No 55 November Vier vergezichten op Nederland. Productie, arbeid en sectorstructuur in vier scenario s tot Free Huizinga en Bert Smid

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "No 55 November 2004. Vier vergezichten op Nederland. Productie, arbeid en sectorstructuur in vier scenario s tot 2040. Free Huizinga en Bert Smid"

Transcriptie

1 No 55 November 2004 Vier vergezichten op Nederland Productie, arbeid en sectorstructuur in vier scenario s tot 2040 Free Huizinga en Bert Smid

2 Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus GM Den Haag Telefoon (070) Telefax (070) Internet ISBN

3 KORTE SAMENVATTING Korte samenvatting Het Nederlandse beleid staat voor een aantal strategische uitdagingen die van grote betekenis zijn voor de economische perspectieven op lange termijn. Over de omvang van de toekomstige knelpunten en de economische achtergrond waartegen die zich zullen afspelen bestaat grote onzekerheid. Om de onzekerheden in kaart te brengen biedt deze studie vier scenario s voor de Nederlandse economie tot 2040 met een kwantitatieve analyse op nationaal niveau en voor afzonderlijke sectoren. De scenario s bouwen voort op de in 2003 uitgebrachte studie Four Futures of Europe, waarin in vier scenario s mogelijke toekomstbeelden voor Europa zijn beschreven. Er bestaan grote verschillen tussen de scenario s voor Nederland. Zo is het BBP per hoofd van de bevolking in 2040 tussen 30% en 120% hoger dan het huidige niveau. De scenario s met hoge groei kennen wel een hogere mate van inkomensongelijkheid en een lagere milieukwaliteit. De vergrijzing heeft een drukkend effect op de groei van arbeidsaanbod en werkgelegenheid en op de verhouding tussen actieven en niet-actieven in alle scenario s. Daartegenover kan een stijging in de participatie, met name van vrouwen en ouderen, tegenwicht bieden. De verdeling van de werkgelegenheid over bedrijfstakken zal sterk blijven verschuiven, met name van de landbouw en de industrie naar de diensten en de zorg. Deze verschuiving is de voortzetting van een proces dat al decennia aan de gang is. Abstract Dutch policymakers are confronted by several strategic challenges that carry great significance for the long run economic perspectives. There is great uncertainty about the scale of future bottlenecks and about the economic conditions under which they will occur. This study offers four scenarios with plausible developments for the Dutch economy at the macro and the sectoral level until The study builds on Four Futures of Europe, published by CPB in 2003, in which four scenarios with plausible future developments for Europe are described. The scenarios for the Dutch economy contain a wide range of results for many variables. For instance, the cumulated growth of GDP per capita until 2040 varies from 30% to 120%. The scenarios with high growth are also characterised by more inequality and lower environmental quality. Ageing has a negative effect on labour supply and employment growth and on the ratio of the active to the non-active population in all scenarios. An increase in participation, especially of women and older workers, may counterbalance these effects. Sectoral employment shares will shift strongly, particularly from agriculture and manufacturing to services and health care. This shift is a continuation of a process that has already been going on for decades. 3

4 VIER VERGEZICHTEN OP NEDERLAND:KORTE SAMENVATTING 4

5 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave Ten Geleide 7 Samenvatting 9 1 Inleiding 23 2 Vier scenario s voor Europa Inleiding Sleutelonzekerheden voor Europa Vier scenario s Regional Communities Strong Europe Transatlantic Market Global Economy 30 3 Scenario-uitkomsten voor Nederland Economische groei Ontwikkelingen van de werkgelegenheid Arbeidsproductiviteit Uitkomsten voor economische groei Het niveau van de productie Breder perspectief Hoe doet Nederland het ten opzichte van de rest van Europa? Verdeling naar bestedingscategorieën 39 4 Bevolking en arbeidsaanbod Bevolking Arbeidsparticipatie Arbeidsaanbod Verhouding arbeidsaanbod en bevolking 53 5 Arbeidsproductiviteit Determinanten arbeidsproductiviteit Determinanten technologische ontwikkeling Arbeidsproductiviteit in de scenario s 60 5

6 VIER VERGEZICHTEN OP NEDERLAND:INHOUDSOPGAVE 6 Sectorstructuur Inleiding De structuur van de economie Arbeidsproductiviteit Prijzen Afzet Werkgelegenheid Onderscheid industrie en diensten vervaagt 69 7 Bedrijfstakkenbeeld Inleiding Landbouw en de voedings- en genotmiddelenindustrie Industrie Energie Bouwnijverheid en verhuur van en handel in onroerend goed Commerciële diensten Zorg Overheid 78 Literatuur 81 A Tabellen 83 6

7 TEN GELEIDE Ten Geleide Het Nederlandse beleid staat voor een aantal belangrijke strategische uitdagingen die van grote betekenis zijn voor de economische perspectieven op lange termijn. Voorbeelden zijn de vergrijzing, de houdbaarheid van de sociale zekerheid en pensioenen, het milieu, en de gevolgen van de opkomst van lagelonenlanden. Over de omvang van de toekomstige knelpunten en de economische achtergrond waartegen die zich zullen afspelen, bestaat echter grote onzekerheid. Deze studie brengt mogelijke ontwikkelingen voor de Nederlandse economie in beeld door middel van vier scenario s. Centraal uitgangspunt daarbij is dat Nederland onlosmakelijk verbonden is met Europa. Toekomstbeelden voor Nederland kunnen dan ook niet los gezien worden van corresponderende beelden voor Europa. In 2003 heeft het CPB de studie Four Futures of Europe uitgebracht, waarin in vier scenario s mogelijke toekomstbeelden voor Europa zijn beschreven. De huidige studie behelst een uitwerking van die vier scenario s voor Nederland, en geeft een kwantitatieve invulling op nationaal niveau en voor afzonderlijke bedrijfstakken tot Het doel van deze studie is tweeledig. Allereerst wil de studie een samenhangend beeld geven van mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Belangrijke elementen daarbij zijn de ontwikkeling van de bevolking, de vergrijzing en de arbeidsparticipatie, de groei van de arbeidsproductiviteit en de ontwikkelingen in de diverse bedrijfstakken. Het tweede doel is om een uitgangspunt te bieden voor verschillende vervolgstudies, die specifieke beleidsterreinen nader verkennen en beleidsopties uitwerken. Zo is het CPB in samenwerking met het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) van het RIVM en het Ruimtelijk Planbureau (RPB) al gestart met een vervolgstudie naar de fysieke aspecten onder de werktitel Welvaart en Leefomgeving (WLO). Dit boek is geschreven door Free Huizinga en Bert Smid. Bij de constructie van de scenario s was het bedrijfstakkenmodel van het CPB, Athena, een belangrijk hulpmiddel. Voorts heeft een groot aantal CPB-medewerkers belangrijke bijdragen en ondersteuning geleverd, waaronder Paul Arnoldus, Frits Bos, Rudy Douven, Frank van Erp, Berend Hasselman, Adriaan van Hien, Arjan Lejour, Hans Lunsing, Esther Mot, Hans Roodenburg, Herman Stolwijk en Martin Vromans. Verder hebben veel CPB-medewerkers, alsook deelnemers aan seminars bij RIVM, op de ministeries van Economische Zaken en Binnenlandse Zaken, bij de ICRE, bij de VROM-raad, bij de SER en bij de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland nuttig commentaar geleverd. F.J.H. Don directeur 7

8 VIER VERGEZICHTEN OP NEDERLAND:TEN GELEIDE 8

9 SAMENVATTING Samenvatting Nederland worstelt met een aantal belangrijke strategische uitdagingen en onzekerheden. Hoe kan ons land zich het beste voorbereiden op de komende vergrijzing? Is de sociale zekerheid op de lange termijn nog betaalbaar? Komt er een tweedeling tussen rijk en arm? Welk niveau van milieudruk is acceptabel en hoe kan dat doel bereikt worden? Hoe staat het met de Nederlandse concurrentiekracht? Welke gevolgen heeft de opkomst van lagelonenlanden als India en China voor de Nederlandse economie? Het formuleren van beleid voor dergelijke strategische vragen is moeilijk. De vragen hebben vooral betrekking op de lange termijn. Er bestaat grote onzekerheid over de omvang van de toekomstige knelpunten en over de economische achtergrond waartegen ze zich zullen afspelen. Het is moeilijk om te voorspellen hoe Nederland er over tien jaar uit zal zien, laat staan over twintig of veertig jaar. Beleid dat tijdig inspeelt op de knelpunten kan eraan bijdragen toekomstige problemen te verlichten. Verkeerde keuzes kunnen ook navenant nadelig uitpakken. Wachten met beleid heeft het voordeel dat in de loop van de tijd meer informatie beschikbaar komt. Aan de andere kant kan uitstel er ook toe leiden dat in een later stadium juist extra harde ingrepen nodig zijn. Hoe kunnen beleidsmakers omgaan met de onzekerheid over de (verre) toekomst bij het al dan niet formuleren van strategische beleidskeuzes? Een goede manier om met onzekerheid om te gaan is het gebruik van scenario s. Dit zijn intern consistente beelden voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Scenario s zijn geen voorspellingen en geven geen antwoord op de vraag wat de meest waarschijnlijke ontwikkelingen zijn. De onzekerheid is te groot voor zulke uitspraken. In plaats daarvan verkennen scenario s de toekomst door verschillende denkwerelden consistent uit te werken. Die denkwerelden zijn dan meestal geordend door verschillende veronderstellingen over de ontwikkeling van een aantal sleutelonzekerheden die cruciaal zijn voor de onderwerpen waarvoor de toekomst in kaart gebracht moet worden. Het is daarbij de kunst om de centrale veronderstellingen zo te kiezen dat de scenario s voldoende van elkaar verschillen om recht te doen aan de onzekerheid, zonder dat een of meerdere scenario s implausibel worden. Deze studie brengt mogelijke ontwikkelingen voor de Nederlandse economie in kaart door middel van vier scenario s. De studie dient als achtergrond voor het analyseren van strategische vraagstukken die spelen op de lange termijn. Centraal uitgangspunt daarbij is dat Nederland onlosmakelijk verbonden is met Europa. Toekomstbeelden voor Nederland kunnen dan ook niet los gezien worden van corresponderende beelden voor Europa. In oktober 2003 heeft het CPB de studie Four Futures of Europe uitgebracht, waarin in vier scenario s mogelijke toekomstbeelden voor Europa zijn beschreven. De huidige studie biedt een uitwerking van die vier scenario s voor Nederland, en geeft een kwantitatieve invulling op nationaal niveau en voor afzonderlijke bedrijfstakken tot Deze zal op haar beurt het uitgangspunt zijn voor 9

10 VIER VERGEZICHTEN OP NEDERLAND:SAMENVATTING verschillende vervolgstudies die specifieke beleidsterreinen nader verkennen en beleidsopties uitwerken. Zo is het CPB in samenwerking met Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) van het RIVM en het Ruimtelijk Planbureau (RPB) al gestart met een vervolgstudie naar de fysieke aspecten onder de werktitel Welvaart en Leefomgeving (WLO). Twee sleutelonzekerheden Vier vergezichten op Nederland is net als Four Futures of Europe geordend rond twee sleutelonzekerheden. De eerste betreft de mate waarin landen bereid en in staat zijn om internationaal samen te werken. Op Europees niveau is het de uitdaging om slagvaardig te blijven opereren en tegelijkertijd de legitimiteit te behouden. Een belangrijke vraag is of Europa kiest voor een gezamenlijke aanpak van grensoverschrijdende problemen, of dat lidstaten meer belang hechten aan hun eigen soevereiniteit en identiteit. Ook op mondiaal niveau spelen belangrijke vraagstukken van internationale samenwerking, waaronder milieu en handelsliberalisatie. De tweede sleutelonzekerheid voor Europa is de hervorming van de collectieve sector. Alle Europese landen krijgen in de komende decennia te maken met een vergrijzende bevolking, verdergaande individualisering en een naar verwachting toenemende loonongelijkheid tussen hoog- en laagopgeleiden. Deze trends verhogen de druk op de collectieve sector. De vraag is voor welk niveau van publieke voorzieningen de lidstaten zullen kiezen. Welke taken worden verricht door de collectieve sector en welke worden afgestoten en overgelaten aan de markt? Figuur 1 Sleutelonzekerheden en de vier scenario s Internationaal Strong Europe Global Economy Publiek Privaat Regional Communities Transatlantic Market Nationaal 10

11 SAMENVATTING De twee sleutelonzekerheden vormen de basis van de vier scenario s. De onzekerheden en de daaruit afgeleide scenario s zijn getekend in figuur 1. Elk kwadrant van deze figuur geeft een scenario weer. In Regional Communities hechten landen veel waarde aan hun soevereiniteit en identiteit, en hervormingen in de collectieve sector komen nauwelijks tot stand. In Strong Europe vinden wel enige hervormingen plaats in de sociale zekerheid. In Transatlantic Market wordt de collectieve sector wel hervormd, maar zijn de Europese landen niet bereid om een deel van hun soevereiniteit in te leveren. In Global Economy wordt internationale samenwerking gecombineerd met een grondige herziening van de collectieve sector. Deze vier scenario s leiden tot grote verschillen in economische groei. Deze groei is het hoogst in een wereld waarin internationale samenwerking en marktgericht handelen samengaan, dit is het Global Economy scenario. Het is echter belangrijk te benadrukken dat economische groei maar één kant van de medaille is. Marktgericht handelen leidt weliswaar tot hogere economische groei, maar ook tot grotere inkomensverschillen tussen hoog- en laagopgeleiden en tussen werkenden en niet-werkenden. Daarnaast is er in een marktgerichte omgeving minder aandacht voor grensoverschrijdende milieuvraagstukken en worden de problemen op dit terrein niet aangepakt. Internationale samenwerking heeft voordelen op het gebied van economie en milieu, maar gaat ten koste van soevereiniteit en identiteit van de afzonderlijke landen. Tabel 1 Samenvattende tabel Regional Strong Transatlantic Global Communities Europe Market Economy Groei van het BBP per hoofd 0,7 1,2 1,7 2,1 Inkomensgelijkheid + 0 Grensoverschrijdend milieu 0 + Soevereiniteit en identiteit + 0 Deze studie belicht voornamelijk de economische ontwikkelingen in de scenario s. Voor een evenwichtige beoordeling van de scenario s zijn de andere elementen onontbeerlijk. Om hier een beeld van te geven, plaatst tabel 1 de uitkomsten in een breder perspectief. De studie doet geen uitspraken over hoe deze verschillen gewogen zouden moeten worden, dit is een politieke kwestie. De volgende paragraaf geeft een completer beeld van de scenario s, zie ook De Mooij en Tang (2003) voor de Europese scenario s. 11

12 VIER VERGEZICHTEN OP NEDERLAND:SAMENVATTING Vier scenario s voor Europa Regional Communities In het scenario Regional Communities hechten landen sterk aan hun eigen soevereiniteit waardoor de Europese Unie er niet in slaagt om institutionele hervormingen door te voeren. Ook internationale handelsliberalisatie komt niet van de grond, waardoor de wereld uiteenvalt in een aantal handelsblokken. Internationale milieuvraagstukken worden niet aangepakt. Toch is de milieudruk relatief laag vanwege de lage economische groei. Er zijn nauwelijks hervormingen van de collectieve sector in dit scenario. Collectieve regelingen blijven in stand, waarbij de nadruk ligt op een gelijkmatige inkomensverdeling en solidariteit. Door het gebrek aan prikkels in de sociale zekerheid en de hoge belasting- en premietarieven is de arbeidsparticipatie relatief laag en de werkloosheid hoog. Gebrek aan concurrentie remt de noodzaak voor bedrijven om te innoveren. De verbrokkelde markten belemmeren de snelle verspreiding van kennis en de kleine inkomensverschillen leiden tot een matige stimulans voor het opbouwen van menselijk kapitaal. De jaarlijkse arbeidsproductiviteitstijging en economische groei zijn gering. Strong Europe In Strong Europe is er veel aandacht voor internationale samenwerking. De Europese instituties worden succesvol hervormd en landen geven een deel van hun soevereiniteit op. Daarmee wordt Europa een invloedrijke speler op het economische en politieke wereldtoneel. Dit maakt het mogelijk internationale milieuvraagstukken gecoördineerd aan te pakken. Europa doet enige concessies aan de VS die daarna het Kyoto-verdrag ratificeren. Turkije treedt toe tot de Europese Unie. Het sociaal-economisch beleid is net als in Regional Communities gericht op solidariteit en een gelijkmatige inkomensverdeling, al vinden er wel enige hervormingen plaats. Door deze hervormingen, door hogere investeringen in onderwijs en onderzoek, en door de grotere markt komt de groei van de arbeidsproductiviteit hoger uit dan in Regional Communities. Ook de economische groei is in dit scenario hoger. Transatlantic Market In het scenario Transatlantic Market wordt de uitbreiding van de Europese Unie geen politiek succes. Daarvoor hechten landen te veel aan hun soevereiniteit en lossen problemen op nationaal niveau op. Wel vindt er een vérgaande handelsliberalisatie plaats tussen de Verenigde Staten en Europa, waardoor op termijn een nieuwe interne markt ontstaat. Het scenario kenmerkt zich door een overheid die de eigen verantwoordelijkheid van burgers benadrukt. De verzorgingsstaat wordt ingeperkt en publieke voorzieningen worden versoberd. Hierdoor neemt de inkomensongelijkheid toe. Door het afnemen van de macht van vakbonden wordt de arbeidsmarkt flexibeler. 12

13 SAMENVATTING De versobering van de sociale zekerheid verhoogt de arbeidsparticipatie, de internationale concurrentie verhoogt de prikkel om te innoveren, en de grotere inkomensverschillen maken studeren aantrekkelijk. De groei van de arbeidsproductiviteit en de economische groei zijn hoog. Grensoverschrijdende milieuvraagstukken worden niet opgepakt, maar de hogere welvaart leidt wel tot lokale milieu-investeringen gericht op bijvoorbeeld geluids- en stankoverlast en onderhoud van natuur. Global Economy In het scenario Global Economy breidt de EU zich nog verder naar het oosten uit. Naast Turkije worden ook landen als Oekraïne lid. De WTO-onderhandelingen zijn succesvol, en de internationale handel vaart er wel bij. Politieke integratie komt echter niet van de grond. Internationale samenwerking op andere gebieden dan handelsvraagstukken mislukt. Net als in Transatlantic Market is in dit scenario sprake van een overheid die de eigen verantwoordelijkheid van burgers benadrukt. Vergeleken met Transatlantic Market krijgt de groei van de arbeidsproductiviteit nog een extra stimulans door de sterke wereldwijde economische integratie. De groei van de materiële welvaart is dan ook het hoogst in dit scenario. Net als in Transatlantic Market komt er geen overeenkomst voor de aanpak van grensoverschrijdende milieuvraagstukken. Dit en de wereldwijde hoge economische groei leiden tot forse milieuvervuiling. Wel leidt de hogere welvaart ook hier tot lokale milieu-initiatieven. De belangrijkste uitkomsten voor Nederland De verschillen in internationale samenwerking en hervormingen van de collectieve sector hebben grote gevolgen voor de economische uitkomsten in de scenario s. De drijvende krachten achter de economische groei zijn de ontwikkeling van de werkgelegenheid en de arbeidsproductiviteit. Voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid is van belang hoe het arbeidsaanbod zich ontwikkelt, en hoe de sociale zekerheid is georganiseerd. Tabel 2 geeft een overzicht van de belangrijkste macro-economische uitkomsten in de vier scenario s. Bevolking De bevolkingsgroei neemt in alle scenario s af ten opzichte van het gemiddelde over de periode , zie De Jong en Hilderink (2004). De babyboom-generatie vergrijst en het sterftecijfer stijgt in alle scenario s. De verschillen tussen de scenario s komen vooral voort uit verschillen in migratie en vruchtbaarheid. In Regional Communities is de bevolkingsgroei aanvankelijk nog positief, maar na 2010 daalt de bevolking en in 2040 leven er ongeveer evenveel mensen in Nederland als in De afname van de bevolking na 2010 komt door een streng immigratiebeleid en een laag geboortecijfer. In Strong Europe is de bevolkingsgroei 13

14 VIER VERGEZICHTEN OP NEDERLAND:SAMENVATTING Tabel 2 De belangrijkste uitkomsten van de vier scenario s Regional Strong Transatlantic Global Communities Europe Market Economy mutaties per jaar in % Bevolking 0,7 0,0 0,4 0,2 0,5 Arbeidsaanbod 1,1 0,4 0,1 0,0 0,4 Werkgelegenheid 0,9 0,5 0,1 0,0 0,4 Arbeidsproductiviteit 1,9 1,2 1,5 1,9 2,1 Volume BBP (marktprijzen) 2,6 0,7 1,6 1,9 2,6 BBP per hoofd 1,9 0,7 1,2 1,7 2,1 gemiddeld niveau in % beroepsbevolking Werkloze beroepsbevolking 5,5 7,3 5,7 4,6 4,1 niveaus eindjaar Collectieve uitgavenquote (% BBP) hoger, voornamelijk vanwege een ruimer immigratiebeleid en een hoog geboortecijfer. Het immigratiebeleid in Transatlantic Market is strikter en vooral gericht op het binnenhalen van kenniswerkers. In Global Economy is het migratiesaldo hoog door een relatief open immigratiebeleid. Samen met het hoge aantal geboortes zorgt dit voor de hoogste bevolkingsgroei. De verschillen in groeicijfers zorgen voor een forse bandbreedte in bevolkingsomvang. Deze varieert van 16 miljoen inwoners in 2040 in Regional Communities tot bijna 20 miljoen in Global Economy. Arbeidsaanbod, werkgelegenheid en werkloosheid Door de vergrijzing groeit het arbeidsaanbod minder snel dan de totale bevolking; een toenemend aandeel van de bevolking is met pensioen. De grijze druk, gemeten als het aantal 65+-ers gedeeld door het aantal jarigen, neemt toe van 22% nu tot 43% in Global Economy in 2040 en tot 46% in Regional Communities. De grijze druk stijgt in Global Economy minder door het relatief hoge geboortecijfer. De verschillen in immigratie tussen de scenario s leiden niet tot grote verschillen in grijze druk. De leeftijdsopbouw van immigranten wijkt bij binnenkomst wel af van die van de reeds aanwezige bevolking (veel jonge volwassenen, weinig ouderen). Het migratieproces verloopt echter geleidelijk en binnen de scenarioperiode bereikt een deel van de immigranten de pensioengerechtigde leeftijd. Het effect van de vergrijzing is het sterkst zichtbaar in Regional Communities. In dat scenario daalt het arbeidsaanbod met een half procent per jaar door de combinatie van een stagnerende bevolkingsgroei en een stijging van de grijze druk. In de andere scenario s wordt de stijging van 14

15 SAMENVATTING de grijze druk deels opgevangen door een stijging van de arbeidsparticipatie. Deze toename van de participatie vindt met name plaats bij 50+-ers en bij vrouwen. In Global Economy is de participatiestijging zo groot dat het arbeidsaanbod bijna even snel groeit als de bevolking. In dat scenario blijft de verhouding tussen actieven en niet-actieven dus bijna constant, zodat de collectieve kosten van de vergrijzing voor een groot gedeelte gedekt kunnen worden uit de groei van de grondslag voor belasting- en premieheffing. Op de lange termijn wordt de werkloosheid voor een belangrijk deel bepaald door de wig (verschil tussen bruto en netto loon) en de replacement rate (verhouding tussen uitkering en netto loon) (Broer et al., 2000). In Regional Communities stijgen beide. De werkloosheid stijgt dan ook, tot meer dan 7%. In Strong Europe zorgen enige hervormingen van de sociale zekerheid voor een lagere werkloosheid. In Transatlantic Market en Global Economy zorgen de ontkoppeling en lage belastingtarieven voor een lage werkloosheid, van iets boven de 4%. De lage werkloosheid in de meer marktgerichte scenario s is op zich gunstig. Dit wordt echter bewerkstelligd door sobere sociale voorzieningen en, meer algemeen, sobere publieke diensten. Door de verschillende werkloosheidsontwikkelingen per scenario wijkt de groei van de werkgelegenheid iets af van die van het arbeidsaanbod. Op lange termijn zijn deze verschillen echter klein. Arbeidsproductiviteit De centrale motor voor de stijging van de arbeidsproductiviteit is de technologische ontwikkeling. Belangrijke determinanten daarvan zijn de prikkels tot innoveren die van de markt uitgaan en de investeringen in menselijk kapitaal. De meer marktgerichte scenario s Transatlantic Market en Global Economy geven vanuit dit oogpunt een sterkere stimulans dan de andere twee scenario s. In Transatlantic Market zorgt de sterke economische band met de VS voor een versnelde inzet van ICT, wat met name in de dienstensector de productiviteit verhoogt. In Global Economy leidt succes bij de WTO tot een snelle diffusie van kennis en daarmee ook tot extra kenniscreatie. In Strong Europe zorgt de overheid voor goed en betaalbaar onderwijs voor de hele bevolking, hetgeen de arbeidsproductiviteit bevordert. In Transatlantic Market en Global Economy wordt het hoger onderwijs deels uitbesteed aan de private sector. Een door de overheid gesteund leenstelsel en de sterkere prikkels die uitgaan van grotere inkomensverschillen leiden ertoe dat de deelname aan het hoger onderwijs niet lager uitkomt. De financiële prikkels kunnen zelfs leiden tot doelgerichtere studiekeuze en een hoger studietempo (Belot et al., 2004). Per saldo is de stijging van de arbeidsproductiviteit het hoogst in Global Economy en het laagst in Regional Communities. Economische groei De groei van het BBP is per definitie de som van de groei van werkgelegenheid en arbeidsproductiviteit. Omdat de groeivoeten van deze twee grootheden positief samenhangen in 15

16 VIER VERGEZICHTEN OP NEDERLAND:SAMENVATTING de scenario s is de bandbreedte in BBP-groei fors. Voor het beoordelen van de materiële welvaart in de verschillende scenario s is de groei van het BBP per hoofd van de bevolking echter een betere maatstaf. Dan zijn de verschillen minder groot, maar toch nog aanzienlijk. Global Economy kent de hoogste welvaartsgroei. In Regional Communities is de groei weliswaar laag door de gecombineerde effecten van de vergrijzing en een ook historisch gezien lage stijging van de arbeidsproductiviteit. Maar ook in dit scenario stijgt het BBP per hoofd van de bevolking. Tabel 3 Arbeidsproductiviteit en BBP in niveaus Regional Strong Transatlantic Global Communities Europe Market Economy index, 2001 = 100 Arbeidsproductiviteit BBP BBP per hoofd De verschillen in economische groei worden wellicht nog duidelijker zichtbaar door te kijken naar de niveaus van arbeidsproductiviteit, BBP en BBP per hoofd van de bevolking in Tabel 3 geeft aan dat in Global Economy het BBP per hoofd in 2040 meer dan twee keer zo hoog is als in In termen van BBP nemen Strong Europe en Transatlantic Market een tussenpositie in, waarbij de bevolking harder stijgt in Strong Europe en de arbeidsproductiviteit meer in Transatlantic Market. De verschillen in BBP per hoofd van de bevolking zijn dan ook groter dan die van het BBP. Ook in Regional Communities stijgt het BBP per hoofd. De stijging van de arbeidsproductiviteit van 1,2% per jaar leidt tot een totale stijging van 60% in Ongeveer de helft daarvan is nodig om de vergrijzing op te vangen. Dan blijft er toch nog ruim 30% over voor een toename van de welvaart per hoofd van de bevolking. Hoe doet Nederland het ten opzichte van de rest van Europa? De sleutelonzekerheden waar Nederland mee te maken krijgt, spelen ook op Europees niveau. Nederland heeft weinig invloed op de mate van internationale samenwerking en volgt de Europese en internationale ontwikkelingen. Voor de hervorming van de publieke sector is in deze studie aangenomen dat Nederland dezelfde keuzes maakt als de rest van Europa. 1 De vergelijking met Europa blijft hier beperkt tot de EU-15. De nieuwe lidstaten kennen gemiddeld nog veel lagere BBP- en productiviteitsniveaus. Wanneer de niveaus van de arbeidsproductiviteit in de toetredende landen convergeren naar die van de EU-15, dan zal de economische groei in deze landen hoger zijn dan in de EU In een vervolgstudie kan worden nagegaan wat de gevolgen zijn wanneer Nederland juist andere keuzes maakt. 16

17 SAMENVATTING De vergrijzing is in Nederland iets minder dan het Europese gemiddelde. Hierdoor kan de groei van de Nederlandse beroepsbevolking iets hoger uitkomen dan het Europese gemiddelde. De relatief lage grijze druk in Nederland kan ook leiden tot lagere premie- en belastingtarieven, hetgeen de arbeidsparticipatie bevordert en de werkloosheid verlaagt. Daar staat tegenover dat het Europese werkloosheidspercentage hoger is dan dat in Nederland. Andere landen hebben dus nog een grotere arbeidsreserve, waardoor hun werkgelegenheid iets harder kan groeien dan de Nederlandse. De effecten zijn niet erg groot en werken tegen elkaar in. De groei van de Nederlandse werkgelegenheid in de Nederlandse scenario s komt per saldo vrijwel overeen met de groei van de Europese werkgelegenheid in de Europese scenario s, zie Lejour (2003). Het niveau van de Nederlandse arbeidsproductiviteit per uur is hoog in internationaal perspectief, zie tabel 4. De toegevoegde waarde per gewerkt uur is in Nederland bijna 5% hoger dan in de Verenigde Staten, en 15% hoger dan het EU-15 gemiddelde. Wanneer er convergentie zou optreden in de niveaus van arbeidsproductiviteit is er in Nederland minder groei te verwachten dan gemiddeld in de EU-15. Het optreden van convergentie is echter niet noodzakelijk, er kunnen bijvoorbeeld verschillen blijven bestaan in bedrijfstakstructuur en de kwaliteit van de productiefactoren. Zo is het verschil in arbeidsproductiviteit tussen Nederland en de EU in de afgelopen 30 jaar ongeveer constant gebleven. De lagere belasting- en premietarieven vanwege de lagere grijze druk stimuleren mogelijk ook de productiviteitsgroei in Nederland ten opzichte van het gemiddelde in de EU. Wanneer de relatief hoge werkloosheid in de overige EU-landen bestaat uit gemiddeld lager geschoolde mensen zal convergentie van werkloosheidspercentages voor landen met hoge werkloosheid betekenen dat de arbeidsproductiviteit minder hard groeit. 2 Op basis van deze argumenten kan de groei van de arbeidsproductiviteit zowel onder als boven het gemiddelde van de EU-15 uitkomen. In de scenario s is aangenomen dat de groei van de arbeidsproductiviteit in Nederland gelijk is aan die van de EU-15. Beide determinanten van de economische groei (de groei van de werkgelegenheid en arbeidsproductiviteit) zijn in de scenario s voor Nederland dus ongeveer gelijk aan die voor Europa in Lejour (2003). De BBP-groei is daarmee per scenario ook in lijn met de gemiddelde groei in de EU-15. Er is dus op voorhand geen duidelijke reden waarom Nederland het gemiddeld op macro-economisch niveau beter of slechter zal doen dan de andere landen van de EU-15. Bedrijfstakkenbeeld Wat bepaalt de ontwikkeling van de bedrijfstakken op lange termijn? De stijging van de arbeidsproductiviteit speelt een belangrijke rol. Op lange termijn vertaalt deze stijging zich in 2 Eerder onderzoek lijkt aan te geven dat de effecten hiervan niet groot zijn. De toegenomen participatie van laaggeschoolde werknemers zou in Nederland in de periode voor een vertraging van de groei van de arbeidsproductiviteit van 0,1%-punt per jaar hebben geleid, zie CPB (2004, p. 149). 17

18 VIER VERGEZICHTEN OP NEDERLAND:SAMENVATTING Tabel 4 BBP per gewerkt uur in koopkrachtpariëteiten, VS=100 a Nederland 74,8 104,9 EU-15 64,8 90,7 Verenigde Staten 100,0 100,0 a Bron: Sapir et al. (2004) een navenante daling van de arbeidskosten per eenheid product. De prijsgevoeligheid van de vraag bepaalt in hoeverre de (relatieve) daling van de prijzen leidt tot een stijging van de vraag. Een andere factor van betekenis is de mate waarin de vraag stijgt door de toename van de algemene welvaart. Tenslotte is van belang hoe de binnenlandse kostenontwikkeling zich verhoudt tot die in het buitenland. Als een sector te maken krijgt met buitenlandse concurrentie met veel lagere kosten, zal de binnenlandse productie van die sector stagneren doordat binnenlandse bedrijven failliet gaan of hun productie naar het buitenland verplaatsen. Op voorhand is niet duidelijk welke van deze factoren dominant is. Zo biedt een snelle stijging van de arbeidsproductiviteit geen garantie voor hoge groei van productie en werkgelegenheid in de betreffende sector. Tabel 5 geeft de groei van de arbeidsproductiviteit voor een aantal geaggregeerde sectoren weer. De sector met de hoogste stijging van de arbeidsproductiviteit is de landbouw. Dit is al decennia lang het geval. Voedsel is historisch bezien inderdaad goedkoop, makkelijk verkrijgbaar en veilig. Toch is de landbouw een krimpende sector. Hoe komt dit? De vraag naar landbouwproducten is weinig prijsgevoelig. Daardoor heeft de prijsdaling niet geleid tot een sterke stijging van de vraag. Ook heeft de landbouw als geheel niet geprofiteerd van de algemene stijging van de welvaart. Landbouwproducten voorzien vooral in een basisbehoefte. De sterke stijging van de arbeidsproductiviteit is daarom niet gepaard gegaan met een navenante toename van de afzet. Het gevolg daarvan is een daling van de werkgelegenheid. Tabel 5 Ontwikkelingen arbeidsproductiviteit voor bedrijfstakken Regional Strong Transatlantic Global Communities Europe Market Economy mutaties per jaar in % Landbouw 3,6 2,6 2,7 3,0 3,8 Industrie 2,9 2,1 2,7 2,8 3,4 Commerciële diensten 1,1 1,4 1,8 2,4 2,5 Zorg 0,3 0,5 0,6 0,7 1,0 Overheid 1,2 0,6 1,0 1,2 1,5 Totale economie 1,3 1,2 1,5 1,9 2,1 18

19 SAMENVATTING Aan de andere kant van het spectrum staat de zorgsector. Hier is de stijging van de arbeidsproductiviteit relatief laag. Dit heeft te maken met veel taken in de verzorging die moeilijk te automatiseren zijn. Toch is de zorg juist wel een sterk groeiende sector. De lage arbeidsproductiviteitsstijging heeft weliswaar geleid tot relatief hoge prijzen, maar ook hier geldt dat de vraag relatief ongevoelig is voor de prijs. Daardoor hebben de hoge prijzen de vraag niet sterk gedempt. Wel hebben de stijging van de welvaart en de technologische mogelijkheden tot een sterke toename van de zorgvraag geleid. Daar komt in de toekomst de extra vraag als gevolg van de vergrijzing nog bovenop. De vraag stijgt in deze sector dus veel sneller dan de arbeidsproductiviteit, zodat de werkgelegenheid sterk groeit. De industrie kent net als de landbouw een hoge productiviteitsstijging, met een sterke prijsdaling als gevolg. De prijsdaling en de toename van de welvaart hebben de vraag in deze sector sterk gestimuleerd, veel meer dan in de landbouw. De consumptie van industriële producten is dan ook sterk gestegen, met als spectaculair hoogtepunt het gebruik van ICT-producten. Toch heeft ook in de industrie de vraag niet de groei van de arbeidsproductiviteit bijgehouden, zodat er deïndustrialisatie optrad. Daar komt nog bij dat de industrie het meest bloot staat aan buitenlandse concurrentie, met name uit lagelonenlanden. Daardoor zijn hele bedrijfstakken grotendeels uit Nederland verdwenen. Dit proces is al decennia lang gaande en de verwachting is dat het in de toekomst zal doorzetten. Dit betekent overigens niet dat de industrie uit Nederland zal verdwijnen. Nederland kent veel hoogwaardige industriële toeleveranciers. Het zijn relatief kleine bedrijven die goed kunnen opereren in nichemarkten. De echte banenmotor is de commerciële dienstensector. De belangrijkste factor hier is de gestage groei van de welvaart die de vraag naar diensten stimuleert. Traditioneel kent de dienstensector een lage productiviteitsgroei, omdat veel diensten het karakter hadden van een persoonsgebonden interactie. De kapper is het standaard voorbeeld. Echter de dienstensector bestrijkt een steeds breder scala aan markten. Daarbij ligt het accent in toenemende mate op het transporteren en verwerken van informatie. Denk aan internet, telecom, banken, verzekeringen en logistiek. Op deze terreinen zijn grote productiviteitsverbeteringen mogelijk door het toepassen van ICT-technieken. Ook wordt de noodzaak voor direct menselijke contact tussen producent en consument geringer. Dit maakt het mogelijk om te produceren op afstand. Hierdoor wordt internationale handel en concurrentie een steeds belangrijker factor voor de commerciële dienstensector. De dienstensector is momenteel het snelst groeiende deel van de Nederlandse export. Daarmee wordt het onderscheid tussen industrie en diensten in steeds mindere mate relevant. Aan de ene kant verschuift de industrie van grootschalige maakindustrie naar kennisproducten zoals R&D, ontwerp, marketing en toeleveranties. Aan de andere kant schuift de dienstensector op naar internationaal verhandelbare producten. 19

20 VIER VERGEZICHTEN OP NEDERLAND:SAMENVATTING Figuur 2 Aandelen in de werkgelegenheid, Transatlantic Market 100% landbouw 80% industrie 60% 40% 20% energie bouw en onr. goed commerciële diensten zorg overheid 0% Het samenspel van aanbod- en vraagfactoren heeft per saldo een grote verschuiving in de werkgelegenheidsaandelen van de verschillende sectoren tot gevolg. Figuur 2 toont deze aandelen voor het scenario Transatlantic Market. De andere scenario s laten een vergelijkbaar beeld zien. Om de ontwikkeling in historisch perspectief te plaatsen toont de figuur de ontwikkelingen vanaf 1950 tot De relatieve daling van de werkgelegenheid in de landbouw en de industrie is duidelijk zichtbaar, evenals de relatieve stijging bij de diensten en de zorg. Wat opvalt is dat deze verschuiving in de werkgelegenheid over de periode een continu proces is, en dat het grootste deel van die verschuiving al heeft plaatsgevonden, met name in de jaren zeventig. De figuur werpt een interessant licht op de vraag of er nog wel een stijging van de welvaart mogelijk is als de toenemende concurrentie leidt tot outsourcing van bedrijvigheid naar het buitenland en verlies aan werkgelegenheid in bepaalde bedrijfstakken, zoals de maakindustrie. De economische theorie is daar optimistisch over. Sterker nog, de theorie zegt dat internationale handel leidt tot verschuivingen in productieaandelen die op lange termijn gunstig zijn, hoewel er aanvankelijk sprake kan zijn van pijnlijke aanpassingen. De historische ontwikkeling in Nederland ondersteunt deze gedachte. De enorme verschuiving in de werkgelegenheid in de afgelopen decennia is gepaard gegaan met een forse stijging van de welvaart. 20

Werken met krimp. Dimphy Smeets. Publicatie nr. 5 van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging

Werken met krimp. Dimphy Smeets. Publicatie nr. 5 van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging Werken met krimp Dimphy Smeets Publicatie nr. 5 van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging Amsterdam De Burcht / Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging November 2014 Wetenschappelijk Bureau

Nadere informatie

Van het oude werken De dingen Die voorbijgaan HET NIEUWE WERKEN BIJ HET RIJK. Drs. Marloes Pomp Dr. Anthon Klapwijk Gerbrand Haverkamp Anita Smit Msc

Van het oude werken De dingen Die voorbijgaan HET NIEUWE WERKEN BIJ HET RIJK. Drs. Marloes Pomp Dr. Anthon Klapwijk Gerbrand Haverkamp Anita Smit Msc Van het oude werken De dingen Die voorbijgaan HET NIEUWE WERKEN BIJ HET RIJK Drs. Marloes Pomp Dr. Anthon Klapwijk Gerbrand Haverkamp Anita Smit Msc Hoofdstuk 1 Inleiding 3 Hoofdstuk 2 De Hub 24 Hoofdstuk

Nadere informatie

MKB NAAR EEN STERKER MKB

MKB NAAR EEN STERKER MKB MKB 2025 NAAR EEN STERKER MKB Colofon Auteur Katinka Jongkind ING Economisch Bureau katinka.jongkind@ing.nl Redactieraad Liesbeth Berns ING Marketing Zakelijk liesbeth.berns@ing.nl Marcel Peek ING Economisch

Nadere informatie

Vormgevende trends binnen het onderwijs

Vormgevende trends binnen het onderwijs Vormgevende trends binnen het onderwijs Editie 2008 Centrum voor Educatief Onderzoek en Innovatie OECD Uitgegeven door het OECD in het Engels en Frans met de titels: Trends Shaping Education Les grandes

Nadere informatie

Kansrijk! De groeiagenda voor ondernemerschap in het mkb

Kansrijk! De groeiagenda voor ondernemerschap in het mkb Kansrijk! De groeiagenda voor ondernemerschap in het mkb Colofon Colofon Kansrijk! De groeiagenda voor ondernemerschap in het mkb is een uitgave van MKB-Nederland en VNO-NCW Postbus 93002 2509 AA Den Haag

Nadere informatie

Budgettaire effecten van immigratie van niet-westerse allochtonen

Budgettaire effecten van immigratie van niet-westerse allochtonen Budgettaire effecten van immigratie van niet-westerse allochtonen NYFER Maliestraat 1 3581 SH UTRECHT T 030-2364703 F 030-2368345 E nyfer@nyfer.nl I www.nyfer.nl Dit onderzoek is uitgevoerd op verzoek

Nadere informatie

Met de kennis van later

Met de kennis van later Met de kennis van later Met de kennis van later. Naar een toekomstgericht zorgbeleid Advies uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Nadere informatie

Samen werken aan een gezond en waardig leven. Werkgroep Zorg

Samen werken aan een gezond en waardig leven. Werkgroep Zorg Samen werken aan een gezond en waardig leven Werkgroep Zorg WBS Cahier Den Haag, november 2012 Colofon Wiardi Beckman Stichting Den Haag, november 2012 Vormgeving: Jaap Swart WBS Cahier Samen werken aan

Nadere informatie

Trends in de samenleving. Ontwikkelingen op het gebied van demografie, economie, media en informatie binnen het sociaal-culturele domein.

Trends in de samenleving. Ontwikkelingen op het gebied van demografie, economie, media en informatie binnen het sociaal-culturele domein. Ontwikkelingen op het gebied van demografie, economie, media en informatie binnen het sociaal-culturele domein. Colofon Sectorinstituut Openbare Bibliotheken Koninginnegracht 14 2514 AA Den Haag Postbus

Nadere informatie

Toekomst van de maakindustrie

Toekomst van de maakindustrie Toekomst van de maakindustrie K n owledge b a sed c apital! Arnoud Muizer Panteia Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-9789-1 Rapportnummer : A201356 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek

Nadere informatie

W. Asbeek Brusse en C.J. van Montfort (red.) Wonen, zorg en pensioenen. Hervormen en verbinden

W. Asbeek Brusse en C.J. van Montfort (red.) Wonen, zorg en pensioenen. Hervormen en verbinden W. Asbeek Brusse en C.J. van Montfort (red.) Wonen, zorg en pensioenen Hervormen en verbinden Wonen, zorg en pensioenen Deze reeks omvat bijdragen die in het kader van de werkzaamheden van de wrr tot stand

Nadere informatie

Bouwen voor de zorg. Perspectief voor de Nederlandse bouw

Bouwen voor de zorg. Perspectief voor de Nederlandse bouw Bouwen voor de zorg Perspectief voor de Nederlandse bouw Bouwen voor de zorg Het auteursrecht voor de inhoud berust geheel bij de Stichting Economisch Instituut voor de Bouw. Overnemen van de inhoud (of

Nadere informatie

Hoe ongelijk is Nederland?

Hoe ongelijk is Nederland? Hoe ongelijk is Nederland? De serie Verkenningen omvat studies die in het kader van de werkzaamheden van de wrr tot stand zijn gekomen en naar zijn oordeel van zodanige kwaliteit en betekenis zijn dat

Nadere informatie

Zorg voor. chronisch zieken. overzichtstudies >± ±< >+ +< > < >= =< > < >+ +< >± ±< >± ±< >+ +< > < >= =< > < >+ +< >± ±<

Zorg voor. chronisch zieken. overzichtstudies >± ±< >+ +< > < >= =< > < >+ +< >± ±< >± ±< >+ +< > < >= =< > < >+ +< >± ±< >± ±< >+ +< > < >= =< overzichtstudies > < Zorg voor >+ +< chronisch zieken >± ±< Organisatie van zorg, zelfmanagement, >x x< zelfredzaamheid en participatie >± ±< >+ +< > < >= =< > < >+ +< >± ±< >± ±

Nadere informatie

Een interactief trainingsprogramma voor projectmanagers, leiders in de samenleving en actieve burgers van alle leeftijden

Een interactief trainingsprogramma voor projectmanagers, leiders in de samenleving en actieve burgers van alle leeftijden Word een pert in veroudering! Een interactief trainingsprogramma voor projectmanagers, leiders in de samenleving en actieve burgers van alle leeftijden Inhoud Auteurs... 5 Dankwoord... 6 1 Tot de student:

Nadere informatie

Het belang van wederkerigheid... solidariteit gaat niet vanzelf!

Het belang van wederkerigheid... solidariteit gaat niet vanzelf! Het belang van wederkerigheid... solidariteit gaat niet vanzelf! RVZ raad in gezondheidszorg De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg is een onafhankelijk adviesorgaan voor de regering en voor het parlement.

Nadere informatie

Scherp aan de wind! Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid. Handvat voor een Europese strategie voor Nederlandse (top)sectoren.

Scherp aan de wind! Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid. Handvat voor een Europese strategie voor Nederlandse (top)sectoren. Scherp aan de wind! Handvat voor een Europese strategie voor Nederlandse (top)sectoren advies 77 Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid De Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid

Nadere informatie

No 83. Hoe beschaafd is Nederland? Een fiscale kosten-batenanalyse. Sijbren Cnossen

No 83. Hoe beschaafd is Nederland? Een fiscale kosten-batenanalyse. Sijbren Cnossen No 83 Hoe beschaafd is Nederland? Een fiscale kosten-batenanalyse Sijbren Cnossen Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510 2508 GM s-gravenhage Telefoon +31 70 338 33 80 Telefax +31 70 338 33

Nadere informatie

CPB Achtergronddocument 3 juli 2014. Arbeidsaanbod tot 2060. Rob Euwals Marloes de Graaf-Zijl Adri den Ouden

CPB Achtergronddocument 3 juli 2014. Arbeidsaanbod tot 2060. Rob Euwals Marloes de Graaf-Zijl Adri den Ouden CPB Achtergronddocument 3 juli 2014 Arbeidsaanbod tot 2060 Rob Euwals Marloes de Graaf-Zijl Adri den Ouden Inhoud 1 Inleiding... 6 2 Definities en methode... 6 2.1 Definities... 6 2.2 Methode... 7 3 Veronderstellingen...

Nadere informatie

CREATIEVE INDUSTRIE ALS VLIEGWIEL

CREATIEVE INDUSTRIE ALS VLIEGWIEL CREATIEVE INDUSTRIE ALS VLIEGWIEL Onderzoek in opdracht van Creative Cities Amsterdam Area Paul Rutten (Paul Rutten Onderzoek / Universiteit van Antwerpen) Gerard Marlet (Atlas Gemeenten) Frank van Oort

Nadere informatie

De invloed van loonlasten op de vraag naar arbeid: een vergelijkende studie van België en de buurlanden. Wout Laenen, Cindy Moons, Damiaan Persyn

De invloed van loonlasten op de vraag naar arbeid: een vergelijkende studie van België en de buurlanden. Wout Laenen, Cindy Moons, Damiaan Persyn De invloed van loonlasten op de vraag naar arbeid: een vergelijkende studie van België en de buurlanden Wout Laenen, Cindy Moons, Damiaan Persyn HUB RESEARCH PAPER 2011/10 AUGUSTUS 2011 De invloed van

Nadere informatie

Advies Werkloosheid voorkomen, beperken en goed verzekeren Een toekomstbestendige arbeidsmarktinfrastructuur en Werkloosheidswet

Advies Werkloosheid voorkomen, beperken en goed verzekeren Een toekomstbestendige arbeidsmarktinfrastructuur en Werkloosheidswet Advies Werkloosheid voorkomen, beperken en goed verzekeren Een toekomstbestendige arbeidsmarktinfrastructuur en Werkloosheidswet Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer dr. L.F. Asscher

Nadere informatie

VAN WAARDE SOCIAAL-DEMOCRATIE VOOR DE 21STE EEUW

VAN WAARDE SOCIAAL-DEMOCRATIE VOOR DE 21STE EEUW Resolutie VAN WAARDE SOCIAAL-DEMOCRATIE VOOR DE 21STE EEUW INHOUDSOPGAVE Preambule 5 1. Geactualiseerde opvattingen over economie, staat en gemeenschap 9 1.1 Rijnland 2.0: maak de omslag van welvaartseconomie

Nadere informatie

ARBEIDSMIGRANTEN OP DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT

ARBEIDSMIGRANTEN OP DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT ARBEIDSMIGRANTEN OP DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt Maastricht, februari 2015 Etil Janneke Gardeniers, Msc. Maarten Poeth, Msc. Jeroen de Quillettes, Msc. ROA dr.

Nadere informatie

Perspectieven voor de laagopgeleiden

Perspectieven voor de laagopgeleiden 01_060996_TvA3_2006 14-08-2006 09:12 Pagina 218 Paul de Beer* Regelmatig worden zorgen uitgesproken over de ongunstige toekomstperspectieven van laagopgeleiden op de arbeidsmarkt, waardoor er een steeds

Nadere informatie

Risico s over generaties spreiden. Structureel tekort pensioenfondsen. Nieuw pensioencontract onvermijdelijk. CPB Policy Brief 2011/01

Risico s over generaties spreiden. Structureel tekort pensioenfondsen. Nieuw pensioencontract onvermijdelijk. CPB Policy Brief 2011/01 Structureel tekort pensioenfondsen Risico s over generaties spreiden CPB Policy Brief 2011/01 Nieuw pensioencontract onvermijdelijk Casper van Ewiijk Coen Teulings Samenvatting 1 Door de daling van de

Nadere informatie

Grijs is niet zwart wit ambities van 55+

Grijs is niet zwart wit ambities van 55+ Grijs is niet zwart wit ambities van 55+ vitality we add 2 Medical Delta Het Medical Delta consortium wordt gevormd door de academische instellingen en regionale overheden in Zuid-Holland. In samenwerking

Nadere informatie

Decentralisaties in het sociaal domein

Decentralisaties in het sociaal domein CPB Notitie 4 september 2013 Decentralisaties in het sociaal domein Uitgevoerd op verzoek van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Financiën en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Nadere informatie

Vis, als duurzaam kapitaal. De Nederlandse visie op het nieuwe Europese visserijbeleid

Vis, als duurzaam kapitaal. De Nederlandse visie op het nieuwe Europese visserijbeleid Vis, als duurzaam kapitaal De Nederlandse visie op het nieuwe Europese visserijbeleid Inhoud 1. Vis, als duurzaam kapitaal 4 Balans na dertig jaar visserijbeleid 6 Horizon 2020 6 2. De balans na twee

Nadere informatie

Diversiteit op de werkvloer: hoe werkt dat? Voorbeelden van diversiteitsbeleid in de praktijk

Diversiteit op de werkvloer: hoe werkt dat? Voorbeelden van diversiteitsbeleid in de praktijk Diversiteit op de werkvloer: hoe werkt dat? Voorbeelden van diversiteitsbeleid in de praktijk Nederlandse Organisatie voor toegepastnatuurwetenschappelijk onderzoek TNO S. de Vries, C. van de Ven, M. Nuyens,

Nadere informatie