Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergelijkbare documenten
Koninklijke Luchtmacht

Contactpersoon Lkol AJP Hardenbol Datum 7 februari 2014 Hoofd Bureau Geluidhinder,

MER militaire luchthaven Volkel Samenvatting

Koninklijke Luchtmacht. QIc~ i2 2--2Qh3. Zie verzendlijst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Aanwijzingsbesluit. luchthaven Hoogeveen. tekst sedert 22 augustus 2003

persbericht 1 COVM Grote Defensie-oefening Falcon Autumn in midden-, oost- en noord-nederland 1 vib. L.auvardsn [Nr. LWI/c s3/ Koninklijke Luchtmacht

Rapportage geluidhinder eerste kwartaal 2014 Vliegbasis Eindhoven & Eindhoven Airport

1 januari 2018 Vragen en antwoorden rond het Luchthavenbesluit Gilze-Rijen

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Ministerie van Defensie Hoofddirectie Beleid Postbus ES Den Haag

COMMISSIE MILIEUHYGIENE LUCHTVAARTTERREIN EELDE

DE MINISTER VAN DEFENSIE, het verzoek van de commandant van de vliegbasis Leeuwarden van 21 december 2015;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

De geluidbelasting rondom de vliegbasis Woensdrecht voor het jaar 2010

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

DE MINISTER VAN DEFENSIE, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Tweede Kamer der Staten-Generaal

DE MINISTER VAN DEFENSIE, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit beschikbaarstelling politieambtenaren ten behoeve van vredesmissies

gemeente Eindhoven RaadsbijlageAdvies over de bezwaren van de heer M. Renders, van de erven J. van Dooren en van mevrouw ).

DE MINISTER VAN DEFENSIE, het verzoek van de commandant van de vliegbasis Leeuwarden van 18 oktober 2012;

DE MINISTER VAN DEFENSIE, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

DE MINISTER VAN DEFENSIE, het verzoek van de commandant van de vliegbasis Leeuwarden van 12 januari 2013;

Informatiebrochure. Commissie overleg en voorlichting milieuhygiëne

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal

gemeente Eindhoven Geacht College,

Informatieavond Het luchthavenbesluit

ISAF III Deployment Task Force

Transcriptie:

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1993-1994 23 400 X Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk X (Ministerie van Defensie) voor het jaar 1994 Nr. 54 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage, 11 april 1994 In mijn brief van 26 januari 1994 heb ik u geïnformeerd over het beleggingsplan voor de vliegbases van de Koninklijke luchtmacht. Naar aanleiding van een vraag van de heer De Graaf tijdens het mondeling overleg van 24 februari 1994 geef ik hierbij aanvullende informatie over de keuze van Soesterberg als Collocated Operating Base (COB) voor twee Amerikaanse squadrons. Een COB is een militair luchtvaartterrein waarop in bijzondere omstan digheden en in oorlogstijd één of meerdere eenheden van NAVO-bondgenoten kunnen worden gestationeerd. Daartoe dient de basis te beschikken over alle faciliteiten die in een dergelijke situatie noodza kelijk zijn voor het opereren gedurende langere tijd. In vredestijd oefenen COB-eenheden gemiddeld enkele weken per jaar vanaf deze luchtvaart terreinen om de politieke betrokkenheid van de Verenigde Staten met de Europese bondgenoten concreet inhoud te geven en om het personeel met de omgeving en de vliegbasisfaciliteiten vertrouwd te maken. De Amerikaanse overheid heeft gevraagd om in Nederland de facili teiten te kunnen behouden voortwee COB-squadrons. Teneinde de doelmatigheid en doeltreffendheid te vergroten streeft de Amerikaanse luchtmacht ernaar de twee in Nederland geplande squadrons niet verspreid over verschillende bases onder te brengen, maar geconcentreerd in «wing»-verband op één lokatie. Er doen zich gelet op de beschikbare voorzieningen drie mogelijkheden voor. In de eerste plaats het onderbrengen van deze twee squadrons op de vliegbasis Gilze-Rijen. In de tweede plaats het onderbrengen van de squadrons op vliegbasis Soesterberg. Dit zijn de twee vliegbases die ook al in de oude belegging waren voorbestemd voor het opvangen van Amerikaanse eenheden. In de derde plaats het onderbrengen van de twee squadrons verspreid over deze twee vliegbases. 412837F ISSN 0921-7371 Sdu Uitgeverij Plantijnstraat 's-gravenhage 1994

Benodigde voorzieningen Voor het onderbrengen van twee COB-squadrons in «wing»-verband zijn in de eerste plaats infrastructurele voorzieningen noodzakelijk voor de squadrons zelf. Deze betreffen onder meer beschermende vliegtuig onderkomens (shelters) en persquadron een squadroncommandobunker. In de tweede plaats zijn infrastructurele voorzieningen noodzakelijk voor de centrale commandovoering en algemene ondersteuning van beide squadrons. Daarbij gaat het ondermeer om een bunker voor het «wing»- operatiecentrum, munitiebunkers, brandstofvoorzieningen specifiek voor het aftanken van Amerikaanse vliegtuigen, een bunker voor de technische werkplaatsen, geluidwerende voorzieningen voor het proefdraaien van motoren, een onderhoudshangar en legeringsfaciliteiten. Gilze-Rijen Beschikbare voorzieningen Gilze-Rijen beschikt slechts over één Amerikaanse squadroncommando bunker en vliegtuigshelters voor één COB-squadron. Voor een tweede COB-squadron zijn op Gilze-Rijen alleen vliegtuigopstelplaatsen in de open lucht aanwezig. De Amerikaanse plannen voor de noodzakelijke overige voorzieningen voor een tweede squadron (vliegtuigshelters en squadroncommandobunker) zijn als gevolg van de gewijzigde politieke verhoudingen niet meer uitgevoerd. Op Gilze-Rijen zijn bovendien geen Amerikaanse voorzieningen aanwezig voor de centrale commandovoering en algemene ondersteuning. Daarom werd de COB-eenheid van Gilze Rijen in het verleden tijdens oefeningen aangestuurd en ondersteund vanuit Soesterberg. Reservebasis Zoals aangegeven in de brief over de belegging van de vliegbasis van de Koninklijke luchtmacht van 26 januari 1994 (kamerstuk 23 400 X, nr. 39) is Gilze-Rijen aangewezen als reservebasis. Een militair luchtvaartterrein met de status van reservebasis beschikt over een aantal basis voorzieningen waardoor er in vredestijd tijdelijk vliegtuigen kunnen worden gestationeerd. Er zin evenwel geen voorzieningen getroffen voor het vanaf die basis opereren in bijzondere omstandigheden of in oorlogstijd. Zonder aanvullende voorzieningen kan een reservebasis dus geen COB-functie vervullen. Alternatief Indien de COB-taak voor de twee Amerikaanse squadrons op Gilze-Rijen zou worden ondergebracht, zijn daar maatregelen op het gebied van de infrastructuur noodzakelijk. Dit betreft niet alleen de voorzieningen voor het tweede squadron, maar ook de voorzieningen voor centrale commandovoering en algemene ondersteuning. Gekeken zou kunnen worden naar de infrastructuur die in 1995 vrijkomt als gevolg van de opheffing van het op Gilze-Rijen gestationeerde F-16 squadron. Deze infrastructuur is voor een deel gefinancierd door Nederland en voor een deel uit het NAVO-infrastructuurfonds. Deze infrastructuur zal in stand worden gehouden voor gebruik in tijden van spanning en crisis en, voor zover mogelijk, voor het in vredestijd onderbrengen van de op Gilze-Rijen te stationeren helikopters. Indien Gilze-Rijen gebruikt wordt voor het onderbrengen van twee COB-squadrons dan zou de reeds aanwezige infrastructuur hiervoor

moeten worden aangepast. De Nederlandse squadroncommandobunker op Gilze-Rijen zou moeten worden aangepast aan de Amerikaanse gebruikerseisen. De bruikbaarheid van de Nederlandse F-16 vliegtuig shelters hangt sterk af van het vliegtuigtype van het COB-squadron. Voor de meeste Amerikaanse vliegtuigtypen zijn de Nederlandse F-16 vliegtuig shelters te klein. Ten behoeve van het «wing»-operatiecentrum zou de Nederlandse basis-commandobunker moeten worden aangepast aan de Amerikaanse gebruikerseisen. Daarnaast zou de Nederlandse logistieke bunker, waarin overigens maar beperkte ruimte beschikbaar is, moeten worden aangepast voor Amerikaans gebruik. De Nederlandse onderhoudshangar is ontworpen voor de F-16. Daardoor zijn de gebruiksmogelijkheden van deze hangar voor de meeste Amerikaanse vliegtuigtypen beperkt. Gilze-Rijen beschikt verder niet over voorzieningen voor de geluids reductie bij het proefdraaien van vliegtuigen en motoren anders dan voor de F-16. Tenslotte zijn de legeringsfaciliteiten op Gilze-Rijen thans onvoldoende voor een adequate opvang van twee COB-squadrons. De kosten van eventuele nieuwbouw van de ontbrekende faciliteiten en aanpassing van de bestaande faciliteiten zijn pas preciezer aan te geven na een uitgebreide inventarisatie, maarworden optientallen miljoenen guldens ingeschat. Geluidzonering Voor Gilze-Rijen is in de plannen een belegging voorzien met drie squadrons helikopters, te weten: één squadron lichte helikopters, bestaande uit achtentwintig Bo-105 helikopters, en twee squadrons bewapende helikopters waarvoor de keuze nog moet worden gemaakt. Afhankelijk van die keuze bedraagt het totaal aantal helikopters op Gilze-Rijen rond de zestig. Voor zover thans kan worden bezien is het, gelet op de geluidzonering, niet mogelijk Gilze-Rijen ook nog een COB-functie te geven. Soesterberg Beschikbare voorzieningen Vliegbasis Soesterberg beschikt, in tegenstelling tot Gilze-Rijen, over volledige voorzieningen voor het in vredestijd permanent stationeren van één squadron jachtvliegtuigen en hettijdelijkonderbrengen van een tweede (COB-)squadron, inclusief alle voorzieningen voor centrale commandovoering en algemene ondersteuning. Deze voorzieningen zijn ruimschoots toereikend voor het opvangen van de COB-squadrons in «wing»-verband. Daardoor leidt het handhaven van de COB-taak op Soesterberg niet tot extra uitgaven. De Amerikaanse overheid heeft dan ook een sterke voorkeur voor Soesterberg uitgesproken. Ook Soesterberg heeft de status van reserveveld, waarvoor hetzelfde geldt als hierboven beschreven bij de vliegbasis Gilze-Rijen. Financiële aspecten De voorzieningen op Soesterberg zijn gefinancierd door de Ameri kaanse overheid en vanuit het NAVO-infrastructuurfonds. Indien Soesterberg niet meer wordt gebruikt als COB-lokatie, is Nederland verplicht alle Amerikaanse voorzieningen tegen een nader overeen te komen financiële vergoeding over te nemen. Bij het handhaven van de COB-status van Soesterberg komt slechts een beperkt gedeelte van de Amerikaanse infrastructuur voor overname in

aanmerking. Dit betreft de infrastructuur die specifiek benodigd was voor de permanente aanwezigheid van de 32 Fighter Group, zoals een kerkgebouw, sportaccommodatie en eetzalen. Het handhaven van de COB-functie op Soesterberg leidt dus voor Nederland tot lagere overnamekosten van af te stoten Amerikaanse voorzieningen. Momenteel vindt een inventarisatie plaats van de infrastructurele voorzieningen op Soesterberg. Daarbij wordt ondermeer onderzocht welke bestaande Nederlandse infrastructuur en af te stoten Amerikaanse infrastructuur, eventueel na aanpassing, geschikt is voor het onder brengen van de transporthelikopters. Ook wordt bezien in hoeverre de infrastructuur die de Amerikaanse luchtmacht voor de COB-functie op Soesterberg handhaaft, tevens gebruikt kan worden voor de transporthelikopters. Zoals in mijn brief van 26 januari 1994 is aangegeven, wordt door gebruik te maken van de reeds aanwezige infrastructuur op Soesterberg een besparing op de bouwkosten mogelijk geacht van ongeveer f 18 miljoen. Een definitief beeld van deze besparingen is pas mogelijk als de inventarisatie volledig is afgerond. Geluidzonering In het vliegveldbeleggingsplan is voor de vliegbasis Soesterberg een permanente belegging voorzien met twee squadrons transporthelikopters. Daarbij gaat het in totaal om dertig helikopters. Binnen de bestaande geluidzonering van Soesterberg is voldoende ruimte voor het opvangen van extra vliegbewegingen in het kader van de COB-taak en de reserve veldfunctie. Onderzocht zal worden of deze belegging kan resulteren in een verklaring van de vastgestelde geluidzonering van vliegbasis Soesterberg. Gilze-Rijen en Soesterberg De COB-functie zou ook over beide bases kunnen worden gespreid. Dit komt min of meer neer op handhaving van de huidige situatie. De commandovoering en ondersteuning kunnen dan blijven plaatsvinden vanuit Soesterberg. De twee squadrons kunnen zonder extra kosten voor Nederland worden ondergebracht op beide bases. Dit alternatief zou voor Soesterberg leiden tot enige beperking van de geluidhinder, die dan zou worden verplaatst naar Gilze-Rijen. Zoals eerder vermeld hebben de Verenigde Staten uit doelmatigheidsoverwegingen sterke bezwaren tegen deze oplossing. Het hoofdobstakel is echter dat de vliegbewegingen, voor zover nu kan worden bepaald, niet kunnen worden ingepast binnen de geluidzonering van Gilze-Rijen. Dat kan zelfs niet indien er per lokatie slechts eenmaal in de twee jaar een ontplooiing zou plaatsvinden van één squadron. De belasting van de geluidzonering wordt namelijk vastgesteld op basis van het maximum gebruik in één kalenderjaar. Beperking geluidhinder De Amerikaanse COB-eenheden dienen zich bij hun oefeningen te houden aan de in Nederland geldende voorschriften en de door Nederland gegeven randvoorwaarden. De COB-oefeningen beperken zich in beginsel tot het jaarlijks ontplooien van één COB-squadron gedurende enkele weken. Gelijktijdige ontplooiing van beide COB-squadrons vindt in principe niet plaats. Uitgangspunt is dat, met inachtneming van de voorschriften, de vliegbewegingen zodanig moeten worden uitgevoerd dat de overlast voor de omgeving tot een minimum wordt beperkt. Hierover worden steeds, voorafgaande aan de oefeningen, duidelijke

afspraken gemaakt met de Amerikaanse luchtmacht. Controle op naleving van deze afspraken geschiedt door de Nederlandse basiscommandant. Conclusie Gilze-Rijen is voor wat betreft de infrastructurele voorzieningen met een groot aantal, vrij kostbare aanpassingen in principe geschiktte maken voor het onderbrengen van twee COB-squadrons in «wing»-verband. Gelet op de beperkingen in het gebruik is dit geen ideale oplossing. Bovendien is het voor zover thans kan worden bezien, niet mogelijk op Gilze-Rijen de COB-taak binnen de bestaande geluidzonering te accommo deren. Het verspreid onderbrengen van de twee squadrons over twee lokaties is vanuit het oogpunt van de infrastructurele voorzieningen mogelijk. Ook zijn aan deze optie voor Nederland geen meerkosten verbonden. Het inpassen van de COB-taak binnen de geluidzonering van Gilze-Rijen is, voor zover thans kan worden bezien, ook in deze optie niet mogelijk. Soesterberg daarentegen beschikt reeds over alle noodzakelijke facili teiten en is zonder meerkosten geschikt voor de COB-taak, ook voor wat betreft de vastgestelde geluidzonering. Op grond van bovenstaande heb ik ervoor gekozen Soesterberg te bestemmen als COB-lokatie voortwee Amerikaanse squadrons. Mocht de uitplaatsingsstudie op middellange termijn leiden tot een andere lokatie voor de transporthelikopters, dan zal het vliegveld beleggingsplan moeten worden aangepast. De lokatie van de COB-squadrons zal hierbij worden betrokken. Ik vertrouw erop dat deze brief voldoende inzicht geeft in de achter gronden van mijn keuze Soesterberg te bestemmen als COB-lokatie voor twee Amerikaanse squadrons. De Staatssecretaris van Defensie, A. B. M. Frinking