Stand:Februari 2004
Inhoudsopgave 1.0 Inleiding 3 2.0 Beveiligingskaart 3 3.0 Programmeeraanwijzingen 4 3.1 Foutmeldingen 4 3.2 Eerste programmering 4 3.3 Transponder lezen 5 3.4 Nieuwe transponder toevoegen 5 3.5 Noodopening 6 3.6 Verloren transponders blokkeren 6 4.0 Verlies van de programmeertransponder 7 5.0 Gegevensblad 7
Pagina 3 1.0 Inleiding Met de programmeertransponder 3067 kunnen digitale cilinders 3061 en transponders 3064 geprogrammeerd worden. U kunt ermee volgende acties uitvoeren: Eerste programmering van de installatie Wijzigen van de bevoegdheden Verloren transponders blokkeren Ident-nummer van een transponder bepalen Het lezen van de cilinder is met de programmeertransponder niet mogelijk. Opdat de cilinders de verschillende transponders zouden kunnen onderscheiden, krijgt elke transponder bij de eerste programmering een individueel ident-nummer en een geheim wachtwoord. Deze taak neemt de programmeertransponder over. Hij geeft aan de transponders een doorlopend ident-nummer, beginnend met 1. De volgende transponder krijgt 2, enz. Met een programmeertransponder kunnen maximum 99 transponders en maximum 250 sluitingen geprogrammeerd worden. De cilinders leren bij de programmering door de programmeertransponder ook het geheime wachtwoord en ook welke transponders voortaan gerechtigd zijn. 2.0 Beveiligingskaart Het volledige systeem is door een geheim wachtwoord beschermd, dat vanuit de fabriek reeds in de programmeertransponder 3067 opgeslagen werd. Het wachtwoord van het sluitsysteem is op de beveiligingskaart gedeponeerd. Het wachtwoord is met een krasvelletje bedekt en moet niet vrij gekrast worden voor de programmering. Bewaar deze beveiligingskaart op een veilige plaats en maak ze ontoegankelijk voor derden. Het verlies van de beveiligingskaart kan het vervangen van het volledige sluitsysteem tot gevolg hebben!
Pagina 4 3.0 Programmeeraanwijzingen Bij de programmering mag er steeds maar één cilinder in de onmiddellijke nabijheid van de programmeertransponder gepositioneerd worden. Alle andere componenten moeten zich minstens op een afstand van 1 m bevinden. 3.1 Foutmeldingen Indien u tijdens het programmeren volgende signalen krijgt uit de reeks, dan worden daarmee fouten gesignaleerd: Lichtdiode (LED) knippert 1x rood: Maatregel: afstand tot de cilinder resp. transponder corrigeren en nog eens proberen. Of: toets werd te lang ingedrukt. Maatregel: toets slechts kort drukken LED flikkert en knippert dan 2x rood: u hebt geprobeerd om een transponder toegang te verlenen tot meer dan 3 verschillende sluitsystemen. (Een transponder kan hoogstens voor 3 verschillende sluitsystemen gerechtigd worden.) LED flikkert en knippert dan 3x rood: u hebt geprobeerd meer dan het max. mogelijke aantal transponders of cilinders te programmeren. LED flikkert en knippert dan 4x rood: u hebt geprobeerd een transponder toegang te verlenen tot een cilinder die niet tot uw sluitsysteem behoort! Of: de toets van de programmeertransponder werd te lang gedrukt. 3.2 Eerste programmering De volgende programmeerstappen moeten kort na elkaar uitgevoerd worden omdat de programmeertransponder anders automatisch uitschakelt waardoor de programmering onderbroken wordt. Let er zeker op dat de minimumafstand van 1 m van de cilinder naar de programmeertransponder ingehouden is bij het uitvoeren van de stappen 1 en 2. 1. Druk eenmaal kort op de toets van de programmeertransponder. Daarna knippert de lichtdiode groen. 2. Bedien de te programmeren transponder op een afstand van 10 tot 20 cm van de programmeertransponder en wacht tot de lichtdiode van de programmeer-
Pagina 5 transponder drie seconden lang groen oplicht. Indien u nog een andere transponder toegang wil geven, dan herhaalt u stap 2. 3. Als u alle transponders toegang hebt verleend, dan houdt u de programmeertransponder in de nabijheid van de cilinder-binnenknop (lange knop) en bedient u eenmaal kort zijn toets. Opgelet: de toetsdruk moet nog tijdens de knipperfase van de LED gebeuren! Nu worden de gegevens overgedragen. Tijdens het programmeerproces geeft de cilinder meerdere signaaltonen af. Als het programmeerproces met succes verlopen is, dan koppelt de cilinder en de LED van de programmeertransponder brandt groen. 4. Controleer of alle door u geprogrammeerde transponders foutloos functioneren. 5. Programmeer de andere cilinders zoals hiervoor beschreven. 3.3 Transponder lezen Om een verloren transponder gericht voor een cilinder te kunnen blokkeren, heeft u zijn ident-nummer nodig. Wij raden u daarom aan om een lijst aan te leggen waarin de naam van de bezitter en het bijhorende ident-nummer van de transponder genoteerd zijn. Die kunt u bepalen met de programmeertransponder: 1. Bedien kort de programmeertransponder tot die groen knippert. 2. Houdt de transponder, waarvan u het ident-nummer wenst te lezen, in de nabijheid van de programmeertransponder. Bedien kort de transponder. De LED van de programmeertransponder licht ca. 3 seconden groen op. 3. Bedien opnieuw de toets van de transponder. De LED brandt ca. 2 seconden gelig. 4. Het ident-nummer van de transponder wordt in verschillende kleuren knipperend door de LED aangegeven: rood knipperen staat voor tientallen, groen knipperen geeft eenheden aan. Voorbeeld: als de transponder het ident-nummer 25 heeft, dan knippert de LED 2x rood en daarna 5x groen. Bij een ident-nummer van één cijfer, knippert alleen de groene LED. Na het bepalen van het ident-nummer brandt de LED van de programmeertransponder opnieuw gelig. 3.4 Nieuwe transponder toevoegen Wanneer u een nieuwe transponder toegang wilt verlenen, dan gaat u op dezelfde manier te werk zoals bij de eerste programmering. Transponders die reeds gerechtigd waren, moeten niet opnieuw gelezen worden.
Pagina 6 3.5 Noodopening Met de programmeertransponder is het mogelijk om een noodopening uit te voeren. Ga hiervoor als volgt te werk: 1. Druk eenmaal kort op de toets van de programmeertransponder. Daarna knippert de lichtdiode groen. 2. Houdt de programmeertransponder op een afstand van ca. 10 tot 20 cm van de cilinder en druk kort op de toets. Opgelet: de druk op de toets moet nog tijdens de knipperfase van de LED gebeuren! 3.6 Verloren transponders blokkeren De handelwijze hangt ervan af of u al dan niet het ident-nummer van de verloren transponder kent. Kent u die niet, dan handelt u als volgt: 1. Druk zo lang op de toets van de programmeertransponder tot de lichtdiode rood knippert. 2. Houdt de programmeertransponder in de nabijheid van de cilinderknop (lange knop) tot de LED ca. 3 seconden lang groen oplicht en de cilinder ontkoppelt. 3. Alle gerechtigde transponders zijn nu gewist en moeten opnieuw geprogrammeerd worden zoals beschreven in hoofdstuk 3.2. Als u het ident-nummer kent, kunt u deze transponder gericht blokkeren met volgende stappen: Aanwijzing: Ook hier is het belangrijk dat de stappen aansluitend uitgevoerd worden. Onthoudt daarom goed het ident-nummer zodat u het in de navolgende stappen onmiddellijk kunt ingeven. Het ingeven gebeurt zoals bij het lezen in tientallen (rood) en eenheden (groen). 1. Bedien de toets van de programmeertransponder zo lang, tot de lichtdiode rood knippert. Dan laat u de toets los. 2. Herhaal aansluitend het proces en wacht tot de LED rood brandt. Geef onmiddellijk (rode LED moet nog branden) het aantal der tientallen in door drukken van de toets van de programmeertransponder (enkel indien er meer dan negen transponders zijn). 3. De LED begint nu groen te branden. Nu geeft u op dezelfde manier het aantal eenheden in (groene LED moet eveneens nog branden). 4. Bij wijze van controle, herhaalt de programmeertransponder het door u ingegeven ident-nummer, d.w.z. de LED licht kort geel op. Aansluitend volgt het uitgeven van het ident-nummer door rood en groen oplichten. De
Pagina 7 kleurmodus verandert daarna terug naar geel en daarna knippert de LED groen. 5. Is het aangegeven ident-nummer juist, dan houdt u de programmeertransponder in de nabijheid van de cilinder-binnenknop (lange knop) en drukt u op zijn toets. 6. Vervolgens gebeurt de gegevensoverdracht (signaaltonen aan de cilinder). Wacht tot de LED 3 seconden groen brandt en de cilinder gekoppeld heeft. Pas dan is de gegevensoverdracht volledig afgesloten. 4.0 Verlies van de programmeertransponder Wendt u met uw beveiligingskaart tor uw handelaar. U koopt een nieuwe programmeertransponder, waarvoor u uw cilinders eerst opnieuw toegang moet verlenen. Ga hierbij als volgt te werk: 1. Houdt uw nieuwe programmeertransponder voor een cilinder en bedien tweemaal zijn toets. De LED brandt gedurende ca. 3 seconden lang groen en de cilinder koppelt. 2. Aansluitend houdt u uw nieuwe programmeertransponder voor dezelfde cilinder, waarbij u deze keer slechts eenmaal op zijn toets drukt. 3. De lichtdiode knippert geel en dooft. De cilinder koppelt en de LED brandt gedurende ca. 3 seconden groen. 4. Herhaal stap 2 en 3 voor alle andere cilinders van uw sluitsysteem. 5. Als bij alle cilinders voor de nieuwe programmeertransponder toegang verleent is, dan drukt u zo lang op zijn toets tot de LED ophoudt met knipperen. 6. De nieuwe programmeertransponder is nu gebruiksklaar. 5.0 Gegevensblad Behuizing Materiaal Kunststof Kleur grijs Afmetingen [LxBxH] 58 x 38 x 12,3 mm