Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk"

Transcriptie

1 Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk Bacheloropleiding Chemie voltijd, crohonummer [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d ] [Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap, d.d ] [Vastgesteld door het College van Bestuur, d.d ] NB: Uniformiteit Onderwijs- en Examenregeling (OER) 1. Deze OER bevat artikelen in de hoofdstukken 1 t/m 8 die voor een opleiding wel of niet van toepassing zijn. In geval een artikel(lid) niet van toepassing is wordt dit bij het betreffende artikel(lid) aangegeven als n.v.t. 1

2 Inhoud 1 Algemeen... 6 Artikel 1 Begripsbepalingen... 6 Artikel 2 Inhoud van de OER... 8 Artikel 3 Reikwijdte van de OER... 8 Artikel 4 Vaststelling en looptijd van de OER Toelating tot de opleiding Artikel 1 Vooropleidingseisen voor opleidingen Artikel 2 Nadere vooropleidingseisen voor opleidingen Artikel 3 Bijzondere nadere vooropleidingseisen opleiding tot leraar basisonderwijs Artikel 4 Toetsing bijzondere nadere vooropleidingseisen opleiding tot leraar basisonderwijs Artikel 5 Aanvullend onderzoek ex. art lid 5 WHW Artikel 6 Aanvullende eisen vanwege beroepsprofiel/onderwijsconcept Artikel 7 Toelating tot versneld traject gericht op studenten met een vwo-diploma Artikel 8 Toelating tot speciaal traject als bedoeld in art. 7.9b WHW Artikel 9 Colloquium doctum (toelatingsonderzoek 21 jaar en ouder) Artikel 10 Eisen werkkring voor de deeltijdopleidingen [n.v.t.] Artikel 11 Toelating duaal onderwijs, eisen werkkring [n.v.t.] Artikel 12 Vrijstelling van vooropleidingseisen op grond van andere diploma s ex. art WHW Artikel 13 Aanvullend onderzoek ex. art lid 3 en 4 WHW Artikel 14 Toelating tot de post-propedeutische fase Artikel 15 Doorstroom Associate Degree naar bachelor opleiding Artikel 16 Rechtsbescherming

3 3 Onderwijsprogramma Artikel 1 Beoordeling Onderwijs- en examenregeling Artikel 2 Doelstelling van de opleiding Artikel 3 Inrichting en studielast van de opleiding Artikel 4 Voertaal in het onderwijs Artikel 5 Voorzieningen voor student met functiebeperking Artikel 6 Samenstelling van de propedeutische fase Artikel 7 Samenstelling van de post-propedeutische fase Artikel 8 Samenstelling Associate-degreeprogramma Artikel 9 Minor Artikel 10 Studeren in het buitenland Examens en getuigschriften Artikel 1 De examens van de opleiding Artikel 2 Toekenning graden Artikel 3 Getuigschriften Artikel 4 Toekenning getuigschriften Artikel 5 Ondertekening getuigschriften Artikel 6 Data van de uitslag en uitreiking getuigschriften Artikel 7 Cum laude Artikel 8 Verklaringen Artikel 9 Rechtsbescherming Tentaminering en beoordeling Artikel 1 Examen Artikel 2 Onderwijseenheid Artikel 3 Tentamen Artikel 4 Vrijstelling algemeen

4 Article 5 30 Artikel 6 Fraude en plagiaat Artikel 7 Onderwijscontract Artikel 8 Intellectueel eigendom Artikel 9 Gestelde eisen tentamens Artikel 10 Vorm van de tentamens Artikel 11 Volgtijdelijkheid tentamens Artikel 12 Tijdvakken en frequentie van tentamens Artikel 13 Procedure inschrijven voor een mondeling tentamen en tentamen ter afsluiting van een praktische oefening Artikel 14 Deelname aan schriftelijke tentamens Artikel 15 Deelname aan digitale tentamens Artikel 16 Landelijke digitale tentamens Opleiding Leraar Basisonderwijs [n.v.t.] Dit artikel is niet van toepassing Artikel 17 Schriftelijk tentamen Artikel 18 Mondeling tentamen Artikel 19 Toezicht bij tentamens Artikel 20 Vaststelling van de beoordelingen Artikel 21 Normering van de beoordelingen Artikel 22 Toekenning van studiepunten Artikel 23 Vastlegging en bekendmaking van de beoordelingen Artikel 24 Inzage van tentamens Artikel 25 Geldigheidsduur van studieresultaten Artikel 26 Bewaring van afgelegde tentamens Artikel 27 Rechtsbescherming Studieloopbaanbegeleiding en Studieadvies Artikel 1 Studieloopbaanbegeleiding

5 Artikel 2 Wettelijke verplichting verstrekken van Studieadvies Propedeutische fase bacheloropleiding Artikel 3 Gronden van een Studieadvies Propedeutische fase Artikel 4 Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) Artikel 5 Gevolgen Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) Artikel 7 Procedurele voorwaarden studieadvies Propedeutische fase Artikel 8 Vorm Studieadvies Propedeutische fase Artikel 9 Tijdstip verstrekken Studieadvies Artikel 10 Rechtsbescherming Examencommissie Artikel 1 Instelling en samenstelling Examencommissie Slot- en invoeringsbepalingen Artikel 1 Hardheidsclausule Artikel 2 Onvoorziene omstandigheden Artikel 3 Bekendmaking van de regeling Artikel 4 Citeertitel, inwerkingtreding Bijlage A: Competenties van de opleiding Chemie Bijlage B: Nadere uitwerking van de onderwijseenheden van het curriculum voor de propedeutische fase Bijlage C: Nadere uitwerking van de onderwijseenheden van het curriculum voor de postpropedeutische fase Bijlage D: Nadere uitwerking van de overgangs-regelingen in verband met de invoer van een nieuw curriculum Bijlage E: Opleidingsspecifieke regels

6 1 Algemeen Geldt voor: alle cohorten Overgangsbepaling van toepassing voor eerdere cohorten: nee Artikel 1 Begripsbepalingen In deze OER wordt verstaan onder: afstudeerrichting: een specialisatie binnen de opleiding als bedoeld in artikel 7.13 WHW, niet zijnde een Associate-degreeprogramma of een minor; Associate-degreeprogramma: programma als bedoeld in artikel 7.8a WHW met een studielast van tenminste 120 studiepunten; bezwaar, beroep en klachtenloket: faciliteit als bedoeld in artikel 7.59a WHW; School-/Cluster en Staf Medezeggenschapsraad: raad bedoeld als in artikel WHW. college van beroep voor de examens: college als bedoeld in artikel 7.60 WHW; college van bestuur: het instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1 en 10.8 WHW; competentie: een integraal geheel van beroepskennis, -houding en -vaardigheden die een persoon nodig heeft om binnen relevante beroepscontexten adequaat te kunnen functioneren; EC: european credit, zie studiepunt; EVC: eerder verworven competenties; examen: afsluitend onderdeel van een opleiding als bedoeld in artikel 7.3 WHW of de propedeutische fase als bedoeld in artikel 7.8 WHW; Examencommissie: commissie als bedoeld in artikel 7.12 WHW; examinator: persoon als bedoeld in artikel 7.12c WHW, niet zijnde een student of extraneus; extraneus: degene die als extraneus als bedoeld in artikel 7.32 en 7.36 WHW is ingeschreven bij de opleiding die voltijds of deeltijds is ingericht; gedragscode internationale student: gedragscode internationale student hoger onderwijs, zoals deze geldt per 1 augustus 2014; instelling: Stenden Hogeschool; centrale medezeggenschapsraad: raad als bedoeld in artikel WHW; 6

7 OER: onderwijs- en examenregeling als bedoeld in artikel 7.13 WHW; onderwijseenheid: onderwijseenheid als bedoeld in artikel 7.3 WHW, die in samenhang met andere onderwijseenheden het onderwijsprogramma van de opleiding vormt, waaraan één eindbeoordeling is verbonden. Een onderwijseenheid kan betrekking hebben op een praktische oefening; opleidingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 10.3c WHW; opleidingsjaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar en, indien men zich inschrijft per 1 februari, het tijdvak dat aanvangt op 1 februari en eindigt op de laatste dag van februari van het daaropvolgende kalenderjaar; opleidingsvariant: een opleiding kan in de voltijd-, deeltijd- en/of duale variant aangeboden worden; post-propedeuse: de hoofdfase van de opleiding direct volgend op de propedeuse; praktische oefening: een onderwijseenheid als bedoeld in artikel 7.3 lid 2 WHW waarin de nadruk ligt op de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening en op de beroepsuitoefening in verband met het onderwijs in een duale opleiding, voor zover deze activiteiten onder begeleiding van de instelling plaatsvinden. Een praktische oefening kan vormgegeven zijn in een project, werkstuk, of ontwerp, scriptie, mondelinge presentatie, doorlopen van een stage, deelname aan excursie, werken in (thema)groepen; programma: het samenhangend geheel van onderwijseenheden verzorgd door de opleiding; propedeuse: propedeutische fase van de opleiding, als bedoeld in artikel 7.8 WHW; progress: studenten informatie systeem; schooldag: alle dagen die in de jaarplanning doorgaans niet als vakantiedagen, zaterdagen, zondagen of reguliere feestdagen zijn aangeduid, zijn schooldagen, waarbij de zaterdag uitsluitend bestemd mag worden voor afname van tentamens. student: degene die als student als bedoeld in artikel 7.32 WHW is ingeschreven bij de instelling; studentenstatuut: statuut als bedoeld in artikel 7.59 WHW; studiejaar: het wettelijk studiejaar dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar; studieloopbaanbegeleider/studiecoach/studiebegeleider: degene die namens de opleiding is aangewezen om de student te begeleiden in zijn studie, keuze- en planningsprocessen, gericht op een effectieve studievoortgang; studiepunt: eenheid voor berekening van de studielast als bedoeld in artikel 7.4 WHW, waarbij 1 studiepunt gelijk staat aan 28 uren studie; 7

8 tentamen: een onderzoek naar kennis, inzicht, vaardigheden als bedoeld in artikel 7.3 en 7.10 WHW, waarvan de uitkomst in een beoordeling wordt uitgedrukt en die de afsluiting vormt van een onderwijseenheid; WHW: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Artikel 2 Inhoud van de OER 1. In deze OER wordt per opleiding de geldende procedures en rechten en plichten vastgelegd met betrekking tot het onderwijs en het propedeutisch examen en het post-propedeutisch examen. Artikel 3 Reikwijdte van de OER 1. Deze OER is van toepassing op het onderwijs en de examens van de bacheloropleiding Chemie voltijd, crohonummer 34396, verder te noemen: de opleiding. 2. Het College van Bestuur kan in de bacheloropleiding als bedoeld in lid 1 een Associate-degreeprogramma instellen. Indien aan de orde is deze OER op dit Associate-degreeprogramma van toepassing. 3. Een OER is van toepassing op de studenten en extranei die staan ingeschreven bij de opleiding en op aspirant-studenten en -extranei die verzoeken om toegelaten te worden tot de opleiding. 4. Wordt de opleiding aangemerkt als een gezamenlijke opleiding, dan is deze OER onverkort van toepassing, tenzij in de overeenkomst die aan de gezamenlijke opleiding ten grondslag ligt anders is bepaald. 5. Kent de opleiding een of meer afstudeerrichtingen, dan is deze OER onverkort van toepassing, tenzij in de overeenkomst(en) die aan deze afstudeerrichting(en) ten grondslag lig(t)(en) anders is bepaald. 6. Voor elk cohort wordt door het College van Bestuur een OER vastgesteld. In geval van substantiële wijzigingen in de OER bevat de meest recente OER overgangsregeling(en) per cohort. Indien aan de orde wordt dit per hoofdstuk aangegeven in de subtitel van het hoofdstuk en/of in één van de bijlagen van de OER. Artikel 4 Vaststelling en looptijd van de OER 1. Deze OER wordt, gehoord de centrale medezeggenschapsraad conform artikel WHW, vastgesteld door het College van Bestuur. 2. De opleidingscommissie wordt jaarlijks tijdig in de gelegenheid gesteld deze OER te beoordelen en daarover advies uit brengen aan de Head of School. De opleidingscommissie zendt een afschrift van dit advies aan de School-/Cluster en Staf Medezeggenschapsraad (SCMR en SMR). 8

9 3. De OER geldt voor de duur van het studiejaar. Gedurende het studiejaar kan de OER niet worden gewijzigd, tenzij dit als gevolg van overmacht noodzakelijk is en studenten daar niet onevenredig door worden benadeeld. Een tussentijdse wijziging behoeft de voorafgaande instemming van het College van Bestuur. 9

10 2 Toelating tot de opleiding Geldt voor: alle cohorten Overgangsbepaling van toepassing voor eerdere cohorten: nee WHW: 7.9, 7.9a, 7.9b, 7.8a, 7.24, 7.25, 7.25a, 7.25b, 7.26, 7.27, 7.28, Artikel 1 Vooropleidingseisen voor opleidingen 1. Voor de inschrijving voor een opleiding in het hoger onderwijs geldt als vooropleidingseis het bezit van een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) of hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) of een diploma van een middenkaderopleiding of van een specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) (mbo-niveau 4). Met een diploma bedoeld in de eerste volzin wordt voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld het diploma van de bij ministeriële regeling aangewezen vakopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c, van de WEB. Artikel 2 Nadere vooropleidingseisen voor opleidingen 1. Naast de in artikel 1 genoemde vooropleidingseisen gelden de volgende nadere vooropleidingseisen voor rechtstreekse toelating tot de opleiding. a. Met diploma mbo-niveau 4 MBO-domein HBO-sector Economie Gedrag en maatschappij Gezondheidzorg Landbouw en natuurllijke omgeving Onderwijs Taal en cultuur Techniek Opleiding Chemie Bouw en infra * * * * * * * Afbouw, hout en onderhoud Techniek en procesindustrie Ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek Media en vormgeving Informatie en communicatie- * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * 10

11 technologie Mobiliteit en voertuigen Transport, scheepvaart en logistiek Handel en ondernemerschap Economie en administratie * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * Veiligheid en sport * * * * * * * Uiterlijke verzorging * * * * * * * Horeca en bakkerij * * * * * * * Toerisme en recreatie * * * * * * * Zorg en welzijn * * * * * * Voedsel, natuur en leefomgeving * * * * * * * = geeft directe toelating b. Met diploma havo: havo profiel NT NG EM CM Chemie * * # # * = dit profiel geeft toegang tot de betreffende opleiding # = dit profiel geeft geen toegang tot de betreffende opleiding, tenzij voldaan wordt aan de toelatingseisen zoals vermeld in lid d en artikel 5. c. Met diploma vwo: vwo profiel NT NG EM CM Chemie * * # # * = dit profiel geeft toegang tot de betreffende opleiding # = dit profiel geeft geen toegang tot de betreffende opleiding, tenzij voldaan wordt aan de toelatingseisen zoals vermeld in lid d en artikel 5. 11

12 d. Indien een aankomend student wel beschikt over een mbo-niveau 4 diploma, havo-diploma of vwo-diploma, maar niet voldoet aan de sector- of profieleisen, kan de aankomend student een verzoek doen tot aanvullend onderzoek (zie artikel 5). In dit onderzoek zal de toelatingscommissie vaststellen of de aankomend student beschikt over voldoende kennis van de kennisgebieden biologie, wiskunde en scheikunde op havo eindexamenniveau. Artikel 3 Bijzondere nadere vooropleidingseisen opleiding tot leraar basisonderwijs [n.v.t.] 1. Voor de opleiding tot leraar basisonderwijs gelden voor aankomende studenten met een havo en/of mbo-niveau 4 diploma als vooropleiding, bijzondere nadere vooropleidingseisen. 2. Een aankomend student met een vwo-diploma, afgeronde hbo- of wo-opleiding als vooropleiding zijn van de bijzondere nadere vooropleidingseisen vrijgesteld. 3. De bijzondere nadere vooropleidingseisen hebben betrekking op de kennisgebieden aardrijkskunde, geschiedenis en natuur & techniek, vergelijkbaar met niveau havo- 3/vmbo-t4. 4. Op basis van die eisen toont de aankomende student voor de inschrijving bij de opleiding tot leraar basisonderwijs aan, te beschikken over voldoende kennis om te kunnen deelnemen aan die opleiding. Artikel 4 Toetsing bijzondere nadere vooropleidingseisen opleiding tot leraar basisonderwijs [n.v.t.] 1. De aankomend student als bedoeld in artikel 3 lid 4, kan aantonen over de gevraagde kennis te beschikken door middel van: a. het overleggen van een havo en/of mbo-niveau 4 diploma en wat betreft de vakken die deel hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van dat diploma, de bij het diploma behorende cijferlijst of resultatenlijst waaruit blijkt dat hij over de desbetreffende kennis beschikt, of b. in voorkomende gevallen, al dan niet in aanvulling op het overleggen van een diploma als bedoeld in onderdeel a, het overleggen van een of meer certificaten als bedoeld in artikel , vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs waaruit blijkt dat hij over de desbetreffende kennis beschikt. 2. Indien de aankomend student niet voldoet aan het eerste lid, kan hij aantonen over de kennis, bedoeld in artikel 3, te beschikken door het met goed gevolg afleggen van een toets. 3. Een aankomend student in het bezit van een buitenlands diploma dat aantoonbaar tenminste gelijkwaardig is aan de diploma s genoemd in art. 3 lid 1 dient aan het einde van de propedeutische fase aangetoond te hebben te beschikken over de vereiste kennis als bedoeld in artikel 3 lid 4. Indien hier niet aan wordt voldaan wordt de inschrijving per eerst mogelijke datum beëindigd. 12

13 4. Het College van Bestuur stelt de aankomende student in de gelegenheid de in lid 2 bedoelde toets af te leggen conform de Regeling Toetsing Bijzondere Nadere vooropleidingseisen OLB Stenden Hogeschool Artikel 5 Aanvullend onderzoek ex. art lid 5 WHW 1. Het College van Bestuur kan bepalen dat de bezitter van een diploma genoemd in artikel 1, die niet voldoet aan de in dit artikel 2 genoemde voorwaarden, toch wordt ingeschreven, onder de voorwaarde dat blijkens een onderzoek wordt voldaan aan inhoudelijk daarmee vergelijkbare eisen. Aan deze eisen moet zijn voldaan voor de aanvang van de opleiding. 2. In geval van een aanvullend onderzoek wordt de kennis van de vereiste vakken dan wel het vereiste niveau, genoemd in artikel 2, getoetst. Artikel 6 Aanvullende eisen vanwege beroepsprofiel/onderwijsconcept [n.v.t.]. 1. Gelet op de organisatie en inrichting van het onderwijs van de opleiding Hoger Hotelonderwijs gelden in aanvulling op de vooropleidingseisen als bedoeld in artikel 1, aanvullende eisen. De aanvullende eisen alsmede de hiermee verband houdende kosten, zijn neergelegd in een door het College van Bestuur vastgestelde selectieprocedure. Het betreft de volgende procedure: 2. Gelet op de benodigde kennis en vaardigheden voor de opleiding Creatieve Therapie gelden in aanvulling op de vooropleidingseisen als bedoeld in artikel 1, aanvullende eisen. De aanvullende eisen alsmede de hiermee verband houdende kosten, zijn neergelegd in een door het College van Bestuur vastgestelde selectieprocedure. Het betreft de volgende procedure: Artikel 7 Toelating tot versneld traject gericht op studenten met een vwodiploma [n.v.t.] 1. Een College van Bestuur kan binnen een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs een versneld traject aanbieden dat toegankelijk is voor studenten met een diploma als bedoeld in artikel 7.24, tweede lid WHW, onder a of b dan wel een op grond van artikel 7.28, tweede lid WHW, bij ministeriële regeling als ten minste gelijkwaardig aangemerkt onderscheidenlijk naar het oordeel van het College van Bestuur daaraan tenminste gelijkwaardig diploma. Een student die aan de in de eerste zin bedoelde voorwaarde en de overige voorwaarden voor inschrijving voldoet, wordt voor een versneld traject ingeschreven indien hij daarom verzoekt. 2. Het College van Bestuur kan besluiten ook een andere student dan degene, bedoeld in het eerste lid, tot het versnelde traject toe te laten indien hij naar het oordeel van het College van Bestuur blijk heeft gegeven van geschiktheid voor dat traject. 3. In afwijking van artikel 7.4b, eerste lid WHW, bedraagt de studielast voor een versneld traject 180 studiepunten. Artikel 8 Toelating tot speciaal traject als bedoeld in art. 7.9b WHW [n.v.t.] 1. Indien het College van Bestuur binnen een opleiding een speciaal traject aanbiedt dat gericht is op het behalen van een hoger kennisniveau van studenten, kan selectie 13

14 worden toegepast. 2. Het College van Bestuur stelt regels vast met betrekking tot de selectie, bedoeld in het eerste lid. Het betreft de volgende regels: [invullen regels waaronder in ieder geval: * cognitieve en non-cognitieve criteria; * relatie selectiecriteria en opleidingsprofiel; * gemotiveerd toelaten of afwijzen.] Artikel 9 Colloquium doctum (toelatingsonderzoek 21 jaar en ouder) 1. Het College van Bestuur kan personen van eenentwintig jaar en ouder die niet voldoen aan de vooropleidingseisen genoemd in artikel 1, noch daarvan krachtens art WHW zijn vrijgesteld, van die vooropleidingseis vrijstellen, indien zij bij een onderzoek door een door het College van Bestuur in te stellen commissie hebben blijk gegeven van geschiktheid voor het desbetreffende onderwijs en van voldoende beheersing van de Nederlandse taal voor het met vrucht kunnen volgen van het onderwijs. 2. De bij het onderzoek als bedoeld in lid 1 te stellen eisen van de opleiding zijn: - Een centraal onderzoek met de toetsonderdelen: IQ-test, Engels, Motivatie en Leerstijlen - Een opleidingsspecifieke toets Scheikunde op HAVO eindexamen niveau - Een opleidingsspecifieke toets Wiskunde A of B op HAVO eindexamen niveau - Een opleidingsspecifieke toets Biologie op HAVO eindexamenniveau De resultaten worden besproken in een intakegesprek met de toelatingscommissie. Een voldoende resultaat op de Scheikunde en Wiskunde toets zijn strikte voorwaarde voor toelating tot de opleiding. Het centrale onderzoek en de Biologietoets worden gezien als indicatief en dienen als ondersteuning voor het advies. 3. Het College van Bestuur kan ten aanzien van een bezitter van een buiten Nederland afgegeven diploma dat in het eigen land toegang geeft tot een opleiding aan een instelling voor het hoger onderwijs, afwijken van de in lid 1 genoemde leeftijdsgrens. Van die leeftijdsgrens kan het College van Bestuur ook afwijken, indien in bijzondere gevallen geen diploma kan worden overlegd. Artikel 10 Eisen werkkring voor de deeltijdopleidingen [n.v.t.] 1. Het College van Bestuur kan met het oog op de inschrijving voor een deeltijdse opleiding eisen omtrent het verrichten van werkzaamheden tijdens het volgen van de opleiding stellen. 2. In het geval het College van Bestuur werkzaamheden aanmerkt als onderwijseenheden, kunnen er eisen gesteld worden aan de werkzaamheden. Artikel 11 Toelating duaal onderwijs, eisen werkkring [n.v.t.] 1. Extranei worden niet toegelaten tot een duale opleiding. 14

15 2. De beroepsuitoefening van een duale opleiding vindt plaats op basis van een overeenkomst, namens de instelling gesloten door de opleiding, de student en het bedrijf of de organisatie waar het beroep in de praktijk wordt uitgeoefend. 3. De overeenkomst als bedoeld in het tweede lid omvat tenminste bepalingen over: de duur van de overeenkomst en de tijdsduur van de periode of perioden van de beroepsuitoefening, de begeleiding van de student, het deel van de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden die een student bij beëindiging van de opleiding moet hebben verworven en die tijdens de beroepsuitoefening dienen te worden gerealiseerd, alsmede de beoordeling daarvan, en de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden. 4. Degene die tot een duale opleiding wenst te worden toegelaten dient op het moment van toelating, dan wel uiterlijk zes maanden nadien te beschikken over een overeenkomst als bedoeld in het tweede lid. Wordt niet voldaan aan de eis als bedoeld in de vorige volzin, dan wordt betrokkene geacht niet te voldoen aan de voorwaarden om aan de duale opleiding deel te nemen. Dit betekent dat de Examencommissie alsdan kan besluiten de student de toegang tot de duale opleiding te ontzeggen. Over een besluit als bedoeld in de vorige volzin wordt de student schriftelijk geïnformeerd. 5. Wordt een overeenkomst als bedoeld in het tweede lid voortijdig beëindigd als gevolg van toerekenbaar verzuim van de student, dan wordt de student voor een periode van maximaal zes maanden in de gelegenheid gesteld een nieuwe overeenkomst te sluiten als bedoeld in het tweede lid. Lukt dit niet, dan wordt de student geacht niet meer te voldoen aan de voorwaarden om aan de duale opleiding deel te nemen. Dit betekent dat de Examencommissie alsdan kan besluiten de student de toegang tot dit onderwijs te ontzeggen. Over een besluit als bedoeld in de vorige volzin wordt de student schriftelijk geïnformeerd. Artikel 12 Vrijstelling van vooropleidingseisen op grond van andere diploma s ex. art WHW 1. Degene aan wie een graad (bachelor of master) is verleend, en de bezitter van een met goed gevolg afgelegd propedeutisch examen aan een instelling voor hoger onderwijs zijn vrijgesteld van de in artikel 1 bedoelde vooropleidingseisen, onverminderd het vierde en vijfde lid van dit artikel. 2. Van de vooropleidingseisen is eveneens vrijgesteld degene die toegang heeft tot het wetenschappelijk onderwijs of het hoger beroepsonderwijs in het land van een verdragspartij die het Verdrag inzake de erkenning van kwalificaties betreffende hoger onderwijs in de Europese regio (Trb. 2002, 137) heeft geratificeerd, onverminderd de bevoegdheid van het College van Bestuur om op grond van artikel IV.1 van het genoemde verdrag een aanzienlijk verschil aan te tonen tussen de algemene eisen betreffende de toegang op het grondgebied van het bedoelde land waar de kwalificatie werd behaald en de algemene eisen bij of krachtens deze wet. 3. Het College van Bestuur, na advies van de Toelatingscommissie, verleent vrijstelling van de in artikel 1 bedoelde vooropleidingseis aan de bezitter van een al dan niet in Nederland afgegeven diploma dat bij ministeriële regeling is aangemerkt als tenminste gelijkwaardig aan het in het desbetreffende lid bedoelde diploma, onverminderd het derde en vierde lid. Het College van Bestuur kan vrijstelling 15

16 verlenen aan de bezitter van een al dan niet in Nederland afgegeven diploma dat niet in de in de eerste volzin genoemde ministeriële regeling is opgenomen, indien dat diploma naar het oordeel van het College van Bestuur, na advies van de Examencommissie tenminste gelijkwaardig is aan het bepaalde in artikel 1. Indien het een buiten Nederland afgegeven diploma betreft, kan het College van Bestuur bepalen dat geen examens of onderdelen daarvan worden afgelegd dan nadat ten genoegen van de desbetreffende Examencommissie het bewijs is geleverd van voldoende beheersing van de Nederlandse taal voor het met vrucht kunnen volgen van het onderwijs. Het College van Bestuur kan, na advies van de Examencommissie tevens bepalen dat betrokkene niet wordt ingeschreven zolang het in de voorgaande volzin bedoelde bewijs niet is geleverd. 4. Indien bij ministeriële regeling nadere vooropleidingseisen als bedoeld in artikel 7.25 WHW en opgenomen in artikel 2, zijn vastgesteld kan de bezitter van een diploma geen examens afleggen voordat hij op een door het College van Bestuur te bepalen wijze op grond van een aanvullend onderzoek heeft aangetoond te beschikken over de kennis en vaardigheden waarop de eisen, bedoeld in artikel 2 betrekking hebben. 5. Het College van Bestuur kan bepalen dat de bezitter van een diploma als bedoeld in art. 1 niet kan worden ingeschreven indien dat bestuur van oordeel is dat de nadere vooropleidingseisen, bedoeld in artikel 2 van dien aard zijn dat redelijkerwijs verwacht kan worden dat niet tijdens het eerste jaar van inschrijving voor de opleiding op grond van een aanvullend onderzoek als bedoeld in het vierde lid aangetoond kan worden dat betrokkene beschikt over de kennis en vaardigheden waarop die eisen betrekking hebben. Het College van Bestuur bepaalt op welke wijze betrokkene op grond van een aanvullend onderzoek met het oog op de inschrijving vrijgesteld kan worden van die eisen. 6. De bij het onderzoek, bedoeld in de leden 4 en 5, te stellen eisen zijn opgenomen in art. 13. Artikel 13 Aanvullend onderzoek ex. art lid 3 en 4 WHW 1. Indien de aspirant-student beschikt over een propedeutisch getuigschrift (hbo of wo), een hbo-getuigschrift of een wo-getuigschrift, maar niet voldoet aan de nadere vooropleidingseisen, genoemd in artikel 2, wordt in het aanvullend onderzoek de kennis van de vereiste vakken dan wel het vereiste niveau, genoemd in artikel 2, getoetst. 2. Indien een aspirant-student beschikt over een buitenlands diploma dat gelijkwaardig is aan een havo, vwo-diploma maar niet voldoet aan de nadere vooropleidingseisen, genoemd in artikel 2, wordt in het aanvullend onderzoek de kennis van de vereiste vakken dan wel het vereiste niveau, genoemd in artikel 2, getoetst en worden er ten aanzien van de beheersing van de Nederlandse taal of Engelse taal eisen gesteld. 3. Indien een aspirant-student als bedoeld in lid 2 zich wil inschrijven voor een Nederlandstalige opleiding moet het diploma NT2-tweede niveau aantoonbaar zijn behaald. In afwijking hierop kan voor een aspirant-student met een Duits gelijkwaardig diploma van deze eis worden afgeweken. 4. Indien de aspirant-student als bedoeld in lid 2 zich wil inschrijven voor een Engelstalige opleiding moet de aspirant-student aantoonbaar hebben voldaan aan 16

17 een IELTS score zes. Onder een - met een IELTS-test score 6.0 te vergelijken - test wordt verstaan: a. TOEFL10 Paper: 550; b. TOEFL Computer: 213; c. TOEFL Internet: 80: d. TOEIC11: 670; e. Cambridge ESOL12: CAE C. Artikel 14 Toelating tot de post-propedeutische fase Een student kan op verschillende manieren rechtstreeks toegang krijgen tot de postpropedeutische fase van een opleiding: 1. Voor de inschrijving voor een opleiding na het propedeutisch examen geldt als eis het bezit van een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegde propedeutisch examen van die opleiding. 2. Het College van Bestuur kan vrijstelling verlenen van de in het eerste lid bedoelde eis aan de bezitter van een al dan niet in Nederland afgegeven diploma, indien dat diploma naar het oordeel van het College van Bestuur ten minste gelijkwaardig is aan het in het eerste lid bedoelde getuigschrift. Indien het een buiten Nederland afgegeven diploma betreft, kan het College van Bestuur daarbij bepalen dat geen examens of onderdelen daarvan worden afgelegd dan nadat ten genoegen van de desbetreffende Examencommissie het bewijs is geleverd van voldoende beheersing van de Nederlandse taal voor het met vrucht kunnen volgen van het onderwijs. 3. De Examencommissie kan, in afwijking van het eerste lid, aan degene die is ingeschreven, op zijn verzoek, reeds de toegang tot het afleggen van een of meer onderdelen van het afsluitend examen verlenen voordat hij het propedeutisch examen van de desbetreffende opleiding met goed gevolg heeft afgelegd. Artikel 15 Doorstroom Associate Degree naar bachelor opleiding 1. Een student aan wie een graad als bedoeld in art. 7.10b lid 1 WHW is verleend, heeft het recht zijn bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs te vervolgen. Het College van Bestuur kan daarbij voorschrijven welke onderwijseenheden binnen de bacheloropleiding nog moeten worden gevolgd. Artikel 16 Rechtsbescherming 1. Een (aspirant) student kan binnen zes weken na dagtekening tegen besluiten over de toelating via bezwaar maken bij het College van Bestuur. Alvorens te beslissen wint het College van Bestuur advies in bij de Geschillen- en Klachtenadviescommissie. 2. Tegen een beslissing op bezwaar staat beroep open bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs in Den Haag. 17

18 3 Onderwijsprogramma Geldt voor: alle cohorten Overgangsbepaling van toepassing voor eerdere cohorten: nee WHW: 6.13, 7.2, 7.4, 7.4b, 7.7, 7.8, 7.8a, 7.8b, 7.9, 7.9b, 7.11, 7.13, 7.14 Artikel 1 Beoordeling Onderwijs- en examenregeling 1. Het College van Bestuur draagt zorg voor een regelmatige beoordeling van de Onderwijs- en Examenregeling (OER) en weegt daarbij, ten behoeve van de bewaking en zo nodig bijstelling van de studielast, het tijdsbeslag dat daaruit voor de studenten voortvloeit. Artikel 2 Doelstelling van de opleiding 1. Met de opleiding wordt beoogd de student zodanige kennis, houding en vaardigheden bij te brengen op het terrein van Chemie zodat deze bij het voltooien van de opleiding in staat is tot de professionele uitvoering van taken op dat gebied en tevens in aanmerking komt voor een eventuele voortgezette opleiding. Na voltooiing van de opleiding moet de student als beroepsbeoefenaar zelfstandig en met kritische instelling kunnen werken en beschikt de student over de competenties op hbo-niveau zoals vermeld in bijlage A. Artikel 3 Inrichting en studielast van de opleiding 1. De opleiding heeft een studielast van 240 studiepunten, waarvan 60 studiepunten behoren tot de propedeutische fase en 180 studiepunten behoren tot de postpropedeutische fase. 2. De opleiding is voltijds ingericht en wordt verzorgd door de School of Media & Entertainment Management and Technology.. 3. De voltijds en of deeltijdsopleiding(en) kent of kennen geen afstudeerrichting(en). De voltijds en of deeltijdsopleiding(en) kent of kennen geen Associatedegreeprogramma. 4. Dit artikellid is niet van toepassing. De afstudeerrichting [Naam afstudeerrichting invullen] is [kies alternatief] voltijds [of] deeltijds ingericht. De afstudeerrichting kent een studielast van [aantal studiepunten invullen] studiepunten. 5. Dit artikellid is niet van toepassing Het Associate-degreeprogramma kent een studielast van [aantal studiepunten (tenminste 120) invullen] studiepunten]. 6. De student aan wie de graad Associate Degree is verleend en die de bacheloropleiding vervolgt, dient de door het College van Bestuur voorgeschreven 18

19 onderwijseenheden binnen de bacheloropleiding te volgen. De student dient hierover in overleg te treden met de desbetreffende Examencommissie. 7. Dit artikellid is niet van toepassing Voor studenten die de opleiding in duale vorm volgen, worden de perioden waarin werkzaamheden in de beroepspraktijk worden verricht, aangemerkt als een onderwijseenheid, voor zover deze werkzaamheden onder begeleiding van de opleiding plaatsvinden. Aan deze werkzaamheden worden de volgende eisen gesteld: Artikel 4 a. de tijdsduur van de perioden in de beroepspraktijk bedraagt [omvang in maanden of weken invullen]; b. de studielast van de perioden in de beroepspraktijk bedraagt [omvang in studiepunten invullen] c. een zodanige inrichting van elke periode dat de student in staat wordt gesteld de competenties te ontwikkelen tot het niveau dat voor die periode is genoemd in de overeenkomst tussen instelling, student en bedrijf; d. onderwijseenheden die in de beroepspraktijk worden uitgevoerd, worden afgesloten met een tentamen. Voertaal in het onderwijs 1. Het onderwijs in de opleiding wordt gegeven in het Nederlands, tenzij: a. het onderwijs betreft dat betrekking heeft op een andere taal; b. het onderwijs betreft dat in het kader van een gastcollege gegeven wordt door een anderstalige gastdocent; c. de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs, dan wel de herkomst van de studenten noodzaakt een andere taal te gebruiken. Het College van Bestuur heeft hiertoe een Gedragscode voor het gebruik van andere talen dan het Nederlands in het onderwijs, vastgesteld. 2. In een opleiding die in het Nederlands wordt aangeboden kan gebruik gemaakt worden van anderstalige literatuur. Artikel 5 Voorzieningen voor student met functiebeperking 1. De Head of School biedt aan studenten met een functiebeperking een onderwijsomgeving aan die zo veel als mogelijk gelijkwaardig is aan die van studenten zonder functiebeperking en die gelijkwaardige kansen op studiesucces biedt. De Regeling Studie & Handicap, zoals opgenomen als bijlage bij het Studentenstatuut, voorziet in de benodigde en afgesproken facilitering van betrokkene. Artikel 6 Samenstelling van de propedeutische fase 1. De propedeutische fase heeft drie doelstellingen: a. oriëntatie; b. verwijzing; c. selectie. 2. De propedeutische fase van de opleiding omvat de onderwijseenheden zoals beschreven in bijlage B, met de daarbij vermelde studielast (totaal 60 studiepunten). 19

20 Artikel 7 Samenstelling van de post-propedeutische fase 1. De post-propedeutische fase van de opleiding - alsmede de daarmee verbonden afstudeerrichting(en- omvat de onderwijseenheden zoals beschreven in bijlage C, met de daarbij vermelde studielast (totaal 180 studiepunten). Artikel 8 Samenstelling Associate-degreeprogramma 1. Dit artikel is niet van toepassing Het Associate-degreeprogramma als bedoeld in artikel 3 lid 5 omvat de onderwijseenheden zoals beschreven in de betreffende bijlage met de daarbij vermelde studielast Artikel 9 Minor 1. Een minor is een samenhangend keuzeprogramma van in totaal 30 studiepunten, dat gevolgd wordt in de post-propedeutische fase, niet zijnde een afstudeerrichting. 2. De minor die een student volgt, is gerelateerd aan de ambities van de student en heeft een duidelijke relatie met de eindcompetenties van de opleiding. De minor dient een aanvulling te zijn op overige onderdelen van de opleiding die de student volgt. 3. De Examencommissie van de School die de minor heeft ontwikkeld, is verantwoordelijk voor de inhoud van de minor en draagt er zorg voor dat de minor ten minste voldoet aan de eisen gesteld in het volgende lid. 4. De door de instelling aangeboden minoren worden voor het begin van het opleidingsjaar geplaatst op de voor alle studenten toegankelijke website. Op de website wordt tenminste vermeld: a. welke minoren binnen de instelling worden aangeboden; b. of het aanbieden van de minor wel of niet gebonden is aan een minimum aantal deelnemers; c. welke procedure wordt gehanteerd voor het inschrijven op een minor; d. welke toelatingseisen voor een minor van toepassing zijn; e. welke school verantwoordelijk is voor de inhoud van de minor en wie de verantwoordelijke is binnen die school; f. uit welke onderdelen de minor bestaat, met inbegrip van het aantal studiepunten en de wijze van toetsing en herkansing van elk onderdeel. 5. Gedurende het opleidingsjaar kan de inhoud van een minor niet worden gewijzigd. In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin kan een aangeboden minor niet worden verzorgd, ingeval van onvoldoende belangstelling, mits op de website als bedoeld in het vierde lid is aangegeven dat voor het verzorgen van een minor een minimaal aantal deelnemers is vereist. 6. Een minor kan pas worden gevolgd als het propedeutisch examen en tenminste 81 EC uit de post-propedeutische fase zijn behaald. 7. Ongeacht het voorgaande behoeft de toelating van een student tot een minor de goedkeuring van de Examencommissie van de opleiding die de student volgt. De Examencommissie kan ervoor kiezen een lijst te publiceren van minoren die 20

21 studenten mogen volgen zonder persoonlijk toestemming te hoeven vragen bij de Examencommissie. 8. Buiten de door de instelling aangeboden minoren kunnen studenten minoren volgen via De toelating van een student tot een minor via deze route behoeft goedkeuring van de Examencommissie van de opleiding waar de student ingeschreven is. Artikel 10 Studeren in het buitenland 1. Voor studeren in het buitenland geldt de Stenden beleidsregel dat maximaal 90 studiepunten van het onderwijsprogramma (30 studiepunten theorie en 60 studiepunten stage) in het buitenland mag worden gedaan. 2. Een student behoeft voorafgaande schriftelijke toestemming van de Examencommissie van de opleiding om in het buitenland te mogen studeren. 21

22 4 Examens en getuigschriften Geldt voor: alle cohorten Overgangsbepaling van toepassing voor eerdere cohorten: nee WHW: 7.3, 7.10, 7.10a, 7.11, 7.12c, 7.19a, 7.33 Artikel 1 De examens van de opleiding 1. In de opleiding wordt de propedeutische fase afgesloten met een examen en de post-propedeutische fase met een afsluitend examen. Is aan de opleiding een Associate-degreeprogramma verbonden dan wordt de propedeutische fase afgesloten met een examen en de post-propedeutische fase met een afsluitend examen. 2. De examens als bedoeld in het eerste lid zijn behaald, indien alle onderwijseenheden van de betreffende fase dan wel programma met goed gevolg (examen en beoordeling tezamen) zijn afgelegd, dan wel daarvoor vrijstelling is verkregen. 3. Het afsluitend examen in de post-propedeutische fase kan niet eerder worden behaald dan nadat het propedeutisch examen is behaald, dan wel vrijstelling is verleend voor het afleggen daarvan. 4. De Examencommissie stelt de uitslag vast van de examens bedoeld in het eerste lid, nadat zij heeft onderzocht of de student aan alle voor het betreffende examen geldende verplichtingen heeft voldaan. 5. De Examencommissie reikt een getuigschrift uit aan de student die een examen heeft behaald en ook verder voldoet aan de wettelijke vereisten. Per opleiding wordt één getuigschrift uitgereikt. Geen propedeuse getuigschrift wordt uitgereikt aan degene die van de Examencommissie vrijstelling heeft verkregen om deze fase van de opleiding te volgen. 6. Het examen dat met goed gevolg is afgelegd en de met het oog daarop vervaardigde werkstukken worden door het College van Bestuur gedurende een periode van ten minste zeven jaar bewaard, conform de Selectielijst voor de administratieve neerslag van de openbaar gezagtaken en niet-publiekrechtelijke werkprocessen van Nederlandse hogescholen, Artikel 2 Toekenning graden 1 1. De Examencommissie verleent namens het College van Bestuur de graad Bachelor of Applied Science, indien het afsluitend examen in de post-propedeutische fase met 1 Als gevolg van de Wet Kwaliteit in Verscheidenheid zal mogelijk een afwijkende titulatuur bij de graad worden gevoerd. 22

23 goed gevolg is afgelegd. 2. In geval van onderwijs in het buitenland is de notitie Gedragslijn Nederlands Onderwijs in het buitenland van de Minister van OCW van toepassing. 3. Dit artikellid is niet van toepassing De Examencommissie verleent namens het College van Bestuur de graad Associate Degree [afgesproken aanduiding van de graad invullen], aan degene die met goed gevolg het examen heeft afgelegd van een Associate-degreeprogramma. Artikel 3 Getuigschriften 1. Het College van Bestuur hanteert het model van de getuigschriften en stelt de hierna genoemde bijlagen vast met inachtneming van artikel 7.11 WHW. In ieder geval wordt vermeld: a. de naam van de opleiding en de instelling die de opleiding verzorgt, zoals die worden vermeld in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO); b. welke onderwijseenheden het examen omvatte; c. in voorkomende gevallen welke minor is behaald; d. in voorkomende gevallen welke bevoegdheid met betrekking tot de uitoefening van een beroep aan het getuigschrift is verbonden; e. welke graad door het College van Bestuur is verleend; f. op welk tijdstip de opleiding voor het laatst is geaccrediteerd dan wel De toets nieuwe opleiding met goed gevolg heeft ondergaan. 2. De onderwijseenheden van het examen en de behaalde minor worden benoemd in een gewaarmerkte bijlage, waarbij tevens per onderwijseenheid de omvang in studiepunten en de behaalde beoordeling worden vermeld. De beoordeling als bedoeld in de vorige volzin wordt uitgedrukt in gehele cijfers als bedoeld in artikel 21 van hoofdstuk De Examencommissie voegt aan een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegde afsluitend examen, een diplomasupplement toe dat voldoet aan het Europese overeengekomen standaardformat. Het diplomasupplement heeft tot doel inzicht te verschaffen in de aard en inhoud van de afgeronde opleiding, mede met het oog op internationale herkenbaarheid van opleidingen. Het in het Nederlands of Engels gesteld diplomasupplement bevat in elk geval: Artikel 4 a. de naam van de opleiding en de instelling die de opleiding verzorgt, b. of het een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een opleiding in het hoger beroepsonderwijs betreft; c. een beschrijving van de inhoud van de opleiding; d. de studielast van de opleiding; e. de Grading Table van de opleiding. Toekenning getuigschriften 1. Ten bewijze dat het examen met goed gevolg is afgelegd, wordt door de Examencommissie een getuigschrift uitgereikt. 2. De student die aanspraak heeft op uitreiking van een getuigschrift, moet daartoe een verzoek indienen bij de Examencommissie. De Examencommissie kan hier regels 23

24 voor opstellen. 3. De student die aanspraak heeft op uitreiking van een getuigschrift, kan overeenkomstig door het College van Bestuur vast te stellen regels de Examencommissie verzoeken daartoe nog niet over te gaan. 4. Indien de student een fout constateert op zijn resultatenoverzicht dan dient de student direct contact op te nemen met de afdeling ESR Information & Registration Centre. Indien daar geen fout wordt geconstateerd dan dient hij uiterlijk binnen vier schoolweken na vaststelling van de definitieve uitslag van een onderwijseenheid, schriftelijk te reageren naar de Examencommissie. 5. Voor de datum op het getuigschrift wordt de datum aangehouden waarop de Examencommissie heeft vastgesteld dat de student aan de voorwaarden heeft voldaan. Als procedurele voorwaarde voor toekenning van het getuigschrift geldt dat de student ingeschreven moet staan bij de opleiding op het moment van toekenning. Artikel 5 Ondertekening getuigschriften 1. Het getuigschrift wordt namens het College van Bestuur ondertekend: a. Door de voorzitter en de secretaris van de Examencommissie of hun plaatsvervangers; b. Door de student. 2. Het diplomasupplement bij het getuigschrift genoemd in artikel 3 worden ondertekend en voorzien van naam door de voorzitter van de Examencommissie en secretaris of hun plaatsvervangers. 3. De namen van de tekenbevoegden worden geregistreerd in een handtekeningenregister. Artikel 6 Data van de uitslag en uitreiking getuigschriften 1. Aan het begin van elk studiejaar stelt de Examencommissie de data vast waarop de uitslag als bedoeld in artikel 1 wordt vastgesteld, met inachtneming van het derde en vierde lid van artikel Aan het begin van elk studiejaar stelt de Head of School de data vast waarop de getuigschriften als bedoeld in artikel 3 in een openbare bijeenkomst worden uitgereikt. 3. Het vaststellen van de uitslag van het propedeutisch examen vindt tenminste tweemaal per jaar plaats, aan het einde van het opleidingsjaar, na verwerking van de resultaten van de laatste herkansingen. Op verzoek van de student kan de uitslag ook tussentijds in de loop van het opleidingsjaar vastgesteld worden. Artikel 7 Cum laude 1. De student dient bij de Examencommissie een verzoek in tot toekenning van het predicaat Cum Laude bij het propedeusegetuigschrift van de bacheloropleiding of het daaraan verbonden Associate Degreeprogramma. Het verzoek wordt vergezeld van een door de student aangeleverd overzicht van alle door de student 24

25 behaalde beoordelingen op basis waarvan de student meent aanspraak te kunnen maken op het predicaat Cum Laude. 2. Dit artikellid is niet van toepassing De student dient bij de Examencommissie een verzoek in tot toekenning van het predicaat Cum Laude bij het associate-degreeprogrammagetuigschrift. Het verzoek wordt vergezeld van een door de student aangeleverd overzicht van alle door de student behaalde beoordelingen op basis waarvan de student meent aanspraak te kunnen maken op het predicaat Cum Laude. 3. De student dient bij de Examencommissie een verzoek in tot toekenning van het predicaat Cum Laude bij het bachelorgetuigschrift. Het verzoek wordt vergezeld van een door de student aangeleverd overzicht van alle door de student behaalde beoordelingen op basis waarvan de student meent aanspraak te kunnen maken op het predicaat Cum Laude. 4. Het beoordelen van de toekenning van het predicaat Cum Laude vindt plaats door de Examencommissie. 5. Indien van toepassing verklaard in lid 1 van dit artikel geeft de Examencommissie het predicaat cum laude bij het behalen van het propedeusegetuigschrift als de student voldoet aan de volgende voorwaarden: a. Het gewogen gemiddelde op basis van behaalde studiepunten van alle behaalde cijfers is 8,0 of hoger; b. De student moet voor alle studie-onderdelen van de propedeutische fase minimaal een voldoende hebben behaald en mag geen enkele herkansing hebben gedaan; c. De student mag voor maximaal 25% van het aantal studiepunten een vrijstelling hebben gekregen; d. Als studie-onderdelen zijn beoordeeld met een onvoldoende/voldoende/goed/uitstekend, dan moet de student voor minstens 80% van deze onderdelen minimaal een goed hebben behaald. e. Als een student aanvullende studie-onderdelen heeft gevolgd, die niet tot het verplichte studieprogramma behoren, dan worden die niet meegenomen in de berekening van het gewogen gemiddelde; f. Vrijstellingen worden niet meegenomen in de berekening van het gewogen gemiddelde. 6. De Examencommissie geeft het predicaat cum laude bij het behalen van het associate-degreeprogrammagetuigschrift en/of het bachelorgetuigschrift als de student voldoet aan de volgende voorwaarden: a. Het gewogen gemiddelde op basis van behaalde studiepunten van alle behaalde cijfers is 8,0 of hoger; b. De student moet voor alle studie-onderdelen van de propedeutische fase minimaal een voldoende hebben behaald en mag geen enkele herkansing hebben gedaan; c. De student mag voor maximaal 25% van het aantal studiepunten een vrijstelling hebben gekregen; d. Als studie-onderdelen zijn beoordeeld met een onvoldoende/voldoende/goed/uitstekend, dan moet de student voor minstens 80% van deze onderdelen minimaal een goed hebben behaald. e. De student heeft minimaal een 8,0 behaald voor de afstudeerscriptie. 25

26 Artikel 8 f. Als een student aanvullende studie-onderdelen heeft gevolgd, die niet tot het verplichte studieprogramma behoren, dan worden die niet meegenomen in de berekening van het gewogen gemiddelde; g. Vrijstellingen worden niet meegenomen in de berekening van het gewogen gemiddelde. Verklaringen 1. Een student die meer dan één tentamen met goed gevolg heeft afgelegd en aan wie geen getuigschrift als bedoeld in artikel 4 kan worden uitgereikt, ontvangt desgevraagd, mits binnen een jaar na uitschrijving van de student, een door de desbetreffende Examencommissie af te geven verklaring waarin in elk geval de tentamens zijn vermeld die door hem met goed gevolg zijn afgelegd. Artikel 9 Rechtsbescherming 1. De student die het oneens is met een beslissing van de Examencommissie op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk kan daar tegen beroep instellen bij het College van Beroep voor de Examens (COBEX). 2. De student heeft de mogelijkheid om tegen de uitspraak van het COBEX in beroep te gaan bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs in Den Haag. 26

27 5 Tentaminering en beoordeling Geldt voor: alle cohorten Overgangsbepaling van toepassing voor eerdere cohorten: cohort 2015 en ouder: Artikel 4, lid 4b. Cohort 2013 en ouder: Artikel 12, lid 4, zie ook bijlage D. WHW: 7.3, 7.10, 7.12b, 7.13 ALGEMEEN Artikel 1 Examen 1. Aan elke opleiding is een examen verbonden. 2. Aan de propedeutische fase van de opleiding is een examen verbonden. 3. Aan de post-propedeutische fase van de opleiding is een examen verbonden. Artikel 2 Onderwijseenheid 1. Een opleiding is een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van welomschreven doelstellingen op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden waarover degene die de opleiding voltooit, dient te beschikken. 2. Een onderwijseenheid kan betrekking hebben op de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening en op de beroepsuitoefening in verband met het onderwijs in een duale opleiding, voor zover deze activiteiten onder begeleiding van het instellingsbestuur plaatsvinden. Artikel 3 Tentamen 1. Aan elke onderwijseenheid is een tentamen verbonden. 2. Elk tentamen omvat een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de examinandus, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van dat onderzoek. 3. Indien de tentamens van een tot de opleiding of propedeutische fase van een bacheloropleiding behorende onderwijseenheden met goed gevolg zijn afgelegd, is het examen afgelegd, voor zover de Examencommissie niet heeft bepaald dat het examen tevens omvat een door haar zelf te verrichten onderzoek als bedoeld in het tweede lid. 4. De Examencommissie kan onder door haar te stellen voorwaarden bepalen dat niet ieder tentamen met goed gevolg afgelegd hoeft te zijn om vast te stellen dat het examen met goed gevolg is afgelegd. Artikel 4 Vrijstelling algemeen 1. De Examencommissie heeft de bevoegdheid voor het verlenen van vrijstelling voor het afleggen van één of meerdere tentamens. 27

28 2. De OER bevat de gronden waarop de Examencommissie voor eerder met goed gevolg afgelegde tentamens of examens in het hoger onderwijs, dan wel voor buiten het hoger onderwijs opgedane kennis of vaardigheden, vrijstelling kan verlenen van het afleggen van één of meerdere tentamens. 3. Een vrijstelling wordt door de Examencommissie altijd individueel verleend op basis van haar vrijstellingenbeleid en met in achtneming van de navolgende bepalingen van dit artikel. 4. a. Studenten met het diploma Chemisch-fysisch analist (mbo niveau 4) of Biomedisch analist (mbo niveau 4) van het Drenthe College in Emmen zijn vrijgesteld van het afleggen van de tentamens van de volgende onderwijseenheden genoemd in de bijlage met de samenstelling van propedeutische fase: Code Module EC GSLB1A Studieloopbaanbegeleiding 1a 3 EC OLSSK1 Scheikunde 1 3 EC OLSB1 Biologie 1 3 EC ILSPR1 Praktijk Scheikunde 1 3 EC OLSSK2 Scheikunde 2 3 EC OLSB2 Biologie 2 3 EC ILSPR2 Praktijk Scheikunde 2 3 EC OLSSK3 Scheikunde 3 3 EC OLSB3 Microbiologie 3 EC GSLB1B Studieloopbaanbegeleiding 1b 3 EC GMOCO1 Mondelinge vaardigheden 1 3 EC OLSOC1 Organische Chemie 1 3 EC ILSPR3 Praktijk Scheikunde 3 3 EC Totaal 39 EC b. Studenten met het diploma Chemisch-fysisch analist (mbo niveau 4) of Biomedisch analist (mbo niveau 4) van het Drenthe College in Emmen van cohort 2015 of eerder zijn vrijgesteld van het afleggen van de tentamens van de volgende onderwijseenheden genoemd in de bijlage met de samenstelling van de post-propedeutische fase: 28

29 Code Module EC OTSTA1 Stage 15 EC OTSTA2 Stage 15 EC Totaal 30 EC Vanaf cohort 2016 worden deze vrijstellingen niet meer generiek verleend in verband met gewijzigde programma s in het mbo-onderwijs en het belang van de onderwijseenheid Stage voor het behalen van de hbo-eindkwalificaties. c. Studenten met het diploma VWO met profiel NT of NG zijn vrijgesteld van het afleggen van de tentamens van de volgende onderwijseenheden genoemd in de bijlage met de samenstelling van de propedeutische fase. Code Module EC GSLB1A Studieloopbaanbegeleiding 1a 3 EC DTETW1 Wiskunde 1 3 EC OLSSK1 Scheikunde 1 3 EC OLSB1 Biologie 1 3 EC DTETW2 Wiskunde 2 3 EC OLSSK2 Scheikunde 2 3 EC OLSB2 Biologie 2 3 EC ILSPR2 Praktijk Scheikunde 2 3 EC OLSSK3 Scheikunde 3 3 EC OLSB3 Microbiologie 3 EC GSLB1B Studieloopbaanbegeleiding 1b 3 EC GMOCO1 Mondelinge vaardigheden 1 3 EC OLSOC1 Organische Chemie 1 3 EC ILSPR3 Praktijk Scheikunde 3 3 EC Totaal 42 EC De opleiding is voornemens deze vrijstellingen vanaf te vervangen door een fast-track van drie jaar. Indien dit voorstel doorgang vindt, wordt dat traject opgenomen in de OER van dat studiejaar. c. Studenten die in september instromen met de intentie om op basis van artikel 4a, 4b of 4c vrijstellingen aan te vragen, krijgen toegang tot de vakken van de postpropedeutische fase, mits dit bij de SLB er als zodanig is besproken in het intakegesprek. 29

30 d. Indien een student in februari instroomt, heeft de student niet zonder meer toegang tot de vakken van de post-propedeutische fase, in verband met de ontbrekende voorkennis uit periode 1 en 2 van leerjaar 2. De student kan nog steeds aanspraak maken op de vrijstellingen in artikel 4a of 4b, maar krijgt in die situatie geen garantie op een studeerbaar programma waarbij 15 EC per periode gevolgd kan worden. Het advies van de opleiding is in de meeste gevallen dan ook om bij instroom in februari het volledige eerstejaars programma van jaar 1 te volgen. Dit dient met de SLB er besproken te worden in het intakegesprek. 5. Vrijstellingen kunnen mede gebaseerd zijn op EVC. Degene die op basis van een EVC meent in aanmerking te komen voor een of meer vrijstellingen, dient hiertoe een gemotiveerd verzoek in bij de Examencommissie, met bijsluiting van de EVCrapportage. 6. Degene die op andere dan in de vorige leden bedoelde gronden meent in aanmerking te komen voor vrijstelling van het afleggen van een tentamen, dient daartoe een schriftelijk en gemotiveerd verzoek in bij de Examencommissie, waarbij tevens de bewijsstukken ter onderbouwing van het verzoek worden overgelegd. 7. De Examencommissie beoordeelt mede aan de hand van de overgelegde bewijsstukken of wordt voldaan aan de vereisten gesteld voor de desbetreffende onderwijseenheid of onderdelen daarvan. 8. De Examencommissie kent een individueel verzoek om een vrijstelling toe, indien verzoeker aantoonbaar voldoet aan de vereisten gesteld voor de desbetreffende onderwijseenheid, dan wel voor - in voldoende mate afgeronde - onderdelen daarvan. De Examencommissie informeert de student over haar beslissing binnen zes schoolweken gerekend vanaf de datum waarop het verzoek is ontvangen. 9. Vrijstellingen worden in het resultatenoverzicht van de student getoond met de omschrijving vrijstelling. Een tentamen waarvoor de student vrijstelling heeft gekregen, telt niet mee in eventuele middelingen tot een eindcijfer van de onderwijseenheid waarbij dit tentamen is betrokken. Article 5 Transition rules for 60 EC programme IBC-students cohort 2014 and 2015 at SUAS [n.v.t.] 1. Students studying at one of the IBCs (site(s)) of Stenden University to obtain the Dutch degree, will take a substantial part of the third-year-course of the programme at the institution in the Netherlands. Hereafter: 60 EC programme IBC-students at SUAS. 2. The period as set in paragraph 1 covers a programme year, which means a period that starts on 1 September and ends on 31 August of the next calendar year, and for those who register as of 1 February, the period that starts on 1 February and ends on the last day of February of the next calendar year. 3. A substantial part means a study load of 60 EC. 4. The study programme as set in paragraph 1 is worked out in the relevant appendix of the applicable TER. 5. The WHW is fully applicable for following the 60 EC programme IBC-students at SUAS as referred to in paragraph 1. Within this framework the SUAS Students Charter as referred to in article 7.59 WHW is also applicable. 30

31 6. The Code of Conduct for International Students applies during the relevant 60 EC programme IBC-students at SUAS. 7. The following exam regulations are applicable for students who didn t obtain the full 60 EC during their year at SUAS a. All resits taking place at the IBC belonging to 60 EC programme IBC-students at SUAS are assessed by an examiner appointed by the Dutch Examination Committee. b. If the Dutch Examination Committee deems necessary that practical components and resits has to be retaken at SUAS until the required conditions set in the tailor-made plan have been met. c. All IBC students graduation assignments (theses) are assessed by an external examiner. Artikel 6 Fraude en plagiaat 1. Indien een student of extraneus fraudeert en of plagiaat pleegt, kan de Examencommissie betrokkene het recht ontnemen één of meer door de Examencommissie aan te wijzen tentamens of examens af te leggen, gedurende een door de Examencommissie te bepalen termijn van ten hoogste een jaar. 2. Bij ernstige fraude kan het College van Bestuur op voorstel van de Examencommissie de inschrijving voor de opleiding van de betrokken student of extraneus definitief beëindigen. 3. Ten aanzien van fraude en of plagiaat geldt het Reglement Fraude en Plagiaat Stenden Hogeschool, zoals opgenomen als bijlage bij het Studentenstatuut. Artikel 7 Onderwijscontract 1. Een student met een functiebeperking kan aan de Examencommissie verzoeken gelegenheid te krijgen de tentamens op een zo veel mogelijk aan zijn individuele beperking aangepaste wijze af te leggen. De procedure is beschreven in de Regeling Studie & Handicap zoals opgenomen als bijlage bij het Studentenstatuut. 2. Een student die voldoet aan de criteria van de Regeling Financiële ondersteuning student-topsporter zoals opgenomen als bijlage bij het Studentenstatuut, kan de Examencommissie verzoeken om een aangepaste inroostering van de tentamens, waarbij - indien dit naar het oordeel van de Examencommissie mogelijk is en voor de opleiding niet bezwaarlijk - zo veel mogelijk wordt aangesloten bij de individuele mogelijkheden van de student. 3. Afspraken als resultaat van de in lid 1 en 2 genoemde verzoeken worden vastgelegd in een individueel onderwijscontract. Artikel 8 Intellectueel eigendom 1. Het auteursrecht van een werk komt toe aan de student, mits deze als maker ervan kan worden aangemerkt. 2. Als maker wordt, behoudens tegenbewijs, beschouwd degene die als zodanig op of in het werk is aangeduid. 31

32 3. Indien het werk tot stand is gebracht naar het ontwerp van een ander dan de student en onder diens leiding en toezicht, dan wordt deze ander als maker van dat werk aangemerkt. Artikel 9 Gestelde eisen tentamens 1. De Examencommissie maakt voor elk tentamen afzonderlijk tijdig bekend welke eisen worden gesteld bij het afleggen van dat tentamen, zodat de student zich zo goed mogelijk kan voorbereiden. De Examencommissie vermeldt daarbij ook welke hulpmiddelen zijn toegestaan en welke beoordelingsnormen zullen worden gehanteerd. Deze informatie is per onderwijseenheid opgenomen in het moduleboek, die via Blackboard verstrekt wordt voorafgaand aan de start van de module. 2. Van een tentamen dat bij herhaling binnen een opleidingsjaar wordt aangeboden, moet elke gelegenheid wat betreft inhoud, niveau en zwaarte gelijkwaardig zijn aan de voorafgaande gelegenheid. 3. Wanneer een student een onderwijseenheid niet heeft behaald in het opleidingsjaar waarin hij het onderwijs in die onderwijseenheid heeft gevolgd en in het volgende opleidingsjaar alsnog een tentamen in die onderwijseenheid wil afleggen, gelden de eisen van het lopende opleidingsjaar. Indien door curriculumwijzigingen de onderwijseenheid niet meer wordt aangeboden dan gelden de regelingen zoals vermeld in bijlage D. Artikel 10 Vorm van de tentamens 1. De onderwijseenheden van het onderwijsprogramma worden getoetst op de wijze en in de vorm zoals aangegeven in de bijlage met de samenstelling van de propedeutische en post-propedeutische fase. 2. Van een tentamen dat bij herhaling in hetzelfde opleidingsjaar wordt aangeboden, moeten alle gelegenheden in dat opleidingsjaar dezelfde vorm hebben. 3. Van de bepaling in het vorige lid kan worden afgeweken in geval van overmacht. In dat geval mag de herkansing een andere vorm hebben, maar moet wel voldoen aan de eisen van gelijkwaardigheid zoals bedoeld in artikel Van de bepaling in lid 2 kan om organisatorische en/of onderwijskundige redenen worden afgeweken indien het niet mogelijk is een herkansing aan te bieden met dezelfde vorm als de eerste gelegenheid in het betreffende opleidingsjaar. Artikel 11 Volgtijdelijkheid tentamens 1. De OER bevat het overzicht van het aantal en de volgtijdelijkheid van de tentamens alsmede de momenten waarop deze afgelegd kunnen worden. 2. De OER bevat de informatie over, waar nodig, de volgorde waarin, de tijdvakken waarbinnen en het aantal malen per studiejaar dat de gelegenheid wordt geboden tot het afleggen van de tentamens en examens. 3. De tentamens van de onderwijseenheden van het propedeutisch examen en van het afsluitend examen kunnen binnen de desbetreffende fase in een willekeurige volgorde worden afgelegd, met uitzondering van de bepalingen in de volgende leden 32

33 van dit artikel. 4. Indien aan een onderwijseenheid niet kan worden deelgenomen alvorens een voorgaande onderwijseenheid te hebben afgesloten, dan staat dat vermeld in de desbetreffende modulebeschrijving in bijlagen B en C. 5. Ongeacht het bepaalde in de vorige leden kan een minor pas worden gevolgd als is voldaan aan het bepaald in artikel 9 van hoofdstuk 3. Artikel 12 Tijdvakken en frequentie van tentamens 1. Tot het afleggen van de tentamens van de propedeutische fase wordt elk opleidingsjaar ten minste tweemaal gelegenheid gegeven, de eerste maal direct aansluitend op het onderwijs in de desbetreffende onderwijseenheid. 2. Tot het afleggen van de tentamens van de post-propedeutische fase wordt elk opleidingsjaar ten minste tweemaal gelegenheid gegeven, waarvan eenmaal direct aansluitend op het onderwijs in de desbetreffende onderwijseenheid. 3. Bij het bepalen van de datum van de tweede tentamengelegenheid in een opleidingsjaar, wordt rekening gehouden met de vereiste studeerbaarheid van het totale programma voor een student. 4. Indien een onderwijseenheid uit een voorgaande OER niet meer wordt aangeboden in deze OER, wordt in afwijking van lid 1 en 2, gedurende slechts nog één opleidingsjaar de gelegenheid gegeven om het betreffende tentamen af te leggen, gerekend vanaf het laatste opleidingsjaar dat de betreffende onderwijseenheid werd aangeboden. Het totaal aantal toetskansen voor dit tentamen wordt bepaald door de Examencommissie van de opleiding en betreft viermaal, inclusief de kansen van het jaar waarin de module nog werd aangeboden. Na de laatste aangeboden toetskans bestaat er geen mogelijkheid meer om het betreffende tentamen af te leggen. 5. De tijdvakken waarin de tentamengelegenheden worden aangeboden, worden jaarlijks door de Examencommissie vastgesteld en uiterlijk bij aanvang van het opleidingsjaar bekend gemaakt. 6. Een student die verhinderd is van een tentamengelegenheid gebruik te maken, is aangewezen op de volgende tentamengelegenheid. In bijzondere gevallen kan de Examencommissie besluiten in een voor de student gunstige zin af te wijken van deze regel. VOORAFGAAND AAN TENTAMINERING Artikel 13 Procedure inschrijven voor een mondeling tentamen en tentamen ter afsluiting van een praktische oefening 1. Voor mondelinge tentamens en voor tentamens ter afsluiting van praktische oefeningen dient de student zich tijdig in te schrijven, op een nader door de Examencommissie aan te geven wijze. a. De inschrijvingsprocedure voor mondelinge tentamens van een module, staan beschreven in het desbetreffende moduleboek. 33

34 b. Assessments van de beroepscompetenties worden tweemaal per jaar aangeboden. Studenten dienen zich hiervoor in te schrijven via de inschrijflijst bij de assessoren. De opleiding biedt deze inschrijflijst minimaal twee weken van te voren aan. Artikel 14 Deelname aan schriftelijke tentamens 1. Voor deelname aan schriftelijke tentamens is de student verplicht zich te houden aan de volgende inschrijfprocedure en inschrijfbepalingen: Artikel 15 a. De student is verplicht zich digitaal voor een schriftelijke tentamenkans in te schrijven. De student moet na inschrijving een bewijs van inschrijving uitprinten. b. Indien een student niet kan intekenen voor een tentamen dan neemt de student voor sluitingstijd van intekening rechtstreeks contact op met het ESR- Toetsservicebureau. Voor de vestigingen Emmen, Meppel en Assen geldt dat de student contact opneemt met het secretariaat van de opleiding, die vervolgens contact opneemt met het ESR-Toetsservicebureau. c. Inschrijven betekent verplicht deelnemen aan het tentamen én een tentamenkans gebruiken, overmachtsituaties uitgezonderd. d. Iedere secretaris van de Examencommissie meldt aan het ESR-Toetsservicebureau voor 15 mei van elk opleidingsjaar het aantal tentamengelegenheden dat een student aan de desbetreffende opleiding aangeboden krijgt. Bij overschrijding van dit aantal gelegenheden wordt de intekening voor deelname aan de betreffende tentamen geblokkeerd. e. Het ESR-Toetsservicebureau publiceert bij aanvang van het opleidingsjaar het jaartentamenrooster per opleiding. Het definitieve rooster wordt uiterlijk twee schoolweken voor een tentamenperiode gepubliceerd. f. Verzoek tot wijziging van intekening of na-inschrijving voor een tentamen moet altijd door de student ter beoordeling aan de secretaris van de Examencommissie worden voorgelegd, overmachtsituaties uitgezonderd. Na toestemming van de secretaris van de Examencommissie kan tot twee werkdagen voor aanvang van de tentamenperiode tot uur de toegestane wijzigingen door ESR- Toetsservicebureau worden verwerkt. g. Indien de student te laat is met digitaal intekenen én er is daarbij sprake van bijzondere omstandigheden dan neemt de student rechtstreeks contact op met de secretaris van de Examencommissie. Deelname aan digitale tentamens 1. Voor deelname aan digitale tentamens is de student verplicht zich te houden aan de volgende inschrijfprocedure en inschrijfbepalingen: a. De student is verplicht zich digitaal voor een schriftelijke tentamenkans in te schrijven. De student moet na inschrijving een bewijs van inschrijving uitprinten. b. Indien een student niet kan intekenen voor een tentamen dan neemt de student voor sluitingstijd van intekening rechtstreeks contact op met het ESR- Toetsservicebureau. Voor de vestigingen Emmen, Meppel en Assen geldt dat de 34

35 student contact opneemt met het secretariaat van de opleiding, die vervolgens contact opneemt met het ESR-Toetsservicebureau. c. Inschrijven betekent verplicht deelnemen aan het tentamen én een tentamenkans gebruiken, overmachtsituaties uitgezonderd. d. Iedere secretaris van de Examencommissie meldt aan het ESR-Toetsservicebureau voor 15 mei van elk opleidingsjaar het aantal tentamengelegenheden dat een student aan de desbetreffende opleiding aangeboden krijgt. Bij overschrijding van dit aantal gelegenheden wordt de intekening voor deelname aan de betreffende tentamen geblokkeerd. e. Het ESR-Toetsservicebureau publiceert bij aanvang van het opleidingsjaar het jaartentamenrooster per opleiding. Het definitieve rooster wordt uiterlijk twee schoolweken voor een tentamenperiode gepubliceerd. f. Verzoek tot wijziging van intekening of na-inschrijving voor een tentamen moet altijd door de student ter beoordeling aan de secretaris van de Examencommissie worden voorgelegd, overmachtsituaties uitgezonderd. Na toestemming van de secretaris van de Examencommissie kan tot twee werkdagen voor aanvang van de tentamenperiode tot uur de toegestane wijzigingen door ESR- Toetsservicebureau worden verwerkt. g. Indien de student te laat is met digitaal intekenen én er is daarbij sprake van bijzondere omstandigheden dan neemt de student rechtstreeks contact op met de secretaris van de Examencommissie. Artikel 16 Landelijke digitale tentamens Opleiding Leraar Basisonderwijs [n.v.t.] Dit artikel is niet van toepassing TIJDENS TENTAMINERING Artikel 17 Schriftelijk tentamen Bij het afleggen van een tentamen moet aan de eisen gesteld in de volgende leden worden voldaan: 1. Verplichte legitimatie met de Multifunctionele Kaart (MFK) bij één van de surveillanten geeft de enige toegang tot de tentamenruimte. Iedere andere vorm van legitimatie geeft geen toegang. Daarnaast moet de student zich desgevraagd kunnen legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. 2. In geval een student vanwege overmacht niet kan voldoen aan de in lid 1 genoemde verplichte vorm van legitimatie, kan deze een verzoek indienen bij de Examencommissie om deze onvoorziene omstandigheid te kwalificeren als overmacht. In geval van overmacht wordt, conform artikel 14 lid 1(c), de gebruikte toetskans ongedaan gemaakt. 35

36 3. De student dient vijf minuten voor aanvang van het aanvangstijdstip in de tentamenzaal aanwezig te zijn en plaats te nemen op de door de surveillanten aangewezen plaats. 4. Aan de student die meer dan 30 minuten te laat arriveert, wordt de toegang geweigerd door de betrokken surveillant. De student kan een verzoek indienen bij de Examencommissie om deze onvoorziene omstandigheid te kwalificeren als overmacht. In geval van overmacht wordt, conform artikel 14 lid 1(c), de gebruikte toetskans ongedaan gemaakt. 5. Het is niet toegestaan om gedurende de eerste 30 minuten na aanvang van het tentamen, de tentamenruimte te verlaten. 6. De aanwijzingen van de examinator of surveillant moeten door de student worden opgevolgd. 7. De aangegeven tijd voor een tentamen is inclusief het uitreiken en verzamelen van tentamenopgaven en antwoordformulieren. 8. De student dient bij ontvangst van de tentamenopgaven te controleren of hij een juist en volledig exemplaar heeft ontvangen. Is dit niet het geval dan dient hij/zij dit kenbaar te maken aan de betrokken surveillant. 9. Het is niet toegestaan om het tentamen te maken op ander dan door de surveillant uitgedeelde antwoordformulieren. 10. De student dient -indien van toepassing- op tentamenopgaven en het antwoordformulier te vermelden: a. naam b. studentnummer / relatienummer c. tentamen d. aantal antwoordformulieren of -bladen dat wordt ingeleverd e. datum waarop aan het tentamen is deelgenomen f. handtekening van de student 11. Het gebruik van andere hulpmiddelen dan schrijfgerei en het ter plekke uitgereikte materiaal is uitsluitend toegestaan als dit uitdrukkelijk is aangegeven bij de tentamenopgaven. 12. Elektronische apparaten waar gegevens op kunnen worden geraadpleegd of opgeslagen dienen vóór de aanvang te worden uitgezet én te worden weggeborgen in een afgesloten tas. Bij twijfel is de examinator en/of surveillant bevoegd om het apparaat tijdelijk in te nemen. Na afloop van het tentamen kan het apparaat bij de examinator en/of surveillant worden opgehaald. 13. Het is niet toegestaan zonder toestemming van de examinator of surveillant te communiceren met andere personen in of buiten het lokaal waar het tentamen of de toets wordt afgenomen. 36

37 14. De examinator en de surveillant zijn bevoegd passende maatregelen te nemen indien de orde en rust worden verstoord. 15. De tentamenopgaven moeten tegelijkertijd met de antwoordformulieren bij aftekening worden ingeleverd bij de surveillant. 16. Aan studenten met een functiebeperking kan de Examencommissie een verlenging van de standaardduur van het tentamen en/of het gebruik van hulpmiddelen toestaan, naast de bevoegdheid bepaald in artikel 1 voor studenten met een functiebeperking de tentamenvorm nog verder aan te passen aan de mogelijkheden van de betrokken student. 17. Indien de student een klacht wil indienen betreffende de afname van een tentamen dan laat de student zijn/ haar klacht direct op het protocolformulier noteren door een surveillant van het tentamen. Daarnaast schrijft de student binnen twee werkdagen een schriftelijke klacht aan de betreffende Examencommissie. 18. Indien een student een klacht heeft betreffende de inhoud van het tentamen dan moet deze klacht schriftelijk binnen twee werkdagen ingeleverd worden bij de secretaris van de betreffende Examencommissie. Na afloop van deze termijn wordt de toetssleutel gepubliceerd en/of het tentamen nabesproken. Artikel 18 Mondeling tentamen 1. Mondeling wordt niet meer dan één student tegelijk getoetst, tenzij de Examencommissie anders heeft bepaald. 2. Het mondeling afnemen van een tentamen is niet openbaar, tenzij de Examencommissie of de desbetreffende examinator in een bijzonder geval anders heeft bepaald op verzoek van de student. 3. Bij het afnemen van een mondeling tentamen met een studiebelasting van minimaal 28 uur dient een tweede examinator aanwezig te zijn of dient het examen met behulp van audiovisuele middelen te worden vastgelegd. Artikel 19 Toezicht bij tentamens 1. De Examencommissie wijst (een) examinator/-en aan die aanwezig is/zijn bij in ieder geval de aanvang en het einde van de afname van de betreffende tentamen(s) en tijdens de betreffende tentamen(s) terstond beschikbaar. 2. Namens de Examencommissie zijn door het ESR - Toetsservicebureau surveillanten aangesteld die belast zijn met de handhaving van de orde tijdens de afname van het tentamen. De surveillanten dienen aanwijzingen van de examinator op te volgen. 3. De surveillanten dienen 15 minuten voor aanvang van het tentamen in de tentamenruimte aanwezig te zijn om de vereiste voorbereidingen te treffen. De hoofdsurveillant dient 30 minuten voor aanvang in de tentamenruimte aanwezig te zijn. 4. Bij schriftelijke tentamens is per ruimte tenminste één surveillant aanwezig. 37

38 5. Bij mondelinge tentamens kan worden volstaan met één examinator, tenzij bepaald is dat meer examinatoren noodzakelijk zijn. NA TENTAMINERING Artikel 20 Vaststelling van de beoordelingen 1. De examinator stelt de beoordeling vast. De termijn voor de vaststelling van de beoordeling is in de regel dertien werkdagen, nadat het schriftelijke werk is gemaakt. Indien deze termijn wordt overschreden, wordt dit door de Examencommissie met redenen omkleed aan de student gemeld. 2. Ten aanzien van de uitslagen van de laatste onderwijsperiode van een opleidingsjaar kan door de opleidingen een versnelde procedure worden toegepast. 3. De beoordeling van een tentamen door een examinator geschiedt voor elke student afzonderlijk, of in geval van een groepsopdracht tot een voor elke betrokken student herleidbaar individuele beoordeling. 4. Indien de voorlopige uitslag van een tentamen door meer dan één examinator wordt vastgesteld, geschiedt de vaststelling in onderling overleg. Indien de examinatoren niet tot overeenstemming kunnen komen, wordt, nadat de betrokken examinatoren zijn gehoord, de definitieve uitslag vastgesteld door de voorzitter van de Examencommissie. 5. De datum waarop een student een tentamen heeft behaald is de datum waarop het afgelegde tentamen is beoordeeld. Antedatering is niet toegestaan. 6. De examinator stelt de beoordeling van een mondeling tentamen vast direct, dan wel dezelfde dag na het afnemen van dat tentamen en verstrekt de student een schriftelijke verklaring met de uitslag. 7. De Examencommissie stelt vast of de student aan de gestelde eisen voor het tentamen heeft voldaan. Artikel 21 Normering van de beoordelingen 1. De uitslag van een tentamen wordt uitgedrukt in een cijfer op een schaal van 1 tot en met 10 met ten hoogste één decimaal dan wel in een kwalificatie uitmuntend/ goed/ voldoende/ onvoldoende. 2. Als laagste kwalificatie voldoende geldt het cijfer 5,5. 3. Voor het afronden van decimale getallen gelden de volgende regels: a. Het gemiddelde van meerdere cijfers wordt naar beneden afgerond (=afgekapt) op één decimaal. b. Indien aan de orde wordt een cijfer met één decimaal op de normale, rekenkundige manier afgerond op een geheel getal (het cijfer 5,5 wordt dan afgerond tot een 6). 38

39 4. Indien de tentamenuitslag samengesteld wordt uit verschillende deelresultaten, wordt de wijze waarop de uitslag berekend wordt (bijvoorbeeld een rekenkundig of gewogen gemiddelde) nauwkeurig in de OER beschreven. 5. Bij deelname aan een tentamen krijgt de student tenminste het cijfer één of de kwalificatie onvoldoende. 6. Indien een tentamen niet met goed gevolg is afgelegd kan een student een verzoek indienen bij de Examencommissie tot een second opinion door een examinator van de betreffende toets en of tentamen. De termijn voor het indienen van het verzoek bedraagt 5 werkdagen na het kenbaar maken van de beoordeling. 7. Indien de student een reeds eerder afgelegd tentamen nogmaals aflegt, is de hoogst behaalde beoordeling bepalend voor de vraag of de student aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Artikel 22 Toekenning van studiepunten 1. Als een onderwijseenheid wordt afgesloten met een tentamen, is de onderwijseenheid behaald en worden de bijbehorende studiepunten toegekend indien de student voor het tentamen een voldoende resultaat heeft behaald. 2. Als een onderwijseenheid wordt afgesloten met twee of meer (deel)tentamens, is de onderwijseenheid behaald en worden de bijbehorende studiepunten toegekend indien de student als beoordeling voor de onderwijseenheid een voldoende resultaat heeft ontvangen en tevens de resultaten voor de (deel)tentamens en of (deel) tentamens voldoen aan de daaraan gestelde eisen. De eisen die gesteld worden aan (deel)tentamens worden vermeld in de desbetreffende moduleboeken. 3. Als de student voor een onderwijseenheid een vrijstelling heeft gekregen, is de onderwijseenheid behaald en worden de bijbehorende studiepunten toegekend. 4. Een minorprogramma is behaald en de bijbehorende studiepunten worden toegekend indien de student alle onderwijseenheden heeft behaald waaruit het minorprogramma is samengesteld. 5. Als datum waarop de studiepunten zijn behaald, wordt geregistreerd de datum waarop het afgelegde tentamen, c.q. de laatste deeltoets is beoordeeld inclusief de beoordeling die heeft geleid tot het behalen van de onderwijseenheid c.q. de minor. Antedatering is niet mogelijk. 6. Heeft een onderwijseenheid in het voltijd of deeltijd onderwijs betrekking op de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening, dan worden aan die onderwijseenheid alleen studiepunten toegekend als de activiteiten onder begeleiding van de opleiding plaatsvinden. Artikel 23 Vastlegging en bekendmaking van de beoordelingen 1. De beoordelingen die een student heeft behaald, worden uiterlijk vijftien werkdagen na het maken van het tentamen en of toets, opgenomen in een geautomatiseerd systeem van studievoortgangregistratie (ProgRESS.NET). Op het gebruik van dit systeem is de Wet Bescherming Persoonsgegevens van de instelling van toepassing. 39

40 2. De registratie van studieresultaten vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de Examencommissie. 3. De student ontvangt van de behaalde beoordelingen geen schriftelijk bewijsstuk maar kan deze inzien in ProgRESS.www. 4. Indien de student een fout constateert op zijn resultatenoverzicht dan dient de student direct contact op te nemen met de afdeling ESR-Toetsservicebureau. Indien daar geen fout wordt geconstateerd dan dient hij uiterlijk vier schoolweken, na vaststelling van de definitieve uitslag van een onderwijseenheid, schriftelijk te reageren naar de Examencommissie. 5. Indien er een tentamenuitslag ontbreekt op de publicatielijst dan neemt de betreffende student direct contact op met de afdeling ESR-Toetsservicebureau. 6. Bij het ontbreken van een tentamenuitslag worden protocolformulier, presentielijst en tentamenopgaven door de afdeling ESR-Toetsservicebureau gecontroleerd. 7. Indien de student op protocolformulier en presentielijst als aanwezig staat geregistreerd en de tentamenopgave ontbreekt dan dient de student schriftelijk een klacht in bij de secretaris van de Examencommissie. Artikel 24 Inzage van tentamens 1. De Examencommissie draagt er zorg voor dat de student het door hem gemaakte en beoordeelde schriftelijk tentamen kan inzien binnen twee maanden na de laatste dag van een tentamenperiode of tenminste tien schooldagen voor een eventuele herkansing, tenzij afgeweken moet worden van gestelde termijnen op grond van redelijkheid en billijkheid Een student kan alleen inzage worden geboden in schriftelijk en beoordeeld tentamenwerk in het bijzijn van de betrokken examinator of diens plaatsvervanger. 3. De Examencommissie kan bepalen, dat de inzage of kennisneming geschiedt op een vaste plaats en op een vast tijdstip. Artikel 25 Geldigheidsduur van studieresultaten 1. De geldigheidsduur van examenonderdelen is in beginsel onbeperkt. In afwijking hiervan kan de Examencommissie aan de student een aanvullend dan wel een vervangend tentamen opleggen indien het behaalde examenonderdeel geen weergave is van de kennis en vaardigheden waar over de student bij afstuderen over dient te beschikken. 2. Als wettelijk bewijs gelden de resultaten zoals vastgesteld door de Examencommissie. Artikel 26 Bewaring van afgelegde tentamens 1. De Examencommissie draagt er zorg voor dat de inspectie en organisaties in het kader van het accreditatieproces kennis kunnen nemen van de opdrachten, de 2 De landelijk verplichte toetsen van de opleiding Leraar Basisonderwijs zijn hier van uitgezonderd. 40

41 opgaven en de bijbehorende beoordelingsnormen voor de schriftelijke en praktische examenonderdelen, alsmede inzage kunnen hebben in het schriftelijk tentamenwerk. 2. In geval van beroep tegen de uitslag van een schriftelijk tentamen wordt het werk bewaard gedurende de periode dat nog niet op het (hoger) beroep is beslist. 3. De Examencommissie draagt er zorg voor, dat van elke student de tijdens het (post-) propedeutisch examen behaalde cijfers dan wel kwalificaties en de uitslag van het examen en het bijbehorende tentamenwerk bewaard blijven in het archief van de opleiding, conform de Selectielijst voor de administratieve neerslag van de openbaar gezagtaken en niet-publiekrechtelijke werkprocessen van Nederlandse hogescholen, Wanneer een student na afloop van een schriftelijk tentamen de tentamenopgaven en het totale aantal antwoordformulieren heeft ingeleverd wordt dit door de surveillant afgetekend op het protocolformulier. Op dat moment gaat de verantwoordelijkheid tot zorgvuldige bewaring van een schriftelijke tentamenwerk over op de hogeschool. 5. In het geval dat tentamenwerk als bedoeld in artikel 15.4 desalniettemin zoek raakt waardoor geen beoordeling kan plaatsvinden, wordt deze gang van zaken door de Examencommissie vastgesteld. Vervolgens wordt, na de betreffende student te hebben gehoord, door de betrokken docent, onderscheidenlijk coördinator, vastgesteld op welk tijdstip en in welke vorm het tentamen opnieuw moet worden afgelegd. 6. De Examencommissie geeft de documenten bedoeld in de vorige leden op zodanige wijze in bewaring dat de authenticiteit van de documenten gedurende de bewaartermijn gewaarborgd is. 7. De student is gehouden een afschrift (schriftelijk en/of digitaal) van het ingeleverde tentamen(onderdeel) onder zich te houden gedurende één jaar na inlevering, voor zover de omstandigheden zich hiertegen niet verzetten. 8. Een kopie van het getuigschrift en diplomasupplement wordt gedurende vijftig jaren in het archief bewaard. Artikel 27 Rechtsbescherming 1. De student die het oneens is met een beslissing van de Examencommissie op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk kan daar tegen beroep instellen bij het College van Beroep voor de Examens (COBEX). 2. De student heeft de mogelijkheid om tegen de uitspraak van het COBEX in beroep te gaan bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs in Den Haag. 41

42 6 Studieloopbaanbegeleiding en Studieadvies Geldt voor: alle cohorten Overgangsbepaling van toepassing voor eerdere cohorten: nee WHW: art. 5.5, 7.8b, 7.13, 7.34, 7.51, 7.59, Artikel 1 Studieloopbaanbegeleiding 1. De Head of School draagt zorg voor de studieloopbaanbegeleiding van elke student, mede ten behoeve van zijn oriëntatie op mogelijke studiewegen in en buiten de opleiding. 2. De Head of School besteedt bij de studieloopbaanbegeleiding bijzondere zorg aan de begeleiding van studenten met een functiebeperking waarvan de deelname in het hoger onderwijs in belangrijke mate achterblijft bij de deelname van studenten die hier niet toe behoren. 3. De Head of School besteedt namens het College van Bestuur bij de studieloopbaanbegeleiding bijzondere zorg aan de begeleiding van studenten die behoren tot een etnische of culturele minderheid waarvan deelname aan het hoger onderwijs in betekenende mate achterblijft bij de deelname van Nederlanders die niet behoren tot een dergelijke minderheid. 4. De student kan zich wenden tot zijn studiebegeleider voor problemen die rechtstreeks samenhangen met de studie. 5. De student kan zich wenden tot de decaan voor problemen van persoonlijke aard, al dan niet rechtstreeks samenhangend met de studie. Artikel 2 Wettelijke verplichting verstrekken van Studieadvies Propedeutische fase bacheloropleiding 1. Namens het College van Bestuur verstrekt de Examencommissie van één of een aantal bacheloropleiding(en) van Stenden Hogeschool aan iedere ingeschreven voltijd, duale student van de betreffende bacheloropleiding eenmalig, uiterlijk aan het einde van zijn eerste jaar van inschrijving voor de opleiding aan Stenden Hogeschool, het Studieadvies over de voortzetting van zijn studie binnen of buiten de opleiding. 2. In geval van een deeltijdse bacheloropleiding regelt het College van Bestuur het tijdstip waarop het Studieadvies, als bedoeld in lid 1, wordt uitgebracht. 3. De Associate-Degree is een programma binnen de bacheloropleiding. De onderhavige regeling Studieadvies Propedeutische fase is onverkort van toepassing op Associate- Degree studenten. 4. Onverminderd het eerste lid kan de Examencommissie namens het College van Bestuur het Studieadvies uitbrengen zolang deze de propedeutische fase niet met 42

43 goed gevolg heeft afgelegd. 5. In geval van persoonlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 3 lid 3 en in geval van tussentijdse uitschrijving door de student, is de Examencommissie bevoegd a. het Studieadvies als bedoeld in lid 1 niet aan het einde van zijn eerste jaar van inschrijving bij de opleiding uit te reiken, maar uiterlijk aan het einde van zijn tweede jaar van inschrijving bij de opleiding in de Propedeutische fase van de betrokken student. De kwantitatieve en kwalitatieve voorwaarden als bedoeld in artikel 3 blijven onverkort van toepassing. of b. aan het Studieadvies geen afwijzing te verbinden. 6. Een Studieadvies als bedoeld in lid 1 kan worden aangehaald als Studieadvies Propedeutische fase. 7. Een Studieadvies Propedeutische fase als bedoeld in lid 1 wordt eenmalig door de Examencommissie verstrekt. 8. Aan een Studieadvies Propedeutische fase als bedoeld in lid 1 kan een afwijzing worden verbonden. Deze afwijzing is bindend. 9. Een student die zich binnen een studiejaar inschrijft voor twee of meer opleidingen binnen Stenden Hogeschool, ontvangt voor elke volgende opleiding een studieadvies Propedeutische fase, conform het bepaalde in artikel 2 van dit hoofdstuk. 10. Een Studieadvies Propedeutische fase als bedoeld in lid 1 betreft: a. het advies om de studie binnen de opleiding voort te zetten. b. het advies om de studie buiten de opleiding voort te zetten. Aan dit advies is een bindende afwijzing verbonden, hierna het Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA). Artikel 3 Gronden van een Studieadvies Propedeutische fase 1. Een Studieadvies Propedeutische fase als bedoeld in artikel 2 is het resultaat van de mate waarin de student heeft voldaan aan de geldende kwantitatieve voorwaarden en eventueel kwalitatieve voorwaarden van de opleiding, met inachtneming van persoonlijke omstandigheden die door de student bij de Examencommissie zijn gemeld. 2. Kwantitatieve en kwalitatieve voorwaarden voor het verkrijgen van een Studieadvies met het advies om de studie voort te zetten binnen de opleiding: a. Kwantitatieve voorwaarde: tenminste 51 studiepunten behaald van het Propedeutisch Examen waarbij resultaten behaald door vrijstelling(en) niet mee tellen bij de vaststelling of het minimum van 51 studiepunten is behaald. b. Kwalitatieve voorwaarde(n) van de opleiding: I. [niet van toepassing] 43

44 3. Als persoonlijke omstandigheden worden in artikel 7.8b lid 3 en 7.9 lid 3 uitsluitend aangemerkt: a. ziekte van de student; b. zwangerschap van de student; c. bijzondere familieomstandigheden; d. lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis van de student e. lidmaatschap, daaronder begrepen het voorzitterschap, met daaruit voortvloeiende bestuursactiviteiten die een student in het kader van de medezeggenschapsraad, deelraad, studentenraad of opleidingscommissie van Stenden verricht. Er moet daarbij sprake zijn van een substantiële tijdsbesteding, ter beoordeling aan het College van Bestuur. De student moet aan kunnen tonen dat de geldende facilitering de studievertraging niet compenseert en derhalve als persoonlijke omstandigheid kan worden aangemerkt. 4. De situaties genoemd onder a t/m d dienen schriftelijk te worden vastgesteld door een onafhankelijke deskundige. 5. Een student meldt persoonlijke omstandigheden tijdig bij de decaan en de studiebegeleider en verzoekt de Examencommissie deze mee te wegen in het Studieadvies. 6. Een melding van een bijzondere omstandigheid wordt aangemerkt als tijdig wanneer de student de omstandigheden meldt zodra deze zich voordoen dan wel zeer spoedig daarna. 7. Slechts met toestemming van de student kan de Examencommissie de betrokken decaan en studiebegeleider om nader advies vragen ten aanzien van het verzoek van de student als bedoeld in lid 3 van dit artikel. Artikel 4 Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) 1. De student ontvangt een Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) in geval: a. de student niet aan het einde van zijn eerste jaar van inschrijving bij de opleiding aan de gestelde kwantitatieve voorwaarde in artikel 3 lid 2 heeft voldaan; EN/OF b. de student niet aan het einde van zijn eerste jaar van inschrijving bij de opleiding aan de in artikel 3 lid 2 van dit artikel gestelde kwalitatieve voorwaarde(n) heeft voldaan; 2. De Examencommissie is bevoegd in bepaalde gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij toepassing van het verstrekken van een Bindend Studieadvies (BSA) met afwijzing mochten voordoen. 3. De student die zelf voortijdig zijn inschrijving in de Propedeutische fase van de opleiding beëindigt, ontvangt na uitschrijving een Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) betreffende de opleiding. 4. Indien de inschrijving van de student inzake artikel 6 lid 6 en of 7 van hoofdstuk 2 van het Studentenstatuut door het College van Bestuur wordt beëindigd, ontvangt de 44

45 student tevens een Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) betreffende de opleiding. 5. Een student ontvangt geen Studieadvies indien de inschrijving als student eindigt conform artikel 6 lid 10b van hoofdstuk 2 van het Studentenstatuut. Artikel 5 Gevolgen Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) 1. Indien een student een Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) ontvangt, wordt de inschrijving beëindigd door het College van Bestuur conform de geldende uitschrijfprocedure in hoofdstuk 2 van het Studentenstatuut. 2. De student die een Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) heeft ontvangen, kan zich gedurende minimaal één studiejaar, gerekend vanaf de datum van verstrekt BSA, niet meer aan Stenden Hogeschool voor dezelfde opleiding als student of extraneus inschrijven. Na deze periode moet bij een hernieuwde inschrijving ten genoegen van de Examencommissie van de opleiding aannemelijk gemaakt worden dat hij de opleiding met succes zal kunnen volgen. 3. Een student die een Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) voor een opleiding heeft ontvangen en zich inschrijft voor een andere opleiding binnen Stenden Hogeschool wordt administratief gezien als een student tweede jaar van inschrijving bij Stenden Hogeschool en ontvangt uiterlijk aan einde van diens tweede jaar van inschrijving bij Stenden Hogeschool een Studieadvies Propedeutische fase van de opleiding als bedoeld in artikel 2 betreffende de opleiding waar voor hij is ingeschreven. Artikel 7 Procedurele voorwaarden studieadvies Propedeutische fase 1. Ten aanzien van het verstrekken van een studieadvies Propedeutische fase zijn procedurele voorwaarden verbonden. 2. Een studieadvies Propedeutische fase dient voorafgegaan te zijn door: a. Informatie De Examencommissie informeert iedere ingeschreven student in de propedeutische fase over de wettelijke verplichting voor het eenmalig verstrekken van een Studieadvies Propedeutische fase aan het einde van diens eerste jaar van inschrijving bij de opleiding, de kwantitatieve, kwalitatieve voorwaarden, melding persoonlijke omstandigheden, procedure (waarschuwing hoorzitting studieadvies) en rechtsbescherming van de student. b. Waarschuwing en horen in geval van het voornemen BSA De Examencommissie informeert de student over het voornemen om hem een Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) te verstrekken. De Examencommissie informeert de student over de behaalde (en door de Examencommissie vastgestelde) individuele resultaten met betrekking tot de geldende kwantitatieve en eventueel kwalitatieve voorwaarden als gesteld in artikel 3 en wijst de student op het voornemen om van de Examencommissie om hem een Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) te verstrekken. Tevens vermeldt de termijn waarbinnen de studieresultaten ten genoegen van de Examencommissie moeten 45

46 zijn verbeterd en wijst de student op de mogelijkheid om gebruik te maken van de hoorzitting van de Examencommissie alvorens de Examencommissie over gaat tot het verstrekken van een Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA). Artikel 8 Vorm Studieadvies Propedeutische fase 1. De student ontvangt van de Examencommissie het Studieadvies Propedeutische fase in de vorm van een brief met daarin het door de voorzitter en/of secretaris van de Examencommissie ondertekend Studieadvies Propedeutische fase. De Examencommissie draagt zorg voor een zorgvuldige verzending van het Studieadvies Propedeutische fase naar de individuele student. 2. De Examencommissie draagt zorg voor archivering van de brief, als bedoeld in lid 1, in het studentdossier van de student. Artikel 9 Tijdstip verstrekken Studieadvies 1. Studieadvies als bedoeld in artikel 2 en met in achtneming de procedurele voorwaarden zoals bepaald in artikel 7, wordt: a. in geval van de voltijdse en duale studenten uit de september-instroom uiterlijk in de laatste week voorafgaand aan 1 september door de Examencommissie aan de individuele student verstrekt. b. in geval van de voltijdse en duale studenten uit de februari-instroom om organisatorische redenen uiterlijk in de laatste week van februari door de Examencommissie aan de individuele student verstrekt. c. alleen in geval van deeltijdse studenten uit de september- en/of februari instroom door de Examencommissie zelf het tijdstip van het verstrekken van een Studieadvies vastgesteld en opgenomen in de Onderwijs- en Examenregeling (OER). Artikel 10 Rechtsbescherming 1. De student die het oneens is met het verstrekte Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk kan daar tegen beroep instellen bij het College van Beroep voor de Examens (COBEX). 2. De student heeft de mogelijkheid om tegen de uitspraak van het COBEX in beroep te gaan bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO) in Den Haag. 3. Het instellen van beroep bij het COBEX of het CBHO heeft geen schorsende werking, in die zin dat het verstrekte Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA) in stand blijft totdat in het beroep een andersluidende onherroepelijke uitspraak is gedaan. Artikel 11 Inwerkingtreding 1. De Regeling Studieadvies Propedeutische Fase is door het College van Bestuur vastgesteld op 18 mei 2016 en treedt in werking per 1 februari

47 2. De Regeling kan worden aangehaald als Regeling Studieadvies Propedeutische Fase Stenden Hogeschool en is opgenomen in de Onderwijs en Examenregeling van de opleiding. 47

48 7 Examencommissie WHW: 7.10,7.11,7.12,7.12b, 7.12c, 7.13, 7.28, 7.30, 7.42a, 7.61 Artikel 1 Instelling en samenstelling Examencommissie 1. Elke opleiding of groep van opleidingen heeft een Examencommissie. De Examencommissie is het orgaan dat op objectieve en deskundige wijze vaststelt of een student voldoet aan de voorwaarden die deze regeling stelt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad als bedoeld in artikel 2 van Hoofdstuk 4 van deze OER. De samenstelling, werkwijze, taken en bevoegdheden van de Examencommissie zijn uitgewerkt in het Reglement Examencommissies van de Stenden Hogeschool behorende bij het Studentenstatuut. 48

49 8 Slot- en invoeringsbepalingen WHW: Artikel 1 Hardheidsclausule 1. De Examencommissie is bevoegd in bepaalde gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij toepassing van deze OER mochten voordoen. Artikel 2 Onvoorziene omstandigheden 1. In gevallen waarin deze OER niet voorziet en waaromtrent een onmiddellijke beslissing noodzakelijk is, beslist de Examencommissie op basis van redelijkheid en billijkheid. Artikel 3 Bekendmaking van de regeling 1. De Head of School draagt zorg voor een passende en tijdige bekendmaking van deze onderwijs- en examenregeling. Artikel 4 Citeertitel, inwerkingtreding 1. Deze Onderwijs- en examenregeling wordt, gehoord de centrale medezeggenschapsraad conform artikel WHW, vastgesteld door het College van Bestuur, vervangt de eerder voor de opleiding geldende Onderwijs- en examenregeling en kan worden aangehaald als Onderwijs- en examenregeling opleiding Chemie voltijd, crohonummer en treedt in werking op 1 september

50 Bijlage A: Competenties van de opleiding Chemie Na voltooiing van de opleiding moet de student als beroepsbeoefenaar zelfstandig en met kritische instelling kunnen werken en beschikt de student over een aantal competenties op hbo-niveau. In deze bijlage wordt toegelicht welke competenties dit zijn voor de opleiding Chemie. Landelijk beroeps- en competentieprofiel Body of Knowledge and Skills Voorwaarde voor het competent kunnen handelen van een beroepsbeoefenaar is dat hij over een set van snel toegankelijke kennis en vaardigheden beschikt: de Body of Knowledge and Skills (BoKS). De onderdelen van de Body of Knowledge and Skills worden afzonderlijk getoetst. Het niveau waarop deze kennis beheerst moet worden en dus ook wordt getoetst, wordt aangegeven met behulp van de taxonomie van Block (Tabel 1: Taxonomie van De Block). Tabel 1 Taxonomie van De Block Niveau Taxonomie van De Block Weten Knows (kennismaking) Inzien knows how (actieve verkenning) Toepassen shows how (in gesimuleerde situatie) does (in praktijksituatie) (actieve productie) Integreren shows how (in gesimuleerde situatie) does (in praktijksituatie) (eigen maken) Programma De opleidingen verschillen bij de individuele hogescholen enigszins in de inhoud en uitvoering van het programma. Opleidingen maken namelijk zelf, bijvoorbeeld op basis van regionale ontwikkelingen (binnen bedrijven en universiteiten) keuzes ten aanzien van de diepgang van bepaalde kennisonderdelen. Opleidingen voeren hierover regelmatig overleg met hun werkveldcommissie, bij Stenden de Raad van Advies genoemd. Ook studenten kunnen bij hun opleiding kiezen voor inhoudelijke verdieping binnen een bepaald specifiek gedeelte van het vakgebied door middel van keuzevrije delen zoals minoren, keuzevakken en de richting waarin ze stage lopen en afstuderen. 50

51 Chemie Het basisprogramma van alle opleidingen Chemie bevat in ieder geval de volgende elementen: Knowledge Basis chemie (atoom- en molecuulbouw, reacties in water, chemisch evenwicht); Analytische chemie (spectroscopie, chromatografie); Organische chemie (synthese functionele groepen, reactie mechanismen); Biochemie (biomoleculen, eiwit- en enzymchemie); Polymeerchemie en Materiaalkunde; Fysische chemie (bijv. Electrochemie, Fasenleer, Colloidchemie); Thermodynamica en kinetiek; Veiligheid, Gezondheid en Milieu; Statistiek: dataverwerking, normaalverdeling en betrouwbaarheidsintervallen, toetsen; Informatietechnologie: bijv. chemometrie, experimental design, simulatie- en ontwerpprogramma s; Natuurkundige toepassingen (bijv. optica, electronica); Wiskunde: chemisch rekenen, functies, differentiaal- en integraalrekening. Skills Algemene laboratoriumvaardigheden: wegen, pipetteren, maken van oplossingen (buffers), bijhouden van labjournaal, chemisch rekenen; Veilig werken in het laboratorium conform VGM; Werken met standaard laboratoriumapparatuur: bijv. ph-meter, spectrofotometer, centrifuge, spanningsbronnen, electroforese apparatuur; Werken met opstellingen voor organische synthese (reflux, destillatie, extractie, verdampers) Chemische analysemethoden: spectrometrie (bijv. UV/VIS, IR, AAS, NMR, ICP), chromatografie (bijv. GC, GC-MS, HPLC) en overige methoden bijv. titrimetrie, electrochemie, enzymanalyse, bindingsanalyse; Informatievaardigheden: tekstverwerking, spreadsheets, chemische tekenprogramma s, presentatietechnieken; Onderzoekvaardigheden en Systematische probleemaanpak: probleemanalyse, opstellen van onderzoeksvragen, literatuuronderzoek, onderzoekplanning en uitvoering; Sociale en communicatieve vaardigheden: samenwerken, vergaderen, schriftelijke verslaggeving (labjournaal, onderzoeksverslag), mondeling presenteren, projectmatig werken. Achterin deze bijlage staat een BoKS-matrix. In die weergave van het curriculum is te zien welke BoKS-onderdelen in welke onderwijseenheden aan bod komen. 51

52 Niveau Bachelor De eindkwalificaties van de bacheloropleiding Chemie worden beschreven in het landelijk vastgestelde beroeps- en opleidingsprofiel 3, deze eindkwalificaties worden aangevuld met de in de volgende paragraaf beschreven domeincompetenties. Eén van de eisen die door de overheid wordt gesteld aan de accreditatie, is dat het niveau van de Hbo-opleidingen aansluit bij het internationaal en nationaal geaccepteerde niveau van de bachelor. De Dublin Descriptoren beschrijven het internationaal geaccepteerde niveau van de bachelor (tabel 2). Het nationale niveau van de bachelor wordt beschreven in de generieke Hbokernkwalificaties. Het opleidingsprofiel, dat is afgeleid van het beroepsprofiel en dat gepresenteerd worden in het volgende hoofdstuk, omvat de Dublin Descriptoren en de generieke Hbo-kernkwalificaties. Dit impliceert dat wanneer de student voldoet aan het opleidingsprofiel, hij ook voldoet aan zowel het internationaal, als aan het nationaal geaccepteerde niveau van een Hbo-bachelor. Tabel 2: Dublin Descriptoren Dublin Descriptor Knowledge and understanding Applying knowledge and understanding Making judgments Communication Learning skills Bachelor s degrees are awarded to students who: have demonstrated knowledge and understanding in a field of study that builds upon their general secondary education, and is typically at a level that, whilst supported by advanced textbooks, includes some aspects that will be informed by knowledge of the forefront of their field of study. can apply their knowledge and understanding in a manner that indicates a professional approach to their work or vocation, and have competences typically demonstrated through devising and sustaining arguments and solving problems within their field of study. have the ability to gather and interpret relevant data (usually within their field of study) to inform judgments that include reflection on relevant social, scientific or ethical issues. can communicate information, ideas, problems and solutions to both specialist and non-specialist audiences. have developed those learning skills that are necessary for them to continue to undertake further study with a high degree of autonomy. Competenties Domein Applied Science De bacheloropleiding Chemie valt onder het domein Applied Science. Dat betekent dat de opleiding moet voldoen aan de domeincompetenties van dit domein. Deze domeincompetenties vormen de basis van alle opleidingen tot Bachelor of (Applied) Science 4 ; zij zijn op nationaal niveau door de Hbo-raad vastgesteld. Deze paragraaf is gebaseerd op het document: Bachelor of (Applied) Science, een competentiegerichte profielbeschrijving, 2013 en de Addendums van september 2014 en februari Beroepsprofielen van de Laboratoriumopleidingen in een gemeenschappelijke Competentiestructuur, Beroepsprofielen en aanzet tot Landelijke Opleidingsprofielen van de HBO- / Bacheloropleidingen: Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek, Chemie, Chemische Technologie, Laboratoriumtechniek, Werkgroep Competent COLP, In verband met wetswijzigingen m.b.t. de graadtoevoeging kan de titel mogelijk gedurende het schooljaar veranderen van Bachelor of Applied Science in Bachelor of Science, zodra aan de gestelde eisen is voldaan. 52

53 Beschrijving Domein Applied Science De klassieke natuurwetenschappen vormen zowel de basis voor natuurwetenschappelijk toegepast onderzoek als ook de kern van het domein Applied Science. Bij opleidingen die de graad Bachelor of (Applied) Science afgeven, gaat het om die studies waarbij concepten uit tenminste de drie klassieke natuurwetenschappen scheikunde, biologie & natuurkunde aan de orde zijn. De opleidingen zijn daarom weer te geven als velden in een driehoeksdiagram, met op de hoeken de bovengenoemde natuurwetenschappen. Aangezien bij de meeste opleidingen in kwestie ook aspecten van andere wetenschapsgebieden aan de orde komen, kunnen sommige deels buiten de driehoek scheikunde-biologie-natuurkunde vallen. Dit geldt bijvoorbeeld voor Bio-informatica, waar zowel aspecten van de biologie als van de informatica een rol spelen. Opleidingen die geheel buiten de driehoek vallen worden niet tot het domein Applied Science gerekend. In figuur 1 zijn de opleidingen Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek, Chemie, Chemische Technologie, Applied Science en Bio-informatica aangegeven in de triade van de scheikunde, biologie en natuurkunde. Scheikunde BML Chemie Applied Science Biologie Bioinformatica Natuurkunde Chemische Technologie Figuur 1: Opleidingen van het domein Applied Science in de triade van de klassieke natuurwetenschappen biologie, scheikunde en natuurkunde. Domeincompetenties In deze paragraaf worden de domeincompetenties voor Applied Science benoemd en toegelicht. Het profiel van het domein Applied Science omvat acht competenties: 1. Onderzoeken 2. Experimenteren 3. Ontwikkelen 4. Beheren / coördineren 5. Adviseren / in- en verkopen 6. Instrueren / begeleiden / doceren / coachen 7. Leidinggeven / managen 8. Zelfsturing 53

54 Deze domeincompetenties worden hieronder gedefinieerd en verder uitgewerkt in handelingsindicatoren. Deze handelingsindicatoren zijn zodanig geformuleerd dat zij gelden voor beroepsbeoefenaars met circa vijf jaar werkervaring in dit domein. Dit wordt niveau IV genoemd. Daar het voor een pas afgestudeerde bachelor aan het eind van de opleiding niet haalbaar is niveau IV te bereiken, heeft men binnen de opleiding nog een drietal lagere niveaus geformuleerd, namelijk de niveaus I, II en III. In tabel 3 worden deze niveaus nader toegelicht. Door ook lagere niveaus te definiëren, is het mogelijk ook die niveaus te toetsen. Tabel 3. Definitie van competentieniveaus Niveau I II III IV Omschrijving Effectief gedrag vertonen als de omgeving daartoe directe aanleiding geeft. Trefwoorden: uitvoeren, in opdracht van Effectief gedrag vertonen op basis van eigen initiatief. Trefwoorden: oplossen, analyseren Effectief gedrag van anderen in de directe werkomgeving versterken, in het bijzonder door voorbeeldgedrag. Trefwoorden: integreren, ontwikkelen, transfer van kennis en vaardigheden Effectief gedrag van anderen binnen de organisatie inspireren en daarmee binnen de het organisatie(onderdeel) het niveau van de competentie verhogen. Trefwoorden: kennis genereren Competenties en handelingsindicatoren In deze paragraaf wordt voor elke competentie aangegeven welke betekenis deze heeft voor het type werkzaamheden van een Bachelor of (Applied) Science en welke handelingsindicatoren hierbij horen. De handelingsindicatoren zijn beschreven op niveau IV, dat wil zeggen op het niveau van een beroepsbeoefenaar met vijf jaar ervaring in het werkveld. Benadrukt moet worden dat dit dus niet het eindniveau van de opleidingen is. Competentie 1: Onderzoeken De Bachelor of (Applied) Science doet binnen het domein Applied Science onderzoek dat ofwel bijdraagt aan de oplossing van een probleem of de ontwikkeling van een methode, ofwel leidt tot een groter inzicht in een onderwerp binnen de eigen werkomgeving. Hij laat dat zien door: over voldoende deskundigheid en initiatief te beschikken door op natuurwetenschappelijk gebied problemen op te sporen en te analyseren; de doelstellingen van een gewenst onderzoek vanuit de vraagstelling op te stellen; zelfstandig (wetenschappelijke) literatuur te selecteren en te verkrijgen om zich verder in het probleem te verdiepen, daarbij de betrouwbaarheid van de verschillende informatiebronnen correct inschattend; een uitvoerbaar en duurzaam werkplan (met budget) te maken waarbij rekening wordt gehouden met kwaliteitszorg, veiligheid, gezondheid, welzijn, milieu en ethiek; het werkplan planmatig uit te (laten) voeren door gebruik te maken van relevante methoden, technieken en apparaten; 54

55 resultaatgericht samen te werken in multidisciplinair verband; de resultaten samen te vatten, te structureren en te interpreteren in relatie tot de onderzoeksvraag; resultaten te rapporteren volgens de in het werkveld geldende standaard. op basis van de verkregen resultaten voorstellen te doen voor een vervolg op het onderzoek; Competentie 2: Experimenteren De Bachelor of (Applied) Science voert experimenten uit binnen het domein Applied Science zodat aantoonbaar betrouwbare resultaten worden verkregen. Hij laat dat zien door: een onderzoeksvraag te vertalen naar een adequate experimentele opzet inclusief werkvoorschriften; zodanige kennis, inzicht, creativiteit en vaardigheid te tonen dat de werkzaamheden op een verantwoorde, veilige en kritische wijze kunnen worden uitgevoerd met de juiste methoden, technieken en apparatuur; zich zelfstandig verder te verdiepen in methodieken en achtergronden (waaronder mogelijkheden en beperkingen van apparatuur); werkvoorschriften nauwgezet te volgen en zonodig bij te stellen, zodat aantoonbaar betrouwbare en reproduceerbare resultaten worden verkregen; rekening te houden met veiligheid, gezondheid, milieu en hygiëne en de experimenten zo duurzaam mogelijk uit te voeren; (statistische) technieken toe te passen om de resultaten te verwerken/valideren en de kwaliteit ervan te borgen; resultaten te rapporteren volgens de in het werkveld geldende standaard; op basis van de onderzoeksresultaten voorstellen te doen voor vervolgexperimenten; snel en efficiënt het beoogde doel te bereiken door middel van het toepassen van projectplanning. Competentie 3: Ontwikkelen De Bachelor of (Applied) Science ontwikkelt, verbetert of implementeert producten, processen of methoden in het domein Applied Science op basis van bestaande kennis. Hij laat dit zien door: de meest geschikte parameters vast te stellen waarmee het productieproces, product of het materiaal beïnvloed kunnen worden; criteria op te stellen waaraan product, proces of materiaal moet voldoen;; geschikte fysische, chemische en biologische modellen vanuit de natuurwetenschappen toe te passen; de meest geschikte grondstoffen en unit-operations te selecteren, zowel kwalitatief (welke) als kwantitatief (hoeveelheid, dimensies); op een verantwoorde manier de productieprocessen op- en terug te schalen (upscaling/downscaling); resultaten te rapporteren volgens de in het werkveld geldende standaard; voorstellen te doen voor vervolgonderzoek. Competentie 4: Beheren / Coördineren De Bachelor of (Applied) Science ontwikkelt, implementeert en onderhoudt in het domein Applied Science een (data)beheerssysteem of onderdelen daarvan, zodat het systeem 55

56 voldoet aan de betreffende wet- en regelgeving, kwaliteitsnormen en de normen en waarden van de organisatie. Hij laat dat zien door: het analyseren van eventuele problemen met betrekking tot de ontwikkeling, uitvoering en het onderhoud van een (data)beheersysteem; het opstellen, uitvoeren en evalueren van een verbeterplan waarmee de problemen creatief, gestructureerd en economisch verantwoord kunnen worden opgelost; rekening te houden met wet- en regelgeving en (internationaal) geldende normen en waarden, met name met betrekking tot duurzaamheid en betrouwbaarheid; het coördineren van activiteiten met betrekking tot het ontwikkelen, implementeren en onderhouden van het (data)beheersysteem (of onderdelen daarvan); het rapporteren en presenteren van informatie volgens de in het werkveld geldende standaard; medewerkers adequaat te informeren over de inhoud en toepassing van het (data)beheersysteem en over eventuele wijzigingen. Competentie 5: Adviseren / In- en Verkopen De Bachelor of (Applied) Science geeft goed onderbouwde adviezen over het ontwerpen, verbeteren of toepassen van producten, processen en methoden en brengt renderende transacties tot stand met goederen of diensten binnen het domein van Applied Science. Hij laat dat zien door: zich servicegericht op te stellen; het verhelderen van de vraagstelling van de opdrachtgever; het opzetten en uitvoeren van (markt)onderzoek; het opstellen van (delen van) advies; in overleg met onderzoekers en ontwikkelaars wensen en vragen van klanten te vertalen naar haalbare oplossingen of adviezen; relaties met klanten op een adequate wijze te onderhouden; het hanteren van onderhandelingstechnieken bij in- en verkoop. Competentie 6: Instrueren / Begeleiden / Doceren / Coachen De Bachelor of (Applied) Science instrueert en begeleidt medewerkers en klanten bij het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden binnen het domein Applied Science. Hij laat dat zien door: het zelfstandig verzorgen van theoretische inleidingen, instructies en demonstraties aan medewerkers, leerlingen, studenten of cursisten inzake praktische experimenten, het gebruik van apparaten, materialen, en dergelijke; het begeleiden van medewerkers, leerlingen, studenten of cursisten op het gebied van te gebruiken methodes en apparatuur, alsmede bij het verrichten van literatuuronderzoek bij (praktijk)opdrachten; in diverse onderwijssituaties didactische vaardigheden toe te passen; het coachen van medewerkers en teams bij de ontwikkeling van deskundigheid; het evalueren en beoordelen van de resultaten van de instructies, training en of scholing. 56

57 Competentie 7: Leidinggeven / Managen De Bachelor of (Applied) Science geeft richting en sturing aan organisatieprocessen en de daarbij betrokken medewerkers teneinde de doelen te realiseren van het organisatieonderdeel of het project waar hij leiding aan geeft. Hij laat dat zien door: het hebben en uitdragen van een visie betreffende het organisatieonderdeel; project- en planmatig te werken; het coachen van medewerkers door te inspireren, te overtuigen, te motiveren, respect te tonen, samenwerking te stimuleren en te delegeren; zelf het voorbeeld naar medewerkers te geven; medewerkers een gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid te geven; het voorzitten van vergaderingen en werkoverleg; taak- en procesgericht te communiceren; het beheersen van een project in termen van tijd, geld, kwaliteit, informatie en organisatie. Competentie 8: Zelfsturing De Bachelor of (Applied) Science stuurt zichzelf in zijn functioneren en in zijn ontwikkeling en zorgt dat hij qua kennis en vaardigheden op de hoogte is van de nieuwste ontwikkelingen, ook in relatie tot ethische dilemma s en maatschappelijk geaccepteerde normen en waarden. Hij laat dat zien door: op zelfstandige wijze een leerdoel en een leerstrategie te bepalen en uit te voeren en het resultaat terug te koppelen naar het leerdoel; zich snel aan te passen aan veranderende werkomgevingen; bij beroepsmatige en ethische dilemma s een afweging te maken en een besluit te nemen, rekening houdend met geaccepteerde normen en waarden; feedback te geven en te ontvangen; eigen handelen en denken kritisch te evalueren en verantwoording af te leggen en te verwerken. Bovenstaande competenties en de uitwerking daarvan in handelingsindicatoren zijn in 2007 op landelijk niveau door het werkveld gevalideerd. Eindcompetenties Chemie De competenties en de bijbehorende handelingsindicatoren van de Bachelor of (Applied) Science zijn verder uitgewerkt in een landelijke opleidingsprofiel per opleiding. Voor dit profiel is een tabel samengesteld met daarin de vereiste competenties en kwalificatieniveaus aan het eind van de opleiding. De tabel geeft de minimale kwalificatieniveaus weer, die gelden voor het eind van de opleiding. Het is dus mogelijk dat een student, afhankelijk van zijn gekozen leerroute, de niveaus I en II voor bepaalde competenties met minimaal 1 niveau ophoogt. In tabel 4 wordt het landelijk opleidingsprofiel van de opleiding Chemie gepresenteerd. 57

58 Tabel 4. Landelijk opleidingsprofiel Chemie. * Studenten kunnen ervoor kiezen om het niveau van deze competentie op te hogen door bepaalde keuzes te maken in hun vakkenpakket, stage en afstuderen tijdens de laatste twee jaar van hun studie Competentie 1. Onderzoeken 2. Experimenteren 3. Ontwikkelen 4. Beheren 5. Adviseren 6. Instrueren 7. Leidinggeven 8. Zelfsturing Eindniveau van de opleiding III III _* I* I* I* I* II* De opleiding draagt zorg voor het aanbieden van opbouwende onderwijseenheden waarin de competenties op stijgend niveau geoefend kunnen worden. De competenties worden op eindniveau getoetst middels een portfolio en een assessment. Indien een student voldoende bewijs verzameld is het mogelijk om de competenties 3 t/m 8 op een hoger niveau af te sluiten. Competentiematrix In de competentiematrix hieronder wordt weergegeven in welke onderwijseenheden mogelijkheden worden geboden om de competenties op verschillende niveaus te oefenen. Wanneer een student een onderwijseenheid behaald, heeft hij daarmee nog niet per definitie de competentie op dat niveau behaald (= getoetst). Hiervoor zijn meerdere bewijsstukken nodig. Deze worden gezamenlijk in het portfolio beoordeeld en getoetst. Tabel 5: Competentiematrix Propedeuse Chemie. Periode 1 Periode 2 Periode 3 Periode 4 Chemie Propedeuse Cohort Cohort Cohort Competenties Onderwijseenheden Studieloopbaanbegeleiding 1A Wiskunde 1 Scheikunde 1 Biologie 1 Scheikunde praktijk 1 Schriftelijke communicatie 1 Wiskunde 2 Scheikunde 2 Biologie 2 Scheikunde praktijk 2 Management skills 1 Onderzoek Organische Chemie 1 Excel Microbiologie Studieloopbaanbegeleiding 1B Mondelinge vaardigheden 1 Scheikunde 3 Biobased Economy Scheikunde praktijk 3 1 Onderzoeken I I I I I I I I I 2 Experimenteren I I I I I I I 3 Ontwikkelen 4 Beheren/coördineren 5 Adviseren/ in- en verkopen I I 6 Instrueren/begeleiden/ doceren/coachen I 7 Leidinggeven/ managen I I I I I I I I I I 8 Zelfsturing I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I 58

59 Tabel 6: Competentiematrix Jaar 2 Chemie. Chemie jaar 2 Cohort Cohort Competenties Onderwijseenheden Engels Analytische Chemie 1 Periode 1 Periode 2 Periode 3 Periode 4 Moleculaire Biologie 1 Statistiek 1 Biochemie Management Skills 2 Analytische Chemie 2 Chromatografie Regressie Biobased materials Studieloopbaanbegeleiding 2 Molecuul spectrometrie 1 Kalibratie Analytische Chemie 3 Instrumentele Analyse 1 Materialen en Polymeerchemie Schriftelijke Communicatie 2 Optimalisatie Organische Chemie 2 Praktijk Organische Chemie 1 Onderzoeken II II I II II II II II 2 Experimenteren II II I II II II II II 3 Ontwikkelen 4 Beheren/coördineren I 5 Adviseren/ in- en verkopen I I 6 Instrueren/begeleiden/ doceren/coachen I 7 Leidinggeven/ managen I I I I I I I I I I 8 Zelfsturing II I I I I I II I II I II II I II II II II II II II Tabel 7: Competentiematrix Jaar 3 en 4 Chemie. Chemie jaar 3 en 4 Cohort Jaar 3 Periode 1 Jaar 3 Periode 2 Jaar 3 Periode 3 keuzeminoren Jaar 3 Periode 4 keuzeminoren Jaar 4 Competenties Onderwijseenheden Biochemie 3: Fermentatietechnieken Molecuulspectrometrie 2 Literatuuronderzoek Fysische Chemie 1 Onderzoeken III II II II II I III III III III 2 Experimenteren III II II II II II III III III III 3 Ontwikkelen 4 Beheren/coördineren I I I I I I I 5 Adviseren/ in- en verkopen I I I I 6 Instrueren/begeleiden/ doceren/coachen Instrumentele Analyse 2 Management Skills 3 Molecuulspectrometrie 3 Research Instrumentele Analyse 3 Open minor Vrije Minor Duurzame Kunststoffen A Open minor Vrije Minor Duurzame Kunststoffen B Stage Afstuderen I I I 7 Leidinggeven/ managen I I I 8 Zelfsturing II II II II II II II II II II II II II II II II II N.B. In verband met lopende curriculum vernieuwingen ten tijde van het schrijven van de OER Chemie , zijn wijzigingen in het curriculum voorbehouden. Zie voor overgangsregelingen bijlage D. Voor de meest actuele informatie per onderwijseenheid wordt verwezen naar het desbetreffende moduleboek. 59

60 BoKS Matrix In de BoKS-matrixen hieronder wordt weergegeven in welke onderwijseenheden de verschillende onderdelen van de BoKS in meer of mindere mate aan bod komen. De specifieke leerdoelen staan vermeld in de moduleboeken. Tabel 8: BoKS-Matrix Propedeuse Chemie. Chemie, Propedeuse Cohort Cohort Cohort KNOWLEDGE SLB 1A Wiskunde 1 Scheikunde 1 Biologie 1 1 Basis chemie X X X 2 Analytische chemie X X 3 Organische chemie X 4 Biochemie X X 5 Polymeerchemie en materiaalkunde 6 Fysische chemie 7 Thermodynamica en kinetiek 8 Veiligheid, Gezondheid en Milieu X X X 9 Statistiek X 10 Informatietechnologie X 11 Natuurkundige toepassingen Scheikunde Praktijk 1 12 Wiskunde X X X X X X X X X X SKILLS 1 Algemene laboratoriumvaardigeheden X X X X X X X 2 Veilig werken in het laboratorium (VGM) X X X 3 Werken met standaard laboratorium-apparatuur X X X X X X 4 Werken met opstellingen voor organische synthese 5 Chemische analysemethoden X X X 6 Informatievaardigheden X X X X X X Onderzoekvaardigheden en 7 X X X X X X X Systematische probleemaanpak Sociale en communicatieve 8 X X X X X X X X X X vaardigheden Schriftelijke communicatie 1 Wiskunde 2 Scheikunde 2 Biologie 2 Scheikunde praktijk 2 Management Skills 1 Onderzoek Scheikunde 3 Excel MOS certificering Microbiologie SLB 1B Mondelinge Vaardigheden 1 Organische Chemie 1 Biobased Economy X Scheikunde praktijk 3 60

61 Tabel 8: BoKS-Matrix Jaar 2 Chemie. Chemie, Jaar 2 Cohort Cohort Engels Analytische Chemie 1 Moleculaire Biologie 1 Statistiek Chromatografie Management Skills 2 Analytische Chemie 2 Optimalisering Biochemie Biobased materials Studieloopbaanbegeleiding 2 Molecuul spectrometrie 1 Regressie Organische Chemie 2 Praktijk Organische Chemie Materialen en Pol.chemie Schriftelijke communicatie 2 Kalibratie en Juiste Gehalte Analytische Chemie 3 Instrumentele Analyse,1 KNOWLEDGE 1 Basis chemie X X X X 2 Analytische chemie X X X X X X X 3 Organische chemie X X 4 Biochemie X X 5 Polymeerchemie en materiaalkunde X 6 Fysische chemie X X 7 Thermodynamica en kinetiek 8 Veiligheid, Gezondheid en Milieu 9 Statitiek X X X X 10 Informatietechnologie X X X 11 Natuurkundige toepassingen X 12 Wiskunde X X SKILLS 1 Algemene laboratoriumvaardigeheden X X X 2 Veilig werken in het laboratorium (VGM) X X 3 Werken met standaard laboratorium-apparatuur X X X X X 4 Werken met opstellingen voor organische synthese X X 5 Chemische analysemethoden X X X X 6 Informatievaardigheden X X X X 7 Onderzoekvaardigheden en Systematische probleemaanpak X X X X X X X 8 Sociale en communicatieve vaardigheden X X X X X X X X X 61

62 Tabel 9: BoKS-Matrix Jaar 3 en 4 Chemie. Jaar 3 Periode 1 Jaar 3 Periode 2 Jaar 3 Periode 3 Jaar 3 Periode 4 Jaar 4 Chemie, Jaar 3 en 4 Cohort Cohort alleen Jaar 4 Biochemie 3: Fermentatietechnieken Molecuulspectrometrie 2 Literatuuronderzoek Fysische Chemie Instrumentele Analyse 2 Management Skills 3 Molecuulspectrometrie 3 Research Instrumentele Analyse 3 Polymeerchemie Minor Biopolymeren Duurzaamheid LCA Eindopdracht Minor Research Stage Afstuderen KNOWLEDGE 1 Basis chemie 2 Analytische chemie X X X X 3 Organische chemie X 4 Biochemie X 5 Polymeerchemie en materiaalkunde 6 Fysische chemie X 7 Thermodynamica en kinetiek X 8 Veiligheid, Gezondheid en Milieu 9 Statistiek 10 Informatietechnologie X 11 Natuurkundige toepassingen X 12 Wiskunde SKILLS Algemene laboratoriumvaardigeheden Veilig werken in het laboratorium (VGM) Werken met standaard laboratorium-apparatuur Werken met opstellingen voor organische synthese 5 Chemische analysemethoden X X X X X X 6 Informatievaardigheden X X X X 7 8 Onderzoekvaardigheden en Systematische probleemaanpak Sociale en communicatieve vaardigheden X X X X X X X X 62

63 Bijlage B: Nadere uitwerking van de onderwijseenheden van het curriculum voor de propedeutische fase Geplande contacturen In de tabel hieronder staat een overzicht van de geplande contacturen voor het propedeutisch jaar van de opleiding. Gegevens zijn gebaseerd op de Moduleboeken van de individuele onderwijseenheden van Study programme: Chemie Year: Contact hour (in minutes): 45 Number of contact hours per year: Number of weeks of education per period: 8 Contact hours 1st year full time bachelor degree programme Period 1 Period 2 Period 3 Period 4 Explanation Lectures Including guest lecturers, company presentations, etc. PBL Including CBL and other variants of PBL Seminars/practicums Seminars can include categories like: training, practicum, learning company, etc. Excursions/field visits Internship guidance For example on feedback and review days at which a teacher is present. Study guidance Including study career counseling Exams Exams include all possible forms of testing (Art.4.1.4, Students Charter) Totals Number of days internship (if applicable) Number of days the student does an internship with a placement company Number of educational weeks per period: Educational weeks are weeks in which education is being offered (excluding exam weeks) 63

64 Opbouw en samenhang van het programma De curricula van de opleidingen binnen Stenden Life Science (Chemie en Biologie en Medische Laboratoriumonderzoek) kennen een propedeutische fase van één jaar (60 EC) en een postpropedeutische fase van drie jaar (180 EC). Het vierde studiejaar is een praktijkjaar, eerst wordt de stage gedaan (30 EC), het jaar wordt afgesloten met de afstudeeropdracht (30 EC). De propedeutische fase heeft een oriënterende, een homogeniserende en een selecterende/verwijzende functie. Oriëntatie houdt in dat de propedeuse de student een goed inzicht moet verschaffen in de opleiding die hij gedurende vier jaar volgt. Daarom is de propedeuse gemeenschappelijk voor beide opleidingen (Chemie en BML) en zijn de leeractiviteiten van de student representatief voor de beide opleidingen. Daarnaast moet de student in het propedeusejaar een goede indruk kunnen krijgen van het toekomstige werkveld. Homogeniseren wil zeggen dat studenten met verschillende vooropleidingen aan het eind van de propedeuse over dezelfde competenties, kennis en vaardigheden beschikken. Selectie en verwijzing geven aan dat de propedeuse ook bedoeld is om na te gaan of de student de juiste opleiding op het juiste niveau heeft gekozen. Zonodig volgt aan het eind van het eerste studiejaar een bindend studieadvies. Als de student de doelstellingen (kennis, vaardigheden, beroepshouding) van het onderwijsprogramma van de propedeuse bereikt heeft, is hij goed toegerust voor het met succes kunnen voortzetten van zijn opleiding in de postpropedeutische fase. In het onderwijsprogramma van de postpropedeutische fase vindt een steeds verdere specialisatie plaats naar een van beide opleidingen. Van belang is daarbij ook de persoonlijke ontplooiing en vorming van de student, opdat hij ook maatschappelijk relevant actief kan zijn. Speerpunt in de bacheloropleidingen Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek en Chemie van Stenden hogeschool is het beroepsdomein Research & Development, in de opleidingen wordt het accent gelegd op de competenties Onderzoeken en Experimenteren. De kennis en vaardigheden die tot deze competenties behoren komen steeds gekoppeld aan bod. Vanaf de eerste periode in het eerste studiejaar werken de studenten aan problemen die vanuit een onderzoeksvraag worden aangeboden en waarin de experimenten zodanig moeten worden opgezet dat de onderzoeksvraag goed beantwoord kan worden. In de beoordeling speelt, naast de correcte en nauwkeurige uitvoering van de experimenten, de keuze, opzet en planning van de experimenten in relatie tot de onderzoeksvraag een grote rol. In de propedeuse zijn de problemen doorgaans beperkt van omvang en complexiteit. Naarmate de opleiding vordert, worden de problemen omvangrijker en complexer. Niet alleen de verlangde nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en reproduceerbaarheid van de experimenten neemt toe, ook het aantal methoden en technieken waaruit gekozen moet worden groeit; de student moet over meer onderzoeksvaardigheden beschikken om binnen de afgesproken termijn goede resultaten te kunnen presenteren. 64

65 Het curriculum van beide opleidingen is opgebouwd uit modulen van elk 3 EC of een veelvoud hiervan. Dit principe verhoogt de onderlinge uitwisselbaarheid in de tijd van deze onderwijseenheden. De modulen uit een periode zijn vaak gericht rond een centrale practicum module volgens het didactisch concept Problem Based Learning. Een realistische opdracht uit de praktijk of zoals deze uit het werkveld zou kunnen komen wordt aan een groep of een individuele student voorgelegd. De studenten werken vaak in projectgroepen aan de uitwerking van de gegeven opdracht. In bijlage A is reeds een overzicht gegeven van de modulen en wordt per module aangegeven welke competenties in de betreffende module worden getraind. In een aantal modulen worden niet rechtstreeks een of meer competenties getoetst, deze dragen alleen indirect bij aan de competentieontwikkeling van de studenten. In deze cases wordt alleen een deel van de Body of Knowledge and Skills getoetst, dit is zichtbaar in de BoKS-matrix en de leerdoelen zoals beschreven in de moduleboeken. Fasedoelstellingen voor beide opleidingen De fasedoelstellingen geven een indicatie welk competentieniveau aan het eind van ieder leerjaar kan worden bereikt. Op dit moment worden de fasedoelstellingen formatief beoordeeld in facultatieve tussenassessments. Deze fasedoelstellingen zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1 Fasedoelstellingen. *) Studenten kunnen ervoor kiezen om het niveau van deze competentie op te hogen door bepaalde keuzes te maken in hun vakkenpakket, stage en afstuderen tijdens de laatste twee jaar van hun studie. FASE 1. Onderzoeken 2. Experimenteren 3. Ontwikkelen 4. Beheren 5. Adviseren 6. Instrueren 7. Leidinggeven 8. Zelfsturing Propedeuse I I I I I I Jaar 2 II II I I I I II Jaar 3 III II I I I I II Eindkwalificaties III III _* I * I * I * I * II * Curriculum overzicht Propedeutische fase Chemie In de hoofdstukken hieronder worden de curriculum overzichten getoond voor de verschillende cohorten. In verband met de invoer van het nieuwe curriculum vanaf , is het derde leerjaar ten tijde van het schrijven van deze OER nog deels in ontwikkeling. Wijzigingen zijn daarom voorbehouden. Zie voor overgangsregelingen rondom het nieuwe curriculum bijlage D. 65

66 Opmerkingen m.b.t te verwachten wijzigingen. Met de inhoudelijke keuzes en wijzigingen die de opleiding de komende jaren zal doorvoeren op het gebied van het curriculum, zal binnen de kaders van de BOKS, het vakkenpakket mogelijk gedurende het schooljaar wijzigingen ondergaan. Deze vakken zullen zich in pilot fase bevinden. In voorkomende gevallen zal, als dit negatieve gevolgen heeft voor studenten, de examencommissie naar redelijkheid en billijkheid hierover een beslissing nemen. Module overzicht Propedeutische fase Chemie In tabel 2 is een overzicht weergegeven van de onderwijseenheden van de Propedeuse van de opleiding Chemie voor het cohort Tabel 2. Overzicht van alle onderwijseenheden ( modulen ) van de propedeuse. Propedeutisch jaar opleiding Chemie cohort Periode 1 Periode 2 Periode 3 Periode 4 SLB 1A Schrift. Comm. 1 Management Skills 1 SLB 1B 3 EC 3 EC 3 EC 3 EC Wiskunde 1 Wiskunde 2 Onderzoek Mond. Vaardigheden 1 3 EC 3 EC 3 EC 3 EC Scheikunde 1 Scheikunde 2 Organische Chemie 1 Scheikunde 3 3 EC 3 EC 3 EC 3 EC Biologie 1 Biologie 2 Excel Biobased Economy 3 EC 3 EC 3 EC 3 EC Praktijk Scheikunde 1 Praktijk Scheikunde 2 Microbiologie Scheikunde praktijk 3 3 EC 3 EC 3 EC 3 EC Toetsmatrijs Propedeuse Chemie In deze bijlage is de toetsmatrijs voor de propedeuse Chemie opgenomen. In deze matrix staat aangegeven welke toetsvorm in de verschillende modulen worden gebruikt. Toelichting: P S M Po Practicum/Rapportage Schriftelijke toets Mondelinge toets Portfolio 66

67 Toetsmatrijs Propedeuse Chemie (cohort ) SLB 1A Wiskunde 1 Scheikunde 1 Biologie 1 Scheikunde Praktijk 1 Schrift. comm. 1 Wiskunde 2 Scheikunde 2 Biologie 2 Scheikunde praktijk 2 Management Skills 1 Onderzoek Scheikunde 3 Excel Microbiologie SLB 1B Mond. Vaard. 1 Organische Chemie 1 Biobased Economy Scheikunde praktijk 3 1 Knowledge P S S S P P S S S/P P S P S S P S P P 2 Skills P P P P P P P P S P P M P P 3 Competenties Po Po Po Po Po Po Po Po Po Po Po Po Po Po Po Po Po Po Po Po Voor een uitgebreidere toetsoverzicht wordt verwezen naar het actuele Course Document van de opleiding. 67

68 Vakbeschrijvingen Propedeuse Chemie Studieloopbaanbegeleiding 1A Module Opleiding Studiefase Omvang Modulecoördinator Periode GSLB1 Studieloopbaanbegeleiding 1A Chemie en BML Propedeuse 3 EC Albert de Jonge 1.1 (doorlopend in andere perioden) Beschrijving In deze module leer je vooral het een en ander over jezelf. Tevens, en daar zijn de doelstellingen van deze module op gebaseerd, zul je vaardigheden leren die jou in staat stellen om in de toekomst adequater naar je zelf te kijken en waarmee je nog beter sturing aan je eigen persoonlijke ontwikkeling kunt geven. Ook zal je een aantal vaardigheden opdoen die je nodig hebt om succesvol in het HBO in het algemeen en op de Stenden Hogeschool in het bijzonder te kunnen studeren. Ten tijde van het schrijven van de OER wordt er nog gewerkt aan een vernieuwd programma van SLB. Deze beschrijving is daarom nog onder voorbehoud. Competenties en beheersingsniveaus Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / in- en verkopen begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I I Body of Knowledge and Skills n.v.t. Doelstellingen Heeft de student inzicht in het curriculum van zijn/haar studie en het studeren aan de Stenden Hogeschool. Weet de student welke informatie voor zijn/haar studie nodig heeft, kan hij/zij deze opsporen, voor zichzelf evalueren en verwerken en deze op een correcte manier in een product verwerken. De student is in staat zijn/haar studie te plannen op een manier die aansluit bij zijn/haar eigen leerstijl. Kan de student verantwoorden waarom hij/zij deze studie- en beroepskeuze gemaakt heeft. Heeft de student zijn beroepsbeeld verder ontwikkeld en is in staat om deze zo nodig bij te stellen. Heeft de student inzicht in de functie en mogelijkheden van studieloopbaancoaching. Kan de student de 5 studieloopbaancompetenties benoemen en toepassen op een niveau dat 68

69 past bij zijn/haar beginsituatie. Kan de student een Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP) en een productenmap (portfolio) samenstellen dat voldoet aan zijn/haar leerbehoefte en de eisen van zijn/haar opleiding en kan hij/zij het goed beheren. De student is bereid tot, en ziet hij/zij de waarde van zelfreflectie en kan hij/zij hiervoor passende instrumenten kiezen en toepassen. Kan de student aan de hand van zijn/haar portfolio op zowel inhouds- als procesniveau reflecteren op zijn/haar eigen ontwikkelproces. Verplichte voorkennis Voor de module SLB 1A is geen specifieke voorkennis vereist. Literatuur Dankers-van der Spek, M. (2013). Studieloopbaanontwikkeling: Beroepsgeschikt, 3e editie. Amsterdam: Pearson Benulux B.V. Hulpmiddelen tijdens toetsing Portfolio Toetsvorm Beoordelingsgesprek a.d.h.v. portfolio Normering 69

70 Wiskunde 1 Module DTETW1 Wiskunde 1 Opleiding Chemie en BML Studiefase Propedeuse Omvang 3EC / 84 SBU Module coördinator Anniek Bruins Periode 1.1 Beschrijving In deze module wordt een gedeelte van de HAVO wiskunde B herhaald om zodoende een voldoende basisniveau te garanderen van de wiskundige kennis en vaardigheden, die voor de beroepspraktijk zijn vereist. Wiskunde 1 wordt ook wel basiswiskunde genoemd. Competenties en beheersingsniveaus Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / inen verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I Body of Knowledge and Skills Wiskunde: functies en differentiaalrekening Doelstellingen Na afronding van deze module kan de student: berekeningen maken met merkwaardige producten; een uitdrukking ontbinden in factoren; een stelsel van vergelijkingen oplossen; breuken optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en vereenvoudigen.; machten en wortels vermenigvuldigen en delen; berekeningen maken met lineaire, kwadratische, goniometrische, exponentiële en logaritmische functies; een gegeven functie differentiëren; Verplichte voorkennis Er wordt uitgegaan van het eindniveau wiskunde van de vooropleidingen MBO en HAVO. Literatuur Kemme, S., Groen, W., Koolen, C., Pelt, van, T., Walter, S Wiskunde voor het hoger onderwijs / deel A. Groningen/Houten, Noordhoff Uitgevers B.V. ISBN Hulpmiddelen tijdens toetsing Standaard (niet grafische) rekenmachine van Stenden Hogeschool Formulebladen (worden bij de toets uitgedeeld) Toetsvorm Schriftelijk meerkeuze tentamen. Normering 5,5 70

71 Scheikunde 1 Module OLSSK1 Scheikunde 1 Opleiding Chemie en BML Studiefase Propedeuse Omvang 3EC / 84 SBU Modulecoördinator Roel Grit Periode 1.1 Beschrijving In deze module wordt een gedeelte van de scheikunde theorie van de havo herhaald. De volgende onderwerpen komen aan de orde: Atoombouw, periodiek systeem Reactievergelijkingen Zouten, zuren en basen Redox-reacties Chemisch rekenen Competenties Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / inen verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I Body of Knowledge and Skills Basischemie: atoom- en molecuulbouw, reacties in water, chemisch evenwicht Doelstellingen Na het voldoende voltooien van deze module kan de student: Atomen, moleculen, zouten en metalen beschrijven aan de hand van de bouw van de elementaire deeltjes Reactievergelijkingen van zuren en basen, zouten opschrijven en benoemen Redox-reacties opstellen Chemisch rekenen Verplichte voorkennis Eindniveau havo Literatuur Reader Hulpmiddelen tijdens toetsing Grafische rekenmachine en BINAS Toetsvorm Schriftelijke toets Normering Cijfer van minimaal een 5,50 71

72 Biologie 1 Module OLSB1 Biologie Opleiding Chemie en BML Studiefase Propedeuse Omvang 3EC / 84 SBU Modulecoördinator Rens van Leeuwen Periode 1.1 Beschrijving In water spelen zich veel chemische processen af. Levende cellen zijn Omgeven door een membraan om water binnen dan wel buiten die cel te houden. Hoe zit het met stoffen die zich buiten de cel bevinden, hoe komen die binnen? Diffusie? Osmose? Of wellicht zijn er andere mechanismen. Water barst van het leven.. als het goed is. Als het niet goed is, lijkt het water vaak schoon maar er is geen leven in te bekennen. Is ons slootwater goed of niet? Competenties Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / inen verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I I I I Body of Knowledge and Skills Knowledge: Biochemie: biomoleculen, eiwit- en enzymchemie Skills: Algemene laboratoriumvaardigheden: wegen, pipetteren, maken van oplossingen (buffers), bijhouden van labjournaal, chemisch rekenen Onderzoeksvaardigheden en systematische probleemaanpak: probleemanalyse, opstellen van onderzoeksvragen, literatuuronderzoek, onderzoekplanning en uitvoering Sociale en communicatieve vaardigheden: samenwerken, vergaderen, schriftelijke verslaggeving (labjournaal, onderzoeksverslag), mondeling presenteren, projectmatig werken Werken met standaard laboratoriumapparatuur: ph-meter, spectrofotometer, centrifuge, spanningsbronnen, elektroforeseapparatuur Doelstellingen Na afloop van deze module kan de student: - Osmotische processen uit de praktijk verklaren en o.w./wanddruk/turgor met behulp van de wet van Boyle voorspellen. - Op een verantwoorde manier omgaan met een microscoop. - Een natuurwetenschappelijke tekening/weergave maken - Een natuurwetenschappelijk experiment opstellen en uitvoeren (N1) - Functioneren als lid van een team (N1) Verplichte voorkennis n.v.t. 72

73 Literatuur Reece, J.B., Wasserman, S., Cain, M., Jackson, R., Urry, L. & Minorsky, P. (2014). Biology: A global Approach (tiende editie, updated Dutch glossary). Amsterdam: Pearson Education. Hulpmiddelen tijdens toetsing n.v.t. Toetsvorm Schriftelijk tentamen, verslagen en presentaties van practica. Zie ook moduleboek. Normering Onderdeel Product Weging Norm Praktijk 1 Verslag 0 V Praktijk 2 PVA + Verslag 1 5,50 Uitvoering 0 V Praktijk 3 Verslag 0 V Praktijk 4 PVA + Verslag 1 5,50 Uitvoering 0 V Praktijk 5 Verslag 0 V Literatuuronderzoek Literatuurverslag 0 V Presentatie project Presentatie 0 V Schriftelijke toets Tentamen 2 5,50 Eindcijfer Totaal / 4 5,50 73

74 Scheikunde praktijk 1 Module ILSPR1 Scheikunde praktijk 1 Opleiding Chemie en BML Studiefase Propedeuse Omvang 3EC Modulecoördinator Anniek Bruins Periode 1.1 Beschrijving Werken op een laboratorium betekent dat je op allerlei momenten bloot staat aan allerlei gevaren. Het is dus noodzakelijk dat de student leert om van te voren in te schatten wat de gevaren zijn, welke kunnen ontstaan bij de uitvoering van zijn/haar experiment. Hij/zij dient daarom te leren welke maatregelen van te voren moeten worden genomen om calamiteiten te voorkomen en i.g.v. een calamiteit adequaat te handelen. Het bestuderen veilig werken op het laboratorium moet bijdragen om de student een attitude bij te brengen waarin de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de student zelf en van anderen gewaarborgd wordt. Op het laboratorium is leidingwater en demi-water aanwezig. Water wordt toegepast als oplosmiddel, spoelmiddel, verdunningsmiddel, of blusmiddel. De student maakt kennis met diverse soorten glaswerk en apparatuur en leert deze te hanteren. Competenties en beheersingsniveaus Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / in- en verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I I I I Body of Knowledge and Skills Knowledge: - Skills: Algemene laboratoriumvaardigheden: wegen, pipeteren, maken van oplossingen, bijhouden van labjournaal, chemisch rekenen. Chemische analyse methoden: titrimetrie. Sociale en communicatieve vaardigheden: samenwerken, schriftelijke verslaglegging. Veilig werken in het laboratorium volgens VGM-regels Doelstellingen Doelstellingen onderzoek Na afronding van deze module kan de student: zijn weg vinden in het laboratorium en is bekend met het laboratoriumreglement op een juiste manier om gaan met de verschillende balansen, pipetteerballon, glaswerk, maatglaswerk. onderscheid maken in de "verschillende" soorten water en weet wanneer welk water te gebruiken overweg met eenvoudige meetapparatuur. werken met verschillende titratie-opstellingen 74

75 een kalibratielijn opstellen en hiermee werken. een eenvoudige kwantitatieve bepaling uitvoeren. een eenvoudige foutendiscussie uitvoeren. op een veilige manier werken in het laboratorium; zowel voor hem/haar zelf als voor anderen. via een berekening op de juiste veilige manier een geconcentreerd zuur verdunnen Verplichte voorkennis Eindniveau Havo Literatuur Leven, I. van t. & Kramers-Pals, H. (2014). Veiligheid in het laboratorium. Utrecht: Syntax Media. Hulpmiddelen tijdens toetsing - Toetsvorm Praktijkopdrachten (voorbereiding, uitvoering en verslaglegging) Schriftelijk tentamen veiligheid Normering 100% van de experimenten moet met minimaal een voldoende (> 5,5) zijn beoordeeld De toets veiligheid moet minimaal met een voldoende (> 5,5) zijn beoordeeld Cijfer = (2/3)*gemiddelde beoordeling praktijk + (1/3)*beoordeling tentamen veiligheid 75

76 Schriftelijke communicatie 1 Module GSCOT1 Schriftelijke communicatie 1 Opleiding Chemie en BML Studiefase Propedeuse Omvang 3EC / 84 SBU Modulecoördinator Marcus Dirks Periode 1.2 Beschrijving Rapporten schrijven, goed citeren) plagiaat voorkomen, samenvatten, argumenteren: iedere HBO-er krijgt hiermee te maken. In deze module wordt hier aandacht aan besteed. Je leert jezelf gepast schriftelijk uit te drukken. Je maakt complexe informatie schriftelijk duidelijk en je stuurt de juiste boodschap naar de juiste doelgroep via het juiste kanaal. Competenties Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / in- en verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I I Body of Knowledge and Skills Skills: Informatievaardigheden: tekstverwerking Onderzoeksvaardigheden en systematische probleemaanpak: probleemanalyse, opstellen van onderzoeksvragen, literatuuronderzoek Sociale en communicatieve vaardigheden: samenwerken, schriftelijke verslaggeving (labjournaal, onderzoeksverslag) Doelstellingen Na het voldoende voltooien van deze module kan de student: Bouwplannen gebruiken voor je schriftelijke communicatie De passende structuur gebruiken bij doel en doelgroep De passende stijl gebruiken bij doel en doelgroep Argumenteren volgens de methode van Toulmin Informatie correct samenvatten Schrijven in fases: eerste opzet, herschrijven, vorm geven. Op de APA manier je bronnen in je schriftelijke communicatie vermelden. Verplichte voorkennis Geen specifieke voorkennis verreist Literatuur Reader 76

77 Hulpmiddelen tijdens toetsing - Toetsvorm Schriftelijke rapportages Normering Onderdeel Product Weging Norm Individuele opdrachten Productenmap 70% 5,50 Groepsproduct Rapport 30 % 5,50 Actieve participatie Presentie 80% 77

78 Wiskunde 2 Module DTETW2 Wiskunde 2 Opleiding Chemie en BML Studiefase Propedeuse Omvang 3EC / 84 SBU Module coördinator Anniek Bruins Periode 1.2 Beschrijving In deze module zal de student kennis maken met het opstellen van wiskundige modellen van technische processen. De kennis en vaardigheden met betrekking tot de onderwerpen exponentiële functies, logaritmen en differentiëren worden herhaald en uitgebreid. Daarbij worden twee nieuwe onderwerpen geïntroduceerd: differentiaal-vergelijkingen en integreren. Bovendien maakt de student kennis met het computerprogramma MatLab, een computerprogramma waarmee de student matrix berekeningen leert uitvoeren. Competenties en beheersingsniveaus Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / in- en verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I Body of Knowledge and Skills Wiskunde: functies en differentiaal- en integraalrekening Doelstellingen Na afronding van deze module kan de student: het verband bepalen tussen twee grootheden aan de hand van logaritmisch papier; (meervoudig)samengestelde functies differentiëren; differentiaalvergelijkingen (DV) opstellen en gebruiken om processen te beschrijven; verifiëren of een functie wel of niet voldoet als oplossing van een DV; standaard functies integreren met behulp van rekenregels; eenvoudig samengestelde functies integreren met de substitutiemethode; bepalen van de oppervlakte tussen en ondergrafieken; het softwarepakket MatLab gebruiken en eenvoudige matrix berekeningen uitvoeren. Verplichte voorkennis De student moet wiskunde 1 (periode 1.1) hebben gevolgd. Literatuur Kemme, S., Groen, W., Koolen, C., Pelt, van, T., Walter, S Wiskunde voor het hoger onderwijs / deel A. Groningen/Houten, Noordhoff Uitgevers B.V. ISBN Kemme, S., Groen, W., Koolen, C., Pelt, van, T., Walter, S Wiskunde voor het hoger onderwijs / deel B. Groningen/Houten, Noordhoff Uitgevers B.V. ISBN

79 Hulpmiddelen tijdens toetsing (Eigen) grafische Formulebladen (worden bij de toets uitgedeeld) Toetsvorm Schriftelijk tentamen. Normering 55,0 % score 79

80 Scheikunde 2 (Spectrometrie) Module OLSSK2 Scheikunde 2 (Spectrometrie) Opleiding Chemie en BML Studiefase Propedeuse Omvang 3EC / 84 SBU Modulecoördinator Roel Grit Periode 1.2 Beschrijving Elektromagnetische straling, atoommodellen, wet van Lambert en Beer, kalibratielijn opstellen en uitwerking van een praktisch voorbeeld om zuiverheid aspirine vast te stellen, beoordeling juistheid van een meetmethode. Competenties Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / in- en verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I Body of Knowledge and Skills Knowledge: Analytische chemie: spectroscopie Doelstellingen Na het voldoende voltooien van deze module kan de student: - rekenen met licht (golflengte, golfgetal, frequentie, energie) - verschillende atoommodellen vergelijken - Spectrofotometrische experimenten uitvoeren - Gehalte berekeningen uitvoeren - Multicomponenten analyses uitvoeren - Op de juiste wijze kalibratielijnen optellen - Met spreadsheet programmatuur omgaan - Wiskundige oplossingsstrategieën beheersen Verplichte voorkennis Havo Literatuur Reader Hulpmiddelen tijdens toetsing Grafische rekenmachine en BINAS Toetsvorm Schriftelijke toets Normering Cijfer van minimaal een 5,50 80

81 Biologie 2 Module OLSB2 Biologie 2 Opleiding Chemie en BML Studiefase Propedeuse Omvang 3EC Modulecoördinator Rens van Leeuwen Periode 1.2 Beschrijving Een cel is de simpelste vorm van leven. Maar toch vormt een levende cel complex geheel van diverse organellen en biomoleculen die ieder hun eigen functie hebben binnen de opbouw en het metabolisme van een cel. Aan bod komt de algemene opbouw van prokaryote en eukaryote cellen. Daarnaast wordt de interne en externe organisatie van eukaryote cellen besproken van kernenveloppe tot extracellulaire matrix. Ook komt aan bod, in detail, de structuur en functie van de celmembraan. Cellen staan immers niet op zichzelf, maar zullen vaak nutriënten en afvalstoffen moeten uitwisselen met hun omgeving. Hoe doen ze dat? Tot slot wordt aandacht besteed aan cellen in onderling verband. Hoe zie weefsels er uit. Hoe kun je ze in microscopische preparaten herkennen Competenties Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / in- en verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I I I I Body of Knowledge and Skills Knowledge: Biochemie: biomoleculen, eiwit- en enzymchemie Skills: Algemene laboratoriumvaardigheden: wegen, pipetteren, maken van oplossingen (buffers), bijhouden van labjournaal, chemisch rekenen Onderzoeksvaardigheden en systematische probleemaanpak: probleemanalyse, opstellen van onderzoeksvragen, literatuuronderzoek, onderzoekplanning en uitvoering Sociale en communicatieve vaardigheden: samenwerken, vergaderen, schriftelijke verslaggeving (labjournaal, onderzoeksverslag), mondeling presenteren, projectmatig werken Werken met standaard laboratoriumapparatuur: ph-meter, spectrofotometer, centrifuge, spanningsbronnen, elektroforeseapparatuur Doelstellingen Na afloop van de module kan de student: - Beschrijven hoe eukaryote cellen opgebouwd zijn 81

82 - Beschrijven welke functie de diverse organellen in een cel hebben - Verklaren hoe biomembranen functioneren - Herkennen hoe deze cellen met in relatie met omliggende cellen eruit zien in een microscopisch preparaat Andere doelstelling: Relatie aanleren tussen bouw (macroscopische en microscopische anatomie) en werking (fysiologie) van het ademhalingssysteem, het spijsverteringsysteem en van spieren, alsook kennis nemen van enige afwijkingen hierin (pathologie). De theorie en ziektebeelden die aan bod komen zijn deels gekoppeld aan praktijkgerelateerde vraagstukken. Verplichte voorkennis n.v.t. Literatuur Reece, J.B., Wasserman, S., Cain, M., Jackson, R., Urry, L. & Minorsky, P. (2014). Biology: A global Approach (tiende editie, updated Dutch glossary). Amsterdam: Pearson Education. Hulpmiddelen tijdens toetsing n.v.t. Toetsvorm Schriftelijk tentamen, practica met rapportages en presentaties Normering Product Weging Norm Praktijk Uitvoer experimentele 1 werk Gemiddeld 5,50 Presentatie 1 Rapportage 2 Theorie Tentamen 4 5,50 Eindcijfer Totaal / 8 5,50 82

83 Scheikunde praktijk 2 Module ILSPR2 Scheikunde praktijk 2 Opleiding Chemie en BML Studiefase Propedeuse Omvang 3 EC Modulecoördinator Anniek Bruins Periode 1.2 Beschrijving Deze praktijkmodule heeft een oriënterend karakter op het gebied van technieken in de organische chemie en de fotometrische analyse. Het betreft organische synthese, destillatie en extractie. Fotometrische meetmethoden (UV-VIS-spectrofotometrie en fluorescentie-spectrofotometrie) zijn een wezenlijk onderdeel om gehaltes in monsters te bepalen. De student wordt een attitude bijgebracht, waarin de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de student zelf en van anderen gewaarborgd wordt (vervolg van periode 1). Competenties en beheersingsniveaus Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / in- en verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I I I I Body of Knowledge and Skills Body of Knowlegde - Skills Algemene laboratoriumvaardigheden: wegen, pipeteren, maken van oplossingen, bijhouden van labjournaal, chemisch rekenen, basisvaardigheden organisch chemisch practicum Chemische analyse methoden: spectrometrie, titrimetrie, Sociale en communicatieve vaardigheden: samenwerken, schriftelijke verslaglegging. Veilig werken in het laboratorium volgens VGM-regels Doelstellingen Doelstellingen onderzoek Na afronding van deze module kan de student: een eenvoudige organische synthese uitvoeren omgaan met apparatuur voor: smeltpuntbepaling, destillatie, stoomdestillatie, UV, IR, Filtratie, Soxhlet-extractie Verplichte voorkennis Theorie en praktijk uit periode 1 (scheikunde praktijk 1, veiligheid, scheikunde theorie 1). Hulpmiddelen tijdens toetsing n.v.t. 83

84 Literatuur Leven, I. van t. & Kramers-Pals, H. (2014). Veiligheid in het laboratorium. Utrecht: Syntax Media. Toetsvorm Praktijkopdrachten (voorbereiding, uitvoering en verslaglegging) Normering 100% van de experimenten moet met minimaal een voldoende (> 5,5) zijn beoordeeld Cijfer = gemiddelde beoordeling praktijk 84

85 Management Skills 1 Module: OLSMS1 Management Skills 1 Opleiding: Chemie en BML Studiefase: Hoofdfase Omvang: 3EC / 84 SBU Modulecoördinator Marcus Dirks Periode 1.3 Beschrijving Werkwijze en voorkennis Door het volgen van deze module verkrijgt de student kennis en inzicht van de onder onderwerpen aangegeven zaken. De student oefent hiertoe met cases die zijn toegesneden op de verschillende te behandelen onderwerpen. Daarnaast worden de onderwerpen structurering, cultuur, besturing en management door de student toegepast op de eigen situatie binnen het bedrijf waar hij/zij of een mede student werkzaam is. Op deze wijze wordt de theorie van het vakgebied Management & Organisatie zo dicht mogelijk bij de belevingswereld van de student gebracht en in relatie gebracht met de beroepspraktijk Onderwerpen De onderwerpen die in management 1 aan de orde komen zijn: Denkrichtingen en ontwikkelingen binnen organisatiekunde Invloeden vanuit de omgeving op de organisatie Het aansturen (managen) van een organisatie Het tot stand komen van besluiten binnen een organisatie Besturingsprincipes van een organisatie Het vormgeven (structureren) van de organisatie De cultuur binnen een organisatie Inhoud In deze module gaat het om het functioneren van organisaties en de wijze waarop deze worden aangestuurd, kortweg organisatie en management. Deze twee begrippen vragen om een nadere toelichting. Organisatie Een organisatie is te omschrijven als: elke vorm van menselijke samenwerking voor een gemeenschappelijk doel. De reden waarom mensen in organisatieverband gaan samenwerken is dat bepaalde doelstellingen niet door één persoon gerealiseerd kunnen worden. Organisaties (bedrijven, ondernemingen en instellingen) hebben tot doel om nuttige producten en diensten voort te brengen, hieraan ontlenen zij hun bestaansrecht. Een organisatie is dus een onderdeel van de maatschappij waarin zij opereert. Bij het samenwerken binnen een organisatieverband gaat het om doeltreffende (effectief) en doelmatige (efficiënt) verhoudingen tot stand te brengen tussen mensen, middelen en activiteiten (handelingen). Als de samenwerking effectief en efficiënt verloopt, kunnen producten en diensten in principe concurrerend op de markt worden gebracht. Dit draagt bij aan de continuïteit van de organisatie. Management Het doeltreffend en doelmatig afstemmen van mensen, middelen en activiteiten gebeurt niet vanzelf, dit is de taak van het management. Onder management wordt verstaan: de leer van het bestuur van een organisatie. Een manager is een persoon die het handelen van andere mensen in een organisatie op gang brengt en stuurt. Het management wordt 85

86 gevormd door de organisatieleiding die tot taak heeft de onderneming te besturen. Een manager is dikwijls verantwoordelijk voor het resultaat van een afdeling of bedrijfsonderdeel. De Nederlandse module van Management 1 is bedoeld voor studenten Life Science, Commerciële Economie, Bedrijfseconomie en Logistiek & Economie. Competenties onderzoeken Experimenteren Beheren / Coördinatoren Adviseren / in- en verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing niveaus I I I Body of Knowledge and Skills Knowledge: nvt Skills: Sociale en communicatieve vaardigheden: projectmatig werken Doelstellingen Na het voldoende voltooien van deze module kan de student: de denkrichtingen en ontwikkelingen uit de op het gebied van organisatie en management weergeven de invloeden vanuit de omgeving op een organisatie uiteenzetten de belangrijkste managementtaken en leiderschapsstijlen typeren en bepalen de besluitvormingsproblematiek in organisatie weergeven en verschillende besluitvormingsprocessen typeren en bepalen de besturingsproblematiek in organisatie weergeven, de verschillende bedrijfsprocessen benoemen en bepalen de structuur van een organisatie typeren en modelleren het effectiviteitstreven van organisaties beschrijven en de cultuur van een organisatie beschrijven en bepalen. Verplichte voorkennis n.v.t. Literatuur Marcus, J., & Dam, N. van (2009). Een praktijkgerichte benadering van organisatie en management (zesde druk). Groningen: Noordhoff Uitgevers B.V. Hulpmiddelen tijdens toetsing - Toetsvorm Tentamen Normering Minimaal 80% aanwezigheid en een actieve deelname tijdens de PBL bijeenkomsten, werkcolleges en hoorcolleges, normering toets: 55% 86

87 Onderzoek Module GOZT1 Onderzoek Opleiding Chemie en BML Studiefase Propedeuse Omvang 3EC / 84 SBU Modulecoördinator Anniek Bruins Periode 1.3 Beschrijving Eén van de belangrijkste onderdelen bij de opleidingen Life Science is het doen van onderzoek. Onderzoek wordt niet zomaar gedaan, zeker niet als er grote belangen zijn. De uitkomsten van het onderzoek zullen goed onderbouwd moeten worden en er moet aangetoond kunnen worden dat er precies is gewerkt. Hiervoor is kennis van statistiek en foutenbeschouwingen nodig. Naast de basisstatistiek komt in deze module het systematisch opzetten van een onderzoek aan bod. Ook het schrijven van een correct wetenschappelijk verslag, inclusief literatuuronderzoek en bronvermelding krijgt veel aandacht. Competenties en beheersingsniveaus Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / in- en verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I I I I Body of Knowledge and Skills Body of Knowlegde Statistiek: dataverwerking Skills Informatievaardigheden: tekstverwerking, spreadsheets Onderzoeksvaardigheden en systematische probleemaanpak: literatuuronderzoek, onderzoeksplanning- en uitvoering. Sociale en communicatieve vaardigheden: samenwerken, vergaderen, schriftelijke verslaglegging, mondeling presenteren. Doelstellingen De doelstellingen voor deze module zijn gesplitst in doelstellingen gericht op onderzoek en doelstellingen gericht op de onderzoekspraktijk. Doelstellingen onderzoek Na afronding van deze module kan de student: fasen van een onderzoek beschrijven; een onderzoek opzetten; relevante literatuur verzamelen en verwerken tot een literatuurverslag; vanuit de praktijk een onderzoeksvraag/probleemstelling formuleren; een eenvoudig onderzoeksplan opzetten en beoordelen; onderzoeksresultaten interpreteren en rapporteren; 87

88 APA richtlijnen op een adequate manier hanteren in verslagen. Doelstellingen onderzoekspraktijk Na afronding van deze module kan de student: gehalte berekeningen uitvoeren; foutenbeschouwing voorafgaand aan een experiment kunnen presenteren; buigpunten bepalen met behulp van de tweede afgeleide. Verplichte voorkennis - Literatuur Verhoeven, N Wat is onderzoek? (5 e druk). Den Haag, Boom Lemma uitgevers. ISBN Hulpmiddelen tijdens toetsing Grafische rekenmachine, formulebladen en eigen gemaakte samenvatting (2 A4). Toetsvorm De student wordt beoordeeld op de volgende onderdelen: Individuele beoordeling gehalte berekeningen; groepsbeoordeling literatuurverslag (inclusief samenvatting artikel); groepspresentatie naar aanleiding van het literatuurverslag. Normering Alle onderdelen afzonderlijk moeten met een voldoende (> 5,5) worden afgesloten. 88

89 Organische chemie 1 Module OLSOC1 Organische chemie 1 Opleiding BML en Chemie Studiefase Propedeuse Omvang 3EC / 84 SBU Module coördinator Roel Grit Periode 1.3 Beschrijving Tijdens deze module Organische chemie 1 wordt de bouw van atomen behandeld. De nadruk ligt op elektronenconfiguratie, orbitaaltheorie en valentie elektronen. Verder wordt de opbouw en structuur van moleculen behandeld aan de hand van de hybridisatie theorie. Daarbij wordt ook aandacht gegeven aan stereochemie. De naamgeving van en functionele groepen in moleculen wordt behandeld. Verschillende reacties & reactiemechanismen van alkenen en alkynen worden behandeld. Competenties en beheersingsniveaus Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / in- en verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I Body of Knowledge and Skills Chemie: Organische chemie, BML: Chemie: basischemie (atoombouw), organische chemie (functionele groepen) Doelstellingen Na afronding van deze module kan de student: elektronenconfiguratie en valentie elektronen van een atoom aangeven beschrijven hoe het periodiek systeem is opgebouwd naam en functionele groep in/van een molecuul aangeven beredeneren welke functionele groep reactiever is hybridisatie toestand van een molecuul verklaren elektronenstructuur, inclusief mesomeren, hoeken en ladingen van een molecuul beschrijven stereo isomeren tekenen en benoemen reacties van alkenen en alkynen opstellen en benoemen. Reactiemechanisme opstellen en tekenen m.b.v. curved arrows Verplichte voorkennis Havo Scheikunde Literatuur Bruice, P.Y. (2013). Organic Chemistry: Pearson International Edition (zevende editie). Amsterdam: Pearson Benulux B.V. 89

90 Hulpmiddelen tijdens toetsing N.v.t. Toetsvorm Schriftelijke toets. Normering 55,0 % Score 90

91 Excel MOS certificering Module TECH-EXCEL Excel MOS certificering Opleiding Chemie en BML Studiefase Propedeuse Omvang 3EC / 84 SBU Modulecoördinator Jeroen Pijpker Periode 1.3 Beschrijving Deze certificering wordt wereldwijd erkend en valideert de vaardigheden in de Microsoft Office Excel 2013 applicatie. De MOS certificering stelt ieder in staat de eigenschappen en functionaliteiten van Microsoft Office Excel 2013 efficiënt en maximaal te benutten en zich te onderscheiden tijdens de opleiding en op het werk. Na de cursus is de student in staat tot het behalen van het MOS- Expert examen. Daarmee is de kandidaat officieel Microsoft Office Specialist Expert. De certificering is een facultatieve mogelijkheid voor elke individuele student. Competenties Onderzoeken Experimenteren Beheren / coördinatoren Adviseren / in- en verkopen Instrueren / begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing niveaus I I I Body of Knowledge and Skills Knowledge Informatietechnologie (simulatie en ontwerpprogramma s) Skills Informatievaardigheden: spreadsheets Doelstellingen Na het voldoende voltooien van deze module kan de student: Optimaal benutten van de functionele en technische mogelijkheden van Microsoft Office Excel 2013 waarbij het uiteindelijke kennisniveau voldoende is het te behalen certificaat te verkrijgen door het afleggen van een facultatief examen. Verplichte voorkennis: Werken met Windows en Internet Explorer Literatuur: Met behulp van E-learning en een voorgeschreven naslagwerk. Hulpmiddelen tijdens toetsing: IT middelen (computer) in een geïsoleerde omgeving (geen internet beschikbaar) Toetsvorm: Individueel tentamen. Normering Het kunnen beschikken van kennis voor het behalen van het Microsoft Office Excel 2013 Expert Examen

92 Biologie 3 (Microbiologie) Module OLSB3 Biologie 3: Microbiologie Opleiding Life Science Studiefase Propedeuse Omvang 3EC Bouwsteencoördinator Rens van Leeuwen Periode 1.3 Beschrijving Micro organismen zijn overal om ons heen. Met micro organismen bedoelen we organismen waarbij we een microscoop nodig hebben om ze te kunnen zien en bestuderen. Van bacterie tot virus (hoewel deze laatste eigenlijk geen organisme is) en van schimmel tot parasiet. Bij micro organismen wordt vaak gedacht aan ziekten, bijv. griep en ontstekingen. Wat veel mensen zich echter niet realiseren is dat wij zonder micro organismen in en op ons lichaam niet zouden kunnen leven. Daarnaast gebruiken we micro organismen tegenwoordig om stoffen voor ons te maken; bijv. biogas en melkzuur voor bio-plastics. Bij praktijk ligt de nadruk op het aspect van de biologische veiligheid en PGO. Onderwerpen die o.a. aan de orde komen zijn; Veilige Microbiologische Technieken (VMT). Competenties en beheersingsniveaus Onderzoeken Experimenteren Beheren/ coördineren Adviseren in en verkopen Instrueren / begeleiden/ doceren/coachen Leiding geven/managen Zelfsturing niveaus I I I I Body of Knowledge and Skills Knowledge Celbiologie: structuur en functie van eukaryote en prokaryote cellen, metabolisme, transport Microbiologie: groei en classificatie micro-organismen, pathogeniteitsmechanismen, Infectieziekten Skills Algemene laboratoriumvaardigheden gebaseerd op GLP-regels: wegen, pipetteren, maken van oplossingen (buffers, kweekmedia) en preparaten, kleuringen, microscopie, labjournaal, chemisch rekenen Veilig werken in het laboratorium, werken volgens VMT-regels (veilige microbiologische technieken): aseptisch werken, kweken van micro-organismen en eukaryote cellen, werken met speciale media, biologische materialen (weefsels, cellen, e.d.) en biomoleculen (eiwitten en/of antistoffen, DNA) Werken met standaard laboratoriumapparatuur: ph-meter, spectrofotometer, centrifuge, spanningsbronnen, elektroforese apparatuur, zuurkast, veiligheidskast, microscoop Sociale en communicatieve vaardigheden: samenwerken, vergaderen, verslaglegging (labjournaal, onderzoeksverslag), presentatie, projectmatig werken, ethiek Onderzoeksvaardigheden: probleemanalyse, 92

93 Doelstellingen Na afloop van de module: Kun je VMT voorschriften toepassen in het laboratorium Heb je kennis over micro organismen mbt morfologie, groei, identificatiemethoden etc. Een natuurwetenschappelijk experiment opstellen en uitvoeren (N1) Functioneren als lid van een team (N1) Oefen je in pgo Verplichte voorkennis Eindniveau Havo Literatuur Madigan, M. T., Martinko, J. M., & Parker, J. (2014). Brock biology of microorganisms. Upper Saddle River, NJ: Prentice Hall/Pearson Education. Hulpmiddelen tijdens toetsing Alles behalve internet Toetsvorm Praktijkdeel: presentatie en rapportages theoriedeel: schriftelijke toets Normering Totaalnormering Product Weging Norm praktijk 1 5,50 theorietoets 1 5,50 Eindcijfer Totaal / 2 5,50 Praktijknormering Product Weging Norm rapportages 1 5,50 Project 1:1:1 5,50 (pva,presentatie/rapport) Eindcijfer Totaal / 2 5,50 93

94 Studieloopbaanbegeleiding 1B Module Opleiding Studiefase Omvang Modulecoördinator Periode GSLB1B Studieloopbaanbegeleiding 1B Chemie en BML Propedeuse 3 EC Albert de Jonge 1.4 (doorlopend in andere perioden) Beschrijving Deze module staat in zijn geheel in het teken van de studieloopbaancompetenties, competenties die je nodig hebt om je studie, en later jouw carrière blijvend vorm te kunnen geven. Zoals je zult zien, is het werken aan jezelf, aan je persoonlijke vaardigheden en competenties niet iets wat alleen binnen school gebeurt. Zeker Studieloopbaancompetenties zijn van blijvend belang in je latere carrière: Als HBO professional wordt van je gevraagd dat jij jezelf blijft ontwikkelen. Stilstaan is achteruitgaan! Ten tijde van het schrijven van de OER wordt er nog gewerkt aan een vernieuwd programma van SLB. Deze beschrijving is daarom nog onder voorbehoud. Doelstellingen Heeft de student inzicht in het curriculum van zijn/haar studie en het studeren aan de Stenden Hogeschool. Weet de student welke informatie hij/zij voor zijn/haar studie nodig heeft, kan hij/zij deze opsporen, voor zichzelf evalueren en verwerken en deze op een correcte manier in eenproduct verwerken. De student is in staat zijn/haar studie te plannen op een manier die aansluit bij zijn/haar eigen leerstijl. Kan de student verantwoorden waarom hij/zij deze studie- en beroepskeuze gemaakt heeft. Heeft de student zijn/haar beroepsbeeld verder ontwikkeld en is in staat om deze zo nodig bij te stellen. Heeft de student inzicht in de functie en mogelijkheden van studieloopbaancoaching. Kan de student de 5 studieloopbaancompetenties benoemen en toepassen op een niveau dat past bij zijn/haar beginsituatie. Kan de student een Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP) en een portfolio samenstellen dat voldoet aan zijn/haar leerbehoefte en de eisen van zijn/haar opleiding en kan hij/zij het goed beheren. De student is bereid tot, en ziet de waarde van zelfreflectie en kan hiervoor passende instrumenten kiezen en toepassen. Kan de student aan de hand van zijn/haar portfolio op zowel inhouds- als procesniveau reflecteren op zijn/haar eigen ontwikkelproces. Competenties en beheersingsniveaus Onderzoeken Experimenteren Ontwikkelen Beheren / coördinatoren Adviseren / inen verkopen begeleiden / doceren / coachen Leiding geven / managen Zelfsturing I Body of Knowledge and Skills 94

95 n.v.t. Verplichte voorkennis Voor de module SLB1B is SLB1A als voorkennis vereist. Literatuur Dankers-van der Spek, M. (2013). Studieloopbaanontwikkeling: Beroepsgeschikt, 3e editie. Amsterdam: Pearson Benulux B.V. Hulpmiddelen tijdens toetsing Productenmap (portfolio) Toetsvorm Productenmap + eindgesprek Normering 95

Onderwijs- en examenregeling Bacheloropleiding Media en Entertainment Management voltijd, crohonummer

Onderwijs- en examenregeling Bacheloropleiding Media en Entertainment Management voltijd, crohonummer Onderwijs- en examenregeling 2014 2015 Bacheloropleiding Media en Entertainment Management voltijd, crohonummer 34952. [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, [Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap,

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling cohort 2015-2016 Bacheloropleiding. Chemie voltijd, crohonummer 34396

Onderwijs- en examenregeling cohort 2015-2016 Bacheloropleiding. Chemie voltijd, crohonummer 34396 Onderwijs- en examenregeling cohort 2015-2016 Bacheloropleiding Chemie voltijd, crohonummer 34396 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 27-05-2015 Instemming verleend conform art. 10.20 WHW door

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling cohort Logistiek en Economie voltijd, crohonummer Logistiek en Economie duaal, crohonummer 34436

Onderwijs- en examenregeling cohort Logistiek en Economie voltijd, crohonummer Logistiek en Economie duaal, crohonummer 34436 Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 2017 Inclusief overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk. Bacheloropleiding - Logistiek en Economie voltijd, crohonummer 34436 - Logistiek en

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling Chemie voltijd, crohonummer 34396

Onderwijs- en examenregeling Chemie voltijd, crohonummer 34396 Onderwijs- en examenregeling 2014 2015 Bacheloropleiding Chemie voltijd, crohonummer 34396 [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 05-06-2014] [Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap,

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2014 2015. Bacheloropleiding Technische Informatica voltijd, crohonummer 34475

Onderwijs- en examenregeling 2014 2015. Bacheloropleiding Technische Informatica voltijd, crohonummer 34475 Onderwijs- en examenregeling 2014 2015 Bacheloropleiding Technische Informatica voltijd, crohonummer 34475 [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 6-6-2014] [Instemming verleend door Centrale

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2015 2016. Bacheloropleiding Werktuigbouwkunde voltijd/duaal, crohonummer 34280

Onderwijs- en examenregeling 2015 2016. Bacheloropleiding Werktuigbouwkunde voltijd/duaal, crohonummer 34280 Onderwijs- en examenregeling 2015 2016 Bacheloropleiding Werktuigbouwkunde voltijd/duaal, crohonummer 34280 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 11.06.2015 Instemming verleend conform art. 10.20

Nadere informatie

Creatieve Therapie. Onderwijs- en Examen Regeling cohort Inclusief Eventuele overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk

Creatieve Therapie. Onderwijs- en Examen Regeling cohort Inclusief Eventuele overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk Creatieve Therapie Onderwijs- en Examen Regeling cohort 2016 Inclusief Eventuele overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk Bacheloropleiding Creatieve Therapie voltijd Crohonummer 34644

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling Experiment 'flexibel hoger onderwijs onderdeel "leeruitkomsten" studiejaar

Onderwijs- en examenregeling Experiment 'flexibel hoger onderwijs onderdeel leeruitkomsten studiejaar Onderwijs- en examenregeling Experiment 'flexibel hoger onderwijs onderdeel "leeruitkomsten" studiejaar 2017-2018 Logistiek en Economie, Associate Degree duaal, crohonummer 80115, Flexibilisering, concept

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016

Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016 Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016 Bacheloropleiding Informatica voltijd, crohonummer 34479 Associate Degree-opleiding ICT-Beheer voltijd, crohonummer 80071 Advies afgegeven door Opleidingscommissie,

Nadere informatie

Creatieve Therapie. Onderwijs- en Examen Reglement. Cohort

Creatieve Therapie. Onderwijs- en Examen Reglement. Cohort Creatieve Therapie Onderwijs- en Examen Reglement Cohort 2015 2016 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, Instemming verleend door Centrale Medezeggenschapraad, Vastgesteld door het College van Bestuur,

Nadere informatie

Leisure Management. Onderwijs- en examenregeling 2014 2015. Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden

Leisure Management. Onderwijs- en examenregeling 2014 2015. Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden Leisure Management Onderwijs- en examenregeling 2014 2015 Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden Algemeen T (058) 2441441 info@stenden.com Opleiding T (058) 2441253 Onderwijs-

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling cohort Bacheloropleiding Media en Entertainment Management voltijd, crohonummer 34952

Onderwijs- en examenregeling cohort Bacheloropleiding Media en Entertainment Management voltijd, crohonummer 34952 Onderwijs- en examenregeling cohort 2015-2016 Bacheloropleiding Media en Entertainment Management voltijd, crohonummer 34952 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 16-06-2015 Instemming verleend

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk

Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk Bacheloropleiding Werktuigbouwkunde voltijd /duaal, crohonummer 34280 [Advies

Nadere informatie

Sociaal Pedagogische Hulpverlening

Sociaal Pedagogische Hulpverlening Sociaal Pedagogische Hulpverlening Onderwijs- en Examen Reglement cohort 2016 2017 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, [d.d. 19-05-2016] Instemming verleend door Centrale Medezeggenschapraad, [d.d.

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016

Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016 Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016 Bacheloropleiding Logistiek en Economie voltijd, crohonummer 34436 Logistiek en Economie duaal, crohonummer 34436 Advies afgegeven door Opleidingscommissie,

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2014 2015

Onderwijs- en examenregeling 2014 2015 Onderwijs- en examenregeling 2014 2015 Bacheloropleiding Commerciële Economie voltijd, crohonummer 34402 Associate Degree Opleiding Commerciële Economie voltijd, crohonummer 80103 Advies afgegeven door

Nadere informatie

Bacheloropleiding Leraar Basisonderwijs voltijd, crohonummer 34808

Bacheloropleiding Leraar Basisonderwijs voltijd, crohonummer 34808 Onderwijs- en examenregeling 2014 2015 Bacheloropleiding Leraar Basisonderwijs voltijd, crohonummer 34808 [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 13 juni 2014] [Instemming verleend door Centrale

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016

Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016 Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016 Bacheloropleiding Human Resource Management, crohonummer 34609 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, 9 juni 2015 Instemming verleend door Centrale Medezeggenschapraad,

Nadere informatie

Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 10 juni 2015

Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 10 juni 2015 Onderwijs- en examenregeling Cohort 2015 2016 Bacheloropleiding Leraar Basisonderwijs voltijd, crohonummer 34808 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 10 juni 2015 Instemming verleend conform

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2012 2013

Onderwijs- en examenregeling 2012 2013 Onderwijs- en examenregeling 2012 2013 Bacheloropleiding Vrijetijdsmanagement voltijd, crohonummer 34438 en Vrijetijdsmanagement duaal, crohonummer 34438 [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, [Instemming

Nadere informatie

Leisure Management. Onderwijs- en examenregeling 2013 2014. Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden

Leisure Management. Onderwijs- en examenregeling 2013 2014. Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden Leisure Management Onderwijs- en examenregeling 2013 2014 Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden Algemeen T (058) 2441441 info@stenden.com Opleiding T (058) 2441253 1 Onderwijs-

Nadere informatie

Leisure Management. Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016. Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden

Leisure Management. Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016. Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden Leisure Management Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016 Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden Algemeen T (058) 2441441 info@stenden.com Opleiding T (058) 2441363 1 Onderwijs-

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2012 2013

Onderwijs- en examenregeling 2012 2013 Onderwijs- en examenregeling 2012 2013 Bacheloropleiding Bedrijfseconomie voltijd, crohonummer 34401 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 16 mei 2012 Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap,

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2013 2014. Bacheloropleiding Human Resource Management, crohonummer 34609

Onderwijs- en examenregeling 2013 2014. Bacheloropleiding Human Resource Management, crohonummer 34609 Onderwijs- en examenregeling 2013 2014 Bacheloropleiding Human Resource Management, crohonummer 34609 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 19 juni 2013 Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap,

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2013 2014

Onderwijs- en examenregeling 2013 2014 Onderwijs- en examenregeling 2013 2014 Bacheloropleiding Informatica voltijd, crohonummer 34479 Associate Degree-opleiding ICT-Beheer voltijd, crohonummer 80071 [Advies afgegeven door Opleidingscommissie,

Nadere informatie

Small Business en Retail Management

Small Business en Retail Management Small Business en Retail Management Bachelor SBRM voltijds en duaal Associate degree SBRM voltijds en duaal Onderwijs- en Examenregeling cohort 2016 Stenden hogeschool Rengerslaan 8 Postbus 1298 8900 CG

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2012 2013

Onderwijs- en examenregeling 2012 2013 Onderwijs- en examenregeling 2012 2013 Bacheloropleiding Werktuigbouwkunde voltijd, crohonummer 34280. Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. mei 2012 Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap,

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2012 2013

Onderwijs- en examenregeling 2012 2013 Onderwijs- en examenregeling 2012 2013 Bacheloropleiding Personeel en Arbeid voltijd, crohonummer 34609 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 31 mei 2012 Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap,

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2013 2014

Onderwijs- en examenregeling 2013 2014 Onderwijs- en examenregeling 2013 2014 Bacheloropleiding Logistiek en Economie voltijd, crohonummer 34436 Logistiek en Economie duaal, crohonummer 34436 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d.

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016

Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016 Onderwijs- en examenregeling cohort 2015 2016 Bacheloropleiding Bedrijfseconomie voltijd, crohonummer 34401 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, 5 6-2015 Instemming verleend door Centrale Medezeggenschapraad,

Nadere informatie

Creatieve Therapie. [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 5 juni 2014]

Creatieve Therapie. [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 5 juni 2014] Creatieve Therapie Onderwijs- en Examen Reglement 2014-2015 [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 5 juni 2014] [Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap, d.d. 9 juli 2014] [Vastgesteld

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling studiejaar Bacheloropleiding Werktuigbouwkunde duaal crohonummer 81021

Onderwijs- en examenregeling studiejaar Bacheloropleiding Werktuigbouwkunde duaal crohonummer 81021 Onderwijs- en examenregeling studiejaar 2017-2018 Bacheloropleiding Werktuigbouwkunde duaal crohonummer 81021 in het kader van het Experiment Vraagfinanciering hoger onderwijs en tevens en gelijktijdig

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2013 2014

Onderwijs- en examenregeling 2013 2014 Onderwijs- en examenregeling 2013 2014 Bacheloropleiding Leraar Basisonderwijs voltijd, chrohonummer 34808 [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 17 juni 2013] [Instemming verleend door Centrale

Nadere informatie

Sociaal Pedagogische Hulpverlening

Sociaal Pedagogische Hulpverlening Sociaal Pedagogische Hulpverlening Onderwijs- en Examen Reglement 203-204 [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 3-06-203] [Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap, d.d. 03-07-203]

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2014 2015

Onderwijs- en examenregeling 2014 2015 Onderwijs- en examenregeling 2014 2015 Bacheloropleiding Bedrijfseconomie voltijd, crohonummer 34401 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 16 mei 2014 Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap,

Nadere informatie

Creatieve Therapie. Onderwijs- en Examen Reglement 2013-2014. [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 13-06-2013]

Creatieve Therapie. Onderwijs- en Examen Reglement 2013-2014. [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 13-06-2013] Creatieve Therapie Onderwijs- en Examen Reglement 2013-2014 [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 13-06-2013] [Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap, d.d. 03-07-2013] [Vastgesteld

Nadere informatie

Sociaal Pedagogische Hulpverlening

Sociaal Pedagogische Hulpverlening Sociaal Pedagogische Hulpverlening Onderwijs- en Examen Reglement cohort 2015 2016 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 12-06-2015 Instemming verleend door Centrale Medezeggenschapraad, d.d.

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling

Onderwijs- en examenregeling Onderwijs- en examenregeling 2012 2013 Bacheloropleiding Creatieve Therapie voltijd, crohonummer 34644. [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 31 mei 2012] [Instemming verleend door Centrale

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2014 2015. Bacheloropleiding Human Resource Management, crohonummer 34609

Onderwijs- en examenregeling 2014 2015. Bacheloropleiding Human Resource Management, crohonummer 34609 Onderwijs- en examenregeling 2014 2015 Bacheloropleiding Human Resource Management, crohonummer 34609 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 19 mei 2014 Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap,

Nadere informatie

Algemene bepaling DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE

Algemene bepaling DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE Algemene bepaling De specifieke vooropleidingseisen van elke opleiding zijn vermeld op de website van Zuyd Hogeschool bij de informatie van de desbetreffende

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling cohort 2016

Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk Bacheloropleiding Commerciële Economie voltijd, crohonummer 34402 Associate

Nadere informatie

Commerciële Economie

Commerciële Economie Commerciële Economie Bachelor Commerciële Economie voltijds Associate degree Commerciële Economie voltijds Onderwijs- en Examenregeling cohort 2015-2016 Stenden Hogeschool Van Schaikweg 94 Postbus 2080

Nadere informatie

Sociaal Pedagogische Hulpverlening

Sociaal Pedagogische Hulpverlening Sociaal Pedagogische Hulpverlening Onderwijs- en Examen Reglement 204-205 [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 5 juni 204] [Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap, d.d. 9 juli 204]

Nadere informatie

DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE

DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE Algemene bepaling De specifieke vooropleidingseisen van elke opleiding zijn vermeld op de website van Zuyd Hogeschool bij de informatie van de desbetreffende

Nadere informatie

Toelating tot de opleiding

Toelating tot de opleiding DEEL 3: Toelating tot de opleiding Algemene bepaling De specifieke vooropleidingseisen van elke opleiding zijn vermeld op de website van Zuyd Hogeschool bij de informatie van de desbetreffende opleiding

Nadere informatie

DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE

DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE Algemene bepaling De specifieke vooropleidingseisen van elke opleiding zijn vermeld op de website van Zuyd Hogeschool bij de informatie van de desbetreffende

Nadere informatie

Onderwijs en examenregeling 2013 2014

Onderwijs en examenregeling 2013 2014 Onderwijs en examenregeling 2013 2014 Bacheloropleiding o o Small Business en Retail Management voltijd, crohonummer 34422 Small Business en Retail Management duaal, crohonummer 34422 Associate degree

Nadere informatie

DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE

DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE Datum: 23.04.2014 Ingevuld door: Yvonne Smeets Faculteit: BÈTA Betreft opleiding(en): Built Environment DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE Algemene bepaling De specifieke vooropleidingseisen

Nadere informatie

DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE

DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE Algemene bepaling De specifieke vooropleidingseisen van elke opleiding zijn vermeld op de website van Zuyd Hogeschool bij de informatie van de desbetreffende

Nadere informatie

BESLUIT: de volgende onderwijs- en examenregeling voor de opleiding Toegepaste Wiskunde vast te stellen:

BESLUIT: de volgende onderwijs- en examenregeling voor de opleiding Toegepaste Wiskunde vast te stellen: OER Onderwijs- en examenregeling zoals bedoeld in art. 7.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, voor de bacheloropleiding Toegepaste Wiskunde 1 Het bestuur van de faculteit

Nadere informatie

Small Business en Retail Management

Small Business en Retail Management Small Business en Retail Management Bachelor SBRM voltijds en duaal Associate degree SBRM voltijds en duaal Onderwijs- en Examenregeling 2014-2015 Stenden hogeschool Rengerslaan 8 Postbus 1298 8900 CG

Nadere informatie

Onderwijs- en Examenregeling 2012/2013

Onderwijs- en Examenregeling 2012/2013 Onderwijs- en Examenregeling 2012/2013 Masteropleidingen Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Biologie Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Natuurkunde Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Scheikunde

Nadere informatie

Toelichting: tekst mag vervallen indien deze niet van toepassing is er moet een uitwerking worden opgenomen die specifiek is voor de opleiding

Toelichting: tekst mag vervallen indien deze niet van toepassing is er moet een uitwerking worden opgenomen die specifiek is voor de opleiding Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2012-2013 van Bacheloropleiding(en).. CROHO-nummer(s). Graad: Bachelor of. De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding is onderdeel van het opleidingsspecifieke

Nadere informatie

De onderwijs- en examenregeling

De onderwijs- en examenregeling De onderwijs- en examenregeling Algemeen In de onderwijs- en examenregeling (OER) wordt informatie gegeven over het onderwijs van een opleiding of een groep van opleidingen. Heeft de OER betrekking op

Nadere informatie

Toelichting: tekst mag vervallen indien deze niet van toepassing is er moet een uitwerking worden opgenomen die specifiek is voor de opleiding

Toelichting: tekst mag vervallen indien deze niet van toepassing is er moet een uitwerking worden opgenomen die specifiek is voor de opleiding Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 van Bacheloropleiding(en).. CROHO-nummer(s). Graad: Bachelor of. De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding is onderdeel van het opleidingsspecifieke

Nadere informatie

Versie 26 januari 2016 Uitgave Centrum voor Bestuurlijke Activiteiten

Versie 26 januari 2016 Uitgave Centrum voor Bestuurlijke Activiteiten Procedure aangaande de Onderwijs- en examenregeling van Fontys Dit is een uitgave van het Centrum voor Bestuurlijke Activiteiten. Het CBA ondersteunt de medezeggenschap en inspraak binnen Fontys Hogescholen

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding tot Fysiotherapeut. CROHO-nummer: 34570

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding tot Fysiotherapeut. CROHO-nummer: 34570 Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 van Bacheloropleiding tot Fysiotherapeut CROHO-nummer: 34570 Graad: Bachelor of Physiotherapy De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding

Nadere informatie

Onderwijs- en Examenregeling 2010/2011

Onderwijs- en Examenregeling 2010/2011 Onderwijs- en Examenregeling 2010/2011 Masteropleidingen Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Biologie Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Natuurkunde Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Scheikunde

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Commerciële Economie. CROHO-nummer 34405

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Commerciële Economie. CROHO-nummer 34405 Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Commerciële Economie CROHO-nummer 34405 Graad: Bachelor of Business Administration De Onderwijs- en examenregeling (OER) van

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 Bacheloropleiding OPLEIDING LOGISTIEK EN ECONOMIE voltijd CROHO-nummer 446 Deze Onderwijs- en examenregeling is onderdeel van het Studentenstatuut van de Hogeschool

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling Bacheloropleiding 2014-2015

Onderwijs- en examenregeling Bacheloropleiding 2014-2015 Onderwijs- en examenregeling Bacheloropleiding 2014-2015 Eigenaar O2 Instemming van de CMR d.d. 17 december 2013 Vastgesteld door het College van Bestuur d.d. 17 december 2013 2013, Hogeschool van Amsterdam

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van de voltijd Bacheloropleiding: Maatschappelijk Werk en Dienstverlening

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van de voltijd Bacheloropleiding: Maatschappelijk Werk en Dienstverlening Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 van de voltijd Bacheloropleiding: Maatschappelijk Werk en Dienstverlening CROHO-nummer: 34 616 Graad: Bachelor of Social Work De Onderwijs- en examenregeling

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Communicatie. CROHO-nummer: 34402. Graad: Bachelor of Communication

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Communicatie. CROHO-nummer: 34402. Graad: Bachelor of Communication Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Communicatie CROHO-nummer: 34402 Graad: Bachelor of Communication De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding tot Fysiotherapie. CROHO-nummer: 34570

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding tot Fysiotherapie. CROHO-nummer: 34570 Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding tot Fysiotherapie CROHO-nummer: 34570 Graad: Bachelor of Physiotherapy De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 Bacheloropleiding Toegepaste Psychologie CROHO-nummer 34507 Deze Onderwijs- en examenregeling is onderdeel van het Studentenstatuut van de Hogeschool van Amsterdam

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding: Biologie en medisch laboratoriumonderzoek

Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding: Biologie en medisch laboratoriumonderzoek Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 van Bacheloropleiding: Biologie en medisch laboratoriumonderzoek CROHO-nummer 34397 Graad: Bachelor of Applied Science De Onderwijs- en examenregeling

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 Bacheloropleiding OPLEIDING LOGISTIEK EN TECHNISCHE VERVOERSKUNDE voltijd en deeltijd CROHO-nummer 34390 Deze Onderwijs- en examenregeling is onderdeel van het Studentenstatuut

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding Communicatie. CROHO-nummer: Graad: Bachelor of Communication

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding Communicatie. CROHO-nummer: Graad: Bachelor of Communication Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 van Bacheloropleiding Communicatie CROHO-nummer: 34402 Graad: Bachelor of Communication De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding

Nadere informatie

Algemene informatie

Algemene informatie Algemene informatie 2016-2017 BSA-regeling UITVOERINGSREGELING STUDIEADVIES BSA - TUA juni 2016 Aan de TUA geldt een bindend studieadvies. De Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW)

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2009-2010 Bacheloropleiding [Opleidingsnaam/namen invullen]

Onderwijs- en examenregeling 2009-2010 Bacheloropleiding [Opleidingsnaam/namen invullen] Onderwijs- en examenregeling 2009-2010 Bacheloropleiding [Opleidingsnaam/namen invullen] CROHO-nummer [CROHO opleidingscode(s) invullen] [Vul hierboven alle officiële opleidingsnamen en alle CROHO-nummers

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding: Toegepaste Psychologie voltijd. CROHO-nummer: 34507

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding: Toegepaste Psychologie voltijd. CROHO-nummer: 34507 Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding: Toegepaste Psychologie voltijd CROHO-nummer: 34507 Graad: Bachelor of Applied Psychology De Onderwijs- en examenregeling

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. CROHO-nummer CROHO-nummer (Associate degree) Graad: Bachelor of Health Care Management

Hogeschool Leiden. CROHO-nummer CROHO-nummer (Associate degree) Graad: Bachelor of Health Care Management Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 van Bacheloropleiding Management in de Zorg inclusief Associate degree (Operationeel Management) CROHO-nummer 34538 CROHO-nummer 800011(Associate

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding Toegepaste Psychologie duaal. CROHO-nummer 34507

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding Toegepaste Psychologie duaal. CROHO-nummer 34507 Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Toegepaste Psychologie CROHO-nummer 34507 Graad: Bachelor of Applied Psychology De Onderwijs- en examenregeling (OER) van

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2013-2014

Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 Bacheloropleiding Technische Commerciële Confectiekunde CROHO-nummer 34254 Deze Onderwijs- en examenregeling is onderdeel van het Studentenstatuut van de Hogeschool

Nadere informatie

Studiejaar Model Onderwijs- en examenregeling (Bachelor)

Studiejaar Model Onderwijs- en examenregeling (Bachelor) Studiejaar 2017-2018 Model Onderwijs- en examenregeling (Bachelor) De model-oer is een hulpmiddel voor faculteiten bij het opstellen van de onderwijs- en examenregelingen. Ter bevordering van (het bewaken

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van de voltijd Bacheloropleiding: Toegepaste Psychologie. CROHO-nummer: 34507

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van de voltijd Bacheloropleiding: Toegepaste Psychologie. CROHO-nummer: 34507 Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 van de voltijd Bacheloropleiding: Toegepaste Psychologie CROHO-nummer: 34507 Graad: Bachelor of Applied Psychology De Onderwijs- en examenregeling

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 Onderwijs- en examenregeling 204-205 Bacheloropleiding BOUWKUNDE CROHO-nummer 34263 Deze Onderwijs- en examenregeling is onderdeel van het Studentenstatuut van de Hogeschool van Amsterdam en is gebaseerd

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk

Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk Bacheloropleiding Technische Informatica voltijd, crohonummer 34475 [Advies

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. CROHO-nummer(s) 35288 en 35421. Graad: Bachelor of Education

Hogeschool Leiden. CROHO-nummer(s) 35288 en 35421. Graad: Bachelor of Education Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Tweedegraads Lerarenopleiding Gezondheidszorg & Welzijn en Tweedegraads Lerarenopleiding Omgangskunde CROHO-nummer(s) 35288

Nadere informatie

Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding Bio-informatica CROHO-nummer Graad: Bachelor of Applied Science

Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding Bio-informatica CROHO-nummer Graad: Bachelor of Applied Science Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Bio-informatica CROHO-nummer 39215 Graad: Bachelor of Applied Science De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding Toegepaste Psychologie deeltijd. CROHO-nummer 34507

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding Toegepaste Psychologie deeltijd. CROHO-nummer 34507 Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2015-2016 van Bacheloropleiding Toegepaste Psychologie deeltijd CROHO-nummer 34507 Graad: Bachelor of Applied Psychology De Onderwijs- en examenregeling (OER)

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. CROHO-nummer 34538 CROHO-nummer 800011(Associate degree) Graad: Bachelor of Health Care Management

Hogeschool Leiden. CROHO-nummer 34538 CROHO-nummer 800011(Associate degree) Graad: Bachelor of Health Care Management Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Management in de Zorg inclusief Associate degree (Operationeel Management) CROHO-nummer 34538 CROHO-nummer 800011(Associate

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding tot verpleegkundige. CROHO-nummer: 34560. Graad: Bachelor of Nursing

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding tot verpleegkundige. CROHO-nummer: 34560. Graad: Bachelor of Nursing Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding tot verpleegkundige CROHO-nummer: 34560 Graad: Bachelor of Nursing De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling cohort inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk

Onderwijs- en examenregeling cohort inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk Onderwijs- en examenregeling cohort 2017-2018 inclusief (eventuele) overgangsbepalingen voor eerdere cohorten bij ieder hoofdstuk Bacheloropleiding Technische Informatica voltijd, crohonummer 34475 [Advies

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding: Human Resource Management. CROHO-nummer: 34609

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding: Human Resource Management. CROHO-nummer: 34609 Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 0-04 van Bacheloropleiding: Human Resource Management CROHO-nummer: 4609 Graad: Bachelor of Human Resource De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Informatica. CROHO-nummer: 34479. Graad: Bachelor of ICT

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Informatica. CROHO-nummer: 34479. Graad: Bachelor of ICT Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Informatica CROHO-nummer: 34479 Graad: Bachelor of ICT De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding is onderdeel

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding : HBO-Rechten. CROHO-nummer: Graad: Bachelor of Laws

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding : HBO-Rechten. CROHO-nummer: Graad: Bachelor of Laws Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 van Bacheloropleiding : HBO-Rechten CROHO-nummer: 39205 Graad: Bachelor of Laws De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding is onderdeel

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding Toegepaste Psychologie deeltijd. CROHO-nummer 34507

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding Toegepaste Psychologie deeltijd. CROHO-nummer 34507 Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Toegepaste Psychologie deeltijd CROHO-nummer 34507 Graad: Bachelor of Applied Psychology De Onderwijs- en examenregeling (OER)

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding: Bio-informatica. CROHO-nummer 39215

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding: Bio-informatica. CROHO-nummer 39215 Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 van Bacheloropleiding: Bio-informatica CROHO-nummer 39215 Graad: Bachelor of Applied Science De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 Bacheloropleiding Opleiding tot HBO-verpleegkunde CROHO-nummer 34560 Deze Onderwijs- en examenregeling is onderdeel van het Studentenstatuut van de Hogeschool van

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding: Sociaal-Juridische Dienstverlening (SJD) CROHO-nummer: 34641

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding: Sociaal-Juridische Dienstverlening (SJD) CROHO-nummer: 34641 Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 van Bacheloropleiding: Sociaal-Juridische Dienstverlening (SJD) CROHO-nummer: 34641 Graad: Bachelor of Laws De Onderwijs- en examenregeling (OER)

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling

Onderwijs- en examenregeling Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 Bacheloropleiding Informatica/Technische Informatica en Business IT and Management CROHO-nummers 34479 34475 39118 Deze Onderwijs- en examenregeling is onderdeel

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Human Resource Management. CROHO-nummer: 34609

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding Human Resource Management. CROHO-nummer: 34609 Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 van Bacheloropleiding CROHO-nummer: 34609 Graad: Bachelor of Human Resource De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding is onderdeel

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 Bacheloropleiding HBO-Rechten CROHO-nummer 39205 Deze Onderwijs- en examenregeling is onderdeel van het Studentenstatuut van de Hogeschool van Amsterdam en is gebaseerd

Nadere informatie

Leisure Management. Onderwijs- en examenregeling cohort Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus CG Leeuwarden

Leisure Management. Onderwijs- en examenregeling cohort Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus CG Leeuwarden Leisure Management Onderwijs- en examenregeling cohort 2016 2017 Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden Algemeen T (058) 2441441 info@stenden.com Opleiding T (058) 2441363 Onderwijs-

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015

Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 Onderwijs- en examenregeling 04-05 Bacheloropleiding Opleiding tot leraar basisonderwijs CROHO-nummer 4808 Deze Onderwijs- en examenregeling is onderdeel van het Studentenstatuut van de Hogeschool van

Nadere informatie

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding tot Verpleegkundige. CROHO-nummer: Graad: Bachelor of Nursing

Hogeschool Leiden. Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding tot Verpleegkundige. CROHO-nummer: Graad: Bachelor of Nursing Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 van Bacheloropleiding tot Verpleegkundige CROHO-nummer: 34560 Graad: Bachelor of Nursing De Onderwijs- en examenregeling (OER) van een opleiding

Nadere informatie

Wet op het Hoger Onderwijs- en Wetenschap Overzicht voor studenten relevantie wetsartikelen INHOUDSOPGAVE. Hoofdstuk 7. Onderwijs...

Wet op het Hoger Onderwijs- en Wetenschap Overzicht voor studenten relevantie wetsartikelen INHOUDSOPGAVE. Hoofdstuk 7. Onderwijs... Wet op het Hoger Onderwijs- en Wetenschap Overzicht voor studenten relevantie wetsartikelen INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 7. Onderwijs... 3 Artikel 7.2. Taal... 3 Artikel 7.3. Opleidingen en onderwijseenheden...

Nadere informatie