Arbeidsvoorwaardenregeling Noaberkracht Dinkelland Tubbergen (ANDT)

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Arbeidsvoorwaardenregeling Noaberkracht Dinkelland Tubbergen (ANDT)"

Transcriptie

1 Publicatieblad Elektronisch uitgegeven Openbaar lichaam Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Jaargang: 2013 Nummer: 23 Uitgifte: 12 december 2013 Bekendmaking van het besluit van het dagelijks bestuur d.d. 18 november 2013, tot vaststelling van de Arbeidsvoorwaardenregeling Noaberkracht Dinkelland Tubbergen (ANDT) Arbeidsvoorwaardenregeling Noaberkracht Dinkelland Tubbergen (ANDT) Vooraf Dit is de Arbeidsvoorwaardenregeling Noaberkracht Dinkelland Tubbergen (ANDT). Hierin zijn de CAO gemeenten (CAR/UWO) en de eigen, lokale regelingen van Noaberkracht opgenomen. Informatie systeem CAR/UWO en lokale regelingen De CAO gemeenten wordt in het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden (LOGA) door het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten afgesproken met de centrales van overheidspersoneel. De afspraken worden neergelegd in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst (CAR en UWO). De CAR geldt voor alle gemeenten, de UWO alleen voor gemeenten die zich daarbij hebben aangesloten. Onder gemeenten worden ook verstaan gemeentelijke samenwerkingsorganisaties zoals Noaberkracht Dinkelland Tubbergen. Niet bij de UWO aangesloten organisaties volgen de UWO wel zoveel mogelijk en wijken alleen af op onderdelen waarop de organisatie een eigen koers vaart. Dit geldt ook voor Noaberkracht. In het Georganiseerd Overleg van Noaberkracht worden door de werkgever en de vakorganisaties afspraken gemaakt over sommige UWO-onderdelen en over lokale arbeidsvoorwaarden die niet in de CAR en UWO geregeld zijn. Indeling en nummering ANDT De hoofdstukken 1 tot en met 21 van de ANDT zijn de CAR en UWO. CAR-bepalingen kennen twee cijfers, bijvoorbeeld artikel 3:1, 3:2. UWO-bepalingen kennen drie cijfers, bijvoorbeeld 3:1:1, 3:2:1. UWO-bepalingen zijn vaak een uitwerking van een CAR-bepaling. In deze hoofdstukken komen enkele lokale bepalingen voor. Die kennen vier cijfers, bijvoorbeeld 3:1:1:1. Vanaf hoofdstuk 22 ANDT beginnen de lokale regelingen. Die kennen allemaal twee cijfers, bijvoorbeeld 22:1. In deze versie van de ANDT zijn de LOGA-brieven met wijzigingen in CAR-UWO verwerkt tot en met de LOGA-brief van 4 juli 2013 Publicatieblad 2013, nr. 23 1/111

2 Publicatieblad 2013, nr. 23 2/111

3 INHOUD CAR/UWO-deel 1. Algemene bepalingen 2. Aanstelling en arbeidsovereenkomst 3. Salaris en vergoedingsregelingen 4. Arbeidsduur en werktijden 4a. Uitwisseling van arbeidsvoorwaarden 5. (vervallen) 5a. FPU gemeenten en nieuwe seniorenmaatregelen 6. Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof 6a. De gemeentelijke levensloopregeling 7. Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek 8. Ontslag 9. Uitkering functioneel leeftijdsontslag (niet opgenomen want niet van toepassing) 9a. Ambtenaren die vanaf 1 januari 2006 in dienst zijn getreden op een bezwarende functie ( niet opgenomen want niet van toepassing) 9b. Overgangsrecht ambtenaren in een functie die op 31 december 2005 recht gaf op functioneel leeftijdsontslag (niet opgenomen want niet van toepassing) 9c. (vervallen) 9d. Tijdelijke regeling ambtenaren, werkzaam bij de gemeentelijke beroepsbrandweer en een gemeentelijke ambulancedienst, geboren na 1949 of die geboren is voor 1950, maar die op 1 april 1997 geen deelnemer was bij het ABP en die op 31 december 2005 en 1 januari 2006 werkzaam waren in een functie, waarvoor door het college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, leeftijdsgrenzen zijn bepaald - (niet opgenomen want niet van toepassing) 9e. De gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht - niet opgenomen want niet van toepassing) 10. Wachtgeld (niet opgenomen want niet van toepassing) 10a. Bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (niet opgenomen want niet van toepassing) 10d. Voorzieningen bij werkloosheid 11. Uitkeringsregeling ontslag - (niet opgenomen want niet van toepassing) 11a. Suppletieregeling 12. Overleg met organisaties van overheidspersoneel 13. Overgangs- en slotbepaling CAR (niet opgenomen want niet van toepassing) 14. Medezeggenschap 15. Overige rechten en verplichtingen 16. Disciplinaire straffen 17. Opleiding en ontwikkeling 18. Verplaatsingskosten 19. Rechtspositieregeling vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer (niet opgenomen want niet van toepassing 19a. Keuringen brandweerpersoneel - (niet opgenomen want niet van toepassing) 19b. Aanvullende rechtspositieregelingen voor de ambtenaar in een instelling voor kunsteducatie - (niet opgenomen want niet van toepassing) 20. Vergoedingen piketdienst beroepsbrandweer - niet opgenomen want niet van toepassing 21. De rechtspositionele erkenning van alternatieve samenlevingsvormen Lokale regelingen 22. Procedureregeling functiewaardering 23. Regeling gesprekscyclus Publicatieblad 2013, nr. 23 3/111

4 24. Vergoedingsregeling reis- en verblijfkosten dienstreizen 25. Regeling telefoon en computerapparatuur 26. Sociaal Statuut 27. Regeling sanctiebeleid hoofdstuk 10d 28/39. Gereserveerd voor nieuwe regelingen 40. Overgangs- en slotbepalingen ANDT Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage IIa Bijlage III Salarisverhoging Salaristabel gemeenteambtenaren per 1 april 2012, oude structuur Salaristabel gemeenteambtenaren per 1 april 2012, nieuwe structuur aangevuld met percentages prestatiebeloning Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Werktijden buitendienstpersoneel afdeling Openbare Ruimte Publicatieblad 2013, nr. 23 4/111

5 Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Noaberkracht Dinkelland Tubbergen; overwegende dat in gevolge artikel 125, tweede lid van de Ambtenarenwet is bepaald dat het bevoegd gezag van provincies, gemeenten en waterschappen voor de ambtenaren door of vanwege deze lichamen aangesteld, voorschriften worden vastgesteld omtrent diverse onderwerpen die de arbeidsvoorwaarden van deze ambtenaren betreffend; dat ingegevolge de Gemeenschappelijke Regeling Noaberkracht Tubbergen Dinkelland het dagelijks bestuur de bevoegdheid van de colleges van burgemeester en wethouders van Tubbergen en Dinkelland is toegekend om ambtenaren te benoemen en dat het dagelijks bestuur dient te voorzien in een regeling als bedoeld in artikel 125, tweede lid Ambtenarenwet; dat de CAO gemeenten in het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden (LOGA) door het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wordt afgesproken met de centrales van overheidspersoneel, dat die afspraken worden neergelegd in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en de uitwerkingsovereenkomst (CAR en UWO). dat de CAR geldt voor alle gemeenten, de UWO alleen voor gemeenten die zich daarbij hebben aangesloten, waaronder ook verstaan gemeentelijke samenwerkingsorganisaties zoals Noaberkracht Dinkelland Tubbergen; dat niet bij de UWO aangesloten organisaties de UWO wel zoveel mogelijk volgen en alleen afwijken op onderdelen waarop de organisatie een eigen koers vaart, waarover de lokaal overleg plaatsvindt met de vakorganisaties; dat in het Georganiseerd Overleg van Noaberkracht door de werkgever en de vakorganisaties afspraken zijn gemaakt over UWO-onderdelen en over lokale arbeidsvoorwaarden die niet in de CAR en UWO geregeld zijn en dat zij hierover op 14 oktober 2013 overeenstemming hebben bereikt; gelet op de Gemeenschappelijke Regeling Noaberkracht Tubbergen Dinkelland en het bepaalde in in artikel 125, tweede lid van de Ambtenarenwet; Besluit: vast te stellen de navolgende: Publicatieblad 2013, nr. 23 5/111

6 Publicatieblad 2013, nr. 23 6/111

7 Arbeidsvoorwaardenregeling Noaberkracht Dinkelland Tubbergen (ANDT) Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen 1. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. ambtenaar: hij die door of vanwege Noaberkracht Dinkelland Tubbergen is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan; b. betrekking: het geheel van werkzaamheden dat door de ambtenaar is te verrichten; c. pensioenwet: de Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals die gold tot en met 31 december 1995; d. pensioen: een pensioen in de zin van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; e. arbeidsduur: de vooraf vastgestelde omvang van het aantal uren in een bepaalde periode gedurende welke door de ambtenaar arbeid moet worden verricht; f. arbeidsduur per dag: de arbeidsduur zoals die voor de ambtenaar voor een bepaalde dag is vastgesteld; g. formele arbeidsduur per de arbeidsduur volgens de aanstelling; week: h. feitelijke arbeidsduur per week: de arbeidsduur zoals die voor de ambtenaar voor een bepaalde week is vastgesteld; i. (vervallen) j. arbeidsduur per jaar: de naar jaarbasis herleide formele arbeidsduur per week, gecorrigeerd voor feestdagen; k. volledige betrekking: een betrekking waarbij de arbeidsduur per jaar ten hoogste 1836 uur bedraagt en de formele arbeidsduur per week 36 uur bedraagt; l. overwerk: werkzaamheden door de ambtenaar in dienstopdracht verricht buiten de feitelijke arbeidsduur per week; m. werkdag: een dag waarop de ambtenaar arbeid moet verrichten; n. werktijd: de periode tussen vastgestelde tijdstippen gedurende welke door de amtenaar arbeid moet worden verricht; o. uurloon: 1/156 gedeelte van het - zo nodig naar een volledige betrekking berekende - salaris van de ambtenaar per maand; p. Zvw: de Zorgverzekeringswet; q. CAR: Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten; r. UWO: Uitwerkingsovereenkomst; s. functioneringstoelage: een toelage die aan de ambtenaar wordt toegekend op grond van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver; t. waarnemingstoelage: een vergoeding die wordt toegekend aan de ambtenaar die ingevolge hem daartoe door of namens het dagelijks bestuur verstrekte opdracht volledig een andere betrekking waarneemt, indien voor die betrekking een hogere schaal geldt dan voor de eigen betrekking; u. LOGA: Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden; v. WAO: de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering; w. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschikt in de zin van artikel 18, eerste lid, van de WAO; x. WAO-uitkering: een uitkering op grond van de WAO; y. WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; z. IVA: Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten; aa. IVA-uitkering: de uitkering bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid op grond van de WIA; bb. WGA: Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten; Publicatieblad 2013, nr. 23 7/111

8 cc. WGA-uitkering: de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten op grond van de WIA; dd. WAJONG: Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor Jong gehandicapten; ee. WAZ: Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen; ff. Waz: Wet arbeid en zorg; gg. SUWI: de wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen; hh. uitvoeringsinstelling: een uitvoeringsinstelling als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; ii. pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; jj. WPA: de Wet privatisering ABP. kk. FPU-regeling: regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 2 van de Centrale Vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel; ll. FPU-reglement basis en aanvullende uitkering: het reglement zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid van de centrale VUT-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel. mm. Deeltijdbetrekking: een betrekking waarbij de arbeidsduur per jaar minder dan 1836 uur bedraagt en de formele arbeidsduur per week minder dan 36 uur bedraagt. nn. ZW: de Ziektewet oo. ZW-uitkering: ziekengeld of uitkering krachtens de ZW. pp. UWV: het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet SUWI. 2. Tot de openbare dienst van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen behoren alle diensten en bedrijven door Noaberkracht Dinkelland Tubbergen beheerd. Artikel 1:2 Geen ambtenaar 1. Voor de toepassing van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst wordt niet als ambtenaar beschouwd: a. het onderwijzend personeel bij een inrichting van openbaar onderwijs; b. het onderwijsondersteunend personeel bij een inrichting van openbaar onderwijs, indien zij belanghebbenden zijn in de zin van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel; c. de (buitengewoon) ambtenaar van de burgerlijke stand als zodanig; d. de onbezoldigd gemeenteambtenaar als genoemd in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, c, d en e van de Gemeentewet; e. de directeur van de RDW Dienst Wegverkeer die tevens is benoemd tot onbezoldigd ambtenaar der gemeentelijke belastingen; f. de onbezoldigd gemeenteambtenaar die toezichthouder is zonder opsporingsbevoegdheid; g. de onbezoldigd gemeenteambtenaar die toezichthouder is met opsporingsbevoegdheid; h. hij die een indicatie heeft voor de sociale werkvoorziening en op grond daarvan op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst is van de gemeente, met uitzondering van de geïndiceerde die werkzaam is bij de gemeente in het kader van begeleid werken als bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening; i. de ambtenaar als bedoeld in artikel 1.1, onder medewerker, van de sector-cao Ambulancezorg. 2. Voor toepassing van onderdeel f of g van het eerste lid is, afhankelijk van de lokale bevoegdheidsverdeling tussen het georganiseerd overleg en de ondernemingsraad, overeenstemming vereist in het georganiseerd overleg of instemming vereist van de ondernemingsraad. 3. Op de ambtenaar die aangesteld is als vrijwilliger bij de gemeentelijke brandweer is alleen hoofdstuk 19 en hoofdstuk 19a van toepassing. Artikel 1:2:1 1. Op de ambtenaar met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan zijn artikel 3:3, 3:3:1, 7:24a, 7:25, 7:25a en de hoofdstukken 17 en 18 niet van toepassing. 2. Op de ambtenaar die is aangesteld hoofdzakelijk ten behoeve van een wetenschappelijke of praktische opleiding of vorming zijn de hoofdstukken 3, 7, 10d, 11a en 17 niet van toepassing 3. Op de ambtenaar die is aangesteld als vakantiekracht zijn de hoofdstukken 3, 10d en 17 niet van toepassing. Publicatieblad 2013, nr. 23 8/111

9 4. Op de ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van een door de overheid getroffen regeling, die het karakter draagt door een tijdelijke tewerkstelling de opneming in het arbeidsproces te bevorderen van personen, die behoren tot één of meer bepaalde groepen van werklozen, zijn de hoofdstukken 3, 10d en 11a niet van toepassing. Artikel 1:2:2 Leer-werkbaan 1. Het dagelijks bestuur kan een werkzoekende een leer-werkbaan aanbieden. 2. Als werkzoekende bedoeld in dit artikel wordt aangemerkt hij die tussen de 16 en 25 jaar oud is en minimaal 3 maanden geregistreerd staat als werkzoekend bij het CWI. 3. De leer-werkbaan start met een periode van minimaal drie en ten hoogste zes maanden, waarin de werkzoekende door middel van een werkstage op een door het dagelijks bestuur aangewezen plaats werkervaring kan opdoen. De werkzoekende wordt in deze periode niet beschouwd als ambtenaar. 4. Het dagelijks bestuur draagt tijdens de werkstage zorg voor adequate begeleiding van de werkzoekende. 5. Indien de periode bedoeld in het derde lid succesvol verlopen is kan het dagelijks bestuur de werkzoekende aansluitend in tijdelijke dienst aanstellen voor een periode van ten hoogste anderhalf jaar. 6. De werkzoekende die in tijdelijke dienst is aangesteld wordt bezoldigd overeenkomstig schaal Gedurende de tijdelijke aanstelling zorgt het dagelijks bestuur voor adequate begeleiding van de werkzoekende en vindt zo nodig scholing plaats op kosten van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen. 8. Op de werkzoekende met een tijdelijke aanstelling is de CAR-UWO van toepassing, met uitzondering van de hoofdstukken 3, 10d, 11a en 17. Artikel 1:2:3 Instapplan 1. Het dagelijks bestuur kan een werkzoekende via het aanbieden van een instapplan de mogelijkheid geven om werkervaring te verkrijgen. 2. Als werkzoekende bedoeld in dit artikel wordt aangemerkt hij die tussen de 16 en 25 jaar oud is en minimaal 3 maanden geregistreerd staat als werkzoekend bij het CWI. 3. In het kader van het instapplan biedt het dagelijks bestuur de werkzoekende een tijdelijke aanstelling aan voor ten hoogste een half jaar. Artikel 1:3 Toepassing 1. De bepalingen van deze regeling vinden ten aanzien van ambtenaren, omtrent wier rechtstoestand bij of krachtens de wet regelen zijn gesteld, slechts toepassing, voor zover bij of krachtens de wet die rechtstoestand niet is geregeld. 2. Bij besluit door het dagelijks bestuur kan de toepasselijkheid van deze regeling of van delen daarvan op ambtenaren of groepen ambtenaren om bijzondere redenen worden uitgesloten. Het voornemen een besluit te nemen, bedoeld in de eerste volzin, wordt - met redenen omkleed - gemeld bij het secretariaat van het LOGA. Deze melding kan voor LOGA-partijen aanleiding zijn te besluiten tot een verdere handelwijze. Artikel 1:4:1 Voorschriften en instructies Met inachtneming van het bepaalde in deze regeling kan het dagelijks bestuur, indien zulks naar hun oordeel nodig of wenselijk is: a. bijzondere voorschriften vaststellen ter uitvoering van de bepalingen van deze regeling, alsmede ten behoeve van het functioneren van de dienst; b. instructies vaststellen ten aanzien van betrekkingen en bij de vervulling daarvan te volgen werkwijzen. Artikel 1:4:2 Uitreiking van CAR en UWO 1. Op verzoek ontvangt de ambtenaar kosteloos een exemplaar van deze regeling, van de wijzigingen daarvan en van alle andere regelingen welke ter uitvoering van artikel 125 van de Ambtenarenwet zijn of worden getroffen. 2. Op verzoek ontvangen eveneens kosteloos een exemplaar van de in het vorige lid bedoelde stukken: a. a de centrales van overheidspersoneel welke zijn toegelaten tot het LOGA met het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; Publicatieblad 2013, nr. 23 9/111

10 b. b de organisaties die blijkens hun statuten de belangen van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen ambtenaren behartigen en aangesloten zijn bij de onder a aangeduide centrales; c. de afdelingen van de organisaties, bedoeld onder b; d. ieder ander die daarvoor naar het oordeel van het dagelijks bestuur in aanmerking komt. Artikel 1:4:3 1. Op verzoek ontvangt de ambtenaar kosteloos een exemplaar van de voor hem geldende schriftelijke regels, welke zijn vastgesteld ter uitwerking of uitvoering van de bepalingen van deze regeling of welke hij bij de vervulling van zijn betrekking heeft na te leven, tenzij de bedoelde regels op een voor hem gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage liggen. 2. Wanneer de ambtenaar niet schriftelijk vastgestelde regels als bedoeld in het eerste lid heeft na te leven, worden deze behoorlijk te zijner kennis gebracht. Artikel 1:4:4 Voordragen van belangen De ambtenaar heeft het recht zijn belangen rechtstreeks bij de kolomdirecteur en bij het tot aanstelling bevoegd dagelijks bestuur voor te dragen. Artikel 1:5 Bij de berekening van uren onder meer bij het bepalen van de omvang van de betrekking, worden deze tot op twee decimalen afgerond. Om tot een decimaal te komen, wordt de gangbare afbreekregel gehanteerd. Artikel 1:6 Vrijstelling 1. In een nadere regeling kan worden bepaald dat in bijzondere gevallen voor nader te bepalen hogere functies een tijdelijke aanstelling kan worden verleend in afwijking van artikel 2:4, alsmede dat voor bedoelde functies kan worden afgeweken van de salaristabel en/of van het bepaalde in de hoofdstukken 8 en 10d. In de commissie voor georganiseerd overleg moet overeenstemming zijn bereikt over de criteria voor de aanwijzing van deze functies en over de functies zelf. Ingeval geen commissie voor georganiseerd overleg is ingesteld, wordt de procedure ingevolge bijlage III van deze regeling gevoerd bij het opstellen van evengenoemde criteria en bij het bepalen van de functies, waarbij het overeenstemmingsvereiste van toepassing is. 2. De in het vorige lid bedoelde regeling kan overeenkomstig van toepassing worden verklaard op ambtenaren in tijdelijke dienst die projecten of functies van tijdelijke aard uitoefenen waarbij de te bereiken resultaten in een bepaalde tijdsperiode tevoren kunnen worden vastgesteld en de betrokken ambtenaar in verregaande mate zelfstandig verantwoordelijkheid draagt voor de inrichting van de werkzaamheden Hoofdstuk 2 Aanstelling en arbeidsovereenkomst Artikel 2:1 Aanstelling; het dagelijks bestuur Tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is of wordt bepaald, geschiedt de aanstelling door het dagelijks bestuur. Artikel 2:1A Aanstelling in algemene dienst 1. De aanstelling geschiedt in algemene dienst van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen. 2. Het dagelijks bestuur stelt in een lokale regeling nadere regels ter uitvoering van dit artikel. 3. De ambtenaar die op 31 december 2012 in dienst is van de gemeente is met ingang van 1 januari 2013 van rechtswege aangesteld in algemene dienst van de gemeente. Artikel 2:1B 1. De ambtenaar is nadat hij is gehoord verplicht om in het belang van de dienst een andere passende functie te aanvaarden. Een passende functie is een functie die de ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen. 2. Indien het dagelijks bestuur dit in het belang van de dienst nodig acht, is de ambtenaar verplicht om: a. tijdelijk niet tot zijn functie behorende werkzaamheden te verrichten, dan wel tijdelijk een andere functie waar te nemen; b. tijdelijk werkzaamheden te verrichten buiten de voor hem vastgestelde werktijden; c. beschikbaar te zijn buiten de voor zijn functie vastgestelde werktijden. Voor het, gedurende Publicatieblad 2013, nr /111

11 onbepaalde tijd periodiek verrichten van deze beschikbaarheidsdiensten wordt de ambtenaar schriftelijk aangewezen, indien deze diensten ten minste op gemiddeld zestig kalenderdagen in een periode van twaalf maanden zullen moeten worden verricht, hetgeen uit de schriftelijke aanwijzing moet blijken. 3. Wanneer de ambtenaar meent, dat in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden redelijkerwijs niet van hem kunnen worden gevergd, geeft hij onverminderd zijn verplichting om die werkzaamheden terstond aan te vangen daarvan door tussenkomst van het hoofd van dienst terstond kennis aan het dagelijks bestuur, dat zo spoedig mogelijk een beslissing ter zake neemt. Artikel 2:2 Aanstelling; onderzoek naar bekwaamheid en geschiktheid 1. Voor aanstelling kan slechts in aanmerking komen hij van wie - na een daartoe door of vanwege het tot aanstelling bevoegd dagelijks bestuur gehouden onderzoek - kan worden aangenomen, dat hij in voldoende mate beschikt over de hoedanigheden tot het verrichten van de hem op te dragen werkzaamheden. 2. Het dagelijks bestuur treft maatregelen, waardoor de vertrouwelijkheid van de gegevens, ontvangen op grond van het in het eerste lid bedoelde onderzoek, te allen tijde wordt gegarandeerd. 3. Voor aanstelling kan als vereiste worden gesteld, dat betrokkene in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 4. De vreemdeling, zoals omschreven in de Vreemdelingenwet 2000 kan slechts voor een aanstelling in aanmerking komen indien hij beschikt over een tewerkstellingsvergunning tenzij hij van deze verplichting is uitgesloten krachtens artikel 3 van de Wet arbeid vreemdelingen. Artikel 2:3 Aanstelling; geneeskundig onderzoek 1. Onverminderd artikel 2:2, kan het dagelijks bestuur bepalen dat voor bepaalde functies, waarbij aan de vervulling van de functie bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld, aanstelling alleen mogelijk is na een geneeskundig onderzoek gericht op de te vervullen betrekking, waaruit blijkt dat tegen het vervullen van de betrekking uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan. Het geneeskundig onderzoek wordt ingesteld door de geneeskundige(n), daartoe aangewezen door het dagelijks bestuur. 2. De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen. Artikel 2:4 Duur van de aanstelling 1. De aanstelling geschiedt vast of tijdelijk. 2. Vanaf de dag dat de tijdelijke aanstelling een periode van 36 maanden overschrijdt, geldt, met inachtneming van het derde en vierde lid, de laatste aanstelling met ingang van die dag als vaste aanstelling. 3. Het tweede lid is niet van toepassing wanneer een tijdelijke aanstelling wordt aangegaan voor een project met een eenmalig en uniek karakter. 4. In afwijking van het tweede lid geldt bij een tijdelijke aanstelling die is aangegaan voor vervulling van de betrekking bij wijze van proef een maximale termijn van 24 maanden, eventuele verlengingen daarin begrepen. 5. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing wanneer tijdelijke aanstellingen elkaar met tussenpozen van niet meer dan drie maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, die tussenpozen inbegrepen, overschrijden. 6. Vanaf de dag dat meer dan drie tijdelijke aanstellingen elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden, geldt de laatste aanstelling als vaste aanstelling. Artikel 2:4:1 Bericht van aanstelling 1. De ambtenaar ontvangt voor zijn indiensttreding kosteloos het bericht van aanstelling. Dit bericht vermeldt: a. de gegevens genoemd in artikel II, tweede lid, onderdeel a tot en met j, van de wet van 2 december 1993 (Stb. 1993, 635); b. de geboortedatum en geboorteplaats van de ambtenaar; c. de aanstellingsgrond, indien de ambtenaar is aangesteld: i. in een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd; ii. voor vervulling van een betrekking bij wijze van proef; iii. voor een project met een eenmalig en uniek karakter; Publicatieblad 2013, nr /111

12 iv. hoofdzakelijk ten behoeve van een wetenschappelijke of praktische opleiding of vorming; v. als vakantiekracht; vi. vi voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van een door de overheid getroffen regeling, die het karakter draagt door een tijdelijke tewerkstelling de opneming in het arbeidsproces te bevorderen van personen, die behoren tot één of meer bepaalde groepen van werklozen; vii. vii als werkzoekende in tijdelijke dienst; 2. Een wijziging bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt de ambtenaar kosteloos meegedeeld. 3. De mededeling als bedoeld in het zesde lid van artikel II van de wet van 2 december 1993 geschiedt kosteloos. Artikel 2:4:2 Vacatures 1. De vervulling van een vacature geschiedt bij voorkeur uit het personeel van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen, tenzij naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegde dagelijks bestuur het dienstbelang zich daartegen verzet. 2. Het bepaalde in het vorige lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op degenen die een uitkering krachtens hoofdstuk 10 a en 10d genieten ten laste van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen. Artikel 2:5 Arbeidsovereenkomst 1. Door het dagelijks bestuur kan met een persoon slechts een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht worden aangegaan voor het bij oproep verrichten van werkzaamheden van een in aard en omvang wisselend karakter. 2. De arbeidsovereenkomst wordt schriftelijk aangegaan, in tweevoud opgemaakt en door beide partijen ondertekend. 3. Artikel 125h van de Ambtenarenwet is van overeenkomstige toepassing op de persoon met wie een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is gesloten. Artikel 2:5:1 Ten aanzien van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2:5 zijn de artikelen 2:1 tot en met 2:4:2 van overeenkomstige toepassing. Artikel 2:5:2 Minimum-urengarantie bij oproepkrachten De overeenkomst kent een minimum-urengarantie. Per oproep wordt een minimum van 2 uur gegarandeerd en op maandbasis wordt uitbetaling van minimaal 15 uur gegarandeerd. De middeling van gewerkte uren vindt per kwartaal plaats indien in de maanden van het betreffende kwartaal meer of minder uren wordt gewerkt Artikel 2:5:3 Inhoud oproepovereenkomst De overeenkomst dient de volgende afspraken te bevatten: a. de werkgever verbindt zich, indien zich werkzaamheden voordoen die een beroep op de arbeid van de oproepkracht rechtvaardigen, het verrichten van deze werkzaamheden aan de oproepkracht aan te bieden; b. de oproepkracht verbindt zich in beginsel de werkzaamheden - na daartoe opgeroepen te zijn - te verrichten; c. een oproep door de werkgever dient ten minste 24 uur voor de aanvang van de feitelijke werkzaamheden aan de oproepkracht kenbaar gemaakt te worden. Daarbij dient de werkgever de omvang van de werkzaamheden zo nauwkeurig mogelijk aan te geven; d. de werkgever verbindt zich in de overeenkomst de tijden te vermelden, waarbinnen de werkzaamheden kunnen worden verricht; e. een oproep kan door de werkgever worden afgezegd en door de oproepkracht worden geweigerd, indien de afzegging respectievelijk de weigering uiterlijk twaalf uur voor de aanvang van de feitelijke werkzaamheden aan de wederpartij kenbaar wordt gemaakt. Indien afzegging plaatsvindt zonder de termijn van twaalf uur in acht te nemen, is de werkgever gehouden loon te betalen als ware de werkzaamheden feitelijk vervuld. Indien weigering plaatsvindt zonder de termijn van twaalf uur in acht te nemen, maakt de oproepkracht zich schuldig aan plichtsverzuim; f. indien gedurende een omschreven periode de oproepkracht niet heeft gewerkt, terwijl de werkgever de oproepkracht ten minste een omschreven aantal malen daartoe heeft opgeroepen, en de oproepkracht alsdan niet verhinderd was werkzaam te zijn wegens ziekte, kan genoemde omstandigheid gelden als grond voor ontslag van de oproepkracht op grond van artikel 8:13. Publicatieblad 2013, nr /111

13 Artikel 2:5:4 Bezoldiging en betaling bij ziekte van de oproepkracht 1. Noaberkracht Dinkelland Tubbergen verbindt zich de bezoldiging van de oproepkracht te baseren op de minimum afspraken zoals geformuleerd in artikel 2:5:2. 2. De bezoldiging die de oproepkracht geniet, daaronder begrepen de vakantietoelage, wordt uitgedrukt in een bezoldiging per uur. 3. Ingeval de oproepkracht aanspraak maakt op een uitkering ingevolge hoofdstuk 7, wordt als berekeningsbasis voor de uitkering uitgegaan van het inkomen dat gemiddeld is genoten gedurende het kalenderkwartaal, voorafgaand aan het tijdstip waarop de ziekte is ontstaan. Ingeval het arbeidspatroon in bedoeld kalenderkwartaal in belangrijke mate afwijkt van het arbeidspatroon in een voorafgaand kwartaal, wordt uitgegaan van het inkomen dat is genoten gedurende een kalenderkwartaal dat een getrouw beeld geeft van het gemiddelde arbeidspatroon van de oproepkracht. Artikel 2:6 Overgangsrecht 1. Op aanstellingen of arbeidsovereenkomsten die op 1 juli 2001 voldoen aan de voorwaarden van artikel 2:4, wordt artikel 2:4 pas van toepassing indien een volgende aanstelling of arbeidsovereenkomst wordt aangegaan na een tussenpoos van niet meer dan drie maanden. 2. Op een tijdelijke aanstelling of arbeidsovereenkomst die voor 1 juli 2001 is verleend en die na 1 juli 2001 doorloopt, blijven tot het einde van deze aanstelling of arbeidsovereenkomst de bepalingen van toepassing, zoals deze luidden voor 1 juli Arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan op grond van de bepalingen van artikel 2:5, eerste lid, onder a, b of c, en artikel 2:5:2, onder b, juncto artikel 2:5, eerste lid, onder e, zoals deze luidden voor 1 juli 2001, worden per 1 juli 2001 omgezet in een aanstelling. Van deze omzetting ontvangt betrokkene kosteloos bericht. Het aanstellingsbesluit voldoet aan de voorwaarden van artikel 2:4:1. 4. Arbeidsovereenkomsten voor het bij oproep verrichten van werkzaamheden van een in aard en omvang wisselend karakter, die zijn aangegaan voor 1 mei 1994, vallen onder de werking van hoofdstuk 2, zoals dat per 1 juli 2001 luidt, met uitzondering van artikel 2:5:2. Artikel 2:7 Aanpassing arbeidsduur 1. Overeenkomstig de Wet aanpassing arbeidsduur heeft een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht de formele arbeidsduur per week te verminderen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten. 2. Overeenkomstig de Wet aanpassing arbeidsduur heeft een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht op de de formele arbeidsduur per week te uit te breiden tot het aantal uren van een volledige betrekking, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten. 3. Het dagelijks bestuur kan afwijken van het gestelde in het tweede lid ten aanzien van personen die werkzaam zijn in het kader van het Besluit in- en doorstroombanen, indien dit zou leiden tot een verlies van subsidie. Artikel 2:7a 1. Op verzoek van het dagelijks bestuur kan de arbeidsduur van een ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur van 36 uur per week, worden verruimd naar maximaal 40 uur per week. 2. Bij een verruiming van de arbeidsduur geldt dat: de verruiming van de arbeidsduur plaatsvindt gedurende een vooraf te bepalen periode; het salaris evenredig wordt verhoogd; de vakantieduur evenredig wordt verhoogd; de pensioenopbouw evenredig wordt verhoogd; de minimum vakantietoelage als bedoeld in artikel 6:3, tweede lid, sub a, evenredig wordt verhoogd; de minimale eindejaarsuitkering als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, evenredig wordt verhoogd; instemming van de ambtenaar is vereist; artikel 4a:2 in de bepaalde periode niet van toepassing is. Publicatieblad 2013, nr /111

14 3. Wanneer het eerste lid van dit artikel wordt toegepast, meldt het dagelijks bestuur dit vooraf aan de OR. 4. Het dagelijks bestuur rapporteert jaarlijks in het sociaal jaarverslag over het gebruik van de uitbreidingsmogelijkheid van de arbeidsduur naar maximaal 40 uur. Deze rapportage wordt ter bespreking voorgelegd aan de OR. Hoofdstuk 3 Salaris en vergoedingsregelingen Artikel 3:1 Bezoldiging 1. Met inachtneming van artikel 1:2:1 wordt aan de ambtenaar binnen het kader van een lokaal vast te stellen bezoldigingsregeling een bezoldiging toegekend. 2. In deze bezoldigingsregeling worden de volgende begrippen gebruikt: a. schaal: de voor een betrekking of voor een aantal betrekkingen tezamen ter bepaling van het salaris geldende opklimmende reeks van bedragen, daaronder mede begrepen de bedragen welke gelden ter verhoging van het salaris als gevolg van diensttijduitloop; b. salaris: het bedrag van de schaal hetwelk aan de ambtenaar is toegekend of, indien voor de betrekking een vast bedrag geldt, dit bedrag; c. bezoldiging: het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen - niet zijnde onkostenvergoedingen - als omschreven in de in het eerste lid bedoelde regeling, alsmede het bedrag van de functioneringstoelage en de waarnemingstoelage. 3. Van de bezoldigingsregeling, bedoeld in het eerste lid, maken deel uit bijlage II en IIa van de CAR: a. Bijlage II omvat de indeling van de schalen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en is van toepassing op die ambtenaar die ook op 31 maart 1996 reeds een salaris genoot op grond van deze bijlage, tenzij op grond van het gestelde onder b, tweede gedachtestreepje, bijlage IIa op hem van toepassing is. b. Bijlage IIa omvat de indeling en de opbouw van de schalen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en is van toepassing op: - de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een betrekking aanvaardt in de zin van de CAR, zonder direct daaraan voorafgaand een betrekking in de zin van de CAR te hebben vervuld en - de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een nieuwe betrekking in de zin van de CAR aanvaardt, direct voorafgegaan door een andere betrekking in de zin van de CAR, waarbij aan die nieuwe betrekking een beter salarisperspectief is verbonden. Hierbij wordt een betrekking mede als nieuw aangemerkt ingeval een bestaande aanstelling of arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd, als gevolg van een wijziging in de uit te voeren taken. 4. Met inachtneming van het bepaalde in het derde lid en het vijfde lid worden in de bezoldigingsregeling nadere regels gesteld inzake de wijze waarop de inschaling plaatsvindt ingevolge bijlage IIa van de ambtenaren ten aanzien van wie het salaris op 31 maart 1996 is vastgesteld op grond van bijlage II. 5. Van de nadere regels, bedoeld in het vorige lid, maken deel uit de afspraken: a. dat de ambtenaar met een salaris ingevolge bijlage II, die voor 1 april 1997 reeds het maximum heeft bereikt van de schaal en die binnen die betrekking geen perspectief heeft op een hogere schaal eerst per 1 april 1997 een salaris gaat ontvangen op basis van het maximum van dezelfde schaal ingevolge bijlage IIa; b. en dat de ambtenaar met een salaris ingevolge bijlage II die op of na 1 april 1997 het maximum bereikt van de schaal en binnen zijn betrekking geen perspectief heeft op een hogere schaal op de datum van het bereiken van het maximum van de schaal een salaris gaat ontvangen op basis van het maximum van dezelfde schaal ingevolge bijlage IIa. 6. Het salaris wordt berekend, gebaseerd op de formele arbeidsduur per week, en uitgekeerd per maand. 7. Met instemming van de ambtenaar kan een ambtenaar van 55 jaar of ouder in het kader van seniorenbeleid aangesteld worden in een functie waaraan een lagere schaal is verbonden met een dienovereenkomstige aanpassing van het salaris. 8. Na de toepassing van artikel 7:16, tweede lid, kan de ambtenaar worden herplaatst in de eigen of een passende functie waaraan een lagere schaal is verbonden met dienovereenkomstige aanpassing van het salaris. Publicatieblad 2013, nr /111

15 Artikel 3:1:1 1. De bezoldiging, bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, wordt bepaald met inachtneming van de aard van de betrekking en de wijze waarop de ambtenaar deze vervult. Mede kunnen in aanmerking worden genomen bekwaamheid en geschiktheid van de ambtenaar, voor zover in het belang van de dienst gebleken terzake van werkzaamheden niet tot zijn eigenlijke betrekking behorende. Voorts kunnen in aanmerking worden genomen leeftijd en dienstjaren van de ambtenaar alsook andere omstandigheden, voor zover deze naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegde dagelijks bestuur, gelet op het dienstbelang en gelet op verhoudingen binnen de dienst, van betekenis zijn. 2. Voor zover daarin niet reeds is voorzien door de in artikel 3:1 eerste lid, bedoelde regeling kan het dagelijks bestuur nadere regelen stellen met betrekking tot het in het eerste lid bepaalde. 3. Voor zover in de in artikel 3:1, eerste lid, bedoelde regeling niet anders is bepaald, geschiedt de uitbetaling van de bezoldiging per maand. Omtrent de wijze waarop de uitbetaling geschiedt kan het dagelijks bestuur nadere regels stellen. 4. Over de tijd gedurende welke de ambtenaar in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn betrekking te vervullen, wordt hem zijn bezoldiging niet uitgekeerd. Artikel 3:1:1:1 Begripsomschrijvingen In aanvulling op de begripsomschrijvingen uit artikel 1:1 en artikel 3:1, tweede lid, wordt verstaan onder: a. salarisschaal: een van de schalen 1 tot en met 18 opgenomen in bijlage IIa; b. functieschaal: de voor een betrekking of voor een aantal betrekkingen tezamen geldende salarisschaal; c. aanloopschaal: de naast lagere salarisschaal ten opzichte van de functieschaal; d. periodiek: een van de bedragen in de salarisschalen, aangeduid met de nummers 0 tot en met 11; Artikel 3:1:1:2 Aanvang en einde betaling bezoldiging 1. Het recht op bezoldiging begint met de dag waarop de aanstelling van de ambtenaar ingaat. Als in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht op salaris aan met de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden. 2. Het recht op bezoldiging eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat. 3. De bezoldiging wordt eens per kalendermaand aan de ambtenaar uitbetaald 4. Wanneer de bezoldiging of een onderdeel daarvan moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand. Artikel 3:1:1:3 Salaris bij deeltijdwerk Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden bij een volledige betrekking. Artikel 3:1:1:4 Functiewaardering 1. Het dagelijks bestuur bepaalt met inachtneming van de resultaten van een functiewaarderingssysteem en aan de hand van de vastgestelde conversie de voor de ambtenaar geldende functieschaal. 2. Voor toepassing van het functiewaarderingssysteem geldt een procedureregeling die is opgenomen in hoofdstuk 22. Artikel 3:1:1:5 Salaris bij aanstelling 1. De ambtenaar wordt bij zijn aanstelling ingedeeld in periodiek 0 van de voor zijn functie geldende functieschaal. Als daarvoor naar het oordeel van het dagelijks bestuur aanleiding bestaat wordt de ambtenaar bij zijn aanstelling ingedeeld in een hogere periodiek van de functieschaal. 2. Als de ambtenaar bij aanstelling nog onvoldoende werkervaring heeft om zijn functie volledig te kunnen vervullen, wordt de ambtenaar bij zijn aanstelling ingedeeld in periodiek 0 van de voor zijn functie geldende aanloopschaal. Als daarvoor naar het oordeel van het dagelijks bestuur aanleiding bestaat, wordt de ambtenaar bij zijn aanstelling ingedeeld in een hogere periodiek van de aanloopschaal. 3. Het eerste en tweede lid gelden naar analogie voor de ambtenaar die een andere, hoger gewaardeerde functie bij Noaberkracht Dinkelland Tubbergen aanvaardt, met dien verstande dat Publicatieblad 2013, nr /111

16 de ambtenaar niet in een periodiek kan worden ingedeeld met een lager salarisbedrag dan het salarisbedrag dat hoort bij de periodiek waarin hij bij zijn vorige functie was ingedeeld. Artikel 3:1:1:6 Bevordering van aanloop- naar functieschaal 1. De ambtenaar die op grond van artikel 3:1:1:5, derde lid, is ingedeeld in de voor zijn functie geldende aanloopschaal wordt bevorderd naar de functieschaal als hij zijn functie volledig vervult blijkens de beoordeling als bedoeld in artikel 3:1:1:8, eerste lid en als eindoordeel normaal, goed of uitstekend heeft. Na deze beoordeling geschiedt bevordering per 1 januari van het volgende kalenderjaar. 2. Bij bevordering naar de functieschaal wordt het salaris voor de ambtenaar in de functieschaal vastgesteld op het eerst hogere bedrag in die schaal, waarmee gerealiseerd wordt dat het verschil tussen het nieuwe en het oude salaris ten minste 75% bedraagt van het verschil tussen de periodiek die de ambtenaar laatstelijk genoot en de naast hogere periodiek in de aanloopschaal, dan wel de naast lagere periodiek in de aanloopschaal, als de ambtenaar was ingedeeld in periodiek 11 (het maximum) van de aanloopschaal. Artikel 3:1:1:7 Salaris bij functiewaardering 1. De ambtenaar van wie de functie met toepassing van artikel 3:1:1:4 opnieuw wordt gewaardeerd wordt horizontaal ingeschaald in de nieuwe, voor zijn functie geldende functieschaal vanaf de datum waarop de nieuwe functiewaardering ingaat. De horizontale inschaling geschiedt in hetzelfde salarisbedrag als hij genoot voor die functiewaarderingsdatum. Als de ambtenaar voor de functiewaarderingsdatum een salarisbedrag geniet dat hoger ligt dan het maximum (periodiek 11) van de nieuwe functieschaal, dan wordt de ambtenaar ingedeeld in periodiek 11 van de nieuwe functieschaal. 2. De ambtenaar die als gevolg van toepassing van het eerste lid in een lagere functieschaal wordt ingedeeld, krijgt een garantie op zijn oude salaris en het salarisperspectief in zijn oude schaal. 3. De garantie als bedoeld in het tweede lid krijgt gestalte door een maandelijkse garantietoelage ter hoogte van het verschil van het salaris van de ambtenaar in zijn functieschaal en het salaris dat de ambtenaar voor de functiewaarderingsdatum genoot. 4. Als de ambtenaar voor de functiewaarderingsdatum nog salarisperspectief had in zijn oude schaal, wordt de garantietoelage op elke volgende periodiekdatum bijgesteld met het bedrag van één periodiek in de oude schaal, als blijkens de beoordeling als bedoeld in artikel 3:1:1:8, eerste lid het eindoordeel van de ambtenaar normaal, goed of uitstekend is. 5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die bij toepassing van het eerste lid nog niet in aanmerking komt voor een garantietoelage, maar na het bereiken van het maximum van zijn functieschaal (periodiek 11) wel, om zijn salarisperspectiefgarantie te verzilveren. 6. Bij een in het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden overeengekomen algemene verhoging van de salarissen wordt de garantietoelage aangepast. De garantie maakt deel uit van de berekeningsgrondslag van de vakantietoelage, eindejaarsuitkering en levensloopbijdrage (artikelen 6:3, 3:6 en 6a:7) en behoort tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.1 van het Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP. 7. De garantietoelage vervalt: a. als de functie van de ambtenaar in de toekomst een hogere functiewaardering krijgt en de ambtenaar dusdanig in de hogere functieschaal wordt ingepast, dat de toelage bij het nieuwe salarisbedrag is inbegrepen; b. als de ambtenaar in de toekomst een functie gaat vervullen die gewaardeerd is met een hogere functieschaal, en de ambtenaar dusdanig in deze hogere functieschaal wordt ingepast, dat de toelage bij het nieuwe salarisbedrag is inbegrepen; c. als de ambtenaar in de toekomst op eigen verzoek een functie gaat vervullen die gewaardeerd is met een lagere functieschaal. Artikel 3:1:1:8 Jaarlijkse vaststelling salaris 1. Eenmaal per jaar neemt het dagelijks bestuur een besluit met betrekking tot de hoogte van het salaris van de ambtenaar per 1 januari van het volgende kalenderjaar. Dit besluit is gebaseerd op beoordeling van de ambtenaar over het afgelopen jaar met toepassing van de Regeling gesprekscyclus die is opgenomen in hoofdstuk De ambtenaar die nog niet het maximum van de voor hem geldende aanloop- of functieschaal (periodiek 11) heeft bereikt, komt bij toepassing van het eerste lid in aanmerking voor een periodieke verhoging als het eindoordeel normaal, goed of uitstekend is. Publicatieblad 2013, nr /111

17 3. De ambtenaar komt bij toepassing van het eerste lid in aanmerking voor een jaarlijks opnieuw toe te kennen prestatiebeloning als het eindoordeel goed of uitstekend is. De beoordeling in enig kalenderjaar is steeds bepalend voor het al dan niet toekennen van prestatiebeloning in het daaropvolgende kalenderjaar. De prestatiebeloning wordt voor één kalenderjaar toegekend. Een volgende beoordeling kan aanleiding geven om opnieuw prestatiebeloning toe te kennen. De prestatiebeloning wordt toegekend per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de beoordeling is opgemaakt en bestaat uit een percentage dat wordt berekend over periodiek 11 (het maximum) van de voor de ambtenaar geldende functieschaal. De bedragen van de verschillende percentages zijn weergegeven in bijlage IIa. a. Er wordt een prestatiebeloning toegekend van 2,5% aan de ambtenaar die: het eerste jaar van zijn dienstbetrekking met Noaberkracht Dinkelland Tubbergen als eindoordeel goed behaalt; of als eindoordeel goed behaalt, terwijl zijn vorige eindoordeel normaal, matig of onvoldoende was. b. Er wordt een prestatiebeloning toegekend van 5% aan de ambtenaar die als eindoordeel goed behaalt, terwijl zijn vorige eindoordeel goed of uitstekend was. c. Er wordt een prestatiebeloning toegekend van 7,5% aan de ambtenaar die: het eerste jaar van zijn dienstbetrekking met Noaberkracht Dinkelland Tubbergen als eindoordeel uitstekend behaalt; of als eindoordeel uitstekend behaalt, terwijl zijn vorige eindoordeel goed, normaal, matig of onvoldoende was. d. Er wordt een prestatiebeloning toegekend van 10% aan de ambtenaar die als eindoordeel uitstekend behaalt, terwijl zijn vorige eindoordeel eveneens uitstekend was. 4. De ambtenaar die bij toepassing van het eerste lid als eindoordeel matig of onvoldoende heeft, kan - na in achtneming van een wachtjaar in aanmerking komen voor een korting op zijn salaris. Deze korting wordt daadwerkelijk gerealiseerd als de ambtenaar bij de volgende beoordeling opnieuw als eindoordeel matig of onvoldoende heeft. 5. In afwijking van het vierde lid wordt voor de salariskorting geen wachtjaar in acht genomen als tijdens het voortgangsgesprek al met de ambtenaar is besproken dat zijn functioneren matig of onvoldoende is en dus moet verbeteren. Op het formulier gesprekscyclus moet dan het blokje met de waarschuwing van matig of onvoldoende functioneren zijn aangekruist of ingekleurd. 6. De salariskorting als bedoeld in het vierde en vijfde lid wordt voor één kalenderjaar toegepast. Als de volgende beoordeling aanleiding geeft om opnieuw een korting toe te passen, wordt niet opnieuw een wachtjaar in acht genomen als de ambtenaar als eindoordeel opnieuw matig of onvoldoende behaalt. Als de betreffende ambtenaar in een of meer volgende jaren als eindoordeel normaal, goed of uitstekend behaalt, zijn het vierde en vijfde lid opnieuw onverkort van toepassing en moet bij het behalen van het eindoordeel matig of onvoldoende dus opnieuw een wachtjaar in acht worden genomen, tenzij naar aanleiding van het voortgangsgesprek op het formulier gesprekscyclus het blokje met de waarschuwing van matig of onvoldoende functioneren is aangekruist of ingekleurd. 7. De salariskorting wordt toegepast per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de beoordeling is opgemaakt en bestaat uit een percentage dat wordt berekend over periodiek 11 (het maximum) van de voor de ambtenaar geldende functieschaal. De bedragen van de verschillende percentages zijn weergegeven in bijlage IIa. a. Er wordt een korting toegekend van 2,5% aan de ambtenaar die bij de laatste beoordeling als eindoordeel matig behaalt. b. Er wordt een korting toegekend van 5% aan de ambtenaar die bij de laatste beoordeling als eindoordeel onvoldoende behaalt. 8. Bij toepassing van het vierde tot en met het zesde lid doet het niet ter zake of de ambtenaar in het ene jaar een ander eindoordeel behaalt dan in het vorige jaar. Bepalend is dat het eindoordeel ofwel matig ofwel onvoldoende is. Conform het zevende lid is de laatste beoordeling bepalend voor de hoogte van de salariskorting. 9. Bij toepassing van het vierde tot en met het zesde lid dient op het formulier gesprekscyclus het blokje met de waarschuwing van matig of onvoldoende functioneren alleen te zijn aangekruist of ingekleurd om te bepalen dat het wachtjaar niet in acht moet worden genomen. In daaropvolgende, aansluitende jaren waarin door de ambtenaar als eindoordeel matig of onvoldoende wordt behaald hoeft het blokje niet te zijn aangekruist of ingekleurd, omdat het wachtjaar dan niet meer van toepassing is. 10. Als door toedoen van de leidinggevende geen beoordeling heeft plaatsgevonden, vindt er niettemin een salarisverhoging als bedoeld in het tweede en derde lid plaats per 1 januari van het volgende kalenderjaar op basis van het eindoordeel waarop de laatste salarisverhoging van de ambtenaar was gebaseerd. Een korting als bedoeld in het vierde of vijfde lid kan dan niet aan de Publicatieblad 2013, nr /111

18 orde zijn. In deze situatie heeft de ambtenaar er recht op, dat op zijn verzoek alsnog een beoordeling wordt opgemaakt. Als het eindoordeel van die beoordeling tot een hogere salarisverhoging leidt, wordt die salarisverhoging met terugwerkende kracht toegekend tot het moment (1 januari) waarop deze in had moeten gaan als er wel tijdig een beoordeling was opgemaakt. Als het eindoordeel van die beoordeling tot een lagere salarisverhoging of een korting op het salaris leidt, wordt die salarisverhoging of -korting toegepast met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die beoordeling. 11. Als de ambtenaar in een kalenderjaar langer dan 6 maanden minder dan 50 procent van zijn formele arbeidsduur aanwezig is, bijvoorbeeld als gevolg van ziekte of verlof, is het niet mogelijk een beoordeling op te maken. Er vindt dan niettemin een eventuele salarisverhoging als bedoeld in het tweede lid plaats per 1 januari van het volgende kalenderjaar op basis van het eindoordeel waarop de laatste salarisverhoging van de ambtenaar was gebaseerd. Prestatiebeloning of korting op het salaris als bedoeld in het derde tot en met negende lid is dan niet aan de orde. Als op de ambtenaar een wachtjaar van toepassing is, als bedoeld in het vierde lid, schort dat wachtjaar op totdat er wel weer een beoordeling kan worden opgemaakt. Artikel 3:1:2 Waarnemingstoelage 1. De ambtenaar die ingevolge hem daartoe door of namens het dagelijks bestuur verstrekte opdracht volledig een andere betrekking waarneemt, ontvangt, indien voor die betrekking een hogere schaal geldt dan voor zijn betrekking, over de tijd van deze waarneming een vergoeding overeenkomstig het bepaalde in het volgende lid. 2. De vergoeding, bedoeld in het vorige lid, bedraagt 8% van het eigen salaris gedurende de periode van de waarneming. De vergoeding tezamen met de bezoldiging bedraagt gedurende de waarneming niet meer dan de ambtenaar zou hebben ontvangen indien hij was ingeschaald in de bij de waargenomen betrekking behorende schaal, hoogste periodiek (11). Voor de ambtenaar wiens salaris hoger is dan schaal 9, periodiek 11, bestaat eerst aanspraak op deze vergoeding, indien de waarneming in een aaneengesloten tijdvak van zes weken ten minste twintig volle werkdagen heeft geduurd, in welk geval hem de vergoeding over de dagen waarop hij reeds waargenomen heeft alsnog wordt uitbetaald. 3. De ambtenaar die ingevolge hem daartoe door of namens het dagelijks bestuur verstrekte opdracht volledig een andere betrekking waarneemt waarvoor andere werktijden zijn vastgesteld dan voor zijn betrekking gelden, ontvangt - zulks onverminderd het bepaalde in het eerste lid - in zoverre op de waar te nemen betrekking het bepaalde in artikel 3:3 van toepassing is een vergoeding overeenkomstig de in dat artikel bedoelde regels. - Op de eerste twee dagen en op de eerste zaterdag en zondag van de waarneming ontvangt hij evenwel voor de uren welke liggen buiten de voor zijn betrekking geldende werktijd ten minste een bedrag gelijk aan de vergoeding als bedoeld in artikel 3:2:1. Wordt achtereenvolgens en zonder onderbreking meer dan een betrekking als hier bedoeld waargenomen, dan geldt dit als een geval van waarneming. 4. Geen vergoeding ingevolge het eerste en derde lid wordt genoten door de ambtenaar voor wie krachtens zijn aanstelling een bijzondere regeling geldt. 5. Het dagelijks bestuur is bevoegd om in andere gevallen van waarneming een naar hun oordeel, gelet op de aard en de omvang van de ingevolge de waarneming verrichte werkzaamheden, alsmede op de duur en de wijze van de waarneming, billijke vergoeding toe te kennen. Artikel 3:2 Overwerkvergoeding De ambtenaar als bedoeld in de artikelen 4:3 en 4:8 heeft recht op een vergoeding voor overwerk. In een nader vast te stellen regeling wordt onder meer bepaald in welke gevallen een uitzondering geldt wat betreft de mogelijkheid aanspraak te maken op een vergoeding, bedoeld in de eerste zin. Artikel 3:2:1 1. De vergoeding, bedoeld in artikel 3:2, bestaat uit verlof gelijk aan het aantal volle uren van het overwerk, alsmede uit het bedrag dat voor die uren wordt berekend overeenkomstig het in het vijfde lid bepaalde. 2. Het verlof bedoeld in het vorige lid wordt verleend op een zo vroeg mogelijk tijdstip. Op verzoek van de ambtenaar en voor zover de belangen van de dienst en de belangen van de andere ambtenaren dit toelaten wordt het verlof verleend - zo nodig in afwijking van het bepaalde in de eerste volzin - op een tijdstip dat de ambtenaar wenst. 3. Voor 1 november kunnen verlofuren die het gevolg zijn van de vergoeding voor overwerk dat zal worden verricht in het daarop volgende kalenderjaar, worden omgezet in vakantie als bedoeld in Publicatieblad 2013, nr /111

19 artikel 6:2, eerste lid. Het aantal verlofuren uit de vorige volzin en het aantal vakantie-uren als bedoeld in artikel 6:2, tweede lid tezamen mag maximaal 50,4 uren bedragen. 4. Kan geen verlof worden verleend in overeenstemming met het in het tweede lid bepaalde, dan bestaat de in artikel 3:2 bedoelde vergoeding uitsluitend uit een bedrag. Dit bedrag wordt berekend overeenkomstig het bepaalde in het vijfde lid, met dien verstande, dat de in dat lid genoemde percentages worden vermeerderd met a. Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt voor elk van de in aanmerking komende uren berekend naar een percentage van het uurloon van de ambtenaar. Dit percentage bedraagt: voor overwerk op een zondag tussen 0 en 24 uur; - 75 voor overwerk op een zaterdag tussen 0 en 24 uur; - 75 voor overwerk op een maandag tussen 0 en 6 uur; - 50 voor overwerk op een dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag tussen 0 en 6 uur; - 50 voor overwerk op een maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag tussen 20 en 24 uur; - 25 voor overwerk op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag tussen 6 en 20 uur. b. Voor overwerk op een feestdag, als bedoeld in artikel 4:5, derde lid, en op de dag volgende op die feestdag tussen 0 en 6 uur, geldt het percentage ingevolge het voorgaande, onderscheidenlijk voor een zondag en voor een maandag tussen 0 en 6 uur, bepaald. c. Is voor de ambtenaar volgens rooster in plaats van een zondag, een feestdag, als bedoeld in artikel 4:5, derde lid, of een zaterdag, een andere vrije dag aangewezen dan wordt overwerk op die dag beschouwd als overwerk op overeenkomstige uren verricht op onderscheidenlijk een zondag, een feestdag, bedoeld in artikel 4:5, derde lid, of een zaterdag. Het dagelijks bestuur is echter bevoegd om, indien zulks naar hun oordeel wenselijk is, een regeling vast te stellen waarbij in afwijking van het hier bepaalde voor overwerk op vorenbedoelde vrije dag, ongeacht of deze is aangewezen in de plaats van een zondag of een feestdag, bedoeld in artikel 4:5, derde lid, of een zaterdag, een gelijke vergoeding wordt vastgesteld van 80%. 6. Ambtenaren wier functie is ingedeeld in salarisschaal 11 of hoger, hebben geen aanspraak op een vergoeding voor overwerk. Het dagelijks bestuur is bevoegd aan de ambtenaar die op grond van het bovenstaande geen aanspraak heeft op vergoeding voor overwerk in bijzondere gevallen een door hen te bepalen vergoeding toe te kennen, indien en naarmate dit naar hun oordeel, gelet op de aard of omvang van het overwerk en de onvermijdelijkheid daarvan, redelijk is te achten. 7. Het dagelijks bestuur is bevoegd om voor werkzaamheden welke door ambtenaren met een verschillende bezoldiging en eventueel een verschillende betrekking te samen en gelijktijdig als overwerk moeten worden verricht, een naar hun oordeel billijke voor deze ambtenaren gelijke vergoeding vast te stellen. 8. Dit artikel is niet van toepassing op overwerk dat voortvloeit uit een van de in artikel 15:1:11 bedoelde verplichtingen. Het dagelijks bestuur regelt afzonderlijk de vergoeding voor zodanig overwerk. Artikel 3:3 Toelage onregelmatige dienst 1. De ambtenaar als bedoeld in de artikelen 4:3 en 4:8 heeft recht op een vergoeding over de werktijd vastgesteld op: a. maandag tot en met vrijdag tussen 0.00 en uur en tussen en uur; b. zaterdag tussen 0.00 en uur; c. zondag tussen 0.00 en uur. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid heeft de ambtenaar geen recht op vergoeding, indien in een week slechts op één aaneengesloten periode van ten hoogte 3 uur, op de in dat lid onder a. of b. genoemde tijdstippen, werktijd is vastgesteld. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid behoudt de ambtenaar zijn recht op vergoeding over de op zaterdag vastgestelde werktijd, indien voor hem reeds vóór 1 januari 1997 in de regel werktijd op zaterdag werd vastgesteld. 4. In een nader vast te stellen regeling wordt onder meer bepaald in welke gevallen, anders dan in de voorgaande leden, een uitzondering geldt voor de mogelijkheid om aanspraak te maken op een vergoeding, als bedoeld in het eerste lid. Publicatieblad 2013, nr /111

20 Artikel 3:3A Toelage beschikbaarheidsdienst 1. Het dagelijks bestuur stelt voor de ambtenaar aan wie de verplichting bedoeld in artikel 2:1B, tweede lid, onderdeel c, is opgelegd, regelen ter vergoeding daarvan. Geen vergoeding wordt toegekend indien uitdrukkelijk is bepaald dat bij de vaststelling van de bezoldiging met vorenbedoelde verplichting rekening is gehouden. 2. De ambtenaar die valt onder de standaardregeling en die aangewezen is voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten als bedoeld in artikel 2:1B, tweede lid, onderdeel c, heeft over de uren buiten het dagvenster dat hij daadwerkelijk arbeid verricht recht op een buitendagvenstervergoeding. Artikel 3:3:1:1 Uitwerking toelage onregelmatige dienst 1. Aan de ambtenaar van wie de functie is ingedeeld in salarisschaal 10 of lager en voor wie de werktijden zijn vastgesteld conform artikel 3:3, wordt een toelage onregelmatige dienst toegekend. 2. De toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt per gewerkt uur het volgende percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur: a. 20 % voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6.00 en 8.00 uur en tussen en uur; b. 40 % voor de uren op zaterdag tussen 6.00 en uur; c. 40 % voor de uren op maandag tot en met zaterdag tussen 0.00 en 6.00 uur en tussen en uur; d. 65 % voor de uren op zondag en op een feestdag genoemd in artikel 4:2:1, derde lid met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris horende bij schaal 7, periodiek Voor de in het tweede lid onder a genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7.00 uur, respectievelijk is beëindigd na uur. Artikel 3:3:1:2 Uitwerking toelage bereik- en beschikbaarheidsdienst 1. De ambtenaar als bedoeld in artikel 2:1B, tweede lid, sub c die zich buiten de werktijden ter beschikking moet houden, om bij oproep arbeid te gaan verrichten, heeft recht op een toelage bereik- en beschikbaarheidsdiensten, tenzij uitdrukkelijk is bepaald dat bij de vaststelling van de bezoldiging met deze verplichting rekening is gehouden. 2. De toelage bereik- en beschikbaarheidsdiensten bedraagt: - 5% per uur bereik- en beschikbaarheid op maandag tot en met vrijdag; - 10% per uur bereik- en beschikbaarheid op zaterdag, zondag en op een feestdag genoemd in artikel 4:2:1, derde lid, met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris horende bij schaal 7, periodiek De toelage als bedoeld in het tweede lid wordt vermeerderd met 100% over uren waarop de ambtenaar op of rond de plaats van tewerkstelling moet zijn. 4. lndien door de ambtenaar als bedoeld in artikel 4:3 en 4:8 tijdens bereik- en beschikbaarheidsdiensten werkzaamheden moeten worden verricht, wordt de daaraan bestede tijd als overwerk vergoed overeenkomstig artikel 3:2:1. Voor de ambtenaar als bedoeld in artikel 4:2 is artikel 3:3A, tweede lid van toepassing. 5. De reistijd wordt gerekend tot de werktijd als bedoeld in het vierde lid. De reiskosten worden vergoed op basis van artikel 24:3 met betrekking tot reiskosten dienstreizen. Artikel 3:3:1:3 Afbouwtoelage 1. Aan de ambtenaar van wie de bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in de artikelen 3:3:1:1 en 3:3:1:2, een blijvende verlaging ondergaat, wordt een afbouwtoelage toegekend, indien: a. die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage, en b. de ambtenaar de toelage direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. De afbouwtoelage wordt stapsgewijs in 3 jaar afgebouwd; het eerst jaar 75%, het tweede jaar 50% en het derde jaar 25%. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 60 jaar of ouder van wie de bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in de artikelen 3:3:1:1 en 3:3:1:2, een blijvende verlaging ondergaat, een Publicatieblad 2013, nr /111

1 Algemene bepalingen. Begripsomschrijvingen

1 Algemene bepalingen. Begripsomschrijvingen 1 Algemene bepalingen Begripsomschrijvingen Artikel 1:1 1. Voor de toepassing van deze regeling en de Lokale arbeidsvoorwaardenregeling wordt verstaan onder: a ambtenaar: hij die door of vanwege de gemeente

Nadere informatie

1 Algemene bepalingen

1 Algemene bepalingen Onderwerp Vaststelling Arbeidsvoorwaardenregeling Veiligheidsregio Groningen 204 Vastgesteld 0 januari 204 Inwerkingtreding met terugwerkende kracht tot januari 204 Blad bekendmakingen 204 nr, uitgegeven

Nadere informatie

Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en Uitwerkingsovereenkomst (UWO)

Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en Uitwerkingsovereenkomst (UWO) Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en Uitwerkingsovereenkomst (UWO) Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze

Nadere informatie

CVDR. Nr. CVDR73413_5 CAR/UWO. 1 Algemene bepalingen

CVDR. Nr. CVDR73413_5 CAR/UWO. 1 Algemene bepalingen CVDR Officiële uitgave van Hellendoorn. Nr. CVDR73413_5 8 juni 2016 CAR/UWO 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen 1 Voor de toepassing van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst

Nadere informatie

Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen

Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen overwegende dat het wenselijk is de CAR-UWO voor de omgevingsdiensten in Gelderland vast te stellen; gelet op artikel

Nadere informatie

ARBEIDSVOORWAARDEN. Gemeente Kampen CAR/LAR

ARBEIDSVOORWAARDEN. Gemeente Kampen CAR/LAR ARBEIDSVOORWAARDEN Gemeente Kampen CAR/LAR Bijgewerkt t/m 56 e wijziging maart 2015 03-03-2015 Bijgewerkt tot en met de 56e wijziging 1 Woord vooraf Dit is een uitgave van de CAR en de LAR. Deze afkortingen

Nadere informatie

1 Algemene bepalingen

1 Algemene bepalingen Versie: 31-12-2013 Arbeidsvoorwaarden De Gemeente Leeuwarden is niet aansprakelijk voor onjuistheden of onvolledigheden die in de tekst voorkomen. 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Het college van burgemeester en wethouders van Littenseradiel; gelet op artikel 125, tweede lid, van de Ambtenarenwet; besluit: vast te stellen de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst

Nadere informatie

1. Voor de toepassing van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst wordt verstaan onder:

1. Voor de toepassing van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst wordt verstaan onder: I N H O U D 1 Algemene bepalingen 2 Aanstelling en arbeidsovereenkomst 3 Salaris en vergoedingsregelingen 4 Arbeidsduur en werktijden 4a. Uitwisselen van arbeidsvoorwaarden 5 Seniorenmaatregel (is vervallen)

Nadere informatie

ARBEIDSVOORWAARDENREGELING GEMEENTE DEN HAAG. - gelet op het gestelde in artikel 125 Ambtenarenwet j artikel 160 Gemeentewet;

ARBEIDSVOORWAARDENREGELING GEMEENTE DEN HAAG. - gelet op het gestelde in artikel 125 Ambtenarenwet j artikel 160 Gemeentewet; Gemeente Den Haag Ons kenmerk BSD/2010.1169 ARBEIDSVOORWAARDENREGELING GEMEENTE DEN HAAG HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, - gelet op het gestelde in artikel 125 Ambtenarenwet j artikel 160 Gemeentewet;

Nadere informatie

ARBEIDSVOORWAARDENREGELING VAN DE GEMEENTE OLDEBROEK

ARBEIDSVOORWAARDENREGELING VAN DE GEMEENTE OLDEBROEK - 1 - ARBEIDSVOORWAARDENREGELING VAN DE GEMEENTE OLDEBROEK I N H O U D 1 Algemene bepalingen 2 Aanstelling en arbeidsovereenkomst 3 Salaris en vergoedingsregelingen 4 Arbeidsduur en werktijden a. Uitwisselen

Nadere informatie

3 Salaris per uur: 1/156 van het salaris bij een volledige werktijd.

3 Salaris per uur: 1/156 van het salaris bij een volledige werktijd. III.1 BEZOLDIGINGSREGELING 1997 - Besluit van de gemeenteraad van Voorst 24 maart 1997. BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Deze regeling verstaat onder: 1 Ambtenaar: hij, die overeenkomstig de bepalingen van

Nadere informatie

CAR-UWO 2011. R_UWO 2011 15e dr.indd 1 28-01-11 09:51

CAR-UWO 2011. R_UWO 2011 15e dr.indd 1 28-01-11 09:51 CAR-UWO 2011 R_UWO 2011 15e dr.indd 1 28-01-11 09:51 R_UWO 2011 15e dr.indd 2 28-01-11 09:51 CAR-UWO 2011 Sdu Uitgevers R_UWO 2011 15e dr.indd 3 28-01-11 09:51 Meer informatie over deze en andere uitgaven

Nadere informatie

CAR-UWO 2014. R-UWO 2014.indd 1 27-03-14 13:39

CAR-UWO 2014. R-UWO 2014.indd 1 27-03-14 13:39 CAR-UWO 2014 R-UWO 2014.indd 1 27-03-14 13:39 R-UWO 2014.indd 2 27-03-14 13:39 CAR-UWO 2014 Sdu Uitgevers R-UWO 2014.indd 3 27-03-14 13:39 Meer informatie over deze en andere uitgaven kunt u verkrijgen

Nadere informatie

Tekst CAR/UWO Bijgewerkt tot: 27 april 2009, (circulaire CvA/U200900468) Versie: 1 juli 2009. Hoofdstuk 1 algemene bepalingen

Tekst CAR/UWO Bijgewerkt tot: 27 april 2009, (circulaire CvA/U200900468) Versie: 1 juli 2009. Hoofdstuk 1 algemene bepalingen Tekst CAR/UWO Bijgewerkt tot: 27 april 2009, (circulaire CvA/U200900468) Versie: 1 juli 2009 Hoofdstuk 1 algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze regeling en de

Nadere informatie

CAR-UWO 2010. R_UWO 2010 13e dr.indd 1 20-04-10 14:00

CAR-UWO 2010. R_UWO 2010 13e dr.indd 1 20-04-10 14:00 CAR-UWO 2010 R_UWO 2010 13e dr.indd 1 20-04-10 14:00 R_UWO 2010.indd 2 14-10-09 11:08 CAR-UWO 2010 Sdu Uitgevers R_UWO 2010 13e dr.indd 3 20-04-10 14:02 Meer informatie over deze en andere uitgaven kunt

Nadere informatie

Tjoelker, Nicolien. VNG Ledenbrief. Onderwerp: FW: Lbr. 15/093 Tekst CARUWO in verband met herziening hoofdstuk 3

Tjoelker, Nicolien. VNG Ledenbrief. Onderwerp: FW: Lbr. 15/093 Tekst CARUWO in verband met herziening hoofdstuk 3 Lbr. 15/093 Tekst CARUWO in verband met herziening hoofdstuk 3 Page 1 of 2 Tjoelker, Nicolien Onderwerp: FW: Lbr. 15/093 Tekst CARUWO in verband met herziening hoofdstuk 3 Van: VNG [mailto:vng=vng.nl@mail226.atl101.mcdlv.net]

Nadere informatie

Bezoldigingsverordening gemeente Leeuwarderadeel 2005.

Bezoldigingsverordening gemeente Leeuwarderadeel 2005. Gemeente Leeuwarderadeel Burgemeester en Wethouders van Leeuwarderadeel; gelet op het bepaalde in artikel 3:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Leeuwarderadeel; gehoord de Commissie voor Georganiseerd

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden;

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden; Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden; overwegende dat met betrekking tot de beloningsmogelijkheden voor de medewerkers een regeling dient te worden vastgesteld, waarin een

Nadere informatie

ECWGO/U201502055 Lbr. 15/099 CvA/LOGA 16/15

ECWGO/U201502055 Lbr. 15/099 CvA/LOGA 16/15 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 uw kenmerk bijlage(n) 1 betreft Tekst CARUWO in verband met herziening hoofdstuk 3 (correctie) Samenvatting ons kenmerk

Nadere informatie

gelet op het resultaat van het overleg in de commissie van georganiseerd overleg (GO) van 22 november 2000;

gelet op het resultaat van het overleg in de commissie van georganiseerd overleg (GO) van 22 november 2000; De raad van de gemeente Menaldumadeel; overwegende dat VNG een voorbeeld bezoldigingsverordening heeft ontworpen als handreiking voor gemeenten die hun locale verordening willen aanpassen; dat het aanbeveling

Nadere informatie

1 dat op 5 mei 1995 in werking is getreden de Wet houdende regeling van de medezeggenschap van het overheidspersoneel (Staatsblad 1995, 231);

1 dat op 5 mei 1995 in werking is getreden de Wet houdende regeling van de medezeggenschap van het overheidspersoneel (Staatsblad 1995, 231); Convenant afstemming en afbakening taken en bevoegdheden medezeggenschap (de vijf sectorale Ondernemingsraden en de Groepsondernemingsraad) en georganiseerd overleg (de commissie voor Georganiseerd Overleg)

Nadere informatie

Met ingang van 1 januari 2015 worden de artikelen 1:2a en 1:2b toegevoegd. Deze komen als volgt te luiden:

Met ingang van 1 januari 2015 worden de artikelen 1:2a en 1:2b toegevoegd. Deze komen als volgt te luiden: Bijlage 2 bij U201401851 CAR-UWO wijzigingen A Met ingang van 1 januari 2015 worden de artikelen 1:2a en 1:2b toegevoegd. Deze komen als Stageplaats Artikel 1:2a 1. Het college kan een student in het kader

Nadere informatie

(070) 373 8021. Wijziging salarisbedragen, eindejaarsuitkering en levensloop Lbr. 08/31 CvA/LOGA 08/08. 17 maart 2008

(070) 373 8021. Wijziging salarisbedragen, eindejaarsuitkering en levensloop Lbr. 08/31 CvA/LOGA 08/08. 17 maart 2008 Brief aan de leden T.a.v. het college informatiecentrum tel. (070) 373 8021 uw kenmerk bijlage(n) 18 betreft Wijziging salarisbedragen, ons kenmerk ECCVA/U200800195 eindejaarsuitkering en levensloop Lbr.

Nadere informatie

ons kenmerk ECWGO/U201401852 Lbr. 14/070 CvA/LOGA 14/05

ons kenmerk ECWGO/U201401852 Lbr. 14/070 CvA/LOGA 14/05 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft uitwerking cao 2013-2015 (3) salarismaatregelen uw kenmerk ons kenmerk ECWGO/U201401852 Lbr. 14/070 CvA/LOGA

Nadere informatie

provinciaal blad besluiten: ARTIKEL I De Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies wordt gewijzigd als volgt:

provinciaal blad besluiten: ARTIKEL I De Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies wordt gewijzigd als volgt: provinciaal blad nr. 23 ISSN: 0920-1092 V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N 27 juni 2007 Besluit van Gedeputeerde Staten der provincie Groningen van 12 juni 2007, nr. 2007-27208, afd. PO, tot

Nadere informatie

3 SALARIS EN VERGOEDINGSREGELINGEN

3 SALARIS EN VERGOEDINGSREGELINGEN 3 SALARIS EN VERGOEDINGSREGELINGEN Inhoudsopgave Onderwerp Artikel ========= ===== * Bezoldiging 3:1 * Algemeen 3:1:1 * Overige begripsomschrijvingen 3:1:2 * Algemene bepalingen betreffende het salaris

Nadere informatie

Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar in een instelling voor kunsteducatie

Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar in een instelling voor kunsteducatie Hoofdstuk 19b Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar in een instelling voor kunsteducatie Paragraaf 1 Algemene bepalingen Werkingssfeer Artikel 19b:1 Dit hoofdstuk is van toepassing op ambtenaren

Nadere informatie

ARBEIDSVOORWAARDEN. Gemeente Kampen CAR/LAR. Bijgewerkt t/m 49 e wijziging Mei 2013 01-05-2013

ARBEIDSVOORWAARDEN. Gemeente Kampen CAR/LAR. Bijgewerkt t/m 49 e wijziging Mei 2013 01-05-2013 ARBEIDSVOORWAARDEN Gemeente Kampen CAR/LAR Bijgewerkt t/m 49 e wijziging Mei 2013 01-05-2013 Bijgewerkt tot en met LOGA circulaire ECCvA/U20130314 van 27 maart 2013 (49e wijziging) 1 Woord vooraf Voor

Nadere informatie

Reglement Aanvullingsfonds m.b.t. aanvullingen WAO

Reglement Aanvullingsfonds m.b.t. aanvullingen WAO Reglement Aanvullingsfonds m.b.t. aanvullingen WAO HOOFDSTUK 1, ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 begripsbepalingen 1. Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsbepalingen als omschreven in artikel

Nadere informatie

weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner. het geheel van werkzaamheden dat door de ambtenaar is te verrichten conform artikel 3:1.

weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner. het geheel van werkzaamheden dat door de ambtenaar is te verrichten conform artikel 3:1. 1 Bijlage 1 bij ledenbrief 201401849 Op 1 januari 2016 wordt hoofdstuk 3 van de CAR-UWO in zijn geheel vervangen door een nieuw hoofdstuk. In deze bijlage staat het nieuwe hoofdstuk3 en de bijhorende begripsomschrijvingen

Nadere informatie

Oplegvel Collegebesluit

Oplegvel Collegebesluit Oplegvel Collegebesluit Onderwerp Wijziging Ambtenarenreglement 1995 n.a.v. diverse wijzigingen CAR-UWO met betrekking tot medewerkers sociale werkvoorziening, Wet Rampen en Zware Ongevallen, Zorgverzekering

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD VAN ZEELAND

PROVINCIAAL BLAD VAN ZEELAND Nummer 39 van 2000 PROVINCIAAL BLAD VAN ZEELAND Vaststelling FPU-plusregeling Provincies Gedeputeerde staten van Zeeland maken bekend, dat de staten van deze provincie in hun vergadering van 22 september

Nadere informatie

Gemeenteblad: Ambtenarenreglement : verordening tot regeling van de rechtstoestand van de ambtenaren der gemeente Rotterdam (Integrale tekst)

Gemeenteblad: Ambtenarenreglement : verordening tot regeling van de rechtstoestand van de ambtenaren der gemeente Rotterdam (Integrale tekst) Gemeenteblad: Ambtenarenreglement : verordening tot regeling van de rechtstoestand van de ambtenaren der gemeente Rotterdam (Integrale tekst) Toelichting: Dit is de tekst van het Ambtenarenreglement zoals

Nadere informatie

provinciaal blad V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N

provinciaal blad V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N provinciaal blad nr. 9 ISSN: 0920-1092 V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N 13 februari 2006 Besluit van Gedeputeerde Staten der provincie Groningen van 7 februari 2006, nr. 2006-02445, afd. PO,

Nadere informatie

In deze ledenbrief treft u een aantal wijzigingen aan van de CAR-UWO met als doel redactionele onvolkomenheden in de CAR-UWO te herstellen.

In deze ledenbrief treft u een aantal wijzigingen aan van de CAR-UWO met als doel redactionele onvolkomenheden in de CAR-UWO te herstellen. Brief aan de leden T.a.v. het college en raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft Technische wijzigingen CAR- UWO Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U201100883 ECCVA/LOGA 12/01 Lbr 12/007

Nadere informatie

tiif I. ingevolge de LOGA-circulaires van 27 juni 2008 en 3 juli 2008 de volgende wijzigingen van de CAR-UWO vast te stellen: Drechtstedenbestuur

tiif I. ingevolge de LOGA-circulaires van 27 juni 2008 en 3 juli 2008 de volgende wijzigingen van de CAR-UWO vast te stellen: Drechtstedenbestuur tiif Drechtstedenbestuur Ontwerp-besluit Het Dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden; gezien het voorstel d.d. 28 oktober 2008 wijzigingen in de CAR-UWO inzake Herziening van

Nadere informatie

(DEELTIJD)ONTSLAG CAO KUNSTEDUCATIE INFORMATIE OVER DE VAN TOEPASSING ZIJNDE REGELINGEN UIT DE CAO KUNSTEDUCATIE

(DEELTIJD)ONTSLAG CAO KUNSTEDUCATIE INFORMATIE OVER DE VAN TOEPASSING ZIJNDE REGELINGEN UIT DE CAO KUNSTEDUCATIE (DEELTIJD)ONTSLAG CAO KUNSTEDUCATIE INFORMATIE OVER DE VAN TOEPASSING ZIJNDE REGELINGEN UIT DE CAO KUNSTEDUCATIE Hierna komen achtereenvolgens aan de orde: Suppletieregeling (van toepassing bij autonome

Nadere informatie

Begripsomschrijving. Carlar hoofdstuk 18 suppl. m.i.v. 1-1-2013 1

Begripsomschrijving. Carlar hoofdstuk 18 suppl. m.i.v. 1-1-2013 1 Hoofdstuk 18 Verplaatsingskosten Begripsomschrijving Artikel 18:1:1 1. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. woonplicht: de verplichting voor de betrokkene, die een door het college

Nadere informatie

B&W-Aanbiedingsformulier

B&W-Aanbiedingsformulier B&W nr. 07.1027 d.d. 16-10-2007 B&W-Aanbiedingsformulier Onderwerp Wijziging rechtspositie buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Leiden per 1 december 2007 BESLUITEN Behoudens

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 1 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Begripsomschrijvingen Artikel 1:1 1. Voor de toepassing van deze regeling en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsregelingen wordt verstaan onder: - aanstelling: het besluit

Nadere informatie

Toelichting Bezoldigingsregeling Gemeente Stichtse Vecht

Toelichting Bezoldigingsregeling Gemeente Stichtse Vecht Toelichting Bezoldigingsregeling Gemeente Stichtse Vecht 1 van 11 Algemene toelichting In deze Bezoldigingsregeling wordt geregeld welke beloningsvormen binnen de gemeente Stichtse Vecht toegepast kunnen

Nadere informatie

SOCIAAL STATUUT MEDEWERKERS CENTRUM VOOR MUZIEK EN DANS WAALWIJK - HEUSDEN

SOCIAAL STATUUT MEDEWERKERS CENTRUM VOOR MUZIEK EN DANS WAALWIJK - HEUSDEN SOCIAAL STATUUT MEDEWERKERS CENTRUM VOOR MUZIEK EN DANS WAALWIJK - HEUSDEN Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Centrum voor Muziek en Dans ; overwegende dat besloten is tot opheffing

Nadere informatie

Artikel 5 Bepalen functieschaal In een aparte regeling wordt vastgelegd de wijze waarop de functies worden beschreven en gewaardeerd.

Artikel 5 Bepalen functieschaal In een aparte regeling wordt vastgelegd de wijze waarop de functies worden beschreven en gewaardeerd. Artikel 1 Begripsomschrijvingen De begripsomschrijvingen van de CAR-UWO zijn van toepassing. Verwijzingen naar de belangrijkste omschrijvingen zijn opgenomen in de regeling. Daarnaast gelden aanvullend

Nadere informatie

Bezoldigingsverordening

Bezoldigingsverordening Bezoldigingsverordening Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. ambtenaar: hij, die overeenkomstig de bepalingen van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) in openbare

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Wijk bij Duurstede (Utrecht)

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Wijk bij Duurstede (Utrecht) Besluit van Burgemeester en wethouders Burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede; Gelet op artikel 160, eerste lid sub c van de Gemeentewet; Gelet op het bepaalde in artikel 3:1 van de Collectieve

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 1 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Ingangsdatum laatste wijziging: 1 april 2015 Begripsomschrijvingen Artikel 1:1 1. Voor de toepassing van deze regeling en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsregelingen

Nadere informatie

Hieronder is een handreiking opgenomen voor de uitvoering in de praktijk bij situaties van loondoorbetaling van zieke medewerkers.

Hieronder is een handreiking opgenomen voor de uitvoering in de praktijk bij situaties van loondoorbetaling van zieke medewerkers. CvA-notitie juli 2008 Handreiking loondoorbetaling bij ziekte Hieronder is een handreiking opgenomen voor de uitvoering in de praktijk bij situaties van loondoorbetaling van zieke medewerkers. In deze

Nadere informatie

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST KONINKLIJK INSTITUUT VOOR DE TROPEN

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST KONINKLIJK INSTITUUT VOOR DE TROPEN COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST KONINKLIJK INSTITUUT VOOR DE TROPEN Partijen bij deze collectieve arbeidsovereenkomst zijn: 1. De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Koninklijk Instituut voor de

Nadere informatie

22 REGELS BIJ REORGANISATIE

22 REGELS BIJ REORGANISATIE 22 REGELS BIJ REORGANISATIE Inhoudsopgave Onderwerp Artikel ========= ===== * Begripsomschrijvingen 22:1:1 * Werkingssfeer 22:1:2 * Mogelijke besluiten bij reorganisatie ten aanzien van de ambtenaar 22:1:3

Nadere informatie

HOOFDSTUK 8 - ONTSLAG

HOOFDSTUK 8 - ONTSLAG IV.0.A 4.339.DIA ARBEIDSVOORWAARDENREGELING GEMEENTE GRONINGEN HOOFDSTUK 8 - ONTSLAG Laatstelijk gewijzigd bij collegebesluit van 5 oktober 2010, nr. 6f. Datum bekendmaking: 18 november 2010. Datum inwerkingtreding:

Nadere informatie

ECWGO/U201501192 Lbr. 15/057 CVA/ LOGA 15/11

ECWGO/U201501192 Lbr. 15/057 CVA/ LOGA 15/11 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft pensioenakkoord en salarismaatregelen 2015-2016 Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk ECWGO/U201501192 Lbr.

Nadere informatie

Verordening van 6 november 2012 tot wijziging van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling

Verordening van 6 november 2012 tot wijziging van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Uitgegeven: 22 november 2012 2012, nr. 49 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLÂN Verordening van 6 november 2012 tot wijziging van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies. Gedeputeerde Staten van Fryslân,

Nadere informatie

Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel

Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel (SAW) Deel 1: bindende regelingen Deel 2: modellen Uitgave januari 2008 Sectorale arbeidsvoorwaardenregelingen waterschapspersoneel deel 1 Voorwoord

Nadere informatie

REGLEMENT WGA-HIAATREGELING

REGLEMENT WGA-HIAATREGELING REGLEMENT WGA-HIAATREGELING STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE KOOPVAARDIJ GELDEND OP 1 JANUARI 2012 januari 2012 REGLEMENT WGA-HIAATREGELING ARTIKEL 1 Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. (Tekst geldend op: 01-01-2011) Besluit van 18 december 2000, houdende vaststelling van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie, alsmede houdende wijziging van onder meer het Besluit

Nadere informatie

CAO Vermo. Verzelfstandigde Maatschappelijke Organisaties

CAO Vermo. Verzelfstandigde Maatschappelijke Organisaties Verzelfstandigde Maatschappelijke Organisaties CAO geldig van 1 januari 2013 tot 1 januari 2014 Addendum Akkoord CAO Vermo d.d. 4 juni 2013 Inleiding Op 4 juni 2013 zijn werkgevers en vakorganisaties een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 073 Aanpassing van enige arbeidsrechtelijke bepalingen die een belemmering kunnen vormen voor werknemers en ambtenaren die na de AOW-gerechtigde

Nadere informatie

Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Maastricht

Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Maastricht GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Maastricht. Nr. 2594 12 januari 2015 Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Maastricht Burgemeester en wethouders van Maastricht, gelet op de LOGA-brief van 2 oktober

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 424 Wijziging van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, de Wet privatisering ABP, de Werkloosheidswet en de Ziektewet in verband met

Nadere informatie

Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies

Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies 27 oktober 2000 Besluit der Staten van Zeeland van 27 oktober 2000, nr. 22, houdende vaststelling van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (Provinciaal Blad nr. 47 van 2000), laatstelijk

Nadere informatie

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87)

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) ---------------------------------------------------------------- LANDSVERORDENING

Nadere informatie

IKAP-Regeling rijkspersoneel

IKAP-Regeling rijkspersoneel (Tekst geldend op: 02-02-2015) IKAP-Regeling rijkspersoneel De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Gelet op artikel 21c van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 34c van

Nadere informatie

Nota van B&W. Onderwerp Wijziging Ambtenarenreglement oud-flo en FLOovergangsrecht

Nota van B&W. Onderwerp Wijziging Ambtenarenreglement oud-flo en FLOovergangsrecht Nota van B&W Onderwerp Wijziging Ambtenarenreglement oud-flo en FLOovergangsrecht Portefeuille C. van Velzen Auteur Mevr. M.J.M. Verberne Telefoon 5113093 E-mail: mverberne@haarlem.nl CS/POI Reg.nr. 2007/226733

Nadere informatie

Nummer: 11.0001183. Versie: 1.1. Vastgesteld door het DB d.d. Instemming OR RAV d.d.

Nummer: 11.0001183. Versie: 1.1. Vastgesteld door het DB d.d. Instemming OR RAV d.d. Uitvoeringsregeling artikel 6.10 van de CAO sector Ambulancezorg ( vergoeding consignatiediensten ten behoeve van GHOR-taken ) Regionale Ambulancevoorziening Nummer: 11.0001183 Versie: 1.1 Vastgesteld

Nadere informatie

ECCVA/U200801544 CVA/LOGA 08/36 Lbr. 08/185

ECCVA/U200801544 CVA/LOGA 08/36 Lbr. 08/185 Brief aan de leden T.a.v. het college informatiecentrum tel. (070) 373 8021 betreft Technische wijzigingen bovenwettelijke werkloosheidsregeling Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U200801544 CVA/LOGA

Nadere informatie

uw kenmerk 09 juli 2012 overgangsrecht en arbeidsongeschiktheid Lbr. 12/062 CvA/LOGA 12/11

uw kenmerk 09 juli 2012 overgangsrecht en arbeidsongeschiktheid Lbr. 12/062 CvA/LOGA 12/11 : ĚĒĒĚ LOG A ' : ţ ; College Årbáåméšn/VNG ABVAKABO Brief aan de leden fil É T.a.v. het college en de raad Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden CNV CMMľ (070) 373 8393 uw kenmerk bljleoe(n)

Nadere informatie

STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS WATERBOUW

STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS WATERBOUW REGLEMENT AANVULLINGSREGELING WAO /WIA STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS WATERBOUW 1 Reglement Aanvullingsregeling WAO/WIA van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw Inhoudsopgave Artikel 1 Definities...

Nadere informatie

HOOFDSTUK 10d VAN WERK NAAR WERK-AANPAK EN VOORZIENINGEN BIJ WERKLOOSHEID

HOOFDSTUK 10d VAN WERK NAAR WERK-AANPAK EN VOORZIENINGEN BIJ WERKLOOSHEID HOOFDSTUK 10d VAN WERK NAAR WERK-AANPAK EN VOORZIENINGEN BIJ WERKLOOSHEID Inhoudsopgave Onderwerp Artikel ========= ===== HOOFDSTUK 10d 1 Werkingssfeer en begripsbepalingen * Werkingssfeer 10d:1 * Begripsbepalingen

Nadere informatie

Verordening tot regeling van de rechtstoestand van de ambtenaren der gemeente Rotterdam.

Verordening tot regeling van de rechtstoestand van de ambtenaren der gemeente Rotterdam. Integrale tekst van het Ambtenarenreglement, vastgesteld bij raadsbesluit (Gemeenteblad 1971 nr. 148) De Raad der Gemeente Rotterdam, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 november

Nadere informatie

III. REGLEMENT AANVULLINGEN EN UITKERINGEN

III. REGLEMENT AANVULLINGEN EN UITKERINGEN III. REGLEMENT AANVULLINGEN EN UITKERINGEN Artikel 1 - Definities In dit reglement gelden de definities die zijn opgenomen in de statuten. Verder wordt in aanvulling of afwijking daarvan verstaan onder:

Nadere informatie

Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij werkloosheid

Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij werkloosheid Hoofdstuk 10d Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij werkloosheid Paragraaf 1 Werkingssfeer en begripsbepalingen Artikel 10d:1 Werkingssfeer Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die

Nadere informatie

Regeling Menukaart arbeidsvoorwaarden 2006

Regeling Menukaart arbeidsvoorwaarden 2006 Regeling Menukaart arbeidsvoorwaarden 2006 Artikel 1 Vastgesteld bij besluit van het college van bestuur van 7 november 2006, nr. 2006cb0252, zoals laatstelijk gewijzigd bij zijn besluit van 3 december

Nadere informatie

Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof

Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof Hoofdstuk 6 Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof Vakantie Artikel 6:1 In elk kalenderjaar heeft de ambtenaar recht op vakantie met behoud van bezoldiging. Artikel 6:1:1 1 De

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT II. Aanvullend pensioen WAO/WIA STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG

PENSIOENREGLEMENT II. Aanvullend pensioen WAO/WIA STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG PENSIOENREGLEMENT II Aanvullend pensioen WAO/WIA STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG Januari 2015 Inhoud ARTIKEL 1 Inleidende bepalingen... 3 ARTIKEL 2 Heffing... 4 ARTIKEL

Nadere informatie

Bovenwettelijke uitkeringsregeling bij werkloosheid SVB 2015

Bovenwettelijke uitkeringsregeling bij werkloosheid SVB 2015 1 Bovenwettelijke uitkeringsregeling bij werkloosheid SVB 2015 Deze regeling bevat aanvullende voorzieningen bij onvrijwillige werkloosheid voor werknemers van de SVB Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel

Nadere informatie

HOOFDSTUK 20 AFWIJKENDE EN AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR DE BEROEPSBRANDWEER

HOOFDSTUK 20 AFWIJKENDE EN AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR DE BEROEPSBRANDWEER HOOFDSTUK 20 AFWIJKENDE EN AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR DE BEROEPSBRANDWEER Inhoudsopgave Onderwerp Artikel ======== ===== 1 BEGRIPSBEPALINGEN * Begripsbepalingen 20:1:1 2 TOEPASSELIJKHEID BEPALINGEN EN

Nadere informatie

11 UITKERINGSREGELING ONTSLAG

11 UITKERINGSREGELING ONTSLAG 11 UITKERINGSREGELING ONTSLAG Inhoudsopgave Onderwerp Artikel ========= ===== * Betrokkene 11:1 * Lichamen 11:2 * Diensttijd 11:3 * Dienstbetrekking 11:4 * Bezoldiging 11:5 * Recht op uitkering 11:6 *

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 207 Vaststelling van regels voor het tot stand brengen van een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg in de ruimste zin (Wet arbeid en zorg)

Nadere informatie

vast te stellen de 4e wijziging van de Rechtspositieregeling Brandweer Brabant Noord als volgt:

vast te stellen de 4e wijziging van de Rechtspositieregeling Brandweer Brabant Noord als volgt: AGP 19 (d) ABVRBN 20130403 Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Brabant-Noord, - gelet op het bepaalde in de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord 2011; - gelet op het voorstel

Nadere informatie

Ontslag op verzoek. Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd

Ontslag op verzoek. Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd Hoofdstuk 8 Ontslag Ontslag op verzoek Artikel 8:1 1. Indien de ambtenaar ontslag verzoekt, wordt hem dit eervol verleend. 2. Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend. 3. Het

Nadere informatie

uw kenmerk Lbr. 101086

uw kenmerk Lbr. 101086 LOGA Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad Landelij k Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden informatlecentrum tel. (070) 373 8020 uw kenmerk betreft ons kenmerk Aanvulling: Wijzigingen CAR

Nadere informatie

Hoofdstuk 6 Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof

Hoofdstuk 6 Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof Hoofdstuk 6 Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof Vakantie Artikel 6:1 In elk kalenderjaar heeft de ambtenaar recht op vakantie met behoud van bezoldiging. Artikel 6:1:1 1 De

Nadere informatie

Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek

Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek Hoofdstuk 7 Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek 1. DEFINITIES definities Artikel 7:1 1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en fiscale aspecten

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en fiscale aspecten Onderwerp: Bezoldigingsregeling gemeente Overbetuwe 2014. Ons kenmerk: 13BWB00076 De burgemeester van de gemeente Overbetuwe; gelet op het Algemeen mandaatbesluit rechtspositie personeel gemeente Overbetuwe;

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1995 1996 Nr. 77a 24 222 Regels met betrekking tot de oprichting van de Stichting Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs (Wet

Nadere informatie

LOGA GPD 25.06.2015 0105

LOGA GPD 25.06.2015 0105 6ei) rli!,],!im1501,111l11 LOGA GPD 25.06.2015 0105 Colleee voor Arbeidszaken./VNG FNV Overheid Brief aan de leden T.a.v. het college en raad Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden CNV ()verbeid

Nadere informatie

hoofdstuk 15 Bijzondere bepalingen voor academisch medisch specialisten

hoofdstuk 15 Bijzondere bepalingen voor academisch medisch specialisten hoofdstuk 15 Bijzondere bepalingen voor academisch medisch specialisten artikel 15.1 Toepassingsbereik 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op de academisch medisch specialist. Onder de academisch medisch

Nadere informatie

Rechtspositieregelingen. Taakafbakening Georganiseerd Overleg en Ondernemingsraad & Regeling Personele jaarcyclus

Rechtspositieregelingen. Taakafbakening Georganiseerd Overleg en Ondernemingsraad & Regeling Personele jaarcyclus Rechtspositieregelingen Taakafbakening Georganiseerd Overleg en Ondernemingsraad & Regeling Personele jaarcyclus Inhoud Taakafbakening Georganiseerd Overleg en Ondernemingsraad... 3 Regeling Personele

Nadere informatie

Regeling vergoeding consignatiediensten en telefonische bereikbaarheid

Regeling vergoeding consignatiediensten en telefonische bereikbaarheid Regeling vergoeding consignatiediensten en telefonische Nummer: 10.0003457 Versie: 1.0 Vastgesteld door het AB d.d. 7 april 2011 Instemming GO d.d. 7 april 2011 Deze regeling treedt in werking op 1 mei

Nadere informatie

BIJLAGE 2 Vast te stellen rechtspositieregelingen

BIJLAGE 2 Vast te stellen rechtspositieregelingen BIJLAGE 2 Vast te stellen rechtspositieregelingen Pagina 1 van 26 Inhoudsopgave Algemene rechtspositieregeling 3 Bezoldigingsregeling 6 Cafetariaregeling Veiligheidsregio Zeeland 17 Regeling berekening

Nadere informatie

Mandaatregister personeel

Mandaatregister personeel 1 Werving en selectie a Werven - openstellen vacature - plaatsen vacature - plaatsen externe zoekopdracht - uitnodigen/afwijzen (open) sollicitanten art. 2:1 t/m 2:6 CAR- UWO Onderdelen: - kosten advertentie

Nadere informatie

Bijlage A behorende bij artikel 17 van de Gemeenschappelijke regeling gezamenlijke ombudsman metropool Amsterdam 2013

Bijlage A behorende bij artikel 17 van de Gemeenschappelijke regeling gezamenlijke ombudsman metropool Amsterdam 2013 Bijlage A behorende bij artikel 17 van de Gemeenschappelijke regeling gezamenlijke ombudsman metropool Amsterdam 2013 Rechtspositie ombudsman 2014 Artikel 1 Deze bijlage maakt deel uit van de Gemeenschappelijke

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 427 Beschikking van de Minister van Justitie van 31 augustus 2010 tot plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet rechtspositie Kustwacht

Nadere informatie

uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U200802017 CVA/LOGA 08/42 Lbr. 08/202

uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U200802017 CVA/LOGA 08/42 Lbr. 08/202 LOGA College voor Arbeidszaken/VNG ABVAKABO FNV CNV. Publieke zaak CMHF Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden informatiecentrum tel. (070)

Nadere informatie

MARZ/CvA/U200600904 Lbr 06/86

MARZ/CvA/U200600904 Lbr 06/86 Brief aan de leden T.a.v. het college informatiecentrum tel. MARZ/CvA (070) 373 8021 onderwerp Gemeentelijke levensloopregeling Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk MARZ/CvA/U200600904 Lbr 06/86 bijlage(n)

Nadere informatie

Bijlage 1 bij U201501087. Bijlage CAR teksten. A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden: Buitengewoon verlof.

Bijlage 1 bij U201501087. Bijlage CAR teksten. A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden: Buitengewoon verlof. Bijlage 1 bij U201501087 Bijlage CAR teksten A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden: Buitengewoon verlof Artikel 6:4 Lid 1 Het kraamverlof, calamiteiten en ander kortverzuimverlof

Nadere informatie

========= ===== * Ontslag op verzoek 8:1 en 8:1:1. * Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd 8:2 en 8:2a

========= ===== * Ontslag op verzoek 8:1 en 8:1:1. * Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd 8:2 en 8:2a 8 ONTSLAG Inhoudsopgave Onderwerp Artikel ========= ===== * Ontslag op verzoek 8:1 en 8:1:1 * Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd 8:2 en 8:2a * Ontslag wegens reorganisatie 8:3

Nadere informatie

BIJLAGE 3. RELEVANTE WETTELIJKE BEPALINGEN Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. 3-A Burgerlijk Wetboek 7 Titel 10

BIJLAGE 3. RELEVANTE WETTELIJKE BEPALINGEN Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. 3-A Burgerlijk Wetboek 7 Titel 10 43 BIJLAGE 3 RELEVANTE WETTELIJKE BEPALINGEN Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. 3-A Burgerlijk Wetboek 7 Titel 10 Goed werkgever en goed werknemer - Artikel 7: 611 BW (geldt voor alle

Nadere informatie