Patiënten betrekken bij de zorg in het ziekenhuis

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Patiënten betrekken bij de zorg in het ziekenhuis"

Transcriptie

1 Patiënten betrekken bij de zorg in het ziekenhuis Een handboek Patiënt op 1

2

3 Patiënten betrekken bij de zorg in het ziekenhuis Een handboek Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO Augustus 2009 Onder redactie van: T. Binkhorst E. Posma S. Lobenstein Eerste versie april 2005, in samenwerking met: M. Weerts, voormalig Provinciaal Patiënten/Consumenten Platform Utrecht (PP/CP Utrecht) A. Schipaanboord, Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF)

4

5 INHOUDSOPGAVE INLEIDING 1 PATIËNTENPARTICIPATIE 1.1 Wat is patiëntenparticipatie? 1.2 Ontwikkeling van patiëntenparticipatie 1.3 Belang patiëntenparticipatie 1.4 Welke vormen van participatie zijn er? 2 SELECTEREN VAN PATIËNTEN 2.1 Contact leggen met patiënten 2.2 De niet-georganiseerde patiënt 2.3 Selectie van patiënten 3 STAPPENPLAN 4 INSTRUMENTEN

6

7 INLEIDING Niemand is graag ziek en niemand verblijft graag in het ziekenhuis. Zeker niet wanneer mensen het gevoel krijgen dat de zorg niet is afgestemd op hun wensen en behoeftes en zij geen invloed meer hebben op hun eigen leven, zorg en behandeling. In de ziekenhuis praktijk van alledag zijn patiënten vaak afhankelijk van verschillende zorgverleners en organisaties en kunnen beperkt keuzes maken in hun eigen zorg- en behandelpro ces. Steeds meer leeft de opvatting dat het leve ren van goede zorg niet kan zonder de patiënt zelf erbij te betrekken en dat verbeteringen in de zorg niet alleen vóór de patiënt worden gedaan, maar in samenwerking met de patiënt. Patiëntenparticipatie lijkt een sleutel te zijn om de zorg af te kunnen stemmen op de wensen en behoeftes van patiënten. Maar hoe is dit te realiseren? Dit handboek geeft een aantal ideeën voor het verbeteren van de zorg in ziekenhuizen samen met patiën ten. Er zijn met name informele vormen van patiëntenparticipatie in dit handboek te vinden. De formele vormen en wettelijke maatregelen worden hier en daar wel aan gestipt, maar niet uitgebreid behandeld. Uitgangspunt is dat ziekenhuizen al voldoen aan wettelijke vereis ten en juist graag andere methoden willen gebruiken. Wat de meerwaarde is van patiëntenparticipatie, welke voordelen dit biedt en hoe veel invloed van patiënten gewenst is, is in hoofdstuk 1 te lezen. Hoofdstuk 2 bevat een stappenplan dat behulpzaam kan zijn bij het maken van een plan van aanpak voor het betrekken van patiënten en de overwegingen die een rol spelen bij de keuze voor bepaalde instrumenten. Hoofdstuk 3 gaat over de praktische instrumenten die men in kan zetten. Een aandachtspuntenlijst patiëntenparticipatie en een tabel met instrumenten helpen om dát instrument te kiezen dat bij de lokale situatie past. Ten slotte geeft hoofdstuk een overzicht van een aantal mogelijke instrumenten.

8

9 HOOFDSTUK 1. PATIËNTENPARTICIPATIE 1.1 Wat is patiëntenparticipatie? Patiënten kijken met een ander perspectief naar de zorgverlening dan hulpverleners. Ze bezitten specifieke ervaringsdeskundigheid die uniek is en betrekking heeft op de persoonlijke situatie, de behandeling, de ziekte en het herstel. Het ziekenhuis en de zorgverlener kunnen hier optimaal van profiteren door het perspectief van de aanbieder en van de vrager te gebruiken en op elkaar af te stemmen voor het organiseren van de zorg. Patiëntenparticipatie is een middel om gebruik te maken van dit perspectief en zo te komen tot patiëntgerichte zorg. Het houdt in dat patiënten de mogelijkheid krijgen kennis en ervaringen in te brengen die bijdragen aan verbeteringen in de zorg. Een patiënt kan een individuele patiënt zijn, maar ook een groep van patiënten of patiëntenvertegenwoordigers, zoals ouders en familie van patiënten. In dit handboek staan die vormen van patiëntenparticipatie centraal die het verbeteren van de zorg tot doel hebben. Als werkdefinitie voor patiëntenparticipatie wordt daarom aangehouden: het benutten van de unieke ervaringsdeskundigheid van patiënten met als doel de kwaliteit van de zorg te verhogen Goede kwaliteit van zorg betekent onder meer dat de zorg patiëntgericht is en de mogelijkheid heeft aan te sluiten bij (de wensen van) het individu. Iedere patiënt heeft zijn eigen specifieke wensen, behoeften en problemen. Niet de gemiddelde patiënt, maar het individu is de norm! Dé patiënt bestaat immers niet. Dat verklaart ook waarom patiëntenparticipatie niet een eenmalige activiteit kan zijn en waarom één mening op één moment niet voldoende is. Het is noodzakelijk regelmatig patiënten te betrekken. Patiëntgericht betekent nadrukkelijk niet: u vraagt wij draaien!, maar wel diversiteit in de dienstverle ning dat een aanbod-op-maat mogelijk maakt en duidelijkheid voor de patiënt over de (on)mogelijk heden van de dienstverlening. De uitdaging is de zorg te optimaliseren door een balans te vinden tussen standaardiseren en flexibiliteit om tegemoet te komen aan de individuele (wensen en behoeften van) patiënten. De ideale situatie is dat er sprake is van gestandaardiseerde processen waarin ook standaard mogelijkheden zijn om keuzes te maken die passen bij individuen. Op die manier is het mogelijk om efficiënt en volgens afspraken te werken en geeft duidelijkheid voor patiënten en hulpverle ners. Binnen deze standaardprocessen is ruimte nodig voor een individuele invulling. 1.2 Ontwikkeling van patiëntenparticipatie Patiëntenparticipatie is niet zomaar ontstaan. Er zijn een aantal ontwikkelingen te onderscheiden die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling patiëntenparticipatie, waaronder democratisering, wet- en regelgeving, toename van het aantal chronisch zieken en de marktwerking. Democratisering Een eerste belangrijke ontwikkeling die ten grondslag ligt aan de ontwikkeling van patiëntenparticipatie is de roep om meer democratisering in de jaren 60 en 70. Er heerste destijds onvrede in Nederland over het gesloten politieke systeem waarin de bestuurselite de dienst uitmaakte (Parlement en Politiek 2005). Voor deze omslag zijn verschillende oorzaken te vinden, waaronder het opkomen van de televisie waardoor politiek beter te volgen werd en men een betere kijk op de politiek in de rest van de wereld kreeg. Ook uitbreiding van de verzorgingsstaat waardoor mensen niet meer in een afhankelijke positie zaten en zodoende hun mening over de politiek konden geven heeft een rol gespeeld.

10 Bovendien steeg het opleidingsniveau in de samenleving in toenemende mate. In steeds meer sectoren kregen belanghebbenden inspraak en medezeggenschap. In het bedrijfsleven bijvoorbeeld werden ondernemingsraden ingesteld, in het onderwijs ontstonden ouderraden en kregen leerlingen inspraak. Langzamerhand is deze roep om democratisering, inspraak en medezeggenschap ook in de gezondheidszorg steeds meer zichtbaar. Toename van het aantal chronisch zieken Een andere belangrijke ontwikkeling die heeft bijgedragen aan de opkomst van patiëntenparticipatie is de toename van het aantal chronisch zieken in Nederland. Door veroudering van de bevolking, successen bij het bestrijden van levensbedreigende ziekten en verandering in consumptiepatronen en levensstijl neemt het aantal chronisch zieken sterk toe (Nyfer 2005). Dit vraagt om een gezondheidszorgsysteem dat minder versnipperd is, meer gericht op de lange termijn, meer gericht op samenwerking tussen verschillende zorgaanbie ders, en met een hoofdrol voor de patiënt zelf. Vanwege het langdurige of zelfs permanente karak ter van de ziekte ontwikkelen patiënten veel kennis over, en ervaring met de aandoening. De frequentie van bezoeken van chronische patiënten maakt het voor een zorginstelling zeer waardevol hen te betrekken. Wet- en regelgeving De discussie over democratisering binnen zorginstellingen is omstreeks 1974 op gang gekomen. Het eerste kabinet Den Uyl stelde des tijds een commissie in (Commissie Van der Burg) welke een advies uit moest brengen over de democratisering van de door de overheid gesubsidieerde instellingen (alle gesubsidieerde instellingen, niet alleen zorginstellingen). Vanaf de jaren 90, onder de toenmalige minister van Volksgezondheid, mevrouw Borst, zijn een aantal wetten ingevoerd teneinde de positie van patiënten te versterken. De Leidschendamconferenties ( ) waren een belangrijke ontwikkeling in de zorgsector. De nadruk moest komen te liggen op zelfregulering en partijen maakten afspraken omtrent beleid en kwaliteit van zorg, en er werd uitgebreid aandacht be steed aan de positie van de patiënt. Zodoende kwamen er midden jaren 90 na twintig jaar eindelijk wettelijke regelingen ter versterking van de positie van de patiënt, waaronder: Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO 1995) Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector (WKCZ 1995) Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ 1996) Kwaliteitswet Zorginstellingen (KZI 1996) Wet Marktordening Gezondheidszorg (WMG 2006) Programma Zeven rechten voor de cliënt in de zorg: investeren in de zorgrelatie (2008) Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst 1995 (WGBO, Stb.1994, 838) De WGBO regelt onder andere het recht op informatie over toestemming voor de behandeling en het recht op inzage in het dossier. Daarnaast verplicht de wet de hulpverlener om de patiënt die zorg te geven welke een bekwame collega in dezelfde omstandigheden ook zou geven. De patiënt heeft er door deze wet voornamelijk rechten bij gekregen en slechts de plicht om de hulpverlener die informatie verschaffen die nodig is en de patiënt moet meewerken. De WBGO streeft naar het verbeteren van de positie van de individuele patiënt. Het gaat hier dus vooral om participatie op individueel niveau in de organisatie (patiënt-hulpverlener relatie). De wet stelt uitdrukkelijk dat de patiënt zelf de keuzes moet kunnen maken in het zorgproces. De arts dient de patiënt zodanig te informeren dat hij zelfstandig een weloverwogen keuze kan maken. Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector 1995 (WKCZ, Stb.2004, 555) De wet heeft als doel het versterken van de rechtsbescherming van de patiënt. De WKCZ is een kaderwet die randvoorwaarden stelt aan het klachtrecht. De wet geeft de verplichting aan zorg/hulpverleners en instellingen om klachten conform bepaalde regels te behandelen. Bovendien moet elk kalenderjaar een verslag worden geopenbaard over het aantal en de aard van de klachten en de afwikkeling hiervan. De WKCZ kan ook gezien worden als een handvat voor patiëntenparticipatie. Patiënten kunnen conform deze wet een klacht indienen. Jaarlijks dient de zorginstelling te rapporteren over de binnengekomen klachten en de afhandeling daarvan. Wanneer een instelling hierin tekortschiet of niets met de klachten doet kan zij hierop worden aangesproken. Zodoende dwingt de wet af dat er iets met de klachten wordt gedaan. De patiënt heeft middels het klachtrecht dus indirect invloed op het beleid en kan vanuit dat oogpunt

11 gezien worden als een vorm van patiëntenparticipatie. Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen 1996 (WMCZ, Stb.2004, 555) Het doel van de wet is het bevorderen van de medezeggenschap van cliënten van de uit collectieve middelen gefinancierde instellingen op het terrein van de gezondheidszorg (ZON 2000). Met deze wet wordt de rechtspositie van de cliënten versterkt en is er een wettelijke basis gegeven aan de bestaande medezeggenschapsregelingen. Ook heeft de wet als doel dat instellingen die nog geen cliëntenraad kennen een dergelijke raad instellen. De wet regelt het adviesrecht van de cliëntenraad op een aantal punten (art. 3). Vervolgens bepaalt artikel 4 lid 2 over welke onderwerpen de cliëntenraad verzwaard adviesrecht heeft. Verzwaard adviesrecht wil zeggen dat het bestuur niet van het advies van de cliëntenraad afwijkt, tenzij de door het bestuur en de cliëntenraad ingestelde commissie van vertrouwenslieden bepaalt dat het bestuur met het afwijken van het advies niet het belang van de betrokkenen schaadt. De WMCZ kan gezien worden als een wet waaruit de verplichting tot patiëntenparticipatie voortvloeit op proces- en organisatieniveau. Door het adviesrecht en het verzwaard adviesrecht bevindt deze vorm van patiëntenparticipatie zich op de participatieladder zich op niveau vier en niveau vijf (inzake verzwaard adviesrecht is sprake van niveau vijf). Kwaliteitswet Zorginstellingen 1996 (KZI, Stb.2000, 341). Deze wet stelt globale eisen en laat de invul ling over aan de zorginstellingen zelf. Wel stelt de wet vier eisen waaraan een zorginstelling minimaal moet voldoen. De eerste eis is verantwoorde zorg leveren, dat wil zeggen zorg op een goed niveau, doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht. De tweede eis die de wet stelt is dat er een beleid moet zijn dat gericht is op kwaliteit. Daarnaast moeten de zorginstellingen een kwaliteitssysteem opzetten, dat bovendien regelmatig getoetst moet worden. De vierde en laatste eis die de wet stelt is het opstellen van een jaarverslag met betrekking tot kwaliteit. De Inspectie Gezondheidszorg houdt toezicht op het naleven van de wet (NIVEL 2003). De KZI geeft ook aanleiding tot patiëntenparticipatie. In de wet wordt namelijk gesteld dat de zorg onder andere patiëntgericht is. Om patiëntgericht te kunnen werken is het noodzakelijk patiënten middels patiëntenparticipatie te betrekken. Kort gezegd geeft deze dus aanleiding tot patiëntenparticipatie. Wet Marktordening Gezondheidszorg 2006 (Stb.2006, 415) Eerdergenoemde maatschappelijke en politieke ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat het overheidsbeleid gericht is op het stimuleren van meer (gereguleerde) marktwerking in de zorg. Er wordt beoogd dat het zorgsysteem beweegt van een aanbodgestuurde systeem richting meer vraaggerichte zorg. De rollen in de zorg worden geleidelijk herverdeeld, het accent verschuift van wet- en regelgeving vanuit de overheid naar minder regels en meer verantwoordelijkheid van de verschillende partijen in de zorg. De veronderstelling is dat de patiënt zal kiezen voor die aanbieder die voldoende kwaliteit levert én aansluit bij zijn of haar wensen en behoeften. Om er echt achter te komen wat die wensen en behoeften van de klant zijn zal dit aan hem gevraagd moeten worden of zal hem zelfs een stem moeten worden gegeven in het beleid. Patiëntenparticipatie kan een bijdrage leveren aan inzicht in de wensen en behoeften van patiënten en cliënten. Programma Zeven rechten voor de cliënt in de zorg: investeren in de zorgrelatie (2008) In een beleidsnota van mei 2008 benoemt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het belang van het investeren in de positie van de cliënt. Er wordt aangegeven dat het Ministerie de invloed van cliënten in de zorg verder wil versterken, zodat de cliënt goede zorg krijgt die past bij zijn behoefte en dat hij bovendien zijn weg kan vinden in de (complexe) zorgsector. Er dienen goed geregelde basisrechten te zijn die door iedereen gerespecteerd worden. In gesprekken met cliëntenorganisaties, zorgaanbieders en verzekeraars heeft het Ministerie geïnventariseerd op welke manier de positie van cliënten kan worden versterkt. Op basis hiervan zijn zeven rechten benoemd voor de cliënt in de zorg: 1. Het recht op beschikbare en bereikbare zorg 2. Het recht op keuze en keuze-informatie 3. Het recht op kwaliteit en veiligheid 4. Het recht op informatie, toestemming, dossiervorming en privacy 5. Het recht op afstemming tussen zorgverleners

12 6. Het recht op een effectieve, laagdrempelige klacht- en geschillenbehandeling 7. Het recht op medezeggenschap en goed bestuur Het programma Zeven rechten voor de cliënt in de zorg beoogt in 2011 resultaten te hebben geboekt op bovenstaande speerpunten. Onderdeel van maatregelen zal zijn om cliëntervaringen beter zichtbaar te maken. Methoden voor patiëntenparticipatie kunnen aansluiten bij deze beleidsvisie, door patiënten en cliënten meer zeggenschap te laten hebben. 1.3 Belang patiëntenparticipatie Patiënten kennen het ziekenhuis en het traject dat zij doorlopen als geen ander en kunnen heel goed aangeven waaraan behoefte is, waar hiaten zitten, wat goed loopt en wat minder goed gaat. Zo kijkt een patiënt per definitie over alle schotten tussen organisatieonderdelen van het ziekenhuis heen en ervaart de gevolgen hiervan. Om goede zorg en behandeling te realiseren kan het ziekenhuis gebruik maken van betrokken patiënten om inzicht te krijgen in die problemen, wensen en behoefte en liever zelfs nog specifieker: in bepaalde zorgprocessen van individuele patiënten. De sleutel voor een succesvolle zorgverlenerpatiënt relatie is de erkenning dat patiënten ook expertise in huis hebben. De arts is goed op de hoogte van de medische diagnostiek, oorzaken van ziekten, prognoses, behandelmogelijkheden en preventieve maatregelen, terwijl alleen de patiënt weet hoe hij zijn ziekte ervaart, beschikt over informatie over zijn sociale omstandigheden, gewoonten, gedrag, zijn wensen en verwachtingen. Beide types van informatie zijn nodig voor een goede behandeling. Dit betekent dat zowel de arts als patiënt bereid moeten zijn om de informatie uit te wisselen om te komen tot een goede behandeling. Een manier om resultaten van een verandering of activiteiten weer te geven is middels een balanced scorecard. Een balanced scorecard geeft inzicht in verschillende resultaatsgebieden, vaak uitgedrukt in voordelen voor de verschillende betrokken partijen. Zo kan participatie van patiënten voordelen bieden aan de patiënten zelf, aan het ziekenhuis en aan de zorgverleners. Daarnaast heeft de betrokkenheid van patiënten financiële consequenties en kan het eindresultaat van de behandeling of zorgverlening beïnvloeden. In onderstaande figuur (figuur 1) is een balanced scorecard weergegeven voor patiëntenparticipatie. De verschillende perspectieven zijn benoemd met daarbij de voordelen die daaronder kunnen vallen. De genoemde resultaatsgebieden zijn ook op kwaliteit van zorg van toepassing. Figuur 1: Resultaatsgebieden van patiëntenparticipatie (Klinische) resultaten: Patiëntenperspectief/ervaringsdeskundigheid benut Betere overgangen in zorg; holistisch perspectief benut Kosten: Hogere compliance Efficiëntere zorg Minder herstelwerk Tevredenheid patiënt: Sluit beter aan op wensen meer differentiatie (keuzes) in de zorg Tevredenheid organisatie: Tevreden klanten werken motiverend Focus op primaire proces

13 1.4 Welke vormen van participatie zijn er? De vorm van patiëntenparticipatie is afhankelijk van de wijze waarop zij worden betrokken. Het is mogelijk patiënten alleen te informeren, maar ook om hen mee laten beslissen over bepaalde kwesties. Het type activiteit waaraan je patiënten wilt laten participeren en het doel dat je ermee hebt bepalen gezamenlijk welke vorm van participatie het meest geschikt is. Participatieladder Een handig hulpmiddel is de participatieladder. Deze is vertaald naar de gezondheidszorg en onderscheidt vijf vormen van participatie die de intensiteit ervan aangeven (zie figuur 2). Hoe hoger op de ladder, hoe meer invloed patiënten krijgen. Op de laatste drie treden, advies, partnership en regie bij de patiënt hebben patiënten een actieve inbreng en nemen zij zelf (ook) initiatief. De eerste 3 treden, in-formatie, consultatie en advies, kunnen worden samengevat onder de noemer raadpleging van patiënten. Er wordt in de figuur gesproken over de term professional. Professional kan staan voor een individuele zorgverlener of behandelaar, maar kan ook betrekking hebben op management en directie van een ziekenhuis. De ladder is bedoeld om inzicht te geven in de vormen (intensiteit) van participatie en geeft geen waardeoordeel. De hoogste tree van de ladder is niet altijd de meest wenselijke. In het vervolg van dit hoofdstuk zal blijken dat de geschiktheid van een vorm afhangt van verschillende factoren. 1. Informatie: De patiënt weet mee Het (zorg)proces wordt ingezet, de patiënt wordt continu op de hoogte gehouden en goed geïnformeerd. De professionals hebben een positieve attitude tegenover patiëntenparticipatie, maar van een echte betrokkenheid is geen sprake. 2. Consultatie: De patiënt denkt en praat mee De professional bepaalt wat er gebeurt, maar gaat wel actief op zoek naar de mening van de patiënt. De mening van patiënten in het algemeen kan hierbij al voldoende zijn. De patiënt is een serieuze gesprekspartner, maar de professional verbindt zich niet direct aan de resultaten uit de gesprekken. 3. Advies: De patiënt adviseert en de hulpverlener beslist Er is sprake van direct contact tussen professional en patiënt. Er wordt actief gezocht naar de mening van patiënten en zij worden expliciet om een oordeel gevraagd. De voorstellen en ideeën van patiënten tellen en de professional verbindt zich in principe aan de resultaten, maar kan bij de uiteindelijke besluitvorming hiervan (beargumenteerd) afwijken. 4. Partnership: De patiënt beslist mee Er ontstaat gelijkwaardige samenwerking waarbij patiënten een eigen rol hebben en er sprake is van gezamenlijke besluitvorming met hulpverleners. Zo stellen patiënten en professionals bijvoorbeeld gezamenlijk vast waarover zij willen Figuur 2. Patiëntenparticipatieladder VEEL Invloed patiënt 3. advies 4. partnership 5. regie bij patiënt 2. consultatie WEINIG 1. informatie VEEL Invloed professionals WEINIG

14 spreken. De professional verbindt zich in principe aan de uitkomsten van deze gesprekken 5. Regie bij patiënt: De patiënt bepaalt en de hulpverlener ondersteunt De patiënt (of nog breder: de gemeenschap) bepaalt de doelen en prioriteiten van een activiteit of organisatie. De regie voor de zorg komt primair te liggen bij patiënten. De professional krijgt in feite een adviserende rol en toetst de vooraf gestelde randvoorwaarden. Niveaus in de organisatie De keuze voor een vorm van participatie hangt onder meer af van het niveau in de organisatie waarover wordt gesproken. Bij een individueel contact tussen arts en patiënt zal een andere vorm gewenst zijn dan als het gaat om betrokkenheid bij besluiten die de directie van een ziekenhuis neemt. Als niveaus zijn onderscheiden: 1. Individueel contact tussen hulpverlener en patiënt. 2. Proces: dit kan gaan om één zorgproces, één organisatieonderdeel zoals een afdeling of polikliniek of een bepaald project. Er staat een proces centraal op dit niveau in de organisatie. 3. Organisatie: Hierbij gaat het om de organisatie als geheel waar sprake is van samenhang tussen niveaus en processen in de organisatie. Dit is bijvoorbeeld het knooppunt tussen de primaire en ondersteunende processen. Het strategische beleid wordt op dit niveau bepaald. 4. Systeem: de kaders waarbinnen een organisatie werkt, worden bepaald door de landelijke en Europese wet- en regelgeving. Het systeemniveau bepaalt de randvoorwaarden. groot en zullen ook andere eisen aan de patiënt worden gesteld. Een patiënt kan dan wel goed een mening geven over specifieke onderdelen van het proces of ervaringen met bepaalde aspecten. Als de patiënt direct aan het begin wordt betrokken, is de invloed op het totaalproces groter. Het is dan bijvoorbeeld mogelijk te vragen naar wensen en behoeften van patiënten en daarbij aansluiting te zoeken. Het vaststellen van de vorm van participatie zal dus altijd een afweging zijn tussen het doel van de betrokkenheid en de rol die daarbij het best past. Ontwikkelingsfasen Naast het organisatieniveau zal de vorm van participatie, en uiteindelijk het meest gewenste instrument, ook afhangen van de fase waarin een project of proces zich bevindt. Globaal zijn in ieder besluitvormingsproces of ontwikkeling van een zorgproces de volgende fasen te onderscheiden: 1. Voorbereidingsfase 2. Uitvoering 3. Evaluatie 4. Bijstelling Als de patiënt in de fase van bijstelling een rol krijgt, is de invloed op het gehele proces minder

15 HOOFDSTUK 2 SELECTEREN VAN PATIËNTEN 2.1 Contact leggen met patiënten Er zijn verschillende manieren om in contact te komen met patiënten. Daarbij valt onderscheid te maken tussen de georganiseerde en de nietgeorganiseerde patiënt. De georganiseerde patiënt Georganiseerde patiënten zijn lid van patiëntenverenigingen of -organisaties, die hun belangen vertegenwoordigen. Er bestaan landelijke, regionale en provinciale patiëntenorganisaties. Patiëntenverenigingen Bij (landelijke) verenigingen gaat het vaak om organisaties die zich op een specifieke aandoening richten. Zij hebben veel kennis over de zorg en behandelmogelijkheden voor een specifieke groep patiënten. Vaak kennen zij ook de wegen die een patiënt in de thuissituatie kan bewandelen en beschikken zij over praktische tips en ervaringen. Regionale of provinciale organisaties willen graag actief meedenken over activiteiten op lokaal niveau en hebben doorgaans een niet ziektegebonden werkwijze. Patiëntenorganisaties: chronisch zieken De provinciale of regionale platforms zijn samenwerkingsverbanden van patiënten- en consumentenorganisaties in de gezondheidszorg. Zij behartigen vanuit een onafhankelijke positie de algemene belangen van patiënten en consumenten. Daardoor heeft de organisatie invloed op de meningsvorming van zorgverzekeraars, zorgaanbieders en beroepsgroepen over de kwaliteit en het beleid in de gezondheidszorg. Bij de platforms kunnen verschillende organisaties zich aansluiten. Deze lidorganisaties zijn onder te verdelen in: Algemene patiëntenorganisaties Categoriale patiëntenorganisaties Consumentenorganisaties Gebruikersorganisaties in de geestelijke gezondheidszorg Gehandicaptenorganisaties Ouderenbonden Lichamelijk gehandicapten Provinciaal zijn er gehandicaptenplatforms die de koepelorganisatie zijn van lokale platforms in de provincie. De provinciale platforms stellen zich ten doel de collectieve belangen van mensen met een lichamelijke beperking te behartigen op de beleidsterreinen wonen, zorg, welzijn, mobiliteit, arbeid en inkomen. Allochtonen De provinciale patiëntenorganisaties vertegenwoordigen ook de allochtone patiënten, maar in de praktijk blijkt dat deze groep vaak ondervertegenwoordigd is. Daarnaast moet u deze groep veelal anders benaderen dan autochtonen. Het Multicultureel Instituut Utrecht (MIU) richt zich specifiek op de participatie van allochtonen in de samenleving. 2.2 De niet-georganiseerde patiënt Niet-georganiseerde ziekenhuispatiënten zijn het beste rechtstreeks in het ziekenhuis te bereiken. Dit kan door het verspreiden van folders en posters in de wachtkamer. Meestal werkt het nog beter om direct contact met patiënten op te nemen Selectie van patiënten Hieronder vindt u een aantal criteria die kunnen worden gesteld aan een patiënt(envertegenwoordiger). Deze zijn afgeleid van door de NCPF ont wikkelde criteria voor de vertegenwoordiging van patiënten in panels. Het is goed te beseffen dat deze voorwaarden vooral van toepassing zijn in het geval men erop uit is patiënten

16 actief in de ontwikkeling of uitvoering van een verbeteractiviteit te betrekken. Voor bijvoorbeeld vragenlijstonderzoek zijn de criteria grotendeels niet van toepassing. Ervaringsdeskundig, toegang hebben tot recente concrete ervaringen van patiënten (als patiëntenvertegenwoordiger, als patiënt of als direct betrokkene (bijv. partner). In staat om aan te geven welke specifieke knelpunten er zijn in de zorg, behandeling en voorlichting rond de eigen aandoening. Breder kunnen denken dan de eigen situatie. Dit betekent dat een patiënt zich kan verplaatsen in mede-patiënten en in staat is zijn eigen specifieke ervaringen te vertalen naar algemene verbeterpunten. Soms zal dit ook een ziekteoverstijgende kijk vereisen. Op de hoogte van actuele ontwikkelingen in de behandeling en voorlichting (de deelnemer is goed geïnformeerd.) Bereid en in staat zijn om aan de geplande activiteit mee te doen. Bereid om schriftelijk en/of telefonisch binnen de afgesproken termijn te reageren op vragen en/of teksten. Bereid en in staat zijn tegenover artsen, hulpverleners, beleidsmakers, etc kwaliteitsopvattingen en ideeën toe te lichten en zonodig te verdedigen (De deelnemer vindt het leuk om vanuit het patiëntenperspectief te discussiëren over het onderwerp in een werkgroep.) De afvaardiging moet in z n geheel zoveel mogelijk de doelgroep/ betrokken patiënt vertegenwoordigen. Het is een pré wanneer de afvaardiging relaties heeft met de patiëntenorganisatie en ook tracht informatie namens anderen in te brengen (Er is een structuur die zorgdraagt voor draagvlak en verificatie bij een grote groep andere patiënten).

17 HOOFDSTUK 3. STAPPENPLAN Patiëntenparticipatie is geen doel op zich maar een middel om te komen tot betere zorgverlening. Indien u patiënten wilt betrekken bij de zorg in het ziekenhuis, zijn er 3 basale vereisten: 1. Open staan voor de positieve effecten van patiëntenparticipatie. 2. Accepteren dat elke patiënt uniek is. 3. Juiste instrumenten kiezen. Als u als ziekenhuis besluit om structureel patiënten te betrekken bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de zorg en het perspectief van patiënten in projecten mee te nemen, blijkt het vaak lastig om dit op een goede manier vorm te geven. Dit hoofdstuk beschrijft een aantal stappen om hiermee om te gaan. Dit betekent het stellen van prioriteiten voor activiteiten, het opstellen van een plan, maken van keuzes voor instrumenten en de stappen die u zet nadat u een instrument hebt gebruikt. In het volgende hoofdstuk zijn de instrumenten voor het betrekken van patiënten meer gedetailleerd beschreven. Als een ziekenhuis al keuzes heeft gemaakt voor een bepaalde richting of voor een niveau waarop zij met name de aandacht wil richten, dan kunnen stappen worden overgeslagen. Stap 1: Plan van aanpak en de keuze van een instrument De eerste stap is het opstellen van een plan van aanpak en expliciet te beschrijven op welke wijze patiënten een rol krijgen in de verbetering van zorg. Dit betekent onder meer dat een keuze voor geschikte instrumenten en methoden van patiëntenparticipatie plaatsvindt. Hierbij is het belangrijk te bedenken dat er per situatie weer andere zaken beslissend zijn voor de manier waarop patiënten bijdragen en de voorkeur voor instrumenten. Voordat wordt overgegaan tot definitieve keuzes is het zinvol een aantal vragen te bespreken. De volgende vragen kunnen als handvat dienen: 1. Bespreekpunten ter voorbereiding van instrumentenkeuze a. (hoe) Weet je wat de patiënt wil? (wens/verwachting en behoefte/prioriteit) b. (hoe) Kan de patiënt ons helpen met hoe het beter kan? c. (hoe) Kan bij het verlenen van deze zorg, de patiënt als partner worden betrokken? d. Hoe beoordeelt de patiënt de gerealiseerde verandering? Vervolgens gelden bij het verder vormgeven van patiëntenparticipatie een aantal basisregels. Het is ook goed hierover van gedachten te wisselen voordat daadwerkelijk een instrument of methode wordt gekozen. 2. Simple rules bij vormgeving patiëntenparticipatie a. Betrek het patiëntenperspectief vanaf het begin in een project/traject b. Ga op zoek naar een goede patiënt in je projectteam/werkgroep ( Patient in the room ) c. Denk niet te snel dat het voor jouw onderwerp niet relevant is d. Dé patiënt bestaat niet (individualiseer zorg, varieer) e. Familie kan ook betrokken worden f. Patiënten zijn mensen met zorgen en wensen Checklist voor het kiezen van een instrument Er is geen blauwdruk te geven welk instrument precies past in welke situatie. Als handvat voor het kiezen van een instrument kunt u onderstaande checklist gebruiken. De vragen helpen om een duidelijk beeld te krijgen van het doel van patiëntenparticipatie en de manier waarop u patiënten wilt betrekken. Na het invullen van de vragen, kunt u het beslisschema gebruiken om te kijken welk instrument het meest geschikt is. 1. Wat is het doel? Patiënten betrekken kan verschillende doelen

18 hebben. Om het goede instrument te kunnen kiezen is het van belang dit doel goed vast te stellen. Bepaal het doel van patiëntenparticipatie: Inzicht krijgen in de wensen en behoeften van patiënten Aanbod aan laten sluiten op individuele wensen en behoeften Inzicht krijgen in de positieve en negatieve punten (knelpunten) van ervaren zorg Nieuwe ideeën genereren Nieuwe ideeën te toetsen In het ziekenhuis zullen al deze doelen aandacht krijgen. Wel kunnen bepaalde doelen meer prioriteit krijgen. Belangrijk is om steeds te blijven realiseren dat patiëntenparticipatie nooit een doel op zich mag zijn, maar altijd een middel om iets te bereiken. Stel daarom nauwkeurig vast wat het achterliggende doel van patiëntenparticipatie is. 2. Op welk moment in het verbetertraject is het gewenst de patiënt de betrekken? Bij deze vraag gaat het vooral om het nadenken over het moment waarop een patiënt een rol zou kunnen krijgen: In de voorbereiding van een verbetertraject, een nieuwe ontwikkeling, bij de start van een nieuw proces (waarin nog niets vastligt) Tijdens de uitvoering van het verbetertraject Bij de evaluatie van het verbetertraject, om feedback op het doorlopen proces te kunnen geven In alle fasen 3. Welke informatie is van belang om van patiënten te krijgen? Welke onderwerpen? Bij de keuze van een instrument is het raadzaam om vooraf helder te krijgen welke informatie u van patiënten wilt weten, over welke thema s of onderwerpen. 4. Kan ik de patiëntengroep afbakenen en hoe? Bedenk of u een specifieke groep patiënten wilt betrekken, bijvoorbeeld patiënten met een bepaalde aandoening of van een bepaalde leeftijd. 5. Van wie is de inbreng gewenst? Er kunnen diverse patiënten(vertegenwoordigers) betrokken worden. Eén ervaringsdeskundige (patiënt) Een groep willekeurige ervaringsdeskundigen Een steekproef uit ervaringsdeskundigen Vertegenwoordiger(s) van een patiëntenvereniging Geen van allen Eén ervaringsdeskundige kan voldoende inbreng hebben verbeterpunten te formuleren óf bijdragen aan optimalere individuele zorg. Een groep kan de patiëntenpopulatie ook vertegenwoordigen, al dan niet door strenge selectie. Het voordeel van ervaringsdeskundigen is de unieke ervaring met (eigen) zorgverleners. Voordeel van vertegenwoordigers is de professionaliteit en representativiteit. 6. Op welk niveau wil men verbeteringen bereiken? Kwaliteitsverbeteringen kunnen op verschillende niveaus betrekking hebben, namelijk: Individueel Proces Beleid Individueel niveau wil zeggen de directe relatie patiënt zorgaanbieder(s). Het procesniveau heeft betrekking op de organisatie van zorg, bijvoorbeeld de inrichting van een bepaalde afdeling. Indien het gaat over het betrekken van patiënten op beleidsniveau, wil dat zeggen dat patiënten betrokken worden op strategisch niveau van de zorginstelling, door bijvoorbeeld mee te denken over het zorgbeleid. 7. Welke personen moeten bij de voorbereiding betrokken worden? Het is raadzaam om te bedenken wie er in de organisatie betrokken dienen te worden bij de uitvoering van het instrument. Vaak heeft een instrument meer kans van slagen indien er personen betrokken worden die commitment hebben met het onderwerp en het instrument. 8. Hoe vaak is het gewenst informatie van patiënten te krijgen? Soms is het gewenst om eenmalig inzicht te krijgen in het perspectief van patiënten, terwijl het in andere gevallen nuttig is om dit herhaaldelijk te doen. Herhaling kan bijdragen om zicht te krijgen of een verbetering ook daadwerkelijk effect heeft gehad. Structurele inzet van een instrument kan zinvol zijn om de voortgang te blijven monitoren. Dit is afhankelijk van de beoogde doelen van de inzet van een instrument. Eenmalig Herhaaldelijk, voor en na een verandering

19 Periodieke herhaling/structureel om nieuwe informatie te verkrijgen 9. Hoeveel tijd is er te besteden? Patiëntenparticipatie kost tijd. Sommige instrumenten kosten weinig tijd en geven een globaal beeld van wensen en behoeften van patiënten, zoals bijvoorbeeld instant feedback. Andere instrumenten kosten meer tijd, maar daarbij is de betrokkenheid en inzet van patiënten groter, hetgeen doorgaans meer informatie in de diepte oplevert. Dit geldt bijvoorbeeld voor spiegelgesprekken. De tijd die u beschikbaar heeft, is dus medebepalend voor de methode die u kunt gebruiken. Bepaal hoeveel tijd u wil besteden aan patiëntenparticipatie, zowel qua looptijd als het aantal uur per week gedurende deze looptijd. Houd daarbij rekening met voorbereidingstijd, eventuele werving en selectie van patiënten, de uitvoering van het instrument en de verwerking van de resultaten. < 1 maand 1-2 maanden 3-5 maanden > 6 maanden 10. Hoeveel geld is er beschikbaar? Ook het budget is richtinggevend voor de methode die u wilt gebruiken. Denk daarbij na over de kosten van de activiteit zelf, de uren die u investeert, kosten aan deskundigheidsbevordering, (extern) advies, etc. Er is veel voor te zeggen om ook de tijd die patiënten in het verbeteren van kwaliteit van zorg stoppen, te vergoeden. De minimale tegemoetkoming aan patiënten is een vergoeding van de reiskosten. niets < 2.500, ,- tot 5.000, ,- tot , ,- Patiënten zijn vaak niet mobiel Patiënten zijn bijna allemaal ouder dan 65 Het toekomstbeeld en (rest)verschijnselen van de ziekte kunnen sterk uiteenlopen Beslisschema Het beslisschema geeft inzicht in welke instrumenten op basis van de antwoorden in de checklist kiezen instrument voor patiëntenparticipatie het meest geschikt zijn. In het schema staat een aantal eigenschappen die het beste bij de instrumenten passen. De praktijk biedt gegarandeerd meer mogelijkheden bij de toepassing. De keuze voor deze karakteristieken sluit het beste aan bij het gebruik ervan en bereikt het grootste effect in de uitvoering. Niet alle vragen van de checklist zijn opgenomen in het beslisschema, zoals de afbakening van de patiëntengroep, de kosten van de inzet van het instrument of de benodigde tijd. Deze aspecten vindt u indien deze bekend zijn terug in de beschrijvingen van de instrumenten. In bovenstaande figuur is ter illustratie uitgewerkt welke instrumenten bijvoorbeeld passen bij de bepaalde vormen van participatie en organisatieniveau. Zoals ook blijkt uit de figuur is niet ieder instrument bij slechts één vakje in te delen. De lijst is niet compleet maar geeft een beeld van een aantal instrumenten en hun gebruikswaarde. 11. Heeft de patiëntengroep bepaalde beperkende eigenschappen? Sommige patiënten(groepen) hebben bepaalde kenmerken waarmee u rekening dient te houden bij het kiezen van een instrument. kunnen invloed hebben op de keuze van het instrument, of de uitvoering ervan. Niet alle instrumenten zijn toepasbaar op alle patiëntengroepen. Soms zijn mantelzorgers daarom geschikter om te participeren. Ze kunnen de deelnemende patiënt ook begeleiden of steunen. Patiënten kunnen zich moeilijk uiten Patiënten zijn emotioneel labiel

20 Beslisschema instrumenten voor patiëntenparticipatie Doel participatie Fase verbeterproject Niveau Deelnemers Instrument Patiënt op 1 Aanbod laten aansluiten op individuele wensen Inzicht wensen / behoeften Inzicht ervaringen Nieuwe ideeën genereren Nieuwe ideeën toetsen Voorbereiding Uitvoering Evaluatie Individueel Proces Beleid 1 ervaringsdeskundige Groep willekeurige ervaringsdeskundigen Steekproef Vertegenwoordiger patiëntenorganisatie Geen van allen / extern Brainstormsessie Casemanagement Delphi-methodiek Eigen Kracht Conferentie Focusgroep Fotoscan Gesprek met patiëntenverenigingen Hulpvraagverduidelijking In gesprek met de Raad van Bestuur (aan de lunchtafel/appeltje schillen met de RvB/het moet me van het hart) Instant feedback/ Wachtkamer interview Interview Klantenwenskaart/Tipkaart Kritische incidenten techniek Mystery guest Observatie/schouw Open space bijeenkomst participatie in werkgroepen of commissies Patiëntendagboek Patiëntenpanel Patiënten/cliëntenraad Shadowing Spiegelbijeenkomst Theater/knelpuntennaspelen Vragenlijst (elektronisch en schriftelijk) Wandeling Werken aan Wensen

Wordt mijn stem gehoord? Afstudeerthesis E.R. (Eric) de Vos MA MBA Healthcare 2012-2014, Erasmus Universiteit Rotterdam

Wordt mijn stem gehoord? Afstudeerthesis E.R. (Eric) de Vos MA MBA Healthcare 2012-2014, Erasmus Universiteit Rotterdam Wordt mijn stem gehoord? Afstudeerthesis E.R. (Eric) de Vos MA MBA Healthcare 2012-2014, Erasmus Universiteit Rotterdam Centrale onderzoeksvraag Op welke wijze kan cliëntparticipatie een bijdrage leveren

Nadere informatie

Van patiënt tot klant. Advies uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Van patiënt tot klant. Advies uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Van patiënt tot klant Advies uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Zoetermeer, 2003 Inhoudsopgave Samenvatting 5 1 Adviesopdracht

Nadere informatie

Participatie in zicht

Participatie in zicht Participatie in zicht Gemeenten, jeugdigen, ouders en jeugdzorgcliënten in de transitie jeugdzorg 2013 Renske van der Gaag Rob Gilsing Jodi Mak Participatie in zicht Gemeenten, jeugdigen, ouders en jeugdzorgcliënten

Nadere informatie

Ouderen over ondersteuning en zorg

Ouderen over ondersteuning en zorg Ouderen over ondersteuning en zorg Kwaliteitscriteria voor ondersteuning en zorg vanuit ouderenperspectief met extra aandacht voor kwetsbare ouderen, waaronder migrantenouderen CSO Zorgbelang Nederland

Nadere informatie

Sterke verhalen uit het ziekenhuis. Leren van patiëntenervaringen voor goede zorg. Redactie: Stans van Egmond, Marjolijn Heerings en Geert Munnichs

Sterke verhalen uit het ziekenhuis. Leren van patiëntenervaringen voor goede zorg. Redactie: Stans van Egmond, Marjolijn Heerings en Geert Munnichs Sterke verhalen uit het ziekenhuis Leren van patiëntenervaringen voor goede zorg Redactie: Stans van Egmond, Marjolijn Heerings en Geert Munnichs Het stimuleert de publieke en politieke meningsvorming

Nadere informatie

Auteur: Basil Waldmann Teamleider Zorgeenheid neurologie. Tel.: 020-4442220 E-mail: Basil.Waldmann@vumc.nl

Auteur: Basil Waldmann Teamleider Zorgeenheid neurologie. Tel.: 020-4442220 E-mail: Basil.Waldmann@vumc.nl BASIL WALDMANN Auteur: Basil Waldmann Teamleider Zorgeenheid neurologie Tel.: 020-4442220 E-mail: Basil.Waldmann@vumc.nl VU medisch centrum De Boelelaan 1117 1081 HV Amsterdam www.vumc.nl januari 2008

Nadere informatie

Bondgenoten in de decentralisaties

Bondgenoten in de decentralisaties Januari 2013 Bondgenoten in de decentralisaties Invulling geven aan het transformatieproces en de coalitieaanpak TransitieBureau Begeleiding in de Wmo Januari 2013 Bondgenoten in de decentralisaties TransitieBureau

Nadere informatie

Beslissen over effectieve hulp. Wat werkt in indicatiestelling?

Beslissen over effectieve hulp. Wat werkt in indicatiestelling? Beslissen over effectieve hulp Wat werkt in indicatiestelling? 1 2013 Nederlands Jeugdinstituut Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,

Nadere informatie

Op weg naar een duurzame sportvereniging

Op weg naar een duurzame sportvereniging Op weg naar een duurzame sportvereniging 1 Inhoud Inleiding... 4 De fasen op een rij... 10 1. Dromen... 11 1.1 Het begint met een droom... 11 1.2 Mandaat van bestuur en leden... 12 1.3 Wijs verantwoordelijke(n)

Nadere informatie

Het kan ook anders. Zes benaderingen van werkdruk bij het Rijk

Het kan ook anders. Zes benaderingen van werkdruk bij het Rijk Het kan ook anders Zes benaderingen van werkdruk bij het Rijk belasting belastbaarheid Het kan ook anders Zes benaderingen van werkdruk bij het Rijk: Factor tijd Roostermanagement Activiteitenanalyse Resultaatgericht

Nadere informatie

Zelfmanagement, wat betekent het voor de patiënt?

Zelfmanagement, wat betekent het voor de patiënt? Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Zelfmanagement, wat betekent het voor de patiënt? Monique Heijmans Geeke Waverijn Lieke van Houtum ISBN 978-94-6122-248-0

Nadere informatie

Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding.

Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Ervaringen van mensen met klachten over de Gezondheidszorg S. Kruikemeier R. Coppen J.J.D.J.M. Rademakers

Nadere informatie

Het Gesprek. Deel IV: Nieuwe doelgroep, ander Gesprek

Het Gesprek. Deel IV: Nieuwe doelgroep, ander Gesprek Het Gesprek Deel IV: Nieuwe doelgroep, ander Gesprek Het Gesprek Deel IV: Nieuwe doelgroep, ander Gesprek Colofon Deze publicatie is uitgegeven door de VNG in het kader van project De Kanteling, april

Nadere informatie

Leidraad zorgvuldig adviseren over vermogensopbouw. De klant centraal bij financieel dienstverleners

Leidraad zorgvuldig adviseren over vermogensopbouw. De klant centraal bij financieel dienstverleners Leidraad zorgvuldig adviseren over vermogensopbouw De klant centraal bij financieel dienstverleners Autoriteit Financiële Markten De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten. Wij zijn

Nadere informatie

Strategische planning voor het lokaal sociaal beleid een handleiding

Strategische planning voor het lokaal sociaal beleid een handleiding lokaal sociaal beleid Strategische planning voor het lokaal sociaal beleid Strategische planning voor het lokaal sociaal beleid een handleiding lokaal sociaal beleid Strategische planning voor het lokaal

Nadere informatie

De participerende patiënt

De participerende patiënt De participerende patiënt Adviseur in gezondheid en Zorg De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) is een onafhankelijk adviesorgaan voor de regering en het parlement. Hij zet zich in voor een kwalitatief

Nadere informatie

Suzanne Beek, Arie van Rooijen & Cees de Wit. Samen. kun je meer dan alleen. Educatief partnerschap met ouders in primair en voortgezet onderwijs

Suzanne Beek, Arie van Rooijen & Cees de Wit. Samen. kun je meer dan alleen. Educatief partnerschap met ouders in primair en voortgezet onderwijs Suzanne Beek, Arie van Rooijen & Cees de Wit Samen kun je meer dan alleen Educatief partnerschap met ouders in primair en voortgezet onderwijs Colofon Deze brochure is één van de opbrengsten van een project

Nadere informatie

Rekenschap en transparantie moet je omarmen. Sneller Beter - Rekenschap en transparantie in de zorg

Rekenschap en transparantie moet je omarmen. Sneller Beter - Rekenschap en transparantie in de zorg Rekenschap en transparantie moet je omarmen Sneller Beter - Rekenschap en transparantie in de zorg Eindrapportage AEGON mei 2005 Inhoudsopgave Voorwoord 3 Managementsamenvatting 5 Ontwikkelingen in de

Nadere informatie

Handreiking duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers

Handreiking duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers Handreiking duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers Een integrale benadering voor organisaties Deze handreiking is een vervolg op het rapport: Duurzame inzetbaarheid van de oudere werknemer: stand

Nadere informatie

HOE THUISZORGORGANISATIES SAMENWERKING ORGANISEREN: VISIES, PRAKTIJKEN EN DILEMMA S

HOE THUISZORGORGANISATIES SAMENWERKING ORGANISEREN: VISIES, PRAKTIJKEN EN DILEMMA S HOE THUISZORGORGANISATIES SAMENWERKING ORGANISEREN: VISIES, PRAKTIJKEN EN DILEMMA S Rapportage over de samenwerking van thuiszorgmedewerkers met mantelzorgers en andere organisaties Marieke van Wieringen

Nadere informatie

Onderwijskwaliteit blijvend verbeteren; welke rol speelt het bestuur?

Onderwijskwaliteit blijvend verbeteren; welke rol speelt het bestuur? BESTUUR, MANAGEMENT EN ONDERWIJSKWALITEIT PO VO Hoe besturen borgen Onderwijskwaliteit blijvend verbeteren; welke rol speelt het bestuur? Simone Kessels Tessa de With Mmv: Barbara de Boer, Gert-Jan Bos

Nadere informatie

Moet alles wat kan? Vragen rond medische beslissingen bij het begin en einde van het leven. Signalement

Moet alles wat kan? Vragen rond medische beslissingen bij het begin en einde van het leven. Signalement Moet alles wat kan? Vragen rond medische beslissingen bij het begin en einde van het leven Signalement Colofon ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. Vooruitgang vraagt om onderzoek en

Nadere informatie

Gegevensuitwisseling in de bemoeizorg

Gegevensuitwisseling in de bemoeizorg Handreiking Gegevensuitwisseling in de bemoeizorg GGD GHOR Nederland GGZ Nederland KNMG September 2014 a Inhoudsopgave Inhoudsopgave...1 Aanleiding...2 Uitgangspunten voor gegevensuitwisseling bij bemoeizorg...5

Nadere informatie

Toelichting op de handleiding bij het opstellen van het kwaliteitsjaarverslag

Toelichting op de handleiding bij het opstellen van het kwaliteitsjaarverslag Toelichting op de handleiding bij het opstellen van het kwaliteitsjaarverslag Voor 1e lijns fysiotherapiepraktijken Amersfoort, maart 2005 Bij het maken van de toelichting op de handleiding voor het kwaliteitsjaarverslag

Nadere informatie

DE HERSTEL SPECIAL. De route naar herstelondersteunende zorg: wat werkt en wat niet

DE HERSTEL SPECIAL. De route naar herstelondersteunende zorg: wat werkt en wat niet DE HERSTEL SPECIAL De route naar herstelondersteunende zorg: wat werkt en wat niet Een speciale uitgave in het kader van herstel en gelijkwaardig burgerschap i.s.m. de SBWU Colofon Ellen de Haan GGZ Nederland,

Nadere informatie

Evalueren om te leren

Evalueren om te leren Evalueren om te leren Voorwoord Voor u ligt het rapport van de Rekenkamercommissie Leiden naar de effectiviteit van subsidieverlening door de gemeente Leiden. De Rekenkamercommissie wil met dit onderzoek

Nadere informatie

Bouwstenen voor een goed gesprek

Bouwstenen voor een goed gesprek Bouwstenen voor een goed gesprek Handreiking participatie binnen de prestatievelden 7, 8 en 9 van de Wmo colofon Colofon Dit is een uitgave van Panteia in samenwerking met de Werkplaats Maatschappelijke

Nadere informatie

Bureau Onderzoek Gemeente Groningen, oktober 2005

Bureau Onderzoek Gemeente Groningen, oktober 2005 Hoe werk jij? Methodiekontwikkeling bij de dienst SOZAWE Jeanine Vosselman Monique Beukeveld Bureau Onderzoek Gemeente Groningen, oktober 2005 Bureau Onderzoek heeft als kernactiviteiten instrumentontwikkeling

Nadere informatie

Ouders over hun positie in Passend Onderwijs

Ouders over hun positie in Passend Onderwijs Ouders over hun positie in Passend Onderwijs Ouders over hun positie in Passend Onderwijs Opdrachtgever: POLSO Utrecht, februari 2009 Oberon Postbus 1423 3500 BK Utrecht tel. 030-2306090 fax 030-2306080

Nadere informatie