VakWerk. Beter taalonderwijs in de basisschool

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VakWerk. Beter taalonderwijs in de basisschool"

Transcriptie

1 VakWerk H E T L E D E N B L A D V A N D E V E R E N I G I N G B E T E R O N D E R W I J S N E D E R L A N D Nummer 7 5 e Jaargang december 2010 Beter taalonderwijs in de basisschool Hoe Zwarte Piet naar de kelders van het onderwijs zakte door Aleid Truijens Handschriftonderwijs op de basisschool door Astrid Scholten & Ben Hamerling

2 Colofon In dit nummer Vakwerk is een uitgave van de vereniging Beter Onderwijs Nederland. Het tijdschrift verschijnt vanaf 2010 drie keer per jaar in een oplage van 5000 stuks. Redactie Presley Bergen, Michel Couzijn, Marten Hoffmann, Hannie Leek, Pauline Riep, Ad Verbrugge Redactieadres Beter Onderwijs Nederland Antwoordnummer VB Utrecht Bijdragen aan dit nummer Ad Verbrugge, Paul van Dam, Aleid Truijens, Theo Lamers, "onderwijsgek" (sitepseudoniem), kees Vernooij, Astrid Scholten en Ben Hamerling, Balt van Raamsdonk, John Beeckman, Jesse Jeronimoon Bijdragen kunnen per worden gestuurd naar Het maximum aantal woorden is De redactie kan voor wat betreft de lengte van ingeleverde bijdragen van het maximum aantal woorden afwijken bijvoorbeeld bij congresbijdragen of reeds gepubliceerde artikelen in nationale media, wetenschappelijke tijdschriften e.d. Meer informatie over de vereniging Adres ledenadministratie Beter Onderwijs Nederland Antwoordnummer VB Utrecht Wijzigingen kunnen worden doorgegeven in een naar Grafische vormgeving en realisatie AriëS Grafische vormgeving / Ben Mobach Torenberglaan EP Eindhoven / e jaargang nummer 7, december 2010 ISSN Copyright Beter Onderwijs Nederland. 4 Beter taalonderwijs in Nederland Paul van Dam Velen in Nederland zijn ontevreden over het taalonderwijs op de basisscholen. Kinderen leren te weinig. In 1986 is het Cito in opdracht van het ministerie begonnen met PPON, de periodieke peiling van het onderwijsniveau. Maar hoe kun je effectief onderwijsbeleid maken als je niet eens weet wat er daadwerkelijk wordt geleerd? 8 Hoe Zwarte Piet naar de kelders van het onderwijs zakte Aleid Truijens Tegenwoordig onderwerpen universiteiten en hogescholen hun eerstejaarsstudenten aan spelling- en interpunctietoetsen, vooralsnog vrijwillig. Maar is dat niet het paard achter de wagen spannen? Op de basisschool moet het gebeuren. Daar moeten kinderen de taal leren spreken, schrijven en lezen. Maar ook moderne didactieken hebben ervoor gezorgd dat onze kinderen het Nederlands niet meer voldoende beheersen. 14 Beter onderwijs: niet goed genoeg Theo Lamers In zijn artikel Examineer rekenen en lassen, maar geen competenties als luisteren of zelfkritiek van 6 februari jl. in NRC-Handelsblad schetst onze voorzitter Ad Verbrugge in grote lijnen een aantal maatregelen dat moet worden genomen om de kwaliteit van het onderwijs voor de komende generatie veilig te stellen. Maar volgens Theo Lamers moet er meer gebeuren. 18 Meester Max Blog van onderwijsgek, een forumbijdrage Hoe gaat het eraan toe in de klas van Meester Max? 20 Elk kind een lezer Kees Vernooij Een goede leesvaardigheid is van cruciaal belang voor de schoolloopbaan en het toekomstig maatschappelijk functioneren van de leerlingen. Een goede leesvaardigheid maakt namelijk levenslang leren mogelijk. Een eerste verantwoordelijkheid van elke school is ervoor te zorgen dat elk kind na groep 8 met een goede leesvaardigheid het primair onderwijs verlaat. 25 Column Ik ben op jou Jesse Jeronimoon 26 Handschrift op de basisschool Astrid Scholten & Ben Harmeling In het handschriftonderwijs zijn erg veel verkeerde denkbeelden ontwikkeld, mede door diverse ontwikkelingen door amateurs, zowel binnen het onderwijs (auteurs) als vanuit de commercie (uitgevers en therapeuten). In dit artikel gaan de auteurs in op de oorzaken die tot dit slechte handschriftonderwijs hebben geleid en ze laten zie hoe het anders kan. 31 Dyslexie: een optisch identificatietekort Balt van Raamsdonk Voor dyslectici vormt het optisch identificatietekort het primaire probleem bij het leren lezen en spellen en niet - in eerste instantie - het fonemisch tekort. De visie op dyslexie die Balt van Raamsdonk in de loop der jaren door zijn fenomenologische benadering van deze leesstoornis heeft opgebouwd en in verschillende artikelen heeft beschreven, lijkt voor althans een deel van de groep kinderen bij wie dyslexie is vastgesteld, steun te kunnen krijgen door uitkomsten van recent wetenschappelijk onderzoek naar de achterliggende mechanismen van dyslexie. 33 Verbetering van taalonderwijs op de basisschool John Beeckman Waarom zijn de resultaten van ons taalonderwijs zo bedroevend? Deugt het curriculum niet, de leraren, het management? Zijn de kinderen niet meer leerbaar? De auteur presenteert een aantal gedachten, dat zou kunnen leiden tot een verbetering van het taalonderwijs op de basisschool. 2 Vakwerk december 2010

3 Feitelijke invloed van BON blijft groeien Van onze voorzitter Het enerverende jaar 2010 is bijna om en dat sluiten we als vereniging af met wederom een zeer lezenswaardige Vakwerk; een Vakwerk nieuwe stijl mogen we wel zeggen, want aan de opmaak en invulling van het blad is het nodige veranderd. De opmaak werd voorheen gedaan door een professionele vrijwilliger uit onze vereniging, Frank Luesken, waarvoor wij hem hier nogmaals hartelijk danken. Frank is overigens ook de bedenker geweest van de gehele BON-huisstijl. Met zijn afscheid van het onderwijs heeft hij ook dit vrijwilligerswerk neergelegd en moesten we op zoek naar een alternatief. We hebben gelukkig een nieuwe opmaker gevonden in Ben Mobach, een goed betaalbare professional. Deze omschakelijking is, zoals u ook zelf kunt vaststellen, bepaald geen achteruitgang. Mede door deze overgang heeft een nieuwe uitgave van Vakwerk langer op zich laten wachten dan in onze ogen wenselijk en gepast is. Namens het gehele bestuur mijn excuses daarvoor. Om een en ander te bespoedigen, zijn Presley Bergen en ondergetekende dit najaar tijdelijk tot de redactie toegetreden. Deze Vakwerk is overwegend gevuld met artikelen die zijn voortgekomen uit onze zeer geslaagde basisschooltaalconferentie (BETON) die plaatsvond op 20 november bij de IVA te Driebergen. Uit deze artikelen spreekt een gedeelde zorg met betrekking tot het basisonderwijs in zijn geheel en het taalonderwijs in het bijzonder. Tegelijkertijd worden er tal van zeer praktische aanbevelingen ter verbetering gedaan. Met sommige kun je zo aan de slag. Lezen dus! We mogen gelukkig ook constateren dat het geluid van Beter Onderwijs Nederland in toenemende mate weerklank vindt bij het publiek, op het ministerie en in de politiek. De feitelijke invloed van BON blijft groeien en onze boodschap wordt steeds meer overgenomen, hoewel we soms wat minder prominent in de media aanwezig zijn dan een paar jaar geleden. Toch weten de media ons steevast te vinden voor commentaar op ontwikkelingen in het onderwijs. Misstanden zoals diplomafraude en wanbestuur worden, niet zelden met onze medewerking (achter en voor de schermen), aan de kaak gesteld. De politiek ziet zich mede daardoor gedwongen werk te maken van haar verantwoordelijkheid inzake de kwaliteit van het onderwijs. Wie soms moedeloos dreigt te worden van de situatie in het Nederlandse onderwijs - en een dergelijke stemming overvalt velen van ons ongetwijfeld wel eens - dient te bedenken dat er de laatste jaren ook zaken ten goede zijn veranderd. Het bestuur en vertegenwoordigers van BON hebben de afgelopen jaren vele gesprekken gevoerd in allerlei gremia en ik durf wel te beweren dat men in ieder geval op het ministerie inmiddels ernst maakt met een deel van de BONagenda. De minister heeft zich recentelijk ook weer van haar goede kant laten zien met haar voorstellen tot het vaststellen van minimale eindniveaus, invoering van centrale examens, extra toezicht op lerarenopleidingen enzovoorts. Hoe men het aantreden van dit gedoogkabinet verder ook politiek beoordelen mag, wat het onderwijs betreft, biedt het voor ons opnieuw kansen. De stem van BON klinkt ook in de Kamer! Zowel ter linker- en ter rechterzijde als in het midden (voor wat die termen nog waard zijn), zijn er politieke partijen die op het gebied van onderwijs veel met ons gemeen hebben. Mark Rutte heeft de bestrijding van de bureaucratie tot een van de speerpunten van zijn beleid gemaakt. Het feit dat hij ook nu nog steeds zelf voor de klas staat, spreekt in zijn voordeel en wijst op zijn oprechte liefde en aandacht voor het onderwijs. Dat laat onverlet dat verscheidene voorstellen van dit kabinet in onze ogen onwenselijk zijn; en dat zullen we laten horen ook! Voor het komend jaar hebben we weer het nodige op de agenda staan. Niet alleen is Vakwerk vernieuwd, ook de website van de vereniging wordt binnenkort aan een drastische revisie onderworpen en een stuk aantrekkelijker gemaakt. Het omvormingstraject van SBL loopt nog en vraagt veel tijd. Hoewel de afloop uiteindelijk nog steeds onzeker is, hebben we toch aardig wat resultaten geboekt. Daarnaast is er onder leiding van Fenna Vergeer een boek in de maak dat dit voorjaar gereed komt, waarin o.a. uiteengezet wordt wat de machtsstructuren binnen het onderwijs zijn. Verder hebben we een stichting BON opgericht, om ook een ander type activiteiten mogelijk te maken en te ondersteunen. Ook zijn we in een vergevorderd stadium van samenwerking met VNO-NCW om richting het kabinet wat onderwijs betreft gezamenlijk een campagne te beginnen. Zo kan ik nog wel het een en ander opnoemen. Kortom, genoeg werk aan de winkel. Wie zin heeft om ons te helpen en de zaak van het onderwijs te dienen, neme vooral contact met ons op! Rest mij u een goede kerst en een prettig uiteinde toe te wensen en de beste wensen voor 2011, waarin we velen van u hopen te ontmoeten op onze vijfde jaarvergadering en het aansluiteinde symposium dat dit jaar op 12 maart te Rotterdam gehouden zal worden! Uw voorzitter, Ad Verbrugge Vakwerk december

4 Beter taal Velen in Nederland zijn ontevreden over het taalonderwijs op de basisscholen. Kinderen leren te weinig. In 1986 is het Cito in opdracht van het Ministerie begonnen met PPON, de periodieke peiling van het onderwijsniveau. Met dat onderzoek wilde het Cito zichtbaar maken wat kinderen daadwerkelijk leren op de basisschool, de leeropbrengst vaststellen wat geen geringe opgave was. Maar hoe kun je effectief onderwijsbeleid maken als je niet eens weet wat er daadwerkelijk wordt geleerd? 4 Vakwerk december 2010

5 taalonderwijs onderwijs in de basisschool De afgelopen jaren is het resultaat van het taalonderwijs, inclusief lezen, nu vier keer gedetailleerd in beeld gebracht. We weten nu dus tamelijk nauwkeurig wat kinderen van dat onderwijs opsteken. Bij dat onderzoek is niet alleen onderscheid gemaakt tussen lezen, luisteren, schrijven en spreken. Binnen bijvoorbeeld lezen, is weer onderscheid gemaakt tussen lezen van rapporterende teksten, lezen van beschouwende teksten, lezen van argumentatieve teksten, lezen van fictie, hanteren van naslagwerken, en technisch lezen. Over elk van die onderdelen wordt gerapporteerd. Ook is nagegaan of de opbrengst bij al die onderdelen van het taalonderwijs hoger is geworden, gelijk is gebleven of achteruit is gegaan in die periode van ruim twintig jaar. Wie echt wil weten wat de resultaten zijn, moet de moeite nemen de rapporten zorgvuldig te lezen. In die rapporten staan telkens voorbeelden van opgaven die leerlingen zouden moeten kunnen uitvoeren om van een voldoende niveau te kunnen spreken. Die opgaven zijn aangewezen door 25 mensen die het onderwijs kennen als leerkracht, pabodocent, schoolbegeleider of onderwijsinspecteur. Zij maakten een afweging: wat is wenselijk en ook mogelijk in een modale school; wat voor tekst moet een leerling met begrip kunnen lezen? Vervolgens is vastgesteld hoeveel leerlingen dat bepaalde niveau feitelijk halen. Ideaal zou zijn dat álle leerlingen dat niveau halen maar dat is niet realistisch. Daarom is gekozen voor een norm van 70 à 75%. Welke taalonderdelen laten nu zo n resultaat zien? Helaas geen enkel. Meestal ligt het percentage leerlingen rond de 50%, soms wat hoger, soms wat lager. Er gaapt dus een grote kloof tussen wat men een voldoende resultaat vindt en het daadwerkelijk gevonden resultaat, aangenomen dat men het met de beoordelaars eens is. Als dat zo is, vindt men dus dat er over de hele breedte van het taalgebied veel te weinig wordt geleerd. Zijn de resultaten door de jaren minder geworden? Sinds 1986 zijn de resultaten nagenoeg onveranderd; geen stijging, maar ook geen daling. Toen ik dat in 2007 aan Minister Plasterk en staatssecretaris Dijksma vertelde, klonk dat misschien enigszins geruststellend. Dat was echter niet de bedoeling, want als het niveau nu te laag is, zou dat in 1986 ook al het geval hebben moeten zijn Het resultaat is verontrustend, maar het wordt nog erger als we bedenken dat we al vanaf ongeveer 1970 indrukwekkende investeringen doen om het taalonderwijs te verbeteren. Denk aan al die acties van instituten die een rol spelen bij de verbetering van het basisonderwijs, de zogeheten verzorgingsstructuur, en aan de nieuwe methodes die telkens weer ontwikkeld worden. Het lijkt allemaal niet te helpen. Verkeerde wegen Ik denk dat we in de zoektocht naar ander onderwijs de verkeerde weg hebben genomen. Ik beschrijf deze wegen als volgt: De weg van afkeer van prestaties Lange tijd was het woord prestatie in het onderwijs taboe. Dat verwees naar een maatschappij waar we gelukkig afstand van hadden genomen. De weg van projectonderwijs Leuk, boeiend, motiverend voor de leerlingen, inspannend voor de leerkracht, maar met onduidelijke doelen en onduidelijke leerresultaten. De weg van kindgerichtheid Dit is de tegenhanger van leerstofgerichtheid. Een ogenschijnlijke tegenstelling, onproductief en verwarrend. Maar er gaat de suggestie vanuit dat leerstof minder belangrijk is. Het leren van bijvoorbeeld spelling kan niet afhankelijk zijn van leervragen van de kinderen. Dat moet gewoon geleerd worden. De weg van ontdekkend leren, toonbeeld van ondoelmatigheid. De weg van aandacht geven aan doelen, niet het bereiken van doelen Dat maakt onderwijs zo vrijblijvend. Als je er maar aandacht aan besteedt, op wat voor wijze dan ook, ben je goed bezig. De weg van leuk en gezellig Als kinderen het naar hun zin hebben, is de aanname, leren ze bijna vanzelf, vooral als ze in een rijke, stimulerende omgeving verkeren. Was het maar waar! De weg van kinderen die in groepjes bij elkaar zitten. Ik zou zo nooit geconcentreerd kunnen werken en de kinderen ook niet, vrees ik. De weg van vaardigheden in plaats van kennis. Het moet in dat kader zijn dat spreken en luisteren als vaardigheid bij taal een plaats in het curriculum hebben veroverd. Toen ik onderwijzer was, bestond spreken en luisteren als te leren vaardigheid nog niet of nauwelijks. Het is ook in dit kader, het dedain voor kennis, dat het met spelling en grammatica bergafwaarts ging. Toen ik een leerkracht sprak over de belabberde spellingresultaten was haar reactie: Maar ik vind spelling helemaal niet belangrijk. Ze leren zoveel andere dingen tegenwoordig die ik veel belangrijker vind. En een moeder, tevens vriendin, ergerde zich zo aan het feit dat haar kinderen nauwelijks spellingonderwijs kregen, dat ze maar op zoek is gegaan naar een spellingprogramma op de computer. Dat hielp. De Stichting Cognitief Talent, waarvan ik bestuurslid ben, organiseert ieder jaar een wedstrijd voor de knapste twaalfjarigen van Nederland, de Toptoets. De eerste selectie vindt plaats met behulp van een moeilijke toets. De 25 hoogst scorenden worden uitgenodigd om hun kunnen te tonen door het uitvoeren van een paar opgaven. Daarbij moeten ze teksten schrijven. Die teksten - ik heb ze zelf nagekeken - bevatten veel spellingfouten. Hebben ze die spelling op school niet geleerd? Ontbreekt het hun aan spellingdiscipline? Of hebben ze op school geleerd dat de spelling er niet zo toe doet? Aan hun intelligentie kan het niet liggen. Wat een verschil met vroeger toen ik op de lagere school zat. Je weet gewoon niet wat je ziet als je de zo geheten Toetsnaalden uit de zestiger jaren erop naslaat. Wat moesten we toen veel kennen en kunnen van woordbenoeming en zinsontleding. De weg van taalrelativisme Hoezo fout? Als iedereen hun zegt als Vakwerk december

6 onderwerp wordt het toch vanzelf goed? En: het gaat toch om communicatie? Als iedereen het begrijpt, maakt het toch niet uit hoe je het schrijft. Dit relativisme legt de bijl aan wortel van goed taalonderwijs De weg van geloof en overtuiging In een tijd dat er veel wetenschappelijke kennis voorhanden is op het terrein van bijvoorbeeld onderwijskunde en cognitieve psychologie speelt geloof en overtuiging een overheersende rol. Dit vinden wij en dit is ons uitgangspunt. Waarom? Omdat wij dat vinden. Toen ik op het Cito werkte, werd ik vaak geconfronteerd met het feit dat ik in de ogen van veel onderwijsgevenden een fout geloof had. Montessorianen mochten zelfs niet met mij praten. Mijn finest hour beleefde ik toen de voorzitter van de Montessorivereniging, een verstandige, ruimdenkende man, in vergadering verenigd met zijn rayonhoofden, na een beleefde discussie concludeerde dat spreken met mij en mijn collega s voortaan was toegestaan. De weg van een excessieve aandacht voor de eigen identiteit of religieuze, onderwijskundige dan wel pedagogische grondslag. Inmiddels zijn er meer dan twintig typen scholen. En welke de beste is? De vraag of een bepaalde grondslag voor een school leidt tot een hogere leeropbrengst voor taal wordt niet gesteld, laat staan beantwoord. De weg van veel vergaderen In ben als onderwijzer begonnen in een school waar ik nog steeds zeer goede herinneringen aan heb. In die school werd enkele keren per jaar vergaderd. Vaker kon ook niet want we moesten onderwijzen. Maar het was ook niet nodig. Ontwikkelen van een visie hoefde ook niet. We gaven gewoon onderwijs. Let wel: vergaderen slorpt kostbare tijd van velen. De weg van een frisse wind door de school Deuren en ramen open voor de maatschappij. Schools was ongeveer het ergste wat je het onderwijs kon verwijten. Maar met die frisse wind kwam er een hoop onzin de school binnen. Ja, ook de musical aan het eind van de basisschool, zei ik desgevraagd aan de interviewer van Radio Gelderland. Dat is namelijk geen basisonderwijs. Er zijn dus heel veel dwaalwegen, die voor veel verwarring hebben gezorgd. Een onderwijzer vertelde me pas dat hij een gesprek had gehad met zijn directeur. Ik zou zo graag weer eens gewoon willen lesgeven, had hij gezegd. Dan zoek je maar een andere school was de reactie geweest. Die dwaalwegen hebben ook het taalonderwijs niet onberoerd gelaten. Dat is niet effectief en niet efficiënt of in de woorden van voormalig demissionair minister Rouvoet: niet voldoende opbrengstgericht. Verbeteringen Kan het taalonderwijs beter? Ongetwijfeld, maar krijgen we dat ook daadwerkelijk voor elkaar, zodanig dat het landelijk gemiddelde omhoog gaat? Ik moet bij deze vraag denken aan een collega. Die wees er altijd terecht op dat het mogelijk is het niveau op een school of een aantal scholen op te vijzelen. Maar het landelijk gemiddelde opkrikken is geen sinecure. We moeten ons in dit verband ook realiseren dat het niveau de laatste twintig jaar niet is veranderd. Het roer moet in ieder geval om, echt om: alleen een pakket van ingrijpende maatregelen kan effect sorteren. Het invoeren van referentieniveaus is een stap in de goede richting, maar het is nog lang niet genoeg. Wat moeten we doen? Ik moet denken aan Bert van Marwijk, de trainer van het Nederlands voetbalelftal. Die had het over focussen. Ik denk dat hij daarmee bedoelt: richt je op een zorgvuldig gekozen doel of een paar doelen geformuleerd in de vorm van een te bereiken resultaat en beperk je daartoe. Laat je vooral niet afleiden door allerlei zaken die op zichzelf misschien best boeiend, leuk, waardevol of interessant zijn. Zijn doel was eenvoudig: wereldkampioen worden en niet zoiets als: 'Nederland op de kaart zetten als het land dat zo mooi kan voetballen'. Wat zouden onze doelen met het taalonderwijs moeten zijn of wat zou het resultaat moeten zijn? Alvorens daar uitspraken over te doen, wil ik een paar opmerkingen vooraf maken. 1. De doelen of gewenste resultaten moeten bereikbaar zijn binnen de beschikbare onderwijsleertijd. De onderwijsleertijd voor taal bedraagt ongeveer 300 uur per jaar. Daar moet de verspilde tijd nog van afgetrokken worden en dat is niet weinig. Formuleer dus doelen als leerresultaten die binnen die tijdsspanne te bereiken zijn en maak zo nodig keuzes. Zadel het onderwijs niet op met een onuitvoerbare opdracht. 2. Taal is niet een vak als rekenen dat je in principe op school leert. Je moedertaal, het Nederlands, leer je thuis. Ik heb het nu even niet over Nederlands als tweede taal. Als je op school komt, beheers je het Nederlands voor zover het spreken en luisteren betreft. Tijdens je schooljaren gaat de taalontwikkeling verder als resultaat van de zogeheten natuurlijke taalontwikkeling. Dit is de taalontwikkeling die niet afhankelijk is van expliciet taalonderwijs, het onderwijs dat als zodanig op het rooster staat. 3. Bij expliciet taalonderwijs gaat het vooral of bij voorkeur om schoolse leerresultaten, leerresultaten dus die onderwijsafhankelijk zijn of die je zonder de school niet of heel moeizaam leert. Prof. Dr. J.M.G. Leune, voormalig voorzitter van de onderwijsraad, hield om die reden ooit een pleidooi voor wiskunde in het voortgezet onderwijs en niet voor koken als leervak, want koken kun je ook buiten de school leren, wiskunde niet. Wat zijn nu globaal gesproken de doelen van het taalonderwijs? 1. Zonder enige twijfel is het allerbelangrijkste leren lezen, technisch lezen en begrijpend lezen. Alle kinderen moeten goed leren lezen, ook de zogeheten dyslectici. 2. Verder moeten alle kinderen leren schrijven: een handschrift ontwikkelen en gesproken tekst in tekens kunnen weergeven. Dat impliceert dus leren spellen. 3. Vervolgens moeten kinderen teksten leren schrijven, leren stellen dus, bijvoorbeeld een eenvoudige brief, een mailtje, een mededeling. 4. Ook moet de woordenschat van leerlingen stelselmatig worden uitgebreid, evenals de kennis van uitdrukkingen en gezegden. 6 Vakwerk december 2010

7 5. En ten slotte moeten leerlingen de grammatica leren. Al met al is dit een hele opgave. Maar we missen in dit betoog luisteren en spreken. Die heb ik met opzet weggelaten. Op de eerste plaats omdat je je moet beperken tot de kern, tot dat waar de school voor móet zorgen. Alleen dan kun je een bevredigend resultaat bereiken. Focussen dus. Op de tweede plaats omdat je leert luisteren en spreken via de weg van de natuurlijke taalontwikkeling, op school en buiten school. Het gaat dus min of meer vanzelf. Bovendien: alle onderwijs is taalonderwijs, zeg ik prof. A.D. de Groot na. Op de derde plaats omdat uit het PPON-onderzoek blijkt dat leerlingen van groep 8 nauwelijks beter spreken en luisteren dan leerlingen van groep 5. Kennelijk leveren de onderwijsinspanningen gedurende vier leerjaren nauwelijks enig leerresultaat op. Geen leergangen luisteren en spreken dus, niet allerlei spreek- en luisteroefeningen in taalboekjes, geen kerndoelen, geen toetsing en ook geen referentieniveaus voor luisteren en spreken. Wat dan wel? Het allerbelangrijkste is een leerkracht die de hele dag het goede voorbeeld geeft van correct en rijk taalgebruik. Dat gaat vanzelf als de leerkracht voldoende taalvaardig is. Verder dient de leerkracht corrigerend op te treden bij foute taaluitingen of slechte communicatie. Ook dat gaat vanzelf als dat een grondhouding is geworden. Het kost geen tijd en het is geen (deel)vak. Spreken en luisteren is pas een paar decennia onderdeel van het curriculum. Het is erin gekomen toen de nadruk werd gelegd op de vaardigheden: lezen, luisteren, spreken, schrijven. Daarvoor bestond het niet op school. Door het weg te laten als expliciet vakonderdeel ontstaat er meer ruimte en aandacht voor de andere onderdelen die nadrukkelijk op school moeten worden geleerd. Wat moeten we nog meer doen? Er moeten effectieve en efficiënte onderwijsstrategieën worden ontwikkeld. Hoe richten we het onderwijs in dat alle leerlingen een maximaal resultaat halen, gegeven hun mogelijkheden? Dat het veel beter kan, laat Kees Vernooy, lector aan de hogeschool Edith Stein, zien. Die heeft in korte tijd in Enschedese scholen opmerkelijke resultaten weten te behalen bij het leesonderwijs. Wat was het geheim? Op een vindingrijke wijze gebruik maken van de relevante, wetenschappelijke kennis die bijvoorbeeld in de onderwijskunde en de cognitieve psychologie is ontwikkeld over leren en onderwijzen. Daarbij zijn elementen als planmatigheid, heldere instructie, voldoende oefening en gerichte feedback van groot belang. Helaas wordt het onderwijs vaak meer gestuurd door meningen en overtuigingen dan door wetenschappelijke kennis over leren en onderwijzen. Daarom heeft de Onderwijsraad eerder een lans gebroken voor evidence based education, onderwijs waarvan de effectiviteit is aangetoond. Mijn grote voorbeeld is frater Caesarius Mommers, de leesvader van Nederland, auteur van Veilig leren lezen. Zijn grote kracht was de combinatie van een grondige kennis van het basisonderwijs uit eigen ervaring als onderwijzer met klassen van vijftig leerlingen enerzijds, en een even grondige kennis van de onderwijswetenschap anderzijds. Ik heb hem op de universiteit leren kennen als een voortreffelijk docent en onderzoeker. Hij werkte niet aan onderwijsvernieuwing maar aan onderwijsverbetering, zorgvuldig, op basis van onderzoeksresultaten en praktijkervaring. Lichtzinnig experimenteren was er bij hem niet bij. Als derde noem ik de leerkracht. Die is natuurlijk cruciaal. Behalve instructievaardigheid moet die ook een meer dan gemiddeld niveau van taalbeheersing hebben. Hoe kun je leerlingen teksten leren schrijven als je daar zelf niet voldoende toe in staat bent? Hoe kun je de spreekvaardigheid van leerlingen vergroten als je niet zelf een sprankelend voorbeeld bent? Hoe kun je de woordenschat vergroten als je niet helder uit kunt leggen wat de betekenis is van woorden? Als lid van een visitatiecommissie op de pabo werd me duidelijk dat de pabo dat niveau bij de studenten niet kan garanderen. En toch ontvangen ze hun onderwijsbevoegdheid. Inmiddels worden er hogere eisen gesteld op de pabo. Maar ik vrees dat dat niet toereikend is om een voldoende niveau te garanderen. Er zullen dus meer en betere maatregelen genomen moeten worden om ervoor te zorgen dat de nieuwe leerkrachten voor hun taak berekend zijn. En dan nog dit. Teksten schrijven kun je onderwijzen, is mijn overtuiging. Maar mij is het nooit onderwezen, noch in de basisschool, noch in het voortgezet onderwijs, de kweekschool of de universiteit. Ik heb het vooral in mijn werk moeten leren. We gaven op het Cito altijd onze geschreven teksten voor een kritische beoordeling aan enkele collega s. Daar heb ik veel van geleerd. Op de basisschool moesten we af en toe een opstel maken. Daar kwam dan een beoordeling onder te staan. Zoiets als: Leuk gedaan, jongen. Daar leer je niet van. Je kreeg zelden effectieve feedback waar je wat aan had. Ik vind het hoog tijd dat we het schrijven van teksten systematisch stap voor stap gaan onderwijzen. Ik heb in Franse schoolboekjes gezien hoe dat kan. De huidige taalmethodes, voor zover ik die bekeken heb althans, bieden daarvoor onvoldoende handvatten. Een treurige constatering! Ten slotte Ik raad iedere school aan eens te gaan opschonen. Scholen hebben het steeds drukker gekregen met allerlei activiteiten die bij nader inzien niets bijdragen aan het bereiken van de leerresultaten die we van de school mogen verwachten, met goedbedoelde onzin dus. Weg ermee. Kijk ook eens kritisch naar al die oefeningen in de taalmethode. Hoe zinvol zijn die eigenlijk? Bij twijfel, weg ermee en zo nodig vervangen door betere. Zo n opruiming werkt heilzaam. Het brengt de noodzakelijke rust, het gewenste overzicht en de menselijke maat terug. Om af te sluiten doe ik een voorspelling over de resultaten over de taalpeiling over tien jaar. Die zullen gelijk zijn aan de resultaten van de laatste peiling. Waarom? Omdat de condities voor verbetering op landelijk niveau helaas ontbreken. Niet om vrolijk van te worden dus. Maar ik eindig met goed nieuws. Iedere school die dat wil, kan de resultaten van het taalonderwijs aanzienlijk verbeteren door geen kostbare onderwijsleertijd verloren te laten gaan en door de regels van goed onderwijs consequent toe te passen. Paul van Dam Vakwerk december

8 Hoe Zwarte Piet naar de Sinterklaas kwam mijn stad binnen, rijzig op zijn witte schimmel, vergezeld van een leger strooiende pietjes. Ik heb geen kleine kinderen meer, maar ik geloof nog altijd in de sint. Dus stond ik in mijn eentje, tussen opgewonden jonge ouders, in de stromende regen naar de intocht te kijken, met kloppend hart. Een beetje sneu, ik geef het toe. Maar gunt u mij, om in de stemming te blijven, enkele sinterklaasvergelijkingen. Allereerst Zwarte Piet, de vrolijk springende knecht, die nooit stijgt in de hiërarchie van sints hofhouding, altijd allochtoon, hoe lang hij ook Spaans staatsburger is. In het taalonderwijs kennen we ook zwartepieten, en dan heb ik even niet over allochtonen. Ik heb het over de zwartepiet die gretig wordt doorgeschoven. Hij heet in die hoedanigheid spelling, interpunctie, grammatica en schrijfvaardigheid. Tegenwoordig onderwerpen universiteiten en hogescholen hun eerstejaarsstudenten aan spelling- en interpunctietoetsen, vooralsnog vrijwillig. Want de ervaring van docenten in het hoger onderwijs leert dat een groot deel van de slimme, goedgebekte, digiwijze 18-jarigen die hun instituten betreden, erbarmelijk slecht zijn in spellen en stellen. Ze, de goeden niet te na gesproken, maken bizarre fouten in de werkwoordspelling, weten niet waar je een komma of dubbele punt zet, maken geen alinea s, en kunnen hun gedachten niet helder verwoorden. Repareren van spellingsgebreken is niet zomaar in een bijspijkercursusje te leren, want een voorwaarde daartoe is dat je iets begrijpt van zinsbouw en grammatica, van onderwerp en lijdend voorwerp, van koppelwerkwoord en voltooide tijd. Hoe komt het dat onze bloem der natie, de toekomstige pijlers van de kennis- en diensteneconomie ik laat het lager en middelbaar beroepsonderwijs nog buiten beschouwing - zo slecht spelt en stelt? Dat komt door het middelbaar onderwijs!, roepen de universitaire docenten. Daar doen ze niets meer aan ontleden, 8 Vakwerk december 2010

9 taalonderwijs kelders van het onderwijs zakte spelling en interpunctie. En echt schrijven hoeven ze ook niet meer. Schrijven is werkstukjes bij elkaar googlen. Samenvatten is als een gedrilde aap volgens een vaste bolletjesmethode kernzinnen uit een tekst vissen. Spelfouten tellen nauwelijks mee bij het eindexamen. Eerlijk gezegd hebben ze wel een beetje gelijk, die docenten in het hoger onderwijs. Ja maar, ja maar, zeggen de docenten op de middelbare school, niet alleen de leraren Nederlands, maar ook die van de andere moderne en klassieke talen. Wij krijgen kinderen van de basisschool in de brugklas die nooit goed hebben leren spellen op de basisschool, dat hoefde helemaal niet, ze mochten spellen zoals ze het hoorden. Dus schrijven ze me moeder, en ik mogt. Ze schrijven zinnen zonder hoofdletters of punten. Ze hebben nooit geleerd wat een persoonsvorm is of een werkwoordstam, zelfs het woord werkwoord is onbekend. Wat moeten wij daar nu mee? Wij worden geacht literatuuronderwijs te geven, ze te leren spreken en luisteren, schrijven en lezen, logisch nadenken en argumenteren. En dat allemaal in drie uurtje per week. Basiskennis hoort thuis op de basisschool, het woord zegt het al! Ja. Ook deze docenten hebben gelijk, en nog ietsje meer gelijk dan de docenten in het hoger onderwijs. En zo zakt Zwarte Piet langzaam door de schoorsteen van het onderwijsgebouw. Want ook de leerkrachten op de basisschool verweren zich met recht en reden. Ja, hoor eens, zeggen die, wij moeten al zo veel. Afnemend burgerschap, toenemend overgewicht, de gevaren van internet, huiselijk geweld, slechte sociale vaardigheden, gebrekkig inzicht in het verkeer, alles wordt maar op ons bordje gegooid. In de ene klas spreekt driekwart van de leerlingen thuis geen Nederlands, in de andere klas heeft driekwart een stempel op zijn voorhoofd: dyslectisch, adhd, asperger, pddnos, hoogbegaafd. Allemaal moeten ze extra en doelgerichte aandacht krijgen. Ouders zijn zó veeleisend. En dan heb je nog die verwende mormels die thuis geen grenzen krijgen opgelegd en overal doorheen schreeuwen en zich geen seconde kunnen concentreren. Ga er maar aanstaan met dertig leerlingen in een klas! En ja, ook die leerkracht heeft ruimschoots gelijk. Natuurlijk. En zo verdwijnt Zwarte Piet beteuterd in de kelders van het onderwijs, en doet iedereen alsof hij zijn gekerm niet hoort. Tot hij, zoals gebruikelijk bij zwartepieten, weer opduikt. Dan staat er weer in de krant dat uit een internationaal PISA-onderzoek dat de vaardigheid in begrijpend lezen bij onze 10-jarigen is afgenomen, en dat we zakken op de wereldranglijst. Paul van Dam, jarenlang verantwoordelijk voor de taaltoetsen van het cito, vertelde ons dat de periodieke peilingen van het cito al decennialang een dalende lijn vertonen. De opbrengst van het taalonderwijs valt bij alle taalonderdelen tegen. Dat blijkt uit meer dan twintig jaar PPON-onderzoek. Het Sociaal en Cultureel Planbureau meldt dat kinderen en jongeren wéér minder zijn gaan lezen in hun vrije tijd. Het CBS komt daar overheen met een andere domper: alle goedbedoelde inspanningen ten spijt is de kloof tussen laag- en hoogopgeleiden in onze samenleving toegenomen. Nergens in de westerse wereld is die zo groot als in ons kindvriendelijke onderwijs. Dat is niet goed voor een land dat een kenniseconomie wil zijn, maar waar de overheid geen Sinterklaas speelt als het gaat om onderwijsuitgaven. Belabberde schrijf- en spelvaardigheid Terug naar de belabberde schrijf- en spelvaardigheid. Ik ben van mening spijtig als ik hiermee mensen voor het hoofd stoot dat de stevige basis hiervoor inderdaad moet worden gelegd op de basisschool. De basisschool schiet, gemiddeld genomen, op dit punt al decennia tekort. Ik ben geen basisschoolleerkracht, dus ik behoor tot de stuurlui die luid zingend aan wal de stoomboot toezwaaien, maar ik ben wel jarenlang taaldocent geweest, en ik heb van taal gebruiken mijn beroep gemaakt. Ook kom ik regelmatig op basisscholen om reportages te maken over taal- en literatuuronderwijs, en ik zie daar dat het niet goed gaat, maar ook hoe het wél kan. Ik ben getrouwd met een leraar Nederlands die elke avond zijn verhalen kwijt moet, en niet in de laatste plaats ben ik moeder van twee kinderen die beroerd taalonderwijs hebben gehad, en daarvan schade hebben ondervonden. Voor de wetenschappelijke analyse van de problemen en de professionele aanpak van de oplossingen wil ik graag specialisten het woord geven, maar ik wil, op grond van observaties, gaarne wat aanbevelingen doen. Ik denk dat we veel meer van kinderen kunnen eisen dan nu op de basisschool gebeurt. Vroeger, laten we zeggen het vroeger van voor 1968, hing er op de zogenaamde opleidingsscholen, scholen die kinderen, ook de arbeiderskinderen die je toen nog had, klaarstoomden voor de hbs, een spreuk aan de wand: t Is moeilijk, maar t moet. Die scholen, met hun verwerpelijke stamponderwijs, Vakwerk december

10 verdwenen, en dat is voor een deel maar goed ook. Ik zou mijn kind ook niet graag op een school doen waar hij de hele dag rijtjes dreunt en een tik met een liniaal krijgt als hij praat. Maar de ambitie van scholen, het beste halen uit kinderen, uit álle kinderen, ook het minder slimme of kansrijke, is verminderd. Dat is wél erg. De onderwijsraad stelde een paar jaar geleden vast dat tien tot twintig procent van de kinderen onderpresteert. Het zijn vooral kinderen aan zowel de boven- als onderkant van leerlingenpopulatie. Dat is een beschamend percentage. Sorteermachine In het vmbo en op het mbo begrijpt, zo lees ik in een onderzoek, 57 procent van leerlingen een eenvoudig tekstje niet goed genoeg om ermee te kunnen werken. 80 procent van hun docenten vindt de taalvaardigheid van hun leerlingen onvoldoende om te kunnen functioneren in de maatschappij en in hun beroep. Die leerlingen begrijpen dus ook de meeste teksten op internet niet. De nachtmerrie van minister Van Bijsterveldts, de googlende leerling, zoals ze laatst zei, is nog te optimistisch: maak één spelfout en Google vertelt je niks. Ons onderwijs is geen emancipatiemachine meer, maar een sorteermachine, die zorgt dat ook de bovenste en de onderste laatjes gevuld blijven. De toekomstige dragers van de kenniseconomie verdringen elkaar bij de gymnasia om zich te verzekeren van het allerbeste, en alleroudste leren. Als kinderen twaalf zijn, zijn de kaarten geschud, en het is heel moeilijk de gevolgen van die vroege selectie ongedaan te maken. Kinderen die vanaf de basisschool moeite hebben met taal en rekenen worden vaak te vroeg opgegeven. Zij worden op een zeker moment door de leerkracht niet meer geplaagd met lastige werkjes, en sommigen hoeven niet eens mee te doen met de Cito-toets; veel te confronterend, en ze gaan toch naar lage niveaus vmbo terwijl je ieder kind, tenzij het een geestelijke handicap heeft, op de basisschool op een aanvaardbaar niveau moet kunnen leren lezen, schrijven en rekenen. Je kunt ieder kind, is mijn ervaring, in twee middagen de werkwoordspelling uitleggen. Maar de ambitie om dat te doen, moet er wel zijn en de wil om die inspanning te leveren. De leerkracht moet ook zelf feilloos de spelling en grammatica beheersen, en helaas is dat bij de jongste lichtingen vaak niet het geval. Onderwijs op maat Ik zie op basisscholen soms een zeer 10 Vakwerk december 2010

11 deterministische manier van denken over kinderen en ik schrik daarvan. Er wordt van uitgegaan dat leerlingen van nature een bepaald niveau hebben, en op dat niveau moet dat kind worden bediend. Op maat heet dat. Onderwijs op maat is al vele jaren het devies in het onderwijs, ook de inspectie knikt goedkeurend als kinderen leren op hun eigen, veronderstelde niveau. Maar als je een kind op maat bedient, neem je hem ook de maat en loop je het gevaar hem daarop vast te pinnen. Je kunt je als leerkracht vergissen in wat een kind in huis heeft, doordat het kind bijvoorbeeld allochtone ouders heeft, of tokkie-ouders of juist twee hoogleraren als ouders. Die verwachtingen spelen mee. Dat kind heeft het thuis al zo moeilijk, laten we het alsjeblieft niet op zijn teentjes laten lopen: dus geen havo maar vmbo. Of: hij is wel niet zo slim, maar thuis krijgt hij zoveel steun: vwo dan maar. Onderwijs op maat betekent in de praktijk vaak dat zwakke basisschoolleerlingen jarenlang samen voortmodderen in hun zwakke groepje, terwijl ze bij klassikaal onderwijs wellicht waren meegetrokken naar het gemiddelde niveau in de klas. Dan hadden ze vaker nieuwe woorden gehoord, ingewikkelder zinnen dan ze zelf gebruiken; ze hoorden misschien iets over onderwerpen waarover het thuis nooit gaat. Onderwijs moet de wereld openen, groter maken, niet het kind gezellig en knus opsluiten in zijn eigen comfortzone. Kindgericht Een andere oorzaak van onderpresteren is dat de wens tot leren volgens modieuze onderwijskundige theorieën altijd uit het kind zélf moet komen. Het kind zou van nature nieuwsgierig zijn, hongerig naar kennis en nieuwe vaardigheden. Ik heb dat wonder bij mijn eigen kinderen nooit mogen aanschouwen. Ja, als het ging om voetballen, ballet of basketbal of smurfen verzamelen, dan wilden ze de beste zijn. Maar spontane honger naar breuken of werkwoordspelling flakkerde gek genoeg nooit op. Toen ik elke avond met ze aan tafel ging zitten om ze bijles te geven dan leerde ik ze maar t kofschip en liet ik ze een half uurtje per dag lezen - kregen ze er na een tijdje wel lol in, en waren ze trots op wat ze ineens konden. Spontaniteit heeft vaak een duwtje nodig. Kinderen de verantwoordelijkheid geven voor hun eigen leerproces, zoals het in het rijtje criteria van de Onderwijsinspectie nog steeds potsierlijk heet, is krankzinnig. Leraren dragen die verantwoordelijkheid, ondersteund door ouders. De mantra rekening houden met verschillen fungeert maar al te vaak als schaamlap voor matig onderwijs. Er wordt, met liefde en goede bedoelingen, te weinig van kinderen geëist. Verschillen tussen leerlingen bestaan, maar ieder kind heeft recht op de beste kansen. Het verbaast mij enorm dat dit niet volkomen vanzelfsprekend is in het Nederlandse onderwijs. Naar aanleiding van een column in de krant kreeg ik eens een mailtje van een directeur van een basisschool. Hij schreef: Onderwijssystemen die erin slagen ontwikkelingsachterstanden vroegtijdig te signaleren en weg te poetsen, zijn er niet en zullen er nooit zijn. Daarvoor zijn de verschillen tussen kinderen gelukkig te groot. Dat moeten we dus ook niet willen. Vooral de laatste zin is veelzeggend. Verschillen tussen mensen worden nog altijd beschouwd als van God en onveranderbaar. Dat duidt op weinig beroepstrots, en een matig vertrouwen in wat het eigen vak, goed onderwijs geven, vermag. Ten onrechte. Experimenten waarbij achterstanden tijdig worden opgespoord en verkleind door intensief, goed onderwijs, tonen verbluffende resultaten. Een kind heeft niet een in lood geklonken niveau, kinderenhersenen zijn uiterst flexibel. Natuurlijk zijn er grenzen, maar het niveau van de leerkracht, de kwaliteit van de lessen en de hoogte van de gekoesterde verwachtingen maken enorm veel uit. Hetzelfde kind dat op een zwakke school met een advies vmbo-t groep acht verlaat, is op een effectieve school een vwo'er. Er zijn basisscholen in Nederland, zowel witte als zwarte, zowel in steden als op het platteland, waarbij alle kinderen bij de citotoetsen, tussentijdse en eindtoetsen, zo n vijf punten boven het hun veronderstelde gemiddelde uitkomen. De verschillen tussen leerlingen blijven, maar het algehele niveau ligt stukken hoger dan op andere basisscholen met een vergelijkbare populatie. Het Mozaïek in Arnhem en de Catharinaschool in Amsterdam zijn zulke scholen. Op die laatste halfzwarte school steeg, door effectief leesonderwijs, de gemiddelde Cito-score in enkele jaren van 528 naar 539. De kansarmen konden ineens naar de havo! Tegenwoordig geeft de inspectie toe dat achterstanden niet te wijten zijn aan klassengrootte of aan de thuissituatie, maar aan beroerd onderwijs. Zo n school, daar zou je eens met een paboklas naar toe moeten gaan. Wat doet die school precies goed? Wat laten ze na? De successcholen hebben wel enkele dingen gemeen: er heerst rust, er wordt veel aandacht besteed aan rekenen en taal, maar ook aan geschiedenis en aardrijkskunde. Er wordt veel gelezen en voorgelezen, er is een schoolbibliotheek, maar leesmoeders zijn Vakwerk december

12 weggedaan. Leesmoeders helpen niet. Er wordt weinig lestijd verspild aan allerhande projecten en kringgesprekken. Er wordt regelmatig getoetst. Maar vooral: men koestert er hoge verwachtingen van kinderen, vindt niemand zielig of dom, en legt de lat nét ietsje hoger dan gemiddeld. Hoge verwachtingen leiden steevast tot hoge uitkomsten, en lage verwachten werken als een self fulfilling prophecy. Daar is ondertussen veel onderzoek naar gedaan, onder anderen door Paul Jungbluth, maar zijn bevindingen horen helaas op geen enkele pabo tot de verplichte leerstof. Toetsen Toetsen, dat werkt ook eerder in het voordeel van de leerling dan in het nadeel. Een toets is blanco, en heeft geen vooroordeel over je achtergrond, je cultuur en je intelligentie. Zo n toets kan de verwachtingen van de leerkracht ondersteunen of bijstellen. Het is wel een paardenmiddel, die Citotoets, vind ik. Ik snap wel waarom ouders en veel kinderen bloednerveus worden van die toets. Het is een valbijl. Op veel scholen is het de eerste keer, of de tweede, na de entreetoets, dat kinderen serieus worden getoetst. En er hangt ongelooflijk veel vanaf; de uitslag is in hoge mate bepalend voor de toekomst van een kind. Elk jaar hoor je weer dezelfde commentaren: dat die Cito-toets niet helemaal deugt. Hij wordt oneigenlijk gebruikt door de Inspectie. En: het is toch maar een momentopname? Ik geloof er niets van. Met die toets is niets mis. Maar hij legt wel genadeloos de tegenstrijdige ambities van veel ouders bloot. Kinderen moeten het vooral heel leuk en gezellig hebben, en liefst niets tegen hun zin doen. Maar ze moeten wel overal goed in zijn: in sport, muziek en op school. Tot ze 11 jaar zijn, mag van hun schatjes weinig worden geëist. Ouders kiezen vaak een school die warm en gezellig is, waar bijvoorbeeld veel aan toneel wordt gedaan. Veel ouders gruwen van prestatiegerichte scholen. Ze willen niet dat de zweep erover gaat, ze kiezen voor een school die hun gezellig en kindvriendelijk lijkt. Als ze maar gelukkig zijn! Maar als in groep-8 een keihard oordeel klinkt, schrikken diezelfde ouders zich dood. Wat, krijgt ons kind géén havo-vwo-advies? Spookbeelden van scholen in nare wijken doemen op. Verkeerde vriendjes, wapendetectoren bij de schooldeur. Hoogopgeleide ouders vinden vaak dat ze zoveel hebben moeten opgeven voor hun kroost vrijheid, carrièrekansen, inkomen dat die een of twee exemplaren wel heel goed moeten lukken. Achterblijvende leerprestaties of gebrek aan zichtbare talenten zijn dan een lelijke domper. Dat moet dan haast wel aan de school liggen en anders is er wel een reparabel defect. Meestal lukt het die ouders hun met etiketten beplakte kind op een havo-vwo te krijgen en te houden. Het is goed voorstelbaar dat leerkrachten hoorndol worden van klassen met dertig heel bijzondere schepseltjes. Ook begrijpelijk dat sommigen zelf gretig suggereren het kind te laten testen op een afwijking; aan hun inspanningen ligt het dan in elk geval niet. Testbureaus beleven gouden tijden. Maar bij de Cito-toets worden ook zíj, de ouders, beoordeeld op hun opvoeding, hun status, hun intelligentie. Zij deden toch zelf óók gymnasium? Of ze hadden gehoopt dat er nu eens eentje in de familie meer dan mavo zou halen. Maak je niet zenuwachtig lieverd, zeggen ze drie keer per dag, wekenlang. Gewoon goed nadenken! Die kinderen weten: het is nu erop of eronder. De Cito-toets is geen momentopname. Dat zou betekenen dat als je vier van die toetsen maakt, er vier keer een ander advies uitrolt, wat niet waar is. De uitslag komt meestal 12 Vakwerk december 2010

13 overeen met het advies van de leerkrachten. Maar soms kan het leerkrachten die geen hoge pet op hebben van een kind in het ongelijk stellen. Verborgen talent ontdekken, heette dat vroeger. Je hoort er zelden meer over. En dat de Inspectie met die toets een extra instrument heeft om ingedutte scholen, die niet alles uit hun leerlingen halen, een stimulerende schop onder de kont te geven, is mooi meegenomen. Onderwijs is veel meer dan kennis overdragen en toetsen, hoe belangrijk dat ook is. School zou kinderen moeten bemoedigen en stimuleren en enthousiasmeren. Laatst bezocht ik voor een reportage voor de krant een vestiging van de IMC Weekendschool. Groepen kinderen tussen 10 en 14 jaar zaten er op hun vrije zondagmiddag wiskundevraagstukken op te lossen met zelfgebouwde kubussen, en ze schreven prachtige gedichten onder leiding van een dichter. Ongelooflijk! Op school waren ze, zeiden ze, slecht in taal en wiskunde en ze vonden die vakken stom. Maar hier vonden ze het geweldig. Hier werd er in hen geloofd. En de docenten waren niet bang om veel te eisen, om de leerlingen met kennis, met moeilijke dingen lastig te vallen. De docenten op de Weekendschool overschatten de leerlingen en daar worden ze gelukkiger van. Ze bloeien op omdat er in hen wordt geloofd. Veel van die leerlingen van de Weekendschool stapelen uiteindelijk opleidingen, en komen toch op de havo en in het hbo terecht om hun dromen waar te maken. Niemand vertelde hen dat zoiets voor hen niet is weggelegd, dat ze het te hoog in de bol hadden. Ze krijgen veel individuele aandacht, en er is veel interactie en discussie in de groep. Niemand schreeuwde, niemand zat te klieren of te pesten. Maar urenlang zwijgend zelfstandig werken achter de computer is er niet bij. Bij alle vakken oefenen deze kinderen hun Nederlands. Daar, op de IMC-Weekendschool, zouden de pabo klassen ook eens een kijkje kunnen nemen, ter inspiratie. Schoolkeuze Als ik nu een school zou moeten kiezen voor mijn kinderen zou ik het wél weten, anders dan toen ik moest kiezen en verkeerd koos. Ik zou een school kiezen, niet per se een witte, met een behoorlijk leerlingvolgsysteem, een school die boven de op grond van de populatie verwachte cito-score zit. Ik zou een school kiezen waar het rustig is en schoon, waar kinderen niet schreeuwend en joelend onder schooltijd door de gangen lopen. Maar ik zou ook willen weten of er wordt gezongen in de klas, want liedjes zingen, met rijm, ritme, oude woorden en onzinwoorden, is muzikale ontwikkeling én ook taalontwikkeling. Ik zou een school kiezen waar geen afkeer heerst van computers, maar waar men er evenmin een heilig ontzag heeft voor de digitale wonderkinderen van nu, de generatie Einstein. Want dat valt erg tegen. Kinderen worden op school het web opgestuurd zonder dat ze geleerd hebben wat ze daar tegen kunnen komen. Internet kan een grote bron van informatie én vermaak zijn en een nuttig hulpmiddel in het onderwijs, maar het is ook een vuilnisvat, een dumpplek voor rabiate meningen en een markplaats voor verongelijkte schreeuwers. Kinderen wegwijs maken in dat medium, goed leren zoeken, bronnen leren beoordelen, zou een belangrijk schoolvak moeten zijn. De nieuwe media hebben het gedrag van kinderen niet wezenlijk veranderd. Waarin verschilt eindeloos vechtspelletjes doen van het lezen van gewelddadige strips? Hoe anders is huiswerk maken, terwijl je op facebook zit, mobiel belt, een filmpje op youtube bekijkt en muziek downloadt, dan leren met een plaat op de pick-up, één oog gericht op de tv, onderwijl urenlang bellend met een vriendin wat ik deed? Mijn enorm multimediale kinderen zijn niet hongeriger naar nieuws en informatie dan ik was. Ze klikken steevast dezelfde sites aan, zoals ik altijd van de bibliotheek thuiskwamen met dezelfde meisjesboeken waarin ze elkaar op het eind kregen. De media zijn veranderd, maar wat kinderen ermee doen niet: oeverloos kakelen, kongsi s vormen, vriendschappen smeden en breken. Ik zou ook willen weten wat de school aan literatuur doet, welke kinderboeken er staan in de bibliotheek. Hoe vaak er wordt voorgelezen en of er wel eens een schrijver langskomt Nu ieder kind drie muisklikken is verwijderd van alles wat hij over seks, drugs en BN ers wil weten, is het moeilijker geworden hen warm te krijgen voor papier met een kaftje erom. Toch moet dat. Verhalen lezen en luisteren is een van de weinige manieren om inlevingsvermogen en verbeeldingskracht te ontwikkelen, om meer dan één leven te leven. Liefde, verraad, bedrog, jaloezie, wraak ; je hoeft het zelf niet allemaal mee te maken om te weten hoe het voelt, je kunt erover lezen. Lezen, kinderliteratuur - daar begin ik weer zou het belangrijkste vak moeten zijn op de pabo. Het gekke is dat bij de onderwijskundige vernieuwing van de laatste jaren niet alleen het belang van kennis is afgenomen, maar ook de tijd besteed aan creatieve vakken. Zo n school, waar je wat opsteekt, waar je gezien wordt, waar je talenten worden ontdekt, bestaat. Een school waar veel van je verwacht wordt, maar waar je ook veel krijgt. Zo n school waarover je dertig jaar later aan je kinderen vertelt. Je moet er alleen wel in geloven, in zo n school; net als in Sinterklaas. Aleid Truijens Vakwerk december

14 In zijn artikel Examineer rekenen en lassen, maar geen competenties als luisteren of zelfkritiek van 6 februari jl. in NRC-Handelsblad schetst onze voorzitter Ad Verbrugge in grote lijnen een aantal maatregelen dat moet worden genomen om de kwaliteit van het onderwijs voor de komende generatie veilig te stellen. Beter onderwijs: niet goed genoeg 14 Vakwerk december 2010

15 taalonderwijs De voorgestelde maatregelen bewegen zich echter enkel en alleen op systeemniveau; ze hebben betrekking op het elimineren van mistoestanden die de afgelopen decennia in onderwijsland zijn ontstaan. Hij noemt bijvoorbeeld de schaalvergroting, de daarmee samenhangende verregaande autonomie van schoolbesturen en het gebrek aan kwaliteit van basisschool tot hoger beroepsonderwijs. In de analyse mis ik echter de vraag welke maatregelen op mesoen microniveau moeten worden genomen om de ambitie: qua onderwijs te willen behoren tot de top vijf van de geïndustrialiseerde landen waar te kunnen maken. Feitelijke onderwijsverbetering vindt immers niet plaats op macroniveau, maar op de werkvloer: binnen scholen en klassen. De door onze vereniging voorgestelde maatregelen zijn daarom randvoorwaardelijk van aard. Daarnaast kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat BON restauratie van het klassikale systeem nastreeft, met alle nadelen die aan dit systeem kleven. Ik ben ervan overtuigd dat de voorgestelde maatregelen niet voldoende zijn om de kwaliteit van het onderwijs voor de komende generatie veilig te stellen. Ik zal hieronder in grote lijnen aangeven wat er daarvoor nog méér moet gebeuren. Differentiëring van het onderwijsaanbod Het huidige onderwijsaanbod is voornamelijk klassikaal van aard. De onderwijspraktijk ziet er daardoor in grote lijnen als volgt uit: een leraar die voor de klas staat, probeert alle leerlingen op een uniforme wijze dezelfde hoeveelheid leerstof bij te brengen, om daarmee binnen de groep dezelfde leervorderingen te bereiken. Elke leraar weet echter dat leerprocessen verschillend verlopen. De ene leerling/student heeft meer tijd nodig dan de andere, weer een andere heeft een afwijkende stijl van leren, interesses en andere capaciteiten. Daarom is het vaak moeilijk vooraf aan te geven hoeveel tijd een leerling/student nodig heeft om leerinhouden conform de geldende standaards te verwerken, met als gevolg dat zowel de beteren als de zwakkeren tekortkomen. Dat leerlingen verschillend leren, blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de cognitieve psychologie. We weten nu dat de hersenontwikkeling tot het tweede levensjaar voor iedereen hetzelfde is. In de jaren daarna gaat de omgeving een steeds belangrijkere rol spelen. Tussen het vierde en het veertiende levensjaar worden de verschillen groter en wordt de bandbreedte waarbinnen leerprocessen mogelijk zijn, vooral bepaald door de ontwikkeling van onderdelen waaruit de hersenen zijn opgebouwd en waarin specifieke cognitieve processen zijn gelokaliseerd. Strak klassikaal onderwijs kan onmogelijk rekening houden met deze individuele verschillen, is afgestemd op de gemiddelde leerling en kan daarom niet anders worden gekwalificeerd dan middelmatig ; de hierboven verwoorde ambitie kan nooit waar worden gemaakt. Wat nodig is, is een gedifferentieerd onderwijsaanbod, dat enerzijds uitgaat van helder geformuleerde einddoelen en anderzijds van de ondersteuningsbehoefte van de leerling/ student. Het is duidelijk dat een dergelijk aanbod consequenties heeft voor zowel toetsing als examinering, omdat niet alle leerlingen voor alle inhouden per se hetzelfde eindniveau halen. Een gedifferentieerd onderwijsaanbod, dat recht doet aan de verschillen tussen leerlingen/studenten, vraagt om flexibilisering van het gehele onderwijsstelsel en daarmee een wijziging van de bekostigingssystematiek. Professionalisering van de leraar Onderwijsverbetering moet worden ontwikkeld op schoolniveau en gerealiseerd in de klas. De vraag is nu: wat moet de leraar in zijn mars hebben om kwalitatief hoogstaand onderwijs te kunnen geven? Daar komt nog bij dat we te maken hebben met een sterk veranderde leerlingenpopulatie, waardoor specifieke persoonlijkheidseisen aan leraren worden gesteld. Het in handen nemen en houden van de onderwijsteugels bij de huidige generatie leerlingen/studenten is geen sinecure en vraagt een hoge mate van professionaliteit. Een meester in het vak beheerst het vak waarin hij lesgeeft tot in de toppen van zijn vingers. Iedereen weet dat je niet kunt lesgeven als je net één hoofdstuk verder bent dan je leerlingen. Je kunt dan onvoldoende afstand nemen van de stof en bent niet in staat te doorzien waarom iemand moeite heeft met een bepaald onderdeel. Het feit dat er momenteel een groot aantal leraren onbevoegd lesgeeft, is dan ook dramatisch voor de kwaliteit van het onderwijs. Een professioneel docent beheerst behalve de leerinhouden ook de voor de uitvoering van het onderwijs ondersteunende disciplines. Vakdidactiek is van belang, omdat daaruit de meerwaarde blijkt die leerinhouden kunnen hebben. Door de integratie van inhoudelijke en vakdidactische kennis zijn docenten in Vakwerk december

16 staat bij leerlingen interesse op te wekken, waardoor intrinsieke motivatie om te leren ontstaat. Terwijl leerlingen met leerinhouden aan de slag gaan, is de docent ook degene die het leerproces van de leerling begeleidt. Hiervoor is nodig dat hij beschikt over onderwijspsychologische kennis, waardoor hij in staat is te bepalen in welke fase van het leerproces de leerling zich bevindt en waardoor mogelijke stagnaties worden veroorzaakt. Op basis van dit inzicht is hij in staat adequate begeleiding te geven en zo de leerling over drempels te helpen. Ontwikkelingspsychologische inzichten zijn belangrijk om specifieke verschijnselen, kenmerkend voor een bepaalde ontwikkelingsfase, beter te kunnen begrijpen en er daardoor beter mee om te kunnen gaan. Het onderwijsaanbod vindt plaats aan een groep leerlingen/studenten. Inzicht in groepsprocessen en groepsdynamica is van belang om te kunnen zien wat er zoal in de groep gebeurt en het maakt het mogelijk dat de leraar adequaat sturing geeft aan deze processen. Omdat het gesprek één van de belangrijkste didactische middelen is, moeten leraren ook meesters in communicatie zijn. Het is duidelijk dat je dat niet van een beginnend docent kunt verwachten. Een dergelijk niveau van professionaliteit is het resultaat van permanente deskundigheidsbevordering, zoals wordt bepleit in het rapport Leerkracht van de Commissie Leraren onder voorzitterschap van Rinnooy Kan. Professionaliseren is méér dan het af en toe volgen van een cursus of training. Cultuuromslag Groei en ontwikkeling van leerlingen/studenten, leraren en hun leidinggevenden vraagt om een groei cultuur. Een dergelijke cultuur is kenmerkend voor een lerende organisatie. Het concept lerende organisatie is eind jaren 70 komen overwaaien vanuit de Verenigde Staten. Organisatiedeskundigen ontdekten dat succesvolle organisaties op een bepaalde manier met problemen omgingen. Problemen werden niet ontkend of gebagatelliseerd, maar geanalyseerd om zicht te krijgen op de onderliggende oorzaken. Vervolgens werd nagegaan wat men als organisatie hiervan kon leren. Leren van fouten is het adagio in een lerende organisatie. Lerende organisatie In de jaren 90 is het concept Lerende Organisatie door veel onderwijsinstellingen overgenomen. Deze pretentie wordt echter nauwelijks waargemaakt, wat blijkt uit de wijze waarop met mislukkingen wordt omgegaan. Een mooi voorbeeld hiervan is de huidige discussie over het rekenonderwijs op de basisschool. Er wordt gediscussieerd tot in de landelijke pers vanuit ideologisch getinte concepten en gevestigde belangen, terwijl uit evaluaties van de begeleiding van leerlingen op schoolniveau al lang had moeten blijken of en zo ja onder welke condities realistisch rekenen geschikt is. De invoering van het nieuwe leren laat hetzelfde beeld zien. Ook hier wordt vanuit ideologisch getinte concepten onderwijsinnovatie doorgevoerd, zonder dat er zorgvuldig wordt gekeken naar de effecten ervan bij de leerlingen/studenten. Men houdt eenvoudigweg vast aan het gekozen model, luistert niet naar de argumenten van tegenstanderslaat staan dat men ze onderzoekt op hun mogelijke validiteit en een kritische analyse van het implementatieproces blijft achterwege. Ik heb de indruk dat onderwijsinstellingen eerder de neiging hebben fouten te ontkennen dan ervan te leren Onderwijsinstellingen die bewe- 16 Vakwerk december 2010

17 ren dat ze een lerende organisatie zijn, belazeren daarom de kluit. Hun beweringen behoren tot de espoused theory (datgene wat beweerd wordt) en niet tot de theory in use (datgene wat gedaan wordt). Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze uitspraken voornamelijk worden gedaan door managers van grote onderwijsinstellingen die hoog in de hiërarchie zitten en daarom profilering van hun onderwijsinstelling als belangrijke opdracht zien. De markt moet immers worden veroverd. Een adequate aanpak van de problemen waarmee het huidige onderwijs worstelt, vraagt om een cultuuromslag: naar buitengerichtheid, gerichtheid op groei en ontwikkeling en de bereidheid van fouten te leren, zijn onontbeerlijk. Hoe komt een dergelijke cultuurverandering van de grond? Vanuit de organisatiekunde is bekend, dat organisatiecultuur en managementstijl nauw aan elkaar gerelateerd zijn. Daarom ben ik ervan overtuigd dat de directeur van de school en zijn stijl van leidinggeven een cruciale rol spelen bij het veranderen van de organisatiecultuur. Hij moet daarom het innovatie- of verbeteringsproces initiëren en monitoren en mag dit niet overlaten aan een staffunctionaris. Hij is de architect van een lerende organisatie. Onderwijskundig leiderschap Onderwijsverbetering vraagt onderwijskundig leiderschap. Dat blijkt op scholen waar verbeteringen en vernieuwingen daadwerkelijk van de grond komen. Deze scholen worden geleid door een directeur die van meet af aan een duidelijke visie heeft op de richting waarin de school zich moet ontwikkelen Daarbij spelen de mogelijkheden die in de school aanwezig zijn, in termen van competenties van de zittende leraren, een doorslaggevende rol. Onderwijskundige leiders hebben kennelijk een haarfijn gevoel voor de zone van de naaste ontwikkeling van hun team. Daarom bieden ze voldoende ruimte voor de leraren om de vernieuwing mede gestalte te geven en stimuleren zij de professionalisering die nodig is om het vernieuwde onderwijs te kunnen realiseren. Enthousiasmeren en stimuleren, maar ook resultaatgerichtheid, kenmerken het gedrag van de onderwijskundige leider waarbij steeds een evenwicht wordt gezocht tussen (conceptuele) wenselijkheid en praktische haalbaarheid. Onderwijsverbetering is iets van de lange adem en houdt eigenlijk nooit op. Het wordt daarom na verloop van tijd een aspect van kwaliteitszorg en krijgt een continu karakter in plaats van eenmalig, groots en ingrijpend te zijn. De zorg voor en het onderhoud van een dergelijk kwaliteitssysteem valt ook onder de directe verantwoordelijkheid van de directeur. Kwaliteitsbeoordeling Directeur en team zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Het is niet gemakkelijk de kwaliteit van het onderwijs te bepalen. Evenals Verbrugge ben ik niet gelukkig met de huidige kwaliteitsbewaking binnen het mbo en het hbo. Deze is eenzijdig naar binnen gericht; Verbrugge spreekt van zelfreferentieel. Ik ben voorstander van een zogenaamde horizontale verantwoording, zoals ook door de commissie Dijsselbloem wordt geadviseerd. De onderwijsinstelling legt dan verantwoording af met betrekking tot het geëffectueerde onderwijs en de resultaten ervan aan de stakeholders, waarvan representanten verenigd zijn in bijvoorbeeld een Commissie van Toezicht. De samenstelling van deze commissie varieert voor de verschillende vormen van onderwijs. Voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs zijn dat bijvoorbeeld de ouders, de toeleverende en de ontvangende scholen, leerlingen, schoolmaatschappelijk werk enzovoort. Voor het beroepsonderwijs komen daar nog de vertegenwoordigers vanuit de beroepspraktijk bij. Ik denk wat dat betreft niet aan landelijk georganiseerde koepels, maar aan lokale representanten. Dat zijn bijvoorbeeld voor een ROC-afdeling die automonteurs opleidt, de werkplaatschefs van enkele garages uit de regio. Er moeten indicatoren worden vastgesteld aan de hand waarvan de kwaliteitsbewaking plaatsvindt. Dat is geen sinecure. Het resultaat van het onderwijs is het leer- en ontwikkelingsproces van de leerlingen/studenten. Dat wordt echter niet bepaald door de kwaliteit van onderwijsaanbod alléén. Daarom moeten alle relevante factoren zo goed als mogelijk worden meegewogen. Voor een basisschool zouden bijvoorbeeld de volgende drie indicatoren kunnen gelden: de resultaten op basis van de eindscore van de Cito-toets en een intelligentietest afgezet tegen de sociaal-culturele achtergrond van de leerling, de positie van de leerling aan het begin van het derde jaar van het voortgezet onderwijs afgezet tegen het schooladvies in groept acht en het welbevinden van de leerling. Er moet een wettelijk kader komen voor dit systeem van kwaliteitscontrole; het is de taak van de inspectie toe te zien op de functionaliteit ervan. Op die manier houdt de overheid de vinger aan de pols. Haar kerntaak is immers: het zeker stellen van de kwaliteit van het onderwijs. Niet de geïntendeerde kwaliteit, maar de gerealiseerde kwaliteit. Pas dan hebben we kans op een plaats in de top vijf. Theo Lamers is onderwijskundige, onderwijspsycholoog en master in management of learning and development. Hij is tevens auteur van het boek Roeien met één riem. Onderwijsinnovatie: de ideologie voorbij. Drs. Theo Lamers MLD Vakwerk december

18 Verhalen van de sprekers op de taalconferentie van BON op zaterdag 20 november "De klas van meester Max" Blog van de onderwijsgek, een forumbijdrage Hij geeft al flink wat jaren les op de basisschool en leert met veel geduld alle kinderen lezen, spellen en rekenen: meester Max. Veel van de van buitenaf opgelegde onzin heeft hij buiten zijn klas weten te houden of zodanig weten te vertalen dat de onderwijskwaliteit er niet door wordt aangetast. Altijd heeft hij vastgehouden aan het basisrecept dat goed werkt: instructie geven, samen inoefenen, en voldoende tijd om het verder eigen te maken om het tot slot te kunnen toepassen in de praktijk. Hij is niet ouderwets, maar juist goed op de hoogte van actuele ontwikkelingen en onderzoek over onderwijs. Hij leest de vakbladen, onderzoeken en bezoekt conferenties. De resultaten van het onderwijs dat hij geeft, zijn al jaren zeer goed: weinig uitvallers en veel kinderen met hoge scores. Ouders zijn tevreden en willen hun kind het liefst bij hem in de klas. 18 Vakwerk december 2010

19 Meester Max is goed op de hoogte van de leerlijnen van zijn groep. Zo weet hij precies wat de kinderen moeten kennen en kunnen aan het eind van het schooljaar. Er worden geen stapjes overgeslagen. Hij werkt precies en nauwgezet, want hij weet dat je in het onderwijs geen stappen kan overslaan zonder dat hier een prijs voor wordt betaald. Een brug met een gat laat mensen in de rivier vallen. Ook van zijn leerlingen vraagt hij nauwkeurigheid en concentratie. Hierdoor kunnen de kinderen langere tijd zelfstandig werken, zich focussen. En dat is ook nodig, want de lat ligt hoog in zijn klas. Er is een groepsdoel dat alle kinderen moeten halen. Als bepaalde kinderen dat doel niet dreigen te halen, dan realiseert hij extra leertijd voor deze kinderen. Dit kan oplopen tot meer dan een uur per week. Dit doet hij door na de klassikale uitleg een verlegde instructie aan deze kinderen te geven: eenvoudigweg langer samen oefenen met hen. Bij de klassikale uitleg doen alle kinderen mee: de sterke en zwakke. We zijn een groep en leren doen we samen. We kunnen leren van elkaar: de goede voorbeelden van de sterke leerlingen zijn essentieel voor de zwakke. Ook betrekt hij de ouders bij het proces: thuis dagelijks na het avondeten 10 minuten extra oefenen levert ook weer ruim een uur oefentijd op. Focussen vindt hij belangrijk en omdat hij voetbalfan is, haalt hij graag Bert van Marwijk aan. Het doel is om wereldkampioen te worden en dus niet om met zo mooi mogelijk voetbal Nederland op de kaart te zetten. Doelgerichtheid, hiervoor hard werken en een groepsgevoel kweken. Focussen! Op de kast staat een vissenkom met daarin twee goudvissen. Elke vrijdag maakt hij samen met twee leerlingen het filter schoon. Op de vensterbank staan veel planten die er allemaal gezond uitzien. De weekhulpen geven de planten wekelijks water en in de grote vakantie krijgt ieder kind een plant mee naar huis. Verdorde planten staan er niet tussen: dat is een verkeerd signaal naar kinderen. Goed voorbeeld doet goed volgen. Verantwoordelijkheid, zorg en aandacht zijn belangrijk voor een goede houding en daarmee een beter resultaat. In de kasten liggen de schriften en werkboeken keurig op een stapel. Twee kastenbazen zorgen dat alles netjes blijft. Als er een invaller voor de klas staat en iets niet weet te vinden, dan springen niet alle kinderen van hun plaats om te helpen. Nee, er is een hulpkind dat rustig vertelt waar de invaller de spullen kan vinden. De klas is een plek waar we samen werken en leven. Daar voelen we ons met elkaar verantwoordelijk voor. We helpen elkaar, dragen zorg voor de omgeving en spreken elkaar aan op dingen die niet zo horen. Als je vanaf de gang de klas inkijkt tijdens een les, dan is iedereen rustig aan het werk. Sommige kinderen overleggen zachtjes of krijgen extra uitleg van meester Max aan de instructietafel. Structuur, voorspelbaarheid, aandacht voor elkaar en voor het werk. Meester Max voelt zich verantwoordelijk voor de kinderen in zijn klas. Al het andere is daaraan ondergeschikt. Hij levert kwaliteit in een veilige leeromgeving. Hiervoor heeft hij van tevoren vastgesteld wat de prioriteiten zijn: voorbereiden, corrigeren, vakliteratuur bijhouden en veelvuldig contact met ouders. Toen hij burgerschapskunde en techniek moest gaan geven, vroeg hij aan de directie wat er daarvoor moest wijken van het rooster. Toen zij het antwoord hierop schuldig moesten blijven, kon hij toch genoeg leertijd blijven realiseren voor de zaken waar het echt om gaat. Hij wil niet meer doen in mínder tijd, maar juist minder in méér tijd: geen kwantiteit maar kwaliteit. Techniek en burgerschapskunde kan je ook buiten de school leren, maar er bestaan geen clubs waar je kan leren rekenen, lezen of spellen. Dat moet de school dus aanbieden. Meester Max laat zich niet verblinden door de edubabbelaars of door mensen die het onderwijs gebruiken voor hun eigen commerciële belangen, boodschap of idealisme. Hij is op weg met een doel: zijn kinderen optimaal voorbereiden op de maatschappij van morgen. Een maatschappij waarin je goed moet kunnen lezen en waarin je taalonderwijs moet weten welke informatie betrouwbaar is en welke niet. Hij oefent zinsontleding en woord benoemen, wat de kinderen behoorlijk moeilijk vinden. Maar als kinderen niet leren om de complexiteit van taal en grammatica te doorgronden, zullen zij zeker niet in staat zijn om de moderne maatschappij te begrijpen. Soms lijken oplossingen namelijk eenvoudig, maar is het juist nodig om de onderliggende oorzaak van dingen te kunnen zien en aanpakken. Doorzettingsvermogen om iets echt te begrijpen. Denken in systemen wordt gestimuleerd en geoefend door zinnen te ontleden op school. De beste banen gaan bovendien naar mensen die zich goed kunnen presenteren en uitdrukken, naar mensen die meer te bieden hebben dan een oppervlakkige kijk op de wereld. Enkelvoudige zinnen met spelfouten leiden niet naar een succesvolle deelname aan de maatschappij, weet meester Max. s Middags kruipt hij achter zijn piano en zingt samen met de kinderen liedjes: ze kennen er meer dan honderd. Een moment van ontspanning, maar ook van groepsvorming en cultuuroverdracht. Je kunt niet weten wie je bent, als je niet weet waar je vandaan komt. Een eigen cultuurbasis geeft de zekerheid die nodig is om andere inzichten en culturen te durven verkennen. Je kunt de ander pas begrijpen als je weet wie je zelf bent. Ieder verloren moment wordt gevuld met het voorlezen van verhalen, sprookjes, gedichten, eigen opstellen en nieuwsberichten. Kinderen maken hierdoor kennis met de wereld om zich heen, de maatschappij, omgangsvormen, kunst en geschiedenis. De verbeelding van kinderen wordt gestimuleerd, ze zien het verhaal voor zich. Het wordt niet voortdurend kant en klaar gevisualiseerd. Creativiteit en verbeeldingskracht zijn namelijk zeer belangrijk in de maatschappij van de toekomst. Niet dat hij het digibord nooit gebruikt: soms biedt hij ook een digitaal prentenboek aan of kijkt het Jeugdjournaal met de klas. Volgend jaar gaat meester Max met pensioen. Ik heb helaas nog geen nieuwe meester Max gezien. Hier ligt een schitterende uitdaging voor onze pabo s. Vakwerk december

20 20 Vakwerk december 2010

21 Elk kind een lezer! taalonderwijs Een goede leesvaardigheid is van cruciaal belang voor de schoolloopbaan en het toekomstig maatschappelijk functioneren van de leerlingen. Bovendien heeft een samenleving die kenniseconomie wil zijn, belang bij een goede leesvaardigheid. Een goede leesvaardigheid maakt namelijk levenslang leren mogelijk. Een eerste verantwoordelijkheid van elke school is ervoor te zorgen dat elk kind na groep 8 met een goede leesvaardigheid het primair onderwijs verlaat. De laatste jaren is duidelijk geworden dat het Nederlandse leesonderwijs een aantal knelpunten kent en zelfs afnemende resultaten laat zien. Wat zijn die knelpunten en hoe moeten we die verklaren? Belangrijker is echter wat we concreet aan die knelpunten kunnen doen in het perspectief van: zijn betere leesresultaten mogelijk? In dit artikel zal aan genoemde vragen aandacht worden besteed. Er zijn diverse redenen aan te geven waarom het van belang is dat kinderen goed leren lezen: Lezen vormt de basis voor schoolsucces. Bij 80% van het curriculum in de basisschool is leesvaardigheid een vereiste. Kinderen die problemen hebben met lezen, hebben dikwijls ook problemen bij rekenen/wiskunde en het onderwijs in de kennisgebieden. Kinderen die goed lezen, leren meer. En meer lezen leidt tot toename van woordenschat en meer kennis van de wereld wat beter begrijpend lezen tot gevolg heeft. We weten ook dat kinderen die veel lezen beter begrijpende lezers zijn. Kunnen lezen heeft positieve effecten op het sociaal-emotioneel functioneren: het geeft kinderen zelfvertrouwen! Diverse onderzoeken laten zien, dat een slechte leesvaardigheid dikwijls met gedragsproblemen gepaard gaat. Aan de andere kant zien we dat een betere leesvaardigheid dikwijls weer leidt tot een afname van gedragsproblemen. Leesvaardigheid heeft een positief effect op de latere maatschappelijke positie. In veel banen is een goede leesvaardigheid een vereiste. Een kenmerk van hoger opgeleide mensen is dat ze niet alleen beter betaald worden maar meestal ook over een goede leesvaardigheid beschikken en dikwijls functies vervullen waarbij lezen een belangrijke plaats inneemt. Verder - en dat wordt dikwijls vergeten - bepaalt de leesvaardigheid van leerlingen in belangrijke mate de kwaliteit van de school. Een school met een laag leesniveau is dikwijls een zwakke school omdat de resultaten niet alleen bij lezen, maar ook bij andere vakken achterblijven. Leren alle kinderen goed lezen? Goed leren lezen is geen vanzelfsprekendheid in het Nederlandse onderwijs. Niet elke leerling verlaat met een goede leesvaardigheid het onderwijs. Diverse onderzoeken, waaronder van de Inspectie van het onderwijs, laten zien dat het Nederlandse onderwijs verschillende knelpunten kent, zoals: Veel moeizaam lezende kinderen in groep 3 worden in de loop van de basisschool geen betere lezer; het gaat om ongeveer 15% van de leerlingen. In groep 4 neemt het aantal zwakke lezers toe naar 25%. Tienjarigen lezen nu minder goed dan in % van de kinderen verlaat met een groep 6 niveau voor technisch lezen na groep 8 de basisschool; deze kinderen hebben meestal daardoor grote problemen met begrijpend lessen. Het Cito (Heesters e.a. 1997) signaleert voor het eerst in PPON-onderzoek afnemende prestaties op het gebied van begrijpend lezen op het einde van de basisschool. 73% van de kinderen in het SBO (speciaalbasisonderwijs) is een zwakke lezer en komt niet verder dan een groep 5-niveau d.w.z. dat deze kinderen een verhoogd risico lopen om later als functioneel analfabeet in de maatschappij terecht te komen. 15% van de huidige vijftienjarigen kan onvoldoende lezen en moet als functioneel analfabeet worden beschouwd. 85% van de drop outs kan niet (goed) lezen blijkt uit Angelsaksisch onderzoek; in Nederland is geen onderzoek gedaan naar de relatie geringe leesvaardigheid drop out worden/zijn. Nederland telt 1,5 miljoen functioneel analfabeten van wie gezegd kan worden dat het grofweg om een miljoen autochtonen gaat en om een half miljoen mensen van allochtone afkomst. Een probleem is, dat de functionele analfabeet in Nederland steeds jonger lijkt te worden en zeker niet uitsterft. Wat betekent dit allemaal? Tragisch is volgens Hirsch (2006) geen te groot woord als je niet kunt lezen. Leesvaardigheid correleert met bijna alles wat een democratische samenleving biedt, inclusief de vaardigheid om een goed geïnformeerde burger te zijn die actief in de samenleving kan participeren. Daarnaast is een goede leesvaardigheid van cruciaal belang om in een kennissamenleving mee te kunnen doen en is het een basisconditie voor levenslang leren. Daar bovenop komen nog de volgende zorgelijke gegevens. Internationaal vergelijkend onderzoek waar Nederland aan meedoet, laat zien dat kinderen in Nederland en de Verenigde Staten de meest negatieve instelling ten opzichte van lezen hebben (Twist e.a. 2004). In vergelijking met andere landen is in Nederland de groep kinderen die thuis nooit leest zeer hoog (42% versus internationaal gemiddelde van 32%) (PIRLS, 2007). Vakwerk december

22 Het onderzoek PPON-Leesvaardigheid op het einde van de basisschool (april 2007) laat zien dat in Nederland het enthousiasme van leerlingen voor lezen sinds 1993 achteruit gaat. Warde e.a. (2007) (Universiteit van Manchester) laten zien dat in Nederland en in Verenigde Staten duidelijk ontlezing optreedt, terwijl dit in Frankrijk, Noorwegen en Groot-Brittannië niet het geval is. Ook deze gegevens moeten als zorgelijk worden gezien, waarbij het eigenlijk opmerkelijk is dat niemand zich daar echt druk over maakt. Hoe moeten we de Nederlandse leesproblematiek verklaren? Een drietal verklaringen wordt dikwijls gehoord bij het verklaren van de lage leesvaardigheid. 1 Veel kinderen zouden dyslectisch zijn. Maar volgens Blomert (2005) is slechts 3,6% van de kinderen dyslectisch. 2 De meeste leesproblemen meer dan 20% - zijn het gevolg van kwaliteitsproblemen op het gebied van de leesinstructie. Dit blijkt uit zowel Angelsaksisch als Nederland onderzoek (Vernooy 2007). Bij onvoldoende leeskwaliteit vallen vooral de risicolezers uit. Volgens Lyon (2001) zijn problemen op het gebied van de kwaliteit van instructie onderschat als veroorzaker van leesproblemen terwijl deze problemen juist overheersend zijn. Bij kwaliteitsproblemen op het gebied van de instructie moet worden gedacht aan: Het ontbreken van leesdoelen die gerealiseerd moeten worden. Onvoldoende professionaliteit leerkracht. Leerkrachten die weinig van technisch of begrijpend lezen afweten of over een slecht klassenmanagement beschikken, laten meer leesuitval zien. Niet werken aan een goede leesstart. De school vindt dat kinderen in groep 1 en 2 moeten rijpen en vooral moeten spelen. Deze opstelling en dat laat veel internationaal onderzoek zien is juist funest voor de toekomstige leesontwikkeling van kinderen uit risicogroepen die thuis weinig woordenschat en ervaringen met geschreven taal opdoen. Scholen beschikken niet over een goede methode voor voortgezet technisch lezen, waardoor ze in onvoldoende mate de leesvaardigheid uitbreiden en onderhouden. Onvoldoende ingeroosterde tijd voor lezen, waardoor juist meer risicolezers uitvallen. Geen extra-tijd (verlengde instructie) voor zwakke lezers. Zwakke lezers hebben meer tijd dan goede lezers nodig om een goede lezer te worden. Krijgen ze niet meer tijd dan blijven ze zwak en in de praktijk wordt hun kloof met de goede lezers daardoor alleen maar groter. Geen onderhoud van het technisch lezen in groep 6 8 leidt tot terugval van het technisch lezen, wat vervolgens negatieve effecten voor het begrijpend lezen heeft. Te veel leerkrachten denken dat de leesontwikkeling na groep 5 vanzelf gaat. Voortschrijdend wetenschappelijk inzicht laat zien dat de leesvaardigheid onderhouden en verder uitgebouwd kan en moet worden. Geen gebruik van handleidingen. Een deel van de leerkrachten gebruikt geen handleidingen omdat dit niet kindgericht zou zijn, terwijl in de meeste handleidingen de aanwijzingen staan om van kinderen geautomatiseerde en goed begrijpende lezers te maken. Methoden doen er niet toe. Dit heeft vooral ernstige gevolgen voor de methoden voor leren lezen. In de praktijk betekent dit dikwijls dat er bij risicokinderen te weinig aandacht is voor automatisering, het lezen van meerlettergrepige woorden etc. Demotiverende methoden voor begrijpend lezen. Een verklaring voor de geringe motivatie van Nederlandse kinderen voor lezen moet gezocht worden in de demotiverende methoden voor begrijpend lezen die in Nederland gebruikt worden. 3 Niet effectief inspelen op het taalmilieu van de kinderen. Cruciaal voor de toekomstige leesontwikkeling van kinderen is dat er wordt ingespeeld op hun taalmilieu. Bijvoorbeeld door veel aandacht aan woordenschat, begripsmatige kennis, de rol van geschreven taal en boeken etc. te besteden. Dergelijke activiteiten helpen vooral kinderen afkomstig uit risicogroepen om een betere lezer te worden. Tot slot: kinderen in het basisen voortgezet onderwijs krijgen slecht onderwijs blijkt uit het Onderwijsverslag (mei 2010) van de Inspectie van onderwijs. Zorgelijk is juist dat veel risicoleerlingen uit taalarme milieus op slechte scholen zitten terwijl het juist gewenst zou zijn dat deze kinderen onderwijs op zeer effectieve scholen zouden krijgen. Wat kunnen we er aan doen? De vraag van veel scholen is bij te veel zwakke lezers: kan het beter? De wetenschap zegt daarop volmondig ja! want 95% van de kinderen kan goed technisch leren lezen; technisch lezen is vrij intelligentieloos en 85-90% kan goed leren begrijpend lezen; begrijpend lezen is naast vlot kunnen lezen afhankelijk van woordenschat en cognitieve vaardigheden (intelligentie). Overigens kan er ook nog gezegd worden, dat woordenschat niet in de genen zit en in de praktijk sterk afhankelijk is van de taalomgeving waarin het kind opgroeit en de school die het bezoekt. In de periode was het leesonderzoek zeer productief. Het leverde inzichten op die voor het leren lezen voor alle leerlingen van belang zijn. Met een 22 Vakwerk december 2010

23 consistentie die zelden in de onderwijswetenschappen is gesignaleerd, werden de factoren opgespoord en verklaard die leessucces en leesfalen verklaren. Duidelijk werd dat leren lezen een complex proces is dat zorgvuldig en systematisch onderwezen moet worden en dat goed leesonderwijs in belangrijke mate een zaak van effectieve leesinstructie is. Kwalitatief goede instructie in de kleutergroepen en in groep 3 is volgens Snow e.a. (1998) het beste wapen tegen leesuitval. Zeer veel onderzoek ondersteunt leesonderwijs dat gebaseerd is op het expliciet onderwijzen van fonemisch bewustzijn, het alfabetisch principe, automatische woordherkenning, woordenschat, spelling en begrijpend lezen. Bovendien is goed leren lezen een lang ontwikkelingsproces dat vanaf de geboorte begint. Het eindpunt is de goede volwassen lezer die een grote verscheidenheid van teksten met gemak voor diverse doeleinden kan lezen en zelfs moeilijke teksten en teksten waarin hij niet geïnteresseerd is, begrijpt. Heel belangrijk voor de leesontwikkeling van risicolezers is de opstelling van de school. Een school moet niet zeggen wat er verkeerd is met de leerling of zijn achtergrond maar zich afvragen hoe het komt dat deze leerling niet goed leert. Bij het analyseren van het probleem van het kind moet de eerste vraag zijn wat er ontbreekt aan de methoden of de instructie waardoor het kind niet leert. Daarbij is het vooral van belang dat er vanuit een teamopstelling wordt gewerkt, dat een school in acht jaar onderwijs veel met de kinderen kan bereiken. HOE we dat aan de orde laten komen, waarbij het gaat om evidence based kenmerken van effectief onderwijs. HOE we voortdurend nagaan of kinderen profiteren van het gegeven onderwijs de opbrengsten - om daaraan vervolgens consequenties te verbinden. Hoe betere resultaten? Leesresultaten zijn het gevolg van: Wat we onderwijzen & Hoe we onderwijzen Vaststellen opbrengsten: weten of de kinderen hiervan profiteren Figuur 1 Volgens White (1997) zijn voor het realiseren van hoge prestaties de volgende twee zaken cruciaal te weten. 1 Een ordelijke leeromgeving waarbij op schoolniveau zaken die voor het lesgeven en leren van belang zijn, goed geregeld worden. 2 Nadruk op leren en lesgeven waarbij het om zaken gaat als het benadrukken van basisvaardigheden, prestatiegerichtheid, duidelijke doelen en gestructureerde lessen. Scholen waar 1 en 2 ontbreken, zijn minder effectief in het produceren van hoge opbrengsten en goede scores bij lezen en rekenen. Bij het Enschedese Leesverbeterplan zijn 43 scholen betrokken; 41 basisscholen en 2 scholen voor speciaal basisonderwijs. In het totaal gaat het om 9000 leerlingen. De toetsgegevens van juni 2010 laten zien, dat bijna alle kinderen (98%) op het einde van groep 8 minimaal op AVI-9 beheersingsniveau lezen (zie figuur 3) en dat de resultaten op begrijpend lezen ook sterk verbeterd zijn. De kinderen van het Enschedese Leesverbeterplan doen het op het gebied van begrijpend lezen beter dan het landelijk gemiddelde van de taalpilotsscholen (zie figuur 4). Onderzoek laat bovendien zien, dat de twee deelnemende SBO-scholen betere resultaten op het gebied van technisch lezen boeken dan een gemiddelde basisschool in Nederland (zie figuur 5). Deze successen zijn des te opmerkelijker als we zien dat de landelijke monitoring van onderzoeksbureau OBERON toont dat de Enschedese leerlingpolulatie afwijkt van het landelijk gemiddelde. Landelijk heeft 15,5% van de leerlingen een extra-leerlinggewicht; in Enschede is dat 21%. De verbeterde leesvaardigheid leidde in Enschede ook tot: betere rekenresultaten; betere resultaten bij de kennisgebieden; Het belang van kenmerken Effectief leesonderwijs Enschede als succesvol voorbeeld van leesverbetering Vier jaar geleden constateerden scholen in Enschede, dat kinderen halverwege groep 5 achterbleven op het gebied van begrijpend lezen. Bestudering van de gegevens van de leestoetsen van het leerlingvolgsysteem liet echter zien dat de kinderen vooral achterbleven op het gebied van vlot lezen. Door veel te spellend te lezen, konden veel kinderen hun aandacht niet op de inhoud van de tekst richten. Er is toen vanuit de principes van Effectief Leesonderwijs (zie figuur 2) gestart om doelgericht het vlot lezen, maar ook de woordenschat en het omgaan met een beperkt aantal leesstrategieën te verbeteren. Bij effectief leesonderwijs gaat het eigenlijk om aandacht voor een drietal zaken bij het verbeteren van de leesresultaten: WAT we aan de orde laten komen; het gaat dan om evidence based leesinhoudelijke zaken. Cluster leesinhoudelijke indicatoren (WAT) Goede leesstart 1. Mondelinge taalvaardigheid/spraak-/ taalontwikkeling 2. Ervaringen met geschreven taal, waaronder letterkennis 3. Vaardigheden op het gebied van fonemisch bewustzijn Technisch lezen 4. De letter- klankkoppeling 5. De vaardigheid om vlot te lezen Begrijpend lezen 6. De ontwikkeling van de woordenschat 7. Het kunnen toepassen van begrijpend leesstrategieën Aandacht voor leesmotivatie Figuur 2 Cluster indicatoren effectief onderwijs (HOE) 1. Doelen 2. Kwalitatief samenhangend curriculum en leerstof centraal 3. Tijd voor lezen en extra tijd voor zwakke lezers 4. (Convergente) differentiatie 5. Directe instructie 6. Vroegtijdig signaleren en reageren 7. Monitoring Verder: Vaststellen opbrengsten: profiteren kinderen voldoende? Vakwerk december

24 te zien, terwijl de leespraktijk op veel scholen is dat de leesvaardigheid vanaf groep 6 afneemt (Hacquebord e.a. 2010). Een belangrijke ontdekking is dat zelfs kinderen in groep 7 en 8 wel degelijk nog een betere lezer kunnen worden. Figuur 3 Figuur 4 Figuur 5 beter leren van de kinderen; minder sociaal-emotionele problemen. Over de afname van gedragsproblemen is nog geen verder onderzoek gedaan, maar leerkrachten in Enschede geven dat steeds aan dat dit wel mogelijk is. Amerikaans onderzoek in het kader van the Alabama Reading Initiative laat zien dat in het eerste jaar van dit project de gedragsproblemen afnamen van 681 naar 127 en in het tweede jaar van 127 naar 118. De verklaring hiervoor is: bij goed onderwijs zijn er minder problemen. Er kan gesteld worden dat in Enschede door het realiseren van effectief leesonderwijs het maximale uit de leerlingen wordt gehaald. Niet milieu- of kindfactoren zijn verantwoordelijkheid voor de resultaten, maar de kwaliteit en effectiviteit van de instructie van de leerkrachten. Een aantal bevindingen: Slechts 2% van de leerlingen heeft in groep 8 niet het minimaal gewenste AVI-9 beheersingsniveau. Het gaat bij die 2% waarschijnlijk om dyslectische leerlingen. De twee SBO-scholen doen het bij technisch lezen even goed als een gemiddelde basisschool in Nederland die aan de taalpilots deelneemt. Het aantal A-B leerlingen bij begrijpend lezen is veel hoger dan dat van het landelijk gemiddelde. Dit toont aan dat veel aandacht voor risicolezers niet tot slechtere resultaten voor de betere leerlingen leidt. Integendeel, het aantal goede begrijpende lezers nam sterk toe. In groep 7 en 8 is winst in leesvaardigheid Er kan zelfs gezegd worden dat de in het Enschedese Leesverbeterplan participerende scholen in belangrijke mate erin slagen de milieukloof te dichten. De scholen doen door het geven van zeer effectief onderwijs in belangrijke mate de milieuachtergrond van de kinderen teniet. De Enschedese scholen voldoen aan de kenmerken van scholen op dit gebied die uit onderzoek naar voren komen (zie Chenoweth, 2007). Ze hebben een sterke focus op instructie, een samenhangend curriculum en een professionaliseringsplan dat het werken met het curriculum ondersteunt. Ze beschikken over een duidelijke visie op wat leerlingen moeten weten en doen; ze blameren hun leerlingen niet. Bewust gedeeld leiderschap door de schoolleiding, interne begeleiding en taalcoördinatoren. Het vieren van elk succes. Ze beschikken over kennis en vaardigheden om effectief leesonderwijs te geven, charisma is niet nodig. Enschede en zijn omgeving kennen veel laag opgeleide inwoners; decennialang werden onder het gemiddelde liggende onderwijsresultaten als een natuurlijk gegeven gezien. De resultaten van het Enschedese Leesverbeterplan toont dat het onderwijs dat risicokinderen krijgen er veel meer toe doet dan de achtergrond van de kinderen. Dit blijkt ook uit het gegeven dat de resultaten op het einde van groep 8 op het gebied van technisch en begrijpend lezen veel beter zijn dan het landelijk gemiddelde. Cruciaal voor de verbetering van de leesvaardigheid waren de goed nageschoolde en de ondersteunde leraren, maar ook het onderwijskundig leiderschap van de schoolleiding. In de afgelopen tien jaar is er veel onderzoek gedaan naar wat het verschil voor leerlingen maakt met betrekking tot leerlingresultaten en nu is het volgens Darling-Hammond duidelijk. De belangrijkste factor voor het leren van de leerlingen is wat hun leerkrachten weten! Literatuurlijst is in bezit van de redactie. Dr. Kees Vernooij, Lector hogeschool Edith Stein 24 Vakwerk december 2010

25 column Ik ben op jou Drie jonge meisjes, duidelijk vriendinnetjes van elkaar, komen hand in hand het schoolplein over en stevenen recht op hun doel af. Het doel, Siempje uit groep 7 ziet het drietal vanuit zijn ooghoeken naderen en wordt binnen de kortste keren van zijn vriendjes geïsoleerd door het drietal dat in een cirkel om hem heen gaat staan. Van Lotte, klinkt het kort en één van de drie duwt een klein opgevouwen briefje in de hand van Siem. Zijn hart slaat een slagje over als Siem hoort dat het briefje van Lotte komt. Mooie Lotte, het engeltje van de klas, stuurt hem Siem met het ravenzwarte haar een briefje. Een beetje in verlegenheid door de drie paar ogen die op hem zijn gericht, wil Siem het briefje openvouwen. Niet doen, klinkt het gebiedend, straks in de klas, niet eerder. Siem knikt gedwee en de vijf minuten dat het speelkwartier nog duurt, lijken wel uren, uren met een gloeiend briefje in zijn vuist gekneld. Siem zit vooraan in de klas samen met drie andere klasgenootjes vormen ze een eilandje. Lotte zit in het andere eilandje schuin tegenover hem. Hij kikt naar haar maar zij is zoals altijd druk in de weer met de andere klasgenootjes van haar eilandje. Niets maar dan ook niets verraadt wat er op het briefje staat, ze is zoals altijd, een beetje druk en hemelsmooi met die blonde lokken die als een stralenkrans haar gezichtje omhelzen. Onder zijn tafeltje vouwt Siem met trillende handen het briefje open en leest ik ben op jou vlug kijkt hij naar zijn Lotte en even kruisen de blikken elkaar, Lotte glimlacht, Siem smelt. Je zult als tien- elfjarige maar niet kunnen lezen of schrijven of daar moeite mee hebben. Dan mis je het plezier van het schrijven van de briefjes en het lezen van de briefjes, briefjes die elk mensenkind belangrijk vindt omdat hij of zij ineens belangrijk is voor die ene andere. Of niet begrijpen wat je leest en op Lotte afstevenen om te vragen Hoezo, je bent op mij, wat bedoel je daar eigenlijk mee? Als zestienjarige en daardoor een wandelende hormonentijdbom had ik al door dat harten te stelen zijn met taal. En ik niet alleen, al mijn vriendjes wisten dat en dat was op zichzelf ook weer niet vreemd want vanaf de basisschool was de belangrijkheid van taal er als het ware ingeramd. Wij zijn nog van de generatie die vanaf klas 1 gedichtjes uit ons hoofd moesten leren en dat niet alleen, we moesten ze ook nog voordragen, liefst met gebaren zodat juf of meester goed konden zien dat we ten minste begrepen wat er stond. Elk woord dat we Vakwerk december 2010 kortnieuws column niet kenden, werd uitgelegd en de dichterlijke vrijheid was aan de orde van de dag, zeker in groep zes als de gedichten van Gezelle aan de beurt waren. Langzaam maar zeker werden we ondergedompeld in een wereld van gevoel en taal, van het Egidiuslied tot Tsjilp met als tussenstop Marieke van Nimhwegen en dien avond en dien roze. Hoe kan het dan anders, in een tijd dat computers, printers, , sms, Skype, Facebook en Hyves nog niet bestonden en schrijfmachines alleen waren weggelegd voor de grote mensen, dat wij de pen ter hand namen en aan het geparfumeerde lichtblauwe briefpapier onze zieleroerselen en hartenkreten toevertrouwden. Onze vriendinnetjes zwijmelden bij het lezen van als ik doodga, vertel dan aan de bomen hoeveel ik van je hield. Vertel het aan de wind die in de bomen klimt of uit de takken valt, hoeveel ik van je hield. En zij wist ook wel dat het van Hans Andreus was maar het was wel voor haar en voor haar alleen, deze in hanenpoten geschreven liefdesverklaring. Met rooie oortjes en opspelende hormonen las ik hoe mijn katholieke vriendinnetje haar versie van het Hooglied van de liefde aan mij toevertrouwde op het pastelroze briefpapier met twee versierde hartjes als een watermerk in het midden Als ik de liefde en jou niet heb, ben ik als een rammelend cimbaal, galmend koper, het staat in mijn geheugen gegrift. Lieve juffen en beste meesters, als jullie straks voor de klas komen, of het nu in groep vier, vijf, zes, zeven of acht is, neem dan de dichtbundel ter hand en lees voor, laat lezen, laat uit het hoofd leren, laat voordragen, als die gedichten en versjes van het leuke in mijn tuin liep er een torretje, van het mannelijk geslacht, het had een snorretje. Maar later bleek en dat was het frappante, het was waarschijnlijk een wat zwaar behaarde tante van Toon, tot Jantje groet s morgens de dingen. Leer de kinderen ook de schoonheid van de taal en niet alleen de grammatica en de spelling, leer ze hoe je met taal harten kan veroveren zodat Lotte straks als antwoord krijgt, Lieve Lotte, ik stuur je drie kusjes, zie je straks op het plein, lieve lieve Lotte, Mijn XXX Jesse Jeronimoon 25

26 De moeilijkheid zit m niet in de nieuwe ideeën, maar in het ontsnappen aan de oude, die tot in de verste uithoeken van ons hoofd zitten (John M. Keynes). Handschriftonderwijs op de basisschool In het handschriftonderwijs zijn erg veel verkeerde denkbeelden ontwikkeld, mede door diverse ontwikkelingen door amateurs, zowel binnen het onderwijs (auteurs) als vanuit de commercie (uitgevers en therapeuten). Hierdoor is het handschriftonderwijs in de basisschool de afgelopen decennia erg achteruit gegaan, waardoor heel veel kinderen in de problemen zijn gekomen. In dit artikel gaan wij in op de oorzaken die tot dit slechte handschriftonderwijs hebben geleid en laten zie hoe het anders kan. Het huidige handschriftonderwijs is totaal verworden. Slechte, op motoriek gebaseerde methodieken, niet evidence based, verwarrend aanbod bij instructie, een volslagen gebrek aan lettervormgevingskennis bij amateurauteurs en uitgevers van vele methodes en ook bij leerkrachten, vormen een substantieel deel van de ellende. De meeste schrijfmethoden lijken uit te gaan van hetzelfde concept: bewegings- en evenwichtsoefeningen, schrijfpatronen, luchtschrijven (zelfs neusschrijven komt voor; niets is het onderwijs te dol) en vervolgens vele jaren naschrijfoefeningen of gedrukte De wet en de Kerndoelen Schrijven komt niet meer voor in de Wet op het Basisonderwijs. En nog maar nauwelijks in de Kerndoelen Wat lezen we in de Kerndoelen over dit vakgebied? De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel en eventueel beeldende elementen en kleur. Deze basisvaardigheid, wordt dus niet meer als onderscheiden leervoorwaarde gezien. Het is onderdeel van taal geworden en dat verklaart voor een deel het onbegrip ervoor. In de kerndoelen wordt dus alleen nog leesbaarheid vereist. Dit subjectieve begrip wordt door iedereen anders ingevuld en is daarom onwerkbaar als kwaliteitscriterium voor deze basisvaardigheid. Wat hierboven in de afbeelding te zien is, is echt wel lees- baar. Niemand zegt namelijk hoeveel tijd je minimaal besteden moet aan het ontcijferen. Bovendien is de ene leerkracht heel handig in het ontcijferen, terwijl de ander er niets in ziet. Veel leerkrachten in de bovenbouw van de basisschool hebben een duidelijk uitgesproken mening over de kwaliteit van de handschriften van de leerlingen: Als ik het maar kan lezen In feite zouden ze in dat geval de leerlingen hun leven lang moeten begeleiden om voor de ondertiteling zorg te dragen Het schrift is immers bedoeld om door iedereen gelezen te worden. Het is dan ook niet de kwestie of een kind leesbaar schrijft. Aan dit enige criterium dat in de Kerndoelen voorkomt, kan geen enkele basisschool een zinnige leerlijn ontlenen. Hinkelend "leren schrijven". teksten naschrijven. Door er mopjes of lollige gedichtjes van te maken, meent men op kinderniveau bezig te zijn. Aangeklede beestjes die onzindelijke dingen doen op 26 Vakwerk december 2010

27 de bladzijden, maken het geheel compleet. Zo leert geen kind hoe je letters vorm moet geven en hoe je je handschrift na de basisschool (en dat gaat gemiddeld om heel veel jaren) moet onderhouden. Een handschrift is namelijk tot aan de volwassenheid onderhevig aan voortdurende veranderingen. Vaak bewust, maar ook onbewust. Van die geleidelijke veranderingen is de leerling zich niet bewust en zo eindigt het handschrift vaak in een niet ontcijferbaar gekrabbel. In 2004 publiceerde de Stichting Schriftontwikkeling een onderzoek naar het verloop van de handschriftkwaliteit in het Primair Onderwijs. In bijgaande grafiek is duidelijk te zien dat de gemiddelde kwaliteit terugloopt bij het klimmen der jaren. Dat dit, zoals in het onderste grafiek te zien is, een overduidelijke relatie vertoont met de lesfrequentie mag duidelijk zijn. Van geen vaardigheid in het Primair Onderwijs mogen we echter accepteren dat de kwaliteit vermindert in de opeenvolgende jaren. Dat we dit wel accepteren van het verloop van de handschriftkwaliteit laat een verwording in het onderwijs zien. Deze staat uiteraard niet op zichzelf. Motoriek Uit onderzoek (Kavale en Mattson, 1983) is duidelijk gebleken dat het, in vrijwel alle schrijfmethoden gebruikte motorisch uitgangspunt voor het leren schrijven, niet werkt (effectgrootte: handwriting d=0,05). Door het staan op één been in groep 1 en 2 en het oefenen van de grote motoriek kun je de handschriftvaardigheid echt niet voorbereiden. Het moet eigenlijk niet mogelijk zijn dat zulke onzin over vermeende didactische relaties in het onderwijs een toepassing in methoden en daarmee in het onderwijs vindt. Bij de instructie in groep 3 moeten de kinderen de vormgeving van de letters doodeenvoudig op een goede manier uitgelegd krijgen. Het luchtschrijven dient taalonderwijs daartoe beslist niet. Schrijven in de lucht geeft geen optische feedback. Goed onderwijs = goed uitleggen en goed voordoen Het zou aan te bevelen zijn dat er een controleorgaan wordt benoemd dat alle methoden aan eenduidige criteria onderwerpt. Het moet niet mogelijk zijn om niet-wetenschappelijk en onvakkundig onderbouwd lesmateriaal voor onze kinderen uit te geven. Op dit moment hebben alleen (vaak amateuristische) auteurs en uitgevers iets te zeggen over de kwaliteit van het methodemateriaal. De Australian Council of Educational Research (ACER) heeft in Australië onderzocht of scholen nog met de hierboven beschreven perceptuo-motorische werkwijze werkten. Het bleek dat vrijwel alle scholen PM-materialen en oefeningen aanboden. Daarbij werd vastgesteld dat geen school zich afvroeg of het ook werkte. Dit soort vervangende proces-oefeningen zijn sterk afhankelijk van het geloof erin. Men verwacht dat het een positief effect zal hebben als je een kind een insteekmozaïek laat maken. Meetbaar is dit echter niet. Met een algehele verbetering van de handigheid van een kind als doel is er niets mis met dit soort oefeningen maar om te verwachten dat het schrijven er beter van zal worden is te veel gevraagd. De leerkracht en de leerling moeten elke prestatieverbetering gewoon kunnen vaststellen. Schrijfpatronen Een bij deze methodiek behorende oefening is het maken van schrijfpatronen. Men is steeds meer het schrijven als het resultaat van een beweging gaan zien. De bewegingsleer heeft het in zo n geval over tijdig remmen, als het om een letterlijn gaat, die niet door de grondlijn moet geschreven worden. Maar de bewegingsleer weet dan ook niets van lettervormgeving. We stelden ook vast dat schrijfpatronen een slechte invloed hadden op de letterlijnkwaliteit. Het is logisch, dat als je vooral gebogen lusvormen oefent, lettervormen daar later de sporen van gaan vertonen (zie afb.). Schrijfmethoden blinken in het vervolgtraject uit door hun fantasieloosheid. Meer dan naschrijfoefenigen wordt over het algemeen Vakwerk december

28 niet geboden. Sommige methoden laten de kinderen nog creatief schrijven, waarbij ze zelf de meest waanzinnige lettervormen mogen bedenken. Alsof je ze dat zou moeten laten oefenen en alsof ze daar ook maar iets van leren als het om goede lettervormgeving gaat! Binnen het perceptuo-motorisch concept denkt men dat kinderen maar onhandige lompe wezentjes zijn, waarvan je elke grafische oprisping de hemel in hoort te prijzen (auteur van Schrijfdans : Niets hoeft, alles is goed ). Zo ontvangt een kind geen enkele feedback om het product te verbeteren (zie de kleurplaat van de slak: Oh Barbara, wat heb je dat mooi gedaan!). Wat zou meer gemeend zijn, de vorige uitspraak of de volgende: Oh Julia, wat heb je dat mooi gedaan! (zie afb.) Kan het ook anders? Sinds een kleine tien jaar heeft de Stichting Schriftontwikkeling kinderen onderzocht op hun fijn-grafische mogelijkheden. Onderzocht werden de nauwkeurige waarneming en de nauwkeurige uitvoering. Kinderen moesten een klein huisje tussen de lijnen van de 8 mm liniatuur van een schrijfblok tekenen. Daarbij ook het mannetje dat daar woont. Het bleek dat elke kleuter in staat was om aan deze eis te voldoen. Het tekenniveau verschilde sterk, maar de fijn-grafische mogelijkheden waren evident. Daarop hebben we een tweetal oefeningen ontwikkeld, die het ontwikkelen van een nauwkeurige grafische attitude mogelijk zou maken. De technieken daarbij bestonden uit het kleuren en arceren. Kleuren met kleine ronddraaiende bewegingen zo groot als de punt van je kleurpotlood (en ook even donker) en arceren met vooral rechte lijntjes van niet meer dan 1,5 cm lengte, waarmee de neerhalen in het schrift al geoefend worden nog voor er letters geschreven moeten worden. De benodigde nauwkeurigheid werd met een aanhoudende zachte dwang aangeleerd en onderhouden. Verkeerde grepen werden niet getolereerd. Daarnaast worden er al waarnemingsoefeningen aan lettervormen gedaan, zonder deze letters te tekenen. Ook is men bij deze benaderingswijze niet bang voor kapitalen (chocoladeletters). Jonge kinderen hebben hier een voorkeur voor: Ze zijn makkelijk uit losse streken te maken, zijn allemaal even hoog, kunnen zonder problemen gespiegeld worden en door kinderen in het eerste jaar op school deze letter zonder problemen toe te staan, wordt de zo gewenste aansluiting tussen school en thuis nog eens benadrukt. Doorgaans worden de letters in groep 3 via de perceptuo-motorische werkwijze als volgt aangeleerd: Een letter verschijnt in het groot. De juffrouw doet hem voor op het bord (op een digitaal bord is dat vrijwel niet te doen; lang leve de technische vooruitgang). De kinderen moeten de letter in de lucht schrijven. [Alle kinderen zwaaien vrolijk naar de juf, niemand ziet iets (ook de juf niet) en na afloop is iedereen blij dat het weer gelukt is]. Na afloop van deze actie is er dus niets gebeurd. Kinderen die een foute constructie uitvoerden, vallen niet op bij het luchtschrijven. Alleen de route van de letter wordt aan de kinderen uitgelegd en eventueel voorgedaan. Soms ontbreekt zelfs het voordoen. Niemand heeft belangstelling voor vormgevingskenmerken van de letter. Deze zijn juist hard nodig om het handschrift steeds weer goed uit te kunnen voeren. Met eenzelfde traject kun je een letter namelijk op verschrikkelijk veel manieren vormgeven 28 Vakwerk december 2010

29 (zie afb.)met dezelfde vormgevingscriteria echter komen letters er ongeveer hetzelfde uit te zien. Bij de grafo-cognitieve werkwijze worden deze vormeigenschappen bij het aanleren van de letter betrokken. Voorbeelden daarvan zijn: Waar is de letterlijn recht en waar gebogen. Is het een grote boog of een kleine bocht. Waar voeg je de letter uit of in. Hoe breed is de breedte t.o.v. de hoogte enz. Op de meeste scholen wordt dit de kinderen niet geleerd. Verkeerde standpunten Verbonden of niet verbonden schrift (blokschrift). Allereerst zijn er diverse misverstanden gaande rondom de benaming van de verschillende schriftsoorten. Veel mensen noemen kapitalen (door kinderen ook wel grote letters genoemd) blokletters. Dit is onjuist. Blokletters zijn van drukletters nagebootste lettervormen ( kleine letters ). Omdat drukletters niet zijn ontworpen om geschreven te worden, gaat er van alles fout. De een denkt bij een letter b aan een stok en dan een bolletje, de ander zal deze letter in één doorgaande lijn schrijven. Deze laatste werkwijze heet ook wel lopend, terwijl het schrijven in losse delen staand wordt genoemd. Alleen al over dit punt is geen duidelijkheid in het onderwijs. Deze verwarring wordt echter zonder gewetensbezwaren overgedragen op de kinderen Daar komen nog uitgevers bij die allerlei lees-werkbladen aanbieden bij de leesmethode voor groep 3 en daar moeten de arme kindertjes een soort blokletter voor schrijven die ze even later weer moeten inruilen voor verbonden schrift, wat uiteraard ook weer de nodige verwarring schept. Dan heb je nog mensen de menen dat kinderen toch later allemaal los gaan schrijven, dus waarom zou je ze dan nog verbonden schrift aanleren. Een aantal schrijfmethodes biedt daarom een bolletje-stokje -blokletteralfabet aan en kinderen krijgen niet de gelegenheid om deze nieuwe lettersoort op de goede wijze te leren. Want, als je losse letters schrijft, moet je wel een juiste letterspatie toepassen. De meeste meisjes die zich een losse letter aanmeten, begrijpen niets van een juiste letterspatie en plakken voor de zekerheid maar alle letters tegen elkaar. Wat is dan nog los schrijven? Alle leerlingen moeten tot en met groep 8 aan elkaar blijven schrijven, terwijl er daarnaast aandacht moet worden gegeven aan wanneer je wel los schrijft en wanneer niet. Blokletters zijn nuttig bij adressering op enveloppen, invullen van formulieren, kofferlabels, etiketten, kopjes en titels. Dus overal waar grote nauwkeurigheid een grote rol speelt. Verbonden schrift gebruik je voor de doorsnee aantekeningen die in tempo en hoeveelheid moeten worden uitgewerkt. Maar, leerlingen moeten niet in alle gevallen los moeten gaan schrijven, want van losse lettersoorten zijn er heel veel van en je kunt dan elke afwijkende letter die je tegenkomt in je los geschreven tekst invoegen. Sommigen gaan zo ver met het invoegen van creatieve lettervormen, dat ze hun eigen aantekeningen niet meer kunnen lezen. De letters van het verbonden schrift echter kunnen niet anders dan verbindingsgeschikt zijn en van dat soort letters zijn er niet zoveel. Kinderen die tot en met groep 8 aan elkaar blijven schrijven, behouden daarmee het allermeest de aangeleerde handschriftkwaliteit! De school moet alle kinderen dus verbonden laten schrijven tot en met het einde van de basisschool. Kinderen die tot het eind toe aan elkaar blijven schrijven ontwikkelen de meest consistente handschriften. Een uiterst kwalijke praktijk In de bovenbouw wordt het handschriftonderwijs meestal afgerond met het vrijgeven van het schrijven vanaf groep 7. Geen schrijflessen meer en iedereen mag vanaf nu zelf weten hoe hij/zij schrijft. Je moet je persoonlijke handschrift ontwikkelen, wordt vaak als argument gebruikt. Alsof je ook je eigen spelling moet ontwikkelen! Waarom heeft men dan in groep 3 en 4 zoveel moeite gedaan om de kinderen zo goed mogelijk te laten schrijven? Waarom schrijven de kinderen gemiddeld in groep 4 en 5 beter dan in groep 7 & 8? Door het staken van schrijflessen in combinatie met het vrijgeven van het Westerse schoolschrift komen veel kinderen in het voortgezet onderwijs duidelijk in de problemen. Deze praktijk leidt direct tot grafisch Vakwerk december

Nieuwe afspraken over de overstap. 1. Basisschooladvies is leidend.! LVS-gegevens groep 6, 7 en 8 Werkhouding en gedrag Aanvullende gegevens

Nieuwe afspraken over de overstap. 1. Basisschooladvies is leidend.! LVS-gegevens groep 6, 7 en 8 Werkhouding en gedrag Aanvullende gegevens Na de basisschool Nieuwe afspraken over de overstap Naar welke opleiding kan mijn kind? Het basisschooladvies Het 2e toetsgegeven Welke opleidingen zijn er? Wat verwachten we van de ouders bij deze schoolkeuze?

Nadere informatie

ADVIES, CITO-TOETS EN HOE VERDER?? Een aantal spannende maanden tegemoet

ADVIES, CITO-TOETS EN HOE VERDER?? Een aantal spannende maanden tegemoet ADVIES, CITO-TOETS EN HOE VERDER?? Een aantal spannende maanden tegemoet Wat is de voorbereiding? Vanaf eind november starten we met het oefenen van Cito-toetsen -niet te serieus -wijzen op strategieën

Nadere informatie

De Brede School Academie Utrecht

De Brede School Academie Utrecht OOK IN uw wijk! De Brede School Academie Utrecht Er gebeurt iets nieuws in Utrecht. Iets bijzonders. Basisscholen uit de wijken Overvecht, Hoograven, Ondiep/Zuilen, Kanaleneiland en Lombok/Oog in Al werken

Nadere informatie

Als je te weinig van een kind verwacht, komt er niet uit wat er in zit. Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt INTERVIEW

Als je te weinig van een kind verwacht, komt er niet uit wat er in zit. Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt INTERVIEW INTERVIEW Auteur: René Leverink Fotografie: Rijksoverheid Onlangs hebben minister Van Bijsterveldt en staatssecretaris Zijlstra van OCW drie actieplannen gelanceerd, gericht op een ambitieuze leercultuur

Nadere informatie

Thema Kinderen en school

Thema Kinderen en school http://www.edusom.nl Thema Kinderen en school Lesbrief 20. Het adviesgesprek. Wat leert u in deze les? Advies vragen. / woorden die hetzelfde betekenen. Advies geven. / woorden die hetzelfde betekenen.

Nadere informatie

2. Waar staat de school voor?

2. Waar staat de school voor? 2. Waar staat de school voor? Missie en Visie Het Rondeel gaat uit van de Wet op het Basisonderwijs. Het onderwijs omvat de kerndoelen en vakgebieden die daarin zijn voorgeschreven. Daarnaast zijn ook

Nadere informatie

3 Hoogbegaafdheid op school

3 Hoogbegaafdheid op school 3 Hoogbegaafdheid op school Ik laat op school zien wat ik kan ja soms nee Ik vind de lessen op school interessant meestal soms nooit Veel hoogbegaafde kinderen laten niet altijd zien wat ze kunnen. Dit

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

Geslaagd met dyslexie en dyscalculie

Geslaagd met dyslexie en dyscalculie Geslaagd met dyslexie en dyscalculie Aryan van der Leij Universiteit van Amsterdam 2011 d.a.v.vanderleij@uva.nl Aanleiding Welke motieven zitten er achter die maatregel? Welk doel heeft de maatregel? Waaruit

Nadere informatie

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen Ronde 5 Bert de Vos APS, Utrecht Contact: b.devos@aps.nl Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen 1. Over de drempels met taal Het rapport Over de drempels met taal is al ruim een jaar oud.

Nadere informatie

1Help: faalangst! 1.1 Verkenningen

1Help: faalangst! 1.1 Verkenningen 11 1Help: faalangst! Karel heeft moeite met leren. Dat zal wel faalangst zijn! zegt iemand. Een gemakkelijk excuus, want Karel is wel erg snel klaar met zijn huiswerk. Ellen, die ook moeite heeft met leren,

Nadere informatie

Basisarrangement. Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal. 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen

Basisarrangement. Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal. 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen Basis Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen Deviant methode leer/werkboek VIA vooraf op weg naar 1F. De 8 thema s in het boek hebben terugkerende

Nadere informatie

Dossier opdracht 5. Kijk op leerlingen en leren

Dossier opdracht 5. Kijk op leerlingen en leren Dossier opdracht 5 Kijk op leerlingen en leren Naam: Thomas Sluyter Nummer: 1018808 Jaar / Klas: 1e jaar Docent Wiskunde, deeltijd Datum: 19 januari, 2008 Samenvatting Als voorbereiding op onze baan in

Nadere informatie

Mbo, toets je taal! Taalvaardigheid Nederlands beoordelen in competentiegericht onderwijs

Mbo, toets je taal! Taalvaardigheid Nederlands beoordelen in competentiegericht onderwijs . Competentieleren Hajer, M. & T. Meestringa (2004). Handboek taalgericht vakonderwijs. Bussum: Coutinho. Ministerie van OC&W (2004). Van A tot Z betrokken. Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006-2010 (http://taalinmbo.kennisnet.nl/bronnen/aanvalsplan).

Nadere informatie

CONCLUSIE Aantal niveaus te laag

CONCLUSIE Aantal niveaus te laag Bijlage 1. Opening door Gelbrich Feenstra. Zij werkt als onderwijsadviseur bij APS in Utrecht en sinds ruim een jaar is zij projectleider Engels bij het VLC. Wat was de aanleiding voor deze conferentie?

Nadere informatie

De Referentieniveaus Taal. BAVO Eemlanden 14 maart 2012

De Referentieniveaus Taal. BAVO Eemlanden 14 maart 2012 De Referentieniveaus Taal BAVO Eemlanden 14 maart 2012 2 Wat komt aan de orde? Aanleiding tot de referentieniveaus Wat zijn referentieniveaus? Status en ontwikkelingen rond de referentieniveaus Referentieniveaus

Nadere informatie

Bouwen & Bewaren Nieuwsflits

Bouwen & Bewaren Nieuwsflits Bouwen & Bewaren Nieuwsflits Nummer 7 maart 2015 Geachte ouders/ verzorgers, U ontvangt Nieuwsflits B&B nummer 7. Dit keer komen de personeelsleden aan het woord die dagelijks met de kinderen werken binnen

Nadere informatie

Naam leerlingen. Groep BBL 1 Nederlands. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen.

Naam leerlingen. Groep BBL 1 Nederlands. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. Verdiepend Basisarrange ment Naam leerlingen Groep BBL 1 Nederlands Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. - 5 keer per week 45 minuten basisdoelen toepassen in verdiepende contexten.

Nadere informatie

Onderzoek Ouderbetrokkenheid in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo

Onderzoek Ouderbetrokkenheid in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo factsheet Onderzoek Ouderbetrokkenheid in het, het en het mbo Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft in 2012 een enquête over ouderbetrokkenheid gehouden onder ouders in het, het en het middelbaar beroepsonderwijs.

Nadere informatie

Gedurende de gehele schoolperiode wordt door de docenten zoveel mogelijk aandacht gegeven aan de volgende punten:

Gedurende de gehele schoolperiode wordt door de docenten zoveel mogelijk aandacht gegeven aan de volgende punten: Pakket van maatregelen bij Dyslexie en Dyscalculie Dyslexie Algemeen: Gedurende de gehele schoolperiode wordt door de docenten zoveel mogelijk aandacht gegeven aan de volgende punten: Stimuleren Schriftelijk

Nadere informatie

TAAL- EN LEESMETHODEN. Het aanbod Taal- en leesmethoden Begrijpend Lezen. Begrijpend lezen. Effectieve strategieën voor begrijpend lezen ALGEMEEN

TAAL- EN LEESMETHODEN. Het aanbod Taal- en leesmethoden Begrijpend Lezen. Begrijpend lezen. Effectieve strategieën voor begrijpend lezen ALGEMEEN TAAL- EN LEESMETHODEN ALGEMEEN Het aanbod Taal- en leesmethoden Begrijpend Lezen Algemeen: aandachtspunten bij methode Begrijpend lezen Om een goede begrijpend lezer te zijn, is het in de eerste plaats

Nadere informatie

COLUMN VERBINDEND EN ONDERWIJSKUNDIG LEIDERSCHAP NATIONAAL ONDERWIJSDEBAT 9 OKTOBER 2008 HARRIE AARDEMA, CONCEPT 071008

COLUMN VERBINDEND EN ONDERWIJSKUNDIG LEIDERSCHAP NATIONAAL ONDERWIJSDEBAT 9 OKTOBER 2008 HARRIE AARDEMA, CONCEPT 071008 Ik zie mijn inleiding vooral als een opwarmer voor de discussie. Ik ga daarom proberen zo veel mogelijk vragen op te roepen, waar we dan straks onder leiding van Wilma Borgman met elkaar over kunnen gaan

Nadere informatie

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel 1 13 Verantwoording 1.1 Keuze van de titel Voor je ligt het handboek Training sociale vaardigheden. Dit boek is geschreven voor iedereen die te maken heeft met kinderen tussen de tien en vijftien jaar

Nadere informatie

Toelichting bij de MZO screening voor ouders

Toelichting bij de MZO screening voor ouders Toelichting bij de MZO screening voor ouders 1 Copyright 2014 Bureau Perspectief Amsterdam Zie voor meer informatie www.motivatiezelfonderzoek.nl 2 De schalen van de MZO screening De MZO screening is gericht

Nadere informatie

Leerwegondersteunend onderwijs en Praktijkonderwijs in Zutphen e.o. Informatie voor ouders/verzorgers van basisschoolleerlingen

Leerwegondersteunend onderwijs en Praktijkonderwijs in Zutphen e.o. Informatie voor ouders/verzorgers van basisschoolleerlingen Leerwegondersteunend onderwijs en Praktijkonderwijs in Zutphen e.o. Informatie voor ouders/verzorgers van basisschoolleerlingen 1 2 Vooraf Uw zoon of dochter zit nu in groep 8 van de basisschool of in

Nadere informatie

Lezen met begrip: de sleutel tot schoolsucces

Lezen met begrip: de sleutel tot schoolsucces Lezen met begrip: de sleutel tot schoolsucces Mariët Förrer is Senior consultant CPS onderwijsontwikkeling en advies te Amersfoort. E-mail: m.förrer@cps.nl Dit artikel verkent, vanuit het perspectief van

Nadere informatie

Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2

Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 Leerjaar 1 en 2 vmbo-b/k Doelen Leerdoelen technisch lezen eind leerjaar 2 95 % van de leerlingen beheerst AVI-plus 95% beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot woorden en zinnen leerlingen

Nadere informatie

Het huiswerk heeft de volgende functies: - Het kan er toe bijdragen dat kinderen niet achterop raken met het onderwijsprogramma

Het huiswerk heeft de volgende functies: - Het kan er toe bijdragen dat kinderen niet achterop raken met het onderwijsprogramma Huiswerk op De Springplank Informatiebrochure voor ouders / verzorgers Deze brochure is opgezet om u als ouders/verzorgers te informeren over de rol van huiswerk op De Springplank. We hopen dat deze informatie

Nadere informatie

Kunnen leerlingen wat ze moeten kunnen?

Kunnen leerlingen wat ze moeten kunnen? Kunnen leerlingen wat ze moeten kunnen? Onderzoek naar de doorlopende leerlijn op het gebied van werkwoordspelling Marjolein van der Horst, Huub van den Bergh & Jacqueline Evers-Vermeul In dit onderzoek

Nadere informatie

Websites voor mentoren en leerlingen Inleiding

Websites voor mentoren en leerlingen Inleiding Websites voor mentoren en leerlingen Inleiding Internet is niet meer weg te denken uit het huidige onderwijs en biedt bovendien een bijna onuitputtelijke bron aan informatie en hulpmiddelen. Dit document

Nadere informatie

Ouderbetrokkenheid: interviewschema

Ouderbetrokkenheid: interviewschema Ouderbetrokkenheid: interviewschema Contactinformatie: Prof. dr. Johan van Braak, Lien Ghysens en Ruben Vanderlinde Vakgroep Onderwijskunde Universiteit Gent Inleiding Met dit interview willen we meer

Nadere informatie

Je gedachten gestructureerd op papier

Je gedachten gestructureerd op papier Online training: Je gedachten gestructureerd op papier Start: 14 september 2015 Een online programma, mét coaching, voor ondernemers en werknemers Voor als je logisch opgebouwde teksten wil leren schrijven,

Nadere informatie

Door: Peter Wierenga Gepubliceerd: vrijdag 28 september 2007 00:25 Update: vrijdag 28 september 2007 00:29

Door: Peter Wierenga Gepubliceerd: vrijdag 28 september 2007 00:25 Update: vrijdag 28 september 2007 00:29 Rond het verschijnen van De Ondergang van de Nederlandse leraar waren er veel verzoeken voor interviews. Ik pakte alles aan, maar wist niet precies hoe het werkte. Dus toen Metro, Spits en De Pers me benaderden,

Nadere informatie

Voorstel taal- en rekenbeleid [school]

Voorstel taal- en rekenbeleid [school] Inleiding Landelijk Op 27 april 2010 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel 'Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen' aangenomen. Het wetsvoorstel treedt op 1 augustus 2010 in werking. De kern van

Nadere informatie

Dr. H. Blok (Henk) Doelstellingen van schoolonderwijs en thuisonderwijs

Dr. H. Blok (Henk) Doelstellingen van schoolonderwijs en thuisonderwijs Dr. H. Blok (Henk) is als psycholoog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, Afdeling Pedagogiek en Onderwijskunde. Zijn taak is het verrichten

Nadere informatie

Dossieropdracht 3. Analyse 1 - Didactiek

Dossieropdracht 3. Analyse 1 - Didactiek Dossieropdracht 3 Analyse 1 - Didactiek Naam: Thomas Sluyter Nummer: 1018808 Jaar / Klas: 1e jaar Docent Wiskunde, deeltijd Datum: 22 november, 2007 Samenvatting Het realistische wiskundeonderwijs heeft

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding 4. Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10. Les 2. Denken Kunnen dieren denken?

Inhoudsopgave. Inleiding 4. Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10. Les 2. Denken Kunnen dieren denken? >> Inhoudsopgave Inleiding 4 Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10 Les 2. Denken Kunnen dieren denken? 14 Les 3. Geluk Wat is het verschil tussen blij zijn en gelukkig zijn?

Nadere informatie

De beste basis voor je toekomst

De beste basis voor je toekomst Visser t Hooft Lyceum Leiderdorp KANSRIJK EN UITDAGEND De beste basis voor je toekomst i 11gymnasium 11atheneum 11havo vhl.nl 11mavo (vmbo-t) Muzenlaan 155 q Op de open avond vond ik de school meteen leuk

Nadere informatie

Inhoudsopgave: Even voorstellen 5. Waar staan we voor 7. Ons onderwijs 7. Boeiend onderwijs: 8. Kwaliteit bewaken 8

Inhoudsopgave: Even voorstellen 5. Waar staan we voor 7. Ons onderwijs 7. Boeiend onderwijs: 8. Kwaliteit bewaken 8 Informatiegids Inhoudsopgave: Even voorstellen 5 Waar staan we voor 7 Ons onderwijs 7 Boeiend onderwijs: 8 Kwaliteit bewaken 8 Veiligheid door respect en regels 9 Open voor vernieuwingen 9 Engels en Frans

Nadere informatie

Sabine Sommer is Interne begeleider van de bovenbouw.. Zij gaat vooral over de zorg van de kinderen.

Sabine Sommer is Interne begeleider van de bovenbouw.. Zij gaat vooral over de zorg van de kinderen. Informatie over de gang van zaken in leerjaar 5 Sabine Sommer is Interne begeleider van de bovenbouw.. Zij gaat vooral over de zorg van de kinderen. ALGEMEEN Het allerbelangrijkste vinden wij dat de kinderen

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen

Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen Inleiding In de voorgaande twee hoofdstukken hebben wij de nieuwe woordleestoetsen en van Kleijnen e.a. kritisch onder de loep genomen. Uit ons onderzoek

Nadere informatie

1 Naar Levenverrijkend Onderwijs

1 Naar Levenverrijkend Onderwijs 1 Naar Levenverrijkend Onderwijs INLEIDING Ik wil je een visie op de toekomst van het onderwijs aanreiken. In dit boek beschrijf ik een onderwijsproces dat geen bepaalde orde of autoriteit dient, maar

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Christelijk Gymnasium VWO

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Christelijk Gymnasium VWO RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK Christelijk Gymnasium VWO Plaats : Utrecht BRIN nummer : 16PA C1 BRIN nummer : 16PA 00 VWO Onderzoeksnummer : 283237 Datum onderzoek : 8 april 2015 Datum vaststelling

Nadere informatie

Kies voor meer! kies voor meer

Kies voor meer! kies voor meer kies voor meer Kies voor meer! Je staat op het punt om een heel belangrijke beslissing te nemen: je kiest de school waar je de komende jaren naartoe gaat. Spannend! Want je wilt natuurlijk naar een plek

Nadere informatie

Huiswerkbeleid Onderwijsteam 7

Huiswerkbeleid Onderwijsteam 7 Huiswerkbeleid Onderwijsteam 7 Inleiding: Het onderwijs op school is er onder meer op gericht de verantwoordelijkheid en zelfstandigheid van de leerlingen te vergroten. Ook het maken van huiswerk levert

Nadere informatie

Huiswerkbeleid op basisschool De Leerlingst

Huiswerkbeleid op basisschool De Leerlingst Basisschool De Leerlingst Postbus 4052 6080 AB Haelen 0475-300989 info@deleerlingst.nl Huiswerkbeleid op basisschool De Leerlingst Inhoud: 1. Waarom geven wij huiswerk? 2. In welke groepen krijgen de kinderen

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 30 234 Toekomstig sportbeleid 31 293 Primair Onderwijs Nr. 143 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

2013-2017. Huiswerkbeleid

2013-2017. Huiswerkbeleid 01-017 Huiswerkbeleid Inhoudsopgave Beschrijving doelgroep Visie op onderwijs Basisvisie Leerinhouden/Activiteiten De voor- en nadelen van het geven van huiswerk Voordelen Nadelen Richtlijnen voor het

Nadere informatie

Een succesvol traject ter voorbereiding op de taaltoets

Een succesvol traject ter voorbereiding op de taaltoets Tenslotte demonstreren we u de online databank op de website van de Nederlandse Taalunie. U kunt Lezen in het basisonderwijs, evenals Schrijven in het basisonderwijs, downloaden van de volgende websites:

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden zelfstandig leren Leren leren is veel meer dan leren studeren, veel meer dan sneller lijstjes blokken of betere schema s maken. Zelfstandig leren houdt in: informatie kunnen verwerven, verwerken en toepassen

Nadere informatie

Februari 2014 NIEUWSBRIEF

Februari 2014 NIEUWSBRIEF Februari 2014 NIEUWSBRIEF Citotoetsen In de komende weken worden in de groepen 1 t/m 7 weer de Citotoetsen afgenomen. In groep 1 en 2 zijn dat de reken- en taaltoets. In groep 3 t/m 7 worden de toetsen

Nadere informatie

wat is passend? naar aanleiding van Paulus brief aan de Kolossenzen wil ik dat uitwerken voor 4 categorieën vier kringen

wat is passend? naar aanleiding van Paulus brief aan de Kolossenzen wil ik dat uitwerken voor 4 categorieën vier kringen vandaag wil ik dit gebod toepassen op het geloofsgesprek onderwerp van de gemeenteavond komende week onze overtuiging is dat zulke gesprekken hard nodig zijn voor de opbouw van onze gemeente tegelijk is

Nadere informatie

Dia 1 Introductie max. 2 minuten!

Dia 1 Introductie max. 2 minuten! 1 Dia 1 Introductie max. 2 minuten! Vertel: Deze les gaat vooral over het gebruik van sociale media. Maar: wat weten jullie eigenlijk zelf al over sociale media? Laat de leerlingen in maximaal een minuut

Nadere informatie

Opbrengstgericht werken moet je doen! 3 e jaarcongres VMBO: Praktisch VMBO De Reehorst Ede, 24 januari 2012

Opbrengstgericht werken moet je doen! 3 e jaarcongres VMBO: Praktisch VMBO De Reehorst Ede, 24 januari 2012 Opbrengstgericht werken moet je doen! 3 e jaarcongres VMBO: Praktisch VMBO De Reehorst Ede, 24 januari 2012 Hoe zo: opbrengstgericht werken? data driven teaching Minister van OCW stuurt het Aktieplan Beter

Nadere informatie

IEP Eindtoets. IEP Eindtoets - informatie voor ouders. Bureau ICE De nieuwe generatie toetsen en examens

IEP Eindtoets. IEP Eindtoets - informatie voor ouders. Bureau ICE De nieuwe generatie toetsen en examens IEP Eindtoets is overzichtelijk en ziet er aantrekkelijk uit IEP Eindtoets - informatie voor ouders Bureau ICE De nieuwe generatie toetsen en examens IEP Eindtoets voor een goed beeld van uw kind Vanaf

Nadere informatie

Middel voor onderwijsverbetering of afrekeninstrument?

Middel voor onderwijsverbetering of afrekeninstrument? Middel voor onderwijsverbetering of afrekeninstrument? 12 Toetsen: volop in de schijnwerpers Sst, wij maken de Citotoets. Rond deze tijd hangen veel scholen dit soort briefjes weer op de deur van groep

Nadere informatie

Planmatig samenwerken met ouders

Planmatig samenwerken met ouders Ouderparticipatie Team Planmatig samenwerken met ouders Samen vooruit! Tamara Wally Tamara Wally (MSc.) is werkzaam bij de CED- Groep. Ze werkte mee aan de publicatie Samen vooruit, over planmatig werken

Nadere informatie

Welkom op. Naar het voortgezet onderwijs

Welkom op. Naar het voortgezet onderwijs Welkom op Naar het voortgezet onderwijs Een homogene klas Meerdere vakdocenten Andere mensen Meer vakken Meer lokalen Meer boeken Meer huiswerk Andere verantwoordelijkheden Andere lestijden Pauzeren op

Nadere informatie

Rapport Carriere Waarden I

Rapport Carriere Waarden I Rapport Carriere Waarden I Kandidaat TH de Man Datum 18 Mei 2015 Normgroep Advies 1. Inleiding Carrièrewaarden zijn persoonlijke kenmerken die maken dat u bepaald werk als motiverend ervaart. In dit rapport

Nadere informatie

Over het Vecht-College

Over het Vecht-College Over het Vecht-College Het Vecht-College is een particuliere middelbare school voor mavo, havo en vwo. Wij bieden kwalitatief hoogstaand onderwijs, gericht op de individuele behoeften en talenten van kinderen.

Nadere informatie

Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd

Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd Samenvatting Excellentie kan het beste worden gestimuleerd door het coachen van de persoonlijke

Nadere informatie

Sita (VWO2) Aaron Sams. Natuurkunde en Flipping the Classroom

Sita (VWO2) Aaron Sams. Natuurkunde en Flipping the Classroom Natuurkunde en Flipping the Classroom De lespraktijk van een natuurwetenschappelijk vak zoals natuurkunde bestaat gewoonlijk uit klassikale instructie, practicum en het verwerken van opdrachten. In de

Nadere informatie

Informatieboekje GROEP 7

Informatieboekje GROEP 7 Informatieboekje GROEP 7 Schooljaar 2015-2016 Voorwoord Voor u ligt het informatieboekje van uw kind in groep 7. We gaan samen met de kinderen fris een nieuw jaar in. Een jaar waarin er veel gebeurt en

Nadere informatie

Taalzwakke studenten? Stimuleer taalontwikkeling óók in de vaklessen

Taalzwakke studenten? Stimuleer taalontwikkeling óók in de vaklessen Taalzwakke studenten? Stimuleer taalontwikkeling óók in de vaklessen Ellis Eerdmans CINOP Juni 2012 Programma Welkom + intro Wat doe je in je lessen? Taalproblemen alleen bij dyslectische studenten? Hoe

Nadere informatie

JAARGANG 8 / NUMMER 3 NOVEMBER 2013. Mede mogelijk dankzij:

JAARGANG 8 / NUMMER 3 NOVEMBER 2013. Mede mogelijk dankzij: JAARGANG 8 / NUMMER 3 NOVEMBER 2013 Partners: Mede mogelijk dankzij: VRAAG 1 Verwarrende werkwoorden Schrijfster Joke van Leeuwen heeft met haar boek Feest van het begin de AKO Literatuurprijs gewonnen.

Nadere informatie

Voorwoord. Willy Kimpen directeur

Voorwoord. Willy Kimpen directeur Voorwoord Het is de opdracht van elke school om de hen toevertrouwde leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden in hun ontwikkeling. Onze basisschool De Zevensprong heeft hiervan een prioriteit gemaakt

Nadere informatie

In het kleuteronderwijs is dat al zo, in leerjaar 3 wordt hierop voortgebouwd. Early childhood education besteedt daar ook aandacht aan.

In het kleuteronderwijs is dat al zo, in leerjaar 3 wordt hierop voortgebouwd. Early childhood education besteedt daar ook aandacht aan. STAKEHOLDERS CONFERENTIE donderdag 11 augustus 2011 Methodeontwikkeling - 3 (MO-3) Stellingen Eens Weet Oneens 1. Het onderwijs moet aansluiten bij de situatie waar kinderen naar de universiteit gaan.

Nadere informatie

Meedoen met de Monitor

Meedoen met de Monitor Meedoen met de Monitor Een school die deelneemt aan de Monitor de Bibliotheek op school wil doelgericht samenwerken met de bibliotheek om de taalontwikkeling van de leerlingen te stimuleren. Dat gebeurt

Nadere informatie

Nieuws uit CBS Het Kompas. Toetsen

Nieuws uit CBS Het Kompas. Toetsen Nieuws uit CBS Het Kompas Voor iedereen, die ik nog niet persoonlijk gezien heb, nog de beste wensen voor 2014! Toetsen Wij zijn alweer ruim drie weken aan het werk in de klassen. Hier op school heerste

Nadere informatie

Didactische verantwoording. Allemaal taal. Taal en communicatie voor pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en op de peuterspeelzaal

Didactische verantwoording. Allemaal taal. Taal en communicatie voor pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en op de peuterspeelzaal Didactische verantwoording Allemaal taal Taal en communicatie voor pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en op de peuterspeelzaal Jenny van der Ende Taalondersteuning bij kinderen Naast behoefte aan

Nadere informatie

Opleiders in de school: Els Hagebeuk elshagebeuk@de-gouw.nl Sjef Langedijk sjeflangedijk@de-gouw.nl. Begeleiden van pabostudenten

Opleiders in de school: Els Hagebeuk elshagebeuk@de-gouw.nl Sjef Langedijk sjeflangedijk@de-gouw.nl. Begeleiden van pabostudenten Opleiders in de school: Els Hagebeuk elshagebeuk@de-gouw.nl Sjef Langedijk sjeflangedijk@de-gouw.nl Begeleiden van pabostudenten Dit stuk geeft je handvatten bij de begeleiding van een pabostudent. Als

Nadere informatie

Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS)

Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS) Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS) Stel dat dat (te grote wonder) gebeurt, ik betwijfel of dat zal gebeuren, maar stel je voor dat, wat zou je dan doen dat je nu niet doet? (p36)

Nadere informatie

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming.

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Tussen 16 december 2013 en 1 januari 2014 heeft GfK voor het ministerie van OCW een flitspeiling uitgevoerd gericht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van

Nadere informatie

lesmateriaal Taalkrant

lesmateriaal Taalkrant lesmateriaal Taalkrant Toelichting Navolgend vindt u een plan van aanpak en 12 werkbladen voor het maken van de Taalkrant in de klas, behorende bij het project Taalplezier van Stichting Wereldleren. De

Nadere informatie

te onderzoeken welke verschillen er bestaan tussen groepen leerlingen en hoe groot die verschillen zijn;

te onderzoeken welke verschillen er bestaan tussen groepen leerlingen en hoe groot die verschillen zijn; Stefanootje Jaargang 10, nummer 17, 29-05-2008 Uitgegeven door: BS St. Stefanus Wijnandsrade reacties: stefanootje@bs-stefanus.nl Peilingsonderzoek geschiedenis en aardrijkskunde 2008 Het project Periodieke

Nadere informatie

Brochure Begrijpend lezen VMBO 1

Brochure Begrijpend lezen VMBO 1 Brochure Begrijpend lezen VMBO 1 Brochure Begrijpend lezen VMBO 2 Inleiding Het belang van begrijpend lezen kan nauwelijks overschat worden. Het niveau van begrijpend lezen dat kinderen aan het einde van

Nadere informatie

Tekst 1 Richtlijnen voor leraren op Facebook en Twitter

Tekst 1 Richtlijnen voor leraren op Facebook en Twitter Actuele opdracht leesvaardigheid Social media februari 2012 2 vmbo-th / 2 havo Opdracht 1 Lees tekst 1 verkennend. a Uit welke krant komt tekst 1? b Uit welke gegevens uit tekst 1 kun je afleiden in welke

Nadere informatie

Veiligheid en schoolklimaat

Veiligheid en schoolklimaat de staat van het onderwijs 3 Veiligheid en schoolklimaat Over het algemeen voelen leerlingen zich veilig op school. Dat geldt niet voor alle leerlingen. Soms zijn er bovendien ernstige incidenten met verstrekkende

Nadere informatie

Effectief onderwijs. Onderzoek in vogelvlucht. ROC Mondriaan, Strategisch Beleidscentrum, Marja van Knippenberg

Effectief onderwijs. Onderzoek in vogelvlucht. ROC Mondriaan, Strategisch Beleidscentrum, Marja van Knippenberg Effectief onderwijs Onderzoek in vogelvlucht ROC Mondriaan, Strategisch Beleidscentrum, Marja van Knippenberg Effectief onderwijs Veel onderzoek met verschillende onderzoeksopzetten in verschillende settings:

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Lesbrief nummer 23 december 2015

Lesbrief nummer 23 december 2015 Lesbrief nummer 23 december 2015 Wilt u laten weten wat u van deze TLPST vond? Hebt u tips voor de volgende aflevering? Mail ons: redactie@tlpst.nl. Hoe klink jij? Wat vinden andere mensen van hoe jij

Nadere informatie

JONG HOEZO ANDERS?! EN HOOGGEVOELIG. Informatie, oefeningen en tips voor hooggevoelige jongeren

JONG HOEZO ANDERS?! EN HOOGGEVOELIG. Informatie, oefeningen en tips voor hooggevoelige jongeren Ellen van den Ende in samenwerking met Mariëtte Verschure JONG EN HOOGGEVOELIG HOEZO ANDERS?! Informatie, oefeningen en tips voor hooggevoelige jongeren Uitgeverij Akasha Inhoud Hooggevoelig, hoezo anders?!

Nadere informatie

Een doorlopende leeslijn voor elke leerling. Alle facetten van leesontwikkeling in het voortgezet onderwijs belicht

Een doorlopende leeslijn voor elke leerling. Alle facetten van leesontwikkeling in het voortgezet onderwijs belicht 2. Taalonderwijs van 12-18 Ronde 5 Regine Bots CED-Groep, Unit VO-BVE, Rotterdam Contact: r.bots@cedgroep.nl 2 Een doorlopende leeslijn voor elke leerling. Alle facetten van leesontwikkeling in het voortgezet

Nadere informatie

o.a. Carnaval, cito groep 1 en 2, protocol (meer)begaafdheid

o.a. Carnaval, cito groep 1 en 2, protocol (meer)begaafdheid Hofbode 5 11 januari 2016 o.a. Carnaval, cito groep 1 en 2, protocol (meer)begaafdheid Kerst 2015 Het is alweer een aantal weken geleden maar we kunnen terugkijken op een sfeervolle Kerst. We willen alle

Nadere informatie

Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving

Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving De relatie tussen leesvaardigheid en de ervaringen die een kind thuis opdoet is in eerder wetenschappelijk onderzoek aangetoond: ouders hebben een grote invloed

Nadere informatie

Samen het beste uit jezelf halen

Samen het beste uit jezelf halen Samen het beste uit jezelf halen Technasium en bèta-onderwijs pag. 4 Kunst en Cultuur pag. 5 Talen en gymnasium pag. 6 Technasium en bèta-onderwijs pag. 4 Kunst en Cultuur pag. 5 Talen en gymnasium pag.

Nadere informatie

8-10-2015. Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Toetsen. Contactgegevens

8-10-2015. Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Toetsen. Contactgegevens Nationaal congres Taal en Lezen 15 oktober 2015 Toetsen WWW.CPS.NL Contactgegevens Willem Rosier w.rosier@cps.nl 06 55 898 653 Wat betekent dit voor het meten van de 21ste eeuwse taalvaardigheden? We hebben

Nadere informatie

Boekwerk. Voorstel voor een project omschrijving. 1.1 Doelstelling

Boekwerk. Voorstel voor een project omschrijving. 1.1 Doelstelling Boekwerk Voorstel voor een project omschrijving 1.1 Doelstelling Het doel van het te ontwikkelen lespakket Boekwerk is leerlingen op een nieuwe manier bezig te laten zijn met taal, boeken en vakinhoud.

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Primair Onderwijs Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Nadere informatie

HUISWERKBELEID BS DE TWEESPRONG SCHOOLJAAR

HUISWERKBELEID BS DE TWEESPRONG SCHOOLJAAR HUISWERKBELEID BS DE TWEESPRONG SCHOOLJAAR INLEIDING Huiswerk ligt in het verlengde van het leerproces dat in de klas is gestart. Het vormt een brug tussen thuis en de school. Met het meegeven van huiswerk

Nadere informatie

Ouders, het verborgen kapitaal van de school. Hans Christiaanse

Ouders, het verborgen kapitaal van de school. Hans Christiaanse Ouders, het verborgen kapitaal van de school Hans Christiaanse Initiatief OCW vanaf januari 2012 www.facebook.com/oudersenschoolsamen Samenwerken Noem wat erin je opkomt, als je denkt aan een goede samenwerking

Nadere informatie

Naar welke opleiding kan mijn kind?

Naar welke opleiding kan mijn kind? Na de basisschool Naar welke opleiding kan mijn kind? Het basisschooladvies Het 2e toetsgegeven De nieuwe school Het onderwijssysteem Wat verwachten we van de ouders bij deze schoolkeuze? Belangrijke data

Nadere informatie

Dyslexie. Een grote tegenvaller. Een vervelend probleem

Dyslexie. Een grote tegenvaller. Een vervelend probleem Dyslexie Een grote tegenvaller Als iemand dyslexie heeft heet dat een dyslecticus. Het meervoud van een dyslecticus is dyslectici. Dyslexie is een woord uit de Griekse taal, het betekent `slecht lezen`.

Nadere informatie

2013-2017. Actief burgerschap en sociale integratie

2013-2017. Actief burgerschap en sociale integratie 201-2017 Actief burgerschap en sociale integratie Inhoudsopgave: Kwaliteitszorg actief burgerschap en sociale integratie Visie en planmatigheid Visie Doelen Invulling Verantwoording Resultaten Risico s

Nadere informatie