DYNAMISCH VERSUS STATISCH

Vergelijkbare documenten
1. LOPER TEGEN PIONNEN Het volgende diagram laat een stelling zien waar zwart twee extra pionnen heeft: Figuur 1.Loper met twee extra pionnen

SLEUTELVELD MET MEERDERE PIONNEN

TOREN VERSUS PAARD OF LOPER EINDSPELEN

Ga eerst de Lucena-positie innemen, daarna de brug bouwen en de winst is binnen.

PAARDEINDSPELEN. Figuur 1. Paard tegen pion. Rand pion

PAARD TEGEN LOPER EINDSPELEN

Figuur 1. Sleutelvelden: b4, c4, d4. Wit aan zet.

Stap 2 plus. 3 Mat in één / Dubbelschaak: A 1) 1. Te8# 2) 1... Tb1# 9) 1. Pxd6# 10) 1... exd4# 11) 1. Tc7# 12) 1. Tc4# 6) 1. d8d# 3) 1...

De pion doorbraak in het pion-eindspel

Stap 4. 7) 1... Lg6 (pen) 8) 1. Tf3+ exf3 2. Dxg5. (aftrekaanval)

Stap 4. mat) 7) 1... Lg6 (pen) 8) 1. Tf3+ exf3 2. Dxg5. (aftrekaanval)

Stap 2 vooruitdenken 3: Val veilig aan 3: Aanval bedenken 4: Speel een veilige zet

Stap 2. 3 Toets / Mix (1 e stap): A 1) 1. Da8# 2) 1. Pc7# 3) 1... Lf3# 4) 1... b6 5) 1... Tf7 6) 1. Lf1

Stelling 1. Thema : Goede loper tegen slechte loper

Stap 2 vooruitdenken 3: Val veilig aan 3: Aanval bedenken 5: Materiaal / Materiaal winnen: A

Stap 3. (aftrekaanval)

Figuur 1.Twee toren eindspel

DJZ 2 wint ruim van DJC 3

8) 1. Lxd6# (1. Lg5+? Df2 2. Lh4) 2) 1... Lb4+ 11) 1. Lg5+ Pxh4 2. Txh4# 6) 1... Lxa3+

Schaken op de basisschool Werkboek 2

Inhoud trainingsnummer 2:

XABCDEFGHY. 7+p+nzppzpp' XABCDEFGHY 8r+-wqkvl-tr( 7+p+nzppzpp' 6-snp+-+-+& 5zp-+P+P+-% xabcdefghy. 2-zP-+-+PzP" xabcdefghy

Schaken op de basisschool Werkboek 1: voor beginners in groepen 3, 4 en 5. Antwoorden. (1 e druk, januari 2018) Coördinaten 5x5 schaakbord

6: Schaak en schaak opheffen

S.V. Schaesberg Opgericht 20 december 1936

Spelregels schaken. Doel van het spel

Leiden Chess Tournament: Peter Ypma over zijn tweede IM-norm

7: Mat in één (1) Chess Tutor Stap Mat

Maastricht 2 te sterk voor DJZ 3

Zomerschaak 24 juli Verdedigen

Jijbent.nl: spelregels schaken. Jan Willem Schoonhoven Copyright 2009 Jijbent.nl

Schaken op de basisschool Werkboek 1, les 2: De Dame, Koning en het Paard

Ik leer schaken. KVDC Karel van Delft

Chess Tutor Stap Verdedigen

Hier won zwart materiaal. Na 32,...,fxg4 33,hxg4,Pe4+ 34,Kh2,Pf2 35,Le2,Pxg4+ 36,Kg1,Txf1+ 37,Lxf1,Pxe3 staat zwart gewonnen.

Schaken op de basisschool Werkboek 1, les 2: De Dame, Koning en het Paard

Als de spelsituatie zodanig is dat schaakmat of ( mat ) niet meer mogelijk is, dan eindigt de partij op een gelijkspel ( pat of remise ).

Schaken op de basisschool Werkboek 1, les 4: Veilig (1) zet je eigen stukken veilig

Rob Brunia, Cor van Wijgerden. Handleiding voor schaaktrainers. Stap 3

Chess Tutor Stap : Het bord en de stukken 1. 2: De loop van de stukken 7. 3: Aanval en slaan 10. 4: De pion 15.

Chess Tutor Stap

Schaken op de basisschool Werkboek 1, Les P2: Extra oefenen veilige zetten, aanvallen, schaak

Eindspel Theorie. Marco de Booij. 8 maart Z0Z0Z0Z 7. Z0Z0o0Z0 6 0Z0Z0Z0Z 5 Z0Z0ZPZ0 4 0Z0Z0Z0O 3. Z0j0Z0Z0 2 0Z0Z0Z0Z 1 Z0Z0ZKZ0 0Z0Z0Z0Z 7

Stap 5 mix Dit is de eerste versie van de antwoorden. De planning is sommige antwoorden uit te breiden (suggesties zijn welkom). Later het bestand opn

De lezing zal vooral gaan over openings-ideeen en -strategieen en de uitvoering ervan -- positioneel spel en het vinden van "de juiste zet".

Björn Winkel (1174) - Hendrik Veenstra (1212) 1-1 (4)...9. Henk Hoekman (1267) - Rein vd Wal (1120) 1-1 (6)...11

SCHAAKOPENING ESSENTIES MODEL PARTIJEN - PHILIDOR

1 e druk. Uitgever: vzw Schaakschool. Tekeningen: Jo Goigne. Website: Copyright 2014: Peter D hondt

Stap 3 Geheugensteunen

WSC 1 SBHA 1 gespeeld op 18 maart 2008

Opstapje 1. 6: Hoe loopt de koning? 1) +: d3, d4, d5, e5, f5, f4, f3, e3 2) tekening 3) +: b8, c7, a7

Opstapje 1. 3: Hoe loopt de toren? 4: Hoe loopt de loper? 5: Hoe loopt de dame? 6: Hoe loopt de koning? 7: Hoe springt het paard?

Stap 4. Geheugensteunen

Een jaar promotieklasse met de zwarten


En wit had een stond veel beter. Maar niet getreurd, gewoon doorspelen en stukken proberen te ruilen. Ronde 7: Fischer Z Aartswoud (thuis)

20. Bxf7+Kd8 21. dxe4 Qxh3 22. Ke2 Nf6 23. Qd3 23 Ng4 24. Be6 h5 25. Bg5 Re8 26. Nxe5! 26 Qxd Nxd3 a5 28. f3 Nh2 29. Ne5!!

12) 1. Pd4 De1 (1.... Lxd4 2. Dxe2) 2. Dd8#. Een dubbele aanval met twee stukken. Het paard valt de dame aan en de dame dreigt mat op d8. De penning o

Question to Rubinstein: "Who is your opponent tonight?" Answer: "Tonight I am playing against the black pieces. - Akiba Rubinstein

Rob Brunia, Cor van Wijgerden. Handleiding voor schaaktrainers. Stap 4

Verslag van Le Phong s deelname aan de NK Schaken

Schaaktraining met Jan

-

Bord 2 Henny Zie onderaan dit verslag voor de partij van Henny

Groningse beginner, vs Sterke man uit Amsterdam, (Date unknown)

Jijbent.nl: spelregels Shogi. Bram Schoonhoven Copyright 2017 Jijbent.nl

ISBN: Gepubliceerd in juli Thinkers Publishing

Stap 1. 3 Bord / Benoem velden: A. 9) g5 b4 c6 10) f4 e6 b7 11) c3 h5 e2 12) f7 b6 d1. 2) g8 e7 c3 6) d4 f5 c2. 3) g4 d5 c2 7) f6 b1 d5

VORMEN VAN KOLDERSCHAAK

KAART EN SPELAVOND Club 250 Ouderraad Sint-Lodewijkscollege. Initiatie Schaken

1) 1... Dxd4 2. cxd4 Lb3# (uitschakelen verdediging: slaan+mat)

Een MEGA overwinning!!!!!!!!!!!

Schaken op de basisschool Werkboek 1, les P1: Loop van de stukken en de beginstelling

Stap 3 vooruitdenken

Demonstratietraining over mooie schaakstellingen

Begrijp wat je doet Oplossingen Italiaans

LSG 6 Utile Dulci. Vijfde ronde, 26 februari 2013

Wedstrijden Dinsdag 17 januari Poule A Twan - Jona Jonas - Laura Poule B Levi - Thijs Jasper - Iris

Jijbent.nl: spelregels strategie. Vincent de Boer (Vinnie) Copyright 2019 Jijbent.nl

Stap 3 mix. 4) 1. g8d+ Kxg8 pat (verdedig door pat)

1) 1... Dxd4 2. cxd4 Lb3# (uitschakelen verdediging: slaan+mat)

Enkele problemen uit de Arabische schaaktraditie, 1

Verslag DSC 1 WLC 2 (externe ronde 1, )

Verslag GP toernooi Hoorn 2013

Stap 6 2. Koningsaanval - Koning in het midden: A 4. Eindspel - Vrijpion: A 3. Koningsaanval - Koning in het midden: B 5. Eindspel - Vrijpion: B

Pathena Rotterdam lijdt gevoelige nederlaag tegen SISSA.

Transcriptie:

1 DYNAMISCH VERSUS STATISCH De termen dynamisch en statisch zijn één van de belangrijkste termen in de schaak terminologie. Gezien deze twee termen het verloop van de schaakstelling aangeven. En met schaakstelling bedoel ik: wat zijn de zwakheden van wit, wat zijn de zwakheden van zwart, hoe zien de pionnenstructuren eruit van zwart dan wel van wit, etc. Kort gezegd komt het hierop neer: Statische schaakstelling Net zoals statische content op een website, heb je bij het schaken een statische stelling. Dit zijn stellingen die op de lange termijn hetzelfde blijven. Zoals bijvoorbeeld: pionnen structuur(slechte pionnenstructuur, pionnen die het centrum bezetten, pionnen die ruimte creëren, etc. ), extra materiaal, een goede loper tegen een slecht paard, etc. Een illustratie maakt het meer duidelijk: Figuur 1. voorbeeld van een statische stelling. Hier is duidelijk te zien dat zwart met een zwakke c-pion van doen heeft. En wit kan hiervan profiteren door steeds meer druk te leggen op de zwart s c-pion. Op deze manier kan wit dus zwart net zolang pijnigen tot zelfs aan het eindspel. Dynamische stelling Dynamische stellingen zijn stellingen waar meestal een snelle verandering in kan ontstaan. Zoals bijvoorbeeld: ontwikkeling van de stukken, wie heeft het initiatief?, welke stukken zijn het meest actief, etc. Bij een dynamische stelling ben je dus meer afhankelijk van hoe je de stelling inschat. En is het dus van belang dat je weet welke zwakheden wit, dan wel zwart heeft. Een ander belangrijk onderdeel van een dynamische stelling is, welke stukken je op welk moment moet afruilen, zodat jij met bijvoorbeeld een goede loper er van door gaat en de tegenstander met een zwak paard blijft zitten.

2 Een illustratie verduidelijkt een en ander: Figuur 2.Voorbeeld van een dynamische stelling In Figuur 2 is duidelijk te zien dat wit s stukken meer vrijheid hebben dan zwart s stukken. Vooral de wit - veldige zwarte loper staat buitenspel. Tot nu toe hebben we ons beperkt tot één zijde zwart staat statisch of dynamisch, dan wel wit staat statisch of dynamisch. Maar je hebt natuurlijk ook voorbeelden van een mix van die twee: wit heeft een statische stelling, zwart heeft een dynamische stelling. Een voorbeeld hiervan is te zien in onderstaand figuur: Figuur 3. Combinatie van een statische en een dynamische stelling. In figuur 3 is duidelijk te zien dat wit een gezonde pionnenstructuur(statisch) heeft, maar met twee zwakke lopers te maken heeft. Daarentegen heeft zwart een slechte pionnenstructuur, maar twee gezonde paarden(dynamisch). Dit nu ten tonele hebben gebracht, wordt het ook ineens duidelijk wat het plan voor wit is: zo snel mogelijk zijn zwakke stukken ruilen tegen die van zwart s superieure paarden. Daarentegen moet zwart zo snel mogelijk zijn eigen stukken activeren om zo een knockout aan wit uit te delen. Een ander voorbeeld ten aanzien van een statische versus dynamische stelling is aan de hand van

3 een pionneneindspel: Figuur 4. statisch versus dynamisch pionnen eindspel. ie nu aan zet is, is van cruciaal belang. ant als zwart nu aan zet is, dan volgt er: 1...Kc5 En wit kan: 2.e4 niet meer spelen!! ant dan volgt er: 2...Kd6!! [2...b5?? 3.e5!!]. Zie onderstaand diagram. Figuur 5. Zwart deed b5. De pointe van e5 wordt nu duidelijk. it elimineert op deze manier een zwarte pion en krijgt een drie pionnenstelling tegen 2 pionnenstelling. En dit is ook gelijk de derde optie van de statische versus dynamische posities. Dat een statische stelling kan transformeren naar een dynamische stelling. ant wit had een volstrekt statische stelling, maar door het opspelen van e4 verkreeg wit een winnende dynamische stelling. En natuurlijk treden er implicaties op. ant als de stelling onder een vergroot glas wordt gehouden, dan zijn er nog een aantal zij varianten waar wit rekening mee moet houden.

4 één van de zij varianten is de volgende: 1...Kc5 2.e4 2...b5?? 3.e5!! b4 (3...fxe5 4.g5! 4e4+ 5.Kxe4 b4 6.f6 (6...gxf6[zie figuur 6] 7.gxh6 (7.gxf6?? Kd6=) ).s Figuur 6. Hoe wit in de fout kan gaan. Maar wat nu als wit aan zet is. Dan volgt er: 1.e4[ Figuur 7]. Figuur 7. it doet nu e4. En we krijgen de volgende positie: 1.e4 Kc6 [1...Kc5 2.e5 fxe5 3.g5] 2.e5 fxe5 3.g5 hxg5 4.f6 met winst voor wit.

5 Een ander voorbeeld is: Figuur 8. it speelt c5 In zulke situaties is het van belang om de zwakheden van je tegenstander te analyseren. In dit geval is dat natuurlijk makkelijk te zien. De pion b7 en b6 zijn zwak voor zwart. Het is nu de kunst van het weglaten. Als we nu de zwarte pion op b7 weg denken, dan ontstaat er een formatie van vier witte pionnen tegen drie zwarte pionnen. Al snel is te zien dat als wit begint met de koning op te spelen, dat zwart natuurlijk voordeel verkrijgt. ant wit kan enkel Kg3 spelen, om niet zijn pion te verliezen. Dus blijven er twee andere twee andere mogelijkheden over: pion.a5 of pion.c5. Laten we een zij stapje nemen en kijken naar de volgende positie: Figuur 9. at als wit nu Kg5 speelt it moet uitkijken voor de vergevorderde zwarte pionnen. Het voordeel van wit is dat de zwarte koning verder van de actie verwijderd is dan de witte koning. Laten we nu eens kijken hoe wit het ook kan verspelen: Kg5. Dan volgt er:..b3! en het imperium van wit valt in duigen.

6 Zie onderstaand figuur: Figuur 10. it doet de verkeerde zet En nu volgt er: 1.Kg5 b3! 2.axb3 [2.cxb3 a3!] 2...c3!. Dus wat had wit nu moeten doen? 1.b3 axb3 (1...cxb3 2.cxb3 axb3 3.axb3) 2.axb3 cxb3 3.cxb3: Figuur 11. it doet b3! Z En nu is de regel dat in een formatie van drie tegen drie en de partij die de eerste zet mag doen, altijd zijn/haar middelste pion speelt om aan het eind twee pionnen over te houden. In dit geval: b3 en b4. Je kan het ook als een kruis zien, wat aangeven is met blauwe lijnen. En nu is het een kwestie om de zwarte pion op te halen.

7 Terug naar de oorspronkelijke positie: Figuur 12.at moet wit nu doen? it kan niet a5 spelen, want dan loopt zwart zomaar door. Dus de enige mogelijkheid is: 1.c5! en volgt er: 2..dxc5. En nu niet natuurlijk: 2..bxc5. 3.a5 c4. 4.a6 bxa6. 5.bxa6 c3.6.ke2. En dit voorbeeld laat duidelijk zien dat dynamisch posities de overheersende hand hebben boven statische posities.

8 Samenvatting Spot naar zwakke en/of sterke plekken van jezelf en je tegenstander Kijk goed welke stukken er actief meedoen en welke stukken afgeruild kunnen worden. Dit aan de hand van in te schatten of de stelling dynamisch dan wel statisch is. Schuif pionnen niet te snel door. ellicht verkrijg je daardoor een betere pionnen structuur, maar ten koste van je eigen stukken. Zorg er dan ook voor dat je eigen stukken genoeg ruimte hebben. Een pion offeren. Vaak komt het voor dat je eigen stelling op slot staat. Dit door dat je eigen pionnen of de pionnen van de tegenstander een barrière vormen. Kijk dan naar de mogelijkheid om een pionnen te offeren, zodat je stukken meer lucht krijgen. Hierdoor verlies je wellicht een pion, maar de afweging dat je stukken meer ruimte krijgen weegt in de meeste gevallen zwaarder mee. Denk niet teveel in zetten, maar beoordeel de stelling in statische dan wel dynamische context. Verkrijg zoveel mogelijk een dynamische stelling en niet een statische stelling. Probeer dan ook om van een statische eigen stelling een dynamische stelling te creëren. Happy chess coding and see you next chess time!!