INVENTARISATIE VLEERMUIZEN DE WEID WALSTRO 3 CASTRICUM

Vergelijkbare documenten
Vleermuis- en broedvogelonderzoek Wherepark, Purmerend

Aanvullend natuuronderzoek voormalig Zoutdepot Breukelen

Geachte mijnheer Eggenhuizen,

Hierbij ontvangt u het briefrapport inzake de inventarisatie van vleermuizen in het projectgebied Almere hout te Almere.

Aanvullend natuuronderzoek locatie Nieuweweg / Parklaan te Hattem

NATUURONDERZOEK A9 BADHOEVEDORP

Nader onderzoek Vleermuizen en Steenmarter Ellertshaar 6 (gemeente Borger Odoorn)

Vleermuisinventarisatie aan de Hofstraat te s- Heerenberg

Rapportage onderzoeken vleermuizen, huismus en gierzwaluw

Antea Group T.a.v.: Dhr. E. Riphagen Projectleider Water Postbus AA ALMERE

Tabel 1. Overzicht veldbezoeken, onderzochte soorten en weersomstandigheden. Onderzoekers: EC = Eric Claassen, LH = Lone Hulsen

Resultaten onderzoek vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen Portiekwoningen Soendalaan-Billitonstraat e.o. te Vlaardingen. Kader

Gemeente Amstelveen Afdeling RO & Projecten T.a.v.: P.J.M. van den Bergh Postbus BA AMSTELVEEN

Huismus- en vleermuisinventarisatie op planlocatie de Marke III te Hengevelde

Aanvullend vleermuisonderzoek restaurant Castellum Novum in De Meern

Notitie flora en fauna

Vleermuisonderzoek Vlietsingel, Medemblik

Nader onderzoek vleermuizen schoolgebouw Anne Franklaan, Montfoort

Aanvullend vleermuisonderzoek plangebied Dennenlaan en Olmenlaan te Zwanenburg

Notitie n.a.v. onderzoek vleermuizen

Vleermuisonderzoek. Monnickendam

BM-RAPPORT Vleermuisonderzoek. Veenendaal Industrielaan. M.W. van den Hoorn, 5 oktober 2011.

Nader onderzoek naar vleermuizen Nieuw Graswijk te Assen

Opdrachtgever: Geveke Bouw & Ontwikkeling projectnummer:

Rapportage soortgericht onderzoek Cannerweg 8 & 10

Ordito t.a.v. dhr. F.A. Jiskoot Postbus ZH GILZE

VLEERMUIZENONDERZOEK KAMPWEG 11 NIJBROEK. Adviseur Henk Jansen I versie 1.1

SCHOLEN LEUSDEN. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen en naar de functie van de omgeving voor vleermuizen

Resultaten aanvullend soortgericht onderzoek Thorbeckelaan Zuid

NATUURTOETS LANGE WEMEN HENGELO VERVOLGONDERZOEK GEMEENTE HENGELO

HABITATSCAN DIEPENBROCKLAAN. Broedvogels & vleermuizen

Nader onderzoek vleermuizen Diepeveen Schapenzandweg 13 Diepeveen

NATUURONDERZOEK BROKKING TE WORMERVEER

Vleermuisonderzoek opleidingscentrum KLPD, Leusden

ASSCHATTERWEG LEUSDEN. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen en de functie van de omgeving voor vleermuizen

BM-RAPPORT Onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus. T.P. Molenaar en L. Boon, 30 september DEFINITIEF

Update ecologisch onderzoek Hoog-Catharijne

Vleermuisonderzoek De Molenhof te Havelte.

Vleermuisonderzoek Riethorsterweg te Plasmolen

Vleermuisonderzoek Kildijk

B i j l a g e : I n v e n t a r i s a t i e H u i s m u s e n v l e e r m u i z e n i n h e t k a d e r v a n d e F l o r a - e n fau n a w e t

Herinrichting recreatiegebied Gouwzeepark - Uytvenne Quickscan Flora- en faunawet vervolgonderzoek vleermuizen

Vleermuizenonderzoek Heemse Rabobank te Hardenberg

Contra expertise. Hoenderop, Paleisweg 205, Ermelo. In het kader van de Flora- en faunawet. In opdracht van: Buro voor Bouwkunde Ermelo

Notitie resultaten Aanvullend onderzoek huismus Plangebied: Maria van Bourgondiëlaan 2, 2a en 4, Eindhoven

Natuurwaarden Provinciehuis Frederikspark en Griffietuin te Haarlem Vleermuizenonderzoek

Aanvullend onderzoek aanleg woonwijk Hazenburg te Arnemuiden AANVULLEND ONDERZOEK AANLEG WOONWIJK HAZENBURG TE ARNEMUIDEN

Aanvullend onderzoek Kempkensberg te Groningen. A&W-notitie 2588kev

(O, Omgevingsdienst regio Utrecht

Bijlage 2 Ecologisch onderzoek vleermuizen en planten

Vleermuizenonderzoek Bergenhuizen 22, Noorbeek

Vleermuisonderzoek Prins Mauritsschool Nijmegen

Vleermuisonderzoek De Schoof te Wervershoof

Vleermuizen Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol De toegepaste methode wordt hier nader toegelicht.

Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet

Aanvullend onderzoek beschermde soorten Wilhelminastraat e.o. Vianen

6 Flora- en fauna quickscan

Vleermuisonderzoek Schuttersbosch Eindhoven

Transcriptie:

INVENTARISATIE VLEERMUIZEN DE WEID WALSTRO 3 CASTRICUM LUPGENS EN PARTNERS BV / CAREOS GROEP 15 oktober 2012 076649227:0.3 B01043.200918.0200

Inhoud 1 Inleiding... 3 1.1 Aanleiding... 3 1.2 Doel... 3 2 Werkwijze... 4 2.1 Onderzoeksperiode en weersomstandigheden... 4 2.2 Wijze van inventariseren... 4 3 Onderzoeksresultaat... 6 3.1 Waarnemingen... 6 3.2 Inschatting belang plangebied voor vleermuizen... 7 4 Effectbeoordeling en toetsing aan Flora- en faunawet... 8 4.1 Effecten... 8 4.2 Toetsing Flora- en Faunawet... 8 5 Conclusies en aanbevelingen... 9 5.1 Conclusies... 9 5.2 Aanbevelingen... 9 6 Bronvermelding... 10 Colofon... 11 076649227:0.3 ARCADIS 1

1 Inleiding 1.1 AANLEIDING De initiatiefnemer is voornemens op het perceel Walstro 3 te Castricum 12 appartementen ten behoeve van senioren en 24 zorgstudio s ten behoeve van mensen met een verstandelijke beperking te ontwikkelen. Ingrepen die daartoe in het onderzoeksgebied moeten plaatsvinden bestaan voornamelijk uit: het slopen van het huidige gebouw; het kappen van bomen en verwijderen van struiken; het bouwrijp maken van de grond. Volgens nationale en internationale regelgeving is het verplicht vóór de ingreep onderzoek te doen naar het eventuele voorkomen van beschermde flora en fauna. Om dergelijk soortgericht veldonderzoek goed te kunnen plannen en uitvoeren is het noodzakelijk te weten welke flora en fauna (potentieel) voorkomen in het gebied dat beïnvloed wordt door de voorgenomen ingrepen. De Flora- en Faunawet hanteert een aantal belangen waaronder een ingreep kan vallen, onderhavige ingreep valt onder het volgende belang: j. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling. Uit de Quickscan Flora- en faunawet van ARCADIS (2012) blijkt dat in het onderzoeksgebied mogelijk beschermde vleermuissoorten voorkomen. In opdracht van ARCADIS heeft Adviesbureau ECO-logisch dit nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. 1.2 DOEL Met behulp van dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: Welke soorten vleermuizen komen voor in het onderzoekgebied? Welke functies heeft het onderzoekgebied voor de aanwezige soorten vleermuizen? Leidt de ingreep (mogelijk) tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Flora- en Faunawet? 076649227:0.3 ARCADIS 3

2 Werkwijze 2.1 ONDERZOEKSPERIODE EN WEERSOMSTANDIGHEDEN De werkzaamheden met betrekking tot vleermuizen zijn te verdelen in onderzoek naar zomerverblijven en kraamkolonies, naar paarverblijven en zwermplaatsen, naar vliegroutes en naar foerageergebieden. Tijdens deze onderzoeken is eveneens aandacht besteed aan eventueel aanwezige winterverblijven. Binnen de voorgeschreven periode van 15 mei tot 1 oktober 2012 heeft onderzoek plaatsgevonden of één of meer van bovengenoemde functies voor vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden conform het Vleermuisprotocol 2012 1. In de kraamperiode is het onderzoeksgebied twee maal bezocht met een tussenpose. In de paarperiode zijn drie inventarisaties uitgevoerd waarbij extra aandacht besteed is aan de aanwezigheid van winterverblijf indicerende zwermplaatsen. In Tabel 1 is een overzicht opgenomen van de inventarisatiedagen en de toen heersende weersomstandigheden. Datum Weersomstandigheden 20-7-2012 13 C, droog, 3 Bft 30-7-2012 12 C, droog, 2 Bft 28-8-2012 12 C, droog, 4 Bft 11-9-2012 15 C, droog, 2 Bft 25-9-2012 13 C, droog, 3 Bft Tabel 1 Datums en weersomstandigheden van inventarisaties Simultaan met het onderzoek naar zomer- en kraamverblijven, paarverblijven en zwermplaatsen is ook onderzoek verricht naar de aanwezigheid van vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen in het onderzoeksgebied. 2.2 WIJZE VAN INVENTARISEREN De inventarisatie van vleermuizen is met behulp van een zogenaamde batdetector uitgevoerd. Deze inventarisaties zijn uitgevoerd met batdetectors van het type Petersson D240X. Volledigheid inventarisatie Het vleermuisonderzoek is volgens het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur uitgevoerd. De daarbij behorende inventarisatie is een steekproef gebaseerd op momentopnames. Hierdoor kan niet worden uitgesloten dat soorten en functies die niet zijn waargenomen, op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat de Flora- en Faunawet een initiatiefnemer vraagt te doen wat redelijkerwijs 1 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur 2011. Vleermuisprotocol 2012, 24 februari 2012 4 ARCADIS 076649227:0.3

van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is dan ook voldoende invulling gegeven aan artikel 2 (Zorgplicht) van de Flora- en Faunawet. Wat betreft het vooronderzoek heeft de initiatiefnemer gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. 076649227:0.3 ARCADIS 5

3 Onderzoeksresultaat 3.1 WAARNEMINGEN Zomer- en kraamverblijven Aan de westzijde van het gebouw is een zomerverblijf van één individu van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Deze vloog in onder de dorpel van het tweede raam vanuit het westen gezien op de eerste verdieping van het gebouw. Paarverblijven en zwermplaatsen Er is een paarverblijf van één individu van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Deze vloog in onder de dorpel van het derde raam vanuit het westen gezien op de eerste verdieping van het gebouw. Een foto van het paarverblijf staat weergegeven in Afbeelding 1. Afbeelding 1 Paarverblijf onder dorpel Er is geen winterverblijf-indicerend zwermgedrag waargenomen. Vliegroutes en foerageergebied Er zijn foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger waargenomen. Er zijn geen typische vliegroutes waargenomen. Met betrekking tot het foerageergebied zijn er voldoende alternatieve foerageergebieden in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. 6 ARCADIS 076649227:0.3

Afbeelding 2 Onderzoeksresultaat inventarisatie vleermuizen. 3.2 INSCHATTING BELANG PLANGEBIED VOOR VLEERMUIZEN In Tabel 2 wordt het belang van het plangebied voor de aangetroffen beschermde soorten weergegeven. Soort Functie Belang Gewone dwergvleermuis Zomerverblijf Redelijk Gewone dwergvleermuis Paarverblijf Redelijk Gewone dwergvleermuis Foerageergebied Gering Laatvlieger Foerageergebied Gering Tabel 2 Functies van het plangebied voor vleermuizen. 076649227:0.3 ARCADIS 7

4 Effectbeoordeling en toetsing aan Flora- en faunawet 4.1 EFFECTEN Het slopen van het gebouw op Walstro 3 te Castricum zal een negatief effect opleveren. Het gebouw bevat namelijk een zomerverblijf en een paarverblijf van gewone dwergvleermuizen die met de sloop van het gebouw verloren zullen gaan. De sloop en nieuwbouw zullen geen negatief effect hebben op de foerageergelegenheid om het gebouw en de directe omgeving. 4.2 TOETSING FLORA- EN FAUNAWET Artikel 11 van de Flora- en Faunawet verbiedt onder andere het vernietigen van vaste rust- en/ of verblijfplaatsen. Het slopen van het gebouw op Walstro 3 te Castricum heeft een negatief effect op het functioneren van vaste rust- en/ of verblijfplaatsen. De voorgenomen ingreep heeft een negatief effect op de lokaal aanwezige populatie, maar omdat het een gering aantal dieren betreft, zal de ingreep geen effect hebben op de gunstige staat van instandhouding van de soort. Toch is het niet toegestaan de ingreep zonder aanvullende mitigerende maatregelen uit te voeren. Artikel 11 van de Flora- en Faunawet verbiedt namelijk onder andere het vernietigen van vaste rust- en/of verblijfplaatsen. Het belang j. (zie paragraaf 1.1) waar dit initiatief onder valt is niet voldoende om alleen een ontheffing aan te hoeven vragen: effecten zullen in hun geheel gemitigeerd moeten worden. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden dient daarom een mitigatieplan opgesteld te worden. 8 ARCADIS 076649227:0.3

5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 CONCLUSIES Het bestaande gebouw bevat een zomerverblijf en een paarverblijf (vaste rust- en/of verblijfplaatsen) van de gewone dwergvleermuis. Daarnaast is het plangebied slechts beperkt van belang als foerageergebied voor gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Het slopen van het gebouw heeft een negatief effect op het functioneren van vaste rust- en/ of verblijfplaatsen. Met het uitvoeren van de werkzaamheden, zonder dat mitigerende maatregelen worden genomen, wordt de Flora- en Faunawet overtreden. 5.2 AANBEVELINGEN Het negatieve effect op de vaste rust- en/ of verblijfplaatsen kan voorkomen worden door tijdelijke (met betrekking tot de bouwfase) en permanente (met betrekking tot het nieuwe gebouw) maatregelen te nemen. Deze maatregelen (o.a. periode van uitvoering en welke voorzieningen moeten worden getroffen) dienen goed uitgewerkt te worden in een mitigatieplan. Tijdens de aanleg en in de uiteindelijke uitvoering dient dit mitigatieplan te worden geïmplementeerd. Hiermee wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet worden overtreden. Om zekerheid te verkrijgen of het mitigatieplan voldoende is kan deze ter goedkeuring aan het bevoegd gezag worden voorgelegd. 076649227:0.3 ARCADIS 9

6 Bronvermelding Adviesbureau ECO-logisch, 2012. Memo inventarisatie vleermuizen. 4 oktober 2012. ARCADIS, 2012. Quickscan Flora- en faunawet De Weid te Castricum. ARCADIS-rapport 11 juli 2012, i.o.v. Lupgens en Partners bv / Careos Groep. 10 ARCADIS 076649227:0.3

Colofon INVENTARISATIE VLEERMUIZEN DE WEID WALSTRO 3 CASTRICUM OPDRACHTGEVER: Lupgens en Partners bv / Careos Groep STATUS: AUTEUR: Sander Jonker GECONTROLEERD DOOR: Gwenn van der Schee VRIJGEGEVEN DOOR: 15 oktober 2012 076649227:0.3 ARCADIS NEDERLAND BV Het Rietveld 59a Postbus 673 7300 AR Apeldoorn Tel 055 5815 999 Fax 055 5815 599 www.arcadis.nl Handelsregister 9036504 076649227:0.3 ARCADIS 11