Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Goedkeuring van de opzegging van het op 14 februari 1972 te Rabat ondertekende Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko, en het op 3 november 1972 te Rabat ondertekende Administratief Akkoord betreffende de wijze van toepassing van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko, met overgangsvoorziening (Wet sociale zekerheidsrelatie Marokko) A ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT 1 Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 13 maart 2002 en het nader rapport d.d. 22 maart 2002, aangeboden aan de Koningin door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de ministers van Buitenlandse Zaken en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt. Bij Kabinetsmissive van 7 maart 2002, no , heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voornemen tot opzegging van het op 14 februari 1972 te Rabat ondertekende Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko, en het op 3 november 1972 te Rabat ondertekende Administratief Akkoord betreffende de wijze van toepassing van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko, met toelichtende nota. 1 De oorspronkelijke tekst van de toelichting zoals voorgelegd aan de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer. Het Verdrag met Marokko (hierna ook: het verdrag, of het socialezekerheidsverdrag) is, als «moederverdrag», gevolgd door een Wijzigingsverdrag van 1996 en van Deze Wijzigingsverdragen zijn nog niet in werking getreden. Op grond van artikel IV van het Wijzigingsverdrag 2000 wordt dit, sinds 1 augustus 2000, voorlopig toegepast. Het kabinet heeft besloten om die voorlopige toepassing per 2 juli 2002 te beëindigen, vooruitlopend op de opzegging van het verdrag per 1 januari Aanleiding tot het voornemen tot opzegging van het verdrag zijn problemen met de door het kabinet wenselijk geachte controles in Marokko in verband met de uitvoering van de Algemene bijstandswet (Abw) wat betreft de vermogenstoets. De Raad van State meent dat de toelichtende nota zal moeten ingaan op een aantal vragen die de voorgenomen opzegging bij hem heeft opgeroepen, en is van oordeel dat een toetsing uit Europeesrechtelijk perspectief moet leiden tot heroverweging van de voorgenomen opzegging. Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 7 maart 2002, nr , machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake KST60557 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2002 Tweede Kamer, vergaderjaar , , A 1

2 het bovenvermelde voornemen tot opzegging rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 13 maart 2002, nr. W /IV, bied ik U hierbij aan. 1 Uitkeringen ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Kinderbijslagwet, de Algemene nabestaandenwet, de Ziektewet en de Toeslagenwet; zie ook artikel 1 van het socialezekerheidsverdrag. 2 Brief van de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Kamerstukken II 2001/02, , nr. 227, van 8 februari 2002, blz Toelichtende nota, paragraaf De aanleiding tot de voorgenomen opzegging Het probleem dat het kabinet aanleiding geeft tot het voornemen tot opzegging van het socialezekerheidsverdrag ligt buiten dit verdrag zelf. Het betreft de uitvoering van de Abw op het punt van de vermogenstoets. Het gaat om de verificatie met betrekking tot eventueel vermogen in het bijzonder in de vorm van onroerende zaken in Marokko van in Nederland woonachtige personen van Marokkaanse herkomst die hier aanspraak maken op een uitkering krachtens de Abw. Voor een goed begrip moet worden opgemerkt dat het socialezekerheidsverdrag niet ook de Abw omvat. Dit betekent dat dit verdrag geen betrekking heeft op bijstandsuitkeringen die worden verstrekt aan in Nederland woonachtige personen van Marokkaanse herkomst. Het verdrag betreft een groot aantal sociale verzekeringswetten 1, en vormt de basis voor de export van de desbetreffende uitkeringen aan rechthebbenden in Marokko. Dergelijke export is ingevolge de Wet BEU met ingang van 1 januari 2003 onmogelijk tenzij met het desbetreffende land een verdrag is gesloten dat voorziet in waarborgen voor de rechtmatigheid van de betrokken uitkeringen. In het «moederverdrag» met Marokko van 1972 ontbraken nog dergelijke handhavingsafspraken. Die afspraken zijn opgenomen in het Wijzigingsverdrag Dit Wijzigingsverdrag breidt daarnaast het bereik van het verdrag uit tot de Algemene kinderbijslagwet en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, en voorziet daarmee ook in de export van uitkeringen ingevolge deze twee wetten. Voor het kabinet is uitgangspunt dat er principieel geen verschil mag bestaan tussen verificatie van bijstandsuitkeringen en van socialeverzekeringsuitkeringen. Het kabinet wenst een effectieve handhaving «op het hele terrein van de sociale zekerheid (zowel sociale verzekeringen als bijstand)». 2 Het kabinet hanteert daarmee een definitie van «sociale zekerheid» met een ruimer bereik dan dat van het begrip «sociale zekerheid» in het socialezekerheidsverdrag en in artikel 65, eerste lid, van het hierna, onder 4, te bespreken associatieakkoord. Deze ruime definitie leidt ertoe dat het kabinet een probleem dat is gelegen buiten de sfeer van het socialezekerheidsverdrag koppelt aan dat verdrag. In verband met de uitvoering van de Abw hecht het kabinet aan een zelfstandige controlebevoegdheid voor Nederlandse uitvoeringsorganen bij het uitvoeren van rechtmatigheidstoetsen met betrekking tot bijstandsuitkeringen. Daartoe wenst het directe toegang tot de informatie in de kadasters in Marokko. Met het oog op dergelijk onderzoek in Marokko is op ambtelijk niveau overleg gevoerd met Marokko. De toelichtende nota noemt afspraken die op 8 mei 2001 zijn gemaakt, en die Marokko nadien niet zou hebben willen nakomen op de door het kabinet gewenste wijze. In zijn streven naar effectieve handhaving wenst het kabinet, uitgaande van het ruime begrip «sociale zekerheid» als hiervoor aangegeven, de handhavingsafspraken in het Wijzigingsverdrag 2000 aan te vullen ten behoeve van de Abw. Het Wijzigingsverdrag 2000 is nog niet aan de Staten-Generaal voorgelegd. Waar het Wijzigingsverdrag niet ook de hiervoor genoemde handhavingsafspraken ten aanzien van de Abw bevat, ziet het kabinet reden om het Wijzigingsverdrag in zijn huidige vorm niet ter goedkeuring aan de Staten- Generaal voor te leggen. Dat betekent echter, zo stelt de toelichtende nota 3, dat de door de Wet BEU vereiste verdragswaarborgen inzake de handhaafbaarheid van de socialezekerheidsuitkeringen uitblijven. Dat geeft het kabinet vervolgens reden om het «moederverdrag» en het daarbijbehorende Akkoord op te zeggen. De Raad heeft begrip voor het streven van het kabinet om een effectieve controle, waar nodig ook in Marokko, ten behoeve van de uitvoering van de Abw te verzekeren. Hij heeft zich echter afgevraagd of de door het kabinet gelegde koppeling tussen de uitvoering van de Abw enerzijds en het socialezekerheidsverdrag anderzijds wel zó ver moet gaan dat de omstandigheid dat de door het kabinet voor de uitvoering van de Abw gewenste controlemogelijkheden in Marokko nog niet voldoende verzekerd worden geacht voldoende rechtvaardigt om een verdrag op te zeggen dat in zichzelf voor die opzegging geen aanleiding geeft. Heeft het kabinet ook de minder vergaande Tweede Kamer, vergaderjaar , , A 2

3 mogelijkheid van opschorting overwogen, zo heeft de Raad zich eveneens afgevraagd. De Raad merkt daarbij op dat in de toelichtende nota tot uitdrukking komt dat er bij het kabinet op zichzelf ook niet de wens bestaat om het socialezekerheidsverdrag te beëindigen. Immers, de toelichtende nota stelt dat als met Marokko er ook een verdrag tot stand kan komen dat voorziet in handhavingsafspraken op het terrein van de bijstand, het kabinet zijn beslissing om het socialezekerheidsverdrag op te zeggen zal heroverwegen. In die zin is opzegging van dit verdrag geen doel in zich, maar een middel om de totstandkoming van een nieuw verdrag, voor een ander, aangrenzend terrein van overheidsbeleid te bevorderen. De Raad wijst erop dat dit andere verdrag niet noodzakelijk de vorm zal behoeven te hebben van een toevoeging aan het al gesloten Wijzigingsverdrag; het kan ook zelfstandig daarvan totstandkomen. Hij adviseert in de toelichtende nota uiteen te zetten waarom het kabinet meent dat slechts koppeling aan het Wijzigingsverdrag zal kunnen leiden tot de beoogde afspraken met Marokko ten aanzien van de Abw, en of ook opschorting is overwogen. 1. Naar aanleiding van de vraag van de Raad, of het kabinet minder verdergaande mogelijkheden dan opzegging van het verdrag heeft overwogen, merken wij op dat aanvankelijk is getracht om tot werkbare aanvullende afspraken met Marokko te komen. Met het oog hierop heeft de heer Wijnaendts diverse malen overleg gevoerd met de Marokkaanse autoriteiten. Een overzicht hiervan is vervat in bijlage 1 bij de brief van 8 februari 2002 van de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Kamerstukken II 2001/02, , nr Tot op heden heeft deze weg echter niet een afdoend resultaat opgeleverd, in verband waarmee wij ons genoopt zien tot de nu voorgestelde maatregel, waarbij handhaving van de sociale verzekeringswetten en handhaving van de bijstandsregelingen in samenhang worden bezien. Een en ander is naar ons oordeel adequaat in de toelichting op het voornemen verwoord. De door de Raad gestelde vraag, of het kabinet de minder vergaande mogelijkheid van opschorting heeft overwogen, wordt negatief beantwoord; noch het Verdrag, noch het Weens Verdragenverdrag voorziet in de gegeven omstandigheden in een mogelijkheid van opschorting. Overigens is de inzet van het kabinet nog steeds een zodanige overeenstemming met Marokko te bereiken, dat de aan-gekondigde stopzetting van uitkeringen inclusief de kinderbijslag kan worden voorkomen. Een hierop gericht conceptverdrag is op 18 februari 2002 aan een Marokkaanse delegatie overhandigd. 2. Volkenrechtelijk perspectief a. Artikel 38 van het verdrag laat opzegging toe; de in dat artikel genoemde termijnen worden in acht genomen. De Raad heeft hiervoor aangegeven dat het kabinet voornemens is het verdrag op te zeggen om redenen die op zichzelf geen verband houden met het verdrag. De personen die door de opzegging worden getroffen, hebben met het probleem dat de aanleiding is voor de opzegging de controle op de verstrekking van bijstandsuitkeringen niets te maken. De Raad adviseert om in de toelichtende nota uiteen te zetten hoe opzegging onder deze omstandigheden zich verhoudt tot hetgeen het in acht nemen van goede betrekkingen tussen staten met zich brengt. De voorgaande vraag klemt temeer indien het kabinet bij onderhandelingen over het nog vrij recente Wijzigingsverdrag 2000 zelf zou hebben nagelaten om de mogelijkheid van uitbreiding van de controlebevoegdheden tot de Abw ter tafel te brengen. De Raad adviseert in de toelichtende nota ook in te gaan op dit verloop van de onderhandelingen. b. Artikel 39, eerste lid, van het verdrag bepaalt dat bij opzegging elk recht dat met toepassing van het verdrag is verkregen, wordt gehandhaafd. Het tweede lid voegt daaraan toe dat aanspraken op grond van tijdvakken, vervuld voor de datum waarop de opzegging van kracht wordt, door de opzegging niet worden tenietgedaan; het behoud ervan zal voor het tijdvak na de opzegging in onderlinge overeenstemming worden vastgesteld of bij gebreke daarvan door de eigen wettelijke regelingen van het betrokken orgaan. In de toelichtende nota worden de gevolgen van de opzegging voor de verschillende socialeverzekeringswetten beschreven. Artikel 39, tweede lid, is Tweede Kamer, vergaderjaar , , A 3

4 volgens het kabinet in de Nederlandse situatie niet van belang. 1 Kennelijk acht het kabinet opzegging van het verdrag geoorloofd ook zonder dat het in artikel 39, tweede lid, bedoelde overleg met Marokko heeft plaatsgevonden. De Raad deelt dit oordeel niet. Artikel 39, tweede lid, laat geen ruimte voor het achterwege laten van het overleg. Ook als er niets nader behoeft te worden geregeld voor het behoud van aanspraken, dient dat in onderlinge overeenstemming tussen Nederland en Marokko te worden vastgesteld. De Raad adviseert, indien het kabinet vasthoudt aan zijn voornemen om het verdrag op te zeggen, om het in artikel 39, tweede lid, verlangde overleg met Marokko te voeren. Tevens adviseert hij om in paragraaf 5 van de toelichtende nota ook in te gaan op de vraag of de Wet BEU na 1 januari 2003 al dan niet in de weg staat aan de export naar Marokko van uitkeringen waarop recht is verkregen vóór de datum van buitenwerkingstelling van het socialezekerheidsverdrag. 2. Voor de loop van de onderhandelingen zij verwezen naar hetgeen hierboven onder 1, alsmede in de onder dit punt genoemde brief, is gesteld. Naar aanleiding van hetgeen de Raad opmerkt over artikel 39, tweede lid, van het verdrag van 1972 wordt het volgende opgemerkt. Artikel 39, tweede lid, houdt, in aanvulling op het gestelde in het eerste lid, in dat aanspraken op grond van tijdvakken, vervuld voor de datum waarop de opzegging van kracht wordt, door de opzegging niet worden tenietgedaan; het behoud daarvan zal voor het tijdvak na de opzegging in onderlinge overeenstemming worden vastgesteld of bij gebreke daarvan door de eigen wettelijke regelingen van het betrokken orgaan. Dit artikellid ziet niet zozeer op de gevolgen van de opzegging voor de reeds met toepassing van het verdrag verkregen uitkeringsrechten hieromtrent is in het eerste lid van artikel 39 het beginsel van eerbiedigende werking neergelegd maar op de gevolgen van de opzegging voor die uitkeringen, waaromtrent weliswaar aanspraken zijn opgebouwd, maar waaromtrent nog geen toekenning heeft plaatsgevonden. Concreet betreft dit in Nederland eventueel opgebouwde, maar nog niet gerealiseerde, aanspraken op AOW-uitkering. Waar de toelichting vermeldt, dat deze bepaling van artikel 39, tweede lid, voor de Nederlandse situatie niet van belang is, wordt hiermee gedoeld op het gegeven dat, behoudens de AOW, Nederland in het vlak van de wettelijke sociale zekerheid geen opbouwstelsels kent, en dat de AOW zelf ook los van de gelding van een verdrag reeds voorziet in de mogelijkheid van export. Overigens zal uiteraard, ter gelegenheid van de opzegging van het verdrag van 1972, met de Marokkaanse autoriteiten overleg worden gevoerd over de gevolgen daarvan, zoals ook tot op heden overleg heeft plaatsgevonden over de voornemens. Waar de Raad adviseert om in de toelichting in te gaan op de vraag of de Wet BEU na 1 januari 2003 al dan niet in de weg staat aan de export van uitkeringen naar Marokko van uit-keringen waarop voordien recht is verkregen, zij opgemerkt, dat een zodanige passage reeds in de aan de Raad voorgelegde toelichting was vervat; deze passage is verder verduidelijkt. 3. Effectiviteit van de opzegging Opzegging van het verdrag is niet een doel in zichzelf, maar een middel om de totstandkoming van een ander verdrag te bewerkstelligen. Opzegging van het verdrag zal echter in zichzelf nog niet de voor de Abw-vermogenstoets wenselijk geachte medewerking van Marokko aan de handhaving, en aan de totstandkoming van een daartoe strekkend verdrag, met zich brengen. Dat op de Abw gerichte nieuwe verdrag vereist immers de bereidheid daartoe van Marokko. De Raad adviseert om in de toelichtende nota uiteen te zetten waarop het kabinet zijn verwachting baseert dat de opzegging van het socialezekerheidsverdrag zal leiden tot het gewenste effect: een handhavingsverdrag ook voor de Abw. 1 Paragraaf 5 (Gevolgen van de opzegging) van de toelichting. 3. Terecht merkt de Raad op dat de totstandkoming van een nieuw verdrag, dat mede handhavingafspraken met betrekking tot de bijstandsregelingen bevat, de bereidheid daartoe van Marokko vereist. Juist omdat aan Marokkaanse kant tot op heden de bereidheid ontbreekt om op het laatstgenoemde punt tot werkbare handhavingafspraken te komen, meent het kabinet de voort-zetting van de verdragsrelatie met Marokko op het gebied van de sociale zekerheid afhankelijk te moeten stellen van de acceptatie van verdragsbepa- Tweede Kamer, vergaderjaar , , A 4

5 lingen die de integrale sociale zekerheid, dus inclusief de sociale bijstand, betreffen. Zoals ook reeds in de toelichtende nota bij het voornemen tot opzegging van het verdrag uit 1972 is aangegeven, is het kabinet van mening dat het principieel niet juist is een verschil te laten bestaan tussen de verificatie van socialeverzekeringsuitkeringen en bijstandsuitkeringen. 1 Artikel 65 van de overeenkomst luidt: 1. Behoudens het bepaalde in de onderstaande leden vallen de werknemers van Marokkaanse nationaliteit en de bij hen woonachtige gezinsleden op het gebied van de sociale zekerheid onder een regeling die wordt gekenmerkt door het ontbreken van elke discriminatie op grond van nationaliteit tussen deze werknemers en de eigen onderdanen van de lidstaten waar zij werkzaam zijn. Het begrip sociale zekerheid dekt alle takken van sociale zekerheid die betrekking hebben op uitkeringen bij ziekte en zwangerschap, pensioenen bij invaliditeit, ouderdomspensioenen, pensioenen voor nabestaanden, uitkeringen bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, uitkeringen bij overlijden, werkloosheidsuitkeringen en kinderbijslag. Deze bepaling kan echter niet tot gevolg hebben dat de andere coördinatieregelingen waarin de op artikel 51 van het EG-Verdrag gebaseerde communautaire regelgeving voorziet, worden toegepast in andere dan de in artikel 67 van deze overeenkomst vervatte voorwaarden. 2. Deze werknemers komen in aanmerking voor samentelling van de tijdvakken van verzekering, van arbeid of van woonplaats die zij in de verschillende lidstaten vervuld hebben, voor wat betreft de ouderdoms-, invaliditeits- en overlevingspensioenen en -renten, kinderbijslag, uitkeringen bij ziekte en zwangerschap, alsmede de gezondheidszorg voor de werknemer en zijn binnen de Gemeenschap woonachtige gezin. 3. Deze werknemers komen in aanmerking voor gezinsbijslagen voor de leden van hun gezin die binnen de Gemeenschap woonachtig zijn. 4. Deze werknemers mogen ouderdoms- en overlevingspensioenen en -renten, pensioenen en renten wegens arbeidsongevallen of beroepsziekten en invaliditeitspensioenen en -renten ingevolge arbeidsongevallen of beroepsziekten vrij overmaken naar Marokko tegen de koers die geldt krachtens de wetgeving van de lidstaat of de lidstaten die de desbetreffende bedragen moet of moeten betalen, met uitzondering van bijzondere uitkeringen waarvoor geen contributie is betaald. 5. Marokko past een soortgelijke regeling als vermeld in de leden 1, 3 en 4 toe op de op zijn grondgebied werkzame werknemers die onderdaan zijn van de lidstaten en op hun gezinsleden. 4. Effectuering van het besluit tot opzegging van het socialezekerheidsverdrag betekent, wat ook de achterliggende motieven mogen zijn, in elk geval de beëindiging van de in het verdrag neergelegde aanspraken en verplichtingen. Dit raakt niet alleen de verdragspartijen, maar ook de belanghebbende uitkeringsgerechtigden. In dit verband verdient de vraag de aandacht of de opzegging daadwerkelijk een einde zal betekenen aan de export van de desbetreffende uitkeringen. Een beoordeling van de opzegging vanuit Europeesrechtelijk perspectief moet leiden tot de conclusie dat die vraag ontkennend moet worden beantwoord. Met betrekking tot de export van uitkeringen speelt namelijk niet alleen hetgeen in de bilaterale verhoudingen tussen Marokko en Nederland is afgesproken een rol. Ook is van belang de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds (PbEG 2000 L 070) (hierna: de overeenkomst). a. Uit artikel 65 van de overeenkomst 1 kan worden afgeleid dat de uitkeringen die onder het socialezekerheidsverdrag vallen, met uitzondering van de kinderbijslag, exporteerbaar blijven op grond van het vierde lid van artikel 65 van de overeenkomst. Het gevolg hiervan is dat het opzeggen van het verdrag in die zin feitelijk zonder effect blijft, dat dit opzeggen niet kan leiden tot het beëindigen van de exporteerbaarheid van uitkeringen naar Marokko. Het verbreken van de samenwerking met Marokko heeft daarentegen wel een contraproductief gevolg: Nederland ontneemt zich de mogelijkheid om door middel van samenwerking met de Marokkaanse autoriteiten aan gegevens te komen, terwijl de exporteerbaarheid van deze uitkeringen gewoon blijft bestaan. b. De overeenkomst, een gemengd akkoord waarbij Nederland dus ook afzonderlijk partij is, heeft blijkens artikel 1 onder andere ten doel: een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de partijen met het oog op het versterken van hun betrekkingen op alle terreinen die zij in het kader van een dergelijke dialoog van belang achten (...) het bevorderen van de handel en van evenwichtige sociale en economische betrekkingen tussen de partijen, met name door middel van dialoog en samenwerking, teneinde de ontwikkeling en de welvaart van Marokko en de Marokkaanse bevolking te bevorderen (...) het bevorderen van de samenwerking op economisch, sociaal, cultureel en financieel gebied. Deze doelstellingen worden in de afzonderlijke hoofdstukken vervolgens nader uitgewerkt. Geconstateerd kan worden dat het thans voorliggende voorstel tot opzegging van het verdrag haaks staat op de doelstellingen van de overeenkomst. Nu de overeenkomst integraal deel uitmaakt van de communautaire rechtsorde, betwijfelt de Raad of de gekozen benadering in overeenstemming is met artikel 10 van het EG-Verdrag, waarin het beginsel van Gemeenschapstrouw is neergelegd. In de toelichtende nota wordt niet duidelijk dat met de Europese Commissie overleg heeft plaatsgehad over deze kwestie. Gelet op de hiervoor beschreven communautaire context van de opzegging van het verdrag is een dergelijk overleg noodzakelijk. De Raad adviseert de opzegging in het licht van het voorgaande te heroverwegen. 4. De stelling van de Raad, dat uit artikel 65 van de Associatie-overeenkomst EU/Marokko zou voortvloeien dat Nederland, ook na opzegging van het sociale zekerheidsverdrag met Marokko van 1972, tot export van sociale zekerheidsuitkeringen naar Marokko verplicht zou blijven, onderschrijft het kabinet niet. Tweede Kamer, vergaderjaar , , A 5

6 De Raad baseert zijn stelling met name op artikel 65, vierde lid, van de Associatieovereenkomst. In dit lid is bepaald dat werknemers ouderdoms- en overlevingspensioenen en uitkeringen wegens arbeidsongevallen of beroepsziekten vrij mogen overmaken naar Marokko tegen de koers die geldt krachtens de wetgeving van de desbetreffende lidstaat. Indien deze bepaling het oog zou hebben op het wegnemen van woonplaatscriteria voor de toekenning en uitbetaling van uitkeringen, zoals de Raad voorstaat, dan betekent dit nog niet dat artikel 65, vierde lid, een rechtstreekse verplichting behelst tot export van socialezekerheidsuitkeringen naar Marokko. In artikel 67, eerste lid, van de Associatieovereenkomst is bepaald dat de Associatieraad een besluit dient te nemen over de uitvoering van de beginselen van artikel 65. Zonder een dergelijk uitvoeringsbesluit kan geen beroep worden gedaan op artikel 65, vierde lid, om uitkeringen naar Marokko te exporteren. Daarbij dient nog te worden opgemerkt dat de reikwijdte van artikel 65, vierde lid, beperkt is. Het heeft immers naast ouderdoms- en overlijdensuitkeringen, slechts betrekking op invaliditeitsuitkeringen als gevolg van arbeidsongevallen en beroepsziekten. Dit zou betekenen dat het overgrote deel van de uitkeringen op grond van de WAO niet onder het bereik van deze bepaling valt, terwijl ouderdomspensioenen op grond van de AOW reeds op grond van de nationale wetgeving kunnen worden geëxporteerd tot het bedrag van het gehuwdenpensioen. De Raad verwijst voorts naar de doelstellingen van de Associatieovereenkomst, als blijkend uit artikel 1 daarvan. Naar aanleiding hiervan merken wij op dat het doel van deze Associatieovereenkomst uiteraard is het versterken van de betrekkingen en samenwerking met Marokko, doch dat dit verdrag daartoe voor de EU, voor de lidstaten en voor Marokko slechts de verplichtingen in het leven roept, als geregeld in de op artikel 1 volgende artikelen. De Lidstaten zijn voor het overige vrij om hun bilaterale relaties met Marokko naar eigen inzicht te regelen. Overleg in EU-verband over de opzegging van het sociale zekerheidsverdrag Nederland/ Marokko is derhalve niet noodzakelijk. 5. Neveneffecten De Raad onderkent dat problemen in de uitvoering van een verdrag onder omstandigheden een voldoende rechtvaardiging kunnen vormen voor opzegging van dat verdrag, met als onvermijdelijk gevolg eventueel nadeel voor belanghebbende burgers. In dit geval is het echter de vraag of het passend is om een probleem dat is gelegen buiten het socialezekerheidsverdrag af te wentelen op belanghebbenden bij dat verdrag. De Raad mist een beschouwing op dat punt in de toelichtende nota. Voor een beoordeling van de evenredigheid van de opzegging is het verder van belang om inzicht te hebben in de aantallen belanghebbende uitkeringsgerechtigden waar het hier om gaat, en om de omvang van hun financiële belangen bij de uitvoering van het verdrag. Tevens is inzicht gewenst in de aantallen personen in Nederland met een Abw-aanspraak ten aanzien van wie vermoedens bestaan van vermogen in Marokko, zodat er reden is voor daarop gerichte controle. De Raad mist ook op dat punt informatie in de toelichtende nota. Hij adviseert de toelichtende nota in de hiervoor bedoelde zin aan te vullen. 5. De Raad vraagt zich af of het passend is om een probleem dat ligt buiten het socialezekerheidsverdrag af te wentelen op de belanghebbenden bij dat verdrag. Bovendien acht de Raad het van belang inzicht te verkrijgen in de aantallen belanghebbenden, zodat een beoordeling kan plaatsvinden van de evenredigheid van de opzegging. Naar aanleiding van deze opmerkingen wenst het kabinet nogmaals te benadrukken dat een integrale benadering van de sociale zekerheid met zich meebrengt dat geen onderscheid mag bestaan tussen de Algemene bijstandswet en de sociale verzekeringen waar het gaat om de rechtmatigheidscontrole van de uitkeringen. Binnen deze integrale benadering past niet een evenredigheidstoets, zoals de Raad voor ogen heeft. 6. De Raad wijst er verder op dat opzegging ook Nederlandse belangen kan schaden. Opzegging van het verdrag heeft immers niet alleen gevolgen voor de export van uitkeringen naar Marokko. Zo zullen ook de coördinatieregels van het verdrag voor het bepalen van het toepasselijke recht, de bepalingen inzake de detachering van werknemers, alsmede de bepalingen over het Tweede Kamer, vergaderjaar , , A 6

7 samentellen van tijdvakken niet meer gelden. Daardoor kunnen particulieren bijvoorbeeld te maken krijgen met dubbele premieheffing en het niet erkennen van in de andere staat opgebouwde rechten. De Raad adviseert in de toelichtende nota ook in te gaan op het voorgaande. 6. De Raad merkt terecht op dat de opzegging van het verdrag Nederlandse belangen kan schaden, omdat het verdrag niet alleen betrekking heeft op de export van uitkeringen. Hierover merken wij op dat deze Nederlandse belangen uiterst gering, zo niet nihil zijn. In de praktijk blijkt het verdrag nauwelijks voordelen voor Nederland mee te brengen, omdat het niveau van het Marokkaanse socialezekerheidsstelsel aanzienlijk onder het Nederlandse niveau ligt. 7. Noopt de Wet BEU tot opzegging? Aandacht verdient ten slotte ook de vraag of, wanneer het verdrag op zichzelf wordt bezien, die opzegging nodig is. Daarvoor is het volgende van belang. Het Wijzigingsverdrag 2000 geeft in artikel IV de mogelijkheid om, vooruitlopend op de inwerkingtreding van het Wijzigingsverdrag, voorlopige toepassing te geven aan het Wijzigingsverdrag. Dat is intussen ook gebeurd. Met die voorlopige toepassing wordt, voor de socialezekerheidsuitkeringen die vallen onder het «moederverdrag», voldaan aan de handhavingsafspraken die de Wet BEU verlangt. In zoverre kan de Raad het kabinet niet volgen waar het in de toelichtende nota stelt dat niet is voorzien in de door de Wet BEU vereiste verdragswaarborgen inzake de handhaafbaarheid van socialezekerheidsuitkeringen, zodat het nodig is om het socialezekerheidsverdrag op te zeggen. Bezien vanuit de Wet BEU is die noodzaak er, voor de socialezekerheidsuitkeringen, immers niet zolang het Wijzigingsverdrag 2000 al voorlopig wordt toegepast, in afwachting van de inwerkingtreding ervan. Het kabinet heeft echter besloten om de voorlopige toepassing van het Wijzigingsverdrag per 2 juli 2002 te beëindigen, dit vooruitlopend op de opzegging van het socialezekerheidsverdrag per 1 januari De Raad wijst erop dat de Wet BEU niet direct tot die stap noopt: wanneer de voorlopige toepassing wordt voortgezet, zal worden voldaan aan hetgeen de Wet BEU vereist, zodat er in zoverre geen noodzaak is om over te gaan tot opzegging van het socialezekerheidsverdrag. Verder blijkt uit de toelichtende nota niet van problemen aan Marokkaanse zijde met de uitvoering van dit verdrag, met inbegrip van de voorlopige toepassing van het Wijzigingsverdrag, die voor Nederland reden zouden kunnen zijn om opzegging van het verdrag te overwegen. De Raad adviseert in de toelichtende nota het standpunt te motiveren waarom de Wet BEU noopt tot opzegging van het verdrag, en zo nodig de beëindiging van de voorlopige toepassing van het Wijzigingsverdrag 2000, en in verband daarmee het voornemen tot opzeggen van het socialezekerheidsverdrag te heroverwegen. 7. Naar aanleiding hiervan merken wij op dat het stopzetten van de voorlopige toepassing van het verdrag van 2000, en de opzegging van het verdrag van 1972, niet zozeer voortvloeien uit problemen in het kader van de sociale verzekeringswetgeving, maar uit problemen in het kader van de uitvoering van de bijstandswetgeving. Naar het oordeel van het kabinet mag van Marokko worden verwacht dat de Marokkaanse autoriteiten medewerken aan een effectieve handhaving op het gehele terrein van de sociale zekerheid. Bij gebreke daarvan mag er niet van worden uitgegaan dat aan Marokko bij verdrag bijzondere voordelen op het gebied van de sociale zekerheid worden verschaft. Overige opmerkingen 8. Wijze van voorlegging De Raad acht het in de rede liggen dat het voornemen tot opzegging uitdrukkelijk aan de Staten-Generaal wordt voorgelegd, en niet, zoals nu voorgesteld, stilzwijgend. Hij adviseert hiertoe. 8. Het advies van de Raad, om het voornemen tot opzegging uitdrukkelijk aan de Staten-Generaal voor te leggen is opgevolgd. Hiertoe zijn het voornemen tot opzegging, en het onmiddellijk met dit voornemen samenhangende Tweede Kamer, vergaderjaar , , A 7

8 wetsvoorstel terzake van de overgangsvoorziening geïntegreerd. De in het kader van de stilzwijgende goedkeuringsprocedure opgestelde toelichtende nota is vervangen door een memorie van toelichting waarvan de inhoud, voor zover deze op de opzegging van het Verdrag betrekking heeft, nagenoeg gelijkluidend is en waarin de hierboven vermelde wijzigingen zijn aangebracht. 9. Tijdelijke referendumwet In artikel 2 van het, met het onderhavige opzeggingsvoorstel samenhangende, voorstel van Wet overgangsvoorziening kinderbijslag Marokko (zaak no. W /IV) wordt de spoedprocedure van de Tijdelijke referendumwet (Trw) van toepassing verklaard: een eventueel referendum over het wetsvoorstel kan alleen plaatsvinden nadat het voorstel tot wet is verheven en in werking is getreden. In het voorliggende voorstel ontbreekt een verwijzing naar de spoedprocedure van de Trw. Omdat een referendum ook mogelijk is over een voornemen tot opzegging van een verdrag zal daarin moeten worden voorzien. 1 De Raad beveelt aan in de toelichtende nota een verwijzing op te nemen naar artikel 20 Trw. 9. Door de integratie van beide voorstellen, als weergegeven onder 8, wordt tevens aan dit onderdeel van het advies van de Raad tegemoetgekomen. De Raad van State geeft u in overweging het voorstel tot opzegging van het socialezekerheidsverdrag niet voor te leggen aan de Staten-Generaal, dan nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State, H. D. Tjeenk Willink Ik moge U, mede namens mijn ambtgenoten van Buitenlandse Zaken en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet met memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten- Generaal te zenden. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. A. F. G. Vermeend 1 De opzegging van een verdrag is aan dezelfde procedureregels onderworpen als de goedkeuring van een verdrag; vergelijk artikel 91, eerste lid, van de Grondwet en artikel 14 van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen. Het was daarom noodzakelijk om de opzegging van een verdrag naar aanleiding van een over de goedkeuring van dat verdrag gehouden referendum uitdrukkelijk uit te zonderen van de werking van het referendum (artikel 7, onder h, Trw). Tweede Kamer, vergaderjaar , , A 8

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 275 Goedkeuring van de opzegging van het op 14 februari 1972 te Rabat ondertekende Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 936 Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met aanpassing van het recht op bijstand bij verblijf buiten Nederland Nr. 4 ADVIES RAAD

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 249 Wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met de verstrekking van bijdragen aan zorgaanbieders die inkomsten derven ten gevolge van

Nadere informatie

Staten-Generaal. s-gravenhage, 13 maart 2002. De goedkeuring wordt alleen voor Nederland gevraagd.

Staten-Generaal. s-gravenhage, 13 maart 2002. De goedkeuring wordt alleen voor Nederland gevraagd. Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 264 28 266 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Malta inzake sociale zekerheid en Administratief Akkoord voor de uitvoering van het Verdrag inzake

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 740 Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten ter verhoging van de opbrengst

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 498 Wijziging van de arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de wijziging van de systematiek van de herbeoordelingen (Wet wijziging systematiek

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 980 Uitvoering van het op 19 oktober 1996 te s-gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 200 20 32 798 Wijziging van de Wet op het kindgebonden budget in verband met bezuiniging op het kindgebonden budget Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 945 (R 1737) Goedkeuring van het op 28 mei 1999 te Montreal tot stand gekomen Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA DEN HAAG. B&GA/AB/2002/9494a

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA DEN HAAG. B&GA/AB/2002/9494a Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA DEN HAAG Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 052 Goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 14 februari 1972 te Rabat tot stand gekomen Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 050 Wijziging van de Wet op de medische keuringen in verband met het opnemen van de mogelijkheid tot onderbrenging van de klachtenbehandeling bij aanstellingskeuringen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 100 Wijziging van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II en de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I ter implementatie

Nadere informatie

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar 2009 2010 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT. Staten-Generaal, vergaderjaar 2009 2010, 32 346, B en nr.

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar 2009 2010 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT. Staten-Generaal, vergaderjaar 2009 2010, 32 346, B en nr. Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2009 2010 B 32 346 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 855 Wijziging van de Algemene nabestaandenwet en de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940 1945 in verband met een technische aanpassing

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 975 Wijziging van de Wet werk en bijstand teneinde de eis tot beheersing van de Nederlandse taal tot te voegen aan die wet (Wet taaleis WWB)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 494 Wijziging van de Wet op de ondernemingsraden in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de beloningen van bestuurders

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 814 Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in verband met een gewijzigde organisatie van de deskundige bijstand bij het arbeidsomstandighedenbeleid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 883 Wijziging van de Wet milieubeheer (verbetering kostenvereveningssysteem in titel 15.13) Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 010 011 3 830 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 in verband met de implementatie van de derde rijbewijsrichtlijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 268 Wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT 1 Hieronder

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 924 Regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap) B ADVIES

Nadere informatie

, , , , 132) , 229) VOORSTEL VAN WET

, , , , 132) , 229) VOORSTEL VAN WET Goedkeuring van het op 24 juni 2002 te Rabat tot stand gekomen Verdrag tot wijziging van het op 14 februari 1972 te Rabat ondertekende Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 34 010 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet medezeggenschap op scholen en de Wet voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 770 Invoering van en aanpassing van wetgeving aan de Vaststellingswet titel 7.10 Burgerlijk Wetboek (arbeidsovereenkomst) (Invoeringswet titel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 442 Wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met de werving van arbeidsaanbod uit landen van buiten de Europese Economische Ruimte

Nadere informatie

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2010-2011 32 856 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid

Nadere informatie

Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT 1

Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT 1 TWEEDE KAMER DER STATEN- 2 GENERAAL Vergaderjaar 2011-2012 33 079 Aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de wijziging van het recht op inzage, afschrift of uittreksel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 636 Wijziging van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 ter implementatie van de vierde

Nadere informatie

1/2. Vergaderjaar

1/2. Vergaderjaar STATEN-GENERAAL B 1/2 Vergaderjaar 2012-2013 33638 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Democratische Republiek Ethiopië tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 576 Wijziging van de Advocatenwet, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten ter versterking van de cassatierechtspraak (versterking

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 553 Uitbreiding van de kring van verzekerden ingevolge de Ziekenfondswet met zelfstandigen voor wie, gelet op hun inkomen, toegang tot de sociale

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 00 0 3 60 Wijziging van de Embryowet in verband met de evaluatie van deze wet Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT Hieronder zijn opgenomen het advies

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 673 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (adoptie door personen van hetzelfde geslacht) B ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1998 309 Besluit van 14 mei 1998 tot wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 Wij Beatrix, bij

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 255 Wijziging van de Wet identificatie bij dienstverlening, ten behoeve van het sluitend maken van het identificatiesysteem A ADVIES RAAD VAN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 20 202 33 76 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter uitbreiding van het spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces Nr. 4 ADVIES

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Sociale Verzekeringen Nr. SV/GSV/01/52463 Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 275 Goedkeuring van de opzegging van het op 14 februari 1972 te Rabat ondertekende Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk

Nadere informatie

31 718 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan inzake sociale zekerheid; s-gravenhage, 21 februari 2008.

31 718 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan inzake sociale zekerheid; s-gravenhage, 21 februari 2008. Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2008 2009 A 31 718 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan inzake sociale zekerheid; s-gravenhage, 21 februari 2008 Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016 2017 34 489 Goedkeuring van het op 4 juni 2016 te Rabat tot stand gekomen Protocol tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko tot

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 00 0 3 555 Aanpassing van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 069 Regels ten aanzien van de bestrijding van maritieme ongevallen, met inbegrip van wijziging van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en enige

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 131 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met de uitvoering van Richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees Parlement en

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2000 Nr. 97

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2000 Nr. 97 15 (2000) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2000 Nr. 97 A. TITEL Verdrag houdende wijziging van het op 14 februari 1972 te Rabat ondertekende Algemeen Verdrag inzake sociale

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 5 Regels voor de opslag duurzame energie (Wet opslag duurzame energie) Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT Hieronder zijn opgenomen het advies

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 190 Vaststelling van de Wet Douane- en Accijnswet BES (Douane- en Accijnswet BES) Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT 1 Hieronder zijn

Nadere informatie

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar 1994 1995 Nr. 278 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar 1994 1995 Nr. 278 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 1994 1995 Nr. 278 24 211 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië houdende wijziging van het op 18 november 1981 te s-gravenhage ondertekende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 317 Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand in verband met het verstrekken van een uitkering aan mantelzorgers

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 497 Wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en enige andere wetten in verband met de beëindiging van de toegang

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 891 (R 1609) Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 279 Wijziging van de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Zorgverzekeringswet Nr. 4 ADVIES AFDELING

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 859 Aanpassing van diverse wetten ter implementatie van richtlijn 2006/123/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 249 Wijziging van de Werkloosheidswet en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met de vervanging van fictief arbeidsverleden

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Werk en Bijstand Nr. W&B/URP/06/ 12499 Nader rapport inzake voorstel van wet houdende wijziging van de Wet werk en bijstand, van de Wet Studiefinanciering

Nadere informatie

In artikel 9a wordt, onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:

In artikel 9a wordt, onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende: CONCEPT Voorstel van wet [[ ]] tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet in verband met het vastleggen van het recht op de alleenstaandennorm en de inkomensondersteuning voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 990 Uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 225 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de aanwijzing van bromfietsen waarvoor geen Europese typegoedkeuring is vereist teneinde

Nadere informatie

AAN DE KONINGIN. No.W12.06.0350/IV 's-gravenhage, 17 oktober 2006

AAN DE KONINGIN. No.W12.06.0350/IV 's-gravenhage, 17 oktober 2006 ................................................................................... No.W12.06.0350/IV 's-gravenhage, 17 oktober 2006 Bij Kabinetsmissive van 17 augustus 2006, no.06.002805, heeft Uwe Majesteit,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 955 Uitbreiding van de mogelijkheid om voorzieningen te verstrekken bij arbeid als zelfstandige Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN 1. Inleiding

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 661 Uitvoering van de richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2016 Nr. 101

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2016 Nr. 101 10 (2016) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2016 Nr. 101 A. TITEL Protocol tot wijziging van het op 14 februari 1972 te Rabat ondertekende Algemeen Verdrag inzake sociale

Nadere informatie

Artikel I. Wijziging van de Algemene Ouderdomswet

Artikel I. Wijziging van de Algemene Ouderdomswet Wijziging van enkele socialeverzekeringswetten betreffende de definitieve vaststelling van de uitkeringspositie van uitkeringsgerechtigden woonachtig in het buitenland VOORSTEL VAN WET Allen, die deze

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 890 Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet in verband met aanpassing aan de invoering van een kwalificatieplicht

Nadere informatie

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Nr. WJZ/2006/46484 (1743) (Hoofd) Afdeling DIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKEN Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet studiefinanciering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 683 Wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met verbetering van de maatregelen bij niet-betalen van de premie en de bestuursrechtelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 912 Aanpassing van de Auteurswet 1912 ter implementatie van richtlijn nr. 2001/84/EG van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 834 Wijziging van de Wet milieubeheer (jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer, hernieuwbare brandstofeenheden en elektronisch register

Nadere informatie

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar 2002 2003 Nr. 152 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar 2002 2003 Nr. 152 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2002 2003 Nr. 152 28 771 Protocol van 1996 bij het Koopvaardijverdrag (minimumnormen), 1976 (aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar vierentachtigste

Nadere informatie

No.W06.15.0073/III 's-gravenhage, 1 mei 2015

No.W06.15.0073/III 's-gravenhage, 1 mei 2015 ... No.W06.15.0073/III 's-gravenhage, 1 mei 2015 Bij Kabinetsmissive van 18 maart 2015, no.2015000453, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 27 073 Wet houdende een nieuwe regeling voor verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds (Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 7 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn 0/7/EU van het Europees Parlement

Nadere informatie

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar 2006 2007 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN. Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar 2006 2007 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN. Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2006 2007 A 30 890 Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland; s-gravenhage,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20515 Verdrag inzake sociale zekerheid met de Verenigde Staten van Amerika; 's-gravenhage, 8 december 1987 Nr. 1 Ter griffie van de Eerste en van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 27 789 Modernisering Successiewetgeving Nr. 19 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Algemeen Arbeidsmarktbeleid Nr.AAM/ASAM/02/1400 Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 714 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met verlening aan de notaris van bevoegdheden in verband met gemeenschappelijke

Nadere informatie

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Nr. WJZ/2005/30013 (3764) (Hoofd) Afdeling DIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKEN Nader rapport inzake het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 918 Wijziging van de Zorgverzekeringswet en andere wetten met het oog op het verzwaren van het premie-incassoregime en andere maatregelen om

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 505 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2011) Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 127 Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met aanpassing van de groep met recht op bijstand bij langer verblijf buiten Nederland

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2011 2012 33 162 Wijziging van enkele socialezekerheidswetten in verband met een andere vormgeving van de exportbeperking in de lgemene Kinderbijslagwet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 439 Wijziging van het urgerlijk Wetboek, de Ziektewet en enkele andere wetten in verband met loondoorbetaling door de werkgever bij ziekte van

Nadere informatie

No.W /II 's-gravenhage, 5 november 2012

No.W /II 's-gravenhage, 5 november 2012 ... No.W03.12.0390/II 's-gravenhage, 5 november 2012 Bij Kabinetsmissive van 28 september 2012, no.12.002275, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, mede namens

Nadere informatie

Toezegging AO migratie en Sociale zekerheid d.d.12 oktober 2006

Toezegging AO migratie en Sociale zekerheid d.d.12 oktober 2006 De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 520 Wijziging van de Boeken 6 en 7 van het Burgerlijke Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en enige andere wetten in verband met

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 438 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de wijziging in de procedure betreffende de aanvraag en afgifte van rijbewijzen Nr.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 472 Wijziging van de Wet publieke gezondheid onder meer in verband met het opnemen daarin van een aanbod van de overheid van vaccinaties en

Nadere informatie

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Voorstel van wet houdende goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 14 februari 1972 te Rabat tot stand gekomen Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 407 Aanpassing van wetgeving aan de invoering van het geregistreerd partnerschap in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (Aanpassingswet geregistreerd

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 37 Wijziging van verschillende wetten in verband met de vereenvoudiging van de uitvoering van deze wetten door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Nadere informatie

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar 2010 2011. A/ Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar 2010 2011. A/ Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2010 2011 32 656 Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India; met Administratief Akkoord; New Delhi, 22 oktober 2009 A/

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1998 1999 Nr. 201 26 238 Wijziging van enkele wetten in verband met invoering van het regresrecht in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en versterking

Nadere informatie

No.W /III 's-gravenhage, 11 november 2016

No.W /III 's-gravenhage, 11 november 2016 ... No.W12.16.0277/III 's-gravenhage, 11 november 2016 Bij Kabinetsmissive van 19 september 2016, no.2016001567, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 034 Bevordering van het naar arbeidsvermogen verrichten van werk of van werkhervatting van verzekerden die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 085 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Leerplichtwet 1969 in verband met onder meer de wijziging

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 20 202 33 238 Wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 514 Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en enkele andere wetten in verband met de evaluatie van deze wet,

Nadere informatie