Tijdvaktoets A hoofdstuk 1 Oorlog en crisis

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tijdvaktoets A hoofdstuk 1 Oorlog en crisis"

Transcriptie

1 TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 1 Tijdvaktoets A hoofdstuk 1 Oorlog en crisis Bij de meerkeuzevragen is maar één antwoord goed. Als er meer antwoorden mogelijk zijn, staat dat in of bij de vraag. Kernparagrafen 1 Er waren verschillende oorzaken voor de Eerste Wereldoorlog. Maak steeds een rijtje van drie combinaties van de volgende woorden, namen en/of jaartallen: Frankrijk oorlogsvloot Servië koloniën 1871 Rusland Princip Wilhelm II langdurige wraakgevoelens. Elk rijtje heeft te maken met één oorzaak van de oorlog. 2 Welke twee begrippen hebben te maken met oorzaken van de Eerste Wereldoorlog? Noteer alleen de letters. A anti-russische gevoelens B absolutisme C nationalisme D bondgenootschappen E loopgraven 3 Lees bron 1. Wanneer is deze brief geschreven? Noteer alleen de letter. A In de eerste helft van B In de tweede helft van C In de eerste helft van D In de tweede helft van Lieve vader, Het is niet zolang geleden dat ik u vaarwel heb gezegd maar ik schrijf u nu omdat ik zo opgewonden ben. Sinds mijn oproep is alles me goed vergaan. Ik hoop dat thuis ook alles goed is. We hebben oefeningen gehouden en de sfeer zit er goed in, helemaal nu de oorlog verklaard is! We kunnen niet wachten tot we in Parijs op een terrasje zitten bij te komen van onze tocht. Waarschijnlijk zullen we vooral moe zijn van de snelle opmars, en niet van de gevechten met de Fransen, zegt de sergeant tegen me, als hij over mijn schouder meeleest. Ik denk dat hij gelijk heeft, ze maken echt geen kans. Tijdens de oefeningen heb ik ze met machinegeweren in de weer gezien, daar kunnen die Fransen echt niks tegen beginnen. Ik beloof dat ik voorzichtig zal zijn. Ik zal mijn plicht vervullen, U kunt trots op mij zijn! Groet, Uw zoon Bron 1 4 Uit welk land kwam de schrijver van de brief in bron 1? MALMBERG HAVO 1/5

2 TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 1 5 Zet de gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde. Noteer alleen de letters. A Frans Ferdinand gedood. B Oostenrijk verklaart Servië de oorlog. C Duitsland verslaat Frankrijk in een oorlog. D Duitsland valt België binnen. E De slag aan de Somme. F Duitsland verklaart Rusland de oorlog. 6 Maak twee kolommen. Zet boven de linkerkolom Geallieerden en boven de rechterkolom de naam van het andere bondgenootschap. Schrijf onder elk bondgenootschap de naam van drie deelnemende landen. 7 Bekijk bron 2. Leg uit waarom deze bron goed past bij het begrip totale oorlog. Bron 2 Vrouwen aan het werk in de fabriek. 8 I De Duitsers wilden in 1917 met het Zimmermanntelegram de Verenigde Staten overhalen om de Duitse kant te kiezen. II President Wilson kreeg in 1919 de Nobelprijs voor de Vrede. A Beide zijn goed. B I is goed en II is fout. C I is fout en II is goed. D Beide zijn fout. 9 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld IA). I parlement A veertien punten II Republikeinen B Congres III Democraten C voor sterke federale overheid IV Wilson D vrijheid voor afzonderlijke deelstaten MALMBERG HAVO 2/5

3 TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 1 10 Welke begrip is kenmerkend voor de economie van de Verenigde Staten in de jaren twintig? A nationalisme B consumptiemaatschappij C roaring twenties D economische crisis 11 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld IA). Oorzaken Gevolgen I normaliteit van Harding A criminele organisaties II alcoholverbod B vrijemarkteconomie III WASP C Amerikaans isolationisme IV beleid Coolidge D meer racisme 12 In 1919 hadden de Republikeinen de meerderheid in het Amerikaanse Congres. Dit droeg ertoe bij dat president Wilson in dat jaar twee teleurstellingen kreeg te verwerken. Welke twee waren dat? Noteer alleen de letters. A Hij moest aftreden. B Het Congres was tegen elk voorstel dat Wilson deed. C Het Congres stemde tegen lidmaatschap van de Volkenbond. D Hij kon geen hoofdrol meer spelen bij de besprekingen in Versailles. E Het Congres stemde tegen het Verdrag van Versailles. 13 Lees bron 3. I Deze bron past bij het begin van de jaren twintig in de Verenigde Staten. II Deze bron is een soort aanklacht tegen het beleid van de presidenten van de Democratische Partij uit de jaren twintig. A Beide zijn goed. B I is goed en II is fout. C I is fout en II is goed. D Beide zijn fout. De huidige situatie in de Amerikaanse landbouw is een situatie van de ergste soort. De minister van landbouw deelt in zijn verslag mee dat in de vijftien belangrijkste tarweproducerende staten een meerderheid van boeren failliet is gegaan. Daar tegenover staat dat het heel goed gaat met de industrie. Vrijwel onbeperkte welvaart voor de grote ondernemingen en ondergang en faillissement voor de landbouw is het directe en logische gevolg van de politiek en de wetgeving. Een politiek en wetgeving die de industriële magnaten beschermt, maar de prijzen van de agrarische producten laag houdt, terwijl de prijzen voor de boeren stijgen. Bron 3 14 Gebruik bron 3. Wat heeft de informatie in de eerste alinea te maken met wat er in de Eerste Wereldoorlog gebeurde? Gebruik de woorden Europa hypotheek overproductie. 15 Gebruik bron 3. Leef je in twee arbeiders in. De een werkt in een fabriek waar tractoren worden gemaakt. De ander werkt in een fabriek waar koelkasten worden gemaakt. Het moet gaan over de tijd waarover de bron gaat. Maak duidelijk waarom de ene arbeider wel en de andere arbeider niet tevreden is met het beleid van de regering. MALMBERG HAVO 3/5

4 TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 1 16 I Een gevolg van de economische crisis was dat veel fabrieken failliet gingen en dat er hoge werkloosheid ontstond. II Een gevolg van de economische crisis was dat er paniek ontstond op Wallstreet op Zwarte Donderdag. A Beide zijn goed. B I is goed en II is fout. C I is fout en II is goed. D Beide zijn fout. 17 Welke begrippen horen bij de omschrijvingen? Noteer de letter van de zin en het begrip dat erbij hoort. A Een grote en plotselinge daling van de koersen van aandelen. B Een periode met een veel hoger aanbod van producten dan dat er vraag is, met als gevolg werkeloosheid. Consumenten hebben weinig vertrouwen in de economie. C Het gezamenlijk bestuur over alle deelstaten, zoals in de Verenigde Staten bijvoorbeeld het federale Congres en de Amerikaanse president. 18 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld IA). I liberalisme A gevolg crisis II roaring twenties B vrijemarkteconomie III Hoovervilles C oorzaak crisis IV grenzeloos vertrouwen in economie D jazzmuziek 19 Zet de gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde. Noteer alleen de letters. A Harding wordt president van de Verenigde Staten. B President Wilson onderhandelt in Versailles C De markt voor auto s begint verzadigd te raken. D De Democraten verliezen hun meerderheid in het Congres. E De aandelenkoersen op Wallstreet storten in. 20 Wat is de goede volgorde van de volgende perioden of gebeurtenissen? Noteer alleen de letter. A Verdrag van Versailles economisch crisis Tweede Wereldoorlog roaring twenties. B economisch crisis Verdrag van Versailles roaring twenties Tweede Wereldoorlog. C Verdrag van Versailles roaring twenties economisch crisis Tweede Wereldoorlog. D roaring twenties economisch crisis Verdrag van Versailles Tweede Wereldoorlog. Historisch persoon (Franklin Delano Roosevelt) 21 Waarmee kreeg Franklin Delano Roosevelt als president te maken? Noteer alleen de letters. A De Eerste Wereldoorlog. B Criminaliteit als gevolg van het verbod op drank. C De gevolgen van de crisis. D Een grote beurskrach. E De Conferentie van Jalta. 22 Wat waren maatregelen van de New Deal? Noteer alleen de letters. A Alle banken werden tijdelijk gesloten. B Er werd werk gecreëerd voor werkloze jongeren. C Er werden stuwdammen gebouwd. D De grondwet werd tijdelijk buiten werking gesteld. E Boeren kregen subsidie van de overheid als ze meer zouden produceren. MALMBERG HAVO 4/5

5 TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 1 Wereldwijd: Nederland neutraal 23 Welke uitspraken zijn juist? Noteer alleen de letters. A Nederland was neutraal. Duitsland en Engeland konden er voedsel kopen. B Duitsland durfde de Nederlandse neutraliteit niet te schenden. C Een neutraal Nederland was militair gunstig voor Engeland, maar ongunstig voor Duitsland. D Het had weinig gescheeld of Nederland was wel betrokken geweest bij de oorlog. E Nederland had vooral goede banden met Engeland. 24 I België werd in 1914 binnengevallen door het Duitse leger. II In 1918 voerde de regering de levensmiddelendistributie in. A Beide zijn goed. B I is goed en II is fout. C I is fout en II is goed. D Beide zijn fout. MALMBERG HAVO 5/5

6 ANTWOORDEN TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 1 Antwoorden tijdvaktoets A hoofdstuk 1 Oorlog en crisis Kernparagrafen 1 Rij 1 Rij 2 Rij 3 Frankrijk oorlogsvloot Servië 1871 koloniën Rusland langdurige wraakgevoelens Wilhelm II Princip 2 C, D 3 B 4 Duitsland 5 C A B F D E 6 Geallieerden Frankrijk Rusland Engeland Centralen Duitse Rijk Oostenrijk-Hongarije Italië 7 Bijvoorbeeld: Bij een totale oorlog krijgt de hele samenleving te maken met de gevolgen van de oorlog. Hier zie je dat in een fabriek massaal granaten worden geproduceerd die niet alleen tegen soldaten werden ingezet. Bovendien gebeurt dat door vrouwen, die waarschijnlijk voorheen niet werkten. Zij kregen een andere positie in de samenleving. 8 C 9 IB, IIA, IIID, IVB 10 B 11 IC, IIA, IIID, IVB 12 C, E 13 B 14 Al vanaf het begin van de jaren 1920 kwamen veel boeren in de problemen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog had Europa tarwe, suiker en katoen nodig en de Verenigde Staten konden dat leveren. Om aan de grote vraag van dat soort producten te voldoen, namen veel boeren hypotheken op hun grond en boerderijen om nog meer grond en moderne machines te kunnen kopen. Na de oorlog produceerden de Europese boeren echter weer zelf en viel die afzetmarkt van de Amerikaanse boeren weg. Het gevolg was overproductie. Veel boeren(bedrijven) gingen failliet. MALMBERG HAVO 1/2

7 ANTWOORDEN TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 1 15 De arbeider in de fabriek voor tractoren zal niet tevreden zijn. Boeren worden met dit beleid niet geholpen: ze gaan failliet, waardoor er minder tractoren worden verkocht. De fabriek voor tractoren komt dan ook in de problemen. De arbeider in de fabriek voor koelkasten zal tevreden zijn. Een koelkast is een luxeproduct. Fabrieken voor dit soort producten werden juist gesteund. 16 B 17 A B C beurskrach economische crisis federaal bestuur 18 IB, IID, IIIA, IVC 19 D B A C E 20 C Historisch persoon (Franklin Delano Roosevelt) 21 C, E 22 A, B, C Wereldwijd: Nederland neutraal 23 A, D 24 B MALMBERG HAVO 2/2

8 TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 1 Tijdvaktoets B hoofdstuk 1 Oorlog en crisis Bij de meerkeuzevragen is maar één antwoord goed. Als er meer antwoorden mogelijk zijn, staat dat in of bij de vraag. Kernparagrafen 1 Er waren verschillende oorzaken voor de Eerste Wereldoorlog. Maak steeds een rijtje van drie combinaties van de volgende woorden, namen en/of jaartallen: Frankrijk Servië 1917 koloniën Princip loopgraaf Wilhelm II vernederd Duitse eenheidsstaat. Elk rijtje heeft te maken met één oorzaak van de oorlog. 2 Welke twee zaken gaan over gevolgen van de Eerste Wereldoorlog? Noteer alleen de letters. A imperialisme B anti-russische gevoelens bij de Fransen C overheidsingrijpen in de economie D bondgenootschappen E anti-amerikaanse gevoelens bij de Fransen 3 Lees bron 1. Wanneer is dit dagboekfragment geschreven? Noteer alleen de letter. A in 1914 B in 1915 C in 1916 D in 1917 Dagboek Vandaag hebben we 25 kilometer gelopen. Laat in de middag zijn we aangekomen in Mariquion. Iedereen is zwaar vermoeid. We eten met z n allen. In plaats van Oepen, die naar het veldhospitaal is opgeroepen, is Graeff bij ons. We praten over de hoopgevende vredesonderhandelingen met Rusland, waarover de afgelopen dagen weer veel is gesproken. Rusland wil zich uit de oorlog terug trekken. Volgens de laatste berichten zouden de onderhandelingen op het laatste moment afgebroken zijn, nadat de Geallieerden Rusland een grote lening had toegezegd. Bron 1 Uit een dagboek 4 Uit welk land kwam de schrijver van het dagboekfragment in bron 1? 5 Zet de gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde. Noteer alleen de letters. A De Verenigde Staten gaan deelnemen aan de oorlog. B Oostenrijk verklaart Servië de oorlog. C De Russen trekken zich terug uit de oorlog. D Hervatting van de onbeperkte zeebotenoorlog. E De slag aan de Somme. F Duitsland verklaart Rusland de oorlog. 6 Maak twee kolommen. Zet boven de rechterkolom Centralen en boven de linkerkolom de naam van het andere bondgenootschap. Schrijf onder elk bondgenootschap de naam van drie deelnemende landen. MALMBERG HAVO 1/5

9 TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 1 7 Geef drie voorbeelden waarom de Eerste Wereldoorlog een totale oorlog genoemd kan worden. Eén voorbeeld moet te maken hebben met de economie, één met de samenleving en één met de politiek. Bij de samenleving ga je in op de rol van vrouwen en bij de politiek op de rol van onderwijs en kranten. 8 Een Duits telegram van 19 januari 1917 was voor de Verenigde Staten aanleiding om Duitsland de oorlog te verklaren. Hoe heette dit telegram en om welke twee redenen vonden de Verenigde Staten het bedreigend? 9 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld IA). Het gaat om de situatie vanaf het presidentschap van Wilson. I Democraten A veertien punten II Republikeinen B Congres III Wilson C voor sterke federale overheid IV parlement D vrijheid voor afzonderlijke staten 10 Bekijk bron 2. Hoe wordt de periode in de Amerikaanse geschiedenis genoemd, waarvan je hier een foto ziet? Bron 2 MALMBERG HAVO 2/5

10 TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 1 11 I In de tien jaar na de Eerste Wereldoorlog waren de meeste presidenten lid van de Republikeinse partij. II De Verenigde Staten werden na de Eerste Wereldoorlog geen lid van de Volkenbond. Dit was een grote teleurstelling voor president Wilson. A Beide zijn goed. B I is goed en II is fout. C I is fout en II is goed. D Beide zijn fout. 12 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld IA). Oorzaken Gevolgen I normaliteit van Harding A meer racisme II economische groei B economisch liberalisme III WASP C consumptiemaatschappij IV beleid Coolidge D Amerikaans isolationisme 13 Lees bron 3. I Deze bron past bij de periode direct na het begin van de economische crisis van II Deze bron is een soort aanklacht tegen het beleid van de Republikeinse presidenten uit de jaren twintig. A Beide zijn goed. B I is goed en II is fout. C I is fout en II is goed. D Beide zijn fout. De huidige situatie in de Amerikaanse landbouw is een situatie van de ergste soort. De minister van landbouw deelt in zijn verslag mee dat in de vijftien belangrijkste tarweproducerende staten een meerderheid van boeren failliet is gegaan. Daar tegenover staat dat het heel goed gaat met de industrie. Vrijwel onbeperkte welvaart voor de grote ondernemingen en ondergang en faillissement voor de landbouw is het directe en logische gevolg van de politiek en de wetgeving. Een politiek en wetgeving die de industriële magnaten beschermt, maar de prijzen van de agrarische producten laag houdt, terwijl de prijzen voor de boeren stijgen. Bron 3 14 Gebruik bron 3. Wat heeft de informatie in de eerste alinea te maken met wat er tijdens de Eerste Wereldoorlog gebeurde? Gebruik de woorden Europa hypotheek overproductie in je uitleg. 15 Gebruik bron 3. Leef je in twee arbeiders in. De een werkt in een fabriek waar tractoren worden gemaakt. De ander werkt in een fabriek waar koelkasten worden gemaakt. Het moet gaan over de tijd waarover de bron gaat. Maak duidelijk waarom de ene arbeider wel en de andere arbeider niet tevreden is met het beleid van de regering. 16 Wat was de belangrijkste oorzaak van de economische crisis die vanaf 1929 begon? A stijgende aandelenkoersen B te hoge lonen C werkloosheid onder boeren D overproductie MALMBERG HAVO 3/5

11 TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 1 17 Welke begrippen horen bij de omschrijvingen? Noteer de letter van de zin en het begrip dat erbij hoort. A Een grote voorliefde voor het eigen land en volk (die soms samengaat met een afkeer van andere landen en volken), of het streven naar een zelfstandige staat. B Een periode met een veel hoger aanbod van producten dan dat er vraag is, met als gevolg werkeloosheid. Consumenten hebben weinig vertrouwen in de economie. C Linies gevormd door uitgegraven greppels waarin soldaten bescherming zochten tegen vijandelijk vuur (machinegeweren en granaten). 18 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld IA). Oorzaken Gevolgen I economische crisis A felle kritiek op president II Amerikanen willen kredieten terug B wereldcrisis III ontstaan van sloppenwijken C mensen raken in de schulden IV grenzeloos vertrouwen in de vrije economie D instellen van importtarieven 19 Zet de gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde. Noteer alleen de letters. A Hoover wordt president van de Verenigde Staten. B President Wilson onderhandelt in Versailles. C Theodore Roosevelt krijgt de Nobelprijs voor de Vrede. D De Democraten verliezen hun meerderheid in het Congres. E De aandelenkoersen op Wallstreet storten in. 20 Wat is de goede volgorde van de volgende perioden of gebeurtenissen? Noteer alleen de letter. A Verdrag van Versailles economisch crisis Tweede Wereldoorlog roaring twenties. B economisch crisis Verdrag van Versailles roaring twenties Tweede Wereldoorlog. C roaring twenties economisch crisis Verdrag van Versailles Tweede Wereldoorlog. D Verdrag van Versailles roaring twenties economisch crisis Tweede Wereldoorlog. Historisch persoon (Franklin Delano Roosevelt) 21 Waarmee kreeg Franklin Delano Roosevelt als president te maken? Noteer alleen de letters. A De Eerste Wereldoorlog. B Criminaliteit als gevolg van het verbod op drank. C De gevolgen van de crisis. D Een grote beurskrach. E De Conferentie van Jalta. 22 Wat waren gevolgen van de New Deal? Noteer alleen de letters. A Alle banken werden tijdelijk gesloten. B Er werd werk gecreëerd voor werkloze jongeren. C Er werden stuwdammen gebouwd. D De grondwet werd tijdelijk buiten werking gesteld. E Boeren kregen subsidie van de overheid als ze meer zouden produceren. MALMBERG HAVO 4/5

12 TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 1 Wereldwijd: Nederland neutraal 23 Welke uitspraken zijn juist? Noteer alleen de letters. A Nederland was neutraal. Duitsland en Engeland konden er voedsel kopen. B Duitsland durfde de Nederlandse neutraliteit niet te schenden. C Een neutraal Nederland was militair gunstig voor Engeland, maar ongunstig voor Duitsland. D Het had weinig gescheeld of Nederland was wel betrokken geweest bij de oorlog. E Nederland had vooral goede banden met Engeland. 24 I België werd in 1914 binnengevallen door het Duitse leger. II In 1916 voerde de Nederlandse regering de levensmiddelendistributie in. A Beide zijn goed. B I is goed en II is fout. C I is fout en II is goed. D Beide zijn fout. MALMBERG HAVO 5/5

13 ANTWOORDEN TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 1 Antwoorden tijdvaktoets B hoofdstuk 1 Oorlog en crisis Kernparagrafen 1 Rij 1 Rij 2 Rij 3 Frankrijk Duitse eenheidsstaat Servië 1871 koloniën 1914 vernederd Wilhelm II Princip 2 B, C 3 D 4 Duitsland 5 B F E D A C 6 Geallieerden Frankrijk Rusland Engeland Centralen Duitse Rijk Oostenrijk-Hongarije Italië 7 economie samenleving politiek Oorlogseconomie; de overheid bepaalde wat geproduceerd werd en hierbij werd de gehele economie in het teken van oorlog gesteld. Vrouwen werden ingeschakeld in mannenberoepen. Door middel van bijvoorbeeld onderwijs en kranten werden nationalistische gevoelens versterkt. 8 In het Zimmermanntelegram beloofde Duitsland Mexico te steunen in zijn strijd tegen de Verenigde Staten. Bovendien gaf Duitsland aan de onbeperkte duikbotenoorlog te beginnen. 9 IC, IID, IIIA, IVB 10 roaring twenties 11 A 12 ID, IIC, IIIA, IVB 13 C MALMBERG HAVO 1/2

14 ANTWOORDEN TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 1 14 Al vanaf het begin van de jaren 1920 kwamen veel boeren in de problemen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog had Europa tarwe, suiker en katoen nodig en de Verenigde Staten konden dat leveren. Om aan de grote vraag van dat soort producten te voldoen, namen veel boeren hypotheken op hun grond en boerderijen om nog meer grond en moderne machines te kunnen kopen. Na de oorlog produceerden de Europese boeren echter weer zelf en viel die afzetmarkt van de Amerikaanse boeren weg. Het gevolg was overproductie. Veel boeren(bedrijven) gingen failliet. 15 De arbeider in de fabriek voor tractoren zal niet tevreden zijn. Boeren worden met dit beleid niet geholpen: ze gaan failliet, waardoor er minder tractoren worden verkocht. De fabriek voor tractoren komt dan ook in de problemen. De arbeider in de fabriek voor koelkasten zal tevreden zijn. Een koelkast is een luxeproduct. Fabrieken voor dit soort producten werden juist gesteund. 16 D 17 A B C nationalisme economische crisis loopgraven 18 ID, IIB, IIIA, IVC 19 C D B A E 20 D Historisch persoon (Franklin Delano Roosevelt) 21 C, E 22 A, B, C Wereldwijd: Nederland neutraal 23 A, D 24 A MALMBERG HAVO 2/2

15 TUSSENTOETS HOOFDSTUK 1 Tussentoets hoofdstuk 1 Oorlog en crisis Bij de meerkeuzevragen is maar één antwoord goed. Als er meer antwoorden mogelijk zijn, staat dat in of bij de vraag. 1 Begin twintigste eeuw bestonden er grote problemen tussen enkele Europese landen. Welke kwesties speelden een hoofdrol? Maak goede combinaties (bijvoorbeeld IA). I Rusland A Had problemen met nationalisme in Servië. II Duitsland B Vond dat Bosnië-Hercegovina hierbij hoorde. III Frankrijk C Wilde na de eenwording nu ook koloniën hebben. IV Servië D Voelde zich bedreigd door de grote vloot die Wilhelm liet bouwen. V Oostenrijk-Hongarije E Voelde zich verwant met Servië en steunde dit land. VI Engeland F Had wraakgevoelens vanwege een eerdere (verloren) oorlog. 2 Bekijk bron 1. Welke drie begrippen passen goed bij deze bron? Noteer alleen de letters. A totale oorlog B emancipatie C economische vrijheid D consumptiemaatschappij E oorlogseconomie Bron 1 MALMBERG HAVO 1/3

16 TUSSENTOETS HOOFDSTUK 1 3 Welke wapens werden in de Eerste Wereldoorlog voor het eerst gebruikt? Noteer alleen de letters. A machinegeweren B gifgas C tanks D kanonnen E onderzeeërs 4 Zet de gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde. Noteer alleen de letters. A De slag aan de Somme. B Oostenrijk verklaart Servië de oorlog. C De Russen trekken zich terug uit de oorlog. D Duitsland verklaart Rusland de oorlog. E De Verenigde Staten gaan deelnemen aan de oorlog. F Zimmermanntelegram. 5 Maak twee kolommen. Zet de namen van de twee bondgenootschappen tijdens de Eerste Wereldoorlog elk boven een kolom. Schrijf onder het ene bondgenootschap Engeland en onder het andere bondgenootschap Duitsland. Schrijf daaronder de namen van de andere landen die lid waren van het betreffende bondgenootschap. 6 I Theodore Roosevelt en Woodrow Wilson vonden beiden dat de Verenigde Staten een belangrijke taak hadden in het waarborgen van de wereldvrede. II Wilson liet tijdens de Eerste Wereldoorlog de economie zo veel mogelijk als een vrijemarkteconomie functioneren. A Beide zijn goed. B I is goed en II is fout. C I is fout en II is goed. D Beide zijn fout. 7 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld IA). I Congres A Wilson II President B wetgevende macht III Democraten C Harding IV Republikeinen D uitvoerende macht 8 Welk begrip is kenmerkend voor de economie van de Verenigde Staten in de jaren twintig? A nationalisme B socialisme C liberalisme D economische crisis 9 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld IA). Oorzaken Gevolgen I Lusitania A illegale lokalen II alcoholverbod B Nobelprijs voor de Vrede III veertien punten C Amerika geen lid Volkenbond IV stemming Congres 1919 D anti-duitse gevoelens MALMBERG HAVO 2/3

17 TUSSENTOETS HOOFDSTUK 1 10 Zet de gebeurtenissen (tussen 1900 en 1935) in de juiste tijdsvolgorde. Noteer alleen de letters. A Herbert Hoover wordt president. B Theodore Roosevelt wordt president. C Woodrow Wilson wordt president. D De Democraten verliezen de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en in de Senaat. E De Lusitania wordt tot zinken gebracht. MALMBERG HAVO 3/3

18 ANTWOORDEN TUSSENTOETS HOOFDSTUK 1 Antwoorden Tussentoets hoofdstuk 1 Oorlog en crisis 1 IE, IIC, IIIF, IVB, VA, VID 2 A, B, E 3 B, C 4 B D A F E C 5 Geallieerden Engeland Frankrijk Rusland Centralen Duitsland Oostenrijk-Hongarije Italië 6 B 7 IB, IID, IIIA, IVC 8 C 9 ID, IIA, IIIB, IVC 10 B C E D A MALMBERG HAVO 1/1

19 TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG Tijdvaktoets A hoofdstuk 2 De Tweede Wereldoorlog Bij de meerkeuzevragen is maar één antwoord goed. Als er meer antwoorden mogelijk zijn, staat dat in of bij de vraag. Kernparagrafen 1 In 1918 vluchtte de Duitse keizer Wilhelm II naar Nederland. Leg uit waarom hij koos voor Nederland en niet voor andere buurlanden van Duitsland, zoals België of Frankrijk. 2 I Na de Eerste Wereldoorlog werd Duitsland een republiek met algemeen kiesrecht voor burgers. II De belangrijkste politieke partij in de Duitse regering in de jaren twintig was de SPD. A Beide zijn goed. B I is goed en II is fout. C I is fout en II is goed. D Beide zijn fout. 3 Welke beweringen over het Verdrag van Versailles zijn goed en welke fout? Noteer alleen de letters. A Duitsland kreeg de schuld van de oorlog. B Er kwam officieel een einde aan de Eerste Wereldoorlog. C Elzas-Lotharingen kwam weer bij Duitsland. D De Duitse keizer werd door de geallieerden afgezet. E Duitsland mocht alleen een beroepsleger van man houden. 4 Maak de juiste combinaties met de perioden uit de geschiedenis van Duitsland tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog en de beschrijvingen (bijvoorbeeld IA). I A Het gaat beter met Duitsland door hulp van de Verenigde Staten. II B Begin van de grote economische crisis en opkomst van Hitler. III C Uitbreiding van het leger voor meer Lebensraum. IV D Economische en sociale problemen en haat tegen Versailles. 5 Zet de gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde. Begin met wat het eerst kwam. Noteer alleen de letters. Zet er ook de juiste jaartallen bij. A Duitse troepen trekken het Rijnland binnen. B Mussolini wordt dictator in Italië. C Hitler doet een mislukte poging tot een staatsgreep. D Beurscrisis op Wall Street. MALMBERG HAVO 1/5

20 TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG 6 Bekijk bron 1 en maak de zinnen compleet. Dit was een verkiezingsaffiche van de a Met affiches als deze maakte deze partij b voor zichzelf. Dit affiche heeft te maken met de economische crisis van c Dat kun je ook opmaken uit de belofte van d en e Bron 1 7 Naast affiches gebruikten de nazi s symbolen om hun populariteit te vergroten. Geef een voorbeeld van een nazisymbool. 8 Welke beweringen zijn goed en welke fout? Noteer alleen de letters. Verbeter de foute beweringen. A Veel Duitsers zagen Versailles als een van de belangrijkste oorzaken van de problemen in Duitsland. B In Duitsland bestond in de jaren twintig massale steun voor de ideeën van de nationaalsocialisten. C Hitler slaagde er niet in om bij de verkiezingen in 1932 en 1933 meer dan de helft van de kiezers achter zich te krijgen. D Hitler deed in 1933 een staatsgreep om aan de macht te komen. 9 Welke ideeën passen bij de denkbeelden van de NSDAP en welke bij die van de KPD (communistische partij)? Maak twee kolommen. Zet boven de ene kolom NSDAP en boven de andere KPD. Zet in de juiste kolom de letters van de volgende zinnen. A Veel politieke partijen en algemeen kiesrecht brengen alleen maar verdeeldheid. B De regering van Duitsland moet net als in Rusland communistisch worden. C Klassenstrijd tussen arbeiders en ondernemers is niet goed voor het land. D Het privébezit moet worden afgeschaft en onder alle Duitsers worden verdeeld. MALMBERG HAVO 2/5

21 TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG 10 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld AI). A akkoord met Stalin I Sudetenland B Conferentie van München II Oostenrijk C Verdrag van Versailles III Polen D Anschluss IV Rijnland 11 Duitsland werd onder Hitler een totalitaire staat. Leg uit welke rol de volgende instituten speelden in de nazidictatuur: Rijksdag, SS, Pers. 12 Lees bron 2. De besluiten die in bron 2 staan, maakten deel uit van een reeks antisemitische maatregelen van de nazi s. Vul de ontbrekende antwoorden in het schema in. Jaartal Maatregel Gevolgen 1933 boycot joodse winkels 1935 verlies van Duits staatsburgerschap vernieling en geweld Pesterijen en geweld Het begon snel na de machtsovername. Het Joodse zakenleven ondervond direct grote problemen. Nazi s in uniform beletten klanten de toegang. Joodse werknemers verloren hun baan. Ook verschenen overal discriminerende teksten, tekeningen en hakenkruizen. Uit bibliotheken en leeszalen werd joodse literatuur verwijderd en op de brandstapel gegooid. Joodse kunst in musea en tentoonstellingen werd als ontaarde en niet-duitse kunst weggehaald. Enkele jaren later kondigde Goering de Neurenberger wetten af. Vanaf dat moment waren Joden geen Duitsers meer, ook al woonde hun familie al eeuwen in der Heimat. Er waren veel Duitse steden die met elkaar concurreerden wie het eerst al zijn Joden had weggepest. Een aanslag op een Duitse diplomaat in Parijs ontketende een golf van geweld tegen alles wat joods was. Wie nog kon probeerde Duitsland te ontvluchten. Bron 2 De Joden vogelvrij. 13 Een gebeurtenis bleek achteraf een grote blunder van de Nazi s. Welke? Noteer alleen de letter en leg uit waarom je van een blunder kunt spreken. A De aanval op Pearl Harbour. B De aanval op de Sovjet-Unie. C De aanval op Nederland. 14 Hitler zei in 1933 dat hij een vredelievend persoon was. Noem twee aanwijzingen dat hij zich in werkelijkheid al snel op oorlog voorbereidde. MALMBERG HAVO 3/5

22 TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG 15 Lees de teksten van bron 3. Ze gaan over verzet tegen de Duitse bezetter. Uit de teksten kun je afleiden uit welk jaar in de oorlog ze afkomstig zijn. Schrijf voor elke tekst het juiste jaar op en noteer daarbij welke aanwijzing je hebt gebruikt. Tekst 1 [ ] Het opstellen van onze 40-Watt zender en de ontvangers is ook weldra gebeurd. Alles wordt echter zodanig gemonteerd dat binnen weinige seconden, bij eventueel alarm, de gehele installatie in een koffer kan verdwijnen en op zolder kan worden opgeborgen. Wij vinden dat ook een geschikte schuilplaats voor onszelf. Ik maak per radio spoedig verbinding met bevrijd gebied, Eindhoven. [ ] Tekst 2 [ ] Onze professoren Cleveringa en Barge, van de Leidse universiteit, kwamen op voor hun joodse collega s, wel meer dan tien in Leiden. De bezetter wilde dat er een verklaring werd getekend over de afkomst en ras. Wie die niet ondertekende werd ontslagen. We hoorden dat ook andere ambtenaren die verklaring op hun werk kregen. De meeste tekenden uit angst voor de bezetter. [ ] Vrij naar: De Tweede Wereldoorlog: Met eigen ogen, p Bron 3 Verzet. 16 Zet de juiste jaartallen bij de belangrijke gebeurtenissen. D-Day Barbarossa Stalingrad Hitlers zelfmoord Pearl Harbor 17 Het aantal burgerslachtoffers was tijdens de Tweede Wereldoorlog veel hoger dan tijdens eerdere oorlogen. Geef daar twee verklaringen voor. 18 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld AI). A Rotterdam I collaboratie B NSB II capitulatie C razzia s III London D Radio Oranje IV Februaristaking 19 Maak de tekst compleet. Hitler stelde hem aan als de hoogste bestuurder over Nederland a Het b was een document dat de Duitsers gebruikten om de Nederlanders te controleren. De deportatie van de Nederlandse Joden naar de vernietiging liep via het kamp c De Hongerwinter was mede het gevolg van de mislukte geallieerde aanval bij d Hulp geven aan onderduikers en aanslagen plegen op Duitsers en NSB ers hoorde bij e verzet. MALMBERG HAVO 4/5

23 TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG 20 Lees de zinnen. Verbeter de foute uitspraken. A De SS-Einsatzgruppen werden ingezet tegen geallieerde soldaten. B Het percentage weggevoerde Joden was in Nederland relatief klein. C Heinrich Himmler gaf leiding aan de oplossing van het Joodse probleem. D In Auschwitz en andere kampen werd Zyklon-B gebruikt. E Het antisemitisme van de nazi s kwam voort uit haat tegen joodse godsdienstige gewoonten. Historisch persoon (Hitler) 21 Welke zinnen over Hitler zijn juist? Noteer alleen de letters. A Hij had een hoge functie in het Duitse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. B Hij was een buitenechtelijk kind. C Hij richtte na de Eerste Wereldoorlog de NSDAP op. D Op de kunstacademie in Wenen bleek hij een groot talent te zijn. E In Mein Kampf beschreef hij zijn ideeën over oorlog, ras en politiek. 22 Zonder Hitler zou de Tweede Wereldoorlog waarschijnlijk nooit zijn uitgebroken. Zo n soort uitspraak past goed bij een structuralist intentionalist, want Kies het goede antwoord en geef je uitleg erbij. Wereldwijd: Japan 23 Welke zinnen zijn juist? Noteer alleen de letters. A In het begin van de twintigste eeuw werd Japan een republiek. B Japan werd begin twintigste eeuw een imperialistisch land. C Japan hoorde bij de asmogendheden, die anticommunistisch waren. D De Japanse veroveringsplannen richtten zich in 1941 vooral op China. 24 I In hun propaganda deden de Japanners zich voor als de bevrijders van de Aziatische volken. II De opofferingsgezindheid van Japanse soldaten kwam voort uit nationalisme en de cultuur van absolute gehoorzaamheid. A Beide zijn goed. B I is goed en II is fout. C I is fout en II is goed. D Beide zijn fout. MALMBERG HAVO 5/5

24 ANTWOORDEN TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG Antwoorden tijdvaktoets A hoofdstuk 2 De Tweede Wereldoorlog Kernparagrafen 1 Nederland was neutraal; de andere landen waren in oorlog met Duitsland. Nederland was gemakkelijk te bereiken, hij hoefde niet door frontgebied. 2 A 3 Goed Fout A, B, E C, D 4 ID, IIA, IIIB, IVC 5 B: 1922 C: 1923 D: 1929 A: a NSDAP d werk/brood b propaganda e brood/werk c Een voorbeeld van een nazisymbool: het hakenkruis. 8 Goed Fout A, C B, D B In Duitsland bestond in de jaren twintig massale weinig steun voor de ideeën van de nationaalsocialisten. D Hitler deed in 1933 een staatsgreep om kwam via verkiezingen aan de macht te komen. 9 NSDAP A C KPD B D 10 AIII, BI, CIV, DII 11 Rijksdag had geen macht meer en kwam zelden bij elkaar. SS was een soort staatspolitie die jacht maakte op tegenstanders en concentratiekampen bewaakte. Pers was in dienst van het nazipropaganda-apparaat. 12 Jaartal Maatregel Gevolgen 1933 boycot joodse winkels verlies van inkomen 1935 Neurenberger wetten verlies van burgerschap 1938 Kristallnacht vernieling en geweld MALMBERG HAVO 1/2

25 ANTWOORDEN TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG 13 B De aanval op de Sovjet-Unie leidde uiteindelijk tot grote Duitse verliezen. Deze hadden ook met de grote afstanden en de Russische winters te maken. 14 Hitler voerde de dienstplicht in, zodat Duitsland weer een miljoenenleger kreeg. Hij begon al snel met de fabricage van veel wapens. 15 Tekst 1 gaat over najaar 1944, want dan is het zuiden van Nederland (Eindhoven) inmiddels bevrijd. Tekst 2 gaat over 1940, omdat toen de Ariërverklaring werd ingevoerd. 16 D-Day 1944 Barbarossa 1941 Stalingrad Hitlers zelfmoord 1945 Pearl Harbor Er waren meer landen bij de oorlog betrokken. Er vonden veel bombardementen op steden plaats (inclusief de atoombommen). Er vielen veel slachtoffers door de vervolgingen en moordpartijen van Duitsland (en Japan). 18 AII, BI, CIV, DIII 19 a Seyss Inquart d Arnhem b persoonsbewijs e actief c Westerbork 20 A De SS-Einsatzgruppen werden ingezet tegen geallieerde soldaten joodse mensen. B Het percentage weggevoerde joden was in Nederland relatief klein groot. E Het antisemitisme van de nazi s kwam voort uit haat tegen joodse godsdienstige gewoonten een theorie over raszuiverheid. Historisch persoon (Hitler) 21 B, E 22 Zo n soort uitspraak past goed bij een structuralist intentionalist, want die is ervan overtuigd dat Hitler de allesbepalende factor was. Wereldwijd: Japan 23 B, C, D 24 A MALMBERG HAVO 2/2

26 TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG Tijdvaktoets B hoofdstuk 2 De Tweede Wereldoorlog Bij de meerkeuzevragen is maar één antwoord goed. Als er meer antwoorden mogelijk zijn, staat dat in of bij de vraag. Kernparagrafen 1 Voordat de geallieerden in 1918 een wapenstilstand met Duitsland sloten, moest er eerst iets in het Duitse bestuur veranderen. Welke verandering was dat? 2 I Na de Eerste Wereldoorlog werd Duitsland een keizerrijk met algemeen kiesrecht voor burgers. II De sociaaldemocraten werden bij de eerste verkiezingen de grootste politieke partij in het Duitse parlement. A Beide zijn goed. B I is goed en II is fout. C I is fout en II is goed. D Beide zijn fout. 3 Welke beweringen over het Verdrag van Versailles zijn goed en welke fout? Noteer alleen de letters. A Duitsland moest de oorlogsschade vergoeden. B Het verdrag werd opgesteld in Duitsland in C Elzas-Lotharingen kwam weer bij Frankrijk. D De Duitse keizer werd door de geallieerden gevangen genomen. E Duitsland moest de dienstplicht voor het leger afschaffen. 4 Maak de juiste combinaties met de perioden uit de geschiedenis van Duitsland tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog en de beschrijvingen (bijvoorbeeld IA). I A Vergroting van het leger om Lebensraum te bemachtigen. II B Problemen op economisch en sociaal gebied en haat tegen Versailles. III C Leningen van de Verenigde Staten om de Duitse economie te helpen. IV D Uitbraak van de grote economische crisis en opkomst van Hitler. 5 Zet de gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde. Begin met wat het eerst kwam. Noteer alleen de letters. Zet er ook de juiste jaartallen bij. A Beurscrisis op Wall Street. B Mussolini wordt dictator in Italië. C Hitler doet een mislukte poging tot een staatsgreep. D Duitse troepen trekken het Rijnland binnen. MALMBERG HAVO 1/5

27 TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG 6 Bekijk bron 1 en maak de zinnen compleet. Dit was een verkiezingsaffiche van de partij van a Met affiches als deze maakte de NSDAP b voor zichzelf. Met dit affiche wilden de nazi s beweren dat alleen zij de c van 1929 konden oplossen. Dat kun je ook opmaken uit de belofte van d en e Bron 1 7 Naast affiches gebruikten de nazi s ook symbolen en gebaren om hun populariteit te vergroten. Geef een voorbeeld van een nazisymbool. 8 Welke beweringen zijn goed en welke fout? Noteer alleen de letters. Verbeter de foute beweringen. A Versailles was in de ogen van veel Duitsers een Diktat waar Duitsland erg veel last van ondervond en helemaal niets over te zeggen had. B In Duitsland bestond in de jaren twintig massale steun voor de ideeën die leefden in de NSDAP. C Hitler behaalde bij de verkiezingen in 1932 en 1933 meer dan vijftig procent van de stemmen. D Hitler werd in 1933 benoemd tot eerste minister van Duitsland. 9 Welke ideeën passen bij de denkbeelden van de NSDAP en welke bij die van de KPD (communistische partij)? Maak twee kolommen. Zet boven de ene kolom NSDAP en boven de andere KPD. Zet in de juiste kolom de letters van de volgende zinnen. A Klassenstrijd tussen arbeiders en ondernemers is niet goed voor het land. B Het privébezit moet worden afgeschaft en onder alle Duitsers verdeeld. C Een land moet een sterke machtige leider hebben. D De regering van Duitsland moet net als in Rusland communistisch worden. MALMBERG HAVO 2/5

28 TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG 10 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld AI). A Molotov-Ribbentroppact I Blitzkrieg B Conferentie van München II Oostenrijk C Duitse Wehrmacht III Polen D Anschluss IV Sudetenland 11 Duitsland werd onder Hitler een totalitaire staat. Leg uit welke rol de volgende instituten speelden in de nazidictatuur: propaganda, Gestapo, concentratiekampen. 12 Lees bron 2. De besluiten die in bron 2 staan, maakten deel uit van een reeks antisemitische maatregelen van de nazi s. Vul de ontbrekende antwoorden in het schema in. Jaartal Maatregel Gevolgen boycot joodse winkels verlies van inkomen 1935 Neurenberger wetten Kristallnacht Pesterijen en geweld Het begon snel na de machtsovername. Het Joodse zakenleven ondervond direct grote problemen. Nazi s in uniform beletten klanten de toegang. Joodse werknemers verloren hun baan. Ook verschenen overal discriminerende teksten, tekeningen en hakenkruizen. Uit bibliotheken en leeszalen werd joodse literatuur verwijderd en op de brandstapel gegooid. Joodse kunst in musea en tentoonstellingen werd als ontaarde en niet-duitse kunst weggehaald. Enkele jaren later kondigde Goering de Neurenberger wetten af. Vanaf dat moment waren Joden geen Duitsers meer, ook al woonde hun familie al eeuwen in der Heimat. Er waren veel Duitse steden die met elkaar concurreerden wie het eerst al zijn Joden had weggepest. Een aanslag op een Duitse diplomaat in Parijs ontketende een golf van geweld tegen alles wat joods was. Wie nog kon probeerde Duitsland te ontvluchten. Bron 2 De Joden vogelvrij. 13 Een gebeurtenis bleek achteraf een grote blunder van een Duitse bondgenoot. Welke? Noteer alleen de letter en leg uit waarom je van een blunder kunt spreken. A De aanval op Nederlands-Indië. B De aanval op Pearl Harbour C De aanval op Nederland. 14 Leg uit dat Frankrijk, Engeland en andere landen al in de jaren dertig hadden kunnen weten dat Hitler op oorlog uit was. MALMBERG HAVO 3/5

29 TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG 15 Lees de teksten van bron 3. Ze gaan over verzet tegen de Duitse bezetter. Uit de teksten kun je afleiden uit welke periode in de oorlog ze afkomstig zijn. Noteer voor elke tekst de juiste periode en schrijf daarbij welke aanwijzing je hebt gebruikt. Tekst 1 [ ] Het opstellen van onze 40-Watt zender en de ontvangers is ook weldra gebeurd. Alles wordt echter zodanig gemonteerd dat binnen weinige seconden, bij eventueel alarm, de gehele installatie in een koffer kan verdwijnen en op zolder kan worden opgeborgen. Wij vinden dat ook een geschikte schuilplaats voor onszelf. Ik maak per radio spoedig verbinding met bevrijd gebied, Eindhoven. [ ] Tekst 2 [ ] Onze professoren Cleveringa en Barge, van de Leidse universiteit, kwamen op voor hun joodse collega s, wel meer dan tien in Leiden. De bezetter wilde dat er een verklaring werd getekend over de afkomst en ras. Wie die niet ondertekende werd ontslagen. We hoorden dat ook andere ambtenaren die verklaring op hun werk kregen. De meeste tekenden uit angst voor de bezetter. [ ] Vrij naar: De Tweede Wereldoorlog: Met eigen ogen, p Bron 3 Verzet. 16 Zet de juiste jaartallen bij de belangrijke gebeurtenissen. Hirosjima invasie Normandië Pearl Harbor Hitlers zelfmoord Stalingrad 17 De Tweede Wereldoorlog verschilde in veel opzichten van de Eerste Wereldoorlog. Noem twee verschillen. 18 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld AI). A Seyss Inquart I Auschwitz B Hongerwinter II Hitler C Zyklon B III London D Radio Oranje IV West-Nederland 19 Maak de tekst compleet. Het Nederlandse leger was slecht voorbereid op de Duitse aanval in mei a Na vijf dagen strijd moest Nederland b Tijdens de bezetting mocht slechts een politieke beweging blijven bestaan. Dat was de c Deze pro-duitse beweging stond onder leiding van d Andere vormen van e waren helpen bij razzia s en het opsporen van verzetsmensen. MALMBERG HAVO 4/5

30 TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG 20 Lees de zinnen. Verbeter de foute uitspraken. A De SS-Einsatzgruppen werden ingezet tegen de bewoners van bezette landen in West-Europa. B Het percentage weggevoerde Joden was in Nederland relatief groot. C Heinrich Himmler hielp Joden om aan de vergassing te ontkomen. D Westerbork was een Nederlandse verzetsstrijder. E Het antisemitisme van de nazi s kwam voort uit een rassenleer. Historisch persoon (Hitler) 21 Welke uitspraken over Hitler zijn juist? Noteer alleen de letters. A Zijn ouders waren familie van elkaar. B Hij werd tijdens de Eerste Wereldoorlog afgekeurd voor militaire dienst. C Hij richtte voor de Eerste Wereldoorlog de NSDAP op. D Hij werd afgewezen voor de kunstacademie in Wenen. E In Mein Kampf beschreef hij zijn ideeën over oorlog, ras en politiek. 22 Na zijn machtsovername in 1933 had Hitler de zaken al snel niet meer in de hand. Zo n soort uitspraak past goed bij een structuralist intentionalist, want Kies het goede antwoord en geef je uitleg erbij. Wereldwijd: Japan 23 Welke zinnen zijn juist? Noteer alleen de letters. A In het begin van de twintigste eeuw werd Japan een keizerrijk. C Ondernemers en legerleiders wilden dat Japan een imperialistisch land werd. D Japan keerde zich met de Sovjet-Unie tegen de asmogendheden. B De Japanse veroveringsplannen richtten zich tot Pearl Harbor vooral op China. 24 I In hun propaganda deden de Japanners zich voor als bevrijders van de Aziatische volken. II Het was voor Japanse soldaten een heilige plicht om zich dood te vechten en zich niet over te geven. A Beide zijn goed. B I is goed en II is fout. C I is fout en II is goed. D Beide zijn fout. MALMBERG HAVO 5/5

31 ANTWOORDEN TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG Antwoorden tijdvaktoets B hoofdstuk 2 De Tweede Wereldoorlog Kernparagrafen 1 De geallieerden eisten dat eerst de Duitse keizer moest aftreden en dat er een nieuwe Duitse regering moest komen. 2 C 3 Goed Fout A, C, E B, D 4 IB, IIC, IIID, IVA 5 B: 1922 C: 1923 A: 1929 D: a Hitler d werk/brood b propaganda e brood/werk c economische crisis 7 Een voorbeeld van een nazisymbool: het hakenkruis. 8 Goed Fout A, D B, C B In Duitsland bestond in de jaren twintig massale weinig steun voor de ideeën die leefden in de NSDAP. C Hitler behaalde bij de verkiezingen in 1932 en 1933 meer dan geen vijftig procent van de stemmen. 9 NSDAP A C KPD B D 10 AIII, BIV, CI, DII 11 Propaganda was een soort reclame om de ideeën van Hitler te verspreiden. Gestapo was een soort staatspolitie van de nazi s die jacht maakte op tegenstanders. Concentratiekampen waren er om tegenstanders op te sluiten, te martelen en vaak om te brengen. 12 Jaartal Maatregel Gevolgen 1933 boycot joodse winkels verlies van inkomen 1935 Neurenberger wetten verlies van burgerschap 1938 Kristallnacht vernieling en geweld MALMBERG HAVO 1/2

32 ANTWOORDEN TIJDVAKTOETS B HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG 13 B De aanval van de Japanners op Pearl Harbour had als gevolg dat de V.S. de oorlog verklaarden aan Duitsland en Japan en was een belangrijke reden voor de uiteindelijke nederlaag van die landen. 14 Hitler voerde de dienstplicht in, zodat Duitsland weer een miljoenenleger kreeg. Hij begon al snel met de fabricage van veel wapens. 15 Tekst 1 gaat over najaar 1944, want dan is het zuiden van Nederland (Eindhoven) inmiddels bevrijd. Tekst 2 gaat over 1940, omdat toen de Ariërverklaring werd ingevoerd. 16 Hirosjima 1945 invasie Normandië 1944 Pearl Harbor 1941 Hitlers zelfmoord 1945 Stalingrad Er waren meer landen bij de oorlog betrokken. Er waren veel bombardementen op steden (inclusief de atoombommen). Er vielen veel (burger)slachtoffers door de vervolgingen en moordpartijen van Duitsland (en Japan). 18 AII, BIV, CI, DII 19 a 1940 d Mussert b capituleren e collaboratie c NSB 20 A De SS-Einsatzgruppen werden ingezet tegen joodse mensen de bewoners van bezette landen in West-Europa. C Heinrich Himmler hielp Joden om aan de vergassing te ontkomen was een nazi en leidde de organisatie om Joden te vermoorden. D Westerbork was een Nederlandse verzetsstrijder concentratiekamp. Historisch persoon (Hitler) 21 A, D, E 22 Zo n soort uitspraak past goed bij een structuralist intentionalist, want die is ervan overtuigd dat Hitler een zwakke dictator was die alles aan anderen overliet. Wereldwijd: Japan 23 B, D 24 A MALMBERG HAVO 2/2

33 TUSSENTOETS HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG Tussentoets hoofdstuk 2 De Tweede Wereldoorlog Bij de meerkeuzevragen is maar één antwoord goed. Als er meer antwoorden mogelijk zijn, staat dat in of bij de vraag. 1 Vul de juiste antwoorden in. In november 1918 kwam er een einde aan de a De Duitse keizer was afgezet en Duitsland werd een b De partij die bij de eerste c verkiezingen in Duitsland de meeste stemmen behaalde was de d 2 Welke beweringen over Duitsland tussen 1918 en 1933 zijn juist? Noteer alleen de letters. A Er waren maar weinig Duitsers die vertrouwen in de republiek hadden. B De leiding van de republiek was in handen van de communisten. C Duitsland kreeg een democratische grondwet. D De Duitse keizer was naar Denemarken gevlucht. 3 Welke opvattingen horen bij de nationaalsocialisten in Duitsland? Noteer alleen de letters. A Duitsland moet het voorbeeld van Rusland volgen en communistisch worden. B Het verdrag van Versailles is goed voor Duitsland. C Democratische verkiezingen moeten afgeschaft worden. D Er moet een krachtige leider komen om Duitsland te redden. E Het eigen volk gaat boven andere volken. 4 Wat werd afgesproken in het Verdrag van Versailles? Bekijk de zinnen in de linkerkolom van de tabel. Neem de tabel over en noteer je antwoorden in de rechterkolom. Wie kreeg de schuld? gebieden in het westen 1 2 gebieden in het oosten 1 militaire bepalingen 1 2 financiële bepalingen 5 Waarvan was de grote inflatie van 1923 een direct gevolg? Noteer alleen de letter. A De herstelbetalingen die Duitsland moet opbrengen. B De bezetting van het Ruhrgebied door Frankrijk. C Het drukken van bankbiljetten om stakers door te betalen. D De crisis op Wall Street. 6 Zet de gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde. Begin bij wat het eerst plaatsvond. Noteer alleen de letters. A Goedkeuring van machtigingswet. B Hitler wordt eerste minister. C Beurscrisis op Wall Street. D Brand in de Rijksdag. MALMBERG HAVO 1/2

34 TUSSENTOETS HOOFDSTUK 2 DE TWEEDE WERELDOORLOG 7 Maak de juiste combinaties (bijvoorbeeld AI). A Molotov-Ribbentroppact I begin Tweede Wereldoorlog B Duitse aanval op Polen II Sovjet-Unie C Pearl Harbor III Roosevelt D Lebensraum IV verdeling Polen 8 Zet de gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde. Noteer alleen de letters. Zet er ook de juiste jaartallen bij. A De slag om Stalingrad. B Duitse troepen trekken het Rijnland binnen. C Duitsland valt Polen binnen. D Duitsland bemachtigt Sudetenland. E Duitsland neemt Oostenrijk in. 9 Kies uit de reeksen van vier steeds het woord dat er niet bij hoort. A Royal Air Force Stalingrad Churchill Engeland B SS Untermenschen Lebensraum partizanen C Pearl Harbor Roosevelt Churchill Truman 10 Vul de juiste antwoorden in. In 1943 besloten de geallieerde leiders dat er een westelijk front tegen Duitsland moest komen. Bij de voorbereidingen van de a in Frankrijk, moesten manschappen en materiaal van Amerika naar b vervoerd worden. Het was belangrijk om de Duitse c uit te schakelen, die veel geallieerde schepen tot zinken brachten. Met bombardementen op steden en d werd geprobeerd de bevoorrading van het Duitse leger te treffen. 6 juni 1944 wordt e genoemd. MALMBERG HAVO 2/2

Tijdvaktoets A hoofdstuk 1 Oorlog en crisis

Tijdvaktoets A hoofdstuk 1 Oorlog en crisis TIJDVAKTOETS A HOOFDSTUK 1 Tijdvaktoets A hoofdstuk 1 Oorlog en crisis Bij de meerkeuzevragen is maar één antwoord goed. Als er meer antwoorden mogelijk zijn, staat dat in of bij de vraag. Kernparagrafen

Nadere informatie

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00. 1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht SO 1 Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014 Historisch Overzicht 1. Welke doelstelling had Wilhelm II bij zijn aantreden als Keizer van Duitsland? 2. Welk land behoorde niet tot de Centralen tijdens de Eerste

Nadere informatie

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS Dit onderzoek bestaat uit 40 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad. Meerkeuze antwoorden worden

Nadere informatie

35 oefenvragen over de Tweede Wereldoorlog 1

35 oefenvragen over de Tweede Wereldoorlog 1 35 Oefenvragen over de Tweede Wereldoorlog 1. De Tweede Wereldoorlog dankt zijn naam aan: a. Het aantal landen dat erbij betrokken was b. Het feit dat de oorlog in meerdere werelddelen werd uitgevochten

Nadere informatie

Na de WOI vluchtte de keizer naar Nederland

Na de WOI vluchtte de keizer naar Nederland Hoofdstuk 3 Na de WOI vluchtte de keizer naar Nederland Waarom NL? Nederland was een neutraal land. Bleef in NL tot aan zijn dood. Vrede van Versailles Vs, Eng, Fra winnaars. Duitsland als enige schuldig

Nadere informatie

Bronnen Noem een bron uit de tijd van de wereldoorlogen. Moet op het kaartje staan. Ooggetuigen Voedselbon Monument Museum Oorlogsgraven Filmbeelden

Bronnen Noem een bron uit de tijd van de wereldoorlogen. Moet op het kaartje staan. Ooggetuigen Voedselbon Monument Museum Oorlogsgraven Filmbeelden Bronnen Noem een bron uit de tijd van de wereldoorlogen. Moet op het kaartje staan. Ooggetuigen Voedselbon Monument Museum Oorlogsgraven Filmbeelden Bronnen Noem een museum uit die tijd. Openluchtmuseum

Nadere informatie

Tweede Wereldoorlog 1

Tweede Wereldoorlog 1 Tweede Wereldoorlog 1 Adolf Hitler 1889 1945 INHOUDSOPGAVE Tekstsamenvatting...Pagina 2 tot 4 Aantekeningen...Pagina 5 tot 6 Begrippen...Pagina 6 1 P a g e Tekstsamenvatting 1.1 Duitsland na de eerste

Nadere informatie

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen.

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen. Tussen welke twee landen is de Eerste Wereldoorlog begonnen? 1. Engeland en Frankrijk 2. Duitsland en Frankrijk 3. Duitsland en Engeland Nederland blijft neutraal. Wat betekent dat? 1. Nederland kiest

Nadere informatie

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00. SCHOOLONDERZOEK Tijdvak II GESCHIEDENIS november 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2010 tijdvak 1 vrijdag 21 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 39 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54 punten

Nadere informatie

Gemeenschappelijk schoolonderzoek Tijdvak I 27 oktober

Gemeenschappelijk schoolonderzoek Tijdvak I 27 oktober Gemeenschappelijk schoolonderzoek 2014-2015 Tijdvak I 27 oktober 2014 10.30 12.00 GESCHIEDENIS Dit schoolonderzoek bestaat uit 38 vragen. Voor dit onderzoek zijn maximaal 59 punten te behalen. Als bij

Nadere informatie

De tijd van: Wereldoorlogen

De tijd van: Wereldoorlogen De tijd van: Wereldoorlogen WoI Interbellum WoII Wereldoorlog I Casus Belli (Latijn, de oorzaak van de oorlog) Wereldoorlog I Tweefronten oorlog: Oostfront/Westfront Tannenberg 1914: Bewegingsoorlog: Verdun

Nadere informatie

Toetsvragen geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 9 Toetsvragen

Toetsvragen geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 9 Toetsvragen Tijdvak 9 Toetsvragen 1 De Eerste Wereldoorlog brak uit naar aanleiding van een moordaanslag in Serajewo. Maar lang daarvoor groeiden er al tegenstellingen waarbij steeds meer landen werden betrokken.

Nadere informatie

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940)

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940) Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940) Adolf Hitler In 1933 kwam Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Hij was de leider van de nazi-partij. Hij zei tegen de mensen: `Ik maak van Duitsland

Nadere informatie

Samenvatting H2 2: Fascisten NSDAP machtigingswet totalitaire staat concentratie kampen indoctrinatie

Samenvatting H2 2: Fascisten NSDAP machtigingswet totalitaire staat concentratie kampen indoctrinatie Samenvatting H2 2: Terwijl de onvrede groeide in de Republiek van Weimar en de communisten, de conservatieven en de socialisten elkaar niet konden luchten of zien, begonnen een paar mannen een eigen politieke

Nadere informatie

Indelen 1. Voor in het schrift komen de aantekeningen te staan en ook de uitwerkingen 2. Achterin het schrift komen de opdrachten te staan

Indelen 1. Voor in het schrift komen de aantekeningen te staan en ook de uitwerkingen 2. Achterin het schrift komen de opdrachten te staan Antwoordkernen bij Eureka 3M, Amersfoort 2014-2015 Antwoordkernen zijn vrijwel nooit volledige zinnen. Antwoordkernen geven alleen aan, wat er beslist in het antwoord moet staan. De bedoeling is, dat je

Nadere informatie

In 1918 is na vier lange jaren vechten de eerste wereldoorlog voorbij. In een trein in frankrijk wordt de wapenstilstand getekend.

In 1918 is na vier lange jaren vechten de eerste wereldoorlog voorbij. In een trein in frankrijk wordt de wapenstilstand getekend. Een wapenstilstand is niet hetzelfde als een vrede. Daarover gaan de landen vanaf januari 1919 in het paleis van versailles bij parijs lang over praten... In 1918 is na vier lange jaren vechten de eerste

Nadere informatie

> Lees In de loopgraven. > Lees Nieuwe wapens.

> Lees In de loopgraven. > Lees Nieuwe wapens. LB -. Nederland doet niet mee > Lees Ruzie in Europa. Leg uit waarom Nederland toch met de oorlog te maken krijgt. Gebruik de volgende woorden: vluchten kamp voedsel België. In 9 krijgen twee landen ruzie

Nadere informatie

De jaren 30: naar Wereldoorlog 2 met jaren van crisis en spanning (les 02 6des)

De jaren 30: naar Wereldoorlog 2 met jaren van crisis en spanning (les 02 6des) De jaren 30: naar Wereldoorlog 2 met jaren van crisis en spanning (les 02 6des) Geschiedenis 6MEVO-6EM-6EI-6IW --- www.degeschiedenisles.com --- VTI Kontich 1. Economie in de jaren 30: crisis en depressie

Nadere informatie

Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen.

Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen. Voorbeeldexamen VMBO-GL en TL (op basis van 2015) geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen. Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2010 tijdvak 2 dinsdag 22 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 53 punten

Nadere informatie

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Examen VMBO-KB 2005 tijdvak 1 woensdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

De economische wereldcrisis

De economische wereldcrisis De economische wereldcrisis (9.2) Onderzoeksvraag: Wat waren de oorzaken van de economische wereldcrisis van 1929 en waarom duurde die crisis zo lang? Kenmerkend aspect: De crisis van het wereldkapitalisme.

Nadere informatie

Examen VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VMBO-KB 2013 tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-15.30 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 44 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 57

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - II

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE KOUDE OORLOG + NEDERLAND EN DE VERENIGDE STATEN NA DE TWEEDE WERELDOORLOG Gebruik bron 1. 1p 1 De bron maakt duidelijk dat de

Nadere informatie

Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler?

Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler? Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler? Iedereen heeft wel eens van Adolf Hitler gehoord. Hij was de leider van Duitsland. Bij zijn naam denk je meteen aan de Tweede Wereldoorlog. Een verschrikkelijke

Nadere informatie

Antwoordkernen bij Eureka 3MAVO De tijd van Wereldoorlogen H. 4 t/m 14

Antwoordkernen bij Eureka 3MAVO De tijd van Wereldoorlogen H. 4 t/m 14 Antwoordkernen bij Eureka 3MAVO De tijd van Wereldoorlogen H. 4 t/m 14 Antwoordkernen zijn vrijwel nooit volledige zinnen. Antwoordkernen geven alleen aan, wat er beslist in het antwoord moet staan. De

Nadere informatie

Brandaan. Geschiedenis WERKBOEK

Brandaan. Geschiedenis WERKBOEK 6 Brandaan Geschiedenis WERKBOEK 6 Brandaan Geschiedenis WERKBOEK THEMA 4 Eindredactie: Monique Goris Leerlijnen: Hans Bulthuis Auteurs: Katrui ten Barge, Wilfried Dabekaussen, Juul Lelieveld, Frederike

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2014 tijdvak 1 maandag 19 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 40 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis havo 2009 - I

Eindexamen geschiedenis havo 2009 - I Ten oorlog! Europese oorlogen 1789-1919. Oorlog als maatschappelijk fenomeen In de Coalitieoorlogen voerde de Franse regering de dienstplicht in. 2p 1 Leg uit dat zij hiermee de betrokkenheid van Franse

Nadere informatie

een zee van tijd een zee van tijd Ze laten zien dat ze geen leger meer willen. Werkblad 12 Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les 1: Wat er vooraf ging Naam:

een zee van tijd een zee van tijd Ze laten zien dat ze geen leger meer willen. Werkblad 12 Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les 1: Wat er vooraf ging Naam: Werkblad Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les : Wat er vooraf ging Na de Eerste Wereldoorlog gaat het slecht met Duitsland. Het land moet veel geld Hitler betalen aan de winnaars van de oorlog. De leider van

Nadere informatie

geschiedenis geschiedenis

geschiedenis geschiedenis Examen HAVO 2009 tijdvak 1 woensdag 20 mei 9.00-12.00 uur tevens oud programma geschiedenis geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

De Tweede Wereldoorlog: aanloop en verloop

De Tweede Wereldoorlog: aanloop en verloop De Tweede Wereldoorlog: aanloop en verloop Instap/actualiteit: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/programmas/journaal/2.38887?video=1.2338096 http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/buitenland/2.38741?eid=1.2414225

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis vwo 2009 - I

Eindexamen geschiedenis vwo 2009 - I Ten oorlog! Europese oorlogen 1789-1919. Oorlog als maatschappelijk fenomeen In de landen die Napoleon veroverde, voerde hij een beleid dat: enerzijds paste binnen het gelijkheidsideaal van de Franse Revolutie

Nadere informatie

Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen.

Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen. Voorbeeldexamen VMBO-GL en TL (op basis van 2015) geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen. Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

een zee van tijd een zee van tijd Werkblad 12 Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les 1: Wat er vooraf ging Naam: Hitler

een zee van tijd een zee van tijd Werkblad 12 Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les 1: Wat er vooraf ging Naam: Hitler Werkblad Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les : Wat er vooraf ging Na de Eerste Wereldoorlog gaat het slecht met Duitsland. Het land moet veel geld Hitler betalen aan de winnaars van de oorlog. De leider van

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2011 tijdvak 1 maandag 23 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 37 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54

Nadere informatie

Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC

Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC Week 1ABC: De Franse Revolutie Info: De Franse Tijd (1795 1814) Na de Franse Revolutie werd Napoleon de baas in Frankrijk. Napoleon veroverde veel Europese landen,

Nadere informatie

De Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland tekenen in een niet-aanvalspact. Nazi-Duitsland valt Polen binnen, het officiële begin van de Tweede Wereldoorlog.

De Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland tekenen in een niet-aanvalspact. Nazi-Duitsland valt Polen binnen, het officiële begin van de Tweede Wereldoorlog. 1939 23augustus 1september 3september 5september 17september 29september 8november 30november 14december De Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland tekenen in een niet-aanvalspact (Molotov-Von Ribbentrop pact).

Nadere informatie

Tweede Wereldoorlog-1 vmbo12

Tweede Wereldoorlog-1 vmbo12 Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres VO-content 19 juni 2017 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/62175 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet.

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl II

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl II Historisch overzicht vanaf 1900 14 maximumscore 2 Kaart A: 1 (= 1900-1914) 1 Kaart B: 2 (= 1919-1937) 1 15 maximumscore 2 Afbeelding 1 verwijst naar het bondgenootschap tussen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2010 tijdvak 1 vrijdag 21 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 45 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Samenvatting Geschiedenis

Samenvatting Geschiedenis Samenvatting Geschiedenis INHOUDSOPGAVE: Aantekeningen Pagina 2/3 Wat moet je leren Pagina 3 Wat moet je kennen en kunnen? Pagina 4/6 Tekst Samenvatting Pagina 6/8 Begrippen Pagina 8 1 Aantekeningen H1.1

Nadere informatie

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Examen VMBO-GL en TL 2013 tijdvak 1 dinsdag 21 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2016 tijdvak 2 dinsdag 21 juni 13.30-15.30 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 41 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54

Nadere informatie

Fascisme en Nazi-Duitsland (les 22 5des) Geschiedenis 5MEVO-5EM-5EI-5IW VTI Kontich

Fascisme en Nazi-Duitsland (les 22 5des) Geschiedenis 5MEVO-5EM-5EI-5IW VTI Kontich (les 22 5des) Geschiedenis 5MEVO-5EM-5EI-5IW --- www.degeschiedenisles.com --- VTI Kontich 1. Het fascisme => Fascisme is een ideologie die streeft naar een samenleving => Fascisme > waarin de natie centraal

Nadere informatie

Waar gebeurde het? Korte omschrijving. Lesdoel. Lesbeschrijving. Materiaal. Docentenblad

Waar gebeurde het? Korte omschrijving. Lesdoel. Lesbeschrijving. Materiaal. Docentenblad Docentenblad Waar gebeurde het? Korte omschrijving In de strip worden vaak plaatsen genoemd. Er zijn drie kaartjes (Nederland, Europa en de wereld) en een aantal stripplaatjes waarin plaatsen genoemd worden.

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL. geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL. tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VMBO-GL en TL. geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL. tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VMBO-GL en TL 2013 tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-15.30 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 46 vragen. Voor dit examen zijn

Nadere informatie

(Otto von) Bismarck. Duitsland werd een eenheid/keizerrijk. koningin Victoria. Groot-Brittannië. Wilhelm II

(Otto von) Bismarck. Duitsland werd een eenheid/keizerrijk. koningin Victoria. Groot-Brittannië. Wilhelm II Van wanneer tot wanneer vond de Frans- Duitse oorlog Wie was eerste minister van Pruisen tijdens de Frans-Duitse oorlog? Welk belangrijk gevolg had de Frans-Duitse Oorlog voor 1870-1871 (Otto von) Bismarck

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2008 1 tijdvak 1 donderdag 22 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 42 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-KB 2004

Examenopgaven VMBO-KB 2004 Examenopgaven VMBO-KB 2004 tijdvak 1 dinsdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING VBO-MAVO-C Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit

Nadere informatie

Naam: JODENVERVOLGING Kristallnacht en Februaristaking

Naam: JODENVERVOLGING Kristallnacht en Februaristaking Naam: JODENVERVOLGING Kristallnacht en Februaristaking Jodenvervolging in Duitsland De reden dat de joden vervolgd en vermoord werden tijdens de Tweede Wereldoorlog was, dat de joden rijk en succesvol

Nadere informatie

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Dit hoofdstuk gaat over opstand in Amerika, Frankrijk en Nederland. Deze opstanden noemen we revoluties. Opstand in Amerika (1775). De

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004 Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004 tijdvak 2 woensdag 23 juni 9.00-11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING VBO-MAVO-D Gebruik het bronnenboekje. Dit examen

Nadere informatie

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Examen VMBO-GL en TL 2015 tijdvak 1 maandag 18 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2008 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54 punten

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje. KB-0125-a-14-1-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje. KB-0125-a-14-1-b Bijlage VMBO-KB 2014 tijdvak 1 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje KB-0125-a-14-1-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een politieke prent over een biddende fabrikant (1907): Onderschrift

Nadere informatie

Rassenleer. Nog lager stonden volgens hem de zigeuners en vooral de joden. Dat waren geen mensen maar ongedierte, dat uitgeroeid moest worden.

Rassenleer. Nog lager stonden volgens hem de zigeuners en vooral de joden. Dat waren geen mensen maar ongedierte, dat uitgeroeid moest worden. De Holocaust Rassenleer Lang voordat Hitler de leider van Duitsland werd, schreef en vertelde hij over de rassenleer. Dat was een theorie die beweerde dat mensen waren verdeeld in rassen: zwakke, minderwaardige

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2008 1 tijdvak 1 donderdag 22 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 39 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 55 punten

Nadere informatie

De Duitse buitenlandse politiek

De Duitse buitenlandse politiek De Duitse buitenlandse politiek 1933-1939 Presentation by Mr Young Jouw taak Jij bent adviseur in buitenlandse politiek Het is jouw taak de leiders van de Nazi s te adviseren. Jij krijgt een aantal problemen

Nadere informatie

Kwartetspel. Korte omschrijving. Lesdoelen. Lesbeschrijving. Materiaal

Kwartetspel. Korte omschrijving. Lesdoelen. Lesbeschrijving. Materiaal Docentenblad Kwartetspel Korte omschrijving Door het maken en spelen van het kwartetspel leren de leerlingen spelenderwijs de betekenis van een groot aantal begrippen. Lesdoelen Leerlingen kijken al naar

Nadere informatie

Wat is de aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog? De moord op Frans-Ferdinand van Oostenrijk.

Wat is de aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog? De moord op Frans-Ferdinand van Oostenrijk. Werkblad 7 Ω Oorlog en crisis Ω Les : De Eerste Wereldoorlog Het begin van de Eerste Wereldoorlog Rond 900 zijn er twee kampen in Europa. Rusland, Frankrijk en Groot- Brittannië aan de ene kant. Oostenrijk-

Nadere informatie

Wereldoorlog I ( De Grootte oorlog )

Wereldoorlog I ( De Grootte oorlog ) Wereldoorlog I ( De Grootte oorlog ) 1914-1918 Waarom breekt de oorlog uit? * Op weg naar de oorlog. (v) Aandachtspunten: - oorzaken - aanleiding - maatschappijbeeld - verwachtingen - bondgenootschappen

Nadere informatie

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Examen VMBO-GL en TL 2016 tijdvak 2 dinsdag 21 juni 13.30-15.30 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-12-2-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-12-2-b Bijlage VMBO-KB 2012 tijdvak 2 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje KB-0125-a-12-2-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een beschrijving van een politieke stroming (rond 1870): Zij

Nadere informatie

Je gaat een kist inrichten met je groepje. Een presentatiekist van hout met glas ervoor

Je gaat een kist inrichten met je groepje. Een presentatiekist van hout met glas ervoor VERZET Je gaat een kist inrichten met je groepje. Een presentatie kist van hout, met glas ervoor. De kist gaat over het verzet. De volgende dingen moeten in ieder geval in de kist komen: Wat is onderduiken

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2009 tijdvak 1 woensdag 20 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Historische Contexten H2 - Duitsland

Historische Contexten H2 - Duitsland Historische Contexten H2 - Duitsland Paragraaf 1 Wat betekende de vorming van het Duitse keizerrijk voor het machtsevenwicht tussen de Europese grootmachten? Frankrijk was eerst de machtigste eenheid in

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje. KB-0125-a-11-1-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje. KB-0125-a-11-1-b Bijlage VMBO-KB 2011 tijdvak 1 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een mening over het bijzonder onderwijs (rond 1900): Kinderen leren al op jonge

Nadere informatie

T4 Oefen SED Geschiedenis Module 6

T4 Oefen SED Geschiedenis Module 6 T4 Oefen SED Geschiedenis Module 6 1. Bekijk bron 1. De titel van de onderstaande Russische cartoon is: De Amerikaanse stemmachine. De Verenigde Staten drukken op het knopje voor, dat naast het knopje

Nadere informatie

Projectthema: De verhalenkoffer Les 1 Groeten van Leo Voorbereiding Lesdoelen Achtergrondinformatie Extra s Filmpjes Lesdoelen op het digibord

Projectthema: De verhalenkoffer Les 1 Groeten van Leo Voorbereiding Lesdoelen Achtergrondinformatie Extra s Filmpjes Lesdoelen op het digibord Voorbereiding Lesdoelen Achtergrondinformatie Extra s Knip de Mix en matchkaartjes uit (zie de laatste pagina van deze lesvoorbereiding). Zorg ervoor dat complete setjes worden uitgedeeld, anders is er

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2010 tijdvak 2 dinsdag 22 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 39 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje b Bijlage VMBO-KB 2008 tijdvak 1 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje Staatsinrichting van Nederland bron 1 Uit een openbare brief van iemand die zich zorgen maakt over de ontwikkelingen

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I Historisch overzicht vanaf 1900 2p 16 Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden veel nieuwe wapens op grote schaal toegepast. Dit werd mogelijk gemaakt door technische ontwikkelingen. Geef van deze nieuwe

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2014 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-15.30 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 42 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 56

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2017 tijdvak 1 dinsdag 16 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 42 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60

Nadere informatie

Koning Willem III. Wilhelmina Drucker

Koning Willem III. Wilhelmina Drucker Koning Willem II Koning Willem III Rudolph Thorbecke Aletta Jacobs Wilhelmina Drucker Abraham Kuyper Herman Schaepman Pieter Jelles Troelstra Frans Ferdinand Gavrilo Princip Lenin Adolf Hitler Benito Mussolini

Nadere informatie

Adolf Hitler: Braunau am Inn, 20 april 1889 Berlijn, 30 april 1945

Adolf Hitler: Braunau am Inn, 20 april 1889 Berlijn, 30 april 1945 Adolf Hitler: Braunau am Inn, 20 april 1889 Berlijn, 30 april 1945 Hij was een in Oostenrijk geboren Duits politicus en de leider van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). Hij was

Nadere informatie

Examen VMBO-KB 2015. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1 maandag 18 mei 9.00-11.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VMBO-KB 2015. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1 maandag 18 mei 9.00-11.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VMBO-KB 2015 tijdvak 1 maandag 18 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 40 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54

Nadere informatie

Voor de paboopleider. Werkvorm 2: voor de opleider (1) Anne Frank Tijdlijn

Voor de paboopleider. Werkvorm 2: voor de opleider (1) Anne Frank Tijdlijn Werkvorm 2: voor de opleider (1) Het persoonlijke verhaal en de historische context Anne Frank is het bekendste slachtoffer van de Holocaust. Haar levensverhaal biedt een venster op de geschiedenis van

Nadere informatie

Het leven van Adolf Hitler

Het leven van Adolf Hitler Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Matthijs Admiraal 22 november 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/91671 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet.

Nadere informatie

Arigato. opdrachtenblad. Regie: Anielle Webster Scenario: Sandra Beerends Jaar: 2012 Duur: 10 minuten

Arigato. opdrachtenblad. Regie: Anielle Webster Scenario: Sandra Beerends Jaar: 2012 Duur: 10 minuten Arigato opdrachtenblad Regie: Anielle Webster Scenario: Sandra Beerends Jaar: 2012 Duur: 10 minuten Lesuurpakket Arigato Thema s: oorlogsverleden; mensenrechten; vergeven; herdenken. Verdiepingsopdrachten:

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2009 tijdvak 1 woensdag 20 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 37 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 51 punten

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL. geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL. tijdvak 1 woensdag 18 mei 9.00-11.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VMBO-GL en TL. geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL. tijdvak 1 woensdag 18 mei 9.00-11.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VMBO-GL en TL 2016 tijdvak 1 woensdag 18 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 45 vragen. Voor dit examen zijn

Nadere informatie

WEBQUEST L6-02 oorlog & vrede

WEBQUEST L6-02 oorlog & vrede WEBQUEST L6-02 oorlog & vrede 2.3.1. Wereldoorlog I INHOUD OEFENBOEK De Eerste Wereldoorlog 02-03 2.3.2. Wereldoorlog II De Tweede Wereldoorlog 04-05 La Vita è Bella 06-07 3.1. Geweldige personen Jezus

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-13-2-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-13-2-b Bijlage VMBO-KB 2013 tijdvak 2 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje KB-0125-a-13-2-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een prentbriefkaart uit 1908 Dit is Kenau, die in 1573 in Haarlem

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2014 tijdvak 1 maandag 19 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 47 vragen. Voor dit examen zijn

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2009 tijdvak 1 woensdag 20 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Gebruik het bronnenboekje Dit examen bestaat uit 42 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis havo 2008-I

Eindexamen geschiedenis havo 2008-I De koloniale relatie tussen Nederland(ers) en Nederlands-Indië De volgende gebeurtenissen uit de geschiedenis van Nederlands-Indië staan in willekeurige volgorde: 1 Johannes van den Bosch introduceert

Nadere informatie

Jagers & boeren Waarvan leefden de jagers-verzamelaars? Jagers & boeren Waarvan leefden de boeren? Van de jacht en van vruchten en planten

Jagers & boeren Waarvan leefden de jagers-verzamelaars? Jagers & boeren Waarvan leefden de boeren? Van de jacht en van vruchten en planten Jagers & boeren Waarvan leefden de jagers-verzamelaars? Jagers & boeren Waarvan leefden de boeren? Van de jacht en van vruchten en planten Van de oogst van hun land en van hun dieren Jagers & boeren Wat

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2005

Examen VMBO-GL en TL 2005 Examen VMBO-GL en TL 2005 tijdvak 2 dinsdag 21 juni 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 41 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Historische Context: Duitsland (1871 1945)

Historische Context: Duitsland (1871 1945) Historische Context: Duitsland (1871 1945) Verklaring begintijd: 1871 Tijdens de Frans-Duitse oorlog wordt in Versailles het Duitse Keizerrijk uitgeroepen. De vorming van deze grote staat verandert het

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2005

Examen VMBO-GL en TL 2005 Examen VMBO-GL en TL 2005 tijdvak 1 woensdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Speurtocht (puzzel) Korte omschrijving. Lesdoel. Lesbeschrijving. Docentenblad

Speurtocht (puzzel) Korte omschrijving. Lesdoel. Lesbeschrijving. Docentenblad Docentenblad Speurtocht (puzzel) Korte omschrijving Een puzzel waarin leerlingen spelenderwijs negentien (moeilijke) begrippen uit het stripboek leren. Deze woorden staan ook in de begrippenlijst waarin

Nadere informatie

De koude oorlog Jesse Klever Groep 7

De koude oorlog Jesse Klever Groep 7 De koude oorlog Jesse Klever Groep 7 1 Voorwoord Tijdens het maken van mijn spreekbeurt over Amerika kwam ik de Koude oorlog tegen. De koude oorlog leek mij een heel interessant onderwerp waar ik niet

Nadere informatie

germaans volk), een sterke Franse groepering. Ze verkochten haar aan de Engelsen die haar beschuldigden van ketterij (het niet-geloven van de kerk).

germaans volk), een sterke Franse groepering. Ze verkochten haar aan de Engelsen die haar beschuldigden van ketterij (het niet-geloven van de kerk). Jeanne d'arc Aan het begin van de 15de eeuw slaagden de Fransen er eindelijk in om de Engelsen uit hun land te verdrijven. De strijd begon met een vrouw die later een nationale heldin werd, van de meest

Nadere informatie

1 Op de vlucht. vluchtelingen. Omdat er in Engeland geen oorlog was. Er is een vliegtuig neergestort op de stad en er zijn een paar bommen gevallen

1 Op de vlucht. vluchtelingen. Omdat er in Engeland geen oorlog was. Er is een vliegtuig neergestort op de stad en er zijn een paar bommen gevallen les 1 Op de vlucht 1 Wanneer speelt het verhaal zich af? Op 10 mei 1940 In de eerste dagen van de oorlog. In het midden van de oorlog Aan het eind van de oorlog 2 Waaruit blijkt dat Vlissingen in het begin

Nadere informatie

Werkblad van RJ Tarr www.activehistory.co.uk / 1

Werkblad van RJ Tarr www.activehistory.co.uk / 1 Werkblad van RJ Tarr www.activehistory.co.uk / 1 Oorzaken van de Eerste Wereldoorlog: invuloefening Werkblad bij het simulatiespel www.activehistory.co.uk Instructie: Vul het witte veld in terwijl je het

Nadere informatie

Bijlage VMBO-GL en TL

Bijlage VMBO-GL en TL Bijlage VMBO-GL en TL 2013 tijdvak 2 geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Bronnenboekje GT-0125-a-13-2-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Standpunten van drie politieke partijen aan het begin

Nadere informatie