Propedeuserapport
|
|
|
- Lander de Veer
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Propedeuserapport Studieresultaten van de Friese eerstejaars studenten in Leeuwarden en Groningen Bert Jan Flim en Jelle Nauta Coördinatoren Aansluitingsnetwerk Vo-Ho Fryslân September 2016
2 Inhoud Voorwoord Inleiding Keuze van de Ho-instelling Uitvalcijfers van de vijf Ho-instellingen in Noord-Nederland Inleiding Overzichtstabellen studie-uitval Uitvalcijfers per Vo-school Prestatie per Ho-sector en Ho-opleiding Uitval per hbo-sector Uitval per Ho-opleiding Monitorcijfers HBO-Aansluitingsmonitor Onderzoek laat zien dat Het belang van de universiteit en de universitaire lerarenopleiding voor de regio Slotopmerkingen Bijlage 1: begrippen en afkortingen
3 Voorwoord Voor het veertiende achtereenvolgende jaar onderzocht het Aansluitingsnetwerk Vo-Ho Fryslân de prestaties van de Friese eerstejaars studenten. Dit jaar leverden, naast de NHL Hogeschool, de Stenden Hogeschool en de Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden, ook de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen gegevens voor het propedeuserapport. Daar zijn wij hen zeer dankbaar voor. De toename in gegevens noopte evenwel tot een iets andere aanpak dan tot nu toe gebruikelijk was. Zo zijn de gedetailleerde uitvalcijfers in de vijf propedeuses terug te vinden in aparte tabellen per Vo-school en zagen we af van een uitgebreide vergelijking tussen de uitval in Fryslân en die in de rest van het land. Het rapport heeft betrekking op het cursusjaar , preciezer gezegd: op het `cohort De gegevens zijn afkomstig van de vijf genoemde ho-instellingen in Leeuwarden en Groningen en van DUO/Ministerie van OC&W in Zoetermeer. De volgende mensen danken wij hartelijk voor de data die zij aandroegen voor dit rapport: Ritske Tjallingii (Stenden Hogeschool), Christiane van Hardeveld (NHL Hogeschool), Linda Karsten (Hogeschool Van Hall Larenstein), Jordy Claassen en Jeannette Postema (Hanzehogeschool), Rutger Klein Nagelvoort (Rijksuniversiteit Groningen), Mark de Boer (DUO) en Dennis van Gessel (ministerie van OC&W). Ieder jaar nodigen we tijdens de jaarvergadering van het Aansluitingsnetwerk Vo-Ho Fryslân een wetenschapper uit die de aansluiting tussen middelbaar en hoger onderwijs nader onderzoekt. Onze gast van dit jaar, de Groningse hoogleraar Klaas van Veen, schreef naar aanleiding van zijn presentatie tijdens de jaarvergadering het laatste hoofdstuk van dit rapport. Wij zijn hem daarvoor zeer erkentelijk. Bert Jan Flim en Jelle Nauta September
4 1. Inleiding De centrale vraag in dit rapport luidt: hoe presteerden de Friese havisten en vwo ers van het cohort 2014 in de propedeuses van de vier Noordelijke hogescholen en van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG)? Volgens gegevens van DUO kwam het landelijke uitvalcijfer onder havisten uit op 36% en dat onder Friese havisten op 33%. 1 Anders gezegd: net als in voorgaande jaren is de uitval onder Friese eerstejaars beneden het landelijk gemiddelde. De vier Noordelijke hogescholen stuurden ons de `ruwe gegevens over hun Friese eerstejaars. Uit de database, die daarvan het resultaat is, blijkt een uitval van 31% onder de havisten en 24% onder de vwo ers. Daarbij hanteren wij de volgende definities: Doorstromers zijn Friese studenten uit het cohort 2014 die hun oorspronkelijke studie vervolgden in het tweede jaar. Uitvallers zijn Friese studenten uit het cohort 2014 die in of aan het eind van het eerste jaar stopten met hun oorspronkelijke studie. 2 Op deze definities geldt één uitzondering: hbo-studenten, die in één jaar hun hbo-propedeuse behaalden en zich daarna inschreven voor een vergelijkbare universitaire opleiding, rekenen wij tot de doorstromers. Dezelfde definities werden door medewerkers van de RuG gebruikt om de Friese uitval in de universitaire propedeuse vast te stellen. 3 Men kwam daarbij uit op 19%. Door het gemis aan landelijke cijfers is een vergelijking met de universitaire studenten in de rest van het land niet mogelijk. We streven ernaar om dit euvel in het volgende propedeuserapport te verhelpen. In hoofdstuk 2 komt eerst de studiekeuze van het gehele cohort 2014 aan bod en vervolgens die van het Friese deel daarvan. Hoofdstuk 3 laat we zien welk deel van de Friese eerstejaars uitvalt per Vo-school van herkomst en per Ho-instelling. Ook vergelijken we (kort) de uitval onder mannen en vrouwen en laten we zien hoe de uitval in Leeuwarden in het cohort 2014 zich verhoudt tot die in voorgaande jaren. In hoofdstuk 4 splitsen we de uitvalcijfers in Noord-Nederland eerst uit per Hbo- en universitaire sector en vervolgens per Hbo- en universitaire opleiding. Hoofdstuk 5 bevat de uitkomsten van een enquête door de onderzoekers van de Aansluitingsmonitor onder het Friese cohort De centrale vraag daarbij is hoe deze eerstejaars terugkijken op de voorbereiding op hun vervolgstudie, zoals die door hun voormalige vo-school werd aangeboden. De Groningse hoogleraar Klaas van Veen laat in hoofdstuk 6 zien hoe de Universitaire Lerarenopleiding van de RuG de Vo-docenten in Noord-Nederland kan helpen bij de verbetering van hun onderwijs. Daarbij ligt de nadruk sterk op de praktijk in plaats van op de theorie. In het laatste hoofdstuk laten we alle uitkomsten nog eens de revue passeren en blikken we vooruit op het volgende propedeuserapport. De bijlage bevat een omschrijving van de begrippen die in dit rapport zijn gebruikt. 1 Excelbestand van DUO/OC&W (Mark de Boer), dd Ho-instellingen hanteren vaak een andere, minder stringente definitie van deze begrippen. Zo wordt bijvoorbeeld een student, die na een jaar kiest voor een andere opleiding binnen dezelfde ho-instelling, vaak niet als uitvaller aangemerkt. 3 Afspraak met RuG-medewerker Rutger Klein Nagelvoort, dd
5 2. Keuze van de Ho-instelling Op de website van DUO vindt men gegevens van jonge Nederlanders die in 2014 in ons land aan een hbo- of universitaire opleiding begonnen. 4 Daarvan kwamen er uit Fryslân, verdeeld over 889 vwo ers en havisten. De onderstaande tabellen 1. en 1.2 laten zien waar het (Friese) cohort 2014 ging studeren. Daarbij gebruiken we telkens de afkorting `VHL voor de Hogeschool Van Hall Larenstein. Deze tabellen kennen een vrij grote vertekening, omdat zij betrekking hebben op de hoofdvestiging van de Ho-instelling. Studenten van de Stenden-vestiging in Emmen worden daarom bij Fryslân geteld. Omgekeerd studeren alle studenten van de vestiging van de Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden volgens deze tabellen in Gelderland, omdat deze hogeschool in Velp haar hoofdvestiging heeft. Echter, ook met inachtneming van deze vertekening is duidelijk dat circa driekwart van de Friese eerstejaars koos voor een vervolgopleiding in Noord-Nederland. Het werkelijk aantal is waarschijnlijk nog hoger omdat de 99 eerstejaars van de Hogeschool Van Hall Larenstein (zie tabel 1.1) bij Gelderland zijn meegeteld. Tabel 1.1 toont hoe het gehele cohort 2014 zich over Nederland verspreidde. 5 Ook deze landelijke cijfers laten zien dat men het liefst in de buurt ging studeren. Voor veel (pas) zeventienjarige havisten is dat een voorstelbare keuze. Uit het vorige propedeuserapport bleek al dat de meeste (Friese) eerstejaars (voorlopig) bij hun ouders bleven wonen en heen- en weer reisden naar hun studiestad. De Friese havisten en vwo ers verdeelden zich vrijwel gelijk over Leeuwarden en Groningen. In totaal van hen kozen voor de NHL Hogeschool, de Stenden Hogeschool of de Hogeschool Van Hall Larenstein (resp ). De Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen trokken samen 997 Friese eerstejaars (resp ). De provincie Overijssel trok in totaal 143 Friese eerstejaars - van wie een groot aantal koos voor de Hogeschool Windesheim en de Universiteit Twente - gevolgd door de provincies Zuid- Holland en Utrecht met respectievelijk 81 en 68 eerstejaars. In tabel 1.2 zijn de Friese eerstejaars onderverdeeld naar de Vo-school van herkomst. Wat geldt voor het hele land, blijkt ook te gelden voor de provincie: afstand is voor veel eerstejaars een belangrijke factor in de keuze van de vervolgopleiding. Zo kozen 75 van de 110 schoolverlaters uit Harlingen (68%) voor een opleiding in Leeuwarden, terwijl 66 van de 110 eerstejaars uit Oosterwolde (60%) zich juist aanmeldden in Groningen. 4 Dat is ongeveer de helft van de circa eerstejaars die in 2014 instroomden in het hoger onderwijs (bron: Wij nemen aan dat dit een representatieve steekproef is. 5 In Drenthe en Flevoland heeft geen enkele ho-instelling haar hoofdvestiging. De overeenkomstige percentages in tabel 1.2 staan dan ook op nul. 4
6 Tabel 1.1: keuze door het gehele cohort 2014 (havo/vwo) van hogescholen en universiteiten bron: DUO Ho-provincie Ho-instelling Provincie Vo-school (herkomst) Dr Fld Fle Gld Gr Li NB NH Ov Ut ZH Zld Drenthe geen 0 NHL Hogeschool Friesland Stenden Hogeschool Flevoland geen 0 Gelderland Groningen Limburg N-Brabant ArtEZ Christelijke Hogeschool Ede Hogeschool Arnhem Nijmegen Hogeschool Van Hall Larenstein Iselinge Hogeschool Radbout Universiteit Nijmegen Vilentum Hogeschool Wageningen University Hanzehogeschool Rijksuniversiteit Groningen Universiteit Maastricht Zuyd Hogeschool Avans Hogeschool Design Academy Eindhoven Fontys Hogeschool HAS Hogeschool NHTV int. Hogeschool Breda Pedagogische Hogeschool De Kempel Technische Universiteit Eindhoven Tilburg University Totaal Vervolg tabel 1.1 op volgende pagina 1
7 Ho-provincie Ho-instelling Dr Fld Fle Gld Gr Li NB NH Ov Ut ZH Zld Totaal N-Holland Overijsel Utrecht Z-Holland Amsterdamse Hogeschool voor de kunsten Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar Hogeschool van Amsterdam Rietveld Academie 3 3 Universiteit van Amsterdam VU Amsterdam Hogeschool Windesheim Katholieke PABO Zwolle Saxion Hogeschool Universiteit Twente Viaa-Geref. Hogeschool Hogeschool Utrecht Hogeschool voor de Kunsten Utrecht Marnix Academie Universiteit Utrecht Codarts Hogeschool voor de Kunsten Driestar Educatief Erasmus Universiteit Rotterdam Haagse Hogeschool Hogeschool der Kunsten Den Haag Hogeschool INHOLLAND Hogeschool Leiden Hogeschool Rotterdam Hogeschool Thomas More Hotelschool The Hague Technische Universiteit Delft Universiteit Leiden Zeeland HZ University of Applied Sciences Totaal
8 Tabel 1.2: keuze van het Friese cohort 2014 (havo/vwo) van hogescholen en universiteiten per Vo-school Percentage Totaal College RSG Simon Vestdijk RSG OSG Singelland OSG OSG Piter Jelles College College CSG CSG College CSG College CSG CSG CSG CSG A.M. van Schurman Chr. Gym. Beyers Naudé Ho-instelling NHL Hogeschool ,4% Hanzehogeschool ,0% Rijksuniversiteit Groningen ,6% Stenden Hogeschool ,6% Hogeschool VHL ,0% Amsterdamse Hogeschool voor de kunsten 1 1 0,0% ArtEZ ,2% Chr. Hogeschool Ede ,2% Design Academy Eindhoven 1 1 0,0% Erasmus Universiteit Rotterdam ,3% Fontys Hogeschool ,3% Haagse Hogeschool ,1% HAS Hogeschool 1 1 0,0% Hogeschool Arnhem Nijmegen ,3% Hogeschool der Kunsten Den Haag ,1% Hogeschool INHOLLAND ,2% Hogeschool Leiden ,1% Hogeschool Rotterdam ,1% Hogeschool Utrecht ,4% Hogeschool van Amsterdam ,7% Hogeschool Windesheim ,5% HZ University of Applied Sciences 1 1 0,0% Katholieke PABO Zwolle ,2% NHTV int. Hogeschool Breda 2 2 0,1% Radbout Universiteit Nijmegen ,5% Saxion Hogeschool ,7% Technische Universiteit Delft ,3% Technische Universiteit Eindhoven ,2% Tilburg University ,1% Universiteit Leiden ,0% Universiteit Maastricht ,2% Universiteit Twente ,2% Universiteit Utrecht ,3% Universiteit van Amsterdam ,0% Viaa-Geref. Hogeschool ,2% Vilentum Hogeschool ,4% VU Amsterdam ,4% Wageningen University ,5% Zuyd Hogeschool ,1% Totaal ,0% 1
9 3. Uitvalcijfers van de vijf Ho-instellingen in Noord-Nederland 3.1 Inleiding Wat was het uitvalpercentage in het Friese cohort 2014 per Ho-instelling, uitgesplitst naar Vo-school van herkomst en naar geslacht? De gegevens van de vijf Noordelijke Ho-instellingen zijn opgenomen in de overzichtstabellen 2.1 t/m 2.3 en verder uitgesplitst in de tabellen 3.1 t/m Daarbij horen de volgende opmerkingen: De RuG stuurde ons in plaats van de `ruwe data de uitkomsten van een eigen onderzoek. Daardoor konden wij niet zelf nagaan in hoeverre deze cijfers kloppen. Aangezien dit rapport betrekking heeft op de uitval in de propedeuse van het cursusjaar , is het effect van recente beleidswijzigingen op het gebied van Loopbaan Oriëntatie en Begeleiding (LOB) daarin niet terug te vinden. In de gegevens van de Hanzehogeschool konden we geen onderscheid maken tussen jongens en meisjes. Hopelijk lukt dat volgend jaar wel. Bij de RuG ontbreken de gegevens van het Vavo. Dat komt omdat de desbetreffende studenten in het studiejaar veelal waren ingeschreven bij hun oude Vo-school (Rutte-regeling) en daarom niet makkelijk terug te vinden in het bestand van de RuG. Ook dit probleem proberen we volgend jaar te verhelpen. Gezien de lage uitval aan de RuG ligt de werkelijke uitval onder oud-vavo-leerlingen hoogstwaarschijnlijk lager dan de in tabel 2.1 genoemde 27,6%. Aan percentages die betrekking hebben op kleine absolute aantallen mogen geen verstrekkende conclusies worden verbonden. Wij namen de vuistregel over die op de NHL Hogeschool wordt gehanteerd: pas bij absolute aantallen van twintig of meer is er sprake van een significant percentage. 6 In iedere tabel drukten wij de significante percentages vet af. 3.2 Overzichtstabellen studie-uitval Dit jaar werd onze dataset vergroot met de gegevens van de Hanzehogeschool en de RuG. Om duidelijk te kunnen blijven maakten we, naast de overzichtstabellen 2.1, 2.2 en 2.3 voor iedere Vo-school een detailtabel (tabellen 3.1 t/m 3.17). Tabel 2.1 staat een vergelijking tussen de Friese Vo-scholen toe, onderverdeeld in havo en vwo. In tabel 2.2 vergeleken we de Ho-instellingen met elkaar en komt het verschil in uitval tussen mannen en vrouwen tot uiting. 7 Tabel 2.3 geeft voor de Leeuwarder hogescholen 8 een meerjarig beeld van de uitval weer. Tabel 2.1 toont de verschillen per Vo-school. De uitvalcijfers lopen uiteen van 21,6% onder de oudleerlingen van CSG tot 45,1% onder die van het College. Niet zelden leiden deze verschillen tot nieuwe initiatieven. Zo zal het College een intensief onderzoek onder oudleerlingen starten. 9 Het Aansluitingsnetwerk Vo-Ho Fryslân zal dit onderzoek waar mogelijk ondersteunen. 6 Met dank aan Christiane van Hardeveld, die ons ook de gegevens van de NHL Hogeschool aanleverde. 7 Vanwege deze uitsplitsing naar geslacht zijn in tabel 1.2 de data van de Hanzehogeschool buiten beschouwing gelaten. 8 De Groningse Ho-instellingen leverden dit jaar voor het eerst gegevens. Daarom zijn zij in tabel 2.3 niet terug te vinden. 9 H. Broers, aan B.J.Flim en J. Nauta, dd
10 In vergelijking met voorgaande jaren zien we dat uitvalcijfers frequent per jaar een stijging of daling van 12% kunnen vertonen op meerdere scholen. Blijkbaar spelen ook incidentele factoren een grote rol of herkent de school hierin het cohort dat in het ene jaar goed scoort en in het volgende jaar minder. Een voorbeeld van hulp door hogescholen aan havisten en vwo ers bij het maken van een goede studiekeuze is de toenemende ondersteuning bij profielwerkstukken (pws). In navolging van de Hogeschool Van Hall Larenstein 10 zullen de NHL Hogeschool en de Stenden Hogeschool op hun websites suggesties doen voor onderwerpen en bijbehorende bronnen voor het pws. Havisten en vwo ers kunnen daarbij vragen stellen aan studenten en specialisten onder de hbo-docenten. De genoemde onderwerpen sluiten aan bij de vervolgopleidingen die door deze hogescholen worden verzorgd. 11 Daardoor verkrijgen deze scholieren een eerder en beter inzicht in wat deze vervolgopleidingen hen te bieden hebben. Dit kan bijdragen aan een betere binding met de opleiding. Recent onderzoek van onder meer ResearchNed wijst uit dat binding met de opleiding een belangrijke studiesuccesfactor is. 12 Wat opvalt in de tabellen 2.1 en 2.2 is de relatief lage uitval (19,2%) onder de Friese eerstejaars studenten aan de RuG. Zoals gemeld houden we hierbij een slag om de arm, omdat wij dit percentage niet zelf konden vaststellen. Niettemin dringt de conclusie zich op dat vwo ers doorgaans beter zijn voorbereid op hun vervolgopleiding dan havisten. Immers, ook de uitval onder de vwo ers aan de hbo-instellingen is veel lager dan die onder de havisten. Het feit dat de vwo ers gemiddeld een jaar ouder zijn als zij zich inschrijven voor hun vervolgstudie zal hierbij zeker meespelen. Of er eveneens sprake is van een betere motivatie en/of een betere voorbereiding onder vwo ers in vergelijk met havisten is minder duidelijk. Nader onderzoek is nodig. Tabel 2.2 laat een uitval zien van 21,7% onder de vrouwelijke en 32,9% onder de mannelijke eerstejaars. De percentages van de vier Ho-instellingen lopen daarbij behoorlijk uiteen: bij de RuG bedraagt het verschil in sekse 4%; bij de Stenden Hogeschool is dat 18,5%. Algemeen wordt aangenomen dat meisjes eerder volwassen zijn dan jongens. Eén jaar leeftijdsverschil kan daarbij veel uitmaken. Zeventienjarige jongens hebben waarschijnlijk gemiddeld meer moeite om hun draai te vinden in de hbo-propedeuse dan hun één jaar oudere collega s aan de universiteit. Als we in tabel 2.2 de RuG buiten beschouwing laten kunnen we een vergelijking maken met de cijfers uit het rapport van vorig jaar. Van het Friese cohort 2013 viel 24,0% van de meisjes uit in de propedeuse van de drie Leeuwarder hogescholen tegen 39,2% van de jongens, een verschil van ruim 15%. In het cohort 2014 bedroeg dit verschil 23,7% om 37,7%, eveneens bijna 15%. De conclusie luidt dan ook dat er op dit vlak weinig is veranderd. Dit grote verschil zal een doorlopend aandachtspunt moeten zijn voor scholen en opleidingen: hoe kunnen zij jongens beter voorbereiden op een goede studiekeuze? Overigens leert de ervaring dat de meeste jongens later hun achterstand weer inlopen. Tabel 2.3 toont de uitval in Leeuwarden 13 over de jaren We zien na 2013 vooral onder de havisten een dalende trend, wat mede kan worden verklaard uit de groeiende aandacht voor de aansluiting tussen Vo en Ho bij alle Friese onderwijsinstellingen. 10 De website bevat links naar deze en andere suggesties voor pws-onderwerpen. 11 Dit idee was bij het ter perse gaan van dit rapport nog niet geheel uitgewerkt. Uitgangspunt is (uiteraard) dat de pws-begeleiding in handen blijft van de Vo-docenten. Nadere informatie is (binnenkort) te vinden op de websites van de NHL Hogeschool en de Stenden Hogeschool. 12 Zie hiervoor: 13 Voor de Ho-instellingen in Groningen ontbreken hiervoor de gegevens. 14 Zie hiervoor de drie vorige propedeuserapporten. 3
11 HOinstelling Hanze NHL Aantal 1stejaars Stenden VHL Ru G Totalen Chr. Gym. Beyers Naudé Alles CSG A.M. van Schurman CSG College CSG CSG college CSG CSG College Friesland College (Vavo) CSG Tabel 2.1: uitval in het Friese cohort 2014 aan de noordelijke Ho-instellingen, uitgesplitst naar vooropleiding en Vo-school van herkomst. 4 College College OSG OSG Piter Jelles RSG OSG Singelland College RSG Instroom Uitval Instroom Uitval Instroom Uitval Instroom Uitval Instroom Uitval Instroom Uitval Instroom Uitval Instroom Uitval Instroom Uitval Instroom Uitval Instroom Uitval Instroom Uitval Uitval % 22,2% 33,8% 28,4% 26,6% 21,6% 21,9% 32,2% 26,5% 27,6% 26,9% 36,7% 25,5% 24,8% 30,1% 33,8% 30,0% 45,1% Totaal Uitval % 33,0% 31,2% 27,9% 30,4% 19,2% 31,7% 20,3% 28,2%
12 Ho-instelling Vrouwen Mannen Gem. Instroom Uitval Uitval % Instroom Uitval Uitval % Uitval % ,4% ,9% 31,5% NHL ,9% ,3% 26,8% Subtotaal ,2% ,7% 31,2% ,1% ,5% 29,2% Stenden ,7% ,6% 18,6% Subtotaal ,2% ,7% 27,9% ,5% ,8% 30,3% VHL ,3% ,6% 31,3% Subtotaal ,7% ,3% 30,4% RuG Subtotaal ,4% ,4% 19,2% Totaal ,7% ,9% Tabel 2.2: uitval in het Friese cohort 2014, uitgesplitst naar Ho-instelling, vooropleiding en geslacht. NHL Stenden VHL Hoinstelling cursusjaar Totaal Instroom uitval uitval % Instroom uitval uitval % Instroom uitval uitval % ,7% ,2% ,0% ,1% ,1% ,1% ,0% ,5% ,8% ,2% ,3% ,4% ,4% ,4% ,7% ,8% ,5% ,7% ,6% ,2% ,6% ,9% ,1% ,7% ,8% ,3% ,3% ,4% ,9% Totaal ,8% ,7% ,4% ,4% ,8% ,1% ,8% ,3% ,2% Tabel 2.3: meerjarige uitval in de propedeuse van de Leeuwarder hogescholen, NB: In deze tabel ontbreken, ten gevolge van de overgang naar een nieuwe administratie in 2012, voor de eerste twee jaren de gegevens voor de Hogeschool Van Hall Larenstein. Ook kon er in het eerste jaar ( ) nog geen onderscheid tussen havo en vwo worden gemaakt in de door de NHL aangeleverde data. 3.3 Uitvalcijfers per Vo-school In de tabellen 3.1 t/m 3.17 zijn de uitvalcijfers uit de drie overzichtstabellen 2.1 t/m 2.3 nader uitgewerkt per Vo-school. Het dunkt ons niet nodig om daar nader commentaar op te geven. Iedere school kan daaruit zelf de conclusies trekken. 5
13 3.1 Chr. Gym. Beyers Naudé Uitval 2 Hanze Uitval % NHL Stenden VHL RuG M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom ,0% 75,0% 50,0% 0,0% 14,0% Totaal NB: een gymnasium heeft geen havoleerlingen. 4 2 Totaal Uitval % 12 22,2% 3.2 CSG A.M. van Schurman Uitval 4 Hanze Uitval % NHL Stenden VHL RuG M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom ,0% 32,3% 25,0% 62,5% 0,0% Totaal NB: deze school kent geen vwo-opleiding. 4 1 Totaal Uitval % 23 33,8% 3.3 CSG Hanze Uitval % Uitval 13 Totalen NHL Stenden VHL RuG Totaal Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 23 36,1% ,0% ,0% ,0% 96 28,4% Subtotaal Uitval Doorstroom 1 0,0% ,0% ,3% 0,0% ,8% 30 28,6% Subtotaal Uitval Doorstroom ,1% 30,6% 13,0% 25,0% 27,8% 28,4% Totaal CSG College Totalen Uitval 13 Hanze Uitval % NHL Stenden VHL RuG M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 34 27,7% ,3% ,0% ,0% 69 Subtotaal Uitval Doorstroom 4 0,0% ,3% ,0% 0 1 0,0% ,1% Subtotaal Uitval Doorstroom ,5% 34,2% 21,4% 44,4% 16,1% Totaal Totaal Uitval % ,0% 16,3% 26,6% 6
14 3.5 CSG Hanze Uitval % Uitval 7 Totalen NHL Stenden VHL RuG Totaal Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 17 29,2% ,0% ,9% ,7% ,2% Subtotaal Uitval Doorstroom 1 0,0% ,0% 1 3 0,0% 1 2 0,0% ,0% 52 13,3% Subtotaal Uitval Doorstroom ,0% 25,6% 22,6% 13,3% 14,0% 21,6% Totaal CSG college Totalen Uitval 6 Hanze Uitval % NHL Stenden VHL RuG M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 22 21,4% ,4% ,0% ,3% 104 Subtotaal Uitval 1 Doorstroom 4 20,0% 2 3 0,0% 0 2 0,0% 2,0% ,3% Subtotaal Uitval Doorstroom ,2% 23,5% 25,6% 23,1% 13,3% Totaal Totaal Uitval % ,2% 11,4% 21,9% 3.7 CSG College Totalen Uitval 12 Hanze Uitval % NHL Stenden VHL RuG M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 18 40,0% ,8% ,1% ,3% 67 Subtotaal Uitval Doorstroom 2 66,7% ,3% 0 3 0,0% 0,0% ,3% 30 Subtotaal Uitval Doorstroom ,4% 27,3% 33,3% 33,3% 23,3% Totaal Totaal Uitval % ,7% 28,6% 32,2% 7
15 3.8 CSG Hanze Uitval % Uitval 19 Totalen NHL Stenden VHL RuG Totaal Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 31 38,0% ,3% ,2% ,2% ,6% Subtotaal Uitval Doorstroom 9 10,0% 0 3 0,0% ,0% 0,0% ,7% 60 15,5% Subtotaal Uitval Doorstroom ,3% 31,7% 22,5% 22,2% 16,7% 26,5% Totaal Friesland College (Vavo) Totalen Uitval 8 Hanze Uitval % NHL Stenden VHL RuG M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 9 47,1% ,3% ,0% 6,0% 65 Subtotaal Uitval Doorstroom 1 0,0% ,3% 0,0% 0 1 0,0% 6 Subtotaal Uitval Doorstroom ,4% 28,8% 19,0% 0,0% Totaal Totaal Uitval % NB.: de oud-leerlingen van het Vavo waren niet terug te vinden in de door de RuG verstrekte gegevens. Gezien de lage uitval bij de RuG zal de werkelijke uitval van het Vavo hoogstwaarschijnlijk lager zijn dan 27,6% ,8% 25,0% 27,6% 3.10 College Hanze Uitval % Uitval 6 Totalen NHL Stenden VHL RuG Totaal Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 10 37,5% ,1% ,0% ,0% 30 28,6% Subtotaal Uitval Doorstroom 1 0,0% 1 4 0,0% 0,0% ,0% ,4% 19 24,0% Subtotaal Uitval Doorstroom ,3% 16,7% 25,0% 28,6% 29,4% 26,9% Totaal
16 3.11 College Hanze Uitval % Uitval 3 Totalen NHL Stenden VHL RuG Totaal Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 4 42,9% ,4% ,0% ,0% 40 38,5% Subtotaal Uitval Doorstroom 1 0,0% ,0% 0 4 0,0% 0,0% ,5% 17 32,0% Subtotaal Uitval Doorstroom ,5% 34,2% 38,9% 40,0% 37,5% 36,7% Totaal OSG Piter Jelles Hanze Uitval % NHL Stenden VHL RuG M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Totaal Uitval % Totalen Uitval Doorstroom 22 35,3% ,3% ,6% ,3% 130 Subtotaal Uitval Doorstroom 1 50,0% ,3% ,7% ,7% ,7% 83 Subtotaal Uitval Doorstroom ,1% 23,7% 36,8% 40,0% 15,7% Totaal ,7% 17,8% 25,5% 3.13 OSG Totalen Uitval 14 Hanze Uitval % NHL Stenden VHL RuG M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 45 23,7% ,6% ,6% 94 Subtotaal Uitval Doorstroom 5 0,0% ,0% 100,0% ,8% 58 Subtotaal Uitval Doorstroom ,9% 39,0% 22,2% 14,8% Totaal NB: Deze school leverde geen eerstejaars aan de Hogeschool Van Hall Larenstein Totaal Uitval % ,3% 15,9% 24,8% 9
17 3.14 OSG Singelland Hanze Uitval % Uitval 17 Totalen NHL Stenden VHL RuG Totaal Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 37 31,5% ,7% ,7% ,6% 91 34,1% Subtotaal Uitval Doorstroom,0% 0 1 0,0% 0 1 0,0% 100,0% ,0% 46 20,7% Subtotaal Uitval Doorstroom ,5% 38,1% 25,0% 37,5% 20,0% 30,1% Totaal RSG Magister Alvinus Totalen Uitval 9 Hanze Uitval % NHL Stenden VHL RuG M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 20 31,0% ,0% ,9% ,3% 66 Subtotaal Uitval Doorstroom 2 0,0% 100,0% 0 3 0,0% 0,0% ,2% 32 Subtotaal Uitval Doorstroom ,0% 39,3% 50,0% 33,3% 18,2% Totaal Totaal Uitval % ,9% 20,0% 33,8% 3.16 RSG Simon Vestdijk Totalen Uitval 3 Hanze Uitval % NHL Stenden VHL RuG M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 9 25,0% ,0% ,6% 3 1 0,0% 51 Subtotaal Uitval 1 Doorstroom 2 33,3% 4 1 0,0% 1 1 0,0% ,0% ,3% 26 Subtotaal Uitval Doorstroom ,7% 36,4% 26,1% 16,7% 27,3% Totaal Totaal Uitval % ,9% 23,5% 30,0% 10
18 3.17 College Totalen Uitval 21 Hanze Uitval % NHL Stenden VHL RuG M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % M V Uitval % Doorstroom 16 56,8% ,0% ,5% ,9% 31 Subtotaal Uitval Doorstroom 6 33,3% 1 1 0,0% ,0% 0,0% ,3% 31 Subtotaal Uitval Doorstroom ,2% 52,9% 41,7% 42,9% 32,3% Totaal Totaal Uitval % ,7% 32,6% 45,1% 11
19 4. Prestatie per Ho-sector en Ho-opleiding Onze vraag bij dit hoofdstuk luidt: welke verschillen zijn er aan te merken in de uitvalcijfers bij de Hosectoren en de daarbij behorende Ho-opleidingen? Dankzij de uitbreiding van onze dataset met de cijfers van de Hanzehogeschool en de RuG konden we onze conclusie van vorig jaar de uitval is in alle Ho-sectoren ongeveer even groot 15 dit jaar breder toetsen. De uitkomsten van deze toetsing met betrekking tot de hbo-sectoren vormen samen tabel 4.1 op de volgende pagina. Voor de RuG construeerden we de aparte tabel 4.2, omdat de universiteiten een andere sectorindeling hanteren dan de hogescholen. De tabellen 4.3 (voor het hbo) en 4.4 (voor de universiteit) tonen de uitvalcijfers per Ho-opleiding. Hierbij zien we af van een uitsplitsing per Vo-school, omdat anders de absolute aantallen te klein en daarmee te weinigzeggend worden. 4.1 Uitval per hbo-sector Tabel 4.1 laat zien dat in het cohort 2014 net als in het cohort de uitval in de hbo-sector gezondheidszorg het laagst was en in de sector onderwijs het hoogst: 20,6% om 35,6%. Echter, in het cohort 2013 was dat nog respectievelijk 28% om 36%. Anders gezegd: de uitval in de sector gezondheidszorg daalde in één jaar spectaculair. Nader onderzoek wees uit dat deze daling zowel in Leeuwarden als bij de nieuwkomer uit Groningen plaatsvond, al was de uitval bij de Hanzehogeschool het laagst (18,0%). De uitval in de sectoren `gedrag en maatschappij en `groen en agrarisch is iets onder het gemiddelde van 31%. De sectoren `economie en `techniek zitten daar iets boven. De uitvalpercentages per Vo-school bij de hbo-sectoren lopen soms behoorlijk uiteen. Gezien de kleine absolute aantallen zijn de verschillen indicatief en laten we conclusies over aan de lezer. In tabel 4.2 maakten we op dezelfde manier een overzicht van de uitval in de universitaire sectoren. Daarbij moeten we aantekenen dat het hier veel minder studenten betreft, waardoor de uitvalpercentages minder zeggingskracht hebben dan die in tabel 4.1. We zien hier niet alleen een lage uitval in de sector `gezondheidszorg (12,5%), maar ook in de sectoren `techniek (12,0%) en `gedrag en maatschappij (12,8%). De hoogste uitval vond plaats in de sector `taal en cultuur : 27,7%, ruim boven het gemiddelde van 19,2%. De uitval binnen de sectoren `economie, `recht, en `natuur bevond zich veel dichter bij dat gemiddelde. 15 Zie daarvoor: B.J. Flim, Propedeuserapport Hbo Fryslân. Studieresultaten Friese eerstejaars Hbo-studenten (Leeuwarden, 2015). 12
20 Gedrag en School Economie Maatschappij Gezondheidszorg Groen en Agrarisch Onderwijs Techniek Instrooval Uit- % In- Uit- % In- Uit- % In- Uit- % In- Uit- % In- Uit- % uitval stroom val uitval stroom val uitval stroom val uitval stroom val uitval stroom val uitval Chr. Gym. Beyers Naudé 1 0,0% ,0% ,3% 1 0,0% ,0% ,0% CSG A.M. van Schurman ,4% 9 0,0% ,4% ,0% ,0% ,6% CSG ,5% ,3% ,0% ,0% ,0% ,5% CSG College ,5% ,3% 13 0,0% ,3% ,7% ,3% CSG ,8% ,0% ,4% ,1% ,5% ,3% CSG college ,4% ,0% 12 0,0% ,3% ,1% ,5% CSG College ,6% ,5% ,0% ,6% ,8% ,4% CSG ,6% ,2% ,8% ,6% ,3% ,0% Friesland College (Vavo) ,6% ,8% ,0% 8 0,0% ,7% ,3% College ,4% ,7% ,3% ,7% ,7% ,3% College ,3% ,7% ,1% ,9% ,2% ,3% OSG Piter Jelles ,0% ,8% ,0% ,0% ,8% ,1% OSG ,0% ,8% ,6% ,0% ,0% ,2% OSG Singelland ,1% ,8% ,1% ,3% ,8% ,0% RSG ,6% ,3% ,5% ,0% ,2% ,8% RSG ,1% ,5% ,5% 4 0,0% ,0% ,1% College ,0% ,7% ,1% ,9% ,0% ,9% Totaal ,4% ,4% ,6% ,3% ,6% ,7% Tabel 4.1: uitval in het Friese cohort 2014 in de hbo-propedeuse, uitgesplitst naar Vo-school en hbo-sector, (gemiddelde uitval = 31,0%). 13
21 Gedrag en Sectoroverstijgend Economie Recht Taal en Cultuur Gezondheidszorg Natuur Techniek Maatschappij School Instrooval Uit- In- Uit- % In- Uit- % In- Uit- In- Uit- % In- Uit- % In- Uit- % In- Uit- % % uitval stroom val uitval stroom val uitval stroom val % uitval stroom val uitval stroom val uitval stroom val uitval stroom val uitval Chr. Gym. Beyers Naude ,0% ,0% ,5% ,1% 6 0,0% 4 0,0% 1 0,0% CSG A.M. van Schurman 1 0,0% 1 0,0% 1 0,0% CSG ,3% ,3% ,0% 8 0,0% 1 0,0% ,9% ,0% CSG College 5 0,0% ,0% 7 0,0% ,7% 3 0,0% ,0% 1 0,0% CSG 7 0,0% 4 0,0% ,0% ,2% 3 0,0% ,7% 3 0,0% CSG college ,3% 5 0,0% ,5% ,0% 1 0,0% ,3% 1 0,0% CSG College ,3% ,3% 5 0,0% ,5% 1 0,0% ,0% CSG 1,0% ,6% ,4% ,3% ,3% ,0% 2 0,0% College ,7% ,0% 2 0,0% ,3% 2 2 College ,3% ,0% 4 0,0% 1 0,0% OSG Piter Jelles ,6% ,0% ,5% ,1% ,3% 11 0,0% 5 0,0% 1 0,0% OSG Singelland ,3% ,0% ,0% ,5% 5 0,0% ,0% 1 0,0% OSG ,7% 5 0,0% ,3% ,1% ,1% 9 0,0% ,0% 1 0,0% RSG ,0% ,7% 4 0,0% 5 0,0% 5 0,0% ,0% ,3% RSG Simon Vestdijk 5 0,0% ,0% ,3% ,3% ,3% College ,3% 1 0,0% ,0% ,3% ,0% ,0% 1 0,0% Totaal ,1% ,3% ,7% ,8% ,5% ,0% ,0% 2 0,0% Tabel 4.2: uitval in het Friese cohort 2014 in de propedeuse van de RuG uitgesplitst naar Vo-school en universitaire sector, (gemiddelde uitval = 19,2%). 14
22 4.2 Uitval per Ho-opleiding Welke opleiding in Noord-Nederland biedt aan Friese schoolverlaters de meeste kans op succes in het eerste jaar? Deze vraag is niet afdoende te beantwoorden, omdat de eerstejaars uit het cohort 2014 moeten worden verdeeld over 99 hbo- en 42 universitaire opleidingen. Met de tabellen 4.3 en 4.4 pretenderen we dan ook hooguit een indicatie te geven van de kans van slagen. Net als vorig jaar lijkt het erop dat opleidingen met een helder beroepsbeeld (zoals verpleegkundige of dier- en veehouderij) in doorsnee een lage uitval kennen, maar erg sterk is dit verband niet. Bij de Hbo-opleidingen met meer dan twintig Friese eerstejaars (tabel 4.3, vetgedrukte percentages) valt op dat de uitval nogal varieert. Bij European Studies en International Business & Management Studies (beiden in de sector economie) valt ruim de helft uit, terwijl de uitval bij de Hotelschool en bij Facility Management met respectievelijk 9,8% en 15,4% ver onder het Hbo-gemiddelde van 31,0 % ligt. Binnen de hbo-sector onderwijs kennen de pabo-opleidingen een tamelijk hoge uitval en in de technieksector geldt dat voor de opleidingen Communicatie & Multimedia Design en Biotechnologie. In de universitaire propedeuses was de uitval veel lager (gemiddeld 19,2%, tabel 4.4) dan in het Hbo, maar ook bij de RuG was de spreiding in de percentages aanzienlijk. Van de opleidingen met meer dan twintig Friese eerstejaars kende International Business de hoogste uitval (27,3%) en Geneeskunde de laagste (7,1%). Verdere conclusies laten we aan de lezer over. 15
23 Tabel 4.3: Uitval in het Friese cohort 2014 per hbo-opleiding, (gemiddelde = 31,0%) Sector Hbo-opleiding Instroom Uitval % uitval Autonome Beeldende Kunst ,0% Creatieve Therapie ,0% Culturele en Maatschappelijke Vorming ,0% Dans 1 0,0% Gedrag en Maatschappij Economie Groen en Agrarisch Human Resource Management ,4% Maatschappelijk Werk en Dienstverlening ,3% Muziek ,0% Pedagogiek ,0% Sociaal-Pedagogische Hulpverlening ,1% Sociaal-Juridische Dienstverlening ,4% Toegepaste Psychologie ,1% Vormgeving 4 0,0% Accountancy ,8% Bedrijfseconomie ,5% Bedrijfskunde MER ,4% Bestuurskunde / Overheidsmanagement ,0% Business IT & Management ,4% Commerciële Economie ,7% Communicatie ,8% European Studies ,4% Facility Management ,4% Financial Services Management ,0% Fiscaal Recht en Economie 1 0,0% HBO - Rechten ,9% HM Internationaal TO 1 0,0% Hoger Hotelonderwijs ,8% Integrale Veiligheid ,4% International Business & Languages ,6% International Business & Management Studies ,8% International Development Management ,0% International Hotel Management 3y fast track 5 0,0% Media & Entertainment Management ,0% Small Business & Retail Management ,6% Toegepaste Bedrijfskunde 3 0,0% Tourism Management ,7% Vastgoed en Makelaardij ,0% Vrijetijdsmanagement ,3% Bedrijfskunde en Agribusiness ,1% Bos- en Natuurbeheer 2 0,0% Dier- en Veehouderij ,1% Diermanagement ,5% Kust- en Zeemanagement ,0% Land- en Watermanagement ,0% Management van de Leefomgeving ,3% Milieukunde ,1% Tuin- en Landschapsinrichting 2 0,0% Tuinbouw en Akkerbouw ,3% Voeding en Diëtetiek ,2% Voedingsmiddelentechnologie ,6% 16
24 Vervolg tabel 4.3: Uitval in het Friese cohort 2014 per hbo-opleiding, (gemiddelde = 31,0%) Sector Hbo-opleiding Instroom Uitval % uitval Aardrijkskunde 2e graad ,9% Algemene Economie 2e graad ,0% Bedrijfseconomie 2e graad 3 0,0% Biologie 2e graad ,0% Docent Beeldende Kunst en Vormgeving ,3% Docent Muziek ,3% Docent Theater 5 0,0% Duits 2e graad 2 0,0% Engels 2e graad ,0% Frans 2e graad ,0% Onderwijs Gezondheidszorg Techniek Geschiedenis 2e graad ,9% Gezondheidszorg en Welzijn 2e graad 3 0,0% Leraar Basisonderwijs ,3% Leraar Lichamelijke Opvoeding 1ste graad ,3% Maatschappijleer 2e graad 1 0,0% Nederlands 2e graad 7 0,0% OLB Assen ,7% OLB Friesland ,8% OLB Groningen ,8% OLB Meppel Internationaal ,0% Scheikunde 2e graad ,0% Wiskunde 2e graad ,5% Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek ,2% Fysiotherapeut ,1% Logopedie ,7% Medisch Beeldvormende en Radiotherapeut ,1% Mondzorgkunde ,5% Sport, Gezondheid en Management ,3% Verpleegkundige ,1% Advanced Sensor Applications ,0% Bedrijfswiskunde ,0% Bio-informatica 2 0,0% Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek ,0% Biotechnologie ,0% Bouwkunde ,8% Chemie ,2% Chemische Technologie ,4% Civiele Techniek ,8% Communicatie & Multimedia Design ,9% Communicatiesystemen ,0% Elektrotechniek ,6% Human Technology ,0% Informatica ,5% Informatica ICT-Beheer 1 0,0% Maritiem Officier ,0% Mobiliteit ,0% Ocean Technology 3 0,0% Scheepsbouwkunde 5 0,0% Technische Bedrijfskunde ,1% Werktuigbouwkunde ,5% 17
25 Tabel 4.4: Uitval in het Friese cohort 2014 per opleiding aan de RuG (gemiddelde = 19,2%) Sector Opleiding Instroom Uitval % Uitval American Studies ,9% Archeologie ,0% Communicatie- en Informatiewetenschappen ,3% English Language and Culture ,4% Europese Talen en Culturen ,1% Geschiedenis ,8% Taal en Cultuur Gedrag en Maatschappij Griekse en Latijnse Taal en Cultuur ,3% Internationale Betrekkingen en Internationale Organisatie ,8% Kunsten, Cultuur en Media ,7% Kunstgeschiedenis ,3% Nederlandse Taal en Cultuur ,7% Religiestudies ,3% Taalwetenschap ,0% Theologie 1 0,0% Wijsbegeerte ,7% Pedagogische Wetenschappen ,8% Psychologie ,4% Sociale Geografie en Planologie 14 0,0% Sociologie 16 0,0% Technische Planologie ,0% Recht Rechtsgeleerdheid ,3% Bedrijfskunde ,5% Economie Sector overstijgend Gezondheidszorg Natuur Techniek Econometrie en Operationele Research ,0% Economie en Bedrijfseconomie ,0% International Business ,3% Bewegingswetenschappen ,0% Geneeskunde ,1% Tandheelkunde ,0% Biologie ,9% Farmacie ,5% Informatica 3 0,0% Informatiekunde 1 0,0% Kunstmatige Intelligentie ,3% Life Science and Technology ,6% Natuurkunde ,0% Scheikunde ,0% Sterrenkunde ,0% Wiskunde 4 0,0% Scheikundige Technologie 4 0,0% Technische Bedrijfskunde ,3% Technische Natuurkunde ,7% Liberal Arts and Sciences 2 0,0% 18
26 5. Monitorcijfers HBO-Aansluitingsmonitor De vier noordelijke hogescholen en de hogeschool Windesheim hebben wederom samengewerkt in HBO- Aansluitingsmonitor. Dit tweejaarlijkse tevredenheidsonderzoek onder eerstejaarsstudenten geeft een beeld van hoe studenten de aansluiting tussen vooropleiding (havo/vwo/mbo) en hbo opleiding ervaren en biedt informatie over de kwaliteit van de aansluiting. De aansluitfactoren in het onderzoek zijn: de voorlichting, het keuzeproces, de inhoud van de vakken, de didactische werkvormen, de verwachtingen over en tevredenheid met de gekozen opleiding. Het onderzoek van cohort 2014 vond ruim drie maanden na de start van de opleiding plaats. De resultaten zijn in rapportages op maat teruggekoppeld naar alle hbo opleidingen van de vijf deelnemende hogescholen en naar toeleverende scholen met voldoende respons. De overall-uitkomsten van cohort 2014 staan op de website De monitortabellen in dit hoofdstuk bieden een vergelijkend overzicht van de uitkomsten van alle aansluitaspecten bij een zestiental Friese havo/vwo scholen. In de laatste kolom staan de gemiddelde tevredenheidscores van alle ruim respondenten. Doel Bij vo-scholen en hbo-instellingen zien we een toenemende aandacht voor verbetering van de voorlichting, het studiekeuzeproces, de onderwijskwaliteit en het onderwijsrendement. Dit onderzoek van HBO Aansluitingsmonitor kan hier een bijdrage aan leveren. De monitortabellen bieden de Friese toeleverende scholen inzicht in: aansluitaspecten die goed scoren, dan wel verbetering behoeven aspecten die betrekking hebben op de onderwijskwaliteit en het studiesucces de keuze voor en uitvoering van studiekeuzeactiviteiten. Vergelijking met cohort 2012 Dankzij een grotere respons in vergelijking met 2012 kunnen we nu alle Friese scholen opnemen in de vergelijkende tabellen. Vergelijken we de gemiddelde uitkomsten van 2012 met 2014, dan zien we over vrijwel de hele linie iets positievere uitkomsten. Voorbeeld: het gemiddelde rapportcijfer voor de aansluiting is toegenomen met 0,2 punt naar 6,8 gemiddeld. Mogelijk dat dit samenhangt met de invoering van de 1 mei-maatregel. Toelichting bij de tabellen In de tabellen hebben we gebruik gemaakt van een kleurmarkering: Kleur groen: de school scoort op het aspect significant hoger dan gemiddeld Kleur rood: de school scoort op het aspect significant lager dan gemiddeld (tabel 12 vormt een uitzondering; daar is de kleurmarkering rood en groen omgewisseld omdat we daar een lage score positief waarderen) Bij nogal wat aansluitingsaspecten zien we forse verschillen tussen scholen. Elke school kan zelf nagaan of bepaalde uitkomsten aanleiding geven tot aanpassingen in het schoolbeleid. 19
27 Tabellenoverzicht vergelijking resultaten Aansluitingsmonitor Friese scholen en overall gemiddeldes Tabel 1. Aantal respondenten School Totaal Aantal respondenten Tabel 2. Mate van tevredenheid over voorlichting vanuit de vooropleiding % (zeer) tevreden de moeilijkheidsgraad 94% 86% 72% 80% 83% 78% 70% 72% 73% 80% 65% 74% 67% 65% 70% 71% 77% inhoud van deze hbo-opleiding 94% 89% 77% 86% 84% 78% 74% 83% 78% 76% 72% 78% 80% 81% 83% 88% 81% studiekeuzebegeleiding 67% 75% 57% 71% 79% 75% 63% 71% 68% 68% 53% 82% 79% 76% 75% 62% 76% de verschillen tussen vooropleiding en hbo 57% 69% 68% 67% 65% 65% 58% 78% 65% 60% 67% 73% 48% 58% 59% 54% 66% Voorlichting vo 81% 79% 69% 77% 77% 73% 67% 72% 71% 69% 61% 76% 68% 68% 73% 71% 75% Tabel 3: Mate van tevredenheid over voorlichting door hogeschool over studeren op het hbo % (zeer) tevreden het type studenten 85% 79% 81% 82% 90% 76% 81% 80% 68% 81% 78% 80% 79% 69% 89% 75% 81% het type docenten 75% 69% 60% 83% 76% 56% 75% 71% 68% 57% 78% 81% 62% 50% 74% 75% 74% de motivatie die iemand moet hebben voor deze opleiding 86% 73% 83% 81% 90% 94% 80% 81% 77% 65% 78% 80% 87% 75% 100% 75% 86% de inhoud 93% 81% 86% 75% 90% 78% 85% 81% 86% 87% 95% 87% 90% 94% 86% 75% 88% de mogelijkheid van vrijstellingen/versneld studeren 23% 62% 65% 64% 58% 62% 48% 53% 74% 42% 63% 55% 51% 69% 39% 75% 56% Voorlichting hbo over studeren op het hbo 77% 73% 77% 76% 80% 74% 73% 75% 76% 68% 78% 77% 74% 69% 75% 73% 78% 20
28 Tabel 4: Mate van tevredenheid over voorlichting door hogeschool over beroep en motivatie % (zeer) tevreden voorlichting hbo kansen op werk 64% 86% 79% 77% 93% 69% 80% 87% 84% 77% 78% 72% 69% 67% 76% 92% 80% voorlichting hbo beroepen die je ermee kunt uitoefenen 67% 78% 90% 84% 83% 80% 85% 81% 86% 71% 83% 72% 85% 84% 90% 92% 84% Voorlichting beroep en motivatie 63% 82% 83% 78% 87% 73% 81% 81% 81% 74% 79% 72% 75% 74% 82% 92% 82% Tabel 5. Belang opleidinggerelateerde keuzefactoren % (zeer) belangrijk de voorlichtingsactiviteiten van de opleiding 73% 68% 68% 67% 72% 62% 65% 75% 65% 58% 64% 76% 68% 53% 67% 73% 68% de gelegenheid die de opleiding bood om vooraf rond te kijken door een meeloopdag of proefstuderen 91% 62% 67% 68% 76% 78% 76% 75% 76% 56% 45% 75% 69% 82% 72% 89% 68% het intake-, kennismakings- of studiekeuzegesprek met iemand van de opleiding 86% 44% 47% 41% 60% 36% 56% 60% 44% 50% 27% 61% 44% 64% 60% 38% 53% de schriftelijke informatie over de opleiding 55% 79% 64% 67% 87% 79% 65% 67% 67% 68% 50% 67% 56% 65% 64% 58% 67% de reputatie van de opleiding 36% 50% 75% 42% 58% 48% 49% 58% 50% 35% 43% 65% 47% 59% 23% 58% 59% de zekerheid dat mijn kwaliteiten en capaciteiten het beste passen bij deze opleiding 100% 74% 88% 67% 80% 83% 75% 75% 56% 95% 75% 79% 65% 65% 65% 58% 77% Invloed opleidingsgerelateerde keuzefactoren 78% 63% 67% 58% 73% 67% 65% 67% 59% 61% 50% 73% 59% 63% 58% 64% 66% 21
29 Tabel 6. Belang van beïnvloeders bij studiekeuze % (zeer) belangrijk één of enkele docenten uit mijn vooropleiding 18% 14% 24% 20% 36% 20% 29% 25% 63% 39% 31% 15% 21% 35% 27% 27% 27% de decaan van mijn vooropleiding 9% 14% 24% 12% 24% 34% 8% 8% 59% 19% 8% 9% 12% 24% 18% 25% 18% vrienden en/of vriendinnen 27% 7% 32% 24% 36% 20% 32% 17% 35% 44% 7% 18% 12% 35% 18% 33% 25% één of beide ouders 36% 41% 60% 40% 64% 47% 50% 33% 76% 63% 29% 56% 47% 29% 55% 67% 52% Belang beïnvloeders bij studiekeuze 25% 17% 35% 27% 40% 30% 32% 23% 59% 42% 15% 26% 23% 29% 30% 38% 30% Tabel 7. Belang intrinsieke factoren bij studiekeuze % (zeer) belangrijk sluit aan bij mijn interesses 100% 97% 96% 94% 97% 97% 98% 94% 100% 100% 89% 100% 97% 94% 95% 93% 97% het beroep kunnen uitoefenen dat ik leuk vind 100% 100% 96% 97% 94% 97% 95% 93% 95% 100% 85% 95% 93% 94% 95% 93% 95% mijn kans op inhoudelijk interessant werk vergroten met deze opleiding 100% 88% 89% 77% 90% 92% 86% 94% 100% 83% 85% 93% 93% 88% 91% 100% 89% mezelf breed kunnen ontwikkelen 88% 94% 93% 94% 97% 84% 83% 94% 80% 87% 90% 93% 83% 88% 100% 86% 89% sluit aan bij mijn capaciteiten 88% 91% 86% 87% 90% 92% 81% 88% 80% 91% 70% 93% 75% 81% 71% 79% 87% Intrinsieke motivatie 94% 94% 93% 90% 97% 92% 88% 94% 90% 91% 85% 95% 88% 94% 91% 93% 92% Tabel 8. Belang extrinsieke factoren bij studiekeuze % (zeer) belangrijk een goed betaalde baan kunnen krijgen 81% 71% 72% 69% 81% 70% 76% 63% 95% 70% 55% 73% 65% 82% 73% 71% 67% in elk geval een hbo-diploma halen 81% 71% 72% 81% 81% 76% 71% 75% 65% 70% 80% 75% 78% 76% 82% 86% 78% om later leiding te kunnen geven 38% 53% 36% 37% 48% 44% 33% 25% 43% 30% 55% 42% 33% 60% 41% 57% 42% Extrinsieke motivatie 65% 66% 59% 61% 70% 65% 61% 53% 67% 54% 63% 64% 58% 71% 67% 71% 62% 22
30 Tabel 9: Aanmelding en deelname studiekeuzecheck % ja vóór 1 mei aangemeld bij één of meer opleidingen? 100% 90% 83% 90% 90% 91% 96% 95% 96% 96% 86% 89% 91% 93% 93% 77% 91% studiekeuzecheck aangeboden gekregen (uitnodiging ontvangen)? 65% 52% 56% 62% 58% 66% 49% 65% 80% 63% 64% 78% 60% 67% 76% 73% 71% deelgenomen aan een studiekeuzecheck? 47% 51% 60% 63% 36% 66% 51% 53% 71% 58% 48% 69% 62% 69% 63% 76% 64% Tabel 10: Effect van de studiekeuzecheck % behoorlijk / helemaal van toepassing ik heb betere informatie over de opleiding(en) die ik overwoog te kiezen 29% 20% 32% 26% 42% 27% 24% 30% 19% 20% 40% 20% 16% 24% 31% 38% 33% ik ben beter gemotiveerd 57% 30% 26% 21% 50% 46% 24% 40% 44% 33% 30% 46% 24% 29% 50% 62% 39% ik heb een beter beeld van het toekomstig beroep 43% 10% 32% 42% 67% 35% 44% 40% 38% 27% 50% 23% 36% 24% 38% 38% 37% ik ben bevestigd in mijn keuze voor de opleiding die ik nu volg 71% 75% 58% 58% 67% 58% 50% 80% 25% 87% 60% 57% 60% 35% 63% 77% 61% ik heb afgezien van een andere opleiding 0% 20% 5% 32% 25% 27% 24% 30% 25% 20% 20% 14% 29% 35% 13% 15% 22% ik heb beter zicht op vakken waarop ik zou moeten bijspijkeren 17% 5% 5% 16% 8% 23% 36% 20% 7% 13% 20% 11% 8% 12% 6% 0% 15% ik heb meer vertrouwen dat mijn vooropleiding en de hbo-opleiding die ik nu volg goed op elkaar aansluiten 50% 20% 21% 16% 25% 35% 20% 50% 19% 33% 60% 29% 32% 20% 25% 8% 32% 23
31 Tabel 11: Waardering eindniveau van vakken (% precies goed) in voortgezet onderwijs % precies goed vo - Nederlands 89% 90% 90% 76% 92% 72% 91% 75% 94% 100% 92% 83% 79% 93% 89% 80% 83% vo - Engels 55% 67% 63% 70% 86% 64% 61% 64% 64% 63% 82% 76% 85% 78% 60% 70% 69% vo - M&O 50% 14% 67% 50% 63% 50% 50% 50% 33% 100% 75% 67% 50% 100% 100% 50% 64% vo - economie 67% 22% 75% 83% 88% 50% 88% 80% 71% 60% 71% 69% 53% 83% 100% 67% 73% vo - biologie 100% 77% 67% 57% 63% 92% 65% 60% 78% 67% 100% 60% 58% 60% 78% 50% 72% vo - scheikunde 50% 88% 57% 0% 100% 100% 71% 67% 83% 67% 100% 38% 100% 67% 67% 67% 68% vo - natuurkunde 100% 50% 38% 0% 80% 25% 11% nvt 67% 60% nvt 78% 83% 100% 40% 33% 64% vo - wiskunde A 50% 73% 44% 75% 100% 92% 74% 50% 67% 80% 75% 75% 71% 75% 78% 67% 71% vo - wiskunde B 0% 100% 67% 20% 71% 75% 38% 50% 60% 80% 0% 82% 73% 100% 50% 0% 58% Tabel 12: Waardering eindniveau van vakken (% te laag) in voortgezet onderwijs % te laag vo - Nederlands 11% 3% 5% 16% 0% 14% 6% 8% 6% 0% 8% 13% 18% 7% 11% 20% 10% vo - Engels 45% 23% 38% 17% 10% 20% 29% 9% 29% 32% 18% 18% 8% 22% 30% 30% 21% vo - M&O 50% 29% 0% 25% 0% 50% 25% 50% 33% 0% 13% 11% 40% 0% 0% 0% 22% vo - economie 33% 44% 13% 8% 13% 50% 0% 0% 14% 40% 14% 19% 27% 17% 0% 0% 16% vo - biologie 0% 23% 17% 0% 38% 8% 18% 0% 22% 17% 0% 20% 25% 0% 11% 25% 16% vo - scheikunde 50% 0% 29% 50% 0% 0% 21% 0% 17% 0% 0% 13% 0% 0% 17% 0% 12% vo - natuurkunde 0% 25% 50% 100% 20% 25% 56% nvt 17% 20% nvt 0% 17% 0% 20% 0% 19% vo - wiskunde A 50% 9% 33% 17% 0% 8% 5% 0% 33% 10% 0% 13% 14% 25% 0% 11% 13% vo - wiskunde B 100% 0% 17% 60% 0% 25% 25% 0% 20% 20% 0% 9% 18% 0% 25% 100% 18% 24
32 Tabel 15: Bijspijkeren % ja Nederlands 10% 18% 23% 15% 25% 14% 19% 15% 16% 19% 32% 20% 17% 20% 31% 35% 21% wiskunde 15% 5% 21% 8% 15% 11% 15% 15% 8% 8% 9% 18% 9% 7% 7% 22% 12% Engels 5% 24% 26% 23% 10% 16% 19% 35% 24% 23% 23% 30% 13% 23% 28% 35% 20% rekenen 0% 8% 23% 8% 25% 2% 13% 15% 8% 12% 14% 16% 13% 10% 7% 22% 12% Tabel 16: Nut van bijspijkeren % ja Nederlands 35% 31% 27% 30% 33% 38% 24% 18% 48% 26% 41% 44% 43% 32% 52% 32% 37% wiskunde 24% 26% 33% 22% 27% 33% 24% 25% 17% 27% 27% 32% 24% 19% 33% 22% 26% Engels 31% 41% 52% 34% 23% 39% 30% 53% 45% 29% 25% 45% 44% 36% 48% 53% 39% rekenen 25% 30% 41% 29% 33% 32% 20% 18% 26% 38% 19% 29% 29% 29% 33% 21% 28% Tabel 17: mate van voorbereiding vanuit de vooropleiding op werkvormen in het hbo % redelijk / goed werken aan beroepsgerichte opdrachten 38% 41% 33% 31% 45% 42% 43% 50% 53% 35% 45% 38% 41% 35% 35% 15% 44% werken in projectgroepen 87% 70% 64% 71% 61% 67% 67% 56% 60% 67% 55% 74% 67% 61% 50% 54% 67% bijhouden van een logboek of portfolio 33% 56% 43% 50% 41% 53% 51% 63% 65% 24% 50% 58% 59% 39% 41% 31% 49% werken aan grote opdrachten 67% 71% 50% 69% 69% 69% 70% 63% 85% 52% 70% 73% 69% 67% 55% 69% 72% mondeling presenteren 67% 82% 79% 81% 66% 89% 71% 69% 90% 76% 65% 79% 69% 72% 68% 83% 79% Voorbereiding werkvormen vanuit vooropleiding 64% 64% 54% 61% 55% 64% 61% 63% 70% 50% 55% 64% 62% 53% 50% 50% 62% 25
33 Tabel 18: Mate van voorbereiding vanuit vooropleiding qua inhoud en studievaardigheden % redelijk / goed hoe zelfstandig te leren 53% 82% 75% 75% 72% 58% 63% 75% 85% 81% 85% 78% 85% 67% 73% 77% 74% bestuderen van een grote hoeveelheid stof 60% 68% 75% 77% 71% 64% 76% 94% 68% 76% 53% 73% 77% 72% 73% 77% 72% benodigde rekenvaardigheden 57% 78% 64% 72% 75% 47% 70% 67% 55% 76% 74% 64% 65% 61% 48% 62% 69% maken van een studieplanning 57% 71% 57% 50% 48% 53% 63% 63% 58% 60% 79% 65% 67% 72% 50% 77% 64% maken van een probleemanalyse 27% 38% 42% 31% 21% 29% 35% 44% 37% 25% 42% 37% 44% 47% 32% 50% 41% Voorbereiding op de propedeuse 50% 67% 64% 61% 57% 50% 61% 67% 63% 65% 65% 64% 67% 67% 55% 69% 64% Tabel 19: Studie-uren Studie-uren contacturen/week 10,4 14,1 15,6 15,3 14,8 20,7 15,1 13,9 14,2 14,9 13,7 16,7 13,2 14,1 18,3 15,9 16,6 samenwerken met anderen uren/week 4,8 5,6 6,1 5,8 6,5 5,6 5,3 5, ,8 5,9 5,4 4,4 6 6,5 5,7 individueel werken uren/week 9,1 10,6 9,9 10 9,1 10,5 12,5 7,7 8,9 9,2 10,2 10,1 12,4 10,9 9,8 15,1 10,9 studie-uren totaal 24,3 30,3 31,5 31,2 30,3 36, , ,1 30,8 32,7 30,9 29,5 34,1 37,5 33,3 26
34 Tabel 20: Sociale integratie % (zeer) tevreden de samenwerking met medestudenten aan gezamenlijke opdrachten 62% 80% 85% 83% 76% 72% 69% 85% 78% 95% 81% 81% 68% 71% 67% 83% 79% de (nieuwe) contacten met één of enkele medestudenten 85% 97% 100% 90% 92% 88% 88% 92% 89% 100% 88% 92% 85% 100% 91% 83% 92% het maken van (nieuwe) vrienden op deze opleiding 85% 94% 100% 86% 92% 94% 85% 85% 94% 100% 88% 97% 79% 76% 91% 75% 88% het type studenten dat ik op deze opleiding tegenkom 69% 71% 92% 83% 92% 91% 85% 69% 88% 81% 88% 95% 74% 69% 81% 67% 83% de hulpvaardigheid van medestudenten onderling om elkaar te helpen 85% 84% 85% 96% 91% 84% 73% 77% 89% 86% 88% 84% 79% 82% 86% 67% 87% de mate waarin ik in de eerste maanden al een persoonlijke band heb met medestudenten 85% 90% 83% 86% 92% 91% 75% 85% 89% 95% 75% 92% 76% 71% 82% 75% 85% Sociale integratie 79% 84% 88% 89% 88% 88% 78% 79% 89% 95% 81% 90% 76% 76% 83% 75% 86% Tabel 21: Academische integratie % (zeer) tevreden het contact met de docenten van mijn opleiding 85% 71% 65% 72% 76% 75% 67% 85% 72% 57% 69% 82% 68% 76% 73% 50% 78% de studiebegeleiding door mijn opleiding 67% 42% 60% 50% 54% 66% 45% 77% 61% 48% 75% 61% 73% 76% 55% 42% 63% het gevoel dat docenten geven dat ik thuishoor op deze opleiding 62% 64% 64% 50% 74% 73% 50% 46% 61% 47% 44% 70% 61% 65% 57% 50% 65% de interesse die docenten tonen voor het leren van studenten buiten de geplande uren 45% 48% 54% 33% 67% 63% 38% 58% 41% 40% 56% 62% 39% 41% 59% 40% 57% de gelegenheid die docenten bieden om iets te vragen 85% 61% 69% 90% 88% 90% 75% 85% 89% 71% 69% 87% 71% 59% 64% 67% 81% de manier van werken in de eerste maanden van het hbo 62% 61% 69% 66% 69% 75% 55% 62% 71% 71% 75% 76% 59% 71% 64% 73% 73% Academische integratie 69% 57% 64% 61% 72% 74% 54% 69% 67% 57% 67% 73% 62% 65% 59% 55% 70% 27
35 Tabel 22: Tevredenheid over aansluiting qua werkvormen in het hbo % (zeer) tevreden werken aan beroepsgerichte opdrachten 70% 58% 44% 59% 48% 45% 47% 75% 53% 56% 78% 53% 65% 38% 58% 64% 59% werken in projectgroepen 90% 79% 72% 81% 71% 65% 71% 75% 72% 74% 83% 86% 79% 75% 90% 82% 78% werken aan grote opdrachten 73% 79% 72% 70% 67% 73% 77% 85% 67% 68% 78% 79% 71% 87% 71% 91% 78% bijhouden van een logboek of portfolio 40% 64% 58% 73% 46% 52% 49% 62% 83% 37% 72% 63% 71% 56% 57% 73% 63% mondeling presenteren 64% 97% 85% 89% 63% 81% 77% 92% 83% 63% 61% 76% 83% 93% 81% 100% 85% schrijven van verslagen en rapporten 73% 70% 73% 81% 67% 77% 77% 69% 89% 79% 94% 82% 86% 75% 76% 91% 82% Tevredenheid aansluiting werkvormen in hboopleiding 70% 73% 68% 77% 60% 65% 67% 77% 74% 63% 74% 74% 77% 73% 71% 82% 74% Tabel 23: Tevredenheid over aansluiting qua inhoud en studievaardigheiden in de hbo-opleiding % (zeer) tevreden benodigde rekenvaardigheden 56% 90% 69% 88% 83% 73% 78% 92% 71% 83% 88% 76% 82% 79% 65% 75% 79% bestuderen van een grote hoeveelheid stof 64% 73% 69% 67% 75% 77% 74% 92% 83% 68% 78% 87% 76% 63% 95% 82% 76% hoe zelfstandig te leren 82% 82% 73% 85% 92% 84% 74% 92% 78% 68% 94% 84% 86% 94% 86% 92% 84% maken van een studieplanning 70% 85% 77% 74% 78% 74% 71% 77% 71% 58% 76% 74% 76% 88% 76% 73% 75% inhoud van de propedeuse 70% 67% 77% 54% 48% 58% 50% 62% 69% 61% 82% 68% 51% 50% 62% 50% 67% Tevredenheid aansluiting inhoud en studievaardigheden hbo-opleiding 70% 79% 73% 73% 75% 73% 71% 83% 76% 67% 83% 76% 74% 75% 76% 82% 76% 28
36 Tabel 24: Uitkomen van verwachtingen over de opleiding % volgens verwachting of beter de beroepen die je er mee kunt uitoefenen 83% 100% 91% 100% 96% 100% 100% 92% 94% 89% 86% 100% 97% 100% 95% 100% 96% de aansluiting op wat ik wil met deze opleiding 83% 97% 91% 92% 100% 100% 95% 92% 94% 100% 93% 97% 87% 100% 86% 100% 94% het type studenten 100% 97% 85% 96% 100% 90% 92% 75% 89% 94% 100% 97% 97% 88% 95% 91% 94% het type docenten 100% 94% 85% 92% 96% 90% 90% 77% 100% 89% 100% 97% 93% 81% 90% 90% 95% de inhoud 92% 97% 92% 100% 92% 93% 85% 85% 88% 95% 100% 97% 88% 94% 86% 100% 92% Uitkomen verwachtingen 92% 97% 88% 96% 96% 94% 93% 83% 94% 94% 93% 97% 94% 94% 90% 100% 94% Tabel 25. Mate van vasthoudendheid % (zeer) mee eens ik ben er zeker van dat ik de juiste opleiding heb gekozen 90% 93% 87% 76% 88% 97% 76% 85% 83% 80% 85% 91% 85% 81% 75% 82% 83% ik sluit uit dat ik ga switchen na het eerste jaar van deze opleiding 90% 79% 57% 65% 80% 77% 66% 77% 83% 70% 73% 71% 76% 76% 68% 50% 72% het is niet mijn bedoeling dit studiejaar eerst wat rond te kijken in het hbo, om daarna te zien wat ik 90% 86% 83% 88% 88% 93% 78% 77% 89% 79% 69% 85% 85% 94% 90% 73% 83% verder ga doen ik weet zeker dat ik toe was aan het maken van een keuze voor een vervolgstudie 82% 86% 61% 77% 72% 83% 63% 92% 67% 80% 77% 79% 47% 75% 67% 60% 70% in elk geval wil ik in vier jaar mijn bachelor halen 90% 97% 86% 96% 92% 93% 89% 83% 78% 90% 92% 93% 85% 100% 85% 83% 92% ik heb voldoende tijd besteed aan het maken van een goede keuze 100% 83% 79% 77% 88% 93% 91% 92% 83% 95% 69% 94% 88% 88% 76% 92% 87% Vasthoudendheid 91% 87% 77% 81% 84% 90% 78% 85% 82% 84% 77% 85% 79% 82% 76% 73% 81% 29
37 Tabel 26: Zelfde opleiding opnieuw kiezen? % zelfde opleiding bij dezelfde hogeschool Zou je achteraf gezien de door jouw gekozen opleiding opnieuw kiezen? 82% 83% 83% 92% 96% 97% 84% 77% 89% 85% 100% 91% 85% 88% 82% 75% 87% Tabel 27: Cijfer voor aansluiting Cijfer 1-10 Ik waardeer de aansluiting met een... (cijfer 1-10) 6,5 7 6,8 6,9 6,8 6,6 6,5 6,8 7,2 6,3 6,7 6,7 6,6 6,6 6,6 6,7 6,8 30
38 6. Onderzoek laat zien dat Het belang van de universiteit en de universitaire lerarenopleiding voor de regio Veel (onderwijs)onderzoek is niet zinvol voor scholen. Vaak is het al bekend en is het nauwelijks iets nieuws. Ook helpt het soms weinig om de problemen waar scholen mee worstelen op te lossen. Het onderzoek is veelal te theoretisch of te ver weg van de praktijk van alledag. En de uitspraak dat onderzoek heeft aangetoond dat klopt vaak niet, zeker als het gaat om onderwijsonderzoek. De conclusies zijn meestal te beperkt omdat het betrekking heeft op een specifiek probleem of een specifieke doelgroep, te tijd- en contextgebonden, te eenzijdig en zelfs soms tegenstrijdig. Het is dus niet zo raar dat veel scholen het liever zelf uitzoeken en dat onderwijsonderzoek geen goede naam heeft. Vanuit de universitaire lerarenopleiding vinden we dit soort onderwijsonderzoek ook totaal niet zinvol. Het veronderstelt dat onderwijsonderzoek de antwoorden geeft op elk probleem en kan voorschrijven hoe je effectief moet lesgeven. Dat is niet onze insteek. Zoals Nico Verloop, een hoogleraar Onderwijskunde uit Leiden, het ooit zei: de functie van onderwijsonderzoek is het verschaffen van inzichten, het aanreiken van coherente begrippenkaders die kunnen functioneren als een cognitief instrumentarium voor leraren en scholen. Dus dit gaat er niet zo zeer om dat we verrassende resultaten of grote doorbraken produceren, want dat is zelden het geval binnen de sociale wetenschappen. Het is eerder dat we kunnen helpen om discussies scherper en helderder te voeren door een gemeenschappelijke taal, analysekaders, concepten en begrippen aan te reiken en door te laten zien wat bekend is uit eerder onderzoek. Kenmerkend voor deze manier van werken is dat we samen met leraren en scholen nadenken over problemen, waarbij wij van de universiteit niet de experts zijn, maar kunnen helpen problemen te verhelderen en op te lossen. Hierbij staat de eigen lespraktijk centraal, want de meeste oplossingen zijn alleen relevant als het betrekking heeft op de eigen klas, leerlingen en het curriculum. Meer specifiek: wat we vanuit de universitaire opleiding hebben te bieden is kennis over vakdidactiek, differentiatie, gepersonaliseerd leren, 2032, etc. Recent doen we dit onder de naam van Expertisecentrum Vakdidactiek Noord. Noord omdat we werken in de noordelijke regio s, vakdidactiek omdat we er steeds meer vanuit gaan dat de meeste leraren vooral behoefte hebben aan vakdidactische ondersteuning. Concreet houden we ons bezig met inductie, Lesson study, vakspecifieke differentiatie, de ontwikkeling van pedagogisch-didactische vaardigheden en universitair breed met vak-inhoud. Inductie heeft betrekking op de eerste drie à vier jaar dat leraren werken, waarbij we samen met scholen een traject opzetten om de starters te ondersteunen. Veel scholen doen dit al en wat wij aanbieden zijn terugkombijeenkomsten voor vakdidactiek en vak-inhoud. Ook trainen wij ervaren leraren in het observeren en coachen van starters. Het is een vorm van verlengen van de lerarenopleiding, samen met de scholen. In het kort richten we ons op werkdrukreductie voor starters, enculturatie-activiteiten, systematische professionalisering, begeleiding bij het lesgeven en intervisie en coaching. Onze ervaring leert dat een goed inductieprogramma beginnende leraren helpt om sneller te wennen aan het beroep, het lesgeven sneller te leren en daarmee ook het werkplezier en werkmotivatie te verhogen. Lesson study is een professionaliseringsaanpak waarbij leraren van hetzelfde vak samen lessen ontwerpen, uitvoeren en evalueren. Het interessante hierbij is dat de leraren bij elkaar gaan observeren, maar daarbij niet naar de leraar kijken maar naar hoe de leerlingen werken en leren in de les. Een van de dingen waarvan het eigen lesgeven sterk verbetert is als leraren meer inzicht krijgen in hoe leerlingen leren, vooral hoe leerlingen hun vak begrijpen (of niet begrijpen). Deze aanpak sluit dus sterk aan bij de eigen lespraktijk. 31
39 Leraren reageren over het algemeen erg enthousiast op deze aanpak omdat het hen de mogelijkheid geeft om met elkaar in gesprek te gaan over hun eigen vak, het eigen lesgeven en het leren van hun eigen leerlingen. Vanuit de lerarenopleiding helpen we met het opzetten van dit soort projecten en zorgen we voor vakdidactische input omdat blijkt dat Lesson study meer oplevert als onze vakdidactici meedenken en inzichten aanreiken. Differentiatie Er zijn veel leraren en scholen die dit woord niet meer kunnen horen. Het lijkt het nieuwe mantra te zijn van de Inspectie en OCW: leraren zouden te weinig differentiëren en zij zouden dit meer moeten doen. De veronderstelling hierbij is dat dit altijd goed is en altijd nodig, terwijl dit maar de vraag is. De suggestie lijkt eigenlijk alsof dit de beste manier van lesgeven is, terwijl de beste manier niet bestaat, maar afhankelijk is van de specifieke context en situatie, van de specifieke doelen en leerlingen, etc. Het is ook vaak ingewikkeld in klassen van 30 leerlingen, die je als leraar twee of drie keer per week ziet. Anders gezegd, differentiëren is soms heel nuttig maar soms ook niet. De vraag is dan hoe dit te organiseren in de eigen klas en bij je eigen vak. Samen met de lerarenopleiding van de Universiteit van Leiden hebben we een aanpak ontwikkeld die een vakspecifieke insteek heeft en rekening houdt met de beperkte tijd die de meeste leraren hebben om iets nieuws voor te bereiden en uit te proberen. Ontwikkeling van pedagogisch-didactische vaardigheden Dit gaat over het verbeteren van lesgeven, waarbij we met behulp van een gestandaardiseerd observatie-instrument, de ICALT, bepalen waar een leraar staat en wat iemands zone van naaste ontwikkeling is. Op basis daarvan wordt de leraar gecoacht en na verloop van tijd wordt opnieuw geobserveerd om te zien of vooruitgang is geboekt. Opzet is dat we scholen en leraren trainen om zelf met deze aanpak in de school aan de slag te kunnen. Ook hier geldt dat we vakdidactische coaching verzorgen. Als laatste organiseren we samen met de faculteiten van de universiteit vakinhoudelijke scholing voor leraren, waarbij we leraren uitnodigingen om (weer) een dag op de universiteit te komen om met onderzoekers uit het eigen vakgebied te praten over actuele ontwikkelingen in het vakgebied en de nieuwe examenonderwerpen. Kortom, als Expertisecentrum Vakdidactiek Noord willen we een rol spelen voor leraren en scholen in de noordelijke regio. Onderzoek toont aan dat dit het lesgeven kan verbeteren, het werkplezier kan vergroten en dat het leerlingen beter kan laten leren. Klaas van Veen Hoogleraar-directeur Lerarenopleiding Rijksuniversiteit Groningen 32
40 Slotopmerkingen We kunnen de volgende slotopmerkingen maken: 1. De tabellen 1.1. en 1.2 laten zien dat Friese eerstejaars net als de eerstejaars elders in het land in overgrote meerderheid kiezen voor een vervolgopleiding in de eigen regio. 2. De uitval in het Friese cohort is volgens de gegevens van DUO opnieuw lager dan het landelijk gemiddelde. De uitbreiding van onze dataset met de gegevens van de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen brengt daar geen verandering in. Dankzij de lage uitval in de propedeuse van de RuG is het overall gemiddelde met 28,2% ruim onder de dertig procent gekomen. 3. Er zijn opnieuw aanzienlijke verschillen in de uitvalpercentages per school. Diepgravende analyses naar de oorzaken van deze verschillen laten we aan de Vo-scholen zelf over. Daar is de immers de meeste kennis over de desbetreffende oud-leerlingen aanwezig. 4. Het verschil in uitval tussen vrouwelijke en mannelijke eerstejaars blijft aanzienlijk, vooral onder de havisten. Dit verschijnsel wordt landelijk momenteel breed onderzocht. Als dat tot concrete antwoorden leidt, zullen wij dat in een volgend propedeuserapport opnemen. 5. De verschillen in uitval tussen de vier hogescholen zijn klein en moeilijk te analyseren. Zo zal bij de uitval in de propedeuse van de Hanzehogeschool meespelen dat, vanwege de relatief grote afstand tot het ouderlijk huis, een relatief groot aantal Friese eerstejaars in Groningen op kamers gaat. De relatief lage uitval in de propedeuse van de Stenden Hogeschool zal mede worden veroorzaakt door het relatief grote aantal vwo ers. Zo zijn er tal van analyses te bedenken. Wij laten dat graag aan de ho-instellingen zelf over. 6. Het Friese cohort 2014 waardeerde de aansluiting tussen havo en hbo iets positiever dan hun voorgangers van het cohort Vo-docenten zijn vooral gebaat bij praktische hulp vanuit universitaire instellingen als de Leraren Opleiding van de RuG. Volgend jaar zullen wij opnieuw een propedeuserapport uitbrengen. Wat ons betreft zal de belangrijkste wijziging daarin zijn dat we meer eenheid brengen in onze data. Daartoe zijn wij in overleg met vertegenwoordigers van DUO. Daar komen immers uiteindelijk alle data met betrekking tot doorstroom en uitval samen. Het is nu nog niet te voorspellen in hoeverre dit streven is te realiseren. Daarnaast zijn wij binnen de organisatie Netwerk Noord in overleg in hoeverre dit rapport moet worden uitgebreid tot een verhandeling over het studiesucces van alle oud-leerlingen uit het Vo in Noord- Nederland. Ook dit overleg staat nog in de kinderschoenen Aansluitingsnetwerk Vo-Ho Fryslân. 33
41 Bijlage 1: begrippen en afkortingen Aantal studenten Vo-school: het aantal havisten en vwo ers van een Vo-school dat in het onderzoekjaar instroomde bij de Stenden Hogeschool, NHL Hogeschool, Hogeschool Van Hall Larenstein, Hanzehogeschool of Rijksuniversiteit Groningen Aantal studenten Fryslân: alle havisten en vwo ers die vanuit de Friese Vo-scholen in het onderzoekjaar instroomden bij de vijf Noordelijke H0-instellingen. Cohort: een lichting eerstejaars studenten. Een student kan maar in één cohort (het eerste) voorkomen. Studenten die na het eerste jaar van opleiding veranderen, worden in een volgend cohort dus niet opnieuw meegeteld. Doorstromers: studenten uit het cohort 2014 die hun oorspronkelijke studie vervolgen in het tweede jaar. 16 Havist: hbo-student met vooropleiding havo Uitvallers: studenten uit het cohort 2014 die in of aan het eind van het eerste jaar stoppen met hun oorspronkelijke studie. er: hbo- of universitaire student met vooropleiding vwo Afkortingen: BSA CM DUO EC EM Hbo Ho LOB Mbo NG NT NHL OC&W Stenden Vavo VHL Vo Bindend Studie Advies (afgegeven als een eerstejaars student minder dan 45 EC s behaalt) Cultuur en Maatschappij (profiel) Dienst Uitvoering Onderwijs European Credit (studiepunt). 1 EC = 28 uur studie-inspanning Economie en Maatschappij (profiel) Hoger algemeen voortgezet onderwijs Hoger beroepsonderwijs Hoger onderwijs Loopbaan Oriëntatie en Begeleiding Middelbaar beroepsonderwijs Natuur en Gezondheid (profiel) Natuur en Techniek (profiel) NHL Hogeschool (Ministerie van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Stenden Hogeschool Voortgezet algemeen volwassenen onderwijs Hogeschool Van Hall Larenstein Voortgezet onderwijs Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs 16 Hierop geldt één uitzondering: een hbo-student die zich na het behalen van zijn propedeuse inschrijft bij een vergelijkbare opleiding aan een universiteit wordt tot de doorstromers gerekend. 34
HBO-Bachelor - studentenaantal Economie en Recht
Economie en Recht Accountancy en fiscaal Accountancy Avans Hogeschool 556 Accountancy en fiscaal Accountancy Christelijke Hogeschool Windesheim 289 Accountancy en fiscaal Accountancy De Haagse Hogeschool
Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein
Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein In dit document is de landelijke lijst met toelatingseisen van alle opleidingen van de NHL Hogeschool,
Beste hogescholen en universiteiten
Beste hogescholen en universiteiten BRIN INSTELLING ISAT OPLEIDING VERGELIJKING 30TX Aeres Hogeschool 34868 B Tuinbouw en Akkerbouw gelijk 30TX Aeres Hogeschool 34866 B Bedrijfskunde en Agribusiness gelijk
Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL, Stenden hogeschool en hogeschool Van Hall Larenstein
Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL, Stenden hogeschool en hogeschool Van Hall Larenstein (versie januari 2009) In dit document is de landelijke lijst met toelatingseisen van alle opleidingen van
Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein
Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein In dit document is de landelijke lijst met toelatingseisen van alle opleidingen van de NHL Hogeschool,
Aantal ingeschreven studenten per universiteit naar onderwijstaal, studiejaar
Aantal per universiteit naar onderwijstaal, studiejaar 2015-2016 Bron: VSNU 1. Per instelling bachelor, studiejaar 2015-2016 +ENG Erasmus Universiteit Rotterdam 27,27% 3658 54,55% 7184 18,18% 3184 14026
(ec of m&o) + (wia of wib) 2. Bedrijfskunde (ec of m&o) (ec of m&o)
1. Accountancy (ec of m&o) 2. Bedrijfskunde (ec of m&o) (ec of m&o) (ec of maw of m&o) 3. Bestuurskunde/Overheidsmanagement ec ec ec 4. Business Innovation (ec of m&o) (ec of m&o) (ec of m&o) 5. Business
Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2015-2016
Accountancy Hogeschool Utrecht 120 voltijd Accountancy Hogeschool van Amsterdam 150 voltijd 100 2x 16 maart 2015 Ad Eventmanager Hogeschool Utrecht 130 voltijd 100 3x 15 maart 2015 Ad Operationeel Sportmanagement
Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein
Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein In dit document is de landelijke lijst met toelatingseisen van alle opleidingen van de NHL Hogeschool,
havo Carrousel schooljaar 2015/2016 Beroepsoriëntatie voor 4-havo
havo Carrousel schooljaar 2015/2016 Dit schooljaar organiseert jouw school een havo Carrousel. Dat is beroepsoriëntatie voor 4-havo. Tijdens drie bedrijfsbezoeken maak je kennis met beroepen. Ook leer
Alle HBO studies NT NG EM CM. B Accountancy 3 * econ of m&o * (econ of m&o) + (wisa of wisb)
Alle HBO studies NT NG EM CM B Accountancy 3 * econ of m&o * (econ of m&o) + (wisa of wisb) B Advanced Business Creation econ of m&o econ of m&o (econ of m&o) + (wisa of wisb) B Applied science * * # #
Factsheet. Totale hbo-instroom, inschrijvingen en diploma s
Instroom, inschrijvingen en diploma s 2018/19 De instroom in het hbo is dit studiejaar toegenomen met 3,4% tot 110.307 eerstejaars aan een associate degree, bachelor of masteropleiding. Dit is de hoogste
Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2015-2016
Accountancy Hogeschool Utrecht 120 voltijd 94 Accountancy Hogeschool van Amsterdam 150 voltijd 100 2x 15 maart 2015 187 Ad Eventmanager Hogeschool Utrecht 130 voltijd 100 3x 15 maart 2015 1 Ad Operationeel
Factsheet. Instroom hbo toegenomen, lichte groei aantal inschrijvingen en aantal gediplomeerden neemt gestaag toe.
30 januari 2017 Feiten & Cijfers Instroom hbo toegenomen, lichte groei aantal inschrijvingen en aantal gediplomeerden neemt gestaag toe. Het aantal beginnende studenten in het hbo is in 2016-17 gegroeid
Overzicht instellingen en opleidingen in experiment leeruitkomsten
Overzicht instellingen en opleidingen in experiment leeruitkomsten I. Instellingen en opleidingen die toestemming hebben gekregen voor deelname aan het experiment leeruitkomsten, n.a.v. per 1 mei 2016
Overzicht Lotingstudies HBO Laatste wijziging: 14-9-15
Overzicht Lotingstudies HBO Laatste wijziging: 14-9-15 Accountancy Hogeschool Utrecht Accountancy Hogeschool van Amsterdam Ad Sport, Gezondheid en Management Hanzehogeschool Groningen Advanced Business
Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2016-2017
Accountancy Hogeschool Utrecht 120 voltijd 100 3x 15 maart 2016 Accountancy Hogeschool van Amsterdam 150 voltijd 100 2x 15 maart 2016 Advanced Business Creation Avans Hogeschool 160 voltijd 100 3x 1 mei
Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 7 oktober 2015
Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 7 oktober 2015 Voor leerlingen van: Almende college, Ludger College, Ulenhof College, Rietveld Lyceum, Christelijk College Schaersvoorde, Liemers College,
Voorlopige opgave lotingstudies HBO Studiejaar 2016-2017
Accountancy Hogeschool Utrecht 120 voltijd 100 3x 15 maart 2016 Accountancy Hogeschool van Amsterdam 150 voltijd 100 2x 15 maart 2016 Advanced Business Creation Avans Hogeschool 160 voltijd 100 3x 1 mei
Overzicht instellingen en opleidingen in experiment leeruitkomsten
Overzicht instellingen en opleidingen in experiment leeruitkomsten I. Instellingen en opleidingen die toestemming hebben gekregen voor deelname aan het experiment leeruitkomsten, n.a.v. per 1 mei 2016
Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid
Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid www.qompas.nl Januari 2015 Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid 1 Oordeel studenten/scholieren over Qompas en tevredenheid met betrekking tot
Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 7 oktober 2015
Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 7 oktober 2015 Voor leerlingen van: Almende college, Ludger College, Ulenhof College, Rietveld Lyceum, Christelijk College Schaersvoorde, Liemers College,
Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2015-2016
Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2015-2016 Is één van onderstaande opleidingen de opleiding waarvoor je je hebt aangemeld? Dan moet je meedoen aan de selectieprocedure (loting). Om deel
Overzicht Lotingstudies HBO
Overzicht Lotingstudies HBO Accountancy Hogeschool Utrecht Accountancy Hogeschool van Amsterdam Laatste wijziging: 16-aug-2016 Advanced Business Creation Avans Hogeschool Bedrijfseconomie Hogeschool Utrecht
OPEN DAG NHL STENDEN. Programma VISIT PLORE MEET. #opendagnhlstenden. nhlstenden nhlstenden nhlstenden
OPEN DAG NHL STENDEN Programma VISIT E PLORE MEET #opendag Ontdek NHL Stenden! Welkom op de Open Dag Maak kennis met de opleidingen van onze nieuwe hogeschool en ontdek de studie die bij jou past. Op de
WO-BACHELOR - studentaantallen Economie en Recht
Economie en Recht Bedrijfskunde Bedrijfs- en Consumentenwetenschappen Wageningen University 238 Bedrijfskunde Bedrijfskunde Erasmus Universiteit Rotterdam 2.204 Bedrijfskunde Bedrijfskunde Maastricht University**
Propedeuserapport
Propedeuserapport 206-207 Studieresultaten Friese eerstejaars studenten van cohort 206 Bert Colly Jelle Nauta Coördinatoren Aansluitingsnetwerk vo-ho Fryslân Oktober 208 Inhoud oorwoord... 3. Inleiding...
Opleidingen in het HBO met (mogelijk) een tweede loting, studiejaar 2015 2016
Centrale Aanmelding en Plaatsing Opleidingen in het HBO met (mogelijk) een tweede loting, studiejaar 2015 2016 Bij een aantal opleidingen/instellingen zijn na de uitvoering van de loting nog plaatsen over.
Voorlichtingsavond hbo- en wo-opleidingen Woensdag 5 oktober 2016
Voorlichtingsavond hbo- en wo-opleidingen Woensdag 5 oktober 2016 Voor leerlingen van: Almende college, Ludger College, Ulenhof College, Rietveld Lyceum, Christelijk College Schaersvoorde, Liemers College
OPEN DAG NHL STENDEN. Programma VISIT PLORE FIND. #opendagnhlstenden. nhlstenden nhlstenden nhlstenden
OPEN DAG NHL STENDEN Programma VISIT E PLORE FIND #opendag Ontdek NHL Stenden! Welkom op de Open Dag Maak kennis met de opleidingen van onze nieuwe hogeschool en ontdek de studie die bij jou past. Op de
Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs
Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs 2010 1 Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs 2010 Ten opzichte van 2009 is de instroom stabiel: -0,3 procent
Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs. februari 2010
Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs februari 2010 1 Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs Inleiding Deze factsheet geeft informatie over het
Hogeschool Utrecht Meeloopdagen OVERZICHT
2015-2016 Hogeschool Utrecht Meeloopdagen OVERZICHT 2015 2016 A T/M Z ACADEMISCHE LERARENOPLEIDING PRIMAIRE ONDERWIJS (LERAAR BASISONDERWIJS PABO) 18 januari, 11 april 2016 ACCOUNTANCY 26 november 2015
Vooropleidingseisen Van havo naar hbo
qompas.nl Vooropleidingseisen Van havo naar hbo 2017-2018 Talent Vooropleidingseisen van havo naar hbo = Dit profiel geeft toegang tot deze opleiding. = Dit profiel geeft geen toegang tot deze opleiding.
Planning voorlichtingsavond vervolgstudies HBO & WO
Planning voorlichtingsavond vervolgstudies HBO & WO Rondes Voorlichting Opleidingen Instelling 1 2 3 Lokaal Algemene voorlichting HAS - Bedrijfskunde en agrfoodbusiness - Business in Agriculture & Food
HAVO naar bachelor HBO
HAVO naar bachelor HBO Bijlage B. Nadere vooropleidingseisen voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs. In deze bijlage wordt verstaan onder: NT: profiel natuur en techniek NG: profiel natuur en
Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017
Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017 Is één van onderstaande opleidingen de opleiding waarvoor je je hebt aangemeld? Dan moet je meedoen aan de selectieprocedure (loting). Om deel
Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017
Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017 Is één van onderstaande opleidingen de opleiding waarvoor je je hebt aangemeld? Dan moet je meedoen aan de selectieprocedure (loting). Om deel
2 De keuze van de hogeschool per individuele conversie geldt voor alle opleidingsvormen, inclusief de te beëindigen varianten. 1 Beoordeling instellingsconversietabellen CDHO 1 2 Opheffing Hogeschool Positief
Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs. februari 2009
Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs februari 2009 1 Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs Inleiding Deze factsheet geeft informatie over het
Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 11 oktober 2017
Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 11 oktober 2017 Voor leerlingen van: Almende college, Ludger College, Ulenhofcollege, Rietveld Lyceum, Christelijk College Schaersvoorde, Liemers College,
Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2014: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. April 2015
Feiten en cijfers HBO-Monitor 2014: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo April 2015 Feiten en cijfers 2 Inleiding In deze factsheet staan de arbeidsmarktresultaten van hbo-afgestudeerden
1 Beoordeling instellingsconversietabellen CDHO 1 2 Opheffing Hogeschool Positief advies CDHO: Engineering Engineering AOT Techniek(deeltijd) Einde instroom: 31-12-2011 Einde opleiding: 31-12-2016 Engineering
Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 5 oktober 2016
Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 5 oktober 2016 Voor leerlingen van: Almende college, Ludger College, Ulenhof College, Rietveld Lyceum, Christelijk College Schaersvoorde, Liemers College,
Propedeuserapport
Propedeuserapport 2015-2016 Studieresultaten van de Friese eerstejaars studenten in Leeuwarden en Groningen Bert Jan Flim Coördinator Aansluitingsnetwerk Vo-Ho Fryslân November 2017 Inhoud Voorwoord...
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 20456-n1 26 januari 2016 Rectificatie: Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 juli 2015,
Opdracht LOB Hoofdstuk 1, opdracht 1.A
Opdracht LOB Hoofdstuk 1, opdracht 1.A Opdracht door een scholier 353 woorden 13 februari 2006 3,3 9 keer beoordeeld Vak LOB Hoofdstuk1 Opdracht 1.A Welk profiel heb je gekozen of ga je waarschijnlijk
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 5.6, vijfde lid, van de Wet studiefinanciering 2000;
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 36310 27 december 2013 Regeling van de Staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 december 2013, nr.
Propedeuserapport 2013-2014 Hbo Fryslân
Propedeuserapport 2013-2014 Hbo Fryslân Studieresultaten Friese eerstejaars Hbostudenten Bert Jan Flim Coördinator Aansluitingsnetwerk Vo-Ho Fryslân September 2015 Inhoud Voorwoord... 2 1. Vergelijking
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. ARTIKEL I. WIJZIGING REGELING STUDIEFINANCIERING 2000
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 20456 20 juli 2015 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 juli 2015, nr. HO&S/755131, houdende
Toelatingsvoorwaarden nieuwe profielen
ECONOMIE (ECONOMICS) Accountancy ec of (ec of ) + Accountancy (Associate degree) ec of (ec of ) + Bedrijfs ec of (ec of ) + Bedrijfskunde MER ec of ec of ec of maw of Commerciële Economie (CE) ec of ec
havo HBO doorstroomeisen
havo HBO doorstroomeisen VOOROPLEIDINGSEISEN VOOR OPLEIDINGEN VAN HET HOGER BEROEPSONDERWIJS 1. In deze bijlage wordt verstaan onder: NT: profiel natuur en techniek NG: profiel natuur en gezondheid EM:
Overzicht fixusopleidingen met selectie
Overzicht fixusopleidingen met selectie 34951 2017 HKU B Kunst en Economie voltijd 275 1 34585 2017 Windesheim B Psychomotor Therapie & Bewegingsagogie voltijd 105 3 34686 2017 Windesheim B Journalistiek
Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2014-2015
Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2014-2015 Is één van onderstaande opleidingen de opleiding waarvoor je je hebt aangemeld? Dan moet je meedoen aan de selectieprocedure (loting). Om deel
Overzicht fixusopleidingen met selectie. Hogescholen. d.d. 3 oktober 2016
Overzicht fixusopleidingen met selectie Hogescholen 34951 2017 HKU B Kunst en Economie voltijd 275 1 34585 2017 Windesheim B Psychomotor Therapie & Bewegingsagogie voltijd 105 3 34686 2017 Windesheim B
OPEN DAG NHL STENDEN. Programma VISIT E PLORE MEET. #nhlstenden. nhlstenden nhlstenden nhlstenden NHL Stenden Hogeschool
OPEN DAG NHL STENDEN Programma VISIT E PLORE MEET # NHL Stenden Hogeschool Ontdek NHL Stenden! Welkom op de Open Dag Maak kennis met de opleidingen van onze hogeschool en ontdek de studie die bij jou past.
Van HAVO naar HOGER BEROEPSONDERWIJS
Van HAVO naar HOGER BEROEPSONDERWIJS Disclaimer: De lijst is gebaseerd op de officiële doorstroomeisen van het ministerie van onderwijs. Bij het overnemen van deze gegevens kunnen er tikfouten zijn gemaakt.
Factsheet. HBO-Monitor De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden
HBO-Monitor 2016 De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden Managementsamenvatting In deze factsheet staat de arbeidsmarktpositie van de hbo-afgestudeerden uit studiejaar 2014/2015 centraal. Eind 2016,
