Examenprogramma Wagencontroleur 1 Vastgesteld op 25 juli 2013 de Minister Infrastructuur en Milieu, namens deze: Directeur Stichting Veiligheid en Vakmanschap Railvervoer (VVRV) P.C.M. der Hoeven
Inhoud 1 De taak 3 2 Vakbekwaamheidseisen 4 2.1 Algemeen 4 2.2 Vakbekwaamheidseisen per module 4 Module 1 Basisbekwaamheden 5 Module 2 Vervoer gevaarlijke stoffen 7 Module 3 Veiligheidscommunicatie 10 3 Beoordeling de vakbekwaamheid 11 3.1 Toelatingsvoorwaarden voor het examenprogramma 11 3.2 beoordeling 11 3.3 Normering en cesuur 12 2
1 De taak De taak de wagencontroleur Dit examenprogramma is het in artikel 6 lid 1 het BSP 2011 vermelde, door de minister vastgestelde examenprogramma voor wagencontroleurs. De bevoegdheid de wagencontroleur is in het Besluit Spoorwegpersoneel 2011 (BSP 2011) artikel 2 als volgt beschreven: de wagencontroleur is bevoegd tot het controleren op kenbare gebreken goederenwagens en de belading daar. De taakeisen die in dit schema zijn opgenomen zijn mede gebaseerd op de TSI Exploitatie (12 mei 2011, bijlagen J en L). De wagencontroleur verricht verschillende controles aan goederenwagens. Het gaat hierbij om het controleren op de kenbare technische gebreken en slijtagegevoelige onderdelen. Daarnaast is de controle gericht op de laadprofielen en de beladingtoestand de treinen die door de spoorwegonderneming, waarvoor de wagencontroleur werkzaam is, worden vervoerd. 3 De controles zijn gebaseerd op de artikelen 3 en 5 de Regeling spoorverkeer. In artikel 5 wordt aangegeven dat de technische controle wordt uitgevoerd aan de hand de gebrekencatalogus bijlage 9 annex 1, het General Contract of Use for Wagons (GCU/AVV) en volgens het RID/VSG. Het uitvoeren kleine herstellingen zoals beschreven in de gebrekencatalogus valt niet onder dit examen. Verwijzingen naar GCU/AVV zijn opgenomen op grond brancheregelgeving. De toetsing deze onderdelen, zoals opgenomen in het examenprogramma, is bindend en voor iedereen geldig. Bij vrijwel alle vervoerders is sprake een wagencontroleur die treinen voor internationaal verkeer moet kunnen controleren. De eisen die dat met zich meebrengt zijn in dit programma opgenomen. Omdat in de praktijk veel treinen wagens met gevaarlijke stoffen bevatten en dit ook in de tijd per vervoerder wisselt, is besloten één universele veiligheidsfunctie wagencontroleur te hanteren, waarbij dus de module vervoer gevaarlijke stoffen verplicht is gesteld voor alle aspirant wagencontroleurs. De vakbekwaamheidseisen voor deze module zijn gelijk aan de in het RID bij categorie 2 vermelde eisen. Het RID is onderdeel de Nederlandse wetgeving voor het vervoer gevaarlijke stoffen. In het VSG zijn bepalingen opgenomen, die een aanvulling op het RID bevatten of in plaats voorschriften uit het RID gelden (de N- en NE-bepalingen). In hoofdstuk 1.3. het RID zijn bepalingen opgenomen over de opleiding personen die betrokken zijn bij het vervoer gevaarlijke stoffen. Daartoe behoren ook de wagencontroleurs. In de module vervoer gevaarlijke stoffen is tevens het convenant warme Bleve vrij samenstellen goederentreinen in het kader gecombineerd vervoer klasse 1, 2 en 3 meegenomen. De taakaspecten die gebonden zijn aan een spoorwegonderneming of aan een specifieke inzet op bijzondere of lokaalspoorwegen maken geen deel uit dit schema. Overeenkomstig artikel 8 het BSP worden deze aspecten beoordeeld door de vakinhoudelijk leidinggevende.
2 Vakbekwaamheidseisen 2.1 Algemeen In dit examenprogramma worden de navolgende modules onderscheiden: Module 1 Basisbekwaamheden wagencontroleur ennistoets en praktijkexamen. Module 2 Vervoer gevaarlijke stoffen ennistoets en praktijkexamen. Module 3 Veiligheidscommunicatie De vakbekwaamheidseisen staan vermeld in het examenprogramma 'Veiligheidscommunicatie'. In dit programma is bijlage C de TSI Exploitatie verwerkt. De in het examenprogramma Veiligheidscommunicatie vermelde eisen zijn toepassing voor alle in het BSP 2011 genoemde veiligheidsfuncties. De kandidaat ontgt na slagen voor de toets het certificaat Veiligheidscommunicatie. Het certificaat geldt ook voor de functies machinist, rangeerder en treindienstleider. 4 Voor iedere module wordt een certificaat verstrekt. De kandidaat is geslaagd voor het examenprogramma als hij beschikt over de certificaten de modules 1, 2 en 3. Een wagencontroleur die zakt voor één de modules hoeft alleen dat deel te her. 2.2 Vakbekwaamheidseisen per module In deze paragraaf zijn per certificaat de vakbekwaamheidseisen en de beoordelingscriteria in tabellen weergegeven. De linkerkolom bevat de nummering de vakbekwaamheidseisen en criteria, de middelste kolom de omschrijving en de rechterkolom de wijze examinering. De wijze examinering is in de tabellen met een code aangegeven. De betekenis de codes is: ennistoets: beoordeling kennis en inzicht door middel meerkeuzevragen, meer antwoordvragen, invulvragen en casussen (vragen over reële praktijksituaties). Praktijkexamen: beoordeling de vakbekwaamheid door een door VVRV gecertificeerde praktijkexaminator.
Module 1 Basisbekwaamheden 1.1 Criteria Technische controles goederenwagens volgens de (nationale) voorschriften uitvoeren 5 1.1.1 De kandidaat kan aangeven hoe de technische controles uitgevoerd moeten worden (Regeling Spoorverkeer artikel 3 en 5, GCU/AVV bijlage 9) en voert de controles uit in de praktijk. Aandachtspunten: loopwerk, trek- en stootwerk; wagenconstructie en revisie: afwijkingen vaststellen; maatregelen treffen; onderstel; remwerken en remproeven: remwerk mechanisch; krukken en kranen; lekkageproef volgens nationaal voorschrift; kent de remproefseinen; beladingtoestand: maximaal toelaatbare belading; laadprofielen; bevestiging en borging. toetsing 1.1.2 De kandidaat kan opschriften, tekens en beplakking interpreteren en op basis daar gepaste actie ondernemen. Bijvoorbeeld: het bepalen de geschiktheid de goederenwagens en de lading in de samengestelde trein. 1.1.3 De kandidaat kan aangeven welke noodvoorzieningen moeten worden getroffen om defecte voertuigen veilig te (laten) verplaatsen voor herstel elders of voor het vrijmaken het spoor. 1.2 Criteria Storingen signaleren, maatregelen nemen en rapporteren 1.2.1 De kandidaat kan op grond uitgevoerde controles storingen signaleren en vastleggen. Aandachtspunten algemeen: technische gebreken (kenbaar); aan slijtage onderhevige delen de wagen (voldoen aan de maat); constructie geschikt voor veilig vervoer/revisieopschrift; beladingstoestand (profiel, gewicht); stand kranen en krukken; Specifiek: remproeven.
1.2.2 De kandidaat kan te nemen veiligheidsmaatregelen vaststellen en hierover rapporteren. Aandachtspunten: aanbrengen correcte beplakking; registratie; rapportage aan juiste functionarissen (eigen spoorwegonderneming en wagenhouder). 1.2.3 De kandidaat kan gebreken en afwijkingen aan goederenwagens of ladingen op een zakelijke wijze en volgens de voorschriften (foutencodes GCU/AVV, bijlage 9) rapporteren. Minimaal melden: het wagennummer/treinnummer; de aard het defect; de beplakking de wagen; de beladingtoestand; bij particuliere wagens: de wagenhouder. 1.3 Criteria Verantwoordelijkheid nemen bij beslissingen over het veilig vervoer beladen of niet beladen goederentreinen 6 1.3.1 De kandidaat kan op grond uitgevoerde controles en genomen veiligheidsmaatregelen bepalen of een samengestelde goederentrein al dan niet technisch vertrekgereed is. 1.3.2 De kandidaat kan beoordelen of een klein defect binnen de resterende tijd voorafgaand aan het geplande vertrek verholpen kan worden door daartoe bevoegde personen, waardoor economische schade tot een minimum beperkt kan blijven. 1.3.3 De kandidaat kan de voorgeschreven remproeven uitvoeren en concluderen of de samengestelde goederentrein op grond deze controle voldoet aan het vereiste rempercentage. 1.3.4 De kandidaat kan: de aangeleverde beremmingsstaat en wagenlijst controleren; vaststellen of de documenten overeenkomen met het proces; vaststellen welke wagen gevaarlijke stoffen vervoert; vaststellen voor welke wagen een Bijzonder Vervoer (BV)- of Buiten Profiel (BP)-regeling geldt. 1.4 Criteria Bij het uitvoeren de werkzaamheden de geldende veiligheidsvoorschriften correct toepassen 1.4.1 De kandidaat draagt zorg voor eigen veiligheid, houdt zich aan de kledingvoorschriften (persoonlijke beschermingsmiddelen), is in het bezit legitimatiebewijs en bedrijfspas, is alert op elektrocutie - en aanrijdgevaar.
1.5 Criteria Omgaan met de spanning tussen de productiedruk en een correcte beoordeling/beslissing met betrekking tot het technisch vertrekgereed zijn 1.5.1 De kandidaat houdt zich aan de regels, ook als hij druk voelt interne en externe functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de productie. Hij schaalt zo nodig op tijd op. 1.6 Criteria Vertrouwenscontrole goederenwagens uitvoeren aan internationale treinen 7 1.6.1 De kandidaat kan (internationale) goederentreinen controleren op: Algemeen: technische gebreken (kenbaar); aan slijtage onderhevige delen de wagen (voldoen aan de maat); constructie geschikt voor veilig vervoer/revisieopschrift; beladingstoestand; stand kranen en krukken; Specifiek: baanvakspecificaties (relatie baancategorie/belading); laadprofielen (UIC profielen). 1.6.2 De kandidaat kan internationale voorschriften met betrekking tot controlewerkzaamheden aan buitenlands materieel hanteren (AVV bijlage 9). 1.6.3 De kandidaat kan vertrouwensonderzoek uitvoeren op basis onderlinge afspraken tussen spoorwegondernemingen. 1.6.4 De kandidaat kan controleren of de beremming de internationale trein voldoet aan de internationale voorschriften. 1.6.5 De kandidaat kan vaststellen dat de lekkageproef is geslaagd voordat rembeproevingen worden gedaan (internationaal 0,25 bar, nationaal (0,5 bar). Module 2 Vervoer gevaarlijke stoffen 2.1 ennis hebben de algemene bepalingen de voorschriften voor het vervoer gevaarlijke goederen en deze kunnen toepassen in gegeven voorbeelden 2.1.1 De kandidaat kan benoemen welke soorten wagens en laadeenheden worden gebruikt voor het vervoer gevaarlijke stoffen en welke soorten gevaarlijke stoffen daarin worden vervoerd 2.1.2 De kandidaat kan de hoofdgevaren de afzonderlijke klassen 1 t/m 8
benoemen 2.1.3 De kandidaat kan de betekenis de gevaaretiketten en kenmerking benoemen Aandachtspunten: gevaaretiketten; oranje kenmerking; rangeeretiketten 11, 13 en 15; oranje band op ketelwagens die gassen vervoeren. 2.1.4 De kandidaat kan onregelmatigheden herkennen en de juiste maatregelen aangeven Aandachtspunten: kenmerken onregelmatigheden; eigen veiligheid. 2.1.5 De kandidaat kan aspecten benoemen die een rol spelen bij het (over) laten staan spoorwagens, welke maatregelen dan moeten worden genomen en wat daarbij de rol de wagencontroleur is 8 2.2 Andere toegelaten voorschriften dan het VSG/RID toepassen wanneer het vervoer aan die andere voorschriften voldoet (uitzonderingsbepalingen) 2.2.1 De kandidaat kan controleren of de gegevens de wagens overeenkomen met het vervoerdocument (vakje 21, 22 en 23) of de aanvullende laadlijst: IMDG-code (of de Technische Instructies de ICAO) bij vermelding vervoer volgens 1.1.4.2.1 in het vervoerdocument; ADR bij vermelding vervoer volgens 1.1.4.4.1. in het vervoerdocument. 2.2.2 De kandidaat kan de kenmerking en etikettering controleren volgens de IMDGcode bij vervoer in een transportketen die vervoer over zee omvat (1.1.4.2, 1.1.4.4). Aandachtspunt: Is de geconstateerde afwijking terecht? 2.2.3 De kandidaat kan de kenmerking en etikettering controleren volgens het RID bij gecombineerd rail/wegvervoer (bijvoorbeeld Huckepack vervoer) (1.1.4.4) 2.3 Warme Bleve vrij samenstellen goederentreinen 2.3.1 De kandidaat kan vaststellen of de trein warme Bleve vrij is samengesteld en de maatregelen aangeven die nodig zijn om klasse 1, 2 en 3 bij gecombineerd vervoer te scheiden. Aandachtspunt: Scheiding 18 meter, 2x2 assen, 4 assen. 2.4 Vaststellen dat wagens en lading geschikt zijn voor veilig vervoer
2.4.1 De kandidaat kan op correcte wijze de technische controles uitvoeren aan wagens en lading met gevaarlijke stoffen (Regeling spoorverkeer artikel 3 en 5, AVV bijlage 9, UIC-fiche 471-3 O) en handelt naar bevind zaken Aandachtspunten: opbouw ketelwagens en tankcontainers; werking afsluiters en appendages verklaren; controleren op kenbare gebreken; constateren kenbare gebreken en adequaat handelen; de beproevings- of keuringsdatum is niet overschreden; let op eigen veiligheid. 2.5 Controleren het vervoerdocument 9 2.5.1 De kandidaat kan aan de hand de ladingdocumenten en de wagenlijst controleren of de samenstelling de trein overeen komt met de wagenlijst en kan maatregelen nemen om te voorkomen dat de infrastructuurbeheerder onjuist wordt geïnformeerd over de samenstelling de trein en de aanwezigheid gevaarlijke stoffen in de trein 2.5.2 De kandidaat kan controleren of de juiste voorschriften worden toegepast bij het vervoer Aandachtspunt: vakje 21, 22 en 23 2.6 Controleren kenmerking en etikettering 2.6.1 De kandidaat kan controleren of de etikettering wagens of containers, geladen met gevaarlijke stoffen, in overeenstemming is met: de aanduidingen in het vervoerdocument en de etiketteringsvoorschriften. Aandachtspunten: grote etiketten op wagens en containers met stukgoed; grote etiketten op wagens, containers, voertuigen en laadeenheden die gevaarlijke stoffen in bulk vervoeren; etikettering gelimiteerde hoeveelheden; kenmerk voor verwarmde stoffen; kenmerk voor milieugevaarlijke stoffen 2.6.2 De kandidaat kan controleren of de oranje kenmerking in overeenstemming is: met de aanduidingen in het vervoerdocument en de voorschriften voor de oranje kenmerking.
2.7 Controleren ketelwagens die gassen vervoeren 2.7.1 De kandidaat kan de betekenis de oranje band op ketelwagens verklaren 2.7.2 De kandidaat kan controleren of het beladingsraster overeenkomt met het product dat genoemd staat in het vervoerdocument Module 3 Veiligheidscommunicatie De vakbekwaamheidseisen staan vermeld in het examenprogramma Veiligheidscommunicatie. De kandidaat ontgt na slagen voor de toets het certificaat Veiligheidscommunicatie. Dit certificaat is tevens geldig voor andere veiligheidsfuncties (rangeerder, machinist en treindienstleider). Wie al een certificaat Veiligheidscommunicatie heeft behaald voor een andere veiligheidsfunctie krijgt vrijstelling. 10
3 Beoordeling de vakbekwaamheid VVRV voert namens de Minister Infrastructuur en Milieu de beoordeling (lees: examinering) uit waarmee wordt vastgesteld dat de kandidaat voldoet aan de noodzakelijke vakbekwaamheidseisen. 3.1 Toelatingsvoorwaarden voor het examenprogramma Om toegelaten te worden tot het examenprogramma gelden de volgende voorwaarden: De kandidaat: is werkzaam bij een spoorwegonderneming met een bedrijfsvergunning en veiligheidsattest voor het Nederlandse spoorwegnet; beheerst de Nederlandse taal op het niveau zoals omschreven in artikel 5 het BSP 2011. De werkgever is verantwoordelijk voor het beoordelen deze toelatingsvoorwaarden. 3.2 beoordeling De wijze beoordeling vindt als volgt plaats. 11 ennis- en inzicht toets () ennis en inzicht worden getoetst door middel meerkeuze vragen, meer antwoordvragen en invulvragen en in de vorm casussen. De toets is enerzijds gericht op het kennen de regelgeving en procedures, het inzicht in de processen en de keten waarin de kandidaat werkt en het weten hoe te handelen. Anderzijds krijgt de kandidaat (delen ) praktijksituaties aangeboden en wordt gevraagd de situatie te beoordelen, de te verrichten handeling op grond de beoordeling te beschrijven en soms het waarom die handeling. De aangeboden casussen betreffen veelal: weinig voorkomende situaties, situaties die moeilijk in de praktijk kunnen worden beoordeeld en situaties waarbij hoge risico s aanwezig zijn. Praktijkexamen () De aspirant wagencontroleur ontwikkelt zich tijdens het leer-werktraject onder begeleiding tot volwaardig vakman. De spoorvervoerder (SVV) meldt uiterlijk zeven werkdagen voorafgaand aan het geplande praktijkexamen wagencontroleur zowel de aspirant wagencontroleur als de betrokken praktijkexaminator aan bij de uitvoeringsorganisatie Bureau voor Toetsing en Certificering(BTC) en geeft daarbij aan op welke dag, tijden en lokatie het praktijkexamen start en eindigt. Praktijkexamens worden uitgevoerd aan de hand de beoordelingslijst VVRV. Deze wordt na afloop naar VVRV/BTC gestuurd/geupload. Van de kandidaat wordt verwacht dat hij kan: aangeven wat hij gaat doen (te ondernemen stappen, waarop hij gaat letten en waarom); laten zien dat hij de taken in de praktijk correct uitvoert; reflecteren op de wijze waarop hij zijn werk uitvoert. De kandidaat moet bij de te beoordelen werkzaamheden in het bezit zijn : zijn waarschuwingskleding en de door de opdrachtgever/vervoerder aangewezen persoonlijke uitrusting zoals veiligheidsschoenen (voor de functie aangewezen schoenen);
een geldig toegangsbewijs (als hij al in het bezit is een bedrijfspas of een veiligheidspaspoort volstaat één die documenten); een geldig legitimatiebewijs. Als één deze zaken niet aanwezig is kan het praktijkexamen geen doorgang vinden. De module gevaarlijke stoffen wordt tegelijkertijd met de module basisbekwaamheden in de praktijk geëxamineerd. De beoordelingslijst is daarop aangepast. Voor de uitvoering het praktijkexamen is een instructie voor de examinator beschikbaar. 3.3 Normering en cesuur Elke (multimedia)toets dient te worden behaald. Een onvoldoende score voor één de kan niet worden gecompenseerd door een voldoende voor een andere toets. De kandidaat is geslaagd als 80% de totaal te behalen score per toets is behaald. De kandidaat is voor het praktijkexamen geslaagd als hij de naar de mening de gecertificeerde praktijkexaminator alle taken voldoende kan uitvoeren. 12