Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Rijksbegroting voor het jaar Hoofdstuk XII Ministerie van Verkeer en Waterstaat IMr. 43 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage, 27 december Inleiding In mijn brief van 4 mei jl. aan de vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat meldde ik u dat door mij in een eerder stadium was besloten het bureau dat de examens voor rij-instructeur (ex artikel 2 WRM) en de rijexamens in beroep (ex artikel 107/109 WVR) regelt buiten het ministerie te plaatsen. Voor deze uitplaatsing waren drie organisaties in beeld te weten: het CBR te Rijswijk, de VAM in Voorschoten en de CCV in Den Haag. Voor de afweging naar welke van de betrokken organisaties de examens kunnen worden overgeheveld, was het noodzakelijk zicht te krijgen op de toekomstige rol, de positie en het (maatschappelijk) functioneren van het CBR. Een commissie onder leiding van mevrouw S. C. Tóth heb ik gevraagd mij hierover te willen adviseren. Het rapport van de commissie zond ik begin september jl. toe. Inmiddels zijn de reacties van de diverse betrokken organisaties op het rapport door mij ontvangen, zodat ik u thans van mijn beleidsvoornemens op de hoogte kan stellen. 2. Werkterrein CBR De twee hoofdtaken van het CBR zijn: - de afgifte van verklaringen van rijvaardigheid; - de afgifte van geneeskundige verklaringen. Ten behoeve hiervan wordt door het CBR de rijvaardigheid getoetst (theorie- en praktijkexamens ex artikel 106/108 WVR) en vindt een beoordeling plaats van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid (geschiktheidstoetsingen ex artikel 110 WVR). In 1987 werden circa 1,1 min. examens afgenomen en werden bijna geneeskundige verklaringen afgegeven. Vastgesteld is dat het CBR deze taken op deskundige wijze verricht en dat het CBR-produkt doorgaans betrouwbaar en objectief te noemen is. Over de relatie met de klanten en de rijschoolbranche zijn door de commissie een aantal kritische kanttekeningen geplaatst (zie 5) F ISSN SDU uitgeverij 's-gravenhage 1989 Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XII, nr. 43

2 Omdat een deskundige taakuitoefening een sterke kant van het CBR is, ben ik van mening dat het CBR zich op zijn twee hoofdtaken dient te concentreren. Ik ben het met de commissie eens dat - vanuit deze visie - branchevreemde en oneigenlijke taken vermeden dienen te worden. Daar staat tegenover, dat (lopende) aanvragen van andere personen of organisaties om eveneens rijexamens te mogen afnemen, afgewezen dienen te worden. Daarnaast heeft het grote voordelen (bundeling van expertise, overheadbeperking, afstemming examens) om ook de andere onderzoeken met betrekking tot de toelating tot het wegverkeer (zie 2.1 en 2.2) bij het CBR onder te brengen. Mijn voornemen is derhalve om alle onderzoeken met betrekking tot de toelating tot het wegverkeer bij het CBR te concentreren Rijexamens in beroep (ex artikel 107/709 WVR) In de huidige situatie vinden er jaarlijks ruim nadere onderzoeken (c.q. rijexamens in beroep) bij Verkeer en Waterstaat plaats. Voorwaarde om een rijexamen in beroep te mogen afleggen is dat men minstens één keer voor het CBR-examen moet zijn gezakt. Van «beroep» in de strikte zin van het woord is in feite geen sprake. Men hoeft geen bezwaren tegen de uitslag van het CBR-examen aan te voeren. Bovendien kan degene die voor het CBR-examen is gezakt tegelijkertijd een herexamen bij het CBR en een nader onderzoek bij Verkeer en Waterstaat aanvragen («Wedden op twee paarden»). Dit vraagt om een herformulering van de positie van het «examen in beroep» ten opzichte van het reguliere CBR-examen. Ik ben van mening dat in de toekomst de behoefte aan een «onafhankelijk» onderzoek zal blijven bestaan voor kandidaten die menen ten onrechte een aantal malen te zijn afgewezen. Voor deze kandidaten acht ik handhaving van een «examen in beroep» gewenst. Ik ben voornemens om ten behoeve van het «examen in beroep»- nieuwe stijl een speciale voorziening binnen het CBR te treffen. Kandidaten, die 5 maal zijn gezakt, kunnen dan op hun verzoek verwezen worden naar ervaren examinatoren speciaal belast met «examens in beroep». Het personeel, dat thans deze werkzaamheden verricht bij het huidige Bureau Rijexamens van de Directie Verkeersveiligheid, zal in dienst van het CBR kunnen treden. Onderzocht zal worden op welke wijze de door de Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen deskundigen, die thans de «Examens in beroep» afnemen, ingeschakeld kunnen worden. De speciale voorziening zal worden ondergebracht in een apart onderdeel van het CBR, waarvan het hoofd door het bestuur wordt benoemd en functioneel rapporteert aan het bestuur. Vorenstaande betekent dat de VAM in Voorschoten en de CCV in Den Haag voor de overheveling van de rijexamens in beroep niet in aanmerking komen Geschiktheidsonderzoeken in beroep (ex artikel 111 WVR) Circa 2000 mensen per jaar, wij wie de geneeskundige van het CBR heeft geweigerd een geneeskundige verklaring af te geven, vragen bij Verkeer en Waterstaat herkeuring aan. Overeenkomstig de werkwijze bij de nieuwe opzet van de «examens in beroep» ben ik van mening dat in gevallen waarin men daar om verzoekt er binnen het CBR verwezen moet kunnen worden naar een onafhankelijke geneeskundige, die hiermee (speciaal) belast zal worden. Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XII, nr. 43 2

3 2.3. Instructeursexamen (ex artikel 3 WRM) Getuige mijn eerder besluit tot uitplaatsing, ben ik van mening dat ook de examens voor rij-instructeurs op afstand van de overheid geplaatst kunnen worden. Jaarlijks worden zo'n 1000 instructeursexamens afgenomen. In tegenstelling tot de rijexamens zijn de instructeursexamens geen examens die betrekking hebben op de toelating tot het wegverkeer, maar examens voor het beroep van instructeur. Onderbrenging van de instructeursexamens bij het CBR is gezien de concentratie van het CBR op het afnemen van rijexamens (ter toelating tot het wegverkeer) ongewenst. De VAM in Voorschoten verricht echter vergelijkbare activiteiten (examens voor bromfietsinstructeur, APK-keurmeesters, monteursexamens etc). Op grond hiervan ben ik voornemens om in afwijking van de commissie Tóth de instructeursexamens naar de VAM over te hevelen. Gezien het belang van uniforme examens en de negatieve ervaringen bij de koppeling van opleidings- en exameninstituten in de huidige situatie (commercieel belang) sta ik op het standpunt dat alle civiele instructeursexamens bij de VAM geconcentreerd dienen te worden. Van het aanbod van de CCV in Den Haag om de instructeursexamens af te nemen zal ik derhalve geen gebruik maken. Het personeel van het Bureau Examens van de Directie Verkeersveiligheid, dat op dit moment bij deze taak betrokken is, zal in dienst van de VAM kunnen treden. Onderzocht zal worden op welke wijze de examinatoren die thans de instructeursexamens afnemen bij de VAM die werkzaamheden kunnen voortzetten Vorderingen ex artikel 18 WVW Het instrument van de vordering is voor mij een belangrijk beleidsinstrument in de bestrijding van de verkeersonveiligheid. In het kader van de herziening van de Wegenverkeerswet (W.V.W.) worden voorstellen ontwikkeld om de slagvaardigheid van het instrument nog te vergroten. Beleidsbeslissingen in het vorderingstraject blijven naar mijn oordeel een verantwoordelijkheid van de Minister van Verkeer en Waterstaat. Wel heb ik het voornemen om het deel dat betrekking heeft op het toetsen van geschiktheid en rijvaardigheid bij het CBR onder te brengen, omdat deze activiteiten aansluiten bij de hoofdtaken van het CBR. Onderzoek naar de mogelijkheden hiertoe en nadere werkafspraken daaromtrent zullen op korte termijn plaatsvinden Nevenactiviteiten Naast de hoofdtaken van het CBR, zoals weergegeven bij punt 2, verricht het CBR in de huidige situatie een aantal nevenactiviteiten. Het feit dat alle onderzoeken met betrekking tot de toelating tot het wegverkeer bij het CBR worden geconcentreerd, brengt het CBR nog duidelijker in een bijzondere positie. Een dergelijk CBR dient onafhankelijk te zijn en geen activiteiten te ontplooien, die deze onafhankelijkheid kunnen bedreigen. Ik heb daarom het voornemen om de wens van het CBR tot uitbreiding van zijn takenpakket buiten de sfeer van de onderzoeken niet te honoreren. Dit betekent onder andere dat het CBR zijn activiteiten bij het uitgeven van lesmateriaal dient te beëindigen en dat eveneens het uitgeven van een extern gericht periodiek «Reflector» in deze visie niet past. Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XII, nr. 43 3

4 3. De relatie tussen het CBR en de Minister van Verkeer en Waterstaat De relatie tussen minister en CBR draagt in sterke mate een hiërarchisch karakter. Dit blijkt wel uit de Statuten van het CBR en uit de voorwaarden verbonden aan de machtiging op grond waarvan het CBR als exameninstituut functioneert. Met de door mij gewenste grotere afstand tussen CBR en Verkeer en Waterstaat wordt beoogd dat het CBR meer zelfstandig c.q. meer onder eigen verantwoordelijkheid zal functioneren. Ervaringen uit het bedrijfsleven hebben aangetoond dat een dergelijke figuur meestal leidt tot een groter verantwoordelijkheidsgevoel, zodat controle in mindere mate nodig zal behoeven te zijn. Ik stel mij voor dat de rol van de Minister van Verkeer en Waterstaat voor het functioneren van het CBR - naast het hebben van een informatierecht - beperkt kan blijven tot benoeming en ontslag van voorzitter en leden van de Raad van Toezicht, goedkeuring van Statuten en het geven van algemene richtlijnen bij algemene maatregel van bestuur. Op deze Raad van Toezicht kom ik verderop in deze brief terug. De richtlijnen - waarbij terughoudendheid is geboden - dienen zich te beperken tot datgene wat externe werking heeft. Aan de orde zijn hier richtlijnen met betrekking tot het examen (vorm, inrichting, exameneisen) en de lichamelijke en geestelijke geschiktheid. De interne bedrijfsvoering dient naar mijn oordeel voor verantwoording van de organen van de Stichting CBR te komen en vallen derhalve buiten de invloedssfeer van Verkeer en Waterstaat. Wel zal de overheid binnen bepaalde grenzen een verantwoordelijkheid houden met betrekking tot de tariefstelling. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door via indexering een marge vast te stellen. Het CBR zal dan bevoegd zijn zelf de tarieven vast te stellen voorzover binnen die marge gebleven kan worden. Slechts in geval buiten de marge getreden wordt zal de Minister van Verkeer en Waterstaat goedkeuring aan de vaststelling moeten geven. Deze indexering zal haar basis vinden in een algemene maatregel van bestuur. 4. Bestuursstructuur In de huidige situatie wordt het beleid van het CBR bepaald door het bestuur. De Minister van Verkeer en Waterstaat kan daarbij marges aangeven. De 11 leden worden door de Minister benoemd op voordracht van diverse belangenorganisaties. De rijschoolbranche is thans niet in het bestuur vertegenwoordigd. De Directie en de Geneeskundige CBR worden door het bestuur benoemd in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat. Beiden hebben derhalve zowel een lijn naar het bestuur als naar de minister. Dit plaatst hen in een onduidelijke positie. Ik streef er naar dat het CBR in meerdere mate bedrijfsmatig zal functioneren dan thans het geval is. Daarom ben ik van mening dat de bestuursstructuur dient te worden aangepast op zodanige wijze, dat de verantwoordelijkheden duidelijk zijn en dat men slagvaardiger kan optreden. Hier dringen zich de voordelen van een structuur n.v. op. Dit heeft mij tot de beslissing gebracht dat de Stichting CBR een eenhoofdig bestuur dient te krijgen. Dit bestuur vormt tevens de Directie van het bureau van de stichting. Daarnaast bestaat een Raad van Toezicht van beperkte omvang te weten 6 door de Minister te benoemen leden. Het bestuur zijnde de directeur van het bureau wordt benoemd door de Raad van Toezicht. Hetzelfde geldt voor de Geneeskundige CBR. Als samenstelling van de Raad van Toezicht stel ik voor: - een onafhankelijke voorzitter, met doorslaggevende stem bij staking van stemmen; Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XII, nr. 43 4

5 - twee onafhankelijke leden op voordracht van de Raad van Toezicht, waarbij gelet moet worden op de noodzakelijke deskundigheid op het gebied van financiën, organisatie en management; - drie leden op voordracht van respectievelijk ANWB, BOVAG en ondernemingsraad CBR met instemming van de Raad van Toezicht. Nieuw in de Raad van Toezicht is de zetel voor de BOVAG. Dit kan de relatie CBR en rijschoolbranche positieve impulsen geven. De ANWB en de BOVAG dienen bij hun voordracht een toelichting te geven op het overleg dat zij met betrekking tot de voordracht hebben gevoerd met respectievelijk de andere verkeersbonden en de rijschoolbranche. Een algemene lijn is hier, dat de vertegenwoordiger van de consumenten moet zorgen zoveel mogelijk namens alle consumenten te spreken en niet uitsluitend namens de organisatie waar hij of zij uit voortkomt. Hetzelfde geldt voor de vertegenwoordiger van de rijschoolwereld. Zowel de wereld van de consumenten als de rijschoolwereld kent een zodanige verdeeldheid, dat het praktisch onmogelijk is elke fractie daarvan een eigen plaats te geven. Een en ander betekent dat niet meer in de CBR-structuur vertegenwoordigd zullen zijn: KNAC, KNMV, EVO, CNV, FNV, FNOP en de Federatie Wegvervoer, waarin vertegenwoordigd KNVTO, NOB Wegtransport en PCB Wegvervoer. Ik ben van mening dat de samenstelling van het huidige bestuur historisch bepaald is. Dit zou op zich niet bezwaarlijk zijn ware het niet dat door de omvang van het bestuur de slagvaardigheid te wensen over laat. De keuze die ik gemaakt heb, houdt in feite in dat met zo weinig mogelijk leden voor de Raad van Toezicht alle relevante elementen vertegenwoordigd zijn: de consumenten (aspirant rijbewijshouders), de rijinstructiewereld en het personeel van het CBR. Daarnaast zullen - zoals eerder aangegeven - een tweetal specifieke deskundigen ten behoeve van de beoordeling van de bedrijfsvoering een plaats kunnen vinden in de Raad van Toezicht. 5. Relatie CBR met rijschoolbranche en examenkandidaten: bedrijfsmatig functioneren en klachtenbehandeling Zoals eerder gemeld, is het CBR deskundig en is zijn produkt betrouwbaar en objectief. Desalniettemin is het imago van het CBR bij instructeurs en kandidaten negatief. Het CBR staat bekend als een weinig flexibele organisatie, die zich onpersoonlijk opstelt. De relatie met de rijschoolbranche kan verbeterd worden door structureel overleg (op regionaal niveau) met de branche, systematische inventarisatie van klachten en een actief communicatieplan. Deze zaken verdienen naar mijn mening de hoogste aandacht. Uiteraard zal van de vertegenwoordiging van de BOVAG in de Raad van Toezicht namens de rijschoolbranche een positieve invloed uitgaan. Een verbeterde relatie tussen het CBR en de branche heeft ook zijn positieve uitstraling naar de relatie met kandidaten. Daarnaast kunnen verkorte wachttijden voor het examen, het niet tweemaal door dezelfde examinator laten examineren en een meer persoonlijke benadering de betrekkingen tussen het CBR en kandidaten verder doen opklaren. Het ligt naar mijn mening op de weg van de Raad van Toezicht om binnen de tariefindex voorstellen te ontwikkelen ter verbetering van de relatie met de rijschoolbranche en de kandidaten. De niet met de kwaliteit van het examen samenhangende aspecten, die een negatief effect hebben op de examenresultaten, dienen daarbij te worden bestreden. Dit laat onverlet de verantwoordelijkheid van de Minister van Verkeer en Waterstaat voor de eisen ten aanzien van de vorm, de inhoud en de minimum duur van het examen. Om tot een service- en klantgerichter aanpak te komen, dient mijns inziens het reeds ingezette decentralisatiebeleid te worden voortgezet. Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XII, nr. 43 5

6 Het bedrijfsmatig functioneren kan verder worden gestimuleerd door een campagne met als oogmerk dat CBR-personeel zelf de klantgerichtheid gaat dragen, invoering van een meer gerichte planning en budgettering, flexibel personeelsbeleid in verband met de toekomst, betere administratieve afhandeling en een samenhangend intern en extern communicatiebeleid. Tenslotte ben ik er stellig van overtuigd dat met de instelling van een goed georganiseerde klantenservice (06-nummer) voor informatie en kleine klachten en het vaststellen - in overleg tussen de Raad van Toezicht en de directie - van een procedure voor de behandeling van de zwaardere klachten, de klachtenbehandeling belangrijk verbeterd kan worden. Daarnaast zal bij algemene maatregel van bestuur geregeld worden dat het CBR onder eigen verantwoordelijkheid de klachten kan afhandelen, die bij de Nationale Ombudsman gedeponeerd worden. De Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XII, nr. 43 6

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 200 XII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2004 Nr. 143 BRIEF VAN DE MINISTER

Nadere informatie

871 rijscholen hebben de vragenlijst ingevuld 2019 voor het eerst ook niet-bovag leden geënquêteerd 22% respons, BOVAG-leden 33%. 8% respondenten ook

871 rijscholen hebben de vragenlijst ingevuld 2019 voor het eerst ook niet-bovag leden geënquêteerd 22% respons, BOVAG-leden 33%. 8% respondenten ook 1 871 rijscholen hebben de vragenlijst ingevuld 2019 voor het eerst ook niet-bovag leden geënquêteerd 2 respons, BOVAG-leden 33%. 8% respondenten ook beroepsopleidingen 57% respondenten geeft (bijna) geen

Nadere informatie

Een onderzoek naar de handelwijze van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).

Een onderzoek naar de handelwijze van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Rapport Een onderzoek naar de handelwijze van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over het CBR te Rijswijk niet gegrond. Datum: 7 december

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtsbestel

Nadere informatie

REGLEMENT ALGEMENE DEEL TRAINER SCHOLING EDUCATIEVE MAATREGEL. voor het afnemen van het examen

REGLEMENT ALGEMENE DEEL TRAINER SCHOLING EDUCATIEVE MAATREGEL. voor het afnemen van het examen REGLEMENT ALGEMENE DEEL voor het afnemen van het examen TRAINER SCHOLING EDUCATIEVE MAATREGEL ingevolge artikel 2 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 (Stb. 1993, 418) voor het verkrijgen van een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk VIII Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 77 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN

Nadere informatie

Behandeling van klachten over examinatoren door het CBR

Behandeling van klachten over examinatoren door het CBR Datum: 19 september 2016 Behandeling van klachten over examinatoren door het CBR Aanleiding en doel De Nationale ombudsman ontvangt met enige regelmaat klachten over het gedrag van rijexaminatoren tijdens

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG. Datum 2 november 2009 Onderwerp Verkeersveiligheid landbouwverkeer

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG. Datum 2 november 2009 Onderwerp Verkeersveiligheid landbouwverkeer a > Retouradres: Postbus 2090, 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 253 AA DEN HAAG Plesmanweg -6 2597 JG Den Haag Postbus 2090 2500 EX Den Haag T 070 35 6

Nadere informatie

[In het kader hieronder vindt u voor welke diploma's vrijstelling kan worden verkregen.]

[In het kader hieronder vindt u voor welke diploma's vrijstelling kan worden verkregen.] 1. Kunt u mij iets vertellen over (het invoeren van) het verplichte examen of (het invoeren van) een vakbekwaamheidseis (exameneisen) voor taxichauffeurs? De minister heeft na overleg met de branche besloten

Nadere informatie

Rapport. Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401

Rapport. Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401 Rapport Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) zijn verzoek om verwijdering van de stukken betreffende

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Federatie NVVS FOSS SH-Jong, Huishoudelijk reglement (definitief) d.d

Federatie NVVS FOSS SH-Jong, Huishoudelijk reglement (definitief) d.d HUISHOUDELIJK REGLEMENT Dit huishoudelijk reglement is opgesteld op basis van het gestelde in artikel 16 van de statuten. In dit reglement zijn in aanvulling op de statuten spelregels opgenomen voor een

Nadere informatie

Reglement geschillenadviescommissie

Reglement geschillenadviescommissie Definities Artikel 1 In dit reglement wordt verstaan onder: 1.1 Corporatie: de in de Stichting Woningcorporaties Het Gooi en Omstreken samenwerkende woningcorporaties te weten: RK Bouwstichting St. Joseph

Nadere informatie

Nederlandse Mededingingsautoriteit

Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit Aan [...] Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 7315/9 Onderwerp Zaaknr.: 7315 informele zienswijze inzake een bepaalde vorm van bestuurlijke fusie Dit is een geanonimiseerde

Nadere informatie

het rijbewijs en de rij-examens. De meeste veranderingen

het rijbewijs en de rij-examens. De meeste veranderingen c Met ingang van 1 juni 1996 veranderen er regels rondom het rijbewijs en de rij-examens. De meeste veranderingen hebben te maken met het halen van een rijbewijs. Nieuw is bijvoorbeeld dat per voertuigcategorie

Nadere informatie

BESTUURSREGLEMENT VAN DE STICHTING GOOISE SCHOLEN FEDERATIE

BESTUURSREGLEMENT VAN DE STICHTING GOOISE SCHOLEN FEDERATIE BESTUURSREGLEMENT VAN DE STICHTING GOOISE SCHOLEN FEDERATIE Begripsbepalingen Artikel 1. In dit bestuursreglement wordt verstaan onder: a) stichting : de Stichting Gooise Scholen Federatie; b) statuten

Nadere informatie

- Vaststelling van de jaarrekening 2014 van ABN AMRO Group N.V.

- Vaststelling van de jaarrekening 2014 van ABN AMRO Group N.V. Verantwoording stemgedrag eerste half jaar 2015 Stemgedrag op vergaderingen van aandeelhouders en genomen aandeelhoudersbesluiten buiten vergadering 1. Inleiding NLFI onderschrijft het belang van de Nederlandse

Nadere informatie

GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES

GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES November 2006 1 GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES PRINCIPES I. Naleving en handhaving van de code Het bestuur 1 en de raad van commissarissen zijn verantwoordelijk voor

Nadere informatie

Vaarbewijzen voor de pleziervaart op de Nederlandse binnenwateren na 1 juli 2009

Vaarbewijzen voor de pleziervaart op de Nederlandse binnenwateren na 1 juli 2009 Vaarbewijzen voor de pleziervaart op de Nederlandse binnenwateren na 1 juli 2009 Disclaimer: Bijgaande tekst gaat in op de gevolgen van de invoering van de nieuwe Binnenvaartwet voor vaarbewijzen en examinering

Nadere informatie

Een onderzoek naar de manier waarop de RDW omgaat met haar wettelijke verplichting om een APK goedkeuring op zijn juistheid te beoordelen

Een onderzoek naar de manier waarop de RDW omgaat met haar wettelijke verplichting om een APK goedkeuring op zijn juistheid te beoordelen Rapport Goed gekeurd of goedgekeurd. Een onderzoek naar de manier waarop de RDW omgaat met haar wettelijke verplichting om een APK goedkeuring op zijn juistheid te beoordelen Oordeel Op basis van het onderzoek

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 24 071 Wateroverlast in Nederland Nr. 21 HERDRUK 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

KLACHTENREGLEMENT. Expertisecentrum DBA - Almere. 1. Begripsomschrijvingen. 1.1 Instelling De instelling is in deze DBA te Almere.

KLACHTENREGLEMENT. Expertisecentrum DBA - Almere. 1. Begripsomschrijvingen. 1.1 Instelling De instelling is in deze DBA te Almere. KLACHTENREGLEMENT 1. Begripsomschrijvingen 1.1 Instelling De instelling is in deze DBA te Almere. 1.2 Cliënt Degene die gebruik wil maken, gebruik maakt of gebruik heeft gemaakt van het zorgaanbod van

Nadere informatie

Artikel 4 1.Benoeming, schorsing en ontslag van de leden van het bestuur geschieden op de wijze als in artikel 8 van de statuten bepaald.

Artikel 4 1.Benoeming, schorsing en ontslag van de leden van het bestuur geschieden op de wijze als in artikel 8 van de statuten bepaald. Huishoudelijk reglement LEDEN EN DONATEURS Artikel 1 Lid is een ieder die beantwoordt aan de omschrijving, gegeven in de statuten. De vereniging kent donateurs, deze zijn geen lid. Donateurs hebben toegang

Nadere informatie

SVOZ onderscheidt twee soorten klachten en heeft hiervoor twee verschillende regelingen:

SVOZ onderscheidt twee soorten klachten en heeft hiervoor twee verschillende regelingen: KLACHTENPROCEDURE SVOZ 2015 SVOZ onderscheidt twee soorten klachten en heeft hiervoor twee verschillende regelingen: A. Klachten met betrekking tot de examinering; B. Overige klachten. A. Klachten m.b.t.

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Algemene en begripsbepalingen 03

Hoofdstuk 1 Algemene en begripsbepalingen 03 Hoofdstuk 1 Algemene en begripsbepalingen 03 Hoofdstuk 2 Examens 03 Paragraaf 1: Theorie-examen Paragraaf 2: Praktijkexamen Paragraaf 3: Benoemingen en herbenoemingen Hoofdstuk 3 Nascholing 06 Hoofdstuk

Nadere informatie

Reglement, werkwijze en taakverdeling RVC

Reglement, werkwijze en taakverdeling RVC Reglement, werkwijze en taakverdeling RVC Artikel 1. Begripsbepalingen De RvC De vennootschap De Statuten De RvC van Commissarissen zoals bedoeld in artikel 16 e.v. van de statuten van Twente Milieu N.V

Nadere informatie

vast te stellen de navolgende Verordening Georganiseerd Overleg Hefpunt

vast te stellen de navolgende Verordening Georganiseerd Overleg Hefpunt Verordening Georganiseerd Overleg Hefpunt Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Hefpunt, overwegende dat: - het in het kader van de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregeling Waterschapspersoneel

Nadere informatie

Huishoudelijk reglement van het Mondriaan Fonds

Huishoudelijk reglement van het Mondriaan Fonds Huishoudelijk reglement van het Mondriaan Fonds Ter uitwerking van de statuten d.d. 30 december 2011 van de Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed (hierna

Nadere informatie

REGLEMENT RAAD VAN BESTUUR KINDERRIJK

REGLEMENT RAAD VAN BESTUUR KINDERRIJK 1 Begripsbepaling REGLEMENT RAAD VAN BESTUUR KINDERRIJK 1.1 In dit reglement van de Raad van Bestuur wordt verstaan: a) Groep: de groep van rechtspersonen waarvan aan het hoofd staat en waarvan op de datum

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 418 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de normering van de vergoeding

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Groningen; gelet op het bepaalde in hoofdstuk 12 van de CAR-UWO; B E S L U I T : vast te stellen de Overlegregeling commissie voor Georganiseerd Overleg Hoofdstuk

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 710 Besluit van 29 september 2010 tot instelling van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao 0 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der

Nadere informatie

Profielschets Raad van Commissarissen

Profielschets Raad van Commissarissen Profielschets Raad van Commissarissen Vastgesteld door de Raad van Commissarissen op 18 maart 2009 en laatstelijk gewijzigd in 2014. 1. Doel profielschets 1.1 Het doel van deze profielschets is om uitgangspunten

Nadere informatie

Overzicht van de belangrijkste reacties op de overeenkomst praktijkexamens

Overzicht van de belangrijkste reacties op de overeenkomst praktijkexamens Overzicht van de belangrijkste reacties op de overeenkomst praktijkexamens met antwoorden daarbij 1. Onduidelijkheid over de inzet van een praktijkexaminator van bedrijf A voor een praktijkexamen in bedrijf

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekers klagen erover dat de Dienst Wegverkeer (RDW) hen met de zinsnede "met de Eigen Verklaring gaat u naar een (Arbo-)arts voor een medisch onderzoek" bij brief van 10 augustus

Nadere informatie

Proef Begeleid Rijden: Wat vindt de rijschoolbranche?

Proef Begeleid Rijden: Wat vindt de rijschoolbranche? Proef Begeleid Rijden: Wat vindt de rijschoolbranche? 1. Ik ben: Zelfstandig rijschoolhouder zzp 56,4% 234 Rijschoolhouder VOF 13,7% 57 Rijinstructeur in loondienst 7,2% 30 Rijschoolhouder met personeel

Nadere informatie

Aandachtspunten Leraren passend onderwijs

Aandachtspunten Leraren passend onderwijs Aandachtspunten Leraren passend onderwijs Beste leraar, Op 1 augustus 2014 wordt de wet passend onderwijs ingevoerd. Dit betekent dat er een aantal zaken anders geregeld zijn voor leerling, leraar en ouder.

Nadere informatie

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad; Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 2015, nr. , tot instelling van het tijdelijk Bureau ICT-toetsing (Instellingsbesluit tijdelijk Bureau ICT-toetsing) Handelend

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 20072008 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 173 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

CBR en rijgeschiktheid

CBR en rijgeschiktheid CBR en rijgeschiktheid Helmut van der Smitte Deskundige Praktische Rijgeschiktheid Breda, 5 februari 2015 Onderwerpen 1. Het CBR kerntaken 2. Rijgeschiktheid mobiliteit: wet- en regelgeving en praktische

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 392 Besluit van 14 oktober 2015 tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met enkele wijzigingen van technische aard betreffende

Nadere informatie

Overlegverordening commissie voor Georganiseerd Overleg gemeente Haren

Overlegverordening commissie voor Georganiseerd Overleg gemeente Haren GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Haren. Nr. 125599 22 december 2015 Overlegverordening commissie voor Georganiseerd Overleg gemeente Haren 2015 Burgemeester en wethouders van de gemeente Haren,

Nadere informatie

4. Bij voorkeur zal de raad van toezicht van Stichting P60 bij de werving van nieuwe toezichthouders buiten het eigen netwerk zoeken.

4. Bij voorkeur zal de raad van toezicht van Stichting P60 bij de werving van nieuwe toezichthouders buiten het eigen netwerk zoeken. REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT Opgesteld door de voorzitter op 25.03.2013 Vastgesteld door de raad van toezicht op: 27.05.2013 te Amstelveen HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen en terminologie Dit

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018. 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018. 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directoraat-Generaal Wonen en Bouwen Directie Woningmarkt Turfmarkt

Nadere informatie

EXAMENREGLEMENT CURSUSSEN NATIONAAL DUIKCENTRUM

EXAMENREGLEMENT CURSUSSEN NATIONAAL DUIKCENTRUM EXAMENREGLEMENT CURSUSSEN NATIONAAL DUIKCENTRUM 1. HET REGLEMENT 1.1. Dit examenreglement geldt voor alle cursussen die onder auspiciën van het NDC worden gegeven. 1.2. Dit reglement wordt vastgesteld,

Nadere informatie

12 Overleg met organisaties van overheidspersoneel. Algemene bepalingen

12 Overleg met organisaties van overheidspersoneel. Algemene bepalingen 12 Overleg met organisaties van overheidspersoneel Algemene bepalingen Artikel 12:1 1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a de commissie: de in artikel 12:2 bedoelde commissie voor

Nadere informatie

Aan dtkv. 2018/ Uw brieven van: 21 februari 2018 Ons nummer: Willemstad, 22 maart 2018

Aan dtkv. 2018/ Uw brieven van: 21 februari 2018 Ons nummer: Willemstad, 22 maart 2018 Aan dtkv De Raad van Ministers De Minister van Financiën De heer K.A. Gijsbertha Pietermaai # 4-4A Alhier Uw nummers (letters): Onderwerp: Bijlage(n): 2018/005855 Uw brieven van: 21 februari 2018 Ons nummer:

Nadere informatie

Aan d.t.k.v. 15 jan 2014 Ons nummer: Afd:

Aan d.t.k.v. 15 jan 2014 Ons nummer: Afd: Aan d.t.k.v. de Raad van Ministers de Minister van Economische Ontwikkeling Drs. S.M. Palm Molenplein Alhier Uw nummer (letter): Onderwerp: Bijlagen: 2014/001495/001492/001497 Uw brief van: Advies inzake

Nadere informatie

Reglement Raad van Toezicht

Reglement Raad van Toezicht Reglement Raad van Toezicht ter uitvoering van artikel 14, lid 3, van de statuten van de Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs te Ermelo Begrippen In dit reglement wordt onder Raad verstaan

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk XI Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Nr. 55 BRIEF VAN DE

Nadere informatie

Trekkercertificaat 2014. Johan Simmelink

Trekkercertificaat 2014. Johan Simmelink Trekkercertificaat 2014 Johan Simmelink Trekkercertificaat 2014 Doel van deze scholingsdag Informeren over ontwikkelingen richting T-rijbewijs Ideeën opdoen voor ontwikkeling op locatie Ervaring opdoen

Nadere informatie

wensen en bedenkingen ex artikel 160 Gemeentewet bij notariële oprichtingsakte inclusief ontwerp-statuten Steinerbos B.V.

wensen en bedenkingen ex artikel 160 Gemeentewet bij notariële oprichtingsakte inclusief ontwerp-statuten Steinerbos B.V. Betreft wensen en bedenkingen ex artikel 160 Gemeentewet bij notariële oprichtingsakte inclusief ontwerp-statuten Steinerbos B.V. Vergaderdatum 13 september 2012 Gemeenteblad 2012 / 51 Agendapunt 14 Aan

Nadere informatie

Wetsartikelen ter toelichting van de OER

Wetsartikelen ter toelichting van de OER Wetsartikelen ter toelichting van de OER 2010-2011 Erasmus MC, Rotterdam Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 200 XII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 1999

Nadere informatie

REGLEMENT RAAD VAN BESTUUR KINDERRIJK Inclusief bijlage stroomschema besluitvorming

REGLEMENT RAAD VAN BESTUUR KINDERRIJK Inclusief bijlage stroomschema besluitvorming 1 Begripsbepaling REGLEMENT RAAD VAN BESTUUR KINDERRIJK Inclusief bijlage stroomschema besluitvorming 1.1 In dit reglement van de Raad van Bestuur wordt verstaan: a) KinderRijk: Stichting KinderRijk gevestigd

Nadere informatie

Klachtenreglement van. Het Oranje Kruis. Datum van ingang: 1 januari 2015

Klachtenreglement van. Het Oranje Kruis. Datum van ingang: 1 januari 2015 Klachtenreglement van Het Oranje Kruis 2015 Datum van ingang: 1 januari 2015 Inleiding Het Oranje Kruis streeft voortdurend naar een hoge kwaliteit van de dienstverlening. Het serieus nemen en correct

Nadere informatie

Voormeting kandidaat

Voormeting kandidaat K1 Voormeting kandidaat Beste kandidaat, Het CBR is aan het onderzoeken of het nieuwe faalangstexamen voldoet aan de verwachtingen en aan de eisen van de minister van Verkeer en Waterstaat. Dit onderzoek

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 682 Vragen van de leden

Nadere informatie

Datum inwerkingtreding: 14 november 2017 (hiermee vervallen alle voorgaande versies van dit reglement)

Datum inwerkingtreding: 14 november 2017 (hiermee vervallen alle voorgaande versies van dit reglement) REGLEMENT voor het afnemen van het examen BEVOEGDHEIDSVERLENGING KEURMEESTER CARAVAN EN CAMPER zoals bedoeld In de Branchetoetsdocumenten Bevoegdheidsverlenging Keurmeester Caravan en Camper. Goedgekeurd

Nadere informatie