"Het geheim van Dichteren" Inhoud :

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download ""Het geheim van Dichteren" Inhoud :"

Transcriptie

1 1 "Het geheim van Dichteren" Inhoud : Hoofdstuk 1. Dirk en Daan lusten wel een appeltje. Hoofdstuk 2. De ontmoeting met Gait. Hoofdstuk 3. Gait's verhaal. Hoofdstuk 4. Bezoek aan het schuurtje Hoofdstuk 5. Onweer... Hoofdstuk 6. Waar zijn we? Hoofdstuk 7. Vogelverschrikkers. Hoofdstuk 8. Naar de stad. Hoofdstuk 9. De droom van Daan. Hoofdstuk 10. Netta de Heks. Hoofdstuk 11. Netta's verhaal. Hoofdstuk 12. Opnieuw naar de stad. Hoofdstuk 13. De Kasteelheer. Hoofdstuk 14. Het verhaal van Johan. Hoofdstuk 15. In de kerker. Hoofdstuk 16. Spoken in het kasteel. Hoofdstuk 17. Johan en Netta. Hoofdstuk 18. Op weg. Hoofdstuk 19. De Magiër. Hoofdstuk 20. De tijdreis. Hoofdstuk 21. Weer terug.

2 2 "Het geheim van Dichteren". door Tycho Schipper Hoofdstuk 1. Dirk en Daan lusten wel een appeltje. Dirk en Daan fietsen samen door de straat. Het is warm en benauwd, ze zijn de enigen die de moed hebben zich tegen de hitte te verzetten. Midden in de zomervakantie en niets te doen. Alleen maar vervelen. Omdat Dirk en Daan pas verhuisd zijn kunnen ze dit jaar niet op vakantie. "Geen geld en geen tijd", had papa net nog gezegd toen ze vroegen waarom ze niet op vakantie gingen. Papa was een nieuw hek aan het maken in de tuin, hij had het er maar heel druk mee. Ze hebben wel allebei een nieuwe kamer, groter dan in hun oude huis. De kamer van Dirk is lichtgroen geschilderd, die van Daan lichtblauw. Alleen is het veel te heet om nu op je kamer te gaan zitten, al is het allemaal nog zo nieuw. Dirk en Daan zijn bijna als eersten in het nieuwe blok komen wonen, verder woont er nog niemand, behalve dan de buren, maar die hebben geen kinderen. Ze komen uit een grote drukke stad en nu wonen ze opeens in een rustige nieuwbouw wijk, dat is best een verschil. En dan is het ook nog zomervakantie, ze kennen niemand en de school begint pas over vier weken. Nee, het enige leuke is dat je hier overal rond kan fietsen, maar verder... "Ik vind er hier niks aan", zegt Dirk. "Nee", zegt Daan, "ik ook niet". De twee jongens fietsen nog een stuk verder, langs de Bosweg. Aan de ene kant zie je allemaal nieuw gebouwde huizen en aan de andere kant liggen de weilanden waar overal gegraven wordt. Ook daar komen nieuwe huizen. "Gek hè", zegt Dirk, "je ziet hier van alles behalve bos, aan de Bosweg". "Zullen we eens kijken bij die oude boerderij? Misschien staat er wel een appelboom in de tuin". Opgewekt omdat de verveling voor even is verdreven fietsen de jongens naar de oude boerderij. Eigenlijk zie je de boerderij helemaal niet, hij staat verstopt tussen de bomen en de struiken. Als je daar vlak langs loopt dan zie je pas dat er een boerderij staat. Dirk en Daan waren hier al een paar keer langs gefietst voordat ze zagen dat er een boerderij stond. Ze zetten hun fietsen tegen de heg. Allebei hebben ze een ATB, Dirk heeft een grote blauwe, met 15 versnellingen, Daan heeft een rode fiets, iets kleiner dan die van Dirk en met 10 versnellingen. "Er woont toch echt niemand meer hè? " vraagt Dirk. "Welnee, je kan toch niet wonen in zo'n oud krot. Moet je kijken, het glas is zelfs al uit de ramen gegooid", wijst Daan.

3 3 Ze wagen zich in de tuin nadat ze over het hek geklommen zijn en langs het huis zijn gelopen. In de tuin staan het gras en de distels tot hun middel. "Wat een zootje zeg" zucht Dirk, " zie jij een appelboom?" Twee paar ogen speuren door de tuin maar ze zien geen appelboom. In het hoekje achterin de tuin staat wel een bramenstruik met grote rode bramen. "Dat is dus nog niet te eten", weet Daan. Ze pakken allebei een stok van de grond en slaan hiermee de distels plat terwijl ze de tuin intrekken in de richting van een schuurtje, helemaal achterin de tuin. Toch krassen de distels soms nog over hun blote benen. Bij het schuurtje aangekomen zien ze dat de deur niet op slot is. Dirk pakt de klink en doet de deur open. Met een zacht piepje gaat de deur open en kijken ze naar binnen. Een muffe lucht komt ze tegemoet. "Die deur is al heel lang niet meer open geweest zeg, wat een stank komt er uit dat schuurtje. Durf jij naar binnen? " vraagt Dirk. "Best wel", zegt Daan". Even aan het donker wennen". Even later doet hij een stap vooruit, het schuurtje in. En nog een stap. Het is pikkedonker in het schuurtje en dan die lucht! Het ruikt naar aarde en vocht. En het lijkt wel of hij iets hoort rommelen! De rillingen lopen over z'n rug. "He joh, ik eh, ik zie niks, straks breek ik nog een been". En terwijl hij dit zegt loopt Daan snel weer naar buiten. "Het is wel een raar schuurtje, hè", zegt Dirk, "het lijkt van binnen veel groter dan van buiten. Moet je kijken hoe donker het binnen is. Volgende keer neem ik mijn zaklantaarn mee, dan kunnen we kijken wat er allemaal in staat". Het rommelt en puft in de verte, de jongens doen gauw de deur dicht en kijken naar de lucht. De wolken zijn snel donker geworden met gele donderkoppen en de wind laat de boomtoppen zacht heen en weer schudden " Volgens mij gaat het onweren. Laten we kijken of we in de boerderij kunnen schuilen", wijst Dirk. Ze lopen naar de boerderij. Het dak is groen van het mos en de houten balken die vroeger wit waren zijn nu grauw en verrot. De luiken zijn dicht, op een luik na wat een beetje piept in de wind. Aan de zijkant van het gebouw is een klein staldeurtje met een boerenklink. Dirk loopt naar de deur en pakt de klink. "Hij gaat open Daan". Met een enorme donderklap barst het onweer los, grote dikke druppels spatten op de grond. Snel springen Dirk en Daan naar binnen. In het dak van de stal zitten een paar gaten en boven in de stal zit een raam zonder luik. De stal is helemaal leeg, geen koeien, geen stro, helemaal niets. " Gelukkig is het hier niet zo eng als in het schuurtje",fluistert Daan. " Nee", zegt Dirk zacht, " hier kan je tenminste iets zien. En iets voelen, dat dak is hartstikke lek. Kom, we kijken of we in het woonhuis kunnen komen, misschien blijven we dan een beetje droog".

4 4 Ze gaan door de staldeur en komen in een donkere gang. Aan het eind van de gang staat een deur open, uit de ruimte daarachter schijnt een flauw licht de gang in. Als ze door de deur gaan staan ze in de keuken. Nou ja, keuken, vroeger was hier de keuken. Je kan het granieten aanrecht nog zien, en een los staande grote zwarte kachel. Midden in de keuken staat een oude tafel met drie stoelen. In de gesloten luiken voor de ramen zitten zoveel gaten dat het best wel licht is in de keuken. Nog een donderklap. En nog een. De regen beukt op het oude huis. "Tik, tik tik". "Wat is dat!" schrikt Daan. "Tik, tik tikerdetik tik". "Joh, dat is gewoon de regen die in de schoorsteen valt", wijst Dirk, "kijk maar, daar druppelt de regen op de kachel". Ja hoor, druppel voor druppel valt het water op het zwarte deksel. De wind giert om het huis en de donder laat de mica ruitjes in de kachel trillen. " Gelukkig is het hier droog" zegt Dirk". Ja, als we buiten waren gebleven waren we kletsnat geworden", antwoordt Daan.

5 5 Hoofdstuk 2. De ontmoeting met Gait. De twee jongens wachten in de schemerige keuken tot het onweer voorbij is. Ze zitten allebei op een stoel aan de krakkemikkige tafel. De donderslagen blijven maar komen en de regen gaat maar door. "Ben jij bang voor onweer?" vraagt Daan. "Nee, helemaal niet, " zegt Dirk snel. "Ik ook niet hoor, maar ik wil best wel naar huis", zegt Daan. Ze wachten en ze luisteren naar de donder en de regen. Opeens heft Dirk zijn hoofd op. "Hoor jij dat ook?" vraagt hij. "Wat moet ik horen, " zegt Daan. "Nou, ik weet niet, ik hoor iets geks. Gebonk of zo". Ze luisteren allebei ingespannen. " Ik hoor niks met al die regen ", zegt Daan, " je bent gewoon bang". Maar dan hoort Daan het ook. Klossende voetstappen in de gang. De twee kijken elkaar aan en springen van hun stoel, vliegensvlug kruipen ze achter de grote zwarte kachel. De voetstappen komen dichterbij en vallen dan stil. Dirk en Daan kijken elkaar bibberend aan. "HATSJIE!", klinkt het in de gang, " verdulleme, een mens zou toch nog ziek worren van da weer". Dan zwaait de deur open en stapt er een oude boer de keuken in. Hij loopt op versleten gele klompen en hij heeft een lichtgroene stoffen jas aan die over zijn bruine ribbroek valt. Zijn pet houdt hij in de hand. "Kiek noe toch eens. Ik bun niet allenig hier. Kom jelui, je hoef niet bang te zijn. Ik vreet ou niet op hoor". Een beetje bleek staan Dirk en Daan op. "Nou nou, bunt jelui zo geschrokken van mij?" lacht de boer. "Het de regen jelui ook zo overvallen? Ik bun toch allemachtig nat geworren van al die nattigheid. Kunt jelui niet meer proaten? Ik ben Gait", zegt hij en hij steekt zijn hand uit naar Dirk. "Dag meneer", zegt Dirk, "ik heet Dirk". "En ik ben Daan", zegt Daan terwijl hij Gait een hand geeft. "Zeg maar Gait", zegt de boer en hij legt zijn pet op tafel. "Woont u hier?" vraagt Dirk. "Nee, nee, ik zou hier voor geen goud willen wonen", antwoordt Gait, "ik woon een heel stuk wieter. Het is dat het onweer zo snel opkwam anders was ik hier niet geweest". "Waarom niet?" vraagt Dirk nieuwsgierig. "Het is hier niet pluis", antwoordt Gait, "er gebeuren hier hele rare dingen. Vooral als het onweert. Maar ja, een oude man als ik moet niet zo nat worden in de regen. Da's niet goed voor mij. Dus dan kruip ik maar bij jelui in de keuken". "Wat is er dan niet pluis?" wil Daan weten. "Nou, hier in 't huus is 't wel in orde, maar dat schuurtje, achterin de tuin, dat klopt niet. Ik kom liever niet meer in dit

6 6 huus en al helemaal niet bij dat schuurtje". Gait schudt zijn hoofd. "Bedoelt u dat schuurtje wat zo stinkt?" vraagt Dirk. Gait schrikt op. "Bunt jelui bij dat schuurtje geweest?" vraagt hij boos. "Ja, ik zie het al aan jelui d'r gezicht. Dat schuurtje is niet pluis. Jelui moet daar niet meer komen of het loopt slecht met jelui af. Belooft jelui dat?" Dirk en Daan knikken braaf van ja en de boze trek op Gait's gezicht verdwijnt weer. Het onweer klinkt nu wat verder weg maar de regen gaat maar door. Na een tijdje vraagt Gait, "wat had jelui te doen hier op de boerderij?" "Nou", zegt Dirk, "we waren aan het rondfietsen en toen dachten we dat we misschien een appeltje konden plukken in de tuin. De boerderij staat toch leeg. Toen we in de tuin zochten naar een appelboom zagen we dat schuurtje. De deur was niet op slot en toen hebben we even naar binnen gekeken, maar je kan niks zien. Het is daar pikkedonker. En toen het ging regenen zijn we hier in de keuken gaan schuilen. En daarna kwam u binnen". "Zeg maar Gait, 'U' dat klinkt veel te mooi voor mij", zegt Gait. "Bunt jelui echt niet in dat schuurtje geweest?" Dirk en Daan kijken elkaar even aan. "Nee, veel te donker", jokt Dirk. "Gelukkig", zegt Gait, "dat stelt mijn oude hart weer gerust". "Wat is er dan aan de hand met dat schuurtje?" wil Dirk weten. "Daar wil ik helemaal niet over praten", zegt Gait, "dat schuurtje is niet pluis, je moet daar niet komen". "Ja, maar, Gait, waarom niet?" vraagt Daan. "Niet pluis, wat is dat dan? Nou wil ik weten wat er aan de hand is". "Ooh jongn's", zucht Gait, "kunn'n jullie een oude man niet op zijn woord geloven?" "Jawel", zeggen Dirk en Daan tegelijk en ze kijken Gait vragend aan. Gait kijkt indringend terug. "Goed dan", zegt hij, "maar eerst moet'n jelui beloven dat je nooit, en dan bedoel ik ook echt nooit, nooit meer bij dat schuurtje gaat kijken". "Dat beloven we", zegt Dirk en Daan knikt instemmend. "Echt waar?" vraagt Gait. "Echt waar", zeggen de twee broertjes. En terwijl het maar blijft regenen begint Gait zijn verhaal...

7 7 Hoofdstuk 3. Gait's verhaal Heel lang geleden, toen ik ongeveer net zo oud was als jullie, toen heb ik voor het eerst gehoord van het schuurtje. Jelui moet weten, ik woon hier al mijn hele leven. En vroeger was het hier anders. Geen nieuwbouwwijk, geen auto's, geen autobaan vlakbij. En de stad, nou, dat was wel drie kwartier lopen, want een fiets had ik niet. Mijn vader was boer en als ik niet op de boerderij moest helpen dan ging ik naar school, ik moest dan een half uur lopen. Als ik naar school liep dan kwam ik langs deze boerderij. Hier woonde vroeger mijn beste vriend, Johan. Hij stond op de uitkijk en wachtte tot ik kwam, dan liepen we samen naar school. Op school zaten we naast elkaar en na school waren we bijna altijd samen. Nou, we hebben wat kattekwaad uitgehaald. Vuurtjes stoken, appeltjes pikken. En als ze ons te pakken kregen dan sloegen ze ons de billen blauw, zo ging dat vroeger. Zo lang als ik mij kan herinneren heb ik met Johan gespeeld. In de stal en in de tuin. En dat schuurtje stond er ook altijd al. Niks bijzonders zou je denken. Ik weet nog als de dag van gisteren dat Johan heel opgewonden op mij stond te wachten toen we naar school moesten. Hij was vuurrood en sprong steeds op en neer. " Gait, Gait", zei hij", ik heb toch zo iets raars gezien gisteravond". "Wat dan?" vroeg ik, maar hij wilde er niets over zeggen. "Niet hier", zei hij, "laten we naar onze hut gaan". "Maar we moeten naar school, Johan", zei ik", we kunnen niet zomaar naar de hut gaan". "Ik moet het aan je vertellen", zei Johan", kom, het duurt niet lang". Dus ik liep met Johan mee naar onze hut. Jelui weet toch wel die grote eikenboom die midden tussen de nieuwe huizen staat, vlak bij het water? Nou, vroeger was hier alleen maar weiland met af en toe een windsingel. En bij die grote eik, daar kwamen twee windsingels samen. In een hoek, onder de eik, daar hadden wij een geheime hut. Niemand wist ervan, alleen wij tweeën. Hijgend van het harde lopen kwamen wij bij de hut, Johan had vreselijke haast. Toen we uitgehijgd waren begon Johan te vertellen. Gisteravond kon hij niet slapen. Hij had eerst tot duizend geteld en toen was hij nog wakker. Uiteindelijk was hij maar uit het raam gaan kijken naar het bliksem van het onweer. En toen had hij het gezien.

8 8 Helder licht. Licht in het schuurtje, midden in de nacht. "Hou een ander voor de gek", zei ik", dat was gewoon je vader". Maar nee, Johan wist zeker dat zijn vader al sliep, alle grote mensen sliepen al, hij had ze zelf naar bed horen gaan. Eerst moest ik lachen, maar Johan wist het heel zeker. Hij werd een beetje boos omdat ik hem niet geloofde. En als Johan boos werd dan ging hij stokjes snijden. Hij pakte zijn zakmes en een takje en ging driftig hout zitten snijden. Dat zakmes, moet jelui weten, dat had Johan gekregen voor zijn verjaardag. Een mes met een houten heft, en zijn vader had er een grote "J" in gesneden. Iedereen op school was jaloers op dat zakmes, en ik ook wel een beetje. Toen ik zag dat Johan het echt meende vroeg ik wat hij toen gedaan had. "Dat licht bleef wel een uur aan", zei Johan", en opeens was het uit". s'morgens vroeg was Johan in de schuur gaan kijken maar er was niets bijzonders te zien. De gewone spullen stonden net als anders in het schuurtje, net als anders. "Zie je wel", zei ik, "als er niemand in het schuurtje was dan is er toch niks aan de hand". "Je weet toch dat mijn vader altijd alle deuren op slot doet", zei Johan, "en vanmorgen was het schuurtje op slot. Er kon geen mens in of uit. Hoe kan er dan licht branden? " Ja, ik moest wel toegeven dat dat een beetje raar was. Ik dacht er nog even over na, maar ik kon niks verzinnen. "Kom op joh, " zei Johan, "we moeten rennen anders zijn we te laat op school". En dus renden we naar school. Als je te laat kwam kreeg je straf van de meester, twee tikken op je vingers voor iedere minuut die je te laat was. Die morgen kregen Johan en ik ieder 12 tikken op onze vingers. En we hadden nog zo hard gelopen! Na een paar dagen was ik Johan's verhaal over het schuurtje alweer helemaal vergeten en Johan sprak er verder ook niet over. Toen ik een paar weken later weer aan kwam lopen om Johan op te halen stond hij weer te springen van opwinding. Ik dacht meteen weer aan het schuurtje. En ja hoor, die rare Johan was expres wakker gebleven om te kijken of er soms 's nachts iets met dat schuurtje gebeurde. Deze keer gingen we niet naar onze geheime hut, we wilden niet weer te laat komen. Johan vertelde zijn verhaal terwijl we naar school liepen, we keken goed om ons heen of niemand ons af kon luisteren. Nu had hij geluiden gehoord uit het schuurtje, een soort gerommel en het leek niet op het onweer van vannacht, zei hij. Toen hij dat hoorde was hij voor het raam gaan staan en hij wist zeker dat dat gerommel uit het schuurtje kwam. Dus was hij naar beneden gegaan om buiten te gaan kijken. Maar net toen hij de buitendeur wilde openmaken om naar buiten te gaan hoorde hij zijn vader lopen. Die moest 's nachts wel eens naar de WC.

9 9 Johan had zich in de keuken verstopt, hier onder deze tafel, en zijn vader was zo langs hem heen naar de deel gelopen. Toen was Johan heel stilletjes weer in zijn bed gekropen. Als zijn vader hem toch gezien had midden in de nacht... Het gerommel uit het schuurtje was na een tijdje weer opgehouden. Johan had vanmorgen in het schuurtje gekeken, maar er was weer niks te zien. "Wat een onweer vannacht, hè vrouw?" had zijn vader gezegd toen ze ontbeten, " ik ben blij dat het hier niet zo hard is gaan regenen". Ook dit verhaal was ik na een tijdje weer vergeten, maar Johan ging steeds meer op dat schuurtje letten, vooral in de nacht. Hij kreeg ook steeds straf op school omdat hij soms in slaap viel tijdens de les of heel erg zat te gapen. Gelukkig begon eindelijk de zomervakantie, Johan en ik konden nu rustig bouwen aan de hut, of lekker door de buurt zwerven. Soms kon ik niet mee, als ik mijn vader moest helpen met karweitjes op de boerderij. Op en dag zaten Johan en ik in onze hut, Johan zat weer takjes te snijden met dat mooie zakmes. "Hoe heeft je vader die grote 'J' er toch in gemaakt? " wilde ik weten. "Ik weet het niet", zei Johan, "ik denk met zijn eigen mes". Toen vertelde Johan dat hij die nacht in het schuurtje zou gaan kijken, hij moest weten wat er nou gebeurde in de nacht. " Je bent knettergek", zei ik, "laat dat schuurtje nou. Het geeft toch niets". Maar Johan keek mij aan en zei", en toch moet ik het weten". Ik heb de hele middag geprobeerd om Johan op andere gedachten te brengen maar hij bleef volhouden dat hij in dat schuurtje ging kijken. Uiteindelijk kregen we zelfs ruzie, ik noemde hem een stommerd en hij vond mij een schijterd. We gingen allebei boos naar huis. In de nacht ging het vreselijk onweren. Ik dacht nog bij mezelf, "mooi zo, dan blijft die stomme Johan tenminste binnen". Maar sinds die dag heb ik Johan nooit meer gezien. De volgende morgen, toen ik naar hem toe ging was hij er niet. "Weggelopen mevrouw", zei de veldwachter, "hij komt wel weer terug als hij honger krijgt". Na een paar dagen was Johan nog niet terug. De hele buurt heb ik afgezocht, en iedereen in de buurt hielp zoeken. Maar al dat zoeken hielp niets. Johan was van de aardbodem verdwenen. Na een week durfde ik pas in het schuurtje te kijken, ik weet zeker dat dat schuurtje er iets mee te maken heeft gehad. Ik weet het nog alsof het gisteren gebeurde. Ik deed de deur open en ik keek in een zwart gat, en het rommelde in de verte. Het stonk naar vochtige aarde. Dat schuurtje, waar normaal alleen maar

10 10 wat harken en scheppen in stonden, alles was weg. Terwijl ik stond te kijken begon het te onweren. Ik heb de deur dicht gedaan en ben door de regen weggerend, naar de hut van Johan en van mij. Toen wist ik dat ik Johan nooit meer terug zou zien. Johan is nooit meer teruggekomen. Zijn ouders zijn op de boerderij blijven wonen tot het boeren te zwaar voor ze werd, sindsdien staat het leeg, niemand wil hier wonen. Ik ben hier ook nooit meer geweest, tot vandaag, tot dat onweer me hier liet schuilen. En dat is waarom ik zeg dat dat schuurtje niet pluis is, vooral niet als het onweert. Gait kijkt de twee broertjes aan, ze hebben ademloos naar zijn verhaal geluisterd. Ze hebben zelfs niet gemerkt dat de regen voorbij is, dat zelfs de zon weer schijnt. "Zo jelui", zegt Gait, "mot je kieken, de zonne is weer terug!" Ja, Dirk en Daan zien het ook, de zon schijnt weer. "Ik ga maar weer op huis aan", zegt Gait, "Ajuus, en denk er aan wat jelui beloofd hebt, nooit bij dat schuurtje komen!" "Dag Gait", zeggen Dirk en Daan. Ze lopen naar buiten, achter Gait aan. Als ze door de tuin naar hun fietsen lopen durven ze niet naar het schuurtje te kijken, zo spannend vonden ze Gait's verhaal. Snel fietsen ze naar hun huis. Als ze thuis komen staat papa alweer in de tuin te werken. "He", zegt hij, "waar komen jullie vandaan? Zijn jullie niet vreselijk nat geworden van die bui?" "Nee, hoor", antwoordt Dirk, "we konden schuilen bij een boerderij ". "Dat is aardig van die mensen", zegt papa en hij is met zijn aandacht alweer bij het maken van het nieuwe hek. Dirk en Daan laten papa maar werken en ze gaan naar boven. Mama is niet thuis, "Ik ben op gordijnenjacht met Oma", had ze vanmorgen gezegd. "Wat een spannend verhaal vertelde Gait hè", zegt Daan. "Ja, ik vond het allemaal wel spannend in dat huis. Ik zou best wel eens in dat schuurtje willen kijken", zegt Dirk. "Je weet wat we beloofd hebben!" zegt Daan boos. "Beloften mag je niet breken ". "Ja, maar Gait zei dat het alleen maar gevaarlijk is als het onweert, bij dat schuurtje", antwoordt Dirk, "we kunnen morgen of zo best gaan kijken, als het droog is. Dan breken we toch geen belofte?" Eigenlijk is Daan ook best wel nieuwsgierig naar dat schuurtje, en nu ze veilig thuis zijn lijkt het verhaal van Gait een stuk minder eng. "Jongens, willen jullie wat drinken", roept mam van beneden.

11 11 "Ja, graag" antwoorden Dirk en Daan in koor. Snel gaan ze naar beneden, ze hebben best wel dorst en bovendien, als Mama en Oma samen zijn gaan winkelen nemen ze vaak wat leuks mee uit de stad. Ook deze keer kon Oma zich niet beheersen. Glunderend pakken de twee jongens een pakje uit, er zit een CD ROM in met een prachtig adventure game. Volgens het boekje moet je door kastelen, kerkers en dan naar een ruimteschip...te veel om te beschrijven. Alleen zit de computer nog in een doos op zolder, dus nu kunnen ze er nog niet mee spelen, dat is wel jammer, maar Papa belooft de computer zo snel mogelijk aan te sluiten.

12 12 Hoofdstuk 4. Bezoek aan het schuurtje De volgende morgen is het alweer mooi weer. Als Dirk en Daan ontbeten hebben lopen ze de tuin in. Papa is alweer bezig met het hek in de achtertuin, nu is hij de deur aan het maken. Overal ligt gereedschap in de tuin, hamer, zaag, schroevedraaiers. "Zeg pap", zegt Dirk", mogen we even bij de schuur?" "Natuurlijk", antwoordt papa, "gaan jullie weer uit fietsen?" De twee jongens knikken. Papa kijkt zijn twee zoons aan. "Zijn jullie al een beetje gewend aan het nieuwe huis?" vraagt hij. "Ja hoor", zegt Dirk, " je kan hier best leuk rondfietsen, het is niet zo druk als in de stad". "Mooi zo", zegt papa; " zeg, zullen we vanmiddag iets leuks gaan doen, het is zulk lekker weer, laten we gaan zwemmen of zo". " Ja, leuk", roepen Dirk en Daan. "Goed, afgesproken", zegt papa", vanmiddag gaan we zwemmen". Dirk en Daan fietsen de straat op. "Waar gaan we heen?" vraagt Daan. "Ik weet het niet, zullen we weer bij het winkelcentrum gaan kijken?" stelt Dirk voor. En zo fietsen ze naar het winkelcentrum. Als ze er bijna zijn moeten ze het spoor oversteken, er komt natuurlijk net een trein aan. Nadat de trein is vertrokken van het stationnetje kunnen ze verder, naar het winkelcentrum. Het is nog vroeg, er zijn weinig mensen en het plein voor het winkelcentrum is bijna leeg. Twee kleuters spelen op de kleine glijbaan voor de supermarkt, ze kraaien van plezier. "Hier is ook niet veel te doen", zegt Dirk. "Nee. Ik wou dat het al middag was, dan gaan we tenminste zwemmen, "zegt Daan. Ze zetten hun fietsen neer en lopen de drogisterij in. Snoep en drop staan verleidelijk uitgestald, maar ze hebben allebei geen geld bij zich. Al snel staan ze weer buiten. "Ik hoop dat we nooit meer verhuizen", zegt Dirk, "wat een verveelzomer is dit zeg. " Samen fietsen ze weer in de richting van hun nieuwe huis. Ongemerkt fietsen ze na een tijdje weer op de Bosweg. "Kijk", zegt Dirk, "daar is de boerderij van gisteren. Zullen we even in de tuin kijken? " Hij kijkt om zich heen. " Ik zie nergens onweer, we kunnen best even in het schuurtje kijken denk ik". "Maar je weet wat we aan Gait beloofd hebben", zegt Daan, " we zouden nooit meer bij het schuurtje kijken". Nu de zon schijnt is het helemaal niet meer griezelig bij de boerderij, het schuurtje staat lekker in de zon, je hoort zelfs een vogeltje fluiten. Voorzichtig lopen de twee nieuwsgierige jongens weer door de tuin, over het paadje wat ze gisteren gemaakt hadden.

13 13 Daar staan ze dan, voor het schuurtje. "Doe jij de deur open", vraagt Dirk. "Doe het zelf", zegt Daan. Nu ze zo voor de deur staan wordt het wel weer een beetje griezelig. Dirk pakt een stok en doet met gestrekte arm de deur open. De deur valt bijna vanzelf open. In de schuur is geen zwart gat, geen vieze lucht. Het is gewoon een oude schuur met hier en daar wat oude troep, een paar oude rieten manden, een verroeste hark en vlak om de hoek hangt een bos touw aan een spijker. "Zie je wel, niks aan de hand. We hebben het ons gewoon verbeeld. Die gekke Gait ook met zijn griezelverhalen". Dirk draait zich om, "kom we gaan de tuin eens verder verkennen, met die schuur is niets aan de hand". Met allebei een stok in hun hand tegen de distels en de brandnetels lopen ze de tuin door. Maar veel is er niet te zien, het onkruid prikt in hun benen. De tuin is zo verwilderd dat er geen doorkomen aan is. Al snel besluiten ze om maar eens in de boerderij te gaan kijken. Door de staldeur komen ze de stal weer in die nu helemaal niet eng meer is. Midden in de stal staat een houten ladder die naar de hooizolder leidt. Dirk zet zijn voet op de eerste sport en stapt naar boven. Met een droge tik breekt de sport en staat Dirk weer op de grond. "Nou, je hebt geluk dat je dat niet boven aan de ladder gebeurde", giechelt Daan, " dan had ik helemaal naar huis moeten fietsen met jou achterop". Ze lopen de gang van de boerderij in en ze zien de trap naar boven. "Die trap heb ik vorige keer helemaal niet gezien", zegt Daan. "Nee, maar we hadden ook zo'n haast om in de keuken te komen". Dirk stapt voorzichtig op de eerste tree. Hij duwt eens hard met zijn voet. Er gebeurt niks. "Kom", zegt hij ", die trap is sterk genoeg, we gaan eens boven kijken". Boven is een overloop, en alle deuren staan open. Ze lopen naar de verst gelegen kamer. Als ze door het raam naar buiten kijken zien ze het schuurtje in de tuin. "Zou dit de kamer van Johan geweest zijn?", vraagt Daan zich af. "Vast wel", meent Dirk. "Kijk maar je kan het schuurtje hier prima zien". Hun stemmen klinken hol in de lege kamer, alles is leeg en heel stoffig. Nu ze op de plek zijn waar Johan geslapen heeft en naar het schuurtje keek wordt het verhaal van Gait weer een heel stuk enger. "Heb jij het koud?" vraagt Dirk aan zijn broertje, "je hebt kippevel". "Nou, dan heb jij het ook koud, " antwoordt Daan, "je hebt zelf ook kippevel". "Ja, het is hier ook best wel koud", vindt Dirk", laten we maar eens naar huis gaan". Daan is het van harte met Dirk eens, ook hij

14 14 durft niet toe te geven dat het hartstikke griezelig is in dat oude lege huis. Bijna hollend komen ze weer buiten. Met een vaartje fietsen ze naar huis. Als ze de tuin inkomen zitten pap en mam op het terras, aan de koffie. "Goh", fluistert Dirk ", heeft pap zomaar tijd om te zitten? Moet hij niet aan het hek werken?" Giechelend zetten ze hun fietsen in de schuur. "Willen jullie wat eten jongens?" vraagt mam. "Mmmmm", roepen de jongens, "lekker"! Al snel zitten ze met z'n allen op het terras te eten. Na het eten stelt pap voor om eens lekker te gaan zwemmen. Ze gaan met z'n allen op de fiets, want voor de auto is er haast geen parkeerplaats te vinden bij het water, dat hebben ze al gehoord van de buren. Ze krijgen allemaal een tas achterop met zwemspullen, Papa bindt de opblaasboot achterop zijn fiets en houdt de peddels in zijn hand. Het is maar een klein stukje fietsen van hun nieuwe huis naar het meertje. Als ze zijn aangekomen zetten ze hun fietsen neer bij de fietsenstalling en lopen ze bepakt en bezakt richting water. Het is er best druk, ze moeten een eind lopen om een plekje te vinden. "Daar is een plek", wijst Dirk, en rent er naar toe. Als Papa en Mama er eindelijk zijn liggen de jongens al in het water. Eerst pompt Papa de boot op. Als hij klaar is vaart hij over het water, Dirk en Daan mogen om de beurt mee. Dan heeft Papa geen zin meer en gaan Dirk en Daan samen varen. Je kan mooi van de rand van de boot afduiken. Als Dirk en Daan genoeg hebben van het zwemmen gaan ze graven in het zand. Ze maken een enorm zandkasteel, met torens en een binnenplaats.

15 15 Hoofdstuk 5. Onweer... De dagen na de zwempartij is het best wel slecht weer. Veel wolken en soms wat regen. Gelukkig zijn er al veel spullen uitgepakt. Papa heeft eindelijk de computer aangesloten en Dirk en Daan zijn twee dagen bezig met een nieuw computerspel dat ze gekregen hebben. De highscores vliegen over het scherm. Maar na een paar dagen schijnt de zon weer volop. Soms hebben pap en mam nog tijd om te gaan zwemmen. Op een dag gaan ze zelfs helemaal naar het strand! Ze gaan 's morgens vroeg weg, met de auto. Ze staan wel een uur in de file maar eindelijk komen ze bij de zee. Ze blijven er de hele dag. Er is dan ook van alles te doen op het strand, je kan schelpen zoeken, zwemmen, zandkastelen bouwen, patat eten en cola drinken. Als ze s'avonds terug rijden vallen Dirk en Daan achterin de auto in slaap, zo moe zijn ze geworden van een dagje aan het strand. Dan besluit pap om de zolder op te ruimen. Pap en mam zitten de hele dag op zolder. Ze slepen alle dozen naar de ene kant en dan weer terug. Dirk en Daan snappen er niet zoveel van. Ze hangen een beetje voor de TV, maar het is veel te mooi weer. Dan hangen ze in de tuin, maar daar is geen schaduw want er groeien nog geen bomen en dus wordt het erg warm. Dirk stelt voor om weer eens bij de oude boerderij te gaan kijken en dan neemt hij een zaklantaarn mee, voor de donkere kamers van de boerderij. Ja, dat vindt Daan een goed idee. Tussen de bomen van de boerderij is het vast beter uit te houden dan in de kale tuin. "Wij gaan even over de Bosweg fietsen!!" roept Dirk naar zijn ouders op zolder. "Veel plezier en kom je op tijd thuis? Au, m'n hoofd, die rotzolder ook", klinkt het terug tussen de dozen door. En daar fietsen Dirk en Daan, langs de grote eik in de nieuwbouwwijk van Dichteren. "Misschien liggen hier onder de grond nog wel houtsnippers die Johan met z'n mes sneed", wijst Dirk. Toch een raar idee, dat Gait en Johan hier vroeger gespeeld hebben. "Wat zou er met Johan gebeurd zijn, denk je?" vraagt Daan. "Het kan toch niet dat iemand zomaar verdwijnt. Volgens mij moet Johan nog ergens rondlopen. Misschien is hij wel weggelopen en kreeg hij geen honger en is hij nooit meer naar huis gegaan". Dirk denkt dat Johan misschien wel ontvoerd is. Nou ja, het blijft een raar verhaal, die verdwijning van Johan. Even later staan ze weer voor de deur van het schuurtje. Een beetje voorzichtig doen ze hem open maar net als de vorige keer is het een heel gewoon schuurtje. Scheppen en harken aan de muur en een vloer van aangestampte aarde.

16 16 Dirk kijkt nog eens goed naar binnen. Hij kan zich nog maar nauwelijks voorstellen dat ze hier zo bang voor geweest zijn. Dan valt zijn oog op de aarden vloer. " Misschien is Johan wel vermoord", zegt hij, "en is hij hier begraven". "Of misschien ligt er wel een schat begraven", fantaseert Daan verder. Ze kijken elkaar aan en krijgen allebei hetzelfde idee. Ze pakken allebei een schep en beginnen te graven in de aarden vloer. De vloer is hard, het kost de jongens veel moeite om een gat te graven. Maar na een tijdje wordt de aarde wat zachter en gaat het graven beter. De broertjes werken hard en ze zweten als otters. Ze hebben helemaal niet in de gaten dat de zon weer eens langzaam achter de wolken verdwijnt. Ze zien de donkere wolken van alweer een onweersbui niet hangen. Ze hebben alleen maar oog voor hun steeds dieper wordende kuil. "Het begint naar aarde te ruiken, vind je ook niet", vraagt Daan. "Ja, vind je het gek?" schampert Dirk", wat zijn we hier aan het doen, met aarde aan het werk toch? Of niet dan?" Een beetje boos schept Daan verder. Opeens stoot zijn schep op iets hards. Gespannen kijken ze elkaar aan en gaan dan als gekken verder met graven. Zouden ze een schat vinden? De aarde vliegt met grote brokken het schuurtje uit. Het lijkt wel alsof de aarde steeds zachter wordt. Ze zien nu duidelijk een stuk hout liggen. Een paar scheppen verder ziet Dirk het als eerste. "Dit is gewoon een stuk hout. Niks bijzonders". Teleurgesteld tillen Dirk en Daan de plank uit de aarde. Met een boog gooien ze de plank naar buiten. Met een donderende klap valt de plank op de grond. Dirk en Daan kijken elkaar verschrikt aan. Dan kijken ze naar buiten en zien ze de regen vallen. "Onweer!!" roept Dirk geschrokken. "We moeten hier weg! Gauw! Naar buiten, snel!!" Schreeuwend probeert hij de kuil uit te klimmen, maar de aarde valt iedere keer weg onder zijn handen en voeten. "DIRK, ik zak weg!!" brult Daan angstig. Allebei ruiken ze nu de zware lucht, de lucht die naar aarde ruikt. Allebei horen ze het gerommel in de verte. Allebei zijn ze vreselijk bang geworden. "Wat moeten we doen?" piept Daan angstig. Hij is zo bang voor het gerommel in de verte en die vieze zware lucht ook. Ze zitten gevangen in de kuil, die nu uit zichzelf steeds dieper wordt. Als ze proberen om eruit te klimmen dan wijkt de aarde onder hun handen en wordt de kuil alleen maar groter. Het gerommel wordt steeds harder. Opeens klinkt er van buiten een knetterende donderslag. De twee jongens huiveren van schrik en ze houden elkaar stevig vast.

17 17 Een volgende donderslag verscheurt de lucht. Langzaam voelen ze dat de aarde oplost, langzaam beginnen ze te vallen, in een diep zwart gat. Ze vallen niet hard, dat is heel raar. Rustig vallen ze naar beneden, en al snel wordt het gerommel weer zachter. Dirk en Daan klemmen zich nog stevig aan elkaar vast. Opeens gaan ze langzamer vallen, nog langzamer en dan, boem. Met een plofje vallen ze op de grond. Het is pikkedonker, maar Dirk en Daan voelen dat ze ergens binnen zijn. "Waar zijn we nou Dirk?" fluistert Daan. "Ik weet het niet", fluistert Dirk terug, "het lijkt wel of het opeens nacht is geworden. Wacht eens, ik had toch een zaklantaarn meegenomen om in de boerderij te kijken?" Hij voelt in zijn zak. Gelukkig, de zaklantaarn zit er nog. Dirk knipt de lamp aan. De lamp verlicht het schuurtje, maar toch is het anders. Het ziet er allemaal veel ouder uit. Dirk doet de deur open en ze kijken de zwarte nacht in. Dirk schijnt naar buiten. In de straal zien Dirk en Daan een paar bomen staan. Dirk beweegt de straal heen en weer. Overal bomen... en wat rare balken van een afgebrand huis. "We zitten in een bos of zo", fluistert Daan. "Hoe kan dat nou?" vraagt Dirk zich af. "Laten we hier maar blijven zitten", wijst Dirk", dan wachten we tot het weer licht wordt". Ze kruipen tegen elkaar met hun rug tegen de wand van het schuurtje en wachten. Wachten tot het weer licht wordt. Ze wachten en wachten, en voor ze het in de gaten hebben vallen ze allebei in slaap, in het schuurtje.

18 18 Hoofdstuk 6. Waar zijn we? Dirk wordt als eerste wakker. Slaperig doet hij zijn ogen open en is dan meteen klaarwakker. Hij kijkt nog eens om zich heen, hij ziet alleen maar het rare schuurtje. "Dirk! Dirk! wordt eens wakker! " Hij schudt zijn broertje heen en weer. Daan is meteen wakker. "Dirk, waar zijn we nou?" vraagt hij. "Dat weet ik ook niet, ik snap er helemaal niks van. Hoe kan je nu in een gat vallen en dan weer in het schuurtje terecht komen? Ik weet het niet. " "Misschien zijn we wel betoverd", oppert Daan met een peinzende blik, " denk jij dat Johan hier ook naartoe is gevallen? Zouden we hem nog tegenkomen? Wonen hier wel mensen?" Dirk weet ook geen antwoorden op al die vragen, hij staat maar eens op. "We moeten maar eens kijken waar we zijn", stelt hij voor. De omgeving lijkt ergens op, maar ze weten niet precies waar het ze aan doet denken. Er is het schuurtje waar ze uitkomen, een afgebrande boerderij met zwartgeblakerde balken en een hooischuur. Overal staat het gras tot hun middel en her en der staan bomen die al snel overgaan in een bos. Het is best een wild bos, zonder echte paden, alleen maar hele kleine paadjes die de dieren gebruiken. Ze kiezen het grootste pad en lopen het bos in. "Wat is het stil hier, hè", fluistert Dirk. Ja, je hoort alleen maar af en toe een vogeltje fluiten, verder niets, geen auto's, geen vliegtuigen, helemaal niets. Na een tijdje lopen zien ze de rand van het bos, je ziet de lucht tussen de bomen door. "Voorzichtig", fluistert Dirk. "Waarom dan, we zijn toch uit het bos?" vraagt Daan. "Ik weet niet waarom, doe maar zachtjes en zorg dat niemand je ziet. Ik ga bij die rand kijken of ik wat kan zien". Dirk kruipt weg met zijn buik over de grond. Als Dirk bij de rand van het bos is aangekomen gaat hij voorzichtig rechtop zitten, vlak langs een boom. Hij tuurt over het veld. Ver weg kringelt wat rook de lucht in. Wat meer naar rechts staat een boerderij. En links loopt een zandpad. Dirk weet niet waarom maar toch ziet het er raar uit. Hij kijkt nog even en gaat dan terug om zijn broertje op te halen. "En?" vraagt deze, "heb je wat gezien?" "Ja, best wel. Een boerderij, ver weg en een zandweggetje. Maar er klopt iets niet. Ik weet niet wat". Dirk denkt nog eens na. Hij zag een zandweg, een boerderij... opeens weet hij het.

19 19 "Er staat geen prikkeldraad om de weilanden, alleen maar houten hekken. Dat is toch vreemd?" " Ja", zegt Daan, "ik zei het toch al, we zijn vast betoverd". "Hij kijkt Dirk een beetje bang aan. "Zeg, we gaan straks toch wel weer naar huis hè?" "Als ik maar weet waar ik naartoe moet", zegt Dirk, "en nu weet ik het nog niet. Laten we de zandweg maar eens aflopen, dan zien we wel waar we uitkomen". En daar lopen ze dan, op een zandweg. Ze kijken goed om zich heen, ze zijn heel voorzichtig, je weet maar nooit. Het is nog heel vroeg in de morgen, de zon staat nog laag. "Wat een plassen op de weg zeg, het heeft hier vast geregend", merkt Daan op. Een stukje verder blijft Daan staan. "Ik hoor iets", zegt hij. "Het lijkt wel op een vliegtuig". Dirk luistert ook. "Ja, ik hoor ook iets, geen vliegtuig, wacht, het komt daar vandaan". En hij wijst naar achteren. Ze kijken eens goed naar achteren. "Ik zie wel iets". Dirk speurt de horizon af. "Snel", zegt hij tegen zijn broertje, "in de sloot!" "Ben je wel helemaal lekker?" sputtert Daan tegen, "die sloot staat vol met water. Ik ga me daar een beetje nat maken. Ga een ander voor de gek houden". Dirk geeft Daan een flinke duw en springt achter Daan aan de sloot in. "IDIOOT, BEN JE.". "SST, hou je kop, gek ", sist Dirk. "Daar komen een paar ruiters aan. Straks zien ze ons nog ". "Nou en?" vraagt Daan brutaal. Dirk houdt zijn vinger voor zijn lippen en wijst naar de groep ruiters. Nu ze dichterbij zijn gekomen kan je de ruiters duidelijk op de paarden zien zitten. Je kan ook zien dat ze geen gewone kleren aan hebben. Ze dragen metalen kleren, harnassen. Er komt zomaar een groep ridders voorbij gereden! Dirk en Daan maken zich zo klein als ze maar kunnen en verstoppen zich in de sloot. Stampende paardenhoeven en kletterende harnassen trekken vlak langs ze heen. De kluiten aarde vliegen in het rond. Als er niets meer te horen is kruipen Dirk en Daan voorzichtig uit de sloot. "Wat was dat nou?" vraagt Daan zich af, "gaan die mensen naar een toneelstukje toe of zo?" "Ik weet het niet", antwoordt Dirk met net zulke druipende en stinkende kleren als zijn broer, " wat een stinksloot is dat zeg, bah! Maar volgens mij is het maar goed dat ze ons niet gezien hebben". Daan is het, ondanks zijn natte plunje, helemaal met zijn broer eens. "We moeten eerst maar eens uitvinden wat hier aan de hand is". Nog voorzichtiger dan daarvoor lopen Dirk en Daan over de zandweg. Ze lopen tussen akkertjes en weilandjes en af en toe een groepje bomen.

20 20 Na een tijdje zien ze een kerktoren. "Daar gaan we kijken". Dirk wijst naar de kerktoren. "Kunnen we niet eerst eens wat eten? Ik barst van de honger". Daan wijst op zijn maag. "Ja, ik lust ook wel wat", zegt Dirk. "Weet je wat, ik zie daar volgens mij een stelletje braamstruiken. Laten we daar even gaan kijken". Vier hongerige handen plukken de bramen van de struiken. Terwijl ze aan het plukken zijn lopen ze steeds verder het groepje bomen in, achter de bramen aan. Ze hebben echt trek, Nu hun magen gevuld worden merken ze pas hoeveel trek ze hebben. Ze plukken maar door, gelukkig staat het hele groepje bomen vol met braamstruiken. Opeens heft Dirk zijn hoofd op. Hij hoort wat. Hij kijkt tussen de bomen door en ziet een wagen rijden, een wagen met een os ervoor. Op de bok zit een man, met een zweep in zijn hand. Af en toe knalt de zweep op de rug van de os. De man heeft rare kleren aan, het lijken meer lappen die om zijn lijf geslagen zijn. Op zijn hoofd staat een vieze strooien hoed. "Zie je dat?" fluistert Daan. "Wat ziet dat er gek uit". Als de wagen voorbij is kijken Dirk en Daan elkaar eens aan. "Hier klopt iets niet Daan", zegt Dirk. "Dit kan helemaal niet. Die man lijkt op een plaatje in mijn geschiedenisboek. Die man lijkt op vroeger". "Misschien zijn we in het land van Ooit", probeert Daan nog, maar Dirk gaat door. "En als die man op vroeger lijkt, en alles lijkt hier op vroeger, geen prikkeldraad, geen auto's, geen vliegtuigen. Wel een stelletje ridders en ossekarren. Wij zijn in vroeger beland!" "Daar snap ik niks van", moppert Daan, "waar zijn we dan? " "We zijn in een andere tijd. Ik weet het zeker, " zegt Dirk. Hij denkt even na. "We moeten zorgen dat we niet opvallen. We moeten andere kleren hebben, anders zien ze meteen dat wij vreemd zijn. En dan moeten we weten in wat voor een tijd we zijn. En we moeten.". Hij stopt met praten als hij naar Daan kijkt. Die zit met een trillende onderlip voor zich uit te staren. "Hoe moet dat nou Dirk? Hou komen we dan thuis? Ik wil naar pap en mam toe! Ik wil hier niet zijn ". Met betraande ogen kijkt hij Dirk aan. "Stil maar", troost Dirk, "rustig maar, ik weet zeker dat we weer thuis komen. " Terwijl hij dit zegt krijgt hij zelf ook tranen in zijn ogen.

21 21 Hoofdstuk 7. Vogelverschrikkers Dirk en Daan blijven de rest van de dag verstopt tussen de bramenstruiken. Als de ossekar voorbij is gereden gebeurt er een hele tijd niets. Dan komt er weer wat aangelopen, een man en een vrouw met een handkar. Ook zij zien er armoedig en vies uit, maar ze praten vrolijk en schijnen het helemaal niet erg te vinden dat ze zo vies zijn. De vrouw loopt steeds op haar hoofd te krabben. "Dat mens heeft vast luizen, moet je kijken", wijst Dirk. Als de twee wandelaars dichterbij komen kunnen Dirk en Daan ze horen praten. Wat ze precies zeggen kunnen de broertjes niet zo goed horen, het lijkt wel op Duits, maar toch ook weer niet. Verder komt er niemand voorbij op de weg. Als het na een hele lange tijd begint te schemeren zegt Dirk, "kom, we gaan eens verder. " "Maar dat vind ik eng", protesteert Daan, "ik wil hier niet weg, ik wil verstopt blijven". "Je snapt toch wel dat we hier niet kunnen blijven Daan, we moeten kleren hebben van hier en eten en een plek om te slapen. Kom op!" En Dirk loopt naar de weg, Daan gaat achter hem aan. Ze hebben hun zakken vol gestopt met bramen, dan hebben ze nog wat te eten onderweg. Ze gaan in de richting van de kerktoren, misschien dat ze daar wat wijzer worden. Het wordt al snel donker, net als Dirk zijn zaklantaarn wil pakken zien ze dat de maan opkomt. Het is volle maan, er is zoveel licht dat ze best veel kunnen zien. Na een tijdje lopen maakt de weg een bocht. Daan ziet ze als eerste. Twee grote kerels!! Er staan twee grote mannen op de akker aan de kant van de weg!! Verstijft van angst blijven ze staan. Wat nu?? Zijn het aardige mannen of zijn het boeven? Dirk en Daan staan stokstijf stil. De mannen bewegen ook niet, ze staan daar maar en ze zeggen niets. "Ha..hallo ", probeert Dirk. Geen reactie. "Goedenavond", probeert Dirk nog een keer. Weer niets, ze zeggen niks terug! Dirk en Daan kijken nog eens goed. Die mannen staan wel heel erg stil. Dan ziet Dirk het opeens. "Het zijn vogelverschrikkers Daan, het zijn helemaal geen mensen". Ze lopen de akker op om de vogelverschrikkers van dichtbij te bekijken. Ja, gewoon vogelverschrikkers, niets om bang voor te zijn. "Joh, we moeten toch kleren hebben Dirk, nou, hier zijn ze", zegt Daan zachtjes. De kleren ruiken helemaal niet zo fris maar Dirk en Daan trekken de oude vodden snel aan. Nu staan er geen vogelverschrikkers meer op het veld, alleen maar twee kale stokken.

22 22 Met zijn handen graaft Dirk een grote kuil. "Wat ben je nou weer aan het doen?" vraagt Daan. "We moeten onze kleren toch verstoppen sufferd. We moeten lijken op de mensen van hier", zegt Dirk al gravend. "Nou, dat is wel gelukt hoor", lacht Daan", wat zie jij er gek uit. En je stinkt ook net als een varken". Dirk is niet boos. " Mooi", zegt hij, "dan lijken en ruiken we net als de mensen hier". Ze verstoppen hun kleren in de kuil en doen het zand weer netjes er overheen. Er is niets van de kuil te zien. En verder gaan ze, de zandweg af. "Is het nog ver?" gaapt Daan, " ik word een beetje moe van al dat gedoe hier". "Hoe moet ik dat nu weten?" snauwt Dirk. "Ik ben hier toch ook nog nooit geweest!" Beledigd houdt Daan zijn mond. Als Dirk naar zijn gezicht kijkt ziet hij traantjes glinsteren in het maanlicht. "Niet huilen Daan", troost hij, "we gaan gewoon een plekje zoeken om te slapen. En als we iets gevonden hebben dan eten we lekker onze geplukte bramen op". Weer een stuk verder zien de jongens een oude schuur staan, midden in het veld. "Kom, we gaan daar eens kijken", fluistert Dirk. Ze lopen door de wei naar de schuur toe. Er zijn geen deuren, een kant is helemaal open. Er ligt wel een stapel hooi en verder is de schuur helemaal leeg. " Mooi zo, hier gaan we slapen". Met een plofje laat Dirk zich in het hooi vallen". "Eerst wat eten". Daan valt naast Dirk in het hooi. Ze peuzelen de bramen op. Dan gaan ze allebei liggen, in het hooi. Ze vallen als een blok in slaap.

23 23 Hoofdstuk 8. Naar de stad. Langzaam wordt Daan wakker. Er prikt iets in zijn gezicht. Slaperig gaan zijn ogen open. "Wat gek", denkt Daan, "er ligt toch geen hooi in mijn bed". Dan weet hij het opeens weer, dat rare schuurtje in de tuin van de boerderij in Dichteren, en dat ze daar door de grond vielen en toen, ja, en toen? Daan snapt nog steeds niet precies wat er gebeurd is, Dirk beweert dat ze "een reis door de tijd" hebben gemaakt. Daan hoopt nog steeds dat hij een hele enge droom heeft, of dat iemand ze vreselijk voor de gek houdt. Dirk opent zijn ogen en kijkt Daan eens aan. "Goeiemorgen Daan", gaapt hij. "Wat gaan we doen?" vraagt Daan. "We gaan naar die kerktoren, daar is vast een stad, en dan zien we wel verder". Dirk staat op en loopt weer naar de zandweg. Daan gaat achter hem aan de wei door. "Heb jij ook zo'n honger?" Daan stapt naast Dirk over de zandweg. Het is vandaag veel drukker op de weg, ze zijn al een paar keer mensen tegen gekomen. De mensen keken Dirk en Daan wel raar aan maar knikten vriendelijk met hun hoofd als Dirk en Daan "hoi" zeiden. "We kunnen in de stad vast wel aan eten komen". Dirk kijkt naar de kerktoren die al stukken dichterbij is gekomen. De zandweg komt uit op een andere weg, ook een zandweg maar wel breder. Hier is het een drukte van belang. Er lopen allerlei mensen, er rijden mensen op paarden en ossen. er zijn karren... Dirk en Daan kijken hun ogen uit, wat een drukte. "Gek hè, nergens auto's, alleen maar mensen". Dirk wijst naar een gebouw met twee torens. "Volgens mij moeten we daardoor de stad binnen". Als je goed kijkt dan zie je dat de twee torens elk aan een kant van de poort staan. De poort in de stadsmuur, want er loopt een muur om heel de stad. Dirk en Daan lopen tussen de mensen die de stad ingaan. Aan beide zijden van de poort staan soldaten. Zij houden de mensen scherp in de gaten. Af en toe kijken ze in de manden die mensen dragen, of neuzen ze in de ossekarren. De twee jongens vinden het allemaal best wel griezelig en ze lopen zo snel mogelijk door, hun hoofden naar beneden. " HEE! GIJ, JONGELIEDEN!!" Iedereen schrikt van het gebrul van een soldaat. Er komt een grote vieze rode snor onder zijn ijzeren helm vandaan. Zijn vette buik past maar net in het strak gespannen maliënkolder. Dirk en Daan gaan sneller lopen, aan problemen hebben ze geen behoefte. Een grote leren handschoen grijpt Dirk bij zijn schouder. De andere handschoen heeft Daan al te pakken. "Zo, jongelieden, wat heeft u hier te zoeken?" grijnst de soldaat vals.

24 24 De schrik slaat de jongens om het hart, stond die soldaat net tegen hun te brullen? Wat nu? " Ik ben gewoon dat ik antwoorden krijg op mijne vragen!" De soldaat schudt de beide jongens heen en weer. "Waar komen jullie vandaan? " Al schuddend probeert Dirk te antwoorden, dan houdt dat geschud misschien even op. "Wij..komen..uit... Dichteren, heer soldaat". "O JA!" brult de soldaat, "van welke boerderij komen jullie?" Snel probeert Dirk een antwoord te verzinnen, maar er schiet hem geen boerderijnaam te binnen. "Ge zijt gespuis! Dieven en oplichters!" De soldaat heeft ze allebei in de kraag gepakt en schudt ze nu door de lucht. "Ge woont hier niet! Ik heb u, jongelieden toch nog nooit gezien?" Met grote passen loopt de soldaat, de jongens spartelen aan zijn handen. Als de soldaat vindt dat ze ver genoeg van de stad zijn gooit hij de broertjes met een boog op de grond. "Het is dat ik zo een goede bui heb. Eigenlijk behoren vreemde jongelieden in de kerker. Scheert u weg!! De jongens krabbelen op en rennen weg. De soldaat staat ze lachend na te kijken. Dan krijgt zijn gezicht een nare uitdrukking. Je ziet gewoon dat hij iets gemeens staat te bedenken om nog achter hen aan te roepen. "Pas op voor Netta de Heks!!" schreeuwt hij ze nog na. Dan draait hij zich om en loopt terug naar de poort, tevreden met zichzelf. Dirk en Daan rennen over de weg tot ze niet meer kunnen. Zo zijn ze geschrokken van de soldaat. Aan een kant van de weg is een bos, aan de andere kant zijn wat weilanden. Hijgend loopt Dirk een bospaadje in, Daan hijgt achter hem aan. Als ze de weg niet meer kunnen zien stopt Dirk met rennen, en gaat op een omgevallen boom zitten, Daan zit er hijgend naast. Na een tijdje zijn ze weer op adem, Dirk kijkt om zich heen in het bos. "Ik ben bang dat er vandaag weer bramen op het menu staan Daan", grinnikt hij, "moet je kijken wat een struiken ". Daan had ze nog niet gezien maar nu ziet hij ze ook. "Beter bramen dan niets", zegt hij en hij begint te plukken. Nadat hun buiken alweer vol met bramen zitten kijkt Daan nog eens goed om zich heen. "Waar zijn we nu weer Dirk?" vraagt hij, " we hebben toch helemaal geen bos gezien toen we naar de stad toe liepen?" "Nee", antwoord Dirk, "op de heenweg was er geen bos. Misschien heeft die soldaat ons een andere kant op gejaagd". "Eng was dat hè", zegt Daan", zo'n vieze vette vent. Mijn billen doen nog zeer van die bons op de grond", "Ja, en de stad komen we dus niet meer in. Zullen we kijken of we hier in het bos een hutje kunnen maken om te slapen? Dan kunnen

Help, mijn papa en mama gaan scheiden!

Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Joep ligt in bed. Hij houdt zijn handen tegen zijn oren. Beneden hoort hij harde boze stemmen. Papa en mama hebben ruzie. Papa en mama hebben vaak ruzie. Ze denken

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

De boekenbeer Module dans groep 1-2

De boekenbeer Module dans groep 1-2 De boekenbeer Module dans groep 1-2 Teksten: Stella van Lieshout Illustraties: Tjarko van der Pol In samenwerking met Centrum voor de Kunsten Beverwijk en ABC Cultuur Contact: DeboraVollebregt@centrumvoordekunstenbeverwijk.nl

Nadere informatie

Vlucht AVI AVI. Ineke Kraijo Veerle Hildebrandt. Kraijo - Hildebrandt Vlucht De Vier Windstreken. De Vier Windstreken AVI

Vlucht AVI AVI. Ineke Kraijo Veerle Hildebrandt. Kraijo - Hildebrandt Vlucht De Vier Windstreken. De Vier Windstreken AVI AVI E4* Alcoholisme, ruzie, bang zijn Midden in de nacht rinkelt de telefoon. Anna weet wat dat betekent. Ze moet vluchten, alweer. Ze rent de donkere nacht in. De volgende dag valt Anna in de klas in

Nadere informatie

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51 Inhoud Een nacht 7 Voetstappen 27 Strijder in de schaduw 51 5 Een nacht 6 Een plek om te slapen Ik ben gevlucht uit mijn land. Daardoor heb ik geen thuis meer. De wind neemt me mee. Soms hierheen, soms

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost.

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost. Sherlock Holmes was een beroemde Engelse privédetective. Hij heeft niet echt bestaan. Maar de schrijver Arthur Conan Doyle kon zo goed schrijven, dat veel mensen dachten dat hij wél echt bestond. Sherlock

Nadere informatie

Deel 1. De eerste oorlogsdagen

Deel 1. De eerste oorlogsdagen Deel 1 De eerste oorlogsdagen Vrijdag 10 mei 1940, heel vroeg in de ochtend Luchtaanval Chris wordt wakker van harde dreunen en zwaar gebrom. Vliegtuigen, weet hij meteen. Zware vliegtuigen, bommenwerpers!

Nadere informatie

MARIAN HOEFNAGEL. De nieuwe buurt. Uitgeverij Eenvoudig Communiceren

MARIAN HOEFNAGEL. De nieuwe buurt. Uitgeverij Eenvoudig Communiceren MARIAN HOEFNAGEL De nieuwe buurt Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 1 4 Een nieuw huis Dit is nu ons nieuwe huis. De auto stopt en Kika s vader wijst trots naar het huis rechts. Kika kijkt. Het is een rijtjeshuis

Nadere informatie

NAAM. Uil kijkt in een boek. Het is een boek over dieren. Er staan plaatjes in. Van elk dier één. Uil ziet een leeuw. En een pauw. En een bever.

NAAM. Uil kijkt in een boek. Het is een boek over dieren. Er staan plaatjes in. Van elk dier één. Uil ziet een leeuw. En een pauw. En een bever. Vos en Waar is Haas het ijs? NAAM Uil kijkt in een boek. Het is een boek over dieren. Er staan plaatjes in. Van elk dier één. Uil ziet een leeuw. En een pauw. En een bever. Wat een raar beest! lacht Uil.

Nadere informatie

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich 1942-1943 1 Rivka! Het is tijd om te gaan!, roept vader. Rivka is blij. Ze gaat logeren. Ze weet niet bij wie. En ze weet ook niet hoe lang. Maar ze heeft er wel zin in. Vader heeft gezegd: Je gaat in

Nadere informatie

Ik heb een nieuw horloge, zegt papa. Kijk.

Ik heb een nieuw horloge, zegt papa. Kijk. Prent 1 Sst, ik hoor iets! Prent 1. Sst, ik hoor iets! Said en Jamal zitten aan tafel te eten. Samen met papa en mama. Ik heb een nieuw horloge, zegt papa. Kijk. Papa laat het horloge zien. Het is een

Nadere informatie

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco.

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco. 1 Het portiek Jacco ruikt het al. Zonder dat hij de voordeur opendoet, ruikt hij al dat er tegen de deur is gepist. Dat gebeurt nou altijd. Zijn buurjongen Junior staat elke avond in het portiek te plassen.

Nadere informatie

En? zegt mijn moeder, die haar nieuwe zomerjurkje laat zien: Wat vind je ervan? Mooi. Ik zeg niets meer dan dat, want ik weet dat ik er geen verstand

En? zegt mijn moeder, die haar nieuwe zomerjurkje laat zien: Wat vind je ervan? Mooi. Ik zeg niets meer dan dat, want ik weet dat ik er geen verstand En? zegt mijn moeder, die haar nieuwe zomerjurkje laat zien: Wat vind je ervan? Mooi. Ik zeg niets meer dan dat, want ik weet dat ik er geen verstand van heb. De vorige keer zei ik dat de nieuwe broek

Nadere informatie

Rianne haalt haar hand door Jochems haar terwijl ze naar de kamer loopt. Kijk eens wie we daar hebben? roept ze als ze uit het raam kijkt.

Rianne haalt haar hand door Jochems haar terwijl ze naar de kamer loopt. Kijk eens wie we daar hebben? roept ze als ze uit het raam kijkt. Hoofdstuk 1 Zullen we deze ballonnen nog aan de lamp hangen? Vragend kijkt Rianne Jochem aan. Is goed, mompelt haar stiefbroertje zacht. Hé, wat is er? vraagt Rianne verbaasd. Vind je de slingers niet

Nadere informatie

veeg de tranen van me weg. Ik kijk nog eens rond en er valt een hoop spanning van me af. Er komt zelfs een kleine glimlach op me gezicht terug.

veeg de tranen van me weg. Ik kijk nog eens rond en er valt een hoop spanning van me af. Er komt zelfs een kleine glimlach op me gezicht terug. Het DOC Ik kruip in één van de buikpijn terwijl ik in bed lig. Mijn gedachten gaan uit naar de volgende dag. Ik weet wat er die dag staat te gebeuren, maar nog niet hoe dit zal uitpakken. Als ik hieraan

Nadere informatie

Een waarheid als een Olifant. Gebaseerd op de oude Soefi parabel. Lilian Kars, 2010.

Een waarheid als een Olifant. Gebaseerd op de oude Soefi parabel. Lilian Kars, 2010. Een waarheid als een Olifant. Gebaseerd op de oude Soefi parabel. Lilian Kars, 2010. Niets uit deze uitgave mag op enige wijze worden gebruikt of gedupliceerd zonder de schriftelijke toestemming van de

Nadere informatie

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets.

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets. Stomme trutten Kijk, die stomme trutjes zijn er weer. Kelly wijst naar buiten. Sanne kijkt nieuwsgierig uit het raam. Voor het huis aan de overkant staan twee meisjes. Meisjes met blonde paardenstaartjes.

Nadere informatie

Tornado. Maartje gaat voor het eerst logeren. s Nachts belandt ze met haar vriendinnetje Eva in een tornado en beleven ze een heel spannend avontuur.

Tornado. Maartje gaat voor het eerst logeren. s Nachts belandt ze met haar vriendinnetje Eva in een tornado en beleven ze een heel spannend avontuur. Tornado Maartje gaat voor het eerst logeren. s Nachts belandt ze met haar vriendinnetje Eva in een tornado en beleven ze een heel spannend avontuur. Geschreven in januari 2012 (Geïllustreerd t.b.v. het

Nadere informatie

Pannenkoeken met stroop

Pannenkoeken met stroop Pannenkoeken met stroop Al een maand lang zegt Yvonne alleen maar nee. Heb je je best gedaan op school? Nee. Was het leuk? Nee. Heb je nog met iemand gespeeld? Nee. Heb je lekker gegeten? Nee. Heb je goed

Nadere informatie

De Nationale Stichting ter Bevordering van Vrolijkheid

De Nationale Stichting ter Bevordering van Vrolijkheid In Nederland staan 40 asielzoekerscentra (AZC's). Dat zijn plekken waar asielzoekers wonen. Asielzoekers zijn mensen die naar Nederland zijn gevlucht. Omdat er in hun eigen land oorlog is bijvoorbeeld,

Nadere informatie

ze terug in de la. Dan haalt ze de pannen van het fornuis en zet ze op de onderzetters. Thomas vouwt zijn handen en doet zijn ogen dicht.

ze terug in de la. Dan haalt ze de pannen van het fornuis en zet ze op de onderzetters. Thomas vouwt zijn handen en doet zijn ogen dicht. 1. Te laat thuis Wanneer gaan we eten, mam? Thomas loopt de keuken in en tilt de deksel van een pan. Mmm! Macaroni! Daar heb ik wel zin in. Mama pakt de deksel uit Thomas hand en doet hem weer op de pan.

Nadere informatie

Schaapje Schaap woont op de weide samen met Nina en Osto.

Schaapje Schaap woont op de weide samen met Nina en Osto. Schaapje Schaap en de Wolkjes Schaapje Schaap woont op de weide samen met Nina en Osto. De schaapjes hebben een mooie stal, met zacht stro om in te slapen. Kom, zegt Nina, we gaan slapen, ik ben moe. Maar

Nadere informatie

Lotte is er erg blij mee. Ik wilde altijd al een huisdier voor mezelf, zegt ze tegen opa. En nu heb ik er opeens een heleboel.

Lotte is er erg blij mee. Ik wilde altijd al een huisdier voor mezelf, zegt ze tegen opa. En nu heb ik er opeens een heleboel. Lotte heeft Luizen Buiten is het koud. Er vallen dikke druppels uit de bomen en de wind blaast hard door de straat. Lotte loopt hand in hand met opa Generaal over het schoolplein. Ze moest eerder van school

Nadere informatie

Stil blijft Lisa bij de deur staan. Ook de man staat stil. Ze kijken elkaar aan.

Stil blijft Lisa bij de deur staan. Ook de man staat stil. Ze kijken elkaar aan. Wild Op het laatste moment ziet Lisa de man pas. Ze hangt de was op in de tuin. En ineens komt hij achter de lakens vandaan. Lisa laat het mandje met was in het gras vallen. Ze gilt. De man ziet er slecht

Nadere informatie

De drie jongetjes lopen weg

De drie jongetjes lopen weg De drie jongetjes lopen weg Het is woensdagmiddag en de drie kleine jongetjes vervelen zich. Ze weten helemaal níéts te doen, en daarom rennen ze maar een beetje door het huis. Hou eens op met dat kabaal!

Nadere informatie

Er was eens een heel groot bos. Met bomen en bloemen. En heel veel verschillende dieren. Aan de rand van dat bos woonde, in een grot, een draakje. Dat draakje had de mooiste grot van iedereen. Lekker vochtig

Nadere informatie

Ze neemt nog een slok van haar rum-cola. Even lijkt het alsof de slok weer omhoogkomt.

Ze neemt nog een slok van haar rum-cola. Even lijkt het alsof de slok weer omhoogkomt. Manon De muziek dreunt in haar hoofd, haar maag, haar buik. Manon neemt nog een slok uit het glas dat voor haar staat. Wat was het ook alweer? O ja, rum-cola natuurlijk. Een bacootje noemen de jongens

Nadere informatie

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker klaagde nooit. Hij was te arm om vlees te kopen. Elke

Nadere informatie

De kerker met de vijf sloten. Crista Hendriks

De kerker met de vijf sloten. Crista Hendriks De kerker met de vijf sloten Crista Hendriks Schrijver: Crista Hendriks Coverontwerp: Pluis Tekst & Ontwerp ISBN: 9789402126112 Crista Hendriks 2014-2 - Voor Oscar... zonder jou zou dit verhaal er nooit

Nadere informatie

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij?

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij? Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij? Wat een mooie luchtballonnen! Geel, oranje, groen en blauw. Kies maar uit Daan,

Nadere informatie

De Boomhut Module muziek groep 3-4

De Boomhut Module muziek groep 3-4 De Boomhut Module muziek groep 3-4 Teksten: Stella van Lieshout Illustraties: Tjarko van der Pol In samenwerking met Centrum voor de Kunsten Beverwijk en ABC Cultuur Contact: DeboraVollebregt@centrumvoordekunstenbeverwijk.nl

Nadere informatie

Tekening voorkant: Tara van Veen. Tekeningen binnenin: Alette Straathof. Leeftijd: 10 11 12 jaar AVI: E3 M4. Lettertype: Dyslexie

Tekening voorkant: Tara van Veen. Tekeningen binnenin: Alette Straathof. Leeftijd: 10 11 12 jaar AVI: E3 M4. Lettertype: Dyslexie Tekening voorkant: Tara van Veen Tekeningen binnenin: Alette Straathof Leeftijd: 10 11 12 jaar AVI: E3 M4 Lettertype: Dyslexie Kleine Joe Arco Struik 2 www.gratiskinderboek.nl K L E I N E J O E A R C O

Nadere informatie

ik heb t! Gerard van Midden Noëlle Smit

ik heb t! Gerard van Midden Noëlle Smit ik heb t! Gerard van Midden Noëlle Smit ISBN 978-90-77065-79-2 NUR 273 2011 Xplore Media Xplore Groep BV, Postbus 20, 3870 CA Hoevelaken www.astmafonds.nl tekst Gerard van Midden illustraties Noëlle

Nadere informatie

H E T R I J M T TED VAN LIESHOUT V E E L V E R S J E S & L I E D J E S 1 9 8 4 2 0 1 4 LEOPOLD / AMSTERDAM

H E T R I J M T TED VAN LIESHOUT V E E L V E R S J E S & L I E D J E S 1 9 8 4 2 0 1 4 LEOPOLD / AMSTERDAM H E T R I J M T TED VAN LIESHOUT V E E L V E R S J E S & L I E D J E S 1 9 8 4 2 0 1 4 V E R B E E L D D O O R T E D V A N L I E S H O U T LEOPOLD / AMSTERDAM KAATJE KOE 1 Ik ben het zat! Wat doe ik hier!

Nadere informatie

Spekkoek. Op de terugweg praat zijn oma de hele tijd. Ze is blij omdat Igor maandag mag komen werken.

Spekkoek. Op de terugweg praat zijn oma de hele tijd. Ze is blij omdat Igor maandag mag komen werken. Spekkoek Oma heeft de post gehaald. Er is een brief van de Sociale Werkplaats. Snel scheurt ze hem open. Haar ogen gaan over de regels. Ze kan het niet geloven, maar het staat er echt. Igor mag naar de

Nadere informatie

Op weg met Jezus. eerste communieproject. hoofdstuk 1 De droom van Jesaja. H. Theobaldusparochie, Overloon

Op weg met Jezus. eerste communieproject. hoofdstuk 1 De droom van Jesaja. H. Theobaldusparochie, Overloon Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon hoofdstuk 1 De droom van Jesaja Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 1 blz. 1 Lieve God, Soms droom ik van het paradijs.

Nadere informatie

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school. Voorwoord Susan schrijft elke dag in haar dagboek. Dat dagboek is geen echt boek. En ook geen schrift. Susans dagboek zit in haar tablet, een tablet van school. In een map die Moeilijke Vragen heet. Susan

Nadere informatie

Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5

Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5 Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5 5 Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 6 Zacheüs (1) Het is erg druk in de stad vandaag. Iedereen loopt op straat. Zacheüs wurmt zich

Nadere informatie

Brandweerman. 1 Brandweerman, brandweerman. Red die kat, als je kan. Zet je ladder neer en draag snel die kat omlaag.

Brandweerman. 1 Brandweerman, brandweerman. Red die kat, als je kan. Zet je ladder neer en draag snel die kat omlaag. vanaf 4 jaar tekst: Marian van Gog muziek: Ton Kerkhof ouplet Brandweerman Intro D7 G man, Refrein brand -weer - man. Red die kat, Brand-weer Œ Œ Œ G Œ Ó als je kan. Zet je lad - der neer en draag snel

Nadere informatie

Het kasteel van Dracula

Het kasteel van Dracula Uit het dagboek van Jonathan Harker: Het kasteel van Dracula 4 mei Eindelijk kom ik bij het kasteel van Dracula aan. Het kasteel ligt in de bergen. Er zijn geen andere huizen in de buurt. Ik ben moe. Het

Nadere informatie

Tik-tak Tik-tak tik-tak. Ik tik de tijd op mijn gemak. Ik haast me niet zoals je ziet. Tik-tak tik-tak, ik denk dat ik een slaapje pak.

Tik-tak Tik-tak tik-tak. Ik tik de tijd op mijn gemak. Ik haast me niet zoals je ziet. Tik-tak tik-tak, ik denk dat ik een slaapje pak. Tik-tak - Lees het gedicht tik-tak voor. Doe dit in het strakke ritme van een langzaam tikkende klok: Tik - tak - tik - tak Ik tik - de tijd - op mijn - gemak. Enzovoort. - Laat de kinderen vrij op het

Nadere informatie

Bert schrikt Johan Bordewijk

Bert schrikt Johan Bordewijk Bert schrikt Johan Bordewijk gepubliceerd in: literair tijdschrift Schoon Schip 20e jaargang, nummer 1/2013 Met de hand, niet met de schoffel, roept Wiebe, anders beschadig je de wortels. O ja, da s waar

Nadere informatie

Lekker ding. Maar Anita kijkt boos. Hersendoden zijn het!, zegt ze. Die Jeroen is de ergste. Ik kijk weer om en zie hem meteen zitten.

Lekker ding. Maar Anita kijkt boos. Hersendoden zijn het!, zegt ze. Die Jeroen is de ergste. Ik kijk weer om en zie hem meteen zitten. Lekker ding Pas op!, roept Anita. Achter je zitten de hersendoden! Ik kijk achterom. Achter ons zitten twee jongens en drie meisjes hun boterhammen te eten. Ze zijn gevaarlijk, zegt Anita. Ze schudt haar

Nadere informatie

Het verhaal van. de bomen

Het verhaal van. de bomen Het verhaal van de bomen 24 Mr finney liep fluitend het bos in. Hij snoof een paar keer heel diep. Niets ruikt lekkerder dan een bos waar het net geregend heeft! Pinky Pepper zou het hier vast mooi vinden.

Nadere informatie

Bert staat op een ladder. En trekt aan de planten die groeien in de dakgoot. Hij verstopt de luidspreker en het stopcontact achter de planten.

Bert staat op een ladder. En trekt aan de planten die groeien in de dakgoot. Hij verstopt de luidspreker en het stopcontact achter de planten. Helaas Wanneer besloot Bert om Lizzy te vermoorden? Vreemd. Hij herinnert zich het niet precies. Het was in ieder geval toen Lizzy dat wijf leerde kennen. Dat idiote wijf met haar rare verhalen. Bert staat

Nadere informatie

Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen

Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen De ezel van Bethlehem Naar een verhaal van Jacques Elan Bewerkt door Koos Stenger Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen over iets wat er met me gebeurd is. Het

Nadere informatie

Ik geloof dat er in mijn achterband

Ik geloof dat er in mijn achterband Ik geloof dat er in mijn achterband Sinterklaastoneelstukje geschreven door Ron Jansen In een slaperig plattelandsdorpje komen op een zekere dag, vlak voor Sinterklaas, twee pieten aangelopen, met de fiets

Nadere informatie

Fleur Wakkermuis, klas 7B. Geronimo Stilton En het geheim van het verborgen Eiland

Fleur Wakkermuis, klas 7B. Geronimo Stilton En het geheim van het verborgen Eiland Fleur Wakkermuis, klas 7B Geronimo Stilton En het geheim van het verborgen Eiland Hoofdstukken! 1. Oud kasteel blz. 3-4 2. Op verborgen eiland blz. 5-7 3. Floor het elfje blz. 8-11 4. Geronimo gered blz.

Nadere informatie

Inleiding. Veel plezier!

Inleiding. Veel plezier! Inleiding In dit boek lees je over Danny. Danny is een jongen van 14 jaar. Er zijn veel dingen die Danny verkeerd doet. Hij rent door de school. Hij scheldt zomaar een klasgenoot uit. Of hij spuugt op

Nadere informatie

R O S A D E D I E F. Arco Struik. Rosa de dief Arco Struik 1 www.gratiskinderboek.nl

R O S A D E D I E F. Arco Struik. Rosa de dief Arco Struik 1 www.gratiskinderboek.nl R O S A D E D I E F Arco Struik Rosa de dief Arco Struik 1 www.gratiskinderboek.nl In de winkel 3 Bart 5 Een lieve dief 7 De telefoon 9 Bij de dokter 11 De blinde vrouw 13 Een baantje 15 Bijna betrapt

Nadere informatie

K a t m e t s l a g ro o m

K a t m e t s l a g ro o m LL 06-07 5-07 05-02-2007 14:39 Pagina 19 Kat met slagroom De woonkamer zit vol visite. Marit viert haar verjaardag. Opa en oma zijn er, en vrienden van Marit en Sanne. Marit is in de keuken en bakt een

Nadere informatie

1 Vinden de andere flamingo s mij een vreemde vogel? Dat moeten ze dan maar zelf weten. Misschien hebben ze wel gelijk. Het is ook raar, een flamingo die jaloers is op een mens. En ook nog op een paard.

Nadere informatie

Schroeven in het donker

Schroeven in het donker Schroeven in het donker Tasja woont in het huis naast Daan. Ze spelen vaak op Daans kamer, of in Tasja s tuin. Dan maken ze allerlei dingen. Een nieuw dropdrankje. Een halsketting van paperclips a 1 P.

Nadere informatie

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht.

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht. 1. Joris Hé Roos, fiets eens niet zo hard. Roos schrikt op en kijkt naast zich. Recht in het vrolijke gezicht van Joris. Joris zit in haar klas. Ben je voor mij op de vlucht?, vraagt hij. Wat een onzin.

Nadere informatie

Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen. En zei: vandaag word mevr. Catharina. 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau

Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen. En zei: vandaag word mevr. Catharina. 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen En zei: vandaag word mevr. Catharina 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau Geven. Ja maar wat zei Tom. Umm wacht ik Weet het zei Cato een herinnering.

Nadere informatie

Draak trekt haar zwempak aan. Lekker zwemmen, juicht ze. Muis aarzelt. Ga je niet mee? vraagt Draak. Ik wil wel, maar Draak begrijpt het opeens.

Draak trekt haar zwempak aan. Lekker zwemmen, juicht ze. Muis aarzelt. Ga je niet mee? vraagt Draak. Ik wil wel, maar Draak begrijpt het opeens. De zon schijnt. Het is warm. Nee, heel warm. Draak zweet. Dikke druppels rollen langs haar nek naar beneden. Zweet jij niet? vraagt ze aan Muis. Ridders zweten nooit. En die druppels op je gezicht dan?

Nadere informatie

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n HANDIG ALS EEN HOND DREIGT OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN HIER LEES JE HANDIGE INFORMATIE OVER HONDEN DIE DREIGEN. JE KUNT

Nadere informatie

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis.

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis. Weer naar school Kim en Pieter lopen het schoolplein op. Het is de eerste schooldag na de zomervakantie. Ik ben benieuwd wie onze mentor * is, zegt Pieter. Kim knikt. Ik hoop een man, zegt ze. Pieter kijkt

Nadere informatie

Schrijver: KAT Coverontwerp: MTH ISBN: 9 789402 123678

Schrijver: KAT Coverontwerp: MTH ISBN: 9 789402 123678 <Katelyne> Schrijver: KAT Coverontwerp: MTH ISBN: 9 789402 123678 Inleiding Timo is een ander mens geworden door zijn grote vriend Tommy. Toch was het niet altijd zo geweest, Timo had Tommy gekregen voor

Nadere informatie

Het is woensdagmiddag. Hij heeft alle tijd. Wat zal hij

Het is woensdagmiddag. Hij heeft alle tijd. Wat zal hij DUBBEL Eerst merkt TimTom niets bijzonders. Hij zit gewoon op zijn plaats in de klas. Iedereen weet nu dat hij Daan heet. Juf noemt hem niet Daan. Ze zegt ook niet TimTom. Ze is aardig tegen hem. Dat wel.

Nadere informatie

SAMUEL VAN DER MEER. De Ontsnapte Joden

SAMUEL VAN DER MEER. De Ontsnapte Joden SAMUEL VAN DER MEER De Ontsnapte Joden De inval Het is een zonnige dag. Bram en Theo zijn een spelletje aan het spelen, maar ze moeten eigenlijk allang naar bed. Papa zegt tegen Bram: Bram, je moet naar

Nadere informatie

Maar gelukkig is er nog de Zing-Piet. Die zorgt ervoor dat alle Pieten alle Sinterklaasliedjes goed kunnen zingen. Dus ook:

Maar gelukkig is er nog de Zing-Piet. Die zorgt ervoor dat alle Pieten alle Sinterklaasliedjes goed kunnen zingen. Dus ook: Weten jullie hoe Sinterklaas van Spanje naar Nederland komt? Ja? Met de fiets? Nee! Met de stoomboot, natuurlijk! Het is een heel gedoe voordat Sinterklaas en zijn Pieten kunnen vertrekken. Je wil niet

Nadere informatie

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden zijn ouders hem, maar alle andere konijntjes noemden

Nadere informatie

1 Samuel 24 - Ik krijg je nog wel - Of zou jij het anders doen?

1 Samuel 24 - Ik krijg je nog wel - Of zou jij het anders doen? 1 Samuel 24 - Ik krijg je nog wel - Of zou jij het anders doen? Gezinsdienst Liturgie Zingen: - Gez 75,1.2.5 Nu gaan de bloemen nog dood - EL 445 Ik zag een kuikentje - Gez 171 Wees stil voor het aangezicht

Nadere informatie

Poekie is verdrietig. Want zijn papa en mama gaan scheiden. Geschreven door. Mariska van der Made. Illustraties van. Dick Rink

Poekie is verdrietig. Want zijn papa en mama gaan scheiden. Geschreven door. Mariska van der Made. Illustraties van. Dick Rink Poekie is verdrietig Want zijn papa en mama gaan scheiden Geschreven door Mariska van der Made Illustraties van Dick Rink Poekie is een lief klein monstertje van vijf jaar oud. Hij woont samen met zijn

Nadere informatie

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, jongens en meisjes,

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, jongens en meisjes, Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, jongens en meisjes, Hé Joyce, ga je mee? Emma rent achter Joyce aan als ze van het schoolplein lopen. Joyce, wij gaan vanmiddag op bezoek bij mijn oom,

Nadere informatie

De woonkamer. Er staan veel dozen in de woonkamer, er staat een bank en een kast die half in elkaar gezet is.

De woonkamer. Er staan veel dozen in de woonkamer, er staat een bank en een kast die half in elkaar gezet is. SAMENWONEN 1. EXT. ROND HET HUIS - DAG Rond het huis. Judith en Peter zijn aan het verhuizen, er staat een verhuiswagen voor het huis. Judith en Peter lopen vaak heen en weer met dozen. Ze lachen naar

Nadere informatie

Het rommelt nog even om het huisje en dan is het weer stil. Aardedonker en doodstil.

Het rommelt nog even om het huisje en dan is het weer stil. Aardedonker en doodstil. 1. Yoni staat in de keuken voor het aanrecht, met haar handen in het sop. De afwas, dat is haar taak. Een van haar taken, eigenlijk. Alle borden, kopjes, schalen, messen en pannen van de hele dag dompelt

Nadere informatie

GAAT ER OP UIT. Balder

GAAT ER OP UIT. Balder Balder GAAT ER OP UIT H et was die ene nacht van het jaar dat de tijd stil lijkt te staan voor het merendeel van de mensen, maar voor EEN persoon ging die nog altijd veel te snel. Er was nooit genoeg tijd

Nadere informatie

De meester is een Vampier

De meester is een Vampier De meester is een Vampier Door Wout Terpstra Het is maandag en Tom werd wakker. Hij vindt het altijd heel leuk op school. Maar vandaag weet hij het niet. Want ze krijgen een nieuwe meester. Tom!Tom! Ben

Nadere informatie

Ze moet wel twee keer zo veel eten als Anne, en altijd weer die pillen vooraf.

Ze moet wel twee keer zo veel eten als Anne, en altijd weer die pillen vooraf. 1. Susan Susan ligt op een bed in haar tuinhuisje. De twee deuren van het huisje staan wijd open, zodat er frisse lucht naar binnen komt. Vanuit haar bed kan Susan precies tussen de struiken door de achterdeur

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

Op reis naar Bethlehem

Op reis naar Bethlehem Op reis naar Bethlehem Rollen: Verteller Jozef Maria Engel Twee omroepers Kind 1 Kind 2 Kind 3 Receptionist 1 Receptionist 2 Receptionist 3 Kind 4 Kind 5 Herder 1 Herder 2 Herder 3 Herder 4 Drie wijzen

Nadere informatie

1. De tuin wordt opgeruimd

1. De tuin wordt opgeruimd 1. De tuin wordt opgeruimd Wat gaan jullie doen? vraagt mama. Ze is iets lekkers aan het maken: zoute bolletjes. Dat doet ze elke vrijdagmiddag als Joas, Aron en Lisa uit school komen. Vaak helpt een van

Nadere informatie

In de Hema. O, zegt Kiia. Dat heb ik niet gehoord. Nee, dat blijkt, lacht de vrouw.

In de Hema. O, zegt Kiia. Dat heb ik niet gehoord. Nee, dat blijkt, lacht de vrouw. In de Hema Wat vind je van deze?, vraagt Kiia. Ze kijkt aandachtig in de spiegel. Naar de geruite pet op haar hoofd. Mam?, vraagt Kiia weer. Hoe vind je hem? Ze stopt een pluk van haar blonde haar onder

Nadere informatie

Een dagje zeilen (groep 4)

Een dagje zeilen (groep 4) Een dagje zeilen (groep 4) Doelstelling: Tactiele stimulatie en samenwerking. Er wordt gewerkt in tweetallen. 1 kind zit op een stoel, met de leuning naar de zijkant, zodat de rug helemaal beschikbaar

Nadere informatie

Nooit te oud voor avontuur

Nooit te oud voor avontuur Nooit te oud voor avontuur hij zegt het netjes ik zit helemaal vol! auto s, bussen, fietsen, brommers, scooters die op straat rijden G i P a 2 zegt er iets van leg uit/synoniem doe voor laat zien wijs

Nadere informatie

Kom jij ook uit een ei?

Kom jij ook uit een ei? Kom jij ook uit een ei? Er was eens een prachtig bos. Er groeiden de hoogste bomen en allerlei prachtige bloemen. Er was een vijver en een groot grasveld, waar je lekker kon spelen. Maar om het bos stond

Nadere informatie

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen.

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen. Woensdag Ik denk dat ik gek word! Dat moet wel, want ik heb net gehoord dat mijn moeder kanker heeft. Niet zomaar een kankertje dat met een chemo of bestraling overgaat. Nee. Het zit door haar hele lijf.

Nadere informatie

Dino en het ei. Duur activiteit: 30 minuten Lesdoelen: De kleuters: kunnen een prent linken aan een tekst; kunnen het verhaal navertellen.

Dino en het ei. Duur activiteit: 30 minuten Lesdoelen: De kleuters: kunnen een prent linken aan een tekst; kunnen het verhaal navertellen. Dino en het ei Bibliografie: Demyttenaere, B. (2004). Dino en het ei. Antwerpen: Standaard. Thema: niet alles is steeds wat het lijkt, illusies Korte inhoud: Elke nacht staat er een groot wit ei tussen

Nadere informatie

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan.

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan. LESBRIEF Binnenkort gaan jullie met jullie groep naar de voorstelling Biggels en Tuiten Hieronder een aantal tips over hoe je de groep goed kan voorbereiden op de voorstelling. VOOR DE VOORSTELLING Vertel

Nadere informatie

Laura zelf heeft bijna nooit ruzie met haar moeder. De moeder van Laura komt uit Peru. Yasmina vindt haar lief, zacht en zorgzaam.

Laura zelf heeft bijna nooit ruzie met haar moeder. De moeder van Laura komt uit Peru. Yasmina vindt haar lief, zacht en zorgzaam. 1. Yasmina doet het tuinhekje achter zich dicht. Hoe kan ze zo stom zijn niet aan de verjaardag van haar moeder te denken? Haar moeder blijft woedend achter. Yasmina voelt zich even rot, maar na drie stappen

Nadere informatie

Hoe de Koning een kater kreeg van D. blom

Hoe de Koning een kater kreeg van D. blom Hoe de Koning een kater kreeg van D. blom Na het ontbijt liepen zoals iedere morgen de koning en de koningin hun vaste rondje door de tuin. Genietend van het zonnetje en hun prachtig aangelegde tuin met

Nadere informatie

En rijke mensen werken niet. Die kunnen de hele dag doen wat ze leuk vinden.

En rijke mensen werken niet. Die kunnen de hele dag doen wat ze leuk vinden. Warm in Verona Romeo loopt een beetje rond. Dat doet hij bijna elke dag. Hij vindt het leuk om door het stadje te lopen. Door de kleine straatjes. Langs de rivier waar de meisjes de was doen. En over de

Nadere informatie

Arie van der Veer & Ellen Laninga. Luister maar. Met illustraties van Rike Janssen. Boekencentrum

Arie van der Veer & Ellen Laninga. Luister maar. Met illustraties van Rike Janssen. Boekencentrum Luister maar Met illustraties van Rike Janssen Arie van der Veer & Ellen Laninga Boekencentrum Verhalen uit het Oude Testament 4 Het begin van de wereld God maakt de wereld Genesis 1:1-2:4 Lang, heel

Nadere informatie

Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus.

Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus. 1 Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus. 2 Het verhaal De Goede Week Trouw, Hoop en Spijt Ik wil jullie vandaag vertellen over de Goede Week. Dat

Nadere informatie

De naam Uilenspiegel zou hier betekenen Je kunt mijn kont afvegen. Of Ik heb overal schijt aan.

De naam Uilenspiegel zou hier betekenen Je kunt mijn kont afvegen. Of Ik heb overal schijt aan. Over dit boek Er bestaan veel verschillende boeken over Tijl Uilenspiegel. Het bekendste boek is uit 1867, van Charles de Coster. De Vlaamse Tijl Uilenspiegel strijdt in dit boek voor de vrijheid tijdens

Nadere informatie

De brug van Adri. Rollen: Verteller Martje Adri Wim

De brug van Adri. Rollen: Verteller Martje Adri Wim De brug van Adri Rollen: Verteller Martje Adri Wim Daar loopt een meisje. Ze heet Martje. Ze kijkt boos en loopt langzaam. Ze weet niet waarheen. Martje kent Wim. Hij woont in dezelfde straat, maar Wim

Nadere informatie

MARIAN HOEFNAGEL. Met alle geweld. in één klap alleen. Uitgeverij Eenvoudig Communiceren

MARIAN HOEFNAGEL. Met alle geweld. in één klap alleen. Uitgeverij Eenvoudig Communiceren MARIAN HOEFNAGEL Met alle geweld in één klap alleen Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 1 Stoer Yung loopt de school uit. Zijn rugtas hangt over zijn rechterschouder. Zo ziet hij er stoer uit. Yung draagt

Nadere informatie

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan. Geelzucht Toen ik 15 was, kreeg ik geelzucht. De ziekte begon in de herfst en duurde tot het voorjaar. Ik voelde me eerst steeds ellendiger worden. Maar in januari ging het beter. Mijn moeder zette een

Nadere informatie

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel Veertien leesteksten Leesvaardigheid A1 Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek Ad Appel Uitgave: Appel, Aerdenhout 2011-2016 Verkoopprijs: 1,95 Ad Appel Te bestellen via www.adappelshop.nl

Nadere informatie

Door het raam ziet ze Bea, de benedenbuurvrouw. Ze veegt de sneeuw weg van het pad voor de flat. Uitslover, denkt Alice.

Door het raam ziet ze Bea, de benedenbuurvrouw. Ze veegt de sneeuw weg van het pad voor de flat. Uitslover, denkt Alice. Alice ligt in bed. Heel langzaam wordt ze wakker. Haar lichaam ontspannen, haar hoofd leeg. De vertrouwde geur van haar man Jules hangt in de slaapkamer. Een geur van alcohol, nootmuskaat en oude man.

Nadere informatie

Nieuws van mama uit Holland

Nieuws van mama uit Holland 1 Nieuws van mama uit Holland Als Nadia en haar oudere broertje Iván uit school komen, zit oma klaar in de versleten stoel. Kom gauw zitten, zegt ze en ze trekt Nadia op schoot. Ze heeft een brief van

Nadere informatie

En er komt nog een derde vinger bij: Ik heb nog niets aan mijn boekverslag gedaan.

En er komt nog een derde vinger bij: Ik heb nog niets aan mijn boekverslag gedaan. Kenneth en Iwan Hé, kijk, zegt Kenneth. Check dat uit, man. Kenneth knikt met zijn hoofd naar een groepje meisjes. Ze staan aan de overkant van de straat en wachten voor het stoplicht. Ze komen net uit

Nadere informatie

Mijn loverboy Verloren onschuld

Mijn loverboy Verloren onschuld Mijn loverboy Verloren onschuld in makkelijke taal simone schoemaker 8 Het verhaal van Lisa De dag begint goed. Ik word wakker met een blij gevoel. Yes, ik ben jarig! Ik ben zestien! Mijn moeder feliciteert

Nadere informatie

Alleen in een groot spookhuis. Duncan Neijenhuis Groep 7

Alleen in een groot spookhuis. Duncan Neijenhuis Groep 7 Alleen in een groot spookhuis Duncan Neijenhuis Groep 7 Hoofdstuk 1 Binnen Het is nacht en nieuwe maan. Dus het is stikdonker. Appie en Sjaak sluipen door het bos. Ze zien toch een stuk van een oude toren

Nadere informatie

Adam en Eva eten van de boom

Adam en Eva eten van de boom Adam en Eva eten van de boom God maakt een prachtig paradijs. Hij zegt: Het is heel goed. Maar God heeft ook een vijand, En weet jij wel wat hij doet? Het mooie wat God heeft gemaakt, maakt hij juist graag

Nadere informatie

Het is al erg warm in de kantine. Een koel blikje cola gaat er altijd wel in.

Het is al erg warm in de kantine. Een koel blikje cola gaat er altijd wel in. 1. Leroy Het is opvallend hoe snel de vakantie voorbijgaat. De eerste week vakantie kruipt voorbij. Daarna gaan de vrije dagen sneller. Steeds sneller. Dan komt die gevreesde dag. Je wordt op een morgen

Nadere informatie

HANDIG DE TAAL VAN EEN HOND

HANDIG DE TAAL VAN EEN HOND l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n HANDIG DE TAAL VAN EEN HOND OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN HIER LEES JE HANDIGE INFORMATIE OVER HONDENTAAL. JE KUNT ER

Nadere informatie