Vertaling door A woorden 12 april keer beoordeeld. De Odyssee - Homerus. 1.1 Aanhef

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vertaling door A woorden 12 april keer beoordeeld. De Odyssee - Homerus. 1.1 Aanhef"

Transcriptie

1 Vertaling door A woorden 12 april keer beoordeeld Vak Grieks De Odyssee - Homerus 1.1 Aanhef Vertel mij over de vindingrijke man, Muze, die zeer veel rondzwierf, nadat hij de heilige stad (van) Troje had vernietigd: hij heeft de steden van veel mensen gezien en hun mentaliteit leren kennen, en op zee onderging hij veel leed in zijn hart, terwijl hij zich inspande voor zijn even en de terugkeer van zijn vrienden. Maar hij redde zijn vrienden toch niet, hoewel hij dat verlangde, want zij kwamen om door hun eigen roekeloze daden, dwazen, die de koeien opaten van de zonnegod Helios: hij pakt de dag van de terugkeer van hen af. Vertel vanaf enig punt in het verhaal het ook aan ons, godin, dochter van de zee. 1.2 Een heldendaad van Odysseus. Zoon van Atreus, Menelaos, door Zeus beschermd, en ook jullie heit, kinderen van voortreffelijke mannen: de god Zeus geeft nu eens aan de één, dan weer aan de ander goed en kwaad; want hij kan alles; eet nu, zittend in het paleis, en vermaak je met verhalen: ik zal iets passends vertellen. Ik zal niet alles vertellen en niet (alles) opnoemen, hoeveel de inspanningen van de onverschrokken Odysseus zijn: maar (wel) wat voor iets de sterke man gedaan en gedurfd heeft in het huis van de Trojanen, waar de Grieken leed ondergingen. Nadat hij zichzelf had mishandeld met afzichtelijke slagen, en armoedige kleden gedaan had om zijn schouders, terwijl hij leek op een slaaf, drong hij de stad binnen met de brede straten van vijandige mensen: hij maakte zich gelijk aan een andere man, zichzelf vermommend, aan een bedelaar, die helemaal niet zo(danig) was bij de schepen van de Grieken. Lijkend daarop ging hij de stad van de Trojanen binnen, zij allen hadden geen vermoeden; ik herkende hem als enige, toen hij zo was, en ondervroeg hem: hij ontweet het met slimheid. 1.3 Het Griekse plan Maar toen ik hem waste en insmeerde met olie, en hem kleren had aangetrokken, en een krachtige eed had gezworen om niet eerder Odysseus bekend te maken te midden van de Trojanen, dan dat hij bij de snelle schepen en de tenten was aangekomen, toen vertelde hij mij het hele plan van de Grieken. Nadat hij veel van de Trojanen gedood had met zijn bronzen wapen met spitse punt, ging hij terug naar de Grieken, en nam veel informatie mee. De andere Trojaanse vrouwen huilden toen fel: maar mijn hart was blij, omdat mijn hart er voor mij al op was gericht om terug te keren naar huis, en ik de verblinding achteraf betreurde, die Afrodite gegeven had, toen zij mij daarheen Pagina 1 van 6

2 leidde weg van mijn geliefde vaderland, nadat ik mijn kind inde steek had gelaten en mijn slaapkamer en echtgenoot, die niet voor iemand onderdeed, noch in verstand, noch in iets wat uiterlijk betreft. 2.1 Nog meer doortastend optreden van Odysseus Haar antwoordend sprak de blonde Menelaos: Ja, werkelijk, vrouw, al deze dingen heb je naar behoren gezegd. Ik heb al van veel heldhaftige mannen de wil en de mentaliteit leren kennen, ik ben naar veel landen gegaan; maar ik heb nog nooit een dergelijke man gezien met mijn ogen, als het geliefde hart van de onverschrokken Odysseus was. Zoals de sterke man het heeft gedaan en gedurfd in het gladgeschaafde paard, waar wij, alle voornaamste van de Grieken inzaten, toen we dood en verderf brachten aan de Trojanen. Jij ging vervolgens daarheen; een demon moet jou hebben aangespoord, die roem wilde verlenen aan de Trojanen; en terwijl je ging, ging de goddelijke Deïphobos met jou mee. Drie keer liep je om de holle schuilplaats heen, terwijl je hem aanraakte, en je riep de voornaamste van de Grieken luid bij de naam, terwijl je je stem gelijk maakte aan de echtgenotes van alle Grieken. Maar, terwijl we in hun midden zaten, hoorden ik en Tydeus zoon en de stralende Odysseus hoe jij riep. Wij beiden verlangden vurig, omdat we onrustig geworden waren, om (ofwel) naar buiten te gaan, of snel van binnenuit (aan jou) gehoor te geven; maar Odysseus hield ons tegen en hield ons vast, hoewel wij dit verlangde: toen waren alle andere zonen van de Grieken stil, maar Antiklos wilde als enige jouw antwoorden met woorden. Maar Odysseus drukte met zijn sterke handen standvastig op zijn lippen, en hij redde alle Grieken, en hij hield net zolang vast, totdat Pallas Athene jou ver weg geleid had. Het houten paard De bode kwam dichtbij, terwijl hij een trouwe zanger begeleidde, Dermodokos, die geëerd werd door het volk; hij liet hem zitten te midden van de gasten, nadat hij hem tegen een grote zuil had laten leunen. Toen sprak de vindingrijke Odysseus tot de bode, nadat hij een stuk had afgesneden van de rug, en het meeste was er van achtergebleven, van een zwijn met witte tanden, er was een dikke vetlaag eromheen: Bode, hier dan, geef dit vlees, om te eten (opdat hij eet), aan Dermodokos, en opdat ik hem eer (om hem te eren), hoewel ik bedroefd ben, want bij alle op aarde levende mensen krijgen de zangers eer en respect, omdat de Muze hen liederen heeft geleerd, en zij liefde heeft opgevat voor het geslacht van de dichters. Toen hij gesproken had, bracht de bode het (vlees) en plaatste het in de handen bij de held Dermodokos: hij accepteerde het (vlees) en was blij in zijn hart. Zij strekten hun handen uit naar het eten dat klaar was voorgezet. 3.1 Odysseus verzoeknummer Nadat zij hun verlangen naar eten en drinken hadden bevredigd, sprak toen de vindingrijke Odysseus tot Dermodokos: Dermodokos, ik prijs jou boven alle stervelingen: de Muze heeft jou onderwezen, kind van Zeus, of Apollo (heeft) jou (onderwezen). Want jij bezingt het lot van de Grieken zeer naar behoren, hoeveel zij hebben gedaan en geleden en hoeveel de Grieken hebben doorstaan, alsof jij er zelf aanwezig was of alsof jij het hebt gehoord van een ander. Maar kom en ga over op een ander onderwerp en zing over de kunstige bouw van het paard van hout, dat Epeios gemaakt heeft samen met Athene, dat de stralende Odysseus naar de Akropolis (van Troje) leidde als een list, nadat hij het gevuld had met mannen, die Troje verwoest hebben Pagina 2 van 6

3 Als jij mij deze dingen naar behoren zult vertellen, zal ik meteen aan alle mensen vertellen dat een vriendelijke god jou de goddelijke zangkunst heeft gegeven. Zo sprak hij, en, aangezet door de god, begon hij, hij toonde zijn zangkunst, beginnend vanaf dat punt dat sommigen, nadat zij aanboord waren gegaan van schepen met stevige roeibanken, wegvoeren, nadat zij vuur in de tenten hadden gegooid, de Grieken, en anderen bevonden zich rondom de zeer beroemde Odysseus op de vergaderplaats van de Trojanen, verborgen door het paard; de Trojanen zelf hadden het (paard) naar de Akropolis getrokken. Zo was het neergezet, en zij zeiden tegenstrijdige dingen, terwijl ze eromheen zaten; drie verschillende plannen vielen hen in de smaak: (of) het kapot slaan van het holle gevaarte met meedogenloos brons, of het te gooien van de rotsen, nadat ze het op de top hadden getrokken, of het met rust laten als groot pronkstuk dat een middel voor het bezweren van de goden is, precies op de manier waarop het later zou aflopen. Het was het noodlot om ten onder te gaan, wanneer de stad het grote houten paard zou omgeven, waar alle voornaamste van de Grieken in zaten, die dood en verderf aan Troje brachten. En hij zong (erover) hoe de zonen van de Grieken de stad vernietigden, nadat zij uit het paard kwamen gestroomd, nadat ze de holle schuilplaats hadden verlaten. Hij zong (erover) dat de ene hier en de andere daar de hoge stad plunderden, maar dat Odysseus naar het huis van Deïphobos ging, zoals Ares, samen met de goddelijke Menelaos. Hij zei daar dat hij de zeer verschrikkelijke oorlog, die hij geriskeerd had, had gewonnen ook door de moedige Athene. 4.1 Het verdriet van Odysseus Dit zong de beroemde zanger: Odysseus was ontroerd, een traan maakte zijn wangen nat vanaf zijn oogleden. Zoals een vrouw (gewoonlijk/altijd) huilt, nadat zij zich geworpen heeft op haar geliefde echtgenoot, die gevallen is voor zijn stad en volk, terwijl hij de dag des onheil afweerde voor zijn stad en kinderen: nadat zij gezien heeft dat hij sterft en stuiptrekt, stort zij zich om hem heen en jammert schel; maar terwijl zij haar van achtereen slaan met speren op haar rug en schouders, voeren (zij) haar weg in slavernij, om inspanning te hebben in ellende; van haar zeer meelijkwekkende verdriet verwelkten haar wangen; zo vergoor Odysseus meelijkwekkende tranen onder zijn wenkbrauwen. 4.2 Naar de onderwereld; weerzien met zijn moeder Ik bleef onbeweeglijk op mijn plaats, toen mijn moeder eraan kwam en het rode bloed dronk: meteen herkende zij mij, ze sprak jammerend tot mij de gevleugelde woorden: Mijn kind, hoe ben jij gekomen onder in de duistere onderwereld hoewel je levend bent? Het is moeilijk voor de levenden om dit te zien. In het midden (tussen de aarde en de onderwereld) zijn grote rivieren en gevaarlijke stromen, in de eerste plaats de Okeanos, het is niet mogelijk dat iemand die oversteekt als die te voet is, als iemand niet een goed gebouwd schip heeft. Ben je, zwervend vanuit Troje, hierheen gekomen met je schip en je makkers na een lange tijd? Ben je nog in Ithake gekomen, heb je je vrouw nog niet gezien in je paleis? 4.3 Een bezorgde zoon Zo sprak zij, antwoordend zei ik haar: Mijn moeder, nood heeft mij naar beneden geleid omdat ik de schim van de Thebaan Teiresias ga raadplegen: want niet kwam ik dichtbij het land van de Archeiers, niet kwam ik bij ons land, Pagina 3 van 6

4 *maar altijd zwerf ik rond terwijl ik leed heb, sinds ik voor het vluchten stralende Agamemnon gevolgd heb naar Ilion met de mooie paarden, om de strijden met de Trojanen.* Maar kom, zeg mij dit en antwoord mij eerlijk. Welke soort van een smartelijke dood heeft jou geveld? Een langdurige ziekte of heeft de pijlenschietende Artemis die met haar zachte pijlen aanvalt, jou gedood? Vertel mij over mijn vader en zoon, die ik achtergelaten heb, of mijn Koninklijke waardigheid nog bij hen is, of dat een andere van mijn mensen het al heeft, en of ze zeggen dat ik niet meer terugkeer. Zeg mij de wil en gedachte van mijn wettige echtgenote, of zij blijft bij mijn kind en alles stevig bewaakt, of hij haar getrouwd heeft die iemand van aanzien is van de Grieken. *Er mist een stukje uit mijn schrift, dus dit is een beetje passen en meten geweest, ik weet niet of het helemaal klopt. 5.1 Het lot van de familieleden Zo sprak ik, meteen antwoordde mijn machtige moeder: Zij blijft zeer zeker met standvastig hart in jouw paleis; ellendig voor haar gaan altijd de nachten voorbij en de dagen terwijl zij tranen vergiet. Niemand heeft jouw Koninklijke waardigheid (in handen), maar ongehinderd beheert Telemachos het landgoed en aan maaltijden met gelijke porties neemt hij deel, het past dat een rechtsprekend man deze bijwoont; iedereen nodigt hem uit. Jouw vader blijft terplekke op zijn akker, en gaat niet naar de stad. Voor hem dienen niet als slaapplaats ledikanten en dekens en glanzende matrassen, maar hij slaapt in de winter waar de slaven (slapen) in huis in het stof dicht bij het vuur, slechte kleren draagt hij over zijn huid. En als de zomer komt en de bloeiende nazomer, liggen overal voor hem op de glooiing van de wijngaard die wijn voortbrengt slaapplaatsen op de grond van de afgevallen bladeren; daar ligt hij treurend, hij voelt een groot verdriet in zijn hart omdat hij verlangt naar jouw terugkeer, een lastige ouderdom treft hem. Zo ben ik ook omgekomen en bereikte ik mijn dood; niet heeft de scherpziende pijlenschietende in het paleis mij gedood met haar zachte pijlen aanvallend, en niet is een ziekte aan mij gekomen, die het meest met het vreselijke wegkwijnen het leven van het lichaam wegneemt: maar het verlangen naar jou en jouw slimheid, schitterende Odysseus, en jouw vriendelijkheid beroofde mij van het honingzoete leven. 5.2 Schimmen als schaduwen Zo sprak zij, maar ik wilde nadat ik het in mijn hoofd overlegd had de schim van mijn overleden moeder omarmen. Drie keer snel ik toe, mijn hart spoorde mij aan om haar te omhelzen, drie keer vloog ze uit mijn handen, lijken op een schaduw of een droom. Voor mij ontstond telkens meer een scherp verdriet in mijn hart, en tot haar sprekend sprak ik de gevleugelde woorden: Mijn moeder, waarom wacht je niet op mij, omdat ik je wil omarmen, opdat wij in het huis van Hades, nadat wij onze armen over elkaar heen hebben geslagen, allebei genieten van het ijzingwekkende gejammer? Waarom heeft de verheven Persephone aan mij dit drogbeeld gezonden, opdat ik nog meer jammerend zucht?... Zo sprak ik, zij antwoordde meteen, mijn eerbiedwaardige moeder: Ach, mijn kind, rampzalig boven alle mensen, Persephone, de dochter van Zeus, misleidt jou helemaal niet, maar dit is het gebruikelijke lot voor de mensen, wanneer iemand gestorven is; want niet meer houden spieren vlees en botten bij elkaar, maar de sterke kracht van het brandende vuur vernietigd ze, als het leven eenmaal de witte botten heeft verlaten, en de ziel vliegt wegfladderend zoals een droom. Maar ga snel naar het licht; onthoud al deze dingen, om ze later ook aan je vrouw te vertellen. Pagina 4 van 6

5 6.1 Heerser onder de schimmen De schim van Peleuszoon Achilles kwam eraan en van Patroklos en van de voortreffelijke Antilochos en van Ajax, die de best was qua uiterlijk en lichaamsbouw van de Grieken na de voortreffelijke zoon van Peleus. De schim van de snelvoetige kleinzoon van Aiakos herkende mij, en klagend sprak hij de gevleugelde woorden: Van Zeus afstammende zoon van Laërtes, vindingrijke Odysseus, halsstarrige, wat voor een nog grotere daad heb jij bedacht Hoe heb je het gewaagd af te dalen, naar het huis van Hades, waar de doden zonder bewustzijn wonen, schimmen van gestorven mensen? Zo sprak hij, maar ik zei antwoordend tegen hem: Achilles, zoon van Peleus, verreweg de voortreffelijkste van de Grieken, ik ben gekomen vanwege Teiresias, om te zien of hij een raad zegt, hoe ik naar het rotsachtige Iteka kom; want ik ben niet dichtbij het land van de Grieken gekomen, niet ben ik bij ons land aangekomen, maar altijd heb ik ongeluk: dan jou, Achilles, is er nu geen man gelukkig, niet vroeger en niet in de toekomst. Vroeger eerden wij jou, toen je nog leefeden, net als de goden, de Grieken, nu ben jij zeer machtig te midden van de doden, omdat je hier bent, daarom moet jij, hoewel je dood bent, niet bedroefd zijn. 6.2 Liever een dagloner op aarde Zo sprak ik, hij zei, mij meteen antwoordend: Stel aan mij de dood niet mooi voor, schitterende Odysseus. Ik zou liever, terwijl ik op aarde ben, als dagloner willen dienen bij een ander, bij een man zonder grondbezit, aan wie niet veel bezit is, dan heersen over alle omgekomen doden. Maar kom, vertel aan mij over mijn edele zoon, of hij gevolg is naar de oorlog om een voorvechter te zijn, of niet. Vertel mij van de voortreffelijke Peleus, of jij iets vernomen hebt, of hij nog eer heeft te midden van de vele Myrmidoniërs, of dat zij hem verachten in Hellas en Phthia, omdat ouderdom hem vasthoudt wat betreft handen en voeten. Ik ben niet zijn helper onder de stralen van de zon, hoewel ik als zodanig (sterk) ben, als toen ik bij het uitgestrekte Troje het beste krijgsvolk doodde, terwijl ik de Grieken beschermde. Als ik zou kunnen komen naar huis van mijn vader, ook al is het maar voor even, dan zou ik voor een ieder mijn kracht en handen machtig maken, (een ieder) die hem geweld aandoet of afhoudt van zijn aanzien. 7.1 Voortreffelijkheid van Neoptolemos Zo sprak hij, antwoordend zei ik tot hem: Zeker heb ik niets vernomen van de voortreffelijke Peleus, maar van jouw geliefde zoon Neoptolemos zal ik aan jou de hele waarheid vertellen, zoals je mij beveelt; zelf heb ik hem op een hol, evenwichtig schip gebracht van Skyros naar de Grieken met mooie scheenplaten. Zeker toen wij plannen beraamden rondom de stad Troje, sprak hij altijd als eerste en miste hij niet met zijn woorden; de godgelijke Nestor en ik overwonnen hem als enigen. Toen wij Grieken streden in de vlakte van de Trojanen, bleef hij nooit in de massa van mensen en niet in de menigte, maar rende hij telkens ver vooruit, terwijl hij voor niemand onderdeed in zijn kracht; Hij doodde veel mannen in de vreselijke strijd. Ik zal niet over alle mannen vertellen en niet (alle mannen) opsommen, zovele mannen als hij gedood heeft, terwijl hij de Grieken beschermde, maar hoe hij de zoon van Telephos gedood heeft met brons, de held Eurypylos; en rondom hem werden veel vrienden uit Keteios gedood vanwege de geschenken van een vrouw. Ik zag hem als mooiste na de stralende Memnon. 7.2 Een zoon om trots op te zijn Maar toen wij in het paard, dat Epeios had gemaakt, naar binnen gingen, wij, de besten van de Grieken, en aan mij Pagina 5 van 6

6 alles was opgedragen, zowel hoe de stevige hinderlaag te openen als te sluiten; toen veegden de andere leiders en heersers van de Grieken hun tranen af en trilden de ledematen van ieder beneden; ik zag met mijn ogen hem helemaal nooit bleek zijn met zijn mooie huid en van zijn wangen tranen afvegen; maar hij smeekte zeer dringend om hem uit het paard te laten gaan, hij betastte het gevest van zijn zwaard en zijn speer met bronzen punt, en dacht hij vol verlangen aan ongeluk voor de Trojanen. Toen wij de steile stad van Priamus geheel verwoest hadden, ging hij, terwijl hij een aandeel en een voortreffelijk eergeschenk had, aan boord van zijn schip, ongedeerd, niet getroffen door het scherpe brons en niet verwond van dichtbij, zoals vaak gebeurt in de oorlog; Ares Zo sprak ik, en de schim van de snelvoetige kleinzoon van Aiakos ging met grote stappen over de met asphodil begroeide weide, blij, omdat ik aan hem gezegd had dat zijn zoon uitblinkend was. Pagina 6 van 6