Toepassing eigenwoningregeling bij partners
|
|
|
- Henriette Dekker
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Verdiepende special Toepassing eigenwoningregeling bij partners Editie februari 2018 Op 30 januari 2018 is een besluit van de staatssecretaris van Financiën verschenen over de eigenwoningregeling bij gezamenlijke aankoop en financiering van een woning door partners. Dit besluit heeft een lange voorgeschiedenis. Het begon met een discussie over de toepassing van de eigenwoningregeling onder de vanaf dit jaar geldende standaard binnen het huwelijksgoederenrecht, de beperkte gemeenschap van goederen. Daarover zijn in het parlement vragen gesteld. Uiteindelijk leidde dat tot een brief van de staatssecretaris van Financiën. Voor de hypotheekbranche kwam de uitleg van de staatssecretaris als een grote verrassing. Volgens Financiën is de eigenwoningreserve namelijk extracomptabel - dat wil zeggen, verbonden aan de persoon van de belasting plichtige en daarmee altijd buitengemeenschappelijk. Maar zo werd dat sinds 2013 niet geadviseerd. Met dit besluit wordt de onduidelijkheid weggenomen. Sterker nog, het besluit biedt aanknopingspunten voor ruimere advisering dan tot nu toe mogelijk was. Doe er als adviseur je voordeel mee! 1
2 Wijziging eigenwoningregeling in 2013 In 2013 is de eigenwoningregeling ingrijpend herzien. Sindsdien moet de lening voor een eigen woning volledig annuïtair of lineair worden afgelost in maximaal dertig jaar tijd, anders krijg je geen hypotheekrenteaftrek. Dit staat bekend als de aflossingseis. Voor bestaande eigenwoningschulden is overgangsrecht getroffen. Die leningen hoeven niet aan de aflossingseis te voldoen. Het is de Wet herziening fiscale behandeling eigen woning van oud-minister Blok van Wonen en Rijksdienst die ons deze wijzigingen heeft gebracht. Blok legt de werking van zijn wetsvoorstel uit aan de hand van een groot aantal voorbeelden. Als we het hebben over partners, dan geldt een economische benadering. Ook daarover zijn in de parlementaire stukken voorbeelden terug te vinden. Blok bedoelt met deze economische benadering dat partners over en weer in elkaars eigenwoningverleden stappen, als er sprake is van boedelmenging. Daarvan is onder andere sprake als partners in gemeenschap van goederen trouwen. De onderstaande twee voorbeelden zijn - in gewijzigde bewoordingen - ontleend aan de parlementaire stukken (MvA, EK , , C, blz ). Voorbeeld herziene eigenwoningregeling Arne heeft een annuïtaire aflossingshypotheek en een eigen woning van ,-. Na vijf jaar verkoopt Arne de eigen woning voor ,-. De eigenwoningschuld (EWS) bedraagt op dat moment ,-. De eigenwoningreserve (EWR) bedraagt ,- -/ ,- = ,-. De aflossingsstand bedraagt ,- met nog 25 jaar renteaftrek. Arne gaat in jaar zes een woning huren. Hij koopt in jaar zeven een nieuwe woning voor ,-. De EWS mag vanwege de bijleenregeling maximaal ,- -/ ,- = ,- bedragen. Door de aflossingsstand pakt Arne het aflossingsschema voor een bedrag van ,- weer op. Deze lening moet hij in maximaal 25 jaar aflossen. Daarbovenop gaat Arne een nieuwe lening aan voor ,-. Deze lening moet hij in maximaal 30 jaar ten minste annuïtair aflossen. Voorbeeld economische benadering De uitgangspunten zijn hetzelfde als in het vorige voorbeeld, maar nu trouwt Arne in jaar zes in gemeenschap van goederen met Yvette. Door het huwelijk verkrijgt Yvette de economische gerechtigdheid tot de helft van de EWR van ,-, dus ,-. Ook krijgt zij de helft van de aflossingsstand. Deze bedraagt nu voor elk van beiden ,- (met nog 25 jaar looptijd te gaan). Arne en Yvette kopen samen in jaar zeven een eigen woning van ,-. Zij lenen samen de volledige aankoopprijs van de eigen woning (ieder ,-). De EWS van Arne mag vanwege de bijleenregeling maximaal ,- -/ ,- = ,- bedragen. De schuld van ,- (stand nog 25 jaar) herleeft door toepassing van de aflossingsstand. Arne gaat een nieuwe lening aan voor ,- (nieuw schema dus nog 30 jaar). Voor Yvette geldt hetzelfde: schuld van ,- met een looptijd van 25 jaar en een schuld van ,- met een looptijd van 30 jaar. De beperkte gemeenschap van goederen Uit deze voorbeelden blijkt duidelijk de bedoeling van de wetgever: eerlijk zullen we alles delen, ook het eigenwoningverleden! Voor de goede orde, dit uitgangspunt geldt alleen als er sprake is van boedelmenging. Geen boedelmenging, dan ook geen overname van het eigenwoningverleden. Als partners gaan samenwonen of bijvoorbeeld in koude uitsluiting huwen, geldt als uitgangspunt: ieder het zijne. 2
3 Hoofdlijnen nieuw huwelijksvermogensrecht De hoofdregel is dat tot de gemeenschap alleen goederen behoren die tijdens het huwelijk zijn verkregen en de goederen die al voor het huwelijk gemeenschappelijk waren. Op deze hoofdregel maakt de wet een paar uitzonderingen. Onder andere vallen erfrechtelijke verkrijgingen en schenkingen niet in de gemeenschap. Behalve goederen, kunnen ook schulden tot de huwelijksgoederengemeenschap behoren. Drie categorieën schulden behoren hiertoe: 1. Alle voor het bestaan van de gemeenschap ontstane gemeenschappelijke schulden; 2. Alle schulden voor goederen die al voor de gemeenschap aan de echtgenoten gezamenlijk toebehoorden; en 3. Alle tijdens de gemeenschap ontstane schulden van elk van de echtgenoten. Maar er zijn een paar uitzonderingen. Onder andere schulden voor van de gemeenschap uitgezonderde goederen vallen niet in de beperkte gemeenschap. Ook schulden die behoren tot een nalatenschap waartoe een echtgenoot gerechtigd is, vallen niet in de gemeenschap. Wat wel en wat niet in de beperkte gemeenschap valt, kun je teruglezen in artikel 1:94 BW. Brief 14 april 2017 De vraag komt op hoe dit uitpakt op het moment dat partners huwen in de nieuwe standaard : de sinds 2018 geldende beperkte gemeenschap van goederen. Daarover zijn meermaals vragen gesteld aan de staatssecretaris van Financiën. In zijn brief van 14 april 2017 lijkt hij te komen met een definitief antwoord. In die brief gaat hij uitgebreid in op de uitwerking bij onder andere de algehele gemeenschap van goederen en de nieuwe beperkte gemeenschap van goederen. Merkwaardig genoeg wordt de door Blok gepropageerde economische benadering voor de eigenwoningreserve opzijgezet. Als dat uitgangpunt juist is, zijn er sinds 2013 heel wat hypotheekadviezen fout geweest. De onderstaande voorbeelden zijn - in gewijzigde bewoordingen - ontleend aan de brief van de staatssecretaris van Financiën van 14 april 2017 (kenmerk ). Voorbeeld algehele gemeenschap van goederen ( oude standaard ) Gijs verkoopt zijn eigen woning waarvoor hij vijf jaar aftrek van eigenwoningrente heeft genoten. Op de eigen woning rustte een EWS van ,-. Bij verkoop realiseert Gijs een EWR van ,-. Zijn partner Debbie heeft geen eigenwoningverleden. Gijs en Debbie trouwen in algehele gemeenschap van goederen (de oude standaard ). Daarna kopen zij samen een woning van ,-. Samen financieren zij de woning met een annuïteitenhypotheek van ,-, een aflossingsvrije hypotheek van ,- en ,- eigen vermogen van Gijs. Door te huwen in algehele gemeenschap van goederen, gaat vermogensrechtelijk alles tot de huwelijksgoederengemeenschap behoren. Dit geldt ook voor het eigen vermogen van Gijs van ,- dat in de woning wordt geïnvesteerd. Maar de EWR van Gijs is voor hem een fiscaal extracomptabele - dus buitengemeenschappelijke - stand die ondanks het huwelijk in algehele gemeenschap niet voor de helft overgaat op Debbie. Nu sprake is van een algehele gemeenschap van goederen hebben Gijs en Debbie ieder een aandeel van 50% in de schuld van ,-. Van die schuld is ,- aflossingsvrij en ,- annuïtair. Van deze schuld valt maximaal ,- onder het overgangsrecht waar zowel Gijs als Debbie onder vallen. Gijs heeft - rekening houdend met zijn EWR - een bestaande EWS van ,-, waarvoor nog 25 jaar recht op renteaftrek bestaat en de aflossingseis niet geldt. Voor Debbie geldt hetzelfde. 3
4 Voor Gijs geldt het volgende: Van zijn hypotheek van ,- wordt ,- aangemerkt als bestaande EWS. Gijs heeft daarvoor maximaal 25 jaar renteaftrek; ,- is een schuld die valt in box 3 vanwege de EWR van Gijs. Voor Debbie geldt het volgende: Zij heeft 25 jaar recht op renteaftrek over haar bestaande EWS van ,-; Zij heeft 30 jaar recht op renteaftrek over haar restantaandeel in de annuïtaire hypotheek van ,-. Voorbeeld beperkte gemeenschap van goederen ( nieuwe standaard ) De uitgangspunten zijn hetzelfde als in het vorige voorbeeld, maar nu trouwen Gijs en Debbie in een beperkte gemeenschap van goederen, de nieuwe standaard. Ook nu heeft Gijs op het moment van het aangaan van het huwelijk een EWR van ,-, die ook na het huwelijk alleen van hem blijft. Woningen en hypotheken die gezamenlijk of tijdens het huwelijk zijn verkregen, behoren tot de huwelijksgoederengemeenschap. Gijs en Debbie zijn dus elk dus 50% eigenaar en schuldenaar. Voor Gijs is het overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden van toepassing. Voor Debbie niet. Het voorhuwelijks overgangsrecht blijft van Gijs. Er is immers geen sprake van boedelmenging. Voor Gijs geldt nu het volgende: Van zijn hypotheek van ,- wordt ,- aangemerkt als bestaande EWS. Gijs heeft daarvoor 25 jaar renteaftrek; ,- valt in box 3 vanwege de EWR van Gijs. Voor Debbie geldt dat: Van haar hypotheek van ,- wordt ,- aangemerkt als EWS. Debbie heeft daarvoor 30 jaar renteaftrek; ,- aflossingsvrije hypotheek valt in box 3. Uit deze voorbeelden van de staatssecretaris van Financiën kunnen we een aantal conclusies trekken. Ten eerste is het, zoals gezegd, nogal merkwaardig dat de staatssecretaris van Financiën de eigenwoningreserve niet meeneemt in de economische benadering. Deze blijft volgens de staatssecretaris te allen tijde aan de persoon van de belastingplichtige kleven. De eigenwoningreserve gaat, anders dan Blok heeft gezegd, niet over ingeval van boedelmenging. De verwarring is daarmee compleet. Het lijkt hierbij om een interdepartementele strijd te gaan - de minister van Wonen en Rijksdienst versus Financiën - maar het moge duidelijk zijn dat de praktijk daar niet mee gediend is. Duidelijkheid is gewenst. Ten tweede wordt de gedachte dat het voorhuwelijks eigenwoningverleden onder de beperkte huwelijksgoederengemeenschap niet voor de helft overgaat op de partner in feite bevestigd. Uit de voorbeelden blijkt duidelijk dat het overgangsrecht onder de nieuwe standaard niet mee overgaat op de partner. Weliswaar ontkent de staatssecretaris van Financiën dat dit een gevolg is van de nieuwe huwelijksgoederengemeenschap, maar - de juistheid van deze stelling in het midden latend - hij veroordeelt partners daarmee wel tot huwelijkse voorwaarden of een annuïtaire financiering. Besluit 30 januari 2018 Met het besluit van 30 januari 2018 (nr ) biedt de staatssecretaris van Financiën de praktijk een oplossing voor de ontstane problematiek. Deze oplossing bestaat eruit dat partners ervoor kunnen kiezen elkaars eigenwoningverleden te delen. Daaraan zijn drie voorwaarden verbonden, die verderop ter sprake zullen komen. 4
5 Weliswaar is de hele discussie ontstaan tegen de achtergrond van de per 2018 geldende beperkte huwelijksgoederengemeenschap, maar in het besluit wordt de goedkeuring niet tot deze situaties beperkt. Het besluit geldt namelijk voor alle partners in de zin van de Wet IB De werkingssfeer is dus niet beperkt tot gehuwden. Dat is goed nieuws voor partners die het overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden optimaal willen benutten. Ook daarover straks meer. Hoe de geboden oplossing uitpakt, licht de staatssecretaris toe aan de hand van een voorbeeld. Hieronder is dit voorbeeld uit het besluit van 30 januari in gewijzigde bewoordingen - opgenomen. Voorbeeld besluit 30 januari 2018 Faisal verkoopt in 2016 zijn eigen woning waarvoor hij vijf jaar renteaftrek heeft gehad. Op de eigen woning rustte een bestaande EWS van ,-. Bij verkoop ontstaat een EWR van ,-. Natasha heeft geen eigenwoning verleden. Faisal en Natasha kopen in 2017 samen een woning van ,-. Zij financieren de aankoop met een gezamenlijke annuïteitenhypotheek van ,-, een gezamenlijke aflossingsvrije hypotheek van ,- en ,- eigen vermogen van Faisal. Faisal en Natasha zijn fiscaal partners. Ze zijn allebei voor de helft eigenaar en schuldenaar. Uitwerking op basis van de huidige wettelijke regeling Faisal heeft een EWR van ,- en voor hem is het overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden van toepassing. Faisal heeft - rekening houdend met ,- verwervingskosten en zijn EWR van ,- - nog een bestaande EWS van ,-. Hij kan hier de rente nog maximaal 25 jaar aftrekken. Natasha kan alleen de rente aftrekken voor zover haar aandeel in de lening voldoet aan de sinds 1 januari 2013 geldende aflossingseis. Voor Faisal geldt nu het volgende: Van zijn hypotheek van ,- wordt ,- aangemerkt als bestaande EWS. Faisal heeft daarvoor 25 jaar renteaftrek; ,- valt in box 3 vanwege Faisals EWR. Voor Natasha geldt het volgende: Van haar hypotheek van ,- wordt ,- aangemerkt als EWS. Het aflossingsvrije deel van ,- voldoet niet aan de aflossingseis en valt daarmee in box 3; Natasha heeft 30 jaar renteaftrek op haar aandeel in de annuïtaire hypotheek van ,-. Uitwerking op basis van de goedkeuring Als Faisal en Natasha een beroep doen op de goedkeuring, gaat het eigenwoningverleden van Faisal voor de helft over op Natasha. Het eigenwoningverleden van Faisal bestaat uit een EWR van ,- en het recht op overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden voor ,- waarvoor nog 25 jaar renteaftrek bestaat. Dit eigenwoningverleden wordt nu gedeeld. Voor Faisal geldt het volgende: Het gehele bedrag van zijn aandeel in de hypotheek van ,- wordt aangemerkt als EWS. Zijn aandeel in de EWR van ,- heeft hij volledig in mindering gebracht op zijn aandeel in de verwervingskosten van de woning; Van Faisals hypotheek van ,- wordt ,- aangemerkt als bestaande EWS. Daarvoor heeft hij nog 25 jaar renteaftrek; Zijn resterende ,- wordt aangemerkt als ( nieuwrecht ) EWS. Het gaat hierbij om Faisals aandeel in de annuïteitenhypotheek. Hij moet dit leningdeel in maximaal 30 jaar aflossen. Gedurende die periode heeft hij renteaftrek. Voor Natasha geldt door het beroep op het besluit exact hetzelfde. 5
6 We zien dat Faisal in dit voorbeeld ,- overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden verliest. Daarmee samenhangend, raakt hij ook ,- renteaftrekverleden kwijt. Natasha neemt dit over. Faisal kan voor deze ,- weer 30 jaar renteaftrek krijgen. Ook halveert zijn EWR tot ,-. Natasha krijgt deze EWR van ,-. Datzelfde geldt voor de bestaande EWS van ,- waarvoor nog 25 jaar renteaftrek bestaat. De conclusie is duidelijk. Als Faisal en Natasha gezamenlijk een beroep doen op de goedkeuring, wordt de gehele gezamenlijke schuld van ,- aangemerkt als eigenwoningschuld. Op basis van de wet zou van de gezamenlijke schuld van ,- slechts ,- worden aangemerkt als eigenwoningschuld. Met een beroep op de goedkeuring uit het besluit valt dus veel te winnen. De voorwaarden Zoals gezegd zijn aan de toepassing van het besluit drie voorwaarden verbonden. Deze luiden als volgt: 1. De fiscaal partners kopen en financieren de eigen woning in een 50/50-verhouding; 2. De fiscaal partners doen het beroep op de goedkeuring door de eigenwoningreserve en de eigenwoningrente op deze manier in de aangifte(n) op te nemen; 3. De fiscaal partners zijn akkoord met de consequentie dat toepassing van de goedkeuring ook geldt voor de toekomst. De verdeling bij helfte van het eigenwoningverleden van één of beide fiscaal partners kan daardoor niet meer worden herzien of teruggedraaid. In de eerste voorwaarde wordt gesproken over een 50/50 schuld- en eigendomsverhouding. Bij een andere eigendoms- en/of schuldverhouding kan dus geen beroep worden gedaan op het besluit. De eerder gesignaleerde problemen zijn daarmee van de baan. Maar er zijn wel wat aandachtpunten. Eerste aandachtspunt: interdepartementale discussie Zoals eerder aangegeven vindt ex-staatssecretaris Wiebes van Financiën dat de eigenwoningreserve extracomptabel (buitengemeenschappelijk) is en dientengevolge niet voor de helft overgaat bij boedelmenging (zoals bij een huwelijk in gemeenschap van goederen). Minister Blok van Wonen en Rijksdienst zag dit indertijd anders. In het besluit wordt niet teruggekomen op dit standpunt. Dat roept de vraag op of de (nieuwe) staatssecretaris van Financiën nu wel of niet is teruggekomen op het in de brief van 14 april 2017 geformuleerde standpunt. Als dat niet zo is, moeten partners mogelijk alsnog - afhankelijk van de situatie - een beroep doen op de goedkeuring uit het besluit. Voorbeeld Marcel heeft na vijf jaar eigenwoningbezit zijn eigen woning verkocht. Hij realiseert een eigenwoningreserve van ,-. Hij trouwt vervolgens in 2017 in algehele gemeenschap van goederen met Bella, die geen eigenwoningverleden heeft. Tijdens het huwelijk kopen zij een woning voor ,-. Zij financieren de woning met een annuïteitenhypotheek van ,- met een looptijd van vijfentwintig jaar. Als we het eerder ingenomen standpunt van Financiën volgen, dan heeft Marcel een box 3-schuld van ,-. Door beroep te doen op de goedkeuring uit het besluit, valt dit weliswaar te voorkomen, maar daarbij is hij dan wel afhankelijk van de medewerking van Bella. Als Financiën daarentegen het eerder ingenomen standpunt heeft verlaten, is de eigenwoningreserve door het huwelijk in gemeenschap van goederen overgegaan op Bella. Tweede aandachtspunt: samenhang tussen de eerste twee voorwaarden In de eerste voorwaarde wordt de eis gesteld dat de onderlinge schuldverhouding 50/50 is, dus dat deze beide partners in dezelfde mate aangaat. In de tweede voorwaarde staat dat partners een beroep doen op deze goedkeuring door, naast de eventuele eigenwoningreserve, de eigenwoningrente in die verhouding te verwerken in hun aangifte(n) inkomstenbelasting. In de eerste voorwaarde staat de schuld centraal, in de tweede de rente. Dat maakt wel wat uit. Het is in de praktijk niet ongebruikelijk dat partners een onderlinge draagplicht naar 6
7 rato van hun inkomen afspreken. Evenmin is het ongebruikelijk dat partners in hun aangifte(n) inkomstenbelasting de belastbare inkomsten uit eigen woning toedelen in een andere verhouding dan 50/50. Gaat het in die gevallen wel goed? Volgens een mondelinge uitlating van het ministerie van Financiën kan ook in die gevallen een beroep worden gedaan op de goedkeuring. Het is dus uitsluitend van belang dat de schuldverhouding 50/50 is, niet de achterliggende draagplicht en/of toedeling in de aangifte(n) inkomstenbelasting. Voorbeeld Joost en Marijke willen een beroep doen op de goedkeuring uit het besluit. Zij hebben een eigen woning en een eigenwoningschuld. De eigendoms- en schuldverhouding is 50/50. In hun samenlevingsovereenkomst hebben Joost en Marijke afgesproken dat zij de rentelasten naar verhouding van hun inkomen betalen. Joosts inkomen bedraagt ,-. Marijkes inkomen bedraagt ,-. Van de betaalde rente neemt Joost dus 70% voor zijn rekening, Marijke 30%. Omwille van een optimaal fiscaal voordeel rekenen zij in hun aangiften inkomstenbelasting alle belastbare inkomsten uit eigen woning toe aan Joost. Joost en Marijke kunnen een beroep op de goedkeuring uit het besluit van 30 januari 2018 doen, ondanks dat hun betalingsafspraak over de rente afwijkt van de schuldverhouding en ondanks dat in de aangiften inkomstenbelasting de belastbare inkomsten uit de eigen woning - en daarmee de eigenwoningrente - volledig bij Joost in aanmerking wordt genomen. Bestaande situaties Het besluit werkt terug naar het jaar Het kan zijn dat partners in voorgaande jaren meer inkomstenbelasting hebben betaald, omdat zij ervan uit zijn gegaan dat een deel van hun schuld in box 3 valt. Door nu alsnog een beroep te doen op het besluit kunnen zij dit herstellen voor de toekomst, maar ook voor het verleden. Als namelijk de definitieve aanslag over een voorgaand jaar al onherroepelijk vaststaat en de goedkeuring tot een lagere aanslag zou leiden, kunnen partners de inspecteur nu vragen om een zogeheten ambtshalve vermindering. Dit is mogelijk als er minder dan vijf jaren zijn verstreken na het einde van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft. Partners moeten gezamenlijk verzoeken om ambtshalve vermindering. Afwijkende situaties Volgens de eerste voorwaarde moeten partners in gelijke mate eigenaar en schuldenaar zijn, anders is een beroep op het besluit niet mogelijk. Mogelijk zijn er situaties waarbij niet aan deze eis is voldaan, maar waarbij de uitkomst toch onredelijk is. Het ministerie van Financiën zet de deur voor deze situaties op een kier. Als partners die niet voldoen aan de eerste voorwaarde, vinden dat zij wel in aanmerking zouden moeten komen voor de goedkeuring uit het besluit, dan kunnen zij een verzoek indienen om toepassing naar analogie. De partners moeten dan gezamenlijk een verzoek indienen bij de Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen, Team Brieven en Beleidsbesluiten. Er wordt dan beoordeeld of er in die situatie ook sprake is van een niet-beoogde beperking van renteaftrek. Als daar sprake van is, zal gekeken worden of er een tegemoetkoming naar analogie van de gegeven goedkeuring kan worden verleend. Voorbeeld Manziel en Beita gaan samenwonen. Zij kopen een woning voor ,- in de verhouding 50/50. Manziel heeft zijn vorige woning verkocht. Hierdoor is een eigenwoningreserve ontstaan van ,-. Hij heeft drie jaar renteaftrek gehad. De nieuwrecht EWS bedroeg bij verkoop ,-. Manziel en Beita sluiten een annuïteitenhypotheek voor ,- met een looptijd van zeventwintig jaar. De resterende ,- wordt door Manziel uit eigen middelen betaald (zijn EWR). Manziel en Beita zijn hoofdelijk medeschuldenaar voor de lening. Vanwege Manziels inbreng van eigen geld spreken zij af dat de lening Manziel voor ,- aangaat en Beita voor ,-. In die verhouding spreken zij ook af de rente te betalen. De eigendomsverhouding is dus 50/50, de schuldverhouding is nu 33⅓/66⅔. 7
8 Mogen zij deze scheve schuldverhouding afspreken? Zonder meer. De eigendomsverhouding hoeft niet gelijk te zijn aan de schuldverhouding. Door deze scheve schuldverhouding kunnen zij echter geen beroep doen op de goedkeuring uit het besluit. Voor die goedkeuring is immers vereist dat ook de schuldverhouding 50/50 moet zijn. Kunnen zij hun situatie nu voorleggen aan de Belastingdienst? Dat is hier helemaal niet nodig. Er is namelijk geen sprake van een onredelijke uitkomst. De uitkomst is namelijk dat Manziel maximaal een bedrag van ,- -/ ,- (EWR) = ,- in box 1 mag lenen. Dit komt overeen met zijn aandeel in de lening. Voor hem is de rente aftrekbaar als eigenwoningrente. Voor Beita geldt dat zij de volledige aankoopprijs van de woning in box 1 mag lenen, dus een bedrag van ,-. Dat is door de gemaakte afspraak ook precies wat zij doet. Ook Beita kan alle rente fiscaal aftrekken. Vanwege het fiscaal partnerschap kunnen zij de belastbare inkomsten uit eigen woning verdelen in iedere gewenste verhouding. Civielrechtelijke gevolgen Het besluit van 30 januari 2018 is een fiscaalrechtelijk besluit. Het heeft daarmee geen werking voor het civiele recht. Door de werking van de goedkeuring gaat bijvoorbeeld de eigenwoningreserve van de ene partner voor de helft over op de andere partner. Dat wil niet zeggen dat de overwaarde bij verkoop van de woning beide partners dan ook in gelijke mate aangaat. Voorbeeld David heeft bij de verkoop van zijn eigen woning een eigenwoningreserve gerealiseerd van ,-. Hij had een bestaande eigenwoningschuld van ,-. Hij gaat samenwonen met Simone. Simone heeft geen eigenwoningverleden. Samen kopen zij een woning voor ,- in de verhouding 50/50. Zij financieren deze woning voor een bedrag van ,- in de verhouding 50/50. Door een beroep te doen op de goedkeuring uit het besluit, gaat de eigenwoningreserve Simone ook aan voor 50%. Ieder heeft dus een lening van ,-. De relatie loopt een aantal jaren later op de klippen. David en Simone verkopen de woning voor ,-. De schuld bedraagt op het moment van verkoop nog steeds ,-. De verkoopopbrengst is daarmee netto ,-. Fiscaalrechtelijk komt ieder van de partners nu een eigenwoningreserve in verband met de verkoop van de woning toe van ,-. In de samenlevingsovereenkomst hebben David en Simone een nominaal vergoedingsrecht afgesproken. David krijgt van de gerealiseerde overwaarde dus niet een bedrag van ,- maar van ,-. Bovenop zijn eigen investering - een bedrag van ,- - krijgt hij dus de helft van de verdere waardestijging van de woning. Dat is 50% van ,- -/ ,- = ,-. De fiscale uitwerking is door een beroep op de goedkeuring uit het besluit te doen dat beide partners voor 50% in de fiscaliteit rondom de eigen woning stappen. De civielrechtelijke werkelijkheid kan daarvan afwijken. De binnen het huwelijksgoederenrecht geldende beleggingsleer blijft daarmee ook overeind, tenzij partners hier afwijkende afspraken over maken. Twee versies Van het besluit zijn twee versies gepubliceerd. De eerste verscheen in de Staatscourant van 31 januari 2018, de tweede een dag later (herdruk). De verschillen zijn miniem van aard en niet inhoudelijk. In de eerste versie werd verwezen naar Staatsblad 2017, 77. Dat moest zijn Staatsblad 2017, 177. Verder werd in de eerste versie in het voorbeeld een bedrag genoemd van ,-. Dat moest zijn ,-. Deze twee schoonheidsfoutjes zijn met de herdruk eruit gehaald. Méér overgangsrecht door goedkeuring Het besluit geeft de ruimte om het overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden tussen partners in hogere mate te laten herleven, zonder dat sprake is van boedelmenging. Dit kan het beste worden toegelicht aan de hand van een voorbeeld. 8
9 Voorbeeld Günther en Latifa wonen ongehuwd samen in de woning van Günther. Hij heeft al tien jaar een bestaande eigenwoningschuld van ,-. Günther verkoopt de woning voor ,- waardoor hij een eigenwoningreserve realiseert van ,-. Latifa heeft geen eigenwoningverleden. Samen kopen Günther en Latifa een nieuwe woning voor een bedrag van ,-. De eigendomsverhouding van de woning is 50/50. Wettelijke regeling bij scheve schuldverhouding Zonder toepassing van het besluit zou het standaardadvies zijn dat Günther een lening aangaat van ,-. Dat is voor hem een bestaande eigenwoningschuld. Günther mag dan bijvoorbeeld kiezen voor een aflossingsvrije hypotheek. Hij heeft nog maximaal twintig jaar renteaftrek. Latifa leent de volledige aankoopsom van haar aandeel in de woning, ,-, met een lineaire of annuïteitenhypotheek, omdat voor haar lening de aflossingseis geldt. Zij heeft voor deze lening nog dertig jaar renteaftrek. Toepassing besluit bij rechte schuldverhouding Als Günther en Latifa kiezen voor een 50/50-schuldverhouding, kunnen zij een beroep doen op de goedkeuring uit het besluit. In dat geval wordt de eigenwoningreserve en het overgangsrecht eveneens 50/50 gedeeld tussen Günther en Latifa. Günther heeft dan een bestaande (aflossingsvrije) eigenwoningschuld van ,- met nog twintig jaar renteaftrek. Daarbovenop heeft hij een lening van ,- waarvoor de aflossingseis geldt en waarvoor hij nog dertig jaar renteaftrek heeft. Voor Latifa geldt exact hetzelfde. Samenvattend ziet de financiering er als volgt uit: Een bestaande eigenwoningschuld van ,- met nog twintig jaar renteaftrek voor Günther; Een eigenwoningschuld waarvoor de aflossingseis geldt van ,- met dertig jaar renteaftrek voor Latifa. Samenvattend ziet de financiering er als volgt uit: Bestaande eigenwoningschuld van ,- met nog twintig jaar renteaftrek; Een eigenwoningschuld waarvoor de aflossingseis geldt van ,- met dertig jaar renteaftrek. Conclusie Overweging 1: Door een rechte schuldverhouding (50/50) af te spreken, kan het overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden in hogere mate herleven (hier: volledig); Overweging 2: Door een scheve schuldverhouding af te spreken, is er voor een groter deel van de financiering langer recht op renteaftrek. NB: Günther leent bij een rechte schuldverhouding meer dan wat hij bij een scheve schuldverhouding zou mogen lenen als eigenwoningschuld en Latifa in diezelfde mate minder. Dit resulteert in een onderling vergoedingsrecht van ,- (vordering van Günther op Latifa). Dit staat los van de schuldverhouding binnen de hypotheek. NB2: Op grond van de Tijdelijke regeling hypothecair krediet mag een bank maximaal 50% van de waarde van een woning aflossingsvrij financieren. In dit voorbeeld is hier rekening mee gehouden. Over de auteur Ruben Stam heeft fiscaal recht gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden en volgde aan de Vrije Universiteit Amsterdam de leergang pensioenrecht. Voor Hoffelijk Financieel is hij vaste auteur voor de Wft Permanent Actueel onderdelen Wft Basis, Wft Vermogen, Wft Hypothecair Krediet en Wft Pensioen. 9
Inleiding. Hoofdlijnen nieuw huwelijksvermogensrecht. Enige hoofdlijnen van de huidige eigenwoningregeling. Casuïstiek.
Mr. Ruben Stam Inleiding Hoofdlijnen nieuw huwelijksvermogensrecht Enige hoofdlijnen van de huidige eigenwoningregeling Casuïstiek Samenvatting Hoe zijn wij getrouwd? (2017) Als er geen huwelijkse voorwaarden
Aandachtspunten in de eigenwoningregeling bij doorstromen
U aangeboden door: Aandachtspunten in de eigenwoningregeling bij doorstromen Rob Timmermans MFP Aandachtspunten bij doorstromen Overgangsrecht Verhuisregelingen Aflossingsverplichting Aflossingsstand Resterende
Gemeenschap tussen samenwoners of gehuwden met huwelijkse voorwaarden zonder beperkte gemeenschap van woning
Toelichting gebruik besluit 30 januari 2018 staatssecretaris van Financiën Op 30 januari jl. heeft de staatssecretaris van Financiën Menno Snel een goedkeurend besluit inzake het vaststellen van het aandeel
Complexe fiscale situaties in de eigenwoningregeling. Rob Timmermans MFP
Complexe fiscale situaties in de eigenwoningregeling Rob Timmermans MFP Aandachtspunten in de eigenwoningregeling Eigenwoningschuld Overgangsrecht Aflossingsverplichting Aflossingsstand Verhuisregelingen
Welkom Het aandeel in de eigenwoningschuld in de praktijk
Welkom Het aandeel in de eigenwoningschuld in de praktijk Rob Timmermans MFP Programma Keuzemogelijkheden bij het kopen van een woning met een partner met een eigenwoningverleden in verschillende samenlevingsvormen
Welkom! Duidelijkheid vaststellen eigenwoningschuld! Drs. J.O. (Jasper) Horsthuis
Welkom! Duidelijkheid vaststellen eigenwoningschuld! Drs. J.O. (Jasper) Horsthuis Introductie Relaties en gevolgen Civiele knelpunten Fiscale knelpunten Agenda van de avond Besluit Staatssecretaris 30
2. Verschil tussen het huidige standaard huwelijksgoederenstelsel en het nieuwe standaard huwelijksgoederenstelsel
33 987 Voorstel van wet van de leden Swinkels, Recourt en Van Oosten tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet teneinde de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen
oktober 2017 Onderwerpen Per RB Studiekring Gelderland Overijssel drs.paul SchutRB
RB Studiekring Gelderland Overijssel drs.paul SchutRB Onderwerpen Wet Beperking wettelijke gemeenschap van goederen Civiele gevolgen Fiscale gevolgen Overige fiscale maatregelen 2018: wijziging Successiewet
Om de bijleenregeling uit te leggen worden de volgende termen gebruikt:
De bijleenregeling: Deze regeling is in werking getreden per 1 januari 2004. Door deze regeling wordt het voor huiseigenaren ongunstig om de overwaarde te gaan gebruiken voor andere zaken dan de financiering
Expert Meeting 6 oktober Invoering beperkte huwelijksgemeenschap. mr. Margot E. Burger MfN RFEA Chantal M. Scherpenhuijzen MfN RFEA
Expert Meeting 6 oktober 2016 Invoering beperkte huwelijksgemeenschap mr. Margot E. Burger MfN RFEA Chantal M. Scherpenhuijzen MfN RFEA Cd van jou, cd van mij Cd van ons allebei gekregen van mijn moeder,
Workshop Echtscheiding. Erasmus Universiteit Rotterdam 19 juni 2015 [email protected]
Workshop Echtscheiding Erasmus Universiteit Rotterdam 19 juni 2015 [email protected] 1 Algemeen Een op de drie huwelijken strandt Gemiddeld 14,5 jaar (CBS, 2013) Reden genoeg om na te gaan wat de
Mutaties in de (fiscale) aflossingsverplichting van de eigenwoningschuld
Aangeboden door: Mutaties in de (fiscale) aflossingsverplichting van de eigenwoningschuld Rob Timmermans MFP De aflossingsverplichting Gedragscode / NHG > 50% marktwaarde woning Fiscaal Art. 3.119a/3.119c
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Wijziging van het besluit van 5 juli 2010, nr. DGB2010/872M, Stcrt. 2010, nr.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 18050 30 maart 2018 Wijziging van het besluit van 5 juli 2010, nr. DGB2010/872M, Stcrt. 2010, nr. 10783 Belastingdienst/Directie
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG
> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag 2511 DP Uw kenmerk
Mark en Veronique gaan samenwonen (na verkoop van de woning van M in een huurwoning, duur paar maanden)
Uitwerking Casus 1 Uitgangspunten situatie 1: heeft een woning gekocht in 2015 voor 220.000 heeft een annuïteitenhypotheek genomen van 220.000 verkoopt de woning in 2018 voor 200.000 (geen EWR) heeft een
Echtscheiding en eigen woning
Echtscheiding en eigen woning 25 april 2013 Echtscheiding is aan de orde van de dag. Ruim 36 % van alle huwelijken eindigt door echtscheiding. Onder ondernemers ligt dat percentage nog wat hoger. Bij een
Mark en Veronique kopen samen een woning aan
raag aan de hypotheekadviseur Twee starters, één van hun ontvangt een hoge vrijgestelde schenking eigen woning en willen na de aankoop trouwen in de wettelijke gemeenschap van goederen. Zij willen weten
Casus 1. EW en verkoop, 3.111, lid 2. Aanstaande EW, 3.111, lid 3
De eigen woning Algemeen en actualiteit Echtscheiding Bijleenregeling Kapitaalverzekering 1 1 Helga van Bijnen Programma Algemeen inkomsten eigen woning Echtscheiding en eigen woning Bijleenregeling Kapitaalverzekering
Belastingdienst. Het echtscheidingsconvenant en de eigen woning Fiscale aandachtspunten
Belastingdienst Het echtscheidingsconvenant en de eigen woning Fiscale aandachtspunten Introductie Bij het opstellen van een echtscheidingsconvenant (vanaf hier convenant ) is het belangrijk om de fiscale
Tip! Het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte bv maakt een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren.
Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen moeten dan wel zakelijk met elkaar omgaan en afspraken moeten goed zijn vastgelegd. Wie de
Verkoopoverzicht M A Verkoopsom woning EWS / / /- EWR
Uitwerking 1: Samenwonen Uitgangspunten: M heeft met A een woning gekocht in 2001 voor 180.000 (samenwonend) M en A hebben in 2011 de woning verkocht voor 280.000 M en A hadden een aflossingsvrije hypotheek
Eigenwoningreserve of verkoop eigen woning
bij aangifte inkomstenbelasting 2014 voor buitenlands belastingplichtigen IB 291 1T41FD BUI Verkocht u of uw fiscale partner in 2014 een? Had deze woning overwaarde? En kocht u een andere? Dan hebt u te
U of uw fiscale partner verkoopt een eigen woning of heeft een eigenwoningreserve
UW WONING EN DE FISCUS U koopt een woning 2e woning Rente en kosten voor de eigenwoningschuld Niet aftrekbaar zijn: Eenmalig aftrekbare kosten Inkomsten Eigen Woning U sluit een spaar-, leven- of beleggingshypotheek
de Kredieter Hypotheken & financiële planning
de Kredieter Hypotheken & financiële planning de Kredieter Martin van de Biezen Erkend hypotheek adviseur / Gecertificeerd financieel planner Specialisatie: Hypotheken & financiële planning [email protected]
Uitwerking 2: Trouwen in gemeenschap van goederen met gedeeltelijke overgang EWS verleden
Uitwerking 2: Trouwen in gemeenschap van goederen met gedeeltelijke overgang EWS verleden Uitgangspunten: M heeft met A een woning gekocht in 2001 voor 180.000 (samenwonend) M en A hebben in 2011 de woning
Eigen woning en scheiding. Stappenplan. Eigen woning
Eigen woning en scheiding 1 Stappenplan Wie heeft een eigen woning? Wie heeft er een eigenwoningschuld? Drukt de rente? Is er betaald? Eigen woning 1 Hoofdregel: art. 3.111 lid 1 Gebouw of duurzaam aan
De eigen woning. Programma. Wat is een Eigen Woning, 3.111, lid 1. Algemeen Echtscheiding Bijleenregeling & Kapitaalverzekering
De eigen woning Algemeen Echtscheiding Bijleenregeling & Kapitaalverzekering 1 1 Helga van Bijnen Programma Algemeen inkomsten eigen woning Echtscheiding en eigen woning Bijleen-regeling Kapitaalverzekering
Eigenwoningreserve of verkoop eigen woning
bij aangifte inkomstenbelasting 2012 12 Verkocht u of uw fiscale partner in 2012 een? Had deze woning overwaarde? En kocht u een andere? Dan hebt u te maken met de bijleenregeling. Daardoor is uw (hypotheek)renteaftrek
Eigenwoningreserve of verkoop eigen woning
IB 291 1T11FD BUI (2565) Verkocht u of uw fiscale partner in 2011 een? Had deze woning overwaarde? En kocht u een andere? Dan hebt u te maken met de bijleenregeling. Daardoor is uw (hypotheek)renteaftrek
Dossier. Eigen woning en echtscheiding
Editie 1 September 2006 Dossier Eigen woning en echtscheiding Verdeling inkomsten uit eigen woning 4 De scheidingsregeling in de praktijk 5 Renteaftrek eigen woning bij echtscheiding 8 Een uitgebreid voorbeeld
Verdiepende special Exit tijdklemmen voor KEW, SEW en BEW. En nu?
Verdiepende special Exit tijdklemmen voor KEW, SEW en BEW. En nu? Editie maart 2017 Op dit moment gelden strenge wettelijke voorwaarden bij de toepassing van de uitkeringsvrijstellingen voor een kapitaalverzekering
Eigenwoningreserve of verkoop eigen woning
bij aangifte inkomstenbelasting 2013 13 Verkocht u of uw fiscale partner in 2013 een? Had deze woning overwaarde? En kocht u een andere? Dan hebt u te maken met de bijleenregeling. Daardoor is uw (hypotheek)renteaftrek
Verantwoord lenen bij OHRA
OHRA Hypotheken 2 Verantwoord lenen bij OHRA Inhoud 1. Belastingregels 5 2. Wilt u meer zekerheid over het terugbetalen? 7 2.1 Een deel van uw lening eerder terugbetalen 8 2.2 Een andere aflosvorm kiezen
Als u een woning koopt
2004 Als u een woning koopt Als u een woning koopt, heeft dat gevolgen voor uw belasting. Meestal levert het een belastingvoordeel op, omdat u de rente en een aantal andere kosten kunt aftrekken. Tegenover
Kleiner wonen: Mr. Kees Roest FB
Kleiner wonen: kopen of huren? Inleiding Kopen of huren. Is deze vraag nu actueel of van alle dag? Vergelijk koophuis en huur huis, maar wel appels en appels, peren met peren vergelijken Kopen Voor en
Estate planning (On)zin van een draagplichtover een komst
E. Hoepelman LLM MSc 1 (On)zin van een draagplichtover een komst De afgelopen jaren is er veel geschreven over de zogenoemde draagplichtover een komst. In deze bijdrage wordt ingegaan op de (on)zin van
Uw hypotheek en de belasting in 2014
Uw hypotheek en de belasting in 2014 Hier vindt u een toelichting op het jaaroverzicht van uw BLG Hypotheek. Ook leest u hier de belangrijkste fiscale regels die in 2014 gelden voor de eigen woning, hypotheek,
HRo - Inkomstenbelasting - Niet-winst -- Deel 2
Inkomstenbelasting NW 2 programma Belastbare inkomsten uit eigen woning Eigen woning en eigenwoningforfait; Kapitaalverzekering eigen woning; Eigenwoningschuld en eigenwoningreserve; Aftrekbare kosten;
Vragen en antwoorden inzake het overgangsregime KEW, SEW en BEW
Vragen en antwoorden inzake het overgangsregime KEW, SEW en BEW KENNISGROEP VERZEKERINGSPRODUCTEN 31 juli 2013 INLEIDING De Kennisgroep Verzekeringsproducten heeft na afstemming met het ministerie van
Eigenwoningreserve of verkoop eigen woning
12345 20 Aanvullende toelichting bij aangifte inkomstenbelasting 20 u dat deel van de financiering toen niet tot de eigenwoningschuld rekenen? Dan mag u uw eigenwoningschuld op 1 januari 20 met dat bedrag
Toelichting jaaropgave hypotheken
Toelichting jaaropgave hypotheken U heeft de jaaropgave(n) van uw hypotheek over 2014 ontvangen. Maar welke informatie vindt u eigenlijk op deze jaaropgave? En hoe zit het met de aftrek van de hypotheekrente?
Stappenplan familielening
Stappenplan familielening 1. Situatie waarvoor de lening is bedoeld Een familielening is geschikt voor de aankoop van een woning, maar ook: voor het gedeeltelijk aflossen van de hypotheek bij de bank;
Suggesties voor het Belastingplan 2016
Suggesties voor het Belastingplan 2016 Het Register Belastingadviseurs (hierna: RB) heeft het afgelopen jaar met waardering kennis genomen van de verschillende fiscale maatregelen die het kabinet heeft
Je eigen woning en de Belastingdienst in 2012
Je hypotheek en de belasting in 2012 Hier vind je een toelichting op het jaaroverzicht van je SNS Hypotheek. Ook lees je hier de belangrijkste fiscale regels die in 2012 gelden voor de eigen woning, hypotheek,
Verantwoord lenen bij Delta Lloyd
Verantwoord lenen bij Delta Lloyd Beste klant, De huizenprijzen zijn de laatste jaren flink gedaald. Daardoor houden steeds meer mensen na verkoop van de woning een restschuld over. Als de verkoopopbrengst
MIA/Vamillijst 2014 gepubliceerd. Inhoudsopgave Nieuwsbrief Februari 2014.
nieuwsbrief februari 2014 Inhoudsopgave Nieuwsbrief Februari 2014. MIA/Vamillijst 2014 gepubliceerd Regresvordering op BV volgens Hof niet onzakelijk Invloed premieheffing op middelingsteruggaaf Ondanks
2.5 Scheiden en fiscaliteit, een gecompliceerd huwelijk? John van Vliet Fred Thielemans Robbert Maassen
2.5 Scheiden en fiscaliteit, een gecompliceerd huwelijk? John van Vliet Fred Thielemans Robbert Maassen Scheiden en fiscaliteit, een gecompliceerd huwelijk? J. (John) van Vliet mr. A.F.J.P. (Fred) Thielemans
Bachelor Thesis Fiscale Economie INVLOED VAN (ECHT)SCHEIDING OP DE EIGENWONINGREGELING
Bachelor Thesis Fiscale Economie INVLOED VAN (ECHT)SCHEIDING OP DE EIGENWONINGREGELING Naam: Maaike Baltussen ARN: 622404 Studierichting: Fiscale Economie Datum: 29 september 2014 Examencommissie: Prof.
Voor vragen of opmerkingen over deze uitgave kunt u zich wenden tot de samensteller: [email protected].
Reproductie toegestaan Deze uitgave mag in zijn geheel worden vermenigvuldigd, worden verspreid via e-mail of internet, dit laatste bijvoorbeeld door plaatsing op een (eigen) internetsite. Voor vragen
Uw hypotheek en de belasting in 2015
Uw hypotheek en de belasting in 2015 Hieronder vindt u een toelichting op het jaaroverzicht van uw BLG Hypotheek. Ook leest u hier de belangrijkste fiscale regels die in 2015 gelden voor een eigen woning,
Informatieblad 06-07-14. Eigen woning in 2014
Informatieblad 06-07-14 Eigen woning in 2014 Vanaf 2013 gelden nieuwe regels met betrekking tot uw eigen woning. Een nieuwe lening voor de eigen woning moet aan aflossingseisen voldoen om voor renteaftrek
Eigen woning Strop of paradijs?
De fiscale regels met betrekking tot de eigen woning zijn niet eenvoudiger geworden Eigen woning Strop of paradijs? Het zal u niet zijn ontgaan. Vanaf 2013 gelden nieuwe regels met betrekking tot uw eigen
Informatiewijzer Jaaropgave 2015 Uw hypotheek en de belasting in 2015
Particulier Hypotheken Informatiewijzer Jaaropgave 2015 Uw hypotheek en de belasting in 2015 U heeft de jaaropgave van uw hypotheek van RegioBank over 2015 ontvangen. In deze informatiewijzer geven we
Marktwaarde op moment oversluiten 300.000,- Oversluitkosten + kosten nieuwe lening 25.000,- Verbouwing 40.000,- + Totaal te financieren 360.
Rekenvoorbeelden Hieronder bespreken wij de consequenties van veranderingen in de Gedragscode Hypothecaire Financiering (GHF, ingangsdatum 1 augustus 2011) in veelvoorkomende situaties, aangevuld met rekenvoorbeelden.
Zakendoen met uw eigen bv in De kansen en mogelijkheden. whitepaper
28.06.16 Zakendoen met uw eigen bv in 2016 De kansen en mogelijkheden whitepaper In dit whitepaper: Als directeur-grootaandeelhouder bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen
Inkomstenbelasting. Kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning en beleggingsrecht eigen woning. Overgangsrecht KEW.
Inkomstenbelasting. Kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning en beleggingsrecht eigen woning. Overgangsrecht KEW. Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 27 juni
Inkomstenbelasting. 16 december 2013. Intermediairdagen.nl
Intermediairdagen 2013 Inkomstenbelasting 201113 De eigen woning Eigenwoningregeling Schenkvrijstelling Eigenwoningschuld 2013 Schuld aangegaan in verband met eigen woning Contractueel verplicht ten minste
Je hypotheek en de belasting in 2015
8.4360.0 (24-12-2013) Je hypotheek en de belasting in 2015 Hier vind je een toelichting op het jaaroverzicht van je SNS Hypotheek. Ook lees je hier de belangrijkste fiscale regels die in 2015 gelden voor
Estate Planning. Leo Brunt FFP
Estate Planning Leo Brunt FFP 1.900.000.000 Miljoenen Nota 150.000 Door welke bril bekijk je het? Juridisch Fiscaal En wanneer bekijk je het? Tijdens het leven Inventarisatie is noodzakelijk Juridisch
Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon?
Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? MR. MARGRIET G. EERENSTEIN 1 De minister van Financiën heeft op 23 november
Vragen oefenexamen Dukers & Baelemans
Vragen oefenexamen Dukers & Baelemans Kennisvraag: Identificeren met idin Op welke wijze identificeert een klant zich als hij online gebruik wil maken van idin? A. Door op www.idin.nl een inlognaam met
TOELICHTING OP JE SAMENLEVINGSOVEREENKOMST EN TESTAMENTEN
TOELICHTING OP JE SAMENLEVINGSOVEREENKOMST EN TESTAMENTEN Samenlevingsovereenkomst: Gemeenschappelijke huishouding In de overeenkomst staat vermeld dat je de kosten van de gemeenschappelijke huishouding
Fiscale Praktijkreeks. Echtscheiding. Fiscale en juridische gevolgen. Tweede druk. Kavelaars-Niekoop FM
Fiscale Praktijkreeks Echtscheiding Fiscale en juridische gevolgen Tweede druk drs. mr. Kavelaars-Niekoop FM Labohm Sdu Uitgevers, Den Haag, 2012 Inhoud Voorwoord 1 Relatierecht, enkele civielrechtelijke
UIT ELKAAR Wat moeten we doen met ons huis?
UIT ELKAAR Wat moeten we doen met ons huis? Eén op de drie huwelijken strandt in een echtscheiding. Het aantal mensen dat uit elkaar gaat en op een andere manier besluit verder te gaan stijgt. Namelijk
2) Wanneer gaan de verschillende maatregelen in? Per 1 januari 2013
Oktober 2012 Nieuws hypotheekrenteaftrek Zoals het er nu voorstaat zal er vanaf 2013 alleen aftrek worden genoten voor hypotheekrente bij minimaal een annuïtaire aflossing. Op dit moment mag je nog de
Alumni-Mfp. Actualiteiten estate planning. Theo Hoogwout woensdag 12 februari 2014
Alumni-Mfp Actualiteiten estate planning Theo Hoogwout woensdag 12 februari 2014 1 Programma Fiscaal partnerschap Huwelijks vermogensrecht Erven & AWBZ Erven of schenken woning & WOZ Schenken Uniform partnerbegrip
Leergang Scheiden 20 april Leergang Scheiden
Leergang Scheiden Onderdeel: Fiscale aspecten algemeen Docent: mr. Johanna Jongekrijg mr. Cees Baard Dag 2: 20 april 2017 Agenda Onderwerpen: Partnerbegrip / regeling Inkomenstoerekening in jaar van scheiden
Algemene informatie hypotheken (starter)
Algemene informatie hypotheken (starter) Wij zetten de belangrijkste begrippen voor u op een rijtje: Hypotheekvormen... 2 Annuïteitenhypotheek... 2 Lineaire hypotheek... 2 Leningvormen... 2 Doorlopend
BACHELOR THESIS. Invloed van (echt)scheiding op de eigenwoningregeling
BACHELOR THESIS Invloed van (echt)scheiding op de eigenwoningregeling Auteur: Oktay Ozay ANR: 837230 Opleiding: Examencommissie: Fiscale economie Prof. Dr. J.A.G. van der Geld Mw. Mr. N.C.G. Gubbels 1
Compendium van de nieuwe eigenwoningregeling
Compendium van de nieuwe eigenwoningregeling De wijzigingen in de eigenwoningregeling per 2013 artikelsgewijs toegelicht Fotografie en samenstelling: mr. Ruben Stam Herziene versie (2013.1) Reproductie
Uw hypotheek nu en in de toekomst
Uw hypotheek nu en in de toekomst V.29-08-2018 In deze brochure vindt u belangrijke informatie over uw hypotheek nu en in de toekomst Uw hypotheek vraagt om aandacht U heeft een hypotheek van DSB Bank
DE INVLOED VAN ART. 1:87 BW (VERGOEDINGSVORDERINGEN
678 Weekblad fiscaal recht. 6954. 17 mei 2012 DE INVLOED VAN ART. 1:87 BW (VERGOEDINGSVORDERINGEN TUSSEN ECHTGENOTEN) OP TBS-RESULTAAT EN AB-INKOMEN PROF. MR. DR. P.G.H. ALBERT 1 1 Inleiding Per 1 januari
De familiebank - vanaf 2013
De familiebank - vanaf 2013 Inleiding Sinds 01-01-2013 moet iedere nieuwe lening t.b.v. de eigenwoning worden afgelost, met uitzondering van situaties die vallen onder het overgangsrecht. Omdat banken
Klantinformatie hypotheekrente wijzigen
Klantinformatie hypotheekrente wijzigen (Basisvoorwaarden) Waarom krijgt u deze informatie? U wilt uw hypotheekrente wijzigen. Dit is een belangrijke beslissing. Daarom willen wij u zo goed mogelijk voorlichten
Vragen en antwoorden Intermediairdagen 2012 sessie Inkomstenbelasting
Vragen en antwoorden Intermediairdagen 2012 sessie Inkomstenbelasting Eigenwoningschuld Vraag 1: Kan een eigenwoningschuld vrijwillig in box 3 worden geplaatst? Nee, dat is niet mogelijk. Een schuld aangegaan
Uw hypotheek nu en in de toekomst
Uw hypotheek nu en in de toekomst In deze brochure vindt u belangrijke informatie over uw hypotheek nu en in de toekomst Uw hypotheek vraagt om aandacht U heeft een hypotheek van DSB Bank in faillissement
Eigenwoningrente - samenvatting
10 juni 2010 Nr. DGB2010/921 Eigenwoningrente - samenvatting Dit besluit behandelt de aftrek voor de inkomstenbelasting van de renten van de eigenwoningschulden en de kosten van de geldleningen. Hierna
Inkomstenbelasting. Eigenwoningregeling; bijleenregeling
Inkomstenbelasting. Eigenwoningregeling; bijleenregeling 1 Inkomstenbelasting. Eigenwoningregeling; bijleenregeling Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten
