Lawbooks Inleiding SBR ( )
|
|
|
- Ludo de Backer
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Inleiding SBR DEEL A Week 3: Wie is wie?
2 Voorwoord Beste student(e), Bij de opmaak van DEEL A van de samenvatting Inleiding SBR is er een gedeelte van de tekst weggevallen. Het betreft de samenvatting van hoofdstuk 3 van het boek Kernbegrippen van de Algemene Wet Bestuursrecht, die voorgeschreven was voor week 3. In dit document tref je de samenvatting aan van het ontbrekende gedeelte. Onze verontschuldiging voor het ongemak. Met vriendelijke groet, Team Lawbooks 2
3 Inhoudsopgave Week 3: Wie is Wie? Blz. 4 facebook Wil je op de hoogte blijven van onze acties, nieuwe releases en meer? Volg ons dan op Facebook: Instagram Vanaf heden is Lawbooks ook actief op Instagram! #lawbooks #samenvatting Volg ons op: Join the community! Je kunt ook lid worden van de officiële JSVU Facebook-groep die uitsluitend op jouw studiejaar gericht is: Rechten Utrecht
4 Week 3 Wie is wie? Hoofdstuk 3 (vraag 3) De Belanghebbende Inleiding We weten inmiddels welke beslissingen als een besluit aangemerkt kunnen worden en we hebben ook gezien welke organen dergelijke beslissingen kunnen nemen. De laatste kernvraag binnen het bestuursrecht is: Welke personen worden door een besluit van een bestuursorgaan geraakt en wat zijn hun rechten/plichten? Personen die door een besluit worden geraakt worden ook wel belanghebbenden genoemd. Alvorens een frisse duik te nemen in het stappenplannetje van de belanghebbende staan we eerst kort stil bij enkele belangrijke aspecten omtrent de hoofdrolspeler, de belanghebbende dus, van het bestuursrecht. Belangrijke aspecten Het is om verschillende redenen van belang om te weten of iemand aangemerkt kan worden als een belanghebbende of niet, namelijk: 1. Besluitvorming: Een bestuursorgaan moet voordat een besluit genomen wordt een beeld hebben van de daarbij betrokken belanghebbende. Zo kan het bestuursorgaan de diverse belangen inventariseren (art. 3:2 Awb) en afwegen (art. 3:4 lid 1 Awb). Voorts kunnen ze zo bepalen wie, voordat het besluit genomen wordt, zijn of haar zienswijze naar voren mag brengen (art. 4:7 en 4:8 Awb). 2. Toegang tot de rechter: Op grond van art. 8:1 Awb mag alleen een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Het beroepsrecht komt dus uitsluitend toe aan belanghebbenden. Voorts biedt de rechter op grond van art. 8:26 Awb belanghebbenden de bevoegdheid om zich te voegen in het onderzoek ter terechtzitting om zo als partij deel te nemen aan het geding. Twee belangrijke vragen over het bepalen van de belanghebbendheid Wie de bovenstaande tekst kritisch heeft gelezen heeft gezien dat de vraag of iemand een belanghebbende is binnen het bestuursrecht op drie momenten een rol speelt: 1. De primaire besluitvorming: Bij het nemen van besluiten. 2. Bezwaar: Bij het beslissen wie bezwaar mag maken tegen een besluit. 3. Toegang tot de rechter: Bij de beslissing wie beroep kan instellen tegen een besluit bij de rechter. Bovenstaande momenten roepen voorts twee belangrijke vragen op: 1. Heeft het begrip van de belanghebbende op al deze momenten dezelfde inhoud? 2. Wiens oordeel over de belanghebbendheid is in een zaak doorslaggevend? Dat van het betrokken bestuursorgaan of het oordeel van de rechter dat over een besluit moet beslissen? Met betrekking tot de eerste vraag is het zo dat het begrip van de belanghebbende op alle momenten in het bestuursrecht dezelfde inhoud heeft. Voorts is het zo dat de rechter uiteindelijk beslist of iemand in een bepaald geval als belanghebbende aangemerkt kan worden of niet. Volgens de inmiddels vaste formule is iemand belanghebbende wanneer hij een voldoende objectief bepaalbaar, actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks geraakt wordt door het bestreden besluit. Deze zinsnede is dus al veel langer dat de karige definitie die art. 1:2 lid 1 Awb biedt. De definitie behelst vijf subvereisten/criteria en deze worden doorgaans, als ezelsbruggetje, ook wel de OPERA-criteria genoemd. We gaan nu nader in op deze vijf vereisten middels een handig stappenplannetje. 4
5 Stappenplan belanghebbende (art. 1:2 lid 1 Awb) Bij het beantwoorden van de vraag of een persoon (of instantie die geen rechtspersoon is) als belanghebbende kan worden aangemerkt in de zin van art. 1:2 lid 1 Awb dien je de reeds genoemde OPERA-criteria af te gaan. De opera criteria houden de volgende vijf vereisten in: 1. Objectief bepaalbaar belang: Het belang moet allereerst objectief bepaalbaar zijn. Het mag dus geen subjectief belang zijn, zoals smaak, gedachten of eer. Dit begrip speelt in de jurisprudentie doorgaans geen grote rol, mede door het feit dat het vereiste meestal opgaat in puntje vier. Er zijn slechts een handje vol arresten waarin dit subcriterium voor problemen zorgde. Stel, de gemeente heeft besloten dat er naast je huis een pindakaasfabriek komt en jij stelt bezwaar in tegen dit besluit puur en alleen om het gegeven dat jij niet van pinda s houdt, dan is er sprake van een subjectief belang en kun je niet als belanghebbende aangemerkt worden. 2. Persoonlijk belang: Het belang moet zich onderscheiden van dat van willekeurige anderen. Maar wanneer is een belang voldoende onderscheidend om persoonlijk te zijn, en aan de hand van welke maatstaf wordt dit bepaald? Daarover kan verschil van mening bestaan. Personen kunnen namelijk verschillende referentiegroepen hanteren. Stel, de gemeente heeft besloten dat er een pindakaasfabriek komt op de Slotlaan in Zeist. Welke personen vallen dan onder de referentiegroep? Alleen de personen die woonachtig zijn op de Slotlaan? Of alle inwoners van Zeist? Een vuistregel die je moet onthouden is dat de kring (en daarmee dus ook de referentiegroep) van belanghebbenden groter zal zijn naarmate de feitelijke gevolgen van een besluit verstrekkender/ingrijpender zijn. Uit de jurisprudentie blijkt dat het vaststellen van een persoonlijk belang vooral problemen oplevert in de volgende gevallen: a. Bij besluiten van algemene strekking: Besluiten van algemene strekking richten zich in beginsel tot een onbepaalde en open groep personen. Vanwege deze algemene strekking moet juist worden bepaald wie een persoonlijk belang kan claimen. In dit kader is vereist dat de persoon die een persoonlijk belang kan claimen, een duidelijke, duurzame en noodzakelijke band met het gebied heeft. b. Besluiten met een ruimtelijk (uitstralings)effect: Denk hierbij aan een verandering van het zicht of geluids-, geur- en andere hinder. De vraag die telkens beantwoord moet worden is of naar objectieve maatsteven gemeten hinder van enige betekenis wordt ondervonden. c. Besluiten waarbij concurrentiebelangen betrokken zijn: Of iemand belanghebbende is wordt ook bepaald door de invloed die een besluit van een bestuursorgaan kan hebben op de concurrentieverhoudingen in een bepaalde branche. Of een concurrentiebelang ook een persoonlijk belang is, wordt volgens vaste jurisprudentie bepaald door twee cumulatieve voorwaarden: i. Hetzelfde marktsegment: Verkopen beide bedrijven (min of meer) hetzelfde product? ii. Hetzelfde verzorgingsgebied: Zijn beide bedrijven in dezelfde regio actief? 3. Eigen belang: Het moet gaan om een belang van jezelf en niet van een ander. Met andere woorden, als de gemeente heeft besloten dat in Amsterdam een pindakaasfabriek wordt gebouwd op de Keizersgracht mag jij, Klaas, woonachtig te Zeist, niet in bezwaar gaan tegen dit besluit omdat je het sneu vindt voor de bewoners van de grachtenpanden. 4. Rechtstreeks belang (direct geraakt belang): Het belang moet voorts rechtstreeks geraakt worden door het besluit. Ook bij dit vereiste komen weer twee subvereisten/toetsstenen om de hoek kijken: a. Er moet een voldoende causaal verband bestaan tussen de gevolgen van het aangevraagde of aangevochten besluit en de invloed daarvan op de belangen van degene die claimt daarbij belanghebbende te zijn. b. Er is géén sprake van een direct geraakt belang als iemands belang afgeleid is van het belang van een ander waarmee hij in een contractuele relatie staat. 5
6 5. Actueel belang: Ook dit vereiste speelt doorgaans geen grote rol omdat het vrij duidelijk is. Het belang moet actueel zijn: het moet dus bestaan op het moment dat het besluit wordt genomen. Ook komt dit vereiste meestal al aan bod bij punt vier. Tip van Lawbooks: Als je kijkt naar de eerste letter van de vijf bovenstaande criteria zie je dus het woord OPERA staan #OMG #lawbookssummaries. 1 Dit ezelsbruggetje is puur voor jezelf. Het is een eenvoudige manier om de vijf verschillende criteria te onderscheiden. Gebruik het echter niet op je tentamen of in de grote mensenwereld. Nog een Tip van Lawbooks: De bovenstaande criteria zijn dus cumulatief. Dat houdt in dat aan alle criteria voldaan moet worden, wil iemand aangemerkt kunnen worden als belanghebbende. Als aan één van de vijf vereisten niet wordt voldaan, is een persoon (of een instelling) per definitie géén belanghebbende. Vooruit, nog een Tip van Lawbooks: Wie het boekje van Klap en Groenewegen heeft doorgelezen ziet dat veel van de bovenstaande criteria nader ingevuld worden in de jurisprudentie. Al deze uitspraken zijn niet verwerkt in het bovenstaande stappenplan. De reden hiervan is dat op het tentamen niet van jou verwacht wordt dat je de reikwijdte van elk begrip exact kent en ook kunt invullen met behulp van de relevante jurisprudentie. Voldoende is telkens dat je weet welke vereisten een rol spelen. Op het tentamen dien je ze vervolgens in te vullen door gebruik te maken van je gezond verstand. Belanghebbende: bestuursorgaan (art. 1:2 lid 2 Awb) Besluiten van het ene bestuursorgaan kunnen soms invloed hebben op het andere bestuursorgaan. Indien we te maken hebben met een bestuursorgaan als belanghebbende kijken we niet naar art. 1:2 lid 1 Awb, maar naar art. 1:2 lid 2 Awb. Als het dus om bestuursorganen gaat, moeten we kijken of het besluit raakt aan de hun toevertrouwde belangen. Dit houdt kort gezegd in dat een bestuursorgaan bij de uitoefening van een aan hem toekomende bevoegdheid last ondervindt van of wordt belemmerd door een besluit van een ander bestuursorgaan. Of een bestuursorgaan zich kan beroepen op belangen die hem zijn toevertrouwd, hangt af van: 1. De bevoegdheden die aan hem zijn toegekend; 2. De belangen die bij het bestreden besluit zijn betrokken. Belanghebbende: rechtspersoon (art. 1:2 lid 3 Awb) Tot slot resteert de definitie van het begrip belanghebbende van art. 1:2 lid 3 Awb. Deze is weer anders dan de definitie art. 1:2 lid 1 en art. 1:2 lid 2 Awb en ziet specifiek toe op rechtspersonen. Indien we te maken hebben met een rechtspersoon en we moeten beoordelen of deze rechtspersoon aangemerkt kan worden als een belanghebbende, moeten we namelijk weer andere vereisten aflopen. De vereisten bij rechtspersonen luiden als volgt: 1. De vereiste van rechtspersoonlijkheid: De instantie moet dus een rechtspersoon zijn in de zin van boek 2 van het BW. In de praktijk zal het echter doorgaans gaan om een stichting of een vereniging, dus deze eis levert meestal geen moeilijkheden op. Het wordt echter wel lastig als de vereniging niet bij notariële akte opgericht is. Dan gelden er voor deze vereniging een paar aanvullende voorwaarden: a. Er moet sprake zijn van een ledenbestand, waarbij gekeken wordt of er een ledenadministratie is en of er contributie door deze leden betaald wordt; b. Er moet sprake zijn van een voldoende organisatorisch verband, wat moet blijken uit regelmatige ledenvergaderingen, een bestuur en een samenwerking die op enige continuïteit is gerecht; c. De vereniging moet als een eenheid deelnemen aan het rechtsverkeer. 2. De vereiste van een voldoende specifieke statutaire doelstelling: Rechtspersonen kunnen alleen als belanghebbende worden aangemerkt als zij opkomen voor 1 Over hashtags gesproken: volg jij Lawbooks al op Instagram? Je moet immers wel op de hoogte 6
7 algemene en collectieve belangen en dit ook blijkt uit hun statutaire doelstellingen. Daaruit moet voorts blijken dat zij deze belangen in het bijzonder behartigen. Deze eis wordt gesteld omdat anders politieke partijen zich heel erg vaak als belanghebbende zouden kunnen mengen in discussies. Deze aanvullende vereiste heeft twee componenten: een functionele en een territoriale. Zie ook de Tip van Lawbooks hieronder voor een voorbeeld. 3. Feitelijke werkzaamheden: De rechtspersoon moet ook daadwerkelijk feitelijke werkzaamheden verrichten die ten gunste komen aan de belangen die de vereniging stelt de verdedigen in hun statutaire doelstelling. De rechtspersoon moet dus ook daadwerkelijk bezig zijn met hun doel(stelling). 4. Causaal verband: Tot slot moet er causaal verband bestaan tussen het besluit en de statutaire belangen van de rechtspersoon die als belanghebbende aangemerkt wilt worden. Tip van Lawbooks: De tweede vereiste, die van de voldoende specifieke statutaire doelstelling, kan nogal vaag zijn. Wij gaan er echter niet vanuit dat de Uni op het tentamen lastige grensgevallen aan je gaat voorleggen. Belangrijk is dus wederom dat je je gezond verstand gebruikt en goed de casus doorleest. Als een doelstelling luidt: het behartigen van levende wezens in de mondiale leefomgeving, zoals ook het geval was in een uitspraak uit 2008, dan weet je dat de doelstelling zo vaag als de pest is en dus niet specifiek genoeg is om aan de tweede vereiste te voldoen. 2 Worden er concrete plaatsen in de doelstelling genoemd en specifieke onderwerpen//functies, dan wordt aan het vereiste wél voldaan. Dit is een voorbeeld van een doelstelling die wel specifiek is: Stichting Bosleguaan stelt zich als doel het beschermen van de bedreigde bosleguaan in de omgeving Utrecht. Uitzonderlijke gevallen In zeer, maar dan ook zeer uitzonderlijke gevallen, kan de Afdeling een inhoudelijke uitspraak doen zonder dat er daadwerkelijke sprake is van een belanghebbende. Dit heeft de Afdeling gedaan in de pietendiscussie. 3 2 ABRvS 1 oktober 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BF ABRvS 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:
Voorwoord. Lawbooks Grondslagen van Recht ( ) Beste student(e),
Grondslagen van Recht Week 3 2018 2019 Voorwoord Beste student(e), Voor je ligt de samenvatting van de stof van Hoofdstuk 14 van het boek Hoofdlijnen, dat voorgeschreven wordt in week 3. Aanvankelijk hebben
Leidraad voor het nakijken van de toets
Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 17 JUNI 2011 (Uit het antwoord moet blijken dat de cursist de stof heeft begrepen en juist heeft toegepast; een enkel ja of nee is niet voldoende)
Beslissing op bezwaar
Beslissing op bezwaar Kenmerk: 27534/2012010168 Betreft: Beslissing op bezwaar inzake de Stichting Publieke Media instelling Eijsden- Margraten tegen afwijzing van het handhavingsverzoek jegens Stichting
Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009
Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009 OPGAVE 1 (34 punten) Vraag 1.1 (5 punten) Er staan geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen open. Het voorbereidingsbesluit van artikel
Voorwoord. Lawbooks Goederenrecht ( ) Beste student(e),
Extra Literatuur Goederenrecht DEEL B: Week 6 2018 2019 Voorwoord Beste student(e), Voor je ligt een deel van de extra literatuur van het vak Goederenrecht. Het betreft de samenvatting van de Asser serie
Mandaat en delegatie. mr. M.C. de Voogd
Mandaat en delegatie mr. M.C. de Voogd Artikel 1:1 Awb 1. Onder bestuursorgaan wordt verstaan: a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of b. een ander persoon of college,
Pleitnota. Hoorzitting bezwaarschriftencommissie d.d. 16 mei 2013. Oudeveste.nl. gevestigd te Oudelandsepoort 19 Tholen
Pleitnota Hoorzitting bezwaarschriftencommissie d.d. 16 mei 2013 Oudeveste.nl gevestigd te Oudelandsepoort 19 Tholen vertegenwoordigd door de voorzitter: Mw. mr. B. Jansen hierna: Oudeveste.nl tegen Gemeente
WSW richtlijn onderpand
WSW richtlijn onderpand Sectie vrijgave 2/5 Richtlijn onderpand Sectie Vrijgave Onderpand WSW stelt voorwaarden aan de vrijgave van onderpand. Onderpand waar WSW rechten op heeft, doordat de corporatie
Inhoud. Te behandelen onderwerpen: 1. Onlosmakelijke samenhang
Inhoud Te behandelen onderwerpen: 1. Onlosmakelijke samenhang 2. Grondslag aanvraag omgevingsvergunning voor artikel 2.1 lid 1 onder e- activiteiten (milieu) 3. OBM en milieuneutrale verandering 4. Overig
Mogelijkheid tot indienen zienswijze is geen rechtsbescherming
Zienswijze en UOV Mogelijkheid tot indienen zienswijze is geen rechtsbescherming Ondanks het feit dat het indienen van een zienswijze niet gerekend kan worden tot de vormen van rechtsbescherming in het
Actualiteiten rechtspraak bestuursprocesrecht. 2 september :00 uur - 17:00 uur Online
Actualiteiten rechtspraak bestuursprocesrecht 2 september 2015 16:00 uur - 17:00 uur Online Wat gaan we doen: rechtspraak over.. 1. De 3 B s (bestuursorgaan-, belanghebbende- en besluitbegrip) 2. Schadevergoeding
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Datum 27 januari 2016 ECLI:NL:RVS:2016:155
M en R 2016 afl. 5 Eventuele toekomstige gaswinning hoeft niet te worden betrokken bij de beoordeling of in verband met de exploratieboring een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Instantie Afdeling
Samenvatting Bestuursrecht 1
Samenvatting Bestuursrecht 1 Aan de hand van alle hoor- en werkcolleges en de voorgeschreven literatuur. Samenvattingen 24 maart 2015 ing. T.J. van den Belt https://timvandenbelt.com Inhoudsopgave Introductie
DEEL III. Het bestuursprocesrecht
DEEL III Het bestuursprocesrecht Inleiding op deel III In het voorgaande deel is het regelsysteem van art. 48 (oud) Rv besproken voor zover dit relevant was voor art. 8:69 lid 2 en 3 Awb. In dit deel
CUOS-Regeling Internationaliseringssubsidies
CUOS-Regeling Internationaliseringssubsidies Algemeen Artikel 1. Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. De universiteit, de RUG: de Rijksuniversiteit Groningen.
DEEL I DE RECHTSMACHT 1
VOORWOORD V DEEL I DE RECHTSMACHT 1 1 DE GRONDWET 3 1 Waarborg 3 2 Exclusiviteit 4 3 Doorbreking bij de wet 5 4 Het begrip rechterlijke macht 5 5 Burgerlijke rechten 6 6 Conclusie burgerlijke en bestuursrechtelijke
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580
ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 22-02-2011 Datum publicatie 06-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie AWB 10-504 AOW Bestuursrecht
Algemene Wet Bestuursrecht Wettekstenbundel voor het openbaar bestuur INKIJKEXEMPLAAR
Algemene Wet Bestuursrecht 2017-2018 Wettekstenbundel voor het openbaar bestuur Deze wettenbundel is bijgewerkt tot en met 3 juli 2017 Meer informatie over deze en andere uitgaven kunt u verkrijgen bij:
Gemeente Achtkarspelen. Verordening Individuele Inkomenstoeslag Participatiewet. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden
Gemeente Achtkarspelen Verordening Individuele Inkomenstoeslag Participatiewet Dienst Werk en Inkomen De Wâlden Januari 2015 1 Gemeente Achtkarspelen de Raad van de gemeente Achtkarspelen; gelet op het
Casus 13 Kom op voor je recht
Casus 13 Kom op voor je recht Een werkgever kan tegenwoordig niet meer alle beslissingen nemen die hij noodzakelijk acht in het kader van zijn bedrijfsvoering. Naar de factor arbeid moet in een aantal
Actuele jurisprudentie bestuursrecht en omgevingsrecht
Actuele jurisprudentie bestuursrecht en omgevingsrecht Fleur Onrust ENVIR Advocaten woensdag 18 februari 2015 Bestuursrecht Bestuursorgaan (art. 1:1 Awb) 1. Onder bestuursorgaan wordt verstaan: a. Een
Bezwaar tegen een beslissing van de gemeente. (versie 01/04/2013)
Bezwaar tegen een beslissing van de gemeente (versie 01/04/2013) Stel u vraagt een vergunning aan bij de gemeente en deze wordt geweigerd of uw buren hebben een vergunning gekregen voor het bouwen van
AKD Gemeentedag 2014 Prof. mr. G.A. van der Veen Rotterdam 20 maart 2014
AKD Gemeentedag 2014 15 maanden Wet aanpassing bestuursprocesrecht Prof. mr. G.A. van der Veen Advocaat bestuursrecht/omgevingsrecht AKD Advocaten en notarissen Rotterdam Bijzonder hoogleraar milieurecht
Actualiteiten subsidies. Subsidies in tijden van crisis Fleur Onrust
Actualiteiten subsidies Subsidies in tijden van crisis Fleur Onrust Inhoud 1. Subsidiesysteem Awb kort 2. Voorwaarden voor intrekking / beëindiging 3. Subsidieverplichtingen en beëindiging 4. Lagere vaststellling
LEDENOVEREENKOMST. Het Lid kennis heeft genomen van de statuten en reglementen van de Coöperatie en wenst lid te worden van de Coöperatie;
LEDENOVEREENKOMST DE ONDERGETEKENDEN: (1) Coöperatie EnergieVoorVier U.A., statutair gevestigd in de gemeente Beuningen, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 71456414, hierna te noemen
COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN,
Secretariaat: E-mail: [email protected] Postbus 500 Tel: (0478) 52 33 33 5800 AM VENRAY Fax: (0478) 52 32 22 ADVIES BEZWAARSCHRIFT VAN: mevrouw K. van de Ligt, Brugstraat 13, 5861 AJ te Wanssum (hierna:
ECSD/U201600868 Lbr. 16/042
Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Wmo-uitspraken Centrale Raad van Beroep 18 mei 2016 Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk ECSD/U201600868 Lbr.
Pagina. 1 Verloop van de procedure. Besluit Openbaar. Ons kenmerk: ACM/DJZ/2016/203182_OV Zaaknummer: Datum: 9 juni 2016
Pagina 1/5 Muzenstraat 41 2511 WB Den Haag Postbus 16326 2500 BH Den Haag T 070 722 20 00 F 070 722 23 55 info @acm.nl www.acm.nl www.consuwijzer.nl Ons kenmerk: ACM/DJZ/2016/203182_OV Zaaknummer: 15.0327.31.1.07
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220 Instantie Datum uitspraak 23-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer AWB - 14 _ 2227 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht
Bestuurs(proces)recht II- B Samenvatting van de stof - Bestuursrecht in het Awb- tijdperk, T. Barkhuysen e.a., Kluwer 2014.
AthenaSummary Universiteit van Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Bachelorjaar 2 Bestuurs(proces)recht II- B Samenvatting van de stof - Bestuursrecht in het Awb- tijdperk, T. Barkhuysen e.a., Kluwer
Kennisneming door de rechter van vertrouwelijke stukken buiten partijen om
NOTENKRAKER Kennisneming door de rechter van vertrouwelijke stukken buiten partijen om CBb 14 oktober 2011, nr. AWB 10/85 en 10/86 E.J. Daalder 1 Inleiding Uit het in, onder meer, artikel 6 EVRM neergelegde
Afwijzing verzoek om handhaving
Afwijzing verzoek om handhaving Kenmerk: 704312/706895 Betreft: Beslissing van het Commissariaat voor de Media op het verzoek van de vereniging ter bevordering en ondersteuning van Kleine Regionale Commerciële
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan "Recreatieve Poort 2015" Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Goirle van 9 juni 2015 Mij bekend, De griffier Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling
Opinie inzake Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht 17 augustus 2007, LJN: BB1867 (Sint Antonius Ziekenhuis)
Opinie inzake Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht 17 augustus 2007, LJN: BB1867 (Sint Antonius Ziekenhuis) mr. J.C. (Kees) van de Water, KW Legal, juli 2008 Aan de orde in onderhavige zaak is (mede)
Commissie voor de bezwaarschriften
Commissie voor de bezwaarschriften Het college van burgemeester en wethouders van Ede kenmerk bezwaarschrift datum registratienummer behandeld door Doorkiesnummer E-mail bezwaarschrift 07-08-2015 823293
BESLUIT. 4. Artikel 56 Mededingingswet (hierna: Mw) luidde tot 1 juli 2009, voor zover van belang, als volgt:
Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 6494_1/309; 6836_1/220 Betreft zaak: Limburgse bouwzaken 1 en 2 / de heer [A] Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit
Art. 8:42 Awb. Themamiddag formeel belastingrecht NVAB & Belastingdienst. Inspecteursmiddag Art. 8:42 AWB. Een grensverkenning
Art. 8:42 Awb Een grensverkenning Themamiddag Formeel Recht BD-Nvab, 29 oktober 2015 Ludwijn Jaeger Koos Spreen Brouwer Opdracht aan de inspecteur: verplichting de op de zaak betrekking hebbende stukken
aanstelling in algemene dienst: een aanstelling als genoemd in artikel 2.2a; Artikel 2.2 aanstelling in vaste dienst
Huidige tekst NRGA Nieuwe tekst NRGA bij wijziging Schuin: tekst die wijzigt of vervalt Vetgedrukt: nieuwe tekst Artikel 1.1. onder a aanstelling in algemene dienst: een aanstelling die niet is gekoppeld
2. Cassatiemiddelen Met betrekking tot dit beroep worden de volgende middelen van cassatie voorgedragen:
'"Sr "- AANTEKENEN Hoge Raad der Nederlanden Postbus 20303 2500 EH 'S-GRAVENHAGE Datum Referentie Betreft beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem (08/00041) op het hoger beroep
Advies. Schouwsloten binnen de taakstelling van het waterschap. prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick. Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie
Advies Op verzoek van Waterschap Reest en Wieden Datum Oktober 2008 Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie Disciplinegroep Staats- en Bestuursrecht Centrum voor Omgevingsrecht en -beleid/nilos
ECLI:NL:RBOBR:2016:4015
ECLI:NL:RBOBR:2016:4015 Instantie Datum uitspraak 27-07-2016 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer 16 _ 1047 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht
Informatie voor pleegouders BEZWAAR PROCEDURE in de pleegzorg TRIAS JEUGDHULP
Informatie voor pleegouders BEZWAAR PROCEDURE in de pleegzorg TRIAS JEUGDHULP Informatie voor pleegouders Bezwaar procedure Trias Voorwoord U kunt als (aspirant) pleegouder van Trias te maken krijgen met
