formaldehyde Straatbaksteen mag geen formaldehyde bevatten. Overeenkomstig artikel 4.9 van NEN-EN 1344 mag een na de vervaardiging aangebrachte coating geen formaldehyde bevatten of formaldehyde afscheiden zodat de veiligheidsniveaus overschreden worden Zuurbestandheid Eis: Indien er in verkeersgebieden als gevolg van incidenteel morsen van zuur een eis van kracht is voor de zuurbestandheid, moet voldaan worden aan artikel 4.11 van NEN- EN 1344 worden voldaan. Bepalingsmethode De zuurbestandheid moet worden bepaald volgens bijlage G van NEN-EN Productcertificaat In het KOMO productcertificaat wordt opgenomen dat producten die aan de eis van zuurbestandheid voldoen, gemerkt worden met klasse C. 5.4 Eisen uit normatieve documenten en door het CVD opgestelde eisen die niet onder de CPD vallen Dit betreft eisen vastgesteld door het CVD Keramische producten. De eisen zullen onderdeel uitmaken van de technische specificatie van het product, die wordt opgenomen in het productcertificaat Wateropneming Eis: Straatbaksteen wordt ingedeeld in een van de wateropnemingsklassen zoals genoemd in tabel 1. De wateropneming van straatbaksteen moet voldoen aan de door de producent opgegeven klasse. Tabel 1: Kwaliteit 1) Klasse Keuringscriterium (steekproef van 10 exemplaren) Gemiddelde wateropneming (m/m) Niet meer dan 1 exemplaar met een wateropneming: (grenzen in massaprocenten (m/m) volgens EN 771-1) A > > > 9 D > > > 6 J > 9 Specificatie producent 2) 1) Straatbakstenen welke getrokken zijn worden voorzien van de toevoeging G. 2) Indien voor kwaliteit D een andere klasse ter keuring wordt aangeboden, moet eerst, door onderzoek, het keuringscriterium, behorende bij de klasse worden vastgesteld
19 Bepalingsmethode De wateropneming van straatbaksteen wordt bepaald volgens bijlage C van NEN-EN Productcertificaat In het KOMO productcertificaat staat de wateropneming van de producten vermeld Kromheid Eis: In een a-select monster van 20 stuks van kwaliteit A, mag één exemplaar voorkomen waarvan de kromheid groter is dan 2 mm. Aan kwaliteit D en getrokken straatbakstenen (toevoeging G) wordt geen eis aan de kromheid gesteld. Bepalingsmethode De kromheid van straatbaksteen moet bepaald worden overeenkomstig bijlage III. Deze bepaling is facultatief en hoeft alleen te worden uitgevoerd als er twijfel bestaat over de kromheid van een partij straatbakstenen Referentiemonster Per formaat wordt door de producent een referentiemonster samengesteld van 10 straatbakstenen, welke representatief is voor de toegepaste productiemethode. In het referentiemonsters mogen afwijkingen voorkomen, welke inherent zijn aan het productieproces. Opmerking: Indien binnen één formaat verschillende kleirecepturen voorkomen, die na bakken van de straatbakstenen significante vormverschillen geven, moet voor dat formaat door de producent per kleireceptuur een referentiemonster worden samengesteld. Straatbakstenen voorzien van een vellingkant in het zichtvlak worden beschouwd als een apart formaat. Het referentiemonster bevat straatbakstenen die qua vorm en uiterlijk de kwaliteit A van straatbakstenen weergeven. Afwijkingen die in een tas of een deelpartij van een charge straatbakstenen kunnen voorkomen, zoals in bijlage VIII en in artikel van BRL 2360 zijn vastgelegd, zijn niet in het referentiemonster vertegenwoordigd. Het referentiemonster heeft geen betrekking op kleurafwijkingen. Indien de afnemer eisen stelt aan kleur of kleurnuances moet dit tussen de afnemer en producent worden overeengekomen Vaststellen referentiemonster Het referentiemonster wordt voorgelegd aan het College van Deskundigen ter accordering. Referentiemonsters die door het College van Deskundigen zijn geaccordeerd, worden door de certificatie-instelling gemerkt en moeten bij de producent worden bewaard in een afgesloten ruimte welke alleen toegankelijk is voor bevoegde personen. Bij gewijzigde of nieuwe formaten moet er direct een gewijzigd of nieuw referentiemonster worden samengesteld en aan het CvD worden voorgelegd
20 Geldigheid referentiemonster Referentiemonsters hebben een geldigheid van 5 jaar. Na 5 jaar worden referentiemonsters opnieuw aan het CvD voorgelegd Nabewerken Bij straatbaksteen die na keuring wordt nabewerkt, wordt het afbrokkelen van de hoeken als gevolg van het nabewerken niet als beschadiging aangemerkt Eindkeuring en beproeving civieltechnische eisen Eindkeuring De keuringen geschieden altijd door minimaal één van de CI-inspecteurs. De leden van de keuringscommissie voeren de keuringen regelmatig uit. Om de deskundigheid van de leden van de keuringscommissie te waarborgen zullen de keuringen regelmatig met twee leden van de keuringscommissie uitgevoerd worden. Om vast te stellen of de producten voldoen aan de eisen van artikel 3 moet een eindkeuring worden verricht. De eindkeuring van de producten wordt uitgevoerd door de certificatie-instelling in het bijzijn van een door de producent aangewezen functionaris. Alle tassen of (deelpartijen van) charges straatbaksteen, vallend onder het toepassingsgebied, moeten op het tasveld (zie artikel 6.11) ter keuring aangeboden worden. De eindkeuring omvat de volgende aspecten: elke aangeboden tas of charge straatbaksteen wordt visueel beoordeeld om vast te stellen of deze regelmatig van vorm en uiterlijk is, e.e.a. overeenkomstig het gewaarmerkte referentiemonster; een aangeboden charge straatbaksteen wordt verdeeld in deelpartij(en) van circa straatbakstenen; elke aangeboden tas of elk deelpartij van een aangeboden charge wordt met een 400 grams stalen hamer afgeklopt om op basis van de klankindicatie de wateropneming (kwaliteit en klasse), onvolkomenheden volgens bijlage VIII, vast te stellen; van elke aangeboden tas of elk deelpartij van een aangeboden charge wordt een aselect monster van 10 producten nagemeten om vast te stellen of deze binnen de daaraan gestelde lengtemaatafwijkingen blijft; Indien het verschil tussen de gemiddelde lengte van de gemeten deelpartijen van een charge groter is dan +/- 1 mm, worden de deelpartijen die niet aan deze eis voldoen apart van de charge gekwalificeerd en voorzien van een eigen tasnummer Beproeving civieltechnische eisen Bij twijfel, naar aanleiding van de eindkeuring volgens artikel , over de kwaliteit van de aangeboden tas of (deelpartij van een) charge straatbaksteen, wordt door de certificatie-instelling een aselect monster getrokken. Minimaal worden de aspecten waar twijfel over bestaat beproefd. Het aantal benodigde straatbakstenen voor de beproeving staan vermeld in tabel Structuur en doorbakkenheid Bij twijfel met betrekking tot structuur en doorbakkenheid, nadat de keuring conform artikel heeft plaats gevonden, wordt het aantal exemplaren met eventuele onvolkomenheden welke in een aselect monster van 100 stuks voorkomen uit de tas of deelpartij van een charge gehaald. Deze stenen worden door een daarvoor
21 geaccrediteerd laboratorium onderzocht op de eventuele onvolkomenheden. De voorkomende onvolkomenheden zijn vastgelegd in bijlage VIII van deze BRL Keuringsaanvraag Voor de aanvraag van de keuringen van straatbakstenen, dient het formulier `Aanvraag voor keuring van straatbakstenen` te worden gebruikt (zie bijlage IX). Dit formulier dient voor de keuring door de producent te worden ingevuld. De keuringsresultaten en eventuele onvolkomenheden (zie en ) moeten door de inspecteur van de CI worden ingevuld Registratie Alle gegevens voortkomend uit eindkeuring en beproeving worden op daarvoor bestemde formulieren geregistreerd Keuringsdocument De certificatie-instelling maakt een keuringsdocument aan, met de onder punt C en D van artikel 6.6 en de in tabel 2 vermelde informatie en verzendt dit naar de eindgebruiker (zie bijlage IV). Indien de eindgebruiker de keuringsdocumenten op naam van de directievoerder wil laten versturen aan de directievoerder, dient de eindgebruiker dit schriftelijk aan de producent mee te delen. De gedelegeerde directievoerder is dan verantwoordelijk voor het doorzenden van de keuringsdocumenten naar de eindgebruiker. Uit het keuringsdocument is duidelijk op te maken of de tassen of charges straatbaksteen geheel goedgekeurd zijn, dan wel op bepaalde aspecten niet voldoen aan de eisen van deze beoordelingsrichtlijn. Op het keuringsdocument is tevens het KOMO -keurmerk aangegeven. Op het keuringsdocument moeten de in tabel 2 aangegeven gegevens worden vermeld. Tabel 2: Eigenschap Kwaliteit A Kwaliteit D Wateropneming 0-4; 4-12; ; 0-20; 4-12; 4-16; Specificatie producent Maatafwijking 0,4 d (d= werkmaat) Specificatie producent Maatspreiding R1 (lengte); Specificatie producent Specificatie producent (breedte en hoogte) Transversale breukbelasting T4 T1 Buigtreksterkte Gem. 6Mpa. Geen eis Laagste waarde 4Mpa Vorst/dooi weerstand FP 100 FP100 Slijtweerstand Wateropnemingsklasse 0-4 en 4-12: A1( 2100 mm3) A2 ( 1100 mm3); Wateropnemingsklasse 4-16: A1 ( 2100 mm3) Ongepolijste glij/slip weerstand U3 ( 55) U3 ( 55) Duurzaamheid van de glij/slip U2 ( 45) U2 ( 45) weerstand Vorm en uiterlijk Regelmatig van vorm en uiterlijk Specificatie producent Structuur en doorbakkenheid Uit 100 exemp. 5 exemp. met onvolkomenheden. Specificatie producent
22 5.5 Certificatiemerk Straatbaksteen moet tenminste per 2000 stenen gemerkt worden zodat de straatbaksteen herleidbaar is tot productielocatie en de productiedatum. Indien straatbaksteen na de keuring voorzien wordt van folie c.q. in deelpakketten wordt neergezet, moeten deze pakketten minimaal voorzien zijn van: een tasnummer; het KOMO of NL-BSB productcertificaatnummer. Vrachtbrieven moeten voorzien zijn van de volgende gegevens: de gegevens zoals genoemd in fase C (zie artikel 6.6 van deze BRL); het KOMO of NL-BSB productcertificaatnummer; het KOMO of NL-BSB merk; vormgegeven bouwstof
23 6 Eisen aan het kwaliteitssysteem 6.1 Algemeen In dit hoofdstuk zijn de eisen opgenomen waaraan het kwaliteitssysteem van de leverancier moet voldoen. De eisen met betrekking tot CE-markering zijn aangegeven in bijlage V. 6.2 Beheerder van het kwaliteitssysteem Binnen de organisatiestructuur moet een functionaris zijn aangewezen die belast is met het beheer van het kwaliteitssysteem. 6.3 Interne kwaliteitsbewaking/kwaliteitsplan De leverancier moet beschikken over een door hem toegepast schema van interne kwaliteitsbewaking (IKB-schema). Ten tijde van het toelatingsonderzoek moet dit schema tenminste 2 maanden functioneren. In dit IKB-schema moet aantoonbaar zijn vastgelegd: welke aspecten door de producent worden gecontroleerd; volgens welke methoden die controles plaatsvinden; hoe vaak deze controles worden uitgevoerd; hoe de controleresultaten worden geregistreerd en bewaard. Dit IKB-schema moet overeenkomen met het in de bijlage I opgenomen raam-ikbschema. De toetsingscriteria voor de te controleren aspecten moeten schriftelijk zijn vastgelegd. 6.4 Procedures en werkinstructies De leverancier moet kunnen overleggen: procedures voor: o de behandeling van producten met afwijkingen; o corrigerende maatregelen bij geconstateerde tekortkomingen; o de behandeling van klachten over geleverde producten en/of diensten; de gehanteerde werkinstructies en controleformulieren. 6.5 Overige eisen te stellen aan het kwaliteitssysteem Kwaliteitsbeleid De directie van de producent moet het bedrijfsbeleid en de bijbehorende doelstellingen, alsmede de verplichtingen ten aanzien van kwaliteit schriftelijk vastleggen in een kwaliteitshandboek. Voorts moet ernaar worden gestreefd de doelstellingen meetbaar te maken Organisatie De verantwoordelijkheden en bevoegdheden, alsmede de onderlinge verhoudingen, van alle personen die betrokken zijn bij de eindkeuring en beproeving civieltechnische eisen, moeten zijn omschreven, evenals de vervanging van deze personen. Taken kunnen bij vervanging zowel opwaarts als neerwaarts overgedragen worden
24 Dit moet tenminste voor de volgende functies geregeld zijn: bedrijfsleider; tasveldbaas; administrateur Beoordeling door de directie Het kwaliteitssysteem moet minimaal 1 keer per jaar door de directie van de producent opnieuw worden beoordeeld en zonodig worden aangepast, teneinde bij voortduring zeker te zijn van de geschiktheid en doeltreffendheid van het systeem. Deze beoordelingen moeten worden geregistreerd en bewaard Beheersing van documenten De producent beheert de documenten, die bij de eindkeuring door de certificatieinstelling worden gebruikt, overeenkomstig zijn procedure voor kwaliteitsregistratie. De producent moet de beschikking hebben over de BRL 2360 en NEN-EN De producent moet ervoor zorgen dat bij wijzigingen steeds de juiste versie van deze bepalingen beschikbaar is Productidentificatie Alle tassen of charges straatbaksteen moeten van een uniek nummer zijn voorzien. Dit nummer moet duidelijk zichtbaar zijn aangebracht. Op de registratieformulieren moet dit tasnummer met de gegevens, overeenkomstig artikel 6.6 fase A, aangegeven zijn. Alle tassen of charges moeten zodanig zijn gemerkt dat van elke tas of charge bij de producent traceerbaar is: de naam van de producent; de productielocatie; formaat; wateropneming kwaliteit en klasse; de productiedatum Keurings- meet- en beproevingsmiddelen Alle keurings-, meet- en beproevingsmiddelen, die door de producent worden gebruikt bij activiteiten zoals in deze BRL omschreven, moeten worden gekalibreerd met een bij het middel behorende frequentie. Van de (her)kalibratie moet een registratie worden bijgehouden. Dit geldt in ieder geval voor: schuifmaat; vormbakmeter; buigtrekbank; balans, nauwkeurigheid 0,1 gram, voor onder- en bovenwaterweging; droogstoof, 105 ± 5 C; waterbak, op kamertemperatuur
25 6.6 Registratie en verwerking kwaliteitsgegevens De kwaliteitsregistratie van de producent vindt plaats in vijf fasen (zie bijlage IV en tabel 3): A. registratie nadat de tassen of (deelpartijen van) charges op de locatie zijn opgeslagen; B. registratie nadat de aangeboden tassen of (deelpartijen van) charges zijn gekeurd door de certificatie-instelling; C. registratie nadat de gekeurde tassen of charges worden afgevoerd naar de losplaats; D. informatie verzenden naar de certificatie-instelling voor het aanmaken van het bij de gekeurde tas of charge behorende keuringsdocument; E. registratie van stenen die retour zijn gekomen van een werk. De producent beheert de registratieformulieren die tijdens de keuring en beproeving zijn ingevuld. Tabel 3: Gegevens: Fasen A B C D E Producent en productielocatie Tasnummer Formaat (b.v. KF) en werkmaat Kwaliteit en wateropnemings-klasse (A0-4; A ; A4-16 of D0-8; D0-20; D4-12; D4-16) Kleur Zichtvlak + + Maatafwijkingen (alleen bij kwaliteit D) + + Tasveldlocatie Aantal ter keuring aangeboden straatbakstenen Keuringsdatum + + Aantal gekeurde straatbakstenen + Keuringsresultaat + Losplaats/projectlocatie (projectadres en plaats + + of projectnaam en plaats) Afvoerdatum + + Aantal geleverde straatbakstenen + + Vrachtbriefnummer + + Geadresseerde keuringsdocument + (eindgebruiker of directievoerder) Aantal retourgekomen straatbakstenen + A Van elke door de producent aangeboden tas of (deelpartij van een) charge straatbaksteen moeten de gegevens zijn geregistreerd en door de producent op peil worden gehouden. B Het resultaat van de gekeurde tassen of (deelpartijen van) charges wordt aan de onder punt A geregistreerde informatie toegevoegd. Hierbij kan worden volstaan met het vaststellen van het keuringsresultaat kwaliteit A of D. C Van alle gekeurde tassen of charges die afgevoerd worden, moeten de gegevens worden geregistreerd en op peil worden gehouden. De informatie moet op het leveringsdocument van de producent (vrachtbrief) aan de geadresseerde worden vermeld. De afgevoerde hoeveelheden moeten bij de onder fase B geregistreerde en gekeurde hoeveelheden in mindering worden gebracht. D Na verzending van straatbakstenen van gekeurde tassen of charges verstrekt de producent per (deel)project naam en plaats of project adres en plaats de informatie voor het aanmaken van het keuringsdocumenten aan de certificatie-instelling. E Stenen die retour gekomen zijn van een projectlocatie moeten opnieuw worden gekeurd indien de oorspronkelijke tas of charge niet meer bestaat
26 6.7 Ingangscontrole op grondstoffen De producent moet over een schriftelijke procedure beschikken die aangeeft hoe gewaarborgd wordt dat de klei en overige grondstoffen, voldoen aan de door de producent zelf gehanteerde specificaties. Hierin moeten tenminste zijn opgenomen: hoe de voorraad klei wordt opgebouwd; welke keuringen nodig zijn om te bepalen of de klei voldoet aan de specificatie, zowel in eerste aanleg als na het in gebruik nemen van desbetreffende voorraad klei; welke keuringen nodig zijn om te bepalen of overige grondstoffen aan de vastgelegde specificaties voldoen; waar keuringen worden uitgevoerd en volgens welke proefomschrijving. De specificatie waaraan de klei en overige grondstoffen moet voldoen, moet schriftelijk door de producent zijn vastgelegd. 6.8 Procescontrole De producent moet over een schriftelijke procedure beschikken die aangeeft welke controles tijdens het vervaardigingproces van de straatbaksteen worden uitgevoerd. Hierbij moeten in ieder geval de controles worden opgenomen die worden uitgevoerd tijdens en na het droogproces, tijdens het bakken en direct na het bakken (zie bijlage I). 6.9 Opleiding Personen belast met de uitvoering van de eindkeuring en interne beproeving civieltechnische eisen moeten over voldoende praktijk ervaring en/of opleiding beschikken. De producent moet schriftelijk vastleggen wat de opleidingseisen zijn voor de betrokken medewerkers Bereikbaarheid tassen of charges De ter keuring aangeboden tassen of deelpartijen van een charge straatbaksteen moeten rondom goed bereikbaar zijn gemaakt door de producent. Tevens stelt de producent middelen beschikbaar om veilig boven op, en af de tassen te komen. Wordt aan deze eis niet voldaan, dan kan de certificatie-instelling de aangeboden tas of deelpartij van een charge weigeren te keuren Keurings- en beproevingsstadium Van de tassen of (deelpartijen van) charges die door de producent ter keuring worden aangeboden moet de locatie zijn vastgelegd. Bij de producent moet een plattegrond van het opslagterrein beschikbaar zijn waarop deze locaties zijn aangegeven Beheersing van producten met tekortkomingen Civieltechnische eigenschappen Indien op basis van de beproevingen volgens hoofdstuk 5, tassen of (deelpartijen van) charges straatbaksteen worden afgekeurd, mogen deze niet onder KOMO productcertificaat worden geleverd. De aanduiding en de reden van afkeur worden op het formulier Aanvraag voor keuring van straatbaksteen (zie bijlage IX) vermeld (zie artikel 6.6 fase B en artikel ). Tassen of (deelpartijen van) charges welke na afkeur omgezet (opnieuw gesorteerd) worden, worden beschouwd als een nieuwe tas of charge. Uit de kwaliteitsregistratie moet duidelijk blijken dat het om een omgezette tas of charge gaat (zie bijlage IV)
27 Milieuhygiënische eigenschappen Producten die worden afgekeurd op basis van de eisen van het Besluit bodemkwaliteit, moeten worden behandeld overeenkomstig bijlage X artikel Behandeling, opslag, verpakking en aflevering De producent moet na de eindkeuring en beproeving civieltechnische eisen zorgdragen voor de bescherming van de kwaliteit van de producten en de identificatie hiervan. De straatbakstenen moeten worden gekenmerkt. Het kenmerk moet zodanig zijn dat van het product herleidbaar zijn: naam van de producent; productielocatie; de productiedatum; formaat; wateropnemings kwaliteit en -klasse. Het verschil tussen de gemiddelde maat voor de lengte en breedte van twee opeenvolgende tassen of (deelpartijen van) charges, welke op hetzelfde werk en derhalve binnen hetzelfde bestek geleverd worden, mag -zonder medeweten van de contractpartner van het betreffende werk- niet groter zijn dan: 2 mm bij straatbakstenen met een lengte tot en met 220 mm; 3 mm bij straatbakstenen met een lengte groter dan 220 mm, maar kleiner of gelijk aan 280 mm. Dit geldt voor de situatie dat aan dezelfde contractpartner: straatbakstenen afkomstig van meerdere tassen of (deelpartijen van) charges, na elkaar in verschillende leveringen, op hetzelfde werk geleverd worden; straatbakstenen afkomstig van meerdere tassen of (deelpartijen van) charges in één levering op hetzelfde werk geleverd worden. Indien hieraan niet kan worden voldaan moet de contractpartner van het betreffende werk vooraf schriftelijk worden geïnformeerd, zodat hij hiermee bij de verwerking van de straatbakstenen rekening kan houden Verwerkingsvoorschriften Voor de verwerkingsvoorschriften voor straatbaksteen wordt verwezen naar de Standaard RAW Bepalingen 2010, hoofdstuk Klachtenprocedure De producent moet over een procedure beschikken ten aanzien van de behandeling van klachten over geleverde producten. Deze procedure moet tenminste het volgende omvatten: in het bedrijf moet een verantwoordelijke functionaris zijn aangewezen voor de klachtbehandeling; klachten moeten worden geregistreerd en bewaard; er moet naar aanleiding van klachten terugkoppeling plaatsvinden naar de productieafdeling respectievelijk de afdeling kwaliteitscontrole; de uit de klachten voortvloeiende maatregelen moeten schriftelijk worden vastgelegd Klachten over de milieuhygiënische eigenschappen moeten worden behandeld overeenkomstig bijlage X artikel
28 7 Samenvatting onderzoek en controle Hieronder is de samenvatting gegeven van het bij certificatie uit te voeren: Toelatingsonderzoek: het onderzoek om vast te stellen dat aan alle in de BRL gestelde eisen wordt voldaan; Controleonderzoek: het onderzoek dat na certificaatverlening wordt uitgevoerd om vast te stellen dat de gecertificeerde producten bij voortduring aan de in de BRL gestelde eisen voldoen; daarbij is tevens aangegeven met welke frequentie controleonderzoek door de certificatie-instelling (CI) moet worden uitgevoerd; Controle op het kwaliteitssysteem: controle op de naleving van het IKB-schema en de procedures. 7.1 Onderzoeksmatrix Tabel 4: Omschrijving eis Artikel BRL Onderzoek in kader van CE Toelatingsonderzoek Toezicht door CI na certificaatverlening 1) Controle 2) Frequentie Besluit bodemkwaliteit 4 (Bijlage X) Ja Ja 1) 3) 2x per jaar Nee Producteisen Gerelateerd aan annex ZA van NEN-EN 1344 Overige eisen uit NEN-EN 1344 Producteisen uit normatieve documenten en eisen uit CvD Eindkeuring en beproeving civieltechnsche eisen Eisen kwaliteitssysteem 6 Ja (per tas 5.2 Ja Ja 1) 2x per jaar Ja 5.3 Ja Ja 2x per jaar Nee 5.4 Ja Ja 2x per jaar Nee Ja Ja Iedere tas of deelpartij van een charge Nee Ja 2x per jaar Nee of charge) Nee 2x Tasveld controle 8.6 Ja Ja minimaal Certificatiemerk 5.6 Ja 2x 1) Bij significante wijzigingen, ter beoordeling door de CI, in het productieproces dienen de producteisen opnieuw te worden getoetst. 2) door de inspecteur of door de leverancier in aanwezigheid van de inspecteur worden alle producteigenschappen bepaald die binnen de bezoektijd (maximaal 1 dag) kunnen worden uitgevoerd. Indien dit niet mogelijk is zal voor dit aspect tussen CI en leverancier afspraken worden gemaakt op welke wijze controle plaats zal vinden. 3) De frequentie van de kritische parameters wordt berekend aan de hand van de laatste 5 of 10 eigen resultaten (eventueel aangevuld met de resultaten uit het gemeenschappelijke onderzoek). 7.2 Controle op het kwaliteitssysteem Volgens de frequentie in artikel 9.6 en bovenstaande matrix van deze BRL, controleert de certificatie-instelling of de leverancier voldoet aan de kwaliteitssysteemeisen uit hoofdstuk 6 van deze BRL
29 7.3 Weging van tekortkomingen Wanneer tijdens een bezoek in het kader van het toezicht na certificaatverlening de certificatie-instelling een tekortkoming wordt geconstateerd, wordt onderscheid gemaakt tussen tekortkomingen die direct de kwaliteit van het product nadelig kunnen beïnvloeden (categorie 1) en "overige" tekortkomingen (categorie 2). De aspecten, welke als categorie 1 worden aangemerkt zijn vermeld in tabel 5. Tabel 5: Hoofdgroep Eisen kwaliteitssysteem Beheer van de inkoop en ingangscontrole Beheersing van de productie Beheersing van het gereed product Tasveld Aspecten Niet operationele invulling van de procedure voor corrigerende maatregelen. Niet operationele invulling van de klachtenprocedure. Niet voldoen aan de kalibratieprocedure van de (laboratorium)meetapparatuur (nauwkeurigheid). Het niet juist functioneren van het systeem van identificatie en naspeurbaarheid. het niet juist beheren van referentiemonsters. Niet voldoen aan bandbreedtes voor de samenstelling van grond-, toeslag- en hulpstoffen. Niet voldoen aan de operationele invulling van het bedrijfsspecifieke IKB schema met actiegrenzen op de verschillende parameters. o Massasamenstelling: het niet voldoen aan de toleranties van de samenstelling en massaconsistentie (plasticiteit). o Beheersing droogproces: het niet voldoen aan de toleranties van de droogkrimp. o Beheersing bakproces: het niet voldoen aan de toleranties van de bakkrimp. Het niet voldoen aan de gedeclareerde waardes van het eindproduct:: o Afmetingen; o Mechanische eigenschappen; o Fysische eigenschappen; o Chemische eigenschappen. Milieutechnische eigenschappen (NL-BSB). Het niet voldoen aan de operationele invulling van het tasveldbeheersysteem Bij een tekortkoming in categorie 1 moet door de producent binnen 2 weken een schriftelijke reactie naar de certificatie-instelling worden gestuurd met daarin vermeld: de corrigerende maatregelen en (in voorkomende gevallen) hoe gehandeld is met reeds geproduceerde producten ten aanzien van de geconstateerde tekortkoming. Bij een categorie 2 tekortkoming moeten door de producent voor het volgende bezoek corrigerende maatregelen genomen worden. Deze corrigerende maatregelen moeten schriftelijk zijn vastgelegd
30 8 Eisen aan de certificatie-instelling 8.1 Algemeen De certificatie-instelling moet voor het onderwerp van deze BRL op basis van NEN- EN zijn geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie. De certificatie-instelling moet beschikken over een reglement, of een daaraan gelijkwaardig document, waarin de algemene regels zijn vastgelegd die bij certificatie worden gehanteerd. In het bijzonder zijn dit: De algemene regels voor het uitvoeren van het toelatingsonderzoek, te onderscheiden naar: o De wijze waarop leveranciers worden geïnformeerd over de behandeling van een aanvraag; o De uitvoering van het onderzoek; o De beslissing naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek De algemene regels ten aanzien van de uitvoering van controles en de daarbij gehanteerde controleaspecten; De door de certificatie-instelling te treffen maatregelen bij tekortkomingen; De door de certificatie-instelling te ondernemen maatregelen bij oneigenlijk gebruik van certificaten, certificatiemerk, pictogrammen en logo s. De regels bij beëindiging van een certificaat; De mogelijkheid tot het instellen van beroep tegen beslissingen of maatregelen van de certificatie-instelling. 8.2 Certificatiepersoneel Het bij certificatie betrokken personeel is te onderscheiden naar: Auditoren: belast met het uitvoeren van het toelatingsonderzoek en de beoordeling van de rapporten van inspecteurs; Inspecteurs: belast met de uitvoering van de externe controle bij de leverancier; Beslissers: belast met het nemen van beslissingen naar aanleiding van uitgevoerde toelatingsonderzoeken, voortzetting van certificatie naar aanleiding van uitgevoerde controles en beslissingen over de noodzaak tot het treffen van corrigerende maatregelen Kwalificatie-eisen Onderscheiden wordt naar: De kwalificatie-eisen zijn opgebouwd uit: Kwalificatie-eisen voor het uitvoerende certificatiepersoneel van een CI die voldoen aan de in EN gestelde eisen; Kwalificatie-eisen voor het uitvoerende certificatiepersoneel van een CI die door het College van Deskundigen aanvullend zijn vastgesteld voor het onderwerp van deze BRL. Opleiding en ervaring van het betrokken certificatiepersoneel moet aantoonbaar zijn vastgelegd
31 Tabel 6: Auditor/ certificatie-deskundige Inspecteur Beslisser Opleiding Algemeen HBO denk- en werk niveau in één van de volgende disciplines: Weg-en waterbouwkunde Bouwkunde Bouwmaterialenkunde Basistraining auditing MBO denk- en werkniveau in een van de volgende disciplines: Weg-en waterbouwkunde Bouwkunde Bouwmaterialenkunde Basistraining auditing HBO denk- en werkniveau Training auditvaardigheden Ervaring Algemeen 1 jaar relevante werkervaring deelname aan minimaal vier initiële beoordelingen en één beoordeling zelfstandig uitgevoerd onder supervisie. 1jaar in de keramische industrie waarin minimaal aan 4 inspectiebezoeken werd deelgenomen terwijl minimaal 1 inspectiebezoek zelfstandig werd uitgevoerd onder supervisie 1 jaar ervaring met het keuren van straatbaksteen conform artikel en het met goed gevolg afleggen van de Inspecteur kwalificatie toets 1) 4 jaar werkervaring waarvan tenminste 1 jaar m.b.t. certificatie 1) `Aankomend` Inspecteur legt na minimaal 1 jaar ervaring met het keuren van de straatstenen conform artikel een toets af. Hierin wordt van de tas of deelpartij van een charge, die door aankomend inspecteur is gekeurd, een monster getrokken. Dit monster dient door een geaccrediteerd laboratorium te worden onderzocht volgens artikel op aspecten die de Aankomend inspecteur heeft getoetst. Bij het uitvoeren van de toets door de Aankomend inspecteur dient de keuringscommissie aanwezig te zijn. Uit het resultaat van het onderzoek moet dezelfde kwaliteit van de straatbakstenen komen als door `Aankomend` Inspecteur bepaald Kwalificatie Certificatiepersoneel moet aantoonbaar zijn gekwalificeerd door toetsing van opleiding en ervaring aan bovenvermelde eisen. Indien kwalificatie plaats vindt op grond van afwijkende criteria, moet dit schriftelijk zijn vastgelegd. De bevoegdheid om te kwalificeren ligt bij: Beslissers: kwalificatie van auditors en inspecteurs Management van de certificatie-instelling: kwalificatie van beslissers. 8.3 Rapport toelatingsonderzoek De certificatie-instelling legt de bevindingen van het toelatingsonderzoek vast in een rapport. Het rapport moet aan de volgende eisen voldoen: Volledigheid: het rapport doet een uitspraak over alle in de beoordelingsrichtlijn gestelde eisen; Traceerbaarheid: de bevindingen waarop uitspraken zijn gebaseerd moeten traceerbaar zijn vastgelegd; Basis voor beslissing: de beslisser over certificaatverlening moet zijn beslissing kunnen baseren op de in het rapport vastgelegde bevindingen
32 8.4 Beslissing over certificaatverlening De beslissing over certificaatverlening moet plaats vinden door een daartoe gekwalificeerde beslisser, die niet zelf bij het certificaatonderzoek betrokken is geweest. De beslissing moet traceerbaar zijn vastgelegd. 8.5 Uitvoeringsvorm kwaliteitsverklaring De uitvoering van de kwaliteitsverklaring dient vast te liggen in een modelcertificaat (zie ook 1.5). Het op basis van deze BRL te verlenen KOMO productcertificaat of NL-BSB productcertificaat moet zijn uitgevoerd conform het modelcertificaat. 8.6 Aard en frequentie van externe controles Controle kwaliteitssysteem De certificatie-instelling moet controle uitoefenen bij de leverancier op de naleving van zijn verplichtingen. Over de aan te houden controlefrequentie beslist het College van Deskundigen. Bij de inwerkingtreding van deze beoordelingsrichtlijn is de frequentie vastgesteld op 2 controlebezoeken per jaar. De tijdsbesteding per controlebezoek bedraagt in principe één dagdeel, inclusief rapportagetijd (exclusief reistijd). Bij controlebezoeken van vergelijkbare regelingen die in combinatie kunnen worden uitgevoerd, leidt dit niet tot een verhoging van de totale tijdsduur. Controles zullen in ieder geval betrekking hebben op: De in het certificaat vastgelegde productspecificatie Het productieproces van de leverancier; Het IKB-schema van de leverancier en de resultaten van door de leverancier uitgevoerde controles; De juiste wijze van merken van de gecertificeerde producten; De naleving van de vereiste procedures. De bevindingen van elke uitgevoerde controle zullen door de certificatie-instelling naspeurbaar worden vastgelegd in een rapport Tasveldcontrole Separaat moet door de certificatie-instelling minimaal 2 keer per jaar onaangekondigd een tasveldcontrole worden uitgevoerd. De tasveldcontrole vindt plaats op de aspecten genoemd in artikel 6.6. Afhankelijk van het resultaat van de tasveldcontrole kan de frequentie van de tasveldcontrole bezoeken worden verhoogd naar 4 keer per jaar. De steekproef bedraagt 10 tassen of charges straatbakstenen. Indien de afwijking van het aantal (resterende) straatbakstenen ten opzichte van de oorspronkelijk gekeurd tas of charge >5% is, wordt er op dit aspect een tekortkoming gegeven. Als er op dit aspect bij 2 -of meer- tassen of charges tekortkomingen worden geconstateerd wordt een extra bezoek gebracht. Indien voor de overige aspecten meer dan 4 tekortkomingen worden geconstateerd wordt een extra bezoek gebracht. Hierbij worden structurele tekortkomingen per aspect als 1 tekortkoming beschouwd. Als tijdens dit extra bezoek wordt vastgesteld dat de corrigerende maatregelen, in overeenstemming met artikel 5.4, niet afdoende is wordt de frequentie verhoogd naar
33 4 x per jaar. Als na dit jaar blijkt dat de corrigerende maatregelen zodanig effectief zijn dat er, op grond van bovenstaande criteria, geen extra bezoek gebracht hoeft te worden zal de frequentie weer naar 2 x per jaar worden terug gebracht Verificatie-onderzoek straatbaksteen Daarnaast wordt door de certificatie-instelling minimaal 1 keer per jaar van alle formaten een aselect monster getrokken om op alle civieltechnische aspecten van de norm te beproeven (zie tabel 7). Tabel 7: Beproeving Aantal stenen Totaal Steennummer 1) 1 Kromheid 2) 20 (facultatief) 2;4;6;8;9;10;12;14; 16;17;18;20;22;24; 26;28;29;30;32;34 2 Afmeting 10 2;6;9;12;16;18;22; 26;29;32 3 Wateropneming 10 2;6;9;12;16;18;22; 26;29;32 4 Breuksterkte 10 4;8;10;14;17;20;24; 28;30;34 5 Vorm en uiterlijk 10 4;8;10;14;17;20;24; 28;30;34 6 Structuur en doorbakkenheid 2) Conform artikel (facultatief) 20 7 Vorst/dooi weerstand 10 1;5;7;13;15;19;23; 27;31;35 8 (Duurzaamheid van) glij/slip weerstand 5 2) 3;11;21;25;33 (3A;11A;21A; 25A;33A) 9 Slijtweerstand 5 3;11;21;25;33 10 Zuurbestandheid 2) 5 (facultatief) 3;11;21;25;33 5 (5 extra) 3) 11 Warmte geleiding Alleen voor binnen toepassing 12 Brandreactie Alleen voor binnen toepassing 1) Het monster wordt in gelijke delen over de tas of deelpartij van een charge getrokken en genummerd van 1 tot en met 35. 2) Beproevingen 1, 6 en 10 zijn facultatief. Beproeving 1 en 6 zijn alleen nodig indien er twijfels bestaan over de kromheid en structuur en doorbakkenheid van een partij straatbakstenen. Beproeving 10 is alleen nodig indien er in verkeersgebieden, als gevolg van incidenteel morsen van zuur een eis van kracht is voor de zuurbestandheid. 3) Als het zichtvlak van het monster kleiner is dan 136x86 mm mag de glij/slip weerstand op een ander vlak van het monster worden uitgevoerd dat aan de vereiste afmetingen van het zichtvlak voldoet, mits dit vlak van gelijke aard en oppervlaktestructuur is. Indien dit niet mogelijk is dan moet de glij/slip weerstand op twee tegen elkaar geplaatste monsters worden uitgevoerd. De extra stenen welke dan nodig zijn voor de bepaling van de glij/slip weerstand worden direct naast monsternummer 3;11;21;25 en 33 getrokken en met 3A; 11A; 21A; 25A en 33A genummerd
34 8.7 Rapportage aan College van Deskundigen De certificatie-instelling rapporteert ten minste jaarlijks over de uitgevoerde certificatiewerkzaamheden. In deze rapportage moeten de volgende onderwerpen aan de orde komen: Mutaties in aantal certificaten (nieuw/vervallen); Aantal uitgevoerde controles in relatie tot de vastgestelde frequentie; Resultaten van de controles; Opgelegde maatregelen bij tekortkomingen; Ontvangen klachten van derden over gecertificeerde producten. 8.8 Interpretatie van eisen Het College van Deskundigen mag de interpretatie van in deze beoordelingsrichtlijn gestelde eisen vastleggen in één afzonderlijk interpretatiedocument. De certificatieinstelling is verplicht zich op de hoogte te stellen of er een interpretatiedocument is vastgesteld en, indien dit het geval is, de daarin vastgelegde interpretaties te hanteren
35 9 Lijst van vermelde documenten 9.1 Publiekrechtelijke regelgeving Besluit bodemkwaliteit Besluit bodemkwaliteit Stb. 2007, 469, Stb. 2008, 160, Stb. 2009, 389, Stb. 2009, 500, Stb. 2009, 535, Stb. 2010, 144, 696, 781, Stb. 2011, 104 en de Regeling bodemkwaliteit Stcrt. 2007, 247, Stcrt. 2008, 122, Stcrt. 2008, 196, Stcrt. 2008, 249, Stcrt. 2009, 67, Stcrt. 2009, 17187, Stcrt. 2009, en Stcr. 2010, 5673, 8546, 18160, Stcr. 2011, 5769, 12541, Normen / normatieve documenten: NEN-EN 771-1: 2011 NEN-EN 1344: 2002 NEN-EN 1745: 2002 NEN 7360:1997 NEN 7375:2004 NVN-ENV 12633:2003 NVN 7303:1998 NVN 7312:1995 RAW 2010 TNO-MEP-R 97/284 TNO-MEP-R 97/357 TCKI/99/1256 Specificaties voor metselstenen - Deel 1: Baksteen Straatbakstenen - Eisen en beproevingsmethoden Metselwerk en metselwerkproducten - Methoden voor het vaststellen van de ontwerpwaarden voor de thermische eigenschappen Uitloogkarakteristieken van vaste grond- en steenachtige bouwmaterialen en afvalstoffen Termen en definities Uitloogkarakteristieken Bepaling van de uitloging van anorganische componenten uit vormgegeven en monolitische materialen met een diffusieproef Vaste grond- en steenachtige materialen Methode voor de bepaling van de stroefheid van ongepolijste en gepolijste oppervlakken Uitloogkarakteristieken van vaste grond- en steenachtige bouwmaterialen en afvalstoffen - Monsterneming - Monstername van vormgegeven en monolithische materialen Uitloogkarakteristieken van vaste grond- en steenachtige bouwmaterialen en afvalstoffen - Monstervoorbehandeling - Monstervoorbehandeling voor de bepaling van het uitlooggedrag en het gehalte van anorganische componenten Standaard RAW Bepalingen TNO-rapport: Een verkorte uitloogproef voor bouwkeramische producten, het aantonen van de gelijkwaardigheid met de diffusieproef TNO-rapport: Onderbouwend rapport Milieucertificering Bouwkeramiek TCKI-rapport: Bouwstoffenbesluit keramische industrie, toelatingsonderzoeken clusterregeling BRL SIKB 1000 SIKB protocol 1003 Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Monsterneming voor partijkeuringen Bouwstoffen Monsterneming voor partijkeuringen Bouwstoffen
36 I Model IKB-schema Onderwerpen Aspecten Methode Frequentie Registratie Ten aanzien van Interne productie controle komen eventueel de volgende aspecten aan de orde: Grondstofopslag; Toeslagstoffenopslag; Dosering toeslagstoffen; Grondstofvoorbewerking; Vormgeving; Drogen; Bakken; Intern transport; Sorteren.
37 II Afmetingen en maatafwijkingen Tabel a: Minimale formaten standaardstraatbaksteen Aanduiding Naam steenformaat Minimale afmetingen (lxbxh in mm) Maximaal aantal stenen per m 2(2) WF Standaard Waalformaat 195x48x DF Standaard Dikformaat 195x64x85 80 KF Standaard Keiformaat 195x92x78 (1) 56 Overig Specificatie producent Specificatie producent Specificatie producent (1) Het zichtvlak van de standaard keiformaat dient voorzien te zijn van een vellingkant (2) Bij het berekenen van aantal stenen per m 2 is niet uitgegaan van een voeg. Indien rekening gehouden wordt met een bekende voegmaat, kan het aantal stenen per m 2 met de volgende formule worden berekend: Aantal stenen per m 2 = (1 * 10 6 ) / (l*b + l*v + b*v +v 2 ) Waarin: l b v = lengte baksteen [mm] = breedte baksteen [mm] = breedte voeg [mm] Tabel b: Maatafwijkingen afmeting Werk Lmax=6*H Gem. Maatspreiding L(engte); maat lengte breedte of hoogte B(reedte); H(oogte) Eis (0,4 d) klasse R1 Eis (0,6 d) klasse R0 Hmin=40mm * 0,65 * 0,70 * 0,75 * 0,80 * 0,85 * 0,90 * 0,95 * 1,00 * 1,
38 Werk Lmax=6*H Gem. Maatspreiding L(engte); maat lengte breedte of hoogte B(reedte); H(oogte) Eis (0,4 d) klasse R1 Eis (0,6 d) klasse R0 Hmin=40mm * 0,65 * 0,70 * 0,75 * 0,80 * 0,85 * 0,90 * 0,95 * 1,00 * 1,
39 Werk Lmax=6*H Gem. Maatspreiding L(engte); maat lengte breedte of hoogte B(reedte); H(oogte) Eis (0,4 d) klasse R1 Eis (0,6 d) klasse R0 Hmin=40mm * 0,65 * 0,70 * 0,75 * 0,80 * 0,85 * 0,90 * 0,95 * 1,00 * 1,
40 Werk Lmax=6*H Gem. Maatspreiding L(engte); maat lengte breedte of hoogte B(reedte); H(oogte) Eis (0,4 d) klasse R1 Eis (0,6 d) klasse R0 Hmin=40mm * 0,65 * 0,70 * 0,75 * 0,80 * 0,85 * 0,90 * 0,95 * 1,00 * 1,
41 III Methode voor het bepalen van de kromheid 1.1 Apparatuur Een schuifmaat geschikt voor het meten met een precisie van tenminste 0,05 mm. Voor de bepaling van de breedte (b1) moeten de kaken van de schuifmaat een zodanig lengte hebben dat over de hele lengte van de steen de kaken aangrijpen op het product. 1.2 Procedure Selecteer straatbakstenen overeenkomstig Bijlage A van NEN-EN Het te beproeven monster moet 20 straatbakstenen bevatten. Verwijder alle blazen, bramen, zand en uitsteeksels met een carborundum steen. Meet de breedte (b1) over de hele lengte van de straatbaksteen, op 0,1 mm nauwkeurig. (zie tekening A) De kaken dienen hierbij een overlap te hebben van minimaal 5 mm en maximaal 10 mm vanaf het zichtvlak. Meet de breedte (b2) in het midden van de lengte van de straatbaksteen, op 0,1 mm nauwkeurig (zie tekening B). De kaken dienen hierbij een overlap te hebben van minimaal 5 mm en maximaal 10 mm vanaf het zichtvlak. Bereken de kromheid met formule: Kr = b1- b2 Registreer het eindresultaat in hele millimeters. In het geval dat de straatbaksteen in twee oriëntaties verwerkt kan worden, moet de meting aan beide zichtzijden uitgevoerd worden. De uiteindelijke kromheid wordt bepaald door het gemiddelde van de kromheid van de afzonderlijke zichtzijden.
42 IV Kwaliteitsregistratie Productie Opslag productielocatie Aanvraag keuring bij de keuringscommissie certificatie-instelling Kwaliteitsregistratie Fase A 1. Producent en productielocatie 2. Tasnummer 3. Formaat (b.v. KF) en werkmaten 4. Kwaliteit en wateropnemings-klasse (b.v. A 4-12) 5. Kleur 6. Zichtvlak van de straatbakstenen 7. Maatafwijking (alleen bij kwaliteit D) 8. Tasveldlocatie 9. Aantal ter keuring aangeboden straatbakstenen Omzetten Niet geaccepteerd Keuring resultaat Kwaliteitsregistratie Fase B 1. Gegevens Kwaliteitsregistratie Fase A 2. Keuringsdatum 3. Aantal gekeurde straatbakstenen 4. Keuringsresultaten Geaccepteerd Aflevering naar opdrachtgever Kwaliteitsregistratie Fase C Gegevens voor het aanmaken van het keuringsdocument opsturen aan de certificatieinstelling Vrachtbon 1. Gegevens Kwaliteitsregistratie Fase B 2. Losplaats/projectlocatie (d.m.v. adres en plaats of projectnaam en plaats) 3. Afvoerdatum 4. Aantal geleverde straatbakstenen (per levering/(deel)project) 5. Vrachtbriefnummer(s) Keuringsdocument-adres Keuringsdocumenten: - Keurings certificaten Kwaliteit A - Keurings rapporten Kwaliteit D Kwaliteitsregistratie Fase D 1. Gegevens Kwaliteitregistratie Fase C 2. Geadresseerde keuringsdocument/keuringsrapport (eindgebruiker of directievoerder) Eventueel doorzenden naar eind gebruiker Eindgebruiker Kwaliteitsregistratie Fase E stenen retour Indien van toepassing 1. Gegevens Kwaliteitregistratie Fase A 2. Aantal retourgekomen straatbakstenen (per levering en (deel)project)
43 V Wettelijke eisen ten behoeve van de CEmarkering van het product (ter informatie) Voor het niveau van toezicht volgens NEN-EN 1344 geldt onder andere dat de fabrikant zelf de productcontrole moet uitvoeren volgens AoC, niveau 4 (attestation of conformity). CE-Markering voor AoC, niveau 4 is een fabrikant eigen verklaring. De aspecten die voor CE markering en KOMO-keurmerk van toepassing zijn worden met een X aangegeven. Eisen voor de eigen productcontrole (CE) en KOMO controle Eigenschap t.b.v. van toepassing zijnde paragrafen KOMO van NEN-EN producten voor keurmerk 1344 voetgangersen voertuigverkeer buiten Vorm en afmeting X 4.1 t.b.v. CE-markering producten voor toepassing als binnenvloeren producten bedoeld voor dakbedekking Chemische nabehandeling X 4.2 Vorst/dooi weerstand X 4.3 X X Transversale breukbelasting X 4.4 X X Slijtweerstand X 4.5 Glij/slip weerstand X 4.6 X X Brandgedrag X 4.7 X X Afgifte van Asbest X 4.8 Afgifte formaldehyde X 4.9 Warmtegeleiding X 4.10 X X Zuurbestandheid X 4.11 Wateropneming X Vorm en uiterlijk X Structuur en doorbakkenheid X Milieuhygiënische beproevingen (NL-BSB) X Buigtreksterkte X
44 VI Omgang toelating en jaarlijkse keuring alle formaten 1. Onderzoek in kader van het toelatingsonderzoek en de jaarlijkse keuring conform artikel Monsterneming door CI en verzending aan laboratorium 3. Laboratoriumonderzoek Onvoldoend 4. Beoordeling resultaat door CI 6. Herkeur nieuw geproduceerde tas van hetzelfde formaat en kwaliteit (resultaat herkeur onvoldoende volg dan 7.) Voldoende 5. Opnemen formaat in het desbetreffende kwaliteit (A/D) van het KOMO regime 7. Producent neemt corrigerende maatregelen in overeenstemming met Onvoldoende 8. Toetsing door CI Voldoende 9. Herkeur nieuw geproduceerde tas van hetzelfde formaat en kwaliteit 10. Monsterneming door CI en verzending aan laboratorium 11. Laboratoriumonderzoek 12. Beoordeling resultaat door CI Voldoende Onvoldoende 13. Opvolgende partijen van nieuw geproduceerde tas van hetzelfde formaat en kwaliteit blijven keuren. Nadat twee opeenvolgende partijen voldoen aan de aangeboden kwaliteit terug keren naar frequentie conform artikel
45 Toelichting op omgang toelating en jaarlijkse beproeving 1. Onder te keuren formaten voor het toelatingsonderzoek en de jaarlijkse keuring conform artikel wordt verstaan: Waalformaat Dikformaat Keiformaat Fabrieks eigen formaten Per fabriek worden minimaal 4 formaten in het toelatingsonderzoek meegenomen. De eventuele resterende formaten vallen na toelating automatisch in het KOMO regime van 1x per jaar. 2. De monstername vindt plaats door de inspecteurs van de CI. 3. Laboratorium onderzoek moet plaatsvinden op alle aspecten die in tabel 2 (artikel ) van de BRL 2360 zijn opgenomen. 4. De beoordeling van de resultaten van de beproevingen vindt door de CI plaats. 5. Het formaat is dan opgenomen voor de betreffende KOMO regime, kwaliteit (A of D) en de jaarlijkse keuring conform artikel Als bij de beoordeling van de resultaten van de beproevingen blijkt dat het formaat niet aan de aangeboden kwaliteit voldoet, dan kan de betreffende partij onder de vastgestelde kwaliteit worden geleverd. Een herbeproeving (herkeur) voor de onvoldoende bevonden aspecten dient dan op een nieuw geproduceerde partij straatbakstenen van het zelfde formaat en kwaliteit plaats te vinden (volg 2). Is het resultaat van de herkeur opnieuw onvoldoende dan dienen corrigerende maatregelen genomen te worden (volg 7). 7. Als de herbeproeving onvoldoende is bevonden, dient de producent corrigerende maatregelen te nemen. Deze moeten schriftelijk aan de CI worden gemeld. 8. De door de producent ingediende corrigerende maatregelen moeten door de CI worden getoetst. Als deze maatregelen onvoldoende worden bevonden moet de producent nieuwe c.q. extra corrigerende maatregelen nemen. 9. De tweede herkeur (beproeving) vindt plaats op een nieuwe geproduceerde partij straatbakstenen van het zelfde formaat en kwaliteit. De productie van de nieuwe partij heeft plaatsgevonden nadat de goedgekeurde corrigerende maatregelen zijn genomen. Tevens vindt de tweede herkeuring alleen plaats op de aspecten die bij de eerdere beproevingen onvoldoende waren bevonden. 10. De monstername vindt door de inspecteurs van de CI plaats. 11. Laboratorium onderzoek moet minimaal plaatsvinden op die aspecten die bij de eerdere keuring onvoldoende waren. 12. De beoordeling van de resultaten van de beproevingen vindt door de CI plaats. 13. Als de resultaten van de tweede herkeur opnieuw onvoldoende zijn bevonden, dan kan de betreffende partij onder de vastgestelde kwaliteit geleverd worden. Alle volgende partijen van het zelfde formaat en sortering worden onderzocht op alle aspecten van de norm totdat twee opeenvolgend geproduceerde partijen aan de aangeboden kwaliteit voldoet. Daarna valt het desbetreffende formaat en kwaliteit weer onder het KOMO regime van 1 x per jaar (volg 5).
46 VII NL-BSB productcertificaat De volgende onderdelen van de BRL 2360 zijn van toepassing op producenten die in aanmerking willen komen voor het NL-BSB productcertificaat. Start De aanvrager van de kwaliteitsverklaring geeft aan welke toepassingen uit paragraaf 1.1 en welke uitspraken hij in de kwaliteitsverklaring wil laten opnemen. De aanvrager verstrekt daartoe gegevens ter onderbouwing van de gewenste uitspraken. Conformiteitsverklaring De certificatie-instelling onderzoekt of de in de conformiteitsverklaring op te nemen uitspraken in overeenstemming zijn met de in hoofdstuk 4 gestelde eisen. Beoordeling van het kwaliteitssysteem van de aanvrager De certificatie- en attesteringsinstelling onderzoeken of het kwaliteitssysteem van de aanvrager in overeenstemming is met de paragrafen 6.2, 6.3, 6.4, 6.5.4, 6.7, 6.8, 6.12, 6.15 zijn. Merken Straatbakstenen die onder deze conformiteitsverklaring worden geleverd worden gemerkt met het NL-BSB merk op het afleverdocument. Ook moet worden vermeld dat het een vormgegeven bouwstof betreft. Afgifte van de kwaliteitsverklaring De kwaliteitsverklaring wordt, in overeenstemming met de door de Harmonisatie Commissie Bouw vastgestelde modellen, conform het reglement van de certificatie- en attesteringsinstelling afgegeven wanneer het attesterings- en certificatieonderzoek bij de aanvrager in positieve zin is afgerond. In het geval dat het attesteringsonderzoek en/of het toelatingsonderzoek niet in positieve zin zijn afgerond en de certificatie-instelling op grond van de onderzoeksresultaten niet tot afgifte van het productcertificaat is overgegaan, bestaat de mogelijkheid de procedure ter verkrijging van het productcertificaat opnieuw te doorlopen. Het opnieuw doorlopen van het toelatingsonderzoek is slechts éénmaal mogelijk, tenzij een nieuwe situatie ontstaat als gevolg van corrigerende maatregelen. Externe beoordeling Voor de externe beoordeling en het onderhoud van de kwaliteitsverklaring wordt door de certificatie- en attesteringsinstelling controle uitgeoefend zoals omschreven in bijlage X. Geldigheidsduur kwaliteitsverklaring De geldigheidsduur van de kwaliteitsverklaring wordt geregeld in de reglementen van de certificatieinstelling. In het geval de productielocatie (tijdelijk) is gestopt te produceren, zal bij een stop van langer dan 1 jaar het productcertificaat worden opgeschort. Bij een nieuwe aanvang van de productie zal middels een extra periodieke beoordeling worden nagegaan of het productcertificaat kan worden behouden. Bij een stop langer dan 3 jaar komt het productcertificaat te vervallen.
47 VIII Onvolkomenheden Algemeen Regelmatigheid van structuur Ruwweg kan worden gesteld dat straatbakstenen bij doorslaan een regelmatige structuur of bij het bepalen van de buigtreksterkte een egaal recht breukvlak moeten bezitten. Een regelmatige structuur kan mede worden verkregen door in het productieproces de homogeniteit van de klei in de diverse stadia van de productie te controleren. Gelijkmatig doorbakken Straatbakstenen moeten gelijkmatig doorbakken zijn zodat met betrekking tot vorm, kleur, wateropneming en afmetingen geen onaanvaardbare verschillen aanwezig in de geleverde partij. Door een juiste monitoring van het bakproces tijdens de productie worden zogenaamde voetstenen, harde en slappe straatbakstenen en onregelmatige straatbakstenen in omvang beperkt. In straatbaksteen van kwaliteit A mogen maximaal 5% van de volgende onvolkomenheden voorkomen: 1 Zichtbare scheuren Deze scheuren tekenen zich op een willekeurig vlak af. De meest voorkomende zichtbare scheuren zijn droog-, krimp- en opwarmscheuren. Droogscheuren kunnen ontstaan tijdens te snel drogen, waarbij de buitenzijde van de straatbaksteen te snel krimpt ten opzichte van de binnenzijde. Krimpscheuren ontstaan vaak in de onderste straatbakstenen in de oven. Als gevolg van het gewicht van de bovenliggende straatbakstenen in de oven kunnen de onderste lagen niet vrij vervormen. Hierdoor kunnen scheuren ontstaan. Opwarmscheuren zijn open scheuren met een ruw oppervlak, vaak in het midden van de straatbaksteen. Te snelle opwarming heeft geleid tot te grote spanningen in de straatbaksteen met een scheur tot gevolg. 2 Verborgen scheuren Deze scheuren komen in het inwendige van de straatbaksteen voor. Deze inwendige scheuren worden in het algemeen veroorzaakt door, reabsorptie, koel- en droogfactoren. Reabsorptie: in het productieproces kunnen gedroogde straatbakstenen, voordat zij in de oven komen, weer vocht opnemen. Dit kan aanleiding zijn tot inwendige scheuren. Koelscheuren kunnen op vrijwel elke plaats op de straatbaksteen voorkomen. Deze koelscheuren ontstaan doordat de straatbakstenen na het bakken te snel worden afgekoeld. Droogscheuren bevinden zich vaak aan het uiteinde van de kop van de straatbaksteen. De buitenzijde van de straatbaksteen droogt in het productieproces te snel ten opzichte van het binnenste deel van de straatbaksteen. Hierdoor optredende spanningen kunnen aanleidingen geven tot inwendige scheuren. 3 Blaasjes Het oppervlak van de straatbaksteen is ruw, veroorzaakt door een plaatselijk te grote oververhitting op een deel van de straatbaksteen. 4 Verbrande koppen De koppen en delen van de strekken kunnen, door een plaatselijke oververhitting in de oven, plaatselijk verweekt zijn. 5 Beschadigingen Onder beschadigingen worden verstaan afgestoten hoeken, randen en scherven voor zover deze voor het zichtvlak van de straatbaksteen als storend moeten worden beschouwd.
48 6 Steentjes Klei, de basis van straatbakstenen kan kleine steentjes bevatten. Tot een korrelgrootte van 5 mm vormen deze steentjes geen probleem. Zijn de steentjes groter dan kunnen scheuren door ongelijkmatige krimp in de straatbaksteen ontstaan. 7 Pitten Door onvoldoende voorbewerking kunnen kleibollen ontstaan. De kleibollen verstoren het drogen en bakken van de straatbaksteen. De kleibollen vormen door verschil in krimp geen geheel meer met de straatbaksteen. 8 Holten In een straatbaksteen kunnen door insluiten van lucht holten ontstaan die een grote verzwakking van de straatbaksteen tot gevolg hebben. 9 Oerdelen In klei kunnen humus en oerdelen voorkomen. Bij oerhoutdelen van enige millimeters kunnen door het uitbranden holtes in en aan het oppervlak van de straatbaksteen ontstaan. 10 Vormfouten Onder vormfouten worden verstaan afwijkingen veroorzaakt door het productieproces zoals kromme koppen, bezandingsfouten, ruwe strekken (te droge klei), door persingen (te natte klei), niet goed gevulde vormen e.d.
49 IX Aanvraag voor keuringen van straatbaksteen Aanvraag voor keuring van straatbaksteen Voor rekening van Certficatie-instelling Te Tasnummer Plaats Aantal eenheden per tas Aantal stenen per eenheid Kleur Sortering* Nominalemaat** (LxBxH) Hoeveelheid Hoeveelheid... Formaat... Formaat Gemiddelde maatspreiding uit een monster van 10 stenen*** Keuringsresultaat m.b.t. gebreken**** Opmerkingen Totaal Dit formulier dient voor de keuring door de producent te worden ingevuld. De keuringsresultaat en eventuele gebreken worden door de keurings commissie ingevuld. Ondertekening Paraaf producent Datum Paraaf inspecteur Datum * Kwaliteit en klasse van de wateropneming na de keuring door Kiwa in te vullen. ** Nominalemaat dient per tas, voor de keuring, door de producent te worden opgegeven. (Hiermee is tevens het zichtvlak bepaald) *** Het gemiddelde en de grootste en de kleinste afmeting van de lengte van de 10 gemeten stenen invullen. **** Hier het percentage- en het nummer van het gebrek (de gebreken) overeenkonstig bijlage 10 van BRL 2360 invullen... JWB
50 X Besluit bodemkwaliteit 1. Toepassingsgebied Deze bijlage is van toepassing voor de volgende vormgegeven keramische bouwproducten: Straatbaksteen. 2. Termen en definities E vup: Emissie na 64 dagen in mg/m 2, bepaald met behulp van de verkorte uitloogproef door middel van extrapolatie. E dif: Emissie na 64 dagen in mg/m 2, bepaald met behulp van de diffusieproef. Overige begrippen en definities zijn opgenomen in: Besluit bodemkwaliteit, art. 1; Regeling bodemkwaliteit, artikel 1.1; NEN 7360; NEN 7375; AP04, deel E, SB en U. 3. Milieuhygiënisch toelatingsonderzoek Milieuhygiënisch onderzoek moet worden uitgevoerd door een door het ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend laboratorium. In het kader van het toelatingsonderzoek bestaan er 2 mogelijkheden om toegelaten te worden: Deelneming aan een gezamenlijk toelatingsonderzoek (clusterregeling). Het rapport TCKI/99/1256 geeft onder andere invulling aan een dergelijk gezamenlijk toelatingsonderzoek, vanaf 2002 aangevuld met de 3-jaarlijkse verificatieonderzoeken. Per producent per productgroep, omdat of niet voldaan wordt aan de randvoorwaarden van het gezamenlijk toelatingsonderzoek of omdat de producent ten aanzien van het eigen product een lagere emissie verwacht en als zodanig een lagere keuringsfrequentie mag toepassen. De clusterregeling is, op basis van de Handleiding Certificering Besluit bodemkwaliteit, als volgt: 1. Deelnemers: Alle producenten van vormgegeven keramische bouwproducten (zie hoofdstuk 1), indien voldaan wordt aan receptuursamenstelling (zie punt 6). 2. Toelatingsonderzoek: minimaal 5 partijen (1 partij = 2 steekproeven) onderzoeken met behulp van de volledige diffusieproef (NEN 7375) op 19 anorganische componenten. De steekproeven dienen verdeeld te zijn over de diverse typen producten. Doel is om toegang te krijgen tot het steekproefregime en het vaststellen van de kritische componenten voor de interne controle. In het kader van de verbetering van de k-waarden kunnen aanvullend met behulp van de verkorte uitloogproef extra partijen worden onderzocht. 3. Verkorte proef: de verkorte proef is de 3e stap van de diffusieproef (NEN 7375). 4. Een steekproef bestaat uit 3 select getrokken producten (met een gemiddelde-, hogeen lage wateropneming welke representatief zijn voor de te onderzoeken productie). Dit steekproefschema moet zijn vastgelegd in het kwaliteitshandboek van de producent (monsternameplan). 5. De frequentie voor de interne controle op kritische componenten wordt vastgesteld op basis van 10 waarnemingen.
51 6. Indien de recepturen aansluiten, kan men met 1 volledig onderzoek (1 steekproef) toegelaten worden tot de cluster. 7. Indien men ten aanzien van de receptuur niet past binnen de cluster, dient men individueel aan te tonen dat men voldoet aan de hand van 5 partijen met behulp van de volledige diffusieproef (NEN 7375) op 19 anorganische componenten. Indien men voldoet aan dezelfde eisen als binnen de cluster en dezelfde kritische componenten worden aangetroffen als binnen de cluster, kan men toetreden tot deze cluster. De cluster wordt dan uitgebreid met de betreffende receptuur. 8. De interne controle vindt plaats op basis van een select getrokken monster (zie punt 4), met behulp van de verkorte proef en op de van toepassing zijnde kritische component(en). Vervolgens kunnen de k-waarden worden berekend en vindt toetsing plaats op basis van het voortschrijdend gemiddelde en de daarbij behorende standaarddeviatie aan de hand van laatste 5 of 10 waarnemingen. Bij het vrijkomen van nieuwe analyseresultaten kan de interne controlefrequentie worden aangepast. 9. Om de drie jaar vindt de verificatie plaats van de verkorte proef en de duurzame vormvastheid. In ieder geval dient de verificatie uit minimaal 15 waarnemingen te bestaan. Daartoe wordt per producent een steekproef geanalyseerd met behulp van de diffusieproef (NEN 7375) en minimaal 10 steekproeven op 19 anorganische componenten. De overige steekproeven worden alleen geanalyseerd op de dan geldende kritische componenten. Het doel van deze verificatie is om vast te stellen of het product duurzaam vormvast is en of de correlatie tussen de diffusieproef en de verkorte uitloogproef nog steeds aanwezig is en of de bij het toelatingsonderzoek bepaalde kritische componenten nog steeds als zodanig aan te merken zijn. 10. Een component wordt als niet-kritisch beschouwd wanneer alle waarnemingen onder de analytische bepalingsgrens liggen of wanneer bij 5 waarnemingen de k-waarde >4,67 of bij 10 waarnemingen de k-waarde >3,53 bedraagt. 3.1 Beoordeling kwaliteitssysteem De certificatie-instelling beoordeelt de doeltreffendheid en de juiste toepassing van de interne kwaliteitsbewaking op de productielocatie overeenkomstig bijlage VII van deze beoordelingsrichtlijn. 3.2 Productiecontrole emissie Zowel het materiaal dat wordt onderzocht als de productieperiode waarin het toelatingsonderzoek wordt uitgevoerd moeten representatief zijn voor de productie. Dit moet in de rapportage over het toelatingsonderzoek worden onderbouwd. De onderzochte partijen moeten evenredig over de periode waarin het toelatingsonderzoek wordt uitgevoerd zijn verdeeld. Voor resultaten die voor 01 juli 1999 zijn verkregen geldt dat, met uitzondering van de monsterneming, die moeten zijn verkregen volgens de normen van de NEN 7300-serie. Gegevens verkregen vanaf 01 juli 1999 moeten verkregen zijn volgens AP04. Wanneer de producent aangeeft te voldoen aan een gezamenlijk toelatingsonderzoek dan zal de certificatie-instelling beoordelen of de producent bij de productie van haar producten van dezelfde receptuur gebruik maakt als de gangbare receptuur waarvan is uitgegaan bij de producten genoemd in het gezamenlijke toelatingsonderzoek. De certificatie-instelling gaat aan de hand van de laatste 5 of 10 waarnemingen uit dit onderzoek na of het keramische product voldoet aan de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit.
52 3.3 Driejaarlijkse verificatie Voor 1 januari 2003 en telkens na 3 jaar, vindt in opdracht van de certificatie-instellingen een verificatie plaats van de verkorte uitloogproef, de duurzame vormvastheid en de niet-kritische componenten op basis van een monster van elke producent middels een volledige diffusieproef. 3.4 Klachten milieuhygiënische eisen In het kader van de behandeling van een klacht worden door, of in opdracht van, de certificatie-instelling 2 mengmonsters samengesteld uit 6 grepen per mengmonster. De monsters worden afhankelijk van de aard van de klacht uit depot en/of uit het werk genomen. De milieuhygiënische bepalingen van de uitlogings- en samenstellingswaarden worden conform hoofdstuk 3 van deze bijlage uitgevoerd door een door het ministerie van Infrastructuur en Milieu aangewezen laboratorium. Er moet daarbij gebruik worden gemaakt van de volledige diffusieproef. Tot afkeuring wordt overgegaan als geldt: X gem > 1,4 * toetsingswaarde Waarin: X gem = rekenkundig gemiddelde van drie bepalingen 4. Prestatie-eisen en bepalingsmethoden 4.1 Algemeen Op basis van het gehalte calcium, silicium en aluminium ( 10 %), worden de keramische bouwproducten aangewezen als een bouwstof in de zin van het Besluit bodemkwaliteit (definitie bouwstof volgens artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit). Doordat de keramische bouwproducten een volume hebben van meer dan 50 cm 3 is het een vormgegeven bouwproduct. De producten worden hoofdzakelijk uit klei vervaardigd. Middels een temperatuursbehandeling van tenminste 900 C gedurende een aantal uren tot een dag ontstaan keramische bouwproducten die als duurzaam vormvast zijn aan te merken. In tabel c is een overzicht gegeven van de aan het Besluit bodemkwaliteit ontleende eisen waaraan vormgegeven keramische bouwproducten moeten voldoen. Tabel c. Eisen ontleend aan het Besluit Artikel Besluit bodemkwaliteit bodemkwaliteit Emissie-eisen vormgegeven bouwstoffen Regeling bodemkwaliteit bijlage A Duurzaam vormvast Regeling bodemkwaliteit bijlage F Samenstelling organische componenten Regeling bodemkwaliteit bijlage A Afleverbon Besluit bodemkwaliteit artikel Emissies anorganische componenten Overeenkomstig de Regeling bodemkwaliteit moeten keramische producten die worden toegepast in of op de bodem, ten aanzien van emissies in de bodem voldoen aan de grenswaarden, die zijn weergegeven in bijlage A (Samenstellings- en emissiewaarden voor bouwstoffen) van de Regeling bodemkwaliteit. De bepaling van de emissie vindt plaats overeenkomstig paragraaf 3.3 van de Regeling bodemkwaliteit. In de kwaliteitsverklaring wordt vermeld onder welke voorwaarden wordt voldaan aan de emissiegrenswaarden.
53 4.3 Bepaling van componenten bij verand ering van receptuur en toevoeging van specifieke additieven Ten aanzien van het bepalen van de anorganische componenten geven de gezamenlijke toelatingsonderzoeksrapporten TNO-MEP-97/357 en TCKI/99/1256 en de vanaf 2002 uitgevoerde 3-jaarlijkse verificatieonderzoeken aan dat voor keramische producten die zijn gemaakt met gangbare grondstoffen en productiewijzen alleen de volgende componenten in aanmerking komen voor controle: Arseen (As); Chroom (Cr); Fluoride (F); Molybdeen (Mo); Sulfaat (SO 4); Vanadium (V). De overige anorganische componenten kunnen worden uitgesloten van analyse wanneer op basis van vergelijkbare resultaten uit het toelatingsonderzoek of vergelijkbare receptuur en productiemethoden geverifieerd kan worden aan het TNO-MEP rapport. Op het moment dat specifieke additieven (bijvoorbeeld toeslagstoffen of kleurpigmenten) worden gebruikt in het productieproces, waarin één of meer van de niet genoemde anorganische componenten voorkomen, wordt de analyse met deze component(en) uitgebreid. Dit is alleen van toepassing wanneer de specifieke additieven niet zijn meegenomen in de bovengenoemde onderzoeken. Toelichting: Genoemde lijst van parameters heeft slechts een informatief karakter en geldt uitsluitend voor de deelnemers van genoemde onderzoeken en geldt tot en met het moment van het opstelling van deze beoordelingsrichtlijn. Deze lijst kan in de loop der tijd veranderen. 4.4 Verkorte uitloogproef Voor de interne controle mag voor keramische producten gebruik gemaakt worden van een verkorte uitloogproef. De verkorte uitloogproef wordt uitgevoerd overeenkomstig het rapport TNO-MEP-R97/284. Bij elke 3-jaarlijkse verificatieronde wordt de correlatie met de diffusieproef NEN 7375 gecontroleerd en vastgelegd. Deze proef is conform de diffusieproef zoals beschreven in NEN De eerste verversing wordt echter niet na 6 uur maar na 24 uur uitgevoerd. De proef wordt 54 uur na de start beëindigd. Alleen de derde fractie (tussen 1 en 2,25 dagen) wordt voor de benodigde anorganische componenten chemisch geanalyseerd. De analyse voor de verschillende componenten moet plaatsvinden conform AP04. De gemeten concentraties C worden voor alle componenten omgerekend naar een emissie E vup na 64 dagen volgens: E vup = 0,001 * 3 * f c * C * V / A Waarin: E vup = emissie na 64 dagen in mg/m 2 C = de gemeten concentratie in µg/l V = het volume van de in de proef gebruikte extractievloeistof in l A = het totale oppervlak van de geteste proefstukken berekend met de gemeten lengte, breedte en hoogte, in m 2 f c = 5,33 Toelichting: De afleiding van bovenstaande berekening is vermeld in rapport TNO-MEP-R97/357 (pg. 31).
54 4.5 Samenstelling De Handleiding Certificering Besluit bodemkwaliteit biedt de mogelijkheid organische componenten uit te sluiten van analyse indien een product langer dan 30 minuten is blootgesteld aan een temperatuur van meer dan 800 C. Keramische producten worden gebakken bij een temperatuur >900 C gedurende een tijd >30 minuten. Hierdoor kan een samenstellingsonderzoek op organische componenten, cyanide en kwik achterwege blijven. TNO-MEP-97/357 rapport bevestigt deze aanname. Er mag daarom aangenomen worden dat alle organische componenten, cyanide en kwik aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit voldoen. Vanwege de aard van de grondstoffen en het productieproces is het uitgesloten dat keramische bouwproducten asbest bevatten. Controles van het asbestgehalte zijn daarom niet nodig in het kader van deze beoordelingsrichtlijn. 4.6 Bepalingsmethode organische componenten Wanneer organische componenten alsnog bepaald moeten worden, dan moet dit plaatsvinden overeenkomstig artikel de Regeling bodemkwaliteit en worden de analyseresultaten getoetst aan de waarden genoemd in bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit. 4.7 Deelname gemeenschappelijk verificatieonderzoek Het is vanaf 2004 toegestaan om het verificatieonderzoek gemeenschappelijk uit te voeren. Dit geldt alleen voor niet kritische componenten (toetsingsklasse 90/>99). Voor elk cluster kan volstaan worden met 10 volledige verificatieonderzoeken in 3 jaar op alle niet kritische componenten. Hierbij wordt de samenstelling van de eluaten en het uitlooggedrag conform NEN 7375 (volledige diffusieproef) bepaald. Indien op basis van de voortschrijdende resultaten van het verificatieonderzoek een component kritisch wordt (k-waarde 3,53 bij 10 waarnemingen) moeten alle deelnemers in de betreffende cluster deze componenten individueel onderzoeken en de keuringsfrequentie vaststellen. Zolang een deelnemer voor het bepalen van de eigen k-waarde nog geen eigen waarnemingen heeft, moeten deze eigen waarnemingen eenmalig tot 5 worden aangevuld met de meest recente resultaten van het ververste gemeenschappelijk verificatiebestand voor het vaststellen van de voortschrijdende k-waarde. Voor alle kritische componenten kan voor het periodieke (interne) onderzoek gebruik worden gemaakt van de verkorte diffusieproef. Eénmaal per 3 jaar dient ter verificatie de volledige diffusieproef conform NEN 7375 te worden uitgevoerd en de emissie van deze kritische componenten te worden vastgelegd. 5 Productiecontrole milieuhygiënische eisen 5.1 Milieuhygiënische eisen Anorganische componenten Eis: De emissie van anorganische componenten voor vormgegeven bouwstoffen mag de waarden uit bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit niet overschrijden. Keuringscriterium: De resultaten van de bepalingen van de emissies van anorganische componenten moeten voldoen aan het keuringscriterium beschreven in hoofdstuk 4 van deze bijlage. Wordt hieraan voldaan, dan mag onder productcertificaat worden geleverd. Bepalingsmethode: De monstervoorbehandeling moet plaatsvinden volgens NVN De uitvoering van de uitloogproef moet geschieden door een voor die werkzaamheden, conform NEN 7375 en vormgegeven bouwstoffen AP04, geaccrediteerd laboratorium.
55 5.1.2 Diffusieproef De diffusieproef wordt uitgevoerd overeenkomstig NEN Duurzame vormvastheid Keramische producten worden aangemerkt als duurzaam vormvast overeenkomstig artikel van de Regeling bodemkwaliteit en wordt bepaald volgens NEN 7375 artikel Bij de 3-jaarlijkse verificatie wordt dit gecontroleerd. 5.2 Toetsing milieuhygiënische componenten K-waarde De k-waarde moet worden gebaseerd op 5 of 10 waarnemingen Monsterneming en monstervoorbehandeling De monsterneming en monstervoorbehandeling moet plaatsvinden overeenkomstig respectievelijk NVN 7303 en NVN 7312 of een vergelijkbare methode, ter goedkeuring van de certificatie-instelling Monsternameplan In het kwaliteitshandboek van de producent moet een monsternameplan opgenomen zijn Greepgrootte en monstergrootte In het kader van het steekproefregime neemt elke producent een steekproef bestaande uit 3 gebakken producten, genomen overeenkomstig het monsternameplan. Deze 3 producten worden aangeduid als één monster en worden samen beproefd. In het kader van het partijkeuringsregime worden 2 monsters geanalyseerd, bestaande uit elk 6 gebakken producten (zie voor richtlijnen: BRL SIKB 1000 en bijbehorend protocol 1003). 5.3 Milieuhygiënische beproevingen Om op een goede wijze invulling te kunnen geven aan de productiecontrole ten behoeve van de eisen uit artikel van de Regeling bodemkwaliteit, moet de producent (indien van toepassing) beschikken over een (jaar)planning voor het nemen van monsters. In deze planning moeten de volgende gegevens zijn aangegeven: Controlefrequentie per jaar; (uiterste) data van monsterneming, waarbij de monsternemingen en beproevingen gelijkelijk over het jaar verdeeld dienen te zijn; De datum wanneer monsters moeten worden getrokken en naar het laboratorium moeten worden gestuurd. Bij verandering van de frequentie voor de productiecontrole van een van de componenten, moet de planning worden aangepast. Als de te bemonsteren sortering volgens planning niet geproduceerd kan worden, dan moet de monsterneming van deze productsortering omgewisseld worden met de volgende monsterneming op de planning. Als over een bepaalde tijd (>3 maanden) niet geproduceerd wordt, dan moet deze productiestop door de producent schriftelijk gemeld worden aan de certificatieinstelling. Indien de productiestop langer duurt dan 3 jaar, dan vervalt het productcertificaat.
56 5.4 Milieuhygiënische eigenschappen Indien op basis van de beproevingen producten voorlopig worden afgekeurd, mogen van de betreffende productsoort geen producten meer onder productcertificaat worden geleverd. De producent moet over een procedure beschikken voor de omgang met voorlopig afgekeurde producten. In deze procedure kunnen de volgende aspecten zijn opgenomen: Het eventueel uitvoeren van de verkorte uitloogproef op de verschillende sorteringen van dezelfde productsoort; Het eventueel opsplitsen van de producten in kleinere partijen waarvan afzonderlijke beproevingen worden uitgevoerd;
57 Wijzigingsblad BRL 2360 Straatbaksteen 31 december 2014 Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door College van Deskundigen Keramische producten d.d. 1 december Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting Bouwkwaliteit d.d. 18 december Dit wijzigingsblad is door Kiwa bindend verklaard per 31 december Geldigheid kwaliteitsverklaringen Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 2360 d.d. 16 november De KOMO kwaliteitsverklaringen die op basis van die beoordelingsrichtlijn zijn afgegeven verliezen in elk geval hun geldigheid op1 januari De NL-BSB productcertificaten verliezen hun geldigheid op 1 maart Gebruiksrecht Het gebruik van dit wijzigingsblad door derden, voor welk doel dan ook, is uitsluitend toegestaan nadat een schriftelijke overeenkomst met Kiwa is gesloten waarin het gebruiksrecht is geregeld. Omschrijving van de wijziging Vanwege de implementatie van de Verordening bouwproducten zijn in dit wijzigingsblad vastgelegd de wijzigingen met betrekking tot de inhoud van de af te geven KOMO kwaliteitsverklaringen. Het betreft de modelkwaliteitsverklaringen, de paragraaf t.a.v. de CE-markering, de verwijzing naar de website van KOMO voor de modellen van de af te geven kwaliteitsverklaringen, het toelatingsonderzoek, de externe controle. bouwproducten Relatie met Europese Verordening Eisen te stellen aan onderzoeksinstellingen Vervang heel artikel 5.5 Certificatiem. Verwijder hoofdstuk 7 uit de BRL. kwaliteitsverklaring Voeg toe een nieuw artikel 8.6 Controle kwaliteitssysteem Externe controle voor het NL-BSB certificaat Externe controle voor de KOMO Verwijder heel bijlage V. 5 Minimale analysefrequentie 1.3 Relatie met Europese Verordening bouwproducten (CPR, EU 305/2011) Op de producten die behoren tot het toepassingsgebied van deze beoordelingsrichtlijn is de geharmoniseerde Europese norm EN 1344 van toepassing. 1.4 Eisen te stellen aan onderzoeksinstellingen Ten aanzien van de essentiële kenmerken zoals omschreven in de bijlage ZA van de geharmoniseerde Europese norm wordt uitgegaan van de waarden zoals opgenomen in de Prestatieverklaring van de betreffende producent. Indien door de leverancier in het kader van de externe controle rapporten van onderzoekinstellingen of laboratoria worden overgelegd om aan te tonen dat aan de eisen van de BRL wordt voldaan, zal moeten
58 worden aangetoond dat deze zijn opgesteld door een instelling die voldoet aan de van toepassing zijnde accreditatienorm, te weten: NEN-EN-ISO/IEC voor inspectie-instellingen; NEN-EN-ISO/IEC voor certificatie-instellingen die systemen certificeren; NEN-EN-ISO/IEC voor certificatie-instellingen die personen certificeren; NEN-EN-ISO/IEC voor laboratoria; NEN-EN-ISO/IEC óf NEN-EN voor certificatie-instellingen die producten certificeren. Toelichting NEN-EN-ISO/IEC is op 15 september 2012 gepubliceerd en gaat NEN-EN vervangen. Hierbij geldt een overgangstermijn van 3 jaar. Een instelling wordt geacht aan deze criteria te voldoen wanneer een accreditatiecertificaat kan worden overgelegd, afgegeven door de Raad voor Accreditatie (RvA) of een accreditatie-instelling waarmee de RvA een overeenkomst van wederzijdse acceptatie heeft gesloten. Deze accreditatie moet betrekking hebben op het voor deze BRL vereiste onderzoek. Indien geen accreditatiecertificaat kan worden overgelegd, zal de certificatie-instelling zelf verifiëren of aan de accreditatienorm is voldaan, of het desbetreffende onderzoek opnieuw zelf (laten) uitvoeren. 1.5 Kwaliteitsverklaring Op basis van de KOMO-systematiek die van toepassing is voor deze beoordelingsrichtlijn worden de volgende kwaliteitsverklaringen afgegeven: KOMO kwaliteitsverklaring voor productcertificatie. De uitspraken in deze kwaliteitsverklaring zijn gebaseerd op de hoofdstukken 5 en 6 van deze beoordelingsrichtlijn. NL-BSB productcertificaat voor de publiekrechtelijke producteisen van het Besluit bodemkwaliteit. De uitspraken in deze kwaliteitsverklaring zijn gebaseerd op de hoofdstukken 4 en 6 en bijlage VII en X van deze beoordelingsrichtlijn. In het NL-BSB productcertificaat mogen geen verwijzingen naar de KOMO kwaliteitsverklaring worden opgenomen. Op de website van de Stichting KOMO ( staan de modelkwaliteitsverklaring vermeld die voor deze beoordelingsrichtlijn van toepassing zijn. De af te geven kwaliteitsverklaring moet hiermee overeenkomen. Voor het NL-BSB productcertificaat wordt verwezen naar de website van de Stichting Bouwkwaliteit ( 3.1 Toelatingsonderzoek Ten behoeve van het verkrijgen van een KOMO kwaliteitsverklaring voert de certificatie instelling onderzoek uit. Tot het toelatingsonderzoek behoren: A. Controle van door de aanvrager verstrekte c.q. te verstrekken documenten waarbij nagegaan wordt of voldaan wordt aan de eisen zoals vastgelegd in deze beoordelingsrichtlijn. B. Beoordeling van de door de aanvrager verstrekte c.q. te verstrekken prestatieverklaring(en) (opgesteld in het kader van de Europese Verordening bouwproducten) waarbij nagegaan wordt of de gedeclareerde waarden van de essentiële kenmerken (zoals vermeld in de prestatieverklaring) minimaal voldoen aan de voorwaarden zoals vermeld in deze beoordelingsrichtlijn. C. Bepaling van de overige productkenmerken zoals opgenomen in deze beoordelingsrichtlijn voor zover het geen essentiële kenmerken zijn zoals vermeld in bijlage ZA van de betreffende geharmoniseerde Europese norm(en) waarbij eveneens nagegaan wordt of deze kenmerken voldoen aan de eisen in deze beoordelingsrichtlijn Wijzigingsblad BRL december 2014 Straatbaksteen - 2 -
59 3.1.3 Toelatingsonderzoek voor het NL-BSB certificaat Ten behoeve van het verkrijgen van een NL-BSB certificaat voert de certificatie instelling onderzoek uit. Tot het toelatingsonderzoek behoort de Controle van door de aanvrager verstrekte c.q. te verstrekken documenten waarbij nagegaan wordt of voldaan wordt aan de eisen zoals vastgelegd in hoofdstuk 4 en bijlage X van deze beoordelingsrichtlijn Bepaling van de overige productkenmerken zoals opgenomen in hoofdstuk 4 en bijlage X van deze beoordelingsrichtlijn 3.2 Beoordeling van het kwaliteitssysteem In relatie tot de essentiële kenmerken (zoals vastgelegd in de prestatieverklaring opgesteld in het kader van de Europese Verordening bouwproducten) vindt ten behoeve van de KOMO-kwaliteitsverklaring geen beoordeling van het kwaliteitssysteem en/of controle van monsters plaats. De kwaliteitsbewaking valt voor de essentiële kenmerken onder de Factory Production Control (FPC) zoals omschreven in de bijlage ZA van de geharmoniseerde Europese norm(en). Ten behoeve van het verkrijgen van de KOMO -kwaliteitsverklaring in relatie tot de overige productkenmerken voert de certificatie instelling onderzoek uit. Tot het toelatingsonderzoek behoren: Beoordeling van het productieproces Beoordeling van het kwaliteitssysteem en het IKB-schema Toetsing op de aanwezigheid en het functioneren van de overige vereiste procedures Vastgesteld moet worden in hoeverre het kwaliteitssysteem in overeenstemming is met de eisen zoals die zijn vastgelegd in hoofdstuk 6 van deze beoordelingsrichtlijn Beoordeling van het kwaliteitssysteem voor de het NL-BSB certificaat Ten behoeve van het verkrijgen van het NL-BSB certificaat voert de certificatie instelling onderzoek uit voor zover dat betrekking heeft op de kenmerken zoals opgenomen in hoofdstuk 4 en bijlage X van deze beoordelingsrichtlijn. Tot het onderzoek behoren: Beoordeling van het productieproces Beoordeling van het kwaliteitssysteem en het IKB-schema Toetsing op de aanwezigheid en het functioneren van de overige vereiste procedures De certificatie-instelling toetst het kwaliteitssysteem en het bijbehorende schema voor de interne kwaliteitsbewaking (IKB-schema). Vastgesteld moet worden in hoeverre het kwaliteitssysteem in overeenstemming is met de eisen zoals die zijn vastgelegd in hoofdstuk 6 en bijlage VII van deze beoordelingsrichtlijn. 5.1 Algemeen In dit hoofdstuk zijn de overige producteisen opgenomen, waaraan straatbakstenen moeten voldoen, evenals de bepalingsmethoden om vast te stellen dat aan de eisen wordt voldaan. T.a.v. de in dit hoofdstuk opgenomen eisen t.a.v. de essentiële kenmerken vindt geen toelatingsonderzoek plaats en wordt geen verklaring opgenomen in de kwaliteitsverklaring. De vermeldingen t.a.v. het toelatingsonderzoek en de verklaring in de kwaliteitsverklaring in dit hoofdstuk t.a.v. de essentiële kenmerken moeten worden verwijderd. 5.5 Certificatiemerk Straatbaksteen moet tenminste per 2000 stenen gemerkt worden zodat de straatbaksteen herleidbaar is tot productielocatie en de productiedatum. Indien straatbaksteen na de keuring voorzien wordt van folie c.q. in deelpakketten wordt neergezet, moeten deze pakketten minimaal voorzien zijn van: een tasnummer; bij levering onder KOMO kwaliteitsverklaring het KOMO productcertificaatnummer; bij levering onder NL-BSB certificaat het NL-BSB productcertificaatnummer. Wijzigingsblad BRL december 2014 Straatbaksteen - 3 -
60 Vrachtbrieven moeten voorzien zijn van de volgende gegevens: de gegevens zoals genoemd in fase C (zie artikel 6.6 van deze BRL); Bij levering onder KOMO kwaliteitsverklaring: het KOMO productcertificaatnummer; het KOMO merk. Bij levering onder NL-BSB certificaat: NL-BSB productcertificaatnummer; NL-BSB merk; vormgegeven bouwstof. In relatie tot de essentiële kenmerken (zoals vastgelegd in de prestatieverklaring opgesteld in het kader van de Europese Verordening bouwproducten) vindt ten behoeve van het KOMO kwaliteitsverklaring geen beoordeling van het kwaliteitssysteem en/of controle van monsters plaats. De kwaliteitsbewaking valt voor de essentiële kenmerken onder de Factory Production Control (FPC) zoals omschreven in de bijlage ZA van de geharmoniseerde Europese norm. In relatie tot de overige productkenmerken vindt door de certificatie instelling periodiek controles plaats van het kwaliteitssysteem, het productieproces en de producteigenschappen waarbij nagegaan wordt of voldaan wordt aan de eisen in deze beoordelingsrichtlijn. Over de aan te houden controlefrequentie beslist het College van Deskundigen. Bij de inwerkingtreding van deze beoordelingsrichtlijn is de frequentie vastgesteld op 2 controlebezoeken per jaar. De tijdsbesteding per controlebezoek bedraagt in principe één dagdeel, inclusief rapportagetijd (exclusief reistijd). Bij controlebezoeken van vergelijkbare regelingen die in combinatie kunnen worden uitgevoerd, leidt dit niet tot een verhoging van de totale tijdsduur. Controles zullen in ieder geval betrekking hebben op: De in het certificaat vastgelegde productspecificatie Het productieproces van de leverancier; Het IKB-schema van de leverancier en de resultaten van door de leverancier uitgevoerde controles; De juiste wijze van merken van de gecertificeerde producten; De naleving van de vereiste procedures. De bevindingen van elke uitgevoerde controle zullen door de certificatie-instelling naspeurbaar worden vastgelegd in een rapport controle voor het NL-BSB certificaat Door de certificatie instelling vinden periodiek controles plaats van het kwaliteitssysteem, het productieproces en de producteigenschappen waarbij nagegaan wordt of nog voldaan wordt aan de eisen in hoofdstuk 4 en Bijlage X van deze beoordelingsrichtlijn. Over de aan te houden controlefrequentie beslist het College van Deskundigen. Bij de inwerkingtreding van deze beoordelingsrichtlijn is de frequentie vastgesteld op 2 controlebezoeken per jaar. De tijdsbesteding per controlebezoek bedraagt in principe één dagdeel, inclusief rapportagetijd (exclusief reistijd). Bij controlebezoeken van vergelijkbare regelingen die in combinatie kunnen worden uitgevoerd, leidt dit niet tot een verhoging van de totale tijdsduur. Wijzigingsblad BRL december 2014 Straatbaksteen - 4 -
61 9.1 Publiekrechtelijke regelgeving Bbk Besluit bodemkwaliteit, Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 2007, nr. 469, Stb. 2008, 160, Stb. 2009, 389, 500, 535, Stb. 2010, 144, 696, 781, Stb. 2011, 104, Stb. 2012, 63 en 164. Rbk Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant 2007, nr. 247, Stcrt. 2008, 122, 196, 249, Stcrt. 2009, 67, 17187, 19723, Stcrt. 2010, 5673, 8546, 18160, Stcrt. 2011, 5769, 12541, 22100, Stcrt. 2012, 6111, 4589, 11807, 13123, en 22335, Stcrt. 2013, en 31950, Stcrt. 2014, 6579 en CPR Europese Verordening bouwproducten, EU 305/2011 Tabel X.1: Minimale analysefrequentie Waarde voor k bij n waarnemingen n = 5 n = 10 Frequentie k > 6,12 k > 4,63 1 per 5 jaar 4,67 < k 6,12 3,53 < k 4,63 1 per jaar 2,74 < k 4,67 2,07 < k 3,53 1 op 10 partijen, doch ten minste 5 per 3 jaar 1,46 < k 2,74 1,07 < k 2,07 1 op 4 partijen, doch ten minste 10 per 3 jaar 0,69 < k 1,46 0,44 < k 1,07 1 op 2 partijen, doch ten minste 5 per jaar overeenkomstig het partijkeuringsregime, k 0,69 k 0,44 doch tenminste 10x per jaar Tabel X.2: Gamma regeling Bepaling Klasse Keuringsfrequentie 90/>(99,9) 0,19 0,26 Eén keuring per vijf jaar emissie niet-vormgegeven bouwstoffen 90/(99-99,9) 0,31 0,41 Eén keuring per jaar 90/(90-99) 0,57 0,76 Eén keuring per tien partijen (minimaal vijf per drie jaar) 90/>(99,9) 0,31 0,38 Eén keuring per vijf jaar emissie vormgegeven bouwstoffen 90/(99-99,9) 0,43 0,52 Eén keuring per jaar 90/(90-99) 0,67 0,82 Eén keuring per tien partijen (minimaal vijf per drie jaar) Wijzigingsblad BRL december 2014 Straatbaksteen - 5 -
Datum Oktober 2017 GASTEC QA ALGEMENE EISEN
Datum Oktober 2017 GASTEC QA ALGEMENE EISEN 253/160324 Voorwoord Kiwa Deze zijn goedgekeurd door het College van Deskundigen GASTEC QA, waarin belanghebbende partijen op het gebied van gas gerelateerde
Beoordelingsrichtlijn
01-02-2012 voor het Kiwa productcertificaat voor Doucheslangen voor sanitaire kranen Voorwoord Kiwa Deze is opgesteld door het College van Deskundigen CWK van Kiwa, waarin belanghebbende partijen op het
Wijzigingsblad BRL 2202 (zonwerend)(warmtereflecterend) isolerend dubbelglas voor thermische isolatie 31 december 2014
Wijzigingsblad BRL 2202 (zonwerend)(warmtereflecterend) isolerend dubbelglas voor thermische isolatie 31 december 2014 Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door College van Deskundigen
Wijzigingsblad BRL 2813
Wijzigingsblad BRL 2813 Bouwelementen van beton 31 december 2014 Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door College van Deskundigen Constructief Beton d.d. 12 november 2014. Aanvaard
Wijzigingsblad BRL 2502
Wijzigingsblad BRL 2502 Korrelvormig materialen met een volumieke massa van ten minste 2000 kg/m 3 Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door College van Deskundigen Korrelvormige
Beoordelingsrichtlijn
15 december 2011 voor het Kiwa-procescertificaat voor Naleving van de Regeling Kwaliteitsborging Watermeters (RKW) Voorwoord Kiwa Deze is opgesteld door de Commissie Regeling Kwaliteitsborging Watermeters
VOOR DE AFGIFTE VAN EEN
27-05-2014 SKG RICHTLIJN VOOR DE AFGIFTE VAN EEN VERKLARING IN HET KADER VAN DE CPR OF EEN SKG-CERTIFICATE OF CONFORMITY Uitgave SKG Nadruk verboden Pagina 2. dd. 27-05-2014 VOORWOORD Deze richtlijn zal
Kwaliteit en eisen van straatbaksteen
Kwaliteit en eisen van straatbaksteen Onze straatbakstenen voldoen aan NEN-EN 1344 en de nationale Beoordelingsrichtlijn 2360. Zodoende hebben wij KOMO-keur op onze vormbak en strengpers stenen. De normen
Beoordelingsrichtlijn
01-02-2012 voor het Kiwa productcertificaat voor Vaste brandblusinstallaties. Slangsystemen: Vaste slanghaspels met vormvaste slang Voorwoord Kiwa Deze is opgesteld door het College van Deskundigen CWK
Wijzigingsblad BRL
Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 9311 d.d. 16-04-2008, Gerecycled grind voor toepassing op daken en gerecycled grind en gerecyclede steenslag voor toepassing in ongebonden lagen in civiele werken en
Nationale Beoordelingsrichtlijn
BRL 2032 5 januari 2012 Nationale Beoordelingsrichtlijn Voor het KOMO productcertificaat voor Duikerelementen van gegolfd verzinkt plaatstaal - Spiraalvormig - Meerplatige systemen Vastgesteld door CvD
NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO-PRODUCTCERTIFICAAT VOOR "LIJMEN VOOR DRAGENDE HOUTEN BOUWCONSTRUCTIES" van de Stichting Bouwkwaliteit
Ú BRL 2338 d.d. 1998-11-15 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO-PRODUCTCERTIFICAAT VOOR "LIJMEN VOOR DRAGENDE HOUTEN BOUWCONSTRUCTIES" Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting
BRL 9600 Nationale Beoordelingsrichtlijn
BRL 9600 2004-03-01 Nationale Beoordelingsrichtlijn Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting Bouwkwaliteit d.d. 21 juli 2004. voor het KOMO-procescertificaat voor Afbouwwerkzaamheden
BRL 9935 Deel 01. Beoordelingsrichtlijn. Bijzonder deel 01: kritiekversie d.d
BRL 9935 Deel 01 kritiekversie d.d. 2016-01-15 Beoordelingsrichtlijn voor het KOMO -procescertificaat voor het ontwerpen, aanbrengen en inspecteren en onderhouden van voorzieningen tegen valgevaar op daken
GASTEC QA 72. 1 juli 2015 Beoordelingsrichtlijn. voor het Gastec QA product certificaat voor. Enkelwandige aluminium afvoerpijpen en hulpstukken.
BRL GASTEC QA 72 1 juli 2015 Beoordelingsrichtlijn GASTEC QA 72 voor het Gastec QA product certificaat voor Enkelwandige aluminium afvoerpijpen en hulpstukken. Voorwoord Deze beoordelingsrichtlijn is vastgesteld
Nationale Beoordelingsrichtlijn
BRL 0512 01-07-2007 Nationale Beoordelingsrichtlijn voor het KOMO productcertificaat voor Krachtlasverbindingen met betonstaal en stalen strippen Techniekgebied H9: Staal voor toepassing in beton Vastgesteld
Wijzigingsblad BRL
Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 2701 d.d. 12-12-2012. Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door het College van Deskundigen voor metalen gevelelementen d.d. 20-11-2014. Aanvaard
attest-met-productcertificaat Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5
KOMO attest-met-productcertificaat Nummer K24174/02 Vervangt K24174/01 Uitgegeven 2006-09-01 d.d. 2004-01-01 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5 Betonwarenindustrie Dautzenberg B.V. VERKLARING VAN KIWA
Wijzigingsblad BRL K905/02
Het gebruik van deze Beoordelingsrichtlijn door derden, voor welk doel dan ook, is uitsluitend toegestaan nadat een schriftelijke overeenkomst met Kiwa is gesloten waarin het gebruiksrecht is geregeld.
WIJZIGINGSBLAD BRL 1332 Het thermisch isoleren met een in situ spraysysteem van polyurethaanschuim. Pagina 1 van 5 d.d. 2015-07-29
Pagina 1 van 5 d.d. 2015-07-29 Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 1332 d.d. 2013-01-02. Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door het College van Deskundigen Na-Isolatie d.d. 01-07-2015.
Wijzigingsblad BRL 0703
Wijzigingsblad BRL 0703 Kunststof gevelelementen 31 december 2014 Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door College van Deskundigen Kunststof Gevelelementen d.d. 31 december 2014.
Wijzigingsblad BRL 0503
Wijzigingsblad BRL 0503 Buig- en vlechtwerk en gehechtlaste (prefab) wapeningsconstructies 12 december 2018 Algemeen Dit wijzigingsblad behoort bij de beoordelingsrichtlijn 0503 Buig- en vlechtwerk en
Wijzigingsblad BRL 4702
Het gebruik van deze beoordelingsrichtlijn door derden, voor welk doel dan ook, is uitsluitend toegestaan nadat een schriftelijke overeenkomst met SGS INTRON Certificatie, KIWA, IKOB-BKB is gesloten waarin
Wijzigingsblad BRL 1010 16-03-2015
Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 1010 Drooggeperste keramische wand- en vloertegels d.d. 03-10- 2008 en vervangt het wijzigingsblad d.d. 20-11-2012. Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld
Nationale Beoordelingsrichtlijn
13 november 2012 Nationale Beoordelingsrichtlijn Voor het KOMO attest-met-productcertificaat voor vlakke vezelcementplaten voor gevelbekleding Vastgesteld door CvD Afbouw d.d. 6 november 2012 Aanvaard
Vervang de inhoud van de volgende paragrafen in de BRL door de aangegeven tekst.
Wijzigingsblad BRL 2811 Ferrocement-producten Datum wijzigingsblad 27-09-2012 Vastgesteld door CvD Constructief Beton d.d. 21 juni 2012 Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting Bouwkwaliteit
GASTEC QA. Keuringseis 53. Voor het Gastec QA productcertificaat aangaande hulpstukken van slagvast polyvinylchloride (slagvast PVC)
KE 53 Concept versie 01 GASTEC QA Keuringseis 53 Voor het Gastec QA productcertificaat aangaande hulpstukken van slagvast polyvinylchloride (slagvast PVC) Voorwoord Deze Keuringseis is goedgekeurd door
Nummer K4084/03 Vervangt K4084/02. Uitgegeven 2013-11-01 d.d. 2013-10-01. Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5
KOMO productcertificaat Nummer K4084/03 Vervangt K4084/02 Uitgegeven 2013-11-01 d.d. 2013-10-01 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5 IsoBouw Systems B.V. VERKLARING VAN KIWA Dit productcertificaat is op
Wijzigingsblad BRL
Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 2120 Geprefabriceerde metselwerkwapening op basis van staal d.d. 13-11-2003. Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door het College van Deskundigen
Wijzigingsblad BRL 9161
Wijzigingsblad BRL 9161 Aanbrengen van geleiderail langs wegen 2015-03-19 Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door College van Deskundigen Verkeersmaatregelen en Geleiderail d.d.
Beoordelingsrichtlijn
BRL 1 februari 2011 Beoordelingsrichtlijn betreffende het productcertificaat voor het GASKEUR label HR(Hoog Rendement): 2010 voor Lucht Verwarmingstoestellen. Voorwoord Deze beoordelingsrichtlijn is vastgesteld
attest-met-productcertificaat
KOMO attest-met-productcertificaat Nummer Uitgegeven Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van x Keramische prefab wand- en gevelelementen VERKLARING VAN CI Dit attest-met-productcertificaat is op basis van BRL
BRL 9935 Deel 03. Beoordelingsrichtlijn. Bijzonder deel 03: Kritiekversie d.d
BRL 9935 Deel 03 Kritiekversie d.d. 2016-01-15 Beoordelingsrichtlijn voor het KOMO -procescertificaat voor het ontwerpen, aanbrengen en inspecteren en onderhouden van voorzieningen tegen valgevaar op daken
Nationale Beoordelingsrichtlijn
BRL 2055 31-03-2011 Nationale Beoordelingsrichtlijn Voor het KOMO productcertificaat voor een Funderingsdoorvoer gasbelemmerend Vastgesteld door CvD (LSK) d.d. 11 juni 2010 Aanvaard door de Harmonisatie
Beoordelingsrapport Construction Product Regulation* * CPR - REGULATION (EU) No 305/2011
1. Auditplan 1) Doelstelling: Onderzoek: Grondslag: Beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid van de producten zoals de fabrikant deze in zijn Declaration of Performance heeft omschreven
Beoordelingsrapport Construction Product Regulation* * CPR - REGULATION (EU) No 305/2011
* CPR - REGULATION (EU) No 05/2011 Sir W. Churchill-laan 2 Telefoon +1 (0) 0 1 00 Fax +1 (0) 0 1 20 1. Auditplan 1) Doelstelling: Onderzoek: Grondslag: Beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid
KE 58. Februari Keuringseis 58. Zadels met klampverbinding van slagvast polyvinylchloride (slagvast PVC)
KE 58 Februari 2018 Keuringseis 58 Zadels met klampverbinding van slagvast polyvinylchloride (slagvast PVC) 253/160324 Voorwoord Kiwa Deze Keuringseis is goedgekeurd door het College van Deskundigen productcertificatie
Beoordelingsrichtlijn
BRL K14011/01 20 juli 2006 Beoordelingsrichtlijn Waterleidingtechnische veiligheidsaspecten BRL K14011/01 20 juli 2006 Beoordelingsrichtlijn Waterleidingtechnische veiligheidsaspecten 2006 Kiwa N.V. Alle
Beoordelingsrapport Construction Product Regulation* * CPR - REGULATION (EU) No 305/2011
1. Auditplan 1) Doelstelling: Beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid van de producten zoals de fabrikant deze in zijn Declaration of Performance heeft omschreven door middel van: Initiële
KOMO Productcertificaat S
KOMO Productcertificaat Uitgegeven 19-07-05 Vervangt Geldig tot Onbepaald D.d. 19-06- Pagina 1 van 5 Cugla B.V. VERKLARING VAN KIWA Dit KOMO productcertificaat is op basis van BRL 1803 Hulpstoffen voor
KE 52. Februari Keuringseis 52. Gasdistributieafsluiters voor bedrijfsdrukken tot en met 16 bar
KE 52 Februari 2019 Keuringseis 52 Gasdistributieafsluiters voor bedrijfsdrukken tot en met 16 bar 253/160324 Voorwoord Kiwa Deze Keuringseis is goedgekeurd door het College van Deskundigen productcertificatie
KOMO productcertificaat
platen van minerale wol voor thermische isolatie Certificaathouder: Knauf Insulation B.V. Nummer: CvP-485/2 Uitgegeven: 2009-12-16 Vervangt: CvP-485/1 d.d. 2005-09-07 Florijnstraat 2 4903 RM OOSTERHOUT
Technische gegevens. Gigant architectonisch beton. België en Nederland
Laatste update: 1 februari 2016 Technische gegevens Gigant architectonisch beton België en Nederland SVK nv Aerschotstraat 114 B9100 SintNiklaas T +32 (0)3 760 49 00 [email protected] www.svk.be NL
BRL K10015 2011-11-15. Kiwa procescertificaat voor Inspecteren van rioleringsobjecten
2011-11-15 Kiwa procescertificaat voor Inspecteren van rioleringsobjecten Voorwoord Kiwa Deze is opgesteld door het College van Deskundigen Leidingsystemen Ontwerp, Productie en Uitvoering van Kiwa, waarin
