! " ## $#% # % & # ' # ( " " )
|
|
|
- Petrus van der Wal
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ! " ## $#% # % & # ' # ( " " ) Uitgave: Deltalinqs in samenwerking met Deltalinqs Postbus JE Rotterdam T (010) F (010) E [email protected] I Ondanks het feit dat er bij de samenstelling van deze richtlijn grote zorgvuldigheid in acht genomen is, kan Deltalinqs onvolkomenheden niet geheel uitsluiten. Deltalinqs aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid voortvloeiend uit het gebruik van deze richtlijnen nog voor het toepassen van deze richtlijnen. Kenmerk: A/DL/LBP/uitgaven DL Te herzien: sept Beheerder: C3 M Bladnummer 1 van 10
2 % Een locatiebeheerplan (LBP) is een raamafspraak tussen een bedrijf in het Haven- en Industrieel Complex in de Mainport Rotterdam (HIC) en het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb), vertegenwoordigd door de DCMR Milieudienst Rijnmond. Een LBP beoogt een overall aanpak van de bodemproblematiek op een locatie te borgen en te faciliteren vanuit één helder kader. Zo kan worden voorkomen dat te veel ad hoc maatregelen worden genomen. Er wordt vanuit gegaan dat de opsteller van het LBP op de hoogte is van de inhoud van de volgende documenten: Wet Bodembescherming; Circulaire Bodemsanering 2009; Van trechter naar zeef; Eindrapport project Doorstart A-5 ; Praktijkdocument ROSA; Besluit Bodemkwaliteit; Gezamenlijk Bodemsaneringsbeleid 2003; Verordening Bodemsanering Rotterdam 2009; BRL 6/7000 en bijbehorende VKB-protocollen; NEN 5725; NEN 5740; Belendende wet- en regelgeving. Een LBP geeft een beschrijving van de bodemverontreiniging op de locatie en een plan van aanpak voor de sanering daarvan, waarbij het traject en einddoel duidelijk zijn omschreven. Een LBP wordt beoordeeld als een raamsaneringsplan, waarover beschikt kan worden. Dat betekent uiteraard goed overleg tussen partijen voordat een LBP officieel wordt ingediend bij de DCMR. Van belang is dat ook andere betrokken instanties (bijv. het Havenbedrijf als erfpachter) tijdens de planvorming worden betrokken. In principe is de looptijd van een LBP niet bepaald, maar wel moet iedere vijf jaar worden aangetoond dat controle op het nog actueel zijn van het LBP heeft plaatsgevonden. De DCMR dient schriftelijk van de bevindingen in kennis gesteld te worden. Wettelijke ontwikkelingen met ingrijpende invloed op het LBP of ingrijpende veranderingen op de locatie maken een herziening of aanpassing van het LBP in ieder geval noodzakelijk. Het belang van een LBP is dat zowel het bedrijf als de overheid weet waar men aan toe is en dat ook is vastgelegd en goedgekeurd. Voor bedrijven waar de bodemproblematiek zelden leidt tot het nemen van maatregelen is een LBP minder zinvol. Deze richtlijn is tot stand gekomen door samenwerking tussen DCMR en de Werkgroep Bodem van Deltalinqs. Vragen en opmerkingen over deze uitgave zijn van harte welkom. Chris Jordan Beleidsmedewerker Milieu & Veiligheid Kenmerk: A/DL/LBP/uitgaven DL Te herzien: sept Beheerder: C3 M Bladnummer 2 van 10
3 * +) # Aan de inleiding worden geen inhoudelijke eisen gesteld. De inleiding dient, zoals te doen gebruikelijk, een beknopte uiteenzetting van het hoe en waarom van het LBP te bevatten. Een voorstel voor een hoofdstukindeling is opgenomen in de bijlage.,) ( # ' Onder de doelstelling en reikwijdte dient te worden beschreven wat met het LBP wordt beoogd te bereiken met betrekking tot de Wbb. Hierin kan de visie van het bedrijf in relatie tot het geven van een invulling aan de verplichtingen voortvloeiende uit de bodemwetgeving worden gegeven, evenals een uiteenzetting over hoe het bedrijfsbeleid hierin voorziet. -).# -)+ # # Bij locatiegegevens dient een algemene beschrijving van de locatie te worden gegeven, met onder andere: adresgegevens, kadastrale aanduiding, oppervlakte, omgeving (direct ten noorden, oosten, zuiden en westen), eventuele ligging in bijzondere beschermingsgebieden, positie van de gebruiker (huurder, erfpachter, eigenaar etc.). NB. Voor alle geografische informatie geldt dat het veelal helder en efficiënt weergegeven kan worden in de vorm van kaarten en tabellen dan in tekst. -), Bij de historie van de locatie dient inzicht verschaft te worden in de ontwikkelingen op het terrein. Aangegeven dient te worden welke delen op welk tijdstip in gebruik zijn genomen, welke activiteiten waar van wanneer tot wanneer hebben plaatsgevonden, welke stoffen daarbij zijn gebruikt, geproduceerd en/of mogelijk zijn vrijgekomen. Tevens dient de verhardingssituatie op het terrein vermeld te worden (onverhard, verhard, vanaf wanneer?). Ook dient een beschrijving van ingrijpende veranderingen in de bedrijfsvoering, die van invloed zijn op (het ontstaan van) bodemverontreinigingen, opgenomen te worden. -)- # Hier dient een (globale) beschrijving van de bedrijfsactiviteiten (per terreindeel) te worden gegeven met een beschrijving van de processen en de daarbij gebruikte stoffen en geproduceerde (tussen) producten. Hiermee dient voldoende inzicht te worden gegeven in de plaatsen waar bedrijfsactiviteiten hebben kunnen leiden tot bodemverontreiniging. -)/ 0 # ' # Hier dient een (globale) beschrijving van de ontwikkelingen in de bedrijfsactiviteiten (per terreindeel) te worden gegeven. Kenmerk: A/DL/LBP/uitgaven DL Te herzien: sept Beheerder: C3 M Bladnummer 3 van 10
4 Dit is vooral bedoeld om inzichtelijk te maken of er ingrijpende wijzigingen in de bedrijfsactiviteiten of de inrichting van het terrein te verwachten zijn die mogelijkheden bieden om bodemgerelateerde werkzaamheden uit te voeren, zoals bodemonderzoek, bodemsanering en dergelijke. Bij deze (ingrijpende) wijzigingen, als vervanging, nieuwbouw of sloop van inrichtingsonderdelen, dient ook een indicatie te worden gegeven wanneer deze plaats gaan vinden. Eventueel hiermee samenhangende bodemgerelateerde werkzaamheden dienen in het actieplan terug te komen. /) /)+ ' # 1# Een beschrijving van de regionale bodemopbouw en geohydrologie, alsmede de lokale bodemopbouw, grondwaterstand- en stroming van bovenste watervoerende pakket, infiltratie of kwelsituatie. Dit geeft het geohydrologisch kader aan waarbinnen de locatie is gelegen. De verschillende relevante bodemlagen, watervoerende pakketten, grondwateronttrekkingen in de omgeving, grondwaterbeschermingsgebieden en dergelijke kunnen hier besproken worden. /), Voor vrijwel elke locatie is er kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de bodem. In deze paragraaf dient een beschrijving van deze informatie te worden gegeven. Hierbij dient gedacht te worden aan de historie van de dataverzameling, de hoeveelheid en kwaliteit van de gegevens en de wijze waarop deze is beheerd en wordt ontsloten. Indien noodzakelijk kan er aangegeven worden wat de ruimtelijke spreiding in relatie tot de (voormalige) activiteiten op de locaties is. /)-2 ## De verontreinigingssituatie wordt hier besproken. Dit omvat de omvang, de aard en historie van de bekende verontreinigingen. Bij het beschrijven van de verontreinigingssituatie dient ook te worden benoemd welke verontreinigingen wel en welke (nog) niet zijn afgeperkt. Hierbij is het zeer wenselijk om gebruik te maken van kaartmateriaal (in de bijlage). Belangrijk is om afhankelijk van de complexiteit van de locatie te kiezen voor een numerieke weergave in tabellen, een grafische weergave of een combinatie van beide. Voor het gebruik van een tabel kan gedacht worden aan de twee onderstaande voorbeelden. 0 2 ## # Deellocatie Stof >Iw X a Oppervlakte (m2) Diepte (m-mv) Omvang (m2) Y b Oppervlakte (m2) Diepte (m-mv) Omvang (m2) Kenmerk: A/DL/LBP/uitgaven DL Te herzien: sept Beheerder: C3 M Bladnummer 4 van 10
5 0 2 ## #' Deellocatie Stof >Iw X y a b Oppervlakte (m2) Diepte (m-mv) Omvang (m2) Oppervlakte (m2) Diepte (m-mv) Omvang (m2) /)/3 Indien op een bedrijfsterrein meerdere verontreinigingen voorkomen, dient te worden bepaald of sprake is van één of meerdere gevallen van bodemverontreiniging. Dit geldt met name voor verontreinigingen die voor zijn ontstaan. Verschillende verontreinigde gebieden worden tezamen tot een geval van verontreiniging gerekend, indien de grondgebieden of deelgebieden waarop de verontreinigingen voorkomen een technische, ruimtelijke en organisatorische samenhang vertonen. Hierbij dient in meer of mindere mate aan elk van de genoemde samenhangen te worden voldaan om als één geval te worden beschouwd. /)4 # Per geval van ernstige bodemverontreiniging dienen de humane, ecologische en verspreidingsrisico s te worden beoordeeld op basis van het daartoe geëigende rekenmodel (Sanscrit). Op basis van de uitkomsten van de Sanscrit-berekening wordt de noodzaak van spoedige sanering per geval van ernstige bodemverontreiniging vastgesteld. In het geval al eerder een beschikking inzake de ernst van het geval van bodemverontreiniging en de urgentie of de noodzaak van spoedige sanering is genomen, wordt tevens beoordeeld of op basis van nieuw verkregen informatie aanleiding bestaat een nieuw besluit inzake ernst en noodzaak spoedige sanering te nemen. Dit is onder andere het geval als de verontreinigingen op meer kadastrale percelen betrekking heeft dan eerder was besloten of de noodzaak van spoedige sanering anders is dan eerder was besloten. 4) 4)+# #,5-5 Hier formuleert het bedrijf zijn eigen saneringsdoelstelling met betrekking tot de aangetroffen verontreinigingen (mobiel en immobiel) en de termijnen waarbinnen de doelstellingen zijn verwezenlijkt. Dit met dien verstande dat ultimo 2030 in ieder geval de risico s van de aanwezige verontreinigingen zijn beheerst. Desgewenst kan een saneringsdoel per bodemlaag worden gedefinieerd. Deze wijze van opdeling is optioneel. Bij een dergelijke verticale opdeling kan het gebruik van de volgende diepte trajecten wenselijk zijn. Kenmerk: A/DL/LBP/uitgaven DL Te herzien: sept Beheerder: C3 M Bladnummer 5 van 10
6 Ondiep Tot ondiepe verontreinigingen worden de verontreinigingen gerekend die zich in de (antropogene) ophooglaag bevinden, boven op het oorspronkelijke maaiveld. Het oorspronkelijke maaiveld bevindt zich overwegend rond NAP en de ophooglaag heeft veelal een dikte van 4 à 5 meter. Middeldiep Tot de middeldiepe verontreinigingen worden de verontreinigingen gerekend die zich in de holocene deklaag bevinden, onder het oorspronkelijke maaiveld. De holocene deklaag heeft afhankelijk van de plaats binnen het HIC een dikte tussen de 10 en 20 meter en bestaat veelal uit afwisselend klei- en veenlagen, lokaal kunnen tussenzandlagen aanwezig zijn. Diep Tot de diepe verontreinigingen worden de verontreinigingen gerekend die zich in de pleistocene zandlaag bevinden, ook wel aangeduid als het 1e Watervoerend Pakket (1e WVP). Het 1e WVP heeft afhankelijk van de plaats binnen het HIC een dikte tussen de 10 en 20 meter en bestaat veelal uit meer en mindere grove zandlagen. Naast een gevalsgerichte aanpak zijn en worden ook stappen ondernomen om te komen tot een gebiedsgerichte aanpak. In verband met de gebiedsgerichte aanpak vindt in 2009 dan wel 2010 een wetswijziging plaats. Om tot een daadwerkelijke gebiedsgerichte aanpak te kunnen komen, is het nodig een plan voor gebiedsgericht beheer van verontreinigd grondwater op te stellen. Hierbij zijn meerdere partijen betrokken. Dit plan dient door het bevoegd gezag te worden goedgekeurd. Gebiedsgerichte aanpak is gebaseerd op de zogenaamde gemengde strategie. In de gemengde strategie wordt de bovengrond (de antropogene ophooglaag) gevalsgericht aangepakt. De aanpak moet voorkomen dat deze verontreinigingen als gevolg van verdere verspreiding bijdraagt aan de verontreinigingen van het diepere grondwater. De aanpak van de diepere grondwaterverontreinigingen kent een gebiedsgerichte benadering. Omdat verontreiniging zich vaak op grotere diepte heeft verspreid en zich vanuit meerdere bronnen heeft vermengd, is een gevalsgerichte aanpak vaak niet mogelijk. Binnen de grenzen van een groter gebied wordt de bodem dan als reactorvat gebruikt, waarbij verspreiding tot buiten de gebiedsgrenzen wordt voorkomen en significante en aanhoudende stijgende trends van verontreinigingen worden omgebogen. De terreingebruiker (het bedrijf) is verantwoordelijk voor de aanpak van de ondiepe verontreinigingen en de gebiedsbeheerder is verantwoordelijk voor de aanpak van de diepere grondwaterverontreinigingen. Een voorwaarde voor aanpak van de verontreinigingen volgens de gemengde strategie is dat het bedrijf een maatwerkcontract met de gebiedsbeheerder heeft afgesloten, waarin de afspraken over de aanpak van de bronnen (ondiep) en de pluimen (diep) zijn vastgelegd. Overigens kunnen meerdere bedrijven gezamenlijk een gebiedsbeheerder aanwijzen. Het hoeft niet zo te zijn dat de gebiedsbeheerder altijd een (semi) overheidsorganisatie is. Kenmerk: A/DL/LBP/uitgaven DL Te herzien: sept Beheerder: C3 M Bladnummer 6 van 10
7 4),6 # $ 7' ## 4),)+.# Op basis van de verontreinigingssituatie en de saneringsdoelstelling dient middels een saneringsonderzoek uitgewerkt te worden wat de maximaal realiseerbare terugsaneerwaarden voor de grond en het grondwater zijn, dan wel wat de minimaal haalbare trede van de saneringsladder is. Op basis van een onderlinge vergelijking en weging van mogelijke saneringsmethodes (bijvoorbeeld middels een multi criteria analyse als ROSA) wordt de meest functionele en kosteneffectieve saneringsmethode bepaald (voorkeursvariant). Desgewenst kan voor de immobiele verontreinigingen een separaat saneringsonderzoek worden uitgevoerd. Dit is alleen van belang indien niet voor een standaard aanpak (verwijderen of isoleren wordt gekozen). Ook voor de mobiele verontreinigingen kan een separaat saneringsonderzoek worden uitgevoerd. In de meeste gevallen is een saneringsonderzoek wel noodzakelijk, omdat slechts in een beperkt aantal situaties sprake zal zijn van volledige verwijdering. 4),),8 & #& ### Indien sprake is van een ernstige grondwaterverontreiniging, is het zinvol om een nadere beschouwing te geven van de natuurlijke bodemprocessen die van invloed zijn op verontreiniging. Hierbij dient inzicht te worden verschaft in de processen die de verontreinigingen in de bodem afbreken of omzetten in andere stoffen (b.v. de-chlorering), of dit aërobe of anaërobe processen zijn, of de condities gunstig of ongunstig zijn voor het optreden van deze processen. Ook kan inzichtelijk worden gemaakt in welke mate verontreinigingen aan bodemdeeltjes worden gebonden, alsmede eventuele processen die binding van verontreinigingen aan bodemdeeltjes kan verstoren (wijziging in zuurgraad, aanwezigheid van andere verontreinigingen en dergelijke). 4),)-2 ' ' # Indien sprake is van een ernstige grondwaterverontreiniging, is het zinvol om een nadere beschouwing te geven te verwachten ontwikkeling van de pluim. Hierbij moet dan gedacht worden aan verplaatsing van de pluim, toe- of afname van de concentraties in de pluim, toe- of afname van de omvang van de pluim, verplaatsing van het front van de pluim richting terreingrenzen, bedreigde objecten, oppervlaktewater en dergelijke. 4),)/ Uit een analyse van de beschikbare bodeminformatie met betrekking tot de verontreinigingsituatie, dit zowel met betrekking tot ruimtelijke dekking als ouderdom, afgezet tegen het gewenste/noodzakelijke informatieniveau, blijkt welke informatie nog ontbreekt en wanneer deze informatie verzameld moet worden. Als gewenst/noodzakelijk informatieniveau wordt de NEN 5740 als referentiekader gehanteerd. Afwijkingen hiervan dient te worden gemotiveerd. Voor het afperken van verontreinigingen dienen het protocol of de richtlijn voor nader onderzoek als referentiekader. De resultaten van deze analyse leiden zo mogelijk tot acties in het actieplan. Kenmerk: A/DL/LBP/uitgaven DL Te herzien: sept Beheerder: C3 M Bladnummer 7 van 10
8 4)-9 ' # De gekozen voorkeursvariant wordt verder uitgewerkt, minimaal tot op het niveau van een saneringsplan op hoofdlijnen. Verdere uitwerking van de sanering, dan wel deelsanering van het geval van ernstige bodemverontreiniging, vindt plaats op het moment dat ook daadwerkelijk sprake gaat zijn van een (deel)sanering. Bij deze uitwerking (saneringsplan) dient alle informatie te worden verstrekt die normaal gesproken ook in een saneringsplan dient te worden verstrekt, voor zover dit nog niet in de uitwerking van de voorkeursvariant in het LBP is verwoord. 4)/" # $# Veelal zal een monitorings- en/of nazorgplan noodzakelijk zijn. In het monitoringsplan wordt uitgewerkt waar en met welke dichtheid (aantal peilbuizen, hart op hart afstand en dergelijke) wordt gemonitord, met welke frequentie wordt gemonitord, op welke stoffen wordt geanalyseerd en welke signaal- en actiewaarden worden gehanteerd inclusief de vervolgacties bij overschrijding van de signaal- en/of actiewaarden. Onder nazorg wordt verstaan alle werkzaamheden die betrekking hebben op de situatie zoals deze is gerealiseerd na het uitvoeren van een (deel)sanering. Dit kan zowel passieve nazorg (o.a. in stand houden isolatiemaatregel) als actieve nazorg zijn (o.a. monitoring verspreiding verontreiniging). 4)4 Hier wordt beschreven hoe de bodem op de locatie wordt beheerd. Dit heeft onder andere betrekking op het beleid ten aanzien van werken in mogelijk verontreinigde grond, hoe omgegaan wordt met de werkzaamheden in de ondergrond in relatie tot bodemonderzoek, het vastleggen van nieuwe informatie en ontsluiten van de beschikbare gegevens. Zo kan er bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van deelgebieden waarvoor een ander beleid geldt. Ook kan op hoofdlijnen aangegeven worden hoe omgegaan wordt met verschillende type werkzaamheden in de grond. Hierbij valt te denken aan tijdelijke uitnamen, het uitvoeren van spoedwerkzaamheden in mogelijk ernstig verontreinigde grond, het uitvoeren van kleine werken in verontreinigde grond, kleine werken binnen een grotere verontreiniging etc. etc. Ook kan hier aangegeven worden wat het beleid is ten aanzien van het bodembewustzijn en de risico's verbonden aan het werken in verontreinigde grond van de medewerkers op de locatie. 4): 7 # In deze paragraaf kan worden beschreven hoe gehandeld wordt bij het optreden van een ongewoon voorval. Voor de opvolging van incidenten met een bodemcomponent kan er voor gekozen worden deze weer te geven in het LBP of deze in een interne procedure vast te leggen en in het LBP enkel op hoofdlijnen dit aan te geven. Onder andere kan op hoofdlijnen beschreven worden welke maatregelen direct worden getroffen om verdere verontreiniging van de bodem te stoppen en welke maatregelen vervolgens worden genomen om hde gevolgen van het ongewone voorval (zo veel mogelijk) ongedaan te maken. :). Hier dient te worden beschreven welke acties er voor de komende jaren (hierbij kan gedacht worden aan de eerste 3 tot 5 jaar) zijn gepland voortvloeiende uit eerdere analyses ten aanzien van hiaten in de bodeminformatie en toekomstige ontwikkelingen binnen het bedrijfsterrein. Kenmerk: A/DL/LBP/uitgaven DL Te herzien: sept Beheerder: C3 M Bladnummer 8 van 10
9 Het actieplan dient periodiek (bijvoorbeeld jaarlijks) te worden geactualiseerd. Het actieplan kan een verwijzing bevatten naar andere ontwikkelingen binnen de inrichting waarbij de geplande activiteiten in het kader van het LBP in perspectief worden geplaatst ten opzichte van de andere activiteiten en ontwikkelingen. Hierbij kan gedacht worden aan stops, activiteiten op Wet milieubeheer(wm)-gebied (lucht en bodembescherming), Wet verontreiniging Oppervlaktewateren (WvO) en andere aangelegenheden. ;) * # ;)+* # In deze paragraaf dient een beschrijving te worden gegeven van hoe de organisatie ten aanzien van het bodembeheer intern is geregeld. Hierbij dient onder andere aandacht te worden besteed aan of sprake is van een kwaliteitmanagementsysteem met betrekking tot bodem, wie daarvoor verantwoordelijke is, en hoe dit in de organisatie kenbaar wordt gemaakt. Hierbij dient ook te worden vermeld of het centraal of decentraal wordt beheerd en welk onderdeel van de organisatie dan waarvoor verantwoordelijk is. ;),! Hierin wordt het communicatieplan weergegeven met daarin bijvoorbeeld: Wie is de verantwoordelijke en wie is het aanspraakpunt met betrekking tot het LBP; Wat wordt gerapporteerd (waarover), wanneer en hoe frequent; Aan wie wordt gerapporteerd en wat is de status van de rapportage (ter kennisname, met verzoek om reactie, met verzoek om instemming en/of goedkeuring); Wanneer vindt overleg met het bevoegd gezag plaats (periodiek of ad-hoc); Frequentie herziening actieplan en LBP. Kenmerk: A/DL/LBP/uitgaven DL Te herzien: sept Beheerder: C3 M Bladnummer 9 van 10
10 # 2 # 1. Inleiding 2. Doelstelling en reikwijdte locatiebeheerplan 3. Algemene informatie 3.1 Locatiegegevens 3.2 Historische informatie 3.3 Huidige bedrijfsactiviteiten 3.4 Toekomstige ontwikkelingen 4. Bodeminformatie 4.1 Bodemopbouw en geohydrologie 4.2 Bodemdata 4.3 Verontreinigingssituatie 4.4 Gevalsdefinitie 4.5 Risicobepaling en spoedeisendheid 5. Bodembeleid van het bedrijf 5.1 Lange termijn saneringsdoel Saneringsonderzoek/afweging Algemeen Natuurlijke bodemprocessen (afbraak, verdunning, vastlegging) Verwachte pluimontwikkeling Hiaten bodeminformatie 5.3 Uitwerking voorkeursvariant 5.4 Monitoring en nazorg 5.5 Bodembeheer op de locatie 5.6 Incident/lekkage 6. Actieplan 7. Organisatie en communicatie 7.1 Organisatie 7.2 Communicatie extern Bijlagen Kenmerk: A/DL/LBP/uitgaven DL Te herzien: sept Beheerder: C3 M Bladnummer 10 van 10
BESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID BIJ DEELONDERZOEK VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
BESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID BIJ DEELONDERZOEK VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit :10 juli 2012 Nummer besluit : 2012-009682 Geval van verontreiniging : voormalige stortplaats
Meldingsformulier Wet bodembescherming
Meldingsformulier Wet bodembescherming Wanneer dit formulier invullen? Als u een uitspraak wenst inzake de ernst en de noodzaak voor het het uitvoeren van een spoedige sanering Als u instemming behoeft
Rapport bodeminformatie
Rapport bodeminformatie Rapport bodeminformatie Percelen Perceelnummers Geselecteerd gebied Locatiegegevens Locatienaam Coördinaten volgens RDM (Rijksdriehoeksmeting) middelpunt: x 258014.8 y 492124.2
Cluster Stadsontwikkeling Bezoekadres: Wilhelminakade 179 Postadres: Postbus BA Rotterdam. Ontwerp handreiking gebiedsgerichte aanpak Botlek
Cluster Stadsontwikkeling Bezoekadres: Wilhelminakade 179 Postadres: Postbus 1024 3000 BA Rotterdam Van: F. Belderbos namens de projectgroep GGA E-mail: [email protected] Datum: 11 november 2017
ONTWERPBESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
ONTWERPBESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 1 mei 2017 Onderwerp : Wet bodembescherming - zaaknummer 2016-013475 Locatie van verontreiniging
Bijlage 1. Kader inventarisatie spoedlocaties (verspreidingsrisico s) Wet bodembescherming.
Bijlage 1 Kader inventarisatie spoedlocaties (verspreidingsrisico s) Wet bodembescherming. Datum: 3 maart 2015 0. Leeswijzer en inleiding document Met het Rijk zijn afspraken gemaakt om bodemverontreiniging
MELDINGENFORMULIER NADER ONDERZOEK EN/OF SANERINGSPLAN
MELDINGENFORMULIER NADER ONDERZOEK EN/OF SANERINGSPLAN Algemeen 1. Gegevens locatie Locatienaam 2. Melding betreft Nader onderzoek (art. 29 in samenhang met art. 37) Saneringsplan (art. 28/39) Deelsaneringsplan
omgevingsrapportage Thorbeckestraat 84 Omgevingsrapportage
omgevingsrapportage Thorbeckestraat 84 Omgevingsrapportage Pagina 1 van 11-19-04-2017 Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Thorbeckestraat 88 Thorbeckestraat 80-82 Thorbeckestraat 84 Thorbeckestraat
BESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID BIJ VOLLEDIG ONDERZOEK VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
BESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID BIJ VOLLEDIG ONDERZOEK VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 21 februari 2014 Onderwerp : Wet bodembescherming - zaaknummer 2013-017626 Locatie
Bodemrapportage. Dynamisch Rapport - 27-08-2014. Legenda. Bodemlocaties
Bodemrapportage Dynamisch Rapport - 27-08-2014 Legenda Geselecteerd gebied 25-meter buffer Bodemonderzoeken Historisch Bodembestand (HBB) Bodemlocaties Coördinaten volgens RDM (Rijksdriehoeksmeting) Middelpunt:
Bodemverontreiniging en grondwaterbeheerssysteem Chemours, Baanhoekweg Dordrecht.
Memo Dossier Zaaknummer 200433 Kenmerk D-16-1539473 Datum 17 maart 2016 Onderwerp Bodemverontreiniging en grondwaterbeheerssysteem Chemours, Baanhoekweg Dordrecht. Inleiding In deze memo wordt uitleg gegeven
In bijlage 2 is de ligging van de sterke verontreiniging met vinylchloride.
Saneringsplan kavel 19 (Papaverweg vml. 47-51) te Amsterdam-Noord D.d. 24 juli 2017 Inleiding Ten behoeve van het bouwrijp maken van het perceel kavel 19 Buiksloterham (ter hoogte van Papaverweg vml. 47-51)
Notitie. Randvoorwaarden terreingebruik voor, tijdens en na de bodemsanering bij Chemie-Pack e.o.
Notitie Onderwerp Rand terreingebruik voor, tijdens en na de bodemsanering bij Chemie-Pack e.o. 1. Inleiding Als gevolg van de brand bij Chemie-Pack is een omvangrijke grond- en grondwaterverontreiniging
M E L D I N G S F O R M U L I E R W E T B O D E M B E S C H E R M I N G
Gemeente Maastricht SEB-RMT-Mobiliteit en Milieu Postbus 1992 6201 BZ Maastricht tel. (043) 350 5050 M E L D I N G S F O R M U L I E R W E T B O D E M B E S C H E R M I N G Let op: Alle gevraagde gegevens
Melding bodemverontreiniging/bodemsanering
Kantooradres: Oldehoofsterkerkhof 2 8911 DH Leeuwarden Postadres: Postbus 21000 8900 JA Leeuwarden 14 058 [email protected] Melding bodemverontreiniging/bodemsanering Doel van de melding Meerdere
beschikking vaststelling ernst en spoed bodemverontreiniging Breudijk 42 Harmelen (gemeente Woerden) UT0632/ Inleiding
beschikking vaststelling ernst en spoed bodemverontreiniging Breudijk 42 Harmelen (gemeente Woerden) datum 7 februari 2006 nummer 2006WEM000563i bijlagen kadastrale kaart sector referentie locatiecode
A. Locatie/onderzoeksgegevens. Locatie (adres) :Klein Oord Kadastraal nummer :
Bodemgeschiktheidsbepaling in het kader van wabo-aanvraag aspect bouwen Datum: 29-11-2016 Aanvrager beoordeling: Ginette Mengers Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) Beoordeeld door: Petra de Wild / Carla
datum 16 oktober 2018 onderwerp Beschikking Ernst en spoedeisendheid Opslagplaats afgewerkte olie, Volkel projectnummer C16049
MEMO aan RVB van Ko Hage (TTE Consultants) datum 16 oktober 2018 onderwerp Beschikking Ernst en spoedeisendheid Opslagplaats afgewerkte olie, Volkel projectnummer C16049 Inleiding Ter plaatse van de voormalige
BESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
BESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 27 november 2015 Onderwerp : Wet bodembescherming - zaaknummer 2015-010677 Locatie van verontreiniging
Resultaten bodemonderzoek. Wederik Heerenveen. Creating with the power of nature. Subtitel. Marloes Luitwieler, Heerenveen, 26 nov.
Resultaten bodemonderzoek Subtitel Wederik Heerenveen Marloes Luitwieler, Heerenveen, 26 nov. 2015 Creating with the power of nature Even voorstellen Marloes Luitwieler, adviseur bodem en water bij Bioclear
omgevingsdienst HAAGLANDEN Wet bodembescherming - geval van bodemverontreiniging
Zaaknummer Ons Kenmerk Datum Beschikking 00492034 ODH-2017-00079751 - h AUG. 2017 omgevingsdienst Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899
Melding Wet bodembescherming
Melding Wet bodembescherming Dit formulier opsturen naar: Gemeente Heerlen Afdeling Stadsplanning t.a.v. bureau milieu en duurzaamheid 36040 Postbus 1 6400 AA Heerlen 14 045 +31(0)45 560 50 40 www.heerlen.nl
Bodemsanering; locatie Monierweg 4 te Coevorden, gemeente Coevorden, ontwerpbeschikking instemming met het evaluatieverslag
(ONTWERP)BESCHIKKING Globiscode Aanvrager Onderwerp Datum Kenmerk DR010900125 ISC Beheer BV Bodemsanering; locatie Monierweg 4 te Coevorden, gemeente Coevorden, ontwerpbeschikking instemming met het evaluatieverslag
provincie :: Utrecht Dienst Water en Milieu
provincie :: Utrecht Dienst Water en Milieu Pythagoraslaan ] 0] Postbus 80300 Aan: Gemeente Baarn T.a.v. de heer W. Stolp Postbus 1003 3740 BA Baarn 3508 TH Utrecht Tel. 030-2589] 11 Fax 030-2583042 http://www.provincie-utrecht.nl
Aantal pagina's 5. Doorkiesnummer +31(0)88335 7160
Memo Aan Port of Rotterdam, T.a.v. de heer P. Zivojnovic, Postbus 6622, 3002 AP ROTTERDAM Datum Van Johan Valstar, Annemieke Marsman Aantal pagina's 5 Doorkiesnummer +31(0)88335 7160 E-mail johan.valstar
Aan: Gemeente Baarn T.a.v. de heer W. Stolp Postbus 1003 3740 BA Baarn. Geachte heer Stolp,
Dienst Water en Milieu Aan: Gemeente Baarn T.a.v. de heer W. Stolp Postbus 13 374 BA Baarn Pythagoraslaan 11 Postbus 83 358 TH Utrecht Tel. 3-2589111 Fax 3-258342 http://www.provincie-utrecht.nl Datum
Rapportage Sanscrit.nl
Rapportage Sanscrit.nl Instrument ter bepaling van spoedeisendheid van saneren V. Sanscrit 2.5.4 V. rapport 2.16 Algemeen Naam dossier: Waalbanddijk Nijmegen GRONDWATER Code: 20165144 Beoordelaar: [email protected]
Aan: VvE Diensten Nederland Eindhoven BV VvE Hoofdsplitsing Het Slot te Bunnik T.a.v. de heer T. van Gurp Verdunplein 2 5627 SZ Eindhoven
1 Afdeling Vergunningverlening Aan: VvE Diensten Nederland Eindhoven BV VvE Hoofdsplitsing Het Slot te Bunnik T.a.v. de heer T. van Gurp Verdunplein 2 5627 SZ Eindhoven Pythagoraslaan 101 Postbus 80300
omgevingsdienst HAAGLANDEN
Zaaknummer Ons Kenmerk Datum 00484842 ODH-2017-00059510 0 9 JUNI 2017 omgevingsdienst Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899 02 E [email protected]
BESLUIT INSTEMMING SANERINGSPLAN VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
BESLUIT INSTEMMING SANERINGSPLAN VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 2 november 2016 Onderwerp : Wet Bodembescherming - zaaknummer 2016-013199 Locatie van verontreiniging : Oude Telgterweg
Meldingsformulier BODEMVERONTREINIGING / -SANERING
Meldingsformulier BODEMVERONTREINIGING / -SANERING Dit formulier met bijbehorende stukken moet in viervoud worden ingediend bij het college van de gemeente Tilburg. In te vullen door melder 1 Melding volgens
BESLUIT INSTEMMING DEELSANERINGSPLAN VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
BESLUIT INSTEMMING DEELSANERINGSPLAN VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 10 juli 2012 Nummer besluit : 2012-009682 Geval van verontreiniging : voormalige stortplaats De Mansberg Plaats
PROVINCIE:: UTRECHT Dienst water en milieu
PROVNCE:: UTRECHT Dienst water en milieu Galileïlaan 15 Postbus 80300 3508 TH Utrecht Telefoon 030-589111 Fax 030-522564 Crediet en Effecten Bank rek nr 699058554 Datum Nummer Uw brief van Uw nummer Bijlage
Vragen & Antwoorden over bodemverontreiniging
Vragen & Antwoorden over bodemverontreiniging Hieronder staan veel gestelde vragen en antwoorden over bodemverontreiniging en spoedlocaties. Het gaat om algemene vragen en vragen over de specifieke Rotterdamse
- beschikking. ernst en urgentie bodemverontreiniging Amersfoortseweg 9 Bunschoten
- beschikking ernst en urgentie bodemverontreiniging Amersfoortseweg 9 Bunschoten datum 7 september 2005 nummer 2005WEM003762i bijlagen kadastrale kaart sector Bodemsanering referentie B.C. Bannink locatiecode
Bodemonderzoek. Volgens protocollen. Bodemonderzoek volgens protocollen
Bodemonderzoek Volgens protocollen Bodemonderzoek volgens protocollen 1 Vooronderzoek NEN 5725 Strategie voor het uitvoeren van voor-onderzoek bij Verkennend en Nader Onderzoek Raadplegen archieven en
1 Inleiding. Aan: Stichting Woonvoorziening Kockengen T.a.v. P.J.R. de Jong Snoeksloot 22 3993 HL Houten. Geachte heer De Jong,
1 Afdeling Handhaving Aan: Stichting Woonvoorziening Kockengen T.a.v. P.J.R. de Jong Snoeksloot 22 3993 HL Houten Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht Tel. 030-2583877 Fax 030-2582121 http://www.provincie-utrecht.nl
Bodemrapportage. Bodemrapportage_Burg._Willemstraat_te_Hoensbroek. Geselecteerde locatie. Bodemlocaties
Bodemrapportage Bodemrapportage_Burg._Willemstraat_te_Hoensbroek Geselecteerde locatie 25-meter contour Bodemlocaties Onderzoek Adreslocaties Tanks Gemeente Heerlen - Pagina 1 van 10-01-06-2016 Welke informatie
Monitoringsplan Wederik Heerenveen, kenmerk /
Monitoringsplan locatie Wederik te Heerenveen Gemeente Heerenveen, de heer G.J. Koehoorn Cirsten Zwaagstra, Marloes Luitwieler 20165190/11120 24 februari 2017 In opdracht van de gemeente Heerenveen heeft
Checklist saneringsplan
Checklist saneringsplan Tbv dossier Versie januari 2013 Locatienaam: Locatiecode: Beoordeeld door: Gemeente: Datum: + betekent voldoet, ook inhoudelijk -- betekent voldoet niet, toelichting, nadere uitwerking
Convenant Bodem en Bedrijfsleven 2015
Convenant Bodem en Bedrijfsleven 2015 PARTIJEN 1. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mevrouw W.J. Mansveld, handelend als bestuursorgaan, mede namens de Minister van Infrastructuur en Milieu
1 Inleiding. Ministerie van Defensie Dienst Vastgoed Defensie (vml. DGW&T) T.a.v. de heer J. van Heemskerk Postbus RA UTRECHT
Dienst Water en Milieu Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht Ministerie van Defensie Dienst Vastgoed Defensie (vml. DGW&T) T.a.v. de heer J. van Heemskerk Postbus 8002 3503 RA UTRECHT Tel. 030-2589111
Handleiding nazorgmodel
Handleiding nazorgmodel Jennie Tissingh gemeente Utrecht, Dienst Stadsontwikkeling, afdeling Milieu en Duurzaamheid november 2004 Inleiding Bij een bodemsanering wordt een bodemverontreiniging niet altijd
1 Inleiding. Connexxion vastgoed B.V. T.a.v. de heer R. Verstegen Postbus 224 1200 AE Hilversum. Geachte heer Verstegen,
Dienst Water en Milieu Connexxion vastgoed B.V. T.a.v. de heer R. Verstegen Postbus 224 1200 AE Hilversum Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht Tel. 030-2589111 Fax 030-2583140 http://www.provincie-utrecht.nl
RAPPORT C11-091-H. Capelle a/d IJssel, 8 juni 2011. Rapportage:
RAPPORT C11-091-H Historisch bodemonderzoek Driemanssteeweg achter nr. 60, Rotterdam (perceel C 3119). Capelle a/d IJssel, 8 juni 2011 Opdrachtgever: HD Projectrealisatie B.V. T.a.v. de heer L. Buteijn
Notitie. Aan : DCMR, Schiedam T.a.v. de afdeling Bureau Bodem. Kopie aan : Stadsontwikkeling Ingenieursbureau t.a.v. de heer D.
Notitie Stadsontwikkeling PM&E Ingenieursbureau MRO/Bodem Aan : DCMR, Schiedam T.a.v. de afdeling Bureau Bodem Kopie aan : Stadsontwikkeling Ingenieursbureau t.a.v. de heer D. Lobe Datum : 19 oktober 2016
INFO AVOND MOLENAKKERS/ GRONDWATERSANERING
1 INFO AVOND MOLENAKKERS/ GRONDWATERSANERING 2 INHOUD VANAVOND Wethouder Mathijs Kuijken: Doel: informeren over effect grondwatersanering Molenakkers (ontbreken) gezondheidsrisico s gebruiksbeperkingen
Bewonersbijeenkomst Posthumus Breda
1 Bewonersbijeenkomst Posthumus Breda Welkom en opening Toelichting Bosatex-regeling Onderzoeksresultaten Zonnebloemstraat 3-7 en omgeving Beoogde saneringsaanpak en gevolgen voor omgeving Planning en
BESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
BESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 2 november 2016 Onderwerp : Wet bodembescherming - zaaknummer 2016-013199 Locatie van verontreiniging
BESCHIKKING. Bodemsanering; locatie: Willemskade 27, gemeente Hoogeveen, beschikking instemming met het evaluatieverslag en nazorgplan
BESCHIKKING Globiscode DR 011800167 Aanvrager Onderwerp J.M. Deurwaarder Projectontwikkeling BV Bodemsanering; locatie: Willemskade 27, gemeente Hoogeveen, beschikking instemming met het evaluatieverslag
ONTWERPBESCHIKKING. Bijlage 1. Kadastrale kaart met daarop de situatie na sanering (interventiewaardecontour)
ONTWERPBESCHIKKING Globiscode DR 173100096 Aanvrager Onderwerp Datum Kenmerk gemeente Midden-Drenthe Bodemsanering; locatie Havenstraat 2 en Brunstingerstraat 5 te Beilen, gemeente Midden-Drenthe, ontwerpbeschikking
zinkassen in bovengrond, minerale olie in boven- en ondergrond en grondwater
Rapportage Sanscrit.nl Instrument ter bepaling van spoedeisendheid van saneren V. Sanscrit 2.5.4 V. rapport 2.16 Algemeen Naam dossier: JF Kennedylaan 5 Code: 3201R002 Beoordelaar: [email protected] Datum
- beschikking - vaststelling ernst en urgentie en instemming saneringsplan De Malapertweg 3/5 en 7/7a Nieuwegein. 1. Inleiding
- beschikking - vaststelling ernst en urgentie en instemming saneringsplan De Malapertweg 3/5 en 7/7a Nieuwegein datum 18 maart 2005 nummer 2005WEM001172i bijlage kadastrale kaart sector Bodemsanering
Wet bodembescherming (verder: Wbb ) van een voornemen om de bodem op
Bezoekadres Ebbehout 31 1507 EA Zaandam Gemeente Amsterdam De heer G.M.T. Dolmans Postbus 37608 1030 BB AMSTERDAM Postbus 209 1500 EE Zaandam www.odnzkg.nl Betreft: beschikking ingevolge de Wet bodembescherming
ONTWERPBESCHIKKING. Globiscode DR 173000111. Stichting Bodemsanering NS
ONTWERPBESCHIKKING Globiscode DR 173000111 Aanvrager Onderwerp Datum Kenmerk Bijlage Stichting Bodemsanering NS Bodemsanering; locatie NS-emplacement Vries, Zanderij, gemeente Tynaarlo, ontwerpbeschikking
BODEMVERONTREINIGING Tot én met de bodem uitgezocht...
BODEMVERONTREINIGING Tot én met de bodem uitgezocht... Technische toelichting 9 september 2014 ...dat vraagt om een toelichting... Sanering Lekkerkerk (1980) INHOUD Algemeen (Nederland): > Historie bodembeleid
provincie:: Utrecht VERZO N D EN 0 1 APR 2003 Aan: Houtkamp, s Bouwbedrijf B. V. t.a.v. de heer ing. P. KeIler Boterdijk 29 1423 NA Uithoorn
provincie:: Utrecht Dienst Water en Milieu Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht Aan: Houtkamp, s Bouwbedrijf B. V. t.a.v. de heer ing. P. KeIler Boterdijk 29 1423 NA Uithoorn Tel. 030-2589111
