Orde van de dankdienst voorafgaande aan de begrafenis van HARM SCHURING Geboren: 22 september 1924 Overleden: 1 maart 2017 op dinsdag 7 maart 2017 in de Hervormde kerk te Sellingen. Aanvang 13.30 uur Voorganger: Ds. Bram Verduijn. Organist : Mevr. Annie Veneman-Holman.
2
Orgelspel. Woord van welkom. Samenzang: Lied 769: 1 en 4. 1. Eens, als de bazuinen klinken, uit de hoogte, links en rechts, duizend stemmen ons omringen, ja en amen wordt gezegd, rest er niets meer dan te zingen, Heer, dan is uw pleit beslecht. 4. Als de graven openbreken en de mensenstroom vangt aan om de loftrompet te steken en uw hofstad in te gaan: Heer, laat ons dan niet ontbreken, want de traagheid grijpt ons aan. Votum en Groet. Samenzang: Lied 769: 6. Gedicht. Gebed. 6. Van die dag kan niemand weten, maar het woord drijft aan tot spoed, zouden wij niet haastig eten, gaandeweg Hem tegemoet, Jezus Christus, gistren, heden, komt voor eens en komt voor goed! 3
Samenzang: Lied 981: 1, 2, 4 en 5. 4 1. Zolang er mensen zijn op aarde, zolang de aarde vruchten geeft, zolang zijt Gij ons aller Vader, wij danken U voor al wat leeft. 2. Zolang de mensen woorden spreken, zolang wij voor elkaar bestaan, zolang zult Gij ons niet ontbreken, wij danken U in Jezus' naam. 4. Gij zijt ons licht, ons eeuwig leven, Gij redt de wereld van de dood. Gij hebt uw Zoon aan ons gegeven, zijn lichaam is het levend brood. 5. Daarom moet alles U aanbidden, uw liefde heeft het voortgebracht, Vader, Gijzelf zijt in ons midden, o Heer, wij zijn van uw geslacht. Schriftlezingen: 1 e Schriftlezing Deuteronomium 8: 7-10. 7 Straks brengt de HEER, uw God, u naar een goed land, een land van beken, bronnen en waterstromen, die ontspringen in de valleien en op de bergen, 8 een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen, een land van olijven en honing, 9 een land waar u niet slechts schamel brood zult eten, maar waar het u aan niets zal ontbreken, een land waar u ijzer vindt in het gesteente en waar u koper delft uit de bergen. 10 Wanneer u daar in overvloed leeft, dank de HEER, uw God, dan voor het goede land dat Hij u gegeven heeft.
2 e Schriftlezing Colossenzen 3: 13-17. 13 Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. 14 En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. 15 Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar. 16 Laat Christus woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. 17 Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door Hem. Samenzang: Lied 704: 1, 2 en 3. 1. Dankt, dankt nu allen God met hart en mond en handen, die grote dingen doet hier en in alle landen, die ons van kindsbeen aan, ja, van de moederschoot, zijn vaderlijke hand en trouwe liefde bood. 2. Die eeuwig rijke God moog' ons reeds in dit leven een vrij en vrolijk hart en milde vrede geven. Die uit genade ons behoudt te allen tijd, is hier en overal een helper die bevrijdt. 5
3. Lof, eer en prijs zij God die troont in 't licht daarboven. Hem, Vader, Zoon en Geest moet heel de schepping loven. Van Hem, de ene Heer, gaf het verleden blijk, het heden zingt zijn eer, de toekomst is zijn rijk. Overdenking. Samenzang: Liedbundel 74: 1 en 2. 1. Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe U alleen doorgrondt mijn hart, U behoort het toe. Laat mijn hart steeds vurig zijn. U laat nooit alleen. Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe. 2. Abba, Vader laat mij zijn, slechts voor U alleen. Dat mijn wil voor eeuwig zij d uwe en anders geen. Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer. Laat mij nimmer gaan. Abba, Vader, laat mij zijn, slechts van U alleen. Gebed. 6
Samenzang Liedbundel 913: 1, 2 en 4. Zegen. 1. Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand; moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land. Leer mij volgen zonder vragen; Vader, wat Gij doet is goed! Leer mij slechts het heden dragen met een rustig, kalme moed! 2. Heer, ik wil uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel U niet. Zalig hij, die durft geloven, ook wanneer het oog niet ziet. Schijnen mij uw wegen duister, zie, ik vraag U niet: waarom? Eenmaal zie ik al uw luister, als ik in uw hemel kom! 4. Waar de weg mij brengen moge, aan des Vaders trouwe hand, loop ik met gesloten ogen naar het onbekende land. Respons: Lied 415: 3. 3. Zegen ons Algoede, neem ons in uw hoede en verhef uw aangezicht over ons en geef ons licht. Onder het uitdragen luisteren wij naar het orgelspel 7
8