Asfaltgranulaat: Ervaringen in Vlaanderen
|
|
|
- Laurens Groen
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Asfaltgranulaat: Ervaringen in Vlaanderen W. Van den bergh Hogeschool Antwerpen M.F.C. van de Ven TU Delft Samenvatting Asfaltgranulaat (AG) is sinds de jaren '80 van de vorige eeuw niet meer weg te denken binnen de wereld van de asfaltproductie. Daar zijn economische en politieke redenen voor. Het gebruik van asfaltgranulaat is in de meeste gevallen economisch voordeliger aangezien asfaltgranulaat een lagere kostprijs heeft tegenover nieuwe materialen. De investering in een paralleltrommel is geen belemmering in de beslissing om asfaltgranulaat te gaan gebruiken. Bij warm hergebruik wordt het dure nieuwe bitumen voor een gedeelte vervangen door het bindmiddel aanwezig in deze secundaire grondstof, een hoogwaardige recycling toepassing aldus. Maar het bestendig gebruik van deze grondstof zal in de toekomst meer en meer afhangen van de invloed op de kwaliteit van het eindproduct: asfalt met en zonder asfaltgranulaat moeten gelijkwaardige prestatieeigenschappen bezitten. De paper bediscussieert de invloedsfactoren van asfaltgranulaat op het asfaltmengsel en geeft onder andere resultaten van een onderzoeksproject waarbij de indirecte trekproef werd gebruikt om mengsels met AG te ontwerpen. Met deze bijdrage willen we opnieuw de discussie op gang brengen over de voor- en nadelen, beperkingen en mogelijkheden van het gebruik van asfaltgranulaat. 1
2 1. Inleiding Asfaltgranulaat Asfaltverhardingen vertonen net zoals elk ander materiaal na jaren een vorm van schade. Spooren scheurvorming zijn de meest frequente schadepatronen waardoor de meeste onderzoeksprojecten uit het verleden een voorkeur hebben voor deze schademechanismen. De laatste jaren is er een tendens om het onderzoek zoveel mogelijk te verschuiven naar eerst modellering van het materiaalgedrag alvorens over te gaan naar relatief duur (vaak empirisch) experimenteel onderzoek. Dit is een terechte zaak want indien de schade kan worden voorkomen - of de kwaliteit beter beheerst kan worden - door de juiste beslissingsfactoren te modelleren, dan zal waarschijnlijk beperkt maar gericht experimenteel onderzoek nodig zijn. Maar zover zijn we nog niet: het juiste model om schade te kunnen voorspellen is nog niet op de markt en bovendien zijn de meest recente modellen afgestemd op het gebruik van nieuwe materialen. Experimenteel onderzoek blijft belangrijk. Bovendien is er weinig onderzoek beschikbaar waarbij asfaltgranulaat is gebruikt. Toch wordt in Vlaanderen in de meeste asfaltmengsels AG toegepast. Hierbij wordt door sommigen gevreesd dat het gebruik van AG de kwaliteit van de asfaltmengsels vermindert. Het gebruik ervan maakt de productiecyclus natuurlijk complexer: in plaats van afzonderlijke materialen dient er nu rekening gehouden te worden met een samengesteld materiaal. Innovatie zal dus betrekking hebben op de behandeling van dit nieuw materiaal. Asfaltgranulaat ontstaat wanneer een weg wordt afgefreesd of opgebroken. Het is dus een dankbaar materiaal om te recyclen: het was ooit asfalt en dit materiaal opnieuw gebruiken in asfalt leidt tot een hoogwaardig hergebruik. Het recyclen van lage percentages asfalt (tot 20%) is reeds lang de dagelijkse praktijk, een hoog percentage recyclen (meer dan 50%) is echter een technologische uitdaging. Immers, AG bevat verouderd bindmiddel, heeft niet altijd een homogene samenstelling en er kunnen verontreinigingen aanwezig zijn. Het voorspellen van de materiaaleigenschappen en het beheersen van de eindkwaliteit zijn dan niet meer zo evident. We moeten bewust zijn van de mogelijke gevolgen die het gebruik van AG met zich meebrengt. De volumetrie van het asfaltmengsel kan wijzigen en onderhevig zijn aan grotere afwijkingen. Het samengesteld bindmiddel bevat gedeeltelijk verouderd geoxideerd- bitumen en wordt enkel door middel van de logpen-regel samengesteld. De hoekigheid van de aggregaten is niet meer enkel afhankelijk van de primaire granulaten; de verdichtbaarheid kan verschillen. Bovendien dient er een secundaire materialenstroom technisch en economisch geïmplementeerd worden. Ondanks de mogelijke gevolgen is het gebruik van AG als grondstof dagelijkse praktijk geworden. Voor de maatschappij en de natuur betekent het verwerken van AG een lager gebruik van primaire grondstoffen (steen, zand, gedeeltelijk vulstof en bitumen). Hergebruik van AG bespaart dus transporten en productie van de primaire grondstoffen. De overheid heeft aldus de taak het gebruik van AG te stimuleren. Daarnaast heeft ook de asfaltproducent een belangrijke benefit: productie van asfalt met AG is in de meeste gevallen goedkoper dan zonder AG [1]. Het is daarbij natuurlijk wel belangrijk te weten dat het gebruik van AG een positieve milieu- en gezondheidsbalans heeft. Zo zal het hergebruik van teerhoudend asfalt vermeden moeten worden. Ook zijn er aanzienlijke meerkosten voor selectieve opslag, AG-analyse, keuringen etc. Uit het hoge gebruikpercentage kunnen we echter opmaken dat het gebruik van AG economisch verantwoord is. 2. Het warm hergebruik van asfaltgranulaat in Vlaanderen Ontwikkeling sinds 1970 De oliecrisis in 1973 was het startschot om alternatieve methoden en materialen te vinden om asfalt te produceren. Eén van de mogelijkheden was natuurlijk het recycleren van oud asfalt. 2
3 Vele projecten in Nederland, Japan, de VS en Engeland werden opgestart met de ambitie: het beste proces vinden om AG te recyclen tot nieuw asfalt. Er kunnen drie methoden onderscheiden worden: recycling in situ, recycling in de asfaltinstallatie en recycling in combinatie met cement. Deze laatste laten we buiten beschouwing aangezien dit geen hergebruik is in asfalt maar een cementgebonden funderingslaag. Het in situ warm of koud- recyclen werd in Vlaanderen geen succes (ook in Nederland worden deze methoden nog nauwelijks toegepast). Sinds het eerste gebruik van AG in de jaren 1980 is het gebruik van AG in stijgende lijn. In België krijgt asfalt dat geproduceerd werd in een COPRO-gekeurde asfaltproductiecentrale een COPRO-keurlabel. Naast de asfaltcentrales met een COPRO-keurlabel zijn er nog niet-gekeurde asfaltproductiecentrales operationeel. Het keurlabel wordt in sommige privéwerken en zeker bij overheidsaanbestedingen vereist. In 1997 werd in ton asfalt AG gebruikt op een totaal van 2,7 miljoen ton geregistreerd asfalt. In 2005 was dat reeds gegroeid tot 1,6 miljoen ton van de 3,5 miljoen ton geregistreerd asfalt. In 2005 werd ton AG geregistreerd voor warm hergebruik. Er zijn geen exacte cijfers van het AG-aanbod in België maar de verwachting is dat het totale aanbod van AG meer dan het drievoudige is. Het AG wordt vooral in onderlagen gebruikt (1 miljoen ton) en minder in warm asfaltlagen ( ton). Anno 2008 telt Vlaanderen 19 asfaltcentrales, op een totaal van 40 in België, waarvan 10 met warme recycling en 4 met koude recycling mogelijkheid; In Vlaanderen zijn 15 centrales COPRO-gecertificeerd en in Wallonië 7 van 21 asfaltcentrales[2] Bovenstaande productiecijfers slaan enkel op COPRO-gecertificeerde mengsels. In Nederland wordt bijna alle AG hergebruikt in warme asfalt mengsels. In 2007 werd ongeveer ton AG hergebruikt op een totale warm asfaltproductie van ton. Dit zou betekenen dat bij een AG percentage van gemiddeld 50% ongeveer ton asfalt werd geproduceerd met AG. Acceptatiebeleid en registratie In Vlaanderen is AG erkend als een secundaire grondstof [3]. Uit studies is gebleken dat AG voldoet aan de Vlaamse wetgeving om toegepast te kunnen worden in de bodem[4]. Criteria die hierbij gehanteerd werden zijn de concentraties aan verontreinigende stoffen en concentraties aan uitloogbare metalen. De concentratie aan PAK s (Polyaromatische koolwaterstoffen) is zo begrensd dat teerhoudend asfalt niet mag warm gerecycled worden. Het warm hergebruik is dus toegelaten zolang de grondstof geen teer bevat. Om de productie van het regeneratieasfalt te kunnen beheersen is er een bijkomend kwalitatief onderzoek en een voortdurende monitoring van het AG nodig. Indien een geregistreerd mengsel (of gekeurd) geproduceerd wordt, dient het AG te voldoen aan de EN : Reclaimed Asphalt. Voor Belgische gecertificeerde mengsels worden de vereisten geregeld in TRA13: Toepassingsreglement voor het gebruik en de controle van het COPRO-merk voor asfaltgranulaten voor hergebruik in bitumineuze mengsels[5]. Dit document bevat de reglementering waaraan mengsels conform de EN moeten voldoen. Aangezien volgens ons een AG dat voldoet aan de EN en TRA13 meer controleerbaar is dan een niet-gekeurd AG, handelt de onderstaande tekst enkel over AG dat aan EN en TRA13 voldoet. In een eerste stap wordt de oude asfaltlaag visueel gecontroleerd op homogeniteit en geanalyseerd door op de geboorde kernen de samenstelling, steensoort, dikte, aanwezigheid van verontreiniging (w.o. SAMI en teer) en bindmiddelkarakteristieken (gehalte, penetratiegetal en type van bitumen) te bepalen. Van elke homogene sectie wordt een identificatiefiche gemaakt. Selectief frezen leidt dan tot een homogeen AG. AG met een penetratiewaarde lager dan 10 mag niet meer warm gerecycled worden. Hetzelfde geldt voor AG met asbestvezels. Wanneer het AG niet over een identificatiefiche beschikt, wat meestal het geval is, dan moeten bovenstaande eigenschappen bepaald worden op de asfaltcentrale vooraleer het AG opgeslagen mag worden op de asfaltcentrale. Elk verschillend AG krijgt een benaming ( stapel ) en dient apart opgeslagen te worden. In sommige gevallen worden kleine 3
4 hoeveelheden AG gemengd. Van de uiteindelijke stapel dienen dan de eindeigenschappen bepaald te worden. Wanneer het AG ingeschakeld wordt in de productiecyclus dient van elke stapel AG de bovenstaande eigenschappen bepaald te worden en het type asfalt benoemd te worden. De stapel wordt dan gesloten. Het AG kan in 4 categorieën ingedeeld worden, hetgeen is beschreven in tabel 1. De homogeniteit is gedefinieerd zoals aangegeven in tabel 2. Tabel 1: Condities voor AG-categorie Categorie Conditie HE NHE H NH Homogeen AG conform EN Niet-Homogeen AG conform EN Homogeen AG non-conform EN Niet-Homogeen AG non-conform EN Tabel 2: Condities voor homogeniteit Parameter Tolerantie op elke individuele test Grof granulaat <2mm +/- 10% Vulstof < 0,063mm +/- 3% Binder content +/- 1% Penetratie +/- 10 mm/10 Om te verifiëren of het AG voldoet aan de EN, worden het bindmiddel en de samenstelling gecontroleerd. Wanneer het AG een ander bindmiddel bevat dan een penetratiebitumen, polymeerbitumen of hard bitumen (of een ongekend bitumen), dan voldoet het AG niet aan de EN (categorie H of NH). Verder worden eisen gesteld aan de samenstelling en oorsprong van de componenten, bijv. AG moet minstens 95% bitumineus materiaal bevatten afkomstig van freesasfalt of kleine hoeveelheden koud asfalt en bitumen. De 95% eis wordt opgelegd door de overheid wanneer AG wordt hergebruikt in asfaltmengsels voor de overheid. Deze eis mag verlaagd worden tot 70% voor asfaltmengsels voor private werken. Na het vooronderzoek en de benoeming, dus wanneer de stapel werd gesloten, dient als controle per stapel het bindmiddelgehalte, de penetratie en de korrelverdeling bepaald te worden. Een homogeen AG dat gekeurd wordt als conform de EN zal een hogere testfrequentie behoeven dan een niet-homogeen AG dat niet conform EN is. Maximaal gebruik van AG in warme asfaltmengsels in Vlaanderen In het standaardbestek SB250 versie 2.1 [6] wordt het gebruik van AG zeer goed omschreven. Het maximaal gebruik wordt uitgedrukt als functie van de maximaal toelaatbare hoeveelheid bindmiddel uit AG in het uiteindelijke bindmiddelmengsel. In onderlagen kan maximaal tot 50% bitumen uit homogeen AG, 20% bitumen uit niet-homogeen AG, of 10% uit GBSM (gegranuleerd bitumen shingle materiaal; categorie NH) gebruikt worden. Wanneer verschillende AG-categorieën en/of bijv. oude dakbanen gebruikt worden, is de volgende formule bepalend : Bitumen van (%HE-AG + 2,5x%NH-AG + 5x%GBSM) < 50% bitumenmengsel. Het AG dient vooraf opgewarmd te worden tot minimaal 110 C (warme toevoer). Wanneer AG koud wordt toegevoegd, rechtstreeks in de menger mag maximaal 20% toegevoegd worden. Voor toplagen is in sommige gevallen (SMA en ZOA) hergebruik niet toegelaten. 4
5 Tabel 3: Maximaal hergebruik van AG in Vlaamse asfaltmengsels volgens SB250 v2.1 Maximale hoeveelheid AG-bitumen in het samengestelde bindmiddelmengsel bij warm hergebruik in Vlaanderen Asfalttype Onderlaag AB-3 (AC dense) Toplaag AB1 and AB4 (AC dense) SMA and ZOA Toevoegen van AG; met of zonder voorverwarming (paralleltrommel) Met voorverwarming via paralleltrommel ( warme toevoeging ) (%Hom.) + 2,5x(%N.H.) + 5x (%GBSM) < 50 Zonder voorverwarming ( koude toevoeging ) (%AG) + 4x(%GBSM) < 20 Homog.AG N.Hom..AG GBSM AG GBSM (%Hom.) + 2,5x(%N..Hom.) < 50 Homog.AG N.Hom..AG GBSM Geen hergebruik toegestaan Daarnaast dient het samengestelde bindmiddel te voldoen aan het vooropgestelde bindmiddeltype. Bijvoorbeeld, indien de opdrachtgever een B35/50 voorschrijft, dan moet het samengestelde bindmiddel een penetratiewaarde hebben tussen de 35 en 50. Het toegevoegde nieuwe bindmiddel zal dus afhankelijk zijn van het bindmiddel in AG. Wat de eigenschappen betreft van asfalt met AG is het SB250 duidelijk: regeneratieasfalt dient over dezelfde kwaliteitsvereisten te voldoen als het asfalt waarin geen AG-gebruikt wordt. Dit is natuurlijk heel belangrijk in het kader van het invoeren van CE markering. Enkele typische kengetallen en eigenschappen van COPRO-gekeurd Asfaltgranulaat In Vlaanderen is er geen algemene database voor AG-karakterisering voorhanden. Informatie kan gehaald worden bij het MOW (Vlaams Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken) via de verantwoordingsnota s en bij certificeringorganisaties waaronder COPRO vzw. Dit betekent dat er enkel gegevens van geregistreerde asfaltgranulaten in beschouwing kunnen genomen worden voor een statistische gegevensverwerking. Op basis van individuele registraties werd voor 2002 een overzicht gemaakt in [7] van 21 verschillende AG-monsters. Deze gegevens werden door de HA recentelijk geüpdatet [1]. Hieruit kan opgemerkt worden dat de gemiddelde gradering van AG-mengsels nagenoeg constant blijft van 2000 tot 2007 zoals kan worden gezien in figuur 1, samen met de onder- en bovengrens van gevonden korrelverdelingen. De eigenschappen van de bijhorende bitumina zijn samengevat in tabel 4. 5
6 figuur 1:AG-gradering 2002, 2005 en 2007 Tabel 4: AG-bindmiddelen % AG-bitumen bitumen bitumen Pen R&B (op) [1/10mm] [ C] Gem ,1 62,3 6,1 St.Afw.dev ,3 4,4 0,9 Gem ,4 5,9 ST.afw ,5 0,8 Gem ,6 St.afw ,6 Gem ,8 5,6 St.afw ,9 0,9 Uit de resultaten blijkt dat de gemiddelde gradering nagenoeg constant blijft. Dit is ook te verwachten aangezien de asfaltsamenstellingen in de loop van de jaren nauwelijks zijn veranderd. Voor het penetratiegetal van de AG-bitumina is er een duidelijke trend waarneembaar: de gemiddelde penetratie daalt van 27,1 naar 18,8. Oorzaken hiervan zijn waarschijnlijk het hoger gebruik van harder bindmiddel (tegen spoorvorming) en uitgesteld onderhoud. De standaardafwijkingen zijn in de loop van de jaren eveneens kleiner geworden. Merk op dat deze resultaten slechts geldig zijn voor AG van asfaltproductiecentrales die werken met een Copro-certificaat. De kenmerken van AG dat gebruikt wordt in niet-copro gecertificeerde asfaltproductiecentrales zijn ons onbekend. 3. Enkele invloedsfactoren van AG bij het toevoegen aan warm asfalt Op gebied van kwaliteit werd door Busschots en De Backer [8] een studie uitgevoerd naar de kwaliteit van in-situ asfaltmengsels waaraan AG werd toegevoegd. 37 secties werden onderworpen aan een inspectie. 4 secties vertoonden na 4 jaar al schade; bij 3 van deze 4 werd het AG koud toegevoegd aan het mengsel. Over het algemeen wordt er geen kwaliteitsverlies gemeld in asfaltverhardingen waarin AG verwerkt is. Wanneer AG wordt aangewend als 6
7 secundaire grondstof dient men rekening te houden met een aantal aspecten. Ten eerste is er geen waterdicht traceringsdatabase (het is ongekend welk asfaltmengsel is toegepast op een bepaald wegtraject) en tot op heden dient het bitumen door middel van een behandeling teruggewonnen te worden. Hierdoor is een exacte karakterisering van het bindmiddel, zoals het aanwezig is in het AG niet mogelijk. Daarnaast zal het AG invloed hebben op de uiteindelijke mengseleigenschappen. In de hierna volgende paragrafen wordt dieper ingegaan op enkele invloedsfactoren. Bepalen van de grondstofkarakteristieken Om het mengselontwerp optimaal te kunnen uitvoeren, moeten naast de samenstelling ook de grondstofkarakteristieken bepaald worden. Voor de aggregaten is de oorsprong en de staat noodzakelijk: een kalksteentype mag bijv. niet gebruikt worden in een toplaag, een ronde steen kan leiden tot een hogere spoorvormingsgevoeligheid. Het type van vulstof is vaak moeilijk visueel te bepalen. Heeft deze vulstof nog hetzelfde verstijvend vermogen? Het effect van geregenereerd vulstof in het asfaltmengsel is tot op heden onvoldoende onderzocht. Aan de Hogeschool Antwerpen zal dit onderwerp de komende jaren verder onderzocht worden. De meeste aandacht zal uitgaan naar de bepaling van de bindmiddelkarakteristieken. Het recyclen van een asfalt met polymeerbitumen is een verhaal apart. Het polymeer kan zodanig gedegradeerd zijn dat het nog maar weinig verbeterde eigenschappen heeft. Om de eigenschappen van het bitumen te bepalen, is er op dit moment enkel de mogelijkheid om het bitumen met een extractie- en terugwinningsproces uit het AG te onttrekken. Het extractieen terugwinproces zijn genormeerd maar over de invloed en de reproduceerbaarheid ervan bestaat discussie. Voor 2006 was in België de reproduceerbaarheid van de penetratieproef van de teruggewonnen AG-bitumina tussen externe en interne labo s zeer slecht: R=12 voor penetratie. Volgens de EN is het maximale interval R=0,27*pen. Voor een gemiddeld AG-bbitumen zou dit dus ongeveer 6 moeten zijn Om deze reden organiseerde COPRO vzw in 2006 een rondzendonderzoek waaraan 17 Belgische asfaltproductiecentrales en labo s deelnamen. 17 labo s voerden de penetratieproef driemaal uit op één nieuw bitumen en één AG-bitumen: een penetratiebitumen, datzelfde bitumen maar dan na een oplossen- en terugwinningscyclus, en een bitumen teruggewonnen uit een onbekend AG. De gemiddelde pen-waarde van het nieuwe penetratiebitumen was 36. Dezelfde waarde werd opgegeven door de bitumenproducent. De R- waarde volgens EN1426 voor dit penetratiebitumen is 3. De waarden van de deelnemende labo s varieerden van 25 tot 44. Van de 17 deelnemers voldeden 9 niet aan de R-vereiste van de norm. Van het teruggewonnen monster van het nieuwe bitumen lagen de grenzen voor penetratie tussen 25 en 100. Na het verwerpen van deze twee uiterste waardes, was de gemiddelde waarde van de penetratiegetallen opnieuw 36. Na de uitsluiting van deze twee resultaten voldeden 13 van de 15 deelnemers aan de norm. De terugwinmethode en -behandeling lijkt dus de penetratiewaarde niet te beïnvloeden. Eén lab gebruikte tolueen (pen 39), 6 gebruikten trichloorethyleen (pen 35,5; st.afw. 3,3) en 9 gebruikten methyleenchloride (pen 36,6; st.afw. 3,9). Bij de analyse van de resultaten van het AG-bitumen bleek dat het reproduceerbaarheidsinterval ook hier te groot was. Er werd een gemiddelde waarde van 29 gevonden met een minimum van 8 en een maximum van 44. De standaarddeviatie is 8 bij de verwerping van twee uitersten: blijkbaar is het terugwinnen van AG-bindmiddel (dus met onbekend resultaat) veel moeilijker. Door de Hogeschool Antwerpen [1] werden op een aantal bindmiddelen DSR-metingen uitgevoerd. De metingen werden vergeleken met de pen-waarden. Hieruit bleek dat de terugwinprocedure door de labo s goed uitgevoerd werden (G* in lijn met de berekende penwaarde volgens Saal and Labout [9]). De grote verschillen in pen-waarden waren dus waarschijnlijk te wijten aan de slechte uitvoering van de penetratieproef. Naar aanleiding van het 7
8 rondzendonderzoek en de analyse van de resultaten hebben de labo s hun kwaliteitswerking bijgestuurd; een verkleining van het reproduceerbaarheidsinterval is hiervan het gevolg. Een analyse van de G* waarden voor en na terugwinning leerde ons dat het bitumen na terugwinning een lagere G* heeft (visceus gedrag) dan ervoor. Dit gedrag komt het meest tot uiting vanaf 25 C en lager. Dit zachtere karakter wordt bevestigd door een studie aan de Hogeschool Antwerpen [10] op penetratie en gemodificeerde bindmiddelen: de kritische temperatuur uit een BBR-test van een bitumen na extractie en terugwinning is lager. Met andere woorden, een teruggewonnen bitumen vertoont na extractie en terugwinning een betere lagetemperatuursgedrag dan in werkelijkheid het geval is. De methode geeft aldus een overschatting van de resultaten. Uit dit onderzoek bleek ook dat de centrifugeopstelling met methyleen als oplosmiddel de beste resultaten gaven om het lage-temperatuurgedrag van een bindmiddel zo weinig mogelijk te beïnvloeden. Uit bovenstaande resultaten (met de virgin bitumina) kan evenwel gesuggereerd worden dat lage-temperatuurseigenschappen overschat worden en dat het terugwinnen van AG-bitumen een grotere spreiding geeft in reologische metingen. Bij de eventuele evaluatie van lagetemperatuurseigenschappen van samengestelde bitumina (nieuw en teruggewonnen) dient hiermee rekening gehouden te worden. Indirecte Trek Sterkte Retained EN en Voor Vlaamse asfaltmengsels wordt in [6] eisen gesteld voor de ITS-R waarde bij 15 C, ter vervanging van de Marshallproef. De ITS proef wordt uitgevoerd op het asfaltmengsel met een optimaal bindmiddelgehalte. Dit optimale bindmiddelgehalte wordt bepaald aan de hand van criteria voor holle ruimten en holle ruimten gevuld met bitumen voor drie bitumengehalten (b- 0,3; b ; b +0,3). Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende asfaltmengsels: Voor onderlagen dient de ITS-R waarde minimaal 60% te zijn. Omdat in Vlaanderen weinig gegevens bekend zijn van ITS-R en in het bijzonder wanneer AG wordt gebruikt, is aan de hogeschool Antwerpen [1,11] een onderzoek gestart naar de invloed van AG op ITS-R. In een eerste fase werd een AB3 (d.i. een AC0/14) -asfaltmengsel kunstmatig verouderd tot AG (AAAM: artificially aged asphalt mixture). In een met lucht geventileerde oven werd gedurende 7 dagen bij 130 C een asfaltmengsel bewaard. De tijd is afgestemd op de veroudering van het bitumen tot eenzelfde pen-waarde als voor de RCAT-LT verouderingsmethode. Dit maakt het mogelijk om zowel het asfaltgedrag als het reologisch gedrag van het bitumen te bepalen zonder gebruik te moeten maken van een terugwintechniek. Uit dit onderzoek blijkt dat de toevoeging van dit AG leidt tot verbeterde ITS-R resultaten tot 80% hergebruik, bij een constante hoeveelheid bitumen in het mengsel en door gebruik te maken van eenzelfde bitumentype (B35/50) als nieuw toegevoegd bitumen. De resultaten verbeteren nog (hogere ITS-R waarden) wanneer in plaats van B35/50 een zachter bitumen gebruikt wordt waardoor de pen-waarden nagenoeg dezelfde blijven (aanpassing bindmiddeltype d.m.v. logpenregel: eindpen 41). De waarden van alle ITS-R-testen van mengsels met AG tot 80% liggen boven 77,7% (ITS-R van het referentiemengsel zonder AG). Een mengsel van 100% AG heeft een ITS-R van 67%. Doordat gebruik gemaakt wordt van een kunstmatig verouderd mengsel tot AG met een zelfde samenstelling als het uiteindelijke mengsel, hebben de mengsels een zelfde bindmiddelgehalte, korrelverdeling en grondstoffen. Het effect op de ITS-R is dus enkel afhankelijk van het aandeel verouderde AG-bitumen. In een tweede fase werd het bindmiddelgehalte gewijzigd van 5,0% (in mengsel) naar 4,7%; de ITS-R dalen zienderogen: het referentiemengsel zonder AG voldoet met een ITS-R waarde van 58% zelfs niet meer aan het SB250. Toevoegen van AG verhoogt de ITS-R; de ITS-R waarden blijven echter altijd onder de waarden bepaald met een mengsel van 5% bindmiddelgehalte. 8
9 Wanneer het AG wordt toegevoegd aan een asfaltmengsel, neemt de ITS toe. Een piek is gelegen rond 65% toevoeging; daarna neemt de ITS weer af. In een derde fase werd een verjonger toegevoegd. Het toevoegen van een verjonger laat de ITS dalen en leidt ook tot een verhoging van de ITSR. Het toevoegen van een verjonger geeft verbeterde resultaten voor ITS-R: van 80% naar 92%. Testen met een echt AG wijzen in dezelfde richting: het toevoegen van AG leidt tot een verhoging van de ITSR. In de komende jaren zal het onderzoek verder gezet worden met diverse types van AG en verjonger opdat advies kan verstrekt worden voor het SB250. In een studie van het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw [12], waarbij EME werd onderzocht met en zonder gebruik van AG (tot 40%), werd een zeer hoge ITS-R gemeten (94-115%) onafhankelijk van het gebruik van AG. Mechanische eigenschappen; stijfheid, spoorvorming en vermoeiing Bij het eenvoudig mechanisch ontwerp van de wegstructuur wordt gebruik gemaakt van de stijfheidsmodulus, de vermoeiingskarakteristiek, en de weerstand tegen spoorvorming. Het is dus interessant om vooraf de invloed van AG op deze eigenschappen te kunnen inschatten. In het Amerikaanse Superpave krijgt het bitumen specifieke aandacht. De Superpave maakt nl. gebruik van binder grades. Het is niet altijd mogelijk omwille van de kostprijs van het testprogramma - om het AG-bitumen in zo n grade onder te brengen; idem voor het bindmiddelmengsel. Afhankelijk van de grade van het teruggewonnen bindmiddel en het gewenste AG-gehalte wordt hergebruik toegelaten a) zonder dat het toegevoegd bindmiddel dient aangepast te worden b) door toevoeging van een bitumen van één hogere grade of c) door toevoeging van een bindmiddel bepaald aan de hand van blending charts. De blending chart is gebaseerd op de lage, gemiddelde en hoge kritische tempaturen zoals beschreven in Superpave. Er dient dus gebruik gemaakt te worden van DSR (G* en sinδ) en de BBR (S en m)van de samenstellende bindmiddelen alsook de RTFOT en PAV-verouderingstechnieken, conform Superpave. Op basis van zo n chart wordt het maximaal percentage bindmiddel berekend of uitgaande van een maximaal percentage hergebruik wordt de grade van het toe te voegen bindmiddel bepaald. Daarnaast wordt ook de korrelverdeling en de vochtigheidsgraad in rekening gebracht. Wanneer AG wordt toegevoegd als grondstof, zal zich dit in mindere of meerdere mate uiten in veranderde mechanische eigenschappen Dit ligt in lijn met ander onderzoek waarbij verjonger werd gebruikt: het toevoegen van een rejuvenator of een zachter bindmiddel totdat de penetratie overeenkomt met een referentiebitumen, vermindert de stijfheid, verbetert de vermoeiing en verlaagt de weerstand tegen spoorvorming.in het EME-onderzoek [12] blijkt dat de toevoeging van AG de spoorvorminggevoeligheid verhoogt. Daarnaast werden bij de stijfheidmetingen en de vermoeiingsproeven minimale verschillen gevonden met de mengselvariant zonder AG; bij het toevoegen van AG kan het mengsel zijn stijfheid behouden of verliezen en de vermoeiingskarakteristiek beïnvloeden. De kenmerken en de dosering van de bindmiddelen zijn echter doorslaggevend. In het NR2C-project werd eenzelfde stijfheid bekomen bij 40% hergebruik en iets lager vermoeiingslevensduur. In een analyse van het FEC-StAB onderzoek [13] werd gevonden dat het toevoegen van AG leidt tot een verminderde healing-coefficient, een hogere vermoeiingslevensduur en een lagere stijfheid in vergelijking met een StAB zonder AG. Het is opmerkelijk dat wanneer het oude AG-bitumen wordt gecompenseerd met een verjonger of zachter bitumen, de stijfheden lager uitvallen dan verwacht kan worden op basis van berekeningen voor blendbitumen. De oorzaak hiervan kan waarschijnlijk gevonden worden in een verschillend gedrag van een samengesteld bitumen en een semi-samengesteld bitumen door 9
10 toevoeging in een asfaltmengsel: er is geen volledige homogenisering. Een minder stijf bindmiddel is het gevolg. Bij een studie van Shu [14] bleek de vermoeiingslevensduur hoger wanneer tot 30% AG werd gebruikt zonder compensatie. De auteur heeft echter twijfels over het levenduurcriterium (50% reductie in stijfheid). Wanneer een nieuwe methodiek [15] met gedissipeerde energie gebruikt wordt voor de levensduurbepaling, dan leidde het gebruik van AG tot verminderde prestaties. Uit CROW onderzoek in het verleden blijkt dat bij AG>50% het vermoeiingsgedrag negatief beïnvloed wordt. Ten slotte blijft het vergelijken van mengsels met en zonder AG steeds voor twijfel zorgen: het AG heeft een aantal onbekende factoren in zich die bij de minste behandeling, bijv. oplossen en terugwinnen van het bitumen, verstoord kunnen worden. Healing Voor het mechanisme van healing kan bij het toevoegen van AG gedacht worden aan de interactie tussen oud en nieuw bitumen. De som van oud en nieuw bitumen is niet dezelfde als voor een nieuw bitumen met eenzelfde penetratiegetal. Dit wordt echter in het SB250 verondersteld. Andere mechanische eigenschappen wijzen op een verbetering of eenzelfde gedrag. Healing is echter een ander geval. Er is nog steeds geen consensus over een standaardtest, dus het vergelijken van healing coëfficiënten en in het bijzonder van mengsels met AG is nog niet gestart. Er is één Nederlands onderzoek bekend waarin AG wordt gebruikt om healing te kwantificeren [13,16]. Dit onderzoek wees uit dat bij 60% AG de healing coëfficiënt, bepaald met de vierpuntsbuigproef onder continue en discontinue belasting, verminderde van 4,8 naar 1,4. Het gebruik van AG leidt tot een vrees voor verlies aan healing potentie. Deze vrees is gegrond wanneer men kijkt naar de bedreigingen voor healing. Door het toevoegen van AG zal de viscositeit verhogen waardoor scheurtjes, t.t.z. het naar elkaar toevloeien van moleculen, verhinderd wordt. De verhoging van de viscositeit is te wijten aan een verschuiving van de chemische bestanddelen van het bindmiddel. Zo zal de concentratie aan grote geoxideerde moleculen hoger zijn en het aantal oplossende delen verminderen; zelfs in vergelijking met bijv. een hard bindmiddel. Een onderzoek aan de HA [1] heeft uitgewezen dat de concentratie aan carbonylgroepen in een hard bitumen lager is dan in een AG-bindmiddel met eenzelfde pengetal. Een Amerikaans onderzoek door Cheng et al [17] toonde aan dat veroudering een invloed heeft op de oppervlakte-energie potentie van het bindmiddel. De vanderwaals krachten namen toe en de zuur-base component nam af waardoor de oppervlaktespanning verlaagt. Volgens [17] kan dit leiden tot een verminderde healingpotentie. Aan de HA en TU wordt heden gewerkt aan een standaardhealing en vermoeiiingstest. De invloed van het reologische gedrag en de chemische samenstelling van AG-bindmiddel is hiervan een belangrijk onderdeel. 4. Discussie Uit bovenstaande argumentatie kunnen we besluiten dat het gebruik van AG zinvol is. Het toevoegen van AG leidt tot een verminderde economische en ecologische kost. Sommige eigenschappen van het asfaltmengsel worden beter naarmate AG wordt toegevoegd: de verdichting, de ITS-R en de stijfheid. Andere eigenschappen kunnen slechter worden bijv. een 10
11 toenemende spoorvormingsgevoeligheid. Dit zal samenhangen met de kwaliteit van het AGbitumen en hoe het bindmiddel wordt gemodificeerd: wordt een zachter bindmiddel of een verjonger toegepast dan heeft dit reflectie op de eigenschappen; eventueel kan overgegaan worden naar een andere korrelverdeling of aggregaatgebruik. De mate van beïnvloeding dient bepaald te worden door middel van proeven. Dit laatste samen met het complexere mengselontwerp maakt van AG een niet zo eenvoudig te gebruiken grondstof, hoewel hogere percentages hergebruik legio zijn. Het lange termijn effect moet echter nog uitwijzen of de kwaliteit bewaard blijft, niet in het minst omdat sommige onderzoeken waarbij AG gebruikt werd tegenstrijdige conclusies geven. Een belangrijke waarneming is dat wanneer bitumen wordt teruggewonnen, de lage-temperatuur eigenschappen van het bitumen overschat worden. De auteurs menen dat het vervangen van de log-penregel door G* metingen na kortetermijnveroudering van het bindmiddelmengsel met een correctie voor het terugwinproces zinvol is te onderzoeken. Verder vinden de auteurs dat verder onderzoek en een inventarisatie van reeds uitgevoerd onderzoek en AG-aanbod de komende jaren moet worden geïntensiveerd. 5. Referenties [1] Van den bergh, W. (2008) Onderzoek naar het gebruik van AG in Vlaamse asfaltmengsels: economische en technologische evaluatie, Hogeschool Antwerpen, Onderzoeksgroep Wegenbouwkunde, intern rapport, Antwerpen [2] Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw (2007). Lijst van de asfaltmenginstallaties in België , Sterrebeek. [3] Openbare Maatschappij voor afvalvoorkoming en verwerking (2008). VLAREA- Vlaams Reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, Brussel. [4] Laethem, B., Vrancken K. (1998). Asfaltgranulaat als secundaire grondstof: resultaten van de studie VITO-OCW-OVAM, Studiedag Asfaltrecycling in de wegenbouw, Antwerp. [5] COPRO vzw, Onpartijdige instelling voor de controle van bouwproducten (2007). Toepassingsreglement voor het gebruik en de controle van het COPRO-merk voor asfaltgranulaten voor hergebruik in bitumineuze mengsels versie 2.0 TRA13 v2., Brussel. [6] Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Mobiliteit en Openbare Werken (2006). Standaardbestek voor de Wegenbouw versie 2.1, Brussel [7] De Jonghe, A.C.A., Van den bergh, W., Verheyen, J. (2003). Studie naar een wegopbouw bestaande uit uitsluitend bitumineus gebonden materialen, Eindrapport, Hogeschool Antwerpen, Antwerpen. [8] Busschots, K., De Backer, C. (1998). Enquête naar het gedrag van asfaltlagen met hergebruikte asfaltpuingranulaten, OCW, Sterrebeek. [9] Saal, R.N.J., Labout, J.W.A. (1958). Rheological properties of Asphalts, Rheology (Ed. Eidrich), Volume II, ch.9, pp , Academic Press Inc., New York [10] De Jonghe, A.C.A. et al (2005). Onderzoek naar de compatibiliteit van bindmiddelen bij gebruik van APG, eindrapport, Hogeschool Antwerpen, Antwerpen [11] De Meester, S. (2008). Invloed van AG op ITS-R van asfaltmengsels thesis, Hogeschool Antwerpen, Antwerpen. [12] De Backer, C., Denolf, K., De Visscher, J.,(et al.) (2007). Asfalt met verhoogde stijfheid (AVS): van ontwerp tot aanbrenging op de weg, Researchverslag OCW RV43/07, Brussel [13] Galjaard, P. (2003). Analyse van de FEC studie resultaten ten behoeve van het rapport De effecten van Hergebruik op healing en vermoeiing in StAB, rapport, KOAC-NPC, Utrecht. [14] Shu X et al. (2007). Laboratory evaluation of fatigue characteristics of recycled asphalt mixture, Construction and Building Materials, doi: /j.conbuildmat
12 [15] Carpenter, S.H, Ghuzlan, K, Shen, S. (2003). Fatigue endurance limit for highway and airport pavements, Transportation research record, vol Washington DC: National Research Council; p [16] Huurman, M., Hopman, P. (2003). De effecten van hergebruik op healing en vermoeiing in StAB, rapport, NPC, Utrecht. [17] Cheng, D., Little, D.N., Lytton, R.L. (2002). Use of surface free energy properties of the asphalt-aggregate system to predict damage potential, AAPT 2002, VOL 71, Colorado Springs. 12
ASFALTGRANULAAT: EEN KWALITATIEVE LAST MAAR EEN ECONOMISCHE LUST?
-1- ASFALTGRANULAAT: EEN KWALITATIEVE LAST MAAR EEN ECONOMISCHE LUST? ING. WIM VAN DEN BERGH 1 ING. DIRK LACAEYSE 2 1 Artesis Hogeschool Antwerpen, Opleiding Bouwkunde, onderzoeksgroep Wegenbouwkunde 2
Asfalt en bitumendag. Bitumeneigenschappen Healing en hergebruik. Ing. Wim Van den bergh
Asfalt en bitumendag Bitumeneigenschappen Healing en hergebruik Ing. Wim Van den bergh 20 november 2008 Het plakt en het is zwart Bindmiddel veroudert verlies aan vluchtige bestanddelen, oxidatie, polymerisatie
OPTIMALISERING VAN AGED-BITUMEN BOUND BASE: ITS-R en BBR
-1- OPTIMALISERING VAN AGED-BITUMEN BOUND BASE: ITS-R en BBR Ing. WIM VAN DEN BERGH, Ing. NICK BROSENS, Ing. WARD KERSTENS Artesis Hogeschool Antwerpen, Opleiding IW:Bouwkunde Samenvatting Résumé Deze
De ontwikkeling van een kunstmatig verouderd asfalt: AAAM Artificially Aged Asphalt Mixture
- 1 - De ontwikkeling van een kunstmatig verouderd asfalt: AAAM Artificially Aged Asphalt Mixture ING. WIM VAN DEN BERGH 1 1 Artesis Hogeschool Antwerpen, Opleiding Bouwkunde, onderzoeksgroep Wegenbouwkunde
Meer informatie over asfalt, voor- en nadelen kan u raadplegen op onze partnersite:
Wegen, opritten, parkings in asfalt Op volgende pagina een korte samenvatting vanwege het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw aangaande de soorten asfalt, de samenstelling van asfaltverhardingen, de verwerking
Hoe asfaltgranulaat hoogwaardig toepassen in de toekomst?
Hoe asfaltgranulaat hoogwaardig toepassen in de toekomst? Stefan Vansteenkiste Adjunct-afdelingshoofd, OCW Inleiding: Inhoud Asfaltgranulaat? Doelstellingen bij toepassing AG Stand van zaken hergebruik
Beïnvloedt het verouderingsproces de vermoeiing en het healing gedrag van bitumineuze asfaltmortels? Wim Van den bergh Artesis Hogeschool Antwerpen
Beïnvloedt het verouderingsproces de vermoeiing en het healing gedrag van bitumineuze asfaltmortels? Wim Van den bergh Artesis Hogeschool Antwerpen displacement [rad] and torque [Nm] Ter inleiding Doctoraatsonderzoek:
Aged-Bitumen Bound Base Concept: Evaluatie proefvakken
Aged-Bitumen Bound Base Concept: Evaluatie proefvakken P. De Proost, W. Van den Bergh Hogeschool Antwerpen Samenvatting ab³ staat voor Aged Bitumen Bound Base. Het betreft een bitumineus materiaal opgebouwd
Hergebruik Tweelaags ZOAB Oud ZOAB nieuw ZOAB Oud Polymeerbitumen nieuw PmB
Hergebruik Tweelaags ZOAB Oud ZOAB nieuw ZOAB Oud Polymeerbitumen nieuw PmB Heijmans Infra Bochove Gerbert van 13-12-2018 Recycling trends Minder nieuwbouw -- meer onderhoud Hoogwaardige bouwstoffen in
Gerelateerde of voorspellende bitumen eigenschappen: voortschrijdend inzicht. Jeroen Besamusca
Gerelateerde of voorspellende bitumen eigenschappen: voortschrijdend inzicht. Jeroen Besamusca Bindmiddelen: Voorspellend vermogen of gerelateerd aan asfalt eigenschappen? Bindmiddel Toevoeging aan asfalt
Volumetrie = levensduur: IVO-SMA en de Standaard 2015
Volumetrie = levensduur: IVO-SMA en de Standaard 2015 Ing. Jan Willem Venendaal BAM Wegen bv Rémy van den Beemt BAM Wegen bv Samenvatting Steenmastiekasfalt ontleent zijn duurzaamheid aan het hoge mastiekgehalte
ZIN EN ONZIN HERGEBRUIK POLYMEERGEMODIFICEERD ASFALT
Postbus 1 Tel 0229 547700 1633 ZG Avenhorn Fax 0229 547701 www.ooms.nl/rd Research & Development publicatie ir. C.P. Plug dr.ir. A.H. de Bondt ZIN EN ONZIN HERGEBRUIK POLYMEERGEMODIFICEERD ASFALT CROW
Asfalt voor zwaar belaste verhardingen. Eric Van den Kerkhof Johan Trigallez Colas Belgium
Asfalt voor zwaar belaste verhardingen Eric Van den Kerkhof Johan Trigallez Colas Belgium Asfalt voor zwaar belaste verhardingen Inleiding Soorten spoorvorming in asfalt Oplossingen voor KWS-verhardingen
Afval in asfalt; technologische uitdaging. Op weg naar Circulair Asfalt. KIWA-KOAC Technologendagen Duurzaam Gebied.
Energie Klimaat Duurzaam Gebied Circulaire Economie Afval in asfalt; technologische uitdaging Op weg naar Circulair Asfalt KIWA-KOAC Van Rijksbreed programma Circulaire Economie naar Transitieagenda Circulaire
Healing van Bitumen; niet meer belangrijk? Faalkans beperken door intelligenter om te gaan met hergebruik
Healing van Bitumen; niet meer belangrijk? Faalkans beperken door intelligenter om te gaan met hergebruik Derk Goos Nynas AB Tony De Jonghe Benelux bitume Samenvatting Het visco- elastische bindmiddel
Laboratoriumbeproevingen bitumen
Laboratoriumbeproevingen bitumen Chemische analyse Dunne laag chromatografie De exacte chemische samenstelling van een bitumen is moeilijk te bepalen. De chemische samenstelling van een bitumen wordt in
DRAFT-1. Rekentechnische vergelijking WAB- GAB ontwerpgrafiek voor Projectbureau Zeeweringen
DRAFT-1 Rekentechnische vergelijking WAB- GAB ontwerpgrafiek voor Projectbureau Zeeweringen Opdrachtgever Project bureau Zeeweringen Contactpersoon Y.M. Provoost Rapport TU Delft Faculteit Civiele Techniek
Provincie Overijssel. Duurzaamheid en innovatie in wegaanleg en wegonderhoud. Rien Huurman
Provincie Overijssel Duurzaamheid en innovatie in wegaanleg en wegonderhoud Rien Huurman Low Emmission 2 Asphalt Pavement LE 2 AP Achtergrond - Reconstructie markt - Footprint - Grondstoffen - Geluid -
Keuze van asfaltmengsels en bindmiddelen Keuze en gebruik van materialen Kwaliteitscontrole Koolwaterstofproducten
Dienstorder MOW/AWV/2017/4 d.d. 24 mei 2017 Titel: Voorgesteld door: Informatiefolder: Doelgroep: Verspreiding: Vervangt dienstorder: Keuze van asfaltmengsels en bindmiddelen Commissie Kwaliteit Bitumineuze
Invloed van het type vulstof op de eigenschappen van asfaltmengsels
Invloed van het type vulstof op de eigenschappen van asfaltmengsels Salil Mohan KWS Infra bv Alex v.d. Wall KWS Infra bv Samenvatting Al lange tijd wordt er in de praktijk gestreefd naar het toepassen
FUNCTIONEEL VERIFIËREN
21 september 2017 1 6 Functioneel Verifiëren houdt in dat op basis van functionele proeven op het asfalt na verwerking wordt beoordeeld of het geleverde product, binnen nader te stellen toleranties, voldoet
Gekleurde asfaltmengsels: kleur en invloed van de specifieke bestanddelen
Gekleurde asfaltmengsels: kleur en invloed van de specifieke bestanddelen Benelux Bitumen Day - March 25 th, 2014 Dr. Nathalie Piérard Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw Context In stedelijke gebieden
Functioneel verifiëren asfaltverhardingen
Functioneel verifiëren asfaltverhardingen Berwich Sluer Boskalis Nederland BV Jan Stigter, Boskalis Nederland BV Samenvatting Nederland heeft bij de invoering van CE-markering voor asfalt gekozen voor
Voorwoord en ontwikkeling BCTR. Aaldert de Vrieze / Harko Groot InVra plus
Voorwoord en ontwikkeling BCTR Aaldert de Vrieze / Harko Groot InVra plus Uitdagingen Op laboratoriumschaal schuimbitumen mengsels maken. Niet alleen een basis gestabiliseerde fundering laag maar een vervanger
De aanleg van EME binnen Europa, vereist een gepaste klimaat aanpak
De aanleg van EME binnen Europa, vereist een gepaste klimaat aanpak Tine Tanghe Hilde Soenen Nynas Belgium AB, Product Technology Belgium Samenvatting In de loop der jaren heeft de ontwikkeling van het
Gebruik van de DSR voor de bepaling van de vermoeiing en healing van bitumen en mastiek met AG-bindmiddel
-1- Gebruik van de DSR voor de bepaling van de vermoeiing en healing van bitumen en mastiek met AG-bindmiddel ING. WIM VAN DEN BERGH 1 IR. M.F.C. VAN DE VEN 2 ING. KIM DELOOSE 1 1 ARTESIS Hogeschool Antwerpen,
NUTTIGE AANWENDING VAN BITUMINEUS DAKDICHTINGSMATERIAAL IN DE WEGCONSTRUCTIE
NUTTIGE AANWENDING VAN BITUMINEUS DAKDICHTINGSMATERIAAL IN DE WEGCONSTRUCTIE Dr. Ing. WIM VAN DEN BERGH Dr. Ing. CEDRIC VUYE Ing. FREDERIK SWENTERS Artesis Hogeschool Antwerpen Samenvatting Résumé Deze
Bitumen De basis van asfalt. Tony De Jonghe Eurobitume
Bitumen De basis van asfalt Tony De Jonghe Eurobitume Doel van de weg Belastingen spreiden Veilig en comfortabel Kwaliteit Duurzaam KWALITEIT ONTWERP KWALITEIT MATERIALEN KWALITEIT UITVOERING CONTROLE
Nieuwe asfaltnormen en CE markering ir. Jan van der Zwan
Nieuwe asfaltnormen en CE ir. Jan van der Zwan Inhoud Achtergronden CE Rol van CE in publiekrechtelijke en privaatrechtelijke regelgeving Rol van CE en kwaliteitsborging in contracten Het lastige spel.
NL LAB; Eerste resultaten op basis van typeonderzoek. (RAW proef 62) en bindmiddel onderzoek voor asfaltbeton
NL LAB; Eerste resultaten op basis van typeonderzoek (RAW proef 62) en bindmiddel onderzoek voor asfaltbeton Steven D. Mookhoek, Dave van Vliet en Diederik Q. van Lent TNO (Nederlandse Organisatie voor
Niet gescheiden hergebruik gemodificeerd asfalt - invloed op reologische eigenschappen van het bitumen -
Niet gescheiden hergebruik gemodificeerd asfalt - invloed op reologische eigenschappen van het bitumen - Kortschrift opgesteld voor: Wegbouwkundige W erkdagen 2002 Te Doorwerth, Nederland 12 en 13 juni
Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt --Adviesbureau en laboratorium--
Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt --Adviesbureau en laboratorium-- CROW-publicatie 210: 2014 Ir. Nico van den Berg Februari 2014 Wat betekent de nieuwe publicatie voor het adviesbureau en laboratorium?
REGENIS BITUMEN VOOR HERGEBRUIK
H et opnieuw gebruiken van oud asfalt is vandaag de dag een welbekende techniek voor het onderhouden en aanleggen van wegen. Naast een economische keuze, toegepaste materialen en toenemende bewustwording
AVS met Nypave FX 15. Tine Tanghe, Nynas NV NCCA
AVS met Nypave FX 15 Tine Tanghe, Nynas NV NCCA AVS in BELGIE Geschiedenis 2003 2004 2005 2006 2008 2010 2010 Start IWT project OCW MOW SPW Labo studies Uitvoering proefvakken E19 Kontich AVS werven in
Afpelonderzoek bepaling homogeniteit bindmiddel ITC validatietraject Greenway LE
Afpelonderzoek bepaling homogeniteit bindmiddel ITC validatietraject Greenway LE Gerbert van Bochove Heijmans Integrale Projecten Michiel-Martijn Willemsen Heijmans Integrale Projecten Dave van Vliet TNO-Delft
Laboratoriumbeproevingen asfalt
Laboratoriumbeproevingen asfalt Bouwstofanalyse / gradering Asfalt bestaat uit verschillende componenten, zoals vulstof, zand, steenslag en bitumen. Voordat asfalt geproduceerd kan worden, moeten de verschillende
Fundamentele testen op asfalt Dr. A. Vanelstraete
Fundamentele testen op asfalt Dr. A. Vanelstraete Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw Recente evolutie in de standaardbestekken Asfaltbeton volgens de fundamentele methode: Minder eisen op de materialen,
PA-stone: Op weg naar asfalt met 100% recycling
PA-stone: Op weg naar asfalt met 100% recycling Maarten M.J. Jacobs BAM Infra Asfalt Mark H.T. Frunt BAM Infra Asfalt Anies Rering BAM Infra Asfalt Samenvatting In het kader van duurzaamheid zijn veel
De verschillen tussen laboratorium veroudering van bitumen 70/100 en asfalt toepassing in ZOAB
De verschillen tussen laboratorium veroudering van bitumen 7/1 en asfalt toepassing in ZOAB Jeroen Besamusca Kuwait Petroleum Research & Technology Andre Volkers Kuwait Petroleum Research & Technology
GTL-congres. Duurzaamheid en geluid in de wegenbouw. Bert Gaarkeuken, Hoevelaken,
GTL-congres Duurzaamheid en geluid in de wegenbouw Bert Gaarkeuken, Hoevelaken, 09-11-2016 Ontwikkelingen Waar gaan we heen? Is dit de waan van de dag of moet BAM hier aan mee doen? Waar gaan we heen?
30% CO 2 & energiereductie
Het innovatieve asfaltmengsel voor een schoon milieu 30% CO 2 & energiereductie Laag Energie AsfaltBeton De groene kant van asfalt Duurzaam asfalt dat net zo lang meegaat en even ongevoelig is voor wegschade
RAW1040 Bladnr. 1 van 5 Afdrukdatum:
RAW1040 Bladnr. 1 van 5 CATALOGUS HOOFD- DEFICODE CODE 1 : 2 : 3 : 4 : 5 : 6 101010 312111 Aanbrengen van een deklaag van asfaltbeton. ton V Totaal 9 Asfalt AC 6 surf wit met Reflexing White. 9.... Mengseleigenschappen:
De resultaten van Type Tests toegepast in contracten: een technisch correcte invulling met VEROAD-XL
De resultaten van Type Tests toegepast in contracten: een technisch correcte invulling met VEROAD-XL Dr. P.C. Hopman, Dr. Ir. C.A.P.M van Gurp KOAC NPC Samenvatting Met de introductie van CE-markering,
Versie Definitief 1 Datum Senior adviseur wegbouwkunde Ir. J.S.I. van der Wal Senior projectleider ir. A.H.
Vestiging Scharwoude Postbus 58 1634 EA SCHARWOUDE Tel. 0229-547850 Fax 0229-547851 www.unihorn.nl Beoordeling proefstukken gekleurd asfalt Opdrachtgever Document: 2115153-01-ABO-RAP Ventraco Chemie Asterweg
Normblad: 1 / 5 mei 2016
Normblad: 1 / Deze norm is aangenomen door de Nationale Norm Commissie 3307 Sportvloeren. Deze norm is opgesteld door werkgroep 4 mineralen en werkgroep kunststof ressorterend onder deze commissie. Deel
Studie in verband met een wegopbouw bestaande uitsluitend uit bitumineus gebonden materialen: ab 3
Hobufondsproject 0082 Studie in verband met een wegopbouw bestaande uitsluitend uit bitumineus gebonden materialen: ab 3 Hogeschool Antwerpen Departement IW&T Opleiding Bouwkunde 200-2003 Met de steun
Laboratorium- en in-situ veroudering van polymeer gemodificeerd bitumen
Laboratorium- en in-situ veroudering van polymeer gemodificeerd bitumen F. Sanches Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde D. van Vliet Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde Samenvatting
Voortgangsrapportage ketenstudies ZOAB en ML- TRAC Rasenberg Wegenbouw
Voortgangsrapportage ketenstudies ZOAB en ML- TRAC Rasenberg Wegenbouw tbv hercertificering niv. 5 op de CO2- Prestatieladder (2015) Deelrapport Rasenberg Wegenbouw B.V. maart 2015 Voortgangsrapportage
Nieuwigheden op het vlak van bitumineuze verhardingen. Ann Vanelstraete
Nieuwigheden op het vlak van bitumineuze verhardingen Ann Vanelstraete IT in de asfaltindustrie Ref. E.Beuving (voorzitter EAPA): Belangrijk in het streven naar kwaliteitsverbetering: Goede samenstelling
Wordt PmB het teer van het komende decennium?
Wordt PmB het teer van het komende decennium? C.M.A. (Rémy) van den Beemt BAM Infra Asfalt M.M.J. (Maarten) Jacobs BAM Infra Asfalt Samenvatting In de wegenbouw wordt te pas en te onpas polymeer gemodificeerd
Schuimbitumenstabilisatie. Frits Stas Technologendagen, Vught 10 maart 2016
Schuimbitumenstabilisatie Frits Stas Technologendagen, Vught 10 maart 2016 Schuimbitumen - sproeiers (nozzles), water + lucht (5 bar) samen met hete bitumen (180 C) - ontstaan dampexplosie schuimen bitumen
Re-activeren van sterk verouderd bitumen (black rock)
Re-activeren van sterk verouderd bitumen (black rock) Derk Goos - ADVIgoos ([email protected]) Paul Landa - Asfalt Kennis Centrum (AKC) ([email protected]) Hans Moolenaar - Cargill ([email protected])
Vereenvoudigde procedure voor het vaststellen van 85% betrouwbare karakteristieke stijfheidsrelaties voor gebruik in de standaard ontwerpprogramma's
Vereenvoudigde procedure voor het vaststellen van 85% betrouwbare karakteristieke stijfheidsrelaties voor gebruik in de standaard ontwerpprogramma's Jan Telman (TNO), Arthur van Dommelen (DVS), versie
Evaluatie van het lage temperatuur gedrag van een 70% PR asfaltmengsel
Evaluatie van het lage temperatuur gedrag van een 70% PR asfaltmengsel David J.C. Broere Arizona Chemical, Almere ([email protected]) Laurent Porot Arizona Chemical, Almere ([email protected])
STUDIE NAAR HET GEBRUIK VAN DE DYNAMIC SHEAR RHEOMETER VOOR VERMOEIING- EN HEALINGSTESTEN OP BITUMINEUZE MORTEL
STUDIE NAAR HET GEBRUIK VAN DE DYNAMIC SHEAR RHEOMETER VOOR VERMOEIING- EN HEALINGSTESTEN OP BITUMINEUZE MORTEL dr. Ing. WIM VAN DEN BERGH ARTESIS HOGESCHOOL ANTWERPEN Dr.ir. ANDRE A.A. MOLENAAR Ir. MARTIN
SilentRoads. Hoe maak je een geluidsarm wegdek met voldoende levensduur? Rien Huurman, Sterrebeek, 12-04-2016
SilentRoads Hoe maak je een geluidsarm wegdek met voldoende levensduur? Rien Huurman, Sterrebeek, 12-04-2016 Introductie - ZOAB: Zeer Open Asfalt Beton, - Eerste vakken in 1973, - Grootschalige vanaf begin
NIEUWE MENGSELONTWERPEN VOOR DUNNE PROFILEERLAGEN ONDER SCHEURREMMENDE TUSSENLAAGSYSTEMEN
1 NIEUWE MENGSELONTWERPEN VOOR DUNNE PROFILEERLAGEN ONDER SCHEURREMMENDE TUSSENLAAGSYSTEMEN Dr. ir. Joëlle DE VISSCHER, Dr. Ann VANELSTRAETE Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw Deze bijdrage handelt over
ASFALT MET VERHOOGDE STIJFHEID (AVS) OP DE PROEFBANK IN BELGIË
1/8 ASFALT MET VERHOOGDE STIJFHEID (AVS) OP DE PROEFBANK IN BELGIË ir. CLAUDE DE BACKER, dr. ir. JOËLLE DE VISSCHER, LIEVE GLORIE, dr. ANN VANELSTRAETE, dr. STEFAN VANSTEENKISTE, dr.ir. JOHAN MAECK, dr.
Hergebruik van beton, nog niet zo gewoon. Ronald Diele
Hergebruik van beton, nog niet zo gewoon Ronald Diele Schagen Infra MIO Asfaltcentrale Schagen Infra BCH Betoncentrale Schagen Infra Terug naar Pioneering bijeenkomst op 26 april jl. Sessie over hergebruik
Certificatie van Wegenisbeton nu en straks
Certificatie van Wegenisbeton nu en straks Dirk Van Loo, COPRO Jean Wustenberghs, CRIC-OCCN Certificatie? Nieuwe reglementering Overheidsopdrachten KB Uitvoering 1/07/2013, art.41/42: De producten mogen
W-DWW-98034. Toepassing van een op volumetrie gebaseerde mengselontwerpmethode. Jan Voskuilen 1 en Gerrit Westera 2
W-DWW-98034 Toepassing van een op volumetrie gebaseerde mengselontwerpmethode. Jan Voskuilen 1 en Gerrit Westera 2 ' Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Rijkswaterstaat Postbus 5044, 2600 GA Delft 1 KOAC WMD,
he[mans bij de productie van asfalt Reductie CO2 uitstoot Lage temperaturen asfalt met minimaal 60% PR en terugdringen gebruik nieuw bitumen
he[mans Reductie CO2 uitstoot productie van asfalt bij de Lage temperaturen asfalt met minimaal 60% PR en terugdringen gebruik nieuw bitumen Auteur Verifìcatie Autorisatie Kenmerk Datum Bestand ing. S.H.B.
Hergebruik van asfalt
Hergebruik van asfalt Ervaringen Jan Voskuilen Senior adviseur verhardingen afd. GPO Inhoud Inleiding, begrippen en historie Hoeveel hergebruik mag? Uitgevoerde onderzoeken Mechanische karakterisering
De ontwikkeling van hoog PR asfaltmengsels met verjongingsmiddelen
De ontwikkeling van hoog PR asfaltmengsels met verjongingsmiddelen Maarten M.J. Jacobs BAM Wegen, Afdeling TMA/T&O, Utrecht ([email protected]) David J.C. Broere Arizona Chemical, Almere ([email protected])..
In plant mengtechnieken. Henk de Vrieze Mobibulk
In plant mengtechnieken Henk de Vrieze Mobibulk MOBIBULK Mengtechniek MMT Presenteert: de KMA 220 De hoogwaardige menginstallatie die naar de bouwplaats komt! aanvoer loskoppellen en opstellen uitklappen
12/2013. Nynas productoverzicht en toepassingsgebied
12/2013 Nynas productoverzicht en toepassingsgebied Productoverzicht en toepassingsgebied Onderschrift J geschikt JJ goed geschikt JJJ zeer geschikt Definities van de Performance groep: E = Speciaal bitumen
HET GEBRUIK VAN ASFALTGRANULAAT IN NIEUWE ASFALTMENGSELS: EEN KWALITATIEVE EN ECOLOGISCHE ANALYSE
HET GEBRUIK VAN ASFALTGRANULAAT IN NIEUWE ASFALTMENGSELS: EEN KWALITATIEVE EN ECOLOGISCHE ANALYSE Wim VAN DEN BERGH Docent Infrastructuurwerken Universiteit Antwerpen Onderzoeksgroep EMIB Road Engineering
PenTack. Preventief asfaltonderhoud. Duurzaam. 60% Kostenbesparing. Snel & efficiënt. Milieuvriendelijk. Voor alle soorten asfalt
PenTack Duurzaam 60% Kostenbesparing Snel & efficiënt Milieuvriendelijk Voor alle soorten asfalt Preventief asfaltonderhoud Bewezen oplossingen voor onderhoud van asfaltverhardingen Bitumen aan de oppervlakte
CE-markering en informatiedragers
CE-markering en informatiedragers Deze notitie is bedoeld voor: - Producenten van asfalt (fabrikanten); - Opdrachtgevers van werken waarin asfaltmengsels worden toegepast die vallen onder de Verordening
Vereenvoudigde procedure voor het vaststellen van karakteristieke vermoeiingsrelaties voor gebruik in de standaard ontwerpprogramma's
Vereenvoudigde procedure voor het vaststellen van karakteristieke vermoeiingsrelaties voor gebruik in de standaard ontwerpprogramma's Jan Telman (TNO), Arthur van Dommelen (DVS), versie juni 0 Inleiding
Asfaltproductie bij lage temperaturen
Asfalt en bitumendag Asfaltproductie bij lage temperaturen Ing. Tine Tanghe (R. Renaudeau) 20 november 2008 DEFINITIES Temperatuur > 140 C 110-130 C 80 95 C 25 60 C ENGELS HOT WARM SEMI - WARM COLD NEDERLANDS
Producten, proefmethodes en voorstudie
Producten, proefmethodes en voorstudie Certificatie volgens TRA 21 Ing. S. VAN HASSELT OVERZICHT van de certificatie Controledocumenten Samenwerking - 2 Algemeen Hydraulisch gebonden mengsel van korrelige
Spoorvormingsgevoeligheid LinTrack - SMA verklaard
Spoorvormingsgevoeligheid LinTrack - SMA verklaard M. Surie Hogeschool van Rotterdam A. E. van Dommelen Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde J.L.M. Voskuilen Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde
TOELICHTING ASFALTMENGSELS VOLGENS STANDAARD 2005 WIJZIGING MEI 2008
TOELICHTING ASFALTMENGSELS VOLGENS STANDAARD 2005 WIJZIGING MEI 200 Als gevolg van een wettelijke maatregel is de Europese Construction Products Directive CPD (Richtlijn Bouwproducten) van kracht in Nederland.
De ontwikkeling van hoog PR asfaltmengsels met verjongingsmiddelen
De ontwikkeling van hoog PR asfaltmengsels met verjongingsmiddelen Maarten M.J. Jacobs BAM Wegen, Afdeling TMA/A&O, Utrecht ([email protected]) David J.C. Broere Arizona Chemical, Almere ([email protected])..
-markering asfalt en Europese asfaltnormen
Asfaltontwikkelingen, Infratech -markering asfalt en Europese asfaltnormen Wim Rollfs of Roelofs, Wegbouwkundig adviseur, Materiaaldienst (DIVV), gemeente Amsterdam Asfaltontwikkelingen 1 -markering asfalt
Kenmerken van vulstoffen: opvolging tijdens de productie met het oog op aanvullende prestatie-eisen
Kenmerken van vulstoffen: opvolging tijdens de productie met het oog op aanvullende prestatie-eisen S.O. Vansteenkiste A.F.P. Verhasselt Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw (OCW), Brussel Samenvatting
Efficiënt functioneel asfaltonderzoek de rol van het bitumen
Efficiënt functioneel asfaltonderzoek de rol van het bitumen ir. R.C. van Rooijen Ooms Nederland Holding bv dr. ir. A.H. de Bondt Ooms Nederland Holding bv Samenvatting De functionele asfaltproeven die
De invloed van boor- en zaagwerkzaamheden op de korrelverdeling van gap-graded mengsels
De invloed van boor- en zaagwerkzaamheden op de korrelverdeling van gap-graded mengsels Bert Gaarkeuken DIBEC Materiaalkunde Jan van de Water DIBEC Materiaalkunde Samenvatting Gap-graded mengsels worden
Technische aspecten. Wat bekijken we deze avond? Gekleurde fietspaden. Bestanddelen. Mengsels. Eigenschappen performantie. Financieel.
Gekleurde fietspaden Technische aspecten ir. Eric Van den Kerkhof Technisch Directeur Colas Belgium nv 1 Wat bekijken we deze avond? Bestanddelen Mengsels Eigenschappen performantie Financieel Conclusies
Carbon Free-Ways. Ir. Dirk Van Troyen (AWV), Ir. Dries Keunen (AWV) 11 september 2013
Carbon Free-Ways Ir. Dirk Van Troyen (AWV), Ir. Dries Keunen (AWV) 11 september 2013 Inleiding CO 2, een broeikasgas Wereldwijde temperatuurstijging = 0,74 C 1,8 4,0 C tegen 2100 2 3 Inleiding CO 2, een
HARDMETAAL RECYCLING. Er zijn twee processen mogelijk in recyclen van hardmetaal ;
HARDMETAAL RECYCLING Wij kopen uw gebruikt hardmetaal retour. Na het retour nemen van uw hardmetaal dragen wij zorg voor het op correcte en milieuvriendelijke wijze recyclen van de grondstoffen dmv. Total
Recycling-beton in uw project: Hoe aanpakken?
Recycling-beton in uw project: Hoe aanpakken? Ir. Jeroen Vrijders Labo Duurzame Ontwikkeling NIB Stortklaar beton voor de toekomst Groen Beton- 19/09/2013 - Pagina 1 Overzicht Kader Normen & certificatie
LEAB, duurzaam asfalt produceren bij lagere temperaturen Maarten Jacobs en Rémy van den Beemt, BAM Wegen bv
LEAB, duurzaam asfalt produceren bij lagere temperaturen Maarten Jacobs en Rémy van den Beemt, BAM Wegen bv Introductie Klimaat en duurzaamheid staan hoog op de agenda van de overheden. Hoewel asfalt een
GRONDBEHANDELING: EEN TECHNISCH GEAVANCEERDE OPLOSSING. Luc Rens FEBELCEM
GRONDBEHANDELING: EEN TECHNISCH GEAVANCEERDE OPLOSSING Luc Rens FEBELCEM EEN SAMENWERKING TUSSEN TWEE FEDERATIES Gemeenschappelijke belangen Gezamenlijke acties Oprichting werkgroep «Grondbehandeling»
Volumetrisch ontwerp en bedrijfscontrole van steenskeletmengsels: een weg naar meer grip op kwaliteit!
Volumetrisch ontwerp en bedrijfscontrole van steenskeletmengsels: een weg naar meer grip op kwaliteit! Jan Voskuilen Rijkswaterstaat Mahesh Moenielal DIBEC Remy van den Beemt BAM Infra Marc Eijbersen CROW
KOUDPLASTEN VOOR DE WEGMARKERINGEN
COPRO vzw Onpartijdige Instelling voor de Controle van Bouwproducten Z.1 Researchpark - Kranenberg 190-1731 Zellik 02 468 00 95 [email protected] BTW BE 0424.377.275 02 469 10 19 www.copro.eu KBC BE20 4264
Keteninitiatief. Datum: september Versie 1 / september Verantwoordelijke voor dit verslag is André van Wijk.
Keteninitiatief Versie 1 / september 2015 Verantwoordelijke voor dit verslag is André van Wijk Pagina 1 van 5 3.D.1 Keteninitiatief Duurzame leverancier: Duurzame Leverancier is een platform voor organisaties
Functioneel DSR onderzoek: van meso naar macro, vice versa?
Functioneel DSR onderzoek: van meso naar macro, vice versa? Salil Mohan & Robbert Naus Dura Vermeer Infrastructuur Samenvatting Over de potentie van de Dynamic Shear Rheometer (DSR) in de wegenbouw bestaan
VAN AFVAL TOT GRONDSTOF! SAMEN MET U DE JUISTE RECYCLING KOMBINATIE
Beleid Nederlandse Overheid Groene Groeistrategie 1 Energie: naar een duurzame, betaalbare en betrouwbare energievoorziening 2 Biobased economy: substitutie fossiele door groene grondstoffen (biomassa)
Consequenties van de functionele CE-markering voor het dimensioneren van asfaltverhardingen
Consequenties van de functionele CE-markering voor het dimensioneren van asfaltverhardingen ir. B.W. Sluer, dr.ir. M.M.J. Jacobs BAM Wegen B.V. Samenvatting Het ontwerpen van asfaltverhardingen is in Nederland
DE MSCR TEST, EEN NIEUWE BINDMIDDEL TESTS VOOR SPOORVORMING?
DE MSCR TEST, EEN NIEUWE BINDMIDDEL TESTS VOOR SPOORVORMING? Dr. HILDE SOENEN, MARIANNE DE KEYSER, GEERT LEMOINE, SERGE HEYRMAN NYNAS NV Summary De MSCR "Multiple Stress Creep Recovery" test is recent
Vernieuwing CROW publicatie 210
Vernieuwing CROW publicatie 210 Technologendagen 2016 Peter van der Bruggen Reden Zeer veel vragen aan CROW over allerlei zaken Niet alles duidelijk beschreven Publicatie bevatte geen duidelijke proefbeschrijvingen
BETONSTAAL MECHANISCHE VERBINDINGEN VAN BETONSTAAL
OCBS Vereniging zonder winstoogmerk Keizerinlaan 66 B 1000 BRUSSEL www.ocab-ocbs.com TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN PTV 309 Herz. 0 2014/9 PTV 309/0 2014 BETONSTAAL MECHANISCHE VERBINDINGEN VAN BETONSTAAL HERZIENING
THERMOPLASTEN VOOR DE WEGMARKERINGEN
COPRO vzw Onpartijdige Instelling voor de Controle van Bouwproducten Z.1 Researchpark - Kranenberg 190-1731 Zellik 02 468 00 95 [email protected] BTW BE 0424.377.275 02 469 10 19 www.copro.eu KBC BE20 4264
Onderzoek naar vloeistofdichte asfaltconstructies - ervaringen met een praktijkgeval -
Onderzoek naar vloeistofdichte asfaltconstructies - ervaringen met een praktijkgeval - Kortschrift opgesteld voor: Wegbouwkundige Werkdagen 2002 Te Doorwerth, Nederland 12 en 13 juni 2002 Onderzoek naar
