ECLI:NL:RBMNE:2016:348

Vergelijkbare documenten
ECLI:NL:RBGEL:2017:1643

ECLI:NL:RBLIM:2017:4418

LJN: BV6124,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, Datum uitspraak: Datum publicatie:

ECLI:NL:RBARN:2010:BN9752

ECLI:NL:RBAMS:2015:5812

ECLI:NL:RBARN:2010:BM1303

ECLI:NL:RBOVE:2014:2411

ECLI:NL:RBROT:2015:7740

ECLI:NL:RBROT:2017:886

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2014:3241

ECLI:NL:RBAMS:2016:199

EJEA ECLI:NL:RBMNE:2016:3152 Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer414169/KG ZA

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8136

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: / KG ZA van

ECLI:NL:GHSHE:2016:2505

ECLI:NL:RBALM:2010:BN8235

ECLI:NL:RBOVE:2016:286

1.3. Op 16 januari is mondeling vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de schriftelijke uitwerking en is op 30 januari 2015 opgemaakt.

"In naam des Konings!" vonnis. Team kanton en handelsrecht. Zittingsplaats Arnhem. zaaknummer I rolnummer: CI I KG ZA 15-67

vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: / KG ZA Vonnis in kort geding van 16 april 2012

ECLI:NL:GHDHA:2014:3834

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN9920

ECLI:NL:RBAMS:2017:1537

ECLI:NL:RBOVE:2014:1265

ECLI:NL:RBLIM:2017:1672


ECLI:NL:RBOVE:2017:2573

ECLI:NL:RBZWB:2013:11284

ECLI:NL:RBROT:2016:665

King Cuisine [gedaagde] DomJur

ECLI:NL:RBLIM:2017:3845

ECLI:NL:RBLIM:2017:4741

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

ECLI:NL:RBAMS:2017:2065

zaaknummer / rolnummer: / KG ZA

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2016:1678

ECLI:NL:RBAMS:2017:5985

ECLI:NL:RBOVE:2014:4818

ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8522


zaaknummer / rolnummer: C/09/ / KG ZA

ECLI:NL:RBNHO:2017:3627

ECLI:NL:RBMID:2007:BB8676

ECLI:NL:RBGEL:2017:2637

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ6219

ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ7902

ECLI:NL:GHAMS:2016:4193 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:RBNHO:2014:8414

ECLI:NL:RBOVE:2016:5109

Hof: medisch advies behoeft niet te worden overgelegd

ECLI:NL:RBARN:2011:BU7634

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus De procedure Sector civiel recht

Uitspraak vonnis RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD. Sector civiel recht. Vonnis in kort geding van 16 juli 2010

Rechtbank Amsterdam CV EXPL Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

ECLI:NL:RBLIM:2014:7733

Transcriptie:

ECLI:NL:RBMNE:2016:348 Instantie Datum uitspraak 27012016 Datum publicatie 30032016 Rechtbank MiddenNederland Zaaknummer C/16/404080 / KG ZA 15853 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Kort geding Kort geding. Bouwbedrijf Casmond stelt het slachtoffer te zijn van een lastercampagne doordat er reviews met onwaarheden worden geplaatst op het internet, en vordert dat Ziggo de persoonsgegevens van deze persoon verstrekt. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak vonnis RECHTBANK MIDDENNEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/404080 / KG ZA 15853 Vonnis in kort geding van 27 januari 2016 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOUWBEDRIJF CASMOND B.V.,

gevestigd te Castricum, 2. [eiser sub 2], wonende te [woonplaats], eisers, advocaat mr. W. Schellart te Haarlem, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZIGGO B.V., gevestigd te Utrecht, gedaagde, advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam. Eisers zullen hierna gezamenlijk Bouwbedrijf Casmond c.s. genoemd worden en afzonderlijk Bouwbedrijf Casmond en [eiser sub 2]. Gedaagde zal Ziggo genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 23 november 2015, met producties 1 tot en met 7, de conclusie van antwoord van Ziggo, de mondelinge behandeling van 11 januari 2016, de vrijwillige verschijning van Ziggo, de pleitnota van Bouwbedrijf Casmond c.s., de pleitnota van Ziggo. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Bouwbedrijf Casmond is een bouwbedrijf, waarvan [eiser sub 2] directeur grootaandeelhouder is. 2.2. Ziggo is een kabelbedrijf en access provider voor onder meer emailverkeer voor klanten, die gebruikmaken van een emailadres met de extensie @ziggo.nl. 2.3. In de periode eind 2014 begin 2015 zijn op diverse websites, waaronder op de websites van DTG en Castricum Onderneemt, negatieve reviews over Bouwbedrijf Casmond c.s. geplaatst, waarin Bouwbedrijf Casmond is afgeschilderd als een slecht bedrijf en [eiser sub 2] als oplichter en leugenaar. 2.4. Op verzoek van Bouwbedrijf Casmond c.s. hebben de betrokken websitehouders en providers deze reviews verwijderd en heeft de website Castricum Onderneemt email en IPgegevens verstrekt aan (de echtgenote van) [eiser sub 2].

2.5. In oktober 2015 heeft mr. Schellart namens Bouwbedrijf Casmond c.s. schriftelijk aan Ziggo verzocht de persoonsgegevens, waaronder begrepen de NAWgegevens, te verstrekken behorend bij het emailadres [naam] @ziggo.nl en/of het IPadres [IPadres] om deze klant van Ziggo aan te kunnen spreken op de onrechtmatige berichtgeving. Ziggo heeft niet aan dit verzoek voldaan. 3 Het geschil 3.1. Bouwbedrijf Casmond c.s. vordert samengevat dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Ziggo gebiedt aan Bouwbedrijf Casmond c.s. binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis de persoonsgegevens te verstrekken, waaronder in ieder geval de NAWgegevens, behorend bij het emailadres [naam] @ziggo.nl en behorend bij het IPadres [IPadres], op straffe van verbeurte van een dwangsom, althans een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter juist acht, en Ziggo veroordeelt in de proceskosten. 3.2. Bouwbedrijf Casmond c.s. baseert de vordering kort gezegd op het volgende. Bouwbedrijf Casmond c.s. stelt het slachtoffer te zijn van een lastercampagne op internet, waarbij, waarschijnlijk door één persoon, stelselmatig anoniem of onder een alias reviews worden geplaatst op websites waarin smadelijke onwaarheden worden geuit over Bouwbedrijf Casmond en [eiser sub 2]. De reviews zijn inmiddels van de websites verwijderd, maar kopieën daarvan zijn nog op internet te vinden. Door deze negatieve berichtgeving worden Bouwbedrijf Casmond en [eiser sub 2] in hun eer en goede naam geschaad en lijdt Bouwbedrijf Casmond schade in de vorm van omzetverlies. De houder van de website Castricum Onderneemt heeft desgevraagd laten weten dat reviews op haar site zijn geplaatst via het emailadres [naam] @ziggo.nl en vanaf het IPadres [IPadres]. Bouwbedrijf Casmond heeft belang bij het verkrijgen van de persoonsgegevens van deze klant van Ziggo teneinde hem of haar te kunnen identificeren en aan te kunnen spreken om ervoor te zorgen dat zulke berichten niet meer worden geplaatst en om de geleden schade vergoed te krijgen. Bouwbedrijf Casmond c.s. stelt onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Lycos/ [naam] dat Ziggo gehouden kan worden de identiteit van haar klant bekend te maken, omdat voldoende aannemelijk is dat de berichtgeving jegens Bouwbedrijf Casmond c.s. onrechtmatig is en schade tot gevolg heeft (gehad), Bouwbedrijf Casmond c.s. reëel belang heeft bij afgifte van de persoonsgegevens, er geen minder ingrijpende mogelijkheid is om de NAWgegevens te achterhalen en de belangen van Bouwbedrijf Casmond c.s. in de gegeven omstandigheden prevaleren. Bouwbedrijf Casmond c.s. stelt dat zij spoedeisend belang heeft bij toewijzing van de gevorderde voorzieningen, omdat de verantwoordelijke persoon zo spoedig mogelijk moet worden aangesproken om verdere onware lasterlijke berichtgeving op internet te voorkomen. 3.3. Ziggo voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van Bouwbedrijf Casmond c.s., met hoofdelijke veroordeling van Bouwbedrijf Casmond c.s. in de proceskosten, waaronder de nakosten. 3.4. Ziggo betwist dat zij gehouden is tot het verstrekken van de gevorderde persoonsgegevens aan Bouwbedrijf Casmond c.s. Primair voert zij daartoe onder meer aan dat het afgeven van persoonsgegevens een beperking oplevert van de grondrechten van haar klant waaronder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op vrije meningsuiting. Een dergelijke beperking is op grond van artikel 52 EU Handvest en artikel 15 van de eprivacyrichtlijn alleen toegestaan op grond van een specifieke wettelijke bepaling. Artikel 6:162 BW vormt daartoe volgens Ziggo onvoldoende wettelijke basis. Subsidiair voert Ziggo aan dat gegevensverwerking door een derde op grond van artikel 8 aanhef en sub f Wbp en jurisprudentie van het HvJEU uitsluitend is toegestaan als deze noodzakelijk is ter behartiging van het

gerechtvaardigd belang van Bouwbedrijf Casmond c.s. en dat belang prevaleert boven het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de klant en Ziggo zelf. Bij die belangenafweging spelen de in het arrest Lycos/ [naam] genoemde criteria een rol, maar deze kunnen aldus Ziggo niet één op één worden toegepast en als verscherpt eerste criterium zou moeten gelden dat de onrechtmatigheid van het handelen van de klant vast moet staan. Volgens Ziggo is in de gegeven omstandigheden niet aan het noodzakelijkheidsvereiste voldaan en valt de belangenafweging bovendien in het nadeel van Bouwbedrijf Casmond c.s. uit. Ziggo voert verder aan dat zij alleen kan worden veroordeeld tot het afstaan van gegevens waarover zij beschikt en dat de gevorderde proceskostenveroordeling is strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Voorts doet zij een beroep op matiging van de gevorderde dwangsom. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Het spoedeisend belang vloeit voldoende voort uit de aard van de zaak en is overigens ook niet betwist. 4.2. Partijen twisten over de vraag welk toetsingskader van toepassing is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan het antwoord op die vraag in het midden blijven, omdat zelfs ingeval de voorzieningenrechter veronderstellenderwijs uitgaat van de juistheid van de stelling van Bouwbedrijf Casmond c.s. dat het in de zaak Lycos/ [naam] aangelegde toetsingskader nog (ongewijzigd) opgaat, de vordering naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet voor toewijzing in aanmerking komt. Zij overweegt daartoe als volgt. 4.3. In de zaak Lycos/ [naam] (HR 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU4019) heeft de Hoge Raad het arrest van het hof Amsterdam bekrachtigd. Het hof heeft daarin overwogen dat indien voldoende aannemelijk is dat op een website gepubliceerde informatie jegens een derde onrechtmatig zou kunnen zijn en dat deze daardoor schade kan lijden, het maatschappelijk bezien ongewenst zou zijn indien die derde geen enkele reële mogelijkheid heeft de websitehouder daarop zo nodig in rechte aan te spreken. Onder omstandigheden kan een weigering van de service provider om de NAWgegevens van de websitehouder aan de derde bekend te maken in strijd komen met de zorgvuldigheid die de service provider jegens een zodanige derde in acht moet nemen. Dit kan aldus het hof met name het geval zijn indien zich de volgende omstandigheden voordoen: a. de mogelijkheid dat de informatie, op zichzelf beschouwd, jegens de derde onrechtmatig en schadelijk is, is voldoende aannemelijk; b. de derde heeft een reëel belang bij de verkrijging van de NAWgegevens; c. aannemelijk is dat er in het concrete geval geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om de NAWgegevens te achterhalen; d. afweging van de betrokken belangen van de derde, de service provider en de websitehouder (voor zover kenbaar) brengt met zich mee dat het belang van de derde behoort te prevaleren. 4.4. Toegespitst op deze zaak heeft Bouwbedrijf Casmond c.s. naar het oordeel van de voorzieningenrechter, mede in het licht van de gemotiveerde betwisting door Ziggo, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de gestelde onrechtmatige uitlatingen op internet door een klant van Ziggo zijn gedaan. Bouwbedrijf Casmond c.s. stelt, onder verwijzing naar de overgelegde verklaring van de echtgenote van [eiser sub 2] en een email van Castricum Onderneemt (producties 5 en 6), dat uit de zijdens de houder van de website Castricum Onderneemt verstrekte mondelinge informatie volgt dat de reviews op die site zijn geplaatst middels het e mailadres [naam] @ziggo.nl en vanaf het IPadres [IPadres]. Gelet op het taalgebruik en de opbouw van de reviews gaat Bouwbedrijf Casmond c.s. ervan uit dat alle uitlatingen zijn gedaan

door de klant van Ziggo met dat emailaccount. Ter zitting is door en namens Bouwbedrijf Casmond c.s. toegelicht dat het emailadres [naam] @ziggo.nl volgens de mondeling door de echtgenote van [eiser sub 2] verkregen informatie hoort bij een review die in januari 2015 op de website Castricum Onderneemt is geplaatst. De inhoud van die review is niet overgelegd en kan Bouwbedrijf Casmond c.s. ook niet reproduceren, omdat de review is verwijderd zonder dat daarvan een kopie is behouden. Van die review kan de voorzieningenrechter dan ook niet vaststellen of zij een (mogelijk) onrechtmatige uitlating jegens Bouwbedrijf Casmond c.s. bevat. Voorts is toegelicht dat het IPadres [IPadres] volgens nadien door [eiser sub 2] verkregen mondelinge informatie hoort bij de overgelegde review op de website Castricum Onderneemt van 22 juni 2015 (productie 2). Bouwbedrijf Casmond c.s. vermoedt dat dit IPadres hoort bij het genoemde emailadres. Waarop dit vermoeden is gebaseerd, is niet gesteld. Schriftelijke stukken waarmee de juistheid van de gestelde verkregen informatie kan worden geverifieerd, zijn niet overgelegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Bouwbedrijf Casmond c.s. zijn stelling aldus onvoldoende feitelijk onderbouwd om aan te kunnen nemen dat een klant van Ziggo met het emailadres [naam] @ziggo.nl en/of het IPadres [IPadres] verantwoordelijk is voor geplaatste (mogelijk) onrechtmatige uitlatingen. Uit niets blijkt immers dat de overgelegde reviews afkomstig zijn van een persoon met het emailadres [naam] @ziggo.nl, dat er een verband is tussen dit emailadres en het IPadres [IPadres] en dat dit IPadres toebehoort aan de persoon die de review van 22 juni 2015 heeft geplaatst. Reeds om die reden bestaat er onvoldoende grond voor veroordeling van Ziggo tot afgifte van persoonsgegevens behorend bij dit emailadres en dit IPadres. 4.5. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter ten aanzien van het belang van Bouwbedrijf Casmond c.s. bij het op dit moment verkrijgen van de persoonsgegevens, dat onvoldoende is gesteld om aan te nemen dat Bouwbedrijf Casmond c.s. moet verwachten dat er opnieuw soortgelijke reviews over Bouwbedrijf Casmond en [eiser sub 2] op internet zullen worden geplaatst. Vast staat dat de opgevoerde reviews dateren uit de periode eind 2014 januari 2015 en dat in juni 2015 nog een review is geplaatst als reactie op het verwijderen van eerdere reviews. Ter zitting is zijdens Bouwbedrijf Casmond c.s. toegelicht dat met de houder van de website Castricum Onderneemt is afgesproken dat dergelijke reviews niet meer op de site zouden worden geplaatst en dat daarna alleen de review van juni 2015 nog is gepubliceerd. Niet is gesteld of gebleken dat er na juni 2015 nog soortgelijke reviews op internet zijn verschenen. Gezien het tijdsverloop sinds juni 2015 valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat er een reële kans op herhaling is. 4.6. Gelet op het vorenstaande dient de vordering van Bouwbedrijf Casmond c.s. te worden afgewezen. De voorzieningenrechter komt aan verdere beoordeling niet toe. 4.7. Bouwbedrijf Casmond c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Ziggo worden begroot op: griffierecht 619,00 salaris advocaat 816,00 Totaal 1.435,00 4.8. De nakosten waarvan Ziggo betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot. 5 De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Bouwbedrijf Casmond c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Ziggo tot op heden begroot op 1.435,00, 5.3. veroordeelt Bouwbedrijf Casmond c.s. hoofdelijk, onder de voorwaarde dat zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door Ziggo volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, 5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2016. 1 1 type: ID/4198coll: