Deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen"

Transcriptie

1 Deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen Actualisering juli 2010 Vastgestelde tekst uitgave 11 november 2010

2 CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Deze notforprofitorganisatie ontwikkelt, verspreidt en beheert praktisch toepasbare kennis voor beleidsvoorbereiding, planning, ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud. Dit gebeurt in samenwerking met alle belanghebbende partijen, waaronder Rijk, provincies, gemeenten, adviesbureaus, uitvoerende bouwbedrijven in de grond, water en wegenbouw, toeleveranciers en vervoerorganisaties. De kennis, veelal in de vorm van richtlijnen, aanbevelingen en systematieken, vindt haar weg naar de doelgroepen via websites, publicaties, cursussen en congressen. CROW heeft zijn activiteiten gebundeld in zeven thema s: Openbare ruimte Mobiliteit & Transport Verkeerstechniek Infrastructuur Besteksregelgeving Contractvormen Bouwprocesmanagement CROW Galvanistraat 1, 6716 AE Ede Postbus 37, 6710 BA Ede Telefoon (0318) Fax (0318) Website

3 november 2010 Copyright 2010, CROW, Kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte, Galvanistraat 1, 6716 AE Ede (telefoon ). Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van bovengenoemde stichting, behoudens de beperkingen bij de wet gesteld. Het verbod betreft ook een gehele of gedeeltelijke bewerking. Het is verboden wijzigingen in de systematiek en de tekst aan te brengen. CROW en degenen die aan deze publicatie hebben meegewerkt, hebben een zo groot mogelijke zorgvuldigheid betracht bij het formuleren en redigeren van deze publicatie. Nochtans moet de mogelijkheid niet worden uitgesloten dat in deze publicatie toch onjuistheden voorkomen. Degene die van de publicatie gebruik maakt, aanvaardt daarvoor het risico. CROW sluit, mede ten behoeve van al degenen die aan deze publicatie hebben meegewerkt, iedere aansprakelijkheid uit voor schade die mocht voortvloeien uit het gebruik van deze publicatie.

4 INHOUDSOPGAVE Algemene toelichting deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen 6 Inhoudsopgave resultaatsbeschrijvingen 10 Resultaatsbeschrijvingen 11 Toelichting resultaatsbeschrijvingen 31 Inhoudsopgave technische bepalingen deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen 36 Technische bepalingen 38=593 Toelichting technische bepalingen 83 Inhoudsopgave proeven 86 Proeven 87 Toelichting proeven 104

5 ALGEMENE TOELICHTING In de Standaard RAW Bepalingen 2005, Wijziging mei 2008 werd invulling gegeven aan het gebruik van de Europese normen van de NENEN serie in contracten. Tegelijk zijn toen de resultaatsbeschrijvingen voor het aanbrengen van asfalt aangepast. Deze aanpassing werd noodzakelijk door een besluit van de Standing Committee on Construction, een orgaan van de Europese Commissie. Het besluit verplichtte tot toepassing van deze normen per 1 maart De inpassing van de Europese normen van de NENEN serie in de contractsituatie had tot gevolg dat de specificatie van asfaltmengsels gewijzigd werd ten opzichte van de tot dan toe gebruikelijke manier. Tevens werd voor asfaltbespecie gekozen voor een specificatie met functionele eigenschappen in plaats van een specificatie volgens een recept benadering. De in de Wijziging 2008 opgenomen specificatie is in 2008, na onderzoek en literatuurstudie opgesteld door de CROW werkgroep Consequenties Implementatie Europese Normen voor Asfalt (CIENA), ontwikkeld. Daarbij was vastgelegd dat het gebruik van de functionele specificaties gedurende een jaar gevolgd zou worden. Dit heeft geleid tot een aanpassing. Wijziging eisen functioneel gespecificeerde asfaltmengsels Van verschillende producenten zijn van ca 200 mengsels de typeonderzoeksgegevens op vertrouwelijke basis ingezonden naar CROW. Deze gegevens zijn in het kader van het project Kalibratie Functionele Contracteisen Asfalt door de opgerichte Deskundigencommissie Asfaltverhardingen (DCA) beschouwd. Op grond van de aanbevelingen van de commissie heeft de werkgroep Asfaltverhardingen (WGA) besloten tot een aantal wijzigingen in de eisstelling en de gebruikte coderingen. Deze wijzigingen betreffen een aanpassing van de eisen voor stijfheid, weerstand tegen permanente vervorming en weerstand tegen vermoeiing voor de asfaltbemengsels. De eis voor de watergevoeligheid is alleen voor steenmastiekasfalt en zeer open asfaltbe aangepast. Waar het zich oorspronkelijk liet aanzien dat het niet nodig was, is op aanbeveling van de commissie toch een set eisen ontwikkeld voor verhardingen voor langzaam rijdend en stilstaand zwaar verkeer. Ervaringen met het gebruik van de technische bepalingen opgenomen in de Wijziging 2008 Uit de praktijk werden een aantal kanttekeningen en voorstellen tot verbetering van de technische bepalingen van deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen en de proeven 250 t/m 257 ontvangen. De werkgroep Asfaltverhardingen heeft deze voorstellen beschouwd hetgeen geleid heeft tot een aantal verduidelijkingen en aanvullingen. Aandachtspunten Een aandachtspunt bij de huidige technische bepalingen is de gewijzigde benadering van asfalt door het verplichte gebruik van de Europese normen van de NENEN serie. Het asfalt wordt gekarakteriseerd met een aantal functionele eigenschappen. Dit betreft de watergevoeligheid, de stijfheid, de weerstand tegen permanente vervorming en de weerstand tegen vermoeiing. Afhankelijk van de plaats in de constructie (deklaag, tussenlaag of onderlaag) wordt een mengsel op de daarvoor noodzakelijke eigenschappen ontworpen. De producent heeft daar een zekere vrijheid in. Van het door hem ontworpen mengsel worden de functionele eigenschappen vastgesteld met een typeonderzoek. Dat mengsel mag hij dan met de vastgestelde eigenschappen op de markt brengen. Een dergelijk mengsel wordt door een afnemer (aannemer) afgenomen als de eigenschappen binnen de voor het werk verlangde range van eigenschappen valt. Het mengsel wordt in principe niet voor een specifiek werk ontworpen. Het wordt voor een bepaalde toepassing ontworpen. Het is natuurlijk altijd mogelijk dat voor bijzondere constructies ook een bijzonder mengsel wordt ontworpen. Dit betekent wel dat er dan een typeonderzoek moet worden verricht gericht op dat mengsel. Hierbij moet rekening gehouden worden met de kosten en het tijdsbeslag van dit onderzoek. 6

6 Gestandaardiseerde mengseleigenschappen In deelhoofdstuk 31.2 zijn een aantal categorieën mengseleigenschappen opgenomen voor respectievelijk dek, tussen en onderlagen. Bij deze categorieën is onderscheid gemaakt naar de verkeersbelasting van de verharding. Hierbij is uitgegaan van de functionele eigenschappen vastgesteld aan de bekende mengsels, zoals deze in de Standaard RAW Bepalingen 2005 (versie oktober 2005) waren beschreven. Dit betekent dat de toepassing van asfaltmengsels met deze mengseleigenschappen ook gericht is op standaard asfaltconstructies en laagdikten. Veranderde benadering mengseleigenschappen In de Standaard RAW Bepalingen Wijziging mei 2008 is de wijze van beschrijven van de asfaltmengsels gewijzigd. Het was zo dat een mengsel beschreven werd met een standaard recept; een korrelverdeling en bitumengehalte dat binnen vastgestelde grenzen. Daarnaast moest het voldoen aan bepaalde Marshalleigenschappen. Met het Marshallvooronderzoek werd de samenstelling binnen de gegevengrenzen bepaald en het in de weg te brengen mengsel werd aan deze samenstelling of de aan de hand daarvan vastgestelde referentiesamenstelling getoetst. In de nieuwe situatie spelen de reeds genoemde functionele eigenschappen een rol. Deze eigenschappen worden in de weg verwacht. Aan de hand van tot nu toe bekende gegevens zijn voor de oude mengsels (dab, oab, stab en gab) gebieden bepaald waarin de functionele eigenschappen moeten liggen, afhankelijk van de verkeersbelasting die bij het ontwerp wordt gehanteerd. In de versie juni 2010 van de technische bepalingen 31.2 asfaltverhardingen zijn deze gebieden voor asfaltbemengsels voor deklagen, tussenlagen en onderlagen terug te vinden in paragraaf Tabel T De producent is vrij om een asfaltbemengsel binnen de randvoorwaarden van NENEN Asfaltbe, te ontwerpen voor een bepaald toepassingsgebied. Er bestaat geen nauw omschreven gebied voor de korrelverdeling en de bindmiddel hoeveelheid voor de mengsels in NENEN De samenstelling wordt bepaald van het mengsel waarvan ook de functionele eigenschappen worden bepaald. Van dit mengsel, beschreven als de in te wegen doelsamenstelling, bepaald hij de eigenschappen volgens NENEN Typeonderzoek. Voldoen de functionele eigenschappen van dit specifieke mengsel aan de randvoorwaarden in het bestek dan kan dit mengsel toegepast worden voor de in het bestek benoemde functie. Dit betekent dat er een relatie bestaat tussen de gebruikte mengselsamenstelling en de proefomstandigheden tijdens het typeonderzoek en de mengselsamenstelling en de eigenschappen van dat in de weg verwerkte mengsel. Daar er nog geen beproevingsmethoden bestaan waarmee de functionele eigenschappen in de weg kunnen worden vastgesteld wordt hiervoor gebruik gemaakt van de eigenschappen mengselsamenstelling, verdichtingsgraad en holle ruimte. Aangenomen wordt dat bij beperkte afwijkingen in mengselsamenstelling, holle ruimte en dichtheid bepaald in de weg, ten opzichte van de in te wegen doelsamenstelling, de holle ruimte respectievelijk de dichtheid vastgesteld bij het typeonderzoek, deze eigenschappen ook in de weg aanwezig zullen zijn. De gegevens die bij het typeonderzoek worden vastgelegd en bij de CEmarkering voor het mengsel worden vermeld, spelen dan ook weer een rol bij de beoordeling van het mengsel in de weg. Daarnaast is geconstateerd dat voor een goede beoordeling ook een aantal aanvullende gegevens noodzakelijk zijn. In de technische bepalingen van deelhoofdstuk 31.2 en in proef 62 (oude proef 250) zijn deze gegevens vastgelegd. Toekomstige ontwikkelingen Naar de toekomst toe mag verwacht worden dat de mengseleigenschappen kunnen leiden tot een optimalisatie van de asfaltconstructie. Daar is echter nog ervaringsopbouw voor nodig. Binnen CROW wordt gewerkt aan een methodiek voor het berekenen van de constructieopbouw aan de hand van de mengseleigenschappen die bij deze optimalisatie kan worden toegepast. Dit betreft de ontwikkeling van het Ontwerp Instrumentarium Asfaltverhardingen (OIA). 7

7 Proef 72 Stroefheid Op voorstel van Rijkswaterstaat Dienst Verkeer en Scheepvaart is proef 72 (oud proef 150) aangepast. Deze aanpassing houdt verband met het gebruik van een nieuwe meetband en de wens om bij een snelheid van 70 km/u te kunnen meten. Dit betekent dat de toetsingswaarden die bij gebruik van proef 72 (oud proef 150) volgens de Standaard RAW Bepalingen 2005 werden toegepast aangepast moeten worden. Deze aanpassing is in de technische bepalingen van deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen verwerkt. Gebruik vastgestelde technische bepalingen Asfaltverhardingen De aangepaste bepalingen, proeven en resultaatsbeschrijvingen zullen opgenomen worden in de nieuwe versie van d RAW systematiek zoals deze begin 2011 zal verschijnen. Gezien de ervaringen die hebben geleid tot de in dit deelhoofdstuk opgenomen wijzigingen is het noodzakelijk zo snel mogelijk met dit deelhoofdstuk te gaan werken. Om dit mogelijk te maken zijn hieronder bepalingen opgenomen waarmee de voorliggende technische bepalingen in het bestek van toepassing kunnen worden verklaard. 01 ALGEMENE EN ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN ALGEMENE BEPALINGEN VAN TOEPASSING ZIJNDE BEPALINGEN 01 Op dit werk zijn van toepassing de Standaard RAW Bepalingen, zoals laatstelijk vastgesteld in mei 2008, hierna te noemen 'Standaard 2005', uitgegeven door de Stichting CROW. In plaats van deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen van deze Standaard 2005 zijn de technische bepalingen deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen en de proeven 61 t/m 72 opgenomen in de publicatie Deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen Actualisering, vastgesteld juli 2010 van toepassing. 02 De Standaard 2005 is tegen betaling van EUR 90, verkrijgbaar bij de Stichting CROW. Bestellingen schriftelijk aan postbus 37, 6710 BA Ede, per fax aan (0318) of via de shop op de CROWwebsite: De publicatie Deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen Actualisering, juli 2010 is te downloaden op de CROWwebsite: keuze tervisielegging. Gebruik resultaatsbeschrijvingen Aan de hand van de in deze publicatie opgenomen subwerkcategorieën en resultaatsbeschrijvingen kunnen noodzakelijke besteksposten worden geformuleerd voor het aanbrengen van asfaltverhardingen afgestemd op de nieuwe bepalingen en de Europese normen. Toelichting RAWsystematiek en beoordelingsprocedure Voor een korte toelichting op de RAWsystematiek wordt verwezen naar de CROWwebsite: Toelichting RAWsystematiek. 8

8 I N H O U D S O P G A V E RESULTAATSBESCHRIJVINGEN 31 Wegverhardingen II Aanbrengen asfaltverharding Aanbrengen kleeflaag. m Aanbrengen van een deklaag van asfaltbe Aanbrengen van een deklaag van steenmastiekasfalt Aanbrengen van deklaag van zeer open asfaltbe Aanbrengen deklaag 2laags zeer open asfaltbe Aanbrengen van een tussenlaag van asfaltbe Aanbr. tussenlaag asfaltbe tijdelijke deklaag Aanbrengen tussenlaag van asfaltbe onder zoab Aanbrengen van een onderlaag van asfaltbe Aanbrengen van onderlaag asfaltbe in 2 lagen Aanbrengen van onderlaag asfaltbe in 3 lagen Aanbrengen van onderlaag asfaltbe in 4 lagen Aanbrengen steenslag op deklagen. m Aanbrengen brekerzand op deklagen. m Aanbrengen profileerlagen en uitvullingen Aanbrengen van een profileerlaag van asfaltbe Aanbrengen van een profileerdeklaag Aanbrengen uitvullingen asfalt. 9

9 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding ROMPTEKST: Aanbrengen kleeflaag. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen kleeflaag. m2 # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. 1 Bitumenemulsie: # Nadere omschrijving van het materiaal. 2 Asfaltkleefmiddel 1 Hoeveelheid 0,2 kg/m 2 2 Hoeveelheid 0,3 kg/m 2 3 Hoeveelheid 0,4 kg/m 2 4 Hoeveelheid 0,5 kg/m 2 10

10 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbrengen van een deklaag van asfaltbe. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een deklaag van asfaltbe. Totaal # Aantal m 2 invullen. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Indien noodzakelijk het afstrooien van het verhardingsoppervlak beschrijven m.b.v. hoofdcode Zie ook Standaard RAW Bepalingen art Asfalt: AC 8 surf 2 Asfalt: AC 11 surf 3 Asfalt: AC 16 surf 4 Asfalt: AC * surf 1 Mengseleigenschappen: DLIB 2 Mengseleigenschappen: DLA 3 Mengseleigenschappen: DLB 4 Mengseleigenschappen: DLC 5 Mengseleigenschappen: Watergevoeligheid ITSR * Stijfheid S min *, S max * Weerstand tegen permanente vervorming f cmax * Weerstand tegen vermoeiing E 6 * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Positie 2 gebruiken in samenhang met de mengsels voor asfaltbe gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor asfaltbe beschrijven met positie 2 inhoud 7 indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter 1 Laagdikte * mm [van 15 tot 25 mm] 2 Laagdikte * mm [van 25 tot 35 mm] 3 Laagdikte * mm [van 35 tot 45 mm] 4 Laagdikte * mm [van 45 tot 60 mm] 1 Op een ondergrond, die is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 2 Op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 3 Op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 11

11 4 Op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 5 Op de voorgaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 12

12 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbrengen van een deklaag van steenmastiekasfalt. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een deklaag van steenmastiekasfalt. Totaal # Aantal m 2 invullen. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Indien noodzakelijk het afstrooien van het verhardingsoppervlak beschrijven m.b.v. hoofdcode of Zie ook Standaard RAW Bepalingen art Asfalt: SMANL 5 70/100 2 Asfalt: SMANL 8A 70/100 3 Asfalt: SMANL 8B 70/100 4 Asfalt: SMANL 11A 70/100 5 Asfalt: SMANL 11B 70/100 6 Asfalt: SMA * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Positie 1 gebruiken in samenhang met de mengsels voor steenmastiekasfalt gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor steenmastiekasfalt beschrijven met positie 1 inhoud 6 indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter 1 Laagdikte * mm [van 15 tot 25 mm] 2 Laagdikte * mm [van 25 tot 35 mm] 3 Laagdikte * mm [van 35 tot 45 mm] 1 Op een ondergrond, die is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 2 Op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 3 Op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 4 Op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 5 Op de voorgaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 13

13 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbrengen van deklaag van zeer open asfaltbe. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een deklaag van zeer open asfaltbe. Totaal # Aantal m 2 invullen. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Asfalt: ZOAB 11 2 Asfalt: ZOAB 16 3 Asfalt: PA * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Positie 1 gebruiken in samenhang met de mengsels voor zeer open asfaltbe gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor zeer open asfaltbe beschrijven met positie 1 inhoud 3 indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter 1 Laagdikte * mm [van 35 tot 45 mm] 2 Laagdikte * mm [van 45 tot 55 mm] 1 Op een ondergrond, die is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 2 Op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 3 Op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 4 Op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 5 Op de voorgaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 14

14 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbrengen deklaag 2laags zeer open asfaltbe. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een deklaag van tweelaags zeer open asfaltbe. Totaal # Aantal m 2 invullen. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Bovenste laag asfalt: PA * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Onderste laag asfalt: PA * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. 2 Bovenste laag asfalt: ZOAB * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Onderste laag asfalt: ZOAB * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Positie 1 inhoud 2 gebruiken in samenhang met de mengsels voor zeer open asfaltbe gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor zeer open asfaltbe beschrijven met positie 1 inhoud 1 indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter 1 Laagdikte bovenste laag * mm [van 15 tot 25 mm] 2 Laagdikte bovenste laag * mm [van 25 tot 35 mm] 3 Laagdikte bovenste laag * mm [van 35 tot 45 mm] 1 Laagdikte onderste laag * mm [van 15 tot 25 mm] 2 Laagdikte onderste laag * mm [van 25 tot 35 mm] 3 Laagdikte onderste laag * mm [van 35 tot 45 mm] 4 Laagdikte onderste laag * mm [van 45 tot 55 mm] 1 Op een ondergrond, die is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 2 Op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 3 Op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 4 Op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 5 Op de voorgaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 15

15 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbrengen van een tussenlaag van asfaltbe. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een tussenlaag van asfaltbe. Totaal # Aantal m 2 invullen. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Asfalt: AC 11 bind 2 Asfalt: AC 16 bind 3 Asfalt: AC 22 bind 4 Asfalt: AC * bind 1 Mengseleigenschappen: TLIB 2 Mengseleigenschappen: TLA 3 Mengseleigenschappen: TLB 4 Mengseleigenschappen: TLC 5 Mengseleigenschappen: Watergevoeligheid ITSR * Stijfheid S min *, S max * Weerstand tegen permanente vervorming f cmax * Weerstand tegen vermoeiing E 6 * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Positie 2 gebruiken in samenhang met de mengsels voor asfaltbe gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor zeer open asfaltbe beschrijven met positie 2 inhoud 5 indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter 1 Totale laagdikte * mm [van 15 tot 25 mm] 2 Totale laagdikte * mm [van 25 tot 35 mm] 3 Totale laagdikte * mm [van 35 tot 45 mm] 4 Totale laagdikte * mm [van 45 tot 60 mm] 1 Op een ondergrond, die is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 2 Op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 3 Op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 4 Op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 5 Op de voorgaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 16

16 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbr. tussenlaag asfaltbe tijdelijke deklaag. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een tussenlaag van asfaltbe toegepast als tijdelijke deklaag. Totaal # Aantal m 2 invullen. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Asfalt: AC 16 bind 2 Asfalt: AC * bind 1 Mengseleigenschappen: TDLIB 2 Mengseleigenschappen: TDLB 3 Mengseleigenschappen: TDLC 4 Mengseleigenschappen: Watergevoeligheid ITSR * Stijfheid S min *, S max * Weerstand tegen permanente vervorming f cmax * Weerstand tegen vermoeiing E 6 * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Positie 2 gebruiken in samenhang met de mengsels voor asfaltbe gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor asfaltbe beschrijven met positie 2 inhoud 4 indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter. 1 Laagdikte * mm [van 15 tot 25 mm] 2 Laagdikte * mm [van 25 tot 35 mm] 3 Laagdikte * mm [van 35 tot 45 mm] 4 Laagdikte * mm [van 45 tot 60 mm] 1 Op een ondergrond, die is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 2 Op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 3 Op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 4 Op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 5 Op de voorgaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 17

17 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbrengen tussenlaag van asfaltbe onder zoab. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een tussenlaag van asfaltebe toegepast onder een deklaag van zeer open asfaltbe. Totaal # Aantal m 2 invullen. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Asfalt: AC 11 bind 2 Asfalt: AC 16 bind 3 Asfalt: AC 22 bind 4 Asfalt: AC * bind 1 Mengseleigenschappen: TDZIB 2 Mengseleigenschappen: TDZB 3 Mengseleigenschappen: TLZC 4 Mengseleigenschappen: Watergevoeligheid ITSR * Stijfheid S min *, S max * Weerstand tegen permanente vervorming f cmax * Weerstand tegen vermoeiing E 6 * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Positie 2 gebruiken in samenhang met de mengsels voor asfaltbe gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor asfaltbe beschrijven met positie 2 inhoud 4 indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter. 1 Laagdikte * mm [van 15 tot 25 mm] 2 Laagdikte * mm [van 25 tot 35 mm] 3 Laagdikte * mm [van 35 tot 45 mm] 4 Laagdikte * mm [van 45 tot 60 mm] 1 Op een ondergrond, die is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 2 Op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 3 Op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 4 Op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 5 Op de voorgaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 18

18 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbrengen van een onderlaag van asfaltbe. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een onderlaag van asfaltbe. Totaal # Aantal m 2 invullen. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Asfalt: AC 16 base 2 Asfalt: AC 22 base 3 Asfalt: AC 32 base 4 Asfalt: AC * base 1 Mengseleigenschappen: OLIB 2 Mengseleigenschappen: OLA 3 Mengseleigenschappen: OLB 4 Mengseleigenschappen: OLC 5 Mengseleigenschappen: Watergevoeligheid ITSR * Stijfheid S min *, S max * Weerstand tegen permanente vervorming f cmax * Weerstand tegen vermoeiing E 6 * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Positie 2 gebruiken in samenhang met de mengsels voor zeer open asfaltbe gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor zeer open asfaltbe beschrijven met positie 2 inhoud 5 indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter 1 Totale laagdikte * mm [van 40 tot 100 mm] 1 Op het zandbed 2 Op het zandbed, dat is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 3 Op het maaiveld 4 Op een ondergrond, die is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 5 Op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 6 Op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 7 Op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 8 Op de voorgaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 19

19 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbrengen van onderlaag asfaltbe in 2 lagen. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een onderlaag van asfaltbe in twee lagen. Totaal # Aantal m 2 invullen. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Asfalt: AC 16 base 2 Asfalt: AC 22 base 3 Asfalt: AC 32 base 4 Asfalt: AC * base 1 Mengseleigenschappen: OLIB 2 Mengseleigenschappen: OLA 3 Mengseleigenschappen: OLB 4 Mengseleigenschappen: OLC 5 Mengseleigenschappen: Watergevoeligheid ITSR * Stijfheid S min *, S max * Weerstand tegen permanente vervorming f cmax * Weerstand tegen vermoeiing E 6 * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Positie 2 gebruiken in samenhang met de mengsels voor zeer open asfaltbe gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor zeer open asfaltbe beschrijven met positie 2 inhoud 5 indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter 1 Totale laagdikte * mm [van 80 tot 120 mm] Dikte van elk der lagen ten minste 40 mm en ten hoogste 100 mm 2 Totale laagdikte * mm [van 120 tot 140 mm] Dikte van elk der lagen ten minste 40 mm en ten hoogste 100 mm 3 Totale laagdikte * mm [van 140 tot 180 mm] Dikte van elk der lagen ten minste 40 mm en ten hoogste 100 mm 1 Eerste laag op zandbed 2 Eerste laag op zandbed, dat is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 3 Eerste laag op het maaiveld 20

20 4 Eerste laag op een ondergrond, die is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 5 Eerste laag op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 6 Eerste laag op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 7 Eerste laag op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 8 Eerste laag op de voorgaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 21

21 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbrengen van onderlaag asfaltbe in 3 lagen. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een onderlaag van asfaltbe in drie lagen. Totaal # Aantal m 2 invullen. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Asfalt: AC 16 base 2 Asfalt: AC 22 base 3 Asfalt: AC 32 base 4 Asfalt: AC * base 1 Mengseleigenschappen: OLIB 2 Mengseleigenschappen: OLA 3 Mengseleigenschappen: OLB 4 Mengseleigenschappen: OLC 5 Mengseleigenschappen: Watergevoeligheid ITSR * Stijfheid S min *, S max * Weerstand tegen permanente vervorming f cmax * Weerstand tegen vermoeiing E 6 * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Positie 2 gebruiken in samenhang met de mengsels voor zeer open asfaltbe gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor zeer open asfaltbe beschrijven met positie 2 inhoud 5 indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter 1 Totale laagdikte * mm [van 160 tot 180 mm] Dikte van elk der lagen ten minste 40 mm en ten hoogste 100 mm 2 Totale laagdikte * mm [van 180 tot 220 mm] Dikte van elk der lagen ten minste 40 mm en ten hoogste 100 mm 3 Totale laagdikte * mm [van 220 tot 270 mm] Dikte van elk der lagen ten minste 40 mm en ten hoogste 100 mm 1 Eerste laag op zandbed 2 Eerste laag op zandbed, dat is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 3 Eerste laag op het maaiveld 22

22 4 Eerste laag op een ondergrond, die is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 5 Eerste laag op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 6 Eerste laag op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 7 Eerste laag op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 8 Eerste laag op de voorgaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 23

23 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbrengen van onderlaag asfaltbe in 4 lagen. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een onderlaag van asfaltbe in vier lagen. Totaal # Aantal m 2 invullen. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Asfalt: AC 16 base 2 Asfalt: AC 22 base 3 Asfalt: AC 32 base 4 Asfalt: AC * base 1 Mengseleigenschappen: OLIB 2 Mengseleigenschappen: OLA 3 Mengseleigenschappen: OLB 4 Mengseleigenschappen: OLC 5 Mengseleigenschappen: Watergevoeligheid ITSR * Stijfheid S min *, S max * Weerstand tegen permanente vervorming f cmax * Weerstand tegen vermoeiing E 6 * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Positie 2 gebruiken in samenhang met de mengsels voor zeer open asfaltbe gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor zeer open asfaltbe beschrijven met positie 2 inhoud 5 indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter 1 Totale laagdikte * mm [van 240 tot 260 mm] Dikte van elk der lagen ten minste 40 mm en ten hoogste 100 mm 2 Totale laagdikte * mm [van 260 tot 300 mm] Dikte van elk der lagen ten minste 40 mm en ten hoogste 100 mm 3 Totale laagdikte * mm [van 300 tot 360 mm] Dikte van elk der lagen ten minste 40 mm en ten hoogste 100 mm 1 Eerste laag op zandbed 2 Eerste laag op zandbed, dat is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 3 Eerste laag op het maaiveld 24

24 4 Eerste laag op een ondergrond, die is voorbewerkt volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 5 Eerste laag op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 6 Eerste laag op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 7 Eerste laag op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 8 Eerste laag op de voorgaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 25

25 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbrengen steenslag op deklagen. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen steenslag op asfaltlagen die als m2 rijoppervlak door het openbaar verkeer gebruikt worden. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Zie ook artikel lid 06 van de Standaard RAW bepalingen. Steenslag: # Korrelgroep vermelden. 1 Hoeveelheid ten minste 2,0 kg/m 2 2 Hoeveelheid ten minste 2,5 kg/m 2 1 Voordat het verkeer op het behandelde oppervlak wordt toegelaten de losliggende steenslag verwijderen. Vrijgekomen materialen worden geacht voor de opdrachtgever geen waarde te hebben # Hoedanigheid van de materialen vermelden. 2 Voordat het verkeer op het behandelde oppervlak wordt toegelaten de losliggende steenslag verwijderen en vervoeren # Plaats van bestemming en wijze van opslaan vermelden. Eventueel regeling acceptatiekosten vermelden. 26

26 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 21 Aanbrengen asfaltverharding. ROMPTEKST: Aanbrengen brekerzand op deklagen. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen brekerzand op asfaltlagen die als m2 rijoppervlak door het openbaar verkeer gebruikt worden. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Zie ook artikel lid 06 van de Standaard RAW bepalingen. Brekerzand: # 1 Hoeveelheid ten minste 1,5 kg/m 2 1 Voordat het verkeer op het behandelde oppervlak wordt toegelaten de losliggend brekerzand verwijderen. Vrijgekomen materialen worden geacht voor de opdrachtgever geen waarde te hebben # Hoedanigheid van de materialen vermelden. 2 Voordat het verkeer op het behandelde oppervlak wordt toegelaten de losliggend brekerzand verwijderen en vervoeren # Plaats van bestemming en wijze van opslaan vermelden. Eventueel regeling acceptatiekosten vermelden. 27

27 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 22 Aanbrengen profileerlagen en uitvullingen. ROMPTEKST: Aanbrengen van een profileerlaag van asfaltbe. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een profileerlaag van asfaltbe. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Asfalt: AC 8 bind 2 Asfalt: AC 11 bind 3 Asfalt: AC 16 bind 4 Asfalt: AC 22 bind 5 Asfalt: AC 11 base 6 Asfalt: AC 16 base 7 Asfalt: AC 22 base 8 Asfalt: AC 32 base 1 Mengseleigenschappen: TL * [IB, A, B of C invullen] 2 Mengseleigenschappen: TDL * [IB, B of C invullen] 3 Mengseleigenschappen: TLZ * [IB, B of C invullen] 4 Mengseleigenschappen: OL * [IB, A, B of C invullen] 5 Mengseleigenschappen: Watergevoeligheid ITSR * Stijfheid S min *, S max * Weerstand tegen permanente vervorming f cmax * Weerstand tegen vermoeiing E 6 * # Eventueel nadere gegevens m.b.t. het mengsel vermelden. Positie 2 gebruiken in samenhang met de mengsels voor asfaltbe gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor asfaltbe beschrijven met positie 2 inhoud 5 indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter 1 Dikte ten minste * mm [van 20 tot 30 mm] 2 Dikte ten minste * mm [van 30 tot 40 mm] 3 Dikte ten minste * mm [van 40 tot 50 mm] 4 Dikte ten minste * mm [van 50 tot 60 mm] 1 Op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 2 Op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 3 Op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 28

28 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 22 Aanbrengen profileerlagen en uitvullingen. ROMPTEKST: Aanbrengen van een profileerdeklaag. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van een profileerdeklaag. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Indien noodzakelijk het afstrooien van het verhardingsoppervlak beschrijven m.b.v. hoofdcode of Zie ook Standaard RAW Bepalingen art Asfalt: # Asfaltmengsel en eigenschappen nader omschrijven. Positie 1 gebruiken in samenhang met de mengsels voor asfalt gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor asfalt alleen beschrijven indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Totale breedte kleiner dan 1,00 m 2 Totale breedte van 1,00 tot 2,50 m 3 Totale breedte 2,50 m en groter 1 Dikte ten minste * mm [van 15 tot 25 mm] 2 Dikte ten minste * mm [van 25 tot 35 mm] 3 Dikte ten minste * mm [van 35 tot 45 mm] 4 Dikte ten minste * mm [van 45 tot 60 mm] 1 Op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 2 Op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 3 Op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 29

29 WERKCATEGORIE: 31 Wegverhardingen II. VERSIE SUBWERKCATEGORIE: 22 Aanbrengen profileerlagen en uitvullingen. ROMPTEKST: Aanbrengen uitvullingen asfalt. HOOFDCODE: DEFICODE TEKSTEN EENHEID Aanbrengen van uitvullingen van asfalt. # Situering in het werk (met vermelding van tek.nrs.) en bijzonderheden volgens handleiding vermelden. Het aanbrengen van een kleeflaag beschrijven m.b.v. hoofdcode Oppervlakte uitvulplaatsen: # Aantal plaatsen en totaal oppervlak in m 2 vermelden. Eventueel indicatie geven van de grootte per plaats. 1 Asfalt: # Asfaltmengsel en eigenschappen nader omschrijven. Positie 1 gebruiken in samenhang met de mengsels voor asfalt gedefinieerd in de Standaard RAW Bepalingen. Andere mengsels voor asfalt alleen beschrijven indien beschikt wordt over een referentiekader voor de gewenste eigenschappen van het materiaal in de weg. In dat geval randvoorwaarden voor het mengsel opnemen in deel 3 van het bestek. 1 Op een inlage, aangebracht volgens # Bestekspostnr(s). vermelden. 2 Op een funderingslaag # Soort funderingslaag nader omschrijven. 3 Op een bestaande verhardingslaag # Eventueel soort verhardingslaag nader omschrijven. 30

30 TOELICHTING RESULTAATSBESCHRIJVINGEN De resultaatsbeschrijvingen in het ter visie gelegde document met hoofdcodes t/m worden opgenomen in de catalogus resultaatsbeschrijvingen versie 2010 onder subwerkcategorie aanbrengen asfaltverhardingen en Aanbrengen profileerlagen en uitvullingen. De resultaatsbeschrijvingen in subwerkcategorieën Aanbrengen asfaltverharding en Aanbrengen profileerlagen en uitvullingen zijn afgestemd op de beschrijving van asfaltmengsels volgens de Europese normen voor asfalt, de NENEN serie en de naar aanleiding van de tervisielegging aangepaste coderingen voor mengseleigenschappen. Eerste beschouwing van de resultaatsbeschrijvingen maakt duidelijk dat de bekende benamingen grindasfaltbe, steenslagasfaltbe, open en dicht asfaltbe ook nu niet worden gehanteerd. Voor het aanbrengen van asfaltbe maakt de norm NENEN onderscheid in asfaltbe voor deklagen, tussenlagen en onderlagen. Dit is ook zichtbaar in de hoofdtekst van de resultaatsbeschrijvingen voor het aanbrengen van asfaltbe. De resultaatsbeschrijvingen zijn als volgt opgebouwd: Positie 1 specificatie van het asfaltmengsel; Positie 2 specificatie van de mengseleigenschappen; Positie 3 indicatie van de breedte van de aan te brengen asfaltlaag; Positie 4 specificatie van de aan te brengen laagdikte; Positie 5 (gereserveerd voor extra informatie over de laagdikte); Positie 6 Informatie over het materiaal waarop de laag aangebracht moet worden. Positie 1 De specificatie van het asfaltmengsel geschiedt op basis van de codering volgens de Europese norm. Asfaltbe wordt aangeduid met AC D aaaa xx/xxx, daarbij staat: AC voor asfaltbe (Asphalt Concrete), D voor de bovenmaat van het toeslagmateriaal in het mengsel, aaaa voor de functie van de laag (surf, bind of base voor resp. dek, tussen en onderlaag) Op positie 1 wordt overigens de bitumengrade van het bindmiddel niet aangeduid voor het aanbrengen van asfaltbe omdat de keuze daarvan gemaakt wordt door de producent van het mengsel om aan de gewenste eigenschappen van het mengsel te kunnen voldoen. De functionele eigenschappen die voor de continu gegradeerde asfaltbemengsels worden gehanteerd geven de producent die ruimte. Op de CEmarkering van het toegepaste mengsel zal deze bitumengrade wel worden vermeld. ( xx/xxx voor de bitumengrade van het toegepaste bindmiddel (bijv. 70/100 of 40/60. Hier kan ook een aanduiding van een gemodificeerd bindmiddel worden gegeven). Voor steenmastiekasfalt en zeer open asfaltbe geldt eenzelfde codering waarbij SMA staat voor steenmastiekasfalt (Se Mastic Asphalt) en PA voor zeer open asfaltbe (Porous Asphalt). In de resultaatsbeschrijvingen voor steenmastiekasfalt en zeer open asfaltbe wordt op positie 1wel het bindmiddel gespecificeerd. Dit houdt verband met de empirische beschrijving van deze mengsels. De normen voor steenmastiekasfalt en zeer open asfaltbe geven nog geen mogelijkheid om de mengsels functioneel te specificeren. Positie 2 De mengseleigenschappen worden gespecificeerd op basis van de eigenschappen die in de normen zijn gedefinieerd. Voor asfaltbe betekent dit in principe een functionele specificatie, waarbij in beperkte mate een receptmatige benadering wordt gehanteerd die met name betrekking heeft op de korrelverdeling en het minimum bindmiddelgehalte en voor het overige functionele eigenschappen worden gehanteerd. Deze 31

31 eigenschappen zijn: Watergevoeligheid: ITSR**; Stijfheid: S min ******, S max *****; Weerstand tegen permanente vervorming f cmax *** ; Weerstand tegen vermoeiing: ε 6 ***. Voor de tot nu toe gebruikelijke mengsels is door de CROWwerkgroep CIENA een inventarisatie gemaakt waarbij op basis van onderzoek en engineering judgement een indeling gemaakt is van de eigenschappen van die mengsels. Op grond van de ervaringen opgedaan met deze eigenschappen na de invoering ervan in 2008 is door de Deskundigencommissie Asfaltverhardingen een nadere invulling gegeven aan de eisen voor deze eigenschappen. Dit heeft geleid tot een nieuwe indeling van deze eigenschappen voor asfaltbemengsels in paragraaf Tabel T De combinaties van eigenschappen worden aangeduid met een code. Ten opzichte van de indeling gehanteerd in de Standaard RAW Bepalingen Wijziging 2008 is besloten een aparte categorie toe te voegen voor intensief belaste verhardingen voor locaties met langzaam rijdend (bij een snelheid < 15 km/uur) en stilstaand zwaar verkeer. Zie ook onderstaande tabel. De categorieindeling volgens tabel T wordt gebruikt om het toepassingsgebied te kunnen bepalen van een door de producent ontworpen mengsel waarvan de eigenschappen in het typeonderzoek zijn bepaald. De bestekschrijver moet op basis van de functie van de laag en het toepassingsgebied de gewenste combinatie van eigenschappen bepalen. Hij kan dit doen door een keuze te maken uit de categorieën volgens tabel T van de Standaard RAW bepalingen. De waarden voor de asfalteigenschappen in tabel T31.09 zijn bepaald aan de hand van de waarden van die eigenschappen verkregen bij onderzoeken van de oude asfaltmengsels (Standaard 2005). Dit betekent dat zij niet rechtstreeks in een constructieontwerpprogramma kunnen worden toegepast. Daarvoor moeten een aantal correctiefactoren worden ontwikkeld. In het CROWproject Ontwerpinstrumentarium Asfalt (OIA) wordt hieraan gewerkt. 32

32 Relatie categorieindeling vrachtautointensiteit, toepassingsgebied en mengseleigenschappen Indicatie toepassingsgebied wegtypeindeling volgens CROW Publicatie 147 Wegbeheer Vrachtautointensiteit (VA) Intensiteit van het vrachtverkeer op de zwaarst belaste rijstrook (werkdagjaargemiddelde in één richting) Intensief belaste verharding voor locaties met langzaam rijdend (bij een snelheid < 15 km/uur) en stilstaand zwaar verkeer VA > 250 en v < 15 km/h (IB) Fietspad, woonerf, winkelerf VA 50 (A) Auto(snel)weg, Buurtsluitingsweg, wijkontsluitingsweg 50 < VA 2500 (B) Auto(snel)weg, provinciale weg VA> 2500 (C) asfaltbemengsels voor: deklagen DLIB DLA DLB DLC tussenlagen TLIB TLA TLB TLC tussenlagen toegepast als TDLIB TDLB TDLC tijdelijke deklaag tussenlagen toegepast onder een deklaag van zeer TLZIB TLZB TLZC open asfaltbe onderlagen OLIB OLA OLB OLC DL = Categorie eigenschappen voor een asfaltbemengsel voor deklagen. OL = Categorie eigenschappen voor een asfaltbemengsel voor onderlagen. TL = Categorie eigenschappen voor een asfaltbemengsel voor tussenlagen. TDL = Categorie eigenschappen voor een asfaltbemengsel voor tussenlagen toegepast als tijdelijke deklaag. TLZ = Categorie eigenschappen voor een asfaltbemengsel voor tussenlagen onder een zeer open asfaltbe deklaag. VA = Vrachtautointensiteit in aantal vrachtauto s per etmaal per richting. Voor steenmastiekasfalt en zeer open asfaltbe wordt niet met de hiervoor vermelde categorieindelingen gewerkt. In artikel respectievelijk zijn de de specificaties gegeven. Dit zijn in feite mengselsamenstellingen omdat deze mengsels op empirische wijze worden gespecificeerd. De tot 2005 in de Standaard RAW Bepalingen opgenomen mengselsamenstellingen zijn de basis geweest voor de specificatie zoals ze nu in genoemde artikelen staan. Volgens de Europese norm wordt een steenmastiekasfalt aangeduid met SMA (Se mastic asphalt) en een zeer open asfaltbe met PA (porous asphalt). Om de in Nederland gebruikte mengselspecificatie en gewenste eigenschappen te kunnen aanduiden is ervoor gekozen deze aan te duiden met SMANL en ZOAB. 33

33 Dit betekent dat de samenstelling en eigenschappen van de bekende steenmastiek (artikel ) en zeer open asfaltbemengsels (artikel ) aangeduid worden met: Oude benaming nieuwe benaming (Artikel en ) sma 0/5 SMANL 5 sma 0/8 type 1 SMANL 8A sma 0/8 type 2 SMANL 8B sma 0/11 type 1 SMANL 11A sma 0/11 type 2 SMANL 11B zoab 0/11 ZOAB 11 zoab 0/16 ZOAB 16 Positie 3 Op deze positie is in de resultaatsbeschrijving als kostenbepalende factor een indicatie van de breedte van de aan te brengen asfaltlaag gegeven. De daadwerkelijke aanbrengbreedte zal op tekening moeten zijn aangegeven. Positie 4 Positie 4 geeft de mogelijkheid de gewenste aan te brengen laagdikte te specificeren. Positie 5 Positie 5 wordt met name gebruikt bij het beschrijven van het aanbrengen van tweelaags zoab. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de laagdikte voor de boven en onderlaag. Positie 6 Informatie over het materiaal waarop de laag aangebracht moet worden kan op positie 6 worden gekozen. Hierbij kan ook nadere informatie over de aan te treffen situatie worden gegeven. 34

34 TECHNISCHE BEPALINGEN WEGVERHARDINGEN II Hoofdstuk 31 Wegverhardingen 35

35 Inhoud Begrippen Algemeen Percentage asfaltgranulaat Uitvoeringseenheid Referentiesamenstelling Streefdichtheid Koudasfalt Eisen en uitvoering Hoogteligging Eigenschappen van het wegoppervlak: stroefheid Eigenschappen van het wegoppervlak: vlakheid Samenstelling en eigenschappen van het asfalt: laagdikte Samenstelling en eigenschappen van het asfalt: verdichtingsgraad en holle ruimte Samenstelling en eigenschappen van het asfalt: bitumengehalte en penetratie van het bitumen Samenstelling en eigenschappen van het asfalt: korrelverdeling Eisen aan de uitvoering: voorbereidende werkzaamheden Eisen aan de uitvoering: verwerkingsomstandigheden Eisen aan de uitvoering: verwerking van asfalt van meer dan één menginstallatie Eisen aan de uitvoering: vervoer van asfalt Eisen aan de uitvoering: verwerking van asfaltalgemeen Eisen aan de uitvoering: verwerking van asfalt bereid met asfaltgranulaat Informatieoverdracht Productie en verwerking Gegevens asfaltspecie Gegevens weegproces Bewijs van oorsprong Risicoverdeling en garanties Keuring van bouwstoffen Bedrijfscontrole Kwaliteitsborging Beoordeling van de kwaliteit van de verharding Inrichting van het onderzoek naar de kwaliteit van het wegoppervlak van asfalt Inrichting van het onderzoek naar de samenstelling en eigenschappen van het asfalt Onderzoeksresultaten Goedkeuring Kortingen Gegevens typeonderzoek, bedrijfscontrole en gegevens ten behoeve van de garantie Garantie Bijbehorende verplichtingen Bouwstoffen Asfalt (algemeen) Asfaltbe Steenmastiekasfalt Zeer open asfaltbe Gietasfalt Grof toeslagmateriaal Fijn toeslagmateriaal Vulstof (fabrieksmatig bereide vulstof) Afdruipremmende stof Asfaltgranulaat voor asfaltmengsels Bitumenemulsie Meet en verrekenmethoden 36

36 Stroefheid Vlakheid in dwarsrichting Vlakheid in langsrichting Meetmethode ten behoeve van hoeveelheidsbepaling: laagdikte asfaltbe voor een onderlaag Meetmethode ten behoeve van hoeveelheidsbepaling: hoeveelheden asfalt Verrekenmethode: hoeveelheden asfalt Tabellen Tabel T Tekort aan laagdikte per laag (mm) Tabel T Maximale negatieve afwijking in totale laagdikte van de volgens het bestek aangebrachte constructie (mm) Tabel T Eisen verdichtingsgraad (%) en holle ruimte (% V/V), gesteld aan één monster Tabel T Maximale gemiddelde afwijking verdichtingsgraad (%) en de maximale gemiddelde afwijking holle ruimte (% V/V) Tabel T Maximale gemiddelde afwijking holle ruimte zeer open asfaltbe (% V/V) Tabel T Maximale afwijking gemiddelde bitumengehalte (% m/m) Tabel T Maximale afwijking korrelverdeling door boven tussen en onderzeven (% m/m) Tabel T Kortingstabel Tabel T Eigenschappen asfaltbe Tabel T Eigenschappen asfaltbe (vervolg) Tabel T Eigenschappen asfaltbe (vervolg) Tabel T Korrelverdeling van steenmastiekasfalt (% m/m) Tabel T Eigenschappen van steenmastiekasfalt Tabel T Samenstelling van zeer open asfaltbe (% m/m) Tabel T Eigenschappen van zeer open asfaltbe Tabel T Eigenschappen van grof toeslagmateriaal Tabel T Eigenschappen van fijn toeslagmateriaal Tabel T Homogeniteit van asfaltgranulaat Tabel T Relatie categorieindeling vrachtautointensiteit, toepassingsgebied en mengseleigenschappen Bijlagen Bijlage I Weegprocedure asfalt 37

37 TECHNISCHE BEPALINGEN WEGVERHARDINGEN II Deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen 593

38 hfd. par. art. Asfaltverhardingen BEGRIPPEN Algemeen 01 Te verstaan is onder: a. asfalt: een mengsel van toeslagmateriaal, een bitumineus bindmiddel en eventueel toeslagstoffen; b. mengselgroep asfaltmengsels: de aanduiding voor de groep waartoe een asfaltmengsel behoort. Onderscheiden worden de mengselgroepen asfaltbe 1), zeer open asfaltbe, steenmastiekasfalt, gietasfalt en emulsieasfaltbe; c. asfaltsoort: onderverdeling van een asfaltmengsel naar bovenmaat van het toeslagmateriaal; d. asfalttype: onderverdeling van een asfaltsoort op basis van verschillen in korrelverdeling en bitumengehalte; e. mengselbeschrijving: samenstelling van één mengsel, uitgedrukt als de in te wegen doelsamenstelling; f. in te wegen doelsamenstelling: mengselbeschrijving uitgedrukt in de bestanddelen, korrelverdelingskromme en het percentage toegevoegd bitumen; g. verhardingslaag: onderdeel van een verharding bestaand uit één materiaal. Een verhardingslaag kan uit meer dan één laag bestaan; h. deklaag: bovenste verhardingslaag, die in aanraking komt met het verkeer en die langer dan één jaar direct door het verkeer kan worden bereden; i. tussenlaag: verhardingslaag tussen deklaag en onderlaag; j. onderlaag: hoofdonderdeel van de verharding. De onderlaag kan uit een of meer lagen bestaan, die bovenste onderlaag, onderste onderlaag enzovoort worden genoemd; k. profileerlaag (van asfalt): verhardingslaag (van asfalt) van wisselende dikte, aangebracht op een bestaande verhardingslaag of bestaand verhardingsoppervlak om het gewenste profiel te verkrijgen voor het aanbrengen van een volgende verhardingslaag van constante dikte, waarbij de laagdikteverschillen ten hoogste 30 mm mogen bedragen; l. profileerdeklaag (van asfalt): een deklaag waarmee laagdikteverschillen van ten hoogste 10 mm per meter in dwarsrichting en van ten hoogste 30 mm in zowel dwars als langsrichting worden uitgevuld; m. bovenlaag (van asfalt): de bovenste asfaltlaag volgens het bestek Percentage asfaltgranulaat 01 Onder een voorgeschreven dan wel een toegelaten percentage asfaltgranulaat wordt verstaan het massapercentage asfaltgranulaat in het totale asfaltmengsel. 1) Onder de mengselgroep asfaltbe vallen de continu gegradeerde mengsels zoals tot dusver bekend onder de namen grindasfaltbe, steenslagasfaltbe, open asfaltbe, dicht asfaltbe. Mengsels voor dunne asfaltdeklagen vallen niet alle onder de voorwaarden van de NENEN 13108serie en daarmee niet alle onder de Richtlijn Bouwproducten. 594

39 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Uitvoeringseenheid 01 Onder uitvoeringseenheid wordt verstaan een aaneengesloten verharding bestaande uit dezelfde soort laag (deklaag, profileerlaag, enzovoort) met dezelfde dikte volgens het bestek, dezelfde in te wegen doelsamenstelling en dezelfde plaats in de constructie Referentiesamenstelling 01 Onder referentiesamenstelling wordt verstaan de door de aannemer op basis van het typeonderzoek (proef 62) gekozen dan wel vastgelegde samenstelling. Het verschil tussen de referentiesamenstelling en de bij het typeonderzoek gevonden samenstelling na extractie mag niet meer bedragen dan de helft van de in tabel T gegeven toleranties voor één monster, met dien verstande dat voor vulstof dit verschil niet meer mag bedragen dan een kwart van de gegeven toleranties Streefdichtheid Koudasfalt 01 Onder streefdichtheid wordt verstaan de ten behoeve van bij het typeonderzoek (proef 62) vastgelegde dichtheid proefstuk (proef 67) van het desbetreffende asfaltmengsel. 01 Onder koudasfalt wordt verstaan een mengsel van vloeibitumen of bitumenemulsie en mineraal aggregaat EISEN EN UITVOERING Hoogteligging 01 De bovenkant van de verharding in de rijbaan moet gelijk met of ten hoogste 5 mm boven de bovenkant van putafdekkingen en andere in de verharding opgenomen elementen liggen. Langs de zijkant van de verharding moet de bovenkant van de verharding gelijk met of ten hoogste 10 mm boven de op de verharding aansluitende kantlagen, kolkinlaten of andere langs de zijkant van de verharding opgenomen elementen liggen Eigenschappen van het wegoppervlak: stroefheid 01 De stroefheid (proef 72) van het wegoppervlak, daar waar de deklaag volgens het bestek moet worden afgestrooid met steenslag, moet: gemeten volgens proef 72 methode 2010/50 (verhardingstype: dicht) ten minste 0,53 (als gemiddelde) bedragen voor weglengten van 5 m, terwijl het gemiddelde per meetvak bij meting tussen de rijsporen ten minste 0,61 moet bedragen. Bij meting in het rijspoor moet het gemiddelde ten minste 0,53 zijn. gemeten volgens proef 72 methode 2010/70 (verhardingstype: dicht) ten minste 0,47 (als gemiddelde) bedragen voor weglengten van 5 m, terwijl 595

40 hfd. par. art. Asfaltverhardingen het gemiddelde per meetvak bij meting tussen de rijsporen ten minste 0,54 moet bedragen. Bij meting in het rijspoor moet het gemiddelde ten minste 0,47 zijn. Bij deklagen van steenmastiekasfalt die volgens het bestek moeten worden afgestrooid met steenslag of brekerzand, moet: gemeten volgens proef 72 methode 2010/50 (verhardingstype: dicht) de stroefheid (als gemiddelde) voor weglengten van 5 m en voor het gemiddelde per meetvak gemeten in dan wel tussen de rijsporen ten minste 0,53 bedragen; gemeten volgens proef 72 methode 2010/70 (verhardingstype: dicht) de stroefheid (als gemiddelde) voor weglengten van 5 m en voor het gemiddelde per meetvak gemeten in dan wel tussen de rijsporen ten minste 0,47 bedragen. Het bestek vermeldt of de stroefheid met methode 2010/50 van proef 72 of methode 2010/70 van proef 72 wordt bepaald Eigenschappen van het wegoppervlak: vlakheid 01 De afwijking in dwarsvlakheid van de deklaag ten opzichte van het voorgeschreven profiel, gemeten met een mal, een rei of rolrei van 3 m lengte, mag niet groter zijn dan 5 mm. 02 De vlakheid (proef 71) in langsrichting van de deklaag moet voldoen aan het navolgende: a. Bij meting met de viagraaf moet de afwijking C5 per 100 m weglengte kleiner dan of gelijk zijn aan: 2% voor een geheel nieuw aangebrachte verharding, volgens het bestek opgebouwd uit ten minste vier lagen, of voor een op een bestaande verharding of kunstwerk aangebrachte verharding, volgens het bestek opgebouwd uit ten minste een profileerlaag en een deklaag; 3% voor andere aangebrachte asfaltconstructies. b. Bij meting met de rolrei mag de afwijking in vlakheid per 100 m meetvak niet meer bedragen dan: 3 mm voor een geheel nieuw aangebrachte verharding, volgens het bestek opgebouwd uit ten minste vier lagen, of voor een op een bestaande verharding of kunstwerk aangebrachte verharding, volgens het bestek opgebouwd uit ten minste een profileerlaag en een deklaag; 4 mm voor een op zandbed of fundering aangebrachte verharding, volgens het bestek opgebouwd uit drie lagen; 5 mm voor een op zandbed of fundering aangebrachte verharding, volgens het bestek opgebouwd uit twee lagen. Voor een verharding aangebracht op weggedeelten in bogen met een horizontale straal kleiner dan 200 m dan wel een verticale straal kleiner dan m, en voor weggedeelten korter dan 300 m, geldt dat de afwijking ten hoogste 5 mm mag zijn. Ter plaatse van de dwarsnaad bij de overgang van het werk op de bestaande verharding en bij voegovergangen geldt dat de afwijking in vlakheid gemeten met een rei van 3 m lengte, niet groter mag zijn dan 5 mm. c. Voor een deklaag aangebracht in een freesvak moet de vlakheid ten minste overeenkomen met de vlakheid van de naastliggende verharding. 596

41 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Samenstelling en eigenschappen van het asfalt: laagdikte 01 De dikte van een laag asfalt wordt getoetst aan de laagdikte zoals vermeld in de desbetreffende bestekspost(en). Daarbij mag het tekort aan laagdikte (proef 63) niet meer bedragen dan de in tabel T aangegeven waarden. Bovendien mag de totale laagdikte van een aangebrachte asfaltconstructie in negatieve zin niet meer afwijken van de som van de in de desbetreffende bestekspost(en) voorgeschreven laagdikten dan de in tabel T aangegeven waarden. Tabel T Tekort aan laagdikte per laag (mm) mengselgroep asfaltmengsels en constructieopbouw één monster maximale negatieve afwijking laagdikte in mm per laag ten opzichte van de dikte volgens het bestek gemiddelde negatieve afwijking in laagdikte in mm van n monsters per laag, ten opzichte van de dikte volgens het bestek onderlaag van asfaltbe bij een laagdikte > 50 mm, op zandbed of op een fundering 1) gemiddelde van n monsters per uitvoeringseenheid kortingsgebied nader onderzoek indien de afwijking t.o.v. de in het bestek vermelde dikte groter is dan: verbeteren dan wel vernieuwen, indien de gemiddelde afwijking van n monsters, ten opzichte van de in het bestek vermelde dikte, groter is dan: n = 2 n = 3 of 4 n = 5 t/m 8 n = 9 t/m ,0 10,0 5,0 0,0 0,0 n 20 onderlaag van asfaltbe > 50 mm, op een bestaande verharding tussenlaag van asfaltbe en bij een laagdikte 50 mm voor een onderlaag van asfaltbe, aangebracht direct op een fundering 1) tussenlaag van asfaltbe, deklaag van asfaltbe, steenmastiekasfalt of zeer open asfaltbe, en bij een laagdikte 50 mm voor een onderlaag van asfaltbe ,0 5,0 0,0 0,0 0, ,0 5,0 0,0 0,0 0, ,0 3,0 0,0 0,0 0,0 1) Fundering kan zijn: een gebonden fundering of een verhardingslaag van steenmengsel. 597

42 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Tabel T Maximale negatieve afwijking in totale laagdikte van de volgens het bestek aangebrachte constructie (mm) constructieopbouw voorgeschreven totale laagdikte asfaltconstructie in mm één monster nader onderzoek indien de afwijking t.o.v. de totale laagdikte van de asfaltconstructie volgens het bestek groter is dan: gemiddelde van n monsters per uitvoeringseenheid verbeteren dan wel vernieuwen, indien de gemiddelde afwijking voor n monsters, ten opzichte van de in het bestek vermelde dikte, groter is dan: n =2 n = 3 of 4 n= 5 t/m 8 n = 9 t/m 19 n 20 asfalt op zandbed of op een ,0 10,0 5,0 0,0 0,0 fundering 1) asfalt op een bestaande verharding ,0 10,0 15,0 2,0 5,0 10,0 0,0 2,0 5,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 1) Fundering kan zijn: een gebonden fundering of een verhardingslaag van steenmengsel Samenstelling en eigenschappen van het asfalt: verdichtingsgraad en holle ruimte 01 Nadat het asfalt is verwerkt, moeten de verdichtingsgraad (proef 66.0) en de holle ruimte (proef 69) van de verschillende soorten voldoen aan de in tabel T aangegeven waarden. De gemiddelde afwijking van de verdichtingsgraad (proef 66.2) en de gemiddelde afwijking van de holle ruimte (proef 69) van asfaltbe en steenmastiekasfalt mogen niet meer afwijken dan aangegeven in tabel T Bij de toetsing of voldaan wordt aan de tabel T vermelde eisen blijft, in afwijking van het bepaalde in paragraaf lid 02, de marge buiten beschouwing. 02 Van zeer open asfaltbe mag het gemiddelde van de holle ruimte (proef 69) niet meer afwijken van het bij het typeonderzoek vastgelegde minimum percentage holle ruimte (V min ) dan de in tabel T aangegeven waarden. 598

43 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Tabel T mengselgroep asfaltmengsels Eisen verdichtingsgraad (%) en holle ruimte (% V/V), gesteld aan één monster eigenschap eis 3) kortingsgebied nader onderzoek asfaltbe voor onderlagen, tussenlagen, tijdelijke deklagen, tussenlagen onder zeer open asfaltbe en deklagen verdichtingsgraad (VG) holle ruimte (HR) 1) δhr max 2,0 en δhr min 2,0 97,0 VG 103,0 95,6 t/m 96,7 en 103,3 t/m 104,4 2,3 δhr max 3,4 en 3,4 δhr min < 2,3 < 95,6 of > 104,4 δhr max > 3,4 of δhr min < 3,4 steenmastiekasfalt 2) zeer open asfaltbe gietasfalt verdichtingsgraad (VG) holle ruimte (HR) 1) δhr max 5,0 en δhr min 3,0 verdichtingsgraad (VG) 96,0 VG 104,0 94,6 t/m 95,7 en 104,3 t/m 105,4 5,3 δhr max 6,4 en 4,4 δhr min < 3,3 96,0 VG 104,0 94,6 t/m 95,7 en 104,3 t/m 105,4 holle ruimte 6,0 δhr min 6,0 7,4 δhr min 6,3 (HR) 1) en 6,3 δhr min 7,4 < 94,6 of >105,4 δhr max > 6,4 of δhr min < 4,4 < 94,6 of > 105,4 δhr min < 7,4 of δhr min > 7,4 holle ruimte HR) 1) 3,5 3,8 HR 4,9 > 4,9 1) δhr min = de holle ruimte (HR) minus de minimum holle ruimte (V min ) vastgelegd bij het type onderzoek, (% V/V); δhr max = de holle ruimte (HR) minus de maximum holle ruimte (V max ) vastgelegd bij het typeonderzoek, (% V/V); 2) Voor smanl mengsels geldt in afwijking van het bepaalde in NENEN dat V min = V max = Ontwerp holle ruimte; 3) In de eisen voor holle ruimte en verdichtingsgraad is de marge verdisconteerd. 599

44 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Tabel T mengselgroep asfaltmengsels asfaltbe voor onderlagen, tussenlagen, tussenlagen toegepast als tijdelijke deklaag, tussenlagen onder zeer open asfaltbe en deklagen steenmastiekasfalt Maximale gemiddelde afwijking verdichtingsgraad (%) en de maximale gemiddelde afwijking holle ruimte (% V/V) eigenschap één monster nader onderzoek indien de afwijking groter is dan: gemiddelde van n monsters per uitvoeringseenheid verbeteren dan wel vernieuwen, indien de gemiddelde afwijking voor n monsters groter is dan: n = 2 n = 3 of 4 n = 5 t/m 8 gemiddelde afwijking verdichtingsgraad 4,4 3,50 3,00 2,50 2,00 gemiddelde positieve afwijking holle ruimte t.o.v. V max 3,4 2,50 2,00 1,50 1,00 gemiddelde negatieve afwijking holle ruimte t.o.v. V min gemiddelde afwijking verdichtingsgraad gemiddelde positieve afwijking holle ruimte t.o.v. V max gemiddelde negatieve afwijking holle ruimte t.o.v. V min n 9 3,4 2,50 2,00 1,50 1,00 5,4 4,50 4,00 3,50 3,00 6,4 5,50 5,00 4,50 4,00 4,4 3,50 3,00 2,50 2,00 Tabel T Maximale gemiddelde afwijking holle ruimte zeer open asfaltbe (% V/V) één monster nader onderzoek indien de afwijking groter is dan: gemiddelde van n monsters per uitvoeringseenheid verbeteren dan wel vernieuwen, indien de gemiddelde afwijking voor n monsters groter is dan: n = 2 n = 3 of 4 n = 5 t/m 8 n = 9 t/m 19 afwijking t.o.v. V min 7,4 5,00 4,00 3,00 2,50 2,00 n

45 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Samenstelling en eigenschappen van het asfalt: bitumengehalte en penetratie van het bitumen 01 Het bitumengehalte van het asfalt moet zijn overeenkomstig de referentiesamenstelling. Bij de bepaling van het gehalte aan bitumen (proef 65.0) mogen bij de asfaltmengsels de gevonden percentages hiervan niet meer afwijken dan de in tabel T genoemde toleranties. Bij het onderzoek naar de samenstelling en eigenschappen mag het gemiddelde bitumengehalte van het asfalt niet meer afwijken van de referentiesamenstelling dan aangegeven in tabel T Bij de toetsing of voldaan wordt aan de in tabel T vermelde eisen blijft, in afwijking van het bepaalde in paragraaf lid 02, de marge buiten beschouwing. 02 De penetratie (NENEN 1426) van teruggewonnen bitumen (NENEN ) uit het aangebrachte asfalt, bepaald binnen 14 dagen na aanbrengen, moet ten minste 60% van de ondergrens van de toegepaste bitumengrade dan wel de (reken)waarde bij het typeonderzoek bedragen. Voor bitumen toegepast in zeer open asfaltbe moet de penetratie van het teruggewonnen bitumen ten minste 40% van de ondergrens van de bitumengrade bij het typeonderzoek zijn. 03 Indien polymeer gemodificeerd bitumen is toegepast, wordt het bitumengehalte bepaald volgens NENEN bijlage D. 601

46 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Tabel T Maximale afwijking bitumengehalte (% m/m) asfaltbe voor een deklaag asfaltbe voor een onder of tussenlaag, zeer open asfaltbe, gietasfalt één monster 1) tolerantie kortingsgebied: afwijking van de referentiesamenstelling nader onderzoek indien de afwijking groter is dan: 0,5 0,6 0,7 0,7 0,6 0,7 0,8 0,8 steenmastiekasfalt: D = 5 0,7 0,8 0,9 0,9 D = 8 en D = 11 0,6 0,7 0,8 0,8 gemiddelde van n monsters per uitvoeringseenheid verbeteren dan wel vernieuwen, indien de gemiddelde afwijking voor n monsters groter is dan: n = 2 +0,50 0,60 n = 3 +0,40 0,50 n = 4 of 5 +0,35 0,45 n = 6 t/m 8 +0,30 0,40 n = 9 t/m 19 +0,25 0,35 n 20 +0,20 0,30 1) In de eis voor het bitumengehalte is de marge verdisconteerd Samenstelling en eigenschappen van het asfalt: korrelverdeling 01 De korrelverdeling van de verschillende asfaltmengsels moet zijn overeenkomstig de referentiesamenstelling. Bij de zeefproef (NENEN ) op het toeslagmateriaal mogen de gevonden percentages hiervan niet meer afwijken dan aangegeven in tabel T Bij de toetsing of voldaan wordt aan de in tabel T vermelde eisen, blijft in afwijking van het bepaalde in paragraaf lid 02, de marge buiten beschouwing. 602

47 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Tabel T Maximale afwijking korrelverdeling door boven, tussen en onderzeven (% m/m) door zeef asfaltbe (AC) voor onderlagen met D 16 mm D D/2 of CCS 1) 2 mm 63 μm asfaltbe (AC) voor onderlagen met D < 16 mm, tussenlagen en deklagen D D/2 of CCS 1) 2 mm 63 μm zeer open asfaltbe (PA) D D/2 of CCS 1) 2 mm 63 μm steenmastiekasfalt (SMA) D D/2 of CCS 1) 2 mm 63 μm gietasfalt (GA) C8 C4 2 mm 63 μm één monster 2) tolerantie nader onderzoek indien de afwijking groter is dan: , , , , , , , , , ,8 gemiddelde van n monsters per uitvoeringseenheid verbeteren dan wel vernieuwen, indien de gemiddelde afwijking voor n monsters groter is dan: n = 2 5,5 1,40 4,5 1,40 3,8 1,40 3,8 1,40 4,5 1,75 n = 3 5,0 1,30 4,0 1,30 3,5 1,30 3,5 1,30 4,0 1,60 n = 4 of 5 4,5 1,20 3,8 1,20 3,3 1,20 3,3 1,20 3,8 1,45 n = 6 t/m 8 4,0 1,10 3,5 1,10 3,0 1,10 3,0 1,10 3,5 1,30 n = 9 t/m 19 3,8 0,90 3,3 0,90 2,8 0,90 2,8 0,90 3,3 1,15 n 20 3,5 0,75 3,0 0,75 2,5 0,75 2,5 0,75 3,0 1,00 1) CCS: karakteristieke grove zeef. 2) In de eis voor de korrelverdeling is de marge verdisconteerd. 603

48 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Eisen aan de uitvoering: voorbereidende werkzaamheden 01 Het wegoppervlak moet schoon zijn en vrij van losse delen. Indien de aannemer zich desgevraagd verbindt tot het schoonmaken van het bij aanvang van het werk reeds aanwezige wegoppervlak, geschiedt verrekening hiervan als meer werk. 02 De kleeflaag gelijkmatig verdeeld over het oppervlak aanbrengen. 03 De kleeflaag uitsluitend aanbrengen op het wegoppervlak van de daarvoor in het bestek aangegeven weggedeelten en bovendien op de verticale aansluitvlakken van voorwerpen waartegen het asfalt moet worden aangebracht. Maatregelen treffen opdat verontreinigingen daarbuiten worden voorkomen. Desondanks ontstane verontreinigingen verwijderen. 04 Geen kleeflaag aanbrengen op een nat wegoppervlak. 05 Op verticale aansluitvlakken van voorwerpen waartegen het asfalt moet worden aangebracht, als kleefmiddel asfaltkleefmiddel toepassen of de hechting op gelijkwaardige wijze tot stand brengen. Ingeval van het aanbrengen van zeer open asfaltbe, de verticale aansluitvlakken zodanig behandelen dat de hechting verzekerd is en de waterdoorstroming niet verhinderd wordt. 06 Bij buitentemperaturen van 0 C of lager, bitumenemulsie ten behoeve van kleeflagen vervangen door asfaltkleefmiddel; daartoe de temperatuur meten op het werk, op 1 m boven de grond. Verrekening van het met deze vervanging gemoeide verschil in kosten geschiedt als meer werk Eisen aan de uitvoering: verwerkingsomstandigheden 01 De aannemer stelt, onverminderd het bepaalde in het navolgende lid, na overleg met de directie, passende maatregelen vast die de werkwijze bepalen waarbinnen verwerking van asfalt verantwoord is. Hierbij dient in elk geval aandacht te worden besteed aan de relaties tussen de soort en het type asfalt, de conditie van de ondergrond, de laagdikte, de luchttemperatuur, de windsnelheid, de neerslag en eventuele in het bestek opgenomen tijdstermijnen. Tijdens de uitvoering schriftelijk vastleggen: de weersomstandigheden (windsnelheid, temperatuur, hoeveelheid neerslag en dergelijke); daartoe de temperatuur en de windsnelheid in m/s meten op het werk, op 1 m boven de grond; bij weersomstandigheden die een ongunstige invloed kunnen hebben op de verwerkingskwaliteit: de aard van de getroffen maatregelen; de plaats en het oppervlak van het onder de desbetreffende weersomstandigheden aangebrachte asfalt. 604

49 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 02 Een laag zeer open asfaltbe alleen aanbrengen indien de buitentemperatuur (t) voldoet aan de navolgende formule: t w + 5, waarin: t = de buitentemperatuur in C; w = de windsnelheid in m/s Eisen aan de uitvoering: verwerking van asfalt van meer dan één menginstallatie 01 Het asfalt dat in het werk wordt gebracht, mag afkomstig zijn van ten hoogste vier menginstallaties. 02 Het door elkaar verwerken van een soort dan wel type asfalt afkomstig van verschillende menginstallaties, is slechts toegestaan indien deze mengsels geproduceerd worden op basis van hetzelfde typeonderzoek. 03 Indien aan de in het vorige lid genoemde voorwaarden niet wordt voldaan, moet het asfalt afkomstig van de afzonderlijke menginstallaties op duidelijk onderscheiden plaatsen worden verwerkt en moeten de herkomst, de referentiesamenstelling, de plaats van verwerking en de hoeveelheid van de afzonderlijke mengsels volgens artikel de leden 01, 03 en 05 worden bepaald en vastgelegd Eisen aan de uitvoering: vervoer van asfalt 01 Vervoer van asfalt dient zodanig te geschieden dat er binnen de lading geen temperatuurverschillen groter dan 25 C (NENEN ) ontstaan. Het asfalt mag niet of nauwelijks zijn ontmengd Eisen aan de uitvoering: verwerking van asfalt, algemeen 01 Het asfalt aanbrengen met één of meer afwerkmachine(s). De aan te brengen laag moet hechten aan de onderliggende laag en verticale aansluitvlakken. Het oppervlak achter de afwerkmachine moet een gelijkmatige textuur hebben en de verdichting moet gelijkmatig zijn over het gehele oppervlak. Op plaatsen waar het asfalt niet machinaal kan worden aangebracht, het asfalt in handwerk spreiden. 02 De aanvoer van het asfalt en de snelheid van de afwerkmachine moeten zodanig zijn dat het asfalt zonder of met zo min mogelijk onderbrekingen in het werk wordt gebracht. Indien onderbrekingen optreden die kwaliteitsrisico s met zich meebrengen, de afwerkmachine leegdraaien en het asfalt verwerken zoals in lid 04 is voorgeschreven voor een dwarsnaad. 03 De opeenvolgende lagen asfalt zodanig aanbrengen dat de langsnaden of dwarsnaden verspringend, bij voorkeur trapsgewijs, ten minste 0,15 m van elkaar verwijderd zijn. 605

50 hfd. par. art. Asfaltverhardingen De langsnaden en de zijkanten van het asfalt uitvoeren als strakke lijnen evenwijdig aan de as van de rijstrook. In de onderlagen of tussenlagen van een rechterrijstrook, met uitzondering van een gedeelte ter breedte van 1,0 m in de as daarvan, mogen in het asfalt geen langsnaden voorkomen. De langsnaden in de bovenlaag asfalt mogen niet minder dan 0,05 m en niet meer dan 0,20 m naast een as, deel of kantstreep zijn gelegen. 04 Ter plaatse van langs en dwarsnaden, voorafgaand aan het aanbrengen van een aansluitende laag, los materiaal verwijderen. De naden dekkend met asfaltkleefmiddel bestrijken dan wel de hechting op de naad tussen de stroken op gelijkwaardige wijze verzekeren. Bij zeer open asfaltbe deze behandeling zodanig uitvoeren dat de waterdoorstroming niet verhinderd wordt. Het asfalt ter plaatse van langs en dwarsnaden bij de daarvoor in aanmerking komende asfaltmengsels aanbrengen met een overlap en voldoende overhoogte dan wel met voldoende overhoogte. 05 Het asfalt zo spoedig mogelijk na het aanbrengen verdichten, met dien verstande dat zeer open asfaltbe en steenmastiekasfalt niet trillend verdicht mogen worden, tenzij dit bij handmatige verwerking noodzakelijk is. Na het verdichten mogen geen walssporen voorkomen. De textuur van de bovenlaag moet na het verdichten gelijkmatig zijn. 06 Indien de asfaltlaag moet worden afgestrooid met steenslag of brekerzand, moet dit mechanisch en gelijkmatig over het gehele oppervlak gebeuren, waarna deze moet worden vastgedrukt bij een temperatuur van het oppervlak van ten minste 90 C Eisen aan de uitvoering: verwerking van asfalt bereid met asfaltgranulaat 01 Indien voor de beëindiging van de verwerking van een bepaald asfaltmengsel bereid met asfaltgranulaat in verband met openstelling van de weg voor verkeer de nog beschikbare hoeveelheid te klein is, mag de activiteit worden afgerond met een hoeveelheid van dat asfaltmengsel samengesteld zonder toepassing van asfaltgranulaat, mits dit asfalt verder met dezelfde bouwstoffen is geproduceerd en voor dit mengsel een volledig typeonderzoek is uitgevoerd dat voldoet aan de gestelde eisen voor het asfalt bereid met asfaltgranulaat. Deze hoeveelheid mag ten hoogste 30 per dag bedragen. 02 Bij het onderzoek naar de samenstelling en eigenschappen van het asfalt worden de in het vorige lid bedoelde hoeveelheden asfalt zonder asfaltgranulaat geacht te behoren tot de uitvoeringseenheid waarin het asfaltmengsel met asfaltgranulaat is verwerkt. De samenstelling en eigenschappen worden getoetst aan de referentiesamenstelling van het asfalt bereid met asfaltgranulaat. 606

51 hfd. par. art. Asfaltverhardingen INFORMATIEOVERDRACHT Productie en verwerking 01 De aannemer verstrekt de directie desgevraagd gegevens omtrent: fabrikaat, type en plaats van de asfaltmenginstallatie; de nominale capaciteit van de installatie. 02 De aannemer verstrekt de directie desgevraagd binnen vier weken na het gereedkomen van de bovenste laag volgens het bestek, gegevens omtrent de plaats en omvang van de uitvoeringseenheden. Een eventueel verzoek daartoe zal uiterlijk twee weken na het gereedkomen van de bovenste laag volgens het bestek door de directie worden gedaan Gegevens asfalt 01 Naast de gegevens over de asfalt met betrekking tot de CEmarkering als bedoeld in artikel , verstrekt de aannemer aan de directie a. het verkort verslag als bedoeld in proef 62 punt 5.2; b. de referentiesamenstelling als bedoeld in artikel lid 01; c. eventueel specifieke voorwaarden van toepassing op het gebruik van het product; d. van grof toeslagmateriaal voor deklagen, een verklaring dat dit voldoet aan de in het bestek gestelde eisen met betrekking tot korrelvorm en polijstgetal Gegevens weegproces 01 De aannemer verstrekt desgevraagd de directie een week voor de aanvang van de verwerking van het asfalt gegevens over het weegproces op een door hem ondertekende lijst, ingericht volgens het model Gegevens van het weegproces van bijlage I. Indien aan de door de aannemer ingevulde lijst gegevens ontbreken of uit de ingevulde lijst blijkt dat niet wordt voldaan aan de eisen die overigens ten aanzien van het weegproces in het bestek zijn gesteld, deelt de directie dit binnen een week na ontvangst van de controlelijst schriftelijk aan de aannemer mee. In dat geval mag de aannemer eerst met de verwerking van het asfalt beginnen, nadat het weegproces alsnog is goedgekeurd Bewijs van oorsprong 01 De aannemer verstrekt de directie een bewijs van oorsprong van door hem geleverd asfaltkleefmiddel, afgegeven en ondertekend door de producent ervan. Op het bewijs van oorsprong moet zijn vermeld: a. de aanduiding van het product; b. de naam van de producent en de plaats van bereiding; c. een verwijzing naar de bedrijfscontrole van de producent; d. de datum van afgifte. 02 De aannemer verstrekt de directie een bewijs van oorsprong van de afdruipremmende stof, afgegeven en ondertekend door de producent ervan. 607

52 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Op het bewijs van oorsprong moet ten minste zijn vermeld: a. de naam van de producent; b. het soort en type van de afdruipremmende stof; c. de grafieken zoals omschreven in proef 70.2; d. de te volgen mengprocedure (voor en namengtijd); e. een verklaring van de producent dat de afdruipremmende stof geschikt is voor toepassing in asfalt (proef 70.3). Indien de afdruipremmende stof cellulosevezel is, die reeds voor 1 juli 1995 met succes in steenmastiekasfalt werd toegepast, een vermelding daarvan. Van cellulosevezel die eerst op 1 juli 1995 is toegepast en andere afdruipremmende stoffen aangeven waar en wanneer de desbetreffende proefvakken zijn aangelegd; f. de datum van afgifte. De bepaling van de hoeveelheid te doseren afdruipremmende stof (proef 70.2) moet zo frequent geschieden dat zekerheid bestaat over de juiste waarde van deze hoeveelheid. De laatste bepaling mag bovendien ten hoogste 18 maanden voor de datum van levering van de afdruipremmende stof zijn verricht. Deze bepaling moet zijn uitgevoerd door een instelling die voor de desbetreffende proef geaccrediteerd is door een nationale accreditatieinstelling (in Nederland: de Raad voor Accreditatie). 03 De aannemer verstrekt de directie een bewijs van oorsprong van de materialen als bedoeld in NENEN artikel 4.1 derde aandachtsstreepje die in het asfaltmengsel zijn verwerkt, afgegeven en ondertekend door de producent ervan. Op het bewijs van oorsprong moeten zijn vermeld: a. de aanduiding van het product; b. de naam van de producent; c. de herkomst van het product; d. het bewijs van geschiktheid van het product voor toepassing in asfalt; e. de datum van afgifte. 04 Iedere aflevering van bouwstoffen overeenkomstig een bewijs van oorsprong moet zijn vergezeld van een schriftelijke verwijzing hiernaar. 05 Indien een bouwstof wordt geleverd onder certificaat, afgegeven door een certificatieinstelling die geaccrediteerd is door een nationale accreditatieinstelling (in Nederland: de Raad voor Accreditatie), wordt het certificaat geacht het bewijs van oorsprong voor de desbetreffende bouwstof te vervangen RISICOVERDELING EN GARANTIES Keuring van bouwstoffen 01 Met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden mogen bouwstoffen, voorzover daaraan eisen gesteld worden voor eigenschappen die geen betrekking hebben op een CEmarkering, in afwijking van het bepaalde in paragraaf 17 lid 2 en paragraaf 18 lid 1 van de U.A.V. 1989, door de aannemer worden verwerkt zonder dat daaraan een goedkeuring door de directie is voorafgegaan. 608

53 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 02 Bouwstoffen als bedoeld in het vorige lid, mogen slechts worden verwerkt, nadat de aannemer door eigen onderzoek of uit door derden verstrekte onderzoeksresultaten heeft vastgesteld dat de bouwstoffen aan de gestelde eisen voldoen. 03 De directie is bevoegd om monsters van de in lid 01 bedoelde bouwstoffen te nemen en deze te onderzoeken. Het gestelde in de leden 2 tot en met 13 van paragraaf 18 van de U.A.V is hierop van toepassing Bedrijfscontrole 01 De aannemer is verantwoordelijk voor de bedrijfscontrole tijdens de verwerking van het asfalt als bedoeld in artikel lid 01. Hij stelt de directie in de gelegenheid de bedrijfscontrole te volgen. Hij stelt de resultaten van de bedrijfscontrole desgevraagd ter beschikking van de directie Kwaliteitsborging 01 De aannemer stelt voor de uitvoering van het werk een kwaliteitsplan op. Hij is daarvoor verantwoordelijk. Het kwaliteitsplan wordt aan de directie overhandigd. Op basis van een in dit kwaliteitsplan vastgelegde procesbeheersingsmethodiek, stelt hij vast of is voldaan aan hetgeen in het bestek is voorgeschreven. Hij legt zijn bevindingen schriftelijk vast. In het kwaliteitsplan moet onder meer worden vermeld op welke wijze de aannemer de bedrijfscontrole verricht aangaande de dikte van de lagen, de samenstelling, de holle ruimte, de verdichtingsgraad en de penetratie (NENEN 1426) van het teruggewonnen bitumen (NENEN ) van het asfalt. 02 Indien de aannemer tijdens de uitvoering van het werk vaststelt dat niet is voldaan aan hetgeen in het bestek is voorgeschreven, neemt hij onmiddellijk maatregelen om het voortduren van de tekortkomingen te voorkomen. Tevens stelt hij vast over welk gedeelte van het werk de tekortkomingen optreden en stelt hij de directie correctieve maatregelen voor. Bij de vastgestelde correctieve maatregelen wordt tevens de methode van beoordeling van de kwaliteit overeengekomen. 03 De directie kan tijdens de uitvoering van het werk besluiten een eigen onderzoek in te stellen. 04 Indien bij het in het vorige lid bedoelde onderzoek tekortkomingen worden vastgesteld ten opzichte van de in het bestek gestelde eisen, die zouden leiden tot kortingen of tot het niet goedkeuren van het werk en die niet door de aannemer zijn vastgesteld dan wel waarvoor geen correctieve maatregelen zijn voorgesteld, dient de aannemer alsnog correctieve maatregelen voor te stellen. De directie kan besluiten het onderzoek uit te breiden. 05 Indien de in het vorige lid bedoelde tekortkomingen worden vastgesteld, moet ervan worden uitgegaan dat de kwaliteitsborging van de aannemer niet adequaat functioneert. Deze dient de oorzaak daarvan tersd op te sporen en te herstellen. Getroffen maatregelen dienen schriftelijk te worden vastgelegd en aan de directie te worden gerapporteerd. 609

54 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 06 De kosten van het eigen onderzoek als bedoeld in lid 03 en de eventuele uitbreiding daarvan overeenkomstig lid 04, komen voor rekening van de opdrachtgever. De aannemer verleent om niet de benodigde medewerking om de uitvoering van deze onderzoeken mogelijk te maken. Indien het eigen onderzoek of de eventuele uitbreiding daarvan uitgevoerd wordt door een instelling die voor het desbetreffende onderzoek geaccrediteerd is door een nationale accreditatieinstelling (in Nederland: de Raad voor Accreditatie) en de in lid 04 bedoelde tekortkomingen worden vastgesteld, komen voor de desbetreffende eigenschap, de kosten van het laboratoriumonderzoek dan wel de kosten voor de uitbreiding van het laboratoriumonderzoek, voor rekening van de aannemer. 07 Binnen zes weken na het gereedkomen van de bovenste laag volgens het bestek, verstrekt de aannemer de directie een samenvattend rapport aangaande de kwaliteit van het door hem uitgevoerde asfaltwerk. Het rapport omvat: de bevindingen van de aannemer omtrent de kwaliteit van het werk; een overzicht van de geconstateerde afwijkingen; een overzicht van de voorgestelde en uitgevoerde corrigerende maatregelen Beoordeling van de kwaliteit van de verharding 01 De aannemer verzoekt de directie schriftelijk om vast te stellen of is voldaan aan hetgeen in het bestek is voorgeschreven met betrekking tot: a. de kwaliteit van het wegoppervlak, uiterlijk twee weken voor de vermoedelijke datum van openstelling van een wegvak; b. de samenstelling en de eigenschappen van het asfalt, uiterlijk één week na het gereedkomen van de bovenlaag van de totale asfaltverharding. 02 De directie kan op basis van de volgens artikel verkregen gegevens vaststellen of is voldaan aan hetgeen in het bestek is voorgeschreven met betrekking tot de kwaliteit van het wegoppervlak en de samenstelling en eigenschappen van het asfalt en de onderzoeken als bedoeld in artikel en artikel achterwege laten. 03 Indien zij daartoe aanleiding ziet, kan de directie bij het gereedkomen van de asfaltverharding besluiten een onafhankelijk onderzoek naar de kwaliteit van het wegoppervlak en naar de samenstelling en eigenschappen van het asfalt overeenkomstig artikel en uit te voeren om vast te stellen of is voldaan aan hetgeen in het bestek is voorgeschreven. Dit onderzoek moet worden uitgevoerd respectievelijk opgedragen binnen de in de desbetreffende artikelen genoemde termijnen. Het onderzoek volgens artikel moet worden uitgevoerd door een instelling die voor het desbetreffende onderzoek geaccrediteerd is door een nationale accreditatieinstelling (in Nederland: de Raad voor Accreditatie). 04 De directie stelt vast welke uitvoeringseenheden en welke boorvakken daarvan bij het in het vorige lid bedoelde onderzoek worden betrokken en welke eigenschappen waaraan in het bestek eisen zijn gesteld, in het onderzoek worden beschouwd. Indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan de directie op basis van de resultaten besluiten het onderzoek uit te breiden. 610

55 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 05 Met betrekking tot de resultaten van het door de directie verrichte onafhankelijke onderzoek volgens de leden 03 en 04, is het bepaalde in artikel van overeenkomstige toepassing. 06 De kosten van het onderzoek bedoeld in lid 03 zijn voor rekening van de opdrachtgever. Indien echter bij dit onderzoek tekortkomingen worden vastgesteld die leiden tot verbetering dan wel vernieuwing van het werk, zijn de kosten van dat onderzoek voor rekening van de aannemer. De kosten van de eventuele uitbreiding van het onderzoek volgens lid 04 worden op dezelfde wijze toegedeeld Inrichting van het onderzoek naar de kwaliteit van het wegoppervlak van asfalt 01 Indien de directie de vlakheid en de stroefheid wenst te controleren, geschiedt dit zo spoedig mogelijk en indien mogelijk voor openstelling van het wegvak, doch uiterlijk binnen zes weken na het verzoek van de aannemer als bedoeld in artikel lid 01 dan wel binnen zes weken na openstelling van het wegvak voor het verkeer. De directie bepaalt welke wegvakken of gedeelten daarvan gecontroleerd worden. Indien de controle daartoe aanleiding geeft, kan de directie besluiten de controle uit te breiden. De datum en het tijdstip van de controle worden aan de aannemer ten minste drie werkdagen tevoren schriftelijk meegedeeld. 02 De stroefheid kan zowel in als tussen de rijsporen worden gemeten. 03 Ten behoeve van de controle van de vlakheid en de stroefheid draagt de aannemer er zorg voor dat de weg schoon is en vrij van obstakels, hieronder niet begrepen het openbaar verkeer, gedurende een door de directie op te geven periode Inrichting van het onderzoek naar de samenstelling en eigenschappen van het asfalt 01 Indien de directie de samenstelling en eigenschappen van het asfalt wenst te controleren, geschiedt dit per uitvoeringseenheid dan wel per boorvak daarvan. De directie geeft zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie weken na ontvangst van het rapport van de aannemer als bedoeld in artikel lid 07, aan welke uitvoeringseenheden gecontroleerd zullen worden. Tevens geeft zij daarbij de indeling in boorvakken alsmede de plaatsen waar de cilinders moeten worden geboord, nauwkeurig op tekening aan. Deze plaatsbepaling geschiedt op aselecte wijze. 02 Het indelen in boorvakken vindt alleen plaats op basis van de indeling in uitvoeringseenheden van de bovenlaag. Bij een uitvoeringseenheid met een bovenlaag met een oppervlakte kleiner dan 500 m 2 wordt deze als één boorvak beschouwd. Bij een uitvoeringseenheid met een bovenlaag met een oppervlakte kleiner dan m 2 verdeelt de directie de uitvoeringseenheid in boorvakken met een gelijke oppervlakte van ten minste 500 m 2 en ten hoogste m 2. De directie bepaalt het aantal en de omvang van de boorvakken. Bij een uitvoeringseenheid met een bovenlaag met een oppervlakte groter dan of gelijk aan m 2 verdeelt de directie de uitvoeringseenheid in ten 611

56 hfd. par. art. Asfaltverhardingen minste 20 boorvakken met een gelijke oppervlakte van ten minste m 2 en ten hoogste m 2. De directie bepaalt het aantal en de omvang van de boorvakken. 03 De aannemer boort de in lid 01 bedoelde cilinders binnen vier weken na ontvangst van de in lid 01 genoemde tekening. De cilinders boren volgens proef 63. Het tijdstip van boren tijdig aan de directie meedelen. Desgewenst dient het boren te geschieden in tegenwoordigheid van de directie. De kosten van het boren en het vullen van de gaten worden verrekend op stelpost. 04 De aannemer overhandigt de geboorde cilinders aan de directie met daarbij een lijst waarop de plaatsen waar de cilinders zijn geboord, nauwkeurig zijn vermeld en waarop tevens de gegevens zijn vermeld die nodig zijn om de bij het laboratoriumonderzoek verkregen resultaten te kunnen toetsen aan de desbetreffende besteksbepalingen. De datum dan wel data waarop de cilinders en de daarbij behorende lijst aan de directie worden overhandigd, schriftelijk vastleggen. 05 Gaten van boorkernen of geheel met asfalt of tot ten minste 0,04 m onder het wegoppervlak met cementbe en overigens met gietasfalt vullen. Het asfalt moet een temperatuur van ten minste 130 C hebben. De wand van het boorgat, voorzover het met asfalt wordt gevuld, met asfaltkleefmiddel bestrijken. Het asfalt in lagen van ten hoogste 0,10 m aanbrengen en met stampers verdichten Onderzoeksresultaten 01 Het rapport over de resultaten van het onderzoek naar de kwaliteit van het wegoppervlak en de samenstelling en eigenschappen van het asfalt als bedoeld in artikel en , zal zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na het overhandigen van de in artikel lid 04 bedoelde cilinders en lijst, aan de aannemer worden verstrekt. 02 Indien het in het vorige lid bedoelde rapport de directie aanleiding geeft om het onderzoek uit te breiden conform artikel lid 04, geeft de directie bij het rapport aan welke uitvoeringseenheden bij de uitbreiding van het onderzoek worden betrokken. Tevens geeft zij daarbij, voorzover dit niet bij het eerste onderzoek is gebeurd, de indeling in boorvakken alsmede de plaatsen waar de cilinders moeten worden geboord, nauwkeurig op tekening aan. Deze plaatsbepaling geschiedt op aselecte wijze. Met betrekking tot de inrichting van de uitbreiding van het onderzoek naar de samenstelling en eigenschappen van het asfalt is het bepaalde in artikel de leden 02, 03, 04 en 05 van overeenkomstige toepassing. Het rapport van het in dit lid bedoelde onderzoek zal zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na het overhandigen van de overeenkomstig artikel lid 04 bedoelde cilinders en lijst, aan de aannemer worden verstrekt. 612

57 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 03 De weggedeelten waarvoor afstrooien met steenslag of brekerzand in het bestek is voorgeschreven en waarvan bij de stroefheidsmeting: volgens proef 72 methode 2010/50 (verhardingstype: dicht) is gebleken dat de wrijvingscoëfficiënt kleiner is dan 0,53, tersd zodanig verbeteren dat de wrijvingscoëfficiënt nergens kleiner is dan 0,53. volgens proef 72 methode 2010/70 (verhardingstype: dicht) is gebleken dat de wrijvingscoëfficiënt kleiner is dan de 0,47, tersd zodanig verbeteren dat de wrijvingscoëfficiënt nergens kleiner is dan 0,47. Indien de stroefheid in het rijspoor verbeterd moet worden, moet dat gelijktijdig in beide sporen plaatsvinden. Indien het asfalt wordt vervangen, moet dat ter breedte van de rijstrook plaatsvinden. 04 Het gehele overeenkomstig artikel lid 01 sub a ter controle aangeboden wegvak verbeteren indien bij de vlakheidsmeting in langsrichting (proef 71) met de viagraaf: voor een geheel nieuw aangebrachte verharding, volgens het bestek opgebouwd uit ten minste vier lagen, of voor een op een bestaande verharding of kunstwerk aangebrachte verharding, volgens het bestek opgebouwd uit ten minste een profileerlaag en een deklaag, het afwijkingspercentage C5 per 100 m weglengte groter is dan twee en tevens het aantal afwijkingen f5 meer dan vijf is, dan wel het afwijkingspercentage C5 groter is dan zes; voor andere constructies, het afwijkingspercentage C5 per 100 m weglengte groter is dan drie en tevens het aantal afwijkingen f5 meer dan vijf is, dan wel het afwijkingspercentage C5 groter is dan zeven. In deze gevallen het gehele wegvak zodanig verbeteren dat het afwijkingspercentage C5 kleiner dan of gelijk is aan respectievelijk twee en drie. Bij de vlakheidsmeting in langsrichting met de rolrei het gehele ter controle aangeboden wegvak verbeteren indien: voor een geheel nieuwe verharding, volgens het bestek opgebouwd uit ten minste vier lagen, of voor een op een bestaande verharding of kunstwerk aangebrachte verharding, volgens het bestek opgebouwd uit ten minste een profileerlaag en een deklaag, het aantal afwijkingen van meer dan 3 mm per 100 m meetvak vijf of meer bedraagt; voor een verharding op zandbed of fundering, volgens het bestek opgebouwd uit drie lagen, het aantal afwijkingen van meer dan 4 mm per 100 m meetvak vijf of meer bedraagt;voor een verharding op zandbed of fundering, volgens het bestek opgebouwd uit twee lagen, het aantal afwijkingen van meer dan 5 mm per 100 m meetvak vijf of meer bedraagt; voor een verharding op weggedeelten in bogen met een horizontale straal kleiner dan 200 m dan wel een verticale straal kleiner dan m, het aantal afwijkingen van meer dan 5 mm vijf of meer bedraagt; voor een verharding op weggedeelten korter dan 300 m, het aantal afwijkingen van meer dan 5 mm vier of meer bedraagt. In deze gevallen het gehele wegvak zodanig verbeteren dat de afwijking nergens groter is dan 3, 4 respectievelijk 5 mm. 613

58 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 05 Indien bij het onderzoek dat wordt gedaan volgens artikel teneinde vast te stellen of is voldaan aan hetgeen in het bestek is voorgeschreven met betrekking tot de samenstelling en de eigenschappen van het asfalt, bij een monster voor laagdikte, verdichtingsgraad, holle ruimte, bitumengehalte of korrelverdeling, tekorten of overschrijdingen groter dan de in artikel , , en genoemde waarden voor nader onderzoek worden geconstateerd, het gedeelte in de omgeving van het desbetreffende monster verbeteren of vernieuwen, ongeacht de boorvakgrenzen als bedoeld in artikel De omvang van het te verbeteren of te vernieuwen gedeelte wordt bepaald aan de hand van een door de directie, zo nodig met behulp van te boren cilinders, in te stellen nader onderzoek. Indien de dikte van een afzonderlijke laag aanleiding geeft tot verbetering of vernieuwing van het desbetreffende gedeelte van het werk, wordt alvorens tot nader onderzoek over te gaan, de dikte van de laag vermeerderd met de eventueel aanwezige extra dikte van de daarboven gelegen lagen; als extra dikte van de daarboven gelegen lagen wordt aangemerkt het verschil tussen de werkelijke en de voorgeschreven dikte van deze lagen gezamenlijk. 06 Het desbetreffende werk of gedeelte daarvan verbeteren dan wel vernieuwen, indien bij het in artikel bedoelde onderzoek wordt geconstateerd dat de gemiddelde waarden ten aanzien van laagdikte, verdichtingsgraad, holle ruimte, bitumengehalte dan wel korrelverdeling meer afwijken dan de in artikel , , en genoemde waarden. 07 Indien ten behoeve van het nader onderzoek als bedoeld in lid 05, cilinders door de aannemer worden geboord, worden deze alleen op de desbetreffende eigenschap of eigenschappen onderzocht. Indien niet aan de eis wordt voldaan, zijn de kosten van het laboratoriumonderzoek van de desbetreffende eigenschap voor rekening van de aannemer Goedkeuring 01 Indien bij de opneming die met het oog op de oplevering plaatsvindt, het rapport betreffende de onderzoeksresultaten, als bedoeld in artikel lid 01, nog niet aan de aannemer is verstrekt, terwijl overigens geen redenen voor onthouding van de goedkeuring bestaan, wordt het werk geacht te zijn goedgekeurd. 02 Indien na de oplevering, doch binnen een termijn van zes maanden na het overhandigen van de in artikel bedoelde cilinders en lijst alsnog het rapport aan de aannemer wordt verstrekt en uit dit rapport blijkt dat de aannemer niet aan de uit het bestek voor hem voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan, verbindt de aannemer zich alsnog om aan die verplichtingen te voldoen. De verplichtingen omvatten niet alleen eventuele maatregelen ter verbetering of vernieuwing, maar ook kortingen. Indien de overhandigde cilinders of lijst op enig moment binnen de bovengenoemde termijn van zes maanden niet volledig of niet correct blijken te zijn, gaat deze termijn in op het moment dat de ontbrekende cilinders of verbeterde lijst zijn overhandigd. 614

59 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Kortingen 03 Indien bij het in het vorige lid bedoelde rapport is aangegeven dat het onderzoek uitgebreid moet worden conform het bepaalde in artikel lid 02 en het rapport aangaande dit onderzoek binnen een termijn van drie maanden na het overhandigen van de desbetreffende cilinders en lijst aan de aannemer wordt verstrekt en uit dit aanvullend rapport blijkt dat de aannemer niet aan de uit het bestek voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan, verbindt de aannemer zich om, overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid, alsnog aan die verplichtingen te voldoen. 01 Indien uit het onderzoek naar de kwaliteit van het wegoppervlak en naar de samenstelling en eigenschappen van het asfalt, als bedoeld in artikel respectievelijk artikel , blijkt dat niet is voldaan aan de gestelde eisen, doch de afwijkingen niet leiden tot onthouding van goedkeuring van het werk, wordt overgegaan tot het opleggen van kortingen op de aannemingssom. Het bepaalde in dit lid is niet van toepassing, indien de aannemer de desbetreffende tekortkoming conform artikel lid 02 bij de directie heeft gemeld en correctieve maatregelen zijn overeengekomen. 02 Geen kortingen worden opgelegd indien het werk bestaat uit: het aanbrengen van asfalt in één uitvoeringseenheid kleiner dan m 2 ; het aanbrengen van asfalt in een aantal samenhangende uitvoeringseenheden elk met een oppervlakte kleiner dan 250 m De kortingen bedragen: a. Stroefheid 1. Indien gemeten wordt volgens methode 2010/50 van proef 72 (verhardingstype: dicht) bedraagt de korting:voor een meetvak met een gemiddelde wrijvingscoëfficiënt gemeten in het rijspoor van: 0,44 tot en met 0,52: 700,. voor een meetvak met een gemiddelde wrijvingscoëfficiënt gemeten tussen de rijsporen van: 0,53 tot en met 0,60: 350,; 0,44 tot en met 0,52: 700,. 2. Indien gemeten wordt volgens methode 2010/70 van proef 72 (verhardingstype: dicht) bedraagt de korting: voor een meetvak met een gemiddelde wrijvingscoëfficiënt in het rijspoor van: 0,39 tot en met 0,46: 700,. voor een meetvak met een gemiddelde wrijvingscoëfficiënt gemeten tussen de rijsporen van: 0,47 tot en met 0,53: 350,; 0,39 tot en met 0,46: 700,. Het aantal voor de korting te beoordelen meetvakken bedraagt ten hoogste een derde van het totaal aantal mogelijke meetvakken. Het aldus bepaalde aantal te beoordelen meetvakken wordt naar beneden afgerond op een geheel getal. De plaats van deze meetvakken wordt aselect door de directie bepaald. De plaats van de meetvakken wordt afzonderlijk van de in sub b bedoelde meetvakken bepaald. Geen korting voor de stroefheid wordt opgelegd bij deklagen van steen 615

60 hfd. par. art. Asfaltverhardingen mastiekasfalt die volgens het bestek moeten worden afgestrooid met steenslag of brekerzand. b. Vlakheid in langsrichting (proef 71) Voor een meetvak waarin het afwijkingspercentage C5 groter is dan het maximum genoemd in artikel , voor elk procent overschrijding van het voor het afwijkingspercentage geldende maximum: 200,. De korting bedraagt per meetvak ten hoogste: 750,. Het aantal voor de korting te beoordelen meetvakken bedraagt ten hoogste een derde van het totaal aantal mogelijke meetvakken. Het aldus bepaalde aantal te beoordelen meetvakken wordt naar beneden afgerond op een geheel getal. De plaats van deze meetvakken wordt aselect door de directie bepaald. De plaats van de meetvakken wordt afzonderlijk van de in sub a bedoelde meetvakken bepaald. c. Samenstelling en eigenschappen van het asfalt 1. Indien de dikte van een laag afzonderlijk zodanig is dat korting zou moeten worden opgelegd, wordt bij het bepalen van de op te leggen korting de dikte van die laag vermeerderd met een eventueel aanwezige extra dikte van de daarboven gelegen lagen; als extra dikte van de daarboven gelegen lagen wordt aangemerkt het verschil tussen de werkelijke en de voorgeschreven dikte van deze lagen gezamenlijk. 2. Indien het aantal afwijkingen waarvoor volgens sub c4 kortingen zouden moeten worden opgelegd, gesommeerd met het aantal afwijkingen waarvoor volgens artikel een nader onderzoek wordt ingesteld, 2% of minder bedraagt van het totaal aantal resultaten van onderzoek van de monsters (gerekend per eigenschap), worden geen kortingen opgelegd. Onder 2% van het totaal aantal onderzoeksresultaten wordt per definitie verstaan: nul bij een totaal aantal resultaten van ten hoogste 20; één bij een totaal aantal resultaten van 21 tot en met 50; twee bij een totaal aantal resultaten van 51 tot en met 100; drie bij een totaal aantal resultaten van 101 tot en met 150; vier bij een totaal aantal resultaten van 151 tot en met 200; enzovoort. 3. Indien het onder sub c2 bedoelde aantal afwijkingen meer dan 2% bedraagt, worden de kortingen voor alle afwijkingen in rekening gebracht. 4. De per boorvak op te leggen kortingen in euro s zijn in tabel T vermeld. Hierbij is de factor: waarbij B wordt afgerond op twee decimalen nauwkeurig. 616

61 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Tabel T eigenschap Kortingstabel afwijking van de eis kortingen per boorvak 1), voor verhardingslagen van: asfaltbe voor een onderlaag bij een laagdikte > 50 mm op zandbed of fundering 2) op bestaande verharding asfaltbe voor een tussenlaag, asfaltbe voor een deklaag, of zeer open asfaltbe, steenmastiekasfalt en bij een laagdikte 50 mm voor asfaltbe voor een onderlaag asfaltbe voor een tussenlaag en bij een laagdikte van 50 mm voor, asfaltbe voor een onderlaag, aangebracht direct op een fundering laagdikte 1 t/m 5 mm 6 t/m 10 mm 11 t/m 15 mm 16 t/m 20 mm 2.100B 2.100B 2.100B 2.100B bitumengehalte: asfaltbe voor deklaag t/m 0,5% 0,6 t/m 0,7% 1.200B asfaltbe voor onder en tussenlagen, zeer open asfaltbe, steenmastiekasfalt met D > 5 mm en gietasfalt t/m 0,6% 0,7 t/m 0,8% 1.200B 1.200B 1.200B 1.200B steenmastiekasfalt met D 5 mm t/m 0,7% 0,8 t/m 0,9% 1.200B verdichtingsgraad en holle ruimte asfalt 0,1 t/m 1,2% 1,3 t/m 1,8% 1,9 t/m 2,4% 1.200B 2.100B 1.200B 2.100B 1.200B 2.100B 1.200B 2.100B 1) Zie artikel lid 03 sub c4. 2) Fundering kan zijn: een gebonden fundering of een verhardingslaag van steenmengsel. 617

62 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 04 Indien de onderzoeksresultaten volgens artikel lid 05 leiden tot onthouding van goedkeuring, blijven de opgelegde kortingen voor de overige boorvakken, ondanks eventueel uitgevoerde verbeteringen, gehandhaafd. Indien een individuele laagdikte aanleiding geeft tot het toepassen van korting, terwijl tegelijkertijd niet voldaan wordt aan het in artikel bepaalde ten aanzien van de totale dikte van de asfaltverharding, wordt goedkeuring onthouden aan de aangebrachte verharding en vervalt de korting op de individuele laagdikte. Indien bij een monster zowel de eigenschap holle ruimte als de eigenschap verdichtingsgraad aanleiding geven tot het toepassen van kortingen, wordt slechts één korting, normaliter de hoogste, in rekening gebracht. Indien op één van beide eigenschappen een nader onderzoek volgt, vervalt de eventuele korting. 05 Indien het resultaat van een stroefheidsmeting van een meetvak in zowel het rijspoor als tussen de rijsporen aanleiding geeft tot het toepassen van kortingen, wordt slechts één korting, normaliter de hoogste, in rekening gebracht. Goedkeuring wordt onthouden indien de stroefheid gemeten volgens: proef 72 methode 2010/50 (verhardingstype: dicht) lager is dan 0,44; proef 72 methode 2010/70 (verhardingstype: dicht) lager is dan 0,39. Indien ten behoeve van de verbetering van de stroefheid of de vlakheid een nieuwe asfaltlaag wordt aangebracht, vervalt de korting voor de stroefheid respectievelijk de vlakheid op het desbetreffende weggedeelte. 06 Voor alle door de aannemer uitgevoerde verbeteringen en vernieuwingen op grond van het onderzoek volgens artikel is het bepaalde in dit artikel niet opnieuw van toepassing Gegevens typeonderzoek, bedrijfscontrole en gegevens ten behoeve van de garantie Garantie 01 De aannemer zorgt dat ten minste de resultaten van het typeonderzoek en de bedrijfscontrole, de gegevens betreffende het asfalt volgens artikel , de gegevens betreffende de aflevering van bouwstoffen volgens artikel en de onderzoeksresultaten van eigen onderzoek of door derden verricht onderzoek naar de eigenschappen van bouwstoffen als bedoeld in artikel lid 02 bewaard blijven tot het einde van de garantieperiode. 02 De opdrachtgever bewaart ten minste de constructieberekeningen waaronder de grondmechanische rapporten, de resultaten van de door of vanwege hem gedane onderzoeken naar de kwaliteit van het wegoppervlak volgens artikel en naar de samenstelling en eigenschappen van het asfalt volgens artikel , alsmede de in artikel bedoelde bewijzen van oorsprong, tot het einde van de garantieperiode. 01 Tenzij het bestek anders vermeldt, wordt in dit artikel onder verharding verstaan het geheel van de funderingslagen, onderlagen, de daarop liggende tussenlagen en de deklagen. 618

63 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 02 De aannemer garandeert de verharding, voorzover door hem aangebracht, gedurende een periode van drie jaar. Bij uitvoeringseenheden met een oppervlakte kleiner dan 100 m 2, is deze periode zes maanden. De garantie houdt in dat de aannemer zich verbindt alle gebreken aan de verharding te zullen herstellen waarbij het bepaalde in de navolgende leden van toepassing zal zijn. Het bepaalde in paragraaf 22 van de U.A.V is niet van toepassing. 03 De garantieperiode vangt aan onmiddellijk na de dag waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 10 van de U.A.V als opgeleverd wordt beschouwd. Voor uitvoeringseenheden met een oppervlakte kleiner dan 100 m 2, begint deze periode echter op de dag dat de desbetreffende verharding in de zin van paragraaf 10 lid 3 van de U.A.V in gebruik wordt genomen. 04 Indien bij onthouding van de goedkeuring als bedoeld in lid 3 van paragraaf 9 van de U.A.V. 1989, de verharding wel in gebruik is of wordt genomen, gaat de garantieperiode voor verhardingsgedeelten die geen reden voor onthouding van de goedkeuring zijn, in onmiddellijk na de dag waarop de in lid 3 van paragraaf 9 van de U.A.V bedoelde schriftelijke mededeling aan de aannemer is verzonden. 05 Voor verhardingsgedeelten die wel reden voor onthouding van goedkeuring waren en daarna zijn verbeterd of vernieuwd, gaat de garantieperiode in op het in lid 03 bedoelde tijdstip. Indien ondanks deze verbetering of vernieuwing de goedkeuring aan het werk wordt onthouden, is het bepaalde in het vorige lid wederom van toepassing. 06 Indien voor verhardingsgedeelten alsnog aanvaarding volgt zonder dat verbetering of vernieuwing heeft plaatsgevonden, wordt de garantie periode voor deze gedeelten geacht te zijn ingegaan op het in lid 04 bedoelde tijdstip. 07 In geval van vernieuwing (vervanging) van een bepaald verhardingsgedeelte op grond van het onderzoek volgens artikel gaat de garantie voor dat gedeelte in onmiddellijk na de dag waarop de vernieuwing (vervanging) is goedgekeurd. 08 De garantie duurt ten hoogste tot vier jaar na de dag waarop de desbetreffende verharding in de zin van paragraaf 10 lid 3 van de U.A.V in gebruik wordt genomen. 09 Indien gedurende de garantieperiode één van de partijen gebreken aan de verharding constateert of er aanwijzingen zijn dat deze kunnen worden verwacht, stelt zij de andere partij daarvan schriftelijk op de hoogte. Uiterlijk één maand voor het verstrijken van de garantieperiode nemen opdrachtgever en aannemer gezamenlijk de toestand op waarin de verharding verkeert. De opdrachtgever neemt daartoe het initiatief. De toestand wordt vastgelegd in een door partijen te ondertekenen procesverbaal. Paragraaf 48 van de U.A.V is tijdens de garantieperiode van overeenkomstige toepassing. 619

64 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 10 Indien de aanwezigheid van gebreken het nemen van schadebeperkende maatregelen gewenst maakt, stelt de opdrachtgever de aannemer in de gelegenheid deze maatregelen binnen een door de opdrachtgever te bepalen termijn uit te voeren. De aannemer dient na voltooiing van deze maatregelen een rekening in voor de bedragen waarop hij aanspraak maakt. De betaling van deze rekening vindt plaats binnen vier weken na de indiening. Indien tegen de grootte van een in rekening gebracht bedrag bezwaar bestaat, ontvangt de aannemer het bedrag dat hem ontwijfelbaar toekomt. Bij een eventueel geschil naar aanleiding hiervan is de regeling opgenomen in paragraaf van toepassing. Op de in dit lid bedoelde vordering is paragraaf 45, de leden 1 en 2, van de U.A.V van overeenkomstige toepassing. 11 Indien tijdens de garantieperiode gebreken aan de verharding optreden, is de regeling opgenomen in paragraaf van toepassing BIJBEHORENDE VERPLICHTINGEN (In deze Standaard zijn geen bepalingen opgenomen, behorend tot deze paragraaf.) BOUWSTOFFEN Asfalt (algemeen) Asfaltbe 01 Asfalt moet voldoen aan het bepaalde in NENEN , NENEN , NENEN dan wel NENEN Het typeonderzoek van asfaltmengsels als bedoeld in NENEN , uitvoeren met in achtneming van het bepaalde in proef De bij de productie gebruikte toeslagmaterialen, eventuele toeslagstoffen en bindmiddel moeten voldoen aan het bepaalde in de artikelen tot en met In aanvulling op het bepaalde in artikel lid 01 moet specie voor asfaltbe voldoen aan het bepaalde in NENEN , met inachtneming van het bepaalde in de navolgende leden. 02 De samenstelling en eigenschappen van asfaltbe moeten voldoen aan het bepaalde in van NENEN Het bepaalde in van NENEN is niet van toepassing. 03 De korrelverdeling als bedoeld in van NENEN wordt bepaald met behulp van de basis zeefset plus set 1 volgens van NENEN

65 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 04 Voor de weerstand tegen afslijting door spijkerbanden volgens van NENEN geldt categorie Abr ANR (geen eis). 05 Het bepaalde in van NENEN (wielspoorproef) is niet van toepassing 06 De op de CEmarkering vermelde eigenschappen van asfaltbe moeten voor de betreffende toepassing voldoen aan de in tabel T genoemde eisen. Tabel T Eigenschappen asfaltbe asfaltbemengsels voor deklagen eigenschappen V min ten minste V max ten minste ITSR ten minste S min ten minste S max ten hoogste f c ten hoogste ε 6 ten minste categorieindeling 1) eigenschappen DLIB DLA DLB DLC 2,0 6, , ,0 4, , ,0 6, , ,0 6, ,6 100 asfaltbemengsels voor tussenlagen categorieindeling 1) eigenschappen eigenschappen V min ten minste V max ten minste ITSR ten minste S min ten minste S max ten hoogste f c ten hoogste ε 6 ten minste TLIB TLA TLB TLC 3,0 10, ,2 80 2,0 7, , ,0 10, ,4 70 3,0 10, ,4 80 1) Zie tabel T voor verklaring categorieindeling. 621

66 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Tabel T Eigenschappen asfaltbe asfaltbemengsels voor tussenlagen toegepast als tijdelijke deklaag categorieindeling 1) eigenschappen eigenschappen V min ten minste V max ten minste ITSR ten minste S min ten minste S max ten hoogste f c ten hoogste ε 6 ten minste TDLIB TDLB TDLC 2,0 7, ,2 90 2,0 7, ,4 90 2,0 7, ,4 90 asfaltbemengsel voor tussenlagen toegepast onder een deklaag van zeer open asfaltbe categorieindeling 1) eigenschappen eigenschappen V min ten minste V max ten minste ITSR ten minste S min ten minste S max ten hoogste f c ten hoogste ε 6 ten minste TLZIB TLZB TLZC 3,0 7, ,2 80 3,0 7, ,4 80 3,0 7, ,4 80 asfaltbemengsels voor onderlagen categorieindeling 1) eigenschappen eigenschappen V min ten minste V max ten minste ITSR ten minste S min ten minste S max ten hoogste f c ten hoogste ε 6 ten minste OLIB OLA OLB OLC 2,0 7, ,2 90 2,0 7, , ,0 7, ,8 80 2,0 7, ,4 90 1) Zie tabel T voor verklaring categorieindeling 622

67 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 07 In asfaltbe voor deklagen en asfaltbe voor tussenlagen die als tijdelijke deklaag worden toegepast, mag geen grind worden toegepast. Bovendien mag in asfaltbe voor deklagen en voor asfaltbe in tijdelijke deklagen ten hoogste 30% asfaltgranulaat worden toegepast Steenmastiekasfalt 01 In aanvulling op het bepaalde in artikel lid 01 moet specie voor steenmastiekasfalt voldoen aan het bepaalde in NENEN , met inachtneming van het bepaalde in de navolgende leden. 02 Grof toeslagmateriaal voor steenmastiekasfalt moet voldoen aan de eisen voor steenslag De korrelverdeling als bedoeld in van NEN wordt bepaald met behulp van de basis zeefset plus set 1 volgens van NENEN Voor de weerstand tegen afslijting door spijkerbanden volgens 5.8 van NENEN geldt categorie Abr ANR (geen eis). 05 Het bepaalde in 5.9 van NENEN (wielspoorproef) is niet van toepassing. 06 De samenstelling van SMANL 5, SMANL 8A, SMANL 8B, SMANL 11A en SMANL 11B moet voldoen aan de in tabel T genoemde eisen. De verschillende soorten steenmastiekasfalt moeten worden aangeduid overeenkomstig tabel T Tabel T Korrelverdeling van steenmastiekasfalt (% m/m) door zeef SMANL 5 SMANL 8A SMANL 8B SMANL 11A SMANL 11B C11,2 C8 C5,6 C4 2 mm 0,5 mm 0,063 mm DV DV 9,5 13, DV DV 8,0 12, DV DV 7,0 11, DV DV 7,0 11,0 DV: Declared Value; door de producent op te geven waarde. Opm.: Als karakteristieke grove zeef is in afwijking van het bepaalde in NENEN niet zeef D/2 voorgeschreven DV DV 6,0 10,0 623

68 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 07 Voor SMANL 5, SMANL 8A, SMANL 8B, SMANL 11A en SMANL 11B bitumen 70/100 toepassen. 08 Voor SMANL 5, SMANL 8A, SMANL 8B, SMANL 11A en SMANL 11B zwakke vulstof toepassen met een gehalte calciumcarbonaat dat ten minste voldoet aan categorie CC 60 conform het bepaalde in artikel 5 van NEN In SMANL 5, SMANL 8A, SMANL 8B, SMANL 11A, SMANL 11B geen asfaltgranulaat toepassen. 10 Voor de samenstelling van SMANL 11A en SMANL 11B mag geen grof toeslagmateriaal 2/5 of 2/6 worden gebruikt. 11 De eigenschappen van SMANL 5, SMANL 8A, SMANL 8B, SMANL 11A en SMANL 11B moeten voldoen aan de in tabel T genoemde eisen. Tabel T Eigenschappen van steenmastiekasfalt eigenschap SMANL 5 SMANL 8A SMANL 8B SMANL 11A SMANL 11B bitumengehalte minimum vullingsgraad maximum vullingsgraad afdruipen watergevoeligheid B min 7,4 VFB minnr VFB maxnr D NR ITSR 80 B min 6,8 VFB minnr VFB maxnr D NR ITSR 80 B min 6,8 VFB minnr VFB maxnr D NR ITSR 80 B min 6,6 VFB minnr VFB maxnr D NR ITSR 80 B min 6,6 VFB minnr VFB maxnr D NR ITSR Zeer open asfaltbe 01 In aanvulling op het bepaalde in artikel lid 01 moet specie voor zeer open asfaltbe voldoen aan het bepaalde in NENEN , met inachtneming van het bepaalde in de navolgende leden. 02 Grof toeslagmateriaal voor zeer open asfaltbe moet voldoen aan de eisen voor steenslag De korrelverdeling als bedoeld in van NEN wordt bepaald met behulp van de basis zeefset plus set 1 volgens van NENEN De waterdoorlatendheid van zeer open asfaltbe wordt bepaald volgens van NEN Het bepaalde in van NENEN is niet van toepassing. 05 De samenstelling van ZOAB 11 en ZOAB 16 moet voldoen aan de in tabel T genoemde eisen. De verschillende soorten zeer open asfaltbe moeten worden aangeduid overeenkomstig tabel T

69 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Tabel T Samenstelling van zeer open asfaltbe (% m/m) door zeef ZOAB 11 ZOAB 16 C22,4 C16 C11,2 C8 2 mm 0,5 mm 0,063 mm DV 2,0 10, DV 2,0 10,0 DV: Declared Value; door de producent op te geven waarde. Opm.: Als karakteristieke grove zeef is in afwijking van het bepaalde in NENEN niet zeef D/2 voorgeschreven. 06 Voor ZOAB 11 en ZOAB 16 bitumen 70/100 toepassen. 07 Voor ZOAB 11 en ZOAB 16 als fijn toeslagmateriaal brekerzand toe passen. 08 Voor zeer open asfaltbe ZOAB 11 en ZOAB 16 middelsoort vulstof met hydroxide toepassen overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 van NEN In zeer open asfaltbe ZOAB 11 en ZOAB 16 geen asfaltgranulaat toepassen. 10 Voor de samenstelling van ZOAB 11 en ZOAB 16 geen grof toeslagmateriaal 2/5 of 2/6 toepassen. 11 De eigenschappen van ZOAB 11 en ZOAB 16 moeten voldoen aan de in tabel T genoemde eisen. Tabel T Eigenschappen van zeer open asfaltbe eigenschap ZOAB 11 ZOAB 16 bitumengehalte B min 4,5 B min 4,5 minimum holle ruimte V min20 V min20 maximum holle ruimte V maxnr V maxnr watergevoeligheid ITSR 80 ITSR 80 afdruipen D NR D NR 625

70 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Gietasfalt 01 Gietasfalt moet voldoen aan het bepaalde in NENEN Grof toeslagmateriaal 01 Grof toeslagmateriaal moet, met inachtneming van het bepaalde in de navolgende leden, voldoen aan het bepaalde voor grof toeslagmateriaal in NENEN en NEN Indien grof toeslagmateriaal van niet natuurlijke oorsprong wordt toegepast, moet de aannemer aanen dat dit toeslagmateriaal geschikt is voor de toepassing in asfalt. Ten minste moet aangetoond worden dat het toeslagmateriaal bestendig is overeenkomstig het bepaalde in artikel van NENEN De aannemer, of de asfaltproducent namens hem, moet de waarden van de desbetreffende eigenschappen verklaren. 03 Grof toeslagmateriaal moet voldoen aan de in tabel T genoemde eisen. 04 Onder steenslag wordt verstaan gebroken, grof toeslagmateriaal als bedoeld in lid Onder grind wordt verstaan grof toeslagmateriaal als bedoeld in lid 01, van natuurlijke oorsprong, waarvan het oppervlak in meer of mindere mate is afgerond door erosie. 626

71 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Tabel T Eigenschappen van grof toeslagmateriaal artikel in NENEN eigenschap steenslag 1 steenslag 2 steenslag 3 1) grind korrelgroep NEN 6240 artikel korrelverdeling NEN 6240 artikel korrelverdeling, grenzen en toleranties NEN 6240 artikel gehalte zeer fijn materiaal (aanhangend stof) NEN 6240 artikel korrelvorm vlakheidsindex FI D 8 mm FI 30 FI 25 FI 30 D > 8 mm FI 20 FI 20 FI percentage gebroken oppervlak C 95/1 C 100/0 C NR weerstand tegen verbrijzeling Los Angelescoëfficiënt LA grof toeslagmateriaal voor deklagen en tijdelijke deklagen weerstand tegen polijsting PSV wegen waarop een maximumsnelheid geldt van 30 km/u en wegen gesloten voor motorvoertuigen LA 25 LA 20 LA 15 LA 30 PSV verklaard 48 overige wegen PSV verklaard dichtheid 2) DV waterabsorptie DV waterabsorptie (vorst/dooi controleproef) 3) WA bestandheid vorst/dooi F bestandheid tegen hitte DV affiniteit van grof toeslagmateriaal voor bitumineuze bindmiddelen DV petrografische samenstelling DV grove lichtgewicht verontreinigingen m LPC 0,1 DV: Declared Value; door de producent op te geven waarde. NR: No Requirement; in Nederland wordt hiervoor geen eis gesteld. PSV verklaard 58 PSV NR 1) Steenslag 3 is alleen bedoeld voor toepassing in asfaltdeklagen onder zeer hoge verkeersintensiteiten. 2) Het verschil in dichtheid met de op de CEmarkering vermelde dichtheid ρ a (apparent density), bepaald volgens artikel 8 van NENEN 10976, mag ten hoogste 30 kg/m 3 zijn. 3) Indien wordt voldaan aan categorie WA 24 1 geldt voor bestandheid vorst/dooi geen eis (NR). 627

72 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Fijn toeslagmateriaal 01 Fijn toeslagmateriaal moet, met inachtneming van het bepaalde in de navolgende leden, voldoen aan het bepaalde voor fijn toeslagmateriaal in NENEN en NEN Onder brekerzand wordt verstaan een fijn toeslagmateriaal als bedoeld in NENEN 13043, dat afkomstig is van gesteente van natuurlijke oorsprong. 03 Onder grindzand wordt verstaan allin toeslagmateriaal als bedoeld in NENEN Fijn toeslagmateriaal moet voldoen aan de in tabel T genoemde eisen. Tabel T Eigenschappen van fijn toeslagmateriaal artikel in NENEN eigenschap natuurlijk zand brekerzand grindzand korrelgroep 0/2. DV korrelverdeling NEN 6240 art categorie G F 85 G F 85 G A 85 tolerantie korrelverdeling 1) G TC 10 gehalte zeer fijn materiaal 63 μm f 3 f kwaliteit zeer fijn materiaal aanhangend stof DV fijn toeslagmateriaal: hoekigheid 2) E cs NR E cs 35 E cs NR dichtheid DV waterabsorptie DV waterabsorptie (vorst/dooi controleproef) 3, 4) WA bestandheid vorst/dooi 3) F bestandheid tegen hitte DV petrografische samenstelling DV DV: Declared Value; door de producent op te geven waarde. NR: No Requirement; in Nederland wordt hiervoor geen eis gesteld. 1) Bij allin toeslagmateriaal geldt de tolerantie alleen voor toeslagmateriaal met D 8 mm. 2) Deze eis geldt niet voor asfaltbe. 3) Deze eis geldt niet voor natuurlijk zand. 4) Indien wordt voldaan aan categorie WA 24 1 geldt voor bestandheid vorst/dooi geen eis (NR). 628

73 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Vulstof (fabrieksmatig bereide vulstof) 01 Fabrieksmatig bereide vulstof moet voldoen aan het bepaalde in NENEN en NEN 6240 en voorzover hiermee niet in strijd de eisen die ten grondslag liggen aan het KOMOproductcertificaat Vulstof. 02 De eigenschappen van de verschillende vulstofsoorten moeten voldoen aan de in NEN6240 Tabel D vermelde eisen Afdruipremmende stof 01 Afdruipremmende stof moet in het asfaltmengsel voldoende inert zijn. 02 De afdruipremmende stof moet geschikt zijn voor toepassing in steenmastiekasfalt (proef 70.3) Asfaltgranulaat voor asfaltmengsels 01 Asfaltgranulaat moet voldoen aan het bepaalde in NENEN , met inachtneming van het bepaalde in de navolgende leden. 02 Het gehalte aan nevenbestanddelen, verontreinigingen en koudasfalt bereid met vloeibitumen in asfaltgranulaat voor: onderlagen van asfaltbe moet voldoen aan categorie F5; tussenlagen en deklagen moet voldoen aan categorie F1. Bovendien moet bij asfaltgranulaat voor asfaltbe voor deklagen en asfaltbe voor tussenlagen die als tijdelijke deklaag worden toegepast, de korrelvorm van het grof mineraal aggregaat voldoen aan categorie C 90/1, volgens NENEN In afwijking van het bepaalde in NENEN ) moet van het teruggewonnen bitumen uit het asfaltgranulaat (NENEN ), de penetratie (NENEN 1426) per waarneming ten minste tien en het gemiddelde van vijf waarnemingen ten minste 15 bedragen. Indien het asfaltgranulaat voor ten minste 95,0% (m/m) bestaat uit gefreesd zeer open asfaltbe, moet de penetratie van het teruggewonnen bitumen uit het asfaltgranulaat per waarneming ten minste vijf en het gemiddelde van vijf waarnemingen ten minste tien bedragen. 04 Asfaltgranulaat moet homogeen zijn; daartoe wordt het asfaltgranulaat visueel op homogeniteit beoordeeld. Wordt deze als niethomogeen beschouwd, dan moet het worden gehomogeniseerd. Voor de beoordeling van de homogeniteit wordt indien van toepassing onderscheid gemaakt naar kwaliteiten (gebroken aggregaat, rond, zeer open asfaltbe, freesasfalt, breekasfalt, enz.) Indien asfaltgranulaat als een continu beschikbare grondstof in het productieproces wordt toegepast, wordt door de producent op geregelde tijden een partij apart opgeslagen en beoordeeld. Van het asfaltgranulaat worden vijf monsters van elk 2,5 kg getrokken. 1) De eisen die aan het grof toeslagmateriaal in het asfalt worden gesteld, gelden volgens NEN ook voor het toeslagmateriaal in het toe te passen asfaltgranulaat. 629

74 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Van deze monsters bepalen: het bitumengehalte (NENEN ); de korrelverdeling bepaald met de basis zeefset plus set 1 (NENEN 13043); de penetratie (NENEN 1426) van het teruggewonnen bitumen (NENEN ). Het asfaltgranulaat wordt als homogeen beschouwd, indien de standaardafwijkingen berekend over de resultaten van de vijf monsters voldoen aan de in tabel T genoemde eisen. 05 Indien een standaardafwijking als bedoeld in het vorige lid, groter is dan aangegeven in tabel T 31.18, moet het asfaltgranulaat als niethomogeen worden beschouwd. Het asfaltgranulaat moet dan worden gehomogeniseerd waarna de hiervoor beschreven onderzoeksprocedure moet worden herhaald. Tabel T Homogeniteit van asfaltgranulaat korrelverdeling (%): door zeef C11,2 1) door zeef C5,6 2) door zeef 2 mm door zeef 0,063 mm bitumengehalte (%) (in 100% mineraal aggregaat) maximum standaardafwijking voor vijf monsters bij hergebruikpercentage asfaltgranulaat 30 > 30 6,5 5,5 4,5 1,2 6,0 5,0 4,0 1,0 0,5 0,4 penetratie 5 (0,1 mm) 4 (0,1 mm) 1) Alleen voor deklagen van asfaltbe. 2) Alleen voor tussenlagen en deklagen van asfaltbe Bitumenemulsie 01 In aanvulling op tabel 2 van NEN 3904, dient de uitstroomtijd met de ISOuitstroombeker, 25 C (NEN 3947) van bitumenemulsie voor asfaltmengsels ten minste 45 seconden te bedragen MEET EN VERREKENMETHODEN Stroefheid 01 De stroefheid wordt gemeten overeenkomstig proef 72 en wordt uitgedrukt in wrijvingscoëfficiënt. 630

75 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 02 De controle van de stroefheid van rijstroken geschiedt per rijstrook. Ten behoeve van de metingen verdeelt de directie de verharding in meetvakken van 100 m rijstrook Vlakheid in dwarsrichting 01 De vlakheid in dwarsrichting van de bovenlaag wordt gemeten met een mal, een rei of een rolrei van 3 m lengte. 02 De meting van de vlakheid in dwarsrichting geschiedt loodrecht op de rijrichting en over de gehele verhardingsbreedte Vlakheid in langsrichting 01 De vlakheid in langsrichting wordt gemeten met de viagraaf of een rolrei (proef 71). De vlakheid bij een dwarsnaad wordt gemeten met een rei of rolrei. Bij meting met de viagraaf wordt de vlakheid uitgedrukt in het afwijkingspercentage C5. Bij meting met de rei of rolrei wordt de afwijking in mm uitgedrukt. 02 De controle van de vlakheid in langsrichting van rijstroken geschiedt per rijstrook. Ten behoeve van de meting met de viagraaf wordt de verharding in meetvakken van 100 m rijstrook verdeeld. Bij meting met een rolrei wordt de verharding verdeeld in meetvakken van 100 m rijstrook en ten hoogste één meetvak per rijstrook met een lengte kleiner dan 100 m, doch groter dan 50 m. De indeling in meetvakken geschiedt door de directie, rekening houdend met eventuele onvlakheden die door de voorgeschreven constructie worden veroorzaakt. 03 De vlakheid in langsrichting op een kruispunt, met inbegrip van weggedeelten tot 20 m buiten de begrenzingen van het kruispunt, wordt niet gemeten. 04 De vlakheid in langsrichting van de verharding wordt met een rolrei van 3 m lengte gemeten in horizontale bogen met een straal kleiner dan 200 m, in verticale bogen met een straal kleiner dan m en in weggedeelten korter dan 300 m Meetmethode ten behoeve van hoeveelheidsbepaling: laagdikte asfaltbe voor een onderlaag 01 Indien in het bestek voor het aanbrengen van een verhardingslaag bestaande uit twee of meer lagen asfaltbe voor een onderlaag slechts de totale dikte van deze verhardingslaag is voorgeschreven, bepaalt de aannemer voor aanvang van het aanbrengen van het asfaltbe voor een onderlaag de dikte van elke afzonderlijke laag. 02 Een volgens het vorige lid bepaalde laagdikte is van toepassing voor aaneengesloten verhardingsoppervlakken die binnen de grenzen van een bestekspost vallen. Deze dikte dient als gegeven voor de berekening overeenkomstig artikel

76 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 03 De in lid 01 bedoelde afzonderlijke laagdikten worden aan de directie meegedeeld en schriftelijk in mm vastgelegd onder vermelding van het desbetreffende bestekspostnummer en de plaats van verwerking. 04 Wijziging van de volgens het vorige lid vastgelegde laagdikte geschiedt in overleg met de directie waarbij wordt gehandeld overeenkomstig de voorgaande leden Meetmethode ten behoeve van hoeveelheidsbepaling: hoeveelheden asfalt 01 De aangebrachte hoeveelheden asfalt, behoudens die voor profileerlagen, profileerdeklagen en uitvullingen, worden bepaald aan de hand van opmeting en weging. De aangebrachte hoeveelheden voor profileerlagen, profileerdeklagen en uitvullingen, worden bepaald aan de hand van weging. Daartoe elk vervoermiddel per vracht asfalt zowel voor als na het laden wegen overeenkomstig het weegproces (bijlage I). De berekening van de hoeveelheden geschiedt aan de hand van de aan de directie te verstrekken weegbonnen. De weegbon dient de gegevens te bevatten overeenkomstig het weegproces (bijlage I). Desgevraagd verstrekt de aannemer de voornoemde weegbonnen aan de directie voordat het asfalt wordt verwerkt. 02 De directie is bevoegd om controlewegingen uit te voeren. Hiertoe stelt de aannemer het vervoermiddel, direct na weging, op de desbetreffende weegbrug bij de asfaltinstallatie ter beschikking. Indien uit de controleweging, direct na weging, een verschil ten nadele van de opdrachtgever blijkt van meer dan 60 kg ten opzichte van de door de aannemer verrichte weging, kan per geval een korting van 450, worden toegepast. 03 De aannemer verstrekt de directie aan het einde van elke werkdag in staatvorm een opgave van de op die dag verwerkte hoeveelheden asfalt (in kg), ingedeeld naar laag, naar plaats van verwerking en naar asfaltmengsel onderscheiden naar soort en type. Indien per plaats van verwerking bij het aanbrengen van de laatste vracht een hoeveelheid asfalt overblijft (resthoeveelheid), is het toegestaan deze hoeveelheid zonder terugweging te verwerken op de eerstvolgende plaats van verwerking. De op de voorgaande plaats van verwerking aangebrachte hoeveelheid wordt bepaald door meting en berekening overeenkomstig het bepaalde in lid 05 van dit artikel. De resthoeveelheid wordt bepaald door de hiervoor genoemde hoeveelheid in mindering te brengen op de hoeveelheid asfalt aangegeven op de desbetreffende weegbon. Indien de resthoeveelheid niet in het werk wordt gebracht, wordt de aangebrachte hoeveelheid van de desbetreffende vracht asfalt eveneens bepaald door meting en berekening overeenkomstig het bepaalde in lid 05 van dit artikel. 04 In de aan te brengen verhardingen de volgende hoeveelheden asfalt verwerken: 21,5 kg/m 2 voor elke 10 mm voorgeschreven laagdikte van zeer open asfaltbe; 25 kg/m 2 voor elke 10 mm voorgeschreven laagdikte van asfaltbe en van steenmastiekasfalt. 632

77 hfd. par. art. Asfaltverhardingen 05 De aannemer verstrekt de directie aan het einde van elke werkdag in staatvorm de door opmeting bepaalde oppervlakten (in m 2 ) die vallen binnen het voorgeschreven profiel waarover de verschillende soorten asfalt in de voorgeschreven laagdikten zijn aangebracht. Daarbij de plaats van verwerking nauwkeurig vastleggen. Tevens daarbij de hoeveelheden aangebracht asfalt op basis van de in het bestek vermelde laagdikte en de in het vorige lid genoemde hoeveelheden vermelden. De totale oppervlakte en hoeveelheid bepalen per dag, per laag, per bestekspost en per asfaltmengsel onderscheiden naar soort en type. 06 De in de leden 03 en 05 genoemde opgaven in staatvorm moeten door of namens de aannemer worden ondertekend. De directie tekent de staten voor ontvangst. 07 Indien bij de beëindiging van de verwerking van asfalt, zoals vermeld in artikel , asfalt zonder asfaltgranulaat wordt verwerkt, vindt verrekening plaats conform asfalt met asfaltgranulaat Verrekenmethode: hoeveelheden asfalt 01 Een per laag, per plaats van verwerking en per asfaltmengsel onderscheiden naar soort en type, verwerkte hoeveelheid wordt per werkdag verrekend op basis van weging volgens artikel de leden 01 en 03. Indien echter de hoeveelheid bepaald door opmeting volgens artikel lid 05, kleiner is dan die bepaald door weging, wordt de hoeveelheid volgens opmeting verrekend. 02 Indien in afwijking van het bepaalde in lid 01 de hoeveelheid verwerkt asfalt bepaald door weging verrekend wordt tot ten hoogste 110% van de hoeveelheid bepaald door opmeting, is dit in het bestek vermeld. 03 De voor verrekening in aanmerking komende hoeveelheid aan profileer(dek) lagen of uitvullingen wordt afzonderlijk per asfaltmengsel onderscheiden naar soort en type, door weging volgens artikel de leden 01 en 03 vastgesteld. 633

78 hfd. par. art. Asfaltverhardingen Tabel T Relatie categorieindeling vrachtautointensiteit, toepassingsgebied en mengseleigenschappen categorie vrachtautointensiteit vrachtautointensiteit (VA) indicatie toepassingsgebied wegtypeindeling volgens CROWpublicatie 147 Wegbeheer categorieindeling mengseleigenschappen: onderlaag tussenlaag deklaag IB VA > 250 en v = 15 km/h intensief belaste verharding voor locaties met langzaam rijdend (bij een rijsnelheid < 15 km/uur) en stilstaand zwaar verkeer OLIB TLIB TDLIB TLZIB DLIB A VA 50 fietspad/woonerf OLA TLA DLA wijkontsluitingsweg / auto(snel)weg / provinciale weg B 50 < VA buurtsluitingsweg / 2500 wijkstraat / OLB TLB TDLB TLZB DLB C VA > 2500 auto(snel)weg/ provinciale weg OLC TLC TDLC DLC TLZC DL = Categorie eigenschappen voor een asfaltbemengsel voor deklagen. OL = Categorie eigenschappen voor een asfaltbemengsel voor onderlagen. TL = Categorie eigenschappen voor een asfaltbemengsel voor tussenlagen. TDL = Categorie eigenschappen voor een asfaltbemengsel voor tussenlagen toegepast als tijdelijke deklaag. TLZ = Categorie eigenschappen voor een asfaltbemengsel voor tussenlagen onder een zeer open asfaltbe deklaag. VA = Vrachtautointensiteit in aantal vrachtauto s per etmaal per richting. N.B.: De in tabel T gegeven relaties zijn gebaseerd op de toepassing van de asfaltmengsels zoals deze in het verleden volgens de Standaard RAW Bepalingen 2005 (versie oktober 2005) werden voorgeschreven in standaard constructies met standaard laagdikten. Bij het ontwerp van asfaltconstructies voor bijzondere toepassingen kunnen eigenschappen van de toe te passen asfaltmengsels voorgeschreven worden die zijn afgeleid uit de ontwerpberekeningen. 634

79 BIJLAGEN ASFALTVERHARDINGEN Bijlage I Weegprocedure asfalt 635

80 hfd. par. art. Weegprocedure asfalt BIJLAGE I WEEGPROCEDURE ASFALT 1 De weegbrug moet zijn voorzien van een ijkingszegel dan wel een kalibratiecertificaat. In het laatste geval moet het kalibratiecertificaat zijn afgegeven door een instelling, die daartoe geaccrediteerd is door een nationale accreditatieinstelling (in Nederland: de Raad voor Accreditatie) en mag het niet ouder zijn dan twee jaar. De weegbrug moet zijn toegelaten voor een afdrukeenheid van 20 kg of kleiner. De weegbrug moet zijn voorzien van een automatische nulstelinrichting. 2 De weegcapaciteit en de afmeting van de bij de asfaltinstallatie aanwezige weegbrug(gen) moeten zodanig zijn dat het vervoermiddel in één keer op de weegbrug kan worden gewogen. Afzonderlijke weging van voor en achteras van het vervoermiddel is niet toegestaan. Indien bij de installatie meer dan één weegbrug aanwezig is, moet op de weegbonnen automatisch worden aangegeven van welke weegbrug het weegresultaat afkomstig is. Elk vervoermiddel per vracht asfalt zowel voor als na het laden wegen. Op de weegbonnen het tarra en brutoweegresultaat, de datum en het tijdstip van de weging afdrukken. Daarnaast op de weegbonnen het nettoweegresultaat, het kenteken van het vervoermiddel, de soort, het type en de mengselcode asfalt en de plaats van bestemming (bestek) vermelden alsmede een volgnummer. Indien op de weegbonnen tevens een weegresultaat afkomstig uit het elektronisch geheugen wordt vermeld, dit herkenbaar op de weegbonnen aangeven. 636

81 hfd. par. art. Weegprocedure asfalt GEGEVENS VAN HET WEEGPROCES (MODEL) Aannemer:... Opdrachtgever en besteknummer:..... Adres weeglocatie:.. Aantal weegbruggen: Fabrikaat en typenummer Mechanisch (M) / Elektronisch (E) Datum ingebruikname of bouwjaar Datum laatste wijziging Datum ingebruikname afdrukapparatuur Datum laatste wijziging Datum laatst afgegeven certificaat Afmeting weegplateau (b x l) Maximum weegvermogen Afdrukeenheid Automatische nulstelinrichting weegbrug 1 weegbrug 2 Bijgevoegde bijlagen: afschrift(en) kalibratiecertificaat; model weegbon met codeverklaringen. Naam en handtekening van de persoon die namens de aannemer bevoegd is de staatvorm, als bedoeld in de leden 03 en 05 van artikel van de Standaard 2010, te ondertekenen.. (naam). (handtekening) Aldus opgemaakt d.d.: Ontvangen directie d.d.: Naam en handtekening aannemer: Naam en handtekening directie: 637

82 TOELICHTING TECHNISCHE BEPALINGEN lid 01 Sub g dat handelde over de doelsamenstelling na extractie, is vervallen. In de bepalingen wordt uitgegaan van de in te wegen doelsamenstelling zoals bedoeld in de NENEN normen lid 01 Het begrip referentiesamenstelling speelt een rol tussen opdrachtgever en aannemer. Het is derhalve een begrip dat in de technische bepalingen moet zijn opgenomen. De nadere precisering van het begrip was echter in proef 62 (oud 250) Typeonderzoek opgenomen. Daar proef 62 betrekking heeft op de productie van asfaltmengsels is besloten de omschrijving van referentiesamenstelling uit proef 62 punt 5 te verplaatsten naar de technische bepalingen. Het begrip referentiesamenstelling is gekoppeld aan de samenstelling gevonden bij het typeonderzoek volgens proef 62. De referentiesamenstelling mag in beperkte mate afwijken van de bij het typeonderzoek gevonden samenstelling. De bepaling is daartoe aangepast lid 01 Het begrip streefdichtheid is een begrip dat vastligt in proef 62 (oud 250). Via een verkort verslag van het typeonderzoek wordt de streefdichtheid door de producent aan de afnemer verstrekt. In artikel lid 01 is geregeld dat dit verkort verslag door de aannemer aan de directie moet worden verstrekt. De definitie in artikel is daartoe aangepast lid 02 Aan artikel is een lid 02 toegevoegd waarin de gevolgen van de nieuwe meetmethoden voor de stroefheid volgens de gewijzigde proef 72 (oud 150) zijn verwerkt Voor de verdichtingsgraad wordt verwezen naar proef Hierin zijn de methodes opgenomen voor het bepalen van de verdichtingsgraad en de holle ruimte afgestemd op het bepaalde in NENEN De eisstelling is aangepast. Hierbij is de marge reeds in de eisen voor de holle ruimte en de verdichtingsgraad verdisconteerd. Dit in afwijking van het bepaalde in paragraaf van de Standaard RAW Bepalingen lid 01: Met betrekking tot steenmastiekasfalt is tabel T aangepast voor de maximale afwijking van het gemiddelde bitumengehalte. Dit hangt samen met de verandering van de eis aan het bitumengehalte in tabel T voor SMA NL 8. De eis voor het bitumengehalte is gesteld op categorie B min 6,8 Dit laat een lager bitumengehalte toe dan in het mengsel volgens de Standaard 2005 versie oktober 2005 werd voorgeschreven. Het is echter niet de bedoeling dat dit lagere gehalte wordt toegepast. Met de aanpassing van tabel T wordt beoogd hier sturend in op te treden lid 02 De eisen waaraan de penetratie van het teruggewonnen bitumen uit het aangebrachte asfalt moet voldoen zijn nu vastgelegd in een percentage van de ondergrens van de toegepaste bitumengrade De eisstelling voor de korrelverdeling is aangepast. Hierbij is de marge in de eis voor de korrelverdeling verdisconteerd. Dit in afwijking van het bepaalde in paragraaf van de Standaard RAW Bepalingen Het oude artikel Eisen aan de uitvoering: bereiding van asfalt is vervallen. De randvoorwaarden voor de productie van asfalt moeten een asfalt leveren dat voldoet aan de eigenschappen die bij het typeonderzoek zijn vastgelegd. NENEN Bedrijfscontrole regelt dit lid 01 Artikel lid 01 is aangepast op de wijze van informatieverstrekking tussen partijen en de definities in artikel en lid 02 Artikel lid 02 handelde over de toepassing van asfaltgranulaat bij de productie. Dit is een gegeven dat bij de producent moet zijn vastgelegd. in aanvulling op het verslag van het typeonderzoek. Het artikel is derhalve verplaats naar proef 62 punt lid 01 In artikel lid 01 werd gevraagd om een bewijs van oorsprong voor bitumenemulsie. Daar met ingang van 1 januari 2011 bitumenemulsie 83

83 geleverd moet worden met een CEmarkering op basis van NENEN is deze bepaling vervallen lid 03 en 05 Met betrekking tot de op te leggen kortingen voor stroefheid is de bepaling aangepast op de nieuwe meetmethoden volgens de gewijzigde proef Artikel bevatte de zogenaamde overgangsregeling die per 1 maart 2009 was afgelopen. Het artikel is derhalve vervallen Tabel T is aangepast naar aanleiding van aanbevelingen van de Deskundigencommissie Asfaltverhardingen. De commissie heeft op basis van verzamelde gegevens van typeonderzoeksresultaten van asfaltmengsels volgens de Standaard RAW Bepalingen 2005 (versie oktober 2005) een advies uitgebracht tot het aanpassen van de eisstelling voor een aantal eigenschappen van asfaltbemengsels. Uitgaande van deze aanbevelingen heeft de werkgroep Asfaltverhardingen besloten tot aanpassing van de in tabel T opgenomen eisen. Tevens is de codering van de asfaltmengsels aangepast en is een tabel T opgenomen met een relatietabel voor de categorieindeling vrachtautointensiteit, het toepassingsgebied en de mengseleigenschappen. De adviezen hebben voor deklaagmengsels met name geleid tot aanpassingen van de eisen voor de maximum en minimum stijfheid, de weerstand tegen permanente vervorming, en vermoeiing. De eis voor de watergevoeligheid is gehandhaafd op ITSR 80 daar uit de onderzoeksresultaten bleek dat deze eis goed haalbaar is. Voor tussenlaagmengsels is overwogen geen mengsel te definieren voor toepassing in constructies voor fietspaden en woonerven daar de ze toepassing niet gebruikelijk is. Als het al zou gebeuren dan zou daarvoor vrijwel altijd een asfaltbemengsel met de eigenschappen van een onderlaag worden toegepast. Dit heeft geleid tot een tussenlaag mengsel met de eisen voor een onderlaag. Voor tussenlagen zijn de eisen met name aangepast voor de maximum stijfheid, de weerstand tegen permanente vervorming en vermoeiing. Voor onderlagen geldt hetzelfde. Nadere beschouwing van de mengseleigenschappen heeft geleid tot een aangepaste indeling van de mengselcategorieën en aangepaste waarden voor de eigenschappen. Tevens is voor mengsels toegepast op intensief belaste verhardingen met langzaam rijdend en stilstaand zwaar verkeer een nieuwe categorie opgenomen lid 06 In het tot omgenummerde artikel is in lid 06 een tekstuele aanpassing doorgevoerd. Ook zijn de waarden voor de categorieën mengseleigenschappen in tabel T aangepast lid 07 Met het oog op de rafelingsgevoeligheid is besloten dat in asfaltbemengsels voor deklagen en voor tijdelijke deklagen ten hoogste 30% asfaltgranulaat mag worden toegepast. Deze eigenschap blijkt niet te worden afgedekt door de functionele eisen die aan de eigenschappen worden gesteld lid 11 In artikel was in de tervisielegging een lid 11 met betrekking tot steenmastiekasfalt tussengevoegd met eisen voor de ontwerp holle ruimte bij het volumetrisch mengselontwerp van smanl mengsels. Daardit betrekking heeft op het mengselontwerp is besloten dit in proef 62 (0ud 250) op te nemen. Tevens is de verwijzing naar de nieuwe proef 61 (oud 249) voor het volumetrisch ontwerp van steenmastiekasfalt weggehaald. de toepassing van deze proef is niet verplicht, maar kan gebruikt worden om ervaring op te bouwen lid 12 In tabel T is de eis voor het bitumengehalte van SMANL 8 aangepast. Daar NENEN voor SMA alleen de categorie B min6,8. en B min7,0 kent voor het bitumengehalte was oorspronkelijk gekozen voor de categorie B min7,0.waar omrekening van de oude eis zou leiden tot een bitumengehalte van 84

84 6,9% in mengsel. Dit is gecorrigeerd. Echter het is de bedoeling dat geen lager bitumengehalte dan de beoogde 6,9% wordt toegepast. De eisstelling in tabel T is daartoe aangepast. De aannemer zal zijn producent hierop moeten wijzen lid 12 In tabel T was ten onrechte een maximum en minimum eis voor de holle ruimte opgenomen. Deze waren afgeleid van de eis voor de ontwerp holle ruimte zoals die in de Standaard 2005 werd gehanteerd. Met het nieuwe lid 11 en de toevoeging van proef 249 is hierin verandering gebracht. Wel wordt er op gewezen dat de holle ruimte eis voor het verwerkte steenmastiekasfalt in tabel T is gehandhaafd. De eis voor de watergevoeligheid is op grond van het advies van de Deskundigencommissie Asfaltverhardingen teruggebracht tot ITSR 80. Hierbij is overwogen dat de smanl mengsels, mengsels met een receptbenadering zijn. Aandachtspunt moet zijn dat de mengselsamenstelling niet wordt gewijzigd om de ITSR eis te halen. De oude mengsels voldeden en zijn niet op basis van de ITSR proef ontstaan lid 07 In artikel is voor fijn toeslagmateriaal in mengsels zeer open asfaltbe toegevoegd dat brekerzand moet worden toegepast. Dit hangt samen met de empirische beschrijving van deze mengsels lid 11 In tabel T is de eis voor de watergevoeligheid op grond van het advies van de Deskundigencommissie Asfaltverhardingen teruggebracht tot ITSR 80. Ook hierbij is overwogen dat de zoab mengsels, mengsels met een receptbenadering zijn. Aandachtspunt moet zijn dat de mengselsamenstelling niet wordt gewijzigd om de ITSR eis te halen. De oude mengsels voldeden en zijn niet op basis van de ITSR proef ontstaan lid 02 Uit onderzoeksgegevens blijkt dat alleen de spoorvormingsgevoeligheid van het uiteindelijke asfaltmengsel enigszins wordt beïnvloed door toepassing van freesmateriaal met rond ten opzichte van gebroken steenslag. Er is daarom binnen de WGA besloten het gestelde in het oude artikel lid 02 alleen van toepassing te laten zijn voor deklagen en tussenlagen die als tijdelijke deklaag worden gebruikt. Bijlagen: De bijlagen met betrekking tot de bereiding van asfalt (beoordeling productieprocessen) zijn niet meer opgenomen. Het productieproces moet zodanig zijn dat asfalt met de eigenschappen die zijn vastgesteld bij het typeonderzoek met grote zekerheid kan worden geproduceerd. Alleen het weegprodces is nog als bijlage I opgenomen. 85

85

86 Proeven d. Bepaal van elk monster het volume van de steenfractie (V s ) in de verdichtingsvorm; e. Bereken de gemiddelde holle ruimte in het steenskelet (zie toelichting 1) als: ρ st ρ steenskelet HRS = 100%, ρ st waarin: HRS = volumedeel holle ruimte in optimaal verdicht steenskelet (%V/V); ρ st = dichtheid van de stenen (g/cm 3 ); ρ steenskelet = dichtheid steenskelet (kg/m 3 ), bepaald door de massa van de steenfractie in verdichtingsvorm te delen door het volume van de steenfractie V s in verdichtingsvorm. 4 Bepaal de shiftfactor (zie toelichting 2). 5 Ontwerp een asfaltmengsel met een theoretische holle ruimte die gelijk is aan de ontwerp holle ruimte van het mengsel + de shiftfactor. Gebruik daarbij het ongecorrigeerde bindmiddelpercentage (bitumen en afdruipremmende stof). Bereken de totale massa aan vulstof; Bereken de totale massa aan zand; Bereken de totale massa aan steen. Voor de verhouding zand : vulstof wordt 64 : 36 gehanteerd als berekend gemiddelde van alle soorten en typen steenmastiekasfalt. Bereken de gewogen dichtheid van het mineraal aggregaat (proef 91). Corrigeer het bitumengehalte op basis van dichtheid mineraal aggregaat (proef 91); Bereken opnieuw de samengestelde dichtheid van het mengsel. 6 Ontwerp opnieuw een asfaltmengsel met een theoretische holle ruimte die gelijk is aan de ontwerp holle ruimte van het mengsel + de shiftfactor. Gebruik daarbij het gecorrigeerde bindmiddelpercentage (bitumen en afdruipremmende stof) en de opnieuw berekende samengestelde dichtheid van het mengsel. Bereken opnieuw de totale massa aan vulstof; Bereken opnieuw de totale massa aan zand; Bereken opnieuw de totale massa aan steen. Voor de verhouding zand : vulstof wordt 64 : 36 gehanteerd als berekend gemiddelde van alle soorten en typen steenmastiekasfalt. Bereken de percentages op zeef 2 mm en op zeef 63 μm. 7 Bereken een eerste kandidaat SMAmengsel met: a. De gegevens uit stap 6; b. de korrelverdelingen van alle bouwstoffen; c. de verhouding van de toe te voegen steenslagsoorten (productiematen); d. de verhouding van de toe te voegen zandsoorten: natuurlijk zand : brekerzand. Bereken de dichtheid van het mengsel. 8 Bereken een tweede kandidaat SMAmengsel met een percentage steenslag > 2 mm ten opzichte van het eerste kandidaat SMAmengsel verminderd met 2,5 % steenslag; Bereken de dichtheid van het mengsel; Bereken een derde kandidaat SMAmengsel met een percentage steenslag > 2 mm ten opzichte van het eerste kandidaat SMAmengsel vermeerderd met 2,5 % steenslag; Bereken de dichtheid van het mengsel. 9 Vervaardig drie gyratortabletten van het eerste kandidaat SMAmengsel voor het bepalen van het afslagmoment (proef 62 punt 3.2). 10 Vervaardig van elk kandidaat SMAmengsel vier gyratortabletten met het in stap 9 bepaalde aantal gyraties bij de volgende condities: verticale druk op het proefstuk: 600 kpa ± 10 kpa; interne gyratorgyratorhoek: 0,82 ± 0,02 ; aantal omwentelingen per minuut: 30 ± 2; 88

87 Proeven interne diameter mal: 100 ± 1 mm; hoogte proefstuk: 77 ± 3 mm. Bepaal de gemiddelde holle ruimte per kandidaat SMAmengsel door middel van onder en boven water wegen volgens NENEN , procedure B. 11 Bepaal grafisch door middel van lineaire interpolatie het in te wegen steenpercentage van het gewenste SMAmengsel bij de ontwerp holle ruimte. 12 Onderzoek de volgens bovenstaande procedure bepaalde mengselsamenstelling conform proef 62 Typeonderzoek. Toelichting bij proef 61: 1. De procedure in de stappen 1 t/m 8 is uitvoerig beschreven in CROWrapport D0902 Richtlijn volumetrisch ontwerp steenmastiekasfalt. 2. Met de in het rapport D0902 opgenomen spreadsheet kan de toe te passen shiftfactor in eerste instantie worden bepaald. Deze kan vervolgens op basis van voortschrijdend eigen onderzoek worden bijgesteld. 3. Totdat voldoende ervaring is opgedaan, kan een controleonderzoek worden gedaan door Marshallproefstukken te maken en die te toetsen aan de ontwerp holle ruimte. Proef 62 Typeonderzoek van asfalt Het typeonderzoek van asfaltmengsels als bedoeld in NENEN , uitvoeren met inachtneming van het navolgende. 1 Verandering in toeslagmaterialen In aanvulling op het bepaalde in NEN moet een nieuw typeonderzoek worden uitgevoerd indien de omstandigheden als genoemd in van NENEN zich voordoen, met dien verstande dat: a. Voor grof toeslagmateriaal onder een verandering in petrografisch type wordt verstaan een wijziging in de gegevens als bedoeld in 8 van NENEN b. Voor fijn toeslagmateriaal onder een verandering van bron voor natuurlijk zand wordt verstaan een verandering van winplaats anders dan een winplaats in Nederland. c. Van fijn toeslagmateriaal in het asfalt van de fractie 2 mm 63 μm elk der fracties 2 mm 500 μm, μm en μm (proef 11.0) ten hoogste 10,0% mag afwijken van diezelfde fracties in de opgegeven in te wegen doelsamenstelling. d. Voor fabrieksmatig bereide vulstof onder een verandering van mineralogisch type wordt verstaan een wijziging van het merk vulstof of een wijziging in de grondstoffen van een merk waarbij: 1. de eigenschappen van de vulstof (zie toelichting 1): bitumengetal: de bandbreedte van het bitumengetal meer dan twee punten verschoven is ten opzichte van de bandbreedte van de vulstof gebruikt bij het typeonderzoek; holle ruimte: de bandbreedte van de holle ruimte meer dan 2,0 % (V/V) verschoven is ten opzichte van de bandbreedte van de vulstof gebruikt bij het typeonderzoek; dichtheid: de bandbreedte van de dichtheid meer verschoven is dan 0,1 Mg/m 3 van de dichtheid van de vulstof gebruikt bij het typeonderzoek; het calciumhydroxidegehalte is meer dan 10% hoger dan het calciumhydroxidegehalte van de vulstof gebruikt bij het typeonderzoek. 2. de verschuiving (absoluut) in iedere afzonderlijke grenswaarde per grondstof meer dan 20% bedraagt en de som van de absolute waarden van de verschuivingen van alle afzonderlijke grenswaarden meer dan 40% bedraagt, tenzij gelijkwaardigheid in zijn toepassing is aangetoond. 89

88 Proeven Bovendien moet een nieuw typeonderzoek worden uitgevoerd indien: 1. de samenstelling van het toe te passen asfaltgranulaat, conform artikel lid 05 van deze Standaard, als niet homogeen wordt beschouwd; 2. het percentage toe te voegen asfaltgranulaat verandert, met dien verstande dat onder een verandering wordt verstaan: voor deklagen: het toevoegen van meer dan het opgegeven percentage, dan wel het toevoegen van 10% (m/m) minder dan het opgegeven percentage asfaltgranulaat; voor onder en tussenlagen: het toevoegen van meer dan het opgegeven percentage, dan wel het toevoegen van 25% (m/m) minder dan het opgegeven percentage asfaltgranulaat. 2 Te bepalen eigenschappen 2.1 Asfaltbe Bij het typeonderzoek voor asfaltbe conform NENEN moeten, conform NENEN Bijlage B tabel B.1, de volgende eigenschappen worden bepaald: holle ruimte conform NENEN ; watergevoeligheid conform NENEN ; stijfheid conform NENEN ; weerstand tegen permanente vervorming conform NENEN ; weerstand tegen vermoeiing (vierpuntsbuigproef) conform NENEN :2004 Annex D. 2.2 Steenmastiekasfalt Bij het mengselontwerp (zie toelichting 4) moet de ontwerp holle ruimte van steenmastiekasfalt zijn voor: SMANL 5 4,0% (V/V) SMANL 8A 4,0% (V/V) SMANL 8B 5,0% (V/V) SMANL 11A 4,0% (V/V) SMANL 11B 5,0% (V/V) Bij het typeonderzoek voor steenmastiekasfalt conform NENEN moeten, conform NENEN Bijlage B tabel B.5, de volgende eigenschappen worden bepaald: holle ruimte conform NENEN ; watergevoeligheid conform NENEN Zeer open asfaltbe Bij het typeonderzoek voor zeer open asfaltbe conform NENEN moeten, conform NENEN Bijlage B tabel B.7, de volgende eigenschappen worden bepaald: holle ruimte conform NENEN ; watergevoeligheid conform NENEN Samenstelling mengsel ten behoeve van de referentiesamenstelling Bij het typeonderzoek van het mengsel met de in te wegen doelsamenstelling een gyratortablet dat voldoet aan de voorwaarden voor de bepaling van de watergevoeligheid (ITSR) extraheren. De gevonden samenstelling na extractie vastleggen in het verkort verslag van het typeonderzoek, ten behoeve van de bepaling van de referentiesamenstelling door de aannemer. 90

89 Proeven 3 Proefstukvervaardiging 3.1 Randvoorwaarden Proefstukken ten behoeve van het typeonderzoek vervaardigen in het laboratorium conform NENEN , Het asfalt ten behoeve van proefstukken mengen conform NENEN De proefstukken voor het bepalen van de holle ruimte, watergevoeligheid en weerstand tegen permanente vervorming (triaxiaalproef) verdichten met behulp van een gyrator conform NENEN De gyrator moet zijn gekalibreerd volgens NENEN bijlage C. De tabletten met een gyrator verdichten onder de volgende condities: verticale druk op proefstuk: 600 ± 10 kpa; aantal omwentelingen per minuut: 30 ± 2; interne gyratorhoek: 0,82 ± 0,02 ; interne diameter mal: 100 ± 1 mm, respectievelijk 150 mm ± 1 mm. De hoogte van het gyratortablet is afhankelijk van de diameter van de mal. Gyratortabletten met een diameter van: 150 mm moeten een hoogte hebben van 115 ± 3 mm; 100 mm moeten een hoogte hebben van 77 mm ± 3 mm. Bij de proefstukvervaardiging wordt, in afwijking van het bepaalde in NENEN bijlage C, gestuurd op dichtheid en niet op het aantal gyratoromwentelingen N. Bij het verdichten met de gyrator de procedure onder 3.2 volgen. Gyratortabletten mogen na vervaardiging ten hoogste 1 week bewaard worden bij temperaturen 5 C en 25 C. Indien deze langer bewaard moeten worden, deze opslaan bij 5 tot 15 C gedurende een periode van ten hoogste 8 weken na vervaardiging. De proefstukken moeten op dezelfde datum worden vervaardigd en de beproeving moet op een dezelfde datum worden uitgevoerd. Indien de gyratortabletten voor de bepaling van de watergevoeligheid of de weerstand tegen permanente vervorming worden bewerkt tot proefstuk, deze na bewerking tot proefstuk opslaan bij temperaturen van 5 tot 15 C gedurende ten minste 14 dagen en ten hoogste 8 weken. De tijdsduur voor de conditionering van proefstukken op beproevingstemperatuur bedraagt ten minste 4 uur. De proefstukken voor de bepaling van de holle ruimte en de bepaling van de waterdoorlatendheid moeten een hoogte hebben van 60 ± 3 mm. De proefstukken worden verkregen door van een gyratortablet gelijke delen van de boven en onderzijde af te zagen. Voor asfaltmengsels met D > 16 mm gyratortabletten met een diameter van 150 mm ± 1 mm en een hoogte van 115 mm ± 3 mm en voor asfaltmengsels met D 16 mm gyratortabletten met een diameter van 100 mm ± 1 mm en een hoogte van 77 mm ± 3 mm gebruiken. De proefstukken voor de bepaling van de watergevoeligheid moeten een hoogte hebben van 50 ± 2 mm. Voor asfaltmengsels met D > 16 mm gyratortabletten met een diameter van 150 mm ± 1 mm en een hoogte van 115 mm ± 3 mm gebruiken. De proefstukken voor deze asfaltmengsels worden verkregen door van een gyratortablet gelijke delen van de boven en onderzijde af te zagen en het tablet te halveren. Voor asfaltmengsels met D 16 mm gyratortabletten met een diameter van 100 mm ± 1 mm en een hoogte van 77 mm ± 3 mm gebruiken. De proefstukken voor deze asfaltmengsels worden verkregen door van een gyratortablet gelijke delen van de boven en onderzijde af te zagen. 91

90 Proeven De proefstukken voor het bepalen van de weerstand tegen permanente vervorming worden verkregen door de boven en onderzijde van een gyratortablet met een diameter van 100 mm ± 1 mm en een hoogte van 77 mm ± 3 mm gelijke delen af te zagen. De boven en onderzijde van het proefstuk moet worden gepolijst. Voor asfaltmengsels met een bovenmaat D 16 mm proefstukken gebruiken met een hoogte van 60 ± 3 mm (zie NENEN , 5.3.3). Voor asfaltmengsels met een bovenmaat D > 16 mm proefstukken gebruiken met een hoogte van 80 ± 3 mm (zie NENEN , 5.3.3). De stijfheid en weerstand tegen vermoeiing van een asfaltmengsel, conform NENEN , 6.5.2, bepalen met behulp van proefstukken vervaardigd in het laboratorium. Deze proefstukken zagen uit proefplaten. De proefplaten vervaardigen conform NENEN De dikte van een proefplaat moet conform NENEN , B3.2.1 ten minste 70 mm (balkhoogte + 20 mm (conform NENEN , D.3.2)) zijn. Proefplaten mogen na vervaardiging ten hoogste één week bewaard worden bij temperaturen 5 C en 25 C. Indien deze langer bewaard moeten worden, deze opslaan bij 5 tot 15 C gedurende een periode van ten hoogste 8 weken na vervaardiging. De afmetingen van een proefstuk voor het bepalen van de stijfheid en de weerstand tegen vermoeiing zijn als volgt: breedte B: 50 mm ± 1 mm, hoogte H: 50 mm ± 1 mm, lengte L tot : 450 mm ± 1 mm. De te beproeven proefstukken uit de proefplaat hebben de streefdichtheid ± 30 kg/m 3. Na bewerking tot proefstuk deze opslaan bij temperaturen van 5 tot 15 C gedurende ten minste 14 dagen en ten hoogste 8 weken. De proefstukken moeten op dezelfde datum worden vervaardigd. De tijdsduur voor de conditionering van proefstukken op beproevingstemperatuur bedraagt ten minste 4 uur. 3.2 Procedure verdichting gyratortabletten Vervaardig met de gyrator drie gyratortabletten van het gewenste asfaltmengsel. Verdicht daartoe per tablet de juiste hoeveelheid asfalt met een aantal gyraties dat ruim voldoende is om een oververdicht mengsel te krijgen (zie toelichting 2). Leg op basis van de ingewogen hoeveelheid asfalt, de diameter van de gyratorvorm en de hoogtemeting in de gyrator, het verloop van de dichtheid van de gyratortablet als functie van het aantal gyraties grafisch vast en bepaal de dichtheid van het oververdichte mengsel (a kg/m 3 ). Laat het gyratortablet afkoelen en bepaal de dichtheid proefstuk van het afgekoelde tablet (b kg/m 3 ) conform proef 67. Verschuif het tijdens het verdichten vastgelegde grafische verloop van de dichtheid van het gyratortablet parallel zodanig dat deze door de gevonden afgekoelde dichtheid (b kg/m 3 ) gaat. Leg op deze kromme de streefdichtheid als bedoeld in artikel lid 01, vast en bepaal het bijbehorende aantal gyraties (N i str ). Bepaal bij dit aantal gyraties (N i str ) tevens de dichtheid (ρ kg/m 3 ) volgens de kromme vastgelegd tijdens de gyratorverdichting van het tablet. ρ str = ρ str b a kg/m 3. Bepaal van de drie gevonden waarden voor ρ str het gemiddelde ρ str kg/m 3. Leg, indien de gyrator hiertoe geschikt is, bij het verdichten van de tabletten tevens het verloop van de shear als functie van het aantal gyratoromwentelingen vast en bepaal het aantal omwentelingen waarbij de maximum shear optreedt en de daarbij bereikte dichtheid (zie toelichting 3). 92

91 Proeven Vervaardig de ten behoeve van de bepaling van holle ruimte, verdichtingsgraad, watergevoeligheid, waterdoorlatendheid en de weerstand tegen permanente vervorming benodigde gyratortabletten met de dichtheid ρ str kg/m 3. Leg bij de vervaardiging van deze proefstukken het aantal benodigde gyratoromwentelingen om de gewenste dichtheid te bereiken, vast. Bepaal tevens het gemiddelde van het aantal gyratoromwentelingen van alle vervaardigde gyrator tabletten en leg dit vast. 4 Proefuitvoering 4.1 Korrelverdeling Voor de bepaling van de korrelverdeling de basis zeefset plus set 1, in overeenstemming met NENEN 13043, toepassen. 4.2 Holle ruimte De holle ruimte van het asfaltmengsel, conform het bepaalde in NENEN , bijlage D.2, bepalen conform NENEN , met dien verstande dat voor de bepaling van de holle ruimte van het mengsel vier proefstukken worden onderzocht. Het rekenkundig gemiddelde van de vier resultaten geldt als de holle ruimte van het asfaltmengsel. In aanvulling op het bepaalde in NENEN bijlage B voor asfaltbemengsels de onder en bovengrens voor de holle ruimte respectievelijk V min en V max kiezen rond de bij het typeonderzoek bepaalde waarde waarbij de range tussen V min en V max 3% moet zijn. 4.3 Watergevoeligheid De watergevoeligheid van het asfaltmengsel conform het bepaalde in NENEN , bijlage D.3, bepalen conform NENEN De indirecte treksterkte, conform NENEN , bijlage D.3, bepalen bij een temperatuur van 15 C. Bij de splijtproef belastingstrips toepassen die voldoen aan de bepalingen gesteld in NENEN , 5.2, tabel 2. De splijtproef, conform NENEN , 8.6, binnen 1 minuut na verwijdering van het proefstuk uit waterbad of klimaatkast uitvoeren. In afwijking van het gestelde in NENEN , hoofdstuk 9, de gemeten indirecte treksterkte uitdrukken in MPa, afgerond op twee decimalen nauwkeurig. De maximale kracht P uitdrukken in N. 4.4 Stijfheid De stijfheid van een asfaltmengsel, conform het bepaalde in NENEN , bijlage D.8, bepalen met de vierpuntsbuigproef conform NENEN , bijlage B. De stijfheid meten bij een temperatuur van 20 C en een belastingsfrequentie van 8 Hz. De frequencysweep conform NENEN , paragraaf 5.4, uitvoeren bij achtereenvolgens de frequenties 0,1 Hz, 0,2 Hz, 0,5 Hz, 1 Hz, 2 Hz, 5 Hz, 10 Hz, 20 Hz, 30 Hz en 0,1 Hz en rapporteren. De stijfheid van een asfaltmengsel bepalen aan de hand van ten minste zes prismatische proefstukken. Indien de stijfheid in combinatie met de weerstand tegen vermoeiing moet worden bepaald, ten minste 18 prismatische proefstukken onderzoeken. Van alle proefstukken ook de stijfheid bepalen en rapporteren. Bij het aanbrengen van de beugels op een proefstuk conform NENEN , B.2.2, moet A zo dicht mogelijk bij 1/3 van de effectieve lengte L worden gekozen. Om beschadiging aan het proefstuk ten gevolge van vermoeiing te voorkomen moet, in tegenstelling tot het bepaalde in NENEN , 6.3.2, in alle situaties een rekniveau van ten hoogste 50 μm/m worden toegepast. De stijfheid van het asfaltmengsel conform NENEN , B 4.2.6, bepalen bij de 100 e lastherhaling. 93

92 Proeven 4.5 Weerstand tegen permanente vervorming (cyclische drukproef) De weerstand tegen permanente vervorming van een asfaltmengsel conform het bepaalde in NENEN , bijlage D.7, bepalen conform NENEN , methode B. De weerstand tegen permanente vervorming van een asfaltmengsel, conform NENEN , 5.3.1, bepalen aan de hand van ten minste vier proefstukken. Het toegepaste belastingsignaal moet, in tegenstelling tot het gestelde in NENEN tabel D.2, bestaan uit een haversine met een belastingstijd van 0,4 s en een rustperiode van 0,6 s (zie figuur 1). Asfaltmengsels welke in deklagen zullen worden toegepast, beproeven bij een temperatuur van 50 ± 1 C (zie NENEN , tabel D.2). De continu aanwezige opsluitspanning moet 0,15 MPa bedragen, de amplitude van de axiale belastingspuls 0,30 MPa (zie NENEN , tabel D.2) (zie figuur F (62)1). Asfaltmengsels welke in tussen of onderlagen zullen worden toegepast, beproeven bij een temperatuur van 40 ± 1 C (zie NENEN , tabel D.2). De continu aanwezige opsluitspanning moet 0,05 MPa bedragen, de amplitude van de axiale belastingspuls 0,20 MPa (zie NENEN , tabel D.2) (zie figuur F (62)1). De verticale verplaatsing van het proefstuk meten op de belastingsplaat (zie NENEN , ) met ten minste twee en bij voorkeur drie opnemers, die door de apparatuur gelijktijdig worden uitgelezen. De cyclische proeven uitvoeren met een wrijvingreducerend systeem tussen de belastingsplaten en het proefstuk bestaande uit latexmembranen waartussen siliconenvet is aangebracht (zie NENEN , 5.4.6). De axiale indrukking van het proefstuk meten vlak voor de axiale belastingspuls wordt opgelegd (zie NENEN , ). 94

93 Proeven Figuur F (62)1 Cyclische drukproef op asfalt conform NENEN , deel B 4.6 Weerstand tegen vermoeiing De weerstand tegen vermoeiing van een asfaltmengsel conform het bepaalde in NENEN , bijlage D.9, bepalen met de vierpuntsbuigproef conform NENEN , bijlage D. De weerstand tegen vermoeiing, conform NENEN , bijlage D.9, meten bij een temperatuur van 20 C en een belastingsfrequentie van 30 Hz. De weerstand tegen vermoeiing van een asfaltmengsel conform NENEN , D.4.3, bepalen aan de hand van ten minste 18 prismatische proefstukken (ten minste zes proefstukken bij drie verschillende rekniveaus). Kies de rekniveaus zodanig dat ε6 kan worden bepaald door interpolatie. Ten minste vier proefstukken moeten met een aantal aslastherhalingen groter dan 10 6 te zijn beproefd. Bij het inklemmen van een proefstuk conform NENEN , D.2.2, moet A zo dicht mogelijk bij 1/3 van de effectieve lengte L worden gekozen. 5 Rapportage 5.1 In aanvulling op 7.2 sub e van NENEN met betrekking tot het toegepaste asfaltgranulaat vermelden: de gemiddelde samenstelling, de penetratie (NENEN 1426) van het teruggewonnen bitumen (NENEN ), de gewogen dichtheid volgens NENEN en de categorie (C xx/x ) met betrekking tot het percentage gebroken oppervlak in grof toeslag 95

94 Proeven materiaal volgens NENEN en NEN 6240 van die fracties die voor meer dan 10% in het asfaltgranulaat voorkomen en het aandeel nevenbestanddelen; of het asfaltgranulaat uitsluitend afkomstig is van zeer open asfaltbe; de wijze van beheersing van de eigenschappen van het asfaltgranulaat Verkort verslag Van het typeonderzoek, naast de rapportage conform NENEN , een verkort verslag maken ten behoeve van de afnemer en directie. Het verkort verslag aan de afnemer ter beschikking stellen. Dit verslag moet ten minste omvatten: a. de naam van de producent; b. de datum van uitgifte van het typeonderzoeksrapport; c. een vermelding van het soort en type asfalt; d. de in te wegen doelsamenstelling, rekening houdend met de bitumencorrectie ten gevolge van de gewogen dichtheid van het toeslagmateriaal; e. Bij mengsels waarin polymeer gemodificeerd bindmiddel wordt toegepast, de merknaam en het type modificatie van het bindmiddel; f. de gewogen dichtheid van het toeslagmateriaal (NENEN 13043); g. een verwijzing naar de CEmarkering; h. de streefdichtheid (als bedoeld in artikel lid 01); i. de samenstelling na extractie van een gyrator proefstuk als bedoeld in 2.4, ten behoeve van de bepaling van de referentiesamenstelling; j. de resultaten van de frequencysweep. Toelichting bij proef Een vulstof per soort en producent onder hetzelfde KOMOcertificaatnummer voldoet aan de criteria onder 1d. de punten 1 en Als richtwaarden voor het bereiken van een oververdicht mengsel kunnen gehanteerd worden: 100 gyraties voor een continu gegradeerd mengsel; 200 gyraties voor een steenskeletmengsel zoals steenmastiekasfalt en zeer open asfaltbe. 3. Het vastleggen van de shear tijdens het typeonderzoek is gewenst om informatie te verkrijgen over het benodigde aantal gyraties voor het bereiken van de optimale verdichting. Op basis van deze gegevens kan in de toekomst een nadere instructie voor dit onderdeel van de proefuitvoering worden opgesteld. 4. Voor het mengselontwerp van SMANL 11 kan als hulpmiddel proef 61 worden gebruikt. Proef 63 Boren cilinders en bepaling samenstelling en eigenschappen van asfalt Procedure A: het boren van cilinders van asfalt ten behoeve van het kwaliteitsonderzoek 1. In het boorvak in een dwarsraai cilinders boren met een inwendige diameter van 102 ± 1 mm op een onderlinge afstand van 1 m hartophart. De cilinders coderen als 1A, 1B, 2A, 2B enzovoort. 2. Het boren geschiedt tot ten minste 15 mm onder de te onderzoeken laag of lagen van de verharding en loodrecht op het wegoppervlak. 3. Het tijdstip van boren tijdig aan de directie meedelen. Desgewenst moet het boren geschieden in tegenwoordigheid van de directie. 4. De geboorde cilinders op duidelijk herkenbare wijze onuitwisbaar merken. Losse onderdelen afzonderlijk merken. De cilinders onmiddellijk na het boren doelmatig verpakken en aan de directie overhandigen. 96

95 Proeven Procedure B: het onderzoeken van cilinders van asfalt ten behoeve van het kwaliteitsonderzoek 1. De cilinders welke afkomstig zijn uit hetzelfde boorvak worden per laag als één monster beschouwd. 2. Het onderzoek naar de dikte van de laag of lagen (proef 64) geschiedt per monster en vindt plaats op twee cilinders. Het gemiddelde van de twee bepalingen geldt als resultaat van het onderzoek. 3. Na bepaling van de dikte indien nodig de afzonderlijke lagen door zagen scheiden. 4. Het onderzoek naar de verdichtingsgraad (proef 66.0) van asfalt geschiedt per monster en vindt plaats door analyse van één cilinder. De uitkomst van de analyse geldt als resultaat van het onderzoek. Het onderzoek naar de verdichtingsgraad (proef 66.0) van zeer open asfaltbe geschiedt eveneens per monster en aanvankelijk alleen aan één cilinder. Indien deze cilinder niet voldoet, wordt ook een tweede cilinder onderzocht en geldt het gemiddelde als het resultaat van de verdichtingsgraad. 5. Het onderzoek naar de holle ruimte (proef 69), de korrelverdeling volgens NENEN en het bitumengehalte (proef 65.0) van asfalt geschiedt per monster en vindt aanvankelijk plaats door analyse van één van de cilinders van het monster. De uitkomst van de analyse geldt als resultaat van het onderzoek. Uitsluitend wanneer een resultaat wordt gevonden dat niet voldoet aan de gestelde eisen, wordt ook een tweede cilinder van het monster onderzocht en geldt het gemiddelde van beide analyses als resultaat van het onderzoek van het monster. 6. Per uitvoeringseenheid wordt per eigenschap, het gemiddelde van de afzonderlijke resultaten van de onderzochte boorvakken, alsmede het aantal resultaten en de standaardafwijking behorende bij het gemiddelde, berekend en opgegeven. Proef 64 Laagdiktebepaling verhardingslaag (wegverhardingen) Verwezen wordt naar NENEN , met dien verstande dat de laagdikte bepaald wordt aan de hand van boorkernen. De as van de boorkern moet loodrecht staan op het verhardingsoppervlak. In afwijking van het bepaalde in NENEN mag deze as ten hoogste 5 afwijken van de loodlijn op het verhardingsoppervlak. Proef 65.0 Gehalte aan bitumen van warm bereid asfalt Bij onderzoek ter beslechting van geschillen en ten behoeve van opleveringscontrole moet proef 65.1 worden toegepast. Proef 65.1 Soxhletextractie (directe methode) Verwezen wordt naar NENEN methode B.1.3 Soxhletextractie. Proef 65.2 Decanteerbekercentrifugemethode (verschilmethode) Verwezen wordt naar NENEN , methode B.2.1 Doorloop centrifuge. Proef 66.0 Verdichtingsgraad van asfalt 97

96 Proeven Proef 66.1 Verdichtingsgraad van proefstukken van asfaltboorkernen Bepaal voor mengsels van asfaltbe (AC), mengsels van steenmastiekasfalt (SMA) respectievelijk mengsels van zeer open asfaltbe (PA) de dichtheid proefstuk B proefstuk (proef 67). Bereken de verdichtingsgraad VG als (B proefstuk / B streefdichtheid ) 100%. Hierin is B streefdichtheid = de dichtheid als bedoeld in artikel lid 01 van deze Standaard. Proef 66.2 Gemiddelde afwijking van de verdichtingsgraad Berekening Bereken, met een nauwkeurigheid van 0,1% de gemiddelde afwijking van de verdichtingsgraad (ΔVG) als, waarin: VG m = verdichtingsgraad bepaald volgens proef 66.1 van monster m, in 0,1%; n = aantal monsters. Proef 67 Dichtheid van het proefstuk van asfalt (dichtheid van het materiaal met ingesloten lucht, bijvoorbeeld boorkern, gyratortablet of tegel) Verwezen wordt naar NENEN , met dien verstande dat voor: a. mengsels van asfaltbe (AC): met een ontwerp holle ruimte 7% de dichtheid proefstuk B proefstuk wordt bepaald in overeenstemming met EN ; procedure B, in een verzadigde toestand met droog oppervlak. met een ontwerp holle ruimte > 7% en 10 % de dichtheid proefstuk B proefstuk wordt bepaald in overeenstemming met EN ; procedure C, afgedicht met wax. met een ontwerp holle ruimte > 10% de dichtheid proefstuk B proefstuk wordt bepaald in overeenstemming met EN ; procedure D, door opmeting. b. mengsels van steenmastiekasfalt (SMA) de dichtheid proefstuk B proefstuk wordt bepaald in overeenstemming met EN ; procedure B, in een verzadigde toestand met droog oppervlak. c. mengsels van zeer open asfaltbe (PA) de dichtheid proefstuk B proefstuk wordt bepaald in overeenstemming met EN ; procedure D, door opmeting. 98

97

98

99 Proeven Bij het bepalen van de correctie moet rekening gehouden worden met de veerkarakteristiek van het trekkende voertuig. De onnauwkeurigheid van de afstandsmeting mag ten hoogste 1,0% bedragen. De metingen worden uitgevoerd met een meetband PIARC Indien de metingen worden uitgevoerd met PIARC meetbanden van een recenter bouwjaar dan 1998, dienen eventuele verschillen in rekening te worden gebracht met een door statistisch onderzoek onderbouwde correctieformule. 3. Uitvoering De meting uitvoeren bij de gekozen meetsnelheid van V m, zie tabel 1. De gemiddelde snelheid mag per meetvak niet meer afwijken dan ± 5%. Bij grotere afwijkingen dient dit bij de meetresultaten te worden vermeld. De meetband moet bij het begin van het meetvak op een stabiele temperatuur zijn. Daartoe dient de meetband opgewarmd te worden door deze een gegeven lengte voor het meetvak op het wegdek te laten zakken, conform de volgende tabel. Tabel 2 Opwarmlengte afhankelijk van interval tijd tussen metingen < 10 minuten 100 meter minuten minuten > 30 minuten 300 meter 500 meter 1000 meter Per meetlocatie c.q. halve dag moeten de lucht en de wegdektemperatuur gemeten worden met een nauwkeurigheid van 1 C. De metingen mogen niet uitgevoerd worden bij wegdektemperaturen lager dan 2 C en hoger dan 45 C en bij luchttemperaturen lager dan 2 C en hoger dan 30 C. 4. Berekening De wrijvingscoëfficiënt (f gemeten ) wordt bepaald als: F w1 f gemeten =, F Nst waarin F w1 = F w + c w ; F w = de wrijvingskracht tussen verharding en meetwiel; F Nst = de statische normaalkracht (1962 N); F w1 = de gecorrigeerde wrijvingskracht; c w = de correctie in verband met de stand van het voertuig (gemeten via de vullingsgraad van de watertank). De wrijvingscoëfficiënt wordt ten minste eenmaal per 0,5 m afgelegde weg op deze wijze bepaald. Hieruit worden per meetvak van 100 m de gemiddelde wrijvingscoëfficiënten per 5 m en per 100 m berekend in minimaal drie cijfers achter de komma. Rapportage geschiedt in twee cijfers achter de komma. 5. Seizoenscorrectie Bij metingen voor opleveringscontrole, mits de ouderdom van de deklaag tijdens de metingen minder dan 1 jaar bedraagt, dient niet gecorrigeerd te worden voor effecten van het meetseizoen. 108

100 Proeven Voor alle overige metingen dient het effect van het meetseizoen op de gemiddelde wrijvingscoëfficiënt per 5 en per 100 m in rekening gebracht te worden via de volgende formule: f = f gemeten 0,022 sin((360/365) (meetdag + 60)), waarin: 0,022 = de amplitude; 60 = een faseverschuiving; meetdag 1 valt op 1 januari; het argument van de sinus is in graden. 6. Rapportage De rapportage geschiedt per meetvak van 100 m en bevat de volgende gegevens. Locatie gegevens: de plaats van meting (weg, baan, strook, meetspoor in rijstrook, meetlengte ten opzichte van een beschreven nulpunt en kilometrering); de meetrichting ten opzichte van de rijrichting indien afwijkend hiervan; de hellingsrichting van sterk gevoelde hellingen van viaducten, bruggen en tunnelbakken; de richting van sterk gevoelde bochten (links/rechts); het type verharding, open (ZOAB, ZOAB+, tweelaags ZOAB, dunne geluidreducerende deklagen) dan wel dicht (asfaltbe (AC), SMA, combinatiedeklaag, cementbe en oppervlakbehandelingen). Uitvoerings en verwerkingsgegevens: de meetdatum en het volgnummer van de meetdag; meetmethode (2010/70, 2010/50); de vermelding of wel of geen seizoenscorrectie is toegepast; de gemeten luchttemperatuur; de gemeten wegdektemperatuur; een vermelding indien de gemiddelde waterstroom en/of snelheid meer dan de onder de punten 2 en 3 gestelde marges heeft afgeweken. Meetwaarden: de gemiddelde wrijvingscoëfficiënt f voor iedere 100 m; de gemiddelde wrijvingscoëfficiënt f voor ieder 5 m, waarvan de waarde onder een nader te omschrijven grenswaarde ligt. 7. Nauwkeurigheid Om de nauwkeurigheid van de meetsystemen te toetsen, dienen meetsystemen deel te nemen aan een door RWS/DID georganiseerd periodiek vergelijkend onderzoek en daarin een positief resultaat te behalen. De in Nederland operationeel zijnde meetsystemen type RWSstroefheidsmeter worden circa tienmaal per jaar onderling vergeleken op een aantal verschillende wegdekken. In dit periodiek vergelijkend onderzoek worden de meetsystemen (inclusief de meetband) getoetst op herhaalbaarheid (de herhaalbaarheid is een maat voor de spreiding van de resultaten van één meetsysteem bestuurd door dezelfde chauffeur op één meetvak) en afwijking ten opzichte van het gemiddelde van de deelnemende meetsystemen. Per meetsysteem wordt de gemiddelde wrijvingscoëfficiënt per meetvak bepaald en vergeleken met de gemiddelde wrijvingscoëfficiënt van alle deelnemende meetsystemen op dat meetvak. 109

101

102 INHOUD PROEVEN PROEVEN Proef 61 Volumetrisch ontwerp steenmastiekasfalt Proef 62 Typeonderzoek van asfalt Proef 63 Boren cilinders en bepaling samenstelling en eigenschappen van asfalt Proef 64 Laagdiktebepaling verhardingslaag (Wegverhardingen) Proef 65.0 Gehalte aan bitumen van warm bereid asfalt Proef 65.1 Soxhletextractie (directe methode) Proef 65.2 Decanteerbekercentrifugemethode (verschilmethode) Proef 66.0 Verdichtingsgraad van asfalt Proef 66.1 Verdichtingsgraad van proefstukken van asfaltboorkernen Proef 66.2 Gemiddelde afwijking van de verdichtingsgraad Proef 67 Dichtheid van het proefstuk van asfalt (dichtheid van het materiaal met ingesloten lucht, bijvoorbeeld boorkern, gyratortablet of tegel) Proef 68 Dichtheid van het mengsel van asfalt (dichtheid van het materiaal zonder ingesloten lucht) Proef 69 Gehalte aan poriën (holle ruimte) van asfalt Proef 72 Stroefheid 86

103 TOELICHTING PROEVEN In de Standaard RAW Bepalingen 2010 worden de proefnummers aangepast. Dit besluit is genomen om het grote aantal nummers waarvan de bijbehorende proef vervallen is of waarbij de proef uitskluitend besd uit een verwijzing naar een NENnorm, een NENENnorm of vergelijkbare verwijzingen. De betreffende nummers zijn in de bepalingen vervangen door een vermelding van het betreffende normnummer of de vergelijkbare aanduiding. Hierdoor is het aantal proefnummers gereduceerd tot 108. Voor de nummers gebruikt in de tervisielegging betekent dit het volgende: Oud proefnummer Nieuw proefnummer Proef 150 Proef 72 Stroefheid Proef 249 Proef 61 Volumetrisch ontwerp steenmastiekasfalt Proef 250 Proef 62 Typeonderzoek van asfalt Proef 251 Proef 63 Boren cilinders en bepaling samenstelling en eigenschappen van asfalt Proef 252 Proef 64 Laagdiktebepaling verhardingslaag (Wegverhardingen) Proef Proef 65.0 Gehalte aan bitumen van warm bereid asfalt Proef Proef 65.1 Soxhletextractie (directe methode) Proef Proef 65.2 Decanteerbekercentrifugemethode (verschilmethode) Proef Proef 66.0 Verdichtingsgraad van asfalt Proef Proef 66.1 Verdichtingsgraad van proefstukken van asfaltboorkernen Proef Proef 66.2 Gemiddelde afwijking van de verdichtingsgraad Proef 255 Proef 67 Dichtheid van het proefstuk van asfalt (dichtheid van het materiaal met ingesloten lucht, bijvoorbeeld boorkern, gyratortablet of tegel) Proef 256 Proef 68 Dichtheid van het mengsel van asfalt (dichtheid van het materiaal zonder ingesloten lucht) Proef 257 Proef 69 Gehalte aan poriën (holle ruimte) van asfalt Proef 61 Proef 61 is in aangepaste versie opgenomen om een mogelijkheid te geven om sturing te geven aan de gewenste eigenschappen van een smamengsel. In deze proef wordt teruggevallen op de methodiek zoals deze werd ontwikkeld door de CROWwerkgroep IVOSMA, die is weergegevn in het CROWrapport D0902. Richtlijn volumetrisch ontwerp steenmastiekasfalt bepaling van de holle ruimte in het steenskelet (HRS). De in deze proef opgenomen methodiek kan gebruikt worden om ervaring op 104

104 te doen bij ontwerpen van de SMA mengsels zoals deze in de Standaard RAWBepalingen 2010 zijn opgenomen. Proef 62 Uit praktijk ervaringen met de toepassing van proef 62 (250) zoals deze in de Wijziging 2008 is opgenomen is gebleken dat er een aantal aanpassingen, aanvullingen en verduidelijking nodig waren. Deze zijn in deze proef verwerkt. Proef 62, punt 1 e: Besloten is met betrekking tot de toepassing van asfaltgranulaat een aanvulling in de proef op te nemen. geregeld wordt hoe omgegaan moet worden met de geldigheid van het typeonderzoek voor een mengsel waarin asfaltgranulaat is verwerkt, indien het asfaltgranulaat niet homogeen (meer) blijkt te zijn of wanneer de hoeveelheid toegevoegd asfaltgranulaat wijzigt. Proef 62, punt 2.2: Met betrekking tot de SMANL mengsels is hier toegevoegd welke ontwerp holle ruimte eis gehanteerd moet worden bij het volumetrisch mengselontwerp. Proef 62, punt 2.4: Ten behoeve van het bepalen van de referentiesamenstelling is onder punt 2.4 een methode opgenomen. De samenstelling die gevonden wordt met deze methode moet ook gerapporteerd worden in het verkort verslag volgens punt 5.2. Proef 62, punt 3.1: Bij het vervaardigen van gyratortabletten moet een gekalibreerde gyrator worden gebruikt. De te hanteren methode staat in NENEN bijlage C. Oorspronkelijk was deze methode alleen in een ontwerpnorm voor EN deel 31 te vinden. Inmiddels is de definitieve norm verschenen. Daarom is ook de verwijzing naar toelichting 3 vervallen. Met betrekking tot de bewaartijd en bewaaromstandigheden van proefstukken en vervaardiging is een verduidelijking opgenomen. Proef 62 punt 3.2: Bij de procedure voor de verdichting van gyratortabletten is een verwijzing opgenomen naar de aangepaste proef 67 voor de bepaling van de dichtheid proefstuk. Hiermee wordt beoogd de bepaling van de dichtheid proefstuk in iedere situatie op dezelfde wijze te verrichten, zodat de resultaten ook onderling vergelijkbaar zijn. Ook hier is een toelichting opgenomen met betrekking tot het begrip streefdichtheid. Proef 62, punt 4.2: Toegevoegd is een beperking in de range tussen de te kiezen de holle ruimte tussen Vmin en Vmax aan de hand van de bij het typeonderzoek bepaalde waarden. Proef 62 punt 4.6 Toegevoegd is een methode om de ε 6 te bepalen. Proef 62, punt 5 De bepalingsmethode van de referentiesamenstelling is in de proef niet meer opgenomen. De referentiesamenstelling hangt samen met de uitvoeringsmethode en moet door de aannemer/verwerker worden bepaald. Deze methode is toegevoegd aan de begripsomschrijving in artikel Proef 62, punt 5 Onder het nieuwe punt 5 is de inhoud van artikel lid 02 als punt 5.1 opgenomen. Dit regelt de vastlegging van informatie over asfaltgranulaat dat in het mengsel bij het typeonderzoek is gebruikt. Deze informatie moet worden vastgelegd in het typeonderzoeksrapport volgens punt 7 van NENEN en bewaard worden bij de producent. 105

105 In punt 5.2 is de inhoud van het verkort verslag van het typeonderzoek opgenomen dat aan de afnemer moet worden verstrekt ten behoeve van afnemer en directievoerder. Proef 63 Proef 64 Proef 65.0 Proef 66.0 Proef 67 Proef 68 Proef 69 Proef 72 Deze proef is niet gewijzigd. Deze proef is niet gewijzigd. Deze proef is niet gewijzigd. In de proef ter bepaling van de verdichtingsgraad van proefstukken van asfaltboorkernen is een specifieke methode vermeld. Deze methode volgt uit de methode die in NENEN is vastgelegd. Beoogd wordt hiermee een eenduidige methode vast te leggen die onderlinge vergelijking van uitkomsten mogelijk maakt. In de proef ter bepaling van de dichtheid van het proefstuk van asfalt is een specifieke methode vermeld. Deze methode volgt uit de methode die in NEN EN is vastgelegd. Beoogd wordt hiermee een eenduidige methode vast te leggen die onderlinge vergelijking van uitkomsten mogelijk maakt. In de proef ter bepaling van de dichtheid van het mengsel van asfalt is een specifieke methode vermeld. Deze methode volgt uit de methode die in NEN EN is vastgelegd. Beoogd wordt hiermee een eenduidige methode vast te leggen die onderlinge vergelijking van uitkomsten mogelijk maakt. In de proef ter bepaling van het gehalte aan poriën (holle ruimte) van asfalt is een specifieke methode vermeld. Deze methode volgt uit de methode die in NENEN is vastgelegd. Beoogd wordt hiermee een eenduidige methode vast te leggen die onderlinge vergelijking van uitkomsten mogelijk maakt. Op voorstel van Rijkswaterstaat Dienst Verkeer en Scheepvaart is de oude proef 150 aangepast. Deze heeft nu het volgnummer 72. De aanpassing houdt verband met het gebruik van een nieuwe meetband en de wens om bij een snelheid van 70 km/u te kunnen meten. Dit betekent dat de toetsingswaarden die bij gebruik van proef 150 volgens de Standaard RAW Bepalingen 2005 werden toegepast aangepast moeten worden. Deze aanpassing is in de technische bepalingen van deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen verwerkt. 106

TOELICHTING ASFALTMENGSELS VOLGENS STANDAARD 2005 WIJZIGING MEI 2008

TOELICHTING ASFALTMENGSELS VOLGENS STANDAARD 2005 WIJZIGING MEI 2008 TOELICHTING ASFALTMENGSELS VOLGENS STANDAARD 2005 WIJZIGING MEI 200 Als gevolg van een wettelijke maatregel is de Europese Construction Products Directive CPD (Richtlijn Bouwproducten) van kracht in Nederland.

Nadere informatie

RAW-systematiek. Deelhoofdstuk 81.2 Asfaltverhardingen (gewijzigde deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen) April Ter visie

RAW-systematiek. Deelhoofdstuk 81.2 Asfaltverhardingen (gewijzigde deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen) April Ter visie RAW-systematiek Deelhoofdstuk 81.2 Asfaltverhardingen (gewijzigde deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen) April 2014 Ter visie Commentaar ontvangen wij graag vòòr 16 juni 2014 Versie van 07-05-2014 Pagina

Nadere informatie

Deelhoofdstuk 81.2 Asfaltverhardingen. Vastgesteld door de Beheerraad Aanbesteden en Contracteren op 6 november 2014

Deelhoofdstuk 81.2 Asfaltverhardingen. Vastgesteld door de Beheerraad Aanbesteden en Contracteren op 6 november 2014 RAW-systematiek Deelhoofdstuk 81.2 Asfaltverhardingen Vastgesteld door de Beheerraad Aanbesteden en Contracteren op 6 november 2014 Versie van 2014-12-01 Pagina 1 van 130 CROW is het nationale kennisplatform

Nadere informatie

TER VISIE. Wijziging Standaard RAW Bepalingen. Kabels en leidingen

TER VISIE. Wijziging Standaard RAW Bepalingen. Kabels en leidingen TER VISIE Wijziging Standaard RAW Bepalingen Kabels en leidingen Standaard RAW Bepalingen: Hoofdstuk 01 - Algemene en administratieve bepalingen o Paragraaf 01.09 - Kabels en leidingen RAW Catalogus met

Nadere informatie

In dit document zijn de volgende wijzigingen opgenomen:

In dit document zijn de volgende wijzigingen opgenomen: RAW-systematiek In dit document zijn de volgende wijzigingen opgenomen: - wijziging van de bijlage Lijst met publicaties genoemd in deze Standaard van de Standaard RAW Bepalingen 2010; - wijziging van

Nadere informatie

RAW-hoofdstuk 41 - Funderingsconstructies

RAW-hoofdstuk 41 - Funderingsconstructies RAW-hoofdstuk 41 - Funderingsconstructies Wijziging Standaard RAW Bepalingen: - 41.0 - Algemeen - 41.2 - Damwand Uitbreiding Standaard RAW Bepalingen: - 41.4 - Verankering van grond- en waterkerende constructies

Nadere informatie

STANDAARD RAW BEPALINGEN 2015 HOOFDSTUK ASFALTVERHARDINGEN

STANDAARD RAW BEPALINGEN 2015 HOOFDSTUK ASFALTVERHARDINGEN STANDAARD RAW BEPALINGEN 2015 HOOFDSTUK ASFALTVERHARDINGEN JAN STIGTER KOAC-NPC TECHNOLOGENDAGEN 2014 2014 1 ONDERWERPEN Wijziging hoofdstuknummer in 81.2 Diverse kleine tekstuele wijzigingen Wijzigingen

Nadere informatie

RAW1040 Bladnr. 1 van 5 Afdrukdatum:

RAW1040 Bladnr. 1 van 5 Afdrukdatum: RAW1040 Bladnr. 1 van 5 CATALOGUS HOOFD- DEFICODE CODE 1 : 2 : 3 : 4 : 5 : 6 101010 312111 Aanbrengen van een deklaag van asfaltbeton. ton V Totaal 9 Asfalt AC 6 surf wit met Reflexing White. 9.... Mengseleigenschappen:

Nadere informatie

Actualisering beeldkwaliteit

Actualisering beeldkwaliteit Actualisering beeldkwaliteit Wijzigingen in de RAW-systematiek als gevolg van de CROW-publicatie Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018. Oktober 2018 Ter visie Deze tervisielegging kan niet in een RAW-bestek

Nadere informatie

Volumetrie = levensduur: IVO-SMA en de Standaard 2015

Volumetrie = levensduur: IVO-SMA en de Standaard 2015 Volumetrie = levensduur: IVO-SMA en de Standaard 2015 Ing. Jan Willem Venendaal BAM Wegen bv Rémy van den Beemt BAM Wegen bv Samenvatting Steenmastiekasfalt ontleent zijn duurzaamheid aan het hoge mastiekgehalte

Nadere informatie

Normblad: 1 / 5 mei 2016

Normblad: 1 / 5 mei 2016 Normblad: 1 / Deze norm is aangenomen door de Nationale Norm Commissie 3307 Sportvloeren. Deze norm is opgesteld door werkgroep 4 mineralen en werkgroep kunststof ressorterend onder deze commissie. Deel

Nadere informatie

-markering asfalt en Europese asfaltnormen

-markering asfalt en Europese asfaltnormen Asfaltontwikkelingen, Infratech -markering asfalt en Europese asfaltnormen Wim Rollfs of Roelofs, Wegbouwkundig adviseur, Materiaaldienst (DIVV), gemeente Amsterdam Asfaltontwikkelingen 1 -markering asfalt

Nadere informatie

Standaard RAW Bepalingen Errata (Gepubliceerd 01 maart 2016)

Standaard RAW Bepalingen Errata (Gepubliceerd 01 maart 2016) Standaard RAW Bepalingen 2015 (Gepubliceerd 01 maart 2016) Woord vooraf In dit is een aantal correcties op de Standaard 2015 opgenomen. Deze correcties hebben betrekking op fouten die ondanks de zorg die

Nadere informatie

CE-markering en informatiedragers

CE-markering en informatiedragers CE-markering en informatiedragers Deze notitie is bedoeld voor: - Producenten van asfalt (fabrikanten); - Opdrachtgevers van werken waarin asfaltmengsels worden toegepast die vallen onder de Verordening

Nadere informatie

De resultaten van Type Tests toegepast in contracten: een technisch correcte invulling met VEROAD-XL

De resultaten van Type Tests toegepast in contracten: een technisch correcte invulling met VEROAD-XL De resultaten van Type Tests toegepast in contracten: een technisch correcte invulling met VEROAD-XL Dr. P.C. Hopman, Dr. Ir. C.A.P.M van Gurp KOAC NPC Samenvatting Met de introductie van CE-markering,

Nadere informatie

Conceptversie. Bestek en voorwaarden voor het aanbrengen van ROMFIX onderbouw. Betreft: ROMFIX Hechtmiddel

Conceptversie. Bestek en voorwaarden voor het aanbrengen van ROMFIX onderbouw. Betreft: ROMFIX Hechtmiddel Bladnr. 1 van 8 Bestek en voorwaarden voor het aanbrengen van ROMFIX onderbouw. Romfix Hechtmiddel is een trass cement houdende hechtbrug voor het verleggen van natuur en betonstenen op de gebonden Romfix

Nadere informatie

LEAB Laag energie asfaltbeton voor CO 2 - en energiereductie

LEAB Laag energie asfaltbeton voor CO 2 - en energiereductie LEAB Laag energie asfaltbeton voor CO 2 - en energiereductie 1 Product 2 Specificaties 3 Bestek 4 Referenties Contact Voor meer informatie: BAM Wegen bv afdeling Technologie & Ontwikkeling, Materieel en

Nadere informatie

Aanpassingen in RAW-deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen

Aanpassingen in RAW-deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen WGA-document - 2625-139-02 RAW-systematiek Standaard RAW Bepalingen 2010 Aanpassingen in RAW-deelhoofdstuk 31.2 Asfaltverhardingen Versie van 15-06-2012 Consultatiedocument Consultatiedocument RAW-deelhoofdstuk

Nadere informatie

Opdrachtgever: gemeente Leudal Besteknummer: Versie: Definitief D0

Opdrachtgever: gemeente Leudal Besteknummer: Versie: Definitief D0 Bladnr. 1 Gemeente Leudal Raamovereenkomst met open posten Besteknr.: 16002 Projectnr.: 407621 Maastricht, 04 mei 2016 Revisie: D0 Ingenieursbureau Antea Group Datum vrijgave: 4 mei 2016 Beschrijving revisie

Nadere informatie

Stil Stiller? : Ruim 10 jaar stille wegdekken provincie Gelderland. Harco Kersten Provincie Gelderland; Afdeling Uitvoering werken

Stil Stiller? : Ruim 10 jaar stille wegdekken provincie Gelderland. Harco Kersten Provincie Gelderland; Afdeling Uitvoering werken Stil Stiller? : Ruim 10 jaar stille wegdekken provincie Gelderland Harco Kersten Provincie Gelderland; Afdeling Uitvoering werken Inhoud presentatie: - Gelderland in vogelvlucht - Eerste stille wegdekken

Nadere informatie

Opdrachtgever: gemeente Borger-Odoorn Besteknr.: GG e NOTA VAN INLICHTINGEN d.d

Opdrachtgever: gemeente Borger-Odoorn Besteknr.: GG e NOTA VAN INLICHTINGEN d.d Bladnr. 1 2e Nota van inlichtingen behorende bij bestek en voorwaarden: "": Besteknummer: GG2015-003 Projectnummer MUG: 81197313 Datum: 4 januari 2016 Opgesteld door: Gecontroleerd door: RWi SMe Vrijgegeven

Nadere informatie

Hoofdstuk 01 - Algemeen Administratief

Hoofdstuk 01 - Algemeen Administratief Hoofdstuk 01 - Algemeen Administratief Uitbreiding Standaard RAW Bepalingen 01.08 - Bijdragen 01.08.03 - Bijdrage VISI-systematiek 01.23 - Communicatie 01.23.01 - VISI-systematiek Algemeen Bestekbestand

Nadere informatie

TOELICHTING: GRONDROERDERSREGELING EN RAW-BESTEKKEN

TOELICHTING: GRONDROERDERSREGELING EN RAW-BESTEKKEN Bladnr. 1 van 5 TOELICHTING: GRONDROERDERSREGELING EN RAW-BESTEKKEN Sinds 1 juli 2008 is de 'Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten' ofwel de Grondroerdersregeling van kracht. Deze wet is bedoeld

Nadere informatie

Product besteksteksten

Product besteksteksten RAW1171 INDUMIX Bladnr. 1 van 6 OMSCHRIJVING BESTEKS- POST- NUMMER CATALOGUSNUMMER HOOFD- DEFICODE CODE 1 : 2 : 3 : 4 : 5 : 6 EEN- HEID RESULTAATS- VERPLICHTING TER INLICHTING 1 INDUMIX PRODUCTEN 11 INDUMIX

Nadere informatie

Handleiding Kostentool Stille Wegdekken

Handleiding Kostentool Stille Wegdekken Handleiding Kostentool Stille Wegdekken 1 Inleiding De kostentool Stille Wegdekken is bedoeld voor wegbeheerders om snel een indicatie te krijgen wat de toepassing van stille wegdekken voor financiële

Nadere informatie

gemeente Utrechtse Heuvelrug Team Inrichting, Thema Buitenruimte Bijlage 1 bij NOTA VAN INLICHTINGEN UH

gemeente Utrechtse Heuvelrug Team Inrichting, Thema Buitenruimte Bijlage 1 bij NOTA VAN INLICHTINGEN UH gemeente Utrechtse Heuvelrug Team Inrichting, Thema Buitenruimte Bijlage 1 bij NOTA VAN INLICHTINGEN UH16.621.01 Werk : Plaats : Projectnummer : gemeente Utrechtse Heuvelrug 1600014 Oktober 2016 Bladnr.

Nadere informatie

Wijzigingen hoofdstuk 51 Groenvoorzieningen

Wijzigingen hoofdstuk 51 Groenvoorzieningen Hoofdstuk 51 Groenvoorzieningen Wijzigingen hoofdstuk 51 Groenvoorzieningen - aanvulling bepalingen teelgrond - aanpassing bepalingen iepenziekte - uitbreiding met bestrijden eikenprocessierups en luizen

Nadere informatie

Vernieuwing CROW publicatie 210

Vernieuwing CROW publicatie 210 Vernieuwing CROW publicatie 210 Technologendagen 2016 Peter van der Bruggen Reden Zeer veel vragen aan CROW over allerlei zaken Niet alles duidelijk beschreven Publicatie bevatte geen duidelijke proefbeschrijvingen

Nadere informatie

In hoofdstuk 2 zijn de gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden opgenomen. Hoofdstuk 3 beschrijft tot slot de verhardingsconstructies.

In hoofdstuk 2 zijn de gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden opgenomen. Hoofdstuk 3 beschrijft tot slot de verhardingsconstructies. Afbeelding 1.1. Toekomstige situatie In een rode lijn is de vrijliggende busbaan weergegeven. De gele lijn geeft de Tidal Flow halte weer. Het opstelvak en de extra rijstrook op de N247 zijn in groen weergegeven.

Nadere informatie

2.2 NADERE BESCHRIJVING CONCEPT

2.2 NADERE BESCHRIJVING CONCEPT Bladnr. 1 van 5 2.2 NADERE BESCHRIJVING Bladnr. 2 van 5 RAW1062 PAR 01 VERKLARING VAN DE HIERNA VOLGENDE STAAT In de hierna volgende staat is een nadere beschrijving van het uit te voeren werk opgenomen.

Nadere informatie

Complexe waterdichte asfaltconstructie op aanbruggen Botlekbrug

Complexe waterdichte asfaltconstructie op aanbruggen Botlekbrug Complexe waterdichte asfaltconstructie op aanbruggen Botlekbrug Ir. C.P. Plug Ooms Civiel Dr.ir. A.H. de Bondt Ooms Civiel Ir. R.H. Khedoe Ooms Civiel Samenvatting Binnen het project A15 MaVa (Maasvlakte-Vaanplein)

Nadere informatie

Stellingen voor bij de koffie

Stellingen voor bij de koffie Stellingen voor bij de koffie 1. Voordeel van GDAD met korte levensduur: Voor onderhoud van een slecht uitziende deklaag is wel geld te krijgen, voor structurele versterking niet SilentRoads symposium

Nadere informatie

Nieuwe asfaltnormen en CE markering ir. Jan van der Zwan

Nieuwe asfaltnormen en CE markering ir. Jan van der Zwan Nieuwe asfaltnormen en CE ir. Jan van der Zwan Inhoud Achtergronden CE Rol van CE in publiekrechtelijke en privaatrechtelijke regelgeving Rol van CE en kwaliteitsborging in contracten Het lastige spel.

Nadere informatie

Leidraad voor de beoordeling van de waterdichtheid van asfaltverhardingen op kunstwerken (beton en staal)

Leidraad voor de beoordeling van de waterdichtheid van asfaltverhardingen op kunstwerken (beton en staal) IR-N-05.023 Leidraad voor de beoordeling van de waterdichtheid van asfaltverhardingen op kunstwerken (beton en staal) 1 Onderwerp en toepassingsgebied Deze leidraad is bedoeld voor opdrachtgevers en opdrachtnemers

Nadere informatie

Stille wegdekken Handleiding Kostentool

Stille wegdekken Handleiding Kostentool Stille wegdekken Handleiding Kostentool 1 Inleiding De kostentool Stille Wegdekken is bedoeld voor wegbeheerders om snel een indicatie te krijgen wat de toepassing van stille wegdekken voor financiële

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden RAW-systematiek. Merkenreglement. Voorschriften gebruik RAW-keur

Algemene Voorwaarden RAW-systematiek. Merkenreglement. Voorschriften gebruik RAW-keur Algemene Voorwaarden RAW-systematiek Merkenreglement Voorschriften gebruik RAW-keur CROW Galvanistraat 1, 6716 AE Ede Postbus 37, 6710 BA Ede Telefoon (0318) 69 53 00 Fax (0318) 62 11 12 E-mail [email protected]

Nadere informatie

A N A L Y S E C E R T I F I C A A T

A N A L Y S E C E R T I F I C A A T Tabel 1 van 4 monster-1 = uw monsterreferentie nr. 1 monster-2 = uw monsterreferentie nr. 2 Opgegeven bemonsteringsdatum : 18/02/2015 18/02/2015 Ontvangstdatum opdracht : 24/02/2015 24/02/2015 Startdatum

Nadere informatie

MILIEUKUNDIG ONDERZOEK ASFALT, HAMERVELDSEWEG TE LEUSDEN

MILIEUKUNDIG ONDERZOEK ASFALT, HAMERVELDSEWEG TE LEUSDEN PROJECT 19481 MILIEUKUNDIG ONDERZOEK ASFALT, HAMERVELDSEWEG TE LEUSDEN Grondslag - WLN Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 www.grondslag.nl met Grondslag vestigingen in : Kamerik ı Heerhugowaard

Nadere informatie

gemeente Hilvarenbeek

gemeente Hilvarenbeek gemeente Hilvarenbeek Hartveroverende Heerlyckheit Zaaknummer: 2015001234 *16int00894* 16int00894 Raadsinformatiebrief Nr. 2016-14 Aan : Raad Van : College van B&W Behandeld in collegevergadering d.d.

Nadere informatie

Hoofdstuk 51 Groenvoorzieningen. Wijziging Standaard RAW Bepalingen

Hoofdstuk 51 Groenvoorzieningen. Wijziging Standaard RAW Bepalingen Hoofdstuk 51 Groenvoorzieningen Planten Verplanten bomen Eisen aan plantmateriaal Garantie Wijziging Standaard RAW Bepalingen Uitbreiding RAW-Catalogus met resultaatsbeschrijvingen Ter visie Commentaar

Nadere informatie

RAW-systematiek. Ter visie. - Nieuw (eerste) deelhoofdstuk 18.1 Kleinschalige Baggerwerken van het nieuwe hoofdstuk 18 Baggerwerken

RAW-systematiek. Ter visie. - Nieuw (eerste) deelhoofdstuk 18.1 Kleinschalige Baggerwerken van het nieuwe hoofdstuk 18 Baggerwerken RAW-systematiek - Nieuw (eerste) deelhoofdstuk 18.1 Kleinschalige Baggerwerken van het nieuwe hoofdstuk 18 Baggerwerken - Uitbreiding van werkcategorie 01 Algemeen en administratief met een resultaatsbeschrijving

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Standaard RAW Bepalingen 2010

Informatiebijeenkomst Standaard RAW Bepalingen 2010 Informatiebijeenkomst Standaard RAW Bepalingen 2010 RAW: Bouwstenen voor de toekomst Informatiebijeenkomst Standaard RAW Bepalingen 2010 1 Beoordeling inschrijvingsstaat Wijziging 2008 : verrekenprijzen

Nadere informatie

De invloed van boor- en zaagwerkzaamheden op de korrelverdeling van gap-graded mengsels

De invloed van boor- en zaagwerkzaamheden op de korrelverdeling van gap-graded mengsels De invloed van boor- en zaagwerkzaamheden op de korrelverdeling van gap-graded mengsels Bert Gaarkeuken DIBEC Materiaalkunde Jan van de Water DIBEC Materiaalkunde Samenvatting Gap-graded mengsels worden

Nadere informatie

Algemeen overzicht bewijsvoering Prestatie-termijnen Hoofdcode (Std. 2010)

Algemeen overzicht bewijsvoering Prestatie-termijnen Hoofdcode (Std. 2010) GRONDWERKEN 220321 220321 Leveren grond. Kwaliteitsverklaringen korrelverdeling - milieukwaliteit - bewijs van oorsprong - Zand in zandbed: < 63 um maximaal 15%; < 20 um max. 3%; org. stof max. 3% Zand

Nadere informatie

Specificaties Ontwerp Asfaltverhardingen. Dienst Grote Projecten en Onderhoud, oktober 2014

Specificaties Ontwerp Asfaltverhardingen. Dienst Grote Projecten en Onderhoud, oktober 2014 Specificaties Ontwerp Asfaltverhardingen Dienst Grote Projecten en Onderhoud, oktober 2014 1 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 2 Toepassingsgebied 5 3 Begripsbepalingen 5 3.1 Asfaltverhardingen 5 3.2 Ontwerplevensduur

Nadere informatie

Specificaties Ontwerp Asfaltverhardingen. Dienst Grote Projecten en Onderhoud, september 2013

Specificaties Ontwerp Asfaltverhardingen. Dienst Grote Projecten en Onderhoud, september 2013 Specificaties Ontwerp Asfaltverhardingen Dienst Grote Projecten en Onderhoud, september 2013 1 2 Inhoudsopgave Inleiding 5 1 Toepassingsgebied 5 2 Begripsbepalingen 5 2.1 Asfaltverhardingen 5 2.2 Ontwerpperiode

Nadere informatie

Hoofdstuk 41 Funderingsconstructies. Nieuw 41.6 Funderingselementen op basis van grout

Hoofdstuk 41 Funderingsconstructies. Nieuw 41.6 Funderingselementen op basis van grout Hoofdstuk 41 Funderingsconstructies Nieuw 41.6 Funderingselementen op basis van grout September 2014 Definitieve tekst Indien dit vastgestelde document in het bestek van toepassing wordt verklaard, wordt

Nadere informatie

Asfaltontwikkelingen

Asfaltontwikkelingen Programma Asfaltontwikkelingen 15 januari 2009 Hein Boomars VBW-Asfalt Asfaltontwikkelingen 1 Programma voor de pauze 14.00 uur Opening Hein Boomars - VBW-Asfalt 14.15 uur CE markeringen en Europese Asfaltnormen

Nadere informatie

BESTEKSEISEN DUNNE GELUIDREDUCERENDE ASFALTDEKLAGEN

BESTEKSEISEN DUNNE GELUIDREDUCERENDE ASFALTDEKLAGEN Postbus 1 Tel 0229 547700 1633 ZG Avenhorn Fax 0229 547701 www.ooms.nl/onderzoek Research & Development publicatie Evert de Jong Gerbert van Bochove Rudi Dekkers Hans Schottert Rardy Schunselaar BESTEKSEISEN

Nadere informatie

Hoe RWS omgaat met niet-standaard asfaltmengsels

Hoe RWS omgaat met niet-standaard asfaltmengsels Hoe RWS omgaat met niet-standaard asfaltmengsels Dave van Vliet, n Voskuilen Rijkswaterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart Samenvatting Sinds 1 maart 2008 zijn de CEN normen voor asfalt in Nederland van

Nadere informatie

- Wijziging van artikel 01.09.01 van hoofdstuk 01 van de Standaard 2010. - Wijziging van enige artikelen van deelhoofdstuk 51.0 van de Standaard 2010

- Wijziging van artikel 01.09.01 van hoofdstuk 01 van de Standaard 2010. - Wijziging van enige artikelen van deelhoofdstuk 51.0 van de Standaard 2010 RAW-systematiek - Nieuw deelhoofdstuk 51.6 - Bomen in infrastructuur - Wijziging van artikel 01.09.01 van hoofdstuk 01 van de Standaard 2010 - Wijziging van enige artikelen van deelhoofdstuk 51.0 van de

Nadere informatie

22.8 Ophoogmaterialen van kunststof. blad OPHOOGMATERIALEN VAN KUNSTSTOF

22.8 Ophoogmaterialen van kunststof. blad OPHOOGMATERIALEN VAN KUNSTSTOF blad 1 22.8 OPHOOGMATERIALEN VAN KUNSTSTOF Algemene toelichting blad 2 ALGEMENE TOELICHTING Inleiding Bij het opstellen van de teksten voor het onderdeel Grondwerken, ophoogmaterialen van kunststof is

Nadere informatie

Hoofdstuk 25 Leidingwerk Actualisering 25.1 Rioleringen Onderdeel: Rioolreiniging

Hoofdstuk 25 Leidingwerk Actualisering 25.1 Rioleringen Onderdeel: Rioolreiniging RAW-systematiek Hoofdstuk 25 Leidingwerk Actualisering 25.1 Rioleringen Onderdeel: Rioolreiniging April 2014 Definitieve teksten Indien dit document in het bestek van toepassing wordt verklaard, worden

Nadere informatie

Asfalt op brugdekken. Jacob Groenendijk Ook namens Jan Voskuilen (RWS-DVS) en Paul Spencer (RWS-DI) Infradagen 2012

Asfalt op brugdekken. Jacob Groenendijk Ook namens Jan Voskuilen (RWS-DVS) en Paul Spencer (RWS-DI) Infradagen 2012 Asfalt op brugdekken Jacob Groenendijk Ook namens Jan Voskuilen (RWS-DVS) en Paul Spencer (RWS-DI) Infradagen 2012 [Heijmans/RWS] Inhoud RWS Richtlijn Eisen Waterdichtheid Oplossingen RWS RTD 1009:2012

Nadere informatie

Wehner/Schulze proef als methode voor de bepaling van de aanvangsremvertraging.

Wehner/Schulze proef als methode voor de bepaling van de aanvangsremvertraging. Wehner/Schulze proef als methode voor de bepaling van de aanvangsremvertraging. P.M. Kuijper, D. van Vliet, J.L.M. Voskuilen Rijkswaterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart Samenvatting Door een aantal

Nadere informatie

Afvalbakken in de openbare ruimte Leidraad voor vormgeving, plaatsing, lediging en onderhoud

Afvalbakken in de openbare ruimte Leidraad voor vormgeving, plaatsing, lediging en onderhoud Afvalbakken in de openbare ruimte Leidraad voor vormgeving, plaatsing, lediging en onderhoud NederlandSchoon Afvalbakken in de openbare ruimte Leidraad voor vormgeving, plaatsing, lediging en onderhoud

Nadere informatie

Conceptversie. RAW0013 Opdrachtgever: Gampet Products Documentnr. Steiger d.d. 23 april 2013 Standaard besteksposten leveringspakket Gampet

Conceptversie. RAW0013 Opdrachtgever: Gampet Products Documentnr. Steiger d.d. 23 april 2013 Standaard besteksposten leveringspakket Gampet RAW0013 Opdrachtgever: Gampet Products Bladnr. 1 2. B e s c h r i j v i n g 2.1 Algemene gegevens Bladnr. 2 Opdrachtgever: Gampet Products RAW0013 RAW0013 Opdrachtgever: Gampet Products Bladnr. 3 01 Tekeningen

Nadere informatie

Vereenvoudigde procedure voor het vaststellen van 85% betrouwbare karakteristieke stijfheidsrelaties voor gebruik in de standaard ontwerpprogramma's

Vereenvoudigde procedure voor het vaststellen van 85% betrouwbare karakteristieke stijfheidsrelaties voor gebruik in de standaard ontwerpprogramma's Vereenvoudigde procedure voor het vaststellen van 85% betrouwbare karakteristieke stijfheidsrelaties voor gebruik in de standaard ontwerpprogramma's Jan Telman (TNO), Arthur van Dommelen (DVS), versie

Nadere informatie

Keuze van asfaltmengsels en bindmiddelen Keuze en gebruik van materialen Kwaliteitscontrole Koolwaterstofproducten

Keuze van asfaltmengsels en bindmiddelen Keuze en gebruik van materialen Kwaliteitscontrole Koolwaterstofproducten Dienstorder MOW/AWV/2017/4 d.d. 24 mei 2017 Titel: Voorgesteld door: Informatiefolder: Doelgroep: Verspreiding: Vervangt dienstorder: Keuze van asfaltmengsels en bindmiddelen Commissie Kwaliteit Bitumineuze

Nadere informatie

Bladnr. 1 van RAW RAW Bestek Groot Onderhoud Waterlinieweg Status: DEFINITIEF, d.d.

Bladnr. 1 van RAW RAW Bestek Groot Onderhoud Waterlinieweg Status: DEFINITIEF, d.d. RAW0013-102610 RAW Bestek 1100072172 Bladnr. 1 van 8 Behoort bij:{1100072172} I N S C H R I J V I N G S S T A A T Inschrijvingsstaat als bedoeld in artikel 01.01.03 van de Standaard RAW Bepalingen 2015

Nadere informatie

FUNCTIONEEL VERIFIËREN

FUNCTIONEEL VERIFIËREN 21 september 2017 1 6 Functioneel Verifiëren houdt in dat op basis van functionele proeven op het asfalt na verwerking wordt beoordeeld of het geleverde product, binnen nader te stellen toleranties, voldoet

Nadere informatie

Introductie Buro Aardevol

Introductie Buro Aardevol Introductie Buro Aardevol Wegbouwkundig onderzoek en advies Projectmanagement Duurzaamheidsinvulling en advisering Milieukundig asfalt- en funderingsonderzoek Werkvoorbereiding Directievoering en toezicht

Nadere informatie

TECHNISCHE BEPALINGEN KWALITEIT OPENBARE RUIMTE

TECHNISCHE BEPALINGEN KWALITEIT OPENBARE RUIMTE TECHNISCHE BEPALINGEN KWALITEIT OPENBARE RUIMTE Hoofdstuk 70 Technische bepalingen voor contracten waarbij gebruik wordt gemaakt van de prestatie-eisen uit de CROW-kwaliteitscatalogus CROW Galvanistraat

Nadere informatie

Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt --Adviesbureau en laboratorium--

Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt --Adviesbureau en laboratorium-- Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt --Adviesbureau en laboratorium-- CROW-publicatie 210: 2014 Ir. Nico van den Berg Februari 2014 Wat betekent de nieuwe publicatie voor het adviesbureau en laboratorium?

Nadere informatie

30% CO 2 & energiereductie

30% CO 2 & energiereductie Het innovatieve asfaltmengsel voor een schoon milieu 30% CO 2 & energiereductie Laag Energie AsfaltBeton De groene kant van asfalt Duurzaam asfalt dat net zo lang meegaat en even ongevoelig is voor wegschade

Nadere informatie

Nota van inlichtingen inschrijvingsfase behorend bij: Overeenkomst met open posten:

Nota van inlichtingen inschrijvingsfase behorend bij: Overeenkomst met open posten: RAW1209-90538 Samenwerkende gemeenten Diemen, Uithoorn, Ouder-Amstel en De Ronde Venen Bladnr. 1 van 12 Nota van inlichtingen inschrijvingsfase behorend bij: Overeenkomst met open posten: in samenwerkende

Nadere informatie

Invloed van het type vulstof op de eigenschappen van asfaltmengsels

Invloed van het type vulstof op de eigenschappen van asfaltmengsels Invloed van het type vulstof op de eigenschappen van asfaltmengsels Salil Mohan KWS Infra bv Alex v.d. Wall KWS Infra bv Samenvatting Al lange tijd wordt er in de praktijk gestreefd naar het toepassen

Nadere informatie

ZIN EN ONZIN HERGEBRUIK POLYMEERGEMODIFICEERD ASFALT

ZIN EN ONZIN HERGEBRUIK POLYMEERGEMODIFICEERD ASFALT Postbus 1 Tel 0229 547700 1633 ZG Avenhorn Fax 0229 547701 www.ooms.nl/rd Research & Development publicatie ir. C.P. Plug dr.ir. A.H. de Bondt ZIN EN ONZIN HERGEBRUIK POLYMEERGEMODIFICEERD ASFALT CROW

Nadere informatie

Project: Varianten rechterensedijk Opdrachtgever: Gemeente Dalfsen Projectnummer: 31047133 Betreft: Globale kostenraming variant 1, d.d.

Project: Varianten rechterensedijk Opdrachtgever: Gemeente Dalfsen Projectnummer: 31047133 Betreft: Globale kostenraming variant 1, d.d. 1 O P R U I M I N G S W E R K Z A A M H E D E N 11 VERWIJDEREN VERHARDINGEN 111 VERWIJDEREN BESTRATING Verwijderen grasbetontegels 400x600x120 mm, afvoeren m2 4,00 782 3.128,00 Verwijderen grasbetontegels

Nadere informatie

Hoofdstuk 22 - Grondwerken

Hoofdstuk 22 - Grondwerken Hoofdstuk 22 - Grondwerken Deelhoofdstuk 22.4 - Licht ophoogmateriaal Vastgestelde document Versie van 08-09-2010 1 CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare

Nadere informatie

No Dig Event 7 en 8 oktober 2015 Rioolrenovatie. Hans van Keeken, Senior adviseur Kragten Voorzitter Werkgroep Rioolrenovatie

No Dig Event 7 en 8 oktober 2015 Rioolrenovatie. Hans van Keeken, Senior adviseur Kragten Voorzitter Werkgroep Rioolrenovatie No Dig Event 7 en 8 oktober 2015 Rioolrenovatie Hans van Keeken, Senior adviseur Kragten Voorzitter Werkgroep Rioolrenovatie 1 Hans van Keeken 25 jaar in dienst Kragten Senior adviseur Riooltechniek Specialist

Nadere informatie

Afwegingsmodel Wegen (AMW)

Afwegingsmodel Wegen (AMW) Afwegingsmodel Wegen (AMW) Steef van Hartskamp Provincie NoordBrabant 2 juni 2010 Waarom een afwegingsmodel? In t verleden nauwelijks afweging Asfalt of bij K+L elementen Enkele wegbeheerders cementbeton

Nadere informatie

Onderzoek naar vloeistofdichte asfaltconstructies - ervaringen met een praktijkgeval -

Onderzoek naar vloeistofdichte asfaltconstructies - ervaringen met een praktijkgeval - Onderzoek naar vloeistofdichte asfaltconstructies - ervaringen met een praktijkgeval - Kortschrift opgesteld voor: Wegbouwkundige Werkdagen 2002 Te Doorwerth, Nederland 12 en 13 juni 2002 Onderzoek naar

Nadere informatie

Hergebruik van asfalt

Hergebruik van asfalt Hergebruik van asfalt Ervaringen Jan Voskuilen Senior adviseur verhardingen afd. GPO Inhoud Inleiding, begrippen en historie Hoeveel hergebruik mag? Uitgevoerde onderzoeken Mechanische karakterisering

Nadere informatie

Bladnr. 1 van 13. Conceptversie RAW1190

Bladnr. 1 van 13. Conceptversie RAW1190 Colofon Dit bestekbestand bevat standaard bestekteksten, bepalingen en een aantal voorbeelden van resultaatsverplichtingen waarin de principes en werkwijzen rond het initiatief Stimulering Hergebruik Infra

Nadere informatie

Tijdelijke bemalingen in de RAW-systematiek

Tijdelijke bemalingen in de RAW-systematiek Tijdelijke bemalingen in de RAW-systematiek Reint Buiter, Stichting CROW, Ede Platform Tijdelijke Grondwaterbemalingen - Zeist - 2012-10-30 1 Tijdelijke grondwaterbemalingen Platform Tijdelijke Grondwaterbemalingen

Nadere informatie

Asfaltonderhoud /W24863 DEFINITIEF BESTEK.

Asfaltonderhoud /W24863 DEFINITIEF BESTEK. Asfaltonderhoud 2013 2013-01/W24863 DEFINITIEF BESTEK www.wijchen.nl Bladnr. 1 Asfaltonderhoud 2013 Definitief bestek Projectnummer: Besteknummer: W24863 2013-01/W24863 Opdrachtgever: Gemeente Wijchen

Nadere informatie

Zijn stille wegdekken duur?

Zijn stille wegdekken duur? Zijn stille wegdekken duur? Ir. Jan Hooghwerff (M+P raadgevende ingenieurs bv) Samenvatting Onderzocht is wat de meerkosten van een aantal stille wegdekken zijn voor verschillende toepassingsgebieden.

Nadere informatie

Meer informatie over asfalt, voor- en nadelen kan u raadplegen op onze partnersite:

Meer informatie over asfalt, voor- en nadelen kan u raadplegen op onze partnersite: Wegen, opritten, parkings in asfalt Op volgende pagina een korte samenvatting vanwege het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw aangaande de soorten asfalt, de samenstelling van asfaltverhardingen, de verwerking

Nadere informatie

RAW-systematiek. Standaard RAW Bepalingen. Wijziging van hoofdstuk 21 - Bemalingen. Ter visie. Pagina 1 van 16

RAW-systematiek. Standaard RAW Bepalingen. Wijziging van hoofdstuk 21 - Bemalingen. Ter visie. Pagina 1 van 16 RAW-systematiek Standaard RAW Bepalingen Wijziging van hoofdstuk 21 - Bemalingen Ter visie Pagina 1 van 16 CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.

Nadere informatie

Raamovereenkomst besteknr. RNV2016_1

Raamovereenkomst besteknr. RNV2016_1 Bladnr. 2 van 59 Aanbesteder College van Burgemeester en wethouders van de samenwerkende gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Oldebroek en Putten Gemeente Elburg Zuiderzeestraatweg Oost 19 8081

Nadere informatie

Nota van inlichtingen behorend bij: Bestek met kenmerk: /W e Nota van Inlichtingen en wijzigingen. Datum: 17 mei 2013 Vorm: schriftelijk

Nota van inlichtingen behorend bij: Bestek met kenmerk: /W e Nota van Inlichtingen en wijzigingen. Datum: 17 mei 2013 Vorm: schriftelijk Bladnr. 1 Nota van inlichtingen behorend bij: Bestek met kenmerk: 2013-01/W24863 1e Nota van Inlichtingen en wijzigingen. Datum: 17 mei 2013 Vorm: schriftelijk Inlichtingen gegeven namens de directie door:

Nadere informatie

ALGEMENE TOELICHTING. Inleiding

ALGEMENE TOELICHTING. Inleiding ALGEMENE TOELICHTING Inleiding Het uitbesteden van gladheidsbestrijding vraagt om een gedegen kennis van deze materie. Hiervoor heeft CROW twee publicaties uitgebracht; Leidraad gladheidsbestrijdingsplan

Nadere informatie

Belangrijkste wijzigingen

Belangrijkste wijzigingen Introductiebijeenkomst RAW 2015 Welkom 1 Belangrijkste wijzigingen Nieuwe onderwerpen Actualisatie Deel 0 vervalt uit het bestek Omnummering Raamcontracten Beeldkwaliteit 2 Informatiebijeenkomst RAW 2015

Nadere informatie

Lichte herziening Hoofdstuk 81 - Bitumineuze verhardingen Hoofdstuk 82 - Betonverhardingen en Vlakheids-/stroefheidsproeven. Juli 2016.

Lichte herziening Hoofdstuk 81 - Bitumineuze verhardingen Hoofdstuk 82 - Betonverhardingen en Vlakheids-/stroefheidsproeven. Juli 2016. Lichte herziening Hoofdstuk 81 - Bitumineuze verhardingen Hoofdstuk 82 - Betonverhardingen en Vlakheids-/stroefheidsproeven Juli 2016 Ter visie Indien deze tervisielegging in het bestek van toepassing

Nadere informatie

Inleiding Inleiding Algemeen Technisch proces Danny van Loon (Track 3D) Rijkswaterstaat,

Inleiding Inleiding Algemeen Technisch proces Danny van Loon (Track 3D) Rijkswaterstaat, Presentatie door Danny van Loon (Track 3D) voor Rijkswaterstaat, Platform Voegovergangen en Opleggingen 21 juni 2011 Track 3D Positionering Product Vraag ZZP: klanten als Strukton, Van Oord Nederland,

Nadere informatie

A) 1) gevestigd te 2) B) 1) gevestigd te 2) C) 1) gevestigd te 2)

A) 1) gevestigd te 2) B) 1) gevestigd te 2) C) 1) gevestigd te 2) RAW0083-73476 Bladnr. 1 van 2 Behoort bij: besteknr. 207.11.0963.29 I N S C H R I J V I N G S B I L J E T De hierna te noemen inschrijver(s): A) 1) gevestigd te 2) B) 1) gevestigd te 2) C) 1) gevestigd

Nadere informatie

Notitie constructieonderzoek wegen Plassengebied. 1 Inleiding

Notitie constructieonderzoek wegen Plassengebied. 1 Inleiding nl_notitie.docx 216121 Notitie constructieonderzoek wegen Plassengebied Onderwerp: Constructieonderzoek diverse wegen plassengebied gemeente Bodegraven-Reeuwijk Projectnummer: 35625 Referentienummer: Datum:

Nadere informatie

04 Met freesnaden wordt hier bedoeld alle asfalt aansluitingen die gemaakt moeten worden.

04 Met freesnaden wordt hier bedoeld alle asfalt aansluitingen die gemaakt moeten worden. RAW0260 Moederbestek DEFINIITEF versie 02-02-2016 Bladnr. 19 van 32 30 Wegverhardingen I 30 12 Eisen en uitvoering Voorbereidende werkzaamheden 30 12 01 Frezen van asfaltverhardingen 04 Met freesnaden

Nadere informatie

de geschikte oplossing is.

de geschikte oplossing is. Asfalt in tunnels Evert de Jong; VBW-Asfalt Aan de verharding in tunnels worden in principe dezelfde eisen gesteld als aan een gewone verharding. Sommige eisen zijn echter net even zwaarder of vragen vanwege

Nadere informatie