Windpark Technopolis Delft. - Projectnotitie -

Vergelijkbare documenten
Geluid. De norm: 47 db L den

Entiteit: Energiecoöperatie Dordrecht Datum: Project: Windturbine Krabbegors Versie: 1.0 Auteur: E. van den Berg Status: Concept

Windpark Nieuwegein. Slagschaduwstudie

TECHNISCHE HAALBAARHEID WINDENERGIE Een eerste verkenning van windenergie in de Ondernemingspolder

Windenergie. Verdiepende opdracht

Waarom dit windpark? Windplan Blauw. Energieakkoord 2020: Megawatt (MW) aan windenergie op land in 11 provincies

Windpark N33. Overzichtskaart windpark met geluidcontouren. Wat is de geluidsterkte van een windmolen? Windturbine geluid: wat is het?

Windmolens in Almere Wat komt daar allemaal bij kijken? Windenergie in Almere

Vraag- en antwoordlijst Windenergie op Goeree-Overflakkee Aanleiding

Windinitiatief AkzoNobel. Bijeenkomst klankbordgroep 5 10 januari 2018 Sikkens Experience Center, Sassenheim

Presentatie van het onderzoek: Windenergie in Dordrecht? Verkenning van kansen

Beleidskader windenergie

Spiekbriefje Frisse Wind

Voorkeursvariant Windpark Industrieterrein Moerdijk. Raadsinformatieavond 10 maart 2016

Notitie risicozonering windturbines

Windpark Westeinde. Notitie ten behoeve van de Omgevingsvergunning beperkte milieutoets

Mogelijkheden windenergie langs A67 Gemeente Peel en Maas jan Windpark Groote Molenbeek

WINDENERGIEPROJECT Zulte - Leiekanaal

Verkenning Windenergie Gemeente Bunnik

Overzicht onderzoeken

2 e bijeenkomst klankbordgroep 20 december

EFFECT VAN WINDTURBINES OP SNELWEG A15 NABIJ WINDPARK PARK 15.

ANALYSE MOGELIJKHEDEN WINDENERGIE LOCATIE N59 I.R.T EXTERNE VEILIGHEID

Wie zit achter Windpark Fryslân?

MEMO. IJsvorming op windturbines

De wind in de zeilen voor Dilbeek

mer windenergie Leeswijzer

Bijlage A. Begrippenlijst

SAMENVATTING. De gemeente Deventer heeft Pondera Consult gevraagd de verkennende studie uit te voeren. Deze ligt nu voor.

Bijlage 8 Ruimtelijke Onderbouwing meetmast ten behoeve van windpark Spuisluis

Juridische en ruimtelijke aspecten

Beleidsnotitie. Kleine Windturbines in de Gemeente Oude IJsselstreek

1 - Drentse Mondenweg 2 - Nieuw Buinen Zuid 3 - Nieuw Buinen Noord. 7 - Gieterveen zuid 8 - N Annerveensekanaal

Achtergrond en doel presentatie

Houtskoolschets Windstreek 2011

WINDENERGIE BASISINFORMATIE

Windpark Avri Onderzoek slagschaduw

Ja. Ja. D66 wil dat Groningen in 2040 al CO 2- neutraal is en wil dat de provincie een ambitieuze regionale energiestrategie opstelt.

Opstelling Windpark Krammer (VKA uit het MER)


Ruimtelijke Visie Duurzame Energie Heumen

Deelnotitie 4.6 Landschappelijke inpassing en voorlopige grenzen zoekgebied

ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID WINDTURBINE DE HOEF 14 TE LEUNEN. De heer G. van de Ligt. Definitief december 2015

WINDENERGIE IN STAPHORST EN IMPACT OP DE

Bijlage D WINDTURBINE OPSTELLING VARIANTEN

ASPIRAVI. Project E403 Lichtervelde en Wingene

Duurzaamheidsdoelstellingen

RAADSCOMMISSIE. Nummer:

Financiële baten van windenergie

Samen voor schone energie

Concept Ruimtelijk Perspectief Windenergie op Land

PlanMER Gemeente Emmen

BIJLAGE 1: TOELICHTING BELEMMERINGENKAART OMGEVINGSVISIE

Windenergie & Windpark Neer. Har Geenen Eric van Eck

Analyse ruimtelijke mogelijkheden

B&W voorstel. Openbaar (nadat omwonenden geïnformeerd zijn omtrent besluitvorming) Steller : Damen Tel.

Vragen van de heer D.J. van der Sluijs (PVV) over Windturbines, hogedruk gasleidingen en veiligheid

Planning Milieu-effectstudie Windenergie Eemshaven-West

Federatieplan Windenergie Wind werkt voor Flevoland

QUICKSCAN LOCATIES WINDENERGIE GEMEENTE ZWOLLE. Gemeente Zw olle. Definitief september 2016

Windmolenpark Hattemerbroek

MER Windpark Den Tol. 13 april Pondera Consult Eric Arends

c. de wieklengte van een windturbine : de afstand tussen de uiterste punt van een wiek en de naaf.

ASPIRAVI. Project Blankenberge

Windenergie Lage Weide.

windenergie beter te vertegenwoordigen in de structuurvisie dan nu het geval is.

Opbrengstberekening Windturbines A16

Locatieonderzoek windenergie Mogelijke locaties. Gemeente Pijnacker-Nootdorp

4. Toetsingskader kleinschalige windturbines

De paragrafen en worden in het kader van deze partiële herziening als volgt gewijzigd;

Draagvlak en participatie. Windcongres 6 oktober 2015

Wij hopen dat u deze punten zult meenemen in de definitieve startnotitie. 1

Inleiding Het Windpark Tata Steel beoogt 2 tot 8 nieuwe turbines te plaatsen op het terrein van Tata Steel in IJmuiden.

Vormvrije mer-beoordeling Windpark Autena te Vianen

Opbrengstberekening Windenergie A16

Mogelijkheden van windenergie op bedrijventerreinen

ASPIRAVI. Project Brecht E19 uitbreiding

Formaat windmolens en effecten

Veel gestelde vragen rondom Windenergie

Vragen bijeenkomst Windmolens 6 maart 2014

Univé Rechtshulp Windmolenpark

Risicoanalyse windturbine en primaire waterkering Windpark Spui 22 december 2015 Drs. Ing. Jeroen Dooper

Ontwerp wijziging PRVS

Ruimtelijke Visie Duurzame Energie Heumen

Windpark Hogezandse Polder

Windpark Greenport Venlo - deelgebied Trade Port Noord

Windpark De Drentse Monden en Oostermoer

Kleine windturbines. Presentatie Kontich. Donderdag 13 november Van 13u30 tot 17 uur. Filip Arnou Green Energy Consult

Notitie Duurzame energie per kern in de gemeente Utrechtse Heuvelrug

Beschouwing veiligheid rondom turbine locatie 5. Parkeerplaats, TNT-opslag bunker, Hoogspanningsinfrastructuur

Flevoland. Windmolens op land zijn belangrijk en zullen wij stimuleren. Doelstelling voor de provincie

Proactieve aanwijzing Windpark Kabeljauwbeek, Woensdrecht

899824/ Motivering besluit ontwerp-vvgb windturbinepark Groetpolder

BELEIDSNOTITIE PLAATSEN KLEINE WINDTURBINES.

Startbijeenkomst Klankbordgroep 21 november

Slagschaduw: de bewegende schaduw van draaiende wieken

Fryslân. Windmolens op land zijn belangrijk en zullen wij stimuleren. Doelstelling voor de provincie:

PR contouren voor windturbine Vestas V90-3.0

Uitwerking plan & Antwoorden windconsulta5e s (op hoofdlijnen) Woensdag 11 januari 2017 Maarten de Keijzer

Informatie voor de welstandscommissie (Windpark Kabeljauwbeek-gemeente Woensdrecht)

Transcriptie:

Windpark Technopolis Delft - Projectnotitie - Mei 2013

Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 2

Windpark Technopolis Delft - Projectnotitie - Mei 2013 Auteurs: Ir. Tijmen Keesmaat Jarno Veldhoven BSc Lourens Blok BSc Simon Reijniers BSc Björn Roscher BSc Rody Kemp BSc LEAF Renewable Energy DelftWindPower Hooghiemstraplein 151 Balthasar van der Polweg 420 3514 AZ Utrecht 2628 AZ Delft Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 3

LEESWIJZER In deze projectnotitie wordt een beschrijving gegeven van het windenergieproject op het Technpolis bedrijventerrein van de Technische Universiteit Delft. In hoofdstuk 1 wordt een algemene inleiding gegeven over het nut en de noodzaak van duurzame energie in het algemeen en van windenergie in het bijzonder. Ook het beleid van de nationale, provinciale en gemeentelijke overheden omtrent windenergie komt aan de orde. In hoofdstuk 2 wordt de locatie beschreven en er wordt ingegaan op de techniek van windturbines en de te verwachten opbrengsten van het windpark. In hoofdstuk 3 komen de ruimtelijke aspecten voor windenergie in het algemeen en voor de locatie in Delft specifiek aan de orde. De ruimtelijke belemmeringen en algemene inzichten voor landschappelijke inpassing van windturbines worden eveneens besproken. Tevens worden de milieutechnische aspecten aan windenergie beschreven. Aan de orde komen geluid, schaduw, veiligheid en vogels. Omtrent deze aspecten worden conclusies getrokken voor het project op het bedrijventerrein Technopolis in Delft. In hoofdstuk 4 zal een korte samenvatting van het project worden gegeven en zal een een overzicht van het verdere verloop van het project worden gegeven. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 4

Inhoud 1 Inleiding... 6 1.1 Aanleiding... 6 1.2 Beleid Rijksoverheid... 6 1.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte... 7 1.2.2 Rijksstructuurvisie Wind op Land... 7 1.2.3 IPO 2012... 7 1.3 Beleid Provincie Zuid-Holland... 7 1.3.1 Toolbox Windenergie... 8 1.3.2 Crisis en Herstelwet... 8 1.4 Beleid Gemeente Delft... 8 1.5 Science Port Holland - Technopolis... 8 1.6 Beleid TU Delft en Green Campus... 8 2 Het windpark... 9 2.1 Locatie... 9 2.1.1 Plangebied... 9 2.1.2 Windaanbod... 10 2.1.3 Netinpassing... 11 2.1.4 Civiele Ontsluiting... 11 2.1.5 Bodemsamenstelling... 11 2.2 Mogelijke Innovaties... 12 2.2.1 Technische innovaties... 12 2.2.2 Innovaties op het gebied van exploitatie... 12 2.3 Varianten... 13 2.3.1 Variant 1: 3 x 800 kw = 2.4 MW... 13 2.3.2 Variant 2: 2 x 3 MW = 6 MW... 14 3 Planologie... 15 3.1 Strijdigheid met andere functies... 15 3.2 Landschappelijke inpassing... 15 3.2.1 Algemeen... 16 3.2.2 Visuele beoordeling... 17 3.2.3 Opstellingsvormen... 18 3.2.4 Hoogte... 18 3.2.5 Landschapstype... 18 3.3 Milieuaspecten... 19 3.3.1 Slagschaduw... 19 3.3.2 Geluid... 21 3.3.3 Externe veiligheid... 23 Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 5

1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een algemene inleiding gegeven over het nut en de noodzaak van duurzame energie in het algemeen en van windenergie in het bijzonder. Ook het beleid van de nationale, provinciale en gemeentelijke overheden omtrent windenergie komt aan de orde. 1.1 Aanleiding Een groep van negen studenten van de Technische Universiteit Delft hebben in juni 2012 ter afronding van hun bachelor opleiding Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek de mogelijkheid van het plaatsen van windturbines op de TU Delft onderzocht. Het doel van het project was om 20% van de elektriciteitsverbruik van de TU Delft uit windenergie op te wekken. In dit project is het Technopolis gebied langs de A13 geschikt bevonden voor het opwekken van windenergie. In het plan zijn eventuele belemmeringen en kansen geïdentificeerd en worden drie windturbines van 850 kw langs de snelweg voorgesteld. Dit project lijkt een goede kans van slagen te hebben, daarom hebben deze studenten zich georganiseerd in DelftWindPower om dit plan verder te onderzoeken en te verwezenlijken. In samenwerking met LEAF Renewable Energy wordt het project nu verder ontwikkeld. Het plan is om de opgewekte windenergie direct te gaan leveren aan de TU Delft en bedrijven die zich vestigen op het Technopolisgebied. Een andere insteek zou een participatieconstructie kunnen zijn waarin bedrijven op Technopolis zelf deels eigenaar worden van de turbines. FIGUUR 1 - LOCATIE VAN TECHNOPOLIS BEDRIJVENTERREIN 1.2 Beleid Rijksoverheid De ontwikkeling van duurzame energie wordt door de overheid met behulp van fiscale, ruimtelijke en technologische instrumenten gestimuleerd. De regering heeft beleid ontwikkeld dat is gericht op de inzet van schone en duurzame vormen van energie. De opwekking van duurzame energie moet zo snel mogelijk concurrerend worden maar verdient in de overgangsfase stimulering. Momenteel wordt dat gestimuleerd middels de Stimuleringsregeling Duurzame Energie Plus (SDE+). Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 6

In december 2012 is in het IPO (interprovinciaal overleg) de doelstelling van 6000 MW in 2020 omgezet in harde afspraken over de verdeling van dit vermogen over de provincies, op basis van de zoekgebieden voor windenergie is er 5715 MW verdeeld over de provincies, waarvan 730 MW aan de provincie Zuid-Holland is toebedeeld. De overige 285 MW zal voor 2015 worden verdeeld over de provincies Friesland, Overijssel, Noord-Holland, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Onder het kabinet Rutte II is de doelstelling voor duurzame energie opnieuw aangescherpt van 14% naar 16% duurzame energie in 2020. De SDE+ subsidiepot is hiervoor vergroot. 1.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SI&R) is in maart 2012 gepubliceerd. In de structuurvisie is windenergie als volgt geadresseerd: "Rijk en provincies zorgen voor het ruimtelijk mogelijk maken van de doorgroei van windenergie op land tot minimaal 6.000 MW in 2020. Niet alle delen van Nederland zijn geschikt voor grootschalige winning van windenergie. Het Rijk heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte gebieden op land aangegeven die hiervoor kansrijk zijn op basis van de combinatie van landschappelijke en natuurlijke kenmerken, alsmede de gemiddelde windsnelheid. Binnen deze gebieden gaat het Rijk in samenwerking met de provincies locaties voor grootschalige windenergie aanwijzen. Hierbij worden ook de provinciale reserveringen voor windenergie betrokken. Deze gebieden zullen nader worden uitgewerkt in de Rijksstructuurvisie Windenergie op land. 1.2.2 Rijksstructuurvisie Windenergie op Land Om de Rijksstructuurvisie Windenergie op land (SWOL) te realiseren moest er een plan-mer gemaakt worden. De eerste stap in deze richting was het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), deze is gepubliceerd in oktober 2012. In de NRD wordt inzicht gegeven in de wijze waarop het Rijk, in het plan-mer, het onderzoek naar en beoordeling van milieueffecten wil uitvoeren. Daarbij zijn ook de gebieden aangegeven waarop de plan-mer zich richt. Deze plan-mer is voornamelijk gericht op locaties waar grootschalige inzet van windenergie kan plaatsvinden. Het plangebied van Technopolis valt hier niet binnen. 1.2.3 IPO 2012 In het interprovinciaal overleg van 19 december 2012 is de doelstelling van 6000 MW opgesteld windenergievermogen in 2020 omgezet in harde afspraken. Het vermogen is verdeeld op basis van windaanbod en beschikbare ruimte. Tot nu toe is 5715 MW verdeeld en de resterende 285 MW zal voor 2015 verdeeld worden. Met dit akkoord is de doelstelling hard gemaakt voor provincies en zij zullen er vanaf nu aan gehouden worden. 1.3 Beleid Provincie Zuid-Holland Het beleid van de Provincie Zuid-Holland is erop gericht de opwekking van wind energie uit te breiden van 260 MW tot 730 MW in 2020, dit komt voort uit het IPO van 19 december 2012. De provincie heeft twee concentratiegebieden aangemerkt: het Rotterdamse havengebied en Goeree- Overflakkee. Daarnaast zijn gebieden aangewezen waar de opstelling van windturbines gecombineerd wordt met grote infrastructuur. In de nota Wervelender uit 2011 wordt het Technopolisgebied niet meer opgenomen in het provinciale beleid vanwege de bouwhoogtebeperking door Rotterdam-The Hague Airport. Het gebied staat aangemerkt als plaatsingsbegied, een gebied waar plaatsing gewenst is. De plaatsing van windmolens waarvan de hoogte binnen de restricties valt is echter wel mogelijk. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 7

1.3.1 Toolbox Windenergie De provincie bedeelt gemeenten een belangrijke rol toe in het behalen van de doelstelling van 730 MW in 2020. De provincie ondersteunt gemeenten door het ter beschikking stellen van de Toolbox Windenergie. In deze toolbox worden instrumenten aangeboden om het plaatsingstempo te versnellen. 1.3.2 Crisis- en Herstelwet Voor de gebieden waar de provincie de plaatsing van windturbines gewenst acht is de Crisis- en Herstelwet van toepassing. Dit houdt in dat standaardprocedures versneld kunnen worden uitgevoerd en dat het aantal benodigde vergunningen wordt teruggedrongen. 1.4 Beleid Gemeente Delft In de actualisatie van het Klimaatplan Delft uit 2009 word de ambitie uitgesproken om in 2030 in Delft 50% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. Het aandeel duurzame energie moet worden verhoogd naar 25% van het totale energiegebruik en Delft gebruikt 50% minder energie dan in 1990. De gemeente acht de kans van de plaatsing van drie grote windturbines binnen de gemeentegrenzen klein. De gemeente streeft naar 3 MW aan windturbines, hierbij wordt gekeken naar samenwerking met omliggende gemeenten en kleine gebouw-gebonden windturbines. 1.5 Beleid Science Port Holland - Technopolis Het Technopolisgebied in Delft is onderdeel van de Science Port Holland, een regionaal samenwerkingsverband van de gemeenten Rotterdam en Delft en de TU Delft. Zij werken samen om de regio te bevorderen als aantrekkelijke vestigingsplaats voor kennisintensieve bedrijven. In de ontwikkeling van Science Port Holland - Technopolis staat duurzaamheid centraal. Dit is ook een onderwerp waarop de TU Delft en Science Port Holland zich sterk profileren. De energievoorziening van Science Port Holland - Technopolis komt gedeeltelijk van Warmte Koude Opslag (WKO). WKO is een methode om energie in een warme of koude vorm, op te slaan in de bodem. Deze techniek zal gebruikt worden om gebouwen te verwarmen en/of te koelen. 1.6 Beleid TU Delft en GreenTech Gateway In de energievisie van de TU Delft zijn een aantal prioriteitsgebieden voor onderzoek opgenomen. De grote speerpunten van de komende tijd zijn: het betaalbaar maken van zonnecellen, het ontwikkelen van kleinschalige windturbines en onderzoek op welke manier waterstof de brandstof van de toekomst kan worden. De TU Delft bezit ook een bedrijf dat onderzoek doet naar de duurzame ontwikkeling van de campus van de TU Delft: GreenTech Gateway. Het doel van Greentech Gateway is om de campus te verduurzamen op een economisch haalbare manier. Er wordt veel aandacht gegeven aan het besparen van energie en grondstoffen, maar ook het zelf opwekken van duurzame energie in allerlei vormen wordt onderzocht. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 8

2 Het windpark De plaatsing van drie windturbines op het Technopolisgebied heeft impact op de omgeving en betrokken overheden. Er zal een verandering plaatsvinden op de ruimte en het milieu van Technopolis. Ook is er bij de betrokken overheden en eigenaren extra mankracht nodig die zich bezig houdt met windenergie. Windenergie levert natuurlijk ook de nodige voordelen op. Dit geldt vooral voor gemeenten. De voordelen van windenergie voor de gemeente Delft zijn: De milieudoelstelling van de gemeente om 3 MW aan geinstalleerd vermogen te plaatsen zal grotendeels of volledig worden worden behaald met dit project De opwekking van duurzame windenergie zal zorgen voor een positief (groen) imago voor zowel de gemeente Delft als de TU Delft. Inkomsten via leges en de onroerend zaak belasting (OZB). Figuur 2 - Visualisatie van het windpark Technopolis (de 3e turbine bevindt zich buiten de foto) 2.1 Locatie De eigenschappen van de plangebied hebben een grote invloed op de ontwikkeling van het project. In dit deel worden de verschillende eigenschappen toegelicht. 2.1.1 Plangebied Het plangebied is het (in ontwikkeling zijnde) bedrijventerrein Technopolis aan de zuidelijke rand van Delft. Het gebied wordt omsloten door de A13, de Kruithuisweg, de Rotterdamseweg en het Buitengebied. Het gebied is grotendeels eigendom van de TU Delft,. Het plan voor het gebied is om er een hightech bedrijventerrein van te maken. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 9

Figuur 3 - Plangebied Technopolis (gearceerd) 2.1.2 Windaanbod De energieproductie neemt zeer snel toe met een toenemende windsnelheid. Als vuistregel geldt daarbij dat bij een verdubbeling van de windsnelheid de energie-inhoud van de wind circa acht keer zo groot is. De hoeveelheid energie die daadwerkelijk in elektrische energie omgezet kan worden is afhankelijk van het type windturbine. Obstakels in het landschap verstoren de aanstroming. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de wind, maakt men gebruik van een grotere masthoogte. De windsnelheid neemt toe met de hoogte. De windsnelheden in het plangebied voor de windturbines van Technopolis liggen gemiddeld rond de 7-7.5 m/s op 100 meter hoogte. Ter vergelijking in de door de provincie Zuid-Holland aangewezen concentratiegebieden voor windenergie ligt de gemiddelde snelheid op 8-9 m/s (Bron: Windkaart Nederland). Daarnaast ligt het plangebied net op de grens van de bouwhoogtebeperking als gevolg van aanvliegroutes van Rotterdam Airport. Hierdoor geldt in een deel van het plangebied een maximale bouwhoogte van 75 meter. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 10

Figuur 4 - Windaanbod Delft e.o. 2.1.3 Netinpassing Voor de aansluiting van de turbines aan het elektriciteitsnet zijn verschillende mogelijkheden. De TU Delft heeft een eigen 10 kv-net waaraan de turbines rechtstreeks kunnen leveren. Een andere optie is om de turbines aan te sluiten op het nieuwe 23 kv-net op Technopolis waarvan Stedin de eigenaar is. Bij beide opties is voldoende capaciteit aanwezig voor het relatief lage vermogen van het windpark. 2.1.4 Civiele Ontsluiting De locatie moet tijdens de bouw en het onderhoud goed bereikbaar zijn. Dit betekent dat er verharde wegen moeten zijn of aangelegd worden. Aan deze wegen zitten ook een aantal eisen vast; er is een maximale helling waar de weg onder moet blijven en er moet voldoende draaicirkel in de wegen zijn voor het aanvoeren van grote onderdelen voor de turbine. Op dit moment zijn er wegen tot zo n 50 meter van de locatie die aan deze eisen voldoen, voor de laatste afstand zullen (tijdelijke) wegen moeten worden aangelegd. Het opbouwen van de rotor van de turbine gebeurt op de grond, hiervoor moet ook voldoende ruimte beschikbaar zijn. Nu is hiervoor nog voldoende plaats. In een verder stadium zal moeten worden bepaald of hierdoor genoeg ruimte blijft vanwege de ontwikkeling van Technopolis. 2.1.5 Bodemsamenstelling Voor het plaatsen van windturbines is het noodzakelijk een draagkrachtige laag in de bodem te vinden. Om ervoor te zorgen dat de kosten niet te hoog oplopen moet deze laag niet te diep in de ondergrond zitten. Windturbines worden in Nederland doorgaans onderheid met palen met een lengte tussen de 15 en 30 meter. De bodem van het plangebied bestaat voornamelijk uit klei op veen, de bodemsamenstelling zal in een later stadium nauwkeurig worden onderzocht. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 11

2.2 Mogelijke Innovaties Om het windproject aan te laten sluiten bij het imago en visie van de TU Delft wordt er in dit project ook aandacht besteed aan het inpassen van innovaties in het windpark. Hieronder worden enkele voorbeelden gegeven en kort beschreven. De inpassing van deze innovaties kan dienen als onderzoeksproject op de TU Delft en worden gebruikt als testcase voor de grootschalige inzet bij windenergieprojecten. 2.2.1 Technische innovaties Gelijkstroomnetwerk: Er wordt onderzocht of de windturbines aangesloten kunnen worden op het gelijkstroomnetwerk van de Green Village, een gepland demonstratiedorpje op de campus van de TU Delft. Hierdoor wordt er een conversiestap overgeslagen en gaat de efficiëntie omhoog. H 2 productie: Het produceren van waterstof met de turbines zou het probleem aan kunnen pakken van onbalans. Omdat het niet altijd waait zijn windturbines nog een onvoorspelbare bron van energie. Door deze onbalans weg te halen wordt een betrouwbare bron van energievoorziening gecreëerd en kan de elektriciteit op moment van hoge elektriciteitsprijzen worden geleverd op het net. Data beschikbaar maken: In het kader van het ondersteunen van onderzoek en educatie is de beschikbaarheid van testdata belangrijk. Door het verrichten van metingen in het windpark en het beschikbaar stellen van de zogenoemde SCADA data kan onderzoek en educatie beter gefaciliteerd worden. Smart Grid: Door de turbines aan te sluiten op een eventueel Smart grid op Technopolis kan winst worden behaald op efficiëntie in energiegebruik door het matchen van vraag en aanbod. 2.2.2 Innovaties op het gebied van exploitatie Directe levering aan TU Delft: De TU Delft loopt altijd voorop bij nieuwe ontwikkelingen, zeker op het gebied van techniek en duurzaamheid. Een vorm van exploitatie van het windpark zou zijn om de elektriciteit direct aan de TU Delft te leveren. Zo wordt de universiteit deels zelfvoorzienend en zullen de klimaatdoelstellingen gemakkelijker behaald worden. Participatie: Door externe partijen te betrekken in de investering en winstdeling krijgt het windpark een lokaal karakter. Externe partijen die mee profiteren van het windpark zullen eerder goedkeuring geven aan het project, wat de slagingskans van het project vergroot. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 12

2.3 Varianten In de ontwikkeling van het windpark worden meerdere varianten onderzocht. Een lijnopstelling langs de A13 is gewenst. Twee varianten worden onderzocht, welke zijn gebaseerd op de Enercon E53 en de Enercon E82 als ontwerpturbines, de definitieve keuze voor een turbine wordt in een later stadium gemaakt. Tabel 1 Specificaties ontwerpturbines Enercon E53-800 Enercon E82-3000 Vermogen 800 kw 3000 kw Rotor diameter 53 meter 82 meter Ashoogte 73.3 meter 84.6 meter Tiphoogte 99.8 meter 125.6 meter Brongeluid 97.6 db(a) 103.4 db(a) 2.3.1 Variant 1: 3 x 800 kw = 2.4 MW Vanwege de bouwhoogterestrictie is in deze variant voor drie relatief kleine turbines gekozen. Een voorbeeld van een dergelijke turbine is de Enercon E-53. Figuur 5 - Opstelling variant 1 In bovenstaande figuur staat de opstelling van de turbines langs de A13 aangegeven. De rode cirkels geven een gebied aan van 400 meter rond woningen. Dit is een gangbare minimale afstand van woningen voor het plaatsen van windturbines. Het is te zien dat de windturbines ruim buiten deze afstand staan. De jaaropbrengst van variant 1 zal volgens voorlopige schattingen rond de 6.1 GWh liggen, wat gelijk is aan 90% van het elektriciteitsverbruik van bedrijventerrein Technopolis in de uiteindelijke opzet, of 10% van het verbruik van de TU Delft. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 13

2.3.2 Variant 2: 2 x 3 MW = 6 MW Door het aantal turbines terug te brengen naar twee kan de opstelling verder richting het noorden worden geplaatst. Hier zijn de hoogterestricties minder streng en kunnen dus grotere turbines geplaatst worden. Een voorbeeld van een 3 MW turbine is de Enercon E-82. De jaaropbrengst van variant 2 zal volgens voorlopige schattingen rond de 10.7 GWh liggen, wat gelijk is aan 170% van het elektriciteitsverbruik van bedrijventerrein Technopolis in de uiteindelijke opzet, of 20% van het verbruik van de TU Delft. Figuur 6 Opstelling variant 2 Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 14

3 Planologie In hoofdstuk 3 komen de ruimtelijke aspecten voor windenergie in het algemeen en voor de locatie in Delft specifiek aan de orde. De ruimtelijke belemmeringen en algemene inzichten voor landschappelijke inpassing van windturbines worden eveneens besproken. Tevens worden de milieutechnische aspecten aan windenergie beschreven. Aan de orde komen geluid, schaduw, veiligheid en vogels. Omtrent deze aspecten worden conclusies getrokken voor het project op het bedrijventerrein Technopolis in Delft. 3.1 Strijdigheid met andere functies Het plaatsen van een windpark heeft invloed op de omgeving. Al bestaande functies kunnen hinder ondervinden van de windturbines. Dit kan leiden tot weerstand tegen het project. In deze sectie worden mogelijke obstakels geïdentificeerd en onderzocht. 3.1.1 Vliegroutes en radar Luchthaven Rotterdam The Hague Airport ligt op ongeveer 5 km van het plangebied. Om te zorgen dat vliegtuigen geen hinder ondervinden zijn door Luchtverkeersleiding Nederland maximale bouwhoogtes bepaald rondom de luchthaven. Dit is een beperkende factor voor de grootte van de windturbine. Afhankelijk van welke positie geselecteerd wordt zal er een andere bouwhoogte gerespecteerd moeten worden. Dit heeft invloed op de maximale turbinehoogte. Voor het Technopolis gebied varieert de een maximaal toegestane tip hoogte tussen de 75 m en 125 m. De turbines mogen deze hoogte niet overschrijden tenzij er een akkoord gesloten wordt met Luchtverkeersleiding Nederland over eventuele vrijstellingen. Uit nader onderzoek blijkt dat in Rotterdam een tiental gebouwen staat welke een hoogte hebben die groter is dan toegestaan volgens het LVNL. Eventuele vrijstellingen zijn dus mogelijk. Figuur 7 - Maximale bouwhoogte t.o.v. plangebied (rood) In Nederland staan verschillende militaire en civiele radarposten. Bij het plaatsen van windturbines en windparken moet worden onderzocht of deze de radar niet verstoren. Rondom de radarposten ligt een radarverstoringsgebied met een straal van 28km vanaf het radarstation. Het ministerie van Defensie moet alle geplande bouwwerken in radarverstoringsgebieden beoordelen. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 15

3.1.2 VSL (NMi) Bij eerder onderzoek naar een soortgelijk windproject in het plangebied is er reeds bezwaar aangetekend door VSL (het toenmalige Nederlandse Meet Instituut). Windturbines veroorzaken, zeker bij hoge windsnelheden, trillingen in de ondergrond. Deze trillingen zouden de werkzaamheden van VSL kunnen verstoren. Hoe sterk deze trillingen zijn, welke problemen hier mee gepaard gaan en hoe zij zich verhouden tot de trillingen veroorzaakt door de snelweg, tramlijn en het golfslagbad van Deltares in het plangebied zal onderwerp zijn van verder onderzoek. De fundering van de windturbine kan in zekere mate specifiek ontworpen worden om deze trillingen te verminderen. 3.1.3 Natura2000 Vogelgebieden Natura 2000 is ontstaan op initiatief van de Europese Unie (EU). Natura 2000 is een netwerk van beschermde natuurgebieden in Europa en omvat alle gebieden die zijn aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Het netwerk heeft als doel biodiversiteit te behouden en te herstellen. Vogelrichtlijn (1979) De Vogelrichtlijn heeft als doel: het behoud van de vogelstand, door bescherming en beheer van alle in het wild levende vogels en hun habitats. Lidstaten van de EU moeten gebieden (speciale beschermingszones) aanwijzen voor het beschermen van vogels en hun habitats. Habitatrichtlijn (1992) De Habitatrichtlijn heeft als doel: het bijdragen tot het waarborgen van de biologische diversiteit door het instandhouden van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna. De habitatrichtlijn kent soortenbescherming en gebiedsbescherming. Wat betreft gebiedsbescherming moeten de lidstaten gebieden identificeren die voor soorten en habitats die onder de richtlijn vallen het belangrijkst zijn. Het plaatsingsgebied Technopolis is geen Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natuur 2000-gebied is het duingebied tussen Den Haag en Hoek van Holland op ongeveer 15 km van het plaatsingsgebied. Mogelijke impact op het Natura2000 gebied en specifiek op de vogels zal onderwerp zijn van studie gedurende de milieueffectrapportage en een eventuele passende beoordeling. Tijdens deze fase zal ook de impact op de vleermuizen moeten worden onderzocht. 3.2 Landschappelijke inpassing Onderstaande passages betreffende landschappelijke inpassing zijn voornamelijk gebaseerd op het rapport Landschappelijk verantwoord ontwerpen van windturbineparken, van E-Connection, Bunnik (1997) en op de ervaringen en kennis binnen LEAF Renewable Energy. 3.2.1 Algemeen De windturbines zullen als toevoeging aan het landschap voor veel mensen zichtbaar zijn. De beoordeling en waardering is echter een subjectief gegeven. Windturbines hebben door hun hoogte en diameter een grote visuele invloed op het landschap, die bovendien verreikend is, omdat zij in een open landschap staan. Door de afmetingen is er geen directe visuele relatie met algemeen voorkomende bebouwingselementen en beplantingen (hoogte tot 25 meter). De windturbines zijn van een andere maat en schaal en vormen daardoor een aparte laag in het landschap. Hierdoor wordt de exacte hoogte en omvang van de windturbines minder belangrijk voor de landschappelijke beoordeling. De keuze voor een locatie en de opstellingsvorm vraagt daarentegen bijzondere aandacht. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 16

3.2.2 Visuele beoordeling Voor de beoordeling van de gevolgen voor het landschap kunnen de kenmerken van een windpark ondergebracht worden in verwijzende en objectmatige kenmerken. Verwijzing Windturbines verwijzen naar hun eigen functie en daarmee verband houdende aspecten. Voor de beleving van een windpark zijn deze verwijzende aspecten van groot belang. Het gaat daarbij om de volgende verwijzingen: Er is wind (dus een open landschap) Er is de wil om duurzame energiebronnen te benutten (milieubewustzijn) Voor de opwekking van een substantieel aantal kwh duurzame energie is het noodzakelijk dat het windaanbod voldoende is. Op binnenlandlocaties is dit alleen het geval op grote hoogte. Vandaar dat de masthoogte ook van essentieel belang is. In Delft is het windaanbod gemiddeld en is de hoogte van de turbine gelimiteerd door de hoogterestricties. Dit zijn dus belangrijke randvoorwaarden voor het project. Object Bij de objectmatige kenmerken van een windturbine gaat het om de vormgeving. Aspecten welke een rol spelen hierbij zijn: slankheid van de mast conische mast slankheid van de bladen vorm gondelkast verhouding rotordiameter en masthoogte aantal rotorbladen kleur formaat aantal vormvariatie onderlinge plaatsing In beginsel kan het volgende over bovenstaande aspecten gezegd worden ter bevordering van een positieve beleving van de windturbines: De masten dienen slank, rond en aerodynamisch te zijn, evenals de bladen en de gondel. Daarnaast is het wenselijk dat de masthoogte enigszins groter is dan de rotordiameter, aangezien de windturbine anders als plomp wordt ervaren. Bij een te hoge mast in verhouding tot de rotordiameter, gaat de windturbine er echter fragiel uit zien. Driebladige windturbines worden als rustiger draaiend beoordeeld dan tweebladige windturbines. Een laag toerental wordt als statiger en minder storend ervaren dan een hoog toerental. Met de kleur kan de windturbine geaccentueerd worden of juist gecamoufleerd. Windturbines vallen op in het landschap, maar vanwege het schaalverschil van windturbines speelt dit alleen voor dichtbij; van veraf is het formaat vrijwel niet in te schatten. De waardering van een windturbineopstelling op korte afstand wordt hoger naarmate aansluiting kan worden gezocht bij bestaande beeldbepalende elementen in het landschap, zoals infrastructuur, industrie en een bepaald verkaveling patroon. Indien de windturbines van ver worden gezien neemt de waardering voor een opstelling toe naarmate er een duidelijk herkenbaar patroon in terug komt. Vormvariatie is Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 17

uit den boze; alle windturbines dienen van hetzelfde type te zijn en bij voorkeur dienen er in de directe omgeving geen andere windturbines te staan. De eventuele aanwezigheid van (hoge) bomen kan, voor wat betreft de visuele impact, gunstig werken aangezien deze beplanting vaak (een deel van) de windturbines uit het zicht houdt. 3.2.3 Opstellingsvormen Plaatsing van windturbines verandert het landschap. De invloed van windturbines op het landschap is echter moeilijk objectief te bepalen. Een groot deel van de landschappelijke waardering wordt gevormd door de beleving van de kijker. Iemands persoonlijke band met het landschap en iemands persoonlijke mening over duurzame energie zijn hierop van grote invloed. Toch is een aantal uitspraken over de landschappelijke inpassing van windturbines te doen, die het subjectieve te boven gaan. Naar algemeen aanvaarde en toegepaste planologische aspecten kan het volgende worden gezegd over de landschappelijke inpassing van windturbines in een landschap. Windturbines kunnen in lijnopstelling, in clustervorm of solitair geplaatst worden. Over het algemeen worden lijnopstellingen van windturbines positief beoordeeld vanwege de duidelijke structuur. De herkenbaarheid en duidelijkheid van de enkelvoudige lijnopstellingen is in de meeste gevallen groot. Uit belevingsonderzoeken blijkt ook dat de herkenbaarheid en duidelijkheid (eenvoud) een belangrijke rol spelen bij de waardering van opstellingsvormen. Vandaar ook de brede acceptatie van enkelvoudige rechte lijnopstellingen. Heldere, eenvoudige opstellingsvormen worden het hoogst gewaardeerd, en werken ook acceptatieverhogend. Uit onderzoek blijkt dat windturbineopstellingen door de afmetingen van de windturbines ook om een logische en herkenbare situering vragen (Buro Maas, Landschappelijke beoordeling van windmolenparken in de provincie Flevoland, Breda, 1989). Een lijnopstelling is vanaf alle gezichtspunten duidelijk herkenbaar als een lijn. 3.2.4 Hoogte Behalve dat de masthoogte een rol speelt bij de opbrengstbepaling van de windturbines, is het ook een aspect dat bij de landschappelijke inpassing altijd aan de orde komt. Het uiterlijk van de windturbines is mede bepalend voor de beeldkwaliteit van het landschap. Bepalend is niet zozeer de absolute hoogte, als wel de verhouding ashoogte en rotordiameter en het aantal wieken. Bij een bepaalde hoogte blijkt dat het verschil in hoogte van windturbines nauwelijks meer te onderscheiden valt. Wanneer mensen zich een voorstelling maken van windturbines of een windturbine tekenen, blijkt de verhouding tussen rotordiameter en masthoogte altijd ongeveer gelijk te zijn. 3.2.5 Landschapstype Met betrekking tot windparken en de plaats daarvan in het Nederlandse landschap zijn twee hoofdstromingen waar te nemen. Windturbineparken gecombineerd met een agrarische functie Windturbineparken gecombineerd met (grote) infrastructuur De meeste windturbineparken bevinden zich in agrarische en kunstmatige landschappen. Het is echter niet zo dat bepaalde landschapstypen beter geschikt zijn voor windturbineparken dan andere. Wel kan ten aanzien van landschapstypen en windturbineparken worden gesteld dat het ervaren en beleven van de windturbineparken in het landschap mede worden bepaald door de visuele eigenschappen en/of kwaliteiten van de omgeving en dus van het landschapstype. In een industrieel landschap zal het windturbinepark bijvoorbeeld veelal op een andere manier worden beleefd dan in Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 18

een agrarisch landschap. Naast de visuele verschillen tussen de verschillende landschapstypen zijn er natuurlijk ook kenmerken die behoren bij een specifieke locatie. Hierdoor kunnen verschillende windturbineparken ook binnen hetzelfde landschapstype anders worden beleefd. Deze veelheid van de beleving van windturbineparken in het landschap wordt bepaald door tal van aspecten die een rol spelen bij de structuur en beeldopbouw van het landschap cq de betreffende locatie. Deze aspecten zoals schaal, karakter en compositie van het landschap zijn opgebouwd uit de visueel-ruimtelijke landschappelijke kenmerken. De schaal, het karakter en de compositie van het landschap zijn hierdoor dus erg afhankelijk van het betreffende landschapstype en de betreffende locatie binnen dat landschapstype. 3.3 Milieuaspecten De directe omgeving van de windturbines kan hinder ondervinden door geluidsproductie en slagschaduw. De impact van deze factoren wordt onderzocht door middel van simulaties. 3.3.1 Slagschaduw Beschijning door de zon van de windturbine leidt tot een slagschaduw. Deze slagschaduw draait met de zon mee en reikt bij zonsopgang en -ondergang in de winter het verst. Als slagschaduw op het raam van een woning of kantoor valt kan dat als hinderlijk worden ervaren. Het betreft dan vooral de wisseling tussen wel en geen schaduw. Bij moderne windturbines met drie wieken is de slagschaduw in de praktijk beperkt. Deze windturbines hebben een maximale omwentelingssnelheid van 12 tot 20 toeren per minuut. Het maximale aantal bladpassages is daardoor maximaal 60 per minuut, dit komt overeen met een frequentie van 1,0 Hz. Uit onderzoek is gebleken dat mensen vooral last hebben van het afwisselen van schaduw en licht bij een hogere frequentie, tussen de 2,5 en 14 Hz. In de milieuwetgeving zijn voorschriften opgenomen om hinder door slagschaduw te beperken. In het Activiteitenbesluit staat hoe vaak en hoe lang per dag de slagschaduw van een windturbine een woning mag raken. Voor kantoren zijn geen bepalingen opgenomen. Via de vergunning zijn windturbines bijna altijd verplicht voorzien van een stilstandvoorziening. Deze schakelt de windturbine uit gedurende de tijd dat er excessieve slagschaduw optreedt. Uit het Activiteitenbesluit volgt dat de turbine moet worden uitgeschakeld als de slagschaduw meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten een gevoelig object raakt. Met behulp van het softwareprogramma WindPRO 2.8 zijn schaduwberekeningen gemaakt voor de twee opstellingsvarianten. Deze toont het aantal uren per jaar aan dat een gebouw potentieel hinder kan ondervinden van slagschaduw. In onderstaande figuren zijn de resultaten opgenomen. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 19

Figuur 8 - Slagschaduw van variant 1 (3x 800 kw) In de figuur is te zien dat voor variant 1 de slagschaduw voor omliggende woningen nagenoeg nul is. Een aantal bedrijven vindt daarentegen wel mogelijke hinder van de slagschaduw. Het betreft de gebouwen van Exact en YES!Delft. In de voorlopige berekeningen, die gebaseerd zijn op een worstcase scenario, heeft Exact rond de 90 uur per jaar last van slagschaduw en heeft YES!Delft ongeveer 30 uur per jaar last van slagschaduw. In het geval van variant 2 is er aanmerkelijk minder schaduwoverlast, Exact heeft rond de 20 uur per jaar hinder, voor YES!Delft blijft de waarde hetzelfde op ongeveer 30 uur per jaar. Ook voor variant 2 hebben omliggende woningen nagenoeg 0 uren slagschaduw. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 20

Figuur 9 Slagschaduw van variant 2 (2x 3 MW) 3.3.2 Geluid Draaiende windturbines produceren naast elektriciteit ook geluid. Er zijn regels en afspraken gemaakt over hoeveel geluid zij mogen veroorzaken. De hoeveelheid geluid die een turbine produceert is (bij dezelfde windsnelheden) gelijk in de dag, de avond en de nachtperiode. De normen voor de hoeveelheid geluid gelden op de gevel van nabij gelegen woningen. De dosismaat Lden drukt het geluidniveau uit. Lden staat voor Level day, evening, night, en is het tijdgewogen jaargemiddelde geluidniveau in de dag, de avond en de nacht. Volgens de regels mag het jaargemiddelde geluidniveau (grenswaarde) Lden niet meer zijn dan 47 db. Ter vergelijking: de voorkeursgrenswaarde, die nog scherper is dan de grenswaarde, voor wegverkeerslawaai in Nederland is Lden =48 db. Voor geluidshinder bij kantoorgebouwen bestaan geen wettelijk normen. Met behulp van het softwareprogramma WindPRO 2.8 zijn geluidsberekeningen gemaakt voor de twee opstellingsvarianten. In onderstaande figuren zijn de resultaten opgenomen. Beide figuren tonen aan dat het geluidsniveau bij de omliggende woningen binnen de wettelijke normen valt. Het Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 21

niveau voor de dichtsbijzijnde woningen ligt rond de 40 db(a). Kantoren van o.a. YES!Delft en Exact liggen in beide varianten wel binnen de 47 db(a) grens. Figuur 10 - Geluidscontouren voor variant 1 (3x 800 kw) Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 22

Figuur 11 - Geluidscontouren voor variant 2 (2x 3 MW) 3.3.3 Externe veiligheid Bij de plaatsing van windturbines staat de veiligheid voor de omgeving voorop. De kans dat er iets gebeurt in de omgeving van een windturbine is zeer klein. Windturbines moeten immers aan strenge veiligheidseisen voldoen. Mogelijke risico s rond een windmolen zijn mastbreuk, het afbreken van een wiek of ijsworp, het in de winter afglijden van ijs van de wieken. Voordat de overheid toestemming geeft voor de bouw van een windturbine, kan ze om een kwantitatieve risicoanalyse vragen. Het Handboek Risicozonering Windturbines (2013) vormt een eerste stap voor het bepalen van risico s voor de omgeving. De voorkeursafstanden die Rijkswaterstaat hanteert, zijn: Langs rijkswegen wordt plaatsing van windturbines toegestaan bij een afstand van ten minste 30m uit de rand van de verharding of bij een rotordiameter groter dan 60m, ten minste de halve diameter. Langs kanalen, rivieren en havens wordt plaatsing van windturbines toegestaan bij een afstand van ten minste 50m uit de rand van de vaarweg. Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 23

Plaatsing van windturbines wordt niet toegestaan in de kernzone van de primaire waterkering. Onder kernzone wordt verstaan het eigenlijke dijk, duin- of damlichaam, zijnde de primaire waterkering als bedoeld in de Wet op de waterkering. Vanwege externe veiligheid en transportzekerheid dient rond hoogspanning- en gasleidingen een zekere afstand gehandhaafd worden. Voor hoogspanningsleidingen geldt dat er zich een minimale afstand van 5 meter tussen de wiek en de leiding moet bevinden. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen regelt dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan waarin een risicoverhogend object (bijvoorbeeld een windturbine) in de directe omgeving van een buisleiding wordt toegelaten, dat hiermee bij het beoordelen van de contouren van die buisleiding rekening moet worden gehouden. In Delft is een extra risico aanwezig in de vorm van het reactorinstituut van de TU Delft. Dit instituut staat op ongeveer 500-600 meter van de turbines. Dit risico wordt expliciet meegenomen in de risicoanalyse van dit windpark. Een eerste-orde risicoanalyse, gemaakt aan de hand van het Handboek Risicozonering Windturbines, wijst het volgende uit. De belangrijkste risicozones van een windturbine zijn de PR 10-5 en 10-6 gebieden. In het PR 10-5 gebied mogen zich bijvoorbeeld geen permanent bezette gebouwen bevinden. In het PR 10-6 gebied mogen geen woningen staan. De waarden voor deze gebieden zijn weergegeven in onderstaand tabel. Hierbij is gebruik gemaakt van generieke waarden uit het Handboek Risicozonering Windturbines, bedoeld voor eerste-orde analyses. Een uitgebreidere risicoanalyse zal in een later stadium van het project worden gemaakt. Tabel 2 Risicogegevens Windturbines 850 kw turbine 3 MW turbine Rotor Diameter 70 m 130 m Nominaal Toerental 19 rpm 13 rpm Ashoogte 60 m 90 m Pr 10^-5 contour 35 m 65 m Pr 10^-6 contour 142 m 198 m Maximale werpafstand bij overtoeren 430 m 536 m Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 24

4 Conclusie en vooruitblik Het windpark Technopolis biedt veel perspectieven voor het Delft. Met een jaaropbrengt van 6.1 tot 10.7 GWh kan het windpark bedrijventerrein Technopolis grotendeels of volledig van electriciteit voorzien en zijn participatie constructies mogelijk. Daarnaast zal het bijdragen aan een duurzaam imago en zal het de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Delft helpen behalen. Tevens zal de mogelijk inzet van innovatieve elementen in het park, zoals electriciteitsopslag in de vorm van waterstof of invoering op gelijkstroomnetwerken, veel onderzoeksmogelijkheden bieden voor de TU Delft. Onderzoek heeft plaatsgevonden naar de impact van geluid en slagschaduw op naburige bedrijven, waaruit blijkt dat deze binnen de wettelijke normen blijven. Een voorlopige risico-analyse is gemaakt. Nader trillingsonderzoek zal moeten uitwijzen wat de precieze impact van het park is op de werkzaamheden van VSL. Tevens zal onderzocht moeten worden hoe het windpark, en met name variant 2, binnen de hoogte-restricties van LVNL past. Een globale overzicht van de projectplanning is als volgt: Q2-Q3 2013 Q3 2013 Q3-Q4 2013 Verkennende gesprekken TU Delft, Technopolis en gemeente Delft Verkrijg optie grondcontract Vervolgonderzoeken: trillingensonderzoek, risico -analyse, MER 2014-2015 Vergunningsprocedure 2015 Financial closure, start bouw 2016-2035 Operationeel Projectnotitie Windpark Technopolis Delft - 2013 25