Marie-Aude Deslandes

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Marie-Aude Deslandes"

Transcriptie

1 FACULTEIT RECHTSGELEERDHEID UNIVERSITEIT GENT Academiejaar Het Europees Patent en de Internationale bevoegdheid - Kan het Benelux Gerechtshof hierin een rol spelen? - Masterproef van de opleiding 'Master in de Rechten' Ingediend door Marie-Aude Deslandes (studententennr ) Promotor: Prof. Dr. Johan ERAUW Commissaris: Cedric VANLEENHOVE

2 - Copyright Marie-Aude Deslandes -

3 INLEIDING... 1 INLEIDENDE BEPALINGEN... 4 DEEL 1: HET EUROPEES OCTROOI MET EENHEIDSWERKING EN DE VERTAALREGELING... 5 HOOFDSTUK I - DE EVOLUTIE: van het voorstel van een gemeenschapsoctrooi tot de verwezenlijking van het Europees Octrooi met eenheidswerking Afdeling 1. Het ontstaan van het Gemeenschapsoctrooi Werkgroep octrooien Het Verdrag van Straatsburg Verdrag van München van Het Gemeenschapsoctrooiverdrag De intergouvernementele conferenties van 1999 en Afdeling 2. De evolutie naar het Europees Octrooi met eenheidswerking De eenheidsoctrooibescherming De vertaalregeling...12 Afdeling 3. De redenen voor het ontstaan van een Europees Octrooi met eenheidswerking en een eengemaakt Octrooigerecht De Kostprijs Harmonisatie van de rechtspraak...22 HOOFDSTUK II Inhoudelijke bespreking van het Europees Octrooi met eenheidswerking en de vertaalregeling Afdeling 1. De eenheidsoctrooibescherming Algemene bepalingen Rechtsgevolgen van een Europees Octrooi met eenheidswerking Institutionele bepalingen Financiële bepalingen Slotbepalingen...30 Conclusie...30 Afdeling 2. De vertaalregeling Algemene bepalingen Overgangsbepaling...32 i

4 3. Vertaling in geval van een geschil Compensatieregeling Machinevertalingen...34 Conclusie...35 DEEL 2: HET EENGEMAAKT OCTROOIGERECHT HOOFDSTUK I HET ONTSTAAN HOOFDSTUK II DE WERKING VAN HET EENGEMAAKT OCTROOIGERECHT Afdeling 1. Inleiding...45 Afdeling 2. Samenstelling van het Eengemaakt Octrooigerecht Het Gerecht van Eerste aanleg: lokale en regionale afdelingen De centrale afdeling Het Hof van Beroep De Griffie De Comités...53 Afdeling 3. De rechters van het Octrooigerecht...53 Afdeling 4. Internationale bevoegdheid De internationale bevoegdheid van de afdelingen van het Octrooigerecht De Overgangsbepaling De internationale bevoegdheid van het centrum voor octrooibemiddeling en arbitrage...64 Afdeling 5. Rechtsmiddelen tegen beslissingen in eerste aanleg Beroep instellen Nieuwe behandeling...66 Afdeling 6. Aansprakelijkheid van de lidstaten...67 Afdeling 7. Het Toepasselijke Recht...68 Afdeling 8. Organisatorische bepalingen...70 Afdeling 9. Procedurele bepalingen Het Procedurereglement Debatten Bevoegdheid om te procederen...73 ii

5 4. Vertegenwoordiging Procedures Rechterlijke beslissingen...76 Afdeling 10. De erkenning...77 Afdeling 11. Proceduretaal Gerecht van Eerste Aanleg De centrale afdeling Hof van Beroep...80 Afdeling 12. De rol van het Hof van Justitie...81 Afdeling 13. Overige bepalingen...83 HOOFDSTUK III KRITIEK OP EN EVALUATIE VAN HET EENGEMAAKT OCTROOIGERECHT Conclusie DEEL 3: DE ROL VAN HET BENELUXGERECHTSHOF ALS REGIONALE AFDELING VOOR BELGIE, NEDERLAND EN LUXEMBURG HOOFDSTUK I DE TOEKOMST VAN BELGIE BINNEN HET EUROPEES OCTROOIGERECHT HOOFDSTUK 2 - IS HET BENELUX-GERECHTSHOF DE OPLOSSING? Het Benelux-Gerechtshof Het Benelux-Gerechtshof als regionale afdeling van het eengemaakt Octrooigerecht...95 CONCLUSIE...98 ALGEMENE CONCLUSIE...99 Bijlage 1: Samenstelling van het Octrooigerecht en verdeling van de zaken binnen de centrale afdeling, schematisch overzicht Bijlage 2: Samenstelling van de kamers van het Gerecht van Eerste Aanleg Bijlage 3: Samenstelling van de kamers van het Hof van Beroep Bijlage 4: Wanneer is het eengemaakt Octrooigerecht bevoegd? Bijlage 5: De Proceduretaal Bijlage 6: Verloop van de procedure, waarbij een vordering wegens inbreuk werd ingesteld en een tegenvordering tot nietigverklaring BIBLIOGRAFIE Wetgeving en voorbereidende werken Internationaalrechtelijke normen iii

6 2. Europeesrechtelijke normen Normen eigen aan de Benelux Nationale normen Voorbereidende werken Rechtspraak Rechtsleer Boeken en bijdragen in verzamelwerken Artikelen Websites Andere iv

7 Woord vooraf Het schrijven van een masterproef is een werk van lange adem, dat een belangrijk persoonlijk engagement vraagt. Het is een zoektocht doorheen boeken, artikels en rechtspraak die elk eigen zijn aan hun tijd. Dit is meteen ook één van de interessante punten geweest van het schrijven van deze masterproef: de evolutie bemerken die mijn onderwerp is ondergaan. Wat mij het meest geboeid heeft bij het schrijven van deze masterproef is het ontdekken van de verschillende meningen en opvattingen die hierover bestaan en die per belangengroep verschillend kunnen zijn. Ik heb de kans gehad om met een aantal mensen uit de praktijk te spreken, waarvoor ik hen ontzettend wil bedanken. Dit heeft een heel ander licht geworpen op mijn onderwerp en dit sterkt mij in de gedachte dat mijn onderwerp niet enkel ontzettend actueel is, maar ook van groot belang is voor huidige en toekomstige octrooihouders. Ik wens mijn promotor, Professor Erauw te bedanken voor zijn lessen, die mijn interesse in het internationaal privaatrecht heeft doen toenemen, alsook voor het enthousiasme dat hij aan de dag gelegd heeft voor dit onderwerp. Dit is voor mij een belangrijke stimulans geweest. Ik wens ook mijn commissaris, Cedric Vanleenhove, te bedanken voor de hulp die hij verleend heeft bij het schrijven van deze masterproef. Verder zou ik alle personen uit de praktijk willen bedanken, die geaccepteerd hebben om mijn vragen te beantwoorden en die zeer veel interesse getoond hebben voor mijn masterproef. Ook zij die dit werkstuk hebben nagelezen wens ik van harte te bedanken, evenals mijn vrienden die mij doorheen het jaar gesteund hebben. Ik zou hierbij van de mogelijkheid gebruik willen maken om deze masterproef op te dragen aan mijn grootouders die beiden dit academiejaar het leven hebben gelaten, maar die ontzettend trots zouden zijn dat ik dit jaar mijn rechtendiploma behaal. Marie-Aude Deslandes Mei

8 INLEIDING Tal van ondernemingen, gaande van KMO's tot multinationals, die investeren in onderzoek en productontwikkeling wensen de resultaten van deze uitvindingen te gebruiken om hun positie in de markt te versterken. Ze wensen een return-on-investment te verkrijgen. 1 Octrooien bieden de mogelijkheid hun uitvindingen te beschermen tegen namaak en exploitatie door een derde, zodat die ondernemingen ten volle kunnen genieten van hun uitvindingen. Een octrooi is een door de daartoe bevoegde overheid verleend tijdelijk exclusief recht op de exploitatie van een uitvinding. 2 Dit exclusief recht behelst een bepaald grondgebied. Het is voor ondernemingen belangrijk om een exclusief recht te kunnen verkrijgen op een zo breed mogelijk grondgebied. Hiervoor is een goed uitwerkt en eenvormig internationaal octrooisysteem vereist, des te meer omdat ondernemingen vaak niet slechts één enkel octrooi bezitten, maar een portefeuille van octrooien. 3 Hoewel ondernemingen steeds globaler worden en beschikken over een internationale afzetmarkt, is het octrooisysteem in die zin niet mee geëvolueerd. In de Europese Unie beschikte men tot een paar maanden geleden niet over een eengemaakte titel en een geharmoniseerd geschillenbeslechtingssysteem voor het ganse grondgebied. Dit bracht belangrijk nadelen met zich mee voor de ondernemingen. De idee om een samenwerking tot stand te brengen tussen verschillende lidstaten op het vlak van intellectuele eigendomsrechten, en meer specifiek met betrekking tot octrooien, gaat terug tot de oprichting van de Raad van Europa in 1949 en het voorstel van de Franse senator Henri Longchambon om een Europees Octrooibureau op te richten. 4 Met het doel voor ogen een grotere eenheid te creëren in Europa werden aldus twee verdragen gesloten: het verdrag van Parijs van 1953 betreffende de voor octrooiaanvragen voorgeschreven formaliteiten en het verdrag van Parijs van 1954 betreffende de internationale classificatie van octrooien. In die tijd bestonden er enkel nationale octrooien, die verleend werden volgens de nationale wetgeving van de verschillende lidstaten waar men bescherming zocht. Dit betekende dat er zoveel aanvragen ingediend moesten worden en in zoveel lidstaten instandhoudingstaksen betaald moesten worden, als lidstaten waar bescherming gezocht werd. 5 1 X., [Vrije Tribune] "Noodzaak tot oprichting van een nationale afdeling van het nieuwe Europese Octrooigerecht ("Unified Patent Court")", IRDI 2013, afl 1, 7. 2 G. BALLON, K. GEENS et al., Inleiding tot het economisch recht, Kluwer, 2007, Mechelen, 267; D. LOFTUS, "International Patent Protection: Time for a fully EU Functioning Supranational Patent Mechanism", JICLT 2011, vol. 6, Issue 3, E. DE GRYSE en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, G. VAN OVERWALLE en E. VAN ZIMMEREN, "Recente ontwikkelingen in het octrooirecht" in Intellectuele Rechten, Die Keure, 2011, Brugge, J. BRINKHOF, "Enige kanttekeningen bij het voorstel voor een European and European Union Patents Court" in Liber Amicorum Ludovic DE GRYSE, 2010, Gent, 54. 2

9 Met de inwerkingtreding van het EEG-verdrag 6 werd één van de belangrijkste doelstellingen van de toenmalige Europese Gemeenschap verwezenlijkt, namelijk de creatie van een gemeenschappelijke markt. Artikel 2 van dit verdrag stelt namelijk dat de Gemeenschap tot taak heeft de "bevordering van de harmonische ontwikkeling van de economische activiteit binnen de gehele Gemeenschap, een gestadige en evenwichtige expansie, een grotere stabiliteit, een toenemende verbetering van de levensstandaard en nauwere betrekkingen tussen de in de Gemeenschap verenigde staten". De bevordering van de harmonische ontwikkeling van de economische activiteit, betekent bij deductie, de bevordering van de harmonische ontwikkeling van de industriële eigendomsrechten, aangezien zij deel uitmaken van de economische activiteit van een lidstaat. Deze harmonische ontwikkeling heeft een belangrijke doorbraak gekend de afgelopen maanden, dankzij de creatie van het Europees Octrooi met eenheidswerking, dat eenzelfde uitwerking zal hebben op het grondgebied van bijna- alle lidstaten van de EU. De vertaalregeling die voorzien is voor dit octrooi en de invoering van een Eengemaakt Octrooigerecht dragen beide toe tot deze harmonisatie. De focus van deze masterproef ligt hem op de internationale bevoegdheid inzake het nieuw Europees Octrooi met eenheidswerking. Het Octrooigerecht zal in de toekomst internationaal bevoegd zijn om kennis te nemen van geschillen die betrekking hebben op Europese octrooien en Europese octrooien met eenheidswerking. Gezien zowel het Europees Octrooi met eenheidswerking als de vertaalregeling slechts enkele maanden geleden aangenomen zijn, wens ik eerst het ontstaan en de werking van beide regelingen uiteen te zetten, vooraleer ik dieper inga op het ontstaan en de werking van het Octrooigerecht en de eventuele mogelijkheid voor België om samen met de andere Beneluxlanden een afdeling op te richten van dit Gerecht. In Deel 1 worden zowel het Europees octrooi met eenheidswerking als de vertaalregeling besproken. Deel 2 zal handelen over het ontstaan en de werking van het Octrooigerecht. Deel 3 behandelt de eventuele mogelijkheid om een afdeling gemeenschappelijk aan de Benelux-landen onder te brengen in het Benelux-Gerechtshof. 6 Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van 1 januari

10 INLEIDENDE BEPALINGEN - VEU: Verdrag betreffende de Europese Unie, Pb. L., C. 83, nr 53, 30 maart 2010, p ; - VWEU: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Pb. L., C. 83, nr 53, 30 maart 2010, p ; - EOV: het Verdrag inzake de verlening van Europese Octrooien van 5 oktober 1973, zoals herzien op 17 december 1991 en 29 november 2000; - Europese Octrooiorganisatie: deze organisatie is opgericht bij het EOV en is belast met de verlening van Europese Octrooien; - EOB: het Europees Octrooibureau die de taak van de Europese Octrooiorganisatie uitvoert; - Europees Octrooi: een octrooi dat door het EOB is verleend volgens de regels en procedures zoals vastgelegd in het EOV; - Verordening Eenheidswerking: Verordening (EU) nr. 1257/2012 van de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming, Pb. nr. L 361 van 31/12/2012, p.1-8; - Verordening Vertaalregeling: Verordening (EU) nr. 1260/2012 van de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming met betrekking tot de toepasselijke vertaalregelingen, Pb Nr. L 361 van 31/12/2012, p Europees Octrooi met eenheidswerking: een Europees Octrooi dat krachtens de Verordening 1257/2012 eenheidswerking geniet in de deelnemende lidstaten; - Europees Octrooiregister: het register dat krachtens artikel 127 EOV door het EOB wordt bijgehouden; - Register voor eenheidsoctrooibescherming: het register dat deel uitmaakt van het Europees Octrooiregister waarin eenheidswerking en elke beperking, licentie, overdracht, herroeping of elk verval van een Europees Octrooi met eenheidswerking, worden geregistreerd; - UPC-Overeenkomst of de Overeenkomst: "United Patent Court": de Overeenkomst betreffende een eengemaakt Octrooigerecht van 11 januari 2013; - Octrooigerecht: het Eengemaakt Octrooigerecht dat ingevoerd wordt met de UPC-overeenkomst; - Contracterende lidstaat: een lidstaat die partij is bij de UPC-Overeenkomst. 4

11 DEEL 1: HET EUROPEES OCTROOI MET EENHEIDSWERKING EN DE VERTAALREGELING

12 HOOFDSTUK I - DE EVOLUTIE: van het voorstel van een gemeenschapsoctrooi tot de verwezenlijking van het Europees Octrooi met eenheidswerking. Afdeling 1. Het ontstaan van het Gemeenschapsoctrooi 1. Zoals ook Rome niet op één dag gebouwd is, zo is ook het octrooirecht niet even gemakkelijk en snel geëvolueerd. Het resultaat dat we op heden kennen, namelijk een ééngemaakt octrooirecht voor het ganse grondgebied van de EU is een proces van vele jaren geweest. Reeds in 1962, meer dan 50 jaar geleden, werden de eerste pogingen ondernomen om tot een geharmoniseerd octrooirecht te komen Hierna volgt in een notendop een overzicht van de verschillende stappen die geleid hebben tot het ontstaan van het Europees octrooi met eenheidswerking. Dit overzicht, dat aantoont hoe moeizaam de onderhandelingen en evoluties zijn gegaan, bevestigt dat de aangebrachte vernieuwing in het octrooirecht een werkelijke historische doorbraak is. 1. Werkgroep octrooien 8 3. In 1962 publiceerde de "werkgroep octrooien" een voorontwerp van een verdrag betreffende een Europees Octrooirecht. Dit ontwerp zou leiden tot de creatie van één octrooi dat geldig zou zijn voor de gemeenschappelijke markt en dat verleend zou worden door een, nog op te richten, Europees Octrooibureau. In 1965 werden de werkzaamheden stopgezet omwille van politieke problemen. Pas vier jaar later, in 1969 werden de werken hervat. De lidstaten hebben in dat jaar een memorandum opgesteld, waarin de grote lijnen van een Europees Octrooiverleningsysteem werden uiteengezet. In datzelfde jaar vond de intergouvernementele conferentie plaats van Luxemburg en München, die op basis van het memorandum een ontwerpconventie heeft opgemaakt. Dit heeft uiteindelijk geleid tot het Europees Octrooiverdrag. Dit verdrag liet toe dat een groep verdragsluitende staten kon bepalen dat Europese octrooien, die zijn verleend voor hun gezamenlijk grondgebied, een eenheid zouden vormen. Hiermee werd voor de eerste keer afgeweken van het oorspronkelijk idee van 1962 om één octrooi te hebben voor het volledige grondgebied van de Gemeenschap. 2. Het Verdrag van Straatsburg 9 4. Een grote stap voorwaarts werd gezet met het Verdrag van Straatsburg in Dit verdrag was gericht op de harmonisatie van de beginselen van het octrooirecht. Ten gevolge hiervan 7 J. BRINKHOF, "Enige kanttekeningen bij het voorstel voor een European and European Union Patents Court" in Liber Amicorum Ludovic DE GRYSE, 2010, Gent, J. BRINKHOF, "Enige kanttekeningen bij het voorstel voor een European and European Union Patents Court" in Liber Amicorum Ludovic DE GRYSE, 2010, Gent, Verdrag van Straatsburg van 27 maart 1963 betreffende de eenmaking van enige beginselen van het octrooirecht. De lidstaten partij bij dit verdrag zijn de volgende: Duitsland, België, Denemarken, Macedonië, Frankrijk, Ierland, Italië, Liechtenstein, Luxemburg, Nederland, het Verenigd-Koninkrijk, Zweden en Zwitserland. 6

13 werden volgende onderwerpen van de nationale octrooiwetten geharmoniseerd: de niet octrooieerbare uitvindingen, de vatbaarheid voor toepassing op het gebied van de nijverheid, de nieuwheid, de uitvinding, de inhoud van een aanvraag en de beschermingsomvang van octrooien. Deze bepalingen stemden overeen met de bepalingen opgenomen in het Europees Octrooiverdrag. Het gevolg hiervan was een eenmaking van deze bepalingen voor zowel de Europese als voor de nationale octrooien. 3. Verdrag van München van Tien jaar later werd een volgend succesvol verdrag gesloten, namelijk het Verdrag van München van 5 oktober Dit verdrag is nog steeds van belang in het octrooirecht. Allereerst dient te worden opgemerkt dat dit verdrag geen klassiek EU-instrument is. Het EOV is geen Europees instrument, maar is een verdrag gesloten tussen 38 landen, waaronder de 27 lidstaten van de Europese Unie en elf andere landen, waaronder Turkije, Zwitserland en Noorwegen. 11 Het octrooisysteem dat ingevoerd werd met het EOV is een systeem dat we tot op heden nog steeds kennen. Het Europees Octrooi, zoals ingevoerd door het EOV, is slechts een bundel van nationale octrooien, die onderhevig zijn aan de verschillende wetgevingen van de lidstaten waarvoor deze verleend zijn. Het enige dat geharmoniseerd is voor alle lidstaten is de aanvraagprocedure van een Europees Octrooi. 12 De aanvraag wordt ingediend bij het Europees Octrooibureau 13 en de aanvrager geeft bij zijn aanvraag aan voor welke lidstaten van de EU hij een octrooi wenst te verkrijgen. Eenmaal de aanvraag goedgekeurd wordt door de EOB is de octrooiaanvrager titularis van verschillende nationale octrooien voor de lidstaten die hij heeft aangeduid. 6. Dit nieuwe systeem had dermate succes dat de aanvragen voor Europese Octrooien spectaculair stegen, terwijl de aanvragen voor nationale octrooien daalden In november 2000 vond in München een conferentie plaats om de inhoud van de verdragstekst bij te werken. Deze herwerkte versie van het verdrag vormt tot op heden de grondslag voor het Europees Octrooi Verdrag van München inzake de verlening van Europese Octrooien van 5 oktober 1973, verder EOV. 11 G. VAN OVERWALLE en E. VAN ZIMMEREN, "Recente ontwikkelingen in het octrooirecht" in Intellectuele Rechten, Die Keure, 2011, Brugge, 54. De andere staten die partij zijn bij dit Verdrag zijn Albanië, Macedonië, Ijsland, Monaco, Saint-Marin, Servië, Liechtenstein en Kroatië, geconsulteerd op 21 april M. PERTEGAS SENDER, Cross-border enforcement of patent rights, Oxford University Press, 2002, New York, verder EOB 14 J. BRINKHOF, "Enige kanttekeningen bij het voorstel voor een European and European Union Patents Court" in Liber Amicorum Ludovic DE GRYSE, 2010, Gent, B. DE VUYST, Europees Octrooiverdrag aangepast, Juristenkrant 2007, afl. 159, 5. 7

14 4. Het Gemeenschapsoctrooiverdrag Gezien de Europese Octrooien onder het EOV uiteenvallen in nationale octrooien en gelet op de problemen dat dit met zich meebrengt inzake rechtszekerheid, vertaalkosten en instandhoudingskosten, bestond de wens om het octrooisysteem te hervormen naar een werkelijk Europees Octrooi. Dit octrooi zou eenzelfde rechtsgevolgen hebben voor het gehele grondgebied. Dit werd gerealiseerd met de creatie van het Gemeenschapsoctrooi. Dit was de eerste keer dat een poging werd ondernomen om tot een werkelijk eengemaakt octrooi te komen. Dit octrooi is echter nooit in werking getreden Tien jaar later vond in 1985 de conferentie van Luxemburg plaats over het Gemeenschapsoctrooi. 18 Deze conferentie diende een oplossing te bieden voor de inwerkingtreding van dit Verdrag, door de nodige wijzigingen aan het verdrag aan te brengen. 19 Dit echter zonder succes. 20 Wel was ondertussen werk gemaakt van een Protocol betreffende de beslechting van geschillen inzake inbreuken op en geldigheid van Gemeenschapsoctrooien. 21 Ook werd een stap gezet naar de creatie van een Gemeenschappelijk Hof van Beroep. Tijdens de conferentie geraakten de lidstaten het eens over het ontwerpprotocol betreffende het statuut van dit Hof. 22 Hoewel de lidstaten het eens waren geraakt omtrent de verschillende teksten en wijzigingen, is dit verdrag nooit geratificeerd geweest door de lidstaten De intergouvernementele conferenties van 1999 en Gezien de voorstellen voor een Europees Octrooi met eenzelfde werking over het grondgebied van de EU nog steeds niet van kracht waren en gelet op de nood aan harmonisatie van het octrooirecht en voornamelijk de vermindering van de kostprijs van een Europees Octrooi, werden twee intergouvernementele conferenties gehouden over dit onderwerp. De eerste vond plaats in Parijs in 1999 en daaropvolgend werd over hetzelfde onderwerp een intergouvernementele conferentie gehouden te Londen in Op 17 oktober 2000 werd het Protocol van Londen ondertekend. Dit protocol heeft tot doel de vermindering van de vertaalkosten van het Europees Octrooi. Deze doelstelling wordt bereikt door de verplichtingen inzake vertaling van Europese Octrooien in sommige gevallen deels of 16 Verdrag betreffende het Europees Octrooi voor de gemeenschappelijke markt van 15 december M. PERTEGAS SENDER, Cross-border enforcement of patent rights, Oxford University Press, 2002, New York, J. HUYDECOPER en C. van NISPEN, Industriële eigendom, Kluwer, 2002, Deventer, M. PERTEGAS SENDER, Cross-border enforcement of patent rights, Oxford University Press, 2002, New York, M. PERTEGAS SENDER, Cross-border enforcement of patent rights, Oxford University Press, 2002, New York, E. VAN NIEUWENHOVEN, J. HUYDECOPER en C. VAN NISPEN, Industriële eigendom, bescherming van technische innovatie, Kluwer, 2002, Deventer, R. BARENTS, Industriële en intellectuele eigendom, Kluwer, 2004, Deventer, M. PERTEGAS SENDER, Cross-border enforcement of patent rights, Oxford University Press, 2002, New York, 10. 8

15 volledig te laten vervallen. 24 Dit protocol werd ondertekend door dertien 25 landen. 26 Als gevolg van de ratificatie van dit Protocol door Frankrijk trad het in werking acht jaar na de ondertekening, namelijk op 1 mei België heeft het verdrag nog niet geratificeerd en deze vindt dan ook geen toepassing op octrooiaanvragen voor het Belgische grondgebied. 27 Dankzij het Protocol van Londen zijn de vertaalkosten met 50% gedaald. 28 Tot de inwerkingtreding van dit verdrag maakten de vertaalkosten 40% uit van de totale kost van een Europees Octrooi. 29 Afdeling 2. De evolutie naar het Europees Octrooi met eenheidswerking. 12. Hoewel er reeds een aantal belangrijke stappen waren gezet om het octrooisysteem te verbeteren en volledig te harmoniseren, heeft dit nooit tot een bevredigend resultaat geleid. De nood om het octrooisysteem verder te harmoniseren was echter nog altijd aanwezig. Om van een daadwerkelijk geünificeerd Europees Octrooi te kunnen spreken, dient dit octrooi niet enkel materieelrechtelijk een Europese strekking te hebben, maar dient een bijhorend taalregime te worden uitgewerkt. Bovendien dienen de vorderingen met betrekking tot het Europees Octrooi gericht te worden tot één centraal gerecht dat exclusief bevoegd is om kennis te nemen van geschillen met betrekking tot die octrooien. Op deze manier zouden gespecialiseerde rechters in octrooien de desbetreffende zaken behandelen. Dit zou niet alleen leiden tot een betere kwaliteit van de rechtspraak, maar vooral tot meer eenvormigheid en lagere procedurekosten. Deze belangrijke driedeling, namelijk het materieel recht, de vertaling en een eengemaakt gerecht, is de basis geweest van de verdere onderhandelingen over het Europees Octrooi met eenheidswerking. Deze driedeling vinden we uiteindelijk ook terug in de drie verschillende teksten die aangenomen zijn en die samen het "pakket eenheidsoctrooi" vormen. Hieronder wordt geschetst hoe de Verordening tot instelling van een Europees Octrooi met eenheidswerking en de Verordening tot instelling van de vertaalregeling zijn ontstaan. 1. De eenheidsoctrooibescherming 13. Een belangrijke stap tot de creatie van het Europees Octrooi met eenheidwerking werd gezet door de Europese Commissie. Op 1 augustus 2000 heeft ze een voorstel aangenomen, vergezeld van een toelichting, om een verordening van de Raad betreffende het Gemeenschapsoctrooi op te stellen. 30 Deze benaming "Gemeenschapsoctrooi" is de voorganger van het Europees octrooi 24 Artikel 1 Protocol van London. 25 Denemarken, Frankrijk, het Verenigd-Koninkrijk, Ijsland, Letland, Litouwen, Luxemburg, Monaco, Nederland, Zwitserland, Slovenië en Zweden. 26 G. VAN OVERWALLE en V. VANOVERMEIRE, De toekomst van het Europees Octrooirecht, in C. BEVERNAGE, S. CALLENSS et al., "Recht in beweging, 16 de VRG-Alumnidag 2009", Maklu, Antwerpen, 2009, geraadpleegd op 21 april G. KOLLE, "Reform of the European Patent System", IRDI 2001, G. KOLLE, "Reform of the European Patent System", IRDI 2001, Proposal for a Council Regulation on the Community Patent, 1 august 2000, COM(2000) 412 final. 9

16 met eenheidswerking. De Europese Commissie wenste naast het Europees Octrooi een Gemeenschapsoctrooi te creëren, dat een instrument zou zijn van de Europese Unie en dat het gehele grondgebied van de Europese Unie zou dekken. Met andere woorden een instrument dat niet uiteen zou vallen in een bundel van nationale octrooien. 14. De Europese Commissie heeft in het jaar 2000 geopteerd voor de invoering van dergelijk octrooi door middel van een verordening en niet van een richtlijn. De Commissie was van oordeel dat aan de lidstaten geen beoordelingsruimte mocht worden overgelaten inzake het gemeenschapsrecht dat van toepassing is op octrooien, het administratief beheer en de rechtsgevolgen van het Gemeenschapsoctrooi. 31 Wat het materieel recht betreft van dit Gemeenschapsoctrooi zijn er geen verschillen met het Gemeenschapsoctrooiverdrag van De Verordening voorzag dat de Europese Unie zou toetreden tot het Europees Octrooiverdrag en dat het grondgebied van de Unie aangewezen zou kunnen worden als het grondgebied, waarvoor een uitvinder bescherming wenst te verkrijgen. Dit had tot gevolg dat de bepalingen van het EOV van toepassing zouden zijn op het Gemeenschapsoctrooi. De Verordening zelf beperkte zich voornamelijk tot het beheer en de rechtsgevolgen van het Gemeenschapsoctrooi. 16. Juridisch gezien zou de aanvraag van een Gemeenschapsoctrooi een Europese octrooiaanvraag blijven, met dien verstande dat het grondgebied van de Europese Gemeenschap aangeduid zou worden als het gebied waarvoor men bescherming wenst te verkrijgen. Het is pas eenmaal het Europees Octrooibureau het octrooi verleend heeft, dat het octrooi een Gemeenschapsoctrooi zou worden. 33 Het bestaan van het Gemeenschapsoctrooi zou niet belet hebben dat uitvinders nog beroep konden doen op nationale en Europese Octrooien. De drie systemen zouden naast elkaar voortbestaan. Het EOB zou ook voor het Gemeenschapsoctrooi het bevoegd orgaan zijn gebleven om octrooiaanvragen te onderzoeken en om de Gemeenschapsoctrooien te verlenen, hoewel dit bureau geen communautair orgaan is Hoewel dit systeem van gemeenschapsoctrooi zeer goed uitgewerkt was, met onder andere voorstellen voor een verordening van de Europese Commissie en de Raad van de EU, working papers, rapporten van werkgroepen en hoorzittingen heeft het voorstel de unanimiteitsvereiste niet behaald. 35 Hierna hebben zowel de Raad van Europa als het Europees Parlement nog geijverd om een akkoord te bereiken, doch zonder succes. 36 De gesprekken omtrent het Gemeenschapsoctrooi zijn opnieuw opgestart in de Raad nadat in april 2007 de Europese 31 G. VAN OVERWALLE, "Intellectuele rechten: veel nieuws!", Themis nr. 12 6/2001, G. VAN OVERWALLE, "Intellectuele rechten: veel nieuws!", Themis nr. 12 6/2001, G. VAN OVERWALLE, "Intellectuele rechten: veel nieuws!", Themis nr. 12 6/2011, G. VAN OVERWALLE, "Intellectuele rechten: veel nieuws!", Themis nr. 12 6/2011, G. VAN OVERWALLE en E. VAN ZIMMEREN, "Recente ontwikkelingen in het octrooirecht" in Intellectuele Rechten, Die Keure, 2011, Brugge, COM(2000) 412 C5-0461/ /0177(CNS), JO C 127 E van 29 mei 2003, 519; document Raad van Europa n 7159/03. 10

17 Commissie een mededeling had aangenomen met als titel 'het verbeteren van het octrooisysteem in Europa 37 '. 38 Deze mededeling bevestigde het engagement van de lidstaten om te werken aan een eengemaakt gemeenschapsoctrooi. 18. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december , die het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap wijzigde, is een meer specifieke juridische basis ontwikkeld voor de creatie van Europese intellectuele eigendomsrechten. Deze juridische basis is terug te vinden in artikel 118, lid 1 VWEU: In het kader van de totstandbrenging en de werking van de interne markt stellen het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure, de maatregelen vast voor de invoering van Europese titels om een eenvormige bescherming van de intellectuele eigendomsrechten in de hele Unie te bewerkstelligen, en voor de instelling van op het niveau van de Unie gecentraliseerde machtigings-, coördinatie- en controleregelingen. 19. Ten gevolge hiervan heeft de Raad in december 2009 conclusies aangenomen betreffende 'een verbeterde octrooisysteem in Europa 40 ' en een algemene oriëntatie van het voorstel van een reglement voor het Europees Octrooi. 41 Met deze laatste tekst is de terminologie inzake octrooien gewijzigd. Door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon wordt er thans niet meer gesproken van het Gemeenschapsoctrooi, maar van het Europees Octrooi met eenheidswerking. 20. Na enige tijd hebben het Europees Parlement en de Raad op 13 april 2011 een voorstel voor een verordening tot het aangaan van nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming geformuleerd. 42 Dit voorstel is geformuleerd binnen het kader van de nauwere samenwerking die voordien door de lidstaten, behalve Spanje en Italië was aangegaan. Over het ontstaan van deze nauwere samenwerking wordt hieronder 43 dieper op ingegaan. Dit voorstel van het Parlement en de Raad werkt, in tegenstelling tot het voorstel geformuleerd door de Commissie in 2000, verder op het reeds bestaande systeem voor Europese 37 Communication from the Comission to the European Parliamant and the Council, Enhancing the patent system in Europe, 3 april 2007, COM(2007) 165, 38 Voorstel reglement van de Raad en het Europees Parlement uitvoering gevende aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming, COM(2011) 215, Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de oprichting van de Europese Gemeenschap, ondertekend te Lissabon, 13/12/2007, 2007/C 306/01, Pb. L. 17 december 2007, Verbetering van de octrooiregeling in Europa, 7 december 2009, Document n 17229/09 van de Raad van de Europese Unie, 41 Addendum to the note, Proposal for a council Regulation on the Community Patent General Approach, 27 November 2009, Document n 16113/09 ADD 1 van de Raad van de Europese Unie, 42 Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council, implementing enhanced cooperation in the area of the creation of unitary patent protection, 13 april 2011, COM(2011)215, 43 Randnummer 32 ev. 11

18 Octrooien. De Europese Unie heeft met andere woorden geen nieuwe titel in het leven willen roepen, maar heeft gebruik gemaakt van een mogelijkheid die voorzien is in het Europees Octrooiverdrag 44. Artikel 142 EOV stelt dat een aantal lidstaten van het EOV samen kunnen beslissen dat octrooien die voor hun grondgebieden worden verleend, eenheidswerking verkrijgen. 21. Deze tekst is, na de nodige amendementen, in het Europees Parlement gestemd op 11 december Dit voorstel van verordening heeft de gewone Europese wetgevende procedure 45 doorlopen. Het resultaat van de stemming is dat 484 parlementsleden voor hebben gestemd, 164 tegen en 35 hebben zich onthouden. 46 Op 17 december 2012 werd de verordening aangenomen door de Raad en werd de finale akte getekend, wat ineens het einde van de procedure met zich meebracht. Deze verordening zal van toepassing zijn vanaf 1 januari 2014 of, indien dit later is, vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke Octrooigerecht. 47 Hierop bestaat één uitzondering. Het Europees Octrooi met eenheidswerking zal slechts eenheidswerking hebben in die lidstaten die de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijk Octrooigerecht hebben geratificeerd. 48 Dit betekent met andere woorden dat in het geval de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijk Octrooigerecht in werking is getreden op 1 januari 2014, maar dat slechts veertien lidstaten deze overeenkomst hebben geratificeerd, het Europees Octrooi met eenheidswerking slechts eenzelfde rechtsgevolgen zal ressorteren in die veertien lidstaten. 22. Het Europees Octrooi met eenheidswerking zal bestaan naast de nationale octrooien en de Europese Octrooien en zal eveneens verleend worden door het EOB. 2. De vertaalregeling a) Protocol van London Zoals reeds vermeld, maakten de vertaalkosten van het Europees Octrooi ongeveer 40% uit van de totale kost van een octrooi. Het was dan ook essentieel om een akkoord te bereiken over een verlaging van deze kosten, indien het Europees Octrooi competitief wou blijven ten aanzien 44 E. DE GRYSE, E. en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, Voor meer informatie hieromtrent, zie: "De Gids van de Gewone wetgevende procedure", Artikel 7.2 Verordening Vertaalregeling. 48 P. VERON, The Unified Patent Court, state of the play in January 2013, C5's 5 th forum on Biotech&Pharma Patent Litigation, Amsterdam, 29 January 2013; M. ALT, The Unitary Patent: the system, the choices, the strategies, Slideshow, March 2013, Bird&Bird LLP. 49 Verdrag inzake de toepassing van artikel 65 van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien van 17 oktober

19 van octrooien verleend buiten Europa. Een eerste poging werd gedaan met de inwerkingtreding van het Protocol van Londen van 17 oktober 2000, die zoals reeds vermeld, op 1 mei 2008 in werking is getreden. Dit protocol voorziet in een vereenvoudigde vertaalregeling. Deze regeling bestaat erin dat een octrooidossier ingediend in één van de officiële talen van het EOB, zijnde het Frans, Duits of Engels, niet verder vertaald hoeft te worden. 50 Wel blijven de lidstaten de mogelijkheid behouden om een vertaling te vragen van de vorderingen die worden ingesteld tegen het octrooi. 51 De titularis van het octrooi kan ook gehouden worden een vertaling te leveren, op vraag van een vermeende overtreder of van een nationale rechtbank. Dit akkoord is echter weinig succesvol geweest, gezien slechts 18 van de 38 staten die lid zijn bij het EOB dit protocol hebben ondertekend. 52 In België is dit protocol nooit in werking getreden. b) Verordening van de Raad van 17 december Hoewel het London Protocol geleid heeft tot een vermindering van de vertaalkosten was de vertaalregeling, voorzien in dit protocol, niet voldoende om toegepast te worden op het Europees Octrooi met eenheidswerking. De onderhandelingen over een nieuw en meer verregaand akkoord, dat eigen zou zijn aan het Europees octrooi met eenheidswerking, dienden verder gezet te worden. Na herhaalde bijeenkomsten van de Raad van Europa in 2003 en 2004 concludeerde men dat de Raad niet in staat was een politiek akkoord over de verordening betreffende het Gemeenschapsoctrooi te bereiken. Het voornaamste probleempunt was het vinden van een gepaste vertaalregeling. 53 De jaren hieropvolgend werden de besprekingen over de vertaalregeling verder gezet, zonder enig succes. De Commissie heeft aangeboden om samen met de lidstaten op zoek te gaan naar een benadering van de vertaalregelingen met het oog op het verminderen van de vertaalkosten en het bevorderen van de verspreiding van octrooiinformatie in alle officiële EU-landen Met de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie werd een nieuwe wetgevingsprocedure ingediend, volgens dewelke de Raad de talenregelingen met betrekking tot de Europese titels dient vast te stellen. De Raad dient met eenparigheid van stemmen over dergelijke regeling te beslissen en dit na raadpleging van het Europees Parlement. 55 Dit alles wordt vooropgesteld door artikel 118, lid 2 VWEU. Dit artikel stelt verder dat de instelling van een eenheidsoctrooibescherming niet mogelijk is zonder een akkoord over de 50 Artikel 1, lid 2 London Protocol. 51 Artikel 1, lid 3 London Protocol. 52 Status of accession and ratification, geconsulteerd 25 januari Voorstel voor een besluit van de Raad houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming COM(2010) 790 van Voorstel voor een besluit van de Raad houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming COM(2010) 790 van Artikel 118, lid 2 VWEU. 13

20 van toepassing zijnde vertaalregelingen. Dit betekent dat de Verordening met de materiële bepalingen van de eenheidsoctrooibescherming niet in werking kon treden, zolang er geen consensus bereikt was over de vertaalregeling van dit octrooi. Op basis hiervan heeft de Commissie op 30 juni 2010 een voorstel voor een Verordening van de Raad inzake de vertaalregelingen voor het Europees Octrooi aangenomen. 56 De vertaalregeling die door de Commissie werd voorgesteld is een regeling die een aantal jaren daarvoor, namelijk in 2008, door het Sloveense voorzitterschap werd voorgesteld en dat voortbouwt op het bestaande regime van de EOB. 57 Het voorstel stelt eerst en vooral voor dat elke octrooiaanvrager het Gemeenschapsoctrooi zou kunnen indienen in zijn eigen taal indien hij afkomstig is van een EUlidstaat die een andere taal dan het Engels, Frans of Duits kent als officiële taal. De kosten van vertaling van deze aanvraag in één van de officiële talen van het EOB zouden voor vergoeding door het EOB in aanmerking komen. Dit noemt men een afspraak van vergemeenschappelijking 58 van de kosten. 59 De aanvrager zal zelf kunnen beslissen in welke officiële taal van het EOB hij zijn aanvraag vertaald wil zien. Indien de aanvraag van het octrooi reeds in één van de officiële talen van het EOB werd ingediend, zou geen vertaling meer vereist zijn van deze aanvraag in de andere officiële talen. Het verleende octrooi zou dan in de taal van de aanvraag onderzocht en verleend worden en uiteindelijk gepubliceerd. Deze versie zou dan erkend worden als de authentieke tekst van het octrooi. De publicatie zou verder een vertaling bevat hebben van de conclusies in de twee andere officiële talen van het EOB. Een vertaling in andere talen zou slechts vereist zijn geweest in het geval van een geschil betreffende dat octrooi. 60 Een automatisch vertaalsysteem zou instaan voor de vertaling van EU-octrooien en de desbetreffende aanvragen in alle officiële talen van de Unie. Wel zouden deze vertalingen enkel dienen voor informatieve doeleinden en ze zouden dan ook geen rechtskracht bezitten. 26. Hoewel dit voorstel in de maanden juli en september 2010 uitvoerig besproken is geweest, bleven Spanje en Italië zich verzetten tegen dit voorstel. Voor deze lidstaten bleef het onaanvaardbaar dat geen vertaling meer vereist was in de officiële landstaal van de lidstaat waarvoor de aanvraag werd ingediend. 61 Niettemin werd onder het Belgisch voorzitterschap alle 56 Voorstel voor een verordening (EU) van de Raad inzake de vertaalregelingen voor het EU-octrooi COM(2010) 350 van Werkdocument, Herzien Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende het Gemeenschapsoctrooi, 23 mei 2008, Document 9465/08 van de Raad van de Europese Unie, 58 Ook gekend als mutualisation. 59 J. ERAUW, De toekomst van het Benelux-Gerechtshof, met speciale aandacht voor de bevoegdheden inzake intellectuele eigendom Nieuwe competenties in het veld van octrooien, Voordracht gehouden in de Belgische senaat in de Plechtige zitting over het Benelux Gerechtshof, 9 oktober 2009, 9, 60 G., VAN OVERWALLE en E., VAN ZIMMEREN, "Recente ontwikkelingen in het octrooirecht" in Intellectuele Rechten, Die Keure, 2011, Brugge, G., VAN OVERWALLE en E., VAN ZIMMEREN, "Recente ontwikkelingen in het octrooirecht" in Intellectuele Rechten, Die Keure, 2011, Brugge,

21 mogelijke moeite gedaan om tot een aanvaardbaar compromis te komen. Reeds dan was het duidelijk dat het bereiken van unanimiteit omtrent een vertaalregeling een zeer zware taak ging worden. Na het falen van nieuwe pogingen in oktober 2010 hebben verschillende lidstaten te kennen gegeven dat ze bereid waren om een nauwere samenwerking aan te gaan betreffende de vertaalregeling. 62 Dit in het geval de Raad niet in staat was om voor het einde van het jaar 2010 tot een akkoord te komen. De nauwere samenwerking biedt de mogelijkheid aan lidstaten, om als laatste uitweg verder te gaan op een specifiek gebied, wanneer door de Europese Unie als geheel geen akkoord kan worden bereikt binnen een redelijke termijn. Vereist wordt dat minstens negen lidstaten de wens hebben geuit om gebruik te maken van deze procedure. 63 Door over te gaan naar een nauwere samenwerking wordt de vereiste van unanimiteit, zoals vooropgesteld door artikel 118, lid 2 VWEU, uitgeschakeld en zouden de lidstaten die wel bereid zijn om tot een compromis te komen omtrent de vertaalregeling van het Europees octrooi met eenheidswerking een regeling kunnen treffen. De gebruikmaking van de procedure van nauwere samenwerking is zeer uitzonderlijk en is tot nu toe slechts één keer toegestaan. De enigste keer dat de procedure van nauwere samenwerking werd aangegaan was om toepasselijk recht dat van toepassing is op echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed te bepalen. 64 Op de Raad Concurrentievermogen van 10 november 2010 is vastgesteld dat er geen unanimiteit bestond om verder te gaan met de voorgestelde verordening van de Raad betreffende de vertaalregeling voor het EU-octrooi. 65 Er werd dus bevestigd dat er onoverkomelijke moeilijkheden bestonden die een beslissing bij unanimiteit in de nabije toekomst onmogelijk maakten. Gezien de bestaande moeilijkheden en de wens van een aantal lidstaten om toch tot een compromis te komen en vooruitgang te boeken met het Europees Octrooi met eenheidswerking hebben twaalf lidstaten een formeel verzoek tot de Commissie gericht, waarin zij aangeven dat zij een onderling nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming wensten tot stand te brengen. Ze hebben aan de Commissie gevraagd om hierover een voorstel aan de Raad voor te leggen. De twaalf lidstaten die dit verzoek geformuleerd hebben, zijn Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Polen, Slovenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk De rechtsgrondslag voor het aangaan van een nauwere samenwerking tussen een aantal lidstaten is terug te vinden in de artikelen 20 VEU en de artikelen 326 tot en met 334 VWEU. Het 62 Voorstel voor een besluit van de Raad houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming COM(2010) 790 van , Artikels 20 VEU en 326 tot en met 334 VWEU. 64 G., VAN OVERWALLE en E., VAN ZIMMEREN, "Recente ontwikkelingen in het octrooirecht" in Intellectuele Rechten, Die Keure, 2011, Brugge, Persmededeling van de buitengewone zitting van de Raad "Concurrentievermogen (Interne Markt, Industrie, Onderzoek en Ruimtevaart)", 16041/10 van Voorstel voor een besluit van de Raad houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming COM(2010) 790 van

22 voorstel van de Commissie dat gericht is aan de Raad houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan is gebaseerd op artikel 329, lid 1 VWEU. Dit artikel stelt dat: " de lidstaten die onderling een nauwere samenwerking wensen aan te gaan op een van de gebieden die onder de Verdragen vallen, met uitzondering van de gebieden van exclusieve bevoegdheid en het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, richten een verzoek tot de Commissie, met opgave van het toepassingsgebied en de met de voorgenomen nauwere samenwerking nagestreefde doelstellingen. De Commissie kan bij de Raad een voorstel in die zin indienen. Indien de Commissie geen voorstel indient, deelt zij de redenen daarvan mee aan de betrokken lidstaten. De toestemming om een in de eerste alinea 1 bedoelde nauwere samenwerking aan te gaan, wordt verleend door de Raad, op voorstel van de Commissie en na goedkeuring door het Europees Parlement". 28. Verder stelt artikel 20, lid 2 VEU dat een besluit houdende machtiging om over te gaan tot nauwere samenwerking slechts in laatste instantie kan worden vastgesteld, wanneer de Raad vaststelt dat de met de nauwere samenwerking nagestreefde doelstellingen niet binnen een redelijke termijn door de Unie in haar geheel kunnen worden verwezenlijkt en mits ten minste negen lidstaten aan de nauwere samenwerking deelnemen Gezien de blijvende moeilijkheden om tot een consensus te komen tussen de lidstaten en gezien de noodzakelijkheid van het bestaan van een vertaalregeling om een eenheidsoctrooibescherming te kunnen instellen, was het overgaan tot een nauwere samenwerking tussen de welwillende lidstaten de enige mogelijkheid om vooruitgang te boeken in dit dossier. 30. De Commissie heeft, in haar voorstel voor een besluit van de Raad, geconcludeerd dat de voorwaarden om nauwere samenwerking aan te gaan vervuld zijn. 68 Eenmaal de nauwere samenwerking goedgekeurd was, lag de weg open voor de welwillende lidstaten om een akkoord te bereiken omtrent de vertaalregeling. Uiteindelijk werd aan het, onder Belgisch voorzitterschap bereikte, compromis niet meer geraakt. In juni 2011 verklaarde de Europese Raad zich bijgevolg akkoord met de voorstellen van verordening opgemaakt door de Europese Commissie, zijnde het Voorstel Verordening Eenheidswerking, waarover meer hieronder, en het Voorstel Verordening Taalregeling. 69 Eenmaal de Europese Raad groen licht had gegeven, lag de bal bij het Europees Parlement. Dit voorstel is door de Commissie Juridische Zaken van het Europees Parlement goedgekeurd geworden op 20 december 2011 na onderhandelingen met de Raad en de 67 Artikel 20, lid 2 VEU. 68 Voorstel voor een besluit van de Raad houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming COM(2010) 790 van , Proposol for Council Regulation implementing enhanced cooperation in the area of the creation of unitary patent protection with regard to the applicable translation agreements, 2011/

23 Commissie. 70 Hoewel er reeds een lange weg is afgelegd, diende de tekst nog goedgekeurd te worden in de plenaire vergadering van het Parlement. 31. Op 11 december 2012 heeft het Europees Parlement zijn goedkeuring toegekend aan het commissievoorstel inzake de vertaalregeling, zoals geamendeerd door het Parlement. 71 Uiteindelijk heeft de verordening met betrekking tot de toepasselijke vertaalregeling het licht gezien op 17 december Deze verordening is van toepassing vanaf 1 januari 2014 of vanaf de datum van inwerkingtreding van de UPC-Overeenkomst. 73 Vereist is echter dat deze verordening op dezelfde dag van toepassing wordt als Verordening Eenheidswerking die de materiële bepalingen bevat over het Europees Octrooi met eenheidswerking. 74 c) Vordering tot nietigverklaring ingeleid door Spanje en Italië 32. Vooraleer verder in te gaan op de inhoud van deze verordening is het van belang om aan te stippen dat Spanje en Italië zich niet zomaar hebben neergelegd bij de beslissing om zonder hen verder te werken aan de vertaalregeling van het Europees Octrooi met eenheidswerking. Beide landen hebben op 3 en 10 juni een vordering tot nietigverklaring ingesteld tegen de beslissing van de Europese Raad van 10 maart 2011, waarbij de toestemming werd verleend tot nauwere samenwerking op het gebied van eenheidsoctrooibescherming. Overeenkomstig artikel 263 VWEU kan het Hof van Justitie de wettigheid nagaan van de handelingen van de organen of instanties van de Unie waarmee rechtsgevolgen ten aanzien van derden worden beoogd. De sanctie voor dergelijke onwettige handelingen is de nietigheid Spanje heeft verschillende argumenten aangevoerd. Allereerst stelt Spanje dat de procedure van nauwere samenwerking aangewend is met het doel Spanje uit te sluiten van de onderhandelingen. Volgens Spanje hadden de nagestreefde doelstellingen verwezenlijkt kunnen worden door middel van een bijzondere overeenkomst zoals bedoeld in artikel 142 EOV. Artikel 142 EOV stelt dat: Elke groep Verdragsluitende Staten die, in een bijzonder akkoord, bepaald 70 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2012 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot het aangaan van nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming met betrekking tot de toepasselijke vertaalregelingen (COM(2011) C7-0145/ /0094(CNS)), //EP//TEXT+TA+P7-TA DOC+XML+V0//NL. 72 Verordening (EU) nr. 1260/2012 van de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming met betrekking tot de toepasselijke vertaalregelingen, Publicatieblad Nr. L 361 van 31/12/2012, p , 'hierna verkort: Vo. Vertaalregeling'. 73 Artikel 7.2 Verordening Vertaalregeling. 74 Overweging 14 Verordening Vertaalregeling. 75 HvJ, 3 juni 2011, C-274/11, Koninkrijk Spanje t. Raad van de EU, HvJ, zaak C-295/11, Italië t. Raad van de EU. 76 Artikel 264 VWEU. 17

24 heeft dat de voor die Staten verleende Europese Octrooien een eenheidskarakter zullen hebben voor het geheel van hun grondgebieden, kan erin voorzien dat de Europese Octrooien enkel gezamenlijk voor al die Staten zullen kunnen worden verleend. De bepalingen van dit deel zijn van toepassing wanneer een groep Verdragsluitende Staten gebruik heeft gemaakt van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid. (eigen markering). Spanje argumenteert met andere woorden dat de lidstaten die zijn overgegaan tot nauwere samenwerking eerder een bijzonder akkoord hadden moeten sluiten. In dit bijzonder akkoord zouden ze kunnen voorzien in het eenheidskarakter van octrooien binnen hun grondgebied, zonder dat het octrooi met eenheidswerking een Europees instrument werd. 34. Verder argumenteert Spanje dat de afwezigheid van een geschillenbeslechting betreffende octrooien die vallen onder het Unierecht een inbreuk vormt op het gerechtelijk systeem van de Europese Unie. Indien het Hof van Justitie zou oordelen dat de materieelrechtelijke bepalingen van een eenheidsoctrooi kunnen worden vastgesteld zonder dat voorzien is in een stelsel van geschillenbeslechting betreffende deze titels, dan argumenteert Spanje in subsidiaire orde dat er niet voldaan is aan de voorwaarden inzake de nauwere samenwerking: - schending van artikel 20, lid 1 VEU, doordat de nauwere samenwerking in casu geen uiterste middel is, niet voldoet aan de doelstellingen van het VEU, en zij betrekking heeft op gebieden die van de nauwere samenwerking zijn uitgesloten omdat die onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie vallen; - schending van artikel 326 VWEU, doordat de nauwere samenwerking in casu in strijd is met het non-discriminatiebeginsel en de interne markt en de economische, sociale en territoriale samenhang raakt, waardoor het handelsverkeer tussen de lidstaten wordt achtergesteld en de mededinging tussen hen wordt verstoord; - schending van artikel 327 VWEU, doordat de nauwere samenwerking afbreuk doet aan de rechten van het Koninkrijk Spanje, dat niet aan deze samenwerking deelneemt. 35. Deze argumentatie die door Spanje in subsidiaire orde is aangevoerd, wordt door Italië in hoofdorde aangebracht. Dit is meteen ook het grootste verschil tussen het beroep ingesteld door Italië en Spanje. Italië zwijgt over het ontbreken van een geschillenbeslechtingssysteem en voert evenmin aan dat de procedure tot nauwere samenwerking gebruikt wordt om deze lidstaat uit te sluiten HvJ, C-295/11, Italië v. Raad van de EU, Jur. I, 2011,

25 36. Op de vraag of de procedure van nauwere samenwerking al dan niet noodzakelijk was, dan wel of de lidstaten via een andere weg een compromis hadden moeten bereiken, antwoordt advocaat-generaal Bot in zijn conclusie van 11 december 2012 dat het Hof zijn eigen beoordeling van een economische situatie of van de noodzaak of de geschiktheid van de maatregelen niet in de plaats van die van de Raad kan stellen Nadat de advocaat-generaal zeer uitgebreid ingaat op de verschillende middelen aangevoerd door de partijen, concludeert hij dat het Hof van Justitie de beroepen van Spanje en Italië moet verwerpen. Volgens Advocaat-generaal BOT valt de invoering van het Europees Octrooi met eenheidswerking wel onder de exclusieve bevoegdheden van de Unie. Hierbij verwijst hij naar de artikelen 3, lid 1 VWEU en 4, lid 2 VWEU die beiden expliciet stellen dat de vaststelling van mededingingsregels die voor de werking van de interne markt nodig zijn en interne markt in se onder de gedeelde bevoegdheden vallen van de Unie en de lidstaten. 79 Het VWEU bevat volgens hem een exhaustieve en niet slechts een indicatieve opsomming van de exclusieve bevoegdheden van de Unie. Verder stelt hij dat er geen sprake is van misbruik van bevoegdheid in hoofde van de Raad. Dat een aantal staten uitgesloten worden van de onderhandelingen is het gevolg van hun wens om niet deel te nemen aan de samenwerking en dit is eigen aan het mechanisme van de nauwere samenwerking. De uitsluiting is trouwens niet onomkeerbaar, daar de nauwere samenwerking ten alle tijde openstaat voor alle lidstaten overeenkomstig artikel 328, lid 1, eerste alinea VWEU. Het al dan niet bestaan van een specifiek geschillenbeslechtingssyteem is volgens hem irrelevant om uitspraak te doen over deze vorderingen tot nietigverklaring. Het Hof van Justitie dient slechts na te gaan of aan de voorwaarden voor het aangaan van nauwere samenwerking is voldaan overeenkomstig artikel 20 VEU en de artikelen 326 VWEU en volgende. 80 Vervolgens stelt advocaat-generaal BOT dat de Raad terecht heeft geconcludeerd dat er geen unanimiteit bereikt zou kunnen worden over het Europees Octrooi met eenheidswerking, gelet op de jarenlange discussies en de veelvuldige mislukkingen. De gebruikelijke wetgevingsprocedures boden geen oplossing voor dit probleem op het moment zelf, noch voor de toekomst. De nauwere samenwerking was bijgevolg het laatste middel om de nagestreefde doelstellingen te bereiken. 81 Volgens advocaat-generaal BOT draagt dit Europees Octrooi met eenheidswerking bij tot de harmonieuze ontwikkeling van de Unie en zouden alle marktdeelnemers voordeel kunnen hebben bij de invoering van dit octrooi Conclusie advocaat-generaal Y. BOT, 11 december 2012, 4, 'hierna verkort: Conclusie advocaat-generaal.' 79 Conclusie advocaat-generaal, Conclusie advocaat-generaal, Conclusie advocaat-generaal, Conclusie advocaat-generaal,

26 38. Uiteindelijk heeft het Hof van Justitie in deze zaak een uitspraak geveld op 16 april Het Hof van Justitie heeft de beroepen van Spanje en Italië verworpen. De beslissing van de Europese Raad van 10 maart 2011, waarbij de toestemming werd verleend tot nauwere samenwerking op het gebied van unitaire octrooibescherming is geldig en wordt dus niet vernietigd. 83 HvJ, 47/2013, Spanje v. Raad van de EU, Jur. I,

27 Afdeling 3. De redenen voor het ontstaan van een Europees Octrooi met eenheidswerking en een eengemaakt Octrooigerecht. 39. De redenen dat er reeds zoveel jaren gesproken en onderhandeld wordt over een Europees Octrooi met eenheidswerking zijn tweeërlei. Allereerst is de kostprijs van het Europees Octrooi nog steeds te hoog, gezien na de verlening ervan dit octrooi beschouwd wordt als een bundel van nationale octrooien en onder de nationale octrooiwetgeving vallen. Ten tweede leidt het ontstaan van dergelijk bundel van nationale octrooien tot onzekerheid op het vlak van de gerechtelijke procedures. 1. De kostprijs 40. Een van de belangrijkste ontstaansoorzaken van het Europees Octrooi met eenheidswerking zijn de te hoge kosten die gepaard gaan met het Europees Octrooi, waaronder de vertaalkosten en de instandhoudingskosten. Het Europees Octrooi met eenheidswerking biedt eindelijk een antwoord op de klachten van ondernemingen, meer specifiek van KMO's en van spin-off bedrijven, universiteiten en hun onderzoekscentra, dat het aanvragen en het behouden van een Europees Octrooi zeer duur is ten opzichte van het aanvragen en behouden van octrooien in het buitenland. Bovendien wordt vaak tegen een lagere prijs is het buitenland bescherming geboden voor een groter rechtsgebied, bijvoorbeeld de Verenigde Staten. 84 Een octrooihouder die titularis is van een Europees Octrooi dient de verplichtingen van elke lidstaat, waarvoor het octrooi verleend is, na te komen. 85 Deze verplichtingen hebben betrekking op de instandhoudingskosten, de vereiste vertalingen en de administratieve procedures. Dit alles komt de octrooihouder zeer duur uit. Deze tabel toont het verschil in kostprijzen tussen octrooien aangevraagd in de EU, de Verenigde Staten en Japan. Comparison of costs and fees (Euro) payable in the European patent system (EPC), United States and Japan. 86 Filing/ Examination Grant Renewal Translation Agent's Total Search fees fees fees costs fees fees EPC US n/a Japan n/a X., [Vrije Tribune] "Noodzaak tot oprichting van een nationale afdeling van het nieuwe Europese Octrooigerecht ("Unified Patent Court")", IRDI 2013, afl 1, E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, E., NOOTEBOOM en G., VAN OVERWALLE, "The Proposal for a Council Regulaion on the Community Patent", IRDI 2001,

28 41. Zoals uit deze tabel afgeleid kan worden, kost een Europees Octrooi, aangevraagd voor acht lidstaten, ongeveer , waarvan 25% van deze prijs vertaalkosten zijn. Met het Europees Octrooi met eenheidswerking zou de prijs, op termijn 87, moeten dalen tot Dit heeft tot gevolg dat het aanvragen van een Europees Octrooi met eenheidswerking zeer aantrekkelijk wordt. Het zou bovendien de concurrentiepositie van de ondernemingen kunnen verbeteren. De verlaagde kostprijs zal ook de innovatie stimuleren, wat op zijn beurt weer gevolgen heeft voor de economische groei Harmonisatie van de rechtspraak 42. Volgens het huidige regime dient een octrooihouder, op wiens octrooi een inbreuk wordt gepleegd door een derde in meerdere landen, een procedure op te starten in al deze lidstaten om de inbreuk aan te vechten. Dit is zeer nadelig voor de octrooihouder. Ten eerste moet de octrooihouder in al de lidstaten waar een inbreuk heeft plaatsgevonden een procedure opstarten, dit overeenkomstig de nationale procedureregels. Hiervoor zal hij de hulp nodig hebben van buitenlandse advocatenkantoren. Ten tweede verschilt de proceduretaal naargelang de lidstaat waarin men procedeert, wat aanzienlijke vertaalkosten met zich meebrengt. Ten derde komt het geregeld voor dat de rechters van de verschillende lidstaten anders oordelen over de vorderingen ingeleid door de eisers 90, gezien de verschillende lidstaten eigen nationale rechtstradities bezitten. 91 Zoals RF FAWCETT zei: "In many countries, the problem with patent enforcement derives more from the Legal culture, traditions and procedures of the courts than from deficiencies in the statutory law applicable to patent enforcement in those courts". 92 De eiser kan, nadat hij bijvoorbeeld geprocedeerd heeft in vier lidstaten, vier verschillende uitspraken bekomen die allemaal betrekking hebben op hetzelfde Europees Octrooi. Een voorbeeld van een zaak, waarbij de behandeling van en de uitspraak over eenzelfde zaak verschillend was per lidstaat is de 'Epilady' zaak. In deze octrooizaak stelde 'Epilady' in verschillende landen 93 een vordering in 87 Eenmaal de vertalingssystemen functioneel zijn. 88 E., NOOTEBOOM en G.; VAN OVERWALLE, "The Proposal for a Council Regulaion on the Community Patent", IRDI 2001, X., [Vrije Tribune] "Noodzaak tot oprichting van een nationale afdeling van het nieuwe Europese Octrooigerecht ("Unified Patent Court")", IRDI 2013, afl 1, 7; J. BRINKHOF, "Enige kanttekeningen bij het voorstel voor een European and European Union Patents Court" in Liber Amicorum Ludovic DE GRYSE, Larcier, 2010, Gent, 58; E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, M. PERTEGAS SENDER, Cross-border enforcement of patent rights, Oxford University Press, 2002, New York, M. PERTEGAS SENDER, Cross-border enforcement of patent rights, Oxford University Press, 2002, New York, Deze zaak vond plaats voor de rechtbanken van het Verenigd Koninkrijk, Hong Kong, Duitsland, Nederland, Frankrijk en Italië. 22

29 wegens inbreuk op hun octrooi door Remington. 94 Het octrooi in kwestie hield verband met een elektrisch aangedreven epileertoestel. Zowel de 'Epilady' als het toestel van Remington, de 'Lady Remington Smooth and Silky', verwijderden haren met een circulaire beweging. Het ene toestel gebruikte hiervoor een springveer, laatstgenoemde maakte gebruik van een staaf van rubberachtige kunststof. Dit onderscheid was essentieel voor de beslechting van de zaak. 95 Deze zaak is door het Verenigd-Koninkrijk, Nederland en Duitsland op verschillende wijze behandeld geweest. Zo stelde de rechtbank van het Verenigd-Koninkrijk in hoger beroep dat het zeer moeilijk is om vast te stellen of er al dan niet sprake is van een inbreuk. Bijgevolg moet deze beslissing niet het voorwerp uitmaken van een tussenarrest, maar diende dit punt behandeld te worden tegelijkertijd met de grond van de zaak. 96 De Duitse rechtbank stelde op zijn beurt in graad van beroep dat niet voldoende was aangetoond dat het product van de verweerder een equivalent was van dat van de eiser. 97 Ten slotte besliste de Nederlandse rechter in kort geding dat een inbreuk gepleegd was op het octrooi van de eiser. Ten gevolge hiervan verleende de rechter een voorlopig bevel tot stopzetting van de inbreuk aan de verweerder. In graad van beroep vroeg de rechter aan het Nederlands octrooibureau wat de slaagkansen waren van een herroeping van het octrooi van de verweerder. Gezien de rechter van oordeel was dat de slaagkansen van een herroeping zeer laag waren, behield de rechter het bevel tot stopzetting tegen de verweerder. Het octrooi van de eiser is uiteindelijk door het EOB herroepen geweest, waarna de Nederlandse rechter geoordeeld heeft dat het bevel tegen de verweerder niet behouden diende te worden Zoals uit dit voorbeeld duidelijk blijkt kunnen verschillende nationale rechtbanken telkens anders oordelen over éénzelfde octrooi en éénzelfde feiten. De invoering van een eengemaakt Octrooigerecht zou deze problemen moeten verhelpen. Met de invoering van het Octrooigerecht wordt één centrale instelling gecreëerd die bevoegd zal zijn om kennis te nemen van geschillen met betrekking tot Europese Octrooien met eenheidswerking. Dit Gerecht past de UPC- Overeenkomst toe en de procedure verloopt volgens het procedurereglement. Op deze manier wordt een eenvormige toepassing van het octrooirecht verzekert over de Europese Unie. 94 T. MUSMANN en R. OSTEN PROSS, "Epilady, Novartis v. J&J: Is there a hidden wisdom behind it?, 12 January 2011, Kluwer Patent Blog, 95 M. PERTEGAS SENDER, Cross-border enforcement of patent rights, Oxford University Press, 2002, New York, M. PERTEGAS SENDER, Cross-border enforcement of patent rights, Oxford University Press, 2002, New York, M. PERTEGAS SENDER, Cross-border enforcement of patent rights, Oxford University Press, 2002, New York, M. PERTEGAS SENDER, Cross-border enforcement of patent rights, Oxford University Press, 2002, New York,

30 HOOFDSTUK II Inhoudelijke bespreking van het Europees Octrooi met eenheidswerking en de vertaalregeling. Afdeling 1. De eenheidsoctrooibescherming 44. De Verordening tot instelling van de eenheidsoctrooibescherming 99 verleent, zoals haar naam het zegt, de eenheidswerking aan een Europees Octrooi. Op grond van deze verordening verkrijgt een Europees Octrooi dezelfde rechtsgevolgen in alle deelnemende lidstaten bij deze Verordening 100. Hieronder volgt de inhoudelijk bespreking van deze Verordening. 1. Algemene bepalingen 45. Een Europees Octrooi met eenheidswerking is: "Een Europees Octrooi dat met dezelfde set conclusies ten aanzien van alle deelnemende lidstaten is verleend, geniet eenheidswerking in de deelnemende lidstaten, mits de eenheidswerking ervan in het register voor eenheidsoctrooibescherming geregistreerd is". De eenheidswerking van een octrooi dient door de octrooiaanvrager steeds aangevraagd te worden. Dit geschiedt door het indienen van een verzoek om eenheidswerking door de houder van een Europees Octrooi binnen de maand nadat de verlening van het Europees Octrooi in het Europees Octrooiblad gepubliceerd is. 101 Dit verzoek om eenheidswerking dient in de taal van het octrooi ingediend te worden Met andere woorden zal de aanvraag van een Europees Octrooi met eenheidswerking niet verschillen van de aanvraag van een Europees Octrooi. Het onderscheid tussen beide types octrooien zal pas ontstaan eenmaal de octrooien verleend zijn, de eenheidswerking aangevraagd is en de aangifte van de eenheidswerking in het register voor eenheidsoctrooibescherming is ingeschreven. 103 De aanvraag van een octrooi en de verlening ervan kunnen een aantal jaren in beslag nemen, waardoor in die periode een Europees Octrooi en een Europees Octrooi met eenheidswerking niet van elkaar te onderscheiden zijn. 104 Indien een octrooihouder een aanvraag indient bij het EOB zonder specifiek te vermelden dat hij aan zijn octrooi eenheidswerking wenst te verlenen, dan zal deze octrooiaanvrager slechts in het bezit zijn van een Europees Octrooi, dat na de verlening ervan uiteenvalt in een bundel van nationale octrooien. Naast de Europese Octrooien met eenheidswerking blijven de traditionele Europese en nationale octrooien bestaan. 99 Verordening (EU) nr. 1257/2012 van de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming, Pb. nr. L 361 van 31/12/2012, p.1-8, hierna verkort: 'Vo. Eenheidswerking'. 100 Spanje en Italië nemen hier niet deel aan. 101 Artikel 9.1.g Vo. Eenheidswerking. 102 Artikel 3, lid 2 Vo. Vertaalregeling. 103 Artikel 9.1.h Vo. Eenheidswerking 104 MACCHETTA, F., "A unitary patent system for Europe, cui podest?", in X, The future prospects for Intellectual Porperty in the EU: , Bruylant, Brussel, 2011,

31 De octrooiaanvrager heeft dus de keuze tussen deze drie systemen. 105 Wel kan de houder van een Europees Octrooi met eenheidswerking, dat van kracht is gegaan, niet hetzelfde octrooi als een traditioneel Europees of nationaal octrooi behouden De voornaamste karakteristieken van het Europees Octrooi met eenheidswerking betreffen het unitair karakter van dit octrooi, de uniforme bescherming die het octrooi teweegbrengt en de identieke gevolgen hiervan in alle lidstaten van de Europese Unie. 107 Deze karakteristieken vloeien voort uit het feit dat een Europees Octrooi met eenheidswerking slechts met betrekking tot alle deelnemende lidstaten kan worden beperkt, overgedragen, herroepen of vervallen verklaard. (eigen cursivering). Wel kan dergelijk octrooi in licentie worden gegeven ten aanzien van het geheel of een deel van het grondgebied van een of meer deelnemende lidstaten. 108 (eigen cursivering) Volgens de heer CALLENS, advocaat gespecialiseerd in deze materie, is de mogelijkheid om een Europees Octrooi met eenheidswerking slechts voor een gedeelte van de deelnemende lidstaten in licentie te geven ten zeerste aangewezen en volledig te verzoenen met het unitair karakter van de titel. Hij stelt dat de eenheidswerking van het Europees Octrooi tot gevolg heeft dat de geldigheid van en de inbreuken op het Europees Octrooi met eenheidswerking op gelijke wijze behandeld worden in de verschillende lidstaten en dat dit octrooi dezelfde rechtsgevolgen ressorteert in de verschillende lidstaten. De eenheidswerking hoeft zich dan, volgens hem, niet uit te strekken tot de licenties. 109 De mogelijkheid om een beperkte licentie te verlenen was niet voorzien in het voorstel dat het Europees Parlement en de Raad gedaan hebben. In dat voorstel werd bepaald dat een Europees Octrooi met eenheidswerking slechts met betrekking tot alle lidstaten in licentie gegeven kon worden. 110 Het Europees Parlement geeft zelf geen justificatie voor dit amendement E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE,. "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, Artikel 3, lid 1 Vo. Eenheidswerking. 108 Artikel 3, lid 2 en 3 Vo. Eenheidswerking. 109 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, Artikel 3, tweede lid, tweede deel Voorstel reglement van de Raad en het Europees Parlement uitvoering gevende aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming, COM(2011) 215 final. 111 Report on the proposal for a regulation of the European parliament and of the Council implementing enhanced cooperation in the area of the creation of unitary patent protection, 11January 2012, 1&language=EN#title2. 25

32 48. In het geval dat een Europees Octrooi met eenheidswerking wordt herroepen of beperkt, wordt de eenheidswerking geacht nooit te zijn ontstaan Een Europees Octrooi met eenheidswerking verkrijgt rechtskracht in de lidstaten op de datum van de publicatie door het EOB en de vermelding van de verlening van het Europees Octrooi in het Europees Octrooiblad. 113 Wel zal de eenheidswerking van het octrooi zich slechts beperken tot die lidstaten die de Overeenkomst betreffende een eengemaakt Octrooigerecht hebben geratificeerd, waarover verder meer. 114 De lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen om te verzekeren dat een Europees Octrooi, waarbij de eenheidswerking geregistreerd is, niet wordt geacht van kracht te zijn gegaan als een nationaal octrooi op hun grondgebied Rechtsgevolgen van een Europees Octrooi met eenheidswerking 50. Artikel 5 Verordening Eenheidswerking bepaalt zeer duidelijk dat de gevolgen, de reikwijdte en de beperkingen van het Europees Octrooi met eenheidswerking zich uitstrekken over het ganse grondgebied van de Europese Unie 116 en de houder van dergelijk octrooi iedere derde kan verbieden handelingen te verrichten waartegen dat octrooi bescherming biedt. 117 In de praktijk betekent dit dat de houder van een Europees octrooi met eenheidswerking een inbreuk op zijn octrooi, gepleegd in verschillende lidstaten, kan aanvechten door middel van het instellen van slechts één vordering voor één gerecht. De overwegende bepalingen bij de Verordening Eenheidswerking voorzien in de oprichting van een gemeenschappelijk Octrooigerecht, die kennis zal nemen van deze vorderingen. 118 Dit is in contrast met het huidige regime, waarbij procedures gevoerd moeten worden voor de rechtbanken van alle lidstaten waar de inbreuk zich heeft voorgedaan. 119 Hierdoor beschikt de octrooihouder over geen enkele zekerheid op het vlak van uniformiteit van de uitspraken van deze verschillende nationale rechters over de vermeende inbreuk, noch over de mogelijke tegenvordering tot nietigverklaring van het octrooi. 51. De rechtsgevolgen van het Europees octrooi met eenheidswerking in termen van materieel octrooirecht 120 worden zeer algemeen geschetst in de Verordening Eenheidswerking. Het toepasselijk materieel recht wordt niet in de Verdordening bepaald, maar wordt overgelaten aan het nationale recht van de lidstaten. Dit is bewust gedaan om te voorkomen dat het materieel 112 Artikel 3, lid 3 Vo. Eenheidswerking. 113 Artikel 4 Vo. Eenheidswerking. 114 Telefonisch interview met Leen de Cort, Juriste bij de Dienst voor Intellectuele Eigendom op 2 mei Artikel 4, lid 2 Vo. Eenheidswerking. 116 Dit moet genuanceerd worden, gezien hiermee het grondgebied van 25 van de 27 lidstaten van de Europese Unie wordt bedoeld, aangezien noch Spanje, noch Italië de Verordening hebben aangenomen. 117 Artikel 5, lid 1 en 2 Vo. Eenheidswerking. 118 Overweging 9 Vo. Eenheidswerking. 119 D. LOFTUS, "International Patent Protection: Time for a fully EU Functioning Supranational Patent Mechanism", JICLT 2011, vol. 6, Issue 3, bijvoorbeeld de inbreukcriteria 26

33 octrooirecht deel zou gaan uitmaken van het recht van de Europese Unie en dus geïnterpreteerd zou kunnen worden door het Hof van Justitie. 121 De toegelaten handelingen en beperkingen worden dus bepaald volgens het nationaal recht dat van toepassing is op Europese Octrooien met eenheidswerking. 122 Een Europees Octrooi met eenheidswerking als deel van het vermogen wordt in zijn geheel beschouwd als een nationaal octrooi van de deelnemende lidstaten waar het eenheidswerking geniet. Gezien alle Europese Octrooien met eenheidswerking, in de deelnemende lidstaten eenheidswerking genieten, zal de verblijfplaats of hoofdvestiging van de octrooihouder ten tijde van het indienen van de octrooiaanvraag of, subsidiair, de plaats waar de aanvrager een vestiging heeft, bepalend zijn om vast te stellen aan welk nationaal recht het onderworpen is. 123 Wanneer twee of meer personen als gezamenlijke aanvragers zijn ingeschreven, is de verblijfplaats, hoofdvestiging of vestiging van de eerstgenoemde aanvrager determinerend. Indien aan de hand van deze criteria de nationaliteit van het octrooi niet vastgesteld kan worden, zullen deze criteria worden toegepast op de volgende aanvrager in de volgorde van inschrijving. 124 De behandeling als nationaal octrooi van een lidstaat kan niet onderworpen worden aan een inschrijvingsvereiste in het nationaal octrooiregister. 125 Wanneer een octrooihouder geen verblijfplaats, hoofdvestiging of vestiging in één van de deelnemende lidstaten heeft, zal het Europees Octrooi met eenheidswerking als deel van het vermogen behandeld worden van de staat waar de Europese Octrooiorganisatie gevestigd is, namelijk Duitsland. 126 Het enkele feit dat het octrooi reeds ingeschreven is in het Europees Octrooiregister en dat het eenheidswerking heeft in die lidstaat is voldoende. 52. Licenties van rechtswege zijn ook onder de Verordening Eenheidswerking mogelijk, nadat een octrooihouder een schriftelijke verklaring hieromtrent heeft ingediend bij het EOB. Dergelijke licenties worden behandeld als contractuele licenties Institutionele bepalingen 53. De administratieve taken die verband houden met het Europees Octrooi met eenheidswerking worden overeenkomstig artikel 9, lid 1 Verordening Eenheidswerking waargenomen door het EOB. Deze taken bestaan uit: - het beheren van verzoeken om eenheidswerking; - het opnemen en het beheren van het register voor eenheidsoctrooibescherming; - het beheren van de verklaringen inzake licentieverlening en licentietoezeggingen; 121 E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE,"Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, Artikel 5, lid 3 Vo. Eenheidswerking. 123 Artikel 7, lid 1 Vo. Eenheidswerking. 124 Artikel 7, lid 2 Vo. Eenheidswerking. 125 Artikel 7, lid 4 Vo. Eenheidswerking. 126 Artikel 7, lid 3 Vo. Eenheidswerking. 127 Artikel 8 Vo. Eenheidswerking. 27

34 - het publiceren van de vertalingen gedurende de overgangsperiode 128 ; - het innen en beheren van de jaartaksen en toeslagen; - het beheren van een compensatieregeling voor de terugbetaling van de vertaalkosten zoals bedoeld in Verordening Vertaalregeling; - het garanderen dat een verzoek om eenheidswerking binnen de maand na de publicatie van de vermelding van verlening van het Europees Octrooi in het Europees Octrooiblad wordt ingediend door de octrooihouder en dit in de toepasselijke proceduretaal; - het garanderen dat de eenheidswerking in het register voor eenheidsoctrooibescherming wordt aangegeven. 54. De uitvoering van deze taken wordt gefinancierd door de taksen voor Europese Octrooien met eenheidswerking. 129 De leiding en het toezicht op deze activiteiten worden waargenomen door de deelnemende lidstaten bij deze verordening. Verder moeten de deelnemende lidstaten de hoogte van de jaartaksen vaststellen evenals de vaststelling van het aandeel in de verdeling van de jaartaksen. 130 Hiertoe stellen de deelnemende lidstaten een Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie aan Tegen beslissingen genomen door het EOB in de uitoefening van hun taken dienen de deelnemende lidstaten doeltreffende rechtsbescherming te verzekeren voor een bevoegd gerecht in een of meer deelnemende lidstaten. 132 Hieromtrent zullen de deelnemende lidstaten de genomen maatregelen moeten meedelen aan de Commissie en dit uiterlijk op de datum waarop deze verordening van toepassing wordt Financiële bepalingen 56. De jaartaksen voor Europese Octrooien met eenheidswerking en de eventuele toeslagen in het geval van een te late betaling, worden door de octrooihouder aan het EOB betaald. Deze zijn, overeenkomstig artikel 11, lid 1 Verordening Eenheidswerking verschuldigd vanaf het jaar volgend op het jaar, waarin de verlening van het Europees Octrooi met eenheidswerking gepubliceerd is. Indien de jaartaks en de toeslag niet tijdig worden betaald, vervalt het octrooi. Een octrooihouder zal minder jaartaksen moeten betalen in het geval hij een licentie op zijn octrooi heeft verleend De hoogte van de jaartaksen en de verdeelsleutel onder de verschillende lidstaten is een essentiële bepaling van de Verordening Eenheidswerking. Het succes van het Europees Octrooi 128 Zoals voorzien is in de Vo. Vertaalregeling. 129 Artikel 10 Vo. Eenheidswerking. 130 Artikel 9, lid 2 Vo. Eenheidswerking. 131 Artikel 9, lid 2 tweede tot vierde deel Vo. Eenheidswerking. 132 Artikel 9, lid 3 Vo. Eenheidswerking. 133 Artikel 17, lid 1 Vo. Eenheidswerking. 134 Artikel 11, lid 3 Vo. Eenheidswerking. 28

35 met eenheidswerking hangt voornamelijk van deze bepaling af. 135 Eén van de belangrijkste doelstellingen van het Europees Octrooi met eenheidswerking is het verlagen van de kostprijs van octrooien binnen de Europese Unie om zo de toegang tot bescherming van innovatie te vergemakkelijken voor kleinere ondernemingen. Michel BARNIER, de commissaris voor interne markten en diensten, stelde dat: "De eenheidsoctrooibescherming moet innovatie voor bedrijven en uitvinders overal in Europa gemakkelijker en goedkoper maken. Het is mijn diepste overtuiging dat een duurzame economische groei niet mogelijk is zonder innovatie. Innovatie vergt op zijn beurt een efficiënte bescherming van de intellectuele eigendom 136 ". De verlaagde kostprijs van het Europees octrooi met eenheidsbescherming zal tot gevolg hebben dat Europese ondernemingen een betere concurrentiepositie zullen bezitten ten aanzien van buitenlandse ondernemingen, waar de kostprijs van een octrooi nooit zo hoog was als in Europa. Artikel 12 Verordening Eenheidswerking stelt expliciet dat de hoogte van de jaartaksen de innovatie en het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven moet bevorderen en de omvang van de door het octrooi bestreken markt, met name 25 van de 27 lidstaten van de Europese Unie, weerspiegelen. Ook moeten ze van dezelfde grootte zijn als de nationale jaartaksen voor een gemiddeld Europees Octrooi. Dit lijkt evident, gezien het Europees Octrooi en het Europees Octrooi met eenheidswerking naast elkaar zullen bestaan. Indien de jaartaksen hoger komen te liggen voor een Europees Octrooi met eenheidswerking dan voor een gemiddeld Europees Octrooi, zullen slechts weinig octrooihouders kiezen voor eerstgenoemde. Het bedrag van deze jaartaksen is tot op heden niet gekend. 137 Er gaan stemmen op in een aantal domeinen van het octrooirecht dat de jaartaksen gelijk zullen zijn aan vijf tot acht keer een gemiddelde nationale jaartaks 138, hetgeen een attractief voordeel van het Europees Octrooi met eenheidswerking zou uitmaken. 58. De jaartaksen dienen progressief te zijn tijdens de duur van de eenheidsoctrooibescherming en moeten voldoende hoog zijn om alle kosten te dekken die aan het beheer en de verlening van een Europees Octrooi met eenheidsbescherming verbonden zijn. De verschuldigde jaartaksen moeten een evenwichtige begroting van de Europese Octrooiorganisatie garanderen Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/ Commissie wil onderzoek en innovatie stimuleren door eenheidsoctrooibescherming, IP/11/470, Brussel, 13 april 2011, IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENSS. 138 C. TEXIER, Signature de l'accord relatif à une juridiction unifiée du brevet, 20 février 2013, Artikel 12, lid 1 Vo. Eenheidswerking. 29

36 59. De verdeling van de jaartaksen is als volgt verdeeld: 50% van de jaartaksen die betaald worden door de octrooihouders voor Europese Octrooien met eenheidswerking wordt door het EOB behouden, de overige 50% zal verdeeld worden onder de deelnemende lidstaten volgens het aandeel in de verdeling van de jaartaksen Slotbepalingen 60. De verordening treedt overeenkomstig artikel 18 in werking de twintigste dag na de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Ze is van toepassing met ingang van 1 januari 2014 of vanaf de datum van de inwerkingtreding van de overeenkomst betreffende het gemeenschappelijk Octrooigerecht. Een Europees Octrooi met eenheidswerking zal slechts eenheidswerking genieten in die deelnemende lidstaten waar het gemeenschappelijk Octrooigerecht op de datum van registratie van die eenheidswerking exclusieve bevoegdheid heeft inzake de Europese Octrooien met eenheidswerking. Eenheidsoctrooibescherming kan worden aangevraagd voor elk Europees Octrooi dat op of na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt, is verleend. Conclusie 61. Toekomstige octrooihouders zullen binnenkort de mogelijkheid hebben om tussen drie octrooisystemen te kiezen, namelijk de nationale octrooien, de Europese Octrooien en de Europese Octrooien met eenheidswerking. De keuze die octrooihouders zullen maken, zal onder andere afhankelijk zijn van de territoriale draagwijdte die het Europees Octrooi met eenheidswerking zal verkrijgen. Deze territoriale draagwijdte is afhankelijk van het aantal lidstaten die de Overeenkomst betreffende een eengemaakt Octrooigerecht ratificeren. Ten tweede zal die keuze ook afhangen van de kosten van het octrooi, namelijk de kost van verlening en de instandhoudingskosten, die tot op heden nog niet gekend zijn. 141 Een toekomstige octrooihouder zal twee belangrijke strategische beslissingen moeten maken. Allereerst zal hij moeten kiezen of hij al zijn octrooien aan hetzelfde regime onderwerpt, of dat hij zijn octrooikeuze zal diversifiëren. Eenmaal deze keuze is gemaakt, zal hij moeten nagaan voor welke type octrooi hij zal kiezen. Volgens mijn inziens zullen grote, vaak internationale ondernemingen die over veel octrooien beschikken, kiezen om aan octrooidiversificatie te doen. Op deze manier kan aan risicospreiding gedaan worden, gezien de rechtspraak van het Octrooigerecht nog niet gekend is, wat wel het geval is voor de rechtspraak van de nationale rechtscolleges. 140 Artikel 13 Vo. Eenheidswerking. 141 E. DE GRYSE en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14,

37 Zo zal vaker gekozen worden voor een Europees Octrooi met eenheidswerking indien de titularis van het octrooi beschikt over een stevig octrooi, dat weinig kans maakt om vernietigd te worden en als de titularis bescherming zoekt over de hele EU. Wel blijft het een spijtige zaak dat voor Spanje en Italië nog steeds een afzonderlijke bescherming verkregen zal moeten worden en het zou een bijkomende vooruitgang in het octrooirecht betekenen, moesten deze lidstaten ook partij worden bij de Verordening Eenheidswerking. 31

38 Afdeling 2. De vertaalregeling 1. Algemene bepalingen 62. De vertaalregeling van toepassing op de Europese Octrooien met eenheidswerking is gebaseerd op de huidige procedure van het EOB, gezien het EOB ook verantwoordelijk zal zijn voor het verlenen van de Europese Octrooien met eenheidswerking Een octrooiaanvrager dient zijn vraag in te dienen in één van de officiële talen van het EOB, zijnde het Frans, Duits of Engels. 143 Indien de octrooiaanvrager ervoor kiest zijn aanvraag in een andere taal in te dienen, dan zal hij een vertaling van zijn octrooi in één van de officiële talen van het EOB moeten verschaffen. 144 Het principe is dat een octrooi gepubliceerd in één van de officiële talen van het EOB, dat een vertaling van de conclusies in de twee andere talen van het EOB bevat, geen verdere vertalingen vereist Eenmaal het Europees Octrooi met eenheidswerking verleend wordt door het EOB zal dit octrooi geen verdere vertalingen vereisen om als geldig beschouwd te worden in de verschillende deelnemende lidstaten. 146 Indien een octrooiaanvrager ook uitwerking aan zijn octrooi wenst te geven in Italië en Spanje zal een vertaling in het Spaans of het Italiaans wel nog noodzakelijk zijn. 2. Overgangsbepaling 65. De Verordening Vertaalregeling voorziet in een overgangsbepaling, zolang de machinevertalingen niet beschikbaar zijn, waarover hieronder meer. Deze overgangsperiode gaat in op de datum waarop deze verordening van toepassing wordt 147 en duurt totdat een stelsel van hoogwaardige machinevertalingen in alle officiële talen van de Europese Unie beschikbaar is. 148 Deze periode wordt geacht niet langer te zullen zijn dan twaalf jaar. Deze periode kan, indien nodig, vroeger beëindigd worden. 149 De overgangsbepaling voorziet dat in het geval de proceduretaal 150 Duits of Frans is, een volledige vertaling van het octrooi in het Engels vereist is. 151 Is de proceduretaal Engels, dan wordt een volledige vertaling van het octrooischrift vereist in één van de andere officiële talen 142 Overweging 6, Vo. Vertaalregeling. 143 Artikel 14, lid 1 EOV. 144 Artikel 14, lid 2 EOV. 145 Artikel 3, lid 1 Vo. Vertaalregeling. 146 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, Zie randnummer Overweging 12 Vo. Vertaalregeling. 149 Overweging 13 Vo. Vertaalregeling. 150 De taal van het octrooi. 151 Artikel 6, lid 1, a Vo. Vertaalregeling. 32

39 van de Europese Unie. 152 Deze vertalingen dienen zo snel mogelijk gepubliceerd te worden na de indiening van het verzoek om eenheidswerking. Ze hebben echter geen enkel rechtsgevolg en dienen enkel voor informatieve doeleinden Vertaling in geval van een geschil 66. Indien een geschil ontstaat dat betrekking heeft op een Europees Octrooi met eenheidswerking, dan zal de octrooihouder gehouden zijn om een volledige vertaling van het octrooi voor te leggen. De octrooihouder zal daartoe gehouden zijn op verzoek en naar keuze van de vermeende inbreukmaker. De vertaling van het eenheidsoctrooi dient dan te gebeuren in een officiële taal van, hetzij de deelnemende lidstaat waar de vermeende inbreuk heeft plaatsgevonden, hetzij de lidstaat waar de vermeende inbreukmaker is gevestigd. Concreet betekent dit dat een Belgische verweerder in een procedure betreffende een Europees Octrooi met eenheidswerking steeds een vertaling zal kunnen eisen in het Frans, Duits of Nederlands. De octrooihouder zal ook gehouden kunnen zijn zijn tot de aflevering van een volledige vertaling van het octrooi in de proceduretaal van het Octrooigerecht, waarvoor een geschil betreffende een Europees Octrooi met eenheidswerking aanhangig is. 154 Het Octrooigerecht zal om dergelijke vertaling kunnen verzoeken. Dit wordt verder besproken in Deel 2. Het eengemaakt Octrooigerecht. De kosten van voorgaande vertalingen worden gedragen door de octrooihouder Compensatieregeling 67. Indien een octrooiaanvraag werd ingediend in een andere taal dan één van de officiële talen van het EOB, dan zullen de vertaalkosten naar één van de proceduretalen van het EOB worden terugbetaald tot een bepaald plafond Deze compensatieregeling is slechts beschikbaar voor KMO's natuurlijke personen, organisaties zonder winstoogmerk, universiteiten en openbare onderzoeksorganisaties die hun verblijfplaats of hoofdvestiging in een lidstaat van de Europese Unie hebben. 158 Dit betekent dat een Braziliaanse onderneming, met hoofdvestiging in Brazilië, die een octrooiaanvraag indient in het Portugees, gehouden zal zijn om een vertaling te voorzien van deze aanvraag in het Duits, Engels of Frans en dat deze onderneming zelf zal moeten instaan voor de vertaalkosten. 152 Artikel 6, lid 1 Vo. Vertaalregeling. 153 Artikel 6, lid 2 Vo. Vertaalregeling. 154 Artikel 4, lid 2 Vo. Vertaalregeling. 155 Artikel 4, lid 3 Vo. Vertaalregeling. 156 De hoogte van dit plafond moet nog bepaald worden. 157 Artikel 5, lid 1 Vo. Vertaalregeling. 158 Artikel 5, lid 2 Vo. Vertaalregeling. 33

40 5. Machinevertalingen 68. Hoewel verdere vertalingen in andere talen van de EU niet meer vereist zullen zijn, is het wel steeds van belang om de beschikbaarheid van octrooi-informatie en de verspreiding van technologische kennis te bevorderen. Daarom moeten machinevertalingen van octrooiaanvragen en octrooischriften in alle officiële talen van de Europese Unie zo spoedig mogelijk beschikbaar worden gesteld. Het is de bedoeling dat op termijn geen gebruik meer gemaakt wordt van menselijke vertalingen. 159 Deze machinevertalingen zullen echter slechts voor informatieve doeleinden dienen en mogen geen rechtsgevolgen hebben. 160 Momenteel wordt gewerkt aan de ontwikkeling van deze machinevertalingen, daar de nodige software tot op heden niet beschikbaar is. Het EOB heeft reeds op 24 maart 2011 een overeenkomst gesloten met Google om de vertaalsoftware die bestaat bij Google op te leiden. 161 De terminologie die verband houdt met het octrooirecht en die gehanteerd wordt door het EOB wordt ingevoerd in het vertaalsysteem 162 van Google. Op termijn zouden automatische vertalingen voorhanden moeten zijn in alle talen van de EU. 163 Er wordt verwacht dat dit vertaalproject afgerond zal zijn tegen eind Het succes van het pakket "eenheidsoctrooi" zal afhangen van hoe snel dergelijke machinevertalingen ter beschikking zullen zijn en van de kwaliteit ervan, gezien het gebruik hiervan de vertaalkosten aanzienlijk zullen doen dalen. Gezien deze machinevertalingen niet onmiddellijk beschikbaar zijn, voorziet artikel 6 Verordening Vertaalregeling in een aantal overgangsmaatregelen. Allereerst zal tijdens een overgangsperiode het verzoek om eenheidswerking, zoals bedoeld in artikel 9 Verordening Eenheidswerkingen, ingediend moeten worden met een volledige vertaling van het octrooischrift van het Europees Octrooi met eenheidswerking in het Engels, wanneer de proceduretaal Frans of Duits is. Dit zal als voordeel hebben dat gedurende die overgangsperiode alle Europese Octrooien met eenheidswerking minstens in het Engels beschikbaar zullen zijn, dit is de taal die het meest wordt gebruikt in internationaal technologisch onderzoek en in publicaties IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS. 160 Overweging 11 Vo. Vertaalregeling. 161 EPO and Google break the language barrier for Europe's innovators, 24 March 2011, Google Translate. 163 IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS. 164 EPO and Google break the language barrier for Europe's innovators, 24 March 2011, Overweging 12 Vo. Vertaalregeling. 34

41 6. Conclusie 69. Hoewel de regeling inzake vertalingen een van de moeilijkste onderhandelingspunten is geweest de afgelopen jaren, heeft men volgens mij een evenwichtige regeling uitgewerkt. Deze nieuwe regeling inzake de vertaling van Europese Octrooien met eenheidswerking zullen aanzienlijke gevolgen hebben op de vertaalkosten van dergelijke octrooien. Onder het huidige systeem kost de vertaling van een gemiddeld octrooi van circa 20 pagina's ongeveer ,00. Gedurende de overgangsperiode zou deze kost moeten dalen tot minder dan 2.500, Dit is een heel belangrijk stap vooruit en zal van het Europees Octrooi met eenheidswerking een concurrentieel octrooi kunnen maken. Daarenboven zullen de machinevertalingen voor een mooie verspreiding zorgen van de octrooi-informatie in alle talen van de EU tegen een minimale kost. Op deze manier blijft de octrooi-informatie toch beschikbaar, hoewel er nog amper vertalingen vereist zullen zijn. 166 IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS. 35

42

43 DEEL 2: HET EENGEMAAKT OCTROOIGERECHT 37

44

45 HOOFDSTUK I HET ONTSTAAN 70. De waarde van een Europees Octrooi met eenheidswerking blijft beperkt, zolang niet voorzien wordt in een gerechtelijk systeem dat deze octrooien op eenvormige wijze afdwingt voor het gehele grondgebied van de deelnemende lidstaten en zolang niet wordt voorzien in een geharmoniseerde procedure voor een gespecialiseerd gerecht. In overweging 25 van de Verordening Eenheidswerking wordt gesteld dat "de oprichting van een gemeenschappelijk Octrooigerecht voor geschillen met betrekking tot het Europees Octrooi met eenheidswerking essentieel is om een goede werking van dat octrooi, de consistentie van de rechtspraak en aldus de rechtszekerheid, en kosteneffectiviteit voor octrooihouders, te waarborgen". Dergelijk gerecht is ondertussen opgericht met de Overeenkomst betreffende een eengemaakt Octrooigerecht. 167 Dit gerecht is meteen het eerste supranationaal gerecht binnen de Europese Unie dat bevoegd zal zijn om kennis te nemen van geschillen tussen particulieren. 168 Dergelijk Octrooigerecht is niet ingesteld bij verordening, zoals het geval is geweest voor de andere luiken van het Europees Octrooi met eenheidswerking. Het Octrooigerecht is echter ontstaan bij overeenkomst. Dit betekent dat het Europees Parlement geen enkel zeggenschap heeft over dit akkoord en dat deze overeenkomst geen deel zal uitmaken van het Unierecht. 169 Het Octrooigerecht is geen gerecht van de Europese Unie, maar een gerecht dat gemeenschappelijk is aan de lidstaten van de Europese Unie (eigen cursivering). Ook het ontstaan van deze Overeenkomst heeft een langlopende voorgeschiedenis gekend. 71. Reeds in 1975 werd in het Gemeenschapsoctrooiverdrag een systeem van geschillenbeslechting voorzien met betrekking tot Europese Octrooien. Dit verdrag is echter nooit in werking getreden. Meer dan twintig jaar later werd tijdens een intergouvernementele conferentie in Parijs een werkgroep opgericht door de Europese Octrooiorganisatie om een verdrag over een geharmoniseerd gerechtelijk systeem op te stellen. 170 Gezien deze werkgroep opgericht werd door de Europese Octrooiorganisatie, die meer lidstaten telt dan enkel de lidstaten van de Europese Unie, was het in die tijd nog de bedoeling om een gerechtelijk systeem te creëren dat voor meer landen van toepassing zou zijn, dan enkel de EU-lidstaten. 167 Accord Relatif à une juridiction unifiée du brevet, Document 16351/12, du 11 janvier 2013, _agreement_fr.pdf, hierna verkort: UPC-Overeenkomst. 168 P. VERON, The Unified Patent Court, state of the play in January 2013, C5's 5 th forum on Biotech&Pharma Patent Litigation, Amsterdam, 29 January 2013; F. MACCHETTA, "A Unitary patent system for Europe: cui podest?" in X, The Future Prospects for Intellectual Property in the EU: , Brussel, Bruylant, 2011, P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, KEVIN P. MAHNE., "A Unitary Patent and Unified Patent Court for the European Union: An Analysis of Europe's Long Standing Attempt to create a Supranational Patent System", Wash. U. Global Stud. L. Rev. 2012, vol 11: 171,

46 Dit verdrag had tot doel de versnipperde en tegenstrijdige nationale octrooirechtspraak met betrekking tot Europese Octrooien tegen te gaan. 171 Na verschillende jaren van voorbereiding is een "Draft Agreement on the establishment of a European patent litigation system" of met andere woorden de "European Patent Litigation Agreement 172 " in 2003 ontworpen. 173 Dit voorstel van verdrag kreeg aanvankelijk veel steun van de verschillende belanghebbenden bij dit project, zowel van de industrie, de rechterlijke macht als van de Europese Commissie. 174 Het verdrag voorzag in een internationale organisatie, namelijk de "European Patent Judiciary" met twee organen. Enerzijds een Europees Octrooigerecht met een gerecht van eerste aanleg en een hof van beroep en anderzijds een administratief orgaan. Ondanks de brede steun is het project opgeschort geweest omwille van een negatief advies van de juridische dienst van het Europees Parlement. De moeilijke onderhandelingen betreffende het Europees Octrooi met eenheidswerking en het gebrek aan steun van de lidstaten 175, voornamelijk van Frankrijk was hier mede de oorzaak van. Frankrijk wenste dat de oprichting van een gemeenschappelijk Octrooigerecht zou geschieden in de schoot van de Europese Unie en heeft om deze reden een aantal grondwettelijke en institutionele bezwaren gemaakt. 176 Frankrijk stelde dat het onaanvaardbaar was een niet-europees wettelijk systeem te creëren met een niet-europees gerecht Ondertussen had de Europese Commissie het nodige gedaan eind 1990 om het debat omtrent een Europees Octrooigerecht terug te openen en dit debat te voeren binnen het kader van de Europese Unie. 178 De eerste ontwerpovereenkomst dateert van 28 november In de jaren hierna is aan deze overeenkomst nog verschillende malen gesleuteld. 180 Ondanks de tegenslagen waarmee de Europese Commissie geconfronteerd was, bleef de wens om een 171 G. VAN OVERWALLE en E. VAN ZIMMEREN, "Recente ontwikkelingen in het octrooirecht" in Intellectuele Rechten, Die Keure, 2011, Brugge, Hierna verkort: EPLA. 173 KEVIN P., MAHNE., "A Unitary Patent and Unified Patent Court for the European Union: An Analysis of Europe's Long Standing Attempt to create a Supranational Patent System", Wash. U. Global Stud. L. Rev. 2012, vol 11: 171, G. VAN OVERWALLE en E. VAN ZIMMEREN, "Recente ontwikkelingen in het octrooirecht" in Intellectuele Rechten, Die Keure, 2011, Brugge, G. VAN OVERWALLE en E. VAN ZIMMEREN, "Recente ontwikkelingen in het octrooirecht" in Intellectuele Rechten, Die Keure, 2011, Brugge, KEVIN P., MAHNE., "A Unitary Patent and Unified Patent Court for the European Union: An Analysis of Europe's Long Standing Attempt to create a Supranational Patent System", Wash. U. Global Stud. L. Rev. 2012, vol 11: 171, K. BEGLEY, "Multinational Patent Enforcement: What the "Parochial" United States can learn from Past and Present European Initiatives", 40 CORNELL INT'L L.J. 2007, Recommendation from the Commission to the Council to authorise the Commision to open negotiations for the adoption of an Agreement creating a Unified Patent Litigation System, Brussel, 20 maart 2009, SEC(2009à 330def. 179 KEVIN P., MAHNE., "A Unitary Patent and Unified Patent Court for the European Union: An Analysis of Europe's Long Standing Attempt to create a Supranational Patent System", Wash. U. Global Stud. L. Rev. 2012, vol 11: 171,

47 gemeenschappelijk Octrooigerecht in het leven te roepen bestaan. In 2006 hield de Europese Commissie een openbare raadpleging van zowel professionelen uit de industriële sector als van praktijkmensen over het toekomstig beleid inzake octrooien. De resultaten van deze raadpleging toonden aan dat een meerderheid van de ondervraagden voorstander was van de invoering van een octrooi met eenheidswerking. Wel divergeerden de meningen over het Octrooigerecht. Sommigen wensten dat het Octrooigerecht opgericht zou worden onder het EOV en waren voorstanders van de EPLA, terwijl anderen een communautair Octrooigerecht wensten, dat gemeenschappelijk zou zijn aan de lidstaten van de Europese Unie. 181 De Raad van Europa was van mening dat een consensus bereikt zou worden indien elementen van zowel de EPLA als elementen van een communautair gerecht gecombineerd zouden worden. 182 Dit heeft de Raad van Europa getracht te bereiken in de ontwerpovereenkomst voor een internationaal verdrag tussen de EU, de lidstaten en de overige lidstaten van het EOV. 183 In deze ontwerpovereenkomst was voorzien dat de EU zou toetreden tot het EOV. Er zou een Europees gerecht opgericht worden dat bevoegd zou zijn om kennis te nemen van zaken betreffende Europees Octrooien en Europees Octrooien met eenheidswerking. Dit Octrooigerecht zou bestaan uit een gerecht van eerste aanleg met een centrale afdeling, alsook uit lokale en regionale afdelingen en een hof van beroep. Dit systeem werd de "Unified Patent Litigation System" genoemd, of kortweg de UPLS. 73. Deze overeenkomst is echter nooit ondertekend geweest, omdat het Hof van Justitie bepaald heeft in haar advies van 8 maart 2011 dat deze overeenkomst onverenigbaar was met de bepalingen van het VEU en het VWEU. 184 De Europese Raad heeft het Hof van Justitie in 2009 gevraagd om een advies te verlenen over de verenigbaarheid van de ontwerpovereenkomst van 23 maart met de Europese verdragen. 186 Deze ontwerpovereenkomst voorzag dat een supranationaal rechtscollege kennis zou nemen van geschillen betreffende Europese Octrooien en Europese Octrooien met eenheidswerking en dat dit gerecht de bepalingen van de overeenkomst zelf zou uitleggen en toepassen. Ook zouden ze de bepalingen van de toekomstige verordening 180 KEVIN P., MAHNE., "A Unitary Patent and Unified Patent Court for the European Union: An Analysis of Europe's Long Standing Attempt to create a Supranational Patent System", Wash. U. Global Stud. L. Rev. 2012, vol 11: 171, European Commission, Patents: Commission Sets Out Vision for Improving Patent System in Europe, 3 April 2007, European Commission, Patents: Commission Sets Out Vision for Improving Patent System in Europe, 3 April 2007, Raad van de EU, "Draft Agreement on the European and Community Patents Court and Draft Statute Revised Presidency text", Brussel 23 maart 2009, 7928/09, PI 23, Cour HvJ, advies 1/09, 8 maart 2011, Advies krachtens artikel 218, lid 11 VWEU Ontwerpovereenkomst Invoering van een gemeenschappelijk stelsel voor octrooigeschillenbeslechting, 2011, Raad van de EU, "Draft Agreement on the European and Community Patents Court and Draft Statute Revised Presidency text", Brussel 23 maart 2009, 7928/09, PI 23, Cour P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, 7. 39

48 betreffende het Europees Octrooi met eenheidswerking en andere instrumenten van het recht van de Unie hanteren. Deze bevoegdheid behoort normaliter toe aan de nationale rechtscolleges van de lidstaten. Hetgeen bepaald werd in de ontwerpovereenkomst zou tot gevolg hebben dat bevoegdheden ontnomen worden aan de nationale rechtscolleges om deze toe te kennen aan een supranationaal rechtscollege. Hierdoor wordt het Octrooigerecht ook ineens de enige rechterlijke instantie die zich kan wenden tot het Hof van Justitie om een prejudiciële beslissing te verkrijgen in het kader van een prejudiciële procedure over de uitlegging en de geldigheid van het Unierecht. De ontwerpovereenkomst voorzag ook dat tegen een beslissing in eerste aanleg van dit Gerecht in beroep gegaan kon worden. Hiervoor zouden de rechterlijke instanties van de lidstaten bevoegd zijn Deze twee bepalingen, namelijk het exclusief recht van het Octrooigerecht om een prejudiciële vraag te stellen in combinatie met de exclusieve bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de lidstaten om kennis te nemen van hogere beroepen tegen beslissingen van het Octrooigerecht, vormden de reden voor het negatief advies van het Hof van Justitie. Tussen het Hof van Justitie en de nationale rechterlijke instanties dient een rechtstreekse samenwerking te worden gerespecteerd. Het Hof van Justitie neemt deel aan de juiste toepassing en de eenvormige uitlegging van het recht van de Unie en staat in voor de bescherming van de aan particulieren verleende rechten. 188 Door de hierboven vermelde bepalingen kon het Hof van Justitie hier niet meer aan voldoen. Het Hof stelde dat "de rechterlijke instanties van de lidstaten bijgevolg hun bevoegdheden op het gebied van de uitlegging en de toepassing van het recht van de Unie worden ontnomen en het Hof zijn bevoegdheid om prejudiciële beslissingen te geven in antwoord op door die rechterlijke instanties gestelde vragen, en zouden derhalve de door de Verdragen aan de instellingen van de Unie en aan de lidstaten verleende bevoegdheden die essentieel zijn voor het behoud van de aard van het recht van de Unie, van karakter veranderen" 189. Het Hof van Justitie stelde ook dat, door het toekennen van die exclusieve bevoegdheid aan een supranationaal gerecht, een beslissing van het Octrooigerecht geen aanleiding meer zou kunnen geven tot een inbreukprocedure tegen een lidstaat, noch tot de financiële aansprakelijkheid van één of meerdere lidstaten. 190 Een bijkomend problematisch punt was de toetreding tot dit supranationaal rechtscollege van derdestaten, die weliswaar geen lidstaten van de EU zijn, maar partij zijn bij het EOV. 191 Het Hof van Justitie vreesde dat de beslissingen van het Gerecht van het Europees Octrooi en het Europees Octrooi met 187 HvJ, advies 1/09, 8 maart 2011, Advies krachtens artikel 218, lid 11 VWEU Ontwerpovereenkomst Invoering van een gemeenschappelijk stelsel voor octrooigeschillenbeslechting, 2011, 188 Advies HvJ, punt Advies HvJ, punt 3, laatste paragraaf. 190 Advies HvJ, punt Advies HvJ, punt 7. 40

49 eenheidswerking de efficiënte toepassingen van de normen van de EU niet zouden kunnen verzekeren Rekening houdend met de opinie van het Hof van Justitie heeft de Europese Commissie haar voorstel voor een Europees Octrooigerecht herbekeken. De lidstaten hebben de nodige garanties in het voorstel ingebouwd, opdat deze een nieuwe toetsing door het Hof van Justitie zou doorstaan. Zo zijn de lidstaten overeengekomen een gemeenschappelijk Octrooigerecht te creëren aan de hand van een overeenkomst, die gesloten zou worden buiten het institutioneel kader van de EU om en zonder dat het mogelijk is voor derdestaten om lid te worden van dit akkoord. 193 Uiteindelijk is op 14 juni 2011 een nieuw voorstel voor een eengemaakt Octrooigerecht bekend gemaakt, dat rekening hield met de bezwaren geuit door het Hof van Justitie 194. Dit compromis werd bereikt onder het Pools voorzitterschap. Hiermee waren de onderhandelingen echter nog niet gedaan. Op 26 oktober 2011 werd het voorstel nogmaals herzien. 195 Hoewel de lidstaten een akkoord bereikt hadden over dit Octrooigerecht, diende nog een belangrijk punt op dat moment geregeld te worden, namelijk de zetel van het Octrooigerecht. Deze onderhandelingen zijn niet vlot verlopen, gezien zowel Frankrijk, Duitsland als het Verenigd Koninkrijk de zetel van het Octrooigerecht in hun eigen lidstaat wilden vestigen. 196 Uiteindelijk werd op 28 juni 2012 een consensus bereikt tussen de verschillende staatshoofden en regeringsleiders van de EU over de zetel van de centrale afdeling van het Octrooigerecht. Zowel Duitsland, Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk zouden elk een afdeling van de centrale afdeling verkrijgen. 197 Gezien over het laatste heikele punt een overeenstemming bereikt was, leek niets nog een stemming van de tekst in de zomer van 2012 in de weg te staan. De stemming in plenaire sessie door het Europees Parlement was dan ook gepland op 4 juli Deze stemming is echter nooit doorgegaan en werd naar een latere, op dat moment onbepaalde, datum verzet. De vrees bestond dat de tekst, zoals die gestemd zou worden, 192 Fiche d information, Le long chemin vers la protection par brevet unitaire en Europe, 17 décembre 2012, Fiche d information, Le long chemin vers la protection par brevet unitaire en Europe, 17 décembre 2012, Raad van de EU, " Ontwerpovereenkomst betreffende een Gemeenschappelijk Octrooigerecht en een ontwerpstatuut Geconsolideerde tekst ", Brussel, 14 juni 2011, 11533/11, PI 68, COUR Raad van de EU, " Ontwerpovereenkomst betreffende een Gemeenschappelijk Octrooigerecht en een ontwerpstatuut Geconsolideerde tekst", Brussel, 26 oktober 2011, 16023/11, PI 141, COUR P., CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, 7; DESLANDES, M- A, " Le brevet européen à effet unitaire: un chemin périlleux", [email protected] 2012/3, Fiche d information, Le long chemin vers la protection par brevet unitaire en Europe, 17 décembre 2012, M-A, DESLANDES, " Le brevet européen à effet unitaire: un chemin périlleux", [email protected] 2012/3,

50 onverenigbaar zou zijn met het recht van de EU. 199 Hierop ingaan zou ons te ver leiden in het kader van deze bijdrage. 76. De onderhandelingen omtrent het Europees Octrooi met eenheidswerking werden uiteindelijk hervat onder het Cypriotisch voorzitterschap in september Op 14 november 2012 heeft de Raad van de Europese Unie een nieuwe ontwerpovereenkomst betreffende een gemeenschappelijk Octrooigerecht voorgesteld. 200 Ook deze keer zonder succes, wat betekende dat de onderhandelingen dienden hervat te worden. 77. Uiteindelijk werd op 19 februari 2013 de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijk Octrooigerecht 201 door 24 van de 27 ministers van de Europese lidstaten getekend in Brussel. 202 Drie lidstaten tekenden de UPC-Overeenkomst niet op 19 februari, namelijk Spanje, Polen en Bulgarije. Bulgarije heeft ondertussen op 5 maart 2013 de UPC-Overeenkomst ondertekend. 203 Polen heeft zich verzet tegen de ondertekening van de UPC-overeenkomst, omwille van de vrees voor de hoge kosten die de implementatie van dit systeem met zich zal meebrengen en de vrees op het averechts effect dat dit systeem zou kunnen hebben op de Poolse economie. 204 Italië heeft zich oorspronkelijk verzet tegen de creatie van een eengemaakt Octrooigerecht en weigerde aanvankelijk deel te nemen aan de onderhandelingen, maar in december 2011 heeft Italië haar houding ten aanzien van een eengemaakt Octrooigerecht gewijzigd en besloot toch deel te nemen aan de verdere onderhandelingen. 205 Dit is een opmerkelijke beslissing gezien Italië een vordering tot nietigverklaring van de beslissing van de Europese Commissie heeft ingesteld, die groen licht gegeven heeft aan de lidstaten om verder te werken aan het project van een Europees Octrooi met eenheidswerking voor de welwillende lidstaten, middels het aangaan van een nauwere samenwerking. 206 De toetreding van Italië tot de UPC-Overeenkomst zal tot gevolg hebben dat het Octrooigerecht slechts bevoegd zal zijn om kennis te nemen van vorderingen die betrekking hebben op Europese Octrooien, gezien Italië geen lid is bij de Verordening 199 M-A, DESLANDES, " Le brevet européen à effet unitaire: un chemin périlleux", [email protected] 2012/3, Raad van de EU, "Ontwerpovereenkomst betreffende een Gemeenschappelijk Octrooigerecht en een ontwerpstatuut Geconsolideerde tekst", Brussel 14 november 2012, 16222/12, PI 146, COUR Raad van de EU, "Overeenkomst betreffende een eengemaakt Octrooigerecht", Brussel 11 januari 2013, 16351/12, PI 148, COUR Signature de l'accord relatif à une juridiction unifiée du brevet, 19 février, 2013, Bulgaria joins the Unified Patent Court Agreement, 5 March 2013, B. CORDERY,"Unitary patents and the Unified Patent Court", 7 maart 2013, Kluwer Patent Blog, K. MAHNE, "A Unitary Patent and Unified Patent Court for the European Union: An Analysis of Europe's Long Standing Attempt to create a Supranational Patent System", Wash. U. Global Stud. L. Rev. 2012, vol 11: 171, Zie randnummer

51 Eenheidswerking. 207 De twee overige lidstaten, die de overeenkomst nog niet hebben ondertekend, behouden echter de mogelijkheid om op een latere datum toe te treden Bij de opening van de ondertekeningsceremonie stelde Mr Richard Bruton, de Ierse minister voor werkgelegenheid, ondernemingen en innovatie dat: " The signing of the Unified Patent Court is a truly historic moment, as it will give enterprises greater access to patent protection at European level, and make enforcement of patents affordable. It is an important milestone in the continued development of the single market a priority for the Irish Presidency" 209. Het is belangrijk op te merken dat de UPC-overeenkomst, in tegenstelling tot de Verordening Eenheidswerking en Vertaalregeling geen instrument van de Europese Unie is, maar wel degelijk een intergouvernementele Overeenkomst. 210 De Europese Unie is hierbij geen partij. 211 De UPCovereenkomst is met andere woorden ontstaan op grond van een samenwerking tussen de verschillende lidstaten, zonder dat de Europese Commissie hieraan heeft deelgenomen. 212 Niettemin moet het Octrooigerecht het recht van de Europese Unie naleven, gezien de lidstaten daartoe zelf verplicht zijn De UPC-overeenkomst zal in werking treden van zodra het door dertien lidstaten, waaronder Duitsland, Frankrijk en het Verenigd-Koninkrijk geratificeerd is. 214 Frankrijk, het Verenigd- Koninkrijk en Duitsland zijn: "the three Member States in which the highest number of European Patents had effect in the year preceding the year in which the signature of the Agreement took place" 215. De Europese Commissie voorspelt dat de UPC-overeenkomst geratificeerd zal worden door Duitsland, Frankrijk en het Verenigd-Koninkrijk en tien andere lidstaten tegen november 207 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, Signature de l'accord relatif à une juridiction unifiée du brevet, 19 février, 2013, Signature de l'accord relatif à une juridiction unifiée du brevet, 19 février, 2013, E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, Telefonisch interview met mr. ir. Marc van der Burg, Juridisch en Technisch Adviseur van het Nederlandse Octrooicentrum op 17/04/ E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, Système unifié du règlement des litiges en matière de brevets, E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14,

52 Een meer realistische timing is echter begin 2015, gezien Duitsland reeds te kennen heeft gegeven de UPC-Overeenkomst pas te ondertekenen na haar interne verkiezingen Met deze tekst is het "pakket eenheidsoctrooi" volledig. Vanaf de inwerkingtreding van dit "pakket", ten vroegste op 1 januari 2014, zal er sprake zijn van een volledig geharmoniseerd en gelijkvormig octrooisysteem voor bijna het ganse grondgebied van de Europese Unie. Na meer dan 30 jaar over dit onderwerp te hebben gedebatteerd, onderhandeld en hervormingen te hebben doorgevoerd heeft het Europees Octrooi met eenheidsbescherming met bijhorende vertaalregelingen en Octrooigerecht het licht gezien. 216 B. CORDERY, "Unitary patents and the Unified Patent Court", 7 maart 2013, Kluwer Patent Blog, IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS. 44

53 HOOFDSTUK II DE WERKING VAN HET EENGEMAAKT OCTROOIGERECHT. Afdeling 1. Inleiding 81. De UPC-Overeenkomst is een zeer uitgebreide tekst bestaande uit drie verschillende delen. Deel 1 behandelt de Algemene en Institutionele bepalingen en telt op zich al 89 artikelen. Het tweede deel, Bijlage 1, behandelt het statuut van de geünificeerde jurisdictie en telt 38 artikelen. Het laatste deel, Bijlage 2 geeft weer hoe de zaken verdeeld dienen te worden over de centrale afdeling. Het geheel van de UPC-Overeenkomst bedraagt 128 artikels, het is dus een fameuze tekst geworden. 82. Het gerecht gecreëerd door deze Overeenkomst is een gerecht dat gemeenschappelijk is aan alle contracterende lidstaten. Dit Gerecht zal een onderdeel vormen van het rechterlijk landschap van al deze lidstaten. 218 Het was van essentieel belang voor het ontstaan van het Octrooigerecht om dit gerecht deel te laten uitmaken van de nationale rechtscolleges van de lidstaten en dus de lidstaten verantwoordelijk te maken voor de beslissingen genomen door dit Gerecht. Het Octrooigerecht zal gehouden zijn het Unierecht te eerbiedigen bij het nemen van haar beslissingen Het eengemaakt Octrooigerecht zal bevoegd zijn om kennis te nemen van geschillen met betrekking tot zowel Europese Octrooien als Europese Octrooien met eenheidswerking. 220 Geschillen omtrent Europese Octrooien met eenheidswerking zullen in principe enkel en alleen voorgelegd kunnen worden aan het eengemaakt Octrooigerecht. Dit ligt anders voor de Europese Octrooien. Partijen die een geschil hebben omtrent een Europees Octrooi zullen de keuze hebben om dit octrooi te laten beslechten door het eengemaakt Octrooigerecht of door de traditionele rechtscolleges en dit gedurende een periode van zeven jaar. De mogelijkheid bestaat om deze periode te verlengen met nogmaals zeven jaren. 221 Dit gerecht is onderworpen aan dezelfde verplichtingen in navolging van het Unierecht als de andere rechterlijke instanties van de contracterende lidstaten. 222 Samengevat is de UPC-Overeenkomst van toepassing op: - de Europese Octrooien met eenheidswerking; - het aanvullend beschermingscertificaat afgegeven voor een product beschermd door een octrooi; 218 Artikel 21 UPC-Overeenkomst. 219 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, Artikel 1, lid 1 UPC-Overeenkomst. 221 W. PORS, "Unitary Patent and Unified Patent Court", 20a%20European%20intellectual%20property%20right%20and%20a%20single%20court%20to%20enforce %20it%20a%20short%20note%20on%20key%20characteristics,%20IE-Forum_nl_.pdf 222 Atikel 1, lid 2 UPC-Overeenkomst. 45

54 - het Europees Octrooi dat nog niet is verstreken op de dag van inwerkingtreding van deze Overeenkomst of dat na die datum is verleend; - de aanvraag van een Europees Octrooi die nog in behandeling is op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst of na die datum is ingediend. 223 Afdeling 2. Samenstelling van het Eengemaakt Octrooigerecht 84. Het eengemaakt Octrooigerecht zal bestaan uit een gerecht van eerste aanleg, een hof van beroep en een griffie. 224 De lidstaten op wiens grondgebied deze instellingen worden opgericht dienen in te staan voor de nodige infrastructuur daarvan. Deze lidstaten zullen eveneens gehouden zijn om, gedurende een initiële overgangsperiode van zeven jaar na de inwerkingtreding van de UPC-Overeenkomst, het administratief personeel te leveren Verder zal ook voorzien worden in een vormingscentrum voor de rechters in Boedapest. 226 Hiernaast zal een centrum voor octrooibemiddeling en arbitrage worden opgericht die gevestigd zal zijn in Ljubljana 227 en Lissabon Het Gerecht van Eerste aanleg: lokale en regionale afdelingen 86. Het gerecht van eerste aanleg zal zowel uit een centrale afdeling bestaan als uit lokale en regionale afdelingen, die allemaal op hetzelfde niveau staan. 229 Met andere woorden er bestaat geen hiërarchie tussen al deze afdelingen. 87. Het bureau van de voorzitter van de centrale afdeling zal gevestigd zijn in Parijs. De centrale afdeling zal uit drie onderafdelingen bestaan die gevestigd zullen zijn in Parijs, Londen en München. In Parijs zal eveneens het bureau van de voorzitter gevestigd zijn. De drie onderafdelingen van de centrale afdeling zullen elk op hun beurt bevoegd zijn om kennis te nemen van zaken met welbepaalde voorwerpen. De wijze waarop de organisatie van de centrale afdeling tot stand is gekomen is het gevolg van zuivere politieke onderhandelingen en heeft geen juridische grondslag. 230 Het was oorspronkelijk de bedoeling om van de centrale afdeling een 223 Artikel 3 UPC-Overeenkomst. 224 Artikel 6, lid 1, UPC-Overeenkomst. 225 Artikel 37, lid 1, UPC-Overeenkomst. 226 Artikel 19, lid 1 UPC-Overeenkomst. 227 Ljubljana is de hoofdstad van Slovenië. 228 Artikel 35, lid 1 UPC-Overeenkomst. 229 Artikel 7, lid 1 UPC-Overeenkomst; X., [Vrije Tribune] "Noodzaak tot oprichting van een nationale afdeling van het nieuwe Europese Octrooigerecht ("Unified Patent Court")", IRDI 2013, afl 1, E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14,

55 werkelijk gecentraliseerde instantie te maken. 231 De drie Europese grootmachten, met name het Verenigd-Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland, wensten allen dat de zetel van het Octrooigerecht gevestigd zou zijn op hun grondgebied. De creatie van onderafdelingen in London en München is een compensatie voor het feit dat ze de zetel van de centrale afdeling niet gekregen hebben. 232 Zo zal de centrale afdeling van Parijs bevoegd zijn om kennis te nemen van zaken omtrent het uitvoeren van operaties, transport, textiel, papier, fysica en elektriciteit. De afdeling in Londen is bevoegd voor zaken die als voorwerp hebben de menselijke levensbehoeften, chemie en metaal. Op haar beurt zal de afdeling in München bevoegd zijn voor zaken omtrent werktuigbouwkunde, verlichting, verwarming, wapens en springstoffen. Deze classificatie van voorwerpen van zaken volgt de internationale classificatie van octrooien van de wereldorganisatie voor het intellectuele eigendom en de verdeling van deze zaken over de verschillende afdelingen werd geregeld in bijlage 2 bij de UPC-Overeenkomst. In Bijlage 1 van deze masterproef wordt een schematisch overzicht gegeven van de verdeling van deze bevoegdheden over de verschillende onderafdelingen van de centrale afdeling. 88. Een lokale afdeling kan gecreëerd worden op vraag van een contracterende lidstaat. Dergelijke vraag dient gericht te worden aan de voorzitter van het administratief comité en kan ten vroegste geformuleerd worden bij de ratificatie door een lidstaat van de UPC- Overeenkomst. 233 Een lidstaat op wiens grondgebied een lokale afdeling wordt ingesteld zal de zetel daarvan moeten aanduiden. 234 Eén lidstaat kan meerdere lokale afdelingen oprichten op haar grondgebied, zonder de grens van vier afdelingen te mogen overschrijden. Wellicht zal Duitsland gebruik maken van deze mogelijkheid om vier verschillende lokale afdelingen op te richten. 235 Een bijkomende afdeling kan gecreëerd worden op vraag van een lidstaat voor elke honderdste octrooizaak die ingeleid is gedurende elk van de drie opeenvolgende jaren, voor of na de datum van inwerkingtreding van het akkoord voor het eengemaakt Octrooigerecht met een maximum van vier lokale afdelingen per lidstaat. 236 Het maximum was eerst drie lokale afdelingen per lidstaat, maar dit werd uitgebreid tot vier op de Raad Concurrentievermogen van 5 december 2011, wat vooral Duitsland ten goede komt. 237 Het aantal rechters dat vereist is voor een 231 E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, X. BERNE, "Accord sur le brevet unitaire européen et dernières levées de boucliers", Artikel 18, lid 1 Statuten van het eengemaakt Octrooigerecht. 234 Artikel 7, lid 3 UPC-Overeenkomst. 235 E. DE GRYSE en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, Artikel 7, lid 4 UPC-Overeenkomst. 237 Raad van de Europese Unie, Working document 18239/11, 6 december

56 bepaalde afdeling zal bepaald worden in het procedurereglement, dat voorlopig nog in de maak is Twee of meer contracterende lidstaten kunnen ook hun krachten bundelen en een regionale afdeling oprichten. Lidstaten die samen een regionale afdeling wensen op te richten hoeven geen buurlanden te zijn om dit te doen. 239 Ook voor de oprichting van een regionale afdeling moet de vraag gericht worden aan de voorzitter van het administratief comité en moeten de lidstaten de zetel van die regionale afdeling aanwijzen. De regionale afdeling beschikt echter over de mogelijkheid om zaken op meerdere locaties te laten beslechten dan enkel op de aangewezen zetel. 240 De vraag is gerezen of een regionale afdeling zich aan de landsgrenzen dient te houden of dat deelstaten met andere lidstaten of andere deelstaten, die bijvoorbeeld dezelfde taal delen, een regionale afdeling kunnen oprichten. Hierover heeft enige tijd onduidelijkheid over bestaan 241, maar het antwoord op deze vraag lijkt te neigen naar de onmogelijkheid om regionale afdelingen tussen deelstaten onderling op te richten of deelstaten met lidstaten De mogelijkheid voor lidstaten om samen te werken en regionale afdelingen op te richten is niet met succes onthaald. 243 Tot op heden, en dat zal hoogstwaarschijnlijk zo blijven in de toekomst, zou er slechts één regionale afdeling opgericht worden, namelijk een Noordelijke Regionale Afdeling tussen de Scandinavische landen. 244 Nederland heeft ook gesprekken gevoerd met het Verenigd-Koninkrijk en Zweden om samen een regionale afdeling op te richten. 245 Deze onderhandelingen zijn echter zonder succes gebleven Wanneer het administratief comité instemt met de creatie van een lokale of regionale afdeling, zal ze tegelijkertijd beslissen over het aantal rechters die in die afdeling zullen zetelen De kamers van het Gerecht van Eerste aanleg bestaan in principe uit een internationale samenstelling van drie rechters. 248 Hierop bestaan drie uitzonderingen. Vooreerst kan een kamer 238 Artikel 19, lid 1 Statuten bij de UPC-Overeenkomst. 239 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, Artikel 7, lid 5 UPC-Overeenkomst. 241 Artikel 7, lid 5 UPC-Overeenkomst. 242 Gesprek met de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS op het IPCongres van 26 april 2013, te Rotterdam, Nederland. 243 Gesprek met de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS op het IPCongres van 26 april 2013, te Rotterdam, Nederland. 244 W. PORS, "Unitary Patent and Unified Patent Court", 20a%20European%20intellectual%20property%20right%20and%20a%20single%20court%20to%20enforce %20it%20a%20short%20note%20on%20key%20characteristics,%20IE-Forum_nl_.pdf 245 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, Zie randnummer Artikel 18, lid 2 Statuten van het eengemaakt Octrooigerecht. 48

57 van een lokale of regionale afdeling, op vraag van één van de partijen, aan de voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg vragen om aan deze kamer een bijkomende technisch geschoolde rechter toe te voegen. Deze technische rechter moet over toepasselijke kwalificaties en relevante ervaring bezitten overeenkomstig artikel 18, 3 van de UPC-Overeenkomst. De kamer van een afdeling kan dit eveneens op eigen initiatief voorstellen, indien het dit nodig acht en na de partijen te hebben gehoord. 249 Deze mogelijkheid om een technisch geschoolde rechter toe te voegen aan de rechtbank is één van de belangrijke bijdragen aan het octrooirecht van de UPCovereenkomst. Octrooizaken hebben een zeer belangrijk technisch component. Deze technische component wordt niet altijd optimaal door de juridisch geschoolde rechters begrepen. De mogelijkheid te voorzien in de aanstelling van een technisch geschoolde rechter is bevorderlijk voor de behandeling van de zaak en voor de kwaliteit van de rechtspraak. 93. De tweede uitzondering op het principe dat een zaak door drie rechters gehoord wordt, ligt vervat in artikel 33, 3, a). Dit artikel stelt eveneens dat een lokale of regionale afdeling aan de voorzitter van het Gerecht van Eerste Aanleg kan vragen om een bijkomende technische rechter toe te voegen aan de rechtbank en dit in zaken waar in het geval van een vordering wegens inbreuk een tegenvordering tot nietigverklaring is ingesteld. Van dit artikel kan geen gebruik worden gemaakt, wanneer reeds onder artikel 8, lid 5 een technisch geschoolde rechter is toegevoegd. 250 Het is met andere woorden niet mogelijk om een zaak te laten beslechten door een rechtscollege van vijf rechters, waarvan twee technisch geschoolde rechters, die de nodige technische kwalificaties en ervaringen hebben en die later zijn toegevoegd door de voorzitter van het Gerecht van Eerste Aanleg. 94. Ten slotte kunnen de partijen steeds overeenkomen dat hun geschil slechts beslecht zal worden door een alleen zetelende juridisch geschoolde rechter. 251 Voor dringende zaken kan een permanentie worden georganiseerd door een juridisch geschoolde rechter die alleen zal zetelen In de kamers van een lokale afdeling bestaat de samenstelling van het rechtscollege uit één rechter die op juridisch vlak over de nodige kwalificaties dient te bezitten en die een onderdaan is van de lidstaat op wiens grondgebied de lokale afdeling is gevestigd en uit twee andere rechters. Deze twee rechters moeten over de nodige juridische kwalificaties bezitten, maar zijn geen onderdaan van de lidstaat van de zetel van de lokale afdeling. 253 Ze worden gekozen uit een internationale pool van rechters, die zaak per zaak toegewezen worden. Deze samenstelling vindt 248 Artikel 8, lid 1 UPC-Overeenkomst. 249 Artikel 8, lid 5 UPC-Overeenkomst. 250 Artikel 8, lid 5 UPC-Overeenkomst. 251 Artikel 8, lid 7 UPC-Overeenkomst. 252 Artikel 19, lid 3 Statuten bij de UPC-Overeenkomst. 253 Artikel 8, lid 2 UPC-Overeenkomst. 49

58 toepassing wanneer in een lidstaat, over een periode van drie opeenvolgende jaren, voor of na de inwerkingtreding van de UPC-overeenkomst, gemiddeld minder dan vijftig octrooizaken zijn ingesteld per kalenderjaar. (P. VERON, The Unified Patent Court, state of the play in January 2013, C5's 5 th forum on Biotech&Pharma Patent Litigation, Amsterdam, 29 January 2013.) De idee achter de samenstelling van deze kamers, met een laag octrooicontentieux, is dat de plaatselijke rechters opgeleid kunnen worden door de bijstand van twee geroutineerde poulerechters en dat ook hun kennis en ervaring in het octrooirecht wordt aangescherpt In tegenstelling tot wat hierboven beschreven staat, bestaat een lokale afdeling die minstens 50 octrooizaken per kalenderjaar behandelt uit twee rechters die onderdanen zijn van de lidstaat van de zetel van de lokale afdeling en één rechter die afkomstig is uit de internationale poule van rechters. Weliswaar moeten ook deze drie rechters over de vereiste juridische kwalificaties bezitten P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, Artikel 8, lid 3 UPC-Overeenkomst. 50

59 (P. VERON, The Unified Patent Court, state of the play in January 2013, C5's 5 th forum on Biotech&Pharma Patent Litigation, Amsterdam, 29 January 2013.) 97. Momenteel wordt onderzocht hoeveel octrooizaken de afgelopen drie jaren aanhangig zijn gemaakt in België om het aantal Belgische en buitenlandse rechters te bepalen die zullen zetelen in een eventuele lokale afdeling. 256 Verder zal er ook nood zijn aan reserverechters in het geval één van benoemde rechters van de lokale afdeling van het Octrooigerecht ziek valt of afwezig is of tijdelijk niet kan zetelen, enz. 98. De Belgische rechters zullen hoogstwaarschijnlijk hun plaats hebben in de internationale poule van rechters en dit omwille van het neutraal karakter van België en het te vinden evenwicht in de verhoudingen tussen de grote lidstaten. 257 Ook de Belgische technische experten maken grote kans benoemd te worden als rechter bij het Octrooigerecht, gelet op het goede opleidingsniveau in België en de grote talenkennis Voor de kamers van de regionale afdelingen ligt de samenstelling van de rechtscolleges anders. Twee van de drie rechters worden gekozen uit een regionale lijst van rechters, die onderdaan zijn van één van de lidstaten die deze regionale afdeling heeft ingesteld. De derde rechter is een rechter die onderdaan is van een lidstaat die vreemd is aan de instelling van die 256 Telefonisch interview met Leen de Cort, Juriste bij de Dienst voor Intellectuele Eigendom op 2 mei De dienst voor Intellectuele Eigendomsrechten heeft een brief gestuurd naar de 5 Rechtbanken van Koophandel bevoegd voor octrooizaken en de 5 Hoven van Beroepen, wetende Antwerpen, Bergen, Brussel, Gent en Luik en hen gevraagd mee te delen hoeveel octrooizaken bij hun rechtbank aanhangig werd gemaakt de afgelopen drie jaren. 257 P.CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, P.CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1,

60 regionale afdeling. Ook hier wordt er vereist dat de rechters over de vereiste juridische kwalificaties bezitten De voorzitters van de kamers van het Gerecht van Eerste Aanleg dienen steeds juridisch geschoolde rechters te zijn De centrale afdeling 101. In de centrale afdelingen zetelen drie internationale rechters, waarvan twee onder hen juridisch geschoold zijn. De derde rechter is een technisch geschoolde rechter, die gekozen wordt uit een pool van rechters, naar gelang het technologisch gebied. 261 In tegenstelling tot de lokale of regionale afdeling, wordt de centrale afdeling altijd versterkt door een technisch geschoolde rechter. Hierop bestaat een uitzondering. De centrale afdeling telt drie juridisch geschoolde rechters wanneer de aanhangige zaak betrekking heeft op beslissingen genomen door het EOB in de uitoefening van haar taken, zoals vermeld in artikel 9 Verordening Eenheidswerking Het Hof van Beroep In de kamers van het Hof van Beroep zullen vijf rechters zetelen, afkomstig van verschillende lidstaten. Drie onder hen zullen beschikken over de nodige juridische kwalificaties en de twee andere rechters dienen technisch geschoolde rechters te zijn, die over de vereiste kwalificaties en ervaring beschikken. De drie juridisch geschoolde rechters dienen allen afkomstig te zijn van een verschillende contracterende lidstaat. De technisch geschoolde rechters worden door de voorzitter van het Hof van Beroep gekozen uit een pool van rechters, zoals ingesteld door artikel 18 van de UPC-Overeenkomst Op deze samenstelling van de kamers van het Hof van Beroep bestaan er twee uitzonderingen. De eerste wordt vermeld in artikel 9, lid 2 UPC-Overeenkomst. Deze uitzondering is identiek aan deze voor de samenstelling van de kamers van het Gerecht van Eerste aanleg, in het geval dat de rechtbank zich geconfronteerd ziet met een vordering tegen een beslissing van het EOB. In dit geval zullen de kamers van het Hof van Beroep ook slechts drie juridisch geschoolde rechters tellen, die elk op hun beurt afkomstig zijn van een verschillende contracterende lidstaat Een tweede uitzondering wordt voorzien in artikel 21, 2 Statuten Octrooigerecht. Wanneer een zaak van uitzonderlijk belang is, en meer bepaald wanneer een beslissing in dergelijke zaak gevolgen zou kunnen hebben voor de consistentie en de eenheid van de rechtspraak van het 259 Artikel 8, lid 4 UPC-Overeenkomst 260 Artikel 8, lid 8 UPC-Overeenkomst. 261 Artikel 8, lid 6 UPC-Overeenkomst. 262 Artikel 8, lid 6 j artikel 32, lid 1, i UPC-Overeenkomst. 263 Voor een schematisch overzicht: zie Bijlage Artikel 9, lid 1 UPC-Overeenkomst. 265 Artikel 9, lid 2 UPC-Overeenkomst. 52

61 Octrooigerecht, kan het Hof van Beroep beslissen om de zaak naar het Hof in voltallige zitting te verwijzen. Dit dient te gebeuren op voorstel van de voorzitter van het Hof van Beroep. In dergelijk geval zal een beslissing slechts geldig zijn indien ze aangenomen wordt door ten minste drievierde van het aantal rechters waaruit een voltallige zitting bestaat. 266 Dit is, naar mijn insziens, een belangrijke uitzondering die zeker haar vruchten zal afwerpen, gezien het Hof van Beroep de waakhond is, zoals verder aangetoond wordt, van de uniforme toepassing van het octrooirecht door de verschillende afdelingen De zetel van het Hof van Beroep zal gevestigd zijn in Luxemburg 267 en de voorzitter van dit Hof moet een juridisch geschoolde rechter zijn. 4. De Griffie 106. De centrale griffie zal eveneens gevestigd zijn in Luxemburg. 268 Elke afdeling van het Gerecht van Eerste Aanleg zal beschikken over een subalterne griffie De Comités 107. Het eengemaakt Octrooigerecht zal ook nog een aantal comités tellen, namelijk een administratief comité, een begrotingscomité en een raadgevend comité. Deze comités zullen zich ervan moeten verzekeren dat de UPC-Overeenkomst daadwerkelijk wordt uitgevoerd en toegepast. 270 De samenstelling en werking van deze comités wordt beschreven in de artikelen 12 tot 14 van het Verdrag. Afdeling 3. De rechters van het Octrooigerecht 108. De rechters van het Octrooigerecht dienen aan de hoogste bekwaamheidsnormen te voldoen en een bewezen ervaring te hebben in het beslechten van octrooigeschillen. Deze ervaring kan verkregen worden door het volgen van een opleiding georganiseerd door het vormingscentrum. 271 Zoals hierboven reeds vermeld, zal het Octrooigerecht zowel bestaan uit rechters met een juridische achtergrond, als rechters met een technische achtergrond. 272 De juridisch geschoolde rechters dienen de kwalificaties te bezitten die vereist zijn om het rechterlijk ambt uit te oefenen in één van de contracterende lidstaten. 273 Van de technisch geschoolde rechters wordt verwacht dat deze beschikken over een universitair diploma in een zeker technisch gebied en dat ze in dat gebied tevens over de nodige ervaring beschikken. 266 Artikel 35, lid3 Statuten van het eengemaakt Octrooigerecht. 267 Artikel 9, lid 5 UPC-Overeenkomst. 268 Artikel 10, lid 1 UPC-Overeenkomst. 269 Artikel 10, lid 2 UPC-Overeenkomst. 270 Artikel 11 UPC-Overeenkomst. 271 Artikel 2, lid 2 Statuten van het eengemaakt Octrooigerecht. 272 Artikel 15, lid 1 UPC-Overeenkomst. 273 Artikel 15, lid 2 UPC-Overeenkomst. 53

62 Verder dienen ze ook een bewezen kennis te hebben van het burgerlijk recht en het burgerlijk procesrecht in het domein van octrooigeschillen Van de rechters wordt bovendien vereist dat ze een goede kennis hebben van ten minste één van de officiële talen van het EOB Zoals reeds vermeld zullen de kamers van de afdelingen van het eengemaakt Octrooigerecht internationaal samengesteld worden, namelijk doordat rechters, afkomstig van verschillende lidstaten, samen zullen zetelen. De samenstelling van een afdeling zal afhangen van het aantal octrooizaken die in een lidstaat aanhangig wordt gemaakt. 276 De buitenlandse rechters die de afdeling zullen versterken, worden gekozen uit een pool van rechters, die gevormd wordt door alle juridische en technische geschoolde rechters van het Gerecht van Eerste Aanleg die voltijds of deeltijds rechter zijn bij het Octrooigerecht De procedure van benoeming van de rechters wordt beschreven in artikel 16 UPC- Overeenkomst. Zo zal het raadgevend comité een lijst opstellen van de kandidaten die het meest geschikt zijn om overeenkomstig de statuten benoemd te worden als rechters van het Octrooigerecht. Het komt toe aan het administratief comité om, in onderlinge overeenstemming op basis van de hierboven vermelde lijst, de rechters te benoemen. Een rechter wordt benoemd voor een periode van zes jaar en is herbenoembaar Het Gerecht, de rechters en de griffie genieten de rechterlijke onafhankelijkheid en zijn door geen enkele aanwijzing gebonden. 279 Alle rechters, zowel de juridisch als de technisch geschoolde, die op permanente wijze in het Octrooigerecht zetelen, mogen naast deze functie van rechter in het eengemaakt Octrooigerecht geen enkele andere functie uitoefenen of deze al dan niet bezoldigd wordt. Wel behouden ze de mogelijkheid om het rechterlijk ambt te bekleden op nationaal niveau. 280 Verder kan het administratief comité hierop een uitzondering toestaan. 281 De technisch geschoolde rechters die niet op permanente wijze zetelen, behouden het recht om andere functies uit te oefenen, voor zover daardoor geen belangenconflict ontstaat Indien een rechter in een zaak geconfronteerd wordt met een belangenconflict, mag deze rechter niet deelnemen aan de procedure. Een rechter mag, overeenkomstig artikel 7, lid 2 Statuten eengemaakt Octrooigerecht, niet deelnemen aan de procedure indien hij als adviseur is 274 Artikel 15, lid 3 UPC-Overeenkomst. 275 Artikel 2, lid 2 Statuten van het eengemaakt Octrooigerecht. 276 Zie randnummer 95 en Artikel 18, lid2 UPC-Overeenkomst. 278 Artikel 4, lid 1 UPC-Overeenkomst. 279 Artikel 17, lid 1 UPC-Overeenkomst. 280 Artikel 17, lid 3 UPC-Overeenkomst. 281 Artikel 17, lid 2 UPC-Overeenkomst. 282 Artikel 17, lid 4 UPC-Overeenkomst. 54

63 opgetreden in de voorliggende zaak, indien de rechter partij is geweest bij de zaak of indien hij heeft opgetreden voor één van de partijen. Ook zal een rechter zich moeten terugtrekken indien hij verzocht is geweest uitspraak te doen als lid van een rechtbank, een hof, raad van beroep, arbitrage- of mediatiecommissie, onderzoekscommissie of in een andere hoedanigheid. Een belangenconflict zal ontstaan indien de rechter een persoonlijk of financieel belang heeft of banden heeft met een van de partijen of een familieband heeft met een van de partijen of met een vertegenwoordiger van een van de partijen. Afdeling 4. Internationale bevoegdheid 114. Met de oprichting van het eengemaakt Octrooigerecht wordt een internationaal rechtscollege in het leven geroepen dat exclusief bevoegd zal zijn om kennis te nemen van zaken betreffende Europese Octrooien met eenheidswerking. Dit is de grootste verandering die het Europees Octrooirecht ooit heeft gekend. 283 Hoewel deze exclusieve bevoegdheid het principe is van het Octrooigerecht, zal dit principe slechts volledig uitwerking krijgen na een periode van zeven jaar na de inwerkingtreding van de UPC-Overeenkomst Hieronder wordt een overzicht gegeven van de vorderingen waarvoor de verschillende afdelingen van het Octrooigerecht bevoegd zullen zijn. Nadien wordt de overgangsbepaling behandeld en ten slotte de internationale bevoegdheid van het centrum voor octrooibemiddeling en arbitrage. 1. De internationale bevoegdheid van de afdelingen van het Octrooigerecht Het eengemaakt Octrooigerecht zal exclusief bevoegd zijn om kennis te nemen van een aantal vorderingen die limitatief opgesomd worden in artikel 32 van de UPC-Overeenkomst en die hieronder worden beschreven. Historisch gezien is het steeds de bedoeling geweest van de opstellers van de UPC-Overeenkomst om twee soorten vorderingen onder de bevoegdheid van een gespecialiseerd internationaal rechtscollege te brengen. Dit zijn namelijk de vorderingen wegens inbreuk op een octrooi en de vorderingen tot nietigheidsverklaring van een octrooi. 286 Dit is altijd de rode draad geweest tijdens de onderhandelingen en is uiteindelijk verwerkt in artikel Artikel 33 van de UPC-Overeenkomst bepaalt de specifieke bevoegdheden van de verschillende afdelingen van het Gerecht van Eerste Aanleg. Deze bevoegdheid zal afhankelijk zijn van een aantal territoriale aspecten die eveneens hieronder beschreven worden. Dit is 283 B. CORDERY, "Unitary patents and the Unified Patent Court", 7 maart 2013, Kluwer Patent Blog, Althans indien deze overgangsbepaling niet wordt verlengd. 285 Zie voor een schematisch overzicht Bijlage E. NOOTEBOOM en G. VAN OVERWALLE, "The Proposal for a Council Regulaion on the Community Patent", IRDI 2001,

64 meteen ook een belangrijk verschil met de regeling die geldt voor de Europese Octrooien. Het Europees Octrooi wordt weliswaar eveneens geregeld door een verdrag, doch bevat het EOV enkel materiële en geen procedurele bepalingen. Gezien de Europese Octrooien eenmaal verleend uiteenvallen in een bundel van nationale octrooien, diende teruggegrepen te worden naar de Brussel-I 287 Verordening 288 om de bevoegdheid van de rechters te bepalen. Met de invoering van het eengemaakt Octrooigerecht zal dit niet meer nodig zijn, gezien de UPC-Overeenkomst zelf voorziet in de territoriale bevoegdheid van de verschillende afdelingen van het Octrooigerecht. Deze Overeenkomst krijgt voorrang op de verwijzingsregels vervat in de Brussel-I Verordening. Overweging 25 Brussel-I Verordening stelt expliciet dat: "de eerbiediging van de internationale verplichtingen van de lidstaten houdt in dat deze verordening de verdragen en internationale overeenkomsten, waarbij de lidstaten partij zijn en die bijzondere onderwerpen bestrijken, onverlet laat" Artikel 32 en 33 zijn de sleutelbepalingen van de UPC-Overeenkomst. Voor alle andere vorderingen, dan diegene waarvoor het Octrooigerecht over een exclusieve bevoegdheid beschikt en die betrekking hebben op octrooien en aanvullende beschermingscertificaten, blijven de nationale gerechten bevoegd. 289 Hierbij kan gedacht worden aan vorderingen betreffende licenties toegekend door de octrooihouder of zakenrechtelijke vorderingen betreffende het eigendomsrecht Allereerst zal het eengemaakt Octrooigerecht bevoegd zijn om kennis te nemen van: - vorderingen wegens feitelijke inbreuk of dreiging van inbreuk op octrooien en aanvullende beschermingscertificaten, met inbegrip van tegenvorderingen betreffende licenties; -vorderingen met het oog op het bekomen van voorlopige en bewarende maatregelen of van een verbodsmaatregel; - vorderingen tot schadevergoeding op grond van de voorlopige bescherming die wordt verleend door een gepubliceerde Europese octrooiaanvraag; - vorderingen met betrekking tot het gebruik van een uitvinding vooraleer het octrooi is toegekend of met het recht dat stoelt op het voorgebruik van de uitvinding Voor deze vier categorieën vorderingen zal bevoegd zijn de lokale afdeling van het Gerecht van Eerste Aanleg van de contracterende lidstaat op wiens grondgebied de feitelijke inbreuk of 287 Verordening nr 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. 288 K. MAHNE, "A Unitary Patent and Unified Patent Court for the European Union: An Analysis of Europe's Long Standing Attempt to create a Supranational Patent System", Wash. U. Global Stud. L. Rev. 2012, vol 11: 171, Artikel 32, lid 2 UPC-Overeenkomst. 290 E. NOOTEBOOM en G. VAN OVERWALLE, "The Proposal for a Council Regulation on the Community Patent", IRDI 2001,

65 dreiging van inbreuk plaatsvindt of zich kan voordoen. Indien geen lokale afdeling is opgericht in die lidstaat zal de regionale afdeling, waaraan deze lidstaat deelneemt, bevoegd zijn. 291 Dit betekent dat een Japanse onderneming voor de Belgische lokale afdeling gedagvaard kan worden indien de inbreuk op het octrooi plaats heeft gevonden op het Belgisch grondgebied. Dit betekent ook dat een octrooihouder in de meeste gevallen zal beschikken over de mogelijkheid te kiezen waar hij zijn vordering aanhangig wenst te maken. In de veronderstelling dat een Italiaanse onderneming houder is van een Europees Octrooi met eenheidswerking en dat op dit octrooi zowel in België, Duitsland, Hongarije als Italië inbreuk wordt gepleegd, zal de Italiaanse onderneming de keuze hebben om de vordering in te leiden voor de Belgische, Duitse, Hongaarse of Italiaanse afdeling. 292 Hoogstwaarschijnlijk zal deze onderneming ervoor opteren de vordering in te leiden voor de Italiaanse afdeling, gezien dit geografisch het meest voordelig is. De onderneming kan in haar eigen lidstaat procederen, ook voor inbreuken gepleegd in het buitenland. Deze bepaling is het voorwerp van kritiek geweest namens de Belgische Nationale Vereniging voor de Bescherming van de Intellectuele Eigendomsrechten. 293 Volgens hen laat deze bepaling een totale vrijheid over aan de eiser in de keuze van de lokale of regionale afdeling, waarvoor hij de verweerder wenst te dagvaarden. De belangen van de ondernemingen, die als verweerders optreden, zouden hierdoor geschaad worden, omdat het voor de eisers al te gemakkelijk wordt om de ondernemingen te dagvaarden voor een andere afdeling van het Octrooigerecht dan die van de woonplaats van de verweerder, wat vaak als aanknopingsfactor gebruikt wordt in het internationaal privaatrecht 294 om de bevoegdheid te bepalen. 295 Dit strookt volgens hen niet met het principe van de voorspelbaarheid van de bevoegde rechtbank, zoals die door de Conventie van Brussel van 1968 wordt vooropgesteld. Naar mijn mening is dit niet correct en wordt het principe van de voorspelbaarheid van de bevoegde rechtbank wel geëerbiedigd. De rechtbank die bevoegd zal zijn om kennis te nemen van zaken betreffende Europese Octrooien, al dan niet met eenheidswerking, is het eengemaakt Octrooigerecht. De verschillende lokale en regionale afdelingen die zullen ontstaan vormen slechts een onderdeel van dit Octrooigerecht en vormen geen separate rechtbanken. Het is de bedoeling dat de rechtspraak van de verschillende afdelingen van het Octrooigerecht geharmoniseerd is. Dit zou bereikt moeten worden door de internationale samenstelling van de verschillende kamers, de uniforme opleidingen die gegeven worden aan de rechters en de toevoeging van technische rechters in een aantal zaken. Dat voortaan onder de UPC-Overeenkomst het principe niet meer is dat de rechtbanken van de 291 Artikel 33, lid 1, a) UPC-Overeenkomst. 292 In de veronderstelling dat al deze lidstaten over lokale afdelingen beschikken. 293 BNVBIE 294 Met name artikel 2 Brussel-I Vo., artikel 5 WIPR; J. ERAUW, Internationaal Privaatrecht, Kluwer, 2009, Mechelen, Algemene Vergadering AIPPI, 7 oktober 2009, "Advies omtrent het ontwerp van Verdrag betreffende een Europees Octrooigerecht en het ontwerp van statuut van deze Rechtbank". 57

66 woonplaats van de verweerder bevoegd zijn, zal in het kader van het Octrooigerecht, naar mijn mening geen juridische nadelen met zich meebrengen voor de verweerder. De Ontwerpovereenkomst van 23 maart 2009 heeft de voorgestelde opmerkingen van de BNVBIE niet gevolgd Deze vier, hierboven genoemde vorderingen, kunnen ook gebracht worden voor de lokale afdeling van het Gerecht van Eerste Aanleg van de lidstaat waar de verweerder, of indien er meerdere verweerders zijn, waar één van hen zijn verblijfplaats, hoofdvestiging of vestiging heeft. Bij ontstentenis van een lokale afdeling kan de vordering ook gebracht worden voor de regionale afdeling waaraan die lidstaat deelneemt. Een vordering kan slechts tegen meerdere verweerders worden ingesteld indien tussen hen een commerciële band bestaat en indien de vordering betrekking heeft op dezelfde vermeende inbreuk. 296 Indien een verweerder noch zijn verblijfplaats, noch zijn hoofdvestiging of zijn gewone vestiging op het grondgebied heeft van één van de contracterende lidstaten, kan de vordering door de eiser aanhangig gemaakt worden voor ofwel de lokale of regionale afdeling van de lidstaat waar de inbreuk zich heeft voorgedaan of dezelfde voor de centrale afdeling. 297 Deze bepaling die oorspronkelijk niet in de Ontwerpovereenkomst voorzien was, is er gekomen op vraag van Duitsland als compensatie voor het niet verkrijgen van de zetel van de centrale afdeling van het eengemaakt Octrooigerecht Het eengemaakt Octrooigerecht zal ook exclusief bevoegd zijn om kennis te nemen van vorderingen tot vergoeding voor licenties toegekend van rechtswege, zoals voorzien door artikel 8 Verordening Eenheidswerking. Deze vorderingen worden gebracht voor de lokale of regionale afdeling van het Gerecht van Eerste Aanleg van de lidstaat op wiens grondgebied de verweerder of, indien er meerdere verweerders zijn, één van hen, zijn verblijfplaats, hoofdvestiging of bij ontstentenis daarvan zijn vestiging heeft. In deze bepaling vinden we het aanknopingspunt met de woonplaats van de verweerder, zoals gekend in Brussel-I Vo. en WIPR 299 terug. Ook hier wordt vereist dat tussen de verschillende verweerders een commerciële band bestaat en dat de vordering betrekking heeft op dezelfde vermeende inbreuk. 300 In het geval dat een verweerder noch zijn verblijfplaats, noch zijn hoofdvestiging, noch een vestiging heeft op het grondgebied van een van de contracterende lidstaten bij deze Overeenkomst, zal de vordering aanhangig gemaakt moeten worden bij de lokale of regionale afdeling van de lidstaat waar de feitelijke inbreuk of de dreiging van inbreuk zich voordoet of zich kan voordoen. Indien deze lidstaat niet 296 Artikel 33, lid 1, b) UPC-Overeenkomst. 297 Artikel 33, lid 1, b) derde deel UPC-Overeenkomst. 298 S. MOSCA, "Brevet unitaire: trouver un accord avec le Parlement", Wetboek van Internationaal Privaatrecht, Wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van Internationaal Privaatrecht, BS 27 juli Artikel 33, lid 1, in fine UPC-Overeenkomst. 58

67 beschikt over een lokale afdeling of over een regionale afdeling, dient de vordering aanhangig gemaakt te worden bij de centrale afdeling Indien een vordering wegens een feitelijke inbreuk of een dreiging van inbreuk aanhangig is voor een regionale afdeling van het Octrooigerecht en indien de inbreuk plaatsgevonden heeft op het grondgebied van ten minste drie regionale afdelingen kan de regionale afdeling gehouden zijn, op vraag van de verweerder, om de zaak te verwijzen naar de centrale divisie Indien een vordering tussen dezelfde partijen, met betrekking tot hetzelfde octrooi, aanhangig is voor verschillende afdelingen, dan is de afdeling, waar de vordering het eerst aanhangig werd gemaakt, bevoegd om de volledige zaak te behandelen en moet iedere afdeling die later gevat wordt de vordering onontvankelijk verklaren. 302 Deze bepaling vinden we ook terug in artikel 27 Brussel-I Vo. Wanneer diverse rechters gevat worden voor dezelfde zaak, die allen bevoegd zijn op grond van Brussel-I Vo. wordt voorrang gegeven aan de rechtbank bij wie de zaak het eerste is aangebracht. 303 Zoals Professor ERAUW stelt: "Deze regels pogen de rechtsbedeling efficiënt te kanaliseren en rechtszekerheid te creëren" Naast de hierboven genoemde vorderingen zal het Octrooigerecht ook exclusief bevoegd zijn om kennis te nemen van vorderingen tot verklaring van niet-inbreuken op octrooien en aanvullende beschermingscertificaten, vorderingen en tegenvorderingen tot nietigverklaring van octrooien en aanvullende beschermingscertificaten en ten slotte van vorderingen betreffende beslissingen genomen door het EOB in de uitvoering van haar taken, zoals voorzien door artikel 9 Verordening Eenheidswerking De vorderingen en tegenvorderingen tot nietigverklaring van octrooien en aanvullende beschermingscertificaten kunnen ingesteld worden zonder dat de aanvrager bij het EOB oppositie hoeft in te stellen Indien in een zaak, waarbij een vordering wegens feitelijk inbreuk werd ingesteld, als verweer een tegenvordering tot nietigverklaring van het Europees Octrooi of het Europees Octrooi met eenheidswerking wordt ingesteld, wordt de bevoegde afdeling bepaald aan de hand van de volgende bevoegdheidsregels. De eerste mogelijkheid bestaat erin dat de afdeling, die bevoegd is om kennis te nemen van de vordering wegens inbreuk, zowel kan oordelen over deze vordering als over de tegenvordering en aan de voorzitter van het Gerecht van Eerste aanleg kan vragen om aan de rechtbank een bijkomende, technisch geschoolde rechter, toe te voegen. 301 Artikel 33, lid2, lid 2 UPC-Overeenkomst. 302 Artikel 33, lid2, lid 3 UPC-Overeenkomst. 303 J. ERAUW, Internationaal Privaatrecht, Kluwer, 2009, Mechelen, J. ERAUW, Internationaal Privaatrecht, Kluwer, 2009, Mechelen, Artikel 33, lid8 UPC-Overeenkomst. 59

68 Ten tweede kan de betrokken afdeling de tegenvordering tot nietigverklaring verwijzen naar de centrale afdeling en blijft ze bevoegd om parallel aan de nietigheidsprocedure te oordelen over de vordering wegens inbreuk of ze kan de behandeling van de inbreukvordering opschorten. Met deze bepaling wordt het theoretisch mogelijk gemaakt dat de lokale afdeling zelf een uitspraak velt over de vordering wegens inbreuk, vooraleer de centrale afdeling geoordeeld heeft over de nietigverklaring van het octrooi. Indien toepassing gemaakt wordt van deze mogelijkheid, wordt meteen één van de belangrijkste verweermiddelen van de verweerders ontnomen. 306 Dit theoretisch model, die ook de bifurcatie wordt genoemd, is gestoeld op het Duitse rechtssysteem, waarbij het reeds lange tijd mogelijk is om de inbreukvordering afzonderlijk van de nietigheidsvordering te behandelen. Gezien de mogelijkheid bestaat voor de afdelingen om de behandeling van de inbreukvordering op te schorten, totdat een beslissing genomen is omtrent de nietigheidsvordering, hoeft de vrees niet te groot te zijn dat de lokale afdelingen de twee procedures parallel zullen laten lopen, vooral niet in de lidstaten met een continentaal rechtsstelsel, waarvan de meesten de figuur van de bifurcatie niet kennen. 307 Ten slotte kan de betrokken afdeling ook, mits toestemming van de partijen, de volledige zaak verwijzen naar de centrale afdeling, waarna deze zich zal moeten uitspreken over de vordering De vorderingen tot verklaring van niet-inbreuken en de vorderingen tot nietigverklaring van octrooien en aanvullende beschermingscertificaten zullen ingeleid moeten worden voor de centrale afdeling. Indien echter een vordering wegens inbreuk of dreiging van inbreuk, tussen dezelfde partijen, met betrekking tot hetzelfde octrooi, reeds is ingeleid voor een lokale of regionale afdeling, dan kan een vordering tot verklaring van niet-inbreuk slechts ingeleid worden voor diezelfde lokale of regionale afdeling In tegenstelling hiermee, indien een vordering tot nietigverklaring aanhangig is voor de centrale afdeling, kan een vordering wegens inbreuk, tussen dezelfde partijen, met betrekking tot hetzelfde octrooi, ingeleid worden voor elke afdeling volgens de bevoegdheidsregels die gelden voor deze vorderingen, zoals hierboven beschreven. De lokale of regionale afdeling voor dewelke dergelijke vordering wordt ingeleid, zal over dezelfde beoordelingsmogelijkheden beschikken als de afdelingen die geconfronteerd worden met een tegenvordering tot nietigverklaring in het geval van een vordering wegens inbreuk. Deze mogelijkheden zijn eveneens hierboven beschreven Verder zal een vordering tot verklaring van niet-inbreuk dat aanhangig is voor de centrale afdeling worden opgeschort zodra een vordering wegens inbreuk, binnen de drie maanden nadat de vordering aanhangig werd gemaakt voor de centrale afdeling, wordt ingeleid voor een lokale 306 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1,

69 of regionale afdeling tussen dezelfde partijen of tussen de titularis van een exclusieve licentie en de partij die de verklaring van niet-inbreuk vordert met betrekking tot hetzelfde octrooi De vorderingen die betrekking hebben op beslissingen genomen door het EOB worden ingeleid voor de centrale afdeling Daarenboven kunnen de partijen vrij overeenkomen om hun vordering aanhangig te maken bij de bevoegde afdeling, zowel lokaal, regionaal als centraal, naar keuze. 310 De vraag hierbij is echter of partijen snel tot dergelijk akkoord zullen komen De partijen zullen gehouden zijn het Octrooigerecht op de hoogte te houden van elke procedure dat als gevolg de nietigheid, de beperking op de oppositie heeft van een octrooi en dat gevoerd wordt voor het EOB. Eveneens moeten de verzoeken om een versnelde behandeling bij het EOB worden meegedeeld aan het Octrooigerecht. Het Octrooigerecht kan dan de procedure opschorten indien een spoedige beslissing van het EOB wordt verwacht Hoewel de centrale afdeling deel uitmaakt van het Gerecht van Eerste Aanleg van het Octrooigerecht gelden andere bevoegdheidsgronden. Zoals reeds aangetoond zal in de meeste gevallen de centrale afdeling slechts subsidiair bevoegd zijn. De centrale afdeling zal de primaire bevoegde rechtbank zijn in twee gevallen. Allereerst wanneer een onafhankelijke nietigheidsvordering wordt ingesteld en ten tweede in het geval van een vordering tot nietinbreuk. In de praktijk zal het meestal de verwerende partij zijn die zelf het initiatief neemt om één van deze vorderingen in te leiden voor de centrale afdeling De beslissingen genomen door de afdelingen van het Octrooigerecht hebben uitwerking op het grondgebied van alle lidstaten die de UPC-Overeenkomst hebben geratificeerd. 312 Voor Europese Octrooien die in andere dan de deelnemende lidstaten van kracht zijn, zullen nog steeds aparte nationale procedures gevoerd moeten worden. Dit betekent meteen dat de lokale en regionale afdelingen over een zeer ruime bevoegdheid beschikken. Waar vroeger een vordering tot nietigverklaring in elke lidstaat ingesteld moest worden, is het nu voldoende de zaak aanhangig te maken bij slechts één rechtbank, die de mogelijkheid heeft om een Europees Octrooi of Europees Octrooi met eenheidswerking te vernietigen of te bekrachtiger over bijna het ganse grondgebied van de Europese Unie. 308 Artikel 33, lid 6 UPC-Overeenkomst. 309 Artikel 33, lid 9 UPC-Overeenkomst. 310 Artikel 33, lid 7 UPC-Overeenkomst. 311 Artikel 33, lid 10 UPC-Overeenkomst. 312 Artikel 34 UPC-Overeenkomst. 61

70 136. Hoewel de UPC-overeenkomst de basistekst is van het Octrooigerecht blijft ook het EOV nog van belang. De Europese Octrooien met eenheidswerking worden, zoals reeds aangehaald, verleend door het EOB, met toepassing van het EOV. Dit betekent in concreto dat de rechters van het Octrooigerecht de geldigheid van een Europees Octrooi met eenheidswerking aan de hand van het EOV zullen moeten beoordelen De Overgangsbepaling 137. Een titularis van een Europees Octrooi of een Europees octrooiaanvrager, die zijn octrooi heeft aangevraagd of verkregen voor het einde van de overgangsperiode, evenals de titularis van een aanvullend beschermingscertificaat, dat toegekend werd voor een product beschermd door een Europees Octrooi, heeft de mogelijkheid om af te wijken van het principe dat het Octrooigerecht exclusief bevoegd is voor vorderingen met betrekking tot Europese Octrooien en Europese Octrooien met eenheidswerking. Dit wordt een 'opt-out' genoemd. Een octrooihouder kan zich enkel beroep op deze 'opt-out' mogelijkheid indien hij tijdens de overgangsperiode geen vordering aanhangig heeft gemaakt bij het Octrooigerecht. 314 Indien de overgangsregeling een einde neemt, terwijl dergelijke vordering reeds ingesteld is voor een nationaal rechtscollege, verandert het einde van de overgangsregeling niets aan de bevoegdheid van de nationale rechters. Indien een titularis of een octrooiaanvrager van deze mogelijkheid wenst gebruik te maken, moet hij ten laatste één maand voor het verstrijken van de overgangsperiode de griffier hiervan op de hoogte brengen. Deze kennisgeving heeft uitwerking van zodra ze ter griffie wordt geregistreerd De octrooihouder of aanvrager behoudt steeds de mogelijkheid om zijn keuze ongedaan te maken en om toch onder de exclusieve bevoegdheid van het Octrooigerecht te vallen. Hij zal hiervan de griffier op de hoogte moeten brengen. Deze kennisgeving heeft uitwerking vanaf het moment dat de kennisgeving ter griffie is geregistreerd. 316 Deze mogelijkheid van 'opt-back-in' was niet aanwezig in de vorige versies, maar werd op aandringen van de industrie opgenomen. 317 Deze overgangsperiode zal zeven jaren duren. Het staat vast dat octrooihouders met deze mogelijkheden van 'opt-out' en 'opt-back-in' zullen spelen. Indien octrooihouders zeer tevreden zijn met de nationale rechtspraak, zullen zij het risico niet willen nemen te procederen voor een 313 W. PORS, "Unitary Patent and Unified Patent Court", 20a%20European%20intellectual%20property%20right%20and%20a%20single%20court%20to%20enforce %20it%20a%20short%20note%20on%20key%20characteristics,%20IE-Forum_nl_.pdf 314 Artikel 83, lid 3 UPC-Overeenkomst. 315 Artikel 83, lid 3 UPC-Overeenkomst 316 Artikel 83, lid 4 UPC-Overeenkomst. 317 F. MACCHETTA, "A Unitary patent system for Europe: cui podest?" in X, The Future Prospects for Intellectual Property in the EU: , Brussel, Bruylant, 2011,

71 nieuw gerecht, waarvan ze de octrooirechtspraak niet kennen. De reden waarom octrooihouders zullen kiezen voor een 'opt-out' wordt met het volgend voorbeeld geïllustreerd. Stel dat een onderneming houder is van farmaceutische Europese octrooien met eenheidswerking en dat op één van hun octrooien in verschillende lidstaten inbreuk wordt gepleegd. Onder de UPCovereenkomst dient deze onderneming in principe een vordering wegens inbreuk in te leiden voor het eengemaakt Octrooigerecht. De kans is reëel dat de verweerder een tegenvordering tot nietigverklaring van het octrooi zal instellen. Indien het Octrooigerecht het octrooi geldig verklaart en de inbreuk vaststelt, is dit een zeer goede zaak voor de onderneming, aangezien zij met één uitspraak kan optreden tegen de inbreuken gepleegd in de verschillende lidstaten door de verweerder. Echter, indien het eengemaakt Octrooigerecht oordeelt dat het octrooi van de onderneming ongeldig is, dan wordt haar octrooi vernietigd voor het ganse grondgebied van de EU, wat zeer nadelig is. Deze mogelijkheden van 'opt-out' en 'opt-back' in zijn belangrijk voor de octrooistrategie die octrooihouders zullen hanteren. Octrooihouders zullen moeten beslissen of ze voor al hun octrooien onder de exclusieve bevoegdheid wensen te vallen van het Octrooigerecht, dan wel voor een deel van hun octrooi gebruik gaan maken van de 'opt-out' mogelijkheid. 318 In de praktijk zal tijdens de overgangsbepaling gekeken worden naar de rechtspraak van het Octrooigerecht en zullen de eisers al dan niet beslissen onder haar exclusieve bevoegdheid te vallen. 319 Het is ook mogelijk dat een onderneming gedurende de overgangsbepaling verschillende keren kiest voor een 'opt-out' en nadien weer een 'opt-back-in' Over de duur van deze overgangsbepaling bestaat onenigheid. Zo wordt enerzijds geargumenteerd dat een overgangsbepaling van zeven jaren veel te lang is en dat op die manier de mogelijkheid wordt gelaten aan de octrooihouders om te "spelen" met dit nieuw Octrooigerecht. 320 Anderzijds wordt de termijn veel te kort geacht om te kunnen vaststellen of het eengemaakt Octrooigerecht wel voldoende kwaliteit zal hebben. 321 Mede omdat, hoogstwaarschijnlijk, niet alle lidstaten de UPC-Overeenkomst geratificeerd zullen hebben gedurende deze periode. De kans bestaat zelf dat deze termijn verlengd zal worden. 322 Naar mijn mening is de overgangsbepaling te lang. De invoering en de gebruikmaking van het eengemaakt Octrooigerecht is zeer binnenkort een feit, hoe lang de overgangsbepaling ook is. Uiteindelijk zullen de verschillende partijen in een octrooizaak met als voorwerp een Europees Octrooi of een 318 IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS. 319 Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/ Gesprek met de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS op het IPCongres van 26 april 2013, te Rotterdam, Nederland. 321 J. BRINKHOF, "Enige kanttekeningen bij het voorstel voor een European and European Union Patents Court" in Liber Amicorum Ludovic DE GRYSE, Larcier, 2010, Gent, 59; Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/2013; Telefonisch interview met de heer Dariusz SZLEPER, octrooispecialist bij het kantoor Gaultier, Lakits Szleper, gevestigd te Parijs op 8/05/ Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/

72 Europees Octrooi met eenheidswerking zich moeten richten tot dit Gerecht. Opdat het Octrooigerecht zich kan bewijzen, zal het van belang zijn dat er van in het begin ten volle gebruik van gemaakt wordt, zonder dat de gebruikers van dit systeem met dit Octrooigerecht spelen, naargelang de rechtspraak die daaruit voortvloeit. Het is juist door middel van de behandeling van vele verscheidene- zaken dat de kwaliteit en de expertise van het Octrooigerecht kan toenemen. 3. De internationale bevoegdheid van het centrum voor octrooibemiddeling en arbitrage 140. Dit centrum zal bevoegd zijn om kennis te nemen van vorderingen met betrekking tot het Europees Octrooi met eenheidswerking, ook al vallen die vorderingen onder de exclusieve bevoegdheid van het Octrooigerecht. 323 Hierop bestaat één uitzondering. Het centrum voor octrooibemiddeling en arbitrage zal niet over de bevoegdheid beschikken om een Europees Octrooi met eenheidswerking te vernietigen of te beperken. Concreet betekent deze bepaling dat wanneer een geschil ontstaat tussen partijen met betrekking tot een Europees octrooi met eenheidswerking en de vordering ingesteld door de ene partij onder de exclusieve bevoegdheid valt van het Octrooigerecht, deze partij toch over de mogelijkheid zal beschikken om het geschil te laten beslechten door het centrum voor octrooibemiddeling-en arbitrage. Het centrum zal zelf haar eigen regels moeten bepalen die de arbitrage en bemiddeling zullen omkaderen 324 en zal gehouden zijn een lijst op te stellen van bemiddelaars en arbiters die de partijen zullen moeten bijstaan bij de beslechting van hun geschil 325. Afdeling 5. Rechtsmiddelen tegen beslissingen in eerste aanleg 1. Beroep instellen 141. Een partij kan tegen een beslissing van het Gerecht van Eerste Aanleg in beroep gaan bij het Hof van Beroep en dit binnen de twee maanden na de datum van kennisgeving van de beslissing. 326 Dit is één maand langer dan de termijn die in België geldt Artikel 73, 2 UPC-Overeenkomst voorziet dat ook tegen een beschikking van het Gerecht van Eerste Aanleg in bepaalde gevallen in beroep gegaan kan worden. We onderscheiden drie verschillende gevallen. Allereerst is dit mogelijk in de gevallen bedoeld in de artikelen 49, lid 5 of artikelen 59 tot 62 en 67 van de UPC-Overeenkomst. 328 Dit beroep dient ingesteld te worden 323 Artikel 35, lid 2 UPC-Overeenkomst. 324 Artikel 35, lid 3 UPC-Overeenkomst. 325 Artikel 35, lid 4 UPC-Overeenkomst. 326 Artikel 73, lid 1 UPC-Overeenkomst. 327 Artikel 1051 Ger. Wb. 328 Hier wordt slechts kort verwezen naar de artikelen, gezien in het kader van deze bijdrage niet dieper werd ingegaan op de mogelijke beschikkingen die een rechter van het Octrooigerecht kan treffen. 64

73 binnen de vijftien kalenderdagen na kennisgeving van de beschikking aan de eiser. 329 Ten tweede kan ook beroep ingesteld worden tegen een beschikking van het Gerecht van Eerste Aanleg tegelijkertijd met het beroep tegen de beslissing ten gronde. 330 Ten laatste kan beroep tegen een beschikking van het Gerecht van Eerste Aanleg ingesteld worden, indien dit Gerecht het beroep mogelijk maakt. In dit geval moet het beroep ingesteld worden binnen de vijftien dagen na kennisgeving van de beslissing die het beroep mogelijk maakt Indien een partij in beroep gaat tegen een andere beschikking dan deze hier vermeld, dient het beroep ingesteld te worden binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving van de beslissing of indien het Gerecht van Eerste Aanleg hoger beroep mogelijk maakt binnen de vijftien dagen na kennisgeving van deze beslissing Het instellen van hoger beroep tegen een beschikking leidt niet tot een opschorting van de hoofdprocedure in eerste aanleg. Deze kan gewoon verder gezet worden. De rechter in eerste aanleg zal echter geen uitspraak kunnen doen in de hoofdprocedure, zolang het Hof van Beroep zich niet heeft uitgesproken over het beroep tegen de beschikking genomen door de rechter in eerste aanleg Een beroep kan ingesteld worden op juridische en op feitelijke gronden. 333 Tijdens het hoger beroep kunnen nieuwe feitelijke vaststellingen worden gemaakt en kunnen nieuwe stukken worden aangebracht. Dit overeenkomstig het toekomstig procedurereglement en enkel en alleen indien de partij die deze feiten of bewijzen aanbrengt dit redelijkerwijze niet heeft kunnen doen tijdens de procedure voor het Gerecht van Eerste Aanleg. 334 Dat de mogelijkheid om nieuwe feitelijke vaststellingen aan te brengen in graad van hoger beroep, is een goede zaak voor de vlotheid en de kostprijs van de procedure. Indien deze bepaling niet voorzien was, had dit tot gevolg kunnen hebben dat de omvang en de duur van de procedure in eerste aanleg aanzienlijk zou toenemen, gezien de partijen zich genoodzaakt zouden zien de feiten en stukken op alle mogelijke wijzen te onderzoeken en te argumenteren. Met deze bepaling werd het continentaal stelsel gevolgd en werd het Britse systeem achterwege gelaten, waarbij in hoger beroep enkel rechtsvragen beoordeeld kunnen worden en geen nieuwe feiten, stukken en/of bewijzen kunnen worden aangebracht Het instellen van een hoger beroep heeft in principe geen opschortende werking. Een uitzondering op dit principe is het geval, waarbij het Hof van Beroep oordeelt, op gemotiveerde 329 Artikel 72, lid 2, a UPC-Overeenkomst. 330 Artikel 72, lid 2, b, i) UPC-Overeenkomst. 331 Artikel 73, lid 2, b, ii) UPC-Overeenkomst. 332 Artikel 74, lid3 UPC-Overeenkomst. 333 Artikel 73, lid3 UPC-Overeenkomst. 334 Artikel 73, lid4 UPC-Overeenkomst. 335 Algemene Vergadering AIPPI, 7 oktober 2009, "Advies omtrent het ontwerp van Verdrag betreffende een Europees Octrooigerecht en het ontwerp van statuut van deze Rechtbank". 65

74 aanvraag van één van de partijen dat het beroep wel opschortende werking verkrijgt 336 of wanneer beroep wordt ingesteld tegen een beslissing van het Gerecht van Eerste Aanleg betreffende een nietigheidsvordering of een tegenvordering tot nietigverklaring. Ook beroep ingesteld tegen een beslissing van de rechter van eerste aanleg omtrent een vordering met als voorwerp een beslissing van het EOB heeft opschortende werking Een opmerkelijke bepaling in de Overeenkomst is, mijn inziens, artikel 75 UPC- Overeenkomst. Dit artikel stelt namelijk dat het Hof van Beroep in uitzonderlijke gevallen en overeenkomstig het procedurereglement de zaak kan doorverwijzen naar het Gerecht van Eerste Aanleg, zodat deze rechtbank over de grond van de zaak kan oordelen. Wel is de rechtbank van het Gerecht van Eerste Aanleg, waarnaar de zaak verwezen wordt, gebonden door de beslissing van het Hof van Beroep met betrekking tot de rechtsvragen. Deze werking is gelijkend aan de werking van het Belgische Hof van Cassatie, waarbij eveneens slechts over de rechtsvragen geoordeeld wordt en waarna de zaak wordt doorverwezen naar een lager rechtscollege. 338 Men zal de rechtspraak van het Hof van Beroep moeten afwachten om inzicht te krijgen in wat verstaan kan worden onder uitzonderlijke omstandigheden. Ook het procedurereglement, dat binnenkort opgesteld zou moeten worden, zal hierover meer duidelijkheid scheppen. De mogelijkheid voorzien door artikel 75 UPC-Overeenkomst kan verklaard worden door de omstandigheid dat de contracterende lidstaten overeengekomen zijn geen Europees Hof van Cassatie te voorzien inzake octrooien. Met andere woorden is het Hof van Beroep van het eengemaakt Octrooigerecht het hoogste rechtscollege van dit Octrooigerecht In de gevallen die niet onder het uitzonderingsregime vallen, zal het Hof van Beroep over een normale werking beschikken, wat betekent dat het Hof van Beroep over de grond van de zaak een nieuwe beslissing zal vellen, waardoor de beslissing van het Gerecht van Eerste Aanleg vernietigd wordt. 2. Nieuwe behandeling 149. In zeer uitzonderlijke omstandigheden kan het Hof van Beroep een verzoek tot nieuwe behandeling inwilligen van een zaak, waaromtrent een beslissing van het Gerecht van Eerste Aanleg met kracht van gewijsde is geveld. Deze bepaling gelijkt sterkt op het buitengewoon rechtsmiddel van de herroeping van gewijsde dat wij kennen in het Belgisch rechtssysteem, met 336 Artikel 74, lid 1 UPC-Overeenkomst. 337 Artikel 74, lid 2 UPC-Overeenkomst. 338 C. PARMENTIER en C. STORCK, Comprendre la technique de cassation, Bruxelles, Larcier 2011, 17; E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EUverordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14,

75 dit verschil dat in het Belgisch rechtssysteem de herroeping van gewijsde moet worden voorgelegd aan de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen Deze mogelijkheid van een nieuwe behandeling van de zaak voor het Octrooigerecht wordt voorzien in artikel 81 van de UPC-overeenkomst. Dit kan echter slechts in een aantal gevallen. Ten eerste is dit mogelijk wanneer de partij die een nieuwe behandeling van de zaak heeft aangevraagd een feit ontdekt heeft met een beslissende invloed voor die zaak en die op het tijdstip van de beslissing niet gekend was door die partij. Dit verzoek zal slechts ingewilligd worden wanneer het nieuwe feit door een nationale rechter bij beslissing met kracht van gewijsde strafbaar is bevonden. Ten tweede kan een verzoek om een nieuwe behandeling ingewilligd worden wanneer een fundamentele procedurefout 340 is gemaakt. Dit zal het geval zijn wanneer aan een verweerder, aan wie verstek werd verleend, het procedure-inleidend stuk of een gelijkwaardig stuk niet zo tijdig en op dergelijke wijze betekend is of ter kennis is gebracht als wat vereist was met het oog op zijn verdediging De termijn om een dergelijk verzoek in te dienen bedraagt tien jaar vanaf de datum van beslissing en ten laatste twee maanden nadat het nieuwe feit of de procedurefout ontdekt is. Dergelijke verzoek heeft geen opschortende werking, behalve tegenstrijdige beslissing door het Hof van Beroep Personen die octrooien gebruiken, die het voorwerp uitmaken van een zaak die onderhevig is aan een nieuwe behandeling en die ter goeder trouw zijn moeten toegelaten worden deze octrooien verder te gebruiken. Afdeling 6. Aansprakelijkheid van de lidstaten 153. De contracterende lidstaten zijn elk afzonderlijk en gezamenlijk verantwoordelijk voor de handelingen van het eengemaakt Octrooigerecht. 341 Zo ook voor de eerbiediging van het Unierecht door het Octrooigerecht Artikel 20 UPC-Overeenkomst bepaalt expliciet dat het Gerecht het Unierecht toepast en de primauteit ervan eerbiedigt. Lidstaten kunnen gezamenlijk en ieder afzonderlijk aansprakelijk gesteld worden voor de schending van het Unierecht door het Hof van Beroep van het eengemaakt Octrooigerecht en dit overeenkomstig het Unierecht inzake de niet-contractuele 339 M. CASTERMANS, "Gerechtelijk Privaatrecht : algemene beginselen, bevoegdheid en burgerlijke rechtspleging", Gent, Academia Press, 2004, In de Nederlandse versie van de Overeenkomst wordt gesproken van een 'vormfout' echter in de Engelstalige versie wordt gebruik gemaakt van de woorden 'fundamental procedural defect', in de Duitstalige versie van 'grundlegender Verfahrensfehler' en in de Franstalige versie van 'vice de procédure fondamental'. 341 Artikel 23 UPC-Overeenkomst. 67

76 aansprakelijkheid van de lidstaten voor schade veroorzaakt door hun gerechten die het Unierecht schenden. 342 Deze bepaling, die opgenomen is in artikel 22 UPC-Overeenkomst, was noodzakelijk opdat dit eengemaakt Octrooigerecht zou kunnen bestaan. Het was van belang dat allereerst de eerbiediging van het Unierecht door het eengemaakt Octrooigerecht werd overeengekomen en opgenomen in de Overeenkomst, maar het was evenzeer van belang dat een systeem overeengekomen werd om dit ook effectief af te dwingen. Op deze wijze is een waarborg ingebouwd voor het Hof van Justitie dat het Unierecht nageleefd zal worden door dit internationaal rechtscollege en lijkt het juridisch bezwaar van het Hof van Justitie hiermee van de baan De schadevordering dient ingesteld te worden tegen de lidstaat waar de eiser of zijn verblijfplaats, hoofdvestiging, of bij ontstentenis hiervan zijn vestiging heeft bij de bevoegde instantie van die lidstaat. Indien de eiser noch een verblijfplaats, noch een hoofdvestiging, noch een vestiging heeft in één van de contracterende lidstaten bij de UPC-Overeenkomst, dan kan de schadevordering ingesteld worden tegen de lidstaat waar het Hof van Beroep haar zetel heeft, met name in Luxemburg, bij de bevoegde instelling van die staat De bevoegde instantie past de 'lex fori' 345 toe, met uitzondering van het internationaal privaatrecht. De eiser heeft recht op het volledige bedrag dat door de bevoegde instantie is toegekend De lidstaat die gehouden is geweest de schadevergoeding te betalen kan naar evenredigheid regres uitoefen op de andere lidstaten. Dit regres dient nader geregeld te worden door het administratief comité. 347 Afdeling 7. Het Toepasselijke Recht 158. Het Octrooigerecht stoelt haar beslissingen op het Unierecht, waaronder begrepen zijn: de Verordening Eenheidswerking en de Verordening Vertaalregeling, de UPC-Overeenkomst, het EOV, andere internationale akkoorden die toepasselijk zijn op octrooien en bindend zijn voor alle contracterende lidstaten en eveneens op het nationaal recht H. BOCKEN en W. GELDHOF, "De aansprakelijkheid van de Europese Gemeenschap en van de Belgische staat op grond van communautaire en internationale rechtsregels" in Invloed van het Europees recht op het Belgisch recht, Kluwer, 2003, Mechelen, P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, Artikel 22, lid 2 UPC-Overeenkomst. 345 Het nationale recht van de rechter. 346 Artikel 22, lid 2, deel 2 UPC-Overeenkomst. 347 Artikel 22, lid 2, deel 3 UPC-Overeenkomst. 348 Artikel 24, lid1 UPC-Overeenkomst. 68

77 159. Gezien het Octrooigerecht onder andere rekening zal moeten houden met het nationale recht van een contracterende lidstaat bij de behandeling van de octrooizaken, is het noodzakelijk te bepalen welk nationaal recht van toepassing is op een bepaald geschil. Artikel 24, 2 UPC- Overeenkomst helpt ons hierbij. Het toepasselijk nationaal recht wordt in de eerste plaats bepaald door de rechtstreeks toepasselijke regels van het Unierecht die regels van internationaal privaatrecht bevatten. Hierbij moet gedacht worden aan de Rome I 349 en Rome II Verordeningen. De Rome II-Vo. heeft geanticipeerd op de invoering van een unitair octrooi. Zo bepaalt artikel 8(2) Rome II-Verordening het toepasselijk recht in het geval van een inbreuk op een unitair octrooi. Dit artikel stelt dat "de niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit een inbreuk op een unitair communautair intellectuele-eigendomsrecht, wordt, voor alle aangelegenheden die niet door het desbetreffende communautair instrument zijn geregeld, beheerst door het recht van het land waar de inbreuk is gepleegd". In het geval dat een rechter zich baseert op de Rome II-Vo. voor het bepalen van het toepasselijke recht, zal deze rechter zich kunnen beroepen op de imperatieve bepalingen van zijn lex fori 351 om de toepassing van een bepaling van het toepasselijk recht terzijde te schuiven. 352 Indien er geen zulke regels zijn of indien het Unierecht niet van toepassing is, wordt het toepasselijk recht bepaald door internationale regelgeving die voorschriften van internationaal privaatrecht bevat. 353 Indien dergelijke regels niet voorhanden zijn, wordt het nationaal recht bepaald door de nationale regels van internationaal privaatrecht, aangewezen door het Octrooigerecht. Indien een Belgische afdeling bevoegd zou zijn om kennis te nemen van een zaak, betekent dit dat het Wetboek van Internationaal Privaatrecht 354 toepassing vindt. Indien de hier vernoemde regels verwijzen naar een nationaal recht van een andere staat dan een lidstaat bij de UPC-Overeenkomst, dan zal dit buitenlands recht van toepassing zijn Om over nietigheidsvorderingen te oordelen dient het Gemeenschappelijk Octrooigerecht de bepalingen van het EOV toe te passen. 355 Een octrooi kan door het Gemeenschappelijk Octrooigerecht slechts geheel of gedeeltelijk vernietigd worden op de gronden genoemd in artikel 138, lid 1 en artikel 139, lid 2 EOV. Indien de nietigheidsgronden slechts op een deel van het 349 Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, Pb. L. 4 juli 2008, afl. 177, Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen, Pb. L. 31 juli 2007, afl. 199, 40, 'hierna verkort: Rome-II Verordening. 351 Het nationale recht van de rechter. 352 Artikel 26 Rome-II Verordening. 353 Artikel 24, lid 2, b UPC-Overeenkomst. 354 Wetboek van Internationaal Privaatrecht, Wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van Internationaal Privaatrecht, BS 27 juli Artikel 65 UPC-Overeenkomst; E. DE GRYSE en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14,

78 octrooi betrekking hebben, dan wordt het octrooi beperkt door een wijziging van de conclusies en gedeeltelijk nietig verklaard De UPC-Overeenkomst bepaalt in de artikelen 25 tot 30 de basisregels voor de octrooihandhaving. Deze regels slaan op het recht om directe en indirecte toepassing van de uitvinding te verbieden, de beperking van de werking van een octrooi, het recht van voorgebruik van de uitvinding, de uitputting van de aan het Europees Octrooi verbonden rechten en de effecten van aanvullende beschermingscertificaten Onverminderd de toepassing van deze bepalingen, verjaart elke vordering met betrekking tot een vorm van financiële vergoeding na vijf jaar vanaf de datum waarop de eiser kennis heeft genomen, of redelijkerwijze kennis had kunnen nemen van het meest recente feit waarop de vordering berust. 357 Deze regel is gelijklopend met de verjaringstermijn van vijf jaar in artikel 54 van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien 358. Afdeling 8. Organisatorische bepalingen 163. De modaliteiten van de organisatie en de werking van het Octrooigerecht worden bepaald in de statuten. De bepalingen van de statuten kunnen gewijzigd worden door het administratief comité op basis van een voorstel van het Octrooigerecht of van een contracterende lidstaat, nadat deze het Octrooigerecht heeft geraadpleegd. Geen enkele wijziging mag strijdig zijn met de UPC-Overeenkomst of deze wijzigen. 359 De statuten, die men als bijlage vindt bij deze Overeenkomst, bestaan uit vier hoofdstukken, namelijk 'Rechters', 'Organisatorische bepalingen', 'Financiële bepalingen' en ten slotte 'Procedurele Bepalingen'. Deze verschillende hoofdstukken omvatten de meer praktische bepalingen die uitvoering geven aan de UPC-Overeenkomst. Afdeling 9. Procedurele bepalingen 1. Het Procedurereglement 164. Naast de UPC-overeenkomst en de statuten zal het Octrooigerecht ook een procedurereglement bevatten. Dit reglement bevat de principes over het procedureverloop voor het Octrooigerecht 360, zonder dat de keuzevrijheid van de partijen omtrent het voorwerp en het bewijsmateriaal in het gedrang komt 361. Aan het procedurereglement wordt tot op heden nog aan 356 Artikel 65, lid 3 UPC-Overeenkomst. 357 Artikel 72 UPC-Overeenkomst. 358 Wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, BS 9 maart Artikel 40 UPC-Overeenkomst. 360 Artikel 41 UPC-Overeenkomst. 361 Artikel 43 UPC-Overeenkomst. 70

79 geknutseld. Het laatste ontwerp dateert van 29 april en het is zomaar het vijftiende ontwerp van het procedurereglement. Dit ontwerp telt liefst 382 artikelen. De belanghebbenden krijgen tijd tot ten laatste oktober 2013 om opmerkingen te maken over dit ontwerp Het procedurereglement dient aangenomen te worden door het administratief comité na de belanghebbenden partijen hierover uitgebreid te hebben geraadpleegd. Het voorafgaand advies van de Europese Commissie omtrent de verenigbaarheid van het reglement met het Unierecht zal gevraagd worden. 364 Het procedurereglement kan naderhand nog gewijzigd worden door een beslissing van het administratief comité op basis van een voorstel van het Octrooigerecht en na raadpleging van de Europese commissie. Op deze wijze zal het procedurereglement de tekst zijn van het eengemaakt Octrooigerecht dat het gemakkelijkste aangepast en gewijzigd kan worden Deze wijzigingen mogen uiteraard niet strijdig zijn met de UPC-Overeenkomst, noch mogen deze de statuten wijzigen De doelstellingen van het procedurereglement zijn allereerst dat de inbreukprocedures voor het Octrooigerecht binnen het jaar afgehandeld zullen worden. 366 Ten tweede zal het procedurereglement voorzien dat in principe alle bewijselementen voor de rechter in eerste aanleg moeten worden aangebracht Het procedurereglement zal moeten verzekeren dat de beslissingen genomen door het Octrooigerecht van de hoogste kwaliteit zijn en dat de procedure op de meest efficiënte en economische wijze wordt georganiseerd. De rechters moeten over de nodige beoordelingsmarge beschikken zonder dat de voorspelbaarheid van de procedure voor partijen in het gedrang komt De verschillende stappen van de procedures zullen worden opgenomen in het procedurereglement. In grote lijnen zijn er drie fases die onderscheiden moeten worden. 369 De drie fasen worden achtereenvolgens besproken. Eerst zal een schriftelijke procedure plaatsvinden, die gevolgd kan worden door een tussenprocedure en beëindigd wordt door een hoorzitting. In de ontwerpovereenkomst is voorzien dat de schriftelijke procedure start met het 362 Preliminary set of provisions for the rules of procedure of the Unified Patent Court, 29 april 2013, Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/ Artikel 41, lid 2, deel 1 UPC-Overeenkomst. 365 Artikel 41, lid 2, deel 2 UPC-Overeenkomst. 366 P. VERON, The Unified Patent Court, state of the play in January 2013, C5's 5 th forum on Biotech&Pharma Patent Litigation, Amsterdam, 29 January Zie randnummer Artikel 41, lid 3 UPC-Overeenkomst. 369 IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS. 71

80 instellen van een vordering wegens inbreuk. De verweerder beschikt dan over één maand de tijd om bezwaren in te dienen. Binnen de drie maanden vanaf de indiening van de vordering dient de verweerder een memorie van verweer in te dienen tesamen met een eventuele tegenvordering tot nietigverklaring. De eiser moet binnen een termijn van vijf maanden na de start van de procedure hierop antwoorden en moet de geldigheid van zijn octrooi bewijzen. Hij kan hierbij eventuele andere verzoeken indienen. De verweerder heeft vanaf dan één maand te tijd om hierop een dupliek te formuleren. Eenmaal de schriftelijke procedure beëindigd is, start de interimprocedure. De rechter-verslaggever kan ter voorbereiding van de hoorzitting een "tussenbijeenkomst" houden met de partijen. Dit kan zowel telefonisch als door middel van een videoconferentie en in eender welke taal die de partijen beheersen. Dergelijke interimprocedure kan gebruikt worden om de belangrijkste problemen van het geschil te identificeren en welke feiten het voorwerp uitmaken van het geschil. Ook om de standpunten van de partijen te kennen kan een interimprocedure ingesteld worden, alsook om bepaalde maatregelen te krijgen voor de toekomstige hoorzitting of om over de waarde van de zaak te beslissen. Tenslotte komt men bij de derde en de laatste fase, namelijk de hoorzitting. De voorzitter van het rechtscollege is gehouden, naar best vermogen, de hoorzitting af te ronden op één dag. De voorzitter mag termijnen bepalen, waarbinnen de partijen hun argumentatie moeten uiteenzetten. Getuigenissen tijdens de hoorzittingen zullen meer uitzondering zijn dan regel. Zo zal enkel overgegaan worden tot het oproepen van getuigen indien de rechter-verslaggever of de voorzitter van het rechtscollege over een punt slechts door middel van een getuigenis kan beslissen. De voorzitter heeft ook de mogelijkheid om de tijd, waarbinnen de partijen hun mondelinge conclusies uiteenzetten, te beperken indien het rechtscollege voldoende geïnformeerd is en indien de andere leden van het rechtscollege hiermee instemmen Verder wordt in de ontwerpovereenkomst voorzien dat in het kader van een inbreukprocedure een "order to preserve evidence 371 " of een "order for inspection 372 " ingediend kan worden. 373 Dit moet gebeuren voor de rechtbank waar het geding reeds hangende is. Indien er nog geen procedure hangende is, zal dergelijke "order" ingediend moeten worden voor de afdeling, waarbij men denkt een inbreukprocedure te zullen inleiden. In bijlage zes wordt geschetst hoe een procedure, waarbij een vordering tot inbreuk en een tegenvordering tot nietigverklaring werd ingesteld, zal verlopen Het verloop van een procedure wordt als volgt beschreven in het ontwerpreglement. 374 Een procedure voor het Octrooigerecht wordt opgestart met het indienen van de memorie van eis. De 370 P. VERON, The Unified Patent Court, state of the play in January 2013, C5's 5 th forum on Biotech&Pharma Patent Litigation, Amsterdam, 29 January Maatregel ter bescherming van bewijsmateriaal. 372 Inspectiemaatregel. 373 IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS. 374 IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS. 72

81 indiening hiervan zet twee formele onderzoeken in gang. Allereerst wordt er gekeken of een partij gekozen heeft voor een 'opt-out' en dus niet onder de exclusieve bevoegdheid valt van het Octrooigerecht. Daarna wordt een "formal examination" doorgevoerd. Dit gebeurt niet door het Octrooigerecht, maar door de griffier. Hij gaat na of er zich geen formele problemen voordoen. Indien dat het geval is, zal aan de eisende partij gevraagd worden om deze formele problemen recht te zetten. Hierna begint de "preliminary objection" termijn te lopen, deze mogen enkel handelen over de jurisdictie en de bevoegdheid van het Octrooigerecht of over de taal van de vorderingen. Deze termijn loopt één maand. Nadien begint de procedure ten gronde te lopen. Er zal ook een mogelijkheid bestaan voor de rechter-verslaggever om de fase van de "preliminary objection" in te sluiten in de procedure ten gronde, zodat ze samen worden behandeld. Eenmaal de procedure ten gronde is gestart, beschikt de verweerder over drie mogelijkheden. Allereerst kan hij beslissen geen verweer te voeren. De verweerder kan een memorie van verweer indienen zonder een tegenvordering te formuleren. Ten derde beschikt de verweerder ook om een memorie van verweer in te dienen met een tegenvordering tot nietigheid De rechter-verslaggever zal een spilfiguur zijn in het Octrooigerecht. Hij is diegene die de hele procedure zal managen en onder zich zal houden, die de procedure vormt. Volgens de heer GRANATA zal het belangrijk zijn te beschikken over een goede rechter-verslaggever dan de keuze voor welke afdeling een vordering ingesteld moet worden Een van de problemen in het ontwerp van het procedurereglement is de bepaling van de termijnen. Wanneer een bepaling voorziet dat een handeling van een partij gevraagd wordt, wordt daar steeds een termijn aan gekoppeld. Van zodra een bepaling voorziet dat het Octrooigerecht iets moet doen, worden er geen termijn bepaald. De bepaling van termijnen voor het Octrooigerecht zal belangrijk zijn om het systeem werkbaar te maken Een heel aantal procedurele bepalingen worden echter reeds in de UPC-overeenkomst opgenomen en deze worden hieronder kort beschreven. 2. Debatten 174. Het principe is dat de debatten die gevoerd worden voor het Octrooigerecht openbaar zijn. Van dit principe kan afgeweken worden indien het Octrooigerecht dit noodzakelijk acht en indien dit in het belang is van één van de partijen, van andere betrokkenen personen of in het algemeen belang van de rechtsbedeling of de openbare orde Bevoegdheid om te procederen 175. De partijen die bevoegd zijn om een vordering in te stellen voor het Octrooigerecht worden bepaald in de artikelen 46 en 47 UPC-Overeenkomst. Iedere natuurlijke of rechtspersoon of 375 IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS. 376 Artikel 45 UPC-Overeenkomst. 73

82 iedere organisatie die gelijkgesteld kan worden met een rechtspersoon en die overeenkomstig haar nationaal recht kan procederen is bevoegd om te procederen voor het Octrooigerecht. Verder zijn ook expliciet bevoegd de titularis van een octrooi, de titularis van een exclusieve licentie, behalve indien de licentieovereenkomst anders bepaalt. Wel wordt in het laatste geval de voorwaarde geformuleerd dat de octrooihouder voorafgaand op de hoogte gebracht moet worden van de intentie van de licentiehouder om te procederen. Deze laatste voorwaarde geldt ook voor de houder van een niet-exclusieve licentie die een vordering voor het Octrooigerecht wenst in te stellen en deze mogelijkheid moet ook voorzien zijn in de licentieovereenkomst. Indien een vordering wordt ingesteld door de titularis van een licentieovereenkomst, dan heeft de octrooihouder het recht om zich te voegen bij de vordering ingesteld door de licentiehouder. Dit zal zelfs vereist zijn indien in het kader van een aanhangige inbreukprocedure, ingesteld door de licentiehouder, de tegenpartij de geldigheid van het octrooi wilt aanvechten. 4. Vertegenwoordiging 176. Zoals dit geldt voor de nationale rechtbanken, zullen partijen vertegenwoordigd worden gedurende de procedure voor het Octrooigerecht. Advocaten die gemachtigd zijn om hun beroep uit te oefenen voor een gerecht van een van de contracterende lidstaten nemen de vertegenwoordiging voor het Octrooigerecht op zich. 377 De partijen kunnen er eveneens 378 voor opteren om vertegenwoordigd te worden door Europese octrooigemachtigden, die overeenkomstig het Europees Octrooiverdrag bevoegd zijn om als professionele vertegenwoordigers voor het EOB op te treden en die over de geschikte kwalificaties bezitten, zoals een Europees certificaat inzake octrooigeschillen. 379 Dit is echter slechts een voorbeeld. Welke de vereiste kwalificaties zijn is nog niet gekend en zal bepaald worden door het administratief comité. 380 De griffier zal een lijst bijhouden van Europese octrooigemachtigden die bevoegd zijn om de partijen te vertegenwoordigen voor het Europees Octrooigerecht. Dit is een heuse vernieuwing in het octrooirecht. Dit zal naar mijn mening het landschap van de organisatie van octrooiadvocaten en gespecialiseerde kantoren hertekenen. Om een voorbeeld dicht bij huis te geven, zullen de octrooigemachtigden 381 van het Belgische gespecialiseerde kantoor in intellectuele eigendomsrechten GEVERS 382 de mogelijkheid krijgen om hun cliënten te vertegenwoordigen voor het UPC. De octrooigemachtigden zullen een veel ruimere dienstenpakket kunnen aanbieden dan hun huidige aanbod. Dit brengt een belangrijk voordeel 377 Artikel 48, lid 1 UPC-Overeenkomst. 378 in de Franse versie wordt er gesproken van 'également', de Engelse versie hanteert eveneens 'alternatively', de Duitstalige versie heeft het op haar beurt over 'alternativ', maar in de Nederlandse versie is dit vertaald als 'subsidiair'. Artikel 48, lid 2 UPC-Overeenkomst. 380 Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/

83 mee voor de cliënten. De toekomstig- octrooihouders zullen zich tot één entiteit kunnen richten, die hen zal begeleiden en opvolgen in de verschillende levensfasen van het octrooi, namelijk het ontstaan, het leven en de dood van het Europees Octrooi en het Europees Octrooi met eenheidswerking. De kans is groot dat deze mogelijkheid vooral gebruikt zal worden in het kader van de zelfstandige nietigheidsprocedures die voor de centrale afdeling van het Octrooigerecht worden opgestart. 383 Dit lijkt mij enigszins logisch, gezien Europees Octrooigemachtigden reeds over de bevoegdheid beschikken om partijen te vertegenwoordigen in een oppositieprocedure voor het EOB. 384 De toekomst zal uitwijzen in hoeverre deze bepaling de huidige praktijk zal wijzigen. Wel dient de impact hiervan op korte termijn ook gerelativeerd te worden, gezien Europese Octrooigemachtigden niet over dezelfde procedurele kennis beschikken als octrooiadvocaten, het omgekeerde is ook waar. Advocaten beschikken meestal niet over de vereiste technische kennis om een zaak naar behoren te beslechten. De kans is dus groot dat deze twee beroepen voornamelijk toch nog zullen samenwerken Het is eveneens mogelijk dat een partij zich laat vertegenwoordigen door een advocaat voor het Octrooigerecht die zich op zijn beurt laat bijstaan door een octrooigemachtigde. In dit geval beschikt ook de octrooigemachtigde over een pleitbevoegdheid voor het Octrooigerecht. 386 Dit is eveneens een belangrijk voordeel voor de advocaten, die niet altijd beschikken over de vereiste technische kennis om een zaak met optimaal begrip ervan te pleiten. In de huidige situatie kunnen advocaten partijen vertegenwoordigen bij procedures die gevoerd worden voor het EOB. 387 In de praktijk merken we echter dat er hiervoor vooral beroep wordt gedaan op Europese octrooigemachtigden Partijen hoeven niet vertegenwoordigd te worden wanneer een beslissing van het EOB aangevochten wordt. 5. Procedures 179. Verschillende soorten procedures kunnen gevoerd worden voor het Octrooigerecht. Artikel 52 UPC-Overeenkomst bepaalt dat een zaak zowel schriftelijk, in kort geding als mondeling behandeld kan worden. 383 Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/2013; Telefonisch interview met de heer Dariusz SZLEPER, octrooispecialist bij het kantoor Gaultier, Lakits Szleper, gevestigd te Parijs op 8/05/ Artikel 134 EOV. 385 Telefonisch interview met de heer Dariusz SZLEPER, octrooispecialist bij het kantoor Gaultier, Lakits Szleper, gevestigd te Parijs op 8/05/ Artikel 48, lid 4 UPC-Overeenkomst. 387 Artikel 134, lid 8 EOV. 388 Gesprek met de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS op het IPCongres van 26 april 2013, te Rotterdam, Nederland. 75

84 180. De bewijslast, in een zaak voor het Octrooigerecht wordt gedragen door de partij die zich op een bepaald bewijs steunt. 389 Hierop bestaat een uitzondering. Indien het voorwerp van het verkregen octrooi een werkwijze is om een bepaald product te vervaardigen, dan wordt ieder identiek product dat zonder de toestemming van de octrooihouder is vervaardigd, geacht te zijn verkregen dankzij de geoctrooieerde werkwijze en dit tot het tegendeel bewezen is. 390 Dezelfde regel geldt wanneer het vermoeden groot is dat het identieke product verkregen is dankzij de geoctrooieerde werkwijze en indien de octrooihouder, desondanks redelijke inspanningen, niet heeft kunnen vaststellen welke werkwijze gebruikt is om dat product te vervaardigen. 391 Bij de levering van het tegenbewijs door de verweerder dient rekening gehouden te worden met het rechtmatig belang dat de verweerder heeft bij het beschermen van zijn fabricage- en bedrijfsgeheim Inzake het voorleggen van bewijsmateriaal gedurende de procedure, zal het procedurereglement nog moeten uitwijzen hoe dit in de praktijk moet gebeuren. Er zijn twee mogelijkheden, het procedurereglement kan een 'front loading systeem' bevatten of een 'dribs and drabs systeem'. Eerstgenoemde bestaat erin dat alle elementen onmiddellijk op tafel dienen gelegd te worden en dit bij het begin van de procedure. Dit systeem wordt in Duitsland gehanteerd. Het 'dribs and drabs systeem' is een systeem, waarbij alle elementen tijdens de procedure kunnen worden voorgelegd, zoals in België het geval is. 393 In het ontwerp van het procedurereglement zou men neigen naar het 'front loading systeem' Rechterlijke beslissingen 182. De deliberaties van het Octrooigerecht zijn strikt vertrouwelijk. De rechterlijke beslissingen zelf worden schriftelijk gegeven en dienen gemotiveerd te worden en dit in de proceduretaal. 395 De beslissingen en beschikkingen worden gegeven bij meerderheid van de leden van de kamer. Bij gelijkheid van stemmen is de stem van de voorzitter van de kamer doorslaggevend Artikel 78, 2 UPC-Overeenkomst bevat een voor ons Belgische rechtspractici onbekende bepaling. Dit artikel laat iedere rechter van een kamer toe om, in uitzonderlijke omstandigheden, een mening uit te spreken die afwijkend is van de beslissing genomen door het Gerecht, de 389 Artikel 54 UPC-Overeenkomst. 390 Artikel 55, lid 1 UPC-Overeenkomst. 391 Artikel 55, lid 2 UPC-Overeenkomst. 392 Artikel 55, lid 3 UPC-Overeenkomst. 393 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS. 395 Artikel 77 UPC-Overeenkomst. 396 Artikel 78, lid 1 UPC-Overeenkomst. 76

85 zogenaamde 'dissenting opinions'. 397 Ook hier zullen we de rechtspraak van het Octrooigerecht moeten afwachten om een invulling te kunnen geven aan het begrip 'uitzonderlijke omstandigheden' De partijen behouden de mogelijkheid om op eender welk moment van de procedure deze te beëindigen door het treffen van een schikking, die bevestigd zal worden door een beslissing van het Octrooigerecht. Een octrooi kan echter niet nietig verklaard worden of beperkt worden door middel van een schikking. 398 Deze bepaling kennen wij in het Belgisch procesrecht ook. 399 Partijen kunnen een geschil, dat reeds hangende is voor de rechter beëindigen. In dat geval zal de rechter een akkoordvonnis vellen Het Octrooigerecht kan, op verzoek van de eiser, maatregelen nemen ter verspreiding van de informatie betreffende de beslissing van het Octrooigerecht. Ook kan de bekendmaking van de beslissing en een gehele of gedeeltelijke publicatie ervan in de openbare media worden bevolen. 401 Afdeling 10. De erkenning Een beslissing of beschikking van het Octrooigerecht is uitvoerbaar in elk van de contracterende lidstaten bij de UPC-overeenkomst. Aan elke beslissing van het Octrooigerecht wordt een bevel tot tenuitvoerlegging gehecht. Indien nodig kan de tenuitvoerlegging van een beslissing afhankelijk worden gesteld van het betalen van een waarborg of van het stellen van een gelijkwaardige zekerheid. Op die manier wordt verzekerd dat alle geleden schade vergoed zal worden, voornamelijk in het geval van een rechterlijk bevel Onverminderd de UPC-Overeenkomst en de statuten wordt de tenuitvoerlegging van een beslissing beheerst door het nationale recht van de lidstaat op wiens grondgebied de tenuitvoerlegging plaatsvindt. Iedere beslissing van het Octrooigerecht dient op dezelfde wijze uitgevoerd te worden in die lidstaat als de beslissingen van de eigen nationale rechtscolleges. Indien een partij een beschikking genomen door een rechter van het Octrooigerecht niet naleeft, kan deze partij gehouden zijn tot het betalen van een dwangsom, die proportioneel staat met de uit te voeren beschikking. 397 E. DE GRYSE en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, Artikel 79 UPC-Overeenkomst. 399 Artikel 1043 Ger. Wb. 400 B. TILLEMAN, en A. VERBEKE, Bijzondere overeenkomsten in kort bestek, Intersentia, 2005, Antwerpen, Artikel 80 UPC-Overeenkomst. 402 Artikel 82 UPC-Overeenkomst. 77

86 188. De erkenning van een beslissing van het Octrooigerecht in een lidstaat die de UPCovereenkomst nog niet heeft geratificeerd en waarvoor die uitspraak ook geen uitwerking heeft, zullen zich voor de erkenning en tenuitvoerlegging van de beslissingen kunnen beroepen op de verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken 403. Deze verordening bevat op heden nog geen specifieke bepalingen voor de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen van het Octrooigerecht. 404 Afdeling 11. Proceduretaal De keuze van proceduretaal voor het Octrooigerecht is één van de heikele punten van de onderhandelingen geweest en is één van de redenen waarom de Advocaat-Generaal van het Hof van Justitie een negatief advies heeft uitgebracht bij het beoordelen van de overeenkomstigheid van het UPLS met het recht van de Europese Unie. De taalregeling van de UPLS zou een schending hebben ingehouden van de rechten van de verdediging, aangezien het mogelijk zou zijn geweest een procedure te voeren in een taal die, noch de taal van het land van oorsprong van de verweerder is, noch de taal van de lidstaat waar hij zijn commerciële activiteiten uitoefent. 406 Dit punt, aangehaald door de Advocaat-Generaal, is door het Hof van Justitie in haar advies 407 niet behandeld. In de huidige tekst van de UPC-Overeenkomst is het nog steeds mogelijk dat een verweerder de taal niet zal beheersen waarin de procedure plaatsvindt. 1. Gerecht van Eerste Aanleg 190. De proceduretaal voor de lokale afdelingen van het Gerecht van Eerste aanleg is één van de officiële talen van de lidstaat waarop de afdeling gevestigd is. Voor een regionale afdeling is de proceduretaal één van de talen die bepaald zijn als proceduretalen, door de contracterende lidstaten die deze regionale afdeling hebben opgericht. 408 Verder bestaat steeds de mogelijkheid voor de lidstaten om één van de officiële talen van het EOB, zijnde het Frans, Duits of Engels als de proceduretaal te bepalen voor hun afdelingen. 409 Dit betekent dat de lidstaten bij het oprichten 403 Verordening (EU) nr. 1251/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Pb. L. 351, 20 december E. DE GRYSE, en V. VANOVERMEIRE, "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk Octrooigerecht', TBH 2013/14, Zie schematisch overzicht, Bijlage Artikel 29, Raad van de EU, "Draft Agreement on the European and Community Patents Court and Draft Statute Revised Presidency text", Brussel 23 maart 2009, 7928/09, PI 23, Cour HvJ, advies 1/09, 8 maart 2011, Advies krachtens artikel 218, lid 11 VWEU Ontwerpovereenkomst Invoering van een gemeenschappelijk stelsel voor octrooigeschillenbeslechting, 2011, Artikel 49, lid 1 UPC-Overeenkomst. 409 Artikel 49, lid 2 UPC-Overeenkomst. 78

87 van een lokale afdeling als proceduretaal een combinatie kunnen kiezen van enerzijds één van hun officiële talen en één of meerdere officiële talen van EOB. In Nederland is men heel geïnteresseerd om het Engels als bijkomende proceduretaal te erkennen. 410 Een derde mogelijkheid is dat de proceduretaal de taal is, waarin het octrooi verleend werd door het EOB. Dit kan op drie verschillende manieren gebeuren, wat tot een bijzonder ingewikkelde regeling leidt. Allereerst kunnen de partijen overeenkomen dat de taal waarin het octrooi is verleend, de proceduretaal zal zijn, op voorwaarde dat de bevoegde kamer hiermee instemt. Indien de bevoegde kamer niet zou instemmen met deze keuze van de partijen, dan kunnen de partijen vragen dat de zaak wordt doorverwezen naar de centrale divisie. 411 Ten tweede is het mogelijk dat de bevoegde kamer zelf, de taal waarin het octrooi is verleend als proceduretaal wenst te hanteren en dit om praktische redenen en billijkheidshalve. De partijen dienden hier weliswaar in mee te stemmen. 412 Ten derde kan de voorzitter van het Gerecht van Eerste Aanleg op vraag van één van de partijen beslissen om als proceduretaal, de taal waarin het octrooi verleend is te hanteren. Wel dient de voorzitter eerst de andere partijen gehoord te hebben, evenals de bevoegde kamer. De voorzitter kan hiertoe beslissen omwille van billijkheidsoverwegingen en rekening houdend met alle omstandigheden, inclusief de standpunten van de partijen. Indien de voorzitter beslist om de taal van het octrooi als proceduretaal te gebruiken dan moet de voorzitter nagaan of het noodzakelijk is om specifieke vertaling en vertolking te voorzien. 413 Deze regeling is vrij strikt en laat weinig mogelijkheden over aan de verweerder. De verweerder zal zich moeten schikken naar de proceduretaal van de afdeling, "gekozen" door de eiser of indien hij dit wenst, en in de gevallen hierboven voorzien, zal de taal van het octrooi gehanteerd kunnen worden als proceduretaal. Om die reden wordt bij het ontwerpen van het procedurereglement gedacht aan een versoepelingsregeling voor de verweerder. Zo zou voorzien worden dat gekeken kan worden naar de taal waarin de verweerder normaal handel drijft. 414 Wel zou dit niet erkend worden als een nieuwe proceduretaal, maar zou de taalaanpassing gebeuren bij het indienen van de memorie van eis. Er wordt momenteel volop gewerkt aan deze oplossing België kent als officiële talen reeds twee van de drie officiële talen van het EOB, namelijk het Frans en het Duits. Hiernaast is eveneens het Nederlands een officiële taal. Dit betekent dat België bij het oprichten van een lokale afdeling één van deze drie talen als proceduretaal kan aanduiden, wat op zich van die afdeling reeds een sterke afdeling maakt, juist omwille dat indien gekozen wordt voor het Frans of het Duits dit ook officiële talen zijn van het EOB. België zou ook de mogelijkheid hebben om het Engels als bijkomende proceduretaal aan te duiden, aangezien dit 410 IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS; X., [Vrije Tribune] "Noodzaak tot oprichting van een nationale afdeling van het nieuwe Europese Octrooigerecht ("Unified Patent Court")", IRDI 2013, afl 1, Artikel 49, lid 3 UPC-Overeenkomst. 412 Artikel 49, lid 4 UPC-Overeenkomst. 413 Artikel 49, lid 5 UPC-Overeenkomst. 414 IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS. 79

88 eveneens een officiële taal is van het EOB en dit een voordeel zou zijn bij het uitbouwen van een sterke lokale afdeling Het zal echter in alle gevallen mogelijk zijn om tolken in te schakelen bij de pleidooien, zowel voor het Gerecht van Eerste Aanleg, als voor het Hof van Beroep De centrale afdeling 193. Ook inzake de te hanteren proceduretaal verschilt de regeling van de centrale afdeling van deze van de lokale en regionale afdelingen. De proceduretaal voor de centrale afdeling zal de taal zijn waarin het octrooi is verleend De UPC-Overeenkomst voorziet één specifieke bepaling in het geval een vordering wegens inbreuk wordt ingesteld voor de centrale afdeling van het Gerecht van Eerste Aanleg en voor zover de verweerder zijn verblijfplaats, hoofdvestiging of vestiging heeft op het grondgebied van één van de contracterende lidstaten. In dit geval kan de verweerder een vertaling vragen van de pertinente stukken in de taal van de lidstaat waar hij zijn verblijfplaats, hoofdvestiging of vestiging heeft en dit enkel in de volgende drie gevallen. Allereerst indien een vordering voor de centrale afdeling aanhangig gemaakt wordt overeenkomstig artikel 33, 1, derde of vierde lid UPC-overeenkomst. 418 Ten tweede indien de proceduretaal voor de centrale afdeling een andere taal is dan de officiële taal van de lidstaat waar de verweerder zijn verblijfplaats, hoofdvestiging of vestiging heeft of tenslotte indien de verweerder geen voldoende kennis beschikt over de proceduretaal Hof van Beroep 195. Artikel 50 UPC-Overeenkomst stelt dat de taal die gehanteerd moet worden voor het Hof van Beroep dezelfde is als de proceduretaal die gebruikt werd in eerste aanleg. Ook bij het Hof van Beroep kunnen de partijen ervoor opteren om als proceduretaal de taal te kiezen waarin het octrooi is verleend. In uitzonderlijke gevallen en indien het passend wordt geacht kan het Hof van Beroep beslissen dat de taal die gebruikt wordt voor een deel of de gehele procedure een andere officiële taal is van een contracterende lidstaat. De partijen dienen hier echter mee in te stemmen. 415 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, Artikel 49, lid 6 UPC-Overeenkomst. 418 Zie randnummer Artikel 51, lid 3 UPC-Overeenkomst. 80

89 196. Indien één van de partijen dit wenst en indien dit passend wordt geacht, wordt door elke afdeling van het Hof van Beroep en het Gerecht van Eerste Aanleg voorzien in vertolking ten behoeve van de partijen bij de mondelinge behandeling van de zaak. 420 Afdeling 12. De rol van het Hof van Justitie 197. Zoals reeds vermeld zal het eengemaakte Octrooigerecht geen Hof van Cassatie kennen. Het Octrooigerecht zal dus bestaan uit een Gerecht van Eerste Aanleg en een Hof van Beroep. Wel zal het Hof van Justitie nog steeds een rol te spelen kunnen hebben bij de behandeling van de zaken door het Octrooigerecht, wat meteen ook een voorwaarde was voor de totstandkoming van dit gerecht. 421 In concreto betekent dit dat de rechters van het Octrooigerecht die zich geconfronteerd zien, bij de behandeling van een octrooizaak, met interpretatieproblemen van Europeesrechtelijke teksten zoals het VEU, VWEU, de Biotechrichtlijn 422 en de Handhavingsrichtlijn 423, ook gehouden zullen zijn een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie, zoals dit eveneens geldt voor de rechters van de traditionele rechtscolleges. Ook zal het Hof van Beroep zich verplicht zien, zich te wenden tot het Hof van Justitie indien een prejudiciële vraag wordt opgeworpen in een zaak. 424 Dit wordt expliciet voorzien door artikel 38, 1 Statuten Octrooigerecht. Het Hof van Justitie behoudt haar taak, zoals voorzien door artikel 19 VEU, die erin bestaat dat de eerbiediging van het recht bij de uitlegging en toepassing van de Verdragen verzekerd wordt. Dit wordt eveneens bevestigd door artikel 21 UPC-Overeenkomst. Dit artikel stelt dat het eengemaakt Octrooigerecht "samen met het Hof van Justitie van de Europese Unie aan de correcte toepassing en eenvormige uitlegging van het Unirecht. De beslissingen van het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn bindend voor het Gerecht" In deze context, waarbij voortaan zaken met betrekking tot een Europees Octrooi of een Europees Octrooi met eenheidswerking behandeld zullen worden door uiterst gespecialiseerde rechters, en dit zowel op juridisch als op technisch vlak, vrezen academici, rechtspractici en industriëlen dat de rechtspraak van het Octrooigerecht aan kwaliteit zal verliezen door de mogelijkheid die open gehouden wordt voor het Hof van Justitie om prejudiciële beslissingen te nemen. 425 Het staat vast dat dit nieuw geschillenbeslechtingsysteem zal staan of vallen met de 420 Artikel 51, lid 2 UPC-Overeenkomst. 421 Zie randnummer Richtlijn 98/44/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 1998 betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen, PB.L., nr. 213, p Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, PB.L., 157, p Aanbevelingen aan de nationale rechterlijke instanties over het aanhangig maken van prejudiciële procedures, Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 november 2012, C 338/01, F. DE VISSCHER, "The European Patent Court: there is a more realistic hope in another context", in X., The Future Prospects for Intellectual Property in the EU: , Brussel, Bruylant,

90 kwaliteit van de rechtspraak, zowel die van de lokale, regionale en centrale afdeling, als die van het Hof van Beroep en het Hof van Justitie. 426 De vrees dat de kwaliteit van de rechtspraak achteruit zal gaan doordat het Hof van Justitie prejudiciële beslissingen kan nemen, wordt echter niet door iedereen gedeeld. Zo stelt meneer DE VISSCHER dat, hoewel een nieuw intellectueel eigendomsrecht gecreëerd wordt met de Verordening Eenheidswerking, deze toch door het EOV beheerst zal worden. Dit minstens voor de geldigheid van het Europees Octrooi met eenheidswerking. Dit betekent dat Europees Octrooirecht geïncorporeerd zal worden in het Unierecht, al is het maar impliciet en gedeeltelijk. Meneer DE VISSCHER ziet geen redenen waarom het Hof van Justitie zich niet zou baseren op reeds gedane uitspraken op basis van het EOV met betrekking tot de geldigheid van een octrooi. 427 In tegenstelling hiermee stelt de heer CALLENS dat de interpretatiebevoegdheid van het Hof van Justitie beperkt zal zijn, gezien de octrooibegrippen die door het Hof geïnterpreteerd zullen kunnen worden zich beperken tot hetgeen opgenomen is in de Verordening Eenheidswerking. 428 De materieelrechtelijke octrooibegrippen, zoals nieuwheid, inventiviteit, stand van de techniek zullen door het Hof van Justitie niet geïnterpreteerd kunnen worden, aangezien deze begrippen vervat zitten in het EOV, dat geen deel uitmaakt van het Unierecht. 429 Mijn inziens is de stelling van de heer CALLENS technisch-juridisch correcter. Het is zo dat de Europese Octrooien met eenheidswerking op grond van het EOV zullen worden uitgereikt, wat betekent dat aan de voorwaarden van het EOV voldaan moet zijn, vooraleer dergelijk octrooi verleend kan worden door het EOB. Het is slechts eenmaal het Europees octrooi verleend is door het EOB dat een titularis zich kan beroepen op Verordening Eenheidswerking om eenheidswerking over het ganse grondgebied van de EU te verkrijgen voor zijn Europees Octrooi. Er bestaat dus een belangrijke scheidingslijn tussen enerzijds het EOV, dat geen deel uitmaakt van het Unierecht en de Verordening Eenheidswerking die wel deel uitmaakt van het recht van de Europese Unie. In die zin zal het Hof van Justitie inderdaad slechts bevoegd zijn om de begrippen van Verordening Eenheidswerking te interpreteren. Wel zal het in de praktijk goed mogelijk zijn dat de rechters van het Hof van Justitie, hun interpretatie gaan zoeken in reeds gedane uitspraken over Europese Octrooien, wat tot gevolg zal hebben dat het Europees Octrooirecht impliciet geïncorporeerd wordt in het Unierecht, wat de stelling van de heer DE VISSCHER zou kunnen bevestigen Verder stelt de heer CALLENS dat het niet ondenkbeeldig is dat het Hof van Justitie ook zal voorzien in een voorbereiding van haar rechters op de materie van het octrooirecht en zich inwerkt in haar nieuwe taak. Zelfs indien dit niet gebeurt, stelt hij verder dat het Hof van Justitie 426 P., CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, F. DE VISSCHER, "The European Patent Court: there is a more realistic hope in another context", in X., The Future Prospects for Intellectual Property in the EU: , Brussel, Bruylant, P., CALLENSS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, F. DE VISSCHER, "The European Patent Court: there is a more realistic hope in another context", in X., The Future Prospects for Intellectual Property in the EU: , Brussel, Bruylant,

91 op het vlak van het merkenrecht niet speciaal verlammend werkt of een volledige ondermaatse kwaliteit aflevert. 430 Afdeling 13. Overige bepalingen 200. Verder behandelt de UPC-Overeenkomst ook in hoofdstuk 5 de rechtsbronnen en het materieel recht. Gezien deze bijdrage zich voornamelijk wil focussen op de procedurele aspecten van de UPC-Overeenkomst en gezien de zeer uitgebreide tekst van deze overeenkomst wordt niet dieper ingegaan op deze bepalingen. De procedurele maatregelen 431, die genomen kunnen worden door de rechters van het Octrooigerecht en die besproken worden in deel 4 van de Overeenkomst worden in het kader van deze masterproef niet besproken, daar zij geen specifiek product zijn van de UPC-Overeenkomst, maar voortvloeien uit gangbare rechterlijke praktijken Deel 2 van de UPC-Overeenkomst, namelijk de 'Financiële bepalingen' wordt in dit kader maar in beperkte mate besproken. Dit was een van de onderwerpen waarover lange tijd discussie bestaan heeft Het resultaat van de lange onderhandelingen is dat het Octrooigerecht zich in principe zelf zal financieren, door middel van de griffierechten en andere inkomsten. Indien nodig, en ten minste tijdens de overgangsperiode zal de financiering ook kunnen bestaan uit bijdragen van de contracterende lidstaten. 433 De bijdrage die verschuldigd zal zijn door de lidstaten 434 wordt afhankelijk gesteld van het aantal Europese Octrooien met uitwerking op het grondgebied van die lidstaat ten tijde van het in werking treden van de UPC-Overeenkomst of van de ratificatiedatum, indien deze later zou zijn. Ook zal er rekening gehouden worden met het aantal octrooien ten aanzien waarvan een vordering wegens inbreuk of een nietigheidsvordering werd ingesteld voor de nationale rechtscolleges van die lidstaat gedurende de afgelopen drie jaren, die de inwerkingtreding van de UPC-Overeenkomst voorafgaan of de datum van ratificatie, indien deze later is De griffierechten worden door het administratief comité vastgesteld. Deze zullen uit twee componenten bestaan. De eerste component zal bestaan uit een vast bedrag. De tweede 430 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, Zoals de bescherming van vertrouwelijke informatie, de bevelen tot overlegging van bewijsmateriaal, bevel tot bescherming van bewijsmateriaal en huiszoekingen, voorlopige en bewarende maatregelen, 432 K. MAHNE, "A Unitary Patent and Unified Patent Court for the European Union: An Analysis of Europe's Long Standing Attempt to create a Supranational Patent System", Wash. U. Global Stud. L. Rev. 2012, vol 11: 171, Artikel 36, lid 1 en lid 2 UPC-Overeenkomst. 434 Gedurende een initiële overgangsperiode van zeven jaar vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst. 435 Artikel 37, lid 3 UPC-Overeenkomst. 83

92 component zal een bedrag zijn dat afhankelijk is van de waarde van het geschil, dit boven een vooraf bepaald maximum. 436 Het bedrag van de griffierechten moet van zo'n waarde zijn dat het evenwicht bewaard wordt tussen enerzijds het beginsel dat de toegang tot de rechter op billijke grondslag moet worden verzekerd en een adequate vergoeding voor de kosten gemaakt door het Octrooigerecht, rekening houdend met het economisch voordeel voor de betrokken partijen en gelet op het principe dat het Octrooigerecht voor haar eigen financiering moet instaan en een evenwichtig budget moet hebben. 437 Om te voldoen aan het beginsel dat de toegang tot de rechter op billijke grondslag wordt verzekerd, moet in het bijzonder rekening gehouden worden met de belangen van KMO's, microentiteiten, natuurlijke personen, vzw's, universiteiten en openbare organisaties voor onderzoek. 438 Door deze bepaling expliciet op te nemen in de UPC-Overeenkomst wordt er voldaan aan één van de hoofddoelstellingen van het Europees Octrooi met eenheidswerking, namelijk het verlagen van de kosten die gepaard gaan met het verkrijgen en het bezitten van dergelijke octrooien voor KMO's. Het is zelfs zo, dat artikel 36, 3 verder bepaalt dat steunmaatregelen voor KMO's kunnen worden overwogen Partijen zullen gehouden worden de gerechtskosten voorafgaandelijk aan de procedure te betalen, tenzij het procedurereglement anders zou bepalen. Indien dit niet gebeurd is kan een partij uitgesloten worden van verdere deelname aan de procedure. 439 Een partij, die een natuurlijke persoon is, en die ten dele of de gehele gerechtskosten niet kan betalen, kan in elke stand van het geding beroep doen op rechtsbijstand. De voorwaarden om rechtsbijstand te genieten zullen opgenomen worden in het procedurereglement De gerechtskosten en andere uitgaven van de winnende partij zullen in het algemeen, in redelijke en proportionele mate en tenzij de billijkheid anders vereist, gedragen worden door de verliezende partij en dit tot een bepaald maximum, dat in het procedurereglement zal worden bepaald. 441 Dit zal eveneens een belangrijke vooruitgang betekenen voor België. 442 Indien een partij slechts gedeeltelijk gelijk heeft gekregen of in uitzonderlijke omstandigheden kan het Octrooigerecht beslissen om de kosten op billijke wijze te verdelen of de partijen zelf in haar 436 Artikel 36, lid 3 UPC-Overeenkomst. 437 Artikel 36, lid 3 UPC-Overeenkomst. 438 Artikel 36, lid 3 UPC-Overeenkomst. 439 Artikel 70, lid 2 UPC-Overeenkomst. 440 Artikel 71 UPC-Overeenkomst. 441 Artikel 69, lid 1 UPC-Overeenkomst. 442 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, 18. J. ERAUW, De toekomst van het Benelux-Gerechtshof, met speciale aandacht voor de bevoegdheden inzake intellectuele eigendom Nieuwe competenties in het veld van octrooien, Voordracht gehouden in de Belgische senaat in de Plechtige zitting over het Benelux Gerechtshof, 9 oktober 2009, 8, 84

93 kosten verwijzen. 443 Elke partij blijft wel ten alle tijde de kosten dragen die zij het Octrooigerecht of de andere partij veroorzaakt heeft Artikel 69, lid 2 UPC-Overeenkomst. 444 Artikel 69, lid 3 UPC-Overeenkomst. 85

94 HOOFDSTUK III KRITIEK OP EN EVALUATIE VAN HET EENGEMAAKT OCTROOIGERECHT 206. Het is een uitstekende zaak dat na al die jaren eensgezindheid is ontstaan over de oprichting en de werking van een eengemaakt Octrooigerecht. De wijze waarop de werking van dit gerecht is uitgewerkt, is naar mijn mening te complex. Het lezen van de UPC-overeenkomst stemt overeen met het zich begeven in een labyrint, gelet op de talloze uitzonderingen en specifieke regels die erin zijn opgenomen. Niet enkel de Overeenkomst zelf is omslachtig, maar het procedureglement telt op zijn beurt bijna 400 artikelen Hoewel het de bedoeling is dat het "pakket Eenheidsoctrooi" in werking zou treden vanaf januari 2014, in de hoop dat het eengemaakt Octrooigerecht haar eerste zaak zal kunnen behandelen in april , zal dit hoogstwaarschijnlijk niet het geval zijn. 446 Een aantal fundamentele aspecten van het Octrooigerecht dienen nog geregeld te worden, vooraleer de eerste zaak behandeld kan worden door het Octrooigerecht. Niet alleen de organisatorische aspecten kunnen de start van het eengemaakt Octrooigerecht vertragen, maar men mag niet vergeten dat de UPC-Overeenkomst door 13 van de 24 contracterende lidstaten geratificeerd moet worden, vooraleer het in werking treedt. Het zou niet de eerste keer zijn dat in het kader van het octrooirecht een verdrag of een overeenkomst, dat een vooruitgang zou moeten betekenen voor het octrooirecht, nooit in werking treedt. 447 Er mag ook niet vergeten worden dat de huidige discussie die gevoerd wordt in Groot-Brittannië over het verlaten van de Europese Unie door deze lidstaat 448 belangrijke repercussies zou hebben voor het Octrooigerecht. Dit gezien London over een onderafdeling van de centrale afdeling zal bezitten. Dit betekent dat de structuur van het Octrooigerecht opnieuw hertekend zou moeten worden. Indien Groot-Brittannië de Europese Unie verlaat, dan zou het Octrooigerecht hiermee een belangrijke grootmacht inzake octrooien verliezen, wat het systeem van het Europees octrooi met eenheidswerking minder attractief maakt voor de gebruikers ervan Zuiver organisatorisch gesproken dient allereerst nog een internationaal ICT-systeem gecreëerd te worden, het centraal register moet nog ontwikkeld worden, de rechters die zullen zetelen in dit Octrooigerecht moeten gevonden en opgeleid worden binnen een, naar mijn 445 W. PORS, "Unitary Patent and Unified Patent Court", 20a%20European%20intellectual%20property%20right%20and%20a%20single%20court%20to%20enforce %20it%20a%20short%20note%20on%20key%20characteristics,%20IE-Forum_nl_.pdf, Meer realistisch zou zijn dat het Octrooigerecht haar eerste zaak zou behandelen begin 2015 (Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/2013;PCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS; VAN BEUKERING, P. en RAMSAY, A., "United Patent Court Preparatory Committee", 27 maart 2013, Zie randnummer I. BEGG, "It is entirely possible that Britain could leave the European Union within the next decade", gs.lse.ac.uk/euro ppblo g/2013/01/07/uk-leave-eu-referendum. 86

95 mening vrij korte termijn van ongeveer één jaar. Verder dienen, zoals reeds aangehaald, de gebouwen gevonden te worden waarin dit Octrooigerecht zal zetelen of in het slechtste geval zullen de nodige faciliteiten zelfs nog gebouwd moeten worden. 449 Om dit zo vlot mogelijk te laten lopen heeft op 26 maart 2013 de inauguratie van het 'Prepatory Committee' plaatsgevonden. 450 Dit comité zal toezien op de opzetting en het operationeel worden van het eengemaakt Octrooigerecht Verder mag ook niet vergeten worden dat een essentieel punt van de Europese octrooien met eenheidswerking nog steeds bepaald moet worden, namelijk de jaarlijkse verschuldigde instandhoudingstaksen. Hiermee staat of valt het Europees octrooi met eenheidswerking en bijgevolg het gebruik van het eengemaakt Octrooigerecht. Waar ik vermoed dat deze instandhoudingskosten bij het begin van de inwerkingtreding van dit systeem vrij laag zullen liggen, om zo dit systeem attractief te maken, is het niet gezegd dat dit op termijn ook zou blijven. Het is, naar mijn insziens, belangrijk dat er ook op termijn gewaakt wordt op de hoegrootheid van deze kosten. Gezien het bereikt resultaat in de UPC-Overeenkomst een werk van lange adem is geweest, moet er voor gezorgd worden dat dit systeem toch zeker een tijdje zal meegaan, wat betekent dat dit systeem voor de gebruikers ervan voordelig moet blijven Een volgend punt van kritiek in mijn opzicht is de mogelijkheid die bestaat voor lidstaten om lokale of regionale afdelingen op te richten. Hierdoor is er geen sprake meer van een echte, in de strike betekenis van het woord, eengemaakt Octrooigerecht. Hoewel deze verschillende afdelingen geregeld worden door dezelfde tekst en op dezelfde wijze zullen functioneren, zal het eengemaakt Octrooigerecht verspreid zijn over bijna alle EU lidstaten met in een aantal lidstaten meerdere afdelingen. Dit zal tot gevolg hebben dat er nog steeds sprake zal zijn van forumshopping in octrooizaken. Octrooihouders zullen trachten hun zaak aanhangig te maken bij die afdeling die volgens hen het meest gunstig zal oordelen in hun voordeel. Bepaalde lokale afdelingen, voornamelijk diegene waarbij meer dan 50 octrooizaken per jaar aanhangig worden gemaakt en dus waarbij de lokale afdelingen uit twee plaatselijke rechters bestaan, zullen gekend worden om hun rechtspraak die ofwel ten gunste of ten ongunste is van octrooien Het huidige probleem zal met de invoering van het Octrooigerecht niet beëindigd worden. Veel zal uiteindelijk afhangen van de kwaliteit van de rechtspraak van de verschillende afdelingen. Wel dient het probleem van de forumshopping gerelativeerd te worden, gezien de mogelijkheid steeds bestaat voor de verliezende partij om beroep aan te tekenen bij het Hof van Beroep te 449 W. PORS, "Unitary Patent and Unified Patent Court", 20a%20European%20intellectual%20property%20right%20and%20a%20single%20court%20to%20enforce %20it%20a%20short%20note%20on%20key%20characteristics,%20IE-Forum_nl_.pdf, VAN BEUKERING, P. en RAMSAY, A., "United Patent Court Preparatory Committee", 27 maart 2013, 87

96 Luxemburg. 451 Gezien er slechts één enkel Hof van Beroep zal bestaan, bestaande uit vijf internationale rechters, zowel juridisch als technisch geschoolden, zal de rechtspraak van dit Hof harmoniserend werken en zal het de verschillen die bestaan in uitspraken tussen de verschillende afdelingen in de mate van het mogelijke wegwerken. Dit betekent ook dat de kwaliteit van het Octrooigerecht zal staan of vallen met de kwaliteit van dit Hof van Beroep. Er ligt een essentiële rol weggelegd voor het Hof van Beroep dat zeker niet geminimaliseerd moet worden. De heer QUITNELIER maakt een parallel tussen het Hof van Beroep van het Octrooigerecht en de kamer van beroep van het EOB. Hij stelt dat de kamer van beroep zeer duidelijke en kwalitatief hoogstaande uitspraken geveld heeft. Moest dit niet zijn gebeurd dan was het EOV nooit een dermate succes geweest Een bijkomend probleempunt is volgens mij dat Europese Octrooien slechts eenheidswerking zullen genieten in de lidstaten die de UPC-overeenkomst hebben geratificeerd. Dit betekent dat zolang niet alle EU-lidstaten de UPC-overeenkomst hebben geratificeerd er geen sprake is van een werkelijk Europees Octrooi met eenheidswerking. Indien slechts dertien lidstaten de UPC-overeenkomst ondertekenen, zal de eenheidswerking slechts slaan op deze lidstaten, die minder dan de helft van de lidstaten van de EU voorstellen. Octrooihouders zullen dus, zolang niet alle contracterende lidstaten de UPC-overeenkomst onderteken, gehouden zijn naast de Europese Octrooien met eenheidswerking ook Europese Octrooien te verkrijgen voor die andere lidstaten. Nu is het wel zo dat de eenheidswerking sowieso zal slaan op Frankrijk, het Verenigd-Koninkrijk en Duitsland, de drie grootste octrooilanden van de EU, gezien de UPCovereenkomst pas in werking treedt als ten minste deze en tien andere lidstaten de Overeenkomst ratificeren. Ook de heer Darius SZLEPER stelt dat deze opmerking gerelativeerd moet worden. Volgens hem zullen de uitspraken van het Octrooigerecht het effect hebben van een olievlek. Hij bedoelt hiermee dat het Octrooigerecht een belangrijk aanzien zal genieten en dat de nationale rechtscolleges hoogstwaarschijnlijk de beslissingen geveld door het Octrooigerecht zullen volgen in hun eigen nationale rechtspraak Ook is de overgangsbepaling van zeven jaar volgens mij te lang. Hierop ben ik reeds uitvoerig ingegaan, daarom haal ik dit hier nog maar kort even aan. Indien een nieuwe instelling het licht ziet, is het van belang dat de gebruikers er zo snel mogelijk mee vertrouwd geraken en dit is maar mogelijk indien ze er gebruik van maken. Met andere woorden indien ze geen andere mogelijkheid verkrijgen dan zich te wenden tot die instelling. 451 Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/ Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/ Telefonisch interview met de heer Dariusz SZLEPER, octrooispecialist bij het kantoor Gaultier, Lakits Szleper, gevestigd te Parijs op 8/05/

97 213. Hoewel de UPC-Overeenkomst in haar huidige versie volgens mij niet tot een optimaal resultaat zal leiden, is dit toch een stap in de goede richting. Een Europees Octrooi met eenheidswerking had niet ingevoerd kunnen worden zonder tevens te voorzien in een centraal Octrooigerecht. Het invoeren van deze instelling zal belangrijke voordelen met zich meebrengen inzake de kosten van verdediging, de proceduretaal en de rechtszekerheid De tijd zal uitwijzen of de UPC-Overeenkomst een succes is en of de vooropgestelde doelstellingen behaald zullen worden. Het administratief comité plant om zeven jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst of van zodra het Octrooigerecht 2000 zaken behandeld zal hebben 454 betreffende inbreuken op octrooien, om de gebruikers van het systeem te raadplegen over de werking, de efficiëntie en de kosten-baten verhouding evenals het vertrouwen dat ze hebben in de kwaliteit van de beslissingen geveld door het Octrooigerecht. 455 Deze raadpleging zal van belang zijn om de UPC-Overeenkomst in de juiste zin te kunnen aanpassen aan de klachten en wensen van de gebruikers en om deze Overeenkomst te laten evolueren tot een succesverhaal. 454 Er dient rekening gehouden te worden met de laatste datum. 455 Artikel 87, lid1 UPC-Overeenkomst. 89

98 Conclusie 215. Ondanks de ingewikkelde uitgewerkte UPC-Overeenkomst en de hierboven geuite punten van kritiek zal het Octrooigerecht toch een aantal belangrijke voordelen met zich meebrengen. Eerst en vooral zal de afdwinging van het exclusief recht, waarvan de octrooihouder titularis is, sneller en eenvoudiger kunnen gebeuren met de invoering van dit Gerecht. Sneller, gezien in principe een inbreukvordering binnen het jaar na de aanhangigmaking van de zaak beslecht moet zijn. Hierdoor zal de octrooihouder efficiënter kunnen optreden tegen de namaak van zijn uitvinding en het kopiëren van geoctrooieerde goederen. 456 Het wordt ook eenvoudiger voor een octrooihouder om zijn rechten af te dwingen, gezien hij zich nu kan richten tot één centrale instelling, die een uitspraak kan vellen met rechtsgevolgen over het grondgebied van bijna de ganse Europese Unie. Dit Octrooigerecht hanteert eenzelfde procedureregels ongeacht welke nationaliteit de octrooihouder heeft en ongeacht de plaats van inbreuk. Dit is een grote sprong voorwaarts voor octrooihouders die voordien gehouden waren de procedureregels te volgen van elke lidstaat afzonderlijk, waarvoor ze een vordering instelde. Ten tweede zal met de invoering van dit Octrooigerecht een halte geroepen worden aan de divergerende uitspraken van de rechtbanken van de verschillende lidstaten. Dit doel moet bereikt worden door, ten eerste een internationale samenstelling van de kamers van de afdelingen van het eengemaakt Octrooigerecht, waardoor de huidige zeer gekleurde nationale rechtspraak afgezwakt zal worden. Ten tweede zal een goede en eenvormige opleiding van de rechters ertoe leiden dat deze op uniforme wijze de regels van de UPC-Overeenkomst toepassen en het procedurereglement, waardoor er bijna geen verschil in rechtspraak meer zouden bestaan. Ten derde zal de mogelijke toevoeging van een technische rechter aan een kamer leiden tot een verdere specialisatie van het Octrooigerecht, dat de kwaliteit ervan enkel kan versterken. Ten laatste, maar daarom niet minder belangrijk wordt een enkel Hof van Beroep ingesteld die de beroepen ingesteld tegen alle nationale of regionale afdelingen zal behandelen. Indien er toch divergerende uitspraken worden genomen onder de verschillende lokale of regionale afdelingen is het Hof van Beroep dé instelling die deze verschillen in graad van beroep kan rechttrekken en die op deze wijze de waakhond wordt van de uniforme rechtspraak van het eengemaakt Octrooigerecht. 456 The long road to Unitary Patent Protection in Europe,

99 DEEL 3: DE ROL VAN HET BENELUXGERECHTSHOF ALS REGIONALE AFDELING VOOR BELGIE, NEDERLAND EN LUXEMBURG

100 HOOFDSTUK I DE TOEKOMST VAN BELGIE BINNEN HET EUROPEES OCTROOIGERECHT 216. Zoals hierboven geschetst laat de UPC-Overeenkomst in vrij belangrijke mate de keuze aan de partijen over om te bepalen voor welke afdeling zij hun zaak wensen te brengen. Dit betekent dat er in belangrijke mate aan forum shopping gedaan zal worden tussen de verschillende afdelingen van het Octrooigerecht. Indien België nog een speler wilt zijn binnen het Octrooirecht zal het van belang zijn dat een aantrekkelijke lokale afdeling 457 uitgebouwd wordt. 458 Hoewel ik hiervoor de mening geuit heb dat het Octrooigerecht beter ontstaan was zonder de mogelijkheid te voorzien voor de lidstaten om lokale of regionale afdelingen op te richten, ben ik echter van oordeel dat België, nu deze mogelijkheid bestaat, deze moet benutten door een afdeling op te richten. Weliswaar dient België, vooraleer een afdeling opgericht kan worden, de UPCovereenkomst te ratificeren. Dit zou geen probleem mogen vormen, daar in het regeerakkoord van Eerste minister Di Rupo opgenomen is dat: "de regering zal bovendien elk initiatief voor een eengemaakt Europees Octrooisysteem steunen" 459. België zou in principe de UPC-overeenkomst nog voor het einde van 2013 moeten ratificeren. 460 De Belgische Nationale Vereniging voor de Bescherming van de Intellectuele Eigendomsrechten kon op haar algemene vergadering, die plaatsvond op 18 juni 2009 niet genoeg benadrukken dat België een lokale afdeling dient op te richten. 461 Volgens de heren CALLENS en QUINTELIER is het evident dat België minstens één lokale afdeling van het Octrooigerecht zal oprichten Een Belgische nationale afdeling zal één groot voordeel hebben ten aanzien van andere afdelingen. Namelijk dat de drie officiële talen van het EOB als proceduretalen gebruikt zullen kunnen worden. 463 Het voordeel van het oprichten van een lokale afdeling is de rechtstoegang die op deze manier gecreëerd wordt voor Belgische ondernemingen. Zoals gezien zullen octrooihouders in de meeste gevallen beschikken over een keuzevrijheid omtrent de afdeling voor dewelke zij hun zaak aanhangig wensen te maken. Indien België beschikt over een lokale afdeling 457 Zoals reeds vermeld zullen enkel de Scandinavische landen een regionale afdeling oprichten. 458 J. ERAUW, De toekomst van het Benelux-Gerechtshof, met speciale aandacht voor de bevoegdheden inzake intellectuele eigendom Nieuwe competenties in het veld van octrooien, Voordracht gehouden in de Belgische senaat in de Plechtige zitting over het Benelux Gerechtshof, 11 oktober 2009, 13, Regeerakkoord Elio di Rupo, 1 december 2011, Telefonisch interview met Leen de Cort, Juriste bij de Dienst voor Intellectuele Eigendom op 2 mei Algemene Vergadering AIPPI, 7 oktober 2009, "Advies omtrent het ontwerp van Verdrag betreffende een Europees Octrooigerecht en het ontwerp van statuut van deze Rechtbank". 462 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, 12; Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/ Zie randnummer

101 zullen de ondernemingen in hun eigen land kunnen procederen en in een taal die door hun beheerst wordt. 464 Belgische octrooihouders zullen op deze wijze geen of lage verplaatsingskosten en vertaalkosten hebben. Bijkomend zullen ze beroep kunnen doen op Belgische raadgevers en Europees Octrooigemachtigden met wie ze reeds samenwerken. 465 Een bijkomend voordeel van de oprichting van een lokale afdeling, is dat hiermee de mogelijkheid ontstaat voor België om rechters af te vaardigen in de poule van rechters. Deze Belgische rechters zullen als gevolg hiervan kunnen zetelen in de andere lokale afdelingen als 'buitenlandse' rechter. Indien dit niet gebeurt, zou de Belgische magistratuur volledig uitgesloten worden van de octrooirechtspraak Welke toekomst België zal hebben binnen het Octrooigerecht zal in de zeer nabije toekomst bepaald worden. Midden mei heeft de Belgische Dienst Intellectuele Eigendom een bijeenkomst met de ministerraad om een aantal princiepsvragen, waaronder de oprichting van een lokale afdeling, te bespreken X., [Vrije Tribune] "Noodzaak tot oprichting van een nationale afdeling van het nieuwe Europese Octrooigerecht ("Unified Patent Court")", IRDI 2013, afl 1, X., [Vrije Tribune] "Noodzaak tot oprichting van een nationale afdeling van het nieuwe Europese Octrooigerecht ("Unified Patent Court")", IRDI 2013, afl 1, X., [Vrije Tribune] "Noodzaak tot oprichting van een nationale afdeling van het nieuwe Europese Octrooigerecht ("Unified Patent Court")", IRDI 2013, afl 1, 10; Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/ Telefonisch interview met Leen de Cort, Juriste bij de Dienst voor Intellectuele Eigendom op 2 mei

102 HOOFDSTUK 2 - IS HET BENELUX-GERECHTSHOF DE OPLOSSING? 1. Het Benelux-Gerechtshof 219. Het Benelux Gerechtshof is opgericht in ten gevolge van de instelling van de Benelux Economische Unie dat in 1960 in werking trad. 469 Dit Hof is geen instelling van de Benelux Economische Unie, maar is er in zekere zin toch mee verbonden, doordat onder meer het Verdrag aangaande het Hof even lang van kracht blijft als de Benelux Economische Unie van kracht blijft. 470 Het Benelux Gerechtshof heeft primair tot taak de gelijkheid te bevorderen bij toepassing van regels die gemeenschappelijk zijn aan de Benelux-landen. 471 Een van de oorspronkelijke taken van het Benelux-Gerechtshof is het optreden als hoogste rechter met betrekking tot de interpretatie van het merken- en moddelenwet 472 en meer bepaald de Beneluxwet op de merken 473 en de Benelux-wet inzake tekeningen of modellen. 474 Het Benelux- Gerechtshof heeft op het niveau van de Benelux een rol die te vergelijken is met deze van het Hof van Justitie op het niveau van de Europese Unie, waardoor ook discussie is ontstaan over de verhouding van dit Benelux-Gerechtshof tot het Hof van Justitie. 475 Hierop ingaan zou ons te ver leiden in het kader van deze bijdrage Op 25 feburari 2005 werd het Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom 476 ondertekend. Dit verdrag, dat in werking trad op 1 september 2006, vervangt de vroegere Benelux-wet op de merken en deze inzake de tekeningen en modellen. Artikel 1.15 BVIE stelt dat het Benelux-Gerechtshof bevoegd is "voor de uniforme interpretatie van de bepalingen van het BVIE en het uitvoeringsreglement, met uitzondering van de vragen van uitlegging betreffende het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten". Dit betekent met andere woorden dat de bevoegdheden van het Benelux-Gerechtshof ongewijzigd blijven na de inwerkingtreding van het BVIE. Naast bevoegd te zijn voor een aantal intellectuele eigendomsrechten is het Benelux 468 Verdrag van 31 maart 1965 betreffende de instelling en het statuut van een Benelux Gerechtshof, BS 11 december Verdrag van 3 februari 1958 tot instelling van een Benelux Economische Unie, BS 17 oktober Artikel 10 Benelux-Verdrag inzake de warenmerken; artikel 10 Benelux-Verdrag inzake tekeningen of modellen. 473 Eenvormige Benelux-wet op de merken, B.S. 14 oktober 1969, in werking getreden op 1 januari Eenvormige Benelux-wet inzake tekeningen en modellen, B.S. 29 december 1976, inwerking getreden op 1 januari I. VEROUGSTRAETE en V. VAN OVERMEIRE, Het Benelux-Gerechtshof na het Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom, IRDI 2006, 256. I. VEROUGSTRAETE, Een toekomst voor het Benelux Gerechtshof, Bijblad Industriële eigendom 2005/3, verder BVIE 94

103 Gerechtshof ook bevoegd voor onder meer ambtenarenzaken, verzekeringen en dwangsommen Hoewel het Benelux-Gerechtshof slechts bevoegd is voor het merkenrecht en het recht inzake tekeningen en modellen, zou het enigszins wel mogelijk zijn om de bevoegdheden van het Benelux-Gerechtshof uit te breiden tot het octrooirecht. 478 Dit zou tegelijkertijd de toekomst van het Benelux-Gerechtshof verzekeren Het Benelux-Gerechtshof als regionale afdeling van het eengemaakt Octrooigerecht 222. Reeds in 2004 stelde de heer VEROUGSTRAETE, voormalig voorzitter van het Benelux- Gerechtshof dat de nieuwe kamer van Eerste Aanleg van het Benelux-Gerechtshof een stap zou kunnen vormen in de richting van een toekomstige regionale rechtbank inzake intellectuele eigendomsrechten. Dit zou volgens hem tegemoetkomen aan een vraag vanuit het professionele niveau. 480 Juridisch-technisch is dit, volgens hem, vrij eenvoudig te verwezenlijken, aangezien de procedureregels en de samenstelling en werking van de kamers van regionale afdelingen uitgebreid beschreven staan in de UPC-Overeenkomst en de daarbij behorende statuten. De samenstelling en werking van die bevoegde kamer van het Benelux-Gerechtshof dient dan aangepast te worden aan hetgeen voorzien is in de UPC-Overeenkomst en de Statuten. 481 Dat het Benelux Gerechtshof een rol zou moeten spelen in het octrooirecht is een stelling die ook wordt aangehouden door Willem HOYNG. 482 Hij stelt voorop dat de Benelux-landen de handen in elkaar zouden moeten slaan op het gebied van het octrooirecht, waarbij een centrale instelling, bestaande uit een gerecht van eerste aanleg en een hof van beroep, kennis zou nemen van geschillen met betrekking tot octrooien en waarbij het Benelux-Gerechtshof zou fungeren als Cassatierechter. Indien binnen deze instelling geprocedeerd kan worden in het Frans, Nederlands en Engels zou dergelijk gerecht volgens hem kunnen uitgroeien tot één van de belangrijkste octrooi-jurisdicties van Europa. We hebben reeds gezien dat dit inderdaad mogelijk zou zijn voor 477 I. VEROUGSTRAETE, Een toekomst voor het Benelux Gerechtshof, Bijblad Industriële eigendom 2005/3, Adviesraad Internationale Vraagstukken, Februari 2007, "Benelux, nut en noodzaak van nauwere samenwerking", 27, I. VEROUGSTRAETE en V. VAN OVERMEIRE, Het Benelux-Gerechtshof na het Benelux-Verdrag inzake de Intellecutele Eigendom, IRDI 2006, J. ERAUW, De toekomst van het Benelux-Gerechtshof, met speciale aandacht voor de bevoegdheden inzake intellectuele eigendom Nieuwe competenties in het veld van octrooien, Voordracht gehouden in de Belgische senaat in de Plechtige zitting over het Benelux Gerechtshof, 10 oktober 2009, 13, I. VEROUGSTRAETE en V. VAN OVERMEIRE, Het Benelux-Gerechtshof na het Benelux-Verdrag inzake de Intellecutele Eigendom, IRDI 2006, W. HOYNG, «De Hoge Raad en het Octrooirecht» in DAUWE, B., DE GRYSE, B., DE GRYSE, E., e.a, Liber Amicorum Ludovic DE GRYSE, Larcier, 2010, Gent,

104 een regionale afdeling tussen België, Nederland en Luxemburg om als proceduretaal juist deze drie talen te kiezen Zoals zonet aangetoond heeft de idee van het toekennen van bevoegdheden inzake het octrooirecht aan het Benelux-Gerechtshof vanuit het octrooimilieu steun gekregen. Echter, volgens de heren Marc VAN DEN BURGH, Sam GRANATA en Pieter CALLENS is het onmogelijk om het Benelux-Gerechtshof te laten fungeren als een regionale afdeling van het eengemaakt Octrooigerecht. 483 Dit gelet op de huidige tekst van de UPC-Overeenkomst. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen zowel het Benelux-Gerechtshof, waarvan de organisatie en de werking berust op de tekst van het Verdrag van 31 maart 1965 betreffende de instelling en het statuut van een Benelux Gerechtshof 484 het en eengemaakt Octrooigerecht, waarvan de organisatie en de werking berust op de UPC-Overeenkomst. Beiden zijn dus onderscheiden gerechten met specifieke bevoegdheden en specifieke procedureregels. Beiden gerechten dekken ook verschillende grondgebieden. De uitspraken van de UPC-Overeenkomst hebben uitwerking op het bijna volledige grondgebied van de Europese Unie, daar dat uitspraken van het Benelux- Gerechtshof slechts uitwerking krijgen in de Benelux-landen. Beide gerechten kunnen niet met elkaar verweven worden, behalve voor het geval enkel het logistiek gedeelte van het Benelux- Gerechtshof gebruikt wordt voor een regionale afdeling. 485 Dit zou dan kunnen betekenen dat een regionale afdeling gevestigd wordt binnen een kamer van het Benelux-Gerechtshof om zo gebruik te kunnen maken van de bestaande infrastructuur, zonder dat een beslissing geveld door de regionale afdeling die daar zou zetelen een beslissing zou worden van het Benelux-Gerechtshof zelf. Het is, volgens mij, inderdaad zo dat het de bevoegdheden van het Benelux-Gerechtshof uitgebreid kunnen worden tot octrooien, maar dan zou er in dat geval een Benelux-Octrooi gecreëerd moeten worden, waarvoor dit Hof bevoegd zijn. De creatie van dergelijk octrooi, gezien het ontstaan van het Europees Octrooi met eenheidswerking is niet iets dat snel het licht zal zien, volgens mij Hoewel de oprichting van dergelijke regionale afdeling in het Benelux-Gerechtshof niet mogelijk is, zou een regionale afdeling tussen de Benelux-landen toch nooit ontstaan zijn. Ruimer gezegd zal er geen enkele regionale afdeling gecreëerd worden, behalve eventueel een regionale afdeling tussen de Scandinavische landen. 483 Telefonisch interview met mr. ir. Marc van der Burg, Juridisch en Technisch Adviseur van het Nederlandse Octrooicentrum op 17/04/2013; Interview met de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS op het IPCongres van 26 april 2013, te Rotterdam, Nederland. 484 Verdrag van 31 maart 1965 betreffende de instelling en het statuut van een Benelux Gerechtshof, BS 11 december Telefonisch interview met mr. ir. Marc van der Burg, Juridisch en Technisch Adviseur van het Nederlandse Octrooicentrum op 17/04/2013; Interview met de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS op het IPCongres van 26 april 2013, te Rotterdam, Nederland. 96

105 225. Een regionale afdeling tussen de Benelux-landen zal niet opgericht worden, omdat Nederland de wens niet heeft om met België samen te werken. Nederland, die een traditie heeft van gecentraliseerde en kwalitatief hoogstaande octrooirechtspraak, heeft in eerste instantie geopteerd voor de oprichting van een regionale afdeling met het Verenigd-Koninkrijk en Zweden. 486 Dit pad is, na onderhandelingen, verlaten. 487 Na een consultatieronde met de Nederlandse octrooigebruikers en de Nederlandse kringen van de Intellectuele Eigendomsrechten werd duidelijk dat een samenwerking enkel met het Verenigd-Koninkrijk ook niet aan de orde is. De vrees zou bestaan bij de Nederlanders dat in geval van een samenwerking met de Britten, de meerderheid van de zaken behandeld zouden worden in het Verenigd-Koninkrijk en niet meer in Nederland. Verder zouden de octrooipractici vrezen voor een dominantie van de Engelse taal in octrooizaken. Een taal die ze niet beheersen als hun moedertaal en waardoor ze kwalitatief minder sterk zouden staan. Om dezelfde redenen hebben de octrooipractici te kennen gegeven niet met België te willen samenwerken. De Nederlandse beroepsgroepen staan nogal huiverig tegenover het gebruik van het Frans in octrooizaken. 488 De reden waarom de gesprekken met Zweden geen gevolgen hebben gekregen, is omdat de Scandinavische landen geografisch gezien te ver weg liggen van Nederland. 486 P. CALLENS, Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, Deze bron dient anoniem te blijven, omwille van de politieke gevoeligheid van het onderwerp. Dit is besproken met Professor Erauw. 488 Deze bron dient anoniem te blijven, omwille van de politieke gevoeligheid van het onderwerp. Dit is besproken met Professor Erauw. 97

106 Conclusie 226. Hoewel het vaststaat dat België geen regionale afdeling zal oprichten, noch met de Benelux-landen, noch met andere EU lidstaten en dat ten gevolge hiervan geen rol weggelegd is voor het Benelux-Gerechtshof inzake Europese Octrooi met eenheidswerking, dient de minister van Justitie de koe bij de horens te vatten en van de oprichting van een nationale afdeling voor België één van haar prioriteiten te maken. Eerst en vooral is het van belang dat België bij de eerste dertien lidstaten behoort die de UPC-Overeenkomst ratificeert en voor wie het Octrooigerecht bevoegd zal worden. Dit gelet op de vooraanstaande rol die België speelt op internationaal vlak. Bij deze ratificatie kan best reeds de wens geuit worden om een nationale afdeling op te richten. De oprichting van een Belgische nationale afdeling heeft een aantal voordelen. Allereerst zal het belangrijk om België op de kaart te zetten van het octrooirecht. Ten tweede creëert de oprichting van een nationale afdeling een nationale rechtstoegang voor de Belgische ondernemingen. Ten derde zullen Belgische ondernemingen zich kunnen blijven beroepen op de Belgische raadgevers, met wie ze meestal reeds een lange samenwerking hebben. Een laatste, maar niet onbelangrijk voordeel, is de mogelijkheid om Belgische rechters af te vaardigen in de poule van rechters, indien België over een eigen lokale afdeling beschikt. 98

107 ALGEMENE CONCLUSIE 227. Toekomstige octrooihouders zullen binnenkort gebruik kunnen maken van een vernieuwend systeem inzake octrooien die de Europese Unie eindelijk op de voorgrond zou moeten plaatsen inzake octrooien. Hoewel we nog zullen moeten afwachten in hoeverre gebruik gemaakt zal worden van dit nieuw gecreëerd octrooi, staat het vast dat dit octrooi belangrijke voordelen voor octrooihouders met zich zal meebrengen. Niet enkel de aanvraagprocedure zal voortaan eengemaakt zijn, maar ook de rechtsgevolgen die aan dit Europees octrooi met eenheidswerking wordt gegegevn. Gelet op de coëxistentie van dit octrooi met de nationale en Europese octrooien zullen ondernemingen hun octrooistrategie moeten herzien. Een aantal belangrijke afwegingen zullen gemaakt moeten worden, naargelang de territoriale draagwijdte dat men wenst te geven aan zijn octrooi, de kostprijs en in welke mate een onderneming aan risicodiversificatie wilt doen Hoewel het Europees octrooi met eenheidswerking reeds een groot grondgebied zal dekken, zou het toch een goede zaak zijn moesten Spanje en Italië eveneens de toetreden tot de Verordening Eenheidswerking De vereenvoudiging van de vertaalregeling van het Europees octrooi met eenheidswerking kan enkel een stimulans zijn voor octrooihouders om gebruik te maken van dit systeem. In de overgangsperiode zal een Duitse of Franse octrooiaanvraag enkel in het Engels vertaald moeten worden. Een Engelse octrooiaanvraag zal slechts vertaald moeten worden naar één van de officiële talen van de EU. Deze regeling is van toepassing totdat de machinevertalingen operationeel zijn. De invoering van dergelijke machinevertalingen zal toch gevolg hebben dat de vertalingsvereisten verder afgezwakt worden en dat de octrooi-informatie, noodzakelijk voor verdere innovatie, een zo groot mogelijk publiek bereikt Dat voor dergelijk Europees octrooi met eenheidswerking slechts één gerecht bevoegd zal zijn is revolutionair in Europa en geeft een toegevoegde waarde aan het Europees Octrooi met eenheidswerking. Dit Octrooigerecht zal ertoe leiden dat procedures met betrekking tot Europese octrooien en Europese octrooien met eenheidswerking sneller en eenvoudiger behandeld zullen worden. Dit Octrooigerecht zal een einde kunnen stellen aan de vaak- conflicterende rechtspraak van de verschillende nationale rechtbanken voor dewelke afzonderlijke procedures worden ingesteld. Hoewel, het geen vaststaand feit is dat alle rechtspraak van het Octrooigerecht uniform zal zijn, gelet op de mogelijkheid om lokale en regionale afdelingen op te richten, moet deze doelstelling nagestreefd worden. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk de rol is die het Hof van Beroep van het Octrooigerecht zal spelen. Het Hof van Beroep heeft een corrigerende rol te spelen ten aanzien van de niet uniforme toepassing het octrooirecht door de verschillende afdelingen. Het is met de kwaliteit van de rechtspraak van het Hof van Beroep dat 99

108 dit Octrooigerecht staat of valt. Mede hiervan zal ook afhangen in welke mate octrooihouders beroep doen op de 'opt-out' mogelijkheid tijdens de overgangsperiode België kan een rol spelen binnen dit Octrooigerecht en moet deze kans met beide handen grijpen. Dit gelet op de vooraanstaande rol die België speelt op internationaal vlak. De oprichting van een Belgische nationale afdeling zal niet enkel een belangrijk voordeel zijn voor Belgische ondernemingen. Het is ook een voordeel voor de Belgische magistratuur die op deze manier op het internationaal vlak inzake octrooien een rol te spelen zal hebben Wel mag niet vergeten worden dat nog zeer veel dient te gebeuren vooral het Octrooigerecht haar eerste zaak zal kunnen behandelen. Al is het maar dat voldoende lidstaten de UPC-Overeenkomst dienen te ratificeren. Het zou niet de eerste keer zijn dat een belangrijke, innoverende tekst op het vlak van octrooien, nooit in werking treed. Zoals de uitdrukking luidt: "Eerst zien, zei de blinde". 100

109 Bijlage 1: Samenstelling van het Octrooigerecht en verdeling van de zaken binnen de centrale afdeling, schematisch overzicht. 489 GERECHT VAN EERSTE AANLEG Afdeling in LONDEN + Griffie Zetel in PARIJS + Griffie Afdeling in MUNCHEN + Griffie Bureau van de Voorzitter A) Menselijke levensbehoeften B) Uitvoeren van operaties, transport C) Chemie, metaal D) Textiel, papier E) Vaste constructies G) Natuurkunde H) Elektriciteit F) Werktuigbouwkunde, verlichting, verwarming, wapens, springstoffen HOF VAN BEROEP Zetel in LUXEMBURG + Griffie VORMINGSCENTRUM BOEDAPEST CENTRUM VOOR OCTROOIBEMIDDELING EN ARBITRAGE LJUBLJANA en LISSABON 489 Bijlage 2, Overeenkomst betreffende een eengemaakt Octrooigerecht. 101

110 Bijlage 2: Samenstelling van de kamers van het Gerecht van Eerste Aanleg Algemeen Principe 3 rechters 490 Algemene Uitzonderin gen 3 rechters + 1 technisch geschoolde op vraag van de partijen of van een kamer van een lokale of regionale afdeling op vraag van een kamer van een lokale of regionale afdeling in een zaak waarbij een nietigheidsvordering is ingesteld in het kader van een vordering wegens inbreuk 1 juridisch geschoolde rechter op vraag van de partijen Lokale afdeling <50 zaken 3 juridisch geschoolde rechters 1 rechter die onderdaan is van de lidstaat van de zetel van de lokale afdeling 2 rechters die geen onderdaan, zijn van de lidstaat van de zetel van de lokale afdeling 50 zaken 3 juridisch geschoolde rechters 2 rechters die onderdaan zijn van de lidstaat van de zetel van de lokale afdeling 1 rechter die geen onderdaan is van de lidstaat van de zetel van de lokale afdeling Regionale afdeling 3 juridisch geschoolde rechters 2 rechters die onderdaan zijn van een van de lidstaten die de regionale instelling heeft ingesteld 1 rechter die geen onderdaan is van een van de lidstaten die de regionale instelling heeft ingesteld 490 Wanneer geen verdere specificatie wordt gegeven over de vereiste nationaliteit van de rechters, wordt uiteraard verstaan dat deze onderdaan moeten zijn van één van de lidstaten die partij zijn bij de overeenkomst betreffende een eengemaakt Octrooigerecht. 102

111 Centrale divisie 2 juridisch geschoolde rechters 1 technisch geschoolde rechter Uitzondering 3 juridisch geschoolde rechters zaken waarbij een vordering wordt ingesteld tegen beslissingen van het EOB in de uitoefening van haar taken zoals vermeld in artikel 9 Verordening 1257/

112 Bijlage 3: Samenstelling van de kamers van het Hof van Beroep Algemeen Principe 3 juridisch geschoolde rechters 2 technisch geschoolde rechters Uitzondering 3 juridisch geschoolde rechters zaken waarbij een vordering wordt ingesteld tegen beslissingen van het EOB in de uitoefening van haar taken 104

113 Bijlage 4: Wanneer is het eengemaakt Octrooigerecht bevoegd? Het eengemaakt Octrooigerecht is bevoegd om kennis te nemen van vorderingen met betrekking tot de hieronder vermelde zaken: Categorie Vordering Beschrijving Bevoegdheid Overgangsregeling 492 a) feitelijke inbreuk of dreiging van inbreuken b) verklaring van nietinbreuken c) voorlopige en bewarende maatregelen Feitelijke inbreuk of dreiging van inbreuken op octrooien en aanvullende beschermingscertificaten, met inbegrip van tegenvorderingen betreffende licenties. Vorderingen tot verklaring van niet-inbreuken op octrooien en aanvullende beschermingscertificaten. Vorderingen met het oog op het bekomen van voorlopige en bewarende maatregelen of van een verbodsmaatregel. Lokale afdeling van de lidstaat waar de inbreuk of de dreiging (kan) plaatsvind(t)(en) of regionale afdeling waaraan deze lidstaat deelneemt. Lokale of regionale afdeling van de lidstaat waar de verweerder(s) zijn woonplaats, hoofdvestiging of vestiging heeft. Subsidiair: Centrale afdeling. Centrale afdeling. Indien vordering a) reeds aanhangig is bij lokale of regionale afdeling, dan blijven die bevoegd. Lokale afdeling van de lidstaat waar de inbreuk of de dreiging (kan) plaatsvind(t)(en) of regionale afdeling Nationale rechtscolleges + bevoegde instanties De overgangsregeling geldt voor een periode van zeven jaar vanaf de dag van inwerkingtreding van het Verdrag Octrooigerecht. 493 Deze overgangsregeling geldt niet voor de tegenvorderingen wegens inbreuk of tot nietigverklaring. 105

114 waaraan deze lidstaat deelneemt. d) nietigverklaring Vorderingen tot nietigverklaring van octrooien en aanvullende beschermingscertificaten. e) tegenvordering Tegenvorderingen tot nietigverklaring nietigverklaring van octrooien en aanvullende beschermingscertificaten. Lokale of regionale afdeling van de lidstaat waar de verweerder(s) zijn woonplaats, hoofdvestiging of vestiging heeft. Subsidiair: Centrale afdeling. Centrale afdeling. Indien vordering a) reeds aanhangig is bij lokale of regionale afdeling, dan blijven die bevoegd. In het kader van een vordering wegens inbreuk: - afdeling bij wie de vordering wordt ingeleid blijft bevoegd of - doorverwijzing van de tegenvordering naar de centrale afdeling of - doorverwijzing van de volledige zaak naar de centrale afdeling. 106

115 f) schadevergoeding Vorderingen tot schadevergoeding op grond van de voorlopige bescherming die wordt verleend door een gepubliceerde Europese octrooiaanvraag. g) gebruik van een Vorderingen met betrekking uitvinding tot het gebruik van een uitvinding vooraleer het octrooi is toegekend of met het recht dat stoelt op voorgebruik van de uitvinding. h) vergoeding voor Vorderingen tot vergoeding licenties toegekend van voor licenties toegekend van rechtswege rechtswege, zoals voorzien door artikel 8 Verordening Lokale afdeling van de lidstaat waar de inbreuk of de dreiging (kan) plaatsvind(t)(en) of regionale afdeling waaraan deze lidstaat deelneemt. Lokale of regionale afdeling van de lidstaat waar de verweerder(s) zijn woonplaats, hoofdvestiging of vestiging heeft. Subsidiair: Centrale afdeling. Lokale afdeling van de lidstaat waar de inbreuk of de dreiging (kan) plaatsvind(t)(en) of regionale afdeling waaraan deze lidstaat deelneemt. Lokale of regionale afdeling van de lidstaat waar de verweerder(s) zijn woonplaats, hoofdvestiging of vestiging heeft. Subsidiair: Centrale afdeling. Lokale of regionale afdeling van de lidstaat waar de verweerder(s) zijn 107

116 i) beslissingen genomen door het EOB Eenheidswerking. Vorderingen betreffende beslissingen genomen door het EOB in de uitvoering van haar taken, zoals voorzien door artikel 9 Verordening Eenheidswerking. woonplaats, hoofdvestiging of vestiging heeft. Subsidiair: Centrale afdeling. Centrale afdeling. 108

117 Bijlage 5: De Proceduretaal Gerecht van Eerste Aanleg Hof van Beroep Lokale Afdeling Officiële ta(a)l(en) van de lidstaat Frans Duits waarop die afdeling gevestigd is. De taal waarin Regionale Afdeling of Engels Officiële ta(a)l(en) bepaald door de lidstaten die een regionale afdeling delen. het octrooi is verleend. Centrale Afdeling De taal waarin het octrooi is verleend. Proceduretaal van Eerste Aanleg De taal waarin het octrooi is verleend Uitzonderlijk: een andere officiële taal van een contracterende lidstaat 109

118 Bijlage 6: Verloop van de procedure, waarbij een vordering wegens inbreuk werd ingesteld en een tegenvordering tot nietigverklaring P. VERON, The Unified Patent Court, state of the play in January 2013, C5's 5 th forum on Biotech&Pharma Patent Litigation, Amsterdam, 29 January

119 BIBLIOGRAFIE 1. Wetgeving en voorbereidende werken 1. Internationaalrechtelijke normen Verdrag van München inzake de verlening van Europese octrooien van 5 oktober 1973, 2. Europeesrechtelijke normen. Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van 1 januari Akkoord betreffende de gemeenschapsoctrooien van 15 december 1989, PB.L., nr. 401, 30 december 1989, p Richtlijn 98/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 1998 betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen, Pb.L., nr. 213, p Verdrag inzake de toepassing van artikel 65 van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien van 17 oktober Verordening nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Pb. L. 16 januari 2001, afl.12, 1. Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, PB.L., 157, p Communication from the Commission to the European Parliament and the Council, Enhancing the patent system in Europe, 3 april 2007, COM(2007) 165, Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen, Pb. L. 31 juli 2007, afl. 199, 40. Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de oprichting van de Europese Gemeenschap, ondertekend te Lissabon, 13/12/2007, 2007/C 306/01, Pb. L. 17 december 2007, 1. Werkdocument, Herzien Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende het Gemeenschapsoctrooi, 23 mei 2008, Document 9465/08 van de Raad van de Europese Unie, 111

120 Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, Pb. L. 4 juli 2008, afl. 177,6. Recommendation from the Commission to the Council to authorize the Commission to open negotiations for the adoption of an Agreement creating a Unified Patent Litigation System, Brussels, 20 march 2009, SEC(2009), 330def. Addendum to the note, Proposal for a council Regulation on the Community Patent General Approach, 27 November 2009, Document n 16113/09 ADD 1 van de Raad van de Europese Unie, Verbetering van de octrooiregeling in Europa, 7 december 2009, Document n 17229/09 van de Raad van de Europese Unie, Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Pb. L., C. 83, nr 53, 30 maart 2010, p Verdrag betreffende de Europese Unie, Pb. L., C. 83, nr 53, 30 maart 2010, p Verordening (EU) nr. 1251/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Pb. L. 351, 20 december Verordening (EU) nr. 1257/2012 van de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming, Pb. nr. L 361 van 31/12/2012, p.1-8. Verordening (EU) nr. 1260/2012 van de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming met betrekking tot de toepasselijke vertaalregelingen, Pb Nr. L 361 van 31/12/2012, p Accord Relatif à une juridiction unifiée du brevet, Document 16351/12, du 11 janvier 2013, 16351/12, PI 148, COUR Normen eigen aan de Benelux Verdrag van 3 februari 1958 tot instelling van een Benelux Economische Unie, BS 27 oktober Eenvormige Benelux-wet van 19 maart 1962 op de merken, BS 14 oktober Verdrag van 31 maart 1965 betreffende de instelling en het statuut van een Benelux Gerechtshof, BS 11 december

121 Eenvormige Benelux-wet van 25 oktober 1966 inzake tekeningen en modellen, B.S. 29 december 1976.Wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, BS 9 maart Nationale normen Wetboek van Internationaal Privaatrecht, Wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van Internationaal Privaatrecht, BS 27 juli Voorbereidende werken Proposal for a Council Regulation on the Community Patent, 1 august 2000, COM(2000) 412 final. C5-0461/ /0177(CNS), JO C 127 E van 29 mei Raad van de EU, "Draft Agreement on the European and Community Patents Court and Draft Statute Revised Presidency text", Brussel 23 maart 2009, 7928/09, PI 23, Cour 29. Voorstel voor een besluit van de Raad houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming COM(2010) 790 van Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council, implementing enhanced cooperation in the area of the creation of unitary patent protection, 13 april 2011, COM(2011)215, Ontwerpovereenkomst betreffende een Gemeenschappelijk octrooigerecht en een ontwerpstatuut Geconsolideerde tekst ", Raad van de Europese Unie, Brussel, 14 juni 2011, 11533/11, PI 68, COUR 32. Ontwerpovereenkomst betreffende een Gemeenschappelijk octrooigerecht en een ontwerpstatuut Geconsolideerde tekst ", Raad van de Europese Unie, Brussel, 26 oktober 2011, 16023/11, PI 141, COUR 62. Raad van de Europese Unie, Working document 18239/11, 6 december Raad van de EU, "Ontwerpovereenkomst betreffende een Gemeenschappelijk octrooigerecht en een ontwerpstatuut Geconsolideerde tekst", Brussel 14 november 2012, 16222/12, PI 146, COUR 74. Preliminary set of provisions for the rules of procedure of the Unified Patent Court, 29 april 2013, 113

122 2. Rechtspraak HvJ, C-274/11, Koninkrijk Spanje v. Raad van de EU, Jur. I, 2011, 12. HvJ, C-295/11, Italië v. Raad van de EU, Jur. I, 2011, 12. HvJ, 47/2013, Spanje v. Raad van de EU, Jur. I, HvJ, advies 1/09, 8 maart 2011, Advies krachtens artikel 218, lid 11 VWEU,Ontwerpovereenkomst, Invoering van een gemeenschappelijk stelsel voor octrooigeschillenbeslechting, Conclusie Advocaat-Generaal Y. BOT, 11 december 2012, gevoegde zaken C-274/11 en C-295/ Rechtsleer 1. Boeken en bijdragen in verzamelwerken. BALLON, G., GEENS, K., et al., Inleiding tot het economisch recht, Kluwer, 2007, Mechelen, 597. BARENTS, R., "Industriële en intellectuele eigendom", Kluwer, 2004, Deventer, BOCKEN, H. en GELDHOF, W., "De aansprakelijkheid van de Europese Gemeenschap en van de Belgische staat op grond van communautaire en internationale rechtsregels" in Invloed van het Europees recht op het Belgisch recht, Kluwer, 2003, Mechelen, 820. BRINKHOF, J., "Enige kanttekeningen bij het voorstel voor een European and European Union Patents Court" in DAUWE, B., DE GRYSE, B., DE GRYSE, E., e.a, Liber Amicorum Ludovic DE GRYSE, Larcier, 2010, Gent, 679. CASTERMANS, M. «Gerechtelijk Privaatrecht : algemene beginselen, bevoegdheid en burgerlijke rechtspleging», Gent, Academia Press, 2004, 537. DE VISSCHER, F. "The European Patent Court: there is a more realistic hope in another context", in X., The Future Prospects for Intellectual Property in the EU: , Brussel, Bruylant, 158. ERAUW, J., Internationaal Privaatrecht, Kluwer, 2009, Mechelen, 938. HOYNG, W. "De Hoge Raad en het Octrooirecht" in DAUWE, B., DE GRYSE, B., DE GRYSE, E., e.a, Liber Amicorum Ludovic DE GRYSE, Larcier, 2010, Gent, 679. HUYDECOPER J. en van NISPEN, C., Industriële eigendom, Kluwer, 2002, Deventer, 465. MACCHETTA, F., "A Unitary patent system for Europe: cui podest?" in X, The Future Prospects for Intellectual Property in the EU: , Brussel, Bruylant, 2011,

123 PARMENTIER, C. en STORCK, C., Comprendre la technique de cassation, Bruxelles, Larcier 2011, 221. PERTEGAS SENDER, M., Cross-border enforcement of patent rights, Oxford University Press, 2002, New York, 313. TILLEMAN, B. en VERBEKE, A., Bijzondere overeenkomsten in kort bestek, Intersentia, 2005, Antwerpen, 312. VAN NIEUWENHOVEN, E., HUYDECOPER, J. en VAN NISPEN, C., Industriële eigendom, bescherming van technische innovatie, Kluwer, 2002, Deventer, 62. VAN OVERWALLE, G., "Intellectuele rechten: veel nieuws!", Themis nr. 12 6/2011, (jurisquare) VAN OVERWALLE, G. en VAN ZIMMEREN, E. "Recente ontwikkelingen in het octrooirecht" in Intellectuele Rechten, Die Keure, 2011, Brugge, 96. VAN OVERWALLE, G. en VANOVERMEIRE, V., De toekomst van het Europees octrooirecht, in BEVERNAGE, C., CALLENS S. et al., " Recht in beweging, 16 de VRG-Alumnidag 2009, Maklu, Antwerpen, 2009, Artikelen X., [Vrije Tribune] "Noodzaak tot oprichting van een nationale afdeling van het nieuwe Europese Octrooigerecht ("Unified Patent Court")", IRDI 2013, afl 1, Adviesraad Internationale Vraagstukken, Februari 2007, "Benelux, nut en noodzaak van nauwere samenwerking", BEGG, I. "It is entirely possible that Britain could leave the European Union within the next decade", gs.lse.ac.uk/euro ppblo g/2013/01/07/uk-leave-eu-referendum. BEGLEY, K. "Multinational Patent Enforcement: What the "Parochial" United States can learn from Past and Present European Initiatives", 40 CORNELL INT'L L.J. 2007, BERNE, X. "Accord sur le brevet unitaire européen et dernières levées de boucliers", CALLENS, P., Het Unitair octrooi en Octrooigerecht : op een zucht van de finish Overzicht van de belangrijkste elementen en hun gevolgen voor de Belgische octrooipraktijk, IRDI 2012/1, CORDERY, B. "Unitary patents and the Unified Patent Court", 7 maart 2013, Kluwer Patent Blog, 115

124 DE GRYSE, E. en VANOVERMEIRE, V. "Toekomstperspectieven voor de rechtshandhaving in het octrooirecht, De EU-verordeningen betreffende het octrooi met eenheidswerking en de creatie van het 'gemeenschappelijk octrooigerecht', TBH 2013/14, DE VUYST, B., Europees Octrooiverdrag aangepast, Juristenkrant 2007, afl. 159, 5. DESLANDES, M-A, " Le brevet européen à effet unitaire: un chemin périlleux", 2012/3, European Commission, Patents: Commission Sets Out Vision for Improving Patent System in Europe (3 April 2007), ERAUW, J., De toekomst van het Benelux-Gerechtshof, met speciale aandacht voor de bevoegdheden inzake intellectuele eigendom Nieuwe competenties in het veld van octrooien, Voordracht gehouden in de Belgische senaat in de Plechtige zitting over het Benelux Gerechtshof, 9 oktober 2009, 13, KOLLE, G. "Reform of the European Patent System", IRDI 2001, 195. LOFTUS, D. "International Patent Protection: Time for a fully EU Functioning Supranational Patent Mechanism", JICLT 2011, vol. 6, Issue 3, 176. MAHNE, K., "A Unitary Patent and Unified Patent Court for the European Union: An Analysis of Europe's Long Standing Attempt to create a Supranational Patent System", Wash. U. Global Stud. L. Rev. 2012, vol 11: 171, MOSCA, S. "Brevet unitaire: trouver un accord avec le Parlement", MUSMANN, T. en OSTEN PROSS, R. "Epilady, Novartis v. J&J: Is there a hidden wisdom behind it?, NOOTEBOOM, E. en VAN OVERWALLE, G. "The Proposal for a Council Regulation on the Community Patent", IRDI 2001, PORS, W. "Unitary Patent and Unified Patent Court", 12 januari 2011, Kluwer Patent Blog,

125 TEXIER, C., Signature de l'accord relatif à une juridiction unifiée du brevet, 20 février 2013, VEROUGSTRAETE, I. en Een toekomst voor het Benelux Gerechtshof, Bijblad Industriële eigendom 2005/3, VEROUGSTRAETE, I. en VAN OVERMEIRE V., Het Benelux-Gerechtshof na het Benelux-Verdrag inzake de Intellecutele Eigendom, IRDI 2006, VAN BEUKERING, P. en RAMSAY, A., "United Patent Court Preparatory Committee", 27 maart 2013, 4. Websites EPO and Google break the language barrier for Europe's innovators, 24 March 2011, forum.nl/backoffice/uploads/file/wouter%20pors,%20a%20legal%20innovation%20in%20patent %20law%20a%20European%20intellectual%20property%20right%20and%20a%20single%20co urt%20to%20enforce%20it%20a%20short%20note%20on%20key%20characteristics,%20ie- Forum_nl_.pdf. Commissie wil onderzoek en innovatie stimuleren door eenheidsoctrooibescherming, IP/11/470, Brussel, 13 april 2011, Report on the proposal for a regulation of the European parliament and of the Council implementing enhanced cooperation in the area of the creation of unitary patent protection, 11 January 2012, 1&language=EN#title2. Aanbevelingen aan de nationale rechterlijke instanties over het aanhangig maken van prejudiciële procedures, Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 november 2012, C 338/01, Le long chemin vers la protection par brevet unitaire en Europe, 17 décembre 2012, 117

126 Statut of accession and ratification, geconsulteerd 25 januari Signature de l'accord relatif à une juridiction unifiée du brevet, 19 février, 2013, "De Gids van de Gewone wetgevende procedure", "EU, Unitary Patent: a big boost for innovation", Système unifié du règlement des litiges en matière de brevets, geconsulteerd op 21 april Andere Algemene Vergadering AIPPI, 7 oktober 2009, "Advies omtrent het ontwerp van Verdrag betreffende een Europees Octrooigerecht en het ontwerp van statuut van deze Rechtbank". Regeerakkoord Elio di Rupo, 1 december 2011, pdf. VERON, P. The Unified Patent Court, state of the play in January 2013, C5's 5 th Biotech&Pharma Patent Litigation, Amsterdam, 29 January forum on 118

127 ALT, M., The Unitary Patent: the system, the choices, the strategies, Slideshow, March 2013, Bird&Bird LLP. KREYE, B., Unified Patent Court, Rules of Procedure, Slideshow, 21 March 2013, Bird&Bird LLP. Telefonisch interview met mr. ir. Marc van der Burg, Juridisch en Technisch Adviseur van het Nederlandse Octrooicentrum op 17/04/2013. IPCongres 26 juni 2013 te Rotterdam, Nederland; sprekers: de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS. Interview met de heren Sam GRANATA en Pieter CALLENS op het IPCongres van 26 april 2013, te Rotterdam, Nederland. Telefonisch interview met Leen de Cort, Juriste bij de Dienst voor Intellectuele Eigendom op 2 mei Telefonisch interview met de heer Claude QUINTELIER, advocaat bij het kantoor Gevers en Europees Octrooigemachtigde op 7/05/2013. Telefonisch interview met de heer Dariusz SZLEPER, octrooispecialist bij het kantoor GAULTIER, Lakits en SZLEPER, gevestigd te Parijs op 8/05/

BACK TO BASICS OCTROOIRECHT ERIC DE GRYSE

BACK TO BASICS OCTROOIRECHT ERIC DE GRYSE BACK TO BASICS OCTROOIRECHT ERIC DE GRYSE [email protected] I. OCTROOIWETGEVING : België Wetboek van economisch recht, 19 April 2014, Boek XI, "Intellectuele eigendom, titel 1, Uitvindingsoctrooien

Nadere informatie

Europese octrooiaanvragen

Europese octrooiaanvragen Vereenigde Octrooibureaux N.V. Johan de Wittlaan 7 2517 JR Postbus 87930 2508 DH Den Haag Telefoon 070 416 67 11 Telefax 070 416 67 99 [email protected] [email protected] [email protected]

Nadere informatie

Eenheidsoctrooi komt eraan

Eenheidsoctrooi komt eraan Eenheidsoctrooi komt eraan Welke keuze gaat u maken? Marc van der Burg Octrooicentrum Nederland Opzet 0. Problemen 1. Eenheidsoctrooi: Unitary Patent (UP) 2. Octrooigerecht: Unified Patent Court (UPC)

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 17.6.2003 COM(2003) 348 definitief 2003/0127 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Europese

Nadere informatie

Nieuwe initiatieven om octrooirechtspraak te Europeaniseren

Nieuwe initiatieven om octrooirechtspraak te Europeaniseren Nieuwe initiatieven om octrooirechtspraak te Europeaniseren European Patent Litigation Agreement (EPLA) Verordening inzake het Gemeenschapsoctrooi Huidige situatie Octrooien zijn beschermingstitels met

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio's

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio's EUROPESE COMMISSIE Brussel, 11.6.2014 COM(2014) 226 final 2014/0128 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio's NL NL TOELICHTING 1. ACHTERGROND

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET. Verdrag betreffende de Europese Unie; (met Protocollen) Maastricht, 7 februari 1992

TRACTATENBLAD VAN HET. Verdrag betreffende de Europese Unie; (met Protocollen) Maastricht, 7 februari 1992 10 (1992) Nr. 13 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2012 Nr. 182 A. TITEL Verdrag betreffende de Europese Unie; (met Protocollen) Maastricht, 7 februari 1992 B. TEKST De Nederlandse

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 34 (2007) Nr. 4 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2010 Nr. 245 A. TITEL Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting

Nadere informatie

14956/15 ADD 1 mou/gra/mt 1 DG D 2A

14956/15 ADD 1 mou/gra/mt 1 DG D 2A Raad van de Europese Unie Brussel, 26 februari 2016 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0119 (COD) 14956/15 ADD 1 JUSTCIV 286 FREMP 291 CODEC 1654 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Standpunt

Nadere informatie

Unitair octrooi en Unitair Octrooigerecht: De stand van zaken

Unitair octrooi en Unitair Octrooigerecht: De stand van zaken Unitair octrooi en Unitair Octrooigerecht: De stand van zaken Discussiebijeenkomst AIPPI- Nederland, Rijswijk, 21 september 2012 Paul van Beukering Marc van der Burg Opzet van het nieuwe Europese octrooisysteem

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC) CH 39 SOC 374 MI 157 ETS 16 SERVICES 35 ELARG 86 VOORSTEL van: de Europese Commissie

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2004 Nr. 180

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2004 Nr. 180 47 (1997) Nr. 4 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2004 Nr. 180 A. TITEL Overeenkomst inzake economisch partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap

Nadere informatie

BIJLAGE. bij. Voorstel voor een Besluit van de Raad

BIJLAGE. bij. Voorstel voor een Besluit van de Raad EUROPESE COMMISSIE Brussel, 3.8.2017 COM(2017) 412 final ANNEX 1 BIJLAGE bij Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie en haar lidstaten, en de voorlopige

Nadere informatie

BASISWETTEKSTEN INZAKE HET RECHT VAN DE INTELLECTUELE EIGENDOM

BASISWETTEKSTEN INZAKE HET RECHT VAN DE INTELLECTUELE EIGENDOM BASISWETTEKSTEN INZAKE HET RECHT VAN DE INTELLECTUELE EIGENDOM BASISWETTEKSTEN INZAKE HET RECHT VAN DE INTELLECTUELE EIGENDOM Hendrik VANHEES Hoogleraar Universiteit Antwerpen Hoofddocent Universiteit

Nadere informatie

STATUUT VAN DE HAAGSE CONFERENTIE VOOR INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT

STATUUT VAN DE HAAGSE CONFERENTIE VOOR INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT STATUUT VAN DE HAAGSE CONFERENTIE VOOR INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT De Regeringen van de hierna genoemde landen: De Bondsrepubliek Duitsland, Oostenrijk, België, Denemarken, Spanje, Finland, Frankrijk,

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer V. SKOURIS, Voorzitter van het Hof van Justitie d.d.: 4 februari 2008 aan: de heer

Nadere informatie

BIJLAGE PROTOCOL. bij het. voorstel voor een besluit van de Raad

BIJLAGE PROTOCOL. bij het. voorstel voor een besluit van de Raad EUROPESE COMMISSIE Brussel, 26.2.2016 COM(2016) 91 final ANNEX 1 BIJLAGE PROTOCOL bij het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Europese Unie en haar lidstaten, van het

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 23 (2008) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2013 Nr. 147 A. TITEL Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266 15 (1965) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1994 Nr. 266 A. TITEL Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, met

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 30.4.2019 COM(2019) 207 final 2019/0100 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Samenwerkingscomité

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 mei 2008 (OR. en) 9196/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0048 (AVC) JUSTCIV 94 CH 28 ISL 15 N 18

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 mei 2008 (OR. en) 9196/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0048 (AVC) JUSTCIV 94 CH 28 ISL 15 N 18 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 mei 2008 (OR. en) 9196/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0048 (AVC) JUSTCIV 94 CH 28 ISL 15 N 18 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: ONTWERP-BESLUIT

Nadere informatie

"Culturele Hoofdstad van Europa" voor het tijdvak 2005 tot 2019 ***I

Culturele Hoofdstad van Europa voor het tijdvak 2005 tot 2019 ***I P5_TA(2004)0361 "Culturele Hoofdstad van Europa" voor het tijdvak 2005 tot 2019 ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 32 (2013) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2014 Nr. 74 A. TITEL Protocol nr. 16 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Straatsburg,

Nadere informatie

SAMENVATTING SYLLABUS

SAMENVATTING SYLLABUS SAMENVATTING SYLLABUS Julie Kerckaert Inleiding tot het Europees en internationaal recht Academiejaar 2014-2015 Inhoudsopgave Deel 2: Inleiding tot het Europees recht... 2 1. Het juridisch kader van het

Nadere informatie

995 der Beilagen XXIV. GP - Staatsvertrag - 15 Änderungsprotokoll in niederländischer Sprache-NL (Normativer Teil) 1 von 8

995 der Beilagen XXIV. GP - Staatsvertrag - 15 Änderungsprotokoll in niederländischer Sprache-NL (Normativer Teil) 1 von 8 995 der Beilagen XXIV. GP - Staatsvertrag - 15 Änderungsprotokoll in niederländischer Sprache-NL (Normativer Teil) 1 von 8 PROTOCOL TOT WIJZIGING VAN HET AAN HET VERDRAG BETREFFENDE DE EUROPESE UNIE, HET

Nadere informatie