Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar VI VII Nr. 10 Beleidsvoornemens polïtie 1992 Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk VI (Minïsterie van Justitie) voor het jaar 1992 Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk VII (Ministerie van Binnenlandse Zaken) voor het jaar 1992 LIJST VAN ANTWOORDEN 1 Ontvangen 29 november 1991 Hierbij zenden wij u de antwoorden op de vragen die door uw commissie zijn gesteld ter voorbereiding van een uitgebreide commissie vergadering over de beleidsvoornemens politie 1992 en de onderdelen politie uit de Rijksbegroting 1992, Hoofdstuk VI (Justitie) en Hoofdstuk VII (Binnenlandse Zaken). Kortheidshalve verwijzen wij u naar de inhoud hiervan. 1 A. Gemeentepolitie In onderstaand overzicht staan de gegevens voor de gemeentelijke politiekorpsen met als peildatum 31 december In de cijfers over de feitelijke sterkte is het aantal adspiranten dat op de peildatum in opleiding was eveneens begrepen. ' De vragen zijn gedrukt onder nr F ISSN Sdu Uitgeverij Plantijnstraat 's Gravenhage 1992 Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr. 10

2 organieke sterkte 31/12/90 feitelijke sterkte 31/12/90 verschil absoluut totaal gemeentepolitie vier grote gemeenten B. Korps Rijkspolitie org. 31/12/90 staf/ landgr. feitelijk 31/12/90 staf/ landgr. district: Alkmaar Amsterdam Apeldoorn/Flevoland Drenthe Breda Dordrecht Eindhoven 's-gravenhage Groningen 's-hertogenbosch Friesland Limburg Zeeland Nijmegen Utrecht Overijssel , ,5 415, , ,5 258,5 399,5 387,5 578, , , ,5 457, subtotaal , totaal landdistricten landelijke dienst: Algemene Verkeersdienst Dienst Rijkspol te water Dienst Luchtvaart totaal diensten Totaal ,5 727,5 724,5 326, , , ,0 713,0 627,0 290, , ,0 In het voorjaar 1991 hebben de korpschefs van de grootste drie gemeenten en het hoofd van de CRI de notitie «inzake de bestrijding van de zware/georganiseerde criminaliteit in het Randstedelijk gebied van Nederland» aangeboden. Deze notitie is besproken met de leiding van de beide departementen en het Openbaar Ministerie uit de Randstad. Deze besprekingen hadden een oriënterend karakter. Algemeen werd de noodzaak voor een integrale justitiële en bestuurlijke aanpak onder schreven waarbij is vastgesteld dat het verschijnsel zich niet beperkt tot de Randstad en dat maatregelen op organisatorisch en wetgevend terrein vereist zijn. Tijdens de behandeling van de Justitie-begroting is het onderwerp georganiseerde criminaliteit reeds ter sprake geweest, zulks naar aanleiding van vragen van de heren Van den Berg, Krajenbrink en Wiebenga over de zware, georganiseerde criminaliteit. In de beantwoording, waarnaar kortheidshalve mag worden verwezen, is stil gestaan bij de aanpak van deze vorm van criminaliteit. Naar aanleiding van de indiening van de motie Krajenbrink en Jurgens tijdens voornoemde begrotingsbehandeling heeft eerste ondergetekende een notitie toegezegd waarin nader zal worden terugkomen op de conse quenties van deze geïntegreerde justitiële en bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Tweede Kamer, vergaderjaar , 22306, enz., nr. 10

3 3 De kritische opmerkingen van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de wijze waarop de voornemens uit het beleidsplan Samenleving en criminaliteit zijn uitgevoerd, hebben vooral betrekking op de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de in het beleidsplan genoemde beleidsvoornemens van de verschillende ministeries. Voor een reactie hierop verwijzen wij u naar de schriftelijke beantwoording van de vragen die terzake zijn gesteld bij de behandeling van de begroting van het ministerie van Justitie. De passage in «Beleidsvoornemens politie 1992» (blz. 5) heeft vooral betrekking op de lokale inspanningen met betrekking tot de preventie van criminaliteit. Voor een onderbouwing van de stelling dat een gezamenlijke politiële, bestuurlijke en justitiële aanpak succesvol is, verwijzen we u naar het Eindrapport van de Stuurgroep Bestuurlijke Preventie van Criminaliteit dat wij eerder dit jaar aan de Kamer hebben toegezonden. 4 Samenwerking tussen bestuur, openbaar ministerie, politie, gemeente lijke diensten en bedrijven is noodzakelijk voor de ontwikkeling van een geïntegreerd rechtshandhavings en veiügheidsbeleid. Het besef dat samenwerking in dezen de sleutel tot succes is, vindt op steeds groter schaal ingang. Daar komt bij dat alle betrokken zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun aandeel in de realisering van een geintegreerd veilig heidsbeleid. Uit dien hoofde mag van hen verwacht worden dat afstemming met andere betrokkenen uitgangspunt van handelen is. 5 Onder «gerichte investeringen» moet in het verband van de passage waarin deze zinsnede voorkomt onder meer worden gedacht aan zowel immateriële als materiële investeringen. Immaterieel, waar het betreft de wijze van benadering van politiezorg (meer probleem en projectgerichte aanpak, verlegging van aandacht binnen het politie-onderwijs) en materiaal, waar het betreft de in uitvoering zijnde reorganisatie van de politie en de extra financiële impulsen die in eerder stadium reeds door de regering zijn gereserveerd voor bijvoorbeeld de Bureaus Financiële Ondersteuning (BFO's), de milieuzorg en de verbrede internationale dimensie van het politiewerk. 6 De rol van de politie in het preventiebeleid is het inbrengen van haar specifieke kennis over de criminaliteit en het aangeven van de mogelijk heden die de politieorganisatie heeft om preventieve werkzaamheden te verrichten. Het is niet mogelijk exact aan te geven hoeveel tijd de politie besteedt aan preventieve werkzaamheden. Binnen de politie kent men de organisatie Voorkoming Misdrijven. Op regionaal niveau is er een regionaal bureau Voorkoming Misdrijven, op het lokale niveau kent men een lokale preventiecoördinator. De organi satie verricht specialistische preventie(advies)werkzaamheden ten behoeve van diverse instanties en het publiek. De organisatie is vooral de laatste tijd extern gericht en neemt op een groot aantal plaatsen deel aan (beleids)werkzaamheden van de participanten van het driehoeksoverleg en andere instanties. Het advies en organisatiebureau Andersson, Elffers en Felix heeft in een onlangs verschenen rapport «Politie en onveiligheid» een grove kwantificering gegeven van de tijd die door de organisatie Voorkoming Misdrijven besteed wordt aan haar werkzaamheden in vergelijking met het reguliere politiewerk. Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr. 10

4 Dit wordt weergegeven in de onderstaande tabel. Soort activiteit Regulier politiewerk: - algemene surveillance - begeleiding evenementen - zaakgebonden activiteiten buiten - zaakgebonden activiteiten binnen Specialistische preventie activiteiten Totaal Uren per jaar % 14,5 3,1 34,3 47,4 0, (Bron: Project Kwantificering Politiewerk (PKP)) Het is niet bekend hoeveel tijd er door de politie binnen het reguliere politiewerk gegeven wordt aan preventieve werkzaamheden. Er wordt menskracht geleverd voor diverse preventieprojecten in ons land, in een aantal korpsen wordt voor sommige delicten structureel zowel een preventieve als repressieve benadering toegepast. Hoewel deze ontwikkelingen op zich verheugend zijn, kan echter nog niet altijd gesteld worden, dat bij de totale politieorganisatie de preven tieve component structureel in de dagelijkse werkzaamheden is geïnte greerd. Het is goed hierbij te beseffen, dat het hier in veel gevallen om een «cultuuromslag» gaat bij een tot nu toe voornamelijk repressief hande lende organisatie. Het zal dus nog enige tijd duren voordat preventieve werkzaamheden werkelijk tot het normale takenpakket van de politie gerekend kunnen worden. Bij de inrichting van de basispolitiezorg in de politieregio's wordt hieraan aandacht besteed. 7 Er wordt geen nadere studie verricht naar een definitie van basispoli tiezorg. Zoals wij al hebben aangegeven in onze nota «een nieuw politie bestel in de jaren negentig» van 20 februari 1990, verstaan wij onder basispolitietaak de politietaak die gemeentelijk dan wel intergemeentelijk wordt verricht. Deze taak \s gericht op de veiligheid van de burgers in hun directe leefomgeving en is zoveel mogelijk geïntegreerd in andere gebieden van overheidszorg. Deze eerste-lijnspolitiezorg omvat ook de voorkoming en bestrijding van criminaliteit. Naast de basispolitietaak onderscheiden wij een regionale en een landelijke politietaak. De regionale politietaak bestaat uit het uitvoeren van verschillende specialistische executieve functies en uit facilitaire en beheersvoorzieningen. De landelijke politietaak valt uiteen in executieve en facilitaire taken ter aanvulling en ondersteuning van de basis en regionale politietaak, voor zover deze niet binnen de regio's gerealiseerd kunnen worden. 8 a. Met bijzondere opsporingsdiensten worden bedoeld die diensten die landelijk zijn georganiseerd en onder het beheer van een vakdepar tement vallen alsmede die bijzondere opsporingsdiensten die werkzaam zijn op lokaal of regionaal niveau. Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr. 10

5 b. De bij deze diensten werkzame personen met algemene opspo ringsbevoegdheid worden door de Minister van Justitie aangewezen. Het betrof hier ultimo 1990 ruim 8700 personen. Bijzondere opsporingsambtenaren worden deels door de Minister van Justitie aangewezen. Het betrof hier ultimo 1990 ruim 2000 individueel door de Minister van Justitie aangewezen personen. Daarnaast ontleent een groot aantal Rijks, provinciale en gemeente-ambtenaren q.q. zonder aanwijzing opsporingsbevoegdheid rechtstreeks aan de bijzondere wet, dan wel op basis van deze wet aan een aanwijzing door de betreffende vakminister, zonder tussenkomst van de minister van Justitie. Verder zijn er bijzondere opsporingsambtenaren die bevoegdheid ontlenen aan art. 142 Sv in samenhang met een verordening van een lager publiekrechtelijk lichaam of met een wet in formele zin waarin slechts controlerende/toezichthoudende ambtenaren worden aange wezen. Derhalve is het niet mogelijk een nauwkeurig overzicht te geven van het aantal bijzondere opsporingsambtenaren, dat zonder tussenkomst van de Minister van Justitie over opsporingsbevoegdheid beschikt. Het betreft hier in ieder geval enige tienduizenden (onder andere aile ambte naren Rijksbelastingen). Uit onderzoek in 1979 bleek dat toen ruim ambtenaren over bijzondere opsporingsbevoegdheid beschikten. Dit aantal is hoogstwaarschijnlijk nauwelijks afgenomen. Hoeveel ambtenaren daarvan daadwerkelijk opsporingsactiviteiten verrichten is niet duidelijk. De voorgenomen wijziging van de Politiewet en het Wetboek van Strafvordering brengt verandering in deze situatie. Het streven is er op gericht om de thans bestaande categorïeën onbezoldigde opsporings ambtenaren van politie en bijzondere opsporingsambtenaren - voorzover zij door eerstondergetekende zijn aangewezen - bij in werking treden van de voorgenomen nieuwe Politiewet de status van buitengewoon opspo ringsambtenaar te verlenen. De mogelijkheid dat bijzondere opsporingsambtenaren - zoals nu het geval is - opsporingsbevoegdheid ontlenen aan art. 142 Sv komt dan met het inwerkingtreden van de voorgenomen nieuwe Politiewet te vervallen. 9 In de huidige situatie ligt de beheersverantwoordelijkheid en de verant woordelijkheid voor de bestuurlijke handhaving voor wat betreft de BOD-en bij de verantwoordelijke minister c.q. werkgever. De verantwoor delijkheid voor de opsporing en de vervolging van strafbare feiten ligt bij het Openbaar Ministerie, onder politieke verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie. Omdat toezicht op naleving van bestuurlijke wetgeving en de strafrechtelijke handhaving vaak in elkaars verlengde liggen is het noodzakelijk dat bestuur, Openbaar Ministerie en lokale korpschef voortdurend overleg met elkaar hebben. Activiteiten zullen in gang gezet worden gericht op een verdere intensivering van de samen werking tussen de lokale c.q. regiokorpsen en BOD-en, waarbij de regie van de (lokale) korpschef een belangrijk aandachtspunt zal zijn. In verband met de in het antwoord op vraag 8 reeds vermelde wijziging van de Politiewet en het Wetboek van Strafvordering, zullen in de toekomst bij algemene maatregel van bestuur onder meer regels gegeven kunnen worden over het toezicht waaraan buitengewone opspo ringsambtenaren zijn onderworpen. Daarnaast is in de nieuwe Politiewet een artikel opgenomen betref fende samenwerking tussen politie en overige opsporingsambtenaren. Bij Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr. 10

6 algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven ten aanzien van deze samenwerking. De huidige positie van de minister van Justitie ten opzichte van de BOD-en zal geen wijziging ondergaan. 10 Het is nog te vroeg om conclusies te kunnen trekken over het functio neren van de Wet politieregisters (W.Pol.r.) en het Besluit politieregisters (B.Pol.r.). De Nederlandse politie is volop doende met de implementatie van deze regelgeving. Daarbij worden weliswaar knelpunten gesigna leerd, doch die zijn veelal het gevolg van nog onvoldoende kennis van de gecompliceerde materie. Tevens dient nog te worden afgewacht hoe zich de interpretatie van de W.Pol.r. en het B.Pol.r. door de Registratiekamer zal ontwikkelen. Gesignaleerde knelpunten en de interpretatie van de Registratiekamer zullen worden betrokken bij de evaluatie van de W.Pol.r. en het B.Pol.r. die is voorzien twee jaar na inwerkingtreding van het B.Pol.r. (Nota van toelichting bij het B.Pol.r. pagina 12, Stb. 1991, 56). 11 Er zijn op dit moment geen landeüjke opsporingsteams werkzaam. Opsporingsteams worden primair per politiekorps, c.q. politieregio gevormd. Indien nodig worden voor de ernstige vormen van criminaliteit interre gionale opsporingsteams gevormd. Een recent voorbeeld daarvan is het gezamenlijke opsporingsteam van het Korps Rijkspolitie District Alkmaar en de Gemeentepolitie Den Haag dat onderzoek doet naar de door RARA geclaimde bomaanslagen op de woning van de Staatssecretaris van Justitie te Groot-Schermer en op het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Ook dit is een mterregionaal samengesteld team dat is toegesneden op de onderzoekseisen. 12 De informatieverstrekking van de CRI en vice versa is geregeld in de Richtlijnen Doelmatige Opsporing. Daarnaast vindt met betrekking tot de zwaardere vormen van criminaliteit informatieverstrekking plaats o.g.v. de CID-regeling. Deze regeling ziet op informatieverstrekking tussen de LCID van de CRI en de lokale en regionale CID'en. Hierin wordt met betrekking tot een groot aantal delicten de uitwisseling van gegevens geregeld tussen de CRI en de politiekorpsen in ons land. Op dit moment wordt gewerkt aan een aanpassing van de richtlijnen. 13 Onlangs is een landelijke analyse gemaakt van criminele groeperingen, waarvan de deelnemers betrokken zijn of zijn geweest bij misdrijven die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde. De gegevens van derge lijke groeperingen berusten overwegend bij de Criminele Inlichtingen Diensten. 14 Het nog niet voltooid zijn heeft geen betrekking op de feitelijke opbouw. Deze is weliswaar voltooid, maar de samenwerking tussen de Criminele Inlichtingen Diensten (CID) is nog niet volledig geoptimali seerd. Een bij de totstandkoming in 1987 ingestelde commissie heeft onder meer tot taak de samenwerking tussen deze diensten te bevor deren en te begeleiden. Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr. 10

7 15 De afgelopen jaren bracht de commissie over verschillende CID-onderwerpen advies aan ons uit. Zo heeft de commissie een model instructie ontworpen ter beveiliging van CID-gegevens. Verder heeft de commissie een concept aangeleverd voor een nieuwe CID-regeling en een daarbij behorend model privacy-reglement. Ook is een advies over de automatisering van CID-bestanden in voorbereiding. De commissie heeft sinds haar oprichting elk jaar een verslag over haar activiteiten uitgebracht. 16 en 24 Het betreft hier geen automatiserings en informatieproject maar een pilot-studie naar het gewenste kennisniveau van politie en justitie inzake de aanpak van computercriminaliteit. Het doel van deze studie is een goed beeld te krijgen van de instrumenten en maatregelen, die politie en justitie inzake computercriminaliteit thans ten dienste staan en van de lacunes, die hierin optreden. Bij de pilot-studie zijn de korpsen van de gemeentepolitie Amsterdam en Den Haag betrokken alsmede het district Nijmegen van het Korps Rijkspolitie. Bij elk van de genoemde korpsen is een pilot-team ingesteld. De teams bestaan elk uit vier full-time functio narissen, die regionaal opereren. Wij hebben een financiële bijdrage geleverd van f , bestemd voor de uitrusting van elk team en voor een bij de aanvang van het project gevolgde opleiding. De deelnemende korpsen hebben de huisvesting, kantoormiddelen, salariskosten van de betrokken teams voor hun rekening genomen. 17 Het is ons streven het landelijk dekkend net van BFO's begin 1993, vóór de formele start van de regionale politiekorpsen, te hebben voltooid. Daarover zijn de huidige kernkorpsen reeds geïnformeerd. 18 Onze begrotingen stellen ons in staat om uitvoering te geven aan onze wens om te komen tot een landelijk dekkend net van BFO's. In het vergaderjaar is bij de Tweede Kamer het wetsontwerp ingediend ter wijziging van het Wetboek van Straf recht en het Wetboek van Strafvordering en enkele andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot toepassing van de maatregel van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en andere vermo genssancties («de Plukze-wetgeving»). In de memorie van toelichting worden de gevolgen van de werklastver zwaring bij de reguliere recherche weergegeven. Hoewel dit wetsvoorstel de Tweede Kamer nog niet heeft gepasseerd, hebben onze inspanningen er inmiddels wel toe geleid, dat de begrotingen van Justitie en van Binnenlandse Zaken met de volgende, oplopende reeks zijn opgehoogd: e.v. rijkspolitie in geld: gemeentepolitie in geld: (xf 1 mln) (xf 1 mln) Genoemde uitgaven zijn gefinancierd uit de extra opbrengsten die wetsontwerp zal genereren. Gelet op vorenstaande achten wij geen termen aanwezig het door u bedoelde overleg te openen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr. 10

8 19 Bij ons streven om te komen tot een landelijk dekkend net van BFO's ligt het niet in de rede, dat in elke regio een volledig team zal worden geïnstalleerd. In een aantal gevallen wordt reeds samengewerkt door regio's. Een aantal andere regio's zal ook kiezen voor interregionale samenwerking. Inmiddels zijn alle regio's uitgenodigd om te komen tot de daadwerkelijke oprichting van een BFO c.q. een interregionaal BFO en zijn de middelen daarvoor beschikbaar gesteld. Daarbij kan een beroep worden gedaan op enige ambtelijke ondersteuning van beide departe menten. Over de oprichting van BFO's binnen het korps Landelijke Diensten is nog overleg gaande met de Dienst Luchtvaart en de Rijkspo litie te water. 20 De toewijzing van de BFO-gelden aan de regio's geschiedt in de vorm van een koppenbegroting door het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de betrokken kernregio's en toevoeging van personele en materiële middelen door het ministerie van Justitie aan de begroting van het Korps Rijkspolitie. 21 Door een stuurgroep, waarin de ministeries van Economische Zaken, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Justitie participeren, zal onderzoek worden verricht naar de mogelijkheden van integratie van de Algemene Inspectiedienst en de Economische Controledienst. De stuur groep zal naast de vragen van efficiency-verbetering ook de inhoud van de taak aan een analyse onderwerpen. Over de conclusies van de rapportage van de stuurgroep en het standpunt van de betrokken ministers zal de Tweede Kamer te zijner tijd worden geïnformeerd. De vraag of en hoe deze executieve diensten opgenomen worden in een bestel dat uit een korps landelijke politiediensten en regionale politiekorpsen is opgebouwd, zal alsdan nader worden bezien. Daarnaast zal ook in het kader van de Decentralisatie Impuls een verkenning plaatsvinden na de mogelijkheid van overdracht van taken. 22 en 25 Het budget voor de Bijzondere Opsporingskosten Politie bedraagt 13,9 miljoen gulden per jaar. In 1991 was daarboven nog een bedrag van 0,7 miljoen beschikbaar specifiek voor onderzoeken naar milieucriminaliteit. In 1990 werd het budget in z'n geheel uitgeput, naar verwachting zal dit in 1991 eveneens het geval zijn. In 1990 en in 1991 zijn onderzoeken verricht naar de handel in verdo vende middelen, geweldsdelicten, illegale vuurwapenhandel, overvallen, vermogensdelicten, fraude, zedendelicten en milieudelicten. 23 De financiering van de sterkte-ophoging van de BFO's vindt plaats ten laste van het reguliere politiebudget, alsmede uit de extra opbrengsten die wetsvoorstel (de «Plukze-wetgeving») zal genereren (zie ook het antwoord op vraag 18). De basissamenstelling van een BFO is een teamleider, twee gekwalifi ceerde tactische rechercheurs, twee financiële deskundigen en een administratieve kracht. 26 Ja, in de experimenteerkorpsen is deze betere afstemming tot stand gekomen. In januari 1992 wordt op de Rechercheuschool een bijeen Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr. 10

9 komst georganiseerd voor het politieveld en het OM, waar de eerste resultaten van het onderzoek zullen worden gepresenteerd. Aan het eind van het eerste kwartaal zal er een eindrapport verschijnen. Later in dat jaar zal hierop een vervolg worden georganiseerd. De resultaten van het onderzoek zullen ter beschikking gesteld worden van de politie en het Openbaar Ministerie, zodat bij de inrichting van de nieuwe regionale politiekorpsen hiervan gebruik kan worden gemaakt. Verder wordt door middel van een speciaal katern in het Algemeen Politieblad periodiek informatie verstrekt. 27 en 28 Bij de behandeling van de Justitie-begroting 1990 is door de heer Van den Berg de vraag gesteld of een nieuwe impuls voor wat betreft de bestrijding van het ongeoorloofde wapenbezit niet dringend noodzakelijk is. Eerste ondergetekende heeft daarop geantwoord dat «de omvang van het illegale bezit van schietwapens - en uitingen daarvan in de vorm van schietwapengebruik - een gerichte aanpak rechtvaardigen. Een stimulans daarvoor wordt gevormd door de inwerkingtreding van de Wet wapens en munitie, die de politie goede mogelijkheden verschaft om tegen dit verschijnsel op te treden. Mij bereiken evenwel signalen dat de politiële aandacht voor deze vorm van criminaliteit niet altijd het niveau heeft dat past bij de ernst van dit verschijnsel.» In verband daarmee is de Recherche Advies Commissie (RAC) in februari 1990 verzocht advies uit te brengen over de aanpak van schiet wapencriminaliteit. Deze adviesaanvrage werd ingegeven door de behoefte een adequaat niveau van handhaving van de wapenwetgeving te bevorderen. Bij brief van 19 november jl. heeft de RAC haar advies met betrekking tot de bestrijding van schietwapencriminaliteit aan de eerste ondergete kende aangeboden. Het advies van de RAC is voorbereid door een werkgroep, onder voorzitterschap van mr S. Tempel, officier van justitie in het arrondissement Middelburg. Deze werkgroep heeft in samen werking met het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het ministerie van justitie een onderzoek ingesteld naar de wijze waarop in de praktijk de bestrijdmg van het illegale bezit van en de handel in schietwapens door politie en justitie plaatsvindt. In het navol gende zal, kort samengevat, een overzicht worden gegeven van de belangrijkste conclusies uit het RAC-advies. De RAC is tot de conclusie gekomen dat de bestrijding van het illegale bezit van en de illegale handel in schietwapens in het algemeen, zowel bij politie als openbaar ministerie, weinig prioriteit geniet. De daadwerke lijke omvang van het illegale schietwapenbezit is onbekend. Aan de verminderde aandacht bij politie en openbaar ministerie voor de bestrijding van het illegale bezit van en de illegale handel in schiet wapens liggen een aantal oorzaken ten grondslag. In de eerste plaats wordt gewezen op de in de jaren '80 ingevoerde generale taakstellmg bij de politie. Kort samengevat houdt de generale taakstelling in dat gespe cialiseerde taken werden ondergebracht in de basispolitiezorg. Blijkens het advies is een gevolg hiervan geweest dat de stelselmatige aandacht voor de bestrijding van het illegale wapenbezit verminderde. In de tweede plaats wordt gewezen op de toegenomen criminaliteit in al zijn facetten. Daarnaast hebben politie en openbaar ministerie in het kader van de noodzakelijke prioriteitstelling de handhavingsaandacht in de afgelopen jaren veelal op andere delicten geconcentreerd. Uit het advies blijkt verder dat de politie en het openbaar ministerie de Wet wapens en munitie moeilijk toegankelijk en ingewikkeld vinden. Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr. 10

10 Voorts speelt een belangrijke rol dat bij de politie reeds tientallen jaren het gevoel bestaat dat gerichte opsporing van het illegale bezit van schietwapens gelijk staat aan «het dweilen met de kraan open». De weinig restrictieve wetgeving in de ons omringende landen was daaraan debet. In het kader van het Akkoord van Schengen zijn hierover afspraken gemaakt. Deze afspraken betreffen de harmonisatie van wetgeving betrekking hebbend op het verwerven, het voorhanden hebben, de verkoop en de overdracht van schietwapes en stellen een minimum norm waaraan de wetgevingen van de lidstaten moeten voldoen. Daarnaast hebben de lidstaten zich wederzijds verplicht tot het verstrekken van gegevens over wapenaankopen binnen het grondgebied van de eigen staat door ingeze tenen van één der andere lidstaten. Ook in breder Europees verband is de onderhavige problematiek onderwerp van bespreking geweest. Dit heeft geresulteerd in de totstandkoming van een richtlijn wapenver werving en bezit, vastgesteld door de Europese Raad op 18 juni De inwerkingtreding van deze richtlijn is bepaald op 1 januari 1993, dezelfde datum als is vastgesteld voor de inwerkingtreding van het aanvullend Akkoord van Schengen. Op dit moment wordt op het ministerie van justitie gewerkt aan de uit de internationale afspraken voortvloeiende noodzakelijke wijziging van de Wet wapens en munitie. Tot slot zal, zoals reeds door eerste ondergetekende is toegezegd bij de behandeling van de Justitie-begroting 1992, op basis van het door de RAC aangeboden advies met grote voortvarendheid en in overleg met de minister van Binnenlandse Zaken een plan van aanpak worden ontworpen. Dit plan van aanpak zal ter consultatie worden voorgelegd aan de vergadering van Procureurs-Generaal en de beoogde korpschefs. 29 De reorganisatie van de politie betekent dat aan de bestaande huidige structuur van de veld en milieupolitie een einde zal komen. Deze is immers onderdeel van het Korps Rijkspolitie dat zal fuseren met de korpsen van gemeentepolitie. Niettemin achten wij het gewenst dat de bestaande taken en deskundigheden van de veld en milieupolitie op een herkenbare manier in stand blijven binnen de opzet en organisatie van de regionale politiekorpsen. Dit is in de eerste plaats een zaak van de regio. Wel toetsen wij de projectplannen die in het kader van de reorganisatie worden ingediend op de vraag of voldoende aandacht wordt geschonken aan de bestrijding van de milieucriminaliteit. Voorzover die plannen tot op heden bekend zijn, voldoen zij daaraan. 30 Ja, dat gebeurt dan ook in toenemende mate. De projectmatige aanpak ziet er voorts op dat de handhaving van de milieuwetgeving structureel gestalte krijgt als onderdeel van de politietaak. 31 Ja, bij het in kaart brengen van de informatiebehoefte van de politie op milieugebied wordt geanalyseerd welke instanties verantwoordelijk zijn voor of betrokken zijn bij de totstandkoming van de produkten en diensten die de politie moet leveren in het kader van haar milieutaken. Daarnaast wordt, zowel binnen de politie-organisatie als bij andere betrokken instanties, geïnventariseerd welke informatiesystemen en gegevensbestanden thans aanwezig zijn danwel in ontwikkeling zijn. Zowel Openbaar Ministerie als bestuur zijn dus bij het in kaart brengen van de informatiebehoefte van de politie nauw betrokken. Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr

11 Bovendien wordt steun gegeven aan het te Groningen gestarte experiment met een geautomatiseerd informatiesysteem, het Regionaal Meldpunt Milieudelicten. Dit systeem wordt beheerd door de rijkspolitie te Groningen en zal in de provincie Groningen milieugegevens afkomstig van bestuur, politie, Openbaar Ministerie, toezichthoudende instanties en derden (burgers) integreren en coördineren. Een belangrijke functie van dit systeem zal zijn het aan bestuur en justitie beschikbaar stellen van managementinformatie met betrekking tot knelpunten, samenhangen en overzichten inzake incidenten, overtredingen en handhavingsacties. 32 Ja, voor een nadere toelichting willen wij verwijzen naar de beant woording van vraag Aangezien de Uitvoeringsovereenkomst van Schengen nog niet in werking is getreden kan de politie niet reeds nu gebruik maken van de daarin vastgelegde bevoegdheden. Dit neemt niet weg dat de onderte kening van de Uitvoeringsovereenkomst reeds een impuls heeft gegeven aan de internationale politële samenwerking. Vooralsnog zijn deze activi teiten gericht op het scheppen van de noodzakelijke organisatorische en logistieke voorwaarden voor een daadwerkelijke intensivering van de operationele samenwerking na de inwerkingtreding van de Overeen komst. Van een projectmatige aanpak op nationaal niveau is feitelijk enkel sprake bij de ontwikkeling van het Nederlandse nationale Schengen I nf ormatiesysteem. 34 Het parlement is gedurende het onderhandelingsproces dat heeft geleid tot de totstandkoming van de Uitvoerïngsovereenkomst door de regering op de hoogte gehouden van de relevante ontwikkelingen. Daarbij hebben het parlement en de regering regelmatig van gedachten gewisseld over het SIS (zie onder andere kamerstukken , nrs. 10, 18, 24 en 48). Het parlement heeft de regering meermalen gesteund in de visie dat het SIS conditio sine qua non is voor de inwerkingtreding van de Uitvoeringsovereenkomst. De datum van inwerkingtreding wordt bepaald door het moment waarop alle Lidstaten tot ratificatie zijn overgegaan. Aangezien dit moment niet vooraf is te voorzien en met de feitelijke bouw van het SIS 18 tot 24 maanden is gemoeid, is reeds een aanvang gemaakt met de ontwikkeling van het SIS. Alleen zo kan tegemoet worden gekomen aan het bovenvermelde uitgangspunt van regering en parlement. Het woord «bouw» dient met betrekking tot een dergelijk informatie systeem in overdrachtelijke zin te worden begrepen. Hieronder wordt verstaan zowel de ontwikkeling van de soft ware en de noodzakelijke procedures als de aanschaf van de hardware e.d. Op dit moment verkeert de «bouw» nog in de eerstgenoemde fase. 35 Een werkgroep van de Pompidou-groep is momenteel belast met de organisatie van een congres voor politie en justitie over preventie en alternatieven voor strafvervolging. Voorts participeert Nederland actief in een werkgroep met luchthavenautoriteiten en een werkgroep inzake de controle in de zeehavens. Beide groepen bestaan uit vertegenwoordigers van politie en douane. De groepen komen eenmaal per jaar bijeen. Het zijn vruchtbare overlegorganen die gericht zijn op de verbetering van de praktische samenwerking. Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr

12 36 en 40 Mede naar aanleiding van de bespreking van een vraag van de politie vakorganisaties in het Georganiseerd Overleg in Politie-ambtenarenzaken (G.O.) naar het gebruik van geweld tegen de politie is een enquête gehouden door aanschrijving van alle gemeentelijke politiekorpsen en het Korps Rijkspolitie. Bij nadere bespreking van het onderwerp in het G.O. is uit de reacties opgemaakt, dat, zo er al door de korpsen gegevens werden bijgehouden - de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken met betrekking tot letselstatistiek werd begin 1987 bij de sanering van het circulairebestand ingetrokken - deze gegevens zeer uiteenlo pende informatie verschaften. Hoewel zich enige incidenten hebben voorgedaan, kon op basis van de beschikbare gegevens op dit punt geen structurele toeneming worden vastgesteld. Het ligt in de bedoeling om bij de regionalisatie van de politie het onderwerp van de letselstatistiek te betrekken en de korpsbeheerders te vragen deze informatie jaarlijks te verstrekken. 37 Het regeringsstandpunt op het rapport van de commissie-heijder en de op grond daarvan voorgenomen wijzigingen van de Ambtsinstructie voor de politie zullen wij de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk doen toekomen. Wij realiseren ons zeer wel eerdere toezeggingen op dit punt. De problematiek is evenwel een bijzonder weerbarstige met vele invals hoeken. Alvorens een standpunt aan de Tweede Kamer voor te leggen, zal deze problematiek nog onderwerp van bespreking vormen in het georganiseerd overleg. 38 Een politie-ambtenaar wordt evenals iedere andere burger pas aange merkt als verdachte in de zin van artikel 27 van het Wetboek van Straf vordering indien uit feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. Het Openbaar Ministerie beslist in concrete gevallen of een politieamb tenaar zodanig de grenzen van zijn bevoegdheden heeft overschreden dat hij als verdachte moet worden aangemerkt en vervolging tegen hem moet worden ingesteld. Aan een dergelijke beslissing gaat in de regel een grondig onderzoek van de rijksrecherche vooraf. Het uiteindelijke oordeel over de vraag of een politie-ambtenaar in een bepaald geval van geweldgebruik een strafbaar feit heeft gepleegd, is voorbehouden aan de onafhankelijke rechter. Wij beschouwen het als onze taak en verantwoordelijkheid dat binnen het politiebestel zodanige randvoorwaarden worden geschapen dat iedere politie-ambtenaar zo optimaal mogelijk is opgeleid en uitgerust om op adequate wijze zijn functie uit te oefenen. Ten aanzien van de rechtsbijstand voor politie-ambtenaren merken wij op dat, wanneer een politie-ambtenaar als verdachte wordt aangemerkt, hij dan aanspraak kan maken op de rechtsbijstandsregeling, zoals deze is opgenomen in de artikelen 38 e.v. van het Wetboek van Strafvordering. Deze rechtsbijstandsregeling geldt voor iedere verdachte. Voor een aanvullende regeling voor politie-ambtenaren zien wij geen bijzondere redenen aanwezig. 39 De modernisering van de bewapening vn de politie betreft het dienst pistool de Walther P5, de wapenstok, de standaard politiemunitie, het lange vuurwapen, alsmede het wapensysteem ten behoeve van het verschieten van traangas. De definitieve omwapening op de Walther P5 is zowel bij de gemeentelijke politiekorpsen als bij het Korps Rijkspolitie sedert medio 1990 een feit. Een evaluatie zal binnenkort plaatsvinden. Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr

13 Daadwerkelijke praktijkervaringen met de nieuwe standaardmunitie Action 3 voor de Walther P5 zijn er nog niet. Uit een in 1990 gehouden evaluatie van de nieuwe lange wapenstok is gebleken, dat de politie hiermee een functioneel wapen ter beschikking staat, dat binnen de beschikbare geweldsmiddelen een onmisbare plaats heeft tussen de korte wapenstok en het vuurwapen. In het kader van de evaluatie is nog eens gewezen op het belang van de specifieke instructie en regelmatige oefening met betrekking tot dit wapen. De Winchester karabijn wordt momenteel vervangen door het semi-automatische wapen Heckler en Koch MP5A2, zodat de praktische ervaringen summier zijn. Dit wapen is, zij het in een andere versie, reeds langere tijd in gebruik bij de arrestatieteams en voldoet daar goed. Voor de vervanging van wapensystemen voor het verschieten van traangas worden thans nog beproevingen uitgevoerd. 41 Zoals reeds door eerst ondergetekende bij de behandeling van de Justitiebegroting is opgemerkt, moet de hoogst onbevredigende en ineffectieve situatie worden voorkomen dat er eerst constateringen van strafbare feiten plaatsvinden en dat daarvan processen-verbaal worden opgemaakt maar dat deze vervolgens buiten behandeling worden gelaten. Het afstemmen van de werkwijze over en weer tussen politie en openbaar ministerie moet ertoe leiden dat deze inproduktieve situatie zich niet voordoet. Dat brengt met zich mee dat vooraf keuzen worden gemaakt in de werkwijze van de politie, zodanig dat de processen-verbaal die worden opgemaakt, ook kunnen worden verwerkt. In het belang van het ontwikkelen van een verantwoord handhavings beleid behoren tussen politie en justitie goede werkafspraken te worden gemaakt, liefst in het kader van handhavingsarrangementen. Voor een nadere uitwerking van die handhavingsarrangementen alsmede de positie van de politie binnen de keten van preventieve, politiële, bestuurlijke of wetgevende maatregelen, verwijs ik naar de schriftelijke beantwoording van de vragen 66 en 69 van de Justitiebe groting. 42 Prioriteitstelling is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van het driehoeksoverleg. Het verbeteren van de verkeersveiligheid is echter niet bij uitsluiting een zaak van politiële taakuitvoering. Daar waar dit overwegend wel het geval is, worden wisselende accenten gelegd op de speerpunten uit het Meerjarenplan voor de verkeersveiligheid. Zo leiden soms nationale, maar vaker regionale en lokale acties, in het kader van gericht verkeerstoezicht tot goede resultaten. Deze acties worden in overleg en in samenwerking met de andere betrokken diensten uitgevoerd. Op deze wijze kan een en ander worden afgestemd en kan worden voorkomen dat tijdelijke extra aandacht voor het ene taakdeel ten koste gaat van het andere. In de bestrijding van de verkeersonveiligheid staan de regionale en lokale besturen allereerst infrastructurele en bestuurlijk preventieve maatregelen ten dienste. In het kader van de zgn. 25%-acties kunnen deze overheden, bij een juiste aanpak, van de zijde van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, rekenen op gerichte en aanzienlijke subsidies. In de praktijk is de effectiviteit van een dergelijke aanpak reeds gebleken. De dalende verkeersongevalscijfers, in samenhang met een sterk stijgende vervoersprestatie, geven dan ook geen aanleiding over te gaan tot een sterktevoorziening van de verkeerspolitie. Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr

14 De beleidsinitiatieven van de Rijksoverheid, de regelmatige en gerichte activiteiten van de verkeerspolitie en de regionale en lokale bestuurlijke inspanningen in het verkeer zullen, mits ook aandacht wordt besteed aan verkeerseducatie en voorlichting, voldoende zijn om de verkeersonvei ligheid verder terug te brengen. 43 Het is geen novum, dat in het kader van de verkeersveiligheid gelden van het ministerie van Verkeer en Waterstaat aan lokale overheden worden gefourneerd. Als voorbeeld wordt gewezen op de 25%-regeling inzake vermindering van het aantal verkeersslachtoffers. De verkeersveiligheid dient in dit verband geplaatst te worden in het kader van de bredere bestuurlijke aanpak. Naast politie zullen de lokale infrastructuur, een gedifferentieerd beleid en een samenhangend pakket met voorlichting en preventieve maatregelen van belang zijn. De rol van de politie met betrekking tot de verbetering van de verkeersveiligheid is onmiskenbaar, doch zal gelet op de overige politietaken, ongeacht eventuele extra geldstromen, haar grenzen kennen. 44 Het experiment met bestuursafspraken met de gemeenten Haarlem, Enschede en Nijmegen is aangegaan voor een periode van vijf jaar. Recent is de rapportage over het eerste jaar ontvangen. Deze rapportage heeft geleid tot het besluit het experiment voort te zetten. In dit stadium is het nog te vroeg een definitief oordeel te vellen over de uitkomsten. Wel is al duidelijk dat de experimenten een wezenlijke bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van nieuwe concepten ten aanzien van beheer over de politie. Op termijn zal de Kamer hierover nader worden geïnformeerd, waarbij ook zal worden ingegaan op de relatie met de reorganisatie van het politiebestel. 45 Wij beschikken op dit ogenblik nog niet over gegevens over die bereidheid. In tal van gemeenten is dit nog onderwerp van overleg. 46 Naar het zich thans laat aanzien, de nieuwe Politiewet moet nog de parlementaire procedure doorlopen, zal in het toekomstige politiebestel niet slechts sprake zijn van gedeelde verantwoordelijkheden van de beide politieministers, maar ook van specifieke verantwoordelijkheden van beiden afzonderlijk. Om die verantwoordelijkheid vorm te kunnen geven, zal er op beide ministeries een onderdeel zijn, belast met politie-aangele genheden. Wij willen met kracht bevorderen dat de betrokken departe mentsonderdelen zodanig worden gereorganiseerd dat overlappingen worden voorkomen. Een efficiënte en effectieve uitvoering van de taken van de «politieministers» moet hierbij richtsnoer zijn. 47 A. Gemeentepolitie Zie antwoord op vraag 1. Het verschil op 31 december 1991 bedraagt 334 plaatsen, waarvan 210 bij de vier grootste gemeenten. De kop-munt regeling bedraagt maximaal 5% van de organieke sterkte. B. Korps Rijkspolitie De normsterkte, uit de vraagstelling opgevat als de begrotingssterkte, voor het jaar 1991 voor de landdistricten en de landelijke diensten van Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr

15 het Korps Rijkspolitie is vastgesteld op plaatsen (organieke sterkte is , zie vraag 1). De feitelijke bezetting op 1 januari 1991 was Het verschil bedraagt derhalve 209 plaatsen. De kop-munt regeling wordt bij de rijkspolitie niet toegepast, als gevolg van het vorengeschreven onderscheid in personele en materiële budgetten. 48 Op dit moment wordt een voorstudie gedaan naar de precieze functie van de gegevensbank, de toekomstige gebruikers en de gewenste toepassingen. Op basis daarvan zal een funtioneel en technisch ontwerp worden gemaakt. Gerelateerd aan het functioneel ontwerp zal de vraag van onderbrenging worden beantwoord. 49 De gegevensbank moet het mogelijk maken om aan korpsen die gebruik maken van de ontwikkelde standaard politiële enquêtes voldoende referentiemateriaal te leveren. Hierdoor wordt het voor de korpsen mogelijk zichzelf in de tijd te vergelijken (longitudinaal) en zich met soortgelijke korpsen te vergelijken (transversaal). De uitkomsten van de enquêtes en de vergelijkingen leveren een goede mogelijkheid tot beleidsontwikkeling. Door de grote hoeveelheid gelijksoortige data die op deze manier beschikbaar komt, ontstaat tevens de mogelijkheid tot beleidsevaluatie op centraal niveau. De opslag en verwerking van de gegevens vindt langs geautomati seerde weg plaats. Het betreft hier echter een geautomatiseerd klein schalig systeem waarbij gebruik gemaakt wordt van beschikbare standaardprogrammatuur. 50 De uitvoering van het voornemen vrijwillige politie in te voeren, onder gelijktijdige opheffing van de reservepolitie, is terug te vinden in artikel 3 (juncto artikel 5) van het ontwerp-politiewet. Feitelijke invoering kan derhalve na de inwerkingtreding van een nieuwe Politiewet plaatsvinden. Het onderwerp maakt deel uit van het project reorganisatie politie. In de loop van het volgend jaar zullen wij de Kamer inhoudelijk informeren over dit onderwerp. 51 Het betreft hier een feitelijk sterkteprobleem vooral in Amsterdam. Alles wordt in het werk gesteld om dit probleem op te heffen. De werving, selectie en opleiding zijn geïntensiveerd. Voorts verwijs ik naar de antwoorden op vraag 78, in het bijzonder op de «inhaalacties» in de randstad. 52 Wij achten deze mogelijkheid van informatie-uitwisseling, voor zover het gegevens betreft die zich daarvoor lenen, van het grootste belang. Wij denken dit aldus te bereiken. Ten eerste zal op bestuurlijk niveau een duidelijke en heldere taakver deling moeten komen die in overeenstemming is met de vigerende verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de betrokken partijen. Ten tweede zullen procedure-afspraken moeten worden gemaakt betreffende maatregelen met betrekking tot de privacybescherming en de beveiliging opdat de authenticiteit en een zorgvuldig gebruik van de verstrekte gegevens gewaarborgd worden. Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr

16 Ten derde zullen op technisch niveau centraal de communicatie voorzieningen moeten worden gecreëerd en in stand gehouden die een veilige en ongestoorde overdracht van gegevens en berichten mogelijk maken. Ten vierde zullen door standaardisatie van de gegevens en berichten centraal de voorwaarden worden gecreëerd voor een correcte en valide uitwisseling van de informatie. Als onze taak hierin zien wij eventuele dwingende regelgeving op het gebied van standaarden en normen. 53 De herziening van deze normen is binnen het raamwerk van het project reorganisatie politie ter hand genomen. Bij de inwerkingtreding van de nieuwe politiewet zullen, als uitvoeringsbepalingen, ook te dezer zake nieuwe normen gaan gelden. 54 Tot op heden heeft het project Landelijke Datamodellering (LDM) geresulteerd in de formulering van een gegevensmodel waarin de betekenis van een groot aantal bij de politie gehanteerde begnppen en de samenhang tussen de gegevens zijn vastgelegd. Tevens is voor een goede en eenvoudige toegang tot het model een ondersteuningsprogramma ontwikkeld. Daarnaast heeft het project bijgedragen aan de totstandkoming van de standaardberichten voor de uitwisseling van bekeuringsgegevens tussen politie en het OM. Tevens zijn adviezen verstrekt in het kader van de bouw van het Schengen Informatie Systeem (SIS) en het project vreemdelingenadmi nistratie. Naar aanleidmg van de in gang gezette reorganisatie willen wij komen tot een heroriëntatie op de organisatie en de planning van het project. Bij deze heroriëntatie is het streven gericht op een bredere deelneming van het politieveld voor de produkten van LDM die voor de regio's van belang zijn. Met het CPB en de Stichting In-Pact zijn wij hierover in overleg. 55 Bij de beantwoording van deze vraag moet worden onderscheiden tussen technische sepots, beleidssepots en «kale» beleidssepots. Deze laatste zijn onvoorwaardelijke sepots zonder enige mondelinge of schrif telijke waarschuwing aan het adres van verdachte. De vraag richt zich naar het oordeel van eerst ondergetekende op de technische en de kale beleidssepots daar er bij de overige beleidssepots altijd een duidelijke reactie aan de verdachte wordt gegeven Dit kan bij voorbeeld een sepot onder voorwaarden zijn, zoals de voorwaarde tot betaling van een vergoeding aan het slachtoffer. In het beleidsplan Strafrecht met beleid is aangegeven dat het aantal kale beleidssepots daalde van in 1983 tot in In het beleidsplan is de doelstelling opgenomen dit aantal verder terug te dringen door een betere sturing van de invoer, meer transacties en meer sepots onder bijzondere voorwaarden. Tot de sturing van de invoer dient ook te worden gerekend het in overleg met de politie analyseren en verbeteren van de kwaliteit van de door de politie aangeleverde straf zaken. De algehele invoering van de wet Mulder zal leiden tot een verhoging van de verwerkingscapaciteit waardoor eveneens een belang rijke bijdrage wordt geleverd aan het verder terugdringen van het aantal kale sepots. Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr

17 56 De Stichting In-Pact is een expertise-bureau voor de Nederlandse politie op het terrein van de informatievoorziening en automatisering. Het op te richten adviesorgaan voor de politiële informatievoorziening (het Beleidsadviescollege) zal ons adviseren over algemene vraagstukken aangaande de politiële informatievoorziening. Het Beleidsadviescollege kan bij het tot stand brengen van zijn adviezen gebruik maken van de deskundigheid van In-Pact. 57 De korpsbeheerders worden primair verantwoordelijk voor de inrichting van de informatievoorziening in hun regio. In de toekomst blijven wij verantwoordelijk voor een ongehinderde berichtenuitwisseling tussen de politiekorpsen onderling en tussen de politiekorpsen, het OM en derden. Hiertoe zullen door ons minimale eisen worden gesteld aan de inrichting van de informatievoorziening binnen de korpsen en door de korpsen aan te leveren berichten. Het beleidsadviescollege zal ons nader hierover adviseren. 58 De locaties van de arrondissementsparketten worden of zijn reeds in het kader van de uitvoering van de wet Mulder op het PODACS-netwerk aangesloten. Elektronische gegevensoverdracht van de politie naar het OM behoort daardoor tot de mogelijkheden. 59 Uit het artikel is door ons geconcludeerd dat de randvoorwaarden voor het beveiligingsbeleid adequaat zijn ingevuld, maar dat de gebruikersdis cipline voor verbetering vatbaar is. Het handhaven van de gebruikersdiscipline is primair een verantwoor delijkheid van de gebruikersorganisaties (zoals de politiekorpsen). Wij hebben in studie of door ons nadere eisen moeten worden gesteld. Daarnaast zijn wij in overleg met het Politie Studiecentrum om een cursus te ontwikkelen die het beveiligingsbewustzijn bij de politie moet vergroten. (zie voorts antwoord op vraag 60) 60 Een onderzoeksbureau verricht thans een studie naar de stand van zaken betreffende de beveiliging van de Podacs-datacommunicatievoor zieningen. Vooruitlopend op de resultaten van dit onderzoek blijken aard en omvang van de in 1992 nog verder te treffen technische beveiligings voorzieningen voor Podacs duidelijk mee te vallen. De oorspronkelijk voor 1992 geraamde investering van f 12.5 miljoen zal daarom waarschijnlijk worden bijgesteld. Deze ontwikkeling sluit aan bij ons antwoord van 10 julijl. Overigens vereist beveiliging van netwerken permanente aandacht. De beveiliging van Podacs zal door ons dan ook voortdurend worden geëvalueerd en zodra de noodzaak daartoe blijkt door aanvullende maatregelen worden aangepast. 61 Zoals in de «Beleidsvoornemens politie 1992» is vermeld behoren de beide genoemde BAS-systemen tot de systemen die in 1992 en 1993 van het normale onderhoud worden voorzien. Dit onderhoud omvat natuurlijk ook de aanpassingen die in het kader van een veranderende wetgeving noodzakelijk zijn. Tweede Kamer, vergaderjaar , 22306, enz., nr

18 Meer specifiek met betrekking tot de wet Mulder kan gemeld worden dat de BAS-systemen reeds in september 1990, bij het van start gaan van de uitvoeringsproef in Utrecht, waren aangepast aan deze wet. Aanpassingen met betrekking tot het nieuwe RVV '90 en een nieuw BAWB zijn op hun ingangsdatum (te weten 1 november 1991) geëffec tueerd. Ook verdere wettelijke aanpassingen (zoals een nieuw WVW) zullen, indien tijdig overleg plaats vindt en voor zover als dit nodig is, in de BAS-systemen worden aangebracht. 62 Bij de invulling van aanvullende maatregelen op gebruikersniveau wordt onder andere gedacht aan: - de fysieke beveiliging van plaatsen waar men toegang heeft tot applicaties en/of netwerken; - verbetering van wachtwoorddisciplines en beveiligingsprocedures (beveiligingsbewustzijn); - controle op naleving van de aansluitvoorwaarden en een voortdu rende evaluatie van en zonodig bijstelling van deze aansluitvoorwaarden. 63 a. Als gevolg van de regionalisatie worden een aantal regiogrenzen gewijzigd. Als gevolg daarvan moeten de volgende inspanningen worden geleverd: Herkenningsdienstsysteem: Gezamenlijk met het CPB wordt een onderzoek gedaan naar mogelijke scenario's voor de aanpassing van de HKS/CVI-databases aan de gewij zigde situatie. Op basis van dit onderzoek zal uitvoering worden gegeven aan één van de scenario's. De kostenraming voor feitelijke aanpassing van databases zal resultaat zijn van dit onderzoek. Opsporingssysteem: Als gevolg van grensaanpassingen zullen een aantal tabellen moeten worden aangepast. Bekeuringen Afhandelings Systeem: Als gevolg van grensaanpassingen zullen ook in de BAS-systemen een aantal tabellen moeten worden aangepast. b. Versnelde vervanging leidt tot een aanzienlijke kapitaalsvernietiging. De door ons gekozen weg om de systemen aan te passen waardoor zij nog enige jaren kunnen functioneren kost een fractie van het bedrag dat benodigd zou zijn voor vervanging. 64 Ja, in het kader van het project Politie Communicatiesysteem 2000 (PCS2000) wordt onderzoek verricht naar de technische mogelijkheden en de operationele toepasbaarheid van digitale radio-netwerken. 65 Het Herkenningsdienstsysteem (HKS) is door onze beide departe menten ontwikkeld en ter beschikking gesteld aan de politieregio's. Op 18 juni 1991 hebben wij in overeenstemming met de betrokken politie korpsen een beheersregeüng vastgesteld waarin afspraken zijn vastgelegd over het gebruik, onderhoud en de financiering van het HKS. Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr

19 Het HKS is thans zodanig binnen de regio's geïmplementeerd dat volledig operationeel gebruik mogelijk is. In de beheersregeling is daarover bepaald dat de regio's ervoor dienen zorg te dragen dat op 1 januari 1992 alle relevante informatie in het HKS is ingevoerd. Het grootste deel van de regio heeft aan deze verplichting voldaan. Wij gaan ervan uit dat de resterende regio's op korte termijn op dit punt aan hun verplichtingen zullen voldoen. Dit is een aangelegenheid die primair tot de verantwoordelijkheid van de betrokken korpsbeheerder behoort. De Centrale Verwijzingsindex verwijst naar de regionale HKS-bestanden. Dit betekent dat alle nu reeds in het HKS opgenomen informatie voor alle politiekorpsen beschikbaar is. 66 Aan de Politieverbindingsdienst (PVD) is met betrekking tot de lande lijke netten verzocht voorbereidingen te treffen voor een departementale beleidsbeslissing in het eerste kwartaal van Daarbij zullen in overleg met het CPB de mogelijke interim-oplossingsrichtingen en hun consequenties worden vergeleken en geëvalueerd. Effectuering zal dan in de tweede helft van 1992 kunnen plaatsvinden. 67 Op korte termijn zal bestuurlijk overleg rnet de VNG worden gevoerd over de wijze van overgang van de gemeentelijke politiehuisvesting naar de toekomstige regionale politiekorpsen. Wij gaan ervan uit dat, zoals reeds eerder gememoreerd, de huisvesting om niet zal overgaan naar de politieregio's. 68 a. Voor de huisvesting van groeps, post en rayonbureaus van het Korps Rijkspolitie is op de begroting van de Rijksgebouwendienst voor de jaren 91 t/m 93 jaarlijks een bedrag gereserveerd van 4 mln. Deze gelden kunnen - voor zover sprake is van herhuisvesting - nog worden aangevuld met de verkoopopbrengsten van af te stoten onroerend goed (OG). De districten van het Korps Rijkspolitie stellen thans huisvestings plannen op. Op basis van deze plannen zullen de meest urgente lokaties worden bepaald, waarbij eerdergenoemde financieringsbronnen als budgettair kader zullen worden gehanteerd. In het eerste kwartaal van 1992 zal een compleet beeld bestaan van de urgente lokaties waarna met een aantal bouwprojecten zal worden gestart. Uiteraard vindt afstemming met de betrokken politie-regio plaats. b. De toezeggingen die de tweede ondergetekende tot 1 januari 1991 heeft gedaan (met ingang van deze datum is de Regeling Huisvesting 1987 niet meer van kracht en zijn er ook geen toezeggingen meer gedaan) betreffende de volgende in aanbouw zijnde en nog te bouwen gemeentepolitiebureaus: Tweede Kamer, vergaderjaar , , enz., nr

20 Roermond (in aanbouw, gereed in 1992) Haarlemmermeer Noordwijk Laren Bergen op Zoom Baarn Tiel Rijswijk (gepland in '92 en '93) Delft Wassenaar (in aanbouw, gereed in '92/'93) Opsterland (in aanbouw, gereed in '92) Delfzijl (in aanbouw, gereed in '92) Vlagtwedde (gepland '92 en '93) Hardenberg Steenwijk Winschoten Almelo Stadskanaal Hoogerand-Sappemeer Smallingerland 's-hertogenbosch Tegelen 69 Het verzoek van Almere om een toezegging voor nieuwbouw voor de politie is beoordeeld in het kader van de regionalisatie. Verzoeken om projectfinanciering worden derhalve niet meer gehono reerd, daarvoor ontbreekt sinds 1 januari 1991 de wettelijke basis. De noodzaak van nieuwbouw in Almere heeft overigens niet ter discussie gestaan, doch een oplossing voor de financiering zal binnen de regio moeten worden gevonden. In het eerste kwartaal 1992 zullen de regio's in de gelegenheid zijn opgave te doen bij de projectmanager van het Projectbureau Reorgani satie Politie van de noodzakelijke huisvestingsbehoefte voor de politie. Op basis hiervan zal een vereveningsbijdrage worden vastgesteld voor die regio's waar sprake is van een duidelijke achterstandsituatie. Het ligt voor de hand dat Almere binnen de regio de hoogste prioriteit krijgt. 70 Allochtonen A. Nederlandse Politie Academie Instroom schooljaar Instroom schooljaar Instroom schooljaar (6 in een voorschakeltraject) Ten behoeve van de instroom 1992 zijn 6 personen aangesteld voor voorschakeling en 17 personen zitten nog in de selectie. Het is de bedoeling dat, evenals in 1989, 1990 en 1991, ook in 1992 ongeveer 30% van de jaarlijkse instroom van allochtone herkomst is. B. De primaire opleidingsscholen Er zijn drie trajecten te onderscheiden: 1. A traject - 1 /2 dag selectie extra en in sommige gevallen 3 maanden opstapcursus, vervolgens naar de primaire opleiding. Instroom in korpsen Tweede Kamer, vergaderjaar , 22306, enz., nr

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22801 Beleidsvoornemens Politie 1993 Nr. 14 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VAN BINIMEN LANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

opleiding BOA Besluit BOA

opleiding BOA Besluit BOA Deze reader geeft een overzicht van de die zijn genoemd, versie juni 2005. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar die beschikt over: a. een titel van opsporingsbevoegdheid,

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r

R e g i s t r a t i e k a m e r R e g i s t r a t i e k a m e r..'s-gravenhage, 15 oktober 1998.. Onderwerp gegevensverstrekking door internet providers aan politie Op 28 augustus 1998 heeft er bij de Registratiekamer een bijeenkomst

Nadere informatie

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 april 2000 (17.04) (OR. en) 7316/00 LIMITE EUROPOL 4 NOTA van: Europol aan: de Groep Europol nr. vorig doc.: 5845/00 EUROPOL 1 + ADD 1 + ADD 2 + ADD 3 Betreft: Artikel

Nadere informatie

Raadsinformatiebrief

Raadsinformatiebrief Raadsinformatiebrief Onderwerp : Uitbreiding Boapool vooruitlopend op verkennend onderzoek. Aard : Actieve informatie Portefeuillehouder : Hillenaar Datum college : 21 mei 2013 Openbaar : Ja Afdeling :

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 451 Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming

Nadere informatie

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt.

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt. R e g i s t r a t i e k a m e r Minister van Justitie..'s-Gravenhage, 30 april 1999.. Onderwerp Wijziging van het Wetboek van Strafvordering Bij brief met bijlage van 9 maart 1999 (uw kenmerk: 750136/99/6)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 012 Wijziging van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie in verband met de verruiming van de kring van ambtenaren, belast met de opsporing

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 27 834 Criminaliteitsbeheersing Nr. 22 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 3

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtsbestel Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

33000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2012

33000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2012 33000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2012 Nr. 75 Brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Besluit bewapening en uitrusting politie

Besluit bewapening en uitrusting politie http://wetten.overheinl/bwbr0032136/geldigheidsdatum_12-09-20.. 1 van 8 02/06/2015 15:30 Besluit bewapening en uitrusting politie (Tekst geldend op: 12-09-2014) Besluit van 13 oktober 2012, houdende regels

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 24 112 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende straf

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie;

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie; Besluit van, houdende wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren in verband met de herziening van de geweldsmelding Op de voordracht van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 24 131 Effecten en doelbereiking van de nieuwe zedelijkheidswetgeving Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

Gelet op artikel 21b, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van

Gelet op artikel 21b, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van Besluit van houdende aanwijzing van zittingsplaatsen van rechtbanken en gerechtshoven (Besluit zittingsplaatsen gerechten) Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 2012, nr., Gelet

Nadere informatie

Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg (ADV-Limburg)

Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg (ADV-Limburg) Pagina 1 van 5 GEMEENTE NUTH Raad: 23 september 2008 Agendapunt: Reg.nr: BJZ/2008/6803 RTG: 9 september 2008 Inleiding AAN DE RAAD Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg

Nadere informatie

Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit

Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit Informatie over het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) -1- Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit 3 Bestuurlijke aanpak

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Nadere informatie

Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling ONS KENMERK z2002-0477

Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling ONS KENMERK z2002-0477 POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Gemeente Utrecht DATUM 9 oktober 2002 Dienst

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 26 816 Voortgangsrapportage Beleidskader Jeugdzorg 2000 2003 Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN DE STAATSSECRE- TARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 200 20 3 45 Wijziging van de Telecommunicatiewet en de Wet op de economische delicten in verband met de implementatie van Richtlijn 2006/24/EG van het Europees

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 28 974 Nieuw stelsel bewaken en beveiligen 28 374 Aanslag op de heer W. S. P. Fortuijn Nr. 3 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 22 100 Meerjarenplan Verkeersveiligheid Nr. 47 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VAN VERKEER EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Functie: Medewerker administratieve organisatie en interne controle

Functie: Medewerker administratieve organisatie en interne controle Advies Nr. 51 Functie: Medewerker administratieve organisatie en interne controle In haar vergadering van 3 december 1998 heeft de bezwarencommissie functiewaardering politie het bezwaar behandeld van

Nadere informatie

Datum 12 april 2012 Onderwerp Inspectie Openbare Orde en Veiligheid rapport "Follow the Money"

Datum 12 april 2012 Onderwerp Inspectie Openbare Orde en Veiligheid rapport Follow the Money 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad; Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 2015, nr. , tot instelling van het tijdelijk Bureau ICT-toetsing (Instellingsbesluit tijdelijk Bureau ICT-toetsing) Handelend

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 400 IXB Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 1996 Nr. 18 BRIEF

Nadere informatie

Datum 18 juni 2014 Onderwerp Antwoorden kamervragen over de werving de rechtspostitie en de bevoegdheden van politievrijwilligers

Datum 18 juni 2014 Onderwerp Antwoorden kamervragen over de werving de rechtspostitie en de bevoegdheden van politievrijwilligers 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008 Jaar: 2008 Nummer: 44 Besluit: B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008 Burgemeester en wethouders van Helmond; Besluit Vast te stellen de Beleidsregel

Nadere informatie

artikel 40, eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995 en artikel 36 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht

artikel 40, eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995 en artikel 36 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht Archiefverordening RUD Utrecht 2014 Het algemeen bestuur van de RUD Utrecht gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van RUD Utrecht Gelet op: artikel 40, eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 404 Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met de samenstelling van

Nadere informatie

Tegen de achtergrond hiervan zijn de minister van BZK en het dagelijks bestuur van het KBB i.o. het volgende overeengekomen.

Tegen de achtergrond hiervan zijn de minister van BZK en het dagelijks bestuur van het KBB i.o. het volgende overeengekomen. Onderhandelingsakkoord tussen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het dagelijks bestuur van het Korpsbeheerdersberaad i.o. inzake het pakket aan maatregelen en afspraken in het

Nadere informatie

Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11

Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11 Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11 Klachtenregeling IGZ Artikel 1 1 Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop de inspectie zich in een bepaalde aangelegenheid jegens

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken. aanvullende status-circulaire

Ministerie van Binnenlandse Zaken. aanvullende status-circulaire Ministerie van Binnenlandse Zaken aanvullende status-circulaire Datum l juli 1997 Aan de korpsbeheerders i.a.a. - de korpschefs van de regionale politiekorpsen - de korpschef van het KLPD - de directeur

Nadere informatie

ARTIKEL I. Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 54a komt te luiden: Artikel 54a

ARTIKEL I. Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 54a komt te luiden: Artikel 54a Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de verbetering en versterking van de opsporing en vervolging van computercriminaliteit (computercriminaliteit III)

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102 Rapport Rapport in het onderzoek naar klachten en signalen over het Meldpunt Internetoplichting, ondergebracht bij het regionale politiekorps Kennemerland. Datum: 13 juni 2012 Rapportnummer: 2012/102 2

Nadere informatie

: Politiewet 1993, artikel 44; Besluit financiën regionale politiekorpsen Relatie met andere circulaires EA96/U331

: Politiewet 1993, artikel 44; Besluit financiën regionale politiekorpsen Relatie met andere circulaires EA96/U331 Aan De Korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen Bijlagen Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Vijf EA96/U435 22 maart 1996 Inlichtingen bij Doorkiesnummer F. Pex 070 3026560 Onderwerp Departementsonderdeel

Nadere informatie

mr. A.F. (Sandor) Gaastra - Congres: De toekomst van het Nederlandse Politiebestel

mr. A.F. (Sandor) Gaastra - Congres: De toekomst van het Nederlandse Politiebestel mr. A.F. (Sandor) Gaastra - Congres: De toekomst van het Nederlandse Politiebestel (Alleen het gesproken woord geldt) Dames en heren, Toenemende globalisering, digitalisering en de groeiende mobiliteit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 200 Nationaal Schengen Informatie Systeem Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

De leden van de vaste commissie voor Justitie van de Tweede Kamer Postbus 20018 2500 EH DEN HAAG

De leden van de vaste commissie voor Justitie van de Tweede Kamer Postbus 20018 2500 EH DEN HAAG POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN De leden van de vaste commissie voor Justitie

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 20 202 32 68 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in verband met de introductie van DNA-verwantschapsonderzoek

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1998 1999 Nr. 204 26 027 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Wet op de rechterlijke organisatie en enkele andere wetten met betrekking tot het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1988-1989 19 455 Marinebasis Den Helder Nr. 6 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage,

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag DGOBR Directie Organisatie- en Personeelsbeleid Rijk www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk

Nadere informatie

Bewerkersovereenkomst

Bewerkersovereenkomst Bewerkersovereenkomst Datum: 25-04-2015 Versie: 1.1 Status: Definitief Bewerkersovereenkomst Partijen De zorginstelling, gevestigd in Nederland, die met een overeenkomst heeft gesloten in verband met het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk VIII Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 77 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN

Nadere informatie

Tien nieuwe politieregio s Een beeld op basis van bestaande indicatoren stand per 1 januari 2010

Tien nieuwe politieregio s Een beeld op basis van bestaande indicatoren stand per 1 januari 2010 Tien nieuwe politieregio s Een beeld op basis van bestaande indicatoren stand per 1 januari 2010 drs. P.F. Rozenberg MPA ing. R. Rozenberg Tien nieuwe politieregio s Een beeld op basis van bestaande indicatoren

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 081 Implementatie van de richtlijn 2014/62/EU van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de strafrechtelijke bescherming

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE

Nadere informatie

Rapport. Datum: 23 september 2005 Rapportnummer: 2005/288

Rapport. Datum: 23 september 2005 Rapportnummer: 2005/288 Rapport Datum: 23 september 2005 Rapportnummer: 2005/288 2 Klacht Verzoeker, als vrijwilliger werkzaam voor Slachtofferhulp Nederland, klaagt erover dat de beheerder van het regionale politiekorps Zuid-Holland-Zuid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 973 Wijziging van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (verhoging maximaal bedrag tuchtrechtelijke boete en wijziging samenstellingseisen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22 300 XIV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk XIV (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij)

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

KLACHTENREGELING VEILIGHEIDSREGIO AMSTERDAM-AMSTELLAND

KLACHTENREGELING VEILIGHEIDSREGIO AMSTERDAM-AMSTELLAND KLACHTENREGELING VEILIGHEIDSREGIO AMSTERDAM-AMSTELLAND Het dagelijks bestuur en de voorzitter van het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, ieder voor zover zij bevoegd zijn;

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Ministerie van Justitie j1 Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtshandhaving en Criminaliteitsbestrijding Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Verordening brandveilidheid en brandweerzorg en rampenbestrijding

Verordening brandveilidheid en brandweerzorg en rampenbestrijding CVDR Officiële uitgave van Leek. Nr. CVDR54284_1 1 juni 2016 Verordening brandveilidheid en brandweerzorg en rampenbestrijding De raad van de gemeente Leek; gelet op: - artikel 1, tweede lid, artikel 12

Nadere informatie

2.1 De Commissie heeft zich beraad over de ontvankelijkheid van de klacht.

2.1 De Commissie heeft zich beraad over de ontvankelijkheid van de klacht. Oordeel 2004-13 Utrecht, 12 november 2004 1 De klacht Op 30 april 2004 heeft klager de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (hierna: Commissie) verzocht haar oordeel uit te spreken over

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 208 Uitvoering van het op 20 december 2006 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen

Nadere informatie

Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ;

Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; Besluit 2013/D007 Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; gericht op de uitvoering van de werkzaamheden welke op grond van

Nadere informatie

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 29311 Wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling en enkele andere wetten naar aanleiding van onderdelen van de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen

Nadere informatie

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet.

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet. Werkafspraken tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (inspectie), de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Keuringsraad Openbare Aanprijzing Geneesmiddelen (KOAG) over de wijze van samenwerking

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage AV/A&M/2001/60552

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage AV/A&M/2001/60552 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

PLAN VAN AANPAK PROJECT VINKENSLAG, versie 4 september 2008

PLAN VAN AANPAK PROJECT VINKENSLAG, versie 4 september 2008 PLAN VAN AANPAK PROJECT VINKENSLAG, versie 4 september 2008 1. Achtergrond en aanleiding De Rekenkamer Maastricht doet onderzoek naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het gevoerde

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 077 Evaluatie van de Wet structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 574 Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de bestrijding van visstroperij en het vervallen van de akte, alsmede enkele andere wijzigingen

Nadere informatie

Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie

Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie 28684 Naar een veiliger samenleving 28286 Dierenwelzijn Nr. 422 Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 Rijksbegroting van het jaar 1985 18600 Hoofdstuk XI Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Nr. 72 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1996 378 Wet van 3 juli 1996, houdende algemene regels over de advisering in zaken van algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 29 628 Politie Nr. 137 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 763 Toekomst van de krijgsmacht Nr. 27 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 415 Besluit van 13 juli 2002, houdende de aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de Comptabiliteitswet 2001 Wij Beatrix,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk XI Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Nr. 55 BRIEF VAN DE

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT No. 6 Landsverordening inrichting en organisatie landsoverheid 1 1 Structuur van de ambtelijke organisatie Artikel 1 1. Ingesteld worden de volgende ministeries:

Nadere informatie

Gelet op: Besluit: aan te stellen in tijdelijke dienst voor een proeftijd van één jaar

Gelet op: Besluit: aan te stellen in tijdelijke dienst voor een proeftijd van één jaar Pmutatie - RPAA3 De Korpsbeheerder van de Politieregio Amsterdam - Amstelland Gelet op: het bepaalde in artikel 4 lid 1 sub a van het Besluit algemene rechtspositie politie, alsmede het bepaalde in de

Nadere informatie

Voorts klaagt verzoeker erover dat deze politieambtenaren hem ongepaste vragen hebben gesteld.

Voorts klaagt verzoeker erover dat deze politieambtenaren hem ongepaste vragen hebben gesteld. Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat hij zonder gegronde reden in de nacht van 1 op 2 april 2009 is staande gehouden door ambtenaren van het regionale politiekorps Kennemerland. Voorts klaagt

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2004 2005 29 814 Wijziging van de rbeidsomstandighedenwet 1998 in verband met een gewijzigde organisatie van de deskundige bijstand bij het arbeidsomstandighedenbeleid

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 230 Besluit van 18 mei 2009, houdende wijziging van het Besluit afbreking zwangerschap (vaststelling duur zwangerschap) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 26 027 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Wet op de rechterlijke organisatie en enkele andere wetten met betrekking tot het beroep

Nadere informatie

Vergadering: Algemeen bestuur. Datum: 7 juli 2015. Agendapunt: 5. Rapporteur. A. J. Borgdorff

Vergadering: Algemeen bestuur. Datum: 7 juli 2015. Agendapunt: 5. Rapporteur. A. J. Borgdorff Vergadering: Algemeen bestuur Datum: 7 juli 215 Agendapunt: 5 Rapporteur A. J. Borgdorff Onderwerp: Zorg en beheer archief Voorstel/Besluit: 1. de archiefverordening vast te stellen. Toelichting In hoofdstuk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 436 Wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende herijking van de verlening van rechtsbijstand door de raden voor rechtsbijstand en de

Nadere informatie

Datum 25 maart 2013 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over drugssmokkel via de Antwerpse Haven

Datum 25 maart 2013 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over drugssmokkel via de Antwerpse Haven 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 466 Besluit van 7 september 1995, houdende wijziging van het Besluit goederenvervoer over de weg en het Besluit personenvervoer in verband met

Nadere informatie

De Minister van Justitie

De Minister van Justitie = POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN De Minister van Justitie DATUM

Nadere informatie

Uitvoeringsovereenkomst. BI zone CapelleXL

Uitvoeringsovereenkomst. BI zone CapelleXL Uitvoeringsovereenkomst In de zin van artikel 7, lid 3 van de Experimentenwet BI zones BI zone CapelleXL Ondergetekenden De gemeente Capelle aan den IJssel, te dezer zake op grond van artikel 171 Gemeentewet

Nadere informatie

Plan van aanpak. Protocol. pilot camera s op. GGD/ Ambulances. in de Regio Haaglanden

Plan van aanpak. Protocol. pilot camera s op. GGD/ Ambulances. in de Regio Haaglanden Plan van aanpak en Protocol pilot camera s op GGD/ Ambulances in de Regio Haaglanden 1 Inhoudsopgave pag 1. Aanleiding 3 2. Doel en reikwijdte 3 3. Organisatie 4 4. Aanpak en planning 4 5. Financiering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 29 507 Regels voor de financiële dienstverlening (Wet financiële dienstverlening) Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Centrumregeling samenwerking Vlieland, Ameland, Schiermonnikoog, Terschelling en Leeuwarden

Centrumregeling samenwerking Vlieland, Ameland, Schiermonnikoog, Terschelling en Leeuwarden Centrumregeling samenwerking Vlieland, Ameland, Schiermonnikoog, Terschelling en Leeuwarden De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Vlieland, Ameland, Schiermonnikoog, Terschelling

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal Vergaderjaar 1988-1989 20 214 Hoger onderwijs en onderzoek plan Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 605 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Veiligheid en Justitie 2012 D MEMORIE VAN ANTWOORD Ontvangen 29 november 2013 Onder verwijzing

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 298 Wijziging van de Politiewet 1993 en de LSOP-wet in verband met de invoering van de inspectiefunctie op rijksniveau en de invoering van een

Nadere informatie

Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar 2005

Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar 2005 JU Regeling toetsing geweldsbeheersing 2005 Regeling van de Minister van Justitie d.d. 16 december 2004, nr. 5325373/504/CBK, houdende vaststelling van bepalingen inzake toetsing van opsporingsambtenaren

Nadere informatie