Belgisch Staatsblad dd
|
|
|
- Ida Abbink
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST [C 2016/31890] 21 DECEMBER Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 6 mei 2014 houdende uitvoering van bijlagen V, IX en X van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen De Minister belast met energiebeleid, Gelet op de Ordonnantie van 7 juni 2007 houdende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen, het artikel 5, 1; Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen, de punten 7.8.4, , , en van bijlage IX ingevoegd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 februari 2013 houdende wijziging van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen; Gelet op het ministerieel besluit van 6 mei 2014 houdende uitvoering van bijlagen V, IX en X van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen; Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 17 november 2016; Gelet op het advies A CES van de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 24 november 2016; Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen die op 1 december 2016 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, 1, eerste lid, 1 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; Gelet op artikel 84, 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
2 Overwegende dat dit besluit enkele wijzigingen aanbrengt wat betreft de combilussystemen aan de berekeningsmethode EPW zoals vastgelegd in de bijlage IX van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007,deze bijlage van toepassing zijnde vanaf 1 januari 2014; Overwegende dat het noodzakelijk is dat deze wijzigingen voor combilussystemenen op 1 januari 2014 in werking treden om van toepassing te zijn op hetzelfde ogenblik als de bijlage IX; Overwegende dat deze wijzigingen voor combilussystemenen de aangever zullen toestaan de EPB-eis gemakkelijker te bereiken, zijn ze al opgenomen in de versie van de rekensoftware die van toepassing is vanaf 1 januari 2014; Overwegende dat er vanaf 1 januari 2015 geen ATG-E s meer worden toegekend voor vraaggestuurde ventilatiesystemen, is het in het belang van de aangever om de reductiefactoren voor ventilatie te kunnen toepassen vanaf deze datum; Gezien de gendertest van de respectieve situatie van vrouwen en mannen, zoals bepaald in het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende de uitvoering van de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen, uitgevoerd op 10 oktober 2016, Besluit : Artikel 1. De tweede en derde leden van artikel 3 van het ministerieel besluit van 6 mei 2014 houdende uitvoering van bijlagen V, IX en X van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen worden opgeheven. Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 8bis ingevoegd, luidend als volgt: Art. 8bis. In de bepaling van de warmteoverdrachtscoëfficiëntdoor hygiënische ventilatie in een EPB-eenheid Wooneenheid wordt de reductiefactor voor ventilatie voor respectievelijk de verwarmings- en de koelberekeningen en voor de evaluatie van het oververhittingsrisico bepaald volgens de in bijlage 9 van dit besluit gespecificeerde regels.. Art. 3. In de Franse versie van de eerste alinea van bijlage 3 van hetzelfde besluit worden de woorden «La chaleur pour l eau chaude sanitaire (ECS) est fournie à un boiler ou à un échangeur de chaleur propre à chaque unité PEB.» vervangen door de woorden «La chaleur pour l eau chaude sanitaire (ECS) par unité PEB est fournie à un boiler ou à un échangeur de chaleur.» ; Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een bijlage 9 ingevoegd die met bijlage van dit besluit overeenkomt. Art. 5. Artikelen 1 en 3 van dit besluit hebben uitwerking met ingang op 1 januari Artikelen 2 en 4 van dit besluit hebben uitwerking met ingang op 1 januari 2015, behalve op de aanvragen die gebruik kunnen maken van een gelijkwaardigheidsbeslissing, geldig tot en met 31 december 2015, op een bouwproduct dat een ATG-E verkregen heeft. Brussel, 21 december Mevr. Céline FRÉMAULT Bijlage aan het ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 6 mei 2014 houdende uitvoering van bijlagen V, IX en X van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen Bijlage 9 - Bepaling van de reductiefactoren voor ventilatie (voor vraaggestuurde systemen) in residentiële gebouwen (EPW) f reduc,vent,heat,seci,f reduc,vent,cool,seci en f reduc,vent,overh,seci Bijlage aan het ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 6 mei 2014 houdende uitvoering van bijlagen V, IX en X van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen
3 Bijlage 9: Bepaling van de reductiefactoren voor ventilatie (voor vraaggestuurde systemen) in residentiële gebouwen (EPW) f reduc,vent,heat,seci,f reduc,vent,cool,seci en f reduc,vent,overh,seci 1 Definities en conventies Vraaggestuurd ventilatiesysteem : ventilatiesysteem met een automatische (vraag)sturing die minstens met volgende elementen is uitgerust: - een detectie van de ventilatiebehoefte; - een regeling van het ventilatiedebiet in functie van die behoefte. Droge ruimten: ruimten waarvoor eisen met betrekking tot de toevoer van buitenlucht gelden, zoals een woonkamer, slaapkamer, studeerkamer, hobbykamer en gelijkaardige ruimten. Natte ruimten: ruimten waarvoor eisen met betrekking tot de afvoer van lucht naar buiten gelden, zoals een keuken, badkamer, wasplaats, toilet en gelijkaardige ruimten. Toevoerdebiet: mechanisch toevoerdebiet (voor systemen B en D) of capaciteit, voor een drukverschil van 2 Pa, van regelbare toevoeropeningen (systemen A en C). Afvoerdebiet: mechanisch afvoerdebiet (voor systemen C en D) of capaciteit, voor een drukverschil van 2 Pa, van regelbare afvoeropeningen (systemen A en B). CO 2 -concentratie: in deze tekst wordt de CO 2 -concentratie uitgedrukt als een absolute waarde (in ppm). Er wordt een conventionele CO 2 -concentratie (350 ppm) in de buitenlucht verondersteld. Als het vraaggestuurd ventilatiesysteem tevens is uitgerust met een detector die de CO 2 -concentratie van de buitenlucht meet ([CO 2 ]out), dan mag hiermee rekening worden gehouden door de CO 2 -concentraties die vermeld worden in de onderstaande eisen ([CO 2 ]) te corrigeren zoals volgt: [CO 2 ]corr = [CO 2 ] [CO 2 ]out (ppm) Nominale positie: zie definitie in bijlage B van bijlage EPW. Winterperiode: periode van het jaar begrepen tussen 1 november en 30 april, of periode van het jaar waarin de buitentemperatuur lager is dan 15 C, zoals gemeten door een buitentemperatuurvoeler. 2 Algemeen principe De invloed van een vraaggestuurd ventilatiesysteem op de energieprestatie, wordt uitgedrukt aan de hand van de reductiefactoren voor ventilatie, f reduc,vent,heat,seci,f reduc,vent,cool,seci en f reduc,vent,overh,seci In deze tekst wordt de bepalingsmethode voor deze reductiefactoren in de berekeningen voor residentiële gebouwen beschreven. De reductiefactor voor ventilatie van energiesector i, is gelijk aan de reductiefactor voor ventilatie van de ventilatiezone z waarvan energiesector i deel uitmaakt, voor de verwarmingsberekeningen, voor de koelberekeningen en voor de evaluatie van het oververhittingsrisico: f reduc,vent,heat,seci =f reduc,vent,heat,zonez f reduc,vent,cool,seci =f reduc,vent,cool,zonez f reduc,vent,overh,seci =f reduc,vent,overh,zonez Met: f reduc,vent,heat,zonez f reduc,vent,cool,zonez f reduc,vent,overh,zonez een reductiefactor voor ventilatie in ventilatiezone z voor de verwarmingsberekeningen (-); een reductiefactor voor ventilatie in ventilatiezone z voor de koelberekeningen (-); een reductiefactor voor ventilatie in ventilatiezone z voor de evaluatie van het oververhittingsrisico (-). 2.1 Reductiefactor voor de verwarmingsberekeningen De waarde bij ontstentenis voor freduc,vent,heat,zonez is 1. Het is mogelijk om voor een ventilatiezone z een lagere waarde voor de reductiefactor voor ventilatie te bekomen dan de waarde bij ontstentenis, dankzij een vraaggestuurd ventilatiesysteem dat aan specifieke eisen voldoet. De bepaling van de reductiefactor gebeurt zoals beschreven in hoofdstuk 3.
4 2.2 Reductiefactor voor de koelberekeningen en de evaluatie van het oververhittingsrisico Als het ventilatiesysteem is uitgerust met een automatisch systeem dat in functie van een meting via één of meerdere temperatuursensoren, de vraagsturing volledig deactiveert en het ventilatiesysteem in nominale positie laat functioneren, dan is : f reduc,vent,cool,zonez =f reduc,vent,overh,zonez =1 Neem in alle andere gevallen : f reduc,vent,cool,zonez =f reduc,vent,overh,zonez =f reduc,vent,heat,zonez 3 Bepaling van de reductiefactor freduc,vent,heat,zonez 3.1 Principe Om voor de reductiefactor lagere waarden dan de waarde bij ontstentenis te bekomen, moet het vraaggestuurd ventilatiesysteem voldoen aan de algemene eisen, beschreven in paragraaf 3.2, en aan de specifieke eisen, die in functie van het systeemtype beschreven worden in hoofdstukken 3.3 en 3.4. Als aan deze algemene en specifieke eisen niet wordt voldaan in de betreffende ventilatiezone, wordt teruggevallen op de waarde bij ontstentenis. In het andere geval wordt f reduc,vent,heat,zonez bepaald volgens de Tabel 1 of Tabel 2, in functie van het type systeem. Als een (innovatief) vraaggestuurd ventilatiesysteem niet binnen een categorie van Tabel 1 of Tabel 2 valt, kan de reductiefactor voor ventilatie f freduc,vent,heat,zonez worden bepaald via de principes van gelijkwaardigheid. 3.2 Algemene eisen Automatische werking en manuele interventie Het vraaggestuurd ventilatiesysteem moet automatisch functioneren en zonder tussenkomst van de gebruiker voldoen aan de algemene eisen en aan de specifieke eisen van het corresponderende systeem, die hieronder worden beschreven. Het systeem moet eveneens uitgerust zijn met een mogelijkheid tot manuele interventie die de gebruiker toelaat om het systeem gedurende een bepaalde tijd in nominale stand te laten functioneren. Bijkomende mogelijkheden tot manuele interventie zijn eveneens toegelaten. Na elke manuele interventie door de gebruiker, moet het systeem automatisch terugkeren naar de vraaggestuurde werking en dit binnen een periode van maximaal 12 uur Minimaal debiet Tijdens de automatische werking moet het toevoerdebiet van elke droge ruimte dat door de vraagsturing wordt geregeld, groter zijn dan of gelijk zijn aan 10 % van het minimaal geëiste toevoerdebiet voor de betreffende ruimte. Het afvoerdebiet van elke natte ruimte dat door de vraagsturing wordt geregeld, moet groter zijn dan of gelijk zijn aan 10 % van het minimaal geëiste afvoerdebiet voor de betreffende ruimte. Deze minimale debieten kunnen eventueel gerealiseerd worden door afwisselend te functioneren op een nuldebiet en op een debiet dat hoger is dan 10 % van het minimaal geëiste debiet. Het gemiddelde debiet over 15 minuten moet echter wel steeds aan deze eis voldoen Mechanische ventilatie (systemen B, C en D) Onafhankelijk van het type vraaggestuurd ventilatiesysteem, moeten alle mechanische toe- en afvoeren geregeld worden door de vraagsturing. Indien er geen specifieke bijkomende eisen voor het betreffende systeem zijn, kan deze regeling lokaal, per zone of centraal gebeuren Onzekerheid op de meting door de detectoren De detectoren die gebruikt worden voor het vaststellen van de behoefte mogen maximaal de volgende onzekerheid hebben bij het meten van de betreffende parameter: - Voor detectoren voor CO 2 -concentratie: +/- 40 ppm + 5 % van de waarde, tussen 300 en 1200 ppm (bijvoorbeeld voor een eis van 950 ppm, ligt het tolerantie-interval tussen 862 ppm en 1038 ppm); - Voor detectoren voor relatieve vochtigheid: +/- 5 procentpunten van de relatieve vochtigheid, tussen 10 % en 90 % (bijvoorbeeld voor een eis van 35 % relatieve vochtigheid, ligt het tolerantie-interval tussen 30 % en 40 % relatieve vochtigheid) Stavingstukken Om een betere factor freduc,vent,heat,zonez te kunnen verklaren, moet de conformiteit met de algemene en specifieke eisen worden aangetoond aan de hand van één of meerdere stavingstukken waarin het werkingsprincipe van het systeem en de eigenschappen van elk element van detectie en regeling, zoals het in realiteit geïnstalleerd is (producteigenschappen en/of eigenschappen van het geïnstalleerde systeem) wordt beschreven. 3.3 Systemen A, B, C en D met regeling op de toevoer in functie van de behoefte in de droge ruimten en/of een regeling op de afvoer in functie van de behoefte in de natte ruimten Tabel 1 freduc,vent,heat,zone z voor ventilatiesystemen A, B, C et D met een regeling op de toevoer in functie van de behoefte in de droge ruimten en/of een regeling op de afvoer in functie van de behoefte in de natte ruimten
5 Type detectiein de droge ruimten Type regeling van de toevoer in de droge ruimten f reduc,vent,heat,zonez Lokale detectie in de natte ruimten met regeling van de afvoer Andere of geen detectie in de natte ruimten CO 2 - lokaal:één of meerdere sensoren in elke droge ruimte CO 2 semi-lokaal:één of meerdere sensoren in elke slaapkamer Lokale regeling Nietlokale regeling Lokaal 0,35 0,38 0,42 2 (dag/nacht) of meer zones 0,41 0,45 0,49 Centraal 0,51 0,56 0,61 Centraal 0,60 0,65 0,70 CO 2 semi-lokaal:één of meerdere sensoren in de belangrijkste leefruimte en één of meerdere sensoren in de belangrijkste slaapkamer CO 2 - centraal: één of meerdere sensoren in het afvoerkanaal of de afvoerkanalen Aanwezigheid - lokaal:één of meerdere sensoren in elke droge ruimte Aanwezigheid semilokaal:één of meerdere sensoren in elke slaapkamer Aanwezigheid semilokaal:één of meerdere sensoren in de belangrijkste leefruimte en één of meerdere sensoren in de belangrijkste slaapkamer Andere of geen detectie in de droge ruimten 2 (dag/nacht) of meer zones 0,43 0,48 0,53 Centraal 0,75 0,81 0,87 Centraal 0,81 0,87 0,93 Lokaal 0,54 0,60 0,64 2 (dag/nacht) of meer zones 0,63 0,67 0,72 Centraal 0,76 0,82 0,88 Centraal 0,87 0,93 1,00 2 (dag/nacht) of meer zones 0,66 0,72 0,78 Centraal 0,87 0,93 1,00 Geen, lokaal, per zone of centraal 0,90 0,95 1,00 Opmerking: deze tabel kan worden toegepast voor elk van de ventilatiesystemen A, B, C en D. Het is echter mogelijk dat het niet aanbevolen of pertinent is om bepaalde types vraagsturing toe te passen in combinatie met bepaalde ventilatiesystemen Bijkomende eisen voor systemen met detectie van de behoefte in de natte ruimten Systemen met enkel detectie van de behoefte in de natte ruimten Alle systemen die behoren tot de categorie «Andere of geen detectie in de droge ruimten» (de laatste rij in Tabel 1) moeten bovendien voldoen aan de volgende eis. De afvoerdebieten die door de vraagsturing worden geregeld, moeten aan minstens één van de volgende eisen voldoen: - Het totale afvoerdebiet moet permanent groter zijn dan of gelijk zijn aan 35 % van de som van de minimaal geëiste afvoerdebieten. Rekening houdend met de eis van 3.2.3, moet ook het totale mechanische toevoerdebiet (systemen B en D) permanent groter zijn dan of gelijk zijn aan 35 % van de som van de minimaal geëiste afvoerdebieten.
6 - Het afvoerdebiet moet in elke natte ruimte permanent groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 % van het minimaal geëiste afvoerdebiet van de ruimte. Rekening houdend met de eis van 3.2.3, moet ook het totale mechanische toevoerdebiet (systemen B en D) permanent groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 % van de som van de minimaal geëiste afvoerdebieten Systemen met lokale detectie in de natte ruimten en regeling van de afvoer in de natte ruimten Elke ruimte waarin zich een toilet bevindt, moet minstens uitgerust zijn met één van de volgende concepten om aanwezigheid vast te stellen: c aanwezigheidsdetectie in de ruimte zelf; c detectie van VOC in de ruimte zelf of in een afvoerkanaal dat enkel de ruimte bedient; c koppeling met de lichtschakelaar van de ruimte, op voorwaarde dat er geen rechtstreekse daglichttoetreding in de ruimte is. Elke natte ruimte moet minstens uitgerust zijn met een detectie van de relatieve vochtigheid, tenzij het om een ruimte gaat die enkel als toilet dient. In de keuken kan hiervan afgeweken worden en volstaat een detectie van de CO 2 -concentratie. De betreffende detectoren moeten zich bevinden in de ruimte zelf of in een afvoerkanaal dat enkel de ruimte bedient. De regeling van de afvoer in de natte ruimten mag naar keuze lokaal of centraal gebeuren, zoals hieronder nader beschreven Lokale regeling van de afvoer in elke natte ruimte De afvoerdebieten van de natte ruimten moeten onafhankelijk van elkaar worden geregeld. Op het ogenblik dat aanwezigheid wordt vastgesteld in een ruimte met één van de hierboven vermelde concepten om aanwezigheid vast te stellen, moet het afvoerdebiet groter zijn dan of gelijk zijn aan het minimaal geëiste afvoerdebiet en dit gedurende minimaal de nalooptijd uit opmerking 3 van artikel uit de norm NBN D Het afvoerdebiet mag hoogstens 40 % van het minimaal geëiste afvoerdebiet bedragen als geen aanwezigheid wordt vastgesteld. In elke ruimte met detectie van de relatieve vochtigheid, moet het afvoerdebiet groter zijn dan of gelijk zijn aan het minimaal geëiste afvoerdebiet als de relatieve vochtigheid die voor de ruimte wordt gedetecteerd hoger is dan 70 % tijdens de winterperiode. Het afvoerdebiet mag hoogstens 40 % van het minimaal geëiste afvoerdebiet bedragen als de relatieve vochtigheid die voor de ruimte wordt gedetecteerd lager is dan 35 %. In keukens met detectie van de CO 2 -concentratie, moet het afvoerdebiet groter zijn dan of gelijk zijn aan het minimaal geëiste afvoerdebiet als de CO 2 -concentratie hoger is dan 950 ppm. Het afvoerdebiet mag hoogstens 40 % van het minimaal geëiste afvoerdebiet bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 550 ppm Centrale regeling van de afvoer Voor elke natte ruimte moet het afvoerdebiet centraal worden geregeld. De afvoerdebieten moeten worden geregeld op basis van de behoefte die wordt gedetecteerd in alle natte ruimten. Het totale afvoerdebiet moet groter zijn dan of gelijk zijn aan de som van de minimaal geëiste afvoerdebieten als minstens één van de volgende voorwaarden is vervuld: - aanwezigheid wordt vastgesteld in één of meerdere ruimten met één van de hierboven vermelde concepten om aanwezigheid vast te stellen; - de relatieve vochtigheid is hoger dan 70 % tijdens de winterperiode in één of meerdere ruimten met detectie van de relatieve vochtigheid; -deco 2 -concentratie is hoger dan 950 ppm in één of meerdere keukens met detectie van de CO 2 -concentratie. Het totale afvoerdebiet mag hoogstens 40 % van de som van de minimaal geëiste afvoerdebieten bedragen als elk van de volgende voorwaarden is vervuld: - in geen enkele ruimte met één van de hierboven vermelde concepten om aanwezigheid vast te stellen, wordt aanwezigheid vastgesteld; - de relatieve vochtigheid is in alle ruimten met detectie van de relatieve vochtigheid, lager dan 35 %; - de CO 2 -concentratie is in alle keukens met detectie van de CO 2 -concentratie, lager dan 550 ppm Andere systemen Volgende systemen vallen onder de categorie «Andere of geen detectie in de natte ruimten»: - alle andere systemen om de behoefte in natte ruimten vast te stellen (in het bijzonder systemen met centrale detectie van de relatieve vochtigheid in het gemeenschappelijk afvoerkanaal); - systemen die niet voldoen aan de eisen uit paragraaf ;
7 - systemen zonder detectie van de behoefte in de natte ruimten. Opmerking: zie ook Bijkomende eisen voor systemen met detectie van de behoefte in de droge ruimten (detectie van de CO 2 -concentratie of aanwezigheidsdetectie) Systemen met enkel detectie van de behoefte in de droge ruimten Alle systemen die behoren tot de categorie «Andere of geen detectie in de natte ruimten» (de laatste kolom in Tabel 1) moeten bovendien voldoen aan de volgende eis. De toevoerdebieten die door de vraagsturing worden geregeld, moeten aan minstens één van de volgende eisen voldoen. - Het totale toevoerdebiet moet permanent groter zijn dan of gelijk zijn aan 35 % van de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten. Rekening houdend met de eis van 3.2.3, moet ook het totale mechanische afvoerdebiet (systemen C en D) permanent groter zijn dan of gelijk zijn aan 35 % van het totale geëiste toevoerdebiet. - Het toevoerdebiet moet in elke droge ruimte permanent groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 % van het minimaal geëiste toevoerdebiet van de ruimte. Rekening houdend met de eis van 3.2.3, moet ook het totale mechanische afvoerdebiet (systemen C en D) permanent groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 % van het totale geëiste toevoerdebiet Systemen met lokale detectie in elke droge ruimte Alle droge ruimten moeten uitgerust zijn met hetzelfde type detector: c of detector voor de CO 2 -concentratie in de ruimte zelf; c of aanwezigheidsdetector in de ruimte zelf Lokale regeling van de toevoer in elke droge ruimte De toevoerdebieten van de droge ruimten moeten onafhankelijk van elkaar worden geregeld. In elke droge ruimte moet het toevoerdebiet worden geregeld op basis van de behoefte die wordt gedetecteerd in de ruimte. Het toevoerdebiet moet groter zijn dan of gelijk zijn aan het minimaal geëiste toevoerdebiet als de CO 2 -concentratie hoger is dan 950 ppm of als er aanwezigheid wordt vastgesteld in de droge ruimte. Het toevoerdebiet mag hoogstens 40 % van het minimaal geëiste toevoerdebiet bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 550 ppm of wanneer geen aanwezigheid wordt vastgesteld in de droge ruimte. Opmerking: voor systemen A en C betekent dit dat de natuurlijke toevoeropeningen automatisch moeten worden geregeld, bijvoorbeeld aan de hand van gemotoriseerde kleppen. Voor systemen B en D betekent dit dat de mechanische toevoer in elke ruimte automatisch moet worden geregeld, bijvoorbeeld aan de hand van gemotoriseerde kleppen of via verschillende ventilatoren voor elke ruimte Regeling van de toevoer in twee (dag/nacht) of meer zones De toevoerdebieten van alle droge ruimten moeten in minstens twee verschillende zones worden geregeld. In minstens één van de zones, de dagzone, mag zich geen enkele slaapkamer bevinden. In minstens één van de zones, de nachtzone, moeten zich alle slaapkamers bevinden. Bijkomende zones zijn toegestaan. In elke zone moeten de toevoerdebieten worden geregeld op basis van de hoogste behoefte die wordt gedetecteerd in alle droge ruimten van die zone. Het totale toevoerdebiet moet groter zijn dan of gelijk zijn aan de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten als de CO 2 -concentratie hoger is dan 950 ppm of als er aanwezigheid wordt vastgesteld in één of meerdere droge ruimten van de zone. Het totale toevoerdebiet mag hoogstens 40 % van de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 550 ppm of wanneer geen aanwezigheid wordt vastgesteld in alle droge ruimten van de zone. Opmerking : voor systemen A en C betekent dit dat alle automatisch geregelde natuurlijke toevoeropeningen, bijvoorbeeld gemotoriseerde toevoeropeningen, van de zone tegelijk worden geregeld. Voor systemen B en D betekent dit dat de mechanische toevoer in elke zone automatisch moet worden geregeld, bijvoorbeeld aan de hand van een gemotoriseerde klep per zone Centrale regeling van de toevoer Voor elke droge ruimte moet het toevoerdebiet centraal worden geregeld. De toevoerdebieten moeten geregeld worden op basis van de hoogste behoefte die wordt gedetecteerd in alle droge ruimten. Het totale toevoerdebiet moet groter zijn dan of gelijk zijn aan de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten als de CO 2 -concentratie hoger is dan 950 ppm of als er aanwezigheid wordt vastgesteld in één of meerdere ruimten. Het totale toevoerdebiet mag hoogstens 40 % van de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten bedragen als de CO 2 - concentratie lager is dan 550 ppm of wanneer geen aanwezigheid wordt vastgesteld in alle ruimten van de zone.
8 Opmerking: voor systemen A en C betekent dit dat alle automatisch geregelde natuurlijke toevoeropeningen, bijvoorbeeld gemotoriseerde toevoeropeningen, van de ventilatiezone z tegelijk moeten worden geregeld. Voor systemen B en D betekent dit dat de mechanische toevoer van de ventilatiezone automatisch moet worden geregeld, bijvoorbeeld aan de hand van een ventilator met debietsregeling Systemen met semi-lokale detectie in elke slaapkamer Alle slaapkamers moeten uitgerust zijn met hetzelfde type detector: c of detector voor de CO 2 -concentratie in de ruimte zelf; c of aanwezigheidsdetector in de ruimte zelf Centrale regeling van de toevoer Voor elke droge ruimte moet het toevoerdebiet centraal worden geregeld. De toevoerdebieten moeten worden geregeld op basis van de hoogste behoefte die wordt gedetecteerd in alle slaapkamers. Het totale toevoerdebiet moet groter zijn dan of gelijk zijn aan de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten als de CO 2 -concentratie hoger is dan 950 ppm of als er aanwezigheid wordt vastgesteld in één of meerdere slaapkamers. Het totale toevoerdebiet mag hoogstens 40 % van de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten bedragen als de CO 2 - concentratie lager is dan 550 ppm of wanneer geen aanwezigheid wordt vastgesteld in alle slaapkamers. Het totale toevoerdebiet moet permanent groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 % van de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten van alle droge ruimten. Opmerking: voor systemen A en C betekent dit dat alle automatisch geregelde natuurlijke toevoeropeningen, bijvoorbeeld gemotoriseerde toevoeropeningen, van de ventilatiezone z tegelijk moeten worden geregeld. Voor systemen B en D betekent dit dat de mechanische toevoer van de ventilatiezone automatisch moet worden geregeld, bijvoorbeeld aan de hand van een ventilator met debietsregeling Systemen met semi-lokale detectie in de belangrijkste leefruimte en in de belangrijkste slaapkamer De belangrijkste leefruimte en de belangrijkste slaapkamer moeten uitgerust zijn met hetzelfde type detector: c of detector voor de CO 2 -concentratie in de ruimte zelf; c of aanwezigheidsdetector in de ruimte zelf Regeling van de toevoer in twee (dag/nacht) of meer zones De toevoerdebieten van alle droge ruimten moeten in minstens twee verschillende zones worden geregeld. In minstens één van de zones, de dagzone, mag zich geen enkele slaapkamer bevinden. Die dagzone moet ook de belangrijkste leefruimte bevatten. In minstens één van de zones, de nachtzone, moeten zich alle slaapkamers bevinden. Bijkomende zones zijn toegelaten op voorwaarde dat in elke zone één of meerdere ruimten zijn uitgerust met hetzelfde type detector als in de belangrijkste leefruimte en de belangrijkste slaapkamer. In elke zone moeten de toevoerdebieten worden geregeld op basis van de hoogste behoefte die wordt gedetecteerd in de droge ruimten van die zone, die zijn uitgerust met een detector. Het totale toevoerdebiet moet groter zijn dan of gelijk zijn aan de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten als de CO 2 -concentratie hoger is dan 950 ppm of als er aanwezigheid wordt vastgesteld in één of meerdere droge ruimten van de zone, die zijn uitgerust met een detector. Het totale toevoerdebiet mag hoogstens 40 % van de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 550 ppm of wanneer geen aanwezigheid wordt vastgesteld in alle droge ruimten van de zone, die zijn uitgerust met een detector. In elke zone waarin droge ruimten aanwezig zijn die niet zijn uitgerust met een detector, moeten de toevoerdebieten permanent groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 % van de minimaal geëiste toevoerdebieten. Opmerking: voor systemen A en C betekent dit dat alle automatisch geregelde natuurlijke toevoeropeningen, bijvoorbeeld gemotoriseerde toevoeropeningen, van de zone tegelijk moeten worden geregeld. Voor systemen B en D betekent dit dat de mechanische toevoer in elke zone automatisch moet worden geregeld, bijvoorbeeld aan de hand van gemotoriseerde kleppen per zone Centrale regeling van de toevoer Voor elke droge ruimte moet het toevoerdebiet centraal worden geregeld. De toevoerdebieten moeten worden geregeld op basis van de hoogste behoefte die wordt gedetecteerd in de droge ruimten die zijn uitgerust met een detector.
9 Het totale toevoerdebiet moet groter zijn dan of gelijk zijn aan de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten als de CO 2 -concentratie hoger is dan 950 ppm of als er aanwezigheid wordt vastgesteld in één of meerdere droge ruimten die zijn uitgerust met een detector. Het totale toevoerdebiet mag hoogstens 40 % van de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 550 ppm of wanneer geen aanwezigheid wordt vastgesteld in alle droge ruimten die zijn uitgerust met een detector. De toevoerdebieten moeten permanent groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 % van de minimaal geëiste toevoerdebieten in alle droge ruimten. Opmerking: voor systemen A en C betekent dit dat alle automatisch geregelde natuurlijke toevoeropeningen, bijvoorbeeld gemotoriseerde toevoeropeningen, van de ventilatiezone z tegelijk moeten worden geregeld. Voor systemen B en D betekent dit dat de mechanische toevoer van de ventilatiezone automatisch moet worden geregeld, bijvoorbeeld aan de hand van een ventilator met debietsregeling Systemen met centrale detectie in het afvoerkanaal of de afvoerkanalen Elk afvoerkanaal of in voorkomend geval het gemeenschappelijk afvoerkanaal moet uitgerust zijn met minstens een detector voor de CO 2 -concentratie. In dit geval is aanwezigheidsdetectie niet toegelaten. De toevoerdebieten moeten worden geregeld op basis van de hoogste behoefte die wordt gedetecteerd in de afvoerkanalen (of in het gemeenschappelijk afvoerkanaal). Het totale toevoerdebiet moet groter zijn dan of gelijk zijn aan de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten als de CO 2 -concentratie hoger is dan 650 ppm. Het totale toevoerdebiet mag hoogstens 50 % van de som van de minimaal geëiste toevoerdebieten bedragen als de CO 2 - concentratie lager is dan 450 ppm Andere systemen Volgende systemen vallen onder de categorie «Andere of geen detectie in de droge ruimten»: - alle andere systemen om de behoefte in de droge ruimten vast te stellen (in het bijzonder systemen met andere types van detector, zoals detectoren voor VOC); - systemen die niet voldoen aan de eisen uit paragraaf tot ; - systemen zonder detectie van de behoefte in de droge ruimten. Opmerking: zie ook Bijkomende eisen voor systemen met detectie van de behoefte in de natte ruimten en detectie van de behoefte in de droge ruimten Voor alle systemen die detectie van de behoefte in natte ruimten combineren met de detectie van de behoefte in droge ruimten, geldt: - De afvoerdebieten worden prioritair bepaald op basis van de eisen in 3.3.1; - De toevoerdebieten worden prioritair bepaald op basis van de eisen in 3.3.2; - Het totale toevoerdebiet en het totale afvoerdebiet moeten daarnaast permanent aangepast zijn aan het hoogste van de twee, na toepassing van de bovenstaande regels. 3.4 Ventilatiesystemen C met een regeling op de afvoer in functie van de behoefte in de droge ruimten In het geval van een ventilatiesysteem C is het ook mogelijk om de afvoer te regelen op basis van de behoefte die wordt gedetecteerd in de droge ruimten. Het is eveneens mogelijk om bijkomende mechanische afvoeropeningen te plaatsen in bepaalde droge ruimten (in allemaal of enkel in alle slaapkamers). Bij elk van deze systemen worden enkel de afvoeren geregeld door de vraagsturing. De toevoeren worden niet geregeld. Een regeling van de afvoer van de natte ruimten op basis van de behoefte in die natte ruimten, kan gecombineerd worden met deze systemen.
10 Tabel 2 f reduc,vent,heat,zone z voor ventilatiesystemen C met een regeling op de afvoer in functie van de behoefte in de droge ruimten en eventueel in functie van de behoefte in de natte ruimten Type detectiein de droge ruimten CO 2 - lokaal:één of meerdere sensoren in elke droge ruimte Type regeling van de afvoer Lokaal, in alle droge ruimten f reduc,vent,heat,zonez Lokale detectie in de natte ruimten met regeling van de afvoer Lokale regeling Nietlokale regeling Andere of geen detectie in de natte ruimten 0,43 0,47 0,51 CO 2 semi-lokaal:één of meerdere sensoren in elke slaapkamer Lokaal, in alle slaapkamers 0,50 0,55 0,59 CO 2 semi-lokaal:één of meerdere sensoren in het gemeenschappelijk afvoerkanaal van alle slaapkamers 1 zone, in alle slaapkamers 0,61 0,66 0,71 CO 2 semi-lokaal:één of meerdere sensoren in de belangrijkste leefruimte en één of meerdere sensoren in de belangrijkste slaapkamer CO 2 - Centraal: één of meerdere sensoren in het afvoerkanaal of de afvoerkanalen Andere of geen detectie in de droge ruimten 2 (dag/nacht) of meer zones, in de droge r uimtenof centraal, in de droge of de natte ruimten Centraal, in de droge of de natte ruimten Geen, lokaal, per zone of centraal 0,79 0,85 0,91 0,81 0,87 0,93 0,90 0, Bijkomende eisen voor systemen met detectie van de behoefte in de natte ruimten Zie Bijkomende eisen voor systemen met detectie van de behoefte in de droge ruimten Systemen met enkel detectie van de behoefte in de droge ruimten Alle systemen die behoren tot de categorie «Andere of geen detectie in de natte ruimten» (de laatste kolom in Tabel 2) moeten bovendien voldoen aan de volgende eis. Het totale afvoerdebiet van de natte ruimten moet permanent groter zijn dan of gelijk zijn aan 40 % van de som van de geëiste afvoerdebieten in de natte ruimten Systemen met lokale detectie in elke droge ruimte Elke droge ruimte moet uitgerust zijn met minstens een detector voor de CO 2 -concentratie in de ruimte zelf of, in voorkomend geval, in het afvoerkanaal van de ruimte Lokale regeling van de afvoer in alle droge ruimten (met bijkomende afvoeren) Alle droge ruimten moeten uitgerust zijn met een bijkomende mechanische afvoer. De afvoerdebieten van alle droge ruimten moeten onafhankelijk van elkaar worden geregeld. In elke droge ruimte moet het afvoerdebiet worden geregeld op basis van de behoefte die wordt gedetecteerd in de ruimte. Het afvoerdebiet moet groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 m`/h als de CO 2 -concentratie hoger is dan 950 ppm. Het afvoerdebiet mag hoogstens 5 m`/h bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 550 ppm.
11 Systemen met semi-lokale detectie in elke slaapkamer (met bijkomende afvoeren) Alle slaapkamers moeten uitgerust zijn met een bijkomende mechanische afvoer. Elke slaapkamer moet uitgerust zijn met minstens een detector voor de CO 2 -concentratie in de ruimte zelf of in het afvoerkanaal van de ruimte Lokale regeling van de afvoer in elke slaapkamer De afvoerdebieten van alle slaapkamers moeten onafhankelijk van elkaar worden geregeld. In elke slaapkamer moet het afvoerdebiet worden geregeld op basis van de behoefte die wordt gedetecteerd in de slaapkamer. Het afvoerdebiet moet groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 m`/h als de CO 2 -concentratie hoger is dan 950 ppm. Het afvoerdebiet mag hoogstens 5 m`/h bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 550 ppm Systemen met semi-lokale detectie in het gemeenschappelijk afvoerkanaal van alle slaapkamers (met bijkomende afvoeren) Alle slaapkamers moeten uitgerust zijn met een bijkomende mechanische afvoer. Het gemeenschappelijk afvoerkanaal dat enkel alle slaapkamers bedient, moet uitgerust zijn met minstens een detector voor de CO 2 -concentratie Regeling van de afvoer in één zone voor alle slaapkamers De afvoerdebieten van alle slaapkamers moeten geregeld worden in één zone die minstens alle slaapkamers bevat. In deze zone moeten de afvoerdebieten van alle slaapkamers worden geregeld op basis van de hoogste behoefte die wordt gedetecteerd in het gemeenschappelijk afvoerkanaal van de slaapkamers. In elke slaapkamer van de zone moet het afvoerdebiet groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 m`/h als de CO 2 -concentratie hoger is dan 650 ppm. In elke slaapkamer van de zone mag het afvoerdebiet hoogstens 5 m`/h bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 450 ppm Systemen met semi-lokale detectie in de belangrijkste leefruimte en in de belangrijkste slaapkamer De belangrijkste leefruimte en de belangrijkste slaapkamer moeten elk uitgerust zijn met minstens een detector voor de CO 2 -concentratie in de ruimte zelf of, in voorkomend geval, in het afvoerkanaal van de ruimte Regeling van de afvoer van de droge ruimten in twee (dag/nacht) of meer zones (met bijkomende afvoeren) Alle droge ruimten moeten uitgerust zijn met een bijkomende mechanische afvoer. De afvoerdebieten van alle droge ruimten moeten in minstens twee verschillende zones worden geregeld. In minstens één van de zones, de dagzone, mag zich geen enkele slaapkamer bevinden. Die dagzone moet ook de belangrijkste leefruimte bevatten. In minstens één van de zones, de nachtzone, moeten zich alle slaapkamers bevinden. Bijkomende zones zijn toegelaten op voorwaarde dat in elke zone minstens één of meerdere ruimten zijn uitgerust met hetzelfde type detector als in de belangrijkste leefruimte en de belangrijkste slaapkamer. In elke zone moeten de afvoerdebieten van de droge ruimten worden geregeld op basis van de hoogste behoefte die wordt gedetecteerd in de droge ruimten van die zone, die zijn uitgerust met een detector. In elke droge ruimte van de zone moet het afvoerdebiet groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 m`/h als de CO 2 -concentratie hoger is dan 950 ppm in één of meerdere droge ruimten van de zone, die zijn uitgerust met een detector. In elke droge ruimte van de zone mag het afvoerdebiet hoogstens 5 m`/h bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 550 ppm in alle droge ruimten van de zone, die zijn uitgerust met een detector.
12 Centrale regeling van de afvoer van de droge ruimten of de natte ruimten Als alle droge ruimten zijn uitgerust met een bijkomende mechanische afvoer, moeten de debieten van deze afvoeren centraal geregeld worden, op basis van de hoogste behoefte die wordt gedetecteerd in de droge ruimten die zijn uitgerust met een detector. In elke droge ruimte moet het afvoerdebiet groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 m`/h als de CO 2 -concentratie hoger is dan 950 ppm in één of meerdere droge ruimten die zijn uitgerust met een detector. In elke droge ruimte mag het afvoerdebiet hoogstens 5 m`/h bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 550 ppm in alle droge ruimten die zijn uitgerust met een detector. Als één of meerdere droge ruimten niet zijn uitgerust met een bijkomende mechanische afvoer, moeten de afvoerdebieten van de natte ruimten centraal geregeld worden, op basis van de hoogste behoefte die wordt gedetecteerd in de droge ruimten die zijn uitgerust met een detector. In elke natte ruimte moet het afvoerdebiet groter zijn dan of gelijk zijn aan het minimaal geëiste afvoerdebiet als de CO 2 -concentratie hoger is dan 950 ppm in één of meerdere droge ruimten die zijn uitgerust met een detector. In elke natte ruimte mag het afvoerdebiet hoogstens 40 % van het minimaal geëiste afvoerdebiet bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 550 ppm in alle droge ruimten die zijn uitgerust met een detector Systemen met centrale detectie in het gemeenschappelijk afvoerkanaal Het gemeenschappelijk afvoerkanaal van de ventilatiezone z moet uitgerust zijn met minstens een detector voor de CO 2 -concentratie Centrale regeling van de afvoer van de droge ruimten of de natte ruimten Als alle droge ruimten zijn uitgerust met een bijkomende mechanische afvoer, moeten de debieten van deze afvoeren centraal geregeld worden, op basis van de behoefte die wordt gedetecteerd in het gemeenschappelijk afvoerkanaal. In elke droge ruimte moet het afvoerdebiet groter zijn dan of gelijk zijn aan 30 m`/h als de CO 2 -concentratie hoger is dan 650 ppm. In elke droge ruimte mag het afvoerdebiet hoogstens 5 m`/h bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 450 ppm. Als één of meerdere droge ruimten niet zijn uitgerust met een bijkomende mechanische afvoer, moeten de afvoerdebieten van de natte ruimten centraal geregeld worden, op basis van de behoefte die wordt gedetecteerd in het gemeenschappelijk afvoerkanaal. In elke natte ruimte moet het afvoerdebiet groter zijn dan of gelijk zijn aan het minimaal geëiste afvoerdebiet als de CO 2 -concentratie hoger is dan 650 ppm. In elke natte ruimte mag het afvoerdebiet hoogstens 50 % van het minimaal geëiste afvoerdebiet bedragen als de CO 2 -concentratie lager is dan 450 ppm Bijkomende eisen voor systemen met detectie van de behoefte in de natte ruimten en detectie van de behoefte in de droge ruimten Voor alle systemen die detectie van de behoefte in natte ruimten combineren met de detectie van de behoefte in droge ruimten, geldt: - De afvoerdebieten van de natte ruimten worden bepaald op basis van de eisen in 3.4.1; - De afvoerdebieten van de droge en/of natte ruimten worden bepaald op basis van de eisen in 3.4.2; Indien de twee methodes tot een verschillend resultaat leiden, zijn de hoogste afvoerdebieten van toepassing. Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 6 mei 2014 houdende uitvoering van bijlagen V, IX en X van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen Brussel, 21 december De Minister van Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie Céline FREMAULT
Stavingsstuk voor de bepaling van de forfetaire reductiefactoren met DucoTronic System
0 ALGEMEEN Systeem Vraaggestuurd systeem C van Duco Subject Staving reductiefactoren uit forfetaire tabel Datum 20/05/2015 Auteur Ing. Stefan Verbrugge 1 ALGEMENE EISEN - De Duco systemen voldoen aan de
Forfetaire Reductiefactoren. Ing. Stefan Verbrugge Innovatie manager Duco
Forfetaire Reductiefactoren Ing. Stefan Verbrugge Innovatie manager Duco Enkele termen : Duco componenten afvoerventilator DucoBox Silent Geen regelkleppen RF communicatie Centrale regeling Boxsensoren
Healthbox 3.0: vraag- & zonegestuurde afvoer van vervuilde lucht
SYSTEEM C + Healthbox 3.0: vraag- & zonegestuurde afvoer van vervuilde lucht De Renson C+ systemen gebruiken een combinatie van zelfregelende Invisivent raamverluchtingen en vraaggestuurde afvoerventilatie
Bijlage 2 - Regels voor bepalen van de toegankelijkheid van een opening voor intensieve ventilatie vanuit de buitenomgeving.
VOORWOORD... 2 1 DEFINITIES... 2 2 REGELS VOOR DE BEPALING VAN DE TOEGANKELIJKHEID VAN EEN OPENING VOOR INTENSIEVE VENTILATIE VANUIT DE BUITENOMGEVING... 2 2.1 TOEGANKELIJKHEID VAN OPENINGEN VOOR INTENSIEVE
Technische Fiche. Eigenschappen. vraaggestuurd verluchtingsrooster (afvoer) Vraaggestuurd op aanwezigheid en/of vochtgehalte
Datum: 2017 SMa Versie 4 Voor dossiers met bouwaanvraag vanaf 1/1/2016 Conform de forfaitaire tabellen Belgisch staatsblad dd 23.12.2014 Afvoerrooster type SDC geschikt voor systeem COMFORT en CO2-TRONIC
Werkgroepdocument B. Ventilatieprestatieverslag (VPV)
Werkgroepdocument B Ventilatieprestatieverslag (VPV) Aanvulling op STS P 73 1: Systemen voor basisventilatie in residentiële toepassingen Versie 1 Inhoudstabel 1 INLEIDING... 2 2 ALGEMEEN... 2 3 INHOUD
ATG-E 13/E Draagwijdte. Energetische karakterisatie vraaggestuurd ventilatiesysteem type C. Geldig van 19/02/2013. tot 12/02/
Energetische karakterisatie vraaggestuurd ventilatiesysteem type C Goedkeurings- en Certificatie-operator ATG-E Aldes C-Hydro (simple Flux) ventilatiesysteem 13/E016 Geldig van 19/02/2013 tot 12/02/2014
ATG. type C. Draagwijdte. www.bcca.be [email protected]. Fabrikant: Stephenson Plaza Blarenberglaan. Lingenstraat 2 NL-8028 PM Zwolle
Energetische karakterisatiee vraaggestuurd ventilatiesysteem type C ATG-E 12/ /E008 Zehnder-J..E. StorkAir ComfoFann Opti-Air ventilatiesysteem Geldig van 22/02/2012 tot 12/02/2013 Aandachtspunt Evaluatie
OPLEIDING DUURZAME GEBOUWEN
OPLEIDING DUURZAME GEBOUWEN VENTILATIE: ONTWERP EN AFSTELLING LENTE 2019 Berekening van de ventilatiedebieten voor residentiële gebouwen Muriel BRANDT 2 DOELSTELLINGEN VAN DE PRESENTATIE N De regels voor
Module 2.6. Ventilatie van niet-residentiële gebouwen: Concreet voorbeeld. Versie 2.1 februari 2006. Module 2.6
Ventilatie van niet-residentiële gebouwen: Concreet voorbeeld Voorbeeld: het PROBE gebouw Verdieping 1 : kantoren Verdieping 0 : kantoren Verdieping -1 : archief + stookplaats Het PROBE-gebouw bestaat
Ventilatiedocument : residentieel en niet-residentieel
1 Ventilatiedocument : residentieel en niet-residentieel 1 Wat wordt in het kader van de energieprestatieregelgeving verstaan onder een verbouwing? In het kader van de energieprestatieregelgeving is een
Bijlage 5 Testomstandigheden voor bepaling van de COP test en aanvullende bepalingen voor berekening van de SPF voor warmtepompen
1 INLEIDING... 2 2 NORMATIEVE REFERENTIES... 2 3 WARMTEPOMPEN MET DIRECTE WARMTEWISSELING... 2 4 OPPERVLAKTEWATER, RIOLERING OF EFFLUENT VAN EEN RIOOLWATERZUIVERINGSINSTALLATIE ALS WARMTEBRON... 4 5 WARMTEPOMP
Duco. www.atc-ventilation.be
Duco www.atc-ventilation.be Duco Ducobox Classic ventilator pagina 3 Duco Comfort System pagina 4 Duco Comfort Plus System pagina 6 Duco Tronic System pagina 9 Duco Tronic Plus System pagina 11 Ducobox
"EPW 1 "-BEREKENINGSMETHODE GEWIJZIGD VANAF 1 JULI 2017
"EPW 1 "-BEREKENINGSMETHODE GEWIJZIGD VANAF 1 JULI 2017 Wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie
BESLUIT VAN 21 FEBRUARI 2013: GEWIJZIGDE BEREKENINGSMETHODE VANAF 1 JANUARI 2014
BESLUIT VAN 21 FEBRUARI 2013: GEWIJZIGDE BEREKENINGSMETHODE VANAF 1 JANUARI 2014 Wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op
DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 21 april 2016;
Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft aanpassingen aan diverse bepalingen inzake de energieprestatieregelgeving DE VLAAMSE
be EPB - WAARDEN VENtilAtiE EPB
be EPB - WAARDEN Ventilatie EPB HOME OF OXYGEN Duco geeft op een natuurlijke manier zuurstof aan ieder gebouw. Verse lucht rechtstreeks via de gevel binnenbrengen, zonder complexe toevoerkanalen, is de
BELGISCH STAATSBLAD 21.02.2012 MONITEUR BELGE
11971 Art. 15. De Minister aan wie de bevoegdheid voor Energie toegewezen is, wordt belast met de uitvoering van dit besluit. Art. 15. Le Ministre qui a l Energie dans ses attributions est chargé de l
INVULLEN VENTILATIEWAARDEN IN LINEAR BUILDING Type C & Type D
INVULLEN VENTILATIEWAARDEN IN LINEAR BUILDING Type C & Type D Type Ruimtes Er zijn twee types ruimtes: toevoerruimtes en afvoerruimtes. Toevoerruimtes zijn onder andere: Woonkamer, Slaapkamer, Studeerkamer,
Module 2.3. Ventilatievoorzieningen in residentiële gebouwen: Voorbeeld. Versie 2.1 februari 2006. Module 2.3
Ventilatievoorzieningen in residentiële gebouwen: Voorbeeld 1 Concreet voorbeeld Eenvoudige woning Niveau -1 Kelder + inkom Niveau 1 Gelijkvloers Niveau -1 2 2 Concreet voorbeeld 3 Gelijkvloers: Woonkamer
Ventilatie voorontwerp
maandag 27 maart 2017 Ventilatie voorontwerp Bouwheer: Pieter Denckens en Leentje Willems Steenbergen 11 2430 Laakdal Ontwerper: Ventovita bvba Liersesteenweg 185/12 Dossiernummer: 2017-0033_ DW Bouwplaats:
Ventilatie voorontwerp
Tessenderlo, donderdag 23 februari 2017 Ventilatie voorontwerp Bouwheer: Martine Tempels F. Rigasquare 16 1030 Brussel (Schaarbeek) Ontwerper: Steto bvba Vismarkt 29 Dossiernummer: 2017-0043_DW_CM Bouwplaats:
Systeemvariant NEN 8088
Codering: Betreft Toepassing: Fabrikant: Type: Ingangsdatum verklaring 01-10-2018 Geldigheidsduur verklaring 20181214GGVNWB Gecontroleerde gelijkwaardigheidsverklaring NEN 7120 & ISSO 82.1 NV DUCO Duco:
Toelichtingsdocument: potentieel voor intensieve ventilatie
1 1 Toelichtingsdocument: potentieel Inhoudstafel INHOUDSTAFEL... 1 INLEIDING... 2 1. VENTILATIEDEBIET... 2 2. POTENTIEEL VOOR INTENSIEVE VENTILATIE... 2 2.1 Openingen... 3 2.2 Aanzienlijke intensieve
Energiecongres OVED. Wijziging normering vraaggestuurde ventilatie Ventilatieoplossingen voor BEN woningen en renovatieprojecten
Energiecongres OVED Wijziging normering vraaggestuurde ventilatie Ventilatieoplossingen voor BEN woningen en renovatieprojecten Inhoud Bedrijfsprofiel Nieuwe reductiefactoren voor vraaggestuurde ventilatie
Uitleg bij de productgegevens van ventilatoren en warmteterugwinapparaten in de EPW- en EPU-bepalingsmethoden
Uitleg bij de productgegevens van ventilatoren en warmteterugwinapparaten in de EPW- en EPU-bepalingsmethoden versie 14 juli 2011 Inhoud 1 INLEIDING... 2 2 VERMOGEN VAN VENTILATOREN... 2 2.1 VERMOGEN VAN
Ventilatie voorontwerp
Tessenderlo, donderdag 12 januari 2017 Ventilatie voorontwerp Bouwheer: Dries Delvaux Duivelsbroek 3 2400 Mol Ontwerper: Steto bvba Vismarkt 29 Dossiernummer: 2016-0233_JC Bouwplaats: Omschrijving bouwwerk:
be EPB - WAARDEN VENtilAtiE EPB
be EPB - WAARDEN Ventilatie EPB HOME OF OXYGEN Duco geeft op een natuurlijke manier zuurstof aan ieder gebouw. Verse lucht rechtstreeks via de gevel binnenbrengen, zonder complexe toevoerkanalen, is de
Technische fiche Healthconnector
v01 - mei 2015 De RENSON Healthconnector regelt per lokaal de afgevoerde (verontreinigde) binnenlucht in gecentraliseerde ventilatiesystemen. Toepassingsgebied Geschikte oplossing om vraaggestuurde ventilatie
ventilatie voorontwerp
ADRES Vismarkt 29 3980 Tessenderlo CONTACT Tel. 013 67 65 24 [email protected] www.steto.be ventilatie voorontwerp BOUWEN VAN 11 appartementen Bouwheer: Kolmont Woonprojecten nv Havermarkt 45 3500 Hasselt
4 mogelijke ventilatieprincipes.
4 mogelijke ventilatieprincipes Systeem C Luchttoevoer: natuurlijk, zelfregelend en eventueel akoestisch Luchtafvoer: mechanisch, minstens kloksturing (IDA-C3) eventueel vraaggestuurd (IDA-C4/5/6) indien
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
38766 MONITEUR BELGE 16.04.2019 BELGISCH STAATSBLAD BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST [C 2019/11693] 4 APRIL 2019. Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van betreffende gastanks en -flessen voor
Zehnder ComfoFan Opti-Air Energiebesparende vraaggestuurde woonhuisventilatie
Belangrijke kenmerken Hoofdcomponent van het vraaggestuurd ventilatiesysteem C van Zehnder - ComfoFan Opti- Air Intelligente vraagsturing via hygro-presence sensoren en/of CO2-sensoren (i.f.v. gekozen
ComfoFan CO 2 -systeem. Koeling Ventilatie Filtering
-systeem Verwarming Koeling Ventilatie Filtering - systeem nog eenvoudiger ventileren Voor een optimaal binnenklimaat is continue ventilatie onontbeerlijk. Hiervoor wordt verse buitenlucht toegevoerd en
Algemeen. Om een duidelijker beeld hiervan te scheppen, maken wij graag voor u een korte samenvatting. TOEVOER. vrije toevoer (A,C) maximaal [m³/h]
1. Woningventilatie Algemeen 1.1.2. VENTILATIE IN DE PRAKTIJK (EPB) WETGEVING (EPB) Vanaf 1 januari 06 is de nieuwe EPB-regelgeving (Energie Prestatie en Binnenklimaat) van toepassing. Deze regelgeving
Niet lokaal Vraaggestuurd Natuurlijk Ventilatiesysteem Duco Ventilation & Sun Control Duco Comfort Plus System
dossier... - dd.... 1 00.00.00 Niet lokaal Vraaggestuurd Natuurlijk Ventilatiesysteem Duco Ventilation & Sun Control Duco Comfort Plus System volgnr. 1 Omschrijving: Het Duco Comfort Plus System ventileert
Niet lokaal Vraaggestuurd Natuurlijk Ventilatiesysteem Duco Ventilation & Sun Control Duco Comfort System
dossier... - dd.... 1 00.00.00 Niet lokaal Vraaggestuurd Natuurlijk Ventilatiesysteem Duco Ventilation & Sun Control Duco Comfort System volgnr. 1 Omschrijving: De vraag naar ventilatie wordt bij het Duco
tips en tricks voor uw ventilatie C en D
tips en tricks voor uw ventilatie C en D 1 Wie doet wat? De EPB verslaggever: Afd10,art10, 2: In het kader van de toewijzingsprocedure van een aannemingsopdracht, bezorgt de opdrachtgever of de architect
Ventilatie verslaggever. Ventilatiedocument : residentieel VEA (versie juli 2015)
Ventilatie verslaggever Ventilatiedocument : residentieel VEA (versie juli 2015) 3.1 Welke eisen worden er gesteld aan een regelbare toevoeropening (RTO)? Het (totale) ontwerptoevoerdebiet van de in een
HEALTHCONNECTOR Ø M³/H -v03_ Januari 2014-
HEALTHCONNECTOR Ø125 125 M³/H -v03_ Januari 2014- Renson Ventilation, IZ 2 Vijverdam, Maalbeekstraat 10, 8790 Waregem België Tel. +32 (0)56 62 71 11, fax. +32 (0)56 60 28 51, [email protected] www.renson.eu
Inleiding. Jaga Verwarming. Jaga Ventilatie. Case in EPB
Inleiding Jaga Verwarming Jaga Ventilatie Case in EPB Inleiding 1962 Fabrikant Verwarmen Innovatief Koelen Wereldwijd Ventileren 2015 Inleiding Inleiding Jaga Verwarming Jaga Ventilatie Jaga in EPB Verwarmen
ventilatie voorontwerp
ADRES Vismarkt 29 3980 Tessenderlo CONTACT Tel. 013 67 65 24 [email protected] www.steto.be ventilatie voorontwerp BOUWEN VAN EEN EENGEZINSWONING Bouwheer: Jochen Knoops Kerkstraat 8b 3665 As Bouwplaats: Nieuwstraat
SLIMME TECHNIEKEN VENTILATIESYSTEEM C
SLIMME TECHNIEKEN VENTILATIESYSTEEM C Inleiding Wie goed isoleert en luchtdicht bouwt, moet ook goed ventileren. De klassieke woning is één groot luchtlek en is dus van nature uit goed geventileerd. Dit
Ventilatiedocument : residentieel
1 Vooraf De doelstelling van dit document is om antwoorden te formuleren op vragen die rijzen bij de toepassing van de ventilatie-eisen uit de energieprestatieregelgeving. Andere aspecten in relatie met
A ESR. Aanvrager. Minister Fremault Aanvraag ontvangen op 12 mei 2016 Aanvraag behandeld door
ADVIES Voorontwerp van besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende wijziging van meerdere uitvoeringsbesluiten van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht,
Ventilatiedocument: RESIDENTIEEL
1 Ventilatiedocument: RESIDENTIEEL 2 Inhoud Vooraf 1 Terminologie 4 2 Wat is een eis, een aanbeveling, een advies? 5 3 Ventilatiecomponenten: eisen bij residentiële gebouwen 3.1 Welke eisen worden er gesteld
Niet residentiële ventilatie
Voorbeeld berekening minimum ontwerpdebiet: Leslokaal 50m² Bezetting volgens bouwteam (op plan): 10 personen 10 pers x 22m³/h/pers = 220m³/h Bezetting volgens tabel: 50m² : 4m²/pers = 12,5 pers 13 personen
Vraaggestuurde natuurlijke ventilatie Systeem Bemal A+
Datum: 2012-06-05 Auteur: Schiedel-Bemal / MS Versie 4 Vraaggestuurde natuurlijke ventilatie Systeem Bemal A+ p1/11 Inhoudsopgave: 1) Systeem... 3 2) Reductiefactor... 3 3) Invloed op het E-peil... 4 4)
Publicaties. THERMAC-handboek. THERMAC-handboek. Inhoud. Handboek voor het verwarmen en natuurlijk koelen van THERMisch ACtieve gebouwen
WTCB THERMAC-handboek THERMAC-handboek V-gids ODE-folders Syllabus studiedagen Rekenbladen met workshops Raf De Herdt Publicaties Handboek voor het verwarmen en natuurlijk koelen van THERMisch ACtieve
Bijlage VI - Bijkomende specificaties voor de meting van de luchtdichtheid van gebouwen in het kader van de EPB-regelgeving
Bijlage VI - Bijkomende specificaties voor de meting van de luchtdichtheid van gebouwen in het kader van de EPB-regelgeving (Bijlage VI van het Ministerieel Besluit van 2 april 2007) Inhoud 1. VOORWOORD...
Methodes voor debietsafstelling
OPTIVENT Achtergrondbijlage 10 Methodes voor debietsafstelling Samuel Caillou Xavier Kuborn Paul Van den Bossche Afdeling Klimaat, Installaties en Energieprestatie (CLIE) Onderzoeksgroepen ventilatie en
Verwarming en ventilatie
Verwarming en ventilatie Gebouwen met hoge energieprestaties Mei 2013 Christophe Delmotte, Ir Laboratorium Luchtkwaliteit en ventilatie WTCB Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf Bladzijde
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST [C 2014/31457] 24 APRIL 2014. Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende wijziging van meerdere uitvoeringsbesluiten van de
:.n - Vlaamse Regering -~~~~ 't,,;, LNE/AMV/ERK/Gelijkwaardigheid/2011/1
Vlaamse Regering -~~~~ = ~:~ 't,,;, :.n - LNE/AMV/ERK/Gelijkwaardigheid/2011/1 Ministerieel besluit houdende de beslissing over de aanvraag tot gelijkwaardigheid, ingediend door de Associatie voor Thermische
RESIDENTIEEL VENTILATIETECHNICUS
#CV, SANITAIR EN ENERGIE RESIDENTIEEL VENTILATIETECHNICUS BESPAAR MET DE KMO-PORTEFEUILLE 562,65 incl. BTW OMSCHRIJVING Introductie De fysiologie van de mens stelt eisen betreffende temperatuur, luchttoevoer
Voor de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning ingediend van 1/7/2011 tot 31/12/2013
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen - officieus gecoördineerde versie
Voor echt gezond ventileren! EPC winst 0,22. Het OxyGreen CO 2
EPC winst 0,22 Voor echt gezond ventileren! Het OxyGreen -vraaggestuurd ventilatiesysteem is een combinatie van Rucon OxyGreen vraaggestuurde afzuiging en Aralco OxyGreen zelfregelende toevoerroosters.
Bijlage 1: voorstel van methode voor het indelen van een gebouw
Bijlage 1: voorstel van methode voor het indelen van een gebouw Inhoud 1 Principe... 2 2 Opdeling van het gebouw in EPB-eenheden... 2 2.1 Bijlage EPW... 2 2.2 Bijlage EPU... 3 2.3 Bijlage EPN... 3 2.4
EPB-advies: woning Datum: xxx
EPB-advies: woning Datum: Bouwheer Naam: Adres: Tel: Gsm: E-mail: Bouwplaats Project: Bouwen van woning Adres: Vergunning: datum bouwaanvraag: 2012 Compactheid Type: woning Geïsoleerd volume: - Verliesoppervlak:
, relatieve luchtvochtigheid (RH) en temperatuur hoeft u zelf helemaal niets te doen.
DUCO at HOME De standaard voor woningventilatie Bij Duco Ventilation & Sun Control staat de gezondheid van de bewoners op de eerste plaats. Het Duco Comfort System en het DucoTronic System bieden de garantie
Meten van het elektrisch vermogen van ventilatoren
OPTIVENT achtergrondbijlage 12 Meten van het elektrisch vermogen van ventilatoren Paul Van den Bossche Samuel Caillou Afdeling Klimaat, Installaties en Energieprestatie (CLIE) Onderzoeksgroep ventilatie
Aanpassingen van het wijzigingsbesluit van 9 mei 2008. betreffende de aanvraagtermijn bij bepaalde vrijstellings- en afwijkingsmogelijkheden
VEA 1 Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 maart 2005 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van
Aangifteplichtige : WoninGent. Ligging : Louis Schuermansstraat 4, Sint-Amandsberg. App 2.4 Resultaat : K-peil : geen (*) E-peil : geen (*)
Aangifteplichtige : WoninGent Ligging : Louis Schuermansstraat 4, Sint-Amandsberg Woord vooraf : Dit verslag (startberekening) geeft alle materialen/installaties weer die noodzakelijk zijn voor het behalen
VOORBEREKENING Datum:
Ir. Albert Wuyts Guido Gezellelaan 8 3020 Herent Tel : 0168948 07 Gsm : 0484792501 Epb-verslaggever Energiedeskundige Erkenningsnummer EP06668 VOORBEREKENING Datum: 31-01-2013 Desmedt Renting Waalsestraat
Invulinstructie Energie Prestatie Gebouwen (EPG) Scholen Concept Klimaatgroep Holland, type CP oktober 2016
Invulinstructie Energie Prestatie Gebouwen (EPG) Klimaatgroep Holland, type CP15 32 Inhoud: - Inleiding pagina 1 - Invulinstructie pagina 2 en 3 Inleiding Klimaatgroep Holland brengt sinds kort de vernieuwde
-concentratie is ongezond en resulteert in onder andere concentratieproblemen en gezondheidsklachten zoals hoofdpijn en een slechte nachtrust.
L0001758VC Gebruikershandleiding Duco ventilatiesystemen 1 Inleiding 1A. Werking van het ventilatiesysteem Een Duco Vraaggestuurd Natuurlijk Ventilatiesysteem (VNV) is een ventilatiesysteem dat automatisch*
, relatieve luchtvochtigheid (RH) en temperatuur hoeft u zelf helemaal niets te doen.
DUCO at HOME De standaard voor woningventilatie Bij Duco Ventilation & Sun Control staat de gezondheid van de bewoners op de eerste plaats. Het Duco Comfort System en het DucoTronic System bieden de garantie
Ventilatie Appartementsgebouwen
Ventilatie Appartementsgebouwen We bekijken hier het type C voor ventilatie van appartementsgebouwen. Dit wil zeggen luchtinvoer via ramen en een centrale of individuele luchtafvoer van de bedorven lucht.
Sensorgestuurde, natuurlijke ventilatie. Vent-O-System CO2. Een optimaal binnenklimaat zonder omkijken
Sensorgestuurde, natuurlijke ventilatie Vent-O-System CO2 Een optimaal binnenklimaat zonder omkijken Vent-O-System CO 2 -gestuurd Ventileren zonder onnodig energieverlies maar ook met een permanent optimale
INFOFICHES EPB-BOUWBEROEPEN ZONWERINGEN
INFOFICHES EPB-BOUWBEROEPEN ZONWERINGEN Inleiding De gewestelijke EPB-regelgevingen houden rekening met het energieverbruik voor koeling. Bovendien nemen de geldende regelgevingen voor nieuwe woningen
Bijlage 1 - Bepaling van de reductiefactoren voor warmteterugwinning uit de doucheafloop
Bijlage 1 - Bepaling van de reductiefactoren voor warmteterugwinning uit de doucheafloop Inhoud 1. Inleiding... 1 2. Indices... 2 3. Rekenregels... 2 4. Rekenwaarden... 4 1. Inleiding Deze bijlage betreft
RESIDENTIEEL VENTILATIETECHNICUS
#CV, SANITAIR EN ENERGIE RESIDENTIEEL VENTILATIETECHNICUS BESPAAR MET DE KMO-PORTEFEUILLE 562,65 incl. BTW OMSCHRIJVING Introductie De fysiologie van de mens stelt eisen betreffende temperatuur, luchttoevoer
Implementatie van de Epicoolstudie in de EPB-berekeningsmethode
1 Implementatie van de Epicoolstudie in de EPB-berekeningsmethode Inhoudstafel INHOUDSTAFEL... 1 VOORWOORD/INLEIDING... 2 1. WIJZIGINGEN AAN DE REKENMETHODIEK VOOR WOONGEBOUWEN (EPW)... 2 1.1 Netto-energiebehoefte
GEZOND VENTILEREN MET A+ DE ENIGE NATUURLIJKE VENTILATIE
GEZOND VENTILEREN MET A+ DE ENIGE NATUURLIJKE VENTILATIE UW WONING MET VRAAGGESTUURDE NATUURLIJKE VENTILATIE 1 Natuurlijke ventilatie: zuinig, gezond én betaalbaar SYSTEEM Vraaggestuurde afvoeropeningen
1 van VENTILATIE- EN LUCHTBEHANDELINGSINSTALLATIES VENTILATOREN
1 van 4 61 VENTILATIE- EN LUCHTBEHANDELINGSINSTALLATIES 61.43 VENTILATOREN 61.43.10-b VENTILATOR 0. VENTILATORBOX Fabrikaat: Duco Ventilation & Sun Control N.V. Type: DucoBox Silent (centraal geregelde
Werkgroepdocument A. Ventilatievoorontwerp (VVO)
Werkgroepdocument A Ventilatievoorontwerp (VVO) Aanvulling op STS-P 73-1: Systemen voor basisventilatie in residentiële toepassingen 9 februari 2017 Inhoudstabel 1 INLEIDING... 2 2 ALGEMEEN... 2 3 OVERZICHT
