GELD VERDIENEN! Makers gaan de markt op Televisie op het filmfestival Wensen voor een nieuw mediafonds. #11 september 2012.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "GELD VERDIENEN! Makers gaan de markt op Televisie op het filmfestival Wensen voor een nieuw mediafonds. #11 september 2012."

Transcriptie

1 #11 september 2012 cultuur en media GELD VERDIENEN! Makers gaan de markt op Televisie op het filmfestival Wensen voor een nieuw mediafonds Met bijdragen van Marijn van der Jagt, Dagan Cohen, Digna Sinke, Robert Alberdingk Thijm, Marietje Schaake, Tom Nauta, Thomas Bruning, Bart Römer en vele anderen

2 609#11 een uitgave van het Mediafonds 3 De makers en de markt: nieuwe vormen van samenwerking en financiering. Polanski doet het ook Marijn van der Jagt 6 Mijn eerste kunstwerk Dagan Cohen column 7 Undercover bij de multinationals Rogier Klomp 9 Regels voor alleskunners Digna Sinke 11 Wat als de kunst de economie domineert? Mieke Gerritzen en Geert Lovink column 12 Gereedschap voor de gemeenschap Paulien Dresscher 15 De kijker in actie Marjolein van Trigt 17 Voor iedereen, van niemand Thijs Lijster 20 Verenigde verhalen Klaas Kuitenbrouwer en Katía Truijen 22 Betere koffie, geen koek Bart Soepnel column NEDERLANDS FILM FESTIVAL 23 Mooier dan haar zuster Walter van der Kooi 26 Joseph Roth, de stad en vele anderen Robert Alberdingk Thijm column 27 Waarom niet? (Why not?) Willem Capteyn Naar een nieuw fonds: negen visies op een fonds voor media, journalistiek en cultuur. 28 Open en transparant Marietje Schaake 29 Waakhond van de democratie Janny Rodermond 30 Hoezo crisis? Bregtje van der Haak 31 Goed mediabeleid maakt subsidies overbodig Tom Nauta en Herman Wolswinkel 32 Voorwaarts, met het publiek! Eric Wehrmeijer 34 Niet techniek, maar journalistiek Thomas Bruning 35 Whatever Works Frank Ketelaar 36 Blijf bij de basis Bart Römer 37 Een verbouwing moet beginnen met een visie Rimmer Mulder 38 Kunst des vaderlands of privé-mythologie? Sam Steverlynck 40 Mediafonds Mededelingen 41 Bekroonde programma s Coverbeeld : Funky Forest, Design I/O - Theodore Watson en Emily Gobeille. Zie Gereedschap voor de gemeenschap van Paulien Dresscher op bladzijde cultuur en media september 2012 Mediafonds

3 Still uit Berlin: Die Sinfonie der Grosstadt, 1927 van Walther Ruttmann. Op de peperbus: schilderij van Mieke Gerritzen, Onder nemers in waarden Door Hans Maarten van den Brink Gaat alles alleen en uitsluitend nog maar over geld? Daar lijkt het af en toe wel op. Wanneer de burger dringend gemaand wordt te kiezen tussen sociaal of liberaal bijvoorbeeld (in de politiek). Tussen kassuccessen van culturele ondernemers en artistieke experimenten waar geen publiek voor is (in de kunst). Tussen reclameopbrengsten en serieuze informatie (in de media). Tussen de elitaire staatsomroep, die met belastinggeld wordt gefinancierd, en de onafhankelijke pers, die in handen is van banken en investeringsmaatschappijen (in de journalistiek). Er is geen plaats voor nuances in dit rijtje. Het bestaat uit geloofsartikelen, waarvan de verkondigers op hoge toon verlangen dat je voor of tegen kiest. Toch is er veel voor te zeggen om op de vraag Mussert of Moskou? te blijven antwoorden: geen van beide. Wie zowel Scylla als Charybdis probeert te vermijden zal ontdekken dat dat ook nog eens heel wat spannender is dan recht op de rotsen af sturen of je mee laten sleuren in een draaikolk van retoriek. Een kenmerk van goede kunst en goede journalistiek is dat ze holle frasen onderzoekt en ontmaskert. Dat ze verhalen vertelt in plaats van dogma s te verkondigen. Kunst en journalistiek hebben in dat opzicht wel het een en ander gemeen. In het containerbegrip media komen ze samen. En ook in de opdracht aan het nieuwe fonds, dat uit het Stimuleringsfonds voor de Pers en het Mediafonds moet ontstaan; meningen over het gewenste doel en de inrichting daarvan zijn elders in deze 609 verzameld. Die meningen hebben vaak met geld te maken, maar niet met geld alleen, en natuurlijk botsen ze regelmatig - en dat is precies de bedoeling. De wat obligaat klinkende formulering dat de teksten in dit blad niet noodzakelijk de opvattingen zijn van bestuur en directie van het Mediafonds is namelijk niet zozeer bedoeld als disclaimer maar eerder als een aanbeveling. Dit fonds organiseert liever het debat dan reclame te maken voor het eigen gelijk. Daarom hecht het ook nog steeds waarde aan het uitwisselen van argumenten tussen vijf commissieleden, die het doorgaans niet met elkaar eens zijn, bij het adviseren over subsidieaanvragen en kiest het niet voor één sterke man of vrouw. Terwijl zo n intendant ook voordelen heeft Frank Ketelaar noemt ze, op pagina 35 van dit blad. Zijn collega-scenarist Robert Alberdingk Thijm werkte deze zomer aan het vervolg van zijn caleidoscopische serie Adam - E.V.A. (over het Amsterdam van onze jaren). Hij liet zich inspireren door de al in 1939 overleden Joseph Roth, een journalist en romancier die eerst heil zag in een anarchistische revolutie en daarna droomde van een nieuw keizerrijk, zich onderwijl gestaag dooddrinkend en altijd platzak in vier hoofdsteden: Wenen, Berlijn, Amsterdam en Parijs (zie pagina 26). Het werk van Roth wordt nog steeds gelezen omdat het uitstijgt boven de waan van de dag, niet door het verkondigen van abstracte politieke ideeën maar door nauwgezet het hier en nu van toen en daar te observeren. Hij vertelde verhalen in plaats van leuzen te debiteren. Hij past in een traditie van schrijvers die zich in hun journalistieke werk van literaire middelen bedienen en die vaak ook romans en verhalen schreven geïnspireerd door hun journalistieke observaties: Egon Erwin Kisch behoorde er toe, Upton Sinclair, James Agee, John Steinbeck en in onze tijd en in ons land Lieve Joris, Carolijn Visser, Frank Westerman, Henk Hofland en Geert Mak. Ze brengen geen nieuws met hoofdletters op de Mediafonds september cultuur en media 1

4 voorpagina, maar hun stukken zijn ook na decennia nog relevant. In het Berlijn van de jaren twintig en dertig botsten de uitersten op elkaar: de avant-gardes in politiek, journalistiek, film, muziek, beeldende kunst, toneel, dans en literatuur. Achteraf lijkt het een bloeiperiode maar op het moment zelf zal het gevoel van chaos, paniek en uiteindelijk ondergang hebben overheerst. Omdat het, voorlopig althans, eindigde in de dictaturen van rechts en links, van nazisme en communisme, met staatskunst en staatsgeleide journalistiek, waarbij het er niet toe deed of de media in particulier bezit of eigendom van de regering waren. Van die situatie is in de westerse wereld gelukkig al decennia geen sprake meer. Maar het gevoel dat zich enorme veranderingen voltrekken, en dat daardoor veel van wat we tot voor kort vanzelfsprekend vonden voorgoed gaat verdwijnen (kranten, omroepen, cd s, musea, boeken), dat gevoel is er ook nu. De forse korting op de overheidsbijdrage aan cultuur en media door het vorige kabinet is daarbij pijnlijk, maar toch van minder belang dan de technische omwenteling die ervoor zorgt dat media convergeren en het grote aantal nieuwe spelers op het terrein van (elektronische) cultuur en media. Softwarebedrijven, kabeldistributeurs, zoekmachines, sociale netwerken, allemaal willen ze een plek in de arena die tot voor kort alleen door omroepen en uitgevers werd bespeeld. Natuurlijk heeft die omwenteling ook een politieke dimensie. Die spitst zich toe op de rol van de overheid. Heeft die een taak in de media? Het debat daarover wordt in Nederland bijna alleen gevoerd als het gaat over de organisatievorm van de publieke omroep. Het kan ook anders, scherper en intelligenter, zoals de machtigste en meest omstreden media-familie onlangs ondanks zichzelf liet zien in een hier te lande nauwelijks opgemerkte discussie. Die begon drie jaar geleden toen James Murdoch in de MacTaggart-lezing, een prestigieuze voordracht die jaarlijks in Edinburgh wordt gehouden, pleitte tegen iedere vorm van regulering en voor meer darwinisme in de cultuur. De topman van een van de grootste mediaconcerns ter wereld, dat nieuws en amusement combineert (binnenkort ook eigenaar van de Nederlandse voetbalrechten en een aantal nieuwe televisiezenders) verkondigde de emancipatie van het publiek: burgers zijn klanten geworden die zelf kunnen beslissen wat ze willen horen en zien. Daar hebben ze de overheid en al helemaal de publieke omroep niet voor nodig. De BBC zou zich schuldig maken aan het wurgen van de creatieve industrie met zijn programmavoorschriften en door zijn vele initiatieven op het gebied van de nieuwe media. Hij eindigde met een uitdagende stelling: De enige betrouwbare, stevige en blijvende garantie voor onafhankelijkheid is het maken van winst. Drie jaar en een indrukwekkende reeks van schandalen later blijkt die stelling voor het familiebedrijf van de Murdochs in ieder geval niet op te gaan en dus geen algemene geldigheid te bezitten. News Corp kocht en verkocht politieke invloed, maakte zich schuldig aan crimineel gedrag om de oplage van kranten en het bereik van televisiezenders te vergroten, liet kortom zien hoe onafhankelijkheid vaak juist het eerste slachtoffer is van het streven naar winst. Een gegeven waaruit weer niet mag worden afgeleid dat de media dus maar beter allemaal in overheidshanden kunnen zijn. Vorige maand was het de beurt aan James zuster Elisabeth, televisieproducente binnen News Corp, om de MacTaggart-lezing te houden en zij benutte die door een zinnige correctie aan te brengen. Het verdienen van geld, zo stelde zij, komt onafhankelijkheid en creativiteit alleen maar ten goede als het gecombineerd wordt met een ander doel, zoals het verbeteren van de kwaliteit of het streven naar een rechtvaardiger samenleving. Zij prees de BBC om de voortrekkersrol in de nieuwe media en de vele kansen die kleinere bedrijven daardoor hadden gekregen om te experimenteren en liet weten, ongetwijfeld om de controverse met haar broer nog wat Naar een nieuw mediafonds Op 17 juli 2012 heeft het Ministerie van OCW het startsein gegeven voor het fusieproces van het Stimuleringsfonds voor de Pers en het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties (Mediafonds). Dezer dagen wordt een begeleider aangewezen die er samen met de twee fondsen voor moet zorgen dat op uiterlijk 1 december een compleet uitgewerkt fusieplan aan de minister wordt aangeboden. Het nieuwe fonds zal in hoofdlijnen de taken van de twee huidige organisaties overnemen, waarbij met name innovatie in de media veel aandacht zal blijven krijgen. Het zal open staan voor zowel publieke als private partijen die subsidie voor een project willen aanvragen. Onafhankelijkheid, kwaliteit en pluriformiteit blijven uitgangspunten voor het beoordelen van zowel journalistieke als artistieke projecten. Vanaf volgend jaar gaan de fondsen al intensief samenwerken, in afwachting van een door de Tweede Kamer te behandelen wetswijziging die tot oprichting van het nieuwe instituut moet leiden. Dit krijgt een budget waarin de twee huidige begrotingen zijn opgeteld, na de al aangekondigde kortingen en behoudens nieuwe bezuinigingen door een nieuw kabinet. Het gaat dan om ruim 19 miljoen euro per 1 januari 2015, wanneer het nieuwe zelfstandig bestuursorgaan moet zijn opgericht. Het besluit tot samengaan van de twee stimuleringsfondsen werd ruim een jaar geleden door het Kabinet genomen. Achtergrond is de wens om samenhangend mediabeleid te voeren, daar waar ondersteuning van publieke waarden nodig en wenselijk is, zoals op het gebied van journalistiek en cultuur. Het is in lijn met een advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uit 2005 (Focus op Functies). Eerder dit jaar adviseerde ook de Raad voor Cultuur positief over het plan om geld en expertise op het gebied van de media in één fonds te combineren. Nieuws over het fusieproces is te vinden op de website van het Mediafonds (www.mediafonds.nl). Daar zijn ook relevante stukken van andere partijen, zoals de Raad voor Cultuur en het ministerie te vinden en het op verzoek van het Mediafonds geschreven essay van Frank van Vree over de wenselijkheid van overheidsbemoeienis met cultuur en media. De in het artikel hiernaast genoemde MacTaggart lezingen van James en Elisabeth Murdoch zijn online te vinden op verder op te poken, met veel plezier daarvoor kijk- en luistergeld te betalen. It s all in the family. Wat in dit geval betekende dat onenigheid in particuliere kring, zeg maar rustig een familievete, het publieke debat aanzienlijk heeft verrijkt. Zo n familie bezitten we in Nederland niet. Maar nog eens een oproep om uit de schuttersputjes van de ideologie te komen en niet alleen te spreken over de kosten en de baten maar ook over de waarde van publieke en private media, over wat particulier initiatief en overheidsmiddelen voor elkaar kunnen betekenen, zo n oproep kan ook hier geen kwaad. Bij deze. Hans Maarten van den Brink is directeur van het Mediafonds cultuur en media september 2012 Mediafonds

5 De makers en de markt Het is afwachten wat de formatie brengt, maar één ding is zeker: de oude tijden keren niet weerom. Kranen blijven dichtgedraaid, fondsen blijven gehalveerd. De maker moet dus op pad, hoe dan ook. In de nieuwe Creatieve Industrie zijn ondernemingslust en samenwerking de toverwoorden. Samenwerking tussen de kunstenaars, die toch al de complexe technologische taken moeten verdelen, en tussen de makers en de markt, waar creativiteit meer dan voorheen een verhandelbaar goed wordt. Dit katern van 609 omvat een aantal case-studies over transmediaal werken, distributie, copyright en een aantal persoonlijke opinies over ondernemerschap en scheppingsdrang. Still uit de film Prada presents: A Therapy van Roman Polanski Polanski doet het ook Het maken van commercials is niet langer alleen maar een noodzakelijke bijverdienste voor regisseurs. Maar vaak zelfs een prestigeproject. Door Marijn van der Jagt Wereldnieuws was het, dat modemerk Prada Roman Polanski had gestrikt voor de regie van een nieuwe commercial. De drie minuten durende reclame, die op het filmfestival in Cannes in première ging, is een speelfilm op miniformaat. Steracteur Ben Kingsley speelt een psychiater die Helena Bonham Carter in Pradakleding op de divan ontvangt. Op de aftiteling van A Therapy staan louter grote namen uit de filmwereld. Nieuw is het niet, dat bekende regisseurs hun creativiteit en vakkennis lenen aan reclameopdrachten. Guy Richie, Terry Gilliam en Spike Lee beconcurreerden elkaar met een Nike-reclame. De onlangs overleden Tony Scott werd postuum niet alleen geroemd om zijn speelflims, maar ook om zijn commercials voor Saab, Barclays en BMW. Mediafonds september cultuur en media 3

6 En zelfs David Lynch, die zich altijd afzette tegen reclamefilmpjes, gaf onlangs toe dat ze too much fun zijn om niet te doen. Het is alsof regisseurs het tegenwoordig als een prestigeopdracht beschouwen om zichzelf via een groot merk te profileren. Toch beweerde Polanski in interviews dat zijn Prada-commercial, waarin therapeut Kingsley zijn cliënte laat praten terwijl hij dromerig met haar Prada-jas voor de spiegel gaat staan, een kritische kijk zou bieden op de leegte van de modewereld. Net zo prees David Lynch het modemerk Armani omdat het hem de meeste vrijheid had geboden. Moeten kunstenaars hun artistieke vrijheid dan toch nog verdedigen tegen het grootkapitaal, dat hun gedachtegoed dreigt op te slokken? Vraag Nederlands(talige) filmmakers naar hun werkzaamheden op reclamegebied en het blijkt dat kunst en commerciële opdrachtfilms absoluut verenigbare grootheden zijn, maar dat de filmmakers hun vrijheid op verschillende manieren zoeken en definiëren. Denkoefeningen Er zijn filmmakers die er in slagen om zich artistieke volledig in commercials uit te leven. Zo iemand is de Vlaamse regisseur Koen Mortier. Hij vestigde zijn naam eerst in de reclamewereld, en kreeg vijf jaar geleden bij de afwijzing van zijn subsidieaanvraag voor zijn eerste lange speelfilm nog te horen dat een reclamemaker dit scenario nooit tot een goed einde zou brengen. Maar de tijden zijn intussen wel veranderd, zegt Mortier. Toen hij onlangs met zijn commercial voor TNT-televisie op YouTube binnen de kortste keren 36 miljoen hits scoorde, werd hij door de nieuwe filmintendant met zijn prestatie gefeliciteerd. In het filmpje wordt ergens Het heeft me een groter geloof in mezelf gegeven in België op een stil pleintje een rode knop neergezet, met het bord Push to add drama. Als een passerende fietser de knop indrukt, ontrolt zich op het pleintje voor de neus van verbaasde omstanders een complete actiefilm, inclusief botsingen, ambulances, schietende overvallers en een American football-team dat er vandoor gaat met een patiënt op een brancard. De showreel van Mortiers reclames op de site van zijn productiebedrijf Czar bevat opvallend veel originele filmpjes die aansluiten bij wat de YouTube-generatie aantrekkelijk vindt. Ze zijn mooi van sfeer en vol spectaculaire effecten, zoals de zwevende paraplumannen van de RVS-reclames, die als beschermengelen boven de verzekerden hangen. Op het Still uit de Iglo commercial van Dana Nechushtan reclamefestival in Cannes heeft de regisseur er al een zestiental Leeuwen mee gewonnen. Ik doe alleen commercials als ze technisch of creatief uitdagend zijn, stelt Mortier. En als ik ze echt naar mijn hand kan zetten. De grote budgetten waarmee hij bij reclames kan werken, maken het mogelijk om bijvoorbeeld een compleet huis in een zwembad te laten bouwen, zodat het onder water kan worden gezet, een effect dat zo n euro kostte. Hij noemt reclames denkoefeningen die nauw verweven zijn met de fictiefilms die hij bedenkt en regisseert. Ik heb bij commercials echt moeten vechten voor mijn eigen ideeën. Dat heeft me gesterkt in de gevechten die ik voor mijn fictiefilms moet voeren met internationale coproducenten. Het heeft me een groter geloof in mezelf gegeven. Amerikaanse producenten lezen aan de commercials op zijn cv af dat Mortier in staat is om met zijn ideeën publiek te trekken. Zijn eerste grote fictiefilm Ex Drummer is gefinancierd met geld van klanten uit de internationale reclamewereld. De geldschieters hoefden het scenario voor deze woeste speelfilm niet eens te lezen, zo veel krediet had Mortier bij deze commerciële opdrachtgevers opgebouwd. Niet extreem hip Ook regisseur Diederik van Rooijen spreekt met trots over zijn werk op het reclamevlak. Hij doet zo n twintig commercials per jaar, en beperkt zich bewust tot Nederlandse opdrachtgevers, omdat hij tijd wil inruimen voor zijn fictieprojecten (recent de serie Penoza en zijn speelfilm Taped). Bij hem is er wel een duidelijk onderscheid tussen zijn commercials en zijn andere regies. Reclamemakers vragen hem voornamelijk voor grappige filmpjes, terwijl hij bij fictie juist voor het zwaardere drama gaat. Ik ben niet extreem hip, zo verklaart hij zijn vele opdrachten voor Nederlandse merken als Andrélon, Unox en Albert Heijn. Ik heb een toon die wat langer mee gaat. Een reclame regisseren is voor hem meer dan een script netjes uitvoeren, hij heeft absoluut inbreng, bijvoorbeeld in de manier waarop een grap verteld wordt. Bij de Unox-reclame met pianist Jan Veen die bij thuiskomst per ongeluk zijn lange haar vergeet af te zetten waardoor zijn zoontje hem niet herkent, was het Van Rooijen die de Mozart-buste op de piano bedacht waar Van Veen zijn pruik altijd op zet. Zijn ervaring is dat reclamebureaus juist behoefte hebben aan een frisse blik op een idee waar ze zichzelf helemaal murw over hebben gebrainstormd. Van Rooijen houdt van de afwisseling tussen reclame en fictie, en het begrip vrijheid klinkt door in de manier waarop hij het werken aan een commercial beschrijft. Als regisseur van fictie sta je alleen, daar zit iedereen op de set naar jou te kijken in afwachting van wat er gaat gebeuren. Bij reclames werk je altijd samen met twee creatieven van het reclamebureau, en de korte tijdsspanne waarin een commercial tot stand komt, geeft me altijd een vakantiegevoel. Het gaat hem niet om het werken met grote budgetten, sinds de crisis reiken die ook echt niet meer tot aan de hemel. Van Rooijen draait het liever om: Mijn ervaring met fictie heeft als voordeel dat ik goed ben in goedkope oplossingen. Omgekeerd wordt hij als regisseur beter van het precisiewerk dat een reclame vereist. Daar heb ik wel wat aan bij het regisseren van fictie, in het samenstellen van een scène uit verschillende shots, maar ook bij het inkorten van een serie of een film. Iglo-meisjes Ook Dana Nechushtan, in Nederland vooral cultuur en media september 2012 Mediafonds

7 bekend is als fictieregisseur van Dunya & Desie, Annie M.G. en Nachtrit, draait al een jaar of tien veel commercials. Het afgelopen seizoen waren dat er acht. Ze is terecht gekomen in de hoek vrouwen en kinderen, zegt ze lachend. Ze doet veel foodcommercials, voor Knorr en Iglo bijvoorbeeld. Als ik tv kijk, betrap ik me er soms op dat ik naar de eetshots zit te kijken in het reclameblok. De ervaring die zij heeft als acteursregisseur komt haar bij reclame-opdrachten van pas. Ze is bijvoorbeeld trots op de serie die ze voor Iglo maakte met de zogenaamde Iglo-meisjes, dat waren Anneke Blok, Roos Ouwehand en Anniek Pheifer. Als de samenwerking met de acteurs goed is, kan er op de set echt iets ontstaan. Maar Nechushtan maakt een duidelijke scheiding tussen haar eigen werk en haar opdrachtfilms. Ik heb een rechtse hobby die mijn linkse hobby financiert, grinnikt ze, met een verwijzing naar de smalende terminologie waarmee politici momenteel hun kunstbezuinigingen rechtvaardigen. Ze neemt dit opdrachtwerk heel serieus, zal nooit even een commercial ergens tussendoor proppen, en ze doet het met veel plezier. Maar eigenlijk is dat niet van belang, want ik koop er mijn vrijheid mee. Het geld dat ik met reclames verdien, maakt me volledig vrij in het kiezen van projecten voor mijn linkse hobby. Dat ik nu twee maanden bij het Noord Nederlands Toneel zit, waar ik een toneelvoorstelling aan het regisseren ben, zou anders niet mogelijk zijn. Nechushtan heeft er geen moeite mee om zich dienstbaar op te stellen aan haar commerciële opdrachtgevers. Ik voer een gegeven script zo goed mogelijk uit, binnen de stijl die van mij wordt gevraagd. Maar ik streef dan ook geen carrière na als commercial-regisseur, ik hoef er mijn ei niet in kwijt. Het kan frustrerend zijn als je dat wel probeert. Klanten kunnen heel ingewikkeld zijn. In samenwerking met de creatieven van een reclamebureau kan je het allemaal nog zó goed hebben bedacht, als de klant ineens iets anders wil, is alles weer van de baan. Gladde vertaling Die ervaring heeft ook film- en videokunstenaar Roel Wouters. Hij kwam in aanraking met de reclamewereld toen de videoclip die hij in 2008 maakte voor de popgroep zzz werd opgepikt door Fiat, die zijn vrolijke low-tech vertaling van computereffecten gebruikte in een reclame voor de Fiat Punto. De vraag kwam via een agent in Londen, die Wouters vanwege het succes van die videoclip had benaderd met het doel commerciële klanten te interesseren voor Still uit de RVS commercial van Koen Mortier werk van de filmkunstenaar. Maar het is een illusie dat je kunst kan maken voor de commerciële wereld, stelt hij. Ik heb via mijn agent heel veel ideeën gepitched bij commerciële opdrachtgevers en dat is echt heel moeilijk. Ze willen precies weten wat er met hun geld gaat gebeuren. Ze zitten niet te wachten op een concept, ze willen iemand met een moodboard en daar begint het bij mij toch echt nooit. En als opdrachtgevers jou benaderen, willen ze nooit iets nieuws, maar datgene wat je net hebt gemaakt. Omdat hij zelf te druk was met opnames voor een andere videoclip, kocht het automerk het concept van zijn zzz-clip. In deze muziekvideo (die tot stand kwam in een performance voor het Brabants Museum met geld van het TAX-videoclipfonds) gebruikte Wouters een trampoline die van bovenaf was gefilmd, waardoor bouncende figuranten tekstborden en andere objecten in beeld lieten springen. In de wat gladde Het is een illusie dat je kunst kan maken voor de commerciële wereld vertaling die voor de commercial van Fiat van dit originele performance-filmpje werd gemaakt, verloor het wel aan kracht. Maar het feit dat een commerciële opdrachtgever geïnteresseerd was in het principe van zijn video, heeft hem naar eigen zeggen de ogen geopend. Samen met twee verwante kunstenaars (Luna Maurer en Jonathan Puckey) heeft hij een bedrijfje opgericht, Studio Moniker, dat zich richt op het testen en aan de man brengen van artistieke principes en de bijbehorende (computer) technische tools voor de commerciële markt. Als voorbeeld noemt hij het crowdsource-principe dat hij bedacht voor zijn videoclip bij het nummer More or Less van Still uit de videoclip Grip / zzz van Roel Wouters C-Mon & Kypski (ook gemaakt met steun van het TAX-videoclipfonds). Fans van de popgroep konden foto s van zichzelf uploaden voor specifieke momenten in het filmpje, een principe waarvoor veel belangstelling was vanuit de commerciële wereld. Je verkoopt dan niet het artistieke idee, maar de vorm ervan, of een aspect: de gebruikte technologie of een structurerend principe of programma. Voor kunstenaars als Wouters betekent dit een nieuwe manier van omgaan met hun eigen creaties. Je maakt eerst een kunstwerk vanuit totale artistieke vrijheid, maar als het eenmaal af is, bekijk je datzelfde werk met de blik van de buitenwereld. En dan blijkt dat wat jij hebt gemaakt, misschien net zo mooi werkt als je het toepast op het logo van een bekend merk, of op flesjes Coca Cola. Marijn van der Jagt is dramaturg en journalist. Mediafonds september cultuur en media 5

8 Dagan Cohen Mijn eerste kunstwerk Column Mijn vader was kunstschilder, mijn moeder weefde, mijn zusje tekende; wij waren wat je noemt een echt artistiek gezin. Terwijl vriendjes gingen voetballen, zaten wij iedere zondag met z n allen te tekenen aan de eettafel. Voetbal was burgerlijk. Dus daar deden we niet aan. Eind jaren zestig, begin zeventig was de tijd van de grote tegenstellingen. Mensen met geld waren per definitie bourgeois, want die gaven om materiële zaken, terwijl de bohemien waarde hechtte aan de producten van de geest: kunst, filosofie, spiritualiteit. Veel geld hadden we niet. Mijn vader zat in de BKR en was daar happy mee. Want zo heerlijk als hij het vond om elke dag naar zijn atelier te gaan om te schilderen, zo verschrikkelijk vond hij het om met zijn werk te leuren bij galeries en musea. Hoewel een begenadigd verteller, geneerde hij zich ervoor zichzelf of zijn kunst te verkopen. Geen twijfel mogelijk: ik zou kunstenaar worden. Ik zou arm blijven. En dat was prima. Vond ik toen. Toen ik eind jaren zeventig naar de Rietveld academie ging, wilde ik tekenen en schilderen. Wat was kunst anders? Maar al in het eerste jaar werd ik geconfronteerd met de mores van het moment: de schilderkunst was dood en musea waren mausolea waar je niks te zoeken had. Niet het ambacht, maar het concept regeerde. Ik voelde me genoodzaakt het enige wat ik kon, het enige waar ik goed in was, op te geven. The shock of the new was niet zomaar een kreet, ik voelde het aan den lijve. Maar het werd één groot avontuur. Niet meer gebonden aan welk middel dan ook, kon kunst zijn wat ik ook maar wilde. Het idee dicteerde het medium en de context. Met tekenen is het simpel: je pakt een stuk papier en een potlood en je begint. Maar hoe begin je aan een middelenvrij kunstwerk? In het tweede jaar van de Rietveld - ik was toen twintig - werd op een dag mijn fiets gestolen. Daar had ik uiteraard flink de pest over in. Hoe kon ik voorkomen dat mijn fiets in de toekomst weer gestolen werd? Aan hoeveel sloten moest ik de fiets vastmaken? Mijn verbeelding schoot door. En zag een fiets voor me met wel vijftig sloten. Hee! Dat was een mooi beeld! Een monument voor alle gefrustreerde Amsterdammers. En ik wist precies waar het moest komen: de onsteelbare fiets moest vastgemaakt worden aan de brug bij de Munttoren. Anoniem. Niemand mocht weten wie hem er neer had gezet. En het mocht vooral niet als kunstwerk worden aangemerkt. Alleen: hoe kwam ik aan het geld voor zoveel sloten? Daar had ik minstens 500 gulden voor nodig. Ik pitchte het idee bij mijn lievelingsleraar op de Rietveld. Hij was direct enthousiast, maar had het geld niet. Toch zag hij een mogelijkheid. Ik kon meedoen aan een expositie in museum Fodor (het huidige FOAM) die eigenlijk bedoeld was voor derdejaars studenten. Waaat? De fiets in een museum? Was-ie nou helemaal gek geworden? Het museum was toch dood? En hij begreep toch wel dat dit project niet als kunst gezien mocht worden? Maar hij was onvermurwbaar. Alleen in het kader van de tentoonstelling kon er budget worden vrijgemaakt. Take it or leave it. In eerst instantie dacht ik: Dan niet. Maar toen begon ik na te denken hoe het concept toch overeind kon blijven in de context van de expositie. De oplossing bleek simpel: de fiets vastmaken aan de trap van het museum, buiten op straat. Zo bleef het anoniem én was er een directe link naar de tentoonstelling. De leraar accepteerde de oplossing. En de onsteelbare fiets was een feit. De eerste dag na de opening van de tentoonstelling kwam in de Rietveld de conciërge naar me toe. Jij bent toch Dagan Cohen? Met een grote grijns op zijn gezicht liet hij mij de Telegraaf van die dag zien. Op de voorpagina een grote foto van de fiets met als kop: Het zekere voor het onzekere. In het begeleidend stukje stond dat de fiets onderdeel uitmaakte van een tentoonstelling van de Gerrit Rietveld Academie en gemaakt was door een academiestudent. In plaats van blij te zijn met de publiciteit, ontplofte ik: Wie heeft de pers verteld dat dit een kunstwerk was? Wie heeft mijn naam gelekt? De volgende dag stond de fiets in nog elf kranten. Ik beschouwde het project als mislukt. Terugkijkend op het tweede jaar van academie, besef ik dat mijn eerste kunstwerk in veel opzichten de blauwdruk vormde voor rest van mijn loopbaan. Niet het ambacht centraal, maar het idee; niet de autonome kunst maar juist de interactie met het publiek in de openbare ruimte en later ook online. Het verkennen van grensgebieden tussen verschillende disciplines én tussen kunst en commercie. Destijds kon ik maar moeilijk leven met het compromis dat ik met mijn leraar gesloten had. Nu denk ik dat het compromis cruciaal was voor mijn verdere ontwikkeling. Want ik had vroeg geleerd dat het verkopen van je ideeën gewoon onderdeel is van je beroepspraktijk. Als ik toen mijn poot stijf had gehouden, en geen compromis had gesloten, was het werk er nooit gekomen. Dagan Cohen is oprichter van Upload Cinema en was vijftien jaar creatief directeur bij verschillende reclamebureaus cultuur en media september 2012 Mediafonds

9 De Powermap toont een machts netwerk aan de hand van personen die in de WikiLeaks-cables voorkomen. De kaart ordent de cables geografisch en chronologisch, zodat in één oogopslag te zien is waar en wanneer zich een gebeurtenis heeft afgespeeld en wie daarbij betrokken was. Undercover bij de multinationals De makers en de markt De masterclass onderzocht wat datamining, crowdsourcing, sociale media en WikiLeaks kunnen betekenen voor de onderzoeksjournalistiek. Een voorbeeld: de Powermap, met de niet-bestaande Eva de Jong. Door Rogier Klomp De twaalfde editie van de transmediale masterclass begon met de conferentie Curating Reality. Aan het woord was Simon Rogers, datajournalist van The Guardian. Achter hem een grote projectie van de kaart van Londen, verdeeld in arme en rijke regio s. Uit enkele straatarme buitenwijken zagen wij blauwe stipjes vertrekken in de richting van de onrust in het hart van Londen in augustus Diezelfde stipjes zouden een paar weken later buitenproportionele straffen krijgen voor hun aandeel in de grootschalige rellen. Rogers had op een inventieve manier twee datasets gecombineerd tot een opmerkelijke reconstructie van wat er zich op één dag, 9 augustus 2011, in Londen had afgespeeld. Rogers liet ons zien dat je met data verhalen kunt vertellen. Van huis uit ben ik ontwerper. Mijn werk wordt door filmfestivals als animadoc of animatie-documentaire bestempeld. De producties van deze korte films zijn vaak kleinschalig - je doet het meeste zelf, van research tot animatie. In de Mediafonds masterclass kreeg ik de kans samen te werken in een gedwongen huwelijk - met regisseur Shuchen Tan en researcher William de Bruijn. Ze werken voor Tegenlicht; ze wonnen eerder dit jaar de Beeld & Geluid Award en de Al Jazeera Golden Award voor de documentaire Toestemming om te vuren. De vraag die de masterclass stelde was: wat kunnen nieuwe bronnen als datamining, crowdsourcing, sociale media en WikiLeaks betekenen voor de onderzoeksjournalistiek? We kozen een onderwerp dat zich met traditionele journalistieke middelen moeilijk laat onderzoeken: de handelswijze van Nederlandse multinationals in het buitenland. Deze bedrijven zijn too big to research. Ze voeren hun onderhandelingen Mediafonds september cultuur en media 7

10 in het grootste geheim. Met de middelen die journalisten nu hebben is het moeilijk te achterhalen wat zich in die boardrooms afspeelt. We zijn gaan dataminen. We doken in de WikiLeaks cables, vertrouwelijke berichten van de Amerikaanse diplomatieke dienst van 1996 tot 2010, gepubliceerd in november Digitaal gereedschap Er is sprake van een exponentiële groei aan openbaar toegankelijke informatie, maar dat iets beschikbaar is, wil nog niet zeggen dat je het ook kan vinden. Van de WikiLeaks cables zijn er wellicht enkele honderden met journalistiek relevante informatie. Hoe filter je de interessante data er uit? Na de WikiLeaks-hype in 2010 leek de uiteindelijke journalistieke relevantie voor velen teleurstellend. Het nieuws concentreerde zich op de vermeende illegaliteit van het platform en de persoon Julien Assange. Maar dat het aantal wereldschokkende publicaties dat er uit voortkwam tegenviel, lag ook aan het feit dat redacties simpelweg niet zijn voorbereid op zulke omvangrijke hoeveelheden informatie. Het verwerken kost tijd. Wat journalisten nodig hebben is gereedschap. Dat er vraag is naar dergelijke digitale tools bleek ook op de redactie van de VPRO, waar redactieleden van programma s zoals Tegenlicht en Argos op zoek zijn naar middelen om de kwantiteit te lijf te gaan. Undercover In onze casus zijn we voornamelijk geïnteresseerd in afspraken die worden gemaakt tussen de Nederlandse overheid, Nederlandse multinationals en - laten we zeggen - minder democratische overheden. De WikiLeaks-cables zijn hiervoor een geschikte bron. In de gelekte ambtsberichten staat wie de internationale onderhandelingen voeren en voor welke organisaties zij werken. Ook al zijn enkele van deze namen soms gecensureerd, via slimme Google-searches zijn die wel te achterhalen. Wanneer je de namen hebt, kun je diezelfde mensen vaak ook vinden op de sociale media. Dat gaf ons de gelegenheid voor een social-media-experiment: de Troll. Een manier om undercover te gaan met sociale media. Je maakt een profiel aan van een fictief personage. Daarbij bepaal je zelf hoe die er uit ziet en waar die werkt, bijvoorbeeld bij Philips of ABN Amro. Met de jonge aantrekkelijke Eva de Jong, project manager van een grote Nederlandse multinational, gingen wij het net op om in contact te komen met haar collega s. Met behulp van Eva s profiel kregen we een idee hoe het netwerk van de BV Nederland in Profielpagina Eva de Jong elkaar steekt. De resultaten uit de cables en de sociale media stelden ons in staat om een machtsnetwerk in kaart te brengen: De Powermap. Deze legt verbanden tussen bepaalde personen, gebeurtenissen, tijdstippen, geo-locaties en politieke beslismomenten waardoor zich betekenisvolle patronen aftekenen. We proberen omvangrijke data, zoals de WikiLeaks-cables, overzichtelijker te maken door ze te visualiseren. Net als in Simon Rogers geanimeerde kaart van de rellen in Londen worden de verschillende datasets in één beeld gevangen waardoor er zich een verhaal aftekent. De Powermap is interactief en moet gaan functioneren als journalistieke onderzoekstool. De gebruiker kan er mee door de datasets zoeken en zijn bevindingen delen met andere gebruikers. In het komend jaar zullen we deze tool gaan ontwikkelen en inzetten bij de totstandkoming van een Tegenlicht-uitzending. Crowdsourcing Deze onderzoekstool biedt journalisten de mogelijkheid om het publiek direct bij hun onderzoek te betrekken. Iedereen kan meezoeken en bijdragen. Daarmee wordt het ook een platform voor crowdsourcing. De gezamenlijke expertise van een grote groep mensen met verschillende achtergronden en disciplines is velen malen groter dan de kennis van het individu - de journalist. Ook de datastore van The Guardian laat zien dat wanneer duizenden mensen meezoeken omvangrijke documenten opeens een stuk behapbaarder worden. Maar de aansluiting tussen de nieuwe vormen van journalistiek en de oude is soms nog ver te zoeken. Onze ervaring is dat de dominerende cultuur onder journalisten blijft: I ll show you mine, if you show me yours first, een steeds terugkerend obstakel in ons proces. Bij de publicatie van een persbericht of de presentatie van ons project rees constant de vraag: Wat geven we weg, en wat houden we nog voor ons? Het dilemma is begrijpelijk. Maar als je vast blijft houden aan de traditionele werkwijze blijft de winst uit nieuwe bronnen beperkt. Bij crowdsourcing gaat het juist om het te allen tijde delen van je informatie. Hoe meer je deelt, hoe meer je er weer voor terugkrijgt. Impuls Ondertussen verkeert de journalistiek in een crisis. Er zijn inmiddels tien voorlichters en pr-medewerkers op elke journalist, en dat maakt de werkwijze van bedrijven en overheden er niet bepaald transparanter op. Nieuwe impulsen voor de journalistiek en interdisciplinaire samenwerking zijn meer dan welkom. De projecten in maakten bovenal duidelijk dat het documentairepubliek vroeger bekend als de kijker - niet alleen vermaakt wil worden maar ook wil participeren. Elf jaar na web 2.0 wordt het misschien wel eens tijd voor documentaire 2.0. Rogier Klomp studeerde in 2004 summa cum laude af aan de Design Academy Eindhoven met de geanimeerde documentaire The Goatman Act. Sindsdien werkt hij als onafhankelijk filmmaker, animator en politiek tekenaar. ditispropaganda.nl cultuur en media september 2012 Mediafonds

11 Still uit Wavumba (BOS, SNG Film) Regels voor alleskunners De makers en de markt Iedereen moet cultureel ondernemer worden. Maar staat dat niet op gespannen voet met de al evenzeer gewenste professionalisering? Door Digna Sinke Uit het leven van een kleine zelfstandige, zo heette een rubriek van Johan van der Keuken in het filmtijdschrift Skrien. Ja, kleine zelfstandige, die woorden gebruikten we vroeger, ook met een soort ironie - maar tegelijkertijd voelden we ons oprecht verwant met de melkboer die ook zwoegend en ploeterend zijn hoofd boven water moest zien te houden. Johan is dood, Skrien en de melkboer bestaan ook niet meer. Niet voor niets schets ik een andere, voorbije wereld: ik stam nog uit een tijd dat carrière maken, geld verdienen en succes verdachte begrippen waren. Mooie films wilden we maken, of kritiese films, want aan materialisme zou de wereld ten onder gaan. Maar direct na de filmacademie liet ik me toch wel meteen inschrijven bij de Kamer van Koophandel, vroeg ik een BTW-nummer aan en startte een handgeschreven boekhouding, in zo n groot kasboek met een gemarmerde kaft. Onlangs bezocht ik een avond van de Dutch Directors Guild (DDG) met het motto succesvol ondernemen. Gek genoeg doken daar diezelfde vertrouwde onderwerpen op: BTW, Kamer van Koophandel, belasting betalen, het nut van contracten. Heette dat vroeger voorbereiding op de beroepspraktijk, nu werd dat tot cultureel ondernemerschap gerekend. Zonder ironie natuurlijk. Ach, wat is in een woord? Maakt het uit welke woorden we voor wat gebruiken? Wat moet je doen als 90% van de mensen een stoel opeens een tafel gaat noemen? Er zit niets anders op: je moet mee. Anders word je die buitenstaander, iets waar je toch al bang voor was. Soms noem ik mezelf cultureel ondernemer, maar nooit zonder enige zelfspot. Joop van den Ende, dát lijkt me echt een cultureel ondernemer. Eigenlijk betrap ik me op gemengde gevoelens bij dat woord ondernemer. Ik associeer het met zaken doen, commercialiteit, product, marktgerichtheid. Tegelijkertijd herinner ik me heel goed hoe mijn vader - bezig met genealogisch onderzoek - altijd vol trots zei dat we een familie van ondernemers waren. Maar hij leek dat letterlijk te bedoelen: mensen die wat ondernemen, die de handen uit de mouwen steken, doeners, zwoegers, ploeteraars. Moeten filmmakers in die zin ondernemers zijn? Ja, dat lijkt me wel. Anders wordt het niks. Met afwachten kom je er niet. En het is ook wel raadzaam om de bijbehorende verantwoordelijkheid op je schouders te willen nemen. Maar past iedere filmmaker wel in hetzelfde format? Ik gebruik dat woord juist omdat het niet tot mijn favoriete woorden behoort. Mijn opa was timmerman, timmerman- Mediafonds september cultuur en media 9

12 aannemer moet ik zeggen. Kleine zelfstandige dus. Ondernemer, zeg maar. Hij heeft me geleerd hoe je een spijker in een latje slaat zonder dat het hout splijt, hoe je met een schaaf omgaat en wat de beste manier is om een balk door te zagen. Samen met een metselaar bouwde hij voor eigen risico huisjes om te verhuren of te verkopen, deels van materiaal dat van afgebroken boerenschuren kwam. (Dat was vóór het woord duurzaamheid uitgevonden was). Het ging hem voor de wind, zoals dat heet. Hij was succesvol. Mijn opa had een broer, ome Koos. Die was ook timmerman. Maar nooit zou het in hem opgekomen zijn om het soort dingen als zijn broer te ondernemen. Ome Koos kon prachtig viool spelen, en meubels maken waar hij veel langer dan zakelijk verantwoord was aan bleef schuren en schaven. Ik geloof niet dat het altijd helemaal goed ging met zijn ondernemerschap. Maar hij kon wel mooie dingen maken. Nee, ik weet wel dat ze geen culturele ondernemers waren. Ze waren gewoon ambachtslieden. Maar ben ik dat eigenlijk ook niet? Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat ik ben. En o ja, inderdaad, geld probeer ik ook bij elkaar te krijgen, en af en toe lukt dat. Maar documentairemakers - misschien wel alle filmmakers moeten nu zelf ook cultureel ondernemer worden, hoor ik dan. Vooral nu geldstromen onder druk staan. Er is een omslag in het denken nodig, wordt er gezegd. Nou nou. Betekent dat dat al die regisseurs nu zelfstandig op eigen houtje moeten gaan doen wat ik zelf eigenlijk als de kern van mijn werk als producent zie? Veel succes! Ga je gang. Doe het! Hoe verhoudt zich dat tot de steeds strakkere regelgeving van sommige zou ik anders überhaupt nog een letter op papier zetten? Ik zie de dingen altijd nogal eenvoudig. Iedereen kan leren wat er op een factuur moet staan, hoe je een percentage BTW uitrekent, en wat een begroting precies is. Hooguit moet je daar enige moeite voor doen. Dat lijkt me niet zo erg. Ik vind ook dat mensen niet te snel moeten denken dat ze op dat terrein niet iets zouden kunnen leren. Maar verder is het bijzondere dat alle mensen verschillend zijn. Sommige mensen kunnen een paar dingen heel goed, andere Eigenlijk ben ik regisseur, die per ongeluk ook producent geworden is. Als ik mezelf (met ironie) cultureel ondernemer noem, wat bedoel ik dan? Op feestjes moet ik weleens uitleggen wat een producent doet. Iedereen denkt altijd dat een producent een soort veredelde boekhouder is, maar dat zie ik toch anders: jeugdherbergmoeder, zeg ik dan, daar lijkt het meer op. Je moet alle problemen kunnen oplossen op alle terreinen. Je moet zorgen dat die film die iemand in zijn hoofd heeft zo mooi en zo goed mogelijk gemaakt kan worden. Het belangrijkste is misschien wel dat je probeert het plan scherp te krijgen, niet alleen voor jezelf, maar misschien wel vooral voor de maker. Ach, je kunt als filmmaker zo makkelijk door de bomen het bos niet meer zien, verdwalen in je materiaal, of de moed laten zakken als het even niet goed gaat. Of opzien tegen het doorhakken van knopen. Of moeite hebben om de prioriteiten op een rijtje te krijgen. Of niet foutloos kunnen spellen. Of geen idee hebben van technische mogelijkheden. Of niet weten met wie je zou willen samenwerken. Of niet begrijpen dat andere mensen niet meteen door hebben wat jij wilt vertellen. De rest van mijn tijd gaat grotendeels op aan logistiek en communicatie. De voice-over moet op tijd klaar zijn om gemixt te kunnen worden, het directors statement moet vertaald worden anders kan er niet ingediend worden, en de ontwerper van de poster moet een DVD-tje in zijn brievenbus krijgen. Digna Sinke aan het werk, gefotografeerd door haar boekhoudster fondsen, die bepalen dat regisseurs nooit hun eigen producent mogen zijn? Zelf mag ik als producent wél een film van 1,5 miljoen voor een ander produceren, maar een eigen filmplan produceren van ,- is niet toegestaan. Want ik zou die verschillende belangen van regisseur en producent weleens niet helemaal scherp uit elkaar kunnen houden. Daartegen dien ik beschermd te worden. Als ik dat tegen mijn Belgische vriendin Marion Hänsel zeg, begrijpt ze echt niet waar ik het over heb. Haar films zouden nooit gemaakt zijn, als ze ze niet zelf geproduceerd had. Beleid dat aan de ene kant iedere filmmaker aanspoort cultureel ondernemer te worden, en aan de andere kant cultureel ondernemerschap aan banden legt in het kader van zogenaamde professionalisering, zou ik simpelweg pervers en hypocriet willen noemen. Of moet ik nu de conclusie trekken dat taal inderdaad bedoeld is om misverstanden te veroorzaken? Nee, zo cynisch wil ik niet zijn. Waarom mensen kunnen heel veel dingen een beetje, en er zijn oneindig veel manieren om een film te maken. Waarom moet iedereen in datzelfde format gefrommeld worden dat ontegenzeggelijk gekleurd wordt door het marktgerichte gedachtegoed van dit moment? In mijn ideale wereld mogen mensen hun eigen unieke kwaliteiten ontdekken. En ja, moralist als ik ben: je moet wel wat met die kwaliteiten dóen. Dat is de taak die het leven (de wereld, de gemeenschap) je oplegt. Wie zich als regisseur vol overgave in de crowdfunding wil storten, moet dat vooral doen. Wie mooiere dingen maakt als hij dat soort zorgen niet op zich hoeft te nemen: ook goed. Misschien loopt er een geschikte producent rond waarmee hij door één deur kan. In alle gevallen hoop ik nog steeds dat er films gemaakt worden die me iets vertellen wat ik nog niet wist, wat ik nog niet eerder zo had gezien of gehoord, niet eerder gevoeld had. Digna Sinke is filmmaker en producent cultuur en media september 2012 Mediafonds

13 Mieke Gerritzen en Geert Lovink Wat als de kunst de economie domineert? Column In de Heerlijke Nieuwe Wereld van de Creatieve Industrie zijn versmelten, fuseren en samenwerken de toverwoorden. De kunstenaar wordt kapitalist, het fonds wordt de kunstenaar en het museum een warenhuis. Dit deuntje kennen we inmiddels wel: de BV Nederland wil de kunstenaar uit het beleid gooien, zodat die zijn eigen weg zal vinden in de wereld van kapitaal en commercie. De kunsten staan aan het begin van een enorme verandering; de beleving van kunst en cultuur zal in de toekomst gestuurd worden door commerciële krachten, die zich het domein van de creativiteit zullen toe-eigenen. Het beleid stimuleert dat alle progressieve kunstinstellingen en kunstenaars ondernemers worden en bijdragen aan de vorming van een ware Creatieve Industrie. Het wachten is op het moment dat de kunstsector wordt overgedragen aan het ministerie van Economische Zaken. Wat omvat die Creatieve Industrie, volgens de Rijksoverheid? De sterkste sectoren zijn industrieel ontwerp, architectuur en reclame, en verder: Kleding van Viktor en Rolf. Het Van Gogh Museum. Origineel Dutch Design. Muziek van Esmée Denters. Architectuur van Rem Koolhaas. Lingerie van Marlies Dekkers. De overheid en de Creatieve Industrie moeten er samen voor zorgen dat de Nederlandse creatieve industrie internationaal bij de top blijft horen. Experimentele initiatieven worden van tafel geveegd om zo de relatie met de markt te stimuleren. Het zijn bijna Orwelliaanse beelden: een Ministerie van Waarachtige Creativiteit stuwt de Creatieve Industrie op tot grote winsten. Nederlandse cultuur groeit uit tot een veelgevraagd product in het buitenland! Nederlandse transportbedrijven moeten hulp uit België inroepen om de export van lingerie te kunnen bolwerken! Door de georganiseerde, industriële aanpak komt er eindelijk een eind aan het kwijnende bestaan van de ZZPer! Kantoren worden verbouwd tot ateliers, creatieve supermarkten en cultuurparken verrijzen! De nieuwe Creatieve Industrie levert in zijn jacht op winst bestsellers af - de schrijver is in één klap rijk, de andere boeken worden niet verkocht, weg ermee. De Industrie produceert blockbuster films; artistieke films zijn nauwelijks nog te realiseren, jammer dan. Hetzelfde geldt voor de musea: de grote cultuurpaleizen met massa s toeristen floreren, maar de kleine musea die zo nodig bijzondere kunstenaars willen presenteren kunnen niet meer bestaan. In de beeldende kunst gaat de aandacht eindelijk naar bekende succesvolle objecten, die steeds meer waard worden, en niet meer naar de gewone kunstwereld, waar geen cent in omgaat. Herkenbaarheid, dat is pas een succesvol product. Kunstenaars die niet meteen naar de markt willen, zullen worden uitgenodigd deel te nemen aan projecten die worden geïnitieerd door een overheidsfonds. Je hoeft geen eigen ideeën en plannen te hebben: je doet mee aan de fondsprojecten. Het is hun eigen schuld, natuurlijk, want geef toe: de onafhankelijkheid van de kunstenaar was altijd al een wassen neus. De BKR-regeling, ingesteld in 1956, verschafte kunstenaars voor het eerst een basisinkomen. Sinds die tijd staan kunstenaars buiten de maatschappij;. In de afgelopen decennia is de beeldende kunst geïsoleerd geraakt, verstrikt in haar eigen gecultiveerde context, en werd naar de buitenwereld gepresenteerd als een kritische praktijk, maar dat betekende vooral dat gesubsidieerde kunst geen verbinding meer hoefde te maken met de economische realiteit van de kunstenaar en de maatschappij. Deze autonome kunst was nooit echt zelfstandig. Sterker nog, die kritische praktijk was een tandeloze kritiek, waarvoor vooraf toestemming werd verkregen van de keuringscommissies van de kunstfondsen. In het nieuwe kunstbeleid maken de overheidsfondsen deel uit van de Creatieve Industrie. Ze zullen nieuwe vormen van intellectueel eigendom accepteren. Hun rol verandert. De fondsen zijn geen faciliterende instellingen meer maar zij bepalen wat er wordt geproduceerd. Ze worden productiehuizen waar stafmedewerkers worden ingezet om kunstenaars en instellingen te begeleiden naar een verkoopbaar product. De fondsen maken geen verschil meer tussen een kunstwerk en het kunstbeleid. Er wordt natuurlijk nauwlettend naar Nederland gekeken; onze kunstenaars - en onze subsidiegevers - zijn wereldberoemd. De Nederlandse subsidies hebben veel invloed op de wereldwijde infrastructuur van de kunsten. Met deze overgangsregeling hoopt Nederland die reputatie vast te houden, de kunstenaar tegemoet te komen in zijn zoektocht naar het kapitaal, op weg naar het economische model van de toekomst. Geschrokken, beste kunstenaar? Wat nu? Zo orwelliaans is het allemaal nog niet. Maar: alle kunstenaars en instellingen moeten zich bezinnen op de toekomst. Het is goed, zelfs onvermijdelijk, om kennis te maken met de nieuwe financiële en waardesystemen die er ontstaan. Het is goed niet meer alles te verwachten van sponsoren en het mecenaat. De kunstenaar moet hoe dan ook andere paden gaan bewandelen en het automatisme van subsidie achter zich laten. De intellectueel en de kritische kunstenaar zullen moeten leren kennis en visie te delen en te verkopen. In de 20ste eeuw is beeldende kunst reproduceerbaar geworden. Kunst kan worden gedownload en geüpload, concepten zijn verkoopbaar en gaan in real time van hand tot hand, ideeën worden templates en formats en deze hebben een marktwaarde. Hier liggen mogelijkheden om kunst te kapitaliseren. Nieuwe modellen als crowdfunding, online geld, de toekomst van online veilingen en distributiekanalen, alternatieven voor copyright, het zijn allemaal experimenten die het open en vrije model van de interneteconomie van een financiële ondergrond voorzien een ondergrond voor het experiment en de vrije geest.. Mieke Gerritzen is ontwerper en directeur van MOTI in Breda. Geert Lovink is lector Interactive Media bij de Hogeschool van Amsterdam, en docent Nieuwe Media aan de UVA. Mediafonds september cultuur en media 11

14 Face++ van Zachary Lieberman, Kyle McDonald, Daito Manabe Gereedschap voor de gemeenschap De makers en de markt In mediakunst is de stap van idee naar uitvoering niet eenvoudig want programmeren kost tijd, en dus geld. OpenFrameworks opent spectaculaire mogelijkheden. Door Paulien Dresscher Vorig jaar aan het begin van de zomer kwam ik een fascinerend filmpje tegen van Kyle McDonald, een mediakunstenaar uit Brooklyn. Op Vimeo (http://vimeo.com/ kylemcdonald) liet hij zien hoe hij met zijn gezicht een audiopaneel kon aansturen. Hij bleek face tracking-technologie te hebben gecombineerd met een midi-player, waardoor hij geluid kon aansturen door zijn mond open te sperren of met zijn hoofd te zwaaien. Het zag er zo intuïtief en gemakkelijk uit dat ik het haast niet kon geloven. Onder het filmpje stonden de linkjes naar de gebruikte software zodat de kijker het zelf kon proberen. Een kleine 15 minuten later zat ik naar mijn eigen gezicht te kijken, gevat in een niet meer af te schudden wireframe. Ik was zo onder de indruk van het gemak waarmee dit innovatieve trackingsysteem te installeren was, dat ik vergat te proberen of de midi player het ook deed. De comment-space onder het filmpje liep driftig vol met enthousiaste opmerkingen van collega s. Al was de programma-deadline van Cinekids MediaLab nabij en het budget grotendeels verdeeld, toch zat ik binnen de kortste keren skypend plannen te smeden met Kyle in New York, Daito Manabe in Tokio en Zachary Lieberman in... locatie onbekend, want meestal onderweg. Welkom bij de openframeworks community. Zach, Kyle, en Daito koppelden op verzoek hun lopende onderzoeken met als resultaat een openframeworks installatie voor Cinekid, gebaseerd op de Facetracking add-on. In oktober 2011 beleefde Face++ zijn première op het festival. De bezoeker kon plaatsnemen voor de camera; zijn gezicht werd de aanjager èn het projectievlak van de beelden. Als hij blazende bewegingen met zijn mond maakte kronkelden er linten en slierten uit zijn mond, als hij zijn wenkbrauwen bewoog liep zijn gezicht vol met gekleurde bolletjes en als hij neutraal bleef kijken verscheen er een derde oog midden op zijn voorhoofd en ontstond er een halo om zijn hoofd. Een knisperende soundtrack begeleidde de interactie. Mediakunst Face++ valt onder de noemer mediakunst, kunst gerelateerd aan tijd en beweging: het werk is niet statisch en verandert in interactie met de bezoeker/kijker. Vaak heeft mediakunst een verwantschap met het domein van wetenschap & technologie, soms ook met film of design. Een belangrijke gemeenschappelijk deler voor mediakunst is echter dat het niet eenvoudig is om een eerste gedachte snel uit te werken. Er kan niet snel even een camera gepakt worden om een eerste idee te testen. Door de noodzakelijke technologische tussenstappen ontbreken de spreekwoordelijke pen & papier om een snelle schets te maken. De verbinding tussen idee en uitvoering is doorgaans vrij bewerkelijk: bij elke kleine verandering is men al gauw weer enkele weken verder. Het is dan ook niet vreemd dat creativiteit en programmeren door veel mensen gezien worden als twee uitersten. Het eerste cultuur en media september 2012 Mediafonds

15 Eyewriter 2.0 van Tempt1, Evan Roth, Chris Sugrue, Zachary Lieberman, Theodore Watson en James Powderly wordt geassocieerd met grenzeloosheid, geïnspireerd zijn, off-the-grid en outof-the-box; het tweede eerder met het tegenovergestelde, met grenzen, regels, algoritmes en protocollen. Het eerste is spontaan en kwikzilversnel, het tweede is traag als stroop en kost tijd, veel tijd. OpenFrameworks Dit contrast tussen code en creativiteit is de drijfveer geweest achter de ontwikkeling van openframeworks. Het programma is ontwikkeld vanaf 2004 door Zachary Lieberman, betrokken bij het Windowsgedeelte van het programma, Theo Watson die het Mac-gedeelte voor zijn rekening nam, Arturo Castro in Spanje, gericht op Linux, en community leader Kyle McDonald in New York. Hun doel was om ideeën snel en eenvoudig in een proefopstelling uit te werken, te testen en sharen, om er later eventueel op door te kunnen werken. Volgens Theo Watson kun je openframeworks zien als een stuk gereedschap, dat je helpt bij creative research, waardoor je code kunt zien als een camera waardoor ideeën direct snel vertaald kunnen worden naar vorm. Het reguliere programmeren is gewoonweg te langzaam voor deze moderne tijd. Met openframeworks kun je sneller werken: op de eerste dag heb je een idee, op de tweede dag werk je het uit, op de derde dag laat je het online zien aldus Watson. Met dit snelle proces worden ideeën makkelijk gedeeld met de community waardoor anderen er weer op door kunnen bouwen. Eén van de eerste grote en publieke open- Frameworks projecten is ontstaan vanuit een opdracht. Deitch Projects vroeg Theo Watson vier interactieve installaties te ontwerpen gebaseerd op de film The Science of Sleep (2006) van Michael Gondry. Watsons wonderlijk lichte en speelse werken, waaronder een interactieve video-piano en een installatie waarmee je door aan touwtjes te trekken de ogen van de acteur één voor één kon opendoen, zijn voorbeelden van onderzoek naar eenvoudige vormen van directe interactiviteit verwijzend naar, en geïnspireerd op, de film makers Vanaf bereikt openframeworks een breder publiek. Sinds het ontstaan zijn er ongeveer 50 kernleden die als teamleiders de ontwikkeling van bepaalde onderdelen voor hun rekening nemen. Daarnaast zijn er rond de 500 actieve leden die add-ons ontwikkelen. Het totale aantal gebruikers van de community wordt geschat op tussen de en makers. Technisch gezien is openframeworks een typisch product van deze tijd. Met de enorme groei van semi-overlappende operating systems en software is openframeworks eigenlijk vooral een cross-platform toolkit met het doel zo veel mogelijk verschillende omgevingen op elkaar aan te kunnen sluiten. Als je eenmaal openframeworks gedownload hebt, kun je zelf kiezen vanuit welk programma je het gaat gebruiken. De technisch ingewikkelde gedeelten zijn buiten het centrum van het programma gehouden en zitten in de door de community ontwikkelde add-ons. Daardoor is de basis van het programma relatief eenvoudig te gebruiken, en groeit het programma aan de randen. Zo zijn er bijvoorbeeld alleen al 25 animatie add-ons. Deze blijven open zodat andere gebruikers er weer door op kunnen werken. Designfilosofie OpenFrameworks is niet slechts de naam van een softwareprogramma, maar is volgens de makers eerder een designfilosofie. Het belangrijkste kenmerk is het gedis- Mediafonds september cultuur en media 13

16 tribueerde karakter: het wordt gedragen door een community en verbindt een grote internationale groep makers die kennis en ervaring delen. Voor James Alliban bijvoorbeeld. Hij is de Britse kunstenaar die dit jaar de openframeworks installatie Traces in het MediaLab heeft staan, waarbij je via een Kinect met je lichaam een soort lichtgevende choreografie kunt veroorzaken. Veel openframeworks projecten zijn ontwikkeld door verschillende mensen, soms uit verschillende disciplines. Een goed voorbeeld is Eyewriter 2.0 (2010). Dit samenwerkingsproject van Tempt1, Evan Roth, Chris Sugrue, Zach Lieberman, Theodore Watson en James Powderly is gebaseerd op een relatief goedkope eyetracking opstelling en zorgt ervoor dat mensen die verlamd zijn kunnen schrijven en tekenen. Deze tool kreeg een vervolgversie, Livewriter (2010). Hierbij werd het project uitgebreid met een grote computerarm die de door de ogen gekozen letters in een enorme tag omzette op een groot vel papier: het werk was een installatie geworden. In Livewriter is de kracht van open- Frameworks goed te zien: verschillende disciplines en systemen zijn gebundeld om iets mogelijk èn financieel bereikbaar te maken, dat binnen en buiten de culturele wereld waarde heeft. Verder ontwikkelen Een ander belangrijk kenmerk van open- Framework projecten is dat ze niet op zichzelf staan, maar dat ze op elkaar voortbouwen. Na de expositie gebaseerd op The Science of Sleep was het volgende openframeworks project van Theo Watson, Funky Forest (2007), dit keer in samenwerking met Emily Gobeille. Deze poëtische installatie is een interactief ecosysteem waar kinderen met hun lichaam bomen kunnen maken en het water van een waterval kunnen afbuigen zodat de bomen in leven kunnen blijven. Hoe meer gezonde bomen er in het bos staan, hoe meer verschillende wezens er komen te wonen. De intuïtieve en directe manier waarop de bezoekers met de magische beeldenwereld konden interacteren maakte de installatie tot een groot succes. De methode waarmee Funky Forest het menselijk lichaam als interface inzette is terug te vinden bij andere installaties, zoals Puppet Parade, de installatie die Watson en Gobeille afgelopen jaar voor Cinekid maakten. Hierbij konden kinderen door hun armen te spreiden voedsel maken dat opgegeten werd door twee reuzevogels -ook weer aangestuurd door kinderen- die daarop van kleur en textuur veranderden - je bent wat je eet! Ook Face++ zal dit jaar in het MediaLab een vervolg krijgen met een nieuw werk van Kyle McDonald, dit keer in samenwerking met Arturo Castro. Gebaseerd op hun installatie Faces uit 2011, waarbij gezichten van filmsterren geprojecteerd werden op de gezichten van bezoekers die deze vervolgens met hun eigen mimiek konden laten bewegen, zullen bij de nieuwe installatie, Remask genaamd, bezoekers hun gezichten gemorpht zien met die van andere bezoekers. Deze voortzetting van werk en onderzoek kan gezien worden als een vorm van growing up in public. Elke technische tussenstap wordt op het niveau van code en visuals online gedeeld, en elke presentatie wordt aangegrepen om een nieuwe stap te maken. Faces van Arturo Castro, Kyle McDonald Tempo OpenFrameworks resulteert in een stroom van werken die onderzoekend op elkaar voortbouwen en in verschillende vormen aan een publiek worden blootgesteld, soms fysiek en offline, soms alleen online. OpenFrameworks maakt zo een gemeenschappelijk en doorlopend onderzoek mogelijk waarbij in razend tempo de artistieke en sociaal-culture implicaties van mediaessenties zoals mens-computer interactie, materialiteit, virtualiteit en interactiviteit onderzocht kunnen worden. In onze moderne gemedialiseerde wereld waar discussies over intellectueel eigendom, de marketingkwaliteiten van de kunstenaar, auteursrechten en piraterij aan de orde van de dag zijn, waait er met deze groep jonge kunstenaars een verfrissende en inspirerende wind, zowel offline als online. Paulien Dresscher is hoofd Nieuwe Media en Programmeur MediaLab bij het Cinekid festival. Knee Deep van Design I/O - Theodore Watson en Emily Gobeille MediaLab, Cinekid: oktober Op ofxaddons.com is een overzicht van alle add-ons met een korte beschrijving van hun funtionaliteiten te vinden. OpenFrameworks Face OSC vimeo.com/ Face++ vimeo.com/ Faces vimeo.com/ Traces vimeo.com/ The Science of Sleep vimeo.com/ Deitch Projects Funky Forest theowatson.com/site_docs/work.php?id=41 Puppet Parade design-io.com/site_docs/work.php?id=15 Eyewriter 2.0 Livewriter vimeo.com/ cultuur en media september 2012 Mediafonds

17 Upload Cinema. Foto: Maurice Mikkers De kijker in actie De makers en de markt De liefhebber van kleine, artistieke films en documentaires wordt digitaal op zijn wenken bediend. Hoe lang nog? Door Marjolein van Trigt De digitale revolutie heeft de markt voor arthouse, documentaire, special interest en Nederlandse film goed in beweging gebracht. Juist de kleine films zijn geschikt voor experimenten met nieuwe vormen van distributie en marketing. De branche had het al langer moeilijk, stelt Marjan van der Haar, directeur van Filmproducenten Nederland: Er is een overaanbod in de bioscopen, waardoor films weinig tijd krijgen om zichzelf te bewijzen. Bovendien hebben wij er veel last van dat we in een heel raar, open land leven, waar vrijheid op het internet zo belangrijk gevonden wordt dat iedereen alle films via torrents gratis kan binnenhalen. Makers, producenten en distributeurs van films boren al hun creativiteit aan om te voorkomen dat de filmindustrie hetzelfde lot beschoren zal zijn als de muziekindustrie. Allerlei nieuwe digitale initiatieven zijn erop gericht om het publiek zo makkelijk mogelijk in contact te brengen met films maar dat moet op den duur natuurlijk wel wat opbrengen. Glazen bol De oplossing zoekt de branche in de hoek waar ook het gevaar zit: de digitale wereld. Volgens onderzoeksbureau GFK is de digitale filmmarkt goed voor 75 miljoen euro. Volgend jaar zou dat bedrag zelfs oplopen naar 99 miljoen euro. Arthouse films, Nederlandse producties en oudere films uit de catalogus van filmdistributeurs maken daarvan in potentie 20 procent uit. Video On Demand via settopboxen van kabelaars, heeft het grootste aandeel in deze ontwikkeling. Volgens velen laat de doorbraak van Connected TV, televisie met internetverbinding, ook niet lang meer op zich wachten. Bij gebrek aan een glazen bol storten partijen die het zich kunnen veroorloven zich op zo veel mogelijk nieuwe projecten, in de hoop dat het ei van Columbus zich ertussen bevindt. Neem A-Film, de grootste onafhankelijke distributeur van kwaliteitsfilms in de Benelux. Films van A-Film zijn onder andere te zien via VOD-diensten van de grote kabelaars en telecomaanbieders, zoals UPC, KPN en Ziggo. Ook werkt A-Film Mediafonds september cultuur en media 15

18 samen met Pathé, dat sinds afgelopen jaar de VOD-dienst Pathé Thuis aanbiedt op de pc, via Connected TV, de Xbox en op tablets. A-Film is betrokken bij de online filmaanbieder Ximon, een samenwerkingsproject van Nederlandse filmproducenten en -distributeurs. Ook itunes zoekt een plek op de Nederlandse markt met behulp van films uit de A-Film-catalogus. En dan biedt de distributeur zelf ook nog gratis films aan via zijn eigen YouTube-kanaal. Vooruitblik Volgens Bart Verhoeven, marketingmanager van A-Film, breken er spannende tijden aan wordt naar verwachting het omslagpunt. De digitale ontwikkeling zal ervoor zorgen dat de totale entertainmentomzet vanaf dat moment zal gaan stijgen. Als filmbedrijf moet je met nieuwe businessmodellen komen. Wij staan daarom open voor alle nieuwe initiatieven. Wat hem betreft is het nog te vroeg om al samenwerkingen af te serveren maar vooruit, een kleine vooruitblik op de eerste interne evaluatie: Verhoeven verwacht dat filmdiensten die zich tot de pc beperken, in de toekomst minder kans van slagen hebben. Je moet daar zijn waar de consument een film wil zien. Het gebruik via apps op Connected TV en op tablets groeit sneller dan diensten die alleen op de pc te vinden zijn, zoals Mubi. com en Ximon. Waarom zou je pas beginnen met marketing als je product klaar is? Bij Ximon zijn ze zich daar ook van bewust. De online aanbieder van Nederlandse films, documentaires en buitenlandse arthouse bestaat sinds april Directeur Marc Jurgens ziet het gebruik van de site minder snel oplopen dan gehoopt. Mensen kijken het liefst films op hun televisie. We hadden verwacht dat ze makkelijker zouden overstappen naar de pc. Daarnaast hebben we echt last van het feit dat het in Nederland niet verboden is om te downloaden. Er komt bij ons veel bezoek binnen op bijvoorbeeld De Dominee online kijken. Toch zijn die bezoekers vaak meteen weer weg, omdat het verderop gratis kan. Jurgens verwacht dat het publiek eerder bereid is te betalen voor een film die op televisie wordt vertoond. Vanaf dit najaar is Ximon dan ook te vinden op Connected TV s en vanaf 2013 op de settopbox van UPC. Het gemak waarmee het publiek een film kan bekijken is essentieel, concluderen Verhoeven en Jurgens. Experimenten Toch staan of vallen veel nieuwe online initiatieven juist met de bereidheid van de kijker om zelf in actie te komen. Neem We Want Cinema, een project van distributeur Amstelfilm, dat op 4 oktober officieel wordt gelanceerd tijdens het Nederlands Film Festival. Bezoekers van de website wewantcinema.com kunnen zelf een filmvoorstelling programmeren in een aantal aangesloten landelijke bioscopen. De catalogus biedt het aanbod van een beperkt aantal Nederlandse distributeurs, met de nadruk op arthouse en Nederlands. Voorwaarde voor de vertoning is dat er vooraf genoeg kaartjes worden verkocht. Daarvoor moet de initiator zelf zijn Facebookvrienden en Twittervolgers aansporen tot actie. Juist voor werk dat normaal gesproken niet in de bioscoop te zien is, bieden dergelijke vormen van event-based films kijken nieuwe mogelijkheden, verwacht Bart Verhoeven. Traditioneel is er een window van vier maanden tussen het moment waarop een film op het witte doek verschijnt en het moment dat hij gelijktijdig op dvd, blu-ray en VOD uitkomt. Kleinere films lenen zich voor experimenten met de release, zoals het gelijktijdig uitbrengen op VOD en het vertonen binnen een special event voor de doelgroep. In februari van dit jaar ging voor het eerst een Amerikaanse film op Facebook in première. Ook event-based zijn de populaire vertoningen van Upload Cinema. YouTubefilmpjes op het bioscoopdoek: letterlijker kan de manier waarop de filmwereld zich de digitale revolutie probeert toe te eigenen niet worden uitgebeeld. Publiek én makers moeten aan de slag op EU1.tv, het Nederlandse online kanaal waarop makers hun ideeën in de vorm van een pitch aan een beoogd publiek presenteren. Het doel is niet zozeer geld ophalen, want dat gebeurt in Nederland, ondanks alle opgewekte berichten, slechts in zeer beperkte mate. Meer dan een crowdfundingplatform wil EU1.tv een plek zijn waar makers hun werk betaald of onbetaald aan een publiek kunnen tonen. Via UPC en Ziggo is het kanaal ook op de televisie te bereiken. De pitches zijn vooral bedoeld om een fanbase voor het project te creëren, erkent medeoprichter Marko van Kampen. Waarom zou je pas beginnen met marketing als je product klaar is? Je hebt een goed idee en daarvoor ga je fans en followers verzamelen, die als ambassadeurs voor jouw product dienen. Daar leent crowdfunding zich goed voor. Bioscoopbezoek: recordjaar Uit cijfers van de Nederlandse Federatie voor de Cinematografie blijkt niet dat downloaden ten koste gaat van het bioscoopbezoek was zelfs een recordjaar met 30 miljoen bezoekers. Nota bene een Nederlandse film, Gooische Vrouwen, trok het hoogste aantal bezoekers, namelijk 1,9 miljoen. Kleine, onafhankelijke films en documentaires waren echter altijd al voor 60 procent afhankelijk van andere distributiekanalen dan de bioscoop, zegt Marjan van der Haar. De markt voor dvd en blu-ray kelderde in het afgelopen halfjaar met bijna 25 procent per kwartaal. Voor de financiering van de projecten verwachten de oprichters van EU1.tv vooral veel van het koppelen van merken en makers. Van Kampen: Stel dat in de supermooie pitch van de maker een auto voorkomt die door het zand rijdt. Dan gaan wij praten met Range Rover. We willen echt een plek zijn waar makers kunnen ondernemen, of ze nu op zoek gaan naar geld via fondsen, merken of de crowd. Profiteer! Voor alle initiatieven geldt dat bekendheid bij een groot publiek essentieel is voor het slagen ervan. Juist dat is de moeilijkheid bij een overaanbod. Je kunt wel stellen dat daar momenteel sprake van is. Liefhebbers van kwaliteitsfilms en -series kunnen bijvoorbeeld ook terecht op Film 1 Sundance, de betaalzender waar kwaliteitsfilms en -documentaires worden vertoond, of bij HBO, dat sinds december vorig jaar via Ziggo is te zien. Ook sommige andere VOD-diensten, zoals van commerciële televisiezenders, bieden een beperkt aantal kleinere films aan. Onvermijdelijk zullen grote spelers zich op den duur tot een paar platforms beperken en dat betekent de doodsteek voor andere. Voorlopig is het publiek echter spekkoper. Nooit was het aanbod aan bijzondere films zo groot en zo makkelijk bereikbaar. Profiteer ervan zo lang het kan. Marjolein van Trigt is freelance journalist en schrijfster. Ze schrijft over film, nieuwe media en culturele trends cultuur en media september 2012 Mediafonds

19 Darfurnica, 2010 van Nadia Plesner Voor iedereen, van niemand De makers en de markt Door digitale reproductie en distributie is kunst overal. Is intellectueel eigendom daarmee achterhaald? Is iedereen voortaan een kunstenaar? Van wie is de kunst eigenlijk? Door Thijs Lijster In 2007 plaatst de Deense kunstenares Nadia Plesner op haar website een tekening van een uitgemergeld Afrikaans jongetje, dat op zijn ene arm een chihuahua draagt en aan zijn andere een handtas. De titel, Simple Living, verwijst naar de realitysoap waarin Paris Hilton en Nicole Richie ons deelgenoot maakten van hun weelderig leven. Als met een lelijk hondje en een Louis Vuitton handtas rondlopen genoeg is om wereldberoemd te worden, zo redeneert Plesner, dan werkt dat misschien ook voor diegenen die de aandacht goed kunnen gebruiken. Louis Vuitton is echter not amused en spant tegen de kunstenares een rechtszaak aan wegens schending van intellectueel eigendom. Een rechtbank in Parijs stelt de tassentycoon in het gelijk en verbiedt Plesner de tekening verder te gebruiken. Aanstoot geven Daar blijft het bij, totdat Plesner in 2011 haar schilderij Darfurnica tentoonstelt in de Galleri Esplanaden in Kopenhagen. Met dit werk, dat zowel in titel, stijl als afmeting verwijst naar Picasso s Guernica, wil zij aandacht vragen voor het conflict in Darfur. Ze wijst er bovendien op dat de internationale pers dit conflict jarenlang genegeerd heeft, omdat die in haar ogen meer aandacht had voor wat verkoopt : het wel en wee van stars en celebs. Daarom zien we op haar schilderij niet alleen de belangrijke spelers in het conflict president Al Bashir, president Barack Obama, de Janjaweed milities en de Chinese oliebedrijven maar ook Victoria Beckham, Paris Hilton en Britney Spears (die haar hoofd aan het scheren is). In het midden van dit tafereel staat het Afrikaanse jongetje dat we kennen van de tekening Simple Living, nog altijd met hondje en handtas. Louis Vuitton stapt andermaal naar de rechter, ditmaal naar een rechtbank in Nederland, waar Plesner woont en werkt, en krijgt wederom gelijk. Wanneer Plesner echter als reactie een kort geding tegen de tassenmaker aanspant, oordeelt de rechter in haar voordeel. Het Hof in Den Haag is van mening dat haar gebruik van de handtas functioneel en proportioneel is, en dat het bovendien in de aard van kunst ligt om aanstoot te geven en te verontrusten. Louis Vuitton heeft het nakijken. De zaak van Plesner versus Vuitton wijst op een verband tussen kunst en politiek. De onmiddellijke politieke boodschap over Darfur is daarbij echter van ondergeschikt belang. De rechtszaak dwingt ons vooral na te denken over de relatie tussen kunst en eigendom. Zij roept de vraag op: aan wie behoort kunst toe waarmee niet bedoeld wordt wie dit of dat kunstwerk bezit, maar: wie is in het bezit van de beelden, de iconen en de andere creatieve uitingen die ons dagelijks omringen? Dat zijn niet alleen kunstwerken, maar ook film, muziek, literatuur en uitingen als een journalistiek stuk, een essay, een reclameslogan, een wetenschappelijk artikel? We zouden deze vraag in ouderwets Marxistisch taalgebruik kunnen herformuleren: wat is de aard van de hedendaagse artistieke productie- en eigendomsverhoudingen, en hoe zijn deze gerelateerd tot de artistieke productiemiddelen? Deze vraag, met name in deze formulering, mag dan ouderwets lijken, ze is zeer urgent, juist nu digitale reproductie en distributie via het internet creatieve uitingen alomtegenwoordig hebben gemaakt. Kunst en eigendom De notie van intellectueel eigendom lijkt voor ons vanzelfsprekend, maar is in feite van vrij recente datum. De wetten en instituties voor de bescherming ervan bestaan grofweg driehonderd jaar. In de ogen van de hervormer Maarten Luther, bijvoorbeeld, was de notie van intellectueel eigendom betekenisloos, aangezien alle ideeën aan God toebehoren. De geboorte van intellectueel eigendom maakt deel uit van het moderne vertoog over de intellectuele en Mediafonds september cultuur en media 17

20 institutionele autonomie van de kunstenaar, en past binnen een constellatie van begrippen als creativiteit, authenticiteit, het genie, etc., die haar opmars maakt tijdens de Romantiek. Dit moderne vertoog is uiteraard niet specifiek voor de kunsten, maar hangt samen met een groeiende nadruk op het individu in alle domeinen: filosofie, wetenschap, recht, politiek, economie. Volgens kunstsociologen Pascal Gielen en Paul de Bruyne sluit de mythe van de individuele kunstenaar naadloos aan op het vrije-markt kapitalisme: de notie van intellectueel eigendom impliceert dat artistieke ideeën tot het individu behoren zoals dat met privébezit het geval is. Misschien zou men zelfs kunnen zeggen dat de esthetica van het genie eerder het gevolg is van de notie van intellectueel eigendom, dan andersom. Kopiëren Zoals bekend ontstond in de historische avant-garde veel kritiek op het moderne vertoog. De surrealistische schilder Max Ernst schreef: het sprookje van artistieke creativiteit, dit zielige overblijfsel van de mythe van goddelijke schepping, is het laatste waanbeeld van de westerse cultuur. Met dit waanbeeld wilden de avant-gardes afrekenen en daarom moeten authenticiteit en originaliteit er aan geloven: denk aan de readymades van Duchamp. Niettemin is het de avant-gardes nooit volledig gelukt om te breken met deze ideeën: ook als men kopieert moet men op zijn minst origineel kopiëren. Juist de oorspronkelijkheid van Duchamps on-creatieve handeling wordt immers geprezen. De hedendaagse kunstenaar heeft, zo zou men kunnen zeggen, twee zielen in zijn borst: hij is tegelijk het originele genie en de negatie ervan, de frivole nabootser. Zijn producten zijn tegelijk oorspronkelijk meesterwerk en bijeen geraapte rotzooi. Remix Nergens komt dit probleem zo nadrukkelijk naar voren als in de gespannen verhouding van hedendaagse kunst en intellectueel eigendomsrecht. Plesner is hiervan slechts een voorbeeld: ook Andy Warhol, Roy Lichtenstein, Sherrie Levine en Rob Scholte zijn met dit probleem geconfronteerd. Enerzijds is intellectueel eigendomsrecht een noodzakelijke voorwaarde voor het bestaan van de figuur van de kunstenaar, onlosmakelijk verbonden met noties als originaliteit en creativiteit. Anderzijds vormt intellectueel eigendom een probleem voor hedendaagse kunstpraktijken, waarin het steeds meer draait om pastiche, montage, appropriation, en het kopiëren of citeren van bestaand materiaal. Technologische ontwikkelingen zoals de opkomst van digitale media en het internet spelen een belangrijke rol in dit conflict, omdat ze de reproduceerbaarheid van beelden, teksten, muziek en ideeën op een ongekend niveau hebben gebracht, en zo discussies over copyrights, intellectueel eigendom en zogenaamde free use op scherp hebben gezet. Kunstenaars filmmakers, schrijvers, Steeds meer vormen van leven worden tot koopwaar gemaakt en uitgesloten van gemeenschappelijk gebruik musici, copywriters, televisiemakers en ook journalisten - bevinden zich aan beide zijden van het debat: aan de ene kant zijn er kunstenaars die hun inkomsten bedreigd zien, en kritisch staan tegenover wat zij beschouwen als plagiaat, diefstal, piraterij, etc. De rechtszaken tegen Napster en The Pirate Bay, of tegen individuele gebruikers ervan, zijn bekende gevallen. Aan de andere kant staan kunstenaars die vooral de mogelijkheden zien om hun creativiteit te delen zonder tussenkomst van industrie en instituties. Initiatieven zoals Creative Commons en Wiki Loves Art stimuleren de vrije circulatie van creatieve producten. Documentairemaker Brett Gaylor, bijvoorbeeld, waarschuwt in zijn film RiP! A Remix Manifesto voor de monopolisering van de cultuur door een handvol grote bedrijven. Het hergebruik van en voortbouwen op het oude is altijd de bron van creativiteit geweest, een bron die door het steeds strikter worden van wetgeving rond intellectueel eigendom steeds verder droog komt te liggen. Veroorzaakt het internet een verschuiving in artistieke productieverhoudingen? Wordt intellectueel eigendom ondermijnd, en vervaagt het traditionele onderscheid tussen kunstenaar en publiek? Is nu dan toch het tijdperk aangebroken waarin, zoals Joseph Beuys ooit zei, iedereen een kunstenaar is? The common en het nieuwe kapitalisme De kwestie van intellectueel eigendom maakt deel uit van discussies binnen de politieke filosofie over wat wel the common wordt genoemd. Filosofen Michael Hardt en Antonio Negri wijzen erop dat the common traditioneel refereerde aan domeinen die noch privébezit, noch publiek bezit (dat wil zeggen in handen van de staat) waren: velden waarop iedereen zijn vee kon laten grazen, of bossen waarin iedereen hout mocht sprokkelen. De enige voorwaarde was dat je niet meer gebruikte dan je zelf nodig had, en dat je the commons niet gebruikte om er zelf winst mee te maken. In Commonwealth (2009) maken Hardt en Negri onderscheid tussen twee vormen van commons: de eerste betreft de oorspronkelijke betekenis, namelijk de producten van het land, fossiele brandstoffen, schoon water en schone lucht, etc. De tweede noemen zij de artificial of human common ; hieronder vallen onder andere taal, informatie, ideeën, communicatie, sociale relaties, etc. Met andere woorden: domeinen waar iedereen dagelijks gebruik van maakt en moet maken, maar die niemand zich zonder meer kan toe eigenen. In tegenstelling tot de eerste vorm van commons kent de tweede geen schaarste. In tegendeel: als ik een idee met jou deel, zal het vaak alleen maar succesvoller en bruikbaarder worden. Kapitalistische productie is steeds afhankelijker geworden van deze tweede vorm van commons. Zowel de bronnen als de producten van dit nieuwe kapitalisme zijn in toenemende mate immaterieel te noemen: een steeds groter deel van de economie drijft immers op de dienstensector en de creatieve industrie. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat productie van materiële goederen zal verdwijnen, maar wel dat ze niet langer de motor van de economie is. Privé-bezit Het gevolg is echter dat die domeinen die traditioneel tot de commons behoorden in toenemende mate tot privébezit gemaakt worden. Het gebruiken van gemeenschappelijk bezit ten behoeve van winst is wat Marx primitieve accumulatie noemde. Echter, volgens verschillende neo-marxisten zoals David Harvey en Slavoj Žižek, is deze term misleidend, omdat zij de indruk wekt dat het een vorm van kapitalisme is die achter ons ligt, en verdwenen is toen het kapitalisme geavanceerder werd. Dat is allerminst het geval. Sterker nog, volgens deze denkers zijn we een nieuw tijdperk van accumulatie door onteigening ingegaan, een nieuwe enclosure of the commons zoals het in de 18e eeuw heette. Zoals Harvey en Žižek beweren, worden mensen tegenwoordig niet slechts afgesloten van toegang tot natuurlijke bronnen, maar worden ze ook beroofd van de tweede vorm van commons, namelijk van gedeelde vormen van kennis, gemeenschappelijke culturele praktijken, collectieve beelden, etc. Op deze manier worden steeds meer vormen van leven tot koopwaar gemaakt en uitgesloten van gemeenschappelijk gebruik. Een bekend voorbeeld is Walt Disney, die zich voor zijn tekenfilms liet inspireren door klassieke cultuur en media september 2012 Mediafonds

21 Still uit RIP! A Remix Manifesto van Brett Gaylor illustraties bij sprookjes als Sneeuwwitje en Alice in Wonderland. Als een contemporaine kunstenaar nu echter te werk zou gaan als Disney, zou hij onmiddellijk door diens bedrijf gedagvaard worden. Het debat over intellectueel eigendom gaat om niets minder dan de vitaliteit van de cultuur onze cultuur Grafdelvers Hardt en Negri zien een kans in wat zij beschouwen als de interne tegenspraak van het hedendaagse kapitalisme. Het kapitalisme is afhankelijk van de vrije uitwisseling van informatie, ideeën en creativiteit. Wetenschappelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld, zou zonder die vrije uitwisseling in tijdschriften en op conferenties onmogelijk zijn. Maar de productierelaties die in de commons heersen, zijn ook in tegenspraak met het kapitalisme: er moet immers winst gemaakt worden. Door echter de commons te exploiteren en de vrije uitwisseling aan banden te leggen, wordt tegelijk de creativiteit waar het kapitalisme van afhankelijk is om zeep geholpen. Het kapitalisme vormt met andere woorden het obstakel voor zijn eigen productiviteit. Marx parafraserend beweren Hardt en Negri dat het moderne kapitalisme zijn eigen grafdelvers heeft geschapen. Het is moeilijk te voorspellen of de notie van intellectueel eigendom zijn langste tijd gehad heeft en door de invloed van nieuwe communicatietechnologie achterhaald zal blijken te zijn, of dat de grote spelers binnen de creatieve industrie hun grip op creatieve output juist steeds verder zullen verstevigen. Het belang van het debat over intellectueel eigendom en commons moge echter duidelijk zijn. De inzet is hoog: het gaat om niets minder dan de vitaliteit van de cultuur onze cultuur. Creativiteit is afhankelijk van gemeenschappelijk bezit, van een artistiek en cultureel domein bestaande uit beelden, muziek, verhalen, die voor iedereen toegankelijk zijn. Kunstenaars houden dit domein bovendien levend en voorkomen dat het versteent tot een dode verzameling culturele goederen. Kunst is nooit een schepping ex nihilo geweest, maar bestond steeds uit variaties op een thema, hergebruik van bestaand materiaal, kopiëren, citeren, parodiëren, monteren, etc. De toenemende privatisering van het culturele domein, waar we tegenwoordig getuige van lijken te zijn, vormt daarom een serieuze bedreiging voor een dynamische cultuur. Thijs Lijster is als filosoof verbonden aan het Expertisecentrum Arts in Society van de Rijksuniversiteit Groningen. Dit stuk is een bewerking van het artikel Art and Property, dat eerder verscheen in Krisis, Tijdschrift voor actuele filosofie. Mediafonds september cultuur en media 19

22 Rintje van Sieb Posthuma Verenigde verhalen De makers en de markt Virtueel Platform publiceert dit najaar een onderzoek naar de praktijk van transmediale producties in Nederland. Hier alvast de belangrijkste bevindingen. Door Klaas Kuitenbrouwer en Katía Truijen Ons mediagebruik verandert, dat is geen nieuws. Steeds vaker bedienen we ons tegelijkertijd van verschillende media om informatie tot ons te nemen, terwijl mediaorganisaties (kranten, omroepen) meerdere platforms tegelijk bedienen. Transmediaal vertellen is een creatief antwoord op deze convergentiecultuur. De term transmedia begint ook in Nederland in te burgeren. Voorbeelden van recente Nederlandse transmediale projecten zijn Human Birdwings van Floris Kaayk beschreven in 609#10, H.S.C. Mercurius van Spektor Storytelling, De Eeuw van de Stad van de VPRO, Raveleijn van de Efteling, en het Nationale Canta Ballet. Transmediaal werken is een manier om met gebruik van verschillende media één coherente verhaalwereld te creëren. Denk aan een film waar een game en comics bijhoren, of een boek waarvan de karakters een online-identiteit hebben en met fans communiceren. Voor veel mediamakers is het inmiddels niet ongewoon om een verhaal via meerdere platforms uit te zetten. Andersom is ook het publiek er mee vertrouwd geraakt dat een verhaal na afloop van een uitzending doorloopt op het web of via sociale media, waar ruimte is voor participatie. Onderzoek In het onderzoek Transmediaal Werken in Nederland geeft Virtueel Platform een overzicht van de stand van zaken rondom de transmediale praktijk in Nederland. Er is een interessante, veelvormige beweging op gang gekomen, waar fraaie en innovatieve projecten uit voortkomen, maar het is ook duidelijk dat makers van projecten met een meer culturele inslag, waarin het voor de hand ligt dat publieke en private partijen samenwerken, ingewikkelde omwegen cultuur en media september 2012 Mediafonds

23 Aanbevelingen De voornaamste aanbevelingen op basis van de drie onderzoeken tezamen en een aantal klankbordsessies met makers, fondsen, festivals, sectorinstituten: 1. Voor de Nederlandse fondsen Het Film fonds, het Mediafonds, het Letterenfonds en het Fonds Creatieve Industrie: werk samen met de andere fondsen, zodat voor een transmediaal project verschillende onderdelen volgens dezelfde systematiek bij de verschillende fondsen kunnen worden aangevraagd. Ontwikkel daarnaast de mogelijkheid om transmediale projecten bij verschillende fondsen als één geheel aan te vragen, in een speciale commissie met leden uit alle betrokken fondsen. Natuurlijk is expertise om transmediale projecten werkelijk als transmediaal te kunnen beoordelen, binnen elk fonds noodzakelijk. 2. Voor het Commissariaat voor de Media en de Mediawet Open een toetsings- en informatieloket. Derden en niet-omroepen kunnen daar hun voorgenomen samenwerking voorleggen om te zien of die aan de voorwaarden voldoet. Maak de regels voor publiek-private samenwerking bij transmediale projecten eenvoudiger en onderzoek een meldingssysteem met steekproefsgewijze toetsing achteraf, in plaats van een beoordeling vooraf - met een beslistermijn van acht weken. Neem een proef met een experimenteerruimte voor culturele transmediale producties met soepelere regels voor publiek-private samenwerking, zodat de Nederlandse regels meer in lijn komen te liggen met de Europese regels van het MEDIA programma. 3. Voor makers Wees transparant. Deel je kennis met andere makers. Met name de uitwisseling van kennis over productiemethoden, financiering en businessmodellen is essentieel voor de ontwikkeling van een bloeiende transmediale praktijk. Bedenk bij het aanvragen van subsidie of je een project als geheel bij één fonds wil aanvragen, of subsidie voor de verschillende onderdelen apart bij verschillende fondsen wil aanvragen. Als de fondsen de hierboven aangegeven systematiek voor transmediale projecten gaan hanteren, wordt het ook mogelijk om een transmediaal project als één geheel bij meerdere fondsen aan te vragen. Maar: één afwijzing is dan ook een afwijzing voor het geheel. Werk samen met onderwijsinstellingen voor kleine of pilotprojecten. Door praktijkkennis met studenten te delen en te ontwikkelen groeit het veld van transmediamakers met ervaring. 4. Voor onderwijsinstellingen Ontwikkel curricula die zich richten op het ontwikkelen van participatieve verhalen. Stimuleer het ontwikkelen van vaardigheden als story-architect, die de inhoudelijke en productionele logica begrijpt van de verschillende disciplines in een transmediaal project. 5. Voor festivals en sectorinstituten Organiseer, faciliteer en stimuleer ontmoetingsplekken waar makers en andere betrokken partijen bij elkaar kunnen komen om kennis en ideeën over transmediaal werken uit te wisselen. moeten bewandelen om hun projecten gerealiseerd te krijgen. Er is geen standaard model voor transmediale projecten: elk project, elk inhoudelijk vertrekpunt vraagt om een heel eigen manier om oude naast nieuwe media in te zetten, waardoor de verhaalwereld zich ontvouwt. Games, interactie, en digitale media spelen vaak een centrale rol met een online omgeving als centrum of ontmoetingsplek. Voor makers van e-cultuur is transmediaal werken daarom een belangrijke opkomende werkwijze. Het onderzoek van Virtueel Platform bestaat uit drie gedeelten. Ten eerste een veldonderzoek onder vooraanstaande Nederlandse makers over wat inhoudelijk interessant is aan transmediaal werken en welke hindernissen ze tegenkomen als ze projecten van de grond proberen te trekken. In de publicatie zijn interviews opgenomen met een zevental vooroplopende makers over de kansen en hindernissen van transmediaal werken. Om zelf meer operationele kennis te verwerven deed Virtueel Platform een tweede, proefondervindelijk onderzoek. Met illustrator Sieb Posthuma zochten ze uit hoe zijn karakter Rintje een transmediale vorm zou kunnen krijgen. Welke partijen zouden daar een inhoudelijke en producerende rol bij moeten spelen en hoe zou je dat financieel op poten kunnen zetten. Dit onderzoek leidde tot twee mogelijke scenario s: een publiek-privaat scenario, in samenwerking met een uitgeverij en een omroep, en een geheel privaat scenario, met een uitgeverij als voornaamste partner. Door deze onderzoeken kreeg Virtueel Platform een beeld van wat mogelijk en toegestaan is als een project zowel uit publieke middelen (van fondsen of omroepen) als uit private middelen (van commerciële bedrijven) gefinancierd wordt. Monica Bremer, jurist en specialist op het gebied van publiek-private samenwerking zocht nader uit hoe de Mediawet en de praktijk van regelgeving bij de cultuurfondsen een transmediale werkwijze mogelijk maakt dan wel belemmert, en zij deed aanbevelingen om eventuele hindernissen te verhelpen. De resultaten van dit derde onderzoek bespraken we met de Nederlandse fondsen en een aantal relevante transmediale makers. Klaas Kuitenbrouwer is programma-manager bij Virtueel Platform, docent op de Gerrit Rietveld Academie en de HKU. Hij houdt zich bezig met de inbedding van digitale informatie in de fysieke wereld, transmediale manieren van vertellen en applied games. Katía Truijen is redacteur bij Virtueel Platform. Ze schrijft over Nederlandse e-cultuurprojecten en transmedia. Het onderzoek Transmediaal Werken in Nederland wordt gepresenteerd op de conferentie van het Cinekid festival op 23 oktober. Het is daarna gratis verkrijgbaar bij Virtueel Platform of te downloaden als pdf via Virtueel Platform helpt graag bij het zoeken naar tips, partners, kennis e.d. voor een transmediaal project: Enkele van de in dit artikel genoemde projecten zijn tot stand gekomen met financiële steun van het Mediafonds: Human Birdwings van Floris Kaayk (NTR/Revolver) is te zien op het Nederlands Film Festival. De Eeuw van de Stad (VPRO) is een project van Bregtje van der Haak, Sara Kolster, Leonieke Verhoog, Erik van Heeswijk, Robin Verdegaal en Frank Bosma. Het Nationale Canta Ballet (NTR/Viewpoint productions) werd gemaakt door Maartje Nevejan, Karin Spaink, Bert Kommerij en anderen. Mediafonds september cultuur en media 21

24 Bart Soepnel Betere koffie, geen koek Column De publieke omroep staat borg voor integriteit en kwaliteit; de commerciëlen gaat t alleen om de winst. Waar zit je beter? De ultieme doelstelling in de commercie, en daar moet alles voor wijken, is de winst, in het jargon: target. De pijp moet roken, de onderneming moet draaien en aandeelhouders willen geld verdienen. De doelstelling van de publieke omroep is - zou moeten zijn - om programma s te maken die er toe doen, die het verschil maken, met maatschappelijk engagement, onafhankelijk, met de inhoud als enige winstdoelstelling. Omdat de commerciële omroep winst moet maken richt hij zich op doelgroepen die interessant zijn voor adverteerders. Zoals: de grootste shoppers, vrouwen tussen de 20 en pakweg 44. De interesse van de adverteerders en de producten die ze willen verkopen bepaalt de doelgroep, en daarmee bepalen zij de keuze voor een bepaald type programmering. Of dat via Kabouter Plop of Wanhopige Huisvrouwen loopt, doet niet ter zake. Bij de publieke omroepen wordt de keuze voor programma s bepaald door de Missie van de individuele omroep. Die missie, mét de programmatische uitgangspunten van de zenders/netten, én de doelstellingen wat betreft publieksbereik, vormt de enigszins diffuse meetlat waarlangs de publieke omroep wordt afgerekend. De praktijk is natuurlijk oneindig veel genuanceerder en weerbarstiger dan deze summiere samenvatting, maar vrijwel alles, ook de verschillen, is herleidbaar tot deze fundamentele uitgangspunten. De politiek stelt de middelen ter beschikking en maakt een keuze voor de inrichting van de publieke omroep nu is dat het model. Aan één wezenlijk verschil zal echter niets veranderen: het is bijna onvoorstelbaar, maar er is niemand de baas bij de publieke omroep. Niemand, echt helemaal niemand. Geen Directeur, geen Hoofdredacteur, geen Zendermanager, geen lid van de Raad van Toezicht. Niemand kan de eindverantwoordelijkheid opeisen, niemand kan met het oog op de programmering zijn gelijk afdwingen. Alle kikkers dansen in dezelfde tobbe en iedereen heeft iedereen nodig. Daarmee wordt het programmeringsproces en alles wat daarmee samenhangt een gecompliceerde procedure; het resultaat is zonder uitzondering een compromis. Wat dan toch resulteert in een prachtige prijs-kwaliteit verhouding. Door de klip en klare doelstelling bij de commerciëlen is alles ondergeschikt aan en staat ten dienste van het financiële resultaat. Lekker duidelijk. Op elk niveau in de organisatie. Afschuiven is er niet bij, vrijwel iedereen is afrekenbaar op z n eigen resultaat. Snelle besluitvorming. De chain of command eindigt op operationeel niveau bij de Algemeen Directeur, maar er is always a bigger boss, de aandeelhouders, die door maandelijkse en diepgaande financiële rapportages ook een behoorlijke invloed hebben op de operationeel verantwoordelijke bestuurder. Het is immers hún geld. Door de strakke budgettering, flinke targets, invloed van sales en onvoorspelbaarheid van formats is ook bij de commerciëlen de uitkomst van de programmering vaak een compromis. Programmabeslissingen gaan bij de commerciëlen veel sneller. Vandaag bedacht, over vijf weken op de buis. Bij de publieken weet je twaalf maanden van tevoren al hoe de programmering eruit ziet. Dat maakt ze minder flexibel in het volgen van snelle trends, maar het geeft rust, en tijd om meer aandacht te besteden aan ontwikkeling en inhoud. Overigens zijn de functietitels bij de commerciëlen vaak op Amerikaanse leest geschoeid. De manager en director staan op de laagste trede, daarboven komen de managing directors en dan, in volgorde van hiërarchie, de vice president, de senior vice president, de executive vice president, de ceo; daarboven nog de president en de chairman of the board en daarboven volgens mij alleen nog de Here zelve. Titelinflatie dus - gelukkig hebben we in Nederland een koninkrijk. Overeenkomsten zijn er ook. Bijvoorbeeld: de eeuwige discussie over waar en waarom je ergens prioriteiten legt, en welk programma te promoten. De route van deze discussie gaat langs dezelfde stramienen. Salarissen...? Dat is een vraag die iedereen mij stelt. Er wordt bij de commerciëlen beter betaald, vergeleken met de publieken. Maar zeker niet over de hele linie. Er wordt vooral gekeken naar onmisbaarheid en marktwaarde. Dat lijkt logisch, maar zo is dat bij de publieke omroep niet. Bij de publieken wordt gekeken naar de Balkenende-norm, wat op zichzelf een redelijke maatstaf is. Zeker voor het besturende corps, allemaal best gekwalificeerde mensen, maar niet onmisbaar. Dat geldt helaas ook voor één klein handjevol presentatoren, die unieke toegevoegde waarde hebben en die bij de commerciëlen aanzienlijk - neen, ik noem geen bedragen - meer kunnen verdienen dan Balkenende. Deze mensen verdienen het, letterlijk, ook bij de publieke omroep. Omgangsvormen? Bij de publieken vermijdt men wel s man en paard. Flinke discussies worden al snel als heftig omschreven, en de discussie over heftig wordt dan het onderwerp van gesprek. Zeggen waar het op staat wordt vermeden. Beetje angsthazerij, maar er is ook meer respect voor elkaars standpunten, discussies zijn vaak volwassener. Conclusie: het één is niet beter dan het ander. Een vergelijking is vanwege de uiteenlopende doelstellingen niet erg zinvol. De belangrijkste overeenkomst is de prettige categorie mensen met wie ik werkte en werk. Ah, er is toch een belangwekkend verschil: de koffie bij de commercie is aanzienlijk beter, althans op directieniveau. Bij de publieken wordt er vaker een koekje of plakje cake geserveerd. Bart Soepnel werkte na z n studie politicologie als actualiteitenjournalist bij onder meer AVRO en Veronica. Hij werd programmeur/aankoper bij SBS en later Europees directeur programmering. Sinds 2008 is hij hoofdredacteur bij de NTR (voorheen NPS) cultuur en media september 2012 Mediafonds

25 Still uit One Night Stand: Cabo van Ivan Barbosa (NTR, VARA, VPRO, Circe Films) Mooier dan haar zuster NEDERLANDS FILM FESTIVAL Het voetstuk waarop cinema wordt geplaatst is uit de tijd. Schrijft een televisierecensent. Door Walter van der Kooi Filmstudenten dromen van Cannes en Hollywood en de documentairemakers onder hen van IDFA en Toronto. Televisie komt weinig in hun dromen voor. Nederlands tvdrama blijft Assepoester, ook wanneer ze mooier is dan haar stiefzus, de cinema. In de herdenkingen van Gerrit Komrij doken ook zijn NRC-tv-kritieken uit 1976 op. Treurbuis doopte hij het glazen eenoog, een eufemisme voor wat hij zag als een open riool voor uitwerpselen van een verwerpelijke massacultuur. Enerzijds was dat de pregnante uitdrukking van wat een culturele elite toch al vond; anderzijds versterkte het de daar heersende minachting voor televisie door de briljante vorm waarin de kritiek was gegoten. Een andere auteur, Dennis Potter, was Komrij voorgegaan als criticus voor de Daily Herald. Voor hem was televisie juist een beschavings- en verheffingsinstrument. Naast de kunsttempels van de maatschappelijke elite verscheen een nieuw, democratisch medium dat kunsten kon doorgeven aan een massapubliek, maar ook zelf nieuwe vormen kon ontwikkelen. Daardoor zou een klassendoorbrekende common culture van hoog niveau ontstaan. Wie in hoongelach uitbarst moet bedenken dat Potter zelf, samen met een schare makers uit alle disciplines, die utopische verwachting tot werkelijkheid maakte: in de documentaire werd de BBC toonaangevend, in drama superieur en baanbrekend. Kwaliteit die bovendien massapubliek trok, alhoewel ten dele vanwege De tv-criticus is duizendpoot, als de medewerker van het streekblad die gemeenteraadszitting, fanfare en zaalhandbal verslaat het geringe aantal zenders. Vernieuwend onder meer thematisch, want op televisie werden vooral verhalen van en over gewone mensen verteld, mede doordat Potter en de zijnen vaak uit arbeidersgezinnen kwamen, de eerste generatie die had doorgeleerd. Niet dat Komrij dáár nou op zat te wachten. Die leek bovendien überhaupt niet geïnteresseerd in wat de Nederlandse televisie - op een lager niveau dan de Engelse, maar toch - aan kwaliteit te bieden had. Curieus: alsof je het genre roman beoordeelt op de keukenmeidenvariant. Toegegeven, hij schreef onweerstaanbaar, en belangrijker: hij schreef vijftien jaar na Potters recensies, toen die zelf ook sceptischer was geworden over wat er op en met televisie mogelijk was. Ook bij de BBC werden kijkcijfers belangrijker dan de autonomie van de makers. Formule nam de plaats in van de authentieke stem, de small personal voice die voor Potter heilig was. Ach, common culture hand in hand met een sociaal paradijs, wie gelooft daar nog in? Het zou, aan de vooravond van gigantische bezuinigingen op de verzorgingsstaat in combinatie met een frontale aanval op de publieke omroep, al veel zijn als afbraak van sociale zekerheid geremd Mediafonds september cultuur en media 23

26 Still uit Kort!: Dag Meneer de Vries van Mascha Halberstad (NTR, Viking Film) kon worden en een deel van de kwaliteitstelevisie overeind gehouden. Want ook zonder die dreigende catastrofe neigt de communis opinio in denkend Nederland, zelfs soms in makerskringen, nog altijd sterker naar Komrij dan naar Potter. En, daaraan verwant, meer naar speelfilm dan naar televisiedrama. Zeker, het heeft bij ons beduidend langer dan elders geduurd eer drama zich ontwikkelde tot zelfstandige kunstvorm. Lang bleef het toneel in studio met camera s erop, zoniet letterlijk dan toch naar de geest. Daarvoor zijn legio verklaringen, van het Nederland kenmerkende omroepbestel tot het ontbreken van een toneelschrijftraditie, humus voor goede scenario s. Maar dat is lang geleden. Gestaag is op alle niveaus gebouwd aan een dramacultuur. Aanvankelijk met incidenteel succes, de laatste twee decennia met regelmatig, om niet te zeggen structureel succes. Maar er is een probleem: wie ziet dat (in)? Vraag HBO- en universitaire studenten met kunstjournalistieke ambities wat ze later willen worden en ze verkiezen filmrecensent boven tv-criticus. Als ze al ambiëren Beerekamp of Geelen op te volgen, dan is hun kans dat te verwezenlijken oneindig kleiner dan filmcriticus te worden. Want kwaliteitskranten bespreken speelfilms van waar ook ter wereld in een zelfstandige recensie - zoals ze dat doen met alle kunstvormen. Sterker, ze bespreken zelfs buitenlandse bagger, waarvoor meerdere critici nodig zijn. Terwijl (Nederlands!) tv-drama vaak niet eens de rubriek van de enige tv-recensent per dagblad haalt. En dan nog series eerder dan single plays; lang eerder dan kort, en alles soms in één adem genoemd met de talentenshow of de actualiteitenrubriek. Want is de filmrecensent specialist, de tv-criticus is duizendpoot, als de medewerker van het streekblad die gemeenteraadszitting, fanfare en zaalhandbal verslaat. Dit met respect voor de manier waarop sommigen dat doen, en beseffend dat een dagelijkse tv-bespreking in dagbladen meer familie is van de column dan van de filmkritiek. Wat doet Assepoester televisie op het Utrechts bal? Ze danst haar dansje in een eigen zaal met eigen direct betrokken publiek en krijgt daarvoor een eigen prijs. Journalistieke aandacht trekt dat nauwelijks. Bovendien: zoals in het boekenvak Het heeft bij ons beduidend langer dan elders geduurd eer drama zich ontwikkelde tot zelfstandige kunstvorm vooral lijvige romans tellen, zo worden lengtes van 50 minuten (One Night Stand) en 10 minuten (Kort!) beduidend minder interessant gevonden en zijn ze vooral bedoeld voor beginners. Vanuit het oogpunt van het stimuleren van jong talent valt daarvoor alles te zeggen. De schaduwzijde is dat het lijkt alsof de novelle en het gedicht voorbereiding op het echte werk zouden zijn, terwijl juist in van de 90-minutennorm afwijkende producties zoveel moois wordt gemaakt (ondanks maar dus ook dankzij die beginners). Ze zijn vaak artistiek interessanter en mooier dan wat de Nederlandse speelfilm biedt, op een enkele arthousefilm na - die dan buiten festivals, in gewone roulatie, meestal een schamel aantal bezoekers trekt. Daarbij vergeleken vindt zelfs een slecht bekeken One Night Stand of Kort! een massapubliek. Maar: zelden volgt een gedegen recensie, laat staan uitgebreide analyse. Sinds het overlijden van de tijdschriften Skrien en Toneel/Teatraal bestaat er, 609 daargelaten, geen publiek forum voor reflectie en debat over tv-drama, zoals film dat nog wel heeft. Nee, ik ben niet helemaal gek. De magie van de bioscoopzaal, het grote doek, de geluidskwaliteit (al staat het meestal te hard), de collectieve ervaring (althans bij een geconcentreerd publiek en dat is meer uitzondering dan regel), de canon van meesterwerken, ze zijn van onschatbare waarde. Doordat tv-drama zich van primitieve registratie tot filmisch vakman-, soms zelfs meesterschap heeft ontwikkeld kunnen persvoorstellingen van nieuwe tv-producties op groot scherm een belevenis zijn die thuis niet geëvenaard wordt, al vindt ook daar verschuiving naar beter en groter beeld plaats. Maar de werkelijkheid is dat er een complete industrie bestaat die zich richt op de tv-kijker en niet op de cultuur en media september 2012 Mediafonds

27 Naast vele andere films met steun van het Mediafonds gaan in Utrecht in première: In het kader van Kort! i.s.m. NTR: In het kader van One Night Stand i.s.m. NTR, VARA, VPRO: Amstel Arash Dag meneer de Vries Kansloos Man in pak No Vacancy Roken als een Turk Sevilla Show me Love Wil Jaap van Eyck Michaël Sewandono Mascha Halberstad Joris van den Berg Anna van der Heide Michiel van Jaarsveld Remy van Heugten Bram Schouw Peter Hoogendoorn Sander Burger Ballast Bowy is binnen Boy Cabo Stockholm Terug Uit Urfeld Mirjam de With Aniëlle Webster Tami Ravid Ivan Barbosa Eché Janga Jenneke Boeijink Michiel Rummens Maurice Trouwborst bioscoopganger, terwijl de artistieke, journalistieke en publieke aandacht daarvoor in geen verhouding staat tot de kwantiteit, laat staan de kwaliteit daarvan. Voor zover die aandacht er wel is geldt die vooral vermaarde buitenlandse series, vroeger van de BBC, tegenwoordig van pakweg HBO. Want inderdaad, aan de fictietop is televisie minstens zo interessant geworden als cinema. Maar Nederlands tv-drama blijft Assepoester, ook wanneer ze mooier is dan haar stiefzus. Televisie is alleen al rijker in formats. Van seizoenen lopende series met afleveringen variërend tussen 25 en 60 minuten, tot de eenmalige 10 minuten-fictie van Kort! en nog korter. Elk van die formaten stelt eigen dramaturgische eisen maar heeft ook eigen mogelijkheden. De Heilige Wet van Anderhalf Uur heeft minstens zozeer met penningen van doen als met artistieke noodzaak. Die beproefde lengte hebben uiteraard ook de Telefilms, voor tv en eventueel bioscoop bedoeld. Ze blijven hier buiten beschouwing omdat zeker de geslaagde dankzij bioscooproulatie juist wel dagbladrecensies krijgen. Ook series en reeksen blijven achterwege, als genre apart, ook al omdat die zelden filmfestivals halen. Maar dat de Nipkowjury 2012 er op haar groslijst drie had staan, waarvan Van God los een eervolle vermelding kreeg, is veelzeggend. Er blijven, dankzij de omroepen en de fondsen (Media-, Film- en CoBO-fonds) bestaande, drie langjarige projecten: Kind en Kleur (inmiddels Nu of Nooit! geheten), Kort! en One Night Stand. Overwegend jonge makers, beperkte budgetten en deels daaruit voortvloeiend wisselend niveau, maar wie op de televisie Potters small personal voice zoekt zou vooral daar moeten kijken. Er liggen juweeltjes en juwelen. En juist daar geldt te vaak: het is niet gezien; het is onopgemerkt gebleven door de pers, en in mindere mate door de kijkers. Daarom wat blafjes tegen de maan, voor elk Still uit One Night Stand: Entre nosotros van Paloma Aguilera Valdebenito (NTR, VARA, VPRO, IJswater Films) project één, en gruwelijk onrecht doend aan legio niet genoemde. Uit Kind en Kleur: de hilarische horror- en vreetfilm Het monsterlijk toilet van Simone van Dusseldorp en Sabrina Sugiarto, waar in één moeite door nieuw kind in de buurt en enge zwarte vrouw worden meegenomen. Uit Kort! (het zijn er inmiddels 122!): Sunset from a Rooftop van Marinus Groothof. Een deels op feiten berustend verhaal van jonge Servische intellectuelen die s avonds bijeenkomen om vanaf een dak naar de NAVO-bombardementen op Belgrado te kijken. In kort bestek en met weinig dialoog meer zeggend over die gruweloorlog en de condition humaine, dan bergen speelfilms. De meest recente, uit de zesde reeks One Night Stand: Entre nosotros van Paloma Aguilera Valdebonito: een afscheidsfeestje in een kleine Hollandse flatwoning voor een Chileen die bij zijn ooit gevluchte broer heeft gelogeerd. Muziek, eten, drank, lol - en pijn over de tragiek van de geschiedenis, de kloof tussen wie weg moest en wie bleef, en over liefde die teloor gaat. Dan nog te bedenken dat die films beschikbaar zijn en blijven via het Net. In tegenstelling tot speelfilms. Wat doet tv-drama op een filmfestival? Gemiddeld net zo mooi zijn en dansen als de film. Soms zo mooi dat het glazen muiltje haar beter past dan ijdele stiefzussen. Nu maar hopen dat ze erkenning krijgt als zelfstandige kunstvorm van niveau. Dat nog meer mensen naar haar kijken, onder wie de wat eenzijdige aanhangers van Komrij. Daarvoor is systematische aandacht van kwaliteitspers nodig. Wie weet gaan filmstudenten dan net iets ruimer dromen. Walter van der Kooi is televisierecensent van De Groene Amsterdammer. Mediafonds september cultuur en media 25

28 Robert Alberdingk Thijm Joseph Roth, de stad en vele anderen Column Ik ben in Berlijn en schrijf over Amsterdam. Een tweede seizoen A dam E.V.A. is in de maak, en iets verder van huis vind ik de rust en concentratie om me aan acht nieuwe delen, met elk nog een veelvoud aan verhalen, te wijden. En hier vind ik ook de inspiratie. Want hoezeer Amsterdam en Berlijn ook van elkaar verschillen, de stedelijke levens van hun bewoners en bezoekers vertonen veel overeenkomsten. Daarvoor hoef je alleen maar de Straßenfeger te lezen, de Berlijnse pendant van daklozenkrant Z. Het zomernummer bevat artikelen over guerrillatuinieren op publieke stukjes gemeentegroen, protest van buurtbewoners tegen de camera-auto van Googlestreetview, buurten die van karakter veranderen door het proces van gentrification, het belang van goede kinderopvang en een voormalige salesmanager die nu op straat leeft en gedichten schrijft. Het zijn verhalen over de grootschaligheid van een stad die botst met de menselijke maat van haar bewoners; over het zoeken naar verbondenheid binnen de stedelijke anonimiteit; het zijn verhalen over de verwachtingen en dromen van hen die naar de stad gelokt worden, en de realiteit waarin die ambities vaak sneuvelen. Dat deze verhalen van altijd en overal zijn, bewijst het boek Joseph Roth in Berlijn (uitgeverij Atlas - onder redactie van Michael Bienert, vertaald door Wilfred Oranje). De Oostenrijkse journalist en romancier Joseph Roth legde in de jaren 20 van de vorige eeuw voor verschillende Duitse kranten zijn observaties over Berlijn vast. Roth beschouwde zijn literaire werk voor de cultuurbijlage minstens zo belangrijk als politieke verslaggeving en nieuwsjournalistiek. Want, zo schreef hij, Ik teken het gezicht van de tijd. De snelheid van de maatschappelijke veranderingen in de stad laat hij zien aan de hand van individuen die deze veranderingen ondergaan. Hij schetst met humor en mededogen de instroom van Oost-Europese joden, op de vlucht voor pogroms in hun thuislanden. De reacties op hun komst naar de stad zijn vrijwel identiek aan de zorgen die de hedendaagse bepleiters van monoculturaliteit uiten over islamisering. Roth beschrijft hoe de nieuwkomers hun levens proberen voort te zetten in de troosteloze nieuwbouwwijk bij het Scheunenviertel (nu het hipste gebied voor funshoppen). En nog totaal onwetend van het verschrikkelijke lot dat hun binnen enkele jaren te wachten staat. Ook andere maatschappelijke veranderingen en technologische vernieuwingen beschrijft Roth met verbazing, zoals de komst van verkeerslichten om het gemotoriseerd verkeer in goede banen te leiden of de toenemende mondialisering die zich lokaal uit in imitaties van Parijse uitgaansgelegenheden waar de Berlijnse goegemeente zich très Français waant, en in de opkomst van Engelse pubs en Oostenrijkse restaurants. Hij signaleert nieuwe vormen van massavermaak, zoals het wassenbeeldenmuseum Panopticum en het Lunapark, waarin mensen zich kirrend en gillend over lopende banden, roterende vloeren en mechanische trappen moeten begeven en zo ook zelf bron van (leed) vermaak worden voor de toeschouwers (een beetje als reality televisie nu). In een prachtige beschouwing over de industrialisatie van de vermaaksindustrie schetst Roth de loopbaan van meisjes die beginnen als mager showdanseresje en met het klimmen der jaren en uitdijen van hun lichaam volgens een nauwgezet dienstreglement langzaam naar beneden glijden van de luxezaken in West-Berlijn, via het domein van de bordelen waar men gaat rekenen, naar een derde domein van de tippelkroegen waar armoede en zuinigheid heersen, en vandaar naar het allerlaatste domein: de straat waar alleen toevallig geld wordt uitgegeven. Bij Roth zijn incidenten geen opzichzelfstaande feiten en gebeurtenissen: hij laat patronen zien, legt verbanden en toont structuren. Dat is misschien wel de grootste waarde van zijn werk: hij laat zien hoe wij mensen ons verhouden tot een wereld die voortdurend in beweging is. Als in mei 1933 Nazi-studenten in Berlijn op de Bebelplatz voor de Staatsoper een vreugdevuur aanleggen van boeken geschreven door niet-arische schrijvers als Thomas Mann, Heinrich Heine en Karl Marx, publiceert Joseph Roth een later profetisch gebleken wanhoopskreet over deze barbaarse daad. Ook dit is geen incident. Voor Roth is het glashelder dat het nieuwe Derde Rijk een natuurlijk uitvloeisel is van het Pruisische Rijk, dat het intellect, boeken, het humanisme en Europa altijd al vijandig gezind is geweest (rijkspresident Hindenburg pochte zelfs dat hij in zijn leven nooit een boek had gelezen). Dat juist joodse schrijvers het moeten ontgelden, maakt Roth woedend. De onbetwistbare verdienste van joodse schrijvers voor de Duitse literatuur, schrijft Roth, is dat ze het urbanisme hebben ontdekt en literair verwerkt. De joden hebben het stedelijk landschap en het psychische landschap van de stadsbewoner ontdekt en beschreven. Ze hebben de diepe gelaagdheid van de stedelijke civilisatie ontsluierd. Ze hebben het koffiehuis en de fabriek ontdekt, de bar en het hotel, de bank en de lage burgerij van de hoofdstad, de trefpunten van de rijken en de achterbuurten, de zonde en de ondeugd, de stad bij dag en de stad bij nacht. ( ) Dit vermogen werd de joodse schrijvers echter door bekrompen nationalistische critici en historici als een misdaad verweten. In 1933 verlaat Roth Duitsland voorgoed, om afwisselend in Amsterdam en Parijs te wonen en werken in welke laatste stad hij in 1939 onder armoedige omstandigheden overlijdt. Robert Alberdingk Thijm is scenarioschrijver cultuur en media september 2012 Mediafonds

29 Waarom niet? (Why not?) NEDERLANDS FILM FESTIVAL Nederlands televisiedrama verdient ondertitels. Door Willem Capteyn Still uit de serie A dam E.V.A. van Norbert ter Hall (NTR, VARA, VPRO, Flinck Film) Om het Nederlandse televisiedrama en haar makers onderdeel uit te laten maken van het internationale discours over het genre en het metier moet het ook buiten de landsgrenzen te bekijken zijn. Hiervoor is ondertiteling onontbeerlijk. De noodzakelijke investering hierin is relatief klein. De opbrengst hoogstwaarschijnlijk geen financiële, maar van onschatbare waarde voor het vaderlandse drama. Er zijn enkele producties waar ik als coscenarist met trots op terugkijk: het zijn de drie grote dramaseries uit het gouden decennium van het Nederlands televisiedrama. Prestigieuze series, met een hoge production value die behoorlijke kijkcijfers haalden, maar bovenal een bovengemiddelde publiciteit genereerden. Ik noem De Zomer van 45 (1991), Zwarte Sneeuw (1996) en De Negen Dagen van de Gier (2001). Deze series zijn alle drie op DVD uitgebracht. Talloze keren hebben buitenlandse vrienden en collega s gevraagd of ze een van die series konden zien. En telkens moest ik vertellen dat dit mogelijk was, maar dat een Engelse ondertiteling ontbrak. Om aan te tonen dat mijn geval niet op zichzelf staat doe ik een losse greep uit op DVD uitgebracht en niet ondertiteld televisiedrama van de voorbije decennia: Waltz, Oud Geld, Bellicher: de macht van mijnheer Miller, Het Wassende Water, Lijn 32, Pleidooi, De Troon en De Kroon. Eye International brengt elk jaar de DVD Selection Dutch Shorts uit. Hierop is een selectie te vinden van de beste, opvallendste Nederlandse korte films van het afgelopen jaar. Een eenvoudige uitgave voor promotionele doeleinden en natuurlijk voorzien van Engelse ondertitels. Wat televisieseries betreft heeft de stichting Avex (die zich de promotie van Nederlands drama in het buitenland ten doel stelt) financieel bijgedragen aan de ondertiteling van de DVD s van de succesvolle serie A dam-e.v.a. en aan de dit najaar uit te zenden zevendelige serie De geheimen van Barslet. Dat is een begin maar beter zouden alle Nederlandstalige dramaproducties voor de televisie, die met een realiseringsbijdrage van het Mediafonds worden geproduceerd, voorzien worden van (optionele) Engelse ondertitels. Alleen zo krijgt het hedendaags Nederlands televisiedrama een volwaardige plek binnen de in toenemende mate internationaliserende televisiewereld. Er zijn drie partijen die een beslissende stem hebben bij de beslissing of een dramaproductie al dan niet wordt ondertiteld: de producerende omroep, de producent en de producent-distributeur van de DVD s. Kennelijk verwacht geen van die partijen return money op de te investeren kosten van een ondertiteling. En de eerlijkheid gebied te zeggen dat ze in die negatieve verwachting wel gelijk zullen hebben. Maar moet de verwachting van financieel profijt de enige voorwaarde zijn om te investeren? Want er is een vierde partij. Een partij die wel degelijk belang heeft bij die Engelse ondertitels. Een niet onbelangrijke partij ook, bestaande uit de makers van de werken in kwestie. De schrijvers en de regisseurs, maar ook de andere headsbinnen het creatieve proces van een filmproductie. Voor hen is het van groot belang om hun werk te kunnen laten zien aan collega-makers in het buitenland. Alleen zo kan er een uitwisseling van ideeën ontstaan die verder reikt dan het gesprek met landgenoten. Een internationaal discours over eigenheid, over stijl en stijlontwikkeling, over vorm en afwijkende vormprincipes. Door het gesprek met buitenlandse collega s aan te gaan, door hun mening te horen, door te pogen door hun ogen naar het eigen werk te kijken, kan de eigen horizon worden verbreed, het eigen technisch niveau worden verhoogd en mogelijk de inhoud van toekomstig werk worden verdiept. Dit geldt evenzeer voor geslaagd drama als voor de single play of serie die niet helemaal is geworden wat men er tevoren van had verwacht. Ook dan kan de confrontatie met buitenlandse vakgenoten van grote waarde zijn. Ondertiteling zet de deur open naar de toekomst. Mocht het betreffende werk commercieel op DVD worden uitgebracht, dan is de ondertiteling al vast maar geregeld. Als er geen commerciële uitbreng in het verschiet ligt dient de dvd met ondertiteling geen handelsdoeleinden, maar de vakmatige en artistieke uitwisseling. Hoe dit gefinancierd kan worden en welke partijen aan die financiering bij kunnen dragen ligt nog open en er zal het een en ander moeten worden geregeld. Maar wel alvast dit: het lijkt me niet juist om de kosten van het plan op de huidige productiebudgetten te laten drukken. Overigens zijn die kosten bij een televisieserie minder dan 0,4% van dat budget. Omroepen, fondsen, producenten, DVDdistributeurs en andere partijen, maar vooral makers van Nederlands televisiedrama zijn bij deze van harte uitgenodigd te reageren op dit plan. Willem Capteyn is scenarist en voorzitter van Stichting Avex. Mediafonds september cultuur en media 27

30 Naar een nieuw fonds Het Stimuleringsfonds voor de Pers en het Mediafonds zijn begonnen aan een proces dat moet leiden tot een fusie. In september werden de Beleidskaders daarvoor bekend; ook heeft de Raad voor Cultuur een advies uitgebracht (voor media en cultuur, te vinden op Aan het eind van het jaar moet het profiel van een nieuw fonds helder zijn. Wij vroegen negen betrokkenen naar hun mening: hoe zou zo n nieuw mediafonds er uit moeten zien? En waarom? Beeld: Milo Open en transparant Ook elders in Europa fuseren media- en cultuurfondsen. Door Marietje Schaake Diversiteit en onafhankelijkheid van media en journalistiek zijn belangrijk in een open samenleving. Hoewel deze waarden in de hele EU zwart op wit op papier staan worden media in elk land totaal verschillend georganiseerd en zijn er helaas nog veel problemen als het gaat om persvrijheid en media-onafhankelijkheid. Nederland stond in 2011 nummer vier op de persvrijheids-lijst van Reporters Without Borders; in de top tien komen vijf EU-lidstaten voor. Het gaat goed met de pers in Nederland en Europa, zo lijkt het. Maar helaas komen landen als Bulgarije en Griekenland, Italië en Roemenië pas voor in de lagere helft van de ranking. Lijstjes zeggen niet alles, maar alle lidstaten moeten aan een aantal minimumeisen voldoen en dat is duidelijk lang niet overal het geval. Op EU-niveau blijkt het moeilijk om problemen rond persvrijheid en mediaonafhankelijkheid stevig aan te pakken. Regeringen houden elkaar de hand boven het hoofd. Daardoor kon de EU onlangs in Hongarije, waar nieuwe wetten de regering een disproportionele rol geven bij het vormgeven van media-content, maar een deel van haar eisen afdwingen. In het Verenigd Koninkrijk werd een ontluisterend nauwe relatie tussen politici en de Murdoch-media duidelijk. De Europese Commissie heeft meer bevoegdheden nodig om EU-lidstaten aan de regels te houden, een waarschuwing voldoet niet. De EU is vaak de eerste om andere landen, zoals kandidaat lidstaten, te wijzen op het minimale niveau van mediavrijheid dat hoort bij EU toetreding. Dat is terecht, maar alleen geloofwaardig als we bij onszelf beginnen. Uitdagingen en problemen voor media ontstaan ook door bezuinigingen en de veranderingen als gevolg van de ontwikkeling van nieuwe technologie. Een krant lezen kan ook op internet, en door de toename van blogs en burgerjournalistiek zijn onderzoeksjournalistiek en ethiek misschien nog wel belangrijker geworden. Een stimuleringsfonds moet vandaag de dag voor alle soorten media worden opengesteld zodat het recht doet aan die convergentie. Ook is het belangrijk dat het verstrekken van fondsen op een volledig transparante manier gebeurt en de toekenning altijd kan worden betwist. De relatie tussen media en politiek zou eigenlijk niet moeten bestaan, zodat media zich volledig kunnen richten op de controle op de macht. Redacties moeten onafhankelijk van politiek nieuws brengen, ook op lokaal niveau. De politiek kan wel zorgen dat er voorwaarden voor onafhankelijke en diverse media bestaan. Echter, steeds vaker zijn ook de media onderwerp van discussie over beleid en bezuinigingen. Het afgelopen jaar werd ik als politicus regelmatig direct, maar ook achter de schermen - door journalisten bekritiseerd op de voorstellen van D66 om de publieke omroep te hervormen. In tijden van crisis wordt vanzelfsprekend gekeken hoe hervormingen en vernieuwingen tot meer efficiëntie kunnen leiden. Daarom is het samenvoegen van het Mediafonds en het Persfonds in principe een goed idee. Er kan dan meteen ook aan meer transparantie worden gewerkt, en vastgeroeste gewoontes kunnen plaats maken voor een systeem dat recht doet aan nieuwe mogelijkheden in de huidige samenleving. Het fuseren van verschillende fondsen om zo meer efficiëntie te behalen gebeurt ook in de rest van Europa. Momenteel wordt een voorstel behandeld om allerlei culturele en media-programma s samen te voegen tot een Creative Europe programma. Tegelijkertijd wordt het budget met maar liefst 37% verhoogd als het aan de Europese Commissie ligt. Dat is goed cultuur en media september 2012 Mediafonds

31 nieuws voor de culturele sector die erg onder druk staat, maar nog altijd wordt op Europees niveau relatief weinig aandacht besteed aan mediaprogramma s. Daar komt nu langzaam verandering in. Het huidige MEDIA programma richt zich vooral op het stimuleren van audiovisuele werken, niet op de ontwikkeling van journalistiek. Mijn collega in de Europese liberale fractie Morten Lokkegaard leidde het initiatief tot een Europees stimuleringsfonds voor onderzoeksjournalistiek. Ook bestaat er een trainingstraject voor journalisten om hen bekend te maken met de EU, zodat zij er beter over kunnen verslaan, en wordt gewerkt aan een Erasmus-programma voor journalisten. Hierdoor moet uitwisseling voor journalisten in Europa worden gestimuleerd. De verbetering of stimulering van diversiteit en onafhankelijkheid van de media door middel van fondsen vanuit de overheid kan niet bestaan zonder kernvoorwaarden. Transparantie, en het behandelen van staatssteun aan media als alle andere staatssteun zijn essentieel. En alleen als persvrijheid, meningsuiting, toegang tot informatie en de rechtsstaat gegarandeerd zijn kunnen media onafhankelijk en in vrijheid hun werk doen. Op EU-niveau worden minimale standaarden voor deze rechten en vrijheden vastgesteld, maar moet meer gedaan worden om overtreders aan te pakken en de minimale eisen af te dwingen. Marietje Schaake is sinds 2009 lid van het Europees Parlement voor D66. Waakhond van de democratie NAAR EEN NIEUW FONDS Produceert een goede innovatieve infrastructuur automatisch kwalitatief hoogwaardige inhoud? Door Janny Rodermond Stel dat je de opdracht zou krijgen om een fonds op te richten dat als belangrijkste taak heeft om de wereld en de samenleving een inzichtelijker te maken. Het doel is dat de inwoners van Nederland, bij de eerstvolgende verkiezingen gemotiveerd en met kennis van zaken het stemhokje binnenstappen. Ze zijn niet langer afhankelijk van stemwijzers en voorgeprogrammeerde debatten, want ze weten hoe politiek, economie en maatschappij functioneren en zijn in staat zich daarover een eigen mening te vormen. Zo n fonds ondersteunt - financieel en inhoudelijk - individuele makers, bedrijven en instellingen, die bij voorkeur meerdere media gebruiken om de gehele bevolking levenslang zo breed mogelijk te informeren. Een fonds dat de brug vormt tussen politiek en samenleving, dat inzicht geeft in de nieuwste wetenschappelijke onderzoeksresultaten en dat iedereen kennis laat maken met de grote verscheidenheid aan culturen in eigen en andermans land. Zo n eervolle opdracht valt te destilleren uit het advies van de Raad voor Cultuur over het samengaan van het Mediafonds en het Stimuleringsfonds voor de Pers. Op het eerste gezicht is het advies over de voorgenomen fusie nogal warrig. De titel, Cultuur en Media, wekt de verwachting dat het advies betrekking heeft op de wijze waarop de cultuurfondsen media benutten. Bij het doorlezen ligt het accent echter vooral op de persvrijheid en het belang van onafhankelijke, pluriforme journalistiek. In die zin maakt de tekst deel uit van de huidige herwaardering van het publieke domein. Nu gebleken is dat privatisering en marktwerking niet vanzelfsprekend goede en goedkope oplossingen voortbrengen voor de toegankelijkheid van wonen, zorg, onderwijs en werk, wint de publieke sector aan aantrekkingkracht. Het is een overheidstaak, aldus de Raad, om de functie van de pers te bewaken als waakhond van de democratie. Het nieuwe mediafonds moet in opdracht van de overheid toezien op pluriformiteit, kwaliteit en onafhankelijkheid van nieuws, opinie en achtergrond informatie. Streven is de wereld begrijpelijker en transparanter te maken voor de burger, de consument, de bedrijven en de wetenschap, aldus de Raad. Instrumentarium Opvallend is dat een gedegen analyse van de wisselwerking tussen dit cruciale fonds en andere sectoren van cultuur, economie en samenleving grotendeels ontbreekt. De Raad benadert mogelijke samenwerkingsverbanden instrumenteel; alsof een goed functionerende, innovatieve infrastructuur automatisch ook kwalitatief hoogwaardige inhoud produceert. Zo is ze voorstander van samenwerking met de School voor de Journalistiek, het Filmfonds en het Fonds voor de Creatieve Industrie. De Raad onthoudt zich van uitspraken over de inhoud van pers en media. Daardoor ontstaat de ruimte voor het nieuwe fonds om een instrumentarium te ontwikkelen, dat past bij de centrale doelstelling: het ondersteunen van projecten/producties, die de samenleving informeren over cultuur, politiek, economie, wetenschap en daarmee een bijdrage leveren aan een beter begrip van de wereld om ons heen. Wel moet het nieuwe fonds streven naar pluriformiteit, maar dat kan geen probleem zijn met zo n brede en rijke taakomschrijving. Dit vergt wel een herinterpretatie van het begrip pluriformiteit. In de afgelopen decennia is in de media, evenals in andere sectoren van de samenleving, het recht op toegang verward met het bevorderen van consumentisme. Het is echter geen uitgemaakte zaak dat de programma s met de hoogste kijkcijfers meer inzicht geven in het functioneren van de samenleving. Integendeel. Het nieuwe fonds staat hier voor een dilemma: vanwege het handhaven van de persvrijheid moet het fonds zich onthouden van inhoudelijke oordelen. Maar het is erg lastig om inzicht en begrip te bevorderen, aan de hand van criteria die zich voornamelijk richten op de vorm, op de mate van innovatie en experiment. Wisselende rollen Gezien de positionering van dit nieuwe fonds in het hart van de samenleving is het opmerkelijk dat de beschrijving en analyse van de veranderende context vooral gericht zijn op de pluriformiteit van de Mediafonds september cultuur en media 29

32 distributie, de technologische innovatie en de verzwakte economische basis voor een onafhankelijke pers. De Raad constateert dat het medialandschap transformeert in een ecosysteem, waarin de rollen van producenten en consumenten kunnen wisselen. Maar een analyse van de neiging om binnen een dergelijk ecosysteem de buitenwereld te verwaarlozen ontbreekt. Een van de kenmerken van het huidige media-aanbod is het hoge ons kent ons -gehalte. Dat staat in schril contrast met de noodzaak om juist een breed publiek te informeren over datgene wat ons vreemd is, over datgene wat we nog niet kennen. Met de herwaardering van het publieke domein, ontstaat ook een herwaardering van denkers, die hierover uitgebreid Hoezo crisis? NAAR EEN NIEUW FONDS De journalistiek verkeert in crisis. Hoog tijd voor een breder mediafonds. Door Bregtje van der Haak De versnelde ontwikkeling van technologische middelen verandert de manier waarop het journalistieke product wordt gemaakt, verspreid en gebruikt; de rol van de journalist in het vergaren en duiden van informatie verandert sterk. Tot nog toe was distributie de exclusieve taak van de uitgever, niet van de journalist, maar dat is lang niet altijd meer zo. Bovendien is de informatiestroom zodanig groot en complex dat een journalist niet meer altijd als eenling kan werken. Samenwerking met specialisten én met de burger is onontkoombaar. Crisis? De crisis in de journalistiek betreft vooral de winstgevendheid van de oude business models van print en omroep; ondertussen werken meer mensen als journalist dan ooit, onbetaald, bijvoorbeeld als fotograaf van lokale branden en ongelukken, maar ook betaald als freelancers, data-visualizers en bloggers voor websites, enzovoorts. Er zijn ook veel ontwerpers, kunstenaars en schrijvers die visuele en literaire verhalen over de veranderende wereld maken. Dat zijn allemaal vormen die ik ook onder een nieuw en breder begrip van journalistiek zou willen scharen. Deze nieuwe journalisten werken vaak op basis van heel andere financieringsmodellen overheidssteun, omroepbijdragen, abonnementen, advertenties, pay-per-view, crowd-sourcing, en alle mogelijke combinaties daarvan. Het hebben geschreven. In het uitstekende essay van Frank van Vree, Overheid, media en openbaarheid, dat opgenomen is in het jaarverslag 2011 van het Mediafonds, wordt Hannah Arendt geciteerd. De publieke sfeer is volgens haar de plaats waar mensen de anderen ontmoeten en door hun handelen een gemeenschappelijke wereld vol verschillen creëren. Aan dit lonkende perspectief kan het nieuwe fonds met alle middelen die haar ter beschikking staan bijdragen. Vanuit het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie kijk ik uit naar een verdere verdieping van de bestaande samenwerking met dit nieuwe fonds. Janny Rodermond is directeur van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. hoogste belang van journalistiek is niet winstgevendheid, maar juist de publieke functie: het produceren en presenteren van betrouwbare informatie en analyse, die onontbeerlijk zijn voor het functioneren van een democratische samenleving. Daaraan is momenteel bepaald geen gebrek. We zien eerder een toename. Ik zie die fusie als heel positief. In de praktijk van het mediagebruik zie je geen hard onderscheid meer tussen de verschillende media. Ze lopen steeds meer in elkaar over. Tekst, video, audio, metadata: het hoort er allemaal bij en de gebruiker verwacht gewoon dat het ook allemaal tegelijk aangeboden wordt en online beschikbaar blijft. Die totale integratie gaat nu razendsnel, dus het is goed als de fondsen, die over die media gaan, ook niet meer gescheiden zijn. Ik denk dat de fusie de inhoudelijke kant, de non-fictie kant van de fondsen zal versterken. Dat is geen slechte zaak; het zou misschien een risico kunnen vormen voor drama en jeugddrama, dat moet natuurlijk geborgd worden. Het lijkt me goed als hier twee dingen bij elkaar komen: enerzijds de artistieke kant van het Mediafonds, met zijn aandacht voor de auteursdocumentaire en nieuwe vormen en manieren van vertellen, bijvoorbeeld in e-cultuur, anderzijds de journalistiek, met de nadruk op inhoud en onderzoek. Er zou dan, bijvoorbeeld, meer aandacht voor verdieping en vernieuwing van de maatschappelijke documentaire kunnen komen, die past in een Nederlandse traditie. Er is zóveel aan de hand in de wereld, er zijn zoveel verhalen die verteld moeten worden; dit is het moment om een volgende stap te zetten. Het is heel goed dat het Mediafonds de artistieke vorm beheert en bewaakt, maar het wordt volgens mij écht interessant, ook voor de samenleving, als je die vormvernieuwing kunt koppelen aan verhalen die ontsproten zijn aan een journalistieke interesse, een journalistieke geest en degelijk onderzoek. Een gefuseerd fonds kan beter toegerust zijn op die verschillende soorten verhalen en verschillende manieren van vertellen. Ik stel me voor dat het fonds breder en verdiepender kan zijn. Het zou kunnen vertrekken vanuit de vraag: Is dit verhaal de moeite waard om verteld te worden? Is het iets waar we meer van willen weten? En vervolgens: Hoe? Is de vorm interessant en vernieuwend, of bijzonder tijdrovend? En wie wil ons dit verhaal vertellen? En waarom? Het zou goed zijn om die journalistieke manier van kijken naar wat er verandert in de wereld te combineren met extra aandacht voor andere manieren van vertellen. Die aandacht heeft het Mediafonds nu ook al, bijvoorbeeld inzake e-cultuur. Investeren in tijd Als het gaat om het verwerven van toegang tot informatie en de inzet van de middelen en de tijd die je daarvoor nodig hebt, dan zou het goed zijn als het Fonds met name daaraan zou bijdragen. Je moet soms investeren in het leren: leren zoeken in nieuwe archieven, leren uitvinden hoe nieuwe technologie werkt, uitproberen hoe je een verhaal op een andere manier vertelt. Juist omdat de journalistiek als bedrijfstak zo onder druk staat is het bijna niet meer mogelijk voor een gewone journalist te weten hoe hij of zij zich verhoudt tot de nieuwe technologische middelen en ontwikkelingen. Hou t maar s bij... Het zou dus goed zijn als een fonds de gelegenheid geeft om tijd te investeren en ruimte te scheppen. Het bedrijfsleven is niet de vijand, integendeel. Heel veel innovatie komt uit het bedrijfsleven, omdat daar de push veel groter is. Ik was bij het Mediapark jaarcongres; ik denk dat 80% van de aanwezigen werkt bij commerciële bedrijven als Endemol en zich bezighoudt met de implementatie van nieuwe technologie ten dienste van de adverteerder hoe houden wij de kijkers van GTST ook in de zomermaanden vast? Ik denk dan: er zijn nog zoveel andere functies, waarvoor je die nieuwe technologie kunt gebruiken, dingen die cultuur en media september 2012 Mediafonds

33 misschien niet meteen winstgevend zijn, maar waar wel grote, maatschappelijke behoefte aan is. Denk aan online (video) bibliotheken en het onderwijs bijvoorbeeld: dat heeft grote behoefte aan op maat gesneden video-content. Afleveringen van Tegenlicht of Andere Tijden, maar dan in 15 minuten. Die programma s zijn gemaakt met belastinggeld, dus waarom zouden we het maatschappelijk gebruik daarvan niet veel beter faciliteren? Iedere dag verschijnen er nieuwe applicaties waarmee je ouderwetse taken beter en sneller kunt doen zoals vertalen, verspreiden, het toegankelijk maken van archieven en het delen van bestanden online. Er zijn ook allerlei nieuwe mogelijkheden om mensen bij de politiek en bij de oplossing van maatschappelijke problemen te betrekken. Onafhankelijkheid De belangrijkste manier om de onafhankelijkheid van de journalistiek te bewaren is journalisten de tijd geven iets te onderzoeken, bronnen aan te boren, etc. Daar zou het fonds een grote rol in kunnen spelen. Je ziet het ook in de Verenigde Staten, waar een publiek fonds als ResPublica geld fourneert om journalistiek onderzoek te laten doen. Je kunt eigenlijk alleen onafhankelijk zijn als je tijd hebt om je werk goed te doen en daarvoor moet je vaak een beroep doen op extra geld. Fondsen zijn in die zin belangrijker dan ooit. Op dat vlak is er namelijk wél sprake van een crisis in de journalistiek. Ik zie een Fonds voor Hoogwaardige Media en Journalistiek dan ook als een essentiële publieke dienst, die betaald en geborgd moet worden door de overheid, als een belangrijk aspect van het democratische proces. Dat is niet raar, nee, waarom? De overheid staat toch ook garant voor het onderwijs? Bregtje van der Haak is documentairemaker en journalist. De visie die aan bod komt in dit interview is uitgebreider en met veel voorbeelden beschreven in The Future of Journalism: Networked Journalism (Bregtje van der Haak, Manuel Castells en Michael Parks), dat dit najaar verschijnt in het International Journal of Communication. * Opgetekend door Koen Kleijn Goed media beleid maakt subsidies overbodig NAAR EEN NIEUW FONDS Het huidige mediabeleid van de overheid is achterhaald. Een nieuw fonds kan een bescheiden eerste stap zijn naar toekomstbestendig mediabeleid. Door Tom Nauta en Herman Wolswinkel Begin dit jaar trad RTL Nieuws toe tot NDP Nieuwsmedia, de brancheorganisatie voor nieuwsbedrijven. De brancheorganisatie maakte een jaar eerder de strategische keuze om niet slechts de belangen te behartigen van dagbladuitgevers, maar van alle privaat gefinancierde nieuwsmedia. De activiteiten in de branche overschreden namelijk al langer de grenzen van het mediumtype dagblad. Op nieuwe platforms zijn de leden van NDP Nieuwsmedia de competitie aangegaan met nieuwe spelers. Kortom, de veel genoemde convergentie voltrekt zich in rap tempo. Op deze ontwikkelingen in het medialandschap heeft de overheid onvoldoende ingespeeld. De Tweede Kamer debatteerde onlangs nog over het persbeleid met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die naast persbeleid ook omroepbeleid in haar portefeuille heeft. De aansluiting van RTL Nieuws bij NDP Nieuwsmedia illustreert het failliet van dit gescheiden omroep- en persbeleid van de overheid. Integraal en doeltreffend mediabeleid is noodzakelijk en kan subsidies zelfs overbodig maken. Subsidies bij gebrek aan goed overheidsbeleid Alle goede bedoelingen achter het subsidiebeleid ten spijt, moet worden benadrukt dat de zorgplicht die de overheid voelt voor de journalistiek zich op andere terreinen zou moeten manifesteren dan via subsidies verstrekt door een mediafonds. De overheid kan beter de fundamentele belemmeringen voor het functioneren van de nieuwsmarkt wegnemen, in plaats van publieke middelen aan te wenden. Voorbeelden van belemmeringen zijn de regelzucht die de distributie van dagbladen bijna onmogelijk maakt, een auteursrecht dat niet is toegesneden op de digitale werkelijkheid en het onevenwichtige beleid voor de publieke media dat geen rekening houdt met de toekomst van private nieuwsmedia. Digitale nieuwsproducten en daarmee de toekomst van de nieuwsvoorziening zouden bijvoorbeeld meer gebaat zijn met gerichte maatregelen op het gebied van de BTW. Een nieuw fusiefonds Het bestaan van het Stimuleringsfonds voor de Pers en het Mediafonds is een gegeven, de voorgenomen fusie blijkbaar ook. Hoewel wij vraagtekens hebben geplaatst bij de noodzaak van een samenvoeging van twee fondsen die twee verschillende functies bedienen, is de fusie tegelijkertijd een kans om een trendbreuk te forceren op weg naar het gewenste integrale mediabeleid. Het is dan wel van belang dat aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Wat zouden Mediafonds september cultuur en media 31

34 de contouren van een effectief mediafonds kunnen zijn? Functiegericht, dus platformneutraal Omdat de grenzen tussen mediumtypen sterk zijn vervaagd, is alleen functiegericht overheidsbeleid toekomstbestendig. Al in 2005 deed de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid met het advies Focus op functies een oproep om functiegericht mediabeleid te ontwikkelen. In onze zienswijze gaat het fusiefonds daarom een aantal functies steunen, waaronder in ieder geval nieuws en opinie, naast bijvoorbeeld kunst en cultuur. Met een keuze voor functies wordt definitief afscheid genomen van mediumgebonden beleid. Nieuwscontent vindt inmiddels zijn weg naar de burger via onder meer web, print, televisie, radio, tablet en mobiel. Voor het fusiefonds mag het platform er daarom niet meer toe doen. We onderstrepen dat het van belang is dat de functies overeind blijven, en niet noodzakelijkerwijs de titels, programma s, organisaties of zenders zelf. Voorkomen van overheidsinmenging Journalistiek staat op gespannen voet met subsidiëring. De beste garantie voor onafhankelijke journalistiek is immers onafhankelijkheid van de overheid. Vanwege het risico van overheidsinmenging bepleiten wij een sterk accent op het incidenteel subsidiëren van journalistieke en bedrijfsmatige infrastructuur, en niet op financiering van journalistieke inhoud. Niet voor niets is dat de focus van het Stimuleringsfonds voor de Pers. Door de samenvoeging met het Mediafonds dreigt echter het risico dat subsidies worden toegekend voor journalistieke producties. Dit verschil is duidelijk zichtbaar voor wie de lijsten van gesubsidieerde projecten bekijkt. Het Stimuleringsfonds voor de Pers subsidieert journalistieke infrastructuur, het Mediafonds juist producties. Omdat vitaliteit van de functie het hoofddoel is, pleiten wij voor de focus die het Stimuleringfonds voor de Pers hanteert. Die focus is gericht op de middellange en lange termijn, terwijl subsidiëring van producties slechts op korte termijn effect heeft. De keuze voor subsidiëring van journalistieke infrastructuur is dus niet alleen principieel van aard, maar bevordert bovendien een effectieve besteding van publieke middelen. Fonds voor private initiatieven In het Nederlandse publieke bestel worden onder meer drie televisiezenders, twaalf digitale televisiekanalen, talloze (digitale) radiokanalen, zo n duizend websites en een groot aantal apps tot de publieke taakopdracht gerekend. Daarvoor zijn publieke mediaorganisaties in het leven geroepen, die rechtstreeks van publieke middelen worden voorzien. Het druist tegen elke logica in om via een fonds aanvullende publieke financiering te verstrekken voor activiteiten die reeds binnen die publieke taakopdracht vallen. De middelen van het samengevoegde fonds dienen daarom te worden aangewend voor private initiatieven die belangrijke publieke mediafuncties dienen. Want de samenleving is gediend met private partijen die cruciale publieke functies vervullen. Kennis van de markt Een doelmatige besteding van publieke middelen vraagt om kennis van zaken. Dat moet letterlijk het geval zijn: bestuurders en beslissers van het fusiefonds zijn deskundigen die kunnen beoordelen of subsidies bijdragen aan een verbeterde nieuwsexploitatie. Alleen dan zijn subsidies daadwerkelijk impulsen voor de journalistieke functie. Bovendien geldt dat de samenstelling van het bestuur van het fusiefonds een afspiegeling dient te zijn van de verschillende functies die het fonds bedient. De bestuurlijke representativiteit van het fusiefonds zal straks een goede indicator zijn voor de waarde die aan de journalistieke functie wordt gehecht. Integraal beleid Voor nieuwscontent bestaat een levendige markt. De overheidstaak is in de eerste plaats om belemmeringen weg te nemen die een gezonde nieuwsmarkt hinderen. Pas als het beleid daarop is gericht, komt de overheid toe aan het ingrijpen in journalistieke organisaties door middel van subsidies. De doelen van het nieuwe fusiefonds kunnen daarom niet op zichzelf staan, maar dienen onderdeel te zijn van een integraal mediabeleid van de minister. Wat ons betreft is het fusiefonds de start van zo n op een moderne leest geschoeid mediabeleid. Tom Nauta en Herman Wolswinkel zijn respectievelijk directeur en beleidsadviseur public affairs bij NDP Nieuwsmedia, de brancheorganisatie voor nieuwsbedrijven. Voorwaarts, met het publiek! NAAR EEN NIEUW FONDS Over de toekomst van de regionale publieke omroep. Door Eric Wehrmeijer In ons land bestaan sinds jaar en dag dertien regionale publieke omroepen, één per provincie, met uitzondering van Zuid-Holland, dat het dichtstbevolkt is en er twee mag hebben. Deze indeling is gebaseerd op historische groei en heeft weinig van doen met de sociale- of economische werkelijkheid, laat staan met oriëntatiepatronen van Nederlandse inwoners met weer als goede uitzondering de provincie Zuid-Holland. Deze omroepen worden gefinancierd op grond van de Mediawet 2008, waarbij het Rijk jaarlijks de afgesproken middelen stort in het provinciefonds en daarbij een overeengekomen percentage indexeert. Op deze manier is het de bedoeling dat een kwalitatief en kwantitatief niveau wordt gehandhaafd en de omroepen hun mediawettelijke taak (ze hebben allemaal ook de formele status van calamiteitenzender, bijvoorbeeld) kunnen realiseren. Diefstal Dit ogenschijnlijk heldere model wordt momenteel overigens door tien provincies met voeten getreden door - al dan niet voorgenomen - bezuinigingen. Deze provincies proberen geld dat zij van het Rijk voor de omroepen ontvangen, tegen de letter en de geest van de Mediawet in, om te buigen naar andere doelen. In de grote stad heet zoiets diefstal; in de hedendaagse regionale politiek efficiencykorting. De rechter mag uitmaken welke term de juiste is. Of de rechter dit nu wel of niet toestaat, één en ander zal schadelijke gevolgen cultuur en media september 2012 Mediafonds

35 hebben voor de moeizaam verworven positie van de regionale omroep. Want ook al krijgen die omroepen uiteindelijk gelijk, in de periode tot aan de uitspraak dienen zij bedrijfseconomische maatregelen te nemen voor het geval ze het gelijk niet aan hun kant krijgen. Zulke maatregelen zijn terug te zien in programmering, daarmee in bereikcijfers en in reclame-inkomsten en daarmee in broodnodige investeringsmogelijkheden. Een klassieke neerwaartse spiraal. Ontwikkeling En dat in een periode waarin er in het medialandschap en in het mediagebruik van consumenten veel verandert. De traditionele positie van de journalist in zijn ivoren toren, die wel wist wat goed was voor de nieuwsconsument, ligt achter ons. Tegenwoordig maken we verhalen niet alleen voor, maar ook met mensen. Journalisten zonder een groeiend netwerk in de veranderende samenleving zullen in de toekomst kansloos worden in hun vakgebied, verwacht ik. De distributiekanalen waarlangs die inhoud bij nieuwsconsumenten wordt bezorgd, zijn ook volop in beweging. Traditionele mediumtypen moeten hun in de vorige eeuw bedachte deadlines steeds meer loslaten en dienen zich te mengen met nieuwe media, waardoor nieuwsproducenten in feite worden gedwongen om hun productiewijze daarop aan te passen, daarbij de interactie niet schuwend. Dat alles betekent méér doen met hetzelfde - of zelfs: kleinere budget, en steeds méér tegemoetkomen aan de behoefte van de mensen waar we het allemaal voor doen. Niet de media zullen uiteindelijk bepalen wie ergens behoefte aan heeft, en wanneer, maar de consument, die steeds meer de regie over zijn eigen kijk- en luistergedrag opeist. Publieke media ontlenen daar hun legitimatie aan. Zij kunnen bestaan door de politieke keuze dat het democratische proces bewaakt dient te worden door kwalitatief geschikte en onafhankelijke journalisten, zonder winstoogmerk, volledig ten dienste van het publiek. Dat publiek is hier dus doel; bij commerciële media mét winstoogmerk is het in feite een middel. Ziedaar het principiële verschil tussen beide actoren. Samenwerking Dat laatste is snel gezegd. Er dienen zich ondertussen steeds meer voorstanders van verdere samenwerking tussen publieke en private media aan, bijvoorbeeld tussen regionale dagbladen en dito omroepen. Uit bedrijfsmatig oogpunt is deze suggestie begrijpelijk; de journalistieke populatie kalft immers al jaren af en dat vormt een bedreiging voor de continuïteit van deze mediumtypen. Toch twijfel ik steeds meer aan de haalbaarheid van dergelijke samenwerking, zolang de business-modellen van publiek en privaat zo wezenlijk blijven verschillen. De huidige Mediawet verzet zich bovendien nog tegen dergelijke samenwerking, hoewel tijdelijke proeftuinen worden gedoogd. Daarnaast hebben de verschillende aanbieders van regionale printmedia er verschillende ideeën over, waardoor er regio s zijn (bijvoorbeeld de onze, Rijnmond) waar het regionale dagblad niet geïnteresseerd is in een dergelijke samenwerking. Bouw dan maar eens een landelijk dekkend systeem van zgn. mediacentra, waarin printmedia en regionale omroepen schouder aan schouder het onmogelijke mogelijk maken. De zoektocht naar relevante strategische partners is dus nog niet ten einde. Een andere politiek gewenste vorm van samenwerking is die tussen landelijke- en regionale publieke omroep. Recent is veel tijd geïnvesteerd in gesprekken om de mogelijkheden daartoe te onderzoeken. Al gauw blijkt dan dat het gaat over macht. Hoewel het verleidelijk is om nog eens te onderzoeken of financiering van de regionale omroep bij de landelijke overheid wellicht in betere handen is - sprak de verklaarde tegenstander van de Overhevelingwet 2006 op persoonlijke titel - wordt dat streven al snel gekoppeld aan het inlijven van de regio bij de landelijke publieke omroep. Het succes van de regionale omroepen is juist te danken aan de huidige organisatievorm, die snel handelen dichtbij de eigen doelgroep mogelijk maakt, in plaats van de tijdrovende procedures die Hilversum nog steeds kenmerken. Overigens zijn er gelukkig ook goede effecten van deze toenadering vast te stellen, zie bijvoorbeeld Uitzending gemist met een regionale button. Ik blijf daarom voorstander van verdere samenwerking tussen de drie publieke lagen in ons omroepmodel - landelijk, regionaal en waar mogelijk lokaal - onder het motto: Eén publieke microfoon per nieuwsitem in de eerste lijn van nieuwsgaring. Dat veronderstelt: gezamenlijke investering in journalistieke kwaliteit, gekoppeld aan nieuwe productiewijzen, in goede afstemming met het hoger beroepsonderwijs. En, niet als laatste, in een jaar of vijf durven toegroeien naar één gezamenlijk technisch platform, al is het alleen maar regionaal. Die schaalgrootte levert dan voordeel op bij Europese aanbestedingen. Een laatste vorm van samenwerking is die met het Mediafonds. Waar het gaat om het in Nederland zo langzamerhand bedreigde genre documentaire speelt het een belangrijke rol. Met steun van het fonds zijn inmiddels vele regionaal relevante producties mogelijk gemaakt, die zich steevast in mooie kijkcijfers mogen verheugen. Het ligt in de toekomst besloten of dat zo kan blijven. Nieuwe denkbeelden zijn hier in opkomst, bijvoorbeeld over fusie met het Stimuleringsfonds voor de Pers. Wat er ook uit moge komen, belangrijk is dat nieuwe vormen of productiewijzen van journalistiek de kans krijgen zich verder te ontwikkelen en dat er meer ruimte komt voor experimenten ter stimulering van (crossmediale) journalistiek, zonder bestaande waardevolle genres te veronachtzamen. Toekomst De publieke omroep heeft niet het monopolie op goede journalistiek; het is een gegeven dat de gemeenschap over meer kennis beschikt dan de slinkende journalistieke beroepsgroep. De journalistiek zal daarom wegen moeten vinden om meer van die gemeenschappelijke kennis gebruik te maken, zonder zijn onafhankelijkheid te verliezen. Hij zal zich moeten onderscheiden in het mediabombardement: actueel en vooral dichtbij de mensen. De journalistiek moet hun aandacht verdienen. De functie van regionale omroepen zal zich onder het voorbehoud van adequate en consistente financiering en behoud van de calamiteitenfunctie verder ontwikkelen van zender naar informatie- en communicatieplatform. De overdracht van regionale cultuur en de registratie van regionale Mediafonds september cultuur en media 33

36 live-evenementen zullen steeds belangrijker worden. Strategische partnerships zullen de worteling in het eigen uitzendgebied moeten versterken en beleidsmakers zullen er vrede mee moeten hebben dat traditionele bereikcijfers op radio en televisie zullen dalen tegenover een sterk stijgend bereik via andere distributieplatforms, waarbij mobiele telefoons en tablets voorop zullen lopen. Televisie via internet gaat belangrijk worden en daarmee ook het verwerven van een positie in het aanbod van distributeurs. Ook ingewikkelde rechtenkwesties spelen daarbij een rol. Regionale publieke omroepen hebben een rol te vervullen ter voorkoming van een nieuwe tweedeling in de maatschappij: zij die wel en zij die geen toegang hebben tot interactieve platforms. Maar bovenal moeten zij bespreekbaar blijven maken wat bespreekbaar moet worden gemaakt, vanuit een sterke merkpositie die het vertrouwen geniet van het publiek. Eric Wehrmeijer is directeur van RTV Rijnmond. Niet techniek, maar journalistiek NAAR EEN NIEUW FONDS Mediabeleid vraagt om een bredere scope dan het overeind houden van de publieke omroep. Door Thomas Bruning Mediabeleid was in Den Haag decennialang synoniem met Publieke Omroepbeleid. In de belevingswereld van het gemiddelde kamerlid, maar ook van het departement van OCW, zijn er twee werelden: een publieke omroep, met een belangrijke taak op cultureel, informatief en maatschappelijk terrein, en een commerciële pers, waar Den Haag zich vooral niet mee zou moeten bemoeien. Daar moeten ze het maar doen met een laag btw-tarief voor printproducten en een bescheiden twee miljoen per jaar aan stimuleringsgelden. Als een dergelijke tweedeling in mediabeleid al ooit te rechtvaardigen was, dan nu toch niet meer. Tot de eeuwwisseling kon de pers zichzelf goed bedruipen en tegelijkertijd een waardevolle publieke functie vervullen; door een gestaag verlies aan advertentie-inkomsten en betalende abonnees gaat de publieke meerwaarde van commerciële nieuwsmedia op steeds meer plekken verloren. Om de rendementen toch overeind te houden, wordt er fors gesneden aan de kostenkant, en die kostenfactoren, dat zijn de redacties, die voor eigen nieuws zorgen. Met kleinere redacties komt de krant ook wel vol, alleen wordt het nieuws daarmee veel meer gestuurd door agenda s van anderen dan de onafhankelijk werkende en onderzoekende journalist. Kant en klare persberichten bereiken vaker de krant, gedegen eigen onderzoek blijft achterwege. Scope De komst van digitale media heeft voor een belangrijk deel gezorgd voor deze teloorgang van traditionele nieuwsmedia. Advertentiebudgetten zijn naar de digitale markt verhuisd en nieuws is in de perceptie van de gebruikers gratis geworden. De digitale media hebben echter nog niet voor een volwaardig publiek journalistiek substituut kunnen zorgen. Het befaamde business model hiervoor ontbreekt nog altijd. Daarom vraagt mediabeleid inmiddels wel degelijk om een bredere scope dan het overeind houden van de publieke omroep. Daarbij moet goed worden bezien welke publieke maatregelen het gewenste effect sorteren. Het ondersteunen van de publieke journalistieke functie zou dichter bij de daadwerkelijke maker daarvan moeten komen te liggen. Een publieke bijdrage aan het rendement van (buitenlandse) mediabedrijven zonder dat dit noemenswaardig een publieke functie borgt, kan niet de bedoeling zijn. Opstootje Met dit vertrekpunt probeerde ik op 23 mei jl. de Tweede Kamerleden in Den Haag wakker te schudden. De NVJ maakt ze graag bewust van het feit dat er wel degelijk een actief, goed overwogen breed mediabeleid gewenst is om de publieke functie van de journalistiek overeind te houden. Ik zei toen, onder meer: Het riegelt in Den Haag van de journalisten. Voor elke fractiedeur staan bij een opstootje tien camera s en twintig journalisten. De Elfstedentocht, die nooit kwam is zeker door 50 verschillende nieuwsmedia van alle kanten belicht, dus over welk probleem hebben we het hier? Er is toch een enorm aanbod aan websites, gratis (huis-aan-huis) kranten, tv-kanalen? En er wordt ook nog eens geld mee verdiend, dus waarom hier publieke middelen aan besteden? Een eenvoudig antwoord: omdat de controlerende, onderzoekende functie van de journalistiek met name regionaal en lokaal ernstig onder druk staat en de regionale omroep hier niet in voorziet. Na een fusiegolf in de jaren negentig staan de meeste regionale en lokale titels nog wel overeind, maar de huls wordt steeds leger. Het belangrijkste regionale krantenbedrijf Wegener heeft in tien jaar tijd haar redacties gehalveerd, van 2000 naar 1000 journalisten en gaat hier de komende periode gestaag mee door. Er bestaat nog steeds een regionale krant, maar met minder eigen nieuws, minder aanwezigheid in de lokale politiek en regio, kortom: de controlerende en signalerende kracht gaat verloren, terwijl deze functie niet wordt overgenomen door digitale substituten. Er zijn wel lokale initiatieven, maar die kunnen nog nergens een professionele redactie bekostigen en blijven dus hangen in het rondpompen van dezelfde informatie. Het meest pijnlijk is het probleem in nieuwe steden, zoals Almere, waar bij de gemeente een korps van 60 communicatiemedewerkers werkt, maar geen krant en redactie meer te vinden is, die zich richt op de stad. Lokale misstanden blijven gewoon bestaan, omdat de gemeente via haar eigen communicatiekanalen en persberichten mooi weer kan spelen. Het probleem is niet het verdwijnen van titels of papier, maar het verdwijnen van publieke functies. Daar zou de overheid haar beleid op moeten richten. De overheid moet actiever nadenken over de manier waarop zij deze belangrijke publieke functie, met name lokaal en regionaal, kan stimuleren en overeind houden. Oplossingen? 1. Meer fondsvorming voor journalistieke projecten Meer gerichte steun voor het overeind houden of initiëren van onderzoeksjournalistieke projecten op lokaal en regionaal niveau, waarvoor individuele journalisten, cultuur en media september 2012 Mediafonds

37 lokale kleine websites, nieuwsbladen en regionale dagbladen in aanmerking zouden moeten kunnen komen. Een nieuw platformonafhankelijk journalistiek fonds zou een ruim budget moeten krijgen voor journalistiek onderzoek en datajournalistieke projecten, arbeidsintensieve functies met een democratische meerwaarde. Bij innovatie zou niet zozeer moeten worden gekeken naar technologische innovatie - daarvoor kan het bedrijfsleven terecht bij Economische Zaken - maar vooral naar sociale, inhoudelijke innovatie; het stimuleren van nieuwe vormen van journalistiek werken en de daarbij behorende opleidings- en bijscholingstrajecten. 2. Communicatiebudgetten overheid naar advertenties in onafhankelijke media De communicatiebudgetten van de overheid gaan nu grotendeels op aan eigen communicatiemedewerkers en eigen communicatiekanalen, terwijl de overheid de burger serieuzer zou nemen als zij die taak voor een belangrijk deel door onafhankelijke partijen zou laten vervullen. De overheid is er zeker mede debet aan dat de verhouding journalist vs. voorlichting zo uit het lood is geschoten. Op elke journalist zijn tussen de 5 en 10 communicatiemedewerkers werkzaam, zo hebben UVA-onderzoekers vorig jaar vastgesteld. Defensie heeft enorme budgetten voor eigen videokanalen, fotografen, tekstschrijvers, die direct publiceerbaar materiaal aan de pers verstrekken. Vroeger noemden we dat propaganda. 3. BTW-verlaging ook digitaal Drempels om journalistiek werk te verrichten moeten laag worden gehouden; ook daar gaat een stimulans vanuit. Een laag btw-tarief, juist ook digitaal, is dus waardevol, want maakt informatie goedkoper beschikbaar. Daar mag best een voorwaarde van redactionele onafhankelijkheid aan gekoppeld worden. 4. Onderzoek naar machtsverhoudingen Tenslotte zou de overheid de kansen om te kunnen verdienen met inhoud moeten vergroten, door kritisch de geldstromen en machtsverhoudingen in de digitale markt tegen het licht te houden. In de huidige transitieperiode is het namelijk bijna niet lonend om inhoud te verschaffen, terwijl het distribueren en verpakken van die inhoud (telcoms, Apple, providers) zeer lucratief is. Een gedegen onderzoek op dit terrein naar machtsverhoudingen zou op zijn plaats zijn, zodat de overheid zonodig hierop meer kan sturen. Thomas Bruning is Algemeen Secretaris van de NVJ. Whatever Works NAAR EEN NIEUW FONDS Bij het Mediafonds vissen honderden aanvragers in één vingerhoed. Door Frank Ketelaar Als scenarioschrijver van televisiedramaseries zit ik vaak aan tafels met producenten en/of zendgemachtigden. Ideeën en plannen passeren de revue en onvermijdelijk valt vroeger of later in zo n gesprek de term Mediafonds. Vervolgens is het even stil. Iemand slaakt een zucht. Moeilijke blikken worden gewisseld. Ja, het project is om allerlei redenen feitelijk onhaalbaar zonder substantiële financiële bijdrage. Maar een aanvraag doen bij het Mediafonds? Men begint op te sommen. Om te beginnen zijn we dan zo één à anderhalf jaar verder, met alle afwijzingen, correspondentie, overleggen, nieuwe behandelingen etc. We krijgen te maken met commissies bestaande uit mensen die we om duistere redenen - niet mogen kennen en wier adviezen we dus moeilijk op waarde kunnen schatten. Voor zover artistieke criteria überhaupt inzichtelijk kunnen zijn die van het Mediafonds zijn het meest onnavolgbaar van allemaal. De schier eindeloze lijst met adviseurs telt vele deskundigen, maar, met alle respect, ook een hoop vergane glorie en artistieke inzichten uit andere tijden en werelden. Toe- of afwijzingen gaan vaak vergezeld van onnavolgbaar proza vol met commissie-evergreens als karakters meer uitdiepen en thematiek onvoldoende uitgewerkt, waar de meeste schrijvers hun woon -, werk - én slaapkamers al drie keer mee hebben behangen. Last but not least heeft het Mediafonds (vroeger Stifo) een Olympische recordlijst met missers en onnavolgbare beoordelingen op zijn naam staan, met zo ongeveer de grootste Nederlandse dramaklassieker Oud Geld als legendarisch voorbeeld. Men vond de personages vlak en kon er überhaupt weinig drama in ontdekken. Onlangs nog bekende Hans Beerekamp in dit blad dat hij vorig jaar de niet door het Mediafonds ondersteunde televisieseries eigenlijk beter vond. Is het allemaal werkelijk zo erg? Vermoedelijk niet. Uiteindelijk heeft ook Oud Geld een stevige bijdrage ontvangen. Het Mediafonds krijgt honderden aanvragen per jaar voor ondersteuning. Waar zoveel mensen in een vingerhoedje vissen zijn veel teleurgestelden. En teleurgestelden zijn boos en rancuneus en zo komen de praatjes in de wereld. Niettemin zou het Mediafonds er wel degelijk rekening mee moeten houden hoe log, bureaucratisch en weinig motiverend het wordt ervaren in het veld. En ook hoe groot de ontmoedigende impact van die stroperige, zo juridisch-ingedekt mogelijke brieven op schrijvers kan zijn. Wat toch nooit de bedoeling kan zijn van een instantie die tot taak heeft de cultuur te bevorderen. Maar zou er nu het fonds toch helemaal op de schop gaat - een werkwijze denkbaar zijn die voor alle partijen minder frustrerend, inspirerender en productiever is? Die makers het gevoel geeft dat ze een serieuze peer review krijgen, en in plaats van vertragend juist stimulerend en enthousiasmerend werkt? En de voorwaarden schept waarbinnen het naar mijn idee veelvuldig aanwezig talent in dit land tot grote wasdom komt? Er zijn denk ik weinig onderwerpen die de tongen van makers zo vaak in beweging brachten en brengen. Hoe verdeel je in godsnaam zulke bescheiden middelen over zoveel hongerige vragers? Over het antwoord op die vraag zal overal ter wereld uitputtend gediscussieerd worden, en wat dit betreft is het Higgs-deeltje nog niet gevonden. Mediafonds september cultuur en media 35

Test: carrière-ankers

Test: carrière-ankers Test: carrière-ankers Wat is de reden dat je werkt? Wat motiveert je in je werk? Welke elementen moeten je werk bevatten om het je echt naar de zin te maken zodat je met plezier en productief kunt functioneren?

Nadere informatie

5 manieren om je eigen pad te bewandelen

5 manieren om je eigen pad te bewandelen 5 manieren om je eigen pad te bewandelen Hierbij het nieuwe artikel met als onderwerp: 5 manieren om je eigen pad te bewandelen. Het is geschreven door wandelcoach Tineke Franssen. Tineke wandelt al een

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Grappig - gek - onheilspellend - sexy - eng - mooi - science fiction - vervreemdend

Grappig - gek - onheilspellend - sexy - eng - mooi - science fiction - vervreemdend /\/\/\/\/\/\/\/\/\ Museumopdrachten bij de tentoonstelling MAPPA: Yael Davids 1994-2003 /\/\/\/\/ in Museum De Paviljoens (15 november 2003-29 februari 2004) \\/ In Museum De Paviljoens is op dit moment

Nadere informatie

Ellen Schild. Tineke Groen

Ellen Schild. Tineke Groen Ellen Schild Tineke Groen Jaar in jaar uit besteden we in Mebest aandacht aan fraaie afbouwprojecten. Achter elk van die projecten zitten vakmensen. Vakmensen die het bedenken, vakmensen die het maken.

Nadere informatie

de Beste Studiekeuze Aanpak

de Beste Studiekeuze Aanpak de Beste Studiekeuze Aanpak Welk pad kies jij? Zelkennis is vaag pagina 3,4 Waar sta jij nu? Ontdek jouw volgende stap pagina 5,6 Hoe kom ik erachter wat ik wil? 3 bronnen voor zelfkennis pagina 7 Concreet

Nadere informatie

pagina 2 van 5 Laten we maar weer eens een willekeurige groep voorwerpen nemen. Er bestaan bijvoorbeeld -- om maar iets te noemen -- allerlei verschil

pagina 2 van 5 Laten we maar weer eens een willekeurige groep voorwerpen nemen. Er bestaan bijvoorbeeld -- om maar iets te noemen -- allerlei verschil pagina 1 van 5 Home > Bronteksten > Plato, Over kunst Vert. Gerard Koolschijn. Plato, Constitutie (Politeia), Amsterdam: 1995. 245-249. (Socrates) Nu we [...] de verschillende elementen van de menselijke

Nadere informatie

Adinda Keizer - Copyright 2013 Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van Vindjeklant.nl worden gekopieerd of gebruikt in commerciële

Adinda Keizer - Copyright 2013 Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van Vindjeklant.nl worden gekopieerd of gebruikt in commerciële Adinda Keizer - Copyright 2013 Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van Vindjeklant.nl worden gekopieerd of gebruikt in commerciële uitingen. Als startend ondernemer is alles nieuw. De boekhouding,

Nadere informatie

CKV Festival 2012. CKV festival 2012

CKV Festival 2012. CKV festival 2012 C CKV Festival 2012 Het CKV Festival vindt in 2012 plaats op 23 en 30 oktober. Twee dagen gaan de Bredase leerlingen van het voortgezet onderwijs naar de culturele instellingen van Breda. De basis van

Nadere informatie

Je gedachten gestructureerd op papier

Je gedachten gestructureerd op papier Online training: Je gedachten gestructureerd op papier Start: 14 september 2015 Een online programma, mét coaching, voor ondernemers en werknemers Voor als je logisch opgebouwde teksten wil leren schrijven,

Nadere informatie

-RKQ/HHUGDP3YG$µ-HNXQWQLHWYRRUHHQKDEEHNUDWVRSGH HHUVWHULM]LWWHQ

-RKQ/HHUGDP3YG$µ-HNXQWQLHWYRRUHHQKDEEHNUDWVRSGH HHUVWHULM]LWWHQ -RKQ/HHUGDP3YG$µ-HNXQWQLHWYRRUHHQKDEEHNUDWVRSGH HHUVWHULM]LWWHQ Bezuinigingen? Welke bezuinigingen? John Leerdam reageert enigszins geïrriteerd op de vraag hoe het voelt om als politicus tegenover oud-collega

Nadere informatie

Beste lezers van De Geldfabriek,

Beste lezers van De Geldfabriek, Beste lezers van De Geldfabriek, Ik hoop dat jullie veel plezier hebben gehad met het lezen van dit verhaal. Vonden jullie ook dat Pippa wel erg veel aan mooie spullen dacht? En dat sommige mensen onaardig

Nadere informatie

Ckv verslag. Julia van Sluijs April 2015. Kunst- en Cultuurroute en cabaret CKV VERSLAG

Ckv verslag. Julia van Sluijs April 2015. Kunst- en Cultuurroute en cabaret CKV VERSLAG Ckv verslag Kunst- en Cultuurroute en cabaret Julia van Sluijs April 2015!1 Inhoudsopgave - Algemene gegevens 3 - Verantwoording keuze 4 - Kunst- en cultuurroute Workshop 1: Graffiti 5 Workshop 2: Capoeira

Nadere informatie

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51 Inhoud Een nacht 7 Voetstappen 27 Strijder in de schaduw 51 5 Een nacht 6 Een plek om te slapen Ik ben gevlucht uit mijn land. Daardoor heb ik geen thuis meer. De wind neemt me mee. Soms hierheen, soms

Nadere informatie

Examenprogramma CKV havo en vwo. nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Examenprogramma CKV havo en vwo. nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Examenprogramma CKV havo en vwo nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Examenprogramma CKV havo en vwo Concept 17 juni 2014 Examenprogramma CKV havo en vwo Concept Versie 17 juni 2014 Het eindexamen

Nadere informatie

Beeldtaal in toekomstgericht onderwijs

Beeldtaal in toekomstgericht onderwijs Beeldtaal in toekomstgericht onderwijs Eind januari bracht het Platform Onderwijs2032 het eindadvies uit met hun visie op toekomstgericht onderwijs. Het rapport bevat veel bruikbare ideeën en aandacht

Nadere informatie

Geachte Tweede Kamer commissieleden voor cultuur,

Geachte Tweede Kamer commissieleden voor cultuur, Aan de leden van de commissie cultuur Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag 8 november 2012, Amsterdam Geachte Tweede Kamer commissieleden voor cultuur, Op 21 november 2012 staat

Nadere informatie

SPEECH SHULA PREMIEREDINER 2015

SPEECH SHULA PREMIEREDINER 2015 SPEECH SHULA PREMIEREDINER 2015 Al jarenlang beginnen dit soort speeches van televisiebazen met de constatering dat het medialandschap en het kijkgedrag snel veranderen. En wordt er meestal gelijk door

Nadere informatie

1 Keynote Guido van Nispen 29/01/2015 Partner in nieuws

1 Keynote Guido van Nispen 29/01/2015 Partner in nieuws 1 Keynote Guido van Nispen 29/01/2015 Partner in nieuws Beste relatie, Namens directie, Commissarissen en Aandeelhouder van het ANP willen wij u hierbij een digitale herinnering aanbieden van de lunch

Nadere informatie

Cultuur is een eerste levensbehoefte

Cultuur is een eerste levensbehoefte 10 Cultuur is een eerste levensbehoefte Interview Tekst Kelly Bakker Foto s Tessa Wiegerinck Journalist, cultuurkenner en ondernemer in één Je stapt in die achtbaan en kan dan eigenlijk niet meer anders

Nadere informatie

Toelating en selectie Selectiecriteria Elke afstudeerrichting hanteert bij de selectie de volgende concrete criteria:

Toelating en selectie Selectiecriteria Elke afstudeerrichting hanteert bij de selectie de volgende concrete criteria: Toelating en selectie Selectiecriteria Elke afstudeerrichting hanteert bij de selectie de volgende concrete criteria: Regie Documentaire Weet in een door de student zelf gemaakte film al basaal te boeien

Nadere informatie

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan.

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan. LESBRIEF Binnenkort gaan jullie met jullie groep naar de voorstelling Biggels en Tuiten Hieronder een aantal tips over hoe je de groep goed kan voorbereiden op de voorstelling. VOOR DE VOORSTELLING Vertel

Nadere informatie

Videomarke*ng, moet je daar iets mee? 23 januari 2014 De Social Media Trein Support Groep Eindhoven

Videomarke*ng, moet je daar iets mee? 23 januari 2014 De Social Media Trein Support Groep Eindhoven Videomarke*ng, moet je daar iets mee? 23 januari 2014 De Social Media Trein Support Groep Eindhoven Je kunt niet alles geloven wat je ziet op internet. Want je hoek niet je ware gezicht te laten zien op

Nadere informatie

Artiesten interview. Artiest1

Artiesten interview. Artiest1 Artiesten interview Artiest1 Ben jij vaak creatief bezig met oude spullen door hier op wat voor manier dan ook (kunst meubilair e.d.) weer nieuwe dingen uit te creeren? En waarom hergebruik je hiervoor

Nadere informatie

De Nieuwe Buren. Creatieve vrijheid

De Nieuwe Buren. Creatieve vrijheid De Nieuwe Buren Zoals al eerder gezegd, wij zijn De Nieuwe Buren B.V. Wij doen het graag een beetje anders. Iedereen die bij ons werkt zit nog op school. In 2007 zijn wij opgericht door het Mediacollege

Nadere informatie

VOORBEELD / CASUS. Een socratisch gesprek volledig uitgeschreven

VOORBEELD / CASUS. Een socratisch gesprek volledig uitgeschreven Maakt geld gelukkig? VOORBEELD / CASUS Een socratisch gesprek volledig uitgeschreven Hieronder tref je een beschrijving van een socratisch gesprek van ca. 2 ½ uur. Voor de volledigheid hieronder eerst

Nadere informatie

Creative Marketing Opdracht 1: Het merk IK

Creative Marketing Opdracht 1: Het merk IK Naam: Stefan van Rees Studentnummer: 0235938 Klas: CMD D1 Datum: nov/dec 2009 Creative Marketing Opdracht 1: Het merk IK 1 50 vragenlijst, 10 antwoorden 1. Wat is je sterkste karaktereigenschap? Waarschijnlijk

Nadere informatie

Hoe lang duurt geluk?

Hoe lang duurt geluk? Hoe lang duurt geluk? Op dit moment ben ik gelukkig. Na veel pech ben ik dan eindelijk een vrolijke schrijver. Mijn roman is goed gelukt. En ik verdien er veel geld mee. En ik heb ook nog eens een mooie,

Nadere informatie

Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst. Voorganger: ds. Bert de Wit

Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst. Voorganger: ds. Bert de Wit Preek Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst Thema: @Home Voorganger: ds. Bert de Wit Schriftlezing: Lucas 15:11-32 Een vader had twee zonen zo begint het verhaal. Met de beschrijving van een gezin.

Nadere informatie

Researchverslag: rituelen Joanna Siccama GAR1-B 11-10-2014 leraar: Harald Warmelink

Researchverslag: rituelen Joanna Siccama GAR1-B 11-10-2014 leraar: Harald Warmelink Researchverslag: rituelen Joanna Siccama GAR1-B 11-10-2014 leraar: Harald Warmelink Inleiding Om onderzoek te doen naar rituelen is het in eerste plaats belangrijk om te definiëren wat een ritueel is.

Nadere informatie

KINDEREN EN INTERNET 9-10 jaar

KINDEREN EN INTERNET 9-10 jaar CASENUMMER: SAMPLE POINT NUMMER INTERVIEW ER NAAM ADRES: POSTCODE EN PLAATS TELEFOONNUMMER KINDEREN EN INTERNET 9-10 jaar HOE VUL JE DIT DEEL VAN DE VRAGENLIJST IN Hieronder wat eenvoudige instructies

Nadere informatie

1.1 Vragenlijst: Wat ik leuk Vind

1.1 Vragenlijst: Wat ik leuk Vind 1.1 Vragenlijst: Wat ik leuk Vind 1. Wat kijk je graag op tv? 2. Wat is je lievelingsfilm? 3. Wat doe je op internet? 4. Welke games speel je? 5. Waar praat je over op facebook, twitter, enzo? 6. Wat doe

Nadere informatie

Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek

Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek Ontdek de Bibliotheek Ontdek de Bibliotheek Ontdek de Bibliotheek Welkom in de bibliotheek. Je gaat op ontdekking in de bibliotheek. Hierbij doe je een onderzoek naar verschillende soorten media; zoals

Nadere informatie

Les 4 Alarm, een worm!

Les 4 Alarm, een worm! Les 4 Alarm, een worm! gatentekst versie 1 Bericht van 12/6/2013, 19:43, van Anne aan Leila Vraagje. Mijn eerste tien op Google geven een idiote indruk me. Helemaal boven aan de lijst de naam van mijn

Nadere informatie

Naam: Valérie den Besten Klas: G&I A Datum: 06-11-15 Module: Project 100% presence Begeleider: Irene van Peer Groep 11 (team 14)

Naam: Valérie den Besten Klas: G&I A Datum: 06-11-15 Module: Project 100% presence Begeleider: Irene van Peer Groep 11 (team 14) Naam: Valérie den Besten Klas: G&I A Datum: 06-11-15 Module: Project 100% presence Begeleider: Irene van Peer Groep 11 (team 14) Reflectieverslag Maandag hebben we gebrainstormd en we hebben voor mijn

Nadere informatie

Relaties. HDYO heeft meer informatie beschikbaar over de Ziekte van Huntington voor jongeren, ouders en professionals op onze website: www.hdyo.

Relaties. HDYO heeft meer informatie beschikbaar over de Ziekte van Huntington voor jongeren, ouders en professionals op onze website: www.hdyo. Relaties HDYO heeft meer informatie beschikbaar over de Ziekte van Huntington voor jongeren, ouders en professionals op onze website: www.hdyo.org Relaties kunnen een belangrijke rol spelen bij het omgaan

Nadere informatie

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te kijken...4 De mensenmenigte opende zich in het midden...5 Toen

Nadere informatie

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij.

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij. Lied: Ik ben ik (bij thema 1: ik ben mezelf) (nr. 1 en 2 op de CD) : Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Ik heb een mooie naam, van achter en vooraan.

Nadere informatie

Spreekbeurt Dag. Oglaya Doua

Spreekbeurt Dag. Oglaya Doua Spreekbeurt Dag Oglaya Doua Ik werd wakker voordat m n wekker afging. Het was de dag van mijn spreekbeurt. Met m n ogen wijd open lag ik in bed, mezelf afvragend waarom ik in hemelsnaam bananen als onderwerp

Nadere informatie

Tineke Boudewijns VERSTAG

Tineke Boudewijns VERSTAG Tineke Boudewijns VERSTAG Colofon Eindredactie Joost Pool Redactie Boris Goddijn Vormgeving Pien Vermazeren Fotografie Boris Goddijn Beeldbewerking Pien Vermazeren Copyright en disclaimer Het overnemen

Nadere informatie

Kunstlessen over Hundertwasser

Kunstlessen over Hundertwasser Kunstlessen over Hundertwasser Bovenbouw primair onderwijs en vmbo - een tekst met vragen en opdrachten voor een les op school - opdrachten in de tentoonstelling in het Cobra Museum Colofon 2013 Uitgave

Nadere informatie

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De afgelopen weken was het niet zo leuk bij Pim thuis. Zijn moeder lag de hele dag in bed. Ze stond niet meer op, deed geen boodschappen

Nadere informatie

Hoe je met je ipad razendsnel je eigen stijl ontdekt. Met GRATIS test.

Hoe je met je ipad razendsnel je eigen stijl ontdekt. Met GRATIS test. Hoe je met je ipad razendsnel je eigen stijl ontdekt. Met GRATIS test. 1 Hoe het bij mij begon Ik tekende en schilderde altijd al graag. Thuis, bij mijn oma en op school, met dikke kleurpotloden. Op alle

Nadere informatie

LESBRIEF HARTENJAGERS 3.0

LESBRIEF HARTENJAGERS 3.0 INHOUDSOPGAVE Voorwoord Inhoudsopgave Docentenhandleiding Leerlingenbladen: Jonge Harten Theaterfestival FILMmmmmmmmm Wie werkt er mee aan een voorstelling? Opdracht Papagaaienjas Kijkwijzer LESBRIEF HARTENJAGERS

Nadere informatie

Doel. Wat heb je nodig? Spelregels.

Doel. Wat heb je nodig? Spelregels. Doel. Dit spel is een concrete tool dat de dialoog rond eerlijkheid mogelijk maakt. Aan de hand van herkenbare situaties worden 10 tot 12 jarigen uitgenodigd voor zichzelf na te denken over wat eerlijk

Nadere informatie

De ambtenaar als ambassadeur aan de slag met social business Door: Jochem Koole

De ambtenaar als ambassadeur aan de slag met social business Door: Jochem Koole De ambtenaar als ambassadeur aan de slag met social business Door: Jochem Koole Sociale media hebben individuen meer macht gegeven. De wereldwijde beschikbaarheid van gratis online netwerken, zoals Facebook,

Nadere informatie

13 Acquisitietips. AngelCoaching. Coaching en training voor de creatieve sector www.angelcoaching.nl

13 Acquisitietips. AngelCoaching. Coaching en training voor de creatieve sector www.angelcoaching.nl 13 Acquisitietips AngelCoaching Coaching en training voor de creatieve sector Tip 1 Wat voor product/dienst ga je aanbieden? Maak een keuze, niemand kan alles! Tip 1 Veel ondernemers zijn gezegend met

Nadere informatie

Factsheet over het educatieve aanbod

Factsheet over het educatieve aanbod De tentoonstelling in het Solomon R. Guggenheim Museum in New York, in 2012 Photo: David Heald Factsheet over het educatieve aanbod De tentoonstelling in het Cobra Museum Het Cobra Museum brengt van 5

Nadere informatie

De logo s heb ik zelf gemaakt.

De logo s heb ik zelf gemaakt. Voorwoord: Mijn tijdschrift gaat vooral over YouTube, want dat is een van mijn grootste hobby s. Ook zit er veel van mijn persoonlijkheid in. Voor deze opdracht heb ik vooral naar mezelf gekeken en het

Nadere informatie

Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten

Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten Doortje Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten isbn: 978-90-484-0769-9 nur: 344 Uitgever: Free Musketeers, Zoetermeer www.freemusketeers.nl Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgenomen

Nadere informatie

Voel je vrij en liefdevol 7 oefeningen

Voel je vrij en liefdevol 7 oefeningen Voel je vrij en liefdevol 7 oefeningen Soms voel je je gevangen door het leven. Vastgezet door de drukte, en beklemd in je eigen hoofd. Je voelt je niet vrij en je voelt geen liefde. Met deze tips breng

Nadere informatie

I would rather design a poster than a website. Aldje van Meer, oktober 2012

I would rather design a poster than a website. Aldje van Meer, oktober 2012 I would rather design a poster than a website Aldje van Meer, oktober 2012 Deze uitgave is een samenvatting van de lezing 'I would rather design a poster than a website tijdens het Nationaal Symposium

Nadere informatie

LESBRIEF. Informatie VOOR DOCENTEN LEERDOELEN. Let op! Wanneer u het lesmateriaal

LESBRIEF. Informatie VOOR DOCENTEN LEERDOELEN. Let op! Wanneer u het lesmateriaal LESBRIEF Informatie VOOR DOCENTEN De lesbrief is te gebruiken voor het VMBO en de onderbouw van HAVO/VWO. De lesbrief is bedoeld om leerlingen kennis te laten maken mét en in te gaan óp de verschillende

Nadere informatie

Wat je moet weten vóór je de meereffect GTD-training doet

Wat je moet weten vóór je de meereffect GTD-training doet Wat je moet weten vóór je de meereffect GTD-training doet Binnenkort ga je meedoen aan de ééndaagse meereffect GTD-training. Je bent van harte welkom. Maar één dag is niet zoveel en we willen die dag graag

Nadere informatie

Eén ding is nodig. Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42.

Eén ding is nodig. Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42. Eén ding is nodig Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42. We hebben met elkaar nagedacht over de wonderen die de Heere Jezus heeft gedaan toen Hij op de aarde was. Grote wonderen! Weet je t

Nadere informatie

Apple Fanboy. Leerling: Jippe Joosten Opleiding: Game Development Klas: G&I1C. De intro. De opdracht. Proces

Apple Fanboy. Leerling: Jippe Joosten Opleiding: Game Development Klas: G&I1C. De intro. De opdracht. Proces Apple Fanboy Leerling: Jippe Joosten Opleiding: Game Development Klas: G&I1C De intro Welkom in het verslag van de Apple fanboy, ik ben Jippe Joosten en ik ben enorm fan van Apple. Ik ben nu 21 jaar oud

Nadere informatie

Docentenhandleiding Digitale les Studiekeuze123

Docentenhandleiding Digitale les Studiekeuze123 Docentenhandleiding Digitale les Studiekeuze Elk jaar staan veel scholieren voor een belangrijke keuze in hun leven: welke studie ga ik volgen als ik mijn diploma straks op zak heb? Dit lespakket is ontwikkeld

Nadere informatie

Abstract Waaier van Merken Een inventarisatie van branding in de Nederlandse gesubsidieerde theatersector Margriet van Weperen

Abstract Waaier van Merken Een inventarisatie van branding in de Nederlandse gesubsidieerde theatersector Margriet van Weperen Abstract Waaier van Merken Een inventarisatie van branding in de Nederlandse gesubsidieerde theatersector Margriet van Weperen Bachelorscriptie Kunsten, Cultuur en Media Rijksuniversiteit Groningen Begeleider:

Nadere informatie

Aan de slag met de Werk Ster!

Aan de slag met de Werk Ster! Aan de slag met de Werk Ster! Werk Ster Copyright EgberinkDeWinter 2013-2014 Werk Ster Stappen naar werk De Werk Ster helpt je duidelijk te krijgen waar jij op dit moment staat op weg naar werk. Je krijgt

Nadere informatie

Met NLP de kredietcrisis te lijf Duurzaam winst behalen door compassie

Met NLP de kredietcrisis te lijf Duurzaam winst behalen door compassie Steven Smit Voor de mens in organisaties Met NLP de kredietcrisis te lijf Duurzaam winst behalen door compassie Door Steven Smit 2008 Steven Smit BV voor de mens in organisaties Chopinstraat 148 1817 GD

Nadere informatie

Jan de Laat OVERSTAG

Jan de Laat OVERSTAG Jan de Laat VERSTAG Colofon Eindredactie Joost Pool Redactie Boris Goddijn Vormgeving Pien Vermazeren Fotografie Boris Goddijn Beeldbewerking Pien Vermazeren Copyright en disclaimer Het overnemen van teksten

Nadere informatie

De laatste wens van Maarten Ouwehand

De laatste wens van Maarten Ouwehand De laatste wens van Maarten Ouwehand Een verhalend ontwerp voor CKV waarin leerlingen op school een museum ontwerpen, inrichten en openen. Gemaakt voor en door: Andreas College Katwijk en Bureau voor Educatief

Nadere informatie

Hoo f d s t u k 1: Wat doet een ontwerper? Interview Bas Bakker (debetekenaar) Interview Hedwyg van Groenendaal (Prezi University)

Hoo f d s t u k 1: Wat doet een ontwerper? Interview Bas Bakker (debetekenaar) Interview Hedwyg van Groenendaal (Prezi University) Creatieve Helden Inh o u d s o p g a v e Inl e i d i n g Hoo f d s t u k 1: Wat doet een ontwerper? Interview Bas Bakker (debetekenaar) Interview Hedwyg van Groenendaal (Prezi University) Hoo f d s t u

Nadere informatie

Concurrentieanalyse. Kim Lokhorst MM3A Mediamanager Stage Nl Film

Concurrentieanalyse. Kim Lokhorst MM3A Mediamanager Stage Nl Film Concurrentieanalyse Kim Lokhorst MM3A Mediamanager Stage Nl Film Inleiding De concurrenten van NL film zijn alle andere bedrijven in Nederland die films en/of series maken voor de Nederlandse televisie

Nadere informatie

Lesbrief voor leerlingen: hoe ontwerp je een omslag voor een boek

Lesbrief voor leerlingen: hoe ontwerp je een omslag voor een boek Lesbrief voor leerlingen: hoe ontwerp je een omslag voor een boek KIEZEN Een goed begin is het kiezen van het juiste boek. Er zijn zo veel mooie verhalen waardoor het soms lastig is om een goede keuze

Nadere informatie

Tijdens de training gaan we op de volgende vragen in:

Tijdens de training gaan we op de volgende vragen in: Wat is een campagne? Tijdens de training gaan we op de volgende vragen in: 0 Wat is een campagne? 0 Hoe geef je een campagne vorm? 0 Hoe pitch je je initiatief? Campagnes zijn er allerlei soorten en maten.

Nadere informatie

Ellen van Wijk - Ruim baan voor creatief talent B 3. Survey commitment van medewerkers

Ellen van Wijk - Ruim baan voor creatief talent B 3. Survey commitment van medewerkers Survey commitment van medewerkers B 3 Survey commitment van medewerkers 229 230 Ruim baan voor creatief talent, bijlage 3 Voor je ligt een vragenlijst waarin gevraagd wordt naar verschillende aspecten

Nadere informatie

O&O-competentietest. Ben je een onderzoeker of een ontwerper, een denker of een doener? O&O-competentietest van: Ingevuld door: Datum:

O&O-competentietest. Ben je een onderzoeker of een ontwerper, een denker of een doener? O&O-competentietest van: Ingevuld door: Datum: O&O-competentietest Ben je een onderzoeker of een ontwerper, een denker of een doener? O&O-competentietest van: Ingevuld door: Datum: Ontwikkeld door Expertisecentrum technasium Januari 007 Vormgeving

Nadere informatie

Leven vanuit Overvloed of Tekort?

Leven vanuit Overvloed of Tekort? Leven vanuit Overvloed of Tekort? Dank allereerst aan de Dijken van Wijven. Zonder jullie vrouwenhadden we hier nu niet met elkaar gestaan. Wat een prachtige traditie: om in het Zeeuwse landschap natuur

Nadere informatie

Mijn naam is Fons. Ze noemen me een groene jongen. Weet je hoe dat komt?

Mijn naam is Fons. Ze noemen me een groene jongen. Weet je hoe dat komt? Beste kinderen, Mijn naam is Fons. Ze noemen me een groene jongen. Weet je hoe dat komt? In mijn vrije tijd ben ik natuurgids. Met mijn verrekijker en vergrootglas trek ik naar allerlei plekjes om de natuur

Nadere informatie

TIEN TIPS WANNEER JE EEN KUNSTWERK WILT AANSCHAFFEN

TIEN TIPS WANNEER JE EEN KUNSTWERK WILT AANSCHAFFEN TIEN TIPS WANNEER JE EEN KUNSTWERK WILT AANSCHAFFEN Het is een feest om een echt kunstwerk in huis te hebben! Toch denken veel mensen dat ze zich dat niet kunnen veroorloven. Of dat het ingewikkeld is

Nadere informatie

< A r tfac tor y > Enter. de wereld van de. - Spor t s- digitale kunst en media. Locatie Wijdschildlaan voor atheneum, havo en mavo

< A r tfac tor y > Enter. de wereld van de. - Spor t s- digitale kunst en media. Locatie Wijdschildlaan voor atheneum, havo en mavo < A r tfac tor y > N a a s t e e n s t e r k b a s i s p a k ke t, t i j d vo o r t a l e n t! Enter de wereld van de digitale kunst en media Locatie Wijdschildlaan voor atheneum, havo en mavo Fa s t L

Nadere informatie

Henny Schaapman, kunstenaar, coach, creatief ondernemer

Henny Schaapman, kunstenaar, coach, creatief ondernemer Een leven lang creëren Henny Schaapman, kunstenaar, coach, creatief ondernemer Creativiteit is iets van kunstenaars, vaak warrig en niet altijd te begrijpen voor de buitenwereld. Georganiseerde creativiteit

Nadere informatie

Nooit had zijn moeder over haar vader gesproken en nu hij dood was, moest ze de hele dag huilen.

Nooit had zijn moeder over haar vader gesproken en nu hij dood was, moest ze de hele dag huilen. 9-12 jaar De villa van Spoek De villa van Spoek was een grote villa aan de Tapijtweg nummer elf in het stadje Sonsbeek. Het huis stond aan een brede rivier en had een lange oprijlaan van glimmende witte

Nadere informatie

Essay Project Interactieve Multimedia Tom Tol Groep: 23

Essay Project Interactieve Multimedia Tom Tol Groep: 23 Essay Project Interactieve Multimedia Tom Tol Groep: 23 Het doel van project interactieve multimedia is om een interactieve video te maken met als thema het leveren van negatieve feedback aan anderen.

Nadere informatie

!"#$%&'()*+,"#"-. 70-&6+*%"#"-!"#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 +"7"#""- 9"#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)"$<#),"$:',:#$=) %'-#$;#/87$()#$)"/('$7%':7#%)>#/'$&#/#$?

!#$%&'()*+,#-. 70-&6+*%#-!#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 +7#- 9#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)$<#),$:',:#$=) %'-#$;#/87$()#$)/('$7%':7#%)>#/'$&#/#$? 23'4)567/84 9"#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)"$#/'$&#/#$? /01"-20%%+-3&45567$%(8&9!"#$%&'()*+,"#"-. +"7"#""- 70-&6+*%"#"-!"#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 D)E#'-)F!"#$$%&'($&!")*

Nadere informatie

Verhaal van verandering

Verhaal van verandering Belgische Ashoka Fellow Ashoka: Kun je ons iets vertellen over je familie en waar je bent opgegroeid? Arnoud: Ik ben opgegroeid in Bilzen, een stad in Belgisch Limburg. We waren een gelukkig gezin. Mijn

Nadere informatie

Kunstenaarstoets. Achternaam. Voorletters

Kunstenaarstoets. Achternaam. Voorletters Kunstenaarstoets Waarom deze toets? U wilt de Utrechtse Cultuurlening aanvragen. Om in aanmerking te komen voor deze lening moet u beroepsmatig werken als kunstenaar. Met dit formulier kunt u uw beroepsmatigheid

Nadere informatie

Dames en heren, Verhalen zijn ook een belangrijk onderdeel van het werk van de Nederlandse Publieke Omroep. Wij willen onze rol blijven spelen in het

Dames en heren, Verhalen zijn ook een belangrijk onderdeel van het werk van de Nederlandse Publieke Omroep. Wij willen onze rol blijven spelen in het Speech Shula Rijxman NFF 1 okt 2015 Dames en heren, Ik ben opgegroeid met verhalen. Mijn familie bestaat uit fantastische verhalenvertellers. Dat is een groot rijkdom. Als wij elkaar zien, is het nooit

Nadere informatie

Lesbrief Voorleestekst: Over dertien hectare Vragen: Voorleestekst: Over het thema van de tentoonstelling

Lesbrief Voorleestekst: Over dertien hectare Vragen: Voorleestekst: Over het thema van de tentoonstelling Lesbrief Over dertien hectare dertien hectare organiseert elke twee jaar een tentoonstelling in Heeswijk-Dinther. De eerste was in 2003. De tentoonstelling van de kunstwerken was altijd buiten op een grasveld

Nadere informatie

150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft!

150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft! 150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft! Scott de Jong http://www.positiefleren.nl - 1 - Je leest op dit moment versie 2.0 van het Ebook: 150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft.

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Johan Vosbergen Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Johan Vosbergen... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Johan,

Nadere informatie

Bert staat op een ladder. En trekt aan de planten die groeien in de dakgoot. Hij verstopt de luidspreker en het stopcontact achter de planten.

Bert staat op een ladder. En trekt aan de planten die groeien in de dakgoot. Hij verstopt de luidspreker en het stopcontact achter de planten. Helaas Wanneer besloot Bert om Lizzy te vermoorden? Vreemd. Hij herinnert zich het niet precies. Het was in ieder geval toen Lizzy dat wijf leerde kennen. Dat idiote wijf met haar rare verhalen. Bert staat

Nadere informatie

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht [Gepubliceerd in Erik Heijerman & Paul Wouters (red.) Praktische Filosofie. Utrecht: TELEAC/NOT, 1997, pp. 117-119.] Van mij Een gezicht is geen muur Jan Bransen, Universiteit Utrecht Wij hechten veel

Nadere informatie

Wij zijn Kai & Charis van de Super Student en wij geven studenten zin in de toekomst.

Wij zijn Kai & Charis van de Super Student en wij geven studenten zin in de toekomst. Hallo, Wij zijn Kai & Charis van de Super Student en wij geven studenten zin in de toekomst. Dat is namelijk helemaal niet zo makkelijk. Veel studenten weten nog niet precies wat ze willen en hoe ze dat

Nadere informatie

Kunstenaarstoets. Uw gegevens. Beroep en opleiding als kunstenaar

Kunstenaarstoets. Uw gegevens. Beroep en opleiding als kunstenaar Kunstenaarstoets Waarom deze toets? U wilt een cultuurlening aanvragen bij Cultuur+Ondernemen. Om in aanmerking te komen voor deze lening moet u beroepsmatig werken als. Met dit formulier kunt u uw beroepsmatigheid

Nadere informatie

Hoe gelukkig ben je? Opdracht 1

Hoe gelukkig ben je? Opdracht 1 Hoe gelukkig ben je? Geluk is een veranderlijk iets. Het ene moment kun je jezelf diep gelukkig voelen, maar het andere moment lijkt het leven soms maar een zware last. Toch is voor geluk ook een soort

Nadere informatie

Crowdfunding in Nederland 2012. Crowdfunding in 2012: de cijfers

Crowdfunding in Nederland 2012. Crowdfunding in 2012: de cijfers Crowdfunding in Nederland 2012 Crowdfunding in 2012: de cijfers Dit rapport is opgesteld door Douw&Koren en gepubliceerd op 23 januari 2013. Copyright Douw&Koren Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze

Nadere informatie

Nieuwsbrief editie 4. April/Mei 2012

Nieuwsbrief editie 4. April/Mei 2012 Nieuwsbrief editie 4 April/Mei 2012 Inleiding Deze nieuwsbrief heeft als thema: Beweging. Een actueel thema, waarmee ik de afgelopen periode weer regelmatig ben geconfronteerd. Mijn column met als titel:

Nadere informatie

Zicht vanuit ingang op trap en een gedeelte van de werkvloer, kantoor Bruls en Co Maastricht. Vergaderruimte eerste verdieping,

Zicht vanuit ingang op trap en een gedeelte van de werkvloer, kantoor Bruls en Co Maastricht. Vergaderruimte eerste verdieping, Zicht vanuit ingang op trap en een gedeelte van de werkvloer, kantoor Bruls en Co Maastricht. Vergaderruimte eerste verdieping, kantoor Bruls en Co Maastricht. Doorzicht naar werkvloer begane grond, kantoor

Nadere informatie

ARMOEDE. Schriftelijke Bezinning. Anoniem

ARMOEDE. Schriftelijke Bezinning. Anoniem ARMOEDE Schriftelijke Bezinning Anoniem INHOUDSOPGAVE INTRODUCTIE... 3 Levensvragen... 3 Stelling... 3 Antwoorden op levensvragen... 4 Mijn standpunt... 4 INTERVIEWS... 5 Derde generatie.... 5 Tweede generatie....

Nadere informatie

EIGEN BLOED Over moeders die hun kind afstaan ter adoptie

EIGEN BLOED Over moeders die hun kind afstaan ter adoptie EIGEN BLOED Ik zie het koppie al, zegt de huisarts tegen de dertienjarige Henny Paniek Ze kwam bij hem vanwege buikpijn Dan gaat alles razendsnel Met een ambulance wordt Henny naar het ziekenhuis gebracht

Nadere informatie

Boek en workshop over het verlies van een broer of zus. Een broertje dood. Door Corine van Zuthem

Boek en workshop over het verlies van een broer of zus. Een broertje dood. Door Corine van Zuthem Het overlijden van een broer of zus is een ingrijpende gebeurtenis. Toch wordt het onderwerp in de rouwliteratuur doodgezwegen. Tot verbazing van Minke Weggemans. De pastoraal therapeute schreef er daarom

Nadere informatie

Majesteit, Koninklijke Hoogheid, excellenties, dames en heren,

Majesteit, Koninklijke Hoogheid, excellenties, dames en heren, Toespraak van de minister-president, mr. dr. Jan Peter Balkenende, bijeenkomst ter ere van de 50 ste verjaardag van de Verdragen van Rome, Ridderzaal, Den Haag, 22 maart 2007 Majesteit, Koninklijke Hoogheid,

Nadere informatie

SAGAAM IN DE KLAS. Een praktische handleiding voor leerkrachten in het PO & VO

SAGAAM IN DE KLAS. Een praktische handleiding voor leerkrachten in het PO & VO SAGAAM IN DE KLAS Een praktische handleiding voor leerkrachten in het PO & VO 1 Hoe meer mensen worden aangezet tot schrijven hoe meer ze gaan lezen Adriaan van Dis Colofon Auteur: Tom Blok Huisstijl:

Nadere informatie

De zin en onzin van daten: deel 1

De zin en onzin van daten: deel 1 De zin en onzin van daten: deel 1 Inleiding Van harte welkom bij deze serie rond single zijn en daten. Onze hoop is dat we je vragen over het single zijn kunnen beantwoorden, maar helaas bestaan er niet

Nadere informatie

Lekker ding. Maar Anita kijkt boos. Hersendoden zijn het!, zegt ze. Die Jeroen is de ergste. Ik kijk weer om en zie hem meteen zitten.

Lekker ding. Maar Anita kijkt boos. Hersendoden zijn het!, zegt ze. Die Jeroen is de ergste. Ik kijk weer om en zie hem meteen zitten. Lekker ding Pas op!, roept Anita. Achter je zitten de hersendoden! Ik kijk achterom. Achter ons zitten twee jongens en drie meisjes hun boterhammen te eten. Ze zijn gevaarlijk, zegt Anita. Ze schudt haar

Nadere informatie

Mini-docu - Les 2 Herinneringen in beeld

Mini-docu - Les 2 Herinneringen in beeld Mini-docu - Les 2 Herinneringen in beeld [Om deze lesbrief in te kunnen vullen heb je de nieuwste versie van Adobe Reader nodig] Naam: Klas: Naam docent: Als er in een documentaire wordt gesproken over

Nadere informatie